Page 1

telen&trends jaargang 6 # uitgave 10 # september 2017

Svensson inspiratiemagazine voor innovatieve tuinders.

Uitgelicht

Van houten kistjes naar webwinkel Pag. 38

Kassucces

RedStar verovert met smaakmerken internationale markten

Orchidee is een verhaal op sociale media waard Pag. 20

Pag. 24

Verbinden


Colofon Uitgever Ludvig Svensson BV Marconiweg 2 3225 LV Hellevoetsluis Nederland T: +31 181 39 26 66 F: +31 181 39 26 62 E: info.nl@ludvigsvensson.com I: www.ludvigsvensson.com

Het nieuwe samenwerken

Concept en vormgeving Campagne

4

Copy Eduard Voorn Mario Bentvelsen Marianne Lourens Fotografie Joris Lugtigheid

16

De redactie heeft dit telen&trends magazine met zorg samengesteld. Desondanks kan Svensson geen aansprakelijkheid aanvaarden voor eventuele onjuistheden of onvolkomenheden. Uit deze uitgave mag met toestemming van Svensson worden overgenomen. Het telen&trends magazine verschijnt in een oplage van 7.000 exemplaren.

Decorum

20

De Vakbloemist

42

Op pad met... Ton Habraken

En verder in dit nummer: Prince de Bretagne

............................................................................. 9

Glazen kas nog lang niet aan het einde

Marketing vast onderdeel bedrijfsvoering teler

................. 36

Willem&Drees: Van houten kistjes naar webwinkel

....... 38

van zijn levenscyclus .........................................................................12 Svensson introduceert decoratieve klimaatschermen Interview: FoodVentures ................................................................ 22 voor tuincentra .................................................................................... 40 RedStar verovert internationale markten ...............................24 Uitgelicht: Energie Combinatie Wieringermeer .................. 46 De Roze Dame - Pink Lady ......................................................... 28 Column: Samen werken of samenwerken ................................ 48 Met gebundelde krachten

Even voorstellen .................................................................................. 49

de toekomst tegemoet ....................................................................31 Aan tafel bij: Marcel Wouda.......................................................... 50


Voorwoord ‘Het nieuwe samenwerken’, ‘Verbinden’... woorden die wat Svensson betreft echt horen bij familiebedrijven en tuinbouw. Wij hebben vele vaste relaties waarmee we al dik 35 jaar in de tuinbouw samenwerken. Op allerlei vlakken. Natuurlijk op het gebied van scherminstallaties en op het gebied van productontwikkeling. Dit kan je tegenwoordig als bedrijf bijna niet meer alleen doen. Nou kon dat vroeger ook al niet, want ideeën kwamen voort uit behoeften van tuinders. Samen met de scherminstallateur werd dit verwerkt tot nieuwe producten. Maar tegenwoordig doe je dit steeds vaker samen met meerdere partijen. Natuurlijk komen de vragen nog steeds bij tuinders vandaan, maar steeds meer ook van teeltadviseurs, kennisinstellingen en de overheid… maar ook door nieuwe samenwerking met andere leveranciers van de tuinbouwtechniek.

Als je kijkt naar de complexiteit van een modern kassenbouwproject, waar zoveel verschillende partijen met elkaar moeten samenwerken om een project succesvol af te maken, dan blijkt dat ‘samenwerken’ en ‘verbinden’ voor tuinbouwbedrijven een vanzelfsprekendheid is. In de afgelopen 100 jaar is dit altijd één van de succesfactoren van de Nederlandse tuinbouw geweest. Zeker nu, met de steeds complexere technische projecten, is samenwerking pure noodzaak. Maar ook als een project is opgeleverd, want dan begint voor de tuinder het echte werk pas echt! Bijvoorbeeld de interactie tussen de tuinder en de Svensson adviseurs op het gebied van klimaatverbetering wordt steeds intensiever. In de nieuwe markten en de snelle ontwikkelingen en veranderingen zijn nieuwe eigenschappen vereist om succesvol te kunnen groeien. Verschillende inzichten en voorbeelden worden in dit nieuwe nummer van ons inspiratiemagazine telen&trends aangeboden. Ik hoop dat u er iets aan hebt en u wellicht op nieuwe gedachten brengt. Maarten A.D. Oostenbrink, managing director Ludvig Svensson

Plukkie al?

Helem aal goud!

Dit is alweer de tiende uitgave van het Svensson telen&trends magazine, een jubileumnummer! Graag horen we wat u als lezer van het magazine vindt. Mail uw opmerkingen, ideeën of suggesties naar communicatie@ludvigsvensson.com en maak kans op een Svensson Westlands T-shirt! Da’s d ik!

Môhge

telen&trends 3


Het Nieuwe Samenwerken In het post-Productschap Tuinbouw (PT) tijdperk is samenwerken noodzakelijk geworden: om kosten te besparen, sneller te innoveren en/of nieuwe markten te veroveren. Oude ‘vaste’ structuren worden daarbij steeds meer vervangen door flexibele netwerken.

4 telen&trends


Visie

‘Meer samenwerken’ en ‘meer marktgericht produceren’ zijn conclusies die steevast opduiken na elk tuinbouwcongres. Sinds het Productschap Tuinbouw (PT) is opgeheven en de crisis is verdwenen, is de noodzaak daarvan alleen maar toegenomen. Maar welke samenwerkingsvormen zijn het meest kansrijk? Is méér samenwerken de oplossing? Of moeten we ons juist slimmer organiseren? We vragen het aan een paar experts, van onderzoek tot afzet.

Herstructurering “De sector staat voor grote uitdagingen”, zegt Patrick Zwaan, sectorspecialist glasgroenten van Rabobank. “Concurrentie wordt in alle schakels van de keten heviger en de bedrijfsvoering wordt complexer. Dit vraagt om hoogwaardig ondernemerschap. En om een kanteling van ondernemer naar onderneming.” De coalitie HOT (Herstructurering en Ontwikkeling Tuinbouwsector), waarvan de Rabobank deel uitmaakt, is er druk mee bezig. Het hield deze zomer pilot mastersessies, die dit najaar verder worden uitgerold en zullen worden opgevolgd door assessments. Patrick: “We willen ondernemers een spiegel voorhouden. En samen tien jaar vooruitkijken. De rol van de ondernemer moet ondergeschikt gaan worden aan de onderneming. In plaats van alles in één hand naar scheiding van rollen, waarbij iedereen zijn of haar eigen competenties maximaal kan benutten.” De veranderingen die ondernemers op zich af zien komen zijn talrijk, zegt hij: “Bedrijven krijgen steeds vaker management en kapitaal van buitenaf, en het aandeelhouderschap blijft niet alleen meer in de familie. Groeien wordt moeilijker omdat markten verzadigd zijn. Verduurzaming wordt cruciaal, dat moet je gewoon op orde hebben. Je product moet kwalitatief goed en aantoonbaar betrouwbaar zijn, dat heeft de fipronilaffaire wel bewezen.” De wereld wordt steeds complexer en dynamischer, ook in de tuinbouw, vervolgt Patrick. “Het is voor een

ondernemer alleen niet meer te behappen. Voor continuïteit zul je uiteindelijk over een bepaalde kritische massa moeten beschikken. Dat kun je zelfstandig doen, maar ook door meer samen te werken en de krachten te bundelen. Het wordt anders steeds lastiger om de juiste mensen aan te trekken.” Hij is van mening dat meer samenwerking in de keten nodig is, maar vooral dat ondernemers in de primaire sector meer met elkaar moeten samenwerken. “Dat kan beginnen met een gezamenlijke winst- en verliesrekening. De onderlinge concurrentie en versnippering zijn nu te groot.”

Samen ondernemen De bank ziet in de toekomst ruimte voor drie typen ondernemingsvormen: het ondernemende collectief, de toonaangevende tuinbouw corporate en de fabuleuze productspecialist. Ondernemers moeten groot zijn in samenwerking of uniek zijn in hun specialisme, schrijft zij in haar rapport

“We willen ondernemers een spiegel voorhouden. En samen tien jaar vooruitkijken.”

‘De Nederlandse glasgroentesector naar voren’. Samenwerken kan op verschillende manieren, vervolgt hij: “De eerste vorm is dat je in de exploitatie gaat samenwerken. Dat zie je bij telersverenigingen al gebeuren. Novifarm, een samenwerkingsverband van vijf akkerbouwfamilies, is daar ook een goed voorbeeld van. Tuinbouw corporates zijn omvangrijke bedrijven, die naast de exploitatie ook eigendom gaan samenvoegen. Bij toeleveranciers zie je die beweging al, maar ik denk dat dat binnen tien jaar ook bij

>> telen&trends 5


>>

tuinbouwbedrijven perspectief biedt. De grote vraag is: hoe kun je de continuïteit vergroten? Want grote bedrijven zijn eigenlijk heel moeilijk over te nemen. Dat kan door gelijkgestemden op te zoeken en daar één organisatie van te maken, waarvoor je het juiste talent of directie van buitenaf kunt aantrekken. En waar je investeerders bij kunt halen om verder te groeien of contracttelers aan kunt binden. Dat wordt dan een heel ander type organisatie.” Naast dit soort grote ondernemingen blijft er ook ruimte voor productspecialisten, die op een heel specifieke product-marktcombinatie zitten, denkt Patrick. “Alle drie de ondernemingsvormen zijn kansrijk. Maar de ondernemer moet zich afvragen welke rol het beste bij hem of haar past.” Jongeren kijken vaak op deze relativerende - manier naar de tuinbouw, valt hem op. “Die hoeven niet per se te werken in eigendom, maar willen primair doen wat ze leuk vinden, bijvoorbeeld eerst twee of drie jaar ervaring opdoen in het buitenland. Het bestaat niet dat je 30 jaar alleen en zelfstandig op één locatie blijft telen. Ze maken liever deel uit van een groter geheel met meer locaties, uitdagingen en mogelijkheden.”

“Ondernemers Samen innoveren moeten groot zijn in Kun je samen sneller innoveren? “Alleen ben je sneller, maar samen kom je verder”, zegt samenwerking of uniek Harrij Schmeitz van FIC (Fresh Informationzijn in hun specialisme.” management Center). “Maar het is niet altijd zo dat samenwerking meer oplevert. Uiteindelijk gaat het erom dat je toewerkt naar een bepaald resultaat, daar heb je een strategie voor nodig, die vul je in en daar zoek je - meestal - partners bij. Je kunt in principe ook alleen innoveren, maar ik denk wel dat je dat bij technologische ontwikkelingen bijna niet alleen kunt. Ik vind dat in de tuinbouw al veel wordt samengewerkt, maar er kunnen altijd muurtjes weg...”

Digitale transitie “De meeste technologische ontwikkelingen

6 telen&trends

vinden plaats buiten Nederland”, stelt Harrij nuchter vast. “In een tempo en met investeringsniveaus die wij ons nauwelijks voor kunnen stellen. In de VS wordt in agrofood meer geïnvesteerd dan in welke andere sector dan ook. Er zijn in Israël op dit moment vierhonderd start-ups bezig, alleen maar met agrofood en met disruptieve technologieën. We zijn koploper op veel gebieden, maar op het gebied van de digitalisering zijn we dat niet. Silicon Valley, China, Azië... Veel wat met digitalisering te maken heeft, tot en met het digitaal transformeren van bedrijven, gebeurt elders. Door deze digitale transitie komen hele nieuwe modellen en concepten naar voren, met nogal wat impact. Dat komt door de shift van hardware naar software. Daardoor verandert de medewerker, verandert de mens, verandert de markt, veranderen technologie en machines en krijgen we disruptie door start-ups... Alles verandert. De digitale transitie van onze sector is nog maar net begonnen.”

Digitaal samenwerken We gaan veel meer doen met crop sensing, gekoppeld aan gewaswaarneming, met speciale sensoren en camera’s, denkt Harrij. “We gaan de subjectieve waarneming van de teler vervangen door hele objectieve metingen. Dan heb je het eigenlijk over big data. Denk aan de koppeling met AGVtechnologie, waarbij oogstkarren data gaan verzamelen, waarmee we oogstprognoses gaan afgeven. De volgende stap is dat we het gewas automatisch gaan verzorgen onder andere bladplukken - en oogsten met robots. Ik ben er heilig van overtuigd dat die ontwikkeling gaat doorbreken. En al die data - waarvan we steeds meer zullen verzamelen gaan we weer koppelen aan platforms. We gaan dus veel meer digitaal samenwerken.” Met name telersverenigingen investeren nu al in data-experts, vervolgt Harrij. “Dat zijn mensen van buiten de sector met een andere bril. Dat wordt trouwens best nog wel


Visie een uitdaging: hoe krijgen wij de mensen die goed zijn in datamanagement naar de tuinbouw toe? In Nederland lopen we met big data voorop in de bankenwereld, maar die mensen zijn niet aan te slepen... Tegelijk ontwikkelt de retail zich ook heel hard naar steeds kortere en hechtere ketens. Die gaat steeds meer aankloppen bij de (data)bron. Die moet je wel op de juiste manier weten te servicen en kunnen leveren wat de markt vraagt, op het juiste moment. De implementatie van datasystemen wordt dan cruciaal.”

Samen ontwikkelen Volgens Jacco van der Wekken, directeur van Delphy, is er internationaal een enorme behoefte aan kennis. “Het buitenland kijkt naar ons kennissysteem en ontwikkelt zich ontzettend snel. Grote telers gaan steeds meer met de eindafnemers doen. Zo ontwikkelen wij voor een buitenlandse paprikateler een nieuw teeltconcept. Ook zijn we al vier jaar bezig met een groep telers, die jaarrond aardbeien willen gaan telen. Daar zitten ook Engelsen tussen.” Het collectieve model - zoals bij gewascoöperaties - wordt steeds meer vervangen door contractonderzoek, wat Jacco een positieve ontwikkeling vindt. “Je ziet steeds meer ondernemers die zeggen: die collectiviteit is prima, maar ik wil het nú onderzocht hebben. Die willen niet wachten op het peloton, maar de kennis direct kunnen toepassen. Je ziet ook dat ondernemers die hieraan meedoen en voor willen betalen veel meer betrokken zijn dan het ooit is geweest. Daar zitten vaak toeleveranciers bij, zoals Svensson. Dan krijg je een vorm van co-creatie, tussen de wensen van de tuinder, de mogelijkheden van de toeleveranciers en de kennis van Delphy. Dat leidt tot een nieuw teeltsysteem, een nieuw middel of een nieuwe techniek. Maar de tuinder leert hier het meest van door gewoon met het onderzoek mee te doen: door mee te denken met de opzet en

mee te kijken tijdens het onderzoek. Dan maak je van informatie toepasbare kennis. Dat is de meerwaarde van samen ontwikkelen.” Een relatief nieuwe tak is de ontwikkeling van digitale plantmodellen, die tuinders bij de teelt ondersteunen. Jacco: “De data voor die modellen verzamelen wij op allerlei manieren, onder meer met spectrale camera’s. Daarvoor werken wij nauw samen met universiteiten, internationale bedrijven die met digitalisering bezig zijn, zoals Intelligent Fruit Vision, en ook met spin-offs uit de defensie-industrie. Daar zijn we heel intensief mee bezig. Onder andere in roos, tomaat en phalaenopsis, maar ook steeds meer in andere gewassen. We hebben hier teeltengineers zitten, die weer nauw samenwerken met de telers en onze teeltadviseurs. Die maken samen waarde van data.”

“We zijn koploper op veel gebieden, maar op het gebied van de digitalisering zijn we dat niet.”

Samen promoten Paul Ras van Sense marketing & more adviseert bedrijven in de tuinbouw die aan marketing en promotie willen doen. Meestal gaat het om veredelaars, telersverenigingen

>>

telen&trends 7


>>

“Grote telers gaan steeds meer met de eindafnemers doen.”

8 telen&trends

of productgroepen die hun product meer onder de aandacht van ketenpartijen willen brengen of (beter of anders) in de markt willen zetten. Maar heeft productpromotie eigenlijk wel zin, zoals Lucas Vos van Royal FloraHolland onlangs vlogde. Paul vindt dat productpromotie nog altijd veel effect heeft, maar denkt ook dat het tijd is voor een nieuwe vorm van samenwerking in de afzetbevordering van bloemen en planten. Hij ziet de toekomst van de sierteeltpromotie als een drietrapsraket: “Die bestaat uit de collectieve sectorpromotie door Bloemenbureau Holland die de totale afzet van sierteeltproducten ten opzichte van concurrerende producten groter moet maken, uit de individuele bedrijven met hun focus op de verkoop en marketing van hun eigen merken en labels en daartussen flexibele (product)groepen van ketenpartijen die zich organiseren rond een thema of een kans in de markt. Denk bijvoorbeeld aan Decorum Company en AirSoPure. Decorum richt zich op het totale bloemen- en plantenschap en ontzorgt de retail. AirSoPure richt zich op het oplossen van een probleem, dat de laatste jaren alleen maar actueler is geworden, namelijk: het zuiveren van de lucht. Dat is vanuit de markt denken. Daar moeten we veel meer naar toe.”

Nieuwe spelers Veel goede marktinitiatieven komen momenteel van buiten de sector, zegt Paul. “Nieuwe spelers als Bloomon doen het goed. Net als Hello Fresh in agf. Aleia Roses is ook zo’n voorbeeld van een bedrijf dat ‘horizontaal komt binnenvliegen’. Er zit een hoop kapitaal achter en ze mogen eerst drie of vijf jaar verlies draaien van hun investeerders. Maar als wij onze krachten niet beter bundelen en op marketing- en promotiegebied te gefragmenteerd en kleinschalig bezig blijven, dan gaan dit soort partijen, maar ook de vaak grootschalige afnemers, steeds meer de regie pakken.” Hij pleit voor meer samenwerking tussen verschillende telers die samen een betekenisvolle relatie met hun doelgroep willen aangaan, gericht op een thema of (deel)markt. “De markt en de maatschappelijke ontwikkelingen en trends zitten enorm mee voor de tuinbouw, zowel voor sierteelt als de voedingstuinbouw”, zegt Paul. “Mensen willen weten waar het vandaan komt, het moet veilig en vers zijn, het moet ook lekker, mooi en natuurlijk zijn. Eigenlijk hebben we als sector alles in huis, maar die kansen moeten we wel grijpen.” Met flexibele netwerken dus. “Zo zal binnen de FPC’s (FloraHolland Product Commissies/red.) in de toekomst zeker nog worden samengewerkt voor de basis-PR van je product, maar daarnaast zul je steeds meer samenwerking tussen FPC’s op deelthema’s moeten krijgen, bijvoorbeeld bloemen voor ziekenhuizen, planten die ‘hufter-proof’ zijn of producten die iets voor je gezondheid doen. Dat kan betekenen dat je met je product in vijf of zes verschillende samenwerkende en meer gesloten afzetketens terecht komt, werkend vanuit een marktfocus. Het wordt daarmee dus wat ingewikkelder, maar ook leuker, professioneler, marktgerichter en effectiever.”


Case

PRINCE DE BRETAGNE,

de Asterix en Obelix van de Bretonse teler De kuststrook van het Franse schiereiland Bretagne is een vruchtbaar tuinbouwgebied. Er werken veel boeren en tuinders, die elkaar hebben gevonden in een unieke samenwerking: Prince de Bretagne. Al bijna een halve eeuw bundelen zes Bretonse coöperaties hun verkoopen marketingkracht in deze organisatie. De alliantie is succesvol en met een opvallend vlaggenschip: een razendsnelle trimaran. Prince de Bretagne is local pour local in een zuivere vorm. Groente en fruit wordt in de regio geteeld, verpakt en/of geconsumeerd en de rest gaat de nationale en internationale handel in. Ongeveer 40 procent van de Bretonse producten vindt zelfs aftrek buiten de landsgrenzen, met Duitsland als grootste afnemer. Maar er ligt nog een andere doelstelling onder de slogan 100-procent Bretons. Doel van Prince de Bretagne is ook om de lokale economie te versterken. “Wat ons drijft is waarde toevoegen aan onze lokale gemeenschappen om zo een duurzame en succesvolle leef- en werkomgeving te creëren”, valt te lezen in Catalogue 2017 van Prince de Bretagne. Als je folders, jaarverslagen en een

duurzaamheidsverslag leest, is het net alsof de globalisering voorbijgaat aan dit deel van Frankrijk. Het doet sterk denken aan het leven van Asterix en Obelix, dat zich afspeelt in een dorpje in de streek Armorica (is de naam die Bretagne in de oudheid had/red.) in Gallië. Dit dorpje is er als enige in geslaagd de invasie door de Romeinen onder aanvoering van Julius Caesar te weerstaan met behulp van een toverdrank die de Galliërs oersterk en daardoor onoverwinnelijk maakt. Het ‘toverdrankje’ anno nu is in dit geval de wil om samen te werken. De geschiedenis van Prince de Bretagne begint bij de jonge boer Alexis Gourvennec. Eind jaren ’50 van de vorige eeuw orga­ niseerde hij de Bretonse landbouwrevolutie.

>> telen&trends 9


>>

Hij zette zich af tegen de dictaten die door de kopers werden opgelegd. De inmiddels overleden lokale beroemdheid - hij zette ook Brittany Ferries op om in eerste instantie groenten naar Engeland te brengen - was het zat dat boeren onder de kostprijs hun groenten moesten verkopen. Hij zette in 1961 een collectief van boeren op om daar een halt aan toe te roepen. Gourvennec in zijn nadagen: “Binnen 30 jaar is Bretagne getransformeerd van een verarmde regio naar een die nu tot de voornaamste landbouwgebieden van Frankrijk behoort.” Onder zijn aanvoering werden coöperaties opgericht. In 1970 werd besloten het merk Prince de Bretagne op te richten om de zichtbaarheid van de producten te vergroten.

Tomaat onder glas Onder de paraplu van Prince de Bretagne worden door 2.268 telers meer dan 130 groentesoorten geteeld. Één van de zes

10 telen&trends

uitgangsprincipes van Prince de Bretagne is dat boeren seizoensgebonden telen en daar ook aan vasthouden. Het is een uniek verkoopargument waar men trots op is. Het brede assortiment is de wens van afnemers, de grote supermarktketens maar ook de kleinere groentespeciaalzaak. Veel (biologische) groenten als artisjokken komt van de volle grond, maar tomaten worden onder glas geteeld. Het zijn circa honderd telers die zich met deze teelt bezighouden. Prince de Bretagne is met een productie van 89.000 ton de grootste tomatenproducent van Frankrijk. De duizenden boeren en telers zijn aangesloten bij zes coöperaties: Sica, UCPT, Terres de Saint-Malo, Socoprim, La Bretonne en Triskalia. Sica in Saint-Polde-Léon is met over de duizend telers de grootste coöperatie onder de Prince de Bretagne-paraplu. In het ‘gevecht’ tegen het oprukkende neoliberalisme - marktwerking, globalisering - hebben de Bretonse boeren en telers nog vijf uitgangspunten benoemd. De woorden solidariteit, eerlijkheid en onafhankelijkheid lopen als een file rouge rode draad - door deze punten heen. Er is bijvoorbeeld een zo eerlijk mogelijk veilingsysteem ontwikkeld, waardoor producten nooit onder kostprijs worden verkocht. “Verramsjen kan niet, omdat er een minimumprijs is vastgesteld.” Verder wordt er lokaal personeel geworven en deze (land)arbeiders ontvangen een fatsoenlijk salaris. Daarnaast werkt men met lokale (toe)leveranciers. Het drukwerk vindt bijvoorbeeld geheel plaats bij drukkers in Bretagne, en op het vlak van communicatie


Case “Binnen 30 jaar is Bretagne getransformeerd van een verarmde regio naar een die nu tot de voornaamste landbouwgebieden van Frankrijk behoort.”

en advies lukt het om 80 procent daarvan binnen de provincie te laten uitvoeren.

Onafhankelijk Prince de Bretagne staat ook garant voor indirecte werkgelegenheid. Ook hier zie je dat men dit zoveel mogelijk wil laten neerdalen in Bretagne. Om onafhankelijk te zijn en te blijven van zaad-multinationals is men 40 jaar geleden begonnen met het opzetten van een eigen onderzoeksinstituut en productiefaciliteiten voor zaden: Organisation Bretonne de Sélection (OBS). Tot op de dag van vandaag levert het bedrijf zaden aan Bretonse boeren die ook nog eens goedkoper zijn dan die van de commerciële zaadbedrijven. Daarnaast werd in 1989 het onafhankelijk onderzoeks­

instituut Vegenov-BBV opgezet om onder andere adviezen te geven over (nieuwe) teeltsystemen, maar ook om het gebruik van milieuvriendelijke beschermings­ strategieën te stimuleren. Één van de deelnemende coöperaties onder de Prince de Bretagne-paraplu, Sica, startte samen met enkele lokale partners een eigen railtransportbedrijf (Combiwest). Het doel was om de transportkosten naar beneden te brengen om zo meer geld over te houden voor boer en teler. Maar het was ook een manier om iets te doen aan het verlagen van de CO2-footprint. Het werd overigens geen succes. Het bedrijf ging midden 2016 failliet, maar is inmiddels voortgezet door - hoe kan het ook anders - een Bretons transportbedrijf.

Bonkige zeezeiler als PR-man Lionel Lemonchois (1960) is een grootheid op het water. Wat Bouke Bekking, schipper van Team Brunel, voor Nederland is, is hij voor Frankrijk. Menig zeezeilrace is door Lemonchois sinds 1985 gewonnen. Over enkele weken zeilt hij Prince de Bretagne, een razendsnelle Max 80 trimaran, over de startlijn bij Le Havre voor een race naar Brazilië. Hij doet dan mee aan de Transat Jacques Vabre (koffiemerk) voor een race van 4.335 zeemijlen naar Salvador de Bahia. Jaren geleden is besloten via sponsoring van deze zeilboot het merk Prince de Bretagne te ondersteunen. Het is onderdeel van de marketingstrategie dat is verdeeld in b-to-b- en b-to-c-activiteiten. Zo is er het instrument ‘instore theater’ ter ondersteuning van promoties in supermarkten. Er is net een marketingcampagne afgerond rond de artisjokken. Zakelijke afnemers krijgen een nieuwsbrief en treffen Prince de Bretagne op beurzen.

telen&trends 11


Glazen kas nog lang niet aan het einde van zijn levenscyclus “De glazen kas is nog lang niet aan het einde van zijn levenscyclus”, zegt Hein van der Sande, directeur van Certhon. “Maar er komen wel steeds meer nieuwe teeltsystemen bij.” Een voorbeeld daarvan is het PlantyFood concept, dat vorig jaar trots op de GreenTech werd gepresenteerd. Ook bouwt Certhon deze zomer de vertical farm van Staay Food Group.

12 telen&trends


Innovatie

Nieuwe teeltsystemen staan de laatste tijd erg in de belangstelling, zoals het telen in steden (urban farming), telen op stellingen (vertical farming), telen met viskweek (aquaponics) en telen op water (hydroponics). Ook relatief nieuw is het Sundrop-systeem van Sundrop Farms in Australië, dat weer op een hele andere manier innovatief te noemen is (met name op energiegebied). En dan hebben we het nog niet eens over low- of midtech kassen, zoals de Chinese muurkas, die in Nederland wordt doorontwikkeld, en de foliekas, die bijvoorbeeld in zachtfruit opkomt. Vast staat dat de belangstelling voor bedekte teelten wereldwijd toeneemt, ingegeven door de wensen van afnemers voor meer voedselveiligheid, leverzekerheid en duurzaamheid.

Urban farming Vertical farming en urban farming zijn min of meer ‘overgewaaid’ uit de VS en Azië, maar beginnen nu ook in Nederland te ‘landen’. Denk aan UrbanFarmers in Den Haag met hun dakkas met aquaponics en aan Staay Food Group in Dronten, dat momenteel de eerste vertical farm op commerciële schaal in Nederland bouwt. Al langer actief op dit gebied zijn PlantLab, Certhon, BrightBox en GrowWise Centre van Philips, maar dan voor onderzoek en ontwikkeling. De verwachtingen

voor deze teeltsystemen zijn hoog, al is er ook scepsis. Vertical en urban farming zou hier te duur zijn, te complex of logistiek problematisch. Vast staat dat beide systemen zich nog volop ontwikkelen. En nieuwe kansen kunnen bieden, ook voor de Nederlandse tuinbouw.

PlantyFood Certhon begon al vijf jaar geleden met het ontwikkelen van verticaal telen bij slabedrijf Deliscious van de gebroeders Delissen in Beesel. “Ze kwamen zelf met het idee”, zegt directeur Hein van der Sande van Certhon. “Wij vroegen ons af: is dit wel tuinbouw? Maar na veel gesprekken en rekenwerk kregen wij

>> telen&trends 13


Maaltijdsalades

>> “Zij zijn echt een voorloper. Het werd uiteindelijk een hartstikke mooi project.”

14 telen&trends

de opdracht om een vertical farm voor hen te maken voor de opkweek van jonge slaplanten. Zij zijn echt een voorloper. Het werd uiteindelijk een hartstikke mooi project.” Op de GreenTech 2016 in Amsterdam introduceerde Certhon de PlantyFood, een concept voor daglichtloze teelt van opgaande groentegewassen. Voormalig burgemeester Sjaak van der Tak mocht er de eerste komkommers uit oogsten. Later zijn er ook met succes tomaten en paprika’s in geteeld. “Het doel was om onze technieken te testen en om te leren wat een teelt in een dergelijke omgeving vraagt. De resultaten zijn tot op heden echt ver boven verwachting. We halen er veel hogere m2producties, wel 1,5 tot 2 keer hoger dan uit een glazen kas. We hebben wel lang moeten zoeken naar de optimale omstandigheden: hoe lang licht, welke soort licht, temperatuur et cetera. Maar de resultaten hebben ons positief verrast. Terwijl er eigenlijk nog helemaal geen speciale plantenrassen voor deze teeltwijze zijn ontwikkeld.”

Sinds deze zomer is Certhon een vertical farm van 2.750 m2 aan het bouwen op het terrein van Staay Food Group in Dronten. Bijzonder is de combinatie met Fresh Care Convenience, waar straks het geoogste product direct verwerkt zal worden. Er zal sla worden geteeld in een geautomatiseerd systeem in substraatpluggen onder ledverlichting. In de vertical farm kunnen de kroppen van 150 tot 200 gram al na een maand worden geoogst, in plaats van 10 tot 14 weken in een normale kas. In de farm zullen vooral slasoorten worden geteeld, zoals frisee, rucola, lollo rosso en lollo bionda. Voor de ontwikkeling van de vertical farm wordt door Certhon nauw samengewerkt in een consortium met Staay Food Group, Philips Lighting, Rijk Zwaan, hogescholen en universiteiten. Hoewel de kostprijs voor het telen van sla in een vertical farm nog wel hoger ligt dan met gangbare teeltmethoden, zijn de voordelen groot: “Jaarrond leverzekerheid en een 100% schoon en veilig product, duurzaam geteeld, dat direct na de oogst wordt verwerkt. Bovendien is de waarde van het component sla in een maaltijdsalade beperkt, waardoor onze klanten de beperkte prijsstijging graag accepteren”, aldus Rien Panneman, directeur van Staay Food Group.

Hightech in woestijn Een heel ander, maar zeker zo opvallend project is te vinden op de rand van de woestijn van Zuid-Australië, waar Sundrop Farms een hightech glazen kas van 20 hectare heeft neergezet die volledig draait op zonneenergie en zeewater. De energiecentrale bestaat uit een 127 meter hoge ‘power tower’, die het zonlicht opvangt van 23.500 spiegels. De hiermee opgewekte thermische energie


Innovatie

wordt benut voor het opwekken van elektriciteit, verwarming van de kas en ontzouting van zeewater. De semi-gesloten kas van kassenbouwer Van der Hoeven heeft weinig luchtramen, die bovendien zijn afgedekt met insectengaas. CO2 en meststoffen zijn afkomstig van duurzame bronnen. Het klimaat is vrij nauwkeurig te regelen dankzij een speciaal ontwikkeld pad&fan-systeem, in combinatie met een enkel Svensson scherm (Luxous 1547 D FR). “Door hun focus op duurzaamheid kreeg Sundrop Farms de overheid in Zuid-Australië helemaal mee”, zegt Ton Habraken van Svensson, die er deze zomer voor de tweede keer een bezoek bracht. “Er was ook behoorlijk wat werkloosheid in het gebied. Daardoor kregen ze alle medewerking van de lokale staat. Al hebben ze niet alle medewerkers lokaal kunnen werven.” Sundrop Farms heeft een tienjarig contract met supermarktketen Coles, dat de tomaten afneemt. Daardoor waren ze in staat om een

investeerder aan te trekken. Een mooi voorbeeld van samenwerking tussen teler, afnemer, toeleveranciers, overheid en investeerders.

Levenscyclus “De glazen kas is nog lang niet aan het einde van zijn levenscyclus”, denkt Hein van der Sande van Certhon. Na de komst van de auto is de fiets immers ook niet verdwenen, voegt hij er aan toe. “Wel zal de glazen kas steeds meer hightech worden. En er zal ook ruimte ontstaan voor alternatieve teeltsystemen. We zijn nog maar net aan die reis begonnen.” Tot slot: “Wij investeren niet voor niets in vertical farming, omdat we geloven in de mogelijkheden. Hoeveel % van de markt uiteindelijk door vertical farming zal worden ingenomen? Daar heb ik echt nog geen idee van. De markt voor kassen blijft wereldwijd groeien, maar ik verwacht niet dat vertical farming die zal inhalen.”

“De glazen kas is nog lang niet aan het einde van zijn levenscyclus.”

telen&trends 15


Onze pay-off is niet voor niets

‘Feel the quality’ 16 telen&trends


Uitgelicht

DECORUM;

een unieke coöperatieve telersvereniging in de sierteelt Een mooie prestatie op het vlak van marketing, reclame en merkenbouw levert Decorum Company in de sierteelt. Al 18 jaar bouwen tientallen telers van planten en bloemen aan deze unieke samenwerking en met succes: een blije consument. Het geluid van transportbanden met veel gekleurde bloemen vult de enorme hal. Een zwak muziekje, onvermijdelijk om bij te werken, maakt het af. De dames zijn druk bezig met het bossen van de felgekleurde boeketten. Het hoort bij de werkomgeving van Decorum op het enorme terrein van Veiling FloraHolland in Honselersdijk. Ralph Koopman, sinds 1 maart directeur van telersvereniging Decorum, vertelt gelijk aan het begin van het gesprek dat het bedrijf eind 2017 zal verhuizen naar het World Horti Center, het internationale kennis- en innovatiecentrum voor de glastuinbouw. Hij wil daar laten zien wat het resultaat is van horizontale en verticale samenwerkingen. “We kunnen daar gezamenlijk verder werken aan de merkontwikkeling van de sierteelt. Er zijn zeker nog stappen te maken. Decorum heeft als missie ‘het zijn van de pionier en verbinder in de sierteeltketen’, met als uiteindelijke streven om de consument te laten genieten van een prachtige plant of bloem.”

Topsegment In 1995 werd vanuit Merk Ontwikkeling Sierteelt (MOS) door aan aantal kwekers de voorloper van Decorum opgericht. Zij deden dit vanuit de overtuiging onderscheidend te kunnen zijn in kwaliteit en minder inwissel­ baar in de keten. “Tot op de dag van vandaag zijn dat nog steeds onze uitgangs­punten”, duidt Koopman. “Zo rond de eeuwwisseling werd Decorum een echte parapluorganisatie, en werken we sindsdien aan de uitbouw van de coöperatieve vereniging met innovatieve kwekers om zo het assortiment in het topsegment te verbreden. Decorum is naast een samen­werkings­verband ook een merk dat actief is in de top van de markt. Onze pay-off is niet voor niets ‘Feel the quality’. Aan de retail en tuincentra leveren we voor elk seizoen of feestdagen een bloemen- en/ of planten­concept, zoals voor de kerst het concept Cozy. Nederland is als thuismarkt niet onbelangrijk, maar het merendeel van de Decorum-producten vindt zijn weg naar het buitenland.

“Het zijn van de pionier en verbinder in de sierteeltketen.”

>> telen&trends 17


een hoge kwaliteit bij de consument te krijgen.” Koopman vult aan: “Voor Decorum zijn deze niche producten een enorme aanvulling en heuse parels in het assortiment.”

Genetica

>>

18 telen&trends

Van oudsher zijn Duitsland, Frankrijk, Italië en het Verenigd Koninkrijk belangrijke afzetmarkten, ook de export richting Rusland is de laatste jaren zeer belangrijk geworden.” Een kweker van het eerste uur is Richplant, het bedrijf van Richard en Ellen Scheffers. De twee zagen in dat marketing en merkenbouw steeds belangrijker zouden gaan worden, maar hadden daar niet de kennis voor. Richplant kweekt kamerplanten als Gardenia jasminoides en Crossandra fortuna. “Het zijn kleine producten die we via Decorum veel beter kunnen vermarkten”, vertelt Ellen Scheffers. “Door het merk Decorum, dat staat voor kwaliteit, komen onze planten in het schap. Alleen kregen wij dat niet voor elkaar. Daarnaast kunnen we van andere leden leren en elkaar ondersteunen met als doel producten van

Met de komst van Koopman gaat Decorum een volgende fase in. Om de kracht van ‘de pionier en verbinder in de keten’, zoals Koopman Decorum noemt, in kaart te brengen gebruikte hij van het organisatieadviesbureau McKinsey een methode, dat ook wel het 7S model (structure, strategy, skills, staff, style, systems & shared value) wordt genoemd. “7S is een objectieve tool om uiteindelijk die gedeelde waarden in kaart te brengen. De basis van Decorum vormt ons coöperatieve gedachtegoed, daar gaan we verder aan werken. Onze leden zijn vooral trots, trots op elkaar en op elkaars producten. De komende maanden werk ik samen met ons coöperatiebestuur aan een gezamenlijk plan van aanpak. Belangrijk hierbij is dat we ons niet alleen richten op de verdere schakels in de keten. Ook de samenwerking met veredelaars is voor de Decorum-leden van strategisch belang. In dat licht gezien is genetica het nieuwe goud. De nieuwste en mooiste soorten bloemen en planten worden door Decorum kwekers geteeld, een mooi streven voor onze coöperatieve vereniging.” Één van de nieuwere leden is Frans de Koning van Kwekerij Koningshof. Hij werd lid om gebruik te maken van de marketing- en verkoopkennis die binnen de samenwerking aanwezig is om zo de zichtbaarheid van zijn cymbidiums te vergroten. In 2016 trad hij als 27-jarige toe tot het bestuur. Maar hij ziet, zoals Koopman dat beschrijft, ook andere aanknopingspunten. “Ik praat en overleg met telers van andere planten- en bloemensoorten. Zij hebben een andere kijk op ondernemerschap of een


Uitgelicht

boeiende visie op investeren, waar ik weer wat van kan opsteken. Hoe hebben zij hun organisatie opgetuigd? Ik heb naar aanleiding van die gesprekken besloten voor mijn nieuwbouw geen standaardkas te kiezen en ook nog eens te gaan werken met diffuus glas. Verder heeft het mij veel nieuwe contacten met kopers opgeleverd. Ik sta nu beter gepositioneerd in de markt.”

Storytelling Ralph Koopman adviseert zijn aangesloten leden zich ook eens te verdiepen in de waarom-theorie van de Amerikaanse marketinggoeroe Simon Sinek. Deze Amerikaan ontwikkelde een handvat om eens anders naar de kunst van het verhalen vertellen - the art of storytelling - te kijken. De meeste ondernemers vertellen wat zij doen, vervolgens hoe ze dat doen en als je mazzel hebt misschien ook nog waarom. “Draai die richting eens om. Succesvolle onder­nemingen beginnen eerst met waarom en dan hoe en als laatste wat”, doceert

Koopman. “We zullen veel meer dan vroeger een verhaal bij onze producten moeten hebben. De wereld en onze samenleving is zo snel aan het veranderen dat doorgaan op de oude manier - telen, veiling, retail/ bloemenstal, consument - niet meer werkt. Dat wat en hoe is wel bekend, maar waarom doe je wat je doet? Onderdeel van dat verhaal moet duurzaam ondernemen zijn. Het begrip duurzaamheid staat hoog op de agenda bij Decorum. De aangesloten leden zijn reeds zeer actief op het gebied van biologische gewasbescherming, de toepassing van zonnepanelen of het gebruik van aardwarmte. Binnen Decorum wordt op dit moment goed gekeken naar de verschillende duurzaamheidsinitiatieven in de sector. Één van de initiatieven is het Floriculture Sustainability Initiative (FSI2010). Het is een versnellingsinitiatief waar grote retailers, telers, handelaren en overheden bij zijn aangesloten om het op het vlak van bijvoorbeeld arbeid en energie zo goed mogelijk te doen.”

“Succesvolle ondernemingen beginnen eerst met waarom en dan hoe en als laatste wat.”

telen&trends 19


Orchidee is een verhaal op sociale media waard Kwekers van bloemen en planten zoeken, nu de veiling een andere positie krijgt in de keten, nieuwe wegen om de consument te bereiken. Sociale media spelen daarbij een belangrijke rol. Ben van der Kooij Orchideeën trekt hiervoor samen op met De Vakbloemist. Samen met bloemisten bedrijven zij ‘de kunst van het verhalen vertellen’. ‘Never let a good crisis go to waste’. Het is een uitspraak die wordt toegeschreven aan Winston Churchill. Ben en zijn vrouw Marian van der Kooij praktiseerden de spreuk van de oud-premier van Engeland. Ze besloten in de crisis hun bedrijfsstrategie om te gooien. Ze zijn nog maar één van de weinige kwekers in Nederland die op hun complex in Zevenhuizen cymbidium heeft staan. “We sneden in de dagen rond 2008/2009 onze orchideeën van de bol, bosten ze op en vervolgens gingen ze naar de veiling en dan maar wachten wat de prijs zou worden. Ik had daar helemaal geen lol meer in”, vertelt Ben van der Kooij. “Cymbidium is een nichemarkt waar in die dagen steeds minder vraag naar was. Het probleem was dat bloemisten deze bloem niet goed kenden en dus te weinig gebruikten. Daar moest verandering in komen.” Na goede gesprekken met zijn afnemers besloot Ben en zijn vrouw zich te gaan richten op de wens van de klant en niet meer sec voor de klok te gaan. 20 telen&trends

“Voor mij is de klant de tussenhandelaar die uiteindelijk de bloemist van mijn bloemen voorziet.” Inmiddels maakt de veiling nog maar een klein deel uit van de omzet, en gaat de overgrote meerderheid van zijn productie via de groothandel naar de bloemist.

Profileren In die dagen begon ook Jan Huisman, medeoprichter van De Vakbloemist, zich te roeren. Via internationale commerciële functies bij Top Art (zijdebloemen) en Hakbijl Glas (decoratieve glasartikelen als vazen) kwam hij in contact met Mark Doyle, ooit de IT-baas van Fleurop-Interflora. Ze besloten hun kennis van de bloemen- en plantenwereld te bundelen, en begonnen uiteindelijk in 2015 een digitaal serviceplatform voor bloemisten onder de naam De Vakbloemist. Het doel is de zichtbaarheid van de bloemist op sociale media te vergroten. “Het nadeel van de huidige bloemen-bestelwebsites is dat de bloemist zich onvoldoende kan profileren en


Uitgelicht

al helemaal niet de kweker. Terwijl het inmiddels heel normaal is dat bij de supermarkt een bord staat wie de aardappelen heeft geteeld die daar worden verkocht. Bloemisten maken op De Vakbloemist een eigen profiel aan om zich te presenteren aan de consument. Verbindt je via sociale media met je consument is onze boodschap. Bloemisten kunnen daarin door ons getraind worden. Daarnaast is er binnen de website een community actief met inmiddels 3.300 leden. Hieruit ontstaan nieuwe businessmodellen.”

Verhalen vertellen Maar hoe kwam Ben van der Kooij in contact met De Vakbloemist? “Ik volg de blogs van Jan op De Vakbloemist. Zijn filosofie sluit aan op hoe wij denken dat het moet gaan worden”, vertelt Marian van der Kooij, terwijl Huisman rustig luistert. “Binnen de kwekerij zet ik mij in om ons bedrijf goed op Facebook en andere sociale media-platformen te

krijgen. Onze orchidee moet zichtbaar zijn, en daar heb ik weer de steun van die bloemist voor nodig. Ik heb Huisman uitgenodigd op de kwekerij om onze stap naar die klant concreter te maken.” Inmiddels zijn een paar bloemisten fan van Ben van der Kooij Orchideeën geworden. Marian haalt haar smartphone tevoorschijn en laat een mooie foto zien van een veldboeket waarin haar orchideeën zijn verwerkt: “Deze is gemaakt door Peter van de Velde van MetBloemen uit Zoeterwoude. Hij heeft een fors bereik op sociale media. Met Petri Rijsdijk van Fiori Bloemen uit Leiden werken we inmiddels ook samen. Met deze topbloemisten vertellen we het verhaal van onze orchideeën, the art of story telling, en daar spelen hun pagina’s op De Vakbloemist een rol in. Met die verhalen moeten we een beweging op gang krijgen om uiteindelijk de consument bij de stal of bloemenwinkel te overtuigen een boeket te nemen met daarin een mooie orchidee.”

“Binnen de website is er een community actief met inmiddels 3.300 leden. Hieruit ontstaan nieuwe businessmodellen.”

telen&trends 21


FoodVentures

financiert eigen tuinbouw­projecten en levert teeltkennis Het Nederlandse FoodVentures investeert in opkomende economieën. Opvallend is dat het bedrijf niet alleen de financiering organiseert, maar ook kennis van kassenbouw en telen levert. De eerste kassen staan in Georgië en Oekraïne. Binnenkort komt daar Kazachstan bij. De combinatie van investeren en teeltkennis leveren is een mooi exportproduct. 22 telen&trends


Interview Een afspraak maken met Dick de Jong is een hele onderneming. Hij is bij FoodVentures niet alleen mede-investeerder/partner, maar ook de ‘man met teeltkennis’, de Chief Operating Officer (COO). Maar door de ambitieuze plannen van FoodVentures en ook nog eens het nodige advieswerk in het buitenland is hij maar enkele weken per jaar in Tilburg, waar hij woont. Zijn geschiedenis is op de juiste momenten de juiste stappen zetten en de juiste mensen tegen het lijf lopen. “Ik nam van mijn vader de komkommer­k wekerij Klein-Ambacht in Hendrik Ido Ambacht, later Dongen, over. Ik had in die jaren negentig van de vorige eeuw een eigenzinnige visie door bijvoorbeeld belicht te gaan telen en over te stappen op hogedraadteelt. Collega’s waren nog niet zover in die periode. Sinds een aantal jaren begint gerichter telen wel te komen. Doel was meer komkommers (35’ers) per vierkante meter en een hogere kwaliteit. Op het juiste moment verkocht ik Klein-Ambacht, zo’n 10 jaar geleden.” De Jong vertelt het verhaal met zichtbare schik. “In 2012 kwam ik in contact met Dirk Aleven, de oprichter van FoodVentures. In die tijd had ik een aantal projecten opgestart in het buitenland, onder andere Turkije en Rusland, en had ik Rijk Zwaan in Mexico geholpen bij het opstarten van hun zaadproductie. Het gesprek met Aleven ging over investeren in kassen, inclusief het managen van de teelt en het opzetten van een goed tuinbouwbedrijf in opkomende markten. Van haute finance heb ik geen verstand, maar des te meer van telen en het managen van een bedrijf. Het klikte en de rest is geschiedenis.”

Klein beginnen In een wereld waar geld op dit moment ruim voorhanden is, is de kennis en vaardigheid van De Jong essentieel. “FoodVentures is dan een investeringsvehicle. In Georgië worden de twee kassen (komkommer en sla) medegefinancierd door drie lokale partners.

Ons nieuwste project gaat van start in Kazachstan (tomaat) en heeft het fonds ADM Capital als partner, samen met een lokale investeerder met een eigen tuinbouwbedrijf.” De scope van FoodVentures is op dit moment de CIS-landen (Commonwealth of Independent States, dat zijn de voormalige lidstaten van de Sovjet-Unie minus de Baltische staten/red.). Soms geen gemakkelijke landen door de politieke en economische situaties, beaamt De Jong, maar dat is geen reden om op de rem te stappen. Daarnaast staat de glastuinbouw daar nog in de kinderschoenen. “Het verschil met Nederland is dat we klein beginnen. Als in Nederland een kas wordt gebouwd gaat het vaak over 10 tot 20 hectare, dat lukt voor ons in de CIS-landen niet direct. Het kennisniveau is gewoon veel te laag om gelijk met enorme complexen te beginnen.

“Van haute finance heb ik geen verstand, maar des te meer van telen en het managen van een bedrijf.” FoodVentures doet alles stap voor stap. Het kascomplex van Imereti Greenery LLC in Georgië hebben we bijvoorbeeld uitgebreid met 1,6 hectare naar 2,5 hectare. In de kas hangt Philips LED en SON-T-belichting en gebruiken we aardwarmte. Op het eind van het traject willen we een goed werkende kas hebben die wordt geleid door goed opgeleide lokale mensen.” De gebieden waar FoodVentures zich op richt zijn de thuis­ markten en de enorme Russische markt. Op die manier springt de investeerder en zijn partners in op de local for local-trend. “In Georgië leveren onze producten rechtstreeks aan onder andere supermarkt­ gigant Carrefour. Onze kas in Kazachstan realiseren we in de Noordelijke stad Aktobe, enkele tientallen kilometers van de Russische grens. Dit complex van uiteindelijk 20 ha is gericht op de export naar dit land.”

telen&trends 23


Kassucces

RedStar verovert met

smaakmerken internationale markten

RedStar is een echte merkenbouwer. De families Van der Kaaij, eigenaren van het tomatenteeltbedrijf, ontwikkelden in nauwe samenwerking met zaadveredelaars, handelaren, retailers en ook consumenten negen smaakvolle tomatenmerken. Deze strategie bracht het bedrijf aan de top en werd ermee een superexporteur. Eigenzinnig en oog voor details, dat zijn de woorden die het dichtst in de buurt komen van het DNA van de gebroeders Cor en Dirk van der Kaaij. Zij zetten met veel power en een uitstekende neus voor ondernemerschap de tuinderij van hun vader Theo voort. De twee mannen gingen wel door ruiten en roeien - ze stapten als één van de eersten uit het veilingsysteem - maar dan staat er ook wat. Zestig jaar nadat vader Theo startte in Honselersdijk is RedStar één van de meest internationale tomatentelers van Nederland. Tonnen tomaten gaan dagelijks vanuit het enorme inpakstation in De Lier naar duizenden klanten in heel Europa, en als je geluk hebt tref je in een supermarkt in India of Azië ook een RedStar-tomaat aan.

Retailconcepten Het bedrijf, dat dit jaar de omzetgrens van 100 miljoen euro zal passeren en in de drukste maanden meer dan zevenhonderd

vaste en variabele werknemers in dienst heeft, wordt inmiddels geleid door een heuse directie­voorzitter (CEO). Kees van Oostenrijk staat tijdelijk aan het roer om het ‘schip’ RedStar door de onrustige baren te sturen. Kort legt hij zijn rol uit, omdat hij voor een tijdelijk bestuursvoorzitter er eigenlijk al te lang zit. “Er spelen in deze sector een aantal issues, die ook hun weerslag hebben op RedStar. Voeg daarbij een aantal vervelende ziekteperiodes op aandeelhouders- en toezichthoudend niveau en zie hier de verklaring dat een tijdelijke CEO minder tijdelijk wordt. Eerst moet dit allemaal zijn afgewikkeld, dan pas gaan we op zoek naar een nieuwe bestuursvoorzitter die RedStar naar de volgende fase zal brengen. We vergeten weleens dat een tijdelijke CEO ook tot taak heeft het proces van verbeteringen in de organisatie vorm te geven en te verankeren voor de toekomst. Gelukkig gaat de bloei en groei vanzelf door.”

>> telen&trends 25


Telen

Telen

Verkopen Telen

Verkopen

Verpakken

Verkopen Verpakken Telen

Category Management Verpakken

Category Management Verkopen Verpakken

Category Management

Category Management

Tijdens het gesprek schuift Dick van der Harst, customer development manager, aan. Voor het gesprek legt hij drie fraai verpakte soorten tomaten op tafel. Vooraanstaande retailers zijn de afnemers van deze producten. Het zijn supermarktgiganten in West-Europa, waarmee RedStar samenwerkt om op de lange duur het tomatenschap een stap verder te brengen. Van der Harst, hij heeft een achtergrond in FMCG (fast moving consumer goods): “Samen met de retailer werken we aan het vergroten van de categorie tomaat door met retailconcepten te komen. Het hebben van een merkportfolio, gericht op de consument, is daarbij onontbeerlijk. De kunst is dat de shopper uiteindelijk kiest voor een product dat uit onze kassen komt en tevens de categorie laat groeien.”

Echte merkenbouwer Smaaktomaat staat consequent op alle uitingen van RedStar. Het zegt iets over het feit dat het bedrijf weg wil blijven van sommige tomaten die nergens meer naar smaken. Daarnaast is het bedrijf als één van eerste

26 telen&trends

telers begonnen met het in de markt zetten van merknamen. In deze editie van telen&trends zegt marketingspecialist Frans-Peter Dechering dat dat een manier is om los te komen van ‘de spiraal van kostprijs­ oriëntatie en lage winstmarges’. Hij stelt dat merken een goede mogelijkheid vormen om meer onderscheidend vermogen van verse producten te realiseren. Onder het label RedStar zijn negen sub-brands te vinden. “Met RedStar Romantic, een mini-pruimtrostomaat, zijn we begonnen en daar uiterst succesvol mee. We brengen deze onder het RedStar-label op de markt, maar ook als private label voor klanten”, vertelt Van der Harst. “Samen met retailers hebben we deze tomaat in een speciale verpakking in de supers van de retailers gebracht. Het effect daarvan is dat de omzet van deze tomaat verdubbelde, maar tevens haalden we meer omzet en marge uit het tomatenschap. Op dit moment zijn we bij supers bezig met de RedStar Blossom, een oranjekleurige cherrytomaat.”


Kassucces “Samen met de retailer werken we aan het vergroten van de categorie tomaat door met retailconcepten te komen.” Expansie Om aan de enorme dagelijkse vraag te voldoen, zetten de twee broers niet alleen in Nederland kascomplexen op. Voor de Engelse markt is in het graafschap Kent samen met een Engelse en twee Nederlandse partners Thanet Earth neergezet. Het deel van RedStar (Kaaij Group) heeft een grootte van 24,5 ha en zal de komende periode worden uitgebreid naar 31 ha. Het is daarmee het grootste glastuinbouwcomplex voor tomaten in Groot-Brittannië. Brexit zal niet al te grote effecten hebben op de werkzaam­ heden, is de inschatting van Kees van Oostenrijk: “Het is local for local. We telen daar en we kopen daar in.” De Engelse markt is ook nog eens leerzaam. “De retailmarkt in Engeland heeft een geweldig referentieniveau voor het vasteland van Europa”, vult Van der Harst aan. “De samenwerking met de grote retailers is intensief en verdiept zich steeds verder. Dankzij het gebruik van big data kunnen we het category management voor

het tomatenschap verder doorontwikkelen. Dat doen wij vanuit onze unieke RedStarbasis: het hele proces van telen, verpakken, verkopen en category management in eigen handen houden.” Het internationale RedStar-web gaat verder. Daarnaast produceert partner Les Domaines Agricoles in Marokko speciaal voor RedStar en wordt er geïmporteerd uit Egypte, Spanje en Senegal. “Zo zijn we in staat om het jaarrond onze smaaktomaten te telen en zo onze afnemers nooit teleur te stellen”, zegt Van Oostenrijk droogjes. “Het is de sterke kant van dit bedrijf door de teeltprogramma’s te verdelen over al die complexen. Wat ook meespeelt, is dat 95 procent van de teelt belicht is.” Plannen tot verdere inter­nationalisatie in India, China, Japan en Rusland zijn door Van Oostenrijk en de raad van commissarissen in de koelkast gezet. Eerst moet het hyper­ moderne complex in Dinteloord voor het eind van dit jaar zijn afgebouwd.

RedStar blijft een familiebedrijf De vijf kleinkinderen van oprichter Theo van der Kaaij namen het initiatief om met hun vaders Cor en Dirk een familiestatuut te schrijven waarin de grondbeginselen van de onderneming zijn vastgelegd. Het resultaat is opgepakt in de governance-structuur van het bedrijf. Het is inmiddels duidelijk dat het bedrijf het komende decennium geleid zal worden door iemand van buiten de familie. “Het is dan prettig als zo’n persoon alles, maar dan ook alles weet van het bedrijf, waarvan de aandelen gewoon in bezit blijven van de families”, licht Kees van Oostenrijk, de tijdelijke CEO van RedStar, toe. Binnen de glastuinbouw is de organisatiestructuur van RedStar opvallend te noemen. Naast een raad van bestuur is er ook een onafhankelijke raad van commissarissen die bestaat uit Harry Kloppenburg (commercieel directeur Dümmen Orange), Bob de Kuyper van de gelijknamige jenever en Arjan Kaaks (CFO Agro Merchants Group). Van Oostenrijk: “Een onafhankelijke en transparante governance-structuur is voor ieder bedrijf belangrijk, dus ook voor RedStar, dat midden in het krachtenveld van deze sector opereert, met alle uitdagingen en verleidingen.”

telen&trends 27


Case

Hoe de Pink Lady-appel de Europese retail verovert Pink Lady is marktleider in het premium-appelsegment, waarvan de afzet jaar op jaar groeit, ondanks de overvolle Europese appelmarkt. Achter de smakelijke appel - bekend van het hartjeslogo - gaat een netwerk schuil, dat gezamenlijk wordt bestuurd door boomkwekers, appeltelers en distributeurs. Wat is het geheim van hun succes? De Pink Lady®-appel is een schepping van John Cripps, een Brit die in de jaren ‘50 naar Australië emigreerde en er werkte als veredelaar. In 1973 kruiste hij de appelvariëteiten Golden Delicious en Lady William, die Cripps Pink werd genoemd. Een knapperige en smakelijke appel met een geelgroene huid en een roze blos. In eerste instantie trok Cripps Pink niet veel interesse van kwekers 28 telen&trends

in de regio, die tevreden waren met het produceren van andere rassen. Maar in 1988 werd het ras door de industrie opgepakt. Australische kwekers en het ministerie van Landbouw richtten het Pink Lady-handelsmerk op. Alleen Cripps Pink van voldoende kwaliteit mocht nog worden verkocht als Pink Lady. Zo moest bijvoorbeeld 40 procent van elke appel zijn bedekt met de


kenmerkende roze blos. Daarmee was de eerste merkappel ter wereld geboren.

Roze Dame De Roze Dame moet op droge grond worden gekweekt - vergelijkbaar met het type dat goede druiven produceert - omdat de boom erg krachtig groeit en te veel blad maakt in vruchtbare grond. Het ras heeft ook een lang groeiseizoen met veel zonuren nodig, omdat de roze blos alleen ontstaat in de laatste weken van rijping. Het ras wordt daarom in landen als Frankrijk, Spanje, Chili, Zuid-Afrika en Australië geteeld. De teelt is jaarrond, afwisselend op het noordelijke en zuidelijke halfrond. De Pink Lady-appels zijn herkenbaar aan het label met het roze hartje, dat op elke appel wordt aangebracht. Soms is het gecombineerd met het land van herkomst. In veel landen worden Pink Ladyappels verpakt in speciale kartonnen dozen met een roze exterieur.

Partnership model In 1994 werden in Zuidoost-Frankrijk de eerste Europese Pink Lady-bomen geplant en in 1997 werd Pink Lady Europe opgericht. Een vereniging zonder winstoogmerk, bestaande uit 12 boomkwekers, 15 handelsbedrijven en 2.827 appeltelers. Van de appeltelers zijn er 807 gevestigd in Frankrijk, 1.939 in Italië en 81 in Spanje. De boomgaarden staan op kleine percelen tussen 1 en 4 hectare, in regio’s met de juiste teelt­omstandigheden. Anno 2017 produceert de vereniging 180.000 ton Pink Lady-appels en PinKids (een speciaal merk voor kinderen), die over de hele wereld worden verkocht. Het Pink Lady-model leunt op contracten tussen telers en geautoriseerde distributeurs die een eerlijke beloning garanderen, wat bijdraagt aan een gezonde bedrijfs­ ontwikkeling. De telers krijgen daarnaast technische ondersteuning - onder meer voor het verduurzamen van de teelt - en wisselen ook onderling teeltkennis uit. Alle telers zijn GLOBAL GAP gecertificeerd, 3% van de

productie is inmiddels biologisch. Het Pink Lady-merk mag alleen worden gebruikt door aangesloten leden op goedgekeurd plantmateriaal. Dankzij dit clubsysteem wordt wildgroei van het ras voorkomen en de kwaliteit gegarandeerd. Een ander voordeel voor de telers is dat de marketing wordt verzorgd door de club, in dit geval Pink Lady Europe. Het Pink Lady-merk blijft eigendom van Apple and Pear Australia (APAL), maar heeft een Europese licentie verleend aan Star Fruits, de licentiemanager van Pink Lady Europe (APLE). Star Fruits ontwikkelde het partnership model voor Europa, dat onder meer bestaat uit contracten tussen ketenpartners en het delen van economische voordelen. Sinds 2000 beheert Star Fruits de Europese rechten op de Cripps Pink-variëteit en haar mutanten, evenals op het Pink Lady-merk. De licentiemanager is betrokken bij tientallen geschillen per jaar, voornamelijk vanwege vals plantmateriaal. Het bestuur is in handen van de Europese Pink Lady-

“Het Pink Lady-model leunt op contracten tussen telers en geautoriseerde distributeurs die een eerlijke beloning garanderen, wat bijdraagt aan een gezonde bedrijfs­ontwikkeling.”

organisatie, die volledig onafhankelijk opereert van Australië en zelf strategische beslissingen mag nemen over productie en afzet.

Besluitvorming en strategie Jaarlijks kiezen de leden van de Algemene Vergadering een raad van bestuur, die telen&trends 29


“Het proces zorgt voor een vloeiende operatie en een strikte kwaliteitscontrole.”

vervolgens een voorzitter kiest. Zij bepalen de strategie en het kwaliteitsbeleid voor de appel. Zo kunnen alle leden een bijdrage leveren aan het verenigingsbeleid. Deelname aan de besluitvorming en strategieontwikkeling is laagdrempelig, wat de participatie van de leden stimuleert. De appeltelers hebben bovendien veel inspraak. Belangrijke beleidspunten zijn de handhaving en controle van de hoge kwaliteitsnormen, de ontwikkeling van duurzame teeltmethoden en het marketing- en promotiebeleid. Voor 2025 is er een ambitieus strategisch ontwikkelingsplan ontwikkeld. De doelstelling is om dan 275.000 ton Pink Lady-appels rendabel te produceren en af te zetten. De handelsbedrijven die een licentie hebben om Pink Ladyappels te mogen verkopen aan retailers in Europa zijn verbonden met 100 gecertificeerde verpakkingsstations, die de appels van de gecontracteerde telers krijgen. Het proces zorgt voor een vloeiende operatie en een strikte kwaliteitscontrole. APLE is niet betrokken bij de commerciële onderhandelingen of de verkoop van Pink Lady-appels die door de geautoriseerde partijen worden geleid. Wel speelt het een sleutelrol in de marketing en promotie van de appel in het handelskanaal en richting consument.

Naast de verleidelijke appel en het partnership model is het succes van Pink Lady vooral te danken aan haar betrokken leden, zegt Julia Savin, woordvoerder van APLE: “Onze leden hebben samen een strategische visie ontwikkeld, waarin de algemene belangen de individuele belangen overstijgen. Denk aan het waarborgen van de productkwaliteit, het creëren van een sterk en groeiend merk en de juiste marketing-dynamiek. We willen ook elk seizoen onze resultaten verbeteren, dat is een grondbeginsel. Daarnaast willen we onze maatschappelijke verantwoordelijkheid naar een hoger niveau tillen.” Zo is Pink Lady een pionier in het branden en promoten van appels via social media, op Facebook goed voor meer dan 180.000 likes. In 2011 werd de Pink Lady Food Photographer of the Year voor het eerst georganiseerd. De competitie (gesponsord door Pink Lady) is uitgegroeid tot de belangrijkste wedstrijd voor voedselfotografie. Savin: “Het komende appelseizoen zullen we het Pink Ladyverhaal naar de consument brengen met een nieuw merkplatform. We willen ons loyaliteitsprogramma verder ontwikkelen met de Pink Lady club en onze aanwezigheid op de digitale kanalen versterken. En we werken hand in hand met retailers om op maat gemaakte promoties in de winkel te creëren.”

Pink Lady® in cijfers (2017): • • • • • •

5.000 hectare in Europa 175.000 ton appels in het seizoen 2016-17 (een groei van 100.000 ton in 10 jaar) 75% van de Europese productie wordt uitgevoerd buiten de drie landen met Pink Lady-appeltelers De grootste afzetmarkten in Europa zijn Duitsland, het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk Wereldwijd meer dan 50 betrokken landen Wereldwijd 100 miljoen gebruikers

www.apple-pinklady.com

30 telen&trends


Interview

MET GEBUNDELDE KRACHTEN DE TOEKOMST TEGEMOET Verduurzaming, toenemende wereldbevolking, internationalisering, om enkele ontwikkelingen te noemen. De Nederlandse tuinbouw staat voor grote uitdagingen. Veel partijen bundelen hun krachten door samen te werken. Vier bestuurders over het belang van samenwerken en of zij daarmee beter uitgerust zijn voor de toekomst.

>>


NICO VAN RUITEN voorzitter LTO Glaskracht Nederland

Hoe geeft u inhoud aan de samenwerking met de andere partijen in LTO Glaskracht? “Wij zijn actief op het gebied van lobby & belangenbehartiging, onderzoek & innovatie en kennisdeling. Dat doen we door samenwerking tussen ondernemers in de vorm van ondernemersgroepen en landelijke gewascommissies, georganiseerd naar gewas en de thema’s plantgezondheid, water, energie en arbeid. Onze leden zijn de drijvende kracht achter onze activiteiten.”

Waarin zit de grootste meerwaarde van LTO Glaskracht en waarom? “LTO Glaskracht vertegenwoordigt de sector bij politiek en overheid om beleid te beïnvloeden en faciliteert het ondernemersnetwerk om zaken collectief op te pakken. Zo staan wij aan de basis van gewascoöperaties voor onderzoek en warmtecoöperaties voor de energietransitie. En in het programma Kas als Energiebron, een samenwerking met het ministerie van EZ, ontwikkelen we teelttechnieken voor het besparen en verduurzamen van energie. Onze kracht is dat we met één stem kunnen spreken. Zo hebben we bijvoorbeeld vrijstelling gekregen voor gewasbeschermingsmiddelen waar geen alternatief voor is. Dat krijg je alleen voor elkaar door een collectieve inzet.”

Hoe gaat u om met eventuele tegengestelde belangen?

“De kracht van LTO Glaskracht is dat we met één stem kunnen spreken.”

32 telen&trends

“Wij vertegenwoordigen driekwart van het glastuinbouwareaal in Nederland, zowel grote als kleine bedrijven. LTO Glaskracht zoekt naar gedeelde belangen voor een heterogene groep. De belangen zijn niet zozeer tegengesteld, eerder andere accenten of andere knelpunten voor bepaalde teelten, maar we hanteren altijd het voorzichtigheidsprincipe. Het streven is een standpunt waar een overgrote meerderheid van de telers zich in kan vinden.”

Wat zijn de ambities voor de toekomst? “Die liggen op het terrein van verdere verduurzaming en maatschappelijk verantwoord ondernemen. Dat geeft een license to produce. En per 1 januari 2018 geldt een verplichte zuivering van restwaterstromen voor de glastuinbouw. Een klimaatneutrale, emissieloze en residuvrije glastuinbouw, dat is de stip op de horizon. Daar ben ik niet meer persoonlijk bij betrokken, want op 1 oktober 2017 draag ik het voorzitterschap over aan Sjaak van der Tak.”


JAN OMVLEE voorzitter Holland Horti International (exportdirecteur Rijk Zwaan)

Hoe geeft u inhoud aan de samenwerking met de andere partijen in HHI? “Holland Horti International is eind vorig jaar opgezet door bedrijven uit alle disciplines binnen de tuinbouw. Er was een sterke behoefte aan een internationaal platform dat het centrale aanspreekpunt is voor zowel grote buitenlandse partijen als voor de Nederlandse overheid. Als jonge organisatie werken we aan verdere invulling van onze activiteiten.”

Waarin zit de grootste meerwaarde van HHI en waarom? “Stel, Vietnam wil een stadsuitbreiding van vijf miljoen mensen realiseren en doet voor de invulling van de voedselen de groenvoorziening een beroep op experts in het buitenland. Een partij kan zo’n complex vraagstuk alleen oppakken door een samenwerking van meerdere bedrijven, universiteiten en kennisinstituten. We zien geregeld dergelijke grote aanvragen door landen als China, Taiwan en India voorbijkomen, waarbij het veiligstellen van de voedselvoorziening een belangrijk aspect is. HHI wil hierop kunnen anticiperen en een grote rol spelen in het internationale speelveld.”

Hoe gaat u om met eventuele tegengestelde belangen? “Het lidmaatschap bij HHI is open voor elk bedrijf dat internationaal in de tuinbouw werkt, dus sommige leden zijn concurrenten. In principe staat bij ons het algemeen belang centraal. HHI stelt zich precompetitief op. Wij leggen de contacten en analyseren de complexe vragen uit de markt. Hoe we vervolgens waarde gaan creëren voor de aangesloten bedrijven en de omvangrijke projecten gaan uitvoeren, dat ligt in principe bij de bedrijven.”

Wat zijn de ambities voor de toekomst? “Onze ambitie is om over enkele jaren diverse complexe projecten binnen te halen en in verschillende landen vraagstukken rond voedsel, groen en duurzaamheid te coördineren en faciliteren. Daarvoor zullen we HHI moeten laten groeien naar 5 à 10 medewerkers. Daarnaast wil HHI, mede omdat er nog veel versnippering is op dit gebied, de Holland Branding van de tuinbouw op een uniforme manier verder uitdragen.”

“Onze ambitie is om over enkele jaren diverse complexe projecten binnen te halen.”

telen&trends 33


HARM MATERS voorzitter AVAG

Hoe geeft u inhoud aan de samenwerking met de andere partijen in de AVAG? “De markt is sterk internationaal ontwikkeld. Tien jaar geleden kwam zeventig procent van de vraag uit Nederland terwijl die omvang van de vraag nu uit het buitenland komt. Ook hebben er de laatste jaren technologische versnellingen plaatsgevonden, denk aan hightech kassen en integrated growing systems. AVAG is actief op de pijlers kwaliteit, internationalisering en innovatie en behartigt de belangen van onze leden.”

Waarin zit de grootste meerwaarde van de AVAG en waarom? “Om de innovatie van de sector te versnellen, hebben we Hortivation opgericht. Deze stichting werkt aan het kennismanagement in de sector en start strategische innovatieprojecten die belangrijk zijn voor groepen bedrijven binnen het technologiecluster. Ook is AVAG initiatiefnemer van HortiQ, een kwaliteitssysteem voor technische toeleveranciers. Hiermee kunnen we ons onderscheiden en sterker positioneren. En HortiQ werkt weer samen met grote verzekeraars zoals Hagelunie. Op deze manier tilt AVAG de gehele branche op een hoger niveau.”

Hoe gaat u om met eventuele tegengestelde belangen? “In de praktijk zien we juist dat we elkaar steeds meer nodig hebben. AVAG opereert in het belang van alle bedrijven. We doen precompetitief onderzoek dat gericht is op de lange termijn, terwijl ondernemers vaak meer oog hebben voor de korte termijn. Op deze manier maken we de sector sterker.”

Wat zijn de ambities voor de toekomst?

“Onze maatschappelijke opgave is het duurzaam produceren van gezond voedsel met gebruik van schone energie.” 34 telen&trends

“Bij het waarmaken van onze ambities vinden we het van belang om aan te sluiten bij de mondiale ontwikkelingen, zoals toenemende bevolkingsgroei, klimaatverandering en urbanisatie. In de oplossingen voor deze vraagstukken ligt vaak een grote taak voor de greenhouse technology. Onze maatschappelijke opgave is het duurzaam produceren van gezond voedsel met gebruik van schone energie, zo efficiënt mogelijk gebruik van water en zo min mogelijk pesticiden. Daarin zullen we alleen slagen als we over de gehele breedte intensief samenwerken en inzetten op schaalvergroting van de vraag.”


GASTON OPDEKAMP directeur Coöperatie Hoogstraten

Hoe geeft u inhoud aan de samenwerking met de andere partijen in Hoogstraten? “Hoogstraten is een coöperatieve vennootschap, waar telers van hoofdzakelijk aardbeien, tomaten en paprika’s bij zijn aangesloten. Hoogstraten neemt de afzet en het commercialiseren van de producten voor haar rekening, uiteraard in overleg met de telers. Met een kerngroep per productgroep overleggen we vrijwel wekelijks over de prognoses en het betreden van de markt. De overtuiging die alle leden gemeen hebben, is dat samenwerking loont.”

Waarin zit de grootste meerwaarde van Hoogstraten en waarom? “Doordat wij hoge volumes in de markt zetten, heeft Hoogstraten een stevig marktaandeel. Ook kunnen we continuïteit garanderen en we hebben verpakkingen en andere producttechnische zaken gestandaardiseerd. Verder hebben we in ons 85-jarige bestaan onder meer geïnvesteerd in de opstart van de koudeketen, een revolutie in de aardbeienteelt. En we beschikken over 27 computergestuurde koelkamers voor het bewaren van de aardbeiplanten. Twee diepe-investeringen die de aangesloten telers enorme voordelen bieden.”

Hoe gaat u om met eventuele tegengestelde belangen? “In de Raad van Bestuur hebben we een weerspiegeling van vertegenwoordigers van alle productgroepen. Voorop staat natuurlijk het gemeenschappelijk belang, maar daarnaast willen alle telers een maximale service tegen minimale kosten. In de dertig jaar dat ik bij Hoogstraten betrokken ben, hebben we altijd een consensus bereikt. Dat is tekenend voor Hoogstraten.”

Wat zijn de ambities voor de toekomst? “Decennialang hadden we elke tien jaar een verdubbeling van de omzet. Die lijn zal niet doorzetten, maar groei wel. Dat doen we door te blijven inzetten op marktconforme prijzen en een goede dienstverlening. Ook streeft Hoogstraten naar transparantie van prijsvorming. Daarnaast is er de ambitie om te diversifiëren met zacht fruit zoals kersen, blauwe bessen en frambozen. Ook hier geldt dat wat onze naam groot heeft gemaakt: kwaliteit boven alles. Hoogstraten staat synoniem voor goede producten, zodat klanten blindelings op ons kunnen vertrouwen.”

“We willen alle telers een maximale service geven tegen minimale kosten.” telen&trends 35


Marketing vast onderdeel bedrijfsvoering teler Wat is er mis met het halen van een marketingdiploma? Deze vraag zou elke teler (m/v) moeten beantwoorden met ‘niets’. Kennis van teelt, logistiek, in- en verkoop van energie, HR en het managen van een kas behoren tot de standaarduitrusting. Marketingkennis hoort daarbij, en is zelfs een wezenlijke aanvulling geworden in een wereld waarin big data en sociale media regeren. In de wereld van de marketing en verkoop heeft Frans-Peter Dechering zich gespecialiseerd in de tuinbouw. Op dit moment organiseert hij samen met Rotterdam Ahoy VEG, een tweedaags evenement voor AGFproducenten en handel, dat inspeelt op de behoefte aan verse en gezonde producten in het gespecialiseerde kanaal. Eerder was hij betrokken het opzetten van GreenTech Amsterdam in de RAI en werkte hij bij Priva. Onlangs verscheen van zijn hand het pamflet Het Nieuwe Ondernemen. Het is een vervolgstap, een verrijking op Het Nieuwe Telen. Voor Dechering staat als een paal boven water dat een moderne teler zich ook bezighoudt met marketing, daarom is in het 36 telen&trends

pamflet een behoorlijk hoofdstuk ingeruimd om marketing onderdeel te laten worden van de bedrijfsvoering. Opvallend aan zijn betoog, is dat hij een lans breekt voor nieuwe ondernemers in de glastuinbouw, en kritisch is over wat hij de ‘vader-op-zoon-methode noemt’, omdat die laatste veelal (te) traditioneel gericht is op produceren. Dechering: “Het gedachtepatroon verloopt bij die methode als het ware via plant, productiemiddelen naar bedrijfsmodel. Nieuwkomers hebben een andere insteek. Bij hen staat de markt, het businessmodel voorop. Zij starten met ‘hoe verdien ik mijn geld’. Vervolgens zoeken zij daarbij de technologie


Marketing oftewel productiemiddelen en uiteindelijk analyseren zij plantkundige processen.”

Bouw buyer personas Bij dat anders durven denken en doen speelt marketing een vooraanstaande rol. Je zult als teler goed moeten weten wat die consument precies wil. Welke plant, bloem of groente gaat het goed doen? Bij de grote productietelers speelt dat nu nog minder, omdat ze veelal leveren aan een tussenschakel en nauwelijks rechtstreeks in contact staan met vensterbank, keuken of eettafel bij die consument. “Big data is daarbij uiterst belangrijk. Zonder data geen marketing”, stelt Dechering en neemt de sierteelt als voorbeeld. Hij wil dat een teler de gehele keten in de hand heeft: van (desnoods) zaadveredeling, via teelt en de tussenhandel tot op de vensterbank waar de plant of bloem komt te staan. “Je zult meer moeten doen dan het verzamelen van kassadata om tot een goede marketingstrategie te komen. Kassadata en data uit onder andere je logistieke keten zijn, wat ik noem achteruitkijken. Met de inzet van sociale media is uitstekend vooruit te kijken: gebruik Facebook (FB), Instagram en YouTube. Doe een proef op FB met een knalrode plant. Clickgedrag op deze plant verrijkt je sociale media profielen. Uit de profielen van consumenten en die kassadata bouw je buyer persona(s): afspiegeling van overeenkomstig aankoopgedrag van je ideale klant. Het uiteindelijk doel van al deze inspanningen is dat je als marketeer die consument naar die supermarkt of dat tuincentrum krijgt en hem die rode plant laat kopen. Het rendement van het bloemen- en plantenschap zal zeker verbeteren: retailer tevreden en klant tevreden.”

Eigen tv-kanaal Een bedrijf waar door telers zeker naar gekeken mag worden is Albert Heijn. Zij pakken de rol die de teler van groenten laat liggen op door op haar eigen YouTube-kanaal Appie Today te vertellen over het belang van gevarieerd (groente en fruit) eten. De alsmaar

uitdijende AH community is voor AH waardevolle marketing(big)data. Ze krijgt dagelijks reportages en series over eten, proeven en trends. Het is een manier om aan het merk Albert Heijn en consumentenrelaties te bouwen, waar telers volgens Frans-Peter Dechering zeker van kunnen leren door bijvoorbeeld een eigen YouTube- of Vimeokanaal te beginnen. Dechering is van mening dat zowel de vader-zoon-bedrijven als de nieuwe generatie toetreders keihard moeten gaan werken aan het opbouwen van een eigen merk en/of sterke directe klantrelaties. Verse producten zijn volgens hem merkgevoelig.

“De alsmaar uitdijende AH community is voor AH waardevolle marketing data.”

“Merken vormen uiteindelijk de goede mogelijkheid om meer onderscheidend vermogen van verse producten te realiseren en de spiraal van kostprijsoriëntatie en lage winstmarges te ontvluchten”, stelt Dechering duidelijk. Het hebben van een merk geeft de teler de kracht om overeind te blijven in gespecialiseerde kanalen. Hij noemt Looye Kwekers met merken als Honingtomaten en Joyn en Nature’s Pride met het merk Eat Me als voorbeeld. In het verlengde daarvan zouden de groentetelers in hun marketing en verkoop het belang van gezond eten mee moeten nemen, maar dan nu eens gericht op andere kanalen dan de grootschalige retail. Het belang van het gespecialiseerde kanaal, zoals speciaalzaken, catering of verzorgingshuizen wordt volgens Dechering onderschat: “30 procent van alle AGF gaat via dit kanaal. Je kunt je als teler rechtstreeks wenden tot bijvoorbeeld die kok in een instelling. In de zorgsector gaan dagelijks 250.000 tot 300.000 maaltijden naar de cliënten. Het is een manier om die prijsdominantie in de markt te ontvluchten en gelijk aan je merk en sterke directe klantrelaties te bouwen.”

Informatie over Het Nieuwe Ondernemen is te vinden op www.linkedin.com/in/ franspeterdechering, of op Groentennieuws.nl telen&trends 37


WILLEM&DREES:

van houten kistjes naar webwinkel In het allereerste nummer van telen&trends - november 2012 - stond een verhaal over Willem&Drees. Tien nummers verder is de situatie veranderd en is het bedrijf gefuseerd met Beebox. Willem&Drees is nu de grootste e-commerce aanbieder van maaltijdboxen met biologische ingrediĂŤnten in Nederland.

38 telen&trends


De twee oprichters, Willem Treep en Drees Peter van den Bosch, begonnen in 2009 met het wegzetten van hun houten Willem&Drees-kistjes met daarin lokaal geteelde, biologische groenten. Ze hadden elkaar ontmoet bij Unilever en vroegen zich in 2009 af of supermarkten groente en fruit van boeren uit de buurt wilden gaan aanbieden. Erik Smeenk en Wilma Kraaij van het biologisch tuinbouwbedrijf Klein Broekhuizen vertelden in telen&trends hoe hun regenboogpeen, maar ook pastinaken of winterprei in zo’n kistje bij een aantal Jumbo’s in Arnhem, Doesburg of Doetinchem werd verkocht. Sinds 2014 verkocht het bedrijf ook rechtstreeks aan de consument, maar de wereld is veranderd. Supermarktgiganten gingen zelf met biologisch geteelde groenten aan de haal, en dan was er ook nog de opkomst van de maaltijdbox. Met enorm veel geld braken de Duitse broers Samwer deze markt open. Hun investeringsbedrijf Rocket Internet bracht hier HelloFresh op de markt. Later volgden Albert Heijn en anderen als Beebox. Willem Treep en Van den Bosch kruisten het pad van de mensen van Beebox en medefinancier ABN AMRO Social Impact Fonds achter Beebox, dat sinds 2012 maaltijdboxen met biologische ingrediënten leverde. In mei 2016 fuseerden de twee ondernemingen, en april van dit jaar werd besloten alleen nog onder de naam Willem&Drees verder te gaan. “Het was liefde op het eerste gezicht. Door de fusie ontstond een sterke, nieuwe organisatie met de slagkracht om de transitie naar een duurzame voedselketen te versnellen. We kunnen nu veel krachtiger ons verhaal voor het voetlicht brengen. In de samenwerking met de retailers was dat toch een stuk lastiger”, meldt directeur Drees Peter van de Bosch. “We besloten gelijk ons consumentenconcept te versterken. Naast een aantal samengestelde Beebox’en kan nu biologisch vers van boeren worden bijbesteld in de online winkel. Deze veranderingen passen bij de missie van Willem&Drees om de groeiende groep bewuste consumenten een

breder vers aanbod en nog meer gemak te bieden.” In een sectoranalyse benoemde ABN AMRO deze wijze van opereren als ‘must see’: “Beleef het hier: Willem&Drees. Niet fysiek, maar online. Kies van welke boer je groente afkomstig is.”

Uitgelicht

Geen retail meer Een andere verandering is dat Willem&Drees gestopt is met het leveren aan de retail. Ooit begonnen in de Jumbo en later Spar, Plus en Coop, was het toch moeilijk om volume te draaien. Treep en Van den Bosch liepen ertegenaan dat supermarktketens vers als hun eigen domein bleven zien. “Ze willen er de regie op houden”, zegt Van den Bosch. “Ze hebben veel dingen van ons overgenomen, zoals het creëren van sfeer door het plaatsen van houten kratjes. Maar ze kunnen nu bijvoorbeeld een relatief kleine teelt als pastinaak goedkoper bij The Greenery inkopen. De verkoop via de retail leverde ons wel een enorme naamsbekendheid op. Leveren aan horeca en cateraars blijven we wel doen. In de nieuwe opzet zijn Erik Smeenk en Wilma Kraaij één van onze leveranciers.”

“Samen creëren we onze eigen gezonde voedselketen, waar iedereen beter van wordt.”

Crowd-food Willem&Drees is na de fusie een coöperatie geworden waar boeren, oprichters en klanten eigenaar van zijn. Crowd-food noemen de ondernemers deze aanpak. Drees Peter van den Bosch: “We kennen elkaar, luisteren naar elkaar en werken met elkaar. Samen creëren we onze eigen gezonde voedselketen, waar iedereen beter van wordt. Geheel zelfstandig en onafhankelijk van machtige inkooppartijen of multinationals. Via de coöperatie willen we het voorbeeld zijn van een keten die is gebaseerd op kracht, in plaats van macht. We willen alles op een zo persoonlijk mogelijk manier doen. Om die reden hebben we gekozen voor een ondernemersmodel. In Rotterdam is Denley Felisie franchisenemer en hij zorgt voor de lokale activatie, meer betrokkenheid tussen boer en klant.”

telen&trends 39


Deco Harmony, de belangrijkste kenmerken: • Altijd het juiste winkelklimaat • Meer omzet door een prettige sfeer • Aandacht voor details van planten en bloemen • Bespaart energie en houdt warmte vast • Vlamvertragende eigenschappen

40 telen&trends


Svensson

“De schermen zorgen voor zonwering en verspreiden het licht gelijkmatig.”

Svensson introduceert decoratieve klimaatschermen voor tuincentra Een woonkamer met mooie gordijnen voor de ramen is een stuk ‘warmer’ en gezelliger. Je bent er graag en het geeft een goed en behaaglijk gevoel. Het zorgt voor de juiste sfeer in huis. Ook voor een tuincentrum is de juiste sfeer en een prettig klimaat alles bepalend. Svensson ontwierp speciaal voor tuincentra het decoratieve klimaatscherm Deco Harmony in vier warme tinten.

De nieuwe Deco Harmony schermen zorgen voor zonwering en verspreiden het licht gelijkmatig: planten en bloemen komen mooier uit en het klimaat in het tuincentrum is en blijft behaaglijk. Een ander pluspunt is dat er energie wordt bespaard. Een bijkomend voordeel van het creëren van de juiste sfeer is dat de klant misschien een plant of bos bloemen meer koopt en ook nog eens graag wil terugkomen.

Welk Deco Harmony is het meest geschikt voor uw tuincentrum? Meer informatie is te vinden op: www.ludvigsvensson.com of neem contact op met de adviseurs van Svensson via helpdesk@ludvigsvensson.

telen&trends 41


22 DAGEN OP PAD MET...

Ton Habraken

ADVISEUR VAN SVENSSON

De adviseur is een belangrijk gezicht van Svensson. Adviseur Ton Habraken pakte daarom vliegtuigen en huurde auto’s om in AustraliÍ en Nieuw-Zeeland telers, investeerders, instituten en installateurs te informeren over de nieuwste trends op het gebied van klimaatschermen. Een reisverslag van down under.

42 telen&trends


Consultancy

“Wat mij in dit land opvalt is, dat er - net als in Australië - een enorme inhaalslag is gemaakt. Telen in een beschermde omgeving neemt toe. Tevens gaat men voor kwaliteit.”

7 juli Geland in Melbourne, auto gehuurd en gelijk doorgegaan naar installateur Powerplants. Zij zijn één van de installateurs waarmee wij in Australië werken. Daarna een gerberateler, een chrysantenteler en een opleidingsinstituut bezocht. Door de privatisering van het energienetwerk zijn de prijzen voor gas en stroom omhooggeschoten. Veel vragen gingen bij deze telers daarom over energiebesparende klimaatschermen en minder over zonweringsschermen.

hot climates). Hoe optimaliseer je de teelt? Hoe bespaar je? Overigens is de glastuinbouw in Australië nog lang niet zover als hier in Nederland. Ze hangen echt op Nederlandse kennis. Het merendeel van de kassen is plastic multi-tunnel. De moderne kassen die de laatste 10 à 15 jaar worden gebouwd zijn van glas.

12 juli

Na een tocht met de auto vanuit Melbourne begint vandaag in het Adelaide Convention Centre de tweejaarlijkse Protected Cropping Australia (PCA) conference. Svensson heeft er een stand.

De gehele dag een farmtour in de streek boven Adelaide. Het is een gebied met 150 tot 200 ha bedekte teelt, waar hoofdzakelijk tomaten worden geteeld. Het is goed om te netwerken tijdens zo’n tour. De avond afgesloten met het kijken in de kroeg naar dé rugbywedstrijd uit de State of Origin series: de New South Wales Blues tegen de Queensland Maroons (6-22).

10 juli

13 juli

In de middag geef ik een presentatie in de grote zaal over het fenomeen uitstraling. (The underestimated effects of Outgoing Longwave Radiation on your greenhouse crop.)

Met Lilian Mellink van de Nederlandse ambassade naar Sundrop Farms in Port Augusta. De Nederlandse hoofdteler Barry Feenstra heeft net zijn eerste teelt tomaten achter de rug in deze hypermoderne kas. Energie wordt opgewekt met een veld van 5 ha aan spiegels die een installatie op een hoge mast verwarmt. Het levert energie op om de kassen te verwarmen en gelijk om de ontziltingsinstallatie aan te sturen. In deze kas van 20 ha hangt Luxous 1547 D FR.

9 juli

11 juli Heel vroeg al mijn eerste voordracht op de PCA. Het ging over de toepasbaarheid van Het Nieuwe Telen in Australië (Lessons learned from Next Generation Growing research for

>>

telen&trends 43


>>

In de glastuinbouwwereld wordt veel over dit project gepraat, omdat de financiering uit de Londense city komt en nog nooit op deze manier energie en zoetwater is gemaakt. Feenstra vertelt dat de eerste teelt naar tevredenheid is verlopen. Deze teelt is gebruikt om de kas te leren kennen, en uit te zoeken wat het omgevingsklimaat doet met de teelt. In de middag terug naar Adelaide.

17 juli In het weekend naar Katunga gereden. De Nederlander Peter van der Goor begon hier in 2002 Katunga Fresh. Het complex van 12 ha wordt uitgebreid met 4 ha. Niet alleen over schermen gehad, maar ook advies gegeven over kasklimaat in het algemeen. Later die dag door naar Melbourne.

18 juli Vanaf Melbourne naar Devonport op TasmaniĂŤ gevlogen en gelijk aan het werk. Eerst tomatenteler Brandsema bezocht. Deze van oorsprong Friese familie teelt al bijna 60 jaar op dit eiland. Het noordelijke gedeelte van TasmaniĂŤ heeft een gematigd klimaat. Ideaal voor het telen van tomaten. Het gebied is groen en glooiend. Dat is fijn, want de rest van de dag bezoek ik voor adviesgesprekken een mix van telers van groenten en bloemen. 44 telen&trends

20 juli Dag daarvoor teruggevlogen en nu via een binnenlandse vlucht van Sydney naar Armidale (Nieuw-Zuid Wales) om dan met een gehuurde auto door te rijden naar Guyra. Even buiten dit plaatsje heeft Costa Tomato Exchange twee complexen met een totale omvang van 30 ha. Costa is een beursgenoteerd handelshuis dat een groot aantal teeltlocaties heeft met diverse gewassen. Ik heb een presentatie gegeven over kasklimaat en onze klimaatschermen. In de avond weer teruggevlogen naar Sydney.

21 juli Met mijn huurauto vanuit Sydney vertrokken naar Peats Ridge, dat noordelijk ligt. Hier werkt de Nederlandse teler Patrick de Craen voor het bedrijf Family Fresh Farms. In de middag op terugreis nog bij installateur Living Shade geweest om bij te praten en dan door richting Nieuw-Zeeland.

24 juli Eerste afspraak in Christchurch bij Zealandia Horticulture. Een adviesgesprek gevoerd over het nut van schermen. In de middag aan de keukentafel bij komkommerteler Dave Barton van Island Horticulture warm geluncht en kennisgemaakt om vervolgens door te gaan naar rozenen phalaenopsisteler Moffatts.


Consultancy

“Ook de afnemers in Australië en Nieuw-Zeeland willen leveringszekerheid en groenten en bloemen van kwaliteit.”

25 juli In de ochtend naar Nelson gevlogen om daar een tomatenen paprikateler te overtuigen van het nut van een energiescherm. Ze stoken daar nog op kolen. Door het verhogen van de CO2-belasting loont het om te gaan schermen. Daarna heb ik deze teler meegenomen naar Tasman Bay Herbs, want daar gebruiken ze al zonweringsschermen (Harmony) voor hun compleet biologische teelt. Vanuit Nelson naar Auckland gevlogen, waar ik in de avond nog een gesprek had met ‘aardappelprofessor’ Charles Merfield. Hij gebruikt voor een aardappelteeltproject in de vollegrond ons insectengaas, Econet. Telen hieronder heeft als bijeffect dat het gewas sterker is en daardoor een hogere productie heeft. Vanuit de kasteelt kon ik Merfield het waarom, de achtergrond, uitleggen.

26 juli In de ochtend naar kassenbouwer Apex Greenhouses geweest. Op kantoor bijgepraat, de fabriek bezocht en in de middag wat telers met hen bezocht.

27 juli In de middag samen met Apex een seminar gegeven in de buurt van Auckland. Ongeveer dertig telers bezochten mijn presentaties over het verbeteren van het kasklimaat.

De insteek was het gebruik van schermen om teeltproblemen aan te pakken en het kasklimaat in orde te krijgen met behulp van klimaatschermen. Als bonus krijg je daar nog de besparing op energie bij.

28 juli Bij Turners & Growers geweest. Deze beursgenoteerde teler en handelaar is voor een meerderheid in handen van het Duitse BayWa-concern uit München. Adviesgesprekken gevoerd en na rondgang door kassen geconstateerd dat ze hun schermen en installaties beter moeten onderhouden. Vervolgens door naar het familiebedrijf New Zealand Gourmet waar een Nederlandse teeltmanager werkt. Daarna door naar het vliegveld voor een vlucht via Dubai naar Amsterdam. Wat mij in dit land opvalt is, dat er - net als in Australië - een enorme inhaalslag is gemaakt. Telen in een beschermde omgeving neemt toe. Tevens gaat men voor kwaliteit. Australië en Nieuw-Zeeland liggen ver van het Europese continent, dus even een nieuw scherm of een onderdeel opsturen is er niet bij. Ze willen producten met zo min mogelijk onderhoud en slijtage. Ook de afnemers in Australië en Nieuw-Zeeland willen leveringszekerheid en groenten en bloemen van kwaliteit. telen&trends 45


‘Samen waar het kan, individueel als het moet’

Energie Combinatie Wieringermeer (ECW) is groot geworden door klein te blijven of beter gezegd: door een regionale speler te blijven. “Wij doen alles local for local”, zegt directeur Robert Kielstra van het energiebedrijf annex netbeheerder op Agriport A7. We werken nauw samen met onze klanten, die vaak tegelijk leverancier zijn. Maar ook met de omwonenden en de overheid. We willen in de toekomst verder groeien en verduurzamen. Dan is een goede samenwerking en communicatie cruciaal.” ECW is in 2006 opgericht door de glasgroentetelers op Agriport A7, in de Noord-Hollandse gemeente Hollands Kroon. De publieke netbeheerder toonde destijds weinig urgentie voor het realiseren en exploiteren van de energieinfrastructuur op Agriport A7. “In feite zijn we uit nood geboren”, licht directeur Robert Kielstra toe. Aandeelhouders van ECW zijn de glastuinders in het gebied, in totaal tien. Bij haar oprichting ontving ECW een ontheffing van de Nma/Dte en werd daarmee een particulier netbeheerder. 46 telen&trends

Smart grid Wij leveren aan onze klanten het hele pakketje, zegt Kielstra trots, die veel ervaring op energiegebied opdeed bij Thanet Earth, het grootste hightech kassencomplex van Engeland. “Wij verkopen aansluitcapaciteit en leveren de bijbehorende aansluit- en transportdiensten aan onze klanten. Daarnaast faciliteren we de energiehandel tussen onze klanten in de pool via EWEB, ons handelsplatform. Wij zorgen ervoor dat alle energiestromen worden geoptimaliseerd, zodat onze afnemers altijd de meest ecologische en economische


Uitgelicht

oplossing kunnen kiezen. We leveren gas en geothermie, CO2 en elektra, het hele pakketje, waar we vervolgens een stukje smart grid overheen leggen. Alles verloopt volledig geautomatiseerd.” Daarnaast is er ook een aantal nieuwe ontwikkelingen. Zo levert ECW sinds kort internetdiensten over het bestaande glasvezelnet en zijn er plannen voor een zonnepark op water (“We zoeken nog een ontwikkelaar”). Onlangs is gestart met de aanleg van nieuwe geothermiebronnen, niet alleen op Agriport maar ook daarbuiten. De huidige geothermiebronnen uit 2014 voorzien nu in 15% van de warmtebehoefte van de bedrijven op Agriport A7. Dit aandeel kan uiteindelijk groeien naar de helft, denkt Kielstra. Nabij de huidige vier putten worden een extra productie- en injectieput aangelegd. Ook is ECW recent gestart met de aanleg van vier aardwarmteputten in het glastuinbouw­ gebied het Grootslag-Andijk. Hiervoor is een samenwerking met de lokale kwekers gestart. Als alles volgens plan verloopt verwacht ECW in 2018 aardwarmte te kunnen leveren aan de afnemers in het gebied. Kielstra: “Wij mikken uiteindelijk op zestien putten. Maar dat zal niet binnen vijf jaar lukken.” Windenergie maakt ook deel uit van de energiemix van ECW, al is dit beperkt. “We hebben een windmolen aangesloten als klant, die voedt ook ons net. Ik verwacht niet dat wij zelf windmolens gaan bouwen, want het vergunningenkader voor wind is in onze buurt al aardig verdeeld voor de komende vijf jaar.”

Geothermieplannen Om de omwonenden over de geothermie­ plannen te informeren en de gelegenheid te geven om vragen te stellen werd op 27 juli een inloopavond in het Grootslag-Andijk georganiseerd. Vlak daarvoor had de SodM (Staatstoezicht op de Mijnen/red.) een rapport verspreid over de risico’s van aardwarmte.

“Daar kwamen wel een paar vragen over, ja” zegt Kielstra. “Met name over bodemdaling en seismische activiteit. Die risico’s spelen vooral in voormalige gaswingebieden en in gebieden met breuklagen in de ondergrond. Wij zitten in een relatief risico-arm gebied. Ook hebben we kunnen uitleggen dat wij niets uit de grond halen, maar alleen de warmte aan het grondwater onttrekken. Het volume blijft immers gelijk. Dat is het grote verschil met andere vormen van mijnbouw.” Uit dit voorbeeld blijkt maar weer eens hoe belangrijk openheid naar de omgeving is, vervolgt Kielstra. “De communicatie met de omgeving - maar ook met de overheid - staat bij ons heel hoog in het vaandel. Dat betekent vooral: uitleggen, uitleggen, uitleggen... Is openheid een succesfactor? Absoluut. Agriport organiseert daarom veel rond­ leidingen en open dagen. We moeten ook investeren in kennis en expertise. Dat is één van de redenen waarom wij als ECW verder willen groeien. Ook willen wij zo de continuïteit van ons team beter waarborgen.”

“Agriport organiseert veel rondleidingen en open dagen. We moeten ook investeren in kennis en expertise.”

Datacenters Een bijzondere klant van ECW is het Microsoft datacenter, dat naast Agriport A7 ligt en momenteel flink wordt uitgebreid. Eén datacenter is momenteel operationeel, twee nieuwe datacenters voor publieke clouddiensten zijn in aanbouw, al wil Microsoft dat niet bevestigen. Het bedrijf zou voor Noord-Holland hebben gekozen onder meer vanwege de glasvezelverbinding met Amsterdam Internet Exchanges, één van de grootste internetknooppunten van Europa. Maar ook speelt de betrouwbare elektriciteitsvoorziening van ECW en de mogelijkheid om warmte af te voeren naar de tuinbouwkassen een rol, al gebeurt dit nu nog niet. “Ze leveren nu nog geen restwarmte, maar dat is wel het einddoel. We zijn daarover in gesprek”, aldus Kielstra. telen&trends 47


Sjaak Bakker

Wageningen UR BU Glastuinbouw

Column

SAMEN WERKEN OF SAMENWERKEN Begin 2012 werd Nederland getroffen door heel veel regen, storm en hoge waterstanden. Het was natuurlijk niks vergeleken met orkaan Irma. Maar dat goed aangelegde en onderhouden dijken, gemalen, kanalen en drainagesystemen veel ellende kunnen voorkomen, dát weten we in Nederland al heel lang. Dat doen we sámen via de waterschappen. Stel je voor dat iedereen zijn eigen stukje dijk apart zou beheren: dan kun je zelf de zaak wel voor elkaar hebben, maar bij hoog water loopt het via de lage dijk van de buren alsnog je huis in. De bevolking van Florida zou vast blij geweest zijn met ons waterschap. Als je als ondernemer niet kopje onder wilt gaan, moet je wel samen de innovatieve ‘dijken’ blijven ontwikkelen. Dat geldt zeker in de tuinbouw na het PT, dat lange tijd fungeerde als een soort waterschap voor de sector. Gelukkig zijn er bedrijven die dit beseffen en zich met andere partijen verbinden in consortia, waarin ze kennis delen en samen door ontwikkelen. Waarom zou Svensson zijn kennis niet delen met een kassenbouwer, een klimaatregelfirma, een glasleverancier en een veredelaar om samen een nieuwe groentekas te ontwikkelen?

De bevolking van Florida zou vast blij geweest zijn met ons waterschap. De dit jaar geopende winterlichtkas laat zien wat de kracht is van samenwerking. Ook concurrenten kunnen prima samen projecten uitvoeren, zoals binnen onze Club van 100, waar alle leden, waaronder ook Svensson, samen kennis ontwikkelen. Waarom ook niet? De auto-industrie is een goed voorbeeld. Grote kans dat er in je Opel een Fiat-motor zit of in je Nissan een motor van Renault. Maar die motoren gaan ook in de eigen modellen, waarmee ze zich onderscheiden in de markt. Het eindproduct is verschillend, maar voor de techniek ‘onder de motorkap’ worden ontwikkeling en innovatie samen gedaan. Net als in de tuinbouw in het post-PT tijdperk. Samenwerking wás, ís en blijft de echte motor van innovatie in Nederland.

48 telen&trends


Even voorstellen

TWEE NIEUWE MEDEWERKERS

Een Westlander en een Letse versterken team Svensson Svensson in Nederland heeft de organisatie versterkt met twee nieuwe werknemers. Leon Strik en Jevgenija Solovjova zijn voor nationale en internationale scherminstallateurs een vraagbaak. Svensson is een uiterst internationaal familiebedrijf. De schermdoeken worden in Zweden ontwikkeld en gefabriceerd en vinden inmiddels hun weg over de hele wereld. Het Nederlandse kantoor in Hellevoetsluis is een spin in het mondiale Svensson-web. Hiervandaan bedienen Jevgenija Solovjova (29) en Leon Strik (28) hun klanten. “Het voordeel is dat ik vloeiend Russisch spreek en schrijf”, vertelt de in Letland geboren Solovjova, die is afgestudeerd als geografe en de Nederlandse taal perfect beheerst. “Ik bedien klanten in Oost-Europa. Je moet dan denken aan installateurs die actief zijn in Rusland, Kaukasus, Oekraïne of Wit-Rusland. Ik regel bijvoorbeeld alle douaneformaliteiten. Naar Rusland toe moeten echt alle cijfertjes kloppen. Het is een uitdagende baan hier op Customer Service, omdat de Oost-Europese werkmentaliteit heel anders is dan hier. Gelukkig kom ik uit die cultuur, dus kan ik goed omgaan met verrassingen.

Ik zorg er hoe dan ook voor dat de bestelde schermen aankomen.”

Papa in paprika’s Zijn vader Jan had vroeger paprikakassen, dus schermdoeken zijn voor zoon Leon Strik geheel bekend. “Ik ben een volbloed Westlander dus bekend met de mentaliteit van dit enorme kassengebied. Het was overigens onderdeel van de vacature ‘bekend zijn met het Westland’. Veel van de installateurs waarmee ik contact heb, komen daar vandaan. Ik begrijp hun manier van denken.” Hij zegt het met hoorbaar plezier, want de tuinderswereld is toch ‘zijn dingetje’. Strik: “Na de HAS in Delft ben ik eerst gaan werken bij Noviflora Holland. Hier bij Svensson, mijn tweede baan dus, ben ik verantwoordelijk voor scherminstallateurs uit Nederland, Duitsland en Engeland. Ik bezoek ze en zorg dat vragen die zij hebben snel worden beantwoord. Het fijne is dat ik lekker op bezoek kan bij mijn klanten.”


‘Aan tafel bij...’

Marcel Wouda HOOFDTRAINER VAN DE KNZB

In de topsport is juiste voeding een prestatiebepalende factor. Om die reden zorgt hoofdcoach Marcel Wouda ervoor dat zijn zwempupillen er bewust mee bezig zijn. De weg naar het Olympische 50-meterbad in Tokio in 2020 gaat niet alleen via het hightech trainingszwembad in Eindhoven, maar ook via het bord op de keukentafel. Voor Wouda begint de dag, voordat hij naar het Nationaal Trainingscentrum in zijn woonplaats Eindhoven gaat, met een fatsoenlijk ontbijt en het liefst dan ook elke dag hetzelfde. “Ik ben een man van regelmaat en structuren. Vanochtend heb ik yoghurt met seizoensfruit, noten en lijnzaad gegeten. Als mijn agenda dat toelaat is dat de rest van de week mijn ontbijt. Door mijn werk ben ik veel in het buitenland. Ook daar 50 telen&trends

probeer ik gedurende de trip hetzelfde te eten. Maar als ik vroeg een afspraak heb, spring ik met boterham in de mond achter het stuur. Ik moet ontbijten, omdat inmiddels wel duidelijk is dat voeding belangrijk is.” In een eerdere ‘Aan tafel bij’ vertelde Kamiel Maasse, voormalig duurloper, over het grote belang van voeding bij topsporters. Hij werkt bij de Unit Topsport van sportkoepel


Aan tafel bij...

NOC*NSF als Performance Manager Sport Science & Innovation. De KNZB is gelieerd aan de sportkoepel. Wouda: “Deze kennis brengen wij over naar onze voedingsdeskundige, die binnen de KNZB actief is. Haal je met de juiste voeding eerder een medaille? Dat durf ik zo niet te stellen, maar het is net als trainingen een prestatiebepalende factor. Dat is toch wel een groot verschil met toen ik nog topsporter was. Ik was met calorieën bezig. Krijg ik daar wel genoeg van binnen? Nu gaat het veel meer over de kwaliteit van de calorieën en is er een verschuiving naar de inname van eiwitten. Overigens moet ik nu wel opletten wat ik eet, want anders word ik echt te zwaar. Ik doe nog wel aan sport, maar niet zo intensief meer als in het verleden.”

Keukenhulp van mama Koken is voor Wouda een manier om zijn kop leeg te krijgen na een lange drukke werkdag. “Het kost mij moeite hoor, maar als ik eenmaal

in de keuken sta en ik tover uiteindelijk een mooi gerecht op tafel ben ik tevreden. Koken is voor mij de manier om mijn werk los te laten.” Voor Wouda is koken heel normaal. Het begon al in zijn vroege jeugd. Zijn opa werkte in een banketbakkerij in Haarlem. “Mijn liefde voor bakken komt daar vandaan. In mijn jeugd vond ik het fijn om mama te helpen in de keuken. Koken is beslist geen straf.” Wouda is een bewuste koker. Hij eet het liefst zo min mogelijk vlees, omdat hij grote moeite heeft hoe er met dieren wordt omgegaan. “Ik woon naast een Ekoplaza, dus daar haal ik altijd mijn biologische groenten.” Discipline en volharding zijn vereisten om op de hoogste plek van het podium te komen, weet Wouda als geen ander. Als hoofdcoach creëert hij in het Nationaal Trainingscentrum de omgeving voor zijn zwemmers om te presteren, maar ze zullen het uiteindelijk zelf moeten doen. “En dat geldt ook voor hun voeding. Ze zullen zich daar zelf bewust van moeten zijn.”

Wie is Marcel Wouda? De boomlange Wouda (45) weet wat winnen en verliezen is. De Olympische Spelen in 1992 en 1996 leverden hem geen zwemmedailles op. Na een weg via Amerika en een trainingswissel wist hij in 1998 in Perth (Australië) wereldkampioen te worden op de 200 meter wisselslag. Twee jaar later haalde hij met de estafetteploeg op de 4x200 meter een bronzen plak tijdens de Olympische Spelen in Sydney. Enkele maanden later nam Wouda afscheid van de topsport. Sinds 2003 is hij in dienst van de Koninklijke Nederlandse Zwembond (KNZB). Zijn ervaring met winnen en verliezen en het zijn van een succesvolle trainer - zijn langebaanen openwaterzwemmers Ferry Weertman, Maarten van der Weijden en Sharon van Rouwendaal haalden Olympische plakken - brachten hem tot hoofdtrainer van de KNZB. Sinds een jaar bekleedt hij die functie. Het doel is om 2020 zijn zwempupillen te laten excelleren op de Olympische Spelen in Tokio.

telen&trends 51


NEW

Luxous 1147 FR. Het meest transparante energiebesparende klimaatscherm ooit. Een beetje extra licht maakt een groot verschil. En soms zijn het juist de dingen die je niet ziet, die het verschil maken. Dit nieuwe energiebesparende klimaatscherm zorgt voor meer licht, zonder dat dit ten koste gaat van energiebesparing en vochtdoorlatendheid. Het nieuwe Luxous 1147 FR draagt bij aan een beter groeiklimaat, waarvan u als teler de vruchten plukt. Kijk voor meer informatie op ludvigsvensson.com

Harmony Luxous Obscura Solaro Tempa

Profile for campagne

Svensson Telen&Trends Jaargang 5 Uitgave 10  

Svensson Telen&Trends Jaargang 5 Uitgave 10