telen& &trends jaargang 9 # uitgave 14 # maart 2020
Svensson inspiratiemagazine voor innovatieve tuinders.
#14 Marketing
LinkedIn, platform om kennissen en kennis te delen Pag. 20
Hoe blijven we voorop lopen?
Colofon
Uitgever Ludvig Svensson BV Marconiweg 2 3225 LV Hellevoetsluis Nederland T: +31 181 39 26 66 E: info.nl@ludvigsvensson.com I: www.ludvigsvensson.com Redactie Clarinda Gros - den Boer Marloes Kalsbeek Concept en vormgeving Campagne Copy Eduard Voorn Mario Bentvelsen Marianne Lourens Patty Varekamp Fotografie Brian Lubking Joris Lugtigheid
De redactie heeft dit telen&trends magazine met zorg samengesteld. Desondanks kan Svensson geen aansprakelijkheid aanvaarden voor eventuele onjuistheden of onvolkomen heden. Uit deze uitgave mag met toestemming van Svensson worden overgenomen. Het telen&trends magazine verschijnt in een oplage van 7.000 exemplaren.
2 telen&trends
Grote jongen 16
Internationaal
#14
Op pad met Bart Bakker:
Rondje toptelers in het Groene Hart
35
Hoe blijven we voorop lopen?
4
Visie
Trots als een pauw
38 Year of the Grower
Svensson zet teler in de schijnwerpers
En verder
50
3 Voorwoord 12 De missie van Dutch Greenhouse Delta 19 Column: Schermen als klimaattool 20 LinkedIn, platform om kennissen én kennis te delen 23 Interview: ‘Bring in the Dutch’ 26 Portretserie: (Kennis)delen is vermenigvuldigen 32 Van den Berg RoseS aan de top 42 Internationaal zakendoen 45 Interview: Godfrey Dol in Japan 48 Even voorstellen
Nederland als proeftuin De Nederlandse glastuinbouw omspant de wereld. Ons eigen land is (veel) te klein voor de ambitie om in de toekomst miljarden monden te voeden. We zien inmiddels op andere continenten megakassen verrijzen die geheel met Nederlandse kennis worden gerealiseerd en gemanaged. Producten als een dienst is één van de nieuwe verdienmodellen van de glastuinbouw. Met deze nieuwe uitgave van ons inspiratiemagazine telen&trends nemen we je mee in de trends van de internationalisering van het zaken doen, waar we met die nieuwe verdienmodellen fors aan de weg timmeren. De vraag naar onze producten en diensten groeien gestaag op alle continenten, omdat de vraagstukken enorm zijn. Het voeden van miljoenen inwoners van megacity’s in Azië en Afrika met duurzaam en veilig geteelde groenten is best een uitdaging. Dergelijke vraagstukken kunnen alleen opgelost en uitgevoerd worden als wij binnen onze sector samenwerken, kennis delen en internationaal leiderschap tonen. Het triple helix model - samenwerking tussen overheid, onderwijs en ondernemers - heeft tuinbouw-Nederland, net als de waterbouw aan kop gebracht. Het komende jaar is de kracht van die triple helix overigens goed zichtbaar in New York en Dubai. In het Guggenheim (NY) brengt de Nederlandse sterarchitect Rem Koolkaas op dit moment een ode aan het platteland - Countryside, The Future en eind oktober start de Expo 2020 in Golfstaat Dubai. Op beide evenementen is het resultaat te zien van de hedendaagse hypermoderne (glas)tuinbouw. Onmisbaar bij het uitslaan van onze vleugels is data. Het is de nieuwe grondstof voor de glastuinbouw. Op de vraag hoe we voorop blijven lopen, zit daar het antwoord. In Nederland als proeftuin wordt data gebruikt om nieuwe activiteiten voor
“Onmisbaar bij het uitslaan van onze vleugels is data. Het is de nieuwe grondstof voor de glastuinbouw.” de wereldmarkt te ontwikkelen en daarna te exporteren. De volledig autonome kas is daar een voorbeeld van. De toepassing op mondiale schaal krijgen steeds meer vorm. En als we ons dan over de wijde wereld verplaatsen, wat komen we dan tegen? Andere culturen met andere gebruiken. Hoe belangrijk is het om ons hierin te verdiepen? Misschien moeten aan de drie o’s van het triple helix model een vierde worden toegevoegd: de o van openheid. Wouter de Jong, Managing Director Svensson Voor vragen, opmerkingen en suggesties: wouter.de.jong@ludvigsvensson.com
telen&trends 3
Hoe blijven we voorop lopen?
4 telen&trends
Visie
Wat hebben Sophia the Robot en Greta Thunberg met de glastuinbouw te maken? Misschien wel alles! Want kunstmatige intelligentie en klimaatverandering zullen de glastuinbouw ingrijpend veranderen. We vragen aan een aantal experts hoe we als sector voorop kunnen blijven lopen. En: geven we onze kennis niet te snel weg? De Nederlandse tuinbouw is internationaal groot geworden dankzij innovatie: ‘Om kennis te vermenigvuldigen moet je die eerst delen.’ Vanzelfsprekend is die wijsheid niet. In veel andere sectoren wordt kennis angstvallig geheimgehouden. ‘What’s in it for me’ is vaak de eerste gedachte. Zo niet in de tuinbouw. ‘Welbegrepen eigenbelang’ is vaak een reden om kennis met anderen, ook met concurrenten, te delen. Een open en transparante cultuur, waarover veel buiten landers die de Nederlandse tuinbouw bezoeken zich verbazen, zegt Joep Hendricks, directeur van World Horti Center.
Triple helix
De Nederlandse tuinbouw heeft zijn kennisvoorsprong te danken aan het triple helix model, is de algemene gedachte. Maar de tijden zijn veranderd. De product schappen zijn verdwenen, de overheid maakte het afgelopen decennium een terugtrekkende beweging, budgetten voor fundamenteel en praktijkonderzoek kwamen onder druk. Er kwam een grotere verantwoordelijkheid voor R&D te liggen bij de bedrijven zelf. Volgens Jan van den Ende, innovatieprofessor aan de Erasmus Universiteit, is het innovatielandschap sinds het opdoeken van de productschappen wat
gefragmenteerd: “Er zijn allerlei partijen die van alles doen, dat is hartstikke goed. Er zit ook heel veel initiatief in de tuinbouw, maar er is niet een soort overall coördinatie. Het zou misschien goed zijn om iets meer na te denken of er niet ergens blinde vlekken of gaten zitten in dit innovatiesysteem.”
“Je moet alles professioneler gaan managen, dus ook innovatieprocessen.”
Innovaties managen
Van den Ende pleit er niet voor om alles centraal te besturen, want ‘dat gaat niet werken’. Maar het loont vaak wel om goed te kijken waar nog kansen voor de tuinbouw sector zitten en daar innovatieprojecten voor op te zetten, bijvoorbeeld met een TKI-financiering. “Ander element is dat bedrijven zelf innovaties goed moeten managen. Nou zijn die innovators, zeg maar koplopers, over het algemeen slimme ondernemers. Maar daar valt misschien ook nog wel wat te winnen. Bedrijven in de tuinbouw worden steeds groter. Je moet alles professioneler gaan managen, dus ook innovatieprocessen. Dan moet je denken aan: wat is onze innovatiestrategie, hoe verdelen we projecten over verschillende prioriteiten, hoe sturen we die projecten aan, waar halen we ideeën vandaan, hoe werken we samen met anderen, waar wel en waar niet etc.”
>> telen&trends 5
“Het zou mooi zijn als de Nederlandse tuinbouw met platforms en kunstmatige intelligentie internationaal succes weet te halen, net als Silicon Valley.” Sneller innoveren
De kunst is om sneller te blijven innoveren dan de ander, vervolgt Van den Ende. Dat kan op verschillende manieren. Via verduurzaming (zoals aardwarmte), via industrie 4.0 (delen van data in ketens) en via servitization (‘product as a service’) bijvoorbeeld. “Bedrijven in de toelevering zijn aan het nadenken over het leveren van diensten, al dan niet gekoppeld aan producten. Sommige kassenbouwers en leveranciers van klimaatcomputers zijn daar al mee bezig (zie ook het artikel over Kubo/ red.). In andere sectoren hebben bedrijven vaak moeite om die stap te maken, want het vraagt een andere bedrijfsstructuur en oriëntatie van de mensen. Het combineren van producten met diensten is lastig, maar niet onmogelijk.” 6 telen&trends
Van den Ende heeft ook hoge verwachtingen van platforms, zoals LetsGrow.com. “Waar je allerlei informatie van toeleveranciers kan combineren, informatie van telers kan analyseren, en die weer kunt doorverkopen. In feite verkoop je als platformeigenaar een dienst. Ik denk dat platforms en kunstmatige intelligentie bij toeleveranciers een hele belangrijke rol gaan spelen. Het zou mooi zijn als de Nederlandse tuinbouw daarmee internationaal succes weet te halen, net als Silicon Valley. Maar telers kunnen er zelf ook mee aan de slag.”
Radicale innovatie
Duurzame innovaties bestrijken een enorm breed terrein, van groene warmte tot recyclebare verpakkingen, vervolgt de professor. “Nederland kan dienen als
Visie proeftuin voor al die innovaties, die je op een gegeven moment natuurlijk ook kunt exporteren. Dat moet wel worden onder steund met subsidies en adequate regelgeving. Ik heb de indruk dat de overheid flink in de energietransitie investeert, denk aan de SDE-pot. Maar het wisselende beleid creëert wel onzekerheid, dat is natuurlijk de grote klacht.” Radicale innovatie via start-ups is ook een optie om sneller te innoveren. “Klanten worden vaak al in een hele vroege fase bij innovatie betrokken, waardoor je heel snel kunt werken van idee naar prototype en dat steeds kunt perfectioneren.” Wat is beter: in-company innovatie of niet? “Een beter product maken, meer sophisticated, daar willen mensen in bedrijven vaak wel voor gaan. Maar iets simpels of goedkoops maken, wat in de ogen van medewerkers minder presteert, maar commercieel wel interessant is, ligt veel moeilijker. Dat kun je beter apart zetten.”
Googlebare kennis
“We hebben als tuinbouw nog wel even een kennisvoorsprong”, zegt Joep Hendricks, directeur van World Horti Center. “Alleen denk ik dat we kennis vaak verwarren met kunde. Kennis is tegenwoordig overal te vinden. Google is daar toch het beste voorbeeld van. De vraag is: wat doen we met die kennis? Wat is je karakter en vermogen om kennis te interpreteren en in de juiste context te plaatsen, daaruit opties af te leiden en iets nieuws te creëren. De vaardigheid om met kennis een bepaald resultaat te bereiken, noem ik een kunde. Dat is het geheim van de vakman. In de tuinbouw is dat de teler. Zonder teler of teeltmanager gaat een kas niet draaien, nergens. Dat wil zeggen: nog niet.”
Rem Koolhaas
Hoe groot is jullie bijdrage aan de kennisontwikkeling in de tuinbouw?
Hendricks: “Die is nog vrij gering. Dat we onderzoek, bedrijfsleven en onderwijs onder een dak hebben is natuurlijk al fantastisch. Dat is ook de eerste feedback die we uit het buitenland krijgen. Dat we bij elkaar zitten is enorme winst. Dat zorgt voor korte lijnen, meer interactie, zowel formeel als informeel. Door elkaar tegen te komen en van elkaar te leren ontstaan vaak nieuwe ideeën. Dat heet innovatie. Dicht bij elkaar zitten, is een goede enabler daarvoor.” Hij vervolgt: “We ontvangen veel kwekers vanuit het buitenland op World Horti Center, maar er zijn ook groepen die niks hebben met tuinbouw. Dat zijn beleidsmakers, overheden, medici, onderwijsinstellingen, noem maar op, die enerzijds willen weten hoe we hier nou samenwerken en anderzijds de tuinbouw willen leren kennen en componenten daarin
“Steeds meer sectoren krijgen in de gaten wat de kracht van planten is” zoeken die voor hen waardevol zijn. Dat zie je in de expositie van Rem Koolhaas die eind februari in New York is geopend. Daaruit blijkt dat de tuinbouw oplossingen in huis heeft waarmee je hele grote problemen in de wereld kan aanpakken.” Gedreven: “Ik denk dat andere sectoren steeds meer in de gaten krijgen wat de kracht van planten, van natuur is. En dat we als tuinbouw heel veel techniek in huis hebben om die planten goed te laten gedijen. Ook zie ik spin-offs ontstaan naar farmacie, naar vergroening van steden en gebouwen, naar health en well-being in de breedste zin van het woord. We hebben meer in huis dan we zelf zien. Méér dan efficiency of energietransities.”
>> telen&trends 7
Verduurzaming
Jan van den Ende noemde verduurzaming als één van de manieren om voorop te blijven lopen. Ziet u nog andere manieren? Hendricks: “Ik denk dat het iets is wat andere clusters nog weinig bieden: een mix van bepaalde nutriënten voor de lichamen van een bevolking of een bepaalde mate van vergroening voor het geestelijk welzijn. Het gaat veel meer om de impact die we kunnen maken door gezond te eten en in een gezonde omgeving te wonen; dat is veel belangrijker dan wat wij doen met onze systemen.” Is dat wat men tegenwoordig verstaat onder purpose marketing? “Ja, de premier van Nieuw-Zeeland zei: het moet gaan om de well-being index, niet om economische groei. Als je het meest gezonde land bent om in te wonen en te werken, dan komt de economie vanzelf. Politici zijn nog te veel gefocust op economische groei. Die hebben een KPI nodig waarmee ze binnen vier jaar verschil kunnen maken. Dat is lastig en tegelijk een paradox waarom we niet meer op onze gezondheid gefocust zijn. Daar heb je een generatie voor nodig!”
diensten in de tuinbouw, is dat ons toekomstig verdienmodel? “Ja, 100%. Er zijn in de tuinbouw ontzettend veel processen die heel goed te automatiseren zijn. Ik denk dat als je het juiste plantmodel gevonden hebt, dan ben je al een heel eind. Het is puur een kwestie van tijd tot kassen zo autonoom worden dat wij er als mens meer schade dan goed doen.” Denk je dat zaadbedrijven in de toekomst zaden gaan leveren met een algoritme erbij (in de vorm van een plantmodel of digitaal teeltrecept) en tegen de klant zegt: als je het in die en die hardware zet met deze instellingen dan krijg je over zoveel weken die oogst? “Ja, op consumentenniveau werkt het al zo, met Click & Grow. Je koopt een cartridge met zaadjes die in een substraatje zitten en daarna: vooral niets meer aan doen.”
“Het is puur een kwestie van tijd tot kassen zo autonoom worden dat wij er als mens meer schade dan goed doen.”
Verdienmodel
Snelheid van innovatie is cruciaal, zei Van den Ende. Is die snelheid alleen afhankelijk van budget of spelen andere factoren ook een rol? Hendricks: “In Amerika zegt men ‘big budget hides the fact that you don’t have a clue what you’re doing’. Vasthoudendheid en vindingrijkheid, ik denk dat dat eigenlijk bepalend is voor succes. En openheid natuurlijk.” Hardware is ‘hard’ als het gaat om innovatie. Daarnaast zie je steeds meer software en 8 telen&trends
China
Inmiddels zijn er contracten getekend om in China meerdere World Horti Centers te bouwen. Geven we onze kennis niet te snel weg? Hendricks: “Wij hebben onszelf in een soort franchisemodel gegoten, waarbij we vooral consultancydiensten geven in het op gang brengen van een cultuur van samenwerking. In China kun je heel makkelijk een gebouw neerzetten en onderwijsinstellingen motiveren om zich daar te vestigen. Maar vervolgens zal iedereen overgaan tot de orde van de dag. Wat wij doen is op een hele basale manier voor Hollandse bedrijven die samenwerking op gang brengen. Die bedrijven bepalen zelf wat ze wel en niet willen delen en met wie ze samenwerken. Op dat vlak hoef je ze eigenlijk niets uit te leggen. Daarvoor heb je ook een
Visie procesbegeleider nodig en dat zijn wij dan. Die triple helix is het model dat wij feitelijk exporteren. Chinese partijen hebben hier heel veel belangstelling voor. Die hebben hier al eigen posities, onder meer in Eindhoven (hightech), in Cambridge (bio-engineering), in Stockholm (automotive), etc. Zij zoeken juist dat soort campussen op om uit te zoeken hoe die drie entiteiten met elkaar samenwerken.”
Samenwerking 2.0
De tuinbouw zit op een kantelpunt, zegt Anne-Claire van Altvorst, senior business developer van InnovationQuarter. “Ik denk dat we steeds meer inzien dat de wereld in beweging is, en er grote vraagstukken op ons afkomen, op het gebied van technologie, klimaat en voeding, gezondheid en welzijn bijvoorbeeld. Als je niets doet dan ben je heel kwetsbaar. Dan word je een speelbal van de politiek, zoals de veehouderij.” Eigenlijk moeten we het hebben over samenwerking 2.0, vervolgt ze. “Voorheen was het de samenwerking binnen de sector, die altijd heel goed georganiseerd was, het triple helix model. In de toekomst is het veel belangrijker om je antennes uit te zetten. Welke markten, welke trends, welke maatschappelijke ontwikkelingen zijn er en hoe kun je daarop inspelen. Sociale innovatie dus. Dan moet je samenwerken met andersoortige partners, met andere sectoren ook. Niet alleen in Nederland, maar zeker ook internationaal.” Sociale innovatie richt zich op de ontwikkeling van nieuwe markten en nieuwe businessmodellen, vervolgt Anne-Claire. “Vers+ is daar een goed voorbeeld van. Voor een groep van prostaatkankerpatiënten zijn we op zoek naar producten met extra nutriënten, waarbij je de inhoudsstoffen afstemt op het DNA en de voedingsbehoefte van een persoon. Dan ga je naar een nieuwe vorm van samenwerking, met hele andere
ketens.”
Vertical farming
Ook vertical farming heeft de aandacht van het InnovationQuarter, al is het aantal commerciële farms in Nederland vooralsnog op een hand te tellen. “Dat is wereldwijd een flinke sector aan het worden. Er zijn wel honderden vertical farms, maar slechts 37% is winstgevend. Wij hebben hier heel veel kennis en ervaring op het gebied van teelt, techniek en veredeling. Dan is het logisch om de samenwerking met die partijen op te zoeken. Wij willen graag de krachten in die sector bundelen, waardoor je internationaal beter zichtbaar bent. Je kunt dan met elkaar nieuwe onderzoeken opzetten, opleidingen organiseren en nog veel meer. Wat heel wenselijk zou zijn, is een internationaal keurmerk, zodat de producten uit een vertical farm herkenbaar zijn. Als je dat met elkaar doet ben je veel krachtiger en kun je daarin ook een koploperpositie opbouwen. Die hebben we nu niet.”
Robocrops
Smart Horticulture is het derde thema waar InnovationQuarter zich op richt. “Zo organiseren we dit voorjaar Robocrops, een challenge op
>>
telen&trends 9
het gebied van robotica in de tuinbouw. Enerzijds om aan de wereld te laten zien waar de tuinbouw mee bezig is, anderzijds om te kunnen zien welke internationale spelers er zijn. De budgetten waarover grote techbedrijven en grote landen als China beschikken hebben we hier niet; we moeten dus snel en slim schakelen, goed organiseren en onze creativiteit gebruiken. En proberen samen te werken met de beste partijen op dit gebied. Dat geldt niet alleen voor robotica, maar ook voor andere sleuteltechnologieën, zoals AI en machine learning”, aldus Van Altvorst. “Via ons investeringsfonds Unique investeren wij ook in innovatieve bedrijven in de vroege fase. Dat heeft het afgelopen jaar geïnvesteerd in Gearbox en Pats.”
Highend users
Frank Kempkes, onderzoeker van Wageningen Universiteit, denkt dat technologische innovaties voorlopig belangrijker zullen blijven dan sociale innovaties. “Dan praat je over highend users, die ontvankelijk zijn voor personalized foods. En daarvoor bereid zijn een veel hogere prijs te betalen. Het klinkt
Frank ziet op middellange termijn - zeg 5 tot 10 jaar - meer kansen voor de autonome kas met robots. “Want wie wil er straks nog werken in de kas? Het aanbod van werk nemers neemt af. Daar zal de focus in innovatie op moeten komen te liggen: hoe krijgen we de productie in kassen met minder arbeid gedaan? Dankzij de technolo gische vooruitgang weten we steeds meer product van een vierkante meter kas te halen. Die ontwikkeling zal ook doorgaan. Je ziet het eigenlijk in alle sectoren van de economie, de gezondheidszorg en het onderwijs uitgezonderd, dat door innovatie de productiviteit per werknemer moet toenemen om een betaalbaar product over te houden. Soms denk je weleens: er is niet veel veranderd, maar kijk maar eens 10 of 20 jaar terug.”
Algoritmen
Nemen algoritmen, zelflerende systemen en andere sleuteltechnologieën de rol van de teeltmanager over? “Die worden belangrijk. Want die zullen we nodig hebben in de volgende automatiseringsstap. Met onze huidige kennisinput kan het niet automatisch. Er gebeurt nog ontzettend veel op gevoel. Daarom moeten we proberen de mechanismen achter de processen te begrijpen en als je dat weet heb je weer een voorsprong. Nu gebeurt nog best wel veel met trial & error, neem bijvoorbeeld led. We hangen een lampje op en we zien wel. Zo kun je ook een leercurve maken, maar dat kan veel leergeld kosten. Als je de mechanismen erachter begrijpt kun je in ieder geval gefundeerder werken.”
“Dankzij de technologische vooruitgang weten we steeds meer product van een vierkante meter kas te halen. Die ontwikkeling zal ook doorgaan.” natuurlijk mooi om producten met een bepaalde inhoudsstof te telen, ik denk aan aardbeien met een hoger vitamine C-gehalte onder ledverlichting. Maar dan praat je nog steeds over een bulkproduct. Wil je inspelen op iemands DNA, ziekte of specifieke voedingsbehoefte dan zul je iedere plant apart moeten gaan voeden. Dat vergt een hele grote technologische stap.”
Autonome kas 10 telen&trends
Emissieloos telen
Een derde grote technologische uitdaging is
Visie “Daarom moeten we proberen de mechanismen achter de processen te begrijpen en als je dat weet heb je weer een voorsprong.”
emissieloos telen, vervolgt Kempkes. “En dan bedoel ik niet alleen het reduceren van CO2-uitstoot. Want er zijn in een kas ook andere emissies naast grond, water en lucht. Dat wordt in het KAS2030-project in Bleiswijk voor het eerst geïntegreerd. We proberen alle emissiestromen van een teelt in hun onderlinge samenhang te elimineren. Een voorbeeld: als ik aan de CO2-kraan draai, betekent dat vaak dat ik vochtiger ga telen. Dat heeft weer invloed op schimmelziekten bijvoorbeeld. Dan gaan we lucht ontvochtigen, maar dat kost weer energie en dus CO2-uitstoot. Voor teelten die relatief koud zijn zie je dat het aandeel van de vochthuishouding op de totale energievraag hoog is. Gewasbescherming: kunnen we helemaal loskomen van chemische middelen. Dat betekent: natuurlijke bestrijders. We willen energiezuinig belichten met 100% led, maar dat heeft weer invloed op het gedrag van die natuurlijke bestrijders. Onze kennis daarover staat nog in de kinder schoenen, daar willen we een stap in maken.”
Future tech
Dus we hebben straks een digitale teelt manager, een robot die kan plukken, een kas of vertical farm die redelijk autonoom functioneert, die ziet wat voor weer eraan
komt, de vraag in de markt kan voorspellen en weet hoeveel tomaten, komkommers of paprika’s er volgende week uit geperst moeten worden. Dan heb je het toch over een zeer getechnologiseerde omgeving? Smart Kempkes: “Ja. Interessante Farming vraag is: wil de consument het ook. In Nederland bestaat een brede overtuiging dat biologisch het beste is dat je kunt eten, een soort heilig geloof, terwijl de footprint van biologisch niet aantoonbaar beter is dan van gangbaar. Kan wel, maar hoeft niet per se. Voedsel moet hier volgens een soort post-romantisch ideaal worden geteeld, iets wat groot en technologisch is, wordt niet vertrouwd. Tot slot: “In Japan wordt het meest naar kwaliteit gekeken en is men ook bereid daarvoor te betalen. Hightech wordt daar bijna aanbeden. Daar zou het wellicht wel kunnen, omdat ze daar denken: het is zo clean geteeld, daar kan niks mis mee zijn. Maar het product hoeft daardoor niet per se goed te zijn.”
telen&trends 11
Dutch Greenhouse Delta’s
MISSIE Klimaatverandering en gezonde voeding vraagt om lokaal leiderschap.
12 telen&trends
Uitgelicht
Dutch Greenhouse Delta is in 2017 ontstaan op initiatief van Sjaak van der Tak, toen nog burgemeester van de gemeente Westland. Zijn idee: de tuinbouw sector als merk in de markt zetten. Is dat gelukt? We vragen het aan Eric Egberts, algemeen directeur van de gelijknamige stichting. “Wij gaan voor ‘thought leadership’.” In 2017 kwamen Priva, Bom Group, Kubo en Certhon samen met Sjaak van der Tak tot de conclusie dat de tuinbouw heel hard aan het internationaliseren is. Die internationaliserings slag komt voort uit de behoefte van een aantal landen om zelfvoorzienend te worden. “Ze constateerden dat de vraag die op hen afkomt heel groot en complex is en ook enigszins diffuus. Je weet ook niet altijd: wie is nu wie in zo’n land”, vertelt Egberts.
Kennis en expertise
“Als wij een groter deel van de taart willen hebben, moeten we gaan samenwerken”, vervolgt Egberts. “Samenwerken om sneller en grotere hoeveelheden kassen en technologie te kunnen leveren. Anders worden we uitgespeeld door andere spelers zoals Israël, Korea of Turkije. Maar ook in een project, omdat partijen gaan zoeken tussen bedrijven. Daarom is Dutch Greenhouse Delta opgericht. Het doel: één front vormen richting grote overheden en grote investeerders. Met dit merk willen we uitstralen: wil jij hoogwaardige tuinbouw, wil je voedsel produceren op een verse en veilige manier en je leefomgeving
vergroenen, dan moet je naar Nederland komen om hier kennis en expertise op te halen.” Inmiddels telt het consortium 20 leden, waaronder schermleverancier Svensson.
“Wil jij hoogwaardige tuinbouw, dan moet je naar Nederland komen.”
Hightech agriculture park
Nu 2,5 jaar later zijn de eerste wapenfeiten bekend: In China is vorig jaar een jointventure gestart met de Sino-Dutch Industrial Park Investment Company, voor de realisatie van een hightech agriculture park in Jiashan. Het park wordt de landingsplaats voor Nederlandse topexpertise uit de hele tuinbouwketen en is zo’n 400 hectare groot. In de kassen zal het bedrijfsleven de meest geavanceerde tuinbouwtechniek demonstreren, zodat hier in de komende jaren verse groenten, bloemen en planten kunnen worden geproduceerd. De oogst kan direct in het nabije Shanghai worden afgezet, bijvoorbeeld via e-commerce gigant Alibaba. Maar ook in Kazachstan zijn inmiddels consortiumleden ondergebracht. Verder is DGD actief in India en in de Golfregio met een aantal grote investeerders, meldt Egberts.
>> telen&trends 13
“Het ontbreekt vaak aan voldoende leiderschap om het probleem verder te ontrafelen en te kijken.” Relaties opbouwen
Veel overheden en investeerders vinden het lastig om met het bedrijfsleven te praten over grote uitdagingen als food, water en energie. Omdat zij een commercieel doel hebben, vervolgt Egberts. “Vaak zijn die overheden daar niet voor in. Wij kunnen als nietcommerciële body - we zijn een stichting - heel mooi tegen die grote partijen aanleunen. Die willen eigenlijk eerst beter weten hoe zij een plan moeten vertalen naar de realiteit. In die fase helpen wij. Daarbij proberen wij zo hoog mogelijk in de boom te komen.” Met welke overheden praten jullie het meest? Steden, regio’s of landelijke overheden? “Eigenlijk het hele ritsje. In Kazachstan hebben wij gesprekken gevoerd met de minister-president zelf. In China met het ministerie van Landbouw en de directeurgeneraals, maar ook met de provinciale leiders en leiders van de Volkspartij. Wij hebben het hele spectrum nodig om te valideren: met wie doen we nu zaken? Maar de andere partij heeft ook hun lokale politiek nodig. Want er moet vaak nog een vergunning komen, of bepaalde financiële regelingen… daarvoor gebruiken ze ook ons. Het is dus heel belangrijk dat je zowel met de Nederlandse als de buitenlandse overheid hele goede relaties opbouwt. De projecten vereisen een lange adem, wat ook een van de redenen was om DGD op te richten.” 14 telen&trends
Leiderschap gevraagd
Kennis uit Nederland op het gebied van food, water en energie is internationaal hard nodig om het hoofd te kunnen bieden aan de grote uitdagingen van nu, denkt Egberts. “De tijd van praten is voorbij. Mensen migreren als gevolg van klimaat, armoede, voedseltekorten etc. Dit vraagt om leiderschap. Kennis is een tool om deze problemen op te lossen, maar zonder ‘thought leadership’ gebeurt er niets.” Hij bedoelt daarmee dat sommige landen of gebieden erkennen dat er problemen zijn, maar verzuimen om vervolgens in actie te komen. “Het ontbreekt vaak aan voldoende leiderschap om het probleem verder te ontrafelen en te kijken: wat heb ik nou nodig om het probleem op te lossen? Elke stad in de wereld worstelt hier mee. Denk hierbij niet alleen aan klimaat en milieu, maar ook aan gezondheid. De wereldwijde problematiek van obesitas en diabetes is gigantisch.”
Klimaat en gezonde voeding
Kan de tuinbouw dat probleem van overgewicht en ongezond eetgedrag eigenlijk wel oplossen? Egberts: “Wij moeten het helpen oplossen en wij kunnen het helpen oplossen, als je voldoende gezonde producten neer gaat zetten in de lokale markt. Natuurlijk heb je daarvoor de leiders van een land nodig, die campagnes opzetten. Dat kunnen wij niet als sector
Uitgelicht
alleen. Ook zul je mensen moeten opleiden op het gebied van leefstijlkunde. Dat kunnen wij als tuinbouw natuurlijk niet. Maar wel als wij de ruimte zouden krijgen die specialisten mee te nemen om te laten zien en vertellen hoe wij het hier doen.” Met stemverheffing: “Ik denk dat we als BV Nederland kunnen helpen om de bewustwording te vergroten, dat klimaat en gezonde voeding hele belangrijke aspecten zijn om ervoor te zorgen dat mensen daar blijven waar ze horen te zijn, in hun eigen land, bij hun eigen familie. En niet vanwege klimaatverandering, economische gronden of voedseltekorten over de wereld heen moeten gaan zwerven. Maar dat gaat wel gebeuren.”
Duurzaamheidskampioen
“Wij kunnen een bijdrage leveren aan het lokaal produceren van vers, gezond en duurzaam voedsel. In de tuinbouwsector zijn wij kampioen in duurzaamheid”, vervolgt Egberts. “Maar we moeten niet op Neder landse wijze voedsel gaan produceren als het lokaal veel duurzamer kan. India is een mooi voorbeeld: daar heb je hele grote gebieden waar je met een kas helemaal niet uit de voeten kunt. Je hebt ook niet altijd een kas nodig. Je kunt ook volstaan met een scherm van Svensson en een regeninstallatie van Priva bijvoorbeeld. Dat is voor mij óók hightech. Waar het om gaat, is dat we een product neerzetten dat optimaal is voor dat land, dat dáár goed kan functioneren.” telen&trends 15
Grote jongen Kubo ontwikkelt zich tot internationaal techbedrijf Met de naam kassenbouwer doe je Kubo schromelijk tekort. De multinational levert inmiddels ook diensten om telers en investeerders in binnen- en buitenland bij te staan. Het familiebedrijf stond aan de wieg van softwarehuis Pylot, opgezet om big data uit kassen inzichtelijk te maken en het telen te vereenvoudigen.
16 telen&trends
Internationaal
Het hoofdkantoor van Kubo ligt aan de rand van Monster. Bouwvakkers vertimmeren de entree om nog meer mogelijkheden tot skypen en vergaderen te hebben. “We groeien als organisatie en zitten op zoveel plekken in de wereld dat we steeds vaker met skype overleggen met onze klanten en mensen ter plekke”, vertelt Marc Rooijakkers als hij richting een vergaderzaal loopt. Hij heeft de taak om softwarehuis Pylot uit te gaan rollen. “Tijdens de afgelopen Greentech, juni vorig jaar, is dit dataplatform gelanceerd en zijn we actief met verdere ontwikkelingen.”
Dataplatform
Om alle verwarring gelijk weg te nemen stelt Rooijakkers dat deze start-up geen klimaatcomputer à la Priva of Hoogendoorn heeft ontwikkeld. “Een moderne kas levert niet alleen groenten, maar ook een berg data op over bijvoorbeeld CO2, warmte, licht, voeding, arbeid en energie. Daarnaast gebruikt de teler vaak losse informatie systemen. Pylot brengt deze systemen nu samen op één dataplatform. Door middel van een ‘softwarebruggetje’ (heet API in jargon - application programming interface/ red.) wordt de data uit een databron opgehaald, op het platform gezet en aangevuld, zodat de teler die op een handig en gebruiksvriendelijk dashboard kan uitlezen. Op dit moment zijn er API’s voor de vijf belangrijkste internationale klimaat maatcomputers naar ons platform.” Het dataplatform draait inmiddels in 53 kassen, bij tien opdrachtgevers in zeven landen. Ook de door Kubo in aanbouw zijnde megakassen in het Chinese Wuhan en Shanghai van opdrachtgever Evergrande, gaan draaien op het systeem.
“Een moderne kas levert niet alleen groenten, maar ook een berg data op over bijvoorbeeld CO2, warmte, licht, voeding, arbeid en energie.”
“Het Chinees is één van de vijf talen”, gaat Rooijakkers verder. “Het platform is inmiddels ook geschikt gemaakt voor vijf groenten (tomaat, paprika, sla, komkommer en aubergine).”
Hillenraad 100
Wouter Kuiper, algemeen directeur Kubo, stond aan de wieg van softwarehuis Pylot, dat inmiddels geheel op eigen benen staat. Dat laatste is belangrijk omdat het dataplatform voor elke kas, ongeacht wie het gebouwd heeft, geschikt is. In het Engelstalige relatieblad Blue Future Magazine, dat begin dit jaar verscheen vanwege het 75-jarig bestaan van Kubo, vertelt Kuiper over de worsteling die inmiddels elke tuinder heeft met big data. “Op dit moment verbindt iedereen zijn informatieservices met elkaar, bijvoorbeeld via Excel-bestanden, omdat er nog geen totaaloplossing is. Dat is vooral complex als je veel kassen en meerdere gewassen teelt. Daarom werd Pylot opgezet.” De ontwikkeling van kasbouwer naar techbedrijf leverde Kubo tijdens de afgelopen Hortigala de nummer 1 positie in de Hillenraad 100 en de themaprijs
>> telen&trends 17
Technologiebedrijf van het Jaar 2019 op. CEO Kuiper, inmiddels derde generatie, kreeg de prijs niet alleen vanwege het leveren van hoogwaardige kastechnologie in de vorm van de Ultra-Climakassen (semigesloten kassen). De jury: “Kubo Group speelt uitermate goed in op de internationale vraag naar productie onder gecontroleerde omstandigheden, waarbij zowel de technologie als de operationele toepassing ervan centraal staan.”
Investeerders
Er was nog een reden voor Kuiper om Pylot op te starten: gebrek aan telers en investeerders met ruime teeltervaring. Wat Wageningen University & Research (WUR) signaleert (zie kader), is dat het steeds vaker investeerders zijn die starten met een kasproject. Zij investeren tientallen miljoenen euro’s/dollars in dergelijke projecten en willen weten of de doelstellingen wel worden gehaald: draait mijn investering wel genoeg rendement? Rooijakkers: “De achtergrond van het opstarten van Pylot is dat we zien dat teeltkennis in vooral het buitenland gebrekkig is en vooral bij investeerders. Er is daarom behoefte aan diensten om een kas makkelijker te beheren, die complete informatie geeft over het reilen en zeilen.
Pylot maakt de wereld van hightech glastuinbouw voor telers en investeerders eenvoudiger en beter inzichtelijk.”
Zelfsturende kas
Hoe ziet Rooijakkers de toekomst? Hij slaat zijn armen breed uiteen als hij het heeft over een control room met aan de muur beeldschermen. “Ooit zullen de hightech kassen vanuit één punt worden gestuurd, en zorgen kunstmatige intelligentie (AI) en machine learning ervoor dat de software zich ontwikkelt en kan voorspellen. Wanneer moet de elektrische motor, die de schermen stuurt in onderhoud of de schermdraden worden vervangen? We zullen de komende jaren steeds meer intelligentie aan Pylot gaan toevoegen, zodat het kweken misschien ooit wel geheel autonoom kan functioneren. Het doel is uiteindelijk een ‘zelfsturende’ kas. Let wel: het managen van de processen en de arbeid in de kas blijven mensenwerk. Hier is met name ons zusterbedrijf Kubo Smart Growing in gespecialiseerd. Zij ondersteunt onze klanten op dit gebied.”
Kassenbouw internationale geldmachine De kassenbouw is een belangrijk exportproduct. In 2017 bedroeg de export van kasmaterialen ruim 1,3 miljard euro, dit bleek in 2018 min of meer stabiel. Dit kan worden opgemaakt uit de studie ‘De Nederlandse agrarische sector in internationaal verband’, die begin 2020 verscheen. Onderzoekers van de WUR en het CBS wijden een apart hoofdstuk aan de kassenbouw. Er zijn circa vijftien bedrijven actief in het opleveren van complete kascomplexen, en nog wat kleinere, maar die werken vaak als onderaannemer. WUR/CBS: “De bedrijven opereren zowel op nationaal als inter nationaal niveau, waarbij nu circa 80 procent van hun omzet in het buitenland wordt gegenereerd en circa 20 procent in Nederland. Dit was pakweg 15 jaar geleden het omgekeerde.” De onderzoekers signaleren de laatste jaren dat naast de kas en inrichting ook complete diensten zoals monitoringssystemen en teeltmanagement worden aangeboden, zogenoemde turnkeyprojecten. “Dit hangt samen met de ontwikkeling dat steeds meer investeerders van buiten de agrosector kascomplexen neerzetten, waarbij de specifieke expertise ontbreekt om de kassen goed te kunnen managen.”
18 telen&trends
Schermen als klimaattool
Column
Als docent bij de HAS vertelde ik in de jaren ’80 studenten al dat schermen in tomaat de toekomst had. Je kunt dingen te vroeg roepen dus. 30 Jaar later kwam ik er in een potplantenproef achter, dat je met gekleurde schermen veel licht kunt wegnemen in een bepaald deel van het spectrum, zonder dat de productie significant daalt. Ongelofelijk om te zien dat je met 40 procent minder fotosyntheselicht dezelfde potplanten kunt maken. Groen, geel en oranje kon er wel uit. Blauw en met name rood kon je maar beter niet wegfilteren. Met uitsluitend die kleuren kun je in een vertical farm een 2 tot 3 keer hogere productie realiseren dan in een kas. Ik denk inmiddels iets genuanceerder over ‘1 procent licht is 1 procent productie’. Inmiddels is het gebruik van een stuk of twee klimaatschermen aardig gemeengoed geworden. Maar er liggen nog steeds kansen voor meer schermen. Bijvoorbeeld op winterse, zonnige dagen met oostenwind, koelen planten al snel af door uitstraling. Een scherm dichttrekken doet dan wonderen, terwijl je gevoel zegt ‘niet doen’. In Nederland hebben we heel wat momenten met 500 micromol licht per m2 per seconde of meer. Problemen met fotorespiratie en foto-inhibitie zijn dan voor veel gewassen dichtbij. Op dat soort momenten staan de ramen open om te koelen en verliezen we ook een hoop CO2. Meer en beter schermgebruik brengt het halen van gas- en CO2-doelen dichterbij. Het scherm hangt er al, maar ons gevoel zegt ‘niet doen’. Nog niet zo lang geleden hebben studenten in het kader van het project ‘Green Eyes’ midden in de zomer overdag flink geschermd. De productie ging niet naar beneden, het gewas stond er een stuk fitter bij en de kwaliteit was prima.
“Er liggen nog steeds kansen voor meer schermen. Een scherm dichttrekken doet wonderen.”
De stip op de horizon voor tuinbouw-Nederland is een autonome kas, zonder Polen en zonder gas. Het lijkt er sterk op, zeker na de Autonomous Greenhouse Challenge, dat we veel van sensoren en artificial intelligence kunnen verwachten bij het nemen van teeltbeslissingen, ook over schermgebruik. Schermen zijn een hele mooie tool om stress, energie-input en CO2-uitstoot te reduceren en de productie te verhogen. En of de bladbreek- en tomaten oogstrobots ook gaan doorbreken, gaan we zien.
Jasper den Besten Lector Nieuwe Teeltsystemen telen&trends 19
credible LinkedIn, platform om kennissen ĂŠn kennis te delen
20 telen&trends
Marketing ’Kennis is macht’ is een gevleugeld citaat, maar in het huidige tijdgewricht eigenlijk niet meer van toepassing. De uitdrukking is nu veel meer ‘Kennis is macht, kennisdeling is kracht’. Voor dat delen van kennis speelt het zakelijke netwerkplatform LinkedIn, onderdeel van Microsoft, ook in de tuinbouw een rol. Als bedrijf en (kennis)instelling tel je niet mee zonder de inzet van sociale media. Het is een onmisbaar element in de marketing- en communicatiestrategie. LinkedIn is een van de sociale mediakanalen die wordt ingezet om kwalitatieve content te delen met vooral de zakelijke achterban. Glastuinbouw Nederland gebruikt bijvoorbeeld de eigen Company Page* om via videoberichten een visie, standpunt of kennis te ventileren.
Bereik vergroten
In de eerste maand van 2020 plaatste de brancheclub een animatiefilm, die Bart van Meurs van Productontwikkeling eerder op LinkedIn had gezet. Het bereik van de boodschap werd hierdoor ineens behoorlijk vergroot. Van Meurs had samen met enkele creatieve collega’s een video gemaakt over de gevolgen van de ODE (Opslag Duurzame Energie), in opdracht van Certhon, Koppert Cress en Rijk Zwaan. Bart van Meurs, met zijn bedrijf actief vanuit Naaldwijk: “Rob (Baan, oprichter Koppert Cress/red.) is een leermeester voor mij, maar ook voor veel andere mensen in de glastuinbouw hoe hij sociale media, zoals LinkedIn inzet voor het brengen van een standpunt en het verspreiden van kennis. LinkedIn is misschien voor veel gebruikers een ‘digitale kaartenbak’, maar ook een belangrijke rol voor het zenden en
ontvangen van relevante informatie. De content als blogs is vaak uiterst informatief.”
Digitaal of face-to-face
Toch zijn er ook glastuinbouwbedrijven die niet met een Company Page* actief zijn op LinkedIn. Wilko Wisse van Lans heeft daar een argument voor. “We willen gewoon onszelf niet op de borst kloppen. Daarnaast zijn we een producerend bedrijf dat via Harvest House de tomaten op de markt zet.” Wisse is verbaasd als hem wordt gevraagd of ze dan geen kennis via LinkedIn binnenhalen? “Als wij dat nodig zouden hebben, doen we iets fout. Onze directie is door de verbinding met onder andere de WUR uitstekend op de hoogte van alle ontwikkelingen. Daarnaast hebben de telers ook gewoon ‘de koffietafel’ nodig. Ondanks dat we steeds digitaler worden, hebben ze bijna elke dag dat teeltgesprek met een kop koffie erbij. Voor ons telers is en blijft face-toface-communicatie erg belangrijk.”
De expert
Door kennis te delen via LinkedIn kun je door je netwerk gezien worden als dé expert in jouw vakgebied. Professor Horticulture & Product Physiology Leo Marcelis aan de WUR is zo’n expert. Hij gebruikt LinkedIn om met enige regelmaat kennis te verspreiden.
>> telen&trends 21
“Via respons op een bericht zoeken mensen contact met mij en zo kunnen er weer boeiende samenwerkingen ontstaan.” “Ik vind dat resultaten van onderzoeken niet in de kast mogen blijven liggen. Mijn wetenschappelijke werk, maar ook dat van anderen moet toegepast worden en LinkedIn is daarvoor één van de kanalen. Er is nog een ander voordeel. Via respons op een bericht zoeken mensen contact met mij en zo kunnen er weer boeiende samen werkingen ontstaan.” Michaël Wilde is directeur Bionext. Een groeiende groep bioglastuinders is lid van deze keten organisatie voor biologische landbouw en voeding. Voor Wilde is LinkedIn een onmisbaar platform om kennis over biologische landbouw te delen.
5 tips voor kennisdelen op LinkedIn Met de onderstaande vijf tips haal je meer uit LinkedIn: 1 Maak een *Company Page aan om de zichtbaarheid van je bedrijf te vergroten. Je kunt hier linken naar kenniscontent dat op het bedrijfsblog staat. 2 Start een eigen groep om in je vakgebied thought leader te worden of deze positie verder te versterken. Met een eigen groep kun je discussies aanjagen rondom relevante topics. 3 Geef aandacht aan reacties en vragen, en reageer zelf ook op anderen. Ga als bedrijf dus niet alleen zenden. 4 Bepaal je doel om op LinkedIn te gaan acteren. Het doel kan zijn om kennis te delen. Toets alle content aan dit uitgangspunt. Dit zorgt voor sturing en herkenbaarheid. Breng als micro-influencer focus aan in wat je publiceert. Vanuit die expertise heb je een visie en neem je bepaalde standpunten in. 5 Zet voor jezelf een paar thema’s op een rij waarvan je ‘iets’ vindt, en houd het daarbij.
22 telen&trends
“Het vergroot de zichtbaarheid van Bionext en we bouwen zo aan thought leadership.” Maar voor Wilde is kennis ontvangen net zo belangrijk. “Er is veel goede informatie te vinden op sociale media. Ik blijf zo op de hoogte van vooral grote internationale thema’s die spelen en hoe NGO’s en FAO (Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties/red.) zich daarin opstellen. Het levert voor mij weer handvatten op om ze te verwerken in blogs voor Bionext, die ik uiteraard deel op LinkedIn. Zo hoop ik stiekem anderen te inspireren.”
Interview
‘Bring in the Dutch’ Samenwerking en storytelling kracht van water
telen&trends 23
Niet alleen de glastuinbouw heeft een ijzersterke positie in het buitenland. Ook de Nederlandse waterbouwers en -managers worden geroemd vanwege technische hoogstandjes. Droge voeten, schoon water met daarbij het juiste verhaal is al decennia een exportproduct. Kan de glastuinbouw daar wat van leren? Het Nederlandse topsectorenbeleid is gefundeerd op negen sectoren, waaronder tuinbouw (Tuinbouw & Uitgangsmaterialen) en water (Water & Maritiem). De topsector tuinbouw heeft de ambitie om wereldleider te zijn in succesvolle oplossingen voor mondiale uitdagingen op het gebied van (glas)tuinbouw, voeding en groene omgeving. Voor de topsector water is die mondiale ambitie even sterk, weet Piet Dircke van het Nederlandse ingenieurs- en adviesbureau Arcadis. Hij is net terug uit Singapore en zijn volgende adviesklus roept hem al. Als ex-student aan de WUR kent hij
“De schade aan de stad New York was weliswaar minder dan de schade in New Orleans, maar liep toch in de tientallen miljarden dollars.” 24 telen&trends
de wereld van water en van de tuinbouw goed. Hij ziet ze in het buitenland steeds vaker samen naar grote maatschappelijke uitdagingen kijken.
Hoe is waterbouw en watermanagement zo’n exportparel geworden? “Het is orkaan Katrina geweest die de Nederlandse watermanagers heeft gewekt. De waterbouwers - zoals onze baggeraars - waren altijd actief, maar watermanagement was eigenlijk tot die tijd een slapende reus. We deden onze buitenlandse opdrachten in voormalige koloniën en in landen via onze ontwikkelingsrelaties. Na 29 augustus 2005 (Katrina zette toen onder andere New Orleans onder water/red.) werd duidelijk dat wij als BV Nederland aan de bak moesten. Ineens werd duidelijk dat dit ook bij ons kan gebeuren en dat wij, de moderne Westerse wereld, moesten gaan werken aan het weerbaar maken van landen en steden.”
Wat is jullie kracht?
“Eigenlijk twee zaken: de kracht om samen te kunnen werken en the art of storytelling. Het rond 2000 opgerichte Netherlands Water Partnership (NWP) was de eerste stap naar het samenbrengen van kennis van het bedrijfsleven, kennisinstellingen als Deltares en ook
Interview een overheidsdienst als Rijkswaterstaat. NWP kwam door Katrina een belangrijke stap verder, omdat zij de bijdragen van BV Nederland ging coördineren. “Het tweede is dat wij als Nederlandse watermanagers en -bouwers in staat zijn een verbindend verhaal te vertellen. Je moet meer hebben dan een zakelijk instinct. Technisch zijn we excellente bouwers, ontwerpers en constructeurs, maar je moet ook een verhaal hebben om projecten binnen te halen. Bij Katrina konden we vertellen hoe wij onze eigen watersnood ramp van februari 1953 hadden overleefd met onder andere steun van de Amerikanen. We hebben een historisch verhaal dat al eeuwen oud is. Vanaf de 13e eeuw gingen lokale polderbesturen samenwerken, wat uiteindelijk leidde tot de hoogheemraadschappen. Alle Amerikanen kennen het verhaal van Hans Brinker (van de schrijfster Mary Mapes Dodge, uit 1865/red.), over het land achter de dijken en duinen. Een mooi voorbeeld van zo’n verhaal is de aanpak van Jakarta, dat steeds vaker onder water komt te staan. Architect Gijs van den Boomen heeft het plan Great Garuda genoemd. Het is vormgegeven in de vorm van het nationale symbool van Indonesië: The Garuda.”
Hoe maken jullie dat verhaal?
“Na Katrina trof superstorm Sandy in de nacht van 29 op 30 oktober 2012 de oostkust van Amerika. De schade aan de stad New York was weliswaar minder dan de schade in New Orleans, maar liep toch in de tientallen miljarden dollars. Voor het aanpakken van het waterprobleem werd daarvoor door onder andere Henk Ovink, onze waterambassadeur, Rebuild by Design ontwikkeld. Deze aanpak bouwde voort op Dutch Dialogues, die met een aantal Nederlandse en Amerikaanse partijen in New Orleans was ontwikkeld. We moesten namelijk ook integraal werken aan de ruimtelijke inrichting van de laag gelegen gebieden van NY. Het was een ontwerpopgave waarin we als BV Nederland
al in een vroeg stadium de hele gemeenschap bij het project betrokken. Bij de verschillende Rebuild by Design-opgaven waren ook onze internationale toparchitecten betrokken. We hebben zowel afzonderlijk in de projecten, alsook gezamenlijk, onder aanvoering van Ovink, een inspirerend verhaal gemaakt waarin we de verbindingen zoeken met dat wij in Nederland water ‘als vriend hebben gemaakt’.”
Wat kan de glastuinbouw leren van jullie aanpak?
“Maak een bindend, inspirerend verhaal, vertel het met passie en werk samen met andere disciplines! Het principe van Dutch
“We moeten als sectoren samenwerken, omdat naast droge voeten ook voeding heel belangrijk is.” Dialogues is toegepast bij de vorige Floriade en werd als Floriade Dialogues bijvoorbeeld gebruikt in Shanghai en Beijing en wordt bij de komende editie in 2022 weer gebruikt. Hier praten water- en (glas)tuinbouw samen met deelnemers. Het verbindende verhaal hier is dat Nederland na de Tweede Wereldoorlog en de Watersnoodramp een ongekende producent van vlees, groenten en zuivelproducten werd.” We moeten als sectoren samenwerken, omdat naast droge voeten ook voeding heel belangrijk is, zegt Dircke. “De opgave van morgen is het ontwerpen van groene en weerbare wereldsteden. De verstedelijking gaat erg snel. De megasteden in China, Afrika of Zuid-Amerika kunnen we alleen nog met een integraal verhaal benaderen. Hoe maken we steden weerbaarder tegen het veranderende klimaat? Maar ook: hoe zorgen we voor een leefbare stad waar de bevolking voldoende veilig en goed geteelde groenten kan eten en waar er voldoende schoon water is.”
telen&trends 25
(Kennis)delen = vermenigvuldigen Om veerkrachtig te blijven, zet de tuinbouwsector sterk in op innovatie en export. Van producten ĂŠn van kennis. Maar de kennis van vandaag is morgen al verouderd. Hoe kun je bijblijven in een sector die zo sterk in beweging is? Vijf teeltadviseurs over kennisontwikkeling en -deling. 26 telen&trends
Erik de Rooij, strategisch teeltadviseur bij Delphy
Portret
(met specialisatie groene potplanten en seizoensbloeiers) Hoe houdt u uw teeltkennis up-to-date met betrekking tot de meest recente ontwikkelingen?
“Kennisontwikkeling en -implementatie behoren tot de core business van Delphy. Voor alle gewasgroepen hebben we onderzoekslocaties in zowel Nederland als in het buitenland, dus ik zit met mijn neus bovenop de nieuwe ontwikkelingen.”
Op welke wijze draagt u zelf bij aan het ontwikkelen van nieuwe teeltkennis en hoe deelt u deze kennis? “We ontwikkelen nieuwe teeltconcepten in ons Improvement Centre in Bleiswijk. Enerzijds doen we praktijkproeven voor klanten die ook worden gefinancierd door klanten. Zoals het onderzoek dat we momenteel uitvoeren naar een alternatief voor de groeiregulator Tilt, waarvoor een wettelijk verbod is opgelegd. Die kennis delen we alleen met onze klanten. Anderzijds werken we in opdracht van Kas als Energiebron, gefinancierd door het ministerie van LNV. Dat zijn vaak sectorbrede onderzoeken, zoals nu bijvoorbeeld naar de toepassing van Het Nieuwe Telen voor éénjarige zomer bloeiers. De resultaten daarvan worden gepubliceerd, zodat ze voor iedereen vrij toegankelijk zijn.”
U komt veelvuldig bij telers in het buitenland. Wat kunnen zij leren van Nederlandse telers en wat kunnen wij van hen leren?
“Buitenlandse telers kunnen leren van onze klimaat- en teelttechnieken. En wij kunnen veel leren van hun marktvisie. Doordat ze in het buitenland vraaggestuurd produceren, weten ze goed wat de klant wil en ze spelen daar slim op in.”
Wat moeten we doen wil Nederland in de toekomst voorop blijven lopen?
“Onze vooraanstaande internationale positie danken we aan onze groenteteelt. De potplantensector lift daarop mee. Als sector kan Nederland koploper blijven zolang we voldoende productie-areaal behouden. Want daarmee houden we ons land aantrekkelijk als vestigingslocatie voor bedrijven in onder meer klimaatbeheersing, scherminstallatie en kassenbouw. Wel is het essentieel dat we onze kennis delen, daarin moeten we niet terughoudend zijn. Geslotenheid leidt tot stilstand, openheid tot vooruitgang.”
“Buitenlandse telers kunnen leren van onze klimaat- en teelttechnieken.” telen&trends 27
Eugenie Dings, teeltadviseur bij FloriConsultGroup (met specialisatie gerbera’s)
Hoe houdt u uw teeltkennis up-to-date met betrekking tot de meest recente ontwikkelingen?
“Door vakliteratuur te lezen en aan technische informatiedagen deel te nemen. Ik deel alle kennis met mijn twee samenwerkingspartners binnen de FloriConsultGroup. Wij zijn de enige drie voorlichters over de gerberateelt in Nederland. Onze kracht is kennisdeling en elkaar scherp houden.”
Op welke wijze draagt u zelf bij aan het ontwikkelen van nieuwe teeltkennis en hoe deelt u deze kennis? “FloriConsultGroup was kartrekker van het onderzoek rond Het Nieuwe Telen én vanaf het eerste uur betrokken bij Kas als Energiebron. Daardoor kunnen we onderzoeks resultaten direct meenemen in de dagelijkse praktijk. Ook ontwikkelen we nieuwe adviesproducten. Een ooit ontwikkelde basis voor gewasregistratie van gerbera’s was in een la beland. Dat hebben wij opgepakt en samen met Niek Botden ontwikkeld tot het gewasregistratiesysteem FloriFocus. Data verzamelen is één. Maar data filteren en correct interpreteren, zodat je juiste conclusies kunt trekken, is twee. Daar helpen we onze klanten bij.”
U komt veelvuldig bij telers in het buitenland. Wat kunnen zij leren van Nederlandse telers en wat kunnen wij van hen leren?
“Data filteren en correct interpreteren, zodat je juiste conclusies kunt trekken, daar helpen we onze klanten bij.”
28 telen&trends
“Nederland is ver met teelttechnieken. Daarin kunnen buitenlandse telers van ons leren. Andersom bezoeken wij alleen buitenlandse telers die op een hoogwaardige manier gerbera’s telen, zodat deze ervaring ook bijdraagt aan ons kennisniveau. Zo zijn ze in Canada verder met het toepassen van biologische bestrijding, omdat er minder middelen beschikbaar zijn. Ook wat betreft marketing en afzet kunnen we leren van het buitenland. Over de schutting heen kijken, kan heel leerzaam zijn.”
Wat moeten we doen wil Nederland in de toekomst voorop blijven lopen?
“De Nederlandse gerberatelers weten veel van de teelttechniek en leveren wereldwijd een goed product tegen een scherpe prijs, maar qua ondernemerschap zijn er nog stappen te maken. Voor de afzet moeten we scherpere keuzes maken en is een ketenverkorting noodzakelijk.”
Willem van Dijk, teeltadviseur verbonden aan de Cropex Group
Portret
(met specialisatie glasgroenten wereldwijd) Hoe houdt u uw teeltkennis up-to-date met betrekking tot de meest recente ontwikkelingen?
“Vakbladen zoals Onder Glas vind ik leerzaam, vooral de artikelen over specialistische technische onderwerpen en energiebesparing. Maandelijks vergaderen we met alle leden van de Cropex Group om informatie te delen en elkaar te ondersteunen. Ook bezoeken we regelmatig bedrijven die gespecialiseerd zijn in klimaatcomputers, scherminstallatie, kassenbouw, etc.”
Op welke wijze draagt u zelf bij aan het ontwikkelen van nieuwe teeltkennis en hoe deelt u deze kennis?
“Ontwikkeling is van belang, maar toepassen in de praktijk net zo goed. Alle kennis die we tot ons nemen, gaat mee naar onze klanten. Zo breng ik bij klanten met belichte teelt, die worstelen met een te vochtig kasklimaat, de nieuwe inzichten naar voren van een ontvochtigingssysteem bij hoge intensiteit met licht.”
U komt veelvuldig bij telers in het buitenland. Wat kunnen zij leren van Nederlandse telers en wat kunnen wij van hen leren?
“Het buitenland kan van ons leren om bedrijfseconomisch rendabeler te telen. Wat wij op onze beurt van hen kunnen leren is flexibel omgaan met weersomstandigheden. Buitenlandse telers spelen goed in op extreme warmte en droogte door te krijten en met schermgebruik. Ook vind ik de mentaliteit in het buitenland prettiger: ze zijn gastvrij en hebben meer waardering voor ondernemers. Dat stimuleert het uitwisselen van kennis, waardoor je bovendien efficiënter zaken kunt doen.”
Wat moeten we doen wil Nederland in de toekomst voorop blijven lopen?
“Wij redden het alleen als we hogere prijzen gaan krijgen voor onze producten. Want daarmee komt er financiële ruimte voor innovatie. Zonder ontwikkelingen kunnen we onze voorsprong niet behouden. Daarnaast zou Nederland zich, om op hoog niveau aan de weg te blijven timmeren, vaker in de kijker moeten spelen bij omvangrijke complexe vraagstukken op internationaal niveau.”
“Alle kennis die we tot ons nemen, gaat mee naar onze klanten.”
telen&trends 29
Tineke Goebertus, teeltadviseur bij Vortus Greenhouse Consultants Inc. (Canada, met specialisatie paprika, komkommer, aubergine en tomaat)
Hoe houdt u uw teeltkennis up-to-date met betrekking tot de meest recente ontwikkelingen?
“Mijn negen collega’s bij Vortus BV in Nederland, Duitsland en de Verenigde Staten zijn mijn belangrijkste contacten voor kennisuitwisseling. Elk van ons heeft een wereldwijd netwerk en alle kennis die we opdoen, delen we met elkaar. Samen staan we sterk.”
Op welke wijze draagt u zelf bij aan het ontwikkelen van nieuwe teeltkennis en hoe deelt u deze kennis?
“Hier in British-Columbia hebben we de hogedraadteelt van komkommers naar een hoger niveau getild. Deze manier van telen is meer planmatig waardoor de pluk zowel regelmatiger als van een betere kwaliteit is. Daardoor kunnen wij onze markt er beter mee bedienen. Om onze kennis naar buiten te brengen, geef ik regelmatig presentaties. Ook heb ik een e-learning ontwikkeld over bemesting, die online beschikbaar is.”
U bent in Canada gevestigd met uw bedrijf. Wat kunnen we, als tuinders van de wereld, van elkaar leren?
“Door de concentratie van de glastuinbouw kunnen Nederlandse telers problemen snel oplossen en innovaties aanjagen. Dat geeft ook een gevoel van de beste te zijn. De keerzijde daarvan is dat ze minder openstaan voor de ideeën van anderen, terwijl ze bijvoorbeeld van ons kunnen leren improviseren. Bij gebrek aan beter zijn we sterk geworden in het vinden van slimme oplossingen. Wat wij kunnen leren van Nederlandse telers is efficiëntie.”
Wat moeten we doen wil Nederland in de toekomst voorop blijven lopen?
“Door de concentratie van de glastuinbouw kunnen Nederlandse telers problemen snel oplossen en innovaties aanjagen.” 30 telen&trends
“In Nederland wordt steeds minder kennis uitgewisseld in vergelijking met zo’n 40 jaar geleden. Ik denk dat Nederlanders onderschatten wat er in de rest van de wereld gebeurt. Nederland heeft absoluut de potentie, maar ik denk dat er niet wordt uitgehaald wat erin zit. Ik denk dat Nederland door meer en intensiever kennis uit te wisselen aan kop kan blijven staan.”
Johan Sonneveld, teeltadviseur bij Sonneveld Consultancy
Portret
(met specialisatie rozen)
Hoe houdt u uw teeltkennis up-to-date met betrekking tot de meest recente ontwikkelingen?
“Ik houd mijn kennis op peil met vakliteratuur, via sociale media, contacten met leveranciers en onderzoekers. Een klant, die van de rozen naar een andere teelt overstapte, vroeg mij om weer mee te denken. Dat vond ik leuker dan ik van tevoren had verwacht. En misschien levert het adviseren over meerdere teelten kruisbestuiving op.”
Op welke wijze draagt u zelf bij aan het ontwikkelen van nieuwe teeltkennis en hoe deelt u deze kennis?
“Het is mijn werk om klanten te helpen bij vragen over onder meer klimaat, watergeven of bemesting. Soms gaat het ook om investeringsbeslissingen. Hierbij vraag ik aandacht voor nieuwe technieken, waarvan ik de meerwaarde inzie. Maar dat zijn langdurige processen. Er wordt niet vaak geïnvesteerd zonder ondersteunend onderzoek. In mijn werk pas ik meer toe, dan dat ik nieuwe kennis ontwikkel.”
U komt veelvuldig bij telers in het buitenland. Wat kunnen zij leren van Nederlandse telers en wat kunnen wij van hen leren?
“Wat buitenlandse telers van ons kunnen leren, is een efficiënte bedrijfsvoering. Met het Nederlandse ondernemers model, waarbij de beslissingsbevoegdheid en het financiële risico bij één persoon ligt, ben je wendbaar en kun je krachtig optreden. Wat wij van hen kunnen leren, is dat de eindconsument centraal staat. Door een rechtstreekse afzet hebben buitenlandse bedrijven dat scherper in het vizier.”
Wat moeten we doen wil Nederland in de toekomst voorop blijven lopen?
“Om het hoofd te bieden aan de toenemende concurrentie zullen we ons moeten richten op het topsegment van de markt. We moeten zorgen dat we passend betaald krijgen. Dat is een grote uitdaging, want de stap naar consument is nog niet gemaakt. Daarnaast kan de voorsprong alleen in stand blijven, als er openheid en samenwerking is.”
“Wat wij van buitenlandse telers kunnen leren, is dat de eindconsument centraal staat.” telen&trends 31
Ferrari onder de rozen Innovatie brengt Van den Berg RoseS aan de top
Voor Van den Berg RoseS is innovatie noodzakelijk om op de wereldmarkt mee te kunnen spelen. De op drie continenten telende snijrozenkweker ontwikkelt in Nederland zijn kennis om die ook te gebruiken in Kenia en China. Zonder kennis geen macht!
32 telen&trends
Kassucces Vader Thijs schiet even de kas in, geeft zoon Arie een hand en een kort knikje. Een stuk of tien werknemers knippen ondertussen de witte rozen en leggen die voorzichtig in speciale hangnetten. De Airmix zoemt zacht en de ‘lichtuitstoot reductie’ schermen zijn goeddeels gesloten zo vroeg in de ochtend. Met zijn 77 jaar is Thijs van den Berg nog dagelijks op het bedrijf waar hij ooit begon met de internationalisering en het toepassen van de laatste technologieën. “Internationalisatie en innovatie zijn onderdeel van de cultuur van dit bedrijf. Mijn vader was een van de eersten die op steenwol ging telen en gebruik ging maken van assimilatiebelichting”, vertelt Arie, die het bedrijf in 2007 van zijn vader overnam. “In China zijn we nu de grootste producent van rozen. Vorig jaar ging het om 80 miljoen stuks. Zonder onze kennis van de teelt van rozen zouden we daar nooit voet aan de grond hebben gekregen. Dankzij techniek kunnen wij in China vooroplopen. Samen met onze Nederlandse zakenpartner Nic Pannekeet hebben we het bedrijf in 2007 opgezet in Kunming. Het klimaat is daar ideaal, omdat we half in de bergen liggen. In stappen hebben Nic en ik het complex uitgebreid naar 35 ha. Pannekeet woont al een kwart eeuw in China en kent de wegen, samen zijn we een goed stel.”
Ferrari onder de rozen
Arie van de Berg is de vierde generatie die leiding geeft aan de kwekerij, waarvan het hoofdkantoor aan de rand van het ZuidHollandse dorp Delfgauw ligt. De hoogbouw van de faculteit Elektrotechniek van de TU Delft is in de verre verte zichtbaar. In Delfgauw is ook het kassencomplex van 16 ha gelegen, waar Avalanche wordt geteeld voor de Europese markt. De witte bloem - ‘de Ferrari onder de rozen’ - komt veelal via de bloemist bij de eindconsument. “Op ons Nederlandse complex ontwikkelen en testen we nieuwe technologieën vooral op het vlak van beeldherkenning en data”,
vertelt Arie in een kantoor dat uitkijkt over een deel van het teeltcomplex. Beneden worden de geknipte rozen, zo’n 250.000 per dag, in netjes gelegd, die hangen in aluminium karren. Deze rijden één, in de zomer twee keer per dag tussen de rozen door. “We zijn bezig om met camera herkenning het werk van het personeel in de kas te verlichten, onze oogsthulp. Op die aluminium oogstkar ziet een camera de roos en geeft aan of die wel of niet geknipt kan worden. Door zo slimmer te werken zijn we in staat om rozen op het juiste moment te knippen, dat komt de kwaliteit ten goede. Daarna gaan de rozen voor één dag de koeling in van 2 graden Celsius om de dag daarna via sortering en opslag richting consument te gaan. Ook bij dat laatste proces gebruiken we data en camera’s. We maken 3D-foto’s om de rozen te selecteren op lengte, dikte van de steel en de knop.”
Groei in Kenia
“Door slimmer te werken zijn we in staat om rozen op het juiste moment te knippen, dat komt de kwaliteit ten goede.”
Net als veel van zijn concurrenten, vindt inmiddels een belangrijk deel van de productie van Van den Berg plaats rond de evenaar. Voor Van den Berg is dat in Kenia. In de plaats Naivasha, noordelijk van de hoofdstad Nairobi, worden op een gigantisch gebied van 70 ha meer dan 180 miljoen rozen per jaar geteeld. “De productie van Naivasha gaat vooral naar Europese supermarktketens en de benzinepomp. Hier spelen lage kosten een belangrijke rol: energie en arbeid zijn goedkoop. Uiteraard is onze teeltkennis onontbeerlijk. De rozen worden daar geknipt, ingepakt en rechtstreeks naar Europa gevlogen. In Poeldijk worden ze verwerkt en verstuurd naar de klanten.”
Krimp in Nederland
Waar staat Van den Berg RoseS na 2025? Arie van den Berg benadrukt dat zijn bedrijf actief blijft in Nederland, om vervolgens eerst een schets te geven van de situatie hier.
>> telen&trends 33
rond de eeuwwisseling voor 216 miljoen euro aan rozen. In 2015 was dat inmiddels gestegen naar 575 miljoen euro. Hiervan komt 70 procent uit Afrika. Arie: “Het zijn de rozen die wij in Kenia telen, andere telers doen dat weer in Ethiopië.”
Private equity
“Het areaal rozenteelt neemt jaar op jaar af en de overblijvende telers worden groter. Kijk naar mijn bedrijf, we hebben in 2017 onze tomaat telende buurman opgekocht en hebben daar rozenkassen van gemaakt. Glastuinbouw is topsport met smalle marges: je moet goed en groot zijn.” Het areaal roos in Nederland heeft een oppervlakte van circa 160 ha. Volgens het
“GLASTUINBOUW IS TOPSPORT MET SMALLE MARGES: JE MOET GOED EN GROOT ZIJN.” CBS hadden de rozentelers 20 jaar geleden nog een omvang van 1000 ha. De krimp van het Nederlandse rozenareaal gaat gepaard met een toenemende rozenimport uit Afrika. Volgens het CBS importeerde Nederland 34 telen&trends
Om op wereldschaal te acteren moet Van den Berg RoseS blijven groeien. Meer dan de helft van de omzet (circa 56 miljoen euro over 2019/red.) komt inmiddels van de twee andere continenten. In Nederland wordt ruimte schaarser en is arbeid kostbaar, dus voor Arie zit daar niet de expansie. “We moeten vooral in China groeien, die markt is zo groot en staat nog in de kinderschoenen. We bouwen daar onder andere aan een eigen platform voor de handel van rozen en inmiddels ook tulpen. In Kenia moet ik ook groeien, daar liggen enorme kansen. De Europese retail wil steeds meer rozen.” Maar hoe gaat de groei gefinancierd worden? Kennis is belangrijk, maar harde valuta zijn nog belangrijker. In Nederland mag Van den Berg RoseS groot zijn, op wereldschaal is zij klein. In Afrika is concurrent Afriflora vele malen groter. Het bedrijf uit Ethiopië teelt jaarlijks meer dan 1 miljard rozen. De onderneming is sinds eind 2017 voor een meerderheid in handen van private equity-onderneming Sun European Partners, nadat het eerder in handen was geweest van KKR. Met hun geld wordt de groei gefinancierd. “Gaat hij of de vijfde generatie dat doen?”, herhaalt Arie de vraag. “Je ziet dat private equity langzaam zijn intrede gaat doen in onze wereld. Zij zoeken sectoren om hun geld te laten renderen. Ik sta daar niet afwijzend tegenover. Het duurt namelijk nog zeker 20 jaar voordat die vijfde generatie oud genoeg is om het te proberen.”
Op pad met Bart
Rondje toptelers in het Groene Hart . . In
zz
z
In het Groene Hart van Zuid-Holland bezoeken we drie toptelers die overwegen hun oude klimaatÂschermen te vervangen. Bart Bakker, vroeger teler van cymbidiums en handelaar in rozen, geeft gevraagd en ongevraagd advies. Zo legt hij onder meer uit hoe je een schermmeting doet, waarom de nieuwe NEN-norm superbelangrijk is en wat het principe is achter PARperfect, de nieuwe schermoplossing van Svensson.
z
z
.zz
z z z . . .. . .
zzzz
z.. ..
zz zz
zzz....zz
>>
07.30 uur
De voordeur valt zacht in het slot als Bart vroeg vertrekt. Het wordt een lange en bij tijd en wijle gure dag: winter gaat over in voorjaar. Het verkeer rond Badhoevedorp zit al vast als een flinke regenbui de voorruit van zijn auto geselt. Gelukkig heeft hij even de tijd om zich door het Groene Hart te wurmen naar het Zuid-Hollandse dorpje Nieuwveen.
08.37 uur
Na een tijdje langs de Amstel gereden te hebben draait Bart de parkeerplaats op van paprikateler Duijnisveld. Hij zal hier de komende anderhalf uur lichtmetingen doen. Ruud Duijnisveld wil onder andere weten wat de kwaliteit van de twee schermen is, die al (te) lang in de twee kassen van totaal 9,2 ha hangen. telen&trends 35
Ruud: “Doordat we dit jaar veel zuidwestenwind hebben, is er minder licht. Geef mij maar een oostenwindje: lekker koud en blauwe luchten, dus meer zon.” Tegelijk informeert Bart naar de mogelijke gevolgen van de Brexit. Een groot deel van zijn productie gaat naar Engeland en de rest per vliegtuig naar Japan.
09.10 uur
De smalle hydraulische plukhoogwerker met in het bakje Bart gaat piepend omhoog en komt uiteindelijk ver boven de 190.000 paprikaplanten uit. Hij friemelt een sensor om het licht te meten boven het gesloten schermpakket, en laat vervolgens het bakje weer tot de bovenste toppen van de paprikaplanten zakken. Daar plaatst hij de
meting moeten alle twee de schermen open. Kou slaat neer in het gedeelte van de kas waar Bart meet. De app op de smartphone van Ruud geeft aan dat de temperatuur aan het dalen is naar 19 graden Celsius. Als Bart de kas verlaat, belooft hij Ruud snel met de meetresultaten en een advies te komen.
10.40 uur
tweede sensor. Soepel klautert hij uit de hoogwerker en sluit de draden van de sensoren aan op zijn laptop. Het komende uur doet hij metingen met schermen die open en gesloten zijn. Het gesprek gaat onderwijl over het feit dat het weer jaar op jaar aan het veranderen is. Ruud: “Doordat we dit jaar veel zuidwestenwind hebben, is er minder licht. Deze windrichting veroorzaakt wolken en mist. De paprika’s zijn nu voor de tijd van het jaar kleiner. Geef mij maar een oostenwindje: lekker koud en blauwe luchten, dus meer zon.” Voor de laatste 36 telen&trends
Bart rijdt de parkeerplaats van Duijnisveld af en als een wonder trekt de woest grijze lucht met voortjagende wolken ineens open en valt er scherp zonlicht neer. “Zo, dat is mooi”, zegt hij, “maar gelukkig nu en niet tijdens de meting. Voor zo’n schermmeting heb je voor het beste resultaat een egaal grijze lucht nodig.” De rit gaat via Papenveer rap naar ‘buurman’ Maurice van der Hoorn in Ter Aar. Hij kweekt tachtig soorten Phalaenopsis multiflora. Zijn complex van 15.000 m2 is geheel gasloos. Een WKO (warmte koude opslag) zorgt voor warmte en koelte en groene stroom voor de lampen en de rest. Voordat Bart begint met PARperfect, de nieuwe schermoplossing van Svensson, moet Maurice even kwijt dat hij baalt van de enorme stijging van de stroomprijzen. “Het is toch raar dat ik met de enorme verhoging van Opslag Duurzame Energie (+177%) de financiering van de SDE+ moet betalen. Die hogere stroomrekening kan ik niet doorberekenen aan de groothandel. Doe ik dat wel dan haalt hij zijn planten ergens anders. Waarom zal ik niet gaan overstappen op gas?” dat is immers goedkoper.
Op pad met Bart
11.33 uur
Maurice gaat even met Bart door de kassen. Zo’n tien mensen zijn vandaag bezig met het plaatsen van stokjes in de potten en het klaarmaken van tientallen orders. In deze fase van het jaar moeten zijn planten over de gehele dag veel licht hebben. De constant veranderende buitenomstandigheden hebben als effect dat de lampen aanschieten. Maurice kon niet aanwezig zijn bij een eerdere kennissessie over PARperfect, dus legt Bart het ‘dimmen’ van het invallende zonlicht nu uit. “De twee klimaatschermen worden geheel traploos gestuurd; van 20 tot 100 procent. Op basis van de intensiteit van de zoninstraling wordt de positie van de schermen continu aangepast. De schermingsgraad verandert en hierdoor krijgt het gewas steeds de juiste optimale instraling.”
12.36 uur
De telefoon gaat en met een collega van verkoop neemt Bart een mogelijke order door. Via een toko, voor een broodje, gaat de rit naar tomatenteler Koos van der Burg in Berkel en Rodenrijs. Uit het systeem heeft Bart opgehaald dat Van der Burg overweegt zijn scherm van 12 jaar oud te vervangen. Op een groot bord aan het begin van de oprit staat dat Van der Burg exclusief levert
aan supermarktgigant Albert Heijn (AH). “Onze hele jaarlijkse productie van Romatomaten gaat naar alle AH supermarkten in Nederland. In de zomer, als we een grotere productie hebben, gaat de rest naar Albert in Tsjechië”, vertelt Koos. “We werken voor AH met ons eigen ras, Cortez van zaad veredelaar Enza.”
14.00 uur
Voordat het schermadvies begint, praten de twee over robotisering in de kassen. In de studie ‘Arbeid in de toekomst: Inzicht in arbeid en goed werkgeverschap in de tuinbouw’ van Wageningen University & Research staat dat robotica over 15 jaar onderdeel van de bedrijfsvoering gaat worden. Koos heeft er zijn bedenkingen bij, maar meldt dat het in Japan al plaatsvindt. “Maar voorlopig komen mensenhanden bedrijfseconomisch beter uit, ze plukken veel sneller.” Uit zijn leren tas haalt Bart een folder over Luxous 1147 FR en vertelt gelijk dat dit het meest transparante energie besparende klimaatscherm is. Mocht Koos nog zijn licht willen opsteken bij andere leveranciers dan adviseert hij hem wel te gaan vergelijken aan de hand van NEN-norm NEN-2675:2018. Hierin is vastgelegd hoe de optische eigenschappen van scherm materialen dienen te worden gemeten. Hij belooft aan het eind van het gesprek terug te komen om eerst een lichtmeting te doen van het bestaande schermdoek en dan een advies te maken.
15.15 uur
Omgeven tussen glanzende kassen met de spiegeling van een dreigende wolkenlucht erin gaat de rit weer richting Badhoevedorp. Normaal wil Bart op de werkplek van Svensson in het World Horti Center zijn dag uitwerken, maar nu is zijn huis het doel. Voor een klant in de UK moet hij een schermadvies uitwerken en zich voorbereiden op IPM Essen. telen&trends 37
Svensson zet teler in de schijnwerpers Dit jaar stelt Svensson in het teken van telers in de glastuinbouw, met de campagne ‘Year of the Grower’ (YotG). Waarom zet Svensson de teler en installateur in de schijnwerpers? Wat is het doel van YotG? Wouter de Jong (managing director) en Clarinda Gros (communication manager) van Svensson Nederland geven antwoord. Pioniers in de glastuinbouw
“We weten allemaal dat de glastuinbouw een enorme ontwikkeling heeft meegemaakt de afgelopen decennia. Nieuwe gewassen, nieuwe (teelt) technieken en een voortdurend veranderende perceptie van duurzaam en bewust telen. Natuurlijk spelen innovatieve leveranciers in de glastuinbouw een belangrijke rol in die continue verbetering en groei van de sector, maar het zijn bovenal de telers die het succes van de sector bepalen. Zij bepalen wat ze telen, hoe ze dat doen, waar en met wie”, aldus Wouter. Nederland is wereldwijd koploper in de glastuinbouwsector. Een teler is daarom veel meer dan een ondernemer. Telers zijn pioniers. Wouter licht toe: “De Nederlandse glastuinbouwsector exporteert niet alleen producten (goed voor zo’n 4,5 miljard euro per jaar). Juist het delen van de expertise is van belang in een tijd van klimaatverandering, de groeiende wereldbevolking en voedselschaarste. En natuurlijk naar de toekomst kijkend, wordt de bijdrage van de glastuinbouw en telers aan het terugdringen van het wereldvoedselprobleem steeds belangrijker.”
Wouter: “Goed ondernemerschap is essentieel. Telers onderscheiden zich van andere ondernemers in hun doorzettingsvermogen. Vaak is dit met de paplepel ingegoten, omdat glastuinbouwbedrijven al generaties lang meedraaien. Met zo’n lange historie is opgeven simpelweg geen optie”, benadrukt hij. Het is telers eigen om bescheiden te zijn. ‘Hard werken en niet zeuren’ is van oudsher de mentaliteit. Ook daarom vindt Svensson het hoog tijd om telers eens goed in de schijnwerpers te zetten. Clarinda legt uit: “Elke avond staat er over de hele wereld weer een vers bereide maaltijd op tafel met producten uit de glastuinbouw. Of wat dacht je van de innovatie in alternatieve energiewinning? Ook daarin loopt de glastuinbouw-sector voorop. Daar mogen we als sector, maar ook de telers zelf, best trots op zijn.”
Ero berepre, que et qui blatemqui di ut re nulpa deste sequo ommolest, sequistio tem in coratem olupta voluptate que sam, occulla et Aandacht! doluptatem quis qui in eaqui quia verum faccus ut“Aandacht voloratia nosam Het doel van YotG? voor de teler en de glastuinbouwsector, maar ook de installateur, die estrum nimporitia di omnist, im re prem fugianiet quos mosa coreptu een belangrijke rol speelt in de sector”, zegt rehendu cidenim oluptas sitempe dignimus repudio nseque voluptatur, Clarinda. Waarom is die aandacht nodig? Wouter geeft antwoord: “We hollen maar door. sunt que voles molum soluptium que volescium est que estiam, ut In de glastuinbouw-sector focussen we continu op poreseq uatur, cullabo. Dunt dignimporro debis est eos essimol uptiis verbetering. Iedereen is druk met de toekomst, waardoor we weinigconsequam aandacht hebben voor het hier aspere nulpa volesci endignatia doluptae simus que en nu. Met Year of the Grower hebben we een Knap staaltje ondernemerschap volessimus apiendi gniatibus esequo vellis et aruptat emp jaarlang oprechte aandacht voor de sector en dan Een teler anno 2020 is meer dan een tuinder die toevallig het bedrijf van zijn vader heeft overgenomen.
38 telen&trends
specifiek de teler en installateur.”
YotG
Column Hoe kijken experts in de glastuinbouw tegen de ontwikkelingen in de sector aan? En hoe zien zij de rol van de teler? Iedere maand geeft een deskundige zijn mening, vanuit zijn persoonlijke perspectief. De eervolle aftrap van een boeiende reeks (soms ongezouten) meningen en gevleugelde uitspraken is voor Sjaak van der Taak, als voorzitter van Glastuinbouw Nederland.
En hij staat! Het ‘Year of the Grower’ valt in een Olympisch jaar. Logisch, ondernemen in de glastuinbouw is immers meer dan ooit absolute topsport. Een hoge klassering in het medailleklassement begint bij telers die gaan voor het hoogst haalbare, die grenzen verleggen, een boegbeeld zijn. Ondernemers met de uitstraling van Epke Zonderland. Bedrijven waarvan je met trots kunt zeggen: hij staat! In het jaar van de teler komt hij opnieuw voor grote uitdagingen te staan. Succesvol zijn in de glastuinbouw is een prestatie van formaat. Dat was het al in het verleden, Nederland kent een rijke geschiedenis van succesvolle generaties, dat wordt het nog meer naar de toekomst toe. De positie van Nederland is het resultaat van een unieke samenwerking tussen telers, toeleveranciers en onderzoekers. De sector levert gezondheid en brengt geluk, maar alleen met de mooiste rozen, gerbera’s en potplanten en de lekkerste tomaten, paprika’s en komkommers is je positie in de keten nog niet gegarandeerd. Overheid en samenleving leggen voortdurend nieuwe verplichtingen op, soms begrijpelijk, soms verbazingwekkend en onacceptabel. Ga maar na: bij plantgezondheid gaan telers naar een
geïntegreerd biologisch systeem, er wordt op diverse manieren energie bespaard en gewerkt aan fossielvrije teelt, water in de kas wordt hergebruikt of gezuiverd en dat alles in een werkomgeving waar verantwoord ondernemerschap de boventoon voert. Dat maakt ondernemen anno 2020 niet eenvoudig. Het vergroot het belang van een gelijkwaardig, internationaal speelveld. Het is toch in geen enkele sport denkbaar dat de regels Europees of mondiaal worden vastgesteld, maar dat elk land ze op eigen wijze interpreteert? Ondernemerschap kenmerkt zich door innovatie en schaalvergroting, door gewasbescherming, energie en arbeid. Naast maatschappelijk verantwoord ondernemen en een Europees ‘level playing field’ is het investerend vermogen van de teler een cruciale factor. Dat vraagt om samenwerkingsverbanden tussen ondernemers en met andere ketenspelers. Zelfs Epke kan het niet alleen. Het individu heeft het lastig, samen kom je verder. 2020, Year of the Growers. Sjaak van der Tak Voorzitter Glastuinbouw Nederland
telen&trends 39
Het jaar van...
Frank van Lipzig Sinds 2008 staat Frank van Lipzig aan het roer van Van Lipzig Tuinderijen. Hij is de derde generatie van het Limburgse familiebedrijf. Frank teelt komkommers. “Dat hebben we altijd al gedaan”, vertelt hij. De teelt is hetzelfde, verder is er door de jaren heen veel veranderd. Hoe gaat Frank om met de ontwikkelingen in de glastuinbouwsector? En wat is zijn focus voor 2020?
Capaciteit en arbeidsbehoefte
De flexibele arbeidsbehoefte is altijd al een uitdaging geweest voor het familiebedrijf, met een onbelichte komkommerteelt. “We zijn afhankelijk van het licht. Het gemiddelde licht van drie dagen bepaalt de oogst daarna.” En dat valt niet altijd te timen. “Als het woensdag, donderdag en vrijdag licht is geweest, dan breekt in het weekend de hel los.” Frank werkt met een vaste groep mensen, via een uitzendbureau, die de ene keer meer en dan weer minder werk hebben. Het grootste verschil met vroeger is dat er grotendeels Pools gesproken wordt in de kas. “Dat is denk ik al 25 jaar zo. Hier in de regio staat niemand meer te kijken van een Pools kenteken op de weg.”
Recessie laat diepe indruk achter
De economische crisis die volgde nadat Frank net was gestart in 2008 heeft de meeste indruk op hem achtergelaten in zijn carrière als teler. “Ik heb de kas gebouwd in een periode dat je kruiwagens met geld
40 telen&trends
kon lenen bij de bank. Het kon niet op. Toen zakte de markt ineens helemaal in. Veel bedrijven kwamen in de problemen.” Ook Frank had het zwaar om zijn 8,5 ha glas in Californië Noord-Limburg overeind te houden. Hij vocht voor zijn bedrijf. “We hebben het gelukkig overleefd, maar de herinnering zit voor altijd in mijn hoofd geprent. Ik ben voorzichtiger met investeren.”
Zelf de touwtjes in handen
Toch kruipt het ondernemersbloed waar het niet gaan kan. En weet Frank dat hij soms keuzes moet maken en dus risico’s moet nemen om zijn bedrijf te laten floreren in de sterk veranderende glastuinbouwsector. “Eerlijk gezegd ben ik ook gewoon niet zo slim geweest. Ik ben gewoon gaan telen, zonder een idee te hebben waar het heen ging. Ik was helemaal niet marktgericht bezig. Ik probeerde gewoon zo veel mogelijk goede komkommers de kas uit te duwen.” De crisis heeft hem wakker geschud. “Ik stond op scherp en wist: ik moet het anders aanpakken.” Hoe anders? Frank verdiepte zich
YotG
in de behoefte van de markt en besloot zelfstandig verder te gaan. Eerst onder de vlag van afzetorganisatie Quality Queen, maar sinds 2020 volledig onafhankelijk. Frank is dus zelf verantwoordelijk voor de afzet van zijn bedrijf.
Klantvraag bepalend voor teelt
Zijn strategie is eenvoudig: Frank laat zich leiden door de behoefte van de markt. “Als je maar weet wat de klant wil, dan is er altijd markt voor je product.” Eenvoudig, maar ook doodeng soms. “Natuurlijk vind ik het soms ook spannend. Je bent een stukje zekerheid kwijt. En ik zal ook vast nog wel fouten maken. Maar deze visie wil ik voortzetten, dat weet ik zeker. Ik heb er alle vertrouwen in dat je als onafhankelijke teler succesvol kunt zijn, zolang je maar goed naar de klantvraag blijft luisteren.” Met die overtuiging omarmd Frank de maatschappelijke eisen die uit de markt komen, zoals de veeleisende consument en verscherpte regels en richtlijnen. “Je kunt het allemaal lastig en moeilijk vinden en het als een bedreiging zien. Of je kiest ervoor om er iets mee te doen en het als een kans te zien. Zo zie ik het.”
Van teler naar marketeer
Zijn eigen rol in de kas is daardoor anders dan voorheen. Sinds zo’n drie jaar is zijn rechterhand Peter verantwoordelijk voor de teelt, zodat Frank ruimte heeft om zich te richten op de marketing en verkoop. “Peter trekt heel veel werk naar zich toe, waardoor ik mij op sommige momenten zelfs overbodig voel.” Even wennen voor Frank, die daarvoor nauw betrokken was bij iedere vierkante meter van zijn kas. Nu is hij veel meer extern gericht, de afzet van zijn bedrijf zeker aan het stellen. “Ook dat geeft een kick.”
5 jaar vooruit
Hoe ver durf je in de toekomst te kijken? “Als ik iets geleerd heb, is dat het altijd anders gaat”, zegt Frank lachend. Twintig jaar vooruitkijken is volgens hem dan ook onbegonnen werk. “Ik kijk zo’n vier tot vijf jaar vooruit.” Het komende jaar staat in het teken van voortzetten en uitbouwen wat hij al aan het doen is als onafhankelijke speler. “Ik heb net een mooie, grote retailer vast weten te leggen. Een mooie deal, waar ik heel blij mee ben. Daar gaan komend jaar veel komkommers heen.”
telen&trends 41
Say what? Internationaal zakendoen? Verdiep je eerst in de cultuur. Ieder land en elke organisatie heeft zijn eigen tradities, gewoontes en cultuur. Persoonlijke relaties en kennis van de cultuur vergroten de kansen op zakelijk succes. Wetenschapper Geert Hofstede e.a. schreef er in 2010 een standaardwerk over: ‘Cultures and Organizations Software of the mind’. Wat zijn de belangrijkste bevindingen van dit baanbrekende onderzoek en wat kun je er eigenlijk mee?
42 telen&trends
Uit de markt ‘Moeten we ons druk maken om cultuur?’ is de eerste vraag die (de onlangs overleden) Geert stelt op zijn website. Het antwoord is natuurlijk: ja. “Want ieder mens heeft zijn of haar unieke persoonlijkheid, geschiedenis en interesses. Tegelijkertijd delen we onze menselijke natuur. We zijn groepsdieren. We gebruiken taal en empathie, we werken samen in groepen en tegelijk concurreren we met elkaar. De ongeschreven regels van hoe we deze dingen doen, verschillen van de ene menselijke groep tot de andere. ‘Cultuur’ noemen we deze ongeschreven regels, over hoe we een goed lid van de groep kunnen zijn.”
Cultuurdimensies
Hofstede kwam in zijn langlopende onderzoek naar cultuurverschillen tussen landen uiteindelijk tot zes verschillende ‘cultuur dimensies’: 1. Individualisme versus collectivisme; 2. Grote machtsafstand versus kleine machtsafstand; 3. Masculien versus feminien; 4. Mate van onzekerheidsvermijding; 5. Lange termijngerichtheid versus korte termijngerichtheid; 6. Hedonisme versus soberheid (zie kader). Van elke cultuurdimensie bestaat een wereldkaart, waarin de landen zijn ingedeeld op een schaal van 0 tot 100. In werkelijkheid bestaan er ook binnen landen aanzienlijke verschillen, meldt de wetenschapper.
Organisatieculturen
Naar aanleiding van het onderzoek naar cultuurdimensies in landen vroeg Hofstede zich in de jaren tachtig al af hoe een organisatiecultuur is verbonden met de nationale cultuur. Op basis van onderzoek in Nederland en Denemarken kwam hij tot zes cultuurdimensies voor organisaties: 1. Procesgericht versus resultaatgericht; 2. Functiegericht versus werknemersgericht; 3. Professioneel versus parochiaal; 4. Open systemen versus gesloten systemen; 5. Strak versus losjes gecontroleerd; 6. Pragmatisch versus normatief.
De scores op deze dimensies worden mede bepaald door het bedrijf of de branche waarin de organisatie zich bevindt, alsmede een aantal andere ‘harde’ kenmerken. Hieruit kunnen weer conclusies worden getrokken over de wijze van managen. Vanwege de beperkte steekproef (20 organisaties in twee landen) zijn de resultaten echter mogelijk niet representatief voor alle organisaties, nuanceert de wetenschapper.
Zakelijke etiquette
Uiteindelijk is ieder mens uniek, zoals Hofstede terecht constateert. Dat maakt internationaal zakendoen nog complexer en uitdagender. Maar wie kennis heeft van de cultuur van het land en de organisatie van zijn of haar zakenpartner(s) wekt minstens sympathie en heeft een voorsprong op de concurrentie. Daarnaast zijn er aspecten die in vrijwel alle landen een rol spelen, ook wel bekend als zakelijke etiquette (do’s and dont’s). Verschillende organisaties geven hierover tips, waaronder de Kamer van Koophandel en de RVO.
Een voorbeeld: de betekenis van ja en nee. In veel culturen is ‘nee’ zeggen geen optie. Het is lastig te achterhalen wanneer iemand ‘ja’ zegt, maar eigenlijk ‘nee’ bedoelt. Houd de lichaamstaal van je gespreks partner daarom goed in de gaten.
Kort samengevat: kennis van en respect voor de andere cultuur vergroot je zakelijke kansen. Pas je daarom - binnen je eigen grenzen - aan. Zoek vooral naar overeenkomsten en probeer de verschillen te begrijpen en ermee om te gaan.
>> telen&trends 43
De cultuurdimensies van Hofstede Individualisme
collectivisme
In collectivistische culturen (zoals China, Zuid-Korea, Thailand, Ecuador en Colombia) is het individu ondergeschikt aan de groep. Dit zorgt voor kansen, maar ook voor verplichtingen. Je bent altijd verantwoording schuldig aan jouw groep. De nadruk ligt op het behoud van harmonie. Als je iets doet wat niet hoort, breng je de groep ten schande en daarvoor schaam je je tegenover de rest (schaamtecultuur). In individualistische culturen (Angelsaksische landen, maar ook Nederland) is het belangrijk dat iedereen voor zichzelf kan zorgen, je bent zelf verantwoordelijk voor je sociale netwerk. Onafhankelijkheid en privacy zijn erg belangrijk. Ze hebben vaak een kleine machtsafstand (zie 2.), de nadruk ligt op het uiten van je eigen mening. Doe je iets wat niet hoort, dan voel je je schuldig ten opzichte van je geweten (schuldcultuur).
Grote machtsafstand
kleine machtsafstand
Machtsafstand gaat over de mate waarin een ongelijke verdeling van macht wordt geaccepteerd. Bij een grote machtsafstand is er veel ontzag voor de baas, wordt de relatie tussen werknemers bepaald door hun rol op het werk en is er veel ongelijkheid. In families is er veel respect voor ouders, ouderen en oudere broers en zussen. Op staatsniveau is er veel ongelijkheid. Corruptie is geaccepteerd, evenals traditionele autoriteit. Bij een kleine machtsafstand mogen kinderen hun ouders en werknemers hun baas tegenspreken. Op staatsniveau wordt corruptie niet geaccepteerd, de wet garandeert gelijke rechten.
Masculien
feminien
De derde dimensie van Hofstede gaat over de rol van de man ten opzichte van de vrouw. In masculiene landen geldt een traditionele rolverdeling en moet de man stoer en ruw zijn, de vrouw moet zorgen voor de kinderen en een goede leefomgeving voor haar gezin. In feminiene landen overlappen de seksen elkaar meer. In masculiene landen (zoals Japan, Oostenrijk, Zwitserland en Italië) willen studenten overal de beste in zijn, in feminiene landen (zoals Nederland en Scandinavië) wordt dat als irritant gezien. In masculiene landen streeft men naar een prestatiemaatschappij, in feminiene landen naar een welvaartsmaatschappij.
44 telen&trends
Mate van onzekerheidsvermijding Onzekerheidsmijding is niet hetzelfde als risicomijding, maar gaat over de mate waarin leden van een cultuur zich bedreigd voelen door onbekende of onverwachte situaties. Dit leidt niet tot het vermijden van risico’s, maar tot het scheppen van meer duidelijkheid, bijvoorbeeld in wetten en regels. In landen met een hoge onzekerheidsvermijding verwachten studenten dat hun docenten op alle vlakken in hun vakgebied expert zijn; in landen met een lage onzekerheidsvermijding accepteren studenten dat docenten niet overal een antwoord op hebben. Landen met een hoge onzekerheidsvermijding (zoals Rusland en Polen) hebben vaker nationalistische gevoelens en zijn politiek vaker rechts georiënteerd. Landen met een lage onzekerheidsvermijding (zoals Groot-Brittanië, Denemarken en Zweden) zijn liberaler en staan ook positiever tegenover jongeren.
Lange termijngerichtheid korte termijngerichtheid Lange termijngerichte landen liggen vooral in Azië (Zuid-Korea, China, Japan), korte termijngerichtheid vind je vooral in Afrika en Noord-, Midden- en Zuid-Amerika. In korte termijngerichte landen is het belangrijk dat investeringen snel resultaat opleveren, in lange termijngerichte landen is dit van minder groot belang. Op lange termijn moet er winst komen, de korte termijn is ondergeschikt. Lange termijngerichte landen zijn vaak collectivistisch en scoren hoog op corruptie en machtsafstand.
Hedonisme
soberheid
Deze dimensie heeft te maken met de vraag in hoeverre mensen moeten streven naar genot. In sobere culturen vindt men dat genot in toom moet worden gehouden door sociale controle. In hedonistische culturen (Midden-Amerika, Angelsaksische landen, Scandinavië) vindt men dat de mens moet streven naar zoveel mogelijk genot in het leven. Mensen in culturen die hoog scoren op hedonisme staan vaak positiever in het leven en hechten veel waarde aan vrijheid van meningsuiting. Landen die hierop laag scoren (zoals veel Oost-Europese landen, Egypte en Pakistan) staan vaak cynischer in het leven.
Interview
Dol-San de meester van de semi-gesloten kas
Nederlander Godfrey Dol heet in Japan Dol-San. Het is de aanspreekvorm voor mensen met een zeker aanzien. De arbeidskrachten waarmee Dol werkt in Kasoaka, een Japanse stad gelegen tussen Hiroshima en Okayama, maken een diepe buiging voor de man die alles weet van telen in de semi-gesloten kas.
“Ik heb de ervaring in de loop van mijn carrière ontwikkeld. De laborant die teler werd.” Het groezelige restaurant van Bastion Vlaardingen, ingeklemd tussen een web van rijkswegen, is niet echt de plek voor Godfrey Dol (58), maar is als interviewlocatie vooral praktisch. Hij komt net van kasautomati seerder Hoogendoorn in Vlaardingen, gaat dan door naar zijn moeder in Apeldoorn en zit de volgende middag alweer in het vliegtuig naar Iran. Hij noemt zichzelf een wereldburger die zijn geld verdient met het geven van adviezen over telen in de semigesloten kas. In Nederland mag dit kastype geen doorslaand succes zijn, in de rest van de wereld des te meer.
Van laborant naar teler
Dol werkt al 35 jaar in het buitenland. Op zijn website (Glasshouse-consultancy.com) is een film te zien waar hij met Mohammed bin Ahmed Al Bowardi, minister van defensie van de Verenigde Arabische Emiraten en Mariam Hareb Almheiri, minister van
46 telen&trends
voedselveiligheid van de Verenigde Arabische Emiraten, omgaat. Hij leidt de twee hoogwaardigheidsbekleders rond die net Al Dahra BayWa Greenhouse in Al Ain hebben geopend. Ooit begon hij als laborant na zijn studie: “Ik ging zonder enige teeltkennis werken bij een agrarisch bedrijf in Tabuk, een stad in Saoedi-Arabië. Zij hadden last van het feit dat hun planten geel werden. Dankzij mijn analytische laboratoriumachtergrond is dat probleem opgelost.” Nu wordt hij door buitenlandse investeerders gevraagd om zijn kennis van telen in een semi-gesloten kas te delen. “Ik heb die ervaring in de loop van mijn carrière ontwikkeld. De laborant die teler werd,” zegt hij bijna timide. “Nu ik met regelmaat over semi-gesloten kassen publiceer op onder andere LinkedIn en op mijn eigen blog weten investeerders in dergelijke complexen mij te vinden. Ze hebben geen teeltervaring, ik wel.”
Interview
Telen in de tropen
In de stad en streek Kasoaka is hij op dit moment betrokken bij het grootste tuinbouw project in Japan. Smart Agribusiness Research & Alliance (SARA) ontwikkelde in samenwerking met de Nederlandse kassen bouwer Van der Hoeven en Hoogendoorn drie complexen waar sla, tomaat en paprika worden geteeld. Hiervoor heeft Dol in de Verenigde Arabische Emiraten de kas van Al Dahra BayWa helpen opstarten. Beide complexen zijn door Van der Hoeven als semi-gesloten kas gerealiseerd. Een volgende klus staat alweer klaar voor hem. “Hoeveel ik er heb gedaan?” zijn ogen twinkelen even. “Na Tabuk heb ik ook gewerkt in Amerika, Australië. Ik kom denk ik wel aan veertien projecten van in totaal over de 100 ha.”
Cooling pads
De semi-gesloten kas doet het vooral goed in omgevingen waar de buitentemperatuur hoog en luchtvochtigheid erg laag is, legt Dol het succes van dit kastype uit. “De buitenlucht van 45 graden Celsius en soms hoger wordt door een wand van cooling pads de klimaatkamer ingezogen. De ventilatoren blazen vervolgens de gekoelde lucht, die soms wel meer dan 10 graden Celsius lager is, via luchtkanalen in de kas. De kleine gaatjes in de slang verdelen de lucht gelijkmatig over de kas. Door het goed managen van koeling, maar ook de luchtvochtigheid, de schaduwschermen - in de tropen is een totale lichtsom van 3.300 Joule/cm2 per dag geen uitzondering - en ventilatoren kunnen in semi-gesloten kassen producten van hoge kwaliteit worden geteeld in zeer warme omgevingen.”
Miljarden monden voeden
De Nederlandse glastuinbouw is een enorme exportmotor. Net als onze vlees- en eiproductie
gaat over de 80 procent van de productie naar het buitenland. Hoelang nog is de vraag als men de discussie over stikstof en andere milieubelastende zaken volgt. Daarnaast willen landen als de Emiraten loskomen van de import. De afhankelijkheid van het buitenland is te groot. Al Dahra BayWa Greenhouse is goed voor jaarlijks 3.000 ton tomaten. Voor Dol staat vast dat we beter kennis kunnen gaan exporteren. “De reputatie van de Nederlandse teler in het buitenland is goed. We hebben een unieke positie”, zegt hij met trots. “Maar we moeten wel werken om ons aan te passen aan het lokale klimaat. We hebben in Nederland een uniek buiten klimaat, dat in de gebieden waar ik werk niet voorkomt. Een Venlokas is beslist geen succes in een warm en vochtig klimaat. Toch moeten we in de verre toekomst 9 miljard monden voeden en de glastuinbouw zal daarvoor moeten gaan produceren.”
Kampioen in samenwerken
De kracht van de Nederlandse toeleveran ciers is het goed kunnen samenwerken. Dat is bijvoorbeeld zichtbaar bij SARA in het Japanse Kasoaka. Dol: “We zijn daar in staat om een uiterst innovatief en vooral groot project te realiseren. Het klimaat in Kasoaka staat bekend om haar warme en vochtige zomers. Van der Hoeven heeft haar semigesloten kas ModulAir verbeterd met een systeem wat zij HACo noemen. Het binnen klimaat kan met HACo worden behandeld en gecontroleerd met de precisie van het semi-gesloten systeem, ondanks het best lastige tropische buitenklimaat. De Hoogendoorn iSii procescomputer (beschikbaar in de Japanse taal/red.) controleert de ModulAir- en HACo-uitrusting en het kasklimaat, het CO2-niveau en de irrigatie voor de planten. Daardoor werken de kassen uitstekend.”
“De reputatie van de Nederlandse teler in het buitenland is goed. We hebben een unieke positie.”
telen&trends 47
Even voorstellen SEMA SEVINÇ
De mensen van Customer Service hebben dagelijks contact met installateurs uit binnenen buitenland. Het is een onmisbare schakel voor het tijdig leveren van de klimaatschermen.
Sema Sevinç werkt al 14 jaar bij Svensson en is daarmee binnen haar team een oudgediende en een bekende bij de Nederlandse installateurs. Telefonisch en per e-mail beantwoordt ze vragen van Nederlandse klanten, geeft ze productinformatie en verwerkt ze de offertes en orders. Sema is ook verantwoordelijk voor de Turkse markt. In vloeiend Turks staat ze de installateurs over heel Turkije te woord. “Antalya is de plaats waar de meeste Turkse kassenbouwers en scherminstallateurs zitten, deze plaats kunnen we zien als ‘het Westland’ van Turkije.” Voor Svensson gaat Sema jaarlijks naar de grootste Internationale vakbeurs Growtech Eurasia in Antalya en bezoekt ze Turkije 1 à 2 keer per jaar om de klantrelaties up-to-date te houden.
“Antalya zien we als het‘Westland’ van Turkije.” CEES VAN DER KLOOSTER
Customer Service bij Svensson is de spil tussen onze klanten en de organisatie. “We zorgen ervoor dat orders en offertes verwerkt worden en de wensen van de klant op de juiste manier vertaald worden. Verder geven wij dagelijks scherm-, prijs- en voorraad informatie. Daarnaast proberen we zo goed mogelijk voor oplossingen te zorgen in geval van klachten of problemen.” Aan het woord is Cees van der Klooster. Hij werkte tot 10 jaar geleden, voordat hij bij Svensson kwam, in de toeristische branche waar hij onder andere teamleider was. “Bij Svensson ben ik, behalve voor Nederlandse klanten, verantwoordelijk voor Spanje, Duitsland en België. Het fijne aan mijn baan is, is dat geen dag hetzelfde is. Wat het werk interessant en uitdagend houdt.” 48 telen&trends
ARJA LUYENDIJK Voor Arja Luyendijk is de glastuinbouw geen onbekende wereld. Haar vader was tuinder, zij studeerde bedrijfskunde aan HAS Delft en daarna nog anderhalf jaar in Engeland. Binnen het Customer Serviceteam werkt ze nu 10 jaar bij Svensson en bedient zij klanten in UK, Frankrijk, Italië, Griekenland en Israël. “En nog twee klanten in Nederland,” vertelt zij. “Als mijn collega’s het druk hebben, spring ik bij. We zijn echt een team en werken nauw samen met productie. Zij voorzien ons bijvoorbeeld van informatie over levertijden en volumes van zendingen.” Arja heeft nog een andere taak binnen het team. Zij organiseert exportcontainers voor zendingen naar Svensson in Amerika, Mexico en China. “Verder regel ik de materialen van onze nationale en internationale beurzen.”
KSENIA TOSCANO
“Rusland en Oost-Europa zijn mijn
werkveld.”
“We zijn echt een team.”
Ondanks een voornaam die Grieks klinkt en een achter naam die Italiaans klinkt, stroomt er Russisch bloed door de aderen van Ksenia Toscano. Vanuit Hellevoetsluis zijn Rusland en Oost-Europa grotendeels haar werkveld. “Ik verzorg ook orders en offertes van installateurs uit Australië, Nieuw-Zeeland, Midden-Oosten en India.” Door Europese boycotmaatregelen ligt de export van groenten en bloemen vanuit Nederland naar Rusland al jaren goeddeels stil. Het gevolg is wel dat de Russen volop zelf kascomplexen aan het realiseren zijn. Het land wil en moet zelfvoorzienend worden. “Ik maak soms offertes voor bijvoorbeeld het vervangen van schermen van projecten die een oppervlakte hebben van 100 ha. Zulke omvangen kennen we niet in Nederland. Ik verzorg ook de logistieke informatie voor die afnemer en maak de exportdocumenten klaar voor zendingen die rechtstreeks vanuit Hellevoetsluis gaan.”
telen&trends 49
TROTS ALS EEN PAUW
Thuis bij Adriaan Vonk, Director Domestic Production bij Florensis
Adriaan Vonk is trots als een pauw en hij heeft daar alle recht toe. Het is zijn team, adviseurs en betrouwbare bouwers gelukt een van de modernste plantkassen ter wereld te realiseren voor de opkweek van jonge planten uit zaad en stek. Nu de locatie gereed is, is het zijn taak om de productie in goede banen te leiden. In het buitengebied van Dinteloord - Nieuw Prinsenland - heeft de familie Hamer een kascomplex laten bouwen die zijn weerga niet kent. In grootte misschien niet spectaculair (6 ha), maar wat er schuilgaat onder de glazen daken van de cabrio- en Venlokas daarentegen wel. De nieuwste hard- en software, ledverlichting en 1320 zonnepanelen die de gehele bedrijfshal inclusief de achttien steksteekrobots van elektriciteit voorzien, om maar wat te 50 telen&trends
noemen. Bovendien kan in zeventien verschillende opkweekafdelingen onafhankelijk van elkaar worden geteeld. De energievoorziening is ook nog eens redundant uitgevoerd, zodat bij uitval van elektriciteit zonder onderbreken kan worden doorgewerkt. Florensis, een veredelaar en vermeerderaar van wel vierduizend sierteeltproducten met locaties in Nederland, Duitsland, Portugal, Kenia en EthiopiĂŤ, is zo in staat jaarrond te produceren.
Thuis bij
Drie klimaatschermen
Slim als de ondernemers zijn, kunnen de kassen ook worden gebruikt voor de teelt van jonge planten van bijvoorbeeld tomaten en paprika’s. “Ruim negen maanden per jaar telen we jonge planten op. De overige drie maanden kunnen we het complex voor een deel verhuren aan andere plantenkwekers. Om die reden hangt er een pakket schermen in van drie lagen - voor energie, hoogwaardig diffuus licht en klimaat. Computers sturen deze aan, daarom zijn we in staat om zoveel verschillende producten te telen”, verhaalt Adriaan Vonk, Director Domestic Production bij Florensis.
Uniek project
Adriaan, die al 35 jaar voor de Hamers werkt, stond aan de wieg van dit ambitieuze plan dat ook nog eens de voorbode is om in 2025 de meest betrouwbare, innovatieve en duurzame veredelaar en vermeerderaar te zijn. “Zo’n uniek project zie je maar één keer in je leven.” Waar die drive vandaan komt om zoiets ambitieus en kostbaar te realiseren, herhaalt hij hardop. “Lef en een beetje Calimero! We zijn als klein familiebedrijf begonnen en zijn door overnames, innovaties en veredeling nu uitgegroeid tot een grote speler.
Naast Dinteloord hebben we nog twee productielocaties in Nederland (Hendrik-Ido-Ambacht en Rijsenhout) en leveren we de jonge planten over de gehele wereld aan meer dan achtduizend kwekers. Er zit geen private equity in Florensis. Alles wat we verdienen wordt weer geïnvesteerd in de onderneming.”
Hoge klanttevredenheid
Met trots startte Adriaan begin december vorig jaar de productie in Dinteloord op door met zijn collega directieleden een batch met Calocephalus trays (Zilverstruikje) op de vloer te plaatsen. De feestelijke opening is pas in juni tijdens de FlowerTrials 2020. “Nu is het zaak wat we 2½ jaar geleden hebben bedacht te realiseren en de leverbetrouw baarheid van 98 naar 99 procent te krijgen. Ons bestaansrecht is een hoge klanttevredenheid en leverbetrouwbaarheid. Het is niet alleen een moderne kas die daaraan bijdraagt, maar ook de organisatie. We moeten in de juiste week, de juiste aantallen en de juiste soort bij onze klanten afleveren. De komende maanden moeten faciliteit (kas) en organisatie op elkaar worden afgestemd.”
telen&trends 51
“Tot 10% hogere productie en kwaliteit.” Hét idee achter PARperfect. Bart Bakker, klimaatadviseur.
PARperfect: Jaarrond het optimale lichtniveau voor iedere plant. Als teler wil je volledige controle hebben over het zonlicht dat jouw planten bereikt. Niet te veel en niet te weinig. Te veel licht (PAR) is immers schadelijk voor de planten, terwijl te weinig licht de groei remt. Om dit te bereiken is er nu PARperfect: een schermoplossing waarmee je jaarrond traploos het juiste lichtniveau creëert voor jouw gewas. Met ook nog eens een perfect egale lichtverdeling op gewasniveau. Wat resulteert in een uniform gewas, een snelle groei en een optimale kwaliteit. Vraag kennispartner Bart Bakker naar de resultaten en mogelijkheden: bart.bakker@ludvigsvensson.com www.ludvigsvensson.com
Harmony Luxous Obscura Solaro Tempa