__MAIN_TEXT__
feature-image

Page 1

M &

KLI

AAT IGRATIE

mensen uit de wereld aan het woord

Een uitgave van Climaxi vzw


K l i m a a t & M i g ratie

Iedereen is van de wereld en de wereld is van iedereen. The Scene


Š Climaxi vzw, 2019. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieÍn, opnamen, of op enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.

Uitgave van Climaxi, Herzele, www.climaxi.be Fotografie & vormgeving: Wim Schrever, Geraardsbergen. Redactie: Wim Schrever, Filip De Bodt, Wim Thienpont, Nele De Winde, Rita Cardoen. Eindredactie: Wim Schrever. Wettelijk Depot: D/2019/14829/01 Met de steun van de Vlaamse overheid


Klimaat & Migratie mensen uit de wereld aan het woord

Climaxi vzw Herzele, 2019


Voorwoord In de statistieken en voorspellingen van de klimaatverandering, ontbreekt vaak de mens tussen de cijfers en de bewoordingen. Er wordt daardoor een abstract beeld van ‘het klimaat’ gemaakt. Dat maakt het voor velen moeilijk om de klimaatverandering volledig in te zien. Met dit boekje willen we het verhaal laten horen van mensen die op een andere plek in de wereld geboren en opgegroeid zijn of die er lange tijd geleefd en gewerkt hebben. Hoe hebben zij het klimaat zien veranderen? Wat deed dat met hun leven? En hoe kijken ze vanuit hun nieuwe thuisland naar de opwarming van de aarde? De gesprekken toonden ons hun menselijke zoektocht, met persoonlijke verhalen, kritische blikken en directe oplossingen. Misschien kan hun relaas helpen om die gezamenlijke aardbol opnieuw als een mensenwereld te zien, waar het goed leven is voor mens en natuur. Wim Schrever - Climaxi vzw Geraardsbergen, 5 oktober 2019

5


Inhoudsopgave Voorwoord Inleiding Hoessine Al Baïri - Marokko Vinicius Aversari Martins - Brazilië Abdouleye Souna Souley - Niger Akram Hamo - Syrië Avin kakayi - Syrië Keyla - Congo Gaith - Syrië Amadou Fadel Ba - Senegal Minou & Tugban - Iran / Turkije Ojaimi - Irak Sidi Diarra - Mauretanië Anna-Maria De Witte - India Veronika - Polen Tourad Kane - Mauretanië Margarita - Bulgarije Ilham Tamrani - Marokko Nurhuseen Idris - Eritrea Thierno Hamzata Sow - Guinée Benjamin & Claudia - Chili / Argentinië Alona Lyubayeva - Oekraïne Lukanga ‘Richard’ Omanga - Congo Guleed Osman Mohamed - Somalië

p. 5 p. 7 p. 8 p. 10 p. 12 p. 16 p. 18 p. 20 p. 22 p. 24 p. 28 p. 30 p. 32 p. 34 p. 38 p. 40 p. 42 p. 44 p. 46 p. 48 p. 50 p. 54 p. 58 p. 60

Dankwoord

p. 63

6


Inleiding - Vluchten voor het klimaat Al bij de eerste documentaires die Climaxi draaide rond de klimaatproblematiek hebben we oog gehad voor het Zuiden en voor mensen die gedwongen worden om elders een betere toekomst te gaan zoeken. Nu ligt het klimaatboek voor jou. Collega Wim Schrever interviewde mensen uit verschillende werelddelen en vroeg wat hen er toe brengt of bracht om hun land te verlaten en in BelgiĂŤ een nieuwe toekomst op te bouwen. Veel van die verhalen zijn gelijklopend. Mensen ontvluchten oorlogen en miserie. Klimaatveranderingen lijken niet de voornaamste reden waarom mensen hun land verlaten, maar ze stimuleren dat wel en leiden tot conflicten, armoede, watertekorten, gezondheidsproblemen en honger. Het grootste deel van deze problemen maakt deel uit van de economische onderbouw van de landen in kwestie. Dan ben je een economische vluchteling en kom je er zonder andere reden ook niet in. Climaxi vzw wil met de uitgave van dit boek aandacht vragen voor de situatie van deze mensen. We kunnen niet blijven doen alsof er niets gebeurt. In eigen land zijn onze beleidsmakers al niet de eersten die het roer willen omgooien en blijft technologische ontwikkeling de melkkoe voor alle verdere ideeĂŤn. Voor de problemen die ontstaan in het zuiden is men nog meer blind: de fondsen die moeten dienen om landen te beschermen tegen de stijgende zeespiegel blijven ondermaats. Eerlijke handel is nog steeds een niche-verhaal en wie de dans wil ontlopen wordt teruggeduwd. Tegelijkertijd doen de teksten ons ook denken aan wat de Vlaamse Bouwmeester al jaren zegt: we mogen de ecologische en sociale problemen op deze planeet niet reduceren tot klimaat en CO2. Ons economisch systeem is op ruime schaal bezig met het uitroeien van dieren, planten en met het onleefbaar maken van de planeet. Dat laatste inzicht moet vergroten, deze evolutie moeten we kunnen omkeren. Ondertussen verdient iedereen, die het op deze planeet moeilijk heeft, zonder daar zelfs maar gedeeltelijk mee verantwoordelijk voor te zijn, bescherming of erkenning. Filip De Bodt - Climaxi vzw

7


Houssine El Baïri - Marokko Houssine El Baïri is zestig. Hij is geboren in het Marokkaanse Kebdana, een dorp van drieduizend mensen. Op zijn vijfentwintigste kwam hij naar België wonen. Als kind heeft hij zijn geboorteland Marokko goed gekend. Ondanks zijn migratie ziet hij het land sindsdien afbrokkelen. De droogte neemt steeds meer toe. Jaar na jaar wordt het erger. Omdat hij bezorgd is om de mensen in zijn geboortestreek, is hij al tien jaar actief bij een lokale coöperatie. ‘Met de coöperatie maken we olijfolie en honing. Voor de olijven en de bijen is het al jaren veel te droog. De productie vermindert jaarlijks. De situatie is nu heel ernstig geworden. Als het dit jaar niet verandert, gaan de bomen sterven. En dan is het gedaan met de olijven en de bijen. Extreme droogte en warmte maken alles kapot. Er is te weinig regen. Als kind heb ik dat niet meegemaakt. Toen was er nog voldoende regen, die het land voorzag van het nodige water. Dat was niet elk seizoen zo en het gebeurde dat er te veel regen in eens kwam, maar toch was er genoeg water voor iedereen. Het landschap was nog groen.’ ‘Nu is dat niet meer zo: overal waar je kijkt is het te droog. Er staan geen groene bomen meer. De landbouw is sterk verminderd. In mijn familie waren er veel mensen die aan landbouw deden. Maar dat is nu niet meer het geval. Er zijn te weinig boeren. Daardoor is er een tekort aan degelijk voedsel voor de lokale gemeenschappen. Verse producten met goede vitamines, zoals wij dat vroeger gekend hebben, zijn er veel te weinig. Mensen gaan daaraan ten onder. Als ze geen degelijk voedsel hebben, dan sterven de mensen.’ ‘Door de droogte wil iedereen weg uit het dorp, naar de grote stad. Vandaar willen velen verder verhuizen, naar Europa. Dat is logisch: als het land je niet meer kan voorzien om te overleven, moet je wel naar een betere plaats zoeken. Meer dan zestig procent van de dorpsbewoners krijgt intussen financiële hulp van ons, van de mensen in Europa. Zonder onze steun zouden nog meer mensen de regio verlaten.’ ‘In het westen van het land, is het beter. Maar de laatste jaren krijgt men er ook te maken met de klimaatverandering. Weet je, in België zijn we nu bezorgd over het klimaat. Maar in het zuiden hebben we al veel langer te maken met de klimaatverandering. En toen de experten van de VN kwamen kijken, hebben zij er niets over gezegd. Net of ze onze situatie niet ernstig namen. Ofwel wilden ze het niet zien.’ ‘Het bewijs van het veranderd klimaat zie je in mijn tuin: daar staat een grote vijgenboom. Vroeger was het niet mogelijk om die in België te kweken. Nu is dat wel zo: jaarlijks hebben wij veel vruchten van de boom. Maar intussen zijn deze bomen in Marokko in gevaar: het is er te droog geworden om er een goede oogst van te hebben’. 8


Vinicius Aversari Martins - Brazilië Vinicius woont vijf jaar in België. Zijn geboorteplaats is Sao Paulo (Brazilië). Hij heeft de stad nog gekend als een leefbare plek, met voldoende plaats voor de mensen. Kinderen konden toen nog makkelijk te voet of per fiets naar school. Dat is nu niet meer het geval. De auto is allesoverheersend aanwezig in het stadsbeeld. Met alle gevolgen vandien. Sao Paulo is een ‘madhouse’ geworden. ‘Mijn grootouders zijn Spanje ontvlucht voor Franco. Toen ze in Brazilië aankwamen hebben ze na hard werken een landgoed kunnen kopen. Op eigen kracht bouwden ze het uit tot een waar paradijs. Als kind ben ik er groot gebracht. Het was fantastisch om elke dag die natuur te kunnen beleven, van ‘s morgens vroeg tot ‘s avonds laat. Ik heb daar mooie herinneringen aan.’ ‘Dat lijkt nu zo onbereikbaar, niet alleen omdat het achter ons ligt, maar ook en vooral omdat dat beleven van een ongerepte natuur nu niet meer mogelijk is: veel van dat natuurschoon is definitief verdwenen. En die vernieling blijft maar toenemen: in en rond de dorpen worden hele mooie bossen met de grond gelijk gemaakt om er rietsuiker of soja te kweken.’ ‘Dat ontkracht het landschap en zorgt voor hetere temperaturen: vroeger zorgden de bomen voor de nodige verkoeling, maar nu is dat niet meer zo. Je kan er niet meer schuilen voor de hitte. Die lokale ontbossing gebeurt elke dag, omdat alles geld moet opbrengen. De mensen zijn gek geworden: de dollar is de allesoverheersende god.’ ‘Door de klimaatverandering gaan mensen verhuizen. De grote steden zijn intussen onhoudbaar geworden. En dus proberen mensen terug naar de kleinere steden en dorpen te gaan wonen. In de hoop dat het daar koeler is. Maar eenmaal in de dorpen, kappen ze de bossen en maken er akkers van. Want dat kan veel geld opbrengen en die bomen niet. Zo eenvoudig is het.’ ‘Toen ik kind was hadden we geen airco om de lucht fris te houden. Dat is nu ondenkbaar. Het is een noodzaak geworden. Zonder is het niet meer leefbaar.’ ‘De klimaatverandering heeft ook een grote impact op de favela’s. De hitte is er ondraaglijk. En door de hevige regenbuien wordt het hele hebben en houden van die mensen vernietigd.’ ‘Er komen ook steeds meer favela’s bij, als gevolg van die economische ongelijkheid. In de stad waar ik studeerde, Ribeirão Preto, was er vroeger maar een enkele favela. Maar nu is de stad omringd met stortplaatsen waar mensen wonen. Het extreme klimaat zorgt voor steeds meer mensen die in armoede moeten leven.’ 10


Abdoulaye Souna Souley - Niger Abdoulaye is in 1967 geboren in Laouèye, een dorp in de Commune Rural van Hamdallaye in Niger. Na de grote hongersnood in 2005 is hij naar België komen wonen. ‘Niger is een van de Sahel-landen. In de Sahel is er regelmatig een grote hongersnood. Maar de frequentie is fel toegenomen: vroeger was dat om de tien jaar. Door de droogte is het nu al om de vijf jaar. Er is onvoldoende regen.’ ‘Uit de zwaarst getroffen gebieden, trekken mensen dan weg, op zoek naar gebieden die minder droog zijn. Dat is logisch en zorgt voor een vlucht van de dorpen naar de steden. Vandaar gaat het vaak nog verder naar de kustgebieden van de naburige landen Ivoorkust, Ghana, Togo.’ ‘Vroeger droomden de mensen niet van Europa. Ze kenden dat niet. Dat was ook niet nodig want het was goed in de buurlanden. Intussen krijgen ook die landen te kampen met veel problemen. En dan kijken de mensen die migreren uiteraard uit naar andere mogelijkheden om te overleven.’ ‘Wij Afrikanen zijn experten in klimaatverandering! De veranderingen door het opwarmend klimaat doen zich in Afrika al vele tientallen jaren voor. In Europa is dat slechts nog theorie. Hier is nog niets gebeurd dat een aanpassing van de levensstijl noodzakelijk maakt. Het is nog enkel speculatie. De mensen hebben nog niets van de klimaatverandering beleefd.’ ‘Maar de Afrikaanse mensen hebben dat allemaal al meegemaakt en hebben zich steeds moeten aanpassen. In de Sahellanden doen de gevolgen van de klimaatverandering zich al van in de jaren ‘70 voor. Dat was een hele zware periode. De boeren moesten toen al op zoek naar andere gewassen die meer bestand waren tegen de droogte: gierst, rijst, sogrum, fornio, sesam.’ ‘In Niger zijn tachtig procent van de mensen landbouwers. De klimaatverandering heeft een grote impact op de regenval en dus op de oogst. Wanneer de landbouw de mensen niet van voldoende voedsel kan voorzien, dan werkt dat migratie in de hand: mensen gaan op zoek naar betere oorden, waar wel voldoende voedsel voorhanden is. Dat is een logische overlevingsreflex.’ ‘Wij hadden in de jaren ‘70 al zonnepanelen. En in het naburige dorp was een waterpomp op zonne-energie. Dat was voor ons pure logica: er was geen elektriciteitsnetwerk en de zon produceerde een eindeloze energiestroom. Een van de specialisten was prof. Abou Moumouni Dioffo. Van 1961 tot 1964 specialiseerde hij zich in de materie. En in de jaren tachtig organiseerden wij al conferenties over het klimaat en de verwoestijning. We hadden toen al veel kennis en ervaring in klimaatverandering en duurzame energie. Maar die know-how is 12


in de kiem gesmoord door een gebrek aan structurele ondersteuning, in de hand gewerkt door de Wereldbank en het IMF.’ ‘Het grootste park voor zonne-energie ter wereld staat intussen in Marokko. Het kan de noordelijke Afrikaanse landen van elektriciteit voorzien. En zelfs delen van Zuid-Europa: het is perfect mogelijk om ook Spanje en Frankrijk te voorzien van deze energie. En dan zie je dat Europa onze grondstoffen wil innemen wanneer het hen uitkomt. Dat is diefstal. En intussen gooien ze de deuren dicht, want Afrikanen mogen het continent niet meer in.’ ‘Klimaatverandering is een realiteit. Dat weten wij in Afrika al veel langer. De ontkenners van de klimaatverandering kunnen maar beter ‘s op studiereis gaan in Niger en zien wat de klimaatverandering inhoudt. Die ontkenners willen doorgaans ook geen migranten zien in hun land. Maar laat hen maar ‘s op klimaatsafari gaan! Daar kunnen ze veel van leren.’ ‘En het zijn niet enkel mensen die migreren door de opwarming van het klimaat. Ook dieren doen dat. En dat heeft een grote impact, want dan wordt de biodiversiteit kleiner. En dat zijn telkens weer belangrijke voedingsstoffen die de mens dan tekort komt.’

15


Akram Hamo - Syrië Akram Hamo is een Syrische Koerd en geboren in 1965, in een dorp op dertig kilometer van Afrin (Syrië). ‘Als kind heb ik een Syrië gekend dat er groen uitzag. Er was voldoende regen om de bomen en planten goed te laten groeien. Droogte, dat bestond toen niet. De akkers rond de boerderijen bloeiden en brachten een goede oogst op. Het graan dat mijn vader teelde, stond rijp in de akkers. Het was een goede tijd.’ ‘De Koerdische gemeenschap is gekend om haar olijfgaarden. Het zijn de beste olijven van de wereld! (lacht) Voor de olijvenoogst is een goed klimaat belangrijk.’ ‘Sinds negen jaar woedt de oorlog in het land. Er wordt weinig over gesproken, maar dat heeft een grote impact op het klimaat: die vele bombardementen maken het klimaat kapot. Er komen veel gevaarlijke stoffen vrij die slecht zijn voor de gezondheid van mens en natuur. Dat gaat om tonnen chemische elementen die vrijkomen. En de bewoners merken dat: er is veel meer droogte dan toen ik kind was in mijn geboorteland. Langs de andere kant is de regen ook extremer: de regenperiode wordt elk jaar korter, maar is ook veel heviger, zodat de aarde al dat water niet kan verwerken. De droogte lost er niet mee op en het zorgt voor overstromingen.’ ‘Ook voor de mens heeft die oorlog veel directe gevolgen: sinds het begin van de oorlog worden er veel kinderen geboren met afwijkingen. Het is vreselijk om te zien hoeveel jonge mensen er zijn met ernstige handicaps, ten gevolge van de giftige stoffen afkomstig van de gebruikte bommen en wapens.’ ‘Het is in de eerste plaats om politieke redenen dat de Koerden op de vlucht zijn. Het leven wordt ons moeilijk gemaakt. We worden als gemeenschap geïsoleerd. Maar ook het veranderde klimaat zorgt ervoor dat we steeds moeten migreren: als de olijfbomen niet voldoende vruchten geven, dan kunnen we niet meer overleven en moeten we op zoek naar andere plaatsen waar we dat wel kunnen. In Syrië zijn er intussen meer dan een miljoen Koerden op de vlucht.’ ‘De klimaatveranderingen zorgen voor extra spanningen tussen de gemeenschappen. De droogte en extreme regen maken sommige plaatsen niet meer leefbaar. Mensen gaan op de vlucht voor die extreme weersituatie. En dat zet mensen nog meer tegen elkaar op. Dat zorgt voor nog meer oorlog.’ ‘Dat het klimaat veranderd is, dringt bij de meeste mensen niet door. Ze zien wel dat het niet meer is zoals vroeger. Maar ze hebben geen tijd om over het klimaat na te denken: ze willen in de eerste plaats kunnen overleven.’

16


Avin Kakayi - Irak Avin Kakayi is geboren op 15 februari 1979, in een dorp nabij Kirkoek, een oude stad in het noorden van Irak. In 1998 kwam Avin in België wonen. ‘Wanneer het regent in Kirkouk, ziet de lucht zwart: boven de stad is er dan een grote zwarte wolk door de verbrande olie. Het is de stad van de olienijverheid. Daarom wil iedereen de stad overheersen, voor de rijkdom van de olie.’ ‘Het klimaat, dat is ook oorlog: Saddam wilde ons geboortedorp isoleren en legde de rivier helemaal droog. Daardoor was er geen landbouw meer mogelijk. Iedereen vluchtte naar de stad. Het dorp is volledig verlaten, zoals vele andere dorpen in de regio. Het zijn spookdorpen geworden.’ ‘Door de oorlogen zijn niet alleen de dorpen vernield, maar is ook de grond enorm vervuild. Dat is nog erger geworden door de chemische wapens. Er is niks meer gezond in die gebieden. Dat zorgt voor veel lichamelijke afwijkingen bij de geboorte van kinderen.’ ‘Het klimaat in Irak is nu een ware hel geworden. Het kan er tot vijftig graden warm worden. In het zuiden zelfs tot zestig graden. Dat zijn allemaal gevolgen van de oorlogen die al dertig jaar geleden begonnen, met Saddam. Hij heeft alle rivieren in het Koerdische gebied vernield. Ook de moerassen zijn vergiftigd. In het zuiden heeft hij miljoenen palmbomen vernietigd, om de oppositie uit te schakelen. Ons land ervaart nu de invloed van wat Saddam dertig jaar geleden gedaan heeft. De natuur die ons voorziet van levensmiddelen is volledig kapot gemaakt.’ ‘Die spookdorpen zijn nu ingenomen door Isis. Wie er nog woont, leeft heel primitief. Op enkelingen na, is iedereen gevlucht naar de stad. Alle boeren van vroeger zijn nu in dienst bij de stad, voor politie en andere ambtenarenjobs. Dat is zo ook met mijn opa gebeurd: hij bezat een grote kudde schapen en leefde goed. Maar omdat hij zich verzette tegen het beleid is hij in de gevangenis beland. Toen hij terug vrij kwam, was hij alles kwijt. Noodgedwongen trok hij naar de stad. Hij werd er conciërge voor de watermaatschappij.’ ‘Als kind heb ik het land nog gekend als een waar paradijs. We hadden alles wat nodig was. Het was er goed leven. De rivier was vlakbij. Toen we kind waren, konden we er een ganse dag in spelen. Ik noemde me graag de dochter van de rivier.’ ‘Met de kunstwerken die ik maak probeer ik om meer mensen bewust te maken: het is hoognodig om mensen in Irak wijzer te maken over het huidige klimaat. En over de noodzaak om het anders aan te pakken. In mijn tekeningen kan ik nog even terug duiken in mijn kindertijd en herinner ik me mijn dorp zoals het was, met de dadelbomen van mijn grootvader.’ 18


Keyla - Congo Keyla’s geboorteplaats is Kisangani (Congo). Op jonge leeftijd kwam ze naar België wonen. Ze heeft nog een goed contact met haar geboorteland. Tegelijk ziet ze wat er in de wereld gebeurt. ‘De klimaatsverandering is een probleem van de rijke landen. Er zijn inderdaad dringend veranderingen nodig, maar arme landen hebben daar niet de middelen voor. De bewoners van die arme landen hebben ook een heel kleine ecologische voetafdruk: zij zorgen niet voor een grote CO2 uitstoot! Ze weten ook niet wat dat is, de uitstoot van stikstof en andere gassen. Zij hebben andere problemen te regelen, om te kunnen overleven in de eerste plaats.’ ‘Het klimaat bepaalt hun leven niet. Ze zijn zich niet bewust van klimaatveranderingen. Maar de mensen van mijn geboorteland zijn daar wel de eerste slachtoffers van. Ze hebben helemaal geen bescherming tegen de extreme droogte en de overstromingen.’ ‘Het is aan de rijke landen om daar eerst iets aan te doen: de Verenigde Staten en China hebben een grote hand in de wereldhandel. Die landen hebben de kracht en de kennis om het klimaatprobleem ten gronde aan te pakken’. ‘Globaal gezien moeten we onze consumptie verminderen. De consumptie is gebaseerd op productie, waardoor het goedkoper is om in te voeren dan om zelf lokaal te produceren. Dat is toch niet juist! Er moet meer lokaal geproduceerd worden. Veel etenswaren die we van de andere kant van de wereld laten komen, kunnen we ook in eigen land kweken.’ ‘Het is in de eerste plaats aan de overheden om daar iets aan te doen: zij moeten het mogelijk maken dat er meer lokaal kan geproduceerd worden. Maar we kunnen ook zelf veel doen: als we ons koopgedrag aanpassen zal de handel volgen. Zo eenvoudig is het. En het is nodig, want met hoe we nu leven op aarde, maken we onze leefwereld gewoon helemaal stuk!’

20


Gaith - Syrië Gaith is geboren in Damascus (Syrië) op 30 maart 1994. In 2013 is hij als negentienjarige vertrokken uit zijn geboorteland. Hij heeft een scherpe blik op wat hij rond zich ziet. ‘In de zomer is het er altijd al warm geweest, maar nu is het extreem heet. Terwijl we als kind temperaturen van dertig graden gewoon waren, is dat nu al opgelopen tot veertig graden en meer. Dat maakt het veel moeilijker om te leven. En in de winter is het veel kouder geworden. Daar komt een ander probleem bij: er is nog amper stookolie om onze huizen te verwarmen! Ook de toelevering van elektriciteit verloopt moeizaam en is zeer onstabiel. Soms valt de stroom gedurende meerdere uren uit.’ ‘Door die extreme temperaturen is het leven in de dorpen rond Damascus ondraaglijk geworden. Dat komt ook door de oorlog natuurlijk. De dorpsbewoners zijn in grote getale verhuisd naar de stad, in hun zoektocht naar een beter leven. Dat vinden ze vooral in het centrum van de stad, die uit haar voegen barst. Terwijl Damascus vroeger anderhalf miljoen bewoners telde, zijn er dat nu meer dan vier miljoen geworden. Dat zorgt voor een grotere werkloosheid in de stad. En er zijn minder producten en diensten beschikbaar, gezien het grote aantal inwoners. Er is dus minder water en minder energie, want ook brandstoffen en elektriciteit moeten verdeeld worden over de hele stadsbevolking.’ ‘De reden van de klimaatverandering is economisch: het zijn economische belangen die onze wereld stuk maken. Alles moet geld opbrengen. En dat is niet goed. Dat wil ook zeggen dat wie meer geld heeft, ook meer mogelijkheden heeft om iets te doen aan het klimaat. Je kan niet verwachten dat mensen die minder bezitten, evenveel kunnen verhelpen aan de klimaatverandering. Langs de andere kant zijn het wel deze mensen die het meest te lijden hebben onder de gevolgen van de toegenomen droogte en meer extreme weersomstandigheden.’ ‘Naast de vervuiling is ook oorlogsvoering een belangrijke schuldige in de klimaatverandering. Door de oorlog worden er veel bommen en andere schadelijk oorlogstuig gebruikt in ons geboorteland. Dat heeft een grote impact op de vervuiling van het milieu, de lucht, de grondstoffen en het water.’ ‘En bovendien verrijken de westerse landen zich met die oorlogsvoering: de wapens worden allemaal in het westen gemaakt, om oorlog te voeren in het oosten! Ik zou liever zien dat er in plaats van bommen, meer treinen worden gemaakt!’

22


Amadou Fadel Ba - Senegal Amadou Fadel Ba is geboren op 3 maart 1983, in La Crouse, een kleine stad op dertig kilometer van Dakar (Senegal). In 2013 besloot hij te verhuizen naar België. ‘Met het klimaat in Senegal gaat het niet goed: elk jaar wordt het droger. Normaal gezien hebben we er drie maand regenseizoen, maar dat vermindert jaarlijks. Het gevolg is dat fruitbomen en akkers niet voldoende oogst meer opbrengen. En dat heeft grote gevolgen: voor veel mensen is er niet meer voldoende voedsel. Ook de bananenbomen van mijn vader zijn de voorbije vijf jaar zo goed als volledig vernield door de droogte. Uiteraard gaan mensen dan op zoek naar plekken waar het beter is om te leven. Overleven is het. Voor henzelf en hun kinderen. Dat is logisch. Je gaat toch niet zitten wachten tot je dood gaat?!’ ‘Het klimaatprobleem in onze landen heeft veel te maken met armoede. Mensen zien geen andere mogelijkheid om te overleven dan het kappen van bomen. En zo worden veel bomen vernield. Het hout wordt verder verkocht, voor veel te weinig geld. Wat er voor zorgt dat er nog meer bossen verdwijnen. Met minder armoede zouden de bomen kunnen blijven staan en zorgen voor een beter leven. De bomen zorgen niet enkel voor schaduw en koelte. Ze zijn ook belangrijk voor de diversiteit van de dieren. En fruitbomen brengen gezond voedsel voort voor de mensen.’ ‘De armoede wordt ook in Senegal in stand gehouden. Het is een wapen om de bewoners in toom te houden. Onze vroegere kolonisator, Frankrijk, heeft daar een grote rol in. De Franse regering doet alsof ze ons land wil vooruit helpen, maar doet eigenlijk net het omgekeerde. De beleidsmensen van Senegal hebben school gelopen in Frankrijk en die nemen dan het systeem gewoon over. Op een keer ontmoette ik de Senegalese minister van financiën op een officiële receptie. We begonnen een gesprek over de toestand van Senegal. Die man wist niets van zijn geboorteland! Hij woonde in een chique wijk van de hoofdstad Dakar. Die stad is vergelijkbaar met Brussel. Je kan er goed leven, met alles wat je nodig hebt. Maar daarbuiten is het échte leven van Senegal. Hoe kan die minister zijn land begrijpen en leiden, wanneer hij enkel in de schone schijn van de hoofdstad woont? Er is veel armoede en echte miserie in het land. En het veranderde klimaat heeft daar een grote schuld in.’ ‘Onze regering doet niets om die neerwaartse spiraal te verhelpen. Integendeel verkoopt ze nog meer van onze rijkdommen aan andere staten. Grote delen van onze visgebieden op zee zijn intussen verkocht aan China. Chinese rederijen komen met industriële schepen onze zee letterlijk leeg vissen. Het is gigantisch om hoeveel vis het gaat. Toen ik kind was ging mijn vader ook op zee, om te vissen. De vissoorten die hij meebracht, die bestaan nu helemaal niet meer. Ze zijn volledig uitgeroeid. 24


En Rusland koopt het recht op om hun afval in onze zee te storten! Dat is toch ongehoord. Het is zelfs wraakroepend. Toen de vorige minister van milieu zich daartegen kantte, werd hij afgezet. Ook het internationaal beleid heeft een grote hand in de vernieling van de natuurlijke rijkdommen van ons land.’ ‘Met de rijstteelt gaat het net zo: de rijst van Senegal is zeer voedzaam, het is de beste rijst ter wereld. Nergens anders kan je die vinden. Frankrijk heeft met onze regering een regeling afgedwongen dat die rijst van hoge kwaliteit wordt geëxporteerd naar de Franse markt. Waardoor er bij ons niet meer genoeg is en wij rijst van mindere kwaliteit krijgen ingevoerd uit Thailand. Dat is toch te gek! Dat marktsysteem draait enkel om winst en doet mensen op de vlucht slaan. Het creëert migratie en tegelijk is het gekant tegen migranten!’ ‘Toen ik kind was, heb ik nog de rivier gekend. Ze was vijfentwintig kilometer lang. Nu meet ze nog slechts vijftien kilometer. Dat is bijna de helft. Bewoners moeten het met veel minder water doen. Terwijl de droogte op het land nog is toegenomen! De akkers zijn aan het verzilten en brengen nog amper oogst voort. Intussen groeit de woestijn tot een meter per jaar. Dat is een ramp.’ ‘De rijke landen hebben de plicht -én de nodige middelen- om de klimaatverandering aan te pakken. Het is nodig om te investeren in duurzame manieren van leven. Dat kan ook met kleinere projecten. Ik werkte lang als gids in het lokale toerisme van mijn geboortestreek. Daardoor kwam ik in contact met Natuurpunt Kortrijk. Die organisatie wilde iets doen om onze streek vooruit te helpen. Zij kwamen bomen planten en een project opstarten van koken op zonne-energie. Met zo’n solar cooker (een parabolische reflector, red.) gebruik je de warmte, die nodig is om eten te bereiden, direct van de zon. Door reflectie kan zonlicht geconcentreerd worden op een pan, die daardoor opwarmt. Er kan zelfs gebakken of gefrituurd worden, op zonlicht. Zo eenvoudig kan het zijn. Samen hebben we in veertig dorpen van de regio, zulke solar cookers geïnstalleerd. En die installaties worden nog steeds gebruikt.’

27


Minou & Tugban - Iran/Turkije Minou is een jonge dertiger en geboren in Iran. Met een grote glimlach vertelt ze dat ze exact een jaar en twee dagen in België verblijft. Tugba is geboren in Turkije en woont sinds haar achttien in België. ‘Klimaatverandering is een verborgen oorlog. Het lijkt wel of niemand weet wat we kunnen of moeten doen. Iedereen heeft er een eigen mening over. In mijn geboorteland is dat net zo. Toch zijn er ook in Iran kleine betogingen en protesten rond dit thema.’ ‘Ik geloof erin dat iedereen actie moet ondernemen. Dus moeten zeker industrie en overheid daarvoor het nodige doen en hun verantwoordelijkheid nemen. De energievervuiling door fabrieken is heel groot, maar er ontbreekt een visie op lange termijn, met een betere toekomst voor iedereen.’ ‘Maar ook op individueel vlak kunnen we veel veranderen. Iraniërs eten graag lokaal, met verse producten uit de streek. Tegelijk zijn we ook de luxe gewoon om producten uit de hele wereld te kunnen consumeren. Daarin worden onze verwachtingen steeds hoger. We consumeren bovendien veel te veel. Er kan best meer hergebruikt worden. Recyclage is in Iran helemaal niet populair. Er is amper een markt in tweedehands kledij of meubels. Alles wordt nieuw gekocht, veelal in plastic dat voor alles en nog wat wordt gebruikt. En er wordt veel weggegooid.’ ‘Internationale handel kan veel beter. Onze handelsovereenkomsten met China, bijvoorbeeld voor kledij is helemaal niet duurzaam: die kledingstukken bevatten veel micro-plastics. De aanwezigheid van plastic in onze kleding, maar ook in voeding en andere dagelijkse gebruiksproducten maakt me zorgen. Daarom heb ik onlangs in Brussel een workshop gevolgd om mijn eigen verzorgings- en wasproducten zelf te maken. Ik heb een gevoelige huid en ik het vind het dan ook belangrijk om te weten welke bestanddelen aanwezig zijn in huidcrèmes, shampoos en zo meer. Op die manier kan ik er wat controle op uitoefenen en het is nog leuk ook om het zelf te maken!’ ‘Het openbaar vervoer is helemaal niet goed georganiseerd en daardoor niet populair bij de burger. Die auto blijft het status-symbool van welvaart en luxe, terwijl de fiets nog steeds aan de kant geduwd wordt.’

28


Ojaimi - Irak Ojaimi is geboren op 1 juli 1986, in Mosul (Irak). Hij woont twee jaar in België. Voor een recente affiche-campagne van Vluchtelingenwerk Vlaanderen was hij een van de enthousiaste geportretteerden. ‘Het is wel grappig om nu mijn foto overal te zien hangen. Als ik daarmee kan helpen, dan doe ik dat natuurlijk graag. Het is wel de eerste keer dat ik mezelf op alle plaatsen in de stad tegenkom (lacht).’ ‘In mijn geboorteland is de verandering van het klimaat merkbaar in alle seizoenen: in de winter is het té koud geworden en in de zomer té warm. Veel te koud en veel te warm. Het is niet meer normaal. In de zomer wordt het soms meer dan vijftig graden warm. Dat is veel te heet om aangenaam te kunnen leven’. ‘De oorlog heeft een grote invloed op de klimaatverandering in ons land. Door het gebruik van de wapens komen er veel schadelijke stoffen vrij. Die hebben een grote impact op het klimaat: de vervuiling neemt toe en de temperaturen stijgen. En dat geldt zowel voor de klassieke als voor de chemische wapens. Die maken er ons leven niet gemakkelijker op. Integendeel, naast de dreiging van de oorlog vernietigen die wapens ons milieu.’ ‘De landbouw is sterk verminderd in Irak. Terwijl de groenten- en fruitteelt er vroeger, na de olieproductie, de tweede belangrijkste bron van inkomsten was, is het dat nu allang niet meer. Er zijn echt veel minder natuurlijke voedingswaren in ons land. En dan moet dat allemaal ingevoerd worden, vooral uit Turkije en Iran’. ‘Ons land draait nu enkel op olie en diensten in IT. Er is nauwelijks nog eigen productie van groenten en fruit.’ ‘Overschakelen op duurzame energie is te duur in Irak. De installatie van windmolens is daardoor niet mogelijk. Onze overheid is daar ook niet vrij in. Het is de internationale handel die hen dwingt om verder in te zetten op de olienijverheid’. ‘Langs de andere kant moeten we ook minder gulzig worden. Al die vele bezittingen dienen tot niets. Die vormen geen meerwaarde in ons leven. Maar de meeste mensen zien dat niet in. Zij lopen als kuddedieren gewoon mee in die klimaatvernielende wereldhandel. Daar ligt natuurlijk ook een grote verantwoordelijkheid van de grote bedrijven. Ook zij zijn veel te gulzig. Ze willen altijd maar blijven groeien en steeds rijker worden. Maar dat kan toch niet, blijven groeien! De economie vernielt onze wereld en het is hoog tijd dat dat verandert.’

30


Sidi Diarra - Mauretanië Sidi Diarra is in 1982 geboren in Nouakchott, de hoofdstad van Mauretanië. Op zijn zevenentwintigste, in 2010, kwam hij naar België wonen, als vluchteling. Dat is intussen meer dan tien jaar geleden. Zijn papieren zijn nog steeds niet in orde. ‘Het klimaat in Mauretanië wordt steeds warmer, met steeds langere hittegolven. Als kind heb ik nog een matig klimaat gekend. Maar dat was de laatste zeven jaar in mijn geboorteland niet meer zo: er waren meer hittegolven en ze werden steeds langer.’ ‘Ik ben geboren in Nouakchott maar opgegroeid in Selibabi, de geboortestad van mijn vader, helemaal in het zuiden van het land. Het is een stad van ongeveer dertigduizend inwoners. Daar was toen nog veel groene natuur. Er was voldoende regen. Maar de laatste jaren dat ik er woonde, was dat niet meer zo. Daardoor zijn er in Selibabi nog maar weinig boeren. De meeste jongeren trekken weg, naar de grote stad, om er werk te zoeken.’ ‘Als kind heb ik in Selibabi veel natuur kunnen beleven. Vanaf mijn tiende zag ik dat veranderen: de aarde werd steeds droger. Dat maakte het de boeren onmogelijk om het land te bewerken. Bovendien ontbreekt er elke irrigatie. En dus verhuizen de mensen naar de grote stad. Meestal is het zo dat de kinderen naar de stad worden gestuurd om de familie in het dorp te onderhouden. Een kleine minderheid van de lokale bevolking heeft kunnen investeren in waterputten. Maar dat is heel uitzonderlijk. Nochtans is er in het zuiden van het land nog veel water in de grond. Het ontbreekt ons aan een degelijke infrastructuur om het water op te pompen. De regering doet er niets voor. Door de droogte sterft ook het vee. Er is ook voor hen een gebrek aan water en degelijk voedsel. En dat maakt ook voor de bewoners een groot verschil’. ‘Van de ouderen vernam ik als kind al dat zij andere tijden hadden gekend: er was toen meer dan genoeg regen om de akkers te bewerken. De oogst was groot genoeg en voorzag de mensen van alle levensmiddelen. Er was zelfs voldoende om de producten uit te voeren naar de naburige landen. De mensen hebben gezien dat het klimaat veranderd is, maar ze begrijpen niet hoe dat komt. De helft van de bevolking is analfabeet. Het is dus niet makkelijk om de mensen daarin te onderwijzen en te sensibiliseren. Die sensibilisering is zeker nodig. Maar de regering neemt daarvoor niet genoeg actie.’ ‘In het land is er een continue migratie tussen de dorpen en de grote steden. Het is een zeer rijk land, met grondstoffen als petrolium, gas en uranium. Maar dat is allemaal in privé-handen. De rijkdom van het land zorgt er ook voor dat er een grote immigratie is, uit de omliggende landen.’ 32


Anna-Maria De Witte - India Anne Maria De Witte is vijfenzeventig. Toen ze na haar studies Sinologie, aansluitend sociale antropologie wou studeren, ging ze in 1969 naar de Londense School of Oriental Studies. Voor haar doctoraat over joint family, trok ze in 1972 voor de eerste keer naar India. ‘Ik wilde de samenleving ter plekke gaan bestuderen: hoe die onderlinge verwantschappen in de joint family werken en er een sterke samenleving van maken die overeind blijft. Die joint family is een samenlevingsvorm van drie opeenvolgende generaties, waarbij jong en oud voor elkaar zorgen. Het vraagt veel consensus tussen generaties, maar het biedt ook veel voordelen voor alle familieleden. Het dorp waar ik terecht kwam was nog zeer primitief. Dat waren -en zijn nog steeds- tribale stammen die daar leefden, die geen binding hadden met onze moderne wereld. Onderwijs is er ook nu nog maar amper. In de tijd dat ik er woonde was het nog veel minder. Ik heb er zeven jaar gewoond en gewerkt.’ ‘In die regio waren er regelmatig grote hongersnoden. Pas na de noodtoestand van 1965, is er structurele hulp gekomen. Er werden landbouwprojecten opgestart, om de lokale bevolking te ondersteunen: door de teelt van groenten en fruit kon de rotsachtige streek zich beginnen voorzien in eigen levensmiddelen.’ ‘Sedert 2011 ben ik terug actief in de regio. Ik bied er sociale hulp, geef lessen Engels en ga helpen waar het nodig is. De streek is nog steeds heel arm. Veel van de oorspronkelijke bewoners zijn intussen naar de grote steden getrokken, om te kunnen overleven. De mensen uit die dorpen worden nog steeds de criminal tribes genoemd. De natuurlijke biodiversiteit wordt intussen heel erg bedreigd door de industrialisering: de vervuiling is énorm. In 1962 is de eerste grote waterdam gebouwd, voor energiewinning. Daarna volgden nog verschillende van die gigantische waterdammen. De installaties hebben veel natuurlijke rijkdom vernietigd. De rivierstromen zijn vernield. Door die energiewinning is er wel meer elektrische stroom in grote steden zoals Delhi. Maar in de regio waar wij actief zijn, heeft het niet voor een verbetering gezorgd: elektriciteit is er zeer onstabiel. We kunnen urenlang zonder stroom zitten.’ ‘Vanaf de jaren ‘80 is er zwaar ingezet op industrie en is er veel natuur verloren gegaan. En sinds de jaren ‘90 is er ingezet op de wereldhandel. Dat heeft de milieuvernieling nog vergroot. De grond en het water zijn verschrikkelijk vervuild, onder meer door fluoriden. Veel beenderafwijkingen zijn daarvan het gevolg. Ook alle andere zware metalen zitten in de grond. Het is de meest vervuilde streek van heel India. De industrialisering heeft al onze eerdere inspanningen teniet gedaan.’ ‘De klimaatverandering slaat ook daar toe: terwijl voorheen maximum temperaturen reikten tot veertig graden, is dat nu al vijftig graden geworden. 34


Veel bewoners zijn er wel bewust van, dat het klimaat veranderd is, ten nadele van mens en dier, en dat die industrialisering daarvan de hoofdschuldige is. Ze merken de problemen die door de industrie zijn gekomen in het dagelijkse leven. De luchtkwaliteit in steden zoals Benares (in de deelstaat Uttar Pradesh) is verschrikkelijk: het is net of je de uitlaat van een auto inademt! Je moet er een zakdoek voor de mond houden. Anders hou je het niet vol. Nog niet zo lang geleden was ik op een plaats waarvan ik dacht ‘dit is precies Tsjernobyl’: zo grauw en vuil en levenloos was het er. De aarde en het weinige leven waren er volledig kleurloos geworden!’ ‘Er is een grote nood aan meer en betere staatsinmenging: meer onderwijs, gezondheidszorg en kinderopvang zijn dringend nodig. De kloof tussen arm en rijk is heel groot en ze blijft toenemen. Er zijn zoveel mensen die gewoonweg uit de boot vallen en geen kansen meer krijgen. Dat zorgt uiteraard voor een nog grotere migratie. Het is interne arbeidsmigratie naar de grote steden zoals Delhi en Radzjestan. Jonge mensen willen niet meer in die stammen leven en proberen om aan werk te raken in de bouw of in de industrie. Maar dat is heel moeilijk, want ze hebben geen banden in de steden waar ze terecht komen. In het dorp kan je nog een bord eten krijgen en onderdak als dat nodig is. Maar in die grote steden is dat niet het geval. Daar is het elk voor zich. Die onderlinge banden zijn ook net de sterkte van dat dorpsleven. Het is opgebouwd in de geest van de Ghandiërs: zij staan voor een sterke dorpssoevereiniteit, voor dorpen met een goed zelfbeheer, onafhankelijk van de hogere overheden. Ghandi was fel gekant tegen de Westerse wereld. Hij zette de lijnen uit voor een goed zelfbeheer van het dorp. Het was grassroots avant-la-lettre.’ ‘Een riksha vertelde me ‘s: ‘Mijn leven in het dorp was beter, maar ik had geld nodig en dus moest ik wel naar de stad komen. Vroeger kon ik zonder geld leven in mijn dorp; dat is nu niet meer mogelijk.’ ‘Er is nu een groot plan om verschillende rivieren met elkaar te verbinden in een soort lus, om op die manier nog meer elektriciteit te kunnen opwekken. De natuurlijke stroming wordt daarmee volledig teniet gedaan en dat zal zorgen voor een verdere vernieling van het leven in die rivieren. Het is waanzin.’ ‘Nog niet zolang geleden is een professor in hongerstaking gegaan, als protest tegen die reusachtige waterkrachtcentrales. In de bergen in de bovenloop (Uttarkhand) wordt de natuur zwaar geweld aangedaan door die waterdammen en energiecentrales. Prof. G. D. Agrawal vastte 4 maand en stopte dan zelfs met water drinken. Het was zijn dringende oproep om de Ganges weer te laten stromen. Hij wou op die manier druk uitoefenen op de overheid die moet tussenbeide komen. Het is hem helaas niet gelukt. Hij heeft het met de dood moeten bekopen.’

37


Veronika - Polen Veronika is in 1992 geboren in het Poolse Rzeszów. Ze woont nu anderhalf jaar in België. ‘In mijn geboortedorp was het leven nog eenvoudig. We dronken verse melk van bij de boer. De koeien liepen op de weide naast ons. Dat dorpsleven had veel voordelen. Het zorgde voor een sterke gemeenschap. Maar nu willen mensen helemaal niet meer in een dorp wonen: ze verhuizen allemaal naar de grote steden. De boeren van vroeger zijn nu oud geworden en jonge mensen willen niet meer aan landbouw doen. Dat is te moeilijk geworden en te zwaar werk.’ ‘Het dorp waar ik ben opgegroeid lag eigenlijk in een bos. Door de toegenomen droogte zijn er daar nu meer bosbranden. Ik kan me niet herinneren dat ik dat als kind meegemaakt heb. De waterput waar we dagelijks ons hele huishouden mee konden voorzien, die staat nu volledig droog. ‘Het bos, dat was een écht bos, een groot bos; niet wat jullie hier in België een bos noemen! Maar we merken er nu ook de gevolgen van de klimaatverandering: de grond en de bomen zijn heel droog geworden. En dus zijn er ook minder paddenstoelen in het bos! Die waren toch zo lekker, de verse paddenstoelen, die mijn moeder vroeger meebracht! Mmmmh, ik krijg er het water van in de mond! Heerlijk was dat. Die paddenstoelen kan je niet in een warenhuis kopen!’ ‘Naast de droogte, is ook de regenval minder dan normaal. Vroeger regende het af en toe, op een normale manier. Maar nu duurt het langer vooraleer het nog ‘s regent. En de regen is véél heviger, met felle onweders. En dan komen daar overstromingen van. Toen ik een kind was, gebeurde dat helemaal niet.’

38


Tourad Kane - Mauretanië Tourad Kane is geboren in 1978, in Nochchoatt (Mauretanië). Hij woont al twintig jaar in België. Hij heeft de gevolgen van de klimaatverandering ook in zijn geboorteland gezien. ‘Mauretanië is een heel droog land. Slechts in een klein deel van het land is er genoeg regen. Daar is landbouw nog mogelijk. Dat is in de grensstreek van Mauretanië met Mali en Senegal, waar er een regenseizoen is van drie maanden. Maar door de klimaatverandering is er veel minder neerslag. Of komt die veel later. Ook dat zorgt voor een mislukte oogst. En dat is natuurlijk een probleem.’ ‘Ook landbouwgronden van mijn ouders bevinden zich in die vruchtbare regio. De gewassen die er verbouwd worden voorzien het hele dorp van voedsel. Naast de landbouw, is er ook veeteelt. Dat zijn vooral kamelen, koeien en schapen. Maar ook daar moeten ze nu opboksen tegen de droogte.’ ‘Toen ik kind was heb ik een heel ander land gekend, met veel groene natuur en een regelmatige regenval. Er was genoeg om het voor iedereen leefbaar te maken. Nu is er al vele jaren te weinig regen. Door de toenemende droogte hebben de boeren andere gewassen moeten zoeken die beter bestand waren. Dat is niet zo eenvoudig. Er is een groot tekort aan voedsel voor iedereen. Daardoor zijn er nu veel minder landbouwers. De meeste moeten hun land achterlaten en naar de stad verhuizen, om ander werk te zoeken. Er zijn ook veel mensen die een nog grotere stap nemen en verhuizen naar een van de naburige landen.’ ‘Wij zijn Peul (nomadenvolk van West-Afrika, red.) en kweken ook vee. De Peul zijn trots als ze veel koeien hebben. Maar ook dat is nu veel moeilijker geworden, door de droogte. Toen mijn vader twee jaar geleden op bezoek was in België, viel het hem op dat hij weinig koeien in de weiden zag. Hij vond dat raar dat er niet meer vee was, terwijl de weilanden toch mooi groen stonden’. ‘Mijn vader heeft een project opgezet om gewassen te beschermen. Wanneer het geregend heeft, eten de koeien teveel gras op korte tijd. Dat moet beter beheerd worden, zodat de gewassen niet in een keer opgebruikt worden. Hij is zich bewust van het veranderende klimaat en de gevolgen daarvan. Daarom gaat hij op zoek naar oplossingen. De meest mensen zijn daar niet echt mee bezig. Zij proberen enkel te overleven. Misschien dat de nieuwe generatie daar beter mee zal omgaan, omdat zij meer gestudeerd hebben. De mensen merken de gevolgen van de klimaatverandering wel maar ze weten niet hoe dat komt. Het klimaat is geen populair gespreksonderwerp in mijn geboorteland. De bevolking heeft andere zorgen.’ 40


Margarita - Bulgarije Margarita is geboren in 1966, in Bulgaarse hoofdstad Sofia. Zij woont al twintig jaar in België en volgt de situatie in haar geboorteland en de rest van de wereld goed op. ‘Elk jaar ga ik terug naar Bulgarije en ik zie het jaarlijks veranderen: het is véél warmer in de zomer, tot meer dan veertig graden. Én er zijn grote problemen met de overstromingen. Die zijn zo erg, dat mensen hun huis en alle bezittingen verliezen. Er zijn ook al mensen verdronken.’ ‘Dertig jaar geleden was dat niet zo. Toen waren het nog normale seizoenen, met gewone warme zomers en sneeuw in de winter. Dat is nu niet meer zo. De weersomstandigheden zijn extremer geworden en het wordt steeds erger.’ ‘Wij mensen zijn daar schuldig aan. We verplaatsen teveel producten van de ene kant van de wereld naar de andere kant. Dat biedt geen toekomst meer. Het is geen klimatologisch probleem, het is een economisch probleem: die internationale handel bepaalt onze economie en schuift het klimaat opzij. Er wordt massaal veel geïmporteerd, ook in ons land. Terwijl we zelf veel producten kweken! Dit is de vraag die we ons moeten stellen: hoe komt het dat het minder kost om een product in te voeren dan om het zelf te kweken? Ik denk dat daar een kans ligt om veel van onze problemen te vermijden. We hebben nood aan meer lokale productie en consumptie.’

42


Ilham Tamrani - Marokko In de lessen Nederlands zitten mensen uit de hele wereld bij elkaar. Allemaal hebben ze hun eigen verhaal, hoe ze het klimaat in hun land hebben zien veranderen. Sinds hun migratie bekijken ze die klimaatverandering met Westerse ogen, zonder hun geboorteland uit het oog te verliezen. Zo is het ook voor Ilham. Ze verliet haar geboorteland zeven jaar geleden en woont nu in Geraardsbergen. In de taalklas volgt ze lessen Nederlands. ‘Ik ben geboren in het zuiden van het land. In de winter is er veel sneeuw en de mensen zijn dan dagenlang ingesloten. Het transport is dan moeilijk. Dat zorgt voor water- en ook voedseltekort bij veel mensen.’ ‘In mijn geboortestreek zijn er nog veel boeren, met koeien, geiten, kamelen. Er is ook nog visvangst. Maar de landbouw moet zich aanpassen aan het klimaat dat elk jaar warmer wordt. Vorige zomer is de volledige oogst mislukt door de droogte. En dan moesten veel voedselproducten ingevoerd worden. Voor veel mensen wordt dat dan te duur.’ ‘De boeren hebben het water aan de lippen: er is geen winst meer en toch moeten ze blijven vernieuwen. Veel van hen geven het dan op en vluchten naar de grote stad, in de hoop op een beter leven.’ ‘Ook de jongeren willen allemaal naar de grote steden. In de kleine steden en de dorpen zijn het enkel de ouderen die er nog blijven wonen. Dorpen en steden lopen leeg. Dat geeft een rare atmosfeer.’ ‘Mijn vader zei vaak: “Marokko is een rijk land maar de bevolking ziet daar weinig van”. Voor de gewone mensen wordt het elk jaar moeilijker om te overleven.’

44


Nurhuseen Idris - Eritrea Ook Nurhuseen volgt lessen Nederlands in zijn woonplaats Geraardsbergen. Zijn geboorteland is Eritrea (1983). Vijf jaar geleden begon hij zijn reis naar Europa. Hij kwam aan in België. ‘Het klimaat in ons land is extreem geworden: langs de ene kant is er veel regen, te veel regen, waardoor alles overstroomt, en langs de andere kant is het veel te warm geworden. Tussen die twee extremen is het leven er heel moeilijk geworden. Het gaat om overleven, vooral in de dorpen is dat zo.’ ‘En dus trekken veel mensen naar de grotere steden, waar er meer kansen zijn om een goed leven te kunnen opbouwen. Maar daar ontbreekt het hen aan een goed netwerk: wanneer nieuwe mensen in de stad komen wonen hebben ze geen kennissen om op terug te vallen. Dat maakt het moeilijk om er een nieuw leven op te bouwen. In de steden vinden ze geen hechte gemeenschapsleven zoals dat in het dorp was.’ ‘Ik heb een tijdje in Somalië gewoond. De twee grote rivieren van het land overstromen vaak, door de hevige regenval in een veel te droge grond. Twee jaar geleden was dat ook zo. Er zijn toen volledige dorpen van de kaart geveegd. Daarna volgde een grote hongersnood met vele tienduizenden doden als gevolg. Er zijn dan nog meer mensen naar de hoofdstad Mogadishu gevlucht. Dat is intussen een immens grote stad geworden met veel te veel inwoners. Het wordt steeds moeilijker om daar comfortabel te kunnen leven. Daarvoor zijn er teveel mensen bij elkaar. De stad is veel te groot geworden.’

46


Thierno Hamzata Sow - Guinee Thierno Sow is geboren in een dorp nabij de stad Dalaba (Guinee). Twintig jaar geleden kwam hij naar België wonen. Zijn geboortestreek laat hem niet los. Hij ziet de noden. Daarom startte hij er een project om waterputten in de dorpen te bouwen. ‘Ik begon er enkele jaren geleden op eigen initiatief mee. Er zijn nu vijf waterputten gebouwd, waarvan er een op zonne-energie werkt. De andere zijn nog met een mechanische handpomp. Ja, inderdaad, zoals je ze vroeger ook hier gekend hebt. Voor de eerste put moest er meer dan honderdvijftig meter diep geboord worden. Om je maar te zeggen hoe schaars het water er is. En omdat de waterput nog op twee kilometer van het dorp ligt, hebben we nu ook een pijpleiding aangelegd. Er is nu stromend water in het dorp. En dat is toch een heel verschil met vroeger, toen mensen nog vele kilometers moesten afleggen om water te halen. Nu ik zie hoe belangrijk het is voor het dagelijks leven van de dorpsbewoners, stel ik mij spontaan de vraag waarom ik zo lang heb gewacht om dit project uit te voeren.’ ‘Het klimaat is erg veranderd. Toen ik jong was, hadden we enkel in maart geen regen. Nu begint dat al in januari. En dat wordt elk jaar erger: het droge seizoen begint vroeger en duurt langer. Het is een ramp voor de landbouw: de gewassen kunnen niet op tijd klaar zijn. Dat zorgt voor voedseltekorten. Het is logisch dat mensen dan op zoek gaan naar plekken waar er meer kansen zijn om te overleven, in de naburige landen.’ ‘De evolutie van de laatste tien jaar maakt me bang: de vervuiling is in mijn geboortestreek enorm toegenomen. Allerlei rommel en vuilnis vult de straten: plastic, autofilters, banden, ijzer, kettingen liggen overal verspreid. Je vind het zelfs middenin het bos. Dat is echt verschrikkelijk. En de overheid doet helemaal niets. Dat maakt me boos. En dus wil ik zelf doen wat ik kan, om het milieu niet volledig ten onder te zien gaan.’ ‘De mensen in het dorp willen allen naar de stad. Het veranderde klimaat heeft ook op hun leven een grote impact: ze willen naar de stad om er een beter leven te vinden, met minder problemen. Maar in de stad hebben ze geen netwerk, geen opvang. Als je er niet te eten hebt, wordt je niet opgevangen zoals in het dorp, waar mensen nog voor elkaar zorgen. In het dorp kan je nog eten krijgen, van de anderen. In de stad is dat helemaal niet het geval. Daar is het ieder voor zich.’ ‘Eigenlijk wil de bevolking de stappen vooruit nemen die wij hier vijftig jaar geleden genomen hebben. Maar dat is geen oplossing. We moeten terug naar hoe het vroeger was. Het leven is een filosofische oefening en dat moeten we beter begrijpen. Als we dat niet doen, wordt het alleen maar erger.’ Ibrahim Sylla is ook afkomstig uit Guinee. Hij woont vijf jaar in België. 48


Benjamin & Claudia - Chili/Argentinië Benjamin en Claudia verlieten hun resp. geboorteland een twintigtal jaar geleden. Door te reizen werden ze zich bewust van de toestand van de aarde. Ze zagen in dat het de verkeerde weg opging. Als activisten namen ze het op voor een betere leefwereld voor iedereen. Benjamin schreef een boek, ‘Pulmon Verde’, over de gevolgen van de zware industrie in zijn geboortestreek, Quintero in de regio Valparaíso. De regio is sterk vervuild geraakt door de komst van fabrieken van verschillende multinationals waaronder Texaco. Sinds hun komst, enkele decennia geleden, blijven die inbreuken maken op het leefmilieu. Dat is al vele decennia aan de gang. De toestand greep hem aan. Recente onthullingen zetten hem aan het boek samen te stellen. ‘Het boek is eigenlijk een essay, met verschillende opinies over de toestand. Ik gebruik er ook graag poëzie voor. Dat is vanuit mijn persoonlijke interesse. Maar die poëtische insteek is geen toeval: het is immers ook de streek waar dichter en Nobelprijswinnaar Pablo Neruda heeft gewoond en gewerkt.’ ‘Voorbije zomer kwam het nog uitvoerig in het nieuws: de toegenomen vervuiling zorgde voor vele jonge kinderen die zwaar ziek werden, met heel ernstige infecties. Dat was echt verschrikkelijk. We kregen berichten van veel familie en vrienden, die niet meer wisten hoe ze verder moesten. Ze waren radeloos om hun kinderen een gezonde opvoeding en toekomst te kunnen geven. Veel mensen willen weg uit de regio. Maar waar moeten ze heen? Veel van hen trekken weg naar regio’s veraf, waar ze hun leven helemaal opnieuw moeten beginnen. Eerst migreren ze in eigen land (Chili heeft een oppervlakte van meer dan 750 km2 of 25 keer België, red.) en naar de nabije buurlanden. Als dat geen oplossing kan bieden, proberen ze naar Noord-Amerika of Europa te migreren.’ ‘Er is helemaal geen controle op de uitstoot van die fabrieken: zowel de grond als de lucht worden onherroepelijk aangetast. En onze overheid doet niets. Ze laat dat gewoon toe. Het zijn werkelijk misdrijven op het klimaat en het leefmilieu. De regio draagt een zware bijnaam: ‘la zona de sacrificio’ (de offerzone, red.). Long- en huidziekten komen er het meeste voor. Het maakt het des te erger voor de kinderen.’ ‘Vroeger was er veel meer lokale landbouw in onze regio. Die is nu bijna volledig verdwenen. Dat kan ook niet anders: door de uitstoot van gifstoffen en het gebruik van chemicaliën is het zo goed als onmogelijk geworden om er nog gezonde producten te kweken. Ook producent van pesticiden Monsanto draagt daar een grote schuld in (die zijn in Amerika nog steeds toegelaten, red.). Dat heeft directe gevolgen voor de plaatselijke bevolking. Als mensen geen gezonde voeding meer hebben, gaat hun gezondheid er op achteruit. Het zorgt er ook voor dat veel voedsel van elders moet worden ingevoerd. Extra werkloosheid en bijkomende vervuiling 50


door transport zijn rechtstreekse gevolgen. Bovendien is ingevoerd voedsel veel duurder en voor mensen die het moeilijk hebben niet betaalbaar.’ ‘Het beleid van overheid en industrie is radicaal neoliberaal, met meer winsten voor de aandeelhouders als enige bekommernis. Er is ook veel corruptie bij die overheid. Klimaat en leefmilieu zijn slechts details. De meerderheid van de mensen leven in armoede. Zij zijn de eerste, meest directe slachtoffers van het financieel gewin. Het gaat over klasse, de sociale positie van mensen. De rijke landen moeten zorgen voor een verandering ten gronde. Momenteel is er een begin van opstand tegen dat onrecht. De huidige klimaatbeweging resoneert er en betogingen steken de kop op.’ Ook Claudia pende al eerder haar opinie en intenties neer. Ze schreef een verhaal over iemand die een grote reis moet maken: ‘Ik vertel over een bewoner uit de Amazone die naar Europa moet verhuizen. Het is een metafoor voor migratie. De fiere inwoner van het Regenwoud was eerst een sterke boom, dan werd zijn stevige voetstuk afgezaagd en moest hij een lange reis maken. Dan werd hij versneden tot planken, om vermaakt te worden tot een meubel. Daarna werd hij afgedankt en verwerkt tot een bezemsteel. Na lang zwoegen en bezemen werd ook die taak hem ontnomen: hij belande op een akker, als vogelverschrikker.’

53


Alona Lyubayeva - Oekraïne Alona was dertien toen er een zware ontploffing was in de kerncentrale van Tsjernobyl (Oekraïne). Dat was op 26 april 1986. Samen met vriendinnen was ze op dat moment in de bossen aan het spelen, op dertig kilometer van de ramp. Twintig jaar geleden kwam ze in België wonen. ‘Ik geloof stellig dat kernenergie niet de oplossing is. Zolang we kernenergie als mogelijke oplossing zien, gaan we niet voldoende investeren in alternatieven. En dat is nu meer dan nodig. Niet enkel om de impact en de gevaren van de kerncentrales te vermijden. We moeten dat ook doen om energieproductie decentraal te maken. Dat is net zo om van de fossiele brandstoffen over te schakelen: we zijn veel te afhankelijk van de olie-producerende landen. Op geopolitiek vlak blijft de druk daardoor toenemen. Als we zelf hernieuwbare energie kunnen maken, kan dat ook op wereldvlak de druk van de ketel halen. Indien we, gedurende de vijf jaar dat de kerncentrales nog draaien, de tijd nuttig gebruiken om te investeren in hernieuwbare energie, dan zijn we gered. Momenteel spendeert België nauwelijks dertig procent aan hernieuwbare energie; als we deze kunnen opkrikken naar zestig à zeventig procent, dan hebben we geen kernenergie meer nodig. En wetende dat we in België te maken hebben met erg verouderde kerncentrales met bovendien ontzettend dure herstellingskosten en er zelfs nood is aan een nieuwe centrale, dan is voor mij als Oekraïense de beslissing snel gemaakt. Wanneer je dat van zo dichtbij hebt meegemaakt, stel je jezelf automatisch de vraag hoe zo’n ramp kan vermeden worden. Bovendien hebben de kerncentrales een overproductie die gratis wordt aangeboden aan industrieën en bedrijven: te meer is dat een zeer asociaal energie-systeem.’ ‘Kernenergie -net als een klimaatcrisis overigens- is niet tastbaar genoeg voor de gewone mens. Veel mensen kunnen zich hierbij niets bij voorstellen. Ik kreeg onlangs een uitnodiging om een groep te begeleiden in Tsjernobyl. Ik liet weten dat ik dit niet ga doen. Het gaat in essentie om genetica. Iedereen reageert verschillend op straling. Maar het effect om in zo’n omgeving te zijn is niet zonder risico. Niemand wil sterven aan een kanker. Dat is geen leuk vooruitzicht, maar mensen denken vaak: mij overkomt het niet. Met het klimaat is het ook zo: ons zal het niet overkomen. Waarom denken we dat innovatie dit zal kunnen oplossen of tegenhouden? Net zoals stijgend water, de vele bosbranden wereldwijd, … . We weten als sinds de jaren zeventig dat de permafrost aan het smelten is, toch merk je de selectiviteit waarop mensen met die informatie omgaan. Hoe komt het dat elk nieuwsfeit dat we horen over klimaat, door duizenden mensen ontkracht wordt? De grote oliebedrijven zoals Shell betalen hiervoor grof geld.’ ‘Momenteel is het wereldkampioenschap Atletiek in Saoedi-Arabië bezig, in een groot stadium vol met airco’s. Een stadium voor vele duizenden mensen waar overigens slechts vijfduizend toeschouwers zitten. Niemand denkt daar aan de milieu-im54


56


pact van al die airco’s. Die luxe is voor een kleine elite. De gewone mens kan daar helemaal niet aan deelnemen. Het is ongelijkheid ten top. Dat heeft allemaal met grof geld te maken. Net zo zijn wij in het Westen afhankelijk van Saoedi-Arabië en als we onze levensstandaard willen behouden dan zullen we grof geld moeten blijven betalen aan dat land. Dat is de kracht van kapitalisme. Ze verdienen ongelimiteerd veel geld aan onze nood aan fossiele brandstoffen. Daarom is het zo belangrijk om te investeren in hernieuwbare, decentrale energie. Dan kan je als land zelfvoorzienend zijn. Energie en milieu gaan om machtsverhoudingen. De effecten zijn voor de armen. De arme mensen zijn de eerste slachtoffers in een energie-systeem dat ongelijkheid in de hand werkt.‘ ‘Ik denk dat we naar het huidig migratievraagstuk helemaal anders moeten kijken, momenteel is er helemaal geen antwoord. We moeten kijken naar migratie, net zoals naar klimaatverandering: er is een verandering van het systeem nodig: system change, no climate change. In het huidig systeem hebben we gezegd: dit stukje grond is van mij, want mijn voorouders zijn hier geboren. Ik trek hier een lijn en we beslissen wie hier mag komen en wie niet. Dat systeem van grenzen trekken is uit elkaar gespat. Het is kunstmatig geïnstalleerd om de vrede te bewaren in de wereld.’ ‘Maar met de globalisering is het systeem van grenzen niet meer houdbaar in de eenentwintigste eeuw. De manier waarop mensen leven, werken en naar de wereld kijken evolueert razendsnel. We willen onze grenzen, ons huis blijven beschermen. Resultaat is dat er steeds meer mensen uit de boot vallen. Als rijke landen moeten we deze vluchtelingen toekomstperspectief geven. We moeten gaan investeren waar het nodig is en bedrijven laten investeren in onder andere landbouw. Kijk naar Oostenrijk. Wat zij doen is investeren in economische projecten die te maken hebben met duurzaamheid in landen waar de meeste vluchtelingen vandaan komen. Zinvolle projecten organiseren en ondersteunen is cruciaal. De manier waarop wij aan ontwikkelingshulp doen, is aan vervanging en vernieuwing toe. Het moet ten goede komen aan de mensen zelf. Acties die concreet helpen bij hun dagdagelijkse bekommernis zoals: eten, drinken, wonen en landbouw. Daardoor kunnen we de lokale bevolking versterken. De manier waarop we nu naar mensenrechten kijken is te eng. We moeten meer nog over de grenzen heen durven kijken. Mensenrechten worden niet door grenzen tegengehouden.’

57


Lukanga ‘Richard’ Omanga - Congo Hij is geboren in Kinshasa (Congo). Lukanga is zijn Afrikaanse naam. ‘Cherche-moi’ is de onderliggende betekenis. Richard gebruikt hij om het voor westerlingen makkelijker te maken. Zijn moeder was een top-ambassadrice. Daardoor heeft hij al op veel plaatsen in de wereld gewoond. Als jong kind, later als adolescent en jong volwassene kon hij ervaren hoe belangrijk een globale migratie is. ‘Eigenlijk zijn we allemaal migranten. De hele wereldbevolking is voortdurend aan het migreren. En dat is heel belangrijk: het is de essentie van een wereld waar iedereen zich kan thuisvoelen.’ ‘Mensen migreren om drie redenen: oorlog, honger of schulden. Een hongerige buik denkt niet na: dan komt onze instinctieve overlevingsdrang boven. Het is pure logica dat wanneer een mens die bedreigd wordt op zoek gaat naar een andere plek, waar het veilig is.’ ‘Door de klimaatcrisis wordt het voor meer mensen duidelijk dat een totale vermenging noodzakelijk en nodig is. Het kan de solidariteit onder de mensen helpen vergroten. De klimaatveranderingen bieden ons daarvoor het nodige instrument: het is de crisis die we nodig hebben, om dat te kunnen inzien.’ ‘Het klimaat is een gevolg van het systeem. Je kan niet verwachten dat we leven volgens een bedreigende ideologie zonder dat dat gevolgen heeft. Het systeem is bovendien elitair, niet iedereen kan daar aan deelnemen. En dat moet ten gronde veranderen. We moeten komen tot een betere wereld voor iedereen, met meer gelijkheid en eerlijkheid. Er is een herverdeling van alle rijkdom noodzakelijk.’ ‘De klimaatcrisis is dus een buitenkans. Niet enkel op industrieel/economisch vlak maar ook om het op humanitair vlak beter te doen. Ook deze crisis -net als elke andere crisis- draagt iets positief: het biedt ons als mensheid de kans om een definitieve omslag te maken.’

58


Guleed Osman Mohamed - Somalië Guleed is vijftig. ZIjn geboortestad is Mogadishu (Somalië), een stad van drie miljoen inwoners. Begin jaren negentig kwam hij naar België wonen. ‘De visserij is een groot probleem. De zee wordt leeg gevist door buitenlandse rederijen. De Somalische vissers moeten veel verder de zee in om nog buit te maken. Een bijkomend probleem zijn de piraten: grote schepen worden overvallen en ingenomen. Eigenlijk kunnen die piraten niet anders om te overleven. Het grote probleem is dat er geen zeemacht is. Het ontbreekt ons aan beleid; er is helemaal geen regering. Ons land zit nog steeds in een burgeroorlog.’ ‘Het regenseizoen begon vroeger rond april. Er was toen heel veel regen. En daarna niks meer. Die regen komt nu altijd later. En het is ook minder lang. De droogte neemt elk jaar toe.’ ‘Niemand kan de klimaatverandering ontkennen. Dat is ook in Somalië zo. Maar de mensen zijn er echt niet mee bezig.’ ‘Doordat we een grote, continue bron aan zonne-energie hebben, zou je denken dat we daar gebruik van willen maken. Dat is ook zo. Maar dat wordt verhinderd door de Arabische landen. Zij willen natuurlijk liever dat we hun olieproducten blijven gebruiken. En dus houden zij die hernieuwbare energieproductie bewust tegen. Daar is veel corruptie mee gemoeid. Dat zorgt ook voor instabiliteit van ons land. En de ongelijkheid onder de bevolking blijft toenemen.’ ‘Ons land, samen met Kenia en Ethiopië, kent een grote diaspora. Bewoners van die drie buurlanden zijn overal in de wereld gaan wonen. Eigenlijk zou de diaspora moeten terugkeren, om de nodige veranderingen in het land te kunnen maken. Dat zou een mogelijke oplossing kunnen zijn.’

60


met dank aan: Houssine El BaĂŻri, Vinicius Aversari Martins, Abdoulaye Souna Souley, Akram Hamo, Avin Kakayi, Keyla, Gaith, Amadou Fadel Ba, Minou & Tugban, Ojaimi, Sidi Diarra, Tourad Kane, Anna-Maria De Witte, Veronika, Margarita, Ilham Tamrani, Nurhuseen Idris Thierno Hamzata Sow, Benjamin & Claudia, Alona Lyubayeva, Lukanga Richard Omanga, Guleed Mohamed Osman, en alle organisaties & personen die ons in contact brachten met de geĂŻnterviewden.

63


Climaxi vzw is een beweging voor klimaat en sociale rechtvaardigheid. We voeren acties van onderuit en maken mensen bewust via documentaires, publicaties en info-activiteiten. De werking gebeurt op nationaal en soms internationaal vlak. Er zijn lokale afdelingen in Antwerpen, Gent, Herzele, Leuven en Oostende. Meer info via www.climaxi.be en social media.

Profile for Climaxi vzw

Klimaat & Migratie: mensen uit de wereld aan het woord  

Advertisement