KEIK 12. Vaas in lusterglazuur, Manufacture de Céramiques Décoratives de Hasselt (1895-1954)

Page 1

jm t

Stadsmus

VAAS IN LUSTERGLAZUUR Manufacture de Céramiques Décoratives de Hasselt (1895-1954) 1897 hoogte 91 cm Inv.nr. 2007.0067.00 Schenking erfgenamen Claes-Quintens Sint-Truiden 10-09-2007


Inleiding De Hasseltse keramiekfabriek produceerde in de late 19e -en begin 20e eeuw een vrij groot gamma keramiekproducten. Naast de productie ten behoeve van enerzijds de lokale jeneverindustrie en anderzijds de bouwindustrie werd er ook een belangrijk gamma van sierproducten gemaakt. In de vernieuwende art-nouveauperiode werden ook de interieurs luchtiger en lichter waardoor aangepaste decoratieve elementen tot hun recht konden komen. Met haar gamma sierproducten speelde de Hasseltse keramiekfabriek handig in op deze vraag. Haar productie van kleurrijke keramische sierstukken met art-nouveaustijlkenmerken is vrijwel uniek in vergelijking met de productgamma’s van de concurrerende Belgische keramiekfabrieken uit die periode. Het aangepast productprogramma dat vlot inspeelde op trends uit die tijd gaf de fabriek een unieke en dominante positie op de markt. Dankzij een aangepaste verkoopstrategie werd niet alleen de Belgische markt maar ook deze van de ons omringende landen bewerkt. Tot aan het begin van de Eerste Wereldoorlog kende de fabriek dan ook een belangrijk commercieel succes. De vaas die we hier bespreken is illustratief voor het voorgaande.

1. Situering Binnen het gamma van sierkeramiek nemen de in lusterglazuur uitgevoerde stukken een aparte plaats in. Het aantal gekende stukken is zeer beperkt. Slechts een 10-tal verschillende modellen zijn tot op heden bekend. Binnen dit beperkt gamma kan men een onderscheid maken tussen enerzijds de zeer geslaagde “topstukken” en anderzijds deze in een meer eenvoudige uitvoering1. Het tot op heden klein aantal teruggevonden stukken uitgevoerd in deze techniek duidt er ons inziens op dat de productie zeer beperkt geweest is. Naar alle waarschijnlijkheid werd ze slechts sporadisch toegepast om “showstukken” te maken maar was de techniek te duur om ze op grote schaal te produceren. Door dit gebrek aan ervaring kon de techniek ook niet verfijnd worden. Dit is te merken aan de soms wat minder kwalitatieve uitvoering van de decoratie op sommige stukken.

2. Techniek Fabricage Zoals alle vazen uit de Hasseltse fabriek werd ook de ze ge m a a kt m et b eh ulp van de halve m altechniek. H ierbij worden tw e e helften in afzonderlijke mallen gegoten die daarna door middel van het gebruik van vloeibare keramiekspecie aan elkaar gezet worden. Na uitharding worden daarna de lasnaden weggewerkt. De goede afwerking van de vazen waarbij de naden quasi onzichtbaar zijn is een kenmerk van het Hasselts keramiek. De zichtbaarheid van de naden heeft dikwijls ook te maken met de dikte van de glazuurlaag die er op a a n g e b ra c h t w erd. D eze v a a s w ijk t op uitzonderlijke wijze af van dit kenmerk. Het is echter aan te nemen dat de gebruikte emailleringstechniek hier een rol in heeft gespeeld.

Deze halve vaas uitgevoerd om aan de muur te hangen, toont duidelijk de kenmerkende wanddikte van de Hasseltse sierkeramiek. Privé-verzameling Hasselt.


Emaillering Lusterglazuur is bekend sinds de oudheid. Volgens sommige bronnen kan haar ontstaan gesitueerd worden in Irak rond de 9 eeuw v.C. Het kenmerk van lusterglazuur is de olieachtige iriserende gloed welke het glazuur bevat. Deze gloed komt tot stand door toevoeging van metaaloxide, in combinatie met de juiste hoeveelheid rook/zuurstof, tijdens het bakproces2. Voor een meer complete beschrijving van deze techniek verwijzen we graag naar de brochure “Kunst in de Kijker 112’ waarin auteur Tony Damen een zeer compleet overzicht van deze techniek geeft. De wel zeer aparte versiering van deze vaas vraagt echter om wat extra uitleg. Bij een aantal fabrieken die lusterglazuur toepasten gebeurde het glazuren na de biscuitbrand. Tot dusver niets nieuws. De volgende stap, nl. het glazuren, bestond vermoedelijk uit het volgende: onderdompeling in een mat glazuur dat tinoxide en sporen van kobaltoxide bevat. Als dit glazuur droog was ging er een lusterglazuur op basis van koperluster overheen (m ogelijk door onderdompeling, maar eerder door verstuiving of spuiten). De tekening werd dan door middel van penseel er op gezet met andere lusterverbindingen zoals zilverluster enz. De volgende stap is het branden, verschillende bronnen vermelden hier een gewone brand tot een grand feu brand van 1250° à 1300° C (tinoxide helpt hier het glazuur stroperig te houden zodat het op hoge temperaturen niet van het voorwerp zou aflopen). Het afkoelen gebeurde zoals gewoonlijk. Alleen werd er tussen 1000° en 900° C voor gezorgd dat door reductie de atmosfeer in de oven zuurstofarm werd gemaakt. Deze reactie haalt de metalen extra naar voor en geeft een mooie glans. Natuurlijk zijn de voorwerpen haast pikzwart als ze uit de oven komen en dienen daarom gereinigd te worden3. De foto’s hieronder tonen het verschil in lusterglazuur. De zeer glanzende afwerking op de foto links doet vermoeden dat een extra transparante glazuur als eindlaag werd aangebracht.

Detail vaas Claes.

Vaas in lusterglazuur C. Massier.


3. Beschrijving van de vaas Vrij imposante (91 cm hoog) sferische vaas op smalle voet, slank rijzend en uitlopend in een brede romp met daarop een korte en smalle naar buiten krullende hals. Deze vaas behoort stilistisch tot de art-nouveauperiode. De vorm vertoont duidelijk de invloed van het japonisme. Deze stijlinvloed ligt mee aan de basis van de art nouveau zelf. Het was onder andere de Franse handelaar Siegfried Bing die in de jaren 70 van de 19e eeuw het verre oosten meermaals bezocht4. Nooit verlegen voor een nieuw commercieel initiatief zag hij al snel toekomst in de introductie van Aziatische kunst in het westen, vooral dan uit Japan. Zo raakte hij betrokken bij de m anie voor Japanse snuisterijen die Frankrijk in die jaren overspoelde. Vanaf 1876 begon hij zich toe te leggen op de verkoop van kunst uit het verre Oosten5. Het hoogtepunt was de wereldtentoonstelling in Parijs van 1878. Met het doel om Franse en Europese ontwerpers te doen inzien dat de studie van de Japanse kunst hun uit hun nationaal historische stijlen kon bevrijden zette Bink een reeks baanbrekende promotionele activiteiten op zoals de uitgave van het m aandblad “Le Japon” , rondrijzende tentoonstellingen en schenkingen aan technische scholen6. Bjn jn kjmono Bij een bezoek aan België waarbij hij onder andere contact had met Victor Horta en Henri Vandevelde, kwam hij onder de indruk van de organisatie van “la maison d’art” gelegen aan de Guldenvlieslaan in Brussel. Hij besloot zijn magazijnen in Parijs een gelijkaardige structuur te geven7. Einde 1895 opende hij zijn winkel voor binnenhuisinrichting “Part Nouveau” te Parijs. Het is trouwens de naam van deze winkel die aan de basis ligt van de benaming van deze stijl in Frankrijk en in België. Het japonisme refereerde niet alleen naar de Japanse kunst maar ook naar deze uit China8. Het belang van deze Oriëntaalse invloed op de kunstuitingen in de art-nouveauperiode, was wijd verbreid. Deze beïnvloedde dus ook de ceram isten die zich voornam elijk lieten inspireren door de antieke Chinese- en Japanse Ikebana vazen, waarbij zij een voorkeur toonden voor de Ts’lng Dynastie (1644-1912)9+1°.

18e eeuw, periode Qing Dynasty Yong Zheng, volledig hand-geschilderde vaas. De vorm van de Hasseltse vaas 323 (C. Massier 349) is duidelijk afgeleid van deze antiek Chinese vaas.


Klassieke Mei Pei vaas 18e eeuw waarin dezelfde basisvorm te herkennen is.

In deze glazen vaas van Emile G allé uit 1897 vinden we de klassieke balustervorm terug met een vergelijkbare bloemversiering.

Zelfs de vormgeving van de vazen die in de Hasseltse keramiekfabriek geproduceerd werden ontsnapte niet aan de invloeden van het japonisme. Er is hiervoor een zeer logische verklaring. Zoals reeds aangehaald door verschillende auteurs was de vormgeving van de Hasseltse vazen dikwijls geïnspireerd op deze van de Franse keramiekfabriek Massier11. Een studie door dr. Mare Hauglustaine toont zelfs aan dat een serie van 16 opeenvolgende vormnummers kopieën waren van vazen, die door de firma Clément Massier vervaardigd werden12. Ook vormnummer 323 maakt deel uit van deze serie. Ze is vergelijkbaar met vormnummer 349 uit de catalogus van Clément Massier.

Ac t i v e d e J^a i e i Jg e s d ' ^ t

6 LÉjVVEïlT jVUssiEf^ GoLfE-dllAïl

Pagina 78 uit de catalogus C. Massier uitgegeven kort na het ontstaan van de fabriek in 1883.


Zoals de meeste van haar conccurrenten in die tijd inspireerde ook de Hasseltse fabriek zich op staalkaarten en fabriekscatalogi13. De link naar Massier is evident. Celestin Helman die beheerder was van de Hasseltse fabriek, vertegenwoordigde ook de producten van Massier. Beiden productgamma’s werden gezamenlijk te koop aangeboden in de winkel gelegen aan de Boulevard du Nord te Brussel. Het is dan ook plausibel om te stellen dat de catalogus van Massier via deze weg in Hasselt terecht kwam en de modelleurs er dankbaar gebruik van maakten.

Deze vaas van de hand van C. Massier, “faience email marron, décor animaux” is Hasseits^modei*323

In deze context verwijzen we ook naar het meester-vakmanschap van Clement Massier met betrekking tot zijn productie van keramische objecten in lusterglazuur. Gedurende zijn ganse carrière werkte hij aan de verbetering en de verfijning van deze techniek14, hetgeen hem een gouden medaille op de wereldtentoonstelling van 1867 opleverde15. Het japonisme dat op deze tentoonstelling hoogtij vierde zou zijn artistiek oeuvre sterk beïnvloeden. Dit op naturalistische thema’s gebaseerd werk karakteriseerde zijn oeuvre dat als “art nouveau” bestempeld werd16. Rekening houdend met het voorgaande is het dan ook niet ondenkbaar dat njet alleen de vormen gekopieerd werden maar dat ook de

° het lusterglazuurtechniek via deze weg in de Hasseltse fabriek terecht kwam.

De florale versiering op zich is eveneens een stijlkenmerk van de art nouveau. Het gebruik van een zonnebloemmotief op Hasselts keramiek is echter uiterst zeldzaam. Tot op heden zijn er buiten deze vaas geen sierstukken bekend met dit motief. Er zijn wel enkele uitvoeringen bekend op een keramisch tegelpaneel, één in de bodem van de erker van een huis in Oostende en een ander in de toegangsloggia van een villa in Vorst - Meerlaar.

Er zijn ook een aantal ontwerptekeningen waarop zonnebloemen voorkomen o.a. het ontwerp voor een tegelpaneel van J. Madiol. Bij vergelijking is er stilistisch geen verband te leggen tussen noch de uitgevoerde tegelpanelen noch de ontwerptekeningen met deze op de vaas. Het is dan ook haast onmogelijk te bepalen van welke hand dit ontwerp is.


4. Geschiedenis van een vaas Het ontstaan van deze vaas kan gekoppeld worden aan het ontstaan en de uitbouw van de Hasseltse Keramiekfabriek. De rode draad doorheen het verhaal zijn de deelname aan verschillende nationaleen internationale tentoonstellingen. Amper twee jaar na haar ontstaan neemt de fabriek in 1897 deel aan de Wereldtentoonstelling in Brussel-Tervuren. En met succes. Niet alleen zijn er erediploma’s maar in verschillende publicaties uit die tijd wordt een foto van de stand van de fabriek opgevoerd. De uitvoering van deze stand met imposante frontons aan de buitenzijde, ingelegd mettegelpanelen in pure art-nouveaustijl, zal daar zeker niet vreemd aan zijn. Ook de foto’s van de binnenkant van de stand zijn een belangrijke getuige van een deel van de productie die men aan de man trachtte te brengen. De foto van de linkerzijde toont een gamma bestaande uit vrij imposante stukken. De vaas met model nr. 323 staat mooi in het midden. Mede dankzij het gebruik van de mooie lusterglazuurtechniek, en haar slanke doch imposante verschijning kreeg ze een rol als blikvanger toebedeeld.

— tewllö Jfc -

feta Bd«

MAJOUQUES DE HASSELT

J * MMMij

ifU

Detailfoto rechts: Een uitvergroting van de vaas in detail laat duidelijk het zonnebloemmotief zien. Men kan er dan ook van uitgaan dat het hier om dezelfde vaas gaat als deze die hier besproken wordt.

De vaas in haar prominente rol in het midden van de opstelling. Noteer dat rechts bovenaan er nog een vaas van hetzelfde type te zien is.

De foto van de rechterhelft toont een ander deel van het gamma met over het algemeen kleinere stukken en een gedeelte dat met barbotine bloemversiering uitgevoerd werd. Bij nader inzien staat ook daar een gelijkaardige vaas maar ditmaal in een minder prominente positie. De kwaliteit van de foto laat niet toe om uit te maken of het om dezelfde vaas gaat. De fabriek neemt consecutief daarna deel aan de wereldtentoonstelling van Luik in 1905 en in Milaan in 1906. Van de tentoonstelling van 1905 is een beeld van de opstelling van de keramiekfabriek op een postkaart vereeuwigd. De vaas komt er echter niet op voor. Van de tentoonstelling in Milaan is tot op heden nog geen beeldmateriaal van de opstelling teruggevonden. Het is dan ook niet geweten of de vaas ook daar tentoongesteld werd.


Sint-Truiden 1907

Onder invloed van wat ze in 1905 in Luik gezien hadden besloten de Truienaren een gelijkaardig doch kleinschaliger evenement op te zetten. Zo ontstond in 1907 op de terreinen die nu gekend zijn als de Stationsbuurt de “L’exposition Provinciale du Limbourg�9. Zoals de wereldtentoonstelling had ook zij de ambitie om de lokale industrie een forum te geven om haar kunnen aan een eerder nationaal publiek te tonen. Het was dan ook geen wonder dat de Hasseltse fabriek ook hier een plaats reserveerde om haar producten aan de man te brengen. De tentoonstelling werd ingeplant op de site rond het spoorwegstation en de werken voor de bouw van de hallen w e rde n u itg e g e ve n aan de bouwondernemer Frans Claes.

Uit deze foto blijkt dat de stand slechts enkele meters breed was. Het uitgestald assortiment laat echter de grote diversiteit van de aangeboden producten zien waaronder de vaas nr. 323. Het getoonde gamma sierstukken focust duidelijk op de verschillende glazuur- en decoratietechnieken die men kon aanbieden.


Ook de lokale pers besteedde regelmatig aandacht aan dit evenement. In verschillende artikels die verschenen in “De Gazet van H asself werd er over bericht.

op de Tentoonstelling van St-Truiden j f behaald : :

!

Diploma’s van grooten prijs : L. I Jarainé (buiten prijskamp) ; Fabriek van Versieringsceramiek ; Gemeen- ) schap der handelaars in wijnen en . sterke dranken; Hertz & VVolff ; j C. Schreiöer ; Comiteit der werkmanshuizen ; HasseltscheWerkmans- : bond ; Landbouwmaatschappij van Limburg ; Ferdinanda Van Ham. Herhaling van grooten prijs : J. Notermans. Eerediploma's : M. Noblesse ; Gemeenschap der sigarenfabrikanten van Limburg ; Tits-Vaes ; J. Van , den Eynde ; Gewestelijke christene bond der maatschappijen van onder- 5 liiigen bijstand ; Limburgsche Am­ bachtsschool ; ridder de Corswarem ; i mevr" Portmans-Roelants en A. Du Corron.

O ok hier ging de ke ra m ie k fa b rie k m et de hoofdprijs lopen.

Onze « exposanten ». — W anneer men de hallen van de tentoonstelling te St-Truiden bezoekt, dan staat men verbaasd voor de talrijke en dege­ lijke uitstallingen onzer Hasselaren. Kunst en nijverheid, ambachten en landbouw zijn er wonderwel verte­ genwoordigd. Met genoegen bewon­ derden wij de stands en de voort­ brengselen van de heeren Steeinans (ijzergieterij), Blanckart (lichtteekeningen), Sprengers (sigaren), Gatz (bestuurder van de ceramiekfabriek), Erarts en SUdsens (decoratieschildering), keurissen, (kerkvensters en • andere geschilderde ramen), Verlaak (ijzerwerk), Minders (zadelmaker), L. Geurden (hoefsmid), Leo Crollén (boekbinderij), E dg. Tits- Poes (olieVermelding Alfons Gatz, als directeur van de fabriek aanwezig op de tentoonstelling temidden van vele andere succesvolle Hasseltse bedrijven.

Vermits de vaas op minstens twee tentoonstelling getoond werd, kunnen we ervan uitgaan dat het hier eerder om een “show producf gaat. De hoge prijs reflecteert de hoge kost die er aan gekoppeld was om zulk een stuk te concipiëren en te fabriceren. De dure lusterglazuurtechniek dreef daarenboven de prijs nog extra op. Het was op het einde van deze tentoonstelling in oktober 1907 dat de kapitaalkrachtige bouwondernemer Frans Claes deze vaas kocht voor de voor die tijd astronomische som van 500 frank. Op de bodem van de vaas kleeft nog steeds het origineel etiket met de vermelding van de vraagprijs. Het feit dat dit etiket bewaard is gebleven is wederom uitzonderlijk te noemen. Van de honderden gearchiveerde stukken zijn er slechts een drietal, waaronder deze vaas, die een etiket dragen. De vaas bleef daarna gedurende 100 jaar bij de familie Claes, tot ze in september 2007 aan het stedelijk museum Het Stadsmus geschonken werd.


Besluit Het is niet uitzonderlijk dat een vaas gemaakt in de Hasseltse keramiekfabriek na 110 jaar er nog steeds is, getuige de rijke collecties bij de verzamelaars. Dit is mede te danken aan de uitstekende kwaliteit die er gemaakt werd. Ook deze vaas beantwoordt aan deze kwaliteitsnorm. Het is echter des te uitzonderlijker dat we haar geschiedenis zo goed kunnen schetsen. Dit is uiteraard te danken aan de enkele foto’s die uit de beginperiode van de fabriek bewaard gebleven zijn maar tevens door het feit dat ze gedurende een eeuw in dezelfde familie verbleef. Het belang van deze vaas als erfgoed is niet te onderschatten. Het is duidelijk dat ze gemaakt werd met het oog om de vakkennis die de fabriek in huis had te promoten. Niet alleen is ze na 110 jaar terug op de plaats waar ze ooit gemaakt werd maar ook vervult zij opnieuw de functie waarvoor ze destijds geconcipieerd werd nl. het Hasselts Keramiek promoten. Het is inderdaad door haar permanente opstelling dat zij nu nog getuigt van het vakmanschap en de kwaliteit die de producten van de “Majoliques de H asself uitstraalden. Tot slot wens ik in naam van alle Hasselaren onze dank uit te drukken aan de familie Claes voor de schenking van dit stuk Kunst én Erfgoed aan de Hasseltse gemeenschap. *

*

*

Voetnoten: 1) T. DAMEN, Kunst in de Kijker nr. 112, Stedelijk Museum Stellingwerff-Waerdenhof, 2002. 2) Beschrijving van lusterglazuurop de website van het restauratieatelier Jeroen ten Hoorn (NL), gespecialiseerd in de herstelling van keramiek uitgevoerd in lusterglazuur. 3) T. Damen via e-mail. 4) G. WEISBERG E. BECKER, E. POSSÉMÉ, Het ontstaan van l’A rt Nouveau, Het Bing imperium, van Gogh Muséum, Musée des Arts décoratifs, Mercatorfonds, p. 16. 5) idem p. 18. 6) idem p. 25. 7) idem p. 99. 8) S. WICHMANN, Japonisme, Chêne Hachette, p. 340. 9) idem p. 342. 10) idem p. 343. 11) S. POLLIS, Gracieus - Hasseltse keramiek uit de belle époque, Stedelijk Museum Stellingwerff-Waerdenhof, p. 68. 12) vzw VUHK, Nieuwsbrief nr. 8 + bijlage, oktober 2004. 13) M. BAECK, Ravissant - Hasseltse bouwkeramiek 1895-1954, vzw Verzamelaars Unie


Hasselts Keramiek, p. 55. 14) D. FORET, K. LACQUEMENT, “Massier” L’introduction de la céramique à la côte d ’Azur, Musée Magnelli - Musée de la Céramique Vallauris, p. 14. 15) idem p. 16. 16) idem p. 15. 17) L. VANDENHOVE, D ’expositiegazet, vzw 1300, augustus 2007, p. 1.

Fotografisch materiaal: 1. 2. 3. 4. 5. 6.

7. 8. 9. 10. 11. 12. 13. 14. 15. 16. 17.

A. America in opdracht van Het Stadsmus Archief vzw Verzamelaars Unie Hasselts keramiek A. America in opdracht van Het Stadsmus A. America in opdracht van Het Stadsmus D. FORET, K. LACQUEMENT, “Massier” L’introduction de la céramique à la côte d’Azur, Musée Magnelli - Musée de la Céramique Vallauris, p.26 G. WEISBERG, E. BECKER, E. POSSÉMÉ, Het ontstaan van l’A rt Nouveau, Het Bing imperium, van Gogh Museum, Musée des Arts décoratifs, Mercatorfonds, p.30 vrije kopie internet vrije kopie internet S. WICHMANN, Japonisme, Chêne Hachette, p. 333 afb. 903. D. FORET, K. LACQUEMENT, “Massier” L’introduction de la céramique à la côte d’Azur, Musée Magnelli - Musée de la Céramique Vallauris, p. 133 idem p. 65 P. Thijs Archief stedelijk museum Het Stadsmus, inv. Nrs.: 1988.0238.00 Archief stedelijk museum Het Stadsmus Herdenkingskrant 2007 Privéverzameling W. Ilsbroeckx, Sint-Truiden Privéverzameling A. Van Gelooven


tekst:

Patrick THIJS, secretaris vzw Verzamelaars Unie Hasselts Keramiek

foto’s:

Patrick Thijs; Het Stadsmus.

copyright:

Het Stadsmus Guido Gezellestraat 2, B-3500 HASSELT tel. 011-23 98 90 fax 011-26 23 98 e-mail: hetstadsmus@hasselt.be

Overzicht Kunst in de Kijker 2000-2005: (nog steeds te verkrijgen aan de museumbalie!) 2 Û 0 Q : 90. S childerij ‘P ortret van D r. L. W illem e (1822-1907). 1878, G odfried G ullens (1823-1901); 91. M aquette tw eedekker Farm an Type III, 1985; 92. Zespuntige ■Ster’ van de Roode Roos, 1(K 7; M LiSio ‘ G ezicht op de Leopoldplaats', ca. 1860, C . J. Hoolans; 94. ‘ Analem m atische zo nn ew ijze r in de m useum tuin, 2000; 95. P ortret van R idder G uillaum e (1799-1S84); 96. Pastel P ortret van m evrouw Leynen (1 8 42 -1 92 0 r. 1919, G J. W allaert (1889-1954); 97. Keram ieken sierschotel -/rissen ’ , ca. 1896-1905.98 B anier' S ociété R oyale de M usique e t de RhétoriqueT, 1858. i 2 Q 0 1 . 99. Hasselts zilve r: aanwinsten 1996-2000; 100. S childe rij ‘Stadspanoram a van H asselt’. 1915, Jos. Damien (1879-1973); 101. Uithangteken TabakskaroP, 102 A fM ie

I1

‘ l ° " asseltse "an re n ’. S tel V anstiphout (1931-1995). 103. Sporttrofeeên 1 1 'L in ie re gim en t -Coupe du R o i A lb e rt-a -Coupe P rince Léo po ld -(Z ) - 104 V ille de H asselt, 1882, program m e des fêtes q ui auront üeu à l ’o ccasion de kerm esse. : , 1882; 105. Staande klok m et uurw erk, 1761, Joannes AugusBnus (cà. 1 73 5-

te

106' Sc™derlJ O verhandiging van h e t vrijheidscharter d oo r G raat A rnold IV van Loon aan de stad H a sse lt, 1846, G odfried G uffens (1823-1901)-107 Affiche KEM PO - bronnen en lim onaden’, Druk. E. Roose, H a sselt ' 1 2 0 0 2 : 108. Zes wandkleden over *H et Sacram ent van M irakel van H erkenrode’, 1917, Jos. Damien (1879-1973); 109. P ortretten van de vie r abdissen van Herkenrode- ■ TweeW eeuwen, tw ee were k te rf-, 110. Restauratieverslag ‘ R ederijkerskraag D e Roode Rood'-, 111. Keram ische vaas •R os B eiaard en de V ie r H eem skindererf, Sim onne R e yn d e rs(1 9 2 4 )I mlUS>erE>aZUUr- < * " * * » * Décoratives de H asselt (1895-1954); 11a O ntwerptekening tegelpaneel Tum m et vrouw-, 114. Jaarkalender Ceysens R o o s e l 1912, 115. A ffiche Landbouwdagen 1900; 116. S childerij 'V laggen', Jac. Leduc (°1921); 2 Q f f i: 117. S culptuur ’lcarus', Robert vandereycken (°1933); 118. H et Hasselts m uzikaal verleden van 1910-1960; 2 luxepartituren, A lb ert Lefebvre (1886-1953)-119 Affiche " S (' ^ 1932); , M, c e^ (1f 3‘ 1927) " R Roose 0843-1913); « O . Vloertegels van de H erkenrodeabdij, 2 tegelpanelen en m ajolicategels; 121., W eytens ; 122. S childenj G ordon-B ennet, 1924, Pari Herm ans (1898-1972); 123. H enri Van S traten (1892-?), lin o 's en lith o 's !l2 4 . & h ild e rije n l' G eboortehuis' & G ezicht op Rom boutstoren van M echeleri, G uillaum e Baüewijns (1875-1944); 125. Uithangteken ■In S int-Lam bertus’, 1801; I; 2 Q 0 4 . 126. De kraag van de H asseltse boogschutters; 127. S ch ild e rij 'G ro te C apucienenstraat, C lem ent Van Cam penhout (1921-1997) 1961-128 P rent 'G ezicht op d è Boulevard metk rik s de geran ge n is' Chartes Jooseph Hoolans (1814-?); 129. O flerandeschotel m et in re fiè f 7 (keizers)hoofden, 17- eeuw; 130. A ffiche van het eerste Nederlands a w S k Ü r ft ■ S ^ r T . aSS6K' Jam iné <1854' 1921)- m Z es schlkteriien * * 0e oyc'us van het H. S acram ent van M irakel bewaard in Herkenrode; 132. A lam biete ^ ^ « a ^ t O T u m rn GuOenslaan in H asselt, E. A d n e t P arijs; 133. Gedenkpenning ‘ IS O ja a r K oninklijk Atheneum HasselT, Ure Vertee ('1 9 3 9 ), 1994 1994- 134 S childer^ H ubert L oip e n (1909-1997), hoofdredacteur van HBvL van 1929 to t 1976, Eugène P dus, 1951. ' | |

2005. 135. O ntwerptekening voor tegelpaneel Tuin m et pauw en zw aan'. M anufacture de Céram iques D écoratives de H asselt (1895-1954); 136. Beeld van de Roode Roos fc urtgave in beperkte oplage tg .v . inhuldiging m onument op de S chierveilaan H a sselt G érard Moonen (° 1953).

Overzicht Kunst en Erfgoed in de Kijker: (eveneens te verkrijgen aan de museumbalie) 2 0 0 5 : 1. Da archeologischs vondsten van Herkenrode in H et Stadsm us.

2 0 f f i l 2 . Jos Dam iens wandschilderingen voor het gouvernem ent te H asselt (1908-1910); 3. De Kiosk en het m uziekleven in H asselt in de W eeuw- 4. De kapel van 5. De handboog: van verdedigingswapen to t O lym pische d iscip lin e; 6. M enukaarten 2 Q Q 7 : 7 . Stad in groei. Hasselt in de 19* eeuw; 8. De oorsprong van onze kapellen; 9. Een Hasselts Broederschap van het H eilig Sacram ent; 11. E ts ‘H et O tter’, Jan Toorop (1858-1928).

bedevaartvaantje u it de 17* eeuw; 10. Processievaandel van de Hasseltse


Issuu converts static files into: digital portfolios, online yearbooks, online catalogs, digital photo albums and more. Sign up and create your flipbook.