Concerttoelichting

Martha Argerich
speelt Schumann
do 27 november 2025 • 20.15 uur
![]()

Martha Argerich
do 27 november 2025 • 20.15 uur
dirigent Lahav Shani
piano Martha Argerich
Johan Wagenaar (1862-1941)
Ouverture Cyrano de Bergerac, op. 23 (1905)
Robert Schumann (1810–1856) Pianoconcert in a, op. 54 (1841/45)
• Allegro affettuoso
• Intermezzo: Andantino grazioso
• Allegro vivace
pauze
Johannes Brahms (1833-1897) Symfonie nr 2 in D, op. 73 (1877)
• Allegro non troppo
• Adagio non troppo
• Allegretto grazioso
• Allegro con spirito
Einde concert ca. 22.15
Vorige uitvoeringen door ons orkest:
Wagenaar Ouverture Cyrano de Bergerac: jun 2025, dirigent Lahav Shani (tournee)
Schumann Pianoconcert: feb 2018, piano Till Fellner, dirigent Jukka-Pekka
Saraste
Brahms Symfonie nr. 2: jun 2020, dirigent Lahav Shani (besloten concert)
Een uur voor aanvang van het concert geeft Emanuel Overbeeke een inleiding op het programma, toegang € 7,50. Kaartjes zijn aan de zaal te verkrijgen tegen pinbetaling. Voor Vrienden is de inleiding gratis.
Cover: Foto Adrien Delforge (Unsplash)

Pörtschach am Wörthersee, Brahms’ geliefde vakantieoord. Prentbriefkaart (1911) van uitgeverij Leon, Klagenfurt


Opgewektheid troef, op dit concert met drie componisten uit de Romantiek. Lyrisch en heroïsch is Wagenaar, veel zon schijnt er bij Brahms, terwijl Schumann smachtende verliefdheid doet verkeren in grote vreugde.
Johan Wagenaar, organist van de Utrechtse Domkerk, directeur van het Haags Conservatorium, was rond 1900 een van de grote figuren in het Nederlandse muziekleven. Dat zijn naam ook nu nog voortleeft, is vooral te danken aan de briljante concertouvertures die hij componeerde. Kleurig georkestreerd, eeuwig fris, met Cyrano de Bergerac (1905) als een van de meest aanstekelijke. ‘Deze ouverture heeft slechts betrekking op de hoofdpersoon uit de comédie héroique van Rostand en op zijn karaktereigenschappen,’ schreef Wagenaar voorin de partituur. Het eerste thema dat we horen toont ons Cyrano’s ‘Heroïek’, daarna schildert Wagenaar diens ‘liefde, poëzie’. Ook andere kenmerken van zijn persoonlijkheid passeren de revue, maar de eerste twee motieven houden de overhand. De verhaallijn van Rostands toneelstuk diept Wagenaar niet uit. Misschien nam hij aan dat iedere luisteraar die wel zou kennen. De dichter-militair Cyrano koestert een grote liefde voor Roxane, maar maakt door zijn ontsierend grote neus geen kans bij haar.
Soldaat Christian houdt ook van Roxane, maar weet zijn liefde niet onder woorden te brengen. Cyrano werpt zich op als zijn ghostwriter; Roxane valt voor de poëtische liefdesbrieven. Als ze uiteindelijk doorheeft wie de werkelijke auteur is, is het al te laat: Cyrano sterft.
Uiteenlopende stemmingen heersen er in de muziek van Robert Schumann. Dikwijls werd de componist verscheurd door innerlijke stemmen en tegenstemmen. De moderne psychologie wil zelfs gaarne de diagnose manisch-depressief stellen. ’t Valt niet echt meer te achterhalen. In zijn vroegere werken horen we vaak de opgewekte Schumann. Zo ook in zijn Pianoconcert, dat hij schreef voor zijn vrouw, de pianiste Clara Wieck. Hij was net 31, zij zelfs nog tien jaar jonger. Jarenlang had hij gedongen naar de hand van het mooie meisje, een groot pianiste in de dop bovendien. Al die tijd dwarsboomde haar vader een verbintenis tussen de twee waar het maar in zijn macht lag.
Maar nu, 1841: pas getrouwd! ‘Ik wil geen virtuozenconcert schrijven, ik ben iets anders van plan’: Schumann wenste duidelijk geen spektakelstuk te componeren maar stelde piano en orkest in dienst van belangrijker, emotionele zaken.
Zijn verliefde hart stortte hij uit in dit Pianoconcert, vooral in het gepassioneerde Allegro affettuoso (‘met gevoel’). Aanvankelijk had hij het bij dit eerste deel willen laten, om dat uit te laten geven als een losse ‘Phantasie’. Vier jaar later voegde hij een Intermezzo en Finale toe, om zo tot een driedelig concert te
komen. Wanneer je het manuscript van die Finale bestudeert, valt iets grappigs op. Een deel is in een ander handschrift. Te weten dat van Clara. Schumann riep haar assistentie in bij het uitschrijven van sommige passages die hij eerder in dat slotdeel al in een andere toonsoort had genoteerd. Dat Schumann zijn Phantasie uitbreidde tot een driedelig werk, kwam trouwens door de bemoeienis van zijn uitgever; zo’n traditioneel Pianoconcert zou beter verkopen. Een concessie was het. Maar wat geeft dat, want hoe meer Schumann hoe beter, toch? Tenminste, vinden wij. Schumanns tijdgenoten dachten er anders over. Toen het Pianoconcert in 1847 in Wenen in première ging – Clara speelde, Robert dirigeerde –vond vrijwel niemand het mooi. Clara wond zich daar flink over op. Opmerkelijk is dat Schumann zelf niet uit het veld was geslagen door de slechte ontvangst: ‘Houd moed,’ zei hij tegen Clara, ‘over tien jaar ligt dat heel anders!’
Zonnige vakantiekaart
‘Zoiets weltschmerzliches heb je nog nooit gehoord,’ schreef Johannes Brahms aan een vriend toen hij juist zijn Tweede symfonie voltooid had, ‘het is allemaal f-klein’. Ook aan Clara Schumann, intiemste vertrouwelinge, liet hij weten dat zijn nieuwste werk een ‘zeer elegisch karakter’ had. Brahms leidde hen daarmee allebei om de tuin, want zijn Tweede is een onverbloemde evocatie van een stralende zomer in een glorieus D-groot. Verleidelijk is het om de ontspannen sfeer van Brahms’ Tweede symfonie in verband te brengen met de omstandigheden waarin ze ontstond. De 44-jarige componist bracht de zomer van 1877 door in Pörtschach aan de Wörthersee in het huidige Oostenrijk. Zwaarmoedigheid was Brahms’ niet vreemd, maar in deze idylle fleurde hij helemaal op. Brahms genoot met volle teugen: ‘De
Wörthersee is een maagdelijke bodem, de melodieën vliegen er door de lucht zodat je moet oppassen dat je er niet op trapt.’ Zon scheen op zijn werktafel, verdunde de zwarte inkt.
Schumann wenste geen spektakelstuk te componeren, maar stelde piano en orkest in dienst van belangrijker zaken
Maar de oorzaak van het opgewekte karakter van dit werk ligt waarschijnlijk dieper. Brahms’ Eerste symfonie was het resultaat geweest van zo’n twintig jaar zwoegen. Het moest per se een symfonie worden waarmee hij tegen de grote Beethoven kon opboksen. Bij de première bleek die missie geslaagd. En nu, met zijn Tweede, kon hij dan ook opgelucht aan het werk.
Inderdaad bezit het stuk geen enkel deel in mineur of zelfs maar een opvallende mineurpassage. Aan de snelle delen gaan geen tobbende inleidingen vooraf, zoals in zijn Eerste symfonie nog wel het geval was. Brahms laat alle plotselinge grilligheden achterwege en tovert ons in plaats daarvan een negentiende-eeuws ongerept heuvellandschap voor. Zelden klonk hij zo lang achter elkaar onbezorgd. In de finale slaat de goedgeluimdheid zelfs al snel om in uitgelaten vreugde, die Brahms het in de Romantiek ongebruikelijke opschrift ‘con spirito’ meegaf: ‘met geest’. De muziek kent in dat slotdeel nauwelijks nog momenten van bezinning, is uitbundig als een finale van Haydn en feestelijk als een koor uit een Händel-oratorium. Waarom Brahms dat dan niet met normale woorden aan Clara kon vertellen, blijft intussen een raadsel.
Stephen Westra

Geboren: Tel Aviv, Israël
Huidige positie: chef-dirigent Rotterdams Philharmonisch Orkest; music director Israel Philharmonic Orchestra; toekomstig chefdirigent Münchner Philharmoniker (vanaf 2026)
Eerder: vaste gastdirigent Wiener Symphoniker
Studie: piano aan de Buchmann-Mehta School of Music Tel Aviv; piano en directie aan de Hochschule für Musik ‘Hanns Eisler’ Berlijn; mentor: Daniel Barenboim
Doorbraak: 2013: eerste prijs van het Gustav Mahler Dirigentenconcours in Bamberg
Daarna: gastdirecties Wiener Philharmoniker, Berliner Philharmoniker, Gewandhaus Orchester, Münchner Philharmoniker, Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks, London Symphony Orchestra, Boston Symphony Orchestra, Chicago Symphony Orchestra, Philadelphia Orchestra, Koninklijk Concertgebouworkest
Debuut Rotterdams Philharmonisch: 2016

Geboren: Buenos Aires, Argentinië
Studie: bij Friedrich Gulda in Oostenrijk; Arturo Benedetti Michelangeli, Stefan Askenase
Prijzen: Internationaal Muziekconcours Genève (1957); Ferruccio Busoni Concours Bolzano (1957); Praemium Imperiale-prijs (2005), Kennedy Center Honor (2016)
Doorbraak: 1965, met het winnen van het Internationaal Frederick Chopin Concours in Warschau
Daarna: gesoleerd bij alle grote orkesten over de hele wereld
Kamermuziekpartners: onder meer pianisten Stephen Kovacevich, Nicolas Economou (†), Nelson Freire (†) en Alexandre Rabinovich, violist Gidon Kremer, cellist Mischa Maisky
Festivals: erevoorzitter International Piano Academy Lake Como
Documentaire: Martha Argerich – Evening Talk 2002
Debuut Rotterdams Philharmonisch: 1969
vr 28 november 2025 • 20.15 uur
dirigent Lahav Shani
viool Patricia Kopatchinskaja
Sjostakovitsj Eerste vioolconcert
Brahms Tweede symfonie
Proms: Nutcracker & Company
za 13 december 2025 • 20.30 uur
dirigent Aziz Shokhakimov
viool Maria Milstein
Glinka Ouverture Ruslan en Ludmilla
Tsjaikovski Notenkraker: suite
Tsjaikovski Serenade mélancolique
Chatsjatoerjan Maskerade: suite
Music for Breakfast 2 zo 14 december 2025 • 10.30 uur
RDM Kantine musici en programma zie rpho.nl
vr 19 december 2025 • 20.15 uur
dirigent Jan Willem de Vriend oboe d’amore Karel Schoofs
Bach Sinfonia uit Cantate nr. 174
Bach Derde orkestsuite
Bach Concert voor oboe d’amore in A Mozart Adagio en Fuga Mozart Symfonie nr. 35 ‘Haffner’
za 20 december 2025 • 20.15 uur zo 21 december 2025 • 14.15 uur
dirigent Eduardo Strausser
vocaal ensemble King’s Singers
Kerstprogramma
De notenkraker (4+)
za 27 & zo 28 december 2025 • 13.15 en 15.15 uur
dirigent Swann van Rechem
regie Fons Merkies
acteurs Eric Jan Lens, Christiaan Koetsier, Sanne Franssen scenografie Cynthia Borst Tsjaikovski De notenkraker
Chef-dirigent
Lahav Shani
Eredirigent
Yannick Nézet-Séguin
Vaste gastdirigent
Tarmo Peltokoski
Eerste viool
Marieke Blankestijn, concertmeester
Vlad Stanculeasa, concertmeester
Quirine Scheffers
Hed Yaron Meyerson
Saskia Otto
Arno Bons
Rachel Browne
Maria Dingjan
Marie-José Schrijner
Noëmi Bodden
Petra Visser
Sophia Torrenga
Hadewijch Hofland
Annerien Stuker
Alexandra van Beveren
Marie Duquesnoy
Giulio Greci
Tweede viool
Charlotte Potgieter
Frank de Groot
Laurens van Vliet
Elina Staphorsius
Jun Yi Dou
Bob Bruyn
Eefje Habraken
Maija Reinikainen
Babette van den Berg
Melanie Broers
Tobias Staub
Sarah Decamps
Altviool
Anne Huser
Roman Spitzer
Galahad Samson
José Moura Nunes
Kerstin Bonk
Janine Baller
Francis Saunders
Veronika Lénártová
Rosalinde Kluck
León van den Berg
Olfje van der Klein
Jan Navarro
Cello
Emanuele Silvestri
Gustaw Bafeltowski
Joanna Pachucka
Daniel Petrovitsch
Mario Rio
Eelco Beinema
Carla Schrijner
Pepijn Meeuws
Yi-Ting Fang
Killian White
Paul Stavridis
Contrabas
Matthew Midgley
Ying Lai Green
Jonathan Focquaert
Arjen Leendertz
Ricardo Neto
Javier Clemen Martínez
Fluit
Juliette Hurel
Joséphine Olech
Manon Gayet
Fluit/piccolo
Beatriz Baião
Hobo
Karel Schoofs
Anja van der Maten
Hobo/althobo
Ron Tijhuis
Klarinet
Julien Hervé
Bruno Bonansea
Alberto Sánchez García
Klarinet/ basklarinet
Romke-Jan Wijmenga
Fagot
Pieter Nuytten
Lola Descours
Marianne Prommel
Fagot/ contrafagot
Hans Wisse
Hoorn
David Fernández Alonso
Felipe Freitas
Wendy Leliveld
Richard Speetjens
Laurens Otto
Pierre Buizer
Trompet
Alex Elia
Adrián Martínez
Simon Wierenga
Jos Verspagen
Trombone
Pierre Volders
Alexander Verbeek
Remko de Jager
Bastrombone
Rommert Groenhof
Tuba
Martijn van Rijswijk
Pauken/slagwerk
Danny van de Wal
Ronald Ent
Martijn Boom
Harp
Albane Baron