Belasting- en verzekeringsrecht - Inkijkexemplaar - 9789006392487

Page 1

Belasting- en verzekeringsrecht

Colofon

Over ThiemeMeulenhoff

ThiemeMeulenhoff ontwikkelt slimme flexibele leeroplossingen met een persoonlijke aanpak. Voor elk niveau en elke manier van leren. Want niemand is hetzelfde. We combineren onze kennis van content, leerontwerp en technologie, met onze energie voor vernieuwing. Om met en voor onderwijsprofessionals grenzen te verleggen. Zo zijn we samen de motor voor verandering in het primair, voortgezet en beroepsonderwijs.

Samen leren vernieuwen.

www.thiememeulenhoff.nl

ISBN 978 90 06 39248 7

Eerste druk, eerste oplage, 2023

© ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 2023

Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.

Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16B Auteurswet 1912 j° het Besluit van 23 augustus 1985, Stbl. 471 en artikel 17 Auteurswet 1912, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting Publicatie- en Reproductierechten Organisatie (PRO), Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp (www.stichting-pro.nl). Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet) dient men zich tot de uitgever te wenden. Voor meer informatie over het gebruik van muziek, film en het maken van kopieën in het onderwijs zie www.auteursrechtenonderwijs.nl

De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden.

Deze uitgave is volledig CO2-neutraal geproduceerd. Het voor deze uitgave gebruikte papier is voorzien van het FSC®-keurmerk. Dit betekent dat de bosbouw op een verantwoorde wijze heeft plaatsgevonden.

Voorwoord

Het middelbaar beroepsonderwijs verandert voortdurend onder invloed van maatschappelijke ontwikkelingen en in het bijzonder door de eisen die de beroepspraktijk aan de opleidingen stelt. Daartoe behoren nieuwe kwalificatiedossiers, maar ook ontwikkelingen zoals een breed eerste jaar voor business opleidingen.

Voor die opleidingen brengt ThiemeMeulenhoff nu de modulaire methode InBusiness uit.

InBusiness is opgebouwd uit een groot aantal modules, die op drie verschillende manieren aangeboden worden:

• Als hoofdstukken in een standaardboek met een vaste volgorde over één vakgebied of hoofdonderwerp;

• Als hoofdstukken in een door de docent zelf samen te stellen Boek Opmaat, desgewenst met verschillende onderwerpen commercieel en financieel, in een zelf te bepalen volgorde;

• Als complete modules in de interactieve digitale leeromgeving eDition met directe feedback en resultatenoverzicht. Deze bevat de volledige theorie en alle opdrachten, zeer geschikt voor meer zelfstandig werken door studenten en voor afstandsonderwijs.

De methode InBusiness is ontwikkeld door ervaren auteurs, die in de modules een duidelijke verbinding leggen tussen theorie en praktijk. De didactische opbouw van elke module is gebaseerd op het zes-leerfasen model: Introductie, Theorie, Verwerking, Toepassing, Evaluatie/zelftoets, Toetsing.

LET OP: Bij dit standaardboek behoort een basislicentie voor toegang tot de digitale leeromgeving eDition. Iconen helpen je daarbij op weg.

Hiermee word je verwezen naar de digitale leeromgeving eDition, waar je de volgende onderdelen vindt die behoren tot de standaardinhoud van elke module van InBusiness:

• Extra verwerkings- en toepassingsvragen

• Video’s

• Samenvatting

• Test je kennis en inzicht

De serie InBusiness is met de grootste zorg ontwikkeld. Wij hopen dat je met plezier met InBusiness werkt. Wanneer je vragen of suggesties hebt, neem dan contact met ons op.

De auteurs en uitgever

3

2

Inhoudsopgave

3

2.4

3.2

3.3 Box 1: inkomen uit werk en woning

3.4 Box 2: aanmerkelijk belang

3.5 Box 3: inkomen uit sparen en beleggen

3.6 Persoonsgebonden kosten

3.7 Heffingskortingen

Voorwoord 3
BEV01 Verzekeringen 7 Theorie 8 Introductie 8 1.1 Inleiding verzekeringen 10 1.2 Aansprakelijkheidsrecht 24 Begrippen 33 Opdrachten 35 Oriëntatievragen 35 Kennisvragen 36 Routineopgaven 56 Praktijktaken 74 Integrale casus 79 Evaluatie en reflectie 82 Checklist 82 Reflecteer op je werkzaamheden 83
1
BEV02 Gemeentelijke belastingen 85 Theorie 86 Introductie 86 2.1 Gemeentewet 88 2.2 Gemeentelijke belastingen 89 2.3 Berekenen van
belasting 99
een gemeentelijke
103 Begrippen 111 Opdrachten 112 Oriëntatievragen 112 Kennisvragen 115 Routineopgaven 121 Praktijktaken 126 Evaluatie en reflectie 130 Checklist 130 Reflecteer op je werkzaamheden 131
Kwijtschelding en bezwaarprocedure gemeentelijke belastingen
BEV03 Loon-
133 Theorie 134 Introductie 134
Wet
2001 136
en inkomstenbelasting
3.1
inkomstenbelasting
143
Fiscaal partnerschap
148
161
163
167
170 Begrippen 173 Opdrachten 175 Oriëntatievragen 175 Kennisvragen 177 5
Routineopgaven 191 Praktijktaken 219 Integrale casus 225 Evaluatie en reflectie 227 Checklist 227 Reflecteer op je werkzaamheden 228
BEV04 Algemene wet inzake rijksbelastingen 229 Theorie 230 Introductie 230 4.1 Inleiding 232 4.2 De AWR toegelicht 234 Begrippen 241 Opdrachten 242 Oriëntatievragen 242 Kennisvragen 244 Routineopgaven 246 Evaluatie en reflectie 252 Checklist 252 Reflecteer op je werkzaamheden 253 Register 254 6
4

Verzekeringen

Verzekeringen 1

Renate Verstraaten BEV01

Theo van de Veerdonk

BEV01

THEORIE

Introductie

Ze zeggen altijd dat ondernemen risico nemen is, maar als persoon of gezin loop je ook continu risico. Vaak beseffen we niet eens dat we een risico hebben. Gelukkig zijn er verzekeringsmaatschappijen die een aantal risico's van ons willen overnemen. Natuurlijk doen ze dat niet voor niets en betalen wij daar als gezin of ondernemer premies voor. Zo ben je als individu gedekt tegen allerlei risico's en doet de verzekeraar aan risicospreiding. Het is net als in de loterij, je koopt een lot in de hoop een prijs te winnen. Nu betaal je de verzekeraar voor het geval je schade oploopt, zodat zij die voor je vergoeden.

Je gaat in deze module veel leren over verzekeringen. Daarvoor ga je ook op internet rondkijken wat er zoal te koop is. Zo ga je bijvoorbeeld naar Mutsaerts.nl, een tussenpersoon voor bedrijfsverzekeringen. Ook kijk je bij CZ.nl welke aanvullende zorgverzekering wenselijk is. En je gaat op bezoek bij Overheid.nl.

Aan het eind van deze module weet je het belangrijke verschil tussen verzekeringen voor gezinnen en bedrijven. Ook al ben je zzp’er, verzekeringstechnisch is de situatie heel anders dan voor jou als individu. Je kent de verschillende soorten verzekeringen en weet hoe het acceptatieproces verloopt.

Je begrijpt dat informatie achterhouden bij het invullen van het aanvraagformulier geen optie is. Wie is aansprakelijk? Die vraag kun je beantwoorden. Hoe het zit met de AVP en de AVB kun je straks ook uitleggen.

Shutterstock / eamesBot

8 BEV01 Verzekeringen
Figuur 1 Een ongeluk zit in een klein hoekje. ©

Leerdoelen

Kennis:

• Je kunt de werkwijze die ten grondslag ligt aan de verzekeringstechniek benoemen.

• Je kunt de verschillende soorten verzekeringen benoemen.

• Je kunt beschrijven hoe het acceptatieproces verloopt.

• Je kunt aangeven wie een rol spelen bij een verzekering.

• Je kunt aangeven wat onderverzekering, oververzekering, eigen gebrek, indemniteitsbeginsel, opzegbare polis, opzet en roekeloosheid is.

• Je kunt de doelen van de Wft en het vakbekwaamheidsstelsel benoemen.

• Je kunt de aansprakelijkheidsverzekering juist interpreteren.

• Je kunt aangeven wie er onder de WAM-verzekering vallen.

• Je kunt de zorgverzekeringswet interpreteren.

Begrip:

• Je kunt het principe beschrijven van verzekeringstechniek.

• Je kunt het acceptatieproces beschrijven.

• Je kunt begrippen uit verzekeringsrecht toelichten.

• Je kunt doelen benoemen van de Wft.

• Je kunt kenmerken benoemen van de AVP en AVB.

• Je kunt kenmerken benoemen van de WAM.

Vaardigheid:

• Je kunt bepalen welke soort verzekering het is.

• Je kunt bepalen wie belanghebbende is bij een schade.

• Je kunt bepalen wie aansprakelijk is bij een schade.

• Je kunt adviseren bij de Zvw.

9

1.1 Inleiding verzekeringen

In onze maatschappij zijn verzekeringen een normaal verschijnsel en in sommige gevallen zelfs wettelijk verplicht. Het begrip verzekeringen kennen we allemaal, maar wat houdt dat nu precies in? Je verzekert je tegen iets, maar hoe en tegen wie of wat? En waarom moet je je verplicht verzekeren tegen iets? We leven toch in een vrij land?

In artikel 925 en verder van titel 17 van Boek 7 in het Burgerlijk Wetboek staat deze bijzondere vorm van overeenkomst beschreven: de verzekeringsovereenkomst.

Wetsartikel

In jouw opleiding ga je leren over het recht. Je leert wat het recht is en wat daar allemaal onder valt. Je leert ook om met het recht te werken. Zo kun jij na je opleiding het recht opzoeken en weet je wat je ermee kunt doen. Om je daarbij te helpen kom je tijdens het lezen een aantal keer dit icoon van een wetboek tegen. Dat betekent dat daar een wetsartikel staat. Dat wetsartikel kun je natuurlijk ook altijd vinden in je wetboek of via wetten.overheid.nl.

Juridische vaardigheid

Tijdens het lezen kom je ook een aantal keer een tekstblok met het icoon van een wetboek met tandwiel tegen waar ‘juridische vaardigheid’ bij staat. Dat betekent dat je daar leert hoe je een wet toepast. Hoe kun je zoeken in een wettenbundel? Hoe is een wet opgebouwd? Hoe schrijf je een wetsartikel? Allemaal juridische vaardigheden die jou gaan helpen om het recht toe te passen.

Wetsartikelen opschrijven - Juridische vaardigheid

“Artikel 925 en verder van titel 17 van Boek 7 in het Burgerlijk Wetboek.” Dat is een hele mond vol. Hoe schrijf je dit wetsartikel kort op?

• Je schrijft ‘art.’ als afkorting voor artikel, al mag je ‘artikel’ ook voluit schrijven.

• Dan krijg je het boek waar het over gaat, in dit voorbeeld dus Boek 7.

• Dan een dubbele punt met het artikelnummer erachter.

• Tot slot nog de afkorting van de naam van het wetboek erbij. De afkorting van het Burgerlijk Wetboek is ‘BW’.

In dit voorbeeld krijg je dus: ‘Art. 7:925 BW’.

“Art. 7:925 BW

1 Verzekering is een overeenkomst waarbij de ene partij, de verzekeraar, zich tegen het genot van premie jegens haar wederpartij, de verzekeringnemer, verbindt tot het doen van een of meer uitkeringen, en bij het sluiten der overeenkomst voor partijen geen zekerheid bestaat, dat, wanneer of tot welk bedrag enige uitkering moet worden gedaan, of ook hoelang de overeengekomen premiebetaling zal duren. Zij is hetzij schadeverzekering, hetzij sommenverzekering.

2 Persoonsverzekering is de verzekering welke het leven of de gezondheid van een mens betreft.”

Het eerste artikel over verzekeringen begint met dat de verzekering simpelweg een overeenkomst is. Je weet dat er bij een overeenkomst altijd twee partijen zijn. In dit geval wil je een verzekering afsluiten en dat doe je bij een bedrijf dat gespecialiseerd is in het afsluiten van verzekeringen, een verzekeringsmaatschappij. Je sluit een verzekering af omdat je het risico te groot vindt om daar zelf dekking aan te geven, dat wil zeggen een eigen spaarpotje aanleggen om schade te kunnen betalen. Want ja, op een scooter of in een auto rijden is heel leuk en vooral ook handig, maar dat doen zoveel mensen hier in Nederland. Dus de kans dat er een ongeluk gebeurt is aanzienlijk.

10 BEV01 Verzekeringen

Een verzekeringsmaatschappij heeft goed zicht op de risico’s. Zij hebben gegevens waarbij ze redelijk goed weten in te schatten hoeveel scooterongelukken er jaarlijks gebeuren. Of hoeveel auto-ongelukken er jaarlijks plaatsvinden. Daarbij passen zij de ‘wet van de grote getallen’ toe. Daarmee wordt bedoeld dat je iets kunt zeggen over het gemiddelde van een totale populatie. Vertaald naar de scooterongelukken: als je weet hoeveel scooters er rondrijden in Nederland (ongeveer 1,3 miljoen) en dat er jaarlijks zo’n 2.800 scooterongelukken zijn, kun je zeggen dat er 0,2% kans is dat een scooterrijder in een ongeluk terechtkomt. Een verzekeringsmaatschappij schat de kosten van deze ongelukken en vertaalt die naar een premie per scooterverzekering. Op deze wijze doet de verzekeringsmaatschappij aan risicospreiding. De kans dat je een scooterongeluk krijgt is 1 op 500. Dat wil zeggen dat 1 op de 500 scooterbezitters in een jaar een ongeluk meemaakt met de scooter. De verzekeringsmaatschappij verdeelt de kosten van zo’n ongeluk over alle 500 scooterbezitters door middel van de premie die je moet betalen om verzekerd te zijn tegen een ongeluk.

Jij kunt niet het risico lopen om geen scooterverzekering af te sluiten, want als jij net die ene bent die een ongeluk krijgt kost je dat heel veel geld. En een verzekeringsmaatschappij kan dat risico wel lopen, want eigenlijk is het voor hen geen risico. Ze krijgen van 500 mensen de premie en weten dat ze daarmee het scooterongeluk kunnen betalen. Dat noemen we risicospreiding

grote en diverse groep incidentele en individuele schade

verzekering premieuitkering

Figuur 2 Risicospreiding: iedereen in een grote groep betaalt een beetje. © Tiekstramedia

Nu kunnen er zich altijd situaties voordoen waardoor de werkelijkheid kan afwijken van de ‘wet van de grote getallen’. Denk bijvoorbeeld maar eens aan de overstroming in juli 2021 in Limburg. Dan krijg je als verzekeringsmaatschappij te maken met heel veel schadeclaims die je vooraf niet had ingecalculeerd.

Toch moet je als verzekeringsmaatschappij rekening houden met dit soort situaties. Dat is moeilijk: hoe houd je nu rekening met iets wat kan gebeuren, maar je weet niet of en wanneer er wat gaat gebeuren? Dit zijn hele lastige situaties.

De oplossing die ze daarvoor gevonden hebben is om de premie iets te verhogen en dat bedrag apart te zetten voor calamiteiten. Het zogenoemde calamiteitenfonds, wat niks anders is dan een reservering. Je reserveert als verzekeringsmaatschappij een bedrag waar niet direct iets tegenover staat. Zeg maar een extra spaarpotje voor onvoorziene uitgaven.

In Limburg was de schade zelfs zo groot dat de overheid in sommige gevallen een tegemoetkoming aanbod. Dat is wel een uitzonderingssituatie.

11 Inleiding verzekeringen

1.1.1 Soorten verzekeringen

Eerder heb je gelezen over artikel 7:925 BW. Hierin lees je welke soorten verzekeringen er zijn. In lid 1 wordt gesproken over de schadeverzekering en sommenverzekering. En in lid 2 wordt gesproken over de persoonsverzekering.

Er wordt dus onderscheid gemaakt tussen een drietal soorten verzekeringen:

1 Schadeverzekering;

2 Sommenverzekering;

3 Persoonsverzekering.

Schadeverzekering

“Art. 7:944 BW

Schadeverzekering is de verzekering strekkende van vergoeding van vermogensschade die de verzekerde zou kunnen lijden.”

Bij een schadeverzekering betaal je premie om je schadeloos te stellen tegen:

• Verlies;

• Schade;

• Gemis van verwacht voordeel.

En dit als gevolg van een situatie die je vooraf niet hebt kunnen voorzien. Om daar zelf een spaarpotje voor aan te leggen is niet realistisch. Daarom wil je het risico afdekken door het neer te leggen bij een verzekeringsmaatschappij.

Op het moment dat je schade lijdt zal de verzekeraar overgaan tot het vergoeden van die schade. Stel je hebt een schadeverzekering en door jouw schuld komt iemand te vallen. Die persoon heeft materiële schade in de vorm van een kapotte broek en een gescheurde jas, en nog wat zorgkosten omdat hij schaafwonden had. Die persoon kan de geleden schade op jou verhalen, maar omdat jij daarvoor verzekerd bent laat je dit afhandelen door jouw verzekeringsmaatschappij. Als jij een schadeverzekering hebt afgesloten zal de verzekeraar alles vergoeden.

Voorbeelden van schadeverzekeringen zijn:

• Transportverzekering

• Motorrijtuigenverzekering

• Annuleringsverzekering

• Inboedelverzekering

• Brandverzekering

• Reisverzekering

• Opstalverzekering

• Aansprakelijkheidsverzekering

Gebroken ruit

Rebecca is moeder van drie jongens. Ze wonen naast een grasveldje waar haar jongens vaak aan het voetballen zijn. Gisteren trapte haar oudste zoon de bal net iets te hard en die vloog zo door de ruit van de buurvrouw. Omdat het hartje winter is, laat de buurvrouw met spoed de glaszetter komen. De rekening is voor Rebecca want het was haar zoon die de ruit stukmaakte. Dat is een flinke schadepost voor Rebecca, want een spoedbezoek kost aardig wat geld. Gelukkig heeft Rebecca een aansprakelijkheidsverzekering en kan ze deze rekening bij de verzekeringsmaatschappij indienen.

12 BEV01 Verzekeringen

Sommenverzekering

“Art. 7:964 BW

Sommenverzekering is de verzekering waarbij het onverschillig is of en in hoeverre met de uitkering schade wordt vergoed. Zij is slechts toegelaten bij persoonsverzekering en bij verzekeringen welke daartoe bij algemene maatregel van bestuur, zodanig binnen daarbij vast te stellen grenzen, zijn aangewezen.”

Het grote verschil met de schadeverzekering is dat bij sommenverzekering niet de schade vergoed wordt, maar er een vooraf afgesproken bedrag wordt vergoed. Dit gebeurt ook bij verlies, schade en gemis van voordeel. Dus de reden waarom je de uitkering krijgt is hetzelfde als bij de schadeverzekering, alleen nu wordt niet de schade vergoed maar het bedrag wat vooraf afgesproken is. En of dat bedrag de schade dekt is niet van belang voor de verzekeringsmaatschappij.

Neem de arbeidsongeschiktheidsverzekering. Met arbeidsongeschiktheid wordt bedoeld dat je niet meer in staat bent om de werkzaamheden uit te voeren die horen bij jouw beroep. Als je voor een baas werkt, krijg je dan gewoon je salaris als je ziek bent. Voor zzp’ers is dat anders. Die krijgen geen salaris. Met een arbeidsongeschiktheidsverzekering kun je je daarom verzekeren tegen het risico dat je ziek wordt. Je krijgt dan geen salaris, maar een uitkering van de verzekeraar.

Standaard heeft elke verzekeringsmaatschappij een Arbeidsongeschiktheidsverzekering (AOV). Als je zo’n AOV wilt afsluiten heb je de keuze uit een schadeverzekering AOV of een sommenverzekering AOV. In principe ga je bij een AOV het inkomen verzekeren voor het geval dat je arbeidsongeschikt wordt. Om je daartegen te kunnen verzekeren moet je opgeven hoeveel jouw verzekerd inkomen is.

Arbeidsongeschikt

Achmed is een ZZP'er en wil een AOV afsluiten. Hij heeft zijn inkomen op € 50.000 per jaar gesteld en zich daartegen verzekerd.

Jaren later wordt hij arbeidsongeschikt en doet hij een beroep op de verzekering. Nu blijkt dat hij de laatste jaren geen € 50.000 per jaar verdiend hebt, maar € 40.000. In het geval van een schadeverzekering AOV krijgt Achmed 80% uitgekeerd van de schade die hij daadwerkelijk lijdt. In deze situatie wordt dat dan 80% van € 40.000 = € 32.000.

In het geval van een sommenverzekering AOV wordt het aan Achmed uit te keren bedrag niet aangepast aan de werkelijke schade. Hij heeft zich tegen € 50.000 verzekerd, en die krijgt hij dan ook volledig uitgekeerd.

Persoonsverzekering

“Art. 7:925 lid 2 BW

Persoonsverzekering is de verzekering welke het leven of de gezondheid van een mens betreft.”

Je gaat nu niet een verzekering afsluiten omdat je geen inkomen meer kunt realiseren of omdat je bang bent dat er ingebroken wordt of diefstal gepleegd wordt. Nee, je gaat bij persoonsverzekering de mens centraal zetten. Je kunt hierbij het leven of de gezondheid verzekeren. Dit kan om jouzelf gaan, maar het kan ook om jouw directe naasten gaan. Denk hierbij aan je partner en kinderen.

Jij hebt een zorgverzekering. Dat is een persoonsverzekering, want hij is op jouw persoon afgesloten. Jij bent hiermee verzekerd tegen gezondheidsrisico’s. Word je ziek, dan wordt de zorg volgens de polisvoorwaarden geheel of gedeeltelijk betaald.

13 Inleiding verzekeringen

Je kunt ook een levensverzekering afsluiten op jouw naam. Stel dat je afspreekt met de verzekeringsmaatschappij dat er € 6.000 wordt uitbetaald aan je nabestaanden als je komt te overlijden. Dan is hier ook duidelijk sprake van een persoonsverzekering, want hij staat op jouw naam. En alleen bij jouw overlijden wordt het bedrag uitgekeerd. Ook is het een sommenverzekering, want het uit te keren bedrag staat vooraf vast, namelijk € 6.000. Dit bedrag is onafhankelijk van de kosten die jouw overlijden met zich meebrengt.

Andere voorbeelden van persoonsverzekeringen zijn:

• Uitvaartverzekering

• Lijfrenteverzekering

• Werknemersverzekeringen (WIA, ZW, WLZ)

• Arbeidsongeschiktheidsverzekering

• Ongevallenverzekering

• Levensverzekering

Een mooie reis

Jan heeft op jongere leeftijd een levensverzekering afgesloten in de vorm van een sommenverzekering voor € 200.000. De polis komt tot uitkering op zijn 65ste, als hij dan nog in leven is. Jan wordt over een week 65 jaar en krijgt dan € 200.000 van de verzekeraar. Dat is natuurlijk een fantastisch bedrag waar hij samen met zijn vrouw, kinderen en kleinkinderen een mooie reis van gaat maken.

Heb je zelf ooit een verzekering afgesloten? Zo ja, dan weet je dat het best wat werk is om door de vragenlijst te lopen. Heb je dit nog nooit gedaan? Neem dan eens een kijkje op de website van verzekeraar Univé. Hier kun je je premie berekenen aan de hand van zo'n vragenlijst.

Er komt namelijk veel bij kijken om een verzekering af te sluiten. De verzekeraar wil dan veel van je weten. Naast je NAW-gegevens ook je geboortedatum, -plaats en -land, en je verleden in samenspraak met de verzekering die je wenst af te sluiten. Of je getrouwd bent of ongetrouwd, of kinderen een rol spelen, of je al eens geweigerd bent voor zo’n verzekering, enzovoorts.

De vragen die gesteld worden, en de informatie die jij eerlijk en oprecht moet verstrekken, hebben te maken met het accepteren van de verzekering. Dit is geregeld in de mededelingsplicht die je hebt als aanvrager van een verzekering. De mededelingsplicht staat in artikel 7:928 lid 1 BW.

“Art. 7:928 lid 1 BW

1 De verzekeringnemer is verplicht vóór het sluiten van de overeenkomst aan de verzekeraar alle feiten mede te delen die hij kent of behoort te kennen, en waarvan, naar hij weet of behoort te begrijpen, de beslissing van de verzekeraar of, en zo ja, op welke voorwaarden, hij de verzekering zal willen sluiten, afhangt of kan afhangen. ”

Als er vragen op het aanvraagformulier staan, moet je die zo goed en eerlijk mogelijk beantwoorden. Je hoeft geen informatie te geven over zaken die niet gevraagd worden. We spreken hier niet over het zwijgrecht, want als er ergens naar gevraagd wordt, kun je daar geen beroep op doen en behoor je te antwoorden. Normaal wordt er alleen iets gevraagd over de laatste 8 jaren en niet wat daarvoor heeft plaatsgevonden. Dit staat in artikel 7:928 lid 5 BW.

14 BEV01 Verzekeringen

Total loss

Kees heeft 11 jaar geleden zijn eerste auto total loss gereden door zijn eigen schuld. Hij was toen net 19 jaar en had net zijn rijbewijs. Nu is hij 30 jaar en heeft een nieuwe auto gekocht. Na dat ernstige ongeluk heeft hij nooit meer schade gereden. Kees stapt over naar een nieuwe verzekeraar en hoeft alleen aan te geven dat hij de laatste 8 jaren schadeloos gereden heeft.

Een verzekeringsmaatschappij wil goed weten met wie ze in zee gaan en welke risico’s ze lopen. Zo onderscheiden ze in eerste instantie morele en materiële risicofactoren.

Bij morele risicofactoren krijg je het effect dat een verzekerde zich onverantwoordelijker gaat gedragen dan als er geen verzekering zou zijn. Je fiets is tegen diefstal verzekerd, dus let je minder goed op. Wordt de fiets gejat? Jammer, maar de verzekeraar vergoedt je een nieuwe! Je bent tegen brand verzekerd en als je tijdens de barbecue per ongeluk de terrasoverkapping laat afbranden: jammer, maar de verzekeraar betaalt wel. Als je gezellig gaat stappen met vrienden en je laat je telefoon vallen? Slordig, maar niet erg, want de verzekeraar vergoedt het.

Je merkt dat mensen hierdoor slordiger kunnen worden en minder zorgzaam op hun spullen zijn. Dit is voor een verzekeraar geen goed nieuws, dus die probeert dat zoveel mogelijk te verminderen en te voorkomen. Een verzekeraar probeert mensen te stimuleren door premies aan te passen aan leeftijd, regio, opleiding en preventiemaatregelen.

Neem verzekeraar Promovendum bijvoorbeeld. Zij richten zich, naar eigen zeggen, op "hoger" opgeleiden omdat deze doelgroep volgens statistieken minder schade zou hebben.

Figuur 3 Wat is jouw mening over deze Verzekeraar? © promovendum.nl (screenshot)

Bij materiële risicofactoren spreken we van een object dat verzekerd wordt. Denk hierbij aan een pand, auto, fototoestel, mobiel, of een ander kostbaar object. Hierbij speelt de economische waarde, die doorgaans makkelijk te bepalen is, een grote rol.

15 Inleiding verzekeringen

Alle informatie over de risicofactoren komt voor op het aanvraagformulier. Dit is een formulier dat je gaat invullen op het moment dat je een verzekering wenst af te sluiten. Het aanvraagformulier heeft een drietal belangrijke functies:

1 Het is de gegevensbron voor de verzekeringsmaatschappij waarop hij beoordeelt of je in aanmerking komt voor de verzekering.

2 Op het moment dat je tekent, geef je aan dat je de verzekering wenst af te sluiten.

3 En als de verzekeringsmaatschappij ondertekent, is de overeenkomst gesloten en moet hij de verplichtingen uit deze overeenkomst nakomen.

GEGEVENS AANVRAGER

1. Algemene bedrijfsgegevens Naam bedrijf: Aantal medewerkers: Risico Adres: Postcode en plaats: KVK-nummer: SBI-code: Omzet excl. BTW: BTW meeverzekeren:

2. Verzekerde zaken: Gebouwen: Huurdersbelang: Inventaris: Goederen: Reconstructiekosten (indien, > € 250.000) Overige: Bedrijfsschade: Totaal:

* Bedrijfsschade uitkeringstermijn 52 weken, anders:

3. Ruime omschrijving van de bedrijfsactiviteiten (bestemming):

4. Zijn er meerdere bedrijven gevestigd in het te verzekeren gebouw? Nee Ja

Zo ja, beschrijf de activiteiten:

5. Ligging van het gebouw

Binnen bebouwde kom? Nee Ja

Op Bedrijven- of Industrieterrein? Nee Ja

Zijn er belendingen aanwezig? Nee Ja

Afstand belendingen? > 10m < 10m

Omschrijving belendingen/activiteiten:

6. Bouwaard

Dragende constructie staal % beton % anders, nml

Gevels staal % beton % anders, nml

Dakconstructie staal beton hout

Welke isolatiematerialen zijn gebruikt In de gevels?

Minerale wol/glaswol/Rockwol brandbare isolatie

Welke isolatiematerialen zijn gebruikt In de daken?

Minerale wol/glaswol/Rockwol brandbare isolatie

Zijn er verdiepingsvloeren aanwezig? Nee Ja

Aantal verdiepingsvloeren?

Wat is de constructie van deze vloeren? staal beton hout

Is er sprake van compartimentering? Nee Ja, d.m.v.

Tussen welke gebouwen is deze scheiding aanwezig?

Is er sprake van achterstallig onderhoud? Nee Ja

Is er sprake van leegstand? Nee Ja Gedeeltelijk, %

Zijn er zonnepanelen op het dak geplaatst? Ja

Indien ja: zijn alle collectoren van 1 merk? Ja Nee

Is de optie vlamboogdetectie ingeschakeld? Ja Nee

1 of 3

Figuur 4 Een aanvraagformulier. © mutsaerts.nl

Nu kun je schade oplopen tussen het moment dat je het aanvraagformulier hebt ingediend en het moment dat de verzekeringsmaatschappij de overeenkomst heeft getekend. Formeel juridisch kan de verzekeringsmaatschappij zeggen dat er nog geen dekking is omdat hij nog niet getekend heeft. Maar zo eenvoudig ligt dat niet. Om daar geen discussie over te krijgen en allerlei juridische procedures te voorkomen, geven veel verzekeraars de zogenoemde voorlopige dekking. Dit houdt in dat in de tijd dat het aanvraagformulier in behandeling is tot acceptatie van de verzekeraar de dekking is ingegaan.

Nee Ja Nee € € € € € € € € €
16 BEV01 Verzekeringen

Op het moment dat een verzekering wordt geaccepteerd, is er een wilsovereenkomst en ontstaat er dus een verzekeringsovereenkomst. Dit kan naast schriftelijk ook mondeling gebeuren. Zeker bij een mondelinge acceptatie zal er schriftelijk een dekkingsbevestiging worden verzorgd voordat de uiteindelijke polis wordt opgemaakt.

De polis is de uiteindelijke wilsovereenstemming van deze overeenkomst, die bestaat uit:

1 Een polisblad

2 De polisvoorwaarden

3 En eventuele clausules

De polisvoorwaarden omschrijven de voorwaarden van de verzekering. Clausules zijn specifieke zaken die er extra aan toegevoegd zijn of juist zijn uitgesloten. Het polisblad geeft duidelijk aan wie verzekeringnemer, verzekerde, premiebetaler en begunstigde is.

Collectieve ongevallenverzekering

Relatiegegevens 635525/1002

Testbedrijf postbus 12 5000 AC Tilburg2

Contractgegevens

Polisnummer CH256029

Polisbladnummer 1

Risicodrager AIG Europe SA (Nederlands bijkantoor)

Ingangsdatum 1 januari 2018

Contractsvervaldatum 1 januari 2021 met stilzwijgende verlenging voor termijnen van 12 maanden.

Reden afgifte Nieuwe polis

Polisgegevens

Loonsom volgens de loonlijst € 750.000,00

Dekkingsperiode 24-uurs dekking

Verzekerde bedragen:

Bij overlijden 1 maal het jaarloon

Bij blijvende invaliditeit 2 maal het jaarloon

Uitkeringslimiet per verzekerde € 750.000,00 per gebeurtenis

Uitkeringslimiet per polis € 12.500.000,00 per gebeurtenis

Aantal personen in vaste dienst 10

Vrijwilligers meeverzekerd Nee

DGAʼs meeverzekerd Ja

Aantal DGA(ʼs) 2

Verzekerde bedragen DGAʼs:

Bij overlijden € 10.000,00

Bij blijvende invaliditeit € 20.000,00

Begunstiging bij overlijden Erfgenaam/erfgename(n)

Begunstiging bij invaliditeit Verzekerde(n)

Figuur 5 De polis van een collectieve ongevallenverzekering. © mutsaerts.nl

De verzekeringnemer is degene die een verzekering afsluit bij een verzekeringsmaatschappij en de premie betaalt. De verzekerde is de persoon die op de polis staat, degene die is verzekerd dus. De begunstigde is degene aan wie de verzekeraar uitkeert.

17 Inleiding verzekeringen

Overzicht verschillen

Bij een verzekering zijn minimaal twee en maximaal drie personen van belang. Dat zijn de verzekerde, de verzekeringnemer en de begunstigde.

Verzekeringnemer VerzekerdeBegunstigde

Sluit de verzekering af en betaalt premie aan de verzekeraar

Zelfde persoon

De persoon die is verzekerd. Op deze persoon heeft de verzekering betrekking

Degene die van de verzekeraar een uitkering ontvangt

Het komt vaak voor dat de verzekeringnemer en de verzekerde dezelfde persoon zijn. Ook kan de verzekeringnemer dezelfde persoon zij als de begunstigde.

Figuur 6 Verzekerde en verzekeringsnemer: wat is het verschil? © Tiekstramedia

Vaak is de verzekeringnemer ook de verzekerde, maar dat hoeft niet altijd. Op het moment dat jij stage gaat lopen buiten school ben je verzekerd via het UWV. Daar zorgt de school voor en dus is de school de verzekeringnemer. Jij bent dan de verzekerde. Hetzelfde geldt als je een schoolreisje gaat maken met school. Meestal sluiten scholen een reisverzekering af. Ook dan is de school de verzekeringnemer en ben jij de verzekerde. Als jij een verzekering afsluit voor je scooter of auto en je vult het aanvraagformulier in, dan ben jij zowel verzekeringnemer als verzekerde. Het is belangrijk dat jij als verzekerde op de polis komt te staan. Jij hebt je namelijk verzekerd tegen schade aan de scooter of de auto.

Het polisblad geeft wel aan wie de verzekerde is, maar niet wie de verzekeringnemer is. Dat is verder ook niet relevant voor de verzekering: als er maar betaald wordt. Verzekeraars proberen zoveel mogelijk de premiebetaling te laten doen door middel van machtiging. Daarbij geeft de verzekeringnemer een machtiging af aan de verzekeringsmaatschappij dat ze de premie van de bankrekening af mogen halen. Dit is van belang voor zowel de verzekerde als de verzekeringsmaatschappij. Want simpel gezegd: als er niet betaald wordt, is er ook geen dekking voor de verzekering.

Niet betalen leidt echter niet direct tot het wegvallen van dekking. Er zit nog een coulancetijd van 44 dagen in en het royement vindt met 60 dagen plaats. Royement betekent dat de verzekering wordt stopgezet. Het kan gebeuren dat je vergeet om je premie te betalen voor de verzekering. Dit gebeurt natuurlijk niet bij machtiging, maar als je een factuur toegestuurd krijgt. Bij een machtiging kan het ook zo zijn dat je een keer te weinig geld op je rekening hebt staan. Er zijn tal van redenen te verzinnen waarom de factuur niet betaald is. Juist daarvoor is die coulancetijd bedoeld.

Hoe zit dat nu precies met die 44 of 60 dagen? In principe krijgt een verzekeringnemer 30 dagen de tijd om te betalen. Tussentijds kan en mag een verzekeringsmaatschappij de verzekeringnemer erop attenderen dat de 30 dagen er bijna op zitten. Heeft de verzekeringnemer na 30 dagen niet betaald, dan stuurt de verzekeringsmaatschappij een herinnering met de mededeling dat de dekking over 14 dagen stopt. Dat betekent dat je niet meer verzekerd bent. Na die 14 dagen, in totaal dus 44 dagen, stuurt de verzekeringsmaatschappij een brief waarin staat dat er geen dekking meer is. En dat je nog 16 dagen de tijd hebt om alsnog te betalen, anders word je geroyeerd. Dat betekent dat de verzekering stopgezet wordt. Vanaf dat moment heb je geen verzekering meer.

18 BEV01 Verzekeringen

Je krijgt een premiebetalingsverzoek om binnen 30 dagen te betalen.

Binnen die 30 dagen kun je een reminder krijgen.

Na 30 dagen krijg je een herinnering met 14 dagen betalingstermijn.

Na 44 dagen is er geen dekking meer op de verzekering en krijg je nog een laatste kans om te betalen gedurende 16 dagen.

Na 60 dagen zonder betaling wordt de verzekering geroyeerd.

Figuur 7 Premie betalen

In geval van schade of uitkering is de vraag: wie gaat het geld ontvangen? Wie is de begunstigde van deze verzekering? Hierbij kun je diverse situaties hebben:

a Jijzelf. Denk hierbij aan een lijfrenteverzekering die je hebt afgesloten. Na bijvoorbeeld 20 jaar premiebetalingen spreek je een eindbedrag af die je aan jezelf laat uitbetalen.

b Bij naam. Je hebt een uitvaartverzekering afgesloten en vertrouwt iemand toe dat die jouw begrafenis regelt en betaalt met het geld uit de verzekering.

c Generiek. Bij generiek bedoelen we bijvoorbeeld ‘mijn kinderen’ of ‘mijn zussen’. Situaties kunnen in de loop van de tijd veranderen. Er kunnen kinderen bij komen, of een zus komt te overlijden. Er wordt dan op het moment van gebeurtenis gekeken wie ervoor in aanmerking komen.

d Geen begunstigde. Dan wordt er bij een gebeurtenis gekeken wie de verzekerde is, en mocht die zijn overleden, dan gaat het naar de nabestaanden.

1.1.2 Hoe ben je verzekerd?

Als je een verzekering afsluit wil je dat de verzekeraar de schade vergoedt die je bij een gebeurtenis oploopt. Neem je een autoverzekering en veroorzaak je een ongeluk, dan wil je dat de schade van de andere auto en jouw auto hersteld worden. Daarover moet je wel de juiste afspraken maken met de verzekeraar.

Bij auto’s kun je een WA-verzekering afsluiten of een allriskverzekering. Bij een WAverzekering wordt alleen de schade aan de auto van de tegenpartij vergoed. Alleen bij de allriskverzekering wordt ook jouw schade vergoed. Naast de WA-verzekering en de allriskverzekering kennen we ook nog de WA Extra of beperkt cascoverzekering. Deze verzekering is gelijk aan de WA-verzekering met als extra's dat je ook verzekerd bent tegen brand, glasbreuk en diefstal. Je bent dan niet verzekerd tegen eigenschuldschade en vandalisme. Wat precies wel en niet is meeverzekerd staat altijd in de voorwaarden. Met eigenschuldschade wordt bedoeld schade die je zelf veroorzaakt. Denk hierbij aan schade omdat je tegen een paaltje rijdt.

19 Inleiding verzekeringen

Wat wordt vergoed bij de WA, WA+ en All Risk verzekering?

Schade aan anderen

Diefstal van voertuig

Inbraakschade

Ruitschade

Stormschade

Hagelschade

Brandschade

Aanrijdingen met wilde dieren

Verkeersschade door eigen schuld

Vandalisme en onbekende daders

WA WA+ All Risk WA (beperkt casco) (volledig casco)

Figuur 8 Verschil tussen WA en allrisk. © Tiekstramedia

Bij het afsluiten van de verzekering moeten beide partijen ook akkoord zijn over de waarde van de verzekering die wordt afgesloten. Stel je neemt een brandverzekering voor jouw (eigen) huis. Dan is de herbouwwaarde bepalend. De herbouwwaarde wordt bepaald door hoeveel bakstenen en manuren je nodig hebt om het huis te herbouwen. De afspraken die je maakt zijn van belang in verband met onderverzekering en oververzekering.

Verzeker je het object voor een lagere waarde dan is er sprake van onderverzekering. Dit heeft gevolgen op het moment dat je schade lijdt en dat claimt bij de verzekeraar. Je krijgt dan namelijk voor het deel dat je onderverzekerd bent geen uitkering. Zelfs als de schade lager is dan het verzekerd bedrag.

Brand

Aylin heeft haar eigen juridisch adviesbureau en is zelf eigenaar van het pand waar het adviesbureau is gevestigd. Het pand van Aylin heeft een verzekerde waarde van € 1.000.000. Ze verzekert het pand voor € 700.000. Na een brand is er voor € 200.000 aan schade aan het pand. Dan zal de verzekeraar op grond van deze onderverzekering 7/10 * € 200.000 = € 140.000 uitkeren aan Aylin.

Bij een oververzekering ga je het verzekerde object tegen een hogere waarde verzekeren dan de verzekerde waarde. Maar dat heeft geen nut, want je krijgt hooguit de schade uitgekeerd.

Als het pand met een verzekerde waarde van € 1.000.000 verzekerd wordt voor € 1.300.000, dan zal er na de brandschade van € 200.000 ook alleen € 200.000 uitgekeerd worden.

Dit is mede in het kader van het indemniteitsbeginsel. Dat wil zeggen dat je niet meer uitgekeerd krijgt dan de werkelijke schade. Dit indemniteitsbeginsel is alleen van toepassing bij schadeverzekeringen.

Meerkosten

De buurvrouw zegt tegen Rebecca dat ze zelf wel een glaszetter belt om het raam dat de kinderen van Rebecca hebben gebroken te herstellen. De factuur dient ze in bij haar opstalverzekering. Dit raam was voorzien van enkel glas, maar de buurvrouw laat er bij de reparatie HR++ isolatieglas in zetten. Dat wilde ze toch al langere tijd doen.

De verzekeraar zal de kosten voor enkel glas vergoeden, en de meerkosten van HR++ isolatieglas zijn voor eigen rekening van de buurvrouw zelf.

20 BEV01 Verzekeringen

Afschrijving televisie

De hond van Rowena heeft per ongeluk de televisie omgeduwd. Deze is 6 jaar oud en niet meer te repareren. Doorgaans wordt er 10 jaar afgeschreven op een televisie, dus de verzekeraar zal 40% van de oorspronkelijke aanschafprijs aan Rowena vergoeden.

Naast de term indemniteitsbeginsel kennen we ook het begrip ‘eigen gebrek’. Schade die veroorzaakt wordt door een eigen gebrek wordt doorgaans niet vergoed door de verzekeraar. Bij eigen gebrek vertoont het product zelf gebreken, waardoor schade ontstaat. Dit gebrek kan komen omdat het product al oud en versleten is, door een fabrieksfout of omdat de kwaliteit van het product slecht is.

Fabrieksfout

Dwayne heeft een nieuwe vaatwasser gekocht. Tijdens zijn eerste wasbeurt ontstaat er kortsluiting, waardoor alles in huis uitvalt. Na controle blijkt het een fabrieksfout te zijn, maar naast de vaatwasser zijn er ook nog andere apparaten kapotgegaan in huis. Dwayne claimt bij zijn inboedelverzekering een vergoeding van de vaatwasser en de andere appraten.

De verzekeringsmaatschappij gaat daar niet mee akkoord. De schade aan de andere apparaten wordt vergoed vanuit de verzekering maar niet de vaatwasser. Die schade valt wel onder de garantie die hij heeft van de winkel en die de winkel heeft van de uit de fabriek. Daarvoor moet Dwayne contact opnemen met de de winkel of de fabrikant. De andere apparaten vallen onder de gevolgschade, namelijk de schade als gevolg van een niet goed functionerende vaatwasser.

Belangrijk is ook dat je het product onderhoudt. Je moet schade proberen te voorkomen. Stel je hebt een oude wasmachine waarbij je de filter nooit schoonmaakt. Op een dag geeft hij aan dat de filter verstopt zit en jij doet niks met die waarschuwing. Het gevolg is dat het water niet weg kan en de boel overstroomt. Hierbij zal de verzekeraar de wasmachine niet vergoeden, maar eventuele gevolgschade wel. Verzekeringstechnisch moet jij je ook als een voorzichtig en redelijk persoon, ook wel "goed huisvader' gedragen.

"Goed huisvader" - Juridische vaardigheid

Wat bedoelen we nu eigenlijk als je je moet gedragen als een "goed huisvader"? De hoogste rechter in Nederland, de Hoge Raad, heeft daar het volgende over gezegd in een zaak die over bruikleen ging:

"Wat de zorgplicht van ‘een goed huisvader’ inhoudt, hangt af van de omstandigheden van het geval, zoals de inhoud van de overeenkomst, waaronder begrepen het bij de overeenkomst beoogde gebruik van de zaak, de aard van het geleende en eventueel naast de bruikleen tussen partijen bestaande (rechts) betrekkingen, alsmede van de redelijkheid en billijkheid."

Lees hier de hele uitspraak terug.

Naast eigen gebrek zijn er nog twee situaties waarin de verzekeraar de schade niet zal vergoeden:

1 als je zelf met opzet schade veroorzaakt; en 2 als je door roekeloosheid of grove nalatigheid schade veroorzaakt.

21 Inleiding verzekeringen

1.1.3 Wet op het financieel toezicht en vakbekwaamheidsstelsel

De Wet op het financieel toezicht (Wft) houdt toezicht op financiële instellingen waaronder de verzekeraars. Dit toezicht wordt uitgevoerd door de Nederlandse Bank (DNB) en door de Autoriteit Financiële Markten (AFM).

De Nederlandse Bank houdt prudentieel toezicht. Daarmee wordt bedoeld dat ze toezicht houden op de financiële situatie van instellingen en of zij hun verplichtingen na kunnen komen. Of verzekeringsmaatschappijen bijvoorbeeld voldoende geld hebben om schades die worden ingediend te vergoeden.

De AFM houdt gedragstoezicht. Ze kijken dus hoe instellingen met klanten omgaan. En ze kijken hoe de financiële instellingen met elkaar omgaan op de financiële markt. Het gaat bij de AFM meer om de gedragscode die is afgesproken binnen de financiële instellingen.

Geeft de verzekeringsmaatschappij wel goed advies over de verschillende soorten verzekeringen? Worden verzekerden wel gewaarschuwd dat oververzekering helemaal niet handig is? Dit zijn onderdelen die met gedragstoezicht te maken hebben.

Wf t toezicht op financiële instellingen zoals verzekeraars

DNB prudentieel toezicht

AFM gedragstoezicht

Figuur 9 De Wet op het financieel toezicht en vakbekwaamheidsstelsel. © Tiekstramedia

De doelen die de Wft zich ook gesteld heeft zijn:

1 Ervoor zorgen dat het financiële systeem stabiel is en blijft.

2 Ervoor zorgen dat de financiële markten eerlijk werken.

3 Het beschermen van de consument tegen failliet gaan of gedrag dat niet mag van financiële instellingen.

Naast de wet op het financieel toezicht kennen we bij verzekeringen ook een vakbekwaamheidsstelsel. Omdat verzekeringen een moeilijk financieel product zijn, is het van belang dat consumenten goed geadviseerd worden. Met consumenten wordt iedereen bedoelt die niet handelt in hoedanigheid van een bedrijf of beroep. Dat zijn dus de niet-zakelijke verzekeringen. Om daaraan te kunnen voldoen heeft het Verbond van Verzekeraars gewerkt aan een vakbekwaamheidsstelsel om consumenten hierin tegemoet te komen. Het resultaat zijn de volgende afspraken:

De huidige vakbekwaamheidseisen

Sinds 1 januari 2014 gelden er nieuwe vakbekwaamheidseisen voor financieel adviseurs.

22 BEV01 Verzekeringen

Deze eisen komen voort uit de Wet op het financieel toezicht (Wft) en zijn vastgelegd in het Besluit gedragstoezicht financiële ondernemingen (Bgfo 3).

• Alle adviseurs moeten over een diploma beschikken voor het onderwerp waarover zij adviseren.

• Ook medewerkers met inhoudelijk klantcontact die niet adviseren moeten aantoonbaar deskundig zijn. Dat kan door middel van een diploma of doordat de verzekeraar dit heeft geborgd in de eigen bedrijfsvoering.

• Er zijn negen beroepskwalificaties, elk bestaand uit meerdere modules, waarvoor adviseurs of medewerkers met klantcontact diploma’s kunnen behalen.

• Adviseurs die al in de sector werken, hebben tot 1 januari 2017 de mogelijkheid gehad om door middel van een inhaalexamen oude diploma’s om te ruilen voor nieuwe diploma’s.

• Diplomahouders hebben de plicht ‘permanent actueel’ te zijn. Voor het behouden van de beroepskwalificatie moet elke drie jaar met succes een PE-examen worden afgelegd.

Modulaire structuur Wft-vakbekwaamheid 2014

Gevolmachtigd agent

Beroepskwalificatie adviseur

Adviseur Basis

GA Zorgverzekering

Volmacht overig

Volmacht algemeen

Adviseur Zorgverzekering Adviseur Consumptief krediet

Adviseur Schadeverz. particulier

GA Levensverzekeringen GA Inkomen GA Schadeverzekering GA Pensioenverzekeringen

Volmacht overig

Volmacht algemeen

krediet

Zorgverzekering Schadeverzekering particulier

Volmacht overig

Volmacht algemeen

Volmacht overig

Volmacht algemeen

Volmacht schade extra

Adviseur Vermogen Adviseur Inkomen Adviseur Schadeverz. zakelijk

Adviseur Hypothecair krediet

Volmacht overig

Volmacht algemeen

Adviseur Pensioen

Schadeverzekering zakelijk Hypothecair krediet Pensioen

Vermogen Inkomensverzekering Schadeverzekering particulier Vermogen Vermogen

Figuur 10 Wft-vakbekwaamheidseisen. © Tiekstramedia

Basis Basis Basis
Basis BasisBasis BasisBasis Basis
Consumptief
MBO Niveau kwalificatie MBO MBO MBO MBO+ MBO+ MBO (+) MBO+/HBO HBO (+)
23 Inleiding verzekeringen

1.2 Aansprakelijkheidsrecht

Het wettelijk aansprakelijkheidsrecht is in de basis geregeld in artikel 6:162 BW. In dit artikel is sprake van de onrechtmatige daad en die speelt een belangrijke rol bij de aansprakelijkheid.

“Art. 6:162 BW

1 Hij die jegens een ander een onrechtmatige daad pleegt, welke hem kan worden toegerekend, is verplicht de schade die de ander dientengevolge lijdt, te vergoeden.

2 Als onrechtmatige daad worden aangemerkt een inbreuk op een recht en een doen of nalaten in strijd met een wettelijke plicht of met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt, een en ander behoudens de aanwezigheid van een rechtvaardigingsgrond.

3 Een onrechtmatige daad kan aan de dader worden toegerekend, indien zij te wijten is aan zijn schuld of aan een oorzaak welke krachtens de wet of de in het verkeer geldende opvattingen voor zijn rekening komt.”

Wil er sprake zijn van een onrechtmatige daad, dan moet er voldaan zijn aan een aantal eisen. Dat volgt uit lid 1 van artikel 6:162 BW. De eisen zijn:

• Onrechtmatige daad. Wat een onrechtmatige daad is, staat in lid 2. Namelijk: een inbreuk op een recht, een doen of nalaten in strijd met een wettelijke plicht of met wat in het maatschappelijk verkeer betaamt.

• Toerekenbaarheid aan de dader. In lid 3 staat wanneer de onrechtmatige daad kan worden toegerekend. Namelijk: als het de schuld is van de dader of als het voor risico van de dader is.

• Schade. Zonder schade valt er niks te vergoeden.

• Causaal verband. Dat betekent dat die schade het gevolg moet zijn van de onrechtmatige daad.

Als we helemaal volledig zijn, moet aan dit rijtje ook nog het relativiteitsvereiste worden toegevoegd. Daarmee wordt bedoeld dat de regel die je hebt overtreden ook bedoeld is om jou te beschermen. Rijd je door rood en veroorzaak je een verkeersongeval, dan is aan het relativiteitsvereiste voldaan. Het verbod om door rood te rijden is namelijk bedoeld om verkeersongelukken te voorkomen.

Laten we de onrechtmatige daad wat verder onderzoeken. Voor nu laten we daarbij het relativiteitsvereiste even buiten beschouwing.

Bij een onrechtmatige daad is er altijd sprake van schade. De vraag die dan gesteld wordt is wie er verantwoordelijk is voor de schade. Wie kun je dus aansprakelijk stellen?

Kapotte vaas

Sayyid gaat bij Fleur op bezoek en tijdens dat bezoek stoot hij een vaas om die vervolgens kapotvalt. Sayyid pleegt een onrechtmatige daad en moet de schade vergoeden, want:

• Sayyid maakt inbreuk op Fleurs eigendomsrecht.

• De onrechtmatige daad kan Sayyid worden toegerekend want het is voor zijn risico.

• Er is schade, want de vaas is kapot.

• Er is causaal verband, want de vaas is kapot omdat Sayyid die omstoot.

24 BEV01 Verzekeringen

Het doen van een strafbaar feit valt hier ook onder.

Ziekenhuis

Isaak en Huub krijgen woorden met elkaar en Isaak slaat Huub zo hard dat hij naar het ziekenhuis moet. Isaak pleegt een onrechtmatige daad en moet de schade vergoeden, want:

• Isaak handelt in strijd met de wet.

• De onrechtmatige daad kan Isaak worden toegerekend, want het is zijn schuld.

• Er is schade, want Huub heeft letsel en daarnaast zijn er misschien ook wel kleding, een bril of sieraden kapot.

• Er is causaal verband, want de schade komt doordat Isaak Huub heeft geslagen.

Het kan ook zijn dat je aansprakelijk bent terwijl je niet zelf de schade veroorzaakt. Denk aan de situatie dat je huisdier of je kinderen schade veroorzaken. Dan kan de schade jou worden toegerekend, omdat dit volgens de wet nu eenmaal voor jouw rekening komt.

Aansprakelijk voor huisdier

Fatima loopt met haar pup van 15 weken trots door de straat. Even let ze niet goed op en de pup rukt zich los en rent de straat op. Een auto kan de pup net ontwijken maar botst daardoor tegen een paal. Helaas zit er een flinke deuk in de auto. De eigenaar van de auto stelt Fatima aansprakelijk voor zijn geleden schade.

Figuur 11 Wie is aansprakelijk, jij of de pup? © Shutterstock / PintoArt

25 Aansprakelijkheidsrecht

Aansprakelijk voor kinderen

Tanja gaat winkelen met de kinderen en die rennen rond en zijn vrolijk aan het spelen. Tja, een ongelukje kan dan gebeuren: een kledingrek valt om, een van de kinderen valt in het fruit, weer een ander kind laat een pot appelmoes vallen. Bij schade is Tanja als ouder verantwoordelijk.

Aansprakelijk voor verkeersongeluk?

Magnus is stratenmaker en zet normaal gesproken verkeersregelaars in als hij aan de openbare weg werkzaamheden doet. Bij een reguliere klus heeft hij niet de beschikking over verkeersregelaars en regelt hij voor die dag verder niets. Tijdens de werkzaamheden ontstaat er een verkeersongeluk. Nu wordt het lastiger om te bepalen wie daar dan voor aansprakelijk gesteld kan worden.

In de voorbeelden van Sayyid en Isaak zijn zij duidelijk de schuldigen die aansprakelijk zijn voor de schade. In deze situatie is er sprake van schuldaansprakelijkheid. In de voorbeelden van Fatima en Tanja is het zo dat zij de schade niet persoonlijk veroorzaken en er zodanig geen sprake is van schuldaansprakelijkheid. Hier is sprake van risicoaansprakelijkheid. Fatima heeft niet zelf de schade veroorzaakt maar wordt daar wel voor aansprakelijk gesteld omdat ze de eigenaar van de pup is. Hetzelfde geldt voor het voorbeeld van Tanja.

Het verschil tussen schuld- en risicoaansprakelijkheid is kortom:

• Bij schuldaansprakelijkheid veroorzaak jij zelf de schade,

• Bij risicoaansprakelijkheid veroorzaakt iemand of iets de schade waarvoor jij aansprakelijk bent.

Risicoaansprakelijkheid is er dus bij huisdieren en kinderen. Je ziet het ook bij gemeentes. In de publieke ruimte is de gemeente ervoor verantwoordelijk dat alles goed geregeld is. Valt iemand over een stoeptegel die loszit dan kan de gemeente daarvoor aansprakelijk gesteld worden.

Risicoaansprakelijkheid zie je ook in het verkeer. Zo worden fietsers en voetgangers extra beschermd omdat ze kwetsbaar zijn. Wordt een fietser aangereden door een auto dan is de auto altijd schuldig. Ook als de bestuurder geen fout gemaakt heeft. Dit is geregeld in artikel 185 WVW (Wegenverkeerswet). De ‘zwakkere’ verkeersdeelnemer wordt beschermd tegen de ‘sterkere’ verkeersdeelnemer. Bij schade is de 50%-regel doorgaans van toepassing, dat wil zeggen dat de ‘sterkere’ verkeersdeelnemer de helft van de schade van de ‘zwakkere’ verkeersdeelnemer vergoedt. Om je financieel in te dekken tegen dit soort risico’s kun je een aansprakelijkheidsverzekering afsluiten. Er is hierbij wel een verschil tussen particulieren en bedrijven.

• Aansprakelijkheidsverzekering voor particulieren (AVP)

• Aansprakelijkheidsverzekering voor bedrijven (AVB)

1.2.1 Aansprakelijkheidsverzekering voor particulieren (AVP)

Bij een aansprakelijkheidsverzekering verzeker je je tegen de financiële gevolgen die jij of een meeverzekerde veroorzaakt van materiële of fysieke schade en waarvoor jij aansprakelijk bent.

Een aansprakelijkheidsverzekering voor particulieren is specifiek bedoeld voor gezinnen. Een gezin kan bestaan uit 1 persoon maar ook uit meerdere personen. De partner, kinderen en huisdieren zijn meeverzekerd bij de AVP. Op het aanvraagformulier moet je dat natuurlijk wel goed aangeven.

26 BEV01 Verzekeringen

Met een AVP verzeker je tegen schade die bij een ander is veroorzaakt. Het is geen wettelijk verplichte verzekering maar heel veel gezinnen hebben wel zo’n verzekering. In de voorwaarden staat aangegeven wat wel en niet verzekerd is. Zo wordt meestal wel verzekerd in deze gevallen:

• Schade veroorzaakt door gezinsleden en je huisdier.

• Schade veroorzaakt door de woning. Bijvoorbeeld een dakpan die naar beneden valt.

• Als scholieren of studenten stagelopen.

• Als gezinsleden vrijwilligerswerk doen.

• Schade bij logeren, oppassen of tijdens een vriendendienst.

• Schade aan geleende spullen.

De schadevergoeding kan wel gemaximeerd zijn in bepaalde situaties.

Voorbeelden van schades die vergoed worden zijn:

• Jouw kind is op straat aan het voetballen en trapt per ongeluk de ruit van de buurman in.

• Je leert jouw kind fietsen en die rijdt tegen een stilstaande auto.

• Je laat de hond uit en die springt uit enthousiasme tegen iemand aan die met telefoon en al in de sloot valt.

• Tijdens koopavond is het zo druk dat je iemand per ongeluk laat struikelen, die daarbij zijn telefoon kapot laat vallen.

• Het aanrijden van iemand met jouw scootmobiel.

Een verzekeraar zal ook aangeven welke schade niet vergoed wordt. Hierbij moet je denken aan:

• Schade die met opzet is veroorzaakt.

• Schade die werkgerelateerd is.

• Schade veroorzaakt door een auto of scooter.

• Als je niet meer in Nederland woont.

• Als je iets illegaals doet.

• Als je onder de invloed bent van verdovende middelen.

Let hierbij op dat de voorwaarden per verzekeringsmaatschappij verschillen.

1.2.2 Aansprakelijkheidsverzekering voor bedrijven

Bij de aansprakelijkheidsverzekering voor bedrijven verzeker je je ook tegen schade die andere mensen of ondernemingen krijgen. Niet alleen door jouw toedoen, maar ook door medewerkers van het bedrijf. Belangrijk hierbij is dat de schade ontstaan is tijdens het uitoefenen van de werkzaamheden in het kader van de onderneming. En de onderneming moet aansprakelijk zijn voor de veroorzaakte schade.

vaas omstoten
voetbal door de rui t morsen rode wijn op wit tapij t
Figuur 12 Voorbeelden aansprakelijkheid (schade bij een ander).
©
Tiekstramedia
27 Aansprakelijkheidsrecht

Een AVB is niet wettelijk verplicht. Soms verplicht een opdrachtgever jou om zo’n verzekering af te sluiten en bij sommige brancheverenigingen is het verplicht, zoals bij notarissen en juristen.

Hierbij zijn een aantal zaken wel en niet verzekerd, afhankelijk van de verzekeraar.

Voorbeelden van wat wel verzekerd is:

• Schade tijdens het werk die per ongeluk veroorzaakt is aan anderen en zaken.

• Schade als gevolg van een bedrijfsongeval.

• Schade aan gehuurde spullen tijdens het werk.

• Schade wanneer je productaansprakelijk bent.

• Schade aan privéspullen van een medewerker.

Voorbeelden hiervan zijn:

• Jouw medewerker heeft tijdens het laden en lossen bij een klant een pallet vol verse taarten omgegooid.

• Tijdens het bezorgen heeft jouw medewerker een fietsongeluk en daardoor zorgkosten.

• Je hebt een hoogwerker gehuurd die tijdens de werkzaamheden het hoofd van een oud standbeeld afbreekt.

• Tijdens een klantbezoek gooi je per ongeluk koffie over de laptop van de klant.

Schades die een verzekeraar niet zal vergoeden zijn:

• Schade aan je eigen spullen.

• Kosten om het opnieuw te maken.

• Schade waarvoor je als ondernemer niet aansprakelijk bent.

• Milieuschade die langzaam is ontstaan (denk aan bijvoorbeeld asbest).

Let op dat je een bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering niet verward met de beroepsaansprakelijkheidsverzekering (BAV). Bij de bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering gaat het om materiële schade en persoonlijke schade. Terwijl het bij de beroepsaansprakelijkheidsverzekering meer gaat om financiële schade. Dat wil zeggen: een schade als gevolg van een beroepsfout. Voorbeelden hiervan zijn:

• Als juridisch medewerker heb je een verkeerd advies gegeven.

• Als financieel medewerker ben je vergeten een subsidie op tijd aan te vragen.

• Een architect heeft een foute berekening gemaakt waardoor de bouw stil komt te liggen.

• Een calculator heeft een rekenfout gemaakt waardoor het bedrijf groot verlies lijdt.

• Je gaat naar de notaris voor een advies en achteraf blijkt dat het een verkeerd advies was.

1.2.3 Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen (WAM)

Op het moment dat jij een motorrijtuig op jouw naam zet ben je verplicht om een wettelijke aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen af te sluiten. Dit is een verzekering waarbij je gedekt bent voor de schade aan anderen bij een ongeluk. Het wordt ook wel de WA-verzekering genoemd.

De WA-verzekering dekt de schade aan anderen waarvoor jij aansprakelijk wordt gesteld. Als je jouw eigen schade ook gedekt wil hebben, neem je een allriskverzekering.

Alle wetten kun je online vinden bij Overheid.nl. Zo ook deze wet, kijk maar eens bij: wetten.nl - Regeling - Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen - BWBR0002415 (overheid.nl)

28 BEV01 Verzekeringen

Online wetten opzoeken - Juridische vaardigheid

Let wel op als je een wet online opzoekt, of erbij staat dat de wet op dit moment geldend is. Ook oudere versies zijn namelijk online te raadplegen. Voor de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen staat er bijvoorbeeld bij: Geldend van 01-01-2020 t/m heden.

Als je bang bent dat je dit vergeet te controleren, kun je wetten het beste opzoeken via wetten.overheid.nl. Daar vind je automatisch de meest recente versie van iedere wet. Op de pagina wetten.overheid.nl kun je zoeken via een trefwoord in de titel van de wet. Je hoeft dus niet de hele titel van de wet in te vullen. Als je alleen ‘aansprakelijkheidsverzekering’ gebruikt, is de wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen waarschijnlijk het eerste resultaat dat je ziet.

Als je gaat lezen in artikel 1 WAM wat we moeten verstaan onder een motorrijtuig dan word je daar niet veel wijzer van. Het is dan handiger om naar de site van RDW te gaan. RDW staat voor Rijksdienst voor het Wegverkeer en zij voeren de wettelijke taken uit van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen.

Op de site van RDW wordt onder motorrijtuig een voertuig verstaan. Daar worden ze allemaal benoemd en per voertuig wordt aangegeven of een registratie verplicht is. De voertuigen die benoemd worden zijn:

1 Auto

2 Motor

3 Brommer

4 Drone

5 Bedrijfsauto

6 Aanhanger of caravan

7 Kampeerauto

8 (Land)bouwvoertuig

9 Mobile machine en MMBS

10 Vaartuig

11 Fiets

voer tuigen wagens overige voertuigen motor voer tuigen motorrijtuigen

bromfiets speed-pedelec brommobiel Segway snorfiets gehandicaptenvoertuig met motor brombakfiets

fiets gehandicaptenvoertuig tram trein metro aanhangwagen bespannen wagen onbespannen wagen

auto motor fiets vrachtauto trekker autobus trolleybus tractor wals

graafnachine hef truck motorgrasmaaier elektr. SRV wagen handwagen + motor draaiorgel + motor voorrangsvoertuigen 3-wielig motor voertuig

Figuur 13 Onder een motorvoertuig verstaan we dus bijvoorbeeld een auto. © Tiekstramedia

29 Aansprakelijkheidsrecht

Voor de meeste voertuigen zijn een kentekenbewijs nodig, dus registratie is verplicht. Zo is registratie verplicht voor de auto, motor, brommer, bedrijfsauto, aanhanger of caravan en de kampeerauto. Bij een aanhanger of caravan is dat alleen nodig als die zwaarder weegt dan 750 kg. Als je zo’n voertuig koopt dan komt het kentekenbewijs op jouw naam te staan. Jij bent dan verantwoordelijk voor wat er met dat voertuig gebeurt. Een WAverzekering hoor je dan ook direct af te sluiten, voordat je ermee de weg opgaat. Besluit je het voertuig weer te verkopen dan wordt het kentekenbewijs op iemand anders’ naam gezet en krijg jij een vrijwaringsbewijs. Het vrijwaringsbewijs ontslaat jou dan van alle verantwoordelijkheden van het voertuig. Dit is natuurlijk heel belangrijk in verband met de aansprakelijkheid.

Bij een drone heb je een vliegbewijs nodig zodra de fabrikant heeft aangegeven dat de drone niet valt onder speelgoed. Zo’n vliegbewijs wordt ook wel een EU-dronebewijs genoemd. Deze heb je nodig bij een onbemand luchtvaartuig dus ook voor op afstand bestuurbare vliegtuigjes en helikopters. Hoe dat allemaal geregeld is, kun je terugvinden in de volgende video:

Drones: regels en registratie

Sinds 1 januari 2021 gelden er nieuwe regels voor landbouwvoertuigen en de motorrijtuigen met beperkte snelheid (MMBS). Sindsdien moeten praktisch al deze voertuigen ook geregistreerd staan voordat ze de weg op mogen. En dan geldt voor deze voertuigen dat ze op zijn minst een WA-verzekering hebben afgesloten. Er is een uitzondering voor de aanhangers bij tractoren en dergelijke: deze horen bij het trekkende voertuig en vallen onder zijn WA-verzekering.

Vaartuigen moeten ook bij het RDW geregistreerd worden als ze voldoen aan een aantal eisen:

• Als je een boot, jetski of waterscooter koopt moet je die op jouw naam zetten.

• Om die op jouw naam te kunnen zetten moet je minimaal 18 jaar zijn.

• Als het vaartuig korter dan 20 meter is maar sneller dan 20 km/uur moet je deze verplicht registreren.

Een roeiboot of een kano hoeven niet geregistreerd te worden. En zonder registratie heb je dan ook geen WA-verzekering nodig.

De fiets hoeft niet geregistreerd te worden en daar heb je dus ook geen WA-verzekering voor nodig. Bij het RDW staat de fiets ook als voertuig aangegeven, maar zij houden alleen een fietsdiefstalregistratie bij. In deze registratie staat het framenummer of fietschipnummer van fietsen die als gestolen geregistreerd staan. Zoals we al eerder gelezen hebben zijn fietsers net als voetgangers in het verkeer extra beschermd, omdat zij tot de kwetsbare groep horen.

1.2.4 Zorgverzekeringswet (Zvw)

Iedereen in Nederland is verzekeringsplichtig wat betreft de zorgverzekering. Door deze verplichting is ook elke zorgverzekeraar verplicht om mensen die zich aanmelden aan te nemen voor minimaal de basisverzekering. Dit staat zo verwoord in artikel 3, acceptatieplicht, van de zorgverzekeringswet (Zvw).

“Art. 3 lid 1 Zvw

Een zorgverzekeraar is verplicht met of ten behoeve van iedere verzekeringsplichtige die in zijn werkgebied woont alsmede met of ten behoeve van iedere verzekeringsplichtige die in het buitenland woont, desgevraagd een zorgverzekering te sluiten.”

30 BEV01 Verzekeringen

De zorgverzekering bestaat uit een basisverzekering die wettelijk is vastgelegd in hoofdstuk 3 Zvw. Daarnaast kan een zorgverzekeraar nog aanvullende verzekeringen aanbieden en de verzekeringsplichtige is vrij om daaruit te kiezen. Met de basisverzekering verzeker je de volgende risico’s:

a geneeskundige zorg, waaronder de integrale eerstelijnszorg zoals die door huisartsen en verloskundigen wordt verricht;

b mondzorg;

c farmaceutische zorg;

d hulpmiddelenzorg;

e verpleging;

f verzorging, waaronder de kraamzorg;

g verblijf in verband met geneeskundige zorg;

h vervoer in verband met het ontvangen van zorg of diensten als bedoeld in de onderdelen a tot en met g, dan wel in verband met een recht op zorg op grond van de Wet langdurige zorg.

In de polisvoorwaarden staat exact omschreven voor welk risico je gedekt bent en tot welk maximaal bedrag. Dit werkt ook zo voor de aanvullende verzekering.

In principe is iedereen in Nederland verplicht verzekerd. Uitzondering hierop zijn de militairen: zij zijn via het Ministerie van Defensie al verzekerd en hoeven zich dus niet nogmaals te verzekeren. Kinderen tot 18 jaar zijn verzekerd via hun ouders/verzorgers en vanaf hun 18de moeten ze zichzelf verzekeren. Vanaf je 18de jaar betaalt iedereen de nominale premie rechtstreeks aan de zorgverzekeringsmaatschappij waarbij je de verzekering hebt afgesloten. De nominale premie is het minimale bedrag dat zorgverzekeraars in rekening brengen voor de basisverzekering. Als je werkt, betaalt de werkgever ook premie voor de Zvw. De werkgever draagt dit af aan de Belastingdienst die dat op hun beurt doorgeven aan de zorgverzekeringsmaatschappijen.

In artikel 19 Zvw staat het eigen risico geregeld. Voor 2023 is het verplicht eigen risico € 385 per verzekerde. Lager kun je dit risico niet maken, wel hoger. Heb je weinig zorgkosten en verwacht je niet dat je veel gebruik zult maken van de zorg, dan kun je het eigen risico verhogen. Hoe hoger het eigen risico, hoe lager de premie van de verzekeraar.

Naast het eigen risico is er ook sprake van eigen bijdrage. Deze twee staan los van elkaar! De eigen bijdrage wordt ook jaarlijks door de overheid vastgesteld en gaat om een bijdrage die je bij specifieke zorgkosten altijd betaalt. De overheid bepaalt voor welke zorg dat van toepassing is. Een eigen bijdrage wordt bijvoorbeeld geheven bij gehoortoestellen, kraamzorg en kunstgebit. Jaarlijks wordt bepaald bij welke zorg een eigen bijdrage gedaan moet worden en hoe hoog die is.

31 Aansprakelijkheidsrecht

Figuur 14 Rekenvoorbeeld eigen risico en eigen bijdrage. © rijksoverheid.nl

Bij het afsluiten van de basisverzekering heb je verschillen in premies tussen verschillende zorgverzekeraars. Dit komt onder andere door welk eigen risico je neemt, maar ook door het soort polis dat je kiest. Je kunt namelijk kiezen tussen een naturazorgverzekering en een restitutiezorgverzekering

Zorgverzekeraars maken prijsafspraken en kwaliteitsafspraken met zorgaanbieders, denk hierbij aan ziekenhuizen, oogklinieken, fysiotherapeuten, enzovoorts. Heb je een naturapolis dan worden alleen de kosten van zorg door deze gecontracteerde zorgaanbieders volledig vergoed. Maak jij alleen gebruik van de zorgaanbieders waarmee zij afspraken hebben gemaakt, dan is de naturapolis prima. Dan is het zelfs handig, want een naturapolis is vaak goedkoper. Ga je dan toch naar een andere zorgaanbieder dan waarmee de zorgverzekeraar prijsafspraken heeft gemaakt, dan krijg je niet altijd alles vergoed. Soms krijg je 70% of 80% vergoed of in extreme situaties zelfs helemaal niets.

Bij een restitutiepolis heb je als klant wel vrije keuze. Meestal bepaal je samen in overleg met de huisarts naar welke zorgaanbieder je gaat. Let op dat als je zelf de keuze maakt, bijvoorbeeld omdat de zorgaanbieder veel meer service biedt, dan kan het zijn dat je een deel zelf moet betalen. Vooral als de keuze ligt bij zorgaanbieders in het buitenland. Wil je geen verrassingen dan is het verstandig om vooraf met de zorgverzekeraar contact op te nemen. Doordat je bij een restitutiepolis vrije keus hebt naar welke zorgaanbieder je gaat, betekent het dat de premie wat hoger ligt dan bij de naturapolis.

Bekijk ook deze video van de Consumentenbond over het verschil tussen een restitutieen naturazorgverzekering.

32 BEV01 Verzekeringen

Begrippen

Aansprakelijkheidsrecht

Het recht dat bij een onrechtmatige daad bepaalt wie dat toegerekend wordt.

Aanvraagformulier Een formulier waarop je aangeeft een overeenkomst/verzekering te willen sluiten met de verzekeraar.

Aanvullende verzekering Door de zorgverzekeraar aangeboden zorgverzekering voor zorg die buiten het basispakket valt.

Acceptatieplicht

AFM

Allriskverzekering

AOV

AVB

AVP

Elke zorgverzekeraar is verplicht om mensen voor minimaal het basispakket aan te nemen.

Autoriteit Financiële Markten.

Een autoverzekering die de schade voor beide partijen dekt bij een ongeluk.

Arbeidsongeschiktheidsverzekering.

Aansprakelijkheidsverzekering voor bedrijven.

Aansprakelijkheidsverzekering voor particulieren.

Basisverzekering Wettelijk verplichte zorgverzekering van de Zvw.

Calamiteitenfonds

Clausule

Een reservering door verzekeraars tegen onvoorziene uitgaven.

Specifieke afspraken bij een verzekering die iets extra toevoegen of uitsluiten.

DNB De Nederlandse Bank.

Eigen bijdrage

Eigen gebrek

Eigen risico

Indemniteitsbeginsel

Kentekenbewijs

Levensverzekering

Materiële risicofactoren

Mededelingsplicht

Een bijdrage in de zorgkosten die je altijd bij specifiek aangewezen zorgkosten betaalt, zoals bij medicijnen.

Als het product zelf gebreken vertoont waardoor schade ontstaat.

Door de overheid ingesteld minimumbedrag dat je betaalt bij het gebruik maken van de zorg.

Een beginsel dat uitsluit dat je meer uitgekeerd kunt krijgen dan de werkelijke schade.

Een bewijs dat het voertuig op jouw naam staat.

Een persoonsverzekering om bij overlijden of het bereiken van een bepaalde leeftijd een bedrag uitgekeerd te krijgen.

Het risico tegen schade van alle goederen en materialen die verzekerd zijn.

Bij het afsluiten van een verzekering moet je verplicht alle feiten delen die relevant zijn voor de verzekering.

MMBS Motorrijtuig met beperkte snelheid.

Morele risicofactoren

Naturazorgverzekering

Nominale premie

Onderverzekering

Het effect dat een begunstigde van een verzekering zich meer onverantwoordelijk gaat gedragen dan als er geen verzekering zou zijn.

Zorgverzekering waarbij de verzekeraar afspraken heeft gemaakt met zorgaanbieders.

Een premie die vanaf je 18de jaar rechtstreeks aan de zorgverzekeraar betaald wordt.

Als een object voor een lagere waarde verzekerd is dan de verzekerde waarde.

Onrechtmatige daad Een inbreuk op een recht en een doen of nalaten in strijd met een wettelijke plicht of met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt, een en ander behoudens de aanwezigheid van een rechtvaardigingsgrond.

Oververzekering

Als een object voor een hogere waarde verzekerd is dan de verzekerde waarde.

Persoonsverzekering Een verzekering die het leven of de gezondheid van een mens betreft.

Polisblad

Polisvoorwaarden

Een overzicht van de verzekering met o.a. soort verzekering, begunstigde, dekking enzovoorts.

De voorwaarden waarop een verzekering wordt afgesloten.

33 Begrippen

Prudentieel toezicht

Toezicht op de financiële situatie van instellingen.

RDW Rijksdienst voor het Wegverkeer.

Restitutiezorgverzekering

Risicoaansprakelijkheid

Risicospreiding

Schadeverzekering

Een zorgverzekering waarbij de klant vrije keuze heeft naar welke zorgaanbieder hij gaat.

Iemand waarvoor jij aansprakelijk bent, veroorzaakt schade.

Een verzekeraar verdeelt het risico van schade over een grotere groep mensen.

Een verzekering tegen schades.

Schuldaansprakelijkheid De persoon die de schade veroorzaakt is aansprakelijk.

Sommenverzekering

Vakbekwaamheidsstelsel

Verzekering

Een verzekering waarbij het onverschillig is of en in hoeverre met de uitkering schade wordt vergoed.

Een stelsel van vakbekwaamheid die bij verzekeringsadviseurs geëist wordt.

Een overeenkomst waarbij de ene partij (verzekeraar) tegen premiebetaling haar wederpartij dekt tegen vooraf afgesproken schades.

Verzekeringsmaatschappij Een bedrijf dat verzekeringen afsluit tegen premiebetalingen en zich daarmee verbindt tot het uitbetalen aan de verzekerde van geleden schade.

WA-verzekering

Een autoverzekering die de schade van de tegenpartij dekt bij een ongeluk.

WAM Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen.

Wet van de grote getallen

Wft

Hoe meer mensen premie betalen, des te kleiner wordt de invloed van de individuele schade.

Wet financieel toezicht.

Wilsovereenkomst De wederzijdse bereidheid van beide partijen om een overeenkomst af te sluiten.

Zorgverzekering

Zvw

Een persoonsverzekering om de kosten van de gezondheidszorg te dekken.

Zorgverzekeringswet.

34 BEV01 Verzekeringen
Issuu converts static files into: digital portfolios, online yearbooks, online catalogs, digital photo albums and more. Sign up and create your flipbook.