Issuu on Google+

47ste jaargang, nr. 4, december 2 0 0 3 . Verschijnt 4 x per jaar

Een uitgave van het Nederlands Auschwitz Comité; postbus 74131,1070 BC Amsterdam

Auschwitz Bulletin Een vlucht straaljagers Op de voorpagina van mijn krant lees ik, dat Israëlische straaljagers over Auschwitz Birkenau zijn gevlogen. De symbolische betekenis van de vlucht ontgaat niemand, maar mijn krant meldt dat de directie van het museum Auschwitz Birkenau tevergeefs protesteerde tegen de vlucht»-Ze vonden het ongepast. Over schijnbaar triviale dingen als het geluid van Birkenau, de grond en de hemel daar boven heb ik met mijn moeder Annetje gesproken. Zij was overlevende van Auschwitz Birkenau. Toen ik vroeg hoe de grond eruit zag, wist zij dat niet meer en het geluid van Birkenau hoorde zij niet meer. Maar de hemel boven Birkenau stond in haar geheugen gegrift. Soms was-ie meedogenloos blauw, soms grijs. Soms hingen de wolken zo laag dat je ze bijna kon aanraken. De lucht bracht regen, eindeloos lang regen. Uit de loodgrijze wolken viel sneeuw, eindeloos lang sneeuw. En altijtiwerd de lucht boven Birkenau vergiftigd door de rook van de crematoria^,' zomer, winter, herfst, voorjaar. Eens zag ze een vliegtuig boven Birkenau vliegen, heel hoog en buiten het bereik van het afweergeschut. Het vliegtuig veroorzaakte opwinding onder de gevangenen. Wie waren dat? De geallieerden? En maakten ze daar

aan boord foto's? Zouden ze het geheim van Auschwitz Birkenau wereldkundig maken? Het moest haast wel, want er vloog immers nooit een vliegtuig over Birkeruiu. Zeker is dat er ooit boven Auschwitz Birkenau gevlogen werd, want de Luchtspionage Dienst in Londen analyseerde met verbijsterende precisie wat er op de foto's van het kamp te zien was: Aankomst op het perron, selectie, crematoria. Het was eind 1943, lang voordat mijn moeder, mijn ooms, mijn grootouders aankwamen op deze piekwaarvan niemand kon vermoeden wat er zich daar afspeelde. Niemand, behalve de Luchtspionage Dienst in Londen, die de foto's verder negeerde. Er vloog nog een vliegtuig over Birkenau. Annetje zag het gebeuren. Er werd een bommetje uitgegooid toen het al te laat was. Ik meen dat er een crematorium werd geraakt dat al niet meer in gebruik was. Een nutteloze vlucht dus over Auschwitz. Misschien was het alleen maar qm te laten merken dat het Rode Legenti aantocht was en dat verzet geen zin zon hebben., Militaire overwegingen, neem tk aan; Er is geprotesteerd tegen de vlucht van het Israëlische leger over het kamp. Waarom eigenlijk? Omdat Auschwitz van iedereen is en geen land het morele

eigendom ervan kan opeisen? Omdat er een conflict is tussen Israël en de Palestijnen? De eerste tegenwerping is waar en ook niet waar en het tweede argument is irrelevant. Als je 58 jaar geleden aan één van de gevangenen zou hebben voorspeld dat ooit de luchtmacht van een Joodse Staat over de plaats van de misdaad zou vliegen als saluut aan de miljoenen die werden vernietigd terwijl de wereld zweeg, zou iemand je dan hebben geloofd? Wonderen! In eerste instantie dacht ik aan het strand van Tel Aviv - waar ik in mijn ochtendkrant het bericht las - dat het niet zo'n goed idee was om over het kamp te vliegen. Maar als ik hoor dat in Amsterdam leraren de geschiedenis van de Sjoa niet meer durven te bespreken, dat het aantal antisemitische incidenten in een paar jaar tijd is verdubbeld, dat er geen joodse bijeenkomst meer georganiseerd kan worden zonder extra beveiliging, dat de ideeën over een groot joods complot om wereldheerschappij weer de kop op steken s

-Als ik dat allemaal hoor, dan denk ik dat het niet zo'n kwaad zou kunnen als de Israëlische luchtmacht af en toe eventjes over ons kamp komt vliegen. Hans Fels


Inhoudsopgave: Hans Fels, Straaljager

pagina 1

Aankondiging Auschwitz-herdenking

pagina 2

Bertje Leuw, interview mer Heinz Joseph over kamp Blechhammer

pagina 4

Aankondiging Auschwitz-lezing

pagina 8

Nienke Ledegang, Hannie Schaft-boekje

pagina 9

Agenda

pagina 9

Ewoud Sandets, Verst verleden

pagina 1 0

Max Arian, bespreking Wishing upon a stat van Eline Hoekstta Dresden

pagina 11

Roy Jadi, een gat in bet prikkeldraad, Wesrerbork-cahier

pagina 12

Open brief NAC over bezuinigingen op JMW

pagina 14

Stichting Sobibor

pagina 15

Opening nieuw kantoor IAK

pagina 16

Yad Vashem onderscheidingen

pagina 17

Monumenten

pagina 18

Gastenboek website NAC

pagina 1 8

Hetdenkingsbijeenkomst in de Nieuwe Kerk

pagina 20

Auschwitz herdenking 2004 O p zondag 25 januari 2004 organiseert het Nederlands Auschwitz Comité de jaarlijkse A u s c h w i t z - h e r d e n k i n g bij het Spiegelmonument Nooit meer Auschwitz' van Jan Wolkers in het Wertheimpark in Amsterdam. Vanaf 10.30 uur is de Boekmanzaal van het Stadhuis open. Om 11.30 uur vertrekr vanaf het Stadhuis te Amstetdam de Stille Tocht naat het Wcttheimpark. De herdenking begint om 12.00 uut met een toespraak doof burgemeestet Job Cohen van Amsterdam, gevolgd door het Kaddisj en Jisjkor door rabbijn Sonny H e r m a n . Hierna is er gelegenheid voor particulieren en

organisaties hun kransen en bloemen re leggen bij het monument.

lunch) te vragen. Besrelbon en wijze van bestellen vindt u op de volgende pagina.

Lunchbijeenkomst De jaarlijkse lunchbijeenkomst vindt na de herdenking plaats in het Europarestatifant van de RAI. Deelnemers kunnen gebruik maken van het gratis busvervoer van het Wettheimpark naar de RAI. De restautantzaal van de RAI gaat om 13.00 uut open. De lunchbijeenkomst begint om 13-30 uur. Voordat de lunch begint zijn er enkele sprekers. Evenals voorgaande jaren zijn wij genoodzaakt u voot de lunch een bescheiden bijdrage van € 7,50 (€ 9,- voor een kosjere

N.B. De lunchbijeenkomst heeft altijd het kataktet van een reünie, een gelegenheid om elkaar jaarlijks te ontmoeten. Het is echtet niet zo, dat alleen overlevenden van diverse kampen en hun nabestaanden elkaar daar treffen. Allen die het werk van het Nederlands Auschwitz Comité een warm hart toedtagen - en dat zijn er gelukkig zeet velen - kunnen op deze dag bijeen zijn met gelijkgezinden. En ieder jaar blijkt weer dat dit buitengewoon inspirerend kan zijn.


Het programma: 10.30 uur.

verzamelen voor de Stille Tocht in de Boekmanzaal van het Stadhuis in Amsterdam, hoofdingang aan de Amstelzijde 11.30 uur. begin Stille Tocht naar het Wertheimpark 12.00 uur. Herdenking bij het Auschwitz Monument rede door burgemeester Job Cohen van Amsterdam Kaddisj en Jisjkor door rabbijn Sonny Herman. 12.30 uur. vertrek bussen naar de RAI 13.00 uur. Europarestaurant van de RAI open 13-30 uur. begin lunchbijeenkomst sprekers: Jacques Grishaver, voorzitter Nederlands Auschwitz Comité Mevrouw Hans Dresden, voorzitter Raadskamer WUV muziek: Doron Peper en het Dames Danzi Strijkkwartet 16.00 uur. einde lunchbijeenkomst

Bij een vorige Auschwitz hem (foto Carla van Thijn) Bestelbon Wilt u plaatsen reserveren voor de lunchbijeenkomst, dan verzoeken wij u deze bon vóór 11 januari 2004 op te sturen aan: Nederlands Auschwitz Comité, Postbus 74131. 1070 BC Amsterdam. (Als u dit blad niet wilt beschadigen, kunt u de bon ook fotokopiëren) Gezien de jaarlijks grote belangstelling voor de lunchbijeenkomst is het raadzaam snel te reageren. Wij verzoeken u het totaalbedrag (het aantal kaarten dat u besteld heeft maal € 7,50 of € 9,-), gelijktijdig met het opsturen van deze bon, over te maken op rekening: 4875500 t.n.v. Nederlands Auschwitz Comité, Amsterdam, onder duidelijke vermelding van uw naam en aantal lunches. Voor een snelle verwerking verzoeken wij u niet over te maken op een ander bankrekening-nummer van ons Comité. Kaarten kunnen wij alleen versturen als onze penningmeester de betaling heeft ontvangen.

BON Voor de lunchbijeenkomst op zondag 25 januari 2004 in het Europarestaurant van de RAI. Gaarne in blokletters invullen naam:

dhr./mw.

adres: postcode:

woonplaats:

land: telefoon: kaarten voor een lunch a € 7,50

=

kaarten voor een kosjere lunch a € 9,-

€ €

totaal =

Deze bon vóór 11 januari 2004 opsturen aan Nederlands Auschwitz Comité, Postbus 74131, 1070 BC Amsterdam en gelijktijdig het bedrag overmaken op rekening 4875500 van het Nederlands Auschwitz Comité, Amsterdam. Per fax, 0 2 0 - 6 7 2 3 3 8 8 , of per e-mail, info@auschwitz.nh is ook mogelijk.


Het pijnlijke vertellen van Heinz Joseph

Blechhammer, het vergeten k a m p 82 Jaar is Heinz Joseph nu. Hij is zeer verontrust en dat gevoel neemt van jaar tot jaar toe. Joseph is overlevende van het concentratiekamp Blechhammer, een kamp dat nergens herdacht wordt, nauwelijks gekend is en in de vergetelheid dreigt te geraken. Daarom praten wij nu over Blechhammer en ik mag bovendien gebruik maken van een getikt verslag dat Joseph in 1997 over zijn kamptijd heeft geschreven voor zijn vrouw, zijn dochter en voor de twee kleinzoons. "Het is maar een heel zachte versie van het verhaal en ik heb het nooit afgemaakt" zegt hij er over. Ook het enige boek dat over dit kamp gaat Het Fluitje van Leo Vos, dat in 1946 uitkwam en nooit is herdrukt - noemt hij 'geromantiseerd', hoewel het een ondraaglijk gruwelijke werkelijkheid beschrijft. Heinz Joseph wetd in 1920 in Keulen geboren als tweede zoon in een welvarend, geĂŤmancipeerd joods gezin. Zijn broer Werner was dertien jaar ouder. Vader was makelaar in vee, zoon van een boerenfamilie die landerijen en een grote veestapel bezat. Moedet was dochter van rijke herenboeren. Het was een warme, onbezorgde jeugd met een uitgebreide, vrolijke familie die iedere feestelijke gelegenheid aangreep om bij elkaar te komen. Hitler kwam in 1933 aan de macht en toen Heinz zeventien jaat was, in 1937, wilde zijn moedet hem uit Duitsland weg hebben. Zijn broer Werner was al naar Amsterdam vertrokken en trouwde een niet-joodse vrouw. Hij overleefde de oorlog, geholpen door zijn schoonvader die hem twee keet uit Westetbotk terughaalde. Ook Joseph's ouders weken

uit naar Amstetdam. Vader Joseph stietf in 1941. Hij was versomberd, kon de schok niet verwerken van die totale omslag van zijn landgenoten tegenover de Duitse joden. Had hij niet altijd hard gewerkt en zijn bijdrage aan de Duitse welvaart gelevetd? Joseph is blij dat zijn vadet zo vroeg in de oorlog en in zijn eigen bed is overleden. Zijn moeder werd in '43 vanuit Amsterdam gedeporteetd. Er zijn briefkaarten van haar bewaard die zij uit de trein had gegooid. Op een ervan staat: "eens kijken wie het langer volhoudt, Hitler of ik". Na aankomst in Sobibor is zij in de gaskamer omgebracht. Les Milles De zeventienjatige Heinz ging in 1937 niet n a a i Nedeiland m a a t n a a t Frankrijk, w a a i hij ging studeten aan een hotelvakschool in Nice. Omdat hij Duitset was, weid hij aan het begin van de ootlog, in 1939, in het kamp Les Milles geplaatst. De mogelijkheid vrijwillig dienst te nemen in het F t a n s e leget nam hij met beide handen aan. I n 1942 mocht hij terug naar Nice, dar toen nog bij het vrije deel van Frankrijk hoorde, maar in augustus van dat jaar werd hij, met een paar joodse vrienden, door bevriende politieagenten gewaaischuwd dat er een razzia zou plaats vinden. Joseph en zijn vrienden besloten zich aan te sluiten bij het Vreemdelingen Legioen om zo uit handen van de nazi's te blijven. Hij meldde zich aan in Maiseille, voor een medische selectie. "Toen was het afgelopen". In een belendende kamer bleken Duitsets te zitten die hem als jood en Duits ondeidaan linea tecta n a a i het kamp Les Milles stuurden; hetzelfde kamp waar hij eerder, roen nog op vriende-

lijk verzoek van de Franse gendarmes, naar toe was gebracht. Het kamp was giimmiget geworden, met hoog ptikkeldraad en wachttotens. Na een paar dagen werd hij met een hele groep joden doorgestuutd naar het doorgangskamp Drancy en kort daarna naar Duitsland. Zijn eerste kamp was Gogolin. Murw "Emoties had ik niet meer in het kamp Gogolin", zegt Joseph, "alleen angst, als dat tenminste een emotie is. Wat hadden wij met emoties moeten beginnen?" Hij wist dat het werkelijk voelen van wat hem en zijn kampgenoten weid aangedaan zijn overlevingsdrift zou ondetmijnen. Vanaf het moment dat hij voor het eerst merkte in handen van 'barbaten' te zijn — dat was bij aankomst in Gogolin - begon hij zich schtap te zetten tegen emoties. De dagenlang dutende tteinteis in ovetvolle beestenwagens, zondet wc, zondet eten en drinken, met alleen wat lucht doot de met veel prikkeldraad afgesloten openingen hoog in de zijwand van de trein, was nog nier zo erg, zegt hij: "Vetgeet niet dat ik toen nog goed doorvoed was." De ontvangst op het perron in Gogolin was zijn eerste kennismaking met het pute sadisme van de SS-ers. Het geschreeuwde "raus raus", het schoppen en slaan als iemand niet genoeg n a a t links of juist n a a t rechrs ging. Ze moesten naast hun bagage alle peisoonlijke bezittingen als sietaden en foto's neetleggen en alles daat tet plekke achterlaten. Ook het kleine familiefotootje dat Joseph in zijn handpalm probeerde te verstoppen werd hem afgenomen. Achteraf bleek Gogolin nog een "vriendelijk kamp" te zijn


geweest. "Zo ongeveer om te wennen", zegt Joseph nu. Maar het murw maken was begonnen. "Het gehoorzamen aan elk gesnauwd bevel, het in de houding staan als er een Duitser langs kwam, ik leerde het zeer, zeer snel. Wie enige trots of misschien zelfs minachting vertoonde kreeg klappen met de vuist of schoppen met die goedgepoetste Duitse laarzen. Het was een droomsituatie, een nachtmerrie, maar zo onverwacht, zo onmogelijk in al onze tot dan toe geordende levens met vaste gewoonten en een levenslang gevoel van vrijheid. Alles in een paar dagen weg". In een volgend kamp hoefde hij niets te doen dan drie of vier keer per dag op appel staan, soms urenlang: "Ik meen dat toen al een hypnoseschemering begonnen was. Ik leefde kennelijk, maar niet echt bewust en dat al na enkele weken". In november 1942 kwam hij in Blechhammer aan, waar hij tot februari 1945 zou blijven: "En toen begon het vrolijke kampleven." Blechhammer Blechhammer, in Opper SileziĂŤ, 30 kilometer ten westen van Gleiwitz, was een enorm industrieel complex waar een groot aantal Duitse industrieĂŤn was gevestigd. Er waren tientallen kampen voor rond de 50.000 dwangarbeiders, krijgsgevangenen en vrije arbeiders, een internationaal gezelschap. Er werden bossen gerooid, heuvels afgegraven en fabrieken gebouwd. In 1940 werd daar het JudenZwangarbeiterslager ingericht. Aanvankelijk waren er 500 joodse gevangenen; op het laatst 4000. Deze slaven moesten voor verschillende ondernemingen werken. Heinz Joseph werkte voor de Oberschlesische Hydrierwerke AG, waar geprobeerd werd synthetische benzine te maken. Hij moest wegen aanleggen voor het fabrieksterrein. Dat betekende

Heinz Joseph enorme steenblokken met een grote hamer kapotslaan tot er bruikbare keien overbleven om de wegen te bouwen. Er was ook grof zand nodig voor tussen de keien en dat werd vervoerd in kiepkarretjes, die af en toe ontspoorden. Joseph ontwikkelde zich tot een expert in het weer op de rails tillen van die karretjes met een zelf geconstrueerde hefboom. "Misschien heb ik daar wel mijn overleven aan te danken", zegt hij: "ze hadden me nodig."

(foto Carla van Thijn) In maart 1944 kwam het kamp onder bevel van Auschwitz 3 in Monowitz en heette van af dat moment Arbeitslager Blechhammer. Gewone ellende Joseph: "Blechhammer was een gewoon kamp met de gewone ellende van dagelijkse pesterijen: niet naar de wc mogen als je nodig moest en als het mis ging geslagen worden en uitgescholden voor schmutziges Schwein. Oi midden in de nacht je


bed uitgeschreeuwd worden om je voeten te laten inspecteren en in de kou naar buiten moeten om ze te wassen. Of een harde schop krijgen tegen een beenwond. Maar het was geen vernietingingskamp. Als je hard werkte gebeurde er niets", je kon wel worden opgehangen, als je gesnapt werd bij een onnozel vergrijp, "als je stout was geweest". Dan moesten de gevangenen verplicht toekijken. Gevoel voor de gehangene was er niet meer, zelfs niet toen een ter dood veroordeelde niet een maar twee keer gehangen werd, omdat het touw was gebroken; er was alleen irritatie om het eindeloos op appel staan en het uitstel van de maaltijd. Joseph beschrijft ook de rooftochten die hij ondernam naar de schaftketen van de Amerikaanse krijgsgevangenen. Hij wist dat zij daar eten verstopten. "Als de Duitsers je gepakt hadden was je ter plaatse doodgeschoten. Dat zijn dingen, daar dacht je niet aan. Dat interesseerde je niet. Het feit dat je een stuk chocola kon vinden, of sigaretten die je dan weer voor brood kon ruilen, was vele malen belangrijker dan dat ze je konden doodschieten". Er waren periodiek terugkerende "slagersdagen". Op appel verscheen een zeer hoge SS-er in een groenig leren jas met veel sterren en goud, die langs de rijen van de opgestelde gevangenen liep. "Op die ogenblikken wist je dat je stram moest staan, alert kijken, je ogen wijd open en op geen enkele manier blijk geven van zwakte. Die man keek wie volgens hem nog kon werken. Als iemand in zijn ogen te zwak or te oud was of er naar zijn smaak niet goed uit zag maakte hij een beweging met zijn hand." Degenen die uit de rij moesten stappen werden in bussen afgevoerd naar de gaskamers van Auschwitz.

In de laatste periode van zijn verblijf

in Blechhammer werd er continu gebombardeerd. "'s Morgens gingen we er heen en onmiddellijk verdwenen alle Duitsers en de Amerikaanse krijgsgevangenen in de schuilkelders. Wij joden mochten gewoon doorwerken". Eén keer was hij bij zo'n bombardement met vijf of zes man in een half afgebouwde schuilkelder gekropen; hun voeten in het grondwater. Het gebouwtje met een betonlaag van 35 centimeter erboven, was door de Duitsers afgekeurd. Vlak boven hun hoofd explodeerden twee b o m m e n . Joseph herinnert zich een oorverdovende knal, een enorm fel licht, en de verlammende angst. Toen zij na afloop trillend uit de brokken kropen, stonden er honderden mensen te kijken, verwachtend dat er niets van hen over was. Het groepje kreeg, wonder boven wonder, een dag vrij om bij te komen. De uittocht Op 21 januari 1945 werd het kamp geëvacueerd. Een enorme hoeveelheid hongerige, zieke mensen liep dagenlang, zonder voldoende voeding. Af en toe werd de gevangenen wat eten toegeworpen door mensen uit de dorpen waar de colonne doorheen kwam. De bewaking verhinderde dat niet. Joseph merkte dat het lopen niet meer erg lang zou lukken en dat was gevaarlijk. "Want als je langzamer en langzamer ging lopen, belandde je uiteindelijk i n de laatste rijen van de colonne en als je dan nog even strompelde en je bereikte de laatste rij, dan liep daarachter een echte SSer met zijn speciale pistool. Hij zei dan: ga even i n de greppel liggen en als je dat deed, je kon toch niet meer voort, dan wachtte hij even en schoot een kogel in het hoofd van de liggende stakker". De tocht ging via het overvolle concentratiekamp Gross Rosen en de

stad Weimar naar kamp Buchenwald. Inmiddels werd de groep bewaakt door oude soldaten. Vermoeide mannetjes, opgeroepen omdat er niet veel anders meer was. Ze droegen zuchtend hun geweer, afwisselend in de hand en op de rug. Zo nu en dan hielpen Joseph en een andere gevangene even met dragen. Niet dat de gevangenen iets met dat geweer deden. "Wat hadden we kunnen doen? Een oud mannetje neerschieten en dan zelf omver geschoten worden? We hadden plotseling iets gemeenschappelijks: geen krachten meer". Vrijheid De colonne liep richting kamp Dachau, toen er tanks verschenen met Amerikaanse soldaten die met snoep, sigaretten en kauwgum gooiden. Ze riepen: loop naar het dorp; er kan jullie niets meer gebeuren. Joseph had zich uit angst voor de chaos, het schieten en de tanks, in een greppel laten zakken van misschien zestig centimeter diep, maar het kostte hem, totaal verzwakt als hij was, een hele tijd om daar uit te klimmen. Hij voelde geen vreugde om de verkregen vrijheid; hij voelde helemaal niets. Strompelend bereikte hij het eerste huis van het dorp, een hotelletje met een stal opzij. Aan de muur, vlak boven de grond, ontdekte hij een kraantje. Hij kleedde zich uit, ging door zijn knieén cn waste zich, onder dat lauwe straaltje water. En toen, voor het eerst in lange tijd, voelde hij zich heerlijk. Joseph liftte mee met een militaire bus en kwam in een klooster in Rothenburg terecht. Monniken smeerden hem in met plantenextracten en behandelden de open wond op zijn been met water: "Het moet wel wijwater geweest zijn, want de wond was binnen een paar dagen gesloten." Daarna werd hij


overgebracht naar een noodhospitaaltje, waat etnstige longtubetculose geconstateetd wetd. Hij moest zo snel mogelijk worden gerepattieetd om te wotden behandeld. Joseph wilde naat Amstetdam, naar zijn familie. Na weken met veel bureaucratie kwam er toestemming uit Nedetland: hij mocht komen. Weer werd hij vervoerd in een beestenwagen, maar dit keer met open ramen, vers stro op de grond met dekens en voldoende eten. Na dtie dagen kwam hij aan in Maastricht en werd, met een brood onder zijn ene en een kaas onder zijn andere arm, door een verpleegster in een bus naar een ziekenhuis gebracht. Toen een padvinder daar her brood en de kaas van hem wilde overnemen, zei Joseph in een reflex: "ga weg of ik sla je dood". Een mens kan niet ineens de knop omzetten. Beschadigd Joseph's btoet vertelde latet dat hij aan de amen had gevtaagd of hij Joseph mee mocht nemen naar Amsterdam. Dat was geen probleem, hadden ze gezegd, of hij nu hier of in Amsterdam doodgaat. In 1946 kwam Joseph in Amsterdam aan en werd met vitamine-injecties en extta ftuit enigszins opgelapt. Daarna een sanatorium in de buurt van Hilvetsum en uiteindelijk een sanatorium in Vaals. Daar ontfetmde een verpleegster zich over de doodzieke Joseph en maakte weer een mens van hem door van hem te gaan houden. "Door baar", zegt Joseph, "ging het beter worden sneller". Ze trouwden in 1948. Maar het duurde tot 1955 — Joseph kteeg er ook nog nier t.b.c

Co neen tra tiekamp Blechhammer (foto uit Encyclopedia of the Holocaust) bij — tot hij geheel genezen werd verklaard. Met zijn vrouw vestigde hij zich in Amstetdam en ging als documentalist werken bij het socialistische dagblad Het Vrije Volk. "Het is mitaculeus", zegt Joseph, "ik hoor geen tweeëntachtig te zijn". Samen met zijn vrouw beschrijft hij hoe hij beschadigd is door het kamp. Zijn manier van denken is beschadigd. Hij is een moeilijk mens geworden, met agressieve buien. Hij kan onaangenaam zijn en hij heeft pillen nodig om in evenwicht te blijven. Sinds het kamp leeft hij voortdutend met het idee dat hij ieder moment dood kan gaan. Toch is het hem gelukt een normaal leven te leiden, een gezin

te stichten en te werken. Over zijn kampervaringen sprak hij niet of nauwelijks. Et was altijd het besef dat hij die werkelijkheid toch nooit echt zou kunnen ovetbrengen. Het is natuurlijk ook vrijwel onmogelijk het gevoel over diegruwelijke werkelijkheid weer te geven, als dat gevoel nu juist moest worden afgeweerd en uitgeschakeld om te kunnen overleven. Maar daarom is het des te belangrijk dar er wel herinnerd wordt dar tijdens de oorlog dat kamp heeft bestaan, het kamp met de naam Blechhammer.

Bertje Leuw


Eerste N o o i t m e e r Auschwitz-lezing in Beurs v a n B e r l a g e

Amerikaanse geschiedschrijver van de Holocaust professor Raul Hilberg O p donderdag 2 2 januari 2 0 0 4 orga-

tijd van het Nationaal Socialisme. Met zijn

artikelen en bronnen, waaronder de Engels

niseert het Nederlands Auschwitz Comité

werk ' T h e Destruction of the European

vertaling van het dagboek van de voorzitter

in samenwerking met de Pensioen- en

Jews' (Chicago 1961) is hij wereldberoemd

van de joodse raad in Warschau (1979).

Uitkeringsraad

voor

geworden. In dit boek beschrijft hij het

Voor zijn gehele werk ontving hij in 2 0 0 2

Holocaust- en Genocidestudies in de Beurs

stapsgewijze ontstaan van de massamoord

het Grofïe Verdienstkreuz van de Bonds-

van Berlage in Amsterdam voor de eerste

(via wetgeving, registratie, isolering en

republiek Duitsland.

keer de Nooit meer Auschwitz-lezing. Deze

d e p o r t a t i e ) . H i l b e r g w o r d t algemeen

eerste lezing w o r d t gegeven door de

beschouwd als de grondlegger van de

Voor de Nooit meer Auschwitz-lezing door

Amerikaanse historicus professor Raul

wetenschappelijke geschiedschrijving van

professor Raul Hilberg op 22 januari 2004

Hilberg,

de schrijver v a n het eerste

de Holocaust. Hij schreef verder een boek

in de Beurs van Berlage te Amsterdam is

standaardwerk over de Holocaust "The

over de rol van de Duitse spoorwegen in

een b e p e r k t a a n t a l

Destruction

Jews.

de Holocaust (1981) en een tweede over-

beschikbaar. Indien u bij de lezing aanwezig

(Chicago 1961)". N a de lezing zal Frits

zichtswerk (1992) dat als enige van zijn

wilt zijn, verzoeken wij u de onderstaande

Barend hem interviewen over zijn werk

boeken in het Nederlands is vertaald:

bon in te vullen en voor 1 januari a.s. toe te

en publicaties.

'Daders, slachtoffers, omstanders. Dejoodse sturen. Toedeling van kaarten geschiedt op

en het Centrum

of the European

toegangskaarten

catastrofe 1933-1945'• Zijn eigen memoires

volgorde van binnenkomst.

D e lezing m o e t een jaarlijkse traditie

verschenen in 1 996, waarna een boek

D e lezing begint o m 14.00 u u r en d u u r t

worden en zal ieder jaar in januari, enkele

volgde over de p r i m a i r e b r o n n e n die

tot 15.30 uur. Aansluitend is er nog tot

dagen voor de A u s c h w i t z h e r d e n k i n g ,

historici van de H o l o c a u s t gebruiken

16.30 uur gelegenheid o m na te praten in

worden gehouden. Aan de lezing is een

(2001). Hij publiceerde een groot aantal

de foyer van de Beurs van Berlage.

onderscheiding verbonden die de naam draagt van de in 2 0 0 1 overleden erevoorzitter van het Nederlands Auschwitz

Comité, Annetje Fels Kupferschmidt. D e onderscheiding is o n t w o r p e n door Jan Wolkers en wordt gegeven aan een persoon of organisatie die zich o p buitengewone wijze verdienstelijk heeft gemaakt voor het realiseren van de doelstellingen van het Nederlands Auschwitz Comité.

Antwoordcoupon (Graag inzenden vóór 1 januari 2004) Ondergetekende zal(zullen) aanwezig zijn bij de N o o i t meer Auschwitz-lezing o p donderdag 22 januari 2 0 0 4 in de Beurs van Berlage te Amsterdam. Voorletter(s) deelnemer 1: Achternaam:

Wenen in een joodse familie en vluchtte met zijn ouders via C A i b a naar de Verenigde Staten in 1939. Tijdens de Tweede Wereldoorlog keerde hij als Amerikaans soldaat terug naar Europa. N a de oorlog studeerde hij in Amerika politieke wetenschappen aan de Universiteit van Colombia en p r o m o veerde i n 19 5 5. H i j gaf tot aan zij n emeritaat in 1991 les in politieke wetenschappen aan de Universiteit van Burlington in Vermont.

Telefoon:

eerste wetenschappers die in de Verenigde Staten werkte m e t Duitse bronnen uit de

.

.

. . Plaats: E-mail:

Voorletter(s) deelnemer 2: Achternaam: Adres: Postcode:

Plaats:

Telefoon:

E-mail:

D e ingevulde antwoordcoupon kunt u in een ongcfrankeerdc envelop sturen naar: Nooit meer Auschwitz-lezing Pensioen & Uitkeringsraad t.a.v. directiesecretariaat

Professor Raul Hilberg behoorde tot de

.

.

Adres: Postcode:

Raul Hilberg is geboren op 2 juni 1926 in

.

A n t w o o r d n u m m e r 10340 2 3 0 0 W B Leiden


Hannie Schaft Rond de Hannie Schaftherdenking, dit

verzet, maar ook hoe zij de dood vond en

van Verzet. Hannie Schaft had de vuurproef

jaar op 30 november, is het goed even stil

welke rol zij, nog jaren na haar dood nog,

weliswaar doorstaan, maar was woedend.

te staan bij een klein boekje dat is uit-

speelde in de Koude Oorlog. O o k h o u d t

D i t is slechts één van de beschreven

gekomen in deAO (actuele onderwerpen)-

Poldermans haar lezers de vraag voor: wat

anekdotes die kinderen duidelijk maakt

reeks, veel gebruikt op basisscholen en in

zou jij hebben gedaan? Voor wie de oorlog

hoe b e v r e e m d e n d die oorlogstijd was.

het voortgezet onderwijs. Sophie Polder-

niet meemaakte, is het lastig te begrijpen

(N.L.)

mans, studente Nederlands Recht, schreef

dat het d o o d n o r m a l e meisje, dar bekend

het deeltje Hannie Schaft, haar rol in het

sto n d als een uitstekende, maar ierwat

Overigens is in het Verzetsmuseum in

Nederlandse verzet tijdens de Tweede

verlegen leerlinge, lid w e r d v a n h e t

A m s t e r d a m sinds 2 9 n o v e m b e r h e t

Wereldoorlog.

gewapende verzet. Daar had ze zeifin het

vermommingsbrilletje van Hannie te zien.

begin overigens ook wel moeke mee.

Her brilletje is aan het museum geschonken

H e t 'meisje m e t h e t r o d e haar' werd

een typerend verhaal uit h e t AO-boekje:

door

legendarisch, maar wie zij precies was of

O m haar te testen kreeg zij de opdracht

hartsvriendin Erna Kropveld.

waar zij vandaan kwam, zal zeker niet

een SD'er neer te schieten. Jo, zoals zij werd

H e t A O - b o e k j e over H a n n i e

iedereen weten. H e t boekje, dat in een

g e n o e m d , vond het doodeng, maar zij

bestellen kan door overmaking van € 2,50

uurtje van kaft tot kaft te lezen is, is d a n

schoot. In plaats van een schot klonk er

o p g i r o r e k e n i n g 7 5 7 7 4 6 4 of b a n k -

ook verhelderend.

een klik. Er gebeurde niets. D e SD'er kwam

rekening 6 8 0 6 1 3 7 3 0 t.n.v A O te Lelystad

H e t b e a n t w o o r d t vragen als wie was

naar haar toe en stelde zich voor als Frans

o.v.v. n a a m , a d r e s , w o o n p l a a t s e n

H a n n i e Schaft en wat was haar rol in het

van der Wiel, de commandant van de Raad

editienummer (AO 2774).

de erfgenaam

van

Hannie's Schaft

AGENDA Nationale Hannie Schaft-Herdenking: zondag 30 november 2003. Verrrek stille tocht naar Kenaurpark vanaf Paduakerk, Nieuwe Groenmarkt 12 te Haarlem. Tijd: 13.00 uur. Inlichtingen: Secr. Stichting Nationale Hannie Schaft-Herdenking, mw. G . Plekker-van Santé, Skager Rak 29, 1501 A X Z a a n d a m (075-6163379). E-mail : info@hannieschaft.nl Website: www.hannieschaft.nl U vindt een overzicht van meer dan 8 0 0 lokale en regionale herdenkingen o p de nieuwe website www.oorlogsmonumenten.nl Hier vindt u ook een overzicht van meer dan 2 0 0 0 oorlogsmonumenten in Nederland.

Tentoonstelling: FEEST! H o e elf landen h u n vrijheid en onafhankelijkheid vieren. Periode: 15 december 2003 t/m 4 april 2004. Locatie: Verzetsmuseum Amsterdam, Plantage Kerklaan 6 1 , 1018 C X Amsterdam. Openingstijden: di. t / m vrij.: 10.00-17.00 uur; za. t / m ma.: 12.00-17.00 uur. Inlichtingen: Verzetsmuseum Amsterdam, Plantage Kerklaan 6 1 , 1018 C X Amsterdam (020-6202535) Email: marreveld@ver/,etsmuseum.org Web site : www.verzetsmuseum.org

Oversjabbes en Limoed (georganiseerd door Joods Maatschappelijk Werk ï.s.m. Crescas) Data: 19, 20 en 21 december2003. Koos Vorrinkhuis, Lage Vuursche. Aanvang vrijdag 19 december o m 14.00 uur. Kosten: Oversjabbes € 9 5 , - p.p. Limoed € 4 5 , - p.p. Inlichtingen: J M W - S L O , Jolande D r o p of Mirjam Samson, D e Lairessestraat 145-147, 1075 H J Amsterdam (020-5776566). Email: j .drop@| oodswelzij n. nl Indien u behoefte heeft aan informatie over andere oorlogen dan de Tweede Wereldoorlog, vluchtelingenproblematiek en antidiscriminatie kunt u de adressen van dc daarbij betrokken organisaties bij de informatie-afdeling van de Stichting I C O D O opvragen. Informatie-afdeling: 0 3 0 - 2 3 4 3 4 3 6 o p maandag t / m vrijdag van 10.00-12.30 uur.


Verst verleden Een tijdje terug is er een mooi boekje verschenen waarin Nop Maas de jeugdherinneringen van de dichteres Hanny Michaelis heeft opgetekend. Het heet Verst verleden en is uitgegeven bij Van Oorschot in Amsterdam. Het laatste hoofdstuk, waarin Michaelis vertelt over haar onderduiktijd, sprak mij het meest aan. Hierin vertelt zij onder meer hoe zij, als vrouw van twintig, haar taalgebruik moest aanpassen: 'Toen ik ondergedoken was moest ik mij anders leren uitdrukken. Thuis mocht ik niet vloeken, maar op het gymnasium werd hevig gevloekt, vooral door de jongens en dat nam ik over. "Godverdomme" lag me in de mond bestorven, maar bij gereformeerde mensen kon dat niet. Zelfs "hemeltje" mocht je niet zeggen, want ook de hemel was heilig. Je mocht niet zeggen dat het weer slecht was, want het weer kwam van God, dus dat kon niet slecht zijn. Toen de oorlog voorbij was, zetten mijn overgebleven kennissen grote ogen op als ze mij "grote grutten" hoorden zeggen. Dat was het enige wat mocht.' In dit slothoofdstuk is ook de laatste brief van de ouders van Hanny opgenomen. Zij schreven die in maart 1943 en gooiden hem over de omheining van Westerbork. Een student vond hem en stuurde hem door. Wat mij vooral trof in die brief was de formulering waarmee de ouders afscheid namen van hun dochter. De moeder schrijft: 'Lieve schat, houd je flink ik doe 't ook.' En de vader besloot met dc woorden: 'Hou je taai, wij doen het ook.' Dit deed me denken aan de enige brief die van mijn grootvader bewaard is gebleven. Vanuit Durchgangslager Amersfoort schreef hij in juli 1942 onder meer aan zijn vrouw:

'Vrouwtje hou maar moed ook ik doe dit.' Mijn grootouders hadden een kosjer hotel in Maastricht, het enige in z'n soort in Limburg. Ik heb ze nooit gekend. Mijn grootmoeder werd in november 1 943 vanuit Westerbork op transport gesteld naar Auschwitz, samen met haar oudste zoon. Zij was toen 41 en moeder van vier kinderen. Ze heeft nog verschillende briefkaarten uit de trein gegooid — kaartjes die uiteindelijk, soms véél later, bij mijn vader terecht zijn gekomen. Zij schreef onder meer: 'Vanuit de trein stuur ik een groet. Wees sterk. We komen terug.' 'Laten we maar zeggen tot ziens. Wanneer weten we niet. Kop op en vooruit. Vele malen gegroet en gezoend.' 'Zoen de kinderen. Tot kijk.' Nu wisten noch mijn grootouders, noch de ouders van Hanny Michaelis wat hun te wachten stond, en dat hun brieven en kaarten de laatste waren die zij zouden schrijven. Maar wat doe je als je dat wél weet? Wat moet je in hemelsnaam aan je dierbaren schrijven? Dat je zielsveel van ze houdt? Dat je de gedachte niet kunt verdragen dat je je kinderen niet zult zien opgroeien? Dar je berust in je lot? Ooit ben ik zelf aan een afscheidsbriefje begonnen. Ik zat in een vliegtuig dat met een brandende motor een noodlanding ging maken in Bangladesh. Ik bakte er niks van. Ik was te onrustig en tijdens het schrijven

vond ik het al een zinloze onderneming. Als het vliegtuig echt zou neerstorten, zou het toch in de fik vliegen, en dan zou ik samen met mijn afscheidsbrief verbranden. Uiteindelijk kwam ik niet verder dan: 'Lieve A. De eerste noodlanding die ik ooit heb meegemaakt. Zeer angstig. Iedereen zenuwachtig. Ik ook. Hou van je. Ziet er echt slecht uit.' In een boek over Auschwitz kwam ik laatst een afscheidsbriefje tegen van een Poolse politieke gevangene dat me de rillingen bezorgde. De complete tekst luidt: 'Vaarwel, mijn liefste vrouw, mijn liefste Lolunia, en moeder. Ik sta op het punt om deze wereld te verlaten. De 30ste, om zeven uur 's avonds, zal ik naar de ovens worden gezonden. Ik ben ter dood veroordeeld als een misdadiger. Mijn liefste Bronislawa, het spijt me dat ik je moet verlaten. Geloof me, ik kan niet verder schrijven; mijn hand trilt en mijn ogen staan vol tranen omdat ik zal sterven in het volle besef onschuldig te zijn. 58 van ons zullen sterven, waaronder tien vrouwen. Ik kus jou en Lolunia vele keren. Om zeven uur 's avonds... zullen mijn gedachten bij jou zijn. Bid op 30 oktober, zeg je gebeden. Zeg tegen Lolunia dat vader al dood is. Ik kan niet meer schrijven, ik kan het niet meer. Vaarwel, jullie allemaal. Ga met God.'

Ewoud Sanders


H e t v e r h a a l v a n Eline D r e s d e n

Wishing upon a star "Hope is one ingrediënt needed for survival, but it does not guarantee it. " Met deze zin begint Eline Hoekstra Dresden haar levensverhaal: Hoop is nodig om te kunnen overleven, maar is geen enkele garantie dat het ook gebeurt, zo zou je dat kunnen vertalen. Eline Dresden heeft haar verhaal in het Engels opgeschreven en in een klein, mooi uitgegeven boekje neetgelegd. Zij woont tegenwoordig in Oregon City in de Verenigde Staten, maar zij is in 1923 als joods meisje geboren in Den Haag en was zeventien toen de Duitse Nazi's Nederland bezetten. Eline Dresden is een achternicht van Hans Dresden, voorzitter van de PUR en spreekster op de reünie na de Auschwitzherdenking 2004. Zij kwam uit een goed gesitueetd gezin, haar vader was hoogleraar en directeut van een grote fabriek. Tijdens haar studententijd verloofde zij zich met Kees Hoekstra, zoon van een joodse moedet en een christelijke dominee. Maat tijdens de Duitse bezetting mochten zij niet trouwen, omdat Kees officieel door de Duitsers als niet-joods werd beschouwd. Eline raakre wel in ver-

Eline en haar baby Daantje, 1942

Eline als jong meisje in den Haag, 1928 wachting, besloot samen met Kees> Eline Dresden heeft haar boekje niet dat ze het kindje geboren wildeni alleen geschreven om te verrellen laten worden en zorgde er verover wat haar overkomen is, maar volgens voor dat hun zoontje koni ook omdat wreedheid, genocide en ondetduiken. Het was augustus; onderdrukking in de tegenwoordige 1942 en de kleine Daantje was nog; wereld nog bestaan en bestreden pas 3'/2 maand oud. moeten worden: "We moeten er voor Eline Dresden beschrijft in haat zorgen dat jonge mensen begrijpen boekje gedetailleerd en helder wat hoe belangrijk het is dat we de verhaar en haar familie overkwam, met schillen met anderen aanvaarden en oog voor de absurdheden van het dat zij zich bewust zijn van de gevaten Nazi-regime en de toenemende van onverschilligheid en slaafse volgverschrikkingen om hen heen. Zij zaamheid." Zij heeft in veel opzichten en haar ouders waren in zekere zin geen gemakkelijk leven gehad, maar geprivilegieerd — ze behoorden tot daarbij is de hoop op een betete de zg. Batneveldgroep, waren wel toekomst haar leidraad geweest. drie jaar lang opgesloten in Westerbork, maar hoefden uiteindelijk niet vetder op transport. Maar haar verMax Arian haal is verschrikkelijk genoeg. Vooral de beschrijving van de transporten uit Westetbork, waarbij zij moest Eline Hoekstra Dresden, Wishing assisteten, zijn soms hartverscheurend. Upon A Star; A Tale of the Holocaust Zo beschrijft zij hoe een oud echtand Hope. Uitg. Bearing Truth paat wreed wordt gescheiden, als de Publishing, Oregon City, Oregon, oude man is neergevallen en sterft, USA, 2000, ISBN 0-9714278-0-1. en zijn vrouw door een Duitse officier Het boek is o. m. verkrijgbaar in in de trein wordt geduwd. Herinneringscentrum Westerbork.


W e s t e r b o r k cahier e n tentoonstelling over vluchten

Een gat in het prikkeldraad "Een gat in het prikkeldraad" is de titel van de meest recente uitgave in de serie 'Westerbork Cahiers? Met de presentatie van het boek werd tevens het startsein gegeven voor de gelijknamige expositie in het herinneringscentrum kamp Westerbork. Westerbork Cahiers is een serie boeken waarin belevenissen van ooggetuigen uit en rondom kamp Westerbork tijdens de Tweede Wereldoorlog worden vastgelegd. Elke uitgave heeft een thema. Dit boek heeft net als de expositie het thema 'ontsnappingen uit kamp Westerbork'. Vóór alles worden in "Een gat in het ptikkeldtaad" de verhalen vastgelegd van mensen die ontsnapt zijn uit kamp Westerbork of geprobeerd hebben om uit het kamp te ontsnappen. Op de expositie wordt op heldere wijze uitgebeeld waar men mee te maken kreeg bij een ontsnapping of een poging daattoe. De tentoonstelling is ingedeeld in kleine onderdelen, die elk een ontsnappingsvethaal vertellen. Elk verhaal wordt omgeven door attributen die een belangrijke

rol speelden. Bijvoorbeeld een kist met dubbele bodem waarin men zich moest vetstoppen, of laatzen die gebruikr werden om door een ondiep gedeelte van de sloot te waden. Daarbij zijn foto's of andere afbeeldingen te zien van zaken die met deze ontsnappingspoging te maken hadden, zoals vetvalste persoonsbewijzen of brieven van de kampleiding waarin het signalement van de ontsnapten wetd doorgegeven. Elk onderdeel wordt leven ingeblazen doot de petsoonlijke verhalen die de atttibuten begeleiden. Door de hele expositie heen, hangen kaarten met vetslagen van de ontsnappingspoging waarop de atttibuten betrekking hebben. Speciale aandacht is e t v o o t het vethaal van Rob de Vries, de vadet van Edwin de Vries die onder meer bekend is als acteut en als schrijver. Rob de Vries slaagde er tijdens de oorlog in om met behulp van een v o o t hem onbekende machinist, een meisje uit het kamp te bevrijden. De identiteit van de machinist die hem destijds met gevaar voor eigen

r§ «

a

to et"

i£ ^5 f -«Ft, ,

Een gat in het prikkeldraad

leven heeft geholpen, bleef voor De Vries lange tijd onbekend. Pas jaren later, toen hij v o o t een tv-programma zijn verhaal vertelde, werd hij weer met deze man geconfronteerd. Dit zeer ontroerende tv-fragment wordt ook vertoond op de expositie. Cahier De tentoonstelling vormt in deze opzet een mooie opmaat naar het boek. Het boek is eveneens opgebouwd uit individuele verhalen over onrsnappingspogingen. Anders dan op de expositie zijn de verhalen naar verschillende thema's ingedeeld. Zo is er aandacht voor individuele ontsnappingspogingen, voor de problemen die onderduiken met zich meebrachr en voor de rol die mensen van buitenaf speelden bij ontsnappingspogingen. M a a t ook zondet uit het kamp te ontsnappen wetd e t vetzet gepleegd. Het eetste doel was niet zozeer om weg te komen, maar o m in ieder geval niet op ttanspott gesteld te worden richting Oost-Europa. In eerste instantie werd alles in het werk gesteld o m in het kamp te kunnen blijven. Dit kon door jezelf


V

buiten het kamp aardappelzakken te kopen. Vromen maakte van de gelegenheid gebruik, nam zijn vrouw mee, en keerde niet meer terug in Westerbork. Dilemma Precieze cijfers zijn er niet. Maar voorzover bekend zijn in de oorlogsjaren enkele honderden mensen uit het kamp gevlucht. Wanneer we bedenken dat ruim 100.000 mensen via Westerbork zijn weggevoerd, is het aantal ontsnapte gevangenen ontstellend laag. De vraag die zowel in het boek als op de tentoonstelling centraal staat luidt dan ook: "Waarom zijn niet meer mensen uit kamp Westerbork ontsnapt?" Op deze vraag zijn verschillende antwoorden mogelijk. Belangrijk was dat de kampleiding dreigde met represailles tegenover achterblijvers. Zo zouden voor elke ontsnapte gevangene tien anderen op transport worden gesteld. Achtergebleven familie zou het zwaar te verduren krijgen wanneer één van hen ontsnapte. Dan was er nog de vraag waar je heen moest als je eenmaal buiten het kamp geraakte. Het kamp ontvluchten was één ding,

maar zonder opvang, verdere vluchtroute of onderduikadres was het moeilijk overleven. Tenslotte gaf een verblijf in Westerbork een relatief gevoel van veiligheid. De leiding deed er alles aan om het leven in het kamp zo 'normaal' mogelijk te laten verlopen. Waarom ontsnappen als het leven in Westerbork zo slecht nog niet leek? En uiteindelijk wist niemand met zekerheid te zeggen wat er gebeurde met de mensen die wel naar Oost-Europa werden afgevoerd. Deze dilemma's verklaren het relatief lage aantal ontsnappingen en waarom mensen zich ogenschijnlijk zonder tegenstribbelen lieten wegvoeren. RoyJadi

De tentoonstelling Een gat in het prikkeldraad is te zien tot en met 4 januari 2004 in het Herinneringscentrum kamp Westerbork te Hooghalen. Westerbork Cahiers 10: Een gat in het prikkeldraad; Kamp Westerbork — ontsnappingen en verzet. Auteurs: G. Abuys en D. Mulder. Prijs € 11,50. Uitgeverij Van Gorcum. ISBN 90 232 3970 9

een OD'er '- het kamp Een groep kampgevangenen onder bewakh op weg ter,

m

I.VVU

1IL

uva

onmisbaar te maken in het kamp. Bijvoorbeeld door een interne leidinggevende functie te krijgen of andere belangrijke werkzaamheden te verrichten. Werken in het ziekenhuis of optreden tijdens het cabaret waren twee van de mogelijkheden. Een andere mogelijkheid om het verblijf in Westerbork te verlengen was met behulp van valse documenten. Zo konden sommigen documenten overleggen waarop werd vermeld dat zij niet op transport hoefden. Deze waren dan voorzien van de vervalste handtekening van Dienstleider Kurt Schlesinger. Ook werden in het geheim gegevens van kampgevangenen uit de administratie verwijderd. De betreffende persoon was dan als het ware ondergedoken in kamp Westerbork. Maar uiteindelijk werden ook acties ondernomen om uit het kamp te ontsnappen. Indertijd zijn naar schatting een paar honderd mensen erin geslaagd zichzelf te bevrijden. Wanneer we de verhalen hierover bestuderen valt op, dat ontsnappen relatief gemakkelijk was. Westerbork Cahiers meldt dat er overdag sprake was van een druk in- en uitgaand verkeer. Dagelijks vertrokken grote ploegen mensen om buiten het kamp te werken. Niet zelden werd een groep van zestig arbeiders vergezeld van slechts één politieman. Het hele kamp werd zelfs maar geleid door enkele tientallen SS'ers. Westerbork kende geen voortdurend patrouillerende bewakers of stroomdraad als afzetting, zoals het geval was bij andere kampen in Europa. Ontsnappen gebeurde vaak op bijna voor-de-hand-liggende manieren. Bij de wisseling van de wacht konden mensen het kamp verlaten via gaten in het prikkeldraad. Bernard Vromen wist de kampleiding zelfs zover te krijgen, dat zij hem geld gaven met de opdracht om


Protest tegen de bezuinigingen op St. Joods Maatschappelijk Werk

O p e n brief v a n het N e d e r l a n d s Auschwitz Comité Het Nederlands Auschwitz Comité heeft zich in oktober 2003 met een brief tot de Tweede Kamer der Staten Generaal gewend om te waarschuwen voor de gevolgen van de voorgenomen bezuinigingen op het joods maatschappelijk werk. De tekst van deze brief luidt: Geachte Kamerleden, Het Nederlands Auschwitz Comité heeft met grote schrik vernomen dat de Regering voornemens is de jaarlijkse subsidie aan de Stichting Joods Maatschappelijk Werk met ingang van 2004 tot een onaanvaardbaar minimum terug te brengen. Sinds zijn oprichting in 1 956 heeft het Nederlands Auschwitz Comité zich als doel gesteld dat de vervolging van de joden in Nederland niet zou worden vergeten, dat de weinige overlevende slachtoffers van de jodenvervolging een stem zouden krijgen en dat hun belangen behartigd zouden worden. Het Nederlands Auschwitz Comité doet dit door te herdenken, re herinneren en waar nodig op te komen voor de belangen van de zo zwaar getroffen joodse gemeenschap. Vanuit die positie weten wij dat binnen de joodse gemeenschap velen nog steeds ernstig lijden onder de gevolgen van cle Tweede Wereldoorlog. Wanneer een bevolkingsgroep apart wordt gezet uit de maatschappij, zoals met de Nederlandse joden het geval was, en die groep vervolgens wordt opgejaagd, vervolgd en vermoord, zoals met hen gebeurde, trekt dit zijn sporen, zoals wij nu weten, nog generaties lang door. Voor het enorme leed dat vervolging en moord hebben veroorzaakt bij overlevenden en nabestaanden is specifieke hulp nodig. Er is lang voor gestreden om dit in Nederland erkend te krijgen en gelukkig is dat sinds 1970 dooide overheid met wetgeving en steun aan een instelling als JMW gerealiseerd. Eindelijk betoonde de Nederlandse maatschappij solidariteit met deze groep vervolgde landgenoten. Binnen de Joodse gemeenschap heeft JMW als enige organisatie een grore ervaring opgebouwd in de hulpverlening aan deze bevolkingsgroep. Daarom is JMW het best uitgerust om deze hulp te bieden. Dat dit door een onbegrijpelijke bezuiniging in één keer praktisch zou worden weggestreept, kan het Nederlands Auschwitz Comité zich dan ook niet voorstellen. Naat onze mening moet het tegeringsvoorstel zodanig worden herzien, dat deze specifieke hulpverlening aan vervolgde landgenoten intact blijft. Van solidariteit zou andets niet veel overblijven. In dat vetband heeft het ons zeer teleurgesteld dat ook een andere groep die in de oorlog zwaar gerroffen is, de Sinti en Roma, nu met grote bezuinigingen wordr bedreigd waardoor hun streven naar emancipatie ernstig in gevaar zal komen. Het Nederlands Auschwitz Comité, J. Grishaver, voorzittei

H. Sarfatij, secretaris

Felicitaties

Bestuur NAC

Deze zomer is onze redactiesecretaresse Sandra Waterman in het huwelijk getreden met Roy Jadi, die lezers van dit bulletin kennen als een getegelde en gewaardeerde medewerker. De redactie wil hun en de wederzijdse familie graag heel hartelijk

feliciteren

met

deze

feestelijke gebeurtenis en voor de toekomst heel veel geluk wensen.

In het bestuur van het Nederlands Auschwitz Comité hebben enige wijzigingen plaats gevonden. Els Deen is als tweede secretatis opgevolgd door Ruud Wolff. Hij is 53 jaar, getrouwd en heeft twee kinderen (16 en 19 jaar). Ruud Wolff is opgegroeid in een liberaal joods gezin in Amsterdam. Zijn moeder is een van de overlevenden uit Auschwitz. Hij levert graag zijn bijdrage aan het NAC vanuit zijn overtuiging: "Nooit meer Auschwirz". As vertegenwootdiger van de Stichting Sobibot is Wim Wertheim afgetreden. Zijn plaats wotdt nu ingenomen door Jet Manheim, die sinds 1 augustus 2003 voorzirrer is van de stichting Sobibor. Jet Manheim is 56 jaar en woont in Amstetdam. Zij heeft twee volwassen zonen en een administratieve baan bij een financiële dienstverlener. Jet Manheim heeft in 1998 voot het eetst de NAC-reis naar Polen meegemaakt en heeft toen vooral ervaren dat hoe meer je ziet van wat et tijdens de ootlog gebeuld is, hoe mindet je ervan begrijpt. Zij hoopt als vootzittet van de stichting Sobibor en als bestuurslid van het NAC er toe bij te dtagen dat nooit wordt vergeten wat et is gebeutd en daarbij vooral de nieuwe generatie betrekken.


Stichting Sobibor

Duitse studiereis tegen het vergeten Dat er in Duitsland organisaties bestaan die

Duitse organisatie die gerund wordt door

hiervoor de belangstelling van de jeugd te w e k k e n heeft Bildungswerk Stanislaw

ijveren voor het in stand houden van de

een zestal bevlogen, jonge mensen. Z i j

herinnering aan wat nazi-Duitsland de joden

organiseren studiereizen naar de Poolse

H a n t z een middelbare school in Izbica

heeft aangedaan is in Nederland niet breed

k a m p e n o m de g r u w e l d a d e n v a n d e

benaderd. Izbica is een Pools dorpje, waar ten tijde van W O II meer dan 9 0 % van de

bekend. Bildungswerk Stanislaw Hantz is

generatie van h u n grootouders niet in de

z o n organisatie. Jules Schelvis en Jetje

vergetelheid te laten geraken.

bevolking joods was. H e t werd een door-

Manheim van de Stichting Sobibor reisden

D e reis naar de Aktion Reinhardt-kampen

gangsgetto, waarheen aanvankelijk ook

is een 1 O-daagse studiereis; ieder onderdeel

joden uit TsjechiĂŤ, Slowakije, Oostenrijk

met deze organisatie naar Oost-Polen. "Binnenkort zi|n er nog slechts boeken en

w o r d t tevoren ingeleid en ter plekke

en Duitsland werden gedeporteerd. Allen

toegelicht door een m e t de groep mee-

werden na enige tijd afgevoerd naar Belzec.

films. Dan zijn de mensen er niet meer die

reizende Poolse historicus. Bezoeken aan

In overleg m e t de schoolleiding werd een

nog kunnen getuigen van wat er gebeurde."

de veelal onheilspellende oorden maken

prijsvraag uitgeschreven. D e leerlingen

Dit zei Jules Schelvis o p 14 oktober 2 0 0 3

duidelijk hoe het joodse leven door een

vroegen h u n grootouders naar h u n her-

in Oost-Polen, op de plek van het ver-

goed georganiseerde vernietigingsmachine

inneringen aan de oorlogstijd en vertaalden

nietigingskamp Sobibor, tijdens de

in korte tijd werd uitgewist.

die verhalen o p papier in een tekening, gedicht of verhaal. Alle leerlingen die mee-

h e r d e n k i n g van de opstand die daar 60 jaar geleden plaatsvond.

In Sobibor leidt Jules Schelvis het gezel-

deden kregen een herinnering uitgereikt.

O o k anderen zijn zich ervan bewust dat

schap van circa 50 mensen als 'Zeitzeuge'

Het 15-jarige meisje

het nog slechts een kwestie van tijd is of de

rond.

prijs won heeft een gedicht geschreven over

geschiedenis kan niet meer worden

Twee avonden eerder heeft hij de groep

haar overgrootmoeder die een jonge joodse

doorgegeven door hen die het meemaakten.

een avond lang verteld over zijn oorlogs-

v r o u w v e r b o r g , die uiteindelijk t o c h

O m deze reden was Jules Schelvis,

ervaringen: hoe hij met zijn vrouw en

afgevoerd werd. Alle leerlingen waren op

overlevende van de jodenvernietiging

schoonfamilie via Westerbork naar Sobibor

1 4 oktober aanwezig bij de herdenkings-

tijdens de Tweede Wereldoorlog, uit-

werd gedeporteerd. H o e hij als een van de

plechtigheid in Sobibor, waarbij Wioletta

genodigd door Bildungswerk Stanislaw

weinigen k o n overleven omdat hij werd

haar gedicht voordroeg.

Hantz o m deel te nemen aan h u n studiereis

geselecteerd voor werk in de omgeving.

naar de Aktion Reinbardt-kampen,

de

N o g zeven andere kampen overleefde hij.

Volgend jaar zal Bildungswerk Stanislaw

vernietigingskampen Belzec, Treblinka en

D e vrede kwam voor h e m geen dag te

H a n t z in samenwerking met deze school

Sobibor in Oost Polen.

vroeg, want dank/ij de bevrijding over-

opnieuw een herinneringsproject uitvoeren.

Wioletta dat de

eerste

leefde hij de inmiddels opgelopen vlektyfus. Bildungswerk Stanislaw Hantz, genoemd

O m het belang van het doorgeven van de

naar een overlevende van Auschwitz, is een

geschiedenis nieuw leven i n te blazen en

Jetje M a n h e i m

Bestuurswijziging Stichting Sobibor Het bleek voor W i m Wertheim niet meer mogelijk naast zijn drukke baan en gezinsleven ook nog invulling te geven aan het voorzitterschap van de Stichting Sobibor. Daarom heeft hij per 1 augustus 2003. het voorzitterschap overdragen aan Jetje Manheim. Per gelijke datum is M a n a n n e Schelvis toegetreden als secretaris van het stichtingsbestuur. Hilde Waage was al sinds 1 januari 2003 penningmeester. Jules Schelvis blijft onze zeer gewaardeerde adviseur. Naast dit Dagelijks Bestuur zijn H a n s Fels, Jacques Grishaver en Carry van Lakerveld de leden die het Algemeen Bestuur completeren. D e Stichting Sobibor heeft geen andere inkomsten dan de giften die u ons schenkt. Iedere financiĂŤle bijdrage is dan ook zeer welkom. O n z e postgirorekening is 3 3 0 2 5 2 5 t.n.v. de Stichting Sobibor te Amstelveen.

v l n. r. Marianne Schelvis, jetje Manheim, Hilde Waage (nieuw Dagelijks Bestuur) foto: Jules Schelvis


Bij d e o p e n i n g v a n het n i e u w e l A K - k a n t o o r

"Wij staan er niet alleen voor Woensdag 1 o k t o b e r 2 0 0 3 werd in Berlijn het hoofdkantoor van het Internationaal Auschwitz Comité geopend. Bij die bijzondere gelegenheid spraken onder meer de Duitse minister van binnenlandse zaken Otto Schilly, een jonge deelneemster van de Volkswagenreizen naar Auschwitz en Nienke Ledegang, redactrice van dit bidletin, die als buitenlandse jongere ter gelegen-heid van de internationale herdenking in 1995 met het Nederlands Ausch-witz Comité naar Auschwitz reisde. Bij de opening van het nieuwe internationale kantoor waren overlevenden van Auschwitz uit verschillende landen aanwezig: Polen, Amerika, Israël, Duitsland. Nienke Ledegang vertelde over de reis naar Auschwitz in 1995. Daar stonden ze dan. Twaalf jongeren, uit elke Nederlandse provincie één. Ze stonden in Auschwitz en wisten niet wat ze moesten zeggen. Want wat kun je zeggen? Hoe kun je iets zeggen over wat ieders verstand te boven gaat? Ze waren zestien jaar jong en terug in Nederland moesten zij klas- en leeftijdgenoten vertellen over wat Auschwitz is, wat het betekent. Gelukkig hadden ze steun aan elkaar, aan de overlevenden van het kamp die mee waren en aan de mensen van het Auschwitz Comité. Want de boodschap in je eentje uitdragen is dapper en zinvol, maar voelt als roepen in de woestijn. Nienke Ledegang ziet daarom het nieuwe hoofdkantoor van het Internationaal Auschwitz Comité ook als een symbool: "Een symbool voor zoveel mensen, overal ter wereld, die willen blijven roepen. Het is goed om te weten dat wij er niet alleen voor staan."

Zij besloot haar toespraak met een gedicht dat de twaalf Nederlandse jongeren schreven en voordroegen tijdens de internationale herdenking in januari 1995 in Auschwitz Birkenau: lben wij hier kwamen wisten we niet wat We moesten verwachten Toen we de kampen bezochten werden we Overweldigd door het verdriet en de ellende. Bij alle kennis die we hadden over de feiten Werd nu een heel diep gevoel gelegd Door erover te praten met de ouderen en De leiding vormden we een eenheid Maar hoeveel ellende heeft de wereld nodig om Een eenheid te vormen Nooit meer Auschwitz Het bureau van het IAK wordt waargenomen door Christoph Heubner, viccpresidenr van het IAK en Suzanne Goldstein. Het adres van het bureau van het IAK is: Internationales Auschwitz Komitee, Stauffenbergstrasse 13/14, 10785 Berlin, Deutschland, tel. 00 49 30 26392681/82, fax: 00 49 30 26392683. e-mail: christoph.heubner@iak-berlin,de of suzanne.goldstein@iak-berlin.de Ter gelegenheid van de opening werd ook een fraai vormgegeven nieuwe website van het IAK geïntroduceerd, waarop alle informatie te vinden is, en ook links naar de verschillende nationale comités: www.auschwitz-international.org

Joodse onderduiker in Limburg

°?(&\^LK

Voor een vijftigjarige bruiloft kwam onlangs de 86 jarige mevrouw Tina TimmermansHermans vanuit Brazilië naar Leveroy. Zij is in 1998 ook al eens hier geweest om de Yad Nj^ Vashem oorkonde in ontvangst te mogen nemen. Peter Crins heeft haar bijzonder levensverhaal nu met behulp van de camera vastgelegd. Hier kwam iets nieuws op de proppen. Tijdens de grote 8 oktober deportatie van 1944 werd haar man met een joodse onderduiker tijdens een razzia van de boerderij gehaald. Ze komen na 8 maanden levend terug uit Duitsland. De naam van de joodse onderduiker is Nico Stoffels. In het boek van dr. Cammaert "Sporen die bleven" staat hij als Willem Nico 7o^(onderduiker) vermeld. Misschien een schuilnaam. Nico zou uit Amsterdam afkomstig zijn en zijn beroep was slachter. Het was ons tot nu toe niet bekend dat hij joods was. Voordat hij naar de Philomenahoeve van de familie Timmermans, gelegen tussen Leveroy en Nederweert kwam, had Nico Stoffels in Helden (L) ondergedoken gezeten. Hij zou hier na de oorlog terug keren als ook op de Philomenahoeve. Peter Crins is nu op zoek naar Nico Stoffels of naar mensen die hier meer vanaf weten. Trouwens ook namen en adressen van andere joodse mensen die in Leveroy ondergedoken hebben gezeten zijn welkom in verband met deze vorm van 'oral history'. Peter Crins' adres is Sillenhoek 15, 6091 PC Leveroy, tel. 0495 652018. Email: petercrins@hetnet.nl


Yad V a s h e m - o n d e r s c h e i d i n g e n

"Rijk kunt u zich voelen Op dinsdag 26 augustus 2003 werden in het Verzetsmuseum te Amsterdam Yad Vashem-onderscheidingen uitgereikt door Eldad Hayet, attaché van de ambassade van de staat Israël. Deze onderscheiding is bedoeld om niet-joden te eren die tijdens de Tweede Wereldoorlog joodse medeburgers probeerden te redden met inzet van hun eigen leven en vaak dat van hun huisgenoten. Geéerd werden onder meer Cornelis Slobbe en zijn vrouw Johanna SlobbeBoogaard (beiden posthuum) en hun dochtet Cornelia Mol-Slobbe. De geredde Rotie Salomons wist in 2002, toen haar moeder overleed, nauwelijks iets over haar onderduikperiode, maar via het radioprogramma Adres onbekend vond zij tot haar grote blijdschap het meisje van toen terug, Corrie Mol, geboren Slobbe, intussen een dame van 75 jaar. Mevrouw Johanna Slobbe hoorde in 1942, tijdens een familiebezoek in Haarlem, dat een joods meisje, Rotie, ondergedoken was in een plaatselijk ziekenhuis. Zondet aatzelen nam zij het haar onbekende joodse meisje mee naar haar huis in Rottetdam, waar Rotie doorging voor een nichtje van het gezin. Doot loslippigheid van andeten deed de Grüne Polizei een inval in huize Slobbe, waarbij een ondergedoken joods echtpaat en de heer Slobbe weiden gearresteerd. Toen de Duitsers ook Rotie wilden meenemen, sloeg Coitie van vijftien haai atmen om haat heen en tiep: "Raak haar niet aan, dat is mijn nichtje!" Rotie werd zo gered, maar Cornelis Slobbe moest gevangenissen in Rottetdam en Amstetdam en de concentratiekampen Vught en Amersfoort doorstaan.

Forsyte Saga Mevtouw Theodora van Royen-Saltet nam de ondetscheiding in ontvangst, mede voor haar overleden man Sebald van Royen. Zij hadden tijdens de ootlog onderdak gegeven aan Edith Frank-Menko, de dochtet van de vootzitter van de Enschedese Joodse taad, die veel heeft gedaan om joden uit Enschede en omstreken te laten onderduiken. Volgens Edith had zij geen beter en harmonieuzer onderkomen kunnen wensen, waar Hamlet en de Fotsyte Saga werden gelezen en bediscussieerd. Ediths ouders overleefden Westerbork en Theresienstadt, maar de vtiendschap was voor levenslang. Dwangarbeider Christina van der Wouden was 21 jaar, pas getrouwd en haar man werd als dwangarbeider in Duitsland te wetk gesteld. Toch nam zij zondet aarzeling de tweejarige Elly Bles, dochtet van Esther en Simon Bles, in huis en liet haar voor de buitenwereld doorgaan voor haar nichtje. Zij beschetmde en verzorgde haar als haar eigen kind, en toen na de bevrijding bleek dat de ouders van Elly de oorlog niet hadden overleefd, bleef zij bij het pleeggezin, waat nog drie kinderen werden geboren. Maar de herinnering aan haar eigen ouders werd in het gezin altijd levend gehouden en Elly bleef ook haar eigen naam dragen. Gebreid ondergoed Henny van Stratum was negen jaar toen zij achtet op de fiets van Groningen naat het dotpje Spijk in de buutt van Delfzijl wetd gebtacht, naar het gezin van Berend Ebbens en zijn vrouw Trientje Ebbens-de Haan,

en hun zes nog thuis wonende kinderen. Toen Henny 's avonds naar bed werd gebracht, zei mevrouw Ebbens: "Kind, kind, wat heb jij dun ondergoed, dat zijn net flodders." Onmiddellijk werd er dik gebreid ondergoed gehaald. Henny werd als lid van het diep gelovige gezin beschouwd, en dat is altijd zo gebleven. Ook toen zij later naar Israël ging, bleef het contact bestaan. Tante Mientje Ondergedoken zijn in een huis omringd door NSB'ers, landwachters, leden van de Jeugdstoim en rijksduitsers kon soms paradoxaal genoeg extra veiligheid verschaffen. Dat gold voot "tante Mientje", Miena van der Heim, toen zij in augustus 1942 moest onderduiken. Zij was 65 jaar oud en vond onderdak in het gezin van Petrus Sprengers en zijn vrouw Hermiena Sprengers-van Tellingen. De buren dachten dat die het om het geld deden, maat et is nooit een cent betaald. In een gedicht heeft familie van tante Mientje dat later zo weergegeven: "Men zei, u heeft et dik aan vetdiend. De joden maakten u rijk. Rijk kunt u zich voelen, al was dank slechts uw loon. Dus hadden ze T O C H gelijk." (m.a.)


Oorlogsmonument in Pieszyce In het Poolse plaatsje Pieszyce is een monument opgericht met de namen van de Nederlandse joden die tijdens de Tweede Wereldoorlog in het Arbeitslager Langenbielau zijn omgekomen. Op initiatief van Max Koker en in samenwerking met de Oorlogsgravenstichting is deze gedenksteen op 10 oktober 2003 geplaatst. Arbeitslager Langenbielau in NederSilezië was een onderdeel van het concentratiekamp Gross Rosen. In 1997 bracht Max Koker, voor het eerst sinds het einde van de oorlog, een bezoek aan het voormalige Duitse kamp waar hij in de periode 1944-1945 gevangen heeft gezeten.

Naast het voormalige kamp op een stuk terrein waar tijdens de oorlog de slachtoffers begraven werden, trof hij een algemeen monument aan. Hierop werden echter geen namen genoemd, waardoor de doden er anoniem lagen. Daarom deed hij het voorstel een gedenksteen naast het monument te plaatsen met de namen van de Nederlandse oorlogsslachtoffers, die daar begraven zijn. Om dit te realiseren nam hij contact op met de Oorlogsgravenstichting in Den Haag. Deze stichting is in 1946 in het leven geroepen om de Nederlandse oorlogsgraven, waar ook ter wereld, in te richten en te onderhouden. Timmerman Natuursteen b.v. uit

Nieuwerkerk in Zeeland heeft het monument ontworpen, uitgevoerd en geplaatst. Naast een Nederlandse en Poolse verklarende tekst zijn vermeld de personalia van de slachtoffers en h u n geboorteplaatsen. Nadat de financiering van het monument rond was, nam de Oorlogsgravenstichting contact op met de Poolse m o n u m e n t e n commissie en de gemeente Pieszyce om toestemming tot plaatsing van de gedenksteen te krijgen. In maart 2003 was deze procedure rond en kon tot plaatsing van de gedenksteen worden overgegaan.

bron: joods.nl

G e e n herdenkingsmonument op treinstation Winschoten Er komt geen joods monument bij het treinstation in Winschoten. Een gedenkteken op de plek waar honderden joden tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn afgevoerd naar Westerbork wordt als te pijnlijk ervaren. Dat vindt Stichting Oud Winschoten. Volgens voorzitter Trijnko Pegrim is als locatie nu het Israëlplein in het

hart van de stad gekozen: "Hier woonden veel joodse neringdoenden. Het is ook vlakbij de synagoge. We zijn van gedachten veranderd, omdat we niemand voor het hoofd willen stoten. De plek moet onomstreden zijn." Pegrim weet niet wanneer het monument, een zespuntige davidster ontworpen door Bert van Ringh uit Winschoten, wordt onthuld. "De financiering is

niet rond. De helft van de benodigde 25.000 euro is binnen. Een aantal aangeschreven fondsen heeft nog niet gereageerd." Stichting Oud Winschoten verwacht niet voor 4 mei 2004 een monument te hebben. "Je kunt beter goed dan half werk leveren. Volgend jaar oktober moet het er staan", aldus Pegrim. bron: joods.nl en www.dvhn.nl.

Een paar grepen uit het gastenboek van de website van het Nederlands Auschwitz Comité , www.auschwitz.nl

Werkstuk

I e d e r e e n gelijk

Ik vind het heel erg wat er in Auschwitz is gebeurd, daarom maak ik op school een verslag erover, ik wil graag dat Auschwitz verleden tijd blijft.

Ik moet een werkstuk over Auschwitz maken cn daarvoor heb ik jullie internet site bezocht en ik heb er heel veel aan gehad. Ik vind het heel erg dat de oorlog überhaupt is begonnen. Ik zou niet willen dat het nog een keer gebeurt.

Ik wil even kwijt dat ik het echt VRESELIJK vind wat er in de oorlog is gebeurd. Ik wil dat dit N O O I T meer gebeurt !!!!!!!!!!!!!!!! En ik vind dat iedereen gelijk is en dat je zelf mag weten waar je in gelooft.

Marsha

Lieveke de Jong

Milou

o

tu

f

1

Heel erg


In blijvende herinnering aan de overlevenden van Auschwitz, die het Nederlands Auschwitz Comité hebben opgericht. Nederlands Auschwitz Comité Ere-lid: dts. Eva Tas Ere-lid: Jacques Furth Voorzitter: Jacques Grishaver Vice-voorzitter: Carry van Lakerveld Secretaris: Herbert Sarfatij 2e Secretaris: Ruud Wolff Pen n ingm eester: Ronald van den Berg 2e penningmeester: John van Cleef Secretariaat: Postbus 74131 1070 BC Amsterdam tel/fax 020-67 233 88 website; www.auschwitz.nl E-mail: info@auschwitz.nl Bankrekening: ABN/AMRO: 414.646.282 Postbank: 29.30.87 AUSCHWITZ BULLETIN: Eindredactie: Clairy Polak Redactie: Max Arian Nienke Ledegang Theo van Praag Bertje Leuw Carry van Lakerveld Red. secr.: Sandra Jadi-Watetman E-mail: redactie@auschwitz.nl Redactieadres: Postbus 1065 1700 BB Heerhugowaard

Fondsen Buiten de jaarlijkse bijdrage bestaat e t ook de mogelijkheid om donaties aan onze fondsen o v e t te maken. Voor deze giften kunt u ook in aanmerking komen voor aftrek bij uw aangifte inkomstenbelasting. De fekeningnummefs waarop u extra giften kunt stoften zijn: Steunfonds 47.02.27.621, t.n.v. de Stichting Steunfonds Nederiands Auschwitz Comité, Amsterdam. Doelstelling: het ondersteunen van projecten van derden die vallen binnen het kadet van onze doelstellingen. Reisfonds 62.4E91.850, t.n.v. het Nedetlands Auschwitz Comité, Amstetdam In de toelichting bij de Jaatcijfers over 2002, heeft u reeds enige informatie over het doel en onze intentie met betrekking tot dit fonds kunnen vernemen. Mocht u geïnteresseerd zijn en meer informatie o v e t het reisfonds willen hebben, dan kunt u contact met ons op nemen op n u m m e i 020-4287683. Wij kennen de noden en kunnen u op de hoogte brengen van de voorwaarden en mogelijkheden. Voor het honoreren van verzoeken om in aanmerking te komen voor ondersteuning zal de aanvraag aan een neutraal adviescollege worden voorgelegd teneinde iedere vorm van belangenverstrengeling te voorkomen.

Legaten en nalatenschappen Het Nederlands Auschwitz Comité streeft ernaar extra inkomsten te gebtuiken voor nieuwe projecten - met name voor educatie op het gebied van de herinnering van de shoah - en om de toekomst van het Nedetlands Auschwitz Comité als otganisatie veilig te stellen. Legaten en nalatenschappen kunnen daatbij een belangrijk hulpmiddel zijn. Mocht u over dit onderwerp of over de fiscale aspecren meer willen weten, dan nodigen wij u uit contact met ons op te nemen op 020-4287683.

Voor de inhoud van de artikelen die ondertekend zijn is alleen de auteur verantwoordelijk.

Abonnemen tenadm in istra tie: Knoopkruid 54 1112 PV Diemen tel./fax: 020-600 34 55 Druk: Drukkerij Peters Amsterdam bv

Het doel van de Stichting Nedetlands Auschwitz Comité is: * het tealiseten van de zinspreuk "Nooit meet Auschwitz"; * het ageren tegen alle vormen van fascisme, racisme en antisemitisme; * het bevorderen van het welzijn van de in de tweede weteldoorlog vervolgden en hun nabestaanden; * het vettichten van alles wat met het vootgaande verband houdt, alles in de ruimste zin


Herdenkingsbijeenkomst 4 mei 2004 in de Nieuwe Kerk V o o r a f g a a n d a a n d e officiële p l e c h t i g h e i d bij h e t N a t i o n a a l m o n u m e n t o p d e D a m i n A m s t e r d a m o m

20.00

uur

o r g a n i s e e r t h e t N a t i o n a a l C o m i t é 4 e n 5 m e i elk jaar o p 4 m e i e e n h e r d e n k i n g s b i j e e n k o m s t i n d e N i e u w e Kerk. D e z e b i j e e n k o m s t b e g i n o m 18.55 e n is p r i m a i r b e d o e l d v o o r o v e r l e v e n d e n e n n a b e s t a a n d e n . V o o r d e a a n w e z i g e n is o o k r u i m t e g e r e s e r v e e r d o p de D a m .

Om de herdenkingsbijeenkomst bij te wonen kunnen belangstellende, die al dan niet aangesloten zijn bij een organisatie zoals het Nederlands Auschwitz Comité, een brief stuten naar het Nationaal Comité 4 en 5 mei met daarin vermeld: naam, geboortedatum, adres, postcode en plats, telefoonnummer, reden van aanvraag en eventueel de naam van de vereniging of organisatie. Na ontvangst van de brief worden zij in het uitnodigingsbestand opgenomen en wordt begin februari 2004 de officiële uitnodiging verstuurd. Bij de uitnodiging is een antwoordkaart gevoegd waarmee men maximaal twee kaarten aan kan vragen. Deze antwoordkaarten worden vervolgens in volgorde van binnenkomst behandeld, want het aantal stoelen is gooit, maar niet onbeperkt. Degenen die in de afgelopen jaren een uitnodiging kregen hoeven niet te reageren, zij krijgen in februari 2004 wederom een uitnodiging. Brieven te tichten aan: Nationaal Comité 4 en 5 mei, Rapenburgerstraat 109, 1011 VL Amsterdam. Voor nadere informatie, zie de website: www.4en5mei.nl

BON Wilt u zich abonneren op dit blad of heeft u familie,

Auschwitz Bulletin. Voor de verzend- en portokosten

vrienden of kennissen die op de hoogte willen blijven

zijn wij echter genoodzaakt u om een minimale bij-

van de activiteiten van het Nederlands Auschwitz

drage te vragen. Deze bijdrage is voor binnenlandse

Comité? Als u onderstaande bon invult en opstuurt naar: Het Nederlandse Auschwitz Comité, Knoopkruid 5 4 , 1 1 1 2 PV D i e m e n , ontvangen u of uw bekenden vier maal per jaar het

abonnees € 8 , - , buitenlandse abonnees in Europa € 1 1 , - en buiten Europa € 1 6 , - . Tevens ontvangen alle

abonnees

één

maal

per

jaar

een

accept-

girokaart voor een vrijwillige donatie ten behoeve van de voortgang van het werk van het Nederlands Auschwitz Comité.

Naam:

Adres:

Postcode en woonplaats:

Land:

Email: Opsturen naar: Het Nederlands Auschwitz Comité, Knoopkruid 5 4 , 1 1 1 2 PV Diemen Een a b o n n e m e n t kunt u ook opgeven via onze website: www.auschwitz.nl/bulletin.html.


Auschwitz Bulletin, 2003, nr. 04 December