Issuu on Google+

01

v a k b l a d v o o r R I OOLt e c h n o l o g i e • J AN / F EB / M AART 2 0 1 3 • j a a r g a n g 1

Martens: beton, kunststof en zoveel meer Riolen en automatisering... hier komt RTC Keuring van private riolering: een stand van zaken

Periodiciteit: driemaandelijks I Afgiftekantoor: Brussel X I P915318 I Verantwoordelijke uitgever: Filip Cossement I Boulevard des Canadiens 118 B-7711 Dottignies


In de traditie van onze baanbrekende innovaties lanceren wij nu...

Flygt ExperiorTM Welkom in een nieuw tijdperk voor afvalwaterpompen. Een tijdperk waarin uitmuntende techniek en pioniersgeest worden gecombineerd met een ongeëvenaard inzicht in uw behoefte. Het resultaat is Flygt Experior, een unieke productlijn die state-of-the-art hydrauliek, motoren en aandrijftechniek combineert tot een uniek concept. Flygt Experior combineert onze unieke N-technologie, premium efficiency motoren en SmartRun - dé nieuwe intelligente pompbesturing. Flygt Experior is ontwikkeld omdat wij jarenlang naar U hebben geluisterd. Wij hebben onze kennis en expertise in het ontwerpen van de meest betrouwbare en energie-efficiënte afvalwaterpompen toegepast om aan te sluiten bij uw behoeften van eenvoud en betrouwbaarheid in combinatie met minimaal energieverbruik. Flygt ExperiorTM. Inspired by you. Engineered by us.

flygt.com/FlygtExperior Flygt is een merk van Xylem. Xylem’s 12.000 medewerkers pakken met enthousiasme de meest complexe uitdagingen aan in de wereldwijde watermarkt. Let’s solve water.


RIORAMA Vakblad voor riooltechnologie. Gratis verspreid in Vlaanderen naar: aannemers rioolwerken & waterwerken, burgerlijke bouwkunde, technische diensten steden en gemeenten, intercommunales en studiebureaus. PERIODICITEIT

06

10

18

29

30

36

38

44

48

Driemaandelijks Redactie

Bart Vancauwenberghe Koen Vandepopuliere Rudy Gunst redactie@fcomedia.be Vormgeving

Lien Hoste E lien.hoste@fcomedia.be

INHOUD

Reclame-advies

• Inside news.........................................................................................................4

Katja Wijffels T 0473/86 59 70 E katja.wijffels@fcomedia.be Verantwoordelijke uitgever

Filip Cossement Canadezenlaan 118 - B-7711 Dottenijs T 056/77 13 10 F 056/77 13 11 E filip.cossement@fcomedia.be I www.fcomedia.be

• Vlario-dag, een must voor iedere rioleringsverantwoordelijke..............................6 • Rioleringsvakdagen in Evenementenhal Gorinchem.............................................9 • Pollutec Lyon linkt Belgische en Frans(talig)e ecologiemarkt...............................10 • VLARIO informeert gemeentelijke mandatarissen..............................................12 • Studie TMVW en Hydroscan reikt oplossing aan voor wateroverlast in Beersel...14 • Versnijdende N-pomp Flygt helpt IWVA uit de nood..........................................16 • Martens: beton, kunststof en zoveel meer.........................................................18 • Richtlijn voor veilige plaatsing van opblaasbare rioolafsluiters............................22 • QM Environmental vergemakkelijkt biologisch onderhoud.................................24

Niets uit deze uitgave mag worden verveel-voudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor de inhoud van de advertenties zijn enkel de adverteerders aansprakelijk

• Warmterecuperatie uit rioolwater......................................................................26 • VDV Cleaning, een stevige referentie in rioleringswerken..................................29 • Doorpersbuizen Hobas® CC-GVK toegepast in Voercollector.............................30 • Financierende heffing voor afvalwaterlozing op de riolering..............................32 • Renovatie Armco-koker in Spiere door Channeline-schaaldelen.........................34 • Integraal waterbeleid, een verplichting voor iedereen........................................36 • Riolen en automatisering... hier komt RTC.........................................................38 • VMW heet voortaan De Watergroep.................................................................42

LID VAN DE UNIE VAN DE UITGEVERS VAN DE PERIODIEKE PERS

• Keuring van private riolering: een stand van zaken............................................44 • Stradus Aqua investeert voluit in zelfverdichtend beton.....................................46 • Nieuwe Panasonic Toughpads voor de bouw- en installatiewereld.....................48 • Product news....................................................................................................50

RIORAMA

3


•• INSIDE NEWS

Dyka Plastics en Georg Fischer bundelen de krachten Betrouwbare verbindingen zijn cruciaal om een veilig transport van fluïda te garanderen. Dyka Plastics en Georg Fischer gaan hun expertises daarom bundelen. Dyka Plastics is een belangrijke Belgische producent van kunststofleidingsystemen en marktleider in PE-drukleidingen voor gas, drinkwater, persriool, telecom en gestuurd boren. Georg Fischer geldt als marktleider in fittings voor drukleidingsystemen. Deze twee partners zijn medio november 2012 een samenwerkingsovereenkomst voor PE-elektrolasfittings aangegaan. Hierdoor zullen de hoogkwalitatieve ELGEF Plus PE-100 elektrolasfittings voortaan ook in de Dyka-branches en bij de Dyka-verdelers beschikbaar zijn. Dyka verbreedt hierbij ook ingrijpend haar assortiment, met de bedoeling om nog beter en nog sneller te kunnen inspelen op de noden en behoeften van de professionele eindmarkt.

• www.dyka.com • www.georgfischer.be

Krohne huist op nieuwe locatie Krohne Belgium, leverancier van instrumentatie zoals debietmeters, niveaumetingen, temperatuursmetingen, analyseapparatuur en dies meer, is onlangs verhuisd naar een nieuwe locatie. Na twintig jaar verliet de onderneming het gebouw in de Brusselstraat in Groot-Bijgaarden voor een mooi en representatief gebouw in de Noordkustlaan nummer 16, ook gelegen in Groot-Bijgaarden. Voor Krohne betekent dit een nieuwe start. De huidige locatie zal dan ook een ontmoetingsplaats worden waar klanten meer dan welkom zijn. Alle overige gegevens (telefoon, fax, e-mails,...) blijven ongewijzigd.

• www.krohne.com

Nieuw distributiecentrum voor moederbedrijf van Bosta MegaGroup Trade, een technische groothandel in componenten voor leidingsystemen met vestigingen in 14 Europese landen, gaat een Europees distributiecentrum bouwen in Veghel. Volgens het moederbedrijf van Bosta België NV is dit een noodzakelijke stap in de verdere groei en ontwikkeling van het bedrijf. Het distributiecentrum moet eind 2013 operationeel zijn en gaat de klanten van de Noord-West-Europese vestigingen rechtstreeks beleveren. Door de voorraden en de distributie te centraliseren, wordt het mogelijk de duizenden klanten van de groep sneller en met een groter assortiment te bedienen. Sinds haar oprichting in 1943 is de MegaGroup uitgegroeid tot een netwerk van vestigingen in 14 Europese landen met eigen 'sourcing' in China en Zuid-Europa. In haar lange historie heeft de groep veel ontwikkelingen doorgemaakt en is zij succesvol doorgegroeid tot een bedrijf met meer dan 400 medewerkers. Nu staat de Group aan de vooravond van opnieuw een grote transformatie. De bouw van het distributiecentrum start al op korte termijn en het centrum zal vanaf begin 2014 volledig operationeel zijn. Het distributiecentrum krijgt een oppervlakte van 11.000 m² met 18.000 palletplaatsen en 10 laadkaaien. Bovendien is er een grote overdekte buitenruimte die nog eens 3.300 m² opslagruimte biedt.

• www.megagrouptrade.com 4

RIORAMA


Mooie resultaten rietveld Badboot Het rietveld op de Badboot in Antwerpen is sinds augustus 2012 in bedrijf. Sindsdien worden om de twee weken stalen genomen door een thesisstudente van de KHK Kempen in Geel. De resultaten van de eerste negen staalnames laten heel goede resultaten zien, ondanks de zeer wisselende belasting van het filter. Het rietveld dat op het middendek van de Badboot is geplaatst is van het beluchte type (FBA: Forced Bed Aeration®) en bestaat uit twee afzonderlijke trappen die van onderuit via een stelsel van beluchtingsdarmen van extra zuurstof worden voorzien. De eerste trap is verticaal doorstroomd, de tweede horizontaal.

Van elk van de twee trappen werden afzonderlijke stalen genomen. Samengevat zien de resultaten er als volgt uit: mg/l

in

Trap 1 uit

Trap 2 uit

COD

1.201,6

23,8

6,0

NH4-N

64,6

4,0

3,8

NO3-N

8,9

18,6

5,2

In de zomer was er een zeer hoog debiet, tot 75 m³/dag, vanwege de douches en voetspoeling. In de winter, wanneer het zwembad gesloten was, was het debiet aanzienlijk lager, maar de concentratie COD liep op tot gemiddeld 1.600 mg/l met een uitschieter tot 2.396 mg/l. De resultaten bleven de hele periode constant. Dit toont de grote flexibiliteit van dit type filter aan. Op COD is het rendement zeer hoog (> 99,5%). Opmerkelijk zijn ook de lage stikstofwaarden. De totale stikstof in het effluent bleef altijd onder de 10 mg/l.

• www.rietland.com

Xylem breidt verhuur-

Nieuwe code van goede praktijk

activiteiten uit

voor rioleringssystemen

In oktober 2012 vierde Xylem haar eenjarig bestaan. Dat jaar stond in het teken van vernieuwing, met gevarieerde oplossingen voor waterschappen, gemeenten en de bouwwereld. De directie legde de nadruk op kennisuitwisseling, het nog beter begrijpen van de wensen en de veranderende behoeften van de klanten en van elkaar leren. In 2013 verwacht Xylem de verdere uitbreiding van de verhuur- en ontwateringsactiviteiten en zal het bedrijf ook verder inspelen op de meest cruciale behoeften van de klanten: bedrijfszekerheid, efficiëntie, duurzaamheid en economisch verantwoord investeren. Dit jaar zal het bedrijf onder meer de nieuwe state-of-the-art gemaalcomputer APP 800 introduceren, horizontaal opgestelde Flygt-pompen, een nieuwe serie drainagepompen en totaaloplossingen voor de drinkwatermarkt en de industrie. Daarnaast is de Flygt Smartrun-pompbesturing met ingebouwde intelligentie genomineerd voor de innovatieprijs Rioned.

De code van goede praktijk voor het ontwerp, de aanleg en het ouderhoud van rioleringssystemen is de handleiding voor Aquafin, rioolbeheerders, gemeenten en studiebureaus bij het ontwerpen van rioleringsinfrastructuur. De code moet ervoor zorgen dat de verschillende onderdelen van het rioleringssysteem consistent ontworpen, op elkaar afgestemd en beheerd worden.
 De oude code dateerde van 1996 en was aan herziening toe. De gehanteerde neerslagparameters stemden niet meer overeen met de verwachte toekomstige klimaatevoluties, waardoor ook de ontwerpparameters minder beschermden tegen wateroverlast.
 Op 20 augustus 2012 keurde minister Joke Schauvliege het ministerieel besluit goed dat de herziene code vaststelt.
 In de nieuwe code wordt de capaciteit van rioolstelsels zodanig berekend dat een bui die zich statistisch gezien eens om de twintig jaar voordoet geen wateroverlast op straat tot gevolg heeft. Verder zijn de ontwerpparameters geoptimaliseerd op basis van ervaringen met volledig gescheiden stelsels, is de kwetsbaarheidskaart voor overstorten geactualiseerd en is een luik toegevoegd over het beheer en onderhoud van rioleringen.


• www.xylem.com

• www.integraalwaterbeleid.be

RIORAMA

5


•• BEURSNIEUWS

Vlario-dag, een must voor iedere rioleringsverantwoordelijke Op dinsdag 26 maart 2013 vindt traditiegetrouw de jaarlijkse Vlario-dag plaats. Ook dit jaar trakteert het overlegplatform van de rioleringsector de deelnemers op het laatste nieuws uit de sector.

De aftrap wordt gegeven met een bespreking van de Water Blue Print en de volgende generatie stroomgebiedbeheersplannen. De deelnemers komen te weten welke impact dit heeft voor de gemeenten, wat gemeentelijke sanering betekent en welke ondersteuning er vanuit Vlaanderen wordt voorzien. Ook het resultaat van de gemeentelijke investeringsprogramma’s komt aan bod. De antwoorden op bovenstaande vragen worden gegeven door de Vlaamse Milieumaatschappij.

6 RIORAMA

Noodzaak van renovaties De werkgroepen zijn het hart van Vlario en vormden de vertrekbasis om Vlario verder uit te bouwen tot kenniscentrum. Items die iedereen nauw aan het hart liggen (zoals infiltratie, duurzaam rioolbeheer en keuring van private riolering) worden hier uit de doeken gedaan. Hierbij aansluitend wordt er ook dieper ingegaan op de noodzaak van een kwalitatieve aanpak van renovatie van bestaande rioleringen. Die moeten namelijk weer een lange tijd meegaan. Het hemelwaterbeleid in Vlaanderen is een taak voor de gemeenten die steeds maar belangrijker wordt. Over dit onderwerp zullen drie sprekers de nodige toelichting geven. Vooreerst zal een afgevaardigde van het kabinet van Vlaams minister Muyters de langverwachte nieuwe 'Gewestelijke verordening

hemelwater' komen toelichten. De aanpak en doelstellingen van de gemeentelijke hemelwaterplannen alsook een concrete case zullen worden toegelicht. Dat de watersector een heel dynamische sector is, hoeft niet meer gezegd te worden. Ook dat de uitdagingen pittig zijn, is algemeen bekend. Een overzicht van deze sector krijgt u tijdens dit evenement. De Vlario-dag is uiteraard méér dan een studiedag. Het is het jaarlijkse trefpunt voor specialisten en geïnteresseerden uit de rioleringssector. Directeur Wendy Francken en haar team hopen u daarom ook dit jaar weer massaal te mogen begroeten.

• www.vlario.be


PROGRAMMA 08u30:

Registratie, verwelkoming en koffie op de rioleringsmarkt.

09u20:

Openingswoord – Water Blue Print en de volgende generatie stroomgebiedbeheersplannen, wat betekent dit voor de gemeenten? Door een afgevaardigde van de Vlaamse Milieumaatschappij

09u45:

Gemeentelijke sanering • De Vlaamse milieumaatschappij als facilitator Door Bruno Pevenage, Afdeling Economisch Toezicht – Vlaamse Milieumaatschappij • Een evaluatie van de gemeentelijke investeringsprogramma's Door Rebecca Callebaut, Afdeling Ecologisch Toezicht – Vlaamse Milieumaatschappij

10u15:

Realisaties van de werkgroepen van VLARIO. Door de voorzitters van de werkgroepen

10u45:

Renovatie van bestaande rioleringssystemen - noodzaak van kwalitatieve aanpak. Door Dr. Bert Bosseler, IKT

11u00:

Koffiepauze

11u30:

Keuring van private riolering – een stand van zaken Door Wendy Francken, directeur VLARIO

11u45:

Hemelwaterbeleid in Vlaanderen • De nieuwe Gewestelijke verordening hemelwater: een toelichting over de belangrijkste wijzigingen. Door Isabel Jacobs, kabinetschef Ruimtelijke Ordening van het kabinet van de Vlaamse minister van Ruimtelijke Ordening • Hemelwaterplannen – aanpak en doelstellingen Door Ingeborg Barrez, Ecologisch Toezicht, Vlaamse Milieumaatschappij • Hemelwaterplan: elke gemeente een case! Door Luc Bossyns, Aquafin

12u30:

Situering van Vlario binnen de watersector in Vlaanderen Door Jean Berlamont, bestuurder Vlario

12u50:

Conclusies en slotwoord Met aansluitend werklunch en bezoek aan de rioleringsbeurs

15u00:

Bekendmaking van de winnaar van de fotowedstrijd – op de rioleringsbeurs

Einde omstreeks 17.00 uur

Fotowedstrijd Vlario maakt tijdens de Vlario-dag de winnaars bekend van de fotowedstrijd. Daarbij zocht het overlegplatform van de rioleringssector naar de beste foto die bij één of meerdere van haar basisthema's (riolering, water, waterlopen, rioleringswerven, zuiveringsstations) past. Verrassende, idyllische, spijtige, mooie of verhelderende beelden, genomen tijdens bijvoorbeeld werfbezoeken of wandelingen, komen in aanmerking. Een jury van kenners en vaklui zal daarna vergelijken en beslissen. De tien beste foto's worden voorgesteld op de Vlario-dag, de fotograaf van het winnende beeld ontvangt een tablet.

RIORAMA 7


U ZOEKT ...?

RI RAMA Nuttige informatie over riooltechnologie Wenst u Riorama gratis te ontvangen of wenst u informatie over het plaatsen van advertenties? Stuur uw naam en adresgegevens naar info@riorama.be

Boring Bertem Doorpersing DE1280

Gemeente Hilversum Riolering Dn3000

HOBAS heeft als missie: • Duurzaamheid • Maatschappelijk verantwoord ondernemen • Klanttevredenheid • Verantwoordelijkheid • Reductie van Co2 emissies

HOBAS Benelux BV Marconistraat 11-10 4004 JM Tiel

RWZI Haarlo Luchtleiding 125 tot 250mm

• Riolering • Inspectieputten • Transportleidingen • Doorpersbuizen • Duikers • Bergingsriolen • Rioolrenovatie systemen • Industrie • Diameter tot 3600mm

Tel.:! +31 - (0)344 820030 www.hobas.com


•• BEURSNIEUWS

Rioleringsvakdagen in Evenementenhal Gorinchem Op 19, 20 en 21 maart 2013 verzamelt de hele rioleringswereld in Evenementenhal Gorinchem. Fabrikanten, leveranciers, importeurs en andere dienstverlenende bedrijven in de rioleringsbranche beschouwen de Rioleringsvakdagen als een uitstekende gelegenheid om te netwerken, relaties te onderhouden en ontmoeten en informatie uit te wisselen in een sfeervolle omgeving.

Tijdens de Rioleringsvakdagen zullen drie dagen lang bedrijven die gericht zijn op installatie, inspectie en beheer van rioleringsystemen en afvalwater zich presenteren. Succesvolle editie 2012 Vorig jaar konden de organisatoren terugblikken op een goede combinatie van de zesde editie van de Aqua Nederland Vakbeurs en de derde editie van de Rioleringsvakdagen. Het was een geslaagde editie, waarbij opnieuw een kleine groei in de bezoekersaantallen werd geconstateerd. In 2012 werd Aqua Nederland Vakbeurs in combinatie met de Rioleringsvakdagen in totaal bezocht door 9661 bezoekers, bijna 400 bezoekers meer dan in 2011. Randprogramma Naast de vakbeurs, die dit jaar ruim 300 exposanten telde, heeft de Aqua Nederland Branchevereniging opnieuw gezorgd voor een interessant randprogramma. De branchevereniging sterk vertegenwoordigd op het netwerkplein. Op dit netwerkplein werd de mogelijkheid geboden aan partijen om kennis en ervaring uit te wisselen. Daarbij waren er voor beide beurzen interessante bijeenkomsten die goed werden bezocht. Deze bijeenkomsten stonden in het teken van 'gezamenlijk zuiveren', 'MKB in topsector Water' en 'Kansen bij ontwikkelingssamenwerking'.

met het digitale registratiesysteem. Veel bezoekers hebben zich voorgeregistreerd middels de website van de evenementenhal. Door deze nieuwe methode is het mogelijk de kwaliteit van de bezoekers te optimaliseren. Dat gebeurt uiteraard met behulp van de exposanten, die het grootste aantal relaties uitnodigen voor de beurs." Fullserviceformule Eind 2012 werd voor het eerst een regionale versie van de Aqua Nederland Vakbeurs gehouden. Aqua Nederland Vakbeurs Noord-Oost vond plaats in Evenementenhal Hardenberg en werkt volgens de bekende fullserviceformule. "Dit concept spreekt exposanten erg aan," aldus beursorganisator Naomi Sijtsma. "Bedrijven willen in de hectiek van alledag geen tijd verspillen en achteraf gezien veel meer extra

kosten hebben gemaakt dan verwacht." Evenementenhal verzorgt de complete standunit, gratis parkeren en de verzorgde catering voor zowel exposanten als de bezoekers. Een belangrijk onderdeel van het concept is de uitnodigingsservice. Exposanten leveren hun (potentiële) relaties aan die zij graag op de vakbeurs willen treffen. De organisatie zorgt dat na ontdubbeling, de relaties worden uitgenodigd. Middels een brief worden zij geïnformeerd namens welk(e) bedrijf(ven) zij zijn uitgenodigd. Na zich te hebben geregistreerd via de website, ontvangt de relatie een gratis entreebewijs in de mailbox. Hierdoor wordt de kwaliteit van de bezoekers gewaarborgd en is een bezoek laagdrempelig, zodat beursdeelname ook echt effectief is.

• www.evenementenhal.nl

Digitaal registratiesysteem Tijdens de vorige editie van de Aqua Nederland Vakbeurs en Rioleringsvakdagen hebben de bezoekers en exposanten kennis gemaakt

RIORAMA 9


•• BEURSNIEUWS

Pollutec Lyon linkt Belgische en Frans(talig)e ecologiemarkt Sneeuw: spreek het woord niet uit bij de organisatoren van Pollutec Lyon, of ze worden er mottig van. We kunnen het begrijpen. In het najaar van 2010 raakte het evenement letterlijk en figuurlijk ondergesneeuwd. Met alle gevolgen vandien: hoewel vele exposanten en bezoekers al in de stad aangekomen waren, was het een huzarenstukje om de Eurexpo te bereiken, waardoor de beursgangen bepaald niet dichtbevolkt liepen. Gelukkig waren de weergoden het evenement dit keer gunstiger gezind, en was Pollutec Lyon opnieuw een schot in de roos.

De Pollutec-beurs in het Eurexpo-complex van Lyon sloot de deuren op 30 november. In deze op economisch vlak sombere periode, heeft de beurs de dynamiek van de ecologisch-industriële branches bevestigd, net als hun hoofdrol in de meer dan ooit noodzakelijke ecologische overgangsperiode. Niet minder dan 2318 exposanten, waarvan 29,1% internationale bedrijven, hebben hun oplossingen gepresenteerd aan 62.868 professionele bezoekers die uit liefst 105 landen wereldwijd naar Frankrijk kwamen afgezakt. Zelfs drie ministers namen de moeite de beurs te bezoeken. Delphine Batho (minister van Ecologie) en Arnaud Montebourg (minister van ‘productieve verlichting’) kwamen het salon inwijden en zaten de achtste plenaire vergadering van het Cosei (Comité stratégique de filière pour les éco-industries) voor. Zij herbevestigden de algemene mobilisering van de overheid voor de ecologische industrieën en de ‘groene groei’ en onderstreepten daarbij dat deze milieuvriendelijke branches zich bevinden in het hart ‘van het streven naar concurrentievermogen’. Op haar beurt kwam Nicole Bricq, minister van Buitenlandse Handel, de beurs

10 RIORAMA

bezoeken. Deze vooraanstaande dame deelde ook de Exporttrofeeën voor ecologische bedrijven uit en nam deel aan een rondetafel met een vijftiental Franse bedrijven die sterk exportgeoriënteerd zijn.

(bijna 200 inschrijvingen) als voor het zakelijk ontmoetingsplatform b2fair, waar 146 ondernemingen deelnamen aan 712 geprogrammeerde ontmoetingen. Ook de keuze voor Argentinië als ereland bleek een schot in de roos.

Hoog bezoekersniveau De mensen die sinds jaar en dag verknocht zijn aan de tweejaarlijkse beurs Pollutec Lyon, herontdekten tijdens de vorige editie de traditionele toestroom van een groot publiek voor dit cruciale evenement, dat tijdens de editie van 2010 dus erg te lijden had onder atypische klimatologische omstandigheden. Naast de kwantiteit viel dit jaar opnieuw de hoge kwaliteit van de bezoekers op: de meeste exposanten waren verheugd over de lucratieve contacten met de bezoekers, waarvan het merendeel bevoegd is om belangrijke aankoopbeslissingen te nemen (publieke sector) of nuttige oplossingen voor te schrijven (overheid). De bezoekers van hun kant waren verheugd over de rijkelijk gevulde programmering tijdens deze editie.

Innovaties Deze editie van Pollutec liet ook toe om een groot aantal innovatieve oplossingen te ontdekken. Heel wat producten en diensten verzoenen ecologische met economische voordelen. Van de 188 vooraf aangekondigde innovaties door de standhouders, was liefst veertig procent gelieerd aan watertechnologie en saneringsoplossingen. Eens te meer heeft Pollutec uitgebreid aangetoond dat de innovatie in de wereld van de ecologische technologieën integraal deel uitmaakt van de talrijke inspanningen die ondernemingen zich getroosten om de prestaties en de competitiviteit van hun oplossingen te verhogen.

De internationale evenementen kenden deze editie een aanzienlijk succes. Dat gold zowel voor het colloquium ‘Sustainable City Solutions

De volgende editie van Pollutec (Pollutec Horizons) vindt plaats in Paris-Nord Villepinte. De beurs zal worden gehouden van 3 tot 6 december 2013.

• www.pollutec.com

Belangrijke cijfers De 25ste editie van Pollutec, die plaats vond van 27 tot 30 november 2012, lokte 62.868 professionele bezoekers, waarvan 8000 internationale bezoekers met 105 verschillende nationaliteiten. De 2318 exposanten kwamen uit veertig deelnemende landen. De totale expositieruimte bedroeg 99.267 m². Daarvan werd 58.667 m² bezet door standen.


•• REPORTAGE

VLARIO informeert gemeentelijke mandatarissen Geen valentijntjesdag in 2013 voor al wie zich ontfermt over het Vlaams rioleringsnetwerk. Althans niet overdag, want VLARIO organiseerde in het Vlaams Parlement de studiedag ‘Beleid & Overleg’ voor de gemeentelijke mandatarissen en hun adviseurs. Met het aantreden van de nieuwe gemeenteraden geen overbodig initiatief. “Om de nieuwe mandatarissen die vanaf 2013 hun bevoegdheid opnemen te informeren over de uitdagingen voor de komende jaren, vindt VLARIO het een geschikt moment voor deze bijeenkomst”, aldus Wendy Francken, directeur van VLARIO. “Naast informeren willen we ook de bevoegde schepenen van Openbare Werken, Leefmilieu en Financiën nauwer betrekken bij het VLARIO overlegplatform en kenniscentrum voor de rioleringen- en afvalwaterzuiveringssector in Vlaanderen.” Van de aanwezigheid van zoveel beleidsmakers maakte Joke Schauvliege, Vlaams minister van Leefmilieu, Natuur en Cultuur, graag gebruik om haar waterzuiveringsbeleid toe te lichten en meer specifiek de cruciale rol van de gemeenten hierin. “De investeringen in de uitbouw van inzameling en zuivering van het afvalwater werpen nu al een tijdje hun vruchten af. Die investeringen waren de afgelopen 20 jaar aanzienlijk: ruim 3,7 miljard euro voor de gewestelijke saneringsinfrastructuur en meer dan 1,2 miljard euro gewestelijke subsidies ter ondersteuning van meer dan 3.200 gemeentelijke projecten. De vooruitgang is indrukwekkend. In 1991 scoorde nog 12% van de meetplaatsen slecht. Nu komen zwaar vervuilde oppervlaktewateren nog maar heel zelden voor. De kwaliteit in de meeste waterlopen is ook zichtbaar verbeterd, waardoor een aantal

12 RIORAMA

vissoorten terug is van weggeweest. Maar de uitdagingen voor ons milieu blijven bijzonder groot. De Europese regels zijn behoorlijk streng, zeker voor een dichtbevolkte en hooggeïndustrialiseerde regio als Vlaanderen.” Maar dit betekent niet dat er tijd is om op de lauweren te rusten. Met de Europese kaderrichtlijn Water vraagt Europa om tegen 2015 (weliswaar met 2 keer 6 jaar uitstel) zowel grond- als oppervlaktewater in een goede toestand te brengen. Hiervoor zijn er o.a. belangrijke investeringen nodig voor de uitbouw en de vervanging van de waterzuiveringsinfrastructuur. Dit is enkel mogelijk indien het gewestelijk en gemeentelijk waterbeleid op elkaar worden afgestemd. VLARIO, als overlegplatform, speelt hierin een belangrijke rol. Met het Vlaams Adaptatieplan wil Vlaanderen de effecten van de klimaatverandering opvangen. De essentie van de aanpak blijft de drietrapsstrategie voor waterbeheersing: vasthouden, bufferen en afvoeren. Bart Martens, voorzitter van de Commissie Leefmilieu in het Vlaams Parlement, gaf hier meer toelichting bij. “We pleiten niet voor meer blauw op de straat, maar wel meer blauw naast de straat. Ons klimaat verandert, maar ook het landgebruik. Steeds meer beton vermindert waterdoorsijpeling. We moeten hier absoluut een oplossing voor vinden, zoniet zullen we nog veel overstromingen beleven zoals in 2010”

Voor het openbaar domein heeft Minister Schauvliege in 2012 de code van goede praktijk goedgekeurd, de bijbel voor de aanleg en het onderhoud van de rioleringen. Joke Schauvliege: “Voortaan houdt de code voor het ontwerpen van een riolering rekening met regenbuien met een terugkeerperiode van 20 jaar in de plaats van 5 jaar. Want hevige regenbuien hebben een grote impact op ons rioleringsstelsel. Een terugkeerperiode van 20 jaar wijst op de kans tot wateroverlast ten gevolge van een bui/storm die eens om de 20 jaar voorkomt. Een retourperiode van 5 jaar komt dus vaker voor. Concreet betekent dit voor een rioleringsstelsel dat je voor een T20 grotere buizen en buffers nodig hebt dan voor een T5. Maar laat ons eerlijk blijven: een riolering die nooit overstroomt, bestaat niet. Daarom is er bij de aanleg van rioleringen ook nood aan maatregelen die meer ruimte voor water maken, zoals doorlatende verhardingen of tijdelijk overstroombare openbare ruimtes zoals parken en recreatieve terreinen.” Een andere maatregel is bij de aanleg van nieuwe riolering het afvalwater en het hemelwater zoveel mogelijk te scheiden. De overheid waakt erover dat ook de burger deze scheiding op zijn privédomein correct uitvoert. Daarom is via het Algemeen Waterverkoopreglement de keuring van de waterafvoer verplicht. “De huidige sanering is voor een deel


van het huishoudelijke afvalwater meestal beperkt tot enige bezinking in een septische put”, aldus Joke Schauvliege. “Dat moet beter. In de gemeentelijke zoneringsplannen is voor deze buitengebieden vastgelegd dat dit via een collectieve aansluiting op een zuiveringsinstallatie, of via een individuele behandelingsinstallatie moet gebeuren. De uitbouw van de saneringsinfrastructuur is een gedeelde verantwoordelijkheid tussen het gewest en de gemeenten. De gemeenten zorgen voor de inzameling en het lokaal transport van het afvalwater. Het gewest neemt de bouw en exploitatie op zich van gewestelijke rioolwaterzuiveringsinstallaties en collectorenstelsels die de gemeentelijke riolen aansluiten op de gewestelijke zuiveringsinstallaties. Op gemeentelijk vlak moet er hiervoor in het buitengebied nog infrastructuur worden bijgebouwd.” Koken kost geld. De gemeentelijke mandatarissen gingen massaal rechtop zitten toen het beschikbare budget ter sprake kwam. “Bij de reorganisatie van de watersector in 2006 hebben we de gemeenten de mogelijkheid geboden om de aanleg en het beheer van riolering structureel te financieren via de gemeentelijke saneringsbijdrage van de integrale waterfactuur. Mochten alle gemeenten deze mogelijkheid gebruiken en de maximaal toegelaten bijdrage vragen, dan zou dit per jaar tot meer dan 300 miljoen euro extra middelen genereren.

Ik wil hier vandaag dan ook uitdrukkelijk alle gemeenten aansporen om deze saneringsbijdrage zo sterk mogelijk te gebruiken. Ook het Lokaal Pact, afgesloten tussen het Vlaams Gewest en de gemeenten, voorziet in 700 miljoen euro aan gemeentelijke investeringen voor riolering die wordt overgenomen door het Vlaams Gewest, en dit gespreid over 7 jaar. Daarnaast kan een gemeente rekenen op subsidies van het gewest voor de aanleg van rioleringen. Jaarlijks is dit niet minder dan 110 miljoen euro vrijgemaakt voor de uitvoering van gemeentelijke projecten. Dit wil ik volgend jaar verhogen met een deel van de middelen van de samenwerkingsovereenkomst die eind dit jaar afloopt. Het gaat om een bedrag dat schommelt rond 10 miljoen euro.” “Het afstemmen van het rioleringsstelsel op actuele uitdagingen zoals de historische achterstand, de bevolkingsgroei, de klimaatverandering en de technologische vooruitgang is

Joke Schauvliege

een niet te onderschatten opdracht”, besluit Joke Schauvliege. “Om die uitdagingen aan te gaan is een goed overwogen mix van investeringen en exploitatie van het rioleringsstelsel van groot belang. Uit een vergelijking van de VMM tussen de geschatte kosten voor investeringen, onderhoud en vervanging en de huidige opbrengsten blijkt voor de komende vijftien jaar extra 3,1 miljard euro voor alle gemeenten nodig. Maar iedereen kent de budgettaire context. Het wordt een uitdaging om de kosten, de opbrengsten en een aantal technische parameters van het rioleringsstelsel met elkaar te combineren.” Ingeborg Barrez (VMM) gaf toelichting bij het Algemeen Waterverkoopreglement, waarin onder meer de rechten en de plichten van watermaatschappijen en rioolbeheerders tot hun klanten zijn opgenomen, te weten levering van leidingwater, sanering van afvalwater, afvoer van regenwater en aanrekening van de kosten. Aansluitend pleitte Greet De Gueldre van Aquafin voor een holistische aanpak van de wateroverlast, waarbij nood is aan een hemelwaterplan per gemeente. Aquafin wil hierbij ene voortrekkersrol spelen en de gemeenten maximaal ondersteunen, onder meer door nog meer het afvalwater en het hemelwater te scheiden.

• www.vlario.be RIORAMA 13


•• REPORTAGE

Studie TMVW en Hydroscan reikt oplossing aan voor wateroverlast in Beersel Eind december maakten toenmalig burgemeester Hugo Casaer van Beersel, het integraal waterbedrijf TMVW en studiebureau Hydroscan de resultaten bekend van de studie die werd opgezet na de wateroverlast van de voorbije twee zomers. Na de extreme regenbui van 20 mei 2012 besliste het gemeentebestuur samen met TMVW het probleem aan te pakken. TMVW, dat sinds 2005 rioolbeheerder is van Beersel, nam het studiebureau Hydroscan onder de arm om de oorzaken van de wateroverlast in kaart te brengen.

De gemeente Beersel was tussen augustus 2011 en de zomer van 2012 herhaaldelijk het slachtoffer van extreme regenbuien. Zo werd onder meer heel wat ellende veroorzaakt tijdens de uitzonderlijke buien van 20 mei 2012, maar ook op de dag van het Pukkelpopdrama (18 augustus 2011) dienden enkele straten tientallen liters neerslag en modder te trotseren. 32 knelpunten Om hier toekomstgericht beter op te kunnen anticiperen, kreeg het integraal waterbedrijf TMVW van de gemeente de vraag een studie over de wateroverlast uit te voeren. Die studie bracht 32 knelpunten aan het licht. Van elk knelpunt werd de schade-impact bepaald. Daarnaast werd ook actief gezocht naar oplossingen voor het probleem en werd het bijhorende kostenplaatje berekend. "Eigenlijk hebben wij samen met Hydroscan drie afzonderlijke studies (van de rioleringen, de waterlopen en de erosie) geïntegreerd in één model", verduidelijkt Wim Olivié van TMVW. "Daardoor konden we voor ieder afzonderlijk knelpunt traceren op welke van die drie factoren we dienen te focussen om een

14 RIORAMA

passende oplossing te kunnen aanreiken." TMVW en Hydroscan pasten voor deze studie niet alleen het bestaande rioleringsmodel toe, maar voegden er ook het model 'water op straat' aan toe. "Dit model houdt ook reke-

ning met het water dat bij extreme regenval op straat blijft staan en vervolgens naar het laagste punt van die straat loopt, zodat we ook die extra overlast goed in kaart konden brengen."


De studie toonde aan dat de gemeente absoluut niet tekortschoot inzake investeringen op vlak van rioleringen en erosiebestrijding, wel integendeel. "Geen enkel rioleringstelsel is bestand tegen dergelijke uitzonderlijke buien, die misschien maar één keer in honderd jaar voorkomen. De gemeente heeft, zoals de procedure voorschrijft, destijds de code van goede praktijken toegepast en de rioleringen ontworpen volgens de geldende normen. Beersel heeft vooral de pech gehad op zo'n korte tijd twee keer getroffen te zijn door een onweer van die aard." Onder meer volgende zones werden geïnventariseerd: het kruispunt Sanatoriumstraat en Gentsberg tot Alsemberg-centrum, Lotsestraat en Nering en de omgeving van de Hendrik Consciencestraat. Raming Op basis van de schade-impact en de kost van de oplossing, werd een prioriteitenlijst opgesteld waarmee het gemeentebestuur samen met TMVW de komende jaren de strijd tegen de wateroverlast aangaat. "Voor ieder knelpunt werd een raming opgesteld van de hinder bij buien van verschillende omvang. Dat leverde een schadebegroting op die aantoont hoeveel hinder met bepaalde investeringen kan worden weggenomen. Gezien het budgettair onmogelijk is om alle knelpunten op één jaar tijd te behandelen, zullen de meest rendementsvolle projecten (waarbij met een minimum aan investeringen een maximum aan hinder kan worden weggevlakt) het eerst worden uitgevoerd. Er waren trouwens al een aantal projecten in uitvoering, die bovendien vrij rendementsvol blijken. Nadat de noodzakelijke investeringen voor ieder knelpunt zijn gebudgetteerd, wordt er samen met het nieuwe gemeentebestuur een planning voor alle projecten opgemaakt."

De projecten zullen zich vooral concentreren op het optimaliseren van het rioleringsstelsel (lokaal aanpassen van diameters of het voorzien van extra berging), de integratie van erosiepoelen in het (glooiende) landschap en investeringen in erosiebestrijdingsmaatregelen. Oplossing voor knelpunten die buiten de bevoegdheid van gemeente en TMVW vallen, werden ook opgelijst en hiervoor zal met de andere actoren verder afgestemd worden. Naast de knelpuntenanalyse werd ook een studie gemaakt van de hevigste buien van de afgelopen jaren. Hieruit blijkt dat Beersel echt kop van jut was, want de extreme regenbuien en stormen die door Beersel raasden zijn qua intensiteit zeer zeldzaam. Zo kwam er in één woning liefst 16 ton slib terecht. Ook op deze problematiek werpt de studie een nieuw licht.

• www.tmvw.be • www.beersel.be

RIORAMA 15


•• PROJECT

Versnijdende N-pomp Flygt helpt IWVA uit de nood Sterk vervuilde pompstations en verstopte pompen: het is geen pretje. Bij IWVA (Intercommunale Waterleidingsmaatschappij van Veurne Ambacht) kennen ze het probleem maar al te goed. Ruim twee jaar geleden werd de intercommunale vooral in de drukke zomervakantie geconfronteerd met een overbelast pompstation. Het vond een goede oplossing met de versnijdende N-pompen van het merk Flygt, dat tot de bekende multinational Xylem behoort. De Intercommunale Waterleidingsmaatschappij van Veurne Ambacht verzorgt de drinkwatervoorziening in de gemeenten Alveringem, De Panne, Nieuwpoort, Koksijde, Veurne en de Diksmuidse deelgemeenten Stuivekenskerke, Pervijze, Oostkerke en Lampernisse. In de streek wordt die regio ook wel eens als 'Bachten de Kupe' omschreven. Daarnaast staat de IWVA intussen ook in voor het rioolbeheer van de gemeenten Alveringem, Nieuwpoort en De Panne. Xylem staat als pompspecialist in voor totaaloplossingen voor afvalwater. Zo levert het bedrijf naast de pomp onder meer ook prefab pompputten en sturingen, specifiek voor afvalwatertoepassingen. Na de opstart kan de klant ook verder bij hen terecht voor onderhoud en beheer van de installatie. Beide partijen leerden elkaar goed kennen nadat IWVA het rioolbeheer van de drie hierboven al vermelde gemeenten overnam. Voor die rioleringen hadden de gemeenten ook al een beroep gedaan op de expertise van Xylem, zodat er dus al flink wat apparatuur van het bedrijf in de rioolinfrastructuur aanwezig was.

16 RIORAMA

Zomerprobleem In de zomer van 2010 werd de IWVA opnieuw geconfronteerd met een jaarlijks terugkerend probleem. "Eén van onze pompstations heeft in de drukke vakantiemaanden steeds af te rekenen met een zware belasting," getuigt ingenieur Koen De Vriendt van de technische dienst. "Omdat dit pompstation verantwoordelijk is voor de afwatering van een vakantiedomein dat zich in een lagergelegen gebied bevindt, kende het in die verlofperiode zware en intense piekmomenten. Bovendien bleken er in dat rioolwater nogal wat zaken terug te vinden zijn die er eigenlijk niet thuishoren, zoals stukken textiel, allerhande vezels, vochtige babydoekjes, toiletartikelen,… en noem maar op." Ingenieur Michaël De Baets, technisch afgevaardigde van Xylem: "Afvalwater afkomstig van dergelijke sites zijn vaak niet eenvoudig te verwerken door de sterk verhoogde vuilvracht. Bij het verpompen van het rioolwater kunnen T-shirts of andere vezels voor vervelende verstoppingen zorgen, maar het grootste probleem vormen de fameuze vochtige doekjes. Deze zijn samengesteld uit een dun en vrij rekbaar synthetisch materiaal dat amper scheurt of afbreekt en daardoor een grote uitdaging vormt voor iedereen die met riolering begaan is. Hoewel deze zaken vaak niet op het riool zouden mogen worden geloosd, bewijst de praktijk helaas anders." Deze sterk verhoogde vuilvracht was in dit geval ook voor IWVA de grote boosdoener. De samenstelling van het afvalwater zorgde ervoor dat de pomp herhaaldelijk verstopte. Daardoor

moest de pomp telkens uit het pompstation worden gehaald en gereinigd. Zeker in piekperiodes is dat bepaald geen geschenk. "Bovendien was het moeilijk om tijdig in te grijpen, want dat probleem kwam vooral voor bij (felle) regenbuien: eenmaal dat regenwater in de riolering terecht kwam, sleurde het de achtergebleven rommel, doekjes en vezels mee naar het pompstation. Hoewel we de pompput maandelijks reinigden, was dat geen afdoende oplossing."

Nieuwe generatie pompen Daarop contacteerde de IWVA Xylem voor een definitieve oplossing, waarbij eerst werd gekeken naar de huidige installatie. "De toenmalige pomp was uitgerust met een klassieke kanaalwaaier. Dat is een breed inzetbare waaier, die je kan vergelijken met een soort ronddraaiend slakkenhuis binnenin het pomphuis. Bij pompen voorzien van dergelijke waaier bevindt er zich een bronzen of koperen slijtring onderaan de pomp, ter hoogte van de aanzuigopening. Deze slijtring scheidt de ronddraaiende waaier van het pomphuis. Na verloop van tijd ontstaan door slijtage tussen de waaier en de slijtring holtes en openingen. Hierdoor krijgen vezels, stukken textiel of andere vuilvracht veel gemakkelijker de kans om zich op te hopen en de pomp te doen verstoppen."

De kanaalwaaierpomp deed vroeger het werk alleen, hoewel er in het pompstation plaats was voor twee pompen. In samenspraak


IWVA De IWVA bezit ongeveer 330 hectare duinen, verdeeld over 4 grote gebieden: de Westhoek (94 ha) in De Panne, Sint-André (124 ha) in Koksijde, Cabour (87 ha) in De Panne en Ter Yde (26 ha) in Koksijde. In de eerste twee gebieden wordt grondwater onttrokken voor drinkwaterproductie. De duinen zijn uitstekend geschikt voor drinkwaterproductie: de infiltrerende neerslag heeft namelijk een zoetwaterzak gevormd in de zanden onder de duinen. In natuurlijke omstandigheden is er een afvloei van zoet water vanuit de duinen naar de polders en de zee. Deze afvloei verhindert de instroming van zout water van onder het strand en de polders. Het hoofdkwartier van IWVA bevindt zich te midden de Doornpanne, dat samen met De Hoge Blekker en de Schipgatduinen een 240 hectare groot duinmassief vormt. De Doornpanne fungeert niet alleen als waterwingebied, maar wordt als natuurreservaat beheerd door de IWVA. Het gebied omvat verschillende duintypes. De Doornpanne vormt sinds 1975 een beschermd landschap en werd dan ook opgenomen in de lijst van natuurgebieden met een Europese bescherming (NATURA 2000-netwerk).

met Xylem liet de IWVA twee pompen van de nieuwste generatie installeren: de versnijdende N-pomp van Flygt. De versnijdende N-pompen van Flygt verschillen van de standaard N-pomp door hun versnijdende insert ring en aangepaste N-waaier. De combinatie van beiden maakt vuilvracht letterlijk en figuurlijk een kopje kleiner. "Vaste delen worden verknipt tot fijne vezels, die zich veel beter laten verpompen", legt Michaël De Baets uit. "De waaier en insert ring, opgebouwd uit 'hard iron', zijn speciaal afgestemd op de behoeften van de meest veeleisende (gemengde) pompstations, die de grootste hoeveelheden vuilvracht dienen te verwerken. Dat laat ons toe om voor deze stations de hoogst mogelijke verstoppingsvrije werking te garanderen en dit te koppelen aan een optimaal rendement. De versnijdende N-pompen worden meestal geplaatst bij toepassingen met extreem ver-

vuilde pompputten. Ze worden daarom vooral ingezet bij sterk vervuilde gemeentelijke rioolpompstations en pompstations voor ouderenvoorzieningen, ziekenhuizen en gevangeniscomplexen. Bij andere projecten volstaat de standaard N-pomp." Door de waaier en insert ring uit 'hard iron' te vervaardigen, wordt de slijtage van deze delen tot een minimum herleid. Bovendien heeft een N-waaier niet langer een slijtring, waardoor de eerder geschetste problemen ook tot het verleden behoren. "Om (potentiële) klanten van de werking van onze pompen te overtuigen, krijgen ze de kans om tijdens een 'try and buy'-periode in de praktijk kennis te maken met de technologie. Hierbij is het goed om weten dat door toepassing van adapterstukken het perfect mogelijk is om de nieuwste generatie van N-pompen toe te passen op verschillende types van voetbochten."

Evaluatie De aanpassingen aan het IWVA-pompstation zijn gebeurd in het voorjaar van 2011. Intussen zijn we bijna twee jaar verder en heeft de rioolbeheerder geen enkele pompstoring meer gekend. IWVA maakt ook gebruik van het hoofdpostsysteem van Xylem om het pompstation op te volgen. Dit laat toe om de werking van het station nauwkeurig te monitoren. Bij eventuele calamiteiten wordt de IWVA meteen verwittigd door dit systeem. "We zijn tevreden over de nieuwe pompen en over de samenwerking met Xylem," licht Koen De Vriendt toe. "Mochten er ooit gelijkaardige problemen opduiken, zouden we meteen opnieuw voor dezelfde oplossing kiezen." Michaël De Baets: "Het positieve resultaat bij de IWVA is geen alleenstaand geval. We pasten deze nieuwe generatie van pompen al met succes toe bij probleemstations van Aquafin, rusthuis Herdershove en UZ Gent."

"De Flygt N-pompen zijn al meer dan 15 jaar de referentie voor DWA- & RWAtoepassingen, onder meer door hun maximale verstoppingsvrije en zelfreinigende werking, een langdurig hoog rendement en vermogens van 2 tot en met 310 kW. Ze kenmerken zich door een flexibel en modulair ontwerp." • Standaard N-waaier: gietijzer GG25; mogelijkheid tot auto-adaptief; • Geharde N-waaier: waaier en insert ring uit hard iron voor minimale slijtage; • Geharde versnijdende N-waaier: waaier en versnijdende insert ring uit hard iron voor de meest veeleisende toepassingen.

• www.flygt.com

RIORAMA 17


•• REPORTAGE

Martens: beton, kunststof en zoveel meer Een bedrijfsbezoek aan de Nederlandse groep Martens in Oosterhout is een behoorlijk indrukwekkende ervaring. Op een site van 64 hectare heeft het familiebedrijf, dat momenteel in de persoon van John Martens wordt gerund door de vierde generatie, een tot de verbeelding sprekend industrieel complex neergepoot dat op verschillende manieren blijk geeft van een verregaande innovatie. Dat weerspiegelt zich zowel in vernieuwende producten als in een vooruitstrevende aanpak. "Automatisering betekent bij ons allerminst dat mensen afstompend werk zouden moeten doen. Integendeel: wij betrekken onze medewerkers heel nauwgezet bij de optimalisering van de diverse productieprocessen," stipt PeterPaul Ooms, directeur van de vestiging in Mol, aan. Martens is altijd een vrij eigenzinnig bedrijf geweest. Zo probeert de familie altijd zoveel mogelijk met eigen middelen te investeren, om de afhankelijkheid van de goodwill van banken tot het strikte minimum te beperken. Eén van die keuzes is de beslissing om beursdeelnames als exposant zo goed als uit te sluiten. "In de plaats daarvan, voorzien wij wekelijks een halve dag om bezoekers te ontvangen en hen een uitgebreide rondleiding op onze site te geven. De dingen die wij op die manier kunnen tonen, zeggen zoveel meer dan enkele

18 RIORAMA

commerciële plaatjes op een beursstand en laat de mensen toe de filosofie achter het bedrijf veel beter te vatten. De meeste mensen kennen ons al, maar die rondleidingen zorgen ervoor dat wij prominent in hun geheugen aanwezig blijven", getuigt Peter-Paul Ooms. Koninklijk De eerste documenten van de huidige Martens Groep dateren van 1881. Toen opende Heintje Martens in hartje Oosterhout zijn onderneming. Ruim 130 jaar later is het bedrijf uitgegroeid tot een zelfstandig, vooraanstaand bedrijf in de grond-, wegen- en waterbouw en in de installatie- en retailbranche. "Die diversificatie is heel bewust gebeurd: het zorgt ervoor dat wij niet afhankelijk zijn van één sector, waardoor de gevolgen van een economische laagconjunctuur zich vooral laten voelen in kleinere marges, maar meer ook niet. Het grote voordeel voor onze klanten is dat zij bij ons terecht kunnen voor zowel vooruitstrevende beton- als kunststofproducten, die op een heel kostenefficiënte manier, maar met respect voor de grootste kwaliteitsnormen, worden geproduceerd." Sinds 1981 kreeg de holding de titel 'koninklijk'. Een onderscheiding waar Martens terecht fier op is, zeker omdat koningin Beatrix dat predikaat jaarlijks maar aan één of twee bedrijven geeft. Het bedrijf was trouwens ook de eerste winnaar van de Kamer van Koophandel-prijs voor creatief ondernemer-

schap in West-Brabant. De hoofdvestiging van de Martensgroep bevindt zich tegenwoordig op een uitgestrekt industrieterrein aan de rand van Oosterhout. "Nog voor we 1 spade in de grond hadden gestoken, hadden we de betonkant van het terrein al opgedeeld in zeven kavels, terwijl we eigenlijk maar zes gebouwen nodig hebben. Bewust houden we altijd één kavel op reserve, zodat we daar de ruimte hebben om bij de bouw van een nieuwe fabriek altijd te kunnen inspelen op de meest recente trends in modernisering. Die aanpak is vrij uniek en kost aanvankelijk wel wat geld, zeker als het terrein braak ligt. Op de lange termijn laat het evenwel toe altijd verstandig met de ruimte om te springen, zonder dat er ook maar één productieproces onder hoeft te lijden." Slim werken Bij Martens werken momenteel 520 mensen, verdeeld over zeven werkmaatschappijen. Eén daarvan ligt in Mol: Martens beton. "Ons bedrijf is de leverancier voor België van alle Martens-betonproducten. Daarnaast hebben we een specifieke productie van betonstraatstenen, waterdoorlatende stenen, grasbetonstenen en decoratieve tuinstenen. Eén van onze specialiteiten, zijn betonstraatstenen met een kleurvaste deklaag. In Mol werken 25 mensen." Het bedrijf heeft er altijd naar gestreefd een pionier te zijn op vlak van automatisering en robotisering. "Daardoor ligt de werkdruk en


de werkbelasting voor onze mensen heel wat lager dan vroeger. We hebben onze arbeiders via aangepaste cursussen omgeschoold tot hoogwaardige machinebedieners. Dankzij het minder zware werk, kunnen we mensen ook langer bij ons houden en is het ziekteverzuim verwaarloosbaar, wat in onze branche vrij uniek is. Veel heeft ook te maken met de sterke mate van betrokkenheid die iedereen etaleert. Onze mensen werken wekelijks vier dagen van 9,5 uur. Minstens twee mensen zijn op de hoogte van iedere specifieke taak, waardoor de expertise niet verdwijnt als er iemand zou beslissen om van job te veranderen.

We geven mensen ook veel verantwoordelijkheid: ze werken in teams van 10 tot 15 mensen, die door een teamleider worden aangestuurd. Wij geven ze zelfs de vrijheid zelf te beslissen over de aankoop van nieuwe machines, mits het budgettair verantwoord is ĂŠn een meerwaarde voor het productieproces betekent. Bovendien krijgt iedereen hier interessante doorgroeimogelijkheden." Martens is altijd een familiebedrijf gebleven. "Dat laat ons toe snellere beslissingen te nemen en voortdurend de werkomstandigheden te kunnen optimaliseren, met het oog op een optimale bedrijfsvoering."

RIORAMA 19


Energie Omdat de geringste stroompanne een catastrofe voor het productieproces zou betekenen (zeker voor de co-extrusiefabriek), investeerde Martens stevig in de voorziening van eigen energie. Twee indrukwekkende warmtekrachtkoppelingen zorgen ervoor dat de toelevering van energie nooit stilvalt. Ook de restwarmte wordt weer hergebruikt in het productieproces. "We zijn erin geslaagd het rendement van deze WKK op 95% te krijgen, wat een flink stuk meer is dan de traditionele 40%." Ook op vlak van grondstofgebruik en regenwater, zonnepanelen, windenergie, recycling, (her)gebruik van hemelwater, de aanvoer van grondstoffen via waterwegen en de reductie van uitstoot van schadelijke stoffen, draagt Martens bij tot een schonere planeet.

Nieuwe puttenfabriek Op 11 september 2001 werden de VS getroffen door de dramatische aanval van Al Qaeda, maar ook bij Martens sloeg het noodlot toe. Een enorme brand verwoestte de fabriek waar betonputten worden gemaakt. "We zijn toen niet bij de pakken blijven zitten en konden amper drieënhalve maand na die catastrofe al de nieuwe productiehal in gebruik nemen. Daarna is op de nieuwbouwlocatie de nieuwe fabriek gerealiseerd in 2002 en 2003. In deze fabriek maken we momenteel gebruik van maatvaste mallen, zelfverdichtend beton en een automatische ontkisting. Daarmee hebben we de hele productie kunnen verbeteren. De veerkracht die we toen hebben geëtaleerd, is typisch voor ons bedrijf en is één van de voornaamste redenen waarom we na ruim 130 jaar nog altijd de dynamische mentaliteit van een pas gestarte onderneming vertonen."

Diverse afdelingen Martens is van vele markten thuis. Een overzicht van de verschillende pijlers: • Koninklijke H.H. Martens & Zoon: de naam van de holding, die zeven zelfstandige werkmaatschappijen in Nederland en België overkoepelt. • Martens Beton (Nederland): zorgt voor de ontwikkeling, productie en levering van betonnen elementen voor riolering en verharding. Daarnaast produceert deze entiteit ook betonmortel. • Martens Prefab Beton: is gespecialiseerd in het uitdenken, produceren en monteren van constructies bestaande uit prefab betonelementen. • Martens Beton Mol: zie algemeen artikel. • Martens kunststoffen: profileert zich als een vooraanstaand producent en leverancier van kunststof leidingsystemen. Kenmerkend zijn de ultramoderne en volledig geautomatiseerde productie- en logistieke processen. • Martens DHZ: ontwikkelt en levert doelgroepgerichte product- en schapconcepten voor retailers in de doe-het-zelfmarkt. Het bedrijf levert de meest uiteenlopende producten: van sanitair tot dakbedekking, van zonweringen tot tuinsproeiers. • Martens Plastics: bedient de retailmarkt in België, onder meer met zelf gefabriceerde kunststofproducten en een aantal specifieke referenties voor de Belgische markt. • Teuben: veelzijdige dienstverlener op het gebied van horizontaal en verticaal transport. Verhuurt kranen en verzorgt zelf allerlei speciaaltransporten.

• www.martensgroep.eu

20 RIORAMA


Naamloos-1 1

17-12-2012 10:19:31


•• REPORTAGE

Richtlijn voor veilige plaatsing van opblaasbare rioolafsluiters Riolen veilig afsluiten om werken aan de buis uit te voeren, is minder eenvoudig dan het lijkt. Een werkgroep van Aquafin stelde samen met aannemers en fabrikanten richtlijnen op om de risico’s bij het afstoppen van grote watervolumes te minimaliseren.

Het huishoudelijke afvalwater dat we thuis lozen, stroomt naar de gemeentelijke riolering en zo verder naar de collectoren van Aquafin, om vervolgens behandeld te worden op rioolwaterzuiveringsinstallaties. De meeste riolen in Vlaanderen vervoeren een mengsel van afvalwater en regenwater, waardoor het rioolwater bij regenweer plotseling sterk in volume kan toenemen. Sommige stelsels hebben via overstorten ook een verbinding naar de zee of een rivier, waardoor er nog grotere watervolumes in de rioolbuizen kunnen lopen. Een onschuldig stroompje rioolwater, kan dan op korte tijd veranderen in een kolkende, dodelijke watermassa.

22 RIORAMA

De kracht van water Voor aannemers is het gebruik van opblaasbare afsluiters bij werken aan de riolering schering en inslag. Ook op onze zuiveringsinstallaties worden ze gebruikt om onderhoudswerken aan tanks en putten uit te voeren. Voor de meeste mensen is het niet duidelijk hoe vernietigend de kracht van water kan zijn, benadrukt Jan Swankaert, hoofd Preventie en Bescherming bij Aquafin. “Een buis met een relatief kleine diameter en gezapig sijpelend rioolwater, kan enkele minuten na een felle bui hogerop in het stelsel plots volledig gevuld zijn en een enorme drukkracht uitoefenen op de plaats van de werken. Als de rioolafsluiter in een grote buis los schiet en het stelsel verbonden is met de zee of een rivier, treedt er door de onuitputtelijke watervoorraad achter de afsluiter zelfs een echt tsunami-effect op. Alles en iedereen die zich in de rioolput bevindt, wordt dan weggespoeld en met dodelijke kracht tegen de putwanden gesmakt. De werkruimte vult zich razendsnel, waardoor overlevenden zich vaak niet in veiligheid kunnen brengen.” Natuurlijk stellen de fabrikanten van systemen om buizen af te sluiten handleidingen op voor het gebruik ervan. Alleen beschrijven die handleidingen vaak de toepassing van hun product in optimale en droge omstandigheden,

en daarvan kan je in riolen moeilijk spreken. “De binnenwand van buizen uit kunststof of gres kan erg glad zijn, maar ook door slibafzetting of vorming van een biofilm kan de buiswand een glijlaag hebben. Anderzijds kunnen scherpe uitsteeksels in beschadigde buizen of aangehechte zeepokken in kustgebieden een gevaar vormen voor de rubberen afsluiter.” Druk- en tegendruk Als afsluiters worden er schilden, schotten en flexibele luchtzakken gebruikt, maar het meest courant zijn opblaasbare rubberen cilinders. “Die moeten de goede diameter hebben en op de juiste druk worden gebracht om optimaal te functioneren. Als ze te hard worden opgeblazen, kunnen ze scheuren en los schieten. Alleen is het in praktijk vaak niet duidelijk wat die gewenste vuldruk is. De aanwijzigen van de fabrikant staan wel op de cilinder, maar die zit natuurlijk in de riool op het moment dat hij moet worden gevuld. De vuldruk en maximale diameter zouden standaard ook bij het ventiel en de manometer moeten vermeld staan, maar die bevinden zich via een slang toch al gauw vijf meter verder.” Om een duidelijk zicht te geven op een veilig gebruik van de verschillende types rioolafsluiters, heeft een multidisciplinair team van Aquafin zich een jaar lang over verschillende


systemen gebogen en de mogelijke risico’s in kaart gebracht. Het resultaat is een richtlijn die aangeeft welke type afsluiter in welke omstandigheden veilig gebruikt kan worden. Ze is doorgesproken met fabrikanten en leveranciers van afsluitsystemen en aan hun opmerkingen aangepast. Richtlijn redt levens “Je kan zo’n afsluiter vergelijken met een autoband,” verklaart Jan Swankaert, “er zijn er geen twee dezelfde. Ze hebben allemaal hun eigen afmetingen en profielen en elk een andere optimale vuldruk.” De belangrijkste factor bij het gebruik van afsluiters is de tegendruk van het zich ophopende rioolwater, waarvan de kracht nog verhoogt als de afsluiter los schiet en de hele watermassa plots in beweging komt. “Iedere afsluiter kán loskomen, dat is nu eenmaal de realiteit. Maar als het fout gaat, moet de methodiek die we aanreiken ervoor zorgen dat er geen doden of zwaar gewonden op de werf vallen. Vooraf de gevolgen inschatten van falende afsluiters, gebeurde vroeger niet systematisch. Nochtans kunnen simpele preventiemaatregelen levens redden. Zo kunnen zware zakken klei die voor

de rioolafsluiter worden geplaatst, sterk het debiet beperken dat plots kan vrijkomen. Door die tijdswinst krijgen de mensen die de werken uitvoeren intussen wél de kans om zich in veiligheid te brengen.” De richtlijn voor het veilig gebruik van rioolafsluiters is toegevoegd aan het Veiligheids- en gezondheidsplan van Aquafin. Ze is ondertussen ook toegelicht aan studiebureaus en aannemersfederaties en staat ter beschikking van iedereen in de sector. Je kan ze downloaden op www.aquafin.be onder ‘technische partners’.

Foto's: Jansen Rioleringstechniek

Risicomatrix Bij grote riooldiameters en stijgende tegendruk nemen de krachten en debieten enorm toe. Als de diameter van de buis klein is en de te verwachten waterdruk achter de rioolafsluiter laag, volstaat het om de voorschriften van de fabrikant of leverancier op te volgen. Bij grotere diameters en meer tegendruk raadt Aquafin aan om de afsluitcilinders maar tot tweederde van hun maximale diameter op te blazen. Anders houden ze te weinig contactoppervlak met de buis en kunnen ze gemakkelijk losschieten. Bij grote diameters en/of hoge drukkrachten moet de tegendruk achter de afsluiter permanent bemeten worden of moeten er bij tsunami-risico extra debietbeperkende maatregelen worden genomen. Dat gebeurt in samenspraak met de studievererantwoordelijke of leidend ingenieur.

RIORAMA 23


•• PROJECT

QM Environmental vergemakkelijkt biologisch onderhoud

In België is de rioleringsgraad de laatste decennia sterk toegenomen onder druk van de Europese kaderrichtlijn Water. In de 13 centrumsteden van Vlaanderen was in 2005 de rioleringsgraad inmiddels 96,6%. Voegen we daar ook de bedrijfsrioleringen aan toe, dan liggen er inmiddels aardig wat kilometers rioleringspijp in de Belgische bodem. Ter vergelijking: Nederland heeft een openbaar rioleringsnetwerk, met een lengte van bijna driemaal de omtrek van de Aarde. Het onderhoud van deze netwerken vraagt elk jaar een enorme financiële en fysieke inspanning van lokale overheden en het bedrijfsleven. Het reinigen van riolen en pompputten is een geplande onderhoudstaak die ofwel door de gemeente zelf wordt uitgevoerd, ofwel wordt uitbesteed. In vooral grootstedelijke gemeenten komen, ondanks dit onderhoud, regelmatig verstoppingen voor als gevolg van vetten die zich in het stelsel ophopen. Ook hinderlijke geuren die vrijkomen uit het riool zijn aanleiding om, buiten het standaard onderhoudsschema om, actie te ondernemen. Traditionele methoden voor rioolonderhoud zijn bekend: we hebben allemaal wel eens een pompwagen van een rioolonderhoudsbedrijf in de straat voorbij zien komen. In dit artikel gaan we in op een alternatieve methode voor preventief onderhoud die verstoppingen voorkomt.

Traditioneel rioolonderhoud Rioolonderhoud is ruwweg onder te verdelen in rioolreiniging en H2S-geurcontrole. Rioolreiniging vindt traditioneel periodiek plaats met behulp van pompwagens die kolken, putten leegzuigen en rioolbuizen reinigen. Ondanks deze periodieke reiniging zijn er regelmatig problemen met verstoppingen en hinderlijke geuren in riolen en pompputten die interventie vereisen. Ophoping van vetten is hierbij vaak de grootste boosdoener. Het vet fungeert als een lijm die andere afvalstoffen bindt en vasthoudt in het systeem. In pompputten hechten vetten zich aan de vlotters en pompen, die het waterniveau in de put reguleren, waardoor deze niet meer goed functioneren. Dit vereist handmatig onderhoud, waarbij de put wordt leeggezogen en de pomp en de vlotters gereinigd moeten worden. Naast de fysieke overlast dragen vetten bij aan de vorming van hinderlijk rioolgas. Rioolgas is een mengsel van vluchtige vetzuren, mercaptanen en waterstofsulfidegas. Met name dit laatste vormt een groot probleem in rioolstelsels. Het ruikt naar rotte eieren, is giftig en erg corrosief, waardoor de levensduur van het rioolnetwerk wordt verkort. Biotechnologie voor rioolonderhoud Voor zowel rioolreiniging als H2S-geurcontrole in rioolnetwerken zijn de laatste jaren veelbelovende biotechnologische methoden ontwikkeld. In diverse Europese landen werd de afgelopen jaren hiermee al op beperkte schaal gewerkt en de hieruit opgedane ervaringen hebben geleid tot marktklare toepassingen.

24 RIORAMA

Biologische rioolreiniging Voor wat betreft rioolreiniging om vetten te verwijderen, is het principe relatief eenvoudig: doseer vetafbrekende bacteriën op bepaalde punten in het rioleringsnetwerk waar verstoppingen regelmatig optreden en de bacteriën zorgen voor biologische afbraak van deze vetten, waardoor de verstopping verholpen en voorkomen wordt. Toch bleek dit in de praktijk niet zo eenvoudig te realiseren. Eén van de grootste problemen bij toepassing van microbiële producten in rioolnetwerken is de continuïteit. Hoe zorg je ervoor dat de bacteriën aanwezig blijven in het systeem en niet uitspoelen als er een flinke regenbui valt? Dit vereist een regelmatige dosering van deze bacteriën om de activiteit in het systeem te handhaven. Microbiële producten komen vaak voor in de vorm van een vloeistof of tabletten en poeders. Deze producten kunnen rechtstreeks in bijvoorbeeld een pompput gedoseerd worden en stromen weg met het rioolwater, om zo het rioolstelsel te koloniseren. Het probleem hierbij is de verblijftijd in de pompput. Voor de vetafbrekende bacteriën is deze vaak te kort om zich voldoende te vermenigvuldigen en daadwerkelijk de pompput en de rioolbuis te koloniseren. Een continue dosering is noodzakelijk om de vetafbrekende bacterieconcentratie in het systeem op peil te houden, om effectief vetten te kunnen afbreken. Voor vloeistoffen is dit eenvoudig met een programmeerbare doseerpomp te realiseren, maar is een grote hoeveelheid bacteriële vloeistof nodig. Poeders en tabletten zijn minder eenvoudig automatisch te doseren en vereisen duurdere doseersystemen. Hierbij moet ook rekening gehouden worden met de luchtvochtigheid. Poeders gaan bij een te hoge luchtvochtigheid klonteren, wat zorgt voor verstoppingen in het doseersysteem. Voor al deze productvormen geldt dat er faciliteiten gecreëerd moeten worden voor de productvoorraad en de doseerinstallatie.


De laatste jaren is er een nieuw afgiftesysteem voor bacteriën ontwikkeld dat geen gebruik maakt van doseerinstallaties. De vetafbrekende bacteriën worden hierbij gevangen in een vloeibare matrix van een langzaam oplossend biologisch afbreekbaar materiaal. Het mengsel van bacteriën en materiaal wordt in een cilindrische vorm gegoten en na stolling in een net geplaatst. Het blok kan hierdoor eenvoudig aan een nylon touw in een pompput gehangen worden. Het blok lost gedurende een bepaalde periode volledig op in het rioolwater, waarbij de vetafbrekende bacteriën continu vrijkomen. Er zijn verschillende maten van deze blokken beschikbaar en de keuze in grootte is afhankelijk van het gemiddelde debiet aan afvalwater dat door de pompput stroomt. QM Environmental Services brengt deze blokken in Nederland en andere Europese landen op de markt onder de naam MicroCat-BioPOP. QM Environmental Services heeft een ruime ervaring op het gebied van biologische vetafbraak in rioleringsnetwerken. Project Londen Dit begon in 1998 in Londen, waar Thames Water Utilities met de vraag kwam of massieve verstopping in hun rioleringsnetwerk ter hoogte van Villiers Street niet met behulp van de activiteit van bacteriën te verhelpen was, in plaats van de handmatige verwijdering die tot dan toe gebruikt werd. Deze verstopping had een lengte van ongeveer 120 meter in een ovale gemetselde rioolbuis met een doorsnede van 80 cm en een hoogte van 1,37 meter. Op basis van de vetsamenstelling op de locatie is toen een microbieel product samengesteld bestaande uit een consortium aan vetafbrekende bacteriën en nutriënten. Dit product is toen gedurende een periode van ongeveer 3 weken dagelijks gedoseerd, wat resulteerde in de afbraak van deze verstopping. Thames Water Utilities maakt sindsdien, als preventief onderhoud, gebruik van microbiële producten van QM Environmental Services om bepaalde delen van haar rioleringsnetwerk te vrijwaren van verstoppingen. Sinds de BioPOP’s ruim 2 jaar geleden beschikbaar werden, is Thames Water Utilities overgestapt op deze blokken, omdat dit de doseringswerkzaamheden sterk vereenvoudigt.

De gemeente Zoetermeer is op basis van de resultaten - behaald met de BioPOP’s in Den Haag - in de zomer van 2012 begonnen aan een proef met een looptijd van 1 jaar. Hierbij wordt het rioolstelsel in diverse wijken in Zoetermeer behandeld door op verschillende punten BioPOP’s in rioolbuizen en pompputten te plaatsen. In totaal zijn 22 rioolbuizen en 2 gemalen opgenomen in het programma. Door middel van fotorapportage wordt de voortgang van deze proef bijgehouden. Na bijna een half jaar kan al vastgesteld worden dat de behandeling effectief is. Diverse putten die normaal gesproken veel last hadden van vetvervuiling, zijn volledig of nagenoeg vetvrij. Volgens personeel van het rioleringsbedrijf, dat verantwoordelijk is voor het onderhoud, moesten deze putten normaal gesproken regelmatig worden leeggezogen. Gemeente Zoetermeer heeft inmiddels besloten het proefproject uit te breiden. Conclusie Biologische reiniging van rioolnetwerken heeft zich de laatste jaren van een in de kinderschoenen staande methode ontwikkeld tot een betaalbaar en duurzaam alternatief voor traditionele rioolreinigingstechnieken, onder meer door verbeteringen van de doseermethodiek. Omdat deze biologische technieken op preventieve basis werken, worden problemen in rioolnetwerken voorkomen. Dit leidt tot besparingen op het gebied van calamiteiteninterventies en geurcontrole en kan de levensduur van het rioleringsnetwerk, door verminderde corrosie, verlengen. QM Environmental Services brengt in Nederland en andere Europese landen verschillende oplossingen op de markt voor biologisch rioolonderhoud en geurcontrole. MicroCat-BioPOP is de naam van de producten voor biologische rioolreiniging. De directeur, Robert Wagenveld, heeft een ruime ervaring op het gebied van biologische vetafbraak in rioleringsnetwerken. Met dank aan ing. R. Wagenveld.

• www.qmes.nl

Sinds 1,5 jaar worden de MicroCat-BioPOP’s ook in diverse Nederlandse gemeenten gebruikt om pompputten vrij te houden van vetten. De gemeente Den Haag bijvoorbeeld maakte al gebruik van microbiële producten in tabletvorm, maar dit vereiste wekelijkse dosering. Bij hevige regenval spoelden deze tabletten mee met het rioolwater, waardoor de effectiviteit niet altijd gegarandeerd kon worden. Door over te stappen op de MicroCat-BioPOP’s kon het onderhoudsschema teruggebracht worden van eenmaal per week naar eenmaal per maand. De BioPOP’s zijn geplaatst in 9 kritische pompputten die normaal gesproken regelmatig verstopt raakten met vetten. Sinds het gebruik van de BioPOP’s in deze putten zijn er geen pompstoringen meer geweest en hoeven de putten niet meer gereinigd te worden.

RIORAMA 25


•• REPORTAGE

Warmterecuperatie uit rioolwater De voorbije jaren is hard gewerkt om warmteverlies in gebouwen zoveel mogelijk te beperken, o.a. via de gebouwschil en ventilatie met warmterecuperatie. Een logische volgende stap is het energie herwinnen uit ons afvalwater. Wendy Francken, directeur van Vlario, werd door Energik uitgenodigd om tijdens een studiedag in Rotselaar toelichting te geven bij de lopende proefprojecten en de realistische verwachtingen.

“Warmterecuperatie uit rioolwater is mogelijk, maar het proces staat in ons land nog in zijn kinderschoenen”, valt Wendy Francken met de deur in huis. “Goed kijken naar de ontwikkelingen over de grens is het advies. Met het project INNERS (INNovative Energy Recovery Strategies) werken elf Europese partners uit zes landen, waaronder VLARIO en Aquafin, samen om via proefprojecten die het volledige waternet – van waterproductie tot waterzuivering – in beschouwing nemen het idee vorm te geven en voor te bereiden op concrete toepassingen. Uit gemeentelijke riolering valt veel winst te behalen. INNERS rust op vijf pijlers, waaronder onderzoek naar de meest efficiënte manier voor het terugwinnen en hergebruiken van energie binnen de stedelijke waterkringloop, optimaliseren en demonstreren van het gebruik van thermische energie uit afvalwater en het identificeren en adresseren van juridische en organisatorische barrières voor implementatie van innovatieve technieken. Het project INNERS loopt over tien jaar en we willen tijdens die periode inzicht verkrijgen in de werking van de stedelijke waterketen op het gebied van energie, innovatieve oplossingen in de stedelijke waterketen in praktijk brengen en richtlijnen voor een toekomstig Europees beleid uitwerken. Naar mijn aanvoelen is een van de belangrijkste projecten binnen INNERS de wijk Dewsbury in het Verenigd Koninkrijk, waar de Universiteit van Bradford in samenwerking met een lokale woonmaatschappij onderzoek

26 RIORAMA

uitvoert naar de mogelijkheden van regenwatergebruik voor verwarming en koeling van huizen.” In verschillende landen (waaronder Zwitserland, Duitsland en Zweden) staan er al succesvolle installaties die warmte via een warmtepomp terugwinnen uit het riool. Onder bepaalde omstandigheden kan dit zelfs goedkoper zijn dan een installatie met grondgekoppelde warmtepompsystemen. Momenteel worden ook in Vlaanderen haalbaarheidsstudies gefinancierd waarin de toepassing van deze technologie in kaart wordt gebracht. Zowel collectieve warmtevoorziening voor residentiële toepassingen als grote gebouwen (zoals zorginstellingen en hotels) komen in aanmerking om deze systemen rendabel toe te passen. Wendy Francken: “Kennisplatform VLARIO bestudeert via ons proefproject in Genk de mo-

gelijkheden van warmtewinning uit gemeentelijke riolering en de bijhorende juridische screening. Van wie is de uit het riool opgewekte warmte eigenlijk? Van de gemeente? Van de watermaatschappij? Van de bewoners die betalen voor hun afvalwaterverwerking? Daarnaast is het verspreiden van kennis een gezamenlijke taak van alle partners die aan het project verbonden zijn. In sommige riolen loopt een groot debiet aan warm water. Onder welke technische, juridische en economische voorwaarden kan dit gebruikt worden als alternatieve warmtebron voor een warmtepomp?” Een grondwarmtewisselaar voor grondgekoppelde warmtepompsystemen is hier de voor de hand liggende oplossing. Dit systeem werkt goed, maar is relatief duur. Via dit systeem heb je gemiddeld de warmte via het rioolwater uit 30 oudere, matig geïsoleerde woning gezin-


nen nodig om één woning te verwarmen. Een debiet van minimaal 15 m³/h is vereist. Daarnaast heb je met een paar problemen te maken die onvermijdelijk de kop opsteken als je afvalwaternet als bron aan de warmtepomp koppelt. Rioolwarmte heeft een slechte leverbetrouwbaarheid. Als er wegwerkzaamheden zijn, kan de riool worden afgesloten. Stel dat een industriële wasserij verhuist, dan verliezen de huizen in de buurt ineens veel warmte. Daarnaast is het piekvermogen bij zeer koude dagen niet beschikbaar. De watertemperatuur moet minimaal 9°C bedragen om energie-efficiënte te zijn. Het maximum debiet moet minstens gedurende 2u/etmaal worden gegarandeerd, dit moet volstaan om de vereiste warmte te bufferen. “Om deze redenen is het aan te raden om rioolwarmte te combineren met een klassieke installatie voor warmteproductie”, aldus Wendy Francken. “Ook is de afstand van het riool ten opzichte van de gebruikers erg belangrijk. Als het riool 200 meter van de gebruiker ligt, heeft warmterecuperatie weinig zin. Ook moet het afnameprofiel van de gebruiker bestudeerd worden om te zien of het zinvol is om het systeem te installeren.” Rioolwarmte op gebouwniveau terugwinnen, loont als er minstens 150 bewoners zijn. Via warmterecuperatie is energie beschikbaar voor

de productie van sanitair warm water. Gebouwen die aan warmtewinning doen, halen de kosten van de installatie er binnen 4 à 5 jaar uit. Bovendien zal het afvalwater in het gebouw minder snel afkoelen dan in de riool. Zo ontstaat er meer energie per kubieke meter en een hogere COP. Het tegenstroomprincipe is ook perfect toepasbaar voor zwembadverwarming. Samengevat, warmte kan uit afvalwater worden gerecupereerd op drie niveaus. Vooreerst in het gebouw zelf. Hier wordt de grootste winst behaald, bijvoorbeeld door warmterecuperatie uit het douchewater of bij de afloop van de vaatwasmachine. De tweede plaats is de nabije riool. De temperatuur van geloosd water bedraagt gemiddeld 30°C. Ruim voldoende voor een mooi rendement, maar hier dreigt het gevaar op slibvorming. Tenslotte is er de warmterecuperatie bij de waterzuivering. Geen slibvorming, maar de watertemperatuur is een flink stuk lager.

Warmteterugwinning uit rioolwater dankzij een vlakke warmtewisselaar in een rioolleiding wordt in Duitsland en Zwitserland al op grote schaal toegepast. Het is zowel toepasbaar bij bestaande installaties als bij nieuwe rioolsystemen. Een alternatief voor een warmtewisselaar is de plaatsing van een pompsysteem. Dat zorgt wel voor meer complexiteit op het gebied van be-

"Het proces staat in ons land nog in zijn kinderschoenen" Wendy Francken

sturing en regeling, maar levert wel een hoger energierendement op. Concreet betekent dit dat het water uit de rioolleiding wordt gepompt, in het gebouw over een warmtewisselaar wordt geleid, om tenslotte terug in de riool te worden gestort. Hiervoor is echter een relatief grote installatie vereist, wat zeker niet evident is om deze in een gebouw in het stadscentrum te plaatsen. En wil dit nu precies de plaats zijn waar de grootste winst valt te behalen. Bij warmteterugwinning uit rioolwater spelen nog een aantal zaken die de nodige aandacht verdienen. Wendy Francken: “Denk maar aan vervuilingsproblemen. Een biofilm, dus een laag micro-organismen omgeven door zelfgeproduceerd slijm die zich vasthecht aan een oppervlak, op vervuild water kan de warmteoverdracht verminderen tot 50%. Die reductie kan gelukkig tot 20% beperkt worden door wekelijks het vervuilde water af te voeren door ‘flood flushing’. Een andere optie is om twee keer per jaar met een hogedrukspuit door de riool te gaan.” Na een eerste evaluatie van de warmterecuperatie moet er een meetcampagne worden opgezet, omdat het verloop van het debiet en de temperatuur van het afvalwater cruciaal is voor de rendabiliteit van het systeem. Bovendien moet er om optimaal van de warmte uit het rioolwater te kunnen profiteren, vermenging met regenwater worden vermeden. Regenwater is kouder, en verlaagt dus de temperatuur van het rioolwater. Gescheiden stelsels vormen een meerwaarde.

• www.vlario.be • www.inners.eu RIORAMA 27


s ti bo ero ati nov t-re terje De Wa

a kr

ch tig

HET GAAT HEM OM EFFICIËNTIE De SE en SL reeksen bieden de hoogste efficiëntie tot nu toe voor een afvalwaterpomp • De hoogste efficiëntie van de stekker tot het water : Het beste rendement, lagere gebruikskosten en gebruiksvriendelijkheid ten top • De beste hydraulische efficiëntie: Geen compromis ten nadele van vrije doorlaat, resulterend in betere verwerking van vaste delen en betere anti-blokkering prestaties

en

ex ac t. V erw ijde ct. rt ál inta le obs takels en laat het riool

Een beter riool begint bij VDV cleaning VDV cleaning maakt riolen weer als nieuw met de Waterjetrenovatierobot. Deze troubleshooter ‘schiet’ álle afzetting en obstakels weg die hij tegenkomt. Dus ook cementbrokken en boomwortels. De Waterjet pakt met een ultrakrachtige waterstraal alléén de probleemplekken aan. Dat maakt ‘m rioolvriendelijker dan wélke techniek dan

• Continuë werking: Een ongeziene betrouwbaarheid door de hoge motor- en mechanische efficiëntie waarbij alle aspecten van de pompwerking intelligent worden aangestuurd

ook. Het verrassend lage brandstof- én waterverbruik maken ‘m bovendien vriendelijk voor het milieu. Kortom, een beter riool begint bij VDV cleaning. Meer weten over de Waterjet of andere renovatiemogelijkheden? Bezoek onze website en bel snel voor een vrijblijvende afspraak.

Meer info op: www.grundfos.com/no-compromise

innovatief ondergronds Waaslandlaan 8 A5, 9160 Lokeren • tel. 09 367 83 80 • fax 09 367 83 79 www.vdvcleaning.be • info@vdvcleaning.be


•• REPORTAGE

VDV Cleaning, een stevige referentie in rioleringswerken Met een mix van ervaring en dynamiek is VDV Cleaning, specialist in onder meer rioolreiniging en -renovatie, sinds zevenenhalf jaar actief op de Belgische markt. Als Belgische dochter van de Nederlandse groep vandervalk+degroot kan het bedrijf terugvallen op de expertise van een onderneming die vorig jaar zijn vijftigste verjaardag vierde. Op basis van in eigen beheer ontwikkelde apparatuur en met zelfopgeleide mensen, groeide VDV Cleaning in een mum van tijd uit tot een onbetwiste vaste waarde in het Vlaams rioleringslandschap. In september 2005 begon VDV Cleaning, onder leiding van Jan Huygen. Anno 2013 is de general manager erin geslaagd het bedrijf te laten uitgroeien tot een werkgever van 58 mensen, die met 26 wagens (uitgerust met eigen apparatuur op basis van geavanceerde technologie) riolen reinigen, inspecteren en renoveren. Innovaties "Vorig jaar realiseerden we een groei van 26 procent", verduidelijkt Jan Huygen. "Die bloei hebben we te danken aan het feit dat onze belangrijkste klant, de overheid, altijd moet blijven investeren in het up to date houden van het rioleringsstelsel. Waar deze aanbestedingen vroeger louter op prijs werden toegekend, heeft de factor kwaliteit door de jaren heen gelukkig ernstig aan belang gewonnen. Dat speelt in onze kaart, want kwaliteit is ons grootste stokpaardje." Die kwaliteit levert VDV Cleaning onder meer door het regelmatig lanceren van baanbrekende innovaties. Zo ontwikkelde het bedrijf bijna drie jaar geleden de Waterjet. "Deze robot maakt het mogelijk om, door een nauwkeurige bediening van de waterstraal, verschillende obstakels in het riool te verwijderen. De robot

is uitgerust met een aantal camera's, waardoor de operator heel goed het proces kan volgen. Daardoor hoeft de waterstraal alleen te reinigen op plaatsen waar het nodig is, zoals bijvoorbeeld daar waar beton, spoelcement en bezonken afzettingen zich in het riool hebben genesteld. Dankzij deze techniek kunnen we de klant heel wat kosten besparen, want door deze technologie hoeven straten niet te worden opengebroken." Kolkenreinigingen Via een ingenieus systeem voor kolkenreiniging komt VDV Cleaning eventuele schade aan het riool op het spoor. "Tijdens de reiniging zijn we danzkzij gps-technologie in staat om de kolken meteen te inventariseren", vervolgt Jan Huygen. "Op zijn touchscreen voert de operator de coördinaten van de kolk in. Tijdens de reiniging kunnen we via een zelfontwikkelde toepassing ook gegevens over eventuele gebreken aan het riool registreren. De inventarisatiegegevens worden opgeslagen in een intelligent softwareprogramma, zodat ze later simpelweg verwerkt of gekoppeld kunnen worden aan een beheerspakket. Deze manier van werken geeft de klant een duidelijk beeld van waar we zijn geweest en wat we hebben geregistreerd, zodat hij in geval van schade zo snel mogelijk kan ingrijpen."

Rioolreiniging Voor rioolreinigingen zet VDV Cleaning een set van twee wagens in, met name een vacuümen een hogedrukwagen. "Onze hogedrukwagens kunnen tot 15.000 liter oppervlaktewater opslaan en het na filtering gebruiken voor de reiniging. De vacuümwagens zuigen het rioolslib in en voeren het daarna af naar de rioolverwerker, waar het slib gewassen wordt en klaargemaakt voor hergebruik. Enkel de vuilfractie, circa twintig procent, dient nog te worden gestort." Deformatie- en DTS-meting In rioolreiniging voor de professionele markt biedt VDV Cleaning een totaalpakket aan. Zo is het met de vrij simpel te plaatsen Quick-Lockmanchetten in staat om kleine schadebeelden heel accuraat te herstellen. Daarnaast is het bedrijf ook een pionier in de toepassing van DTS-meting, waarbij in de riolering een glasvezelkabel wordt gelegd die controleert of er zich foute aansluitingen tussen de vuilwateren de regenwaterriolering voordoen, en waar die zich bevinden. Deze technologie werd ontwikkeld door de University of Technology van Delft. Daarnaast verzorgt VDV Cleaning ook deformatiemetingen, waarbij via lasertechnologie de rondheid van de buis wordt bepaald. Op die manier kan worden nagegaan of de buizen correct zijn geplaatst. Naast het hoofdkantoor in Lokeren, beschikt VDV Cleaning ook over vestigingen in Aalter en Houthalen. Alle personeelsleden volgen geregeld vormingen in de eigen opleidingsschool. De diensten van VDV Cleaning staan 24 uur per dag, 7 dagen op 7 paraat.

• www.vdvcleaning.nl

Waterjet

RIORAMA 29


•• PROJECT

Doorpersbuizen Hobas® CC-GVK toegepast in Voercollector Sinds enkele jaren wordt in opdracht van Aquafin NV de Voercollector aangelegd. Het werk werd aanbesteed in meerdere fasen met tot doel het afvalwater van Leuven en Bertem dat nu nog in de Voer belandt, aan te sluiten op de rioolwaterzuiveringsinstallaties van Leuven. Het doel is dat de Voer opnieuw proper en helder water krijgt.

De laatste fase van de geplande werken, Collector Voer fase 5 in de dorpskern van Bertem, wordt uitgevoerd door aannemer Jan de Nul in opdracht van Aquafin. De andere partners zijn de gemeente Bertem en Riobra. Het studiebureau Tijdelijke Vereniging Grontmij-GVE is aangesteld door de opdrachtgever en heeft de plannen gemaakt. Het plan De collector wordt voor het grootste deel (circa 1 km) sleufloos aangelegd, waarvan een gedeelte over een lengte van ongeveer 250 meter in een ecologisch en milieutechnisch kwetsbaar gebied. Groot voordeel daarbij is dat beïnvloeding van de grondwaterstroming door open ontgraving en grondwaterverlaging geheel wordt vermeden. Deze boorstreng is namelijk gelegen in een waterwingebied (beschermingszone II) van De Watergroep (vroeger: de Vlaamse Maatschappij voor Watervoorziening of VMW). Beschermingszone II of bacteriologische zone houdt in dat het water in deze zone in minder dan 60 dagen de putten in het waterwingebied kan bereiken. Naast de methode van aanleg moeten de gebruikte buismaterialen, in

30 RIORAMA

een waterwingebied, aan een aantal strengere randvoorwaarden voldoen. Het betreft dan de materiaaleigenschappen op gebied van levensduur en waterdichtheid van zowel de buis als de voegverbindingen. Het boortraject heeft een lengte van 257 meter met een buisdiameter van inwendig 1200 mm. Verder bestaat de ondergrond uit leem en veen met lage conusweerstanden (0,5 – 3,0 N/mm²), ofwel een slappe bodem. Materiaalkeuze De boorder Smet Tunnelling heeft in samenspraak met VMW en GVE, rekening houdend met de gestelde randvoorwaarden, de ondergrond en de lengte van de boring, gekozen voor de doorpersbuizen Hobas® CC-GVK. Deze doorpersbuizen kenmerken zich door een grote chemische bestendigheid, een goede bestendigheid tijdens onderhoud, hoge toelaatbare perskrachten en lage wrijvingskrachten tijdens het persen. De boring is uitgevoerd in een lengte waarbij een tussendrukstation is ingebouwd. De inoxkoppeling met rubber lippenafdichtingsprofiel garandeert een volledige waterdichtheid voor zowel inwendige als

uitwendige druk. Dit is zeker in deze toepassing een vereiste en geeft de opdrachtgever een waterdicht systeem. Verder zijn de optredende zettingen mede door het lage buisgewicht ook beperkt. De doorpersbuizen Hobas® CC-GVK doorpersbuizen zijn geproduceerd en berekend conform de normen ISO 25780 en de ATV-A 161. Ze worden geleverd met Benor-certificaat. Naast de sterkteberekening voor de uitvoering van de doorpersing worden de buizen ook berekend op bovenbelasting in de gebruiksfase. Daarbij is gerekend met een verkeerslast van SLW60. Hierbij is de kleinste veiligheid nog steeds groter dan 3,5. Uitvoering Bij een maximaal te verwachten wandwrijving van 0,5 ton/m² werd een maximaal benodigde perskracht geprognosticeerd van 522 ton. Hierdoor was één tussendrukstation benodigd. Alleen bij het arriveren van de boormachine bij de ontvangstput is het tussendrukstation gebruikt. Door de extreem gladde buitenzijde van de buis en de toepassing van bentonietsmering kan de wandwrijving in de praktijk veel lager uitvallen, zelf na een langdurige


stilstand. Hobas verzorgt de speciale buizen zoals de aansluiting op de boormachine, het complete tussendrukstation met voorloopbuis, stalen mantel en volgbuis met dezelfde nauwkeurige tolerantie voor een passend en snelwerkend systeem. Mede door het lichte gewicht, de snelle montage van de verbindingen en de lage wandwrijving is het aantal boordagen beperkt gebleven tot 17 dagen. Besluit Door het gebruiken van de buizen Hobas® CCGVK en de deskundige wijze van uitvoering door Smet Tunnelling, is het werk tot tevredenheid van de opdrachtgever uitgevoerd. Hobas® Jacking Pipes is een onderdeel van het Hobas®-productprogramma. Daarbij kunnen de doorpersbuizen naadloos aangesloten worden op de Hobas-inspectieschachten en -rioolbuizen. Hobas is al meer dan vijftig jaar

wereldwijd synoniem voor kwaliteit en innovatie. Het centrifugaal gegoten Hobas® CC (Centrifugally Casted) glasvezelversterkte kunststofleidingsysteem kan universeel worden ingezet en aangesloten worden op bestaande rioleringen, of in de toekomst eenvoudig aangepast of uitgebreid worden. Door deze keuze is het toepassen van Hobasmaterialen al op vele locaties mogelijk geweest.

• www.hobas.com

Smet Tunnelling heeft gekozen voor GVKdoorpersbuis met volgende eigenschappen: Uitwendige diameter

1280 mm

Wanddikte

41 mm

Buislengte

3000 mm

Drukklasse

PN 1

Stijfheidsklasse Manchet Toelaatbare perskracht Buis gewicht

SN 32.000 N/m² Inox A316 Ti 297 ton 351 kg/m¹

RIORAMA 31


•• WATERBELEID

Financierende heffing voor afvalwaterlozing op de riolering

Bedrijven doen er goed aan zich voor te bereiden op een aangepaste heffing voor het lozen van afvalwater op de riolering. De gewijzigde heffing past het principe ‘de vervuiler betaalt’ op een correctere manier toe. Ook is in een regeling voor noodlozingen en tijdelijke lozingen voorzien. Verder komt er een administratieve vereenvoudiging door een integrale kostenaanrekening met een maximale fiscale aftrekbaarheid. Dit pakket aan maatregelen is van kracht sinds 1 januari 2013. Voor de meeste maatregelen geldt wel een ruime overgangstermijn, zodat bedrijven op de nieuwe regeling kunnen anticiperen. Focus op de verwerkbaarheid van afvalwater Rioolwaterzuiveringsinstallaties (RWZI’s) zijn gebouwd om het afvalwater van gezinnen te zuiveren, maar ze verwerken ook afvalwater van bedrijven. Aquafin is de uitbater van de RWZI’s in Vlaanderen. Al naargelang de aard van het bedrijfsafvalwater moet Aquafin in sommige gevallen extra kosten maken om het bedrijfsafvalwater te verwerken, terwijl in andere gevallen het bedrijfsafvalwater de zuivering net vergemakkelijkt en Aquafin het afvalwater goedkoper kan zuiveren. Om die meer- en minkosten te verrekenen in de heffing, is het begrip 'verwerkbaarheid van afvalwater' ingevoerd. Hierbij wordt onder meer gekeken naar de verhoudingen tussen biologisch zuurstofverbruik (BZV) en chemisch zuurstofverbruik (CZV), stikstof en fosfor in het afvalwater om een onderscheid te maken tussen goed verwerkbaar, complementair en slecht verwerkbaar afvalwater. Bedrijven

32 RIORAMA

met slecht verwerkbaar afvalwater (mogelijk sterk verdund afvalwater met lage vuilvracht) moeten een extra kost betalen; terwijl ondernemingen met complementair (zeer goed verwerkbaar) afvalwater dat de werking van een RWZI bevordert, korting krijgen. Voor firma's met goed verwerkbaar afvalwater, verandert er niets. Dat is een merkelijke verfijning in vergelijking met het oude stelsel van heffingen dat vooral rekening hield met de geloosde volumes en met de vervuilingsgraad, maar minder met de kostprijs van het verwerken van het afvalwater. De vervuiler zal die kostprijs voortaan dus financieren via de heffing, vandaar het begrip 'financierende heffing'. Bovendien was er door de contractregeling een grote ongelijkheid tussen enerzijds de leidingwatergebruikers en de eigen waterwinners en anderzijds de eigen waterwinners met en zonder contract. Verwerkbaarheid ook bij forfaitaire berekening Voor bedrijven die hun afvalwater laten bemonsteren voor het bepalen van hun vuilvracht, zullen de extra verwerkingskosten en de korting automatisch worden berekend op basis van de resultaten van de meetcampagne. Voor ondernemingen die gebruik maken van de forfaitaire regeling en die tot de sectoren behoren die slecht verwerkbaar of complementair afvalwater lozen, is een extra coëfficiënt voor de verwerkbaarheid van het afvalwater (Cv) ingevoegd. Voor acht sectoren is de verwerkingscoëfficiënt negatief, wat resulteert in een lagere heffing. Bij zes andere sectoren is de verwerkingscoëfficiënt positief, wat dan weer leidt tot een hogere heffing.

Nieuwe omzettingscoëfficiënten Voor tien sectoren zijn de omzettingscoëfficiënten aangepast, zodat ook daar het principe 'de vervuiler betaalt' correcter wordt toegepast. De nieuwe omzettingscoëfficiënten zijn gebaseerd op een wetenschappelijke methodologie die de VMM uitgewerkt heeft. In de toekomst zullen nog meer omzettingscoëfficiënten op basis van die methodologie worden aangepast. Oplossing voor noodlozingen en onvergunde lozingen Er komt een structurele en gedifferentieerde kostenterugwinning voor tijdelijke lozingen, noodlozingen en onvergunde lozingen op de riolering door enerzijds het differentiëren van de saneringscontracten die bedrijven met Aquafin kunnen afsluiten voor noodlozingen en tijdelijke lozingen, en anderzijds een specifieke heffingsberekening voor niet-conforme noodlozingen en onvergunde lozingen. Saneringscontracten met Aquafin voor tijdelijke en noodlozingen Er komt een kostenaanrekening voor tijdelijke lozingen (bijvoorbeeld door onderhoudswerken of bij uitbreiding van de eigen waterzuivering) en noodlozingen (bij calamiteiten of overmacht) op de riolering. In beide gevallen moet het bedrijf een saneringscontract afsluiten met Aquafin. Voor de tijdelijke lozingen op de riool wordt voortaan in de vergunning een saneringscontract opgelegd, zodat de modaliteiten op voorhand gekend zijn. Het is dus belangrijk dat bedrijven met een tijdelijke lozing dit ook expliciet aangeven in hun vergunningsaan-


vraag. Voorafgaand aan de lozing wordt een lozingsschema opgesteld in samenspraak met Aquafin. De specifieke exploitatiekosten of maatregelen die Aquafin moet uitvoeren om het geloosde afvalwater te verwerken, worden in het contract vermeld. Op de tijdelijke lozingen is de normale heffingsregeling van toepassing. De mogelijkheid om een noodaansluiting op riolering te gebruiken in het geval van een calamiteit, wordt tijdens de vergunningsaanvraag beoordeeld en is gekoppeld aan het afsluiten van een saneringscontract. De aanvraag voor het afsluiten van het contract kan retroactief tot 90 dagen na het einde van de lozing en kan eenmalig ook onder specifieke voorwaarden aangevraagd worden voor noodlozingen die niet vergund zijn. De kostenaanrekening voor de noodlozing is ofwel gebaseerd op de werkelijke kosten (Aquafin staat in voor de aanrekening en er is een vrijstelling van de heffing) ofwel op de forfaitaire kosten (aangepaste heffingsberekening). De vrijstelling van de heffing voor het deel noodlozing is alleen mogelijk indien het bedrijf de noodlozing tijdig heeft gemeld aan de toezichthouder, Aquafin en de VMM, indien het bedrijf is vergund voor noodlozingen of heeft verklaard dat het gaat om afvalwater met minimale overlast voor de rioolwaterzuiveringsinstallatie (dat laatste is een gunst en maar eenmaal toepasbaar) en als de onkosten op grond van een saneringscontract integraal aan Aquafin worden vergoed. Specifieke heffingsberekening Onvergunde lozingen zijn lozingen van afvalwater langs niet-vergunde lozingspunten. Bedrijven die de vergunde vrachten overschrijden, vallen er dus niet onder. De oude heffingsregeling bepaalt in geval van illegale of onvergunde lozingen dat de heffing voor het hele jaar berekend wordt op basis van omzettingscoëfficiënten. Dat kan in de praktijk leiden tot een zeer hoge heffing. Voortaan wordt een aangepaste heffing gevestigd op basis van de duur, een inschatting van het geloosde debiet op basis van het jaarwaterverbruik en een

aangepaste omzettingscoëfficiënt (Cx). Om bedrijven aan te zetten de duur van de lozing te beperken, wordt een progressiefactor in de formule ingevoegd. Daardoor stijgt het tarief in functie van de duur en de frequentie. Eenzelfde regeling geldt voor dossiers waarvoor nog een bezwaarschrift of rechtsgeschil hangende is, de lozingen van afvalwater, dossiers waarvoor er geen contract afgesloten werd met Aquafin ondanks de verplichting opgenomen in de milieuvergunning, dossiers waarvan de noodlozing niet gemeld werd en dossiers waarvoor de kosten niet vergoed werden aan Aquafin ondanks de contractuele verplichting. Sterke vereenvoudiging door integrale waterfactuur Rioollozende bedrijven betalen momenteel naargelang van de herkomst van het water gemeentelijke saneringsbijdragen en -vergoedingen (leidingwater of eigen waterwinning) en bovengemeentelijke saneringsbijdragen (leidingwater). Indien het bedrijf een saneringscontract afgesloten heeft (eigen waterwinning) komt daar nog een vergoeding aan Aquafin bij. Ook blijven ze een restheffing (niet-fiscaal aftrekbaar) betalen aan de VMM. De VMM en de watermaatschappijen slaan de handen in elkaar, zodat rioollozende bedrijven (vermoedelijk) vanaf 2014 maar één factuur zullen ontvangen van de drinkwatermaatschappij. Daarop zullen zowel de gemeentelijke als de bovengemeentelijke saneringskosten opgesplitst worden in twee fiscaal aftrekbare componenten (bijdragen en vergoedingen) waarvoor een verschillend btw-tarief geldt: 6% voor de bijdragen en 21% voor de vergoedingen. De restheffing benadert nul maar blijft behouden. De integrale drinkwaterfactuur voor bedrijven leidt tot meer transparantie, een administratieve vereenvoudiging en heeft een maximale fiscale aftrek voor de bedrijven tot gevolg.

Ook in de jaren daarna is er nog voldoende tijd uitgetrokken om het effect van de financierende heffing of de aangepaste omzettingscoëfficiënten te verzachten. De nieuwe financierende component van de heffingen zal immers gefaseerd in werking treden: voor lozingen vanaf 1 januari 2014 (heffing 2015) voor een derde; voor lozingen vanaf 1 januari 2015 (heffing 2016) voor twee derden en voor lozingen vanaf 1 januari 2016 (heffing 2017) voor de volledige vuilvracht. De invoering van de nieuwe omzettingscoëfficiënten gaat eveneens gepaard met een overgangsmaatregel gespreid over drie jaar. De huidige regeling voor saneringscontracten voor permanente lozingen wordt afgebouwd vanaf het heffingsjaar 2015. De saneringscontracten worden enkel behouden voor rioollozende bedrijven met specifieke investeringen (zoals een uitbreiding van de beluchting) of met specifieke exploitatiekosten (zoals de dosering van actieve kool). Alle relevante informatie over de heffingen, zoals een toelichting bij de aangepaste heffingswetgeving, een overzicht van de infosessies en contactgegevens van uw dossierbehandelaar vindt u op de website van VMM:

• www.heffingen.be

Overgangstermijn Bedrijven kunnen in de loop van 2013 aanpassingen realiseren om minder te vervuilen.

RIORAMA 33


•• REPORTAGE

Renovatie Armco-koker in Spiere door Channeline-schaaldelen Met Channeline heeft RDM Consulting een geschikte oplossing voor het structureel renoveren van leidingen. De glasvezelversterkte polyester schaaldelen hebben hun nut onder meer bewezen in een project in Spiere-Helkijn. Het algemene concept van het Channeline-product is dat opmerkelijk stijve en sterke schaaldelen kunnen worden gemaakt met een relatief dunne wand.

Een van de troeven van Channeline is dat het zijn sterkte en stijfheid haalt uit de mechanische eigenschappen van sandwichconstructies. Zo bestaan de binnenste lagen uit een corrosiebestendige barrière ('barrier layer'), gemaakt uit een glasvlies geïmpregneerd met isophtaalof vinylesterhars, gevolgd door verschillende lagen multi-axiale en CSM glasvezelmatten, gelamineerd met dezelfde polyester- of vinylesterhars. Hierna volgt de kern in de gewenste en berekende laagdikte. Die kern bestaat uit een mengsel van gekalibreerd speciaal zand, gemengd met polyesterhars. De buitenlagen zijn samengesteld uit verschillende lagen multi-axiale en CSM glasvezelmatten, geïmpregneerd en gelamineerd met polyesterhars. De laatste laag, met name de buitenkant, wordt met grof zand bezet in functie van een goede hechting, te bekomen met de cementgrout die zal worden toegepast bij de installatie. Limieten? RDM Consulting gaat er prat op dat er geen theoretische limieten aan de vorm en de grootte van de Channeline-schaaldelen bestaan. Afhankelijk van de toepassing, kunnen ze uit één of verschillende delen worden gemaakt. Buitenkant De schaaldelen worden naar de bestaande vorm gemaakt. Normaal wordt de buitenkant van de schaaldelen rondom vijf centimeter kleiner gemaakt dan de bestaande vorm, om het monteren van de elementen toe te laten en een opening te laten die zal worden opgevuld met een cementgrout. De lengte van

34 RIORAMA

de schaaldelen, die maximaal 2,4 meter bedraagt, wordt bepaald door de grootte van de invoerschacht. Inbreng elementen De elementen worden één voor één ingebracht: gemonteerd, via een mof-spieverbinding verlijmd met epoxylijm, of afgedicht met een rubberring en vastgezet met spieën in de bestaande constructie. Hierna wordt de volledige gerenoveerde streng opgegrout. De opening, circa vijf centimeter rondom, wordt met een hoogwaardige cementgrout opgevuld. Op die manier wordt een nieuwe sandwichconstructie gecreëerd: paneel-grout-bestaande leiding. Deze gerenoveerde leiding kan probleemloos, volgens de befaamde WRc Type I (de berekening van de grond- en verkeerslast) en Type II (de berekening van de grondwaterdruk), worden berekend op structurele sterkte. Project Spiere In het West-Vlaamse dorpje Spiere mondt de gelijknamige rivier uit in de Schelde. In 1965 werd de waterloop gedeeltelijk verlegd en door een koker van 2,80 meter hoog en 2,60 meter breed geleid. Inkokering, zoals dat heet, gebeurde in de jaren 1960 en 1970 wel meer. Ingenieurs gebruikten daarvoor metalen gegolfde platen van het Amerikaanse bedrijf Armco. Dat metaal begint evenwel te roesten als het in contact komt met een natte ondergrond, weet elke scheikundige. Bij een inspectie bleek dan ook dat de koker volledig doorgeroest was en op instorten stond. Daarop moest de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM)

op zoek naar een geschikte hersteltechniek: de Channeline-schaaldelen. Voor de herstelling kwamen niet minder dan 350 handgemaakte schaaldelen per schip vanuit Dubai: een staaltje van technisch vernuft dat in het najaar van 2012 van start ging. Hoge afvoercapaciteit Karel Leliaert van VMM: "In de bestaande koker moest een volledig nieuwe koker komen. De diameter zou hierdoor een pak kleiner worden, maar het water moest even vlot kunnen blijven doorstromen. De oplossing vonden we in glasvezelversterkte polyester (GVP) uit Dubai: een sterk, glad en inert materiaal met een hoge afvoercapaciteit. De ovalen kokeronderdelen worden ter plaatse met de hand vervaardigd. Dat kon niet anders, want met machines kun je enkel ronde schaaldelen maken en door de hoge arbeidskosten is het te duur om ze hier met de hand te laten maken. Een Engels bedrijf in Dubai heeft zich daar wel in gespecialiseerd." Begin september 2012 gingen de werken van start. Om zoveel mogelijk schaalonderdelen in één container te kunnen vervoeren, werden onder- en bovenkanten apart opgeslagen. Zodra ze hier aankwamen, werden beide delen aan elkaar gelijmd. Er werd zelfs een speciaal voertuig ontwikkeld om de schaaldelen in de koker naar de juiste plek te brengen. Deze winter al stroomt het water van de Spiere door de splinternieuwe koker. Channeline wordt in de Benelux vertegenwoordigd door RDM Consulting uit Diegem.

• www.rdmconsulting.be


www.stradusaqua.be

AFWATERING RIOLERINGSSYSTEMEN

MAATWERK

PUTAFDEKKINGEN


•• WATERBELEID

Integraal waterbeleid, een verplichting voor iedereen Het voeren van een duurzaam afvalwaterwaterbeleid gaat verder dan het aanleggen van rioleringen. Een correcte werking van het gemeentelijk rioleringstelsel start bij de individuele burger. De afvalwaterleiding moet correct aangesloten worden op de openbare infrastructuur en het hemelwater wordt best afzonderlijk opgevangen, gebufferd en hergebruikt, alvorens het te lozen. Dit zijn taken voor de burger, die hierin door zijn gemeentebestuur moet worden ondersteund. Er zijn de afgelopen jaren al vele inspanningen geleverd om de kwaliteit van de Vlaamse waterlopen te verbeteren. Helaas zijn de resultaten nog onvoldoende. Nog steeds wordt te veel hemelwater vermengd met afvalwater, wat zorgt voor vervuiling via overstorten, minder goede en dus dure zuiveringsresultaten, een verlaging van de grondwatertafel en overstromingen van woongebieden. Verantwoordelijkheid Het behalen van de Europese Kaderrichtlijn Water tegen de opgelegde deadline wordt daarmee steeds moeilijker en de gemeenten hebben hierin een grote verantwoordelijkheid. Ze blijven immers maatschappelijk en politiek verantwoordelijk om een efficiënt en duurzaam afvalwaterbeleid te organiseren en haar burgers te motiveren hiertoe bij te dragen. Of ze dit zelf of via een gedelegeerd rioolbeheerder organiseren, staat hier los van. Volgende actiepunten moeten dringend op de agenda van het gemeentelijk beleid worden geplaatst. De taak van Vlaanderen en de Vlaamse steden en gemeenten is de duurzame en efficiënte uitbouw en instandhouding van een infrastructuur die het afvalwater van alle Vlamingen

36 RIORAMA

collecteert en zuivert. Europa wil dit zo. De zuiveringsgraad bedraagt momenteel bijna tachtig procent. Dat betekent dat er nog twintig procent te gaan is, voornamelijk in het buitengebied waar de kost per bijkomende aansluiting relatief hoog is. Het zijn de gemeenten en hun intercommunales die instaan voor die laatste twintig procent. De werkelijke zuiveringsgraad ligt allicht ongeveer twintig procent lager. Dat komt door heel wat woningen die niet aangesloten zijn op de aanwezige riolering en door de massale aanwezigheid van lekken in de oude riolen. De zoneringsplannen geven aan in welke zones een riolering in combinatie met een collectieve zuivering aangewezen is. Alles wat overblijft is aangewezen op individuele zuivering of IBA. Vervolgens worden concrete projecten en investeringsprogramma’s - de zogenaamde uitvoeringsplannen - gedefinieerd. Vier problemen Rioolbeleid maakt deel uit van de strijd tegen de watervervuiling. Die pollutie van oppervlaktewater en grondwater situeert zich op vier niveaus: de bestaande afvalwaterleidingen die in waterlopen uitmonden, de bestaande afvalwaterleidingen die lekken in de bodem (grondwaterpollutie), overstorten die te veel werken omdat er veel te veel hemelwater is aangesloten en afvalwater dat niet is aangesloten op de riolering of dat niet voldoende gezuiverd wordt in individuele installaties. Deze vier problemen moeten zo efficiënt mogelijk aangepakt worden. Een aantal actiepunten moeten dringend hoog op de agenda van het gemeentelijk beleid geplaatst worden, want hier hebben de burgers rechtstreekse impact op het resultaat.

Keuring riolering op privaat terrein Sinds 1 juli 2011 verplicht het Waterverkoopreglement de keuring van de riolering op privaat domein. Rioolbeheerders zijn zelf verantwoordelijk voor de organisatie van deze keuring die, indien goed georganiseerd, bijdraagt tot de correcte toepassing en gebruik van het verplichte private gescheiden stelsel (bij nieuwbouw en aanleg van een gescheiden openbaar straatriool) enerzijds en gesubsidieerde bronmaatregelen (zoals hemelwaterput met hergebruik of infiltratie) anderzijds. Een keuring op privaat domein is maar een eerste stap. Indien we er bovendien via hergebruik en infiltratie in slagen het hemelwater ter plaatse te houden, zijn geen dure investeringen in regenwaterriolen nodig. Infiltratie van hemelwater is in heel wat gemeenten ook op het openbaar domein een te overwegen optie. Indien afvoer de enige optie is, is een grachtenstelsel de beste keuze. Bovendien stelt Vlario op het terrein vast dat regenwaterriolen vaak uitmonden in gemengde riolen. Op die manier wordt het probleem naar stroomafwaarts verplaatst en dus niet opgelost. Collectief beheer van IBA's In Vlaanderen moeten er circa 60.000 IBA's worden geplaatst. Om de bedrijfszekerheid ervan te garanderen, worden ze best collectief beheerd en door een gespecialiseerde firma onderhouden. Vlario heeft hiertoe een model van een omnium onderhoudscontract ontwikkeld, waarbij de onderhoudsfirma zich tot het behalen van de voorgeschreven effluentvoorwaarden verbindt of op zijn minst verplicht wordt te melden wanneer dit niet het geval is.


Actief hemelwaterbeleid De steeds vaker voorkomende hevige regenbuien, met wateroverlast in woonkernen tot gevolg, hebben er nog steeds niet toe geleid dat gemeenten een actiever hemelwaterbeleid gaan voeren. Hierdoor wordt ook het probleem van de verdroging en de waterschaarste niet aangepakt. Het grondwaterpeil is in Vlaanderen de jongste 50 jaar gemiddeld met 80 meter gedaald en in sommige waterlagen zelfs met 140 meter. De gemiddelde waterbeschikbaarheid in Vlaanderen en Brussel bedraagt maar 1480 m³ (minder dan de helft van het Europese gemiddelde ,namelijk 3990 m³) en niet ver boven de grens van 1000 m³ die de Verenigde Naties beschouwen als een ernstig watertekort. De opmaak van integrale hemelwaterplannen waaraan de gemeente een belangrijke bijdrage moet leveren, dringt zich op. Het verder aanmoedigen van hergebruik van hemelwater en het verplichten van infiltratie van hemelwater in zones waar dit mogelijk is, zijn de twee kernmaatregelen. Deze maatregelen hebben vooral een positief effect om ook de lage grondwatertafel terug te voeden. De conclusie van het CIW-waterforum was dat de verwachte klimaatverandering in Vlaanderen vooral zal leiden tot droogte, meer nog dan tot overstromingen. Professor Willems van KU Leuven vindt dat de droogte en overstroming in hun samenhang moeten worden bezien "Vlaanderen heeft een zeer geringe toevoer van rivierwater en daarom is zoetwater altijd schaars. Daar komt bij dat het verharde oppervlak de afgelopen jaren met dertig procent is toegenomen. Dat heeft een enorme invloed op het grondwaterpeil. Als we erin slagen meer regenwater te infiltreren, dan zal het grondwaterpeil weer stijgen en dat is goed voor de droogtebestrijding in de zomer."

rioleringsstelsel moet onverdroten verder uitgebouwd en geoptimaliseerd worden. Het kostenplaatje voor de verdere uitbouw en het beheer van het bestaand rioleringsstelsel is gekend. Alle Vlaamse steden en gemeenten samen kijken tegen een structureel financieringstekort van 300 miljoen euro per jaar aan en er dringen zich sluitende maatregelen op. Mogelijke maatregelen zijn het toepassen van het maximumtarief van de gemeentelijke saneringsbijdrage, het ten laste nemen van een redelijk deel van de kosten via de algemene middelen door de gemeenten (bijvoorbeeld voor de afwatering van de wegen), het invoeren van een hemelwaterheffing of een combinatie van deze maatregelen. Conclusie Continue en verhoogde inspanningen van alle actoren zijn noodzakelijk om deze taak (investeringen en beheer) tot een goed einde te brengen. Met betrekking tot het beheer van het stelsel wordt bedoeld het onderhouden, herstellen, onderzoeken en vernieuwen

van het bestaande rioolstelsel. Om aan goed beheer te doen, dient de beheerder jaarlijks minimum 2 procent van de nieuwwaarde van zijn net te investeren. Deze 2% betekent 1,3% voor afschrijving van het bestaande rioolnet op 75 jaar en 0,7% voor onderhoud, onderzoek en renovatie. Het wegherstel wordt hierbij niet gerekend. Deze beheerskost is een onderschatting, omdat we ervan uitgaan dat we vanaf dag één op een correcte manier met onze riolering zouden zijn omgesprongen. Gelet op de achterstand die vandaag al bestaat, is dit niet het geval. "Riolen zitten weliswaar ondergronds en zijn niet zichtbaar, maar de gevolgen van een slecht beheer zijn dit des te meer. Het aanleggen en onderhouden van riolen en het voeren van een hemelwaterbeleid dienen daarom hoog op de gemeentelijke agenda te staan. Dit vraagt vanwege de nieuwe beleidsvoerders politieke moed en visie. Vlario zal hen hierin ondersteunen."

• www.vlario.be

Sluitende financiering Nog steeds zijn niet alle burgers aangesloten op een riolering en een rioolwaterzuiveringsinstallatie. Het einde is nog lang niet in zicht en Europa dreigt met boetes. Het gemeentelijke

RIORAMA 37


•• REPORTAGE

Riolen en automatisering... hier komt RTC Heel wat rioolstelsels functioneren niet optimaal; dat is ook duidelijk aan te tonen met simulaties door gespecialiseerde software. De redenen? Wisselende hoeveelheden neerslag en het dynamische karakter van de waterafvoer. Er zouden veel minder problemen zijn als berging en lokale afvoer optimaal zouden worden benut. Helaas is daar vaak geen sprake van: op bepaalde plaatsen is er onder-, en op andere overbenutting. En plaatsen die nu eens onderbenut zijn, kunnen op een ander moment overbenut raken. Steeds meer mensen zien 'globale RTC' als oplossing.

Bij RTC worden tal van zaken continu, en dit automatisch, gemeten. Dat zorgt ervoor dat men beter weet wat zich in de riolering voordoet.

-door Koen Vandepopuliere-

RTC (Real Time Control) speelt een belangrijke rol in ons leven. Om te beginnen sturen veel bedrijven daarmee hun voorraadbeheer. En in de meteorologie speelt het een rol bij bijvoorbeeld de werking van buienradars. Geert Dirckx, Studieverantwoordelijke Onderzoek & Productonwikkeling bij Aquafin, vermeldt dan weer de rol van RTC bij de temperatuursregeling in huishoudens via thermostaten (een soort sensor), en een centrale PLC: een Programmeerbare Logische Eenheid. Die PLC bevat een 'microprocessor' die met de verkregen informatie (in dit geval de temperatuur) zijn uitgangen (boiler) aanstuurt. Maar het meest verhelderend vindt hij het gebruik van RTC bij verkeerslichten. “Verkeerstromen van auto’s worden geregeld aan de hand van sensoren, die het aantal auto's uit verschillende richtingen registreren. Microprocessoren laten dan verkeerslichten op rood of groen springen, afhankelijk van de momentane verkeerstroom in een bepaalde richting.” Hij wijst op de parallellen hiervan met het rioleringsgebeuren. Verkeersstromen zijn dan, tot op zekere hoogte, te vergelijken met waterstromen. De sensoren

38 RIORAMA

die het debiet aan auto's uit bepaalde richtingen registreren, worden dan andere sensoren: pluviometers (meten neerslag), weerradars, waterpeilmeters, debietmeters en waterkwaliteitmeters. De 'actuatoren' (die het proces kunnen beïnvloeden) zijn in het ene geval verkeerlichten, en in het andere pompen, schuiven, kleppen, stromingsscheiders,... Dynamisch: lokaal en globaal Een statische controlestrategie is er een waarbij wordt gekozen voor, bijvoorbeeld, bergbezinkbekkens. Wat de gebeurtenis (zoals: neerslag) ook is, ze veranderen niet. Maar RTC, legt Dirckx uit, is een dynamische controlestrategie: er wordt een andere actie genomen naargelang de (met sensoren waargenomen) omstandigheden. Binnen die, steeds dynamische, RTC's is er nog een onderscheid te maken tussen lokale en globale systemen. Geert Dirckx: “Neem een pompstation. Zodra metingen aangeven dat het waterpeil een bepaalde grens heeft overschreden, slaat de pomp aan; als de metingen aangeven dat het peil voldoende is ge-

zakt, slaat ze af. Dat is lokale RTC; er wordt dan geen rekening gehouden met wat elders in het rioleringsstelsel gebeurt. Maar in het geval van glóbale RTC's seinen de sensoren hun data door naar een centrale computer, die zich doorgaans bevindt in de controlekamer van een waterzuiveringsstation. De computer neemt een beslissing, en communiceert die richting de actuatoren: pompen, schuiven,... Ze kan data ontvangen van grote delen van het rioleringsstelsel. Het is dan mogelijk de informatie van al die delen samen te brengen en de computer te laten beslissen wat de actie is die het best is voor het héle stelsel.” Globale kijk Dirckx illustreert de werking van globale RTC aan de hand van een, zeer eenvoudig, voorbeeld. Stel, een onweer raast over een gebied. De berging (vullingsgraad) van deel A van het rioleringsstelsel, bedraagt op een gegeven moment 8%; dat van deel B 13%. Deel C heeft een berging van 6%, en D van... 79%. Bij deel D dreigt overstorting: vuil water komt daarbij terecht in oppervlaktewaters, wat bijzonder


slecht is voor het milieu. Maar “eigenlijk is dat absurd, want de overstort treedt in werking terwijl er nog plaats is in het stelsel”, stelt Dirckx vast. Maar in het geval van globale RTC, zal de centrale computer de overbelasting van deel D vaststellen. Hij zal dan bijvoorbeeld opdracht geven aan, stel, schuiven van delen A, B en C, geheel of gedeeltelijk te sluiten, zodat de waterstroom van daaruit wordt gedempt. A, B en C zullen dus voller worden, maar daar was toch nog ruimte zat. Aan de schuif van deel D geeft de computer evenwel de instructie volledig open te gaan, zodat het water er maximaal afgevoerd raakt met als doel om zo overstorting te vermijden. “Op die manier wordt de capaciteit van het stelsel optimaal benut”, concludeert Dirckx. Opnieuw is, overigens, een vergelijking mogelijk met RTC-gestuurde verkeersstromen. Als op een kruispunt vanuit drie richtingen bijna geen auto's komen, maar uit richting vier net véél, dan zal een centrale processor beslissen om het licht langer op groen te laten voor de richting waar het druk is, en rood waar er bijna geen auto's zijn. Zo wordt ook het wegennet optimaal benut.

Troeven Het gebruik van globale RTC biedt tal van voordelen. Dirckx vermeldt het reduceren van overstortgebeurtenissen. “Vooral de kleine en middelgrote events worden tegengehouden”, zegt hij. “Dit leidt tot een belangrijke daling van het volume overstortwater. Ook de overstortfrequentie zal -lichtjes- dalen, maar het effect van RTC daarop is kleiner dan op het volume. Het is evenwel zo dat in de wetenschappelijke wereld algemeen wordt aanvaard dat volumegebaseerde parameters, zoals het overstortvolume, in veel gevallen veel beter zijn om de milieu-impact op bijvoorbeeld oppervlaktewaters in te schatten.” Nog een voordeel is het verminderen en/of vermijden van overstromingen. Voorts kan men komen tot minder pompslijtage door pompen meer continu te laten werken (minder plotse pieken). Nog een mogelijk voordeel van RTC is: het vermijden van 'first flush' effecten door minder ophoping van rioolsedimenten. Dirckx: “RTC kan er namelijk voor zorgen dat tijdens droog weer de sedimenten ineens worden doorgestuurd. Bijvoorbeeld door wa-

ter even tegen te houden met een schuif, en deze plots te openen, waardoor de sedimenten worden meegesleurd en het vrijkomen van de vuilvracht beter gespreid raakt in de tijd.” Ook kan de goede werking van het zuiveringsstation worden geholpen door RTC, bijvoorbeeld door een uitvlakking van piekdebieten daarheen.

Geert Dirckx

Rioolkunde voor niet -ingewijden • Bergbezinkbekken: grote betonnen 'kelder' die is gekoppeld aan het bestaande rioleringsstelsel. Met de bouw van zo'n bekken wordt de inhoud van een rioleringsstelsel vergroot. Tijdens hevige regenbuien komt daardoor minder vervuild water via een overstort in het oppervlaktewater terecht komt. Maar zodra het bergbezinkbassin vol is, zal het overtollige water alsnog via een overstort op het oppervlaktewater worden geloosd. • Berging: is het volume dat aanwezig is in een stuk riolering (relatief gezien spreekt men van 'vullingsgraad'). • First flush: tijdens heel droog weer gaat afvalwater traag door de riolering. Daardoor kunnen sedimenten bezinken. Bij een volgende regenbui vindt dan het 'first flush'-effect plaats: door een hoger waterdebiet wordt heel wat van dat sediment meegesleurd, waardoor een plotse troep vuil in het afvalwaterzuiveringsstation terechtkomt, en de goede werking ervan verhindert. Het kan ook gebeuren dat zwaar door sediment bezoedeld water via de overstort in oppervlaktewater terecht komt. • Gemengd rioleringsstelsel: stelsel waarbij zowel afval- als regenwater via hetzelfde systeem worden afgevoerd naar een afvalwaterzuiveringsinstallatie. • Gescheiden (of 'afgekoppeld') rioleringsstelsel: afvalwater en regenwater worden afgevoerd door twee aparte stelsels. Dat voor regenwater wordt regenwaterafvoer genoemd; dat voor

afvalwater droogweerafvoer. De droogweerafvoer leidt naar de afvalwaterzuivering. Het regenwater, daarentegen, wordt rechtstreeks of via een beperkte zuivering op het oppervlaktewater afgevoerd. Omdat er geen sprake is van extreme pieken en dalen in de afvoer zijn overstorten hier niet nodig. • Knijpconstructie: een opzettelijk ondergedimensioneerde constructie. Bijvoorbeeld een rioolleiding met opvallend kleine diameter (heet dan 'knijpleiding'). Doel daarvan is om bij hoge afvoer in het rioolstelsel slechts een beperkt debiet door te laten. Water zal daardoor niet even snel stroomafwaarts gaan, en vermindert daardoor de kans op overstroming. De meest bekende knijpconstructies zijn knijpopeningen, knijpleidingen, wervelventielen en schuiven. • Oppervlaktewater: water dat zich in vloeibare vorm aan de oppervlakte van de planeet bevindt. Het gaat dus over rivieren, beken, meren, zeeën,... • Overstort: dient om overtollig rioolwater af te voeren naar oppervlaktewater. Het stort bij een bepaald waterniveau over een overstortdrempel (verhoogde rand). • Pompstation (rioolgemaal): een bekken ('kelder') waarin rioolwater terechtkomt. Als het waterpeil een bepaalde hoogte heeft bereikt, slaat de pomp automatisch aan, en pompt water naar een hogergelegen gebied. Als het peil voldoende is gedaald, slaat de pomp uit.

RIORAMA 39


Nog andere troeven... Aquafin werkt aan een demoproject met RTC te Kessel-Lo. Geert Dirckx ontdekte er nog andere voordelen dan deze die doorgaans in de literatuur worden genoemd. “Stel, een nieuw gebied wordt op het bestaande rioleringsstelsel aangesloten. Met RTC gebeurt de inpassing ervan in het globale stelsel heel vlot: enkel het algoritme een beetje aanpassen. Op basis van dergelijke ervaringen noem ik RTC 'adaptief'. Eveneens in Kessel-Lo kregen we nog een ander inzicht. Er zijn overstorten aan de Dijle en er zijn er aan de Blauwputbeek. Het is uiteraard minder erg te lozen in een grote rivier dan in een beekje. Welnu, je zou RTC zo kunnen instellen dat, indien een overstorting zou plaatsvinden, deze preferentieel gebeurt in de Dijle. ‘Immissie light’-gebaseerde controle, zou je dat kunnen noemen. Ook is het zo dat bij RTC tal van zaken continu, en dit automatisch, worden gemeten. Dat zorgt ervoor dat men beter weet wat zich in de riolering voordoet.” Problemen Geert Dirckx waarschuwt dat RTC niet de ultieme wonderoplossing is die alle problemen gaat oplossen. “Maar,” zegt hij, “het grootste probleem zit in de - begrijpelijke?- terughoudendheid van operatoren, zoals rioolbeheerders, waterzuiveraars,... - om RTC toe te passen. Reden van die terughoudendheid, is dat ze vrezen dat het heel complex is.”

In de elektrische kast zit een PLC.

40 RIORAMA

Kortom... De voorbije decennia heeft automatisering een hoge vlucht genomen. Denk maar aan industriële machines, personal computers (die bureauwerk automatiseerden), domotica,... en nog veel meer. De vraag lijkt dan ook niet of rioleringsstelsels zullen geautomatiseerd raken, maar wel... wanneer.

'Model predictive' of 'rule based'? Geert Dirckx wijst op twee mogelijke Real Time-Controlestrategieën. “Bij 'model predictive control' gaat men de hoeveelheid neerslag meten. Met die data kan een computer dan, aan de hand van een model, berekenen wat de vullingsgraad van riolen zal worden binnen, bijvoorbeeld, 10 minuten. Op basis van die voorspelling worden dan acties genomen. 'Rule based control', daarentegen, meet niet de hoeveelheid neerslag, maar het waterpeil in de riolen. Die worden dan door de computer rechtstreeks vertaald in een vullingsgraad, zonder ingewikkelde simulaties dus. Met die data besluit een computer dan, via algoritmen, wat de beste actie zou zijn. 'Model based' wordt nu vaak gebruikt bij oppervlaktewaters, bijvoorbeeld om overstromingen te voorspellen. Het duurt namelijk uren of zelfs dagen voor de overstroming zich voordoet. In het geval van oppervlaktewaters is er dus tijd genoeg om te berekenen en te voorspellen. Maar riolen vormen als het ware de autosnelwegen voor de afvoer van water. Dan is er dus minder tijd om modelgebaseerde berekeningen te doen, en voorspellingen te maken. Wat rioleringssystemen betreft is dus, in mijn ogen, 'rule based' de beste keuze.”

De 'actuatoren' (die het proces kunnen beïnvloeden) zijn bij RTC bijvoorbeeld schuiven, pompen, kleppen, stromingsscheiders,...

RTC is een zogenaamde 'dynamische controlestrategie': er wordt een andere actie genomen naargelang de omstandigheden.


PASST

Vlaanderen... toekomstig mekka van RTC?

PASST staat voor 'Planning Aid for Sewer System Real Time Control'. Het is een instrument, ontwikkeld door de Duitse RTC werkgroep van DWA (Deutsche Vereinigung für Wasserwirtschaft, Abwasser und Abfall). Het helpt om na te gaan wat het RTCpotentieel is van een bepaald zuiveringsgebied. Essentie ervan is een interactieve vragenlijst die een inschatting geeft van het RTCpotentieel van een studiegebied. Dirckx: “Ik geef een voorbeeld. Een vraag bij PASST is hoeveel overstorten er in het rioleringsstelsel zijn. Als er slechts twee zijn, valt er niet veel te optimaliseren. Maar als er veel zijn, loont het de moeite de deelgebieden verder te onderzoeken, bijvoorbeeld via PASST, om na te gaan of RTC verbetering kan brengen.”

Aquafin paste PASST toe op de 31 zuiveringsgebieden van het Netebekken, één van de elf bekkens die ze onder haar beheer heeft. Geert Dirckx: “Het bleek dat Vlaanderen, als extrapolatie van het Netebekken, een hoog potentieel heeft om RTC toe te passen. Een eerste belangrijke reden is dat ons gewest heel vlak is. Daardoor stroomt water er niet snel, met als gevolg dat de rioolleidingen bij ons een eerder grote diameter hebben. Dat betekent dat we over grotere volumes beschikken waarin we water kunnen bergen. Typisch aan Vlaanderen is ook de verspreide bebouwing, zoals onze typische lintbebouwing. Dit leidt tot een veelheid aan hydraulische structuren zoals pompstations, overstorten, schuiven,... waarmee een RTC-omgeving haar voordeel kan doen.”

RTC doet vooral het aantal kleine en middelgrote overstortgebeurtenissen dalen.

Efficiëntie versus effectiviteit Efficiëntie staat voor hoeveel middelen (zoals euro's) worden gebruikt om een bepaald doel te bereiken. Effectiviteit, daarentegen, geeft aan in hoeverre de uitkomst van het proces wordt gerealiseerd. Geert Dirckx gebruikt de termen vaak wanneer hij de kosten van RTC analyseert uitgaande van berekeningen, voorafgaand aan het demoproject te Kessel-Lo. Volgens de resultaten daarvan, stelt Dirckx, “zouden bergbezinkbekkens 15 keer meer hebben gekost dan RTC, en afkoppeling zelfs 75 keer meer. De kosten voor de aanpassing van de knijpleiding waren dan weer vergelijkbaar, of een beetje goedkoper, dan deze voor RTC. Afkoppeling en bergbezinkbekkens bleken wel effectiever te zijn dan RTC, maar de kostprijzen liggen zoveel hoger, dat het beetje winst aan effectiviteit de enorme meerkost niet zinvol maakt. RTC bleek wel duidelijk effectiever dan het aanpassen van knijpconstructies. Let wel: deze analyse betrof enkel de investeringskosten. Maar een aanvullende analyse die rekening hield met operationele kosten en verschillende afschrijfperiodes, toonde aan dat deze een verwaarloosbare invloed hebben.” De feitelijke implementatie in Kessel-Lo als demoproject is op dit moment bezig.

RIORAMA 41


•• REPORTAGE

VMW heet voortaan De Watergroep Foto Marc Wauters VMW

De Vlaamse Maatschappij voor Watervoorziening (VMW) heet voortaan De Watergroep. 2013 staat voor De Watergroep in het teken van 100 jaar drinkwatervoorziening. "Onze naam dekte niet langer de lading," legt voorzitter Luc Asselman uit. "We doen ondertussen heel wat meer dan drinkwater produceren en leveren. We hebben ook een uitgebreid dienstenaanbod op het vlak van gemeentelijk afvalwaterbeheer. Onze businessunit Industrie & Services is ondertussen een gevestigde waarde op de Vlaamse markt geworden voor de productie van industriewater op maat van bedrijven. Onze nieuwe naam bundelt al deze bedrijfsactiviteiten en verwijst bovendien naar onze verschillende lokale afdelingen, waarmee we dicht bij onze klanten en vennoten staan." Nieuwe missie en visie "Wij maken water op maat. Vandaag, voor de generatie van morgen.": dat is de nieuwe missie van De Watergroep. Deze nieuwe missie werd vertaald in een nieuwe bedrijfsvisie, met vier krachtlijnen: • Passie voor water als bron van leven en gezondheid Gezond, veilig en betaalbaar drinkwater produceren blijft de kerntaak van De Watergroep. De vooropgestelde bevolkingstoename en de zichtbaar wordende klimaatverandering met langere droogteperiodes zullen de druk op de grond- en oppervlaktewaterbronnen alleen maar opvoeren. Om in deze moeilijke omstandigheden te blijven voldoen aan een duurzame en kwalitatieve drinkwatervoorziening, zijn kennis- en technologieontwikkeling erg belangrijk.

42 RIORAMA

• Technologische voorsprong De kennis en expertise van de specialisten van De Watergroep vormen de kracht van het bedrijf. De Watergroep heeft er dan ook alle belang bij deze troef nog te versterken en verder uit te bouwen. Jaarlijks gaat ongeveer 250.000 euro naar toegepast onderzoek door eigen medewerkers. Het bedrijf is ook niet bang om de platgetreden paden te verlaten. Zo zit er een proefproject in de pijplijn waarbij telecomkabels worden aangelegd in de drinkwateraftakking, een primeur voor Vlaanderen. Door de glasvezelkabels aan te leggen via de drinkwateraftakking, wordt het makkelijker de glasvezelkabel in de huizen binnen te brengen zonder extra breekwerk. De Watergroep zou in dit geval haar leidingen 'verhuren' aan derden, met inachtneming van alle veiligheids- en gezondheidsvoorschriften. • Duurzaam omgaan met mensen en middelen Door gebruik te maken van hernieuwbare energie, maar ook door maximaal in te zetten op recyclage wil De Watergroep een voortrekkersrol opnemen inzake duurzaam ondernemen. De Watergroep heeft een grondstoffenverklaring verkregen voor ijzerslib en kalkkorrels, waardoor deze reststoffen als grondstof kunnen gebruikt worden in andere toepassingen. "In de toekomst streven we naar meer hoogwaardige toepassingen van de reststoffen, zoals het gebruik van kalkkorrels in de glasindustrie in plaats van in betontegels." Uit onderzoek is bovendien gebleken dat De Watergroep 85% van haar reststoffen hergebruikt of recycleert. Ter vergelijking: het gemiddelde voor bedrijven bedraagt 67%, voor gezinnen is dat 72%.

• Toonaangevend, in Vlaanderen en daarbuiten In het najaar van 2012 is de nieuwe businessunit RioPACT officieel van start gegaan, een samenwerking tussen De Watergroep en Aquafin met als doelstelling de gemeentenvennoten nog beter te begeleiden bij hun rioleringsprojecten. Daarnaast is de businessunit Industrie & Services in Vlaanderen uitgegroeid tot marktleider op het vlak van industriewater. Recent nog heeft De Watergroep een nieuwe overeenkomst afgesloten met de bedrijven Oleon en Fuji Oil in de Gentse Kanaalzone. Het gaat om een geclusterd project (één installatie voor de twee bedrijven) met een leveringscapaciteit van 900.000 m³ op jaarbasis. De ambitie van De Watergroep reikt verder dan de landsgrenzen. De businessunit Industrie & Services is al jaren actief in de derde wereld, meer bepaald in Chili, Madagaskar en Suriname, om ter plaatse maatschappelijke projecten inzake drinkwatervoorziening te ondersteunen. De expertise die de businessunit hierbij heeft opgebouwd, zal in 2013 ook ingezet worden voor een aantal commerciële projecten in het buitenland, waaronder een participatie in de firma ASEwater Technologies uit India, een bedrijf dat zich richt op de waterbehoefte van de industrie. Tot slot neemt De Watergroep als partner deel aan (internationale) onderzoeksprojecten, gefinancierd door de Europese en de Vlaamse overheid.

• www.dewatergroep.be • www.riopact.be


•• WATERBELEID

Keuring van private riolering: een stand van zaken

Sinds 4 oktober 2011 is Vlario een door BELAC ISO 17020 gecertificeerde keuringsinstelling. "Na een grondige audit, gebaseerd op internationaal erkende eisen, wordt onze accreditatie verlengd," zegt directeur Wendy Francken. Deze accreditatie is het formele bewijs van de competentie van de keuringsinstelling. De instelling dient te bewijzen dat ze onpartijdig en onafhankelijk keuringen uitvoert. Een keuringsrapport, uitgegeven door een geaccrediteerde instelling, geniet een bijkomende geloofwaardigheid. Geaccrediteerde instellingen bevorderen een eerlijke concurentie en harmoniseren de werking van de markten. "Tot 31 december 2012 hebben we onder deze accreditatie ongeveer 4000 (ingediende) keuringen uitgevoerd." De verhouding tussen goed- en afgekeurde panden, op basis van de afkeurcriteria volgens het waterverkoopreglement, wordt in onderstaande grafiek voorgesteld.

De keuringen zijn verdeeld over drie groepen: nieuwbouw, belangrijke wijzigingen (onder meer vernieuwbouw) en afkoppelingen. De verhouding tussen niet-conform en conform voor één en dezelfde groep is onderling nogal sterk verschillend. Zie onderstaande grafiek ter verduidelijking.

Afkoppelingen Uit deze grafiek blijkt dat het aantal afkeuringen procentueel zeer hoog is (circa 20%) bij afkoppelingsprojecten. Deze groep verdient meer aandacht, gezien de afkoppelingen extra kosten betekenen en de meeste overlast bezorgen bij de bewoners. Vlario zal zich daarom tijdens de cursus 'afkoppelingsadviseur' extra focussen op deze vaststellingen. Bovenstaande grafieken geven een te optimistisch beeld van de vastgestelde anomalieën, gezien er enkel afgekeurd wordt op basis van het

44 RIORAMA


waterverkoopreglement. Indien ook alle eisen van het VLAREM II in rekening gebracht zouden worden, lagen de percentages afkeur een stuk hoger. Met andere woorden: er is nog werk aan de winkel om de kwaliteit van zowel afkoppelingen als nieuwbouw op een meer aanvaardbaar niveau te krijgen. Het meest voorkomende probleem bij afkoppelingen is dat het RWAstelsel niet volledig gescheiden is van het DWA-stelsel op privéterrein. De oorzaak hiervan ligt op verschillende vlakken: fouten tijdens de afkoppelingswerkzaamheden, de plannen bevatten onvoldoende informatie, niet alle afvoerpunten zijn gekend, onvoldoende zelfcontrole door de uitvoerder tijdens en na de werken, te veel uitgaan van veronderstellingen,... Soms zijn eenvoudige oplossingen mogelijk om een bepaald afvoerpunt af te koppelen. Deze oplossingen kunnen vaak kostenbesparend werken voor de eigenaar van het pand. Elke mogelijkheid dient te worden gecontroleerd en getoetst aan de uitvoerbaarheid ter plaatse. Er dient voldoende informatie beschikbaar te zijn over de bestaande toestand, onder de vorm van geschreven informatie en foto’s. Op deze manier kunnen foute aansluitingen vermeden worden, waardoor het aantal niet-conforme panden zal dalen.

• De panden die niet conform bevonden worden, ontvangen een gestandaardiseerd document met duidelijke reden van afkeuring en nuttige aandachtspunten voor de eigenaar van het pand. • Er wordt op toegezien dat de kosten van de nodige aanpassingen en/of herstellingen aan panden die niet conform bevonden worden, zo laag mogelijk gehouden worden door de keuring op het meest geschikte ogenblik te laten plaatsvinden. Zo wordt het een win-winsituatie voor eigenaar, keurder en gemeente. • De keuringsinstelling is geaccrediteerd volgens ISO 17020. Dit attest wordt toegekend door een accreditatie-instelling na een grondige audit van de instelling voor conformiteitbeoordeling gebaseerd op internationaal erkende eisen. Het betekent het formele bewijs van de competentie van de instelling die specifieke opdrachten voor de conformiteitbeoordeling uitvoert. De accreditatie laat de keuringsinstellingen toe hun technische competenties, maar ook hun onafhankelijkheid en onpartijdigheid te bewijzen.

• www.vlario.be

Rapportering via KPR-databank Via het Ministerieel Besluit dat op 12 december 2011 werd ondertekend door minister Joke Schauvliege, werd de rapportageplicht van de rioolbeheerder inzake keuring van private riolering verduidelijkt. Artikel 6 van dit Ministerieel Besluit stelt dat de exploitant (zijnde de rioolbeheerder) minstens de volgende gegevens over de uitgevoerde keuringen van de privéwaterafvoeren over het vorige kalenderjaar ter beschikking stelt. Vlario heeft een keuringssysteem ontwikkeld waarin onder meer deze rapportage automatisch zit vervat. Een overzicht van de voordelen voor de rioolbeheerder om deze rapportage te gebruiken: • Het is een duidelijk opvolgingssysteem waar de gebruiker 24 uur op 24 de keuringen die zich binnen zijn gemeente voltrekken, kan opvolgen: Hoeveel goed- en afgekeurde panden zijn er momenteel binnen het gebied? Om welke redenen zijn de geselecteerde panden afgekeurd? Welk is de meest voorkomende oorzaak van afkeuring binnen het gebied? Dat laat de gebruiker toe hierop in te spelen en een sensibiliseringcampagne naar de inwoners te starten. • De jaarlijkse rapportage die is opgelegd via Art.27 van het waterverkoopreglement en art. 6 van het bijhorende Ministerieel Besluit gebeurt correct en up-to-date is: de gebruiker kan deze dagelijks online raadplegen en downloaden zonder bijkomende administratie. • De gebruiker is er zeker van dat de panden binnen zijn gebied correct gekeurd worden door keurders die up-to-date informatie krijgen met betrekking tot wijzigingen op wettelijk en technologisch vlak. • Er gebeurt een validatie van de gegevens tijdens de ingave in de databank via de online KPR-toepassing. • Iedereen ontvangt dezelfde gestandaardiseerde conformiteitsattesten, met nuttige aandachtspunten voor de eigenaar van het pand.

RIORAMA 45


•• PROJECT

Stradus Aqua investeert voluit in zelfverdichtend beton De betonmarkt evolueert voortdurend. Dat vertaalt zich in innovaties die zorgen voor beter functionerende producten. Die tendens is ook in de rioleringsmarkt merkbaar. Zo investeert Stradus Aqua fors in de productie van innovatieve inspectieputten en kokerelementen, die zijn vervaardigd uit zelfverdichtend beton. Daarmee speelt het bedrijf in op een veranderde behoefte van rioolbeheerders.

Vroeger was een gemengd rioleringsstelsel populair in Vlaanderen. De afvoer van afvalwater en hemelwater via dezelfde leiding, bleek evenwel nogal wat problemen met zich mee te brengen. Zo kan een gemengde riolering bij hevige neerslag het afvalwater niet verwerken,waardoor het teveel automatisch in de dichtstbijzijnde waterloop wordt geloosd. Dat leidt tot geurhinder en slechte waterkwaliteit. Bij extreme regenbuien kan het afvalwater in de riolering in die mate stijgen, dat het via de rioleringsputten en straatkolken tot op straat of in de woning terechtkomt. De rechtstreekse aansluiting van hemelwater op de rioleringsbuizen zorgt ervoor dat dit hemelwater onvoldoende kan infiltreren in de bodem, wat leidt tot bodemverdroging en een eventuele aantasting van de grondwaterreserves. Schoon hemelwater hoeft niet te worden gezuiverd. Dankzij het gescheiden stelsel hoeft de zuiveringsinstallatie dus niet meer onnodig met grote (piek)volumes te worden belast. Opstoppingen vermijden Door de omschakeling van een gemengd naar een gescheiden stelsel worden de verschillende producten die tot zo'n stelsel behoren, door veel rioolbeheerders opnieuw geanalyseerd. Eén van de aspecten die grondig werd bekeken, zijn producten uit getrild beton.

46 RIORAMA

Getrild beton was vroeger de onbetwiste norm, maar bleek toch ook enkele tekortkomingen te vertonen. Tom Ketels van Stradus Aqua legt uit: "Getrild beton kenmerkt zich door een ruw sroomprofiel door de handmatige vervaardiging. Daardoor stroomt de dikke massa van het afvalwater minder vlot door de inspectieputten. Dat leidt regelmatig tot opstoppingen, wat natuurlijk minder interessant is." Daarom ontwikkelde Stradus Aqua, in overleg met netbeheerder Infrax, een andere oplossing: inspectieputten in zelfverdichtend beton (zvb). Zelfverdichtend beton bestaat uit een combinatie van enerzijds ruw materiaal voor de stevigheid en anderzijds erg fijne componenten, waardoor het beton zelf in de gewenste vorm vloeit en verhardt. "De dichting wordt dus niet langer verkregen door trilling," licht Tom Ketels toe. "Het stroomprofiel en de dichtingen worden tijdens het productieproces mee in de mallen gestort. Na een periode van uitharding worden de mallen ontkist en zijn de inspectieputten klaar voor gebruik. Een volledige productiecyclus neemt ongeveer 24 uur in beslag." De putten, inclusief de stroomprofielen, worden monolithisch gegoten. Inzake stroomprofielen is in principe alles mogelijk. Speciaal voor gresaansluitingen integreert Stradus Aqua op-

tioneel instortringen uit kunststof. Bovendien biedt het bedrijf ook een grote flexibiliteit dankzij de vele mogelijkheden in maatwerk. "De vormen waarin we nu investeren, creëren op dat vlak een hogere polyvalentie. Daardoor zijn we beter gewapend om op iedere specifieke klantenbehoefte gevat te anticiperen." Zelfverdichtend beton is voor Stradus Aqua de nieuwe standaard geworden. Eerder al stapte de producent voor de fabricage van goten naar zvb over. Lagere 'total cost of ownership' Zelfverdichtend beton is de toekomst en zal de komende jaren alleen maar aan belang winnen, beseffen ze bij Stradus Aqua. Het bedrijf aarzelde dan ook niet om fors te investeren in een aangepaste productiemethode. "Voor de nieuwe mallen en installaties voor het productieproces van de inspectieputten, hebben we meer dan 500.000 euro uitgetrokken. We zijn ongeveer een jaar geleden gestart met de productie en willen op termijn alleen nog producten in zelfverdichtend beton produceren. Dit biedt niet alleen veel voordelen in de praktijk, maar ook bij ons op de werkvloer. Zo verloopt de productie bijvoorbeeld veel minder lawaaierig. Bovendien kan het stroomprofiel nu meteen worden meegestort, terwijl het bij getrild beton pas achteraf in de put kon wor-


den aangebracht. Dat procédé vergde veel manuele arbeid." Intussen is het bedrijf al voor negentig procent naar zelfverdichtend beton overgestapt. Het is de bedoeling om vanaf dit jaar alle inspectieputten volgens deze methode te maken. "We verwachten dat het niet zo lang meer zal duren vooraleer de markt, omwille van de vele pluspunten van zvb, niet langer om de traditionele oplossingen zal vragen. De rioolbeheerders beseffen namelijk maar al te goed dat zelfverdichtend beton een gevoelig lagere total cost of ownership met zich meebrengt, omdat producten in deze materie veel minder reiniging en onderhoud vereisen." Hogere esthetische waarde Met andere woorden: de klant krijgt een kwalitatief beter product met een goede maatvastheid, want er is een betere afdichting tussen de schacht en de put zelf. Bovendien ziet zelfverdichtend beton er ook beter uit door de geoptimaliseerde betonsamenstelling. Zelfs de grindnesten, die je vroeger onvermijdelijk wel eens tegenkwam, behoren met deze techniek tot het verleden. Daardoor verliezen arbeiders op de werf zelf of door aanpassingen of eventuele verbeteringswerken na een cameracontrole, minder tijd. De plaatsing verloopt gewoon op dezelfde manier als voorheen.

Stradus Aqua biedt zijn inspectieputten in zelfverdichtend beton aan met een nuttige hoogte van 640 mm tot 1490 mm – oplopend per 50 mm – en met aansluitingen tot 600 mm. Grotere maten produceert Stradus Aqua op de site in Genk. Uitbreiding zvb-gamma Totnogtoe leverde Stradus Aqua uitsluitend Perfect-inspectieputten met een binnendiameter 1000, de standaardreferentie in de markt. Dat gamma wordt nu aangevuld met een variant met binnendiameter 800. "Dit product leent zich vooral voor projecten waar de ruimte in de bodem beperkt is door de aanwezig-

heid van andere technieken. Uiteraard blijft de 1000-versie zeker relevant voor standaardtoepassingen." Stradus Aqua is niet alleen voor inspectieputten overgestapt naar zelfverdichtend beton. De producent biedt nu, op vraag van de markt, ook kokerelementen in deze materie aan. "Hier hebben we recent nieuwe vormen voor aangekocht. Het is de bedoeling dat we vanaf maart met de productie ervan starten. Naast de hierboven al aangehaalde functionele voordelen van zelfverdichtend beton, zullen we ook in dit segment dus producten met een hogere esthetische waarde en maatvastheid kunnen afleveren."

Wie is Stradus Aqua Stradus Aqua is als producent en leverancier van traditionele en innovatieve betonproducten betrokken bij de meest uiteenlopende infrastructurele en industriële projecten in België. Het biedt een breed gamma aan betonproducten en streeft naar de meest efficiënte manier om, samen met de klant en opdrachtgever, ook (prefab)oplossingen op maat te ontwikkelen: rioleringsproducten, drainage (goten), gietijzer, maatwerk, producten voor waterzuivering en opslag. Stradus Aqua is ISO-, BENOR- en KOMO-gecertificeerd. De drie vestigingen (Neeroeteren, Genk en Ravels) laten toe om heel snel op dringende klantenvragen te antwoorden.

• www.stradusaqua.be

RIORAMA 47


•• PRODUCT SPOT

Nieuwe Panasonic Toughpads voor de bouw- en installatiewereld

In januari ’13 verzamelde Panasonic Computer Product Solutions de internationale vakpers voor de lancering van twee nieuwe Toughpad: de FZ-G1 en de JT-B1. Ze zijn specifiek ontworpen voor gebruik in ruwe omstandigheden door mobiele medewerkers, zoals op een bouwwerf, bij inspecties in vochtige en stofferige ruimtes, onderhouds- en servicemonteurs, noem maar op. De Toughpads van Panasonic kunnen tegen een stootje”, vertelt Hiroaki Sakamoto, directeur van de Panasonic Division Computer Product Solutions. Een flinke slag of val, stof, zand of een harde regenbui betekent niet meteen het einde voor deze tablets. Panasonic belooft bovendien dat ook bij extreme hitte (50°C) of temperaturen onder het vriespunt (-10°C) de tablet bruikbaar blijft. De Panasonic Tough serie is dus duidelijk bedoeld voor al wie bedrijfsmatig een laptop in veeleisende omstandigheden gebruikt en veel onderweg is. De fully-rugged Panasonic Toughpad FZ-G1 tablet met Windows 8 Pro zet de nieuwe standaard voor tablets die buiten leesbaar zijn en is ideaal voor zakelijke gebruikers die buiten een gewone kantooromgeving werken of vaak onderweg zijn. Dankzij de geavanceerde IPSα Paneltechnologie en de Panasonic anti-reflectielaag, zorgt het 10.1” Full HD (1920x1200)-capacitieve multitouch-scherm met 10 finger bediening voor een uitstekende schermleesbaarheid in alle omstandigheden. Het scherm van de robuuste FZ-G1 is bovendien uitgerust met een extra brede kijkhoek, verstevigd glas, een hoge contrastratio en een helderheid van 800cd/m2. De flexibele configuratiepoorten zorgen ervoor dat zakelijke gebruikers beschikken over alle nodige poorten in een compacte, fully-rugged en lichtgewicht formfactor. Windows 8 Pro wordt voortgestuwd door een Intel Core i5 processor en 4 of 8 GB geheugen. Standaard zijn WiFi en Bluetooth beschikbaar. Je kan dit optioneel aanvullen met 3G of 4G LTE. De opslagmogelijkheden zijn een 128 GB of 256 GB harddisk. USB 2.0 en 3.0 zijn ook aanwezig, evenals een RJ45 LAN aansluiting. De afmetingen zijn 22,9 x 18,8 x 1,9 cm en het gewicht 1,1 kg. De Panasonic Toughpad FZ-G1 doet ongeveer 8 uur met een acculading, maar met één klik kan je een reservebatterij plaatsen en de gebruiksduur verdubbelen! Dit is mogelijk doordat de batterij niet zoals het geval is in andere tabs in het apparaat is geïntegreerd. De Toughpad JT-B1 is de eerste volledig robuuste 7 inch Android 4.0 tablet. “Met zijn ergonomische design is de JT-B1 uitermate geschikt voor mobiele werkers die overal efficiënt en veilig willen werken”, aldus Lisbeth Lashmana, Regional Marketing Manager Panasonic Computer Products Europe. Het toestel werd namelijk speciaal ontwikkeld op maat van bedrijven. Zo is de Toughpad robuuster dan standaard Android-

48 RIORAMA

tablets en voorziet ze in extra beveiliging, uitgebreide connectiviteit, hoogstaande beeldtechnologie en een lange batterijduur tot 8 uur. Deze kleine Toughpad is compact, weegt 544 gram en is bovendien bestand tegen een val van 150 cm hoogte. Hij voldoet aan de IP65-norm voor water- en stofbestendigheid en functioneert bij extreme temperaturen tussen -10°C en +50°C. Net als de FZ-G1 beschikt de JT-B1 over geavanceerde aansluitopties met 3G, Bluetooth 4.0, Wireless LAN en Near Field Communication. Met de 1,3 megapixels vooraanzichtcamera en de 13 megapixels achteraanzichtcamera met autofocus en led-verlichting kunnen professionele gebruikers documentatiebeelden tot in de kleinste details vastleggen. Denk bijvoorbeeld aan een verzekeringsmakelaar bij de schadevaststelling of een installateur tijdens de voorbereiding van een tussenkomst. Bovendien kunnen externe partijen gespecialiseerde accessoires zoals barcodescanners, kaartlezers en betaalapparaten voor de tablet ontwerpen dankzij de unieke, open interface die Panasonic aan het toestel heeft gegeven.” Het multi-touch outdoor-display met 4 finger multitouch zorgt voor een gebruikerservaring die mobiele werkers nodig hebben om moeiteloos doorheen applicaties en werkprocessen te navigeren. De JT-B1 draait op een OMAP4460 1,5 GHz Dual Core ARM processor van Texas Instruments. Het toestel heeft 1 GB RAM en 16 GB Flash interne opslagcapaciteit. De resolutie bedraagt 1024x600. De FZ-G1 en JT-B1 zijn sinds februari 2013 in de Benelux te koop.

• www.toughbook.eu

“Technology to improve the working lives of everyone.”


•• PRODUCT NEWS

Axedo 600 alternatief voor

Ontwerp zelf het rooster van

traditionele inspectieputten

uw afvoergoten

Sinds kort biedt DYKA een nieuw assortiment van PP-inspectieputten aan, namelijk de AXEDO 600. Door de recente ontwikkelingen op het gebied van inspectie- en onderhoudsapparatuur van leidingsystemen zijn mantoegankelijke inspectieputten niet meer altijd vereist. Daarenboven bieden de werkzaamheden ook niet altijd de mogelijkheid om gebruik te maken van de traditionele inspectieputten. DYKA vond het geschikte alternatief in de AXEDO 600-inspectieput. Deze inspectieputten bieden dezelfde dichtheidskwaliteit als rioleringsbuizen uit kunststof. Ze geven een volledige tevredenheid bij dichtheidstesten, uitgevoerd volgens de standaardprotocollen. De AXEDO 600-inspectieputten laten een gemakkelijke manuele plaatsing toe. Elk element, behalve de betonrand, weegt apart niet meer dan 25 kg. De plaatsing vereist dus geen mechanische hulpmiddelen en kan sneller worden afgerond dan de installatie van de traditionele inspectieputten. Dit leidt tot aanzienlijke besparingen bij de installering van de putten. De vlakke bodem zorgt voor een goede stabiliteit van de inspectieput. Bovendien laat de AXEDO 600 een hoekafwijking van circa 7,5° toe, om de installatie op de werf te vergemakkelijken. Met standaarditems en de mogelijkheid om op maat gemaakte elementen te bestellen, laten deze inspectieputten toe om in te spelen op alle mogelijke configuraties.

Aco biedt de mogelijkheid uw eigen roosterdesign te ontwerpen. Initialen, symbolen, namen of logo’s van gemeenten en bedrijven: het bedrijf luistert graag naar uw wensen om te komen tot een gietijzeren rooster dat de identiteit van uw project accentueert. Dat kan door te kiezen voor 'Freestyle’ met de Multiline-afvoergoten als onderbouw. Beschikbaar voor 4 gootbreedten (100, 150, 200 en 300 mm) tot een belastingsklasse D 400 kN. Het is een afwateringssysteem voor de publieke buitenomgeving dat de nodige functionele en esthetische functies vervult, ontwikkeld volgens EN 1433. Aco kijkt er wel op toe dat de inloopcapaciteit en de sterkte van de roosterstructuur gewaarborgd blijven. De productie vraagt minstens 200 stuks of 100 lopende meter, wat een relatief lage instap is voor een eigen, exclusief rooster. Het rooster kan bovendien nog eens gecoat worden in een RAL-kleur naar keuze. Aco Passavant werpt zich op als de specialist in afwateringssystemen en afscheidingstechnieken, met een systeemaanbod dat zowel in de breedte als in de diepte uitgebreid is.

• www.aco.be

• www.dyka.com

Edo stelt nieuwe Heat Pump voor Vele moderne warmtesystemen halen opgeslagen warmte uit aquifers of rivierwater. Deze ontginningstechniek wordt een open systeem genoemd. Dit systeem vereist een low power, driefasige onderwaterpomp met hoge efficiëntie. Om die reden brengt Edo Pumps exclusief de onderwaterpomp SP18-03 in combinatie met de nieuwe 4”-onderwatermotoren van Franklin Electric. Deze pomp is volledig vervaardigd uit RVS en van hoge kwaliteit, waardoor een lange levensduur is gegarandeerd. "Op deze manier spelen we perfect in op de stijgende vraag naar deze pomp", klinkt het bij Edo Pumps.

50

RIORAMA

Dankzij enkele innovatieve aanpassingen aan het ontwerp van de pomp en de motor, gaat Edo Pumps er prat op dat deze pompen een efficiëntie behalen die tot zeven procent hoger ligt dan de standaard onderwaterpompen. Deze stijging zorgt rechtstreeks voor een daling van de energiefactuur. Edo Pumps is een fabrikant en partner voor pompen en pompinstallaties. Het bedrijf levert onder meer bronpompen, centrifugaalpompen, vuilwater- en rioolwaterdompelpompen, prefab pompinstallaties en zorgt voor service en onderhoud.

• www.edopumps.be


AQUARAMA TRADE FAIR FOR WATER TECHNOLOGY TNAV WORKSHOP

17/10/2013

HET ENIGE NETWERK-EVENT ROND WATERTECHNOLOGIE IN BELGIË

17 OKTOBER 2013 BRABANTHAL LEUVEN EXPOSANTEN AERZEN BELGIUM NV AIR PRODUCTS AQUAPLUS AQUASYSTEMS INTERNATIONAL AVK BELGIUM NV BEDU POMPEN BV BEST INSTRUMENTS BETON DE CLERCQ BIO-DYNAMICS BPI INSTRUMENTS BRENNTAG CLARFLOK SA CONTROLLED SOFT WATER DE WATERGROEP DECKX ECO-BETON WATER TECHNOLOGIES NV ECO-VISION BVBA EKOPAK ENDRESS+HAUSER SA/NV ENPROTECH EUROWATER FESTO BELGIUM SA FILTER SERVICE FRANKE NV GE WATER & PROCESS TECHNOLOGIES GEA WESTFALIA BELGIUM GEFRAN GEMÜ VALVES BVBA/SPRL GEORG FISCHER NV/SA GRÜNBECK BELGIUM BVBA GRUNDFOS BELLUX NV/SA HACH LANGE HANNA INSTRUMENTS BVBA HOBAS HYDRIS ENGINEERING INDUSS NV INDUSTRIAL STORAGE TANKS

JUMO AUTOMATION PGMBH KAESER KOMPRESSOREN KROHNE BELGIUM NV KSB BELGIUM SA KURITA EUROPE GMBH KWT MILIEU BVBA METIS NV GROUP BENVITEC NALCO BELGIUM BVBA NETZSCH PUMPS BELLUX OVIVO HOLLAND B.V. PACKO PUMPS PENTAIR VALVES & CONTROLS PRIME WATER BVBA PROMINENT BELGIUM NV RIETLAND BVBA/GROUP W ROBUSCHI BENELUX BV SCHNEIDER ELECTRIC SMET-G.W.T. N.V./S.A. SPIROTECH BELGIË BVBA SPX PROCESS EQUIPMENT TAUW BELGIË NV TNAV TREVI NV VEOLIA WATER SOLUTIONS & TECHNOLOGIES BELGIUM VINK NV/SA VITO WATERLEAU-BIOTIM WEG BENELUX XYLEM

www.aquarama.be - www.tnav.be


   


Riorama 01