Page 1

03

v a k b l a d v o o r R I OOLt e c h n o l o g i e • J U L / A U G / S E P T 2 0 1 3 • j a a r g a n g 1

Kurio vzw pleit voor werftoezicht en zelfcontrole De nieuwe Code van Goede Praktijk: een mijlpaal Aquaway®-lijnafwatering complementair aan rioleringsoplossingen Stradus Aqua

Periodiciteit: driemaandelijks I Afgiftekantoor: Brussel X I P915318 I Verantwoordelijke uitgever: Filip Cossement I Boulevard des Canadiens 118 B-7711 Dottignies


Flygt’s revolutionaire zelfreinigende N-pompen blijven ontwikkelen. Met ruim 60 jaar ervaring zet Flygt nu stappen op het droge met intelligente innovaties die pompgebruikers het leven makkelijker maken, of er nu afvalwater verpompt of slib verwerkt moet worden. De verticaal of horizontaal droog opgestelde Flygt N-pompen garanderen een snelle nauwkeurige installatie, eenvoudig onderhoud en verbeterde werkomstandigheden door nieuwe gepatenteerde functies. Al úw wensen hebben wij in het ontwerp toegepast. Geïnspireerd door U, ontworpen door ons. Multi-inzetbare onderhoudsslede voor snel en veilig onderhoud

Gaat u ook een stap op het droge zetten? Wij adviseren u graag over de meest geschikte oplossing. xylemwatersolutions.com/be | salesbe@xyleminc.com | +32 2 720 90 10


RIORAMA Vakblad voor riooltechnologie. Gratis verspreid in Vlaanderen naar: aannemers rioolwerken & waterwerken, burgerlijke bouwkunde, technische diensten steden en gemeenten, intercommunales en studiebureaus. PERIODICITEIT

14

16

20

23

28

44

Driemaandelijks Redactie

Bart Vancauwenberghe Koen Vandepopuliere redactie@fcomedia.be Vormgeving

Lien Hoste E lien.hoste@fcomedia.be Reclame-advies

INHOUD INSIDE NEWS.......................................................................................................4 BEURZEN • Achtste editie Aquarama Vakbeurs-TNAV Workshop staat voor de deur............6 • Industrieel water en afvalwater centraal tijdens Aquatech Amsterdam..............8 • Paris-Nord Villepinte decor voor Pollutec Horizons..........................................10

Katja Wijffels T 0473/86 59 70 E katja.wijffels@fcomedia.be

PROJECT • Aquaway®-lijnafwatering complementair aan rioleringsoplossingen Stradus Aqua..................................................................................................23

Verantwoordelijke uitgever

REPORTAGES • De nieuwe Code van Goede Praktijk: een mijlpaal..........................................12

Filip Cossement Canadezenlaan 118 - B-7711 Dottenijs T 056/77 13 10 F 056/77 13 11 E filip.cossement@fcomedia.be I www.fcomedia.be

• Revolutionair bouwsysteem voor grote rioleringsconstructies..........................14 • Kurio vzw pleit voor werftoezicht en zelfcontrole............................................16 • Septische putten: wanneer en waarom?.........................................................18 • Gerichte opleidingen voor rioleringspersoneel bij VDAB..................................20

Niets uit deze uitgave mag worden verveel-voudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor de inhoud van de advertenties zijn enkel de adverteerders aansprakelijk

• Nieuwe regelgeving bij aanleg kunststofleidingsystemen.................................26 • Teamwork beperkt gevolgen van treinramp in Wetteren.................................32 • KURIO hamert op duurzaam gebruik van kunststofleidingen...........................36 • Werken in septische putten: niet zonder risico................................................44 WATERBELEID • Financierende heffing voor afvalwaterlozing op de riolering............................28 • Het belang van bergbezinkingsbekkens..........................................................34 • Nieuwe verordening hemelwater goedgekeurd...............................................38

LID VAN DE UNIE VAN DE UITGEVERS VAN DE PERIODIEKE PERS

PRODUCT NEWS................................................................................................46

RIORAMA

3


•• INSIDE NEWS

Opleidingen voor rioleringsontwerp en afkoppelingsadviseurs In oktober en november staat VLARIO opnieuw in voor een vervolmakingstweedaagse voor afkoppelingsadviseurs en een opleiding voor het ontwerp van rioleringen. Al verschillende jaren organiseert VLARIO de tweedaagse opleiding tot afkoppelingsadviseur. Tijdens deze opleiding legt het Vlaams rioleringsplatform vooral de nadruk op de wettelijke verplichtingen en het communicatieve aspect. Uit de praktijk blijkt dat afkoppeling nog te veel leidt tot alleen maar het scheiden van regen- en afvalwater. Vanuit de rioolbeheerders werd de vraag gesteld om een specifieke opleiding te voorzien die de focus legt op de technische aspecten van de afkoppeling en die de link met de keuring duidelijk maakt. Op basis van die vraag, heeft VLARIO de huidige vervolgmakingsdag opgemaakt. Dit attest zal binnenkort nodig zijn voor de begeleiding van afkoppelingsprojecten. Op de eerste dag vindt het theoretische luik plaats, waarbij het uitgangspunt al een zekere basiskennis over riolering is. De tweede dag is praktijkgericht. Dan staan onder meer een workshop rond methodiek en materialenleer gepland. De opleiding voor het ontwerp van rioleringen is modulair opgebouwd. Er zijn acht modules voorzien: algemene inleiding, concepten en ontwerpparameters; ontwerp en rioleringen en dimensioneringsregels; sterkteberekeningen en gedeelte van de sleufloze technieken; materialenleer; hydraulische structuren en randvoorzieningen; onderhoudsaspecten bij het ontwerp en de uitvoering; ontwerp van rioleringen in praktijk (geïllustreerd aan de hand van een aantal case studies en hy-

drodynamische berekeningen via infoworks); beheer van regenwater. Het initiatief tot de cursus 'ontwerp van rioleringen' wordt ondersteund door ORI (Organisatie van raadgevende ingenieurs, engineering- en consultancybureaus), omdat dit kadert binnen het streven naar kwaliteitsvolle dienstverlening en continue vorming van de bedrijven. Aangezien VLARIO een erkend opleidingsverstrekker is, is betaling met opleidingscheques mogelijk. Meer info hierover vindt u op www.kmo-portefeuille.be.

• www.vlario.be

WILO België /Luxemburg viert 85 jaar Om de 85ste verjaardag in stijl te vieren, nodigde WILO België/Luxemburg zakenpartners en klanten uit in de exclusieve setting van Chalet Robinson in Terkamerenbos. Pivacy op een publieke plaats. De zon gaf verstek, maar dat mocht de pret niet bederven. Bij een jubileum hoort uiteraard een terugblik. Want geef toe, 85 jaar actief op onze markt is toch een eeuwigheid. Hiervoor gaan we terug naar 1928, toen Etablissements M. Courbain op de Boulevard Barthélemy in Brussel wordt opgericht. Het bedrijf legt zich toe op pompen voor gebouwentechniek en industrie. In 1954 verwerft Courbain bij Rutchi de licentie om het merk Eco Perfecta op de Belgische markt te brengen. Vanaf 1967 begint Courbain met de import van pompen en van die periode dateren ook de eerste contacten met WILO SE in Dortmund. In 1979 wordt het bedrijfsgebouw te klein en verhuist Etablissements M. Courbain naar Groot-Bijgaarden en wordt in 1988 een WILO filiaal. Tenslotte beslist het management in 1993 om een punt te zetten achter de eigen productie en alle aandacht en energie te investeren in logistiek, service en de verkoop van waterpompen voor gebouwentechnieken. Vandaag telt WILO België/Luxemburg 32 medewerkers en werd in 2012 een omzet van 22 miljoen euro gehaald. Het gamma is toegespitst op

4

RIORAMA

pompen voor de gebouwensector, de industrie en de waterzuiveringsmarkt. Ter info, WILO SE is opgericht in 1872 door Louis Opländer als een fabriek voor koper- en messing artikelen.

• www.wilo.be


Beton in de ogen van Karl Meersman Welk beeld krijg je van een koel, grijs product als je het bekijkt door een andere bril, bijvoorbeeld door een kunstbril? Eurodal legde dit vraagstuk neer bij Karl Meersman, de cartoonist die wekelijks in Trends en Knack Focus zijn visie op de actualiteiten tekent. Meersman, die anders bezig is met het heden, liet zich sterk inspireren door het verleden. “Grote, sterke oerdieren zochten natuurlijke modderbaden op om zich hierin te wentelen. Na het opdrogen van het zand, het grind, het steengruis en water bleef er een verharde tweede huid over. Deze laag beschermt de dieren tegen hitte, insecten, ontstekingen en nog veel meer. Een natuurlijke bescherming met de basisbestanddelen van beton", besluit de kunstenaar. Deze insteek is verder doorgetrokken naar Natuurlijk… de Eurodals: robuuste vloerplaten die de buitenruimte rondom woningen of gebouwen verharden en beschermen, op een natuurlijke manier.

• www.eurodal.be

Vetbergen teisteren Londense riolen In het Londense rioleringssysteem trof het gemeentelijk onderhoudsbedrijf onlangs een enorme klomp aangekoekt vet en vuil aan met de omvang van een bus. Londen blijkt zelfs met enige regelmaat te kampen met dit soort 'vetbergen'. De vetberg die werd gevonden in de buitenwijk van Kingston, woog maar liefst vijftien ton en bestaat uit rottende vetten, doorgespoelde vochtige doekjes en andere viezigheid. Het is niet de eerste keer dat het onderhoudsbedrijf stuit op zo'n vetberg: de riolering raakt jaarlijks zo'n tachtigduizend keer verstopt en in de helft van de gevallen zijn vetbergen de oorzaak. Vooral horecagelegenheden spoelen het gebruikte vet door de wc. Het opruimen van de vetbergen kost ruim tien miljoen pond per jaar. Als sensibiliseringsactie, besloot het reinigingsbedrijf de vetberg bovengronds te brengen, zodat de inwoners van de Engelse hoofdstad eens konden zien wat ze zo allemaal door het riool spoelen. Zonder het werk van de reinigingsdienst, zouden de toiletten in Londen bij iedere fikse regenbui overlopen. Overigens worden de resten van de vernietigde vetbergen nuttig gebruikt: ze worden getransporteerd naar energiebedrijven, die het verbranden.

Didier Malherbe nieuwe voorzitter van essenscia brussel / bruxelles De Algemene Vergadering van essenscia brussel/bruxelles, de Brusselse afdeling van de federatie van de chemische industrie, kunststoffen en 'life sciences', heeft Didier Malherbe (gedelegeerd bestuurder van UCB Belgium) onlangs verkozen tot nieuwe voorzitter voor de komende drie jaar. Didier Malherbe volgt in deze functie Jean-Antoine De Muylder op. Met een ervaring in zowel de politieke en de economische wereld als bij het Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO) zal hij zorgen voor de verdediging van de belangen van de ruim 120 leden-ondernemingen bij de overheden. Het behoud van de steun voor onderzoek en ontwikkeling in het Brussels Gewest is één van de topprioriteiten voor de kersverse voorzitter. "Innovatie is een belangrijke voorwaarde voor toekomstige groei. Het is daarom essentieel dat het Brussels Gewest onderzoeksactiviteiten blijft aanmoedigen door specifieke steunmaatregelen," aldus Didier Malherbe. De non-discriminatie van producten uit de chemische industrie in het Brussels beleid inzake duurzaam bouwen zal een dossier zijn dat hij nauwlettend zal opvolgen. Gezien het enorme belang van de sectoren chemie en 'life sciences' voor de Belgische export, zal Malherbe zich eveneens inzetten om de internationale rol van Brussel te versterken.

• www.essenscia.be

RIORAMA

5


•• BEURS

Achtste editie Aquarama Vakbeurs-TNAV Workshop staat voor de deur Het is een goede gewoonte geworden in het najaar: de ééndagsvakbeurs van Aquarama, gekoppeld aan een kwalitatief workshopprogramma van TNAV (Vlaams Netwerk Watertechnologie). Place to be? De Brabanthal in Leuven, op donderdag 17 oktober. Filip Cossement van Aquarama zag het initiatief de voorbije jaren verder groeien en een steeds prominentere rol innemen op de beursagenda van iedereen die met watertechnologie is begaan. "Onder het motto 'never change a winning team' veranderen we niets aan de huidige formule."

Het succes van dit evenement blijft maar crescendo gaan. Zo noteerden de verantwoordelijken vorig jaar bijna honderd standhouders en zagen ze tot hun grote tevredenheid een significante stijging van het aantal industriële eindgebruikers onder de bezoekers. "Dat is een zeer belangrijk aspect voor onze standhouders," aldus Filip Cossement. "Uiteindelijk vormen die mensen hun klanten en kunnen ze op de beurs daarom steeds meer en betere zaken doen. Het is ook geen toeval dat het aantal industriële bezoekers stijgt. De voorbije jaren hebben we steeds meer kunnen waarmaken dat bezoekers bij ons een uitstekend overzicht van de integrale watermarkt krijgen." Daarbij gaat het niet alleen om aanbieders van producten en diensten, maar ook over organisaties die een enorme expertise op vlak van de steeds evoluerende watertechnologieën hebben opgebouwd. Brabanthal De definitieve terugkeer naar de Brabanthal als locatie kwam er enkele jaren geleden omwille van verschillende redenen. "Ten eerste is ons initiatief op die manier weer een stuk interessanter voor Waalse bezoekers. De Brabanthal biedt ons bovendien de mogelijkheid het interessante workshopprogramma te laten plaatsvinden in een vrij luxueus, aangepast auditorium. Ook de capaciteit van de beurshal

6 RIORAMA

is voldoende om onze organisatie te kunnen ontvangen. De Brabanthal beschikt over mogelijkheden op vlak van congresruimte, heeft een wat grotere uitstraling en geeft de bezoekers en exposanten daarom ook een beter gevoel." De groeiende interesse voor de vakbeurs valt volgens Filip Cossement te verklaren door een aantal factoren. "Eerst en vooral is de waterindustrie al jarenlang een groeiende sector. Bij een steeds groter aantal bedrijven en zelfs particulieren is de bewustwording over het belang van waterzuivering de jongste jaren enorm toegenomen. Meer en meer ondernemingen zijn er mee bezig, wat ook de knowhow ten

goede komt. Het feit dat België internationaal flink wat in de pap te brokken heeft, laat zich onder meer bewijzen door het cliënteel van onze exposanten. Zij zijn erg vaak in het buitenland actief." Vlot draaiende tandem De combinatie van een vakblad (Aquarama) en een beursevenement blijkt een soepele en sterke tandem te vormen. "In het vakblad krijgen bedrijven en standhouders vier keer per jaar de kans hun pas ontwikkelde producten, nieuwtjes, projectrealisaties of andere technische informatie naar een specifiek publiek te communiceren. De beurs geeft hen bovendien één keer per jaar de mogelijkheid zich op het podium te hijsen en zich 'live' aan de lezers van ons magazine te presenteren. De organisatie van de beurs heeft ertoe bijgedragen dat het vakblad nog meer aanzien geniet, meer respect krijgt en effectief vrij intensief wordt gelezen. Het blad is onmiskenbaar populairder geworden door de beurs, maar er is een heel gezonde wisselwerking."


Filip Cossement gelooft niet dat het voor een vakblad toekomstgericht bijna noodzakelijk wordt om ook (jaarlijks) een evenement voor de adverteerders te organiseren, "maar het is wel een feit dat het zeker versterkend werkt. Een uitgeverij is natuurlijk geen beursorganisator en omgekeerd, maar het aanbieden van zo'n netwerkactiviteit zorgt alleszins voor een betere communicatie, meer onderling vertrouwen en een grotere uitstraling. Op die manier bouw je sowieso een sterkere band op met die bedrijven en sta je dichter bij hen. Dat geldt trouwens ook voor de relatie met onze lezers." Ook de komende jaren zal de organisatie verder het huidige pad bewandelen. "Het is nu vooral de intentie om het huidige succes te consolideren en alleen nog bepaalde details te optimaliseren. Aan de cateringformule raken we alvast niet: we merken dat onze exposanten het oprecht waarderen dat ze op hun stand een hapje en een drankje aangeboden krijgen. Zo kunnen ze de hele dag spenderen aan het verzorgen van bestaande contacten en de kennismaking met potentiële nieuwe klanten. Ook aan de ééndagsformule raken we niet: dit biedt zowel exposanten als bezoekers de opportuniteit om uit een minimaal tijdsbestek een maximaal rendement te halen." Workshop TNAV schreef de eerste bladzijden van het huidige evenement, toen het vanaf 2003 jaarlijks een workshop voor haar leden organiseerde in Hotel Ter Elst in Edegem. Na gesprekken tussen TNAV-man Paul Ockier en Filip Cossement, uitgever van Aquarama, bleek de ideale formule in een kruisbestuiving tussen een workshop en een vakbeurs te liggen, waar ook industriële eindgebruikers de vinger aan de pols van dit marktsegment konden houden. De eerste ge-

zamenlijke organisatie speelde zich af in 2006 en sindsdien groeide het evenement almaar aan belang. Anno 2013 is de TNAV workshop annex Aquarama vakbeurs geëvolueerd tot een niet te missen afspraak voor elke zichzelf respecterende Belgische waterprofessional. Praktijkvoorbeelden "De doelstelling van de workshop is altijd dezelfde gebleven," stipt Paul Ockier van TNAV (Thematisch Netwerk Afvalwaterzuiveringstechnologie) aan. "De sleutel van het succes ligt in het presenteren van marktrijpe innovaties, die hun effect al in één of meer praktijkcases hebben aangetoond. Door daarop te focussen en vooral sprekers aan bod te laten komen die vanuit hun ervaring de werking van een bepaalde globale oplossing kunnen uitleggen, komen eigenlijk alleen maar zaken aan bod waarin het publiek zich heel goed kan herkennen. Bewust beperken we het aantal sprekers uit kennisinstellingen, anders zou het te theoretisch en te weinig praktijkgericht worden."

Innovaties Op de workshop en de beursvloer kunnen de bezoekers ook kennismaken met een aantal productinnovaties van aanwezige exposanten. "De innovaties zullen al heel summier worden voorgesteld tijdens de workshop en in een tabel vooraan de catalogus met een ster worden aangeduid," verduidelijken Filip Cossement en Katja Wijffels, de drijvende krachten achter de vakbeurs. "Deze vernieuwende producten zullen vooraf al in Aquarama worden bekendgemaakt en op de beursvloer zelf opvallend (via een sticker of pancarte) worden voorgesteld. Standhouders die hun innovatie op die manier in de spots willen zetten, moeten hun aanvraag vooraf aan TNAV richten. Cruciaal is dat het product zijn werking al bewezen heeft in minstens één project en nieuw is (maximaal twee jaar aanwezig) op de Belgische markt."

• www.aquarama.be • www.tnav.be

Praktische gegevens • De Aquarama Vakbeurs en TNAV Workshop gaan door op donderdag 17 oktober in de Brabanthal, Brabantlaan 1 in Leuven (Haasrode). • Het bezoek aan de beurs is gratis, deelnemen aan de TNAV-workshop is betalend. • De deuren zijn geopend van 10 tot 18 uur. • Registreren kan via www.aquarama.be.

RIORAMA 7


•• BEURS

Industrieel water en afvalwater centraal tijdens Aquatech Amsterdam Van 5 tot en met 8 november is Amsterdam RAI weer helemaal gewijd aan Aquatech Amsterdam. Anticiperend op de marktvraag, legt het evenement dit jaar de focus op afvalwaterbehandeling en industrieel gebruik van water. Aquatech Amsterdam gaat er prat op wereldwijd een toonaangevend evenement inzake proces-, drinken afvalwater te zijn. De beurs herbergt alle belangrijke bedrijven uit de watersector onder één dak. "Dit is de grootste vakbeurs die zich louter en alleen toespitst op watertechnologie, met meer dan 850 exposanten." Verwacht wordt dat meer dan 21.500 bezoekers uit de hele wereld het evenement zullen bijwonen.

Sinds de oprichting in 1964 is Aquatech Amsterdam uitgegroeid tot 's werelds meest toonaangevende vakbeurs op het gebied van proces-, afval- en drinkwater. Aquatech Amsterdam is de enige zuiver op water gerichte vakbeurs en vormt het ontmoetingspunt voor iedereen die actief is op het gebied van water. Het evenement wordt gehouden van 5 tot en met 8 november en richt zich dit jaar opnieuw op professionals in alle deelgebieden van de waterindustrie. Het trekt beleidsmakers, specialisten en andere partijen aan die de watertechnologie in de praktijk toepassen. Aquatech Amsterdam staat voor meer dan 850 exposanten, waaronder alle internationale marktleiders. Het presenteert de laatste innovaties en stelt de winnaars van de Aquatech Innovation Award voor. Er zijn volop netwerk-

8 RIORAMA

mogelijkheden, met meer dan 21.500 collega’s van over de hele wereld. Inspiratie en kennisuitwisseling zijn mogelijk bij de AquaStages. De beurs is een onderdeel van de International Water Week Amsterdam. Marktleiders aanwezig Aquatech Amsterdam is al tijden een beproefd concept en trekt marktleiders van over de hele wereld. Ook deze editie van Aquatech Amsterdam mag weer rekenen op de top van de waterindustrie. Daartoe behoren onder meer Danfoss, Xylem, Georg Fischer Piping Systems, Hach Lange, KSB Nederland, Pentair Water Process Technology, Doshion Limited, Grundfos Holding, Royal Haskoning, PWG Portugal, Nijhuis Water Technology, Ovivo Holland, Philips Lighting, Siemens Industry, Watts Industries en Wilo SE. Aquatech Innovation Award Onderzoek en ontwikkeling op het gebied van water is van levensbelang voor de toekomst van elk bedrijf. Dit jaar heeft de organisatie van Aquatech meer aanmeldingen ontvangen dan ooit tevoren. Meer dan zeventig innovaties zijn aangemeld en brengen grensverleggende ideeën, ontwerpen en prototypes. Bezoekers van Aquatech kunnen hier als eersten getuige van zijn. Hoogtepunt is de bekendmaking van de winnaars in iedere categorie en de overall winnaar. Dit gebeurt tijdens de openingceremonie van Aquatech Amsterdam op 4 november 2013. De awards worden uitgereikt in de categorieën waterbehandeling, afvalwaterbehandeling, transport & opslag, procescontrole

technologie & procesautomatisering en 'innovation – not to market yet'. Vanuit alle inzendingen worden voor iedere categorie de genomineerden gekozen door een deskundige jury, en uiteindelijk een winnaar. Aquatech introduceert dit jaar een speciale innovatie route, waarbij alle nieuwe innovatieve producten uitgelicht zijn. Industrieel watergebruik De zoektocht naar industriële wateroplossingen krijgt opnieuw speciale aandacht tijdens Aquatech Amsterdam. Industriële waterge-


bruikers die zoeken naar innovaties om invulling te kunnen geven aan de bedrijfsvoering op het gebied van duurzaam watergebruik en kostenbesparingen, komen uitgebreid aan bod. Voor de tweede keer wordt tijdens Aquatech Amsterdam het Industrial Leaders Forum gehouden. Het bedrijfsleven wisselt hier ideeën uit met de watersector over het gebruik en hergebruik van water. Ook is er een speciale route voor industriële wateroplossingen.

Fitterijwedstrijden Voor wie de beste fitters in de waterindustrie aan het werk wilt zien, staan de fitterijwedstrijden weer op de agenda. Tijdens Aquatech Amsterdam 2013 strijden diverse teams dagelijks om de hoogste eer in het Nederlands kampioenschap voor deze specialisatie. Deze wedstrijd, is niet alleen voor professionele fitters. Ook managementteams van bedrijven nemen deel aan de strijd om de trofee.

vullen met bedrijfsomschrijvingen, persberichten en producten. Ook het koppelen van social media-accounts en video’s behoort tot de mogelijkheden. Hiermee is de website van Aquatech goed gevuld, met relevante content voor de gehele branche. Daarnaast zijn er nieuwe tools ontwikkeld. Zo is er vanaf nu de 'looking for distributors tool' en kunnen exposanten en bezoekers via een afsprakenmodule nu alvast afspraken inplannen voor tijdens de beurs.

Kennis bijspijkeren Jaar in jaar uit zijn de AquaStages een gewilde plek op de beursvloer. Vier dagen lang staan de AquaStages in het teken van korte workshops en seminars die gratis bij te wonen zijn. De AquaStages zijn te vinden in hal 2 en 7. Ze bieden bezoekers de kans om de laatste kennis bij te spijkeren, zonder dat het veel tijd in beslag neemt. Iedereen is welkom binnen te lopen op ieder gewenst moment. Het meest up-to-date programmaoverzicht is te vinden op www.amsterdam.aquatechtrade.com.

Zoektocht naar partners Wie een partner of een organisatie zoekt voor het opzetten van een R&D-onderzoek, kan deelnemen aan AquaMatch, een snelle en efficiënte manier om met serieuze kandidaten in gesprek te komen. Op basis van vooraf gepubliceerde samenwerkingsprofielen maakt de deelnemer afspraken met interessante organisaties. De ontmoetingen gebeuren tijdens een korte sessie, ideaal om kennis te maken en eventuele samenwerking te verkennen. Naast de vier dagen durende beurs in november dit jaar, zorgt de organisatie van Aquatech dat exposanten en bezoekers elkaar 365 dagen per jaar weten te vinden. Op de vernieuwde website van Aquatech Amsterdam is volop nieuws van exposanten te vinden. Zij krijgen de mogelijkheid hun profielpagina’s te

Korting op NS-reizen Aquatech Amsterdam is gratis toegankelijk voor professionals in de waterindustrie die zich van tevoren online registreren voor een toegangskaart. Online registratie geeft bovendien de mogelijkheid een NS-dagretour (Nederlandse Spoorwegen, nvdr.) met korting te bestellen, waarbij bezoekers van de beurs voor 8,50 euro vanaf ieder NS-treinstation in Nederland naar station RAI kunnen reizen.

International Water Week Amsterdam Aquatech Amsterdam is onderdeel van de International Water Week Amsterdam. Deze week vormt het podium voor de internationale watermarkt. Bedrijven, non-profitorganisaties, overheden en wetenschappers zoeken tijdens dit evenement naar praktische oplossingen voor mondiale watervraagstukken. Met de toevoeging van de International Water Week (IWW) wordt het programma verrijkt met congressen, seminars, uitgebreide activiteiten voor Young Water Professionals en excursies naar spraakmakende waterprojecten en installaties in Amsterdam en de rest van het land.

Openingstijden Aquatech Amsterdam 2013 wordt gehouden in Amsterdam RAI van 5 tot en met 8 november 2013. De beurs is dagelijks geopend van 10 tot 18 uur en op vrijdag van 10 tot 17 uur.

• www.amsterdam.aquatechtrade.com

Internationale allure Aquatech Global Events organiseert toonaangevende vakevenementen ter wereld in Europa, de Verenigde Staten, China en India. Op een dergelijk internationaal evenement mogen de landenpaviljoens dan ook niet ontbreken. Uit meer dan tien landen trekken standhouders gezamenlijk op om de kennis en kunde uit hun land te presenteren. Onder hen zijn het Holland Business-paviljoen, een China-paviljoen en voor het eerst dit jaar een USA- paviljoen.

RIORAMA 9


•• BEURS

Paris-Nord Villepinte decor voor Pollutec Horizons Van 3 tot en met 6 december verzamelen specialisten in cleantech, energie en duurzame ontwikkeling opnieuw in Parijs voor Pollutec Horizons. Het tweejaarlijkse evenement verwacht ook dit jaar weer 1300 exposanten en 30.000 bezoekers, die kunnen deelnemen aan circa 300 seminaries.

Drie kernthema's staan centraal tijdens deze editie. Zo zullen de schijnwerpers onder meer de technologieën en knowhow die actief zijn in een duurzame stad, belichten. Daarnaast wordt er een ruimte gewijd aan de ecologische prestaties van processen en andere oplossingen die in een duurzame fabriek worden uitgevoerd. Tijdens het vierdaagse evenement staan ook gezondheid en milieu centraal. Naar goede gewoonte, worden ook enkele gastlanden extra in de kijker gezet. Tijdens de editie van dit jaar is er speciale aandacht voor Scandinavië en Korea. Daarnaast worden, in samenwerking met diverse partners, enkele interessante 'villages' opgericht. Zo kunnen bezoekers

10 RIORAMA

onder meer rondstruinen in het biogasdorp, het dorp voor ecologische engineering, het dorp voor duurzame gezondheid, het Ecotech Village, het recycling dorp, een dorp rond 'maatschappelijke verantwoordelijkheid' en, last but not least, het waterdorp. Daarin komen ook recente rioleringsoplossingen en -systemen aan bod. Pollutec Horizons beloont ook de beste innovaties, via verschillende onderscheidingen en trofeeën. Exposanten kunnen hun kandidatuur indienen voor de 'Business en Milieu Awards', de 'Awards van Innovatieve technieken voor het milieu', de 'Eco-enterprises export awards' en de 'Innovation Award' voor jonge bedrijven. Het evenement is in principe elke dag toegankelijk van 9 uur tot 18.30 uur. Op donderdag 5 december is er een nocturne tot 21.30 uur, op vrijdag 6 december sluiten de deuren om 17.30 uur. Vooraf geregistreerde bezoekers met elektronische badge komen er gratis aan. Registreren kan vanaf september op:

• www.pollutec.com


ACO. The future of drainage. Totaaloplossingen voor efficiënt waterbeheer

[WATER] is de bron van alle leven en van een wereld vol uitersten: droogte vs. overstromingen, waterplezier vs. waterellende, … De klimaatverandering zal de contrasten nog uitvergroten en ze in frequentie doen toenemen. Een efficiënt waterbeheer dringt zich meer en meer op. Wereldwijd leiden de totaaloplossingen van de Duitse ACO Groep water in goede banen.

Ga snel naar de gewenste producten via de 3D tekeningen

www.aco.be

Mücher standaard- en adapterkoppelingen

EPDM MANCHETTEN

Manchet nodig op de werf? Bel naar : 03/860 01 90

Voor schadegevallen en buisovergangen: Mücher manchetten zijn een goedgekeurde, zelfs aanbevolen methode om overgangen van verschillende buismaterialen (pvc, gres, beton,...) te realiseren. Ook als adapterkoppeling met nog grotere toleranties. Soepele EPDM, staalharde spanband, supersnel leverbaar ! •

Unieke TOX-technologie: geen puntlassen = geen corrosie

Adapterkoppeling: voor elk type waterslikker/huisaansluiting

Goedgekeurd door de maatschappijen

Schoonmansveld 52, 2870 Puurs • Tel +32(0)0 860 01 90 • Fax +32(0)3 860 01 99 • E-mail info@VigotecAkatherm.be riorama.indd 1

8/05/2013 12:46:42

© VigotecAkatherm • RPR Brussel / RPM Bruxelles • B.T.W./T.V.A. BE 0421.497.662

ACO Passavant n.v., Preenakker 8, 1785 Merchtem, Tel. 052 38 17 70, Fax. 052 38 17 71, www.aco.be, info@aco.be


•• REPORTAGE

De nieuwe Code van Goede Praktijk: een mijlpaal Twintig augustus 2012 was een belangrijke dag. Toen heeft Joke Schauvliege, Vlaams Minister van Leefmilieu, een nagelnieuwe Code van Goede Praktijk vastgelegd voor het ontwerp, de aanleg en het onderhoud van rioleringssystemen. Meer daarover weet Ingeborg Barrez, diensthoofd bij VMM. - Door Koen Vandepopuliere

De vorige Code van Goede praktijk dateert van 1996. Sedert vorig jaar is er een nieuwe. Deze werd voorbereid binnen de werkgroep waterzuivering van de Coördinatiecommissie Integraal Waterbeleid (CIW), een overlegplatform van de diverse beleidsdomeinen en bestuursniveaus die bij het waterbeleid betrokken zijn; ook de waterbedrijven nemen deel aan dat overleg. Voorzitter van deze CIW-werkgroep is Ingeborg Barrez, die werkt bij VMM. Ze is er Diensthoofd Uitbouw en Beheer Saneringsinfrastructuur, dit bij de Afdeling Ecologisch Toezicht. Deze afdeling staat eveneens in voor het ecologisch toezicht op het ontwerp, de aanleg en het onderhoud van rioleringen, dit voor zowel gemeentelijke als bovengemeentelijke rioleringen. Met ir. Barrez hadden we een gesprek in de VMM-gebouwen in hartje Aalst. Riorama: Intussen is de nieuwe Code van Goede Praktijk van kracht. Die kan allicht leiden tot hogere investeringskosten? Ingeborg Barrez: Dat kan inderdaad. Reden is dat hij rekening houdt met het vaker voorvallen van buitengewoon hevige buien. Het is

12 RIORAMA

namelijk wetenschappelijk bewezen dat deze steeds vaker voorkomen, als gevolg van de klimaatverandering. Bovendien blijkt de kans groot dat deze trend zich in de toekomst zal doorzetten. Om daarop voorzien te zijn, is de standaardbui die wordt gebruikt bij rioleringsontwerpen aangepast, én moeten rioolstelsels vandaag in staat zijn een bui op te vangen die gemiddeld slechts één keer in de 20 jaar voorkomt - in de vorige Code van Goede Praktijk was dat nog 5 jaar. Op basis van een aantal reeds ingediende - bovengemeentelijke - dossiers kunnen we nu een eerste raming maken van de mogelijke meerkost. Riorama: De VMM hanteert enkele criteria voor het beoordelen van die extra kosten. Ingeborg Barrez: Laat ik alvast opmerken dat voor dossiers van vóór 2013 die nog niet zijn uitgevoerd, een overgangstermijn geldt van 5 jaar. Al wordt voor heel wat van die lopende dossiers nu reeds met die Code rekening gehouden. Maar dossiers die zijn opgedragen met de investeringsprogramma’s van en vanaf 2013 moeten steeds voldoen aan de Code.

Wat betreft de meerprijs die kan voortvloeien uit het werken volgens die nieuwe Code: bij de behandeling van de bovengemeentelijke, dus Aquafin-, dossiers aanvaardt het Vlaamse Gewest de meerprijs indien voldaan is aan het criterium dat de extra investeringskost minder is dan 2,5% van de totale kostprijs van het project. Tenminste, indien die totale extra kost niet uitstijgt boven de 100.000 euro. Indien dat wel het geval is, worden de mogelijkheden en risico’s verder onderzocht en wordt nagegaan of een gefaseerde aanpassing mogelijk is.

Riorama: Hoezo? Ingeborg Barrez: Laat ik een voorbeeld geven van ‘mogelijkheden’: het nagaan hóe precies die buffering in dat bepaald dossier kan worden verwezenlijkt. Misschien kan het online, misschien is toch een extern bufferbekken nodig,… En met ‘risico’, vervolgens, bedoelen we het risico op wateroverlast. En dan is er nog de gefaseerde aanpassing. Die gebeurt bijvoorbeeld wanneer een deel van de werken nu wordt uitgevoerd, maar nog niet leidt tot een veiligheid van T=20 jaar. Deze strategie maakt


het mogelijk maatregelen te nemen die reeds bijdragen tot de oplossing van het probleem op het terrein. De andere delen van de werken volgen dan later, zodat de hoge kosten meer gespreid raken over de tijd. Riorama: Trouwens, wat betreft de ontwerpterugkeerperiode die steeg van de huidige 5 naar 20 jaar, is in de nieuwe Code geen onderscheid meer gemaakt tussen de criteria 'water op straat' en 'wateroverlast'. Ingeborg Barrez: Als het rioolstelsel de bui niet meer kan bergen, lopen straten, velden, kelders,... onder water. Maar riolen leggen we aan voor 75 à 100 jaar. Vandaag bevindt zich op een bepaalde locatie misschien een veld,

daarvan is destijds met minder berekeningen gepaard gegaan. En dan zijn er nog de stelsels die zijn aangelegd tussen 1996 en het in voege treden van de nieuwe Code in 2012. Als je op zo'n bestaande stelsels een bui met terugkeerperiode van 20 jaar zou loslaten, is het risico reëel dat je op bepaalde plaatsen wateroverlast hebt. Maar er is nergens een richtlijn die stelt dat alle stelsels tegen een bepaalde datum aan de nieuwe Code zouden moeten voldoen. Anderzijds: soms wordt een hydronaut opgemaakt, dus een hydrodynamische modellering – daarmee breng je je stelsel in kaart en kijk je na wat je kan bergen in het stelsel, hoeveel wanneer overstort, en dergelijke. Wel, sommigen grijpen het opmaken

Het onderscheid tussen de criteria 'water op straat' en 'wateroverlast' is verdwenen. Zo willen we toekomstige, grote schades voorkomen.

of een loods met boomstammen. Maar binnen 20 jaar staat daar misschien wel een winkel met dure Oosterse tapijten. Wegens die realiteit is het onderscheid tussen de criteria 'water op straat' en 'wateroverlast' verdwenen. Zo willen we toekomstige, grote schades voorkomen. Riorama: Hoe gaan we om met de berekende wateroverlast in bestaande stelsels? Ingeborg Barrez: Sommige rioleringsstelsels, of onderdelen ervan, zijn vrij oud. Er liggen er zelfs nog die zijn aangelegd in de Middeleeuwen, en nog andere in de jaren '60. De aanleg

van zo'n hydronaut aan als gelegenheid om er een controleberekening op te doen of het rioleringsstelsel een bui met terugkeerperiode van 20 jaar zou kunnen opvangen, en welke bij zo'n bui de meest kritieke punten blijken te zijn,... De inzichten, verworven bij het opmaken van zo'n hydronaut, kunnen dan worden gebruikt om bepaalde investeringen te plannen die toekomstige wateroverlastproblemen minder waarschijnlijk maken.

Riorama: De Code zal in de toekomst continu worden aangepast. Ingeborg Barrez: Om te beginnen, bevinden zich in de werkgroep waterzuivering van de CIW diverse actoren: Aquaflanders, VVSG, alle rioolbeheerders,... Als zij, eventueel via hun leden, vragen of opmerkingen krijgen, behandelen wij deze in de werkgroep; ook kunnen betrokkenen ze rechtstreeks aan ons overmaken, via het CIW-secretariaat. En, indien nodig, passen we op basis van nieuwe inzichten die uit deze feedback voortkomen, de Code aan. Of dat wenselijk is, bekijken we om het half jaar. Laat ik enkele voorbeelden van vragen en opmerkingen geven. Iemand kan, bijvoorbeeld, verduidelijking wensen omtrent wat nu precies onder een voorbehandelingsinstallatie wordt verstaan, en of een septische put aan de criteria daarvoor voldoet. Of nog: er heeft eens iemand opgemerkt dat er toch iets mis moest zijn met de dimensioneringscriteria; een opmerking die inderdaad bleek te kloppen, en die tot kleine aanpassingen leidde. Maar spectaculaire veranderingen hebben we nog niet moeten verrichten. En dan zijn er nog andere zaken die leiden tot de continue aanpassing van de Code, maar die sowieso op onze agenda staan. Zo zetten we met de nieuwe Code maximaal in op de infiltratie van hemelwater. Maar: iedereen weet dat infiltreren in zand perfect kan. En dat klei, daarentegen, daarvoor niet is geschikt. Er zijn evenwel

Betrokkenen kunnen vragen of opmerkingen ook rechtstreeks aan ons overmaken, via het CIW-secretariaat.

bodems die bestaan uit zand en/of klei en/of leem... waar ligt dan de grens omtrent het al dan niet mogelijk zijn van infiltratie? We zijn op dit moment bezig daarop een antwoord te vinden. Ook afstromend hemelwater is iets waarrond we graag zouden werken. We zijn er ons namelijk van bewust dat afstromend hemelwater vaak geen zuiver water meer is. Zo kan het, door afstroom via daken of parkings, vervuild zijn met stofdeeltjes, zware metalen, oliën,... Naarmate we verder gaan wat zuivering van afvalwater betreft, zullen we aan deze kwestie meer aandacht moeten besteden: hoe gaan we ermee om, welke bronmaatregelen zijn mogelijk,...en dan zijn er nog de hybride systemen die kunnen leiden tot een optimalisering van de Code,... en nog veel meer...!

RIORAMA 13


•• REPORTAGE

Revolutionair bouwsysteem voor grote rioleringsconstructies Korte uitvoeringstijden, minder vaklui, kwaliteit, hinder voor omwonenden, weerverlet, enzovoort: dit zijn allemaal belangrijke beslissingsparameters voor de aannemer om te kiezen voor geprefabriceerde constructies met Benor-label. Ieder bestuur streeft vanzelfsprekend naar minder hinder en goede kwaliteit, maar ook maatwerkconstructies hebben hun beperkingen. Denk maar aan de grote transportafmetingen, een te hoog gewicht, manoeuvreerbaarheid en beschikbaarheid van een telescopische kraan. Het niet compatibel zijn van de aanwezige aansluitingen en het in situ storten van vloer, wanden en dekplaat verhogen vooralsnog de uiteindelijke kostprijs.

ren. De plaatsingstijd kan beperkt worden tot één dag, maximum twee dagen. Bovendien vormen de grootte, het gewicht of de vorm geen beperking meer voor prefabricage. Dit complexe bouwsysteem werd met een kritische blik beoordeeld, bijgestuurd en meerdere malen geëvalueerd in overleg met Aquafin. Er werd een complete procedure (27 bladzijden) uitgedokterd om de kwaliteit te kunnen waarborgen. Door een nauwe samenwerking tussen studiebureau, rioolbeheerder, bouwheer, aannemer en De Bonte-Van Hecke, wordt bij elk nieuw project een volledig kwaliteitsplan vastgelegd, waarbij werfbegeleiding en opleiding cruciale elementen vormen om een succesvolle aflevering te garanderen.

Om deze beperkingen te elimineren, ontwikkelde De Bonte-Van Hecke eind 2010 een nieuw bouwsysteem, waarbij verschillende lichtere modules waterdicht mechanisch aan elkaar gekoppeld worden en waarbij alle aansluitingen compatibel zijn met de in België verkrijgbare buizen.

Marktleider Ondertussen hebben ook TMVW, Pidpa, Infrax en andere rioolbeheerders het voordeel van deze bouwmethode ingezien. Dit maakt dat De Bonte–Van Hecke zich terecht marktleider mag noemen in het segment van maatwerk voor rioleringsconstructies.

Modulair bouwsysteem De voordelen van deze methode zijn legio. Zo kunnen praktisch alle maatwerkconstructies nu in ideale fabrieksomstandigheden gemaakt worden. De constructie kan in verschillende lichtere en hanteerbare delen worden opgesplitst. Alle delen worden in situ waterdicht aan elkaar gekoppeld. In situ vloeren, wanden en dekplaat storten behoort tot het verleden. De montage kan met veel lichtere telescopische kranen, of zelfs met werfkranen gebeu-

Mechanische koppelingen bij kokerelementen Het naspannen van kokerelementen heeft verschillende belangrijke nadelen. Ten eerste moet dit werk gebeuren in strengen van maximaal 30 meter. De stootvoegen moeten steeds opgevoegd worden om een starre verbinding te realiseren. Bij slechte uitvoering van deze voegwerken, in combinatie met de hoge wrijvingsweerstand van de ondergrond, worden de naspankrachten ongelijkmatig verdeeld over

14 RIORAMA

de kokers, met schade aan de elementen als gevolg. De totale uitvoeringstijd die bepaald wordt door het plaatsen, naspannen, doorkoppelen en de planningswachttijden lopen bij langere strengen al snel op. Bovendien is er ook de hoge kostprijs. In veel gevallen kan het naspannen vervangen worden door gebruik te maken van onze mechanische koppeling. De grote voordelen zijn dat je continu kan plaatsen, je geen risico op schade hebt en het niet meer nodig is om op te voegen. Ook de uitvoeringstijd wordt ingekort en de kostprijs ligt lager. - Guy Doumen (R&D Beton De Bonte)

• www.debonte.com


Paris Nord Villepinte FRANCE

3 >6 DECEMBRE 2013

Le salon des éco-technologies, de l’énergie et du développement durable


•• REPORTAGE

Kurio vzw pleit voor werftoezicht en zelfcontrole In Vlaanderen moeten de komende jaren nog heel wat riolen worden aangelegd. Om de kwaliteit van deze aanleg te borgen, zijn materiaaleisen en aanlegcriteria, alsook de controles hierop, vastgelegd in het SB250 versie 2.2. De Vlaamse rioolbeheerders hebben hier in oktober 2012 'aanvullingen voor gemeentelijke rioleringswerken' aan toegevoegd, en dit in overleg met de beroepsorganisaties van wegenbouwers Bouwunie en Vlawebo. Bedoeling hiervan was tot nog meer uniformiteit in de bestekken te komen. Recent werd ook de Code van Goede Praktijk herzien door de Vlaamse overheid. Dat was een hele opdracht, maar heel noodzakelijk als referentie voor alle actoren die bij de aanleg van rioleringen in Vlaanderen betrokken zijn. Desondanks blijkt dat het toch nog kan mislopen bij nieuw aangelegde riolen, ongeacht welk buismateriaal werd voorzien. Gedegen installatie Kurio vzw, de vereniging van Belgische producenten van thermoplastische kunststofleidingsystemen (PVC-PE-PP), ijvert al sinds haar ontstaan voor een gedegen en zorgvuldige installatie. Marc Eenens (consultant van Kurio vzw): "Kunststofleidingsystemen hebben al decennialang hun performantie bewezen. Al vanaf de productie en de keuring wordt erop toege-

16 RIORAMA

zien dat ze voldoen aan alle strenge Europese en lokale regelgevingen (wat wordt bevestigd door kwaliteitskeurmerken zoals Benor). Daardoor scoren ze ook in het effectieve gebruik als regen- of vuilwaterleiding heel hoog op dichtheid, corrosiebestendigheid en duurzaamheid. In de wetenschap dat de huidige generatie kunststofleidingsystemen een levensduur heeft van minstens 100 jaar, komt het nog zelden voor dat schadegevallen te wijten zijn aan het gebruikte materiaal. Verschillende studies, zowel op oude als op meer recent aangelegde rioleringssystemen uit omringende landen, wijzen uit dat installatie hét precaire punt is bij aanleg van rioleringen." Iedereen weet dat grondzettingen een natuurlijk feit zijn. Marc Eenens: "Hier kan al rekening mee gehouden worden bij de materiaalkeuze: in tegenstelling tot materialen als beton en gres, kenmerken thermoplastische kunststofleidingen zich door een flexibel gedrag. Het spreekwoord 'wat buigt, breekt niet,' illustreert dit perfect. Dit houdt ook in dat zelfs bij grondzettingen een blijvende waterdichtheid en functionaliteit - extra belangrijk voor de DWA-afvoerriolen in gescheiden stelsels - verzekerd is." Geen lekkende buizen meer Nieuwe, meer performante en meer duurzame materialen moeten ook kunnen leiden tot nieuwe en meer duurzame keuzes. Zeker in de

huidige, economisch moeilijke tijden moeten situaties waarbij lekkende rioleringsbuizen amper een paar jaar na aanleg al een renovatie dienen te ondergaan definitief, tot het verleden kunnen behoren. Marc Eenens: "Hier mag onze analyse evenwel niet ophouden. Als organisatie volstaat het voor ons niet om alleen maar innovatieve, hoogwaarde producten af te leveren. Wij wensen ook dat het eindresultaat van de aangelegde riolen aan dezelfde kwaliteitsgaranties beantwoordt. Een oordeelkundige installatie met adequate controles is daarom evenzeer essentieel. Daarbij denken wij niet dat een nog strenger werftoezicht - dat trouwens ook onder economische druk staat - de enige oplossing zou zijn. Heel veel staat of valt bij deskundig opgeleide medewerkers. Voorzie deze van de gepaste materialen en van de juiste, bij voorkeur eenvoudige, controletools, en je krijgt een hele sterke combinatie." Zelfcontroletool Kurio vzw pleit ter zake voor een partnerschap tussen leidingproducenten, uitvoerder-wegenbouwers en opdrachtgevers, waarbij inzichten worden gedeeld om kwaliteit te maximaliseren en schadegevallen te voorkomen. "Een dergelijk overleg heeft geleid tot de zogenaamde Kurio-kit, een eenvoudige zelfcontroletool die mogelijke deformatie door foute installatie aan de bron aanpakt.


De Kurio informatienamiddag was een ideale mix van theorie en praktijk op de VDAB competentie centra en dit voor werftoezichters van wegenisaannemers en rioolbeheerders

Om het belang dat getoond wordt aan een goede opleiding en zelfcontrole in de praktijk om te zetten, heeft Kurio vzw samen met de competentiecentra van de VDAB onlangs twee informatienamiddagen opgezet, die doorgingen in Gits en in Herentals. Wegenisaannemers en werftoezichters kregen hier de theorie en de praktijk van deze directe en permanente controle bij aanleg van rioleringen toegelicht. Onmiddellijke correctie Marc Eenens: "Niet goed verdichte rioleringen, in om het even welk materiaal, zullen vroeg of laat tot problemen leiden. Zoals hierboven al aangehaald, zullen er bij zettingen verzakkingen komen, met - naargelang de gebruikte materialen - breuk of vervorming tot gevolg. Daarom ook werd voorheen (en ook nu nog) bij aanleg van rioleringsleidingen een controle opgelegd middels de zogenaamde slagsonde-

proef, met verplichte registratie door de aannemer en forse boetes indien deze niet werden uitgevoerd." De Kurio-kit vult deze slagsondeproef aan. "Het grote voordeel van thermoplastische leidingsystemen, met name hun flexibiliteit bij het opvangen van grondzettingen, heeft ook als pluspunt dat een mogelijks niet correcte verdichting bij aanleg visueel waarneembaar wordt in de vorm van een (al dan niet overmatige) deformatie. De Kurio-kit laat toe om zoiets aan de basis door zelfcontrole vast te stellen, zodat ook onmiddellijk kan gecorrigeerd worden. Dit kan al gebeuren tijdens de verdichtingfase, terwijl bij andere materialen de gevolgen van deze slechte verdichting pas in een veel later stadium worden vastgesteld, met wegverzakkingen, hinder en dure herstellingen tot gevolg." Het is op basis van onderzoek in samenwerking met het OCW (Opzoekingcentrum voor

de Wegenbouw), dat oplossingen werden gevonden voor het uitvoeren van de deformatiecontrole. Aannemers in de wegenbouw kunnen hiermee op eenvoudige wijze een zelfcontrole uitvoeren, en zo ook snel en efficiënt tegemoet komen aan de aanvullende bepalingen van de rioolbeheerders. "Het zijn dergelijke winwinsituaties tussen producenten, uitvoerders en opdrachtgevers die een sterk partnerschap creëren en ons moeten toelaten de Vlaamse riolen van de toekomst steeds duurzamer te maken," besluit Marc Eenens.

• www.kurio.be

Kurio-kit De Kurio-kit, het systeem voor de zelfcontrole van de deformatie, is gepatenteerd en verzameld in één box. De 3 x 9 lamellen kunnen in een centrale houder worden ingevoerd om de deformatiezelfcontrole te kunnen uitvoeren. De kit bestaat in twee uitvoeringen: • PVC-U buizen SN8 DN 200-250-315 conform NBN EN 1401 - Benor • PP-HM buizen SN8 DN 200-250-315 conform NBN EN 1852 - Benor

RIORAMA 17


•• REPORTAGE Wanneer moet bij een woning of gebouw een voorbehandelingsinstallatie voor huishoudelijk afvalwater worden geplaatst? Het is een vraag die veel terug komt. Hoog tijd dus om hier een antwoord op te geven. Hiervoor gingen we te rade bij Wendy Francken, directeur van VLARIO.

S eptische

putten : wanneer en waarom ?

Collectief te optimaliseren buitengebied Momenteel is in het collectief te optimaliseren gebied (geoloket.vmm.be/zonering) nog geen rioolaansluiting voor afvalwater op een operationele waterzuiveringsinstallatie aanwezig, maar deze wordt op termijn wel voorzien. In afwachting van de collectieve afvalwaterzuivering, is men volgens Vlarem verplicht al het afvalwater - grijs afvalwater en zwart afvalwater minstens te behandelen in een voorbehandelingsinstallatie. Het effluent van de voorbehandelingsinstallatie dient aangesloten te worden op de aanwezige infrastructuur, met name de afvalwaterriool, een ingebuisde gracht, een open gracht of een sterfput. Dit kan gerealiseerd worden door grijs en zwart afvalwater aan te sluiten op een septische put van minimum 3000 liter (600 liter/IE vanaf meer dan 5 IE en 450 l vanaf 11 IE), zoals opgenomen in tabel 1. Specifieke afvalwaters (bijvoorbeeld van grootkeukens, restaurants, bakkerijen, ...) kunnen worden aangesloten op een afscheider (een vetafscheider en/of een zetmeelafscheider), gevolgd door een septische put. Het zwart water en overig grijs afvalwater van deze gebouwen wordt aangesloten op een septische put. Er bestaan verschillende varianten van een septische put/bezinkput voor grijs en zwart afvalwater (zie afbeeldingen). Wanneer de riolering uiteindelijk wordt aangesloten op een operationele rioolwaterzuiveringsinstallatie, hangt het van de afwateringssituatie

18 RIORAMA

of de aard van de toegepaste zuiveringstechnologie af of de voorbehandelingsinstallatie wordt kortgesloten of niet. Afscheiders voor specifieke afvalwaters blijven behouden.

Centraal gebied en collectief geoptimaliseerd buitengebied In centraal gebied of collectief geoptimaliseerd buitengebied is afvalwaterriolering aanwezig, die verbonden is met een operationele waterzuiveringsinstallatie. In dit gebied ben je verplicht het afvalwater aan te sluiten op het afvalwaterriool. Afscheiders zoals vetvanger en zetmeelafscheider dienen ook in dit gebied geplaatst te worden als voorbehandeling van specifieke afvalwaters, vooraleer te lozen in de openbare riolering. Gewoonlijk wordt dit opgelegd in de milieu- of bouwvergunning. Of in dit gebied ook gebruik moet worden gemaakt van een voorbehandelingsinstallatie zoals bijvoorbeeld een septische put, vooraleer te lozen in de openbare riolering, hangt af van de afwateringssituatie op privédomein en op openbaar domein. Het college van burgemeester en schepenen kan in dit gebied een voorbehandelingsinstallatie opleggen als de afwateringssituatie of de aard van de toegepaste zuiveringstechnologie het vereist. Afhankelijk van de beschikbare helling in combinatie met de buisdiameter en het debiet op privédomein, kan ook de bouwheer overgaan tot het plaatsen van een voorbehandelingsinstallatie of kan dit worden opgelegd door de rioolbe-

heerder, om verstoppingen te voorkomen. De voorbehandelingsinstallatie in centraal gebied en collectief geoptimaliseerd gebied ontvangt gewoonlijk enkel zwart water (zwart en grijs is eventueel mogelijk, bijvoorbeeld bij overgang van collectief te optimaliseren naar collectief geoptimaliseerd buitengebied). Overzicht van opvang- en voorbehandelingsputten voor huishoudelijk afvalwater (zwart + grijs) In België en Nederland circuleren heel wat verschillende benamingen voor een septische put en andere opvang- en voorbehandelingsputten voor huishoudelijk afvalwater. Algemeen kan gesteld worden dat de zuivering van deze voorbehandelingsinstallaties niet verregaand genoeg is om als individuele waterbehandeling te gelden. Grijs en zwart afvalwater kunnen behandeld worden in een ruim gedimensioneerde septische put (minimum 3000 liter). Er zijn verschillende varianten, bestaande uit één enkel compartiment of meerdere compartimenten in serie, of een decantatieput met twee niveaus. Zwart afvalwater kan behandeld worden in een septische put (minimum 2000 liter) met 1 enkel compartiment of meerdere compartimenten. Een put met een enkel compartiment wordt eerder een bezinkput of beerput genoemd. Specifieke afvalwaters kunnen behandeld worden in een afscheider (slib/zandvanger, vetafscheider, zetmeelafscheider).


Principeschema septische put 1 compartiment

Septische put 2 compartimenten

Decantatieput met 2 niveaus

Bron: Waterwegwijzer

Bron: Waterwegwijzer

Bron: Dialoog - Leuven

Om de goede werking van voorbehandelingsinstallaties of opvangputten te vrijwaren en de openbare gezondheid niet te schaden, dienen de installaties regelmatig geruimd te worden. In het algemeen geldt dat hoe meer biologische afbraak plaatsvindt (zeer temperatuursafhankelijk), hoe minder geruimd moet worden. Zo moet een septische put met één compartiment vaker geruimd worden dan een bezinkput met twee niveaus en moet deze vaker geruimd worden dan een septische put met meerdere compartimenten. Er wordt aanbevolen de septische put te ruimen als hij voor meer dan 70% gevuld is met septisch materiaal. Septisch materiaal moet afgevoerd worden naar een openbare waterzuiveringsinstallatie. Specifiek slib afkomstig van een vetafscheider, zetmeelafscheider, … moet worden afgevoerd naar een daarvoor erkende verwerker. Een zeer belangrijk punt bij het ontwerp of de heraanleg van de privériolering en bij plaatsing van (voor)behandelingsinstallaties, is de verluchting. Bij de biologische afbraak (septische gisting of rotting) worden gassen gevormd (waaronder methaangas) die langs een verluchtingspijp moeten kunnen ontsnappen, omdat de druk in de put anders te hoog zou oplopen. De verluchting moet ervoor zorgen dat de drukverschillen niet rechtstreeks inwerken op de reukafsluiters van sanitaire toestellen, zodat hun waterslot behouden blijft en geen geurhinder ontstaat.

In rekening te brengen IE Als het gebouw niet enkel voor bewoning gebruikt wordt, kan men de benodigde inhoud van de voorbehandelingsinstallatie voor huishoudelijk afvalwater berekenen met behulp van het aantal IE, opgenomen in de technische toelichting van deel 4 van de code van goede praktijk (cijfers uit het 'Besluit van de Waalse Regering de dato 6 november 2008 tot bepaling van de sectorale voorwaarden voor de individuele zuiveringsstations en –systemen geïnstalleerd in afwijking van de verplichting tot aansluiting op riolering').

Nuttige links • www.vlario.be: vademecum voor het praktisch afkoppelen van hemelwater; • www.vmm.be/water/waterwegwijzerbouwen: waterwegwijzer bouwen en verbouwen; • www.lne.be/themas/vergunningen/regelgeving: Vlarem II-wetgeving; • www.integraalwaterbeleid.be: code van goede praktijk voor het ontwerp, de aanleg en het onderhoud van rioleringssystemen; • geoloket.vmm.be/zonering: geoloket zonering.

RIORAMA 19


•• REPORTAGE

Gerichte opleidingen voor rioleringspersoneel bij VDAB

VDAB biedt steeds meer maatwerk aan, omdat het merkt dat cursisten na een standaardopleiding niet altijd even makkelijk werk vinden. Ook de opleidingen in het competentiecentrum in Gits zijn op maat en mee met de meest actuele tendensen.

Kurt Cattrysse is als sectormanager voor de hout- en bouwopleidingen van de VDAB in West-Vlaanderen verantwoordelijk voor de opleidingen in het competentiecentrum van Gits. "Zowel de job van wegenwerker als die van bouwplaatsmachinist staan al jaren op de lijst van de knelpuntberoepen. Daarom zijn wij onze opleidingen steeds meer en beter aan het afstemmen op wat de werkgever voor die profielen daadwerkelijk zoekt. Nieuwe medewerkers moeten met allerlei machines kunnen werken en liefst ook nog over enige (of veel) ervaring beschikken. Iemand die voor het eerst een beroep aanleert, heeft die gevraagde ervaring natuurlijk nog niet." Leslokaal versus oefenterrein "Toch proberen we aan dat tekort aan ervaring te werken," gaat Cattrysse verder. "Onze opleidingen zijn erg praktijkgericht. We beperken de uren in het leslokaal, al moeten de basis en zeker ook de nodige richtlijnen met betrekking tot veiligheid er uiteraard zijn. Toch sturen we de cursisten zoveel mogelijk het oefenterrein op om wegenwerken te doen, te nivelleren, sleuven te trekken, enzovoort. Met andere woorden: ze leren kennismaken met het echte werk, maar dan in een oefenomgeving."

20 RIORAMA

"We laten onze werkzoekenden maar al te graag proeven van echte praktijkervaring en sturen hen graag de werf op, via mogelijkheden zoals werkplekleren of via een stage. Zo mochten onze bouwplaatsmachinisten een tijdje geleden aan de slag op het Ei in Kortrijk, om die site klaar te maken zodat ze als demonstratiezone dienst kan doen tijdens Matexpo. De cursisten zelf zijn alleen maar lovend over dergelijke praktische werken, omdat ze dan pas echt het gevoel hebben dat ze hetgeen ze in het leslokaal hebben geleerd, nu in de realiteit kunnen omzetten." In dat kader zet VDAB ook mee zijn schouders onder de infonamiddagen van Kurio. "We beseffen maar al te goed hoe groot het belang is van een juiste en gedegen opleiding voor het kwalitatief aanleggen van duurzame riolen, om

zo schadegevallen en wegverzakkingen te vermijden," besluit sectormanager Kurt Cattrysse.

Winteropleidingen Om mee te zijn met de laatste evoluties, kennis bij te schaven en bestaande competenties te onderhouden en te versterken, is het volgen van opleiding van cruciaal belang. Dat geldt zeker ook voor de bouwsector. Om die reden organiseert de VDAB in het najaar gewoontegetrouw heel wat winteropleidingen. Het gaat om kortlopende specialisatiemodules uit alle takken van de bouwsector. Voor werkgevers is dit een uitgelezen kans om medewerkers een korte bijscholing te laten volgen, in een traditioneel kalmere periode. Voor het personeel is dit een mooie kans om bepaalde technieken op te frissen, of gewoon

Aanbod opleidingen VDAB organiseert onder meer opleidingen over VCA (basis, heropfrissing en voor leidinggevenden), autolaadkraan, hoogwerker/schaarlift, rolbrugbestuurder, verreiker, bestuurder mobiele kraan, bouwplaatsmachinist, torenkraanbestuurder, duurzaam bouwen (isoleren en luchtdicht bouwen), basistechnieken onderhoudsmecanicien, bekister/ijzervlechter, binnenschrijnwerker, brandertechnicus, buitenschrijnwerker, dakdekker schuine daken, daktimmerman, elektriciteit voor bouwvakkers, heftruckbestuurders, informatica bouw, installateur centrale verwarming, installateur sanitair, lassen voor bouwvakkers, machinale houtbewerker, metselaar, Nederlands op de werf (technisch Nederlands), ploegbaas bouw, ploegbaas wegenbouw (initiatie, leidinggeven, uitzetten en planlezen), productie operator hout, schilder-decorateur, stukadoor, vloerder-tegelzetter en wegenwerker (uitpassen en uitzetten, klinkers en kasseien leggen, borduren zetten, rioleringen plaatsen, werken met lasers en meetinstrumenten).


om iets nieuws te leren. In het najaar van 2013 en het voorjaar van 2014 organiseert de VDAB meer dan 500 opleidingen. Dat gebeurt zowel op zaterdag als tijdens de week. Bovendien laat de flexibele aanpak toe om de inhoud van de opleidingen aan te passen aan specifieke wensen. Kandidaten kunnen op elk moment instappen. Deze opleidingen zijn erkend door het fvb-ffc, het Fonds voor de Vakopleiding in de Bouwnijverheid. Dit paritair opleidingsfonds komt tussen met een aantal premies. Kmo's kunnen een beroep doen op de kmo-portefeuille voor een tussenkomst in de opleidingskost. De opleidingen worden gegeven door vakmensen met veel ervaring in de bouwsector. Met een individuele beroepsopleiding in de onderneming (IBO), kunnen werkgevers voordelig nieuwe werknemers op maat en op de werkvloer opleiden in het bedrijf. Door de financiële tussenkomst van het fvb-ffc constructiv aan bouwbedrijven, betaalt de werkgever een gunsttarief, terwijl de arbeiders specialist worden in hun vak. Voor opleidingen tijdens de werkuren betaalt het fvb-ffc een stuk van de loonkost terug aan de werkgever. Bij winteropleidingen tussen 1 december en 31 maart draagt de werkgever geen loonkosten voor deelnemende arbeiders. Het bedrijf vraagt dan een tijdelijke werkloosheid slecht weer aan bij de RVA, met als reden geprogrammeerde winteropleiding. Het fvb-ffc betaalt een premie uit aan de arbeiders. In heel wat gevallen betaalt het fvb-ffc trouwens ook de opleidingskost terug. Voor zaterdag-

of avondopleidingen betaalt het fvb-ffc een premie aan de arbeiders. In heel wat gevallen betaalt het fvb-ffc ook de opleidingskost terug indien de werkgever de opleiding via het fvb-ffc aanvraagt. Het Fonds voor de Vakopleiding in de Bouwnijverheid informeert werkgevers graag over de precieze bedragen van de tussenkomsten.

• www.vdab.be

» Kurt Cattrysse

Andere diensten Daarnaast kan de VDAB onder meer ook worden ingeschakeld voor het invullen van vacatures. Hierbij kan de werkgever er voor opteren hulp te krijgen bij opmaak van een vacature en bij de opvolging van een wervingscampagne. De VDAB kan ook mee op zoek gaan naar een geschikte kandidaat. Omdat Vlaanderen kampt met een structureel tekort aan arbeidskrachten, gaat de VDAB ook interregionaal op zoek naar geschikte kandidaten. Daarvoor werkt het onder meer samen met Le Forem, ACTRIS en ADG voor het uitwisselen van vacatures en werkzoekenden tussen de verschillende gewesten.

RIORAMA 21


Boring Bertem Doorpersing DE1280

Gemeente Hilversum Riolering Dn3000

HOBAS heeft als missie: • Duurzaamheid • Maatschappelijk verantwoord ondernemen • Klanttevredenheid • Verantwoordelijkheid • Reductie van Co2 emissies

HOBAS Benelux BV Marconistraat 11-10 4004 JM Tiel

RWZI Haarlo Luchtleiding 125 tot 250mm

• Riolering • Inspectieputten • Transportleidingen • Doorpersbuizen • Duikers • Bergingsriolen • Rioolrenovatie systemen • Industrie • Diameter tot 3600mm

Tel.:! +31 - (0)344 820030 www.hobas.com


•• PROJECT

Aquaway®-lijnafwatering complementair aan rioleringsoplossingen Stradus Aqua Stradus Aqua voorstellen in de rioleringssector? Dat hoeft al lang niet meer. De onderneming bouwde door de jaren heen een sterke reputatie op met hoogwaardige betonproducten voor riolering. Enkele jaren geleden kon het bedrijf het assortiment uitbreiden met Aquaway®, een ruim gamma aan (lijn)afwateringsproducten. De kruisbestuiving met het Nederlandse zusterbedrijf Struyk Verwo zorgt voor een heel complementair aanbod. Dat illustreerde Stradus Aqua onlangs met mooie referentieprojecten in Zaventem en Zouwdal. Stradus Aqua is als producent en leverancier van traditionele en innovatieve betonproducten betrokken bij infrastructurele en industriële projecten in de Benelux. Het maakt deel uit van de internationale groep CRH, die marktleider is in grondstoffen, bouwmaterialen en producten voor infrastructuur en waterbehandeling. Het groot assortiment aan afscheiders, verdeeld onder de merknaam Ekotek, wordt vaak gebruikt in combinatie met lijnafwateringsproducten. Zeker voor de afvoer van afvalwater van tankstations, carwashes, industrieterreinen, grote parkings of openbare terreinen is die complementariteit vaak erg nuttig. De specialisten van Stradus Aqua zorgen bij elk project voor integrale ondersteuning, van bij de ontwerpfase tot en met de uitvoering.

Gamma lijnafwatering Het assortiment lijnafwatering van Stradus Aqua, verdeeld onder merknaam Aquaway®, is toepasbaar voor zowel openbare ruimten als industriële projecten. De CMG-roostergoten, van het type M, lenen zich goed voor binnenstedelijke toepassingen, zoals parkeerplaatsen en winkelboulevards.. Ook voor tankstations en de bijhorende parkings zijn de goten met hun kitvoeg en vloeistofdicht beton een geschikte oplossing. De goten zorgen voor een vlotte afwatering in elke situatie waar vervuild (regen)water afgevoerd moet worden, dankzij de roosters met een hoge wateropname. Bovendien kunnen fietsbanden niet vast komen te zitten tussen de gebogen sleufopeningen van het rooster. Deze roosters kenmerken zich door hun eenvoudige plaatsing, snelle verwerking, nauwkeurige maatvoering, geringe vuilaanhechting, hoge wateropname en een uitgebreid pakket aan toebehoren.

Daarnaast biedt Aquaway een uitgebalanceerd productgamma van draingoten (type M), die leverbaar zijn in verschillende materialen, elk met hun kenmerkende eigenschappen op vlak van zuurbestendigheid, vloeistofdichtheid of robuustheid. Deze goten zijn gemaakt uit glasvezelversterkt beton en hebben ofwel een verzinktstalen hoeklijn, verzinktstalen sleuven of een mazenrooster met

snelvergrendeling; (klasse A tot en met C); ofwel een gietijzeren sleuvenrooster (klasse C), gietijzeren hoekomranding en maxilock snelvergrendeling. Solid De SOLID-roostergoten zijn zelfdragende goten (type I) die daardoor zeer geschikt zijn voor afwatering van zwaar bereden en intensief belaste oppervlaktes. Containerterminals, luchthavens, industrieterreinen, parkeer- en opslagterreinen zijn ideale toepassingsgebieden. Deze goten zijn voorzien van banaanvormige (gebogen) sleufopeningen in het rooster, die een hoge wateropname garanderen en ervoor zorgen dat de goten bestand zijn tegen alle soorten verkeersbelastingen. Ze combineren alle hierboven vermelde voordelen van de CMG-goten met een duurzaam karakter en grote legsnelheden.

Het Aquaway®-gamma omvat ook de verholen goten FORTE, zwaar bewapende betonnen goten in betonkwaliteit C45/55. Ze zijn leverbaar met verzinktstalen hoeklijn of met betonnen/stalen tussenbruggen in de sleufopening. Deze zelfdragende goten (type I) worden vooral toegepast in verkeerszones met zwaar tot heel zwaar verkeer. Bovendien zijn vele verbindingsmogelijkheden beschikbaar: eenvoudige rubberprofielen, glijverbindingen of de gepatenteerde verbinding

RIORAMA 23


•• PROJECT Aquaglip®. Passtukken, bochtstukken, afvoeren controleputten en zandvangers kunnen worden meegeleverd. Forte 800, de recentste innovatie De jongste telg uit de FORTE-familie is de Forte 800. Deze verholen goot met betonnen tussenbruggen wordt gecombineerd met de eigenschappen van een molgoot en vlakke voetbuis. De goot heeft een rond profiel met een inwendige diameter 800, voorzien van een ingestort rubberprofiel op de kopse vlakke zijde voor de onderlinge verbinding. De enorme diameter zorgt ervoor dat dit een ideaal systeem is voor afwatering van plaatsen waar immense hoeveelheden water dienen te worden geëvacueerd. Een dergelijk grote diameter is trouwens uniek. De grootste diameter die tegenwoordig wordt toegepast in verholen goten is 400 mm. Tom Ketels (Stradus Aqua): "Het product is ontwikkeld op vraag van een Nederlandse provincie die op zoek was naar een afvoersysteem dat een grote hoeveelheid water kon afvoeren en bufferen voor een randweg en daarbij voldeed aan een bepaalde sterkte (verkeersklasse 60). Vanwege de verhoogde afvoercapaciteit is gekozen voor een sleufopening over de volledige lengte van het traject. Het gebogen oppervlak van de molgoot biedt, zo nodig, nog extra buffercapaciteit." De drie-in-één-oplossing (verholen goot, vlakke voetbuis en molgoot) is een kostenbesparende oplossing in vergelijking met puntafwatering door toepassing van kolken en buizen. Aan de bovenzijde is deze goot nabehandeld met een speciaal product, waardoor ze extra

24 RIORAMA

bestand is tegen vorst en dooizouten. Qua toepassing is zij uitermate geschikt langs wegen of aan de rand van grote (opslag)terreinen. Het plaatsen gebeurt snel en gemakkelijk door kogelkophijsankers en een ingestort rubberprofiel voor een waterdichte verbinding.

• www.stradusaqua.be Referentieprojecten Luchthaven Zaventem In 2012 haalde Stradus Aqua een project binnen, waarbij op de luchthaven van Zaventem verholen goten dienden te worden geïnstalleerd. Er werd geopteerd voor de Forte 300 FZ-CT, die zich kenmerkt door de stalen hoeklijn rondom en stalen tussenbruggen in de sleuf. In totaal plaatste uitvoerder Wegebo 580 meter verholen goten, 300 meter roostergoten en 34.000 vierkante meter vernieuwde betonverharding. Zouwdal Dit jaar gaf de gemeente Maastricht de opdracht om de regenwaterafvoer van het Zouwdal Maastricht/Lanaken te optimaliseren. Voor Nederland werd dit project beheerd door het Waterschap Roer en Overmaas, in België nam Infrax de honneurs waar. Studiebureau Mebumar tekende alles uit en koos ervoor te werken met een afwateringsoplossing van Stradus Aqua. Tom Ketels: "Bij dit project moest een oplossing worden voorzien om grote hoeveelheden water op te vangen die van hoger gelegen gebieden komen tijdens zware regenbuien. Wij opteerden voor een systeem met een onderliggende koker, waarboven we een aantal SOLID-roostergoten aan elkaar schakelen. Het is van cruciaal belang dat deze oplossing ook op piekmomenten de enorme waterhoeveelheden kan slikken." De professionals van Stradus Aqua staan altijd klaar om elk project nauwkeurig te begeleiden, wat telkens leidt tot het beste resultaat. "Vanuit haar adviserende rol, wil Stradus Aqua een partner zijn voor klant en leverancier. Meedenken met de klant en intussen blijven werken aan de ontwikkeling van onze producten, vinden wij niet meer dan evident."


Studiedag AquaFlanders 17 oktober 2013 Inschrijven kan via http://aquaflanders.eventsite.be Locatie: Brabanthal Leuven - Plaatsen zijn beperkt

Water is continue in beweging, zoals ook de watersector en de waterbedrijven, die het drinkwater produceren, leveren en in veel gevallen ook instaan voor de afvoer. Tijdens onze 2de studiedag zullen wij u ondermeer informeren over de toekomstvisie inzake watervoorziening, over hoe de waterbedrijven de distributieleidingen en riolen, die een belangrijkste asset in de waterketen vormen, beheren, over het belang van een gecoördineerde aanpak van hemelwater (via een praktische case) en over de verdere uitvoering van de Gebiedsdekkende Uitvoeringsplannen. Op dezelfde locatie worden eveneens de Aquarama-vakbeurs en de TNAV workshop georganiseerd. Op deze manier bundelen wij de krachten en de know-how van Vlaanderen. Nadien kan u dan ook van deze waterevenementen mee genieten. De Aquarama-vakbeurs is vrij toegankelijk. Het loont dus meer dan de moeite om deze datum vrij te houden.

Wij hopen u alvast te mogen begroeten op dit niet te missen watergebeuren van Vlaanderen. Voor meer informatie kan u terecht bij de medewerkers van AquaFlanders op het nummer 03/ 292 91 90 of een mail sturen naar info@aquaflanders.be


•• REPORTAGE

Nieuwe regelgeving bij aanleg kunststofleidingsystemen Kunststofleidingsystemen doen steeds meer hun intrede in de rioleringssector. Om deze leidingen zo vakkundig en correct mogelijk aan te leggen, dienen aannemers zich te houden aan een aantal belangrijke regelgevingen en richtlijnen. Onder meer om deze onder de aandacht te brengen, organiseerden VDAB en Kurio onlangs infonamiddagen voor aannemers. Deze werden vrij talrijk bijgewoond door een geïnteresseerd publiek. Defco-kit

Bij de aanleg van kunststofleidingsystemen, moeten aannemers zich houden aan een aantal belangrijke bestekvoorschriften. "De richtlijnen van het standaardbestek SB250 versie 2.2, moeten zeker worden gerespecteerd," licht Mieke Lesage (groepsleider bij Aquafin en voorzitter van de werkgroep rond Hoofdstuk 7 van het SB 250) toe. "Daarnaast zijn er nog een aantal algemene aanvullingen (daterend van oktober 2012) inzake gemeentelijke rioleringswerken voor dit SB. Deze werden opgesteld door de Vlaamse Milieu Maatschappij (VMM), in overleg met Vlario." Materialen In hoofdstuk 3 van dit SB wordt een en ander toegelicht over de gebruikte materialen. "Zowel de pvc-buizen en -hulpstukken, als de gladde, volwandige buizen in polypropyleen moeten BENOR-gekeurd zijn volgens NBN EN 1401-1. Ze moeten een minimum sterkteklasse SN8 hebben en een recyclinggarantie vermelden. Voor regenwater moeten grijze buizen worden gebruikt, voor afvalwater roodbruine."

woningen. Voor de aanvulling moeten de arbeiders werken in lagen van 30 cm. De gemiddelde indringing van de slagsonde mag niet meer dan 40 mm per slag bedragen." Bij het leggen van de kunststof buizen (die elk maximaal 3 meter lang mogen zijn) mag er geen drukkracht boven op de buis worden uitgeoefend. Idealiter worden de buizen axiaal (dus zonder hoekverdraaiing tussen de buizen) in elkaar getrokken. De krachtverdeling over de omtrek van de buis moet gelijkmatig gebeuren. Zo kan de aannemer vermijden dat de buis, mof of dichting wordt blootgesteld aan schade, vervormingen of te hoge spanningen. Voor de fundering en de omhulling wordt gebruik gemaakt van zandcement. Controles Bij het lengteprofiel voor DWA-leidingen met een diameter kleiner dan 300 mm, mag de

afwijking ten opzichte van de ontworpen peilen maximaal 20 mm bedragen. Om de verdichting te controleren, kan de slagsondeproef worden uitgevoerd. De gemiddelde indringing mag niet meer bedragen dan 40 mm per slag. Het slagsondetoestel moet verplicht op de werf aanwezig zijn. De aannemer kan een zelfcontrole uitvoeren: per deelvak (dit is een streng tussen twee inspectieputten, met inbegrip van de opwaartse inspectieput) moeten drie proeven worden gedaan. Nadien kan dan het formulier voor zelfcontrole worden ingevuld. Daarna vindt de officiële proef plaats: ook hier worden per deelvak drie proeven verricht. Als het omhullen van de buizen en het aanvullen van de sleuven niet overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk 7 is gebeurd, volgt een speciale straf: een boete van 62,5 euro per inbreuk.

Hoofdstuk 7 De rioleringen en afvoer van water komen aan bod in hoofdstuk 7 van het SB. Hierin wordt stilgestaan bij de funderingen, de omhulling en de aanvulling van de buizen. Mieke Lesage: "Cruciaal hierbij is dat de aannemer veel aandacht besteedt aan een correcte verdichting. De spanningen en vervormingen in de buizen, de moffen en de dichtingen mogen niet groter zijn dan de toegelaten waarden. De verdichting moet gelijkmatig gebeuren. Tot 1 meter boven de buis moet de verdichting worden aangebracht met lichte verdichtingsmachines. Diepteverdichtingstoestellen zijn niet toegelaten, want de trillingen die deze toestellen veroorzaken kunnen schadelijk zijn voor de buis of de omliggende Controle met de lichte slagsonde

26 RIORAMA


Deformatiecontrole Mieke Lesage: "Het is belangrijk dat de volledige lengte van de kunststof leidingen op deformatie wordt gecontroleerd. Deze deformatie mag volgens de norm maximaal 8% bedragen ten opzichte van de gemiddelde diameter. Ook hier kan een zelfcontrole worden uitgevoerd." Cruciaal is dat de volgorde van de deformatieproeven wordt gerespecteerd. De eerste stap is een zelfcontrole door de aannemer, met een speciaal controleapparaat. Vervolgens voert het lab een officiĂŤle deformatieproef uit. Tot slot vindt ook een visuele inspectie plaats door een camera. Een deformatiecontroleapparaat (Defco-kit) kan zorgen voor een continue controle op deformatie. De lengte van zo'n controleapparaat is minstens gelijk aan de diameter. Alain Leuridan, afdelingshoofd QSC bij het opzoekingcentrum voor de wegenbouw: "Voor pvcbuizen (conform NBN EN 1401) wordt een zwart controleapparaat gebruikt, bij polypro-

pyleenbuizen (conform NBN EN 1852) zijn het witte toestellen. Elk apparaat wordt voorzien van een unieke, onuitwisbare identificatie." Voor de proef doorgaat, wordt de rioolstreng gereinigd en een koord door de buis getrokken. Mieke Lesage: "De proef zelf bestaat erin de Defco-kit (een metalen meetdoorn) met een trekkracht lager dan 500 N, door de buis te trekken. Als de Defco-kit hierbij komt vast te zitten, is de proef niet geslaagd. Om deze proef te kunnen uitvoeren, is het belangrijk dat de aansluitingen op de hoofdriool door middel van T-stukken worden uitgevoerd." Kopzorgen vermijden Een foutje letterlijk toedekken? Alain Leuridan waarschuwt: "De verleiding kan groot zijn, maar de aannemer doet er goed aan te beseffen dat dergelijke zaken vroeg of laat toch aan het licht komen. De gevolgen kunnen namelijk zwaar zijn." "De aanbrenging van de buizen in open sleu-

ven moet gebeuren overeenkomstig de norm NBN EN 1610. Bij de beschoeiing en de inzakkingskegel moeten bovenbelastingen worden vermeden. Daarnaast moet uiteraard ook worden gecheckt of de materialen wel overeenkomen. Elke arbeider moet ook goed weten hoe kunststof buizen moeten worden gemanipuleerd en opgeslagen. Ook het juist verbinden van de buizen en het invetten van de mof, is vakwerk." Bij de opensleuftechniek moet het hele buislichaam over de volledige lengte een goede ondersteuning krijgen. Alain Leuridan: "Bij het geleidelijk verwijderen van de beschoeiing (laag per laag) is het belangrijk dat de verdichting zorgvuldig is uitgevoerd. Na de verdichting mogen er ter hoogte van de beschoeiing geen holten in de aangevulde grond meer aanwezig zijn." Het spreekt voor zich dat elke aannemer bij (riolerings)werken onaanvaardbare en gevaarlijke werkomstandigheden moet vermijden.

RIORAMA 27


•• WATERBELEID

Financierende heffing voor afvalwaterlozing op de riolering Bedrijven doen er goed aan zich voor te bereiden op een aangepaste heffing voor het lozen van afvalwater op de riolering. De gewijzigde heffing past het principe ‘de vervuiler betaalt’ op een correctere manier toe. Ook is in een regeling voor noodlozingen en tijdelijke lozingen voorzien. Verder komt er een administratieve vereenvoudiging door een integrale kostenaanrekening met een maximale fiscale aftrekbaarheid. Dit pakket aan maatregelen is van kracht sinds 1 januari 2013. Voor de meeste maatregelen geldt wel een ruime overgangstermijn, zodat bedrijven op de nieuwe regeling kunnen anticiperen. Focus op de verwerkbaarheid van afvalwater Rioolwaterzuiveringsinstallaties (RWZI’s) zijn gebouwd om het afvalwater van gezinnen te zuiveren, maar ze verwerken ook afvalwater van bedrijven. Aquafin is de uitbater van de RWZI’s in Vlaanderen. Al naargelang de aard van het bedrijfsafvalwater moet Aquafin in sommige gevallen extra kosten maken om het bedrijfsafvalwater te verwerken, terwijl

28 RIORAMA

in andere gevallen het bedrijfsafvalwater de zuivering net vergemakkelijkt en Aquafin het afvalwater goedkoper kan zuiveren. Om die meer- en minkosten te verrekenen in de heffing, is het begrip 'verwerkbaarheid van afvalwater' ingevoerd. Hierbij wordt onder meer gekeken naar de verhoudingen tussen biologisch zuurstofverbruik (BZV) en chemisch zuurstofverbruik (CZV), stikstof en fosfor in het afvalwater om een onderscheid te maken tussen goed verwerkbaar, complementair en slecht verwerkbaar afvalwater. Bedrijven met slecht verwerkbaar afvalwater (mogelijk sterk verdund afvalwater met lage vuilvracht) moeten een extra kost betalen; terwijl ondernemingen met complementair (zeer goed verwerkbaar) afvalwater dat de werking van een RWZI bevordert, korting krijgen. Voor firma's met goed verwerkbaar afvalwater, verandert er niets. Dat is een merkelijke verfijning in vergelijking met het oude stelsel van heffingen dat vooral rekening hield met de geloosde volumes en met de vervuilingsgraad, maar minder met de

kostprijs van het verwerken van het afvalwater. De vervuiler zal die kostprijs voortaan dus financieren via de heffing, vandaar het begrip 'financierende heffing'. Bovendien was er door de contractregeling een grote ongelijkheid tussen enerzijds de leidingwatergebruikers en de eigen waterwinners en anderzijds de eigen waterwinners met en zonder contract. Verwerkbaarheid ook bij forfaitaire berekening Voor bedrijven die hun afvalwater laten bemonsteren voor het bepalen van hun vuilvracht, zullen de extra verwerkingskosten en de korting automatisch worden berekend op basis van de resultaten van de meetcampagne. Voor ondernemingen die gebruik maken van de forfaitaire regeling en die tot de sectoren behoren die slecht verwerkbaar of complementair afvalwater lozen, is een extra coëfficiënt voor de verwerkbaarheid van het afvalwater (Cv) ingevoegd. Voor acht sectoren is de verwerkingscoëfficiënt negatief, wat resulteert in een lagere heffing. Bij zes andere sectoren is de verwerkingscoëfficiënt positief, wat dan weer leidt tot een hogere heffing.


Nieuwe omzettingscoëfficiënten Voor tien sectoren zijn de omzettingscoëfficiënten aangepast, zodat ook daar het principe 'de vervuiler betaalt' correcter wordt toegepast. De nieuwe omzettingscoëfficiënten zijn gebaseerd op een wetenschappelijke methodologie die de VMM uitgewerkt heeft. In de toekomst zullen nog meer omzettingscoëfficiënten op basis van die methodologie worden aangepast. Oplossing voor noodlozingen en onvergunde lozingen Er komt een structurele en gedifferentieerde kostenterugwinning voor tijdelijke lozingen, noodlozingen en onvergunde lozingen op de riolering door enerzijds het differentiëren van de saneringscontracten die bedrijven met Aquafin kunnen afsluiten voor noodlozingen en tijdelijke lozingen, en anderzijds een specifieke heffingsberekening voor niet-conforme noodlozingen en onvergunde lozingen.

om het geloosde afvalwater te verwerken, worden in het contract vermeld. Op de tijdelijke lozingen is de normale heffingsregeling van toepassing. De mogelijkheid om een noodaansluiting op riolering te gebruiken in het geval van een calamiteit, wordt tijdens de vergunningsaanvraag beoordeeld en is gekoppeld aan het afsluiten van een saneringscontract. De aanvraag voor het afsluiten van het contract kan retroactief tot 90 dagen na het einde van de lozing en kan eenmalig ook onder specifieke voorwaarden aangevraagd worden voor noodlozingen die niet vergund zijn. De kostenaanrekening voor de noodlozing is ofwel gebaseerd op de werkelijke kosten (Aquafin staat in voor de aanrekening en er is een vrijstelling van de heffing) ofwel op de forfaitaire kosten (aangepaste heffingsberekening).

Saneringscontracten met Aquafin voor tijdelijke en noodlozingen Er komt een kostenaanrekening voor tijdelijke lozingen (bijvoorbeeld door onderhoudswerken of bij uitbreiding van de eigen waterzuivering) en noodlozingen (bij calamiteiten of overmacht) op de riolering. In beide gevallen moet het bedrijf een saneringscontract afsluiten met Aquafin.

De vrijstelling van de heffing voor het deel noodlozing is alleen mogelijk indien het bedrijf de noodlozing tijdig heeft gemeld aan de toezichthouder, Aquafin en de VMM, indien het bedrijf is vergund voor noodlozingen of heeft verklaard dat het gaat om afvalwater met minimale overlast voor de rioolwaterzuiveringsinstallatie (dat laatste is een gunst en maar eenmaal toepasbaar) en als de onkosten op grond van een saneringscontract integraal aan Aquafin worden vergoed.

Voor de tijdelijke lozingen op de riool wordt voortaan in de vergunning een saneringscontract opgelegd, zodat de modaliteiten op voorhand gekend zijn. Het is dus belangrijk dat bedrijven met een tijdelijke lozing dit ook expliciet aangeven in hun vergunningsaanvraag. Voorafgaand aan de lozing wordt een lozingsschema opgesteld in samenspraak met Aquafin. De specifieke exploitatiekosten of maatregelen die Aquafin moet uitvoeren

Specifieke heffingsberekening Onvergunde lozingen zijn lozingen van afvalwater langs niet-vergunde lozingspunten. Bedrijven die de vergunde vrachten overschrijden, vallen er dus niet onder. De oude heffingsregeling bepaalt in geval van illegale of onvergunde lozingen dat de heffing voor het hele jaar berekend wordt op basis van omzettingscoëfficiënten. Dat kan in de praktijk leiden tot een zeer hoge heffing. Voortaan wordt

een aangepaste heffing gevestigd op basis van de duur, een inschatting van het geloosde debiet op basis van het jaarwaterverbruik en een aangepaste omzettingscoëfficiënt (Cx). Om bedrijven aan te zetten de duur van de lozing te beperken, wordt een progressiefactor in de formule ingevoegd. Daardoor stijgt het tarief in functie van de duur en de frequentie. Eenzelfde regeling geldt voor dossiers waarvoor nog een bezwaarschrift of rechtsgeschil hangende is, de lozingen van afvalwater, dossiers waarvoor er geen contract afgesloten werd met Aquafin ondanks de verplichting opgenomen in de milieuvergunning, dossiers waarvan de noodlozing niet gemeld werd

RIORAMA 29


•• WATERBELEID en dossiers waarvoor de kosten niet vergoed werden aan Aquafin ondanks de contractuele verplichting. Sterke vereenvoudiging door integrale waterfactuur Rioollozende bedrijven betalen momenteel naargelang van de herkomst van het water gemeentelijke saneringsbijdragen en -vergoedingen (leidingwater of eigen waterwinning) en bovengemeentelijke saneringsbijdragen (leidingwater). Indien het bedrijf een saneringscontract afgesloten heeft (eigen waterwinning) komt daar nog een vergoeding aan Aquafin bij. Ook blijven ze een restheffing (niet-fiscaal aftrekbaar) betalen aan de VMM. De VMM en de watermaatschappijen slaan de handen in elkaar, zodat rioollozende bedrijven (vermoedelijk) vanaf 2014 maar één factuur zullen ontvangen van de drinkwatermaatschappij. Daarop zullen zowel de gemeentelijke als de bovengemeentelijke saneringskosten opgesplitst worden in twee fiscaal aftrekbare componenten (bijdragen en vergoedingen) waarvoor een verschillend btw-tarief geldt: 6% voor de bijdragen en 21% voor de vergoedingen. De restheffing benadert nul maar blijft behouden. De integrale drinkwaterfactuur voor bedrijven leidt tot meer transparantie, een administratieve vereenvoudiging en heeft een maximale fiscale aftrek voor de bedrijven tot gevolg. Overgangstermijn Bedrijven kunnen in de loop van 2013 aanpassingen realiseren om minder te vervuilen. Ook in de jaren daarna is er nog voldoende tijd uitgetrokken om het effect van de financierende heffing of de aangepaste omzettingscoëfficiënten te verzachten. De nieuwe financierende component van de heffingen zal immers gefaseerd in werking treden: voor lozingen vanaf 1 januari 2014 (heffing 2015) voor een derde; voor lozingen vanaf 1 januari 2015 (heffing 2016) voor twee derden en voor

30 RIORAMA

lozingen vanaf 1 januari 2016 (heffing 2017) voor de volledige vuilvracht. De invoering van de nieuwe omzettingscoëfficiënten gaat eveneens gepaard met een overgangsmaatregel gespreid over drie jaar. De huidige regeling voor saneringscontracten voor permanente lozingen wordt afgebouwd vanaf het heffingsjaar 2015. De saneringscontracten worden enkel behouden voor rioollozende bedrijven met specifieke investeringen (zoals een uitbreiding van de beluchting) of met specifieke exploitatiekosten (zoals de dosering van actieve kool). Alle relevante informatie over de heffingen, zoals een toelichting bij de aangepaste heffingswetgeving, een overzicht van de infosessies en contactgegevens van uw dossierbehandelaar vindt u op de website van VMM:

• www.heffingen.be


werken aan zuiver water

Voor een maximale levensduur van het rioolstelsel

GERICHTE INZET VAN FINANCIELE MIDDELEN Een goed werkende en goed onderhouden riolering is belangrijk voor het milieu, de volksgezondheid en voor een aangename leefomgeving. Natuurlijk zijn de financiële middelen van steden en gemeenten voor het onderhoud van de riolering beperkt. De uitvoering van camera-inspecties op de riolen die het meeste risico lopen, geeft een goede indicatie van waar die middelen het best kunnen worden ingezet. RIO-Image is een tool die de gemeente kan helpen om rioolverzakkingen en wateroverlast te voorkomen.

RIO-IMAGE – RISICO INDICATIEF ONDERZOEK OP BASIS VAN BEELDEN Aquafin NV, Dijkstraat 8, B-2630 Aartselaar

e-mail: info@aquafin.be

www.aquafin.be


•• REPORTAGE © hbvl.

Dagenlang kon de zuiveringsinstallatie alleen in beschermpakken betreden worden.

Teamwork beperkt gevolgen van treinramp in Wetteren In Wetteren heeft Aquafin tien dagen lang het operationele crisiscentrum mee geadviseerd om de gevolgen van de treinramp voor mens en milieu zoveel mogelijk te beperken. Zaterdagochtend 4 mei ontspoorde een goederentrein in Wetteren, waarbij er brand ontstond en er acrylonitril vrij kwam. De brandweer stond toen al voor een moeilijke taak, omdat acrylonitryl licht ontvlambaar is en bij verhitting giftige dampen afgeeft van waterstofcyanide en stikstofoxiden. Toen het bluswater in de riolering terecht kwam, kreeg het spoorongeluk plots nog een veel grotere dimensie. Acrylonitril is een veelgebruikte grondstof voor onder meer de productie van ruwe plastic en de aanmaak van olie- en chemicaliënbestendige rubber. Het is een kleurloze, organische vloeistof die een amandelgeur heeft. Ze is niet alleen extreem giftig bij inademing, maar ook bij inslikken en huidcontact. Bij langdurige blootstelling is ze vermoedelijk kankerverwekkend. Het provinciale rampenplan werd dan ook in werking gesteld en de omwonenden van de plaats waar het ongeluk gebeurde, werden geëvacueerd. Mens en mileu "Toen Aquafin de zaterdagochtend van het ongeluk op de hoogte werd gebracht, hebben we meteen het meest nabije pompstation op de riolering stilgelegd," verklaart operationeel directeur Hans Bruynooghe. "Een deel van de aanwezige acrylonitril kon de volgende dagen ter hoogte van het pompstation worden

32 RIORAMA

verwijderd, maar de rest was toen al via de riolering door de bebouwde kom onderweg naar de zuiveringsinstallatie, die in de Schelde loost." Dat stelde de provincie voor een groot maatschappelijk probleem, met een bijkomende milieufactor. Er moest een goed evenwicht worden gevonden tussen de acrylonitril zo snel mogelijk uit het rioolstelsel spoelen, en het Scheldewater zo min mogelijk belasten. In de beluchtingsbekkens van RWZI Wetteren werd er rioolwater gebufferd dat zwaar met acrylonitril gecontamineerd was. Dat water werd in de loop van de volgende dagen via vrachtschepen afgevoerd naar een industriële verwerker. Ook de slibbuffer op de zuiveringsinstallatie werd gebruikt voor de tussenopslag van sterk gecontamineerd water uit het grachtenstelsel rond de verontreinigde site. Analysemethode Tien dagen lang was Aquafin permanent aanwezig in de operationele basis van het crisiscentrum voor overleg met de politie, de brandweer, de civiele bescherming en de experten die ter plaatse geroepen waren. Ook daarbuiten hebben veel medewerkers hard gewerkt in moeilijke omstandigheden om de situatie mee onder controle te krijgen. "Het laboratorium van Aquafin heeft onder meer een analysemethode uitgewerkt om de aanwezigheid van acrylonitril te bepalen in een waterige fase. In de nacht van zaterdag 4 mei hadden we de eerste resultaten van de acrylonitrilcon-

centraties in de waterzuiveringsinstallatie en in de collectoren ter beschikking." "Ook de volgende dagen heeft ons laboratorium een groot deel van de staalanalyses voor zijn rekening genomen. Onze technische vakmensen hebben de waterzuiveringsinstallatie continu van op afstand bijgestuurd om de afbraak van acrylonitril in het beluchtingsbekken te optimaliseren. Onze gebiedskenners gaven advies over het collectoren- en rioleringsstelsel. Stroomopwaarts hebben we een aantal pompstations preventief stilgelegd om de aanvoer van water in de richting van de zuiveringsinstallatie te verminderen." Alles in één databank Een geluk bij een ongeluk was dat Wetteren een overeenkomst met Aquafin heeft voor het beheer van de gemeentelijke rioleringen. Voor het hele grondgebied is er een riooldatabank opgemaakt, waarin zowel de gemeentelijke als de bovengemeentelijke riolen opgenomen zijn. Daardoor kon Aquafin de hulpdiensten snel een goed beeld geven van de weg die de chemicaliën via het rioolwater aflegden en van de waterlopen die in contact konden komen met rioolwater. "De meeste gemeenten hebben geen volledige data bank ter beschikking, wat duidelijk een risicofactor is", benadrukt Hans Bruynooghe. "Na de ramp in Wetteren beseffen heel wat gemeenten dat ook. Een andere klant-gemeente heeft ons al gevraagd om binnenkort tijdens een crisisoefening een gelijksoortig scenario als dat in Wetteren te simuleren."


Op donderdag 9 mei was de concentratie van acrylonitril in het beluchtingsbekken zo laag dat de installatie terug kon worden opgestart. Acrylonitril is biologisch afbreekbaar en kan op een installatie voor de behandeling van huishoudelijk afvalwater worden verwerkt, maar natuurlijk niet in de hoeveelheden die toen toekwamen. Het zuiveringsslib van RWZI Wetteren was er na de toevoer van de lozing dan ook al snel slecht aan toe. Om de installatie terug te laten functioneren, is er entslib van een industriële zuivering waar regelmatig acrylonitril verwerkt wordt, aangevoerd. Een week later bleken de zuiveringsresultaten van stikstof terug genormaliseerd.

Geen vergeten rioolstreng Toen er de dinsdag na het ongeval in Wetteren een tweede evacuatie van inwoners moest plaatsvinden, circuleerden er even geruchten dat de plots opgedoken giftige dampen afkomstig waren van een oude rioolstreng die niet in kaart zou zijn gebracht. Dezelfde dag nog volgde een rechtzetting via het Kabinet Leefmilieu en gouverneur Briers. De rioolstreng waarrond dinsdag geëvacueerd werd, zat wel degelijk in de databank van Wetteren en Aquafin. "Na een plaatsbezoek en controle met de 'as built-plannen' waren we er volledig zeker van dat er geen riolen aanwezig waren die we niet kenden."

Op 23 mei kon het laatste pompstation opnieuw in dienst worden genomen, waarna het rampenplan werd stop gezet. De bescherming van de inwoners van Wetteren tegen de dampen van acrylonitril kwam natuurlijk op de eerste plaats. Door de goede samenwerking tussen alle opgetrommelde experten en instanties, bleef ook de lozing naar de Schelde al die tijd onder controle.

• www.aquafin.be

Het besmette water werd naar een vracht schip gepompt, dat naar een industriële verwerker voer.


•• WATERBELEID

Het belang van bergbezinkingsbekkens Regen, het is een gegeven waar we in België steeds meer rekening mee moeten houden. Het laatste decennium is de intensiteit van de buien sterk toegenomen, wat ook de druk op het rioolstelsel letterlijk doet toenemen. Daarom worden bergbezinkingsbekkens steeds belangrijker. Zij vormen - letterlijk - een laatste buffer met beperkt zuiverend vermogen, alvorens verdund afvalwater in de natuur belandt. De vraag is: werken deze bekkens wel zoals we verwachten? Met andere woorden: doen ze datgene waarvoor ze ontworpen zijn?

De voorbije jaren heeft Aquafin een studie uitgevoerd om het rendement van bergbezinkingsbekkens te evalueren. Hoe je het ook draait of keert, goedkoop zijn deze constructies niet. Uitgaande van een kost van ruwweg 1.000 €/m³ uitgebouwde berging, betaal je voor een bekken van 1.000 m³ dus 1 miljoen euro. Toch zijn bekkens van cruciaal belang om de lozing van afvalwater naar de waterloop te vermijden of de hydraulische impact van het stelsel op de waterloop te verzachten, afhankelijk van het type bekken. " "We onderscheiden drie soorten bekkens: bergingsbekkens, bergbezinkingsbekkens en retentiebekkens," verduidelijkt Geert Dirckx, studieverantwoordelijke bij Aquafin. "De eerste twee laten na de bui het geborgen water terugvloeien naar de riolering, waarbij het bergbezinkingsbekken ontworpen is met het oog op een maximale bezinking van vaste

34 RIORAMA

(vervuilende) bestanddelen. Een retentiebekken heeft als enige doel de watertoevloed af te remmen en vertraagd te laten afvloeien naar de waterloop." Spoelen na gebruik De studie van Aquafin was gericht op het rendement van bergbezinkingsbekkens, waarvoor als voornaamste criterium de beperking van de overstortfrequentie tot maximum zeven keer per jaar geldt. Hierdoor zijn de retentiebekkens vanzelfsprekend niet opgenomen in het onderzoek. Binnen de bergbezinkingsbekkens kunnen verschillende types onderscheiden worden, met elk hun belang in het kader van deze studie. Geert Dirckx: "Op basis van het spoelsysteem kunnen we opnieuw drie types definiëren: met spoelreservoir, met spoelpompen of zonder spoelsysteem. Deze laatste bekkens hebben in de meeste gevallen zeer steile hellingen om slibophoping te vermijden. Door het ontbreken van een afzonderlijk spoelsysteem worden ze daarom zelfreinigend genoemd. De visuele inspectie in het kader van ons onderzoek toonde al snel aan dat er meestal van zelfreiniging weinig sprake is. Vaak vonden we sliblagen van 30 à 40 cm, wat niet alleen de potentiële uitspoeling van sedimenten vergroot, maar tegelijk het bergingsvolume gradueel vermindert. Bijna de helft van ons patrimonium is van dit type: meestal oudere bekkens, daterend uit de voorbije decennia."

"Gelukkig heeft de andere helft wel een spoelsysteem. Veruit de meeste daarvan zijn uitgerust met een spoelreservoir: een afzonderlijk compartiment dat na de bui het bekken spoelt met een soort vloedgolf. Deze reinigingstechniek werkt zeer goed tot uitstekend. Ook de bekkens met spoelpompen werken blijkbaar redelijk goed, alleen zit je daar met de dode hoeken naast en vlak achter de pompen, waar wel slibafzet mogelijk is." Aquafin bouwt sinds het jaar 2000 standaardbekkens met spoelreservoir. Ondertussen voert het bedrijf ook onderzoek naar mogelijk gelijkwaardige alternatieven voor het spoelreservoir, zoals kantelbakken of vacuümsystemen.

De 'zelfreinigende' bekkens blijken bij nazicht helemaal niet zelfreinigend te zijn, integendeel. Sliblagen van 40 cm zijn geen uitzondering.


Dankzij de visualisatie via ClearScada kunnen technische mankementen zoals lekkende spoelbakken tijdig opgespoord worden.

Meten is weten Om de (adequate) werking van een bekken te achterhalen, is een continue monitoring van de waterpeilen in de verschillende compartimenten van dat bekken essentieel. Daarom rustte Aquafin zeven bekkens uit met druksondes. Om de geregistreerde waterpeilen te kunnen analyseren, werd gekozen voor een opstelling met een PLC en een modem die via GPRS de gegevens doorstuurt naar een centrale server. Met behulp van het pakket ClearScada kunnen de data op zo'n manier gevisualiseerd worden, dat de gegevens ook onmiddellijk geïnterpreteerd en eventuele problemen kunnen worden vastgesteld. Geert Dirckx: "In de bekkens met spoelreservoir plaatsten we vier sensoren die het waterpeil registreren: aan de instroom vanuit het riool, in het bekken zelf, in het spoelreservoir en aan de uitstroom naar de waterloop (overstort). Dankzij de visualisatie met ClearScada kunnen we de interactie tussen deze compartimenten duidelijk volgen. Op die manier hebben we bijvoorbeeld in een van de bekkens een lekkende spoelbak vastgesteld, of een openstaande terugslagklep in een ander bekken. Dergelijke relatief kleine mankementen kunnen evenwel een grote impact hebben op de werking van een bekken." De visualisatie van de waterpeilen biedt een enorme meerwaarde voor de dagelijkse opvolging van de goede werking van deze uiteinde-

lijk dure infrastructuur. Suboptimale werking kan vroegtijdig worden gedetecteerd, zonder dat iemand ter plaatse hoeft te gaan. Rendement afhankelijk van definities Het initiële doel van de studie was na te gaan of de bekkens voldoen aan het ontwerpcriterium van maximaal zeven overstortingen per jaar. Om daar een eenduidig antwoord op te kunnen geven, is er ook een eenduidige definitie van het begrip overstorting of overstortgebeurtenis nodig. Daar is, volgens Dirckx, al eens discussie over. "Wat is een overstorting? Of, beter gezegd: wat zijn de grenzen van een overstortgebeurtenis? Tel je op basis van kalenderdagen of bundel je een overstorting in lopende dagen? Ga je elke overstorting als afzonderlijke gebeurtenis beschouwen, of baken je de gebeurtenissen af op basis van de droogweercondities in het stelsel? Welke definitie je kiest zal bepalend zijn voor het uiteindelijke resultaat. Naast de verduidelijking van het begrip 'overstorting' is ook de afbakening van het beschouwde jaar belangrijk, want een 'jaar' hoeft niet te starten op 1 januari als het gaat om continue metingen." Los van bovenstaande beschouwingen, wordt het officiële criterium van zeven overstortdagen (in lopende dagen en per kalenderjaar) meestal niet gehaald. Geert Dirckx: "Amper 1 van de 7 bemeten bekkens is onder de 7 over-

stortdagen per jaar gebleven. Daaruit concluderen dat de meeste bekkens niet renderen, is te kort door de bocht, want ze hebben allemaal wel een duidelijke dempingsfactor. Die geeft de verhouding weer tussen de interne en de externe overstortfrequentie. Met andere woorden: als de bekkens er niet zouden zijn, zou er gemiddeld dubbel zoveel (verdund) afvalwater in de natuur belanden." Nieuwe standaarden zijn nodig Het niet halen van de norm kan diverse oorzaken hebben, zo concludeert Dirckx. Hij verwijst daarbij onder meer het op dit vlak benaderend karakter van de hydrodynamische simulaties met de Vlaamse composietbuien, de - soms overmatige - aanwezigheid van parasitair water in het stelsel, de klimaatverandering, operationele problemen die niet gekend waren bij het ontwerp, of oude ontwerpen die nog niet conform de Aquafin-richtlijnen waren. Hoe dan ook, ruimte voor verbetering is er zeker. De opstelling van dit onderzoek blijft behouden, zodat het operationeel personeel van Aquafin de bekkens kan blijven monitoren om de werking ervan te optimaliseren. Geert Dirckx: "We willen deze bruikbare meetmethode stilaan uitbreiden naar verschillende bekkens en komen tot nieuwe standaarden die we ter beschikking kunnen stellen van ons personeel."

• www.aquafin.be RIORAMA 35


•• REPORTAGE

KURIO hamert op duurzaam gebruik van kunststofleidingen De Belgische fabrikanten van kunststofleidingsystemen, verenigd in het Vlaamse KURIO (KUnststofRIOol) en EMSO (Egouttage en Matières Synthétiques Optimalisé) voor het Franstalige landsgedeelte, zijn zich bewust van de milieuproblematiek en hun verantwoordelijkheid daarin. Om hieraan tegemoet te komen, werd gezamenlijk het initiatief KURIO Recycling gestart voor de recyclage van kunststofleidingen.

Dit initiatief is gebaseerd op het feit dat PVCleidingen zich uitstekend lenen voor herverwerking. Het sluit bovendien aan bij het beleid van de Europese PVC-industrie. KURIO Recycling zamelt oude leidingen en hulpstukken in en herverwerkt ze tot nieuwe producten met een nuttige en duurzame toepassing. Dit zal op termijn leiden tot een vermindering van de afvalberg. De hoeveelheid te recycleren materiaal is, vanwege de lange levensduur van PVC-leidingen, nu nog beperkt. In de toekomst zal die ongetwijfeld toenemen. KURIO Recycling loopt hierop vooruit door nu al, met recyclage, de kringloop te sluiten. Herwaardering van het afval Het afval wordt na selectieve inzameling eerst verder gesorteerd in de verschillende kunststoffen. Vervolgens wordt het verkleind (geschredderd), gezuiverd, gemalen en, indien gewenst, verder gemicroniseerd. Het uiteindelijk bekomen recyclaat is een korrel of een fijn poeder dat als dusdanig wordt hergebruikt. Verschillende toepassingen PVC kan probleemloos verschillende malen gerecycleerd worden zonder dat het zijn eigenschappen verliest. Hergebruik van het recyclaat kan in een waaier van toepassingen, zowel

36 RIORAMA

bestaande als nieuw ontwikkelde. De kwaliteit van het recyclaat speelt hierbij een rol. Voorbeelden van toepassingen waarin recyclaat gebruikt wordt zijn niet-genormaliseerde buizen, vensterbanken, wandbekleding, geluidsmuren, enzovoort. Op deze manier wordt het afval omgezet tot een duurzaam eindproduct.

Meedoen kan eenvoudig Wie hieraan wil meedoen als particulier, wendt zich tot een containerpark in de buurt. Aannemers kunnen het kunststofleidingafval afleveren bij één van de vaste inzamelpunten van KURIO Recycling. De inzamelpunten van de lidbedrijven zijn daartoe uitgerust met een speciale container. Het is ook mogelijk rechtstreeks met een erkende afvalophaler contact op te nemen en zelf een regeling te treffen. De voorwaarden Een goede, eenvoudige en economische inzameling is essentieel voor het welslagen van elk recyclagesysteem. KURIO recycling garandeert een economisch aantrekkelijke inzameling en

herverwerking tot een duurzaam eindproduct aan wie zich houdt aan onderstaande afspraken.

Het recyclagesysteem geldt uitsluitend voor harde buizen en hulpstukken van thermoplastische kunststoffen (PVC, PE en PP). Het afval dient vrij te zijn van chemische verontreiniging en moet schoon aangeleverd worden. Met andere woorden: de kunststof producten moeten zoveel mogelijk ontdaan zijn van zand. Onder geen beding worden andere producten en materialen geaccepteerd, zoals folie, tuinslangen, buizen met sproeivoorzieningen, elektrolaskoppelingen, kabelgoten, ommanteling van kunststofdrainagebuizen, enzovoort. Afval dat niet voldoet aan bovenstaande voorwaarden kan niet worden geaccepteerd. Wie twijfelt of iets al dan niet voor de recyclage in aanmerking komt, doet er goed aan contact op te nemen.

• www.kurio.be

Inzamelpunten Er zijn tien inzamelpunten voor het recyclagesysteem van KURIO en EMSO. Die bevinden zich in Brugge (Dyka Plastics, Dirk Martensstraat), Charleroi (Dyka Plastics, Zone Industrielle RN 568), Eupen (Kabelwerke Eupen, Hütte 66), Sint-Niklaas (Wavin, Gentsebaan 62), Harelbeke (Dyka Plastics, Spoorwegstraat 63), Kalmthout (Pipelife Belgium, Brasschaatsteenweg 302), Nossegem (Eupendis, Mercuriusstraat 21), Overpelt (Dyka Plastics, Nolimpark 4004), Recogne (Sodelux, Route de St. Hubert 71) en Schoten (Wavin, Toekomstlaan 113).


s ti bo ero ati nov t-re terje De Wa

a kr

ch tig

HET GAAT HEM OM EFFICIËNTIE De SE en SL reeksen bieden de hoogste efficiëntie tot nu toe voor een afvalwaterpomp • De hoogste efficiëntie van de stekker tot het water : Het beste rendement, lagere gebruikskosten en gebruiksvriendelijkheid ten top • De beste hydraulische efficiëntie: Geen compromis ten nadele van vrije doorlaat, resulterend in betere verwerking van vaste delen en betere anti-blokkering prestaties

en

ex ac t. V erw ijde ct. rt ál inta le obs takels en laat het riool

Een beter riool begint bij VDV cleaning VDV cleaning maakt riolen weer als nieuw met de Waterjetrenovatierobot. Deze troubleshooter ‘schiet’ álle afzetting en obstakels weg die hij tegenkomt. Dus ook cementbrokken en boomwortels. De Waterjet pakt met een ultrakrachtige waterstraal alléén de probleemplekken aan. Dat maakt ‘m rioolvriendelijker dan wélke techniek dan

• Continuë werking: Een ongeziene betrouwbaarheid door de hoge motor- en mechanische efficiëntie waarbij alle aspecten van de pompwerking intelligent worden aangestuurd

ook. Het verrassend lage brandstof- én waterverbruik maken ‘m bovendien vriendelijk voor het milieu. Kortom, een beter riool begint bij VDV cleaning. Meer weten over de Waterjet of andere renovatiemogelijkheden? Bezoek onze website en bel snel voor een vrijblijvende afspraak.

Meer info op: www.grundfos.com/no-compromise

innovatief ondergronds Waaslandlaan 8 A5, 9160 Lokeren • tel. 09 367 83 80 • fax 09 367 83 79 www.vdvcleaning.be • info@vdvcleaning.be


Nieuwe verordening hemelwater goedgekeurd


•• WATERBELEID

De Vlaamse Regering heeft op 5 juli 2013 een nieuwe verordening hemelwater definitief goedgekeurd. De nieuwe verordening is een aanzienlijke verstrenging van de huidige regelgeving. Zo zal elke constructie of verharding groter dan 40 m², aan de verordening moeten voldoen. De meeste constructies zullen over een infiltratievoorziening moeten beschikken. Nieuwe gebouwen en woningen groter dan 100 m², zullen een hemelwaterput van minimum 5000 liter moeten voorzien. Dat is aanzienlijk groter dan de 3000 liter die momenteel als minimum geldt. Voor percelen kleiner dan 250 m² wordt een uitzondering gemaakt. Bij beperkte uitbreiding en verbouwing is geen nieuwe put vereist. Bij nieuwe verkavelingen zullen collectieve infiltratievoorzieningen worden verplicht. De beslissing is nog niet van kracht. Ze moet worden gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad en treedt in werking vanaf de eerste dag van de derde maand na publicatie. Dat zal wellicht eind 2013, begin 2014 zijn. Hieronder vindt u de nieuwe verordening hemelwater. ■■

Hoofdstuk 1: Definities

• Art. 1 - In dit besluit wordt verstaan onder: 1) aftappunt: de plaats waar hemelwater uit de hemelwaterput of uit de put die als dusdanig wordt gebruikt, wordt afgetapt voor nuttig gebruik; 2) afvalwater: het water waarvan de houder zich ontdoet, van plan is zich te ontdoen of zich moet ontdoen, met uitzondering van niet-verontreinigd hemelwater; 3) buffervolume van de buffervoorziening: het nuttige volume tussen overloop en uitlaat; 4) buffervoorziening: een voorziening voor het bufferen van hemelwater, eventueel uitgerust met een vertraagde afvoer en een noodoverlaat; 5) buffervolume van de infiltratievoorziening: het nuttige volume tussen overloop en gemiddelde grondwaterstand; 6) groendak: een plat dak dat zo gebouwd wordt dat het begroeid kan worden met planten en waar er onder die planten een buffervolume voorzien is van minimaal 35 liter per vierkante meter; 7) hemelwater: de verzamelnaam voor regen, sneeuw en hagel, met inbegrip van dooiwater; 8) horizontale dakoppervlakte: de oppervlakte van de projectie van de buitenafmetingen van de overdekte constructie op een horizontaal vlak; 9) infiltratie: het insijpelen van hemelwater in de bodem;

10) infiltratievoorziening: een voorziening waarbij het opgevangen hemelwater in de bodem infiltreert; 11) lozing: de emissie naar daarvoor bestemde afvoerkanalen. ■■

Hoofdstuk 2: Toepassingsgebied

• Art. 2 - Dit besluit bevat: 1) bepalingen omtrent de scheiding van hemelwater en afvalwater; 2) bepalingen omtrent het verplicht minimaal hergebruik van nietverontreinigd hemelwater; 3) minimaal na te leven voorschriften voor de infiltratie, buffering en lozing van niet-verontreinigd hemelwater afkomstig van verhardingen en overdekte constructies. • Art. 3 - Dit besluit is van toepassing op: 1) het bouwen, herbouwen of uitbreiden van overdekte constructies waarbij de nieuwe oppervlakte groter is dan 40 vierkante meter; 2) het aanleggen, heraanleggen of uitbreiden van verhardingen waarbij de nieuwe oppervlakte groter is dan 40 vierkante meter; 3) het aanleggen van een afwatering voor de constructies of de verhardingen vermeld in punt 1) of 2), waarvan het hemelwater voorheen op natuurlijke wijze in de bodem infiltreerde; 4) verkavelingsaanvragen als vermeld in artikel 4.2.15, §1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening waarbij voorzien wordt in de aanleg van nieuwe wegenis. • Art. 4 - Dit besluit is niet van toepassing op: 1) de delen van overdekte constructies waarbij het hemelwater dat erop valt op natuurlijke wijze op eigen terrein in de bodem infiltreert; 2) de delen van de verharding waarbij het hemelwater dat erop valt op natuurlijke wijze naast of door de verharding op eigen terrein in de bodem infiltreert; 3) de delen van de verharding waarvan het hemelwater dat erop valt door contact met de verharding zo vervuild wordt dat het overeenkomstig artikel 1.1.2. van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne als afvalwater wordt beschouwd; 4) de delen van de verharding die tot het openbaar wegdomein behoren op het ogenblik van de aanvraag of de uitvoering van de handelingen.

RIORAMA 39


•• WATERBELEID ■■

Hoofdstuk 3: Algemene bepalingen

• Art. 5 §1. De hemelwaterput, de infiltratie- of buffervoorziening of de lozingsbegrenzer worden uiterlijk bij de ingebruikname van de overdekte constructie of de verharding geplaatst en in gebruik genomen. Ze moeten vanaf dan ook in gebruik blijven. §2. Bij stedenbouwkundig vergunningsplichtige of meldingsplichtige handelingen waarbij de plaatsing van een hemelwaterput, infiltratievoorziening of buffervolume vereist is volgens de bepalingen van dit besluit, worden de volgende zaken vermeld in het dossier en op de plannen, als ze van toepassing zijn: 1) de overdekte constructies en verhardingen waarbij het hemelwater dat erop valt op eigen terrein infiltreert; 2) de exacte plaatsing van de hemelwaterput en de inhoud ervan in liter, de totale horizontale dakoppervlakte en de verharde grondoppervlakte die op de hemelwaterput aangesloten worden in vierkante meter, de locatie en het niveau van de overloop, alsook de aftappunten van het hemelwater; 3) de exacte plaatsing, omvang en diepte van de infiltratievoorziening, het buffervolume van de infiltratievoorziening in liter, de totale horizontale dakoppervlakte en de verharde grondoppervlakte die op de infiltratievoorziening aangesloten worden in vierkante meter en de locatie en het niveau van de overloop; 4) de exacte plaatsing, omvang en diepte van de buffervoorziening, het buffervolume van de voorziening in liter, de totale horizontale dakoppervlakte en de verharde grondoppervlakte die op de voorziening aangesloten worden in vierkante meter, en de locatie en het niveau van de leegloop en overloop; 5) de exacte dimensionering van eventuele gebundelde voorzieningen waarvan wordt gebruikgemaakt, en de totale horizontale dakoppervlakte en de verharde grondoppervlakte die op de gebundelde voorziening aangesloten worden. • Art. 6 - Als de bouwheer een afvoer van het hemelwater moet aanleggen, is hij verplicht het overtollige hemelwater minstens tot aan het lozingspunt gescheiden af te voeren van het afvalwa-

40 RIORAMA

ter. Voor bestaande gebouwen die in een gesloten bebouwing worden uitgebreid, is de scheiding tussen afvalwater en hemelwater dat afkomstig is van overdekte constructies en verhardingen alleen verplicht als daarvoor geen bijkomende leidingen onder of door het gebouw moeten worden aangelegd. • Art. 7 - Aan de bepalingen van dit besluit kan zowel worden voldaan door de aanleg van afzonderlijke voorzieningen als door de aanleg van gebundelde voorzieningen die voor verschillende overdekte constructies of verhardingen in een oplossing voorzien. Gebundelde voorzieningen worden gedimensioneerd op basis van de som van de oppervlakten die erop aangesloten worden. • Art. 8 - Als gekozen wordt voor een oplossing met verschillende voorzieningen is de dimensionering van elke voorziening in overeenstemming met de oppervlakten die erop aangesloten worden en het gerealiseerde gebruik of ledigingsdebiet. Als een afwatering wordt aangelegd voor de constructies of de verhardingen vermeld in artikel 3, 1) of 2) waarvan het hemelwater voorheen op natuurlijke wijze in de bodem infiltreerde, worden voorzieningen uitgewerkt voor de constructies of de verhardingen die op de afwatering aangesloten zijn. ■■

Hoofdstuk 4: Normen inzake de verplichte plaatsing van een hemelwaterput, infiltratievoorziening of buffervoorziening met vertraagde afvoer

• Art. 9 §1. Bij nieuwbouw of herbouw van eengezinswoningen is de plaatsing van een of meer hemelwaterputten met een totale minimale inhoud van 5000 liter verplicht. Bij nieuwbouw of herbouw van gebouwen groter dan 100 vierkante meter, andere dan eengezinswoningen, is de plaatsing van een of meer hemelwaterputten verplicht. Het volume van de hemelwaterput bedraagt minimaal 50 liter per vierkante meter horizontale dakoppervlakte, afgerond naar het hogere duizendtal, met een maximale inhoud van 10.000 liter, tenzij gemotiveerd aangetoond kan worden dat een groter nuttig hergebruik mogelijk is of zal zijn.


§2. De hemelwaterputten worden uitgerust met een operationele pompinstallatie en een of meerdere aftappunten die het gebruik van het opgevangen hemelwater mogelijk maken, tenzij de aftappunten gravitair gevoed kunnen worden. De noodoverloop van de hemelwaterput wordt aangesloten op een infiltratievoorziening of een buffervoorziening als die aanwezig of verplicht is overeenkomstig dit besluit. Gebouwen die volledig voorzien zijn van een groendak, hoeven geen hemelwaterput te plaatsen. Delen van gebouwen die voorzien zijn van een groendak, hoeven niet aangesloten te worden op de hemelwaterput en hoeven niet in rekening gebracht te worden bij de berekening van de minimale inhoud van de regenwaterput.

Met behoud van de afwijkingsmogelijkheid vermeld in artikel 13, kan van de afmetingen vermeld in het eerste lid alleen afgeweken worden als de aanvrager aantoont dat de door hem voorgestelde oplossing een afdoende buffer- en infiltratiecapaciteit heeft.

§2. De plaatsing van een infiltratievoorziening is niet toegelaten als het goed gelegen is in een beschermingszone type I of II van een drinkwaterwingebied, zoals afgebakend ter uitvoering van artikel 3, §1, 2) van het decreet van 24 januari 1984 houdende maatregelen inzake het grondwaterbeheer en artikel 20 van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 maart 1985 houdende nadere regelen voor de afbakening van waterwingebieden en beschermingszones. In de gevallen vermeld in het eerste lid wordt een buffervoorziening geplaatst overeenkomstig de bepalingen van artikel 11 van dit besluit.

§4. De in rekening te brengen afwaterende oppervlakte voor de dimensionering van een infiltratievoorziening is de som van: 1) de verharde grondoppervlakten die nieuw aangelegd of heraangelegd worden; 2) een deel van of, in voorkomend geval, de volledige bestaande verharde grondoppervlakte voor zover deze nog niet is aangesloten op een hemelwaterput, infiltratievoorziening of buffervoorziening; 3) de horizontale dakoppervlakten van de nieuw te bouwen of te herbouwen overdekte constructies; 4) een deel van, of in voorkomend geval, de volledige horizontale dakoppervlakte van de bestaande constructie waar tegenaan gebouwd wordt voor zover deze nog niet is aangesloten op een hemelwaterput, infiltratievoorziening of buffervoorziening. Het deel van de bestaande verharde grondoppervlakte of van de horizontale dakoppervlakte van de bestaande aansluitende constructie dat mee in rekening gebracht moet worden voor de dimensionering van de infiltratievoorziening, wordt beperkt tot de oppervlakte van de nieuwe of heraangelegde verharding of overdekte constructie. Als in een hemelwaterput wordt voorzien die voldoet aan de bepalingen van artikel 9, mag de afwaterende oppervlakte verminderd worden met 60 vierkante meter. Voor de bepaling van de in rekening te brengen afwaterende oppervlakte vermeld in het eerste lid, worden de horizontale dakoppervlakten van de delen van de daken die zijn uitgerust met een groendak gedeeld door twee.

§3. De infiltratieoppervlakte van de infiltratievoorziening bedraagt minimaal 4 vierkante meter per 100 vierkante meter afwaterende oppervlakte, bepaald op de wijze vermeld in paragraaf 4. Het buffervolume van de infiltratievoorziening bedraagt minimaal 25 liter per vierkante meter afwaterende oppervlakte, bepaald op de wijze vermeld in paragraaf 4.

• Art. 11 - Als een buffervoorziening moet aangelegd worden overeenkomstig de bepalingen van artikel 10, §2 bedraagt het buffervolume van de buffervoorziening minimaal 25 liter per vierkante meter afwaterende oppervlakte, bepaald op de wijze vermeld in artikel 10, §4. Als de afwaterende oppervlakte groter is dan 2500 vierkante meter,

• Art. 10 §1. Een vergunning of melding voor de bouw, herbouw of uitbreiding van een overdekte constructie of de aanleg, heraanleg of uitbreiding van verhardingen kan alleen verleend worden of verricht worden voor zover voorzien is in de plaatsing van een infiltratievoorziening volgens de bepalingen van dit besluit, behalve als het goed kleiner is dan 250 vierkante meter.

RIORAMA 41


•• WATERBELEID wordt de buffervoorziening uitgerust met een vertraagde afvoer, met een maximaal ledigingsdebiet van 20 liter per seconde en per aangesloten hectare. ■■

Hoofdstuk 5. Collectieve infiltratie en buffering bij verkavelingen

• Art. 12 - Een verkavelingsvergunning waarbij nieuwe wegen worden aangelegd als vermeld in artikel 3, 4), kan alleen verleend worden als voorzien is in de plaatsing van collectieve voorzieningen voor infiltratie of buffering die voldoen aan de bepalingen van artikel 10 en 11. Voor de berekening van de dimensionering van de infiltratie- of buffervoorziening wordt uitgegaan van de oppervlakte van de aan te sluiten wegverharding, vermeerderd met 80 vierkante meter per kavel binnen de verkaveling. De verplichtingen op de individuele kavels, zoals bepaald in dit besluit, blijven onverminderd van toepassing. ■■

Hoofdstuk 6. Afwijkingsmogelijkheden

• Art. 13 - Het vergunningverlenende bestuursorgaan kan bij de beoordeling van de aanvraag in uitzonderlijke gevallen afwijkingen toestaan van de verplichtingen van dit besluit, als dat om specifieke redenen met betrekking tot de mogelijkheden van hergebruik of plaatselijke terreinkenmerken verantwoord of noodzakelijk is. Het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt daarbij rekening met de relevante bepalingen van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid en de uitvoeringsbesluiten, in het bijzonder met de bepalingen van artikel 8 van het decreet over de watertoets. ■■

Hoofdstuk 7. Slotbepalingen

• Art. 14 - Het besluit van de Vlaamse Regering van 1 oktober 2004 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 10 september 2010, wordt opgeheven. • Art. 15 - De provincieraad van Vlaams-Brabant brengt de provinciale stedenbouwkundige verordeningen binnen een termijn van zes maanden in overeenstemming met de voorschriften van dit besluit. De gemeenteraden brengen de gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen binnen een termijn van zes maanden in overeenstemming met de voorschriften van dit besluit.

42 RIORAMA

• Art. 16 - Aanvragen voor stedenbouwkundige vergunningen en verkavelingen die ingediend zijn voor de inwerkingtreding van dit besluit, worden behandeld volgens de bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 oktober 2004 houdende de vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater. • Art. 17 - Dit besluit treedt in werking op de eerste dag van de derde maand die volgt op de maand waarin het in het Belgisch Staatsblad is bekendgemaakt. • Art. 18 - De Vlaamse minister, bevoegd voor de ruimtelijke ordening, is belast met de uitvoering van dit besluit.


www.stradusaqua.be

BETONFABRIEK DE BONTE-VAN HECKE NV TOONAANGEVEND IN PREFAB BETONCONSTRUCTIES MET BENOR-KEURMERK !

DE SPECIALIST IN WATER-, WEGEN- EN SPOORWEGBOUW! Vanuit onze jarenlange ervaring beschikken wij over volgende troeven:

Gespecialiseerd in maatwerk;

3 duidelijke domeinen: water-, wegen- en spoorwegbouw;

Eigen studiedienst voor ontwerp, stabiliteit en uitvoeringsplannen;

Steeds maatvast door “wet-cast”-uitvoering in zelfverdichtend beton;

Hoge kwaliteitseisen: BENOR, ISO,…;

Innovatief en creatief;

Sterk gedreven in duurzaam ondernemen;

www.debonte.com ● tel: +32 (0) 52 47 33 20 ● fax: +32 (0) 52 47 26 98 ● e-mail: info@debonte.com


•• REPORTAGE

Op 29 april 2012 raakte een landbouwer geïntoxiceerd door waterstofsulfide of H2S-dampen toen hij een dompelpomp wou herstellen in een waterput. De landbouwer overleefde het niet. Op 6 augustus van dit jaar stierf een arbeider na een val in een septische put in Hoboken, nadat hij bevangen raakte door de aanwezige gassen. Deze ongevallen illustreren nog maar eens aan hoe belangrijk het is om correcte procedures te volgen en geschikte beschermingsmiddelen te gebruiken voor wie werkzaamheden uitvoert in putten en riolen.

Werken in septische putten: niet zonder risico Vorming van waterstofsulfide Waterstofsulfide is een dodelijk gas dat ontstaat bij de omzetting van organisch materiaal door anaerobe en sulfaatreducerende bacteriën in een zuurstofarme omgeving op, bijvoorbeeld, de bodem van een septische put. In het dagelijkse leven zijn er een aantal omstandigheden en plaatsen waar waterstofsulfide kan gevormd worden, zoals in waterputten en riolen. Ook in een professionele context zijn er typische omstandigheden waar dit zich kan voordoen, zoals in waterzuiveringsinstallaties, storten en vergistingsinstallaties, in laboratoria die het gas gebruiken, tijdens staalnames op schepen gevuld met ruwe aardolie, in de chemische industrie die deze stof zelf produceert, of op plaatsen waar deze stoffen kunnen vrijkomen, zoals in raffinaderijen of tijdens de winning van aardolie. Afwijkende gassamenstelling in vrije lucht Vrije atmosfeerlucht bevat normaal 78% stikstof, 20,7% zuurstof en een aantal restgassen, waarvan argon en koolstofdioxide de belangrijkste zijn. Onder normale omstandigheden schommelen deze concentraties nauwelijks, enkel het volumepercentage waterdamp (circa 1%) fluctueert wat. In situaties waar de verluchting onvoldoende is en die in het veiligheidsjargon worden omschreven als 'besloten ruimten', kunnen er wel afwijkingen voorkomen op deze natuurlijke gassamenstelling. Deze afwijkingen zijn soms ongekend en onbedoeld, maar soms ook doelbewust gecreëerd. In de industrie worden opslagtanks soms doelbewust voorzien van een stikstofinertisa-

44 RIORAMA

tie om explosies te vermijden. Dit betekent dat men een gasruimte gaat 'spoelen of verdunnen' met een inert gas, om op die manier ongewenste gassen (zoals bijvoorbeeld zuurstof in dit geval) uit een ruimte te verwijderen. Ook in de voedingssector maakt men er weleens gebruik van. Voor een inertisatie wordt vaak stikstof gebruikt, maar soms ook andere inerte gassen zoals argon. Die zijn op zich niet gevaarlijk, maar houden wel een verstikkingsgevaar in. Om de gassamenstellingen te kennen die gevaarlijk zijn voor een persoon, is het meten van de gassamenstelling één van de elementaire veiligheidsprocedures. Detectie van waterstofsulfide Waterstofsulfide ruikt zoals rotte eieren. De geurdrempel is zeer laag en bedraagt 0,0005 ppm (ml/m3). De grenswaarde voor professionele blootstelling, zoals beschreven in het koninklijk besluit van 11 maart 2002 betreffende chemische agentia op het werk, bedraagt 5 ppm en de 15-minuten kortetijdswaarde is 10 ppm. Dit betekent dat het gas zelfs in zeer lage concentraties ook al met de neus kan geroken worden. Ons reukorgaan kan evenwel geen onderscheid maken tussen 0,05 ppm en 5 ppm en raakt snel verzadigd: na enkele ademteugen nemen we het niet meer waar. Eigenlijk is de neus dus een bijzonder slechte raadgever om te weten of de (al dan niet) waargenomen concentraties een risico vormen voor de gezondheid. Bovendien detecteert de neus dit gas helemaal niet meer in concentraties boven de 100 ppm.

Bij blootstelling gedurende 5 minuten aan een concentratie van 800 ppm is er een kans van 50% op sterven. Het ruiken of niet-ruiken kan dus een vals gevoel van veiligheid geven. Bij het betreden van besloten ruimten moet je dus niet enkel het zuurstofgehalte of de concentratie van explosieve dampen meten met een gecombineerde zuurstofexplosiemeter, maar er zijn ook situaties (zoals hierboven aangehaald) waar andere dampen - zoals koolmonoxide (CO), kooldioxide (CO2), ammoniak (NH3), waterstofsulfide (H2S), enzovoort moeten gemeten worden. Voor het meten van waterstofsulfide bestaan er waterstofsulfidedetectoren. In een aantal situaties worden andere zwavelcomponenten met een zeer lage geurdrempel (bijvoorbeeld tetrahydrothiofeen of mercaptaan) toegevoegd aan aardgas als voortijdige alarmering bij lekken, maar deze zwavelverbindingen zijn veel minder toxisch dan waterstofsulfide. In dit geval kan de neus dus wel gebruikt worden als vroegtijdige detectie voor gevaar. Strikte procedures Bij het betreden van ruimten met mogelijke afwijkende gassamenstellingen, in het veiligheidsjargon omschreven als 'besloten ruimten', zijn een aantal stappen te doorlopen en moeten maatregelen genomen worden (zie kader). De strikte toepassing van procedures en maatregelen is noodzakelijk, onafhankelijk van het statuut van de uitvoerder, wil je niet gewond of dodelijk geïntoxiceerd worden. De zelfstandigen staan in voor hun eigen veiligheid en gezondheid, maar lopen niettemin


dezelfde risico’s. Ze doen er dus goed aan dezelfde maatregelen te treffen, los van het ontbreken van wettelijke bepalingen voor deze doelgroep. De werknemers dienen de instructies van hun werkgever correct op te volgen. De werkgever zorgt er onder meer voor dat zijn werknemers opgeleid zijn rond deze risico’s. Hij stelt ook het nodige materieel ter beschikking, stelt instructies op en ziet erop toe dat de werknemers deze instructies in de praktijk brengen. Ook de hiërarchische lijn van de werkgever heeft soortgelijke verplichtingen, zoals bepaald in artikel 13 het van het koninklijk besluit van 27 maart 1998 betreffende het beleid inzake het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk. Het is uiteraard de arbeidsinspectie die toeziet op de toepassing, onder andere in het geval van ernstige arbeidsongevallen. Afgeleide controle-instanties en deskundigen die ook een rol kunnen spelen, zijn de adviseurs van het NAVB (Nationaal Actiecomité voor Veiligheid en Hygiëne in het Bouwbedrijf, bij bouwactiviteiten), de opleidingsinstituten voor het behalen van het opleidingsattest in het kader van de Veiligheid, gezondheid en milieu Checklist Aannemers (bij opleidingen over deze risicovolle activiteit) en de VCA-auditoren (in het kader van een toekenning van het VCA-certificaat). Risicodoelgroepen voor intoxicatie door waterstofsulfide Bij de zelfstandigen vindt men deze risico’s vooral terug in de landbouwsector (landbouwer en zijn gezin, loonwerker), maar ook bij zelfstandige ruimers van septische putten. Bij

werknemers denken we aan werknemers van gemeentelijke technische diensten die riolen betreden, werknemers van professionele reinigingsbedrijven, onderhoudstechnici van waterzuiveringsstations, surveyors bij controles van ruwe aardolie, laboranten, werknemers in de chemische industrie, enzovoort. Met dank aan European Network - Belgian Safe Work Information Center (BeSWIC)

• www.beswic.be

Enkele cruciale tips voor het werken in 'besloten ruimten': • Voer de werkzaamheden nooit alleen uit. • Laat de werkzaamheden uitvoeren door deskundig personeel (in de context werkgeverwerknemer zijn er verplichte opleidingen en instructies voor de werknemers). • Meet voorafgaand de ruimte met geschikte apparatuur om een inschatting te maken van de situatie. De meting moet blijvend gebeuren bij het uitvoeren van de werkzaamheden. In een aantal gevallen is een zuurstof en explosieve atmosfeermeting onvoldoende. • Zorg voorafgaand dat een tweede persoon (een toezichter, nvdr) bij noodsituaties van de persoon in de besloten ruimte, de noodprocedures kan opstarten, zoals hulpdiensten verwittigen. In een aantal gevallen zal dit onvoldoende zijn om de interventie tijdig uit te voeren en zal deze toezichter ook zelf interventies moeten uitvoeren. Dit kan maar als het geschikt materiaal ter plaatse is en beide personen hiermee al zijn uitgerust, opgeleid en medisch gekeurd zijn. • In een aantal gevallen ligt de gassamenstelling van de atmosfeer te dicht bij de grenswaarde. Het is dan aan te raden perslucht via een luchtslang of via een persluchtfles te gebruiken. Filtermaskers hebben het risico te vlug verzadigd te geraken. • Wanneer de preventiehiërarchie geen uitkomst biedt, overweeg dan om deze risicovolle activiteit te vermijden en alternatieve technieken te gebruiken.

RIORAMA 45


•• PRODUCT NEWS

Eurodal lanceert vloerplaten van een vierkante meter Met de slogan 'Onze grote jongens nu ook in klein formaat' introduceert Eurodal de duurzame vloerplaten - waarmee het bedrijf in 1982 op de markt kwam - nu ook met een omvang van 1 op 1 meter. Met deze innovatie is het bedrijf niet aan zijn proefstuk toe. Al van bij de opstart gaat Eurodal op zoek naar nieuwe oplossingen die kaderen binnen de verantwoorde en vooruitstrevende manier van ondernemen. Wat ooit begon met een betonnen industriële vloerplaat van 4 vierkante meter, groeide uit tot een concept waarbij design en architectuur een belangrijke rol spelen. Functionaliteit en duurzaamheid worden daarbij niet uit het oog verloren. De platen zijn geschikt om zware lasten van 45 ton en meer te dragen, en kunnen met de vereiste machines snel geplaatst en verplaatst worden. Ze kunnen worden ingezet voor een permanente of tijdelijke verharding, en op die manier meegroeien met de omgeving. Bovendien is de vloer meteen na plaatsing bruikbaar. Landelijk of strak, de industriële betonnen look van de vierkante metervloerplaten geeft stijl en sfeer aan elke buitenomgeving. Een persoonlijke afwerking wordt gecreëerd, eventueel in overleg met de Eurodal-architecten, door de keuze in afwerkingslagen en kleuren en in combinatie met andere materialen of groenaanleg.

• www.eurodal.be

Drainvoeg - de waterdoorlatende infiltratievoeg Hevige en langdurige regenbuien zorgen steeds vaker voor wateroverlast binnen de stedelijke bebouwing. Dit heeft geleid tot de ontwikkeling van Drainvoeg: een infiltratievoeg die het straatwerk duurzaam waterdoorlatend maakt. Via de drainvoegen wordt het hemelwater geïnfiltreerd in de bodem of vertraagd afgevoerd. De drainvoeg kan bij alle steenformaten worden toegepast, speciaal materiaal is niet nodig. Oud bestratingsmateriaal kan hergebruikt worden en direct een nieuwe functie krijgen. Afkoppelen leidt tot een besparing op de aanleg en onderhoud van riolering en kolken. Tijdens het straten wordt de infiltratievoeg gelegd: machinaal of handmatig. Uiteraard moet de fundering van het straatwerk voldoende waterbergend zijn. Straten en pleinen kunnen nagenoeg vlak worden aangelegd met drainvoeg, de maatvoering wordt eenvoudiger en het straatbeeld rustiger door het achterwege blijven van kolken. Door het brede scala aan beschikbare kleuren wijzigt het aanzicht van (hergebruikt) bestratingsmateriaal niet. Laboratoriumtesten hebben uitgewezen dat de voeg ook na 10 jaar - met alle vervuiling van dien - ruim boven de norm presteert. Reguliere reiniging van het straatwerk tast de drainvoeg niet aan: de veegwagen kan op dezelfde sterkte blijven werken, de voegvulling wordt niet meegezogen. Dus geen klapperende stenen die geluidsoverlast veroorzaken of straatwerk dat gaat "kruipen" door gebrek aan voegvulling. Kortom: waterdoorlatend, innovatief, kostenbesparend, duurzaam geproduceerd

• www.drainvast.nl

46

RIORAMA


Fillmix® vult nuts- en rioleringsleidingen op

Om leidingen op te vullen onder het natuurgebied De Blankaart en de Brugse Steenweg tussen Kortrijk en Brugge, levert Inter-Beton het vloeibare, cementgebonden product Fillmix®. Door zijn specifieke samenstelling gedraagt Fillmix® zich als een homogene vloeistof en blijft het stabiel. Het product kan over vrij lange afstanden verpompt worden. Leidingen moeten op die manier niet uitgebroken worden en de hinder blijft beperkt. Grote toepassingen Fillmix® is een cementgebonden mengsel waaraan een hydropoeder wordt toegevoegd dat water vasthoudt en ontmenging tegengaat. De homogeniteit van het mengsel blijft gegarandeerd. Fillmix® kan over afstanden van 400 tot 500 meter verpompt worden. Het product maakt al langer deel uit van het productengamma van Inter-Beton, maar wordt pas recent door Inter-Beton gebruikt voor grote toepassingen, zoals het opvullen van leidingen. Weerstand van goed dragende grond Bart Geldhof, plant manager van Inter-Beton Roeselare/Langemark: "Fillmix® blijft vrij lang verwerkbaar en heeft daarna de weerstand van een goed dragende grond. De leidingen breken niet en zakken niet in. Bovendien moet je het wegdek niet openbreken, wat iedereen heel wat hinder bespaart. Een opening naast de weg volstaat: de specie kan tot 500 meter ver verpompt worden. Je hebt wel een aantal controlepunten nodig." Gerealiseerde projecten In februari en maart van dit jaar vulde Inter-Beton Roeselare samen met aannemersbedrijf Sabbe twee leidingen van 400 en 500 mm diameter

onder het West-Vlaamse natuurgebied De Blankaart, over een totale lengte van 2,5 km. Inter-Beton leverde hiervoor 800 m3 Fillmix®. In Spiere werd een leiding in een bestaande leiding geschoven. De vrije ruimte tussen de leidingen werd opgevuld met Fillmix®. Onder de Brugse Steenweg tussen Kortrijk en Brugge worden leidingen buiten dienst gesteld en in verschillende fases opgevuld met Fillmix®. Dit project loopt nog. Inter-Beton kan Fillmix® met een constante kwaliteit vanuit alle centrales over heel België leveren.

• www.interbeton.be

Wereldleider in toeslagstoffen In België is HeidelbergCement Benelux actief via de bedrijven CBR, Inter-Beton en Sagrex. Deze bedrijven produceren cement, stortklaar beton en aggregaten. HeidelbergCement is de wereldleider in toeslagstoffen en een grote speler op het gebied van beton en cement. De groep is actief in 40 landen en telt ongeveer 52.000 medewerkers, verdeeld over circa 2500 productielocaties. In 2012 realiseerde HeidelbergCement een geconsolideerde omzet van 14 miljard euro.

RIORAMA

47


•• PRODUCT NEWS

PKS®-Thermpipe haalt warmte uit de aarde en de riolering De wereldenergiebehoefte stijgt nog altijd. Zonder de vrije beschikbaarheid van energie is onze moderne maatschappij in de particuliere, commerciële en industriële sector ondenkbaar geworden. De beschikbare bronnen zijn evenwel beperkt. Daarom is het onze opgave om hernieuwbare energiebronnen duurzaam te gebruiken en al beschikbare energiebronnen meer effectief te benutten. Het PKS®-Thermpipesysteem van Frank, in België verdeeld door Benvitec, speelt hier gepast op in. Vaak wordt energie niet volledig verbruikt: er blijft ongebruikte restenergie over of de omzetting in een andere energievorm vereist te hoge energieverliezen. Daarbij kunnen juist grote gebouwen zoals woon- en kantoorgebouwen, ziekenhuizen, seniorencentra, zwembaden, sporthallen, commerciële en industriële gebouwen door een klimaatvriendelijke energiebron verwarmd en gekoeld worden: met aardwarmte en rioolwaterenergie. Rioolwater bevat een enorm energiepotentieel, het zou zonde zijn dit zomaar niet te gebruiken: een restwarmte van gemiddeld 15 °C kan voor zowel de koeling als verwarming van gebouwen toegepast worden.

48

rioolwater en aardwarmte. Het voordeel, gelijktijdig twee warmtebronnen benutten, ligt duidelijk voor de hand. Het rioolwater verwarmt naast de rioolbuis ook de omliggende bodem: net als een accu wordt deze door de rioolwaterenergie steeds weer opgeladen. Deze anders in de bodem verloren gaande, onbenutte energie wordt door dit systeem dus extra bruikbaar gemaakt. Als warmte-onttrekker dient voor de beide energiebronnen de standaard aanwezige steunbuis aan de buisbuitenwand, waar het warmtedragermedium doorheen stroomt. Met de extra energieterugwinning uit de omliggende bodem is het PKS-Thermpipesysteem onafhankelijk van dagverlooplijnen of van een onregelmatig rioolwateraanbod. Een constant energieaanbod is daarmee gegarandeerd.

Dubbel warmtegebruik Aardwarmte is altijd en overal beschikbaar. Rioolwater is altijd daar waar mensen leven en werken. Met het PKS®-Thermpipesysteem is het Frank GmbH gelukt de energie daar te benutten waar deze beschikbaar is: voor de deur, zonder transportverliezen. Door het dubbele gebruik van rioolwater- en aardwarmte heeft de gebruiker de garantie van een constante en schone energievoorziening.

Projectgericht Het ontwerp van het PKS-Thermpipesysteem, statisch alsook thermisch, is projectgericht en gebaseerd op de structurele voorwaarden, de beschikbare potentiële energie (uit afvalwater en aardwarmte) en de energievraag van de te voorziene eenheden. Het grootste deel van de beschikbare energie onttrekt het systeem uit de bodem. Het aantal van de te installeren PKS-Thermpipebuizen hangt af van de benodigde hoeveelheid energie en de te realiseren onttrekkingsvermogens uit de systeemcomponenten rioolwaterwarmte en bodemwarmte. De aan elkaar gelaste PKS-Thermpipebuizen worden met gangbare fittingen en buizen uit PE100 aan de FRANK-PKS-verdelerput gekoppeld. Van daaruit lopen de leidingen in het gebouw, bijvoorbeeld naar een warmtepomp en daarmee naar een energieomzetting.

De PKS-rioolbuis is de basis voor het PKS-Thermpipesysteem. Het systeem zorgt niet alleen voor het bedrijfszekere transport van afvalwater. Als horizontale aardwarmtesonde met afvalwaterturbolader heeft het PKS-Thermpipesysteem de extra taak warmte-energie te onttrekken:

Project Weimar In het kader van een onderzoeksproject is in Weimar (Thuringen, Duitsland) een gedeelte (36 meter) van een bestaande betonriool vervangen door het PKS-Thermpipe-leidingsysteem. Het

RIORAMA


warmtevermogen bedraagt circa 22kW. De warmte wordt in een sportcomplex (verwarming en sanitaire inrichting) gebruikt. De bestaande gasverwarmingsinstallatie is met een warmtepomp uitgebreid. De buizen liggen op een bodemdiepte van ongeveer 4,5 meter en transporteren het afvalwater van circa 5.000 inwoners van de op drie na grootste stad van Thuringen. De hoeveelheid afvalwater bedraagt om en bij de 7,5 l/s, met temperaturen tussen 15 en 20 °C. Naast de al genoemde onderdelen die in de bodem aangelegd zijn, werden ook investeringen in de verwarmingsinstallatie doorgevoerd. Naast een hogetemperatuurwarmtepomp van het type SWP 270H (warmtevermogen 26,5kW) en twee multifunctionele buffertanks (MFS 830 S) met ieder 830 liter voor de drinkwatervoorziening en een scheidingsboiler van gelijke grootte, werden ook diverse meetapparaten geïnstalleerd die de capaciteit van de installatie moeten vastleggen. PKS-Thermpipe -buizen In het kader van de statische berekening conform ATV-DVWK A 127, wordt de buisstijfheid (SR24) conform DIN 16961 berekend. Het productieproces van de PKS-Thermpipebuizen laat het ook toe andere als de hiervoor aangegeven SR-klassen te produceren. Het projectgerichte ontwerp, respectievelijk de daarop gebaseerde productie, garandeert de gebruiker een economisch gedimensioneerd leidingsysteem met een optimale stijfheid. ®

en ontluchten en maakt het hydraulisch regelen van de installatie mogelijk. Hoogwaardige regelafsluiters maken de exacte hydraulische afstelling bij verschillende lengten van de aan- en afvoerleidingen mogelijk en waarborgen de optimale thermische benutting van iedere Thermpipe-sectie. De verdelerputten worden projectmatig gedimensioneerd. Bij verhoogde statische vereisten, van grondwaterdruk tot zware verkeersbelasting, wordt de geschiktheid door een aantoonbare statische berekening vastgelegd. Door de adaptieve ontwerpen van de verdeler kan dus voor iedere installatiegrootte een passende oplossing gevonden worden. PKS®-Thermpipe is een innovatie van Frank GmbH uit Duitsland. In België wordt deze oplossing verdeeld door Benvitec.

• www.benvitec.be

Verdelerputten De aan- en afvoerleidingen van de afzonderlijke warmtewisselkringen van de Thermpipe-secties worden op een of meerdere centrale punten in verdelerputten samengevoegd. De vanuit de fabriek volledig geprefabriceerde verdelerputten maken het aansluiten en de inbedrijfsstelling van het systeem gemakkelijk. Alle noodzakelijke afsluiters en regelventielen zijn al voorgemonteerd. Dit vereenvoudigt het spoelen

RIORAMA

49


•• PRODUCT NEWS

Beton De Clercq pakt uit met innovaties Beton De Clercq is het oudste betonbedrijf van België. Onlangs kwam het op de proppen met enkele innovaties, die alles in zich hebben om zich de komende jaren tot fel gegeerde producten te ontwikkelen. De in Brugge gevestigde onderneming, opgericht in 1898, is de Belgische nummer drie op vlak van betonproductie in de rioleringssector. Met de olie- en benzineafscheiders (in samenwerking met het Nederlandse Nering Bögel) met geïntegreerde bypass en slibvang kan het Brugs bedrijf heel wat klanten bekoren. "Ze zijn een goede oplossing tegen vervuiling door onder meer koolwaterstoffen van parkings, stelplaatsen en containerparken. Bij sporadisch voorkomende regenbuien met grote intensiteit, neemt de 'first flush' de meeste vuilvracht mee. Het grote volume water dat na deze first flush door de kws-afscheider zou moeten met een relatief kleine rest vuilvracht, werkt evenwel storend op het zuiveringsrendement en zou een groot en duur opvangvolume vereisen. De geïntegreerde bypass zorgt er nu voor dat het 'first flush'-volume doorheen de afscheider wordt gevoerd en gefilterd, en concentreert het slib in het bekken. Het meervolume wordt dus rechtstreeks naar het lozingspunt afgeleid." Vaak voorkomende toepassingen zijn onder meer tankstations, vloeistofdichte vloeren in industrie, parkeerterreinen, laad- en loskuilen, opslagterreinen voor afval, milieustraten, autosloperijen en garagebedrijven. Betonstraatstenen Enkele jaren geleden introduceerde de onderneming al de waterdoorlatende betonstraatstenen. "Hiermee bieden we een oplossing voor de grote toename van verharde oppervlakken, die het hemelwater niet meer toelaten op een natuurlijke wijze in de ondergrond door te dringen. Hierdoor moeten grote hoeveelheden hemelwater via rioleringen en waterlopen afgevoerd worden. Bij overvloedige regenval kunnen

50

RIORAMA

deze afvoersystemen de toevloed niet meer aan, met als gevolg dat riooloverstorten in werking treden en beken, rivieren en straten overstromen." Met dit type betonstraatstenen kan het hemelwater ter plaatse in de ondergrond infiltreren. De fundering buffert het water eerst en geeft het dan vertraagd af aan de ondergrond. Hierdoor worden de riolen ontlast en wordt ook de steeds verder dalende grondwaterstand op peil gehouden. "Ze worden het best geplaatst op plaatsen met beperkt verkeer. Winplaatsen voor grondwater en zones waar veelvuldig dooizouten worden gebruikt, zijn hiervoor minder ideaal." De waterdoorlatende betonstraatstenen vormen een efficiënte oplossing die tegemoet komt aan een toenemend milieubewustzijn.

• www.declercq-beton.be Innovatiedrang Zaakvoerder Edouard Vancanneyt: "De voorbije jaren hebben wij regelmatig deelgenomen aan IWT-projecten, waardoor wij terecht het logo 'durf innoveren' mogen gebruiken. Daarnaast hebben we meerdere keren het West-Vlaams milieucharter behaald, wat ons ecologisch karakter ten volle typeert. Op onze site blijkt dat niet alleen uit onze waterzuivering (die afvalwater tot productiewater opwaardeert), maar ook uit het intensief gebruik van zonne-energie." Als fabrikant van producten die voortdurend worden ingezet voor openbare werken, zijn alle referenties uit het assortiment CE- en BENOR-gekeurd. "In onze eigen R&D-afdeling wordt voortdurend gewerkt aan de ontwikkeling van innovaties en de verbetering van bestaande producten: jaarlijks pakken wij met één à twee vernieuwingen uit."


AQUARAMA TRADE FAIR FOR WATER TECHNOLOGY TNAV WORKSHOP

17/10/2013 EXPOSANTEN

17 OKTOBER 2013 BRABANTHAL LEUVEN HET ENIGE NETWERK-EVENT ROND WATERTECHNOLOGIE IN BELGIË

DECKX

IWAKI BELGIUM NV

SIEMENS NV/SA

ECO-BETON WATER TECHNOLOGIES

JUMO AUTOMATION

SMET-G.W.T. NV/SA

AERZEN BELGIUM NV

ECO-VISION BVBA

KAESER KOMPRESSOREN

SOPURA SA

AIR PRODUCTS

EDO PUMPS NV

KROHNE BELGIUM NV

SPIROTECH BELGIË BVBA

APT BV

EKOPAK

KSB BELGIUM SA

SPX PROCESS EQUIPMENT

AQUAPLUS

ENDRESS+HAUSER SA/NV

KURITA EUROPE GMBH

SULZER PUMPS WASTEWATER BELGIUM

AQUASYSTEMS INTERNATIONAL

ENPROTECH

KWT MILIEU BVBA

TAUW BELGIË NV

AQUATHERM BELUX

EUROWATER

MERCK MILLIPORE

TENSIO

ATLAS COPCO

FESTO BELGIUM SA

METIS NV GROUP BENVITEC

TNAV

AVECOM NV

FILTER SERVICE

NALCO BELGIUM BVBA

TREVI NV

AVK BELGIUM NV

FRANKE WASHROOM SYSTEMS

NETZSCH PUMPS BELLUX

VAN REMMEN UV TECHNIEK NV

BD BIOSCIENCES

GE WATER & PROCESS TECHNOLOGIES NOREVA GMBH

VEOLIA WATER SOLUTIONS &

BEDU BELGIUM BVBA

GEA WESTFALIA BELGIUM

NOVOTEC

TECHNOLOGIES BELGIUM

BELGAQUA & AQUAFLANDERS

GEFRAN

OVIVO HOLLAND BV

VIGOTEC AKATHERM

BEST INSTRUMENTS

GEMÜ VALVES BVBA/SPRL

PACKO PUMPS

VINK NV/SA

BETON DE CLERCQ

GEORG FISCHER NV/SA

PANTAREIN

VITO

BIO-DYNAMICS

GH SYSTEMS

PENTAIR VALVES & CONTROLS

WAGO

BPI INSTRUMENTS

GRÜNBECK BELGIUM BVBA

PMT BENELUX

WATERLEAU-BIOTIM

BRENNTAG

GRUNDFOS BELLUX NV/SA

PRAXAIR NV

WATTS INDUSTRIES

CARMEUSE

HACH LANGE

PROFILPLAST

WEG BENELUX

CGK-GROUP BVBA

HANNA INSTRUMENTS BVBA

PROMINENT BELGIUM NV

WEYN-LAUWERS

CLARFLOK SA

HOBAS

RIETLAND BVBA/GROUP W

XYLEM

CONTROLLED SOFT WATER

HYDRIS ENGINEERING

ROBUSCHI BENELUX BV

DANFOSS NV/SA

INDUSS NV

SCHNEIDER ELECTRIC

DE WATERGROEP

INDUSTRIAL STORAGE TANKS

SEEPEX GMBH

registreer u nu als bezoeker op www.aquarama.be uw registratiecode RIOR03

RIORAMA

51


‘s Werelds meest toonaangevende vakbeurs voor proces-, drink- en afvalwater

AMSTERDAM • NL

EXHIBITION 5 - 8 NOVEMBRE 

2013

Ontmoet meer dan 800 exposanten, waaronder de internationale marktleiders Bekijk alle innovaties en winnaars van de Aquatech Innovation Award Kom netwerken met meer dan 21.500 collega’s van over de hele wereld Laat je inspireren en doe nieuwe kennis op bij de AquaStages Bezoek tegelijkertijd de International Water Week

Registreer online voor gratis toegang www.amsterdam.aquatechtrade.com Organised by

Part of

Supported by

Riorama 03  

Vakblad voor riooltechnologie.

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you