Page 1

Akkerbouwkrant INNOVATIE & ONDERNEMEN

AkkerbouwActueel.nl

Deze krant is een speciale uitgave van Prosu Media Producties voor akkerbouwers in Nederland.

# 2 - april 2017

Teeltoptimalisatie

DOSSIER:

MECHANISATIE

IN DEZE EDITIE O.A. TEELTTECHNIEK STRIP­TILL BEMESTING PAG. 2

DE RIJKE AKKERBOUW:

BEMESTING

“Koppel- en transportsysteem grootste verbeterpunt van I-Plough” Rob de Rijke van loon- en akkerbouwbedrijf De Rijke uit Nagele ploegt dit jaar voor het eerst met de nieuwe Kverneland 2500 I-Plough. Een elektrisch verstelbare wentelploeg: “Hiervoor hadden we dezelfde type ploeg, alleen daarop was alles mechanisch en nu is het allemaal elektronisch verstelbaar. Dat heeft voordelen qua afstellen. Bij een mechanische ploeg kan dat een hoop tijd kosten: slagje meer, slagje minder. En nu kan ik vanuit de trekker te allen tijde alles verstellen naar elk gewenst punt.” TRANSPORTFUNCTIE Kverneland heeft de I-Plough ook voorzien van enkele nieuwe snufjes. Het meeste werk is gemaakt van het koppel- en transportsysteem. In slechts enkele handelingen kan de 2500 van transport naar werkfunctie – en andersom – worden omgebouwd. “In eerste instantie had ik zoiets: dat gaan we toch niet gebruiken”, vertelt De Rijke eerlijk. “Maar het is toch wel heel handig. Hij rijdt nu als een karretje achter de trekker, eigenlijk het idee van een aanhangwagen. We rijden best veel van perceel naar perceel. Dan moet je altijd rekening houden met fietsers en auto’s tijdens het voorsorteren en dan nog zwenkt hij over de andere weghelft heen. Nu doet hij dat niet meer. Dat geeft een veilig en gerust gevoel. De aangepaste koppel- en transportfunctie is voor mij het grootste verbeterpunt ten opzichte van de mechanische ploegmachine.” MECHANISATIEBEDRIJF De ploeg werd aangeschaft via mechanisatiebedrijf Naaktgeboren in Tollebeek. Feitelijk bij De Rijke om de hoek. De relatie met het mechanisatiebedrijf zorgde er ook voor dat De Rijke geen moeite had om de stap te zetten van een traditionele naar een elektrische ploeg. Bovendien bevalt Kverneland hem altijd heel erg goed, waardoor er niet eens gekeken is naar andere

merken. “We hebben een beetje geluk gehad dat Kverneland de I-Plough in de markt wil zetten. Wij waren toe aan een nieuwe ploeg. De oude ploeg was uit 2002, dus die was veertien jaar oud. We waren toe aan groot onderhoud. We hebben altijd wel bepaalde slijtdelen vervangen, maar nu was alles versleten. Dan kom je voor de keuze: alles vervangen of een nieuwe ploeg. Toen kwam onze dealer met een aanbieding: de I-Plough voor hetzelfde geld als een traditionele

“IK KAN AL RIJDEND DE AFSTELLING AANPASSEN ALS DAT NODIG IS”

mechanisch afstelbare ploeg. Qua investering was het bij ons om het even. Toen hebben we gezegd: het is misschien een risico, omdat het nieuw is, maar een mechanisatiebedrijf geeft altijd meer aandacht aan iets nieuws. Zij willen ook dat het goed gaat lopen, omdat hun het zien als de toekomst. Kverneland is qua slijtvastheid een betrouwbaar merk op onze grond, dus we kiezen bewust voor dit merk.” Het risico is uiteindelijk ook niet zo heel groot: ploegen moet goed gebeuren. Het land moet goed vlak liggen, want daarmee leg je de basis voor de rest van het seizoen. Maar of dat nou elektronisch of mechanisch wordt afgesteld maakt in feite weinig uit. Een nadeel zou kunnen zijn dat een elektronische ploeg naar verloop van tijd uit zichzelf wat gaat verlopen omdat de sensoren iets gaan afwijken. De kans hierop is volgens de fabrikant nihil door de gebruikte sensortechniek. Het gemak dat we ervoor terugkrijgen maakt dat eventuele nadeeltje ruimschoots goed. Als die eenmaal afgesteld is, dan heb je er eigenlijk geen omkijken meer naar. Bovendien kan ik al rijdend de afstelling aanpassen om op plekken waar dat nodig is bij te sturen.”

GEBONDEN DOOR WETGEVING PAG. 4 FOSFAATRUIMTE EN BODEMSTRUCTUUR PAG. 14

MECHANISATIE FREESPOOTCOMBINATIE PAG. 6 OP PAD MET VOLLEBREGT PAG. 10 EGALERE ZAADAFLEG PAG. 16 NIEUWE FRONTFREES PAG. 26 Voordat de I-Plough in de markt werd gezet, heeft Kverneland drie jaar lang testen gedaan met de machine. Hierdoor heeft De Rijke er alle vertrouwen in dat de zogeheten kinderziektes er wel uit zijn. “De eerste dag dat je ermee gaat ploegen, kost het altijd even extra tijd om de instellingen te optimaliseren, maar dat is normaal. We werkten hiervoor ook met een ploeg van Kverneland: in feite is dit de oude machine in een nieuw jasje. De instellingen doe je normaal per halve slag, dit werkt dan ‘kop over buik’ (de bovenkant van de ploeg helt over naar het geploegde land, red.) of over rug (bovenkant van de ploeg helt over naar het niet-geploegde land). Nu voer je de gewenste graden in. De breedte verstelling kun je per centimeter invoeren via elektrische cilinders aan de voor- en achterkant van de ploeg.” PLOEGSCHEMA De Rijke kiest ervoor om op de Flevolandse klei een standaard ploegdiepte van 25 tot 27 centimeter aan te houden. “Onze grond is gemiddeld veertien procent afslibbaar. We hebben ook wel grond van rond de twintig procent hoor, maar zwaarder niet. De lichtere gronden ploegen we in het voorjaar en de wat zwaardere percelen in het najaar. We hebben een vrij traditioneel bouwplan bestaande uit pootgoed- en consumptieaardappelen, suikerbieten, witlof, uien en tarwe. We ploegen alles met de I-Plough met uitzondering van het tarweland. Tarwe doen we altijd in combinatie met spitten en zaaien.” De natte omstandigheden in februari en maart hebben bij De Rijke niet gezorgd voor vertraging of paniek: “Vorig jaar konden we wel

GEWASBESCHERMING ACTUELE AKKERVRAAG PAG. 8 BESTRIJDING VAN PHYTOPHTHORA PAG. 18 MECHANISCHE ONKRUID­ BESTRIJDING PAG. 20 LANDBOUWSPUIT PAG. 28

BEWARING AAN TAFEL BIJ LANDBOUW­ BEDRIJF BUTH­PONS PAG. 22 SYSTEEMONDERHOUD PAG. 30

POOTGOEDVEREDELING HYBRIDE POOTGOED PAG. 24

“DOOR DE I-PLOUGH CREËER IK EEN IDEALE ZAAIBEDBEREIDING” iets eerder ploegen. Toen was alles in februari al omgelegd, nu kon het pas halverwege maart. Maar daar word ik niet zenuwachtig van. Je bent van de natuur afhankelijk, dus ik ga mij daar niet druk om maken. We hebben gewoon de kans niet gehad om eerder te gaan. Je moet natuurlijk wel je moment pakken: zodra de omstandigheden goed zijn, ga ik het land op. Door de I-Plough op het juiste moment in te zetten creëer ik een ideale zaaibedbereiding.” MEER INFORMATIE? Landbouwmechanisatiebedrijf B. Naaktgeboren B.V. Dammie Hulsebosch Tel: 06 – 308 729 10 www.naaktgeboren.com

Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen, een uitgave van www.akkerbouwactueel.nl | no. 2 | 2017


2 Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen

VOORWOORD Elke editie van de Akker­ bouwkrant krijgt een spe­ ciaal thema. Dit keer is dat teeltoptimalisatie. De lente is inmiddels begonnen en de zomermaanden komen snel dichterbij. Tussen nu en het oogstseizoen moet de optimale gewasgroei gerealiseerd worden. Zoals altijd zijn er ‘vele wegen die naar Rome leiden’ en dat zal ook uit deze editie blijken. Sommige telers kiezen voor een aanpassing in de mechanisatie, andere voor een innovatieve zaai­ techniek of grondbewer­ king. Weer anderen zoeken het in bodemverbeteraars. Allemaal met hetzelfde doel: maximale opbrengst per hectare. Deze Innovatie & Onder­ nemen voorjaarseditie van de Akkerbouwkrant geeft u een beeld van de diverse initiatieven die collega-­ akkerbouwers hebben ontplooid om een hoger rendement te halen. Van te­ lers uit Zeeland, tot akker­ bouwbedrijven in Flevoland en Drenthe. Wij bezochten al deze prachtige akker­ bouwbedrijven voor een kijkje achter de schermen. Waarom is er voor een bepaalde methode gekozen en wat zijn de bevindingen tot nu toe? Is hybride poot­ goed het antwoord op een hogere productie en gaat strip-till zich in de suiker­ bieten bewijzen? Pioniers van het eerste uur vertellen hun verhaal. De vaste rubriek Aan tafel bij… ontbreekt ook in deze editie niet. Maatschap ButhPons in het Zuid-Hollandse Sommelsdijk ging bij de bouw van een eigen bewaarschuur over de gemeentelijke bouwgren­ zen heen. Een duurzaam­ heidsplan van Jacob-Jan Buth bracht de ambtenaren op andere gedachten en er werd alsnog toestemming gegeven voor de bouw­ activiteiten. Ook dat is teeltoptimalisatie: eigen initiatief en doorzettings­ vermogen. Veel succes bij het opti­ maliseren van uw teelten. Hopelijk dragen de verhalen van uw collega’s bij aan een hoger bedrijfsresultaat, ook op uw eigen akkerbouw­ bedrijf.

#2

DOSSIER:

TEELTTECHNIEK

Eerste ervaringen strip-till drijfmest bemesting in suikerbieten Akkerbouwer Pieter van Leeuwen Boomkamp werkt op zijn bedrijf in het Gelderse Nijkerk al enkele seizoenen met de strip-till zaaimethode. Naast de tijdsbesparing en teeltoptimalisatie is het ‘in de rij zaaien’ volgens hem ook gunstig voor de bodem­ structuur: “Ik heb het idee, omdat je de grond tussen de banen in niet bewerkt, dat je daardoor het bodemleven spaart; minder terugslaan en daardoor minder bodemverdichting. Vooral in de herfst kun je goed zien dat de grond meer draagkracht heeft en meer vocht kan verwerken.” Het idee achter strip-till is afkomstig uit de maïs. Van Leeuwen Boomkamp heeft ook maïspercelen waarin hij de methode toepast. Voor de suikerbietteelt ziet hij specifieke voordelen: “Mijn visie achter de keuze voor strip-till in de suikerbieten is dat het spoortje waar de mest ligt, mooie losse grond krijgt. Op de plek waar je mest aflegt, woelt de Kverneland Kultistrip ruim dertig centimeter diep los. Dit zorgt voor een mooi zaaibedje waarin de biet lekker kan groeien.” Ook het tweede argument om deze methode in de bieten toe te passen is een praktische: “Tussen de bieten blijft de grond vast en dat geeft tijdens de oogst weer voordelen.” GIGANTISCHE VOORDELEN Sander Bernaerts van Naturim is al ruim vijf jaar nauw betrokken met het naar Nederland halen van strip-till. Een zaaimethode die in het buitenland al jarenlang succesvol wordt toegepast: “Het wordt in meerdere gewassen toegepast, waaronder koolzaad en zonnebloemen. In Frankrijk en Engeland zien we ook een opmars van strip-till in de suikerbieten en dan krijg je vanzelf de vraag: kunnen we dit ook in Nederland gebruiken? Theoretisch zijn de voordelen gigantisch: veel lagere diesel- en machinekosten, niet kopeggen en afzonderlijke zaaibedbereiding. En dat alles in één of twee werkgangen, met hoge snelheden van wel vijftien kilometer per uur. De brandstofbesparing is al snel dertig liter diesel per hectare en drie tractoruren: met arbeidsloon erbij kom je al snel op een besparing van boven de honderd euro per hectare uit.”

combinatie in Nederland toepast in de bietenteelt.” Van Leeuwen Boomkamp zegt van zichzelf dat hij graag ‘uit de pas’ loopt. Zijn teeltmethodes zijn zelden standaard, maar daarom niet minder bewust: “Ik had het idee dat de toediening van de hoeveelheid mest te krap werd. Toen bedacht ik: als je mest alleen onder de rij zou toepassen, dan hoef je alleen de plant te voeden en bemest je niet het onkruid in aanleg. Dat scheelt ook later weer in de onkruiddruk. Bovendien zorgt een lagere afgifte ervoor dat je later in het seizoen meer

“MET MEST ONDER DE RIJ, VOED JE ALLEEN DE PLANT EN NIET HET ONKRUID IN AANLEG”

Het akkerbouwbedrijf in Nijkerk is uniek wat betreft de toepassing van strip-till in combinatie met drijfmest: “Er zijn wel een aantal telers die het proberen met kunstmest, maar ik ben – voor zover ik weet - de enige die deze

Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen, een uitgave van www.akkerbouwactueel.nl | no. 2 | 2017

bemestingsruimte overhoudt.” De bietenteler kwam de methode min of meer per ongeluk op het spoor: “Ik zat op internet te snuffelen en zag dat in Frankrijk en België deze methode al veel wordt gebruikt. In Nederland werken we veelal met dierlijke mest, dus daarom zien we het hier (nog) niet veel.” Van Leeuwen Boomkamp vervolgt: “Bij het mestrijden moeten wel precies de lijnen, die later te zaaien en te spuiten zijn, worden gereden. Omdat ik zelf het meeste mest uitrijd kom ik daar gemakkelijker mee weg. Of het bij anderen aan gaat slaan hangt een beetje af van de mechanisatie: zelf uitrijden of laten uitrijden. Dierlijke mest als loonwerktoepassing komt de capaciteit van strip-till machine niet ten goede. Voor mensen die zelf mest uitrijden heeft deze zaaimethode absoluut voordelen.” BUITENLANDSE EXPERTISE Bernaerts ziet dezelfde voor­delen als Van Leeuwen Boomkamp en verwacht zeker dat strip-till een vaste plek gaat krijgen in de Nederlandse akkerbouw: “Zeker in de snijmaïsteelt, maar ook als het blijkt te werken in de bieten is het een zeer interessante ontwikkeling. Hetzelfde geldt overigens ook voor direct zaaien in de groenbemester. Beide zijn met de nieuwste zaaimachines prima uitvoerbaar en wat betreft kostenbesparing enorm

kansrijk. In de bietenteelt zijn beide technieken op dit moment nog niet bedrijfszeker genoeg, omdat het ontbreekt aan voldoende praktijkervaring. En zoals bij veel nieuwe dingen hebben telers terechte angst om zekerheden los te laten. Je weet van tevoren: we gaan dingen niet goed doen, dat is inherent aan het feit dat je ergens als eerste aan begint. Dankzij contacten met buitenlandse gebruikers, hebben we wel veel kennis en ervaring opgedaan vanuit de praktijk en daarmee kunnen akkerbouwers in ons land aan de slag gaan.” NIET-KERENDE GRONDBEWERKING Vooral telers die bezig zijn met ploegloze landbouw zijn volgens Bernaerts zoekende naar de juiste zaaimethode: “Meerdere NKGtelers experimenteren met direct zaaien. Een enkeling met strip-till. Tijdens bijeenkomsten die Naturim organiseert, komt de vraag naar direct zaaien en strip till wel aan de orde. Er is zeker veel interesse in de sector hiervoor.” Ook Van Leeuwen Boomkamp behoort tot de groep akkerbouwers die NKG toepast. Hij begon daar een kleine tien jaar geleden mee en is sindsdien extra alert op de onkruiddruk in zijn percelen. Strip-till zorgt ervoor dat hij hier nog meer op is gaan letten: “De vroege onkruiddruk ligt inderdaad iets hoger bij strip-till, maar doordat je de grond niet losmaakt


Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen 3

april 2017

Pieter van Leeuwen Boomkamp bij zijn Kverneland Kultistrip die speciaal voor strip-till is ontwikkeld tussen de rijen is de opkomst ook egaler. Theoretisch zou je daarna minder nakiemers krijgen.” TEELTOPTIMALISATIE Daar staan echter ook heel wat voordelen tegenover: “Omdat de mest geconcentreerd onder het zaadje ligt hoeft de biet niet zo ver te zoeken naar de meststoffen, omdat hij minder hoeft te zoeken kan hij zich meer concentreren op de groei. Ik teel de bieten in de teeltrotatie altijd na graan­ gewassen. Na het graan komt er een groenbemestermix op die over

de hele bouwvoor flink wat beworteling geeft. Het grote voordeel van strip-till is dat het de kanaaltjes die de wortels in de winter hebben gemaakt intact laat. Alleen waar de biet moet groeien, is de grond los en daartussenin blijven de poriën open. Mijn streven is om de grond op lange termijn te renderen en organische stof bovenin te houden. Dat hadden we bij NKG al gemerkt en strip-till versterkt dat effect alleen maar. Er is nu nog minder vermenging met de onderlaag. Dit heb ik ook echt in mijn overweging meegenomen: met strip-till is de

kwaliteit van de onderlaag echt verbeterd. Via Sander Bernaerts (Naturim) zit ik ook in een NKGnetwerk. Vorig jaar is hier een demonstratie gegeven en dan zie je dat de belangstelling voor strip-till voornamelijk komt van telers op de zandgronden. Ik denk ook dat voor telers op zandgronden dit een hele goede methode is. Akkerbouwers op de kleigrond zijn wat huiveriger om er een woeltand doorheen te trekken.” TIMING Ook Bernaerts merkt dat telers op de kleigronden terughoudender zijn dan hun collega’s op de zandgrond: “Maar ook op klei biedt het perspectieven. Het is belangrijk om vroeg te beginnen met de bewerking. Met ploegen weet iedereen inmiddels hoe je dat qua timing moet doen. Dit is nieuwe materie en ook niet alle strip-till machines zijn hetzelfde. Het is een kwestie van experimenteren en werken aan een bedrijfszekere aanpak.” Van Leeuwen Boomkamp is inmiddels ervaringsdeskundige: “Niet-kerende grondbewerking doe ik al vanaf 2008 en in 2014 zijn we met strip-till begonnen. In de afgelopen jaren heb ik redelijk veel geëxperimenteerd met diverse (nieuwe) methoden, maar tot nu toe ben ik hier het meest tevreden over. De Kultistrip is zo opgebouwd dat hij de gewasresten doorsnijdt. Vervolgens maakt hij het spoortje waar later gezaaid wordt vrij van

gewasresten. Daarna komt er een woelpoot en dan heb je schone grond (nadrukrolletje). De gewas­ resten van de groenbemester liggen iets aan de kant en daardoor heb je een schonere baan om te zaaien. Dat bevalt me wel, want de zaaimachines hebben daardoor ook geen last van gewasresten. Het scheelt ook weer twee werkgangen. Zodra de mesttank van het land afrijdt, ligt het land direct zaaiklaar. Anders was het eerst bemesten, woelen (met een kopeg of zaaibedbereider) en dan pas zaaien. Daar heb ik dus direct voordeel bij. De capaciteit van het bemesten is wel iets naar beneden gegaan. Gewoon omdat je preciezer aan de gang moet, heb je daarvoor iets meer tijd nodig. Daartegenover staat dat de methode kostprijs-verlagend is omdat je een werkgang uitspaart en met een lagere mestgift af kan.” RENDABEL Ondanks het kostenverlagende effect dat Van Leeuwen Boomkamp aanstipt, zijn er geen keiharde cijfers bekend, zo stelt Bernaerts: “Uiteindelijk wil je – met een lagere kostprijs - minstens dezelfde opbrengsten halen. Dit rendabiliteitsvraagstuk kan alleen beantwoord worden met voldoende praktijk­ervaringen. En die ervaringen zijn er in Nederland (nog) onvoldoende. De economische potentie is echter zo hoog dat het raar zou zijn als daar komende tijd niets mee gaat gebeuren.

“DE BIET HOEFT NIET TE ZOEKEN NAAR MESTSTOFFEN EN KAN ZICH CONCENTREREN OP DE GROEI” Ik zie het als een persoonlijk uitdaging om ploegloos goed te laten werken. De voordelen zijn zo groot en het werkt in de praktijk: mensen die ermee beginnen zijn (meestal) hartstikke enthousiast over de effecten. Om de ploegloze landbouw te verfijnen en te verbeteren is strip-till wel iets dat toekomstperspectief heeft. Het enige dat we nu nodig hebben zijn boeren of machinefabrikanten die bereid zijn te experimenteren. Het is te hopen dat ook onderzoeks­instituten daarbij willen aanhaken.”

MEER INFORMATIE? Naturim Landbouwkundig advies Sander Bernaerts Tel. 06 – 8108 6041 E-mail: Sander@naturim.nl Website: www.naturim.nl Kijk voor de bijbehorende mechanisatie op: nl.kverneland. com/Grondbewerking/ Cultivatoren/Strip-till/KvernelandKultistrip

Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen, een uitgave van www.akkerbouwactueel.nl | no. 2 | 2017


4 Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen

DOSSIER:

BEMESTING

#2

“Met handen en voeten gebonden door wetgeving, maar dit geeft weer wat lucht”

De Drentse akkerbouwer Gert Arling is altijd al met bemesting bezig geweest. Een aantal jaren geleden kwam hij via zijn toeleverancier in aanraking met Humifirst. Een bemestingsproduct die de efficientië van de bemesting verhoogt. Arling was eerst sceptisch, maar nu hij Humifirst een aantal jaren heeft uitgeprobeerd in de aardappelen ziet hij de positieve effecten van de methode duidelijk terug: “Bij dit product hoef je niet bang te wezen dat alles in één keer vrijkomt. De voedingsstoffen komen geleidelijk beschikbaar. Hierdoor krijg je een veel sterkere plant, een betere knol­ vorming en heb je geen last van explosieve loofgroei.”

Humifirst is als vloeibaar en vast product verkrijgbaar. De Drentse akkerbouwer gebruikt Humiseed, een granulaire NP meststof (16-11+ 3,5% Humifirst). Humifirst vloeibaar bevat 12% Humus- en 3% Fulvozuren. “Deze ideale verhouding zorgt voor een betere opname van fosfaat en maximale benutting van de voedingselementen gedurende het groeiseizoen. Dit resulteert in zichtbaar betere beworteling en een egalere bodemstructuur.” Arling liet in samenspraak met Guido Magnus (Miedema) - als eerste en enige teler in Nederland - een bemestingsunit op zijn aardappelrooier plaatsen. Het was diezelfde Magnus die - mede daarom - Tradecorp tipte om met Arling contact te zoeken. Na de introductie van Humifirst keek Arling net als de meeste boeren eerst de kat uit de boom. “Het eerste jaar heb ik eigenlijk te weinig aandacht aan de proef besteed. Ik zag dat er weinig bemestingswaarde in het product zat, dus ik vroeg mij af: hoe kan dat nou werken?” Arling

ENKELE TONNEN PER HECTARE MEEROPBRENGST

Het proefveld van Arling in 2016: Links: de standaard bemesting (87,5 kg N) en rechts de Humifirst behandeling met (24 kg N)

raakte echter al snel overtuigd: “Desondanks zag ik in dat eerste jaar een groot positief effect: met een lagere stikstof- en fosfaatbemesting bereikte ik hetzelfde resultaat. Daarnaast zag ik ook een

“MEEROPBRENGST VAN ENKELE TONNEN PER HECTARE” versterkt wortelstelsel. Dit zorgde voor weerbaardere gewassen, waardoor ze zichtbaar minder gevoelig zijn voor stressfactoren als warmte en vocht. Die constatering zorgde ervoor dat ik mij hiermee

nog meer ging bezighouden en inmiddels durf ik wel te stellen dat het toepassen van Humifirst zorgt voor een meeropbrengst van enkele tonnen per hectare.” “TWINTIG TOT DERTIG PROCENT MEER NUTRIËNTENOPNAME OP PERCELEN WAAR HUMIFIRST IS TOEGEPAST” Humifirst fabrikant Tradecorp is een van oorsprong Spaanse firma, die zich richt op het produceren van producten die een plant beter in staat stellen om voedingstoffen op te nemen en te verwerken. Dit in tegenstelling tot de traditionele bemestingsgedachte waarbij er mest op het land wordt gebracht om de bodem te bemesten of bedoeld zijn om een voorraad aan te brengen die de plant tijdens het seizoen kan gebruiken. Bij de ontwikkeling van Humifirst was het doel om de efficiency van de nutriënten die de plant nodig heeft te verhogen. Boris Berkhout (bemestingsspecialist Tradecorp Nederland): “Voordat de proefvelden bij onder meer Arling zijn uitgezet, zijn de Humifirst producten meerdere jaren getest op proefboerderijen. Ook is tijdens onafhankelijk onderzoek aan de

Berkhout (links) en Arling hebben regelmatig contact voor het verder optimaliseren van Humifirst in de aardappelteelt

Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen, een uitgave van www.akkerbouwactueel.nl | no. 2 | 2017

Hogeschool in Gent wetenschappelijk aangetoond dat gebruik van Humifirst (zonder andere toevoegingen, red.) ervoor zorgt dat er twintig tot dertig procent meer van noodzakelijke nutriënten (stikstof, fosfaat) worden opgenomen door de gewassen waarop deze meststof is toegepast.” BODEMSTRUCTUUR Arling onderschrijft de resultaten uit dit onderzoek: “De bodemstructuur wordt er tegenwoordig niet beter op. Dat komt omdat er vaak geoogst wordt onder omstandigheden dat het eigenlijk niet kan, maar het moet. Als je behandelde en onbehandelde percelen naast

“DUIDELIJK UNIFORMER POOTGOED” elkaar neerligt, dan zie je wel dat de planten op Humifirst-bodems zich minder aantrekken van die verslechterde bodemstructuur. De tijd brengt deze ontwikkeling met zich mee, regelgeving zorgt voor innovaties en dus ook vooruitgang. Deze meststof is qua wetgeving natuurlijk heel aantrekkelijk, want daar kom je zonder hulpmiddelen niet meer uit. In de basis klopt het niet wat we mogen en moeten. Maar we probe-

ren wel het maximale eruit te halen. Telers voelen zich vaak met handen en voeten gebonden door strengere wetgeving, maar dit product geeft ons eindelijk weer wat lucht.” KWALITEITSVERBETERING Naast een verhoogde ruimte om tijdens het seizoen bij te sturen, betere beworteling van de knollen en de verhoogde weerbaarheid van de aardappelplant ervaart Arling nog een aantal positieve effecten door Humifirst toe te passen: “Het zorgt voor een kwaliteitsverbetering. In het pootgoed zie ik een duidelijk uniformere partij. Tegen de tijd dat je daarin het loof dood wil maken, zie je vaak dat een aantal knollen te dik zijn en andere juist nog niet groot genoeg. Rassen met een hele hoge stikstofbehoefte komen met dit middel vrij goed uit. Een goed voorbeeld is het Seresta (in de zetmeelteelt) en een ras als Novano. Hier zie je heel vaak geen mooie knol, meestal met veel groeischeuren. Daar zie ik een duidelijk effect als ik Humifirst toepas: mooier en uniform pootgoed.” MEER INFORMATIE OVER HUMIFIRST? Tradecorp Nederland Boris Berkhout Tel. 06 – 5389 2078 bberkhout@tradecorp.sapec.pt Website: www.tradecorp.eu of www.humifirst.nl


6 Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen

#2

DOSSIER:

MECHANISATIE

5

redenen waarom de Baselier freespootcombinatie toekomst heeft

Zeven jaar geleden begon Govert Pegels (zie foto), vertegenwoordiger van Baselier, naar aanleiding van een idee van een klant aan de ontwikkeling van een freespootcombinatie: een machine die alles in één werkgang kan, simpel en gebruiksvriendelijk is. En bovendien klaar voor de wensen van de toekomst. Na vele uren in de werkplaats, aan de teken- en vergadertafel staat er nu een machine die volgens Pegels: “Efficiënt is, de bodem ontziet en toch voldoende capaciteit herbergt om de moderne aardappelteler optimaal van dienst te zijn.”

REDEN 1 ALLES IN ÉÉN WERKGANG Voor zowel de fabrikant als de telers die de machine willen gebruiken is één aspect doorslaggevend: gemak. Pegels: “Vanaf het allereerste begin is onze doelstelling geweest een simpele machine te ontwikkelen, die weliswaar alles in zich heeft, maar die simpel in gebruik is en gemakkelijk te bedienen. Gemak was voor zowel Van Gemeren Mechanisatie als Baselier een absolute basisvereiste”, aldus Pegels. Om dat gemak te vergroten werd er veel en vaak meegekeken op het land. “Het is ook simpel: we maken grond los, stoppen een aardappel in de grond en daarna moet er een mooie rug komen. Toch is er heel veel tijd in gaan zitten om dingen die in praktijk naar voren zijn gekomen te verbeteren. In overleg met de akkerbouwers die onze machine hebben gekocht zijn er in de afgelopen jaren

meerdere modificaties verricht aan de freespootcombinatie. Hierdoor staat er nu een compacte machine die onder alle omstandigheden het optimale haalt uit de werkbare dagen.”

REDEN 2 VOCHTHUISHOUDING Hans Stegeman is gebruiker van het eerste uur. De akkerbouwer kocht de machine vier jaar geleden, omdat hij heilig gelooft in het belang voor een goede vochthuishouding: “Voor een goede knolzetting is voldoende vocht in de rug cruciaal. Als je frezen en poten in twee werkgangen doet, dan loop je al snel het risico dat de bovenlaag uitdroogt. Bovendien kunnen we in onze beleving later planten, omdat die vochthuishouding in de rug beter is”, aldus Stegeman. Baselier, Wifo en Van Gemeren ontwikkelde deze machine dan ook mede vanwege het wisselvallige klimaat

waarin de aardappeltelers moeten werken. Pegels: “De weersomstandigheden bepalen de richting van een concept. Klanten zeggen: de aardappels zitten erin, maar we krijgen daarna niet de kans om de ruggen te vormen, omdat het weer omslaat. Hierdoor waren de akkers te nat of te droog. Met dit concept ben je in één keer klaar. Dat geeft telers meer rust in hun teelttechnische bedrijfsvoering.” Ook Aart Maris, akkerbouwer in Heijningen, koos voor de freespootcombinatie van Baselier vanwege de hogere efficiëntie in het voorjaar: “We telen op 5 tot 65 procent afslibbare grond. Dankzij deze machine is alles in één werkgang klaar, waardoor we onze werkbare dagen optimaal kunnen benutten.”

REDEN 3 GEWICHT Een derde belangrijke reden om de machine toekomstbestendig te

Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen, een uitgave van www.akkerbouwactueel.nl | no. 2 | 2017

noemen is het lage totaalgewicht. Stegeman: “Dat was voor ons een heel belangrijk punt om voor deze machine te kiezen! In de hef en op rijencultuur rijden is voor ons belangrijk en daarbij is gewicht doorslaggevend.” Volgens Pegels is er tijdens het gehele engineeringsproces continu gehamerd op compactheid en gewicht: “De bunker zit omgekeerd op de machine, om de bunkerinhoud zo kort mogelijk bij de achteras te krijgen. Hoe verder je daarvan af komt hoe meer asdruk je krijgt, vandaar dat we voor dit

concept hebben gekozen.” Toch moesten er af en toe ook concessies gedaan worden, zoals bij de afdekschijven: “We hebben zonder geprobeerd: want hoe minder, hoe beter. Minder slijtage, minder onderhoud, minder kosten en minder gewicht, maar dat werkte niet. Door deze praktijkervaringen zijn de afdekschijven nu weer terug op de machine.” Naast het zo laag mogelijk houden van het gewicht is er bij de freespootcombinatie ook erg gelet op de juist gewichtsverdeling. Allereerst door de omgekeerde bunker, maar ook door 3x3 wielen


Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen 7

april 2017

vooraan de machine te plaatsen: “Negen wielen die het gewicht van de machine over de volle breedte (3 meter) verdelen. Hij loopt ook voornamelijk op de wielen en de aanaardkap. Dat is vergelijkbaar met de manier waarop een rijenfrees druk geeft op een aanaardkap; dus druk op een goede manier.”

REDEN 4 BODEMVERDICHTING VOORKOMEN Laag gewicht en compacte bouw. Allemaal zaken die ook helpen om bodemverdichting te voorkomen. Volgens Pegels een onontbeerlijke

eigenschap: “Deze klant wilde graag woelpoten. Ook weer om bodemverdichting tegen te gaan. De trekker rijdt eroverheen, de grond wordt even losgegooid door de woelpoten en dan worden de aardappelen geplant.” Wel geeft Pegels toe dat het letterlijk veel voeten in de aarde heeft gehad om een universele machine te bouwen: “Veel onderdelen zijn zo gemonteerd, dat ze gemakkelijk gemodificeerd kunnen worden naar de klantspecifieke eisen. Zo zit er een automatisch diepteregeling op en is er aan de achterkant van de machine een sleepvoetje geïnstal-

leerd. Dat voetje volgt de bodem en geeft de diepte van de frees aan. Als je in de cabine aangeeft dat de freesdiepte acht centimeter moet zijn, dan zorgt dat ‘voetje’ ervoor dat het te allen tijde op die acht centimeter blijft: volle of lege bunker, draagkrachtige of niet draagkrachtige grond is namelijk een heel verschil.” Aart Maris is zelfs nog een stapje verder gegaan. Na een lange zoektocht voor de juiste trekker, besloot hij om ook rupsbanden aan te schaffen: “We zijn overtuigd van het drukprincipe: zo min mogelijk bodemverdichting door in één werkgang – met zo min mogelijk bodemdruk – over het land te gaan. We hebben gemiddeld jaarlijks honderd hectare in eigen bewerking en ik ben zuinig op mijn grond. Om de bodem te ontzien hebben we daarom besloten om te investering te doen in een rupstrekker.” Bij Stegeman denken ze er precies hetzelfde over: minder bodemverdichting, hogere opbrengst per hectare en efficiënter werken. Maar Stegeman ziet nog een ander belangrijk voordeel: een betere aardappelrug: “Doordat deze machine de aardappel in één keer op de goede plek legt, krijg je een

Betimax

andere opbouw van de rug. Met een rijenfrees versmeer je de grond veel meer, nu ligt het land veel losser en opener waardoor de aardappel beter kan groeien. Het nadeel is wel dat je een lagere plantcapaciteit hebt.”

REDEN 5 PRECISIELANDBOUW De afgelopen jaren is de machine steeds een stukje moderner geworden. De pootelementen waren verouderd, maar zijn dankzij een goed luisterend oor van Wifo weer helemaal up-to-date. De aanaardkap bestaat uit elementen die zich al bewezen hebben bij de rijenfrees. De pootkouters, schudbodemplaten en de kap van de frees zijn verder geoptimaliseerd en er is ook een GPS-koppeling toegevoegd. Aart Maris: “We gaan dit jaar voor het eerst met GPS-taakkaarten werken omdat we nu een machine hebben die variabel kan planten. Ook gaan we een begin maken met Vydate en fosfaat variabel toepassen. Allemaal zaken die met onze oude machine niet mogelijk was geweest.” Pegels verwacht in de nabije toekomst een flink marktaandeel te kunnen behalen, maar benadrukt

dat dit absoluut niet het enige systeem gaat zijn waarmee in de toekomst gewerkt wordt: “Het is een mooi stukje techniek, waar ze zeer trots op zijn. Er is geen enkele machine 1-op-1 vergelijkbaar. Er is zeker binnen de precisielandbouw ruimte voor deze vernieuwende combinatie die optioneel wordt aangeboden met meetsensoren. Die zijn vanuit de trekker op de millimeter nauwkeurig in te stellen waardoor alle ruggen strak gevuld worden. We mikken met deze machine op een groeiend marktaandeel de komende jaren. Belangrijke reden voor dit optimisme is dat alle mensen die voor dit systeem hebben gekozen, er vandaag de dag nog steeds mee werken. Er is geen enkele gebruiker die weer terug is gegaan naar de conventionele werkwijze.”

MEER INFORMATIE? Van Gemeren Mechanisatie Numansdorp Govert Pegels (Verkoop & Service) Tel. 06 – 5338 0514 E-mail: gpe@gemeren.nl Website: www.gemeren.nl

Trans-SPACE

Euroliner www.joskin.com

EEN BREED GAMMA PRODUCTEN!

Tel: +32 43 77 35 45


8 Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen

#2

DOSSIER:

GEWASBESCHERMING

Delphy’s actuele akkervraag: Delphy-adviseurs krijgen elk seizoen vragen over onkruid­ bestrijding. Dat is ook niet zo gek, want er verandert jaarlijks ontzettend veel. Telers lopen vaak vast op vragen als: hoe pas ik het toe? Welke omstandigheden zijn het beste? Moet ik in de ochtend of juist in de avond spuiten? Hoeveel water moet ik spuiten en met welke druppelgrootte? En steeds vaker komt ook de vraag: welke type dop past het beste bij mijn situatie? Delphy-gewasbeschermings­ specialist Jan Salomons heeft ze vaak al voorbij horen komen. ”In het voorjaar komen we op diverse bedrijven regelmatig langs om per gewas en percelen de onkruid­ situatie te beoordelen. Wij maken dan een advies welke middelen daar het beste inpassen. Wat zien we in het veld? Welke onkruid­ soorten zien we en hoe groot zijn ze? En natuurlijk wordt er ook gelet op de weersomstandigheden.” GLYFOSAAT Recentelijk zijn er meerdere publicaties geweid aan het mogelijke verbod op glyfosaat. Hier en daar zorgde dat voor wat onrust en rumoer, maar volgens Salomons vallen de gevolgen voor de akkerbouwsector tot nu toe mee: “Er zijn nog voldoende alternatieven – ook andere glyfosaat producten– die nog wel zijn toegestaan. Enkel van de producten die de hulpstof POE-tallowamine bevat-

“HET MIDDEL AZ 500 IS ZEER RECENT TOEGELATEN VOOR ONKRUID­ BESTRIJDING IN DE UIEN”

Waar moet ik aan denken bij onkruidbestrijding?

ten is in Nederland de toelating ingetrokken. Telers mogen tot en met 22 mei de oude voorraden nog opmaken, maar daarna is het klaar. De Europese toelating voor het gebruik van glyfosaat in zijn totaliteit is weer met één jaar verlengd. Hoe het daarna verder gaat, is ook voor ons onduidelijk, maar de discussie is nog lang niet voorbij.” ONKRUIDBESTRIJDING IN DE UIENTEELT Het belangrijkste nieuws voor dit teeltseizoen betreffende de mogelijkheden voor chemische bestrijding van onkruiden komt uit onder andere de uienteelt. “Zeer recent is het middel AZ 500 toegelaten bij de onkruidbestrijding in de uien. Deze pure bodemherbicide is in Europa al langer bekend. Omdat het middel een vrij brede onkruidwerking (onder andere kruiskruid, kamille en meldes) heeft, is het een mooie aanvulling op de reeds beschikbare middelen. Belangrijk bij dit middel is dat AZ 500 alleen werkt als er voldoende bodemvocht is. In onze adviezen zal het weerbericht bepalen, wanneer AZ het beste tot zijn recht komt.” Naast het gebruik in uien heeft het middel ook een toelating gekregen in de teelt van o.a. witlof, cichorei en diverse wintergranen. Vorig jaar is het middel Wing-P geïntroduceerd en het gebruik daarvan zal volgens Salomons

Onkruidbestrijding met de juiste middelen (op het juiste moment) zorgt voor een ‘schoon’ bietenveld in groei- en oogstseizoen

dit seizoen ook gaan toenemen: “Diverse telers hebben vorig jaar de kat uit de boom gekeken, maar de praktijkervaringen van vorig jaar zijn goed geweest. Het middel Agil is overigens ook weer terug van weggeweest. Deze oude bekende als grassenherbicide is dit jaar opnieuw toegelaten. Dit is goed nieuws voor de uientelers die sinds dit jaar geen gebruik meer kunnen maken van het middel Focus Plus. Agil is hiervoor een goed alternatief. Voor een goede bestrijding van straatgras blijven Centurion Plus en Gallant de beste middelen.” AARDAPPELTELERS MOETEN HET VOORTAAN ZONDER LINURON DOEN Voor de aardappeltelers verandert er dit jaar nog niet heel veel qua middelenbeschikbaarheid. De grootste veranderingen hier is het vervallen van de toelating die gold voor producten op basis van Linuron. Dit voorjaar geldt er nog wel een opgebruiktermijn. Salomons: “In de aardappelteelt zijn er wel alternatieven. Denk hierbij aan Challenge of in de pootaardappelteelt een middel als Proman. Dat zijn wel iets duurdere producten en hebben natuurlijk ook weer hun specifieke eigenschappen. Het is voor het bestrijdingsspectrum in

Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen, een uitgave van www.akkerbouwactueel.nl | no. 2 | 2017

de aardappelen en de werking van het middel wel jammer dat Linuron gaat verdwijnen. Maar het is een Europese maatregel, dus we zullen het er mee moeten doen.” VOORAL AANDACHT VOOR SPUIT-INTERVALLEN BIJ SUIKERBIETEN Ook in deze teelt zijn er geen spectaculaire nieuwe middelen. Wat in deze teelt vooral speelt, is de vernieuwing van de etiket-­ teksten. Van diverse producten zijn afgelopen winter de etiketten voor spuit-intervallen minder knellend geworden. Dit is een voortvloeisel uit het Ctgb-project om oude etiketten bestaande uit wettelijke gebruiksvoorschriften en een gebruiksaanwijzing, om te zetten naar één gebruiksvoorschrift. De bietentelers hebben – zeker voor meervoudige middelen – weer een wat hanteerbaarder praktijketiket gekregen. Deze extra speelruimte is goed nieuws voor de nieuwe middelen als Betasana Trio en Belvedere Triple. Dit geldt ook voor alle Goltix-producten, die nu weer om de vijf dagen toe te passen zijn.” TERUGKEER BIFENOX IN GRAANTEELT Vanaf dit voorjaar is er in de graan-

teelt het product Fox 480 SC beschikbaar. Dit zorgt voor een terugkeer van de actieve stof bifenox in de onkruidbeheersing. Dit was een tijdje uit beeld vanwege het verdwijnen van Verigal D, maar keert dus nu weer terug in het middel Fox. Vooral voor de gerst is dit een mooie aanvulling, want daar waren geen alternatieven voor sinds het verbod op Verigal D. Een middel als Tapir – dat al een tijdje op de markt is – wordt nu enkel nog toegelaten bij een maximale dosering van één liter. Dat was 1,5 liter. Maar het voordeel van deze verlaging is dat dit product wel weer is toegelaten in graszaad. Zeer recent is er nog een product bijgekomen: Omnera. Dit is een combinatieproduct van enkele stoffen die er al waren, onder andere via Ally, Starane en Harmony. Door een nieuwe formulering worden de actieve stoffen nog wat beter opgenomen en is de toepassing sneller regenvast.”

MEER INFORMATIE OVER ONKRUIDBESTRIJDING? Neem contact op met de gewas­ beschermingsspecialist bij u in de buurt. Voor een overzicht van gespecialiseerde Delphy-adviseurs in uw regio, kijk op: www.delphy.nl/experts


VAK-UPDATE

STARTEC s.r.l.

RIJENBEMESTING OP MAAT Met ruim 25 jaar ervaring in precisiebemesting zijn wij één van de voorlopers in het bedenken en maken van systemen om bemesting toe te dienen. Of het nu gaat om vloeibare kunstmest of granulaat, rijen- of volveldbemesting, wij hebben de oplossing voor u! Maatwerk is voor ons eerder standaard dan uitzondering en hierin kunnen wij u uitstekend adviseren om aansluitend het juiste systeem aan te schaffen en u te ontzorgen tijdens het zaaien en planten van uw gewassen. Door gebruik van elektrisch aangedreven pompen die wij in diverse groottes leveren - en die aan te sturen zijn met behulp van óf een handmatig instelbare regeling óf een computer voor automatische afgifteregeling - bent u verzekerd van een exacte bemesting zoals u dat wenst. Werkt u met RTK gps en VRA? Vraag ons naar de mogelijkheden. Wij werken nauw samen met toonaangevende leveranciers van meststoffen die samen met hun telers ervaringen uit de praktijk delen en kennis aan ons overdragen, waardoor wij daarop naadloos aan kunnen sluiten met onze techniek van Startec! Velen gingen u voor en werken naar volle tevredenheid met een systeem geleverd door Van Gemeren Mechanisatie!

Hans Huijsmans Productspecialist Startec

Van Gemeren mechanisatie

Industriestraat 28 - 3281 LB Numansdorp Tel. 0186 - 680255 - info@gemeren.nl

www.gemeren.nl

“Het is misschien niet het goedkoopste systeem maar wel betrouwbaar en veelzijdig te gebruiken. En zeker zo belangrijk: een goede onderdelen voorziening en service”

dhr. Lokers


10 Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen

#2

DOSSIER:

MECHANISATIE

“Nu werken aan de rooimachine”

OP PAD MET NICO VOLLEBREGT:

Nico Vollebregt behoort tot een select groepje zelfstandig opererende mechanische landbouwmonteurs in Nederland. De Flevolander rijdt met zijn bus van klus naar klus. En tussendoor werkt hij in de werkplaats in Dronten aan andere opdrachten. Nu het groeiseizoen echt van start is gegaan moet Vollebregt tot en met de oogstperiode voortdurend beschikbaar zijn voor ad-hoc klussen in het veld. Zijn er geen acute probleemgevallen, dan houdt Vollebregt zich bezig met onderhoudsklussen en die voert hij ruim van tevoren uit.

Regeren is vooruitzien en daarom is Vollebregt in de maand april vaak bezig met het reviseren van rooimachines. “Als het winteronderhoud erop zit, begin ik direct aan de machines voor het

najaar. Momenteel ben ik bezig met het afstellen van een axiaalset behorende bij een VSS Amac aardappelrooier. Daar zit wat speling op, dus die kijk ik volledig na. Dat is best een tijdrovend

klusje, vooral het afstellen duurt lang. Deze klant heeft vorig jaar ook ingezien dat tijdig onderhoud noodzakelijk is. Hij belde mij toen drie dagen voordat ze wilde gaan rooien op. Of ik zijn machine ‘even’

kon komen nakijken? Toen heb ik uitgelegd dat dat niet in een paar dagen mogelijk is. Vandaar dat hij dit jaar zo vroeg mogelijk in het seizoen ingepland wilde worden. Nu weet hij zeker dat het op tijd klaar is en voor mij is het ook lekker. Want als er ad-hoc werk tussendoor komt, dan laat ik deze even liggen. Help die klant uit de brand en ga dan hier weer mee verder.” LEVERTIJDEN Volgens Vollebregt is het voor deze teler een goede les geweest, die ook andere akkerbouwers ter harte moeten nemen: “Het is algemeen bekend, dat je op tijd moet beginnen, maar de praktijk loopt vaak anders. Als je nu al je aardappel- en uienrooiers laat nakijken heb je straks een voorsprong op de rest en creëer je ook een stukje oogstzekerheid, omdat je mechanisatie je minder snel in de steek laat. Bovendien verkijken veel mensen zich op de beschikbaarheid van onderdelen. Vroeger hadden mechanisatiebedrijven alles op voorraad, maar dat is allang niet meer zo. Als de rooimatten vervangen moeten worden, reken

Het nakijken en afstellen van de axiaalset van deze aardappelrooier is een nauwkeurig werkje waar veel tijd in gaat zitten

Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen, een uitgave van www.akkerbouwactueel.nl | no. 2 | 2017

ik altijd op een levertijd van vijf tot zes weken. Als je daar halverwege augustus pas achter komt, dan heb je wel een probleem natuurlijk.” NIEUWE BUS Hoewel de meeste werkzaamheden in de Flevopolder plaatsvinden, gaat Vollebregt ook weleens over de grens. Zo moest

“OOGSTZEKERHEID CREËREN” hij laatst bij een boer in Duitsland langs om daar ondersteuning te bieden bij het afronden van de werkzaamheden. Vollebregt maakt gedurende een seizoen dan ook behoorlijk wat kilometers en kocht daarom deze winter een nieuwe bus: “Die andere had drie ton gelopen, dus het was nodig. Bovendien is het voor mij een stuk praktischer geworden, omdat de bus binnen twintig centimeter hoger is dan mijn vorige. Hierdoor kan ik in de bus staan en dat is een groot voordeel.”


Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen 11

april 2017

VERSLETEN SLUITINGEN AAN DE ROOIMATTEN Naast het reviseren van de axiaalset en rooimatten, krijgt Vollebregt de laatste tijd steeds vaker te maken met rooimachines waarvan de sluitingen op de rooimatten versleten zijn. “Vroeger toen er niet gediepploegd werd viel dat euvel hier in de polder wel mee. Tegenwoordig zit er veel lichte grond door de zware klei vanwege

het diepploegen. Bij de meeste akkerbouwers is dat wel bekend, maar diegenen die voor het eerst op lichte gronden werken, is het wel even schrikken dat die sluitingen zo snel versleten zijn.”

“ALS DE TELEFOON GAAT, DAN GA IK DIRECT OP PAD”

DANKBAAR WERK Zodra het onderhoudsklusje aan de aardappelrooier is afgerond, gaat Vollebregt weer op pad naar een volgende klant. Zo is hij regelmatig

te vinden bij een aardappelschilbedrijf, heeft hij net een klus afgerond met een pootgoedsnijder en helpt hij ook bij enkele fruittelers. Maar het echt leuke werk

is natuurlijk tijdens het seizoen, in het veld. “Dan moet alles gewoon draaien en kan ik ervoor zorgen dat mijn klanten kunnen doorwerken. Dat is dankbaar werk. Ik denk dat ik net zo blij ben als de telers dat de winter weer voorbij is, want ik heb geen kachel in mijn werkplaats. Ik heb dus wekenlang in thermokleding rondgelopen, maar nu sta ik lekker met de radio op de achtergrond in het zonnetje te werken

aan deze aardappelrooier. En als de telefoon gaat? Dan ga ik direct op pad.”

MEER INFORMATIE? Nico Vollebregt Mechanisch monteur voor landbouw en industrie Tel. 06 – 4966 7896 n.vollebregt@tele2.nl

DE AFLEVERING AKKERBOUWER UIT KOP VAN NOORD-HOLLAND MONTEERT BANDENDRUKWISSELSYSTEEM OP DEUTZ AGROTRON TTV 630

De tractor is uitgerust met een bandendrukwisselsysteem voor zowel de tractor (voor en achter) als voor de bijbehorende kipper. Het doel is om structuurbederf en bodemverdichting tot een minimum te beperken door de bandenspanning op het veld drastisch te verlagen. De bumper is Cumela goedgekeurd en Cumela leden kunnen € 500,- subsidie op aanschaf ontvangen. Om de banden snel op de “transport” spanning te pompen is gekozen voor een hydraulische schroefcompressor met een capaciteit tot maximaal 5500 liter per minuut! Anna Paulowna Dit om stilstand tijdens de drukke oogstwerkzaamheden te voorkomen. Door de compressor te integreren in de daarvoor ontworpen bumper worden zichtbaarheid en verkeersveiligheid gecombineerd. Uiteraard is het ook mogelijk om tijdens andere werkzaamheden de voordelen van de juiste bandenspanning te gebruiken, zowel met de frontcompressor of met de compressor van het luchtremsysteem wanneer de fronthef wordt gebruikt.

MEER WETEN? Paridaans Bandendruksystemen Reusel Dirk Paridaans tel. 0497 - 22 90 10 www.bandendruksysteem.nl dirk@bandendruksysteem.nl

“BANDENDRUKWISSELSYSTEEM OP TRACTOR EN KIPPER BESPAART BODEM EN BRANDSTOF!”


12 Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen

Best gelezen!

#2

Via AkkerbouwActueel.nl houden wij agrariërs dagelijks op de hoogte van het laatste nieuws, marktprijzen en ontwikkelingen in de markt. Zo bent u altijd op de hoogte van de actuele gebeurtenissen in de Nederlandse akkerbouw­sector. De redactie speurt iedere week naar de meest interessante verhalen van agrariërs en leveranciers.

UIENTELER STOUTEN: “HEERLIJK: LATEN WE MAAR BEGINNEN JONGENS”

AKKERBOUWER JOHAN EMMENS: “NATUURGRAS IS VOER VOOR DE WORMEN”

Midden februari beleefde Nederland enkele lenteachtige dagen. Voor veel akkerbouwers was dit het signaal om de tractor weer uit de schuur te halen en het land op te gaan. Zo ook voor Jan Stouten uit Oosterland (gelegen op Schouwen-Duiveland). Samen met zijn collega trok hij er afgelopen week op uit om de eerste plantuien te poten: “Heerlijk om eindelijk weer op het land bezig te zijn” ‘OP ADEM KOMEN’ Naast uien heeft Stouten ook 42 hectare aardappelen, zes hectare knolselderij, tien hectare graszaad, negen hectare wintertarwe, zeven hectare suikerbieten, zes hectare witlofwortels en zes hectare erwten. “Aardappelen en uien zijn de twee belangrijkste pijlers in ons totale bouwplan, dus de start van het uienpoten is wel een belangrijk moment voor ons bedrijf.” Stouten heeft dan ook de hele winter reikhalzend naar dit moment

Scan de qr-code en lees het hele verhaal op akkerbouwactueel.nl

uit­gekeken: “De winterperiode is altijd leuk om eerst even op adem te komen, daarnaast hou ik wel van jagen. Dat kan in december mooi en is dan echt even wat anders. Midden januari gaan we meestal even op vakantie, maar daarna heb ik zo rond eind januari altijd wel weer zoiets van: 'Kom maar op!' Dan ga ik mijn bouwplan smeden en als dan - zoals deze week - het voorjaarszonnetje gaat schijnen, dan heb ik wel zoiets van: laten we maar beginnen jongens.”

FLINKE TEKORTEN AAN POOTGOED De NEPG (North-Western European Potato Growers) voorspelde al mindere areaaluitbreiding vanwege een tekort aan pootaardappelen voor het seizoen 20172018. De oorzaak van de lagere beschikbaarheid van pootgoed ligt hem volgens de NEPG vooral in de grote

mate van groeischeuren (met name bij Agria en de hieraan gelinieerde rassen Fontane, Victoria en Sinora) en een algeheel lage pootgoedopbrengst. Veel pootgoedtelers zitten nu al met de handen in het haar en kunnen de aandelen van Avebe niet vol leveren.

Johan Emmens noemt zichzelf ‘aardbolstoffeerder’ en een realist. De akkerbouwer uit het Drentse Rolde wil daarmee niks afdoen aan zijn vak en passie. Emmens is zelf zeer gedreven om op een bewuste manier te telen. Zijn akkerbouwbedrijf is middenin het nationaal park de Drentse AA gevestigd en hoewel natuur en landbouw soms botsen, heeft de Drent er ook zijn voordeel uitgehaald: “Al vijftien jaar krijg ik vier- tot vijfduizend kuub natuurgrasmaaisel (onder meer blauwgras) op mijn akker. Dat is voer voor de wormen en heeft als bijkomend voordeel dat het de CO2-opslag in de bodem bevordert.” Omdat zijn bedrijf pal naast het werkgebied van Staatsbosbeheer ligt, lag het voor de hand om zijn akkers te gebruiken voor het uitstrooien van het natuurgras: nauwelijks transportkosten en dus lagere kosten voor Staats­ bosbeheer. Het mes snijdt in dit geval aan twee kanten want voor

Emmens is de samenwerking ook bedrijfsmatig gunstig: “Het natuurgras is goed voor het organische stofgehalte van de bodem. De grond wordt er sowieso beter van. Het gehalte echt omhoog brengen is een hels karwei, maar we strooien veertig kuub per hectare en dat helpt echt wel.” BETERE BEWORTELING EN KNOLZETTING Emmens merkt dat vooral aan de structuur en vitaliteit van zijn akkerbouwgrond: “De bodem wordt ruller. De grond zit vol schimmels en draden. En er komen ook meer wormen in de grond. Je kan aan alles merken dat de grond weerbaarder wordt. Bijkomend voordeel is dat het zorgt voor CO2-opslag in de bouwvoor.” Maar dat is voor de pootgoedteler niet de belangrijkste reden om aan dit project mee te werken: “De beworteling en de knolzetting is een stuk beter. De grond heeft minder last van natte of droge omstandig­ heden.”

Scan de qr-code en lees het hele verhaal op akkerbouwactueel.nl

Maatschap Krabben-Renken uit Vriescheloo is één van de die bedrijven: “We hebben nog geen oplossing voor deze situatie gevonden”, aldus Arend en Zwanie Krabben die samen met hun twee dochters eigenaren zijn van Maatschap Krabben-Renken. De zetmeelaardappelteler besloot daarom een oproep te plaatsen via social media in de hoop alsnog het benodigde pootgoed binnen te halen. “Maar het blijkt dat iedereen tekort heeft. Er is een duidelijke krapte op de markt. Iedereen is op zoek en zoals het er nu naar uitziet is er helemaal niks meer. Overal zijn tekorten aan pootgoed”, vertelt Arend die na zijn oproep vooral reacties kreeg van collega’s (en zelfs media) die dachten dat hij pootgoed te koop had. “In de vakbladen was onze oproep verkeerd geplaatst want wij zijn juist op zoek.”

Scan de qr-code en lees het hele verhaal op akkerbouwactueel.nl

AANMELDEN VOOR DE AKKERBOUWACTUEEL? GA NAAR WWW.AKKERBOUWACTUEEL.NL Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen, een uitgave van www.akkerbouwactueel.nl | no. 2 | 2017


Grote capaciteit en altijd maximaal logistiek voordeel. BT 1600 kistenleger

Mechatec BOXmaster kisten Op en Afstapelsysteem, uitgevoerd met een kistenvuller, draaier, leger of wasser

KK3000 kistenkantelaar

Nu ook leverbaar via uw lokale Grimme dealer

Bel voor meer info!

Mechatec BV. Het Revier 1 8309 BE TOLLEBEEK Tel +31 (0)527-760100

WWW.MECHATEC.NL

Boxer kistenleger

Boxer met bunker

Flowmaster kisten- en bigbag vuller

1.5 Ton bunker

Vario Fill kistenvuller


14 Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen

#2

DOSSIER:

BEMESTING

“Physiostart zorgt voor meer fosfaatruimte en een betere bodemstructuur”

AKKERBOUWER HOPMANS:

Vier jaar geleden werd bij maatschap Hopmans in het Brabantse Woensdrecht besloten Physiostart van Timac Agro te gaan gebruiken om de fosfaatruimte beter te benutten: “Door de fosfaatafgifte in het voorjaar te beperken, hebben we later in het jaar meer mogelijkheden om bij te bemesten. Zo kunnen we gedurende het hele groeiseizoen de beschikbare bemestingsruimte beter benutten”, aldus Han Hopmans die samen met zijn vader en oom in de maatschap zit. BODEMVRUCHTBAARHEID Aanleiding voor het implementeren van Physiostart in het bedrijfsproces is echter niet de bemestingsruimte geweest, maar een verslechterde bodemstructuur. “Die is zeker verbeterd sinds we Physiostart gebruiken”, aldus Hopmans. “De aardappelen hebben een betere beworteling, dus daar profiteert het totale bodemleven van. We zijn sowieso erg bezig met bodemgezondheid: compost strooien en groenbemestermengsels met een beworteling tot wel zeventig centimeter. Dat geeft ook nog eens een besparing in de kosten, want het ploegen gaat een stuk makkelijker. Sinds een paar jaar zijn we ook bezig om de hoeveelheid organische stof in de bodem omhoog te krijgen. Door middel van stro hakselen proberen we het bodemleven zo optimaal mogelijk te houden. We merken nu al dat de gewassen een betere beworteling hebben. Hoewel je bovengronds vrij weinig merkt van Physiostart: geen extra bladvorming of snellere groei. Maar de teeltoptimalisatie zit hem vooral ondergronds. Daar is de plant steviger en weerbaarder. Bovendien kunnen we door de betere beworteling meer tal halen en dus meer product van het land halen.” Jan van Hassent, adviseur Vlamings: “Ik ben blij dat Han nou zegt: eigenlijk gebruiken we Physiostart om de grond te verbeteren. Physiostart is voor de akker­ bouwers een heel gemakkelijk product om dat doel te bereiken, maar er zijn meerdere wegen die naar Rome leiden. Feit is dat telers

Han Hopmans gebruikt Physiostart voor bemestingsruimte en als bodemverbeteraar. gereedschap nodig hebben om de bodemvruchtbaarheid te verbeteren en Physiostart past daar prima bij.” VROEGE PLANTUIEN Als er geen dierlijke mest wordt gebruikt, dan wordt Physiostart ook toegevoegd bij de plantuien. “We proberen altijd als eerste op de markt te zijn met onze vroege plantuien. Physiostart kan net dat extra zetje geven waardoor we iets eerder op markt zijn. Dat zorgt financieel ook direct voor een groot voordeel, omdat een vroege levering over het algemeen iets meer oplevert.” GRANULAATSTROOIER Om met Physiostart aan de slag te kunnen gaan, moest er geïnvesteerd worden in een granulaat­ strooier. Hiermee kan de meststof van Timac Agro direct bij de knol gebracht worden. Hopmans kwam naar een korte zoektocht uiteindelijk uit bij de strooier van Farmtec: “We hebben gezocht naar een makkelijk opbouwbare machine met nauwkeurige afgifte-­ instellingen. Zodoende kwam het mechanisatiebedrijf waar we mee samenwerken met deze machine. Bijkomend voordeel is dat de Farmtec via de GPS ook de (kilometers en) exacte rijsnelheid bepaalt. “Aan de hand daarvan bepaalt de strooier zijn afgifte. Dat zorgt ervoor dat we ook weer een stap dichter bij precisielandbouw

“TELERS HEBBEN GEREEDSCHAP­PEN NODIG OM DE BODEM­VRUCHT­BAAR­ HEID TE VERBETEREN” zijn”, aldus Hopmans. De keuze voor een korrelmeststof was voor Hopmans niet moeilijk. “Een granulaatstrooier bouw je bovenop de plant- of zaaimachine. Hij zit zo aangesloten en je kunt direct gaan rijden. De bak biedt voldoende capaciteit om in een paar minuten voor vier hectare te vullen. Dat is een heel belangrijk aspect: je wil niet eerst een uur hoeven te vullen voordat je het land op kunt.” Van Hassent: “Dat is voor ons ook belangrijk. Als we in het voorjaar hierheen rijden, schatten we het aantal mestzakken in en nemen voor de zekerheid altijd een paar zakken extra mee. Als ze dat niet nodig hebben, dan laden we dat gemakkelijk weer in de bus, hetgeen met vloeibare mestvaten een stuk lastiger is.” DOSERING De juiste dosering werd ook in overleg met Van Hassent bepaald. Hopmans: “We hebben grondmonsters genomen en aan de hand daarvan de hoeveelheid Physiostart per hectare bepaald. Op dit moment ligt dat tussen de twintig en dertig kilo.” Van Hassent benadrukt dat in dit geval de dosering bij de uien anders is dan

Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen, een uitgave van www.akkerbouwactueel.nl | no. 2 | 2017

bij de aardappelen. “Bij de uien houden we het meestal zo egaal mogelijk. Dat moet de loonwerker doen, dus daar hebben we geen vat op. Op de aardappelpercelen willen we weleens variëren. Als de Pw of fosfaatcijfers hoog zijn, geven we iets minder.” GROEIEND MARKTAANDEEL De oorsprong van het gebruik van Physiostart in Nederlands gaat ruim twaalf jaar terug. Destijds werd het voornamelijk in maïs

gebruikt. Inmiddels is het product ook in de akkerbouw gemeengoed. Hopmans verwacht dat de meststof van Timac Agro de komende jaren een flinke opmars gaat maken: “Je moet bewust met je mestruimte en bodem omgaan. De bemestings­ normen zijn de afgelopen jaren veel strenger geworden, dus daar moet je je bedrijfsvoering op aanpassen. De wetgeving zal zeker niet soepeler worden de komende jaren. Pootgoedtelers kiezen wellicht sneller voor vloeibare meststoffen, maar dat is voor een deel afhankelijk van de mechanisatie. De meeste akkerbouwers hebben echter niet de mogelijkheid om vloeibaar toe te passen, omdat ze dan voorop ook weer een tank nodig hebben. Physiostart is wat dat betreft een stuk makkelijker in te voeren en heeft bovendien ontzettend veel voordelen. Extra bemestingsruimte en gemak zullen veel telers doen besluiten om dit product toe te passen als jeugdgroei- (en bodem) bevorderaar in gewassen als aardappelen en uien.” Ook Van Hassent verwacht een groeiend marktaandeel: “Veel telers gebruiken Physiostart om te besparen op fosfaat en stikstofruimte. Zodoende blijft er ruimte over om met drijf- en vaste mest te werken en compost aan te schaffen. Die extra ruimte krijgen ze door met Physiostart te gaan werken. Alleen al daarom zal het aantal Physiostart gebruikers de komende jaren behoorlijk toenemen.” MEER INFORMATIE? Timac Agro Nederland Pascal Philipsen Tel: 06 – 1313 3033 Pascal.Philipsen@roullier.com www.timac-agro.nl


250,* In

sta f or m eer bij uw Physio

is rt d

naa r eu r

ut

op inve stering granul aatstro oier*

de d e t a i ls .

retour tr i

b

grow, care and share Timac Agro Nederland B.V. Tel. +31 (0)10 204 55 53 timacagronederland@roullier.com

www.physiostart.nl www.timac-agro.nl


16 Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen

#2

DOSSIER:

MECHANISATIE

“Egalere zaadafleg en maximaal opkomstpercentage”

SULKY ZAAIMACHINES:

Chris van de Lindeloof, akkerbouwer en productspecialist bij Farmstore, merkt dat de sector steeds kritischer wordt als het gaat om de prestaties van de machines. Op het akkerbouwbedrijf in het Brabantse Hoeven is Van de Lindeloof verantwoordelijk voor de teelt-technische zaken. “Wij gebruiken al een aantal jaren een Sulky zaaimachine omdat het een bijzonder nauwkeurige machine is, die onder bijna alle omstandigheden zijn werk kan doen.”

GELIJKMATIGE OPKOMST De nauwkeurigheid van de Sulky zaaimachine zit hem in twee aspecten: “Dat heeft ten eerste te maken met de bijzonder nauwkeurige elektrische distributie (deze was eerst mechanisch, red.) en ten tweede met de kouterbalk. Met name in de parallellogram hiervan en misschien de belangrijkste eigenschap: de keuze van de schijf.” Die twee zaken zorgen volgens Van de Lindeloof voor twee belangrijke

teelt-technische voordelen: “Het nauwkeurig verdelen van het zaad via een elektronisch distributiesysteem spreekt voor zich, maar de echte teeltoptimalisatie zit in het constant op dezelfde diepte kunnen zaaien. Als je altijd op dezelfde diepte zaait, dan zorgt dat voor een gelijkmatige opkomst.” WERKBARE DAGEN BENUTTEN Gebruikers van de Sulky zaaimachine roemen ook het grote diepte/

aandrukwiel. Deze zorgt ervoor dat het zaad niet te diep wordt weggelegd en wordt aangedrukt. Van de Lindeloof heeft als akkerbouwer zelf ook goede ervaringen met de machine: “Persoonlijk vind ik de grote, ronde schijven ook een groot

“DE ZAAIMACHINE KAN ONDER BIJNA ALLE OMSTANDIGHEDEN HET LAND OP” voordeel. Deze zorgen ervoor dat het zaadje iets verder naar achteren valt, op het diepste punt van het zaaibed. De Sulky is zo gebouwd dat het punt waar het zaad valt geen contact heeft met de grond

Sulky heeft een breed assortiment zaaimachines: mechanisch, pneumatische en direct zaaien

Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen, een uitgave van www.akkerbouwactueel.nl | no. 2 | 2017

Werking Cultidisc die mede verantwoordelijk is voor de egalere opkomst op de plaats waar de machine de bodem opensnijdt. Hierdoor kan de zaaischijf het zaad niet terug mee omhoog nemen. Deze eigenschap zorgt ervoor dat de zaaimachine onder alle omstandigheden het

land op kan. Bijvoorbeeld: Met een Sulky kun je gemakkelijk over de tarwestoppel de groenbemester zaaien. Ook onder natte omstandigheden blijft hij functioneren: zoals vorig seizoen tijdens de zware


Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen 17

april 2017

De pneumatische zaaimachines – hier afgebeeld het model Xeos – voor fijne en grove zaden, zijn geschikt tot 450 kilogram per hectare. regenbuien in het seizoen waren er veel zaaisystemen die ‘vollopen’ zodra het natter wordt. De werkzaamheden staan dan stil. Bedrijven die met onze machine inzaaiden konden toen langer doorwerken en daar hebben ze de rest van het jaar voordeel van gehad.” FOCUS OP PRAKTIJK Uiteraard zijn deze voordelen niet in een keer bedacht en uitgevoerd. Er gaat een ontwikkeling van jaren aan vooraf. Van de Lindeloof is als productspecialist van Farmstore, de Nederlandse distribiteur van Sulky, nauw betrokken geweest bij al deze modificaties: “Sulky is een bedrijf dat haar machines echt vanuit de praktijk ontwikkelt. Alle productspecialisten zijn bijvoorbeeld boerenzoons. Soms zijn er weleens fabrikanten die een machine presenteren die ‘gemakkelijk te bouwen is’, maar je hoort

geen argumenten die voor de telers belangrijk zijn. Door de opbouw van de Sulky zaaimachine krijg je een egalere opkomst van het gewas. Ook is er veel tijd besteed aan de schaardruk. Net als alle andere afstellingen kan die vanuit de cabine (optioneel) eenvoudig worden afgelezen en ingesteld. BREED ASSORTIMENT Van de Lindeloof vervolgt: “Het begint met het leveren van een kwalitatief goed product. Het heeft met de kunstmeststrooier ook een tijdje gekost, maar daar is Sulky inmiddels een geaccepteerd kwalitatief goed product. Dat is bij de zaaimachine niet anders: dezelfde kwaliteit en service. Het Sulkyaanbod van zaaimachines kent een hele brede range: vanaf drie meter tot aan zes meter. Deze zijn zowel in een combinatie om achterop te bouwen verkrijgbaar, als in

combinatie met een fronttank. En die is op zijn beurt weer volledig compatibel met een precisiezaaimachine om als kunstmeststrooier te fungeren.” UNIEK: TWEEDE ZAAIER IN DE RIJ Tijdens de afgelopen SIMA-beurs in Parijs presenteerde Sulky nog een handige noviteit. Een innovatie die volgens Van de Lindeloof de akkerbouw nog meer helpt in het optimaliseren van het zaaiproces: “We hebben er nu een optie bij dat we op de machine een tweede zaaier kunnen monteren, waarmee in één werkgang ook voor slakkenkorrels (en bijvoorbeeld ook granulaten) gezaaid kan worden.” MEER GRIP OP ZAAIPROCES Alle beursaandacht ten spijt, beseft de productspecialist van Farmstore maar al te goed dat de Sulky zaaimachine zijn strepen nog moet

verdienen: “De praktijk is de beste reclame. We willen dit jaar daarom ook machines in de praktijk aan gebruikers laten zien. Zo kunnen we de verschillen tussen andere merken en Sulky in de praktijk laten zien. Het merk heeft zich natuur-

“PER SEIZOEN MAAR ÉÉN KANS OM GOED IN TE ZAAIEN” lijk allang bewezen: Sulky bestaat al ruim tachtig jaar en het is nog steeds een familiebedrijf. De machines worden gebouwd in een moderne fabriek; die in 2012 geopend is. Groot voordeel, ten opzichte van machinebouwers die alles aanbieden, is dat Sulky zich focust op

kunstmeststrooiers en zaaimachines. Hierdoor is het makkelijker om voorop te lopen in kwaliteit. Deze voortdurende verbeterslag draagt eraan bij dat akkerbouwers steeds meer grip krijgen op het zaaiproces. Je krijgt per seizoen maar één keer de kans om goed in te zaaien, dus dan wil je ook een machine waarbij je zeker weet dat het goed gebeurt.”

DEMONSTRATIE BIJWONEN? Akkerbouwers die interesse heb­ ben in een demonstratie kunnen zich melden bij Van de Lindeloof: Chris van de Lindeloof Productspecialist Farmstore/Sulky E­mail: vdlindeloof@farmstore.nl Tel: 06 ­ 5124 57 99

CULTIDISC

Betrouwbaar en nauwkeurig! CULTIDISC zaaischijvennnnnnnnnnn nnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnn nnnnnnnnneenvoudige en nauwkeurige diepte-instelling ggggggggggggggggggggggg80 kg/kouter rrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrr rnnnnn ngnrgnnnrn nn nngrgngnnnn gnnnnrnn rrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrr PILOT nnnngnnn nnnnnngn nn GPr nnnnnnnggnn nn rnnnnn nnn nnn taakkaart (VRA)

Otd Sky! www.farmstore.nl

ZAAIMACHINES

))))))))))))))))))))))))))))))))))))))

Tel. 0184 69 27 32


18 Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen

#2

DOSSIER:

GEWASBESCHERMING

Akkerbouwer Johan Maasdam uit het Zuid-Hollandse Mijns­ heerenland heeft – samen met zijn broer - ongeveer 200 hectare in eigen bewerking. Een kleine vijftig bunder is bestemd voor aardappelen. Om de ziektedruk te verminderen is Maasdam twee jaar geleden begonnen met het toevoegen van Canvas: een fungicide ter bestrijding van Phytophthora infestans. Doordat hiermee Phytophthora bestreden wordt en de resistentie tegen Alternaria wordt tegengegaan is dit middel voor Maasdam het ideale bestrijdingsmiddel om de aardappel van bloei tot oogst vitaal te houden: “Hoe langer je het gewas groen kan houden, hoe beter. Normaal gezien zorgt dat ook voor hogere opbrengsten, want in augustus en september komen de kilo’s.”

Op de Europese phytophthora-­ middelentabel (Euroblight, red) scoort Canvas (in combinatie met mancozeb) op alle fronten zeer goed. Net als alle aardappeltelers wil Maasdam een gezonde knol, een zo hoog mogelijke opbrengst en dat alles tegen zo laag mogelijke kosten: “Er zijn goedkopere middelen, maar ik kies voor kwaliteit. Ik heb sinds ik Canvas gebruik geen Phytophthora meer gehad. Ik spuit ook wel heel nauwkeurig. Het is altijd een combinatie van het middel en het juiste gebruik door de akkerbouwer. Ik doe vaak mijn

“Gemiddeld realiseer ik een tonnetje of vijf meeropbrengst in de aardappelen” “ALS JE EEN KEER PHYTOPHTHORA IN DE SCHUUR HEBT GEHAD, WORD JE VAN­ ZELF WIJZER” eigen zin vanwege eerdere ervaringen. En vaak heb ik het wel goed. Ik deel het voor mezelf zo gunstig mogelijk in. Ik staar me niet blind

op weersverwachtingen. Ik ga niet rustig achterover hangen, want het blijft voorlopig toch droog. Je kent het spreekwoord 'Zaaien is raaien? Dat geldt voor bespuitingen ook." PHYTOPHTHORA Het feit dat Canvas zowel knolals bladphytophthora bestrijdt, is voor de Firma Maasdam heel belangrijk. Voorkomen van deze pseudoschimmels, is beter dan genezen, luidt zijn motto: “Soms ga je rooien onder omstandig­ heden die niet ideaal zijn, maar ga je toch het land op omdat het later nog slechter weer wordt. Als je dan later in de schuur komt en je ziet (of ruikt) Phytophthora, dan zeg je tegen jezelf: had ik het toen maar niet gedaan. We hebben hier in het verloop van de bewaring ook weleens natte aardappels in de schuur gehad, maar ik durf niet te beweren dat dat Phytophthora was. De reden dat ik met middelen als Canvas werk is echter wel gebaseerd op een hele nuchtere boerenwijsheid: als je een keer Phytophthora in de schuur hebt gehad, word je vanzelf wijzer.” ALTERNARIA De Alternaria-ziekte in aard­ appel wordt veroorzaakt door de

Johan Maasdam op het perceel waar hij komend groeiseizoen Canvas toepast

Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen, een uitgave van www.akkerbouwactueel.nl | no. 2 | 2017

schimmels Alternaria solani en A. alternata. De opbrengstderving kan oplopen tot dertig procent. Ook kunnen de geoogste aardappel­ knollen worden aangetast door Alternaria schimmels. De meest effectieve bestrijding is preventieve fungiciden – zoals Canvas in combinatie met mancozeb (-bevattende middelen) - inzetten. Het beste moment voor de eerste bespuiting is vlak na de bloeiperiode. Bespuitingen met specifieke Alternaria middelen moeten met een constante interval van veertien dagen worden uitgevoerd. Maasdam benadrukt dat het volgen van dat bespuitingsschema cruciaal is: “In de zomer heb je soms een paar weken achter elkaar mooi weer en dan denk je: ik laat die kar mooi even staan, er is toch geen Phytophthora meer. Maar dan ga ik - vanwege de kans op Alternaria - toch spuiten. Zelfs als het heel warm is, in dat geval kies ik gewoon voor een aangepaste dosering.” MEEROPBRENGST De resistentieontwikkelingen op het gebied van Alternaria vraagt om een gedegen en consequente aanpak voor verdere teeltoptimalisatie, zo stelt Maasdam: “Ik

gebruik Canvas nu twee jaar en ben er zeer tevreden over. We hebben zeer weinig last meer van Alternaria. Helemaal eruit halen dat lukt niet. Tijdens een groei­ seizoen heb je altijd te maken met nattigheid en warmte. Vorig jaar waren de planten in de derde week van september eigenlijk al dood, maar in 2015 bijvoorbeeld waren ze halverwege oktober nog groen.

“ZEER WEINIG LAST VAN ALTERNARIA” Die jaareffecten hou je altijd, maar normaal gesproken zorgt Canvas voor hogere opbrengsten. Door Canvas te implementeren in mijn gewasbeschermingscyclus realiseer ik gemiddeld een tonnetje of vijf aan meeropbrengst in de aardappelen.”

MEER INFORMATIE? www.nufarm.com/NL/canvas Of raadpleeg uw adviseur van de gewasbeschermingsmiddelen­ leverancier


infra & recycling Bel vrijblijve

nd

0525 63 14

Een gezonde bodem is dé basis voor uw teeltoptimalisatie

voor advies!

LASERGESTUURDE KILVER/DOZER

41

Fendt 1050 500 pk

Naast onze tradiotionele kilvers, heeft Van Werven geïnvesteerd in een nieuwe kilveren dozerbak. Beide zes meter brede bakken zijn GPS-gestuurd GPS-gestuurd. Door de schuifbare wand in de dozerbak, kan 12 kuub aarde per werkgang worden gedragen (i.p.v. geschoven) Daarbij zorgen de zes grote wievoor advies!

len voor een minimale bodemdruk.

DIEPPLOEGEN TOT 1,60 METER

Diepploegen is één van de specialiteiten van Van Werven. Door diepploegen worden zware gronden beter bewerkbaar en storende grondlagen gebroken. We kunnen ploegen tot 1,60 meter diep, diep maar bepalen graag samen uw optimale ploegdiepte. Dankzij onze jarenlange ervaring (sinds 1990) kunnen wij u voorzien van een gegrond advies.

BETERE STRUCTUUR: DIEPSPITTEN

Diepspitten heeft een verlichtende en mengende werking. werking. Storende lagen worwor den doorbroken, waardoor de afwatering en de capillaire werking verbetert. Diepspitten bevordert de wortelgroei. Door de aanschaf van onze nieuwe Fendt 1050 realiseren we een hogere capaciteit en een betere mening.

NIEUW! dozerbak

samen werken aan échte oplossingen

www.vanwerven.nl | 0525 63 1441

Landbouwmachines maken, dát is ons terrein. VSS Machinebouw is een Nederlandse fabrikant van landbouwmachines. Van ontwikkelen tot productie, van ploegen tot oogsten. Ieder seizoen verdient nu eenmaal zijn specifieke aandacht. Onder de merknamen VSS Agro, VSS Amac en VSS Cappon bieden wij u het meest complete programma aan op het gebied van landbouwmachines.

VSS AGRO

Voorjaarsbewerking Onkruidbestrijding Aardappelselectie Werktuigdragers

VSS

MACHINEBOUW

VSS

AMAC

Uienteelt Aardappelteelt Spare parts Amac machines

VSS

Ovezandseweg 6a MACHINEBOUW 4436 RE Oudelande ENGINEERING T. +31 (0)113 - 56 70 50 CONSTRUCTIE F. +31 (0)113 - 56 39 39 TECHNISCHEHANDEL E. info@vssmachinebouw.com

CAPPON

Ploegen Vorendrukkers Cultivatoren Woelers

Voor ons complete programma zie:

www.vssmachinebouw.com Volg ons ook via:


20 Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen

#2

DOSSIER:

GEWASBESCHERMING

KOOS HAVELAAR:

Mechanische onkruidbestrijding krijgt steeds meer aandacht bij zowel biologische als gangbare akkerbouwers. Reden hiervoor is natuurlijk de steeds beperktere mogelijkheden met chemie. Koos Havelaar heeft met de machines van HAK een groot marktaandeel als het gaat om schoffelmachines. Hij ziet naast de toenemende wetgeving rondom chemische onkruidbestrijding nog een andere zeer belangrijke reden voor de opmars: “Mensen willen schonere producten hebben. De Albert Heijn (en de Jumbo) vragen al aan de telers om minder te gaan spuiten.

“Een slimme boer heeft een schoffelmachine in de schuur staan” Dat is een voorbode van een andere tijd. Je kan gaan zitten wachten tot die nieuwe tijd is aangebroken of je kan er nu al in meegaan. Ik zie gelukkig heel veel traditionele telers die gewoon met de tijd meegaan en een schoffelmachine neerzetten en wat minder spuiten. Een slimme boer heeft een schoffelmachine in de schuur staan.” SPOORWISSERTJE Voor een optimaal schoffelresultaat is een algemene voorbewerking heel belangrijk. Hoe mooier en vlakker je land erbij ligt, hoe beter je kan schoffelen. Volgens Koos Havelaar (eigenaar Hak schoffeltechniek) blijft het daar

MECHANISCHE ONKRUIDBESTRIJDING IN IJSBERGSLA Op het akkerbouwbedrijf van David Knibbe in Wieringerwerf wordt mechanische onkruidbestrijding ingezet bij ijsbergsla. Op het Noord-Hollandse bedrijf – dat ook importeur en exporteur van agrarische producten is – werken ze met schoffelaars van machinefabrikant Steketee. Vooral Nico Knibbe - de zoon

Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen, een uitgave van www.akkerbouwactueel.nl | no. 2 | 2017

echter niet bij: “Er wordt nog weleens vergeten om het spoor los te halen voor het schoffelen. Dan wordt er even niet gedacht

aan een spoorwissertje achter de voorbewerking en dan rij je sporen in het land.” Daarnaast speelt timing bij mechanische onkruid-

des huizes – werkt veel met deze apparatuur: “We waren op zoek naar een uniformer product, waardoor we minder last hebben van onkruid in de ijsbergsla en terug konden gaan in de gewasbeschermingsmiddelen. Dat verlagen van de doseringen doen we heel voorzichtig, want onkruid is echt drama in de ijsbergsla. Je kan het alleen in de grondbewerking bestrijden. Als het er eenmaal staat kun je er niet meer tegen spuiten.”

PLANTEN IN RUITVERBAND Knibbe kiest bij het planten van de sla voor een ruitverband. Hierdoor krijgt elke plant evenveel oppervlakte en licht. Dit zorgt in de basis al voor een lagere onkruiddruk, zo redeneert de Noord-Hollander: “Onder controle houden van onkruid: dat is de sport. Het planten van de sla in ruitverband helpt ons daarbij. Daarbij kan de schoffelmachine heel nauwkeurig de cultuurplant »


Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen 21

april 2017

bestrijding een nog belangrijkere rol dan bij chemische. “Eigenlijk moet je op de knieën gaan zitten om te kijken of er onkruid staat. Op het moment dat je moet gaan schoffelen zie je het onkruid soms niet, maar een paar dagen later kan het al boven staan en dan ben je te laat.” UIENTEELT OP RUGGEN Schoffelen doe je bij voorkeur bij drogend weer en zo ondiep mogelijk. Immers hoe minder losse grond, hoe minder kans nieuw onkruid krijgt. Toch is er bij biologisch akkerbouwbedrijf Van Nieuwenhuyzen in

“DE MACHINE DOET MEERDERE BEWERKINGEN IN ÉÉN WERKGANG” Biddinghuizen gekozen voor het telen van uien op ruggen. Adri van Nieuwenhuyzen van de Maatschap Nieuwenhuyzen legt uit waarom: “De teelt van uien op ruggen geeft een grotere oogstzekerheid, omdat de uien droger liggen in perioden met veel neerslag.” Volgens Havelaar vormt ruggenteelt ook geen belemmering voor de schoffelmachines: “Er zijn voldoende technieken en mogelijkheden om dat nauwkeurig te doen. Sterker nog: de machines lopen beter op een rug, omdat ze daar minder afhankelijk zijn van stuur- en correctiesystemen.”

» herkennen en dus aanpakken. Voordeel in deze teelt is dat onkruid vaak donkerder is dan ijsbergsla. Door de schoffelmachine op kleurherkenning te zetten kunnen we dus nog effectiever bestrijden.” HOGERE OOGSTCAPACITEIT, LAGERE ARBEIDSKOSTEN Het bouwplan van Knibbe bestaat uit pootaardappelen, plant- en zaaiuien, suikerbieten,

EFFICIENCY Van Nieuwenhuyzen is in 2000 omgeschakeld naar biologisch en gebruikt momenteel twee schoffelaars van Hak om zijn in totaal tachtig hectare bouwland ‘schoon’ te houden. “Daar hebben we bewust voor gekozen. Mechanische onkruidbestrijding werkt kostprijs verlagend en omdat de instellingen van de Hak-machines eenvoudig en snel zijn aan te passen draagt het ook bij aan een stuk efficiency. De machine doet meerdere bewerkingen in één werkgang, waardoor de efficiency stijgt (door ruggenteelt groter bewerkingsoppervlak).”

tarwe, bewaarkool, ijsbergsla en gerst. Toch wordt de schoffelmachine enkel ingezet voor de slateelt: “Omdat we de sla met de hand oogsten is het belangrijk dat de jongens die snijden de kroppen sneller herkennen en direct kunnen beoordelen wat een goede of minder goede krop is. Dat gaat nou eenmaal makkelijker als er minder onkruid staat. Doordat ze niet hoeven te zoeken, werken we sneller en gaat de oogstcapaciteit

CULTUUROMSLAG Havelaar heeft voor het komende onkruidbestrijdingsseizoen nog wel een aantal tips voor (toekomstige) gebruikers: “Een schoffelmachine

“SCHOFFELEN IS WEER ECHT IETS VAN NU”

Hierdoor blijven de messen veel langer scherp. We zitten eigenlijk middenin een cultuuromslag. Vroeger werden schoffels veel ‘uitgehaald’. Daarna zag je een periode waarin mensen met de slijptol aan de gang gingen en je ziet nu steeds meer akkerbouwers die kiezen voor een definitieve oplossing door de messen op te laten spuiten. Zodoende blijven ze een heel seizoen lang scherp en effectief meedraaien.”

moet scherpe messen hebben, dat is het belangrijkste. De laatste jaren zien we daarom steeds meer dat gebruikers de schoffels laten opspuiten met een harde laag.

NUTTIGE INVESTERING De stijgende populariteit van het gemechaniseerd bestrijden van onkruid heeft volgens Havelaar tijd nodig, maar de cultuuromslag zal volgens

omhoog. Dat oogsten doen we met een man of twintig. Dus als alle personen een paar procent meer kunnen doen per dag, scheelt dat enorm in de arbeidskosten.”

len wij ook. Zo kunnen we de machine effectiever inzetten en deze investering rendabel houden. Daartegenover staat dat zij een nieuwe plantmachine hebben aangeschaft, die wij dan weer mogen gebruiken. De prijs van beide machines is ongeveer gelijk en ons areaal ook, dus dat heft elkaar mooi op.”

SAMENWERKING Bij Knibbe hebben ze overigens nog een mooie methode gehanteerd om de kosten te verlagen: een samenwerkingsverband. “We werken samen met een andere ijsbergsla teler en daar schoffe-

hem de komende jaren alleen maar meer gaan doorzetten: “Mechanische onkruidbestrijding past prima in de huidige teeltplannen, al is het alleen maar om wat meer lucht in de grond te krijgen. Percelen die geschoffeld zijn, tonen mooiere gewassen en de telers besparen bespuitingen uit, waardoor de investering in het kosten/baten plaatje nog gunstiger uitvalt. Schoffelen is echt weer iets van nu.” MEER INFO? HAKnl Spectrumlaan 11, Bleiswijk Tel. 079 – 593 13 07 E-mail: info@HAKnl.com of info@havelaar.biz

Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen, een uitgave van www.akkerbouwactueel.nl | no. 2 | 2017


22 Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen

#2

DOSSIER:

BEWARING

Aan tafel bij:

Landbouwbedrijf Buth-Pons

“DUURZAAMHEID ALS UITGANGSPUNT VAN EEN NIEUWE BEWAARSCHUUR”

Op het Zuid-Hollandse eiland Goeree-Overflakkee geldt een maximale goothoogte van zes meter en maximaal 10% afwijking (6,60 meter) voor bewaarschuren. De 27-jarige Jacob-Jan Buth uit Sommelsdijk diende een duurzaamheidsplan in om de maximale hoogte te verleggen naar zeven meter en met succes: “Misschien hebben we de gemeente overtuigd om hier de nieuwe standaard van te maken.”

In de rubriek Aan tafel bij schuiven we deze keer aan bij een opvolger. Jacob-Jan Buth volgde de vierjarige MAS-opleiding in Goes en zit in de Maatschap Buth-Pons in Sommelsdijk. In overleg met zijn ouders is hij in januari begonnen met de bouw van een eigen bewaarschuur. De oplevering staat gepland voor de tweede week mei. “Het wordt een kistenbewaring voor uien, aardappelen en wortelen.” Om een gesloten kistenreiniging te realiseren wordt er ook een overkapping gebouwd. Maar het meest bijzondere is de nokhoogte van zeven meter, want eigenlijk mag er in de gemeente Goeree-Overflakkee helemaal niet zo hoog gebouwd worden in het buitengebied: “Ik wilde per se zes kisten hoog stapelen over de hele breedte. Ik wilde met de oude loods meebouwen, zodat ik geen voorruimte hoefde te bouwen. Praktisch alles ingedeeld. Het dak

is niet optimaal als we maar maximaal zes meter 60 goothoogte mag bouwen. Anders moet ik gaan variëren in hoogte van kisten en dan is de luchtverdeling niet meer optimaal. Het kan wel, maar is niet ideaal.”

de aantal handelingen dan zes kisten, omdat we met de heftruck twee kisten tegelijk meenemen. Naar eigen berekening scheelt de verhoogde constructie mij vijftien

procent rijhandeling en tijd. Ook de bouwkosten - per ton – zijn lager.” EFFICIËNT GEBRUIK VAN PRODUCTIEMIDDELEN De bewaarschuur die nu gebouwd wordt is 40 bij 22,5 meter. Tussen de oude en nieuwe schuur komt een tien meter overkapping en een overstek van zeven meter aan de voorkant. “Het gaat natuurlijk voornamelijk om de goothoogte

aan de achterzijde, omdat we daar voldoende ruimte nodig hebben voor voldoende beluchtingsruimte terug naar de drukkamer. Aan de voorkant heb je daar geen last van, want vanwege de overstek is de nok ook verlegd. Bij alles was duurzaam ondernemen ons uitgangspunt en het efficiënt gebruik van de productiemiddelen. Concreet betekent dit: brandstof, werkuren en motoruren besparen. En dat we minder vierkante meter

“DEZE CONSTRUCTIE SCHEELT MIJ 15% RIJHANDELINGEN EN TIJD” Er werd een plan geschreven en ingediend bij de gemeente die het goedkeurde, vooral op basis van duurzaamheid en kostenbesparing. Buth: “Ik wilde even aantallen, dus schreef ik in mijn plan het volgende: Vijf kisten hoog heeft hetzelfJacob-Jan en Annejoke Buth (met hond) halverwege maart bij de toen nog open bouwconstructie

Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen, een uitgave van www.akkerbouwactueel.nl | no. 2 | 2017


Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen 23

april 2017

schuur hoeven te bouwen voor dezelfde opslagcapaciteit en een compactere bouw is ook energiebesparend.” FLEXIBEL Belangrijkste reden voor het initiatief is het gebrek aan flexibiliteit en ruimte bij externe bewaarlocaties: “De flexibiliteit van de verkoop hebben we nu in eigen hand. Als ik een los gestorte uienbewaring openmaak ben ik eigenlijk verplicht om binnen een maand/anderhalve maand te verkopen omdat de luchtverdeling dan niet meer optimaal is. Ik ben altijd alleen aan het werk buiten. Nu kan ik alles zelf indelen. Als er

dan een vrachtwagen komt, dan heb ik het kistenladen zo gedaan; zonder dat ik personeel nodig heb. Ook – denk ik – op langere termijn betere bewaarkwaliteit te kunnen realiseren en natuurlijk hebben we het voordeel van een hogere opslagcapaciteit.” SAMENWERKING Na overleg met Tolsma bewaar­ techniek is gekozen voor sandwichpanelen met een dikke isolatiewand. Omdat er gekozen is voor kistenbewaring hoeft er niet drukvast gebouwd te worden. Samen met Tolsma is de cel­ indeling bepaald en daaromheen is een bouwplan met bouwbe-

drijf Jos Vrolijk voor de schuur gemaakt met ideale rijafstanden voor een optimale luchtverdeling. Annejoke Buth: “We zien dit als

“BETERE BEWAAR­ KWALITEIT EN HOGERE OPSLAGCAPACITEIT” een stap voorwaarts als onderneming. Bij externe bewaarlocaties ben je afhankelijk van anderen. Die hebben allemaal hun eigen belangen en werkwijze. Tijdens het

inschuur­moment is het vaak druk en dan moet je weer wachten. De aardappelrooiers moeten in die periode vaak veel hectares rooien en daardoor moet je soms erg lang wachten bij de opslag.” Jacob-Jan Buth kan dit alles realiseren, dankzij een unieke samenwerking met een aantal akkerbouwers in de buurt: “We hebben samen met een aantal akkerbouwbedrijven in de omgeving afgesproken om machines en mankracht uit te wisselen. Zo kunnen we veel werk in korte tijd verzetten en hebben we nog steeds een hoge capaciteit op de werkbare dagen.”

De bouw is van de bewaarschuur nog in volle gang, maar de ondernemer uit Sommelsdijk heeft het volgende plan alweer op de plank liggen: “Als deze schuur klaar is, willen we zonnepanelen op het dak plaatsen om de bewaarcellen nog duurzamer te maken.”

ONDERSTEUNING NODIG BIJ HET BOUWEN VAN EEN EIGEN BEWAARSCHUUR? Tolsma bewaartechniek Fabrieksweg 7 8304 AT Emmeloord Telefoon: 0527 636 465 www.tolsmagrisnich.com/nl/ producten

De schuur is inmiddels ‘dicht’. De bouw moet volgende maand helemaal afgerond zijn.

Bodembewerking, kunstmest-, zaai- en gewasbeschermingstechniek

for Innovation | www.amazone.de

De TeCHNOLOGIe VOOR UW GeWAS

www.kampsdewild.nl

amz_r0_17_K056_j260x194_4c_nl.indd 1

20.03.17 16:46


24 Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen

#2

DOSSIER:

POOTGOEDVEREDELING

EERSTE GROOTSCHALIG PERCEEL

Hybride pootgoed toont verrassend goede resultaten

Bijna tien jaar geleden is aardappelveredelaar Solynta begonnen met het ontplooien van een revolutie in de aardappelteelt. Jarenlang werd er research en onderzoek gedaan naar de ontwikkeling van een hybride aardappel. In 2015 lukte het om de eerste experimentele hybriden te maken: ouder-lijnen werden zodanig gekruist, dat er een hybride aardappel ontstond. In samenwerking met Koninklijke Maatschap de Wilhelminapolder (KMWP) werd vorig jaar het eerste ‘grote’ perceel uitgezet. KMWPdirecteur Vincent Coolbergen werd direct positief verrast: “Hoewel opbrengst geen doel was, haalden sommige hybriden opbrengsten die ook in de reguliere markt worden gehaald.” Een meevaller waarop bij zowel Solynta als KMWP niet werd gerekend, want het is immers een totaal nieuwe manier van aardappelen veredelen. Met alle bijbehorende teelt-technische uitdagingen: “De onkruidbestrijding is ook nog een flinke uitdaging. Op dit moment worden er in de pootgoedteelt bodemherbiciden toegepast, die na het planten worden ingezet. Om bodemherbiciden over plantjes heen te spuiten is op zijn zachtst gezegd geen goed idee”, aldus Coolbergen. Onkruid is dus een probleem, maar zeker niet de grootste uitdaging: “Als het planten gedaan is, verschilt deze teelt nauwelijks van de reguliere pootgoedteelt. Maar juist het planten is een heel lastig punt. Voor dit soort hybride plantjes heb je wel echt heel mooi weer nodig. Omdat goede omstandigheden, met het juiste weer kun je aardappelen poten. Hybride pootgoed is veel kwetsbaarder voor nachtvorst, waardoor je later het land op gaat.

“JE HOEFT HELEMAAL NIET MEER TE SPUITEN VOOR PHYTOPHTHORA”

hoeft dus helemaal niet meer. Dat was voor ons in het begin ook eng hoor. Toen onze eerste resistente hybriden in een proefveld stonden, keken wij ook vol spanning naar de planten. Maar ze bleven prachtig groen en heel mooi doorgroeien.”

producten. Je hoeft helemaal niet meer te spuiten voor Phytophthora. Dat is natuurlijk een hele stap: van bijvoorbeeld twaalf keer spuiten, naar nul keer. Veel telers zullen zeggen: ik ga voor de zekerheid toch nog maar een paar keer spuiten. Maar met resistente hybriden

De KMWP is een akkerbouwbedrijf van ruim 1.900 ha, waarvan er circa 1.400 ha in eigen beheer wordt beboerd. De maatschap heeft circa 400 maten (akkerbouwers) die de directeur benoemen om het bedrijf te leidenm ondersteund door een team van medewerkers. Coolbergen benadrukt dat het

De groei is ook nog eens langzamer, dus timing is hier ontzettend belangrijk.” NATUURLIJK INGEKRUISTE RESISTENTIE Michiel de Vries (Agronoom bij Solynta) onderschrijft de constateringen van Coolbergen: “Het teeltproces is nog volop in ontwikkeling. We zien qua timing en teeltbegeleiding veel raakvlakken met andere vollegrondgroente-teelten. Kolen en knolselderij worden ook eerst opgekweekt en komen vervolgens als kiemplantje bij de telers. Dat is eigenlijk wat we nu ook met het (afgeharde) aardappelplantje doen.” Solynta richt zich voor de korte termijn vooral op hoog resistente aardappelplanten: “Dit jaar hebben we voor het eerst experimentele hybriden in het veld staan die een dubbele resistentie tegen Phytophthora hebben. Die resistentie is er op een natuurlijk manier ingekruist. Wij denken dat veel telers voordeel hebben van zulke

Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen, een uitgave van www.akkerbouwactueel.nl | no. 2 | 2017

geen proefboerderij is, maar dat Solynta een partij zocht om hybride pootgoed vanuit het laboratorium naar de praktijk te brengen. “En dan wordt het voor ons interessant, want we profileren ons wel als ‘early adopter’ en in die visie past dit project prima.” Coolbergen heeft naast zijn activiteiten als directeur van KMWP zelf ook een achtergrond in de akkerbouw. Hij snapt dan ook als geen ander dat pootgoedtelers de ontwikkelingen met angst en beven volgen: “Dat is logisch, want het gaat wel over je broodwinning. Gaat de teelt uit de knol verdwijnen als dit doorgaat?


Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen 25

april 2017

Aardappelplantjes van deze afmeting worden in een reeds gefreesde rug geplant

Ik denk dat het voorlopig niet gebeurt en als deze hybride teelt wel echt doorzet, dan zal dat prima naast de traditionele pootgoedteelt kunnen bestaan. Het is dan ook geen bedreiging, maar een honderd procent kans. Het is een kwestie van omdenken. Als je in staat bent om als pootgoedteler een hele hoge opbrengst per hectare knollen in de maat te realiseren, met kostprijs leiderschap. Dan zal wat uit de hybridekoker komt, daar keihard mee moeten concurreren. Je kunt het ook omdraaien: wij moeten het nog beter gaan doen. De markt gaat het regelen. Dit gaat

de markt wel opschudden, want de aardappelopbrengsten zijn de afgelopen jaren eerder gedaald dan gestegen. Het is in mijn visie dan ook best goed, dat de traditionele veredeling hiermee onder druk gezet wordt nu de markt ze inhaalt met initiatieven als hybride pootgoed.” MAATSCHAPPELIJKE IMPACT Ook bij Solynta horen ze de geluiden van verontrustende telers: “Wij kijken samen met een aantal instituten, waaronder het gerenommeerde Rathenau-instituut (dat onder andere ook door de overheid

wordt gebruikt als adviesorgaan, red.) naar de maatschappelijke impact van deze innovatie: hoe verandert dit de keten en is dit een wenselijke verandering? Het is niet ons doel om alle pootgoedtelers van hun broodwinning af te helpen. Juist niet. Wij willen gewoon goede aardappelrassen maken. We zien zeker in Noordwest-Europa nog heel veel mogelijkheden voor pootgoed: er zal nog heel veel hoogwaardig uitgangsmateriaal uit knollen nodig zijn in de toekomst.”

doortrekken in aardappelen, dan is dat veelbelovend. En als tweede element: als het startjaar zo succesvol is, terwijl er nog veel doorontwikkeld moet worden. Ik klapperde echt even met mijn oren, toen ik het opbrengstniveau van de eerste partijen van vorig jaar zag. Bij sommige lijnen waren de opbrengsten gelijk of hoger dan de marktconforme gemiddelde die reguliere pootgoedtelers in 2016 hebben behaald. Dan denk ik: nou, dit gaat goed.”

TEELTOPTIMALISATIE Teelt-technische voordelen zijn er volgens Coolbergen niet: “In principe zijn hybride zaailingen als teelt in beginsel juist moeilijker, dus de echte voordelen zitten in het veel sneller inkruisen van ziekteresistenties met behoud van opbrengst. Het draait hier feitelijk om twee verschillende verhalen: je kan uit zaad aardappelen telen. Dat is een verhaal en dat zie ik zelf meer als een ontwikkeling voor de verre toekomst. De sector is daar nog niet klaar voor, maar dat gaat wel gebeuren, daarvan ben ik overtuigd. De tweede ontwikkeling ligt in de kansen om met hybrides eigenschappen in te kruisen en dat vind ik zelf de meest interessante. Die rasontwikkeling kan snel gaan. Als er betere rassen zijn, dan is er gelijk marktwaarde. Dat is dan ook helemaal geen bedreiging maar een extra kans.”

KOSTEN EN BATEN Over prijzen wordt nog niet gepraat, want dat is volgens Coolbergen ook nog helemaal niet relevant: “Hoe de prijszetting er in de toekomst uit gaat zien? Daar is maar één antwoord op mogelijk: de concurrent is de reguliere pootgoedteler. Op den duur krijg je vanzelf een systeem dat laat zien of het rendabel is. Stel dat de aanschaf van het uitgangsmateriaal zoveel procent duurder is, dan moet er aan de opbrengstkant minimaal aan verdiend kunnen worden plus nog een voldoende grote marge kunnen behalen, want anders gaat niemand die stap (durven) zetten.”

Coolbergen vervolgt: “Als je kijkt naar andere teelten: dan zijn de opbrengsten omhooggegaan toen ze overgingen naar hybriden. Het is in die zin ook niet nieuw of ingewikkeld, maar wel totaal nieuw in de aardappelen. Kijk maar naar de bieten: de opbrengsten zijn daar ook omhooggegaan toen de hybrides geïntroduceerd werden.” Zijn deze conclusies al direct leidend voor het toekomstperspectief van deze nieuwe teelt? “Het antwoord daarop bevat twee elementen: ervaringen met hybriden in andere gewassen kennen we, als we dat

“HYBRIDE POOTGOED IS GEEN BEDREIGING, MAAR EEN 100% KANS”

Het hele kosten/baten verhaal is dus nog onduidelijk. Gaat dat ervoor zorgen dat de introductie van hybride pootgoed vertraging oploopt? “Het is niet aan mij om tijdslijnen te gaan duiden, maar als directeur van KMWP en als akkerbouwer verwacht ik dat we binnen tien jaar eigenschappen in hybride pootgoed gaan zien waar we nu nog naarstig naar zoeken. Op welk vlak zal moeten blijken, maar ik denk hierbij aan verlaagde vatbaarheid voor virussen, bacteriën, misschien dat luizen wel helemaal niet meer op de aardappelplant willen landen. Maar ook resistentie tegen Phytophthora en Alternaria biedt kansen. Wil je een plek veroveren in de markt, dan zal je op dat soort punten moeten scoren: problemen waar in de gewasbescherming nu veel geld aan uit wordt gegeven.

Als je op die kosten kunt besparen, dan heb je de eerste winst al binnen. Niet alleen financieel, maar ook qua milieubelasting.” MECHANISATIE Qua mechanisatie zijn er ook nog de nodige stappen te zetten, zo vertelt Coolbergen: “Er is nog geen enkele machinefabriek die hierop inspeelt, maar dat regelt de markt zelf, want als de firma’s Miedema, AVR en Grimme hiervan horen, pakken ze dit zeker voortvarend op en gaat de markt haar werk doen. De grootste uitdaging voor ons als akkerbouwsector is de teelt in de vingers krijgen. Daar zal nog iets in moeten verbeteren. Ik denk dat het moeilijk en risicovol is, ook omdat

“BIJ SUIKERBIETEN SCHOTEN DE OPBRENGSTEN OOK OMHOOG TOEN HYBRIDE GEÏNTRODUCEERD WERD” de beperking is dat je het niet heel groot kan maken vanwege capaciteitsgebrek. Dat is nu nog niet aan de orde, maar als Solynta zo door blijft gaan, dan zijn we misschien wel binnen vijf jaar aan grotere arealen toe. En dan pas wordt het voor de markt echt interessant.” De Vries erkent dat er voor die tijd nog stappen gezet moeten worden: “Met name op het gebied van ras-ontwikkeling moeten we nog stappen zetten: we moeten concurrerende rassen gaan veredelen. Daarnaast moet er nog veel praktijkonderzoek gedaan worden om het begin van de teelt (de opkweek, red.) te optimaliseren. Onze vorderingen zijn dusdanig hoopgevend dat we hopen al in 2020 met een volwaardig ras op de markt te komen.” KWESTIE VAN TIJD In de praktijk heeft de ’waan van de dag’ vaak voorrang op het toekomstperspectief. Toch waarschuwt Coolbergen voor het missen van deze ‘kansrijke’ boot: “Waarom is er pootgoedteelt? Omdat er consumptietelers zijn die uitgangsmateriaal nodig hebben. Een aparte redenering misschien: maar je moet aan het eind beginnen om deze materie te snappen. Als er telers zijn die vragen om resistenter pootgoed en hybriden kunnen dat bieden. Dan is er altijd iemand die daarmee aan de slag gaat. Dan kun je natuurlijk zeggen: daar doe ik niet aan mee. Boeren zijn daar over het algemeen erg goed in. Maar als je denkt dat het daarna ophoudt, dan zal je op een goede dag geen pootgoedteler meer zijn. Als ergens een vraag is naar hybride pootgoed en die tijd gaat komen, dan gaat het gewoon gebeuren. Punt!”

Coolbergen op het perceel waar dit jaar de aardappelplantjes van Solynta worden geplant

Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen, een uitgave van www.akkerbouwactueel.nl | no. 2 | 2017


26 Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen

#2

DOSSIER:

MECHANISATIE

Na de introductie van de nieuwe Struik Hollandtypen VariX3000, VariX3000 Twinrotor en de STRUIK LKB-SHIFT komt de machinefabrikant dit seizoen met de Struik VariX frontfrees op de markt. Deze machine is afgeleid van de Varix CB volveldfrees en vanwege het succes aldaar is er nu een uitbreiding gemaakt met een frontfrees. Met name de grotere rotordiameter is innovatief te noemen. Deze extra functionaliteit zorgt er immers voor dat er gemiddeld vijf centimeter dieper gefreesd kan worden. Daarnaast heeft deze machine – bij gelijke werkdiepte minder vermogen nodig en een betere verkruimeling dankzij een nieuw type freeshaak.

MINDER VERMOGENSVERLIES Een ander belangrijk verschil met de RF front is het ruimere frame. Die zou moeten zorgen voor meer ruimte voor grondstroom, hetgeen inhoudt dat de machine minder vermogensverlies heeft tijdens de werkzaamheden op het land. De zelfreinigende bovenplaat staat op veren. Struik heeft hier bewust voor gekozen, want daar blijft de grond meer plakken en wordt het risico op aankoeken sterk verminderd.

Dankzij grotere rotordiameter op de Struik VariX frontfrees kan er dieper gefreesd worden Door een nieuw type Widia materiaal is de frontfrees veel minder gevoelig voor breuk en stenen. Ook is het soldeerproces verbeterd, hierdoor werd het mogelijk om het Widia-plaatje vaster aan de haak te solderen. Ook is de aandrijfkast een stuk hoger geplaatst. Dit is weer gedaan zodat er een gunstigere

“FREES STUURT BETER EN TREKT LICHTER” aftakashoek ontstaat en dat is bij met name grote tractoren vaak een issue. INNOVATIEVE SNUFJES De machine bevat daarnaast nog heel veel andere (kleine) innovatieve snufjes die ervoor zorgen dat het leven van de akkerbouwer een stuk gemakkelijker wordt gemaakt.

Zo heeft de machine een automatische kettingspanner, een vernieuwde lagering van de rotoras: die zorgt voor betere afdichting tegen onder andere vuil. Tevens is de driepuntgeometrie verbeterd én verhoogd, waardoor de frees beter stuurt en lichter trekt. Ook bevat deze nieuwe Struik-frees een verkruimelrol met pen-gat verstelling. Om een betere gewichtsverdeling te realiseren, is deze korter op de frees gemonteerd. Het egalisatiebalkontwerp is aangescherpt ten opzichte van de RF. Hierdoor heeft de frees een meer afvlakkende werking en stabielere loop op het perceel. NOKKENKOPPELING VERVANGT SLIPKOPPELING De Struik-frontfrees heeft een korte aanbouw voor trekkers met lange hefarmen en een lange aanbouw voor montage met loopwielen achter de frees. De VariX front

Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen, een uitgave van www.akkerbouwactueel.nl | no. 2 | 2017

“MEER ROTORTOERENTALLEN ZODAT DE FREES BETER AFGESTEMD KAN WORDEN OP DE GRONDSOORT”

bevat meer aanspanpunten (CAT. II) voor zowel grote als kleine tractoren. Zowel de volveldplaat als de demontabele rugvormers zijn in deze uitvoering korter op de frees gemonteerd. De rughoogte is gemakkelijk instelbaar door middel van een pen-gat verstelling. De hoogte kan variëren tussen de acht en zestien centimeter. De rotoras zit dichter op de trekker, gunstiger voor het hefvermogen. Dankzij deze slimme constructie is de machine niet zwaarder geworden. Wel is het mogelijk om meer rotortoerentallen te halen. Hierdoor kan de eindgebruiker de machine beter afstemmen op de grondsoort. De machine kan zowel voorop als achterop aan de trekker gemonteerd worden. Tot slot is de ouderwetse slipkoppeling definitief verdwenen en vervangen door een aftakas met nokkenkoppeling.

MEER INFORMATIE? Kijk op www.struikholland.nl


‘Ik haal het beste uit mijn oogst’

Groeispecialist Al generaties lang zorgt Van Iperen als Nederlands familiebedrijf met haar klanten voor de groei van gezonde ĂŠn renderende gewassen. Op een manier die goed is voor mens, dier en plant. De liefde voor wat groeit en bloeit zit diep in onze vezels. Onze akkerbouwspecialisten hebben ruime kennis en ervaring. Zij begeleiden u bij een integrale

iperen.com

aanpak om gewassen te voeden, versterken en beschermen.


28 Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen

#2

DOSSIER:

GEWASBESCHERMING

DynamicDosePlus moet telers weer ‘het stuur in handen geven’ De filosofie van Agrifac wordt door algemeen directeur Peter Millenaar goed verwoord: ‘Average sucks’. Oftewel gemiddelden zijn niets waard. Een visie dat perfect aansluit bij het nieuwste paradepaardje van de machinefabrikant uit Steenwijk: DynamicDosePlus. Een landbouwspuit die niet alleen plaatsspecifieke bespuitingen kan uitvoeren, maar zelfs dop-specifieke afgiften mogelijk maakt. De machine is vorig seizoen uitvoerig getest en wordt dit seizoen voor het eerst in de praktijk toegepast. Een tiental machines is uitgerust met dit vernieuwde systeem dat volgens Millenaar een nieuw tijdperk in de teeltoptimalisatie inluidt: “Men zegt weleens: de toekomst is soms dichterbij dan je denkt, nou die toekomst is bij ons reeds begonnen met deze machine.”

De visie van Agrifac komt eigenlijk overal in terug: variatie omarmen en niet meer kijken naar de verschillen per perceel, maar per plant. Uiteraard blijft de focus op de bodem ook belangrijk in dat geheel. “Als je precies weet hoe je perceel in elkaar zit, dan kan je daar

“DOP-SPECIFIEK SPUITEN ZORGT VOOR KOSTENBESPARING EN EEN BETER RESULTAAT” ook gericht actie op ondernemen. Daarom hebben wij – in samenwerking met loonbedrijf Thijssen – ook taakkaarten ontwikkeld met een hogere resolutie.” Bram Veldhuisen (R&D medewerker bij Agrifac) vult

ervaring wordt de machine uitontwikkeld om hem vervolgens in de markt te gaan zetten. Millenaar: “Dit groeiseizoen worden tien machines met dit systeem uitgerust. Meeste in Nederland, maar ook één in Engeland en één in Australië. Dankzij deze techniek wordt het voor telers nog inzichtelijker dat het niet zozeer gaat om de euro’s besparing, maar de euro’s meeropbrengst. Als je bijvoorbeeld onkruid gaat bestrijden met herbiciden, dan zet je het gewas direct op achterstand. Op het moment dat je weet waar wat staat en je kan je dosering daarop aanpassen, dan heb je niet alleen een kostenbesparing, maar ook een beter resultaat.”

hem aan: “Christel Thijssen kwam hier: ik moet altijd taakkaartjes maken van 6 bij 6 meter, terwijl ik veel hogere resolutie data hebt. We hebben nu taakkaarten van 25 bij 25 centimeter. Bij de bestaande werkt het: de machine rijdt hier en ik lees deze waarde uit, dus ik ga over de hele boom die waarde spuiten. Bij de DynamicDosePlus werkt het zo: per dop moeten we uitrekenen waar die dop is en kijken wat daar de afgifte moet zijn om per dop aan te sturen. Voor het dop-specifiek uitlezen van de taakkaarten waren er geen (geschikte) systemen beschikbaar, dus die hebben we hier zelf ontwikkeld. Nu is het slechts een kwestie van taakkaart erin waarvan de resolutie tien keer hoger ligt dan voorheen en hij stuurt de machine dop voor dop aan.” PRAKTIJKTESTEN Vorig jaar zijn de eerste testen gedaan en daar gaan we dit jaar mee door. Op grond van die praktijk-

Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen, een uitgave van www.akkerbouwactueel.nl | no. 2 | 2017

MINDER INSTELLINGEN Voordat het zover is, is er nog wel een aantal flinke uitdagingen voor de systemen die dit jaar bij een tiental akkerbouwers lopen: “Vooral in bedienings- en gebruikersgemak liggen nog wel wat uitdagingen”, zo vertelt Veldhuisen. “We laten de invulling hiervan (bewust) volledig aan de boeren over. De praktijk is immers de beste testomgeving. De machines hebben zo weinig mogelijk extra’s. We geven het aan de boeren en die zeggen vanzelf: we missen dit of dat nog. Bij andere systemen zie je vaak heel veel instellingen. Als techneut vind ik dat heel leuk, maar de boer snapt die instellingen niet. We hebben eigen-

lijk alleen een aan en uit knop. Daar zit weliswaar wel heel veel software achter, maar daar hebben wij hier heel veel tijd en moeite ingestopt zodat de boer zich daar niet druk over hoeft te maken.” ‘BRILLIANT SIMPLE’ Volgens Millenaar ligt bij die werkwijze ook de sleutel naar succes als het gaat om precisielandbouw: “Op dit moment maakt dat nog geen echte doorbraak. Dat komt mede omdat er vaak veel te veel instellingen worden aangeboden. Telers willen daar niet mee werken omdat het veel te moeilijk is en haken dan af. Heel terecht wat mij betreft. Een goed voorbeeld: ons


Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen 29

april 2017

“MINDER MIDDELEN­ GEBRUIK EN EEN EGALER VELD”

Bram Veldhuijsen (links) en algemeen directeur van Agrifac Peter Millenaar bij het nieuwe ‘paradepaardje’ van de machinefabrikant eerste sectie aansturingsmodule had zestien bedieningsknoppen. Vervolgens hebben we alles doorgelopen en er bleken vijftien functies niet valide. Daarom is onze filosofie ook: als er geen reden achter zit om iets te doen, dan doen we het gewoon niet. Waarom zou je het de eindgebruiker onnodig moeilijk maken? Houd het overzichtelijk en gebruiksvriendelijk. ‘Brilliant simple’ noemen we dat bij Agrifac.” VLAKKE SPUITBOOM Diezelfde uitgangspunten worden ook gehanteerd bij de introductie van de DynamicDosePlus. Volgens Millenaar het bewijs dat Agrifac

innovatief is door een eigen koers te varen. “De Condor bevat veel software die er onder meer voor zorgt dat de spuitboom goed vlak blijft. De machine corrigeert dit zelf. Daar is heel veel tijd in gestopt om die software te ontwikkelen, maar nu de machine klaar is voor de praktijk heeft de boer er geen omkijken naar. We maken het zo simpel, dat de boer er niet over na hoeft te denken. De boer mag ons wel vragen: waarom moet ik dit nog doen? We worden daarin graag uitgedaagd.” KENNIS VAN DE BOER ‘Waarom?’, is volgens Millenaar nog steeds de beste vraag die iemand

De Agrifac DynamicDosePlus heeft dop-specifieke afstellingen

kan stellen en dus werd er een proef uitgezet bij het doodspuiten van aardappelen: “Daarbij werd de kennis van de boer in bruik­ bare informatie omgezet. In iedere spuitboombreedte zagen we verschillende waarden: van helemaal groen naar volledig dood. Toen hebben we de teler gevraagd om het land in te lopen en gezegd: ga maar op een plek staan waarvan je zegt: als alles zo is, dan wil ik niks doen. En daarna op een plek waarvan hij vindt dat er één liter nodig is en vervolgens op een plek waar hij twee liter wil spuiten en tenslotte eentje waar hij drie liter wil. Uiteindelijk hebben we op 95 procent van het perceel minder

gespoten. Het resultaat was: minder middelgebruik en een egalere gewas. Nou is dit de meest simpele bespuiting die er is, maar als je deze bevindingen doortrekt naar bijvoorbeeld een herbicidebespuiting, dan levert dat een kwalitatieve en kwantitatieve opbrengstverhoging op.” EXAMENJAAR Dit jaar moeten de laatste details worden aangescherpt om de Agrifac DynamicDosePlus definitief klaar te maken voor zijn vuurdoop in de akkerbouw. Millenaar: “We willen dit jaar bewijzen dat wij techniek leveren waar boeren betere boeren van worden. Dan hebben

we het niet over procenten. Maar we willen dat de telers per kilo product significant minder middelen nodig hebben, dat ze ten opzichte van de benchmark van hun collega’s betere opbrengsten behalen en kwalitatief betere producten kunnen leveren.”

MEER INFORMATIE OVER DE DYNAMICDOSEPLUS? Agrifac Machinery B.V. Eesveenseweg 15, Steenwijk Tel. 0521 - 527 210 E-mail: info@agrifac.com

De proef met het doodspuiten van aardappelloof verliep boven verwachting

Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen, een uitgave van www.akkerbouwactueel.nl | no. 2 | 2017


30 Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen

#2

DOSSIER:

BEWARING

Onderhoud van ventilatieen koeltechniek

Niets is zo vervelend als een trekker of machine die je in de steek laat. Het gebeurt immers altijd als je net druk aan het zaaien of oogsten bent. Om dit te voorkomen is regelmatig en goed uitgevoerd onderhoud uitermate belangrijk. Regelmatig de filters en olie vervangen zorgt voor een langere levensduur en probleemloos functioneren. Sommigen mensen kiezen voor minimaal onderhoud uit kostenoogpunt. Maar daarmee wordt, bewust of onbewust een zeker risico genomen. Hogere kosten voor reparatie, kans op pech maar ook de veiligheid kan in het geding komen. Wat geldt voor het ‘werkpaard’ op het akkerbouwbedrijf geldt vanzelfsprekend ook voor de ventilatie- en koelinstallatie in de bewaarplaats. Alhoewel in de praktijk blijkt dat die vergelijking vaak niet op gaat.

ISOLATIEWAARDE VAN DE BEWAARPLAATS Naast de technische hulpmiddelen die er voor zorgen dat er geventi­leerd of gekoeld wordt is het isolatiemateriaal in het dak, de wanden en/of de luiken van groot belang om ongewenste warmte en kou buiten te houden. Naar verloop

van tijd loopt toch de isolatiewaarde terug door het vervormen van panelen of het loslaten van afdichtingen bij de inlaatluiken. Tijdens perioden met vorst zal dit zichtbaar worden door condensvorming op de plekken waar er warmteverlies is. Deze ‘lekken’ kunnen ook met behulp van een warmtebeeldcamera opgespoord worden. Door het afdichten (met bijvoorbeeld bouwschuim) van deze lekken zal er een stabieler bewaarklimaat met kleinere temperatuurverschillen zijn en hoeft er minder geventileerd en of gekoeld worden. Deze kleine investering levert al snel flink rendement op doordat er minder ventilatie- en koelacties nodig zijn, met als gevolg een lagere energierekening en minder gewichtsverlies. JAARLIJKS ONDERHOUD EN WETGEVING Bij mechanische koeling wordt alles volgens de wettelijke eisen gecheckt. Ook dat verandert nogal eens en het is voor de individuele akkerbouwer lastig om van alle wijzigingen op de hoogte te

Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen, een uitgave van www.akkerbouwactueel.nl | no. 2 | 2017

blijven. De installateur is dat wel en zorgt er voor, wanneer er een onderhoudsabonnement is, dat aan de wettelijke verplichtingen wordt voldaan. De frequentie van de wettelijk verplichte lekcontroles wordt per 1 januari 2015 niet meer uitgevoerd op basis van de koudemiddel­ inhoud van de installatie in kg maar op basis van de inhoud in CO2 equivalenten, die voor elk koudemiddel anders zijn. Bij installaties met een CO2 equivalent hoger dan 500 ton is een lekdetectiesysteem noodzakelijk en wettelijk verplicht.

Een lekdetectiesysteem is een geijkt mechanisch, elektrisch of elektronisch systeem, waarbij sensoren dienen aangebracht te worden op die plaatsen waar lekkages kunnen optreden en die waarschuwt als deze gassen heeft vastgesteld. Dit geldt voor bestaande en nieuwe stationaire koel- en klimaatsystemen die gevuld zijn met F-gassen. ELEKTRISCHE INSTALLATIES Waar het onderhoud voor mechanische koelinstallaties wettelijke verplichtingen met zich meebrengt geldt dit voor de elektrische


Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen 31

april 2017

installatie die de ventilatie voedt en aanstuurt niet. Door de lange levensduur van de ventilatoren en de elektrische installatie voor ventilatie wordt er minder aandacht besteedt aan het onderhoud hiervan. Waar het controleren en ijken van de meetinstallatie (temperatuur, relatieve vochtigheid en CO2) nog direct verband houdt met het bewaarrendement lijkt dit minder van toepassing op de componenten in het schakelpaneel en de elektrische hoofdverdeling. De laatste jaren wordt er door

verzekeraars met een toenemende intensiteit aandacht gevraagd voor de staat van de elektrische installaties. Met het oog op brandveiligheid en letselschade eist de verzekering elke drie tot vijf jaar een keuringsrapport, afhankelijk van de leeftijd van de installatie en gebouwen. Hier wordt dan gesproken over keuring en in orde maken van de installatie volgens de NEN normen 1010 en 3140. Deze normen beschrijven waar een elektrische installatie aan moet voldoen en ook op welke manier

deze visueel en door metingen moet worden geïnspecteerd. Door de installatie visueel te beoordelen worden de meeste gebreken en tekortkomingen al opgespoord. Daarnaast worden er essentiële metingen verricht om de veiligheid van de installatie vast te stellen. Door met een warmtebeeldcamera de verdeelinrichtingen bij langs te gaan worden eventuele slechte verbindingen opgespoord. Hoewel een dergelijke keuring kosten met zich meebrengt zorgt dit ook voor een verhoogde betrouw-

baarheid en veiligheid. Maar bovenal is het van belang dat tijdens de oogstperiode en de droogfase van aardappelen en uien of bij het inkoelen van wortels er een goed functionerende installatie is, want dat heeft rechtstreeks gevolgen voor het bewaarrendement. ONDERHOUDSCONTRACTEN Ook in de bewaarplaats zelf kunnen een aantal zaken worden gecontroleerd en uitgevoerd. Andere zaken vragen meer kennis en moeten aan de specialist over gelaten worden. Eén: omdat het wettelijk verplicht is en twee: vanwege de veiligheid. De leverancier en installateur van mechanische koeling en ventilatie­ techniek bieden vaak diverse onderhoudscontracten aan. Een combinatie met het opstellen van een keuringsrapport volgens de eisen van de verzekeraar, ontzorgt de akkerbouwer en is een investering die zeker terugverdiend wordt door minder problemen op de momenten dat het er echt op aan komt.

COLOFON De Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen is een special interest uitgave dat deel uitmaakt van het kennis- en communicatiepodium www.akkerbouwactueel.nl. Uitgever van het kennisplatform is Prosu Media Producties. Bladmanagement: Jan Geert Vedelaar (06 - 51 26 87 55) jangeert.vedelaar@prosu.nl Adverteren: Henk Stoel (06 - 10 42 77 26) henk.stoel@prosu.nl Jay Smit (06 - 10 21 27 51) jay.smit@prosu.nl Jan Geert Vedelaar (06 - 51 26 87 55) jangeert.vedelaar@prosu.nl Oplage: 5.750 exemplaren Doelgroep: Professionele akkerbouwers Frequentie: Vijf keer per jaar Redactie: Richard Bender, Ruben Lijzenga Fotografie: Geraldine Nikkels, industrie Vormgeving: uNiek-Design.nl Drukwerk: GBU Media

AkkerbouwActueel is een uitgave van

MEER INFORMATIE OVER BEWARING? Tolsma Techniek Emmeloord B.V. Website: www.tolsmagrisnich.com/nl E-mail: info@tolsma.nl Tel. 0527-636465

Prosu Media Producties Postbus 283, 8250 AG Dronten T 0320 286939 | F 0320 286985 akkerbouwactueel@prosu.nl

www.prosumediaproducties.nl

Voorkomen is beter dan genezen Periodiek preventief onderhoud aan uw ventilatie, koeling en elektrische installatie Tolsma-Grisnich biedt diverse onderhoudsconcepten aan die variëren van het leveren van onderdelen tot aan het volledig uitbesteden van onderhoud. Neem contact op met uw adviseur.

Improving your agribusiness in an intelligent way www.tolsmagrisnich.com


DEUTZ-FAHR VOORJAARSACTIE

5100 G verkrijgbaar vanaf € 32.995,00*

5 serie met gratis geveerde vooras

6 - en 7 serie met gratis € 5.000,00** aan opties

• DEUTZ-FAHR 5100 G LS • Zuinige FARMotion T4Final motor, 71/97 kW/pk max. vermogen • Banden 14.9R24 voor, 16.9R34 achter • Luxe D2L cabine met verstelbaar digitaal dashboard • Snelverstelbare trekhaak

• 3 modellen van 105 tot en met 126 pk (max. vermogen) • Zuinige Deutz T4Final motor • Geveerde vooras met voorbereiding fronthef • 3 DW hulpventielen • Luxe D2L cabine met verstelbaar digitaal dashboard • Powershuttle met Stop&Go

• Geldig voor alle T4Final 6 - en 7 serie tractoren • Powershift, RCShift of TTV transmissie • 6 modellen (6 serie) vanaf 149 tot en met 226 pk (max. vermogen) en twee 7 serie TTV modellen 226 en 246 pk max. vermogen • Mech. of electrische ventielen

DEUTZ-FAHR geeft u de mogelijkheid op een aantrekkelijke wijze in onze nieuwste tractoren te investeren. Een brede reeks met daarin voor elke toepassing de juiste trekker, b.v. de 5G verkrijgbaar als een echte „loadmaster“ waarbij voorzieningen als SDD, Stop & Go, transparant dakluik en powershuttle de trekker uitermate geschikt maken voor voorladerwerk, of de „Roadmaster“ 5 serie met geveerde vooras welke elke oneffenheid voor u wegstrijkt. En dan de 6 cilinders van de 6- en 7 serie, met meer dan 200 opties is het mogelijk een trekker samen te stellen die voor uw bedrijf geschikt is en dat dan met een financieel voordeel van € 5.000,00. Ga naar uw DEUTZ-FAHR dealer en laat u informeren over deze modellen. actieperiode tot 30 juni 2017 *excl. afleverkosten, excl. BTW, **bruto verkoopwaarde aan gebruikte afbeeldingen kunnen geen rechten worden ontleend

DEUTZ-FAHR is een merk van

Financiering vanaf 0%* uw DEUTZ-FAHR dealer kan u informeren over de financieringsvoorwaarden

Akkerbouwkrant april 2017  

In deze editie komen o.a. de volgende zaken ter sprake. Teeltechniek, bemesting, mechanisatie, gewasbescherming, bewaring en pootgoedveredel...

Akkerbouwkrant april 2017  

In deze editie komen o.a. de volgende zaken ter sprake. Teeltechniek, bemesting, mechanisatie, gewasbescherming, bewaring en pootgoedveredel...

Advertisement