Page 1

ONAFHANKELIJK VAKBLAD VOOR ERFGOEDPROFESSIONALS ARCHEOLOGIE | CULTUURLANDSCHAP | MONUMENTEN | IMMATERIEEL ERFGOED | VOLKSCULTUUR

JAARGANG 10 | NUM M ER 3 9 | A PRIL 2 0 1 7

OPGEGRAVEN STRIJD, ARCHEOLOGIE VAN OORLOG SPOREN VAN OORLOG: DE BIJDRAGE VAN DE ARCHEOLOGIE

Gelderland grensland is rijk geïllustreerd en bevat onder meer tientallen speciaal voor dit boek vervaardigde kaarten.

www.vantilt.nl

VITRUVIUS_April2017.indd 1

13-07-omslag-gelderland-grensland.indd 1

WERELDERFGOED: SCHAT OF SCHIETSCHIJF?

VA N T I LT

DE NIEUWE BAVO TE HAARLEM, AD ORIENTEM GERICHT OP HET OOSTEN

GELDERLAND GRENSLAND

Grenzen zijn terug van weggeweest; ze worden in heel Europa weer steeds scherper getrokken. Maar grenzen zijn ook van alle tijden. Dat wordt meteen duidelijk als we naar Gelderland kijken. Aan het begin van onze jaartelling liep de Romeinse rijksgrens er dwars doorheen. In de middeleeuwen vormde Gelre een strategische overgangszone tussen Oost en West, later fungeerde het gebied veelvuldig als militaire buffer voor het westen van Nederland. En nu bezit het, naast een landsgrens, maar liefst zes provinciegrenzen. Vanouds kent Gelderland allerlei binnengrenzen. De grote rivieren vormden eeuwenlang barrières tussen Noord en Zuid, de indeling in kwartieren leidde ertoe dat de Veluwe, de Achterhoek en de Betuwe elk hun eigen(gereide) bestuur kenden, taal- en religieuze grenzen liepen en lopen dwars door het gewest. Wat betekenden al die grenzen voor de inwoners van dit gebied? In welke mate werd hun identiteit erdoor gevormd? Hoe gingen zij met grenzen om? Door de blik te richten op verschillende tijden en verschillende soorten grenzen toont Gelderland grensland niet alleen verrassende inzichten in de Gelderse geschiedenis, maar ook in het fenomeen ‘grenzen’ in het algemeen.

2000 JAAR VERDEELD EN VERBONDEN Dolly Verhoeven, Maarten Gubbels, Marc Wingens en Simon van den Bergh (red.)

VA N T I LT

VOOR U GELEZEN

10-10-16 16:28

28/02/17 18:33


Uw speciaal Erfgoed verdient een Special in Vitruvius Steeds meer Steeds meer gemeenten gemeentenzetten zetten zich zichactief actiefininvoor voorhun huneigen eigencultuurcultuurhistorie, monumenten, musea, musea,bodemvondsten bodemvondstenen enander andererfgoed. erfgoed. voor Erfgoed spreekt inwoners inwonersaan: aan:talloze tallozevrijwilligers vrijwilligerszetten zettenzich zichinin voor het behoud van van een eenmonument, monument,of ofzijn zijnactief actiefinin een historische verhet behoud een historische vereniging. Cultuurhistorie draagt draagtbovendien bovendien sterk sterkbij bijaan aaneen eengevoel gevoel eniging. Cultuurhistorie van locale identiteit. identiteit. Erfgoed leeft! van locale Erfgoed leeft! Presenteer uw gemeentelijk erfgoedbeleid in vakblad Vitruvius met Presenteer uwInformeer gemeentelijk in vakblad Vitruvius met een ‘special’. naarerfgoedbeleid de plaatsingsmogelijkheden. een ‘special’. Een eerste voorbeeld hiervan vindt u op pag. 22-27. Bovendien ontvangt u kosteloos 500 exemplaren voor promotionele Meer weten? Mail: info@uitgeverijeducom.nl Of bel de uitgever op 010-425 44. doeleinden. Meer weten? Mail:65info@uitgeverijeducom.nl Of bel de uitgever op 010-425 65 44.

VITRUVIUS_April2017.indd 2

Educom BV Drukwerk Investeringen Marketing Internet www.uitgeverijeducom.nl

28/02/17 18:33


JAARGANG 10 NUMMER 39 APRIL 2017

5

6 DE NIEUWE BAVO TE HAARLEM, AD ORIENTEM GERICHT OP HET OOSTEN

KORT

12

OPGEGRAVEN STRIJD, ARCHEOLOGIE VAN OORLOG SPOREN VAN OORLOG: DE BIJDRAGE VAN DE ARCHEOLOGIE

l

WERELDERFGOED: SCHAT OF SCHIETSCHIJF?

Geschiedenis van de literatuur in Limburg

N

Dolly

onder redactie van lou spronck, ben van melick en wiel kusters vantilt | lgog

AN D

www.vantilt.n

NDE V E R B O(red.) LD EN E R D E E Wingens en Simon van den Bergh AAR V Marc 2 0 0 0 J Verhoeven, Maarten Gubbels,

RE N SL LA N D G

24

GE LD ER

a heel Europ worden in van alle eweest; ze en zijn ook van wegg zijn terug Maar grenz kijken. Grenzen getrokken. Gelderland s scherper ens als we naar inse rijksgr weer steed n duidelijk de Rome wordt metee stralling liep tijden. Dat e Gelre een onze jaarte en vormd erde begin van leeuw het funge Aan In de midde West, later doorheen. Oost en westen van er dwars one tussen voor het overgangsz ire buffer liefst zes tegische als milita rens, maar d veelvuldig een landsg het gebie het, naast En nu bezit rivieren Nederland. zen. De grote nzen. ng i binnengren provinciegre Zuid, de indeli rland allerle Noord en de kent Gelde res tussen rhoek en Vanouds nlang barriè e, de Achte Veluw eeuwe religieuze dat de vormden n, taal- en leidde ertoe bestuur kende in kwartieren (gereide) st. het gewe hun eigen gebied? Betuwe elk dwars door ers van dit en lopen de inwon gingen Hoe grenzen liepen al die grenzen voor md? enden erdoor gevor illende tijden Wat betek identiteit n op versch werd hun niet richte mate te land de blik In welke rland grens en om? Door toont Gelde is, maar zij met grenz n grenzen geschieden Gelderse illende soorte ten in de en versch een. sende inzich in het algem alleen verras ‘grenzen’ fenomeen meer ook in het bevat onder streerd en geïllu n. is rijk kaarte grensland vervaardigde Gelderland dit boek speciaal voor tientallen

18

10-10-16

VA N T I

VA N T I

26

16:28

LT

LT

VOOR U GELEZEN

d.indd 1

nd-grenslan

ag-gelderla

13-07-omsl

RECENT VERSCHENEN

3

VITRUVIUS_April2017.indd 3

28/02/17 18:33


colofon

VITRUVIUS

NUMMER 39

APRIL 2017

ONAFHANKELIJK VAKBLAD VOOR ERFGOEDPROFESSIONALS ARCHEOLOGIE | CULTUURLANDSCHAP | MONUMENTEN | IMMATERIEEL ERFGOED | VOLKSCULTUUR

JAARGANG 10 | NUMMER 39 | APRIL 2017

Vitruvius is een informatief, promotioneel, onafhankelijk vaktijdschrift dat beoogt kennis en evaring uit te wisselen, inzicht te bevorderen en belangstelling te kweken voor de vakgebieden archeologie, cultuurlandschap, monumenten, immaterieel erfgoed en volkscultuur.

OPGEGRAVEN STRIJD, ARCHEOLOGIE VAN OORLOG SPOREN VAN OORLOG: DE BIJDRAGE VAN DE ARCHEOLOGIE

Gelderland grensland is rijk geïllustreerd en bevat onder meer tientallen speciaal voor dit boek vervaardigde kaarten.

www.vantilt.nl

13-07-omslag-gelderland-grensland.indd 1

WERELDERFGOED: SCHAT OF SCHIETSCHIJF?

VA N T I LT

DE NIEUWE BAVO TE HAARLEM, AD ORIENTEM GERICHT OP HET OOSTEN

GELDERLAND GRENSLAND

Grenzen zijn terug van weggeweest; ze worden in heel Europa weer steeds scherper getrokken. Maar grenzen zijn ook van alle tijden. Dat wordt meteen duidelijk als we naar Gelderland kijken. Aan het begin van onze jaartelling liep de Romeinse rijksgrens er dwars doorheen. In de middeleeuwen vormde Gelre een strategische overgangszone tussen Oost en West, later fungeerde het gebied veelvuldig als militaire buffer voor het westen van Nederland. En nu bezit het, naast een landsgrens, maar liefst zes provinciegrenzen. Vanouds kent Gelderland allerlei binnengrenzen. De grote rivieren vormden eeuwenlang barrières tussen Noord en Zuid, de indeling in kwartieren leidde ertoe dat de Veluwe, de Achterhoek en de Betuwe elk hun eigen(gereide) bestuur kenden, taal- en religieuze grenzen liepen en lopen dwars door het gewest. Wat betekenden al die grenzen voor de inwoners van dit gebied? In welke mate werd hun identiteit erdoor gevormd? Hoe gingen zij met grenzen om? Door de blik te richten op verschillende tijden en verschillende soorten grenzen toont Gelderland grensland niet alleen verrassende inzichten in de Gelderse geschiedenis, maar ook in het fenomeen ‘grenzen’ in het algemeen.

Vitruvius komt tot stand m.m.v. de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

2000 JAAR VERDEELD EN VERBONDEN Dolly Verhoeven, Maarten Gubbels, Marc Wingens en Simon van den Bergh (red.)

VA N T I LT

VOOR U GELEZEN

10-10-16 16:28

VAKBLAD VITRUVIUS IS EEN UITGAVE VAN

Mathenesserlaan 347 3023 GB Rotterdam Tel. 010-425 6544 info@uitgeverijeducom.nl www.uitgeverijeducom.nl

ABONNEMENTEN 4 nrs/jaar: Nederland E 45.- /België E 55.-. Voor betaling wordt een factuur verzonden. Vermeld bij correspondentie altijd het abonneenummer (zie de factuur). Tijdige betaling garandeert regelmatige toezending. Abonnementen lopen automatisch door. Opzeggingen (uitsluitend schriftelijk per aangetekend schrijven) dienen uiterlijk twee maanden voor afloop

LEZERSSERVICE / NABESTELLINGEN Adresmutaties/abonnementen en nabestellingen doorgeven via info@uitgeverijeducom.nl. © Copyrights Uitgeverij Educom April 2017 ISSN 1874-5008 Niets uit deze uitgave mag worden gereproduceerd met welke methode dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de uitgever.

van de abonnements periode in ons bezit te zijn.

4

VITRUVIUS_April2017.indd 4

28/02/17 18:33


VITRUVIUS

NUMMER 39

kort

APRIL 2017

Toekomstig erfgoedbeleid: Erfgoed telt

H

et ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) is verantwoordelijk voor de zorg voor het cultureel erfgoed in Nederland; de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed voert wet- en regelgeving en erfgoedbeleid uit dat het ministerie samen met de dienst ontwikkelt. Het erfgoedbeleid van de afgelopen jaren heeft geleid tot eenvoudiger regelgeving en biedt meer ruimte voor de eigenaar. Het grootste deel van

de rijksmonumenten staat er goed bij, en er is een verandering in focus van restaureren naar beheer en gebruik. Er is ook aandacht voor herbestemming van monumentale gebouwen. Daarnaast is het inmiddels vanzelfsprekend dat bij gebiedsontwikkelingen rekening wordt gehouden met erfgoed. Toch bereiden het departement van OCW en de Rijksdienst, samen met vertegen-

woordigers uit het erfgoedveld, nu een herijking van het erfgoedbeleid voor. Dit gebeurt omdat er sprake is van een aantal belangrijke ontwikkelingen binnen en buiten het domein van het onroerend erfgoed waarop moet worden ingespeeld. Op de website http://www.cultureelerfgoed. nl/dossiers/toekomstbestendig-erfgoedbeleid wordt het traject om te komen tot een toekomstbestendig erfgoedbeleid nader toegelicht. n

Heemschut Provincie Zeeland onderzet archief zoekt mogelijkheid voor digitaal online ArcheoHotspot

E

rfgoedvereniging Heemschut heeft de laatste tijd gewerkt aan de digitale ontsluiting van haar archief. Het betreft tijdschriften, jaarverslagen en de bekende Heemschutserie. Ook is een collectie van zo’n 36.000 foto’s en dia’s van de periode 1970-1995 gratis te bekijken en downloaden. Het materiaal is via een speciale viewer op de site van Heemschut te vinden. n

D

e provincie gaat de mogelijkheid van een ArcheoHotspot in Zeeland onderzoeken. Dat is een regionaal hulpen informatiecentrum voor archeologie en laat bezoekers kennis maken met het werk van archeologen en de vondsten in hun regio (zie ook editie 38 van Vitruvius). Het onderzoek naar een Zeeuwse ArcheoHotspot is een actiepunt uit de

Provinciale Onderzoeksagenda Archeologie Zeeland 2017, die is opgestuurd naar de Staten. Ook verdronken dorpen en dijken zijn in 2017 speerpunten in het Zeeuwse archeologiebeleid. Er bestaan momenteel ArcheoHotspots in Amsterdam, Den Bosch, Eindhoven, Nijmegen, Arnhem en Utrecht. n

Nationaal Centrum Erfgoedopleidingen van start

O

p 1 januari 2017 is de stichting Nationaal Centrum Erfgoedopleidingen officieel van start gegaan. De start werd gemarkeerd doordat onze website live is gegaan. Op www.erfgoedopleidingen.nl is alle informatie over het erfgoed- en restauratieonderwijs overzichtelijk bij elkaar gezet. Op de website zijn opleidingen, cursussen en docenten makkelijk op te zoeken. En dat is handig, want bij vele opleidingen zijn de open dagen al weer begonnen. n

5

VITRUVIUS_April2017.indd 5

28/02/17 18:33


Bernadette van Hellenberg Hubar Erfgoedprofessional & schrijver vanhellenberghubar.org

NUMMER

39

APRIL

2017

De nieuwe Bavo te Haarlem, Ad orientem

Gericht op het oosten Het boek dat tijdens de restauratie geschreven werd* Ad orientem | Gericht op het oosten onthult hét leidmotief van het nieuwe boek over de Haarlemse kathedraal, beter bekend als de nieuwe Bavo van architect Joseph Th.J. Cuypers (1861-1949). De subtitel slaat zowel op de oriëntatie van het gebouw - met de apsis gericht op het oosten - als de lichtsymboliek van de dageraad en de oriëntaalse invloeden in de vormgeving. Dat heeft

Joseph Cuypers niet allemaal alleen bedacht. Geen bouwmeester zonder bouwheer, dus ook zijn opdrachtgever hoort hier genoemd te worden. Dat was de bisschop van Haarlem, die vertegenwoordigd werd door zijn vicarisgeneraal A.J. Callier (uit te spreken als rijmend op lier). Callier die als de programmamaker van de kathedraal beschouwd kan worden, werd in 1903 tot bisschop benoemd, tijdens de tweede bouwfase. De nieuwe Bavo kwam namelijk in drie fasen tot stand:

Bron: Gefotografeerd door Sjaan van der Jagt/Pixelpolder (beeldbank RCE). Opmaak Marjo Starink.

ooft dwat

VITRUVIUS

1 - Omslag van Ad orientem | Gericht op het oosten, met het rode ochtendlicht op de gevels van de nieuwe Bavo in de zomer van 2015.

•  De oostpartij tot en met een deel van de viering in 1893-1898. •  Het schip, de onderbouw van de westtorens, de rest van de viering en de koepel in 1902-1906. •  De twee westtorens in 1925-1930, door Josephs zoon, Pierre J.J.M. Cuypers. De architect en zijn ploeg Wie de naam Cuypers hoort, zal waarschijnlijk in eerste instantie denken aan de ontwerper van het Rijksmuseum en het Centraal Station te Amsterdam. Dat ook zijn zoon Joseph en kleinzoon Pierre junior actief waren in het bouwvak is minder bekend. Hoewel er inmiddels verschillende publicaties aan Joseph Cuypers zijn gewijd – waarvan de meest recente van pastoor Crutzen over de kerk van Klimmen – is er nog veel dat niet bekend is over zijn visie en zijn creativiteit. Wat dat betreft zal met dit boek de achterstand ingelopen worden; en dat is vooral mogelijk gebleken doordat het hier om het meesterwerk gaat van Joseph Cuypers als kerkenbouwer. Bij de totstandkoming van de kathedraal waren overigens meer mensen betrokken: zijn vader kon het niet laten om in het begin zelf wat schetsen op tafel te leggen; bijna dertig jaar daarvoor was hem immers deze opdracht in het vooruitzicht gesteld. Behalve als klankbord is zijn inbreng verder beperkt gebleven tot het glas-in-lood in de lucida (de ramen in de apsis). Verder had je daar Jan Stuyt die aanvankelijk als opzichter werkzaam was, maar vanaf 1899 als vennoot van Joseph Cuypers. Ook met hem zal de architect vaak gespiegeld hebben over zijn ontwerpen. En ten slotte was daar Pierre junior die onder de hoede van zijn vader tekende aan de westtorens en het noorderportaal.[1] Los van deze creatieve mensen had je in het bouwteam bazen en onderbazen waarvan de belangrijksten in de galerij van de apsis in symbolen en initialen vereeuwigd zijn.[2]

6

VITRUVIUS_April2017.indd 6

28/02/17 18:33


NUMMER

39

APRIL

2017

Bron: Noord-Hollands Archief te Haarlem

VITRUVIUS

2 - De bouwheren en bouwmeesters van de nieuwe Bavo: bisschop Caspar Bottemanne, zijn opvolger vicarisgeneraal Augustinus Callier, Joseph Cuypers en Jan Stuyt.

Wat kan ik zoal vinden in ‘De nieuwe Bavo te Haarlem’? Licht — Niet alleen de twee genoemde thema’s komen aan bod, want er speelt meer dan alleen de polychromie en de onvoltooide elementen. Ze gaven wel de richting aan van enkele andere bijzonderheden. Allereerst de opmerkelijke visie van Joseph Cuypers op

licht in architectuur. Ik haal een klein stukje aan uit een van zijn belangrijkste artikelen over de nieuwe Bavo. Eerst vertelt hij over de sterke horizontale lijnen in de historische gebouwen van Nederland. Ons land is vlak en dat geldt ook voor de architectuur. ‘Moet daarin niet worden erkend de weerspiegeling van wat het Hollandsche landschap dien ouden bouwmeesters te zien en te voelen gaf — eene groote ruimte, afgeteekend door fijne, teere profielen aan den horizon, zonder scherpe kleuren of harde contrasten: eene ruimte niet omschreven door krachtige bergruggen, maar voelbaar door de tinteling der atmosfeer en de afbleekende tonen van ’t geboomte onzer polders?’[4] Pas toen ik dit las, realiseerde ik me dat Joseph geen Limburger is, maar een Hollandse jongen! Zijn vader, ja, dat was een echt ‘Remunsje jung’, maar Joseph had een Amsterdamse moeder, grootvader en

overgrootvader en voelde zich dus ook Hollander. Zelf zou hij zeggen dat hij van zijn moeder een ‘Hollandsch gemoed’ erfde en van zijn Limburgse vader het ‘harmonisch kunst-inzicht’.[5] Het beste dus van twee werelden. Wat betekende dit in de praktijk? Dat hij brak met het ideaal van de zwaar gekleurde, donkere Chartresachtige glazen omdat hij het licht van het Hollandse polderlandschap naar binnen wilde halen. Zo ontwikkelde hij een nieuw concept dat je als de architectonische variant van het impressionisme zou kunnen betitelen. Want lichtinval is iets dat elk moment verandert. En daardoor heb je eigenlijk niet met één gebouw te maken, maar met een hele serie gebouwen die ieder moment van aanzien veranderen. Een belangrijke inspiratiebron hiervoor was vrijwel zeker de beroemde reeks van Monet, van de kathedraal van Rouen. Die laat prach-

Bron: bvhh.nu 2013.

Waarom een nieuw boek? Nu zijn er sinds de kerkwijding van 1898 al verschillende publicaties aan de nieuwe Bavo gewijd, waarvan de laatste uit 1997: in Getooid als een bruid is uitvoerig aandacht besteed aan de ontwikkeling van het bouwplan, de iconografie en de verschillende kunstenaars die aan de inrichting werkten. Wat maakt ‘mijn’ boek anders, en sterker nog, waarom is er nog een boek nodig? Heel eenvoudig: de nieuwe inzichten als gevolg van de restauratie.[3] Het anders en nodig heeft namelijk te maken met de ontdekkingen die vooral vanaf de steiger zijn gedaan. Als een van de betrokken onderzoekers stond ik daar oog in oog met de verschillende onderdelen die van de grond af niet waren te zien. Daar kreeg ik uitleg over de vondst van minieme kleursporen wat er toe heeft geleid dat de buitenpolychromie voor een groot deel is hersteld. Daar werd ik op een wel heel directe manier geconfronteerd met onvoltooide, brute halffabricaten en zelfs misbaksels die bij zo’n verheven bouwwerk als een kathedraal eigenlijk niet passen. Daar zag je ook het vakmanschap van de baksteenpolychromie en het spannende verschiet waarin verschillende elementen hand over hand in een klimmende beweging omhoog stuwen naar het meest majestueuze onderdeel: de groenkoperen koepel. Alleen al het complexe spel van architectonische hoofdlijnen en verfijnde detaillering is een studie waard.

3 - Op de steiger zie je de dingen in heel andere dimensies. Maar het is vooral de sfeer die je niet loslaat. Een bijzondere plek tussen hemel en aarde. 7

VITRUVIUS_April2017.indd 7

28/02/17 18:33


VITRUVIUS

De Unvollendete — De onvoltooide elementen, misbaksels en halffabricaten worden in het boek behandeld als onderdeel van de Unvollendete, onder verwijzing naar de beroemde symfonie van Schubert. Nu was Joseph Cuypers een beelddenker, geen filosoof. Ook al zou je het niet (of misschien juist wel) zeggen na het poëtische stukje dat ik net aanhaalde: hij dacht vooral in beelden en niet in woorden. En dat is wat al die onvoltooide stukken steen laten zien: hoe Joseph Cuypers als beelddenker een filosofisch concept wist te verwerken. In dit geval gaat het om een denkbeeld van Thomas van Aquino die hierbij weer steunde op Aristoteles. Kort door de bocht kun je stellen dat alles wat bestaat één grote bulk potentie is: alleen zo kun je verklaren hoe het mogelijk is dat iets is en op hetzelfde moment iets anders aan het worden is. Als we alleen al naar ons zelf kijken zijn we voortdurend in staat van verandering: we zijn niet helemaal meer wat we waren, maar ook nog niet helemaal wat we het aan het worden zijn. En het mooie hiervan is dat we ieder moment keuzes kunnen maken. Dat is precies wat uitgedrukt wordt door de Unvollendete: de potentie om na het wordingsproces tot een bepaald stadium doorlopen te hebben, iets anders te worden. En dat iets anders maakt deel uit van een eindeloos scala aan mogelijkheden. Al die mogelijkheden zitten in ons, net zoals in de steen direct uit de groeve een eindeloze hoeveelheid beelden zit besloten.[7]

Polychromie — Er wordt wel gezegd dat dit oriëntalisme ook tot uitdrukking komt in de kleuren. En hoewel er zeker enige overeenkomsten zijn, steunt Joseph Cuypers hier toch vooral op de Farbenlehre van Goethe – de dichter, ja ! – en het onderzoek van Viollet-le-Duc; om de enorme ervaring van zijn vader op dit gebied niet te verge-

APRIL

2017

ten. Vooral de buitenpolychromie is heel bijzonder, omdat we van dit type geen enkel ander voorbeeld in Nederland (meer?) hebben. Voor de oorlog moet die voor een groot deel al zijn verweerd, want in het collectieve geheugen van Haarlem was geen enkele herinnering meer aan de eertijds rijke tooi van de torens, gevels en steunberen van de kathedraal. De polychromie werd ondersteund door verguldsel dat het licht en de kleuren reflecteerde, zoals ook aan de binnenkant gebeurde door middel van glanselementen als terracotta, edelsmeedwerk, mozaïeken en noem maar op.[9] Catechismus en Biblia pauperum — Ook de latere bisschop Callier was intensief bezig met het gedachtegoed van Thomas van Aquino. Hij liet zich zelfs vereeuwigen in het beeld van deze heilige bij het heilig Hartaltaar. Anders dan de architect was hij geen beelddenker, maar vooral een docent die elementaire geloofswaarheden, vervat in de catechismus, over het voetlicht wilde

4 - Claude Monet, Cathédrale de Rouen (1892-1894).

Bron: bvhh nu 2013, 2014.

Oriëntalisme — De kathedraal valt op door

sterk oosters aandoende patronen en ornamenten, met de koepel als meest in het oog lopende uitdrukkingsvorm. Deze aandacht van Joseph Cuypers voor, zoals hij het zelf noemde, ‘Spaansch-Arabische motieven’ heeft niet alleen te maken met de erkenning van de inheemse architectuur van het heilige Land als inspiratiebron van christelijke cultuur, maar is opnieuw sterk beïnvloed door de figuur van Thomas van Aquino. Want zoals deze wijsgeer de geschriften van Aristoteles te danken had aan de islamitische denkers van Arabische signatuur, ontleende Joseph Cuypers daar een onderscheidend deel van zijn vormenschat aan.[8]

39

Bron: Wikimedia Commons.

tig zien hoeveel verschillende gebouwen één kathedraal vormt op de verschillende momenten van de dag.[6]

NUMMER

5 - De Unvollendete bestaat uit rudimentair beeldhouwwerk, halffabrikaten en misbaksels. 8

VITRUVIUS_April2017.indd 8

28/02/17 18:33


NUMMER

39

APRIL

2017

Bron: Beeldbank RCE-Sjaan van der Jagt/Pixelpolder 2015.

VITRUVIUS

brengen. Daarvoor koos hij onder meer de systematiek van de middeleeuwse Biblia pauperum (armenbijbel), waarvan in het bisdom nog verschillende originele exemplaren bestonden, zoals in de Grote Kerk van Laren. Callier wist heel goed dat hij zijn ideeën niet kon realiseren zonder de tussenkomst van de uitvoerende kunstenaar, die hij dan ook een bijzondere status toekende. Zo werd zijn haast persoonlijke beeldhouwer, Johannes Maas, getypeerd als ‘priester van het Schoone’. Het geeft aan dat kunstenaars en geestelijken tijdens de bouw een bijna gelijkwaardige status hadden. Bijna, want uiteindelijk voelde de geestelijkheid zich toch ver verheven en bevoorrecht boven de leken. Wel kon de kunstenaar net als een geestelijke als een ingewijde worden beschouwd, iemand die door zijn scheppingsvermogen, kennis en inspiratie dieper doordrong tot de goddelijke geheimen dan de gewone gelovige.[10] Netwerk en De Heilige Linie — Om het verhaal over de verschillende actoren in te kaderen, is zowel aandacht besteed aan het netwerk waarin zij verkeerden, als aan de gemene deler die onder het programma lag, het handboek over kerkbouwsymboliek van

Bron: Van Hoogevest Architecten-Sjaan van der Jagt/Pixelpolder 2015.

6 - Van de buitenpolychromie van de nieuwe Bavo was nauwelijks nog iets over.

7 - Door de eigentijdse glazen van Jan Dibbets ontstaat een veelkleurige lichtval in het schip van de nieuwe Bavo. Josephs peetoom, J.A. Alberdingk Thijm, De Heilige Linie (1858).[11] Om te beginnen komt dit tot uitdrukking in de oriëntatie van de kerk, maar er spelen nog talloze andere thema’s mee die onder meer leidden tot de ontdekking van de bruid van het oosten en de bruid van het westen.[12]

Ervaring Wat heeft het nu zo bijzonder gemaakt om dit boek te schrijven. Sowieso was het fantastisch om dit onderzoek te mogen doen, me te verdiepen in de verschillende persoonlijkheden die direct en zijdelings bij het project van 1895 tot 1930 waren betrokken 9

VITRUVIUS_April2017.indd 9

28/02/17 18:34


VITRUVIUS

NUMMER

39

APRIL

2017

Bron: RCE Beeldbank – Sjaan van der Jagt/Pixelpolder 2015.

8 - Hoe belangrijk Thomas van Aquino voor bouwheer bisschop A.J. Callier was, blijkt wel uit het heilig Hartaltaar in het zuidertransept van J.P. Maas (heilig Hartbeeld van onbekende datum) en zijn zoon A.W.M. Maas (1922). Links zit Thomas van Aquino met de gelaatstrekken van Callier, rechts Bernardus van Clairvaux. Boven het altaar bevindt zich de schildering van het hemels Jeruzalem van Han Bijvoet (1951).

10

VITRUVIUS_April2017.indd 10

28/02/17 18:34


NUMMER

39

APRIL

2017

Bron: archief nieuwe Bavo te Haarlem. Repro Noord-Hollands Archief..

VITRUVIUS

9 - De nieuwe Bavo anno 1928, tijdens de bouw van de torens naar ontwerp van Pierre J.J.M. Cuypers, de zoon van Joseph Cuypers. – wat heb ik veel mensen leren kennen! – en bezig te kunnen zijn met alles wat zich op ons netvlies ontvouwt. Want daar gaat het per slot van rekening bij een kunsthistoricus om: om het visuele spel dat zich voor onze ogen afspeelt dankzij de kunst die door mensenhanden tot stand is gebracht. Maar wat dit boek toch wel extra bijzonder maakt, is dat ik het tijdens de restauratie heb mogen schrijven. En dat is behoorlijk apart in Nederland, want meestal gebeurt zoiets als het werk gedaan is. Dan kun je in principe al niet meer achter de schermen, of liever, vanaf de steigers kijken. Vooral dat laatste heeft dit me bij dit boek veel gebracht. Zo vond bij het herstel van de polychromie een directe wisselwerking plaats tussen onderzoek, schrijven en restaureren, waarbij over en weer een verdiepingsslag plaatsvond. Maar ook de gelukkige situatie dat het gebouw vanaf de steigers bestudeerd kon worden, leverde kennis en inzichten op die zonder dat onmogelijk zouden zijn geweest. Lest best was het heel speciaal dat er een wisselwerking was met levende kunstenaars over hun recente bijdrage aan de kathedraal. Wat dacht je van de glazen van Jan Dibbets in het schip, de glasobjecten van Marc Mulders in de doopkapel of het mozaïek van Gijs Frieling bij de Sacramentskapel, allemaal na een proces van denken en overleggen tot stand gekomen in 2016. Hierbij speelde op de achtergrond de iconografische inbreng van de plebaan, met wie ik over actuele beeldprogramma’s kon praten: niet iets van gisteren, maar van vandaag, alhoewel uiteraard wel diep geworteld in de traditie. En zo vonden verschillende gesprekken plaats met

de actoren van nu, variërend van de voorzitter van de Stichting Kathedrale Basiliek Sint Bavo tot de koster en de conservator van het KathedraalMuseum; van de architect en de opzichter tot de metselaar; van de kleurhistoricus tot de meesterschilder. Deel uitmaken van een team, vergelijkbaar met dat wat de Bavo ooit tot stand bracht. Je kunt het slechter treffen als onderzoeker en schrijver.

berghubar.org, http://wp.me/P4eh3s-7q (2013). [3]  Eggenkamp, Wim, ‘Restauratie Kathedrale complex van Sint Bavo halverwege’, in: Haerlem Jaarboek 2014, Haarlem 2015, pp. 133-179. [4]  Hubar, Ad orientem, paragraaf 6.2.5 ‘De invloed van Goethe’. [5]  Erftemeijer e.a., Getooid als een bruid, p. 214. [6]  Hubar, Ad orientem, paragraaf 6.4 ‘Licht en atmosfeer’. [7]  Hubar, Ad orientem, paragraaf 4.2 ‘De graden van volmaaktheid (Thomas van Aquino)’. [8]  Hubar, Ad orientem, hoofdstuk 7 ‘De koepel als epiloog’. [9]  Hubar, Ad orientem, paragraaf 6.1 ‘De juwelen van de bruid’. [10] Hubar, Ad orientem, hoofdstuk 5 ‘Te Deum laudamus’. [11] Hubar, Ad orientem, hoofdstuk 2 ‘Acte de présence’. Ibidem, hoofdstuk 3 ‘De Heilige Linie’. [12] Hubar, Ad orientem, paragraaf 3.4 ‘De onzichtbare patrones’. n

* Dit artikel verscheen eerder op de site van het platform ifthenisnow.eu en op vanhellenberghubar.org. Met dank aan de beeldbank van het Noord-Hollands Archief en de Rijksdienst Cultureel Erfgoed, en Van Hoogevest Architecten, belast met de restauratie van de nieuwe Bavo, voor het beeldmateriaal. De nieuwe Bavo en het KathedraalMuseum zijn van begin maart tot eind oktober en in de kerstvakantie geopend. Door het jaar heen vinden verschillende keren gewelftochten, torenbeklimmingen en andere rondleidingen plaats. Voor meer informatie zie www.rkbavo.nl.

Over de auteur

Noten [1]  Zie de uitleg van Arjen Looyenga in Erftemeijer e.a., Getooid als een bruid, pp. 44-58. De vennootschap van Joseph Cuypers en Jan Stuyt duurde van 1898 tot 1909 en niet, zoals vaak wordt gedacht van 1900 tot 1908 (vriendelijke mededeling Agnes van der Linden, onder verwijzing naar haar boek: Vrienden van Jan Stuyt en Louise Barozzi: Bijdragen aan een album anno 1928, Nijmegen 2015, p.86). [2]  Bernadette van Hellenberg Hubar, ‘Hommage aan het team’, op: vanhellen-

van kunsthistorici. Vanaf 1996 is zij als

Bernadette van Hellenberg Hubar (1956) studeerde kunstgeschiedenis aan de Rijksuniversiteit te Utrecht en promoveerde aan de Katholieke Universiteit te Nijmegen op het proefschrift Arbeid & Bezieling, De esthetica van P.J.H. Cuypers, J.A. Alberdingk Thijm en V.E.L. de Stuers en de voorgevel van het Rijksmuseum in 1995. De handelseditie van 1997 werd bekroond met de Karel van Manderprijs van de Nederlandse vereniging zelfstandig onderzoeker en schrijver werkzaam. In 2013 verscheen van haar hand het boek De genade van de steiger, monumentale kerkelijke schilderkunst uit het interbellum. De monografie over de nieuwe Bavo verscheen bij gelegenheid van de opening van de Open Monumentendag in Haarlem in 2016. Het kan besteld worden bij www.wbooks.com.

11

VITRUVIUS_April2017.indd 11

24/03/17 12:23


VITRUVIUS

Evert van Ginkel Archeoloog en schrijver van populair-wetenschappelijke boeken over archeologie en (cultuur) historie

NUMMER

39

APRIL

2017

Opgegraven Strijd, Archeologie van oorlog Sporen van oorlog: de bijdrage van de archeologie

Arjen Bosman Archeoloog, gespecialiseerde in de Romeinse periode en de militaire historie van de twintigste eeuw

Archeologie is de studie die zich richt op menselijk handelen in het verleden, aan de hand van resten van activiteiten, die lange of kortere tijd geleden zijn uitgevoerd. Het materiële karakter onderscheidt deze resten van geschreven bronnen en afbeeldingen. Kenmerkend voor het archeologische relict blijft dat het in de bodem aan het oog onttrokken is geweest, en er met speciale technieken en methoden weer uit wordt gehaald, waarna het zijn geheimen kan prijsgeven, vaak met behulp van wetenschappen als biologie, natuurkunde, geologie, antropologie en geschiedenis. Het gaat dan niet alleen om die vondst of om een complex van vondsten, maar om de samenhang met het landschap waar ze zijn gevonden. Dat levert de meest complete reconstructie op van het leven van mensen van vroeger in de context van een voorgoed verleden tijd. Dat leven was niet altijd vreedzaam, al lijken de meeste archeologische overblijfselen daarop te wijzen. Ook zeer geweldda-

Foto: Minja hemminga archol bv.

In Het Noordbrabants Museum te ’s-Hertogenbosch is tot en met 14 mei de tentoonstelling ‘Opgegraven strijd, Archeologie van de oorlog’ te zien. Deze expositie biedt voor de eerste keer in Nederland een breed overzicht van archeologische vondsten die bij oorlogshandelingen of onder oorlogsomstandigheden in de bodem zijn terechtgekomen. De vondsten en hun context geven een uniek beeld van gewelddadig menselijk handelen van Steentijd tot en met Koude Oorlog. 1 - Vondsten uit voormalig concentratiekamp Vught, 1943-1944 Collectie Nationaal Monument Kamp Vught. dige activiteiten hebben resten en sporen achtergelaten in de bodem. Ze worden met dezelfde methoden blootgelegd en bestudeerd als de nalatenschap van jagers, boeren en burgers. Deze `oorlogsvondsten’ hebben een speciaal karakter. Ze zijn meestal niet gedurende een langere periode in de bodem beland, maar in betrekkelijk korte tijd: de paar uur dat het duurde om doden te bergen en te begraven, de dag dat een gevecht woedde, de week waarin een stuk geschut vanuit een vaste positie vuur uitbracht, of de paar maanden die een beleg van een stad in beslag nam. De resten waar het om gaat zijn vaak goed herkenbaar als wapentuig, of als resten van mensen die duidelijk door geweld aan hun einde zijn gekomen. Ook alledaagse voorwerpen kunnen samenhangen met een oorlogstoestand: de kleipijp van een soldaat in een Frans legerkamp, het horloge uit de

schuttersput van een Amerikaanse parachutist, de tandenborstel van de gevangene in een concentratiekamp. Het is de archeologische context die zo’n voorwerp zijn betekenis en emotionele lading geeft. Emotie en kennis De emotionele lading is intens bij oorlogsvondsten, en misschien wel het grootst bij zo’n pijp, horloge of tandenborstel. Die gebruiken we immers zelf ook, terwijl we zelden in aanraking komen met helmen en granaten. Maar ieder relict uit de context van een ongewone, beangstigende situatie maakt méér indruk op ons dan een willekeurige pot, steen of munt. Die nerveuze soldaat of angstige burger van toen zouden wij zelf geweest kunnen zijn. Voegt de oorlogsvondst ook iets toe aan onze kennis van en ons inzicht in het verleden? Leren we er iets uit wat we uit

12

VITRUVIUS_April2017.indd 12

28/02/17 18:34


NUMMER

39

APRIL

2017

Foto: Minja hemminga archol bv.

VITRUVIUS

2 - Brits en Amerikaans militair materiaal uit een ondergronds onderkomen in Nijmegen, september 1944-februari 1945. Collectie Depot voor Bodemvondsten gemeente Nijmegen. andere bronnen niet te weten komen of waarover andere bronnen ons een vertekend of incompleet beeld geven? Het antwoord hangt af van welke periode het betreft en wĂĄt we over dit stukje verleden willen weten. Voor onze kennis over strijd en strijdmiddelen in de prehistorische en vroeg-historische periode zijn we bijna uitsluitend op bodemvondsten aangewezen. Naarmate het aantal geschreven bronnen en de beelddocumentatie toenemen, wordt de betekenis van bodemvondsten relatiever. In de context van twintigste-eeuwse oorlogen, die tot in de kleinste details zijn gedocumenteerd, vragen nogal wat

archeologen zich af wat de wetenschappelijke waarde is van bijvoorbeeld sporen van loopgraven, roestige veldflessen en een handvol geweerpatronen van ogenschijnlijk steeds hetzelfde type. Hier geldt dat geen twee vindplaatsen gelijk zijn, en wat in het ene geval niet meer is dan interessante bijvangst, in het andere geval meer inzicht kan bieden aan wat er op deze specifieke plek, op dat specifieke moment gebeurde. Juist het archeologisch onderzoek naar resten uit de Eerste en Tweede Wereldoorlog heeft de afgelopen paar decen-

nia de oorlogsarcheologie sterk in de belangstelling gebracht. Het is een aparte discipline geworden, die tegenwoordig een rol speelt in veel regionale en lokale onderzoeksagenda’s. Wat tot voor kort oud roest was of gevaarlijke explosieven, is nu onderwerp van serieuze studie. Dat heeft geleid tot verbreding en verdieping. Inhoudelijke verbreding, omdat men nu met meer belangstelling kijkt naar vroegere oorlogstonelen, en maatschappelijke verbreding, omdat archeologie middenin de samenleving staat. De archeoloog gaat om met nieuwe partners, zoals explosievenspecialisten en militairen, maar ook 13

VITRUVIUS_April2017.indd 13

28/02/17 18:34


VITRUVIUS

NUMMER

39

APRIL

2017

middeleeuwse zwaarden waren in het begin van de twintigste eeuw topstukken die mooi pasten in het beeld van krijgshaftige vroege samenlevingen.

Foto: Restaura, Haelen..

De Nederlandse archeologie, die zich tamelijk laat ontwikkelde, verkeerde rond 1960 nog in de fase van het verzamelen van voorwerpen en het zo goed mogelijk blootleggen van gelaagde structuren. Het stellen van vragen naar het functioneren van vroegere samenlevingen kwam op de tweede plaats. Zeker in de gewelddadige kant was men niet zo geïnteresseerd. Het is mogelijk dat de ervaringen uit de Tweede Wereldoorlog er onbewust voor zorgden dat de Nederlandse archeologen

Foto: Rijksmuseum van Oudheden.

3 - IJzeren infanteriehelm, in de Tachtigjarige Oorlog achtergelaten bij gevechten rond Hulst in Zeeuws-Vlaanderen en gevonden in gedempte haven, circa 1600. Collectie Depot voor Bodemvondsten provincie Zeeland.

4 - Keltische ijzeren zwaarden uit de eerste eeuw v.Chr., opgebaggerd uit de Maas bij Kessel-Lith, Collectie Rijksmuseum van Oudheden.

met lokale groepen die de vondsten aangrijpen om het verleden te herdenken. De verdieping is het gevolg van een levendige discussie binnen het veld over welke perspectieven deze jonge tak aan de oudheidkundige stam te bieden heeft. Wat voor recente oorlogsvondsten geldt, geldt tot op zekere hoogte voor de hele periode vanaf circa 1800. Archeologen kijken opnieuw naar hun studiemateriaal.

De ontwikkeling van de oorlogsarcheologie Archeologische vondsten die te maken hebben met oorlogsvoorbereiding en oorlogshandelingen of met kleinschaliger vormen van geweld, stonden al vroeg in de belangstelling. Het ging dan vooral om min of meer ‘losse’ voorwerpen, opgedregd uit rivieren en gevonden in oude graven. Prehistorische bijlen, Romeinse helmen en

vooral aandacht hadden voor de vreedzamer kanten van de samenleving. Jagers, boeren, kolonisten en vroege stedelingen bevolkten de archeologische verhalen. Militairen kwamen er niet of nauwelijks in voor. Archeologen hielden zich wel bezig met de resten van Romeinse forten, middeleeuwse kastelen en latere verdedigingswerken, waarbij de nadruk lag op het bouwkundige aspect. Ook hier ontbrak aandacht voor de soldaat die wacht liep op die muren en wallen. Aan de soldaten die nog maar kort daarvoor op Nederlandse bodem hadden gevochten, werd helemaal niet gedacht in archeologische zin. Rond 1980 kwam daarin geleidelijk verandering. In de Verenigde Staten, waar archeologiebeoefening vaak een antropologisch-historisch karakter heeft, werd `slagveldarcheologie’’ populair. In België en Frankrijk, waar de frontlijn van het Westelijk Front uit de Eerste Wereldoorlog ligt, ontstond de variant van de ``loopgraafarcheologie.’ Door de enorme hoeveelheden materiaal die daar vier jaar lang waren gebruikt in combinatie met de diep ingegraven loopgraafsystemen, onderkomens en mijngangen was dit unieke fenomeen goed bewaard gebleven. De vondsten maakten ook driekwart eeuw na de wapenstilstand van 1918 grote indruk, ook in emotioneel opzicht. Resten van lang vermiste soldaten werden gevonden en met militair ceremonieel herbegraven, al dan niet na een geslaagde identificatie. Dit onderzoek gaat tot op de dag van vandaag door, uitgevoerd door Franse, Belgische en ook Engelse archeologen. In Duitsland staat het onderzoek naar sporen van de genocidale oorlog die het Derde Rijk ontketende, centraal.

14

VITRUVIUS_April2017.indd 14

28/02/17 18:34


NUMMER

39

APRIL

2017

Foto: Minja hemminga archol bv.

VITRUVIUS

5 - Stalen kistje, gevuld met explosieven en een ploertendoder, in of kort na de Tweede Wereldoorlog in de grond verborgen. Collectie Depot voor Bodemvondsten gemeente Arnhem. In dit artikel gebruiken we de term oorlogsarcheologie, dat concreter is dan de vaak gebruikte term conflictarcheologie en breder dan slagveldarcheologie. De term dekt ook alle vormen van oorlogsvoorbereiding (zoals het bouwen van forten) en resten en sporen van plaatsen die niet met gevechten, maar wel met een oorlogstoestand te maken hebben (zoals concentratiekampen, clandestiene bergplaatsen of schuilkelders). Oorlogsarcheologie in Nederland: een prille wetenschap Zoals gezegd, hielden Nederlandse archeologen zich niet in de eerste plaats bezig met sporen van geweld en ook niet met recente bodemsporen. Het was niet de Nederlandse traditie en men besteedde er aan de uni-

versiteiten weinig tot geen aandacht aan. Dat veranderde tussen circa 1985 en 2000, deels onder invloed van wat in het buitenland gebeurde, deels door ontwikkelingen in de archeologiebeoefening in eigen land. De metaaldetector die na 1980 op grotere schaal in gebruik kwam, bracht een kleine revolutie teweeg. Maar ook inzichten en ideeĂŤn konden vrij plotseling veranderen. Wat het prehistorische verleden betreft, was de ontdekking in 1987 van een bijzonder graf uit de Bronstijd in Wassenaar van grote betekenis. Twaalf mannen, vrouwen en kinderen waren daar rond 1700 voor Chr. met grof geweld om het leven gebracht. Archeologen leken zich plotseling te realiseren dat de prehistorische boer zijn tijd niet alleen doorbracht met vreedzaam vee

hoeden, graan oogsten, voor nageslacht zorgen en potten bakken. ‘Geweld’ werd een factor waar meer op werd gelet. Daardoor werden er meer vondsten gerelateerd aan dat aspect van het menselijk handelen, en werden die vondsten met meer aandacht en met nieuwe vragen onderzocht. De Romeinse periode, die met militair geweld was begonnen, met wapens was gehandhaafd en waaraan ook met wapens een einde werd gemaakt, bekeek men in diezelfde periode met andere ogen. De studie naar de versterkte Romeinse grens, de limes, werd nieuw leven ingeblazen. Romeinse wapens en uitrustingsstukken werden beter herkend en het formidabele Romeinse militaire apparaat werd beter in kaart gebracht. In en om een vroeg-eerste15

VITRUVIUS_April2017.indd 15

28/02/17 18:34


NUMMER

39

APRIL

2017

Foto: Minja Hemminga- Archol BV.

VITRUVIUS

6 - Twee zwaarden, een hellebaard en een radslotpistool, achtergelaten bij gevechten rond Eindhoven in 1583. Collectie Depot voor Bodemvondsten gemeente Eindhoven. eeuws fort bij Velsen bleek zich een ware veldslag te hebben afgespeeld, compleet met resten van gesneuvelden en honderden loden slingerkogels die verspreid over het terrein lagen, op de plek waar ze tijdens het gevecht waren neergekomen. De onderzoekers hebben aan de hand van de verspreiding van die kogels het verloop van de strijd gereconstrueerd, en zo invulling gegeven aan de enige historische bron die rept over een gevecht rond `fort Flevum’ in 28 na Chr. Archeologie van de Tweede Wereldoorlog in Nederland In 1991 vonden archeologen bij een opgraving van vroegmiddeleeuwse resten in Gennep ook een afvalkuil vol onderdelen van Britse granaten, in combinatie met toiletgerei en lege drankflessen. Deze vondsten werden, samen met niet-ontplofte granaten die de onderzoekers her en der vonden, in de publicatie vermeld als resten uit het einde van de Tweede Wereldoorlog, een kampement van een Schotse eenheid:

de Gordon Highlanders. De gevaarlijke vondsten werden door de Explosieven Opruimingsdienst van het leger onschadelijk gemaakt. De andere voorwerpen zijn na een globale beschrijving weggegooid. Geen archeoloog nam dit soort objecten serieus als studiemateriaal. Volgens de toen geldende Monumentenwet waren ze ook niet relevant. Alleen ‘vóór vijftig jaar vervaardigde’ voorwerpen waren volgens die wet van archeologisch belang. Vier jaar later was die termijn voor de hele Tweede Wereldoorlog verstreken. Dat had niet meteen tot gevolg dat archeologen zich massaal op het begraven oorlogserfgoed stortten. Pas vanaf circa 2005 ontwikkelde deze tak van de oudheidkunde zich explosief. Bijna alle provincies en gemeenten hebben sindsdien resten uit de Tweede Wereldoorlog op hun onderzoeksagenda gezet. Er zijn archeologen die hun specialisme hebben gemaakt van het onderzoek naar bunkers, loopgraven, schuttersputten, afvalkuilen,

artillerie-opstellingen, concentratiekampen en alles daaromheen. Ze bestuderen beschrijvingen van wapens, uitrusting en verdedigingswerken, lezen gevechtsverslagen en onderzoeken luchtfoto’s. Het is de combinatie van archeologische en historische gegevens die aan de recente oorlogsarcheologie haar meerwaarde geeft. Er is over de oorlog onmetelijk veel vastgelegd in woord en (kaart)beeld, vaak in buitenlandse archieven die moeilijk toegankelijk of nauwelijks ontsloten zijn. Dat maakt het lastig om de betekenis van de archeologische vondsten te duiden. Anderzijds zijn de gebeurtenissen die níet zijn beschreven en waarvan wel de sporen in de bodem worden gevonden, nooit van grote betekenis geweest. Het zal duidelijk zijn dat een afvalkuil als die in Gennep, snel gevuld met willekeurige resten die voor een deel niets met de strijd te maken hebben, niet heel veel belangrijks kan vertellen. Wel brengen zulke vondsten ons altijd weer op indringende manier in contact met een spannend moment in de

16

VITRUVIUS_April2017.indd 16

28/02/17 18:34


VITRUVIUS

NUMMER

39

APRIL

2017

tijd; het emotionele aspect van oorlogserfgoed dat al eerder aan de orde kwam. Restanten van een onderkomen waar langere tijd is gebivakkeerd, of sporen op een terrein waar enige tijd harde strijd is geleverd, kunnen veel meer informatie opleveren. De oorlogvoerende partijen gebruikten ongekende hoeveelheden materiaal, waarvan ze een deel na hun verblijf of de gevechten meenamen of opruimden, maar een deel ook lieten liggen of kwijtraakten. Soms zijn de sporen en resten direct na de krijgshandelingen snel ingevuld met aarde en daarna onaangeraakt gebleven, zodat archeologen ze nu in hun context kunnen blootleggen. Vergeleken bij ‘losse’ vondsten hebben deze ‘gesloten’ vondstcomplexen een veel grotere archeologische waarde. Ze zullen de komende jaren steeds vaker worden blootgelegd, naarmate de vindplaatsen beter in kaart zijn gebracht en beter in het kader van het onderzoek kunnen worden ingepland. Vindplaatsen en vondstcomplexen Nederland kent geen oorlogsstructuren, zoals de loopgravenstelsels uit de Eerste Wereldoorlog in België en Frankrijk. In deze twee landen leverde men jarenlang strijd en lag een groot deel van de logistieke infrastructuur direct achter de frontlinie. Er werd in Nederland wel veel geoefend en jarenlang gebivakkeerd in kazernes, forten en tentenkampen, maar naar de overblijfselen daarvan is nog nauwelijks onderzoek gedaan. Dat is anders met het Nederlandse ‘oorlogsbodemarchief ’ uit de Tweede Wereldoorlog. We kunnen onderscheiden: gevechtsterreinen uit de meidagen van 1940 en uit de periode september 1944-mei 1945, zoals vliegveld Valkenburg en de omgeving van Arnhem-Nijmegen; Nederlandse en Duitse verdedigingslinies, zoals de Grebbelinie en de Atlantikwall; Duitse militaire installaties, zoals vliegvelden, kazernes en munitie-opslagplaatsen, zoals bij Eindhoven, Vught en Hoog Soeren; concentratie- en werkkampen, zoals Westerbork en Vught; onderkomens van onderduikers en verzetsmensen, zoals bij Anloo en Someren, en resten van oorlogsschade aan civiele gebouwen, zoals in Rotterdam, Venlo en Nijmegen. Er zijn combinaties van dit soort vondstomstandigheden mogelijk. Zo werd de Nederlandse Grebbelinie van mei 1940 door de Duitsers hergebruikt in het

voorjaar van 1945 en verbergt sporen uit beide perioden. De Duitsers maakten bij de aanleg van hun Atlantikwall gebruik van al bestaande Nederlandse kustfortificaties, zoals bij Hoek van Holland en IJmuiden. Gevechten konden zich heel goed afspelen te midden van door beschietingen verwoeste huizen, zoals in Nijmegen en Venlo. En grote hoeveelheden militair materiaal worden lang niet altijd gevonden op de eigenlijke gevechtsterreinen, maar ook in de zone direct daarachter, waar de troepen waren gelegerd, magazijnen en veldhospitalen lagen en waar onderhoud aan voertuigen en wapens werd gepleegd. Maar er zijn ook veel volkomen ‘lege’ sporen: tijdelijke loopgraven en schuttersputten die maar heel kort bezet zijn geweest en snel verlaten zonder dat er een schot werd gelost. De datering van de gevonden materialen is vaak problematisch. Voor archeologen is het zo precies mogelijk dateren van productie, gebruik en het in de bodem terechtkomen van de vondsten essentieel. Die dateringen vormen het raamwerk van de reconstructie van het verleden. Nu valt Tweede Wereldoorlog-materiaal op zich vaak uitstekend te dateren, tot op het jaar nauwkeurig. Op de eenvoudigste geweerpatroonhuls of jerrycan is het jaar van productie aangegeven. Maar aan de andere kant luisteren de dateringen hier een stuk nauwer dan in bijvoorbeeld de Romeinse tijd, omdat de duiding moet worden geconfronteerd met wat historisch al bekend is. Zo zijn voorwerpen die zijn gevonden op de terreinen van voormalige concentratiekampen niet automatisch aan kampgevangenen toe te schrijven. Na 1945 werden in Kamp Vught eerst politieke delinquenten, en later families van Molukse KNIL-militairen gehuisvest. Een bril, mok of bierfles is lastig te dateren en kan evengoed aan een joodse gevangene als aan een geïnterneerde NSB’er of Molukse oud-militair hebben toebehoord.

te zijn om geïntrigeerd te raken door verroeste helmen en geweren, achtergelaten, verloren of weggegooid door iemand die misschien niet meer lang te leven had. Wie gaat er schuil achter een herkenningsplaatje met alleen de ingeslagen naam van een eenheid en een nummer? Heeft hij het gered? Is de kogel die dwars door een stalen helm heenging, de drager fataal geworden? Het maakt ons duidelijk dat frontsoldaten ook mensen zijn: op bijna alle vindplaatsen zijn tussen het puur militaire materiaal ook hun tandenborstels, haarcrèmetubes, heupflacons en zelfs condooms te vinden. Toekomst van de oorlogsarcheologie De discipline van de oorlogsarcheologie is te jong om al een oordeel te kunnen geven over de potentie ervan. De problemen rond de kenniswinst werden al aangestipt, net als de grote maatschappelijke, door emotie en nieuwsgierigheid gegenereerde belangstelling voor deze bodemvondsten. Problemen voor de oorlogsarcheologie van de jongere perioden zijn de funeste activiteiten van schatgravers en munitieverzamelaars op de weinige intacte vindplaatsen. En complicatie bij het onderzoek op die plekken is het feit dat er bijna altijd sprake is van noodzakelijke explosievenruiming, waardoor van zuiver oudheidkundig bodemonderzoek niet altijd sprake kan zijn. Kansen liggen er voor samenwerkingsverbanden tussen professionele archeologen, gravende instanties van Defensie en lokale vrijwilligers, die de opgegraven plek en objecten een plaats kunnen geven in de collectieve herinnering. Onderzoek van resten van oorlogsslachtoffers (van vóór 1940, wel te verstaan), van wapens en materialen zal zich zeker verder ontwikkelen en resultaten afwerpen. En de opgravingen zullen de studie voor en de reflectie op de donkerder kanten van het menselijk bestaan stimuleren. De bodem verbergt nu eenmaal niet alleen scherven, maar ook granaatscherven. n

De schamele relicten die concentratiekampgevangenen, onderduikers en bewoners van gebombardeerde huizen achterlieten, maken vaak grote indruk. De Nederlander van nu herkent ze en beseft bewust of onbewust: dit koffiekopje, deze naaimachine, dit kruisje had van mijn ouders of grootouders kunnen zijn. Militair materiaal doet een ander beroep op onze gevoelens. Je hoeft geen wapenfanaat 17

VITRUVIUS_April2017.indd 17

28/02/17 18:34


ns de chre-

ericht nthult n het er de

VITRUVIUS

Drs. Marieke Brugman Beleidscoördinator onderwijs/ cultuur en plaatsvervangend Algemeen Secretaris Nationale Unesco Commissie

NUMMER

39

APRIL

2017

Werelderfgoed: schat of schietschijf?

Het vernietigen van erfgoed is van alle tijden. Strijders van IS die cultureel erfgoed uitwissen dat niet bij hun religieuze overtuiging past, sluiten zich aan in een lange rij personen uit de geschiedenis. De beeldenstorm is misschien wel het meest voor de hand liggende voorbeeld, maar denk bijvoorbeeld ook aan de damnatio memoriae bij het overlijden van gehate Romeinse keizers als Nero en Caligula. Daar werden niet alleen namen verwijderd uit alle registers, maar ook beelden van de betreffende keizers vernietigd. Of, minder lang geleden, het erfgoed dat vernietigd is in de Eerste en Tweede Wereldoorlog- wat de aanleiding was tot de oprichting van Unesco. Toch is er ook een belangrijk verschil: de beelden van de vernietigingen zijn nu binnen de kortste keren over de hele wereld verspreid. Daarmee nemen de kreten van ontzetting toe, maar ook de reikwijdte van de boodschap van de extremisten. Je kunt je afvragen of het in deze tijden wel een goed idee is om zoiets als een Werelderfgoedlijst op te stellen. Immers, door de extra belangstelling die een erfgoed erdoor krijgt, maak je het misschien wel tot een logisch doelwit, een schietschijf. Aan de andere kant kan zo’n positie juist tot betere bescherming leiden; één van uitgangspunten van het Werelderfgoedverdrag van Unesco uit 1972. Onder de titel Werelderfgoed: schat of schietschijf?, organiseerde de Nationale Unesco Commissie in het najaar van 2016 een groot debat, om deze kwestie onder de aandacht te brengen. In de woorden van commissievoorzitter Andrée van Es: “Laten we niet naïef zijn en alleen experts op dit onderwerp laten nadenken. We moeten ook buitenstaanders betrekken en met elkaar de

Nationale Unesco Commissie. hersens kraken, om deze heftige gebeurtenissen die zo bedreigend zijn voor alles dat zwak is, te lijf te gaan. Ik hoop dat het debat hieraan bijdraagt.” Het debat vond plaats op een heel actueel moment: twee dagen nadat het Internationaal Strafhof in Den Haag (ICC) Ahmed Al-Faqi Al-Mahdi verooordeelde voor het moedwillig vernietigen van cultureel erfgoed in Mali. Het was de eerste keer dat het ICC een veroordeling uitsprak vanwege iemands aandeel in doelgerichte aanvallen op historische en religieuze gebouwen: negen mausolea en de geheime poort van de Sidi Yahia moskee in 2012, onderdelen van de Unesco Werelderfgoedsite Timboektoe. Het debat begon met een lezing door filosoof en publicist Stephan Sanders, met een korte reactie van archeologe Sada Mire. Sanders begon zijn lezing met een positieve blik, door een verband te leggen tussen het

naoorlogse optimisme, de oprichting van Unesco, en de bouw van het hoofdkantoor van Unesco in Parijs. “Wachten is meestal een bezoeking; wachten op mensen die afspraken niet nakomen, waardoor ze als het ware jouw tijd verkruimelen, want er kan niets nuttigs of aardigs gebeuren tijdens de wachttijd. Maar hier in de ontvangsthal van het Unesco gebouw in Parijs, aan de Place de Fontenoy, is het wachten een weldaad. In 1958 werd het officieel geopend, het staat op 72 palen, kent die karakteristieke Ypsilonvorm en is zo de beton geworden droom van het naoorlogse optimisme. Beton: want de HongaarsAmerikaanse architect Marcel Breuer, de Italiaan Pietro Nervi en de Fransman Bernhard Zehrfuss wilden bewijzen dat ook dit ongenaakbare materiaal zeer nobel kon zijn. (…) De droom die het Unesco gebouw, hoewel

18

VITRUVIUS_April2017.indd 18

28/02/17 18:34


VITRUVIUS

NUMMER

39

APRIL

2017

19

VITRUVIUS_April2017.indd 19

28/02/17 18:34


VITRUVIUS

nu licht in verval, nog steeds belichaamt: dat er contact zou zijn tussen alle landen in de wereld, dat onderwijs overal een vanzelfsprekendheid zou zijn, en dat cultuur, van welke aard dan ook, op waarde werd geschat. Dat je kan spreken van de mensheid zonder in schaterlachen uit te barsten. Het was de tijd van de grote dekolonisaties, de onafhankelijkheid van de Afrikaanse landen die eraan stond te komen, de Aziatische, en deze hele multiculturele wereld zou onderdak vinden bij Unesco. Wie door het gebouw wordt rondgeleid ziet hoe achteloos en onnadrukkelijk daar een Pablo Picasso hangt, – niet ondertekend, de kunstenaar was ontevreden over zijn plek – een Karel Appel, een enorm tapijt van Le Corbusier, een onbetaalbare Alberto Giacometti, zomaar in de hoek. In de tuin Henry Moore en Alexander Calder.” De organisatie Unesco is in 2017 het meest bekend door de cultuurverdragen, waarvan het Werelderfgoedverdrag de beroemdste is. De conventie dateert uit 1972 en is inmiddels door 192 landen geratificeerd. De Volkenbond, de voorganger van de Verenigde Naties, begon al tussen de twee Wereldoorlogen met het beschermen van erfgoed. Als

reactie op de bedreigingen van erfgoed in die jaren, vroeg de bond landen over de hele wereld om zich in te zetten voor het behoud ervan, in tijden van oorlog en vrede. Na de Tweede Wereldoorlog werd Unesco opgericht, de United Nations Educational, Scientific and Cultural Organization. Men bleef aandacht vragen voor de bedreiging van erfgoed en zette internationale campagnes op om erfgoederen te kunnen behouden. Ook werd er een begin gemaakt met het opstellen van nieuwe internationale verdragen en werden er aanbevelingen gedaan om erfgoed te beschermen. Een van deze verdragen is speciaal ontworpen om cultureel erfgoed in tijden van oorlog te beschermen. Dit is het Verdrag inzake de bescherming van culturele goederen in geval van een gewapend conflict, dat ook wel bekend staat als het Haags Verdrag van 1954. Het doel van dit verdrag is het garanderen van bescherming van culturele bezienswaardigheden, monumenten, musea, bibliotheken en archieven tijdens oorlog en militaire bezetting. De gebouwen en collecties die in oorlogstijd door dit verdrag beschermd zijn, zijn te herkennen aan een blauw-wit schildje

NUMMER

39

APRIL

2017

op de gevel. Alleen al in Nederland zijn er ruim 4500 gebouwen en collecties die dit schildje dragen. Het Haags Verdrag is de oudste internationale overeenkomst die zich uitsluitend richt op het behoud van cultuurbezit. De twee protocollen die later zijn toegevoegd, verbieden de export van cultuurgoederen uit bezette landen en verplichten landen om ook preventieve maatregelen te nemen. In het Tweede Protocol staat bovendien de mogelijkheid tot het opleggen van sancties en het berechten en/of uitleveren van individuen die het protocol schenden. In diezelfde jaren vijftig ontstond het eerste internationale project van Unesco om erfgoed te redden. In de Nijlvallei in Egypte stonden de Aboe Simbeltempels, op een plek die door de bouw van de Aswandam zou veranderen in een stuwmeer. De prachtige voorbeelden van de eeuwenoude Egyptische beschaving dreigden onder water te verdwijnen. Om de tempels te beschermen, moest er snel actie ondernomen worden. Na een beroep op de regeringen van Egypte en Soedan, lanceerde Unesco in 1959 een internationale campagne om Aboe Simbel te redden.

20

VITRUVIUS_April2017.indd 20

28/02/17 18:34


VITRUVIUS

NUMMER

39

APRIL

2017

Die campagne liet zien dat er plekken zijn op de wereld die zo’n uitzonderlijke universele waarde hebben, dat ze veel meer mensen aangaan dan alleen de bevolking van het land waar het monument staat. Ook toonde de campagne het belang van gedeelde verantwoordelijkheid en solidariteit tussen verschillende landen wanneer het gaat over het behouden van erfgoed. In de jaren zestig begon Unesco met de voorbereidingen om een verdrag op te stellen voor de bescherming van cultureel erfgoed. Ze deed dit samen met de non-gouvernementele organisatie International Council on Monuments and Sites (ICOMOS). De Verenigde Staten en de International Union for the Conservation of Nature (IUCN) stelden voor om het behoud van zowel natuurlijke als culturele erfgoederen te verbinden in één wettelijk instrument. Dit voorstel werd in september 1972 gepresenteerd op de United Nations Conference on the Human Environment, een internationale milieuconferentie in Stockholm. Zo werd er een basis gelegd voor een internationaal verdrag dat cultureel en natuurlijk erfgoed met unieke, universele waarde beschermt, het beroemde Werelderfgoedverdrag.

Sanders in zijn lezing: “Het is nogal een forse sprong die de Unesco hier gemaakt heeft; van al die verschillende mensen, uit die verschillende culturen is het dus mogelijk zoiets als een geschiedenis van de mensheid op te bouwen, hoe divers die ook mag zijn. Cultuuruitingen zijn ingebed in een cultuur en een gemeenschap, maar ze zijn ook van levensbelang voor de hele wereld, omdat we menen in staat te zijn ook andere uitingen te begrijpen en waarderen dan die uit onze directe omgeving. Het rigide cultuurrelativisme dat eerder in academische kring de kop opstak wordt hier verlaten en een ouderwets streven naar universalisme spreekt weer een woordje mee, niet eens zo anders, zij het wereldwijzer dan bij de oprichting van de Unesco, medio jaren ’40. Ik ga nu proberen de geest te duiden van die werelderfgoedlijst, het idee dus, dat wat benoemd is, gemerkt en geclassificeerd, extra bescherming geniet in tijden van oorlog, onrust en wanorde. Kort gezegd: dat wat openbaar wordt gemaakt, kan niet heimelijk worden vernietigd. Zo’n lijst levert de erfgoederen elk een alarmsysteem, dat hels gaat rinkelen zodra onverlaten er de hand aan slaan. Dan moet de wereld wakker worden. (…) die werelderfgoedlijst, begonnen in 1972 kwam voort uit het geloof

in de helende en beschermende kracht van de openbaarheid – naming and shaming – dat zou ook werken voor het erfgoed. Wat op de lijst staat, zal niet tot schande worden gemaakt.” De veroordeling van Al-Mahdi was de eerste zaak bij een internationaal strafhof die volledig over de vernietiging van erfgoed ging: de naming and shaming waar Sanders het over heeft. Unesco beschouwt de uitspraak dan ook als een aanmoediging om het werk van de afgelopen jaren voor de bescherming en het herstel van erfgoed voort te zetten, niet alleen in Mali, maar over de hele wereld. “De beslissing van het Internationaal Strafhof is een mijlpaal in de erkenning van het belang van cultureel erfgoed voor de mensheid als geheel, en voor de gemeenschappen die het door de eeuwen heen bewaarden. Het vonnis ondersteunt ook de overtuiging van Unesco dat erfgoed een belangrijke rol speelt bij de wederopbouw en vredesopbouw”, zei Irina Bokova, directeur-generaal van Unesco. Hoe stroken deze vernietigingen, en deze veroordeling, dan met het opti21

VITRUVIUS_April2017.indd 21

28/02/17 18:34


VITRUVIUS

NUMMER

39

APRIL

2017

22

VITRUVIUS_April2017.indd 22

28/02/17 18:34


VITRUVIUS

NUMMER

39

APRIL

2017

misme ten tijde van de oprichting van Unesco en de totstandkoming van het Werelderfgoedverdrag? Sanders: “Waar men ten tijde van de oprichting van Unesco en later bij het opstellen van het Werelderfgoedverdrag geen rekening mee hield, was de terugkeer van militante vormen van religie. De terugkeer, ja, want we kenden dit natuurlijk al langer: beeldenstormers zijn zo oud als de geschreven geschiedenis van de mensen – dat zou juist in Nederland bekend moeten zijn. De iconoclast vernietigt het afgodsbeeld dat de plaats inneemt van de Enig Echte G. die Aanbeden moet worden – officieel beschermt zo iemand de reine leer, en ondertussen, zoals we bij IS hebben gezien, voelen de slopers zich niet te vroom en te goed om de brokstukken aan het Westen te verkopen, om zo hun strijd te kunnen financieren. Dat is bezoedeld geld, zou je zeggen. Daar moet je als rechtgeaarde gelovige je handen niet aan vuil maken. Het ene ware geloof heeft er belang bij ook het enige geloof te zijn: daarom moeten overblijfselen van oudere religies worden verwoest. Die hebben dus nooit bestaan. De wereld begint bij de Profeet en meteen daarna komen Al Qaida, Taliban, IS: Palmyra is een chronologische vergissing, die even rechtgezet moest worden. (…)” Welke rol speelt de openbaarheid, de zichtbaarheid in deze strijd? Na de vernietiging van de Buddhabeelden in de Bamiyan-vallei in Afghanistan en de beelden van de verwoesting van Palmyra in Syrië, vallen we in de Westerse wereld haast over elkaar heen om onze verontwaardiging te uiten. Wordt dit erfgoed niet juist vernietigd ómdat de internationale gemeenschap zo veel druk uitoefent het niet te doen? Maakt een plaats op de Werelderfgoedlijst een erfgoed niet té zichtbaar, niet te veel een doelwit voor terreur? En zo ja, hoe lossen we dat op zonder het optimisme over een gedeelde geschiedenis van de mensheid te verliezen? “Geloof nu maar dat er zoiets bestaat als een Werelderfgoed, dat bescherming verdient.” Zegt Sanders “En die bescherming is niet minder nodig dan in 1972 of 1992. Die bescherming is alleen gecompliceerder en politieker dan de opstellers toen dachten. Er is een dynamiek ontstaan tussen officiële wereldwijde bescherming en het onbedoelde gevolg: juist dat erfgoed is voor

sommigen interessant om te treffen. Zo blijkt zo’n Werelderfgoedlijst (wie kan daar nu bezwaar tegen hebben) nog weer politieker dan je had kunnen bedenken.” En mogelijk ligt daar ook wel het antwoord, zegt Sanders tot slot: “Dat is misschien ook waar het aan ontbreekt: de bescherming van dat erfgoed vergt politiek, om ‘al die mooie dingen voor de mensheid’ ook daadwerkelijk veilig te stellen. Geopolitiek, diplomatie, gewone, alledaagse onderhandelingspolitiek, desnoods machtspolitiek; deze missie kan je ‘verheven’ noemen, maar verdraagt juist geen vrome naïviteit.” Sada Mire, archeologe aan de Universiteit Leiden, deelde als reactie op de lezing een persoonlijke ervaring met de rol van erfgoed in conflictsituaties. Zij groeide op in Somalië en vluchtte vanwege de oorlog naar Zweden: “Door mijn Somalische afkomst, heb ik van dichtbij gezien hoe de samenleving gebukt ging onder de burgeroorlog. Hoe pijnlijk het is om je eigen mensen vermoord te zien worden en je land verwoest (bijvoorbeeld door dumping van giftige stoffen, illegale visserij en het afbranden van essentiële bomen voor de internationale houtskoolhandel). Oorlog vernietigt dus niet alleen monumenten of sites, maar vernietigt ook de manieren om in je levensonderhoud te voorzien. Terwijl het land letterlijk een mijnenveld werd, onze musea werden geplunderd en veel betekenisvolle plekken werden vernietigd, zijn ons geheugen, onze vaardigheden en onze kennis overeind gebleven.” Op basis van haar onderzoek in onder meer Somalië en India toonde zij de aanwezigen een positieve blik op het belang van religieus erfgoed dat niet met de eigen religieuze en culturele identiteit lijkt samen te vallen: “Tijdens dit onderzoek leerde ik dat bestaande gemeenschappen overeenkomstig met hun huidige gebruiken begrijpen wat wel en niet ‘van hen’ is, of het nou gaat om een archeologische islamitische tombe gaat of een christelijk graf. Ondanks dat het niet ‘van hen’ is, kan het toch bij hen horen als ontdekking uit hun eigen verleden. Het is in dit verband cruciaal om zich te kunnen voorstellen dat verschil of ‘anders-zijn’ niet betekent dat iets slecht is en de mogelijkheid in zich draagt dat ‘de ander’ in het heden, in het verleden ‘wij’ hadden kunnen zijn. (…)

door begrip te tonen voor hun potentieel gedeelde verleden en door zich te realiseren dat dit verleden gedeeld is door duizenden jaren van materiële en intellectuele uitwisseling. (…) Over het algemeen kunnen we zeggen dat wereldwijd onrechtvaardigheid of ongelijke behandeling op basis van geslacht, ras, klasse of religie of als gevolg van een oorlog, in grote mate het gemeenschappelijke en individuele leven beïnvloed of gevormd heeft. Unesco als onze organisatie voor onderwijs, wetenschap en cultuur, moet een voorbeeld zijn in het bevorderen van erfgoedbehoud gestuurd door een sociale verantwoordelijkheid, openheid en waarheid. Ongeacht hoe moeilijk deze opgave ook kan zijn, zeker in conflictsituaties. Als we de verschillen en diversiteit in ons eigen verleden kunnen accepteren, kunnen we de verschillen en diversiteit in het heden accepteren.” Vernietiging van erfgoed is van alle tijden, en hoewel het na-oorlogse optimisme misschien geen rekening had gehouden met de terugkeer van religieus fanatisme, straalde de zaal na afloop van de bijeenkomst toch het soort onderlinge verbondenheid uit waar Unesco naar streeft. De Werelderfgoedlijst is meer een schat dan een schietschijf, met een gedeelde verantwoordelijkheid voor de hele wereld om de bijzondere universele waarde van de erfgoederen op de lijst te bewaren. Fotografie: Eelkje Colmjon n

Dit debat is het eerste in een reeks door de Nationale Unesco Commissie georganiseerde debatten en/ of lezingen, met vooraanstaande sprekers die reflecteren op thema’s binnen de vier domeinen van Unesco: onderwijs, cultuur, wetenschap en communicatie & informatie. Voor meer informatie zie www.Unesco.nl

Een gemeenschap kan in het heden bruggen bouwen met een andere gemeenschap 23

VITRUVIUS_April2017.indd 23

28/02/17 18:34


VOOR U

gelezen

VITRUVIUS

NUMMER 39

APRIL 2017

Gelderland grensland. 2000 jaar verdeeld en verbonden. AUTEURS

meen.

tilt.nl www.van

UITGAVE

Vantilt

oev Dolly Verh

RECENSENT

Frits Niemeijer D E TA I L S

Paperback, 288 pagina’s, foto’s en kaarten in zwart-wit en kleur, noten ISBN: 978-94-6004-300-0 PRIJS

ND

er onder me en bevat . gde kaarten

N BONDE N VER E E L D sEen Simon van den Bergh (red.) gen R VERD A A Marc Win , J bels 0 Gub 200 en, Maarten

RENSLA LAND G

te rivieren n. De gro indeling en Zuid, de en de Achterhoek religieuze n, taal- en est. gebied? ners van dit Hoe gingen evormd? de tijden p verschillen nsland niet derland gre r denis, maa e geschie

GELDER

opa in heel Eur alle ijn ook van kijken. elderland ns gre rijks meinse straeen re e Gel rde later fungee van ten wes het liefst zes ns, maar

D. Verhoeven, M. Gubbels, M. Wingens & S. van den Bergh (red.)

10-10-16

VA N T I

VA N T I

16:28

€ 22,50

LT

LT

G

elderland is nergens zo duidelijk een grensland als in het oosten. ‘Nogal wiedes’, zult u zeggen, ‘daar ligt Duitsland.’ Maar dit feit vraagt toch om enige nuancering. Het vroegere hertogdom Gelre strekte zich namelijk ver uit buiten de huidige grenzen van de provincie en reikte tot na 1700 in het zuiden tot voorbij Roermond. Uiteraard bestond het graafschap uit afzonderlijke ‘heerlijkheden’ en rechtsgebieden met als gemeenschappelijk kenmerk dat ze één landsheer of -vrouwe hadden. Opmerkelijk genoeg stamt de naam Gelre van stad en ambt Geldern, die tientallen kilometers over de grens liggen – ten noordoosten van Venlo. Van dit zogenoemde Overkwartier van Gelre resteert nu eigenlijk niets meer. Maar hiermee is niets alles gezegd. Duitsland is op dit moment een zogenoemde federale bondsstaat (dat wil zeggen een conglomeraat van semi-autonome deelstaten) en in het verleden – vóór 1871 – was dat niet veel anders. Pas met de eenwording, onder toenmalig rijkskanselier Bismarck, ontstond een Duitse eenheidsstaat. Maar na de Tweede Wereldoorlog werd die op last van de geallieerden weer ontbonden. Voor en ook na de jaren van de Duitse eenheidsstaat was er nogal eens onduidelijkheid over de status van grensgebieden. Zo wisselde de soevereiniteit over de zogenoemde Kleefse enclaves in de jaren 1806-1821 meermalen en moesten dienstplichtigen uit dorpen als Duiven, Lobith en Zevenaar nu eens opkomen en vechten onder het toenmalige Franse gezag en dan weer onder Pruisische of Nederlandse vlag. Omdat de dienstplicht echter niet in alle staatjes en vorstendommen identiek was, verhuisden sommigen om zich eraan te onttrekken. Het kwam echter ook voor dat de dienstplicht tweemaal vervuld moest worden: na de overgang van de lokale soevereiniteit kon het voorkomen dat er opnieuw moest worden opgekomen voor de dienstplicht. Het resultaat was dat de betrokken militairen op huurlingen gingen lijken en amper een natiegevoel representeerden. Na de laatste wereldoorlog speelde in dit gebied de soevereiniteitskwestie opnieuw vanwege een Nederlandse

claim op Duits grondgebied in het kader van de herstelbetalingen. Nadat sommigen een globale verdubbeling van ons land – uiteraard ten koste van Duitsland - hadden gepropageerd, werd van regeringswege een meer serieus annexatievoorstel gedaan, dat grenscorrecties van zo’n 1750 vierkante kilometer zou beslaan., d.w.z. een gebied van ruim 1/3 van de provincie Gelderland (= ca. 5000 vierkante km). Voor de beoogde annexatie werd uiteraard ook verwezen naar de historische banden met gebieden die ooit bij Gelre behoorden, maar die vlieger ging toch niet op. Uiteindelijk is een veel kleiner stukje Duitslands aan ons land toegevoegd, namelijk een gebied van slechts 70 vierkante kilometer. Het betrof in hoofdzaak twee dorpen: Elten (bij Lobith) en Tudderen (bij Sittard, L). Met name bij Elten legde dat de lokale middenstand geen windeieren: Elten werd in de wederopbouwjaren een reisdoel voor tripjes van Nederlanders én Duitsers. Toch heeft deze toestand niet lang geduurd, namelijk van 23 april 1949 tot 1 augustus 1963. En dat er vanaf het begin twijfel was over het blijvende karakter kenden de Eltenaren ten minste twee rechten en verplichtingen niet: ze hadden geen stemrecht en kenden geen dienstplicht. Het zijn zomaar twee facetten van de geschiedenis in het grensgebied van Gelderland tussen Doetinchem en Kleef. Uw recensent heeft maar zelden een boek gelezen dat eindigt met de inleiding. Niet alleen de hiervoor typerende woordkeuze, maar ook de volgorde van de paragrafen en de ‘leeswijzer’ suggereren dat je eens lekker moet gaan zitten voor het boek dat je zojuist uit hebt. Dit is des te meer opvallend vanwege het feit dat de auteur van het 24ste en laatste hoofdstuk een van de vier redacteuren van de bundel opstellen is. Als iemand overzicht zou moeten hebben gehad, dan was zij het wel. Het is het enige foutje dat uw recensent opmerkte aan deze uitgave, die verder heerlijk leesvoer bevat en anekdotische en wetenswaardige feiten aaneenrijgt. Kun je als inwoner van Gelderland niet zonder dit boek of voegt het

24

VITRUVIUS_April2017.indd 24

28/02/17 18:34


VITRUVIUS

NUMMER 39

APRIL 2017

veel nieuws toe aan de lokale geschiedschrijving? Nee, dat niet in de eerste plaats. Maar de uitgave laat wel zien dat diverse facetten en aspecten van lokale en regionale geschiedenis, van topografie en van zeden en tradities tevens betekenis (kunnen) hebben in een veel ruimer verband. Het is daarom een bundel die uitnodigt ook eens een blik voorbij je eigen grenzen te werpen en – wie weet – op nieuwe ideeën te komen. De veelzijdigheid van de uitgave is te danken aan het feit dat de interpretatie van het begrip grens in dit boek ver voorbijgaat aan datgene wat de meeste mensen zich daarbij voorstellen, zoals gemeentelijke, provinciale en landsgrenzen, of eventueel ook natuurlijke grenzen. Uit de verschillende bijdragen blijkt dat het begrip grens nog op talloze andere maatschappelijke, historische en ruimtelijke verschijnselen een rol speelde of speelt. De auteurs hebben zich wat dit betreft zelfs enigszins moeten beperken – (of weten in te houden?) - want op sommige terreinen groeven zij niet diep. Opmerkelijk is het bijvoorbeeld dat de toch ongeveer 50 km lange grens van land en water (van oudsher de Zuiderzee) geen rol van betekenis speelt in de bundel. En dat, terwijl die grens in de loop van de twee millennia die in dit boek aan de orde komen, toch aanzienlijk van plaats is veranderd. Dat wil zeggen: teruggelegd, ten koste van Gelderland. Het verlies van land door aanvallen van de steeds verder opdringende zee was een verschijnsel dat pas na de watersnoodramp van 1916 definitief tot een einde kwam. In dat jaar stond nog een aanzienlijk deel van laag Noordwest-Gelderland onder water en die ramp was één van de aanleidingen voor de aanleg van de Afsluitdijk en ook voor het gedeeltelijk droog maken van het daarmee ontstane IJsselmeer (vanaf ca. 1930). Andere natte grenzen van de provincie komen vanuit verschillende gezichtspunten wel aan de orde. Zo wordt het rivierengebied in verschillende hoofdstukken opgevoerd als grenszone. In de Romeinse Tijd bijvoorbeeld, vormde de Rijn een natuurlijke noordgrens van het immense rijk en in de Tweede Wereldoorlog speelden de Maas én enkele Rijntakken een belangrijke rol als barrières en frontlijnen. In beide perioden was de stad Nijmegen van grote strategische betekenis voor de beheersing van de rivierovergang. Minder bekend is dat een andere plaats eeuwenlang een brugfunctie tussen twee provincies kende. De Gelderse Vallei werd vanaf de middeleeuwen stukje bij beetje ontgonnen en in cultuur gebracht. Dit gebeurde zowel vanaf de Utrechtse Heuvelrug als vanaf de Gelderse Veluwezijde. In het zuidelijk deel kwamen ze elkaar ergens halverwege tegen en ontstond het ontginningsdorp Veenendaal, dat in twee provincies kwam te liggen. Het Gelderse en veruit kleinste deel behoorde bij de gemeente Ede, die zich decennialang met succes verzette tegen annexatie door Utrechts Veenendaal. De grens tussen beide manifesteerde zich onder meer door verschillende elektriciteitsbedrijven en een andere

VOOR U

gelezen

politie en brandweer, maar ook in een andere economische doelstelling. In Utrechts Veenendaal werd gekoerst op nijverheid en industrie, terwijl vanuit Edese hoek op agrarisch bedrijf en op de dienstensector werd gewed. Uiteindelijk ging Ede op twee punten overstag: niet alleen kwam Ede in de vaart der volkeren door de vestiging van de AKU (Algemene Kunstzijde Unie; later ENKA), rond 1920, maar ook de annexatie van zo’n 360 ha van het grondgebied vond doorgang. De meeste inwoners van Gelders Veenendaal hadden zich al in 1932 positief uitgelaten over aansluiting bij Utrechts Veenendaal, maar mede door de oorlog duurde het nog tot 1960 eer dit een feit was. Opmerkelijk hierbij: indirect speelden Duitsers dus ook aan de westkant van Gelderland een rol bij de definitieve vaststelling van het grensbeloop. Naast letterlijke ‘grensgevallen’, komen in dit boek onder meer ook religieuze, taalkundige en cultuurgrenzen voor het voetlicht. In één curieus geval betreft het zelfs de ‘voetbalrivaliteit’ in het dorp Groesbeek, waar niet minder dan zes verenigingen bestaan. Een andere bijdrage kent als onderwerp ‘botsende identiteiten’ van gebruikers van de Appeldijk langs de Linge. Enige citaten van verkeersdeelnemers laten zien dat men soms fatsoensgrenzen overschrijdt. Aardig is dat er ten besluite een lichte sociologische saus over het hoofdstuk is gegoten: alle groepen gebruikers delen het identiteitsverhaal van het gebied, maar ze botsen wanneer het gaat om natuur en individuele vrijheid. Het begrip identiteit speelt in verschillende andere artikelen een rol en misschien is het zelfs wel de kapstok waaraan de bundel impliciet is opgehangen. Een keur aan professoren, doctores en andere specialisten op diverse terreinen van historische wetenschappen verwaardigde zich medewerking te verlenen aan het in september 2016 van de persen gekomen Gelderland grensland. Hun inzet - en natuurlijk ook die van de redacteuren – heeft ertoe geleid dat er een gevarieerd, evenwichtig en ook nog goed leesbaar boek tot stand kwam, dat voor een breed publiek toegankelijk is en dat toch ook veel wetenswaardigs en hier en daar verrassends voor meer ingewijden bevat. In dit verband ook de volgende opmerking: de bundel zou – vooral bij gebleken verkoopsucces – een voorbeeld kunnen zijn voor andere provincies om eens met vogels van diverse pluimage rond de tafel te gaan zitten en tot niet al te academische, toegankelijke en gevarieerde uitgaven over de eigen historie te besluiten. Er wordt veel gesproken over identiteit; uitgaven als Gelderland grensland dragen bij aan groei van het bewustzijn van identiteit. Tot besluit: de uitgever en de vanuit verschillende hoeken ingebrachte vormen van (geldelijke) steun verdienen een pluim: voor de vormgeving van het geheel, voor de kaarten en tevens voor het toegankelijk maken van de uitgave door de milde prijszetting. Gelderland levert je méér dan mooie streken - ook mooie boeken. n

25

VITRUVIUS_April2017.indd 25

28/02/17 18:34


recent

VITRUVIUS

VERSCHENEN

Geschiedenis van de literatuur in Limburg. AUTEURS

Geschiedenis van de literatuur in Limburg onder redactie van melick en wiel kusters

lou spronck, ben van

vantilt | lgog

Lou Spronck, Ben van Melock, Wiel Kusters UITGAVE

Vantilt D E TA I L S

Gebonden, 768 pagina’s, rijk geïllustreerd (deels in kleur), ISBN 978-94-6004-285-0

PRIJS

€ 39,50

D

e wieg van de Nederlandse literatuur stond in Limburg: met het belangrijke werk van Hendrik van Veldeke kwam daar al in de twaalfde eeuw een levendige literaire cultuur tot stand, die tot op de dag van vandaag invloedrijke auteurs en teksten voortbrengt. Van de Servaaslegende tot Connie Pal-

Nederland in kleur 1907-1935. AUTEUR

Hans Rooseboom en Ileen Montijn (inleiding)

NUMMER 38

APRIL 2017

men en van de Percessie van Scherpenheuvel tot Jan Hanlo: Geschiedenis van de literatuur in Limburg biedt voor het eerst een uitgebreid overzicht van bijna duizend jaar Limburgse letteren. Het literaire landschap van Limburg is veeltalig (behalve Nederlands en Latijn ook veel Frans en streektaal) en zeer gevarieerd. Niet alleen geboren en getogen Limburgers, zoals Erycius Puteanus, Pascal Delruelle, Frans Erens, Pierre Kemp en Pé Hawinkels, krijgen volop aandacht. Er wordt ook stilgestaan bij werken met Limburg als locatie of thema. Door dit brede, grensoverschrijdende perspectief is Geschiedenis van de literatuur in Limburg een veelkleurig overzichtswerk, dat zich niet beperkt tot proza en poëzie, maar ook ruimte biedt aan journalistiek werk van bijvoorbeeld Jozef Thissen en Willem K. Coumans en (lied)teksten van Toon Hermans, Gé Reinders en Jack Poels (Rowwen Hèze). n

jaar op hadden gewacht. Voor het eerst kon de wereld op eenvoudige wijze in natuurlijke, frisse kleuren worden vastgelegd. Deze foto’s zijn een feest voor het oog.

UITGAVE

Bas Lubberhuizen D E TA I L S

Gebonden, 144 pagina’s, ISBN 978-90-5937-467-6 PRIJS

€ 19,99

D

e verrassing is groot als je voor het eerst een kleurenfoto uit 1907 ziet. Zo vroeg al in kleur? Zeker wel. In dat jaar werd eindelijk mogelijk waar fotografen al 80

Historische stadsbibliotheken in Nederland. AUTEURS

Jan Bedaux, Ad Leerintveld (red.) UITGAVE

WalburgPers D E TA I L S

Gebonden, 176 pagina’s, rijk geïllustreerd, ISBN 978-94-6249-144-1 PRIJS

€ 39,50

V

rij van het Spaanse juk en mét de Prins van Oranje overgegaan naar de gereformeerde godsdienst, stichtten veel stadsbesturen in de Republiek der Verenigde Nederlanden aan het einde van de zestiende of in het begin van de zeventiende eeuw een openbare bibliotheek. 26

Historische stadsbibliotheken in Nederland biedt voor het

VITRUVIUS_April2017.indd 26

Autochromes, zoals deze vroegste kleurenfoto’s genoemd worden, waren wel een stuk duurder dan zwartwit-opnamen; daarom zijn ze zo zeldzaam. Ze corrigeren ons beeld van het verleden, dat zich slechts in sepiatinten en zwartwit in ons geheugen heeft genesteld. Ze geven een nieuw beeld, minder grauw, minder grijs, een wereld vol kleur en zonlicht: van spelende kinderen op het strand tot vissers in klederdracht, van interieurs tot bomen vol bloesem. In dit boek zijn 100 autochromes verzameld die tussen 1907 en 1935 in Nederland zijn gemaakt. n

eerst een overzicht van deze vroege stadsbibliotheken. Gerenommeerde boekhistorici en beheerders van historische, stedelijke boekenverzamelingen presenteren hier de ontstaansgeschiedenis en de inhoud van hun bibliotheek. Aan bod komen de bibliotheken van Amsterdam, Haarlem, Alkmaar, Enkhuizen, Edam, Leiden, Gouda, Rotterdam, Utrecht, Deventer, Zutphen, Franeker, Groningen, Maastricht, Antwerpen en die in de provincie Zeeland. Een aantal van deze collecties is in veel gevallen mettertijd in andere instellingen terecht gekomen. Het 450-jarig bestaan van de voorbeeldig bewaard gebleven, monumentale kettingbibliotheek te Zutphen vormde de aanleiding voor dit boek. De in deze bundel verzamelde artikelen nodigen uit om de gang van zaken in de ene stad met de andere te vergelijken. Samen geven de bijdragen een beeld van de waarde die in de stedelijke samenleving van de vroegmoderne tijd aan boek en openbare bibliotheek werd gehecht. n

28/02/17 18:34


VITRUVIUS

NUMMER 38

recent

APRIL 2017

VERSCHENEN

Landhuizen en villa’s in Nederland tussen 1840 en 1916. AUTEUR

Jannes A. de Haan UITGAVE

Eburon D E TA I L S

Paperback, 472 pagina’s, rijk geïllustreerd, ISBN 978-94-6301-077-1 PRIJS

€ 29,50 De villa’s en landhuizen van het welgestelde deel van Nederland zijn lang wat mager aan bod gekomen in de Nederlandse architectuurgeschiedenis. Het boek Landhuizen en villa’s in Nederland tussen 1840 en 1916 biedt vanuit de ontwikkeling van de plattegronden een nieuwe aanvulling. Waarom zijn de plattegronden zoals ze zijn? Waarom veranderen ze en wat is de rol van plattegronden in het sociaal-maatschappelijke leven van de villabewonende elite? Vanuit de grote landhuizen en villa’s die vooral bestemd waren voor zomerbewoning door de elite wordt in de loop van het laatste kwart van de negentiende eeuw een nieuwe ontwikkeling ingezet in Nederland. Een ontwikkeling die in Engeland al vroeg in de negentiende eeuw plaats had gevonden. Villa’s en landhuizen blijken steeds meer het domein voor de betere middenklasse te worden. Deze nieuwe bewoners kunnen permanent buiten de steden gaan wonen door de ontwikkeling van het spoorwegnet met snelle en betrouwbare verbindingen en de snel stijgende welvaart. De nieuwe villaparken die na 1870 en

Rotterdam Woont. Atlas van de Rotterdamse woningbouw 1840-2015. AUTEURS

Frans Hooykaas, Arnold Reijndorp, Andries van Wijngaarden (red.) UITGAVE

THOTH (i.s.m. Stichting Rotterdam Woont) D E TA I L S

Gebonden, 304 pagina’s, rijk geïllustreerd in kleur, ISBN 978-90-6868-651-7

PRIJS

€ 49,90

R

otterdam Woont documenteert de Rotterdamse woningbouw vanaf het begin van de explosieve stedelijke groei in 1840. In de Rotterdamse woningbouw is veel geëxperimenteerd met nieuwe woningtypologieen. De atlas geeft een

vooral na 1895 door exploitatiemaatschappijen ontwikkeld worden bieden deze nieuwe doelgroep een plaats waar het goed toeven is onder maatschappelijk gelijken. Landhuizen en villa’s in Nederland gaat in op de sociale en economische aspecten van het wonen buiten de stad, op de relatie met de Britse traditie van country houses, de invloed van de verschillende tijdschriften voor architectuur, en de bouwkundige ontwikkeling van de indeling van de verschillende interne vertrekken. Landhuizen en villa’s in Nederland tussen 1840 en 1916 is een rijk geïllustreerd boek met meer dan 250 foto’s van gevels, interieurs en plattegronden. Het is verder voorzien van uitgebreide literatuurlijst en register. De architectuurhistoricus Jannes de Haan heeft met deze uitgave, de handelseditie van zijn gelijknamige proefschrift, een volgende stap gezet in het onderzoek en de analyse van Nederlandse villa’s en landhuizen in de negentiende en de vroege twintigste eeuw. n

representatief overzicht van circa 200 woningen van diverse typen uit verschillende perioden. Van deze woningen zijn de plattegronden, doorsneden en andere aspecten op onderling vergelijkbare wijze opnieuw en op schaal uitgetekend. Daarnaast is relevante informatie verzameld, een korte beschrijving gemaakt en beeldmateriaal toegevoegd. De documentatie is van eminent belang bij het aanpakken van de actuele woningproblematiek, die vooral in het teken staat van transformatie: hergebruik en herbestemming. Dit omvangrijke overzicht wordt van extra inhoud voorzien in een zestal essays die zich richten op de verschillende perioden die in de Rotterdamse woningbouw te onderscheiden zijn. Thema’s die aan bod komen zijn onder andere: de ontwikkeling van de opdrachtgeving en besluitvorming, de invloeden van de veranderende samenstelling van de bevolking, de ontwikkeling van het woningontwerp, diverse constructiemethoden en hun aanpasbaarheid voor bestemmingsveranderingen en toekomstige vormen van opdrachtgeverschap. n

27

VITRUVIUS_April2017.indd 27

28/02/17 18:34


recent

VITRUVIUS

VERSCHENEN

NUMMER 38

APRIL 2017

What Happened To My Buildings. AUTEUR

Hilde de Haan, Jolanda Keesom UITGAVE

NAi010 D E TA I L S

Paperback, 304 pagina’s, rijk geïllustreerd, ISBN 978-94-6208-335-6 PRIJS

€ 39,95

W

at doe je als architect wanneer je vak lijkt te zijn afgeschaft en je weleens wilt weten wat er deugt van wat je hebt gebouwd? Marlies Rohmer koopt een busje, plakt er in koeienletters ‘What happened to?’ op en rijdt langs 25 gebou-

wen waarvan ze ooit grote verwachtingen had. Ze spreekt uitgebreid met de opdrachtgevers, bewoners en gebruikers. Dat resulteert in een soms ontroerende, vaak hilarische en altijd leerzame ontdekkingstocht naar wat werkelijk telt in de architectuur. Hilde de Haan en Jolanda Keesom plaatsen deze lessen in een breder kader van bouwen, wonen en sleutelen aan steden. Bij concrete voorbeelden uit het onderzoek van Rohmer stellen zij vragen die iedereen aangaan: wat maakt het uit hoe een architect inspeelt op de omgeving, welke gevelmaterialen die kiest, hoeveel aandacht de buitenruimte krijgt of hoe het interieur wordt ingedeeld? En welke rol speelt de regelgeving? n

De weg van de wederopbouw. Van Rhenen tot Arnhem, het bouwen en de tijdgeest. AUTEURS

Han Lörzing, Henk Deys, Maarten van den Wijngaart, Harm Post, Wim Lavooij en Marlies Hummelen UITGAVE

Uitgeverij Boekschap D E TA I L S

Paperback, 184 pagina’s, rijk geïllustreerd met 320 afbeeldingen, ISBN 978-94-9035-717-7 PRIJS

€ 27,50

W

ie van Rhenen via Wageningen en Renkum naar Arnhem gaat, reist door een architectonisch bijzondere regio. Zwaar getroffen in de Tweede Wereldoorlog en vanaf 1940 in verschillende fasen wederopgebouwd. Langs deze ‘Weg van de Wederopbouw’ ontstond een staalkaart van de stedenbouw en architectuur uit die periode. Dit boek bundelt een brede selectie van deze bouwwerken en beschrijft de geschiedenis erachter. Met enorme energie en vernieuwingsdrang werd vanaf de eerste oorlogsjaren gewerkt aan ‘het nieuwe aanzien van Nederland’ – juist ook in deze regio. Het boek maakt de rijkdom en variatie van die wederopbouw zichtbaar. Van ambitieuze stadsplannen tot woningen, kerken en overheidsgebouwen, van kunstwerken tot parken. Het bestrijkt de periode van 1940 – de wederopbouw van de centra van Rhenen en Wageningen – tot ongeveer 1966, toen Arnhemse uitbreidingswijken als Presikhaaf en Malburgen voltooid werden en in Oosterbeek een prachtig nieuw raadhuis verrees.

Uiteraard komen veel iconen langs: het Huis der Provincie en de kunstacademie in Arnhem, het gebouw van Landmeetkunde in Wageningen en de brandweerkazerne in Rhenen. Architecten van naam, zoals Granpré Molière, Vegter, Rietveld of Brouwer en Deurvorst, hebben hun sporen in de regio achtergelaten. Maar het boek toont ook de onbekende pareltjes: strakke, modernistische flats, fraai gedetailleerde portiekwoningen, stoere kerken en elegante woonhuizen. Daarmee roept het de vraag op hoe we de onmiskenbare kwaliteiten van de wederopbouw kunnen behouden voor de toekomst. In De Weg van de Wederopbouw is een overvloed aan oud en nieuw beeldmateriaal bijeengebracht. Vijf auteurs en acht ooggetuigen vertellen het verhaal achter de beelden. Een verhaal over bouwstijlen en kunstuitingen, maar ook over de worsteling met de gevolgen van de oorlog en over het aanstekelijke optimisme van de wederopbouw. n

28

VITRUVIUS_April2017.indd 28

28/02/17 18:34


VITRUVIUS

NUMMER 38

recent

APRIL 2017

VERSCHENEN

Stad in oorlog. Amsterdam 1940-1945 in foto’s. AUTEUR

René Kok en Erik Somers UITGAVE

WBooks i.s.m. NIOD D E TA I L S

Gebonden, 304 pagina’s, rijk geïllustreerd met ca. 371 afbeeldingen, ISBN 978-94-6258-191-3 PRIJS

€ 29,95 (t/m 17 mei 2017, daarna € 34,95)

O

ndanks de snel toenemende Duitse terreur en de vele beperkende Duitse maatregelen probeerden de Amsterdammers een dagelijks leven te leiden. Dat leverde contrasten in het straatbeeld op. Niet eerder is een veelomvattend fotoboek samengesteld over Amsterdam in de jaren 40-45. Erik Somers en René Kok, onderzoekers bij het NIOD, deden uitvoerig onderzoek naar de visuele geschiedenis van de stad. Niet alleen de collecties van het NIOD en het Stadsarchief Amsterdam leverden veel en onbekend materiaal op. Ook in talloze andere archieven in binnen- en buitenland werden nooit eerder gepubliceerde opnames opgediept. Dat maakt Stad in Oorlog. Amsterdam 1940-1945 in foto’s tot een bijzonder boek, en de eerste in zijn soort.

De zorgvuldig geselecteerde beelden in Stad in oorlog. Amsterdam 1940-1945 in foto’s geven een indringend beeld van Amsterdammers in de jaren van oorlog en bezetting. Onderdrukking, verzet, vervolging, luchtoorlog, schaarste, honger – het zijn de talrijke aspecten van het dagelijks leven in Amsterdam tijdens de oorlog. De Tweede Wereldoorlog heeft diepe sporen achtergelaten in de hoofdstad. Met als dieptepunt de vervolging en de deportatie van 80.000 in de stad woonachtige Joden. Het heeft de stad voor altijd getekend. n

Het Grote VOC Boek AUTEUR

Ron Guleij en Gerrit Knaap (red.) UITGAVE

WBooks (i.s.m. Nationaal Archief) D E TA I L S

Gebonden, 208 pagina’s, rijk geïllustreerd met ca. 200 afbeeldingen, ISBN 978-94-6258-177-7 PRIJS

€ 29,95 (t/m 24 mei 2017, daarna € 34,95)

I

n Den Haag wordt nu de digitalisering van het archief van de VOC voltooid. De in totaal ruim 1.200 strekkende meter archief met miljoenen pagina’s informatie, beschrijven de geschiedenis van tientallen landen in Azië en zuidelijke Afrika in de 17e en 18e eeuw. In Het Grote VOC Boek wordt voor het eerst gebruik gemaakt van dit overvloedige archiefmateriaal. De reis door Het Grote VOC Boek is als die van een VOCschip. Vertrekpunt is Nederland en vandaar gaat de tocht door het gehele VOC-octrooigebied. De honderden beelden geven een adembenemend uitzicht op de wereld van toen. Aan deze rode draad zijn opmerkelijke, ontroerende en

schokkende persoonlijke verhalen geknoopt. De Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) refereert aan een tijd van ontdekking. Handelsgeest, technologische ontwikkelingen op het gebied van navigatie en cartografie, welvaart – het zijn kwaliteiten die hoog gewaardeerd worden. De compagnie oefent nog steeds een grote aantrekkingskracht uit. Velen van onze voorouders voeren op de schepen van de VOC en bevolkten de vestigingen en factorijen in Azië. Maar de VOC heeft ook een donkere kant: van onderdrukking, uitbuiting en doodslag. Die kant mag niet vergeten worden. n

29

VITRUVIUS_April2017.indd 29

28/02/17 18:34


recent

VITRUVIUS

VERSCHENEN

NUMMER 38

APRIL 2017

Mondriaan – de man die alles veranderde. AUTEUR

Hans Janssen, Benno Tempel en Lieke Wijnia UITGAVE

Waanders & De Kunst D E TA I L S

Paperback, 192 pagina’s, rijk geïllustreerd in kleur en zw/w, ISBN 978-94-6262-118-3

PRIJS

€ 24,95

D

it nieuwe boek volgt Mondriaans leven en werk aan de hand van de grootste Mondriaancollectie ter wereld, die van het Gemeentemuseum Den Haag. Weinig kunstenaars hebben zichzelf zo vaak opnieuw uit-

Onder de tunnel door. De geschiedenis van 75 jaar Maastunnel. AUTEUR

Henk van der Maas UITGAVE

Ad. Donker D E TA I L S

Gebonden, 256 pagina’s, geïllustreerd, ISBN 978-90-6100-722-7 PRIJS

€ 29,50

D

e Maastunnel, welke Rotterdammer heeft er nou geen warm gevoel bij? Met de fiets of met de auto onder de tunnel door naar werk, huis, Feyenoord, of een avondje uit, de tunnel is een onmisbaar deel van het leven in de stad.

gevonden als Piet Mondriaan (1872-1944). Van realistische landschappen tot aan zijn wereldberoemde geometrische abstractie, volbracht Mondriaan een ware ontdekkingstocht door de moderne kunst. Met een onbegrensde nieuwsgierigheid naar het nieuwe, omarmde hij het dynamische leven in de culturele centra van de wereld en vertaalde dit in zijn schilderijen. Het Gemeentemuseum Den Haag neemt bezoekers in de zomer van 2017 mee op reis. Die reis voert langs metropolen Amsterdam, Parijs, Londen en New York, de steden waar Mondriaan zijn geniale brein de vrije ruimte kon geven en de ontdekkingen deed waarmee hij de kunst totaal veranderde. Het boek doet verslag van deze reis, in woord en beelden.Deze rijk geïllustreerde publicatie laat u kennismaken met een van de modernste kunstenaars van de twintigste eeuw. n

Met grondige kennis, een vaardige pen en een warm hart voor de Maastunnel voert voormalig tunnelbeheerder Henk van der Maas de lezer mee op een rondleiding door de tunnel van toen tot nu. Het verhaal van de planning en de bouw, deels in de oorlogsjaren, wordt verteld met heldere uitleg van techniek, foto’s en tekeningen. We krijgen een uniek kijkje achter de schermen van dit rijksmonument waar hard wordt gewerkt aan het onderhoud en de veiligheid van de inmiddels bejaarde tunnel. Meer nog dan de techniek zijn het de mensen die de tunnel maken tot wat hij is. De Maastunnel speelt dan ook een rol in vele Rotterdamse verhalen, waar en onwaar. Spannende verhalen over gevaarlijk werk bij de bouw, verzet en verraad tijdens de oorlogsjaren en de opening door “drie Charloise belhamels”, maar welke drie dan, of waren er ook meisjes bij? Tientallen Rotterdammers die in de tunnel hebben gebouwd, gewerkt en gespeeld geven antwoord. n

“W

Steden voor mensen. AUTEUR

Jan Gehl (met bijdragen van Richard Rogers en Kristiaan Borret) UITGAVE

Blauwdruk D E TA I L S

Gebonden, 268 pagina’s, geïllustreerd in kleur, ISBN 978-90-7527-199-7 PRIJS

€ 49,50

ij geven vorm aan steden en zij geven vorm aan ons”, Aldus de beroemde architect Jan Gehl. De Vlaamse uitgever Vanden Broele vertaalde zijn boek ‘Steden voor mensen’. Jan Gehl belicht daarin de methoden en instrumenten die hij gebruikt om mensonvriendelijke steden om te vormen in steden voor mensen. Hij legt uit hoe je steden kunt ontwikkelen die levendig, veilig, duurzaam en gezond zijn. Gehl slaagt er zelfs in de grootste metropool op een kleine schaal te benaderen. Hij bekijkt steden op ooghoogte en ervaart ze met alle zintuigen. Steden voor mensen bevat een instrumentarium met grondbeginselen, heldere overzichten van gebruikte methoden en trefwoordenlijsten. Het boek bevat meer dan 700 foto’s en tekeningen die Gehls wereldwijde invloed en werkveld illustreren. n

30

VITRUVIUS_April2017.indd 30

28/02/17 18:34


VITRUVIUS

NUMMER 38

recent

APRIL 2017

Rituele depots. Erfgoed en afval. AUTEUR

Gerard Rooijakkers UITGAVE

Uitgeverij Veerhuis (i.s.m. Historisch Centrum Overijssel) D E TA I L S

Paperback, 128 pagina’s, ISBN 978-90-8730-041-8 PRIJS

€ 19,95

V

ergeten is de beste vorm van bewaren: Probleem is dat mensen niet ordelijk kunnen vergeten. We kunnen in feite alleen ordelijk bewaren. En dat doen we volop: in musea, archieven, tijdcapsules of laadjes. Onthouden en bewaren geeft in onze samenleving aanzien. Vergeten en weggooien heeft daarentegen geen status. Alleen veel Alzheimer-patiënten kunnen ordelijk vergeten. Het geheugen werkt daar ‘last in, first out’.

VERSCHENEN

Rituele depots gaat over de culturele praktijk rond herinneren en vergeten, bewaren en weggooien: Dit zijn niet alleen handelingen uit ieders persoonlijke dagelijkse leven, maar ook werkwijzen van instellingen die zich professioneel toeleggen op behoud van erfgoed. Zullen wij over duizend jaar herinnerd worden aan de hand van zaken die we als erfgoed zorgvuldig bewaren en willen doorgeven? Dat is wel onze bedoeling, maar de kans is groot dat wat we hebben weggegooid niet alleen beter bewaard blijft, maar uiteindelijk ook meer over onze ware identiteit onthult. Afval is een kenmerk van menselijke aanwezigheid, tot in de ruimte aan toe. Niet de conservator maar de vuilnisman is onze vriend. Rituele depots gaat over tijd: Radioactief restmateriaal noemen we afval, maar is het ultieme erfgoed van onze samenleving waaraan tig generaties ons nog zullen herinneren. Het stel dat de liefde ritueel bezegelt door een slot aan een brugleuning te hangen en de sleuteltjes in het water te werpen maakt een dubbel ritueel depot: aan de brug én in het water. Het slot wordt bewaard en de sleutel weggeworpen. De tijd maakt dat de sleutel ooit een archeologische vondst kan worden wanneer het slot allang is verwijderd. Rituele depots toont de onvoorziene ironie van de eeuwigheid. n

Nieuwe functies voor kastelen en buitenplaatsen: Een eeuw herbestemming. AUTEUR

Fred Vogelzang UITGAVE

NKS D E TA I L S

240 pagina’s, geïllustreerd, ISBN 978-90-7420-505-4 PRIJS

€ 14,95

O

p dit ogenblik kent Nederland ongeveer 1.000 kastelen en buitenplaatsen. Dat is minder dan een kwart van wat er ooit in ons land gestaan heeft. Onze erfenis aan kastelen en buitenplaatsen is nog altijd indrukwekkend, maar min of meer toevallig tot stand gekomen. Huizen zijn verdwenen door oorlogen, armoede, ruimtelijke ingrepen, rampen of geplande afbraak, maar zonder overkoepelend beleid of vooropgezet plan. Onze aanname is dat ongeveer een derde van deze kastelen en buitenplaatsen in particulier bezit zijn en dat minder dan de helft daarvan nog particulier bewoond wordt. Hoe worden de overige twee derde dan gebruikt? Deze gebouwen hebben veelal een andere bestemming gekregen. De NKS heeft in de afgelopen acht jaar diverse deelonderzoeken naar herbestemming van nog bestaande kastelen en buitenplaatsen uitgevoerd. Deze deelonderzoeken zijn, onder redactie van dr. Fred Vogelzang, samen-

gebracht in het boek over herbestemming. We signaleren verschillende categorieën van herbestemming namelijk als religieuze- of GGZ-instelling, gemeentehuis, horeca, stadspark, museum, ruïne, kantoor of educatieve instelling. Elke categorie heeft een eigen hoofdstuk met een inleiding waarin de algemene problematiek wordt beschreven gevolgd door vier cases, waarop specifiek op de herbestemming van het object wordt ingegaan. Het boek is een publiekvriendelijke uitgave van wetenschappelijk onderzoek, om een zo breed mogelijk publiek te bereiken. Uitgevoerd in full colour met veel beeldmateriaal. Uit het onderzoek blijkt dat kastelen en buitenplaatsen het beste bewaard blijven als ze een bestemming hebben. Gebruik – en hergebruik – is daarmee een belangrijke voorwaarde voor instandhouding. Maar hergebruik kan het monument ook aantasten. Ook zijn veel van deze herbestemmingen niet zeker of permanent. Door toenemende kosten voor onderhoud en het niet kunnen vinden van huurders, bijvoorbeeld bij buitenplaatsen die als gemeentehuis in gebruik zijn, dreigt opnieuw leegstand. In het boek is ook een tabel opgenomen met een inventarisatie van kastelen en buitenplaatsen met hun nieuwe bestemming. Dit boek laat zien over hoeveel objecten het gaat en wat de ervaringen met verschillende type herbestemmingen zijn. Het geeft inzicht in wat (langdurige) herbestemming betekent voor dit erfgoed. Kortom het is een onmisbaar boek voor het erfgoedveld. n

31

VITRUVIUS_April2017.indd 31

28/02/17 18:34


LEZERSACTIE

Doe mee...en win!

n. De grote rivieren n Zuid, de indeling Achterhoek en de

, taal- en religieuze st. ers van dit gebied? ormd? Hoe gingen verschillende tijden land grensland niet geschiedenis, maar

n. bevat onder meer kaarten.

www.vantilt.nl

GE LDE RLA ND GR EN SLA ND

en in heel Europa n zijn ook van alle Gelderland kijken. meinse rijksgrens de Gelre een strat, later fungeerde r het westen van ens, maar liefst zes

RBONDEN 2 0 0 0 J A A R V E R D E E L D E N VvanEden Bergh (red.) Wingens en Simon Dolly Verhoeven, Maarten Gubbels, Marc

VA N T I LT

VA N T I LT 10-10-16 16:28

Grenzen zijn terug van weggeweest; ze worden in heel Europa weer steeds scherper getrokken. Tegelijkertijd zijn grenzen van alle tijden. Dat wordt duidelijk als we naar Gelderland kijken. Aan het begin van onze jaartelling liep de Romeinse rijksgrens er dwars doorheen. In de middeleeuwen vormde Gelre een strategische overgangszone tussen Oost en West, later fungeerde het gebied veelvuldig als militaire buffer voor het westen van Nederland. En nu bezit het, naast een landsgrens, maar liefst zes provinciegrenzen. Vanouds kent Gelderland allerlei binnengrenzen. De grote rivieren vormden eeuwenlang barrières tussen Noord en Zuid, de indeling in kwartieren leidde ertoe dat de Veluwe, de Achterhoek en de Betuwe elk hun

Onder onze abonnees verloten wij Gelderland grensland.

eigen(gereide) bestuur kenden, taal- en religieuze grenzen liepen en lopen dwars door het gewest. Wat betekenden al die grenzen voor de inwoners van dit gebied? In welke mate werd hun identiteit erdoor gevormd? Hoe gingen zij met grenzen om? Door de blik te richten op verschillende tijden en verschillende soorten grenzen toont ‘Gelderland grensland’ niet alleen verrassende inzichten in de Gelderse geschiedenis, maar ook in het fenomeen ‘grenzen’ in het algemeen. ‘Gelderland grensland’ is rijk geïllustreerd en bevat onder meer tientallen speciaal voor dit boek vervaardigde kaarten.

5x

Alles wat u hoeft te doen is vóór 12 mei 2017 een e-mail te sturen met uw naam en adres naar info@uitgeverijeducom.nl met als onderwerp ‘Gelderland’. Let op! Verloting geschiedt alleen onder betalende abonnees van het vakblad Vitruvius. Heeft u nog geen abonnement? Wordt dan snel abonnee* om ook kans te maken op een gratis exemplaar van dit boekwerk.

Uitgeverij Educom

* Een abonnement op het vakblad Vitruvius bedraagt € 45,- per jaar/per 4 edities. * Alle prijswinnaars krijgen persoonlijk bericht voor 20 mei 2017.

VITRUVIUS_April2017.indd 32

28/02/17 18:34

Vitruvius april 2017  

Onafhankelijk vakblad voor erfgoedprofessionals. Archeologie, Cultuurlandschap, monumenten, immaterieel erfgoed & volkscultuur

Vitruvius april 2017  

Onafhankelijk vakblad voor erfgoedprofessionals. Archeologie, Cultuurlandschap, monumenten, immaterieel erfgoed & volkscultuur

Advertisement