P928079 • Afgiftekantoor Herzele
90 ste jaar • verschijnt al acht jaar als tijdschrift van vzw Climaxi • Winter 2025 • Afgiftekantoor 9550 Herzele • Ver. Uitgever: Filip De Bodt Groenlaan 39 9550 Herzele • Merci Facteur
Edito
Een opdracht die door de Vlaamse Regering niet zo naar waarde geschat wordt. In elk geval heeft men er weinig centen voor over en heeft men ons samen met drie andere verenigingen op minimumsubsidie gezet. Subsidies, denken velen, dat is overbodig. De realiteit is anders: wie een schip renoveert, mensen tewerkstelt, initiatieven uitprobeert, krijgt subsidies. Schaf ze allemaal af en het is gedaan met wetenschappelijke instituten, vernieuwingen, visserij en gemeentebesturen. Nu goed, wij lopen soms in de weg. We geven ieders mening weer in alle scherpte. Dat doen we omdat uit het botsen van meningen iets goed komt. En omdat diegenen die niets te zeggen hebben ook wel eens een stem mogen krijgen. Als we dat verder willen doen, hebben we jou nodig. Daarom vragen we verder in dit blad jouw steun. Onze rol daarin is de visserij in al zijn facetten naar het binnenland brengen en ervoor zorgen dat de vinger aan de pols gehouden wordt. Telkens weer keer ik verwonderd terug. Ook dit keer. Na een aantal gesprekken en een pak onderzoekswerk blijkt namelijk dat het Gentleman ’s Agreement rond de flyshoot niet werkt. De kleine visser krijgt het moeilijk. Dat is overal in dit land zo: de kleine winkelier verdwijnt, zelfstandigen hebben het
2 •2HVB • HVB december december 2025 2025
lastig en wie gaat werken krijgt steeds meer te maken met inleveringen en bezuinigingen. Ga zo lang mogelijk werken en houd verder maar je mond, daar lijkt het toch stilaan op? Ook de visserij evolueert in die richting: het aantal vissers dat met de lijn om zeebaars gaat is op vijf jaar tijd met de helft gekrompen. De grote flyshooters gaan er mee lopen, want de hoeveelheid aangelande vis daalt niet met de helft. Elk jaar sta ik toch opnieuw versteld van de schoonheid die onze medewerkers brengen in hun teksten, poëzie en columns. Voor de tweede keer op rij, laten we een kunstenaar los op het blad. Marieke Janssen zorgde voor verschillende schilderijtjes in dit nummer. Wat een menselijkheid spreekt daaruit. Wat een moreel kompas. Ook dat mag niet verloren gaan. Het Visserijblad staat met de voeten tussen de mensen. Stilaan zijn we de laatste uitgave op papier in deze sector. Het VLIZ stopt de uitgave van het zeer gewaardeerde De Grote Rede en vervangt dit door het elektronisch magazine Testerep. VisActua diende de pen neer te leggen bij gebrek aan advertenties en andere inkomsten. We kennen nochtans allemaal het lot van elektronische nieuwsbrieven: veel mensen lezen ze niet, ze verdwalen in massa’s mails. Het genot om even weg te zijn van je computer en je te laten meeslepen in een tijdschrift verdwijnt, net zoals ambachten verdwijnen.
Veel mensen die wij spraken hebben angst voor de toekomst. Technologie is nu al grotendeels in handen van diegenen die het zich kunnen permitteren om ze aan te schaffen en te gebruiken. Nu al zoekt men via de sonar grote scholen vis op, om ze eenvoudigweg te kunnen opscheppen. Wat gaat er gebeuren als AI ten volle ingezet wordt in de visserij? Als onderwaterdrones in staat zijn om grote hoeveelheden vis te signaleren? Hoe gaat men diegenen beschermen en een inkomen gunnen die daar niet gaan over beschikken? De Vlaamse visserij mist een toekomstbeeld. Her en der wordt een nieuw schip ingehuldigd, maar familiale bedrijven worden ook in deze sector overgenomen door grote concerns en multinationals, die tot in onze adviesorganen doorgedrongen zijn. In GrootBrittannië en Nederland zien we al dat lokale gemeenschappen en de visserij van mekaar vervreemd raken. Zelfs de werknemers op die boten worden vervangen door mensen uit andere delen van de wereld, die makkelijker uit te buiten zijn en voorzichtig hun mond houden. Hopelijk gaan de vakbonden meer werk maken van de rechten van deze mensen. Die grote multinationals zitten niet in met visbestanden, sociale verhoudingen of lokale gemeenschappen. Voor hen telt alleen de portemonnee en die zal gevuld worden tot elke vis verdwenen is. Tenzij wij ons daar met zijn allen tegen verzetten.
HET VISSERIJBLAD Onafhankelijk magazine van de zee
Uitgave van Climaxi vzw
Auteurs, fotografen, illustratoren en tekenaars: Franky Bauwens, Kim Cannoot,
Jo Clauwaert, Johan Corveleijn, Thomas Coussens, Yari Van Daele, Filip De Bodt, Carlos De Gendt, Keandro De Groote, Sabrine Desaever, Anna Roza Holvoet, Peter HolvoetHanssen, Sarah Hutse, Marieke Janssen, Tibau Van Laar, Antoine Légat, Paul Lingier, Marc Loy, Chris Meyers, Kelle Moreau, Stefaan Pennynck, Olympe Peslerbe, Patrick Van Craeynest, Simon Van Parijs, Flor Vandekerckhove, Marnix Verleene, Lucas Veryser en Jennifer Vrielinck.
Inspirator: Flor Vandekerckhove Eindredactie en Ver. Uitg.: Filip De Bodt, Groenlaan 39 9550 Herzele. 0496/71 84 72 of filip@climaxi.be Vormgeving: Erik, Bijdruk vzw, Berchem Drukkerij: Polyprint, Herzele Uw vrijwillige bijdrage is méér dan welkom op rekeningnummer BE40 0016 3236 1163
Filip De Bodt
HVB december 2025 • 3
Afbeelding: Sabrine Desaever
De opmaak van Het Visserijblad sluit ik altijd af met een week aan zee. Wat mensen zien, hun meningen opslaan, met mekaar vergelijken en de stukken van de vrijwillige auteurs inzamelen en groeperen. Elk jaar is het een fijne opdracht.
INHOUD
Climaxi en HVB gestraft!
02
Edito
04
Climaxi en HVB gestraft
06
Flyshoot
10
Laatste binnenduinen bedreigd
14
Beterschap voor de Paling?
16
Moet er nog zand zijn?
18
Jong aan het roer
20
Zee-egels
⊲ Bij de toekenning van de vijfjaarlijkse subsidies werd vzw Climaxi gestraft: de Vlaamse Regering kende het minimum toe: 150.000 € per jaar. De voorbije jaren was dat 180.000 €. De drogreden (of de stok om de hond te slaan) is steun aan Code Rood. De echte reden: sommige N-VA-ers zoeken ons omdat wij in de weg lopen in PFAS- en wegendossiers en andere stemmen aan het woord laten. Samen met Climaxi werden ook vzw Vrede, Vredesactie en De Wereld Morgen op het minimum gezet.
21
Met de Makaira naar Spanje
25
Onze favoriete wandeling
Zijn subsidies nodig?
30
O.202 Pelagus
32
Mar y Libertad
34
Apocalyps in Oostende
36
Havens
38
Zeevogels
40
Eindejaar
41
Millefeuille van groene kool
Vlaanderen subsidieert tal van sectoren: de industrie met tewerkstellingsgeld en compensatie voor milieumaatregelen, individuen als ze hun huis isoleren of verbouwen en vzw’s die festivals of activiteiten organiseren, mensen helpen of zorgen voor kritisch debat. Meestal gaan die centen naar personeel. Neem nu het geval van Climaxi: je kan wel tientallen vrijwilligers hebben die over het ganse land hun lokaal milieu of hun gezondheid verdedigen, zonder personeel, red je het niet. Een HVB heeft nooit bestaan zonder dat er iemand ook professioneel voor werkte. Daar is onze wereld te ingewikkeld voor geworden, een probleem waar Vlaamse Regeringen de laatste decennia flink aan bijgedragen hebben: denk maar aan alle regels in de visserij.
42
Docus, de octopus
45
Die nacht aan d’oede viertorre
Te veel procederen
46
In de haven van Larvik
47
De moedige populier
47
Haar paard en meteor
48
De kerstboomverbranding
50
Antoine Légat
(uitneembare katern met plan)
4 • HVB december 2025
Op zoek naar een stok dus. Vlaams minister Annick De Ridder (N-VA) trok de match op gang naar aanleiding van een discussie over de procedure die Climaxi samen met anderen aanspande tegen het vervoeren van PFAS-gronden uit de Oosterweelwerf naar de rest van Vlaanderen. De aantijgingen namen toe en kregen een frame op zich geplakt: ‘misbruik van subsidies’. Eigenaardig, want elk jaar wordt de boekhouding gecontroleerd door een bedrijfsrevisor én de administratie. Dus kwam de Inspectie van Financiën begin 2025 even in de boekhouding kijken en concludeerde: “De Inspectie van Financiën merkt hierbij op dat zij bij haar onderzoek geen elementen of aanwijzingen heeft gezien die erop zouden (kunnen) wijzen dat de subsidies die aan de betrokken VZW toegekend
worden, op enige wijze niet correct aangewend worden.” Eind goed, al goed, dachten wij. Dit voorjaar voelde ook de ex-kabinetschef van Zuhal Demir (Andy Pieters) zich geroepen om wat tussen te komen in het Vlaams Parlement met de vraag of Minister Gennez criteria kon vinden om Climaxi zijn subsidies te ontzeggen “omdat wij te veel procederen”. Gennez antwoordde dat er geen criteria waren om Climaxi uit te sluiten, vermits de loonkosten op zich al hoger zijn dan de subsidies. Wij bevestigden dat ook: als Climaxi een zaak aanspant voor Raad van State of Raad voor Vergunningsbetwistingen, dan zijn het giftencampagnes die voor de financiering zorgen.
Vlaamse Regering De stok was weg, dus op zoek naar een nieuwe stok. Dus speelt zich alweer hetzelfde scenario af: Het Vlaams Belang en het Durf van Maurits Vande Reyde beginnen een campagne in het parlement waarbij vzw Climaxi, HOTM en vzw Labo beschuldigd worden van ‘steun aan terroristische activiteiten’. Die terroristische of gewelddadige activiteit, dat zijn dan de acties van Code Rood. Dat is een beweging die al jaren bezettingen, blokkades en radicalere acties organiseert rond klimaat. Climaxi
participeerde niet aan de acties maar maakte die tot eind ‘23 wel bekend op zijn website. In mei 2025, na de acties met beschadigingen aan de zetel van Cargill in Gent, zegde Climaxi via een mail zijn lidmaatschap van de coalitie op. Ervoor was daar geen enkele reden voor. De actie bij Cargill stond evenwel haaks op de doelstellingen en strategie van Climaxi. De nieuwe stok was evenwel gevonden en de hond werd geslagen. Vier bewegingen krijgen het minimum, omdat ze ‘in het verleden Code Rood gesteund hebben’ en twee krijgen niets meer.
En nu? Climaxi maakt een besparingsplan om te kunnen overleven en zoekt nieuwe bronnen van inkomsten. In elk geval proberen we zo goed als mogelijk dit blad verder uit te geven. Maar, de toekomst is niet zeker. Wij zouden niet graag hebben dat dit het laatste nummer wordt en jij kan daarin helpen door je actief in te zetten, lid te worden of ons financieel te ondersteunen. Dat kan op reknr. BE40 0016 3236 1163 Filip De Bodt HVB december 2025 • 5
Flyshoot: Gentleman’s Agreement werkt niet
⊲ Flyshoot, ook wel ‘demersale zegen’ genoemd, is een vistechniek waarbij gebruik wordt gemaakt van twee lange touwen die aan het schip zijn bevestigd en een net. Het schip werpt deze touwen uit in een grote cirkel rond een bepaald gebied en haalt ze vervolgens geleidelijk weer binnen. Door zich samen te trekken, creëren de touwen een druk- en trillingsgolf die de vissen afschrikt en naar het net drijft. Dankzij dit mechanisme kan in één keer bijna 3 km² worden bestreken. In één dag zouden 2 flyshoots een oppervlakte ter grootte van Brussel kunnen afspeuren. De techniek wordt door vissers en wetenschappers bekritiseerd als een methode met veel te grote impact. Er wordt veel gevangen, maar voor de kleintjes schiet er nauwelijks vis over. 6 • HVB december 2025
Omdat deze techniek minder brandstof verbruikt, heeft ze snel ingang gevonden en wordt ze ook door sommige milieubewegingen als positief ervaren. Maar de industrialisering ervan heeft een aanzienlijke druk op het visserijbestand veroorzaakt. Het energieverbruik en het volume van de vangsten maken de impact verre van ecologisch. Schepen die met dit systeem zijn uitgerust, vissen sneller en intensiever en proberen hun investering zo rendabel mogelijk te maken, waardoor de uitputting van de visbestanden wordt versneld. Vroeger voeren de schepen ongeveer 200 dagen per jaar uit. Tegenwoordig kunnen ze, dankzij de afwisseling van bemanningen, bijna 300 dagen op zee zijn. Dit betekent dat er geen pauze meer is.
Daar komt nog een quotaprobleem bij, omdat flyshoots alleen bedoeld zijn voor bepaalde soorten zonder quota, zoals zeebaars. Sinds 1975 of de start van het Europees Visserijbeleid is de regelgeving gebaseerd op ‘relatieve stabiliteit’: elk land kreeg quota (de hoeveelheid vis die je mag vangen van bepaalde soorten) op basis van hoe het in het verleden had gevist. Daarom werden soorten die destijds economisch belangrijk waren, zoals tong en schol, aan hoeveelheden onderworpen. Zeebaars bijvoorbeeld was destijds economisch niet interessant en kreeg dus geen quotum. Door de klimaatverandering is deze soort zeer gewild en duur geworden, maar er bestaan nog steeds geen quota of monitoring. Politici blijven liever van die quota af, hebben geen interesse of willen ze volop de vrije markt laten spelen? In elk geval zijn de gevolgen voor het visbestand en de vissers desastreus. Volgens cijfers van de Vlaamse Overheid daalde de aanvoer van vis op zich van 53.848 ton in 1950 tot 16.683 ton in 2021. Het verlies van aanvoer wordt voor de sector grotendeels gecompenseerd door de prijzen. Volgens de VN- Wereldvoedselorganisatie FAO daalde de wereldwijde aanvoer van zeebaars van 12.000 ton in 2005 naar 6.000 ton in 2022. Doordat de vis niet onder de quotaregeling valt, zijn er bovendien weinig cijfers bekend in Vlaanderen en Europa. De Vlaamse Visveiling zag in elk geval zijn totale aanvoer en omzet in 2024 opnieuw zakken, al kan dat ook te maken hebben met het feit dat veel vissersboten ergens in het buitenland de dichtstbijzijnde veiling opzoeken. Een gepensioneerd visser: “De veiling heeft hier ook nooit voor de visser gewerkt maar staat aan de kant van de grote verkopers. Supermarkten spreken op voorhand af welke prijs ze willen. Buitenlandse veilingen brengen dikwijls meer op.” Paradoxaal genoeg vertoont de aanvoer van zeebaars een stijging in 2023 tegenover de voorgaande jaren. Volgens een artisanale visser heeft dat te maken met het verschil in middelen: “De flyshoot is superefficiënt en schraapt alles weg. Er zijn video’s beschikbaar met tot de mond gevuld netten, die men moet opensnijden omdat men ze niet kan inhalen zonder dat ze scheuren. De gulzigheid van de groten straalt evenwel op ons af. Wij vangen nog nauwelijks iets.” In 2024 duikt de zeebaars dan weer met 22% naar beneden tot 26,76 ton. Een trend die zich volgens vissers dit jaar doorzet.
Een collega getuigt: ‘Hier is qua zeebaars voor ons niks meer te vangen. De baars is te overbevist, er is de klimaatwijziging en er zijn meer zeehonden. Velen denken er, net zoals ik, aan om hun boot te verkopen. In andere landen zetten ze bijvoorbeeld de zones voor windmolens open. Of mag je aan de zijkant ervan vissen. Hier mogen we er niet langs of in, ook niet als je gewoon met de hengel vist. Het lijkt wel of de kleintjes in België moeten weggejaagd worden. Daarom krijg je op den duur controle van zes instanties, en dan nog op zee. Op die manier legt men je activiteiten dan nog stil ook. Laat men ons dan controleren in de havens bijvoorbeeld.”
Nieuwpoort Het loont de moeite om even dieper in te zoomen op de situatie in Nieuwpoort, die met haar eigen stedelijke vismijn zowat de specialist is van de kwalitatieve kleinere aanvoer. Daar werd in 2021 (de bloeiperiode van de nieuwaangekomen vis) nog 39 ton zeebaars aangeleverd, maar in 2024 nauwelijks 22 ton. Het aantal lijnvissers daalde er van 22 in 2020 tot twaalf in 24. Schepen van Visserij en Burgemeester Kris Vandecasteele (CD&V) ziet een verband tussen beide: “Het ziet er naar uit dat de vloot zich aanpast aan de hand van de beschikbare hoeveelheid zeebaars. Dit wil zeggen dat de vaartuigen met kleinere vangsten langzaam verdwijnen en dat alleen de grotere overblijven.” Wij zien dat verband ook en denken erbij: de flyshooters zijn er mee weg!
Beleidsmakers die liever een oogje dichtknijpen Europa is in tegenspraak met zichzelf. De Europese Commissie streeft naar gezonde visbestanden, maar blijft een oogje dichtknijpen en gebruikmaken van oude modellen voor gegevensanalyse. Die zijn gebaseerd op aanvoergegevens en metingen. Er zijn evenwel, door besparingen op overheidsdiensten, minder en minder metingen ter plaatse. Hans Polet, directeur van ILVO: “Wij hebben drie problemen. We hebben te weinig metingen op zee, die metingen zijn niet altijd accuraat en voor ze internationaal verwerkt zijn duurt het ook nog eens een paar jaar. Wij lopen op deze manier achter de feiten aan. En dat op een moment dat de klimaatopwarming zorgt voor zeer snelle veranderingen
HVB december 2025 • 7
Frankrijk
en we dus eigenlijk snelle real-time gegevens nodig hebben.” Polet stelt al jaren voor om de regelgeving sterk te vereenvoudigen en op die manier een betere samenwerking te krijgen met de vissers en reders. De flyshoots, die zonder selectie vissen, gooien naar eigen zeggen 45 tot 50% van de gevangen vis terug in het water omdat ze niet over de quota beschikken om ze aan te landen, ze te klein zijn of commercieel niets opleveren. Nederlandse boten worden in Frankrijk dan ook geviseerd en regelmatig beboet voor het vangen van te kleine ondermaatse vis. De Nederlandse zender KRO voegt eraan toe: “Bijna 900 keer zijn Nederlandse schepen tussen 2012 en 2016 mogelijk betrokken geweest bij zogeheten ‘transshipment’: vis wordt van een klein vissersbootje naar een groot vrachtschip getakeld. Omdat dit vaak in internationale wateren gebeurt, is er zelden toezicht op de herkomst van deze vis.”
8 • HVB december 2025
Ook Frankrijk heeft een gebrek aan politieke wil getoond, ondanks het jarenlanger verzet tegen de flyshoot. In 2022 heeft BLOOM bij het Europees Parlement een voorstel ingediend om de demersale zegenvisserij binnen 12 zeemijl te verbieden. Het argument was eenvoudig: deze techniek bestond nog niet toen de historische rechten werden vastgesteld, dus niemand kan het recht opeisen om deze in kustgebieden te gebruiken. Het amendement werd aangenomen door het Europees Parlement. Om te worden toegepast, was vervolgens een besluit van de Europese Raad nodig. Tsjechië had toen het voorzitterschap van de Raad en had Franse adviseurs ingeschakeld, wat de goedkeuring van het verbod had kunnen vergemakkelijken. Toch was het Frankrijk dat de maatregel blokkeerde. De macronistische Staatssecretaris voor Maritieme Zaken Hervé Berville vroeg om intrekking van het amendement, in overeenstemming met het standpunt van het Nationaal Comité voor de Visserij, dat de industriële visserij verdedigt. Het aangevoerde argument was het risico van ‘discriminatie’ van de Franse vloot, omdat die dan als enigen niet zouden flyshooten. Ondertussen kopen Nederlanders ook in Frankrijk boten op, zodat men onder Franse vlag deze techniek zou kunnen gebruiken.
Gentleman’s Agreement Onder druk van de flyshoot werd op 18 november 2024 een overeenkomst gesloten tussen Frankrijk, België en Nederland: het ‘Gentlemen's agreement’. Een document dat de praktijk moest reguleren. Het doet echter slechts geloven dat er sprake is van regulering, maar dat is niet het geval. De overeenkomst is niet bindend, is niet door iedereen ondertekend en heeft alleen betrekking op zone VIId (Normandië – Hautsde-France). De overeenkomst voorziet in zones tot 12 mijl waarin men in onderling akkoord niet gaat flyshooten, maar sommige ondertekenaars houden zich hier niet aan en blijven deze zones leegvissen. In België heeft de Rederscentrale de overeenkomst wel ondertekend, maar is men vergeten een regeling voor onze kust af te dwingen. Nu goed, dat de
Rederscentrale dikwijls vooral de grote jongens verdedigt en onder stevige Nederlandse druk staat, is al lang geweten. Er bestaat dus geen gelijkwaardige regelgeving en er blijven verschillende demersale zegenvissers vissen binnen de 12 mijl. Minister Crevits (CD&V) wenste daar in eerste instantie niets aan te veranderen. “Flyshoot wordt algemeen erkend als een energiezuinige visserijtechniek en één van de meest duurzame manieren om te vissen”, zei Crevits in 2024 in het Vlaams Parlement, na vragen van Jeremie Vaneeckhout (Groen) en Ludwig Vandenhove (Vooruit). Ze ging verder: “Hierbij worden de vissen met kabels die over de bodem slepen (nvdr: dit is het geval bij de boomkor, maar eigenlijk niet bij de flyshoot) en stofwolken opwerpen in het net gedreven. Maar als de netten vergroot worden, dit alles aan een krachtiger vaartuig hangt en als men ook nog eens ’s nachts vist, wordt het een heel ander verhaal op het vlak van duurzaamheid.” Het verbod dat Climaxi in voege wil zien, kwam er vooralsnog niet. Crevits koos ervoor om de sector zichzelf te laten reguleren. “Op ons voorstel hebben vervolgens de Franse, de Nederlandse en onze eigen producentenorganisaties overlegd om te kijken of er een sectorinitiatief genomen kan worden voor de beperking van die flyshoot”, zei ze. Vandaag weten we dat dit Agreement voor onze kust geen (vis)zak verandert, want we vallen erbuiten en dat er elders nogal wat overtredingen zijn. Waar staan we dan met onze zelfregulering?
interview zagen we aan tiental mensen uit de sector, maar sommigen durven niet meer te praten. Volgens ex-reder Willy Versluys verlaten veel kapiteins de visserij: “Zij dragen de verantwoordelijkheid voor overtredingen van een schip, stoppen rond de leeftijd van 45-50 jaar met vissen. Ze willen niet weg omdat ze de zee niet meer leuk zouden vinden, maar omdat de mentale belasting te groot is geworden. De regelgeving wordt steeds strenger, het risico op boetes neemt toe en bij problemen met quota of vergunningen is het de kapitein die alles op zich neemt. In de zeldzame gevallen waarin een vissersfamilie hecht is en de druk deelt, kan dat vol te houden zijn. Anders is het de kapitein die het moet ontgelden.” Er komen steeds meer wetten bij en velen kunnen het niet meer bijhouden. Tegenwoordig bevoordeelt de complexiteit van de wetgeving grote bedrijven ten opzichte van zogenaamde familiebedrijven. Jongeren die hun familie in moeilijkheden zien, willen zich niet meer inzetten voor wat vandaag de dag een oneerlijke en onrechtvaardige strijd is. Er stelt zich dus een probleem qua opvolging. De ongelijkheid tussen groot en klein zorgt voor conflicten en gebrek aan toekomstperspectief. Olympe Peslerbe en Filip De Bodt
Het verbieden van demersale zegenvisserij binnen de Belgische 12 mijl door middel van strenge wetgeving zou een duidelijke, eenvoudige en direct toepasbare maatregel zijn. Dit zou de visserijdruk in een al zwaar belaste zone verminderen en een verandering in het beheer van de hulpbronnen op gang brengen.
Stemmen die niet meer worden gehoord Vissers verliezen ondertussen hun vertrouwen in de toekomst. Voor dit
HVB december 2025 • 9
Oostende: Laatste binnenduinen bedreigd door nieuwe torens ⊲ In 1976 werd het ruime duingebied van de Oostendse Oosteroever als cultureel historisch landschap Fort Napoleon beschermd. Dit nog steeds van kracht zijnde Koninklijk Besluit legt tal van verplichtingen op aan de eigenaars. Dit betekent onder andere dat in het open groene gebied niet kan gebouwd worden, er geen bomen mogen gekapt worden en er geen ophogingen kunnen gebeuren. Enkel ‘behoudens toelating verleend’ door het Agentschap Onroerend Erfgoed kan hiervan afgeweken worden.
In 2018 werd het nooit bebouwde deel binnenduinen ten zuiden en zuidoosten van het Vuurtorendok door AGSO (Autonoom Gemeentebedrijf Stadsvernieuwing Oostende) verkocht aan NV Versluys Real Estate. Het gaat hier om ongeveer 34.000 m2 verkocht aan 19.5 miljoen euro (568 Euro per m2). In deze verkoopakte lezen wij tot onze grote verbazing dat AGSO aangeeft (als verkoper) dat de betrokken duinzone niet beschermd zou zijn. De notaris heeft echter zijn werk correct uitgevoerd, de bescherming wel degelijk vermeld en opgenomen in de akte, met de juridische implicatie hiervan. Maar ondanks de vermelding van de bescherming in de akte, werd in 2019 vastgesteld dat de nieuwe eigenaar tal van werken in het binnenduingebied uitvoerde, waarvoor een toestemming vereist was van Onroerend Erfgoed en een omgevingsvergunning. Zo werd een storende hoge afsluiting geplaatst, alle bomen werden gerooid, alle vegetatie – inclusief restant duindoornstruweel – werd vernield, gebied werd genivelleerd en werd gebruikt voor verwerking van grond en bouwafval afkomstig van de bouwwerken op de kop van de Hendrik Baelskaai, er werden vlaggen en grote publiciteitspanelen geplaatst. Toen in 2022 Verhelst Aannemingen de toplaag van het volledige duingebied afgroef en vervolgens aanvulde met steenpuin en aanwalste, was voor ons de maat vol. We lieten door de stad nagaan of alles wel vergund was. Wat bleek: alle uitgevoerde werken in het duinterrein bleken zonder enige omgevingsvergunning uitgevoerd te zijn, alsook zonder enige toestemming van Onroerend Erfgoed. Een van de grootste bouwpromotoren bleek niet op de hoogte te zijn dat voor alle uitgevoerde werken een omgevingsvergunning nodig was. Als klap op de vuurpijl heeft niemand ooit de zeer ingrijpende en opvallende werken zonder vergunning opgemerkt, op een van de grootste bouwwerven van de kust! Als toemaatje werden na het ambtshalve stilleggen van de werken door de Dienst Omgevingstoezicht van de stad, deze zonder verwijl verdergezet. Van enige arrogantie en onaantastbare waan gesproken, de immocratie ten top.
10 • HVB december 2025
Door de Dienst Omgeving werd een herstelvordering in de oorspronkelijke staat gevorderd, maar niemand kan ons voorlopig tot hiertoe enige verdere duiding geven daarover.
RUP Meestal wordt voorafgaand aan de opstart van een ingrijpend nieuw groot bouwproject een Ruimtelijk Uitvoeringsplan (RUP) opgemaakt, die de spelregels zeer gedetailleerd vastlegt hoe een gebied gebruikt mag worden. In 2021 werd aldus een nieuw RUP Oosteroever opgestart. Hierin werd van meet af aan het deels onbebouwd laten, zoals het beschermingsbesluit duidelijk wenst, door
HVB december 2025 • 11
groene Oosteroever wordt, in schril contrast met de stedelijke omgeving aan de overzijde van de vaargeul, steeds meer ontdekt door honderden mensen. Het opofferen van dit gebied zou zonder meer het failliet betekenen van de landschapszorg in Vlaanderen. Paul Lingier
AGSO onmiddellijk afgevoerd. Ook hier werd eerst expliciet gesteld dat het gebied niet beschermd is, om het dan verder zonder meer toch te vermelden, zonder enige uitleg wat het in feite inhoudt! Meer nog: de samenvatting van de ingekomen schriftelijke en mondelinge bezwaren tijdens de periode van publieke raadpleging, werden nooit – zoals beloofd – op de stedelijke website geplaatst. Gelukkig is dit RUP voorlopig niet verder ontwikkeld. Bij gebrek aan een RUP is de projectontwikkelaar gestart met het aanvragen van verschillende bouwprojecten. De salami-methode wordt hier toegepast. Onroerend Erfgoed speelt bij de afweging hiervan een grote rol. Zij geven in hun adviezen te kennen dat binnen een straal van 300m rond het Fort Napoleon niet kan gebouwd worden, omwille van het beschermingsbesluit en het vrijhouden van de belangrijke zichtassen naar het Fort en de verder aanwezige beschermde monumenten Vuurtoren, Halve Maan- en Hundius Batterij. Dit belangrijke advies is de kern van wat nog rest van het beschermingsbesluit, het vrij en onbebouwd open karakter van het binnenduingebied Oosteroever. Maar ook hier is een bouwhoogte van 18 verdiepingen (project Mistral) helemaal geen afbouw van de bouwhoogte richting Fort Napoleon, als je beseft dat de Trinity 12 • HVB december 2025
(hoek Vuurtorendok) slechts 16 verdiepingen hoog is en in de Victorialaan de bouwhoogte slechts maximum 9 verdiepingen is! Daarenboven hebben AGSO en Groep Versluys samen een totaalvisie opgesteld voor de ruime omgeving, dit zoals gewenst door Onroerend Erfgoed. Van een complete verweving gesproken tussen AGSO en de immocratie. Van stedelijk gelieerde afwegingsen beleidsverantwoordelijkheid naar totale vervlechting en facilitator van de immocratie. Hoe kunnen die mensen nu nog een onafhankelijk oordeel vellen als ze rechter en partij zijn? Of hoe kunnen deze mensen nog ingaan tegen de wensen van de bouwpromotor als ze zijn visie volledig volgen en hierover blijkbaar geen verdere uitleg dienen te verstrekken? Het steeds meer geknelde maar beschermde duingebied van de Oostendse Oosteroever, kan zonder behoud van de aanpalende open ruimte niet overleven. Vandaar dat wij ongenuanceerd pleiten voor het herstel van het volledige duingebied zoals het er minstens in 1976 aan toe was. Dit is het minimum, zoals gewenst in het beschermingsbesluit. Het binnenduingebied is nog steeds te waardevol om het op te offeren aan een bouwwoede die nergens een oplossing biedt. De
Teken daarom nu de petitie: https://www. openpetition.eu/be/petition/online/red-omgevingfort-napoleon
Oostende en Weyts willen bescherming opheffen Het ziet er naar uit dat de stad Oostende en de Vlaamse Regering ondertussen een compromis bereikten. Tijdens de gemeenteraadszittingen in Oostende werd schepen Ooms (Vooruit) een paar keer aan de tand gevoeld rond de plannen van de Stad. Ooms vertelde voortdurend dat er zal gebouwd worden op de Oosteroever, maar daarom niet zoals de bouwpromotoren het willen. Voor velen was dit een raadsel. Burgemeester John Crombez liet in het vorige nummer van HVB immers optekenen dat “men daar in elk geval minder hoog moet gaan en voorzien in bescheiden woningen. Het is belangrijk om het beeld van die wijk te behouden.” In oktober van dit jaar vroeg Groen-parlementslid Bram Jacques aan Minister Weyts (N-VA) wat zijn standpunt nu was rond de geplande uitbreiding van de site. Weyts antwoordde: “Op 3 juli 2025 ontving het Agentschap een brief van de Stad Oostende met de vraag tot heroriëntering van de contour van het beschermd landschap. Op basis van de bevindingen heb ik mijn administratie de opdracht gegeven om een dossier voor de gedeeltelijke opheffing
(van de bescherming, nvdr) voor te bereiden en ter beoordeling voor te leggen.” Weyts liet de vraag tot opheffing al publiceren in het Staatsblad, ondanks een uiteindelijk negatief advies van de Vlaamse Commissie Onroerend Erfgoed.
HVB december 2025 • 13
Beterschap voor de Paling? ⊲ Maatregelen over de strand- & kustvisserij zijn niets nieuw, ze zijn van alle tijden. Hertog Filips de Stoute verbood al op 27 september 1393 het gebruik van warrelnetten op het strand en verplichte ook dat “ebbezetters” (=stelnetten) dezelfde maaswijdte moesten gebruiken als deze waarmee men op haring vist. De huidige regelgeving voor de recreatieve kusten zeevisser is allesbehalve simpel. Het is een kluwen van jewelste tussen verschillende lokale en internationale regels. Gelukkig zijn veel van deze regels gebundeld in de brochure “Recreatieve visserij | Landbouw en Zeevisserij van 20 juni 2025 van het Agentschap Landbouw & Zeevisserij.” Maar dan nog: naargelang je locatie, zoals op het Oosterstaketsel te Oostende, moet je ook rekening houden met de regelgeving van het Agentschap voor Natuur en Bos (visverlof) en de website van het Agentschap Landbouw & Zeevisserij voor actuele wijzigingen. Je weg vinden in al die regels is niet makkelijk en al zeker niet voor wie uit het binnenland komt. Vanaf volgend jaar, 10 januari 2026 om precies te zijn, komt er nieuwe reglementering bij: de ‘Verordening (EU) 2023/2842, artikel 55 ‘Recreatievisserij’ van de controleverordening (EG) nr. 1224/2009’. Hoe deze verordening zal toegepast worden in Vlaanderen is op dit moment nog onduidelijk. Wat verandert er voor vissers langs de kust en op zee? Wat staat er dan in deze nieuwe wetgeving? Vanaf 2026 wordt met de nieuwe EU-verordening ‘vrijwillige vangstrapportage’ een verplichting. Letterlijk staat het zo omschreven: “alle natuurlijke personen die betrokken zijn bij de recreatieve visserij worden geregistreerd en zij moeten hun vangsten registreren en rapporteren via een elektronisch systeem”. Zal men hiervoor een app ontwikkelen of hoe zal dit aangepakt worden? Volgt Vlaanderen/België de Europese applicatie of gaat men de bestaande en meer gedetailleerde applicatie volgen? Er is momenteel nog veel onduidelijkheid. Nog veel onzekerheid rond aangeven van de vangsten. 14 • HVB december 2025
op de commerciële vloot (= professionele vissers). Kortom: de vangst van paling in mariene wateren is algemeen verboden, ongeacht of het een commerciële of recreatieve visactiviteit betreft. Maar... in het Vlaams visverlof 2026 mag je in Vlaams zeewater, bijvoorbeeld tussen de strekdammen te Oostende, drie palingen van minimum 30 cm meenemen. Met andere woorden, een paling mag niet gevangen worden aan het staketsel te Nieuwpoort maar wel tussen de strekdammen van Oostende.
Hoe de registratie en rapportering van vangsten uit de recreatieve visserij dient gevolgd te worden, is eveneens beschreven in een periode ‘voor 2030’ en ‘vanaf 2030’. Tot 31 december 2029 zal gelden: Rapportering per dag voor soorten, bestanden of groepen bestanden waarvoor instandhoudingsmaatregelen van de Unie gelden, die specifiek op de recreatieve visserij van toepassing zijn (zoals quota, vangstbeperkingen en meeneemlimieten). Concreet zijn dit volgende soorten: zalm en paling/ aal (ook in zoet water), zeebaars, kabeljauw, witte koolvis en kraakbeenvissen zoals rog, haai uit de ICES-gebieden 3a, 4 en 7d van de Noordzee (ICES: International Council for the Exploration of the Seas). Elke persoon die recreatief vist op zee, vanop het strand, staketsel zal vanaf volgend jaar ook ergens geregistreerd moeten worden. Zal dit gebeuren via een vergunning of zogenaamd ‘visverlof’? En wanneer zal de visser zich dan inloggen/registreren? Na de vangst? Voordien? Ook hier is nog veel onduidelijkheid.
Tijd om de paling ook in het Vlaams visverlof te beschermen?
Het spreekt voor zich dat niet iedereen en zeker de oudere generatie recreatieve zeevissers niet over IT-middelen (smartphone, computer, internet) beschikken om hun vangsten online te rapporteren. Maar: geen paniek voor het moment. We verwachten hier ook geen snelle toepassing door het tekort aan personeel voor opvolging van de handhaving. Welke impact heeft de nieuwe regelgeving op de bedreigde paling? Hierboven heb ik het huidige kluwen in de regelgeving aangehaald. De paling, een zeer sterk bedreigde diersoort, is het zoveelste voorbeeld van een slachtoffer van slecht beleid. Het palingbestand is met +- 90% afgenomen op pakweg 50 jaar. De paling is gekend voor zijn uitzonderlijke migratie, het is een katadrome vis. Dit betekent dat de vis het grootste deel van zijn leven in zoet water (rivieren, meren) doorbrengt, maar naar zout water (de zee) migreert om zich voort te planten. Slechts 10% van de glasalen komt na een reis van meerdere jaren uit de Sargassozee nog toe aan onze sluizen.
Eenmaal de paling geslachtsrijp is, volgt een trek terug naar zee. In de brakwaterzone (o.a. tussen de strekdammen te Oostende) gebeurt de transformatie van de Gele Paling / Aal (zoetwater) naar Zilver Paling / Aal (zeewater). In deze zone ondergaan ze sterke morfologische en fysiologische veranderingen als voorbereiding op hun terugkeer naar de paaigronden in de Sargassozee. Tussen de strekdammen kunnen ze dus gevangen worden op een zeer kwetsbaar moment in hun levenscyclus. Het Ministerieel Besluit 20 december 2024 (Art.5) stelt dat er tussen 1/1/25-31/12/25 een algemeen verbod geldt op het vissen op paling in alle ICESgebieden. Dit artikel is eveneens van toepassing
Op het moment dat de EU inziet dat elke gevangen paling telt om de voortplanting te verzekeren, gebeurt er momenteel in Vlaanderen niets. Niet enkel de EU neemt maatregelen om de paling te beschermen, in elk van onze buurlanden of regio is het verboden om op paling te vissen. Waarop wacht de Vlaamse overheid? Het is eigenaardig dat Vlaanderen wel EU-vangstbeperkingen (Verordening (EU) 2024/257: Artikel 10§5) volgt voor de zeebaars, maar niet voor de paling! Zou het niet beter zijn om het beheer van kwetsbare soorten zoals de paling beter af te stemmen in de Vlaamse en federale wateren? Fauna en flora kennen geen kunstmatige juridische grenzen. Een eerste stap zou kunnen zijn: een verbod op het vissen van paling in de kanalen en rivieren van het Vlaams Visverlof 2026. Franky Bauwens
HVB december 2025 • 15
Moet er nog zand zijn? havens, 15% werd gebruikt voor het strand en 30% werd gelost in het buitenland (Nederland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk): ruwweg kunnen we dus stellen dat de bouwsector ongeveer 3 miljoen kubieke meter zand per jaar gebruikt. Na het voltooien van de kustverdediging blijft er dus 14 miljoen m3 over… Dus wordt het op die manier zeer nipt om in de toekomst voldoende zand te hebben. De laatste jaren werd er 3 à 4 miljoen m³ Belgisch zeezand per jaar ontgonnen waarvan bijna 75% werd aangewend in de bouwsector, zegt de dienst Belgisch Continentaal Plat. ⊲ In het vorig HVB-nummer schreef Knor De Poon over de kustverdediging. Vlaanderen wil zich beschermen tegen overstromingen en een stijgende zeespiegel van ongeveer drie meter. Dat doen we door dijken op te hogen, plaats te maken voor zee, duinen te laten ontstaan (vb. Raversijde) en het strand op te schuiven richting zee.
Dat strand richting zee duwen zorgt voor bijkomende recreatiezones die het verlies aan zicht op zee (door de verhoging van dijken en duinen) voor zowel toeristen als de lokale gemeenschappen die van toerisme leven, moet compenseren. Niemand kan daar iets tegen hebben. Wij vroegen ons evenwel af vanwaar al dat zand moet blijven komen en of het geen gekke beweging is om zand naar de kust te halen, dat dan door de golfslag en stormen opnieuw meegesleurd wordt naar zee. Volgens Kustvisie hangt de hoeveelheid zand die we nodig hebben uiteraard af van de zeespiegelstijging: “Om het gekozen alternatief Zeewaarts te realiseren, is 80 miljoen kubieke meter (m3) zand nodig om de hele kustlijn te beschermen tegen een zeespiegelstijging tot 1 meter. Voor 3 meter zeespiegel is 156 miljoen m3 zand nodig. Het onderzoek heeft uitgewezen dat er op dit moment al 170 miljoen m3 zand met de juiste korrelgrootte beschikbaar is voor kustbescherming in de vergunde gebieden in het 16 • HVB december 2025
Belgisch deel van de Noordzee. Om een beeld te geven, dat is de hoeveelheid van 2,5 miljoen grote zeecontainers vol met zand. Eventueel is er zelfs nog zo’n 18 miljoen m3 beschikbaar met een grovere korrel als aanvulling. Let wel, behalve het zand voor verhoging en verbreding van duinen en stranden, is er ook zand nodig voor het onderhoud ervan. Gespreid over 100 jaar is daarvoor ook nog eens 80 miljoen m3 nodig.” Daarnaast wordt er evenwel meer en meer zand gebruikt in de bouwsector. Vroeger werd dat zand eerder ontgonnen in groeven op het land. Dat werden nadien afvalputten met de nodige schandalen er rond verweven. Op het land is er minder en minder zand te vinden…dus gaat men het halen op zee. Volgens de FOD - Economie werden bijvoorbeeld in 2019 16 schepen ingezet bij de ontginning van zand en grind op zee. Zij ontgonnen in totaal 3,5 miljoen m3 zand. 55% daarvan werd gelost in Belgische
is niet oneindig en zo groot is het Belgisch stuk zeebodem niet. Het is allicht ook niet de bedoeling om het volledig af te graven, ook al zijn er in het huidig Maritiem Plan maar vijf zones (o.m. rond de Thorntonbank) die in aanmerking komen. De medewerkers van de Dienst Continentaal Plat staan in voor het duurzaam beheer van de zandont ginning in het Belgische deel van de Noordzee. Zij leveren of verlengen de vergunningen die bedrijven nodig hebben om zand te mogen ontginnen. Zij zorgen daarnaast ook voor het dagelijks beheer van de exploitatieconcessies (verwerking en controle ontginningscijfers, facturatie, controle en opvolging van inbreuken op de wetgeving …). Wat de zandontginning betreft kan men op de website van het Instituut voor Natuurwetenschappen lezen dat het laatste MER (Milieueffectenrapport) voor de ganse sector gemaakt werd in 2016. Er zijn 16 firma’s actief op vlak van zandwinning. De laatste concessies werden door Minister Clarinval (MR) toegekend in oktober 2025. Geen enkele concessie lijkt geweigerd te zijn en nergens is sprake van compenserende milieumaatregelen. Er zijn nochtans voldoende wetenschappelijke studies die aangeven dat zandontginning schadelijk kan zijn voor het biologische leven en de bodemstructuur in de omgeving. Een aantal mensen stellen ook vast dat er een invloed kan zijn op de visbestanden.
Daar past evenwel een relativerende opmerking bij: het zand van de industrie en dat voor de kustverdediging kunnen natuurlijk van een gans andere aard zijn. Met een dikkere of dunnere korrel bijvoorbeeld. Na diverse rondvragen vinden we voorlopig geen overzicht van globale hoeveelheden die in de diverse sectoren kunnen gebruikt worden.
Zuinig zijn Men kan er dus in elk geval van uit gaan dat het beter is om redelijk en zuinig te zijn met wat ontgonnen wordt op onze zeebodem. Onze zandvoorraad
De prijs voor een concessie voor zandont ginning in België is een combinatie van een jaarlijkse vergoeding van minimaal € 18.592,02 en een vergoeding per ontgonnen kubieke meter, die varieert afhankelijk van de kwaliteit van het zand en grind. In 2024 bedroeg deze vergoeding € 0,71/m³ voor zand uit controlezones 1, 2, 4 en 5; € 0,46/m³ voor zand uit zone 3; en € 1,51/m³ voor grind. In de handel kost 1 m3 zand tussen 100 en 150 euro. Voor we kunnen spreken van duurzame zandontginning ligt er in België nog wel wat werk op de plank. In de eerste plaats betreffende de transparantie van het ganse ontginningsmodel en mogelijke gevolgen voor milieu en visbestanden. Filip De Bodt HVB december 2025 • 17
Jong aan het roer ⊲ Vier leerlingen van het Maritiem Instituut Mercator vertellen hoe het is om op zee te leven en te leren. De leerlingen uit het Duaal Zeevisserijonderwijs wisselen telkens zes weken op de schoolbanken af met zes weken op zee, en dat drie keer per schooljaar. Tijdens die periodes leven en werken ze mee aan boord van echte vissersschepen. Vier van hen vertellen over hun ervaringen. 18 • HVB december 2025
Keandro De Groote – Z-45 Jerki “De zee voelt als thuis” In het begin was alles nieuw en een beetje ongemakkelijk: de mensen, het ritme, de zee zelf. Maar vanaf de tweede keer dat ik meevoer, voelde ik rust. De stilte van het water en het zachte ruisen van de wind… dat doet echt iets met je. Als scheepsjongen doe ik bijna alles wat een gewone matroos ook doet: netten binnenhalen, de vis lossen, sorteren, wegen en klaarzetten voor opslag. We moeten ook dweilen en afwassen, maar dat hoort er ook bij. Ik koos voor de visserij omdat ik mezelf niets anders zie doen; mijn opa voer en mijn peter vaart ook. Het is zwaar werk, maar de sfeer aan boord is geweldig: er wordt hard gewerkt, maar ook veel gelachen.”
Tibau Van Laer – Z-483 Jasmine “Respect en teamwork zijn alles” Mijn taken zijn onder andere de afwas doen, de vis wegsteken in de visput en soms in de kuil kruipen om overgebleven vis uit de netten te halen. Ook sta ik aan de band om de vis in mandjes te gooien en te sorteren. Mijn pleegopa, Jacky Van Torre, heeft zijn hele leven op zee doorgebracht; hij inspireerde me om dit ook te doen. De sfeer aan boord is goed: we plagen elkaar vaak, maar blijven altijd respectvol. Het is een risicovol beroep, dus iedereen moet op elkaar kunnen rekenen.
Yari Van Daele – N-86 Rudy “Vrijheid en verantwoordelijkheid op zee”
Lucas Veryser – Z-526 Vaya Con Dios “Het teamgevoel maakt het bijzonder”
Ik koos voor duaal leren omdat voltijds school niet meer ging en ik liever met mijn handen werk. Aan boord help ik met de afwas, het wegsteken van vis en garnalen in het visruim, het herstellen van netten en soms de wacht doen. De bemanning bestaat uit mijn broer Nicky als matroos en Rudy als schipper. We vangen vooral garnalen via boomkorvisserij, maar als het seizoen voorbij is proberen we ook zeebaars, kabeljauw of tong te vangen. We vangen daarnaast schar, wijting, pladijs, bot, tarbot, griet en hondshaai. Op zee voel ik me vrijer dan aan land en de sfeer is aangenaam; er is altijd wel ruimte voor een lach, ook na een foutje.
Als scheepsjongen heb ik geleerd hoe hard werken het leven op zee is: dweilen, afwassen, het visruim schoonhouden en helpen bij het sorteren van de vangst. Het schip is compact, maar efficiënt, en de sfeer aan boord is zowel rustgevend als uitdagend. De werkdruk is hoog, maar de voldoening als de lading veilig aan land komt, is groot. Het leven aan boord draait om teamwork en discipline; je bent afhankelijk van elkaar. We vangen vanalles: tong, schol, hondshaai, zeekat, krab, schar, inktvis en kielrog. Het teamgevoel is bijzonder; je steunt elkaar door moeilijke momenten, en de band die je opbouwt met de bemanning is uniek.
Kim Cannoot, Keandro De Groote, Tibau Van Laar, Yari Van Daele en Lucas Veryser www.maritiemonderwijs.be HVB december 2025 • 19
⊲ Goed nieuws...
voor iedereen die de Noordzee een warm hart toedraagt! Het nationale onderzoeksschip Belgica vaart in het voorjaar van 2026 opnieuw uit. Na anderhalf jaar stilstand (zie vorig nummer HVB) is er eindelijk een akkoord bereikt tussen de Belgische Staat en de private uitbater Genavir. Daardoor kan het schip weldra weer aan de slag met haar cruciale opdrachten.
Zee-egels
⊲ De Belgica...
ondersteunt een brede waaier aan wetenschappelijke disciplines: van biologisch, chemisch en fysisch onderzoek tot geologie en hydrodynamica. Daarnaast blijft het schip onmisbaar voor het opvolgen van de gezondheid van onze Noordzee en het bewaken van een duurzame benutting ervan. Door de impact van menselijke activiteiten — zoals zandwinning, baggerwerken en de productie van hernieuwbare energie — nauwgezet te monitoren, kan worden bijgestuurd wanneer dat nodig is. Voor het visserijonderzoek is de reactivering eveneens een goede zaak. Ook in de opleiding van de volgende generatie mariene wetenschappers speelt de Belgica een sleutelrol. De rol als opleidingsschip wordt nu verder versterkt dankzij de samenwerking met de Belgische Marine, die het schip ook zal inzetten voor de training van matrozen en officieren. Voor het zover is, krijgt de Belgica eerst nog een grondige onderhoudsbeurt in een droogdok tijdens de winter van 2025– 2026. Intussen maakt de wetenschappelijke gemeenschap haar wensen voor het gebruik van het schip in 2026 bekend aan het KBIN, dat zoals steeds het vaarprogramma coördineert.
⊲ De Nieuwpoortse Veiling...
krijgt een nieuwe zeef. Zo een garnalenzeef is nogal belangrijk: wie er geen heeft kan geen garnalen ontvangen. In België mag dat dus eigenlijk enkel in Nieuwpoort en Oostende. Garnalen worden er gezeefd naar grootte voor ze in de handel belanden.
⊲ Maritiem Plan
Binnenkort zien we het nieuwe Maritiem Plan verschijnen. Dat plan loopt 2026 tot 2034. In dat plan wordt bepaald waar er gevist wordt, zand opgedolven, mosselen gekweekt worden enz. Vooral in Nieuwpoort houdt men het hart vast: de stad kreeg al een mosselboerderij van Colruyt voor de deur en hoopt dat het daarbij blijft. Nog meer infrastructuur zou de werking van de Nieuwpoortse haven stevig bemoeilijken. 20 • HVB december 2025
In het kader van dat plan hopen artisanale vissers eindelijk toegang tot de windmolenparken of de randen ervan. Die zijn rijk aan visbestanden omdat men er tot nu toe niet binnen mag. In Frankrijk mogen de kleinere boten die met de lijn vissen dat wel.
Met de Makaira naar Spanje
⊲ De tonijn is terug!
Tot in de jaren vijftig vond men in de Noordzee tonijn. Overbevissing besliste daar anders over en de tonijn verdween. Nu horen we tijdens onze jaarlijkse rondgang aan de kust al van drie vissers die zeggen een tonijn gevangen te hebben: “Mochten we er zo een paar mogen vangen per jaar, dan is ons probleem opgelost” denken ze erbij. Geen probleem…maar zorg er wel voor dat de tonijn niet onmiddellijk weer verdwenen is!
⊲ Op het ILVO...
heeft men na jaren onderzoek de levenscyclus van de garnaal kunnen nabootsen. Niets staat dus de kweek nog in de weg. Geen sinecure! Garnalen zijn kannibalen, dus als je ze kweekt, moet je ze voederen en ervoor zorgen dat ze nadien opnieuw in het zand kruipen voor ze mekaar ook nog opfretten. Dat zorgt voor een halve discotheek aan lichtinstallaties. Knap, gedaan toch!
⊲ Het Engelse Three Sixty Aquaculture...
wil in de Oude Visveiling van Oostende scampi’s kweken, nl. de witpootgarnaal. Wekelijks wil men twee ton op de markt brengen, die dan aan de man of vrouw gebracht worden in de ernaast gelegen veiling. Het water wordt gezuiverd en herbruikt en er is strenge hygiënecontrole om ziekten te voorkomen. Deze tropische garnaal is nogal onderhevig aan allerlei ziekten. Volgens de website heeft men geen antibiotica nodig om die te bestrijden. Daar hadden we dan in het dossier op het Inzageloket toch graag meer over gezien.
⊲ De Nederlandse Vissersbond...
daagt chemiereus 3M voor de rechter voor ‘ernstige PFOS-vervuiling van de Westerschelde’ als gevolg van lozingen uit zijn fabriek in Zwijndrecht. Door de chemische verontreiniging mag er niet meer gevist worden in het oostelijke deel van de Westerschelde. De belangenorganisatie vraagt de rechter om het chemiebedrijf aansprakelijk te stellen voor de economische schade die Nederlandse vissers hierdoor lijden en vordert een financiële compensatie. Dat zouden we hier ook beter doen: de Ijzer en de Schelde brengen belangrijke ladingen PFAS aan in de kustzones van de Noordzee.
KM/FDB
⊲ Het moest er eens van komen. Na vele jaren de wateren van Engeland, Schotland en Ierland te hebben doorkruist gaan we eens zuidwaarts! Hoe komt het? Wel, vorig jaar kocht een vriend van mij, Peter Koppejans (de vissers welbekend…) een motorsailer in Vigo, de ‘Salambo’ genaamd. Hij vroeg me of ik hem niet wou helpen de boot naar België te brengen. Dus, vaar ik naar Spanje, breng zijn boot naar Oostende en vlieg dan terug om mijn boot op te halen. Piece of cake! We vertrekken, traditioneel, op 2 mei. Wij, dat is Rudi, een gepensioneerd baggeraar, Dayen, een gepensioneerd babbelaar en ikke. Proviand opgeslagen, mazout en water aan boord en wegwezen! We vissen eerst nog wat aan Wenduinebank op wijting en scharretjes. Kwestie van wat verse vis te hebben voor onderweg. Onze eerste stop is al direct een hele boterham: Le Tréport op 110 mijl van huis. Een reis is begonnen vol verwachtingen, nieuwsgierig elkaar te leren kennen en ook wat we allemaal zullen meemaken en zien. Le Tréport is een getijdehaven, je kan er maar binnen van 2 u voor tot 2u na hoog water. Dus, ongeduldig zoals we zijn, varen we ’s anderendaags met een halve meter water onder de kiel de haven in. We bekijken wat er allemaal vast moet dat los is en los moet wat vast zit op de boot, doen een toertje in de haven en een tuksje, en vertrekken de volgende dag naar Fécamp. Wind in’ gat en stroming mee! Dat mag vooruitgaan! We halen een gemiddelde snelheid van 7 à 8 knoop! De Makaira in haar nopjes en wij ook. Voor de haven worden we begroet door een twintigtal dolfijnen. Wat een ontvangstcomité!
Maar we moeten verder: naar Honfleur, aan de monding van de Seine. Een schilderachtig stadje, geïnspireerd door vele grote schilders. We lopen wat rond, vergapen ons aan de smalle straatjes en mooie huisjes en drinken een ferme Ricard. ’s Avonds worden we uitgenodigd door Jean-Pierre, de gewezen schipper van de O.554 waar we ons tegoed doen aan everzwijnragout. Voldaan vertrekken we de volgende morgen naar Ouistreham. Volle zeilen bij, maar door mijn overmoedigheid en de aanschietende wind krijgen we een grote scheur in de code Zero. (dit is een oprolbaar voorzeil, enkel te gebruiken bij maximum 4 beaufort) Lap, 200 euro kosten. We laten dit in de haven herstellen en houden een rustdagje. Wat inkopen doen om ’s anderdaags vroeg te vertrekken. We krijgen in de sluis onder onze voeten van de bitse havenmeester dat we geen reddingsgordels aan hebben. “Pas de probleme monsieur, we gaan da vite in orde brengen!” We varen langs Ile de Terre, waar we overnachten aan een mooring, in ’t gezelschap van een grote dolfijn, HVB december 2025 • 21
zeilen tot aan St-Vaastla-Hougue, waar we een nachtje blijven en zetten daarna koers naar
Cherbourg. Hier ontmoeten we m’n beste moat Tom. Hij heeft een kapotte keerkoppeling. Dikke pech! We wensen hem veel courage en varen met de stroming mee naar Alderney, het noordelijkste Kanaaleiland. Mooie ruwe rotskust, met hier en daar losstaande rotsen die vol zitten met broedende jan-van-genten. Supermooi! De stroming staat hier wel met 4 knoop, dus ‘t gaat vooruit. We gaan voor anker in een baaitje aan de zuidkant van Burhou Isle, een paar mijl bewesten Alderney. Fishing time! Rudi vangt een schone dogge (da’s van de familie van de hondshaai, maar véél groter). Weer verse vis op de menu! We willen nog Guernsey bezoeken en met ruime wind vliegen we naar St Peter Port. Op de menu deze avond: kreeft met asperges. (Ter info: we houden gans de reis een menuboek bij, zijn alle drie chef-koks en proberen elkaar bij het eten bereiden de loef af te steken. We aten dan ook bijna altijd aan boord. Het menuboek zou niet misstaan in de kookboeken van Jeroen Meus!) Ondertussen hebben we 350 mijl afgelegd en zijn we 14 dagen onderweg. We beslissen de oversteek te doen naar Engeland, meer bepaald naar Falmouth, waar we na 115 mijl arriveren. We zeilen de rivier op en af met een nachtje slapen en zetten koers naar Newlyn. Als ik over de west zeil stop ik altijd eens in Newlyn. Mijn vader verbleef in WO2 met zijn familie in Mousehole, dat is op een boogscheut van de haven. ’t Is altijd een prettig weerzien. Nog vele inwoners hebben ergens banden met de Belgen die daar tijdens de oorlog verbleven (van mijn vader ben ik het niet zeker...). We zijn eigenlijk naar hier gekomen omdat Rudi kost wat kost een latour (soort haringhaai) wil vangen. 22 • HVB december 2025
proberen alle mankementen te herstellen en kijken uit naar onze doortocht langs de Franse westkust.
We krijgen een tip van een plaatselijke sportvisser en varen ’s anderdaags rond Land’s End. We zien een visboot liggen en proberen. Op de visboot halen ze de één na de andere haai (catch and release) binnen, maar wij houden het bij schele makreel. Amateurs! Enfin, ’s avonds aan een mooring in ’t baaijte van St Ives, (waar we in alle vroegte weggeschopt worden door een lokale visser: “this is my mooring, go, go, go!”). Een minder comfortabele mooring levert de rest van de nacht geslinger op en we gooien dan maar heel vroeg los richting Scilly Isles (de c in Scillys wordt niet uitgesproken dus spreken we van Silly Isles, wat wil zeggen ‘gekkeneilanden’). Ik moet zeggen, in de winter als het daar stormt van ’t noordwesten moet je wel zot zijn om daar te wonen. Goed, wij daar aan een mooring (30 pond!) en met het bijbootje naar de wal getuft. De archipel bestaat uit vijf bewoonde en zo’n 140 onbewoonde eilanden. Er leven zo’n 3 000 mensen. Vroeger was de zelfvoorzienende landbouw en visserij de belangrijkste bron van inkomen, nu is dit hoofdzakelijk toerisme. We bezoeken de iconische pub de ‘Mermaid inn’ waar we door de lieve Elonor bediend worden. Na drie Guiness keren we tevreden weer aan boord.
We varen naar Douarnenez, een stad van vissers en visconserven-industrie. We praten met een sardinevisser. Hij vaart ’s avonds uit om met zijn sonar de scholen op te sporen. Eenmaal gevonden vaart hij rond de school met een ringzegennet (flyshoot). Dan is ’t maar het schip volscheppen. Hij komt ’s morgens binnen met 15 ton sardines, aan 0,40 euro de kilo. Zwaar werk, maar hij verdient goed zijn boterham zegt hij. We hadden wat makreel gevangen en op het ponton stond een groepje kinderen (zeeklassen?). Ik fileer die makreel en biedt hun een stukje rauwe vis aan. De meesten mochten het wel, maar er stond toch één te walgen ervan! We varen verder naar Audierne en ronden onderweg ‘La Vieille’, een vuurtoren gebouwd in 1882. Hij moet de gevaarlijke zeestraat van Raz de Sein beveiligen. Imposant met de stroming die erlangs schuurt. Natuurlijk moeten we daar eens vissen. Nada. Ook tussen de rotsen nabij Kruguen vissen we en vangen een gevlekte lipvis. Na Audierne varen we naar Guilvinec waar Rudi ons ’s avonds verwent met bouillabaisse van onze gevangen vis. Mmmmm! Ondertussen zijn we 1 juni en hebben 800 mijl afgelegd. De kusten zijn prachtig: hoge rotswanden afgewisseld met mooie stranden, ’t is telkens weer anders, iedere mijl die je aflegt. Ook hier zijn de mensen zeer vriendelijk: Bonjour! Sava? Tu veux de l’aide? We varen via Bénodet naar Concarneau, een mooi oud vestingstadje. Quimper is de volgende bestemming en we zeilen met halve wind aan een gemiddelde van 7.5 knoop (knoop is een uitdrukking van snelheid. Eén knoop is 1 mijl per uur of 1.8 km/u). We halen zelfs een topsnelheid van 11.5! We vinden een kapotte krabbenpot in een container en doen die
mee om te vissen. We hebben die verschillende keren uitgezet om ’s anderendaags terug op te halen, maar niks mee gevangen. Voor de pleziervissers is ’t nochtans een visparadijs: ze zetten enkele potten uit, vieren een warrelnetje van 50 meter en vissen nog met de hengel. Je zou het eens bij ons moeten proberen! Verder gaat de reis langs Vannes, Rivière de Pénerf, via Ile d’Yeu naar Sable d’Ollonne (de starthaven van de Vendée de Globe, een solozeilwedstrijd rond de wereld). Onze volgende bestemming is La Rochelle, waar we tussen twee eeuwenoude wachttorens afmeren in het centrum van de oude stad. We vergapen ons aan de oude gebouwen en drinken lekkere wijn. De volgende dag heb ik een afspraak in het nabijgelegen La Pallice, waar de Vlaamse vissers die in de golf vissen hun vis aanlanden om te transporteren naar België. De Z.45, Z.333, Z.18 en Z.91 liggen erbinnen. Zware controle! Met negen man komen de Franse visserij-inspecteurs aan boord om heel de vangst te controleren…. Veel bekende vissers ontmoet, babbeltje geslaan – “wa kom je gie ier doen met je neuteschelpe” - en een zak met vis gekregen. Bedankt gasten! ’t Was een emotioneel weerzien! Blij terug naar de Makaira! De laatste stop aan de Franse kust is Rochefort, waarna we de oversteek wagen door de golf richting Spanje. 194 mijl is de afstand: zeilen aanpassen, schroeven (met de motor varen), kaarten en wachtjes lopen. Voor wie wil leren zeilen: ’t is nie moeilijk. Hoe scherper aan de wind, hoe meer dat je de zeilen moet aanhalen, hoe ruimer hoe meer dat je moet lossen. Hoe meer wind hoe minder zeil. En zien dat je altijd kunt remmen, zodat je nergens tegen vaart. Poepsimpel! De nacht is schitterend! Nadat de maan wegzakt achter de horizon is de hemel bedekt met miljoenen sterren, het geruis van het water langs de boot en verder niks of niemand te zien… De Golf van Biskaje toont zich van haar schoonste kant: tientallen dolfijnen begeleiden ons
Na beraad (miserie met de alternator) beslissen we om over te steken naar Brest, op 130 mijl. We vertrekken om 3u a.m., met ‘low battery’, dus we moeten sturen (anders gebruiken we altijd de automatische piloot). Gelukkig kan ik dit onderweg oplossen en met halve wind kruisen we het kanaal. Brest ligt op het westelijkste punt van het schiereiland Bretagne en is een belangrijke militaire haven. Er wonen zo’n 150 000 inwoners. We HVB december 2025 • 23
De wind voert lijnen, strak gespannen zeilen tekenen stilte, vullen luchten met verlangen. Het schip is een penseel, dat kleur zoekt in het blauw, elke golfslag een trilling van emotie. Schipper en schilder delen hetzelfde oog, hun hand volgt het licht – vluchtig – oneindig, En als de zon zakt spreidt het water paletten van goud, de hemel draait zich om in zachte tinten koper,
O
Wat rest is een doek van herinnering, waar zee, zeil en mens samen ademen…. Patrick Van Craeynest
Uiteraard zijn we hier met de trein en vertrekken we bijgevolg aan het Station van Oostende. Eerste halte is de Boekhandel Corman. Matthieu Corman richtte deze boekhandel op. De man was journalist en bracht uit Guernica, tijdens de periode van de Spaanse Burgeroorlog een bom mee om te bewijzen dat de nazi’s er medeplichtig waren. Het aanbod aan boeken sluit aan bij ons gemeenschappelijk karakter. We passeren (als het open is) het Leeshuus aan de Groentemarkt, waar je rustig een boek kan lezen en stappen door naar Boekhandel De Witte Zee aan het Kursaal van dichteres Eva Cox. Al even plezierig, wat je daar kan onder handen nemen. Boekhandels die ertoe doen en waar je eens wat vindt waarvan je dacht dat het niet te vinden was.
Ondertussen is de voormiddag ongeveer voorbij, dus stappen we door naar de Rubens, het café-hotel van ex-visser Marcel. Eet er garnaalkroketten of tong. Als er geen verse garnalen zijn, dan maakt Marcel geen kroketten. Voor zo een eenvoudige koppigheid, daar vallen we voor! Als je er overnacht, zie je aan de overkant duizenden lichtjes van boten en de weinige bewoonde appartementen. Vergeet dan niet een kamer met havenzicht te vragen. Je gaat de vistrap voorbij (of nog beter: je stapt erbinnen, koopt garnalen en vraagt of ze die kunnen bewaren tot je terugkeert) en neemt de overzetboot naar de overkant. Je kan er naar de scheefgezakte slibway gaan kijken of je maag laten keren door de lelijkheid van de constructies van een goed gekende
N!
golven dansen strepen als wit op linnen.
P928079•Afgiftekantoor Herzele
R TE KA
azuur,
AR
24 • HVB december 2025
De zee ligt open als een penseelstreek van
Tweede opmerking: alles wat officiële cultuur is, zit er niet bij. Ik ben een zelf uitgeroepen favoriet van Ensor, Mu.zee, het kleine zaaltje van de Grote Post en allerlei culturele organisaties, muurschilderingen, standbeelden en musea. Maar deze keer hebben we het er niet over: ze krijgen voldoende aandacht, dit is een wandeling die recht uit de buik komt.
BA
Deze reis zal opnieuw altijd in ’t geheugen geprent zijn. Het eerste deel van de reis veel kunnen zeilen, maar vanaf de Spaanse kust was ’t veel schroeven door te weinig wind. Veel leuke mensen ontmoet en de Makaira was altijd heel gehoorzaam. Ook onder elkaar klikte het heel goed, op een bootje van 10 meter met drie mensen, ’t is geen sinecure! Thanks mates voor deze superleuke ervaring! Ik eindig graag met wat mijmeringen die ik als zeeman en kunstenaar heb neergepend:
⊲ Het moest er eens van komen. Na jaren rondterten in Oostende heeft een mens zo zijn geliefde hoekjes, straten en plaatsen waar ‘m graag komt. Binnen twee jaar kunnen dat er andere zijn. Deze keer maken we een boogje rond de stad en belanden we als slot op de Oosteroever. En ja, op 1 dag is dat te doen, als ge niet blijft hangen tenminste.
EM
21 juni, zomerzonnewende! Onze bestemming nadert! We varen langs Cabo Finisterre (de Romeinen dachten dat daar de wereld eindigde). Het is ook de grens van Costa da Morte, gekend door zijn gevaarlijke vaarwaters, wat aan de wrakken op de kaart te zien is. Puerto de Laxe is de volgende stop, waarna we nog Portonovo aandoen. Eindelijk komt onze bestemming binnen bereik. Vigo, een bruisende havenstad met veel historie, mooie mensen, lekkere ijscrème en natuurlijk en waaier van vissoorten in de mercado’s. We zijn 54 dagen verder en hebben 1800 mijl afgelegd. In totaal 500 liter brandstof verdraaid. Ik blijf veertien dagen in Vigo om dan de terugkeer aan te vatten met de Salambo.
Onze favoriete wandeling in Oostende
E TN UI
op de doorsteek en voor dat we het weten komen we aan in Laredo, even ten westen van Santander. We proeven onmiddellijk van de Spaanse gastvrijheid: tapas bij een biertje, buenos tardes, buenos dias! Ook de Spaanse noordkust is adembenemend, het lijkt een beetje op de Ierse westkust, maar dan afgewisseld met sneeuwwitte zandstrandjes. Het water gooit zich met veel kracht en opspattend schuim tegen de rotsen, de kleuren zijn wonderlijk: ultramarijn blauw, turquoise, grasgroen… Je bent er nooit op uitgekeken! We varen verder: langs Santander, via Cabo Mayor richting Puerto de Suances. Bij de ingang van de haven staat veel zwel en hoge krulders en we worden begeleid door de plaatselijke reddingsdienst. Van service gesproken! In de haven meren we af langszij twee vissersbootjes en de Makaira wordt bestormd door een tiental jonge gasten die per sé op onze boot willen vissen op inktvis. We wisselen chocolade voor pinten. Supergezellig! De volgende stop is Llanes, in de regio Asturië. We vinden een klein cafeetje, waar een paar locals live music spelen. De verbroedering is compleet en we geraken serieus boven ons ‘theewater’. Moe maar gelukkig van zoveel vriendschap strompelen we terug naar de boot al zingend van ‘gutten in zee’! Geen getreuzel, trossen los en varen naar Gijón. Om daarna Puerto de Navia aan te doen. Een kleine haven waar grote sleepboten worden gebouwd voor de Amerikaanse markt. De volgende morgen varen we in potdikke mist uit om, eenmaal buiten, de volle zon te zien te krijgen. Via Viveiro varen we naar La Coruña, waar we shoppen en eventjes de benen strekken. We plukken mosselen van onder de steiger en eten lekkere mosselen met friet.
en spuugrijke bouwondernemer. De lege plaatsen moeten er volgens hem ook nog aan, maar samen met anderen proberen wij daar een stokje voor te steken. Voor jou zie je de Vuurtoren, waarvan rijke onverlaten het licht wilden doven om in hun appartementen goed te kunnen slapen. Daarachter Fort Napoleon, en links ervan het rustige strand richting Bredene. Je maakt een extra toertje of gaat naar het Maritiem Plein en kijk wie er eerst open is. Dat kan het Pakhuus zijn, waar Inge vissers verzamelt en tentoonstellingen mogelijk maakt voor diegenen die geen peperdure galerij kunnen betalen. Een plaats om te hangen. Daarnaast vind je De Cierk van Willy. Een ex-reder die veel innovatieve technieken introduceerde maar er niet altijd in slaagde om ze te commercialiseren. Een man die berucht is in de sector, maar tenminste zijn mond open doet. Een zeldzaamheid dus! Nog wat verder arriveer je bij Streekproducten Deschildre…de naam zegt het zelf: een winkel en proeverij van een man die het niet zag zitten om voor een baas te werken. De producten van zijn buren (Gin van garnalenpellen uit de Oostendse Stokerij en Cru du Nord, een kaasmakerij waar men de kaas wast met Noordzeewater) kan je er proeven. Je loopt gewoon verder langs de oude gerenoveerde veiling, met zelfs een sprotkot. Het is een interactieve wandeling. Dat betekent: zoek ook zelf eens iets op. Je loopt richting scheepswerf IDP en passeert ondertussen nog drie vishandels met verse marchandise. De laatste daarvan durft hier zelfs af en toe een advertentie te zetten. Snuister wat rond, richting kaai en geniet van de vissersboten. Aan het einde van het Visserijdok ge je nog even de Baelskaai op voor een drankje in The Sailor. Wie wil kan te voet terugkeren, wie van het drankje en de vermoeidheid een slag in de benen gekregen heeft kan naar de even verder gelegen Tramhalte Vismijn stappen en met de tram terugkeren naar het Station. Daar roept de stad je en ben je moe genoeg om iets te gaan eten en de nacht in de badstad door te brengen. Als je daarnet het Kroegje van Iwein overgeslagen bent, dan nodigt dit kleurrijk cafeetje je uit voor de avond of de nacht. Filip De Bodt
89 ste jaar • verschijnt al acht jaar als tijdschrift van vzw Climaxi • Winter 2023 • Afgiftekantoor 9550 Herzele • Ver. Uitgever: Filip De Bodt Groenlaan 39 9550 Herzele • Merci Facteur
1
Advertentie
De Cierk ⊲ Willy Versluys was een visserijpionier. Hij bracht het elektrisch vissen uit China naar Europa: “Nadien is mijn innovatie verkwanseld, ik wou dat gebruiken om met lichte elektrische stoten garnalen te doen opschrikken en ze te vangen zonder de bodem te beroeren, maar de Hollanders hebben dat overgenomen, er vijftig boten tegenaan gegooid en het voltage opgedreven.” Later kwam hij op het idee om mosselen te gaan kweken voor de woelige Belgische kust. Hij ging in zee met Colruyt, maar die gooiden hem eruit en gingen alleen verder. Momenteel verkoopt hij kleine smaakvolle mosselen van de Vlaamse Banken voor Duinkerken en co in zijn Cierk. Colruyt zegt ondertussen jaarlijks 70 tot 100 ton mosselen te oogsten, die vooral terug te vinden zijn in de 4 Cruvestigingen van de groep. Dat is 1 ton per hectare, niet direct om over naar huis te schrijven.
‘t Pakhuus ⊲ Inge Vyt wil samen met haar vriend en een pak vrijwilligers een platform bieden voor mensen die iets willen doen. Galerijen zijn te duur, zegt zij en een nogal elitair gegeven: “Hier komen ook muzikanten hun try-outs doen voor ze op tournee gaan. We organiseren jams en zijn nogal gespecialiseerd in de ouderwetse techno, met platen en zo. We organiseren poppenspel en Gaudi stelt hier zijn nieuwe LP voor.” ’t Pakhuus wil ook generaties vissers samenbrengen, organiseert cursussen rond ambachten en vloog er dit jaar voor de eerste keer in met Visserijfeesten. Inge zwemt in zee en vindt die tegenwoordig veel te warm. De klimaatwijziging slaat toe: “Ik zweet zelfs in zee!”
Streekproducten Deschildre
Steun ons!
Dit kan door een vrije bijdrage te storen of lid te worden en minimum €10 over te maken via BE40 0016 3236 1163 t.v.v. vzw Climaxi, Groenlaan 39, 9550 Herzele. Kom meer over ons te weten www.climaxi.be.
Kies voor geschenken die iets betekenen. Bij Eco & Fair werken we met coöperaties uit heel Europa: mensen die samenwerken, een sociale en ecologische visie delen en vechten voor een waardig bestaan.
Ver. Uitgever: Filip De Bodt Groenlaan 39 9550 Herzele
⊲ Karel Deschildre startte als eerste met een winkeI in de site van de Oude Vismijn in 2017. Hij is een ingenieur met een karakterprobleem: “Ik heb een iets te sterk moreel kompas. Daarom kan ik niet voor een baas werken. De producten, de klanten en ons personeel…daar moet je allemaal correct mee omgaan.” Zijn vader is een slager die in West-Vlaamse traditie veel zelf maakte. Droge hammen pekelen, paté maken...hij kende het allemaal, stopte zijn slagerszaak en stapte samen met de zoon in een ander experiment. Het duo moderniseert oude technieken en heeft ondertussen een label voor drie streekproducten op zak. In de nieuwe omgeving maken ze o.m. charcuterie met algen “Wij zijn klein maar van over het ganse land komen mensen naar hier voor wandelingen, workshops en belevingen.”
Op zoek naar eindejaarsgeschenken voor je organisatie, team of klanten? We stellen een geschenkenbox op maat samen, met een breed gamma aan fairtrade producten. Denk hierbij aan het volledige Oxfam-assortiment (pralines, koffie, chocolade, ...), authentieke pasta’s en ambachtelijke lokale producten zoals confituren, mosterd, streekbieren, ciders, likeuren en wijnen. Dit jaar bieden we ook een Steun-Palestinapakket aan, met of zonder Palestijns kookboek. Je kan ze ontdekken op
www.ecofair.be info@ecofair.be
O.202 Pelagus ⊲ Na de succesvolle lezing 'Eervolle onderscheidingen voor vergeten zeehelden' van vrijdag 6 december 2024 zijn we verheugd de lezing van senatorszoonIJslandvaarder en auteur Laurens Maertens voor te kunnen stellen als najaarsactiviteit van De Vrienden van het Nationaal Visserijmuseum Oostduinkerke. Titel van de lezing: ‘Het leven aan boord van de Amandine - Het tragisch gebeuren met de O.202 Pelagus’. Ze gaat door op vrijdag 19 december 2025 om 19.00 uur in het Erfgoedhuis - Leopold II Laan 2 in Oostduinkerke. Oud-IJslandvisser Laurens Maertens tekende in zijn boekje ‘De laatste golf van de Pelagus’ het verhaal op van de toen 16-jarige scheepsjongen Bart Gulpen, die het zeedrama overleefde. De O.202 liep 43 jaar geleden op de klippen in de IJslandse wateren. De ramp kostte aan vier betrokkenen het leven. Begin januari 1982 verlaat de O.202 Pelagus haar thuishaven voor haar laatste fatale reis naar de rijke visserijgronden rond IJsland. Daar loopt het vaartuig op de klippen. Twee van de acht bemanningsleden en twee IJslandse redders komen om. De toen 16-jarige scheepsjongen Bart Gulpen kan gelukkig het dramatische gebeuren navertellen. De O.202 Pelagus kampt al een paar dagen met een sputterende motor als op 19 januari 1982 in de late ochtend een motorcilinder het begeeft en het schip stuurloos blijkt. Alle pogingen tot herstel blijven
vruchteloos en schipper Gustaaf Brys roept de hulp in van de O.129 Amandine die in de omgeving vist. Bij de hulpoperatie wordt echter de duim van een Portugese matroos afgerukt. De gewonde wordt aan wal gebracht en de Amandine neemt de Pelagus op sleeptouw naar een haven op de Vestmanneilanden. Er wordt sleephulp gevraagd aan de lokale reddingsdienst, maar die wil de klus pas klaren bij het ochtendgloren. Dus besluiten beide Oostendse schippers op eigen risico op sleep de haven binnen te lopen. Bart herinnert het zich allemaal als de dag van gisteren: “Eerst kwam ik in een reddingsvlot terecht samen met Patrick Maes, maar een grote golf deed het vlot kapseizen en mijn kameraad Patrick verdween voor mijn ogen in de ijskoude golven. Dankzij mijn reddingsvest kon ik me weer aan boord hijsen van de O.202. Het duurde nog zeven uur voor ik via een lijn vanaf de voorsteven van het schip veilig aan wal stond.” Schipper Gustaaf Brys, die al als derde bemanningslid het schip in nood heeft verlaten, krijgt van de Onderzoekraad gedurende een maand een schorsing van zijn brevet als schipper 1ste klasse en dient ook de gerechtskosten te betalen. “Waarom onze schipper als derde man het schip verlaten heeft, is voor mij nog altijd een raadsel”, zegt Bart die vandaag zelf schipper is bij Deme en de wereldzeeën trotseert. “Als schipper of kapitein zorg je toch eerst voor de veiligheid van de bemanning en ga je pas als laatste van boord!” De facebookpagina van Erfgoed Visserij Oostduinkerke (11.000 volgers) en FLEVDigitaal volgen reeds geruime tijd de ramp met de O.222 Pelagus.
Publicaties op Facebook gepost door Mario Vercoutter op 26 juli 2017, 21 januari 2020, 21 januari 2022 en 20 januari 2025 leverden ook heel wat IJslandse volgers op. We kwamen zelfs in contact met Oddur Bjorgrin Juliusson (een verwante van één van de overleden redders). Ook in Verhalen van de Zee (jg. 48, nr. 1, maart 2025, p.11) kwam de ramp met de Pelagus reeds aan bod. Traditiegetrouw wordt de voordracht afgesloten met een hapje en een drankje aangeboden door De Vrienden van het Nationaal Visserijmuseum Oostduinkerke. Reserveren hoeft niet echt, maar om organisatorische redenen vragen wij toch een mailtje te sturen naar vriendenvannavigo@gmail. com of een seintje te geven aan 0474 53 23 23 om uw aanwezigheid te bevestigen. De toegang tot de voordracht evenals de deelname aan de receptie is gratis. Luc Vanmassenhove en Marc Loy
Meteoor Een zware steen uit het heelal valt met een knal door het dak ’s avonds laat – hij komt van de maan, zegt de geofysicus, van Mars, Venus of Mercurius of van een verre planeet die is geëxplodeerd en niet meer bestaat. Een zware steen uit het hemelruim valt tot puin ’s avonds laat. Johan Corveleijn
30 • HVB december 2025
HVB december 2025 • 31
Libertad: Duurzame vis in blik uit Cádiz Het Visserijblad interviewde José Fernando Gonzale, de voorzitter van de coöperatie.
⊲ Mar y In Spanje is een nieuw project gelanceerd: Mar y Libertad, een sociale coöperatie van kleinschalige vissers die in de Golf van Cádiz op makreel en sardines vissen. In deze regio wordt al generaties lang duurzaam en ambachtelijk gevist. In tegenstelling tot de agressieve industriële zeevisserij werken de vissers hier uitsluitend met kleine boten die in familiebezit zijn. De verse vis wordt na ongeveer één uur reizen in een lokale conservenfabriek verwerkt tot een ambachtelijk product. De fabriek werkt met traditionele methoden en gebruikt uitsluitend hoogwaardige, natuurlijke ingrediënten, zonder chemische toevoegingen. De coöperatie wil ervoor zorgen dat de rijkdom uit de visserij terugvloeit naar de lokale vissers. Tegelijk onderzoeken ze duurzame vistechnieken die de zeebodem niet beschadigen en de visbestanden in evenwicht houden. 32 • HVB december 2025
HVB: Welke technieken gebruiken jullie? Gonzale: Onze visserij is puur ambachtelijk, respectvol en heel selectief. Wij vissen alleen overdag en gebruiken hoogwaardig aas om precies de juiste vis aan te trekken. De netten die wij gebruiken hebben een maaswijdte van 60 millimeter, hoewel de Europese norm een maaswijdte van 30 millimeter voorschrijft. Hierdoor kunnen jonge vis en kleine soorten gemakkelijk ontsnappen, waardoor er bijna géén bijvangst is. Onze netten raken nooit de koralen of de zeebodem.” HVB: Waar vissen jullie? En op welke soorten? Gonzale: Wij vissen dicht bij de kust, nooit verder dan 10 kilometer uit. De waterdiepte is ook beperkt, nooit meer dan 40 meter. We richten ons enkel op soorten die geschikt zijn voor dit type pelagische visserij (nvdr: visserij in open, diepe delen van de zee, weg van de zeebodem). HVB: Is het kustvisserij? En hoe groot zijn jullie boten? Gonzale: Ja, wij zijn echte kustvissers. Onze vereniging telt 14 boten, met lengtes tussen 12 en 20 meter. Daarnaast gebruiken we kleine roeibootjes die het aas meenemen en ons ondersteunen.
HVB: Met welke problemen hebben jullie te maken? Gonzale: We kampen met heel wat problemen. De kosten stijgen voortdurend: brandstof, materiaal, onderhoud, … Als ambachtelijke vissers staan we onder constante druk van de industriële schepen. Wij vriezen onze vis niet in, alles blijft vers, maar de grote schepen hebben veel meer volume en middelen. En dan is er nog de goedkope vis uit andere landen die onze markt onder druk zet. HVB: Wat zijn volgens jullie de grote problemen in de visserij? Gonzale: Hier in de Golf van Cádiz zijn de Europese regels en administratieve lasten een groot struikelblok. Wij vinden dat de tijdelijke vergunningen moeten verdwijnen. Wat wij nodig hebben is een kleiner, duidelijk afgebakend visserijregister voor onze sector. Zo kunnen de administratieve procedures eindelijk sterk vereenvoudigd worden. Daarnaast worden bepaalde vangsten schaarser en is er een gebrek aan jonge vissers die deze traditionele technieken willen overnemen. Simon Van Parijs
Je kan de korte keten vis-in-blik nu kopen bij Eco&Fair in onze coöperatieve buurtwinkel in Herzele of op www.ecofair.be HVB december 2025 • 33
Apocalyps in Oostende
Foto: Auteur Doris Klausing op de locatie waar we deels in zee en op het strand Testerep kunnen vermoeden. (ML/fotoML)
Opgedragen aan Katrien Vervaele
“Tijdens die St.-Vincentius-nacht beleefde Oostende de apocalyps”
⊲ Op vrijdag 14 november werd het boek ‘De vloek van Sint-Vincentius’ van Doris Klausing in de Oostendse bib voorgesteld. Net als bij haar vier andere geschiedkundige romans voor een breed publiek, belicht de auteur met een fictief verhaal een historisch boeiende maar ook dramatische periode uit het maritiem verleden van deze Stad aan Zee. “Een zachte wissel van de seizoenen kon je het niet noemen. Na de laatste warme zomerdag veroverde de herfst stormenderhand de zomer. Dagenlang geselden winden het schapen- en visserseiland. De bewoners van OostendeTesterep waren de streken van de zee gewoon…” Zo klinken de eerste zinnen in ‘De vloek van SintVincentius’ nog na als we die middag aanbellen bij de auteur op het moment dat Storm Benjamin onze stad teistert. Een 9 op de Beaufortschaal maar qua sfeerschepping alvast een 10. Doris Klausing (79) voltooide haar vijfde roman. Net als bij haar vorige boeken zijn de verhalen ingebed in het historisch maritieme erfgoed van Oostende
34 • HVB december 2025
en bij uitbreiding de kustregio. Eerder verschenen al de IJslandvaart onder zeil (‘Pekel en Kabeljauw’), de Vissersopstand in 1887 (‘Tot elke prijs’), het verhaal over de Oostendse Compagnie (‘De Smaak van Thee’) en een verhaal over mariene wetenschapper professor P.J. Van Beneden (‘Oesters en Walvissen’).
Testerep Nu speelt haar verhaal zich af binnen de historische context van het eiland Testerep, een lange smalle landtong voor onze Middenkust. Een verwoestende storm verzwolg op 22 januari 1394 een groot deel van het eiland en van het oude Oostende. Doris Klausing: “Tijdens die St.-Vincentiusnacht beleefde Oostende de apocalyps met een tot vandaag ongekend aantal doden. Zowat in iedere eeuw werd onze onbeschermde kust geteisterd door zware stormvloeden die hun namen kregen van de heilige van die dag. Zo werden onze noorderburen in 1404 getroffen door de St.-Elisabeth Vloeden en eiste de Allerheiligenvloed in 1571 in de Lage Landen en Noordwest-Duitsland naar schatting meer dan 20.000 doden.”
Naast het verhaal is het boek gelardeerd met een voorwoord van landschapshistoricus dr. Dries Tys; een epiloog; duiding van historische, volksgelovige en maritieme termen; kaarten en de situering van het eiland Testerep in tijd en ruimte; een dankwoord en een beknopte bibliografie.
Historisch onderbouwd Het verhaal is gevat in een historisch mozaïek van tweeëntwintig hoofdstukken: sommige met de lengte van een volwassen column, andere meer uitgediept. Doris ent haar dramatis personae op een paar fictieve vissersfamilies binnen Testerep. Zo is er het gezin van Baldwin en Flore die, gedwongen door het dreigend onheil, de keuze moeten maken tussen een conservatief honkvast blijven of een toekomstgericht kiezen voor een veiliger wal. “Maar wat als het verleden zich niet alleen op haar eiland vastzet maar ook in haar geest? En wat als blijven een zwaarder offer blijkt te zijn dan vertrekken, en natuurfenomenen het lot bepalen?”, aldus de auteur die we ook kennen van haar 14-daagse column. Net zoals bij haar andere romans is het verhaal historisch onderbouwd en krijgt de lezer een kijk op het leven zoals het zich waarschijnlijk anno 1394 afspeelde.
Doris draagt haar boek op aan haar overleden collega-auteur en zielsgenote Katrien Vervaele die ook gepassioneerd was door de maritieme cultuur en geschiedenis. De inspirerende coverfoto is van manlief Giedo Vanhoecke met dank aan chatGPT. Ondertussen brainstormt de dynamische Doris al over een nieuwe roman en groeit het aantal naslagwerken ter zake op haar werktafel. Buiten terroriseert Benjamin de stad nog tot diep in de nacht. Marc Loy De vloek van Sint-Vincentius telt 138 pagina’s, is uitgegeven in eigen beheer en kost 20 euro. Te koop in de lokale boekhandels en bij de auteur zelf: doris.klausing8@gmail.com of giedo.vanhoecke@gmail.co of 0472715940.
“Ook vandaag blijft de zee, als onze directe buur en 11de provincie bondgenoot en vijand: met het Masterplan en de Kustvisie is kustbescherming actueler dan ooit. Daarom wijd ik er ook aandacht aan in mijn boek”, zegt de auteur.
HVB december 2025 • 35
Havens
⊲ Het is zaterdag en vakantie. Er is net een magnifieke storm geweest. Bryggen, de oude haven van Bergen, vlak achter de vismarkt, glimt toverachtig in de zon na een hele nacht regen. Bedrijvigheid in een haven zit vol verhalen en dat trekt aan. Omdat ik het niet kan laten, begin ik een praatje met een visser die zijn schip klaarmaakt om te vertrekken. Waar ter wereld men ook begint te praten tegen een visser, wordt men getrakteerd op een geërgerde blik en de verwittiging dat hij geen tijd voor kletspraat heeft. Dat hij - godverdomme - geen toeristische dienst is. Maar wanneer ik enkele gerichte vragen stel, waarvan het antwoord me niets kan schelen, slechts als olie om de motor te smeren, komt er een opening. Dat ik geen leek ben, wel weet waarover ik praat. “Dat de Noorse visserij de meest duurzame is, zeg het hen daar in België maar.” Eenmaal een opening, komt de vloed. Zo gaat dat met waterwezens.
Petter Pål Andersen “Noorse vis is duurzaam omdat we een gezonde voorraad hebben, gecontroleerd door de onafhankelijke Internationale Raad voor Zee Exploratie, de ICES. De regulators, industrie en wetenschap werken hier samen om beslissingen te nemen aan de hand van perfect geoogste data, niet op basis van regels uit Brussel die door ambtenaren zijn verzonnen. Ik heb in 1994 tegen de aansluiting bij de EU gestemd, we wisten toen al waarom. De duurzaamheid in de visserij is hier bij wet vastgelegd. Ongewenste en ondermaatse vis wordt vermeden door selectief materiaal om mee te werken. Al sinds 1987, dertig jaar voor de rest van Europa, gooien we niet meer terug. Onze Kustwacht zet 70% van zijn middelen in om de regels te controleren en geloof me, dat houdt piraten en oneerlijke en milieubelastende concurrentie weg. Het is veel rustgevender om op deze manier te werken. Ik werk graag op zee. Mijn favoriete aspect van visser zijn, is de enige zijn die wakker is. Het zeegat uitvaren. Er 36 • HVB december 2025
Present
is iets heel diepzinnig aan. Dan voel ik me levend. Die stilte en dat alleen zijn in het onmetelijke universum. Dat is zo’n krachtig gevoel. Ook het feit dat ik de toortsdrager ben.
schip kapot. Maar ik steek mijn hand in het vuur om hier te verkondigen dat de Noorse visindustrie door alle vooruitgang één van de beste ter wereld is. Er zijn minder boten nu, zeker, maar ze zijn groter en veiliger.
Generaties al vaart mijn familie hier. Weet je, ik was nog een kleuter toen ik hier al in de haven speelde. Op een dag gebeurde er iets. Mijn vader en grootvader zouden binnenvaren en mijn moeder en grootmoeder stonden te wachten met de andere vissersvrouwen op de kade. Er was een hele troep kinderen aan het rondrennen op de vismarkt hier. Het was toen nog niet zo toeristisch als nu, gewoon een echte vismarkt. Ik zag een stuk piepschuim in de havenkom. Het was het mooiste stuk piepschuim dat ik ooit gezien had, felgroen en in de vorm van een boot. Dat wou ik zo graag hebben. Ik was een kleuter en zwaartekracht en de lengte van mijn eigen armen schatte ik nog totaal verkeerd in. Ik probeerde het uit de havengeul te nemen en viel natuurlijk zelf in het water.
Het aantal vissers blijft constant, en stijgt zelfs een beetje. De technologie is onvoorstelbaar. De werkcondities zijn bijna luxueus vergeleken met die van mijn vader en grootvader. Er moet niet meer gegut worden door de vissers zelf, veel werk is geautomatiseerd en het is nu echt zakendoen, niet zozeer zwoegen en overleven. Nieuwe vissers maken echt carrière, ze stappen eigenlijk in een groot bedrijf. Het is niet meer ploeteren in familieverband. Het enige dat niet veranderd is, is de nood aan ervaring en het doorgeven van de kneepjes van het vak. Dat is wel nog een familiekwestie. Het vissen zit in ons bloed, niemand van ons heeft ooit nagedacht over ‘later’ of wat ze wilden worden. We groeiden op met de verhalen, kennis en liefde voor de zee in een vissersfamilie en vertrokken naar zee toen we bijna oud genoeg waren.
Gelukkig zag een man die bier stond te drinken het en misschien wel door dat bier, dook hij me zonder denken achterna. Het ging zo vlug dat ik achteraf alleen maar verdriet had om het stuk piepschuim en één van mijn rubberen laarzen die ik kwijt was. Moeder gaf me wat lappen om de oren en omhelsde me daarna tot ik bijna stikte. Ik heb daar niets aan overgehouden, noch aan dat bijna verdrinken, noch aan de lappen om mijn oren. We zijn nu een halve eeuw verder en ik ben hier nog steeds aan het rondscharrelen. Ondertussen heb ik mijn boot, niet van piepschuim zoals je ziet, maar wel in datzelfde groen. Mijn voorouders hebben altijd op Finnmark gevaren. Nu is dat drie dagen varen met onze moderne schepen, vroeger was dat al roeiend en zeilend. Het duurde veel langer. Ik ben er niet jaloers op. Ik hoorde mijn hele leven dat mijn overgrootvader een feest gaf om te vieren dat de boot waarop hij voer een motor kreeg. Ook al was er veel tegenstand; het zou de smaak van de vissen veranderen en het maakt de ziel van het
Mijn vader vaart niet meer, maar elke keer wanneer ik aanmeer, staat hij op de kade om te helpen lossen. Hij is achtenzeventig nu en hij kan nog steeds acht uur aan een stuk werken als hij daar zin in heeft. Hulp is natuurlijk altijd welkom en dat het van mijn vader komt, tja, dat heeft als enige schaduwzijde dat ik de hele lossing moet aanhoren dat wij het wel heel gemakkelijk hebben in vergelijking met vroeger. ‘Op een knopje drukken, noem je dat werken?’, ‘Vroeger kuisten wij zelf de vis.’, ‘Zijn al die computers nodig?’, ‘Kan er niemand nog een kompas of zeekaart lezen?’, ‘Een kleuter kan tegenwoordig vissen met al die apparaten die het zware werk doen.’ ‘Voel je jezelf een visser?’.” Even is het stil en dan een beetje te luid:
Now is not a time, it is a choice Present from the Past to come Struggled swirling streams of time, Grounded between two tidal lines. Line of fear; the nightmare, the pain The nightmare, the pain Astern the longline, still, hangs out purse-seine in the prow on hold Line of welfare, the dream, the gain The dream, the gain Beachcombing down the waterline Sieving through this sand of time Out of the blue, its fair, its true Amber glowing Wit Key, free for use Weird as this may sound Mothers’ child, once lost, has found Amnesia for his troubled core Ambrosia for his scarred soul Sparkling blood, tingling brain Master of the wheel again Feed the glow. Feel the flow. Go For the gates of eternal joy
“t Zal - godverdomme - wel zijn dat ik me een visser voel. En nu: opzouten, er moet nog hard gewerkt worden!”
Here is not a place, its everywhere Tomorrow ’s just a breath away Just A Breath Away
Jennifer Vrielinck
Marnix Verleene HVB december 2025 • 37
Zeevogels ⊲ Stormvogels, alken, duikers, roofmeeuwen en sommige eenden, het zijn vogels van zeeën en oceanen, steile klippen, rotsen en scheren, liefst in visrijke gebieden. Typische zeevogels zijn sociale dieren en vind je vaak in grote groepen terug. Bij koloniënbroeders zie je meestal een goed resultaat, want het bevordert de geslachtsdrift.
met een burijn geëtst. Vanop grote hoogte herkennen de oudervogels hun ei aan de ‘decoratie’ en de jongen aan de geluiden die ze maken. De kuifaalscholver, de Noordse stormvogel en de jan-van-gent leggen maagdelijk witte eieren, want camouflage is niet nodig. Dankzij hun hoge leeftijd brengen zeevogels vele seizoenen lang jongen groot. Een geroofd, mislukt of vernietigd nest is dan ook geen ramp en tijdelijk voedseltekort evenmin. Vinden oudervogels onvoldoende voedsel, dan laten ze hun jongen in de steek en beginnen elders opnieuw. Echt dodelijk zijn olieverontreiniging, al dan niet onwettig visserijgereedschap, netten en intensieve jacht, bijvoorbeeld op de eidereend.
Alken duiken diep en zwelgen vis van ongelijke grootte in één keer naar binnen. Roofmeeuwen parasiteren en stelen prooien van andere zeevogels. Op zee voelen vogels zich veilig en ze worden ongelofelijk oud. Wellicht kan de jan-van-gent zolang leven als de mens. Van papegaaiduikers en stormvogels bedraagt de jaarlijkse sterfte 4 tot 5 procent. Maar zeevogels zijn gespecialiseerd, ze hebben hun eigenaardigheden en zijn daardoor bijzonder kwetsbaar, ook al omdat wij de zee zo zwaar belasten.
Papegaaiduiker op Runde Sommigen vinden dat meeuwen er maar saai uitzien en dat kan best zo wezen. Maar geef toe, er zijn meeuwen met een verrassend mooi verenkleed en typerende tekening. Kleur of juist gebrek eraan verhoogt de overlevingskansen. Een witte onderzijde is voor vissen moeilijker op te merken dan een donkere, zowel als de vogel hoog in de lucht over de golven vliegt of zwemt met de witte buik onder water.
Vliegers en duikers Er zijn elegante vliegers die niet veel wegen zoals stormvogeltjes, drieteenmeeuwtjes en sternen en het is dan ook een waar genoegen sterntjes zoals visdiefjes te bestuderen. Zie, hoe ze het voedsel van het wateroppervlak plukken of een korte duikvlucht maken in de bovenste waterlagen. Duikende zeevogels zoals de jan-van-gent en de kuifaalscholver zijn experten voor een snelle onderwaterjacht. Ze hebben een glad gestroomlijnd lichaam en smalle vleugels om onder water op prooien te jagen. ‘Te vliegen’, zowel in als boven water is voor 38 • HVB december 2025
De jan-van-gent weinigen weggelegd. Alken kunnen dit. Maar de Reuzenalk kon niet vliegen, het laatste paartje werd neergeschoten te Eldey op IJsland in 1844. Diep duikende zeevogels mogen niet zonder zuurstof raken, ze moeten het drukverschil beheersen en het warmteverlies kunnen regelen. Dat ze geen duikersziekte opdoen blijft een raadsel.
Op de grens van de mogelijkheden De grootse levende alk is de zeekoet. Hij leeft op de grens van de mogelijkheden wat zijn vlucht en voortbewegen onder water betreft. Hij is één van de beste duikers, er werd ooit een duik van 140 m geregistreerd. Maar mocht hij willen concurreren met de keizerspinguïn, dan heeft hij buiten de waard gerekend, want die bereikte een diepterecord van 265 m!
Zorg voor eieren en jongen Eieren van zeevogels variëren in kleur, vorm en grootte. De kleinste eieren in verhouding van de grootte van de vogel zijn die van de pinguïn. Ook de pelikaan, kuifaalscholver en jan-van-gent, alle grote, zware vogels, leggen relatief kleine eieren. Eieren zijn aan de ene zijde spitser dan aan de andere. Dat is bijzonder opvallend bij de zeekoet, want zijn, of beter haar eieren, zijn peervormig. Er wordt beweerd dat het ei er zo uitziet opdat het niet van een helling zou kunnen rollen. Fabeltjes zeggen de ornithologen: het ei heeft precies deze vorm, opdat het grootst mogelijke oppervlak ervan warmte zou kunnen opnemen wanneer de oudervogels broeden. Geen enkel ei is hetzelfde, ze verschillen in kleur en tekening, een zweem van roze of turquoise, sommige zijn dooraderd of als het ware
De jan-van-gent is een projectiel in de lucht en in de zee, zijn lichaam is een torpedo. Met zijn scherpe ogen ontdekt hij de vis vanop grote hoogte, bij het duiken klapt hij de vleugels bijna helemaal samen. Haring en makreel zijn de favorieten. De schok wanneer hij met zijn kop het water raakt is geweldig groot. Hij heeft dan ook ingebouwde schokdempers, dit wil zeggen goed ontwikkelde luchtzakken in de borst. Zijn nest is van zeewier, gras, veren, plastic, nylon, touw en garen van visnetten. Het is bont en vol kleurrijke kunststof, ‘a riot of colour’! Johan Corveleijn
HVB december 2025 • 39
Eindejaar: een fair en lokaal menu ⊲ De feestdagen staan voor de deur of glippen eigenlijk al onder de deur naar binnen. Velen nodigen vrienden of familie uit of steken de beentjes ergens onder tafel. De donkere periode wordt opengebroken met wat licht. En daar komt in België dikwijls wat eten bij kijken. Hou het fijn voor iedereen, denk ik dan en kies voor lokale producten met zo min mogelijk gevolgen voor natuur en gezondheid en aan fairtrade prijzen. Vis past zeker in je menu. Nogal wat vissen zijn in hun element op het einde van het jaar: zeewolf en pladijs trokken zich al wat terug. Kabeljauw en zeebaars zijn in onze regio overbevist, dus die laten we ook links liggen. We eten liever vis van voor de deur, ook al lees je elders in dit blad dat er hier voor de deur niet veel mee te verkrijgen is. Belgische vis is ook niet altijd Belgische vis. Hij wordt door onze vissers gevangen, maar kan evengoed uit Ierland, Engeland, Noorwegen… komen. Probeer ook eens wat visjes die minder bekend zijn: pollak, schartong, schelvis, tarbot, pieterman en zeeduivel zijn smaakvolle vissen die ruim voorhanden zijn. Bovenal bemin een wijting! Ja, wijting wordt over het algemeen als lekker beschouwd vanwege zijn milde smaak, zachte textuur en veelzijdigheid. Het is een magere en licht verteerbare vis die op veel manieren bereid kan worden, zoals gebakken, gestoofd, gefrituurd (als kibbeling) of in een soep. De smaak wordt vaak vergeleken met die van kabeljauw, maar het vlees is zachter. Onze kusten zitten er vol van en ze fretten garnalen als een bootwerker.
Klinkt te simpel? Wijting is inderdaad niet zo duur, maar dat helpt je misschien wat vooruit, na de inleveringsronde van deze woestijnregering. Tik ‘wijting’ en ‘recepten’ in op het internet en je vindt vast een mooi ogend en smakelijk feestgerecht.
hebben ervaren, alleen die hebben echt geleefd.
Tomaat-garnaal Het garnalenseizoen is tegen half december grotendeels voorbij. De aanvoer van onze lokale vissers is stilgevallen. Wat je in deze feestperiode koopt, dat zijn dus diepgevroren garnalen, grotendeels aangevoerd door de grote drie (Heiploeg, Van Biesen, Klaas Puul). Ze werken meestal met contractschepen waarbij ze zelf de prijs bepalen. Ze kopen de garnalen tijdens de zomer of herfst om die dan in te vriezen en aan een dubbele prijs te verkopen op het einde van het jaar. Een aantal onder hen kreeg al te maken met boetes omwille van onderlinge prijsafspraken en manipulatie van de markt. Neen, dat krijg ik dus niet door de strot! Bovendien smaakt die tomaat buiten het seizoen ook al naar niks meer. Dit jaar was de aanlanding van garnalen best wel een succes, horen we… na twee jaren waarin er bijna niets te vangen was. Alleen vragen we ons af of dit geen opstoot is, die onmiddellijk weer weg is. Pas volgend jaar zullen we weten of er sprake is van een definitief herstel. Inktvissen, sint-jakobsschelpen en krab zijn mooie alternatieven voor tomaat-garnaal. Filip De Bodt
Steun ons! Het Visserijblad kwam tot stand door de inzet van vzw Climaxi, een sociale klimaatbeweging met een hart voor de visserij. Wil je Climaxi en het Visserijblad steunen? Vind je het nodig dat we verder onze mond open doen? Dit kan door een vrije bijdrage te storen of lid te worden en minimum €10 over te maken via BE40 0016 3236 1163 t.v.v. vzw Climaxi, Groenlaan 39, 9550 Herzele. Kom meer over ons te weten www.climaxi.be. 40 • HVB december 2025
Millefeuille van groene kool met pieterman, zwarte linzen en sabayon met Hommelbier
En geleefd heeft ze, Benodigdheden (4 Flore pers.) Bereiding Goetgeluck-Bouez tussen de altijd spelend op haar -Vissers 600 gr.enpietermanfilet 1. Blancheer de binnenste bladeren van de groene kool piano. In goede en slechte tijden, - 150 gr. zwarte linzen twee minuten in kokend water en plaats ze tussen 2 vellen licht enkool duisternis. -ingroene bladeren bakpapier bedekt met een ovenschaal. Droog ongeveer een (binnenste) uur bij 110°C. Jennifer Vrielinck - 250 gr. hanenkammen of 2. Snipper de sjalotten en laat zachtjes stoven met wat boter, cantharellen blussen met een flesje Hommelbier, zeven en laten afkoelen. - 1 flesje Hommelbier 3. Kook de linzen in de kippenbouillon gedurende 20 minuten. - 1/2 liter kippenbouillon 4. Borstel de paddenstoelen schoon. - peper & zout 5. Blancheer de boontjes. - 3 eigelen 6. Kruid de visfilets en bak deze goudbruin in een beetje olie en - 100 gr. boontjes boter. - boter / olie 7. Bak de cantharellen of hanenkammen en hou deze ook - 2 sjalotten eventjes warm. 8. Sabayon maken met 3 eigelen, het gezeefde vocht met het bier, snuifje cayennepeper, afwerken met een paar soeplepels gesmolten boter. 9. Voor het dresseren, een bodempje zwarte linzen, een paar cantharellen, een stukje vis en een koolblad en zo in laagjes werken. 10. Afwerken met de in boter opgewarmde boontjes en een paar soeplepels van de sabayonsaus. Carlos De Gendt HVB december 2025 • 41
Docus, de octopus ⊲ Dit interview vindt plaats in het kookhuis van de Z91 Franson. Soms ook wel eens, terecht de Black Pearl genoemd. De machinist, Chris Meyers AKA Prut, durft al eens een gesprek aan te gaan met een bewoner van de zee. Huidige visgrond is bij de Isle of Scilly, de sillies zeggen de vissers. Stipt op tijd arriveert Dokus, de octo-pocus. Behendig glijdt hij als het ware op de bank. Dokus is een pulpo zoals wij zeggen, er zijn verschillende inktvissen of octopoda wat koppotigen wil zeggen met acht armen en drie harten. HVB: Welkom Dokus, je hebt het gemakkelijk gevonden dus. DOKUS: Er is maar één Black Pearl hé. Jullie ABC herken ik trouwens ook goed, hij draait zo mooi. Er zijn hier gelukkig geen windmolens dichtbij of ik was erdoor verstoord. Daar dachten die ingenieurs of hun computers niet aan. HVB: Kan ik je verleiden met wat Kraken Rum? DOKUS: Graag, met wat limoensap en een koffielepeltje honing. HVB: Kraken, ik kan me herinneren toen ik als kind een Rode Ridder-strip had waar zo’n Kraken in kwamen, dat dat heel imponerend was. Dat waren gigantische octopussen, zeemonsters als het ware. DOKUS: Wie is er niet onder de indruk van zo een grote Kraken? Niet alleen kinderen door strips te lezen maar ook door volwassenen omdat hun schip erdoor werd verzwolgen. De verhalen die ik daarover moest horen van opa zijn niet op acht armen te tellen. HVB: Van de andere Kraken, rum dan, was ik ook erg onder de indruk later. In die mate dat ik in Le Havre een uur wachtte tot de drankshop openging, waar ik in de etalage een special edition fles zag. Gelukkig was er een tabakshop dichtbij en daar is er altijd plezier. DOKUS: Hou dat maar voor AA of andere praatgroepen. Hoe lukt het trouwens om ons te vangen? We zijn met veel hé. HVB: Ja, het is toch verbazend met hoeveel jullie opeens zijn. Door de opwarming wellicht. De krabbenvissers zijn er niet echt blij mee aangezien ze bestolen worden door jullie. Alle krabbenpotten indringen, de krabben of kreeften opeten en weer weg, zonder dank je wel. 42 • HVB december 2025
DOKUS: Easy peasy, lemon squeezy. Dat is gewoon makkelijk eten hé, wij kunnen niet zomaar naar de winkel. En dat is zoals een krokettenmuur in Nederland, unlimited. Is het niet open, dan doen we het wel open of ontsnappen we. HVB: Aan boord hebben we inderdaad het meeste last en moeite met jullie qua ontsnappingspogingen. Zou iedere vis die we vangen ook zo hard willen ontsnappen, we zouden er zoet mee zijn. Er zou een extra man nodig zijn, en er is al volk tekort. Octopussen zijn trouwens het enige dat we vangen waar ik een soort medelijden mee heb. DOKUS: Ach, compassie is een slechte zalf, makker. Dat hoef ik niet. Onze familie heeft veel ontsnappingskampioenen, onze buurvrouw haar nicht kent iemand die een tante heeft aan vaderszijde waarvan de oom, waarmee ze eigenlijk in ruzie is, dezelfde tuinman heeft als de octopus Inky die ontsnapte uit het aquarium in Nieuw-Zeeland. Die slimme vissers steken ons in ijs en dan is het toch verloren. Er valt veel geld te verdienen met ons. Die pijlinktvis of zaadcel met zijn belachelijke vorm, gaan wij van de markt spelen. We zijn onoverwinnelijk en gaan alles overnemen. Een paar vissers zullen dat niet beletten. Let maar op, een nonkel van me zat in de politiek, het is ideaal voor octopussen. Probleemloos veranderde hij van kleur (!). Acht armen om onder tafel alles te kunnen regelen. Ze nemen de vorm aan van hun kiezer of prooi en eens deze hun bolletje kleurde, namen ze hun ware vorm weer aan en aten ze op of erger, laten ze langer werken. HVB: Gaan octopussen eigenlijk niet gewoon dood na de bevruchting? DOKUS: (kijkt heel ongemakkelijk) Euch, ja... Dat is als je je voortplant. Niet iedereen wil kinderen. Maar velen kunnen de lokroep van de seks niet weerstaan, doe je dat, ga je dood. HVB (blaast): Dat zijn toeren. DOKUS: Celibaat doet langer leven. Wist je trouwens dat celibaat ooit is uitgevonden omdat de kerk niet wou dat de pastoor zijn vrouw alles erfde toen deze stierf? Geen vrouw, geen erfenis. Het zou zomaar een liedje van Bob Marley kunnen zijn. Dat ging trouwens het misbruik met de kindjes ook wel vermijden. Dit geheel terzijde.
HVB: Het brengt ons naadloos bij Sinterklaas, nu we aan de Sillies vissen, vangen we geregeld Lego blokjes. Er gingen hier in 1997 ooit 5 miljoen stukjes verloren toen een schip bij Cornwall containers verloor tijdens een storm. Bij iedere sleep is het van: “gaat er iets in onze schoen/kuil zitten?”. Zelf vroeg ik altijd Playmobil aan de Sint. Het was zelfs zo dat ik blij was dat de diorama’s van Playmobil veranderden rond deze tijd. In Sluis zijn seksshops maar bij die grote speelgoedwinkel was er een diorama en dat was mijn seksshop. DOKUS: Euch, samen met dat alcoholprobleem kan je dit misschien ook even aankaarten bij je therapeut. HVB: Ja, het gaat hier even fout, een achteruitzeildertje. Ik zie nu wat er gebeurt, je bent veranderd in Eric Goens en ik waan me in Het Huis terwijl we nog steeds in het kookhuis zitten. Het ging dus over Lego blokjes. Er is zelfs een boek over geschreven en talloze groepen op facebook over wie waar zijn stukje vond. Wie ook kusten afschuimt, is Stephan Vanfleteren, op zoek naar foto’s dan. Vijf jaar lang liep hij met een reddingsvest borsthoogte in het water, soms achter de golfbreker indien nodig, foto’s nemende van storm tot luizelamblet. Het resultaat is te zien in Gent. DOKUS: Die man is rijp voor Beernem! Levensgevaarlijk, de zee tarten. Een midlife crisis die uit de hand loopt. Er was een tante van me die ook zoiets had, maar dan anders. Octopussy zeiden ze tegen haar. Je moet weten dat wij iedere zuignap apart kunnen bewegen, alle acht armen hebben hersenen, dat is meer of een mens en het brein blijft het meest erotische deel van het lichaam. Nonkel Jacobus was een kampioen in het vlug uitdoen van BH’s.
HVB: Pardon, dragen jullie BH’s? DOKUS: Waar denk je dat ze anders uitkomen, deze die je opvist? HVB: Niet van jullie, we sparen de tofste dingen die we opvissen, naast lego en het ander afval. Momenteel hangt er een mini Adidas-schoentje aan het plafond boven de plaats waar we vis verwerken. Misschien hangt daar ook wel een heel triest verhaal aan vast. DOKUS: Of het was van een kutkind die het overboord gooide. HVB: Gelukkig doen wij nog steeds trouw mee aan Fishing For Litter, ieder jaar zijn we de beste. DOKUS: Soms zijn grote, lege potten afval onder water wel handig, we verstoppen ons erin voor haaien bv. De mens jaagt echter ook op ons met potten, in deze wil je niet terecht komen. HVB: Jullie zijn te populair in de keuken, de calamars hebben afgedaan, dat hebben jullie veroorzaakt en nu worden jullie armen opgegeten. Is dat karma? DOKUS: Pffff, nu wordt het toch te geitenwollensokken-achtig en dat rumglas blijft hier maar leeg. Tot de volgende! Een inktshot blijft achter en weg is Dokus, de octopocus. Chris Meyers HVB december 2025 • 43
Die nacht aan d’oede viertorre ’s Nachts liet ik me al eens leiden door voortglijdende mastlichten die de haven penetreerden. Dat was ook wat ik deed tijdens die decembernacht, ergens in voorgaande eeuw. De Oosteroever heette nog Oede Viertorre en ik was een haveloze journalist op zoek naar nieuws.
• Hotel-Brasserie Rubens • Gezellig familiehotel in Oostende
Hotel-Brasserie Rubens is een gezellig tweesterrenhotel centraal gelegen in Oostende. Het familiehotel biedt niet enkel stijlvolle kamers, maar ook een authentieke brasserie waar je kan genieten van heerlijke gerechten. Ze geven jou graag een warm en hartelijk welkom in hun kleine oase van rust. Dankzij de gunstige ligging, tegenover de jachthaven en het Klein Strand, is Hotel Rubens de perfecte uitvalsbasis om Oostende en het prachtige hinterland te verkennen. Bovendien ligt het hotel op slechts 10 minuten van het treinstation en 1 kilometer van de autosnelweg, waardoor je een uitstekende verbinding hebt naar de luchthaven.
Het mastlicht verdween achter pakhuizen en kwam dan weer tevoorschijn, achter bergen zand en houtstapels, en dan weer niet. Ik draaide het raampje van de Lada open en hoorde het rustige stampen van de scheepsmotor. Het autoklokje zei vijf voor twaalf (dat zei het altijd). Het schip meerde aan in het meest afgelegen dok, tegen de verste kaaimuur, aan de verste meerpalen. Een mastodont. Ik wachtte zes sigaretten lang op wat ging komen. En toen het niet kwam, ging ik, gewapend met mijn perskaart, aan boord. “Is hier iemand?” Mijn stem werd alleen beantwoord door de echo. Openstaande
stalen deur. De hitte van het motorruim sloeg mij in het gezicht. Schaduwen. Volk. Ik daalde de ladder af naar de loopbrug rond de motor. Heet. Helemaal in de verste hoek, achter de werkbank, zag ik een jong koppel. Gehurkt. Vreemdelingen. Zonder. Papieren. Een man, een vrouw, een boorling. Clandestiene passagiers! Verstekelingen! De vrouw had in het motorruim, tussen olie en smeervet, een kind ter wereld gebracht. Al de miserie van de migratie was daar in een hoek van dat schip samengebracht, en ook de hoop op beterschap. Het paar, het kind, het mastlicht dat me geleid had, de scheepsmotor die zijn warmte over het kind legde. Ikzelf die stond te kijken, als was ik godbetert een van de drie wijzen. Ik draaide er een bericht van. De krant publiceerde het, een fait divers. Flor Vandekerckhove
MARITIEM INSTITUUT
MERCATOR
Onderwijs voor een toekomst op zee STEMTECHNIEKEN
Mercatorlaan 15 8400 Oostende
44 • HVB december 2025
MARITIEME TECHNIEKEN DEK
MARITIEME TECHNIEKEN MOTOREN
059 70 40 19
ZEEVAART
DUAAL ZEEVISSERIJ
www.maritiemonderwijs.be
HVB december 2025 • 45
In de haven van Larvik
De moedige populier Kijk, Oeroek, daar staat het maantje weer. Dames- en herenvissen, grootmoeder was van zuiver opaal, zonk met gebroken vleugel in het hemelblauw. Elke droom wordt gedroomd. Kom naast me naar beneden gedwarreld, rood vinkenkopje. Ik mis de veerkracht van de rode draak. Ik leef met een oog naar de zee, de wind helpt. Ik voel de weg achter mijn rug, dit was het schapenpad naar de molen.
⊲ Wij zijn niet in Narvik in het Noorden van Noorwegen, maar in Larvik, ten noordoosten van de vroegere hoofdstad Kristiania, nu Kristiansand genoemd in het zuiden. Wij wandelen er langs het strand, de haven, de kade in afwachting van de ferry naar Hirtshals in Denemarken. Wij staan er plotseling voor een gedichtenbord. Op één zijde lezen wij het gedicht ‘Hval’ (walvis), op de andere kant prijkt de zwiepende staart van het welhaast mythische zoogdier en ook een walvisgrijper met als onderschrift: ‘De grijper werd gebruikt om walvissen aan boord van het fabrieksschip te brengen.’ 46 • HVB december 2025
Ode aan de walvis De Noorse schrijver en dichter Jon Ståle Ritland, geboren in 1968, brengt een ode aan de walvis met een liefdesgedicht.
De walvis het allerbelangrijkste is de liefde en de walvissen die over de oceanen waken geen enkel zoogdier heeft zo ver en zo lang gereisd om op je bord te belanden met de smaak van een ander bestaan bevroren tijd verpakt in kleine porties je kauwt op je vlees en je denkt aan het stijgen en dalen het diepe duiken waar alles donker was vooraleer je weer boven kwam happend naar lucht en licht een oceaan van herinneringen om het verleden te vatten voelt aan als werk voor de eeuwigheid verlies en verdriet verdelen in kleine fragmenten zodat het kleine kan verdwijnen in het grote pas dan zie je het groter geheel maar het allerbelangrijkste is de liefde en de walvissen die over de oceanen waken
Haar paard
Bevlogen ontmoetingen openen mijn horizon als een rolluik.
Gedreven door demonen
Als de zon er is, neem ik snel de warmte op
met ogen wazig van woede
en los mijn bevroren gedachten.
geeft ze haar paard de sporen
Als een eksterkoppel, verjaagd door twintig kraaien.
en zweept het op tot razende vaart zodat het briesend en snuivend
na zijn jongste dubbelboek ‘roodvos’ i.s.m. Noëlla Elpers is dit het eerste gedicht van Peter Holvoet-Hanssen
met vlokken schuim op de mond
uit een nieuwe, nog ongepubliceerde reeks ‘kleine gedichten’ ‒ deze verzen i.s.m. ‘KapersDochter’ Anna Roza Holvoet
door niemand in te tomen!
één met de luimen van de zee gestaag wordt opgejaagd –
Johan Corveleijn
Johan Corveleijn HVB december 2025 • 47
De kerstboomverbranding ⊲ Ik maakte mij op de tweede zaterdag van het nieuwe jaar traditiegetrouw klaar voor de kerstboomverbranding op het strand in de badplaats O. Ik verheugde mij al sedert enkele weken op deze gebeurtenis, waarbij we afscheid nemen van het oude jaar en het nieuwe verwelkomen, in de brandende kerstbomen nabij de zee turen en de komende lente wachten in het licht en de warmte van de vlammen. Water, lucht, aarde en vuur, de vier elementen samen op een honderd meter van de branding. Gezien O. een vissersstad is, wordt er vers gebakken vis rondgedeeld. Toen ik een kleine jongen was, heette dit “sprotjesdag”. We kregen warme, vers gerookte sprot op een papieren schoteltje en peuzelden het lekkere, malse vlees van de graat tussen kop en staart. Nu nam een lokale verenging sedert enkele jaren de organisatie op zich en voorzag elk jaar gratis vers gebakken visfilets met een boterham, naast lokale hapjes en drankjes aan democratische prijzen. Vandaag trok ik er naartoe met gemengde gevoelens. Via de online nieuwsberichten had ik vernomen dat de kerstboomverbranding, omwille van de weersomstandigheden misschien niet zou doorgaan en dit sowieso de laatste kerstverbranding zou zijn om milieuredenen. Alsof dit zoden aan de dijk zou zetten. Een opstijgend vliegtuig van op het vliegveld hier enkele kilometer vandaan, vervuilt waarschijnlijk meer dan een permanent vreugdevuur van kerstbomen het jaar rond. Ik herinnerde mij dat ook vorig jaar een milieuactiviste zich verzet had tegen deze kerstboomverbranding, alsof dergelijke brandstapel nu echt de ondergang van onze planeet in de hand zou werken. Ook toen waren de reacties hierop afkeurend. Dit jaar was er te O. een nieuw bestuur en de nieuwe bevoegde schepen herhaalde dit standpunt naar aanleiding van de huidige mogelijke afgelasting wegens de weersomstandigheden. Ik stond met vrienden nabij het kraam met de gebakken vis te babbelen (dit jaar was er haring), toen een blanke man, een gekleurde vrouw en dito 48 • HVB december 2025
jonge man schoorvoetend kwamen kijken wat er gaande was. “Hier kan je gratis een lekker gebakken vers visje krijgen”, zei ik, “schuif maar aan.” Zij keken mij enigszins verwonderd aan. “Doe maar gerust”, zei ik, wijzend naar de nadar, “Ik zal er ook nog eentje nemen.” Jef was de visjes nog aan het bakken. Ik kende Jef. Ik kende Jack, de man die de haring aan het fileren was. “Voor mij een dikke filet!”, riep ik naar Jef. “Met de plastic van binnen of van buiten?”, vroeg hij mij smalend, “vandaag de dag moet je dat er bij vragen, hé’’, lachte hij. De vrouw en de jonge man stonden stil aan de nadar. Toen de visjes gebakken waren, deed ik teken dat ze mochten aanschuiven. Ik liet hen voor en samen kregen we ons visje. We glunderden. “Smakelijk!”
“Nice event”, zei de jonge man. “You got the four elements in one place: water, air, earth and fire. Exceptional!” Ik knikte bevestigend. “A pitty that this would be the last time. Green local government,” zei ik met bedenkelijk gezicht. Tom die naast mij stond, draaide zich met mij weg. “Stom van het bestuur,” zei hij, “Dergelijke tradities hou je toch in stand! Dan verwonderd zijn dat rechts steeds meer stemmen binnen haalt. Als zij het terug invoeren van de kerstboomverbranding in hun programma zetten, hebben ze weer wat stemmen bij. Zeker weten!” Toen ik later op de avond wegging, zaten de blanke man en de zwarte jongeman aan de rand van de tent.
“Ja, ’t was lekker, nice. See you and thanks!”, zei hij. Dank, waarvoor? Misschien voor het wederzijds aanvoelen van een warm hart, dacht ik, mekaar een klein plezier doen, om elkaar als mens gerespecteerd en gewaardeerd te voelen. Ook dat maakt deel uit van een kerstboomverbranding.
“Are you leaving?”, zei de jongeman en stak zijn hand naar mij uit.
Stefaan Pennynck
“Yes” zei ik, “Het was lekker, maar nu heb ik er genoeg gegeten. See you!”.
Uit: Het schelpenwinkeltje e.a. korte verhalen, SPProducties 2025, illustraties Nancy Rommelaere HVB december 2025 • 49
Het muzikale anker 37 – Peter & Stéphanie hebben ze dan uiteindelijk een platencontract kunnen tekenen bij het legendarische Brugse label Parsifal, het geesteskind van de al even legendarische Nico Mertens. Parsifal brengt het album enkel op vinyl uit. Het duo gaat er prat op dat ze het volledig project in West-Vlaanderen konden afronden. In de begeleiding vinden we klinkende namen, op een of andere wijze gelinkt aan de regio: drummer Marcus Weymaere (alom aanwezig in het Vlaamse rocklandschap, van Guy Swinnen tot Sharing The Blues kwartet dat in het voorjaar aan zijn langverwachte tweede cd toe is), en bassist Carlo Van Belleghem (zowel performer als gevierd lesgever) vormen de uitmuntende ritmesectie. Stijn Bettens (piano, Fender Rhodes, accordeon, accordina) is een welgekomen versterking. Mirko Banovic, jarenlang Arno’s bassist, is op één song te horen. Lea Petrasso speelt piano op één nummer. Ook cellist Lode Vercampt is één keer present. Voorwaar stuk voor stuk schoon volk!
⊲ Uw dienaar mocht voor de (als we dat goed hebben…) zevenendertigste maal een stuk plegen over de driehoek zee-zeeman-muziek, aanleiding om in alle windrichtingen het zeegat uit te zeilen en allerlei wetenswaardigheden op te diepen, grotendeels nutteloze stuff, maar vertelt u dat vooral niet aan de redactie. We maken u graag deelachtig aan de resultaten van onze schattenjacht, die we met de nodige nederigheid en omzichtigheid aan u, de lezer, voorleggen… Ditmaal héél nederig want we waren al even op zoek naar een thema tot… onze eigen Vlootvoogd Filip De Bodt ons een reddingsboei toewierp… Nog veel meer ‘in extremis’ dan vorig jaar! Een heel jaar hadden we om een onderwerp te zoeken in onze befaamde driehoek zee-zeemanmuziek, maar het wilde maar niet lukken. Blijkbaar hebben we in vorige jaren iets te hardnekkig zeeën, havens, studio’s en podia afgeschuimd, behoorlijk vruchteloos. Tot het einde van de wereld trokken we, helaas alleen figuurlijk. Maar zoals zo vaak zat de bril gewoon op onze neus. We hoefden niet verder dan naar… Oostende te zeilen om een pracht van een project te ontdekken, nieuw, hedendaags en perfect in het thema ver…ankerd. Zoals ze bij een bekend merk van keukens zouden zeggen: ‘En in België!’. Zelfs in zijn geheel bijna uitsluitend in de kustprovincie. Peter Bultijnck is zanger, componist, multiinstrumentalist (programming, gitaren, keyboards, Hammond B-3, percussie, sounds en noises… Vergeten we iets?), tekstschrijver, maar ook stadsgids, 50 • HVB december 2025
woordkunstenaar, taalopleider, copywriter…Actricezangeres Stéphanie Germonpré vormt met Peter het gelijknamige duo. Ze zijn Oostendse ingezetenen die elkaar nog van de schoolbanken kennen. Na vele omzwervingen in binnen- en buitenland keren zij nu terug naar hun roots, en die zijn te veel om dat hic et nunc te catalogeren. Wij kennen Peter onder meer van een aantal concerten in Hotel Terminus in het station van Oostende, waar hij onder begeleiding van Serge Feys, de keyboardwizzard van Arno Hintjens, de
pannen van het dak speelde tijdens het zomerse TAZ (Theater aan Zee) Wie zo’n sessie meemaakte, weet waar we over spreken. In duo brengen Peter en Stephanie tien eigen songs in streektaal. Titels als ‘M’n Zeekapiting’, ‘Tisazo’, ‘Ik misn joen’ ‘Lat me grust’ en ‘’Tango voe Mama’, tien in totaal. Na een crowdfundingcampagne in het voorjaar hebben zij een volledig album opgenomen in de Closed Session Recording Studio in Roeselare. Daardoor
Zoals u kan raden, hebben we de songs pas nu leren kennen, maar diepgravende analyse is amper nodig om het belang te snappen van ‘Peter & Stephanie’. De slagschaduw van nonkel Arno Hintjens hangt over het hele project, een weldadige, vertrouwenwekkende geborgenheid. Maar we herkennen hier meteen de furieuze maar beluisterbare huisstijl van Peter, zowaar schepper van het nieuwe Oostendse lied, erg ritmische, aanstekelijke rock, potig, ruig, rauw, hees maar ook teder en doorleefd, of zoals ze zelf stellen ‘Noordzeepunk, een lach en een traan, garnalen en een tong’.’ Niet te versmaden is de hoge meezingbaarheid van deze volks geïnspireerde songs. Stéphanie slaagt er wonderwel in om het gedreven rock karakter én de couleur lokale perfect te combineren, een openbaring wat ons betreft. Dat geeft deze Peter & Stephanie een verrassend brede aantrekkingskracht. Er zijn ook fijne rustmomenten: Stephanie treft de gevoelige snaar in ‘Ik misn joen’ en Peter tapt ook uit een heel ander vaatje in ‘’t Joar nul’. We wensen het duo dan ook alle succes toe: Oostende heeft er in het spoor van artiesten als Lucy Loes en Arno opnieuw een prijsbeest bij. Antoine Légat
HVB december 2025 • 51