Issuu on Google+

47ste jaargang, nr. 3, september 2 0 0 3 . Verschijnt 4 x per jaar

Een uitgave van het Nederlands Auschwitz ComitĂŠ; postbus 74131,1070 BC Amsterdam

Auschwitz Bulletin Het Archief v a n onze planeet In mijn vroege jeugd reisde ik eens ik met mijn oudets per auto van Amstetdam naat Parijs. In die tijd was dat een tocht die twee dagen duutde met een noodzakelijke overnachting in het Nootd Franse Arras. Tijdens de rocht was mijn moedet constant aan het kaattlezen en menigmaal vetdwaalden we in het verwarrende labyrint van dorpen en steden in die vetre weteld die BelgiĂŤ en Frankrijk heette. Zo groot was de wereld nog, vijftig jaar geleden. De Franse bankier Albert Kahn (1860-1940) meende dat oorlog, racisme en xenofobie hun oorsprong vonden in de ontoegankelijkheid van de wereld. Als mensen elkaar maar zouden leren kennen en zichzelf in elkaar zouden herkennen, dan zou de wereld een vreedzame en toletante planeet kunnen wotden. Hij wendde zijn niet onaanzienlijke foftuin aan om fotogtafen en filmploegen over de wereld te stuten met als opdracht die wereld in beelden vast te leggen. Vanaf 1910 tot 1932 vulden zij een schatkamer met duizenden negatieven, met honden! zeventig duizend meter film - het Archief van de Planeet genaamd - van Japan tot aan Noorwegen, van Griekenland tot aan China. Albert Kahn gaf beutzen aan

jonge intellectuelen om tond de wereld te teizen en daarna de mensheid te verrijken met verhalen over de mensen die zij hadden ontmoet. In Boulogne schiep hij "de tuin van de planeet" met planten en bloemen uit alle windstteken, alweer als smeekbede om de mens te laten beseffen dat we allemaal gelijk zijn. Albett Kahn heeft in de jaten dertig ruimschoots de desillusie van zijn droom kunnen ervaren. Aan het einde van de jaren zestig voorspelde de Canadees Marshal Mcluhan dat het televisietoestel - dat in dat decennium in steeds meet huishoudens ovet de hele wereld verscheen - een bron van vrede en begrip zou worden. De televisie zou de weteld vetkleinen tot een groot dorp, the Global Village, waarin iedereen zich in iedereen zou kunnen herkennen. Maar ook Marshal Mcluhan heeft getuige kunnen zijn van zijn eigen dwalingen. Hij had niet vootzien dat de televisie in handen van de commercie zou verworden tot een dom-makend medium. En zeket had hij niet voorzien dat televisie in sommige gevallen als ideologische spreekbuis op kan roepen tot ootlog, racisme en xenofobie.

Deze zomer moest ik aan Kahn en Mcluhan denken toen ik op Schiphol vele uren moest wachten op mijn vlucht. In die tijd heb ik de hele weteld voorbij horen komen. Duizenden mensen zag ik naar de meest afgelegen bestemmingen vertrekken, duizenden mensen kwamen aan vanuit de uithoeken van de wereld. Ook het toerisme of de reis om de wereld, zo kunnen we gerust constateten, leiden niet tot dat waat Kahn en Mcluhan van droomden. Een wandeling door de tuin van Albert Kahn in Boulogne kan ik u echt aanraden. Raar genoeg is het ontroerend om een plant uit China naast een madeliefje uit Nederland aan te treffen. En kijkt U ook eens naar de foto's die hij op onze planeet liet maken, de films die hij opnam in Itak, Palestina of Afghanistan. Albert Kahn vetloor enige jaren na de beurskrach van New York al zijn kapitaal en was gedwongen het tot uitvoet brengen van zijn droom voorgoed te stoppen. Hij stierfin Parijs in 1940 drie maanden nadat zijn land door Duitsland was bezet, net op tijd om te beseffen dat tegen oorlog, racisme en xenofobie geen kruid is gewassen. Hans Fels


Inhoudsopgave: Hans Fels, het archief van onze planeet Nienke Ledegang, een echtpaar dat Auschwitz overleefde

3

Nooit meer Auschwitz-lezing doot Raul Hilbetg

5

Het Haags Joodsch Lyceum, boekbespreking

6

Ewoud Sanders, geschiedenisles

7

In memoriam: Jannie Brandes-Brilleslijper

8

Yad Vashem onderscheidingen

10

Jules Schelvis, 60 jaar na de opstand in Sobibot

11

Het verlaten hotel, boekbespreking

13

Jacques Furth, herinneringen

14

Auschwitz als publieke religie, boekbespreking

17

Antisemitisme in Nederland

19

In duizend zoete armen, Julika Marijn speelt Etty Hillesum

20

Gastenboek website

20

Gtotete

22

bekendheid Hollandsche Schouwbutg

BON Wilt u zich abonneren op dit blad of heeft u familie,

Auschwitz Bulletin. Voor de verzend- en portokosten

vrienden of kennissen die op de hoogte willen blij-

zijn wij echter genoodzaakt u om een minimale bij-

ven van de activiteiten van het Nederlands Auschwitz

drage te vragen. Deze bijdrage is voor binnenlandse

Comité? Als u onderstaande bon invult en opstuurt naar: Het Nederlandse Auschwitz Comité, Knoopkruid 5 4 , 1112 PV Diemen, ontvangen u of uw bekenden vier maal per jaar het

abonnees € 8 , - , buitenlandse abonnees in Europa € 1 1 , - en buiten Europa € 1 6 , - . Tevens ontvangen alle

abonnees

één

maal

per

jaar

een

accept-

girokaart voor een vrijwillige donatie ten behoeve van de voortgang van het werk van het Nederlands Auschwitz Comité.

Naam: Adres:

Postcode en woonplaats.

Land:

Email: Opsturen naar: Het Nederlands Auschwitz Comité, Knoopkruid 5 4 , 1112 PV Diemen Een abonnement kunt u ook opgeven via onze website: www.auschwitz.nl/bulletin.html.


Interview met Catharina en Maurits van Thijn

Een echtpaar dat Auschwitz overleefde Vier jaar geleden keerden Catharina en Maurits van Thijn (geboren in respectievelijk 1924 en 1922) uit Israël terug naar Nederland. Hier, in het joodse bejaardenhuis Beth Shalom waar zij in een aanleunwoning wonen, willen zij in alle rust hun laatste dagen doorbrengen. Samen hebben zij immers een zeer veelbewogen leven achter de rug. De twee gaven elkaar in 1943 het ja-woord in het doorgangskamp Westerbork. Ze behoren tot de weinigen die als echtpaar de concentratiekampen overleefden en nu nog in leven zijn. Op verzoek van het Auschwitz Bulletin doen zij hun verhaal. Catharina doet het woord. Maurits hoort slecht en vindt het bovendien vreselijk moeilijk over het verleden te spreken. 'Ons verhaal begint in Amsterdam, waar wij, toen de oorlog begon, op het Afrikanerplein woonden. Mau was mijn bovenbuurjongen, we waren verloofd. Toen de situatie in Amsterdam te gevaarlijk werd, moesten wij onderduiken. Ik ging naar een onderduikadres bij particulieren in Hillegom. Later werd bij toeval ook voor Maurits en zijn schoonzuster met tweejarig dochtertje een plaats in Hillegom gevonden. Daar zaten wij tot september 1943 ondergedoken. Helaas zijn wij verraden, moesten we vluchten en zijn we uiteindelijk toch gevonden. Via Scheveningen en de Hollandse Schouwburg zijn wij in Westerbork in een strafbarak terecht gekomen. We vernamen al snel dat getrouwde echtparen die naar kampen werden vervoerd bij elkaar mochten blijven. Op 20 september 1943 zijn we in regenjas en lange broek in Westerbork getrouwd. Diezelfde nacht zijn we doorgestuurd naar Auschwitz. Ons 'geluk' was dat we in de voorste

beestenwagen lagen: bij aankomst werden de eerste honderd getrouwde vrouwen naar het beruchte experimentenblok 10 van dokter Mengele gebracht waar ik de afschuwelijkste vernedering moest ondergaan en waar ik onder meer gesteriliseerd ben. Wij hebben, ondanks jarenlang van dokter naar dokter te gaan, nooit kinderen kunnen krijgen. Aangekomen in Auschwitz werd mijn man direct naar kamp Monowitz (Buna) gestuurd. Na twee weken werd hij met difterie naar ziekenblok 9 in Auschwitz gebracht. Ik hoorde dat van iemand en omdat blok 9 en 10 naast elkaar liggen, kon ik hem zien. Wat ik toen nog niet wist is dat Mau tot vier keer toe naakt voor de kampcommandant is verschenen. Deze wees simpelweg met zijn duim naar links of rechts — het verschil tussen hen die nog konden werken cn hen die te mager waren en de volgende dag naar het crematorium werden afgevoerd.

B i j ontslag uit het ziekenhuis bleef Mau in Auschwitz en elke dag stak hij van verre een hand op. Menig keer werd vanuit de wachttoren een geweer op hem gericht. Het eerste jaar heeft Mau buiten, in de ijzige kou gewerkt. Later kon hij in de munitiefabriek Union terecht. Door handschoenen te breien verdiende ik wat extra brood. Dat gaf ik mee aan de Hollandse vrouwen enkele barakken verderop, die ook in de munitiefabriek werkten. Mau deelde dat met een jongen die hij onder zijn hoede had genomen. Zo konden wij daar toch iets voor elkaar betekenen. Op 15 januari 1945 werden wij geëvacueerd omdat de Russische troepen in de buurt van het kamp waren. Mau en ik werden gescheiden. Toen begon de hel. De dodenmars was een nog grotere beproeving dan Auschwitz. Met open wagons, lopend in de vrieskou en sneeuw werden we van kamp


naar kamp gedreven. Wie niet verder

m e i 1945 in Enschede. Ik was bij de

kon werd in koelen bloede neer-

eerste vier vrouwen die uit de kampen

geknald. M a n heeft zo nog in zeven

terugkwamen. Maar waar moest ik

kampen de vreselijkste ontberingen

naartoe? Amsterdam kon men nog

ondetgaan.'

nier in. F.en van de jongens heeft mij

Man, die tot dan toe heeft zitten luis-

plaats Eindhoven, waar ik bleef tot ik

teren, valt in: 'Maar de wetenschap

op 1 juni alsnog naar Amsterdam kon.

toen meegenomen naar zijn woon-

dat Rina nog in leven was, gaf mij de kracht om door re vechten. Al ben ik

M a n en ik hadden afgesproken dat,

heel wat keten d o o t het oog van de

mochten we de kampen ovetleven, we

naald gekropen. O p 25 april 1945,

elkaar zouden treffen op ons oude adres

toen wij op een open vtachtwagen

in Amstetdam. doen ik daar aankwam

zaten, zijn wij d o o t de geallieerden

zag ik onze oude buren. Hoewel ik

Van een gammel schuurtje, via een

beschoten. Ze dachten waatschijnlijk

eruit zag als een zwerfster herkenden

gatage tot een twee-kamerappartement:

dat wij Duitsets waren. Van de 20

zij mij. Ik kreeg een kamer bij hen

na haid wetken kwamen wij in Naharya

mensen op die wagen hebben maar

op zolder.

te wonen, 10 kilometer van de Libanese

een paar het ovetleefd. O p 2 mei 1945 ben ik door de Amerikanen bevrijd.'

grens. In de oorlog van 1982 is ons Ach, hoe gaat dat? Je ziet wat mensen

huis twee keer door raketten vanuit

t e t u g k o m e n en informeert naar je

Libanon getroffen. Tot twee keet toe

Rina: 'Ik ben in Neustadt-Kleef, doot

naasten. Iemand vertelde dat Mautits

is grote schade aan ons huis aangericht.

de Russische troepen bevtijd. Tot de

al lang geleden overleden was. Toen

laatste dag heb ik loopgraven moeten

ik dat hootde wilde ik weg. Ik had

Na al die tegenspoed, en veel ziekte

graven. Al vrij snel kwamen een paar

niets meer te zoeken in Amsterdam

ook, hebben wij toch m a a t besloten

Hollandse m a n n e n , die uit de werk-

en besloot naat mijn ondetduikadtes

onze laatste dagen in Nedeiland doot

k a m p e n k w a m e n , i n f o r m e r e n of

in Hillegom te gaan. Ik stond op het

te brengen. Wij konden de spanningen

onder ons ook Nederlandse vrouwen

p u n t met de trekschuit te vertrekken

in Israël niet meer aan. Maar wat altijd

waren die ze k o n d e n helpen. In een

toen plotseling een van de buren riep:

bleef, is de verbintenis met elkaar

verlaten dorpje gingen zij spullen

Daar is-ie, daar is Mau!

Aanstaande 20 september hopen wij

voor ons stelen en ik ging mee. O h , ik was niet meer normaal, was erg in

ons 60-jarig huwelijk te kunnen vieren.' Maurits was tetuggekomen. We wisten

de war. In een drogisterij heb ik toen

niet waar we moesten beginnen, wat

lipstick, patfum, peignoirs, schoenen

we elkaat moesten vertellen. H e t was

en een paraplu gestolen. Dingen waar

ovetleven, proberen de draad weer op

ik niet bepaald o m verlegen zat...

te pakken. Maar daarbij kregen we

Van een kinderwagen maakten wij een

kregen wij een NSB-woning toege-

karretje om zo vlug mogelijk naar huis

wezen. Alles was e t rood en zwarr

te kunnen. O m beurten mochten wij

geschilderd tot de stoffet en blik aan toe.

Als iemand de oorlog heeft overleefd, uit de hel van de concentratiekampen is gekomen, en dan normaal is, is hij gestoord. Het is abnormaal als dat hem onberoerd laat.

Maat we hadden tenminste iets, kon-

Rabbijn Jacobs

totaal geen hulp. Pas in decembet 1945

Nienke Ledegang

op het karretje. Zo kwamen we op 15 den weet op krachten komen. Dat was niet eenvoudig. Van onze families had niemand de kampen ovetleefd. Eigenlijk was er voor ons niets meet te zoeken in Nederland en nadat de staat Israël was uitgeroepen zijn we in 1949 geëmigreerd. We wilden ons steentje bijdragen aan de ontwikkeling van een staat waat wij in rust zouden kunnen leven. Dat is tot op heden niet getealiseetd.


Drie dagen voor de herdenking in januari 2004

Voor de eerste m a a l : Nooit meer Auschwitz-lezing Op donderdag 22 januari 2 0 0 4 organiseert het Nederlands Auschwitz Comité voor de eerste keer de "Nooit meer Auschwitz-lezing". Deze lezing, in samenwerking met de Pensioen- en Uitkeringsraad (PUR) en het Centrum voor Holocaust- en Genocidestudies, moet een jaarlijkse traditie worden. De lezing vindt plaats in de Beurs van Berlage te Amsterdam en de spreker is dit jaar de beroemde Amerikaanse historicus Prof. Raul Hilberg, grondlegger van de wetenschappelijke geschiedschrijving van de vernietiging van de Europese joden. Na de lezing zal Frits Barendprofessor Hilberg interviewen over zijn werk en publicaties. Aan de lezing, enkele dagen voor de Auschwitzherdenking, is ook een jaarlijkse onderscheiding verbonden, die de naam draagt van de in 2001 overleden erevoorzitter van het Auschwitz Comité, Annetje Fels-Kupferschmidt. De onderscheiding, ontworpen door Ja>i Wolkers, wordt gegeven aan een persoon of organisatie die zich op

buitengewone wijze verdienstelijk heeft gemaakt voor het realiseren van de doelstellingen van het Nederlands Auschwitz Comité. Nadere informatie over de lezing alsook over de toekenning van de onderscheiding volgt in het komende Auschivitz Bulletin.

Grondlegger Holocaust-studies Raul Hilberg Professor Raul Hilberg is de grondlegger van de wetenschappelijke geschiedschrijving van de Holocaust. Hij werd geboren in Wenen op 2 juni 1926 in een joodse familie, waarmee hij in 1939 naar de Verenigde Staten ontkwam. In de Tweede Wereldoorlog keerde hij als Amerikaans soldaat naar Europa terug. Na te zijn gepromoveerd aan de Columbia-Universiteit in 1955 ging hij politieke wetenschappen doceren aan de universiteit van de staat Vermont. Hij bleef daar tot zijn emeritaat in 1991. Raul Hilbergs belangrijkste werk, The Destruction of the European Jews, verscheen in 1961. Herziene edities volgden in 1985 en 2003. De opmerking van de auteur dat joden aan hun eigen vernietiging hadden meegewerkt en de in het algemeen onderkoelde toon van het dikke boek kregen veel kritiek. Maar de bespreking van alle door de jodenvervolging getroffen landen, en de omschrijving van het stapsgewijze ontstaan van de massamoord (via wetgeving, registratie, isolering en deportatie), zijn onovertroffen gebleven en oogsten nu alom bewondering. Professor Hilberg schreef ook een boek over de rol van de Duitse spoorwegen in de Holocaust (1981), een tweede overzichtswerk (1992; als enige van zijn boeken in het Nederlands vertaald, als Daders, slachtoffers, omstanders); eigen memoires (1996), en een boek over de primaire bronnen die historici van de Holocaust gebruiken (2001). Hij publiceerde bovendien artikelen en een groot aantal bronnen, waaronder de Engelse vertaling van het dagboek van de voorzitter van de joodse raad in Warschau (1979). Voor zijn gehele werk ontving hij in 2002 het Grofie Verdienstkreuz van de Bondsrepubliek Duitsland. Karei C. Berkhoff Centrum voor Holocaust- en Genocidestudies, Amsterdam


Boek over het Haagse Joodsch Lyceum

Slotakkoord der kinderjaren Wat heeft de systematische isolering betekend voor joodse scholieren in de Tweede Wereldoorlog. Hoe voelt dat als je na de vakantie niet terug mag komen op je oude school, bij vrienden en vriendinnen ? Wat doe je als het je verboden wordt met de tram te reizen, je je fiets moet inleveren en je geen passend schoeisel bezit om de lange weg te lopen ? Wat gaat er door je heen als klasgenoten en docenten één voor één 'verdwijnen ? Ondergedoken? Weggevoerd? Vermoord?

In Den Haag werden door de gemeente binnen acht weken joodse scholen voor bijna 1700 leerlingen van kleuter- rot middelbare school opgericht. Joodse middelbare scholieren vonden onderdak in een oud schoolgebouw in de Fisherstraat. Het docentencoips bestond uit hooggekwalificeerde leraren die als joods ambtenaar in november 1940 uit overheidsdienst waren ontslagen. Voor het eetste cursusjaar meldden zich 241 leetlingen aan op de school die bestaan heeft van 15 oktobet 1941 tot apiil 1943. In het tweede cursusjaar kwamen slechts 112 van de verMet veel kunst- en vliegwerk is in de wachte 248 leerlingen op school. De jaren 1941-1943 het onderwijs aan deportaties die in de zomer van 1942 joodse kinderen in Den Haag gewaren begonnen, hadden velen ertoe organiseerd en draaiende gehouden. aangezet onder te duiken of te vluchten. Vrijwel dagelijks werd ook de rectot Vanaf september 1942 werden de van het Joodsch Lyceum geconfronklassen met de dag leger en leger. teetd met nieuwe bizatte maattegelen In de geschiedschrijving over de oorvan de Duitse bezetter. Historica logsjaren in Den Haag is nauwelijks Wally de Lange heeft in haar boek iets te vinden over deze bijzondere, 'Slotakkoord der kinderjaren — Herinneringen aan hetJoodsch Lyceum immers unieke, onderwijsinstelling. Zestig jaien na opheffing van de Fisherstraat, Den Haag', met de school ptobeeit de Stichting Voormalig herinneringen van ooggetuigen, dagJoodsch Lyceum Fisherstraat daai boekfragmenten en histotisch ondervetandeiing in te btengen. Met zoek een aangrijpende episode van herinneringen van oud-leerlingen, het Haagse joodse leven beschreven. dagboekfragmenten, maar bovenal door grondig archiefonderzoek en het Begin augustus 1941 weid dooi de taadplegen van andere histotische Duitse bezetter aan joodse leerlingen bronnen is een aangrijpende periode de toegang tot het openbare ondervan het joodse leven in Den Haag uit wijs ontzegd. Zij mochten alleen nog de oorlogsjaren beschreven. Omdat onderwijs volgen op speciaal op te de schrijfstet de geschiedenis van de richten Judenschulen'. De maatregel trof school in een bieder perspectief heeft in Nederland ruim 15.000 leerlingen.

geplaatst, is het boek van biedere dan alleen lokale betekenis geworden. In het gebouw van de Openbare Bibliotheek te Den Haag, waar het boek wordt gepresenteerd, is nog tot 6 oktober een kleine foto-expositie te zien. Wally de Lange, Slotakkoord der kinderjaren — Herinneringen aan het Joodsch Lyceum Fisherstraat, Den Haag, ISBN: 90-234-1072-6, € 19,50. Verkrijgbaar bij Haagse en Amsterdamse boekhandel, bovendien (ook voor informatie) bij M.K. van der Heijden, Brouwersgracht 49, 1015 GB Amsterdam. 020-6243059; maartenvanderheijden@planet. nl of bij M.S.R.Nihom, Stevinstraat 241, 2587EH Den Haag. 070-3554295; msr.nihom@wanadoo.nl


Geschiedenisles 2

De troost v a n schoonheid Jaren geleden liep ik met een vriend langs het strand. Zijn oudste kind was ernstig ziek. Kanker. We spraken over dingen die troost bieden in uitzichtloze situaties. Mijn vriend zei: 'Schoonheid. Mooie dingen. Kunst.' En na een kleine pauze vervolgde hij met een verlegen glimlach: 'En seks.' De troost van seks ken ik. Vrouwen hoor ik er zelden over, mannen vaker. Toen mijn vriend zei dat kunst en mooie dingen hem troost gaven, knikte ik bevestigend. Ik kon me er wel iets bij voorstellen, maar terugkijkend denk ik dat ik die vorm van troost toen nog niet had ervaren. Nu wel. Dat komt omdat ik een tijdje terug naar Auschwitz ben geweest. Ik ging naar Auschwitz omdat mijn grootouders daat zijn omgebracht. En ooms, tantes, neven en nichten ik weet nog steeds niet precies hoeveel. Sinds mijn achtste weet ik van het bestaan van Auschwitz. Toen heeft mijn vader mij voor het eerst van onze familiegeschiedenis verteld. Het is een geschiedenis die ik met duizenden joden deel. Ootlog, vernedering, vervolging, onderduiken, razzia's, Westerbork, Auschwitz, dood doot vergassing of uitputting. Het zal duidelijk zijn dat dit veel indruk op mij maakte, indertijd, als jongetje van acht, en later — toen ik et druppelsgewijs meer over te weten kwam. Ik vond het eng om naar Polen te gaan. 'Naar Polen gaan' betekende voor mij zoiets als 'nooit meer terugkomen'. Rationeel weet je natuurlijk wel dat dit onzin is, maat angsten die

tetuggaan op je kindertijd laten zich niet zomaar wegrationaliseren — was dat maar waar. Ik was zelf achter het stuut gaan zitten toen we naai Auschwitz reden, maar mijn vrouw moest het op het laatst van me overnemen — zo benauwd kreeg ik het. Eenmaal daat viel er iets van me af. Kort gezegd kon het beeld dat ik me als kind van Auschwitz had gevormd, tei plekke samenvallen met de weikelijkheid, en dat heb ik uiteindelijk als zeet helend ervaren. Niet dat Auschwitz een prettige plaats is om te bezoeken. Je ziet er de restanten van een duivelse mensenvernietigingsfabriek. Hoe de Duitsers te werk gingen krijg je uitvoerig te zien in tentoonstellingen die diverse landen hebben ingericht in de stenen barakken van Auschwitz I. Barak na barak worden je foto's getoond van executies, folteringen, massagraven, uitgemergelde gevangenen, uitge-

teerde lijken, medische experimenten op mannen, vrouwen en kinderen — het is een concentratie van 'lelijkheid' die bijna onverdraaglijk is. En zelfs als je daar komt met het diepste respect, om kaddisj te zeggen voor je familieleden die er zijn omgebracht, merk je dat je — bij de zoveelste reeks ziekmakende foto's - raakt afgestompt. Daarom vond ik het zon verademing om de Italiaanse barak binnen te stappen. In plaats van nóg meet foto's van dood en veiderf hadden de Italianen gekozen voor kunst. De hal van de Italiaanse barak is gevuld met een lange, ovale, opengewerkte koker, met licht en kleur. Kleur te midden van al die grauwe lelijkheid! Niet nog meer triestheid en ellende, maar een onverwachte, gestileerde vorm op een onverwachte plaats. Nooit eerder heb ik zo duidelijk de troost van schoonheid gevoeld. Ewoud Sanders


In m e m o r i a m : J a n n i e B r a n d e s - Brilleslijper ( 1 9 1 6 - 2 0 0 3 )

Verzets vrouw Vrijdag 15 augustus is verzetsvrouw Jannie Brandes — Brilleslijper overleden. Zij was 87 jaar oud geworden. Verzetsvrouw is een woord dat in alle opzichten bij haar past. Op haar begrafenis sprak ook Hans Bruggeman, die in 1964 kwam wonen in het huis op het adres Amstel 101, waar Jannie na de oorlog kwam en dat een verzamelpunt en toevluchtsoord was voor zeer velen. Hij hielp Jannie bij het uittypen en redigeren van haar herinneringen Voltooid en onvoltooid verleden tijd. Op ons verzoek bewerkte hij de tekst van zijn toespraak tot een artikel. Jannie Brilleslijper werd in 1916 geboren in de Amsterdamse Nieuwe Kerkstraat, als dochter van een joodse groenteman Zij had een oudere zuster Lientje en een jongere broer Jaap. Het was een socialistisch gezin, waarvan de vader vaak met de autoriteiten in aanraking kwam omdat hij zijn onverkochte etenswaren liever aan arme mensen in de Jordaan weggaf dan ze overeenkomstig de regels te vernietigen. In 1936 vertrok zij naar den Haag, waar zij samen met Bob (haar latere

man) woonde in een gemeenschapshuis aan de Bankastraat. Zij was met de anderen actie! voor de Rode Hulp aan Spanje in de strijd tegen Franco. Daar leerde zij Trudel van Reemst — de Vries kennen die als verpleegster naar Spanje ging. Met haar is zij tot haar dood bevriend gebleven. Eveneens werd steun verleend aan de veelal joodse vluchtelingen uit Duitsland. Zij trouwde met Bob Brandes en hun zoon Rob werd geboren. Toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak was Jannie nog maar 23 jaar. Zij en haar man Bob deden direct de juiste keuze geen ariër—verklaring invullen, de illegaliteit in. Aan de voorzichtige weg (een beroep op het "gemengd getrouwd zijn") werd door hen geen moment gedacht. In Den Haag werkten ze voor de communistische partij en ze zochten, bij de steeds toenemende vervolging van de joodse medemensen, voor hen onderduikmogelijkheden. Een groots moment was in 1941 de Februaristaking, die Jannie tot haar dood toe heeft herdacht en gevierd. Kenmerkend Toen het te gevaarlijk werd in Amsterdam, heeft ze met behulp van een zwager Jan Hemelrijk, een huis gevonden in Bergen, waar zij ging wonen met haar zuster Lientje (inmiddels samenwonend met Eberhard, een Duitse deserteur), haar ouders en haar broer Jaap. Daarnaast deed zij verzetswerk in ruimere zin. Dat is kenmerkend voor haar gehele leven: zorg voor haar eigen gezin, lamilie en vrienden, maar dat altijd gekoppeld aan betrokkenheid voor het grotere geheel. Toen het niet meer mogelijk was om daar met de valse papieren te blijven wonen door een evacuatiebevel voor

de kustgebieden, moest er een nieuwe w o o n r u i m t e worden gevonden. Wederom was Jan Hemelrijk behulpzaam en vond een groot huis in Huizen: Het Hoge Nest. In de loop van de tijd groeide het aantal onderduikers daar gestaag tot 23 in begin juli 1944, toen een inval van "jodenjagers" (die hun werk deden voor ƒ 7,- per opgespoorde jood) betekende dat ze allen werden weggevoerd, behalve Bob Brandes. Haar twee kinderen, Rob en Zusje, en het kind van Lientje, Katinka, werden door het verzet weggehaald en naar Bob toegebracht De meeste van de arrestanten werden direct naar Westerbork overgebracht, behalve Jannie en haar zwager Eberhard. Van hem hadden de Duitsers papieren gevonden waaruit bleek dat hij een Duitse deserteur was en van Jannie dachten ze dat die een grote rol had gespeeld in het verzet. Ze bleven in Amsterdam, opgesloten in politiebureaus, en dagelijks vervoerd voor verhoor. Op een ochtend, toen de deur van de politiewagen openstond en er maar één bewaker aanwezig was, sprong Jannie plotseling bovenop die bewaker en riep: "Eberhard vluchten!". Dat is gelukt. Maar Jannie werd overgebracht naar de Euterpestraat met alle gevolgen van dien. Toen het duidelijk was dat uit haar, ondanks het martelen, geen enkele informatie kwam, werd ook zij naar Westerbork gebracht. In de trein daarheen ontmoette zij de familie Frank. In Westerbork trof zij haar ouders, Lientje (die zij kon vertellen dat haar man Eberhard ontvlucht was!), broer Jaap en de andere onderduikers weer. Op 3 september 1944 gingen zij allen met het laatste transport naar Auschwitz. Haar ouders werden bijna direct vermoord en ook haar broer Jaap heeft het niet overleefd.


In één van de krantenberichten over haar overlijden stond: "over het ergste vertelde zij nooit". Inderdaad, maaibij het uittypen van haar met de hand geschteven herinneringen zag ik dat op de twee bladzijden over haar aankomst in Auschwitz haat handschrift zwart uitschoot in alle richringen, alsof het vuur eruit kwam. Maat de woorden waren even beheerst als op de andere bladzijden. In november 1944 werd een groep vrouwen (onder wie Jannie en ook de meisjes Frank) per ttein naar Bergen - Belsen gebracht. Daat is Jannie één van de laatste overlevenden geweest, die — als vetpleegster - Anne geholpen heeft en moest vaststellen dat zij daat overleden was. Jannie en Lientje hebben her overleefd en keerden terug naar Amsterdam. Bepalend Toen kwam de bevrijding. Bob woonde gedurende de laatste ootlogsmaanden aan de Amstel 101, waar Jannie eind mei 1945 terugkeerde samen met haar zuster Lientje, die haar man Eberhard weer terugvond na zijn onderduik in Oegstgeest. Het gewone leven moest weef geleefd worden: er moest brood op de plank komen. Een pensioen van de Stichting 1940 — 1945 kwam pas veel later, toen zij en Bob echt niet meet werken konden. De ervaring van "her nier genoemde ergsre" heeft haar verdere leven bepaald. Dat betekende voor haar: altijd en overal het menselijke beschetmen, en tegelijk fascisme en racisme bestrijden. Ook hier weer tegelijk in het klein — haar eigen man, kinderen, kleinkinderen en vrienden -, maar ook in het algemeen: voor de Anne Frank Stichting. Voor haar was het belangrijk steun te geven aan vooral kinderen, waar ook tet wereld. Als voorbeeld hiervan: toen zij gelezen had over de zwerfkinderen in Buenos Aires, zei zij tegen mij:"Hans weet je een stichting die daar werkt en goed is, zodat ik helpen kan."

Jannie was uitzonderlijk trouw aan de vrienden van het Verzet. Met alle verschillende en tegen elkaar in werkende fracties en facties in de linkse beweging hield zij geen rekening. Het leven ging bij haat boven de leer: haar vrienden bleef zij trouw, ook als de instrucries van de CPN anders luidden. Om die reden verliet zij de partij dan ook. De 5' Mei heeft zij altijd met zoveel mogelijk vrienden in gehuurde locaties uitbundig gevierd. De Februaristaking wetd altijd herdacht: voor ieder die wilde stond na afloop op de Amstel 101 de linzensoep klaat. Voor mij persoonlijk was zij als een zustet. Niemand heeft ooit zoveel indruk op mij gemaakt en mijn leven zozeer beïnvloed. De laatste keet dat

ik bij haar kwam wilde zij speciaal iets voor mij doen op mijn verjaardag (mijn tweelingzusje was net overleden). Met heel veel pijn (maar met nog meer liefde) heeft zij zelf mijn lievelingskostje asperges gekookt. Dat was de laatste keet dat we samen, ons leven overziend, "wijsheid hebben gepraat", zoals we dat noemden. Zoals ik bij haat begtafenis tot slot heb gezegd: "Het is kouder geworden. Voor ons allen de taak haar werk voort te zetten, elkaat vast te houden en te steunen, en door re gaan. Zij behoorde tot de grote vrouwen van Israël en van de Wereld. Haar gedachtenis is tot zegen van zeet velen. Omein." Hans Bruggeman


Yad Vashem-onderscheidingen uitgereikt

Beelden maken vijanden D e staat IsraĂŤl stelt zich tot taak

Spierhuis te Laren de onderscheiding

m e n s e n te eren, n i e t - j o d e n , die

"Rechtvaardige onder de volkeren"

tijdens de Tweede Wereldoorlog

uitgereikt aan Henri W Methorst en

joodse medeburgers probeerden te

postuum

redden met inzet van eigen leven en

Methorst-Kuiper. Paula Bruggeman-

aan zijn

vrouw

Ans

vaak o o k van h u n h u i s g e n o t e n .

Citroen was nog maar een meisje, toen

Daarvoor is de Yad Vashem-onder-

zij met haar moeder en later haarvader,

scheiding ingesteld. O o k de laatste

de bekende tekenaar Paul Citroen,

maanden is weer een aantal van deze

m o c h t o n d e r d u i k e n in een groot

Yad

Vashem-onderscheidingen

huis, de Wilgenhof te 's Graveland,

uitgereikt, vaak posthuum. Het zijn

waar de familie Methorst woonde en

altijd zeer o n t r o e r e n d e b i j e e n -

de drukkerij D e Driehoek was ge-

k o m s t e n waar wat er tijdens de

vestigd. Voor Henri Methorst was het

oorlog is gebeurd op een hoogst

een eenvoudige keuze: " D a t doe je

aan de zusjes Hella en Lies Sim ons.

persoonlijke manier aan de orde

gewoon" was zijn eenvoudige com-

Bernard

wordt gesteld.

mentaar. Na de uitreiking van de

scheiding, mede bestemd voor zijn

o n d e r s c h e i d i n g s p r a k hij e n i g e

overleden broer en twee zusters. Zij

In april w e r d in A m s t e r d a m d e

w o o r d e n over e e n van de T i e n

gaven op h u n boerderij onderdak aan

bekende verzetsman Gerrit Jan van

Geboden: het verbod op het maken

een 13-jarige joodse, j o n g e n

der Veen p o s t u u m o n d e r s c h e i d e n

van stenen beelden. Volgens Methorst

Cohen, die n u in IsraĂŤl woont. In het

vanwege zijn werk bij het vervalsen

ligt het gevaar niet in stenen beelden,

stadhuis van Haarlem werd de Yad

van persoonsbewijzen en bonkaarten

maar in andersoortige beelden. D e

V a s h e m - o n d e r s c h e i d i n g uitgereikt

en v a n w e g e d e a a n s l a g o p h e t

beelden die wij allemaal in ons hoofd

aan mevrouw Gerda Spek-Buurman

bevolkingsregister van Amsterdam,

hebben en die maken dat wij vijandig

en p o s t u u m aan haar echtgenoot Piet

waarbij een deel van de bevolkings-

staan tegenover anderen die niet deel

Spek. Zij woonden tijdens de oorlog

administratie verbrandde. Deze

uitmaken van 'onze natie' of 'onze

met h u n zoontje Ruud in Haarlem,

bijeenkomst vond plaats in de aula

stand': " H e t gaat o m beelden die ons

zo te zien een doorsnee gezin in een

van de Gerrit van der Veenschool, in

leven te veel gaan beheersen."

doorsnee huis. Piet was verzekerings-

het gebouw waar tijdens de oorlog het

agent, Gerda was huisvrouw. Maar zij

hoofdbureau van de Duitse politie

Later in het jaar zijn onder meer Yad

waren verre van doorsnee en ver-

was gevestigd.

Vashem-onderscheidingen uitgereikt

borgen met gevaar voor eigen leven

aan Netty Collard-Wormgooren haar

drie joodse echtparen in h u n huis.

Dat doe je gewoon

overleden echtgenoot Henri Collard,

O o k v o o r h e n was h e t vanzelf-

Korte tijd later werd in het Rosa

die drie jaar veilig onderdak boden

sprekend mensen in nood te helpen.

Tacken k r e e g de o n d e r -

Eli

Van Spilbergenstraat De VARA is van plan een televisiedocumentaire te maken over een wonderbaarlijke onderduikgeschiedenis in de Van Spilbergenstraat in Amsterdam-West. Daat hebben 22 onderduikers in twee kamertjes de Tweede Wereldoorlog overleefd. De VARA-afdeling Documentaires is op zoek naar deze onderduikers. Maar ook proberen ze buren in de Van Spilbergenstraat uit die tijd te achterhalen, voor zover dat mogelijk is. O o k hadden ze gehoord dat een van de leiders van de Februaristaking uit de Van Spilbergenstraat afkomstig was. O o k over h e m zouden ze graag meer willen weten. W i e informatie heeft wordt verzocht contact op te nemen met Harmen Jalvingh van VARA Documentaires, telefoon 035 6 7 2 2 3 5 3 of 0 6 2 2 0 6 5 2 6 5 . O f per e-mail: harmen.jalvingh@vara.nl


Zestig j a a r n a d e o p s t a n d in Sobibor

"Als een hand beefde had de hele opstand kunnen mislukken' Op 14 oktober 1943, nu al weer 60 jaar geleden, brak in het vernietigingskamp Sobibor, in het verre oosten van Polen, een opstand uit die uniek was in de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog. In het kamp, dat toen anderhalfjaar bestond, waren 250.000 joden vergast, van wie ongeveer 33.000 uit Nederland afkomstig waren. Twee van deze Nederlanders hebben de opstand overleefd en dertien Nederlandse vrouwen en drie mannen konden, nadat ze in Sobibor voor werk in andere kampen waren aangewezen, eveneens naar ons land terugkeren. Aan de hand van getuigenverklaringen en niet eerder geraadpleegde bronnen is de toedracht van deze opstand en de fameuze ontsnapping te reconstrueren. Vaak is enige laatdunkendheid of geringschatting te horen als verzet van joden in de Tweede Wereldoorlog rer sprake komr. Waarom hebben de joden zich toen als makke schapen laten wegvoeten? wotdt et dan gevraagd. Mijn antwootd is: we hebben ons beslist niet als makke schapen gedragen. In het doot de Duitsers bezette Nederland met zijn vergaande antisemitische maarregelen was verzer van joodse zijde tegen de deportaties bijna onmogelijk. Vastgesteld moet worden dat bij het wegvoeren van de joden uit Nederland bijna het hele Nederlandse volk werkeloos heefr toegekeken. Niemand kon het zijn ontgaan. Laten we niet vetgeten dat de onderduik van ongeveer 25.000 joden op zich al verzet was tegen de onbarmhartige machthebbers. Niet minder dan 105.000 van de 140.000 in Nederland levende joden werden gedeporteerd, meestal in propvolle goederenwagons, zonder

eten of drinken én - niet te veronachtzamen - bewaakt doot gewetenloze sadisten van de Ordnungspolizei... Het vernietigingskamp Sobibor is één van de sprekendste vootbeelden dat joden zich wel degelijk hebben verzet. Hoe gewaagd en van welke importantie deze opstand is geweest bewijst de geschiedenis. Een kleine groep zogenoemde werkjoden die op bevel in het kamp voor de Duitsets handlangersdiensten moest vettichten, had ondet leiding van Leon Felhendler, een rustige, intelligente leidsman die onder zijn lotgenoten een groot gezag uitstraalde, in het diepste geheim aan een plan gewetkt om het zwaai bewaakte kamp te ontvluchten. In het ondetgrondse comité dat hij samenstelde ontbrak het echtet aan iemand met strategisch inzicht om een uitbraak succesvol te laten verlopen. Dit veranderde met de komst eind september 1943 van een transport van 2000 joden uit Minsk, ondet wie joodse krijgsgevangenen, Russische

militaiten met in hun midden de luitenant Alexander Petsjerski. Nadat zijn betrouwbaarheid door Felhendler was beproefd, werden hij en enkele van zijn kameraden bij de samenzwering betrokken. Toen voor hun ogen een groep gevangenen werd afgeslacht besloten de beide leidets en gezworenen, samen minder dan tien in getal, niet alleen voot zichzelf een ontsnappingsplan te bedenken maar voor alle 600 werkjoden die Sobibor op dat moment telde, van wie meet dan de helft uit Nederland afkomstig was. Het uitgangspunt was dat iedereen een kans moest krijgen aan dit vernietigingskamp te ontsnappen, hoe gering die kans misschien ook zou zijn. De beide leidsmannen moesten rekening houden met de velschillende nationaliteiten en daarmee impliciet de niet eenduidige instellingen van de weikgevangenen. Zo waren de werkjoden niet altijd betrouwbaar in hun doen en laten. Een vorige hoofdkapo, een Duitser uit Berlijn, werd verdacht

Beeld uit de Amerikaanse speelfilm EscapefromSobibor uit 1978 Foto Carla van Thijn


van samenspanning met de SS, hetgeen hij door toedoen van zijn medegevangenen met de dood moest bekopen. De groep gezworenen moest daarom beperkt blijven om uitlekken van het plan te voorkomen. In zijn woonplaats Rostow vertelde Petsjerski aan de slaviste Dunya Breur en de schrijver van dit artikel in 1984: 'Mijn doel was eerst de fascisten, die al zoveel joden in Sobibor hadden vermoord, te doden. Misschien zouden er dan maar tien of vijftien van ons kunnen ontsnappen en de vrijheid bereiken, om vervolgens de wereld de waarheid te kunnen vertellen. Eerlijk gezegd had ik in mijn plan niet zoveel vertrouwen. Maar hierover sprak ik niet met de leden van het comité. Ik wilde dat zij de indruk zouden krijgen niet machteloos te staan en hun het gevoel te geven dat wij tot een opstand en vlucht in staat waren. Ik hield het plan voorlopig beperkt tot mijn vriend Lajtman. Ik wist dat hij een zwijgzame, sterke en intelligente man was. Na langdurige overwegingen besloten we het nagenoeg tot in details uitgewerkte plan aan Felhendler en een paar leden van het comité voor te leggen. Ik stelde, als het tot uitvoering zou komen, één bindende voorwaarde: met het doden van

SS'ers zouden we alleen de mannen belasten die ik zelf zou aanwijzen. Ik wilde dat het uitschakelen door koppels van een paar man zou gebeuren, waarbij de leiding in handen van een sovjetsoldaat zou liggen. Ik stelde dat, omdat ik vertrouwd was met het karakter van onze mannen. Ik begreep dat als op het laatste ogenblik er maar één hand was die zou beven, dat dan de hele opstand had kunnen mislukken. Bij één schreeuw die wordt geslaakt kan er al paniek uitbreken. Daarna is het onmogelijk de rust in het kamp te herstellen. Ik stelde ook nog de voorwaarde: alles wat ik nodig acht zal ik met jullie overleggen. Ik zal rekening houden met jullie mening, maar het laatste woord is aan mij. Als ik tenslotte zeg: zo moet het gebeuren, dan moet het ook zo worden uitgevoerd.' De opstand en vlucht slaagden voor een aanzienlijk deel. De prijs die de gevangenen voor de revolte moesten betalen was hoog, want de meeste niet-Poolse werkjoden spraken geen Pools en durfden daarom niet te vluchten. Maar ondanks het feit dat tijdens en na de opstand veel gevangenen werden doodgeschoten of in de mijnenvelden rondom het kamp stierven en andere gevluchte joden in

de dagen daarna door SS'ers en boeren uit de omgeving werden opgepakt en gefusilleerd, hebben uiteindelijk 47 mannen en vrouwen de opstand èn de oorlog overleefd. Met hun heldhaftig joods verzet bereikten zij niet alleen dat dit verschrikkelijke d o d e n k a m p werd gesloten; door hun getuigenissen in een aantal na de oorlog in Duitsland gevoerde processen werd de aandacht van de wereld gevestigd op de schanddaden in Sobibor van het nazi-regime en konden de schuldigen worden berecht.

Jules Schelvis Met medewerking van Ton Cales

In september 2004 zal op het terrein van het Herinneringscentrum Kamp Vught het docudrama 'De opstand in Sobibor'worden opgevoerd, geschreven door Ton Cales en geregisseerd door Andrea Fiege. Het Auschwitz Bulletin zal te zijner tijd hieraan de nodige aandacht besteden. Jules Schelvis heeft in zijn boek 'Vernietigingskamp Sobibor' uitvoerig geschreven over onder meer deze opstand. Het boek werd uitgegeven door De Bataafsche Leeuw in Amsterdam.

Onthulling monument werkkamp Twilhaar Het monument voor het "vergeten joodse werkkamp" 'L'wilhaar bij Nijverdal wordt op 2 oktober 2003 onthuld. Op 2 oktober 1942 werd het kamp Twilhaar door de Duitsers ontruimd en de joodse mannen gingen op rransport naar Westerbork en verder. Bijna honderd joodse mannen, voornamelijk uit Groningen, hebben in 1942 enkele maanden in kamp Twilhaar doorgebracht en zijn van daar weggevoerd. Ze zijn bijna allemaal omgekomen in Auschwitz en andere vernietigingskampen in Oost-Europa. Na de bevrijding werd het kamp afgebroken en vergeten. Maar twee inwoners van Nijverdal, Jan Fikken enAlex Alferink, hebben door onderzoek (onder meer via dit bulletin) veel gegevens en zelfs foto's verzameld. Er werd een website geopend en Staatsbosbeheer, de eigenaar van het terrein, gaf toestemming tot het plaatsen van een gedenkteken. Dit monument bevat twee fotolijsten met daarin een foto van de joodse mannen in het kamp Twilhaar. Op de ene foto zijn ze goed te zien, op de andere zijn ze als het ware vervaagd. De kunstenares Marjolein Rensen wil daarmee aangeven hoe de herinnering zelfs aan deze mensen kan vervagen. Bron: Twentsche Courant Tubantia


H e t V e r l a t e n Hotel v a n M i r j a m Elias

Het jongetje dat zijn verjaardag niet wilde vieren 'Het Verlaten Hotel' is een kinderboek. Het is geschreven uit het perspectief van een klein jongetje. De lezer volgt de hoofdpersoon in zijn ontwikkeling van een onschuldig kind naar een weldenkend individu dat door tragische oorlogsontwikkelingen veel te snel volwassen moet worden. Auteur Mirjam Elias baseerde het boek op de oorlogservaringen van haar man Ronald Sweering die in het boek Ronny wordt genoemd. Ter illustratie bevat het boek zwart-wit foto's van een aantal locaties waar het verhaal zich afspeelt en van de personen die in het boek een rol spelen. Hoofdpetsoon Ronny woont tijdens de Tweede Wereldoorlog met zijn ouders en zusje in Amsterdam. Ze wonen in het hotel AÜantic waar zijn vader de eigenaar van is. Wanneer de oorlog uitbreekt is Ronny nog maar een klein kind. De lezer volgt het hele verhaal doot zijn ogen. Ronny. In eerste instantie is hij v o o t zijn infotmatie volledig aangewezen op wat zijn oudets hem willen vertellen. Mede dootdat het hotel aanvankelijk bezocht wordt door gasten van grote diversiteit vangt hij veel verhalen op die eigenlijk niet voor zijn oren bestemd zijn. Als niet-joodse jongen lijken de gevolgen van de oorlog voor een kind van nog geen 8 jaar oud in het begin bepetkt. Het blijft bij wat waarschuwende woorden van zijn ouders dat hij niet zomaar iedereen mag vertrouwen en dat hij er rekening mee moet houden dat niet alles is wat het lijkt. Maat natuurlijk wordt hij op school, waar hij in een klas zit met zowel joodse kinderen als kinderen

van NSB-trs, geconfronteerd met de vooroordelen die de nazi's hebben tegen joden. Er ontstaat gtote hilariteit ondet de kindeten wanneer hun favoriete juf ook joods blijkt te zijn. Ze voldoet immers helemaal niet aan het schrikbeeld dat de NSBkinderen over joden verspreiden! De hilariteit verdwijnt echter snel wanneer na de grote vakantie de school in tweeën blijkt te zijn opgedeeld. Een grote m u u t vetdeelt de school in een voorkant, waar de niet-joodse kinderen les krijgen, en een achtetkant, waar de joodse kinderen voortaan hun onderwijs dienen te volgen. Ronny ziet zich gescheiden van een aantal van zijn beste vrienden. We krijgen inzicht in het oprechte verdriet van een kind, dat nog geen enkel besef heeft van de vetschrikkingen die de wereld op dat moment teisteten. "Ik wil mijn vetjaatdag niet m e e t vieten als ik niet al mijn vriendjes kan uitnodigen", zegt Ronny wanneer zijn joodse vrienden en vriendinnen niet m e e t bij hem kunnen komen spelen. Nog grotet is de schrik w a n n e e t voormalig klasgenootjes die nu alleen aan de achterkant van de school komen, "achtetkantets" genaamd, stuk voor stuk blijken te verdwijnen. Steeds vaker kijken kinderen van de voorkant langs de muur om het aantal achtetkanters te tellen dat nog aanwezig is. Ronny heeft het telatief goed tijdens de ootlog. Hij is niet joods en zijn oudets zijn niet onbemiddeld. Misschien wel mede doot deze telatieve welvaart voelt Ronny het als zijn plicht om op te komen voor zijn klasgenoten die het slechter hebben. Wanneer NSB-jongeren een knokploeg hebben gevormd tegen achter-

kanters, vecht Ronny met een paar vrienden mee aan de zijde van zijn oud-klasgenoten. Al snel begtijpt hij dat in zijn omgeving indetdaad niet alles is wat het lijkt. Hij wotdt geconfronteerd met verzetsdaden en vetzetsmensen. Niets lievet zou hij willen dan ook zelf actief verzet plegen. In één van zijn pogingen daartoe ondervindt hij aan den lijve hoeveel gevaat hij daarbij loopt. Met dit boek wordt wedetom een stuk geschiedenis vastgelegd terwijl het Tegelijkertijd gezien kan worden als een ode aan Ronny's vriend Willy, die de oorlog niet heeft overleefd. Roy Jadi

"Het Verlaten Hotel" - door Mirjam Elias. Hardcover ; 287 pagina's ; Uitgeverij 'De Fontein'; 2003 ; ISBN: 9026119046;prijs € 16,98; Meer informatie is te vinden op: www. hetverlatenhotel. nl


Herinneringen van Jacques Furth

Wat konden wij weten v a n de jodenvernietiging? In het Auschwitz Bulletin van april 2003 stond een artikel over Kurt

Gerstein door Henk Biersteker en Ben van Kaam. Kurt Gerstein heeft geprobeerd ook de Nederlandse regering in Londen te waarschuwen over wat er met de joden in Polen gebeurde. Aan het einde van hun artikel vragen de auteurs of iemand meer informatie heeft over wat men in Nederland en Londen tijdens de Tweede Wereldoorlog kon weten over de moord op de joden en in hoeverre de berichten vanuit Londen hierover van betekenis waren voor het Nederlandse verzet. Jacques Furth,

erelid van het Auschwitz ComitĂŠ doet vanuit zijn eigen herinneringen een poging die vragen te beantwoorden. Mijn zwager Harry, broer van mijn eerste vrouw Fietje Furth B. de Mesquita

(zij is verkommerd in Birkenau) vertelde mij op een dag tijdens de oorlog, dat hij zich bij 'Het Verzet' had aangesloten. Het bewijs daarvan was een half spoorkaartje de andere helft had de man die zijn enige contact met het verzet was. Ik wilde me ook bij die groep aansluiten, maar heb er niets meer van gehoord. Misschien dat mijn joodse uiterlijk te gevaarlijk was voor zulk werk. Bijna twee en een hall jaar concentratiekampleven heb ik doorgeworsteld met te weinig en bar slecht eten en de altijd Engelse zenderberichten. Heel in het begin, in concentratiekamp Vught kon ik mij aansluiten bij de O.D. ald. Trein Dienst. Dat laatste hield in dat ik kon helpen bij de transporten die kwamen en die vanuit Vught weggingen. Voor de rest op wacht staan bij vrouwenen kinderbarakken. In dc kinderbarakken trof ik een hopeloze janboel

aan. Op een schoteltje lagen een paar steenharde in suiker gedoopte kuchkorstjes. De kinderen lagen weliswaar in gloednieuwe stapelbedden zoals wij die allemaal hadden, maar voor de rest in vuil en stof. Er waren doodzieke kinderen bij, van wie de ziektenamen werden gefluisterd. Dagelijks stierven er dan ook een of twee. Medicijnen en melkpoeder gestuurd door de Joodsche Raad gestuurd kwamen niet verder dan de Kommandantur, die vanuit Berlijn de afgrijselijke oplossing bracht. De verschrikkelijke dagen 6 en 7 juni 1943. Het kindertransport van jong en oud naar Sobibor, wat de vergassingsdood betekende, hetgeen ik toen echter niet kon weten. Toch betekende dit transport op zich al een onbeschrijflijke rampspoed, die ik niet naar buiten kon brengen, maar wel stuurde ik mijn vrouw Fietje stukjes papier om ons zoontje Dave onder te laten brengen. De door mij gebruikte woorden daarbij weet ik niet, maar zij zijn allemaal terecht gekomen en natuurlijk met de aansporingen van mijn zwager Harry is Dave bij lieve pleegouders terechtgekomen en gered. Met diamantbewerkers, fabrikanten en handelaren was ik als diamantslijper in de joodse afdeling van K.L.Vught gekomen. Lr kwamen ook ongeveer negentig Duitse dieven, moordenaars en ander geteisem uit diverse beruchte kampen die hier als kapo's optiaden. Lr waren twee Hollanders, een Italiaan en een zigeuner bij, die ik geen beter beroep kan aansmeren. Zij noemden Vught een sanatorium. De eerste tijd deden wij slijpers weinig werk, want wij moesten oppassen

onze handen niet te beschadigen. Enigen van ons moesten een barak tot een modelfabriek omtoveren. Dat hebben ze dan ook gedaan. Ze poetsten, veegden en schuurden dat het koper spiegelend glom. Maar diamant is er nooit gekomen. Wel hebben wij, de overigen, gesjouwd en verhuisd om de barakken voor nieuwkomers bewoonbaar te maken. Eens, tussen de bedrijven door, vertelde Wolly Korper (ook O.D.er en later van het laatste mannentransport met ons niet meer weergekeerd) mij en nog een vriend dat hij een brief had ontvangen van een goede kennis die bij de Organisatie

Fodt had

gewerkt, ik geloof rails leggen in de omgeving van Auschwitz. Hij wist te vertellen van wat daar gaande was met gaskamers en crematoria. Het waren soortgelijke berichten die toen doorgegeven werden met de Engelse zender. Ik weet niet meer of wij die brief gezien en gelezen hebben. Het was niet te geloven voor ons en wat konden we ermee doen? Wij gaven het door, maar dachten: "Gruwelpropaganda." Wit voor rust zou het geven als de oorlog nog langer duurde en Polen en Auschwitz in het vooruitzicht bleven? Geen sanatorium Veel heb ik al in dit bulletin geschreven over het kamp Vught. Daaruit blijkt dat Vught voor ons joden in het bijzonder geen sanatorium was. In dit verband is van belang wat ik eens heb opgeschreven onder de titel: "Een mooie Dode". Periodiek vond er een ontluizing plaats. Dat betekende ramen en deuren van de barakken afplakken met plakpapier. De bedoeling was dat de luizen in de barakken door vergassing


werden gedood. De bussen die bij her vergassen werden gebruikt waren dezelfde als die bij de beruchte gaskamers in Auschwitz werden gebruikt. Toen ik later, in januari 1952 weer in Auschwitz was, zag ik et in dat kleine zaaltje naast de twee crematoriumovens een paar van die kartonnen gasbussen tentoongesteld liggen. Zes miljoen is een statistiek. Eén geval is een tragedie. Dat heeft Simon Wiesenthal eens gezegd. Dat geldt ook voor de mooie dode die ik toen ik op wacht moest staan ontdekte in een pas met gas ontluisde barak. Bovenin een stapelbed ontwaarde ik een mensenhoofd. Het duurde een tijd vóór ik begreep welk ongeluk zich de afgelopen nacht voltrokken had. Een jonge man van een jaat of twintig had zo te zien heerlijk rustig liggen te slapen in de barak en was door het ontluizinggas verstikt, daar alleen in die slaapzaal. Hij was een toonbeeld van rust. Er was geen enkel teken van geweld te bespeuten. Twee S.S.ers en Lehman, de secretaris van het joodse kamp, kwamen op het raam af. Misschien om tapport op te maken. Een van de soldaten, een officier, die steeds met de gasbedoening in het kamp gewerkt had, deed een gasmasker voor en rukte het taam open. Aan zijn robot uiterlijk was zo niet te zien of hij onder de indruk van het ongeluk geraakt was. Diep getroffen beleefden wij die dagen het door het gehele kamp bekend geworden drama. Het zyklon-Bgas (leverancier het /. G. Farbenconcern) in kartonnen bussen verpakt spul, gekristalliseerde, op carbid lijkende korrels. Bij de minste aanraking met lucht ontwikkelt het zich. Fietje en ik zijn latet vanaf Westerbork met het veewagentransport naat kleine zestig slachtoffers in één wagon. Veertien maanden hadden wij gescheiden geleefd, zij thuis en in Westerbork en ik in Vught. De laatste nacht

Foto crematorium Auschwitz van samenzijn. Fietje schoof onder onze deken vandaan. De heerlijke Leidse wollen deken. Het enige wat nog over was van thuis. Een baby begon angstig te kirren. Dat heerlijke halfjaar jonge kindje lag in een reismandje te slapen. Waren de geluiden van het mensje een angstdroom voor haar laatste uren? Fietje legde zich weer in mijn armen. "Hadden wij Dave ook niet bij ons kunnen hebben?" pruilde ze. "Daar zal het ook wel onmogelijk zijn voor kinderen!" antwoordde ik banaal. "As wij weer bij elkaar zijn krijgt hij zusjes en broertjes." Ik voelde me rot. Wist zij dan niets van het ellendige kindertransport waarvan wij onze jongen hadden gered? Dat zal zij later wel begrepen hebben. Bij aankomst in Auschwitz moesten Fietje en Leny, van het begin tot het einde haat boezemvriendin, hun zware koffers met kleien en medicijnen in de greppel naast de ttein gooien. Et waren mannen, misschien O.D.ers of helpets van de Canada (de opslagplaats van votige transporten). Zij waren in de ons Vughtenaren bekende strepenkleren gestoken. Zij begonnen meteen onze spullen weg te halen. Met een doodenkele probeerden we in conract te komen, maar ze leken

archiefJacques Furth allemaal doof en stom. Cieen van ben reageerde of gaf een teken van herkenning. Wij, de mannen moesten lopen naat de sauna in Birkenau, een paar kilometer. De vrouwen gingen met overvalwagens mee. We liepen langs een barak waar jonge mannen in ondergoed voor de ramen drongen, zich zolang als ze maar konden uitsrrekten, vuisren maakten en hun botsten bteed uitzetten. Het leken wel atleten die zich presenteetden, maar voor ons bleven het onbegrepen tekens. In de sauna troffen we de vrouwen en een paar krankzinnigen. Vanzelf moest ik er plassen. In de w.c. trof ik een jongetje in strepenkleding aan, die deed er zijn Stubendienstwerk. Hij gaf mij geen enkel antwootd en schoofsteeds zo ver mogelijk weg van mij. Dus ook epidemisch doofstom. Selectie, leven of de gaskamer Na uren wachten moesten wij de sauna weer uit. Gearmd mer Fie liep ik naar buiten. Daar stonden een paai hoge officieren, hetgeen te zien was aan hun glanzende regenjassen, nonchalant een sigaretje rokend bij elkaar of ze een onbelangrijk praatje maakten. Een van hen stond wat vooruit naar ons toe en wees ons het zo fatale links,


waar al een klein groepje stond en naar rechts om door te lopen. Bij het groepje stond B. een voor mij bekende diamantslijper met zijn zoontje van 'n jaar of 12, die zeker na het kindertransport 6/7 juni in Vught waren gekomen. We kwamen aan een enorm grote barak, wat de bedoeling was. De vrouwen moesten zich achterin in rijen van tien opstellen. Wij mannen voorin. Toen we geteld waren moesten wij, de mannen, weer naar buiten. Daar begreep ik dat Sophie en ik na veertien maanden even bij elkaar te zijn geweest, weer gescheiden werden. Bij het wegstappen draaide ik me om en gat een afschuwelijke harde rauwe schreeuw ten afscheid. Een paar passen verder draaide ik mij nog eens om en kreeg een snauw en een harde schop tegen mijn kuiten. Ik reageerde niet. Vught was een harde les geweest. Birkenau was een besneeuwde koude kale vlakte. In de verte, bij een barak, stond een groepje vrouwen, van wie opwaaiende kleding naar het leek, naaktheid bloot gaf Het werd Fietjes woon- en sterfplaats. We liepen een paar kilometer naar het Hoofdlager Auschwitz. We moesten er onze in Westerbork gekregen

civiele kleren (natuurlijk met ster) op een hoopje achter de badbarak in de sneeuw leggen. Eenmaal binnen kregen wij een heerlijke hete douche. O m al te drogen werd ons halfvergane gevangeniskleding toegeworpen, nadat we van schaam- en andere beharing pijnlijk waren ontdaan. Tenslotte werden wij geregistreerd met gouden tanden en al en werd onze naam verruild voor een ingeprikt nummer (175362). Misschien werden onze op links geplaatste mensen toen al vergast en gecremeerd. Veertien dagen in quarantaine Wij kwamen in barak 11 te liggen, kussen barak 10 en barak I 1 lag een fusilladeplaatsje waar we gedurende de appels konden luchten. In een der hoeken lag als weggeworpen een galg. Blok 10 was het experimentenblok waar vrouwen weiden gepijnigd. Voor we naar bed gingen, maakten we kennis met de Blotkalteste Jacob, tevens de Beul. De tweede die de leiding had was Abram de Stubeualteste de grootste "organisator" van Auschwitz en omstreken. Hij vertelde ons over de gruwelen van gaskamers en crematoria waarvan de volgende dagen cn nachten de rook, stank cn vlammen het bewijs leverden. De hoofdstraat heette tot kort voordien

de bloedstraat, zo was er daar gemoord door kapo's en kommandoführers, waardoor wij zo minimaal weinig familie en kennissen zouden terug zien. Maar er waaide nu een betere wind, troostte hij ons. Direct daarop vroeg hij ons of we goud of een horloge of zo hadden kunnen doorsmokkelen, hij zou er brood voor terug geven. En waarachtig, kwam ccn van ons met iets dat hij had kunnen achterhouden bij Abram en kreeg hij er een klein stukje kuch voor. Toen hij er iets meer voor wilde hebben werd hij met een dreiging afgescheept. Toen naar bed. Met veel te veel mannen moesten wij met twee en drie personen in houten stapelbedden van zeventig tot tachtig centimeter breed. Toch hebben wij heerlijk geslapen. Toen we de volgende morgen naar beneden kwamen bleek, dat twee van onze Vughtenaren apart waren gehouden, llakky een jonge slijper die zou roodvonk hebben en de tweede, een winkclierszoon uit de Retiefbuurt was helemaal verstijfd. Zij wisten nu, door de verhalen die zij hadden gehoord, hoe hun leven zou eindigen.

Jacques Furth

Nieuw bureau IAK in Berlijn Het Interriationales Auschwitz Komitee, waarbij ook het Nederlands Auschwitz Comité is aangesloten, gaat een nieuwe fase van zijn bestaan in. Vanaf 1 oktober 2003 beschikt het IAK, dankzij een financiële ondersteuning van het Duitse ministerie van Binnenlandse Zaken, over een eigen bureau in Berlijn. Iedere ochtend van 9 tot 14 uur is dat geopend. Susanne Goldstein, de dochter van Auschwitz-veteraan Kurt Goldstein zal het secretariaat waarnemen, dat onder leiding staat van de vice-president van het IAK Christoph Heubner. Het adres van dit bureau is: Internationales Auschwitz Komitee, Stauffenbergstrasse 13/14 10785 Berlin Deutschland. Tel.: 00 49 30 26392681/82 Fax: 00 49 30 26392683


Jan O e g e m a analyseert de religieuze interpretatie van de jodenvervolging

Auschwitz als publieke religie Over de vervolging en vernietiging van de joden in Europa kan op heel veel verschillende manieren worden gesproken en geschreven. De mensen die de vervolging hebben overleefd, getuigen van hun leed, ontzetting of woede. Historici zien de jodenvervolging als het gevolg van een racistische ideologie, of als de uitkomst van een strijd tussen verschillende onderdelen van het nationaal-socialistische regime. Vanuit juridisch oogpunt is vooral van belang dat er een nieuwe categorie is ontstaan van 'misdaden tegen de menselijkheid', die noopt tot een herziening van de beginselen van het strafrecht. Psychologen stellen zich de vraag of de grootschalige wreedheid een bijzondere persoonsstructuur veronderstelt, of dat ieder mens in bepaalde omstandigheden tot moorddadigheid geneigd zal zijn. Politici zien de jodenvervolging vooral als een les, 'Nooit weer Auschwitz', die zij zo onplichtmatig als mogelijk is proberen op te zeggen. De laatste twintig jaat is er naast al deze manieren van spreken en schrijven nog een ander vertoog duidelijk hootbaar geweest. Dit is het verhaal van de cultuurcritici, die de jodenvervolging opvatten als definitief bewijs dat de Westerse cultuur op een dood spoor is beland. Vaak heeft deze zienswijze ook een religieuze lading. De dood van God, sinds de negentiende eeuw divetse malen afgekondigd, zou geleid hebben tot de dood van het doot God uitverkoren volk. Deze gitzwarte kijk op de Westctse beschaving is in Nederland vooral bekend door de boeken van George Steiner en zijn intellectuele neefje Wim Kayzer, die elk gesptek in

zijn ellenlange VPRO- documentaires wist te laten uitmonden in geronk over Auschwitz als nemesis (de wiekende getechtigheid) van de Westerse cultuur Deze maniet van denken ovet de jodenvervolging heeft de laatste jaten niet alleen op gtote populariteit kunnen tekenen, maat bij veel andeten de nodige etgetnis opgewekt — en het moge duidelijk zijn dat ik tot de laatste groep behoor. In het kort geleden verschenen boek van Jan Oegema, 'Een vreemd geluk. De publieke religie rond Auschwitz', worden beide reacties serieus genomen. Dat maakt het tot een krachtig en inttigerend wetk. Aan de ene kant bekent Oegema dat ook hij gegtepen is door de cultuutkfitische fascinatie voot de Holocaust (zoals veel van deze ctiltuutctitici de jodenvervolging noemen). Met name het wetk van Etty Hillesum voedde bij hem het idee dat de jodenvervolging gezien moet wotden als een offer, zoals Jezus dat bfacht aan het kruis. Dat beeld paste niet alleen bij zijn gereformeerde opvoeding, maar bood ook een veronttustend soort bevrediging, die Oegema ontleedt aan de hand van een passage uit ' L'homme rÊvoltÊ van Albert Camus: 'Na het leed, dat Christus vrijwillig had ondergaan, was geen enkel lijden meer onrechtvaardig; inregendeel, alle leed was noodzakelijk. [...] Indien alles tussen hemel en aarde zonder uitzondering is overgeleverd aan leed, dan blijkt een vreemd geluk mogelijk'. Tegelijkertijd brengt Oegema de ergernis onder woorden, niet alleen ovet het geluk, of zelfs de lust die sommigen ervaren in het aangezicht van de jodenvervolging, maat ook ovet de

Schwarmerei met het leed van anderen en de onbeschaamde annexatie van de jodenvervolging voor een nieuwe christelijke agenda in postconfessionele tijden. Daarmee is 'Een vreemd geluk' een boek geworden dat ingaat op een wijdverbreid fenomeen in de omgang met de jodenvervolging en bovendien het gat vult dat de wetenschappelijke studies ovet dit onderwerp, 'In de schaduw van Auschwitz' van Frank van Vree en in nog stetkete mate mijn studie 'Na de ondergang, hebben laten vallen. In mijn geval heeft de etgetnis ovet het vetschijnsel zeker bijgedragen aan het onvermogen om iets zinnigs te zeggen ovet deze materie. Ik ontbeet de metafysische gevoeligheid die Oegema onmiskenbaai wel heeft en die nodig is om dit ondetwetp te behandelen. Nieuwe religie Kern van Oegema's betoog is dat de hierboven benoemde fascinatie onderdeel is van een nieuwe 'publieke religie' rond de herinnering aan de jodenvervolging. De tetm 'publieke teligie' heeft Oegema ontleend aan het wetk van de Amerikaans godsdienstsocioloog Robert Bellah, die daarmee doelde op de rituele en emotionele herbevestiging van grondwaarden van samenleving, die met name votm krijgt tijdens nationale feestdagen, rond nationale monumenten en in voordrachten van staatshoofden. Na de Tweede Wereldoorlog kreeg in Nederland een publieke religie vorm, waarin de waarden van het verzet tegen onderdrukking en van nationale saamhorigheid in de wederopbouw centraal stonden. Deze publieke religie kteeg rond 1980 concurrentie van een nieuw vertoog. De uitzending van de televisiesetie 'Holocaust' in


1979 en de publicatie van het werk van Etty Hillesum in 1981 markeerden volgens Oegema de opkomst van een publieke religie, die in plaats van de bevestiging van collectief heldendom een sceptisch verhaal plaatste van een natie die verzaakt had in zijn plicht het kwetsbare slachtoffer van vervolging te beschermen. Rond die notie van het slachtofferschap ontstond een geheel van denkbeelden en praktijken die Oegema analyseert als een ware religie. Ten eerste is er sprake van een eigen heilsleer, waarin het herdenken van de joodse slachtoffers verlossing brengt aan de schuldige natie. Ten tweede bevat deze religie een mythos, een niet-wetenschappelijk gefundeerde verklaring voor de oorsprong van de jodenvervolging. Volgens dit verhaal zijn de joden geofferd als het kwade geweten van het christendom, dat zij voortdurend herinnerden aan een onaantastbare de goddelijke Wet. Verder kent deze religie een demonologie, waarin Hitier en soms meer in het algemeen de Duitsers figureren als de krachten van het Kwaad. Een centraal bestanddeel is verder een nieuwe ethiek, die volgens Oegema vooral vorm heeft gekregen in het werk van de Franse filosoof Emmanuel Levinas. Volgens zijn 'smartlapethiek' onderwerpt het 'gelaat van de Ander', meer in het bijzonder het aangezicht van het slachtoffer, iedereen aan een morele plicht - en maakt zo van iedereen een soort van onderworpene van het slachtoffer, zelfs de daders. Oegema schetst vervolgens uitgebreid een aantal godsbeelden, waarin het al lang niet meer gaat om het door atheïsten bespotte beeld van de almachtige god, die blijkbaar niet te beroerd was een genocide te veroorzaken. In plaats daarvan komt in de nieuwe publieke religie vooral de lijdende god, of god die zich terugtrekt uit de wereld.

Vervolgens bevat deze religie een esthetica, verwoord door de filosoof Adorno en de filmer Claude Lanzmann, waarin het, net als in het Tweede Gebod, verboden is fictieve afbeeldingen van de jodenvervolging te maken — een verwijt dat met name Spielbergs populaire film 'Schindler's List' heeft getroffen. Ten slotte kent deze religie zondaars zoals de negationisten, ketters zoals Theo van Gogh en zondebokken, onder wie Oegema met name de door NRC Handelsblad gedesavoueerde socioloog J.A.A van Doorn schaart. En ten slotte behandelt Oegema dan nog enkele nieuwe mystici: Hillesum, Lucebert en Titus Brandsma. Op al deze punten biedt Oegema doordachte en in sommige gevallen misschien iets te ver doordenkende analyses van het religieuze karakter van de omgang met de jodenvervolging. Op zich is de vergelijking van de herinnering aan de vervolging met een religie niet nieuw. Zoals Oegema ook aangeeft, was deze in 1964 al gepresenteerd in de literatuurkritische studie van Jo Melkman, ' Geliefde vijand'. Naar aanleiding van dat boek drong het tot Oegema door dat 'de shoah tot mijn tweede geloof geworden' was, en niet alleen voor hemzelf, maar wellicht voor veel anderen een 'nieuwe verschijningsvorm' van een ogenschijnlijkverloren religieus besef, dat zich steeds 'doet voelen als een voortdurend gemis'. Christelijke annexatie Op dit punt ontstond bij mij wel enige twijfel wat Oegema nu eigenlijk bedoelde met de term publieke religie. Het is één ding om de omgang met de jodenvervolging te interpreteren als een verschijnsel dat analoog is aan een religie en met begrippen uit de godsdienstwetenschap nader geanalyseerd kan worden. Dat is nog iets ander dan de stelling die Oegema hierboven verwoordt,

dat de 'publieke religie rond Auschwitz' als vervanging of compensatie dient voor een verloren christelijk geloof. En het gaat vervolgens nog veel verder als de jodenvervolging geannexeerd wordt door een christelijk geloof op zoek naar nieuwe imput na twee eeuwen geleden te hebben onder de gesel van de moderniteit. Oegema erkent alle drie de elementen en kritiseert de laatste. Hij noemt de gedachte dat de joden net als Christus gestorven zijn om ons betere mensen te maken een 'regelrechte gotspe'. Maar ondanks alles ziet hij de jodenvervolging toch als teken van de dood van god. Bovendien verwelkomt hij de nieuwe publieke religie, omdat die volgens hem de joodschristelijke dialoog zou bevorderen. Dat laatste lijkt me onzin: de joden die in christelijke kring het meest omarmd zijn vanwege hun christologische interpretatie van de jodenvervolging, zoals Abel Herzberg, zijn om die reden in joodse kring nogal omstreden. Aan het eind van het boek vermant Oegema zich. Als teken dat hij de religieuze romantiek van de nieuwe religie verwerpt, bepleit hij een vervanging van het Nationaal Monument op de Dam, dat zo overduidelijk door christelijke symboliek getekend is. Daaruit blijkt al dat de christelijke annexatie van de jodenvervolging ouder is dan de jaren tachtig en diep is ingebed in de Nederlandse cultuur. Oegema heeft daarvan een scherpzinnige en openhartige analyse gemaakt, die ook voor degenen die zich verre willen houden van religieus gedweep met het leed van joden de moeite van het lezen waard is. Ido de Haan Jan Oegema, Een vreemd geluk. De publieke religie rond Auschwitz. Uitgeverij Balans, LSBN905018586x, 376 blz. €22,50.


N o g altijd weinig antisemitisme in N e d e r l a n d , m a a r toch Op de nieuwe, interessante en professioneel gemaakte websitejoods, nl, die wekelijks wordt vernieuwd en aangevuld schreef Gertjan van Schoonhoven onlangs over de jaarrapporten van het CIDI. Zijn conclusie is dat antisemitisme in Nederland gelukkig een betrekkelijk schaars fenomeen is, zeker in vergelijking met Frankrijk en België. Maar iets is er wel veranderd. Het CIDI meldt zowel ovet 2001/2002 als 2 0 0 2 / 2 0 0 3 een groot aantal incidenten. Joden pesten lijkt in de mode. Incidenten als die op 4 mei in Amstetdam staan niet op zichzelf. Gtoepjes Marokkaanse pubers verstoorden toen op velschillende plaatsen de dodenhetdenking in de hoofdstad, met kreten als 'Joden, die moeten we doden'. Een jaar geleden waren er bij een pro-Palestijnse demonstratie in Amstetdam ook al ernstige incidenten met Marokkaanse jongeren. Toen werden zelfs een paar

herkenbaar joodse omstanders gemolesteerd. De toename van het aantal anti-joodse incidenten komt volgens joods.nl voot een belangrijk deel voor rekening van moslims in Nederland, vooral van jongeren. Daarbij is er een direct verband met de situatie in Israël en de Palestijnse gebieden. Laait het onderlinge geweld daar op, dan nemen ook de incidenten hiet toe. In hun identificatie met de Palestijnse zaak is bij veel Nedetlandse moslimjongeren de grens tussen antiIsraëlische en anti-joodse sentimenten vaag. Het feit dat ze thuis vaak naar opgewonden Arabische tv zendets kijken, is daar zeker debet aan. De oorlog in Irak schijnt dit oplaaiende effect echter niet te hebben gehad. Toch is dit niet het hele vethaal. Ook onder autochtone Nedetlandets lijkt het de laatste jaren hip te worden, want lekker politiek incorrect, om een beetje anti-joods te zijn. De pioniets op dit tettein zijn de

Feyenootd supporters. Srrijdliederen en -kreten als 'Harnas, Harnas joden aan het gas' en 'Kankerjoden' behoren al enige jaren tot het vaste tepertoire van het zogenoemde Legioen (en echt niet alleen de 'hatde kern') als hun club tegen Ajax speelt. Volgens de socioloog Herman Vuijsje is Nederland ook op dit punt de laatste jaten verloederd. De //zV/<?r-vetgelijkingen vliegen je om de oren, onsmakelijke grappen over kankerpatiënten ook. Dat schijnt ook op te gaan voot antijoodse uitingen, het grootste taboe van de afgelopen decennia. Wie stoer wil overkomen, roept iets ovet 'de' joden. Het zijn, volgens Gertjan van Schoonhoven niet alleen de Arabische televisiezenders die het Nederlandse taboe op anti-joodse uitlatingen doorbreken. Dat gebeurt ook van binnenuit, door mensen die natuuilijk veel te beschaafd zijn om ooit een man met een keppeltje lastig te vallen. Bron: joods, nl


In duizend zoete armen Julika M a rijn speelt Etty H i l l e s u m Etty Hillesum (1914-1943) schreef haar dagboeken gedurende de Tweede Wereldoorlog in Amsrerdam-Zuid. In 1943 wordt zij in Auschwitz vetmoord. Haar dagboeken vormen voor veel mensen in de hele wereld een bron van inspiratie, troost en kracht. Ook voor Julika Marijn, een jonge acttice, die bekend werd door haar rol van Gina Rodriquez in de televisieserie Onderweg naar morgen. Zij schreef zelf her script voor haar eerste solovoorstelling, In duizend zoete armen, gebaseerd op de dagboeken van Etty Hillesum. Twee levens kruisen elkaar. Julia, een jonge, dynamische vrouw leesr de dagboeken van de 27-jarige Etty Hillesum, een levenslustige joodse v t o u w die ten volle wil leven tijdens de Tweede Wereldoorlog. Beide vrouwen onderzoeken zichzelf en strijden op authentieke, vaak geestige wijze met hun spiritualiteit, talenten en verliefdheid. Julia begint zich vtagen te stellen en gaat op onderzoek uit. Een pelgrimstocht naat Auschwitz, blijkt voot haar een sleutel te zijn. De solovoorstelling In duizend zoete armen wordt door Julika Marijn gespeeld van 23 t/m 25 oktober en van 13 t/m 15 november in Het Ostadetheater, Ostadesttaat 233, Amstetdam, tel. 020 6795096 ofwww.ostadetheater.nl. V o o t boekingen en meer informatie: Julika Matijn, 020 6766303 en 06 26706173 of: Ilonka de Haan, 020 4532898.

\

fWEB 1

° 1

J 1

F".'

tu

'

Uit het gastenboek van de website van het Nederlands Auschwitz Comité www.auschwitz

Zoiets mag Nooit m e e t gebeuten. Mensen die mensen doodmartelen zijn geen mensen meer. Iedere mens die op aarde is gekomen heeft liefde en respect nodig en geen marteling/ vergassing. Laten wij met z'n allen ervan leten, dat et nooit m e e t zoiets met niemand mag gebeuten. Chantal

lk ben dan nog pas 11 m a a t ik

heb

Interessante site, aangrijpend. Wat hebben veel mensen een vreselijke laatste periode van hun leven gehad. Mensen die personen zo martelen hebben geen gevoel en kunnen geen mensen genoemd worden. Onbegrijpelijk! laten we hopen dat zulke vreselijke dingen nooit weet gaan gebeuren.

boeken gelezen over Anne Frank. Zij was ooit in Auschwitz. Ik maak nu een wetkstuk over haar. Ze was nog zo jong en toch overleed ze. Ze was erg sterk in wat ze deed. Ik vind deze webpagina erg geschikt om te rouwen en stil te staan bij die vleselijke oorlog waat Auschwitz een gtote tol in speelde.

Michel & tonia

Chantel

Foto: Patrick G. Bras

Als je in dit leven om je heen kijkt wotden er nog steeds mensen vermoord en belachelijk gemaakt omdat ze van een andere afkomst zijn en soms omdat ze andete gewoontes hebben.Waarom tespecteren we elkaar niet zoals we zijn en waarom laten we niet iedeteen in onze eigen waarde? Uit dit soort gebeurtenissen blijkt dat mensen blijkbaar niets van oorlog leren of willen sommige mensen het niet leren? Hoe kan het dat et nu nog steeds oorlogen zijn? In dit leven moet je iedereen gelijk behandelen. Waarom is iemand die homo, hetero, joods, tuiks, chinees of duits is andets? Ik hoop dat de overlevenden van de Tweede Wereldoorlog toch nog iets moois kunnen halen uit dit leven want het heeft echt ook ze mooie kanten. Ik wens u allen heel veel sterkte. Denise


Heel erg

Erg droevig

Koude rillingen

"Ik ben tien jaar en ben heel erg geïnteresseerd in de oorlog. Ik vind het heel erg dat er zoveel mensen vermoord zijn. Het maakt toch niets uit hoe je bent???????????????????"

"Een hele mooie site. En ook heel erg droevig helaas. Lees deze site voor het eerst. Hoe heeft dit kunnen gebeuren? Zoveel mensen jong en oud, gestorven voor niets. Heb er verder geen woorden voor, sorry. En laten we ook de Sinti's niet vergeten."

"Concentratiekampen zijn in 1 woord samengevat: VERSCHRIKKELIJK! Hoe mensen zo wreed kunnen zijn, daar kan ik niet in komen!!! Ik ben bezig aan een werkstuk over Auschwitz. cn het is helemaal niet aangenaam om al die vreselijke dingen te lezen.Alleen als ik er nog maar aan denk, krijg ik al koude rillingen. Ik toon respect voor familieleden, vrienden en kennissen van de slachtoffers en voor de mensen die het zelf hebben meegemaakt en het heel hun verdere leven met zich mee moeten dragen. Maar ook voor degenen die het er niet levend vanafhebben gebracht, want zij hebben een verschrikkelijke, wrede, onmenselijke dood meegemaakt. Mijn vader is in maart ook drie jaar dood, maar hij is vredig gestorven op een feestje. Een zalige dood vergeleken met die mensen uit de concentratiekampen. Ik mis hem enorm fel en hij had op zulke jonge leeftijd niet mogen sterven maar ik ben zeer blij voor hem dat hij vredig is kunnen gaan. Want in de wereld van vandaag is er nauwelijks nog vrede...men denkt enkel aan geld en macht. En daar word ik zo kwaad van! Ik ben misschien nog maar 16 en volgens de oudere mensen weet ik nog niks van alles wat er rondom me gebeurt maar ik weet wel dat de wereld er alleen maar op achteruit gaat en dat het (als de mens zo verder doet) slecht gaat aflopen voor ons allemaal.

Onvoorstelbaar

Hans

"Dat zoiets heeft kunnen gebeuren is onvoorstelbaar en met geen woord te beschrijven. Dit mag nooit meer op de wereld gebeuren, want ik heb echt nog nooit zoiets schokkends gezien en gehoord. Alle concentratiekampen waren vreselijk, maar dit is toch wel de ergste en schokkendste ter wereld. Respect voor de overledenen en slachtoffers."

Afschuwelijk "Ik ben pas in concentratiekamp Westerbork geweest. Het is afschuwelijk om al die verhalen te horen, en te zien wat er allemaal met die onschuldige mensen is gebeurd. Als je daar rondloopt, dringt het allemaal pas echt tot je door. Ik ben eigenlijk wel blij dat ik er nu wat meer over weet, door middel van deze site. Nu weet ik tenminste waar ik over nadenk. Ik wil de mensen die deze site gemaakt hebben heel erg bedanken, omdat zij onze gedachten tot leven brengen... Hoewel dat eigenlijk niet zou moeten, dit had allemaal nooit mogen gebeuren. Ik ben pas 19, en weet dat veel mensen denken dat de Tweede Wereldoorlog jongeren niet bezig houdt.Dit komt waarschijnlijk omdat zij een verkeerd beeld van ons hebben. Maar wij denken ook na, wij hebben ook gevoel, wij vinden ook dat het allemaal nooit had mogen gebeuren. Dus, oudere mensen die hun verhaal kwijt willen; wij luisteren ook!"

Werkstuk "Ik ben al erg lang geïnteresseerd in de jodenvervolging in de W O II. Nu ik mijn profielwerkstuk (Eindscriptie VWO) over geschiedenis maak, heb ik gekozen voor Auschwitz. Om precies te zijn de medische experimenten die er zijn uitgevoerd. Het is echt verschrikkelijk wat mensen zoals Mengele hebben gedaan. Ik ben in het kader van mijn onderzoek in de herfstvakantie naar het kamp geweest, en was (zoals ik al had verwacht) erg onder de indruk. Vooral op het moment dat we een kaars brandden bij het vijvertje waarin as van de overledenen ligt, bij het berkenbos, was ik erg onder de indruk. Hier was verder niemand en het was er zo stil, het was alsof ik de mensen in het Berkenbos zag staan wachten. Ik wil mijn medeleven betuigen aan iedereen die familie of kennissen heeft verloren in Auschwitz, en mijn respect aan alle overledenen. Dit mag nooit meer gebeuren!"

Debórah. PS: Ik vind het heel spijtig dat wij jongeren gezien worden als mensen die zich enkel met onbenullige dingen bezig houden. Wij kunnen ook serieus zijn. Jullie volwassenen zijn ook jong geweest. Dus als u net als ik vrede in de wereld wilt, stop dan met die vooroordelen ten opzichte van de jeugd.


G r o t e r e b e k e n d h e i d H o l l a n d s c h e Schouwburg

Nieuwe website en gevelborden De Hollandsche Schouwburg aan. de Plantage Middenlaan 24 in Amsterdam is een zeer bijzonder en aangrijpend m o n u m e n t . Voor vele tienduizenden joden was dit theater tijdens de Tweede Wereldoorlog de eerste verzamelplaats vanwaar ze naar het doorgangskamp Westerbork werden gedeporteerd en vandaar naar de concentratie- en vernietigingskampen in Midden- en OostEuropa, waar ze de dood vonden. De gevel staat nog overeind aan de Plantage Middenlaan, van binnen is het een monumentale ruimte, waai e e n m u u r is gewi|d a a n alle familienamen \ a n door de D u i t s e n a / i s vermoorde Nederlandse |oden. Boven kan men een zeer usuele, ook voor kinderen te begrijpen tentoonstelling zien over de lodenvervolging tijdens de Tweede Wereldoorlog, met nadruk op het lot van de kindeten. Dit monument is echter veel minder bekend dan z o u kunnen en daar willen de Stichting Hollandsche Schouwbuig en de nieuwe directeur van het Joods Historisch Museum Joel Cahen nu iets aan doen. Er komt een nieuw beleid waarbij actieve voorlichting over de jodenvervolging in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog centraal staat en de rol van de Hollandsche Schouwburg daarin meer aandacht zal krijgen. O m te beginnen is er sinds 12 september 2003 een website in gebruik genomen: www.hollandscheschouwburg-.nl Op deze nieuwe internetsite wordt ingegaan op de historische achtergronden, onder meer met behulp van videogetuigenissen. Er zal ook informatie te vinden zijn over educatieve

Hollandsche Schouwburg programma's, herdenkingen en het databestand met namen van vermoorde Nederlandse joden In Memoriam. Als symbool van het nieuwe beleid

Foto: Carla van Thijn zijn bovendien nieuwe gevelborden naast de ingang geplaatst, waarop in enkele woorden de functie en het verleden van dit theater wordt aangeduid, (m.a.)


In blijvende herinnering aan de overlevenden van Auschwitz, die het Nederlands Auschwitz Comité hebben opgeticht. Nederlands Auschwitz Comité Ere-lid: drs. Eva Tas Ere-lid: Jacques Furth Voorzitter: Jacques Grishaver Vice-voorzitter: Carry van Lakerveld Secretaris: Herbert Sarfatij 2e Secretaris: Els Deen Penningmeester: Ronald van den Berg 2e penningmeester: John van Cleef Secretariaat: Postbus 74131 1070 BC Amstetdam tel/fax 020-67 233 88 website: www.auschwitz.nl E-mail: info@auschwitz.nl Bankrekening: ABN/AMRO: 414.646.282 Postbank: 29.30.87 AUSCHWITZ BULLETIN: Eindredactie: Clairy Polak Redactie: Max Arian Nienke Ledegang Theo van Praag Bertje Leuw Carry van Lakerveld Red. secretaris: Sandra Watetman E-mail: tedactie@auschwitz.nl Redactieadres: Postbus 1065 1700 BB Heethugowaaid

Fondsen Buiten de jaarlijkse bijdrage bestaat er ook de mogelijkheid om donaties aan onze fondsen over te maken. Voor deze giften kunt u ook in aanmetking komen voor aftrek bij uw aangifte inkomstenbelasting. De rekeningnummers waarop u extra giften kunt storten zijn: Steunfonds 47.02.27-621, t.n.v. de Stichting Steunfonds Nederlands Auschwitz Comité, Amstetdam. Doelstelling: het ondetsteunen van projecten van derden die vallen binnen het kader van onze doelstellingen. Reisfonds 62.41.91.850, t.n.v. het Nederlands Auschwitz Comité, Amstetdam In de toelichting bij de Jaarcijfers over 2002, heeft u teeds enige informatie ovet het doel en onze intentie met bettekking tot dit fonds kunnen vernemen. Mocht u geïntetesseerd zijn en meer informatie o v e t het teisfonds willen hebben, dan kunt u contact met ons op nemen op nummer 020-4287683. Wij kennen de noden en kunnen u op de hoogte brengen van de voorwaarden en mogelijkheden. Voor het honoreren van verzoeken om in aanmerking te komen voor ondersteuning zal de aanvraag aan een neutraal adviescollege worden voorgelegd teneinde iedere vorm van belangenverstrengeling te voorkomen.

Legaten en nalatenschappen Het Nedetlands Auschwitz Comité streeft etnaat extra inkomsten te gebruiken voor nieuwe projecten - met name v o o t educatie op het gebied van de hetinnering van de shoah - en om de toekomst van het Nedetlands Auschwitz Comité als otganisatie veilig te stellen. Legaten en nalatenschappen kunnen daatbij een belangrijk hulpmiddel zijn. Ook is het mogelijk dat etflateis doot het instellen van een aparr fonds hun naam rechtstteeks aan een detgelijk doel verbinden. Mocht u over dit onderwerp of over de fiscale aspecten meer willen weten, dan nodigen wij u uit contact met ons op te nemen op 020-4287683.

Voor de inhoud van de artikelen die ondertekend zijn is alleen de auteur verantwoordelijk.

Abonnementenadministratie: Knoopkruid 54 1112 PV Diemen tel./fax: 020-600 34 55 Druk: Drukkerij Peters Amstetdam bv

Het doel van de Stichting Nederlands Auschwitz Comité is: * het realiseren van de zinspreuk "Nooit meer Auschwitz"; * het ageren tegen alle vormen van fascisme, racisme en antisemitisme; * het bevotdeten van het welzijn van de in de tweede wereldoorlog vervolgden en hun nabestaanden; * het verrichten van alles wat met het voorgaande verband houdt, alles in de tuimste zin


- advertentie -

Claims op nieuwe n a m e n lijst huurders safeloketten nog mogelijk

t

ïtir.ming

*

J

Individuele

J

!

Effpcfenaanspraken * • ;

De Stichting Individuele Effectenaanspraken Sjoa vergoedt de tijdens WOU in rekening gebrachte kosten

voot

het

openbreken van safeloketten in Nederland. De Stichting heeft recentelijk de beschikking gekregen over een nieuwe lijst met namen van huurders van safeloketten die tijdens de bezetting zijn opengebroken.

Indien u als gedupeetde op deze nieuwe lijst staat of indien u etfgenaam bent van een gedupeerde op deze lijst, kunt u nog aanspraak maken op een vergoeding van de destijds in rekening gebrachte kosten. U moet dan (indien u dit niet al gedaan heeft) vóór 1 november 2003 bij de Stichting een aanvraag indienen.

Een aanvraag bij de Stichting is uitsluitend nog mogelijk ter zake van de nieuwe lijst. De termijn voor alle overige claims is voorbij. De nieuwe lijst staat gepubliceetd op de web-site van de Stichting (www.sie-sjoa.nl). Een aanvfaagformulier met bijbehotend uitketingsteglement is te verkrijgen via de helpdesk en de bovengenoemde website van de Stichting. Het telefoonnummet van de helpdesk is 00800 - 56861110 (gratis nummer) of (+31)(0)20-5686111.

Boekenlijst Deze boeken k u n n e n schri ftei ijk o f per e-mail besteld worden. D e prijzen zijn exclusief de verzendkosten -Auschwitz - Voices from the g r o u n d

16,00

8,25

8,50

Auschwitz C o m i t é

13,50

-Auschwitz Brochure

2,00

-Auschwitz informatiegids

2,00

-Ver weg en toch dichtbij

8,00

-Kl.Auschwitz seen by the S S -By bread alone A survivor - 4 0 jaar Nederlands


Auschwitz Bulletin, 2003, nr. 03 September