Page 10

Theorie

THERAPIE-EFFECTONDERZOEK

Behandeling van verslaving en PTSS: tegelijkertijd of na elkaar? Binnen de verslavingszorg voldoet twintig tot dertig procent van de cliënten aan een diagnose PTSS. Meestal wordt bij deze cliëntengroep eerst het problematisch middelengebruik aangepakt, gevolgd door traumaverwerking. Binnen Jellinek voeren promovendi Joanne Will en Sera Lortye een klinisch onderzoek uit, waarbij ze de effectiviteit van een parallelle behandeling vergelijken met het effect van een sequentiële behandeling - eerst verslaving, daarna PTSS. Het onderzoek wordt in 2023 afgerond. Joanne Will en beoogd co-promotor Marleen de Waal gaan in op het onderzoek tot nu toe.

H

et is een nog vrij onontgonnen onderzoeks­ terrein. Er is wel eerder onderzoek geweest bij Jellinek door Debora van Dam1 en collega’s, waarin een behandeling voor verslaving en PTSS werd vergeleken met een ­reguliere behandeling voor verslaving, bestaande uit cognitieve gedragstherapie. Daarin werd ook een korte screeningslijst ontwikkeld en getoetst om de detectie van PTSS bij cliënten met verslavings­ problematiek te verbeteren. De studie liet zien dat een PTSS-behandeling succesvol toegevoegd kan worden aan de verslavingsbehandeling bij zowel klinische als poliklinische behandeling. Maar het onderzoek van psycholoog Joanne Will en GZ-psycholoog Sera Lortye is veelomvattender en gaat in op lacunes in kennisniveau. Zo is tot nu toe niet onderzocht wat het optimale moment is om te beginnen met de PTSS-behandeling en welke PTSS-behandeling (zie kader) het effectiefst is. Timing en effectiviteit zijn cruciale termen. NIET OPTIMAAL Joanne is sinds 2015 psycholoog bij Jellinek. Toen ze in januari 2019 aan dit promotieonderzoek begon, was de onderzoeksopzet al bekend. Dr. Marleen de Waal, senior onderzoeker en GZ-psycholoog in

10

Jubileummagazine

opleiding bij Arkin, heeft het onderzoek geïnitieerd samen met onderzoekers prof. dr. Arnoud Arntz (UvA), dr. Loes Marquenie (Jellinek) en prof. dr. Anneke Goudriaan (Arkin/Jellinek, AMC). Marleen: “Wij zagen binnen Jellinek dat PTSS geregeld voorkomt bij cliënten, maar dat de behandeling vaak niet optimaal verliep en veel cliënten voortijdig met de behandeling stopten. Dit blijkt ook uit de literatuur. Uit een review van Roberts2 en collega’s komt naar voren dat PTSS-behandelingen minder effectief zijn bij deze doelgroep dan bij cliënten zonder verslaving en dat de uitvalpercentages hoog zijn. Het is op dit moment gangbaar dat een cliënt eerst stabiel abstinent moet zijn voordat de PTSSbehandeling begint. Er is dan echter een risico dat de cliënt terugvalt in middelengebruik voordat de PTSS behandeld is. Dit zou pleiten voor snel beginnen met de PTSS-behandeling. Andersom zijn er ook aanwijzingen dat er een hoog uitvalpercentage is bij gelijktijdige behandeling. In veel eerdere onder­ zoeken is niet duidelijk omschreven wat de timing van de PTSS-behandeling precies was. Wij hebben daarom gekozen voor een duidelijke timing: gelijktijdig of na drie maanden.” 205 DEELNEMERS, 2 TIMINGS, 3 BEHANDELINGEN Centrale vraag is of PTSS effectief te behandelen is bij cliënten die ook kampen met verslavingsproble­ matiek. En welke van de drie PTSS-behandelingen - EMDR, exposure en imaginatie met rescripting – het effectiefst is. Joanne: “Bij Jellinek zijn de eerste twee behandelingen gebruikelijk. Rescripting is vrij nieuw maar wel veelbelovend. Op basis van litera­ tuur lijken de drop-outcijfers bij rescripting lager dan bij de twee andere PTSS-behandelingen.” Inmiddels zijn 117 van de beoogde 205 deelnemers opgenomen in het onderzoek. Cliënten die bij

Profile for VGCt

Jubileummagazine - 55 jaar VGCt  

Advertisement
Advertisement
Advertisement

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded