Issuu on Google+

platform voor professionals in brandpreventie

Zevende jaargang nr. 2 mei 2014

Thema blusmiddelen/

automatische blusinstallaties Let op: meer informatie vindt u op brandveilig.com

Floraholland kiest voor sprinklers

nieuwe bbn-strategie: bouw brandveilig

adviseurs in rode auto’s en het duale stelsel


Ook ons milieu heeft bescherming nodig. We know.

Saval verkoopt u niet onnodig elke 5 jaar een nieuwe blusser. Door onderhoud kan uw huidige blusser vaak nog 15 jaar mee. Mocht u toch een nieuwe blusser nodig hebben, dan is de B6P-SC HR de verstandige keuze. Gedurende de standaard levensduur van 20 jaar, levert de B6P-SC HR 95% minder afval op dan uw huidige blusser. Laat u niet opzadelen met een nieuwe blusser om de paar jaar, maar maak een afspraak met Saval.

saval.nl


Inhoud

Thema Blusmiddelen/Automatische blusinstallaties

9

9 | Maatregelmix is maatwerk 12 | Einde aan onterechte meldingen 14 | Aerosol blussystemen 19 | Een bloeiende samenwerking 22 | Veilig huis & haard

12 Verder in dit nummer

19

6

nieuws

8

column Joric Witlox

24 uit het brandlab 27 schadepraktijk 28 bouw brandveilig 31 hoe hoog moet de sponning? 32 brand bij de buren! 34 brandveilig, maar dan anders 36 Adviseurs in rode auto’s

22

38 praktijk 40 bedrijvenindex 42 branche-informatie VBE nummer 2

mei 2014

3


Iedereen heeft recht op continuïteit Elke organisatie heeft wel een voor bedrijfsvoering kritische ruimte met kostbare apparatuur en data die brandgevaar lopen. Die risico’s kunnen Hertek en Hi-Safe Systems beperken. Of u nu een standaard of een blusgasinstallatie op maat wenst. Doe het professioneel

gebundeld om een bredere markt te bedienen. Van

of uw aanvraag door Hertek of Hi-Safe wordt opge-

Brandpreventie is een kwestie van risico’s ken-

kantoren en datacenters tot logistiek en industrie.

volgd. Door onze gezamenlijke expertise en aanpak

nen en maatregelen treffen. Toch is niet iedere

Op basis van ruim 60 jaar gezamenlijke ervaring

stellen wij u nooit teleur. Net als bij alle organisaties

organisatie daarin even ver. Waar de een de

kunnen wij adequaat adviseren én implementeren.

die u al voor gingen.

werkelijke brandrisico’s nog moet ontdekken,

Snel en marktconform, voor groot en klein. Ook

zoekt de ander al een gerichte oplossing. Maar

al vergt de ene situatie een standaard systeem

waar u zich ook tussen risico-inventarisatie en

en de andere een specifieke blusgasinstallatie.

blussing bevindt, zonder professionele exper-

Bij ons heeft iedere organisatie evenveel recht op

tise blijft u onnodig risico lopen.

continuïteit.

Voor klein en groot

Tevreden klanten

Hertek en Hi-Safe Systems hebben hun exper-

Bij ons heeft u een vaste contactpersoon en krijgt

tise op het gebied van brandrisicobestrijding

elke offerte onze volle aandacht. Samen bekijken wij

hertek_1_2_liggend_proef_1.indd 1

Hertek B.V. www.hertek.nl Hi-Safe www.hisafe.nl

15-04-14 13:13


Colofon B+B VAKMEDIANET

Brandveilig.com is een uitgave van Vakmedianet Hoofdredacteur Arjen de Kort, arjendekort@vakmedianet.nl Eindredacteur Inge Mulder Medewerkers aan deze uitgave Wim van Alphen, Arjan Anderiesen (coverontwerp), Dennis van Asselt, Frank Donkers, Hendrik Jongerden, Foka Kempenaar, Nico Kluwen, John van Lierop, Leo Porrio, Betty Rombout, Emiel van Rossum, Jan Sterk en Joric Witlox Redactieraad

De redactieraad adviseert de redactie van Brandveilig.com. De uitingen geven echter niet per se de mening weer van de leden.

Coen van Beek, Eric Bosscher, Xander van Bree, Arnoud Breunese, Maarten de Groot, Dingeman de Jong, Johan Koudijs, Leo Oosterveen en Joric Witlox Uitgever Geert van den Bosch Accountmanager Marion Smits, marionsmits@vakmedianet.nl tel. 06-52867200 Vormgeving & opmaak Content Innovators Alphen aan den Rijn Druk Ten Brink, Meppel Adres Vakmedianet, Postbus 448, 2400 AK Alphen aan den Rijn Tel. 088-5840918 www.brandveilig.com, info@brandveilig.com Abonnementenadministratie klantenservice@vakmedianet.nl, tel. 088-5840888

Abonnementen Brandveilig.com verschijnt 6 keer per jaar. Abonnement: Nederland € 110,-, overige landen € 125,00, los nummer € 17,00; prijzen exclusief btw. Op alle uitgaven van Vakmedianet zijn de Algemene Voorwaarden van toepassing. Die zijn te vinden op www.vakmedianet.nl. Doelgroep Professionals op het gebied van brandveiligheid, zoals architecten, aannemers, preventisten, brandweer, adviseurs, installateurs, leveranciers en beslissers op het gebied van facilitair management in bedrijf en gebouw. Partner Trigion Brand en Beveiligingstechniek Copyright Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of op enige andere manier, zonder voorafgaande toestemming van de uitgever. © Vakmedianet 2014 Publicatievoorwaarden Op iedere inzending van een bijdrage of informatie zijn de standaardpublicatievoorwaarden van Vakmedianet van toepassing. Deze zijn te vinden op www.vakmedianet.nl. Disclaimer Alle in deze uitgave opgenomen informatie is met de grootste zorgvuldigheid samengesteld. De juistheid en volledigheid kunnen echter niet worden gegarandeerd. Vakmedianet en de bij deze uitgave betrokken redactie en medewerkers aanvaarden dan ook geen aansprakelijkheid voor schade die het directe of indirecte gevolg is van het gebruik van de opgenomen informatie. ISSN 1876-5750

Hoop In Nederland gaan we er altijd vanuit dat alles tot in de puntjes is geregeld. Ook als het gaat om veiligheid. En daar zijn we goed in, zo bleek recentelijk tijdens de Nuclear Security Summit. Kosten noch moeite werden gespaard voor de grootste veiligheidsoperatie ooit in Arjen de Kort ons land, met als resultaat een hoofdredacteur Brandveilig.com arjendekort@vakmedianet.nl vlekkeloos verloop van de top. Het kost wat, maar dan heb je ook wat... En bijna niemand in politiek Den Haag die moeite had met de overdaad aan maatregelen. Ook niet degenen die de afgelopen jaren het hardst riepen om deregulering. Die roep om deregulering laat zich als het gaat om brandveiligheid steeds meer voelen, zo bleek tijdens een interview met Joric Witlox en Leo Oosterveen (BBN). Zij spraken hun zorg uit over de gevolgen van minder regelgeving voor de brandveiligheid van gebouwen “Wij krijgen signalen dat een groot deel van de gebouwen niet eens aan het Bouwbesluit voldoet.” Een zorgwekkende constatering van een situatie die, als de plannen van minister Blok voor private kwaliteitsborging doorgaan, niet zal verbeteren. BBN wil daar samen met stakeholders uit de markt tegen ten strijde trekken. Een van die stakeholders is Brandweer Nederland. Eugène van Mierlo maakt in dit nummer zijn bezwaren tegen de plannen van minister Blok duidelijk. Kern daarvan is dat initiatiefnemers hun (ver)bouwplannen ook kunnen laten beoordelen door particuliere adviesbureaus, zonder dat geborgd is dat de brandweer er naar kijkt. Een ondoordachte keuze van Blok, volgens Van Mierlo. Hoe het ook kan, is te zien bij de nieuwbouw van het Medisch Spectrum Twente. Dit gebouw stelt specifieke eisen aan brandveiligheid. “We besloten daarom in een vroeg stadium Brandweer Twente te betrekken”, vertelt architect Arthur van der Geest. Dit is wat John van Lierop in dit nummer als volgt verwoordt: “Betrek alle belanghebbenden, want brandveiligheid is een samenspel.” Zolang er mensen zijn als Van Mierlo en Van Lierop, organisaties als BBN en voorbeelden als MST, is er denk ik hoop voor de brandveiligheid van gebouwen in Nederland. En anders organiseren we gewoon een keer een Fire Security Summit. nummer 2

mei 2014

5


Nieuws

Meer brandveiligheid: 5 tips

Agenda

Bedrijven moeten in Nederland voldoen aan minimale eisen voor brandveiligheid. Strikt voldoen aan deze minimale eisen lijkt wellicht voordelig. Saval geeft op zijn blog echter 5 tips waarmee bedrijven zich beter kunnen wapenen tegen brandgevaar.

Meer informatie over alle activiteiten: www.brandveilig.com 16 september 2014

Brandveiligheid van gebouwen Velp www.sbo.nl 2 oktober 2014

Brandweer congres Rotterdam www.brandweernederland.nl

1. Vaker oefenen op acties bij calamiteiten Vaak is eenmaal per jaar oefenen helemaal niet voldoende voor een bedrijf. Inventariseer waar risico’s liggen en beschrijf de noodsituaties waarop je het hele jaar door gericht kunt trainen. Belangrijk is ook om een oefening altijd door te lopen zoals je in het echt zou doen. Door regelmatig te oefenen worden mensen zekerder tijdens hun optreden bij een calamiteit, waardoor de kans op fouten sterk vermindert. 2. Gebouwkennis Verbeter de gebouwkennis van het personeel door verschillende situaties te oefenen met een veiligheidsplattegrond op tafel. Waar zit de gaskraan? Hoe loop je van kamer A naar de elektriciteitskast? En wat is de kortste vluchtroute in deze specifieke situatie?

13 november 2014

BBN Congres Nieuwegein www.bbn.nl

3. Aanvullende trainingen Naast de herhalingscursus voor BHV’ers zijn er tal van aanvullende workshops. Bijvoorbeeld: omgaan met agressie en geweld, een extra training kleine blusmiddelen of een training voor de receptiemedewerkers. 4. Kennisdelen met al het personeel Vul de BHV-herhalingscursus eens aan met kwartaalcases om het kennisniveau het hele jaar door hoog te houden. Deel deze kennis met de rest van het personeel. Voeg eens extra tijd toe aan een kwartaaloverleg om mensen te herinneren aan het ontruimingsplan. 5. Extra attributen plaatsen Er zijn allerlei extra attributen die bedrijven kunnen plaatsen die bijdragen aan de veiligheid. Blusdekens of draagbare blustoestellen zijn tegen geringe kosten aan te schaffen. Ook kan een bedrijf ervoor kiezen een automatische externe defibrillator (AED) te plaatsen. Een grote investering, maar wel een zeer nuttige. Bron: www.skfiresafetygroup.com

Nederlanders negeren alarm veelvuldig Adverteerdersindex Dictator Productie BV

17

Hertek B.V.

4

Knauf Insulation

7

Nu-Swift Brandbeveiliging BV

21

Saval Brandbeveiliging

2

Stöbich Fire Protection

4

Trigion Brand & Beveiligingstechniek

44

Tyco Intregrated Fire Security

17

6

nummer 2

mei 2014

Veertig procent van de Nederlanders neemt zelden of nooit poolshoogte als zij een alarm horen afgaan in de buurt. Eén op de vijf geeft aan wél direct te gaan kijken wat er aan de hand is. Loos alarm komt geregeld voor: bij het merendeel (87%) van de bezitters van alarmsystemen gaat het alarm wel eens onterecht af. Dit wordt met name veroorzaakt doordat men vergeet dat het alarm aan staat. Huisdieren zijn verantwoordelijk voor 20 procent van de loze alarmmeldingen. Dit blijkt uit de Nationale Veiligheidsbarometer van Securitas. Uit het onderzoek, uitgevoerd onder 1.050 Nederlanders, blijkt dat 15 procent in het

bezit is van een woningalarm. Hiervan geeft 66 procent aan dat hun alarm tot nu toe twee tot vijf keer onterecht is afgegaan. Een kwart van de bezitters van een alarmsysteem schakelt het soms niet in, omdat zij dit onnodig vinden. Daarbij geeft 14 procent van de ondervraagden aan het inschakelen wel eens te vergeten. De vijf belangrijkste veroorzakers van loos alarm: • Vergeten dat alarm was ingesteld • Onbekende oorzaak • Verkeerde code • Huisdier bij sensor • Ander object bij sensor


Nieuws

Vernieuwd protocol voor automatische branddoormelding

Online

feiten

BrandonderzoekTwente@TbobrwBrand op balkon door roken! Een sigaret, uitgedrukt in een bloempot, veroorzaakte,3 uur later brand.Nooit een sigaret uit maken in bloempot!

NationaleNederlanden@NNrisicodesk Automatische Brandmeldinstallatie niet meer doormelden naar RAC? Doormelding via PAC naar RAC! http://bit. ly/1cMFoFl #bedrijfscontinuïteit

meer info www.brandveilig.com

De Nederlandse brandweer rukt als gevolg van automatische meldingen uit brandmeldinstallaties nog te vaak uit zonder dat er sprake is van een brand. Het gaat om ruim 50.000 uitrukken/incidenten per jaar. Vebon, Brandweer Nederland en het Verbond van Verzekeraars hebben een protocol ontwikkeld dat de betrouwbaarheid van brandmeldingen moet verbeteren. Het protocol omschrijft de voorwaarden om een brandmelding die bij de Particuliere AlarmCentrale (PAC) binnenkomt

door te kunnen melden naar de alarmcentrale van de brandweer (RAC). Er staat in aangegeven hoe een PAC bij binnenkomend brandalarm moet handelen om vast te stellen of er sprake is van een echte brand. Hoe betrouwbaarder de melding, des te sneller de PAC mag doormelden aan de brandweer en die laatste kan uitrukken. Door deze actieve verificatiemethode door de PAC wordt uiteindelijk een hoge mate van zekerheid bereikt dat een doormelding ook daadwerkelijk een

Nieuwe naam: Chubb Fire & Security Chubb Fire & Security is per 21 maart 2014 de nieuwe bedrijfsnaam voor Ajax Chubb Varel. De afgelopen jaren heeft Chubb de activiteiten van de voormalige bedrijven Ajax, Chubb en Varel geïntegreerd. Ajax-Chubb

Brandbeveiliging, Chubb Varel Security en Chubb Security België, alle bedrijven van UTC Fire & Security, hebben een nieuwe Benelux-organisatie gevormd waarbij de bedrijfsactiviteiten zijn gecombineerd. Deze

echte brandmelding betreft en dat de brandweer dus terecht uitrukt. Verificatie is in veel gevallen afhankelijk van menselijk handelen, maar moderne techniek biedt uitkomst. Ter verdere verbetering en aanscherping van het protocol is VEBON een werkgroep gestart die analyseert of en hoe extra stappen door technische ondersteuning mogelijk zijn. Technische verificatie van brandalarmen, zo leren de cijfers, biedt immers de meeste betrouwbaarheid.

organisatie ging in eerste instantie verder onder de naam Ajax Chubb Varel. Omdat de integratie gereed is en Chubb in de markt als één Fire & Security-bedrijf opereert, is het tijd om ook met één nieuwe naam naar buiten te treden, aldus het bedrijf. Chubb Fire & Security is onderdeel van United Technologies Corporation (UTC).

Productnieuws Heraklith®, dé meest brandveilige houtwoloplossing In gebouwen speelt brandveiligheid een belangrijke rol. Hoe belangrijk, wordt vaak schrijnend duidelijk zodra er brand uitbreekt. De temperaturen lopen snel op, mensen raken in paniek en de rookontwikkeling ontneemt de brandweer het zicht. Dat kan anders.

Om de brandveiligheid in een gebouw te vergroten, heeft Heraklith® de combi steenwol A2 ontwikkeld. Deze gecertificeerde houtwolplaat garandeert: • 120 minuten brandweerstand (NEN 1365-2) • geringe rookproductie (s1) • geen druppelvorming bij brand (d0) • unieke combinatie brandwerende en akoestische eigenschappen

HERAKLITH®. DE EERSTE KEUS VAN KENNERS.

Dat is veiliger voor bewoners, bezoekers én hulpdiensten. Bovendien werkt Heraklith® als hitteschild en beschermt het de gebouwconstructie, waardoor de gevolgschade en de herstelkosten lager uitvallen. Soms is kiezen wel héél eenvoudig …

Knauf Insulation | 0162-421245 | www.heraklith.nl| info.nl@heraklith.com

nummer 2

mei 2014

7


Column

Joric Witlox

Stop de erosie!

De leden van Brandveilig Bouwen Nederland ervaren dat de regelgeving en handhaving van bouwkundige brandveiligheid erodeert. Dat is voor hen reden voor strategische heroriëntatie. De kern hiervan is verbetering van de bouwkundige brandveiligheid door marktgericht samenwerken met belanghebbenden. Hoezo erosie? De handhaving staat onder druk door bezuinigingen op de instanties die zich hier traditioneel mee bezig hebben gehouden. De brandweer, bouw- en woningtoezicht, steeds meer worden ze getroffen door bezuinigingen. Sterker nog, door de hele discussie over privaat toetsen staat een deel van de handhavende rol van deze organisaties onder druk. Het leidt momenteel tot een onzekere situatie voor de organisaties - en mensen! - die de controles moeten uitvoeren. Echter, er is nog geen vervangende handhaver aanwezig. De grote zorg is dat de discussie over privaat toetsen in ieder geval op korte termijn tot gevolg heeft dat de handhaving verder vermindert. Dit leidt tot meer brandgevaar. Regelgeving staat onder druk doordat politieke keuzes erg gemakkelijk voorbij gaan aan de brandveiligheid. Gemakkelijk ombouwen naar een studentencomplex gaat vóór veiligheid, heeft de wetgever bijvoorbeeld beslist. Het fnuikende hiervan is dat de gebouweigenaar in de cel komt als het misgaat, niet de wetgever die het veiligheidsniveau verlaagde. Joric Witlox is voorzitter van vereniging Brandveilig Bouwen Nederland (BBN).

Bij de gebouweigenaar wordt juridisch een grote verantwoordelijkheid neergelegd. Hij is verantwoordelijk voor de veiligheid van de mensen in het pand. Een duidelijke mediacampagne die dat scherp neerzet, ontbreekt. Gelukkig is er wel een erkenning van de problemen bij de kwaliteit van de bouw, waarmee een groot deel van de bouwkundige brandveiligheid samenhangt. Juist degene die hierin een grote verantwoordelijkheid heeft, de gebouweigenaar, zou meer te vertellen moeten hebben. Hoopgevend is dat hij waarschijnlijk meer te vertellen gaat krijgen. In de huidige wetgeving is het recht van een gebouweigenaar veelal minder geborgd dan dat van een consument die in de winkel producten koopt. Aanpassingen aan het Burgerlijk Wetboek zijn in de maak om hierin verandering te brengen. Na het voorgaande zinkt de moed je wellicht in de schoenen als je serieus aan het werk wilt met verbetering van brandveiligheid. Dat hoeft niet! Iedereen kan bijdragen aan betere bewustwording van brandveiligheid. Waarschuw verantwoordelijken voor brandonveilige situaties, zet het op de agenda van verenigingen van eigenaren, en bij overleg. BBN werkt aan die verdere verspreiding van kennis over brandveiligheid, onder andere in een projectteam met Brandweer Nederland en Bouw- en Woningtoezicht Nederland. Om die kennis behapbaar te brengen, blijft monnikenwerk. Alle partijen zijn er dan ook trots op dat het ieder jaar weer lukt met een actuele versie van ons boekje Essentiële Controlepunten, dat de essentiële controlepunten van dat moment goed weergeeft. We werken momenteel aan een nieuwe editie. Aarzel niet uw eventuele suggesties kenbaar te maken aan het projectteam. Dat kunt u doen via info@bbn.nu. Gaat het lukken de erosie om te buigen in groei? BBN kan dat niet alleen. Een flinke inspanning van alle partijen uit de bouwkolom is nodig. Samen kunnen we de brandveiligheid verbeteren!

8

nummer 2

mei 2014


Thema blusmiddelen/automatische blusinstallaties

Foka Kempenaar

‘Sprinkler vaker in beeld door verschuiving verantwoordelijkheden’

Maatregelmix is maatwerk

Het idee dat je met een automatische blusinstallatie zoals sprinklers een concept in handen hebt waarmee je écht een verschil kunt maken, is volgens John van Lierop – landenmanager voor European Fire Sprinkler Network (EFSN) en de Nederlandse Organisatie voor Brandveiligheid (NOVB) – in ons land nog onvoldoende doorgedrongen. Maar mede doordat beheerders van gebouwen steeds meer eigen verantwoordelijkheid dragen als het gaat om brandveiligheid, ziet hij wel een kentering ontstaan.

Villa Meijling in Borne is een mooi voorbeeld van een herbestemming – van bedrijf naar een voorziening voor ouderenzorg – waarbij een sprinklerinstallatie is geïnstalleerd (foto: De Groot Installatiegroep Brandbeveiliging B.V.)

D

e voorraad bestaande gebouwen in Nederland neemt nog elk jaar toe. Daarvan moeten er vele worden aangepast om ze te laten voldoen aan de maatstaven van deze tijd, of om ze een nieuwe functie te geven. Wil je deze panden brandveilig maken, dan vormt het Bouwbesluit de basis. “Dit geeft slechts minimale prestatie-eisen, die vooral gericht zijn op veilig vluchten en het beperken van brandoverslag. Sprinklers komen er niet in voor, maar die kun je wél

als gelijkwaardige oplossing inzetten”, vertelt van John van Lierop. De wettelijke eisen zijn dus minimaal, en daarbij is de strategie van de brandweer de afgelopen jaren veranderd. Zij gaan niet meer zomaar een brandend pand binnen om de brand van binnenuit te bestrijden. Bovendien krijgt de markt te maken met het duale stelstel: door nieuwe regelgeving die in 2015 in werking treedt, kunnen initiatiefnemers hun verbouwplannen ook laten beoordelen door

particuliere adviesbureaus. De verantwoordelijke rol van de gebouwgebruiker voor brandveiligheid komt hierdoor nog scherper naar voren. Van Lierop: “Eigenlijk waren die gebouwgebruikers altijd al eindverantwoordelijk, maar realiseren ze zich dat vaak onvoldoende.”

Brandveiligheidsvisie

Marktpartijen moeten dus zélf een steeds scherper beeld hebben van het gewenste brandveiligheidsniveau in hun gebouwen.

nummer 2

mei 2014

9


Thema blusmiddelen/automatische blusinstallaties

Welke regels gelden er voor sprinklers? De ontwerpnormen voor sprinklers zijn vooral vastgelegd in de Nederlandse NEN-EN12845 + NEN1073 en de Amerikaanse normen NFPA13. In Nederland zijn sprinklers alleen verplicht in vuurwerkkluizen. In het buitenland zijn sprinklers in steeds meer situaties wél verplicht. In Scandinavië bijvoorbeeld in alle verzorgings- en ziekenhuizen. En in Wales moet vanaf 1 januari 2016 een sprinklerinstallatie aanwezig zijn in alle nieuwbouwwoningen. Meer voorbeelden zijn te vinden via www.sprinkler.nl en www.eurosprinkler.org. In Nederland is het wel zo dat sprinklers steeds vaker worden meegenomen in de besluitvorming met het oog op een gelijkwaardige brandveilige oplossing. Dit hangt samen met de terugtrekkende rol van de overheid, de veranderende rol van de brandweer en de groeiende eigen verantwoordelijkheid van gebouwbeheerders en -eigenaren.

Maar in de praktijk, bij controles en gevolgen door brand, blijkt dit besef nog maar mondjesmaat te zijn doorgedrongen. “Op zich niet zo vreemd”, legt van Lierop uit, “want om te beginnen weten veel mensen niet eens dat de wettelijke eisen aan brandveiligheid erg laag zijn en alleen gericht op veilig vluchten. Daarbij heeft een omslag in denken tijd nodig, en gebouweigenaren bouwen en verbouwen immers niet zo vaak. Als brancheorganisatie vinden wij het van groot belang dat gebouwbeheerders en -eigenaren worden gestimuleerd om na te denken over de gevolgen van brand: wat accepteer je nog

wel en wat niet? Zet dit in een brandveiligheidsvisie. Vervolgens is het de kunst die visie naar een passende mix van maatregelen te vertalen. Een goede adviseur kan daar prima bij helpen.” Bij de vertaling van de brandveiligheidsvisie naar maatregelen moet je volgens Van Lierop breed denken. “Betrek alle belanghebbenden erbij. Denk na over de rol van de brandweer en neem de inbreng van de eindgebruiker zeer serieus. Als eindgebruiker weet je immers exact wat er in je gebouw gebeurt. Dan kom je als het goed is ook op het vraagstuk rondom de continuïteit van je bedrijf of organisatie.” En hij vervolgt: “Brandveiligheid is een samenspel en in veel gevallen maatwerk. Ga je er mee aan de slag, denk dan ook aan een krachtig middel als sprinklers. De bedoeling is dat deze een brand controleren, maar een mooi bijkomend voordeel is dat zij een brand in de praktijk vaak ook blussen.”

Continuïteit en flexibiliteit

Een zeer recente brand in Den Haag onderstreept Van Lierops betoog. In de nacht van 10 op 11 februari 2014 is door kortsluiting op de tweede etage van V&D in Den Haag brand ontstaan. Voordat de brandweer arriveerde, had één sprinklerkop de brand automatisch geblust. Er was waterschade, maar de sprinklerinstallatie voorkwam dat de brand zich verder ontwikkelde. De naastgelegen bagage-

10

nummer 2

mei 2014

afdeling met koffers en de rest van het warenhuis bleven gespaard. V&D heeft ondanks de overlast haar deuren om 10:00 uur kunnen openen voor het winkelend publiek. De continuïteit van het bedrijf kwam dus nauwelijks in het geding. Naast continuïteit is het ook raadzaam na te denken over flexibiliteit. “Met een sprinklerinstallatie kun je flexibeler bouwen en zijn grote open ruimten en atria mogelijk”, aldus Van Lierop. Hij vervolgt met een voorbeeld van veranderd beleid met het oog op ouderenhuisvesting: “De overheid wil dat ouderen langer zelfstandig kunnen blijven wonen. Woningcorporaties zijn daarom bezig om voormalige bejaardentehuizen om te vormen tot aparte woonunits voor ouderen. Deze gebouwen voldoen door de opdeling in individuele appartementen vaak niet aan de eis van 60 minuten brandwerendheid tussen de woningen. Met een sprinklerinstallatie los je niet alleen dat probleem op, maar til je het brandveiligheidsniveau naar een veel

Studenten gezocht De VSI/NOVB heeft specifieke vraagstukken over de toepassing van sprinklers en gelijkwaardigheid. Zij zijn op zoek naar studenten die hierin geïnteresseerd zijn en aansluiting willen zoeken bij de faculteit Bouwkunde van de Technische Universiteit Eindhoven om deze vraagstukken op te lossen. In Eindhoven is Ruud van Herpen praktijkhoogleraar Fire Safety Engineering (FSE). Hij ondersteunt en promoot het onderzoek en onderwijs op het gebied van FSE binnen de vakgroep Building Physics and Services (BPS). Meer weten? Neem contact op met John van Lierop: john@eurosprinkler.org.


Thema blusmiddelen/automatische blusinstallaties

Publicaties •• Met het oog op praktische brandveiligheidsoplossingen en met het denken in risico’s als uitgangspunt, biedt SBRCURnet de publicatie Werken met Fire Safety Engineering (2013) aan. •• Daarnaast stond het thema ‘Veranderen van gebouwen’ met het oog op brandveiligheid centraal tijdens het Nationaal Brandveiligheidscongres van 17 april 2014. Vragen als ‘Wat vinden we als Nederlandse marktpartijen een acceptabel brandveiligheidsniveau in bestaande gebouwen?’, ‘Waar loop je tegenaan als een gebouw van functie verandert?’ en ‘Hoe kun je

onder andere aan jaren 70-gebouwen, zoals het Catharineziekenhuis in Eindhoven. Daar is een watermistsysteem ingezet waarmee een gelijkwaardige oplossing voor brandcompartimentering is gerealiseerd en tegelijkertijd een gelijkwaardige oplossing voor brandoverslag via gevels.” In ziekenhuizen gelden voor patiëntenkamers hogere eisen met het oog op de grootte van de compartimenten. “Wil je die realiseren met bouwkundige maatregelen, dan blijkt een sprinkler in zulke gevallen een economisch betere oplossing te zijn.” Toch zijn het juist ook de kosten die velen doen aarzelen over het installeren van blusinstallaties. “Klopt”, beaamt Van Lierop, “maar dan reageer ik met de opmerking dat je het brandveiligheidsniveau dat je met sprinklers bereikt absoluut niet kunt vergelijken met het basisniveau dat je bereikt door het volgen van het Bouwbesluit. Uiteraard kost een installatie het nodige, maar je moet je vooral afvragen ‘wat levert het me op?’ En welke andere investeringen kunnen achterwege blijven omdat er een sprinklerinstallatie of een andere automatische blusinstallatie is geïnstalleerd?” In verband met het kostenvraagstuk wijst

Van Lierop op de zogenoemde BIO-mix. “Weeg bij het opstellen van een visie zowel Bouwkundige, Installatietechnische als Organisatorische maatregelen af. Bij bouwkundig moet je dan vooral denken aan brandscheidingen en kleppen, bij installatietechnisch aan branddetectie en blusmogelijkheden en bij organisatorisch aan de inzet van de bedrijfshulpverlening

‘Let bij het opstellen van een visie op de BIO-mix’ en het gebruik van een gebouw.” Honderd procent veilig bestaat niet, maar met de juiste mix van maatregelen kun je veel problemen voorkomen. Hij besluit: “En vergeet ook niet mee te rekenen wat de keuze voor een bepaalde oplossing je na een brand kan opleveren.” Foka Kempenaar is redacteur bij SBRCURnet.

als beheerder of eigenaar zo goed mogelijk inspelen op toekomstige ontwikkelingen?’ stonden op deze dag centraal. •• Dit voorjaar kunt u ook deelnemen aan diverse cursussen, waaronder de Basis- en de Verdiepingscursus Brandveiligheid en de Cursus Brandveilig beheren van gebouwen. Kijk voor meer informatie op www.sbrcurnet.nl/ brand.

hoger niveau. De bewoners, vaak in mindere mate zelfredzaam, kunnen nu wel veilig vluchten.”

Kosten en keuzes

Ook bij verbouwingen kunnen oplossingen als automatische blussystemen volgens Van Lierop uitkomst bieden. “Dan denk ik

Volgens John van Lierop (EFSN, NOVB) is het van groot belang dat gebouwbeheerders en -eigenaren worden gestimuleerd om na te denken over de gevolgen van brand.

nummer 2

mei 2014

11


Thema blusmiddelen/automatische blusinstallaties

Sarah de Preter

UMCG heeft nu grootste brandmeldinstallatie in Europa

Einde aan onterechte meldingen

Fotografie Henx

Het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG) beschikt sinds kort over de grootste brandmeldinstallatie in Europa binnen één netwerk. Het door Siemens geleverde systeem maakt een einde aan de onterechte brandmeldingen uit het verleden en detecteert vroegtijdig brand.

A

an de officiële ingebruikname op 9 april ging een grootscheeps renovatietraject vooraf dat enkele jaren heeft geduurd. “Onze vorige brandmeldinstallatie had technisch gezien het einde van haar levensduur bereikt”, vertelt Roel Steffens, projectleider namens het UMCG. “De oudste onderdelen waren meer dan 30 jaar oud en niet meer verkrijgbaar. Bovendien waren de oude brandmelders gevoelig voor vocht, waardoor wij veel onechte brandmeldingen hadden. Als je in de keuken per ongeluk een vaatwasmachine te vroeg opende,

12

nummer 2

mei 2014

ging het alarm af. De brandweer stond bijna dagelijks op de stoep, wat absoluut ongewenst was. Om weer rust in de organisatie te krijgen, besloten we de oude installatie versneld te vervangen. Wij kozen voor één leverancier, dus één bedieningssysteem, om het voor onze technische mensen zo eenvoudig mogelijk te houden.”

Gesloten plafonds

Royal HaskoningDHV, door het UMCG in de arm genomen als adviseur, voerde medio 2008 samen met het UMCG een

inventarisatie uit bij diverse leveranciers van brandmeldapparatuur. Na dit oriënterende marktonderzoek bleven er drie kandidaten over. Zij werden geconfronteerd met de eis van het UMCG om de bestaande bekabeling te hergebruiken. “Patiënten moeten bij ons in alle rust kunnen herstellen”, aldus Steffens. “Zij mochten geen overlast ondervinden van de renovatie. Wij wilden zo min mogelijk open plafonds in verband met schimmels die daarbij vrij kunnen komen. In de patiëntenkamers was het openen van plafonds volstrekt verboden en ook op de


Thema blusmiddelen/automatische blusinstallaties

gangen moesten ze zoveel mogelijk gesloten blijven. Dat lukt alleen door gebruik te maken van de bestaande bekabeling.” Technologieleverancier Siemens testte met een proefopstelling of hergebruik van de bekabeling mogelijk was. Daartoe verving het bedrijf de brandmeldcentrale door een nieuwe Sinteso-centrale in één gebouw met veel röntgenapparatuur. “Straling kan het meldgedrag beïnvloeden”, aldus Sjoerd Kal, senior accountmanager fire safety solutions bij Siemens. “Er traden echter geen ongewenste effecten op in de communicatie tussen de brandmeldcentrale en de rookmelders. Dat was voor ons het bewijs dat we de bestaande bekabeling probleemloos konden hergebruiken.”

Gefaseerde aanpak

Op basis van een risicoanalyse stelde Siemens een aantal mogelijke migratiescenario’s op, waarvan het UMCG er één uitkoos en door Royal HaskoningDHV verder liet uitwerken. De brandmelders die in de oude installatie zaten, konden communiceren met de nieuwe brandmeldcentrales. Hierdoor was het mogelijk om in 2011 eerst alle centrales te vervangen en pas daarna de veldapparatuur. “Onze brandmeldcentrales zitten op kelderniveau”, zegt Steffens. “We konden ze achter de schermen vervangen, zonder dat iemand er last van had. Pas daarna moesten wij de bovenbouw in. Daar hoefden we echter alleen een trapje neer te zetten, de oude melders eraf te halen en de nieuwe te installeren.” Het UMCG is onderverdeeld in ‘aanvalsclusters’, groepen gebouwen die een individuele doormelding geven naar de brandweer. Ter voorbereiding op de totale migratie werd eerst in één cluster alle veldapparatuur vervangen. Op die manier waren problemen van technische of

‘De nieuwe rookmelders kunnen rook van niet-rook onderscheiden’

organisatorische aard vroegtijdig te ondervangen. Steffens: “Patiëntenzorg en -veiligheid heeft onze hoogste prioriteit. De branddetectie moet geborgd zijn. Tijdens de migratie was kortstondige onderbreking van detectie toegestaan, maar alleen binnen kantoortijden. Aan het einde van de dag moest alles weer volledig functioneren.”

Slimme melders

Harwig Installatiegroep uit Emmen plaatste de door Siemens geleverde brandmeldcentrales en de intelligente Sinteso rookmelders. Deze zijn, dankzij de gepatenteerde ASA-technologie, immuun voor storende invloeden zoals vochtwerking en temperatuurverschillen. Kal: “Ziekenhuizen hebben vaak te maken met verschijnselen die op rook lijken, maar het niet zijn: dampvorming in de keuken of verneveling van medicijnen. Wij geven deze rookmelders een algoritme mee, op basis waarvan ze rook van niet-rook kunnen onderscheiden. Elke ruimte krijgt zo een specifiek geprogrammeerde rookmelder.”

applicatie heeft de beheerder van de brandmeldinstallatie alle actuele informatie voorhanden.

Nauwe samenwerking

Inspectiebureau B.V.I. certificeerde de installatie eind februari van dit jaar. Siemens en het UMCG kijken terug op een geslaagde samenwerking. Kal: “Het was prettig dat het UMCG en Royal HaskoningDHV ons in een vroeg stadium lieten meedenken over een oplossing. Op basis

Proefopstelling

Met 7.500 rookmelders, 35 brandmeldcentrales en 18 bedienterminals binnen één netwerk is de brandmeldinstallatie de grootse binnen Europa. Kal: “De uitdaging was dat we binnen dit grote netwerk met de nieuwe Sinteso-techniek aan de slag gingen. Aangezien de beschikbaarheid van de brandmeldinstallatie cruciaal is voor het ziekenhuis, wilden we voorkomen dat er technische problemen zouden optreden. Daarom hebben we de hele configuratie eerst opgebouwd in ons bedrijvencentrum in Zoetermeer. We konden er proeven doen en hebben samen met het UMCG de afnametest gedaan.” Steffens: “Ideaal! Op die manier waren we er zeker van dat alles wat we met elkaar bedacht hadden, ook werkte in de praktijk.”

Elektronisch logboek

Het UMCG houdt als eerste organisatie alle documentatie over de brandmeldcentrales bij in een elektronisch logboek. Dit vervangt de papieren logboeken die tot nu bij de brandmeldcentrales aanwezig moesten zijn. Met deze nieuwe software-

daarvan hebben we een goed plan kunnen maken.” Steffens: “We hebben zes jaar lang op een goede manier intensief met elkaar samengewerkt. Daardoor is het ons gelukt de oude installatie in een bestaande situatie veilig en zonder overlast te vervangen. Tijdens deze grootscheepse renovatie hoefde geen enkele afdeling stilgelegd of ontruimd te worden. Patiënten, verplegend personeel en bezoekers hebben er nauwelijks iets van gemerkt.” Sinds de ingebruikname van het nieuwe systeem komt de brandweer bij het UMCG nog maar amper over de vloer. Het probleem van de onterechte brandmeldingen, dat zelfs in de gemeenteraad werd besproken, is daarmee verleden tijd. Sarah de Preter is freelance journaliste.

nummer 2

mei 2014

13


Thema blusmiddelen/automatische blusinstallaties

Frank van Elsen

Relatief nieuwe vorm van automatisch blussen

Aerosol blussystemen Blusinstallaties op basis van aerosolen zijn relatief nieuw. Hoe werken ze? En wat zijn de voor- en nadelen van blussen met aerosolen?

A

utomatische blussystemen zijn van oorsprong ontwikkeld vanuit de wens om snel en adequaat een brand te kunnen beheersen of zelfs blussen, nog voordat de brandweer gearriveerd is. Beheersen betekent in dit kader: het niet verder kunnen ontwikkelen van een beginnende brand, waarbij de brandafmeting op een vooraf gesteld maximumoppervlak gehouden moet kunnen worden. Door de jaren heen zijn er, op het technische vlak en op het gebied van wetgeving, veel (nieuwe) ontwikkelingen geweest, maar het doel is nog altijd hetzelfde. Er zijn nogal wat verschillende automatische blussystemen op de markt met allemaal zo hun eigen specifieke voor- en nadelen, afhankelijk van de toepassing en

Het aerosol blussysteem vindt zijn oorsprong in de ruimtevaart de te verwachten brandscenario’s. Zo zijn er watergedreven blusinstallaties als sprinklers, watermist en schuimblusinstallaties en gasgedreven installaties die een specifiek blusgas in een ruimte brengen. Door de tijd heen hebben deze installaties in meer of

14

nummer 2

mei 2014

mindere mate hun ‘blussende’ werking bewezen en daarmee bij de wetgever hun positie in de brandveiligheidsketen verworven. Zo is de ‘waarde’ van bijvoorbeeld een sprinklerinstallatie (binnen de methode Beheersbaarheid van Brand, BvB) door de jaren heen veranderd, lees: verhoogd. We blijven in dit artikel echter buiten de discussie ‘blussen versus beheersen van de brand’ en buiten die of een sprinklerinstallatie – of voor dit doel enige andere automatische blusinstallatie  – op zich al een ‘gelijkwaardige oplossing’ is in het kader van het Bouwbesluit.

Aerosol

In dit stuk gaan we het hebben over een relatief nieuwe vorm van automatisch

blussen: – relatief nieuw als je het vergelijkt met bijvoorbeeld de ontwikkeling van de sprinklerinstallatie – een blusinstallatie op basis van aerosolen. De werking van een automatische blusinstallatie op basis van aerosolen berust op het onderbreken van de chemische kettingreactie bij een brand, die ontstaat en überhaupt mogelijk is als brandstof, zuurstof en temperatuur in de juiste verhouding aanwezig zijn. Het onderbreekt de kettingreactie doordat de aerosolen een chemische en fysische reactie aangaan met de reactieve moleculen die bij een brand ontstaan. Zoals veel technologische ontwikkelingen, vindt ook het aerosol blussysteem zijn oorsprong in de ruimtevaart.

elektrische activator na activering vergast de vaste blusstof vaste blusstof dubbelwandige RVS behuizing koeling door keramische bolletjes uitstroom poorten Figuur: Voorbeeld van een blusstofhouder

1e luchtkamer oxidatie element 2e luchtkamer

uitstroomkamer gesloten membraam


Thema blusmiddelen/automatische blusinstallaties

Inmiddels is ook in Nederland de nodige ervaring opgedaan met aerosol blussystemen in met name computerruimten en PGS opslagruimten.

De gebruikte blusstof bij aerosol blussystemen is kaliumnitraat KNO3, wat bij thermische ontleding kaliumcarbonaat K2CO3 vormt. Bij het binnendringen van de aerosol blusstof in de brandhaard, vallen de aerosoldeeltjes met een diameter van 2 tot 5µm uiteen en vormen vrije kaliumradicalen K+. Deze vrije radicalen reageren met de O, H en het bij brand uit deze elementen ontstane Hydroxyl en verstoren de kettingreactie, waarna de brand dooft. (Beelden van een labtest vindt u op www.youtube.com/ atch?v=hLw_t6ECJ-I.) Een aerosol blussysteem is als bronblussing (schakelkasten) en als ruimteblussing in te zetten, voor bescherming van bijvoorbeeld schakelkasten of technische ruimten en onder voorwaarden ook PGS (publicatiereeks gevaarlijke stoffen) opslagruimten. Afhankelijk van

het inzetgebied zoals hiervoor beschreven, heeft het specifieke voor- en nadelen. Alvorens tot toepassing over te gaan, moet daarom eerst een degelijk en terzakekundig (voor)onderzoek plaatsvinden dat zowel de blusstof als installatietechnische aspecten meeneemt. Bij een beroep op ‘gelijkwaardigheid’ zullen in Nederland ook het bevoegd gezag en de brandweer een positief oordeel moeten geven over die gelijkwaardigheid.

Componenten

We gaan er hierbij even vanuit dat het aerosol automatisch blussysteem, bestaande uit één of meerdere bluseenheden, wordt geactiveerd door een brandmeldsysteem waarvan we de componenten als bekend veronderstellen. De bluseenheden zijn meestal ook

voorzien van een thermische activator, zodat de blusstof vrijkomt bij het bereiken van een bepaalde temperatuur. Het blussysteem bestaat uit één of meerdere blusstofhouders (zie de figuur) van een vooraf bepaalde capaciteit. Het aantal en de positie van de blusstofhouders worden leverancierspecifiek bepaald op basis van een algemeen geaccepteerde ontwerpnorm, bijvoorbeeld met de NFPA 2010 code, editie 2010. De hoeveelheid benodigde aerosol blusstof wordt bepaald door de formule: M = V x D (M = totale hoeveelheid blusaerosol in gr.; V = volume te beschermen ruimte in m3 en D = ontwerp dichtheid in gr./m3). De factor D wordt leverancierspecifiek bepaald en is gebaseerd op het toegepaste type aerosol en een in de NFPA code 2010 bepaalde veiligheidsfactor van 1.3.

nummer 2

mei 2014

15


Thema blusmiddelen/automatische blusinstallaties

Certificering op basis van Kiwa-regeling Kiwa voert een eigen richtlijn uit, de BRL-K23003 (bedrijfserkenning), het verlengstuk van de BRL-K23001 (product). Certificatie is ook mogelijk op basis van richtlijn BRL-K23003. Het platform voor de BRL’s is de EN 45011. Op basis hiervan kan het erkende bedrijf na positieve beoordeling een certificaat uitgeven. Met betrekking tot de stelling van het bevoegd gezag gaat het hier mis. Er wordt immers ‘zoals gebruikelijk’ gevraagd om een erkenning als Type A inspectie-instelling, op basis van de IEC 17020. Kiwa heeft deze erkenning niet. Er is echter geen enkele inspectie-instelling met deze erkenning. Binnen de PGS15 zijn er twee manieren om tot certificering te komen: •• Route Type A inspectie-instelling, op basis van de IEC 17020 •• Route Certificerende Instelling, op basis van de EN 45011 (inmiddels vervangen door ISO17065; deze stuurt de ISO17020 aan en stelt daarmee voorwaarden aan inspectie). Hiervoor is Kiwa geaccrediteerd door de RvA. Kiwa volgt de laatste route: •• product op basis van de BRL-K23001 •• bedrijf op basis van de BRL-K23003 De inspectie door de certificatie-instelling, volgend uit de BRL-K23003, is in geval van PGS15 gebaseerd op IEC 17020. Een inspectie in het kader van de PGS15 valt altijd in segment ‘steekproef 1:1’ binnen de BRL-K23003. Dit houdt een jaarlijkse inspectie in.

Voor- en nadelen

Inmiddels heeft men ook in Nederland de nodige ervaring opgedaan met aerosol blussystemen in met name computerruimten en PGS opslagruimten. Zoals bij alles in het leven heeft een aerosol automatisch blussysteem niet alleen voor- maar ook nadelen. Enkele voordelen: •• een snelle en effectieve, langdurig blussende werking •• zowel toepasbaar als objectblussing als voor ruimteblussing Enkele nadelen: •• de noodzaak van grondige schoonmaak na een blussing om corrosievorming te voorkomen. •• bij toepassing in PGS ruimten moeten de chemische stoffen blusbaar zijn met aerosolen, dat vereist dus vooraf testen.

16

nummer 2

mei 2014

Toepassing van een dergelijk automatisch blussysteem vereist een goede afweging op basis van onafhankelijke deskundigheid en niet (uitsluitend) op basis van mogelijke kostentechnische voordelen.

Brandveiligheidsketen

In veel gevallen is toepassing van een automatisch (aerosol) blussysteem ingegeven door de wens van de gebouweigenaar of -gebruiker om zijn eigendommen of investering tegen al te grote brandschade te beschermen, al of niet mede ingegeven door zijn brandverzekeraar. In dat geval is certificatie een pre maar geen must. Bij toepassing van het systeem in het kader van gelijkwaardigheid (art. 1.3 BB2012) is niet alleen goedkeuring van het bevoegd gezag nodig, maar ook een

inspectiecertificaat 1. Het is nodig daaraan op voorhand extra aandacht te besteden om problemen achteraf te voorkomen. Het certificatieproces verloopt namelijk anders 2 dan dat bij een conventionele sprinklerinstallatie en behoeft daarom mogelijk extra toelichting richting brandweer en bevoegd gezag. Voor de certificatieprocedure van bijvoorbeeld Kiwa verwijs ik naar het kader hiernaast. Op dit moment is een inspectiecertificaat zoals het Bouwbesluit 2012 dit beschrijft, nog niet mogelijk. Maar dat wil niet zeggen dat het doel en de kwaliteit van de installatie niet langs andere weg te bewijzen zijn. Dit vraagt om een ‘open mind’ van alle stakeholders en zeker van het bevoegd gezag.

Conclusie

Een aerosol automatisch brandblussysteem kan in specifieke situaties een effectieve en relatief voordelige methode zijn om een brand te blussen. Onder voorwaarden kan het bovendien een gelijkwaardige oplossing zijn voor bijvoorbeeld brandcompartimenteringseisen uit het Bouwbesluit, indien met succes een beroep valt te doen op art. 1.3 BB2012. Toepassing vereist te allen tijde een goede afweging op basis van een onafhankelijke en deskundige analyse van de situatie. Hierbij vereisen ontwerp, projectering en, indien certificering noodzakelijk is, vooroverleg met bevoegd gezag en brandweer extra aandacht. 1 

Art. 6.32, lid 1 bb2012: Een bij of krachtens de wet

voorgeschreven automatische brandblusinstallatie is voorzien van een geldig inspectiecertificaat dat is afgegeven op grond van het CCV-inspectieschema Vastopgestelde Brandbeheersings- en Brandblussystemen. 2

 Ten tijde van het schrijven van dit artikel waren er

nog geen type A-inspectie-instellingen geaccrediteerd voor het in het Bouwbesluit genoemde CCV inspectieschema zoals genoemd onder 1. Het CCV verwacht echter desgevraagd dat dit medio 2014 het geval zal zijn.

Frank van Elsen is directeur-eigenaar van FE-Fire Safety Engineering.


We have a passion to protect what matters most

Al meer dan 130 jaar levert marktleider Tyco over de gehele wereld oplossingen voor (brand)beveiliging en veiligheid. Wij adviseren onze klanten over alle blustechnieken van draagbare blussers tot complexe systemen met inerte blusgassen of chemische blusmiddelen zoals Sapphire met Novec 1230 en meer ... Benieuwd wat wij voor uw organisatie kunnen doen? Bel gratis met 0800 2255238 of surf naar www.tyco.nl Safer. Smarter. Tyco.™

Brandveiligheid voor deuren

In combinatie met optimale toegankelijkheid

HLS-CATCH DRAAGT BIJ AAN BRANDWERENDHEID VAN DE DEUR HLS-catch; een veiligheidspal getest voor toepassing bij 30 en 60 minuten brandwerende deuren. Als er een omgevingstemperatuur van ca. 500° wordt bereikt, zal de pen uit de behuizing lopen in het tegenoverliggende sluitplaatje en wordt de deur gefixeerd. Daarmee wordt voorkomen dat de deur kan kromtrekken en daardoor de kans op vuurdoorslag aanzienlijk verkleind. De invloed van de HLS-catch op brandwerende deuren? Zie hiervoor de algemene beoordeling van Efectis (2010-R0451). DICTATOR; ook fabrikant en leverancier van deze brandveilige oplossingen:

ROOK- EN WARMTEMELDERS

DEURHOUDMAGNETEN (vloer)

DEURHOUDMAGNETEN (wand)

NETDELEN 24 VDC

(vrijloop) DEURDRANGERS


ontdek uw partner voor professioneel security management

Security Management, het onafhankelijke mediaplatform voor ĂŠn over professionele beveiliging. Security Management bevat nieuws en (praktijkgerichte) artikelen op het gebied van onder andere risicomanagement, cybersecurity, integrale veiligheid, cameratoezicht, toegangsbeheer, alarmsystemen, brandveiligheid, fraudepreventie, ICT en informatiebeveiliging. Security Management verschijnt tien keer per jaar. Naast het vakblad kunt u op de hoogte blijven van het laatste nieuws via de gratis wekelijkse e-mailnieuwsbrief of via de website.

meld u aan voor de gratis e-mailnieuwsbrief of vraag een gratis proefnummer aan

www.securitymanagement.nl

ondernemend in management en veiligheid


Thema blusmiddelen/automatische blusinstallaties

Trudy van Dijk

Brandveiligheid bij ‘s werelds grootste bloemenveiling

Een bloeiende samenwerking

Voor de aanleg van de sprinklerinstallatie is ongeveer tachtig kilometer leidingwerk geplaatst.

FloraHolland heeft samen met Trigion Brand en Beveiligingstechniek de afgelopen tijd de brandveiligheid geoptimaliseerd van onder andere het hoofdgebouw op de locatie Aalsmeer. Opvallend daarbij is dat op een aantal plaatsen een sprinklerinstallatie is geïnstalleerd.

F

loraHolland is een coöperatieve organisatie van en voor kwekers van sierteeltproducten. Op vijf locaties in Nederland en via een joint-venture in Duitsland worden er dagelijks miljoenen bloemen en planten geveild. Het veilingcomplex is een van de grootste handelsgebouwen ter wereld. FloraHolland wil de veiligheid van medewerkers, klanten en bezoekers op topniveau brengen. Daarnaast noopten de verscherpte regels in het

Bouwbesluit 2003 tot een aanpassing van de brandveiligheid. “Onze locatie in Aalsmeer is 1,3 miljoen m2 groot”, vertelt arbo-, milieu- en veiligheidsadviseur Wim Hoogervorst, die ongeveer acht jaar bij FloraHolland in dienst is. “Het hoofdgebouw alleen al telt 750.000 m2. Bij een brandveiligheidsproject van een dergelijke omvang kun je niet over één nacht ijs gaan. We hebben dan ook een adviesbureau in de arm genomen. Dat heeft met

ons in 2005 een meerjarenmasterplan opgesteld dat zich over circa vijftien jaar uitstrekt.”

Scepsis overwinnen

De brandbeveiliging bij het hoofdgebouw in Aalsmeer bestond uit verschillende onderdelen, waaronder een groot aantal brandwerende wanden. “Die wanden kunnen het vuur ongeveer een uur tegenhouden”, vertelt Hoogervorst. “Deze

nummer 2

mei 2014

19


Thema blusmiddelen/automatische blusinstallaties

een kwestie van helder communiceren, afspraken maken en die nakomen.”

Hart van het proces

Een standaardkarwei is dit volgens De Kuijer zeker niet. “Het is een project met een enorme omvang. Het pand telt drie verdiepingen. Er zijn ruimtes van vijf meter hoog waar we het basisnet hebben aangelegd. Maar er zijn ook ruimtes – kantoren, koelcellen en toiletblokken – die op tweeënhalve meter een verlaagd plafond hebben. Wil je sprinklers en buizen aanleggen op vijf meter hoogte, dan moet dat verlaagde plafond er eerst uit. Dat is een bijkomende klus voor een bouwkundig aannemer, die zorgt voor extra

‘Sommigen waren bang dat sprinklers zomaar zouden afgaan’ Wim Hoogervorst, arbo-, milieu- en veiligheidsadviseur bij FloraHolland (links) en Richard de Kuijer, operational manager bij Trigion Brand en Beveiligingstechniek werken nauw samen bij het brandveiligheidsproject van FloraHolland. wanden zijn opgewaardeerd en ook de brandmeldinstallatie heeft een upgrade ondergaan. Daarnaast beschikken we over een bedrijfsbrandweer. Het adviesbureau raadde ons echter aan om op een aantal plekken een sprinklerinstallatie toe te voegen. Van sprinklerinstallaties – een heel andere benadering van brandpreventie – hadden we nog geen verstand. We hadden ook nog geen ervaring met partijen die zulke projecten uitvoeren. Bovendien moesten we intern nogal wat scepsis overwinnen. Sommigen waren bang dat sprinklers zomaar afgaan. Anderen dachten dat sprinklers niet zouden helpen bij de kunststof emmers. Die angst hebben we weten te ontzenuwen.”

Helder communiceren

“Vervolgens hebben we prioriteiten en randvoorwaarden gedefinieerd en de hoogte bepaald van de beveiligingsniveaus

20

nummer 2

mei 2014

en de gevarenklassen”, vertelt Hoogervorst verder. FloraHolland liet vier bedrijven een aanbieding maken. De prijs was daarbij het belangrijkste criterium. “Daar draai ik niet omheen. Wat de aanbieding van Trigion speciaal maakte, was dat dit bedrijf een slimmere oplossing voorstelde met minder brandsecties. Zonder in te leveren op veiligheid, konden we zo een flink bedrag besparen. Verder stond in hun aanpak hoe ze met onze huurders in het complex zouden omgaan en hoe ze de overlast zo veel mogelijk gingen beperken.” Richard de Kuijer, operational manager bij Trigion Brand en Beveiligingstechniek, heeft daarvoor een simpele verklaring: “We hebben veel ervaring in renovatieprojecten en in de retailsector. We weten welke impact het aanleggen van een sprinklerinstallatie heeft. Bovendien weten we hoe we per segment het slimst kunnen handelen. Verder is het

werkzaamheden en overlast. We zijn begonnen op de zogenaamde tussenvloer (niveau 1) met een oppervlakte van 25.000 m2. Dat was een soort testfase om te kijken wat we zouden tegenkomen.” Hoogervorst: “We hadden zelfs een ontbindende voorwaarde in het contract opgenomen: als deze testfase niet naar wens zou verlopen, zouden we van verdere samenwerking afzien.” De eerste fase verliep succesvol en dus kon men verder met fase twee: de sprinklerinstallatie plaatsen in een volgend deel van de tussenvloer en een aantal laadkuilen (inpandige ruimtes om vrachtwagens te laden). “Ook een uitdagende klus”, vindt De Kuijer, omdat deze gebieden 24/7 in gebruik zijn. Ze vormen het hart van het proces. “Daar mag dus niets verkeerd gaan. Om het proces zo min mogelijk te verstoren, hebben we hier van 16.00 uur tot 04.00 uur gewerkt. Verder hebben we met FloraHolland aanvullende maatregelen getroffen om de veiligheid bij montagewerkzaamheden te vergroten.”


Thema blusmiddelen/automatische blusinstallaties

Scherp

Ondanks de goede ervaringen en prestaties besteedde FloraHolland fase drie opnieuw aan. “We moeten ons keer op keer bewijzen, maar dat houdt ons scherp”, reageert De Kuijer nuchter. Fase drie behelst het aanleggen van sprinklerinstallaties in een volgend deel van de tussenvloer met een oppervlakte van 20.000 m2 en in nog een deel van de laadkuilen (6.000 m2). Daarnaast is onlangs een sprinklerinstallatie aangelegd in het grootste deel van het 35.000 m2 grote groothandelscentrum, de Cultra. Dit is een speciale Cash & Carrysectie in het complex, waar bloemisten, tuincentra en arrangeurs uit heel Europa bloemisterijproducten kunnen kopen en verkopen. “Bij de Cultra zijn we op tweederde van dat proces’, vertelt De Kuijer. “We hebben er nu wat meer handigheid in gekregen, waardoor deze fase nog gestructureerder loopt dan de vorige twee. Voor aanvang van dit deelproject hebben we bij de huurders geïnventariseerd op welke dagen we het beste aan de slag zouden kunnen en op welke tijdstippen dat goed uitkwam.” In de drukste periode waren er twaalf medewerkers op de site. De Kujer: “Onze monteurs werken intensief samen met diverse stakeholders binnen FloraHolland. Elke twee weken is er een gezamenlijk werkoverleg. Bij een project van deze omvang moet je gewoon extra tijd steken in overleg en goede, gedetailleerde planningen maken. En dan nog kom je soms voor verrassingen te staan. Waar we problemen verwachtten, liep het soms heel soepel of net omgekeerd.”

FloraHolland is een coöperatieve organisatie van en voor kwekers van sierteeltproducten. Het veilingcomplex is een van de grootste handelsgebouwen ter wereld.

Oog voor de klant

Hoogervorst heeft een goede indruk van het werk van Trigion. “Ze snappen wat er aan de hand is. Verder vind ik het kenmerkend dat zij het per se goed willen doen. En, niet onbelangrijk, ze hebben oog voor onze klanten en werken prima samen met andere partijen. Bijvoorbeeld met het sprinkleradviesbureau, de bouwkundig aannemer en het grondverzetbedrijf dat de grondleiding heeft aangelegd. Men is er goed van doordrongen dat we allemaal hetzelfde doel voor ogen hebben. Het is ook prettig dat de uitvoerder van alles op de hoogte is en precies weet wie hij waarvoor moet

aanspreken. Of er een volgende fase komt en wanneer, is nu nog niet te zeggen. Dat hangt een beetje van de marktonwikkelingen af. De markt in sierteeltproducten is dynamisch en kan onstuimig zijn. De sprinklerinstallatie is zo aangelegd dat als ruimtes in de toekomst een andere bestemming zouden krijgen, de installatie nog steeds toereikend is.”

Trudy van Dijk is freelance journalist, tekstbureau De Nieuwe Lijn.

Productnieuws Verbeterde Nu-Swift schuimblussers met de hoogste blusprestaties Maar liefst 3 procent van de ondernemers krijgt jaarlijks een brand. De zekerheid van een blustoestel met het hoogste blusvermogen geeft dan een veilig gevoel. Nu-Swift heeft opnieuw forse stappen gezet in de ontwikkeling van zijn blustoestellen. De Premier patroonschuimblusser is nu leverbaar met de maximale 55A/233B rating, met behoud van milieukeur. Dit betekent optimale zekerheid, waarbij veiligheid en milieu hand in hand gaan.

Het resultaat: • • • • • •

Best presterende blusser in de markt. Snel inzetbaar door hoog gebruiksgemak. Veilige blusafstand met worplengte van méér dan 6 meter. Altijd bedrijfsklaar door hervulling op locatie. Voordelig: geen verspilling door gegarandeerde levensduur van 20 jaar. Unieke kwaliteit, 10 jaar garantie

Nu-Swift Brandbeveiliging BV | 026-3630330 | info@nu-swift.nl | www.nu-swift.nl

nummer 2

mei 2014

21


Thema blusmiddelen/automatische blusinstallaties

Marc Mergeay en John van Lierop

Norm voor sprinklers in de woonomgeving

Veilig huis & haard NEN 2077 ‘Sprinklers voor de woonomgeving’ is gepubliceerd. Met deze norm is invulling gegeven aan de Nederlandse behoefte aan een bruikbare norm waarmee we onze woonomgeving kunnen beschermen tegen de gevolgen van een brand. De norm geeft ontwerpcriteria voor iedere woonomgeving, ingedeeld in categorieën, van normale woningen en individuele appartementen tot complete woongebouwen.

S

lachtoffers van branden vallen hoofdzakelijk in de eigen woonomgeving. Het is geen wettelijke verplichting woningen te voorzien van sprinklers, maar deze voorziening kan bij brand het verschil uitmaken tussen leven en dood. Bewoners kunnen met een woningsprinklerinstallatie uitgevoerd volgens NEN 2077 uitdrukkelijker kiezen om zichzelf en hun gezin beter te beschermen tegen de gevolgen van een brand. De woningsprinklerinstallatie biedt ook uitkomst voor ouderen die langer zelfstandig willen (of moeten) wonen en daarbij met de tijd mogelijk minder zelfredzaam worden. Maar ook in onze veranderende woonomgeving met meer plastics en extra ontstekingsbronnen die de risico’s op en gevolgen van een fatale brand sterk doen toenemen, kan een woningsprinklerinstallatie een doeltreffende beschermingsmaatregel zijn.

Toename overlevingskans

De belangrijkste doelstelling van een sprinklerinstallatie voor de woonomgeving is om bij brand een situatie te creëren waarin de overlevingskansen en vluchtmogelijkheden toenemen. NEN 2077 is een vertaling van de daarvoor geldende Scandinavische INSTA-900, aangepast aan de Nederlandse situatie. De werkgroep die ruim anderhalf jaar aan de norm heeft gewerkt, is erin geslaagd om voor met name de normale woningen en appartementen laagdrempelige en toegankelijke eisen te formuleren. Daarbij

22

nummer 2

mei 2014

maakt de norm een sprinklerinstallatie bereikbaarder voor met name de normale woonhuizen, terwijl tegelijk in een betrouwbare werking is voorzien. Dit is vooral mogelijk door vereenvoudiging en integratie van de sprinklerinstallatie met

Brandslachtoffers vallen vooal in de eigen woonomgeving de drinkwaterleiding voor de zogenoemde type 1-installaties. Installateurs die woningen voorzien van sanitair- en verwarmingsinstallaties, kunnen tegelijk de woningsprinklerinstallatie aanbrengen.

Kwaliteitseisen

De commissie van Belanghebbenden Brand van het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV) gaf een werkgroep in september 2013 de opdracht een certificeringsregeling voor de woningsprinklerinstallateur te maken. Die certificering stelt een opdrachtgever in staat te kiezen voor een woningsprinklerinstallateur met verstand van zaken. De werkgroep zal nog dit jaar een kwaliteitsregeling opleveren, waarbij pilotprojecten voorzien zijn. Het is uitdrukkelijk de bedoeling om projecten te ontwerpen volgens NEN 2077.

Europese ontwikkelingen

De behoefte aan een veiliger woonomgeving is niet alleen in Nederland een ontwikkeling. Ook in andere Europese landen zijn initiatieven ontplooid, waarvoor een Europese werkgroep is ingesteld. Vanuit de NEN 2077-werkgroep zal een vertegenwoordiger deelnemen om ervaringen te delen. European Fire Sprinkler Network (EFSN) zal de werkgroep voorzitten.

Vaste brandblusinstallaties

Vaste brandblusinstallaties zijn effectieve middelen om in geval van brand zowel de veiligheid van personen in een vroeg


Thema blusmiddelen/automatische blusinstallaties

stadium te verzorgen, als ook de schade aan gebouwen en inventaris te beperken. Uniforme eisen en vastgelegde beproevingsmethoden maken een eenduidige beoordeling mogelijk van de prestatie van een blussysteem. Sprinklerinstallaties zijn vaste brandblusinstallaties met als doel het beschermen van gebouwen, mensen en ook het milieu tegen de gevolgen van brand. Ze maken veilig vluchten mogelijk en zorgen voor een minimale verstoring van de (bedrijfs)processen door de gevolgen van brand. Sprinklers zijn zo effectief omdat ze een brand detecteren en automatisch starten met blussen, alleen daar waar het brandt. De meeste branden worden

ter geworden. Statistische analyses tonen aan dat sprinklers over een unieke doeltreffendheid beschikken bij het voorkomen van verlies van gebouwen, eigendommen en mensenlevens. Deze reguliere sprinklerinstallaties noemt men systemen voor property protection and life safety. Met een reguliere sprinklerinstallatie wordt op basis van het gebruik (de gevarenklasse) bepaald hoeveel bluswater, minimale sproeitijd en hoeveelheid water per m2 nodig zijn om de brand te beheersen. Reguliere sprinklerinstallaties zijn ontworpen om van 2,25 tot meer dan 12,5 millimeter per minuut water te sproeien op oppervlaktes variërend van 84 tot 325 m2.

en ooghoogte en de concentratie koolmonoxide in de ruimte de normen niet. Dit leidde tot de ontwikkeling van woningsprinklers met enkele unieke kenmerken: •• een veel snellere reactie op brand; •• een sproeipatroon dat ook muren, gordijnen en hete rookgassen bereikt; •• kleine openingen voor een matige doorstroomsnelheid. Underwriters Laboratories (UL) ontwikkelde een gestandaardiseerd brandproefprotocol voor deze sprinklers en de Amerikaanse NFPA schreef twee ontwerpnormen voor sprinklerinstallaties. De eerste is bedoeld voor eengezinswoningen (NFPA 13D), de tweede voor woongebouwen met maximaal vier bouwlagen (NFPA 13R). Beide normen eisen een waterop-

In de meeste Europese woonkamers volstaat één sprinklerkop

automatisch geblust. Sprinklers reageren alleen op de warmte van een brand, niet op bijvoorbeeld sigarettenrook.

Reguliere sprinklers

In de negentiende eeuw werden sprinklers uitgevonden om desastreuze branden in textielfabrieken te voorkomen. In de twintigste eeuw namen fabrieken en verzekeraars dit concept wereldwijd over om de schade door brand te beperken. Hoewel het basisconcept niet is veranderd, zijn er in de loop der tijd veel verbeteringen doorgevoerd. Sprinklerinstallaties zijn daarmee nog betrouwbaarder, effectiever en efficiën-

Woningsprinklers

In de jaren 70 heeft men in de Verenigde Staten onderzoek gedaan naar woningsprinklersystemen die bij brand mensen moeten beschermen. Daarbij voerden de onderzoekers proeven uit om te bepalen of een sprinklerinstallatie met directe voeding via de waterleiding het risico op letsel en overlijden als gevolg van brand vermindert. Deze proeven toonden aan dat het mogelijk was om woningsprinklers te ontwerpen die tijdens een brand in werking treden, nog voordat de omstandigheden levensbedreigend worden. Door het blussen of beperken van de brand overschrijden de temperatuur op plafond-

brengst van 2,05 mm/min. NFPA 13D stelt dat het systeem in staat moet zijn om twee sprinklerkoppen tegelijk van voldoende water te voorzien. NFPA 13R gaat uit van maximaal vier sprinklerkoppen in één ruimte. Elke sprinklerkop dekt tot 36 m2, wat inhoudt dat voor de meeste Europese woonkamers slechts één sprinklerkop nodig is. De Nederlandse NEN 2077 ‘Sprinklers voor woonomgeving’ volgt in grote lijnen de methodiek van NFPA. Meer informatie over (woning)sprinklerinstallaties vindt u op www.sprinkler.nl en www.brandveiligwonen.org. Meer over NEN vindt u op www.nen.nl.

Marc Mergeay is Consultant NEN-Bouw & Installaties. John van Lierop is Landmanager EFSN/NOVB.

nummer 2

mei 2014

23


Uit het brandlab

Mobiele ovens overal ter wereld inzetbaar

Kleine ovens voor groot succes Over vijf jaar vormen de mobiele ovens van Efectis Outlabs Mobifire een volwaardig alternatief voor bestaande testlaboratoria zoals die van Efectis in Bleiswijk. Dat is althans wat Arnoud Breunese, directeur van Efectis Nederland, graag zou zien: “Een volwaardig lab, zonder vaste verblijfplaats.”

zijn ontworpen toen er nog weinig bekend was over betonspatten.” Ook de afstand tot het brandlab kan een rol spelen. “Voor een klant in Miami bijvoorbeeld, is het veel efficiënter om gebruik te maken van een mobiele oven. Zonder die optie zou hij naar Europa moeten komen en de proefstukken moeten verschepen, omdat er in de Verenigde Staten geen lab is dat tunnelproeven kan uitvoeren.”

Demonstratie

De proeven in de Maastunnel en in Miami leverden het succes op waar Efectis op kan voortborduren. “We hebben daar een paar hele mooie referenties aan overgehouden. In november hebben we voor het eerst een demonstratie gegeven met een mobiele oven, tijdens de Bring On The Heat Conference in Frankfurt.” Efectis wil op die manier wereldwijd vraag creëren. “Over vijf of tien jaar kan Outlabs Mobifire qua omzet zo groot zijn als de brandproeven hier in het lab. Een volwaardig lab, zonder vaste verblijfplaats.”

H

et balletje begon te rollen halverwege 2011, toen bij Efectis Nederland het idee ontstond dat testen op locatie de toekomst is. Fire safety engineers werden aan het werk gezet met de stelling: we zouden een mobiele oven moeten maken die overal ter wereld inzetbaar is. Dat lijkt te gaan lukken. Inmiddels is de mobiele oven gebruikt voor proeven in de Maastunnel en in een nieuwe tunnel in Miami. In de pijplijn zitten opdrachten voor testen in NoordAmerika, Oost-Europa en het MiddenOosten. “Dankzij de mobiele oven heeft Efectis een nieuwe stap gezet in tunneltesten”, zegt Breunese.

Apart

Omdat Efectis veel groei en potentie ziet, zijn de mobiele ovens ondergebracht in een apart bedrijf: Efectis Outlabs Mobifire. Efectis Outlabs is een aparte BV, zoals Efectis Frankrijk en Efectis Turkije dat ook

24

nummer 2

mei 2014

zijn. “Onder Efectis Outlabs valt een aantal nieuwe activiteiten die niet per se in laboratoria hoeven plaats te vinden. Zoals testen met mobiele ovens, maar ook ventilatieproeven, die onder Efectis Outlabs Ventilation vallen.” Efectis Outlabs is zo’n beetje de afdeling research & development. “Daar houden we ons bezig met de ontwikkeling van nieuwe producten, misschien ook wel risicovolle producten, waarvan we nog niet weten hoe ze het gaan doen in de markt”, aldus Breunese.

De ovens van

Beton

De Mobifire-ISO is een

Efectis ziet een goede kans om met de mobiele ovens, waarvan Efectis er drie heeft (één grote in Frankrijk en een grote en kleine in Nederland), een nieuwe markt aan te boren. “We kunnen bestaande producten opnieuw testen, met name in de betonwereld, waar heel veel gebouwen

Outlabs Mobifire De Mobifire-RWS/HCM is de eerste mobiele oven ter wereld, geschikt voor tunnelproeven waarbij de meest extreme brandkromme wordt toegepast. De oven, die op een vorklift te plaatsen is, kan een horizontaal of een verticaal oppervlak van één vierkante meter verhitten. lichtere versie, geschikt voor proeven in gebouwen met een lagere brandkromme. De oven is makkelijk per auto of vliegtuig te vervoeren.


Uit het brandlab

SBR/ISSO-publicatie ‘Brandveilige doorvoeringen’

Rookgasafvoerleidingen brandwerend maken Van de SBR/ISSO-publicatie ‘Brandveilige doorvoeringen’ uit 2010 verschijnt in april of mei een update. In de vorige en komende edities van ‘Uit het brandlab’ zoomt Carolien Boot-Dijkhuis, auteur van de bestaande en nieuwe publicatie, in op een bepaald aspect van de update. Deze keer: het brandwerend maken van rookgasafvoerleidingen. De betreffende leidingen zorgen voor de luchttoevoer (VLT) en voor de rookgasafvoer (RGA) van de CV-ketel. Hiervoor zijn diverse systemen beschikbaar, variërend van volledig concentrisch vanaf de ketel tot aan buiten (met collectief concentrisch kanaal in de schacht) tot individuele voering, waarbij elke woning een eigen RGA-leiding en eigen VLT-leiding heeft. Tot nu toe was niet duidelijk hoe deze leidingen op brandwerendheid te testen, omdat ze buiten de beproevingsnormen vallen. Er is een Europese norm voor het testen van de brandwerendheid van doorvoeringen (NEN-EN 1366-3), maar die sluit rookgasafvoerleidingen uit. Hetzelfde geldt voor de norm voor brandkleppen in ventilatiekanalen (NEN-EN 1366-2), want in een rookgasafvoerkanaal mag geen brandklep geplaatst worden.

dat een brand via de schacht kan overslaan naar een andere woning. Volgens Carolien Boot-Dijkhuis, senior projectleider fire safety engineering en auteur van de publicatie, is dit een hiaat in de regelgeving. “Het probleem is bekend, maar niet de eisen die we moesten stellen aan de doorvoer en de materialen in de schacht om branduitbreiding tussen de woningen (via de schacht) te voorkomen.” De brandtest is uitgevoerd volgens de NEN-EN 1366-3. Boot-Dijkhuis legt uit: “We kunnen met deze norm werken, want bij brand valt de CV-ketel uit en is er dus geen sprake meer van stromende lucht in de rookgasafvoerleiding.” In de brandtest zijn diverse oplossingen voor het brandwerend doorvoeren van rookgasafvoerleidingen getest, zowel voor individuele doorvoeringen als voor concentrische leidingen. “In de praktijk zie je daar heel veel verschillende oplossingen voor. De vraag is: welke is juist? Deze brandtest heeft duidelijk gemaakt welke oplossingen geschikt zijn.”

Temperatuur

Tijdens de test meet men normaal gesproken de temperatuurstijging op de RGA- of VLT-leiding aan de schachtzijde. Deze temperatuurstijging mag, op 25 millimeter

Uit het brandlab In elke uitgave van Brandveilig.com verzorgt Efectis enkele pagina’s. Met meer dan tweehonderd medewerkers is Efectis de grootste organisatie die is gericht op brandveiligheid in Europa. De Efectis groep heeft vestigingen in Nederland (Rijswijk), Frankrijk (Parijs, Metz, Lyon, Montpellier en Bordeaux), Spanje (Madrid) en Turkije (Istanbul) en beschikt naast deskundig perso­ neel over een uniek en breed scala aan beproevingsfaciliteiten en moderne computersimulatie­ middelen. Verder onderhoudt Efectis actief relaties met de brandweer en toezichthouders en ook met kennisinstellingen, zoals universiteiten en onderzoeksin­ stanties. Hierdoor is Efectis in staat voor haar brede klantenkring altijd snel een pasklaar antwoord of oplossing te genereren. Meer informatie: www.efectis.nl

van de schachtwand, niet meer bedragen dan 180 graden. “Dat red je niet met aluminium”, weet Boot-Dijkhuis. “In het geval de te warme leiding in de schacht niet tot een branduitbreiding naar deze schacht leidt, is een grotere temperatuurstijging echter niet relevant. Belangrijk is dat ter plaatse van de schachtwand van de bovengelegen woning wel aan het genoemde criterium wordt voldaan.” Branddoorslag tussen de woningen valt – met de aangehouden richting van de eis en met genoemd criterium ter plaatse van

Brandtesten

De update van de SBR/ISSO-publicatie ‘Brandveilige doorvoeringen’ legt uit hoe rookgasafvoerkanalen brandwerend te maken zijn. Efectis Nederland heeft met een brandtest onderzocht welke voorwaarden gesteld moeten worden om te voorkomen

nummer 2

mei 2014

25


Uit het brandlab

de doorvoering – alleen te voorkomen als in de schacht zelf geen brand kan ontstaan of hier naartoe kan uitbreiden, zegt Boot-Dijkhuis. Er mag daarom geen bekabeling door de schacht lopen, het materiaal van de wand moet onbrandbaar zijn en het is zaak om brandbare leidingen op enige afstand van de

leidingen te houden. Daarnaast moeten de naden van metalen leidingen goed afgedicht zijn.

Voorstel

Efectis heeft een voorstel gedaan richting de Rogafa, VFK en Promat, die in een taakgroep van de normcommissie

Brandproeven zitten. Met het doel: nationale regelgeving. “Maar dat duurt nog even. Daarom publiceren we het voorstel in de nieuwe update met het bijschrift dat het nog absoluut geen regelgeving is. Gebruik als gelijkwaardige invulling van de regelgeving is wel mogelijk.”

Meer aandacht voor brandgedrag van inventaris Efectis en het NIFV werken samen om inventaris in Nederland brandveiliger te krijgen. Ook is er behoefte aan toegankelijke methoden om te bepalen wat het effect is van het brandgedrag van inventaris op vluchtcondities. Efectis Nederland houdt zich al lang bezig met het testen van het brandgedrag van inventaris en de gevolgen voor de vluchtcondities. Een decennium geleden was de trend om met brandvertragers te proberen allerlei stoffen minder brandbaar te maken. Maar er is altijd discussie geweest over de effecten van brandvertragers, want veel brandvertragers kunnen een negatieve impact hebben op mens en milieu. Er zijn de laatste twee jaar belangrijke ontwikkelingen gaande, zegt Rudolf van Mierlo, projectleider fire safety engineering bij Efectis. “Sommige brandvertragers zijn aantoonbaar slecht voor mens of milieu. Daar gaat het niet over, we stoppen wel met die te gebruiken. Er zijn echter veel stoffen waar we nog niet voldoende vanaf weten. Overheden zeggen steeds vaker: laten we in de tussentijd kijken of we brandvertragers met dit soort middelen helemaal weg kunnen laten.

Inpakken

Efectis kijkt samen met fabrikanten hoe producten minder brandbaar te maken zijn en hoe we die producten tegen beperkte kosten kunnen beoordelen. Dat kan op verschillende manieren, zegt Van Mierlo. “Je kunt het schuim in banken en stoelen in bijvoorbeeld het openbaar

26

nummer 2

mei 2014

vervoer met brandvertragers minder brandbaar maken, maar je kunt het schuim ook verpakken in een stevig jasje van nauwelijks brandbaar textiel.” Efectis, maar ook het NIFV, zal op korte termijn meer aandacht besteden aan het testen van objecten en materialen en aan het ontwikkelen van methoden om het veilige gebruik daarvan te beoordelen. Het gaat dan om de brandbaarheid, maar ook om toxische stoffen die bij verbranding vrijkomen en het vluchten kunnen hinderen. Voor dit laatste is de expertise van TNO ingeroepen. Efectis verwacht in de loop van dit jaar expliciete resultaten te kunnen presenteren. “De methoden zijn in de basis al wat langer beschikbaar, alleen moeten die voor een breder publiek toepasbaar worden”, legt Van Mierlo uit. “Het zijn rekenmodellen, maar om ze toegankelijk te maken kunnen we ze ook in de vorm van regels of stroomschema’s gieten.” Zo’n model geeft aan hoe snel mensen een ruimte moeten kunnen verlaten wanneer een bank of ander object in brand vliegt. Van Mierlo: “Want een object mag best brandbaar zijn. Als de ruimte maar groot en hoog genoeg is zodat de rook ergens aan het plafond blijft hangen, maakt het niet zo veel uit als je twee tot vijf minuten nodig hebt om die te verlaten. Maar in een andere ruimte kan het heel ernstig zijn als

je meer dan een minuut nodig hebt om weg te komen. Door een goede schatting voorkom je ook dat je te zware eisen stelt.”

Afweging

Er zal echter altijd behoefte zijn aan klassieke brandvertragers, denkt Van Mierlo. “Want met brandvertragers kun je ontzettend veel bereiken. Niet alleen in de zorg, maar ook in ruimtes waar je helemaal niet makkelijk uitkomt. Dan weegt een verbeterde brandveiligheid vaak zwaarder dan de mogelijke impact van brandvertragers op het milieu en de gezondheid.”


Schadepraktijk

Leo Porrio

Dansen op de vulkaan Popconcerten worden vaak opgeluisterd met vuurwerk. Achter de rug van de artiesten spuwen vuurwerkkanonnen vlammen op de laatste tonen van een bekend nummer, om met een waar knaleffect te eindigen. In een stadion als de Arena is daar ruimte genoeg voor, maar in de beslotenheid van een discotheek kan vuurwerk voor ongewenste effecten zorgen.

D

it was ook het geval bij een feest in de trendy discotheek RoXy aan de Singel in Amsterdam op 21 juni 1999. Het ging hier om een speciale viering, namelijk een begrafenisfeest ter ere van de ontwerper van het interieur. Vonken van het vuurwerk werden de airconditioning ingezogen, met een enorme brand tot gevolg waarmee de brandweer de grootste moeite had. Er waren ruim 300 mensen aanwezig, die het gebouw veilig konden verlaten. Wat resteerde was een totaal uitgebrand gebouw waarvan alleen de muren overeind bleven staan. De ochtend na de brand was de brandweer nog druk bezig met nablussen, terwijl de belendingen verzadigd waren van het bluswater. Een uiterst treurige aanblik. Ik herinner me nog de bedrukte gezichten van winkelpersoneel aan de Kalverstraatzijde van het complex.

Veiligheidsvoorzieningen

Persoonlijke ongelukken waren er dit keer niet te betreuren. Het loopt echter vaak veel slechter af bij discobranden. De bouwkundige kwaliteit van het gebouw en de veiligheidsvoorzieningen laten vaak te wensen over. Te veel bezoekers in matig verlichte ruimten, gecombineerd met drank- en mogelijk drugsgebruik, bepalen de sfeer. Discotheken kenmerken zich door de grote groepen die de gelegenheid doorgaans bezoeken. Op het platteland kunnen sommige locaties aantallen aan van soms wel 2500 personen op een topavond. Duidelijk is dat de maatregelen die een dergelijke massa mensen in toom moeten houden, toegespitst dienen te worden op massaal ontvluchten op een veilige manier. En daar zit het probleem. Kennis is er voldoende over de wetenschappelijke

aanpak van vluchtende massa’s en hun gedrag; hier zijn simulatiemodellen voor ontwikkeld. Er is altijd een spanningsveld tussen de veiligheid van de mensen die binnen zijn en die naar binnen willen (ongeoorloofd) en het economisch gebruik van de beschikbare ruimte. Denk bij dat laatste aan het opslaan van tafels, stoelen, decorstukken en drankfusten in gangen die uiteindelijk leiden naar de nooddeuren. Vooral in de oude binnensteden met altijd te weinig ruimte, kan dit voorkomen. Discotheken op het platteland zijn doorgaans beter geoutilleerd, de opzet is veel ruimer en er zijn grote parkeerplaatsen rondom.

Advies

Dat in zo’n omgeving geen plaats voor vuurwerk is, zou toch duidelijk moeten zijn! In januari 2013 kostte vuurwerk nog 241 mensen het leven bij de brand in discotheek Kiss in Santa Maria, Brazilië. De optredende band stak vuurwerk aan en

veroorzaakte een brand doordat het isolatiemateriaal van het plafond binnen 3 minuten voor een dikke giftige rooklaag zorgde. Vluchtwegen bleken afgesloten, de bezoekers zaten als ratten in de val. In dit kader is het daarom goed te verwijzen naar een groot onderzoek door VROM-inspectie uit november 2005: ‘Onderzoek Veiligheid en Gezondheid bij discotheken’. In dit onderzoek worden de resultaten gepubliceerd van een onderzoek bij 30 discotheken. Het rapport verscheen bijna 5 jaar na de Nieuwjaarsbrand in Volendam (2001). De onderzoeksresultaten spreken zeer tot de verbeelding. Het onderwerp (brand)veiligheid in discotheken valt sinds enige tijd onder de verantwoordelijkheid van het ministerie van BZK. Het nog steeds relevante rapport uit 2005 is te downloaden op de website van het ministerie. Leo Porrio is risk control consultant.

nummer 2

mei 2014

27


Interview

Arjen de Kort

BBN strategie 2014-2016

Bouw brandveilig De bouwkundige brandveiligheid in Nederland staat volgens Brandveilig Bouwen Nederland (BBN) onder druk. Voorzitter Joric Witlox en kersverse directeur Leo Oosterveen vertellen hoe de vereniging van producenten van bouwkundige brandpreventieve producten met haar nieuwe strategie deze trend wil keren.

O

ok de brandveiligheidsbranche zit al een paar jaar in economisch zwaar weer. Joric Witlox is al ruim twintig jaar actief in de branche en weet als voorzitter van BBN als geen ander dat veel bedrijven het moeilijk hebben. “En dat wordt de laatste jaren nog eens versterkt door de verslappende bouwregelgeving. Als BBN ervaren we dat bovendien als een risico dat leidt tot minder brandveiligheid.”

Ambitie

Hiermee snijdt de voorzitter de voor BBN belangrijkste trend in de markt aan, waarop de vereniging met het strategisch plan 2014-2016 een antwoord probeert te geven. Leo Oosterveen, sinds 2005 ambtelijk secretaris van BBN en per 20 maart benoemd tot directeur, valt hem bij: “Tijdens onze strategiesessies constateerden we dat regelgeving en handhaving minder worden. Dat leidt tot erosie van de bouwkundige brandveiligheid, wat weer nadelig is voor onze leden.” Afnemende regelgeving en een daarmee gepaard gaand lager brandveiligheidsniveau baren BBN zorgen, zoveel wordt duidelijk tijdens het gesprek met Witlox en Oosterveen. Zij willen deze trend de komende jaren keren, of liever nog: ombuigen. Oosterveen: “Dat is onze ambitie.”

28

nummer 2

mei 2014

Kernboodschap

Deze ambitie krijgt vorm met de nieuwe strategie, waarvan de kernboodschap als volgt wordt verwoord: ‘Een hogere mate van brandveiligheid van gebouwen’. Maar hoe brandveilig zijn gebouwen in Nederland dan momenteel volgens BBN? Oosterveen: “Wij krijgen signalen dat een groot deel van de gebouwen niet eens aan het Bouwbesluit – dat is het huidige minimumniveau – voldoet. En dat erodeert!” Wat hiervan volgens BBN de oorzaak is, legt Witlox uit: “Wij constateren dat die minimale eis vaak niet wordt gerealiseerd doordat men werkt met producten die hiervoor niet geschikt zijn of doordat degene die een goed product installeert niet capabel is. De som van deze twee constateringen leidt ertoe dat het eindresultaat onder de feitelijke eis van het Bouwbesluit ligt.” Bovendien stelt hij dat er partijen zijn die in de markt communiceren dat het minimumniveau eigenlijk niet echt nodig is. “Daardoor gaat dat niveau nog verder naar beneden, met als gevolg dat er geen vangnet meer is.”

Debet

Met deze zorgwekkende schets van de brandveiligheid van gebouwen doemt de vraag op wie hieraan schuldig is. Witlox reageert resoluut. “Het is geen kwestie van

schuld of schuldigen. In dergelijke termen wil ik er niet over praten. Feitelijk spelen alle partijen die in de markt van brandveiligheid opereren – overheid, gebouweigenaar, adviseur, maar ook producent – een rol. Wij zijn allemaal debet aan deze situatie.”

‘Gaat het mis, dan is het de gebouweigenaar die in de cel komt’ Samenwerking

Om hierin verandering te brengen en het gewenste hogere niveau van brandveiligheid te realiseren, zoekt BBN samenwerking met die andere partijen, zo is in het strategisch plan te lezen. Witlox: “Wij noemen dat stakeholders en dat zijn voor ons gebouweigenaren, verzekeraars, het ministerie van BZK, Bouw- en woningtoezicht, de brandweer en adviseurs. Met hen willen we de komende tijd strategische allianties vormen.”


Interview

Afnemende regelgeving en een daarmee gepaard gaand lager brandveiligheidsniveau baren Joric Witlox (voorzitter BBN, links) en Leo Oosterveen (directeur BBN) zorgen.

nummer 2

mei 2014

29


Interview

Stip aan de horizon Met de oprichting van Brandveilig Bouwen Nederland (BBN) in 1994 kregen de producenten van bouwkundige brandpreventieve producten een eigen belangenvereniging. De eerste 10 jaar van het bestaan was de vereniging vooral intern gericht. Met de benoeming in 2005 van een ambtelijk secretaris werd de blik meer extern gericht. Deze koerswijziging werd in 2010 definitief met het eerste strategische plan. “Tot die tijd misten we een stip aan de horizon”, aldus Joric Witlox. In de eerste strategie stonden 3 thema’s centraal: de vereniging als kenniscentrum, een eigen keurmerk en vergroting van de naamsbekendheid door lobbyen. “Na afloop van de planperiode hebben we deze strategie met een goed gevoel afgesloten”, vertelt Witlox. Er is voor de leden een degelijk kenniscentrum gerealiseerd en er is vastgesteld dat de tijd nog niet rijp bleek voor een eigen keurmerk. “En door lobbyen en netwerken zijn we er in geslaagd een bekende en gekende partij te worden, met als mooiste resultaat dat we sinds enige tijd zitting hebben in de Juridisch Technische Commissie van het ministerie van BZK.”

Beleving

Om de strategische doelstellingen te realiseren, kijkt BBN dus nadrukkelijk naar de markt en externe partijen. Maar Oosterveen ziet ook een belangrijke rol weggelegd voor de eigen leden. “We

‘Brandveiligheid moet geen omzet genereren, maar veiligheid’ hebben in de PR-commissie besloten dat de BBN-leden in hun doen en laten die hogere mate van brandveiligheid moeten uitdragen. Daarin willen we samen met onze leden stappen zetten. Immers, je kunt je ideeën wel meteen richting de buitenwereld roepen, maar het begint toch met de beleving van de strategie door de eigen leden.”

30

nummer 2

mei 2014

Slagvaardiger

Tijdens de laatste Algemene Ledenvergadering is het strategisch plan vastgesteld en is tevens de benoeming van Oosterveen tot directeur van BBN goedgekeurd. Oosterveen: “Feitelijk vulde ik de directiefunctie al voor een deel in, maar dan onder de noemer van ambtelijk secretaris. Deze officiëlebenoeming verstevigt het bestuur en helpt bij de implementatie van de strategie.” Witlox: “Zie het als een professionaliseringsslag, met de bedoeling BBN nog slagvaardiger te maken.”

2016

Het nieuwe strategische plan heeft een looptijd tot 2016. Hoe brandveilig is Nederland dan? En wanneer is BBN tevreden? Oosterveen: “Als we Nederland de komende jaren een klein beetje bewuster zouden kunnen maken van het belang van brandveiligheid, dan zou ik al kunnen glimlachen. Natuurlijk willen we veel meer, maar het gemak waarmee men nu in de Tweede Kamer staat te juichen als er weer een regeltje wordt geschrapt

op het terrein van brandveiligheid, vind ik gewoon schokkend. Daarvan zouden we moeten wegkomen.” Een belangrijke rol is hierbij weggelegd voor de gebouweigenaar, wat BBN betreft de belangrijkste van de genoemde stakeholders. “Als de gebouweigenaar zich in 2016 zorgen maakt over zijn brandveiligheid, dan ben ik helemaal tevreden”, stelt Oosterveen. “Dat kan alleen door constant te hameren op de vraag wat de afkalving van brandveiligheid voor hem betekent. Want niet het ministerie, de brandweer, de adviseur of de toeleverancier komen in de cel als het mis gaat, maar wel de gebouweigenaar. Die is verantwoordelijk voor de brandveiligheid en loopt dus een gigantisch risico als hij het niet goed regelt. Daarvan moet hij zich bewust worden. Brandveiligheid begint dus bij de gebouweigenaar en die moet vervolgens de hele keten activeren.” Voor Witlox draait het de komende tijd vooral om zelfregulering van de markt. “De kwaliteit moet beter, we moeten het kaf van het koren scheiden. Dat kan bijvoorbeeld door brandveiligheid als onderwerp bij de marketeers weg te halen. Brandveiligheid moet geen omzet genereren, maar veiligheid. Het zou mooi zijn om daar in 2016 te staan.” “Maar het belangrijkste is dat we nu met de nieuwe strategie aan de slag gaan”, sluit Oosterveen af. “Het is de bedoeling dat men de komende tijd veel van ons gaat horen.”


Seminar

Erwin van Leeuwen

Forse besparing mogelijk aan hout en ruimte

Hoe hoog moet de sponning? Van oudsher had een standaard kozijnopbouw een sponninghoogte van 25 mm. Na een aantal geslaagde brandproeven kon dit worden teruggebracht tot 17 mm. De conclusies werden begin dit jaar tijdens een seminar gedeeld.

I

n mei 2013 kreeg een standaard kozijnopbouw met een sponninghoogte van 17 mm bij een brandproef door Efectis in Bleiswijk de classificatie EW30 voor brandwerendheid op straling toegekend. Een interessant resultaat, want de gangbare aanname was dat die hoogte 25 mm moest bedragen. Een sponninghoogte van 17 mm levert een forse houten ruimtebesparing op. Wat betekent dit in de praktijk voor brandwerende gevels in houten constructies met brandwerend glas en ventilatieroosters? De Nederlandse Branchevereniging voor de Timmerindustrie NBvT, Aralco en AGC lieten verschillende brandproeven uitvoeren om hier uitspraken over te kunnen doen. Aralco en AGC, in samenwerking met Efectis en de NBvT, hebben in januari en februari van dit jaar de conclusies gedeeld tijdens seminars. Op een toepasselijke locatie, namelijk bij Efectis, de brandhaard voor brandproeven in Bleiswijk. Deelnemers werden wegwijs gemaakt in de brandwerendheid van houten kozijnen, de mogelijke keuze van brandwerend glas en de ontwikkeling van brandwerende ventilatieroosters. Daarnaast kregen ze live een brandproef te zien, te horen en vooral te ruiken.

Proefopstelling

Voorheen werden voor 30 minuten brandwerendheid altijd 25 mm sponningen geadviseerd, gaf de eerste spreker, Gerrit Buitenhuis van de NBvT, aan. Maar klopte dat advies met betrekking tot brandwerendheid van buitenkozijnen nog wel? Een werkgroep van de sectie Kozijnen van de NBvT kreeg de opdracht om dit eens te onderzoeken.

Definitief testmateriaal De definitieve test bij Efectis is uitgevoerd met een uitwendige scheidingsconstructie, van binnen naar buiten en van buiten naar binnen. Hierbij gebruikte men standaard KVT kozijnen met: •• hout van minimaal 550 kg/m3 •• brandwerend glas met geschroefde glaslatten •• minimale hoeveelheid opschuimende materialen

In overleg met Efectis bepaalden zij zorgvuldig de keuze van de proefstukken. Dit is van groot belang, want een brandproef kost al snel zo’n acht- tot negenduizend euro. Gelukkig waren er al contacten met de glasleverancier, die over eigen testlaboratoria beschikt. Zo kon hij voor het bepalen van het beste proefstuk vooraf een aantal oriënterende testen doen.

Standaard KVT kozijn brandwerend Op basis van het testresultaat en een aanvullende beoordeling konden de testers concluderen dat houten kozijnen met draaivalramen, naar buiten draaiende ramen en vaste binnen- en buitenbeglazing geproduceerd en geleverd worden met een EW30 brandwerendheidclassificatie. Hierin zijn alle hardhoutsoorten met een volumike massa van minimaal 550 kg/ m3 toe te passen.

Ventileren in brandwerende gevel

Kan en moet je ook ventileren in een brandwerende gevel? Ja, zegt Rob Huvers van Aralco NVS. Vocht veroorzaakt veel schade aan de woning en de gezondheid. Maar het ventilatierooster waar Aralco naar zocht moest wel aan een aantal eisen voldoen. Zo moest het te gebruiken rooster

in de proefopbouw bij Efectis een WBDO van 60 minuten hebben en voorzien zijn van een zelfregelend rooster. De keuze voor de proef viel op de FireCatch, een brandwerend ventilatierooster dat Aralco in samenwerking met Promat ontwikkelde.

Brandwerend glas

Productmanager brandwerend glas Joris van der Vleuten van AGC Flat Glass Nederland gaf ten slotte toelichting op de glaskeuze. Het door AGC ontwikkelde Pyrobelite 7EG kwam voor deze proef het beste in aanmerking. Pyrobelite is volgens AGC zeer transparant, niet vertekenend en goed isolerend door een opschuimende Pyrobellaag. Voor de afdichting gebruikte men een overschilderbare afdichtingskit Hybriseal 2PS van Den Braven. Erwin van Leeuwen is redacteur bij Vakmedianet.

nummer 2

mei 2014

31


Regeling

Jan Sterk

Ondernemer, wat staat er in de aansprakelijkheidsverzekering?

Brand bij de buren!

Het is de aansprakelijkheidsverzekering die van toepassing is bij een brand die schade veroorzaakt bij de buren. Nog meer dan vroeger doen ondernemers er daarom goed aan alert te zijn op brandveiligheid en zich wat meer te verdiepen in de eisen in de polis of clausule. Geen makkelijke kost, wel belangrijk. Want ze zijn zelf verantwoordelijk.

I

n Brandveilig.com 2013 nummer 6 stond een artikel met de wat cryptische titel ‘BBr voor zakelijke markt afgeschaft’. Daarin vertelden twee medewerkers van het Verbond van Verzekeraars dat schade door een brand bij de buren voortaan verhaald kan worden op de veroorzaker van de brand. Rob van Leyen van assurantiemakelaar Meijers uit Amstelveen gaat in op de vraag wat dit in de praktijk voor bedrijven betekent. “Wij zijn assurantiemakelaar, geen verzekeraar”, benadrukt Van Leyen. Dat betekent dat Meijers werkt in opdracht van de klant om de meest geschikte verzekeringen te vinden. Daarbij gaat het niet alleen om de premie, maar vooral ook om de polisvoorwaarden. Meijers is een middelgrote verzekeringsmakelaar met 145 medewerkers. Van Leyen is manager van de afdeling Aansprakelijkheid en het is juist de aansprakelijkheidsverzekering die van toepassing is bij een brand die schade veroorzaakt bij de buren. Het is daarom volgens Van Leyen voor bedrijven goed om te weten wat er in de polisvoorwaarden van deze verzekering staat. En hoe ze moeten omgaan met brandveiligheid.

Aansprakelijkheid

In de oude situatie werd de schade die een brand veroorzaakte bij de buren afgehandeld via de verzekering van die buren. De verzekeraar daarvan kon ‘regres’ nemen op de schuldige partij, maar dat was altijd beperkt tot maximaal 500.000,- euro. In

32

nummer 2

mei 2014

de nieuwe situatie kunnen brandverzekeraars de schade onbeperkt verhalen op de daadwerkelijke veroorzaker van de brandschade. Nog meer dan vroeger doen ondernemers er daarom goed aan alert te zijn op brandveiligheid en na te gaan of hun verzekeringen op dat ‘regresrisico’ zijn afgestemd. Bij het verhalen van een schade vormt de vraag of de brand is ontstaan door ‘laakbaar’ handelen of dat juist de geëigende preventiemaatregelen zijn getroffen, een belangrijke kwestie. De

Zorg dat de verzekering is afgestemd op het ‘regresrisico’ polisvoorwaarden gaan er namelijk vanuit dat de verzekerde altijd de nodige voorzichtigheid in acht neemt. Hij moet bedacht zijn op de kans op het ontstaan van brand en maatregelen nemen die dat kunnen voorkomen. Meer dan voorheen vereist dit van bedrijven dat ze zich bezighouden met brandpreventie en brandveiligheid. “En dat valt niet altijd mee”, aldus Van Leyen. “Voor ondernemers is er al heel veel regelgeving waaraan ze moeten voldoen. Brandveiligheid staat dus niet altijd bovenaan hun prioriteitenlijstje. Dat is begrijpelijk, maar het is wel

Het is volgens Rob van Leyen voor bedrijven goed om te weten wat er in de polisvoorwaarden van de verzekering staat. En hoe ze moeten omgaan met brandveiligheid.


Regeling

Schriftelijke adviezen op www.checklistbrand.nl De teksten op de website kunnen wel wat scherper. Enkele voorbeelden: Advies: ‘U houdt geen toezicht. Overweeg om dit wel te doen en zorg er voor dat die persoon goed is opgeleid en geïnstrueerd.’ Dit is wat vaag. Wie is ‘die persoon’? En wat is ‘goed opgeleid’? Wat moet de ondernemer met dit advies? Advies: ‘De brandweer en uw verzekeraar kunnen u adviseren over de risico’s op brand door werkzaamheden en welke maatregelen u daar zelf tegen kunt nemen.’ Dit is een opmerkelijk advies: voor adviezen verwijzen naar brandweer en verzekeraar! van belang dat ze zich houden aan de eisen zoals verwoord in hun polis. Of in een Clausule ‘brandgevaarlijk werk’, die soms wordt toegevoegd. Voor ondernemers is dat geen makkelijke kost, maar ze moeten beseffen dat ze zelf verantwoordelijk zijn. Daarom zullen ze zich er meer in moeten verdiepen.” Voor de zakelijke huurders hebben verzekeraars in de nieuwe regresregeling bewust een uitzondering gemaakt. Bij een brand in hun bedrijf zal de schade aan het pand van de verhuurder in principe niet op de huurder worden verhaald. Van Leyen: “Dat betekent niet dat huurders niet verantwoordelijk zouden zijn voor schade die ze veroorzaken. Hun verantwoordelijkheid naar de verhuurder toe, vanuit het huurcontract, blijft uiteraard altijd bestaan. Dus ook de aansprakelijkheid voor schade aan het gehuurde.”

Preventie

Alles bij elkaar is het voor ondernemers belangrijk om meer inzicht te krijgen in

Heel leerzaam: zelf eens meelopen bij een verzekeringsinspectie brandveiligheid en -preventie. Volgens Van Leyen is het voor ondernemers daarom heel leerzaam om zelf eens mee te lopen bij een verzekeringsinspectie. En ook om telkens te vragen waar de inspecteur naar kijkt. En waarom. “Zo’n inspectie is zeker leerzaam. Belangrijk is ook dat ondernemers zelf regelmatig met open vizier door hun bedrijf lopen. En kijken naar wat goed gaat en wat beter zou kunnen.” Van Leyen waarschuwt daarbij om niet uitsluitend op adviezen van de brandweer te letten. Dat klinkt opmerkelijk, maar hij bedoelt dat de aandacht van de brandweer zich in de eerste plaats richt op de brandveiligheid voor mensen en het redden van mensen bij brand. Schadepreventie en schade komen voor hen op de tweede en derde plaats. Dat is meer een kwestie voor ondernemers en verzekeraars.

Website

Voor meer kennis en informatie voor ondernemers is er sinds kort de website www.checklistbrand.nl . Deze site werd vorig jaar geïntroduceerd door het Verbond van Verzekeraars, MKB Nederland en VNO NCW, in samenwerking met de Brandweer. Op de site is informatie te vinden over het voorkomen van brand-

stichting en het uitvoeren van brandgevaarlijke werkzaamheden. Na beantwoording van een reeks vragen, krijgt de ondernemer een schriftelijk advies toegestuurd. Volgens Van Leyen zou die site voor ondernemers nog wel wat duidelijker kunnen. “De tekst van het schriftelijke advies is niet helder gestructureerd en geformuleerd.” En hij wijst een paar voorbeelden aan. “Voor een ondernemer is het lastige kost. Je moet brandveiligheid zo concreet mogelijk in beeld brengen. Bijvoorbeeld letterlijk, door op de site wat korte filmpjes te zetten met uitleg over risico’s en preventie.” Van Leyen benadrukt dat ondernemers moeten beseffen dat ze zelf verantwoordelijk zijn. “Als zij zich niet aan de preventieadviezen houden, kunnen er dekkingsproblemen met hun verzekering ontstaan. Zeker bij brandgevaarlijke werkzaamheden is aandacht vereist, zorg ervoor dat daarbij aan alle preventiemaatregelen en -vereisten wordt voldaan!”

Jan Sterk is freelance journalist.

Brand in Vlijmen De grote brand van 3 februari dit jaar in een bedrijfsverzamelgebouw op een bedrijventerrein in Vlijmen veroorzaakte veel schade aan meerdere buurbedrijven. Diverse assurantiekantoren melden zich nu met een boodschap in de trant van: “Het is nu nog te vroeg om conclusies te trekken, maar het laat zich aanzien dat deze schade aanzienlijk zal zijn. In dat geval is aannemelijk dat de uitkerende brandverzekeraars er alles aan zullen doen om aansprakelijkheid bij het veroorzakende bedrijf aan te kunnen tonen. Reden te meer om snel en met een kritische blik te gaan kijken naar uw eigen aansprakelijkheidsverzekering. Wij maken er in ieder geval graag tijd voor vrij.’

nummer 2

mei 2014

33


Integrale brandveiligheid

Betty Rombout

Nieuwbouw Medisch Spectrum Twente (MST)

Brandveilig, maar dan anders In mei 2012 is met de bouw begonnen van het nieuwe Medisch Spectrum Twente (MST) in Enschede. Gezien het unieke karakter van het gebouw, is de brandveiligheid niet volgens het boekje geregeld. Vandaar dat de architect al vanaf het ontwerpstadium met onder anderen de Brandweer Twente om tafel zit. Samen streven de betrokken partijen naar een optimaal brandveilig gebouw.

H

et MST behoort tot de grootste niet-academische ziekenhuizen van Nederland. Het nieuwe ziekenhuis – met circa 80.000 m2 bruto vloeroppervlakte - wordt gebouwd in de binnenstad. Het nieuwe compacte gebouw bestaat uit negen bouwlagen en heeft een kenmerkende kamstructuur, overkapt met een grote stolp. Hierdoor ontstaan grote atria, die het gebouw flinke ruimtelijke en functionele meerwaarde bieden. Streven is om een healing environment te creëren die zich vertaalt in een overzichtelijk gebouw dat openheid en geborgenheid uitstraalt. Denk hierbij aan eenpersoonskamers die allemaal uitzicht op buiten of het atrium hebben. Ruimtes, kleuren, verlichting zijn ergonomisch verantwoord. Door een afgewogen integratie tussen architectuur en techniek realiseert men een aangenaam binnenklimaat.

Scenario’s

Omdat het nieuwe MST een gebouw is dat in maat, uitstraling en gebruiksfuncties bijzonder is, stelt dit specifieke eisen aan de brandveiligheid. “We besloten daarom al in een vroeg stadium de Brandweer Twente te betrekken bij het project”, vertelt Arthur van der Geest, senior projectmanager bij IAA Architecten uit Enschede, de architect van het nieuwe ziekenhuis. “Zo verlies je geen tijd. Je hoort al direct of een bepaalde architectuur wel of niet kan, in het kader van brandveiligheid.” Laurens Welberg, vakspecialist brandveiligheid bij de Brandweer Twente en betrokken bij het nieuw te bouwen MST,

34

nummer 2

mei 2014

In het 28 meter hoge atrium is gekozen voor beperking van de vuurlast en toepassing van een mechanische RWA-installatie. vertelt: “Op dit project konden we niet de standaard bouwregelgeving loslaten. We moesten het anders aanpakken. Uitgangspunt werd het denken in mogelijke scenario’s, met de daarbij behorende risico’s en beheersmaatregelen in onder andere gelijkwaardige oplossingen 1. De ontwerpende partij heeft in overleg met de brandweer voor die gelijkwaardige oplossingen een second opinion van Efectis gevraagd.

Deze concludeerde dat de systematiek goed doordacht was. De scenario’s, risico’s en de gelijkwaardige oplossingen zijn overigens vastgelegd in een veiligheidsbeheersysteem. De opdrachtgever gaf aan dit te willen doen volgens de systematiek van het Integraal Plan Brandveiligheid (IPB). Een plan gebaseerd op een mix van bouwkundige, installatietechnische en organisatorische maatregelen (BIO-mix), dat een levend


Integrale brandveiligheid

document is en dus kan veranderen bij wijziging van functies in het MST.” Van der Geest vult aan: “Het IPB is onder andere bedoeld voor de vergunningverlening. Die vergunning is inmiddels binnen. Daarnaast is het IPB van waarde voor de gebruiker, het biedt voorwaarden en een stramien waaraan hij zich moet houden bij toekomstige aanpassingen in het gebouw.” De architect en de bouwer zijn na oplevering van het gebouw uit beeld. De eigenaar/ gebruiker van het nieuwe MST is middels het IPB op de hoogte onder welke voorwaarden brandbeveiligingsmaatregelen in het pand aanwezig zijn en welke functies deze hebben.

afgezogen. En ja, het MST wilde graag dat alle patiëntenkamers raampjes hebben, met zicht ofwel naar buiten of op het atrium. Die raampjes moeten open kunnen. Maar stel dat het atrium zich vult met rook, dan mag die rook niet via de raampjes naar binnen gaan. De architect heeft de oplossing gezocht in een overdrukinstallatie. Op het moment van brandmelding worden de verpleegafdelingen, die op de bovenste drie etages liggen, op overdruk gezet. Zo kan de rook niet van buiten naar binnen door de openstaande raampjes.” Van der Geest vult aan: “Ook hebben we gesproken over de compartimentering. Wij wilden niet te veel

Middels computersimulaties is aangetoond dat dit een veilig gebruik van de atria tot gevolg heeft.”

Samen naar 2015

Naar verwachting wordt de nieuwbouw in augustus 2015 opgeleverd. Alles verloopt vooralsnog volgens planning. Maandelijks overleggen architect, brandweer, gemeente, installateurs en aannemers met elkaar, met brandveiligheid als hoofdthema. Inzoomen op detaillering vergt nog de nodige discussies. Van der Geest, lachend: “Vóór dit gesprek had ik met Laurens nog een discussie over gelijkwaardigheid van een bepaalde toegangsdeur. We waren het niet met elkaar eens, maar ik heb er alle vertrouwen in dat we er in consensus met elkaar uitkomen.” Om het project tot het eind toe in goede banen te leiden, loopt er vanuit de Brandweer wekelijks een inspecteur rond die controleert of de brandpreventiemaatregelen op de juiste manier tot stand komen. Verder is onder andere de stand van zaken met betrekking tot de bereikbaarheid en blusvoorziening rondom het ziekenhuis een aandachtspunt. Belangrijk, want het MST ligt midden in de stad. Daarnaast hebben de ploegen en officieren van de brandweer vorig jaar al kennis gemaakt met het in aanbouw zijnde gebouw. “We hebben uitleg gegeven over het concept. Wat kun je verwachten als repressieve dienst als er iets aan de hand is? Dit jaar gaan we dat weer doen. We laten de ploegen als het ware meegroeien met de bouw opdat ze al bekend zijn met het gebouw op het moment van oplevering”, besluit Welberg.

Naar verwachting vindt de oplevering van de nieuwbouw van MST in het centrum van Enschede in augustus 2015 plaats.

Brandveiligheid

We vragen de heren enkele aandachtspunten te noemen op het gebied van brandveiligheid. Hoe is er gewikt en gewogen? Laurens Welberg: “De stolp vormde een probleem. Normaal gesproken kennen we gebouwdelen die in de buitenlucht staan. Breekt er brand uit, dan gaat de rook via de buitenlucht naar buiten. Met een stolp blijft de rook in het gebouw hangen. Deze wordt via een mechanisch RWA systeem

‘hokjes’, wilden het gebouw transparant houden. De maximale eis om een volgend veilig rookcompartiment te bereiken, is wel gehonoreerd. Een 28 meter hoog atrium inrichten met een sprinklerinstallatie is niet praktisch. Bovendien wilden we de belasting van het dak zo licht mogelijk houden. Daarom viel de keuze niet op een sprinklerinstallatie, maar op beperking van de vuurlast in het atrium en toepassing van een mechanische RWA-installatie.

1

Gelijkwaardigheidsbepaling: in het Bouwbesluit

staat onder andere welke eisen bij een bepaalde bouw gesteld moeten worden aan brandveiligheid. Bij een bijzonder gebouw als het MST kijken partijen naar andere, gelijkwaardige maatregelen, opdat de brandveiligheid conform het Bouwbesluit toch te garanderen is. Die garantie is nodig voor het verkrijgen van de bouwomgevingsvergunning.

Betty Rombout is freelance journalist.

nummer 2

mei 2014

35


Regelgeving

Peter Passenier

Is het duale stelsel wel zo’n goed idee?

Adviseurs in rode auto’s Als het aan minister Blok ligt, krijgen mensen met (ver)bouwplannen in 2015 te maken met nieuwe regelgeving. Zij kunnen dan zelf bepalen of zij hun vergunningaanvraag laten beoordelen door een publieke partij (de gemeente) of een private (een adviesbureau). Wat betekent dit duale stelsel voor de brandveiligheid?

H

et wordt een groot project. Een landelijke GGZ-instelling kampt al jaren met ruimtegebrek en heeft besloten hier wat aan te doen. Al volgend jaar moet er aan de rand van de stad een nieuw gebouw verrijzen. Grote plannen dus – maar ook een grote verantwoordelijkheid, en daar maakt de toekomstige gebouweigenaar zich wel eens zorgen over. Wat als er dadelijk brand uitbreekt? Komen al die minder zelfredzame cliënten dan wel op tijd naar buiten? Zo niet, dan is hij, de gebouweigenaar, verantwoordelijk. Hij kan zelfs strafrechtelijk worden vervolgd. Dit fictieve verhaal onderstreept niet alleen de verantwoordelijkheid van gebouweigenaren, maar ook de complexiteit van brandpreventie. “Want ten eerste moet je kijken naar het pand”, zegt Eugène van Mierlo van Brandweer Nederland. “Heb je het over hoogbouw of juist over ruimtes ondergronds, met grote of kleine compartimenten? Maar net zo belangrijk is de omgeving. Staat het gebouw in een weiland of in een dichtbe-

Reactie Natuurlijk hebben wij het ministerie van Binnenlandse Zaken gevraagd om een reactie. Maar omdat het wetsvoorstel nog moest worden besproken in de Tweede Kamer, wilde men die liever niet geven.

36

nummer 2

mei 2014

volkt gebied, en hoe zit het met de bereikbaarheid? Ten slotte kijken we vooral ook naar de toekomstige gebruikers. In hoeverre zijn die bijvoorbeeld zelfredzaam?”

Blok

Daarmee komt hij automatisch uit op zijn bezwaren tegen de plannen van minister Blok. Want in de toekomst kunnen initiatiefnemers hun (ver)

‘Het is belangrijk de bouweigenaren op bouwkundige brandveiligheid scherp te houden’ bouwplannen ook laten beoordelen door particuliere adviesbureaus, zonder dat geborgd is dat de brandweer er naar kijkt. Volgens Van Mierlo is dat een ondoordachte keuze – van Blok en ook van zo’n initiatiefnemer: “Zo’n adviesbureau concentreert zich alleen op de kenmerken van het gebouw, niet op de factoren ‘mens’ (het gebruik) en ‘omgeving’.” Dat betekent volgens Van Mierlo dat die adviesbureaus wel de brandveiligheid beoordelen, maar niet integraal. “Wij kunnen met een initiatiefnemer om de tafel gaan zitten en hem adviseren hoe hij echt kan zorgen voor een brandveilig gebouw. Als in de plannen bijvoorbeeld

Leo Oosterveen (BBN) maakt zich zorgen: “Door bezuinigingen brokkelt het niveau van de handhaving af en daalt het aantal inspecties.”

wordt uitgegaan van een sprinklerinstallatie, kan dat mogelijk betekenen dat de eigenaar tijdens de gebruiksfase van het bouwwerk kan volstaan met een minder zware BHV-organisatie. Maar als je een goede keuze wil maken tussen zo’n sprinklerinstallatie of een stevige BHVorganisatie, moet je ook kennis hebben van het gedrag van de mensen die in het pand komen.”


Regelgeving

Kennis pand

Voor de brandweermedewerkers snijdt het mes zo aan twee kanten. Ze zorgen dat initiatiefnemers de voor het betreffende plan beste preventieve maatregelen treffen. En ze verkrijgen zelf kennis van het pand. Zeer belangrijk voor het geval er tóch brand uitbreekt. “Als wij met zes man uitrukken, willen we ook met zes man weer terugkomen”, zegt Van Mierlo. “Dus moeten we een goed beeld hebben van wat we kunnen tegenkomen. Waar zit de compartimentering en hoe lang behoort deze stand te houden, waar bevinden zich niet zelfredzame personen en waar zijn belangrijke afsluiters van gevaarlijke stoffen? Hoe zit het met de bluswatervoorziening en de aanvalswegen voor de brandweer?” Maar een adviesbureau kan de resultaten van de inspectie toch aan de brandweer doorgeven? Van Mierlo heeft daar weinig vertrouwen in. “Dan krijg je na oplevering van het gebouw wat punten op een A4’tje, dat is volstrekt onvoldoende. Nogmaals, adviesbureaus hoeven een gebouw niet met een integrale blik te bekijken. Boven-

‘De huidige plannen op het gebied van brandveiligheid zijn niet goed doordacht’

dien rukken zij niet tientallen keren per dag uit om een brand te bestrijden. Dat geeft juist ons de kennis en ervaring die we weer kunnen gebruiken bij advisering. Datzelfde geldt voor brandonderzoek.”

De Algemene Commissie voor Wonen en Rijksdienst overlegde op 27 maart over minister Bloks plannen. Belangrijkste conclusies: 1. Nog geen duaal stelsel met keuzevrijheid voor de consument. 2. Pas invoering als duidelijk is dat partijen er ook daadwerkelijk klaar voor zijn. 3. Start (vooralsnog gepland in 2015, maar zeker niet op 1 januari) met het door partijen zelf laten borgen van de kwaliteit van ‘eenvoudige’ bouwwerken. 4. De gemeente controleert na oplevering of ook de private partijen alle verplichte informatie aanleveren. 5. Geen verplichte garantie voor alle koopwoningen. Verder zegde de minister toe om overleg tussen kwartiermakers en Expertisecentrum Regelgeving Bouw (ERB) te bevorderen over de inpassing van de door ERB bepleite ‘erkende technische oplossingen’ als stroomlijningsmiddel voor de categorie bouwwerken met laag risico.

Van het Rijk krijgen gemeentes te weinig signalen dat het menens is met de brandveiligheid, vindt Oosterveen. Als voorbeeld verwijst hij naar het Bouwbesluit 2012. “Daarin besloot men onder andere het probleem aan te pakken van de 18 procent leegstand, door flexibeler om te springen met de functie-omslag. Let wel: dat betekent dat een kantoor nu zonder veel rompslomp kan worden omgebouwd tot bijvoorbeeld een aantal studentenhuizen. Ik ben aanwezig geweest bij die Kamerdebatten en daar opperden sommige Kamerleden dat een studentenhuis totaal andere eisen stelt aan de brandveiligheid. Maar daar gingen de indieners niet eens op in: dit was geweldig, want iedereen kan zo’n kantoor nu snel ombouwen.”

Minder geld

Ook Leo Oosterveen van Brandveilig Bouwen Nederland (BBN) maakt zich zorgen, maar dat doet hij al jaren. “Door bezuinigingen brokkelt het niveau van de handhaving af; het aantal inspecties daalt. Terwijl het juist zo belangrijk is gebouweigenaren op bouwkundige brandveiligheid scherp te houden. Op zijn minst zou voor gebouwen zeker moeten worden gesteld dat zij voldoen aan het niveau van het Bouwbesluit.”

In de toekomst kunnen initiatiefnemers hun (ver)bouwplannen ook laten beoordelen door particuliere adviesbureaus, zonder dat geborgd is dat de brandweer er naar kijkt. Volgens Eugène van Mierlo van Brandweer Nederland is dit geen doordachte keuze.

Of de nieuwe plannen van Blok de veiligheid omlaag halen, weet hij niet zeker. “Ik heb veel respect voor de Brandweer: de advies-, toezicht- en controletaken die zij uitvoeren zijn bij hen in goede handen. Maar de beslissing of een gebouw er al dan niet komt, ligt op dit moment bij de gemeentes. Die hoeven het advies van de brandweer niet per se te volgen.”

Diverse ministeries

Moet het duale stelsel er komen? Volgens Van Mierlo is Brandweer Nederland niet per se tegen - mits de adviesrol van de brandweer bij risicovolle bouwwerken maar wettelijk wordt geborgd. “Wij vinden dat de huidige plannen op het gebied van brandveiligheid niet goed zijn doordacht. De minister ziet ons te veel als een repressieve organisatie en kijkt te weinig naar onze wettelijke rol bij de preventie op grond van de Wet Veiligheidsregio’s. Daarom willen wij een verdere uitontwikkeling van de plannen met diverse ministeries, ook met Veiligheid en Justitie. Daarom ben ik ook blij met de recente opmerking van minister Opstelten in de Tweede Kamer. Hij zei dat hij met collega-bewindspersonen zou bespreken hoe ze dit zouden gaan regelen. Dus niet ‘of’, maar ‘hoe’.”

Peter Passenier is freelance journalist.

nummer 2

mei 2014

37


Praktijk

Emiel van Rossum

Auto’s in een caravanopslag

Wanneer het in een sector slechter gaat, zoals in de tuinbouw, zullen ondernemingen een andere strategie moeten toepassen. Deze ondernemer heeft daarom zijn tuinbouwkas in gebruik genomen als caravanstalling. De gemeente had daarvoor een speciale ontheffing in het bestemmingsplan verstrekt.

D

e tuinbouwkas in kwestie heeft een oppervlakte van 9.700 m2 en is nu in gebruik als caravan- en autostalling. Het Bouwbesluit zegt dat een brandcompartiment van een lichte industriefunctie, waar de caravanstalling onder valt, maximaal 2.500 of 3.000 m2 mag zijn, afhankelijk van bestaande of nieuwbouw. In een caravanstalling is het niet handig

38

nummer 2

mei 2014

om brandscheidingen te plaatsen, omdat het dan erg lastig is om de caravans en auto’s in- en uit te rijden. Het heeft daarom de voorkeur geen interne brandscheidingen te plaatsen. Deze caravanstalling kan daarom niet aan de prestatie-eis uit het Bouwbesluit voldoen. Om toch aan de functionele eis te voldoen, geeft het Bouwbesluit de mogelijkheid gelijkwaardigheid aan te tonen.*

Een auto levert waarschijnlijk veel minder brandgevaar op dan een caravan


Praktijk

In Nederland hebben we voor gelijkwaardigheid op te grote brandcompartimenten het Concept Beheersbaarheid van Brand. Met deze richtlijn is te onderzoeken of een gebouw met daarin een te groot brandcompartiment, toch een voor de brandweer beheersbare situatie geeft. Die beoordeling vindt plaats door de hoeveelheid brandbare materialen te inventariseren en te beoordelen, in combinatie met de oppervlakte van het gebouw en rekening houdend met belendende bebouwing. Na onderzoek volgens het Concept Beheersbaarheid van Brand bleek dat de situatie prima beheersbaar zou zijn door plaatsing van enkele brandmuren tussen caravanstalling en belendende bebouwing. In onze rol als adviseur stelden wij een rapportage op volgens het Concept Beheersbaarheid van Brand en dienden die in bij de gemeente.

Probleem

Na het indienen van de stukken bleek dat het plaatsen van auto’s in de caravanstalling niet was toegestaan volgens het bestemmingsplan en de eerder genoemde uitzondering. Navraag bij de gemeente leerde dat die de overtuiging had dat auto’s een hoger brandrisico met zich meebrengen dan caravans.

Overwegingen

De reden dat een auto een groter brandrisico met zich mee zou kunnen brengen, is dat die vloeibare brandstof bevat die potentieel een plasbrand kan veroorzaken.

Vuurlast per stuk

Aantal per vak

Totale vuurlast per vak

Caravan

18.020 MJ/st.

6

108.120 MJ/vak

Auto

6.000 MJ/st

8

48.000 MJ/vak

Echter, de ondergrond van de stalling hier bestond uit zand en was bovendien geheel open en niet vlak afgewerkt. Daarmee is de kans op een plasbrand nihil. Het brandrisico van een auto en een caravan is verder nog te vergelijken op vuurbelasting en een eventueel stralend vlak in geval van brand. Vuurbelasting De Bautechnische Brandschutz 1990 geeft een vuurbelasting van 18.020 MJ/st voor een caravan. Het Nibra hanteert al vele jaren als vuurlast voor een auto 5.020 MJ/stuk. Omdat in de huidige auto’s meer kunststof is verwerkt, stellen we tegenwoordig de vuurlast op 6.000 MJ/st. Naast de vuurlast per stuk, moeten we ook kijken naar de concentratie van objecten in een stalling. Omdat een caravan groter is, passen er minder caravans dan auto’s in de stalling. In deze caravanstalling pasten per vak met een vast oppervlakte 8 auto’s of 6 caravans. Het makkelijkst is om vervolgens naar de totale vuurlast per vak te kijken, omdat dit een mooie oppervlakte-eenheid is (zie de tabel bovenaan de pagina). Daaruit kunnen we concluderen dat de vuurlast bij auto’s ongeveer half zo laag is als bij caravans.

Straling Door de verschillen in afmetingen van een caravan en een auto, zal de straling ook anders zijn. Hoe groter het stralend vlak, hoe meer straling op belendende objecten. Na enkele berekeningen bleek een caravan op twee meter afstand 49 procent meer straling per m2 te geven dan een auto. De branduitbreiding op basis van warmtestraling zal naar alle waarschijnlijkheid bij een caravan dus veel sneller plaatsvinden dan bij een auto. Onze conclusie is daarmee dat een auto zeker niet meer brandgevaar oplevert dan een caravan. Waarschijnlijk zelfs veel minder.

Oplossing

We stelden een rapportage op met daarin een exacte vergelijking tussen het brandgevaar van een caravan en dat van een auto. Ook vroegen we een ontheffing op het bestemmingsplan aan.

* Functionele eis: geeft een functionele omschrijving van het beoordelingsaspect van de betreffende afdeling. Een gebouw zal altijd moeten voldoen aan de functionele eis. Prestatie-eis: geeft invulling aan de functionele eis. Hiervan mag worden afgeweken door middel van gelijkwaardigheid.

Praktijk Brandveilig bouwen is een zaak van details. Maar juist die details kunnen grote investeringen in veiligheid teniet doen. In de dagelijkse praktijk stuit Emiel van Rossum regelmatig op dat soort details. Hij adviseert opdrachtgevers hoe zij vervolgens toch tot een brandveilige oplossing kunnen komen. In deze rubriek deelt hij zijn ervaringen met de lezers van Brandveilig. com. Emiel van Rossum is brandpreventie-adviseur en daarnaast docent bij Brandpreventie Academy. Hij gebruikt zijn ervaringen uit de praktijk om als docent praktijkgericht les te geven. Kijk voor meer info op www.bp-ac.nl.

nummer 2

mei 2014

39


Brandveilig.com bedrijvenindex Adembescherming

Afvalbakken

Adviesbureaus

Aspiratiesystemen

Dräger Nederland www.draeger.com

EHCM www.ehcm.nl

Altavilla Brandveiligheid www.altavilla.nl

AerOcheck www.aerocheck.eu

AMMA de Bruin www.ammadebruin.nl

BHV

Bartels Ingenieursbureau www.bartels.nl DGMR dgmr.nl

Leeuwesteijn Bandveiligheid www.leeuwesteijn.org

Saval Brandbeveiliging www.saval.nl

Bouwmaterialen

Trigion Brand en Beveiligingstechniek www.trigion.nl Vgib Onderhoudsmanagement www.vgib.nl

Reppel www.reppel.nl

SK FireSafety Group www.skfiresafetygroup.com

Berkvens www.berkvens.nl

Bouwplantoetsing

Tyco Integrated Fire &Security www.tyco.nl

blusdekens

P&G Safety www.pengsafety.nl Ajax Chubb Varel www.ajaxchubb.nl

Trigion Brand en Beveiligingstechniek www.trigion.nl

Breman Brandbeveiliging www.bremanbrandbeveiliging.nl

Afdichtingen

DEF Nederland Fire-Technology www.def-firetech.nl

BBWest www.bbwest.nl

DMS Brandwerende Systemen www.brandwerendeconstructies.nl Firestopsupply www.firestopsupply.nl

Hertek  www.hertek.eu Hi-Safe Systems  www.hisafe.nl SK FireSafety Group www.skfiresafetygroup.com

Gerco Beveiligingen www.gerco.com

Tyco Integrated Fire &Security www.tyco.nl

IBMO www.ibmo.eu

Blusmiddelen

Tremco illbruck www.nullifire.nl

Ajax Chubb Varel www.ajaxchubb.nl

Trigion Brand en Beveiligingstechniek www.trigion.nl

Trigion Brand en Beveiligingstechniek www.trigion.nl

Walraven www.walraven.com

Hugen Brandbeveiliging en Adviesbureau www.hugen.com

afsluiters

BERMAD Fire Protection www.bermad.nl

40 40

DEF Nederland Fire-Technology www.def-firetech.nl

Albo Deuren www.albodeuren.nl

Blusgasinstallaties

Aed

Brakel Atmos www.brakelatmos.com

Hertek  www.hertek.eu

Theuma DoorSystems www.theuma.nl

Synchro Brandveiligheid www.synchro.nl

BD Service Nederland www.bdservice.nl

Promat www.promat.nl

REINÆRDT Deuren bv www.reinaerdt.nl

Peutz www.peutz.nl

Trigion Brand en Beveiligingstechniek www.trigion.nl

Hefas Branddetectie www.hefas.nl

Limburgia Utiliteitsdeuren www.limburgia.nl

Obex www.obex.nl

BRANDMELDINSTALLATIES

Draka Kabel www.draka.nl

KONE Deursystemen www.konedeursystemen.nl

Nieman Raadgevende Ingenieurs www.nieman.nl

Saval Brandbeveiliging www.saval.nl Schuurman Brandbeveiliging www.schuurman-brandbeveiliging.nl

Binnendeuren

Floriaan www.floriaan.nl

Prymos Nederland www.prymos.nl

Trigion Brand en Beveiligingstechniek www.trigion.nl

Wagner www.wagner-nl.com

Dijkoraad Viavesta www.brandweerondersteuning.nl

P&G Safety www.pengsafety.nl

Nu-Swift Brandbeveiliging www.nu-swift.nl

nummer 2

mei 2014

Bartels Ingenieursbureau www.bartels.nl

Brand/gasdetectie Ajax Chubb Varel www.ajaxchubb.nl

Trigion Brand en Beveiligingstechniek www.trigion.nl Breman Brandbeveiliging www.bremanbrandbeveiliging.nl Dräger Nederland www.draeger.com

Brandbeveiliging BBD Brandveiligheid www.bbdbrandveiligheid.nl BrandPrevent Applications www.brandprevent.nl

Brandslanghaspels Ajax Chubb Varel www.ajaxchubb.nl

Trigion Brand en Beveiligingstechniek www.trigion.nl Saval Brandbeveiliging www.saval.nl

Brandtesten

Efectis (voormalig TNO) www.efectis.com/nl Peutz www.peutz.nl

Brandvertraging BrandPrevent Applications www.BrandPrevent.nl

Dictator Productie www.dictator.nl

Finivlam www.finivlam.nl

Gerco Beveiligingen www.gerco.com

Fireprevention.NL  www.fireprevention.nl

Hugen Brandbeveiliging en Adviesbureau www.hugen.com

Walraven www.walraven.com

Saval Brandbeveiliging www.saval.nl

DMS Brandwerende Systemen www.brandwerendeconstructies.nl

Brandwerende coatings

SK FireSafety Group www.skfiresafetygroup.com

Sika Nederland www.sika.nl

Trigion Brand en Beveiligingstechniek www.trigion.nl

Brandwerende deuren

Tyco Integrated Fire &Security www.tyco.nl

Brandkleppen

FSS International www.firestopsystems.nl Rucon Systemair www.systemair.nl

Alprokon Aluminium www.alprokon.com

Brandwerende Deuren en Constructiefabriek Enschede www.bdc-enschede.nl Hoefnagels Branddeuren BV www.hoefnagels.com KONE Deurystemen www.konedeursystemen.nl


Brandveilig.com bedrijvenindex Metacon www.metacon.nl

Kiwa BPSI www.kiwabpsi.nl

Merford Special Doors  www.specialdoors.nl

R2B Inspecties www.r2b.nl

REINÆRDT Deuren bv www.reinaerdt.nl

Isolatiemateriaal

Stöbich Fire Protection www.stoebichfireprotection.nl Theuma DoorSystems www.theuma.nl

CFD

Peutz www.peutz.nl Efectis (voormalig TNO) www.efectis.com/nl/ Exiss www.exiss.eu ONE Simulations www.onesimulations.com

Deuren industrie

Brandwerende Deuren en Constructiefabriek Enschede www.bdc-enschede.nl

Unilin Insulation www.unilininsulation.com Rockwool Benelux www.rockwool.nl

Kabels

Roosters

Aralco www.firecatch.nl FSS International www.firestopsystems.nl

Sprinklers

Ajax Chubb Varel www.ajaxchubb.nl Trigion Brand en Beveiligingstechniek www.trigion.nl

Cable Masters www.cablemasters.nl

Breman Brandbeveiliging www.bremanbrandbeveiliging.nl

Draka Kabel www.draka.nl

Kemkens Brandbeveiliging www.kemkensbrandbeveiliging.nl

Eldra www.eldra.nl

SK FireSafety Group www.skfiresafetygroup.com

Noodverlichting

Van Walraven www.vanwalraven.com

Ajax Chubb Varel www.ajaxchubb.nl Hertek  www.hertek.eu

Nu-Swift Brandbeveiliging www.nu-swift.nl

Wolter & Dros www.blussenmetbeleid.nl

Training/opleiding Ajax Chubb Varel www.ajaxchubb.nl

Firetexx www.firetexx.com

Raca Batteries www.racabatteries.nl

Dräger OpleidingsCentrum www.draeger.com

Merford Special Doors www.specialdoors.nl

Saval Brandbeveiliging www.saval.nl

Hefas Branddetectie www.hefas.nl

Metacon www.metacon.nl

Trigion Brand en Beveiligingstechniek www.trigion.nl

Trigion Brand en Beveiligingstechniek www.trigion.nl

REINÆRDT Deuren bv www.reinaerdt.nl

online logboek

Vluchtluiken

Parkeergarage-ventilatie

Vuurlastberekening

Trigion Brand en Beveiligingstechniek www.trigion.nl

Rucon Systemair www.systemair.nl

Bartels Ingenieursbureau www.bartels.nl

Saval Brandbeveiliging www.saval.nl

rook- en warmteafvoer

Floriaan www.floriaan.nl

Deurvergrendelingen Dictator Productie www.dictator.nl

droge blusleidingen

Van Walraven www.vanwalraven.com

GASBLUSSYSTEMEN

Trigion Brand en Beveiligingstechniek www.trigion.nl

Glas

AGC Flat Glass Nederland www.yourpyrobel.com

Inspectiebureaus

Brand Veiligheid Inspecties BVI www.bvibv.nl Bureau Veritas www.bureauveritas.nl Dijkoraad Viavesta www.brandweerondersteuning.nl

LogboekenOnline® www.logboekenonline.nl Colt International www.coltgroup.com

Brakel Atmos www.brakelatmos.com Colt International www.coltgroup.com

rookmelders First Alert – Sprue Safety www.firstalert.nl P&G Safety www.pengsafety.nl

Rookschermen Brakel Atmos www.brakelatmos.com

Gorter Luiken www.dakluiken.nl

Leeuwesteijn Brandveiligheid www.leeuwesteijn.org

Watermist

DEF Nederland Fire-Technology www.def-firetech.nl Fire Technology www.firetechnology.nl SK FireSafety Group www.skfiresafetygroup.com Technoship www.ultrafog.com Unica Automatic Sprinkler  www.unica.nl/brandbeveiliging.htm

Ook in de ­bedrijvenindex? Bel of mail accountmanager Marion Smits:

Firetexx www.firetexx.com

marionsmits@vakmedianet.nl

Hoefnagels Brand- en Bedrijfsdeuren www.hoefnagels.com

06 - 52867200

nummer 2

mei 2014

41


Branche-informatie VBE Doelstellingen

De Verenigde BrandveiligheidsExperts (VBE) stellen zich ten doel de kennis van brandveiligheid te delen, te vergroten en te verspreiden. Zij bieden een platform voor discussie over allerlei (actuele) brandveiligheidsthema’s. De VBE bestaat sinds 2007 en is onderdeel van de Nederlandse Organisatie voor Brandveiligheid (NOVB), een koepelorganisatie die zich sterk maakt voor een brandveiliger Nederland. Iedereen die een bijdrage kan leveren aan vergroting van kennis over brandveiligheid en de doelstellingen van de vereniging onderschrijft, kan lid worden. Het lidmaatschap is uitsluitend op persoonlijke titel en mag niet voor commerciële doeleinden worden gebruikt. De huidige ca. 300 leden zijn afkomstig uit onder andere installatiebedrijven, inspectieinstellingen, de brandweer, de overheid, de bouw- en projectontwikkelaarswereld, toeleveringsbedrijven, het facilitair management en de verzekeringswereld.

Lid worden?

Bent u expert op één of meer brandveiligheidsterreinen en geïnteresseerd in een lidmaatschap, dan kunt u zich via de website aanmelden en bij voorkeur een VBE-lid als referentie opgeven. Het VBE-comité beslist over de toelating. Het comité bestaat uit de VBE-leden Maarten de Groot (voorzitter), Bruno van Burik, Alex Ivanovic, Siem-Jan Stam en Wim van de Geijn. Verenigde Brandveiligheid Experts Hogeweg 37A 5301 LJ Zaltbommel Tel. 0418-510828 E-mail info.vbe@novb.nl www.brandveiligheidslimbekeken.nl www.vbe.novb.nl

www.brandveiligheidslimbekeken.nl

42

nummer 2

mei 2014

VBE-Jaarprogramma De VBE realiseert haar doelstellingen onder andere door geregeld themabijeenkomsten te organiseren en een jaarlijks seminar in het najaar. Daarin komen verschillende brandveiligheidsonderwerpen aan de orde.

23 april 2014 Themabijeenkomst Helaas kon de geplande VBE_themabijeenkomst van 12 februari jl. vanwege ziekte van Jean-Claude De Smedt van de Society of Fire Protection Engineers (SFPE) geen doorgang vinden. Deze themabijeenkomst wordt nu verplaatst naar een later moment dit jaar. Op 23 april a.s. vindt de volgende themabijeenkomst plaats. Deze staat in het teken van blusschuimsystemen. Er zal onder andere worden ingegaan op vragen als: Welke ontwikkelingen zijn er momenteel in de markt? Voor welke risico’s en toepassingsgebieden bieden schuimblussystemen een oplossing? Joop Rijnbout en Mickey Hovers zijn de sprekers tijdens deze themabijeenkomst en uiteraard is er tijdens de presentaties de mogelijkheid om vragen te stellen en inhoudelijk te reageren op de sprekers. Na afloop is er volop gelegenheid te netwerken onder het genot van een drankje en hapje. Deelname voor VBE-leden is gratis. Niet-leden betalen bij binnenkomst € 50,00. Vanaf 18.30 uur staan de koffie en thee klaar, waarna de bijeenkomst om 19.00 uur aanvangt. In het programma is tijd ingeruimd voor discussie. Na de bijeenkomst is er ruim gelegenheid tot informeel napraten en netwerken. Over de volgende themabijeenkomsten zal via de website en e-mail met de leden worden gecommuniceerd.

8 oktober 2014 Seminar Herbestemmen & Brandveiligheid Noteert u alvast in uw agenda dat op woensdag 8 oktober 2014 het jaarlijks VBE-seminar plaatsvindt in de Evenementenhal te Gorinchem. Net als andere jaren zoeken we de actualiteit op. Er is op dit moment sprake van een groot aanbod aan leegstaande gebouwen in Nederland. Het einde van deze trend is niet in zicht: de leegstand neemt nog steeds toe. Waren het eerst alleen nog kerken en kloosters, intussen zijn daar talloze fabrieken, kazernes, paleizen, gevangenissen en kantoren bijgekomen. Het wordt daardoor een steeds grotere uitdaging om goede mogelijkheden voor hergebruik te vinden. Bovendien levert het herbestemmen ook brandveiligheidsuitdagingen op. Een nieuwe functie vraagt immers om een ander brandbeveiligingsconcept. Maar kan dat wel in een gebouw dat daar oorspronkelijk niet voor bedoeld was? Deze vraag zal centraal staan tijdens het seminar. Momenteel is het VBE-comité druk doende om een aantrekkelijk programma samen te stellen met boeiende sprekers uit de herbestemmingswereld en brandveiligheid. We houden u op de hoogte van de ontwikkelingen.

Voordeel voor VBE-leden VBE-leden mogen gratis deelnemen aan alle verenigingsactiviteiten, ontvangen regelmatig informatie over de activiteiten van de vereniging en hebben hun eigen discussieplatforms. Daarnaast zijn er regelmatig kortingen op evenementen van derden. Kent u een seminar, opleiding of andere interessant item, neem dan contact met ons op. Ook ontvangen VBEleden dit blad tegen een aantrekkelijke prijs.


DAG VAN DE PREVENTIEMEDEWERKER 2014

Vernieuwd

26 JUNI 2014 LANDGOED ZONHEUVEL IN DOORN

OMGAAN MET VRIJHEID & VERANTWOORDELIJKHEID

OVER RISICO’S, SAMENWERKEN EN BEÏNVLOEDEN

Met meer personen inschrijven is

KORTING!

Dé dag om je visie, kennis en ervaringen te delen samen met toonaangevende sprekers, organisaties en collega preventiemedewerkers. • Met praktijkvoorbeelden van Albert Heijn en Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Bij deelname ontvangt u een waardering van 1 Hobéon SKO-MVK punt

• Met inspirerende sprekers waaronder Prof. dr. Thijs Homan

WWW.DAGVANDEPREVENTIEMEDEWERKER.NL RGB: Blauw: R74/G150/B205 Groen: R199/G214/B205 Oranje: R235/G107/B74 CMYK: Blauw: c70/m30 Groen: c30/y70 Oranje: m70/y70

Organisatie:

Partners:


Trigion Brand en Beveiligingstechniek Houttuinlaan 18 | 3447 GM Woerden | tel. (0348) 40 55 00 | info@trigionbbt.nl


Brandveilig.com, nr. 2, mei 2014