Page 1


"WAAR KOMT UW GELD N O G TOT Z'N RECHT "Verbeter de wereld, begin bij uzelf. Makkelijker gezegd dan gedaan? Niet helemaal. Wie zich druk maakt om mensenrechten, weet dat geld de motor is achter menig morbide regime. En dus valt een dubieuze dictator makkelijker uit het zadel als de geldkraan dicht gaat. De Algemene Spaarbank voor Nederland weet dat. En gaat daarom met uw spaargeld voorbij aan landen waar alleen het recht van de sterkste geldt. In samenwerking met tal van maatschappelijke organisaties zet de ASN zich al ruim dertig jaar actief in voor een rechtvaardiger samenleving. Bij de ASN komt uw spaargeld echt tot z'n recht." De ASN is een principiële spaarbank. De ASN steekt haar energie en uw spaargeld graag in een betere toekomst voor iedereen. Gelooft namelijk in eerlijk delen. In eigen land, maar ook over de grenzen, De ASN belegt uw spaargeld daarom selectief. Met een open oog voor mens en milieu. Dat principiële beleid levert u een uiterst concurrerende rente op. De ASN noemt dat rente zonder bijsmaak. Met recht! B i j d e ASN spaart u op den duur meer dan u denkt.

Algemene Spaarbank voor Nederland

\

geeft rente zonder bijsmaak Telefoon-070 - 356 93 42

W% IVI • ^ ^ ^ • ^ 1

rNaam Adres

^ P k e n i n g opent bij de ASN met een eerste inleg van tenminste f 50,-, ontvangt u f 7,50 welkomstpremie. s

u

e e n

s

aarre

m/v

: .

4

:

Postcode/Woonplaats : Wenst vrijblijvend nadere inlichtingen over:" • Girosparen - Voor girorekeninghouders • • Bank-Girosparen - Voor bank- of girorekeninghouders • • Rente-Solidariteitssparen - Structureel kiezen voor delen • • Vroeg-Bijsparen Voor jongeren van 0 tot 18 jaar

291-25

Depositosparen Bedrijfssparen FNV-Sparen Aankruisen wat u

Contracten met vaste, hoge rente Met premie van uw werkgever Voor FNV-leden wenst.

Zenden in envelop zond postzegel aan: ASN, Antwoordnummer 1188 2501 WB Den Haag. Bellen kan ook: 070 - 356 93 42


37e jaargang, nr. 1, januari 1993. Verschijnt 5x per jaar *fién

fiAganr^y^

Auschwitz Comité; postbus 74131, 1070 BC Amsterdam

Laat Casablanca een mooie film blijven Wij leven van de ene in de andere gedenkdag. Het gedruis van het vijfde eeuwfeest van de ontdekking van een nieuwe wereld - en de ondergang van een oudere - klinkt nog door. Het geschal overstemde bijna de treurnis, niet alleen van één, maar een reeks droeve gedenkdagen. Op 5 juli 1942 vertrok voor het eerst een trein met jonge mensen naar "het oosten". Velen en niet de minsten, zagen ze nog hoopvol vertrekken: jong en flink, ze zouden moeten werken, nou ja Als u dit leest, is een halve eeuw voorbij sinds een belangrijk deel van de Joodse bevolking van Nederland in as is verkeerd. Niemand had het flauwste benul dat zoiets zou kunnen gebeuren. Nergens. En zeker niet in Nederland. Vooral de onvoorstelbaarheid van hun voorland is de Joden van Nederland noodlottig geworden. De Sjoa, in opzet en uitvoering iets zó unieks, dat ook Joodse groepen die al eeuwen lang met daadwerkelijke jodenhaat waren geconfronteerd, hier zogezegd met lege handen stonden, letterlijk onthand. De keurigheid van de Nederlandse politie en andere ambtenaren deed de rest. Zodat ongeveer één op de drie onderduikers toch nog - vaak verraden - werd opgepakt en vermoord. Men mag aannemen dat de brave dienders en pennelikkers ook geen moeite deden zich voor te stellen waar hun ijverig pak- en schrijfwerk toe diende. Des te hoger horen de "duikouders" te worden aangeslagen, die immers niets meer wisten dan ieder ander, maar hun huis open en hun vrijheid en soms hun leven op het spel zetten om Joden en vooral kinderen te redden. "Voor ons is het onvoorstelbaar dat niemand zich daarbij het onvoorstelbare kan voorstellen", schreef onze medewerker Max Arian. (zie blz. 25).

Nooit meer Auschwitz? "Joden in Duitsland zijn doodsbang", meldden de media in 1992, een halve eeuw na de grote slachting. In Zweden wordt een congres aangekondigd van revisionisten. "Er waren geen gaskamers, er zijn geen Joden vermoord". Na protesten, ook van ons Comité, de Anne Frank Stichting en CIDI, wordt het spektakel met ook de beruchte professor Faurisson geannuleerd. In Antwerpen sprak niet alleen een kwart van de bevolking zich uit voor het racistische Vlaamse Blok; Staf Neel, socialistisch raadslid sinds 22 jaar, liep over naar de Vlaamse racisten. Er zijn voorbeelden dichtbij en verderaf, zelfs waar men het niet zou verwachten. Zo is een tv-uitzending van het Amsterdamse AT5 door een particulier alarm en protest ook van ons Comité net voorkomen. Het had een debat met Janmaat en de zijnen moeten worden.


Racistische relletjes in Spanje leidden tot berouwvolle (?) reacties in Madrid. Tot in het traditioneel on-antisemitische Italië kwam het tot wanklanken tegen de Joden. In Thüringen kwam een jongeman, aanvoerder van een eindelijk verboden extreem-rechts partijtje, voor de rechter. Hij wilde "de wereld van het Jodendom bevrijden" en natuurlijk zijn er in Auschwitz geen Joden vermoord... "Dood aan de Joden": het klinkt in 1992-93 niet alleen nog wel eens in beide delen van Duitsland. Het werd geklodderd op de synagoge in Straatsburg, het knooppunt van wat een nieuw Europa moet worden. Moeten wij dan instemmen met de hoog-bejaarde professor Leibowitz, dat het ergste is dat de Sjoa ons niets leert? In Nederland wordt in stadions "Joden, Joden" gekrijst, er worden Joods gewaande personen uitgescholden, net als sommige al of niet vermeende buitenlanders. Wie van ons, die uit kamp of onderduik kwam, had zoiets kunnen vermoeden? Zomin als men in 1940 zijn nabije toekomst voorzag. Toch is er een verschil. Wij weten helaas waartoe de mens in staat is. Mensen die dreigen gedeporteerd te worden, denken niet zo gauw meer dat zij nu ook eens een reisje naar het buitenland mogen maken. Voor zeer velen zijn reisjes naar het buitenland gewoon geworden. Toch is de geschiedenis een lange reeks migraties. Nood of gevaar, vaak beide, dreven wisselende groepen mensen tot migratie. Het bekendst zijn de grote volksverhuizingen van 15 eeuwen geleden. Maar de enige zijn dit niet, lang niet.

Miljoenen migranten Nederlands Auschwitz Comité Voorzitster Annetje FelsKupferschmidt Secretariaat: Hr. Sarfatij Postbus 74131, 1070 BC Amsterdam J. M. Waterman, Ommerenhof 79, 1106 X M Amsterdam *el.Ö2fr-6964334 Bankrek: AMRO/ABN, Wjk, Van Baerlestraat 58, Amsterdam rek. 40,01.75.088. Postgiro 293087 en 4875500. Hoofdredactie: drs. Eva Tas Max Arian, Clairy Polak a-adres: is jwa!286, |ttJFT Amsterdam

jes Grishaver, «lf#JÏ#*¥ Diemen tel. 020-699 06 58

Het klassieke voorbeeld van een volksgroep die 2000 jaar van de ene streek naar de nadere trok zijn de Joden. Nederland stond sinds onheugelijke tijden te boek als een veilige wijkplaats, Amsterdam als Mokum Alef, plek nummer 1. Ten tijde van de Republiek der Verenigde Nederlanden (voor 1795) vestigden zich hier Portugese of Sefardische en Hoogduitse of Asjkenazische Joden, immigranten respectievelijk afkomstig uit Zuid- en Midden- of Oost-Europa. Van hier is een deel van hen als 'doortrekkenden' - de eersten in de 17de, de laatsten eind 19de eeuw - naar Amerika gevaren. Van het IJ naar de Hudson, van het oude naar Nieuw Amsterdam. Emigratie of terugkeer naar het land, nu de Staat Israël, die wij nu beleven, brengt weer nieuwe eigen problemen mee. Ook hier tussen eerder en later gevestigden. Een halve eeuw scheidt ons van de decimering van de Joden van het Europese vasteland en enkele jaren minder van de bevrijding. In Nederland was maar één van de zes Joden over. Hoewel antisemitische uitbarstingen hier onbekend zijn gebleven, was de slachting naar verhouding met die in Polen te vergelijken. Een verklaring voor dit onvatbare treurspel heeft ook een speciaal symposium in het Joods Historisch Museum niet kunnen vinden.

Amerikaanse feestdag De typische Amerikaanse feestdag Thanksgiving Day, de laatste donderdag in november, was onlangs een dubbele gedenkdag. Vijftig jaar eerder was een film in première gegaan, Casablanca, die meer dan iets anders het Amerikaanse publiek doordrong van het oorlogslot van miljoenen in Europa. De hoofdrollen werden gespeeld door Ingrid Bergman en Humphrey Bogard. Opgejaagde vluchtelingen in de Marokkaanse havenstad waren ook werkelijk opgejaagden. Casablanca is allang in ons werelddeel een klassiek cultuurdocument en komt nog geregeld in bioscopen en huiskamers. Wat toen klonk als een waarschuwing, werd gevolgd door een rampzalige werkelijkheid. Ook dat heeft in Amerika extra aandacht gekregen. Terwijl in diezelfde Verenigde Staten Holocaust Centres opengaan, zijn in het ene Europese

>


land na het andere enge racistische en antisemitische oprispingen te constateren. Lang, veel te lang vindt menigeen, heeft de Duitse overheid en de Duitse "man in the streef' brandstichting en gewelddaden laten passeren. Dat begint nu te veranderen. Er zijn vele honderdduizenden in Berlijn, in München, Keulen, Hamburg en elders in beweging gekomen en de straat opgegaan. De Duitse justitie begint op te treden tegen rechts-extreme clubs. In Venlo is op de grens samen met meest jonge Duitsers tegen vreemdelingenhaat betoogd. B & W, de Raad, kerken, allochtone organisaties, allemaal deden ze mee. Laten wij zo doorgaan. Dan blijft Casablanca alleen maar een mooie film. Eva Tas

Auschwitz-herdenking 1993

Kinderen onthullen vergroot Spiegelmonument Op zondag 31 januari om 11.00 uur wordt de 48ste Auschwitz-herdenking gehouden. Zoals u weet is het Auschwitz-monument verplaatst van de Nieuwe Oosterbegraafplaats naar het Wertheimpark. In verband met de onthulling van het Spiegelmonument op z'n nieuwe plek, begint de herdenking een uur vroeger dan u gewend bent, om 11.00 uur dus. Verzamelpunt is het Stadhuis. We verzamelen in de binnenstraat van het Stadhuis aan de Waterloopleinzijde. Om 11.00 uur precies vertrekt de stoet vanaf het Stadhuis naar het Wertheimpark. Daar zullen om 11.30 uur vier kinderen het Spiegelmonument, dat mede dankzij uw financiële bijdragen kon worden verplaatst en vergroot, onthullen. Vervolgens begint de herdenking. Bloemen kunnen eventueel op zaterdag 30 januari, tussen 10.00 en 14.00 uur, worden afgeleverd bij de portiersloge van het Stadhuis aan het waterlooplein. U wordt aangeraden met het openbaar vervoer te komen. Het Stadhuis is te breiken met de metro, met de trams 9 en 14, en met sneltram 51. Na afloop van de herdenking staan bussen gereed voor vervoer naar de RAI voor die mensen die zich met de aanvraagstrook uit het vorige nummer van dit bulletin hebben opgegeven voor de reünie. Mocht u toch met de auto komen, dan kunt u die het best parkeren onder het Stadhuis, in de Rapenburgerstraat of op de Nieuwe Herengracht (aan de zijkant van het J.D.Meijerplein). De politie wijst in dat geval op het gevaar van diefstal. U wordt dus verzocht vooral niets van waarde achter te laten in uw auto. Voor invaliden die in het bezit zijn van een Invaliden Parkeerkaart zijn er speciale plaatsen gereserveerd vlak vóór de binnenstraat van het Stadhuis. Tot ziens op 31 januari! Nederlands Auschwitz Comité

Westerbork symfonie Op 16 ïuni oflï ficiéle onthulling plaats van het heringerichte terrein van kamp Westerbork. Een hoogtepunt die dag was de première van dMAwst^^ bork Symfonie, geschreven in opdracht van het Herinneringscentrum Kamp Wès' terbork door de componist Wim Stoppelenburg; H<Sé Nationaal Philharmonlsch Orkest zorgde yöm)è^0^; drukwekkende uttweWngY Inmiddels is de Westerfeórit Symfonie verschenen op cd. De cd is te koop in hét Herinneringscentrum Kamp Westerbork. De prijs is 32,50. Telefonisch of schriftelijk bestellen is bok mogenlijk. Bij verzending is de prijs 37,50.


Associaties met de nazi-politiek

Burgeroorlog of Volkerenmoord? Het gebruik van het woord Auschwitz voor een ander doel dan om te herinneren aan de fabrieksmatig gepleegde volkerenmoord in onder andere dat kamp, is terecht, zeer ongebruikelijk. Ongetwijfeld beseft niemand dat beter dan juist de lezers van dit blad. Waar het met de pijnlijkheid van mijn persoonlijke herinneringen nog meevalt (ik hoor tot degenen die het geluk hebben na '45 geboren te zijn), ben ik in dit opzicht geneigd tot extra behoedzaamheid en bescheidenheid. Te vaak is het 'argument' Auschwitz gebruikt om vormen van onrecht en onderdrukking, die erg kunnen zijn, maar van een andere orde, onder de aandacht te brengen. De afgelopen maanden is niettemin de vraag opgeworpen (onder andere door medewerkers van het Internationale Rode Kruis en VN-rapporteur Mazowiecki) of de misdaden die in Bosnië-Herzegovina voortvloeien uit de zogeheten 'etnische zuivering' vergeleken kunnen worden met die van de nazi's. Zelf heb ik me na het doorlezen van tientallen getuigenissen van overlevenden van kampen in Bosnië afgevraagd of het motto 'Nooit meer Auschwitz' niet iets hols en vrijblijvends krijgt, als de wereld tegelijkertijd doorgaat de ogen van dit eigentijdse gruwelkabinet af te wenden. Dat is, voor alle zuiverheid, trouwens niet helemaal hetzelfde als het poneren van de stelling dat wat nu in Bosnië gebeurt een herhaling is van de Sjoa. Dat laatste is in die vorm niet waar. Wel ben ik ervan overtuigd dat wat zich op het moment dat ik dit schrijf nog steeds dagelijks in Bosnië voltrekt, iets fundamenteel anders is dan een 'gewone' burgeroorlog. De door Servische fascisten (partij- en militieleiders als Seselj en Arkan) en 'nationaal-bolsjewieken' (Milosevic, Karadzic) gepredikte en gepraktizeerde 'etnische zuivering' (die trouwens ook aan Kroatische kant stille en openlijke aanhangers heeft) beschouwt en behandelt op racistische gronden Moslims en Kroaten (respectievelijk Serviërs) als 'mindere mensen' tegen wie ieder middel geoorloofd is om ze uit het eigen gebied te laten verdwijnen. Die middelen variëren van administratieve pesterijen (uitgaansverbod, niet naar school mogen, niet mogen zwemmen in zwembaden, niet mogen autorijden), via intimidatie en verdrijving tot gevangenneming, opsluiting van willekeurige mannen, vrouwen en kinderen in kampen, systematische verkrachting, mishandeling, foltering en massa-executies. Het is een afgrijselijke opsomming; ik schrijf hem toch maar op, omdat dit hele arsenaal, in z'n oplopende intensiteit, bij mij duidelijke associaties oproept met de anti-joodse politiek van de nazi's, in alle stadia, op dat van de Endlösung door middel van gaskamers na. Het kan ook zijn dat de Erfassung van de te zuiveren bevolkingsgroepen iets minder systematisch en gründlich is dan bij de nazi's, en goddank dus de beoogde slachtoffers iets meer kans geeft om uit de klauwen van de dood te ontsnappen, waarna zij overigens als vluchtelingen in Bosnië in de val zitten en te maken krijgen met honger, kou en besmettelijke ziektes. Want vluchtelingen hebben wij hier in het Westen tenslotte al genoeg.. Dus toch een bijna-Sjoa, of een aanzet tot? Misschien is het het beste de uniciteit van Auschwitz, Sobibor, Treblinka overeind te houden en zich te beperken tot de constatering dat hier sprake is van een daadkrachtig begonnen poging tot volkerenmoord. Een genocide die vergelijkbaar is met die tegen de Indianen, of de Armeniërs, begin deze eeuw. Een massamoord die op één lijn te stellen is met die van de Rode Khmers in Cambodja, en die (behalve wat betreft het aantal slachtoffers) niet in de schaduw hoeft te staan van Stalins Goelag. Het is waar dat er ook tegen deze misdaden tegen de mensheid bitter weinig is ondernomen. Toch mag dat, lijkt mij, geen reden zijn om de roep dat er zo snel mogelijk een eind gemaakt moet worden aan deze volkerenmoord die zich praktisch onder het oog van de camera's voltrekt, te laten verstommen

Anet Bleich


Nieuw boek van Ida Vos

WITTE ZWANEN, ZWARTE ZWANEN

Het begint al op de eerste bladzij van het boek, het verschil tussen joden en niet-joden. Het verschil is dan nog klein en nauwelijks kwaadaardig, zeker niet vanuit het standpunt van de achtjarige Eva. Eva herinnert zich dat de oma van Nellie, haar Rooms-Katholieke vriendinnetje, tegen Eva zegt: 'Wat zijn jullie toch slim', als Eva op een handige manier zorgt dat de oma ook zuurtjes voor haar kleine zusje Lisa meegeeft.

Appèl in

Nu is die oma dood en Eva mag als een speciale gunst van haar vriendin mee naar de opgebaarde oma. Eva durft dat niet tegen haar moeder te zeggen, want moeder zal zeggen dat joden niet naar dooie mensen mogen kijken. En Eva wil dat juist wel, om op school indruk te maken. Er wordt gebeden bij oma en Eva fluistert een joodse tekst die zij kent om ook mee te doen aan het ritueel. Nellie's moeder besluit haar gebed met de woorden: 'In de hemel zullen we elkaar terug zien, wij allemaal zoals we hier bijeen zijn.' 'Nee hoor!' roept Nellie, 'Niet allemaal. Eva ziet onze Oma niet terug, nooit meer. Joodse kinderen gaan lekker niet naar de hemel. Dat heb je zelf gezegd. Ze gaan allemaal naar de hel en daar is het gloei-snoei-heet...'. We beleven in dit boek van Ida Vos, 'Witte Zwanen, Zwarte Zwanen', de wereld vanuit de visie, het begrip en het gevoel van de joodse kinderen Eva en Lisa Zilverstijn, acht en vijf jaar oud, die met hun ouders in Rotterdam wonen. Het is 1938. In hoog tempo neemt het onbehaaglijk dat voor hen anders is dan voor de oorlogsdreiging is er voor iedereen; de en Lisa worden dat gewaar omdat Oom

De inwoners van Westerbork hebben blijkbaar iets

«oajjsfo^elgft fa'-

wissetifjn1

;;

etnische zuiveringen, ^ i M ^ n ^ t M f , '|^^^ree^fc^êrt:^\fe > ;:

gevoel van de kinderen toe. Er is iets meeste Rotterdammers. Hitler en de Kristalnacht slaat alleen op joden. Eva Bruna uit Duitsland naar hen toevlucht.

Vader Zilverstijn schopt hun dienstmeisje Emma het huis uit omdat hij haar er op betrapt dat zij haar werkgevers Saar en Moos noemt als zij met haar vrienden praat. Ineens kan vader het niet meer verdragen. Hij smijt Emma's koffer uit het raam en de hortensia die hij van haar kreeg bij zijn thuiskomst uit het ziekenhuis er achteraan: Voor de deur ontstaat een oploopje. Eva is woedend op haar vader. Moos en Saar zeggen is toch geen schelden! Vader helpt haar uit de droom: 'Jawel, het is wel schelden. Zoiets zeggen mensen die een hekel hebben aan joden.' Eva blijft woedend op haar vader, zij schaamt zich voor de buren. Ineens is zij ook angstig dat de mensen op straat haar zullen nawijzen als dochter van een boze jood. En dat ze haar zullen gaan slaan en nog harder uitschelden dan voor Saar en Moos. Het kleine verschil tussen de hartelijke Emma en Eva voelde voordien alleen maar onbehaaglijk aan als Emma's vriend Dick joodse moppen ging tappen. Eva wist vaag dat het op hen sloeg. Als in een reflex probeerde zij Dick dan af te leiden van zijn voornemen door hem te vragen iets voor haar te doen. Nu was dat kleine onbehagen uitgegroeid tot een klein drama, waarin voor het eerst tot haar doordringt dat het angstig is om joods te zijn. Toch gebeuren er ook dingen waar Eva ontzettend om moet lachen. De buurvrouw die haar papegaai heeft geleerd 'vieze vuilak' te zeggen als hij de naam van Hitler hoort. Of die keer dat Mevrouw van Leeuwen van het boteren kaaswinkeltje aan hun Duitse oom Bruna in haar beste Duits vraagt of hij geen 'Karnemilch' nodig heeft en die sindsdien door het gezin Zilverstijn 'tante Kamemilch' wordt genoemd.

Opgelucht Als de oorlog een feit wordt is het net of Eva een beetje opgelucht is. Nu hoeft zij niet meer bang te zijn dat de oorlog komt. De oorlog is er al. Tijdens

-ir,|f-eert Appèlgroep Wetterbork opgericht die fikt laatste zondag van de maand, steeds om 14.00 O uur, een stille demonstratie wil houden bij het terrein van het voormalig kamp • ï««n van Ó^'huWlgekai»-, pen in het voormalig Joegoslavië worden meegedragen en aanklachten tegen de misdaden die daar worden begaan. De demonstratie vindt plaats buiten de begrenzing van, ;

actie kunt steunen kunt u krijgen bij W.F.Postma van de Appèlgroep Westerbork, Hoofdstraat 21 a, 9431 AA Westerbork, tel. 0593332910.


het bombardement op Rotterdam schuilt de familie Zilverstijn op de gang onder de trap samen met de buurvrouw die zich met haar papegaai en haar zwangere poes bij de familie heeft gevoegd. De angst voor de bommen wordt even teniet gedaan als de poes temidden van al het lawaai ineens een nest jonkies heeft geworpen. Eva en Lisa mogen er een uitkiezen. De angst voor het luchtalarm wordt even gerelativeerd als blijkt dat de papegaai van de buurvrouw bedriegelijk echt dat alarm nabootst en iedereen aan het hollen krijgt. De oorlog'vordert, het antisemitisme neemt toe. Eva en Lisa ervaren dat toenemend buitenshuis. Door opmerkingen van de pro-Duitse treinconducteur als ze tijdelijk Rotterdam verlaten, op weg naar familie in Groningen. Of door een jongen met antisemitische pesterijen, in de klas van de Groningse school waar Eva een dag mee naartoe gaat. En als ze gaan verhuizen vanuit Rotterdam naar Rijswijk staat ineens een groepje kinderen, waaronder vriendinnetjes van school, een liedje te zingen en te dansen voor hun huis. Eerst denken ze nog dat het een afscheidslied is, maar dan horen ze het ineens. De kinderen zingen: 'hiep hiep hiep hoera de joodjes gaan verhuizen hiep hiep hiep hoera hun kop zit vol met luizen. Steeds meer wordt de familie op elkaar gedrukt en moeten ze de gezelligheid en veiligheid binnen de familie zoeken, thuis en bij opa en oma in Groningen. Het onveilige gevoel neemt toe als ze aan die nieuwe woonplaats en een nieuwe school moeten wennen. Impliciet wordt dat overgebracht door de ongemakkelijke dialoog tussen Eva en haar nieuwe juf, die over het bombardement in Rotterdam wil horen, waar Eva slechts eenlettergrepige antwoorden op geeft. En ook door de gesprekken van Eva en Lisa met de kinderen in hun nieuwe straat, waardoor duidelijk wordt dat de joodse kinderen niet met de niet-joodse mogen spelen. Ze horen dat van joodse kinderen die ze toevallig tegenkomen. Als blijkt dat Eva en Lisa ook joods zijn - ze moeten dat eerst bewijzen en doen dat door een Hebreeuwse zin te zeggen uit een gebedje dat opa gebruikt als hij de wijn zegent -, wordt met groot gejuich een springtouw gehaald en springt op hetzelfde plein naast elkaar een groepje joodse kinderen en een groepje niet-joodse kinderen. Zo wordt de wrede werkelijkheid in een klap weer dragelijk gemaakt. Dat gebeurt ook als de kinderen Zilverstijn sterren moeten gaan dragen. Eva en Lisa vinden dat verschrikkelijk, ze durven er niet mee naar buiten. Maar dan heeft moeder ineens twee bloesjes tevoorschijn gehaald van helgele stof. 'Hoera!' schreeuwt Lisa, 'Op geel zie je geen geel!' Alleen Eva vraagt zich hardop af of je wel geel mag dragen van de Duitsers. Het wordt steeds gevaarlijker voor joden. De kinderen, vooral de oudste, begrijpen steeds beter wat er gebeurt. Eva leert de mimiek en de manier van spreken van haar ouders en ooms en tantes decoderen. Via haar waarneming worden we als lezer meegenomen in een drama dat eindigt, althans in het boek, met het besluit van de ouders om met het gezin onder te duiken. De kinderen moeten hun nieuwe namen uit hun hoofd leren en ook hun nieuwe gezinsgeschiedenis. 'Ik ben Marie-Louise niet. Ik ben Eva. Eva Zilverstijn! wil Eva schreeuwen, zo hard dat de wereld het kan horen. Eva ben ik en mijn voorouders komen helemaal niet uit Frankrijk. Ze komen uit het noorden van Nederland, uit Groningen en Stadskanaal. En ik ben niet protestant. Ik ben joods. Joods ben ik, horen jullie me? Ik wil naar opa en oma. Nu, met de trein. Ik wil niet naar Enschede en ook niet naar Utrecht! Ze houdt haar mond stijf dicht. Ze mag niet meer joods zijn en ze mag niet meer naar opa en oma. Over een paar uur moet ze MarieLouise Dutour zijn, zonder ster. Over een paar uur moet ze naar Enschede, met de trein.' Eva houdt haar mond stijf dicht. Zij slikt haar verdriet en haar woede in en werkt mee. Er is geen uitzicht meer op een onbezorgde kindertijd. Nooit meer. Witte Zwanen, Zwarte Zwanen is een prachtig boek. Voor kinderen, omdat ze zich kunnen identificeren met de kinderen die worden beschreven, door de

>


alledaagsheid van hun ervaringen, hoe onalledaags die in feite zijn. Kinderen kunnen zich inleven in een stuk geschiedenis dat ze kennen, maar waar ze zich moeilijk een voorstelling van konden maken. Ook voor volwassenen vind ik het boek prachtig, vooral voor hen die vergelijkbare ervaringen hebben, omdat ze door dit boek wellicht hun kinderverdriet weer zullen kennen.

Q

Bertje Leuw Ida Vos, Witte Zwanen, Zwarte Zwanen. Uitg. Leopold, Amsterdam, 1992, prijs f24,90.

BON Wilt u zich (gratis) abonneren op dit blad of heeft u familie, vrienden of kennissen die op de hoogte willen blijven van de activiteiten van het Nederlands Auschwitz Comité? Indien u onderstaande bon invult en opstuurt naar dhr. Jacques Grishaver, Knoopkruid 54, 1112 PV Diemen, ontvangen zij vijf maal per jaar het blad van het Nederlands Auschwitz Comité. Aan het abonnement zijn geen kosten verbonden. Wel ontvangen alle abonnees één maal per jaar een acceptgirokaart voor een vrijwillige donatie ten behoeve van de voortgang van het werk van het Nederlands Auschwitz Comité. naam: adres: postcode en woonplaats: land: Opsturen naar dhr. Jacques Grishaver, Knoopkruid 54, 1112 PV Diemen (Als u het blad niet wilt beschadigen kunt u de bon ook fotocopièren of overschrijven)

nooit meer

3^

'Nooit meer'. Dat .wa$ -de\', y enige leute ffe^afitttfti^o 29? november 1992 werd meegedragen tijdens een indrukwekkende, spontane demonstratie die in Amsterdam vanaf hef Jonas Daniël Meyerplein via het \ Duitse consulaat aan de Lairessestraat naar het Museumplein ging, ledereejrti \ begreep waar het over ging. Over de afschuwelijke aanslagen die skinheads en ander neonazistisch tuiö^'p:: ; Duitsland plegen op verblijven van azielzoekers en ook steeds meer op artdeif hui-: zen van buitenlanders. 'Nooit meer racisme' zo werd het'nooit meer' spontaan aangevuld. De demonstratie was georga- \ niseerd door Suzette Bronkhorst die met haar vader enige weken eerder de reis naar Polen van het Auschwitz Comité had .fwéeg©maakt. Het Auschwitz V * : mité heeft haar oproep samen met onder meer de t Anne Frank Stichting graag ondersteund. Het grote succes van de op zeer korte termijn georganiseerde demonstratie liet zien dat er enorme behoefte bestaak om uiting te geven aan ver* ontwaardiging over het steeds toenemend racisme in Duitsland, maar helaas ook hier. ;

;

Ook hét Anti Discriminatie Overleg in Utrecht is actief geworden en organiseert vanaf december fakkeloptochten en brievenacties tegen vreemdelingenhaat en racisme. Wie hierover meer informatie wil kan contact opnemen met het APO, postbus 598, 3500 AN Utrecht, tel. 030 - 341264, fax: 030 - 340231.


Ervaringen tijdens de Polen-reis van het Auschwitz Comité 1992

Herr Botschafter antwortet

'Het zal nog even duren voor alles weer gewoon wordt'

Het Nederlands Auschwitz Comité ontving een in de Duitse taal gesteld schrijven van de Duitse ambassadeur in Nederland, dr. KJ.Citron, waarin hij reageert op een artikel in het Auschwitz Bulletin van juli 1992. Daarin maakten wij melding van het voornemen in concentratiekampen als Sachsenhausen en Ravensbrück naast de slachtoffers van het nationaal-socialisme in de toekomst ook de na de Tweede Wereldoorlog geïnterneerde nationaal-socialisten te herdenken. Dit was aanleiding voor de heer Citron om informatie in te winnen bij de Landsregering van Brandenburg hierover. Hij kreeg de verzekering dat de commissie die zich met de voormalige concentratiekampen bezig houdt deze ook in de toekomst wil behouden als gedenkplaatsen aan de misdaden van het nationaalsocialisme. Maar zij willen in het kader van een omvangrijke en gedifferentieerde weergave documentatie ook de willekeur en de misdaden in het na de Tweede Wereldoorlog door de Sovjet-Unie in Sachsenhausen ingerichte interneringskamp zichtbaar maken, waar niet alleen funktionarissen van de staat, de partij en dé Wehrmacht werden opgesloten, maar ook jongeren die *Werwolf-Verdacht' waren en steeds meer 'Klassenvijanden', dat wit zeggen mensen die in verzet waren gekomen tegen de communistische heerschappij, daaronder zouden zelfs mensen zijn die zelf in een nationaal-socialistisch kamp hadden gezeten.

Van 9 tot en met 13 november 1992 gingen 90 mensen met het Auschwitz Comité naar onder meer Auschwitz, Birkenau, Krakau, Warschau, Treblinka en Sobibor. Voor alle deelnemers was het een indrukwekkende ervaring. Op deze pagina's de indrukken van een jonge vrouw die samen met haar broer, moeder en vader, die Auschwitz heeft overleefd, mee was; en van een jonge medewerker van de Anne Frank Stichting. Verhalen k w a m e n t o t leven Toen mijn vader, die gedurende de oorlog in meerdere concentratiekampen is geweest, in het voorjaar zei dat hij met deze reis mee wilde gaan, heb ik geen seconde geaarzeld. Mijn moeder en mijn broer reageerden net zo, dus schreven wij ons met het gehele gezin in. Wat ik gedurende deze vijf dagen heb gezien en gehoord heeft zo'n gigantische indruk gemaakt en vooral zoveel emoties los gemaakt, dat ik me daar van tevoren nooit een goed beeld van had kunnen vormen. De zenuwen begonnen pas goed toe te slaan in de bus vlak bij Auschwitz, toen mijn vader begon te vertellen over de 80 kilometer lange mars die hij, toen de kampen in januari 1945 werden ontruimd omdat de Russen eraan kwamen, in rap tempo had afgelegd om vervolgens op de trein naar Buchenwald te springen. Mijn vader heeft gedurende deze dagen gelukkig heel erg veel gepraat en verteld over vanalles dat hem in die tijd is overkomen. Veel meer dan ik ooit van hem heb gehoord. Uit een soort bescherming heeft hij ons vroeger nooit zoveel willen vertellen. Ik wilde juist wèl graag heel veel horen, maar ik durfde nooit goed te vragen omdat je wel kon aanvoelen dat het dingen waren die hem veel verdriet deden. Door wat hij nu vertelde over z'n zus en z'n vader, zijn die voor mij veel meer gaan leven en ook meer mijn tante en opa geworden. Hier in Auschwitz kon ik eindelijk het gevoel van verdriet en eenzaamheid toelaten, dat ik altijd bij vlagen heb gehad omdat ik nooit de kans heb gehad hen en de rest van de familie te leren kennen. Tijdens deze reis was er voor dit soort dingen begrip en herkenning. Als je ergens om huilde, was er niemand die vroeg 'wat is er', want iedereen begreep dat wel. Zonder woorden kreeg je troost en daardoor was er een groot gevoel van geborgenheid en verbondenheid. Ook voor mijn niet-joodse moeder was hier eindelijk begrip.

>

Wat ik me ook voor het eerst pas heb gerealiseerd is dat mijn vader toen een kind was, een jongen van vijftien jaar. Nadat er in het Israëlisch Paviljoen kaddisj was gezegd en na ons Israëlische schoolkinderen eigengemaakte teksten hadden opgezegd, schreef mijn vader in het gastenboek hoe fijn hij het vond dat hij daar nu als een vrij man met zijn vrouw en kinderen mocht rondlopen. Zijn nummer schreef hij daar ook bij. Hij heeft het van zijn arm laten weghalen, maar het is blijkbaar in zijn geheugen gegrift. Woensdag reden we langs Monowitz waar mijn vader anderhalf jaar is geweest. Hij kon de fundamenten aanwijzen waar de barakken hadden gestaan, die zijn gebruikt om stallen en huizen op te bouwen Hij was erg opgelucht hier weer te staan en te zien dat het was zoals hij het in zijn herinnering had gehad. Tegenover het voormalige kamp is nog steeds de fabriek waar hij toen veel heeft gewerkt. Heel schrijnend is het dat nergens staat dat het voornamelijk joden waren die daar zijn omgekomen. 's Avonds in Krakau hebben we de kleine, oude sjoel bezocht en het joodse museum. In Warschau spraken we een oude kampvriend van mijn vader, die t>


heel veel voor hem heeft gedaan tijdens de oorlog. Ik zou nog veel meer kunnen vertellen, maar het belangrijkste is, dat ik van deze belevenis rijker ben geworden en veel dingen bewuster beleef dan hiervoor. De relatie met mijn ouders en mijn broer is nog beter geworden en het is gemakkelijker vragen alsnog te stellen. Maar het zal nog wel een tijd duren voordat het dagelijks leven weer gewoon verder gaat. Yoka Verduin

T o c h zijn de nazi's de verliezers' Het was een voorrecht tijdens deze reis zoveel mensen mee te maken die ondanks de grootst denkbare ellende toch mensen zijn gebleven. Zij hebben in een tijd geleefd waarin een mensenleven afhankelijk was van de willekeur van anderen, die zelfs ontkenden dat hun slachtoffers mensen waren. Die anderen zijn nog steeds onder ons. Het zijn de ogen, de gebaren, de stemmen, maar bovenal de tastbare emoties van mijn, soms dierbare reisgenoten die mij altijd bij zullen blijven. Wat dachten die verdoemde nazi's te bereiken? Auschwitz, Birkenau, Treblinka, Sobibor, Mauthausen, Theresienstadt, Flossenbürg, Ravensbrück, Dachau, Bergen-Belsen, de grondslagen van een nieuwe traditie? Een oceaan van wit haar, een onontwarbare kluwen ziekenfondsbrilletjes, de trofeeën van een zegenvierende ideologie? God verhoede! De kinderbarak van Birkenau met haar vrolijke fresco's. De stilte, de waterkou van Sobibor. Hoe kan deze grond zoveel tranen, zoveel bloed verdragen? Een oude vrouw schoffelt haar akkertje, haar zicht op Majdanek slechts onderbroken door een rij bomen. Wat dachten zij en zoveel buren toen zovelen de muil van het beest werden ingedreven en wat deden zij toen? Wanneer komt de collectieve schreeuw van afschuw waar de wereld al 47 jaar op wacht? Waarom, waarom, waarom? Is een antwoord wel mogelijk? De sjoa was de consequentie van een algemener gedachtengoed: 'Hij is jood', 'zij is lesbisch', 'dit land is van ons, alleen van ons'. Hoe zou je de neonazi's uit Rostock en andere plaatsen, deze beulen in opleiding, aan moeten pakken?. Stop ze in een heropvoedingsgesticht, laat ze een vak leren en confronteer ze met de misdaden van hun geestelijke vaders. De kracht van extreem-rechts is altijd geweest dat waar anderen geen oplossing meer wisten te bieden, zij dat wel deden. Als er maar één oplossing voorhanden is, zullen velen geneigd zijn die te kiezen: 'Er was geen andere mogelijkheid', 'wij moesten wel', 'ik kan in m'n eentje toch de loop van de geschiedenis niet veranderen?'. We zullen dus moeten zien te voorkomen dat de nazi's en aanverwanten hun gif weer ongestoord kunnen uitstrooien. Wij zullen bij de jeugd moeten beginnen. Een jonge ss-er, die 21 jaar was in 1942, was vanaf zijn twaalfde opgevoed door de nazi's. Als hem zelfrespect was bijgebracht hadden Hitier en zijn kornuiten niets aan hem gehad. Als hij zelf had leren denken, had hij niet bijgedragen aan de uitroeiing van het joodse volk, de zigeuners, de zwarten, de homo's, de andersdenkenden. Hij kreeg nooit de mogelijkheid zich in de ander te verplaatsen, die anderen waren immers geen mensen, zo was hij opgevoed. Laten wij ons zo min mogelijk laten leiden door rancune, frustraties, haat. Laten we de menselijke traditie opwerpen tegen de beestachtigheid van de verdoemde nazi's, de verliezers van het eerste en laatste uur. En laten we nooit vergeten, dat de nazi's de verliezers zijn en de overlevenden, mijn reisgenoten, hun kinderen, hun kleinkinderen, zijn de overwinnaars. Zo wil ik dat zien! Selwyn Eisden

Vervolg van pagina 8 De commissie wil een en ander in een aparte tentoonstelling in Sachsenhausen laten zien, waar volgens hen in die tijd 50.000 tot 60.000 personen waren geïnterneerd, waarvan er 15.000 tot 30.000 zouden zijn gestorven. De commissie heeft zich uitdrukkelijk tegen gelijkstelling van nationaal-socialistische en stalinistische misdaden uitgesproken, maar stelt dan opmerkelijk genoeg vast, dat 'die NS-Verbrechen durch die Verbrechen des Stalinismus relativiert noch die Verbrechen des Stalinismus mit Hinweis auf die NS-Verbrechen bagatellisiert werden durfen. Anspruch darauf, nicht vergessen zu werden, haben alle Opfer.' Dat klink toch iets te veel naar op één lijn stellen van beide soorten misdaden. De ambassadeur meent echter dat een en ander getuigt van een zorgvuldige behandeling van deze thematiek waarbij men het hoofdaccent op de misdaden uit de NS-tijd zal blijven leggen. Daar is in deze tijd wel heel erg veel reden toe, nu kaalhoofdige jongeren het fascisme weer als lichtend voorbeeld zien. Hoe naar sommige gebeurtenissen van na de Tweede Wereldoorlog ook mogen zijn geweest, de misdaden van het Nazi-regiem zijn onvergelijkbaar erger en mogen niet vergeten, gebagatelliseerd of ondergesneeuwd raken, laat staan dat de mogelijkheid zou kunnen bestaan dat ze als voorbeeld dienen voor een jonge generatie fascisten.


MOORD OP SARA COHEN EEN PERSOONLIJKE HERDENKING Shmüel Hacohen

een motto: ...helaas niet uit de oorlr^ teruggekeerd... Het schijnt dat grote, wereldschokkende rampen de minste invloed hebben op het menselijk doen en laten. Een individu met kanker is in staat om een uitgebreide kring mensen om zich heen vertwijfelde angst te doen voelen. Maar als een verre aardbeving vijftigduizend slachtoffers eist en de wereld zich ter plaatse bevindt door middel van de electronische media vormt die ramp toch nauwelijks een onderwerp voor conversatie. Een schip vergaat, een vliegtuig stort neer, een brand verwoest een discotheek vol met jongeren. Tientallen doden. De niet regelrecht betrokkenen denken er niet langer over na dan de luttele minuten die het lezen van het krantebericht vergt.

Van Schmüel Hacohen verscheen bij uitgeverij Bzztöh het boek 'Zwijgende Stenen. Herinnering aan een vermoorde jeugd.' Dit boek is het persoonlijk relaas van een overlevende van de grote vernietiging die terugkijkt op zijn jeugd.


Hoe omvangrijker de verwoesting, hoe groter de vernietiging, hoe onbevattelijker de ramp, het schijnt voor de niet direct betrokkenen een soort ingebouwde troostte bevatten: 'Ons is dit bespaard gebleven...'. Het is een beperkte, individuele troost waardoor iemand zich even bewust wordt van zijn beperkte en individuele geluk en zich willens en wetens onttrekt aan rouw, medelijden, schuldgevoelens, wroeging over wat anderen is overkomen. Menselijk tekort? Natuurlijk zelfbehoud? Gezegend gebrek aan inzicht? Slachtoffers in grote aantallen vormen in velerlei opzichten een bedreiging voor de openbare orde, hetzij door de onrust die hun leed en ontevredenheid aansticht, hetzij door het gevaar dat daklozen en vluchtelingen altijd met zich voeren. Of misschien al door het gevaar van besmetting door grote massa's ongeborgen lijken... De samenleving is nauwelijks voorbereid, laat staan geoefend om in dergelijke extreme omstandigheden redelijk te handelen en het zijn regeringen van wie wordt verwacht in de nood te voorzien, leed te lenigen, hernieuwde hoop te wekken, leer te trekken uit het ervarene. Maar het zijn ook regeringen, de verkozen vertegenwoordigers van de samenleving, die alles wat onder hun jurisdictie valt kunnen manipuleren,waaronder ook het ontkennen van schuld, en zelfs het afkopen daarvan. Een maatschappij kan in volledige berusting leven met oneerlijke, onjuiste of onrechtvaardige regeringsbeslissingen, het gebeurt maar zelden dat de historie iets dergelijks als 'nationaal wangedrag' registreert. Het leven gaat verder. Men slaat weinig of geen acht. Een uitzondering vormde, na de Tweede Wereldoorlog, de internationale rechtbank te Neurenberg en ook die kan in meer dan een opzicht worden gezien als een catharsis voor zeldzaam internationaal schuldgevoel. Het ging hier niet om een ontzettende natuurramp waartegenover de mens machteloos staat, waarin hij niet veel meer kan doen dan berusten, zij het met vertwijfeling. Het gaat over vertwijfeling waar geen berusten mogelijk is: het uitmoorden alleen al vanuit Nederland van meer dan honderdduizend mensen, systematisch, ordelijk, weliswaar op initiatief van een fanatiek bezeten bezettende macht, maar administratief en organisatorisch op nationale schaal gesteund, binnen een periode van nauwelijks twee jaar, van 1942 tot 1944. Het uitmoorden van de Joden van Nederland. Er is geen mens die de gewelddadige dood van zoveel mensen kan bevatten. Dat soort afgrijzen blijft buiten elke menselijke gevoelscapaciteit. Reden temeer waarom het officieel herdenken zich blijft vastklampen aan begrippen als 'holocaust' en 'sjoa', semantische luxe terwille van nationale en internationale gemoedsrust. Misschien lukt het door het beschrijven van de moord met voorbedachten rade op een enkel individu de taaie schil van hypocrisie, vergetelheid en corrupt historisch nakaarten te doorbreken? Sara Cohen-Brandon is voor mij niet alleen de vertegenwoordigster van de schier ontelbaren, zij is ook de vrouw die mij gebaard heeft: mijn moeder. Een enkel individu en de verschrikkelijke moord op haar zou geen van ons ook maar een moment van rust mogen gunnen. Sara Brandon zag het licht van deze wereld op 2 april 1887 in de Watergraafsmeer, gemeente Amsterdam. Zij was het zesde kind van Philip Brandon en Keetje Zwart die toen respectievelijk 29 en 28 jaar oud waren, beiden in Amsterdam geboren, evenals hun ouders en grootouders. Het elfde kind in deze familie zal in 1901 de gezinsuitbreiding afsluiten en die jongste zoon krijgt de Joodse naam Abram, waarmee, zoals met andere gekozen namen waaronder Jozef, Suze, Sallie en Sem, getuigenis werd afgelegd van het feit dat men zich wel bewust is Joods te zijn, iets dat zich verder niet beslist uit, noch in het navolgen van het Joods ritueel, noch in de voorkeur voor een beperking van maatschappelijk verkeer binnen zelfopgelegde grenzen, uit religieuze of andere overweging. Vermoedelijk behoort de familie tot de groep van Joodse diamantarbeiders, die een ander bestaan verkozen boven het lage 'getto'-peil dat veel van de Joodse families nog deelden. Ze gingen in niet-overwegend Joodse buurten wonen en deden hun best zich zo veel mogelijk aan te passen aan hun Hollandse omgeving. Het Joods bewustzijn ligt in dergelijke omstandigheden maar een stap 'naar buiten' of 'naar binnen' en het is geen wonder dat er zich uitersten kenbaar maken. Drie van de broers trouwen met niet-Joodse vrouwen. Onder


haar zusters gaat Sara een andere, beslissende kant uit. Zij verlooft zich met een orthodox vrome Joodse jongen, die uit Friesland stamt, Jacob Cohen. Nadat zij de lagere school afgelopen had lagen haar plichten in het uitgebreide huisgezin. Het valt aan te nemen dat het huisvrouwenbestaan haar intelligentie te kort deed en het hield ook in dat haar natuurlijke muzikaliteit hierdoor onherstelbaar werd beknot, maar zij was iemand die vroeg in haar leven besefte dat geduld een element is dat ieder individueel streven vermag te veredelen. En nu kwam die Jacob uit Leeuwarden die haar leven een totaal nieuwe richting gaf, die van het Joodse geloof, een godsdienst die zowel maatschappelijk als individueel zware verplichtingen oplegt en waarvan de vreugden verbonden zijn aan een gigantische hoeveelheid beperkingen, geboden en verboden. Het soms misbruikte: "Es is' schwer zu zain a Yid" kan slechts worden verstaan en begrepen binnenin dit specifieke orthodoxe Jodendom dat, zolang het in de diaspora verblijft, te kampen heeft met evenzoveel vreemde als vijandige invloeden. Sara en Jacob treden in het huwelijk. Hij, een man van uitzonderlijke smaak en uitgesproken humor, benevens een seismografisch gevoel voor de taal waarin hij werd opgevoed: het Nederlands, dat hij spreekt en schrijft met de onderscheiding van iemand die hogere eisen stelt aan hetgeen wordt aangeduid met 'het dagelijkse'. Jacob bedrijft handel samen met zijn twee jaar jongere broer Moos, die zelf trouwt met Sara's twee jaar oudere zuster Suze. Twee gezinnen, die de buitenstaander bijna voorkomen als een enkele vergrote familie; twee huizen waarvan het leven van een verrassende symmetrie gaat getuigen, onder meer in de twee maal zeven geboorten, tussen de jaren 1917 en 1931. De geboortedata blijken nagenoeg identiek! De gekozen voornamen zijn vier van de zeven keer identiek. Het leven wordt opgevat als een weefsel waarin verrassingen liefst worden vermeden. Er is, voordat hun huwelijk gesloten wordt, een moment van een droom. Met een kleine variatie op de oorspronkelijke bijbelse figuur wordt het nu: 'Jacob, de dromer'. De droom: Palestina... Sara vertelt dit later aan haar kinderen en het verhaal zelf draagt elke karakteristiek van een liefdesromantiek. Palestina. Het was alleen maar wild dromen, vanuit de koele en veilige haven van leven in de lage landen, met een nauwelijks verneembaar koortsig-religieuze ondertoon. Een rest van schier vervlogen middeleeuws messianisme, opgewekt door een nieuw, modern. Zionistisch streven dat beter gehoor kreeg in steden die regelmatig geteisterd werden door pogroms, in contreien waar het vervolgen van Joden altijd een snaar van onverholen leedvermaak in het Christelijk lijf deed trillen. Dit waren Hollands-Joodse gezinnen en de volgorde Hollands/Joods is niet toevallig. Het heeft weinig zin te proberen na te gaan of het 'Joods' afbreuk deed aan het 'Hollands' of andersom en de scherpe scheiding waar die een duidelijk stempel drukte op het dagelijkse leven, op het levenspatroon zelf, was in het merendeel van zijn manifestaties specifiek religieus. Het moet gezegd dat er in vele gevallen een zekere nadruk bestond wat betreft het 'Hollands', een rest van diepe dankbaarheid, zonder twijfel een overlevering van een oergeslacht van Joden die in Nederland ontmoetten wat hun elders ontzegd werd. zij zongen het Wilhelmus met overgave. Er bestaat mijn inziens een onweerstaanbare affiniteit tussen twee, anders zo bij uitstek tegenstrijdige sferen van godsbelijdenis: Protestantisme en Jodendom. De geboden en beperkingen van de Halacha hadden hun weerklank, zij het in een totaal andere toonaard, in bepaalde cultureel-religieuze aspecten van het Hollands Christelijk gedrag, een blijkbaar noodlottige karakteristiek van de negentiende-eeuwse Joden in Noordwest Europa. Het leven van Sara Cohen-Brandon baseerde zich op een gezegend, en vervloekt, moreel equilibrium. Heb ik vanaf dit punt iets bijzonders te vermelden? Elk individu kan gezien als de kern van een grotere cel, binnenin een weefsel van andere individuen, meerdere cellen. De eigen kern, beschermd door aangeboren en aangeleerde moraliteit en nauw verbonden met die van het beschermende gezin, dat dynamische stromingen van beschermd verband onderhoudt met beschermende familie, met vrienden, kennissen, met de omringende beschermende maatschappij, erkend in groter verband van beschermende nationaliteit waarover het wakend, beschermd oog van een positief menend, beschermend regerings-


lichaam, binnenin de beschermende grenzen van een internationaal erkende, en beschermde, geopolitieke geografische eenheid. Een hecht weefsel van concentrische cirkels die eindeloze varianten van realiteit mogelijk maken, maar die terzelfdertijd een rem vormen tegen een mate van labiliteit die het overheersend evenwicht in gevaar zou kunnen brengen. Men kende betere tijden, men kende slechtere tijden. Het leven troostte zichzelf zoals dit sinds mensenheugenis een karakteristiek vormt van menselijk bestaan. Het gezin van Jacob en Sara was Hollands-joods, joods-orthodox, trouw aan zichzelf, loyaal tegenover de medemens, vertrouwend in het land, in het volk en in het Koningshuis. Er werden zeven kinderen geboren. Sara droomt niet meer voor zichzelf. Nu droomt ze voor haar kinderen, maar ook dat dromen bevat een overheersend, klaarwakker elementV Plicht, vlijt, eerlijkheid, godsvrees en het erkennen van een groter verband dat het individueel streven moet sturen zowel als remmen. Een bankstel heeft nooit haar huis versierd. Wel onwrikbare beginselen, verankerd in een even onwrikbaar geloof. Ze probeerde geen kwaad te zien in anderen, en wanneer ze dat gewaar werd keerde ze het beschaamd de rug toe. Men kende betere tijden, men kende slechtere tijden. Het leven werd geleefd en was zich daarom ook van de dood bewust. Jacob bleef dromen. Hij bezat een met olijfhout gebonden boekje: "Blumen vom Heiligen Land", waarin de kleurige en gedroogde flora van Palestina, het Beloofde Land, de dikke kartonnen bladzijden tooiden, elk blad met zijdepapier gedekt. Het was een waar relikwie. Hij bezat een gouden horloge met ketting, een hoge hoed, een zorgvuldig opgerolde zwartzijden paraplu met een handvat van glanzend hout en hij had vier zoons en drie dochters voor wie nu ook hij droomde... De wereldcrises van 1929 duwden hem ruw opzij, maar hij bleef spartelen en zette de tering naar de nering. Hij opende een winkel aan de Utrechtsestraat, vlak bij het hart van Amsterdam. Dat was in 1932. In 1934 overleed Jacob Cohen aan een slepende hartkwaal. Het jongste kind was vijf, de oudste zeventien. De zaak was failliet en de weduwe Sara Cohen-Brandon keek in de donkere tunnel van een nietsbelovende toekomst. Sara vocht voor haar huisgezin. Zij werd nu zowel stoottroepen als verzetsgroep, vliegende brigade zowel als ingegraven fronten zowel patrouille in onbekend terrein als onderhandelaar met schijnbaar onoplosbare situaties. Zij gaf geen kamp en geen van haar zeven kinderen werd gijzelaar. Zij kwam er met vlag en wimpel doorheen, met haar geloof en met haar onwrikbare principes intakt en met een ervaring die haar deed uitblinken in een pedagogisch ondernemen dat haar en haar huis in bepaalde Joodse kringen een bijzonder goede naam verschafte. Zij werd pleegmoeder voor jonge Joden, ten dele Duitse vluchtelingen, die in het gezinsverband leefden. Zij zorgde voor haar eigen, verlate, ontwikkeling maar vooral voor die van haar kinderen. Lagere en middelbare school, Rabijnen-seminarium, vakschool en alle kinderen deden aan muziek: piano of viool. Zij ging vaak naar concerten en ze kende de hoogtepunten van de klassieke muziek. Een van haar kinderen is aangestoken door Jacobs droom: Palestina. Hij maakt het een realiteit. Hij gaat naar Palestina. Even werd haar droom een werkelijkheid van nauwverholen trots. Dat was toen een bekende Nederlands-Joodse schrijfster haar huisgezin koos voor een van haar kinderen, de aankomende pianist die een aura met zich voerde dat een grote invloed op het gezin en op Sara zelf uitoefende. Dromen kennen geen grenzen. De jonge man vindt in Sara's oudste dochter de vrouw voor zijn leven. Het is de slechtste van alle tijden. Het is 1941. In de westerse, christelijke cultuur wordt het levenspatroon beheerst door een ingewoven kwaad: het 'onbetwist goddelijke' van de autoriteit, een van de funeste ontmoetingsvlakken van Joodse en Hollandse moraliteit. De dramatis personae in het komende tragische spel werden gevormd door acht miljoen Nederlanders, waaronder honderdveertigduizend Joden. 'Eerlijk zullen we alles delen' is een regel uit een bekend Sinterklaasversje, maar daarop volgde: 'Jullie een beetje meer dan wij...'. De vanouds erkende bescherming van de Joden in het Koninkrijk der Nederlanden blijkt een verborgen breuk te bevatten die nu, ineens, tot gapende kloof wordt. Sara Cohen-Brandon, evenals de andere ontelbaren, kon niet anders dan berusten


omdat haar dat vroeg was bijgebracht als behorend tot de hoogste van alle waarden. Het had niets te maken met het 'liefhebben van een noodlot', met een, door Abel Herzberg verondersteld 'Amor Fati'. Het was de houding van iemand die, zoals elders vermeld, beweerde dat: 'Als je het niet meer weet, moet je je principes raadplegen'.Die principes bleven een enkelvoudig antwoord geven op de onwillekeurig gestelde vragen betreffende zelfbehoud. Dat antwoord luidt: 'Berust'. Maar dat berusten was verankerd in een vertrouwen, niet alleen op een God, maar ook in het bestaande, in het gangbare, in het langbewezen patroon van beschermd leven. Hoe kon zij ook weten dat dit vertrouwen op niet berustte? Zoals alle anderen, nagenoeg de totale Joodse gemeenschap hier te lande, las zij de anti-Joodse wetten en verordeningen, ontcijferde zij een taal waarvan de betekenis haar moest ontgaan, omdat zij niet vatten kon dat haar vaderland tot verraderland verworden was. Beschuldig haar niet van misdadige nalatigheid. Ze deed immers haar plicht? In haar geheiligd levenspatroon was het begrip argwaan sinds lang geneutraliseerd. Zij zag om zich heen, en herkende geen moordlust. Haar gezin wordt uiteen getornd, de familiebanden van weleer verkeren in staat van beleg en niets is meer in overeenstemming met evenwichtig leven. Ik heb het vermoeden dat bij Sara Cohen-Brandon het begin van een verschrikkelijk weten is begonnen te dagen, een verboden kennis waartegen zij, als zovelen, zich verzette, waartegenover zij haar standvastige morele waarden vergeefs mobiliseerde. In het begin was het een min of meer passieve, administratieve vervolging. Vernedering op vernedering die de Joodse maatschappij stap voor onbarmhartige stap in het nauw zou drijven en die schier onmerkbaar overging in bedreiging tegen het persoonlijk bestaan, uiteindelijk culminerend in deportatie. Uitlevering naar een 'onbekende bestemming', in handen van anonieme moordenaars. Niet weten, niet horen en niet zien, vooral niet zien! De omstanders gaan ieder hun eigen gang. De Joden naar hun 'onbekende bestemming'. Men wendt onwillekeurig het gezicht af bij het zien van een overreden hond of kat. Het is de menselijke reflex van leven versus dood. Men eet vlees maar kijkt niet naar het slachten; Dat maakt deel uit van ons levenspatroon dat bezegeld is met: Wat niet weet wat niet deert. Dat 'niet weten' gaat als laatste bolwerk dienen tegen de onvermijdelijke, onherroepelijke schuld; De Schuld van Het Niet Weten! De moord op Sara Cohen-Brandon is even verschrikkelijk als anoniem. Laat ons de laatste treinreis met haar meemaken , het ondragelijke niet te beschrijven visioen met haar delen. Het is het minste dat wij aan haar nagedachtenis verplicht zijn. Komt, maakt u gereed! Het laatste tafereel in de schier oneindige reeks van gruwelen, geslepen slim, geisoleerd opgezet om geen nodeloze argwaan bij de slachtoffers op te wekken. Eerst dit - ach, dat valt nog wel te dragen, als dat alles is. Dan nog dat - het is toch alleen voor de duur van de oorlog. O, en nog iets, daarmee valt ook nog wel te leven. En dan is het te laat om nog enige maatregel te nemen. Ze waren Joods en trots daarop en vroom, daaraan viel niet te tornen en toen ze eigenlijk arrestanten in hun eigen woning werden, zo goed als vogelvrij daarbuiten met zwarte J's op hun papieren en gele sterren op hun kleren, waren ze al reddeloos verloren. Het hek was van de dam en schuilen konden ze nergens. 's Avonds komen Neerlands 'stoere knapen' en jagen haar, Sara Cohen-Brandon, uit haar huis aan het Boerhaveplein, Amsterdam Oost. Een soort 'bevrijding' na weken en maanden van ondragelijke spanning en angst, misère en verlatenheid. Die ene dag in de Hollandse Schouwburg, de tram, de trein, Westerbork - daar was nog wel mee te leven; dat kon je wel uithouden. Maar het lezen van de namen, Dinsdagmorgen voor dag en dauw, die gore rij wachtende beestenwagons .... daarin zat iets onheilspellends, dat ging gepaard met verschrikkelijke voorgevoelens. Het afscheid van haar twee achterblijvende zoons, de oudste en de op een na jongste van haar kinderen; die stille laatste omhelzing temidden van alle andere die vaarwel zeiden, op een zomerse ochtend in juli. Er waren velen van haar Zionistische kennissen, allemaal met 'afgewezen' zogenoemde Palestinapapieren. Jacobs droom... Twee van haar dochters, een van eenentwintig en de ander nauwelijks twaalf jaar oud, gaan mee. Sara's moeder, vierentachtig, wordt uit de ziekenbarak gehaald.


Haar eerste buitenlandse reis. Nu gaan ze over de grens en Nederland wordt een herinnering. En Nederland vergeet. Ze zitten op stro. Licht valt naar binnen door de enkele getraliede opening, waartegenover een niet aflatende kaleidoscopische stroom van ondefinieerbare schaduwbeelden een stomme film van abstractie tekent op de stevige houten planken van de wand. Het onophoudend geraas van ijzeren wielen op stalen rails, schaven en schuren en denderend gebulder slaat de reizenden met een stomheid die slechts te lezen is in de doffe blik van hun uitzichtloos zien. Nog zijn het mensen die zich daar in die veewagons proberen te schikken. Nog koesteren ze vage hoop, hebben ze verwachting, zijn ze nieuwsgierig, tonen ze verbazing, afschuw, angst, woede en bitterheid en bovenal: bewaren zij hun herinnering waarmee ze zich trachten vast te klampen aan leven dat zich halsstarrig probeert af te tekenen op dit hiaat van gedwongen ontworteling. De dag vordert. Dralende vleugjes van een ander leven. Sara Cohen-Brandon wordt aangesproken door een dame die haar kende. Zij antwoordt met enige interesse, ook al kunnen ze zich nauwelijks verstaanbaar maken. Een meneer helpt haar op te staan en haar evenwicht bewaren. Beleefdheden worden gewisseld, geduld wordt getoond, men houdt zich in, zegt dingen als: 'Och, wat doet het ertoe' en 'Ja, gaat U maar'. Er is een vrome familie die de verplichte gebeden van de dag waarneemt. Men doet zijn best ze niet te storen. Misschien lukt het hun de blijkbaar verbroken verbinding met God tot stand te brengen... Nu en dan wordt een blik gewisseld die misschien gemeenschappelijk leed probeert vast te stellen, maar het lijden kenmerkt zich juist in het persoonlijke, in het ongedeelde ervan, in het ondraagbare van de last. Het lichaam gaat zijn eisen stellen. Er is water in een tonnetje, leder bracht wat eten met zich mee. De vreselijke schroom van zijn behoeften in het openbaar doen (een ander tonnetje), wordt overwonnen, want mensen zijn in staat hun levenspeil zo laag terug te schroeven als door de realiteit wordt gevergd. Zolang er leven is, is er een levenspeil. Iemand heeft een soort scherm gefabriceerd, men kijkt een andere kant uit, met enige moeite, want het gezichtsterrein bestrijkt bijna de hele wagon. Men negeert luchtjes, geluidjes. De eerste nacht. Het geraas van de wielen blijkt verdovend te werken. Sara Cohen-Brandon slaapt/waakt over haar slapende dochters. Zelf koestert zij weinig hoop. Voortdurend gaan haar herinneringen terug naar haar vorig leven, eventjes dankbaar voor het feit dat haar Jacob dit niet heeft hoeven mee te maken. Maar dan is er die vreselijke storing, dat niet weg te werken gerucht dat in oktober van 1942 door de Engelse radio werd uitgezonden: 'De Joden worden in Polen in gaskamers vermoord...' Ze had het aan haar jongste zoon verteld die haar opgewonden uitlegde dat zoiets 'technisch onmogelijk' was. Zij dacht aan die zoon die samen met haar oudste in Westerbork was achtergebleven. De trein staat lang stil. Buiten Duits geschreeuw. Waar zouden we zijn? Een gore ochtend maakt zich kenbaar door de rechthoekige opening. In de hoek is een oudere man overleden. De tweede dag. Het wordt warm, het wordt ondragelijk heet. Er is nog iets om te eten maar het water raakt op en hoewel er een man is die de leiding op zich neemt en ervoor zorgt dat de rest eerlijk verdeeld wordt, zijn er enkele jonge moeders met kleine kinderen, een baby, er beginnen eisen om voorrechten op te komen. Nodeloos verkwisten van kostbare energie. Sara Cohen-Brandon maant haar dochters er geen deel aan te nemen. Zij zegt geen woord van hetgeen haar hart en ingewanden samenkrimpt in een verschrikkelijke convulsie van paniek en zij wordt nu en dan overweldigd door een onzettende wanhoop, maar zij blijft zwijgen. De hitte werkt verdovend, dorst, honger, alles begint zich op te lossen in een overheersende vertwijfeling. Ook daarom zijn het nog steeds mensen, hoewel ze beginnen ge誰soleerd te raken van hun eigen menselijkheid. Het lijk van de man in de hoek begint een zoete lucht te verspreiden en het bonken van de rollende wielen neemt langzaam aan de plaats in van gedachten, van hoop, van bitterheid, van verwachting, van herinneringen, van een rest aan energie die inherent is aan de onwillekeurigheid van een bloedsomloop.


Het wordt weer nacht en men vraagt zich af of deze fysieke eenheden, verspreid op en vermengd met het bevuilde stro, nog mensen genoemd kunnen worden. De tweede nacht is een verschrikking, onwetend van richting en einddoel van de rollende, razende draak die zich oostwaarts spoedt in het duister van verduisterd Europa. Een derde dag breekt aan hoewel die telling alleen nog maar een automatische functie inhoudt die zich niet meer laat verbinden met een twaalfurige realiteit. Het is De Derde Dag, hoewel blijkt dat de ondervinding elementen bevat van kosmische afmetingen, die het Zijn beinvloeden en een geheel leven kunnen samenvatten in een fractie van het redelijk voorziene. Het wordt een dag van fysiek en persoonlijk lijden, van luidkeels klagen, van babygehuil dat met de uren langzaam wegkwijnt (het kind heeft hoge koorts), samen met wat nog restte van dat leven, en van de jonge moeder die met haar nagels tot bloedens toe de ruwhouten muur van de wagon probeert weg te krabben. Men ziet het, men kijkt toe met een dazige blik die niet meer in zich opneemt, niet meer registreert terwille van een herinnering, die alleen maar onbewust ziet, ziet, ziet. De zintuigen raken achter, doven verdoofd, flakkeren ineens weer aan en zien, en herinneren en worden bewust en wat nog aan leven rest wordt gedefinieerd door het vuil en de stank en het valse licht en het gedender van de treinwielen op de nu eindeloze rails. Is dit de derde nacht Rijdt de trein? Staat alles ergens stil? Ergens? Waar, waar? Waar houdt het op, waar? Het is een leugen dat mensen onder elke omstandigheid willen leven. Ze kunnen snakken naar dood, maar leven weet niet wat dat is. Er is nog iemand dood. Een vrouw. Zij wordt, met wat nog rest aan vereende krachten, in de hoek gelegd. Sara en haar twee dochters liggen nu naast en op en over elkaar en het is een laatste beetje bijna vergeten menselijkheid dat hen van elkaar doet bewust zijn. 7

Ergens staat de trein op een groot spoorknooppunt. Vreemde stemmen in een vreemde taal. Er wordt gerangeerd met veel geschok, geknars van wielen en de enkele hoge snerpen van schurend ijzer. Mokerslagen, ergens, onder of naast de wagons en het huiveren van een stilte welke de grote verlatenheid aankondigt. De trein zet zich nogmaals in beweging, langzaam, gestadig als iemand die ongerept zijn doel aan de horizon ontwaart en zich sterkt in de zekerheid van het niet meer aflaten. De wielen schijnen nu te glijden met nauwelijks onderbroken gelijkmatige geluiden, die nu zelfs die geradbraakte verzameling lichamen op het stro opnieuw bezielen met wat lang vergeten scheen. Zijn we er nu? Het is een wonder waarvan we reeds vroeger getuigen waren. Dat opflakkeren van het vleugje hoop tegen beter weten in, leven dat liegt in het gezicht van koudvurige, valse hoop. Maar kijk, die geradbraakte, moedeloze, vertwijfelde, van God en de mensheid verlaten, ontwortelde mensen hervinden ineens een laatste dosis energie die hen drie dagen en nachten van helse marteling bijna doet vergeten. Weer zijn het 'mensen', angstig voor het onbekende dat komen gaat, maar ook - nieuwsgierig. Nieuwsgierigheid als een vorm van hoop. Nu zouden we ons willen afwenden, terug naar het niet-weten, maar het is te laat, voor ons, net als voor Sara Cohen-Brandon en haar mede-gedeporteerden. De trein komt tot stilstand. Iemand gaat naar het rechthoekige raam en doet verslag: ver vooruit ligt een klein station, er is een dorp, verder alleen de grauwe vlakte, wat bossen aan de horizon, geen merkbare beweging. Ziet men een kamp? Barakken? Kazernes? Een prikkeldraadomheining? Nee, niets, niets dat aanduiding geeft voor de mogelijke aanwezigheid van gedeporteerde Joden. Niets. De even opbeurende vlaag van interesse, van geestelijk bewustzijn heeft snel zijn energie verbruikt en dooft als het vallen van een vroege winteravond. Ze proberen iets op te maken uit verre stemmen. Een vreemde taal. Kennelijk Pools. De ochtend vordert en de trein zet zich in beweging, maar stopt weer na korte tijd. De rails lopen in een bocht en iemand vertelt dat enkele wagons worden afgekoppeld, die rijden met de locomotief vooruit, in de richting van het kleine station. Het wordt vreselijk warm en vooral de kinderen houden het niet meer uit van de dorst. Er is gehuil, gesnik, een gebed van de kant van de vrome familie. Sara Cohen-Brandon houdt zich in en staart voor zich uit, niets ziende dan de herinnering aan haar kinderen, haar huis, haar leven. Haar dochter van


eenentwintig ligt uitgeput naast haar, verlamd, als in een coma. Die van twaalf, haar jonge gezicht roodbehuild, maar nu vindt zij ook daarvoor geen krachten meer, haalt adem met een rochelend geluid, een droge mond half open, snakkend naar water dat er niet is. Uren schijnen voorbij te gaan. Zijn het uren? Ineens de schok van beweging. De wagon wordt langzaam voortgetrokken en blijft niet ver van het kleine station staan. Er staat een naam op een houten bord: SOBIBOR. Er loopt een hoge berm langs het rechthoekige raam. Die verspert het verdere uitzicht, maar ineens verschijnt een man die de mensen in de wagon probeert aan te spreken. Iemand bij het raam legt een contact. Je kunt nauwelijks iets zien. Het is blijkbaar een jonge Poolse boerenarbeider, armoedig gekleed die geen enkele taal schijnt te kennen buiten het Pools dat niemand hier spreekt. Slechte ogen in een bleek, spichtig voorkomen onder een versleten pet. Gebaren: Water, Water, Waar zijn we, Waar? De berm is een eindje van de wagon en contact is niet gemakkelijk, misschien gevaarlijk. De boer gebaart: Geld, ketting, armband... In een paar seconden hebben de mensen wat bij elkaar gegrist. Nu vermant die boer zich en komt de berm af, reikt naar het raam en ontvangt geld, een ketting en een zilveren broche. Hij gebaart: 'Even wachten', en 'Water, drinken'. Hij verdwijnt achter de berm en duikt weer op, in zijn handen een ge誰mproviseerde kroes, blijkbaar vol met vloeistof. De acrobatiek om dat veilig aan te reiken, vast te pakken en naar binnen te halen. In het halfdonker, alleen hopend en gelovend in iets menselijks, flakkert weer iets op, en dan, de vreselijke kreten, ongelovig, niet bevattend, vloekend, snikkend, op de rand van het verstand te verliezen. De beker was gevuld met warme urine.

De tekeningen

bij dit

artikel zijn gemaakt Chaja Polak.

door


De wagon beweegt zich weer en nu passeren ze het station en een wissel voert ze binnen een omheining van prikkeldraad. Enkel spoor ('net als in Westerbork'), opgehoogde bermen, versperd uitzicht, een man in een zwart uniform: ('zwart, zwart?') en van het rechthoekig raam komt alleen nog het: 'Ja, we zijn er...' De mensen maken zich gereed - de van ouds herkende reflex van een trein die aan een eindstation stopt. Mogelijke verandering zoekt weer even naar de bijpassende hernieuwde moed, niet vermoedend, gevoelens in een geijkt patroon samen met gelatenheid en de angst voor het onzekere. Het laat niet op zich wachten. Ineens gaat de wagon open en een verblindend licht sluit verder elke tijd uit. Het flitst door Sara's hoofd: 'Dit heb ik steeds geweten...'. VERVLOEKT JODENTUIG. Skeletachtige mannetjes in gestreepte vodden. Gekrijs: ERUIT, ALLES ACHTER-LATEN, ERUIT, ERUIT. Een kerel met een leren zweep slaat ze zonder ophouden en zij ranselen in een razernij van angst de mensen naar buiten, duwend, over elkaar vallend, alles huilt en schreeuwt en doet ineens de ellende van de reis teniet, probeert zich schrap te zetten tegen een golf van ontzetting die zich met niets, niets laat vergelijken. Er zijn al ettelijke gewonden en nu verschijnen er ook grote honden op het tafereel. ZE BIJTEN - ZE BIJTEN. Er is bloed. 0 God en kreten van MOEDER, MOEDER. VERVLOEKTE JODEN. Wie zich op de grond gooit wordt in stukken gereten, wie blijft staan voelt of de zweep of de hete asem van een hond op zijn klamme huid. WEG, WEG, WEG, naar ginds waar een ruimte is. Sara Cohen-Brandon graait in wanhoop en houdt haar jonge dochtertje bij zich, tegen zich aan en loopt in een halve ren naar voren, waar een ruw geplaveide ruimte zichtbaar wordt. Ze weet niet meer waar haar andere dochter is, die werd uit de wagon geduwd en viel naar beneden. Verderop wat houten barakken, maar er is geen tijd, geen tijd en alles wat ze nog kan doen put zijn energie uit een laatste golf angst-adrenaline. Mensen - zijn dit mensen? - huilen en schreeuwen nu in doodsangst. Mannen met zwepen, gestreepte skeletten, honden. Een SS-officier, onberispelijke uniform, grote uitdagende platte pet, beziet van een afstand het tafereel van paniek en radeloze ontzetting. Hij gaapt en brengt intu誰tief een gehandschoende hand naar zijn wijdgeopende mond, keert zich om en verdwijnt. Een nog jonge man van onder de gedeporteerden neemt het initiatief. Hij helpt iemand op, probeert enige orde te scheppen, de mensen moed in te spreken. Een zweepslag, een hond die hem in een paar seconden afschuwelijk toetakelt - niemand die kijken durft, de angst verlamt. Een groepje blijft dicht op elkaar staan, gezichten naar binnen gewend. De hond, de zweep. ZWIJNEJODEN.Vergezeld van een paar gerichte trappen van een gelaarsde voet. Alles rent nu, struikelt, valt, huilt, schreeuwt, om het vege lijf te redden. Ineens, alsof dit aangegeven stond in een gedetailleerd draaiboek, alsof er een punt bereikt is in een gecompliceerde partituur, alsof een regisseur, een dirigent dit beval: EEN DIEPE STILTE. Hoe is dat mogelijk? Het is of een totaal nieuw, nog ongebruikt, ongerept gevoel zich van alles en iedereen meester maakt, iets dat geen deel meer heeft aan welk bekend patroon dan ook. Het is een weten, een herkennen dat erkennen bevat. Een zekerheid die in een fractie van een seconde tot collectief bewustzijn geworden is, waar verder enig menselijk doen of laten volslagen ge誰soleerd van blijft. HET IS DE DOOD. Het uitkleden - alles, alles uit! - bevat daarom niets nieuws meer, niemand kijkt, ziet, onderscheidt. Zich generen behoort toch alleen tot leven, want daarin bekleedt dat een functie. Kinderen huilen nog; geen vader die een autoriteit kan doen gelden. Geen moeder die kan helpen. De naakte, blinde menigte laat zich door een onbekende kracht in een bepaalde richting drijven. De gestreepte skeletten zijn al met de hopen kleren en andere bezittingen bezig en blijven ver. Groene en zwarte uniformen en dreigende, hijgende, kwijlende honden. Een dalende weg, een poort van prikkeldraad en een smalle laan, waar het prikkeldraad aan beide kanten met takken en groen is afgesperd. Er is een oponthoud en nu staat iedereen dicht op elkaar, rillend


van een hernieuwde angst. De zomerlucht is hier zwoel, een feit dat niet meer tot de mensen kan doordringen. Het lichaam begint oerinstincten te hervinden. Urine en faeces, menstruaal bloed, stromen vrij op de grond en bevuilen het eigen lichaam zowel als dat van anderen. Sara Cohen-Brandon houdt haar jonge dochter dicht tegen zich. Die uit geen klank meer. Een enkele krampbeweging van haar hand getuigt van haar leven. Moeder mompelt nu en dan onduidelijke woorden als de stoet zich weer in beweging zet. Er komt een lange houten barak in zicht. Er zijn een paar treden. Zwart geüniformde kerels met dreigende honden drijven de mensen naar boven, door wijd gapende houten deuren, net als van de wagon, dat laatste veilige oord.Wanden van stevig hout. Geen raam, en het enige licht komt door de geopende deur. Geschreeuw. NAAR BINNEN! NAAR BINNEN! JULLIE VERVLOEKTE ZWIJNEJODEN - NAAR BINNEN!! Van achteren de doodsangst voor de zwepen, voor de hondenbeten die billen en schaamdelen aan flarden rukken. Van voren de blinde muur waar wie zich al binnen bevindt op elkaar worden geperst in woeste razernij. Moeder kan haar jongste dochter al niet meer voelen want alles en iedereen wordt tot een vlees. Ineens wordt de grote deur dicht geslagen en van buiten vergrendeld en er heerst volslagenduisternis waarin het hijgen van een nu collectief lichaam zich horen laat als een grote, ondoordringbare kreet. Er is geen plaats, geen lucht en Sara Cohen Brandon voelt dat haar bloed buiten haar lichaam stroomt, dat zij op het punt staat uit elkaar te spatten. Er is geen plaats voor gedachten, geen herinnering en geen verantwoording, alleen die laatste noodzaak - ademen. Boven het hijgen en steunen uit beginnen andere klanken zich te laten horen. De Joodse geloofsbelijdenis, godslasteringen, vervloekingen en kreten van uiterste vertwijfeling, van doodsangst. Een onbeschrijfelijke, niet voor menselijke oren vatbare kakofonie van collectieve doodstrijd. Sara Cohen-Brandon voelt haar lichaam niet meer. In plaats daarvan is er een weten. Een laatste weten, absoluut, eindig. Wat is de donkergroene vlek die zich begint te verspreiden, die zich meester gaat maken van de duisternis. Hoor maar naar dat schreeuwen: GAS - GAAAAAS,—een—bittere— smaak—kan—niet—ademen—waar - - i s — i k — b e n — w a s — G o d — G o d — g e e n — meer...'HETVADERLANDGETROUWEBENIKTOTINDEDOOD'. Shmüel Hacohen ISRAËL, december 1991


achtenvijftig namen. In de namenhal heb ik ze ontdekt: de intiemste woorden. Dej. Trans-Silvanische violen strijken langs mijn oor. De ketel fluit. Mijn moeder zingt: 'Julka, ai Julka, van Budha-budhapest.' Ze pakt me vast, ze trekt me mee: 'Fluiten bij zigeunerdansen, brengt geluk.' Ze kijkt me aan. Ze laat me los. Ik schrijf: geboren 'Dej'. Abitch. 'Alfred kom je spelen/ roep het door mijn hoofd. Hij kijkt omhoog; ik balanceer tussen bijen en bloementuin. Hij grijpt me beet, 'Zo kun je doodvallen.' 'Alfred/ lach ik, 'bange Alfred.' Ik schrijf: geboortenaam 'Abitch'. Monowitz. Max vermoord in Monowitz. Hij met een hoed. zijn bruid met tulen voile. Mijn hand betast de bruidsjapon. 'Na onze reis, mag jij die aan.' Ik schrijf 'Monowitz'. Fouten staan er: NIET in Auschwitz maar Sobibor.... M'n vader tovert uit zijn jasmouw gatenmuntjes. 'Doe maar in je spaarpot voor de vakantie in Polen. Om ijsjes te kopen.' Ik schrijf 'Sobibor'. Onder mijn pen formulieren: bent U verwant, voor 't laatst gezien, huidige adres. Ik beantwoord elke vraag. In mijn opschrijfboekje schrijf ik nog meer, voor altijd wil ik weten: op welke dag en waar. Vanuit de stilte naast me, een vreemde vrouw die telt. Haar namen, acht en vijftig, ze razen mij voorbij.

Haar vragen, 'wat moet ik ermee, schrijft u ze allemaal op?' ontnuchteren, Plotseling, die mishandeling, en aftuiging van eerbied. Het boek wordt dichtgebeukt. De vrouw overmant haar 58. Tussen de wachtenden elleboogt ze haar weg terug. 'Heeft U ze gevonden? Alles ingevuld?' fluistert de beambte. 'Dan kan ik hier wel intrekken.' Haar mond overtreft de regels. haar vlucht bevestigt haast. 'Wie volgt,' roept hij. Zijn dreun verandert tragedie in dagelijks brood. Ik leg vier familieleden op de balie Verder heb ik niet geteld. Ruth Waterman-Kupferschmidt


Een heldere kijk op het wereldnieuws Keesings Historisch Archief geeft m a a n d e l i j k s een objectief overzicht van de belangrijkste politieke, sociale en economische wereldgebeurtenissen. In duidelijke t a a l en overzichtelijk gerubriceerd n a a r regio. I n de fraaie v e r z a m e l b a n d vormt Keesings Historisch Archief d a n ook een even toegankelijk als b e t r o u w b a a r n a s l a g w e r k ' voor studie, a n a l y s e of a l g e m e n e interesse. Geillustieerd en letendme,

K e e s i n g s e e n

v

a

A r c h i e f , n

f o r m a a t

• P e r j a a r 12 maandelijkse edities van t e n m i n s t e 72 pagina's • Overzichtelijk ingedeeld, d u s goed toegankelijk • Praktisch, stijlvol opbergsysteem • Gebaseerd op b e t r o u w b a r e informatie v a n t o o n a a n g e v e n d e p e r s b u r e a u s en dagbladen in binnen- en b u i t e n l a n d Levert gedegen, heldere informatie voor iedere

uie! ut fuele • )-.,.

H i s t o r i s c h

n a s l a g w e r k

analyse

,

Hiei

langs

Tr^j

m

uitknippen

ABONNEERBON J a ,

Keesings

S t u u r

m i j m

Historisch 1 v

1993,

A r c h i e f

e e nj a a r

voor d e ïntroductie-pnj^ kosten,

s t u d e n t e n

( N o r m a a l

kost

Ik

a b o n n e e r

en

e e n recent

v a n ƒ

spreekt

m i j a a n

lang.

K e e s i n g s

175,-

inclusief B T W e n

Historisch

A r c h i e f

v e r z e n d -

J145,-

e e n a b o n n e m e n t

m i j n u n o g niet e x e m p l a a r

ƒ 275.- ,

S t u u r

voor

s t u d e n t e n

m i j eerst

v a n K e e s i n g s

m e e r

Historisch

ƒ 220,-'

i n f o r m a t i e A r c h i e f

?

M/V

Oi erzu hl i au u ereld

He Ir ou ie bare in/or

gebeurtenissen

helder

per

land

geformuleei

malu

Postcode

d Plaats

U kunt natuurlijk ook bellen:

020-5641222

D a t u m D e z e

K e e s i n g s 1000

H a n d t e k e n ! n g _

a b o n n e e r b o n P A

tn e e n niet gesloten

Historisch

Archief,

envelop

A n t w o o r d n u m m e r

sturen a a n 10

001,

A m s t e r d a m

S. E M M E R I N G ANTIQUAAR /;v PRENTENVERKOPER polak roodhart uylings

Nieuwezijdsvoorburgwal 304 1012 RV Amsterdam Tel. 020 - 6231476

'—y

makelaars in assurantiën B.V. Stroombaan 4 - 1181 VX Amstelveen Postbus 6 0 8 - 1180 AP Amstelveen Telefoon (020) 6 4 3 7 1 1 1 •

JUDAICA: B O E K E N E N PRENTEN

nva

Telefax 1020) 6457 084

lid

E e n u i t z o n d e r l i j k e c o l l e c t i e s i e r a d e n i n goud, m e t o f z o n d e r diamant, i n e l k e prijsklasse, maar o o k wereldmerken als R o l e x , Cartier, Ebel, B a u m e & M e r c i e r e n G u c c i v i n d t u bij:

AMSTERDAM DIAMOND CENTER SEVEN GENERATIONS OF DIAMONDS Rokin 1-4, A m s t e r d a m . 020-624 57 87. H i l t o n H o t e l , A p o l l o l a a n 138. 020-673 98 10.


Een dreunend zwijgen Als Nederlander krijg je een raar gevoel, als je ziet dat er vredig mensen kunnen wonen in dorpen en stadjes met namen als Sobibor, Auschwitz en Mauthausen. Wie zou in een stad willen wonen met een naam waarbij je onmiddellijk aan honderdduizenden doden denkt? De inwoners van Auschwitz schijnen daar niet zo'n last van te hebben. Ze hebben het voordeel dat hun stad op z'n Pools Oswiecim heet, een saai spoorwegknooppunt waar 's avonds absoluut niets te beleven valt. Gelukkig is er het Staatsmuseum Auschwitz Birkenau, waar nog altijd honderdduizenden Poolse en buitenlandse bezoekers per jaar komen. En er blijken volgens de laatste tellingen geen vier miljoen, maar slechts 1,1 miljoen mensen omgebracht, onder wie een miljoen joden. Sobibor is een miniem dorpje in het Oosten van Polen, vlakbij de grens met - nu - de Oekraïne. Ik neem aan dat de bewoners zich nauwelijks realiseren dat hier in nog geen vijf maanden, tussen 2 maart 1943 en 20 juli 1943 34.294 Nederlandse joden zijn vermoord, een derde deel van het totaal aan Nederlandse joden dat is omgekomen. En dan heb je Mauthausen. Het had al in 1941 een gruwelijke klank, door de voortdurende doodsberichten die er vandaan kwamen. Veel Nederlandse joden gingen daarom liever vrijwillig naar de werkkampen in het Oosten, dan kans te lopen als straf naar Mauthausen te moeten. Maar het blijkt, als je er nu langs rijdt, een allerliefst Oostenrijks dorpje, in alle vensters staan potten met geraniums. Het 'ehemaliges Konzentrationslager' met z'n afschuwelijke steengroeve ligt netjes en zeer instructief geconserveerd een eindje verderop. Moeten de Mauthausers uit hun snoezige dorpje verhuizen omdat het ons zo'n griezelig idee lijkt daar te wonen? Natuurlijk niet, maar toch kijken we een beetje raar, meewarig en half beschuldigend, naar mensen die in alle gemoedsrust op zo'n vreselijke plek kunnen wonen. Deze zomer was er in Amsterdam een congres van honderden joden die als kind in Nederland waren ondergedoken. Sommige van hen wonen al meer dan veertig jaar in de Verenigde Staten, Canada of Israël en kwamen niet graag naar Nederland terug. Hoewel ze hier gered zijn, is Nederland voor hen een gigantisch kerkhof, het land waar hun hele familie is uitgemoord. Ze keken me ook zo'n beetje raar aan: hoe houd je het als jood eigenlijk uit in het land dat tachtig procent van zijn joden heeft laten deporteren? En cynisch zei iemand dat Nederland de grootste public relations-operatie van na de Tweede Wereldoorlog heeft verricht door de wereld met het dagboek van Anne Frank de indruk te geven dat joden hier allemaal zaten ongedoken en dat de hele Nederlandse bevolking in het verzet zat. Toch moesten velen van hen toegeven dat Nederland bij nader inzien best meeviel en ook zo'n aardig landje was met geraniums in de ramen, een soort van Mauthausen in het groot. Een Amerikaanse vrouw zei dat het haar was opgevallen dat Nederlandse joden zo'n verwrongen relatie met Nederland hadden en even voelde ik me zo'n verdachte inwoner van Sobibor op wie vragen worden afgevuurd alsof hij persoonlijk verantwoordelijk is voor wat er op die sombere plek is gebeurd. Nederlanders weten wel, dat bijna alle joden tijdens de Tweede Wereldoorlog in de Duitse vernietigingskampen zijn omgekomen, maar ze gaan er van uit, dat dat nu eenmaal hun noodlot onder het nazisme is geweest: dat was toch in heel Europa zo? Het is nog altijd, geloof ik, nauwelijks doorgedrongen dat dat niet waar is. In alle andere door de Duitsers bezette Westeuropese landen was het percentage vermoorde joden veel lager dan in Nederland: 40% in Noorwegen en België; 25% in Frankrijk; bijna geen in Denemarken. In Nederland is het percentage omgekomen joden gigantisch veel groter: 75%, een percentage dat alleen wordt overtroffen door Polen, het land waar de Duitsers de meeste vernietigingkampen hadden gevestigd. Debat In Frankrijk was er deze zomer een indrukwekkend debat gaande over de

Ondergedoken kinderen blijven opduiken Na het succesvolle congres Het Ondergedoken kind in de Rai te Amsterdam, zijn verschillende groepen voormalige ondergedoken kinderen bij elkaar blijven komen. Joods Maatschappelijk Werk is van plan vanaf januari 1993 regionale gespreksgroepen te organiseren in Amsterdam, Den Haag, Eindhoven, Utrecht en Groningen voor mensen met een joodse achtergrond die kind waren in de oorlog. Informatie hierover kan men telefonisch krijgen bij Marianne Fuchs van JMW, telefoon 020 - 6730629. Ook in België bestaat een actieve groep L'Enfant Caché, die regelmatig bijeenkomsten organiseert. Telefonische informatie: 09 - 31 2 4654433 of 3323074 of 3438664. Maar misschien nog belangrijker is, dat er van 12 tot 15 juli 1993 weer een groot congres van de internationale organisatie The Hidden Child zal worden georganiseerd, ditmaal in Jeruzalem. Informatie hierover bij de Hidden Child Foundation, 823 United Nations Plaza, New York, NY 10017, USA, tel. 09 - 1 212 4902525.


Iferzefómuseum

ISRAËL Verzamelt U al de postzegels van 'Het land van de Bijbel'?

Nog te zien

'90

EN GIJ... WAT D E E D GIJ VOOR SPANJE? Nederlanders en de Spaanse Burgeroorlog 1936-1939

een postzegel van NIS. 1,50 ter gelegenheid van "De dag van d]e Filatelie" met als onderwerp "de Europese eenwording" en

t/m 24 januari 1993

Komende tentoonstellingen:

een serie van 4 waarden (NIS. -,10, -,20, -,30 en -,90) in de reeks definitieve uitgiften "Zangvogels"

De illegale krant Trouw/de LO-KLP

De postzegeluitgiften zijn ook verkrijgbaar op smaakvolle eerste dag omslagen met bijzonder stempel

18 februari t/m 12 april 1993

Uw leverancier

De aprilmeistakingen 1943

29 april t/m 4 juli 1993

kan deze en andere postzegeluitgiften veren

Lekstraat 63 1079 EM Amsterdam tel. 020-6449797

S —

Van Hallstraat 685 1051 HG Amsterdam tel 020-684 05 05 fax 020-6845847

2

g e r e s e r v e e r d voor

1

elektroi

4

Voor inlichtingen: Israël Filatelistisch Agentschap voor de Benelux, Postbus 11 5 5 ZG Nieuwendijk Telefoon 01834-2254.

Openingstijden: ma-vrij: 10.00-17.00 uur za en zo: 13.00-17.00 uur

heiermann bv

z*»*'*"

van Israël le-

1

0 1

Op 8 december 1992 verschenen in Israël de volgende postzegels een serie van 3 waarden (NIS -,80, 2 70 en 3,50) ter gelegenheid van 75 laar Hebreeuwse film,

J. STERN

radio . televisie . koelkasten . wasmachines

Waar service en vertrouwen samen gaan J. STERN - Haarlemmerdijk 137 1013 KG Amsterdam - Tel.: 622 08 15

BERDY


medeplichtigheid van de regering-Vichy aan het wegvoeren van de joden. De aanleiding was dat het precies 50 jaar geleden was dat de deportaties naar de vernietigingskampen begonnen. Op 15 juli 1942 vertrok het eerste van vele tientallen transporten uit Westerbork naar Auschwitz, maar in Nederland is een vergelijkbaar debat uitgebleven. Goed, er zijn (op een willekeurige datum in juni, want op 15 juli was de koninklijke familie met vakantie) in Westerbork 102.000 steentjes neergezet. We hebben laten zien dat we het niet vergeten zijn, maar over wat dat 'het' nu eigenlijk precies inhoudt volgde verder een dreunend zwijgen dat nog altijd voortduurt. De enige, maar dan ook werkelijk de enige die in het openbaar dat zwijgen heeft doorbroken is Annie M.G. Schmidt in het televisie-interview met Ischa Meijer. Zij bleef er maar over doorgaan ook als hij er niet naar vroeg: zij schaamde zich dat dat allemaal had kunnen gebeuren. Dat was lief en hartveroverend, het had zelfs het beginpunt kunnen zijn van een debat dat er maar niet wil komen, maar het helpt ons op zich nog niet zoveel, als we willen weten waarom er uit dat aardige, vriendelijke, relatief niet zo racistische Nederland zo tragisch veel joden zijn weggesleept en vermoord. Er is misschien een hele nieuwe tak van geschiedenisbeoefening voor nodig om daar iets meer van te weten te komen; de vergelijkende geschiedschrijving. Zeven jaar geleden is daar een heel klein begin mee gemaakt tijdens een werkcollege van professor J.C.H.BIom aan het Historisch Seminarium van de Universiteit van Amsterdam. Blom heeft de resultaten voor het eerst samengevat in een lezing in Tel Aviv, die later is afgedrukt in De Gids en in zijn boek "Crisis, Bezetting en Herstel" (1989). Hij probeert, zonder morele oordelen uitte spreken - we zijn immers al te lang in de ban geweest van 'goed' en 'fout' -, de relevante factoren analytisch-verklarend te benaderen en wel op drie niveau's: dat van de daders, van de omgeving en van de slachtoffers. Samengevat levert dat de volgende conclusies op. Wat de daders betreft kende Nederland, volgens Blom, een relatief eensgezind en bekwaam bezettingsregime met een sterke SS-invloed, waarbij in Duitsland hoge verwachtingen werden gekoesterd over de mogelijkheden veel joden uit Nederland te deporteren. Er wordt vaak op gewezen, dat Nederland, evenals Noorwegen, een burgerlijk bestuur had met een "Reichskommissar" aan het hoofd en een sterke invloed van de SS, terwijl in België en Frankrijk militaire bezettingsregimes waren ingesteld en daar grote spanningen bestonden tussen de Wehrmacht, die niet zo in de jodenvervolging was geïnteresseerd, en de SS.

Paradox Dan is er de omgeving. Dat Nederland relatief dichtbevolkt is en weinig uitgestrekte bossen en bergketens telt weet iedereen. Maar aan de andere kant zouden er ook gunstiger factoren moeten zijn. Nederland had veel minder dan Frankrijk een antisemitische traditie. Waar in Frankrijk het Vichy-regime een antijoodse politiek voerde, was er in Nederland al in 1941 de Februaristaking als uniek blijk van solidariteit na de eerste razzia waarbij 400 jonge joden werden opgepakt. Blom vraagt zich af hoe deze paradox te verklaren is. Misschien waren de joden in Frankrijk daardoor juist alerter en koesterden ze in Nederland een vals gevoel van veiligheid. En de scherpe reactie van de bezetter op de Februaristaking kan voor een of twee jaar een afschrikkende werking hebben gehad. Maar belangrijker was misschien de 'schikkingsbereidheid' van de Nederlandse bevolking en bureaucratie, waardoor bereidwillig en technisch bekwaam werd meegewerkt aan de segregatie-, en deportatiepolitiek van de Duitsers. Adolf Eichmann was daar na de oorlog nog zeer over te spreken. In Nederland, 'daar verliepen de transporten zo vlekkeloos dat het een lust was om naar te kijken' zou hij tegen zijn interviewer Sassen hebben gezegd. Als het waar is dat de joodse bevolkingsgroep in Nederland relatief sterk geïntegreerd en geassimileerd was in de Nederlandse samenleving, is het misschien ook begrijpelijk dat zij op ongeveer dezelfde wijze reageerde als de rest van de bevolking: door acceptatie en zonodig coöperatie. Maar vreemd is dan wel dat de Nederlandse joden zich het door de Duitsers uit Polen geïmporteerde model van een 'Judenrat' hebben laten opleggen. Dit soort raden

Stichting Icodo

Voor vragen op het gebied van wetten en regelingen voor oorlogsgetroffenen, maar ook voor andersoortige vragen bijvoorbeeld over zelfhulpgroepen, therapeutische hulp of maatschappelijk werk, kunt u voor informatie, advies of verwijzing terecht bij: Stichting Icodo Maliebaan 83-87 3581 CS Utrecht tet. 030-343436 Oorlogsgetroffenen, partners en kinderen (ook de na-oorlogse generatie) zijn bij de Stichting Icodo welkom. Bezoek is - na telefonische afspraak - tedere werkdag mogelijk.


Internationaal Auschwitz Comité verjongd Het Internationaal Auschwitz Comité, waarbij organisaties uit zestien landen zijn aangesloten heeft van 7 tot 9 november 1992 zijn Algemene Vergadering gehouden. Deze vond plaats in het sympathieke gebouw van de Jugendbegegnungsstatte van Aktion Sühnenzeichen in de stad Auschwitz. De vergadering nam geheel nieuwe statuten aan, waarbij de belangrijkste vernieuwing is dat nu ook jongeren, die zelf geen oud-gevangenen van Auschwitz zijn, deel uit kunnen maken van het bestuur. Daardoor, zei voorzitter Maurice Goldstein, is nu ook de toekomst van het Internationaal Comité verzekerd. Vanzelfsprekend werd uitgebreid van gedachten gewisseld over de toestand van het Museum Auschwitz-Birkenau, het verval van de gebouwen en de aantasting van het internationaal monument. Het Internationaal Comité heeft het ongelukkige gevoel weinig greep te hebben op de situatie, al zijn er ook tekenen dat er ontwikkelingen ten goede zijn. Het feit dat er in Auschwitz voor het overgrote deel /oden zijn omgebracht wordt niet meer verzwegen en er is een internationale actie op touw gezet om geld voor herstel en behoud van het voormalig concentratiekamp bijeen te brengen. Annetje Fels-Kupferschmidt nam afscheid van het Internationale Comité. Als Nederlandse afgevaardigde is zij opgevolgd door Max Arian, die prompt in het presidium van het comité

waren in het algemeen coöperatiever dan de 'jodenverenigingen' in andere Europese landen. Bloms conclusie: de kwetsbaarheid van de Nederlandse joden hing op een paradoxale wijze samen met de relatief gunstige positie van de joden in Nederland. Een conclusie waarmee je kritische stemmen uit het buitenland - of in je eigen hart - tenminste van antwoord zou kunnen voorzien. Maar dan is er nog altijd het voorbeeld van de Denen, die -in niet zo heel andere omstandigheden - wel bijna al hun - 6500 - joden hebben weten te redden. Een belangrijke factor was daarbij dat de jodenvervolging in Denemarken veel later werd ingezet dan in Nederland, pas laat in 1943. Ook professor Lou de Jong heeft er op gewezen dat het vroege tijdstip van de deportaties in Nederland een belangrijke factor was bij het negatieve resultaat. Stel dat in Nederland later met de anti-joodse maatregelen was begonnen, zouden de Nederlandse bevolking en de joden dan meer op hun hoede zijn geweest en waren er dan meer joden gered? Natuurlijk is het waar dat het redden van joden - bijvoorbeeld van joodse kinderen - pas na april 1943 goed op gang kwam, toen de meeste Nederlandse joden al vergast waren, zoals de jonge historicus Bert-Jan Flim concludeert. Maar hoe komt het dat die deportaties in Nederland zo snel en efficiënt zijn verlopen en is dat een noodlot geweest dat over Nederland is gekomen waar niemand hier iets aan heeft kunnen doen? Ambtenaren Op een heel klein congresje dat vorige week in het Joods Historisch Museum in Amsterdam werd gehouden werd daarover gesproken door jonge onderzoekers, die aan hun proefschrift werken en een aantal Nederlandse en buitenlandse specialisten. Onderwerp van dit door het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie en het Postdoctoraal Opleidingsprogramma Negentiende en Twintigste Eeuwse Geschiedenis georganiseerde congres was de vergelijkende geschiedenis van de deportatie van de joden uit een aantal Europese hoofdsteden. Natuurlijk speelde de vraag waarom Amsterdam - dat sympathieke en joodsgezinde Groot-Mokum - daarbij zo'n triest record heeft gevestigd op de achtergrond steeds mee en zonder dat er van een duidelijke conclusie sprake was werd er heel wat - gedeeltelijk nieuw - materiaal aangedragen waardoor een openbaar debat in gang zou kunnen worden gezet, als iemand dat tenminste zou willen voeren. De Amerikaanse hoogleraar Raul Hilberg is een van de grootste deskundigen als het gaat om 'The Destruction of the European Jews', zoals de titel van zijn driedelig standaardwerk luidt. Wij kennen hem vooral uit de film "Shoah" waarin hij werd geïnterviewd over de manier waarop de "Reichsbahn" bereid was elke lading tegen betaling per trein te vervoeren, of het nu om vakantiegangers, goederen ofte vergassen joden ging. Zijn nieuwe boek, "Perpetrators, Victims, Bystanders: The Jewish Catastroph, 1933-1945" zal volgend voorjaar in het Nederlands verschijnen. Hij is politicoloog en schetste op de conferentie vooral een Weberiaans kader van bureaucratisering, waardoor ambtelijke apparaten zich gemakkelijk in het Duitse bestuur lieten inschakelen. Maar toch, zei Hilberg, is er een diepere vraag die ook dan moet worden beantwoord. Een bureaucraat ziet het als zijn taak de stabiliteit en toekomst van zijn maatschappij te garanderen. Maar maakten de joden dan geen deel uit van de maatschappij die hij wilde beschermen? In Denemarken hebben de Duitsers zelfs niet geprobeerd de Deense politie in te schakelen bij het arresteren van de joden, omdat de Denen de joden als een bedreigd deel van hun natie beschouwden. In Frankrijk lag de situatie ingewikkelder: het Vichy-regime was maar al te bereid buitenlandse joden en zelfs hun in Frankrijk geboren kinderen over te leveren aan de Duitsers, maar als het om Franse joden ging werd hun medewerking veel minder enthousiast. In Italië was er een groot verschil tussen officiële uitspraken en wat er in werkelijkheid gebeurde. In Nederland werd door de bureaucraten nauwelijks verschil gemaakt tussen buitenlandse en Nederlandse joden. In andere o m standigheden zou je dat bijna sympathiek kunnen vinden. Het had wel tot resultaat dat autochtone joden het er hier - in tegenstelling tot elders - slechter hebben


afgebracht dan allochtone joden. Op het congres kwam verschillende keren aan de orde, hoe hoge ambtenaren al bij voorbaat meedachten met wat geacht werd de Duitse wensen te zijn. In die zin werden de Duitsers niet teleurgesteld in hun verwachting in Nederland een geestverwant broedervolk te zullen vinden. Toch, zegt Hilberg, kun je ook op een andere manier naar de feiten kijken. Hij stelt Kopenhagen en Warschau tegenover elkaar. In Kopenhagen werd 99% van de joden gered, in Warschau niet meer dan 1 % . Maar als je dit uitdrukt in de verhouding tussen het aantal geredde joden en de grootte van de bevolking die hen moest opnemen, dan ziet het er anders uit. Dan scoren Warschau en Kopenhagen ongeveer gelijk. In beide gevallen vormden de geredde joden 1 % van de niet-joodse bevolking, maar wat in Denemarken een totale redding betekende, was in Warschau de ondergang van bijna iedereen. Zo uitgedrukt scoren Antwerpen en Parijs hoog met drie procent. Voor Amsterdam zou dat een 2% kunnen zijn. Nog niet eens zo kwaad.

Quota Hilberg laat zien dat mensen vooral gewoon willen doorgaan met hun eigen leven, hoe verschrikkelijk het ook is wat er om hen heen gebeurt. In begin 1943 gebeurde er in Berlijn iets heel uitzonderlijks. Er vond een demonstratie plaats van Duitse vrouwen tegen het deporteren van joodse mannen, hun eigen mannen namelijk. De SS begreep dat dit gevaarlijk kon worden en liet de meeste van deze mannen een voor een vrij. Hilberg vraagt zich af of deze - heldhaftige vrouwen eigenlijk wel zo anders waren dan de liefhebbende echtgenotes van Duitse daders, als zij het hun mannen niet moeilijk maakten door lastige vragen te stellen. Die deden immers ook niets anders dan hun man steunen in moeilijke omstandigheden? Raul Hilberg is in de Verenigde Staten enigszins uit de gratie. Zijn koele manier van de documenten analyseren, waar hij zich al vanf 1948 mee bezig houdt, past nu niet zo erg ineen tijd waarin alles wat met de'Holocaust' in verband kan worden gebracht tot heilig wordt verklaard. Maar zijn koele wijze van redeneren gaf wel een goede achtergrond voor het werk van jonge Nederlandse onderzoekers dat ook op deze conferentie werd gepresenteerd. Johan Houwink ten Cate van het RIOD bijvoorbeeld liet weinig heel van het argument dat de Duitsers in Nederland zo effectief konden optreden omdat de SS hier een sterkere greep op het bestuur had. Hij liet zien dat ook het Duitse optreden in Frankrijk en Nerderland maar mensenwerk was, dat soms vlot verliep, soms contraproductief was. Dat een slimme jongen in een ondergeschikte positie soms akelig effectief kon zijn (Dannecker in Frankrijk) en dat ook in Nederland onderlinge competentiestrijd tussen verschillende Duitse instanties bestond, en dat die zelfs werd bevorderd doordat de Nederlandse instanties zo weinig moeilijkheden maakten. In juni 1942 werd in Berlijn besloten, dat aangezien het niet mogelijk was die zomer joden uit Duitsland te deporteren, er om de eindoplossing van het joodse vraagstuk niet in gevaar te brengen joden uit Roemenië en west-Europa op transport moesten: 100.000 joden uit Frankrijk, 15.000 uit Nederland en10.000 uit België. Tien dagen later waren de quota veranderd. Nu hoefden er maar 40.000 joden uit Frankrijk op transport, maar eenzelfde aantal uit Nederland, dat wil zeggen 25.000 mensen meer. De quota waren dus helemaal niet onveranderlijk. Aangezien de Fransen zeiden hun quota niet te kunnen halen, werden die vanuit Nederland opgehoogd. De Nederlanders stelden ook nu de Duitsers niet teleur. In de eerste maanden van 1943 stopten de deportaties uit Frankrijk en België nagenoeg, misschien omdat er in Auschwitz tijdelijk geen capaciteit genoeg was om mensen te vernietigen, vanwege het arriveren van de joden uit Saloniki. Vanuit Nederland echter gingen de transporten gewoon door, ze veranderden alleen van bestemming: bijna 35.000 Nederlandse joden verdwenen in Sobibor. Van het argument dat in Nederland de deportaties zo vroeg waren begonnen blijft niets over. In Frankrijk vond het eerste transport naar Auschwitz een maand eerder plaats dan in Nederland en waren al in vier maanden meer dan 30.000 joden op transport gesteld. Maar door een gelukkige combinatie van inefficiëntie

Vervolg van pagina 28

werd gekozen en zich derhalve vicepresident mag noemen. Carry van Lakerveld, die de Steungroep van het Auschwitz Comité vertegenwoordigt, werd gekozen tot lid van het Algemeen Bestuur. Het was bijzonder ontroerend om met de internationale delegatie van oud-gevangenen de rondtocht te maken langs de verschillende monumenten die er in Auschwitz te vinden zijn, waar bloemen werden gelegd. Het meest trof de toevallige ontmoeting met een groep jonge Israëlische scholieren, die helemaal kapot waren van wat ze in Auschwitz hadden gezien. Ze werden door sommige van de oud-gevangenen getroost, die zelf weer geroerd waren door de tranen van deze jonge kinderen om datgene wat zij zelf aan den lijve hadden ondervonden.


HYPOTHEEK K U N JE NIET MEER MISSEN.

Modehuis Blok stelt haar collectie damesen herenkleding met zorg samen uit het Internationale aanbod van toonaangevende merken. Daarbij ligt de nadruk niet alleen op stijlvolle maar ook op sportieve kleding. Tevens vind u in onze vestiging in Uithoorn een uitgebreide collectie kinderkleding. Dames-, heren- en kindermode Uithoorn Amstelplein 19 Tel 02975-61353 Vrijdag koopavond Dames- en herenmode Amsterdam-Buitenveldert Hoek van Leijenberghlaan/van Nijenrodeweg Tel. 020-6462656

Met een hypotheek leent u verreweg het grootste bedrag in uw leven Maar het kiezen van die ene, voor u juiste h y p o theek wordt met de dag moeilijker. Gelukkig krijgt u daarbij nu deskundig advies. Van de N V M Hypotheekshop. Op 250 plaatsen in o n s

land, dus ook bij u in de b u u r t . Wij weten exact de weg in hypothekenland Uit alle hypotheken van alle geldverstrekkers selecteren wij voor u de juiste. Tegen de best mogelijke voorwaarden. De best hypotheek kunt u dus niet meer

DE NVM HYPOTHEEKSHOP BETER THUIS IN ALLE HYPOTHEKEN

Michaël Pappie Makelaars o.g. HogeweglO

Tel. 020-6655606

Trouw houdt je betrokken. Aangeboden door

G.A. K. O. Mister Groep

Trouw Meer bezuinigingen volgen tüisetitularis ooto«f»AeTtd v o o r t i n a o t w f w g s t e k w t


en daadwerkelijke tegenwerking toen het om het deporteren van de echte Franse joden ging, stokten die deportaties vanaf oktober 1942 en haalde Nederland Frankrijk in sneltreinvaartin. Hilberg had het al gezegd. Een efficiënte bureaucratie was een ramp voor de joden, luie en chaotische ambtenaren waren in deze omstandigheden een zegen. Onvoorstelbaar En efficiënte ambtenaren waren er in Nederland altijd wel te vinden. Guus Meerhoek, die als AIO aan z'n proefschrift werkt, legt de nadruk op de rol van hoofdcommisaris Tulp in Amsterdam, als een ambitieuze, efficiënte organisator die al bij voorbaat bereid was de Nederlandse politie in te zetten voor hulp aan de Duitsers bij het ophalen van joodse medeburgers. Meerhoek ontkent dat het hierbij om een langzaam, glijdend proces ging. Er waren duidelijk te onderscheiden stappen die moesten worden genomen om de weerstand van de Nederlandse politiemannen te breken. Vanaf september 1942 zorgde de Amsterdamse politie zelf voor gehoorzaamheid aan de Duitse bevelen. Misschien is het interessant hierbij aan te halen wat Istvan Deak in een serie artikelen in de New York Review of Books concludeert uit een groot aantal boeken over de Holocaust. Veel van de leden van de "Einsatzguppen", de Duitse moordbrigades, waren helemaal geen fervente SS-ers, maar politiemannen van middelbare leeftijd, die zelf geen nationaal-socialisten waren en zelfs nauwelijks voordeel hadden van hun moordwerk. Ze klaagden over het nare werk dat ze moesten doen, maar deden het toch: om aan de opdrachten van hun superieuren te voldoen; omdat er genoeg vrijwilligers klaar stonden om hun werk over te nemen en omdat ze bang waren zwakkelingen te lijken in de ogen van hun kameraden. Wie niet bereid was onschuldige mannen, vrouwen en kinderen te vermoorden, ontdekte dat dat helemaal niet zo moeilijk was. Het ergste wat er met hem kon gebeuren als hij 'nee' zei, was dat hij werd overgeplaatst naar een andere eenheid, of misschien zelfs naar huis gestuurd "wegen zu grosser Weichheit". Deak zegt dat hij in de enorme berg literatuur geen voorbeeld is tegengekomen van iemand die weigerde aan de massamoord deel nemen en die naar het front werd gestuurd, gevangen gezet of zelfs maar een stevige berisping kreeg. (Overigens zijn daar in Nederland wel degelijk voorbeelden van.) Het afgrijselijke is, dat mensen in ongewone omstandigheden blijkbaar doorgaan met waar ze mee bezig zijn: ambtenaren, politiemensen, militairen, treinbestuurders. Voor ons is het onvoorstelbare dat niemand zich daarbij het onvoorstelbare kan voorstellen. Maar de geschiedenis leert dat nu juist het onvoorstelbare steeds werkelijkheid w o r d t juist omdat men denkt dat dat niet mogelijk is. Ook de oorlog in het voormalige Joegoslavië met al z'n verschrikkelijke wreedheden was twee jaar geleden nog volkomen onvoorstelbaar. En voor hoeveel onvoorstelbare afschuwelijkheden geldt dat nog in de nabije toekomst? Kunnen we ons eigenlijk voorstellen dat de Joegoslavische ziekte over de hele voormalige Sovjet-Unie uitbreekt en tot een volgende wereldoorlog leidt? In hoeverre zouden wij tot etnische zuiverigen in staat zijn, als we voor die keuze worden geplaatst door al te ijverige functionarissen? Toch zijn het geen natuurkrachten, maar mensen die deze dingen doen. Hoe precieser de studies over de oorlog worden uitgevoerd, hoe duidelijker die mensen naar voren komen. Ze zijn ambitieus, kortzichtig, onderdanig, energiek. Soms ook zwak en blunderend. Maar meestal kiezen ze er voor zich aan te passen. Inderdaad, ze wisten niet wat er in de vernietigingskampen gebeurde. Hilberg vertelde in zijn slotwoord het verhaal van een man die vanuit België langs de spoorlijn naar het Oosten werd gestuurd om te kijken waar de gedeporteerde joden terecht kwamen. Hij kwam - en hij deed er niet eens lang over - in Auschwitz uit en kon rapport uitbrengen over wat hij daar hoorde. Uit Nederland is - voor zover ik weet - nooit iemand gaan kijken naar wat er daar, ver weg in het Oosten gebeurde, dat geldt trouwens voor joden even goed als voor niet-joden. Nederland heeft nog wel iets te leren uit zijn verleden in vergelijking met dat van z'n buurlanden. Laten we er na vijftig jaar toch maar eens mee beginnen. Max Arian

Anne Frank Penning voor Paula d'Hondt De Anne Frank Penning 1992 is toegekend aan de koninklijk commissaris voor het migrantenbeleid in België, Paula d'Hondt. Zij krijgt deze penning voor de prominente en inspirerende rol die zij speelt in het migrantenbeleid. De Anne Frank Stichting reikt deze penning sinds 1984 jaarlijks uit aan een persoon of organisatie die zich bijzonder verdienstelijk heeft gemaakt in de strijd tegen discriminatie en racisme. Hij werd eerder onder meer toegekend aan het Nederlands Auschwitz Comité en de Franse jongerenorganisatie SOS Racisme. Paula d'Hondt is sinds 1989 belast met het onderzoek naar en het voorstelten van beleidsmaatregelen voor integratie van migranten. Zij heeft daarmee gezorgd voor een stevige basis in het Belgisch migrantenbeleid. Zij heeft daarbij gepleit voor de oprichting van een Centrum voor Etnische Gelijkheid in België.


Congres in Brussel De Belgische Auschwitz Stichting heeft in de laatste werkweek van november te Brussel een congres georganiseerd gewijd aan de geschiedenis van en herinnering aan de misdadigheid en genocide van de Nazi's. Vier jaar lang is het evenement voorbereid. Omstreeks honderd specialisten uit een dozijn landen (waaronder de VS en Israël) kwamen vijf dagen lang in voltallige zittingen en een tiental werkgroepen bijeen. Telkens zo'n vijf lezingen per dag in verschillende, soms aanpalende, soms ver uiteenliggende locaties. Bij elkaar zo'n 120 lezingen van bij uitstek deskundigen. Over gedenkplaatsen en archieven, musea en monumenten, geschiedenis, literatuur, de media, psychologische en pedagogische studies, film, beeldende kunst en nog het een en ander, in verband met Auschwitz en de volkerenmoord en wat daaraan vastzit. Er is berekend dat iemand die onafgebroken aan de sessies deelnam nog maar een goede tien procent van de uiteenzettingen kon volgen. Daar vielen de algemene inleidingen en samenvattingen dan ook onder. Hoofdleraren aan de Franse en Vlaamse Vrije Universiteit van Brussel lieten zich niet onbetuigd. De Auschwitz Stichting die een groep actieve en toegewijde jonge mensen tot zijn beschikking heeft, overtrof zichzelf, geleid door voorzitter Paul Halter. Aan het wel en wee van het Internationaal Auschwitz Comité was een sessie gewijd. Hermann Langbein, grondlegger van het internationale werk, lichtte 50 jaar activiteit toe. Maurice Goldstein gaf een overzicht van zijn bemoeiingen sinds 1977, o.a. als voorzitter van het herleefde IAC. In de werkgroepen liet o.a. de Anne Frank Stichting van zich horen. David Barnouw van het Rijks Instituut voor Oorlogs Documentatie betoogde dat pas de opvoering van het toneelstuk over Anne Frank op Broadway het dagboek "Het Achterhuis" in de Verenigde Staten goed bekend maakte. Ook het Amsterdamse Verzetsmuseum kwam in Brussel aan bod. Gerhard Durlacher las een hoofdstuk voor uit zijn laatst verschenen boek "De Zoektocht". In de werkgroep pedagogiek trad de ons welbekende Ido Abram op met zijn stelling dat zelf leren de weg is om lering uit de Sjoa te trekken. Van vele kanten kwam het belang van musea, zowel op de plaats van het gebeuren zelf als in centra, naar voren. Zo vernam men dat het Staatsmuseum Auschwitz nieuw wordt ingericht. De inscripties op de grafstenen van het monument in Birkenau ontbreken nog steeds. Pas over enige tijd kan men de publikatie van de voordrachten op dit zeer geslaagde congres tegemoet zien. E.T.


Westerbork-Vught-Auschwitz-MonowitzBuchtenwald-Langenstein

Verhaal van een overlevende

Wachten...weken lang...wanneer is het zover... Wanneer zouden we worden weggevoerd van huis en haard... Uiteindelijk in januari 1943 werden we van huis gehaald en naar de Hollandse Schouwburg gebracht. Er heerste een gelaten stemming. De spanning was er af, ook de angst van het geluid van iedere voetstap op straat of elders. Op 2 februari 1943 gingen we van de Hollandse Schouwburg met de tram (toen mocht 't wel) naar de Rietlanden, en vandaar met de trein richting Vught. Ik was samen met mijn vrouw en 3 weken oude dochtertje Judith. We waren in Vught tot november 1943, daarna gingen we op transport naar Auschwitz. Na een dag in Auschwitz moest ik naar het buitenkamp Monowitz. Mijn vrouw en kind heb ik nadien nooit meer gezien, zij gingen dezelfde weg als de vele miljoenen, die nooit terug kwamen. In Monowitz heb ik als dwangarbeider kolen uit treinwagons moeten lossen. Kolen die bestemd waren voor de fabrieken van de I.G.Farben en andere Duitse bedrijven. Dat deed ik dag in dag uit, zonder voldoende voedsel en drinken, zodat ik er al gauw uitzag als een muzelman (zo noemden wij dat). Tot we in januari 1945 een dodenmars moesten lopen, die drie dagen duurde, waarna het restant in veewagons naar Buchenwald werd gevoerd. Hier verbleef ik drie weken in quarantaine, om vervolgens naar Langenstein in de bergen gangen te moeten graven voor de Duitsers. Ik werd er te werk gesteld als metselaar. Half april gingen we mee met de grote dodenmarsen, tot we ergens in de bossen, zonder bewakers (ze waren eerder plotseling verdwenen, zonder dat we dit hadden gemerkt) oog in oog stonden met onze bevrijders. Na de oorlog ontmoette ik Esther Flora met wie ik nadien trouwde. Samen kregen we opnieuw een kind, een dochter, en we noemden haar Judith; weer een Judith. terug Nu, anno 1992, ga ik weer samen met mijn dochter Judith op reis, naar Buchenwald. Maar nu vrijwillig, om nog eenmaal terug te gaan naar dat oord van verschrikking om het haar te laten zien. We waren met zo'n 40 mensen, begeleid door mensen van de Vereniging van oud-Buchenwalders. Op 16 september 1992 gingen we met de bus richting Duitsland en hebben met twee tussenstops ongeveer twaalf uur in de bus gezeten. De stemming in de bus was er een van verkenning, maar sommigen kenden elkaar van de jaarlijkse Buchenwald-reünie. We overnachtten in een eenvoudig, doch goed hotel in het plaatsje Wenigerode. 17 September 1992... Op deze dag gingen we naar Langenstein, een behoorlijke afstand. Dit voormalige kamp, waar nu geen barak meer staat, enkel wat resten, bracht me weer helemaal tot het diepst van m'n ziel oog in oog met het verleden. Hoe hoog het wel was waar ik toen moest werken, werd weer werkelijkheid voor me. Hier was ik weer de stenensleper, de metselaar, hier was ik weer terug bij de dodenmars. Opeens stond daar een Belg voor me, die, naar zou blijken samen met mij, die verschrikking eveneens had overleefd. Hij viel zowat op me, en begon me onder het roepen van "David, David" te zoenen en tegen zich aan te drukken. In een rolstoel, die werd voortgeduwd door de zoon van een oud-gevangene, gingen we de heuvel op en daar kwam alles in volle hevigheid bij me terug, als was het gisteren gebeurd. Verbijsterd luisterden de mensen hoe een oude joodse man zijn verhaal vertelde. In het museumblok werden we goed ontvangen. Ik was voor hen een uitzondering, ze wisten daar niet eens dat er ook joden in Buchenwald hadden

>

Oproep Bij de "Stichting Vriendenkring Neuengamme" bestaat al lang behoefte tot uitbreiding van tiaar lijsten van 'Voormalige gevangenen Neuengamme' en 'Nagelaten Betrekkingen'. Dit zowel opdat deze organisatie dan kan ijveren voor het instandhouden en bevorderen van de saamhorigheid van hen, die in de jaren 1940-1945 gevangen waren in het concentratiekamp Neuengamme, ais wel voor het - indien nodig - behartigen van hun materiële en immateriële belangen of van die van hun nabestaanden. Vandaar dat deze organisatie het bijzonder op prijs zou stellen, wanneer zij die gevangen waren in Neuengamme, zo ook zij die behoren tot de nagelaten betrekkingen van hen die daar gevangen waren, hun naam en adres aan die organisatie zenden, zodat deze kunnen worden opgenomen op de lijst "Stichting Vriendenkring Neuengamme". Daaraan zijn geen kosten verbonden. U kunt uw naam/adres zenden aan; Nico Wijnen, Van Blankenburgstraat 26 2517 XP 's-Gravenhage


gezeten, laat staan dat die tot de overlevenden behoorden. Ze vroegen me om m'n naam en nummer in het ontvangstboek te zetten. Dat was allemaal heel indrukwekkend. Ook was er een meisje van een jaar of 18. Ze week niet van mijn zijde en bleef m'n hand maar vasthouden, als was hij van porselein. De berg waar wij ooit hadden gewerkt was afgesloten, dus daar konden we niet op. Verder bezochten we die dag nog het voormalige werkkamp Dora, waar gestraften uit Buchenwald te werk werden gesteld.

Dodenmars 18 September 1992. Deze dag gingen we met de bus naar Buchenwald, ongeveer twee uur rijden. Het was daar een overweldigend en kolossaal gebeuren. Er ging natuurlijk heel veel door me heen, en opeens werd ik vijftig jaar in de tijd teruggeslingerd en beleefde ik die tijd weer opnieuw. Ongeveer drie weken Buchenwald is een hele tijd, bijna een heel leven...Ik beleefde opnieuw de tocht naar het buitencommando Langestein. Onderweg, ongeveer tien kilometer vóór Langestein, het bombardement op de trein: honderd doden - de locomotief in brand geschoten - de Duitse soldaten die uit de trein sprongen en in een greppel scholen - de gevangenen die uit de trein vluchtten en over de landerijen liepen - de vliegtuigen, die toen ze al die gevangenen zagen, wegvlogen. We waren een paar uur vrij, doch werden weer door de Duitse vrachtwagens opgehaald en afgevoerd naar Langestein. Langestein was naar mijn herinnering geen groot kamp en had een eigen keuken, die onderaan de berg lag, met de barakken steeds hoger geplaatst. De joodse gevangenen lagen in de hoogste barakken, zij moesten tegen het invallen van de avond hun gamel eten halen. Die werd door vier mannen gedragen, zo zwaar was dat. 's Morgens vroeg werken in de bergen, om opslagplaatsen te maken voor militaire | zaken. Zo moesten de uitgemergelde en uitgeputte gevangenen de gangen graven, verder en verder de berg in. Het was gelukkig wel zo dat zij, die stenen en cement moesten slepen en muren metselen, naar buiten konden om hun behoefte te doen, als ze daar tenminste toestemming voor kregen. Je moest dan wel de berg op en, zittend op een plank die over een diep gat lag, je behoefte doen. Het was een groot wonder dat we 't uithielden, maar het ergste moest nog komen. Dat was, toen eind april 1945 de dodenmars begon. Zo ik me herinner, begonnen we met een paar honderd mannen te lopen. Maar waar naartoe, dat wisten we niet. De groep uitgeputte gevangenen liep dagen achter elkaar, geleid door een troep Duitse soldaten, zonder eten of drinken. De groep dunde uit, doordat iemand, als hij niet meer kon en ging zitten, doodgeschoten werd. De rest sjokte dan gewoon verder. Langs landerijen ging het, en als er een hoop aardappels lagen, gingen de "Muzelmannen" er op af, maar dat haalden ze niet, want ze werden pardoes doodgeschoten. De rest liep gewoon verder of werd verder gedragen door de luis, want daar zaten we van top tot teen onder. Het enige dat we deden, was gras kauwen, maar daar kon je uiteraard niet op leven. We hadden geen idee van de tijd of van welke dag het was. Op twee of drie mei waren er 's morgens vroeg plotseling geen Duitse soldaten meer. Waren we echt verlost van onze bewakers? Als puddingen zakten we in elkaar en bleven we liggen, lopen was niet meer mogelijk. We kropen op onze knieën vooruit, en bleven tenslotte met ons vieren over. De rest was een andere richting uitgekropen. Dichtbij een boerderij gingen we in een greppel , liggen en heel langzaam begon er weer een beetje leven in ons te komen. We bereikten de boerderij, en probeerden daar wat eten weg te halen, maar omdat we natuurlijk bang waren om te worden ontdekt, kwamen we niet verder dan het erf. Daar vonden we wat afval in een emmer en aten het op. Binnen een dag waren we nog maar met z'n drieën, omdat we natuurlijk veel te gulzig hadden gegeten. Onze maag was geen voedsel meer gewend, waardoor één van ons stierf in de greppel waarin hij was gaan liggen. Als wij ook in die greppel waren blijven liggen, waren wij waarschijnlijk ook dood geweest, maar we kropen gedrieën verder, en eindelijk kwamen we in een gebombardeerd dorp waar we in een van de huizen kropen voor beschutting. Hoe in 's

>


hemelsnaam kon iemand, die geen dertig kilo meer woog, dit overleven? Maar we hadden nog een lange weg te gaan. Eind mei 1945 kwamen we weer in Amsterdam, zonder familie en weer alleen. Tenslotte: 19 september 1992. Na al deze gebeurtenissen en gedachten een beetje te hebben verwerkt, gingen we weer richting Nederland, op huis aan. Ik wil iedereen bedanken die mij heeft bijgestaan op deze voor mij zo moeilijke tocht en allen veel gezondheid toewensen.

David van Geens

â&#x20AC;˘

Gevangene nr. 151936

Gedenkteken in woorden "Vervolging vernietiging literatuur" is een boek van iemand die zich een leven lang diepgaand met literatuur, en dat in verband met geschiedenis en filosofie, heeft beziggehouden. Allicht zou men denken, dat de drie woorden van de titel los van elkaar blijven staan. De inleiding leert anders. Dresden begint zich te rechtvaardigen tegenover mogelijke verwijten, uitroeiing tot schone letteren te willen terugbrengen. Vol schroom heeft hij dit lange eassay aangedurfd en aangevat. Over de vervolging en de vernietiging is zelfs in die barre jaren heel wat afgeschreven. Getuigenissen, kronieken, dagboekbladen, aantekeningen. Na '45 lieten overlevenden het geschrevene torenhoog stijgen. Wij spreken over ervaringen en inzichten van direct betrokkenen, zowel slachtoffers als daders. Meer dan 30 jaar heeft het onderwerp Dresden beziggehouden. Het inmiddels bekroonde boek heeft hij, vindt hij, veel te vlug geschreven. De lezer zal dit niet beamen, gezien de nauwgezette en steeds heldere formulering van meestal gecompliceerde en meermalen gelaagde zaken. Alleen al de bibliografie van 20 pagina's noten is indrukwekkend en dateert vaak van de laatste 20 jaar, terwijl de schrijver zich ook al gedocumenteerd had als literaire getuige voor een gelijknamig artikel in 1959. Tragische stof bij uitstek, oorlog met grootschalige ellende en verwoestingen. Op de eerste pagina noemt Dresden Homerus en in de bijbelboeken zwijgen de zwaarden evenmin. De aandacht gaat het eerst uit naar de aard van de gegevens, de bronnen. Dat zijn geredde kronieken, zoals die van de in het getto van Warschau bezweken Ringelblum. Verder memoires en beschrijvingen van overlevenden, ego-documenten in de termen van Dresdens leermeester Presser. Die oorspronkelijke documenten zijn vaak ingeperkt door gebrek aan inlichtingen en angst. Verslag en fictie, geschiedenis en literatuur vallen nogal eens samen. Romans omvatten strikte werkelijkheid, deze directe verhouding tot de realiteit kenmerkt romans van meest Joodse auteurs die elders of later hebben geschreven. Voorbeelden van verwerkte historie door kinderen van vervolgde, de tweede generatie, zijn de stripverhalen 'Maus' van Spiegelman en het ook verfilmde toneelstuk 'Leedvermaak' van Judith Herzberg. Beide zijn na jaren ontstaan. De Poolse, niet-joodse oudgevangene van Auschwitz Tadeusz Borowski noemde zijn boek "Hierheen naar het gas, dames en heren". Natuurlijk rijst de vraag: wanneer noemen mij een geschrift literatuur? En sluit dat eenvoud uit? Bijna alle overlevende auteurs achten hun ervaringen onuitsprekelijk. Hadden ze dan moeten zwijgen? In feite dachten zij toch het verleden te benaderen, op verschillende manieren. Uitvoerig komt natuurlijk bij de vervolging het antisemitisme ter sprake en daarmee samenhangend de Joodse identiteit. De verklaring van het eerste en


een omschrijving van de tweede kan ook Dresden niet geven. En wie wel? De onderduik bijvoorbeeld zette iemands identiteit telkens weer op losse schroeven. De tragedie binnen de tragedie is wel de dood van de legioenen kinderen. Van enkele vermoorde kinderen zijn gedichten overgeleverd, natuurlijk ook van auteurs die als overlevenden over zichzelf als vervolgd, net niet vernietigd kind konden berichten. Wie enigszins is ingelezen in de Sjoa (het woord komt in "Vervolging vernietiging literatuur" maar eenmaal terloops voor) zal nauwelijks een bekende naam of titel missen. Waarom niet de stilte? heeft Dresden zelf meer dan 30 jaar geleden in dezen geschreven. Hij heeft in die stilte een gedenkteken in woorden opgericht. De auteur, die met zijn vrouw ruim anderhalf jaar in Westerbork heeft gezeten, is- in zijn eigen woorden een "literaire getuige". Zijn werk, voor hemzelf zeker een levenswerk, met veel wikken en wegen vol kritiek en genegenheid beide, is een geschreven neerslag van de zwaarste catastrofe van deze eeuw. De lezer, in dit boek zo vaak aangesproken, mag dit niet ongelezen laten.

ÊvaTas

S. Dresden, Vervolging vernietiging literatuur. Meulenhof, Amsterdam 1991. Prijs 39,50. Aansluitend S.Dresden, "De literaire getuige". Raster 57/1992. Prijs 22,50.

Penningmeesterskrabbel Als penningmeester van het Nederlands Auschwitz Comité is het mijn dure plicht de financiën van het Comité te bewaken. Het is sinds jaar en dag een vast gegeven dat wie onvoldoende gelden bezit, niet levensvatbaar is en daarom niet voldoende gehoord kan worden. Ons Comité neemt deel aan een groot aantal acties in binnen- en buitenland, en daar is veel geld mee gemoeid. Dat geld komt van u. Uw belang is ons belang en omgekeerd. Helaas is het zo dat, naar verhouding, slechts een deel onzer sympathisanten ons daadwerkelijk financieel steunt. Ik richt mij in deze oproep tot iedereen, maar met name tot die mensen die om uiteenlopende redenen nog niet aan ons verzoek om steun hebben voldaan. Stuurt u onze acceptgirokaart in met een bedrag naar uw draagkracht. Immers, elk bedrag - hoe klein ook - is welkom om onze taak uit te kunnen voeren. Als u om u heen kijkt in Europa en daarbuiten en ziet hoe de toestand zich hier en daar op zorgelijke manier ontwikkelt, zult u begrijpen dat onze stem hoe dan ook moet worden gehoord. Ons Comité moet zijn leus 'Nooit meer Auschwitz' en alles wat daarmee samenhangt kunnen waarmaken. Er is heel veel te doen, en dat kan alleen naar behoren gebeuren met uw zeer gewaardeerde hulp. Steunt u ons daarom en doet u het snel en gul. Mocht u geen acceptgirokaart hebben ontvangen, onze rekeningnummers zijn: AMRO/ABN 40.01.75.088 Postgiro 293087 en 4875500 Met vriendelijke groet, J.M.Waterman, penningmeester

!


Duitsland betaalt mee aan behoud Auschwitz De voorzitter van het Internationale Auschwitz Comité, professor Maurice Goldstein, die op de algemene vergadering begin november 1992 vanzelfsprekend is herkozen, heeft zich na die bijeenkomst schriftelijk gewend tot een aantal officiële personen om de zorg van de algemene vergadering van het comité tot uitdrukking te brengen over de verwaarloosde toestand van het voormalige kamp Auschwitz. Zo heeft hij in een brief aan de Poolse ambassadeur te Wenen gewezen op de grote ongerustheid die gerezen is over verwijdering van voorwerpen die aan voormalige gevangenen hebben toebehoord en zelfs haar van mensen die de dood in Auschwitz hebben gevonden. Deze zaken zijn opgedoken in andere musea, met name Holocaust-musea in de Verenigde Staten. Professor Goldstein vindt dat deze ontvreemding de in Auschwitz opgeslagen herinnering aan de misdaden en de genocide door de nazi's aantast. Op brieven aan de Duitse president Von Weizsacker en aan de Bondskanselier van Duitsland kwamen verheugend positieve antwoorden. Goldstein wees in zijn brieven op de dreiging van een voortgaand verval van de gedenkplaats Auschwitz-Birkenau, met zijn museum, archieven, nationale tentoonstellingen en resten van barakken, gaskamers en crematoria. Auschwitz moet een beroep blijven doen op waakzaamheid tegen schendingen van de mensenrechten en een ernstige waarschuwing blijven voor de mensheid, aldus professor Goldstein. Aangezien Auschwitz als vernietigingskamp een Duitse onderneming was, is het moreel gerechtvaardigd wanneer Duitsland op ruime wijze bijdraagt in de kosten van behoud en voortbestaan van deze gedenkplaats. Daarbij zou het niet meer dan logisch zijn als ook de talrijke Duitse ondernemingen die van de arbeidskracht van honderdduizenden gevangenen hebben geprofiteerd, totdat ook voor hen de dood erop volgde, aan het behoud van Auschwitz zouden bijdragen. In een brief van 8 december 1992 antwoord staatssecretaris Andreas MeyerLandrut namens president Von Weiszacker, dat deze al meermalen gewezen heeft op de verantwoordelijkheid die volgt uit het Duitse verleden en dat het niet alleen een noodzaak, maar zelfs een plicht is dit 'monument van terreur en onmenselijkheid' voor verval te behoeden. Hij wijst er op dat er besprekingen dienaangaande plaats vinden tussen de Poolse en de Duitse regering en met de Internationale Raad van het Museum Auschwitz. Dit zal tot resultaat hebben dat er belangrijke sommen geld ter beschikking zullen komen. Nog duidelijker is het antwoord, gedateerd 15 december 1992, van het bureau van de Bondskanselier. De Poolse regering heeft de Bondsregering gevraagd een deel van de kosten van de restauratie van het voormalig concentratiekamp Auschwitz over te nemen. De Duitse regering heeft daarop toegezegd in de jaren 1993 tot en met 1996 elk jaar 2,5 miljoen mark ter beschikking te stellen voor twee concrete, dringend noodzakelijke maatregelen: - de installering van een moderne verwarmings- en klimatiseringsinstallatie voor de gebouwen die als museum en opslagplaats worden gebruikt; - en de installering van een of meer conserveringswerkplaatsen in een van de bestaande gebouwen. De Bondsregering heeft hiertoe besloten, aangezien zij de herinnering aan het kamp beschouwt als een politieke en menselijke verplichting met name tegenover de slachtoffers van de moord op de joden. In Polen is het besluit dankbaar aanvaard. Van de kant van de Lauder Stichting in New York vernemen wij dat ook België, Griekenland en Noorwegen bijdragen hebben toegezegd. In verband hiermee heeft het Auschwitz Comité Nederland een gesprek met het ministerie van WVC aangevraagd om ook een Nederlandse bijdrage aan het behoud van deze gruwelijke, maar belangrijke gedenkplaats te bepleiten.


Met de complimenten

van

AMSTEL DIAMONDS

i j *

* MM

Import van dames- herenen kinderkleding

Touwbaan 38 P.O.Box t80 2350 AD Leiderdorp Holland

Amstel208 1017 A H Amsterdam

tel. 071-899245 telefax 071-896353 telex 39265 teidw nl

VISHANDEL

AB Al onze vis is rabbinaal

toegestaan

MAASSTRAAT 27 AMSTERDAM - TELEFOON 6641072

Athenaeum Boekhandel een tuin in de wildernis

Stoffen en Fournituren winkel NIEUWSCENTRUM Athenaeum Boekhandel

A. BOEKEN

Spui 14-16, Amsterdam telefoon 020-6233933/6226248

Nwe. Hoogstraat 3 1 - 3 3 1011 HB A M S T E R D A M Tel.: 020 - 6267205

BLOEMSIERKUNST

Voyou Style by

John Rettich b.v. Showroom Confectie Cetrum 3e toren, beg. grond Kon. Wilheminaplein 29, Amsterdam-W. Telefoon 020 - 617 43 64

Diemen - Kruidenhof 121, tel 020-699 89 75

Bloemist van het Auschwitz ComitĂŠ Vertolkt ook uw gevoelens van waardering en medeleven.


W

A

N

A

A

N

e

e

e

N

r

e

t

U

n

B

o

a

e

n

k

i

B

e

e

r

n

t

J. MEERSCHWAM B.V. (ft

r

ï

n

1

v

F van Lanschot Bankier .1

) .

AMSTERDAM-ROTTERDAM-BRUSSEL

Voor al uw bank- en assurantiezaken. K A N T O O R 's-Hertogenbosch

Hooge Steenweg 29

073-15 39 11

::|.

|:

TOFF OPTIEK opent uw ogen

Herenstraat 34, Voorhout. Telefoon 02522 - 13957

met KRUKZIENER'S REISBUREAU bent u voordeliger uit in Israël GAARNE ZENDEN WIJ U ONS PROGRAMMA TOE.

Hoofddorpplein 12-14, Amsterdam. Telefoon 020 - 6170431 Amstelveenseweg 99, Amsterdam. Telefoon 020 - 6621996 KRUKZIENER'S REISBUREAU Amsteldijk 166 (Gebouw Rivierstaete) — 1079 LH Amsterdam Telefoon 020 - 6426133 Telex 10647 Fax 020 - 6424387

ERGO D E SLAGER M E T ' N K O K S M U T S

• B E E T H O V E N S T R A A T 49 6713098 • M A A S S T R A A r 53 6641010 • B U I T E N V E L D E R T S E L A A N 40 6423970 • • B U I T E N V E L D E R T S E L A A N 166 • 6420973 • O L Y M P I A P L E I N 154 6731690 • B I N N E N H O F 54, A M S T E L V E E N 6455622 • • PARTY SERVICE 6534365 •


C ' E S T

B O N

V A N

M I G N O N

SUPERMARKTEN

Leidsestraat 74-76 tel: 627 19 00 Nieuwendijk 175 tel: 624 40 78 A M S T E R D A M

NEAR EAST TOURS wenst u een

VOORSPOEDIG 1993 In samenwerking met EL AL Israテォl Airlines bieden wij u:

Retourticket Amsterdam - Tel Aviv

f650,Uitreis per nachtvlucht, terugvlucht door u zelf voor vertrek te bepalen (max. 45 dgn.) Bij vluchten naar EILAT bieden wij u - gratis transfers in Eilat - gratis dagelijks drankje in de hotels in Eilat - gratis entree Dolphin Reef (Zwemmen met de dolfijnen!) Vraag onze nieuwe 1993 Israテォl brochure!

ISRAテ記 boeken bij Near East Tours.

Rokin 9-15,102 KK Amsterdam. Telefoon 020

near east tours, amsterdam

624 33 50


Het meest complete Israël programma van Nederland ***** L A N T O R BV, Postbus 45, 3900 A A Veenendaal-Holland, Telefoon: (08385) 371 I I.

COMMODOOR QUARTZHORLOGES PRECIES IN SPEL EN SPORT

• • • • • •

Rondreizen Hotels Goedkope vluchten Kibboets Moshav Vrije rondreizen

• • • • • •

Autohuur Sinaï-Safari's Zwerftochten Reizen op maat Huurreizen Kastelenstraat 268,1082 EJ A'dam Strandvakanties Tel.: 020-6463331, Fax: 020-6464655

R

T0UR5

Lidia Ginzburg OMSINGELD - notities van een belegerde 96 blz. f 19,90 Vierde druk, zojuist verschenen, van deze beroemde, indrukwekkende novelle over het beleg van Leningrad. Met een nawoord van Kees Verheul.

Lidia Ginzburg Echte professionals scoren raak met een C o m m o d o o r o m de pols

Z U R E L IIUHWERKEIM B\ Lakenbtekerstraat 49, 1431 GE Aalsmeer The Netherlands telefoon (31) (0) 2977 - 23 255 telefax (31) (0) 2977 - 40 155

EEN DWALING VAN DE WIL Een dwaling

128 blz. f24,50

van d e

Twee prachtige, originele vertellingen over de dood, over schuld en berouw, met een nawoord van Antoine Verbij.

Hil

NU IN DE BOEKHANDEL

Uitgeverij

PEGASUS,

Amsterdam. Tel. 020-6161401


Het Voordeel Van D e Bijenkorf.

Ver hoef je niet te reizen om te weten wat er in de wereld te koop is.

U ontdekt elke keer een andere Bijenkorf

Auschwitz Bulletin, 1993, nr. 01 Januari  

r Naam IVI ^ s u een s P aarre kening opent bij de ASN met een eerste inleg van tenminste f 50,-, ontvangt u •^^^•^1 f 7,50 welkomstpremie....

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you