Page 1

CONTAMINATION CONTROL MAGAZINE | UITGAVE VAN VCCN | JAARGANG 32 | EDITIE 3-2019

C

2

MGZN

INSTELLEN PARAMETERS Het juist instellen van de luchtbehandelingssystemen is een belangrijke factor HYBRIDE OK Ingebruikname hybride OK’s in Catharina Ziekenhuis Eindhoven THERMISCH COMFORT Thermisch comfort is medebepalend voor het welzijn van de patient

WE SHARE THE KNOWLEDGE Vereniging Contamination Control Nederland


® SCIENTIFIC CREDIBILITY

Quality has its color

is a brand of STAXS®

Discover the DOTCH® cleanroom disposables

www.staxs.eu


Op zoek naar een partner die u kunt vertrouwen? Cleanrooms zijn hetzelfde. Laat ons uw partner zijn in contaminatie controle.

Wij bieden op maat gemaakte cleanroom oplossingen: complete huur- en was oplossingen voor beschermende kleding, schoonmaak systemen, brillen, matten en schoeisel. +31 (0)515-570 820 | www.elis.com

Your contamination control partner


V O O R W O O R D

Beste lezer, Het is herfst en de zomervakantie ligt alweer achter ons. Het lijkt elk jaar sneller voorbij te vliegen. Vindt u ook niet? Hopelijk heeft u ervan genoten en kunnen we er weer vol energie tegenaan. Voor u ligt een speciaal themanummer dat aansluit bij het VCCN symposium Contamination Control in de Zorg op woensdag 9 oktober. Het landschap van operatiekamers, centrale sterilisatie afdelingen en isolaties is op vele manieren in beweging. Het thema voor dit nummer is dan ook Zorg. U vindt een mooi gevuld magazine met verschillende artikelen. In het eerste artikel neemt Frans Saurwalt u mee in het correct instellen van de parameters. Staan de luchtbehandelingssystemen van OK afdelingen, CSA’s en isolatiekamers goed ingesteld? Een veel voorkomende vraag is: welke parameters zijn van belang? De binnenkort definitief uitkomende VCCN Richtlijn 8 geeft in een eerste deel handvatten hoe dergelijke parameters, waarop het ontwerp is gebaseerd, gemeten kunnen worden. Lees verder in het artikel Op de juiste parameters ingesteld?

OP DE JUISTE PARAMETERS INGESTELD? Het is van belang dat de luchtbehandelingssystemen op de juiste wijze functioneren. Want deze systemen leveren een bijdrage aan de infectiepreventie. Controle op beoogd functioneren vergt meer dan initiële en jaarlijkse validatie!

Frans Saurwalt

06

In het tweede artikel vertelt Johan Laurensse over de realisatie van twee nieuwe hybride OK’s met separate opdekruimte bij het Catharina Ziekenhuis in Eindhoven. Wat zijn de consequenties van de unieke opzet van deze hybride OK’s? Wat zijn de resultaten van de metingen volgens VCCN Richtlijn 7 & 8? Tot 2014 werd het uni directionele downflow systeem als uitgangspunt voor een klasse I operatiekamer voorgeschreven. Later is een meer prestatiegedreven aanpak gekozen waardoor nieuwe ontwerpoplossingen toegepast konden worden. Wat in de hele discussie over de kwaliteit van een operatiekamer niet wordt meegewogen, is dat het resultaat van een operatie ook mede wordt bepaald door de werkomgeving voor het operatiepersoneel. Lees meer hierover in het artikel Thermisch comfort in operatiekamers met diverse systemen van Ilse Jacobs. Als laatste schrijft Philip van Beek over hoe Hugo Huiskamp in zijn boek zorginstellingen instrueert hoe zij beter kunnen voldoen aan de wettelijk gedefinieerde kwaliteitsvereisten zoals omschreven in de WKKGZ (Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg) artikel 7 van 2015. Het artikel doorloopt de theorie, gereedschappen en toepassingen die hiervoor benodigd zijn. We wensen u veel plezier. Zien wij u tijdens Contamination Control in de Zorg op 9 oktober? Tot dan! Hartelijke groet, Redactie C2MGZN

4

REALISATIE HYBRIDE OK’S BIJ HET CATHARINA ZIEKENHUIS EINDHOVEN In het voorjaar van 2016 zijn bij het Catharina Ziekenhuis in Eindhoven twee nieuwe hybride OK’s gerealiseerd, met een separate opdekruimte, gelegen tussen beide OK’s. Om de luchtuitstroomsnelheid onder het inblaasplenum constant te houden, is ervoor gekozen om de transportcarrier altijd een opstelplaats onder het plenum te bieden. Deze keuze heeft geleid tot de grote plenumafmeting.

Johan Laurensse

12


INHOUD 04

32

INSTELLEN PARAMETERS Staan de luchtbehandelingssystemen wel goed ingesteld? Een belangrijke factor! STOFFY & BEESY Stoffy en Beesy gaan op vakantie naar China, wat ze dáár allemaal tegenkomen... HYBRIDE OK Realisatie hybride OK’s met separate opdekruimte in Catharina Ziekenhuis THERMISCH COMFORT Het thermisch comfort bepaalt mede het welzijn van de patiënt CONTAMINATION IN HEALTHCARE Contamination Control in Healthcare, de do’s and don’ts. CURSUS UITGELICHT Cleanroom werkmethodes voor UHV producten AGENDA Data congressen en cursussen

32

NIEUWE LEDEN Nieuwe bedrijfsleden

33

SYMPOSIUM 9 OKTOBER Contamination in de Zorg

06 11 12 THERMISCH COMFORT IN OPERATIEKAMERS MET DIVERSE SYSTEMEN Het belangrijkste tijdens een operatie is dat de patiënt de best mogelijke zorg krijgt. In het ontwerp van de operatiekamer wordt daarom veel nadruk gelegd op de luchtkwaliteit om de kans op postoperatieve wondinfecties zo klein mogelijk te houden.Hoe ervaart het operatieteam de temperatuur?

Ilse Jacobs

20

VOORWOORD Voorwoord

20 26 30

COLOFON

34 Redactieleden en contactgegevens CONTAMINATION CONTROL IN HEALTHCARE Besmettingen in de zorg gaan verder dan alleen de alom bekende en gevreesde infecties. Het boek Besmettingspreventie in de gezondheidszorg van Hugo Huiskamp behandelt de theorie, gereedschappen en toepassingen voor besmettingspreventie.

Philip van Beek

26 Contamination Control Magazine editie 3-2019

5


GOEDINGESTELD Staan de luchtbehandelingssystemen van OK afdelingen, CSA’s en isolatiekamers goed ingesteld?

Frans Saurwalt

6


Een aantal luchtbehandelingssystemen in een ziekenhuis vergt bijzondere aandacht omdat de systemen een bijdrage leveren aan infectiepreventie. Daarom is het van belang dat dergelijke systemen op de juiste wijze functioneren. Dat vergt meer dan initiële en jaarlijkse validatie!

Technische

parameters zijn belangrijk voor de beoogde

Technische systemen voor luchtbehandeling vormen een van de methodes om in ruimtes, zoals binnen de operatieafdeling, de Centrale Sterilisatie Afdeling (CSA) als ook bij Isolatiekamers, een bijdrage te leveren aan de infectiepreventie. De luchtbehandeling kan daar helpen bij de beheersing van luchtgedragen besmettingsbronnen: deeltjes met bacteriën en schimmelsporen. Om dergelijke besmettingsbronnen te beheersen wordt met twee concepten van luchtbehandeling gewerkt: 1) het verdringen van de verontreinigen met gerichte unidirectionele luchtstroming (UDF) zoals met downflow plenums in veel OK’s en 2) met het verdunnen van de verontreinigingen door mengen van de lucht met schone toevoerlucht. Systemen die zo werken worden wel mengend (en daarmee als nietuni-directioneel (Non-UDF)) aangeduid. Beide systemen worden ontworpen met bepaalde technische parameters die belangrijk zijn voor de beoogde werking. Tijdens periodieke validatiemetingen worden vaak diverse parameters gemeten en gecontroleerd. Deze metingen zijn niet bedoeld om de installatie in te regelen maar om te constateren dat de installatie op de juiste werkpunten functioneert. Kortweg, de gemeten parameters vallen binnen de toleranties zoals het ontwerp die heeft gedefinieerd. Daarbij wordt ervan uitgegaan dat een initiële validatie heeft plaatsgevonden waarbij de goed ingeregelde installatie is getoetst, (bv. VCCN RL7). Welke parameters precies? Een veel voorkomende vraag is: welke parameters zijn van belang? Een heel

gedefinieerd antwoord is daar niet op te geven want dat hangt af van het betreffende ontwerp. De binnenkort definitief uitkomende VCCN RL8 geeft in een eerste deel handvatten hoe dergelijke parameters, waarop het ontwerp is gebaseerd, gemeten kunnen worden. De belangrijkste parameters worden daarbij langsgelopen. 1. 2. 3. 4. 5.

Luchthoeveelheid Luchtverdeling Ruimtedrukverschil Temperatuur/temperatuurverschil Relatieve vochtigheid

1. Luchthoeveelheid De luchthoeveelheid die aan een systeem van ruimte wordt toegevoerd is altijd essentieel voor de goede werking. Dat geldt voor zowel UDF and Non-UDF systemen. Het is gangbaar te borgen dat de toevoerhoeveelheid niet meer dan ca. 10% onder de ontwerpwaarde kan zakken zonder waarschuwing zodat prompte correctie mogelijk is. Bij grotere afwijkingen in luchthoeveelheden wordt de werking van een downflow plenum (UDF) doorgaans onevenredig minder. Ook de mengende werking (Non-UDF) neemt significant af bij lagere luchthoeveelheden, er is minder lucht om ‘te verdunnen’ en de mate van doorspoeling wordt negatief beïnvloed. De hoeveelheid afgezogen lucht is niet de belangrijkste parameter. De verdeling over de diverse afzuigroosters wel, (zie 2). Het verschil tussen toevoer- en afzuighoeveelheid is gekoppeld aan het ruimtedrukverschil, (zie 3). De totale luchthoeveelheid is altijd opgebouwd uit een ventilatie deel en een recirculatie deel. Het ventilatie deel bepaalt de mate van 

werking.

7


G O E D INGESTELD -vervolg-

verdunning van niet filterbare contaminanten (anesthesiegassen etc.). Het recirculatie deel wordt doorgaans zo ontworpen dat daarmee de benodigde totale luchthoeveelheid zoals nodig is voor de juiste werking van het gekozen luchttechnische concept, op verantwoorde wijze kan worden gerealiseerd. 2. Luchtverdeling Een bijkomend punt is de verdeling over de ruimte via het inblaasplenum en/of de inblaasroosters en de afzuigroosters. Ook voor die verdeling is het ontwerp maatgevend. Tijdens de opstart van systemen kan met fijninregelen de werking van de luchtbehandeling nog zijn geoptimaliseerd. Daarbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan het goed instellen van de afzuigroosters. Wanneer dat bij de initiële validatie goede resultaten heeft gegeven, kunnen dergelijke bijgestelde waarden als nieuwe werkpunten worden vastgelegd. 3. Ruimtedrukverschil Het ruimtedrukverschil is een parameter waarmee wordt bepaald dat er lucht van schoon naar minder schoon stroomt en niet andersom. Een belangrijk aandachtspunt blijft dat het de stroming is die zorgt dat verontreiniging de juiste richting uit gaat en niet de druk op zich. Zo kan een hoeveelheid lucht met voldoende snelheid bij een beperkt drukverschil heel stabiel voorkomen dat verontreiniging de verkeerde kant op stroomt. Bij heel luchtdichte ruimtes kan het juist lastiger worden de drukverschillen goed te beheersen. De gekozen ontwerpoplossing is hierbij leidend en dient de juiste parameters en grenswaardes vast te leggen.

Voor veel gezondheidsinstellingen is goed beheer van complexe techniek een uitdaging. Helemaal wanneer gebouwinstallaties wat ouder zijn.

8

4. Temperatuur/temperatuurverschillen De ruimtetemperatuur wordt, voor de beschouwde ruimtes, doorgaans beheerst met de luchtbehandeling. Er kunnen twee ontwerp categorieën worden onderscheiden: a) eenvoudige ruimtetemperatuur regelende systemen en b) systemen die luchttechnisch gebaseerd zijn op een temperatuurverschil tussen ingeblazen en omgevende lucht. In het geval van a) zijn de grenzen te baseren op behaaglijkheid van de aanwezige personen. In geval van b) zijn de eisen veel kritischer omdat met het temperatuurverschil een parameter is bij de goede beschermende werking van de luchtbehandeling. Gangbare temperatuurverschillen liggen in de orde

van 1,5 tot 2°K. Dat betekent dat de temperatuurregelingen die een dergelijk temperatuurverschil moeten bewerkstelligen goed ontworpen en goed ingeregeld moeten zijn en blijven! 5. Relatieve vochtigheid De relatieve vochtigheid is als parameter vooral belangrijk voor de omstandigheden van de aanwezige personen. Alleen bij langdurige of heel frequente hogere waarden (ca. groter dan 80%) van de RV wordt schimmelgroei een reëel gevaar. Voor de luchtbehandeling is het veel relevanter te voorkomen dat in het luchtbehandelingssysteem geen condensatie optreedt. Dat heeft alles te maken met de juiste temperatuurinstellingen en waar nodig goede isolatie van het systeem. Filters In de bovenstaande rij worden filters niet genoemd. Moeten die dan niet worden bewaakt? Jazeker, filters moeten goed in beeld zijn. Meestal zijn de basisfilters in de luchtbehandelingsinstallatie al bewaakt met het gebouwbeheerssysteem. Als bewakingsparameter wordt daarbij de filterweerstand gehanteerd, waaraan valt af te lezen of filters zodanig zijn vervuild dat ze dienen te worden vervangen. Gebeurt dat niet dan blijft de filterweerstand oplopen waardoor de luchthoeveelheid kan teruglopen of het energieverbruik juist oplopen. De belangrijkste barrière in verband met de beheersing van verontreinigingen wordt gevormd door de HEPA filters (H13 en H14 volgens NEN-EN-1822). Deze zijn doorgaans eindstandig, dat wil zeggen aangebracht in voorzieningen aan het einde van de toevoersystemen (plenum of roosterbakken). HEPA filters kan je niet bewaken met drukverschilmetingen. Bij goede voorfilters in de luchtbehandeling lopen filterweerstanden maar heel langzaam op en jaarlijkse controle op drukverschil is doorgaans afdoende. Om HEPA filters te testen wordt gebruik gemaakt van een speciale testopzet waar het filter en de constructie met filterafdichting worden gecontroleerd. NEN-EN-14644-3 geeft daar in de ‘installed filter system leakage test’ richtlijnen voor. Hoe vaak zo’n test nodig is wordt meestal pragmatisch vastgesteld. Eens in de een of twee jaar is een goed uitgangspunt, afhankelijk van de specifieke situatie. Daarin dient te worden afgewogen of er frequent in


de ruimte wordt gemeten op luchtreinheid tijdens gebruik. Als daar geen naar boven afwijkende waardes naar voren komen kan worden overwogen een dergelijke test nog uit te stellen. Aan de andere kant geldt: meten is weten, dus met een zeker tijdsinterval uitsluiten van filterlekkage is aan te bevelen.

De optimale werking van de parameters moet in het ontwerp zijn geborgd.

Beheersplan noodzakelijk! Bij alle bovengenoemde parameters geldt steeds dat de goede werking volgens het ontwerp moet zijn geborgd. Hoe het ontwerp werkt en welke parameters daarbij relevant zijn vormt daarom een essentieel onderdeel van een luchtbeheersplan. Wanneer daarin de opzet van het systeem, de werking, de kritische procesparameters en de te leveren prestaties (beschermd gebied, hersteltijd VCCN RL7) worden aangegeven, kan op basis daarvan onderhoud en beheer plaatsvinden. Voor de operatieafdelingen is het hebben van een adequaat beheersplan al vele jaren een eis van de IGJ. Voor de CSA en isolatiekamers worden beheersplannen steeds meer gemeengoed, omdat het zo’n goed handvat biedt voor goed beheer en gebruik. In de gaten houden geboden! Voor de OK afdeling, de CSA en de isolatiekamers zijn bovengenoemde parameters, wanneer volgens het ontwerp ingesteld, belangrijk voor de goede werking. Het blijft echter ‘techniek’ dus is het mogelijk dat componenten gaan disfunctioneren. Vooral bij oudere systemen is dat een steeds reëlere mogelijkheid. Regelsensoren kunnen verlopen, kleppen kunnen blijven hangen en last but not least: door verkeerd begrip van de werking kunnen parameters foutief worden ingesteld. Het is dus belangrijk goed onderhoud te plegen en daarbij op verstandige wijze de werking en instellingen te controleren. Wanneer dat periodiek gebeurt, voorkomt dat het ongepland en meestal zeer ongelegen wanpresteren of uitvallen van een systeem. Een methode die voor OK-afdelingen al moet zijn geïmplementeerd is het monitoren van de kritische procesparameters. Deze geven aan of de bepaalde essentiële parameters daadwerkelijk aanwezig zijn. Zijn ze dat niet meer dan volgt een alarm en kan gezocht worden naar de oorzaak.

is. De technische relevante parameters die gemonitord (kunnen) worden gaan doorgaans voorbij aan de vraag welke situatie ten aanzien van reinheid tijdens bedrijf worden gehaald. De binnenkort definitief verschijnende VCCN RL8 geeft handvatten om dat in beeld te brengen. Daarbij zijn de werkwijze, kleding, discipline en schoonmaak binnen de betreffende ruimtes een belangrijke factor. Uitdagingen Voor veel gezondheidsinstellingen is goed beheer van complexe techniek een uitdaging. Helemaal wanneer gebouwinstallaties wat ouder zijn is goede informatie over de opzet en werking van installaties doorgaans niet volledig voorhanden. Daar is ‘reversed engineering’ de enige manier om tot een goede vastlegging te komen. Voor nieuwe ziekenhuizen is het belangrijk dat de ontwerpende partijen de informatie voor de betreffende afdelingen goed vastleggen. Het principe, de werking, de parameters en de grenswaarden zijn essentieel om bij ingebruikname goed in te regelen, initieel te valideren en daarna de installatie goed te bewaken en te beheren. En omdat het vaak complexe systemen zijn loopt dit proces niet vanzelf en is bewuste aandacht daarvoor noodzakelijk. Goed beheer leidt tot goede validatieresultaten! Hoewel de doorgaans jaarlijkse validatie van de luchtbehandeling van de OK afdeling, de CSA en de isolatiekamers belangrijk is, moet worden benadrukt dat veel problemen worden voorkomen bij een goed begrip van de werking van de installatie, de bijbehorende parameters en bijpassend preventief onderhoud. De validatie is de bezegeling daarvan. En wanneer het gebruik van de ruimtes goed is afgestemd, zijn de resultaten tijdens gebruik beheersbaar, zodat het uiteindelijke doel wordt bereikt! 

Zeker een overweging waard is de vraag hoe de daadwerkelijke situatie tijdens bedrijf

Contamination Control Magazine editie 3-2019

9


Gtcleanrooms

Europe's leading cleanroom provider

Complete Cleanroom Solutions ../

I

I

I

I

. " j'., .

Your Contamination Control Strategy Connect 2 Cleanrooms is a fully integrated supplier, supporting the cleanroom lifecycle both in Europe and globally. Established in

Are you ready to start a project with us? +31 30 210 6051 info@connect2cleanrooms.com

2002, the company designs and manufactures panel, hardwall and softwall cleanrooms in-house to ISO 14644-1:2015 and GMP standards, as well as providing cleanroom consumables, cleanroom validation

www.connect2cleanrooms.com

and cleanroom training services across all sectors.

LEVENSLANGE GARANTIE OP UW CLEANROOM SENSOR nSens-sensor met ruilprogramma: • nauwkeurig meetsysteem voor luchtvochtigheid en temperatuur • unieke verwisselbare sensor • kalibratie zonder meetonderbreking met het ruilprogramma

We hebben de kennis, de ideeën, de materialen... Cleanroom Combination Group droeg zorg voor de bouwkundige realisatie van de radiofarmaca apotheek van GE Healthcare te Eindhoven.

Dé cleanroom- en OK-sensor zonder zorgen over kalibratie en onderhoud. Vraag naar de mogelijkheden en voorwaarden.

www.cleanroomcg.com

10

www.peda k.nl | + 31 (0 )475 497 424


MAAK KENNIS M ONTWIKKELING ET DE LAATSTE EN & BEZOEK DE

BEDRIJVENM

ARKT

CONTAMINATION CONTROL IN DE ZORG

假期!

WOENSDAG 9 OKTOBER IN ‘T SPANT BUSSUM

Cleanrumours

WE SHARE THE KNOWLEDGE

Eindelijk was het zomer, Stoffy en Beesy hadden het helemaal gehad. Ze wilden er wel eens tussenuit. Kijken hoe het in andere werelden verloopt. Na een langdurig overleg wist Stoffy het. “We gaan naar China,” zei hij tegen Beesy. Wat wil je daar dan, was de vraag. “Nou,” zei Stoffy, “ik heb het een en ander gelezen en ik weet dat er daar vele neefjes van Stoffy zijn, dus daar wil ik wel eens mee kennis maken.” “Nou,” zei Beesy, “dat is goed dan, maar we gaan wel met het vliegtuig, kunnen we nog snel even wat deeltjes genereren in de lucht. Immers, per liter brandstof worden miljoenen deeltjes losgelaten in de vrije lucht.” Eindelijk was de reis begonnen en ze genoten van het vliegtuig. Was nog wel even schrikken toen 15 minuten voor er geland werd de stewardess zei: “China eist van ons dat we het vliegtuig desinfecteren voordat we landen.” En onmiddellijk liep ze vrolijk met een spuitbus door de gangpaden. Stoffy betwijfelde of het zo goed zou werken als de stewardess een beetje rondloopt met een spuitbus. Wat zit er eigenlijk in de spuitbus, vroeg Beesy zich af. Hij voelde niets en hoefde nog niet eens te niezen. Tot zover de aanval op Beesy. Eindstand 1-0 voor Beesy. Bij het uitstappen zagen ze het al. Stoffy werd erg blij bij het zien van al zijn verre neefjes, “kijk toch eens hoeveel er hier in de lucht hangen,” riep hij. De mensen konden amper het eind van de straat zien zoveel deeltjes hingen er in de lucht. Beesy was blij om zoveel neefjes van Stoffy te zien en ging gelijk op zoek naar zijn eigen neefjes. Hij liep wat rond en begon gelijk te lachen, er waren ook heel veel neefjes van Beesy. Ze waren in elke straat te vinden en verborgen zich bij de eetstalletjes die je overal zag. Wat een heerlijk leven toch voor Stoffy en Beesy daar in China.

&

Stoffy Beesy Contamination Control Magazine editie 3-2019

11


HYBRIDEOPERATIE Realisatie twee nieuwe hybride OK’s met separate opdekruimte bij het Catharina Ziekenhuis in Eindhoven.

Johan Laurensse

12


Na de

nodige

metingen

en analyses is uiteindelijk het gewenste

resultaat behaald.

In het voorjaar van 2016 zijn bij het Catharina Ziekenhuis in Eindhoven twee nieuwe hybride OK’s gerealiseerd, met een separate opdekruimte, gelegen tussen beide OK’s. De hybride OK’s zijn in hun opzet uniek. Zo zijn de OK’s uitgerust met een plenum van maar liefst 3 x 6 m. Deze afmetingen vloeien voort uit de logistiek in deze OK’s. In deze OK’s moeten TAVI ingrepen uitgevoerd kunnen worden, maar er wordt ook (minimaal invasieve) vaatchirurgie uitgevoerd. Om de luchtuitstroomsnelheid onder het inblaasplenum constant te houden, ongeacht de positie van de transportcarrier van het Allura FlexMovesysteem (in het artikel verder genoemd als FlexMove), is ervoor gekozen om de transportcarrier altijd een opstelplaats onder het plenum te bieden. Deze keuze heeft geleid tot de grote plenumafmeting.

De consequentie van deze opzet is dat classificatiemetingen volgens VCCN Richtlijn 7 (RL 7) zijn uitgevoerd met de FlexMove onder het plenum, waar in andere hybride OK’s de invloed van de C-boog op de RL 7 buiten beschouwing wordt gelaten. Volgens RL 7 mag de C-boog van het FlexMovesysteem in de parkeerstand buiten het plenum blijven staan. Het inrijden van de C-boog onder het plenum zal in andere hybride OK’s met een downflow plenum leiden tot een verstoring van de luchtstroming onder het inblaasplenum en tot een negatieve beïnvloeding van het beschermd gebied. In het Catharina Ziekenhuis is deze situatie met deze unieke opzet vermeden. Bij oplevering bleek het beschermde gebied (veel) kleiner dan verwacht, en ook een BG 3 op de OK tafel kon niet worden gerealiseerd. Dit artikel beoogt duidelijk te maken welke stappen ertoe hebben geleid dat er toch een goede oplossing is gekomen. Inmiddels zijn ook RL 8 metingen uitgevoerd in deze OK’s, met goed resultaat. Tijdens 25 metingen, bij vijf ingrepen, zijn bij het wondgebied maximaal drie kve’s gemeten (gemiddeld: 0,2-0,8), en ook uit CFD simulaties is gebleken dat de oplossing tot goede resultaten zou leiden. Ontwerp De Commissie Luchtbeheer van het ziekenhuis heeft bij de opzet specifieke eisen gesteld aan de prestaties van het systeem aan de hand van ervaringen in andere ziekenhuizen met dergelijke systemen, met name het ziekenhuis Rijnstate in Arnhem. Deze eisen waren: • Bij opstelling van het Allura FlexMove systeem in beide uiterste posities (parkeerposities transportcarrier) moet worden voldaan aan de in RL 7 benoemde aanvaardingscriteria waarbij een beschermd gebied wordt gecreëerd dat voldoende ruim is voor de opstelling van de instrumententafels en het chirurgisch team. • Ook in de middenpositie en twee derde positie moet bij voorkeur worden voldaan aan deze eis. • Om informatie te vergaren werd tevens

gevraagd om in de middenstand de prestaties te meten met de C-boog in werkpositie, dus boven de OK tafel. Door de aanbiedende partijen werden deze eisen niet alle doorzien. Ook waren er partijen die ervan afzagen om de hybride OK’s binnen de eisen van het Catharina Ziekenhuis te realiseren. Hierbij speelde ook de eis ten aanzien van de gevraagde realisatietijd in combinatie met de complexiteit van dit project een rol. Binnen VCCN verband werden het ontwerp en de realisatie eveneens met kritische blikken gevolgd, ook door mijzelf. Bij eerder gebouwde hybride OK’s is namelijk niet gebleken dat met het FlexMove systeem onder het plenum kon worden voldaan aan de prestatie-eisen volgens de WIP en VCCN RL 7. Bij het ziekenhuis Rijnstate Arnhem heeft men daar uitgebreid onderzoek naar verricht. Een verbetering, aangebracht door het ziekenhuis Rijnstate, resulteerde wel in minder luchtwervelingen onder de carrier en C-boog, maar dit was nog niet voldoende. De verbetering bestaat hierin, dat de ruimte tussen carrier en plenum is geminimaliseerd, en een randafscherming op de carrier is geplaatst om te verhinderen dat lucht boven de carrier zijwaarts wegstroomt, (zie bijv. foto 1). In rust situatie, met de C-boog niet onder het plenum, wordt de RL 7 eis gehaald. Uitgebreide rookproeven met de C-boog onder het plenum lieten zien dat er weinig reden zou zijn om aan te nemen dat in deze situatie de RL 7 prestatie-eisen gehaald worden. De rookproeven toonden duidelijk aan, dat er lucht vanuit de periferie onder de transportcarrier van de Flexmove getrokken werd. Deze rookproeven, uitgevoerd door mij in het bijzijn van Dr. Arjan Jansz, arts microbioloog bij het Catherina Ziekenhuis waren er de aanleiding toe, dat Dr. Jansz en ik gezamenlijk de specifieke aanvullende ontwerpeisen aan het bouwteam opgelegd hebben. Tijdens de bouw zijn Dr. Jansz en ik niet bij de vorderingen van de installatie betrokken geweest. Eerst bij de oplevering hebben wij de prestaties kunnen beoordelen. Door de bouwende partijen werd bij  13


HYBRIDE

OPERATIE -vervolg-

oplevering weliswaar een beschermd gebied aangetoond, maar dit was nog kleiner dan de helft van het plenum. Ook kon geen beschermingsgraad 3 op de OK tafel vastgesteld worden. Deze feiten waren de reden om de OK’s niet te accepteren, en geen vrijgave voor gebruik te geven. Problemen bij de initiële ingebruikname Door de bouwende partijen zijn RL 7 metingen uitgevoerd, waarbij echter al snel een probleem werd gesignaleerd. De vereiste beschermingsgraad 3 kon niet vastgesteld worden op de OK tafel, en ook het beschermd gebied was klein, veel kleiner dan de helft van het plenum, met insnoeringen tot 1m en meer, (zie fig. 2, gele lijn). Bij rookproeven werd duidelijk dat er een behoorlijke turbulentie heerste onder het plenum, ondanks downflowsnelheden van ca 0,35 m/s. We hebben de directie bouw van het Catharina Ziekenhuis geadviseerd Fa Medexs BV en André Bode, expert/adviseur Zorg en Bouw te vragen om te assisteren bij de oplossing van dit probleem. Gezamenlijk met deze partijen zijn de nodige metingen en analyses uitgevoerd, die uiteindelijk tot het gewenste resultaat hebben geleid. Op basis van de uitgevoerde rookproeven bij het ziekenhuis Rijnstate hebben wij als Catharina Ziekenhuis getracht de situatie te verbeteren door: • de speling tussen CG verdeler en transportcarrier van de Flexmove zo klein mogelijk te maken; • de luchtsnelheid te optimaliseren (dwz te verlagen tot een downflow van 0,3 m/s.). Bovenstaande acties leverden echter nagenoeg geen verbetering op, en de bouwende partijen verklaarden hiermee aan de bestekseisen voldaan te hebben. Als opdrachtgevende partij meenden we echter dat er betere oplossingen mogelijk zouden zijn, zonder grote aanpassingen. Hiertoe werd Fa Medexs aangezocht de situatie te verbeteren, nadat deze verklaard had dat men tot een betere oplossing zou kunnen komen. Met onder andere rookproeven werd de situatie onderzocht, waarbij onder meer de volgende zaken werden vastgesteld: • Er was geen onderdruk boven het plafond aanwezig. • De uitblaassnelheid was door de bouwende partij niet met 10% verminderd zoals gevraagd; de installateur was ervan uitgegaan dat bij het verminderen van de luchtsnelheid een lineaire relatie bestaat tussen instellingsnelheid op het GBS, en de daadwerkelijke snelheid. Dit bij toepassing van vlinderkleppen, waarvan algemeen bekend verondersteld mag worden dat dit niet het geval is! De

14

eerste verbetering, de luchtsnelheid daadwerkelijk met 10% verlagen, bracht minimaal resultaat. • De positionering van de FlexMove onder het plenum is belangrijk gebleken. Gepositioneerd in de oorspronkelijke TAVI stand (FlexMove aan de gangzijde, zie fig. 2) bleef er geen uitstroomopening aan die zijde onder het plenum over, de carrier sloot aan die zijde geheel tegen de CG verdeler, terwijl in de rustpositie een vrije ruimte van +/- 20 cm van de CG verdeler overbleef.Dit was de reden dat in eerste instantie in de TAVI positie een slechte prestatie voor het BG ontstond. Door in overleg met de gebruiker de TAVI positie aan te passen, zodat er ook aan de gangzijde een opening van 20 cm ontstond, kon verhinderd worden dat er lucht vanuit de periferie/gangzijde onder de Flexmove getrokken werd, (= gestippelde positie in fig. 2). De turbulentie onder de CG verdeler kon verklaard worden door de hoge horizontale luchtsnelheden. We hebben onder het plenum, naast de transportcarrier horizontale luchtsnelheden gemeten tot 6m/s! Met een downflow van 0,3 m/s is in te zien, dat er op deze manier weinig van de downflow overblijft. De speling tussen CG verdeler en carrier van de Flexmove was wel zoveel mogelijk verminderd, maar uit metingen met een laser waterpas werd duidelijk dat de CG verdeler niet waterpas opgehangen was, met als resultaat dat de speling aan de ene zijde van het plenum inderdaad minimaal was (0,5 mm), maar aan de andere zijde was deze nog steeds tot 10 mm! Zie foto 1 en 2. Foto 1: Voorbeeld van luchtspleet tussen carrier Flexmove en plenum (afdichtstrip nog niet geoptimaliseerd)

Foto 2: Luchtspleet carrier en Flexmove in detail: tot 10 mm!


Oplossingen Voordat we aan mogelijke oplossingen konden denken, hebben we de basiseisen nog eens op een rijtje gezet, om te kunnen beoordelen waar mogelijk ruimte zou zijn voor verbeteringen. Beschermingsgraad 3 moet gerealiseerd zijn op de OK tafel. Beschermingsgraad 2 moet voor een werkbaar beschermd gebied gerealiseerd zijn. De hersteltijd van LOG 2 reductie binnen maximaal drie minuten moet gerealiseerd zijn. Zolang deze eisen ruimschoots gehaald worden, kunnen de daarop van invloed zijnde factoren gevarieerd worden. Er zijn twee aspecten die beoordeeld moeten worden bij het oplossen van dit probleem, voortvloeiend uit de kinetische energie van de uitstromende lucht: ½ mv2.

luchtverplaatsing te verminderen. Dat kan gerealiseerd worden door de luchtdruk boven de FlexMove te verlagen. Dat houdt echter ook in dat de downflowsnelheid verlaagd wordt. Met p = ½ mv2 is dit een krachtiger maatregel dan de eerste. Zou men simpelweg de downflowsnelheid verminderen, is dit tegelijkertijd een negatieve invloed op de verdringende werking van de downflow. Men kan het effect onder 2 op verschillende manieren trachten te verwezenlijken, maar moet daarbij in gedachten houden dat de FlexMove een apparaat is, dat onder het medisch convenant valt. Als aan het FlexMove systeem essentiële wijzigingen uitgevoerd zouden moeten worden, bijvoorbeeld door een luchtdoorlatende constructie voor de carrier te maken, dan zou dit inhouden dat er opnieuw

Figuur. 1: Dwarsdoorsnede over de transportcarrier. De zwarte blokjes aan weerszijden op de carrier geven de geplaatste strips weer. De rechterzijde geeft de situatie met de spleet tussen carrier en plenum weer.

In bovenstaande figuur wordt duidelijk gemaakt wat er gebeurd boven de carrier. De uitstromende lucht uit de CG verdeler bouwt druk op boven de carrier, wat erin resulteert dat de lucht zijwaarts wegstroomt met een aanzienlijke snelheid.

Door alle drie de oplossingen te combineren wordt het beschermd gebied groot genoeg om de TAVI ingrepen uit te kunnen voeren onder de gestelde condities.

1. Men kan het effect van die horizontale snelheidscomponent zoveel mogelijk verminderen, door de horizontale luchtflow af te blokken middels op de transportcarrier geplaatste strips. Dit is gedaan bij het ziekenhuis Rijnstate. Belangrijk hierbij is, dat de luchtspleet tussen CG verdeler en transportcarrier geminimaliseerd wordt, tot 0,1 a 0,5 mm, daarbij rekening houdend met het feit dat het CG doek op zijn plaats gehouden wordt met aluminium strips van 1,5 mm dikte. Om dit te kunnen realiseren is het dus van belang dat de bouwers van de CG verdeler en de leverancier van het Flexmove systeem een goede coördinatie voeren, het Flexmove systeem wordt absoluut waterpas geplaatst, maar dat kan van de CG verdeler nog niet altijd gezegd worden, terwijl dit wel noodzakelijk is. Bij een OK zonder Flexmove systeem is een dergelijke nauwkeurige positionering van het plenum niet, of minder van toepassing. 2. Men kan er ook naar streven om de stuwende kracht achter die horizontale

een typegoedkeur voor aangevraagd moet worden. Dat is een zeer tijdrovend proces, waar de fabrikant en ook de ziekenhuizen niet op zitten te wachten. Men zou ook kunnen denken aan een systeem met variabele inblaascapaciteit, zodat er minder lucht boven de FlexMove ingeblazen wordt, rekening houdend met de plaats van de FlexMove onder het plenum zou daar ter plaatse de luchtdruk verminderd moeten worden. Dat zou een complexe regeling worden, waarvan het maar de vraag is, of dit voldoende stabiliteit zou brengen. Een

derde mogelijkheid is ingebracht door Fa Medexs, de zogenaamde split screen CG verdeler. Door middel van een andere manier van fabricage van de CG verdeler is men er in geslaagd om aan de rand van de verdeler, over een breedte van +/- 15 a 20 cm een hogere downflowsnelheid te creëren, waarbij de downflow in het centrum enigszins verminderd wordt. Hiermee wordt bereikt dat de stuwende kracht voor de horizontale luchtverplaatsing grotendeels afgebouwd wordt, terwijl aan de zijkanten middels een hogere downflowsnelheid een extra barrière gerealiseerd wordt tegen het binnendringen van lucht vanuit de periferie. Zie bijgaande foto, aan de rand is een andere wijze van

Contamination Control Magazine editie 3-2019

15


HYBRIDE

C-boog in ‘TAVI’ –stand (zijde van de sluis) In de onderstaande figuur en tabel (projectie plenum met positie transportcarrier) zijn de meetresultaten en de grootte van het beschermd gebied aangegeven. Let op dat de carrier 20 cm terug staat ten opzichte van de uitgangspositie. Met daarbij: • Blauw gearceerd: Validatiemeting d.d. 6 mei (nieuwe Medexs verdelers) • Rode lijn: Resultaten onderzoeksmeting d.d. 29 april (oorspronkelijke verdelers) • Gele lijn: Validatiemeting i.o.v. aannemer (oorspronkelijke verdelers/TAVI eindstand)

bespanning uitgevoerd dan in het centrale deel van de CG verdeler. De uitgevoerde rookproeven na aanpassing van het systeem tonen dit effect aan. Ook drukmetingen tussen de transportcarrier van het FlexMove systeem en de CG verdeler geven hetzelfde beeld, de druk boven de transportcarrier is aanzienlijk afgenomen.

OPERATIE -vervolg-

7

50 15

OK 21 C-boog in TAVI-positie

345 380 8

70

135

10

9

11 B

Foto 3: Medexs CG split screenverdeler

Door alle drie oplossingen te combineren wordt het beschermd gebied dermate vergroot, dat gesteld kan worden dat een zeer acceptabel beschermd gebied ontstaat, groot genoeg om de TAVI ingrepen uit te kunnen voeren onder de gestelde condities, maar anderzijds ook groot genoeg om andere ingrepen uit te kunnen voeren. Zie hiervoor fig. 2 en 3. Daarnaast heeft dit bij het Catharina Ziekenhuis erin geresulteerd dat in alle situaties een beschermingsgraad 3 boven de OK tafel vastgesteld wordt, zowel met de C-boog naast de OK tafel, als met de C-boog in positie, boven de OK tafel en onder de C-boog gemeten, (zie foto 5 pag 17). Op deze posities werden geen deeltjes vastgesteld tijdens de BG 3 metingen! Ook de hersteltijdmetingen onder de kop van de C-boog en onder de transportcarrier voldoen ruimschoots aan de gestelde aanvaardingscriteria voor prestatieniveau 1. Ondanks de ogenschijnlijk negatieve invloed van de constructie van het Flexmovesysteem op het downflowgedrag heeft dit systeem ook een voordeel, de kabelbox aan weerszijden van het plenum vormt een skirt, waardoor een soort ingebouwde luchtgeleider gevormd wordt, (zie foto 3). RL 8 metingen Op verzoek van Fa Philips heeft TNO RL 8 metingen uitgevoerd in de hybride OK. Dit is een onderdeel van een groter onderzoek, uit de metingen blijkt inderdaad, dat er bij toepassing van deze systeemcombinatie geen hoge aanta

Foto 4: een beeld van de meetopstelling in de uiteindelijke situatie

16

12

6

A 4

5

3

2

1

20 cm Figuur 2: BG in TAVI stand, in de verschillende stadia van oplossing. De transportcarrier is hierin grijs gearceerd. De stippellijn geeft de verbeterde eindpositie weer, waarbij geen lucht vanuit de periferie via de korte zijde van het plenum onder de carrier stroomt.

OK 20 C-boog Parkeerstand 90

150 8

7

9

35

325 10

12

6

5

11

4

3

2

1

Figuur 2: rustpositie

RL 8 metingen Op verzoek van Fa Philips heeft TNO RL 8 metingen uitgevoerd in de hybride OK. Dit is een onderdeel van een groter onderzoek, uit de metingen blijkt inderdaad, dat er bij toepassing van deze systeemcombinatie geen hoge aantallen kve’s vastgesteld kunnen worden. Bij 25 metingen, tijdens vijf ingrepen zijn maximaal drie kve’s gemeten nabij het wondgebied (gemiddeld: 0,2-0,8 kve’s), op de instrumententafel maximaal zes (gemiddeld-0,2-4,6) en in de periferie maximaal 22. Bij de verschillende ingrepen varieerde het aantal personen van vier tot tien. Deze resultaten worden waarschijnlijk


bereikt doordat niet alleen het plenum goed functioneert, en de operatieteams goed werken, maar ook doordat het circulatievoud in de ok’s hoog is. Dit komt in goede hersteltijden tot uiting, ook in de periferie . Wellicht dat bij een update van de RL 7 qualificatie er meer aandacht besteed moet gaan worden aan de hersteltijden, niet alleen op de OK tafel of onder de C-boog, maar ook op de rand van, en in de periferie. CFD berekeningen Met deze prestatie gebaseerd op proefondervindelijk onderzoek en handelen heb ik de Ruhr Universiteit in Bochum (Dld) gevraagd, waar ik jaarlijks een aantal gastlessen geef, of het mogelijk is om studenten middels CFD berekeningen verder onderzoek te laten doen naar mogelijke verbeteringen op dit gebied. De uitgevoerde CFD berekeningen hebben aangetoond, dat de gerealiseerde situatie de meest optimale situatie benadert. Verdere CFD studies zullen moeten leiden tot een verdere optimalisatie van de toepassing

van de split screen verdelers, maar ook een antwoord moeten geven op de vraag, of dit tot mogelijke prestatieverbetering leidt bij kleinere plenums, bijvoorbeeld het veel toegepaste 1,4 x 2,4 m CG plenum. Nawoord Ondanks de ogenschijnlijke tegenstellingen is het toch mogelijk gebleken om een voldoende groot beschermd gebied te realiseren in een hybride OK, in combinatie met een onder het plenum geplaatste Philips-Allura-Flexmove installatie. Dat dit mogelijk is gebleken is te danken aan de inventiviteit van een aantal partijen. De les die hieruit geleerd zou kunnen worden is dat men bij het ontwerp van een (hybride) OK zeer duidelijke prestatie-eisen moet neerleggen. Daarnaast moeten de leverende partijen zich niet in de regeltjes van het bestek gaan vastbijten. Een coöperatieve houding met alle partijen, inclusief de opdrachtgever levert namelijk voor alle partijen een goed eindresultaat op, een win-win situatie. 

BEGRIPPEN Technische gegevens OK

Opp.: 82 m2, waarvan plenum: 6 x 3 m. Inhoud: 246 m3 Luchtinblaas: 14000m3/u, waarvan 2000m3/u verse lucht. Cirkulatievoud: 57/u Gebruikte begrippen BG of beschermd gebied: afgebakend gebied in de OK waarin de luchtkwaliteit voldoet aan het vereiste prestatieniveau. BG 2 of BG 3: Gebied in de OK waarin de verdunningsfactor 100 (=BG 2) cq 1000 (=BG3) bedraagt t.o.v. de periferie. CFD berekening: Computational Flow Dynamics: D.m.v. computerberekeningen gesimuleerd flow patroon van de lucht vaststellen. CG verdeler: Voor het opwekken van een turbulentie arme luchtstroming (UDF) met een uniforme luchtsnelheid verdeling worden luchtverdelers toegepast als uitblaas element. De luchtverdeler is opgebouwd uit een aluminium frame, aan beide zijden bespannen met een kunststof doek met een zeer geringe maaswijdte. De verdeler vormt de uitstroomzijde van het plenum. Hierdoor ontstaat een uniforme luchtstroom onder of achter de verdeler en voorkomt hiermee een instroom van lucht vanuit de omgeving van de verdeler. Circulatievoud: De mate waarin de lucht in de OK geventileerd en gerecirculeerd wordt. Crossflow systeem: Luchttoevoersysteem waarbij de lucht horizontaal uitstroomt. C-boog: Het onderdeel van het FlexMove systeem waarin de CT scanner is ingebouwd. Flexmove: Philips Allura Flexmove Systeem. Plenum: Holle afgesloten ruimte boven het verlaagde OK plafond waarin de gefilterde lucht geblazen wordt, en van waaruit deze lucht via de CG verdeler in de OK geblazen wordt. RL 7 validatie: Check in hoeverre een OK of opdekruimte voldoet aan de VCCN RL 7 (voor een volledige uitleg zie de VCCN website). RL 8 meting: Meting bij in gebruik zijnde OK, tijdens de ingreep, van het aantal kve’s en/of deeltjes nabij het wondgebied, op de instrumententafel en in de periferie. Hierbij wordt niet alleen de technische prestatie van het luchtsysteem beoordeeld maar ook de handelwijze van de in de OK aanwezige mensen op gebied van luchthygiëne. TAVI: Percutane aortaklep vervanging (Transcathether Aortic Valve Implementation)

Foto 5: Bepaling BG 3 op OK tafel en hersteltijd onder de CT boog

Contamination Control Magazine editie 3-2019

17


De enige leverancier van totaaloplossingen voor Contaminatie Monitoring

D

A

T A

M A N A G E M E

N

T

Contamination Monitors

STERILITY ASSURANCE

Services

Environmental Monitoring Systems

Voor meer informatie contacteer: pmeasuring.com T: +32 10 23 71 56 E: pmsbenelux@pmeasuring.com

Training and Education

D

A

T

A

M M A N A G E

E

N

T


www.dcrf

info@dcr

0412 4515

Meerstraa Heeswijk-

info@dcrf.nl | 0412 451579 | Meerstraat 22, Heeswijk-Dinther

Meer weten? www.dcrf.nl

DCRF Advertentie 2017 DEF (191 x 126).indd 1

MEETINSTRUMENTATIE

26-06-17 17:35

Bewaking systemen

CPS 6000 en PresSura touch screen systeem voor het bewaken van over­ en onderdruk in ruimten.

Instelbare verschildruk sensoren voor HVAC toepassingen

Applicaties • Operatie ruimten • Patiënten kamers • Cleanrooms • Server ruimten

Features: • Touch screen grafisch kleuren display • Interne en externe Modbus • Individuele alarmen • Eenvoudige installatie & configuratie • Meerdere display’s te combineren • Individuele vertragingstijden in te stellen • Beveiligd met pass­word • Meerdere opnemers via Modbus te koppelen.

6280 verschildruk transmitter • vrij instelbaar bereik • hoge nauwkeurigheid • auto­zero optioneel • analoge uitgangen • Modbus • optioneel display • volt en mA uitgangen

EE­600/660 serie verschildruk opnemers zijn met name ontwikkeld voor HVAC toepassingen. Ideaal voor luchtbehandelingssystemen en filter metingen. Features: •Instelbare meetbereiken •Diverse analoge uitgangen •Zero en Span te justeren •Eenvoudige installatie •Scherp geprijd

www.catec.nl ­ info@catec.nl ­ +31 174 272330

19


THERMISCHCOMFORT Thermisch comfort in operatiekamers met diverse systemen.

I.M. Jacobs M.G.L.C. Loomans  
 L. Hensen-Centnerová M. Krombeen  H.S.M. Kort 

20


Het

Het belangrijkste in een operatiekamer is dat tijdens een operatie de patiënt de beste zorg krijgt die mogelijk is. In het ontwerp van de operatiekamer wordt daarom veel nadruk gelegd op de luchtkwaliteit (zie Figuur 1). De veronderstelling is dat door het inbrengen van voldoende schone lucht de kans op postoperatieve wondinfecties wordt geminimaliseerd. De mogelijke verontreinigingsbronnen zijn in dit geval het operatiepersoneel, de chirurgische instrumenten en de patiënt. Doordat, uitgaande van deze bronnen, de hoeveelheid lucht die moet worden ingebracht aanzienlijk is, wordt vaak gekozen voor, in theorie, efficiënte ventilatiesystemen boven mengende systemen.

thermisch comfort bepaalt mede het welzijn

van

de patiënt.

Figuur 1. Aanzicht en plattegrond van een typische operatiekamer met een op downflow gebaseerd systeem [links, midden]. Rechts geeft een indruk van de typische posities van het operatie personeel, waarbij de posities 1-3 vaak in de directe invloed van het downflow systeem zijn gepositioneerd [1].

Tot 2014 werd het uni directionele downflow systeem (UDF) als uitgangspunt voor een klasse I operatiekamer voorgeschreven. Nadien is een meer prestatiegedreven aanpak gekozen waardoor ook nieuwe ontwerpoplossingen toegepast konden worden. Wat in de hele discussie over de kwaliteit van een operatiekamer niet wordt meegewogen, is dat het resultaat van een operatie ook mede wordt bepaald door de werkomgeving voor het operatiepersoneel. Goed licht is vanzelfsprekend en vertaalt zich in operatielampen. Geluid/verstaanbaarheid is een punt van aandacht, maar ook het thermisch comfort speelt een rol bij het realiseren van optimale omstandigheden om te werken. In dit onderzoek is juist dit laatste aspect bekeken. Doel was om te achterhalen in hoeverre de nieuwe ontwikkelingen op ventilatiegebied voor operatiekamers zich wel of niet onderscheiden op het gebied van thermisch comfort.

Methode In het onderzoek is in-situ gemeten in verschillende operatiekamers met verschillende type ventilatiesystemen (zie Figuur 2 voor een impressie). De onderzochte systemen zijn UDF (twee-temperatuur [2T] systeem), Opragon en Halton. De metingen zijn uitgevoerd in operatiekamers in een tweetal ziekenhuizen (UDF 2T, Opragon) en in een tweetal mockups van een operatiekamer bij de betreffende fabrikanten van systemen (Avidicare [Opragon] in Zweden; Halton in Finland). De metingen betroffen objectieve metingen waarbij volgens ISO 7730 [2] het thermisch comfort kon worden afgeleid (Predicted Mean Vote [PMV]/Predicted Percentage of Dissatisfied [PPD]). Maar ook het niet-uniforme thermisch comfort (tocht, verticale temperatuurgradiënt, vloertemperatuur en stralingsasymmetrie) is bepaald. De metingen zijn voor zover mogelijk voor drie verschillende situaties uitgevoerd: 1. een lege kamer; 2. met statische (i.e. niet bewegende) personen en warmtebronnen; 3. met dynamische personen en warmtebronnen (alsof een echte operatie werd uitgevoerd). Reproduceerbaarheid van de metingen is getoetst. 

Figuur 2. UDF (2T) [links] – Opragon [midden] – Halton [rechts]

21


THERMISCH

COMFORT -vervolg-

Daarnaast is ook met online vragenlijsten op subjectieve wijze gevraagd hoe het operatiepersoneel het thermisch comfort ervaart. Naast algemeen thermisch comfort is ook gekeken naar de niet-uniforme condities zoals tocht. Voor deze surveys is gebruikt gemaakt van de literatuur [3][4]. Deze subjectieve analyse verliep parallel aan het objectieve onderzoek. Voor het subjectieve gedeelte zijn 42 Nederlandse ziekenhuizen benaderd om te participeren in het onderzoek. Hiervan hebben uiteindelijk 12 ziekenhuizen medewerking verleend en zijn van 341 deelnemers (operatiepersoneel) online resultaten verzameld. Alle leden van een operatieteam waren in de respons vertegenwoordigd, terwijl vooral UDF (een-temperatuur [1T]/2T plenums) als systeem aanwezig was. Voor de statistische analyse van de data is SPSS Statistics 25 gebruikt, waarbij significantie is verondersteld bij p<0.05. Resultaten

Figuur 3. Resultaat survey – uniform thermisch comfort. De TSV (Thermal Sensation Vote) is een index op de 7-punts thermische sensatie schaal reikend van -3 (koud) tot +3 (heet) met 0 als neutraal.

Subjectieve gegevens - Een voorbeeld van de resultaten van de survey in Figuur 3 laat zien dat tussen de leden van het operatieteam een verschil in perceptie van de thermische condities bestaat. Wat opvalt, is dat gemiddeld genomen de leden van het operatieteam het aan de koude kant hebben, waarbij de assistent anesthesist het significant kouder heeft dan de overige leden. Op niet-uniform gebied zijn de verschillen

in thermisch comfort minder uitgesproken (Figuur 4). In het algemeen worden met name de handen en armen, ten gevolgde van tocht, vaak als koud ervaren. De chirurg heeft in zijn algemeenheid minder klachten. De assistent anesthesioloog heeft hier wel significant meer klachten over dan de overige leden van het operatieteam (zie fig. 4). Het effect van het type ventilatiesysteem op de beoordeling van de algemene thermisch sensatie en acceptatie laat geen significante verschillen zien. Elk type ventilatiesysteem lijkt eigen specifieke klachten te hebben ten aanzien van het lokaal discomfort, maar ook in dit geval wordt geconcludeerd dat deze verschillen niet significant zijn op basis van de beschikbare data. In de survey zijn uiteindelijk drie type ventilatiesystemen vergeleken: 1T plenum (N=72), 2T plenum (N=165) en Opragon (N=24). Worden de subjectieve gegevens vergeleken met de theorie, dan kan een oordeel gegeven worden in hoeverre de bestaande ISO7730 standaard een waarde heeft in de operatiekamer (Figuur 5). Hierbij is verondersteld dat de uitkomst voor de TAV (Thermal Acceptance Vote) representatief is voor de mate van ontevredenheid (PD: Percentage of Dissatisfied people).(zie figuur 5) De resultaten laten zien dat de theorie in het geval van de operatiekamer, hoewel eenzelfde trend wordt gevolgd, het aantal tevredenen onderschat. Uit de individuele gegevens per teamlid blijkt dat er duidelijke verschillen zijn in welke thermische perceptie het meest wordt gewaardeerd (Figuur 5 – rechts). Voorkeuren liggen zowel aan de koele als aan de warme zijde. Daarmee wordt de complexiteit van het probleem bij het ontwerp van dergelijke systemen ook meteen duidelijk. Objectieve gegevens – De vergelijking van de objectieve gegevens (metingen) voor

Figuur 4. Resultaten survey – niet-uniform thermisch comfort. Doordat de operatieleden zijn opgedeeld per groep en doordat ze meerdere antwoorden konden geven ten aanzien van lokaal discomfort kan het totale resultaat >100% zijn.

Gemiddeld genomen hebben de leden van het operatieteam het aan de koude kant. De assistent anesthesist heeft het kouder dan de overige leden.

22


Figuur 5. Subjectieve perceptie versus het percentage ontevredenen [PD] en vergelijk met de theoretische relatie hiervoor (links: alle leden van het operatieteam samen; rechts: uitgesplitst naar teamlid)[1].

de verschillende systemen (bij een setpoint temperatuur van gemiddeld 20°C) laat zien dat de PMV (Predicted Mean Vote) uitkomt aan de koude zijde (~ -1) van de thermische sensatie schaal. De onderzochte systemen laten hierbij weinig verschillen zien. Per positie waar is gemeten (zie Figuur 1) is de variatie eveneens vergelijkbaar. De (assistent) anesthesist (positie 2 en 4) heeft het hierbij het minst getroffen (PMV het laagst). Voor de instrumenten verpleegster (positie 3) is de situatie wat beter op basis van de PMV. Ten aanzien van lokaal discomfort is op basis van de metingen vooral tocht een probleem (zie Figuur 6). De posities onder het ventilatiesysteem zijn het meest kritisch, hoewel bij Ziekenhuis B de verschillen met de andere posities niet significant zijn. De verticale temperatuurgradiënt en vloertemperatuur leveren geen of nagenoeg geen problemen op. Worden de resultaten zoals gemeten voor tocht (DR) vergeleken met de subjectieve data dan valt op dat de chirurg weinig tochtklachten heeft (positie ICMS1), terwijl de gemeten data anders aangeeft. Ook laat het Opragon systeem ten opzichte van de andere systemen meer tochtklachten zien bij de subjectieve resultaten (DROpragon = 46% tegenover DRUDF_T1 = 36% en DRUDF_T2 = 34%). In de metingen is dit niet terug te vinden (DROpragon = 25% tegenover DRUDF_T2 = 24%). Discussie De resultaten bieden een interessant inzicht in de huidige situatie in de operatiekamer in Nederland ten aanzien van het thermisch comfort voor het operatiepersoneel. Deze resultaten laten zien dat er verbetering mogelijk

is, wenselijk is, om die condities te verbeteren. Hoewel geen uitspraak gedaan kan worden over het effect hiervan op de productiviteit, mag vermoed worden dat in lijn met wat bekend is van de kantooromgeving [5] de productiviteit wordt beïnvloed. Productiviteit moet in dit geval vertaald worden als de uitvoering van de operatie en de mogelijke effecten daarop. Het zou een deel van de verklaring kunnen zijn waarom dergelijke in theorie efficiëntere systemen waar het gaat om luchtkwaliteit minder presteren dan verwacht [6]. De resultaten van de enquête geven aan dat er minder klagende personen zijn dan de theorie doet vermoeden op basis van de gemiddelde thermische sensatie (PMV). Dit is niet in lijn met de hypothese die ervan uitging dat men kritischer zou zijn omdat de adaptiemogelijkheden in een operatiekamer beperkt zijn. Verondersteld zou kunnen worden dat de focus op de patiënt het eigen thermische comfort wat meer ondergeschikt maakt. Als dat het geval is, is de vraag of dat een goede keuze is. Echter, het PMV model is met name ontwikkeld voor een kantooromgeving. Op individueel niveau (lid van het operatieteam) zijn de overeenkomsten beter. Dit is in overeenstemming met resultaten van Van Gaever et al. [3]. Tocht perceptie wordt in een operatiekamer anders ervaren dan de theorie aangeeft. Op basis van de metingen worden hoge waarden voor de tochtklachten verondersteld, zeker onder het plenum. De subjectieve gegevens laten echter zien dat de chirurg nagenoeg geen klachten hierover heeft, terwijl alle andere leden van het operatieteam juist 

Figuur 6. Theoretische percentage tochtklachten (PD) op basis van metingen voor de verschillende posities in een operatiekamer (zie Figuur 3) bij de verschillende onderzochte systemen en condities (Voor Opragon Mock-up en Halton kon op positie 2 [ICMS2] niet gemeten worden vanwege een defecte sensor).

Er hebben 12 ziekenhuizen medewerking verleend aan het onderzoek en van 341 deelnemers (operatiepersoneel) online resultaten verzameld.

23


THERMISCH

COMFORT -vervolg-

Het lijkt zinvol om in de ontwikkelingen van ventilatie- en klimaatsystemen voor operatiekamers thermisch comfort een grotere rol te geven dan tot nu toe het geval.

24

duidelijk meer klachten over tocht aangeven dan de metingen (en daarmee de theorie) doen veronderstellen. De verschillende systemen laten wel wat verschillen zien in de beoordeling van tocht maar vertonen over het algemeen eenzelfde patroon met hogere waarden onder het plenum. Natuurlijk moeten de beperkingen in het onderzoek ook worden genoemd. Kleding en metabolisme hebben een belangrijk effect op de PMV. Hiervoor zijn aannamen uit de literatuur overgenomen. Voor chirurgen bleken geen gegevens beschikbaar en daar bovenop bleken duidelijke verschillen in deze kleding te bestaan tussen ziekenhuizen. Ook is steeds uitgegaan van een standaard operatiekamer met standaard opstelling. Dit is voor specifieke operaties niet van toepassing. Verondersteld wordt dat de survey in enkele gevallen niet goed geïnterpreteerd is. Daar waar dat verondersteld wordt op basis van de overige gegevens zijn deze resultaten buiten de analyse gelaten. De metingen konden niet tegelijkertijd met een daadwerkelijke operatie worden uitgevoerd vanwege hygiënische redenen. De personen die als ‘warmtebron’ dienden tijdens de metingen hebben wel een vragenlijst ingevuld maar hun aantal was te beperkt om hier statistische relevante informatie uit te halen. Posities van warmtebronnen en instellingen van de operatiekamer was enigszins beperkt door de geldende regels. Ook bleek het door tijdgebrek niet mogelijk om alle drie de meetsituaties in alle varianten uit te voeren. Overigens bleek dat op het gebied van thermisch comfort situatie 2 (statisch) en situatie 3 (dynamisch) tot vergelijkbare conclusies leidden.

kou en tocht positief zal bijdragen aan de thermische sensatie van de personeelsleden. In alle gevallen blijft het belangrijkste doel de gezondheid en veiligheid van de patiënt. In een operatiekamer is daar weinig discussie over.

Conclusie Dit onderzoek laat zien dat de perceptie van het thermische comfort in operatiekamers voor de leden van een operatieteam niet optimaal is. Het onderscheid in wensen voor de verschillende leden is ook duidelijk. Welk direct effect dit heeft op de geleverde prestatie kan niet worden gezegd aangezien hier informatie specifiek voor de operatiekamer ontbreekt. Het lijkt echter zinvol om in de ontwikkelingen van ventilatie- en klimaatsystemen voor operatiekamers dit aspect een meer prominente rol te geven dan tot nu toe het geval. Loskoppeling van het luchtkwaliteitsvraagstuk ten opzichte van het thermische vraagstuk lijkt een interessante optie om uiteindelijk tot een optimale combinatie met betrekking tot beide aspecten te kunnen komen [7]. Mogelijke verbeteringen kunnen tevens gezocht worden in het aanpassen van de kleding. Verwacht wordt dat de mogelijkheid tot het bedekken van armen, handen en nek tegen

3.

Dankwoord Dit onderzoek was niet mogelijk geweest zonder de welwillende medewerking van velen. Op de eerste plaats de ziekenhuizen en het operatiepersoneel die geheel vrijwillig aan dit onderzoek hebben meegewerkt. Dat geldt ook voor Avidicare, Optimus en Halton die hun faciliteiten belangeloos ter beschikking hebben gesteld voor het uitvoeren van metingen. Grote dank aan Unica voor het ondersteunen en faciliteren van dit onderzoek. Tot slot een woord van dank aan het BPS laboratorium van de TU/e, en speciaal Wout van Bommel, voor het voorbereiden van de metingen en de bijbehorende meetapparatuur. 

BRONNEN: 1.

2.

4.

5. 6.

7.

Jacobs, I.M. Thermal comfort of surgical staff in operating rooms with different types of ventilation systems. A study towards design solutions for optimized thermal conditions. Master graduation thesis. Eindhoven University of Technology. Department of the Built Environment. Mastertrack Building Physics and Services. Eindhoven. pp. 148. 2018. International Organization for Standardization (ISO). NEN-EN-ISO 7730: 2005. Ergonomics of the thermal environment – Analytical determination and interpretation of thermal comfort using calculation of the PMV and PPD indices and local thermal comfort criteria. 2005. Van Gaever, R., Jacobs, V.A., Diltoer, M., Peeters, L., Vanlanduit, S. Thermal comfort of the surgical staff in the operating room. Building and Environment 81, pp. 37-41. 2014. Ottenheijm, E.M.M., Loomans, M.G.L.C., Kort, H.S.M. & Trip, A. Thermal comfort assessment in a Dutch hospital setting – model applicability. Proceedings of the 14th International Conference on Indoor Air Quality and Climate. Gent, België. 2016. REHVA. Indoor climate and productivity in offices. Guidebook No.6. Federation of European Heating, Ventilation Associations. 2006. Allegranzi, B., Zayed, B. Bischoff, P. et al. New WHO recommendations on intraoperative and postoperative measures for surgical site infection prevention: an evidence-based global perspective. Lancet Infectectious Diseases. Published online November 2nd 2016. (http:// dx.doi.org/10.1016/S1473-3099(16)304029) Loomans, M. G. L. C., de Visser, I. M., Loogman, J. G. H., Kort, H. S. M. Alternative ventilation system for operating theaters: parameter study and full-scale assessment of the performance of a local ventilation system. Building and Environment. 102, pp. 26-38. 2016.


Contamination Control Magazine editie 3-2019

25


CC I N H E A LT C A R E ‘Contamination Control in Healthcare’ door Hugo Huiskamp.

Philip van Beek

26


Besmetting heeft voor de patiënt ernstige gevolgen tijdens en na het verblijf

in de

instelling.

Het in de titel genoemde boek is geschreven door Hugo Huiskamp, al jaren actief VCCN lid. Een duidelijk geschreven boek en een hulpmiddel voor zorginstellingen om uiteindelijk beter te voldoen aan de wettelijk gedefinieerde kwaliteitsvereisten zoals omschreven in de WKKGZ (Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg) artikel 7 van 2015. Het boek heet Besmettingspreventie in de Gezondheidszorg (Healthcare Contamination Control) en niet -algemeen gebruikt- Infectiepreventie in de Gezondheidszorg (Infection Prevention) omdat in de vele intensieve gesprekken met de diverse medewerkers, afdelingshoofden e.a. is gebleken dat besmettingen in de zorg verder gaan dan alleen de alom bekende en gevreesde infecties. Contamination Control in Healthcare gaat dus verder. In dit boek worden drie verschillende soorten besmettingen benoemd: de alom bekende infecties (inclusief de pandemische en epidemische types), de endotoxine vergiftigingen, inclusief de minder bekende neuro-/mycotoxine vergiftigingen en de vervelende biochemische vervuilingen (bio contamination). Al deze besmettingen hebben voor de patiënt vaak zeer vervelende gevolgen tijdens en na het verblijf in een instelling en zijn ook een zeer grote kostenpost voor de instelling en de verzekeringsmaatschappijen. Een belangrijk aspect in het implementeren van deze verbeteringen is de welbekende en bewezen methodiek vanuit de industrie om te werken volgens risicoanalyse. Deze methodiek, verplicht in o.a. de farmaceutische-, chemischeen ook voedingsmiddelenindustrie, draagt zorg voor een verantwoorde minimalisering van vervuilingen, besmettingen en andersoortige risico’s. Een minimalisering die dan ook van toepassing zou moeten zijn bij de beheersing en minimalisering van de diverse soorten besmettingen in de zorg. De beschreven risicoanalyse methodiek vraagt een integrale benadering. Dit begint bij een verantwoord ontwerp, de realisatie en oplevering van een afdeling of zelfs een gehele faciliteit. Daarna behoort er een naadloze overdracht plaats te vinden naar de functies gebruik, beheer en onderhoud. Het totale beheer van de besmettingspreventie is dus een integrale activiteit vanaf de eerste gedachtegangen tot en met het gebruik. Een activiteit waarin geen hiaten behoren voor te komen.

bijkomstigheden voor de patiënt en de gemoeide kosten. Een laatste niet te onderschatten besmetting is die met biochemische verontreinigingen. Verontreinigingen waarvan de literatuur omschrijft dat de lichaamseigenschappen van de patiënt zorg dragen dat deze worden ingekapseld met daaraan gekoppeld ook weer vervelende en/of blijvende gevolgen. De huidige preventieprogramma’s zijn momenteel slechts gericht op de preventie van infecties. Na lezing zal duidelijk worden dat dit te beperkend is om te kunnen voldoen aan de eerder genoemde WKKGZ. Ook wordt in dit deel aandacht besteed aan de huidige methodiek van werken met normen en richtlijnen. Specifiek het gebruik van de z.g. WIP (Werkgroep Infectie Preventie) richtlijnen komt hier ter sprake. De WIP richtlijnen waren in het verleden het handvat voor inspecties. Echter, de werkmethodiek van inspecteurs IGZ (inmiddels IGJ) is niet het toetsen aan een normale kwaliteit van werken, ook niet aan de maximale kwaliteit, maar slechts alleen of er onder het verplichte minimum kwaliteitsniveau wordt gewerkt. Met het gebruik van deze (minimale) richtlijnen kan dus slechts vastgesteld worden dat er statistisch gezien de meeste tijd onder dit minimum wordt gewerkt. Als we de kwaliteit op het gebied van besmettingspreventie in beeld willen neerzetten, dan zien we het volgende:

Het boek is opgedeeld in drie delen: Deel 1 - Theorie Deel 1 omvat de achtergrond van de diverse aspecten voor een totaal besmettingspreventie programma. Aandacht wordt besteed aan de verschillende soorten besmettingen. Hieronder worden als eerste de infecties genoemd waarmee natuurlijk ook de risico’s van pandemische en epidemische infectie besmettingen worden besproken. Een andere belangrijke besmetting is de vergiftiging. Vergiftigingen met endo- en neuro-/ mycotoxines. Deze (veelal onbekende) vergiftigingen vragen nazorg met de daaraan gekoppelde vervelende en/of blijvende

Deel 1 is onafhankelijk te lezen als een belangrijke informatiebron voor het werken in een contamination control programma.

27


CONTAMINATION CONTROL IN

HEALTHCARE -vervolg-

Deel 2 - Gereedschappen Deel 2 omvat de mogelijkheden waarmee besmettingen kunnen worden veroorzaakt. Deze zijn in eerste instantie onderverdeeld in drie hoofdgroepen waarover sturing en management behoort te worden uitgeoefend. Daarna zijn alle bronnen weer verder verdeeld in 12 herkenbare groepen. Deze 12 brongroepen kunnen in elk zorgtraject gesignaleerd worden (waarna actie kan worden genomen). Geconstateerd wordt dat deze 12 brongroepen in veel gevallen de oorzaak zijn van diverse kwaliteitsaspecten. Hierdoor zijn dit dan ook eigenlijk mede bronnen die vallen onder de hiervoor genoemde WKKGZ in artikel 7 lid 1: ‘De zorgaanbieder draagt zorg voor systematische bewaking, beheersing en verbetering van de kwaliteit van de zorg.’ Dit houdt dus ook in dat deze gedefinieerde bronnen per afdeling worden benoemd, vastgelegd en geregistreerd. Artikel 7 lid 2: ‘De verplichting van het eerste lid houdt, de aard en omvang van de zorgverlening in aanmerking genomen, in het op systematische wijze verzamelen en registreren van gegevens betreffende de kwaliteit van de zorg op zodanige wijze dat de gegevens voor eenieder vergelijkbaar zijn met gegevens van andere zorgaanbieders van dezelfde categorie.’ In dit deel wordt ook het functioneren uitgelegd van de luchtbehandeling in het kader van de beheersing van stof en microbiële luchtvervuiling. Een luchtvervuiling die in de gezondheidszorg natuurlijk zeer belangrijk

In deel 3 worden van kritische afdelingen de inhoudelijke problemen op het gebied van besmetting besproken. Kritische afdelingen zijn (natuurlijk) operatie-, centrale sterilisatie-, ICafdeling en diverse soorten laboratoria en productieruimten.

28

is in de operatieafdeling, maar ook centrale sterilisatie-, IC- en apotheek afdelingen. Luchtvervuilingsbronnen, oorzaken en oplossingsvormen ten aanzien van de luchtbehandeling worden uitgebreid besproken. Deel 2 is ook onafhankelijk te lezen en hieruit kan mede informatie worden gewonnen voor alle toeleveranciers om tot een verantwoorde levering van diensten, materialen e.d. te komen. Deel 3 - Toepassingen In deel 3 worden van kritische afdelingen de inhoudelijke probleemgebieden op gebied van besmettingspreventie besproken en de daaraan te koppelen risico beheersing van de 12 gedefinieerde brongroepen. Kritische afdelingen zoals (natuurlijk) operatie-, centrale sterilisatie-, IC-afdeling en diverse soorten laboratoria en productieruimten. Deel 3 geeft individuele informatie over de preventie vereisten, en dan vooral voor gebruikers en verantwoordelijken van de diverse kritische ruimten en afdelingen. Dit deel kan ook separaat worden gelezen en daarnaast worden gebruikt als naslagwerk voor afdelingsmedewerkers. Het boek is te beschouwen als een studieboek voor iedereen die voor of in de zorg werkzaam is of gaat worden. Tevens kan het als naslagwerk worden gezien voor alle besmettingsrisico’s bij kritische handelingen of het werken met kritisch verzwakte patiënten. 


Contamination Control Magazine editie 3-2019

29


CURSUSUITGELICHT Cursus Cleanroom Werkmethodes voor UHV producten Speciaal voor de uitgesproken specifieke werkmethodes voor UHV producten is deze cursus ontwikkeld.

30


Speciaal ontwikkeld voor het werken met industriële processen waarbij de aanwezigheid van lucht of andere gassen schade toebrengt aan het eindproduct.

Er zijn veel industriële processen waarbij de aanwezigheid van aanzienlijke hoeveelheden lucht of andere gassen schadelijk kan zijn voor het eindproduct. Deze processen moeten daarom plaatsvinden in een omgeving die is geëvacueerd naar zeer uitdagende niveaus van restdruk. Behoud van de reinheid in een dergelijke cleanroom is noodzakelijk om schade aan het product te voorkomen. De werkmethodes voor UHV producten zijn heel specifiek. Speciaal voor dit werkterrein heeft VCCN de Cleanroom Werkmethodes voor UHV producten cursus ontwikkeld. Onderwerpen: • Relatie chemische contaminatie en uitgassen • Invloed omgeving op chemische contaminatie • Mens en chemische contaminatie • Invloed van het proces op chemische contaminatie Doelgroep De cursus is bedoeld voor operators die aan UHV producten werken. Certificaat Deelnemers aan de cursus ontvangen na afloop een deelnamecertificaat. Algemene informatie Cleanroom Werkmethodes voor UHV producten Cursus • Deze cursus is alleen toegankelijk voor personen die in het bezit zijn van een Cleanroompas (verplicht) • De cursus duurt ca. 2 uur • De cursus wordt alleen inhouse gegeven • Maximaal aantal deelnemers: 8

Cursusprijs Op aanvraag. Cleanroompas Nog niet in het bezit van een Cleanroompas? Om personen werkzaam in een cleanroom bewust te maken van hun invloed op de luchtkwaliteit in een cleanroom heeft VCCN de Cleanroom Gedrag Cursus opgezet. Je maakt tijdens deze cursus kennis met de strenge eisen die gesteld worden aan het betreden van een cleanroom. De Cleanroom Gedrag Cursus is een voorwaarde voor iedereen die incidenteel of intensief te maken heeft of gaat krijgen met het verblijf of werken in een cleanroom. Na het succesvol afronden van de Cleanroom Gedrag Cursus ontvang je de Cleanroompas.

Voor nadere informatie over de cursusplaats, cursusdata, cursusprijzen, inhouse, of informatie over deze of andere VCCN cursussen kunt u mailen naar cursus@vccn.nl of bellen naar 088 401 06 50.

Contamination Control Magazine editie 3-2019

31


OKTOBER

07 14

CLEANROOM SCHOONMAAK CURSUS Woerden Doelstelling: u bent in staat te beoordelen of een product te reinigen is en of er verbetermogelijkheden zijn ten aanzien van de reinigingskwaliteit.

13 NOV 20 NOV 21 NOV

CLEANROOM TESTEN EN CERTIFICEREN Woerden Belangstellenden 1,5 dag:13, en 20 nov Associate 2 dagen: 13, en 20 nov Professional: 13, 20 en 21 nov

NOVEMBER MEI

05

CLEANROOM REINIGING CURSUS Woerden Doelstelling: Na het volgen van de 1-daagse cursus bent u in staat een reinigingsprogramma op maat te maken en metingen uit te voeren.

10

CLEANROOM GEDRAG CURSUS Amersfoort Doelstelling: het vergroten van het bewustzijn van medewerkers over hun invloed op de luchtkwaliteit in de cleanroom.

DECEMBER

DECEMBER

12

DECEMBER

29 JANUARI

30 CONGRESSEN

JANUARI

28 32

OPFRIS CLEANROOM GEDRAG CURSUS Woerden Doelstelling: het vergroten van het bewustzijn van medewerkers over hun invloed op de luchtkwaliteit in de cleanroom. CLEANROOM BEHAVIOUR COURSE (engelstalig) Amersfoort Doelstelling: het vergroten van het bewustzijn van medewerkers over hun invloed op de luchtkwaliteit in de cleanroom.

NIEUWE BEDRIJFSLEDEN Actief Cleaning Services Industrieweg 48 5145 PW WAALWIJK actief-cleaningservices.nl

Omneo Systems BV Kastanjelaan 400 5616 LZ EINDHOVEN procedent.nl

Kite Pharma EU BV Hoeksteen 26 2132 MS HOOFDDORP kitepharma.com

EVEN VOORSTELLEN:

Nick van Bemmel ”Samen met mijn compagnon Edwin Suyten heb ik Carefill opgestart, een bedrijf in mengen en vullen van steriele vloeistoffen.Daarvoor hadden we samen een bedrijf in professionele personal care-, reinigings- en desinfectiemiddelen. In tien jaar hebben we dat bedrijf kunnen uitbouwen tot een professionele organisatie met een omzet van 25 miljoen euro. Onze uitdaging ligt echter bij het opzetten van een nieuw soortgelijk bedrijf, maar dan in de markt voor steriele desinfectie en reiniging. Graag ben ik onderdeel van het netwerk van VCCN en heb veel zin in deze nieuwe onderneming.” Edwin Suyten

CLEANROOM TECHNOLOGY EDUCATION Woerden Doelstelling: cleanroom technologie combineren met de beroepsopleiding, en die toepassen op verschillende aspecten van de cleanroom.

09

CONTAMINATION CONTROL IN DE ZORG (MET BEDRIJVENMARKT) ‘t Spant Bussum Programma van 09.30 - 18.00 uur met een overzicht van de visie en ontwikkelingen op het gebied van contamination control rond operatiekamers, CSA en isolatiekamers. Daarnaast is er de mogelijkheid tot het bezoeken van de bedrijvenmarkt.

07

MINISYPOSIUM PRECISIE REINIGING High Tech Campus Eindhoven

OKTOBER

LEDEN

AGENDA CURSUSSEN

15

CLEANROOM CONTAMINATION CONTROL Woerden Doelstelling: u doet kennis op over meettechnieken, cleanrooms, stof op oppervlakken en reiniging om contaminatie tegen te kunnen gaan.

NOVEMBER

(data en locaties onder voorbehoud) Bezoek voor meer informatie www.vccn.nl

”Ik ben commercieel directeur en voor 50% eigenaar van Carefill. Ik heb 25 jaar kennis opgebouwd in contract manufacturing, welke ik nu ga inzetten voor het bouwen van dit mooie nieuwe bedrijf. Ik heb een passie voor het tevredenstellen van mijn klanten met daarbij een scherp oog voor de zakelijke ambities. Samen met ons team leveren wij productiediensten voor het steriel afvullen van vloeistoffen. Door lid te worden van VCCN verwacht ik mijn kennis van deze markt te vergroten, en tevens zakelijk mijn netwerk te verbreden.”


MAAK KENNIS M ONTWIKKELIN ET DE LAATSTE GEN & BEZOE K DE

BEDRIJVENM

ARKT

CONTAMINATION CONTROL IN DE ZORG WOENSDAG 9 OKTOBER ‘T SPANT BUSSUM

Contamination Control in de Zorg: Een zorg meer of een zorg minder?     Het landschap van richtlijnen rond operatiekamers, centrale sterilisatie afdelingen (CSA) en isolatiekamers is op vele manieren in beweging.

Welke kant gaat het op? Wat is verantwoorde zorg? Hoe zal de Inspectie Gezondheidszorg en jeugd hier mee om gaan?

Met de verschillende beroepsverenigingen is gewerkt aan een CSA richtlijn. De periodieke revisie van VCCN Richtlijn 7 is ter hand genomen terwijl aan VCCN Richtlijn 8 de laatste hand wordt gelegd om in het najaar uit te worden gebracht. Ondertussen is de review van en discussie over de conceptrichtlijn luchtbehandeling in operatiekamers en behandelkamers in volle gang.

Op dit symposium over Contamination Control in de zorg wil VCCN een podium geven aan de vele stakeholders en een overzicht geven van de visie op en ontwikkelingen in de dynamische wereld van belangrijke richtlijnen rond operatiekamers, CSA en isolatiekamers.

Parallel aan dit alles wordt er in CEN verband gewerkt aan een richtlijn voor ventilatie in ziekenhuizen. Geen wonder dat er verwarring ontstaat.

Het symposium heeft een dagvullend programma van 09.30 - 18.00 uur. Daarnaast is er de mogelijkheid tot het deelnemen aan of bezoeken van de bedrijvenmarkt. Houd de bijeenkomsten op www.vccn.nl in de gaten voor meer informatie!

WE SHARE THE KNOWLEDGE Contamination Control Magazine editie 3-2019

33


CONTAMINATION CONTROL MAGAZINE | UITGAVE VAN VCCN | JAARGANG 32 | EDITIE 3-2019

COLOFON

C

2

MGZN

INSTELLEN PARAMETERS Het juist instellen van de luchtbehandelingssystemen is een belangrijke factor HYBRIDE OK Ingebruikname hybride OK’s in Catharina Ziekenhuis Eindhoven THERMISCH COMFORT Ook thermisch comfort is medebepalend voor het welzijn van de patient

WE SHARE THE KNOWLEDGE Vereniging Contamination Control Nederland

Een uitgave van VCCN, Vereniging Contamination Control Nederland Jaargang 32 editie 3-2019 REDACTIE Philip van Beek Arthur Lettinga Ruud Wolters REDACTIE COÖRDINATIE Verenigingsbureau VCCN Korenmolenlaan 4 | 3447 GG Woerden T 088-401 06 50 v.vangent@vccn.nl ADVERTENTIEVERKOOP Bel voor de tarieven naar 088-401 06 50 of bezoek www.vccn.nl LIDMAATSCHAP Persoonlijk lidmaatschap € 50.- per jaar (incl. btw) Bedrijfslidmaatschap € 225.- per jaar (excl. btw) FOTOVERANTWOORDING Archief VCCN VORMGEVING Bareminded www.bareminded.nl VERANTWOORDING De realisatie van C2MGZN is zorgvuldig voorbereid, gepland en uitgevoerd. Desondanks kan VCCN geen verantwoordelijkheid aanvaarden voor eventuele onjuistheden. COPYRIGHTS Behoudens uitzondering door de Wet gesteld, mag zonder schriftelijke toestemming van de rechthebbende(n) op het auteursrecht niets uit deze uitgave verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, microfilm, of in enige digitale, elektronische of optische of andere vorm, hetgeen ook van toepassing is op de gehele of gedeeltelijke bewerking.

34


Double pure. Double sure.

CWS en Initial verdubbelen hun cleanroomexpertise en servicekracht door samen te gaan onder de naam CWS Cleanrooms. Dat heeft veel voordelen voor u. Denk daarbij aan meer focus op duurzame serviceconcepten, zodat u veilig en schoon in uw cleanroom kunt werken. Daarnaast maken er nu nog meer cleanroomwasserijen deel uit van het Europese contingency plan. Door ons sterkere logistieke netwerk kunnen wij nog beter op uw wensen inspelen. Het bundelen van onze krachten draagt ook bij aan innovatieve ontwikkelingen op het gebied van digitale intelligente oplossingen.

Double curious? Plan snel uw afspraak via cleanrooms.nl@cws.com. Of kijk op CWS.COM voor meer informatie.

CWS.COM


DE

OS

CO N

NE CT â&#x20AC;&#x201C;B

IU M

r

ESTE INNOVATIE C

GO ATE

AT OR

Te c h Aw a

OR

er

n NI

d

Win

2018

MAXIMALE MAXIMAAL VEILIGHEID RI

E

LA

B

Flow Bench De nieuwe standaard in Crossflow-techniek: W Maximale productbescherming W Maatwerkoplossing W Vervaardigd uit hoogwaardig RVS W Standaard uitvoerbaar met H13, H14 of U15 filter

Laminair Downflow Techniek

De standaard voor de veilige werkplek W Geen belemmeringen, maximale bewegingsvrijheid W Perfecte monitoring van de procesparameters W Volledig gedocumenteerd: QP, QMP, DQ, FAT, SAT, IQ & OQ

Ervaar in 2 minuten de meerwaarde van de innovatieve DENIOS Connect technologie. Of ga voor meer informatie naar www.denios.nl of bel ons : +31 172 - 50 64 66 | : +32 3 - 312 00 87

Profile for VCCN

C2MGZN september 2019  

C2MGZN is het kwartaalmagazine van VCCN. VCCN (Vereniging Contamination Control Nederland) is een professioneel platform vóór en dóór vakmen...

C2MGZN september 2019  

C2MGZN is het kwartaalmagazine van VCCN. VCCN (Vereniging Contamination Control Nederland) is een professioneel platform vóór en dóór vakmen...

Profile for vccn