Pit spelling - groep 4 - handleiding - blok 1

Page 1

Spelling

Groep 4

Blok

Groep 4  Blok 1 Handleiding

1

Handleiding 9 789006 439922

Covers Spelling_handleiding_groep 4 blok 1.indd All Pages

19/04/2022 16:24


Spelling

Handleiding • Groep 4 • Blok 1

TMH PIT BLOK4.1sp DEF.indd 1

19/04/2022 16:22


Pictoʼs Deze opdracht doe je als je tijd hebt. Deze opdracht doe je alleen. Deze opdracht doe je samen. Deze opdracht doe je in een groepje. Deze opdracht doe je met de hele klas. Dit is een bewegingsopdracht. Deze opdracht schrijf je op een blaadje.

Knipstrategie Luisterstrategie Onthoudstrategie Ook-zo-strategie Regelstrategie Werkwoord

2

TMH PIT BLOK4.1sp DEF.indd 2

19/04/2022 16:22


Overgang van groep 3 naar groep 4

Leervoorwaarden bij start groep 4 Om goed te gaan spellen met Pit raden wij leerkrachten aan voorafgaand aan de lesstof van groep 4 de volgende onderdelen te toetsen/observeren: • auditieve discriminatie (klanken kunnen onderscheiden); • visuele discriminatie (letters kunnen onderscheiden en herkennen van dezelfde letter); • de juiste letter herkennen bij een klank (receptieve klank-letterkoppeling); • de klank als de juiste letter kunnen schrijven (klank-letterkoppeling); • klankzuivere mkm-woorden (zingend) kunnen lezen.

Modeling Modeling is een strategie waarbij de leerkracht model staat voor de leerling. Zo kan een leerkracht hardop denkstappen benoemen die gezet moeten worden bij bijvoorbeeld het toepassen van schrijfaanwijzing(en) bij spelling. Modeling is in de lesbeschrijvingen van Pit bij elke instructieles (les 1) van een woordpakket beschreven onder ‘Instructie’. Hier is de modeling stapsgewijs uitgeschreven.

Klankgebaren Klankgebaren kunnen ingezet worden als preteaching in de eerste drie blokken van groep 4. Leerlingen die nog moeite hebben met de klank-letterkoppeling krijgen in Pit de extra ondersteuning van klankgebaren. De klankgebaren helpen de vorm van de letter te onthouden en de klank eraan te koppelen. De klankgebaren sluiten aan bij de gangbare aanvankelijk leesmethoden. De meeste leerlingen zijn bekend met deze gebaren. Pit biedt voor de woordpakketten in de eerste drie blokken filmpjes van de klankgebaren. Je kunt deze filmpjes als preteaching inzetten voor de leerlingen die dat nog nodig hebben. In elk filmpje komen klanken aan de orde die in het betreffende woordpakket belangrijk zijn. Zo is er een klankgebarenfilmpje bij woordpakket 2 waarin de klanken /eu/ en /ui/ centraal staan. De video’s zijn te vinden in de cockpit, bij het jaaroverzicht en bij de betreffende les. Zorg voor een frontale opstelling zodat de leerlingen je goed kunnen zien. Let op: Als leerkracht doe je de gebaren in spiegelbeeld.

Hakkaarten Hakkaarten worden voornamelijk ingezet in groep 3. Hakkaarten helpen bij het onthouden van de volgorde van de klanken, dus bij het schrijven van de letters in de goede volgorde. Leerlingen kunnen extra ondersteuning krijgen in de vorm van hakkaarten in de eerste drie blokken van groep 4. Er zijn acht hakkaarten met elk een eigen kleur voor klankzuivere woorden. Deze hakkaarten zijn als printblad te vinden in de cockpit in het Jaaroverzicht. Bij het hakken van woorden is het belangrijk dat je dit van rechts naar links voordoet en de eerste letter altijd als laatste weer benoemt. Leerlingen hakken van links naar rechts. Zeg na het hakken het hele woord en geef de schrijfrichting met je hand aan.

3

TMH PIT BLOK4.1sp DEF.indd 3

19/04/2022 16:22


4

TMH PIT BLOK4.1sp DEF.indd 4

19/04/2022 16:22


Blok 1 Differentiatie

Cheeta-opdracht De cheeta-opdracht is een extra opdracht aan het eind van elke les, in te zetten als tempodifferentiatie.

Herhalen en toepassen Leerwerkschrift

Spel 1 De leerlingen maken in ongeveer vijf minuten een zo lang mogelijke woordketting. Zorg ervoor dat elk tweetal een zandloper heeft of geef zelf een start- en stopsignaal. Spel 2 De leerlingen maken in tweetallen een verhaal. Ze oefenen zowel de schrijfwijze, als de betekenis van de woorden. Spel 3 De leerlingen bedenken zo veel mogelijk woorden met de letters s – d – k. Ze kijken samen de woorden na. De directe feedback zorgt voor het inprenten van het woordbeeld.

Leerwerkschrift Maat

Spel 1 Door het woord op te schrijven en te raden, oefenen de leerlingen vooral het woordbeeld. Dit spel verhoogt het spellingbewustzijn. Spel 2 De leerlingen maken voor elkaar een woordwiel. Daarmee oefenen ze het woord in stukken te hakken en letter voor letter op te schrijven. De directe feedback zorgt voor het inprenten van het woordbeeld. Spel 3 De leerlingen maken een zo lang mogelijke woordketting. Door het wedstrijdelement worden de leerlingen aangemoedigd zo veel mogelijk woorden te bedenken.

Pluswerk Woordpakket 1

De leerlingen maken nieuwe woorden door steeds één letter te veranderen en over te slaan. Dan zoeken ze woorden met str en rst in een puzzel en bedenken nieuwe woorden.

Woordpakket 2

De leerlingen vullen woorden aan met woordstukjes met ui en eu, en maken woordtrappen en een gedicht met ui en eu. Zo oefenen ze het goede woordbeeld. De zinnen bij opdracht 1 kunnen door een spellingsterke klasgenoot worden opgelost.

Woordpakket 3

De leerlingen oefenen woorden met sch en schr door een woordslang en een rebus te maken voor een andere spellingsterke leerling. Vervolgens maken ze een puzzel en schrijven een verhaal over zichzelf.

Woordpakket 4

De leerlingen lezen woorden waarin je /u/ hoort, maar niet schrijft, door steeds een letter over te slaan. Ze maken vijf nieuwe woorden voor een andere spellingsterke leerling. Dan maken ze een gedicht af door rijmzinnen te verzinnen.

Mijn Pakket Voor elk woordpakket kunnen leerlingen extra oefenen. De leerling oefent op eigen niveau, afhankelijk van de resultaten. Zie de handleiding Leerlingsoftware in de cockpit onder ‘jaaroverzicht’.

5

TMH PIT BLOK4.1sp DEF.indd 5

19/04/2022 16:22


Wp1

Les 1

Woorden met drie medeklinkers

Lesdoel

Lesvoorbereiding

Materiaal

• De leerling leert woorden schrijven met drie medeklinkers.

• Bekijk woordpakket 1. • Zet les 1 klaar op het digibord. • Combinatiegroep: print de instap-les bij deze les. • Preteaching: zie de aanwijzingen bij Extra instructie.

• • • •

Woordpakket 1

Woorden met drie medeklinkers

Les 1

1

Bekijk samen het woordpakket en de schrijfaanwijzing.

2

Vul de woorden in.

4

• Ik leer woorden met drie medeklinkers goed schrijven.

spreek strekt strak

de barst de borst de dorst de kerst

morst wenst minst botst klotst laatst

Onthoud zo veel mogelijk woorden. 1 2 3 4 5

1 Bekijk samen woordpakket 1. 2 Leerling 1: zorg dat je het woordpakket niet ziet. 3 Leerling 2: kies een woord. Hak het woord in klanken. 4 Leerling 1: luister goed naar leerling 2. Zeg het woord. Vul het woord in. 5 Doe dit met nog twee andere woorden. 6 Ruil om. Doe hetzelfde. 7 Kijk samen na en verbeter.

Luisterwoorden de spleet de straat de straf de streep de strik de stroom de stroop

digibord leerwerkschrift leerwerkschrift Maat combinatiegroep: printblad Instap-les

Bekijk woordpakket 1. Zorg dat je het woordpakket niet ziet. Vul zo veel mogelijk woorden in met drie medeklinkers vooraan. Doe hetzelfde met woorden met drie medeklinkers achteraan. Kijk na. Hoeveel woorden heb je goed geschreven?

drie medeklinkers vooraan

Meerdere antwoorden mogelijk. Bekijk het woordpakket om de woorden na te kijken.

1

Meerdere antwoorden mogelijk.

Voorbeeld:

Bekijk woordpakket 1 om de woorden na te kijken.

Schrijf het woord zoals je het hoort. mmm Soms staan in een woord drie medeklinkers achter elkaar.

Voorbeeld: 1 Zeg het woord zachtjes voor jezelf: 3

1 Zeg het woord zachtjes voor jezelf.

2 Hak het woord in klanken: /s/ - /t/ - /r/ - /i/ - /k/

Hak de woorden in klanken. 1 2 3 4 5

2 Hak het woord in klanken. 3 Schrijf voor elke klank de goede letter of letters op. Let op de volgorde.

3 Schrijf voor elke klank de goede letter of letters op. Let op de volgorde: strik.

3 laatst

Kies allebei vijf woorden uit het woordpakket. Vul de woorden in. Leerling 1: lees je woorden één voor één voor. Leerling 2: luister goed. Hak elk woord in klanken. Leerling 1: luister of leerling 2 het goed doet. Ruil om en doe hetzelfde.

drie medeklinkers achteraan 2 1 barst

Meerdere antwoorden mogelijk.

4 Lees het woord nog een keer. Heb je het goed geschreven?

4

TV_Spel_BASIS_G4_Blok1.indb 4

2 dorst

5

23/02/2022 13:16

TV_Spel_BASIS_G4_Blok1.indb 5

23/02/2022 13:16

3

str eep

4

str oom

6

TV_Spel_BASIS_G4_Blok1.indb 6

23/02/2022 13:16

TV_Spel_BASIS_G4_Blok1.indb 7

LEERWERKSCHRIFT EN LEERWERKSCHRIFT MAAT blz. 4 – 5 – 6

6

TMH PIT BLOK4.1sp DEF.indd 6

spreek

1

2 wenst

19/04/2022 16:22


Lesinhoud

Extra instructie / differentiatie

Introductie

Preteaching

Je kunt bij deze les een instructiefilmpje inzetten. • Start de digibordles en doe de oefening met woorden uit groep 3. • Laat de woorden opschrijven op het bord (met lidwoord). Vraag per woord waar je bij het schrijven op moet letten. Controleer samen of het woord goed geschreven is. • Vertel dat dit de eerste les spelling van groep 4 is. Bij spelling leren de leerlingen hoe ze woorden moeten schrijven. Dat hebben ze in groep 3 ook al gedaan. • Bespreek kort het leerdoel met de leerlingen. Vertel de leerlingen dat ze deze week woorden met drie medeklinkers leren schrijven.

Welke leerlingen hebben nog moeite met het schrijven van de letters? Zorg dat die leerlingen recht voor het digibord zitten. Laat de klankgebarenfilmpjes zien. De leerlingen doen mee en schrijven de betreffende letter(s) op. Bespreek vervolgens hoe je een woord kunt ‘hakken en plakken’. Hakken = het zeggen van elke klank van het woord, versterken met een beweging van beide handen tegen elkaar van boven naar beneden. Plakken = het in één keer zeggen van het woord, versterken met een beweging van beide handen tegen elkaar van links naar rechts. Voor het hakken en plakken van een woord kun je hakkaarten gebruiken.

Instructie medeklinkers •Woorden Legmet uitdrie wat het pictogram luister betekent. • Sta model voor het toepassen van de schrijfaanwijzing(en) (modeling). • Doe de schrijfaanwijzing voor door die hardop denkend toe te passen. Gebruik de ik-vorm. ‘Ik zeg het woord zachtjes voor mijzelf: strik. Ik hak het woord in klanken: s - t - r - i - k. Ik schrijf voor elke klank de goede letter of letters op. Ik let op de Welk stukje ontbreekt? volgorde.’ (Schrijf strik op.) ‘Ik lees het woord nog een keer: strik. Ik heb het goed Vul de drie medeklinkers in. geschreven.’ de borst Voorbeeld: • Geef daarna beurten. Laat enkele leerlingen ook hardop denkend de De woorden komen uit woordpakket 1. schrijfaanwijzing toepassen, maar nu op een ander woord uit het woordpakket. 4 de 1 spreek stroop Geef5 midirect feedback: bevestig dat het goed is of stuur bij. 2 wenst nst • Leg 6met 3 laatst strafhet voorbeeldwoord uit wat medeklinkers en klinkers (a, e, i, o, u) zijn en doe de oefening(en). Welke letters passen ervoor of erachter? • Besteed extra aandacht aan het ‘hakken in klanken’. Oefen het samen met de 1 barst 5 klotst leerlingen. Gebruik de handen erbij. 2 dorst 6 botst • Bekijk samen de opdrachten in de leerwerkschriften. Lees de opdrachten voor en 3 str eep 7 kerst 4 str oom morst licht8 ze zo nodig toe. • Wijs op de poster deze spellingcategorie aan.

Woordpakket 1

Les 2

• Ik oefen woorden met drie medeklinkers.

Schrijfaanwijzing Schrijf het woord zoals je het hoort. Hak het woord in klanken. Schrijf voor elke klank de goede letter of letters op. Let op de volgorde.

1

2

Verwerking TV_Spel_BASIS_G4_Blok1.indb 7

Instructie NT2 Van welke woorden vinden de leerlingen de betekenis nog lastig? Laat de leerlingen op een leeg blaadje bij deze woorden een tekening maken ter ondersteuning.

Compactroute Opdracht 3.

7

Opdrachten zijn gelijk voor het leerwerkschrift en het leerwerkschrift Maat. Opdracht 2 De leerlingen werken bij deze opdracht van hakken naar plakken. Ze geven elkaar een dictee van drie woorden. Opdracht 3 De leerlingen gaan hierbij uit van het hele woord en hakken dat in klanken. Ze vullen ieder vijf woorden in. Opdracht 4 Deze opdracht combineert het hakken en plakken en vice versa. 23/02/2022 13:16

Combinatiegroep Instap-les combinatiegroep Heb je een combinatiegroep, geef één van de twee groepen dan het printblad van de instap-les.

Reflectie • Bespreek opdracht 2 en 3 met de leerlingen met behulp van het digibord. Hoe ging het samenwerken aan de opdrachten?

7

TMH PIT BLOK4.1sp DEF.indd 7

19/04/2022 16:23


Wp1

Les 2

Woorden met drie medeklinkers

Lesdoel

Lesvoorbereiding

Materiaal

• De leerling oefent woorden met drie medeklinkers.

• Bekijk woordpakket 1. • Zet les 2 klaar op het digibord.

• digibord • leerwerkschrift • leerwerkschrift Maat

Woordpakket 1

Woorden met drie medeklinkers

Les 2

3

• Ik oefen woorden met drie medeklinkers.

2 Hij klopt op zijn 3 ‘Wat

Welk stukje ontbreekt? Vul de drie medeklinkers in.

op de auto.

borst

spreek

Woorden met drie medeklinkers

Les 3

valt uit.

botst

1 De fiets

4 1

stroom

Voorbeeld: De

Schrijfaanwijzing Schrijf het woord zoals je het hoort. Hak het woord in klanken. Schrijf voor elke klank de goede letter of letters op. Let op de volgorde.

Woordpakket 1

Welk woord past in de zin?

• Ik oefen woorden met drie medeklinkers. • Ik bedenk zelf nieuwe woorden met drie medeklinkers.

. jij dat woord mooi uit!’

1

Maak de strip af. De woorden beginnen met str.

Meerdere antwoorden mogelijk.

Kies vier woorden uit het woordpakket. Maak met elk woord een zin.

straat

1

De auto rijdt door de

2

Pas op! Een hond met een grote

3

Koen

4

Hij pakt de riem heel

.

1 de borst

Voorbeeld:

2

strik

.

3 De woorden komen uit woordpakket 1. 4

spreek

1

2

stroop

4 de

2 wenst

5 minst

3 laatst

6

zijn arm uit naar de riem.

straf strak

vast.

Welke letters passen ervoor of erachter? 1 barst

5 klotst

2 dorst

6 botst

3

str eep

7 kerst

4

str oom

8 morst

2

7

23/02/2022 13:16

strekt

TV_Spel_BASIS_G4_Blok1.indb 7

23/02/2022 13:16

Lees de strip. Maak nog twee tekeningen en bedenk twee zinnen.

8

9

TV_Spel_BASIS_G4_Blok1.indb 8

23/02/2022 13:16

TV_Spel_BASIS_G4_Blok1.indb 9

23/02/2022 13:16

LEERWERKSCHRIFT blz. 7 – 8

Woordpakket 1

Les 2

Woorden met drie medeklinkers

2

Schrijfaanwijzing Schrijf het woord zoals je het hoort. Hak het woord in klanken. Schrijf voor elke klank de goede letter of letters op. Let op de volgorde.

1

Woordpakket 1

Welk woord hoort bij het plaatje?

1

Een vaas met een

2

De kat heeft

3

De fiets

barst

.

1

dorst

.

botst

mo

op de auto.

1 Hij 4 De lamp krijgt

Voorbeeld:

stroom

3

Kies drie woorden uit opdracht 1 en 2 en maak met elk woord een zin.

barst

s-p-r-ee-k

spreek spreek

2 k-l-o-t-s-t

klotst klotst

3 s-p-l-ee-t

spleet spleet

4 l-aa-t-s-t

laatst laatst

5 s-t-r-e-k-t

strekt strekt

6 s-t-r-oo-p

stroop stroop

7 m-i-n-s-t 8 s-t-r-a-f 9 w-e-n-s-t 10 s-t-r-a-k

woorden

streep

6 Zij heeft een

pbo

rststrikstr

aat

laatst

.

.

borst

strik

7 Er staan veel huizen in de 8 Hij komt het

laatst

. in het haar.

straat

.

binnen.

minst minst straf straf wenst wenst strak strak 7

25/02/2022 09:37

zinnen

Meerdere antwoorden mogelijk.

tree

eet ik kalkoen.

5 De bal komt tegen mijn 1

arstkersts

op zijn jas.

kerst

4 Ik zet een

bo rst

rst b

morst

2 In de vaas zit een

.

3 Met b-o-r-s-tb-o-r-s-t bo rst

• Ik oefen woorden met drie medeklinkers. • Ik bedenk zelf nieuwe woorden met drie medeklinkers.

Zoek de woorden in de woordslang. Zet een | tussen de woorden. Vul het woord in de zin in.

Spreek uit en schrijf op. 1 Zeg de letters zachtjes voor jezelf. Plak de letters aan elkaar. 2 Vul eerst het hele woord in. 3 Zet een streep onder de drie medeklinkers.

Woorden met drie medeklinkers

Les 3

• Ik oefen woorden met drie medeklinkers.

TV_Spel_MAAT_G4_Blok1.indb 7

25/02/2022 09:37

8

TV_Spel_MAAT_G4_Blok1.indb 8

9

25/02/2022 09:37

TV_Spel_MAAT_G4_Blok1.indb 9

25/02/2022 09:37

LEERWERKSCHRIFT MAAT blz. 7 – 8

8

TMH PIT BLOK4.1sp DEF.indd 8

19/04/2022 16:23


Lesinhoud

Extra instructie / differentiatie

Introductie

Opdracht 1

• Ga naar het digibord en doe de oefening(en). De leerlingen geven aan wat klinkers en medeklinkers zijn. • Vraag per woord waar de drie medeklinkers staan (aan het begin of het eind) en waar je op moet letten als je dit woord schrijft. • Weten de leerlingen nog meer woorden met drie medeklinkers? Doe samen de oefening op het digibord. Als er een M moet komen, steken de leerlingen één vinger op, moet er een K komen dan steken ze twee vingers op. Herhaal dit met enkele woorden. • Laat het pictogram luister op het digibord verschijnen. Bespreek het met de leerlingen. • Bespreek kort het leerdoel met de leerlingen. Vertel de leerlingen dat ze deze les verder oefenen met het schrijven van woorden met drie medeklinkers.

Leerwerkschrift Maat en Dyslexie De volgorde van de letters is voor deze leerlingen het lastigst. Laat de leerlingen de losse letters van enkele woordpakketwoorden op blaadjes of kaartjes schrijven. Tijdens het verklanken pakken de leerlingen steeds de goede letter erbij terwijl ze de letters in de goede volgorde leggen. Daarna schrijven ze het hele woord op. Na het schrijven controleren de leerlingen of ze de letters in dezelfde volgorde hebben geschreven.

Instructie • Kijk samen naar de korte schrijfaanwijzing en bespreek deze met de leerlingen. • Doe de oefening(en). • Bekijk samen de opdrachten in de leerwerkschriften. Lees de opdrachten voor en licht ze zo nodig toe. • Opdracht 1 in het leerwerkschrift Maat kan ook in tweetallen gemaakt worden.

Verwerking Opdracht 1 De leerlingen vullen het ontbrekende woordstukje in en oefenen zo het schrijven van woorden met drie medeklinkers. Maat Dit is een opdracht voor het hakken en plakken van de woorden. Het gaat om het herkennen van de drie medeklinkers vooraan of achteraan. Opdracht 2 De leerlingen bedenken welke drie medeklinkers voor- of achteraan de woorden passen. Maat De leerlingen lezen de zinnen bij de afbeeldingen en vullen het goede woord in. Door de afbeeldingen worden de leerlingen ondersteund bij het vinden van de betekenis van de woorden. Opdracht 3 De leerlingen oefenen de schrijfwijze en betekenis van de woordpakketwoorden door ze in de zin te schrijven. Maat De leerlingen oefenen de schrijfwijze en betekenis van de woordpakketwoorden door het maken van drie zinnen.

Opdracht 3 Spellingsterk De leerlingen maken bij opdracht 4 een tekening waarin zo veel mogelijk woorden van het woordpakket zijn verwerkt. Ze schrijven de woorden in en naast de tekening.

Coöperatieve werkvorm Opdracht 1 Leerling 1 verklankt de letters van het woord. Leerling 2 luistert goed en zegt het woord. Hij benoemt de drie medeklinkers. Leerling 1 controleert het antwoord en dan vullen beide leerlingen het woord in. Daarna wisselen ze van rol.

Compactroute Opdracht 3 en 4.

Opdracht 4 De leerlingen oefenen de schrijfwijze en betekenis van de woordpakketwoorden door het maken van vijf zinnen.

Reflectie • Laat enkele leerlingen hun zinnen voorlezen van opdracht 4. Vraag de andere leerlingen om het woordpakketwoord in de zin te noemen. Gebruik de tabel op het digibord om het woord in op te laten schrijven. De leerlingen geven de medeklinkers en klinkers aan. Waar staan de drie medeklinkers? • Kijk voor de antwoorden op het digibord.

9

TMH PIT BLOK4.1sp DEF.indd 9

19/04/2022 16:23


Wp1

Les 3

Woorden met drie medeklinkers

Lesdoel

Lesvoorbereiding

Materiaal

• De leerling oefent de woorden uit les 1 en bedenkt zelf nieuwe woorden met drie medeklinkers.

• Zet les 3 klaar op het digibord.

• digibord • leerwerkschrift • leerwerkschrift Maat

Woordpakket 1

Woorden met drie medeklinkers

Les 3 1

3

• Ik oefen woorden met drie medeklinkers. • Ik bedenk zelf nieuwe woorden met drie medeklinkers.

1 Verander steeds één letter. 2 Vul de nieuwe woorden in.

Maak de strip af. De woorden beginnen met str.

1

De auto rijdt door de

2

straat

Pas op! Een hond met een grote

3

strekt

Koen

.

strik

.

1 botst

bonst

2 winst

minst

3 streep

streek

4 strak

straf

5 straat

straal

6 kerst

verst

7 borst

borst

8 stroom

stroop

9 strik

strip

Voorbeeld:

botst →

Les 4

bonst

strak

Hij pakt de riem heel

Dit kan ik nog

Dit kan ik nu

• Ik herhaal woorden uit groep 3.

• Ik kan woorden met drie medeklinkers nu goed schrijven. • Ik kan woorden uit groep 3 nog goed schrijven.

Meerdere antwoorden mogelijk.

Dit kan ik nog 1

Maak zinnen met de woorden. 1 Kies steeds uit elk rijtje een woord. 2 Maak daar één zin mee.

zijn arm uit naar de riem. 4

4

Woordpakket 1

Maak nieuwe woorden.

de bak

de bil

boos

de poot

de boot

de doos

het dak

het dek

het pak

het bot

de pot

dom

Meerdere antwoorden mogelijk.

Bedenk rijmwoorden. 1 Kies uit de volgende woorden zes woorden uit: botst | de straal | de streep | strak | de kerst | de stroom | de strik | de straat 2 Bedenk bij elk woord twee of drie rijmwoorden.

vast.

Voorbeeld: borst vorst dorst

2

woord

Lees de strip. Maak nog twee tekeningen en bedenk twee zinnen.

9

23/02/2022 13:16

TV_Spel_BASIS_G4_Blok1.indb 9

23/02/2022 13:16

rijmwoorden

10

11

TV_Spel_BASIS_G4_Blok1.indb 10

23/02/2022 13:16

TV_Spel_BASIS_G4_Blok1.indb 11

23/02/2022 13:16

LEERWERKSCHRIFT blz. 9 – 10

Woordpakket 1

Woorden met drie medeklinkers

Les 3 1

2

• Ik oefen woorden met drie medeklinkers. • Ik bedenk zelf nieuwe woorden met drie medeklinkers.

1 Hij

morst

barst

kerst

4 Ik zet een

arstkersts

tree

pbo

rststrikstr

aat

Voorbeeld:

Voorbeeld:

1 botst

laatst

5 De bal komt tegen mijn 6 Zij heeft een

8 Hij komt het

laatst

woord

woord

woord

Meerdere antwoorden mogelijk.

4 strak 5 de straat 6 de kerst

borst

7 Er staan veel huizen in de

woord

3 de streep .

.

strik

bonst

borst vorst dorst

2 wenst

eet ik kalkoen.

streep

Meerdere antwoorden mogelijk.

Bedenk rijmwoorden. 1 Kies vier woorden uit opdracht 2. 2 Bedenk bij elk woord zo veel mogelijk rijmwoorden.

botst →

op zijn jas.

2 In de vaas zit een 3 Met

rst b

3

1 Verander steeds één letter. 2 Vul de nieuwe woorden in.

Zoek de woorden in de woordslang. Zet een | tussen de woorden. Vul het woord in de zin in.

mo

.

7 de borst 8 de stroom

in het haar.

straat

.

9 de strik

binnen.

9

25/02/2022 09:37

Maak nieuwe woorden..

TV_Spel_MAAT_G4_Blok1.indb 9

25/02/2022 09:37

10

TV_Spel_MAAT_G4_Blok1.indb 10

11

25/02/2022 09:37

TV_Spel_MAAT_G4_Blok1.indb 11

25/02/2022 09:37

LEERWERKSCHRIFT MAAT blz. 9 – 10 – 11

10

TMH PIT BLOK4.1sp DEF.indd 10

19/04/2022 16:23


Lesinhoud

Extra instructie / differentiatie

Introductie

Opdracht 2

• Ga naar het digibord en doe de oefening(en). De leerlingen gaan staan, kijken goed naar het woord op het digibord en springen naar voren bij drie medeklinkers aan het begin van het woord en naar achteren bij drie medeklinkers aan het eind. • Bespreek kort het leerdoel met de leerlingen. Vertel de leerlingen dat ze deze les meer woorden leren schrijven met drie medeklinkers voor- of achteraan.

Leerwerkschrift Maat en Dyslexie Kijk met de leerlingen naar het eerste en derde rijtje in het woordpakket. De leerlingen schrijven op een leeg blaadje bovenaan str daaronder komen alle woorden die ze weten met str-. Daarna hetzelfde met de woorden die eindigen op -rst. Wat helpt bij het opschrijven van de woorden? Herhaal de schrijfaanwijzing. Dyslexie Lukt het de leerlingen om één letter in een woord te veranderen? Doe enkele woorden samen. NT2 Kijk met de leerlingen naar de betekenis van de nieuwe woorden. Licht de betekenis toe en laat de leerlingen er zinnen mee maken.

Instructie • Vraag of de leerlingen zelf ook woorden kennen met drie medeklinkers. Leg uit dat je door één letter te veranderen een heel nieuw woord kunt maken. • Doe de oefening(en). • Bekijk samen de opdrachten, lees ze en licht ze zo nodig toe.

Verwerking Opdracht 1 De leerlingen maken het stripverhaal af. Maat De leerlingen oefenen eerst nog een keer de schrijfwijze en de betekenis van de woordpakketwoorden door de woorden in de woordslang te zoeken en in een zin te zetten. Opdracht 2 De leerlingen lezen de strip bij opdracht 1, maken nog twee tekeningen en bedenken twee zinnen. Maat De leerlingen bedenken nieuwe woorden met drie medeklinkers door steeds één letter van het woord te veranderen. Opdracht 3 De leerlingen bedenken nieuwe woorden met drie medeklinkers door steeds één letter van het woord te veranderen. Maat De leerlingen bedenken zelf rijmwoorden bij vier woorden van opdracht 2 waardoor er nog meer nieuwe woorden met drie medeklinkers bij komen. Opdracht 4 De leerlingen kiezen zes woorden uit en bedenken zelf rijmwoorden.

Reflectie • Laat enkele leerlingen hun nieuwe woorden bij opdracht 3 voorlezen. Wie heeft nog andere woorden bedacht? Zijn de woorden inderdaad met drie medeklinkers? Vooraan of achteraan? Schrijf de woorden op de goede plek in de tabel op het digibord. • De leerlingen vertellen ook hoe ze het nieuwe woord opschrijven (en gebruiken bij deze uitleg (delen van) de schrijfaanwijzing). • Kijk voor de antwoorden op het digibord.

Opdracht 3 Leerwerkschrift Maat Vinden de leerlingen het lastig om rijmwoorden te bedenken? Dan kunnen ze ook in leesboeken kijken.

Opdracht 4 Spellingsterk De leerlingen maken bij opdracht 3 een gedichtje met de gevonden rijmwoorden.

Coöperatieve werkvorm Opdracht 3 In een tweetal nemen beide leerlingen DenkTijd om één nieuwe letter voor het woord te bedenken. Om de beurt noemen ze welke letter ze hebben gevonden. Zo komen ze ook tot meer nieuwe woorden voor de rest van de opdracht.

Compactroute Opdracht 2 en 3.

11

TMH PIT BLOK4.1sp DEF.indd 11

19/04/2022 16:23


Wp1

Woorden met drie medeklinkers

Lesdoelen

Lesvoorbereiding

Materiaal

• De leerling kan de woorden uit groep 3 nog goed schrijven. • De leerling kan de woorden met drie medeklinkers nu goed schrijven.

• Zet les 4 klaar op het digibord.

• • • •

Woordpakket 1

Les 4

bonst

Les 4

Dit kan ik nog

Dit kan ik nu

• Ik herhaal woorden uit groep 3.

• Ik kan woorden met drie medeklinkers nu goed schrijven. • Ik kan woorden uit groep 3 nog goed schrijven.

2

1 Kies steeds uit elk rijtje een woord. 2 Maak daar één zin mee. de bil

boos

de poot

de boot

de doos

het dak

het dek

het pak

het bot

de pot

dom

! ?

Kies uit: het dak | de boot | de poot | het pak | het dek | de bak | de doos | de pot | de bil | dom | het bot | boos

Maak zinnen met de woorden.

de bak

Dit kan ik nu

Vul de rijtjes in. Zet de woorden in het goede rijtje. Kijk goed of het woord begint met een b, d of p. Let op: de en het tellen niet mee.

Dit kan ik nog 1

digibord leerwerkschrift leerwerkschrift Maat groeischrift of scoreblad Spelling

1

b

d

p

2

de bak

dom

het pak

3

het bot

de doos

de poot

4

de bil

het dek

de pot

5

de boot

het dak

6

boos

7 8 9

3

Welke tien woorden zie je in de puzzel? Kijk van boven naar beneden en van links naar rechts.

Meerdere antwoorden mogelijk.

10

boos

Woorden uit groep 3

bil

b

duur

oo

s

p

! ?

h

i

w

d

o

m

pil

l

g

e

t

p

d

a

k

k

e

4

uu

r

b

ee

t

5

r

j

p

i

l

2

dom pot dek

3

Goed!

beet 11

TV_Spel_BASIS_G4_Blok1.indb 11

23/02/2022 13:16



1

dak

pet

23/02/2022 13:16

Zo schrijf ik het goed



12

13

TV_Spel_BASIS_G4_Blok1.indb 12

23/02/2022 13:16

TV_Spel_BASIS_G4_Blok1.indb 13

23/02/2022 13:16

LEERWERKSCHRIFT blz. 11- 12 – 13

Woordpakket 1

Les 4

Dit kan ik nog

Dit kan ik nu

• Ik herhaal woorden uit groep 3.

• Ik kan woorden met drie medeklinkers nu goed schrijven. • Ik kan woorden uit groep 3 nog goed schrijven.

2

Dit kan ik nu

Welke woorden horen bij het plaatje? Vul de woorden met b, d of p in de zin in. De hond beet in mijn bil.

Voorbeeld:

! ?



Zo schrijf ik het goed

1

Dit kan ik nog 1

1

Het

dek

van de

boot

2

Het

bot

is heel

dun

3

De

is nat.

2 3

. 4

Maak zinnen met de woorden. 1 Kies een woord uit de eerste rij. 2 Vul met dat woord een zin in. 3 Doe dit voor elke rij.

pil

zit in de

doos

.

5 6

4 Het

de bak

de bil

boos

de poot

de boot

de doos

het dak

het dek

het pak

het bot

de pot

dom

5

pak

De kat zit met haar

is heel

duur

poot

. 7 in de

pot

.

8 9

6 De

Meerdere antwoorden mogelijk.

3

pet

ligt op het

dak

. 10

Woorden uit groep 3

Maak zelf zinnen.

! ?

1 Bedenk zes woorden die beginnen met b, d of p. 2 Vul met elk woord een zin in.



1 1

Meerdere antwoorden mogelijk.

2

2 3 3 4 4 5 5 6

12

TV_Spel_MAAT_G4_Blok1.indb 12

Goed! 13

25/02/2022 09:37

TV_Spel_MAAT_G4_Blok1.indb 13

25/02/2022 09:37

14

TV_Spel_MAAT_G4_Blok1.indb 14

25/02/2022 09:37

TV_Spel_MAAT_G4_Blok1.indb 15

LEERWERKSCHRIFT MAAT blz. 12 – 13 – 14

12

TMH PIT BLOK4.1sp DEF.indd 12

19/04/2022 16:23


Lesinhoud

Extra instructie / differentiatie

Introductie Dit kan ik nog • Ga met je rug naar de leerlingen staan en teken groot in de lucht een b, een d of een p. De leerlingen moeten raden welke letter je hebt gemaakt. • Ga naar het digibord en doe de oefening(en). • Vraag de leerlingen of ze zelf nog een woord weten dat met een b begint. Doe hetzelfde met de woorden die beginnen met d en p. • Bespreek kort de leerdoelen met de leerlingen. Vertel de leerlingen dat ze deze les woorden uit groep 3 herhalen. Ze oefenen woorden die beginnen met b, d en p.

Instructie Dit kan ik nog • Vraag de leerlingen waar je op moet letten als je woorden met b, d en p schrijft. (De letters lijken op elkaar. Let dus op of je de goede letter schrijft.) • Doe de oefening(en). • Bekijk samen de opdrachten in de leerwerkschriften. Lees de opdrachten voor en licht ze zo nodig toe. • Vraag de leerlingen bij opdracht 3 in het leerwerkschrift hoe je de verstopte woorden in de woordzoeker kunt vinden.

Instructie Leerwerkschrift Maat en Dyslexie Laat de leerlingen drie letterkaartjes maken met daarop de b, d of p groot en wat kleiner een woord dat met deze letter begint en een tekening van dat woord. NT2 Noem een woord uit één van de opdrachten en laat de leerlingen uitleggen (vertellen of uitbeelden) wat het woord betekent. Doe dit met vijf tot tien woorden.

Compactroute Alle opdrachten.

Verwerking Dit kan ik nog Opdracht 1 Door het kiezen van een woord en het maken van een zin, wordt geoefend met de schrijfwijze en de betekenis van de woorden. Opdracht 2 Door de woorden in drie rijtjes te plaatsen, moeten de leerlingen goed opletten of het woord met een b, d of p begint. Maat Door bij elke afbeelding twee woorden in te vullen, moeten de leerlingen goed opletten of het woord met een b, d of p begint. Opdracht 3 Door het zoeken van woorden in de puzzel concentreren de leerlingen zich op woorden die beginnen met b, d en p. Maat De leerlingen maken zinnen met woorden die beginnen met b, d en p.

Dictee • Neem het dictee af. • Aanwijzingen voor afname van het dictee staan in de Handleiding Algemeen.

Reflectie • De leerlingen vullen in het groeischrift of op het scoreblad Spelling in hoeveel woorden ze goed hadden. • Kijk voor de antwoorden op het digibord.

Woorddictee

TV_Spel_MAAT_G4_Blok1.indb 15

Dit kan ik nu

Dit kan ik nog

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10

Woorden uit groep 3 1 Zij heeft dun haar. 2 Ik pel een ei. 3 Tring, daar gaat de bel. 4 Hij draagt een zware doos. 5 De hond heeft een bot.

Spreek dit woord goed uit. De jurk zit heel strak. Jip krijgt de bal tegen zijn borst. De stroom is aan. Zij doet de strik om de doos. Het water klotst tegen de dijk. Mike strekt zijn arm uit. 15 De naald valt in de spleet. Nina krijgt het minst. Thomas morst soep op zijn trui. 25/02/2022 09:37

13

TMH PIT BLOK4.1sp DEF.indd 13

19/04/2022 16:23


Issuu converts static files into: digital portfolios, online yearbooks, online catalogs, digital photo albums and more. Sign up and create your flipbook.