Issuu on Google+

50ste jaargang, nr. 4 , december 2 0 0 6 . Verschijnt 4 x per jaar

:en uitgave van het Nederlands Auschwitz Comité; postbus 74 4131,1070 BC Ams Amsterdam

Auschwitz Bulletin CN

s 03 t-l *->

| Q NS

5b QJ

- O

<D

£3 c/5 O

o •3 OH O

d

i Ö O


Inhoudsopgave:

pagina

Holocaust Memorial Day / Auschwitz herdenking 2007

2

Ellen Loek,

4

Her was jij of ik, Nooit meer Auschwitz lezing

Rede van de voorzitter ter gelegenheid van het 50 jarig bestaan van het NAC

7

Ewoud Sanders,

Een monument voor Joods Nederland

10

les Lipschits,

Te veel fouten in Digitaal monument

12

Regina Grüter,

Toelichting op waar was het Rode Kruis

14

Uitreiking Koninklijke onderscheiding aan Jacques Grishaver

15

Zoni Weisz,

16

Internationale Holocaust Day 2007

O p zoek

16

Bertje Leuw,

Boekbespreking Los van de wereld

17

Marjon de Klijn,

Recent verschenen

19

Expositie spelen achter prikkeldraad

20

H e t v o o r u l i g g e n d e n u m m e r is h e t l a a t s t e n u m m e r d a t i n d e z e v o r m v e r s c h i j n t . V a n a f j a n u a r i 2 0 0 7 z a l het Auschwitz Bulletin in e e n v e r n i e u w d e v o r m g e v i n g u i t k o m e n .

Holocaust M e m o r i a l Day / Auschwitz h e r d e n k i n g 2 0 0 7 O p zondag 28 januari 2007 organiseert het Nederlands Auschwitz Comité de jaarlijkse Auschwitz-herdenking bij het Nationale Auschwitz Monument (Spiegelmonument van Jan Wolkers) in het Wertheimpark in Amsterdam, gevolgd door een lunchbijeenkomst in de RAI. Herdenking Vanaf 10.00 uur is de Boekmanzaal van het Stadhuis open. O m 11.00 uur vertrekt vanaf het Stadhuis te Amsterdam de Stille Tocht naar het Werrheimpark. De herdenking begint om 11.30 uur met een korte toespraak door burgemeester Job C o h e n van Amsterdam, gevolgd door het Kaddisj en Jisjkor door rab-

bijn Sonny Herman. Hierna is er gelegenheid voor particulieren en organisaties hun kransen en bloemen te leggen bij her monument. Lunchbijeenkomst D e lunchbijeenkomst vindt na de herdenking plaats in de Europalounge van de RAI. Deelnemers k u n n e n gebruik maken van het gratis busvervoer van het Wertheimpark naar de RAI. De restaurantzaal van de RAI gaat om 12.30 uur open. De l u n c h bijeenkomst begint om 13.00 uur. Voordat de lunch begint zijn er enkele sprekers. Evenals voorgaande jaren zijn wij genoodzaakt u voor de lunch een bijdrage in de kosten

van € 11,- (€ 12,50 voor een kosjere lunch) te vragen. Bestelbon en wijze van bestellen vindt u hieronder. N . B . D e lunchbijeenkomst heeft altijd het karakter van een reünie, een gelegenheid om elkaar jaarlijks te ontmoeten. Het is echter niet zo, dat alleen overlevenden van diverse kampen en hun nabestaanden elkaar daar treffen. Allen die het werk van het Nederlands Auschwitz Comité een warm hart toedragen en haar doelstellingen ondersteunen - en dat zijn er gelukkig zeer velen - kunnen op deze dag bijeen zijn met gelijkgezinden. En ieder jaar blijkt weer dat dit buitengewoon inspirerend kan zijn.


Het programma: 10.00 uur: verzamelen voor de Stille Tocht in de Boekmanzaal van het Stadhuis in Amsterdam, hoofdingang aan de Amstelzijde 11.00 uur: begin Stille Tocht naar het Wertheimpark 11.30 uur: Herdenking bij het Auschwitz Monument rede door burgemeester Job Cohen van Amsterdam Kaddisj en Jisjkor door rabbijn Sonny Herman. 12.00 uur: vertrek bussen naar de RAI 12.30 uur: Europalounge van de RAI open 13.00 uur: begin lunchbijeenkomst sprekers: Mr. H.C.J.L. Borghouts, commissaris van de Koningin in Noord-Holland Jacques Grishaver, voorzitter Nederlands Auschwitz Comité 15.30 uur: einde lunchbijeenkomst

BESTELBON Wilt u plaatsen reserveren voor de lunchbijeenkomst, dan verzoeken wij u deze bon vóór 15 januari 2007 op te sturen aan: Nederlands Auschwitz Comité, Postbus 74131, 1070 BC Amsterdam. Gezien de elk jaar weer grote belangstelling voor de lunchbijeenkomst is het raadzaam snel te reageren.Wij verzoeken u het totaalbedrag (het aantal kaarten dat u besteld heeft maal € 11,- of € 12,50), gelijktijdig met het opsturen van deze bon, over te maken op rekening: 4 8 7 5 5 0 0 t.n.v. Nederlands Auschwitz Comité, Amsterdam, onder duidelijke vermelding van uw naam en aantal lunches. Voor een snelle verwerking verzoeken wij u niet over te maken op een ander rekening van ons Comité. Kaarten kunnen wij alleen versturen als onze penningmeester de betaling heeft ontvangen.

BON Voor de lunchbijeenkomsr op zondag 28 januari 2007 in de Europalounge van de RAI. Gaarne in blokletters invullen naam:

dhr./mw.

ad res:

postcode:

woonplaats:

land: telefoon: kaarten voor een lunch a € 11,-

=

kaarten voor een kosjere lunch a € 12,50

=

=

totaal

Deze bon vóór 15 januari 2007 opsturen aan Nederlands Auschwitz Comité, Postbus 74131, 1070 BC Amsterdam en gelijktijdig het bedrag overmaken op rekening 4875500 van het Nederlands Auschwitz Comité, Amsterdam. Per fax, 020-6723388, of per email, info@auschwitz.nl. is ook mogelijk. (Als u dit blad niet wilt beschadigen, kunt u de bon ook fotokopiëren)


' H e t w a s jij of i k ' Spaanse schrijver en politicus Jorge Semprun overleefde het politieke gevangenenkamp Buchenwald In 1943 raakte de twintigjarige Jorge Semprun via een studievriend in Parijs betrokken bij het verzet. Hij werd opgepakt door de Gestapo en v a n u i t het d o o r g a n g s k a m p Compiègne naar Buchenwald op transport gesteld. Pas twintig jaar na de oorlog kon hij er iets over op papier zetten. Het boek 'Dc grote reis' werd een succes. In zijn vele boeken en filmscenario's keert de oorlog altijd terug. Een Spanjaard in Holland 'Ik ben geboren op 10 december 1923 in Madrid en groeide op in een politiek invloedrijke familie. Mijn grootvader Antonio Maura was voorzitter van de ministerraad van de regering van koning Alphonse XIII. Mijn vader brak met zijn aristocratische achtergrond en ging rechten studeren in Madrid. Mijn ouders hadden een druk sociaal leven. Zij lieten hun zeven kinderen opvoeden en onderwijzen door een Duitse gouvernante, want in hoge

r :

kringen sprak men toen Duits. In 1936 werd mijn vader als ambassadeur voor de Republiek naar Nederland gezonden. Een jaar later emigreerden wij als gezin ook naar de ambtswoning op Plein 1813 in Den Haag. Ik bezocht daar het Tweede Stedelijk Gymnasium. Eén van mijn beste jeugdherinneringen is het Mauritshuis. Wat een schitterend museum is dat! Mijn favoriete plek was de boekhandel van Martinus Nijhoff op het Lange Voorhout, waar ik lange middagen lezend doorbracht. Met mijn broers rende ik graag door het bos naar het nog onbebouwde Scheveningse strand. In 1939 werd mijn vader uit het ambassadeursambt ontheven omdat Franco aan de macht kwam in Spanje. O m d a t dit fascistische regime door Nederland erkend werd en mijn vader als republikein niet terug naar Spanje kon, vertrok hij met zijn gezin naar Parijs. In Parijs ging ik naar het Lyceum Henri IV en daarna studeerde ik filosofie aan de Sorbonne.' Een Engelse verzetsgroep ' O p 10 mei 1940 viel Duitsland Frankrijk binnen. Er werd gevochten bij de Maginotlinie, maar daar merkte je in Parijs niets van. Ik was die dag op school en het dagelijkse leven ging voor velen gewoon door. In 1943 raakte ik als twintigjarige student door een studievriend in Parijs betrokken bij de Engelse verzetsgroep 'Buckmaster'. W e onderschepten gedropte Engelse wapenzendingen, verzamelden informatie en saboteerden strategische doelen. We werden verraden door iemand uit ons midden. Bij een huiszoeking bij een verzetsvriendin in Epizy was ik toevallig aanwezig. We werden naar de gevangenis in Auxerre

gebracht. De Gestapo martelde mij een paar dagen lang. Ze stopten telkens mijn hoofd onder water in een bad met uitwerpselen. Je lichaam heeft een langer u i t h o u d i n g s vermogen dan je denkt. Als ik het maar 48 uur volhield, precies de tijd voor een verzetsgroep om van naam en plaats te wisselen. Mijn ondervragers spraken Platduits, terwijl ik Hoogduits sprak. Daardoor voelde ik me mentaal en fysiek sterker dan mijn folteraars. Na een paar maanden was ik niet interessant meer en brachten ze me van Auxerre naar het doorgangskamp Compiègne. Vervolgens werd ik naar het politieke c o n c e n t r a t i e k a m p Buchenwald gedeporteerd.' H e t politieke concentratiekamp Buchenwald 'Sinds juli 1937 zaten hier politieke tegenstanders van het Naziregime gevangen, Duitse communisten en socialisten, maar ook criminelen. Er was een hiërarchie waarin het communistische verzet de boventoon voerde. D e SS had de slimmere communisten en socialisten nodig als geschoolde arbeiders voor de wapenproductie. Daardoor was er een structuur van communistische kapo's ontstaan, die oogluikend weid toegestaan. Bij aankomst onderging iedereen hetzelfde onvoorstelbare ritueel: in rijen w e r d e n we tegelijk kaalgeschoren, onder de douche gejaagd en vervolgens kregen we oude kledij toegeworpen. In lange rijen werden we ingeschreven. Je had geen idee waar dit alles toe diende. Een Duitse communist met een doffe, treurige blik schreef me in. "Wat is je vak?" vroeg hij. Ik antwoordde trots: "Filosofiestudent." Hij zei: "Dat is hier geen geschikt beroep. Om hier


mmaa m 3

i in leven te blijven kun je maar beter geschoold arbeider zijn. Ze willen hier alleen maar vakarbeiders." Ik begreep niets van zijn hints en dacht: 'Wat is dit voor een wereld?' Ik hield hardnekkig vol: "Maar ik ben student en anders niet." Hij maakte een machteloos gebaar en schreef iets op.' Geen keuze 'Als verzetsman met marxistische sympathieën werd ik meteen door de communistische ondergrondse opgenomen. Een bourgeois die zich aansloot bij het communisme kon anderen overtuigen. Als enige Spanjaard hier die goed Duits sprak kon ik van nut zijn voor de leiding, maar ook voor het verzet. Ik kreeg een baan bij de Arbeitsstatistiek, de dienst waar het inzetten van gedeporteerde arbeidskrachten werd geregeld. Op die manier werd ik behoed voor zwaar werk in fabrieken of steengroeven, waar veel ondervoede gevangenen stierven. Als samensteller van arbeidslijsten voor een segment van 6 0 . 0 0 0 gevangenen kon ik ongemerkt namen verwisselen. Ik kon gevangenen indelen als 'niet

beschikbaar' en ze lichter werk geven, afwijkend van de SSinstructies die ik had gekregen. Het verzet gaf me namen door van de mensen die ontzien moesten worden. We wilden antifascistische strijders beschermen door ze de beste arbeidsplaatsen te geven zodat ze de wapenproductie konden saboteren. Ik voelde me niet bezwaard om dit werk te doen. Er was namelijk geen keuze; het was jij of ik. Als ik betrapt werd, dan zou ik ook afgevoerd worden.' De dode met mijn naam 'Op een dag moest ik bij de verzetsleiders komen. In een gedeeltelijk onderschepte brief werd in Berlijn naar mij geïnformeerd. Dat betekende meestal niet veel goeds. O m te voorkomen dat ik op transport werd gesteld, had het verzet een doodzieke dubbelganger gevonden met wie ik die dag - na zijn dood - van naam zou wisselen. Een paar dagen later vroegen ze me of ik de fascistische ambassadeur in Parijs kende. Uit de rest van de brief bleek dat die ambassadeur voor mijn vader naar mijn gezondheid had geïnformeerd. Omdat mijn vader geen

brieven meer van mij ontving, maakte hij zich zoveel zorgen dat hij zelfs zijn oude connecties gebruikte. De verzetsleiding vond dit merkwaardig: wat moest een communist met een fascistische connectie? Met moeite kon ik hen overtuigen dat mijn vader links republikein in ballingschap was en dat wij niets met fascisten te maken hadden.' Droom of werkelijkheid 'De mooiste dag van mijn leven is 11 april 1945, de bevrijding van Buchenwald door de Amerikanen. De SS vluchtte zodra de Amerikanen het kamp naderden. Een verzetscommando in het kamp had wapens achtergehouden. Nu konden die gevangenen - natuurlijk dankzij het Amerikaanse overwicht - het kamp mede bevrijden. Het was een bizar idee dat vanaf nu het ouder worden me niet dichter bij de dood zou brengen, maar me er juist verder van zou verwijderen. Met de stapels lijken en halfdode kameraden in het kamp voelde je een merkwaardige verwantschap. Je wist dat het net zo goed jouw lot had kunnen zijn. 'Niets is waar buiten het kamp', zei Primo Levi. Daarmee doelde hij op


het verschijnsel dat je wel verder kunt leven na het kamp, maar dat er altijd een kloof zal blijven tussen jou en de mensen die dit niet hebben meegemaakt. Ze kunnen jou nooit echt begrijpen, want het is niet te bevatten. Zou ik na twee jaren kille eeuwigheid ooit tot mezelf terugkeren? Soms was het alsof het leven na het kamp niet waar kon zijn, maar soms was het ook alsof Buchenwald een vreemde droom was geweest. Alsof die verschrikkelijke wereld nooit echt had bestaan.'

Schrijven of leven 'Mijn haar begon weer re groeien en zo op het eerste gezicht zag je niet waar ik de laatste twee jaren was geweest. O m te kunnen overleven zweeg ik over de oorlog. Als kleine jongen wilde ik altijd schrijver worden, maar na de oorlog kon ik geen letter op papier krijgen. Mijn overlevingsstrategie was juist géén contact met lotgenoten zoeken, geen herdenkingen bezoeken en er

absoluut niet meer aan proberen te denken. Ik verdween liever in het leven, in de strijd tegen Franco met het Spaans communistische verzet. Ik meende toen dat het communistische verzet in Spanje daar het best georganiseerde middel toe was. Vanuit Parijs ondernam ik geregeld onder valse namen missies naar Spanje. In 1963 las ik Alexander Solzhenitsyns 'Een dag uit het leven van Ivan Denisovitsj' over de wreedheden in Russische concentratiekampen. Ik herkende zoveel dat ik afstand nam van het communisme. In 1964 brak ik met de communistische partij en ging in Parijs wonen. Ook was ik nu in staat om terug te blikken naar het verleden. In 1965 verscheen mijn eerste boek gedteld 'De grote reis' over de treinreis naar Buchenwald. Ik denk dat ik toch alleen maar verder kan leven door er juist zoveel mogelijk over te getuigen.' Terugkeer 'In 1988 ben ik op verzoek van een

Inschrijfbon (Graag inzenden vóór 1 januari

2007)

Ondergetekende wil (willen) aanwezig zijn bij de 'Nooit meer Auschwitzlezing' door Jorge Semprun op 25 januari 2007 in de Beurs van Berlage te Amsterdam. Voorletter(s) deelnemer 1: Achternaam: Adres: Postcode:

Plaats:

Telefoon:

E-mail:

Voorletter(s) deelnemer 2: Achternaam: Adres: Postcode:

Plaats:

Telefoon:

E-mail:

De ingevulde inschrijfbon kunt u in een ongcfrankeerde envelop sturen naar: 'Nooit meer Auschwitz-lezing', Pensioen- cn Uitkeringsraad, t.a.v. directiesecretariaat. Antwoordnummer 10340, 2300 W B Leiden

Duitse filmregisseur teruggegaan naar Buchenwald. Er was veel veranderd en grote delen waren met bos bedekt. Een man kwam naar me toe. Hij zei dat hij al mijn boeken had gelezen en mij de ontbrekende informatie wilde geven. Hij drukte mij de Laan in mijn hand waarop de Duitse communist me op 29 januari 1944 had ingeschreven in het kamp. Tot mijn grote verbazing stond er niet als beroep 'Student' vermeld, maar 'Stukadoor'. De man had net zo goed kunnen denken: 'Laat die vlegel maar lekker student zijn.' Hij wist dat de SS vaklieden wilde sparen om na de oorlog hun mooie huizen te verfraaien. Het simpele feit dat ik als stukadoor was ingeschreven heeft me waarschijnlijk behoed voor transport naar Dora, waar de fabrieken voor de VI's en V2's waren en hordes gevangenen zijn omgekomen. Een halve eeuw later hield ik bevend mijn eigen kaart in mijn hand.' Interview: Ellen Loek

Reserveren toegangskaarten 'Nooit meer Auschwitz-lezing' Voor de 'Nooit meer Auschwitz-lezing door Jorge Semprum op 25 januari 2007 in de Beurs van Berlage te Amsterdam is een beperkt aantal toegangskaarten beschikbaar. Indien u bij de lezing aanwezig wilt zijn, verzoeken wij u de onderstaande bon in te vullen en vóór 1 januari 2007 op te sturen. Toedeling van kaarten geschiedt op volgorde van binnenkomst. De lezing begint om 14.00 uur en duurt tot 15.30 uur en zal in het Frans worden gehouden.

Uiteraard zal er een Nederlandse vertaling beschikbaar zijn. Aansluitend is er nog tot 16.30 uur gelegenheid om na te praten in de foyer van de Beurs van Berlage.


Toespraak v a n Jacques Grishaver

#

v o o r z i t t e r v a n h e t N e d e r l a n d s Auschwitz C o m i t é , tijdens d e r e c e p t i e 5 0 j a a r N A C o p 1 n o v e m b e r 2 0 0 6 , in het M i r a n d a P a v i l j o e n t e A m s t e r d a m Beste vrienden, oud-gevangenen, nabestaanden, sympathisanten en relaties van het Nederlands Auschwitz Comité, mevrouw de staatssecretaris, excellenties, Geachte aanwezigen, 50 jaar geleden, in september 1956, werd het Nederlands Auschwitz Comité opgericht. Dat u hier allen samengekomen bent om dat met ons te gedenken en te vieren, dat vervult ons met grote vreugde en dankbaarheid. Wij heten u allen hartelijk welkom. "1956" had een korte, maar belangrijke voorgeschiedenis. Vier jaar eerder, in januari 1952, vond voor het eerst na de oorlog een internationale conferentie van overlevenden uit de concentratiekampen, plaats in Warschau. Tien Nederlandse overlevenden van de hel van Auschwitz waren hierbij aanwezig. Zij gingen op 26 januari 1952, zeven jaar na de bevrijding van het kamp, terug naar Auschwitz-Birkenau, waar zij een urn vulden met as. As was de enige stoffelijke herinnering aan de onvoorstelbare aantallen mensen die hier vermoord waren. Daaronder ook zo velen die uit Nederland afkomstig waren. D e urn werd mee terug naar huis genomen om hem in Nederland een plek te geven. Een plek waar nabestaanden om hun doden konden t r e u r e n . Na een eerste massaal bezochte rouwplechtigheid in Amsterdam werd de urn in juni van datzelfde jaar hier in deze stad begraven op de Oosterbegraafplaats. Later kwam er een kleine

Foto's: Sandy Kalisingh steen bij te staan met het opschrift "Nooit meer Auschwitz". De voorgeschiedenis geeft aan dat er in de eerste jaren na de Tweede Wereldoorlog in de Nederlandse maatschappij niet of nauwelijks oog was voor de verschrikkingen waarmee overlevenden van de concentratiekampen waren geconfronteerd. De slachtoffers moesten steun bij elkaar zoeken en deden dat ook. Dat gebeurde weer toen in de jaren, die hierop volgden, getuigen gezocht werden voor de processen, die gevoerd werden tegen nazi-misdadigers. Ook naar Nederland kwam men voor getuigen. Één van de gevolgen van deze actie was, dat op een avond in september 1956 tien Joodse overlevenden van de shoah in Amsterdam bijeen kwamen om een vaste club van oorlogsslachtoffers op te richten. Annetje Fels, Ro en Lou Corper, Elly en David van Geens, Eva en Jacques Furth, Saar en M a n u s Neter en

J. Alvares Vega waren hun namen. Zij richtten het "Nederlands Auschwitz Comité" op. Korte tijd later traden ook Jos Slagter, Ina Wolf, Sal de Zwarte en Eva Tas toe tot het Comité. Deze veertien waren de pioniers van het Nederlands Auschwitz Comité. Hun actie was, om het in een paar woorden samen te vatten, een schreeuw om rechtvaardigheid. Voor die rechtvaardigheid moest voortdurend strijd geleverd worden. Tegen de oude beulen en vervolgers; denk aan de vrijlating van de drie van Breda, aan de zaak M e n t e n . Voor de belangenbehartiging van de getroffenen: denk aan de totstandk o m i n g van de W U V , de Wet Uitkering Vervolgingsslachtoffers. Tegen het "vergeten" om allerlei, vooral politieke redenen, van wat er gebeurd was; met andere woorden dat men zou blijven herdenken. Deze houding van voortdurende strijd, dat waren zij aan de slachtoffers en de overlevenden verplicht. Strijden


voor een wereld waar geen plaats meer zou zijn voor een volgend Auschwitz. Auschwitz, het kamp, is meer dan een plek. Het is in de loop van de jaren het symbool geworden van de holocaust in zijn totaliteit. Auschwitz staat voor de eerste industrieel georganiseerde massamoord, een unieke gebeurtenis in de geschiedenis. Auschwitz staat symbool voor al het kwaad en het lijden in de kampen van het nazi-bewind: naast Auschwitz ook in Bergen-Belsen, in Dachau, Mauthausen, Ravensbrück, Sachsenhausen, in Sobibor, Theresienstadt, Treblinka, kortom voor de totaliteit van al die verschrikkelijke oorden in Europa. Daaruit is de kreet "Nooit meer Auschwitz" voortgekomen. Die woorden, eind oktober 1952 geplaatst op die eenvoudige steen op de Oosterbegraafplaats, werd de hartenkreet van de oprichters van het Comité. Voor het levend houden van die hartenkreet, gedurende de afgelopen 50 jaar, wil ik alle oud- en huidige bestuursleden en medewerkers van het Nederlands Auschwitz Comité — het waren en zijn allemaal vrijwilligers — van harte bedanken voor hun grote inzet. "Nooit meer Auschwitz" is de leidraad van ons handelen. Dat was het toen, dat is het nu en dat zal het in de toekomst blijven. Daarom is herdenken één van de pijlers van onze activiteiten. Al vijftig jaar wordt op de zondag die het dichtst bij de dag van de bevrijding van Auschwitz ligt, in Nederland een herdenking gehouden. O p de Oosterbegraafplaats, eerst bij de eenvoudige steen en vanaf 1977 bij het Spiegelmonument ontworpen door Jan Wolkers. Vanaf 1993 in het Wertheimpark tc Amsterdam bij het verplaatste en vergrote Spiegel-

monument, met nog steeds onder het monument de urn met as uit Auschwitz. De deelnemers aan de herdenkingen zijn overlevenden en nabestaanden, tal van officiële gasten en daarnaast vele belangstellenden. Wat vijftig jaar geleden begon met een groepje van enkele tientallen, is nu uitgegroeid tot een gebeurtenis die je bijna een nationale herdenking zou kunnen noemen. Ik kom daar straks op terug. "Herdenken" stond het afgelopen jaar, 2005, ook centraal in onze activiteiten. Het was een bijzonder jaar. Samen met het Herinneringscentrum Kamp Westerbork organiseerden wij in januari het lezen van de 102.000 namen van de Joodse en Sinti en Roma landgenoten die in de vernietingskampen waren o m g e b r a c h t . In Amsterdam begonnen in de Hollandse Schouwburg en voortgezet in het Verzetsmuseum — en daarna in Westerbork. Totaal ruim vijf dagen lang, onafgebroken 24 uur per dag, werden de namen gelezen. Het geheel was wereldwijd via internet te volgen. Voor velen in Nederland maar ook op andere plaatsen in de wereld was het een bijzondere e m o t i o n e l e gebeurtenis. In april van dat jaar kwam het nieuw ingerichte Nederlands Paviljoen in Auschwitz tot stand. H e t werd officieel geopend d o o r H u n n e Koninklijke H o o g h e d e n Prins W i l l e m - A l e x a n d e r en Prinses Maxima. Staatssecretaris Ross-van Dorp van Volksgezondheid, Welzijn en Sport vertegenwoordigde de regering. D e v e r n i e u w i n g is in opdracht van het Ministerie van VWS uitgevoerd door het Nederlands Auschwitz Comité. De grote bijdrage van de Eenheid Oorlogsgetroffenen en Herinnering W O U van het ministerie bij de realisering

van dit project wil ik niet onvermeld laten en ook de steun van h e t Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie. In het paviljoen is een nieuwe, indrukwekkende tentoonstelling gekomen over de vervolging en deportatie van dc Joden cn de Sinti en Roma uit Nederland. Ook daar spelen namen weer een grote rol. Er is een herdenkingsruimte gerealiseerd waarin een wand met alle 60.000 namen, van de in Auschwitz vermoorde Nederlanders, is opgenomen. Bezoekers van het paviljoen verblijven langdurig in deze ruimte en zijn diep onder de indruk. Het is overweldigend, indrukwekkend en emotionerend. Het lezen van de 102.000 namen en de herdenkingsruimte in het Nederlands paviljoen hebben bij het Auschwitz Comité het idee doen ontstaan om te onderzoeken of het mogelijk is in het Wertheimpark, aansluitend aan het monument, een informatiepunt over de holocaust, g e k o p p e l d aan informatie over hedendaagse genocides, te plaatsen. Er zou ook een herdenkingsruimte moeten komen waarin een wand met de namen van alle 102.000 die zijn omgebracht. Wij denken dat zo'n informatiepunt ook een grote educatieve uitstraling zal hebben. Educatie is de tweede pijler van ons werk. Al lang zijn wij op dit gebied met verschillende activiteiten bezig. Bovenaan staat de bekende jaarlijkse reis van het Comité naar vernietigingskampen in Polen: Auschwitz-Birkenau, Majdanek en Sobibor. Volgende week vindt deze reis weer plaats en ook nu is daarbij weer een aantal leraren en journalisten die op educatief gebied werkzaam zijn. Het Comité werkt mee aan jongerenreizen naar Auschwitz-Birkenau, die op verzoek van scholen worden


georganiseerd. En er is het plan om reizen te organiseren naar Auschwitz voor Pabo studenten, in navolging van de reis die dit jaar georganiseerd werd door het Comité Vrouwen van Ravensbrück in samenwerking met het Herinneringscentrum Kamp Westerbork. Educatie is voor een belangrijk deel ook de basis voor de uitgave van ons blad, het Auschwitz Bulletin. Wij geven het vier keer per jaar uit, vanaf 2 0 0 7 in een v e r n i e u w d e v o r m geving. Speciaal het omvangrijke Herdenkingsnummer, dat altijd in januari verschijnt, is op het onderwijs gericht en w o r d t in grote aantallen naar scholen gestuurd. Ook onze website heeft een educatief doel. Aan ccn vernieuwde site wordt momenteel gewerkt. Daarop zal hopelijk binnenkort ook een virtuele rondgang door de tentoonstelling in het Nederlands paviljoen in Auschwitz te zien zijn. Hieraan zal een reader voor het onderwijs gekoppeld zijn. Het Nederlands Auschwitz Comité zal zo steeds proberen een brug te slaan vanuit het verleden, via het heden, naar dc toekomst. Lessen uit het verleden - lessen voor de toekomst. Het Comité wil onze jeugd en onze multiculturele samenleving blijven waarschuwen voor de gevaren van onverdraagzaamheid, discriminatie en rassenhaat. De postercampagne "Discriminatie raakt ook mij", die wij in 2005 voerden in Amsterdam, is daarvan een uiting. Het Nederlands Auschwitz Comité werkt echter ook aan educatie op een heel ander niveau. In samenwerking met de Pensioen- en Uitkerings Raad en het C e n t r u m voor Holocaust- en Genocidestudies organiseert het Comité sinds 2004

Gastspreker Prof.dr. Hans Blom, directeur van het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie. (Zijn toespraak verschijnt in een volgend nummer.) de jaarlijkse Nooit Meer Auschwitz Lezing met gerenommeerde sprekers: - Raoul Hilberg, de grondlegger van de studie over de Shoah, uit Ametika, - Albi Sachs, anti-apartheidsstrijder en o n t w e r p e r van de n i e u w e Zuid-Afrikaanse grondwet, uit Zuid-Afrika, - Simone Veil, oud-gevangene van Auschwitz, minister, voorzitter van het Europese parlement, uit Frankrijk, - en volgend jaar op 25 januari 2007 Jorge Semprun, voormalig

gevangene in Buchenwald, strijder regen het fascisme in zijn land, schrijver, minister, uit Spanje. Het zijn allen internationale sprekers van groot gezag die, ieder op eigen wijze, de verbinding leggen tussen de discriminatie en de rassenhaat van het verleden met de tekenen daarvan die wij nu weer op zien d o e m e n en waartegen wij o n s moeten wapenen. Aan de lezing is een onderscheiding verbonden die de naam draagt van onze in 2001 overleden erevoorzitter en mede-oprichter van het


Comité, Annetje Fels-Kupferschmidt. Zij wordt gegeven aan een persoon of organisatie die zich op buitengewone wijze verdienstelijk heeft gemaakt voor het realiseren van de doelstellingen van het Nederlands Auschwitz Comité. Wanneer we de ontwikkelingen van vijftig jaar Nederlands Auschwitz Comité overzien, dan kunnen we blij zijn dat het initiatief en de strijd van het groepje pioniers uit het begin heel wat opgeleverd heeft. De acceptatie van de holocaust als een van de vreselijkste uitingen van menselijk gedrag - eerder wangedrag - is in onze maatschappij wel doorgedrongen. De manieren o m er tegen te strijden worden ook steeds meer geaccepteerd. Dat gaat met educatie, met voorlichting, met lessen, met w a a r s c h u w e n en is o p de toekomst gericht. Maar steeds ook met de blik op en de kennis van het verleden, en dan gekoppeld aan herinneren, niet vergeten, herdenken. Ik vind het d a a r o m een heel bijzondere g e b e u r t e n i s dat de Assemblee van de Verenigde Naties in New York op 1 november 2005, 60 jaar na de Tweede Wereldoorlog, de resolutie a a n n a m waarbij 27 januari uitgeroepen werd tot de internationale Holocaust Memorial Day. Dit betekent dat Auschwitz internationaal als het symbool van

de Holocaust erkend is. Het betekent dat Auschwitz het baken is voorwaar discriminatie, waar racisme, waar antisemitisme in hun ultieme vorm toe kunnen leiden. Het betekent dat we moeten leren van de geschiedenis en over Auschwitz moeten blijven vertellen. En het zou ook moeten betekenen dat Auschwitz nooit meer zal plaatsvinden: " N o o i t Meer Auschwitz." Maar helaas moet mij wel van het harr, dat dat nog lang niet bereikt is. Met Cambodja, met Ruanda, voormalig Joegoslavië en vandaag Darfur. Ook al daarom heeft de instelling van deze dag een zeer diepe betekenis. "Nooit meer" mag dan in de actualiteit vaak eerder "Altijd weer" lijken, wij mogen die strijd voor een definitieve verandering toch nooit opgeven! De Auschwitz Herdenking in Nederland die er aankomt, op 28 januari 2007, zal voor het eerst in het teken staan van deze Holocaust Memorial Day. Voorafgaand zal door het C e n t r u m van Holocaust en Genocidestudies, de Anne Frank Stichting, op diverse universiteiten, op scholen en op de n a t i o n a l e herinneringplaatsen Westerbork, V u g h t en Amersfoort a a n d a c h t worden besteed aan deze dag. Hiermee groeit onze herdenking bij het indrukwekkende "Nooit Meer Auschwitz" monument uit tot niet alleen het herdenken van de mis-

daden gepleegd in de nazi-kampen in Europa maar ook dat we stil staan bij de slachtoffers van de hedendaagse genocides. Bij de o n t h u l l i n g van de herinneringsplaquette in het voormalige kamp Bergen Belsen ter nagedachtenis van de daar omgekomen Nederlanders, nu veertien dagen geleden, heeft de staatssecretaris voor Culruur van Nedersaksen dit treffend verwoord. Hij zei: "De herinnering aan de slachtoffers van de nationaal socialistische vervolging moet - als zij geloofwaardig wil zijn - voor altijd v e r b o n d e n zijn met de bereidwilligheid om te strijden voor de rechten van de menselijke waardigheid en de mensenrechten, voor een vrije en tolerante maatschappij, waar we verschillend mogen zijn zonder vrees en waar we de vele kerkgenootschappen, etnische groeperingen en manieren van samenleven niet als een b e d r e i g i n g maar als een verrijking mogen zien." Dit citaat geeft, naar mijn gevoel, heel goed de diepere betekenis van de woorden "Nooit meer Auschwitz" weer. O p die door hem geschetste weg zullen ook wij voortgaan. Zo kijken wij naar de toekomst. Wij danken u - geachte aanwezigen hier - voor uw steun en belangstelling daarbij.

Een monument voor Joods N e d e r l a n d Johan Hendrik Van Dale wist het al: het maken van een woordenboek is geen pretje. Sterker nog, Van Dale zag wel wat in de stelling dat zelfs iemand die zijn vader en moeder heeft vermoord nog te goed is om een woordenboek te schrijven. Zo boud zouden Justus van de Kamp en Jacob van der Wijk het niet willen stellen, maar de samenstelling van

het woordenboek Koosjer Nederlands, een pil van achthonderd pagina's over ' J o o d s e w o o r d e n in h e t Nederlands', was een enorme klus. Veertien jaar geleden werd Van de Kamp (52), die indertijd materiaal aan het verzamelen was voor een woordenboek Jiddisch-Nederlands, door een uitgever benaderd of hij, naar een Amerikaans voorbeeld, een

boek wilde maken over Nederlandse woorden met een 'joodse' herkomst. Van de Kamp had daar wel oren naar en omdat hij wist dat Jacob van der Wijk (68) goed thuis was op dit gebied, gingen zij samen aan de slag. Er werd een eerste woordenlijst gemaakt, een lijst van boeken en artikelen die moesten worden doorgenomen, en de broer van Justus


bouwde e e n database om de gevonden woorden en citaten in onder ce brengen. Het idee was toen, in 1993, dat het boek binnen twee a drie jaar klaar zou zijn. Uiteindelijk werden het er dus veertien. Dat het zo uitliep heeft in de eerste plaats te maken met de degelijkheid van Justus en J a c o b . H e t oorspronkelijke literatuurlijstje bleek veel te beperkt. Jacob liep eindeloos boekenmarkten en antiquariaten af en ontdekte steeds meer boeken die het joodse leven beschreven of waarin joodse woorden voorkwamen. Stonden er op het eerste lijstje nog een paar honderd titels, uiteindelijk lazen de auteurs zo'n 3.200 boeken en artikelen. Wat ook veel tijd kostte was de werkwijze. Aanvankelijk wilde Jacob niks van computers weren. Hij tikte de woorden die hij gevonden had op papiertjes, die vervolgens door Justus werden overgetikt op de pc. Bij een paar zinnetjes is dat geen probleem, maar in totaal verzamelden Justus en Jacob ruim 18.000 citaten! In de beginfase werden s o m m i g e citaten wel drie of vier keer uitgetikt. Overigens maakte Jacob zijn aantekeningen vaak op oude bonnetjes die hij in dc Albert Heijn bij de kassa's van de grond raapte. "Ik heb verschillende keren aan filiaalchefs, die mij maar een verdachte figuur vonden, moeten uitleggen wat een kaartenbak is", vertelt Jacob lachend. In 1999 drong de uitgever erop aan dat het manuscript nu écht moest worden ingeleverd. Twee weken lang werkte Justus zo'n zevenrien uur per dag om de puntjes op de i te zetten, om vervolgens, op weg naar zijn vakantieadres, een kolossaal manuscript bij de uitgeverij in te leveren. Na zijn vakantie hoorde hij maandenlang niks. Zijn redacteur bleek overspannen te zijn, cn na lang dralen kreeg Justus te horen dat het complete

manuscript — een halve meter dik! - was zoekgeraakt. Eind 2004, begin 2005 leverden Justus en Jacob de tweede versie van hun manuscript in. Dat was echter, volgens de uitgever, zo'n vijfhonderd pagina's re dik. Stonden er eerst bij ieder opgenomen woord nog zo'n tien a twaalf vindplaatsen, in de versie die zojuist is uitgebracht is dit aantal teruggebracht tot één a drie vindplaatsen per woord. Er is veel overlegd over het schrappen, maar toch moet er iets zijn misgegaan, want volgens Justus en Jacob zagen zij in de eerste drukproef tot hun schrik dat precies de verkeerde citaten waren geschrapt, vrijwel alle voetnoten (een paar honderd) en veel van de etymologie. Het eind van het liedje was dat de zetter op het laatst nog zo'n v i e r h o n d e r d citaten moest toevoegen - een kleine (en dure) ramp. En dan was er nog de o l d t i m e database die in stukken viel (te groot geworden), de te beknopte index (weer een paar honderd toevoegingen in de drukproef), plus de jongste .spellingherziening. Laat nou juist in die herziening zijn vastgelegd dat je joods en joden soms wél en soms

niet met een hoofdletter schrijft nóg iets dat door het hele boek moest worden veranderd. Johan Hendrik van Dale stierf toen het woordenboek dat naar hem is vernoemd, nog maar half af was. Justus van de Kamp en Jacob van der Wijk overleefden hun levenswerk. Ondanks alle moeilijkheden is Koosjer Nederlands een standaardwerk geworden, een taalmonument voor Joods Nederland. Maar wel een monument dat uiterst moeizaam tot stand is gekomen. Ewoud Sanders Justus van de Kamp & Jacob van der Wijk' Koosjer Nederlands, Joodse woorden in de Nederlandse taal, 2006, Uitgeverij Balans, 800 blz. ISBN 90-254-2179-2, € 69,90


Te veel fouten in Digitaal Monument In het Auschwitz Bulletin van september 2006 schrijft Nienke Ledegang over het Digitaal Monument. Daniël Metz, coördinator van het project, erkent dat er fouten staan in het Digitaal Monument. Al jaar en dag houd ik me bezig met het opsporen van die fouten, met name door het samenstellen van een 'Register van foutieve meldingen op het digitaal m o n u m e n t ' . Het bouwen van het Digitaal Monument, het koppelen van verschillende gegevens van meer dan honderdduizend mensen uit verschillende bronnen, is een werk dat niet zonder fouten kan worden uitgevoerd. De belangrijkste bronnen waaruit is geput zijn de gemeentelijsten en het boek "In Memoriam". In januari 1941 — en in bepaalde gemeenten nogmaals in 1942 - moesten Joodse gezinshoofden cn alleenstaande Joden zich laten registreren. Een deel van de toen opgestelde lijsten is bewaard gebleven. Dc tweede belangrijke bron is "In Memoriam", de verzameling van namen van Joden die — volgens de verantwoording in het boek — "tijdens de Tweede Wereldoorlog uit Nederland werden gedeporteerd en van wie geen graf bekend is". H e t lijkt verder simpel. Uit het totaal van de Joodse bevolking in Nederland in januari 1941 (de gemeentelijsten) haal je de namen van de vermoorde Joden ("In Memoriam") en je weet wie de Sjoa wel en wie de Sjoa niet heeft overleefd. Maar zo simpel is het niet. Nadat de gemeentelijsten waren opgesteld, hebben zich binnen de Joodse gemeenschap in Nederland demografische ontwikkelingen v o o r g e d a a n die in h e t Digitaal Monument ontbreken: er zijn kinderen geboren, cr zijn mensen gestorven en begraven, er zijn huwelijken gesloten. Daarnaast is "In Memoriam" een beperkte bron:

alleen de Joden worden vermeld die over de grens zijn gedeporteerd en van wie geen graf bekend is. Hier ontbreken de Joden die na januari 1941 in Nederland zijn overleden of vermoord en in Nederland zijn begraven, zoals de Joodse verzetstrijders die in Nederland zijn geëxecuteerd of opgehangen, Joodse onderduikers die werden gepakt en ter plekke werden doodgeschoten, Joden die zelfmoord verkozen boven deportatie. Aan deze lacunes is in de afgelopen tijd gesleuteld. Er bestaan lijsten van Joden die in het kamp Westerbork zijn gestorven, opgaven van geboorten en huwelijken in het kamp Westerbork, begraafboeken van verschillende Joodse gemeentes, rouwadvertenties die tijdens de bezetting in het NIW, later in Het Joodsche Weekblad verschenen enzovoort. Maar het is allemaal wat hap-snap zonder een systematische aanpak. Er z i t t e n verschillende soorten fouten in het Digitaal Monument, zowel systematische fouten als nietsystematische fouten. Typefouten behoren tot de categorie van nietsystematische fouten. De ambtenaar die de gemeentelijst in januari 1941 opstelde, kan zich vergist hebben in de spelling van de familienaam of van de straatnaam of hij kan een verkeerd huisnummer hebben ingevuld. Maar ook bij de verwerking van de gemeentelijst naar het Digitaal Monument kunnen typefouten zijn gemaakt. Een enkel voorbeeld: Ezechiël van Beseme was getrouwd met Rosetre van BesemeBaske. In het Digitaal Monument wordt dit huwelijk niet herkend, omdat voor Ezechiël de achternaam Besema in plaats van Beseme wordt gebruikt. Bovendien is voor Ezechiël het huisnummer 26 huis gebruikt

in plaats van 16 huis zoals voor zijn echtgenote Rosette. Dit soort nietsystematische fouten komt vaak voor en ze zijn moeilijk te vinden. Dit ligt anders bij de systematische fouten. Er zitten zoveel soorten systematische fouten in het Digitaal Monument, dat ik ze in deze korte bijdrage niet alle kan noemen. Ik beperk me hier tot de personen die volgens het Digitaal Monument de Sjoa hebben overleefd. Het ligt (lag?) in de bedoeling van de projectleiding om Joden die de oorlog hebben overleefd, te plaatsen achter een Chinese Muur. De gegevens van deze Joden zouden, geanonimiseerd, achter die Chinese Muur worden verzameld en worden verdeeld in klassen qua geslacht, qua leeftijd, qua gezinssamenstelling enzovoort. Met deze gegevens zou wetenschappelijk onderzoek worden gedaan dat licht kan werpen op de ovetlevingskansen van de vervolgde Joden: tegenover de Joden die de oorlog niet hadden overleefd konden de Joden worden afgezet die de oorlog wel hadden overleefd. Bij dit verzamelen van gegevens van "overlevenden" zijn verschillende fouten gemaakt. De gemeentelijsten van 1941/1942 bevatten niet alleen de namen van Joden, maar ook van duizenden niet-Joden, gemengd gehuwden en kinderen uit gemengde huwelijken; ze worden in de gemeentelijsten aangeduid met de nazi-afkortingen A, GG, G-I en G d l . In het Digitaal Monument zijn /.e opgenomen als "overlevenden". Toen ik daartegen bezwaar maakte, stelde de projectleiding dat ook niet-Joden, gemengd gehuwden en kinderen uit gemengde huwelijken het "slachtoffer zijn van de Jodenvervolging"; dit standpunt werd onderschreven door het bestuur


van dc Stichting Digitaal Monument. Dit standpunt dient te worden afgewezen. Het Digitaal Monument is, zoals vastgelegd, nadrukkelijk alleen bedoeld voor personen die tijdens de bezetting in Nederland als Joden zijn vervolgd en die de Sjoa niet hebben overleefd. Ongetwijfeld waren er niet-Joodse partners van gemengde huwelijken die onder de anti-Joodse maatregelen van de Duitse bezetter hebben geleden, maar niet tot in Auschwitz. Bovendien zijn er gevallen bekend waarbij de nietJoodse partner dankbaar gebruik maakte van die maatregelen: door van de Joodse partner te scheiden, ontdeed hij zich van zijn Joodse echtgenote, van zijn "half-Joodse" kinderen en van zijn alimentatieverplichting. De Joodse partner werd gepromoveerd van gemengd gehuwd (GG) tot vol-Jodin en haar kinderen van G-I en G-II tot "Voll-Juden". Zij werden met voorrang gedeporteerd. Maar ook vele personen die wel een plaats verdienen in het Digitaal Monument omdat zij als Jood in Nederland zijn vervolgd en de Sjoa niet hebben overleefd, zijn ten onrechte aangeduid als personen die

de Sjoa hebben overleefd. Zo is een lijst aangelegd van bijna drie duizend Joden die in de jaren 1941 en 1942 in Amsterdam zijn overleden en begraven. Zij worden voor het Digitaal Monument beschouwd als overlevenden, tenzij er in het N I W (later in Het Joodsche Weekblad) voor hen een rouwadvertentie was geplaatst. In de meeste gevallen is zo'n rouwadvertentie niet geplaatst en deze duizenden Joden staan ten onrechte geboekt als "overlevenden". O o k in andere g e m e e n t e n dan Amsterdam zijn Joden na het begin van de Duitse bezetting overleden en begraven en ook zij staan geboekt als "overlevenden" tenzij voor hen een rouwadvertentie is geplaatst. Tot deze categorie van personen die ten onrechte als overlevenden in het Digitaal Monument geboekt staan, behoren ook de tientallen Joden die tegen het einde van de bezetting als ondetduikers werden gepakt en ter plaatse werden d o o d g e s c h o t e n , evenals de vele Joodse verzetstrijders die, na te zijn g e p a k t , w e r d e n vermoord in de strafgevangenis van Scheveningen of geëxecuteerd op de Waalsdorpervlakte of op de Leusderheide of als Engelandvaarder ver-

dronken in de Noordzee. Al deze Joden dienen hun plaats in het Digitaal Monument te krijgen. Indien het plan is of wordt gerealiseerd om overlevende Joden achter een Chinese Muur te plaatsten, dienen deze Joden die de Sjoa niet hebben overleefd, daar verwijderd te worden. O p basis van de huidige gegevens o m t r e n t "overlevenden" in het Digitaal Monument, kan geen aanvaardbaar wetenschappelijk onderzoek worden gedaan naar de verschillen tussen Joden uit Nederland die de Sjoa niet hebben overleefd en de Joden die de Sjoa wel hebben overleefd. les Lipschits

BON Wilt u zich abonneren op dit blad of heeft u familie, vrien-

Auschwitz Bulletin. Voor de verzend- en portokosten zijn

den of kennissen die op de hoogte willen blijven van de

wij echter genoodzaakt u om een minimale bij-drage te

activiteiten van het Nederlands Auschwitz Comité?

vragen. Deze bijdrage is voor binnenlandse abonnees

Als u onderstaande bon invult en opstuurt naar: Het N e d e r l a n d s e Auschwitz C o m i t é , Knoopkruid 5 4 ,

1 1 1 2 PV D i e m e n ,

ontvangen u of uw bekenden vier maal per jaar het

€ 8 , - , buitenlandse abonnees in Europa € 1 1 , - en buiten Europa € 1 6,-. Tevens ontvangen alle abonnees één maal per jaar een acceptgirokaart voor een vrijwillige donatie ten behoeve van de voortgang van het werk van het Nederlands Auschwitz Comité.

Naam: Adres: Postcode en woonplaats: Land: Email: Opsturen n a a r : H e t N e d e r l a n d s Auschwitz C o m i t é , Knoopkruid 5 4 , 1 1 1 2 PV D i e m e n Een a b o n n e m e n t

kunt u ook o p g e v e n via onze website: w w w . a u s c h w i t z . n l / b u l l e t i n . h t m l .


Toelichting o p : w a a r was het Rode Kruis In het Auschwitz Bulletin van afgelopen september was de tekst van een lezing van Auschwitzoverlevende mevrouw R o n n i e Goldstein-van Cleef afgedrukt. Hierin vertelt zij indringend over haar deportatie naar Auschwitz, hoe zij in Libau slavenarbeid moest verrichten, en hoe het Rode Kruis centraal stond in haar fantasieën over hoe zij en haar lotgenoten gered zouden worden. Maar het Rode Kruis schitterde door afwezigheid, ook na de bevrijding. Het Nederlandse Rode Kruis wil hier graag de context waarin mevrouw Goldstein haar persoonlijke relaas deed, met de lezers van het Auschwitz Bulletin delen. Deze lezing over het ontbreken van hulp van het Rode Kruis was de eerste van drie lezingen op een studiedag vorig jaar september, die op verzoek van de directie van het Nederlandse Rode Kruis door Joods Educatief Centrum 'Crescas' werd georganiseerd in h e t J o o d s H i s t o r i s c h Museum. D e s t u d i e d a g werd georganiseerd om meer inzicht te verkrijgen in wat de joodse gemeenschap in Nederland had ondervonden tijdens de Tweede Wereldoorlog, en over de rol van het Rode Kruis in die p e r i o d e . O p een m a a n d a g ochtend, toen het museum voor p u b l i e k gesloten was, w e r d e n directie, management team en een b e s t u u r s l i d van de o r g a n i s a t i e verwelkomd door museumdirecteur Joel C a h e n en medewerkers van Crescas . Na het persoonlijke relaas van mevrouw Goldstein hield Chris K o o y m a n van J o o d s Maatschappelijk Werk een lezing over dc gevolgen van de decimering van de joodse gemeenschap in Nederland. Vervolgens heefr de afdeling Oorlogsnazorg van het Nederlandse

Rode Kruis de historische conclusies op een rijtje gezet over dc rol van het Rode Kruis met betrekking tot burgerslachtoffers in de Tweede Wereldoorlog in het algemeen, en de j o o d s e vervolgden in het bijzonder. Het Internationale Rode Kruis heeft al in de jaren tachtig de historicus J.C. Favez verzocht onderzoek te d o e n naar de h o u d i n g van de organisatie tegenover de jodenvervolging waarbij hij alle medewerking (en toegang tot alle archieven) kreeg. Zijn conclusies waren duidelijk: het Internationale Rode Kruis heeft ernstig gefaald. Het Nederlandse Rode Kruis gaf in de jaren negentig op zijn beurt financiële ondersteuning en volledige medewerking aan het onderzoek van de historicus Leo van Bergen. Het aanvaardde de conclusies over het gebrek aan durf bij de toenmalige leiding van het N e d e r l a n d s e Rode Kruis en de gevolgen die dit had voor joodse vervolgden en andere burgerslachtoffers van het Naziregime. Het Nederlandse Rode Kruis erkent het falen en spant zich in om de kloof die is ontstaan tussen de joodse gemeenschap en de organisatie te d i c h t e n . Het verleden kan niet teruggedraaid worden. Maar we kunnen in het hier en het nu ons werk zo goed mogelijk doen en alert blijven opdat vergelijkbaar falen in de toekomst nooit meer voorkomt. O m de lessen uit het verleden niet te vergeten streeft het Nederlandse Rode Kruis naar samenwerking met andere organisaties, zoals het beschikbaar stellen van documentatie aan Herinneringskamp Westerbork voor het project "een naam en een gezicht". Ook nam het Nederlandse Rode Kruis samen mer het N I O D h e t initiatief voor de w e b s i t e

"kamparchieven.nl". Het werkt ook aan de digitalisering van onderdelen van het archief van Oorlogsnazorg, die de neerslag vormen van de genocide van de joodse bevolking in N e d e r l a n d . Het materiaal geeft inzicht in wat er gebeurd is, hoe het g e b e u r d is. Het moet worden veiliggesteld voor de toekomst. Bij de zestigste herdenking van de bevrijding van Auschwitz verklaarde het Internationale Rode Kruis dat Auschwitz het grootste falen in de geschiedenis van de organisatie symboliseert en dat het "een k r a c h t i g symbool blijft van de verschrikkingen van Hitiers regime. Het herinnert de mensheid aan het feit dat het moet handelen bij toekomstige dreigingen van genocide". Dit bewustzijn en dit streven deelt het Rode Kruis met het Auschwitz Comité. Daarom hebben wij vorig jaar Ronnie Goldstein gevraagd haar persoonlijke verhaal te vertellen. Namens het Nederlandse Rode Kruis, Regina Grüter


D e staatssecretaris v a n V o l k s g e z o n d h e i d , W e l z i j n e n S p o r t , Clémence R o s s - v a n D o r p , heeft w o e n s d a g 1 n o v e m b e r e e n Koninklijke onderscheiding a a n de voorzitter v a n het N e d e r l a n d s Auschwitz C o m i t é u i t g e r e i k t Samenvatting van de toespraak van de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Clémence Ross-van Dorp, ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan van het Auschwitz Comité en het uitreiken van een koninklijke onderscheiding aan de voorzitter J. Grishaver, op 1 november 2006 in Amsterdam. -Si

'Een plek bezoeken waar meer dan vijftig jaar geleden de meest verschrikkelijke dingen hebben plaatsgevonden, heeft dat wel zin? Heeft het wel nut om al die dingen weer op te rakelen, om in het verleden te graven? Ja, zeg ik, dat heeft zin. Laat het een waarschuwing zijn voor het heden en voor de toekomst, laten we leren van het verleden'. Dit was een citaat, dames en heren, van de 16-jarige Marieke Brouwer en het is te lezen in het boekje 'Ver weg en toch dichtbij'. Het citaat is t r o u wens ook te vinden op de website van het Nederlands Auschwitz Comité. Ik haal het hier aan omdat ik het zo'n treffende uitspraak vind. H e t geeft heel k e r n a c h t i g weer waarom we moeten blijven herdenken wat er inmiddels meer dan zestig jaar geleden p l a a t s v o n d in Auschwitz-Birkenau en al die andere vernietigingskampen. Het geeft ook aan waarom het goed is dat er elk jaar een reis wordt gehouden naar de kampen Auschwitz-Birkenau, Sobibor en Majdanek. En waarom er jaarlijks een herdenking plaatsvindt onder de noemer 'Nooit meer Auschwitz'. Daarmee wordt dus ook het bestaansrecht van het Nederlands Auschwitz C o m i t é , dat de hiervoor genoemde activiteiten organiseert, méér dan aangetoond.

Het Nederlands Auschwitz Comité heeft sinds zijn oprichting allerlei activiteiten onrplooid om ervoor te zorgen dat nooit wordt vergeten wat er in de jaren 1940 — 1945 uit naam van een barbaars regime plaatsvond. Ik kan niet genoeg benadrukken hoe belangrijk het is dat de herinnering aan war er toen is gebeurd, levend wordt gehouden. Generatie na generatie. Het Nederlands Auschwitz Comité zet zich daarvoor in en heeft zich daarmee een niet meer weg te denken plaats verworven in onze samenleving. Een aangrijpende plechtigheid, waar ik zelf ook een steentje aan mocht bijdragen, vond begin vorig jaar plaats. Toen werden, gedurende vijf dagen, alle namen opgelezen van de 102.000 Nederlandse slachtoffers van de vernietigingskampen. Dat was van groor belang, w a n t door het noemen van de namen van al die mensen die destijds naamloos zijn omgebracht, zullen zij niet worden vergeten. D i t publiekelijk en onafgebroken lezen van al die

namen was een initiatief van het Nederlands Auschwitz Comité en het Herinneringscentrum K a m p Westerbork. H e t trok wereldwijd aandacht en leverde een enorme uitstraling op naar de media en naar de nabestaanden. Eén van de drijvende k r a c h t e n achter het Auschwitz C o m i t é is Jacques Grishaver. Al sinds 1989 is hij actief voor her N e d e r l a n d s Auschwitz C o m i t é , waarvan de afgelopen tien jaar als voorzitter. Als alle dingen die Jacques Grishaver heeft gedaan en nog sreeds doet uit naam van het comité waarvoor hij zich al zo lang belangeloos inzet, genoemd zouden worden, staan we hier nog wel even. Zijn bijzondere i n s p a n n i n g e n zijn niet o n o p gemerkt gebleven. Dat daarvoor in brede kring zeer veel waardering bestaat, is dan ook nog voorzichtig uitgedrukt. H e t doet mij dan ook veel plezier dat het Hare Majesteit de Koningin heeft behaagd je te benoemen tot ridder in de orde van Oranje-Nassau.


A a n d a c h t v o o r d e v e r g e t e n holocaust o p Sinti e n Roma in d e Verenigde Naties

I n t e r n a t i o n a l e Holocaust Day 2 0 0 7 De telefoon gaat, niets vermoedend neem ik op en een stem zegt: "Met Frank Reuter van het D o k u mentations und Kulturcentrum Deutscher Sinti und Roma". Na de gebruikelijke vriendelijkheden over en weer, valt hij met de deur in huis en vraagt me: "Zoni, zou jij volgend jaar op 26 januari de Verenigde Naties in New York willen toespreken?"

gemeenschap. Gelukkig verandert dit langzaam. Reeds drie keer is er een reis naar Auschwitz georganiseerd. Een reis waar ook veel jonge Sinti en Roma aan hebben deelgenomen en die diepe indruk heeft gemaakt. De reizen zijn steeds begeleid door Jacques Grishaver. Jacques heeft hiermee vrienden voor het leven gemaakt.

mag en kan weigeren. Ik voel het als een grote eer en een plicht tegenover al diegenen die door de nazi's zijn vermoord, speciaal ons eigen gezin. In het U.N. gebouw is een speciale tentoonstelling gepland over de holocaust van Sinti en Roma. Aan de realisatie hiervan wordt hard gewerkt. De grote animator achter dit project is Romani Rose, voorzitter van het Dokumentations und Kulturcentrum Deutscher Sinti und Roma en zelf een Sinto. Romani is al jaren voorvechter voor de rechten van Sinti en Roma en hun maatschappelijke positie. Ook Romani zal de U . N . toespreken. Sinti en R o m a uit diverse Europeesche l a n d e n , o.a. Nederland hebben p l a n n e n o m deze voor ons zo belangrijke gebeurtenis bij te wonen.

Een genocide die lange tijd bij het grote publiek geen aandacht heeft gekregen en onderbelicht is gebleven. Ook vandaag de dag zijn er nog heel veel mensen die n o o i t van de genocide op Sinti en Roma hebben gehoord. Sinti en Roma treden niet zo naar buiten en h o u d e n bijna geen openbare herdenkingen. Hier rust nog altijd een t a b o e o p . Herdenken doe je binnen je eigen

Ik vraag Frank waarom ik, waarom hebben jullie mij gekozen? Hij komt met een lijst van argumenten waarom ze juist mij vragen om de U.N. toe te spreken. Natuurlijk omdat ik overlevende ben (mijn vader, moeder, zusjes en broertje en een groot deel van mijn familie zijn in Auschwitz vermoord). Daarnaast ben ik een van de weinige Sinti die er in het openbaar over willen spreken. Voor velen is dat nog een groot taboe. Ik heb het voordeel dat ik het land goed ken, ik heb er vele jaren gewerkt en heb goede contacten in de Public Relations en reclamewereld. Indien nodig kunnen zij eventueel publiciteit genereren en een en ander mee helpen organiseren. Frank heeft me overtuigd dat ik dit verzoek niet

zoek naar mensen die samen met haar grootouders Frits van Cleeff en Eveline van Cleeff-Spanjaard, (uit Rotterdam) in Auschwitz hebben gezeten. Beide grootouders zijn in Auschwitz vergast. Haar is slechts bekend dat Frits en Eveline van Cleef via Westerbork (misschien Sobibor) naar Auschwitz zijn gedeporteerd. De e-mail van mevrouw Van Cleeffluidt: ejvanclccff@planet.nl

De heer H. de Vries wil, in verband met zijn onderzoek naar de lotgevallen van Nederlandse gevangenen in de kampen Flossenburg, Lublin-Majdanek en Stutthof, graag informatie omtrent: Levie Trompetter, geboren op 24 april 1873 in Amsterdam. Hij heeft daar gewoond in de Uiterwaardenstraat 36. O p 24 november 1942 is hij uit Westerbork gedeporteerd. Het In Memoriam bock geeft aan dat hij op 27 november in Auschwitz * is overleden. In Majdanek zag ik in barak 44 (Effcctenkammer II) een lijst met Totenmeldungen fiir die Effektenkammer. EĂŠn van dc overleden gevangenen bleek de heer Trompetter te zijn. Hij had een Majdaneknummer: 7593. Als zijn overlijdensdatum wordt gemeld: 1 december 1942. Dc heer D e Vries is bereikbaar op het N I O D , tel: 020-5233800 of via de mail: h.de.vrics@niod.nl

Ik ben stom verbaasd, overdonderd, sprakeloos, en zeg dan: "Hoe bedoel je, de Verenigde Naties toespreken?" Frank vertelt me dat in het kader van de Internationale Holocaust Day de U.N. speciale aandacht wil geven aan de holocaust op Sinti en Roma.

O p het moment dat ik dit schrijf is alles nog in voorbereiding, er moet nog veel geregeld worden, zoals gebruikelijk. Ik houd u op de hoogte van mijn ervaringen. Zoni Weisz


Los v a n de w e r e l d Als één boek duidelijk maakt dat er zoiets bestaat als het doorgeven van eigen trauma's aan je kinderen, dan is het wel dit boek van Hella de Jonge. In Los van de wereld beschrijft zij haar leven als opgroeiend kind, dochter van twee door de oorlog beschadigde mensen. Je leest hoe de emotionele schade van de ouders doorwerkt in het gezin, hoe het kind er bijna aan onderdoor gaat, maar ook hoe zij aan kracht wint door zelf zowel haar toekomst als haar verleden ter hand te nemen. Dat laatste onder andere door er een boek over te schrijven. In Los van de wereld worden de personen met name genoemd en zijn herkenbaar. Dat is betekenisvol, vooral als je een beroemde vader hebt: de succesvolle tekstschrijver Eli Asser. De bekende hit: Het zal je kind maar wezen, die ooit uit alle radio's schalde en door iedereen werd meegebruld, was door hem geschreven. Het lied maakte dochter Hella ellendig van s c h a a m t e , ledereen wist toch dat zij dat kind was... Al vóórdar hij er een lied van maakte kwam die verzuchting regelmatig uit haar vaders mond, als ze weer eens iets stoms had gedaan. Nu is de dochter de tekstschrijver en zal dc vader herkend worden. En de moeder. Hella de Jonge schreef een boos boek, eerder een familiegeschiedenis dan een roman; een aangrijpende en treurigstemmende familiegeschiedenis, voer voor psychologen en gezinstherapeuten, bekende kost voor lotgenoten. "Bij ons thuis werd alles met de oorlog in verband gebracht, leder

klein voorval kon uitlopen op een drama." "Wie ziek was kon ieder moment doodgaan. De overdrijving was angstaanjagend". Zo goed weet Hella de Jonge over te brengen hoe aan de lopende band gewone dagelijkse gebeurtenissen in het gezin op een drama uitlopen, dat je dat als lezet bij iedete nieuwe situatie ook gaat verwachten, vooral als het leuk begint. Je voelt het noodlot al in de startblokken staan. Bij het verhaal over Sinterklaas, bijvoorbeeld, of over het spelletje patience. Of bij het verhaal over dat heel bijzondere gouden ringetje dat Hella op haar twaalfde verjaardag kreeg, het geredde sieraad van de niet-teruggekomen O m a . H e t loopt allemaal mis. Moeders Zwarte Pieten hand met strooigoed maakt de kinderen angstig, dus wordt het een verpeste pakjesavond. H e t gezellige spelletje p a t i e n c e dat moeder op het bed van de kleine zieke Hella komt spelen bezorgt het kind diezelfde avond een nachtmerrie waarin de Koning en de Boer elkaar met zwaarden te lijf gaan, dus bergt moeder de kaarten voorgoed op. Het gouden ringetje raakt ze kwijt bij het graven van een kuil op het strand, waarin ze met haar vriendinnen lekker ligt te zonnen. Gevolg: een g e s c h o k t e , d i e p bedroefde moeder en verbanning naar haar kamertje. Zowel de ouders als het kind zijn door dit soort gebeurtenissen in een voortdurende staat van alarm. Onderscheid tussen groot en klein drama kan niet meer gemaakt worden en het kind voelt zich bijna permanenr diep schuldig. Is er dan niets leuks te beleven in het gezin Asser? Ja, dat is er wel, maar daar hebben de kinderen geen deel aan. Het huis zit vaak vol beroemde

•1 ir

ï Hella de Jonge

•ALANS

vrienden, collega-tekstschrijvers, cabaretiers, die wekelijks met elkaar naar het radioprogramma Mimosa van vader Eli luisteren en tot laat in de avond eten, drinken en dolle pret hebben. Dat is het gezicht van de ouders naar buiten gericht. Dan vergeten ze h u n tsores. T o t de volgende o c h t e n d , dan zijn de puinhopen weer aan de orde. Een bastion binnen het gezin Net als Ischa Meyer in zijn 'Brief aan mijn moeder' beschrijft Hella de Jonge hoe haar ouders met z'n tweeën een bastion vormen waarin zij zich verschansen, m é t h u n verdriet over de vermoorde familie en de verloren jeugd. Een bastion waarin ze elkaar zonder woorden begrijpen en waar de kinderen geen toegang hebben. In 1942 werken Eli Asser en zijn vriendin Eva Croiset (later zijn vrouw en moeder van hun kinderen) - twee jonge mensen van amper twintig jaar - in de Joodse psychiatrische inrichring 'Het Apeldoornse Bos'. Zij wanen zich daar veilig omdat de Duitsers garanderen de


inrichting met rust te laten. Als het Eva duidelijk wordt dat patiënten en personeel toch op transport gezet zullen worden, ontstaat er een verschrikkelijk dilemma: samen met hun collega's - waaronder Eli's beste vriend - meegaan met de patiënten, of vluchten cn onderduiken. Eva haalt haar vriend over om onder te duiken en zij ontkomen, net op tijd, via de achterdeur, terwijl aan de voorkant de Duitsers binnenvallen. De pijn van dit dilemma zal nooit overgaan. Hella de Jonge: "De meeste mensen hebben de aftocht niet overleefd. De treinen zijn rechtstreeks naar gaskamers gereden." Na de oorlog blijkt dat Eli Asser en Eva Croiset ook vrijwel hun hele familie kwijt zijn. Heila's kinderverdriet gaat over het buitengesloten worden maar ook over de onmogelijkheid om haar ouders blij te maken. Zij wil haar moeder zo graag helpen: samen schoonmaken, samen naaien, laten zien dat ze de handstand kan, haar moeder blij en trots maken. Het mislukt allemaal. H e t oorlogsverdriet vertroebelt de blik van de moeder, die daardoor de 'cadeautjes' van haar dochter niet eens ziel. Zij ziet alleen wat er verkeerd gaat en kan niet blij zijn. En daardoor kan het kind, dat - zoals alle kinderen zichzelf spiegelt in de ogen van haar moeder, ook niet blij zijn met zichzelf. Brokkenpiloot Los van de wereld is een passende titel. De ouders van Hella, opgesloten als zij zijn in hun verdriet, zijn niet in staat om hun kind stevig op haar eigen benen in de wereld te zetten. Misschien wordt ze daardoor wel de brokkenpiloot die in het ene na het a n d e r e o n g e l u k verzeild raakt, hersenschuddingen oploopt en om de haverklap met verwondingen naar de d o k t e r g e b r a c h t m o e t worden of met een breuk in het

ziekenhuis ligt. Het maakt haar ouders steeds bozer en haarzelf steeds wanhopiger. Niets lijkt te helpen om een warme en veilige band met hen voor elkaar te krijgen. Heel erg dramatisch wordt het wanneer de vijftienjarige Hella zich steeds meer terugtrekt in zichzelf, niet meer wil denken en niet meer wil eten. Het magere lijfje roept bij haar vader associaties op met het concentratiekamp. Daar is zijn zusje omgebracht, dat toen ongeveer even o u d was als Hella nu. Buiten zichzelf van woede en wanhoop gebruikt haar vader grof geweld om zijn dochter tot eten te dwingen en waarschijnlijk ook om de beelden van het vermoorde zusje uit zijn hoofd te verdrijven. O p n i e u w schuift het beeld van de oorlog tussen ouder en kind.

worden in een gezin waar de oorlog de maat van alle dingen is. Het eigen verhaal lijkt haar de lang begeerde eigen identiteit te verschaffen. Pas daarna - in de allerlaatste bladzijden van haar boek kan zij ook haar ouders nemen zoals zij zijn, met schade en al.

Een na-oorlogse onderduik Voor Hella moet de helende warmte van buiten komen. Met haar hele wezen duikt zij als het ware onder bij haar toekomstige echtgenoot, die uit een totaal ander, niet door oorlog en dood geïnfecteerd gezin komt. Met graagte ruilt zij haar achternaam in voor de zijne: "Nooit meer Asser, simpelweg De Jonge. Een H o l l a n d s e r naam kon je niet bedenken. Wat een heerlijkheid, die anonimiteit".

Hella de Jonge, Los van de werel, Amsterdam 200, Uitgeverij Balans, 171 blz. ISBN905018 740 4, €15.-

Zo 'anoniem' blijkt het overigens niet te zijn, want ook die naam wordt beroemd omdat het de naam is van Freek de Jonge, de bekende cabaretier. Hij blijkt dc reddende engel te zijn, de grote 'heler', omdat hij onvoorwaardelijk van haar houdt, ook als zij lastig is en ook als hij haar niet begrijpt. O p de begrafenis van haar moeder krijgt Hella de Jonge een mooi roze schrift, van haar zoon Jelle. "Doe er maar wat mee", zegt hij. En dat doet ze. Ze schrijft het verhaal op over de worsteling van het groot

Los van de wereld lijkt geschreven om af te rekenen met een verdrietige k i n d e r t i j d . Maar het zou ook kunnen zijn dat Hella de Jonge op deze manier met haar vader Eli Asser in gesprek wil komen, als schrijvers onder elkaar, als gelijken en in het openbaar. Omdat het in de intimiteit en in de anonimiteit van hun relatie als vader en dochter niet lukte. Bertje Leuw


het o o g van de naald' Samen met tekstschrijver Tom Huizcnga heeft Helga Herzberg haar oorlogsherinneringen opgetekend. Toen de oorlog uitbrak woonde zij met haar ouders en broer in Maastricht. In Luik waren ze ondergedoken cn werden ze verraden. Helga werd als enige opgepakt en via het Belgische doorgangskamp Mechelen naar Auschwitz-Birkenau gedeporteerd. Helga heeft na de oorlog nooit over Auschwitz willen praten, zij meende dat zij geen probleem had met haar ervaringen. Na zestig jaar wilde zij toch haar verhaal voor het nageslacht bewaren en nam zij zelf het initiatief tot dit boek. Het grijpt haar nu erg aan, vooral als zij er aan denkt dat zij kinderwagens van Hongaarse joden moest helpen inladen, die naar Duitsland werden gestuurd: "De baby's die daarin hebben gelegen zijn soms levend op een hoop gegooid en verbrand door de Duitsers. " Hoe heeft zij daar aan mee kunnen werken, vraagt zij zich nu nog wel eens af. Natuurlijk was dat uit lijfsbehoud. Maar het was een van de afschuwelijkste periodes die Helga in Auschwitz heeft beleefd, een tijd die haar nog tot op de dag van vandaag achtervolgt. Helga Herzberg, 'Door het oog van de naald'. Uitgeverij Verbum Laren (NH), 2006, (100 blz.) ISBN 9074274-00-5, € 12,50 'Door

ErZSaje/veh/ 'Retour Auschwitz' De dagboeknotities van Philip en Lenie de Jong over hun repatriëring uit Auschwitz en Libau in 1945 worden door Marijke Barend-van Haaften en H e t t y Plekenpol in dit boekje gepubliceerd. Het echtpaar De Jong behoorde tot de weinige joodse echtparen die tijdens de Tweede Wereldoorlog voorlopig 'mochten' blijven leven. Philip kwam in Auschwitz I terecht en Lenie in Auschwitz-Birkenau. Beide echtgenoten hebben op hun thuisreizen aantekeningen bijgehouden. Philip is op 27 januari 1945 in Auschwitz bevrijd en als hij eind mei in Nederland aankomt, weet hij nog niets over het lot van zijn vrouw. Lenie wordt in mei bevrijd en eind juni arriveert ook zij in Amsterdam. Later dat jaar verwerkt Philip zijn notities in een reisverslag, dat Lenie pas na zijn overlijden in 1972 onder ogen krijgt. De dagboeken van hun beiden worden gekenmerkt door een nuchtere toon, het schrijven was vooral een middel om weer mensch te worden. Getuigenissen over de repatriëring zijn in Nederland nog maar zelden gepubliceerd. In Retour Auschwitz geven ze een beeld van de morele kracht waarmee her echtpaar de wisselvalligheden van h u n lot onderging. Marijke Barend-van Haeften en Hetty Plekenpol, 'Retour Auschwitz', De dagboeknotities van Philip en Lenie de Jong over hun repatriëring uit Auschwitz en Liebau in 1945, Uitgeverij Walburg Pers, Zutphen, 2006, (128 blz.) ISBN 90-5730439-2, € 19,95

'De smaak van tulpenbollen' Het was 15 mei 1942 toen de vader van Rita zich, samen met alle officieren

van de Nederlandse l a n d m a c h t , moest melden bij de Duitse autoriteiten. Begin januari 1943 ontving zij van haar vader een verzoek om voor hem een dagboek bij te houden, zodat hij, als hij weer thuis was, zou k u n n e n lezen hoe zijn gezin de oorlog door was gekomen. Het gezin moest evacueren en kreeg een huis in Wassenaar aangeboden. Direct na de evacuatie begon Rita met haar dagboek, zij was toen dertien en heeft dit volgehouden tot een paar maanden na de Bevrijding. Daarna heeft zij er nooit meer ingekeken, rerwijl ook Rita's kinderen niet van her bestaan van de dagboeken afwisten. Haar dochter Marlies wilde echter, na een gesprek over de hongerwinter, onmiddellijk deze dagboeken lezen. Deze dochter zei haar dat niemand van haar generatie iets over de hongerwinter weet en zij vond dat haar moeder hier een boek over moest schrijven. Daarom besluit Rita van Gestel tot publicatie van het dagboek. De smaak van tulpenbollen begint op Dolle Dinsdag. De bevrijding lijkt nabij, maar de Hongerwinter staat voor de deur. Rita, die toen vijftien jaar was, laat een deel van het originele dagboek onbesproken, de afbeeldingen zijn wel uit het origineel afkomstig. Rita van Gestel, 'De smaak van tulpenbollen'. Dagboek uit de Hongerwinter. Uitgeverij Papieren Tijger Breda, 2006, (320 blz.) ISBN 90-6728-190-5, € 22,00 Marjon de Klijn

Het doel van de Stichting Nederlands Auschwitz Comité is: * het realiseren van de zinspreuk "Nooit meer Auschwitz"; * het ageren tegen alle vormen van fascisme, racisme en antisemitisme; * het bevorderen van het welzijn van de in de tweede wereldoorlog vervolgden en hun nabestaanden; * het verrichten van alles wat met het voorgaande verband houdt, alles in de ruimste zin


Expositie S p e l e n achter p r i k k e l d r a a d C r e a t i e v e u i t i n g e n v a n k i n d e r e n in c o n c e n t r a t i e k a m p e n en onderduik - 4 oktober 2006 t / m 1 april 2007 In Nationaal M o n u m e n t K a m p Vught o p e n d e verzetsvrouw en kunstenares Truus Menger op 4 oktober de expositie Spelen achter prikkeldraad. C e n t r a a l in deze expositie staan creatieve uitingen van k i n d e r e n in c o n c e n t r a t i e kampen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Ook worden verhalen over de onderduik en de hulp aan ondergedoken kinderen verteld. De expositie maakt deel uit van het project 'Kinderen, Shoah en Holocausteducatie', waarin Nationaal Monument Kamp Vught samenwerkt met de Stichting Kunstenaarsverzet

Nederlands Auschwitz Comité Ere-lid: drs. Eva Tas Voorzitter: Jacques Grishaver Secretaris: Herbert Sarfatij 2e Secretaris: Ruud Wolff Pen n ingmeesters: Ronald van den Berg John van Cleef

Foto: Joods Historisch Museum

Het is moeilijk voorstelbaar, maar ze waren er wel: kinderen in concentratiekampen. Vooral joodse kinderen, maar ook kinderen van verzetsdeelnemers (gijzelaarskinderen). Dankzij creatieve uitingen in de vorm van tekeningen, brieven, dagboeken en gedichten konden veel kinderen zich op de been h o u d e n in een angstige wereld van vervolging en vernietiging. De kinderen werden daarbij g e s t i m u l e e r d d o o r volwassenen, die hen zo een meer kindwaardig bestaan wilden geven. Via deze u i t i n g e n ervaren we gelukkig ook van positieve dingen zoals vriendschap, dromen en hoop op een betere wereld.

uiting te geven aan gevoelens en een begin te kunnen maken m e t de verwerking van de traumatische gebeurtenissen. Creatieve therapie kan kinderen die oorlogs- en geweldservaringen hebben beleefd, helpen vorm te geven aan traumatische gebeurtenissen. Voor de actuele problematiek van vluchtelingenkinderen in en buiten Nederland is plaats ingeruimd in de expositie. De tentoonstelling is vormgegeven door Victor Levie, ontwerper van het vorig jaar geopende Nederlands paviljoen in Auschwitz. Tekeningen, voorwerpen, foto's van de kinderen en h u n aangrijpende verhalen maken het geheel een divers en indringend relaas. Voor de expositie hebben veel oud-gevangenen en nabestaanden dierbare voorwerpen in bruikleen gegeven.

De kinderen die de oorlog overleefden, kregen te m a k e n met onbegrip en isolement. Velen werden op latere leeftijd geconfronteerd met de psychische naweeën van de oorlog. Door te tekenen, te schilderen of te schrijven probeerden sommigen weer vat te krijgen op h u n leven. Tegenwoordig w o r d t creativiteit veelvuldig gebruikt om vorm en

Aanvullend op de expositie verschijnt een boekje en wordt een prakrijkgericht seminar voor het onderwijs georganiseerd. D e expositie is mogelijk dankzij bijdragen van de Rabobank 's-Hert o g e n b o s c h e.o., de Landelijke Vereniging van Crematoria, Soroptomisten Lumineus Vught en de Stichting Madurodam.

1942-1945.

In blijvende herinnering aan de overlevenden van Auschwitz, die het Nederlands Auschwitz Comité hebben opgericht.

SecretariaatPostbus 74131 1070 BC Amsterdam tel/fax 020 - 67 233 88 e-mail: seccretariaat@auschwitz.nl website: www.auschwitz.nl e-mail: info@auschwitz.nl Financiële administratie: telefoonnummer: 020-4287684 e-mail: penningmeester@auschwitz.nl rekenmg.ABN/AMRO: 414.646.282 Postbank: 29.30.87 IBAN: NL53ABNA0414646282 BIC: ABNANL2A A U S C H W I T Z BULLETIN: Eindredactie/redactiesecretariaat: Marjon de Klijn Redactie: Max Arian Emilie Kuijt Carry van Lakerveld Bertje Leuw Nienke Ledegang Theo van Praag Zoni Weisz Redactieadres: Postbus 74131 1070 BC Amsterdam E-mail: redactie@auschwitz.nl Abonnementenadministratie: Knoopkruid 54 1112 PV Diemen tel./fax: 020 - 600 34 55 Voor de inhoud van de artikelen die ondertekend zijn is alleen de auteur verantwoordelijk.

Druk: Drukkerij Peters Amsterdam bv


Auschwitz Bulletin, 2006, nr. 04 December