Van de voorzitter.
Werk bij zuivelfabriek
Beste lezers, onlangs was uw voorzitter aanwezig op een symposium georganiseerd door de Stichting Museaal en Historisch Perspectief, een Provinciale organisatie met veel overheidssteun die het werk van musea en historische verenigingen begeleid en ondersteunt. Een 150-tal aanwezigen kon kennisnemen van moderne inzichten en eisen die aan de inrichting van musea en andere voor publiek toegankelijke gebouwen dienen te worden gesteld. Wij waren te gast in het “Pest- en Dolhuis” te Haarlem. In de middag verdeeld in 7 groepen, die allen naar verschillende musea in Haarlem op excursie gingen om kritisch te kijken naar de punten die in het morgenprogramma aan de deelnemers voorgehouden waren. De groep waar ik deel van uitmaakte ging op bezoek naar de zetel van de historische vereniging “Haerlem”, het onder monumentenzorg staande pand “De Hoofdwacht” tegenover de St. Bavo kerk aan de Grote Markt. Een fraai gerestaureerd pand, waarvan de geschiedenis teruggaat tot de 13e eeuw en het oudste stadhuis van Haarlem is. Een onderkomen in stijl. Desgevraagd zei me de voorzitter die ons ontving, dat de vereniging momenteel 1750 leden telt en zeker wel wat meer actieve leden zou kunnen gebruiken voor de diverse werkgroepen die “Haerlem” in het veld heeft. Zo zijn er naast enorme verschillen tussen deze vereniging en de onze, toch ook weer overeenkomsten. Enerzijds kan ik wel jaloers zijn op hun prachtige huisvesting anderzijds ben ik ook trots dat er in Middelie een veel groter percentage van de inwoners door het lidmaatschap betrokken is bij de historische vereniging dan de vereniging te Haarlem. Het was een interessante dag. Piet Laan. ◄●
Herinneringen aan het werk van Jan Pranger, die werkte in de zuivelfabriek van Middelie. Het was in het jaar 1921 dat mijn vader Jan Pranger de overstap maakte van boerenknecht bij de familie Jan Reier Plas naar de zuivelfabriek. Om precies te zijn op 2 mei 1921 als melkontvanger. Ook heeft hij in de botermakerij gewerkt. Daar volgde hij een cursus voor in Alkmaar. De werktijden waren ’s morgens van 7 uur tot 12 uur en ’s middags van 5 uur als de avondmelk werd aangeleverd tot het werk af was 10 uur of later. Eėn dag in de week had hij een vrije dag. Was het eerst op een maandag, de volgende week op een dinsdag enz. tot de zaterdag dan kwam de zondag erbij. Tussen de twee werktijden had hij dan tijd voor de volkstuin aan de Jaagweg. Op de fiets langs het landpad of varende met de ijzeren jol. Twee keer heeft hij op het werk verzuimd, 1 keer voor een ziekenhuisopname omdat hij in de fabriek van een hoge betonnen trap was gevallen. In de zomer als het warm weer was moest met hete stoom schoongemaakt worden, nou dan viel hij wel een paar pondjes af. Maar in de winter met sterk ijs was er altijd wel even tijd om met een clubje collega’s een baantje te trekken. Zoals de Zeevangstocht in de winter van 1962-1963. In de zomer had hij vier dagen vakantie voor familiebezoek op de fiets naar Hilversum, de volgende dag naar Santpoort en de derde dag naar Koog aan de Zaan om de laatste dag weer naar huis te gaan. Op 2 mei 1961 kreeg hij met Oom Jan Blakborn “de melkrijder” uit handen van Burgemeester Schoon een ridderorde opgespeld in brons, want verschil moet er zijn.
“Ons Belang”
▪ Zeevangstocht 1962–1963. R. van Laar, Klaas Vierstra, Jan Pranger, J. Eliveld, Boonstra?, Jan Pranger Jzn, Eising?, Piet de Boer.
rrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrr [|áàÉÜ|áv{ ZxÇÉÉàáv{tÑ bâw@`|wwxÄçx Wx cÉáà D
En een gezellige feestavond met een zaal vol mensen. En zo heeft hij 43 jaar met hart voor de zaak gewerkt alsof het zijn eigen bedrijf was. Ge Rijswijk – Pranger (Edam) ◄●
Tot ± 1900 werd de kaasmakerij uitsluitend op ambachtelijke wijze uitgevoerd en dan meestal door de boerin, soms samen met de in dienstzijnde meid. Dat gebeurde handmatig met beperkte hulpmiddelen zoals bakken, doeken, houten kaaskoppen, zoutbakken en simpele manieren van persen.
“Ons Belang”, de geschiedenis van een zuivelfabriek. (deel 1) Al lange tijd leeft bij de redactiecommissie het idee om onze lezers te informeren over het ontstaan van het woonwijkje “Ons Belang”, omdat veel jonge- en “import” bewoners van Middelie de achtergrond van deze naam wellicht niet zullen kennen. Dat heeft schrijver dezes doen verleiden om in de archieven te duiken. Dit om wat meer historische achtergronden te kunnen aangeven. Voorts is veel van dit verhaal uit schrijver's eigen herinnering. Al vaker is aangegeven dat Middelie een typisch boerendorp was, waar de veeteelt een sterk overheersende rol speelde, zoals in de hele Zeevang en vele andere graslandgebieden in Westelijk Holland: een land van vlees en melk. Vooral dat laatste was (en is nog) de kurk waarop de melkrundveehouderij drijft. Melk is echter een moeilijk te bewaren product; toch is al vele eeuwen het biologisch proces bekend, en verder ontwikkeld, om de droge stof in de melk langer houdbaar te maken. Simpel gezegd het maken van kaas. ▪ “Ons Belang”, fotograaf en het jaar van opname is niet bekend. Wie kan ons hierover meer vertellen?
▪ Edammer kaasmarkt rond 1900.
De kennis ging over van generatie op generatie en veranderde weinig. Eenieder deed het op zijn manier met meer of minder succes. Theoretische kennis van het kaas- en rijpingsproces had men niet en technisch onderwijs was er al helemaal niet. Iedere boer en boerin deden de werkzaamheden naar beste kunnen en hoopten verder maar op Gods zegen. Toch gelukte het de boeren om een gemiddeld goed houdbaar product te maken en daar een stuk bestaanszekerheid mee op te bouwen. Daarnaast gaf het zoveel continuïteit, dat het platteland en de dorpen in stand gehouden en verder ontwikkeld konden worden. De gouden eeuw was ook voor de boeren een goede tijd; reeds in 1612 werd op de kaasmarkt in Hoorn al ruim 3,5 miljoen pond kaas aangevoerd. Ook de kaasmarkten van Alkmaar (nog steeds bestaand), Edam en Purmerend floreerden. Kaas was toen één van de belangrijkste handelsproducten van ons land. Dat maakte echter dat de boeren
rrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrr [|áàÉÜ|áv{ ZxÇÉÉàáv{tÑ bâw@`|wwxÄçx Wx cÉáà D
ook afhankelijk werden van de toestand in de wereld. De Portugezen waren bijvoorbeeld een belangrijke klant en toen in 1755 de stad Lissabon grotendeels door een aardbeving werd verwoest, kelderden de kaasprijzen direct met zo'n 25 %. De achttiende eeuw was een magere periode voor de boeren. De export liep moeilijker doordat diverse landen import beperkende maatregelen namen om de eigen landbouw te beschermen. Er is dus niets nieuws onder de zon want dat is vandaag de dag nog steeds een probleem. Verder werden verpondingen (belastingen) en pachten sterk verhoogd en ook de dijk- en polderlasten liepen flink op. De grootste tegenslagen ondervond men echter op het boerenbedrijf zelf in de vorm van besmettelijke veeziekten zoals veepest, die de boeren in die eeuw minstens driemaal trof. In 1744 raakte 80% van de Noord-Hollandse veestapel besmet en veel dieren stierven. Ook miltvuur, boutvuur en mond- en klauwzeer kwamen met regelmaat voor. Vanaf het jaar 1775 brak gedurende honderd jaar voor de boeren een betere tijd aan, die rond 1875 overging in een “gouden” periode, waarna weer een crisistijd aanbrak. Tijdens de hoogtijperiode van ± 1860 tot 1875 bleek dat, vooral op de betere kleigronden, de boerinnen er niet zoveel ▪ Het kaasmagazijn van “Ons Belang”.
zin meer in hadden om over de rand van de kaasbak te hangen en dat zware werk te doen. Ook de industriële ontwikkeling was op gang gekomen en zoog arbeidskrachten van het platteland. De toepassingen van de stoommachine waren velerlei en raakte ook op het platte land bekend. Eén van de pioniers op het gebied van vernieuwingen in de kaasmakerij was Wouter Sluis uit de Beemster. Al in 1872 reisde hij naar Engeland en Denemarken om nieuwe technieken te bekijken. De Noord Hollandse boeren waren echter gewend de zaken in eigen hand te houden en de gedachte om de eigen melk zomaar bij die van een ander tezamen te doen ondervond veel weerstand. Toch begonnen in enkele dorpen kleine groepjes boeren, meestal zo'n 10 à 15, een “kaasfabriek” en trotseerden vele moeilijkheden en scepsis van collega’s en kaashandelaren. Lagere inkomsten door concurrentie en de meer kwaliteitsbewuste consument maakten dat het proces van samenwerking doorging. In 1904 waren er al 74 kaasfabrieken opgericht in Noord-Holland boven het Noordzeekanaal. De geïsoleerdheid van Middelie, met eigenlijk alleen maar vaarwegen, maakte dat het oprichten van een kaasfabriek toch nog lang duurde. De voorbeelden waren er dus al toen in 1907 Jan Bark Mzn. het initiatief nam om ook in Middelie
rrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrr [|áàÉÜ|áv{ ZxÇÉÉàáv{tÑ bâw@`|wwxÄçx Wx cÉáà D
een kaasfabriek op te richten; het werd “Ons Belang” waar begin juni van dat jaar de eerste melk in de bak werd gekieperd voor gezamenlijke rekening en risico. Piet Laan. (Wordt vervolgd)
Rook
nooit een sigaar onder het
fietsen! Deze echt gebeurde anekdote werd ingezonden door een oud-Middeliese mevrouw Breg Jurriaans-Vroom, nu wonend te Amsterdam-Noord. De kermis in Hobrede heb ik nooit vergeten, want daar moest mijn Vader vioolspelen. Hij moest van Middelie op de fiets daar naar toe, langs de Purmerringsloot. Dus gaf hij eerst Moe een zoen en daarna zoende Pa mij. Dan een sigaar opsteken en er vandoor. Het was een erg stijve wind. Toen hij 't fort en 't spoorlijntje (van Kwadijk naar Edam, redactie) over was, werd het erg warm op z'n borst. Hij klopte op zijn jasje en … de vonken vlogen er af! Vlug afstappen en uitkleden. Een fietser uit de richting Kwadijk stapte bij Pa af en vroeg: 'zeg Klaas Vroom, ga je zwemmen?'. 'Welnee Willem' zei Pa 'ik stond in de fik! m’n jas en m’n jasje en overhemd zitten met gaten en de rest met schroeiplekken en ik moet naar Hobree voor de Kermis te viool spelen'. 'Nou' zei Willem' dan ruilen we toch van kleren, ik die van jou en jij gaat in de mijne, dan kan je toch erheen'. En zo is het dus gegaan. De volgende ochtend riep Pa me en zei: 'laat Moe nog maar effen slapen'. Vlug maakte ik voort en dacht: zou Moe ziek wezen? Maar het was heel anders. Pa vertelde me wat er de vorige dag gebeurd was. Dus vlug de kleren van Willem in de tas en gauw op pad. Wij woonden op het Edammerdijkje en Willem voorbij de school, dus wel een aardig tippeltje. Toen ik er aankwam stond Willem op de uitkijk, want z'n vrouw was danig uit haar humeur toen ze de kleren zag waarmee Willem naar huis was gekomen. Maar toen ik de tas openmaakte met de kleren van haar man knapte ze weer op. Ik gauw weer de kleren van Pa in de tas en weer vlug op huis aan. Toen ik thuis kwam zaten Pa en Moe te praten en moesten we toch wel lachen, want de verdiensten van de kermis waren meegevallen. Breg Jurriaans-Vroom. ◄●
Macht en de Gewone Man. Dit is alweer het 4e deel van de Vaderlandse- en Zeevangse historie, uit de archieven opgedoken en boeiend weergegeven door Jaap Molenaar. In het vorige artikel zagen we dat tussen 1300 en 1500 er in de Zeevang een vrij stabiele situatie heerste. In deze periode werd de heerlicheijt Oosthuizen bestuurd door leden uit de familie van Heemskerk. Hoewel er strubbelingen zijn gemeld, waren die in de Zeevang, en zeker in Middelie, nauwelijks merkbaar. Bestuurlijk veranderde er in deze periode wel het een en ander. We zouden het een detailreglementering kunnen noemen In de steden werden regels t.a.v stadsverdediging, brandveiligheid, rechtspraak en scholing nauwkeurig vastgelegd Op de naleving werd gelet en waren de straffen voor onze begrippen streng. Het was de tijd van kerkebouw met de daarbij behorende kunstuitingen. Boeken werden geschreven en verluchtigd met prachtige afbeeldingen Men keek naar wagenspelen waarvan de acteurs o.a. op kermissen, het volk
vermaakten Aan het einde van de 15e eeuw ontstonden in vele streken de rederijkerskamers. rrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrr [|áàÉÜ|áv{ ZxÇÉÉàáv{tÑ bâw@`|wwxÄçx Wx cÉáà D
Hier beoefende men het voordragen van worden, werd er onder invloed van enkele gedichten, liederen en verhalen. Vaak Middeliër doopsgezinden een stoer, eenvoudig uitmondend in het uitbeelden van het verhaalde. gebouw gesticht dat, zelfs na een eeuw, nog Daaruit ontstonden de toneelen stevig in functie is. Het is een kenmerkend en rederijkerskamerwedstrijden, die landjuwelen bekend feit dat vele doopsgezinde gemeenten werden genoemd. Zo is het in die tijd voor een belangrijk deel uit rijke en sociaal geschreven toneelspel "Mariken van ingestelde mensen bestonden. Een Nimweghen" tot zelfs in onze tijd bekend omstandigheid die in diverse ontwikkelingen is gebleven. In deze periode ging men zich terug te vinden, zoals het oprichten van bezinnen over het geloof. Luther ( 1483-1546), agrarische verenigingen en/of coöperaties. Calvijn (1509-1564) en Zwingli (1484-1531) Bepaalde familienamen hebben een groot keerden zich van de Rooms Katholieke kerk af stempel op dit soort activiteiten in het dorp en kregen duizenden volgelingen. Hierbij moet gedrukt. De beeldenstorm wordt in de ook Menno Simonsz. (1496-1561) worden geschiedenis gedateerd in 1566, maar we kunnen genoemd. Hij stichtte de Doopsgezinde aannemen dat deze omwenteling van de Broederschap. Een vrij rechtlijnige Protestante Roomse kerk naar de protestantse geloof een gezindte, die pleitte voor soberheid en langjarig proces is geweest, dat de gemoederen tegenstander was van de kinderdoop. In de heftig heeft bezig gehouden De macht van de periode vóór de reformatie (hervorming) kerk werd niet direct gebroken, maar veranderde werden de aanhangers van deze nieuwe sterk. De "gewone man" zal er zelfs niet alles geloofsrichtingen streng vervolgd en gestraft. van gemerkt hebben en zal naar we kunnen Dat had tot gevolg dat men in het geheim bij indenken braaf de "heren" hebben gevolgd. elkaar kwam, voor het bijwonen van Wereldlijke of overheidstaken werden door de kerkdiensten. Een aantal van deze groeperingen doopsgezinden afgewezen, daar men slechts vluchtte naar plaatsen, waar men door de God als leidsman erkende. Een opvatting die moeilijke bereikbaarheid veilig was. Zo is zich tevens uitte in de afwijzing van het voeren bekend dat een groep zijn toevlucht zocht op van oorlog en het opnemen van de wapens. Een het Schermer Eiland. In deze periode opvatting die door andersdenkenden wel werd emigreerden vele mensen naar andere landen. gerespecteerd, maar zelden werd nagevolgd. Het In 1492 had men Amerika ontdekt en al snel had tot gevolg dat vaak uitstekende bestuurders trokken de eerste landontdekkers naar dat zich niet in het bestuur van het land, provincie continent. In het begin van de 17e eeuw of de steden lieten benoemen. In verenigingen, stichtten deze landverhuizers, zoals deze waterschappen en het kerkbestuur was dat geen mensen werden genoemd, de stad New York. probleem. Door hun soberheid en gedegen We moeten bedenken dat, om te leefwijze waren vele doopsgezinden vaak "landverhuizen", men moest beschikken over kapitaalkrachtig en dat uitte zich bij de boeren in geld om de overtocht te betalen. Het is aan te grotere bedrijven en bij de kooplui in florerende nemen dat een groep minder draagkrachtige zaken en bedrijven. Een andere kant van macht dopersen in het midden van de 16e eeuw is is wetenschap. Weten is een kwestie van leren, neergestreken in Middelie. Het dorp was immers lezen en onderwijs. Dat was in de eeuwen vòòr slechts via een vaartuig te bereiken of in de 1600 vooral een voorrecht van kleine groepen. zomer over eenvoudige moeilijk begaanbare De kerken hadden hun Latijnse scholen, waar de landpaden. In 1772 werd in Middelie een eenvoudige vormen van schrijven, rekenen en Doopsgezinde kerk gebouwd. Het is opvallend vooral een kerkelijke opvoeding werden dat in dit "zwarte geloofsgebied", een vrij gegeven. Na de reformatie gingen ook de belangrijke groep Menisten of Dopers woonden. burgerlijke instanties zich hiermede bemoeien. Hun leefwijze is sober, eenvoudig en rechtlijnig. Er ontstond een schoolstrijd, want de kerken In 1672 was 45,5% van de Middeliër bevolking hadden op dit terrein een monopolie. De doopsgezind. In Warder was dat 0% en in boekdrukkunst versnelde deze ontwikkeling en andere dorpen minder dan 5%. Dat het hier een rond 1700 was in onze provincie zeker doopsgezind eiland bleef, blijkt uit het feit dat driekwart van de mensen de schrijfkunst begin 1800 bijna 50% doopsgezind was. Toen machtig. Dat is eenvoudig na te gaan bij de de Doopgezinde kerk in 1899 vervangen moest bestudering van de notariële akten uit vroeger rrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrr [|áàÉÜ|áv{ ZxÇÉÉàáv{tÑ bâw@`|wwxÄçx Wx cÉáà D
jaren. Deze moesten na voorlezing door de notaris worden ondertekend. Dan blijkt dat velen van onze voorouders konden schrijven en slechts enkelen aangaven de "schrijfkunst niet machtig" te zijn en met het zetten van een kruisje aangaven de akte te erkennen. Waarschijnlijk zal in Middelie aan het einde van de 17e eeuw of begin 18e eeuw een schooltje zijn gekomen. We hebben gezien dat in dit dorp een groot aantal boeren woonden en daarnaast een aantal kapiteins en schippers.
dag, de zondag, was het niet de bedoeling dat de schoolmeester ging uitrusten. Natuurlijk moest hij het schoolwerk van alle klassen in zijn eigen tijd nakijken en verbeteren, maar op zondag rekende men er op dat hij de koster van de kerk assisteerde. Hij was voorzanger of orgeltrapper en moest na afloop van de dienst niet zelden de dominee begeleiden naar een naburig dorp. Het is wel opmerkelijk dat in vele gevallen de onderwijzer van een gemeenschap zelden in een overheidsorgaan werd gekozen. Hij was een ondergeschikte die met een karig loon geacht werd kennis over te brengen aan de kinderen, opdat die konden profiteren van de stelregel "Kennis is macht".
▪ Een boerenschool in de 17e eeuw.
We kunnen aannemen dat het vergaren van kennis door deze mensen van groot belang werd geacht. De lessen werden verzorgd door een leraar. Hij was hoofd der school maar moest ook in zijn eentje voor alle klassen de leerstof verzorgen. Deze leerstof bestond in hoofdzaak uit schoonschrijven en beheersing van de taa1, daarnaast waren de zanglessen van groot belang. Stichtelijke liederen, die staande werden gerepeteerd en gezongen. Verder hoofdrekenen en godsdienstlessen. Men kreeg 6 dagen in de week les en deze begon meestal 's morgens om halfacht en duurde tot twee uur in de middag. Dat was begrijpelijk als we bedenken dat de leraar in de regel de grafdelver was, klokkenluider en gemeentebode en o.a. brieven naar Edam moest brengen. Het gehele onderwijzersgezin was trouwens actief, want van de echtgenote werd verwacht dat zij de meisjes de kunst van nuttig handwerken, strijken en huishoudelijke bezigheden bijbracht. De zevende
De bedijkingen.
De toestand in de eerste jaren van de 17e eeuw zijn nauwelijks voor te stellen in Middelie en Axwijk. Een smal paadje liep van het Noordeinde tot aan het landpad in het zuiden. In de winter nat, ongelijk en pruttig. In de zomer, afhankelijk van het onderhoud door de aanwonende, goed begaanbaar. Over de vele sloten een stevige plank, zodat men toch gebruik kon maken van deze eenvoudige dorpsweg om naar school en kerk te gaan. De bakker en de slager liepen hier met zijn negotie in een mand langs en zullen in veel gevallen wellicht gebruik hebben gemaakt van een bootje. Aan de oevers van het Purmermeer - het huidige Rijperpoldertje - lag het gehucht Axwijk. Met eenvoudige lage dijkjes hadden onze voorouders hun woongebied beschermd. Maar bij storm en hoog water dan sloeg er regelmatig weer een stuk van het "oude land" af en men zal ongetwijfeld veel angst hebben gehad als de rrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrr [|áàÉÜ|áv{ ZxÇÉÉàáv{tÑ bâw@`|wwxÄçx Wx cÉáà D
in de ringsloot pompten (maalden). Een ander motief was de gunstige economische situatie in ons land. Dat er veel polders zijn zal bekend zijn, maar er zullen toch weinig gebieden zijn van gelijke oppervlakte als onze provincie, waarin de polderkaart van ca 1900 een aantal van 314 grote en kleine polders worden genoemd. Nu mogen we niet zeggen dat de drooglegging van landbouwgronden alleen maar in het belang van de rijken en de regeerders was. De vele mensen die jarenlang hun brood verdienden met de aanleg van dijken en het inrichten van de polders met sloten, wegen en begreppeling moeten we niet vergeten. Evenals de molenmakers en middenstanders, die in de nieuwe gebieden werk naar overvloed vonden. In deze jaren waren tevens de bevolkingsgroei, de verstedelijking en de goede prijzen van de landbouwproducten die de ontwikkeling en inrichting van de nieuwe landbouwgebieden ten goede kwamen. Aanleg van vaarten en kanalen zorgden voor een goede verbinding met de handelssteden zoals Amsterdam en Zaandam. In de polders waren de boerenhoeven in de regel eigendom van de kooplieden die hun geld in de drooglegging hadden gestoken. In de fraaie gebouwen was veelal een heerenkamer aanwezig. Hier verbleef in de zomer de landheer en liet hij zich dan bedienen door de boer en boerin. In de loop der jaren verdiende de boer een zodanig inkomen, dat hij in staat was om het bedrijf te kunnen kopen. Na enkele eeuwen ontstond de boerenadel, zoals deze polder-boeren wel werden genoemd. Een groep personen, die in kerk, polderbestuur en vele verenigingen de dienst uitmaakten en aan te merken was als nieuwe machthebbers in een gebied. Maar hetzelfde verschijnsel zagen we tevens in de oude landbouwgebieden, zoals Waterland en de ▪ Drietrapsbemaling. Zeevang. Ook in Middelie was een vrij kleine groep boeren, die als kapitaalkrachtigen de grootste zeggenschap hadden. Er werd getrouwd tussen families "met geld" en een naam hadden die paste in de genoemde boerenadel. In Axwijk was een zogenaamde "overhaal" of "overtoom" aangelegd. De huidige boerderij aan de Purmerdijk van de familie Hamstra heet nog steeds "overtoom''. Hier werden de schepen over de dijk getild en konden via de poldervaarten naar het centrum van de polder varen. Ook bij polders als de Beemster e.a. waren deze overhalen aanwezig. molens op één gang het water vanuit de polder Het was een concessie aan de schippers en rrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrr [|áàÉÜ|áv{ ZxÇÉÉàáv{tÑ bâw@`|wwxÄçx Wx cÉáà D "waterwolf" weer dreigde toe te slaan. De vissers konden simpelweg hun beroep uitoefenen. Er was een controverse tussen de boeren en de mensen die met de visvangst en scheepvaart hun brood verdienden. Tegenstrijdige belangen, vaak uitmondend in kiftpartijen of erger. Totdat de machtige kooplieden uit de steden hun zinnen zetten op het droogmalen van de vele meren in ons gewest. Uit Amsterdam vooral, maar ook uit Edam, Monnickendam en Purmerend kwamen ze bijeen en smeedden hun plannen. Daar dezelfde personen ook meestal de dienst uitmaakten in besturen van provincie, steden en dorpen, was de tegenstand uit die richting te verwaarlozen. De "gewone man" werd nauwelijks gekend in de plannen. En als er al werd gesproken, was het in de regel een mededeling, waarmee de vredemakers naar de dorpen terug konden gaan om uit te leggen wat er ging gebeuren en dat, zo mogelijk, te verdedigen. Hierover zal door de eenvoudige vissers, scheepsvolk en anderen wel gemopperd zijn. In Edam werden zelfs door hen enkele malen de sluizen vernield, maar uiteindelijk won zoals altijd, de macht van de "heersers" en werden in het begin van de l7e eeuw de Beemster, de Schermer, de Wormer en de Purmer drooggemalen. Noord Holland had al in vroeger tijden grond gewonnen door drooglegging van ondiepe gebieden. In deze periode van 1600 tot 1650 was de drooggelegde oppervlakte wel heel groot. Dat vond zijn oorzaak in de uitvindingontwikkeling van de watermolen die het mogelijk maakte zelfs diepe meren leeg en droog te malen. Men maakte daarbij gebruik van de drie- en viertrapsbemaling. Een methode waarbij 3 of 4
andere personen die afhankelijk waren van het vervoer en broodwinning middels het water. Het is een voorbeeld van een concessie van de bestuurders aan de "gewone man". Jaap Molenaar. (wordt vervolgd)
De boerderij aan het laantje en de sporen uit haar verleden.
heel vroeger aan de zuidkant bevond. Dat een over-overgrootmoeder Wijntje Tuijn, daar verdronken was. Namen van buren, ijzersterke verhalen over mensen die ik alleen maar als broze bejaarden kende. Over de twee koeschuiten die in de rietderg lagen. De potscherven, apothekerpotjes, flesjes uit de 17e eeuw die allemaal op de boerderij gevonden waren en waar niemand meer precies de achtergrond van kende. Op zolder, waar je beslist niet komen mocht, stonden fietsen onder dik spinrag en was er een kastje met schoolspullen en speelgoed van mijn moeder. Een heel grote schelp lag in de la, waar zich ook griffeldoosjes en tijdschriften bevonden van voor de oorlog. Mooie kralen en andere spullen die je in je zak kon steken, nam je mee als buit voor in de hut. We hadden altijd wel ergens een hut, ruimte genoeg. We zochten in verstevigde dammen tussen het puin naar stukken heel servies. Allemaal van aardewerkfabriek Fris uit Edam. In de hut waren we er zuinig op, totdat de hut in z’n geheel in de vergetelheid raakte. We leefden met de dieren: de katten, honden, cavia’s, konijnen, hamsters, zelfs een papegaai. En natuurlijk de koeien, schapen, varkens en paarden. Sommige waren echte gezinsleden geworden, anderen bleven naamloos. Die belandden herfstdags in de vriezer en werden later anoniem opgesmikkeld. Voor de huisdieren legden we kerkhoven aan met gedenkstenen en kruizen. Ieder plekje op het erf had voor ons als kind een eigen geschiedenis, omgeven met een waas van mysterie.
Ten tijde van Duurtje, Doortje en Wen. Veel onderzoek, ongetwijfeld het in familiekring urenlang ophalen van verre herinneringen, gecombineerd met waarlijk auteursschap hebben dit mooie verhaal opgeleverd. De geschiedenis van een boerderij, een kroniek van een echte Middeliese familie en haar eigen herinneringen, geschreven door Sefanja (Wendy) Muts. En langs het tuinpad van mijn vader zag ik de hoge bomen staan ….. Toen één van die bomen twee jaar geleden omwaaide, namen zijn takken mijn vader bijna mee. Mijn vader rende de goede kant op, tegen de wind in. We hadden gelukkig alleen de boom verloren. Natuurlijk behoorlijk wat schade aan de boerderij, maar het had allemaal zoveel erger gekund. Het was wel een van de twee oudste bomen. We wandelden over de uitgestrekte stam die nu nog groter leek dan ooit. We keken Mijn moeder. naar de knoesten waar we vroeger kikkerogen in Mijn moeder Dora meenden te zien. Zochten de zware tak waar Westerneng is geboren zovele schommels aan vastgezeten hadden en en getogen op de betreurden het gat dat geslagen was in ons boerderij waar ze nu groene dak. Als je bij veel wind lekker in je nog woont. Ze is daar bedje lag, kon je de zee horen in de bladeren. opgegroeid met haar Het zuchtend steunen van de boerderij die de oudere zus Janny en zij zoveelste storm te verduren kreeg. Het piepen herinnert zich vooral de van een staldeur; het terugslaan van de lage dakgoot op de warmwaterkraan; de vochtige kampfergeur van zuidkant. De dakgoot de slaapkamerkast; allemaal zo vertrouwd. De was zo laag, dat als zij wetenschap dat zelfs mijn opa’s opa op deze op een houten bankje stond, zij er in kon kijken. plek groot geworden is, kun je niet bevatten als Torretjes, wurmen en alles wat kruipen kon, kind. Maar je wist het wel. Het mooiste waren werden in glazen potjes in de dakgoot verzorgd. de verhalen die verteld werden ’s zondagsZe was vrijwel dagelijks bij sloot te vinden, middags als mijn opa en oma ’te gast’ waren. Er roerend met een stokje in de prut. Op zoek naar werd verteld over de boenwal en dat die zich bloedzuigers, die zij dan op haar arm liet zitten. rrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrr [|áàÉÜ|áv{ ZxÇÉÉàáv{tÑ bâw@`|wwxÄçx Wx cÉáà D
Hier waren haar ouders niet echt blij mee. Ook van. Er werden drie meisjes geboren, Diane, niet altijd als ze op Afie, de fokzeug reed. Dora Margaret en ik Sefanja, die altijd Wen(dy) reed graag op Afie, maar als die biggen moest genoemd werd. Piet stopte met boeren, zodat mocht het niet. Als ze hem riep dan kwam hij een noodzakelijke schaalvergroting van het als een hondje aanlopen. Het moet een koddig boerenbedrijf niet plaats vond. Zo bleef onder gezicht geweest zijn, een klein meisje op de rug andere het smalle laantje gespaard. Waar eerst van zo’n groot varken. Haar speciale plekje op nog alleen de essen stonden had Piet in zijn de boerderij bevond zich op het zogenoemde bomendrift een zee van groen geplant. Het ‘bak-end’. Het was een soort gang met een heel laantje was een bomenlaantje geworden. De klein raampje waar een waterbak stond. Daar boerderij zelf werd druk verbouwd. Er kwam stonden een paar kleine stoeltjes en een tafeltje. een badkamer en centrale verwarming in plaats De vloer liep erg schuin, want door het van kolenkachels. Er werd een modieus fundament van de kelder was daar de vloer knuppelhek getimmerd aan de twee essen. Het blijven staan, terwijl de rest vrolijk verzakt was. dorp werd aangesloten op het riool, behalve de Er lag zoals gebruikelijk in die tijd overal zeil op boerderij aan het laantje. Door de afstand was de vloer en voor iedere deur een kleedje. Dora het erg duur. Waarschijnlijk is dit een van de gebruikte het kleedje vaak als bootje, waarmee weinige plaatsen waar nog steeds op de sloot ze van het hoge- naar het lage gedeelte ’roeide’. geloosd wordt. In vier winters bouwde Piet In wintertijd bond zij blokjes om haar voeten en Muts een watermolen die ervoor zorgde dat het ’schaatste’ over hetzelfde zeil. Tijdens de smalle prutslootje een gezonde sloot werd. inundatie (toen de Zeevang blank gezet was om Geheel en al conform de tijdgeest kreeg de de Duitsers af te schrikken) bleef de boerderij kelder de functie van wijnkelder. Daarvoor ging en het grootste gedeelte van het erf, gelukkig zelfs het mes in de vaste vloerbedekking. In droog. Het water kwam tot de twee grote essen. 1983 plantte de hele familie 1250 eikenbomen Dora herinnert het zich alsof de terp veel hoger naast het Hennelandje. Onder deze inmiddels was dan nu het geval is, maar zij was toen flinke bomen heeft mijn vader 1000 m2 sneeuwnatuurlijk ook een stuk kleiner. Zij heeft een klokjes geplant. Ieder voorjaar klingelt daar een keer een step geleend en weet nog dat zij vanaf kleine Melkweg een lenteliedje. de boerderij tot het begin van het laantje niet Een vijf meter diepe put. hoefde te steppen, omdat het zo schuin afliep. Een van de verbouwingen in de jaren zeventig Aangezien dit een echte herinnering is, is het bracht een as-laag naar boven. Tijdens het misschien mogelijk dat door de ladingen uitmesten van het vierkant wat ieder voorjaar schelpen en kiezelstenen de terp nu inderdaad afsloot, was Piet Muts nog nooit zo diep gegaan. wat geleidelijker afloopt. Veel bomen waren in De as-laag die tijdens de verbouwing bloot de oorlog al gesneuveld als brand- of gelegd werd, was een fijne gele laag met veel klompenhout. Degenen die nog stonden, vielen gesmede spijkers er in. Het duidt erop dat heel nu ten prooi aan het brakke water. Behalve de vroeger de boerderij eens afgebrand moet zijn twee grote essen. Als stoere wachters stonden geweest. Niemand weet daar echter iets van. zij in het na oorlogse kale landschap, ondanks Onder het woonhuis moet deze laag nog de natte voeten die zij opgelopen hadden. Dora onaangetast liggen. Opmerkelijk is, dat het bleef na haar trouwen met Piet Muts op de vierkant is gemaakt van oud hout. Er zijn boerderij wonen. Piet Muts werd boer en nam inkepingen in de dragers die doen vermoeden de boerderij van zijn schoonvader over. In de dat ze misschien van oorsprong afkomstig zijn vaart der volkeren werd het land na de oorlog uit een molen. Waarschijnlijk was er na de brand opgebouwd en ook Middelie bleef niet achter. geen geld voor nieuw hout. Het schijnt dat veel Vele bomen werden geplant, want als boerderijen opgebouwd zijn uit oude delen van vogelliefhebber had Piet ook een passie voor molens. Op de plaats waar de boerderij staat bomen ontwikkeld. Terwijl andere boeren moet sprake zijn van een erg vroege bewoning. rietdergen tot land maakten, legde hij ze juist Hoe vroeg? We weten het natuurlijk niet, maar aan. De ouwe koeboten waren de fundering mijn vader heeft op het erf een grote scherf voor twee grote rietdergen. (Een ervan is nu gevonden, die hij heeft laten onderzoeken. Het nog te zien.) Verschillende vogels, waaronder bleek de kraag van een kogelpot uit de twaalfde een ijsvogeltje, maakten er dankbaar gebruik rrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrr [|áàÉÜ|áv{ ZxÇÉÉàáv{tÑ bâw@`|wwxÄçx Wx cÉáà D
eeuw te zijn. Tijdens dezelfde verbouwing stuitte Piet ook op een heuse “welput”. Op de rand van het vierkant, bij de stal aan de westkant. Een diepe kogelvormige put. Familie en kenners werden erbij geroepen, de put was wel 5 meter diep met open voegen. De grote stenen kloostermoppen werden bekeken, de vorm van de put werd bewonderd. Er stond water in en we fantaseerden over wat er op de bodem te vinden zou zijn. Het leek er op dat er niets in zat, de put werd zorgvuldig afgedekt en bevindt zich nu onder 10 cm beton voor het nageslacht. Dit klinkt hardvochtig, maar als we willen kunnen we hem uitgraven. Ook een hobbyboer moest soms praktisch denken. En gelijkvloers beton was wel zo schoon. De pootafdrukken van onze hond van toen staan er nog in. We zagen het net te laat: hij liep al over het natte beton naar buiten. Zo heeft ook hij letterlijk en figuurlijk zijn sporen achtergelaten. Misschien geen sporen van betekenis, maar die ons iedere keer, als dat stukje stal gebezemd wordt, stilletjes ontroeren.
Mijn Oma.
weg. Pas in ongeveer 1939 kwam er waterleiding op de boerderij zelf, uit de eigen beurs welteverstaan. Een andere wens van Duurtje omvatte wat wij nu ’privacy’ noemen.
▪ Janny Westerneng en Jan Dol. Op de achtergrond de boerderij met links het bak-end
De knecht Jan Dol, sliep in een bedstee in de kamer. Hij werkte ook al bij Jan Westerneng en sliep daar dus al jaren. Maar dat was toch wel erg onvrij. Er werd voor hem een bedstee getimmerd bij het bak-end. Als Piet te pandoeren was, kon Duurtje tenminste gewoon met haar vriendinnen in de kamer zitten. En Jan Dol hoefde geen last te hebben van de visite. Mijn Oma wil best toegeven, dat een inwonende knecht niet echt bevorderlijk was voor het levensgeluk van een pasge trouwd stel. Duurtjes favoriete plek op de boerderij was de keuken geworden. Door het kleine raam genoot ze van het uitzicht in de lente op de schapen met lammetjes. Hield een oogje op de kinderen die als ze nog klein waren, aan touw stonden. De zuid- en oostkant waren echt het woongedeelte van de boerderij. Het vierkant, de stal, de dars en de boenwal bevonden zich aan de west- en noordkant. Tussen de grote essen wapperde meestal de was. De vrolijk gekleurde jurkjes van Janny en Dora wapperden naast de blauwe kielen en grijze werkjasjes. Blauwe overalls zag je pas na de tweede wereldoorlog, mijn opa heeft die nooit aan gehad. De goederentreinen die door het landschap reden, waren volgens mijn oma een bezienswaardigheid. Vooral de aardappeltreinen waren erg lang. Je zag wanneer ze kolen op het
Mijn Oma Dieuwertje (Duurtje) WesternengVroom is niet op de boerderij geboren, maar er mee getrouwd. Pieter Westerneng was er wel geboren. (Zie overzicht eigenaars/bewoners). Duurtje herinnert zich vooral dat ze de boerderij akelig oud vond. Het was in de crisisjaren dat ze er kwam wonen, maar daarvoor was er ook al niet veel geld in de plaats gestoken. Duurtje was gelukkig van huis uit weinig luxe gewend. Dat er geen waterleiding was, vond ze wel erg. Water werd geput uit de twee waterbakken en in de keuken was geen aanrecht. Margaretha Groot oftewel Opoe van Edam, de stiefmoeder van Piet Westerneng, deed de afwas in een teil op tafel. Duurtjes grootste wens was een behoorlijk aanrecht met waterleiding. Het hele dorp had waterleiding gekregen. Alle regenputten op het dorp waren afgekeurd, behalve die op ’t laantje. Daar was het water van goede kwaliteit. Het laantje was eigen grond, dus verder wilde de gemeente niet betalen. Voor hen kwam er een kraan bij de rrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrr [|áàÉÜ|áv{ ZxÇÉÉàáv{tÑ bâw@`|wwxÄçx Wx cÉáà D
vuur gooiden. Dik-ke-vet-te-pan-ne-koe-ken, dik-ke-vet-te-pan-ne-koe-ken, zo klonk het om het uur. Grote rookpluimen dreven mee op de wind. Piet Westerneng had een boomgaard aangelegd op een punt van het land, tegen de spoorlijn aan. Hij had er een kleine moestuin bij, er werd dus heel wat afgeweckt. Alle proviand ging in de kelder. Met de koeien, schapen en varkens was de boerderij een voorbeeld van een gemengd bedrijf, zoals gebruikelijk in die tijd in deze streek. En alles ging per koeboot, want de
▪ Piet Westerneng omstreeks 1915.
sloten waren de waterwegen in dit waterland. Duurtje herinnert het zich als een heerlijke tijd. Hard werken, maar je leefde met de seizoenen. De maanden volgden elkaar op met het inmaken van groente, de altijd weer terugkerende was en andere werkzaamheden waar nu winkels en machines voor zijn. Klusjes waar nu niemand meer bij stilstaat dat het toen dagelijks werk was. Bijvoorbeeld het brandend houden van de kachels, of beter gezegd de allesbranders. Briketten, kolen, aanmaakhoutjes doofpotten en asladen werden dagelijks gebruikt. Het zijn nu museumwoorden geworden. Een erg drukke tijd was de hooitijd. Misschien vreemd, maar Duurtje genoot daar toch erg van. Het helpen met melken tijdens het hooien. Het eten naar het hooiland brengen, de zoete geur van het hooiland. Maar het mooiste was natuurlijk het zien opgroeien van de twee
meisjes. Ze zou later onverwacht nog een meisje onder haar hoede zien opgroeien. Matti Rol werd aan de zorg van Duurtje en Piet overgedragen, toen Janny in het kraambed was overleden. Weer wapperden er babykleertjes tussen de essen aan het laantje. De dood van Janny was een groot ongeluk dat de boerderij trof, maar door Matti werd het toch iets verzacht. Tot haar vierde jaar woonde Matti op de boerderij, om daarna in 1956 met Duurtje en Piet in het huis te gaan wonen waar Matti nu nog steeds woont. ▪ Jannetje Beunder. Mijn opa en oma zijn over het geheel genomen erg gelukkig geweest op de boerderij. Mijn Opa vertelde altijd dat de boerderij een voorhuis gehad moet hebben in vroeger tijden. Zijn vader, Jan Westerneng, had hem dat verteld. De gang zou erg breed geweest zijn. Maar wat is erg breed? En wanneer was dat dan? Niemand die het ons nog zeggen kan. Wellicht de sporen diep onder de grond. Wat kunnen we nog meer vertellen over de boerderij? Er is in 1948 een schilderij van gemaakt door Jan de Boer. Het hangt boven de bank van mijn Oma. En in de zeventiger jaren kon je bij de winkel van Jac Worp een ansichtkaart kopen waar de boerderij ook opstond. Als klein meisje was ik daar apetrots op.
Thuis heb ik nog een ansichtkaart (-) Het zegt u hoogstwaar-schijnlijk niets / Maar het is waar ik geboren ben. (-) En langs het tuinpad van mijn vader zag ik de hoge bomen staan… We weten in ieder geval dat de es die omgewaaid is zeker 150 jaar oud was. De es die er nu nog staat, is dat dus ook. Ach, als bomen konden praten. Maar misschien luisteren wij niet goed. Bij veel wind en natuurlijk helemaal bij storm kun je de zee horen in de bladeren. Maar bij stil weer fluisteren ze vast verhalen van weleer. ◄●
rrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrr [|áàÉÜ|áv{ ZxÇÉÉàáv{tÑ bâw@`|wwxÄçx Wx cÉáà D
De eigenaars/bewoners van de boerderij.
hadden twee kinderen: Jan Westerneng en Antje Westerneng die later trouwde met Andries Kout. 1901-1924 Jan Westerneng, landman Middelie, 31/7/1878 - 6/4/1923 ) getrouwd met Jannetje Beunder ( Middelie, 17/2/1877 - 10/11/1901 overleden in het kraambed in Middelie) hertrouwd met ‘Opoe van Edam’ oftewel Margaretha Groot (2/11/1876 - 1953) die de stiefmoeder werd van Pieter Westerneng (Middelie, 31-10-1901 1980) 1924-1956 Pieter Westerneng, landman (Middelie, 19011980) getrouwd met Dieuwertje Vroom, huisvrouw (Middelie, 1907) Jannetje Margaretha Westerneng (19301952) overleden in het kraambed, getrouwd met Engel Rol, kregen een dochter Matti Rol (Middelie, 1952) die tot haar vierde jaar op de boerderij woonde bij haar Opa en Oma. Dorothea Westerneng (Middelie, 1935)
▪ Het schilderij van Jan de Boer uit 1948.
1809-1854 Dirk Jansz. Laan, (senior),boer, getrouwd met Trijntje Laan (1844-?) 1854-1857 Cornelis Kelderman, boer getrouwd met Aagje Dirkse Brandjes uit Broek in Waterland
1956Dorothea Westerneng, kleuterleidster (Middelie, 1935) getrouwd met Pieter Muts, boer en hoofdopzichter schilderwerken (Jisp, 1934) Dieuwertje Alida Pauline Diane Muts (Purmerend, 1959) Margaret Pepita Jantine Muts (Middelie, 1961) Wendy Sefanja Mariska Muts (Middelie, 1963)
1857-1901 Jacob Kelderman, landman (6/11/1815 29/12/1885) getrouwd met Grietje de Jong, van Holysloot (1817 - 9/1/1883) Pieter Westerneng (Amsterdam, 13/7/1853 2/1/1898) was een geadopteerd kind, een ‘thuishaalder’, die in 1858 uit Ransdorp bij zijn oom en tante kwam wonen, nadat zijn vader Jan Westerneng en moeder Marretje de Jong, (zeer waarschijnlijk een zus van Grietje) overleden waren. Hij trouwde op 29 april 1877 met Wijntje Tuijn geb. 29/4/1853 in Middelie, die verdronken is op 27 februari 1893 bij de ▪ De boerderij, voorjaar 2002. boenplaats op de boerderij (zuidkant). Ze rrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrr [|áàÉÜ|áv{ ZxÇÉÉàáv{tÑ bâw@`|wwxÄçx Wx cÉáà D
omgeving en goed verzorgd, een einde gekomen door zijn sterven op 75 jarige leeftijd. Onze oud-plaatsgenoot Jan Laan (overleden in 1987) Traditiegetrouw was ook hier besloten, heeft na zijn arbeidzame leven als landman, (boer of uitgezonderd de notariële beschikking veehouder) zijn levensherinneringen in deze plaats aan voornoemd, alle nagelaten bezittingen publiek te het papier toevertrouwd. Hier het vervolg op het verhaal verkopen. Wettige contracten voor huurders van uit de vorige De Post. (Voor de duidelijkheid is het landerijen, bestonden er niet, een opzegtermijn laatste deel van het voorafgaande nogmaals afgedrukt, van drie maanden voor land, (vóór Kerstmis) redactie.) dan, en de eventuele boerderij met erf tot 1 mei daaropvolgend, was voldoende om tot pachtvrije verkoop over te gaan. De gemakkelijkste en eerlijkste manier, om de erfenis aan de talrijke wettige erfgenamen toe te delen, door de notaris te Edam, waarvan bekend was, dat die doorgaans Marten's zaken regelde. Dat zou de moeite om te verdelen best waard wezen, want nadat hij was gaan stilleven, had hij er her en der nog land bijgekocht en dat had hij vast niet gedaan als hij het geld er niet voor beschikbaar had. Dus zuiver geldbelegging, om het aan deze en gene te verhuren, want de plaats waar Marten zelf op boerde was groot genoeg. Zoo was er gesproken en gegist door de bevolking, over de grootte van zijn vermogen, ja, als je geld had deed je wonderen als je het niet had dan was het vaak donderen, werd vaak gezegd. Hij had de tijd ook mee gehad, want de prijzen, vooral van land, waren in de loop der jaren belangrijk gestegen, zoo ging dat. Maar zand ▪ Jan Laan. erover, hij was er niet meer. Zoo was het een druk geloop geweest langs de weg deze morgen De verkoping was aangekondigd per want al wat boer was spoedde zich naar Axwijk, advertentie in de sinds 1854 verschijnende waarin het café van Schilp de verkoping werd Purmerender Courant, een in de omgeving gehouden. In het land kon men toch niet veelgelezen blad. Maar ook zonder deze werken, aangezien het door de vele regen bijna berichtgeving wist het hele dorp allang dat de blank stond en nu bij dat stille druilerige mistige boerderij en al het land van ouwe Marten Bark weer de molens die het overtollige water verkocht werd, evenzo dat hij zijn huishoudster moesten wegmalen, toch niet draaiden. Maar per testament goed had bedeeld door haar het afgezien daarvan, zo’n grote verkoping kwam woonhuis met inboedel na te laten, het huis niet veel voor en was voor velen een mooi waar zij na de dood van Martens vrouw, samen verzetje. Je hoorde en zag nog weer het een en al vijftien jaar hadden gewoond. Het huwelijk ander. Voor allen, zowel kooplustigen en vooral van Marten en zijn vrouw was kinderloos de huurders en pachters als gegadigden van de gebleven. Zij hadden gunstig geboerd en flink te verkopen landerijen, was het bepaald een wat geërfd, maar toen hij zijn vrouw op spannende en belangrijke gebeurtenis. Zo ook nauwelijks zestigjarige leeftijd verloor, was voor voor Dirk Jz. Bark, die om verwarring van de hem de aardigheid om nog langer te boeren er talrijke Barken te voorkomen in de volksmond af. Hij liet een burgerwoonhuis bouwen en ging Dirk van Aal genoemd werd en ook tot de daarin wonen met een huishoudster, nadat hij pachters behoorde. Niet zoals de naam zijn boerderij met achttien morgen land aan een misschien doet vermoeden tot de erfgenamen, neef (oomzegger) ook Marten Bark had daarvoor was zijn familierelatie te ver af. Zijn verhuurd. Doch dit voorjaar was aan die periode vader was nog maar een volle neef van wijlen van rustend veehouder, in zijn eigen vertrouwde Marten Bark. Toch wilde Dirk zijn van Marten rrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrr [|áàÉÜ|áv{ ZxÇÉÉàáv{tÑ bâw@`|wwxÄçx Wx cÉáà D
De grote verkoping.
(deel 2)
gepachte land graag kopen en liever nog wat meer ook van het in zijn omgeving te veilen land. Hiervoor is echter geld nodig en aangezien hij daar momenteel maar in geringe mate over beschikte, had hij zich met dit probleem tot Ds. van der Ploeg gewend, waar hij, dankzij zijn diakenschap, veel contact mee had. Een dorpsdominee, destijds een soort autoriteit, vertrouwensman en vraagbaak voor zijn leden op zowel geestelijk als stoffelijk gebied, was in deze ook als bemiddelaar opgetreden, waardoor Dirk verzekerd was dat hij bij aankoop, met het betreffende land als onderpand, tegen een matige rente over het benodigde geld zou kunnen beschikken. In de herberg waren de talrijke tafeltjes tegen de wand allemaal flink bezet, allen door vier tot zes stoelen omringt. Hier was het al een gezellige drukte en straalde de met turven volgepropte grote potkachel flink warmte uit. Toen aan de grote ronde tafel achter in de zaal de notaris, omringd door zijn klerk en de aanwezige erfgenamen, hadden plaatsgenomen, was om prompt 10 uur met de verkoping een aanvang genomen. Eerst de gebruikelijke voorwaarden waaronder de verkoping plaatsvond, voorgelezen door de notaris, beginnende met:
Heden de 10e november 1862 enz. de verkoping geschied voor elk perceel bij opbod en afslag, voor elk perceel wordt plok of strijkgeld aan de hoogste bieder uitbetaalt, de verkoper behoudt zich het recht voor zoveel combinaties van percelen te vormen als zij nuttig en nodig acht, ten slotte zal alles tezamen in afslag aangeboden worden, tevens behoud verkoper het recht voor, om bij gebleken onvoldoende garantie tot nakoming zijner aangegane verplichtingen, iemand als koper te weigeren, betaling der kooppenningen, plus de daarop rustende onkosten, uiterlijk zes weken nà heden, ten mijne kantore, waarna overdracht formeel volgt.
Is hij niks waard, zo’n mooie grote boerderij, kom nou! Drieduizend gulden wordt er geboden. 'Drieduizend heb ik … wie beter?'. Er wordt ja gezegd. 'Eenendertighonderd … wie verbetert dat bod van eenendertighonderd gulden?!' De eerste bieder knikt. 'Tweeëndertighonderd heb ik daar … wie beter? 'Tweeëndertighonderdvijftig' zegt de tweede bieder. 'Tweeëndertighonderd en vijftig!' 9De eerste bieder weer drieëndertighonderd. 'Wie verbetert dat bod van drieëndertighonderd?' Hij kijkt eens rond en richt zijn ogen op de pachter, maar die heeft een blik alsof hij er geen belang bij heeft. Die denkt: ik doe niet mee aan die opjagerij, dat plokgeld gun ik die plokkenjagers wel. 'Drieëndertighonderd gulden eenmaal …. Drieëndertighonderd andermaal!' Er word geknikt door de eerste bieder. 'Drieëndertighonderd en vijftig ….. wie beter dan drieëndertighonderd en vijftig ….. Niemand beter dan drieëndertighonderd en vijftig gulden? Drieëndertighonderd en vijftig, eenmaal…. ' De tweede bieder knikt weer. 'Vierendertighonderd gulden heb ik daar… wie verbetert dat bod van vierendertighonderd gulden? Vier en dertighonderd gulden eenmaal… en vierendertighonderd gulden andermaal…..' en hij geeft een tik met de hamer op de tafel.
Hierna begon de afslager - een humoristisch persoon met een flink stemgeluid, die deze functie had als bijbaantje en veel van de bezoekers bij naam en toenaam kende gewapend met de afslagerhamer zijn werkzaamheden. Na het aflezen van nummer en oppervlaktegrootte van perceel no. 1 de boerderij en erf, vraagt hij: 'Wie zet deze boerderij nu eens netjes in …voor de hoogste bieder twintig gulden plokgeld te verdienen. Hoe is het jongens … slapen jullie nog? rrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrr [|áàÉÜ|áv{ ZxÇÉÉàáv{tÑ bâw@`|wwxÄçx Wx cÉáà D
De naam wordt genoteerd en het uitgeloofde plokgeld wordt overhandigd door de afslager met een knipoog en de opmerking: 'Dat is de eerste winst'. Dan vervolgt hij. ' Verkoper vraagt er duizend gulden boven, pas op je mijnen!…. duizend … negenhonderd … om achthonderd gulden … zevenhonderd … zeshonderd… om vijfhonderd gulden … vier honderd … drie honderd … om twee honderd gulden … honderdtachtig … honderdzestig ….om honderd- en veertig gulden … honderdtwintig … om honderd gulden… 'MIJN" roept M. Bark de pachter. De spanning is gebroken en er wordt druk gemompeld en genoteerd en gelag besteld door velen. De plokhaler geeft zijn tafelgenoten een rondje. De klerk heeft de koper en het bedrag genoteerd en dan wordt de verkoping voortgezet, voor elk perceel land hetzelfde ritueel, aankondiging van naam, nummer en grootte, met er aan het uitgeloofde plokgeld, afhankelijk van grootte. Van de vier percelen land, die in de nabijheid van de boerderij gelegen waren en het eerst geveild werden, had Marten slechts het achter het huis gelegen perceel op tien gulden gemijnd. De overige waren in andere handen overgegaan, soms door gegadigden gemijnd, soms had het door de afslager geklonken: 'Om één aan je been', wat betekende dat er niet gemijnd werd en de hoogste bieder er aan was blijven hangen, zoals dat dan genoemd werd. Maar bij de daarop volgende combinatie van de boerderij en die vier percelen had Marten weer gemijnd op vijftig gulden. Vervolgens kwamen de verderop verspreid liggende percelen aan bod en werden verkocht al of niet bij de afslag gemijnd. Toen alle bij Marten in huur zijnde percelen geveild waren werd, zeker om hem nog een kans te geven, alles opgeteld, in combinatie gebracht, al het geveilde; boerderij met ± twintig morgen land, staande op ƒ 27102 werd nadat er duizend gulden boven werd gevraagd, door Marten op honderd gulden gemijnd. Intussen is het twaalf uur geworden en kondigt de afslager aan dat er een half uur gepauzeerd wordt om de inwendige mens te versterken, en wat bij te komen van de inspannende bezigheid, zei hij lachend. Piet Laan. (wordt vervolgd)
Pieter Wagemakers. In December 2001 kwam de redactiecommissie bijeen en besloot het interview dat Gé Koster reeds eerder van Piet Wagemakers had afgenomen te plaatsen in het eerstvolgende nummer van onze “De Post”. Graag hadden we nog wat nader met hem gesproken, maar zoals de meeste van onze leden wel zullen weten, overleed hij op 22-01-2001 aan de gevolgen van een heupbreuk. We vonden zijn zoon Sietze bereid nog wat verdere vragen te beantwoorden. Zijn jeugd.
Piet werd geboren op 18 juli 1910, niet in Middelie maar in Oosterlittens Friesland, waar hij ook naar de lagere school ging en waar hij, net als alle kinderen in die tijd, leerde schrijven met griffel en lei; alleen sierschrijven deden ze met een kroontjespen. Het schoolreisje ging op de fiets naar Olterterp, dat wist hij nog. Daarna bezocht hij de ambachtschool in Leeuwarden en ging leren voor timmerman. Speelgoed had hij niet veel, hij herinnert zich alleen nog speelkaarten. Wat we hem, een groot damliefhebber, vergeten zijn te vragen is of hij al een dambord had in die tijd. Zijn ouders woonden in een huisje van de Ned. Hervormd Kerk, voorwaarde hiervoor was dat ze lid werden. “Zelf,” zei Piet, “hoorde hij niet bij een kerkgenootschap”. Op de vraag of hij op zijn verjaardag cadeaus kreeg antwoordde hij, “ja ik heb eens een slee gekregen en een kruiwagen, een polsstok en een hengel, maar niet allemaal op een verjaardag hoor”. Maar visite kwam er niet op zo’n dag. Hij had vier broers en drie zusters en ze sliepen met z’n allen op zolder. In het huis waren ook bedsteden die later omgebouwd werden tot kast. Zijn vader was timmerman, maar ook postbode. Na enige tijd in Wormerveer te hebben gewoond en gewerkt werd hij ingeschreven in het bevolkingsregister van Middelie op 28 november 1931. Hij kwam in de kost bij Jannetje Groot en kreeg het jaar daarop verkering met Antje Vink geboren op 14 mei rrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrr [|áàÉÜ|áv{ ZxÇÉÉàáv{tÑ bâw@`|wwxÄçx Wx cÉáà D
1913 te Middelie, dochter van Willem Vink en wethouder was J.R. Plas. De dominee heette Koosje Freek. Ze trouwden op 17 mei 1939 en Theesingk. De Rijkswachter was volgens hem kregen twee jongens Sietze en Wim. Net als zijn een leuke man al wist hij niet meer hoe die vader was Piet timmerman. Hij werkte in de heette. De notaris heette Haremaker en de dertiger jaren voor P. Vink Pzn. en verbouwde gemeenteontvanger noemde hij de centenbaas. toen vooral boerderijen in de Beemster, elk jaar En dan komt onze vraag: wat waren er voor wel een onder andere voor de familie HONIG verenigingen? En hij vertelt: “Vanaf 1937 de van de bakmeel, de koperen of gladde? Aker aan Damclub, waarvan hij medeoprichter en niet de Volgerweg, de Eenhoorn, aan de Jisperweg minder dan 60 jaar voorzitter was! Hier heeft hij het Spaanse huis en de boerderij van Arie Ham uiteindelijk toch nog de Middeliese in de Monnickmeer, waarin de kelder tijdens de onderscheiding ”De Kikkerspeld” voor ontoorlog machinegeweren voor de ondergrondse vangen, nadat hij hem eerst twee keer geweigerd lagen opgeslagen. Piet verbouwde ook veel had. Later kwam de Floralia, waarvan Antje, zijn melkfabrieken voor aannemers, zoals Matser en vrouw bestuurslid was. Natuurlijk konden ze Hamstra uit de Rijp Hij heeft bijvoorbeeld de hem als timmerman goed gebruiken en 49 jaar melkfabriek in Wognum, maar ook die in lang hielp hij met het opbouwen van de Middelie helpen verbouwen. In de oorlog stellingen. Hij haalde met de boot vanaf het plaatste hij windchargers op het dak, die Noordeinde de bloemen op en noteerde de dynamo’s oplaadden voor de stroomnummers van de deelnemers met krijt op de pot. voorziening. En dan vertelt hij het volgende Hij herinnerde zich nog de eerste keer. Iemand mooie verhaal. “Op een dag klom ik bij Martin vroeg toen, wie is die man? “Dat is de verkering van de Hudding, de vader van Kees, de ladder van Antje van Willem Vink.” Andere bestuursop met zo’n ding op mijn rug. Griet Rijken, zijn leden waren Jan Pranger Jzn. , Pleuntje vrouw riep dat er koffie was, maar de jongens Molenaar-Vink, Jacob Beets en Trijnie Sandershadden de trap stijf tegen de muur gezet, dus Kater. Soms ging hij bij buren Pandoeren, maar toen ik erop stapte zwiepte ik acht meter door daar was geen vaste tijd of dag voor. Als hobby de lucht precies midden op de mesthoop. Ik noemt hij kieft(kieviets)eieren zoeken op de mankeerde gelukkig niks”. eerste zaterdag in April. Kievietseieren noemde In die tijd toen er tijdens de zogenaamde men ook wel kriel. overbrugging weinig timmerwerk was, heb ik Tradities. ook nog helpen baggeren zoals bij Van Ark op Dat was voor de kinderen in Middelie het Edammerdijkje. bijvoorbeeld Louw-louw. Hierbij werd het In 1938 kocht hij het huisje aan het gelijknamige versje gezongen. St. Maarten kende Edammerdijkje waar nu zijn zoon Sietze woont. men vroeger niet volgens hem. Soms eens in de Hij betaalde er 198 gulden voor. Achteraf vindt zoveel tijd vierden men bevrijdingsfeesten. Een hij dat eigenlijk te veel, 188 gulden was genoeg eetgewoonte was citroenbonen op Woensdag. geweest! Maar toen hij later ging verbouwen, Zijn vrouw hield een boek bij met geboorten, liep de schuld op tot wel 900 gulden! Heb je huwelijken en overlijden in Middelie. zoveel geld vroeg de notaris? Slechts 400 gulden Daar was haar moeder al mee begonnen en het kon worden afgelost en hij bleef voorlopig met de restschuld zitten. Toen verkocht hij in de hongerwinter van februari 1945 twee konijnen aan ome Gerrit Freek voor wel 400 gulden per stuk, “en dus” zei hij “kon alles zo betaald worden.” We stelden de gebruikelijke vragen van ons interview waaruit bleek dat ook voor zijn vrouw maandag wasdag was. Het witte goed ging op de bleek, een grasveld dat op het zuiden lag. Hij las het Vrije Volk en de Waterlander. Hun huisarts was dokter Martens en de dierenarts was volgens hem dokter Stapel, maar die hadden ▪ Maquette van een stolp. ze nooit nodig. Drost was de burgemeester. Een rrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrr [|áàÉÜ|áv{ ZxÇÉÉàáv{tÑ bâw@`|wwxÄçx Wx cÉáà D
zal nu geschonken worden aan Oud-Middelije, die bij de laatste tentoonstelling in de Doopsgezinde Kerk dankbaar gebruik heeft gemaakt van de door Piet zeer fraai gemaakte maquette van een stolp. Antje overleed op 7 oktober 1966. Ze hadden toen al twee kleinkinderen, Piet en Sijda. Later kwamen nog Gerrit en de tweeling Martijn en Matthijs en toen Piet overleed op 22 januari 2002 in Oosthuizen, had hij zelfs ook al vier achterkleinkinderen, die vol trots nog jaren zullen zeggen: die klokkentoren op het kerkhof heeft mijn opa/overgrootvader nog gemaakt. Volgens zijn zoon Sietze wil de damclub hem nog postuum eren voor 65 jaar voorzittersschap. Gé Koster, Gerry van der Wegen. ◄●
Oproep O PRO EP
Verenigingen uit Middelie Wij komen graag in contact met mensen die beschikken over archiefmateriaal, foto's, verhalen etc. over Verenigingen uit Middelie. In een van onze volgende "De Posten" willen wij daar graag ėėn of meerdere artikelen aan wijden. ◄●
Middelie in de oorlog Ook over de vaak buitengewone belevenissen van Middeliërs in de tweede wereldoorlog gaan we informatie verzamelen. Dus heeft u daarover nog mooie of meer dramatische verhalen te vertellen, neem dan contact op met Ton van der Wegen, telefoon 0299 621730. ◄●
Oude films. Wie heeft er nog oud filmmateriaal, over Middelie haar bewoners en de streek, om onze ledenbijeenkomsten op te luisteren. Ton van der Wegen, telefoon 0299 621730.
Algemene Ledenvergadering op 24 april 2002. Plaats: Café Ossebaar te Middelie, aanvang 20.00 uur. De vergadering duurt ongeveer een half uur. Daarna zal vòòr en na de pauze de Westfriesche schrijfster en voordrachtskunstenares mevrouw Ina Broekhuizen, op vaak humoristische wijze en in echt Westfriesch, haar verhalen vertellen en gedichten voordragen.
Agenda voor 24 april 2002: 2. Notulen vorige vergadering 3. Mededelingen en ingekomen stukken 4. Jaarverslag 5. Verslag penningmeester 6. Verslag kascommissie 7. Installatie kascommissie 8. Vaststelling contributie: voorstel € 7,9. Bestuursverkiezing: ● aftredend en opnieuw beschikbaar: Piet Laan - voorzitter, Henk de Vos - bestuurslid. ● aftredend en niet beschikbaar: Ton van der Wegen - secretaris, kandidaat secretaris Eric van de Hudding. (Ton van der Wegen blijft lid van de redactiecommssie, nieuw lid: Wil Vink) ● kandidaat nieuw bestuurslid en tevens nieuwe voorzitter van de redactiecomissie: Ron Batenburg. Kandidaten voor de functies van de aftredende bestuursleden kunnen zich vòòr aanvang van de vergadering melden bij de voorzitter of de secretaris. 10. Nieuws van de Stichting Historisch Zeevang 11. Rondvraag ◄●
◄●
rrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrr [|áàÉÜ|áv{ ZxÇÉÉàáv{tÑ bâw@`|wwxÄçx Wx cÉáà D