Page 1

44ste jaargang, nr. 1, januari 2 0 0 0 . Verschijnt 5 x per jaar

Een uitgave van het Nederlands Auschwitz ComitĂŠ; postbus 74131,1070 BC Amsterdam

Auschwitz Bulletin


Nederlands Auschwitz Comité Ere-voorzitter: Annetje Fels-Kupferschmidt Ere-lid: drs. Eva Tas Ere-lid: Jacques Furth Voorzitter: Jacques Grishaver Secretariaat: Herbert Sarfatij Postbus 74131 1070 BC Amsterdam tel/fax 020-67 233 88 website: www.auschwitz.nl E-mail: info@auschwitz.nl Pen n ingmeester: Joop Waterman Wulp 30, 1111 WJ Diemen tel. 020-4166810 fax 020-4166812 Bankrekening: ABN/AMRO: 400.175.088 Postbank: 29.30.87 en 48.755-00 Het doel van de Stichting Nederlands Auschwitz Comité is: * het realiseren van de zinspreuk "Nooit meer Auschwitz"; * het ageren tegen alle vormen van fascisme, racisme en antisemitisme; * het bevorderen van het welzijn van de in de tweede wereldoorlog vervolgden en hun nabestaanden; * het verrichten van alles wat met het voorgaande verband houdt, alles in de ruimste zin AUSCHWITZ BULLETIN: Eindredactie: Clairy Polak Redactie: Max Arian Theo Gerritse Theo van Praag Carry van Lakerveld Red. secretaris: Sandra Waterman E-mail: redactie@auschwitz.nl Redactieadres: Marketenster 25 1188 DC Amstelveen Voor de inhoud van de artikelen die ondertekend zijn is alleen de auteur verantwoordelijk.

Abonnementenadministratie: Knoopkruid 54 1112 PV Diemen tel: 020-699 06 58 fax: 020-600 34 55 Druk: Drukkerij Peters Amsterdam bv

Buitengewoon verheugend resultaat O p 9 november 1999 is er een akkoord gesloten tussen het Centraal Joods Overleg en het Verbond van Verzekeraars. Het is uniek voor Nederland dat er eindelijk een collectieve overeenkomst is over niet opgeëiste tegoeden. Dat dit eerste akkoord ongeveer op het allerlaatste moment van de 20 eeuw is gesloten is symbolisch voor de nonchalance waarmee bijna 50 jaar lang in Nederland met deze materie is omgesprongen. Het is nog niet zo heel lang geleden dat een aantal commissies, door de overheid in het leven geroepen, in verschillende bewoordingen concludeerden dat het met de afwikkeling van tegoeden wel mee viel. Het strekt het Verbond van Verzekeraars dan ook tot eer dat het als eerste een akkoord heeft gesloten met het Centraal Joods Overleg. s,e

het resterende bedrag "aan de joodse gemeenschap ter beschikking worden gesteld." De vijfentwintig miljoen gulden zijn voor de joodse gemeenschap die door de onderhandelaars "de morele erfgenaam" genoemd wordt van tegoeden die niet meer opgeëist zullen worden. Deze vijfentwintig miljoen gulden zal beheerd worden door een nog op te richten Stichting Joodse Oorlogstegoeden. Men heeft zich verplicht een referendum te houden over de vraag wat er met deze tegoeden moet gebeuren.

Het akkoord behelst de afhandeling van levensverzekeringen van in de Tweede Wereldoorlog omgebrachte joden. Het principe van het akkoord is dat er een bedrag van vijfenveertig miljoen gulden beschikbaar is gekomen. Twintig miljoen gulden van dit bedrag is bestemd voor individuele claims van rechthebbenden op de levensverzekeringspolissen. Volgens de overeenkomst is vijfentwintig miljoen gulden beschikbaar voor "doelen te bepalen door de joodse gemeenschap." Daarnaast zal het Verbond van Verzekeraars met een bedrag van vijf miljoen gulden een joods educatief project steunen.

Nog voor het tot stand komen van het akkootd, heeft het Centraal Joods Overleg een adviescollege in het leven geroepen, bestaande uit organisaties die de belangen van joodse vervolgden en de tweede generatie behartigen. Niet alle organisaties waren gerust over de gevoerde procedures. Na de ondertekening van het akkoord is deze onrust niet afgenomen. De argumenten van hen die zich tegen de handelwijze van het Centraal Joods Overleg verzetten zijn onder andere dat het Centtaal Joods Overleg bij lange na niet de hele joodse gemeenschap in Nederland vertegenwoordigt en dat het niet bet techt heeft de bestemming van de tegoeden te bepalen. Verder worden er vraagtekens geplaatst bij het democratische en bindende gehalte van het referendum dat onder de belanghebbenden zal worden gehouden.

De twintig miljoen gulden voor de individuele claims zal in een stichting ondergebracht worden. Gedurende tien jaar kunnen individuele rechthebbenden bij deze stichting hun claims indienen. Na tien jaat zal de termijn om te claimen verstreken zijn en zal het grootste gedeelte van

Het raamwerk dat door dit akkoord tot stand is gekomen zal als model en als baken dienen voor de andere onderhandelingen die nu moeten beginnen. H e t Centraal Joods Overleg heeft met het adviescollege 'Restitutie en Verdeling' - waarin het Nederlands Auschwitz Comité ook


zitting heeft - een aantal keren overleg gevoerd over de behaalde onderhandelingsresultaten en over de vraag hoe de beschikbare vijfentwintig miljoen gulden besteed zullen moeten worden. Ons standpunt ;s dat we buitengewoon verheugd zijn over het behaalde resultaat. Het Nederlands Auschwitz Comité wil de argumenten van de tegenstanders van de gang van zaken niet bagatelliseren, maar heeft geen reden om aan de oprechtheid van gevoerde procedures te twijfelen. De afspraak dat er een referendum gehouden zal worden onder de eerste of oorlogsgeneratie joden — dat zijn zij die voor 8 mei 1945 geboren zijn, die de oorlog overleefd hebben of uit het buitenland gevluchte joden die toen in Nederland waren en hier zijn gebleven - lijkt ons een helder uitgangspunt. Aangezien het beschikbare geld niet voortvloeit uit een schadevergoeding per individu, maar uit de nalatenschap van niet meer teruggekeerden, stelt het Nederlands Auschwitz Comité zich op het standpunt dat een gedeelte van het beschikbare geld bestemd zou moeten worden voor

algemene doelen van de joodse gemeenschap in Nederland. In het referendum echter moeten naar het inzicht van ons comité alle opties als keuzemogelijkheid voorkomen. Dat wil zeggen dat zij die meedoen aan het referendum moeten kunnen kiezen uit een scala van mogelijkheden, waarbij aan de ene kant van de schaal het gehele bedrag individueel wordt uitgekeerd en aan de andere kant het gehele bedrag aan collectieve doelen wordt besteed. Het Nederlands Auschwitz Comité stelt verder voor een collectief deel in Nederland te besteden aan nietpolitieke, joods maatschappelijke doelen. Het zou de helderheid bij het referendum verhogen als vooraf aangegeven zal worden aan welke collectieve doelen men denkt. Het Centraal Joods Overleg heeft vastgelegd dat het referendum bindend zal zijn. Het Auschwitz Comité heeft geen reden om aan deze toezegging te twijfelen. Aangezien het Auschwitz Comité het eens is met de stelling dat het Centraal Joods Overleg, - de optelsom van de organisaties die zij vertegenwoordigt bevestigt dat -, slechts een deel van de joodse gemeenschap in Nederland

Wilt u zich gratis abonneren op dit blad of heeft u familie, vrienden of kennissen die op de hoogte willen blijven van de activiteiten van het Nederlands Auschwitz Comité? Als u onderstaande bon invult en opstuurt naar: Het Nederlandse Auschwitz Comité, Knoopkruid 5 4 , 1 1 1 2 PV Diemen,

vertegenwoordigt, is het zaak dat de inspanning om iedere rechthebbende ook daadwerkelijk aan het referendum te laten deelnemen, zeer groot moet zijn. In het overleg met de onderhandelaars is daar van verschillende kanten op aangedrongen, en ook op dit punt zien wij met vertrouwen het komende referendum tegemoet. De commotie over het gesloten akkoord is niet goed. Het kan een hardnekkig stereotiep versterken. Dat mag niet gebeuren. Dat er uiteindelijk na al die jaren een eerste akkoord is gekomen moet tot sobere opluchting leiden. Daarbij past het niet, zeker niet in naam van al die ontelbaren die niet terugkeerden, om met veel misbaar onenigheden uit te vechten. Hans Fels

ontvangen zij vijf maal per jaar het blad van het Nederlands Auschwitz Comité. Aan het abonnement zijn geen kosten verbonden. Wel ontvangen alle abonnees één maal per jaar een acceptgirokaart voor een vrijwillige donatie ten behoeve van de voortgang van het werk van het Nederlands Auschwitz Comité.

Naam:

Adres:

Postcode en woonplaats.

Land: Opsturen naar: Het Nederlands Auschwitz Comité, Knoopkruid 5 4 , 1 1 1 2 PV Diemen (als u dit blad niet wilt beschadigen kunt u de bon ook fotocopiëren of overschrijven)


AUSCHWITZ HERDENKING 2 0 0 0 Op zondag 30 januari organiseert het Nederlands Auschwitz Comité de jaarlijkse Auschwitz-herdenking bij het Spiegelmonument 'Nooit meer Auschwitz' van Jan Wolkers in het Wertheimpark in A m s t e r d a m . Aansluitend v i n d t een lunchbijeenkomst plaats in het Europa restaurant van de RAI. Vanwege het bijzondere herdenkingsjaar, op 27 januari 2000 zal het vijf en vijftig jaar geleden zijn dat het kamp Auschwitz bevrijd werd, wordt bovendien 's middags in de Forumzaal van de RAI een cultureel programma geboden. In verband met dit extra programma zijn de aanvangstijden van de onderdelen iets anders dan u gewend bent.

Verzamelpunt is het Stadhuis. Vanaf 10.00 uur is de Boekmauzaal van het Stadhuis open en bereikbaar via de hoofdingang aan de Amstelzijde. In de Boekmanzaal wotdt koffie en thee geschonken. Om 11.00 uur verttekt de stille tocht naat het Wertheimpatk. De hetdenking begint om 11.30 uur met een toespraak van burgemeester Schelto Patijn van Amsterdam, gevolgd door het Kaddisj en Jizkor door rabbijn Sonny Herman. Vervolgens kunnen particulieten en

organisaties hun kransen en bloemen bij het monument leggen. Kransen en bloemen kunnen eventueel op zaterdag 29 januari, tussen 10 en 14 u u t , worden afgegeven bij de portietsloge van het Stadhuis, ingang Waterlooplein. U kunt het Stadhuis het beste beteiken met het openbaat vervoer: metro en sneltram 51 (halte Waterlooplein) of tramlijnen 9 en 14 (zelfde halte). Na de hetdenking staan tegenovet de uitgang van het Wettheimpatk bussen klaat voot de mensen die kaarten aangevraagd hebben voor de lunchbijeenkomst en/of het cultureel programma in de RAI. Van Stadhuis n a a t de RAI kunt

u ook met sneltram 51 en verder is de RAI te beteiken met ttamlijn 4 en bus 15. Mocht u met de auto komen, dan kunt u patketen in de parkeergarage onder her Stadhuis/Muziektheatet, de parkeergarage op de hoek van de Joden Breestraat (onder Albert Heijn), de parkeergarage onder het wooncomplex Valkenburgersttaatingang Anne Frankstraat en het parkeerterrein naast de hoofdingang van Artis. Deze pafkeerplaatsen zijn

niet gtatis. Zij die in het bezit zijn van een invalidenparkeervergunning kunnen parkeren bij de hoofdingang van het Stadhuis/Muziektheater, maar alleen op vertoon van de vergunning! Rondom de RAI zijn voldoende parkeerplaatsen en u kunt ook parkeren in de RAI-parkeergarage (dagkaart kost 17,50 gulden). De testaurantzaal van de RAI gaat om 12.30 uur open. De lunchbijeenkomst begint om 13.00 uur met de jaarrede van Jacques Grishaver, voorzitter van het Nederlands Auschwitz Comité. De lunch zelf zal worden opgeluistefd door een optreden van het Salonorkest Primrose. In de testaurantzaal staat weer een boekentafel. Een deel van de opbrengst van de boekenverkoop komt ten goede aan het Auschwitz Comité. V o o t de lunchbijeenkomst dient u in het bezit te zijn van toegangskaarten. Het culturele programma wordt om 15.15 uur gepresenteetd in de Forumzaal van de RAI (zaal open vanaf 14.45 uur). Ed van Thijn zal een speciale rede houden. Het orkest van Tata Mirando treedt op met zigeunermuziek en Jenny Arean zingt o.a. liedjes uit het programma Tip Top. Het ensemble Carmel brengt enkele jiddisje liedeten en er is de toezegging (onder voorbehoud) van Jeroen Krabbé voor enkele voordrachren. Ook voor het cultutele programma dient u in het bezit te zijn van toegangskaarten.


H e t programma samengevat:

BOEKHANDEL PEGASUS

10.00 uur: verzamelen voor de Stille Tocht in de Boekmanzaal van het Stadhuis in Amsterdam,

Singel 367

via de hoofdingang aan de Amstelzijde. 11.00 uur: begin Stille Tocht naar het Wertheimpark.

Amsterdam

11.30 uur: herdenking bij het Auschwitz Monument.

tel. (020) 623 11 38

Rede door burgemeester Patijn van Amsterdam. Kaddisj en Jizkor door rabbijn Sonny Herman.

Specialisten

12.00 uur: vertrek bussen naar de RAI. 12.30 uur: Europarestaurant van de RAI open.

in:

13.00 uur: begin lunchbijeenkomst

14.45 uur

spreker:

Jacques Grishaver, voorzitter N.A.C.

muziek:

Salonorkest Primrose

proza & poëzie

proza & poëzie in

taal- en letterkunde

Forumzaal van de RAI open

nederlandse,engelse

woordenboeken

15.15 uur: begin cultureel programma

leerboeken

spreker:

Ed van Thijn

voordracht:

Jeroen Krabbé (onder voorbehoud)

muziek:

Jenny Arean

en duitse vertaling secundaire literatuur

geannoteerde/ tweetalige uitgaven kinderboeken

het orkest van Tata Mirando ensemble Carmel

tijdschriften

oosteuropa-kunde kunst reisgidsen tijdschriften

17.00 uur: einde cultureel programma Tot ziens op 30 januari! Nederlands Auschwitz Comité

VOORDEELBON

VOORDEELBON Debórah Dwork

Robert J a n v a n Pelt en D e b ó r a h Dwork

Kinderen met een gele ster

Auschwitz: Van 1270 tot heden

Over kinderen, geboren als joden, en opgroeiend in een nationaal-socialistisch Europa. Kinderen die, voorzover ze de holocaust overleefden, ook na de oorlog bleven worstelen met de erfenis van hun jeugd. In Kinderen met een gele ster vertellen zij hun levensverhaal. Hun verhalen leveren een aangrijpend beeld op van het meesl gruwelijke hoofdstuk uit de geschiedenis, de holocaust. Vertaling Tinke Davids.

De context van eeuwen Duitse preoccupatie met Auschwitz., de zorgvuldige analyse van honderden na de val van de Berlijnse muur beschikbaar gekomen bouwtekeningen en de consciëntieuze weergave van de ervaringen van de gedeporteerden die de gruwelen in het kamp aan den lijve ondervonden, dit alles levert een aangrijpend beeld op van de plaats die meer dan enige andere het kwaad symboliseert Vertaling Tinke Davids.

Kinderen met een gele ster. 440 pp. f 62.50 (90 5352 378 2)

Auschwitz:

Tijdelijke voordeelprijsvooT de lezers van het Auschwitz Bulletin, ƒ 39,50. Geldig van 15 januari 2000 - 15 april 2000

Tijdelijke voordeelprijs voor de lezers van het Auschwitz Bulletin ƒ 52,50. Geldig van 15 januari 2000 - 15 april 2000

1 ex. Kinderen met een gele ster a ƒ 39,50. (Normale prijs ƒ 62,50). ISBN 90 5352 378 2.

1 ex. Auschwitz: Van 1270 tot heden a ƒ 52,50. (Normale prijs ƒ 82,50). ISBN 90 5352 346 4.

Naam:

Naam:

Adres:

Adres:

Postcode:

Plaats:

Postcode:

Deze bon inleveren bij uw boekhandel.

Van 1270 tot heden. 456pp. f82.50

(90 5352 346 4)

Plaats:

Deze bon inleveren bij uw boekhandel. Actienummer 275-029

Actienummer 275-028


D a g b o e k Polen-reis 1 9 9 9 Rozette Kats (1942) is als baby van negen maanden naar een onderduikadres gebracht, waar zij na de oorlog als wees bleef. Zij groeide op in een volledig niet-joodse omgeving. Haar ouders en vrijwel haar gehele verdere familie werden gedood in een van de kampen, die zij met het Nederlands Auschwitz Comité bezocht tijdens de extra Polen-reis, jongstleden november. Zij is secretaris van de vereniging Joodse OorlogsKinderen (JOK) en geeft voorlichting aan de jeugd op scholen en in ander verband, als gastdocente WO-II.

Maandag 8 november 1999 Tijdens de kennismakingsbijeenkomst in het gebouw van de Liberaal Joodse Gemeente, begin oktobet, heeft Jacques Grishaver - onvolptezen voorzitter van het Nederlands Auschwitz Comité en nu een der reisleiders - ons voorspeld dat wij als 94 vreemden zouden vertrekken, maar als één familie tetug zouden komen. Een beetje zenuwachtig, maat met hooggespannen verwachtingen, treffen we elkaar op Schiphol. Het zegt veel dat deelnemers aan de vorige reis daar zijn om ons uit te zwaaien. Mijn reisgenote Hanneke heeft een wandeltolstoel nodig. Als duwer beleef ik gedurende vijf dagen wat zo'n ding doet met mensen, die et onverwacht en ongevraagd mee geconfronteerd worden. Gelukkig zijn onze reisgenoten beleefd en vaak ook aatdig. De stoel weikt al snel als Haarlemmerolie en vetschaft ons menigmaal een VTP-behandeling. Of doet Hannekes persoonlijkheid dat? Aankomst te Warschau na een landing die doer denken aan een noodlanding, op een veel te kotte baan. Diner tussen 23-24 uut in Holiday Inn. Toch doen, had Jacques

gezegd, vanwege de verbroedering en de teamgeest. Dus veel te laat en doodmoe gaan we naar bed. "Maar," zegt Hanneke, "zij heeft er nu tenminste 92 vrienden bij. Voor het leven." Onze scepsis staat nog, hoewel al niet meet techt overeind.

Dinsdag 9 november Opsraan om zes uur, zeven uur ontbijt, acht uur vertrek. Dit regime zal bijna de hele week gevoerd worden om het zwate ptogtamma te kunnen afwerken, maat niemand klaagt. Nog voordat het idee van beklag in je hoofd opkomt, wotdt het verdreven door het besef dat dit de consequentie is van een zelf genomen besluit. En wat is een beetje vroeg opstaan in Polen, gezien in het perspectief... ? Het familiegevoel wordt verder opgebouwd met wat knikjes hier en daar in de ontbijtzaal, maar er is nog geen sprake van een groep. Er zijn duidelijk bekenden van elkaar bij, maar ook veel eenlingen. Deze eerste dag in de bus spreken onbekenden al met elkaar over dingen, waarvoor ze normaliter wel eerst de ander wat beter zouden willen kennen. Alleen al het feit dat iemand aan deze teis meedoet, schept kennelijk vertrouwen. Ik begin Jacques te begfijpen. We lunchen in Czestochowa en slaan woda in met en zonder prik, voor onderweg en in het hotel, want uit de kraan komt ondrinkbaar water, heeft Jacques verteld. Contact maken, veel lachen, veel vtagen. Het vertrouwen begint te groeien, maar familiegevoel? De rit naar Auschwitz, na de lunch, wordt stiller dan tevoren afgelegd. Men bereidt zich innerlijk voor. Het irriteert me dat onze gids tijdens deze rit vindt, ons te moeten toelichten dat alle graven op de vele begraafplaatsen waar we langs komen, rijkelijk van verse bloemen en

gekleurde kaarsenpotjes vootzien zijn omdat het op 1 november Allerzielen was. Ik weet dat het aan mij ligt, zij doet gewoon haat wetk. Zelfs het herfstlandschap buiten vind ik eigenlijk te mooi. Ik probeei me bezig te houden met Bettelheims vootdracht "Children of the Holocaust" en met mijn familiestamboom.

Auschwitz I, Stammlager Door de hatelijke poort "Arbeit macht frei" lopen we het ootspronkelijke kazernekamp in. Het is regenachtig en donken Hanneke en ik schieten onmiddellijk langs de verplichte gidsen de kampsttaten in. De anderen zullen wel snel merken dat je zondet gids beter af bent. De bomen, die dit kamp een vetbazingwekkend "normaal" aanzien geven, waren geen geruigen van wat daar is gebeurd; ze zijn van na de oorlog. We vinden paviljoen 5, met de tastbate ovetblijfselen van de vernietigden: schoenen, haten, brillen, gebedskleden, kunstledematen en andere prothesen, koffers, borstels, eetgerei, kinderschoenen. En babykleertjes. Al tweemaal eerder heb ik daar gestaan en geptobeetd te onthouden wat ik zag, maar beide keren heb ik dat niet, of niet goed gekund. Alleen werd ik me daar de tweede keer ervan bewust dat ik een babybroertje heb gehad. Nu probeer ik mijn broertje van drie maanden te visualiseten in zo'n hesje, dat hem wel zou hebben kunnen passen. Het lukt me, maar het beeld is onvetdraaglijk; gauw laat ik het weet uit mijn hoofd verdwijnen. Mia belooft me een afdtuk van de foto die ze maakt. Hanneke, die mijn hand vasthoudt omdat ze onuitgesproken weet dat ik al ondet de poort maar één doel had (deze vittine), zegt na een lange tijd: "Kom, nu kunnen we verder, nu heb


je het werkelijk gezien." Het is verbazingwekkend hoe vaak zij mij de ondertitels verschaft bij mijn omgewoelde gevoelens en gedachten. Zoals bij de andere ten hemelschreiende overblijfselen: "Ik sta erbij en ik kijk er naar, volkomen geblokkeerd; vind je dat erg?" of later: "De lege somberte en die grauwe gebouwen doen me op dit moment veel meer. En het besef zó het kamp uit te kunnen..." Samen staan we bij de enorme gedetailleerde witte maquette van het ongelooflijke destructiebedrijf. "Hoe is het mogelijk alles hier precies te kunnen zien. En je kunt het je toch n i e t vóórstellen...!" Hoe vaak hebben we dit zinnetje uitgesproken. Einddoel vandaag is het Israëlische paviljoen, ingericht in een der stenen barakgebouwen. Judith, die als vrouw van penningmeester Joop Waterman elke reis tot nu toe heeft meegemaakt, heeft waxinelichtjes voor iedereen meegebracht. Wie dat wenst, steekt er een aan en plaatst het

rondom de glazen plaat in de vloer, boven het simpele stenen gedenkteken. We staan er stil omheen. Dan vertaalt rabbijn Sonny Herman de Hebreeuwse tekst aan de ruwe muur: "En God zei tegen Kaïn, nadat deze zijn broer had vermoord: "Zijn bloed zal schreeuwen vanuit de aarde, tot in alle eeuwigheid". Dan zingt hij het Yizkor en vervolgens spreekt hij: "We zijn hier op een plaats van onheil. Laat ons daarvan een heilige plaats maken. Doordat wij hier zijn, zijn zij niet vergeten (...) Zolang wij leven, blijven zij leven. Zij zijn een deel van ons, zolang wij hen herdenken (...) De hier verzamelde gemeenschap bidt voor hun zielerust. Wij treuren op deze plek en in ons dagelijks leven over hun heengaan; om familie, beminden, vrienden, kennissen en zelfs om de onbekenden die geen verwanten hebben. Om hen te herdenken en te herinneren. Vergeten zijn zij niet en nooit zullen zij vergeten worden. Laten wij nu hun

namen zeggen en laten onze oren horen wat ons hart zegt." Iemand leest een laatste brief voor van een dierbaar familielid dat hier zijn einde vond. Dan spreekt ieder die dat wil, de namen van zijn geliefde doden uit, of doet dat namens anderen, die niet mee konden gaan. Had ik tevoren geweten dat dit zou gebeuren, dan was ik misschien niet meegegaan, maar nu overkomt het me. Ik had "mijn familie meegenomen" op deze tocht. Hun namen, geboorteen sterfdata, die ik maar niet kan onthouden, heb ik op een papiertje bij me. Nu lees ook ik de namen van mijn Auschwitzdoden van het briefje in mijn hand en ik zeg het kaddisj mee, waarvan ook de fonetische tekst ons bij de voorbereiding al is gegeven. Ik lees de woorden hardop mee, wat me moeite kost door mijn tranen, maar ook omdat ik dat nog nooit eerder heb gedaan. Mijn lippen vormen vreemde woorden, mijn stem probeert het onwennige ritme te volgen van deze eeuwenoude lofprijzing, die even lang als


dodengebed fungeert. Dan sluit Sonny de plechtigheid af met dezelfde woorden: "Vergeten zijn ze niet en nooit zullen zij vergeten worden". Mijn emoties zijn heftig. Ik ben me bewust van wat ik gedaan heb en ik voel me een kind aan het begin van een lange weg. Het is een gebeurtenis die ik nooit zal vergeten. De woorden klinken nog steeds in mij na. "Woorden, die mij plotseling de betekenis van rituelen deden voelen. Ik voel en weet dat ik hoor bij deze groep mensen, van wie sommigen al voor de derde, vierde zelfs vijfde keer meegaan, "al was het maar om kaddisj te kunnen zeggen voor hen, die op deze plaats geen graf hebben gekregen". Dit voelen en weten is als een touwtje, dat mij aangereikt moest worden om het luik voor mijn verdriet open te kunnen trekken. Eindelijk, mijn leven lang ben ik daarnaar op zoek geweest. Ik ben 57 en dankbaar dat ik dit intense verdriet nu voor het eerst heb kunnen voelen. Het is onbeschrijflijk en krankzinnig. We kruipen weer in de bus. Koud, nat en mistig, van binnen en van buiten. Maar daar is Joop en daar is Judith, de Jiddische memmevsxi onze bus, met een troostende bak vol snoep, een lief woord, een omarming voor iedereen, en de warmte begint weer te stromen. "Een brooche op haar hoofd," zegt Hanneke, en ik zou niets beters weten. 's Avonds bezoeken we twee synagoges in het oude Kazimierz, de joodse wijk van Krakau, waar iedere steen van het leven van de joden kan getuigen. Al is het donker, Hanneke en ik, die daar vorig jaar drie dagen hebben doorgebracht, gaan toch even pelgrimeren, terwijl de groep de kleine Remuh Synagoge bezoekt naast de eeuwenoude begraafplaats met het graf van een chassidische wonderrebbe. Het is de enige synagoge in Krakau die in functie is, dankzij de financiële steun van de Lauderorganisatie, die herstel en beeldschone

restauratie mogelijk maakte. Dan de Isaac Synagoge, die evenals vorig jaar aangrijpend van leegte is... en ook door de commerciële aanpak bij de ingang. De doorlopende videovertoning van de gang der joden uit Krakau naar het getto aan de overzijde van de Wisla, wordt door velen met ingehouden adem herhaaldelijk bekeken. O o k de promotiefilm voor een gezondsheidsprogramma, volledig in authentiek Jiddisch gesproken, ontroert zeer ondanks het duidelijk commerciële karakter ervan, of misschien wel juist daardoor. Dit alles snijdt diep, wat blijkt als in de aangrenzende fototentoonstelling Keda plotseling op mijn schouder ligt te snikken, "omdat je het allemaal maar alleen verwerken moet". Ik ben allang gestopt me af te vragen of en wanneer dat familiegevoel zal ontstaan. Woensdag 10 november Opnieuw vroeg op en naar het Stammlager. Carry van Lakerveld (van het Auschwitzcomité) heeft in de bus de geschiedenis van de tentoonstelling in het Nederlandse paviljoen verteld en hoe moeizaam de nodige vernieuwing tot stand komt, of liever gezegd nog niet verwezenlijkt kan worden. We staan stil bij de uit veel boeken bekende "hemelvaartgang" waar doorheen de slachtoffers tussen twee symmetrisch gebogen prikkeldraadhekken op betonnen staanders liepen, op weg naar de gaskamer. Ernaast ligt een pad dat bestaat uit veelal gebroken tegels, afkomstig uit verschillende vernielde synagoges. Om de joden overheen te laten lopen: het toppunt van perversie. We staan in de gaskamer, waarin de proefnemingen gedaan werden, die uiteindelijk leidden tot de grootscheepse industriële vernietiging van mensen. En dan in het eerste crematorium, waar Lenie Boeken, een der overlevenden, haar verhaal begint te vertellen. Plotseling sta ik hand in

hand met Keila. Iedereen is ontzet, maar grijpt tegelijk iedere mogelijkheid om zonder plichtplegingen met iedereen van gedachten te wisselen. De wil elkaar te steunen is voelbaar. Mensen omarmen elkaar, zoeken steun bij elkaar, niemand is meer echt een vreemde voor elkaar. Ik hou me een beetje in, laat me niet al volledig vollopen met Auschwitz I, omdat ik weet wat me na de lunch te wachten staat: Auschwitz II (Birkenau). De lunch in Oswiecim bestaat uit gerechten uit deze streek en wordt geserveerd in een eenvoudig restaurantje met voornamelijk èrg veel èrg rode aankleding. Ik prijs me gelukkig dat het rood nog op mijn netvlies na-ijlt als we buiten komen en recht voor ons in koeienletters " Oswiecim " op het plaatselijke station zien staan. Zo heette het toen, zo heet het nu. De Duitsers, die het uitkozen vanwege de "gunstige ligging" aan een knooppunt van spoorrails, gaven het de naam die dit plaatsje de geschiedenis intilde. Maar het leven ging er gewoon door, zoals het nu doorgaat, alsof er nooit iets gebeurd is. Onderweg naar de bus verwoordt Mare onze gedachten over de mogelijkheid en de onmogelijkheid ergens te wonen, waar iedere steen, iedere grasspriet getuigt van de misdaad en het bloed. Ja, dit is een van die "schuldige plaatsen", zoals Armando ze ooit noemde. Wanneer WÖD-directeur Hans Blom dit citaat noemt in zijn toespraakje tijdens de laatste lunch voor ons vertrek op zaterdag, heb ik die uitdrukking al heel wat keren in mijn hoofd gehad.

Auschwitz II: Birkenau En dan lopen we eindelijk door het bekende poortgebouw met het enkelvoudige spoor, het terrein van Birkenau op, gelegen op drie kilometer van het Stammlager. Het is een heel grijze regenachtige dag. De vele, vele stenen schoorstenen


van de even zovele ingestorte, weggetotte en afgebroken houten barakken staan rechrs in een onafzienbare slagorde in de mist. De stenen barakken links, liggen er grauw en troosteloos bij. Hier en daar loopt een mens over het gtas, dat et toen niet was.

werkelijk vetbonden voel. Het is me alsof ik bij dit verschrikkelijke monument voor het eerst mijn ouders en broerrje "heb gekregen" en moet achtetlaten. Met een heel ander, eigen gevoel brand ik opnieuw een kaarsje, dat ik in de puinhopen van een der crematoria plaats. Ik was al tweemaal eeider in Auschwitz en Birkenau, in 1988 en 1991. Beide keren heb ik er rondgelopen als een robot en krampachtig geptobeefd alles te tegistferen wat ik zag, maar ook om me een houding te geven temidden van de gtote gtoep sympathieke geïnteresseerden, met wie ik toen daar was. Wat een verschil.

Het Comité heeft een mooi bloemstuk uit rode rozen meegenomen uit Nederland. Het wotdt gelegd bij het internationale hetdenkingsteken op een van de bronzen plaquetten. Deze vertelt in het Nedetlands ovet de moord op bijna anderhalf miljoen mannen, vrouwen en kinderen. Het tegent. Van ondet onze paraplu's heb ik niet kunnen zien wie de bloemen legt, maar dat doet er niet toe. Ik laat Hanneke, die koud maar droog onder haar poncho in de rolstoel zit, even alleen omdat ik dicht bij Sonny wil staan, die dezelfde herdenking leidt als gisteren in het Israëlische paviljoen. Doelbewust neem ik nu het briefje in mijn hand. En ondanks de ttanen noem ik mijn namen en lees ik weet mee met al die anderen, die zoveel mensen missen. En weer voel ik een vreselijk verdriet om het vetlies van mijn vadet, mijn moeder en mijn broertje, die ik nooit gekend heb, en om al mijn andere doden, met wie ik me hief en nu voor het eerst

Ergens bij het puin van een opgeblazen ctematotium word ik ingehaald door een groepje mannen, onder wie Jacques, Joop en Sonny. Als ik mijn ervaring en gedachten met hen deel, drukt Sonny mij aan zijn han. Voot de ttanen in zijn ogen zal ik hem altijd dankbaaf blijven. Hand in hand met Jacques loop ik terug naaf het pooitgebouw. De stenen barakken laat ik aanvankelijk voor wat ze zijn, maat ik kom op mij n besluit terug en wil nog zoeken naar de kinderbarak. Ik vind hem niet. Later, alweer thuis, realiseer ik me dat wat ik zocht de tekeningen waren, die in de kinderbarak en het ziekenhuis van Westerbork waf en aangebracht, en ik besef dat ik de last van vele plaatsen en beelden in één grore hutspot altijd bij mij draag.

Donderdag 11 november Vandaag een lange reisdag, we zijn dankbaar voor een uurtje extra slaap. Het is de mensen aan te zien dat ze et het een en ander op hebben zitten. Make-up noch outfitkunnen kringen en wallen vethullen, vermoeidheid en emoties breken er dwars doorheen. We brengen alleen een kort bezoek aan de plek buiten Krakau, waar zich het voormalige concenttatie- en werkkamp Plaszów heeft bevonden.

De nazi's zeli hebben het bij het naderen van het rode front opgeblazen, maar Steven Spielberg heeft het voor "Schindlers' List" tijdelijk weer opgebouwd. Nu staan er alleen nog twee monumenten, een sterk communistisch getint gedenkteken dat het lijden van de mens probeert uit te beelden, en een kleinet, ter herdenking van de joodse slachtoffers. Het is beklad en besmeurd met antisemitische teksten. Het is vandaag de Poolse bevrijdingsdag, waarop men herdenkt dat met het einde van de eetste wereldoorlog ook een einde kwam aan de Poolse deling. Niemand werkt, we passeten parades en herdenkingen bij gedenknaalden en graven van onbekende soldaten. En, bereidt onze gids ons met haar krachtige dictie in haat Poolse Engels voor, vanavond zouden we ook wel eens op "firreworrks" getrakteerd kunnen worden. Maar de zeer oosters aandoende houten huizen met hun uitgebouwde voorportalen, de fruitbomen en de ooievaars, zijn bijna pittoresk te noemen en het land is hier mooi. Gelukkig komt de zoete "bak tot steun ende troost" geregeld langs, vaak persoonlijk rondgedeeld door Joop, met een lief woord voor iedereen. Waar zou je dat kunnen leren: vader van een groot gezin? Velen praten, vooral voorin, achtet mij wordt vooral gelezen en overwegend gezwegen. Ik probeer in mijn schriftje een paar aantekeningen te maken. Mijn oog valt op net zo'n schriftje aan de andere kant van het gangpad en ik zie dat daar een logboekje wordt bijgehouden: zo laat brug over, zo laat dorpje doot. Gek, mij kan dat deze reis helemaal niet schelen, ik doe zelfs moeite om niet alles te horen wat onze gids ons ovet de omgeving vertelt. Op de een of andere manier ben ik deze reis niet geïnteresseerd in die informatie. Toch doet ze haar best om ook iets te vettellen ovet de geschiedenis van de joden in Polen. Maat die ken ik al en ik ben niet in


staat om te luisteren. Na de lunch in Rzeszow wandelen we naar het grote gebouw van de voormalige synagoge uit de 15 -16 eeuw. Nu doet het als stadsarchief dienst. De muren zijn beklad. Sommige bekladdingen heeft men geprobeerd weg te schilderen, maar onder de verf zie ik nog duidelijk een hakenkruis en "juden raus". De nog niet weggeschilderde letters, die volgens mij zoveel betekenen als "joden rot op uit Polen" zijn kennelijk recentelijk aangebracht. Er is witte verf gekwakt tegen de bronzen plaquette die hoog tegen de muur zit, maar niet hoog genoeg om veilig te zijn voor de vandalen. Een van de davidsterren, die de twee zijden van een hoek sierden, is weg en een van de ruiten is op meerdere plaatsen met stenen bekogeld en ingeslagen. Ontsteld en bedroefd gaan we terug naar de bussen. Ter relativering probeer ik te denken aan de berichtgeving over nazistische parafernalia op de MUitariabeurs in Nederland, kort voor ons vertrek, maar daar word ik niet opgewekter door. C

C

Reddingsoperatie boeken Lublin Op het programma staat na het diner in Lublin een stadswandeling naar het kasteel door de oude stad, dus door de joodse buurt, weet ik. Vorig jaar was ik daar met Hanneke, tijdens onze zoektocht naar overblijfselen van de sjtetls van voorheen. We wilden sporen vinden van hoe de vooroorlogse joden in Polen hadden geleefd en we wilden zien, hoe met de resten omgegaan was. We ontdekten toen de kleine, niet meer als zodanig gebruikte synagoge op een eerste verdieping in de Ulica Lubartowska. Nergens kon je je zo goed voorstellen hoe het geweest moet zijn, als hier. De armelijke steunbalken onder het plafond, de originele tegelkachel, de authentieke foto's van de chassidische rebbe aan de wand en, vooral, de boeken:

gebedenboeken, traktaten en andere werken, waaronder een Babylonische Talmoed. In een dubbele boekenkast stonden ze in al hun vergankelijkheid weg te kwijnen sinds hun bezitters en gebruikers werden weggevoerd naar het nabijgelegen Majdanek, naar Belzec en de andere vernietigingskampen. De synagoge doet nu dienst als gemeenschapsruimte voor de ongeveer 15 joden, die niet meer openlijk als joden durven en kunnen leven in het Lublin van vandaag. Inmiddels is me duidelijk geworden dat niet alleen overlevenden en nabestaanden deze reis maken, maar dat veel persoonlijk en/of beroepsmatig geïnteresseerden ons vergezellen. Zo zijn er vertegenwoordigers van NIOD, PUR, '40- '45, JMW, AFSt. en nog een paar van die afkortingen mee. (Hanneke zegt nog nooit door zoveel instanties geduwd te zijn.) Ik realiseer me dat deze reis een toegevoegde waarde zou kunnen hebben, als enkele meereizende "instanties" en onze museumspecialist (Carry van Lakerveld) de zonder hulp ten dode opgeschreven boekerij zouden k u n n e n zien. Daarom stel ik Jacques en Sonny voor een kort bezoek aan deze plaats op te nemen in het avondprogramma. Tijdens het diner bel ik met de jonge vrouw, die ons vorig jaar daar ontving, maar met haar gezin op alijah is gegaan en nu in Israël woont. Zo komt het dat er iemand is om de deur te openen, als wij daar 's avonds aankomen. Vier deskundigen op het gebied van judaica, restauratie en het fourneren van geld nemen de situatie in ogenschouw. Hun oordeel - we sturen er iemand van de Bibliotheca Rosenthaliana naar toe en als die zegt dat het nog kan, dan zullen wij ervoor proberen te zorgen dat het gebeurt stemt Hanneke en mij tot euforische blijdschap. Tot slot van de koude wandeling door het joodse Lublin (waar Barbara Streisands "Yentl" zich afspeelde) komen Hanneke en ik in een kroegje terecht samen met Mare en Jos, wier

gezelschap ons steeds meer gaat bevallen. Daar zetten we onze blijdschap om in een lichte aangeschotenheid. Het is krankzinnig maar duidelijk, ook tijdens deze reis: lachen móet, net als goed eten. Vrijdag 12 november Het is een ontroerend en heel kenmerkend gebaar van onze reisleiders dat ze de bussen kort na de start een stop laten maken, om Jules Schelvis de gelegenheid te geven de fabriek aan de rand van Lublin te zien, waar hij slavenarbeid heeft moeten verrichten. Wij zien een oud complex, vervallen en vies. Maar wat ziet hij? vraag ik me af.

Majdanek We hoeven de tocht maar even te vervolgen, daar is het al: Majdanek, na Auschwitz het grootste concentratie- en vernietigingskamp in Europa, onmiddellijk buiten de stad en er aan grenzend. Het wordt aan twee zijden omringd door weg en huizen, aan een derde door een heel groot Pools kerkhof, waarvan de feestelijke allerzielenversiering nog onwerkelijker aandoet dan op alle andere plaatsen. De vierde zijde van het kamp is aan mijn oog onttrokken. We passeren een groot monument van (alweer) duidelijk anti-fascistische signatuur, waar een groep mensen met Israëlische vlaggen bij staat. Hun aanwezigheid daar doet me goed en dat doet me later, wanneer onze groepen elkaar bij de asheuvel ontmoeten, een van hen groeten met een spontaan opwellend "sjalom". Wat gek, wat goed, denk ik, normaal zal dat woord niet in me opkomen als groet en nu dacht ik er niet eens bij na.

Samen met Hanneke de gebouwen en barakken door die, voor zover ze nog zijn overgebleven met alles wat er in is, origineel zijn. 730 kg. menselijk haar werd van hier getransporteerd voor industriële verwerking. Het kamertje van


waaruit de ^ - o f f i c i e r het koolmonoxyde (uitlaatgas) in de t u i m t e van de ontklede en kaalgeschoren slachtoffers spoor. De gaskamer met de luiken, waatdootheen het altet natieve Zyklon B naar binnen werd gegooid. Ik loop er doorheen en kijk. KIJK. Dat is ook het enige wat je nog kunt, daat. Dat zullen de Polen, die van Majdanek (zoals van Auschwitz en Birkenau) na de oorlog een museum hebben gemaakt, ook gedacht hebben toen ze bordjes met "Sight seeing route" plaatsten. In een aantal barakken is een tentoonstelling ingericht over her leven en werken van de er ondergebrachte joodse en niet-joodse slaven, voor ze na de dood door ziekre, uitputting, marteling of mootd de oven ingingen. De waanzin van het hele bedfijf dringt zich aan me op bij het aanschouwen van de precisie, waarmee de gaten in de gestteepte gevangenisvodden zijn hersteld; het streepmotief van de stof loopt keurig door. De steken waarmee het stuk is ingezet, doen iets vermoeden over de vingers, die de naald hebben vastgehouden. E t is hief veel wat me ziek maakt: de vefroeste "lepels" aan lange stokken, w a a t m e e het eten uit de gamellen werd geschept, zouden gemaakt

kunnen zijn uit de blikken, waarin het Zyklon B heeft gezeten. GeĂŤmailleerd en blikken "serviesgoed" waarin je een hond zijn eten nog niet zou willen opdienen. Foto's met het ondetschrift "roll call in children's camp". Viermaal vijftig m e t e t schoenen in iedere denkbare maat, soort of vorm, over de volle lengte van een barak, hoog opgestapeld in open bakken van zwart, ijzeren hekwerk zonder glas of andere bescherming tegen stof, kou of wat ook. De donkete barak en zijn sinistere inhoud doen mijn adem stokken en voor het eerst wil ik niet vetder n a a t binnen o m te zien en te weten. Ik wil etuit. Bijna opgelucht begroet ik de grote kraaien, die bezit hebben genomen van Majdanek. Bij de enorme asheuvel die hier tamelijk beschut ligt in een enorm columbarium, zingt Sonny weet het Yizkor. Zijn mooie stem krijgt door het gewelfde dak een prachtige resonantie. Ik voel me bijna schuldig omdat ik dit opmerk. Samen zeggen we kaddisj. Zie ik her goed? Is de heuvel werkelijk bezaaid met peuken, plastic, papier en glas? De bordjes volgend, betteden we tenslotte het crematorium. Het is ondenkbaar, maar hier heeft de commandant zijn bad genomen, in

een afgeschoten ruimte in de hoek. In de ruimte ernaast lagen de lijken te wachten op verbranding in de ovens, die 'nebenbei" zijn badwatet verwarmden. Wij kunnen naar buiten, het waait en we hebben het koud, ondanks onze dikke jassen. In de bus noteert Hanneke op een zelf getrokken notenbalk snel een paar noten van Sonny, voor thuis. Ben ik hief getuige van de geboorte van een nieuw Jiddisch liedje? Wanneer we wegrijden, met links het kamp (waafachter de aangrenzende huizen, die er altijd hebben gestaan) en rechts het uitgesttekte kerkhof, troost het me op een vreemde manier dat de kraaien links tenminste op hun plaats zijn, maar rechts met het uitbundige kerkhof een potsierlijke tegenstelling vormen. Volgens de routebeschrijving lunchen we in Chelm. Het blijkt een groot restautant langs de weg te zijn, in een stille bosrijke omgeving. Zou je niet weten dat het op een paar uur rijden van Sobibor ligt, dat op zijn beurt tegen de OekraĂŻense grens hoog in het bos is gelegen, dan zou je van deze omgeving kunnen genieten. De lunch is goed, het blijft onbegrijpelijk dat we telkens zo kunnen eten. Wat is de mens een wonderbaarlijke constructie, zelfbehoud en overleving zitten duidelijk in de blauwdruk. En wat heeft onze reisleiding dat toch goed begrepen. Aan ons tafeltje wordt een diepgravend gesprek gevoerd. Plotseling voel ik een zekerheid omhoogkomen die ik nooit eerder woorden heb kunnen geven. Ik moer in Sobibor niet alleen mijn grootoudets, oudtantes en oudooms, mijn tantes en ooms aan de naamloosheid ontrukken, maar ook de grootouders en andere familieleden van mijn kinderen, van de kant van hun vader, die dat zelf niet meer kan doen.


In onze bus leest Judith uit Jules' boek "Binnen depoorten"het stuk voor, dat gaat ovet zijn aankomst in Sobibor en wat daat op volgde. Zelf leest hij het in de andete bus. Het maakt de tocht naat die lugubere plaats van handeling tot een belevenis, die geen mens - hoe belezen of empathisch aangelegd ook - zich in zijn eigen leunstoel ooit kan vootstellen. Als we onder een diepblauwe hemel uitstappen, krijgt ieder een rode, roze of witte anjet aangeteikt en wie dat wil ook een waxinelichtje. De zon schijnt, het is godgeklaagd mooi weet, maar er staat een koude wind. We staan op het laadperron

perron, dat uit niet meet dan de zandgrond bestond. Daar, wijst hij, zou Rachel, zijn vrouw die het niet ovetleefde, haat horloge begraven kunnen hebben. Het vinden van die plek zou nu dus helemaal onmogelijk zijn, hoewel, zoals net vootgelezen is, hij een paar uur na aankomst de plaats al niet meet had kunnen aanwijzen. Jules vettelt dat de weg van hier naar de gaskamers voor sommigen te lang was. Daarom werden vooral oude mensen en kinderen uit de eetste transporten die hief aankwamen, bij een klein kapelletje een stukje vefderop vet moord met een kogel. De kapel is et niet meer. Vermoedelijk

,;!. .,:.;«.U:pr*ï;.;ig|jV i

•HBjH

" 4 JLRSto-

Even verder langs de rails staat het onvetandetde stationsgebouwtje. We zien een paar woonhuizen, maar het eigenlijke dorp Sobibor ligt 6 km. van hief. De uitkijktoten, op korte afstand van het perron, is een b r a n d w a c h t t o t e n en het kleine documentatiecenttumpje in de buurt van het petton staat op de plaats, waar vroeger een kleutetspeelplaats was. Van het kamp, dat nooit een weikof concentratiekamp was, maat uitsluitend een vernietigingsplaats, is niets meei te zien of te vinden. Alleen het geëmailleeide botd "Sobibot" staat nog steeds bij de spootwegoveigang tussen ons en het stationsgebouwtje.

.

«"feu

Foto Chnsta van Houten

langs de rails, die hier eindigen tegen een stootblok; hier was werkelijk het einde van de wereld. Volgens Jules zou dit het oiiginele stootblok wel eens kunnen zijn, alleen vootzien van een lik witte veif. De betonnen platen waai we op staan, dienen t e t beschetming van het ooispionkelijke

op die plek staat nu een R.K. ketk, waarvan volgens Jules de deuren in houtsnijwetk taferelen tonen, die hem de uitspraak ontlokken dat de clerus zich daatmee ook meestet gemaakt heeft van Sobibor. Wij gaan er niet heen, het is te laat om nog te zoeken.

Aan de kant van de weg die langs de rails loopt, staat een m u u r met teksten in viei talen, waatondet Nedetlands, tet hetinneiing aan wat hier gebeuid is. Dooi het bos lopend, passeten we de plek waai ooit de gaskameis stonden. Op de ovetigens lege plek staat nu


een zuil en een monument, dat het lijden van de joden moet verbeelden. In het oosten wordt het vroeger donker, de schemering zit al in de lucht. Aan het einde van het pad ligt daar voor ons, tussen de bomen, de asheuvel, aan de onderzijde omvat door een muur met betonnen rand, maar verder onbedekt. Eerst lopen we er langzaam omheen; een lange tocht om een immense berg as, die er nu uitziet als een heuvel, begroeid met lichte vegetatie van de zandverstuiving die er bezit van heeft genomen. We moeten uitkijken waar we onze voeten zetten; talloze scherven van bierflesjes doen iets vermoeden van taferelen, die ik me niet wil voorstellen. Later zegt Sonny dat de door hem ingezette rondgang mede bedoeld is om ook de doden, wier as aan de achterkant van de berg ligt, op te nemen in onze herdenking. Sommigen leggen hun bloem op de rand, anderen werpen hem op de heuvel. We steken weer kaarsjes aan, wat niet meevalt door de harde wind. Dan begint Sonny namen te lezen van slechts één bladzijde uit het boek, dat Janneke de Moei heeft geschreven over de 'Joodse kinderen in het kamp Vught". Kinderen, die via Westerbork hier op 11 juni 1943 direct na aankomst, met of zonder hun vaders en hun moeders, vergast zijn. Onder elkaar gezet vullen kindernamen alle binnenlijnen van alle pagina's van het boek, dat mede daardoor een prachtig en heel indrukwekkend monument is. Gelukkig zet Sonny nu het Yizkor in, waarna de nu reeds vertrouwde herdenking plaats vindt, die hier, in de koude open lucht, onder de verkleurende hemel, een zeer aangrijpende uitwerking heeft op sommige deelnemers, terwijl anderen de behoefte voelen om zich enigszins terug te trekken. Ik stel vast dat hier de groep zich scheidt in "zij" en "wij", maar ervaar geen enkel bezwaar in die gedachte. Integendeel, het is een

natuurlijke reactie, die voortkomt uit grote betrokkenheid. Wanneer na afloop de joodse participanten elkaar, zoals bij alle voorgaande herdenkingen, omarmen en nog vele jaren wensen, val ik eindelijk samen met mezelf. Nu pas begrijp ik hoe belangrijk dit gebruik is, dat ik de eerste keer, in Auschwitz, nog verbaasd over me heen liet komen. Opnieuw voel ik verbondenheid, maar nu niet alleen met de doden en de treurenden. Ik voel me opgenomen door en deel uitmaken van een groter geheel, dat leeft en verder zal leven, zo gedifferentieerd als het is. Op weg naar Warschau gaat in beide bussen éénzelfde fles Armagnac rond uit naam van onze rabbijn, als gebaar van warmte en verbroedering. Waarmee bewezen wordt dat je geen familie hoeft te zijn om met 94 "wijs" en "zij's" heel veel te kunnen delen, zelfs één fles goede cognac.

Zaterdag 13 november Warschau Wie niet met Sonny mee wil naar sjoel, zit om negen uur alweer in de bus voor een bezoek aan het voormalige getto. Het Gettomonument van Rappaport uit 1984, in de bekende communistische stijl, heeft aan twee zijden voorstellingen. De voorzijde eert de heldhaftige opstandelingen/strijders, de achterzijde herdenkt het leed van onnoemelijk velen. Op Hanneke en mij maakt het toch minder indruk dan het veel bescheidener gedenkteken op de plaats waar de riooluitgang zich bevond. Deze uitgang, die ten tijde van de opstand op 19-4'43 de enige verbinding naar en uit het gettocommando vormde, werd reeds in 1948 voorzien van een eenvoudig gestileerde stenen putdeksel, waarop alleen één letter " " (chai, staat voor "leven").

'•'".li

fes-

Foto

Eenmaal in het hotel wordt er snel gedoucht en verkleed. Voor het laatste diner maken Sonny en Joop die avond kiddoesj met daartoe meegebrachte wijn uit plastic glaasjes, die het formaat van een hoestdrankbekertje hebben. Zo halen we na de herdenkingen, de inspanning en het verdriet van deze week de reinigende sjabbat binnen.

Chrtsta

van

Ilonten

Langs het grote lege plein, ooit centrum van het zeer dichtbevolkte getto, waar nu alleen de inmiddels vertrouwde kraaien thuis lijken, staan losse hardstenen sokkels, waarvan de gepolijste bovenzijden elk de naam en gegevens vermelden van een leider van de opstand. Een beetje terzijde van het plein, in een aparte nis van hekwerk, bevindt zich zo'n


gedenksteen ter herinnering aan Itzchak Katznelson, de grote Jiddische leraar en schrijver, wiens verslag uit het getto, "Lied van het vermoorde joodse volk", een speciale plaats in mijn boekenkast inneemt. We lopen door een paar van de omringende straten met joodse namen, zoals Mordechai Anielewicz, onbetwist leider van de opstand, en Zamenhof, stichter van het Esperanto. In een plantsoentje herinnert een monument aan de 18 leiders, die tot en met de laatste explosie in de bunker bleven. Mila 18, het adres dat zo beroemd is geworden door Leon Uris' boek, bestaat niet meer. We moeten het met deze herinneringstekens doen. De wandeling eindigt bij het m o n u m e n t op de voormalige Umschlagplatz, vanwaar 300.000 gettobewoners gedeporteerd zijn, voornamelijk naar Treblinka. Zij vertrokken zonder reisdocumenten,

waardoor niet alleen zij, maar ook hun familienamen verdwenen. Inmiddels had de SS zoveel haast met het uitvoeren van het monsterlijke plan, dat de spreekwoordelijke gründlichkeit achterwege bleef. De lange, wit-marmeren muur van het m o n u m e n t is volgebeiteld met uitsluitend voornamen. Indrukwekkend, ook al zijn het er geen 300.000. Met de stijlbreuk die voor mijn gevoel gevormd wordt door de aansluitende sightseeing tour en vrij te besteden uren in de oude binnenstad, heb ik een beetje moeite. Ik ben blij als het weer tijd is om naar het hotel te gaan voor de laatste lunch. Daarna kan de terugtocht naar Nederland beginnen. Hoe ingrijpend de ervaringen van deze reis mijn leven nog zullen beïnvloeden, weet ik niet. Maar wel weet ik duidelijker dan ooit door wat ik tijdens deze reis heb gezien en ervaren, dat het jeugdvoorlichtingswerk op het gebied van anti-

Waarom u een N V M - m a k e l a a r nodig heeft bij de verkoop van uw huis?

J|B

discriminatie, antiracisme, tolerantie en democratie belangrijk is. Ik zal dus voortgaan mijn verhaal te vertellen. Amsterdam, november 1999 Rozette Kats

m Centrum voor Informatie en Documentatie Israël

2502 A P Den Haag, Postbus 11646, tel. 070-3 64 68 62

JOACHIMSTHAL'S BOEKHANDEL Van Leycnberghlaan 116 1082 DB Amsterdam Tel.: (020) 4420762 Fax (020) 4041843

Uw boekadres voor alles: van N tot Z 't^ Judaica

't' Kaarten voor allerlei gelegenheden

Hebraica

Cadeautjes voor Bath- en Bar Mitswa

* Jiddisj -i' Literatuur over Israël

" conecte betekening viaagpnjs J

a d v i e s ovei p r e s e n l a l i e h u i s

- snelle i n l o i m a t i e o v e r p o t e n t i ë l e k o p e i s

Joodse kinderboeken

gratis advertentie plus toto v

/ o i g c n vooi k

bezichtigingen

juridische infoimalie

- o n d c i h a n d c h n g e n p n j s en v o o r w a a r d e n ' r e g e l e n van o v e r d r a c h t tot en m e t n o l a i i s b e / o e k

Kookboeken

' nauw k e u i ige c o n t r o l e a f r e k e n i n g en k o o p a k t e

-}» Mezoezot, Chanoekiot, Kiddoesj bekers, Tefdlien, Tallitot, Keppels, Seiderschotels, Sjabbatkleedjes

complete afwikkeling

DAAROM DUS. Michaël Pappie Makelaars o/g Hogeweg 10 Tel.: 020-6655606 Alleen achlei een goede naam staat NVM

jyj NVM

't- Bladmuziek

enzovoort, enzovoort

OPENINGSTIJDEN: ZONDAG - DONDERDAG: VRIJDAG:

9.30 - 18.00 UUR 9.30 - 17.00 UUR


Tweejaarlijkse reis naar Polen

Sachsen hausen

Het Nederlands Auschwitz Comité organiseert dit jaar een reis naar Auschwitz, Birkenau, Majdanek en Sobibor. D e reis zal plaatsvinden van maandag 13 november t/m zaterdag 18 november 2000.

De Stichting Nederlandse Vriendenkring Sachsenhausen organiseert van 3 mei t/m 9 mei 2000 een reis naar de voormalige concentratiekampen Sachsenhausen, Ravensbrück en Bergen Belsen. Belangstellenden voor deze reis k u n n e n zich uiterlijk tot 1 februari 2000 schriftelijk opgeven bij het secretariaat van de stichting, Multatulihove 5, 2726 BZ Zoetermeer of telefonisch/fax 079-352075 L

De reissom bedraagt ƒ 1650,- per persoon op basis van een tweepersoonskamer. Een eenpersoonskamer is mogelijk tegen bijbetaling van ƒ 250,-. De prijs is inclusief vliegreis van Amsterdam naar Warschau en terug, transfers per touringcar (waarin roken N I E T toegestaan is), verblijf in uitstekende hotels in Warschau, Krakow en Lublin, alle maaltijden gedurende de reis, alsook een reisverzekering. Een aantal plaatsen is gereserveerd voor onderwijskrachten die in hun lessen aandacht aan de Tweede Wereldoorlog besteden. Zij kunnen eventueel in aanmerking komen voor subsidie. Dit is afhankelijk van de omstandigheid of wij zelf voor deze reis subsidie ontvangen. Indien u meent hiervoor in aanmerking te komen dient u dit duidelijk kenbaar te maken en ook te vermelden bij welke instelling u werkzaam bent en in welke functie. N.B.: deze prijsopgave is onder voorbehoud van gelijkblijvende vliegtarieven en koersen. Belangstellenden kunnen zich vóór 1 april schriftelijk opgeven bij het Nederlands Auschwitz Comité t.a.v. dhr. / . Grishaver, Knoopkruid 54, 1112 PV Diemen. {fax: 020-6003455). Er is slechts een beperkt aantal plaatsen, aan-melding betekent derhalve niet automatisch dat u deel kunt nemen aan de reis.

U belt gewoon

Voor eventuele nadere informatie kunt u contact opnemen met:

Jacques Grishaver tel. 020-6990658 of

Joop Waterman tel. 020-4166810.

Lars Luijten voor VerzekeringenHypothekenPensioenen Tel. 020-6951051

Speenkruid 86 1112 NC Diemen korting voor lezers van dit blad


Anne Frank, mijn beste vriendin Het verhaal van Hanneli Goslar, te boek gesteld Alison Leslie Gold De Nederlandse titel van dit boek is enigszins misleidend. Hanneli en Anne waren geen 'beste vriendinnen'. Ze waren wel bevriend en maakten samen deel uit van een club van vijf meisjes. N e t als Anne was H a n n e l i , of Hannah Goslar, zoals zij eigenlijk heet, op haar vierde jaar met haar ouders uit nazi-Duitsland naar Nederland gevlucht. Hannah in 1933 en Anne in 1934. De beide families werden in Amsterdam buren van elkaar en raakten bevriend. Wat het boek bijzondet maakt is niet zozeet Hannah's vriendschap met Anne Ftank, maar de schokkende beschrijving van het leven in Westerbork en Bergen Belsen zoals dat doot de toen vijftienjarige Hannah ervaren werd. Zonder het van elkaar te weten worden de beide meisjes en hun familie op transport gesteld naar Westetbork en horen zij van eikaars aanwezigheid in Bergen Belsen. Anne Frank en haar zus Margot zitten et als 'sttafgeval' - sttaf vanwege het ondetduiken - in een afgeschermd deel van het kamp. Hannah zit met haat vader, oma en driejarige zusje Gabi in een ander deel van het kamp. Dat is het zogenaamde Vorzugslager, waar gevangenen bepaalde privileges hadden. Zij mochten hun eigen kleien houden en werden nier kaalgeschoren. De laatste bladzijde voorbij "(-) ik wil dat iedereen weet wat et gebeuld is met mijn vriendin vanaf het moment waarop haat dagboek eindigt", schtijft Hannah in de inleiding van het boek. De beschrijving van de kampen, vooral van Bergen-Belsen, geeft wat het boek belooft: infotmatie ovet hoe het vetdet ging met Anne nadat de

bewonets van Het Achterhuis vett aden en opgepakt waren. Het boek begint in de zomet van 1942.Hannah is dan bijna veertien jaar. Hannah en Jacqe, vriendinnen van Anne, gaan bij haar langs. Mijnheer Goldschmidt, die bij Annes ouders een kamer heeft gehuutd, doet open en vertelt dat de familie vertrokken is. Naar Zwitsetland, vetmoedt hij. Hannah wordt doot paniek en woede bevangen. Paniek omdat de familie Frank die haar zo vertrouwd is zomaar ineens verdwenen is, zonder waarschuwing. Woede omdat misschien voor het eetst iets van de omvang van wat de nazi's aanrichten rot haat dootdringt.

Hannah

met

Ciahi

op haai

arm

A'cluni

1942

"Hannah voelt een golf van haat tegen de Duitsers in zich opkomen, ook al zei haar geloof dat je niet mocht haten. Als die stomme nazi's Nedetland niet hadden bezet en de joden niet waren gaan vetvolgen, dan was Annes familie nooit het land ontvlucht waar ze zoveel van waren gaan houden.(-) Overmand door

radeloosheid barstte ze in ttanen uit." Op weg naar huis komt Hannah de zestienjarige Alfredtegen, met wie zij een prille relatie heeft. Ook Afred is in paniek. Hij heeft een oproep gekregen om zich te melden voor een werkkamp in Duitsland, alleen, zonder zijn familie. In de bladzijden die volgen, v贸贸r Hannah zelf in Westetbork terechtkomt, verdwijnen er steeds meet kinderen en leraren van de school van Hannah en Anne, de joodse middelbare school waar alle joodse kinderen en leraren naar toe moeten, of ze dat willen of niet. Voor kinderen en volwassenen In het boek springt de tijd heen en weet tussen nu en vtoeget, zo associatief als een mens kan denken. Dat nu wordt in snel tempo zwaarder en zwaarder. In het vroeger is et nog sprake van onbezorgde vrolijkheid. Dat zijn de verhalen over school, feestjes, de meisjesclub, logeerpartijen bij elkaar, gezellig roddelen en dromen over jongens en verliefd zijn. Die afwisseling maakt het mogelijk voot de kinderen, voor wie dit boek geschreven is, om zich te kunnen blijven identificeren met de hoofdpetsoon uit het boek, een meisje als zijzelf. Voot volwassenen die dit boek lezen wordt de tragiek van de zo ruw afgebroken kindertijd duidelijker dan ooit. In oktobet '42 stetft Hannah's moeder tijdens de bevalling van haat detde kind. Ook het kind is dood. Korte tijd latet stopt Hannah met school om voot haar drie-jarige zusje te zorgen. Ze is dan veertien jaar. In juni '43 worden Hannah met haat vader en zusje door de Duitsers uit huis gehaald. Samen met Opa en Oma die naast hen wonen worden zij per vrachtauto naar het Centraal Station gebracht en in veewagens gestouwd, naat Westetbotk. In Westerbork worden Hannah en


en Hannah kan niets doen. Een moeder uit de barak krijgt medelijden en deelt in het vervolg de melk voor haar eigen kinderen met Gabi. "Van haar kreeg Gabi twee glazen melk per Leven in het kamp week. En twee glazen melk, dat kon Omdat Hannah's vader over valse het verschil tussen leven of dood paspoorten voor Paraguay beschikte betekenen". en omdat zij op een lijst voor Hannah wordt ernstig ziek. Zij heeft Palestina stonden, waren de Goslars geelzucht en kan nauwelijks op haar gevangenen die voor de Duitsers van benen staan. Zij is in paniek, niet om belang waren. De nazi's konden hen haar ziek-zijn maar om het kleine zusje waar ze voor moet zorgen. Een vrouw met vijf dochters neemt de f zorg voor Gabi over. schoonmaken van de wc's, Hannah ligt meer dan een omdat deze vlak bij het hek maand in de ziekenbarak, van de mannenbarakken WÊÊÊ * maar herstelt. liggen. Zo lukt het haar Het leven in het kamp om een paar keer per dag wordt beschreven. Het contact met haar vader te S uren op appèl staan als de hebben. bewakers het tellen van de O p haar veertiende is gevangenen nog eens over Hannah door alles wat er j willen doen. Het harde gebeurd is allang geen kind werken en de waterige soep meer, maar een volwassene die eenmaal per dag verdie beslissingen neemt en strekt wordt. De barakken zich door het keiharde leven in het kamp aan de andere kant van het heenslaat. prikkeldraad, waar de gevangenen kaalgeschoren In november '43 sterft worden. Hannah's opa plotseling aan een hartaanval. De Het wordt november. Anne (links) en Hannah op straat voor hun huis aan het Merwedeplem kinderbarak, op een paar H a n n a h weet dat het Mei 1939 kinderen na onder wie november is maar niet Hannah en Gabi, wordt meer welke dag. "Het zou leeggehaald en de kinderen worden uitwisselen tegen Duitse soldaten die de twaalfde kunnen zijn. Dan was ze op transport gesteld naar Auschwitz. krijgsgevangen waren gemaakt door jarig en werd ze vandaag zestien. Het zijn allemaal kinderen zonder de geallieerden. Maar ze wist het niet zeker". ouders, opgepakt uit de onderduik of 15 februari '44 worden zij, met Oma, Het vriest en stormt. De grote tenten achtergebleven als hun ouders naar het concentratiekamp Bergendie opgezet waren omdat de barakken gearresteerd waren en later alsnog Belsen vervoerd, naar een afdeling die inmiddels overvol waren, werden opgepakt. voor deze groep bestemd is. Ook daar omver geblazen. In de barak van Hannah was een soort moeder voor worden Hannah en Gabi van hun Hannah en Gabi, waar tot dan toe de kleinsten. Het is voor haar de vader en oma gescheiden. Zij moeten driehonderd mensen gehuisvest volgende vreselijke ervaring om die naar een barak voor moeders en waren, moeten ineens zeshonderd kleintjes te moeten laten gaan. "Die kinderen. Hannah bedenkt dat Gabi mensen ondergebracht worden. Er nacht probeerde Hannah de angstige zich haar echte moeder waarschijnlijk zijn niet genoeg bedden en de mensen kleintjes een beetje te troosten. Bij niet eens meer herinnert. Gabi is moeten met zijn tweeën, soms met het eerste ochtendgloren hielp ze hen inmiddels drieëneenhalf en z'n drieën een bed delen. met het bijeenbinden van h u n behoorlijk verzwakt. Ze is te oud om Hun deel van het kamp werd door schamele bezittingen. Een paar melk toebedeeld te krijgen, die is prikkeldraad in twee kleine kinderen met wie ze een band had bestemd voor kinderen onder de drie volgepropte kampen gedeeld. Dag en opgebouwd, omhelsden haar jaar. Het gaat steeds slechter met haar nacht komen er nieuwe transporten haar kleine zus gescheiden van Vader, Opa en Oma. Zij moeten naar het 'weeshuis', een barak met alleen kinderen. "Gabi huilde niet, maar klampte zich aan Hannah vast. Het angstzweet brak Hannah uit, terwijl ze toekeek hoe haar vader, haar opa en haar oma werden afgevoerd. Het leek alsof haar hart bevroor. Haar ogen hield zij strak op het hoofd van haar vader gevestigd, dat boven alle andere hoofden uitstak". Als er taken verdeeld moeten worden meldt H a n n a h zich voor het f

r

(

krampachtig omdat ze beseften dat er iets vreselijks met hen stond te gebeuren".


bij. Wat ze tot nu toe aan eten hadden gekregen was al weinig, maar nu krijgen ze bijna niets meet. "Sommige mensen stalen brood voor hun kinderen, maar er waren ook mensen die brood van de kinderen stalen om het zelf op te eten". " H a n n a h droomde van een uitgebteid ontbijt. Zo'n ontbijt dat ze altijd kreeg als Anne en zij bij elkaar logeerden. (-) Er moest een gekookt eitje bij en een geroosterde botetham, een warme geroostetde boterham met een dikke laag roomboter". Contact met Anne Ook aan Hannah's kant van het prikkeldraad gaan nu steeds meer mensen dood. In februari '45, Hannah zit dan precies een jaar in Bergen-Belsen, hoort zij dat er aan de andere kant waarschijnlijk Nederlandse vrouwen zitten die uit Auschwitz zijn doorgestuurd. Er zou een meisje bij zijn dat Hannah kende. De batakken zijn niet alleen door prikkeldraad van elkaar gescheiden, maar de afscheiding is afgedekt met stro, zodat de gevangenen elkaar niet kunnen zien. Hannah sluipt als het donker wordt naar het prikkeldraad. Zij weet dat het levensgevaarlijk is en dat zij door de zoeklichten grote kans loopt betrapt te wotden. Het blijkt dat Anne Frank in het kamp zit en de meisjes spieken elkaai dooi het geblindeeide prikkeldraad heen. Hannah hooit Annes vethaal. Dat de familie Frank het getucht vetspteid had dat zij naai Zwitseiland gevlucht waten en dat zij waten ondetgedoken. Na tuim twee jaai waten ze vettaden en in Westetbotk in een strafbarak geplaatst. Anne had met de vrouwen in een weikplaats oude batterijen moeten slopen. Daarna was het gezin Ftank op ttanspott gesteld naar Auschwitz waar Anne en haar zus Margot hun ouders moesten achtetlaten. Zij tweeën werden doorgestuutd naar Bergen-Belsen. Anne vertelde ook ovet de gaskamets in Auschwitz. Zij vteesde het etgste voor haat oudets. In Betgen-Belsen

hadden zij in tenten gezeten die omgewaaid waten. Anne vertelt wanhopig dat Matgot en zij niets meet te eten hebben. Ze hebben het ijskoud en Margot is heel ziek. "En ze hebben me helemaal kaalgeschoren", zegt Anne. Hannah bedenkt hoe trots Anne altijd op haar prachtige dikke haar was. De meisjes huilen. "Dit is niet meer de Anne die ik kende, dacht Hannah. En ik ben niet meet de Hannah van vroeger We zijn gebroken". Hannah maakt met hulp van een paar vrouwen een pakje, waar zij een handschoen en een beetje eten voor Anne in stopt. Het lukt haat om weer contact met Anne te maken en het pakje ovet de omheining te gooien, maar het wordt voot Annes neus weggegtaaid door een medegevangene. Een paar dagen latet, Anne heeft steeds staan wachten en Hannah heeft met zeet veel moeite opnieuw een pakje samengesteld, lukt het wel. De situatie in het kamp wotdt steeds slechter. In februari '45 overlijdt Hannah's vadet. Hannah is totaal verdoofd. "Eten kon haar niets meer schelen. Het enige dat ze kon denken was: ik heb niemand meer. Ik ben wees, net als Anne". A s zij Anne wil vertellen dat haar vader dood is, hoort ze dat alle mensen van het andete kamp weggevoetd zijn. Geëvacueerd Even lijkt het et op dat Hannah, Oma en Gabi met een uitwisselingstransport weg mogen. Zij moeten hun spullen pakken maat hoten, nadat zij vier uur in de ijzige kou met een paar honderd anderen hebben gewacht, dat het niet dootgaat. In maatt gaat Oma dood. Hannah blijkt vlektyfus te hebben. Begin April '45 wordt het hele kamp geëvacueerd. Zij wotden in een ttein met veewagons gepropt en rijden tien dagen vtijwel zondet eten, dtinken en ftisse lucht. Veel mensen ovetleven de tocht niet. Op een bepaald moment staat de

trein stil. De Duitsets zijn verdwenen. Zij hebben zich overgegeven. Hannah, Gabi en een paar anderen lopen naar een dorpje en zien daar hun bevrijders, Russische soldaten die hen zeggen dat ze huizen van gevluchte nazi's mogen gebruiken. Ze vinden zo'n huis. Het blijkt het huis van de burgemeester te zijn. Zij eten wat zij in huis vinden, aardappelen en jam, en koken er brandnetels uit de tuin bij. Langzaam komen Hannah en Gabi weer enigszins op krachten. Door de Russische soldaten en het Rode Kruis worden Hannah en Gabi naar Maastricht gebracht. Hannah hoopt nog steeds tussen de groepen vluchtelingen die zij tegenkomen Anne en Matgot Frank te zien. In Maastticht worden zij door een arts onderzocht. Hannah's longen blijken ernstig beschadigd en zij moet meteen naat het ziekenhuis. Gabi gaat naai een weeshuis. In het ziekenhuis, waai Hannah maanden vetpleegd woidt, komt Otto Frank, Annes vadet, haai opzoeken, omdat hij haai naam op een lijst met oveilevenden had gezien. Van hem hooit Hannah dat Anne en Maigot beiden zijn omgekomen. Ook haai vriendje Alfied is niet meei tetuggekomen uit het kamp en van de club van vijf zijn, naast Anne, nog twee vriendinnen omgekomen. In decembet tegelt Otto Ftank dat Hannah naai een sanatorium in Zwitsetland kan gaan. Ook Gabi kan mee omdat ei een oom als enig ovetlevend familielid woont. In 1947 emigteett Hannah naat Israël. In 1993 ontmoet Alison Gold, de schtijfstei van dit boek, Hannah Goslat die inmiddels dtie kindeten en tien kleinkinderen heeft. De schtijfstei ziet het belang van het opschrijven van Hannah's vethaal en Hannah wil dat wel, zij het met grote emotionele inspanning, vettellen. Vooi Hannah is een belangrijk motief om haat geschiedenis te vettellen dat


zijzelf nu een gelukkige grootmoeder is en dat Anne moest sterven. En ook dat zij door haar herinneringen over Anne te vertellen, een bijdrage levert aan Annes behoefte om voort te leven na haar dood. Het literaire gehalte van het boek vind ik zeer matig. Het taalgebruik is wat houterig en erg concreet. Dat kan ook bijna niet anders als je bedenkt wat voor omzwervingen in de taal nodig waren om het verhaal op papier te krijgen. Het is een Nederlands verhaal, verteld in het Engels dat Hannah Goslar meer dan vijftig jaren geleden op school geleerd had. Maar toch vind ik dit boek prachtig, omdat ik het weer zo ontroerend, indringend en verbijsterend vind hoe een kinderontwikkeling totaal verstoord kan raken en er dan toch krachten van een onvoorstelbare volwassenheid en verantwoordelijkheid ontwikkeld worden.

ATHENAEUM ATHENAEUM BOEKHANDEL SPUI 1 4 - 1 6 AMSTERDAM TEL: FAX:

020-6226248 020-6384901

GEDEMPTE OUDE GRACHT 70 HAARLEM TEL: FAX:

Bertje Leuw

Anne Frank, mijn beste vriendin. Het verhaal van Hanneli Goslar verteld door Alison Leslie Gold. Uitgeverij Kluitman, ISBN 90-206-2099-1. Oorspronkelijke titel: Memories of Anne Frank. (1997)

023-5318755 023-5322603

EMAIL: INFO@ ATHENAEUMBOOKS.NL INTERNET: WWW.BOEKNET.NL/ATHENAEU

M

BOEKHANDEL BLOEMSIERKUNST

TOFF OPTIEK opent uw ogen Diemen Kruidenhof 121 tel 020-699 89 75

H o o f d d o r p p l e i n 1 0 - 1 4 , Amsterdam T e l e f o o n 020 - 346 79 79

STICHTING

Bloemist van het Auschwitz Comité

Vertolkt ook uw gevoelens van waardering en medeleven. ICODO

Informatie- en Coördinatieorgaan Dienstverlening Oorlogsgetroffenen Voor vragen op het gebied van wetten en regelingen voor oorlogsgerrolfenen, maar ook voor vragen over zelfhulpgroepen, therapeutische hulp of maatschappelijk werk, en voor literatuur over de Tweede Wereldoorlog en zijn gevolgen kunt u terecht bij de Stichting Icodo. Oorlogsgetroffenen, hun partners en kinderen (ook de naoorlogse generatie zijn welkom bij STICHTING I C O D O Maliebaan 83, 3581 CG Utrecht tel. 030-2 34 34 36 (9-13 uur; bibliotheek 9-17 uur) Bezoek is - na telefonische afspraak - iedere dag mogelijk.


Verloren vrouw D i t is een fragment uit het nieuwste boek van Chaja Polak, 'Verloren vrouw', uitgegeven bij Vassalucci. 'Verloren vrouw' speelt in het begin van de jaren zeventig, in de tijd van de vrije liefde, de tijd waarin alles kan en mag. Plaats: een riant grachtenh u i s waarin n e g e n m e n s e n wonen. Tussen hen spelen zich schijnbaar lichtvoetig en onbewogen - wisselende liefdesverhoudingen af. Fanny bewoont met haar man Mendel en hun zoontje Serge de tweede verdieping van het huis. Door haar ogen volgen we, zes beslissende weken lang, de levens van de bewoners. Ineens was het alsof ze alleen in haar vingers leefde. De rest van haar lichaam was camouflage, verpakking. Ze bewoog de vingers een voor een en liet ze op het hout t i k k e n . D a t ben ik, tikten de vingers, dat ben ik. Ze kwam met een ruk overeind. Ging zitten. Dtukte wild de handpalmen tegen haar gezicht om een beeld uit het verleden tegen te houden, maar de h e r i n n e r i n g t t o k zich van die bezwerende handen niets aan en schoot doot naar boven. Ze is niet veel groter dan Serge. Ze komt alleen uit school. Ze draagt een grijze wollen winterjas. De straatstenen zijn nat net als de huizen, net als het ondiepe portiek waarvoor ze zonder het te weten stil is blijven staan omdat iets haar aandacht heeft getrokken. In het portiek spelen kinderen. Z.e staan achter elkaar, houden elkaar bij de schouder vast en stappen plechtig in het rond. Bij elke pas roepen ze iets, iets onverstaanbaars. Die vooraan met de kartonnen kroon op zijn hoofd moet

welde koningzijn, de anderen dragen kleurloze lappen, ze fladderen op bij elke stap. De kleinste jongen, achteraan, laat los, loopt naar voren en knielt met gevouwen handen voor de koning neer. De kinderen schreeuwen. "Bind hem vast, bind hem vast, hij is de dief". Ze zijn allemaal blijven staan om naar de jongen te wijzen en te schreeuwen, en ze merkt dat ook zij haar hand heeft uitgestoken en meewijst tot ineens tot haar doordringt dat ze het tegen haar hebben , dat ze haar uitschelden en

bespotten. Ze wil weglopen, gloeiend van schaamte, maar het lukt niet, de straatstenen zuigen zich aan haar voeten vast. De kinderen joelen: "Kijk, kijk, dat stomme kind!Ze doet ons na, ze doet net als wij, ze doet net als wij. Alsof ze bij ons hoort!" Fanny schudde de herinnering van zich af en zette de handpalmen als steunen achter zich op de grond. Ik ben niemand. Ik ben een ligstoel. Kom maar boven, zei ze tegen een afwezige Floris, kom boven en ga zitten. Je weet dat ik altijd klaar sta en blij ben als je komt. Het is verbazend makkelijk om mij blij te

maken. En dat weet je. Je weet ook dat ik nooit wegloop. Hoe kan ik weglopen als ik een stoel ben, een comfortabele leunstoel nog wel? Ga maar zitten. Of jij, zei ze tegen Mendel, ga jij maar zitten. Je hoeft me nooit te zoeken, nooit op me te wachten. Je weet altijd waar ik ben. En dat ik er ben. Ga zitten, jullie k u n n e n allemaal gaan z i t t e n , wanneer je maar wilt. Over mij hoef je niet na te denken. Met mij hoef je geen rekening te houden. Ze spitste de oren en luisterde. Nee, niets. Alleen stilte. Stilte van het huis. De adem van het huis. De zieke adem van dit huis. Vroeger hoefde ik alleen maar kind te zijn, het kind van mijn moeder en van mijn vader, dacht ze. Ik hoefde zelf niet iemand te zijn. Ze zeggen het wel, maar ik weet niet eens hoe dat moet. Als mijn eigen vader maar was blijven leven dan was alles anders gegaan. Maar wat dat 'anders' precies inhield wist ze ook niet en wie ze nu wel was evenmin, maar ze voelde zich te afgemat om daar verder over na te denken. Vage beelden begonnen voorbij te schuiven. Vage beelden van vage gezichten. Ze bogen zich over haar heen. Vrouwengezichten, m a n n e n g e z i c h t e n . W a r e n dat onbekende ooms, tantes, nichten, neven? Of kennissen van de neven en nichten die, omdat de familie zelf was verdwenen een aparte status h a d d e n verkregen en gastvrij werden o n t h a a l d door Fanny's moeder en, alsof ze echt intieme familie waren, ook in de keuken m o c h t e n k o m e n koken? Een speciale herinnering aan een 'tante' kwam terug - een kleine ronde vrouw met een vlezig, haarloos gezicht. Ze stond met een schoft van mama voor het aanrecht en kneedde met haar blote handen


latke-beslag in een witte kom. O p het vuur stond een koekenpan met bruisende roomboter, daar legde ze balletjes beslag in die ze, wanneer het zover was, met een houten lepel omkeerde, zodat een vrolijke goudbruine korst zichtbaar werd. Een heerlijke geur van gebakken ui en rauw geraspte aardappel vermengd met eieren vervulde Fanny die nog altijd op de grond zat - met gevoel van verrukking. Ze voelde het aan haar mond, maar op hetzelfde moment al was het geluk verdwenen en verstrakten mondhoeken in een voorbije glimlach. Het was kort na de oorlog geweest, en voor die 'tante' was hun huis een tussenstation, ze was op weg naar een nieuw leven Amerika, of Brazilië, in elk geval ver weg van de plek waar het allemaal had plaats gevonden. Maar al die gezichten, en van die 'tante' in het bijzonder, waren vol weemoed en hardnekkig verdriet. Net als haar moeders gezicht kon zijn, vooral die keer toen zij op haar knieën voor de keukentrap naar Eduard had opgekeken. En weer wolkten de vage gezichten op en gleden langs haar heen, voor ze vertrokken naar verre oorden om nooit meer terug te keren, ze murmelden: ben jij het kind van... - en ze noemden de naam van haar echte vader - ben jij de dochter van Gezichten die van haar hielden zonder dat ze daar iets voor hoefde te doen - alleen omdat die van haar onbekende vader hadden gehouden. Gezichten die hem wél hadden gekend, hem hadden kunnen aanraken en met hem hadden gepraat en gelachen. In gelukkiger tijden, die voorgoed in scherven lagen en voor altijd onbereikbaar waren geworden.

KAPSALON VAN WEERDENBURG

"Gewoon de beste" Behandeling

volgens

OPENBARE BIBLIOTHEEK AMSTERDAM CENTRUM VAN KENNIS EN CULTUUR met 28 bibliotheken in Amsterdam, Diemen en Ouder-Amstel.

Informatie: 020 - 52 30 900

CO

Herqö

afspraak

De slager met 'n koksmuts Zocherstraat 5 1054 LP Amsterdam Tel. 020 - 612 7354

Beethovenstraat 49 / T 020 671 3098 Buitenveldertselaan 166 / T 020 642 0973 Maasstraat 53 / T 020 6641010 Binnenhof 6G Amstelveen / 020 645 5622 Buitenveldertselaan 40 / T 020 642 3970 Partyservice T 020 636 9075


De lachende engel Dit is een hoofdstuk uit het

Hier begin ik dan.

boek 'De Lachende engeĂŻ van

Ida Vos dat in maart 2000 zal verschijnen. In 'De lachende engel' vertolkt de auteur de gevoelens van vervolgde kinderen in de jaren '40-'45 en tijdens de Spaans/Portugese Inquisitie waarin joden werden gedwongen zich te laten dopen. Zij die weigerden werden veroordeeld tot de dood op de brandstapel. Veel gedoopte joden hielden zich in het geheim aan de joodse gebruiken wat na ontdekking tot de doodstraf kon leiden. 'Marranos', varkens, was het scheldwoord waarmee deze 'nieuwchristenen' werden aangeduid. Mirjam Sarphati is een 16 jarig meisje dat naar de Republiek der Verenigde Nederlanden is gevlucht om aan de dood op de brandstapel te ontkomen. Ze schrijft regelmatig brieven aan Serafina, haar gefantaseetde vriendin. Lieve Serafina. Juni 1597. Ik neem je mee terug naar Lissabon waar de familie Sarphati nog gelukkig bij elkaar w o o n t . H e t is een w a r m e donderdagmiddag en zoals gewoonlijk zullen we m o r g e n , samen met onze gtootoudets de Sabbat verwelkomen met liederen, kaarsen en gebeden. Al is Leon pas 5 jaar, toch weet hij heel goed dat hij niemand iets mag vertellen ovet onze geheime Sabbatviering. Toch heeft hij vorig jaar juni iets gedaan dat toen al zijn dood had kunnen betekenen. Ik zal proberen alles zo nauwkeurig mogelijk te beschrijven.

"Het is tijd, je moet gaan, Mirjam," zegt mijn moeder. "Het is weer donderdag en neem je broertje mee." Ik kan nog maar net een diepe zucht ondetdrukken. Ik vind het al zo moeilijk mijn wekelijkse tocht naar de slachtet te ondernemen en nu word ik gedwongen Leon mee te slepen. De slachter heeft zijn bloedig bedrijf ver weg, helemaal in de buurt van de Sao Martinho Kerk. Wie heeft ooit kunnen denken dat wij, Sarphati's, iedere donderdag een varkenskop moeten kopen om de Christenen om ons heen te laten geloven dat we echte Christenen zijn g e w o t d e n en dat we ons absoluut niets meer aantrekken van ons jodendom. Het is alsof ik iedere week tegen de echte Chtistenen moet roepen: "Komt dat zien, mensen. Zien jullie wel dat onze familie niets meer met het jodendom te maken wil hebben? Mijn moeder zal deze varkenskop koken en morgen op tafel zetten. Ja, op vtijdagavond. Dat zouden we toch nooit doen als we in het geheim joden waren gebleven. Jullie weten toch heel goed dat joden geen varkensvlees mogen eten?" Ik heb zo'n vermoeden dat mijn grootvader dit alles heeft bedacht. Het is zijn schuld dat mijn kleine btoet en ik straks met een loodzware varkenskop door sttaten en stegen moeten sjouwen. Mijn moeder duwt me de gtote witte linnen zak in mijn hand, waarin straks de gehate varkenskop zal verdwijnen. "Ga nu," dwingt ze me. "En zorg dat iedereen goed kan zien dat je chazir vlees in de zak hebt." "Dat zeg je iedere week," snauw ik.

"Ik zou ook willen dat het anders was," zucht mijn moeder terwijl ze een lok van haar bezwete voorhoofd strijkt. "Kom nou," zeurt Leon. "Geef maar, ik draag de zak voor je. Als de kop erin zit mag ik hem ook dragen, hè?" "Ja, goed," zeg ik om van zijn gezeur af te zijn, maar ik weet dat die ellendige kop veel te zwaat voor hem is. Ik laat me door h e m meevoeren tetwijl hij honderduit vraagt. "Waar slaapt de zon als het avond is? "Waar woont de maan overdag?" "Kunnen de ogen van het varken nog kijken als zijn kop niet meer aan hem vast zit?" "Hou op, Leon." Ik moet zijn hand loslaten, zo misselijk word ik van de gedachte aan de varkenskop die we sttaks mee naar huis moeten nemen. Het is of mijn maag nu al weigert varkensvlees te eten. Ik moet zelfs kokhalzen. "Gekke grote zus." Leon moet zo om me lachen dat het me het beste lijkt met h e m mee te d o e n . Misschien gaat mijn misselijkheid dan ovet. Gierend van de lach lopen we richting Christoffel, de slachtet. "Wat een plezier hebben jullie," buldert Christoffel als we voot zijn slachthal staan. "Zelfde recept als altijd?" Ik knik. "Geef me je zak, mooi meisje. Je wordt iedere week mooier. Pak aan en geef me het geld." Ik overhandig hem een handvol geldstukken. "Voor vandaag is het nog genoeg. Volgende week m o e t je meer betalen. Varkens worden schaars. Dat komt door de Nieuwchristenen die allemaal ineens varkensvlees willen eten. Allemaal tegelijk.


Smerige Marranos." 'Wij eten die kop niet op, wij be...' Ik schrik zo van Leon dat ik hem een te harde duw geef waardoor hij op de grond valt. Ik ben er zeker van dat hij op het p u n t stond Christoffel te vertellen dat we de varkenskop in de nacht zullen begraven in onze hof. Dat doen we iedere week en het is een wonder dat niemand ons tot nu toe heeft ontdekt. Het zou onze dood op de brandstapel betekenen. Zuchtend en puffend loopt Leon een paar passen achter me als we de terugweg aanvaarden. Hij is niet af te brengen van zijn plan de kop te dragen. Af en toe staat hij hijgend stil. Als we bij de Misericordiakerk zijn vind ik het genoeg. "Zo gaat het niet, Leon," zeg ik. "Die zak is veel te zwaar voor je." Ik loop een paar passen terug en dan geeft hij mij toestemming hem te helpen met dragen. Ik moet een beetje krom lopen, anders hangt de tas scheef. Ik ben al 15, dus veel groter dan een kind van 5. Ik zie nu ook dat we een spoor van bloeddruppels achterlaten. Door mijn gebogen houding heb ik niet gezien dat een eindje bij ons vandaan een man staat die ons tegen wil houden als we dichterbij hem komen. Het eerste dat ik zie zijn bemodderde laarzen. Ik zet de zak neer zodat ik de man kan aankijken. Ik zie een woeste zwarte baard en een wijd geopende mond waar hij een leren wijnzak boven houdt. Wijn stroomt langs zijn lippen en komt terecht in zijn baard. Dan bukt hij zich om in de tas te kijken. "Aha, de kop van een Marrano!", schreeuwt hij. "Een varkenskop!" Voor ik er iets tegen kan doen pakt hij de kop uit de bebloede zak. Hij heft hem met één hand boven zijn hoofd. "Daar zijn er nog veel meer," buldert hij. "Daar branden ze op het

Rosario Plein. Die zogenaamde n i e u w - C h r i s t e n e n in h u n gele kleren stinken en ze branden als een braambos dat overgoten is met visolie!" Weer die geopende mond, weer die baard vol wijn. Vieze vloeistof spat op mijn witte overrok. Spuug vermengd met wijn. Ik weet niet of het werkelijk zo is, maar ik ruik de stank van schroeiend vlees. Boven het Rosario Plein hangt een zwarte rookwolk. Ik draai me om. Ik wil die rookwolk even niet zien. In een flits zie ik de Misericordiakerk, zie ik kleine engelen die zweven om de deuren van het v o o r p o r t a a l . Vrolijke engeltjes met dikke ronde buiken. Temidden van die zoete wezentjes ontdek ik een grote lachende engel. Ik voel woede opkomen tegen het stenen schepsel dat lacht om alles wat zich afspeelt op het Rosarioplein. Als Leon er niet bij was zou ik nu een steen pakken en de lach op dat engelengezicht voor eeuwig verwoesten. "Hier is er nog één," brult de woeste man in de richting van de zwarte rook. "Ik kom hem brengen, een deel van een varken. Dan kan hij meebranden met zijn soortgenoten. Marranos ... jodenvarkens. Er kan nog meer bij. Het vuur is nog fel genoeg!" Voor we iets kunnen zeggen is hij verdwenen met de kop. Ik heb geen kracht meer om Leon te troosten die met de handen voor zijn ogen staat te huilen. Ik probeer hem mee te trekken. Als dat niet lukt doe ik iets waar ik nog steeds spijt van heb. "Ik laat je hier alleen staan," dreig ik, "hier in de Rua Nova d'el Rei. En dan komt die boze man terug en gooit jou ook op de brandstapel." Het helpt. Mak als een lammetje loopt Leon met me mee. Naar huis.

Rillend en bevend vertel ik mijn m o e d e r wat ons o n d e r w e g is overkomen. "Alweer," zegt ze zacht. "Alweer een auto-da- fé, alweer een verbranding. Hoe lang kunnen we dit alles nog doorstaan? Als het maar geen familie of bekenden zijn deze keer." Ik zie dat ze moeite doet haar tranen te bedwingen. "Ik kan nu alleen nog maar vragen aan God hun zielen te bundelen in de bundel van het Eeuwige Leven. Meer kan ik niet doen." "Amen," zeg ik plechtig en dan ... ineens hoor ik de woorden van heer Floris, een k o o p m a n uit de Nederlanden die zijde en kruiden koopt bij mijn vader. "Familie Sarphati, ik nodig u uit naar de Nederlanden te komen, naar Alkmaar. U kunt meevaren op één van mijn schepen." "Ik wil weg," zeg ik. "Lieve mama, laten we weggaan. Als heer Floris weer naar Portugal komt wil ik met hem mee naar Alkmaar. Hier ga ik dood en ik wil niet dood. Ik leef pas 15 jaar!" Ik m o e t m o e i t e d o e n niet te schreeuwen tegen mijn moeder. "En opa en oma dan? We kunnen niet weg," zucht mijn moeder. "We kunnen opa en oma niet in de steek laten. Mijn ouders zijn te oud om naar een ander land te vertrekken. En waar moeten we van leven als je vader zijn zaken in de steek moet laten?" Een dag later werd tot ons grote verdriet duidelijk dat mijn moeder zich nooit meer zorgen over haar ouders hoefde te maken en dat we nooit en nooit meer samen met mijn grootouders onze Sabbat konden vieren. H u n lange leven eindigde die donderdagmiddag in juni in de vlammen van het Rosario Plein.


Ve rzets vro uwe n " maar 't hart dat het niet laten kon schuwt nimmer het gevaar; het weet hoe eenmaal in dit land de vrijheid werd geëerd". Jan CamperP. uit "Het lied der achttien dooden"

Op 9 decembei jl. onthulde mevrouw Stien Spier-Pullen, vetzetsvrouw en overlevende van kamp Ravensbrück, samen met burgemeester E. Vermeer in Heerhugowaard een monument ter ere van verzetsvtouwen uit de Tweede Wereldoorlog. De beeldend kunstenares Elly Baltus maakte een bronzen sterke vrouw, iemand die ergens voor staat. 480 lagete schoolkinderen legden een roos bij het monument en zongen het lied van de vrede. In de gemeente Heethugowaard is voor de straatnaamgeving van een deel van de nieuwe wijk Zuidwijk/ Huygenhoek, waar ook het monument staat, gekozen voot namen van vrouwen uit het verzet 1940-1945. De namen zijn; Helena Theodora Kuipers-Rietberg, Reina Prinsen Geerligs, Jaqueline Louise van der Aa, Rachel Neter-Montanhes, Anna Clasina op 't Landt, Henriëtte Henriquez Pimentel, Geertruida van Lier, Tilly de Vries, Catherina Florentina Kuijken-van der Eynde, Anna Heringa-Jongbloed, Hendrika Blokland-Pater, Henriëtte Augusta Haak-van Eek, Elisabeth ten Boom, Juliana Wilhelmina van den Noordaa, Christina Maria Smoorenburg, Aleid Ingeborg van Hardenbroek, Jobanna Antonia Maria BartelsStriethorst, Jantina Christina Langerhorst, Anna Louisa Salomons, Johanna Slagter-Dingsdag, Maria Clasina Zegwaart-de Korte.

Foto

Christa

van

Houten

Modehuis Blok stelt haar collectie damesen herenkleding met zorg samen uit het internationale aanbod van toonaangevende merken. Daarbij ligt de nadruk niet alleen op stijlvolle maar ook op sportieve kleding. Tevens vind u in onze vestiging in Uithoorn een uitgebreide collectie kinderkleding

KENTRON A D V I E S G R O E P

m a k e l a a r s in a s s u r a n t i ë n B.V. Stroombaan 4 - 1181 VX Amstelveen Postbus 608 -1180 AP Amstelveen Telefoon 020 - 6437 111 Telefax 020 - 6457 084

Dames-, heren- en kindermode Uithoorn Amstelplein 19 Tel. 0297-561353 Vrijdag koopavond Dames-, herenmode Amsterdam-Buitenveldert Gelderlandplein 25 Tel. 020-6462656 Donderdag koopavond


G e w e l d d a d i g e k e n n i s m a k i n g met de

20

ste

eeuw

De Tweede Wereldoorlog in Papoea Nieuw Guinea Max Arian stuurde ons het volgende artikel per e-mail uit Port Moresby op Papoea Nieuw Guinea N o g n o o i t ben ik zo ver van Nederland vandaan geweest en toch blijft de Tweede Wereldoorlog me achtervolgen. Papoea Nieuw Guinea is het oostelijk deel van het eiland Nieuw Guinea, het voormalige Australische deel. In elke stad waar ik ben lijken m o n u m e n t e n te staan die de Tweede Wereldoorlog herdenken. In alle geschiedenisboeken wordt er zeer uitgebreid aandacht aan besteed. In de hoofdstad Port Moresby bestaat een heus War Museum, met roestige vliegtuigkarkassen, verstofte jeeps en heel veel foto's. Maar de oorlog speelt ook een grote rol in de herinneringen van mensen, in autobiografieĂŤn en levensbeschrijvingen. Want er is hier niet alleen heel erg hard en hardnekkig gevochten tussen de Japanners die het land hadden bezet en eerst de AustraliĂŤrs, later ook andere Westerse Geallieerden; voor heel veel Papoea's betekende de schok van deze wereldoorlog ook de eerste, dramatische kennismaking met het Westen, met de moderne technologie, met de twintigste eeuw. Paulias Matane is nu een eerbiedwaardige oude man van bijna zeventig jaar. Hij heeft, nadat Papoea Nieuw Guinea in 1975 onafhankelijk werd, een aantal belangrijke politieke en bestuurlijke functies vervuld. Nu is hij een oudere staatsman, die politieke commentaren geeft en op zondagavond een talkshow heeft op de televisie. Hij heeft in een mooi boekje (My Childhood in New Guinea) beschreven hoe hij is opgegroeid in een klein dorpje op het eiland New Britain, net ten noorden van de oostpunt van Nieuw Guinea waar men met de westerse beschaving nog geen enkel contact had gehad.

Zijn jeugd betekende een gedroomd jongensleven van rituelen, toverkunst, geheime genoot-schappen, gevechten, op jacht gaan, spelen, samen met andere jongens wonen in het mannenhuis. Verandering Pas eind jaren dertig veranderde er iets in dat dorp. Er kwam een zendeling aan die met harde hand het christendom, vrede en naastenliefde kwam prediken en een schooltje stichtte waar Paulias eerst wantrouwend, maar steeds enthousiaster heen ging.

Een

inwonei

de evacuatie

van Woleai van

helpt

de overwonnen

de Amerikanen

bi}

Japanner:,

Hij was nog maar een jongen van misschien tien jaar toen er op een morgen vreemde, enorm grote vogels over kwamen vliegen die angstaanjagend grote eieren lieten vallen en waar die terechtkwamen hoorde je zware ontploffingen. Het waren Japanse vliegtuigen, maar hij had nog nooit van Japan of van vliegtuigen gehoord. Toen er mensen uit een naburig dorp aan kwamen hollen op de vlucht voor die gevaarlijke vreemdelingen, vroeg hij ze veront-

waardigd: "Waarom verdedigen jullie je niet met je speer en je schild!?" Al gauw kwamen hij en zijn familie tussen de strijdende partijen terecht. Australische soldaten vroegen hun hulp, Japanse militairen dwongen zijn vader zijn oudere broer en honderden andere mannen hard voor ze te werken in ruil voor een karig maaltje. Huizen werden vernield, militairen, maar ook eilandbewoners die met de oorlog niets te maken hadden vonden massaal de dood, velen moesten vluchten en leden honger en ellende. Totdat eindelijk de oorlog voorbij was en de Japanners, ook tot grote opluchting van Paulias en zijn familie, door de Geallieerden waren overwonnen. Wat mij aan dit verhaal het meest verbluft is dit. Het christendom komt op Papoea Nieuw Guinea en andere eilanden vrede en geweldloosheid prediken. Wraak nemen is voortaan uit den boze. Direct daarna komt de christelijke wereld met geweld binnenvallen en van de betrekkelijk bloedeloze gevechten tussen de stammen komen de Papoea's in een veel gewelddadiger wereldoorlog terecht. Toch is Papoea Nieuw Guinea een zeer christelijk land geworden en zijn er van de stammenstrijd alleen nog maar restjes over die af en toe opvlammen. Misschien heeft niet zozeer de christelijke vredesboodschap gewonnen, maar ontleende het christendom zijn gezag aan het feit dat het christelijke westen met hulp van zijn ene God en diens zoon Jezus Japan heeft kunnen verslaan? Oorlog nog zichtbaar Dat deze confrontaties niet tot het eiland van Paulias Matane beperkt zijn gebleven blijkt wel uit het grote fotoboek Island Encounters met als


••si

••'iStc-

'!ZbeÏ7942 Een

Kaya

opperhoofd

" ' " " ^

„p

"'

Nede,lands

"""" N,eu

W

A

u

Gumea

s

' " " ' ^

ontmoet

»»'"«»«'

*»»

™P™s

„/„„,„

dne eall,eerde g

malen,

nuhtaoen,

maart

ondertitel: Black and White Memories of the Pacific War. Dit boek bestaat vooral uit een schitterende collectie foto's over de Tweede wereldoorlog in Nieuw Guinea, de Solomoneilanden, de Marshall Eilanden, Tuvalu, Fiji, Tonga, Samoa en Tahito. In de tekst worden veel herinneringen weergegeven van de eilandbewoners, van de Geallieerden en ook van japanners. Papoea Nieuw Guinea neemt in dit boek een grote plaats in, omdat daar zo langdurig en verbeten is gevochten. Met name de Kokoda Trail, die van de noordkust naar de zuidkust van het eiland loopt is berucht geworden, omdat de Japanners bijna deze gehele weg van noord naar zuid hadden veroverd en pas op het laatst door de Australiërs zijn teruggeslagen, die daarna weer 1944 de hele weg van zuid naar noord op de Japanse tegenstand moesten bevechten. Maar op heel veel plaatsen in het land zijn de resten van de oorlog nog zichtbaar: uitgebrande Japanse en Geallieerde vliegtuigen, tanks en jeeps, zelfs duikboten zijn er te vinden. Een bijzonder relikwie bevindt zich in het oorlogsmuseum in Port Moresby: de zijdeur van een Amerikaans vliegtuig dat midden in het hooggebergte was neergestort en een summier dagboek waarin de laatste overlevenden opschreven wat er gebeurde en ook wat et niet gebeurde, tot ook de laatste overlevende daartoe niet meer in staat was.

Het fotoboek geeft een verrassend inzicht in de verschillende vormen die de confrontaties van zo uiteenlopende culturen heeft opgeleverd. We zien primitieve Papoea's die technologisch zeer geavanceerde Amerikanen de weg moeten wijzen, we zien Australiërs, maar ook Japanners die zich in de feestdracht van een papoea stam tooien. We zien hoe Papoea's worden ingelijfd in de Geallieerde krijgsmacht en hoe anderen, minder gelukkig, in Japanse kampen bijna zijn uitgehongerd. Het is vooral verbluffend om op deze foto's te zien


hoe stammen die nog geheel traditioneel leefden met het enorme technische geweld van de moderne wereld worden geconfronteerd. We weten dat de Papoea's het gedtag van de westetlingen, en ook van de Japannets, vaak in teimen van hun eigen mythes en vethalen intetpteteetden: v o o t hen waten deze witte mensen de geesten van hun vootoudets die hen kwamen beschetmen of in gevaar brengen. Vandaar ook dat men de Papoea's vaak vtij gemakkelijk kon inschakelen.

gesneuvelden verre het aantal inwoners. En op heel veel plaatsen kwamen er meer militairen om door tropische ziektes dan doot de eigenlijke oorlogshandelingen. De Papoea's gruwden van wat ze zagen, maar deden er toch hun

voordeel mee. Ze moesten zich wel onderwerpen aan de ovetwinnaars, met name aan de Australiërs, die al vanaf de Eerste Wereldoorlog het gezag ovet het gehele oosten van Nieuw Guinea hadden vetktegen. Maar ze zagen ook dat in het Ametikaanse leger zwarten als

Ontwrichting en vooruitgang De oorlog bracht voor de Papoea's veel ellende met zich mee: dood en verderf, verplaatsing en ontwrichting, maar ook de kans in één klap kennis te maken met nieuwe technieken en de moderne tijd. Ook met de moderne medische wetenschap en veel Papoea's hebben hun eetste scholing aan de Japannets te danken. V o o t de - westerse en Japanse militairen was het alleen maar een verschrikkelijke oorlog die hier werd uitgevochten. Op sommige eilanden overttof het aantal militaire

Ü Papoea'.',

zqn

i MINNES M A VAN CLEEF

mgesc

hakeld

in de Australische

ooi logiroermg

op New

mA

LAUS

Windroosplein 18 1018 ZWAmsterdam Tel. 020 6245037, Fox 020 428 76 82

Wij verzorgen voor u: • uw administratie (ook loonadministraties) • al uw belastingaangiftes • computerbegeleiding & advies

Britain

ACCOUNTANTS

CLAUS ACCOUNTANTS Z O M E R Z O R G E R L A A N 28A 2061 CX B L O E M E N D A A L

TEL. 023-541 06 60 FAX 023-527 67 21

I N F O @ C L A U S A C C O U N T A N T S NL

Bel ons geheel vrijblijvend.

P O S T A D R E S : P O S T B U S 194 2060 AD B L O E M E N D A A L


gelijken van blanken werden behandeld en dat er andere dan koloniale verhoudingen mogelijk waren. Ze zagen ook de blanken lijden, al waren die uiteindelijk de ovetwinnaats. Het proces van dekolonisarie, ook het onafhankelijk worden van Papoea Nieuw Guinea, dettig jaar na de oorlog, moet doot deze ootlog een geweldige stimulans hebben gekregen. Misschien is voor de Papoea's op dit vefre eiland deze ootlog nog veel belangrijker geweest dan voot de meeste Nederlanders. Zelf zag ik in 1944 als vierjarig, in Limburg ondergedoken, joods jongetje, de Amerikaanse tanks vootbij komen, en hoe klein ik ook was, die aanblik zal ik nooit vetgeten. Wat een enorme indruk moeren diezelfde gevaartes niet hebben gemaakt op kleine jongetjes, die nog nooit een auto of een vliegtuig hadden gezien. Die indtuk was onuitwisbaat en van grore invloed op hun leven, dat blijkt uit de vele herinneringen die ik hier in Papoea Nieuw Guinea tegenkom.

ISA H f J ^ T j

1 • m:zf x

Papoea-kinderen

helpen

een Ameiikaans

schip

uitladen,

Paulias Matane, My Childhood in New Guinea. Uitg. Oxford University Press, Melbourne, 1972/1987/1996 Lamont Landstrom en Geojfrey M. White, Island Encounters, Black and White Memories of the Pacific War. Uitg. Smithonian Institution Press, Washington/London, 1990. De foto's bij dit artikel komen uit dit boek.

juli

1943

De reis van Max Arian naar Papoea Nieuw Guinea is mede mogelijk gemaakt door het HIVOS (Humanistisch Instituut voor Ontwikklings Samenwerking)

Max Arian

Oproep

Oproep

Speciaal voor leerlingen en leraren in klas 3 van het

FORUM,

middelbaar onderwijs is een lessenserie samengesteld

Ontwikkeling, is de initiatiefnemer van het project

over de T w e e d e W e r e l d o o r l o g , w a a r b i j

de

'Vrijheid maak je met elkaar'. Daarin gaan jongeren

concentratiekampen centraal staan. De serie heeft

op zoek naar de zin van het herdenken van oorlogen

tot doel leerlingen te laten nadenken over de eigen

en het vieren van de vrijheid. Het project bestaat uit

waarden en normen door op een uiterst originele

een video met twee documentaires, aangevuld met

manier verbindingen te leggen met de werkelijkheid

een docentenhandleiding.

van alledag: personen, voorwerpen en situaties.

Voor meer informatie:

Docenten kunnen leerlingen zelfstandig laten werken

FORUM, Instituut voor Multiculturele

met het materiaal, maar het leent zich ook voor

tel. 030 2974254; fax: 030 2960050

klassikale behandeling. Voor m e e r i n f o r m a t i e : Podium, educatieve

communicatie,

bureau

voor

tel. 0 3 0 - 2 3 9 3 2 3 9 of

Nationaal Monument Kamp Vught, tel. 073-6566764

Instituut

voor

Multiculturele

Ontwikkeling.


Vluchtelingenkamp Westerbork: het poldermodel van de verschrikking Het lijkt wat oneerbiedig te spreken over het Nederlandse poldermodel van een D u i t s k a m p , maar die gedachte kwam meermalen bij me op tijdens het lezen van Vluchtelingenkamp Westerbork", de jongste uitgave van het herinneringscentrum kamp Westerbork. De geschiedenis van het kamp is langer dan de periode 1940-1945. Het kamp was geen schepping van de Duitse bezetter, maar werd in opdracht van de Nederlandse regering gebouwd. Niet als doorgangskamp voor de vernietigingsmachine, maar als opvang voor de voornamelijk joodse vluchtelingen uit Duitsland en Polen na 1933 en later ook uit Oostenrijk na de Anschluss. Het boekje bevat een goed en sober overzicht van de ontstaansgeschiedenis van het Centtaal Vluchtelingenkamp Westerbork, gevolgd door fragmenten uit interviews met ooggetuigen die de oorlog overleefden. Ooggetuigen aan beide zijden van de geschiedenis: dus zowel van joodse als niet-joodse kant, de scheidslijn van Westerbork. Opvallend is de houding van Nederland, zowel van de overheid als van individuen ten opzichte van deze voornamelijk Duits-joodse vluchtelingen. Totdat de SD het kamp op 1 juli 1942 overnam, werd Westerbork door Nederlanders stapsgewijs 'geschikt' gemaakt als ' Polizeiliches Judendurchgangslager'. 55-majoor Deppner "kreeg een goed georganiseerd kamp in handen, de bestaande organisatie kon vrijwel naadloos worden omgezet ten bate van de nieuwe doelen die de Duitsers met het kamp hadden." Nederland toonde zich, zoals bekend, weinig gastvrij tegenover

vluchtelingen nadat Hitier de macht in Duitsland had overgenomen. Men wilde ook een 'bevriend staatshoofd ' niet voor het hoofd stoten vanwege vele handelsbelangen. 1933 markeert het begin van een dertien jaar durende systematisch uitgevoerde terreur jegens de joden. Drie fasen in de komst van joden zijn in de periode voor de tweede wereldoorlog te onderscheiden. Direct na het aan de macht komen van de NSDAP vluchtten ongeveer

zoals winkels, openbaar vervoer of het uitgaansleven. Toch meldde de hoofdcommissaris van politie in Amsterdam:" ...een feit is, dat vluchtelingen, vooral van Joodsche religie, nu eenmaal gaarne overdrijven; de Politie dient zich hierbij niet om den tuin te laten leiden."

Berooid, verarmd, vernederd O o k toen al werd uitvoerig gedebatteerd over de aanpak van

AUSCHWTZ-WfcST:R

l K Z i N£ |

\gmmêmÊmMÊmM. -*•*

l

f .VESTE

ham*

9.000 joden naar Nederland. Tussen 1934 en midden 1938 — vooral na het inwerking treden van de Neurenburger rassenwetten in 1935 - vluchtten zo'n 2.500 Duitse joden naar Nederland. Na de Anschluss van Oosrenrijk in maart 1938 en de Reichskristallnacht kwamen nog eens tussen de 20.000 en 30.000 Duitse en Oostenrijkse joden naar Nederland. Vooral de laatste groep vluchtelingen kon op weinig begrip rekenen hoewel het vernietigende antisemitisme in alle hevigheid voor iedereen zichtbaar was. Veel joden in Duitsland waren al in concentratiekampen opgesloten, vermoord, mishandeld, uit hun banen gezet, van school gestuurd, en was de toegang ontzegd tot elke normale vorm van openbaar leven

legale dan wel illegale vluchtelingen. Beiden werden met argwaan bekeken, steeds minder getolereerd en absoluut niet 'verwelkomd' door de "polderbewoners". Toen na de Kristallnacht de aantallen vluchtelingen enorm toenamen, mensen die berooid, mishandeld en vernederd waren, besloot de regering een Centraal Vluchtelingenkamp op te richten. Er waren ook joodse Comités opgericht om de opvang van vluchtelingen moreel en financieel te ondersteunen. Een geschikte locatie werd op z'n Nederlands 'opgelost'. Het kamp moest geïsoleerd liggen om integratie van de vluchrelingen tegen te gaan. De keuze viel op Ermelo op de Veluive. Daarop kwamen protesten van de ANWB en de VVV die vreesden voor de toeristische


kwaliteiten van het gebied als er een vluchtelingenkamp zou komen. Wat beslist de doorslag gaf van Ermelo af te zien was een schrijven van Koningin Wilhelmina die liet weten niet graag een kamp op maar 12 kilometet van haar zomerverblijf Het Loo te willen hebben! Waarschijnlijk hebben de Comités deze reden nooit vernomen. Ondanks hun protesten viel de definitieve keuze op een verlaten vlakte in de hei bij Hooghalen en Westerbork. Het Comité voorJoodsche Vluchtelingen betaalde 1 miljoen gulden voor de bouw van her kamp. Eind 1939 namen de eerste vluchtelingen er hun inrrek. Na de Duitse bezetting wetd de weinig standvastige en anti-joodse houding van Nederland steeds opvallenden Secretaris-generaal Tenkink van Justitie vond het na de capitulatie nodig " de Duitse autoriteiten om taad te vtagen ovet hoe het nu vetdet moest met de vluchtelingen. De Duitsers bleken niet eens op de hoogte van het bestaan van Westerbork." Tor 1940 was de bewaking van her kamp in handen van veldwachters. Daarna tot 1942 — van de Nederlandse Marechaussee. Ook nadat het kamp in 1942 doot de SD was overgenomen, bleven matechaussees verantwoordelijk voot de bewaking. Er kwam een Nederlandse commandanr Scholl, die een steeds strakker tegime doorvoerde. Er werd appèl gehouden, er werd gesurveilleerd op slaapzalen, er was postcensuur, en vooral discipline. Iemand herinnert zich een zekete Huisman van de Heidemaatschappij die de uitgeputte en in alle opzichten tragische vluchtelingen die buiten wetkten nauwelijks liet schuilen ongeacht welk noodweet er was: er was volgens hem slechts sprake van 'natte wind'. Een andere ooggetuige noemt de heer de Rade, die dagelijks ijverig met een stokje kwam nameten of de dekenpakketten op de stapelbedden wel de vootgeschteven

afmetingen hadden. Een van de ovetle\ enden zegt bitter: " het was een echt kamp, met weinig eten, met honger en veel verbitteting jegens de Nederlandse regering." In mei 1938 laar de Nederlandse minister Goseling van Justitie de grenzen feitelijk sluiten voor alle vluchtelingen. Hij verdedigt deze maatregel in de Tweede Kamer met de volgende woorden: "Dit tijdstip eist bescherming van het eigen volk, gepaard met ordening van het hulpbetoon." Die woonden klinken ons zelf nu w e e t bekend in de o t e n . Nadat de Kristallnacht in november 1938 losbarsr, en de situatie voor joden aantoonbaar levensbedreigend is zou men een ommekeer verwachten, maar in plaats daarvan versterkt de Nederlandse regering de grenswacht met 600 man, vetgezeld van een insttuctie om de tegels nog strenger toe te passen. Gelukkig komt een comité van waakzaamheid van Nederlandse intellectuelen hiertegen in opstand en doet de tegering een klein stapje terug. Anderhalfjaar later worden alle vluchtelingen door de Duitse bezetting w e e t ingehaald en zal de tocht v o o t hen én m e e t dan

100.000 joodse Nedetlanders beginnen via Westetbotk, " een desolater, misttoostiger aanblik kan ik mij niet voorstellen..."

°P<K©)>Ek

^\ O p verzoek van Sayah T i c h o S w a r t e n b e r g , w o o n a c h t i g in Amerika, ben ik bezig met een ondetzoek om mevrouw E. G. (Lies) Bijkersma voor te dragen voor de Yad Vashem onderscheiding. Uit mijn onderzoek blijkt dat m e v r o u w Bijkersma voor veel onderduikadressen heeft gezorgd — ongeveer 20 — en in dat kader ben ik op zoek naar Annie en Rachel de Hont en de heer, mevrouw en zoon Abrahams uit Amsterdam. Annie de Hont is ondergedoken geweest in D o k k u m , Rachel de H o n t in K r o n e n b e r g , in de b u u r t van IJsselstein, n o o t d - L i m b u r g . De familie Abrahams is ondergedoken geweest in Blija, Friesland. U kunt contact opnemen met: Paul Hafmens, collectiebeheerder van de Stichting Collectie Zwolle 1940-1945 Houtingkolk 9, 8017 N P Zwolle. Tel/fax: 038-4662951; e-mail: p/harmens@wxs.nl

Theo v a n Praag Vluchtelingenkamp Westerbork 19391942 (Westerbork Cahiers 7) redactie: Dirk Mulder en Ben Prinsen uitgever. Herinneringscentrum Kamp Westerbork isbn: 90-232-3488-X Van Gorcum, Assen, 1999 prijs: f 24,95

Sponsors Onze activiteiten wotden mede mogelijk gemaakt door de opbrengsten uit de BankGiroLotet ij. Uw deelname aan deze loterij wordt daarom van harte aanbevolen. Met dank aan Vuurwerk Internet BV voot het sponsoren van onze website. www. aus chwi tz.nl


Het organiseren v a n de onderduik k w a m voor de meeste joden veel te laat op g a n g Waarom werden in N e d e r l a n d relatief zo weinig joden van deportatie gered? BertJan Flim heeft geprobeerd een antwoord te vinden op die vraag. Flim is gepromoveerd op de georganiseerde onderduik van joodse kinderen en onderzoekt op dit moment in opdracht van Yad Vashem wie de 'rechtvaardigen onder de naties' zijn geweest die in Nederland joden hebben gered. Hieronder volgt een bewerking van de lezing die hij in november in Jeruzalem heeft gehouden over de mogelijkheden van joodse Nederlanders om onder te duiken tijdens de Tweede Wereldoorlog. Voor mijn onderzoek naar de joodse onderduik in Nederland tijdens de bezetting tracht ik onder meer gegevens uit de ruim tweeduizend Yad Vashem-dossiers en uit mijn eigen materiaal te kwantificeren. De uitkomsten zullen worden gepubliceerd als deel van de inleiding op het lexicon van Righteous among the Nations. Ik heb met dit werk nog slechts een begin gemaakt, mijn conclusies zijn dus nog voorlopig van aard. Bovendien is er een duidelijke beperking aan onderzoek dat zich toelegt op de dossiers van Yad Vashem. De verklaringen van joden voor Yad Vashem ten behoeve van hun onderduikverleners maken zonder uitzondering gewag van de fatsoenlijke behandeling die zij tijdens hun onderduik hebben ondervonden. Een verzoek om een medaille voor iemand die zijn onderduikers schofterig bejegende, komt uiteraard zeer zelden voor, terwijl wij toch weten dat er wel degelijk joden bij schoften waren ondergedoken. Waar het de onderduik van joodse

kinderen betreft, hebben wij sterke aanwijzingen over de verschillende behandeling die hen op hun onderduikadres ten deel viel. Voorgaand onderzoek had als uitkomst dat ruim tachtig procent van deze kinderen goed tot zeer goed werd bejegend. Ongeveer vijftien procent was het slachtoffer van incidentele misdragingen. De resterende vijf procent werd slecht tot zeer slecht behandeld. Massale deportaties Wie dook wanneer onder? Ik hanteer de hypothese dat de meeste joden onderdoken in de periode mei tot en met september 1943, tien maanden na aanvang van de massale deportaties tot het einde daarvan. Dat wil zeggen dat het merendeel van de in Nederland ondergedoken joden voorafgaand aan de onderduikperiode beschikte over een 'Sperre', een document dat de desbetreffende persoon 'bis auf weiteres' uitstel van deportatie verleende. Welke joden heeft dat betroffen? We weten dat van de groep van ongeveer 39.000 Joden die zich per 1 mei 1943 nog legaal in Amsterdam bevond, er relatief veel zijn ondergedoken. Tussen 1 mei 1943 en 1 oktober 1943 zijn ruim 28.000 joden gedeporteerd. Het verschil is 11.000 mensen. Die zijn weliswaar niet allemaal ondergedoken, maar waarschijnlijk het overgrote deel wel. Daarentegen lijkt het mij onwaarschijnlijk dat er veel joden uit de drie noordelijke provincies zijn ondergedoken. De deportatie daar voltrok zich daarvoor tc snel, met als triest hoogtepunt de plotselinge wegzending van de joodse gevangenen uit de Nederlandse werkkampen en hun

gezinnen in de nacht van 2 op 3 oktober 1942. Overigens wekte deze snelle deportatie wel grote woede in het noorden van Nederland en daarvan hebben later veel onderduikorganisaties geprofiteerd door er honderden joden uit het Westen onder te brengen. In de provincies Limburg en Zeeland woonden zeer weinig joden, waardoor de deportatie daar zich grotendeels aan het oog van de bevolking onttrok. In de rest van het land werden verreweg de meeste joden weggevoerd in de eerste periode van de deportaties, namelijk van juli 1942 tot en met april 1943. Onderduikorganisaties Men kan onderscheid maken tussen de georganiseerde en de nietgeorganiseerde onderduik. Anders gezegd, joden doken onder dankzij bemiddeling van een onderduikorganisatie of op eigen initiatief. Dat laatste betekende dat men te rade ging bij niet-joodse familie, vrienden of kennissen. Een groot deel van hen kwam echter na een aantal adreswijzigingen alsnog bij een der onderduikorganisaties terecht. Deze particuliere onderduik zal zich over het algemeen dicht bij huis hebben afgespeeld. Daar woonden namelijk de meeste vrienden en bekenden. Voor de onderduikorganisaties gold het tegenovergestelde: hoe verder men de joden liet onderduiken van hun woonplaats, des te kleiner werd de kans dat zij zouden worden herkend en gearresteerd. In de praktijk kwam dit er vooral op neer dat Amsterdamse joden terechtkwamen op het platteland in het Noorden, Oosten en Zuiden van het land.


Van de onderduikorganisaties is het een en ander bekend. Zij haalden in het algemeen joden op uit de grote steden - met name Amsterdam - en btachten ze onder bij gastgezinnen op het platteland of, soms, in een andere gtote stad. A s het nodig was plaatsten zij ze over naar een ander gastgezin en voorzagen hen van bonkaarten, kleding, schoeisel en soms zelfs kostgeld. U kunt zich voorstellen dat deze organisaties niet zomaar uit de lucht kwamen vallen. Het vergde een gedegen voorbereiding, waarbij het voornaamste probleem was om aan betrouwbare medewerkers en gastgezinnen te komen. Er moest zeer zorgvuldig moest wotden geselecteerd, als het om medewerkers of onderduikadressen ging, omdat men andets grote kans liep te wotden vettaden. De meeste organisaties die ik heb onderzocht, hadden ongeveer tien maanden nodig om de ovetgang van goedwillende amateuts n a a t getrainde professionals te maken. I n die tien maanden - juli 1942 tot en met april 1943 - konden slechts mondjesmaat joden worden gered. In diezelfde tien maanden werd ruim 56 procent van het totaal aantal gedepotteerde joden uit Nederland weggevoerd. Anders gezegd: de georganiseerde onderduik kwam te laat op gang. Pas in mei 1943 was men in staat grotere groepen joden te helpen. As voorbeeld kan de organisatie van Krijn van den Helm in Leeuwarden dienen. Krijn van den Helm werd boos toen een joodse familie uit Leeuwarden dteigde te wotden gedeporteerd. Hij heeft dan ook alles in het wetk gesteld om deze familie te redden, hetgeen hem met veel moeite is gelukt. Langzaam maar zeker groeide uit deze inspanningen een grote onderduikorganisatie. Voor de overgrote meerderheid van de 665 Leeuwarder joden kwam deze hulp echter te laat. Uiteindelijk verzorgden Krijn van den Helm en zijn medewerkers in Friesland tweehondetd

ondergedoken joden die hem grotendeels vanuit het Westen w a t e n toege2,onden.

Overlijdensberichten Wat is de verklaring voor de omslag in mei 1943? Eén verklaring heb ik reeds genoemd: de meeste ondetduikorganisaties hadden op dat moment de ovetgang van amateurisme naar professionalisme gemaakt. Op de tweede verklaring heeft Presser reeds gewezen: per mei 1943 was onder de joden de bereidheid om onder te duiken dramatisch toegenomen, al zullen er niet veel zijn geweesr die de werkelijke omvang van de ramp hebben bevroed. Van de joden die in 1941 naar Mauthausen waren gestuutd, had men ovetlijdensbet ichten

ontvangen. Deze overlijdensberichten vormden de belangrijkste oorzaak dat de achterblijvers alles deden om niet naar Mauthausen te worden gestuutd. De bezettet dreigde in geval van joods verzet tegen de deportatie met wegzending naar Mauthausen en wist daatmee gehoorzaamheid af te dwingen. Maar in de lente van 1943 w a t e n vele joden gaan twijfelen. Vanuit Polen kwam immers helemaal geen nieuws. In mei 1943 besloot een relatief groot deel van de nog testerende joden dat het betet was het dreigement van de Duitsers te negeren en alsnog onder te duiken. Een detde vetklating, die bij De Jong tetug is te vinden, is dat begin mei 1943 meer deuren op het platteland zich openden voor onderduikers, dus

Zentralstelle flir jüdische Aus*anderung Amsterdam T^Ltoon

.V?

31171

97001

OPROEPING! Aan

S

a

l

o

a

o

n

slib er

L

£o3-s*rraderv*g 2ol

5

No.

Heerlen.

U moet zich voor eventueele deehame aan een, onder politietoezichtstaande, w e r k verruiming m Duitschland voor persoonsondïrzoek en geneeskundige keuring naar bei door-

op de verzamelplaats Als

SCUOOLPROF P.V^lLLEMSTKAAT.M^V^l.

bagage mag

medegenomen

vorden

aanwezigen

- i > o M ik m i n s rt-iiayS D ' ' B I D

1 1 2

koffer oi rugzak paar werklaarzen D " 3 1 J n l A I T 0 » 3tnnr paar sokken '1 onderbroeken 7 0 1 = vS hemden "l werkpak n r o S D»y3B wollen dekens SdikS n n S i 2 stel beddengoed (overtrek met laken) 1 eetnap n'nc 0 "i D 1 drinkbeker "P 1 lepel en 1 pullover m m »mm m i handdoek en toiletartikelen en eveneens marsen proviand voor 3 dagen en de voor die tijd geldige distributiekaarten De mee te nemen bagage moet lp gedeelten gepakt worden

1

a.

Noodzakelijke reisbehoeften daartoe behooren 2 deken*, 1 stel beddegoed, levensmiddelen voor 3 «*l*g«.v, toiletgerei, etensbord eetbestek drinkbeker,

b.

Groote bagage De onder b vermeide bagage moet worden gepakt in een stevige koHer o' rugzak welke op duidelijke wijze vcomen moet zijn van naam, voornamen, geboortedatum en het woord „Holland". Gezinsbagage is niet toegestaan Het voorgaande moet nauwkeurig in acht genomen worden daar de groote bagage m de plaats van vertrek afzonderlijk ingeladen wordt De verschillende bewijs- en persoonspapieren mogen niet bij de bagage verpakt worden, doch moeten, voor onmiddellijk vertoon gereed meoegedragen worden De woning moet ordelijk achtergelaten en afgesloten wo'den de huissleutels moeten worden medegenomen Niet medegenomen mogen worden: levend huisraad

Oproep

voor deportatie

aan Salomon

1 1 2 2 2 1

2 2 1 1 1 1

Silber


ook voor joodse onderduikers. Aanleiding was het plan van de bevelhebber van de Duitse troepen in Nederland om de mannen die in de meidagen van 1940 tegen de Wehrmacht hadden gevochten opnieuw af te voeren in krijgsgevangenschap. Een landelijk protest mondde uit in de April/meistakingen van 1943, die op bevel van SeijssInquart en Rauter bruut werden neergeslagen. Het is dit brute optreden geweest, dat de bevolking op het platteland de schellen van de ogen deed vallen.

Ongeloof en onwetendheid Hoezo? Wist men op dat moment dan nog niet van de deportaties van joden? Dat brengt mij op de vierde, minder voor de hand liggende verklaring. Het antwoord luidt: soms wist men het wel en soms niet, afhankelijk van het aantal joden dat er in de buurt woonde en de snelheid waarmee deze werden weggevoerd. In Amsterdam was men uiteraard eerder op de hoogte dan in de rest van het land. Daar ontstonden dan ook de meeste onderduikorganisaties. Piet Meerburg, die destijds voorman was van de Amsterdamse studenten, toog al in de zomer van 1942 naar Friesland om onderduikadressen te zoeken voor joodse kinderen. Hij kreeg daar toen nul op het rekest, want de mensen die hij benaderde, geloofden hem niet toen hij hun vertelde over het deporteren van joden uit Amsterdam. Een half jaar later keerde hij er terug. Inmiddels was een groot deel van de Friese joden weggehaald. Toen geloofde men hem wel en kreeg hij de gevraagde adressen. Echter, in grote delen van het zuidelijke platteland wist men zelfs op dat moment nog van niks. Een extreem voorbeeld vormen de Peel dorpen in het oosten van NoordBrabant en het Noorden van Limburg. In dat gebied woonden geen joden en bovendien waren de April/meistakingen er grotendeels aan

maakte men slechts onderscheid tussen katholieken en nietkatholieken. Vervolgens moest hij hen vertellen dat deze joden werden vervolgd, zodat hulp geboden was en dat de pastoor dat ook vond. Vooral dat laatste gaf de doorslag. Dit betekende dat pas medio augustus de eerste joden naar Tienray konden komen om daar onder te duiken, toen het grootste deel van de joden al was gedeporteerd. Toch zijn nog in totaal 125 Joden in Tienray ondergedoken.

Nu o Dohmen

Resumerend: de volgende vier factoren leidden er toe dat pas in de maanden mei tot en met september 1943 joden op grotere schaal door onderduikorganisaties konden worden ondergebracht: de overgang van amateurisme naar professionalisme, grotere onderduikbereidheid onder de joden, de April/ mei-stakingen en de langzaam groeiende bewustwording op het platteland. Eerder

Hanna van de \'ooi t

voorbij gegaan. In de late lente van 1943 ging Meerburg er vragen om onderduikadressen en vond in het bedevaartplaatsje Tienray gehoor bij de vroedvrouw Hanna van de Voort en de student Nico Dohmen, die bij haar was ondergedoken. Zij stemden erin toe om in het gebied onderduikadressen te werven. Nico Dohmen leeft nog en vertelde mij zeer beeldend hoeveel moeite hij heeft gehad om de mensen in de buurt te overtuigen van de noodzaak om joodse kinderen in hun huis op te nemen. Want eerst moest hij uitleggen wat joden precies waren. Dat wist men helemaal niet. In de bijna honderd procent katholieke Peel

Er zijn mij slechts twee grote groepen die joodse onderduikers hielpen bekend die eerder dan 1 mei 1943 hun organisatie op orde hadden. Dat betreft het Utrechts KindercomitĂŠ en de groep Overduin uit Enschede. De Utrechtse studenten, al na een paar weken samenwerkend met Meerburg en de zijnen in Amsterdam, benutten hun studentenverenigingen als 'moederorganisatie door er snel een groot aantal medewerkers uit te putten en joodse kinderen onder te brengen bij ouders en bekenden van de leden. D o o r gebruikmaking van dit landelijke netwerk kon er meteen vanaf juli 1942 op redelijke schaal hulp worden geboden. Honderden joodse kinderen werden door de studenten ondergebracht. In Enschede werden de gereformeerde dominee Leendert Overduin en zijn volgelingen reeds in september 1941 opgeschrikt door een razzia die


ongeveer honderd joodse mannen uit hun midden afvoerde naar Mauthausen. Deze razzia werkte als een waarschuwing voor wat komen ging. Daarna werden de joden in Enschede bijna een jaar met rust gelaten. Overduin, die zich had voorgenomen dat iets dergelijks niet nog eens mocht voorkomen, stelde zich in dat jaar in verbinding met de Enschedese Joodsche Raad onder leiding van de textielfabrikant Sieg Menko. Samen met de Enschedese joden stichtte Overduin een organisatie met als doel de Duitsers de volgende keer voor te zijn. Toen dan ook de Enschedese joden dreigden te worden gedeporteerd, was voor ieder die dat wilde een onderduikadres voorhanden. Dit is de reden dat het overlevingspercentage onder de Enschedese joden vrij hoog ligt. Het is tevens de reden dat de groep Overduin tussen de zevenhonderd en achthonderd joden wist te redden, het hoogste aantal dat door een Nederlandse groep werd ondergebracht. Overigens volgde Overduin vanaf mei 1943 het landelijke patroon: toen er geen Enschedese joden hoefden te worden gered, richtte hij zijn blik op Amsterdam.

prr D

' '

H\,p //| r

Bescherming Wie waren degenen bij wie de onderduikorganisaties terecht konden om joden te verbergen? Als men het Amerikaanse echtpaar Samuel en Pearl Oliner mag geloven, betrof het in meerderheid individuele altru誰sten die, geweldig gemotiveerd hun leven en dat van hun gezin in de waagschaal stelden als ware helden. Maar het sociologische model dat zij hanteren is niet goed hanteerbaar voor de joodse onderduik op het Nederlandse platteland. Want het ging meestal niet om heldhaftige individuen. Een groot deel van de joodse onderduikers werd via organisaties onder dak gebracht, hetgeen per definitie meerdere mensen inhoudt. In veel gevallen kwam er regelmatig een lid

Vals persoonbewijs

van de organisatie langs om bonkaarten en valse papieren te brengen en om te overleggen hoe het met de onderduiker was gesteld. Indien nodig volgde overplaatsing. Anders gezegd, de gastgezinnen genoten in veel gevallen de bescherming van de organisaties. Daarna ist was er de bescherming van de gemeenschap, aangezien, anders dan in de grote steden, de geheimhouding op het platteland niet veel voorstelde. Het halve dorp was ervan op de hoogte dat er bij boer Boonstra onderduikers zaten. In plaats van geheimhouding functioneerde echter de sociale controle. De gemeenschap vormde als het ware een

van Virne

Cohen

beschermende schelp om de onderduikers. Dit kwam er in de praktijk op neer dat joden van het ene naar het andere onderduikadres konden gaan, dat er - veelal door de politie - werd gewaarschuwd als er gevaar dreigde en dat lokale NSB'ers bezoek kregen van een onbekende uit een paar dorpjes verderop, die hen vertelde dat als zij de boel zouden verraden, zij daarvoor na de oorlog de rekening kregen gepresenteerd. Dat was, gezien de geallieerde successen in 1943 en 1944, meestal wel afdoende. Hoe kwamen deze gemeenschappen ertoe om joden op te nemen? Mijn


antwoord daarop luidt: dankzij de vootspraak van de lokale opinionleaders. In eerste instantie de geestelijkheid, maar ook schoolhoofden, huisartsen en fabrieksdirecteuren. De katholieke geestelijkheid, meestal de kapelaans, ging soms zelfs zover om potentiële gastgezinnen een jood op te dringen dooi hen bijvoorbeeld een hoger plaatsje in de hemel te beloven. Andeten hanteerden het wapen van de absolutie: ter compensatie v o o t hun tijdens de biecht uitgesproken zonden moesten potentiële gastheren een jood opnemen.

Religieuze enclaves De sociale controle functioneetde het best in gemeenschappen die een andete religie aanhingen dan in de rest van het gebied gebtuikelijk was. Het betoemdste vootbeeld is natuurlijk het Franse dorpje Le Chambon-sur-Ligne, waar honderden joden een toevlucht hebben gevonden. Het markante aan dit dorpje was dat het werd bevolkt door louter protestanten, die zich bevonden in een oceaan van katholieken. Contact met de omringende dorpen was er derhalve niet of nauwelijks. Voor de vragen des levens wendden de dorpelingen zich uitsluitend tot de andete leden van de gemeenschap en met name tot hun geestelijk leidet, de dominee André Trocmé. Trocmé hield hen voor dat zij de joden moesten helpen. Zonder uitzondering hebben de dorpelingen daaraan gehoor gegeven. Iets dergelijks heeft zich ook in Nedetland afgespeeld. Zo bracht de NV-groep tot ongeveet augustus 1943 joodse kinderen onder bij de kleine groep gereformeerden in de Limburgse Mijnstreek. Het begin votmde het contact met de Heerlense predikant Gerard Pontier. Deze spoorde zijn gemeenteleden aan om joodse kinderen op te nemen. De meesten voldeden aan de oproep. In mei 1943 was men door Pontiets

gemeenteleden heen. In plaats van te pogen om de Heetlense katholieken bij het wetk te betrekken, besloot de NV-top om het territorium uit te bteiden. Men wendde zich tot ds. Bouma, de geteformeerde predikant van Hoensbroek en Brunssum. Ook deze wist zijn gemeenteleden er toe te krijgen joodse kinderen op te nemen. Aldus kon men vetdet tot eind augustus 1943, toen opnieuw iedete betrouwbare gereformeerde de mogelijkheid had gehad om een joods kind in huis op te nemen. Toen wendde men zich tot de gereformeerde predikant van Geleen en Luttetade, enzovoort en zo verder, tot in Venlo toe. Eind 1943 was ZuidLimburg 'vol' naar het oordeel van de NV-top. Daarom probeerde men het vanaf het einde van 1943 in De Betuwe en in Twente. Echtet, daar waren andere organisaties hen v o o t geweest. Zo had Leendert Oveiduin in Twente inmiddels de meeste onderduikadressen benut, met als gevolg dat de NV-kinderen er alleen nog maar bij stteng gereformeerde gezinnen terecht konden. Veel van deze kinderen klaagden na de oorlog dan ook over de religieuze druk die er op hen was uitgeoefend. Het moge in elk duidelijk zijn dat deze collectieve handelwijze zeet ver af staat van de altruïstische individuen die door het echtpaat Olinet worden opgevoerd. Daarmee wil ik uiteraard geenszins bestlijden dat er in een aantal gevallen wel degelijk sptake was van heldhaftig en alttuïstisch gedrag. Mijn conclusie is, dat het vergeleken met andere Westeuropese landen hoge percentage slachtoffers onder de Nederlandse joden niet te wijten valt aan een gebrek aan bereidheid van de niet-joodse bevolking om hen te laten onderduiken. Een veel belangrijker oorzaak daarvoor lijkt mij het feit dat de in meetdetheid stadse joden zeet veel moeite hadden om het grote potentieel aan

onderduikadressen op het platteland te benutten. De enigen die dit contact tot stand konden btengen waren de onderduikorganisaties en die kwamen, met uitzondering van de groep Overduin en de Utrechtse studenten, te laat op gang. Bert Jan Flim Bert Jan Flim is de schrijver van: Omdat hun hart sprak. Geschiedenis van de georganiseerde hulp aan joodse kinderen in Nederland, 1942-1945 (Kampen 1996)

Jansen -Textielvoor al uw lingerie en beenmode !!! Lovable - Alter Eden Triumph - Pastunette Kunert - Oroblii Sloggi - Ten Cate

Diemerplein 4 8 Diemen


Nogmaals naar Vught Zolang ik nog in staat ben mijn jaarlijkse bladvulling voor ons herdenkingsblad te schrijven, ga ik er mee door. Na zo een vijftig jaar kunnen herhalingen voorkomen en heb ik alle gegevens misschien niet helemaal meer op een rijtje staan. Ik weet wel dat die halve eeuw na 40-45 sneller lijken te zijn verlopen dan de vijf oorlogsjaren. De geschiedenis van het concentratiekamp Vught is de laatste tijd gelukkig weer wat meer aan de vergetelheid onttrokken, (door de Vrienden van Vught o.a. en het boekje geschreven door Janneke de Moei, die een vriendin van ons is geworden.)

I i

Midden 1942 werden onze jonge (joodse) mannen op alfabet oproepen om in het "duizend jarige Reich" te komen helpen de boter en de spaden om te smelten in geweren en kanonnen. "Ze moeten mij maat komen halen" dachten zeer velen. En dat gebeutde ook. Hele g e z i n n e n w e r d e n 's avonds van huis gehaald. Wij woonden er midden tussen en hebben hen langs zien gaan en

o n d e " bewaking van SS'ers en NSB. 'ers, opgeleide H o l l a n d s e zwarte politie, naar de overvalwagens zien voeren. De 15 kilo maximum toegestane bagage werd, na doorzocht te zijn, direct in de entrepots van de dodenfabrieken opgestapeld. Er was geen ontkomen aan. Waar hadden zij/wij kunnen wegkomen? Hun kinderen liepen mee, vaak in warme pakjes van overgordijnen of andere dikke textielstoffen gekleed om de w i n t e r k o u in Polen te kunnen doorstaan. Dappet riepen die kleinen: "Daag-daag, wij komen terug! Onze familieleden Mijn jongste broer, Louis, toen 24 of 25 jaar, kwam op een middag in die gespannen tijd bij ons. Hij woonde toen met vader en diens vrouw dicht bij ons in de buurt. Hij liet ons zijn petsoonsbewijs zien. Zondet gele stet, met een gefingeetde naam en een stempel, een cirkel van een onderbroken potloodlijn. Bij het zien ervan liepen mij de rillingen over mijn rug. Louis had mij gevraagd hoe ik daarover dacht. Ik zei hem toen: "Je hebt het volle recht om over je eigen leven te beschikken. Als ik nog vrijgezel was, had ik misschien ook zoiets geprobeerd". Met een broer van onze zwager en nog twee vrienden van ongeveer gelijke leeftijd wilden zij naar Zwitserland uitwijken. Na een spookreis en een verblijf in een gevangenkamp daar, zijn zij na de bevrijding, b e h o u d e n , teruggekomen. Toen mijn broer Louis geen gehoor aan de oproep had gegeven, werden de volgende zondag onze vader David en zijn vrouw door twee Hollandse rechercheurs van huis gehaald. Korte tijd daarna zag ik de meubels die mijn moeder met zorg,

vlijt en liefde als het ware hardhandig gekoesterd had, naar buiten hijsen (ten behoeve van het 'volksherstel' in Duitsland.) Nog steeds midden '42. Onderduik. De man van mijn zuster Femma, Lou, verdiende nog steeds een boterham, met er nog wat op ook. Hij handelde in stoffen en had d a a r m e e op diverse m a r k t e n gestaan. H i j , Femma en h u n schattige dochtertje van ongeveer drie jaar, naar mijn m o e d e r Miriam genoemd, besloten ondet te duiken bij boeren in Breukelen. O p een zaterdagochtend kwam Lou bij ons thuis o m d a t hij wat af m o e s t handelen. Hij vertelde intussen dat de boer gewaarschuwd had, dat het voor hen te gevaarlijk werd, maar dat zij bij een broer van hem konden intrekken. En dat is zo gegaan. Loutje vroeg mij of ik met hem mee naat huis wilde gaan. Dat deed ik , we hadden elkaar immers veel te vertellen. Toen wij bij z'n woning kwamen aan de Ruysstraat 25 ĂŠĂŠn hoog stonden twee mannen zijn meubels naar b u i t e n te hijsen in een vtachtauto klaar stond voor de deur. Loutje stoof op ze af en schreeuwde: "Zet meteen die meubels terug, zo niet, dan ga ik naar de Sicherheits Dienst!" D a a t n a zijn Lou, Fem en kleine Miriam naar hun woning teruggegaan. Hun meubels stonden er weer. Toen wij bij hen kwamen vertelde Fem ons, dat hun dochtertje al zo ingeburgerd was geweest daar in Breukelen en op houten klompjes met de dorps-kinderen had gespeeld. Onze Daveje, bijna twee jaar toen, liep nog met een b e g i n n e n d hongeroedeem-buikje achter Femma aan om nog een koekje te krijgen, en dat gaf ze hem.


Midden in de zomer van '43 werden zij tijdens een van de grootste uitkamrazzia's gepakt en de gaskamers van Sobibor deden de rest. Gesperrt, tweede helft van ' 4 2 . Ik werkte in het diamantvak. Al spoedig nadat de bezetting een feit was, werd er beslag gelegd op alle ruwe en geslepen diamant. Er bleef een piezelig klein beetje inferieure stukjes ruwe, bijna niet te bewerken diamant over. Mijn oudste broer, die zijn diamanten ook had moeten inleveren, kon zichzelf en af en toe mij met de overgehouden stukjes uitschot bezig houden. Dat werd getolereerd door de Duitsers, omdat dit vanuit Berlijn was bevolen. Hij en ik kwamen daarom zelfs in aanmerking om een Sperr op het persoonsbewijs te krijgen. Daarmede waren onze gezinnen tegen d e p o r t a t i e b e s c h e r m d . Voorlopig, want in de tekst van die Sperr stond; 'Bis auf Weiterest Weitermachen, doorgaan! Naast ons woonden met op elkaar aansluitende veranda's op drie hoog onze vrienden en buren, Janny en Sal. Sal had als huiss c h i l d e r bij een h u i s e i g e n a a r gewerkt die rijen huizen in vele buurten van Amsterdam bezat. Waarschijnlijk dat deze zijn plaats voor een Verwal ter heeft moeten afstaan, en Sal in de w e r k verschaffing terecht was gekomen. 3 O k t o b e r 's-avonds, koud en regenachtig was het dat Janny op het veranda-tussenschot bonkte. "Ze hebben Sal en alle andere j o o d s e m a n n e n uit de w e r k kampen weggehaald", kreet ze. Snikkend, met tranen langs haar wangen vertelde ze ons, dat er twee Grünen (politie) bij haar waren geweest en haar bevolen hadden, dat zij binnen tien minuten klaar moest staan. Zij zouden haar dan meenemen. Vier oktober, dierendag. Ook de volgende dag werden de

joodse mannen uit de werkkampen opgehaald, zogenaamd om voor de Arbeitseinsatz in Duitsland te gaan w e r k e n . N u werden ook h u n vrouwen en kinderen opgehaald om zich bij de m a n n e n te voegen. Misschien gebruikten die Grünen dat als smoesje, om hen op hun gemak te stellen. Janny gaf ons een leren beursje met wat dubbeltjes en kwarrjes erin. "Of het mogelijk was Sal daarvoor nog iets te sturen", vroeg ze. De vrouwen en mannen hebben elkaar nooit meer gezien. Sal heb ik na '45 weer getroffen. Misschien heeft hij het daar kunnen rooien als schilder. R o n d die tijd werd ook het "Apeldoornse Bos" het tehuis voor joodse verpleegde invaliden, zieken en gezonde oudjes, ontruimd en de bewoners naar het O o s t e n weggesleept. "JudistJud, ob mitoder ohne beinêj zoals dr. Presser schreef. Ook kinderen en zelfs baby's werden meegenomen. Allemaal naar de arbeidsinzet in Duitsland? Verkrampt keken mijn vrouw Fietje en ik door het raam naar buiten en zagen op het Krugerplein en de straten die er op uitkomen hoe oude en invalide joodse mensen uit hun huizen gehaald werden. Vervolgens werden zij op handkarren met een houten raam, die voor verhuizingen dienden, geladen. Dat werk werd houd u vast! - door de mannen van de O.D. van Westerbork gedaan. Het waren geen in overalls en petjes verkleede S.S.'ers. Ononderbroken werd de deportatie voortgezet. Ook de ouders van Fie waren intussen weggehaald. O n d a n k s gesperrt, maakten wij ons erg bezorgd, wanneer wij "gehaald" zouden worden. Vught, geen vakantieoord Toen was het zo ver gekomen. In ons H e r d e n k i n g s n u m m e r van 1 januari 1970 heb ik verslag gedaan van mijn arrestatie en later de rit naar de Hollandsche Schouwburgen v a n d a a r naar Vught, met de felicitaties en een pakje brood (11 febr. '43)

Ons transport bestond uit gezinnen van diamantbewerkers, voor wie "het Weiteres" op de Sperr was a a n g e b r o k e n . Er waren ook strafgevallen bij, die misschien zonder sterren hadden gelopen, appels h a d d e n gekocht of soortgelijke overtredingen hadden gemaakt. Na administratie werden de v r o u w e n en m a n n e n in verschillende barakken ingedeeld. Wij, de mannen met wat grotere zoontjes, werden in een barak gestouwd die zo nieuw gebouwd was dat er vocht langs de muren droop en plassen onder de bedden lagen. Overigens waren er prima stapelbedden, die echter weinig plaats boden aan vaders met zonen en bagage. Gelukkig kwam ik op een bovenste bed te liggen naast een kantelraam. Al spoedig werd het s t i n k e n d benauwd in de te kleine ruimte voor die paar h o n d e r d a d e m e n d e manspersonenen en het v e r d a m p e n d e water. Vanzelfsprekend klapte ik het raampje open. Er volgden, net als op de fabriek, protesten. H e t kabaal groeide uit tot een ordinaire ruzie, waarvoor de ramen alleen maar een aanleiding hadden gevormd. Het waren een paar slijpers bij wie de opgekropte gramschap, angst en zorgen na tien jaar werkloosheid naar b u i t e n k w a m . (In ons h e r d e n k i n g s b l a d nr. 1-1-92 uitgebreid verslag). Een weinig verlucht De volgende ochtend besprak Max, ook een diamantbewerker, de ruzie van de vorige avond buiten de barak met mij. Hij was het volkomen eens met het openen van de ramen bij zo'n verstikkende benauwdheid. Hij voegde er nog aan toe: "Ieder mens laat in zijn slaap drie a vier winden vlieden". Ik zei onder andere dat het mij verwonderd had dat er niemand van de bewaking op dat tumult was afgekomen. Ik had Max op een ongewone manier leren kennen in een periode van


werkloosheid. Hij liep altijd in een brandschoon wit hemdje met een Schillerkraag. Zijn haarwas girzwart, een ragebol, als de kruin van een den aan de Napolitaanse kust. Op een dag liepen wij, enkele bevriende, wetkloze stempelaars in de Sarphatiestraat op weg naar de bond (A.N.D.B.) om ons dagwerk te verrichten. Het was mooi zomerweer. Nog enige slijpers liepen met hetzelfde doel ook die kant uit. Er kwamen ons van de regenovergesrelde kant enige slijpers tegemoet. Toen deze dichterbij kwamen zagen wij dat ze prachtige dikke winterjassen over de arm meedroegen. Ook Max was bij hen, ook met zo'n mooie jas over de arm. De mannen aan onze kant hielden de jassendtagets staande. Een van het vroeg de anderen: "Hoe komen jullie aan die jassen?" Max verrelde ze dat ze die gekregen hadden van vrouwen van de Handwerkers Vriendenkring (een recreatiezaal toen voor werkloze diamantbewetkers). "Zijn jullie gek geworden?" Begon de vrager te schreeuwen, "Wij willen geen giften in natura, wij willen wel meer loon of uitkering. Breng terug die jassen!" Max en de zijnen stonden et bedremmeld en teleurgesteld bij, maar toen maakten ze rechts-omkeert om hun verworven schatten terug te brengen. Zij waten O.S.P.ets, linkser dan wij. Of hun s t a n d p u n t te rechtvaardigen was? In Vught deed dat er niet meet toe. Jacques Furth

l

Van harte welkom bij Vanderveen Assen Het meest gespecialiseerde warenhuis van Nederland met 60 speciaalzaken onder één dak!

v

VANDERVEEN

WARENHUIS-ASSEN

Tel. 0592-311611 Fax 0592- 318351

Zien leidt tot gedenken, gedenken leidt tot doen (Babylonische Talmoed)

••ds historisch museum Jonas Daniël Meijerplein 2-4, Amsterdam Dagelijks open van 11 - 1 7 uur

Hollandsche Schouwburg Plantage Middenlaan 24, Amsterdam Dagelijks open van 11 - 16 uur Toegang gratis

Voor onze meest recente informatie kunt u onze website raadplegen: WWW.JHM.NL


Frankrijk en het antisemitisme "Ik leef in een merkwaardig land dat men buitengewoon slecht kent, en dat omringd wordt door een hoge m u u r van nevels, fabels en hersenschimmen. Dat vreemde, verre, onbekende land, dat laatste mistige en exotische oord, dat is Frankrijk", zo schreef de filosoof Bernard-Henri Lévy in het spraakmakende L'idéologie frangaise (1981). Eén van die fabels is dat Ftanktijk het land zou zijn van de rechten van de mens, van het gelijkheidsbeginsel, een terre d'accueil waar vreemdelingen liefdevol worden opgenomen. In theorie is dat misschien waar, en het is ook het beeld dat Ftankrijk van zichzelf naar buiten probeert te btengen, maar de praktijk is minder rooskleurig. Vanaf de negentiende eeuw hebben vooral de joden het moeten ontgelden, en in tegenstelling tot wat veel mensen denken is het antisemitisme als politieke doctrine geen specifiek Duits fenomeen. Ftanse denkers als Edouard Drumont en Vacher deLapouge hebben een niet te vetwaatlozen aandeel gehad in her ontstaan hiervan, en hun rheorieën hebben zelfs model gestaan voor Duitse werken over 'het joodse vtaagstuk.'

Ontwortelde kosmopolieten Het moderne antisemitisme zoals dat in Ftankrijk aan het einde van de negentiende eeuw ontstond was een vreemde mengeling van religie, wetenschap, antropologie en nationalisme. Dit alles wetd onder invloed van het heetsende cultuutpessimisme en de angst voor de moderniteit aaneen gesmeed tot een explosieve ideologie, die met de Dreyfus-affaire een hoogtepunt bereikte. Drumont, die deze ideologie vormgaf in boeken als La Francejuive (de grote bestseller van het einde van de eeuw) en La fin d'un monde, stelde

Frankrijk voor als een doot een fatale ziekte getroffen natie. Het waren de joden, die o n t w o n d d e kosmopolieten, die als gevaarlijke bacteriën het nationale lichaam waten binnengedrongen. Zij hadden het land besmet met de ziekte die korre metten maakt met kwetsbare beschavingen: de decadentie. Dtumont schetste een apocalyptisch beeld van zijn tijd. Niet alleen hadden de joden in Frankrijk verval en moderniteit binnengebracht, zij hadden et tevens voor gezorgd dat de ziekte via rasvermenging ook de volgende generaries zou ondermijnen. De jood werd voortaan gestigmatiseefd als het onzichtbate kwaad, de patasiet, de bacterie die de weerloze en verzwakte natie in zijn macht had gektegen. De mythe van het 'joodse complot' was geboren: verbonden in een internationale samenzwering stteefden de joden naar heerschappij over de hele wereld. In de jaren tussen de twee weteldootlogen in wetd de socialist Léon Blum, leider van her linkse Volksfront, het slachtoffet van vet baal en fysiek geweld. Hij was, in de wooiden van de oude nationalist en antisemiet Charles Maurras, "de man die afgemaakt moest wotden". Een nieuwe mythe weid aan de lange lijst toegevoegd: die van de 'joodse fepubliek'. Céline blies het beeld van de jood als bacterie in de deliriumachtige uitbaistingen van zijn antisemitische pamfletten nieuw leven in. Hij riep om "schoonmaak", "ontsmetting", "perfecte sterilisatie a la Pasteur'. Nazi-Duitsland, met zijn raciale wetten en staatsantisemitisme, was v o o t hem een bron van inspiratie: hij zag zijn biologisch racisme daar tot in de uiteiste consequenties toegepast.

Goddelijke verrassing Toen Ftanktijk in 1940 door de Duitse legers werd bezet, sprak

Charles Maurras van een divine surprise: alles waar hij en zijn aanhangers jarenlang om geschreeuwd hadden, kon eindelijk worden gerealiseerd. De gehate republiek wetd afgeschaft en vervangen doot een autoritaite staat, de invloed van de katholieke kerk werd hersteld, politiek plutalisme maakte plaats v o o t een dictatuut en vakbonden v o o t middeleeuws aandoende corporaties. Ftankrijk was tetug in het Ancien Régime, de tijd van v o o t de revolutie van 1789. De

leuze 'Vtijheid, Gelijkheid en Broederschap' werd vervangen door 'Werk, Gezin en Vaderland'. De ideologie was ondanks de naam 'Nationale tevolutie' een nostalgische tetugkeet naar het oude agtarische Frankrijk, waar niet langer plaats was voot buitenlanden? en kosmopolieten. Het opsporen en vernietigen van deze gevaarlijke vijanden van de staat werd de eerste prioriteit. Nog v o o t de Duitsers erom vroegen, begonnen overijverige ambtenaten met felle propagandacampagnes, gevolgd door discriminatoite maattegelen en wetten, en uiteindelijk doot razzia's, internering in doorgangskampen als Drancy en deportatie. Het doel was de totale uitroeiing van de Franse joden. Voor de ' collaborationisten', een groep Parijse schrijvers en journalisten die zich onvoorwaardelijk achter de Nazi's had geschaard, ging dit niet snel genoeg. In hun kranten en tijdschtiften riepen zij op tot nog gewelddadiger optreden tegen de F t a n s e joden. Zij beschouwden antisemitisme niet als iets dat doot de bezetter was opgelegd, maar als een typisch Franse ttaditie, een specifiek Franse eigenschap die slechts door de Duitsers was 'geleend' maar in feite bij Frankrijk hoorde.


Anti-judaïsme Het Franse antisemitisme baseert zich veel minder dan het Duitse op raszuiverheid. Het heeft zijn wortels in het katholieke anti-judaïsme, dat in de negentiende eeuw vermengd raakte met het linkse of economische antisemitisme van denkers als Proudhon en Toussenel, voor wie de joden het internationale grootkapitaal vertegenwoordigden. Hoewel raciale theorieën over de 'zuiverheid' van het Franse volk (dat in wezen dankzij een aaneenschakeling van vermengingen ontstond) hier en daar een rol spelen, is het niet het belangrijkste element in de Franse jodenhaat. Fundamenteel is hier het traditionalisme, dat voorschrijft dat de wereld onveranderd moet blijven en dit als een natuurwet aanvaardt, en de joden als het storende element ziet dat met de moderniteit verscheen; verder het nationalisme dat vasthoudt aan het beeld van la terre et les morts, de grond en de gestorvenen, de Franse versie van de Duitse Blut und Bodenideologie. De nationalistische doctrine heeft de joden altijd afgeschilderd als een nomadisch volk dat zich de geest en cultuur van hun gastland nooit eigen kon maken. Zo riep de schrijver Maurice Barrès uit tijdens de Dreyfus-afifaire dat het geen wonder was dat Dreyfus een verrader was: hij was namelijk geen echte Fransman. Maar het felste antisemitisme kwam van de katholieke kerk, die haar aanhang verloor en daar de joden de schuld van gaf. Aangezien zij van de Franse revolutie hadden geprofiteerd omdat zij hiermee burgerrechten hadden gekregen, moesten zij wel degenen zijn die deze gehate revolutie hadden ontketend. In de ogen van het conservatief katholieke deel van het Franse volk staat 'republiek' gelijk met secularisering, verlies van eeuwenoude tradities, van de culturele identiteit en van typisch Franse waarden. De katholieke krant La Croix, tegenwoordig een respectabele kwaliteitskrant, was ooit

de antisemitische krant bij uitstek, en de regering van Pétain heeft altijd kunnen rekenen op de onvoorwaardelijke steun van de meeste Franse geestelijken.

Ontkenning Het :inde van de oorlog en de 'zuivering' van een aantal collaborationisten zoals Robert Brasillach, die wegens landverraad werd gefusilleerd, betekende niet het einde van het politieke antisemitisme. Brasillach's zwager Maurice Bardeche wordt in de jaren vijftig de ideoloog van het Franse neo-fascisme. Hij maakt naam als felle criticus van de processen van Neurenberg, die volgens hem elke rechtsgeldigheid missen, en als uitgever van Paul Rassinier, Frankrijk's eerste officiële negationist' of on tkenner van de Sjoa. Rassinier, een oud-communist en verzetsman, heeft in Buchenwald gezeten. Vanaf 1946 publiceert hij boeken waarin hij "de leugens van de concentratiekampen wil ontmaskeren". Vooral het bestaan van de gaskamers wordt door hem in twijfel getrokken. In de jaren zeventig worden Rassinier's theorieën overgenomen door Robert Faurisson. De gaskamers en de moord op miljoenen joden zijn volgens deze pseudo-historicus een mythe, die ten behoeve van de Amerikaans Zionistische propaganda is bedacht. Later zal Faurisson samen met de Belgische negationist Verbeke een boek publiceren waarin beiden beweien dat het dagboek van Anne Frank niet authentiek is, een boek dat na ac:ie van de Anne Frankstichting O

verboden werd. In 1986 verdedigt de negationist Henri Rocques een proefschrift over de on :kenning bij de Universiteit van Lyon. Het feit dat dergelijke denkbeelden uitgedragen kunnen worden, stelt Jean-Marie Le Pen in staat om te beweren dat "er historici zijn die discussies over deze vraagstukken voeren", alsof cr werkelijk een wetenschappelijke discussie over dit onderwerp zou bestaan. Wat wel

bestaat is een soort half-clandestiene school van ontkenners, afkomstig uit rechts extremistische en neofascistische kringen, maar ook uit kringen van extreem links en verbitterde, overgelopen communisten. De laatste die van zich deed spreken is Roger Garaudy, een beroemde ex-communist die in 1996 voor eigen rekening Les mythes fondateurs de la politique israélienne publiceerde, dat onmiddellijk werd verboden. Het boek, dat de oorsprongsmythes van de Israëlische politiek wil ontrafelen (de Auschwitzleugen in het bijzonder), is vooral een monotone herhaling van de oorsprongsmythes van het antisemitisme. Het werd aangeprezen door een duidelijk seniel geworden Abbé Pierre, de Franse moeder Teresa en vriend van armen en daklozen, die hiermee waarschijnlijk zijn recht op heiligverklaring door het Vaticaan heeft verspeeld. Een aantal jaren geleden maakte JeanMarie Le Pen in een toespraak duidelijk dat het bestaan van de gaskamers voor hem niet vaststond, want zelf had hij ze niet gezien. Hij voegde daaraan toe dat dit slechts een 'detail' in de geschiedenis was. Er stak in Frankrijk een storm van protest op. Hoewel Le Pen zijn afkeer van joden cn het jodendom nooit onder stoelen of banken had gestoken, vond de publieke opinie dat hij nu toch echt te ver was gegaan. Toch was Le Pen's opmerking niet echt verrassend voor wie zijn boeken en toespraken kent. In de rechts extremistische, racistische ideologie van het Nationale Front zijn de joden nog altijd Frankrijks belangrijkste historische vijand.

Vorm van zelfcensuur In tegenstelling tot wat over het algemeen wordt gedacht, zijn de joden nog vaker het mikpunt van Le Pen's kritiek dan de Arabieren en islamieten. Samen met de vrijmetselaren vertegenwoordigen zij voor hem een gevaarlijke lobby, een gesloten en tot samenzwering


neigende gemeenschap, die haar machr over Frankrijk wil versterken om her land in chaos en verval te stoften. Omdat e t tegenwootdig in Frankrijk sancties op antisemitische uitlatingen staan, moet Le Pen uitkijken en tteedt et een vorm van zelfcensuur op. Hij spreekt indirect o v e t joden en noemt ze meestal niet openlijk. Zo verwijst hij bijvootbeeld n a a t de staat Israël: "Het blijft eigenaardig dat het dezelfde mensen zijn die toepen dat Istaël veilige gtenzen moet hebben, en tegelijk Ftanktijks grenzen willen vernietigen". Hier wordt tussen de tegels door gezegd dat dezelfde mensen de joden zijn, die een bedreiging vormen voor de nationale veiligheid. Een andere tactiek bestaat uit de toevoeging van het bijvoeglijke naamwoord 'joods', daar waar dit geen enkele verduidelijking maar slechts stigmatiseting met zich

meebtengt. Zo beween Le Pen in vetband met de moord op een Arabier dat deze door 'een joodse kok' is gepleegd, of zegt hij o v e t de mootd op een Algerijn in een Franse ttein: "het ondetzoek zou moeten uitwijzen dat deze mootd niet doot militanten van het Nationale Front is gepleegd, maar door een Portugese jood en een Marokkaanse jood". Le Pen maakt ook gebtuik van omketingen: hij verweet bijvoorbeeld Mitterrand dat deze hem en zijn paftijgenoten 'de joodse stet' heeft opgeplakt, waarmee hij dit banaliseett en belachelijk maakt. Hij bedenkt woordspelingen om zijn gevolg aan het lachen te maken: de joodse staatssectetaris Durafour noemt hij 'Durafour-crématoire' (four crématoire is een verbrandingsoven). Le Pen speelt met de publieke opinie, die hij gfaag tart en uitdaagt. Hij kan het zich veroorloven om via omwegen

zijn vijand aan te wijzen en te bespotten. Antisemitische tradities zijn in Ftankrijk zo stetk vetankerd in de rechts extremistische politieke cultuut dat Le Pen's aanhangers genoeg hebben aan een half woord om hem te vetstaan. Frankrijk is indetdaad een vreemd en mistig land, zoals Bernard-Henry Lévy het schreef. In het ultta mnationalistische politieke landschap lijkt het antisemitisme een onuittoeibaat kwaad. De kranten en tijdschtiften van het Nationale Front bedienen zich nog altijd van de stereotiepe beelden en taal die Drumont in de negentiende eeuw inttoduceetde. Hoewel Le Pen politiek vootlopig uitgeschakeld is en de collabotateur Maurice Papon (eindelijk) zijn verdiende straf uitzit, zijn de Franse antisemieten nog lang niet uitgesproken. Solange Leibovici

V a n de penningmeester Allereerst wens ik u namens het Auschwitz

Comité

een gezond en voorspoedig 2 0 0 0 toe.

Het Comité wil iedereen die door zijn of haar donaties ons werk in het afgelopen jaar heeft gesteund bijzonder hartelijk danken. Door uw bijdrage kan iedereen ons bulletin kosteloos ontvangen. U draagt bij aan de kosten van de organisatie van de herdenking en de lunch-bijeenkomst en aan de administratieve kosten die de belangenbehartiging voor dwangarbeiders uit de kampen met zich meebrengt. Jaarlijks worden de kosten echter hoger. Daarom is het Comité in 1998 begonnen met fondsenwerving en sponsoring. En met succes! H e t Ministerie van VWS en Reaal Verzekeringen s t e u n d e n het herdenkingsnummer 1999 van het Auschwitz bulletin met een eenmalig bedrag. U w steun blijft echter de financiële ruggegraat van het comité en is daarom onontbeerlijk. Tweemaal per jaar ontvangt u een acceptgiro. De tweede giro is bedoeld als herinnering, maar zorgt nog wel eens voor misverstanden bij mensen die al hebben betaald. Sommigen denken dat ze nog eens moeten betalen. Dat moet uiteraard niet (mag natuurlijk wel). Een nieuw computerprogramma zal er in de toekomst voor zorgen dat u geen tweede acceptgiro ontvangt als u al betaald heeft. Giften zijn - zoals u waarschijnlijk bekend - aftrekbaar van de belasting. In het herdenkingsnummer worden altijd advertenties opgenomen omdat dit n u m m e r een veel hogere oplage heeft (ruim 20.000) dan de andere bulletins. Adverteren in dit n u m m e r is ook een mogelijkheid om ons financieel te steunen.


Eens verzetsman, altijd verzetsman Het joodse verzet vrijlating in 1943 zwierf hij door Nederland. Via een relatie vond hij onderdak in het Friese St. Jacobiparochie.

In 1988 werd een zwart granieten zuil onthuld bij het Amsterdamse stadhuis. Een monument voor de gevallen joodse verzetsstrijders, Het monument kwam er op initiatief van joodse oudverzetsstrijders, onder wie Chaim Natkiel, die zich ergerden aan de mythe dat joden zich tijdens de Tweede Wereldoorlog niet hebben verweerd.

Blijven vechten

Chaim

"Dat is een leugen", meent Natkiel. Alleen al in boeken, documenten en in zijn herinnering heeft hij 1138 joden gevonden die effectief verzet hebben gepleegd. In werkelijkheid moeten het er veel meer zijn geweest. Omdat hij het belangrijk vond dat verhaal ook op schrift te stellen, ijverde hij voor een boek. In 1990 werd dit door historicus Ben Braber geschreven werk bij uitgeverij Balans gepubliceerd: Zelfs als wij zullen verliezen. Joden in verzet en illegaliteit in Nederland 1940-1945. "Dat boek is natuurlijk niet compleet, dat wisten we van tevoren. Maar het is goed genoeg, niemand had nog over het joods verzet geschreven". De Joodse Scholengemeenschap Maimonides in Amsterdam heeft het monument geadopteerd. Bij het monument vindt jaarlijks een herdenking plaats. Natkiel was op zijn zeventiende al lid van een socialistische antifascistische beweging. Eigenlijk kon dat pas op je achttiende, maar hij had dispensatie van het SDAP-pa.ru) bestuur.

Ze beschermden gebouwen van de arbeidersbeweging en hielden antifascistische demonstraties. In de jaren dertig leverden ze een paar keer slag met NSB'ers. In AmsterdamNoord kwam bij zo'n zaalslag politie te paard de trap op. Na de zaalslag in theater Bellevue, waar Natkiel een NSB vergadering bijwoonde, kwam hij bont en blauw thuis. Meteen na het uitbreken van de oorlog was Natkiel betrokken bij het verspreiden van illegale bladen in zijn woonplaats Utrecht. Na de waarschuwing van een politierechexheur dat hij zou worden gearresteerd liet hij zijn vrouw en dochtertje onderduiken. Zelf probeerde hij met vriend les Groenberg op valse persoonbewijzen via Marseille naar Engeland te komen, om zich bij de Nederlandse krijgsmacht te voegen. In Frankrijk werden de twee gearresteerd. Natkiel zat acht maanden in vier gevangenissen en twee kampen, maar zijn valse papieren bleven onontdekt. Na zijn

Tot ziens in vrij Mokum elke dag schreef hij aan zijn ouders, altijd eindigend met 'Houdt moed!', 'Kop op!', 'Tot ziens in vrij Mokum!'. Brieven van Flip Slier uit werkkamp Molengoot apr. 1942 - okt. 1942 GeĂŻll. met authentieke foto's. Ć&#x2019; 24,95 Uitg. Minerva

Natkiel

Oudewater

ISBN

9076307024

Natkiel zat tot de bevrijding in het verzet. Zijn eerste opdracht was het saboteren van de paardenvordering. Later maakte hij talloze valse persoonsbewijzen, verzorgde wapentransporten en zo meer. De zwaarste opdracht was de rit van St. Jacobiparochie naar Berlikum op een bakfiets met vijftig geweren, vijftig stenguns, twee bazooka's, handgranaten en een blikken trommel met springstof. 'Don't forget it", zegt Natkiel regelmatig als hij herinneringen ophaalt. Woedend kan Natkiel worden over de opkomst na de nieuwe neonazi's en andere extreem-rechtse groeperingen. "Op een vergadering van oud-verzetslieden in het Anne Frankhuis zei Minister Sorgdrager eens, dat we in een democratische samenleving zulke verenigingen niet moeten verbieden. Hoe is het mogelijk". "Toen ik na de oorlog hoorde dat mijn zuster en mijn ouders waren vermoord heb ik gezworen dat ik blijf vechten tegen dit tuig. Ik blijf bezig met de strijd tegen racisme, antisemitisme en fascisme. Tot mijn laatste snik..." aldus Chaim Natkiel.


De Sauna bij Canada in Birkenau Twee jaar geleden kreeg ik het verzoek onderdeel uit te maken van een internationale jury die uit een viertal ontwerpen voor de inrichting van de zogenaamde Sauna in Birkenau een keuze moest maken. De restauratie en inrichting van dit gebouw maakt onderdeel uit van een reeks van plannen en initiatieven om het concentratie- en vernietigingskamp Auschwitz-Birkenau voor verval te behoeden en toegankelijker en inzichtelijker te maken voor het publiek. Toen ik op die viaag ja zei comfortabel in Amstetdam - omdat het me interessant leek bij een dergelijk groot project betrokken te zijn, tealiseerde ik me niet ten volle dat ik een paat maanden latet met andete museumdeskundigen om de tafel in de meest vervreemdende discussies zou belanden. Die tafel stond in een goed verwarmde vergaderruimte in het gebouw waar de staf van het Auschwitz-Bitkenau museum is gehuisvest, in een oude baiak in Auschwitz I. Het was de eerste kennismakingsbijeenkomst v o o t de leden van de juiy en de ontwetpets. Het was eind oktober 1997, het sneeuwde en we kwamen koud en rillerig terug van een bezoek aan de Sauna.

Bizar Dat gebouw staat op een van de meest onverdraaglijke plekken in de wereld. Het diende van december 1943 tot januari 1945 als registratiegebouw voor tienduizenden gevangenen, overwegend joden, die geselecteerd waren om te werken. Daar werden zij van h u n laatste bezittingen beroofd, genummerd, kaal geschoren, gedesinfecteerd en van gevangeniskleding voorzien. En wij hadden het erover of het publiek op de (originele) cementen vloer zou mogen lopen of dat er een

speciale voorziening tet beschetming zou moeten worden aangebracht. Moesten de muren blijven zoals ze nu waren ook met de sporen van de tijd na de oorlog - ik zag een hartje met een pijl eidoot en twee initialen - of van een lekket fris nieuw laagje pleister voorzien worden, maar dan wel grijs natuuilijk. Bizat. De vloei leek mij wel tamelijk onverslijtbaar, m a a i e t zou uiteindelijk met meerderheid van stemmen gekozen worden voor een verhoogd gangpad van transparant materiaal. Viet ontwerpers (ontwetpteams) w a t e n uitgenodigd om een voorstel in te dienen aan de hand van een aantal uitgangspunten, opgesteld door de staf van het museum: Barbara Borkowska, binnenhuisarchitecte en professor aan de Kunstacademie in Krakow samen met Jacek Stoklosa, graficus. Zij hebben al eerder samengewerkt met het Auschwitz-Birkenau museum voor het ontwerp van de huidige bewegwijzering en informatiebotden in Birkenau. Jan Kosinski, professor aan de Kunstacademie in Warschau en één van de bekendste Poolse ontwerpers. Naomi Salmon, een jonge Israëlische kunstenares en fotografe, die in Weimar woont en eerder tentoonstellingen maakte in Buchenwald. Zij was uitgenodigd op voorstel van de Duitse kunst-historicus en jurylid Detlef Hojfmann. En tenslotte een Pools-Duitse groep studenten van de Kunstacademies in Wioclaw en Biaunschweig onder leiding van professor Monika Schnell, kunsthistorica en tentoonstellingsmaakster, op voorstel van de Duitse architect en jurylid Helmut Morlok. Morlok werkt al jaren met het museum in Auschwitz samen. Hij is supervisor van het Saunaptoject, dat betaald wordt met geld uit de Duitse

Bundesldnder. De opdiacht aan de ontweipeis was v e t t e van eenvoudig omdat de uitgangspunten elkaar in principe tegenspreken: de functie en de geschiedenis van het gebouw laten zien, zondet de authenticiteit van het gebouw aan te tasten. in een ruimte van het gebouw een tentoonstelling in te lichten van familiefoto's, symbolisch v o o t de vernietiging van het Euiopese Jodendom. - een aswagen op te stellen, die diende om de menselijke as uit het nabij gelegen ciematoiium IV te v e i v o e i e n . De wagen weid in 1993 in de asdijk gevonden en geconsetveerd. De plaatsing van de aswagen in de Sauna zou tot de laatste bespieking in novembet 1998 discutabel blijven. Het object heeft niets met het gebouw te maken. Het is alleen in de buuit is gevonden. Alle ontweipers zouden het op een verhoging plaatsen, vtijstaand in de tuimte. O p die maniei zag het onding er uit als een kunstwetk. Alleen de studenten zouden de aswagen buiten het gebouw plaatsen, maar gaven geen oplossing aan voor het probleem van verroesten. De discussie spitste zich toe op de tegenstelling tussen het Saunagebouw als historisch document, waaraan zo min mogelijk veranderd mocht worden en de inrichting van een fototentoonstelling in hetzelfde gebouw met een symbolische en geen documentaire waarde.

Gat in Europa De foto's, 2400 vooroorlogse familiefoto's voornamelijk van joodse families uit Bedzin en Sosnowiec, stadjes in de buurt van Auschwitz, werden in 1947 in Krakow gevonden.


tiiÊÊÊÊÊ ;

Ontweip

van

Baibara

Rorkowska

en .lai ek Srocklosa.

•'

jriL_. X

""TiT^

i

De

sauna

met

i erhoogde

loopruimtc

Deze foto's bevinden zich in het archief van het Auschwitzmuseum. Hoe ze daar terecht zijn gekomen, is onduidelijk. Het is waarschijnlijk dat de foto's na de oorlog achter zijn gebleven in de barakken waar de geroofde bezittingen van de joden werden opgeslagen. Deze barakken, door de gevangenen Canada genoemd, waren direct naast de Sauna gebouwd. wanneer je naar die foto's kijkt en je realiseert je dat de nazi's tonnen familiefoto's van hun slachtoffers als waardeloze rotzooi moeten hebben verbrand, dan is de symbolische waarde van deze collectie over-

I-otowan/l

4kJ,.J,,,

met

een deel

van

de

familiefoto's

weldigend. Je kijkt niet naar zomaar mensen die je niet kent, baby-tjes op vachtjes, jonge stellen, feestjes, uitjes, trouwfoto's, op vakantie, thuis en op straat enzovoort. Je kijkt naar dat gat in Europa, naar een vernietigde wereld, omdat je weet dat bijna al deze mensen zijn vermoord. Van ongeveer duizend foto's is na onderzoek met hulp van enkele overlevenden, bekend wie de afgebeelde mensen zijn. O p zichzelf is de plek voor deze tentoonstelling, die evenals een vergelijkbare opstelling van familiefoto's in het Holocaust Museum in Washington als symbool voor de sjoa gezien moet worden, niet vreemd gekozen. Het feit dat het Saunagebouw wel erg achteraf ligt had echter een overweging kunnen zijn voor de staf van het museum om een heel andere, meer centrale plaats te kiezen in de naaste omgeving van Birkenau. In de plannen voor een omvangrijke herordening van het gebied tussen Auschwitz I en Birkenau om de samenhang tussen deze plekken duidelijker te profileren, zou een speciale nieuw te bouwen ruimte voor deze tentoonstelling ook een reële mogelijkheid zijn geweest. In dat geval was ook de botsing met de wens om de bezoekers zo authentiek mogelijk te laten zien hoe

de Sauna er uitzag en waar het gebouw voor diende, achterwege gebleven. Opstelling van de ioto's in het Saunagebouw in de ruimten waar ooit vrouwen en mannen hun gevangeniskleding aantrokken, bleek echter een onwrikbaar gegeven. Over de vraag hoe authentiek het gebouw nog was, werd uitvoerig gediscussieerd. Na de oorlog, in het begin van de jaren vijftig, zijn het dak en de muren gedeeltelijk ingestort. In 1961 werden de ingestorte muren vervangen en een nieuw dak geplaatst. De werkzaamheden werden echter zodanig uitgevoerd dat in de jaren negentig nieuw instortingsgevaar dreigde. Daarom werd in 1996 begonnen met conserverings-werkzaamheden aan de dak-constructie, reparatie van deuren en ramen en herstel van de scheuren in de muren. Er zijn nieuwe elektriciteitsleidingen en verwarming aangelegd. De douches in de doucheruimte zijn verdwenen. Moet er een reconstructie komen? Hoe kan vermeden worden dat de hedendaagse bezoekers met kennis van nu, deze ruimte onmiddellijk associëren met een gaskamer? Hoe authentiek is het gebouw nu nog? De enkele foto's van het interieur van bet gebouw zijn door nazi's gemaakt en zien er uit alsof ze bestemd waren voor een nette brochure van een modern onschuldig bedrijf. Er komen maar enkele mensen op voor zoals op de foto van de eerste en grootste ruimte waar de gevangenen werden geregistreerd en waar ze zich moesten uitkleden: een tafeltje met een paar mensen, geen gevangenen. Maar we weten dat deze ruimte stampvol was, zo vol dat er soms duizenden mensen urenlang buiten moesten wachten. Hoe informatief zijn deze foto's? De ontwerpers gingen naar huis met een maquette van het gebouw, exacte


plattegronden en waarschijnlijk met meer vragen dan waarmee ze waren gekomen. D e ontwerpen Al tijdens bezichtiging van de ontwerpen bleek duidelijk dat de opvattingen van de jutyleden ovet visualisering van ondetwetpen die met de sjoa te maken hebben onvetzoenlijk uiteen liepen in een globaal geformuleerd - dramatische interpretatie (4 juryleden) en een meer afstandelijke benadeling (3 juryleden). De ontwerpen van Borkowska en Kosinski vertegenwootdigen een mondiaal herkenbare stroming die e t met mogelijke en onmogelijke middelen n a a t streeft bezoekets zich het onvoorstelbare te laten ervaren en bewust te wotden. In het ontwetp van Botkowska werd dat effect onder andere nagestreefd met zoals ze dat zelf noemde een visueel-akoestische begeleiding van de bezoeken geluid, het geluid van voeten (van gevangenen) met schoenen aan en latet van blote, schuifelende voeten, geschreeuw van nazi's, Raus, schneller, schneller, huilende mensen. Het ontwerp van Kosinkski werkte vooral met lichteffecten, licht en donket. In deze opvatting weid de functionele, lichte tuimte van de Sauna vetdonkeid met het doel een emotionele sfeet te cieëten in een surreële ruimte. Op de ramen zouden dia's geprojecteerd moeten wotden met kampbeelden. De foto's werden niet in een apaite tuimte getoond maar in alle ruimtes, in vellichte vitrines. In een tweede variant werden de foto's wel bij elkaar op twee wanden in één tuimte tentoongesteld. Originele fragmenten van de m u t e n werden fel uitgelicht. Salmons ontwetp kenmetkt zich doot afstandelijkheid en de duidelijke optie zo min mogelijk in het gebouw in te grijpen. De t a r n e n blijven open, zodat contact met de omgeving mogelijk blijft. In iedete ruimte is

Ontwerp

van

Barbara

Botkowska

en Jacek

StocUosa,Opstelling

Hit

•••MM

Ontwerp

van

Naomi

Salmon.Monitoien

voor

mm

van

de

aswagen

^iPliiiiÉ

•••«»(

de

niet m e e t dan één paneel met informatie (in de drie voorgeschreven talen Pools, Engels en Hebreeuws) aanwezig. De beschikbare nazi-foto's zijn op deze panelen aangebracht. Bij de ingang kan de bezoeket een brochure meenemen waarin meer historische achtetgtondinformatie wordt gegeven. In Salmons opvatting vetdoezelt iedere museale ingteep de diepe indtuk die de functionele kaalheid van de Sauna op de bezoeket kan maken. De familiefoto's zijn alleen indirect te zien, op monitoten, die horizontaal in een sokkel zijn opgesteld, zodat de bezoeker er zich overheen moet

familiefoto's

buigen om ze te zien. Iedet effect dat zou kunnen bijdragen tot het idee dat dit 'gewone' familiefoto's zijn, wil Salmon vetmijden. In een andete tuimte zijn facsimile's van de foto's omgekeetd met het beeld naat beneden op de vloei vetsttooid, symbolisch v o o i het lot van

de

veimooide joden. De studenten kozen vooi een literaire en gtafische benadeling zondet theatiale effecten. Zij willen het gebouw een stetke nadtuk geven en iedere vetwijzing naar een museale ruimte vermijden. De kern van hun opstelling zoeken zij in taal, het innetingen, mondeling of schriftelijk op transparante panelen


gedrukt in bijna alle ruimten van het gebouw, op verschillende hoogtes opgehangen. De bezoeker moet zich als het wate door een woud van tekstuele emoties, onderdrukking, schaamte, angst, onzekerheid, een weg zoeken en zich bewust wotden van het feit dat in deze tuimtes ooit mensen waren. De lichamelijke aanwezigheid van mensen wordt in hun concept in abstracte vorm door silhouetten weergegeven. De familiefoto's zijn in verschillende ruimtes opgesreld. Een groot deel op de muren van de afdeling die diende als opslagplaats v o o t de geroofde bezittingen, de plek waar de foto's misschien ooit letterlijk waren. De rest verdeelden zij over drie andere ruimtes, afgedrukt op rransparanre panelen.

,'erp.lan

Kosinski

Plattegrond

Sauna

stiidenteiigroep

Bi aunsc

hweig-Wiot

niet

schetsen

voot

de tentoonstelling

van de

familiefoto's

Aan- en uitkleden Geen van de juryleden vond één ontwerp 100 % overtuigend. Om praktische redenen werd er echter besloten niet helemaal opnieuw te beginnen. Het 'breekbare en heldere' ontwerp van de studenten kreeg geen stemmen. Het als een 'dramatisch concept met een grote artistieke waaide' omschreven ontwetp van Kosinski kreeg één stem. Het theattale ontwerp van Barkowska kreeg drie stemmen en het afstandelijke ontwerp van Salmon kreeg ook drie stemmen. Daarmee werd ook de scheiding der geesten in de jury duidelijk. Uiteindelijk werden de ontwerpers met de meeste stemmen vetzocht hun ontwerp te herzien. De aanbevelingen die de jury hen meegaf kwamen er op neer dat Barkowska haar ontwerp moest 'uitkleden' en Salmon haar ontwerp moest 'aankleden'. In het ontwerp van Barkowska sprak de jury zich unaniem uit tegen iedere vorm van geluid, tegen reconsttuctie van de doucheruimte, tegen het voorstel om een deel van de familiefoto's op een zwatte glazen vloer te teflecteten en tegen de opstelling van een geabstraheerde

Ontwetp

law.

wand in een synagoge, waar de bezoekers in een enigszins verkeerd begrepen idee van joods gedenken kiezelsteentjes op richeltjes mochten leggen. De voorziene obelisk met de foto, levensgroot, van een jonge joodse vrouw met ster, eerst aangekleed en later naakt die de bezoeker op zijn rondgang begeleidt, werd, beleefd uitgedrukt, als 'problematisch' ervaren. Problemen had de jury ook met de projectie van een dia met een berg haar die de suggestie moet wekken alsoi het haat in de hoek is geveegd en de fotowand met naakte gevangenen, gemanipuleerd naar de nazi-foto waarop een aantal naakte

I ransparante

drageis

voor

de

familiefoto's

gevangenen in de doucheruimte zijn te zien. Deze fotowand zou ook nog de bezoekets moeten teflecteten alsof ze zich tussen de gevangenen bevonden. Salmon kreeg de aanbeveling mee om het verhaal van de Sauna beter uir te leggen o m d a t de brochure als ontoereikend werd ervaren en de familiefoto's niet uitsluitend via monitoten te tonen maar ook een deel materieel te laten zien. Voor beide projecten gold dat de histotische foto's van de SS in het concept opgenomen moeten worden, en dat de wijze waarop met de familiefoto's wordt omgegaan meer inhoudelijk uitgewerkt moet worden.


Beoordeling herziene ontwerpen Na vragen aan en toelichtingen van de beide ontwerpers werd langdurig gedebatteetd over de herziene voorstellen. 100 % overtuigd door de veranderingen was niemand. Voor de aanhangers van de eenvoud bleef het ontwetp van Batkowska te overdadig en te theattaal, voor de aanhangers van het drama bleef Salmons ontwerp te kaal ondanks het feit dat zij foto's van één familie nu in alle ruimten als een soott fries aanbrengt. De bezoeker moet daardoor met deze familie v e t t t o u w d taken. H u n afgebroken leven staat symbolisch voor het lot van de vele andere families, die in het zogenaamde 'archief van de herinnering' via de computer worden getoond. De aanhangers van het ontwerp van Salmon zagen hun kansen licht stijgen, maar bij de uiteindelijke stemming kteeg het ontwerp van Barkowska toch de meeste stemmen (vier), Salmons vootstel kteeg twee stemmen. Er was één onthouding. De staf van het museum was bijzonder vetheugd met de uitkomst van de stemming, begrijpelijk omdat zij de ontweipstet kenden en al eerder naar tevredenheid met haat hadden gewetkt. Hun voorkeur gaat echtet ook uit naat de meer emotionele benadeling van Barkowska. De begeleidende figuur, nu geen jonge vrouw meer maar een symbolische gestalte van een onbekende gevangene, die de verontmenselijking moet symboliseren, gekleed, naakt, met afgeschoten haat en met gevangeniskleding verdween met algemene stemming in deze zitting van de juty. Als aandachtspunten weiden de ptesentatie van de foto's en de reflectie op de vloei nogmaals ondei de aandacht gebracht.

Laatste ronde In een laatste gesprek samen met Barkowska en haat compagnon Stoklosa gaven de juryleden nog een aantal aanbevelingen met de

bedoeling het ontwetp veidet te veteenvoudigen. De veiduisteide ramen verdwenen eenstemmig. De aandachtspunten betteffen de opstelling van de aswagen, die naar ik hoop uiteindelijk geheel uit het gebouw zal verdwijnen en het aantal getoonde foto's: alle foto's in een publicatie of in de ruimte die in het ontwerp is voorbehouden aan de vertoning van films over het kamp?

Daatmee was de taak van de juty afgelopen. De verdere uitwerking vindt plaats in o v e t leg met de staf van het museum. Toen ik tijdens onze Auschwitzieis in novembet ging kijken, zag het e i niet naai uit dat ei veel votdetingen waren gemaakt sinds november 1998.

Carry van Lakerveld

I m p o r t van damesherenen k i n d e r k l e d i n g

Touwbaan 38 P.O. Box 180 2350 AD Leiderdorp Holland

tel. 071 - 589 92 45 fax 071 - 589 63 53 telex 39265 teidw nl

Voor al uw drukwerk PETERS A M S T E R D A M B.V. Schepenbergweg 33 - 1105 AS Amsterdam - Z.O. Tel: 020 - 696 34 34 / 020 - 696 37 04 Fax: 020 - 697 47 23 / E-mail: peters@dpabv.demon.nl


H e r d e n k e n in Duitsland D e centrale m o n u m e n t e n van de Bondsrepubliek 1 9 4 9 - 1 9 9 3

Hoe moet een land herdenken dat tegelijk dader en slachtoffer was. Hoe kan een land zijn slachtoffers herdenken wanneer het in eerste instantie de daders zelf voortbracht. Is het zo'n land eigenlijk wel toegestaan ook de daders te herdenken wanneer die zijn omgekomen. En, zo ja, hoe moet dat dan? Daarna komt nog het moeilijkste: is het mogelijk het herdenken te maken tot een eenheid, tot een herdenken dat d o o r allen geaccepteerd wordt. O m te bereiken dat het herdenken de breedte van het hele land, van de hele natie krijgt. Ziedaar de ingewikkelde puzzel die het verslagen Duitsland in 1945 erfde. H o e moest dit Duitsland aan het herdenken van wat het zojuist aangericht had vorm geven. Het was een puzzel met een ingewikkeldheid waar men toen niet uitkwam en die tot op de dag van vandaag voortduurt. Ries Roowaan heeft geprobeerd deze puzzel in kaart te brengen. Hij heeft dat gedaan door de geschiedenis van wat hij n o e m t "de centrale monumenten" na te gaan. Dat zijn de monumenten die tussen 1949 en 1993 zijn uitgekozen of aangewezen om te dienen als de plaatsen waar 'het land', 'de staat', 'het volk' 'zijn doden' betreurt en waar 'eer wordt gebracht' aan hun nagedachtenis ik probeer mij zo neutraal mogelijk uit te drukken. Zijn boek gaat meer over die plaatsen dan over het herdenken zelf. Wie er herdenken en de wijze waarop dit gebeurt komen maar zijdelings aan bod.

Ingewikkeld Het is een historische analyse. De geschiedenis van de monumenten wordt gekoppeld aan de recente geschiedenis van Duitsland. En daar is ook alle reden toe. Want, om de ingewikkeldheid nog te vergroten, hebben zowel zijn voorgeschiedenis met de moeizame ontwikkeling tot de eenheid van die staat na 1870 en 1914, als de geschiedenis van de tweedeling in Bondsrepubliek en DDR na 1949 hierop ingrijpend ingewerkt. Dat heeft er mede toe geleid dat, v a n u i t wisselende achtergronden en overwegingen, steeds weer andere plaatsen in sterk uiteenlopende vormgeving en met steeds weer gewijzigde opschriften tot centraal m o n u m e n t zijn verklaard. Centraal dan wel steeds gezien als centraal voor de Bondsrepubliek. Het eenvoudigste van de monumenten dat ook het langst in gebruik is gebleven was het 'voorlopige m o n u m e n t ' in de 'voorlopige' regeringszetel Bonn. Het kreeg de vorm van een enkele steen met een korte tekst, maar geen eigen plek zodat het inwoning moest zoeken en zelfs moest verhuizen. De steen werd opgevolgd door de zogenaamde Neue Wache, een classicistisch 18e-eeuws gebouw met tempelachtig aanzien en een lange geschiedenis als D u i t s m o n u m e n t , in de oude/nieuwe hoofdstad Berlijn. Ertussenin ligt nog de episode, die je bijna als een farce zou kunnen beschouwen, van het officiĂŤle m o n u m e n t dat eindelijk in Bonn zou komen, maar dat nooit werd uitgevoerd omdat de

zich maar voortslepende plannen en discussies ingehaald werden door de 'Val Van De Muur'. Waarop Berlijn met de Neue Wache ten slotte - of zal het op den duur toch maar weer voorlopig blijken te zijn ? - de 'winnaar' werd. Zo is de geschiedenis van het m o n u m e n t dat in D u i t s l a n d centraal aan '40-'45 moet herinneren ten nauwste verbonden met de na-oorlogse ontwikkelingen in dit land. Rowaan doet er in zijn boek grondig en op journalistieke toon verslag van. Ik ben geneigd om eraan toe te voegen: ondanks het feit dat dit boek als academisch proefschrift tot stand kwam. Het is immers opvallend leesbaar geschreven. Dat geldt niet alleen voor het betoog van de schrijver maar ook voor de welgekozen citaten en de talloze treffende karakteristieken. Als recensent heb je het gevoel je te m o e t e n b e d w i n g e n om niet voortdurend aan te gaan halen. Kernachtige woorden als Vergangenheitsbewdltigung, Volkstrauertag, of de d r i e l e d i g h e i d Denkmahll Ehrenmal/Mahnmal zijn enkele voorbeelden. Het zijn begrippen die in een andere taal dan het Duits bijna niet mogelijk lijken te zijn.

Bekaaid Gezien alle v e r a n d e r i n g e n en' politieke wijzigingen in de lange geschiedenis van het herdenken in Duitsland doen de ontwikkelingen die beschreven w o r d e n

soms

potsierlijk dan weer ergerlijk aan. Wat mij bij lezing vooral opviel was de omzichtigheid waarmee men voortdurend alle kolen en alle geiten


wilde sparen. Duitse kolen en Duitse geiten, dat wel. Wie daarvan de pineut werden zijn in de eerste plaats de slachtoffers van het Duitse geweld. Hun nagedachtenis kwam er bij alle discussies en plannen en toespraken en monumenten maar bekaaid af. O p die enkele u i t z o n d e r i n g e n na die ons als spaarzame l i c h t p u n t e n in het politieke landschap van na de oorlog bijblijven en waaraan de namen verbonden zijn van Theodor Heuss, Willy Brandt en Richard von Weizsdcker. Zij hebben gedaan wat zij k o n d e n . H u n o p t r e d e n en handelen hebben onmiskenbaar een goede invloed gehad. Maar anderzijds waren de krachten van het tegelijk dader zijn van het volk dat zij representeerden zo sterk, dat ook hun optreden het dilemma van de dader naast het slachtoffer niet heeft weten te doorbreken. Tekenend is dat de ongelooflijke misdaad van Auschwitz die het symbool is van de volstrekte misdadigheid die alleen door Duitsland is aangericht pas op de laatste bladzijde van dit boek in het laatste citaat één keer vermeld wordt. Herbert Sarfatij

Herdenken in Duitsland. De centrale monumenten van de Bondsrepubliek 1 9 4 9 - 1993 door Ries Roowaan; Amsterdam 1999; Uitgeverij Boom B.V; ISBN 5580-01; prijs f. 44,50.

Internationale Jonag conferentie "The jewish second generation into the 21 st century" De vereniging van de Joodse Naoorlogse Generatie, JONAG, organiseert op 12, 13 en 14 april 2000 een internationale conferentie onder het motto: "Van bitterkruid tot boterkoek". Er zijn plenaire bijeenkomsten — met aansprekende titels als De Grote

Tweede Generatie Lezing, De Ultieme Verwerkingsshow en h e t Internationale Tikun Olam Forum - en aansluitend worden tal van parallelle gespreksgroepen, workshops en presentaties gehouden over een veelheid van onderwerpen, zoals familieverhalen schrijven en vertellen, invloed van de

Sjoa op je leven, joodse spirituele muziek,

video, kunst, joodse spiritualiteit en traditie. Daarnaast is er voldoende tijd ingeruimd o m te kletsen, te dansen en te eten.

Meer informatie vind je o p onze website: URL: http://go. to/jonag Heb je belangstelling? Geef je o p bij het Conferentiesecretariaat: M a a r t e n K. van der Heijden Brouwersgracht 4 9 1015 G B A M S T E R D A M

tel./fax: 020- 6243059

T E C H N I S C H EH A N D E L S O N D E R N E M I N G VERKOOP VAN: CIRKELZAGEN ELEKTRISCH EN LUCHTGEREEDSCHAP

OFFICIEEL DEALER VAN;

KEMPPI

LASAPPARATUUR BAHC0

8EREEDSÜHA.PPEN HAZET

G£RË£DSCriAP

PASCALSTRAAT 30-32 0342-491805 BARNEVELD (INDUSTRIETERREIN DE VALK)

VERKÖÖP-VBWUUR ÏM REPARATIE


Aktion Sühnezeichen 40 jaar in Nederland Op 8 oktober 1999 vierde Aktion Sühnezeichen Friedensdienste Nederland-Belgie' haar veertigjarig bestaan met een symposium in de Mozes-en Aaronkerk te Amsterdam onder de titel 'Een teken voor de toekomst'. Aktion Sühnezeichen werd in 1958 opgericht door leden van het protestants Duitse verzet. De naam van deze organisatie is in het Nederlands niet in één woord te vertalen, omdat Sühne zowel verzoening als boete betekent. De doelstelling was dat jonge Duitsers lering zouden trekken uit het verleden en zich op vrijwillige basis actief zouden inzetten voor organisaties die zich bezig hielden met educatieve programma's over de oorlog, antiracisme-projecten, bestrijding van neofacistische bewegingen en dergelijke. De jongeren werden en worden via Aktion Sühnezeichen uitgezonden naar landen in Europa die onder het nazi-bewind hadden geleden, maar ook naar de Verenigde Staten en Israël en in een recenter verleden naar Mostar in het voormalige Joegoslavië. Het eerste begin Een jaar na de oprichting werden de eerste vrijwilligers naar Nederland gezonden. Zij bouwden op vrijwillige basis een vakantiehuis voor arbeidersgezinnen in Ouddorp. De bouwvakkers logeerden bij Hollandse families en maakten kennis met verschillende jongerenorganisaties. Een paar jaar later, 1961, volgde de bouw van een jongerencentrum in Joure en in 1968 het Visser 't Hooftcentrum in Rotterdam. Dit gebouw, ontworpen door de architect Rietveld, was een geschenk van de Duitse kerken en Aktion Sühnezeichen aan de Rotterdamse kerken als symbool van verzoening.

Vredesdiensten Sinds 1968 richtte Aktion Sühnezeichen haar activiteiten vooral op projecten die ten dienste stonden van een rechtvaardiger en vreedzamer samenleving. Deze doelstelling kwam ook in de naam van de vereniging tot uitdrukking door de toevoeging 'Friedensdienste' (vredesdiensten). De 'diensttijd' van de vrijwilligers werd achttien in plaats van zes maanden, om samenwerking te verbeteren en integratie in Nederland of een ander land te vergemakkelijken. Sinds 1969 mochten Duitse dienstweigeraars als Aktion Sühnezeichen Friendesdienste-vrijwilligers hun plaatsvervangende dienstplicht ook in het buitenland vervullen. Ook in het Vlaams sprekende deel van België werd door Aktion Sühnezeichen Friedensdienste (ASF) activiteiten ontwikkeld. ASF-groepen waren betrokken bij de ontwikkeling van ontwapeningscampagnes en werkten sinds de oprichting bij het Interkerkelijk Vredesberaad. In Nederland werkten ASFvrijwilligers onder meer in het Mozes- en Aronhuis in Amsterdam, bij de Anne Frank Stichting, her Joods Historisch Museum en het Herinneringscentrum Kamp Westerbork. Sinds de jaren negentig werken in de afdeling Nederland-België 25 vrijwilligers met ongeveer 40 projectorganisaties. Het ASF oriënteert zich meer en meer op internationale samenwerkingsprojecten zoals Pax Christi International en United for InterculturalAction. Daarnaast is ASF actief in het vluchtelingenwerk en in projecten die verband houden met de multiculturele samenleving. Al sinds 1996 kunnen mensen uit de landen waar ASF-vrijwilligers werken op een vergelijkbare manier (12 - 18

maanden) vredesdiensten in Duitsland verrichten. De eerste Nederlandse ASF-vrijwilliger kwam in 1997 uit Rotterdam naar Berlijn en werkte bij de Duitse tegenhanger van het Rotterdamse Anti Racisme Informatie Centrum (ARIC) en de werkgroep Asiel in de Kerk. Annette Schautt, ASF-coördinator voor Nederland en België ziet in de volgende eeuw een intensivering van deze nieuwe taak voor ASF in het kader van internationale problemen zoals grenzenloze minachting van mensenrechten, verscherpte vluchtelingenwetgeving, racisme, antisemitisme en rechtsextremisme. AFS wil meer activiteiten gaan ontwikkelen waarbij niet alleen Duitse vrijwilligers zijn betrokken maar ook jonge vrijwilligers uit andere landen. Daarmee wordt het thema van de collectieve verantwoordelijkheid voor de erfenis van het Duitse nazi-verleden door ASF niet losgelaten. In nieuwe, internationale projecten blijft de samenhang tussen het verleden (de Tweede Wereldoorlog) en de actualiteit een essentieel uitgangspunt. Carry v a n Lakerveld Ter gelegenheid van het jubileum verscheen het boek 'Een teken voor de toekomst, Aktion Sühnezeichen Friedensdienste 40 jaar in Nederland en België'. Tegen betaling van fl. 37,50 krijgen geïnteresseerden het thuisgestuurd. Voor meer informatie: Aktion Sühnezeichen Friedensdienste Watertorenplein 2/B 1051 PA Amsterdam Telefoon: 6842723 Fax: 6844012 E-mail: asfnlb&worldonline. nl httpdlwww. asf-ev. delnlb.


Ingezonden Zaterdag 30 oktober togen het CIDI, het Auschwitz Comité en

Magenta gezamenlijk naar een zogenoemde militaria beurs in Duiven (bij Arnhem) vanwege berichten die ons al enige tijd bereikten over de verkoop van nazi-propagandamateriaal op dit soort beurzen. Helaas troffen wij inderdaad heel wat aan: oud en nieuw nazi-materiaal, SS dolken en stickers,

swastikastickers,

cassettebandjes met liedjes van de HitlerJugend, andere nazi-muziek en toespraken, briefkaarten met antisemitische en nazi-propaganda, SS-posters, portretten en bustes van Hitler en porno videobanden, o.a. van het soort 'concentratiekamp- porno... Eén van de standhouders ried een koper van nazi-muziek aan om '"dit te draaien met open ramen in de auto, rijdend door het Spijkerkwartier" (migtantenwijk in Arnhem), een ander gaf toe dat de kwaliteit van de bandjes met nazi-muziek niet zo goed was, maar "je komt er wel lekker door in de sfeer". De 5z?é>fj ploeg, die met ons mee was gegaan, slaagde er in om uitgebteid te filmen met een minicamera, maar werd daarna met vaste hand door de organisatie naar buiten gewerkt. De sfeer wetd hierna aanmerkelijk grimmiger. Buiten besloten wij om aangifte te doen bij de politie, m a a t die liet ons weten het te dtuk te hebben met andere zaken. Toen SBS6 met een grote camera, in het volle zicht van de ingang van de beuts, een medewerkster van het C I D I interviewde was de stemming binnen om te snijden. De ene beutshandelaar tegen een collega: "weet je wat je tegen dat wijf had moeten zeggen? H o e t e n als jij stuurden ze vroeger ook naar het kamp!"

Stevige jongens kwamen bij de deut staan en hielden ons nauwlettend in de gaten. Binnen waren wij het gesprek van de dag, o.a. via portofoons. Onsmakelijke opmerkingen en ideeën waren niet van de lucht, e t werd ondet meer voorgesteld met een gtoepje gekleed in nazi-uniformen naar buiten te lopen. Er is niets tegen verzamelen, maar het verspreiden van nazi-ptopaganda en antisemitisch materiaal onder het mom van militatia is beledigend voor de slachtoffets van de holocaust en de overlevenden en zet aan tot discriminatie en haat. Het gedrag van diverse beutshandelaten toont duidelijk aan dat zij heel goed beseffen waar zij mee bezig zijn. De handelaren op de beurs in Vlaardingen daags daarna, waar SBS6 ook even een bezoekje bracht, raakten volledig in paniek bij het zien van de camera. Lakens wetden ovet stands heengeworpen, materiaal werd snel in dozen onder tafel gepropt en diverse mensen verborgen hun gezicht achtet hun handen ondet het toepen van "ik wil niet op tv!". Een en ander gaf aanleiding tot de nodige publiciteit, kametvragen en een aangifte. Het wekte dan ook niet onze verbazing dat wij op de volgende militatia beurs die wij op 21 november bezochten in Huizen (NH) geen strafbaar of kwetsend materiaal aantroffen, iets dat ook geconstateerd werd door de Amsterdamse officier van Justitie, die vetgezeld van een aantal politieagenten op de beuts aanwezig was. Op deze beurs hebben wij gesproken met de organisatot en mer één van de organisatoten van de beuts in Duiven. Een afspraak is gemaakt om binnenkott met hen om de tafel te gaan zitten om te komen tot betere afspraken en wellicht een gedragscode voor militaria-beurzen. De publiciteit die aan onze acties is gegeven heeft er in ieder geval voor gezorgd dat mensen aan het denken zijn gezet.

Helaas heeft de politie Duiven verklaard het onderzoek naar het materiaal dat wij op de beurs in Duiven aantroffen stop te zetten. Vanwege andere zaken konden zij geen mensen vrijmaken om in Duiven aanwezig te zijn, bovendien zouden zij te laat op de hoogte zijn gesteld. Reeds twee weken voor de beurs in Duiven hebben wij echter al contact opgenomen met het Openbaat Ministerie, die vervolgens de politie Duiven heeft ingeseind. Ook aan het volgens ons strafbare materiaal dat wij in Duiven zelf hebben gekocht heeft men blijkbaar niet genoeg. Men wil dat wij namen noemen van een aantal van onze mensen die 'undercover' aanwezig waren en een aantal feiten aan ons hebben doorgegeven. Daar kunnen wij echter niet aan beginnen omdat het prijsgeven van hun identiteit hun het werken onmogelijk zou maken. Intussen heeft het C I D I et bij minister Korthals op aangedrongen het ondetzoek alsnog te heropenen. Ronald Eissens,

Stichting Magenta.

Mevrouw Maria Derksen-Happ zoekt contact met overlevenden van het concentratiekamp Majdanek. Een vtiendin van haar, een studente aan de Universiteit van Keulen is bezig met een boek over Majdanek, het eetste dat in Duitsland zal verschijnen. U kunt een briefje sturen naar Wielewaal 7 1 , 5667 AB Geldrop, of bellen: tel. 040-2862206


Het boek "Nooit meer Auschwitz Het Nederlands Auschwitz Comité, 1956-1996. •

:f

Dr. R. van der Leeuw schreef in een

_

recensie over dit boek: "Het Comité

\

moest tot twee keer toe constateren

•'

dat

het

monument

in

-

$^RKf$t

het

Wertheimpark vernield werd - om welke reden dan ook. Dat is symbolisch voor de overtuiging dat het werk van het Comité voortgang moet vinden , zolang dit werk tot zegen kan strekken van allen die zich op enigerlei wijze betrokken voelen bij alles waarvoor "Auschwitz"staat. Het gedenkboek is een belangrijk instrument bij het toekomstig werk. " Dit boek over 40 jaar

Nederlands

^5t*m

Auschwitz Comité kost fl. 29,50 en is te bestellen bij de penningmeester ( de prijs is exclusief verzendkosten)

Boekenlijst Deze boeken kunnen tele onisch of schriftelijk besteld word en bij de penningmeester. De prijzen zijn excl u s i e f de S

T

A

I N

A

T

S

M

U

S

L

U

verzendkosten

I

O S W I E C I M

flusthtmtj Bitfcenau

-Auschwitz - Voices from the ground BY BREAD . ALONE

fl. 32,50

-KI. Auschwitz seen by the SS

fl. 16,50

-By bread alone A survivor

fl. 17,50

-40 jaar Nederlands Auschwitz Comité

fl. 29,50

-Auschwitz Brochure

fl. 3,50

-Auschwitz informatiegid s fl. 3,50 KL AUSCHWITZ S€EN BY THE SS

-Ver weg en toch dichtbij fl. f5,00

Auschwitz Bulletin, 2000, nr. 01 Januari  

Een uitgave van het Nederlands Auschwitz Comité; postbus 74131,1070 BC Amsterdam 44ste jaargang, nr. 1, januari 2000. Verschijnt 5 x per jaa...

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you