De Patrijs in het Land van Heusden en Altena -‐ verslag 2017 -‐
Natuurbeschermingsvereniging Altenatuur
Colofon © Natuurbeschermingsvereniging Altenatuur 2017. Informatie uit deze uitgave mag worden overgenomen, wanneer als volgt aan deze uitgave wordt gerefereerd: Natuurbeschermingvereniging Altenatuur. 2017. De Patrijs in het Land van Heusden en Altena. Verslag 2017. Altenatuur. Samenstelling: E.J. van Haaften Foto’s: H. van Diest, E.J. van Haaften, J. Schenkeveld, J. Sloothaak Afbeelding omslag: J. Schenkeveld: patrijzen in de Struikwaard bij Rijswijk www.Altenatuur.nl / Facebook.com/Altenatuur / Twitter.com/Altenatuur
1 Inleiding Nog maar veertig jaar geleden was de patrijs een kenmerkende soort van het Nederlandse platteland. Maar sinds de jaren zeventig zijn de aantallen met ruim 95% afgenomen. De patrijs is bezig te verdwijnen uit Nederland. Deze alarmerende ontwikkeling was voor SOVON en Vogelbescherming Nederland aanleiding om het jaar 2013 uit te roepen tot ‘jaar van de patrijs’. Dat was ook voor Natuurbeschermingsvereniging Altenatuur reden om meer aandacht te besteden aan deze fraaie boerenlandvogel. Het hele werkgebied van de vereniging is daarop geïnventariseerd (Natuurbeschermingsvereniging Altenatuur, 2014). Het beeld dat hieruit naar voren kwam, is dat de patrijs in het Land van Heusden en Altena nog wel verspreid voor lijkt te komen, maar zich niet aan de algehele achteruitgang heeft weten te onttrekken. In de Struikwaard bij Giessen/Rijswijk worden sinds enkele jaren geleden maatregelen genomen om het leefgebied te verbeteren. Daarnaast is sinds 2016 door Brabants Landschap en Vogelbescherming Nederland het project PARTRIDGE opgestart in de polder Oude Doorn, tussen Sleeuwijk, Almkerk en Uppel (Brabants Landschap, 2017a). Door deze projecten blijft de patrijs goed in de belangstelling bij vogelaars en boeren. Het vastleggen van patrijzenwaarnemingen is hierdoor ook doorgegaan. Nadat al een tweede verslag was gemaakt in 2015 (Natuurbeschermingsvereniging Altenatuur, 2015) kan nu een derde overzicht van de patrijs worden gegeven. Net als de voorgaande verslagen kan dit alleen worden gemaakt dankzij de bereidheid van vele vogelaars en andere geïnteresseerden om waarnemingen van de patrijs vast te leggen of door te geven. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de website Waarneming.nl, waarmee het mogelijk is om waarnemingen nauwkeurig vast te leggen en eventueel te documenteren met foto’s. Met deze gegevens als basis is dit verslag opgesteld. Het bestaat uit twee delen. Er is een gebiedsdekkende wintertelling uitgevoerd waarbij een beeld is gevormd van het totaal aantal patrijzen in de regio (hoofdstuk 2). Aansluitend is in voorjaar en zomer geprobeerd zo goed mogelijk te bekijken waar paren met jongen konden worden waargenomen (hoofdstuk 3). De resultaten zijn steeds vergeleken met de situatie in 2013 en 2015. In hoofdstuk 4 wordt afgesloten met een korte bespreking van de resultaten.
2 Resultaten wintertelling Aanpak De winter is een goede periode om patrijzen waar te nemen. De meeste akkers zijn kaal en de graslanden zijn kort. Er is dus weinig dekking voor patrijzen. Als er zelfs even sneeuw ligt vallen de patrijzen helemaal goed op. De laatste jaren is er steeds meer aandacht voor de patrijs wat maakt dat steeds meer mensen doorgeven waar patrijzen worden gezien. In de winterperiode zitten patrijzen in groepjes, die vaak redelijk honkvast zijn. Fanatieke vogelaars kunnen zo, door systematisch een gebied af te zoeken, een goed beeld krijgen van het aantal patrijzen in een gebied. Door het combineren van alle losse waarnemingen, aangevuld met gerichte gebiedsinventarisaties is getracht een goed beeld te schetsen van het aantal patrijzen in het Land van Heusden en Altena.
Typisch zoekbeeld in de winter, gezien door de telescoop; groepje van 9 patrijzen scharrelt achter een boerenerf in de sneeuw (foto: Ernst-‐Jan van Haaften). 234 waarnemingen In de winterperiode, tussen 15 september 2016 en 15 februari 2017, zijn door 48 vogelaars patrijzenwaarnemingen ingevoerd op Waarneming.nl, of los doorgegeven aan Altenatuur. Deze laatste zijn ook ingevoerd op Waarneming.nl. In totaal werden zo 234 patrijzenwaarnemingen verzameld.
231 patrijzen! Uit de losse waarnemingen is geprobeerd af te leiden hoeveel patrijzen er in de regio voorkomen. Eerst moeten daarvoor de waarnemingen worden ontdaan van dubbeltellingen. Hiervoor zijn alle waarnemingslocaties nauwkeurig op een kaart gezet. Waarnemingen van groepjes met hetzelfde aantal dicht bij elkaar zijn vervolgens geclusterd. Aangenomen is dat de waarnemingen binnen een cluster steeds van hetzelfde groepje zijn. Op deze manier konden 27 clusters worden onderscheiden. Per cluster is het aantal van het groepje patrijzen genomen en deze zijn bij elkaar opgeteld. Door dit voor het hele gebied te doen is vastgesteld dat er, zonder dubbeltellingen dus, zeker 231 patrijzen in het Land van Heusden en Altena voorkomen. Op het kaart 1 is te zien waar deze patrijzen gezien zijn.
6 6
6
5 15
4
14
7
10 14
11
6
4
6
13
15 5
10
11
6 9 10
6
8
12
6
6
Kaart 1 – Waarnemingen winterperiode 2016/2017. Alle waarnemingen die betrekking hebben op eenzelfde groepje patrijzen zijn geclusterd tot in totaal 27 clusters. Per cluster is het aantal waargenomen patrijzen aangegeven. Opgeteld (zonder dubbeltellingen) zijn dit 231 patrijzen. Hoe nauwkeurig is dit nu? Het combineren van de losse waarnemingen tot clusters is handmatig uitgevoerd. In sommige gevallen is het lastig om te bepalen of een aantal waarnemingen nu op hetzelfde groepje betrekking hadden, of dat er sprake is geweest van twee groepjes. Vooral aan de hand van uitsluitende waarnemingen, bijvoorbeeld tijdens de teldagen waarop sneeuw aanwezig was, is geprobeerd dit zo objectief mogelijk te doen. Het blijft daarbij de vraag hoe volledig deze telling is geweest. Ongetwijfeld zijn er groepjes gemist. Maar ook in veel gebieden waar nu geen patrijzen zijn gezien, is wel degelijk flink gezocht. Hierdoor bestaat de indruk dat weer een behoorlijk goed beeld is ontstaan van het aantal patrijzen in het gebied.
Waar zitten de grootste aantallen? De kaart geeft een goed beeld waar veel en waar weinig patrijzen zijn gezien. Met deze gegevens is het ook mogelijk om binnen de regio gebieden met elkaar te vergelijken door naar de dichtheid, het aantal patrijzen per km2, te kijken. Over het hele gebied is de dichtheid 1,3 patrijzen per km2. Tussen de gemeenten zijn al opvallende verschillen te zien (zie onderstaande tabel). De patrijzendichtheid is het laagst in Aalburg. In Woudrichem is de dichtheid wel vijf keer zo hoog. Hier zijn per km2 gemiddeld 2,5 patrijzen aanwezig. km2 aantal dichtheid (aantal/km2) Woudrichem 51,6 127 2,5 Aalburg 53,1 26 0,49 Werkendam* 78,1 78 1,0 totaal 182,8 231 1,3 Tabel 1 -‐ Patrijzendichtheid per gemeente * met uitzondering van Biesbosch en Noordwaard
Patrijzenkoppel in berijpt grasland (foto: Jos Schenkeveld). Verschillen met de winters van 2012/2013 en 2014/2015 Bovenstaande gegevens zijn op dezelfde wijze geïnterpreteerd en gepresenteerd als dat gedaan is met de gegevens uit de winters van 2012/2013 en van 204/2015. Hierbij moet worden bedacht dat het wel gaat om interpretatie van een flink aantal losse waarnemingen, en geen gegevens die op systematische wijze verzameld zijn. Dat maakt een directe vergelijking lastig. In tabel 2 is een aantal cijfers naast elkaar gezet. Te zien is
dat er steeds meer waarnemingen worden doorgegeven en dat deze ook van steeds meer verschillende waarnemers afkomstig zijn. Zeker de laatste winter zijn veel waarnemingen beschikbaar gekomen. Desondanks heeft dat niet geleid tot een fors hoger aantal patrijzen. Dit zou kunnen betekenen dat we de stand redelijk goed in beeld hebben en verreweg de meeste patrijzen dus ook wel worden gezien. Op kaart 2 zijn de waarnemingen van de drie winters op kaart weergegeven. In grote lijnen is het beeld van verschillende jaren vergelijkbaar. Van de laatste winter valt duidelijk op dat in het gebied tussen Sleeuwijk en Uppel meer waarnemingen zijn gedaan van eerdere winters. Ook bij Giessen is dat het geval. In het zuidoostelijk deel van de regio lijkt het andersom; rond Eethen, Genderen, en Veen zijn maar weinig patrijzen gemeld. Wintertelling 2012/2013 2014/2015 2016/2017 Aantal waarnemingen 117 129 234 Aantal waarnemers 24 35 48 Aantal patrijzen 227 212 231 Aantal clusters 38 28 27 Gemiddeld aantal patrijzen per cluster 6,0 7,6 8,6 Tabel 2 – Vergelijking gegevens 2012/2013, 2014/2015 en 2016/2017.
Kaart 2 – Waarnemingen winter 2012/2013 (rode stippen), winter 2014/2015 (groene stippen) en winter 2016/2017 (blauwe stippen).
3 Resultaten voorjaar-‐ en zomertelling Aanpak Of patrijzen in een gebied broeden en daarbij ook jongen grootbrengen is lastig te bepalen. Omdat er steeds meer aandacht is voor de patrijs geven gelukkig ook meer mensen hun waarnemingen door. Ook de oproepen van Altenatuur om waarnemingen te melden leveren extra reacties op. Door al deze waarnemingen samen te voegen ontstaat een behoorlijk goed beeld van de plaatsen waar patrijzen met jongen zich bevinden. Zo kan ook een beeld worden gevormd van het aantal paartjes dat succesvol heeft gebroed. 308 waarnemingen In het voorjaar en de zomer, tussen 15 februari 2017 en 15 september 2017, zijn door 59 vogelaars patrijzenwaarnemingen binnen het Land van Heusden en Altena ingevoerd op Waarneming.nl. Hiermee zijn in deze periode in totaal 308 waarnemingen van de patrijs verzameld. Paartjes en kluchten Het overgrote deel van de waarnemingen in voorjaar en zomer had betrekking op 1 of 2 patrijzen. Bijna altijd waren dat gepaarde vogels of waarnemingen van een roepende patrijs. Een kleiner deel van de waarnemingen betrof groepen van meer dan 2 vogels. Soms waren dat kleine groepjes volwassen vogels, maar gelukkig zijn ook flink wat paartjes met jongen gezien. In totaal 90 waarnemingen betroffen 3 of meer patrijzen. Hiervan zijn 22 waarnemingen doorgegeven van groepen van 10 patrijzen of meer. De grootste getelde ‘klucht’ bestond uit 18 vogels. Op kaart 3 zijn alle waarnemingen uit de voorjaar-‐ en zomerperiode weergegeven, waarbij deze zijn ingedeeld naar groepsgrootte. Nestvondst! Bijzonder was de vondst van een patrijzennest met 20 eieren. De weidevogelbescher-‐ mingsgroep van Altenatuur vond dit nest bij Sleeuwijk op het land van akkerbouwer Kobus Kolff. Later in het seizoen werd het nest gecontroleerd en bleek het goed te zijn uitgebroed.
Kaart 3 – Waarnemingen voorjaar en zomer 2017. Alle waarnemingen zijn als stip weergegeven op de kaart en daarbij ingedeeld naar groepsgrootte (zie legenda).
Patrijzennest met 20 eieren bij Sleeuwijk (foto: Henk van Diest)
39 succesvolle broedgevallen: 253 jongen Bij veel waarnemingen in de zomerperiode is, naast het aantal patrijzen, ook apart vermeld of er jongen bij gezien zijn. Op deze manier valt goed te achterhalen waar succesvol is gebroed. Alle waarnemingen van patrijzen met jongen zijn apart beoordeeld. Verschillende waarnemingen die waarschijnlijk betrekking hebben gehad op hetzelfde groepje zijn daarbij tot hetzelfde broedgeval gerekend, zodat dubbeltellingen zijn uitgesloten. Bij dit clusteren is vooral gelet op de combinatie van plaats, datum en groepsgrootte. Op deze wijze zijn in het hele gebied in totaal 39 succesvolle broedgevallen onderscheiden. Bij deze broedgevallen zijn 253 jonge patrijzen waargenomen. Niet eerder zijn zoveel paartjes met jongen in deze regio geteld! De plaatsen waar deze succesvolle broedgevallen zijn vastgesteld zijn aangegeven op kaart 4. Het valt op dat vooral tussen Sleeuwijk, Uppel en Almkerk veel cirkels staan. Hier zijn in het kader van het patrijzenproject PARTRIDGE veel waarnemingen verzameld. Hierover verscheen een mooi artikel waarin ook het belang van de door Altenatuur verzamelde gegevens werd benadrukt (Brabants Landschap, 2017b). Ook rondom Uitwijk, Rijswijk en Giessen (onder andere in de Struikwaard) zijn diverse succesvolle broedgevallen waargenomen. Meer dan in eerdere jaren is ook het gebied bij Genderen, Eethen en Drongelen goed op de kaart komen te staan.
Kaart 4 – Waarnemingen voorjaar en zomer 2017. Alle waarnemingen zijn als stip weergegeven op de kaart. Cirkels geven aan waar een succesvol broedgeval is vastgesteld.
Broedgevallen goed in beeld? Het goed vaststellen van het aantal broedgevallen is erg lastig. In 2013 en 2015 werden 18 en 16 succesvolle broedgevallen genoteerd. Dit jaar ligt het aantal ruim twee keer zo hoog. Op de meeste plaatsen waar regelmatig patrijzen worden gezien, is nu ook een geslaagd broedgeval vastgesteld. Toch zijn er nog verschillende delen van het gebied waar weinig of geen waarnemingen zijn gedaan. In het gebied tussen Sleeuwijk en Almkerk, waar relatief veel naar patrijzen is uitgekeken, zijn ook relatief veel paartjes met jongen gezien. Hieruit zou opgemaakt kunnen worden dat ook het vastgestelde aantal van 39 succesvolle broedgevallen nog niet de bovengrens is. Tabel 3 geeft een overzicht van de gegevens die zijn verzameld in de jaren 2013, 2015 en 2017. Voorjaar-‐ en zomertelling 2013 2015 2017 308 Aantal waarnemingen 224 209 59 Aantal waarnemers 36 32 39 Aantal succesvolle broedgevallen 18 16 253 Aantal jongen 97 123 6,49 Gemiddeld aantal jong per paar 5,39 7,69 Tabel 3 – Vergelijking gegevens 2013, 2015 en 2017.
Patrijs met jongen in grasland bij Almkerk (foto: Jochem Sloothaak)
4 Conclusie Voor de derde keer is een overzicht gegeven van de aanzienlijke hoeveelheid informatie die in het Land van Heusden en Altena over de patrijs wordt verzameld. Met de wintertelling zijn 231 patrijzen geteld. Gedurende de zomer werd duidelijk dat tenminste 39 paartjes succesvol hebben gebroed, resulterend in 253 jonge patrijzen. Een vergelijking met de twee eerdere inventarisaties laat op de eerste plaats zien dat het aantal waarnemingen en waarnemers nog steeds toeneemt; een bewijs voor de toenemende belangstelling voor deze aansprekende soort. Dat is erg belangrijk, want vooral door de inspanning van vele vogelaars en andere geïnteresseerden is het mogelijk een overzicht als dit te maken. De gegevens van 2017 bevestigen het beeld uit de eerdere verslagen. Er zijn ongeveer vergelijkbare aantallen vastgesteld. Een positief verschil is het aanzienlijk grotere aantal broedgevallen dat is vastgelegd. Door de onzekerheid die vastzit aan de gebruikte methode, interpretatie van losse waarnemingen, is het moeilijk uitspraken te doen over toe-‐ of afname. Belangrijk voor de bescherming van de patrijs is dat duidelijk is waar ze vooral wel, en waar vooral niet zitten. Dit maakt dat belangrijke stimuleringsmaatregelen, zoals akkerranden, kruidenranden en hagen, juist ook kunnen worden aangelegd op plaatsen waar patrijzen zitten. Zeer positief is dat een flink aantal grondeigenaren gelukkig bereid is dit soort maatregelen te nemen. Hopelijk weet de patrijs hiervan te profiteren!
Kaart 5 -‐ Heatmap van de Patrijs in het Land van Heusden en Altena (periode 1-‐1-‐2010 t/m 1-‐12-‐2017 (bron: Waarneming.nl). De heatmap geeft de dichtheid van waarnemingen aan. Naarmate meer waarnemingen op korte afstand van elkaar zijn gedaan wordt het voorkomen in steeds rodere vlekken weergegeven. Hierdoor geeft de kaart een beeld van goede en minder goede patrijzengebieden.
Literatuur Brabants Landschap, 2017a. Interreg project PARTRIDGE. Website: www.brabantslandschap.nl/partridge Brabants Landschap, 2017b. Eerste resultaten PARTRIDGE project bekend. Website: http://www.brabantslandschap.nl/actueel/nieuws/eerste-‐resultaten-‐partridge-‐ bekend/ Natuurbeschermingsvereniging Altenatuur. 2014. De Patrijs in het Land van Heusden en Altena. Verslag Jaar van de Patrijs 2013. Altenatuur. http://issuu.com/jansissuu/docs/altenatuur_patrijsverslag_2013 Natuurbeschermingsvereniging Altenatuur. 2015. De Patrijs in het Land van Heusden en Altena. Verslag 2015. Altenatuur. http://issuu.com/jansissuu/docs/altenatuur_patrijsverslag_2015