KEIK 56. Tegelpaneel Irissen, afkomstig van het voormalig Hotel Léopold II te Blankenberge

Page 1

Tegelpaneel Irissen, afkomstig van het voormalig Hotel Léopold II te Blankenberge

56

Manufacture de Céramiques Décoratives de Hasselt Inventarisnummer 2007.0068.00


Inleiding Het is alom bekend dat het succes van de Hasseltse keramiekfabriek voor een groot deel te danken was aan het handig inspelen op de behoeften van de markt. Dat deed ze zeker met de productie van bouwkeramiek waarmee ze zich in gans het land een stevige reputatie opbouwde (1). Door het gebrek aan geschreven bronnen kan alleen de studie van het geproduceerd materiaal enig licht werpen op de gebruikte grondstoffen en technieken. Maar ook dat materiaal is schaars en het is dan ook zaak om elke opportuniteit aan te grijpen om het te verwerven, te bestuderen en te herbestemmen als getuige van de kwaliteit en het vakmanschap kenmerkend voor deze fabriek. Toen in 2007 de gelegenheid zich voordeed om een op maat gemaakt tegelpaneel van Hasseltse origine te verwerven ging men gretig op dat aanbod in. Zowel een gebrek aan lokale expertise als aan fondsen om een dure restauratie te bekostigen waren de oorzaak dat het paneel gedurende een lange periode opgeslagen werd en in de staat bleef zoals het 10 jaar geleden uit de gevel van het Blankenbergse hotel werd gelicht. In 2014 kwam er eindelijk een kentering toen Charlot De Bisschop en Ine Schuurmans contact zochten met Het Stadsmus in het kader van hun universitaire studies (2), met als respectievelijk thema’s; “onderzoek naar lacunaire reproductie” en “onderzoek naar schade aan industriële keramische gevelpanelen”. Hun eindwerk werd o.a. gebaseerd op het in Hasselt geproduceerd keramisch materiaal en door de samenwerking met hen in het kader van hun thesissen werd meteen een hiaat in de kennis over de behandeling ervan opgevuld langs de kant van het stedelijk museum en de verzamelaars. Ine en Charlot konden langs hun kant profiteren van de parate kennis inzake Hasseltse keramiek van de verzamelaars van wie ze enkele concrete gevallen voorgeschoteld kregen passend in hun respectieve studiedomeinen. Dit was de impuls die nodig was om de draad terug op te nemen en het duurde dan ook niet lang of er lag een uitgewerkt plan op tafel om met de restauratie van de Blankenbergse Irissen van start te gaan. We zijn dan ook bijzonder verheugd dat we u met deze brochure kennis kunnen laten maken met het verhaal achter het paneel en de lange maar leerrijke weg van de redding en restauratie van dit belangrijk stuk Hasselts erfgoed.

De Blankenbergse irissen in situ juli 2006. Bron: fotoarchief vzw VUHK.

2


Het verhaal achter tegelpaneel Evolutie van de kustarchitectuur einde 19e begin 20e eeuw Al vroeg in de 19e eeuw kwam het baden in zee dat in Engeland “bon ton” was ook naar België overgewaaid. Onder impuls van Leopold II ontwikkelde Oostende zich tot “de koningin der badsteden” waarna een aantal andere kleinere gemeenten aan de oostkust, waaronder Blankenberge, zich als goedkoper en rustiger alternatief eveneens tot badstad ontwikkelden (3). De definitieve doorbraak van Blankenberge als toeristische badstad situeert zich in 1863 door de aansluiting op het spoorwegnet met het binnenland via Brugge. Van dan af onderging Blankenberge een heuse metamorfose. Met de bouw van een imposant Casino-Kursaal in 1880 en de naar Engels (Brighton) voorbeeld opgetrokken pier uit 1894, kreeg het een aantal belangrijke troeven die de beaumonde van België maar ook vanuit het buitenland aantrok. Ook de publiciteitsmachine kwam op gang, zo onderhandelde men bvb. in 1867 een contract met de Brusselse krant “Le Nord” voor de publicatie van een advertentie met de tekst “Saison des bains à Blankenberghe (Belgique) à 20 minutes de Bruges, Grands Hotels, Kursaal, bals, plage splendide”. Met een verspreiding in Parijs, Londen, Berlijn en SintPetersburg en een lezerspubliek in Brussel, Oostende en Spa verzekerde men zich op die manier van nationale en internationale naambekendheid (4).

Op deze affiche uit 1890, gemaakt voor een Duits publiek worden visueel de troeven van Blankenberge voorgesteld, centraal staat het strandplezier met links de afbeelding van een visser, rechts onderaan de dichte drommen toeristen op het staketsel en bovenaan de spelen voor kinderen. Ook de kleine centraal geplaatste tekst onderaan geeft een opsomming van alle kwaliteiten samen met de mogelijke excursies in de omgeving. Bron: BNF Gallica.

3


De grote toeloop van toeristen leidde tot de bouw van meerdere grotere hotels maar ook van villa’s en pensions voor de rijkere badgasten uit het binnenland. Dit had zo zijn gevolgen op de urbanisatie van de stad. Zo ontwikkelde zich ten oosten van de oude stadskern de Sint-Rochuswijk rond de gelijknamige kerk. De nabijheid van de zeedijk, het Casino-Kursaal en een aantal andere faciliteiten zoals een tennisclub waren bijkomende elementen die welstellende badgasten aanspoorden om er hun vaste stek aan de kust te bouwen. Het ontstaan van deze wijken liep parallel met de evolutie van de architectuur in die periode. De art nouveau stijlinvloeden waren al van rond 1893 in de architectuur terug te vinden maar in Blankenberge diende men toch te wachten tot 1900 voor deze stijl haar intrede deed. Het was de Brusselse architect Fouarge (5) die de trend zette met een ontwerp voor de bouw van een villa en een hotel in deze stijl waarvan de gevels zouden uitgevoerd worden in geglazuurde baksteen en de parementen verfraaid met gekleurde tegeltableaus (6). Het esthetisch welbehagen dat men in de art-nouveauarchitectuur nastreefde vertaalde zich o.a. in het gebruik van kleuraccenten en nieuwe materialen. Daarenboven had het gebruik van keramisch materiaal aan de kust nog een extra voordeel want het weerstond beter aan de verwering door zout, wind, regen en vorst. Door de stijgende vraag gingen al snel een aantal Belgische producenten, waaronder ook de Hasseltse keramiekfabriek geglazuurde bakstenen, tegelstrips en ander keramisch bouwmateriaal produceren. Het jonge Hasseltse bedrijf blaakte van zelfvertrouwen. Met het doel te voldoen aan de grote behoeften van een levendige architectuur, stelde zij een groot en gevarieerd aanbod voor en specialiseerde het zich in de productie van op maat gemaakte decoratieve tegelpanelen. Vermits de fabrieken ver in het binnenland lagen en het belangrijk was om voeling met de klant te houden maakte men gebruik van lokale vertegenwoordigers. Zo had de Brusselse firma Helman een bijhuis in de Van Maerlantstraat in Blankenberge (7) en werkte de Hasseltse keramiekfabriek samen met de firma De Loof-Ceulenaere die in Brugge aan de kanaalkom gevestigd was.

Met dit bijvoegsel aan het gereputeerde lEmulation vaktijdschrift voor architecten trachtte de Hasseltse fabriek haar plaats af te dwingen op de markt van producenten van keramisch materiaal en zich bij de architecten in de kijker te plaatsen. Bron: collectie Mario Baeck. 4


Het ontstaan van Hotel Leopold II Door de groeiende vraag naar logies voor de aanhoudende stroom toeristen en een gebrek aan beschikbare bouwterreinen in het centrum trachtte men o.a. door samenvoeging van bestaande gebouwen aan de nood voor hotelfaciliteiten snel te kunnen voldoen. Dit was ook het lot van de villa Leopold II en villa/pension Emilie in de Onderwijsstraat. In 1911 diende eigenaar Edmond David een bouwaanvraag in om beide villa’s samen te voegen. De originele plannen en tekeningen tonen onder andere hoe de originele gevels er voor samenvoeging uitzagen. De blauwdruk van de hotelgevel toont het gebouw met een eerder eclectische architectuur en is er van een keramische bekleding niets te merken.

De villa’s met de voor de kust typische architectuur met loggia’s met daaronder de dagverblijven voor het personeel, keuken en bergruimtes. Tekening arch. F. Cosman. Bron: collectie Stadsarchief Blankenberge.

5


De blauwdruk toont een eerder eclectische gevel. Interessant detail: villa 2 draagt de naam Roma en niet Emilie zoals op sommige foto’s te zien is. Bron: collectie Stadsarchief Blankenberge.

6


De blauwdruk van de gevel leert ons dat een groot aantal elementen in blauwe hardsteen voorzien waren zoals de lintelen, omlijstingen van ramen en deuren en balkons met zware balustervormige steunen. Dat de gevel uiteindelijk niet uitgevoerd werd zoals op de plannen voorzien was, brengt ons tot de volgende hypothese: de uitvoering met deze elementen zou zeer duur geweest zijn. Architect J. De Groote, die er voor bekend stond om zijn gevels met geglazuurde decoratieve keramische elementen te versieren, heeft vermoedelijk de eigenaar pas later kunnen overtuigen om deze nieuwe materialen toe te passen en om tijd te winnen voegde hij de reeds in maart getekende plannen met het origineel gevelproject bij de bouwaanvraag.

Architect J. De Groote werkte daarna nog verschillende panden af met Hasselts materiaal zoals deze villa gelegen in de Peter Benoitstraat nr. 8. Het naampaneel “Villa Yvonne 1913” en de stroken verticaal geplaatste halfreliëf tegels “n° 147 frise carreaux couleur Iris” uit het standaardassortiment, bewijzen de Hasseltse origine. Bron: archief VUHK.

Door toepassing van een keramische gevelbekleding kon de achterliggende muur in zijn geheel uitgevoerd worden in goedkopere metselsteen in plaats van gebruik te moeten maken van duurdere geëmailleerde bakstenen of verblendstenen. Dit vereiste echter een aangepast materiaal dat efficiënt kon geplaatst worden.

7


Ook hiervoor had het dynamisch Hasselts bedrijf een oplossing in petto. Op een onlangs teruggevonden briefhoofd van 1903 worden “faces de briques” of letterlijk vertaald “voorzijdes van bakstenen” aangeprezen. Het gaat hierbij om zogenaamde tegelstrips die speciaal ontworpen waren om een gevel te bekleden. Gezet met een brede voeg gaf dit het effect van een gevel die in geglazuurde baksteen werd uitgevoerd maar aan een derde van de prijs van volle geglazuurde steen. Niet alleen waren deze strips in diverse kleuren te krijgen maar er werden ook speciale modellen met afgeronde hoeken geleverd, nodig om een mooi sluitend geheel te bekomen. De art nouveau stijlelementen van de gevel zoals de rondbogen boven de vensters van de eerste verdieping konden hierdoor met in dambordpatroon aangebrachte strips geaccentueerd worden waardoor een “Moors effect” ontstond.

Detail van het briefhoofd anno 1903. Bron: Collectie Het Stadsmus.

Enkele voorbeelden van de uit de gevel gerecupereerde strips die evenals het tegelpaneel in grès (steengoed) gemaakt werden omdat dit materiaal door een hoge versinteringsgraad beter weerstaat aan vochtinsijpeling en vorstschade. Bron: Collectie Het Stadsmus.

Architect De Groote maakte er een totaalproject van want niet alleen bestelde hij de volledige gevelbekleding maar ook de decoratieve elementen boven de vensters werden met tegels uit het basisassortiment van de Hasseltse fabriek verfraaid. Het gaat hierbij om geperste en kleurig geglazuurde lijnreliëftegels met modelnummers 125,126 en 127. Ze meten 20 x 20 cm en de kostprijs was 2 fr per stuk (ter vergelijking, een metser verdiende in die tijd slechts 0,50 fr per uur!). Het ontwerp van deze art-nouveautegel is vermoedelijk van de hand van kunstschilder Fernand Toussaint. Het sluitstuk van de versiering was het centrale bloemendecor boven de deuren van het middelste balkon op de 2e verdieping samen met de hotelnaam onder het balkon. Deze centrale opstelling zorgde er voor dat de focus gericht werd op het centrum van de, voor het overige, eerder sobere gevel.

8


De hotelnaam, links en rechts geflankeerd met irissen, werd over verschillende tegels gespreid die, zoals voor vele Hasseltse tegelpanelen in halfsteens verband gezet werden. Bron: fotoarchief vzw VUHK.

Zowel het bloemendecor als de hotelnaam werden met de in Hasselt gebruikte techniek op basis van een relatief klein ontwerp dat door de bouwheer eerst was goedgekeurd, met houtskool overgebracht op de blindgebakken tegels. Daarna werden tegel per tegel met een pipet de cloisonné lijnen in engobe over de tekening gezet. Na het uitharden van deze lijnen kon men dan beginnen met het aanbrengen van de kleurtinten waarna ze opnieuw in de oven geplaatst werden voor een tweede bakgang aan +/- 1250 graden Celcius waarbij het glazuur zich aan de tegel hechtte. Uit de recent teruggevonden briefwisseling tussen commercieel directeur Alphonse Gatz en een klant uit Heusy (Verviers) leren we dat de Hasseltse fabriek al vroeg met een formule van “totaalaanbod” werkte. Je kon er dus je project laten uittekenen, begroten en na bestelling zelfs laten plaatsen door vaklui van de fabriek. Gezien de grootte van het Blankenbergs project werd het plaatsen waarschijnlijk door een lokale aannemer uitgevoerd maar het uittekenen en begroten van het materiaal werden haast zeker door de commerciële dienst van de Hasseltse fabriek gedaan. Buiten de vernieuwing van de ramen en het toevoegen van een derde verdieping bleef de gevel daarna bijna 100 jaar onaangeroerd.

De redding van het centraal tegelpaneel In de loop van 2006 werd stilaan duidelijk dat het hotel zou worden afgebroken om plaats te maken voor nieuwbouwappartementen. Toen de afbraak uiteindelijk in 2007 startte heeft Architect F. Grimmelprez, in overleg met de Vriendenkring Stadsgidsen Blankenberge vzw en de eigenaar Dirk Kamoen, er voor gezorgd dat een aantel tegelelementen tijdens de afbraak gespaard werden. Eens de gerecupereerde elementen op de begane grond lagen contacteerde Alberta van Asbroeck, projectverantwoordelijke art nouveau van de VSB v.z.w., Kristof Van Mierop, cultuurfunctionaris van de stad Blankenberge die voor vervoer zorgde naar de werkplaats van de stadsdiensten. Hoewel de eigenaar op dat moment bereid was om de tegels aan de stad te schenken besloot het stadsbestuur enkele maanden later dat ze de tegels niet wilden aanvaarden. Om te beletten dat de tegelfragmenten gedumpt zouden worden zorgde de Vriendenkring Stadsgidsen Blankenberge vzw ervoor om de tegels terug op te halen en ze voorlopig bij één van hun leden op te slaan. Vermits de mogelijkheid om ze in Blankenberge tentoon te stellen haast nihil was, besliste men in overleg met de eigenaar om ze aan een aantal andere musea aan te bieden. Dit resulteerde in: - de schenking van een tegelfries aan het Museum voor Torhouts Aardewerk - de schenking van de grote bloemenslinger aan Het Stadsmus Hasselt - de latere bruikleen van één bewaarde iristegel door de Vriendenkring Stadsgidsen Blankenberge vzw aan het Belle Epoque Centrum te Blankenberge

9


Eens in Hasselt aangekomen werden de gerecupereerde fragmenten op paletten in de buitenlucht naast het depot opgeslagen tot ze in de loop van 2012 voor het eerst sinds hun aankomst door leden van de vzw Verzamelaars Unie Hasselts Keramiek onderzocht werden met het oog op een eventuele restauratie. Het lange verblijf in de buitenlucht en de horizontale opslag waardoor het regenwater niet kon afvloeien samen met de effecten van vorst in die omstandigheden hadden een groot aantal tegels die bovenaan lagen doen loskomen van de achterliggende muurfragmenten. Hierdoor konden deze vrij makkelijk weggenomen worden maar de tegels die minder aan de weersinvloeden blootgesteld geweest waren bleven stevig verankerd met de muur en konden met de voorhanden zijnde werktuigen niet losgemaakt worden. Om het volume te verminderen en opslag binnen het depot mogelijk te maken werd er beroep gedaan op de stadsdiensten om ze met een diamantzaag van de muurfragmenten los te zagen. Ook deze ingreep had tot gevolg dat de staat van de tegels er nog verder op achteruit ging. Door een pertinent gebrek aan lokale expertise voor de verdere behandeling en restauratie werd het project daarna voorlopig weer “in wacht” gezet.

Bron: fotoarchief vzw VUHK.

De studenten Ine Schuurmans en Charlot De Bisschop, die hun thesissen baseerden op de analyse van de schade aan tegelpanelen en de restauratie ervan, brachten in de loop van 2014 de nodige expertise met zich mee om het project terug nieuw leven in te blazen. Na de succesvolle samenwerking tussen hen en de vzw VUHK in het kader van de recuperatie en de herbestemming van het tegelpaneel “Assyrische Leeuwenjacht” op de site van de vroegere Philipsfabriek werd ook de problematiek m.b.t. de restauratie van het Blankenbergs paneel besproken. Beide dames toonden zich bereid om ons met raad en daad bij te staan en na een bezoek aan het depot waarbij de fragmenten van het paneel onderzocht werden schreven zij een argumentatie nota die uiteindelijk leidde tot de start van de definitieve restauratie

10


De restauratie, een project in drie fases Het Stadsmus, eigenaar van het paneel, gaf aan de vzw VUHK de opdracht om het project te coĂśrdineren en in samenspraak met restauratrice Charlot De Bisschop werd al snel een actieplan in 3 delen opgesteld: 1. Analyse van de uiteindelijk staat en opstellen van een plan van aanpak, begroting van de restauratie en de inkadering 2. Inventariseren van de tegels en identificatie van de fragmenten, grondig kuisen en verpakken 3. Restauratie met herstelling van gebroken tegels samen met het opvullen van ontbrekende delen en het uiteindelijk inkaderen van het geheel.

Om de tegels en de fragmenten waaraan soms nog een centimeters dikke cementlaag kleefde, goed te kunnen sorteren, werd gebruik gemaakt van een zandbak om de elementen op ĂŠĂŠn niveau te krijgen. Bron: fotoarchief vzw VUHK.

Daar waar initieel gehoopt werd dat het tegelpaneel over de volledige breedte zou kunnen gerecupereerd worden bleek al vlug dat het aantal ontbrekende delen van het linker en rechter pendant te groot waren om een financieel verantwoorde restauratie mogelijk te maken. Men besloot dan ook zich te beperken tot het centraal gedeelte waardoor de restauratiekosten binnen de beperking van het budget konden blijven. Begin 2016 werd dan gestart met het grondig kuisen van het gerecupereerd materiaal. Hierbij werden aan de onderzijde voor zover mogelijk op mechanische wijze de mortelrestanten verwijderd. Al vlug werd duidelijk dat het materiaal haarscheuren vertoonden die bij te hoge mechanische kracht tot verdere fragmentering leidde. Voor een tiental elementen diende er dan ook naar een andere oplossing gezocht te worden. Deze werd gevonden in het gebruik van een tegelzaag met diamantzaagblad en continue waterkoeling waarmee zonder bijkomende schade de mortellaag kon afgezaagd worden.

Het resultaat toont een vrij gehavend geheel waarbij +/- 40% van de tegels ofwel gelijmd ofwel opgevuld moesten worden. Bron: fotoarchief vzw VUHK. 11


Ook de geglazuurde voorzijde werd grondig onderhanden genomen. De bijna een eeuw oude vervuiling die zich tegen de cloisonnĂŠranden had genesteld liet zich niet zonder slag of stoot verwijderen. Het kostte dan ook +/- 40 manuren om de klus te klaren.

Voor en na. Bron: fotoarchief vzw VUHK.

Tijdens het reinigingsproces werden de tegels en fragmenten ook minutieus geĂŻnventariseerd om de wedersamestelling bij de restauratie te vergemakkelijken. Bron: fotoarchief vzw VUHK.

12


Fase 2: de restauratie Voor een professionele restauratie deed Het Stadsmus beroep op de intussen afgestuurde en in de materie gespecialiseerde restauratrice, Charlot De Bisschop. Nadat zij de gekuiste tegels en tegelfragmenten in ontvangst nam werd een plan van aanpak opgesteld waarbij eerst de schade en de daaraan gekoppelde noodzakelijke ingrepen in kaart werden gebracht. De eerstvolgende stap is de consolidatie. Vele tegels waren gebroken en vertoonden schilfering die vooral waar te nemen was aan de breukranden. Deze vormen fragiele zones voor de verdere bewaring en om verder verval te vermijden werd geopteerd deze plaatsen te verstevigen door consolidatie. Tevens werden de lacunes geconsolideerd als bescherming tegen het opvulmateriaal dat later werd aangebracht. Deze consolidatie gebeurde met een chemische verbinding die de scherf afdicht waardoor de producten die tijdens het verdere verloop van de restauratie gebruikt werden niet tot in de scherf konden doordringen. Het verzekert bovendien reversibiliteit waardoor mogelijke ingrepen in de toekomst makkelijk ongedaan kunnen gemaakt worden.

De blauwe vlakken en rode lijnen duiden respectievelijk de zones aan die moesten worden opgevuld of waar een breuk hersteld moest worden. Bron: Charlot De Bisschop.

De volgende stap in het restauratieproces was de verlijming van de gebroken en gefragmenteerde delen. Dit gaf na uitvoering een beter zicht op de nog overgebleven lacunes die moesten opgevuld worden. Ook voor deze ingreep werd gekozen voor een specifieke reversibele lijm die enerzijds voldoende hechting waarborgt en anderzijds week wordt bij verwarming boven de 40° en op deze manier ook dit gedeelte van het restauratieproces omkeerbaar maakt. Na het aanbrengen van de lijm en het samendrukken van de delen werd het geheel tegen verschuiving met zelfklevende strips en elastieken beveiligd waarna ze op een vlak oppervlak werden geplaatst om uit te harden.

13


De gereinigde en geconsolideerde fragmenten, klaar om aan elkaar gelijmd te worden. Bron: Charlot De Bisschop.

Met behulp van strookjes papiertape werden de verlijmde delen bij elkaar gehouden tijdens de 24u durende uithardingsperiode. Bron: Charlot De Bisschop.

Als alle delen en deeltjes terug aan elkaar gelijmd zijn kon begonnen worden met het opvullen van de lacunes. Dit waren niet alleen de volledig ontbrekende delen maar ook holtes en plaatsen rond de breuken waar de scherf verdwenen is. Bovenop de 19 reeds verlijmde tegels moesten er ook nog bij 7 tegels kleinere hiaten opgevuld worden en 6 ontbrekende tegeldelen bijgemaakt worden. Voor dit werk werd voor de basisopvulling gebruikgemaakt van een standaard binnenvulmiddel. Dit materiaal heeft als voordeel dat het zacht is en dus als eerste zal begeven indien er spanning op de restauratie komt waardoor de originele tegels geen verdere beschadiging zullen oplopen. Vooraleer een opvulling aan de rand van een tegel kan gebeuren werd er eerst een mal gemaakt in tandartswas om het opvulmateriaal langs de rand tegen te houden. Dit flexibel materiaal kan makkelijk weggenomen worden voor de opvulling volledig uitgehard is en de opvulling kan bijgewerkt worden om overtollig schuurwerk achteraf te vermijden. Als de basis uitgehard was werd dit opgeschuurd waarna met fijner opvulmiddel een tweede laag werd aangebracht die na uitharding makkelijk in vorm te brengen was, ideaal om het fijne motiefreliĂŤf van het paneel te reproduceren. Nadat alles nogmaals vlak en fijn geschuurd werd was het paneel klaar voor de retouche.

Bij deze tegel werd de ontbrekende hoek reeds bijgewerkt waarbij de verhoogde cloisonĂŠlijn ook werd aangebracht als scheiding tussen de grondkleur van de tegel met deze van het bloemmotief. Bron: Charlot De Bisschop. 14


Als laatste restauratiebehandeling werden de opvullingen geretoucheerd. Er werd voor gekozen om een geïntegreerde retouche uit te voeren. De retouche zal op korte afstand (minder dan 0,5 m) te zien zijn maar op verdere afstand (1 m) geïntegreerd zijn in het oppervlak. Dit soort retouche zorgt ervoor dat het tegelpaneel een geheel vormt maar dat het wel te zien is waar de restauratie is uitgevoerd zodat deze, indien nodig, makkelijk terug te vinden is. Als laatste werden er nog afwerkingen uitgevoerd om de retouches te vervolledigen. Naast het bladmotief is een zachte uitwaseming te zien van de groene kleur op de achtergrondkleur, deze werd schilderachtig toegevoegd. Daarnaast werd met een sterk verdunde Neutral Gray kleur de craquelé aangebracht om de grote retouches minder te doen opvallen en ze beter te laten opgaan in het geheel. De kleuren werden gemengd op een witte tegel, op een witte achtergrond is immers zeer goed de kleur waar te nemen. De acrylverf werd met een klein deel water verdund om de verf in verschillende dunne lagen te kunnen aanbrengen. Op de groene retouches werd achteraf nog een vernis gezet om de diepte in de kleur meer te verkrijgen zoals het origineel.

Dezelfde tegel nu volledig geretoucheerd. Bron: Charlot De Bisschop.

Het retoucheren van de tegels vergt een uiterste concentratie en een vaste hand. Met een fijn penseel worden zelfs de craquelélijnen gereproduceerd om het resultaat zo getrouw mogelijk bij de rest van de tegels te doen aansluiten. Bron: Charlot De Bisschop.

15


Het inkaderen In het vooruitzicht om het gerestaureerd paneel een plaats in de vaste opstelling van Het Stadsmus te geven werd er ook gezocht naar een goede methode om het op een aangepaste ondergrond te fixeren en er een kader rond te zetten die ook toelaat om het te kunnen ophangen. De drager moest licht, sterk en vooral stijf zijn zodat het haast 2 meter brede paneel niet zou doorbuigen. Ook hier bewees de samenwerking met een professionele restauratrice haar nut. Zij kende een materiaalsoort die perfect voldeed aan de gestelde criteria maar dit was alleen in Nederland te krijgen. De levering van de plaat liet geruime tijd op zich wachten maar medio december konden we ze in ontvangst nemen. Het gerestaureerd paneel was in tussentijd ook terug in Hasselt en samen met de technisch verantwoordelijke van Het Stadsmus werden de tegels uitgelegd en afgetekend op de plaat waarna deze kon uitgezaagd worden Het technisch atelier “metaal” van de stad Hasselt kwam daarna aan zet om een aangepast stalen kader rond de grondplaat te zetten. Begin februari was alles klaar en konden de tegels in het kader geplaatst en vastgehecht worden.

Het eindresultaat, dankzij een succesvolle restauratie is het paneel weer “fabrieksfris” en klaar om zijn plaats in de vaste opstelling van Het Stadsmus in te nemen. Bron: fotoarchief vzw VUHK.

16


Conclusie De redding van dit belangrijk stukje Hasselts erfgoed heeft niet alleen vrij lang geduurd maar heeft ook vele voeten in de aarde gehad. Het lokaal gebrek aan kennis en ervaring voor de aanpak van een dergelijk project was enerzijds een struikelblok maar anderzijds ook een opportuniteit om uit de praktijk de nodige ondervinding op te doen. Vooral op het vlak van de verwerking voor de restauratie was een continue zoektocht naar aangepaste methodes om de tegels in een zo goed mogelijke staat te recupereren, van de mortel te ontdoen en te kuisen. We mogen dan ook gerust spreken van een zekere expertiseopbouw in dit domein, expertise die we nu met anderen kunnen delen om ook hen toe te laten deze juweeltjes van bouwkundig erfgoed in de beste omstandigheden te kunnen bewaren. Tenslotte is hier een woord van dank verschuldigd aan allen die er letterlijk hun steentje hebben toe bijgedragen om de recuperatie van dit tegeltableau mogelijk te maken. Het is mede dankzij hun intensieve samenwerking en zin voor erfgoedbehoud dat het paneel nu terug thuis is en in al zijn herwonnen schoonheid mee het verhaal van de Hasseltse keramiekfabriek kan illustreren. We denken hier in het bijzonder aan hen die een bepalende rol speelden in deze reddingsoperatie, Alberta Vanasbroeck, fervent art-nouveauliefhebster en drijvende kracht voor de bescherming van het Blankenbergse tegelerfgoed, Dirk Kamoen voor de schenking en zijn tussenkomst samen met Frederik Grimmelprez tijdens de sloop en cultuurverantwoordelijk Kristof Vanmierop voor de nodige logistieke steun. Tenslotte vermelden we hier ook graag Mario Baeck voor het ter beschikking stellen van zijn expertise en het nalezen van deze brochure. ***

17


Voetnoten 1. 2. 3. 4. 5. 6.

7.

M. BAECK, Ravissant. Hasseltse bouwkeramiek uit de belle epoque 1895-1954, Hasselt, VUHK, 2005. Universiteit Antwerpen, Faculteit Ontwerpwetenschappen - Opleiding Conservatierestauratie. M. BAECK, D. DECOSTER, C. KENNIS e.a., Badplaats in stijl. Belle Époque en interbellum architectuur in Blankenberge 1870-1940, Tielt, Lannoo, 2014. R. BOTERBERGE, Van Zeebad tot Badstad, uitgeve Dexia, 2003, p139. A. VANASBROECK, Badplaats in stijl, uitgave Lannoo, 2014, p87. M. BAECK en P. VANNESTE, artikel 'Het gebruik van polychrome bouwkeramiek in de kuststad Blankenberge 1890-1925' in: M&L Monumenten en landschappen: tweemaandelijks tijdschrift, jrg. 23, nr. 5, september-oktober 2004, p. 25-63 en M. BAECK, artikel ‘Een feest van kleur: keramische geveldecors in Blankenberge en Oostende tijdens de belle époque’, in: Marc Constandt, Dirk Decoster, Norbert Poulain (red.), Lifestyle en Erfgoed: de wooncultuur van de toerist tussen 1870 en 1940, (Interbellumcahier 22-23), Gent, Interbellum, 2012, p. 64-85. J. CORNILLY, In de steigers, Jaarg. 11 (2004) nr. 3, uitgave Prov. Dienst Cultuur West Vlaanderen, p.86.

Bibliografie      

A. VANASBROECK, Badplaats in stijl, deel 2A, 2014. M. BAECK, Badplaats in stijl, deel 3, 2014. J. CORNILLY, In de steigers, jaargang 11, nr. 3, uitgave Prov. Dienst Cultuur WestVlaanderen, 2004. M. BAECK, Monumenten & Landschappen 23/5—2004, uitgave Ministerie van de Vlaamse gemeenschapdienst, 2004. R. BOTERBERGE, Van Zeebad tot Badstad, deel 1, uitgave Dexia Bank Brussel. C. DE BISSCHOP, restauratieverslag, 2016.

18


19


Februari 2017 — nr. 56 tekst: foto’s: Copyright:

Patrick THIJS, projectcoördinator Collectie Het Stadsmus / privécollecties Het Stadsmus

Guido Gezellestraat 2, B-3500 Hasselt tel. 011-23 98 90 fax 011-26 23 98 e-mail hetstadsmus@hasselt.be

Overzicht Kunst in de Kijker 2000-2005: (te verkrijgen aan de museumbalie zolang de voorraad strekt) 2000: 90. Schilderij “Portret van Dr. L. Willems” (1822-1907), 1878, Godfried Guffens (1823-1901); 91. Maquette tweedekker Farman Type III, 1985; 92. Zespuntige “Ster” van de Roode Roos, 1627; 93. Litho “Gezicht op de Leopoldplaats”, ca. 1860, C. J. Hoolans; 94. “Analemmatische zonnewijzer” in de museumtuin, 2000; 95. Portret van Ridder Guillaume de Corswarem (1799-1884); 96. Pastel “Portret van mevrouw Leynen (1842-1920)”, 1919, G.J. Wallaert (1889-1954); 97. Keramieken sierschotel “Irissen”, ca. 1896-1905. 98. Banier “Société Royale de Musique et de Rhétorique”, 1858. 2001: 99. Hasselts zilver: aanwinsten 1996-2000; 100. Schilderij “Stadspanorama van Hasselt”, 1915, Jos. Damien (1879-1973); 101. Uithangteken “Tabakskarot”; 102. Karikatuurtekeningen “10 Hasseltse figuren”, Stef Vanstiphout (1931-1995). 103. Sporttrofeeën 11e Linieregiment: “Coupe du Roi Albert” & “Coupe Prince Léopold” (2); 104. Affiche “Ville de Hasselt, 1882, programme des fêtes qui auront lieu à l’occasion de la kermesse...”, 1882; 105. Staande klok met uurwerk, 1761, Joannes Augustinus (ca. 1735-1790), Hasselt; 106. Schilderij “Overhandiging van het vrijheidscharter door Graaf Arnold IV van Loon aan de stad Hasselt”, 1846, Godfried Guffens (1823-1901); 107. Affiche “KEMPO - bronnen en limonaden”, Druk. E. Roose, Hasselt. 2002: 108. Zes wandkleden over “Het Sacrament van Mirakel van Herkenrode”, 1917, Jos. Damien (1879-1973); 109. Portretten van de vier abdissen van Herkenrode: “ Twee eeuwen, twee werelden”; 110. Restauratieverslag “Rederijkerskraag De Roode Roos”; 111. Keramische vaas “Ros Beiaard en de Vier Heemskinderen”, Simonne Reynders(1924); 112. Keramische vaas in lusterglazuur, Céramiques Décoratives de Hasselt (1895-1954); 113. Ontwerptekening tegelpaneel ‘Tuin met vrouw’; 114. Jaarkalender Ceysens-Roose, 1912; 115. Affiche ‘Landbouwdagen 1900’; 116. Schilderij ‘Vlaggen’, Jac. Leduc (°1921); 2003: 117. Sculptuur ‘Icarus’, Robert Vandereycken (°1933); 118. Het Hasselts muzikaal verleden van 1910-1960; 2 luxepartituren, Albert Lefebvre (1886-1953); 119. Affiche “Langemansbier”, P. Bamps (1862-1932), M. Ceysens (1833-1927) en F. Roose (1843-1913); 120. Vloertegels van de Herkenrodeabdij, 2 tegelpanelen en majolicategels; 121. kopergravure ‘Exlibris familie Weytens’; 122. Schilderij ‘GordonBennet’, 1924, Paul Hermans (1898-1972); 123. Henri Van Straten (1892-?), lino’s en litho’s; 124. Schilderijen ‘Geboortehuis’ & ‘Gezicht op Romboutstoren van Mechelen’, Guillaume Ballewijns (1875-1944); 125. Uithangteken ‘In Sint-Lambertus’, 1801; 2004: 126. De kraag van de Hasseltse boogschutters; 127. Schilderij ‘Grote Capucienenstraat’, Clement Van Campenhout (1921-1997), 1961; 128. Prent ‘Gezicht op de Boulevard met links de gevangenis’, Charles Jooseph Hoolans (1814-?); 129. Offerandeschotel met in reliëf 7 (keizers)hoofden, 17e eeuw; 130. Affiche van het eerste Nederlands Eucharistisch Congres, Hasselt, 1904, Leo Jaminé (1854-1921); 131. Zes schilderijen uit de cyclus van het H. Sacrament van Mirakel bewaard in Herkenrode; 132. Alambiek afkomstig uit Staatlaboratorium in Guffenslaan in Hasselt, E. Adnet, Parijs; 133. Gedenkpenning “150 jaar Koninklijk Atheneum Hasselt”, Luc Verlee (°1939), 1994, 1994; 134. Schilderij ‘Hubert Leijnen (1909-1997), hoofdredacteur van HBvL van 1929 tot 1976’, Eugène Polus, 1951. 2005: 135. Ontwerptekening voor tegelpaneel ‘Tuin met pauw en zwaan’, Manufacture de Céramiques Décoratives de Hasselt (1895-1954); 136. Beeld van de Roode Roos; uitgave in beperkte oplage t.g.v. inhuldiging monument op de Schiervellaan Hasselt, Gerard Moonen (° 1953). ***

Overzicht Kunst en Erfgoed in de Kijker: (te verkrijgen aan de museumbalie) 2005: 1. De archeologische vondsten van Herkenrode in Het Stadsmus. 2006: 2. Jos. Damiens wandschilderingen voor het gouvernement te Hasselt (1908-1910); 3. De Kiosk en het muziekleven in Hasselt in de 19e eeuw; 4. De kapel van Spalbeek, 5. De handboog: van verdedigingswapen tot Olympische discipline; 6. Menukaarten. 2007: 7. Stad in groei. Hasselt in de 19e eeuw; 8. De oorsprong van onze kapellen; 9. Een Hasselts bedevaartvaantje uit de 17e eeuw; 10. Processievaandel van de Hasseltse Broederschap van het Heilig Sacrament. 2008: 11. Ets ‘Het Offer’, Jan Toorop (1858-1928); 12. Vaas in lusterglazuur, Manufacture de Céramiques Décoratives de Hasselt (1895-1954); 13. 2 zilveren kandelaars, resultaten van een onderzoek; 14. Handschrift van de Roode Roos 18de-19de eeuw; 15. Spaanse toreadors, Romeinse ruïnes en kamelen aan de oevers van de Zwarte Zee. De exotische reizen van een Hasseltse burger tijdens de Belle Epoque. 2009: 16. Thomas Morren schildert de familie Van Elsrack.; 17. Een zeldzame skeletklok van Joannes Michael Gaspard Geraets (1791-1859); 18. Geen KEIK verschenen!; 19. Archeologische opgravingen van het bonnefantenklooster in Hasselt; 20. Pierre Cox (1915-1974) en het hellenisme. (Elke KEIK vanaf 2010 kan eveneens gratis gedownload worden op www.hetstadsmus.be) 2010: 21. 1910: tsaar Ferdinand van Bulgarije vliegt boven Kiewit; 22. De zuidkant van de Grote Markt; 23. De Virga Jesse in Het Stadsmus: iconografie & cultusrelicten; 24. De Heecrabbers, kroniek van een kunstkring; 25. De collectie van Pasquasy, devotie– en doodsprentjes; 26. De kunst van het monumentale bouwen en het achteloos vernielen. 2011: 27. Medailles, De Koloniale Dagen, 1952; 28. Hasselt aan zee. Een eeuw marineschilderkunst; 29. Tot hier en terug. Burentwisten tussen Hasselt en Zonhoven; 30. Hasselt in de middeleeuwen. 2012: 31. Alaaf! De heropleving van de carnavalstraditie in Hasselt met speciale aandacht voor de jaren 1950; 32. Dame met lorgnet, Godfried Guffens (1823-1901); 33. Waterhuishouding in Hasselt; 34. Campendeck; 35. Dialoog met de ruimte. 2013: 36. De bonnefantenkerk en de graflegging; 37. De uurwerkstad Hasselt; 38. Royal Nord in Hasselt; 39. De Hasseltse septemberkermis in 1896; 40. Muziek! Het College van Sint-Cecilia van Hasselt 1670-ca. 1830. 2014: 41. Hasseltse bands 1945-2000; 42. Een tinnen bord uit het Hasseltse Augustijnenklooster; 43. 50 jaar Luminé Image Art; 44. Hedwig Pauwels; 45. Franz Anton Brändl (1720-1782). 2015: 46. Vuurpeloton in Hasselt; 47. Gedenkmonument (1856) voor de oud-strijders van Napoleon; 48. Fotostudio Blanckart… Kijken naar het vogeltje!; 49. Sportieve Hasseltse nostalgie. 1913-1964: Het openluchtzwembad aan de Willekensmolenstraat; 50. De abdissenportretten van Herkenrode. 2016: 51. Limburgs glas, in het licht van de recente aanwinsten; 52. Vergeten Hasselts gebak; 53. Nie zievere. Spe.le! Drie Hasseltse voetbalclubs vertellen hun verhaal; 54. Plezier & verdriet. Oorlogsgedenkenissen tijdens de kermisfeesten van de jaren 1920.

20


Issuu converts static files into: digital portfolios, online yearbooks, online catalogs, digital photo albums and more. Sign up and create your flipbook.