2018 02 vl vokapaper 1

Page 10

NAAR EEN TRANSPARANTE UITGAVENNORM BEGROTINGSNORMERING

Grafiek 1: Eind 2017 bedroeg het structureel tekort volgens de Commissie nog steeds 1,5% bbp Evolutie structureel saldo en MTO (middellange termijn doelstelling), in % potentieel bbp 0,0 Structureel saldo Di Rupo I: + 1,1% bbp

-0,5

verbetering van 0,75% bbp voor. Het stabiliteitsprogramma van januari 2010 nam deze doelstelling over. Het voorzag ook in een terugkeer naar een evenwicht tegen 2015. Sindsdien slagen de opeenvolgende regeringen er slechts moeizaam in om de begroting weer structureel in evenwicht te brengen en de torenhoge schuldgraad af te bouwen. Onze openbare financiën vertonen nog steeds de littekens van de financiële en economische recessie.

Structureel saldo Michel I: + 1,4% bbp

-1,0 -1,5 -2,0 -2,5 -3,0 -3,5 -4,0

2010

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

Structureel saldo België

MTO België

Bron: Europese Commissie data, 2017: voorlopige raming AMECO

Grafiek 2: Structureel primair saldo verbeterde meer in buurlanden en eurogebied Gecumuleerde evolutie van het structureel primair saldo tussen 2010 en 2017, in %-punt potentieel bbp 4,0 3,5 3,0 2,5 2,0 1,5 1,0 0,5 0,0 -0,5

2011 België

2012

2013 Nederland

2014 Duitsland

2015 Frankrijk

Bron: berekeningen op basis van Europese Commissie

conjunctuur. Bovendien laat een nominale saldo-doelstelling toe om ook via niet-structurele maatregelen het beoogde objectief (tijdelijk) te realiseren. Een praktijk die bij de opmaak van Belgische begrotingen stelselmatig was vastgesteld. 4 Net als in andere landen van het eurogebied deed de financiële en economische crisis van 2008/2009 de overheidsrekeningen ontsporen. Het begrotingstekort bleef in 2008 met 1,2% bbp nog beperkt, maar liep in 2009 fors op tot 5,4% bbp, een sinds het begin van de jaren 90 ongekend niveau. We belandden op het eind van dat jaar ook in ‘Excessive Deficit Procedure’. De Europese Commissie wou dat we dit tekort tegen 2012 onder de 3% bbp brachten. Daartoe schreef ze in de periode 2010-2012 een jaarlijkse structurele 10 VOKA PAPER FEBRUARI 2018

2016

2017 Eurozone

In structurele termen bleef de verbetering sinds het dieptepunt van 2011 beperkt tot 2,5% bbp. Eind 2017 bedroeg het structureel tekort daardoor volgens de Commissie nog steeds 1,5% bbp (grafiek 1).5 Tussen 2010 en 2017 verbeterde het structureel primair saldo slechts met (naar verwachting) 1,5% bbp (grafiek2). De interestmeevaller verfraaide de structurele begrotingsresultaten dus aanzienlijk. Andere landen verbeterden de voorbije jaren hun structureel primair saldo aanzienlijk sterker. Dat blijkt uit grafiek 2. Tussen 2010 en 2014 was het Europees budgettair beleid in globo restrictief. Het structureel primair saldo in de landen van de eurozone verbeterde met 3 procentpunt bbp. Onze buurlanden tekenden in deze periode een verbetering op van 2% bbp (Frankrijk) tot 2,8% bbp (Nederland). België bleef achter: het structureel primair saldo verbeterde bij ons slechts met 0,7% bbp. Sinds 2014 is er op Europese schaal weer enige ruimte voor een expansiever budgettair beleid. Vermits ons land in het verleden onvoldoende de tering naar de nering heeft gezet is dit bij ons, net zoals in Frankrijk, nog niet aan de orde. 1. Zo bepaalde het regeerakkoord van juli 2003 nog dat de kosten voor gezondheidszorg tot 2007 jaarlijks met 4,5% in reële termen konden toenemen. 2. Daaronder ook de uitgaven voor de dienstencheques en bepaalde gerichte lastenverminderingen. 3. Zo realiseerde men in 2003 een overschot van 0,2% bbp, iets beter dan het beoogde evenwicht. Dit resultaat was echter slechts mogelijk doordat Belgacom 5 miljard euro (1,9% bbp) betaalde in ruil voor de overname door de federale overheid van de toekomstige pensioenverplichtingen van de onderneming. 4. Dit was onder meer het geval in de jaren 80 bij de debudgettering van de steun aan de nationale sectoren en in de jaren 90 met de privatisering van overheidsbedrijven. 5. Bij het ter perse gaan van deze paper communiceerde de regering dat het structureel tekort in 2017 slechts 1,1% bbp zou bedragen. De Europese Commissie en de NBB moeten deze cijfers nog valideren.