Issuu on Google+

nederlands auschwitz comité

34e jaargang nr. 2, m e i 1990. Verschijnt 6 x per jaar

Bankrek.: AMRO BANK, bijk. van Baerlestr. 58,1071 BA Amsterdam, spaarrek.: 40.01.75.088. Postgiro: 293087 en 4875500 t.n.v. NAC. Redaktie: Drs. Eva Tas, Amsteldijk 23, tel. 020-795716,1074 HS Amsterdam. Administratie krant: D. v. Geens, Renkumhof 50, 1106 JB Amsterdam, tel.: 020-972869.

Stil op 4 mei O o k dit jaar gaan zij die o p 4 mei met velen de doden willen herdenken naar de D a m om daar twee m i n u t e n stil te staan, bloemen te leggen en te luisteren. N a 45 jaar zijn de gelederen van de oude getrouwen gedund, maar die worden d o o r jongeren aangevuld. Wij verzamelen ons o m 18.30 uur o p de Nassaukade, hoek Bosboom-Toussaintsttaat. N a de stille t o c h t zijn wij dan om 8 u u r bi; het nationale monument. K o m t als u kunt. T o t ziens. Nederlands Auschwitz Comité

D o o r omstandigheden w o r d t het secretariaat waargenomen d o o r D r s . N . Boeken, Raphaëlstraat 12, 1077 PS A m s t e r d a m . Tel. 020-790643. Men w o r d t verzocht alle correspondentie voor h e t Nederlands Auschwitz C o m i t é aan dit adres te richten Else Berg, Uitzicht uit venster. Tekening, aguarel en pen. Joods Historisch Museum.


Dé de Haas ging heen Een van onze trouwste medestrijdsters heeft ons verlaten. D é de H a a s was meer dan 30 jaar lang meer dan de vertegenwoordigster, zij was de belichaming van het Februariherdenkingscomité. De Februari-staking van 25 en 26 februari 1941, de eerste massastaking tegen Jodenvervolging in de geschiedenis, vormde het k e r n p u n t van haar lange leven. De erkenning en 't in ere houden van dit eerste verzet o p grote schaal werd haar levenstaak. Daarvoor heeft zij zich met haar niet geringe geestkracht en energie ingezet en met succes. N u zij enkele jaren zelf niet meer naar de Dokwerker kon gaan, heeft zij nog van de grote o p k o m s t in 1990 gehoord. Een week later viel haar 85ste verjaardag, twee weken daarna haar d o o d . H e t gemeentebestuur van A m s t e r d a m heeft haar het gouden ereteken van de stad verleend. Zij heeft zich van een ereteken in de harten van velen verzekerd. O o k in die van het Nederlands Auschwitz Comité

lieden', zegt G o e t h e ' s E g m o n t , 'moeilijk is 't h u n vertrouwen te winnen, gemakkelijk om het te bewaren...hen onder druk zetten, wel, dat gaat, maar hen te onderdrukken dat niet...'Verzet in Duitsland was anders dan in het bezette Europa. In een zelfbevrijding zijn wij Duiters niet geslaagd. Er bestond geen nationale verzetsbeweging die het volk één maakte, zoals bij U, onder de hoede van wijlen Koningin Wilhelmina. Maar ook in Duitsland bestond verzet met als b r o n de opstand van het geweten. Ik herinner aan de studenten der ' W i t t e R o o s ' met hun aangrijpende acties vooral in München; ...de 'Kreisauer K r e i s ' welks gastheer Moltke in een afscheidsbrief uit de gevangenis schreef: 'De essentiële vraag is die: hoe

kan het beeld van de mens in het hart van onze medeburgers hersteld worden?'...Twee eeuwen na de Franse Revolutie is d o o r vredige revoluties van beneden en van bovenaf een omwenteling in Europa ingeleid die ons de historische kans en opdracht van de politieke en geestelijke vernieuwing geeft...Er bestaat geen geïsoleerde Duitse geschiedenis...Onze buren hebben zich samen met ons verheugd, toen in november van verleden jaar de onmenselijke m u u r te Berlijn d o o r b r o k e n werd...Een herenigd Duitsland zal niet de ontwikkelingsgang van de Europese Gemeenschap veranderen...Er zal geen plaats meer blijven v o o r nationalistische Alleingang of zelfs escapades die de vrede bedreigen...

Mens, durf te lezen...! z e g t onze t r o u w e a b o n n e e M. van A. t e A D a a r o m z w e e r t h i j b i j De G r o e n e A m s t e r d a m m e r , de D i c h t e r en Denker o n d e r de w e e k b l a d e n . Treed t o e t o t de g e s t a a g groeiende lezersschare. Dan o n t v a n g t u

Geuzen toen en later Uit de toespraak van de President der Bondsrepubliek Duitsland, Dr. Richard von Weiszacker, ter gelegenheid van de uitreiking van de 'Geuzenpenning' te Vlaardingen op 13 maart 1990

als w e l k o m s t c a d e a u U m b e r t o Eco's r o m a n 'De Slinger van F o u c a u l t ' , een ' w a a r dige o p v o l g e r van De N a a m v a n de Roos' ( s c h r e e f De G r o e n e ; dus d a t m ó e t w a a r z i j n ) . Het is een k a p i t a a l g e s c h e n k , m e t een w i n k e l w a a r d e van ( b i j n a ) de pri|s v a n een h a l f j a a r a b o n n e m e n t . Dus a b o n n e e in spe, w a a r w a c h t u nu n o g op?

GOED. Ik neem een abonnement Naam

Adres

De G e u z e n van 1940 waren de eersten in de Nederlanden die in verzet kwamen tegen overmacht, heerschappij van vreemdelingen en onderdrukking. Zij waren dappere idealisten. Zij waren een voorbeeld voor h u n volk. 'Wat een voorbeeld voor de ouderen en jongeren die nog steeds t o t aarzeling neigen terwijl het vaderland t o c h alles van ons eist,' schreef het illegale Parool in 1941. . H e t is h u n geest die ook, na de oorlog, de wederopbouw van Nederland heeft gedragen. H e t is de geest van de vrije menselijke waardigheid die aan de beste tradities van uw land b e a n t w o o r d t en die de echte bestemming is en blijft van geheel Europa. D e traditie der Geuzen werd in Duitsland bewonderd. O n z e literatuur heeft v o o r h u n houding in de Nederlandse geschiedenis blijvende m o n u m e n t e n geschapen. Schiller, G o e t h e , Wilhelm Raabe en anderen werden d o o r hen g'éinspireerd. Tk ken m ' n lands-

Postcode/woonplaats

Telefoon.

Ik betaal per. O halfjaar ( ƒ 77,50) O |aar ( ƒ 148,50) Als welkomstgeschenk ontvang ikO Umberto Eco, 'De slinger van Foucault' (winkelwaarde ƒ 49,50^

Stuur deze bon (zonder postzegel) naar De Groene Antwoordnummer 26, iOOO PA Amsterdam

Amsterdammer


Broederschap van bevrijding 'Bevrijdingen' heet de tentoonstelling in het J o o d s Historisch Museum. N a de oorlog geboren kunstenaars geven daarop h u n eigen, nieuwe visie. Een golf van vernieuwing slaat over een deel van Europa en over de randen van ons werelddeel heen. Nieuwe regiems verrijzen d o o r verkiezingen, soms de eerste na een halve eeuw. Midden in - weer een ander - Polen is opnieuw herdacht hoe een rest van een ten dode gedoemde bevolking in Warschau's getto de mensenwaarde tegenover de nazionmens hooghield t o t in, t o t voorbij de dood. In Nederland werd de J o m Hasjoa ook daaraan gewijd. O p een heel ander p u n t in Europa, in Barcelona, werd o p de Montjuich, de J o denberg, een toepasselijk gedenkteken ingewijd voor de duizenden J o d e n uit allerlei landen die in de strijd tegen Franco en zijn fascisten in de Spaanse burgeroorlog hun leven lieten voor de vrijheid van Spanje en ons allen. Veel betekent voor ons de uitspraak van het gerechtshof van H a m b u r g . De man die al sedert de zeventiger jaren volhoudt dat H e t Achterhuis een vervalsing is werd in hoger beroep veroordeeld wegens smaad. Diepe indruk maakte de getuigenis van Miep Gies, die destijds Anne's dagboek heeft gevonden. Voor de Anne Frank Stichting biedt dit een handvat om soortgelijke aantijgingen meteen af te slaan. Deze stichting bemiddelt ook samen met Samenwerkend Verzet voor het optreden van gastsprekers over oorlogservaringen in scholen. ' A d o p teer een m o n u m e n t ' roept de stichting Februari 1941 en die roep is in meer dan 600 (meest basis)scholen gehoord. D e uitzending van De bezetting-nieuwe

stijl, (of moeten we zeggen her-uitzending?) trekt relatief weinig jeugdige kijkers. Misschien t r e k t die belangstelling via de ouderen nog wat meer aan. De verzetsmusea krijgen immers druk bezoek. Zeker het Herinneringscentrum Westerbork, waar 12 Drentse kunstenaars 'Beelden achteraf' t o o n d e n , vol begrip ingeleid d o o r burgemeester mevrouw A. Emmens-Knol. April is al sinds '45 de maand waarin onze verzetsvrienden de bevrijding (na Sachsenhausen) van Buchenwald en Ravensbrück gedenken.

Mijlpalen Een ware mijlpaal is voor ons deze aprilmaand de openstelling van h e t Nationale M o n u m e n t K a m p Vught. D i t 'is opgezet als waarschuwingsteken dat dictatuur - de gewelddadige handhaving van de staatsmacht - t o t niets goeds voert. Dictatoriale stelsels leiden t o t verzet en d a t weer t o t vervolging.' Een andere mijlpaal voor ons comité en zoveel anderen is de onthulling van het m o n u m e n t voor H e t Apeldoornsche Bosch, waaraan de tragedie van 1943 een einde maakte. O p 22 en 23 januari werden toen patiënten en verplegenden gedeporteerd. De doden gedenken, o p k o m e n voor de overlevenden: dat vormt onze taak. Voorzitster Annie Fels sprak namens het N A C met minister d'Ancona van W V C over de situatie van onze tweede generatie en over toekomstige veranderingen bij aanvraag van bijzondere voorzieningen van de W U V . H e t moet allemaal nog aan de orde komen.

Racisme hier en elders Ze zijn er weer of r o g steeds, ze zijn ook

'Laat eens wat van je horen!' De Commissie Jeugdvoorlichting van de Stichting Samenwerkend Verzet 1940-1945 vraagt U w aandacht om meer bekendheid te geven aan het werk dat onze gast-docenten doen. Als je in het jaarverslag van het schoolseizoen 1988/1989 leest dat in het afgelopen jaar aan ruim 91.000 leerlingen door 172 gastdocenten voorlichting is gegeven en daarbij bedenkt dat 11 jaar geleden een paar man hiermee startten dan is er sprake van een spectaculaire groei. U i t reacties van leraren en leerlingen blijkt ook dat die voorlichting bijzonder op prijs wordt gesteld, juist en vooral o m d a t die k o m t uit

De gastdocenten vertellen op de scholen hoe die verschrikkelijke dictatuur van de nazi's o n t s t o n d , hoe die groeide en hoe die zijn terreur uitoefende, maar waarschuwen ook voor hedendaagse ontwikkelingen in dezelfde richting. Vanuit 13 regio's in het land w o r d t dit werk georganiseerd. Bij elke regio-secretaris kan men zich als vrijwilliger opgeven. Zij die zich voor dit werk willen inzetten krijgen een cursus van enkele dagen vooraf. Er vindt ook een gesprek plsats met de regio-commissaris want wij willen er zeker van zijn dat onze 'boodschap' bij de kinderen goed overkomr.

de monden

Namens

van mensen

die het zelf hebben

meegemaakt: mensen uit het verzet.

de Commissie Jeugdvoorlichting H e n k Sietsma

hier, de racisten. C D en C P kwamen alleen al in A m s t e r d a m m e t drie man in de raad. Er verscheen uiteraard wel een demonstratie aan de voeten van de Dokwerker. Er mag dan een graadverschil zijn tussen de Franse Le Pen met zijn grootspraak o p een partijcongres en zijn Nederlandse kornuiten, er klinkt racistentaai. Die klonk ook onder vers losgekomen D D R - b u r g e r s . Die schonken bij hun eerste reguliere verkiezingen de uiterst rechtse D S U flink wat aanhang en daarmee erkenning. N o g harder k o m e n de racistische oprispingen aan in Florence, bakermat van renaissance en humanisme, waar rellen en reactie daarop uitliepen o p vertrek van de burgemeester. O n d e r de lang o n d e r d r u k t e of weggedrukte stromingen in O o s t - E u r o p a trad rauw, openlijk antisemitisme op, zo b.v. in H o n garije. De BBC meldde dat de Russische Pamjat (geheugen) zichzelf als neo-nazibeweging betitelde. Kennelijk weinig optimistisch inzake hun bestaan in h u n geboorteland zijn airbussen vol Russische J o d e n naar Israël getogen, waar zij gelukkig welkom zijn. Al levert dit ook problemen. D i t alles een halve eeuw na de overval o p Nederland en 45 jaar na de bevrijding van het nazidom. H e t meest frappante tijdens de viering van het negende lustrum van vrijheid is wel de wederopstanding van een verenigd Duitsland. De meesten van ons z i e n daarin niet het Duitsland van Lessing en G o e t h e , van Schiller en Beethoven verrijzen, het Duitsland van de Aufkl'arung, de Verlichting. Toch heeft dat bestaan. 'Alle Menschen werden Brüder' is een Duitse tekst. Dezelfde broederschap die besloten ligt in bevrijding. O m het even in Europa, het M i d d e n - O o s t e n of waar ook ter wereld.

IHERDENKT DE4 MEI E


Alert vóór de trein vertrekt Toespraak van Burgemeester E. van Thijn bij de herdenking 'Nooit Meer Auschwitz' op 21 januari 1990, Nieuwe Oosterbegraafplaats, Amsterdam.

gonnen de pogroms in Bakoe. Onschuldige mensen, Armeniërs worden anno 1990, 45 jaar na Auschwitz, in elkaar geknuppeld, gelyncht, met benzine overgoten en in brand gestoken.

Z o ' n twee weken terug werd mij de vraag gesteld: wat is het belangrijkste boek, dat u ooit gelezen heeft. Daar hoefde ik niet lang over na te denken. D a t is - zonder enige twijfel ' D e Veertig Dagen van de Musa D a g h ' van Franz Werfel. H e t gaat over de uitroeiing van de Armeniërs in Turkije tijdens de Eerste Wereldoorlog. Ik las het, als 15-jarige jongen, k o r t na de Tweede Wereldoorlog o p zoek naar verklaringen en ik begreep, dat de volkerenmoord, waaraan ik zojuist was ontsnapt, hoe uniek ook in zijn omvang, zijn systematiek en zijn perfiditeit, niet o p zich stond. Ik begreep o p dat m o m e n t , dat het vraagstuk van verdrukte en vervolgde minderheden breder is dan dat van J o d e n alleen. D a t o p tal van m o m e n t e n in de wereldgeschiedenis, o p tal van plekken in de wereld, minderheden vertrapt en vervolgd, en met uitroeiing bedreigd zijn. Auschwitz staat voor het s u m m u m , voor het o p t i m u m van diaboliek. Maar het zaad der vernietigingskampen ligt verspreid over vele akkers. Pal nadat die vraag mij gesteld werd, be-

Vertrouwde beelden uit het geschiedenisboekje dringen onze huiskamer binnen per actualiteitenrubriek. Wij waren getuige van onze geschiedenis. En opnieuw realiseerde ik mij, dat N o o i t weer Auschwitz staat voor zoveel meer dan de gaskamers alleen. Auschwitz, Birkenau - en alle andere vernietigingskampen waren de eind-stations van de gruwelijke sporen, kris-kras d o o r onze wereldgeschiedenis. N o o i t meer Auschwitz betekent alert, veel eerder, lik-op-stuk reageren, nog voordat de trein vertrekt. N o o i t meer Auschwitz betekent niet alleen de bestrijding van rassenwaan, intolerantie, fanatisme, maar ook - èn vooral - de voedingsbodem daarvoor tijdig te onderkennen en elimineren. In de snel veranderende wereld, om ons heen, nu, 45 jaar na Auschwitz, valt het niet mee nieuwe verworvenheden en nieuwe bedreigingen overal goed te onderscheiden. De ineenstorting van de Berlijnse M u u r en de abrupte doorbraak van democratie in wat k o r t geleden nog het O o s t b l o k was, heeft

International Auschwitz Comité herdacht de

Wannsee-Conferentie H e t internationaal Auschwitz comité kwam in januari jongstleden in Berlijn bijeen o m de conferentie van Wannsee te herdenken en om de t o e k o m s t van het m u s e u m in Auschwitz te bespreken. In januari 1942 werd in een villa aan de Wannsee een conferentie gehouden van topfunctionarissen van het nazi-regime over de logistiek en de organisatie van de vernietiging van de E u r o pese J o d e n . H e t politieke besluit over de vernietiging was al in het voorafgaande jaar genomen, en vanaf de zomer van 1941 waren al honderdduizenden J o d e n , hele Joodse gemeenschappen in Polen en de Sowjetunie, door speciale Duitse troepen uitgeroeid. In 1942 ging h e t in Wannsee niet o m het of, maar om het hoe de overige J o d e n onder de Duitse bezetting vernietigd zouden worden: een bureaucratische vergadering over de middelen, de logistiek, een efficiënte wijze van uitvoering. Aan de herdenking namen, in de kou van de invallende avond o p het grasveld voor de gesloten 'Wannseevilla' in januari jongstleden, samen met

leden van het Internationaal Auschwitz C o mité enkele honderden Berlijners deel. Merkwaardigerwijs ontbraken onder de aanwezige Berlijnse politici de sociaal-democraten; te druk, wellicht? O n d e r de schijnwerpers van televisiecamera's luisterden jong en oud naar de toespraken van de president van het Internationaal Auschwitz C o m i t é , Maurice Goldstein, de voorzitter van de Joodse Gemeenten m Duitsland, Galinski, en van vertegenwoordigers van de A k t i o n Sühnezeichen, een Duitse organisatie die zich er met haar activiteiten voor inzet de misdaad, voor zo ver mogelijk, goed te maken en een herhaling te voorkomen. De sprekers herinnerden niet alleen aan de verwoestende geschiedenis. Ze spraken over het zorgwekkende heden waarin de vereniging van de twee Duitslanden pan-Germaanse h a r t s t o c h t e n deed opsmeulen, en over de persoonlijke verantwoordelijkheid van een ieder om vreemdelingenhaat en anitisemitisme geen ruimte te bieden. Z e spraken ook over de toekomst, de h o o p die

ons met h o o p en warmte vervuld. D a t staat voorop. Maar tegelijkertijd bezien wij met angst en vreze de bijverschijnselen van instabiliteit, van balkanisatie, van etnische tegenstellingen, van nieuw (herboren) nationalisme, de versterking ook van al bestaande en de o p k o m s t van nieuwe neo-fascistische groeperingen, aan beide zijden van wat eens het IJzeren Gordijn was. Wij zijn geneigd, o p grond van wat wij hebben meegemaakt, en zeker o p samenkomsten als deze, dat soort angsten de vrije loop te laten en - ik v o o r o p - te waarschuwen tegen alles wat o p een herhaling van de geschiedenis zou k u n n e n wijzen. Maar: juist in deze turbulente onoverzichtelijke tijd dienen wij - die gezworen hebben waakzaam te zullen zijn - ons te realiseren, dat waakzaamheid méér dient te zijn dan het uiten van o p g e k r o p t e emoties en angstgevoelens.

Waakzaamheid Waakzaamheid nu vraagt, misschien wel méér dan ooit tevoren, ook om wijsheid en beleid. Vanzelfsprekend worden wij, zoals wij hier staan, 45 jaar na Auschwitz, het meest gebiologeerd d o o r wat sindsdien het Duitse vraagstuk heet. Geschrokken, ongetwijfeld d o o r de niet voorziene snelheid waarmee de hereniging ze o p de jeugd vestigen, en de n o o d z a a k het verleden niet te verdoezelen. H e t laatste onderwerp was een dag eerder ook het k e r n t h e m a van de vergadering van het Internationaal Auschwitz C o m i t é : de toekomstige inrichting van het Auschwitz M u s e u m waar t o t nu toe verzwegen werd dat de meerderheid van de slachtoffers van het vernietigingskamp J o d e n waren. Zij worden in het M u s e u m als Polen, Tsjechen, Fransen etc., niet als J o d e n herdacht. In 1968 stapten het Franse, Belgische en het Nederlandse comité o p uit p r o t e s t tegen de weigering o m stelling te nemen tegen de antisemitische campagnes in Polen. Sinds begin jaren 80 zijn zij opnieuw toegetreden en dringen sindsdien aan o p een verandering van de inrichting van het Museum, die meer recht aan de feiten zou doen. Helaas was de Poolse delegatie, waaronder de directeur van het Museum, net als o p de vorige bijeenkomsten van de laatste jaren, afwezig. Inmiddels in in Polen onder de nieuwe regering een werkgroep ingesteld die in overleg m e t het Internationaal Auschwitz C o m i t é en verscheidene J o o d s e organisaties een nieuwe inrichting van het Auschwitz M u s e u m gaat uitwerken.

Vera Ebels-Dolanova


van de beide Duitslanden hoog op de politieke agenda is teruggekeerd. V e r o n t r u s t ook d o o r de eng-nationalistische bijgeluiden in O o s t - en West-Duitsland, met name in kringen van de z.g. Republikaner, maar ook elders, in Frankrijk, België en ook, een beetje, in ons land. Echter, het zou wel eens een onvergeeflijke taxatiefout kunnen zijn om ons d o o r angst en schrik over bijverschijnselen te laten leiden t o t een houding van afkeer en verzet ten aanzien van Duitsland, zonder ons af te vragen wat daarvan het gevolg zou kunnen zijn. De kersverse, ex-dissidente president van Tsjechoslowakije Havèl, heeft naar mijn mening gezegd waar het in de jaren '90 in Europa in de eerste plaats om dient te gaan. H e t gaat, zo zei hij, primair o m een democratisch Duitsland, en niet om de vraag hoe groot het zal zijn. Liever één democratisch Duitsland, stevig verankerd in een Europese Gemeenschap, die een nationalistische Alleingang o n m o gelijk maakt, dan een voortgezette tweedeling, die de frustraties oproept en het nationaal-fanatisme in de kaart speelt en een nieuwe voedingsbodeum zou k u n n e n zijn voor verderfelijke denkbeelden en hysterische acties. Uiteraard m o e t de politieke besluitvorming een proces zijn van stap voor stap, niet overhaast, en binnen zekere grenzen, namelijk de huidige grenzen. Maar wat we ons nu in deze turbulente tijd dienen te realiseren is, naar mijn stellige overtuiging, dat N o o i t Meer Auschwitz o o k betekent, een diepgewortelde democratie, geen herhaling van de geschiedenis, vertrouwen o p een nieuwe in democratie grootgebrachte generaties, die, zoals de oude, wijze, 92-jarige N o r b e r t Elias - de godfather van de moderne sociologie - dezer dagen in een monografie over Duitsers (zijn kwelgeesten van weleer) schrijft: er recht o p hebben het verleden met zich meedragend - zélf lering trekkend uit de fouten van vorige generaties - aan een toekomstperspectief in eigenwaarde te kunnen werken.

D e v o o r z i t t e r van het Internationaal Auschwitz C o m i t é , Maurice Goldstein, heeft een gesprek gevoerd met mevrouw I. Cywinska, de Poolse minister van cultuur, over reorganisatie van het museum- Auschwitz. O . m . kwam de oprichting van een internationaal fonds, allang een wens, ter sprake. Tevens vernam hij van een kerkelijk woordvoerder, de heer Wilkanowicz, dat met de bouw van een o n t m o e t i n g s c e n t r u m van de Carmelitessen buiten het kampterrein van Auschwitz is begonnen.

Waarom ik? W A A R O M IK D I E ALS E N I G E O V E R B L E E F U I T H E T

OORLOGSGEWELD?

W A A R O M IK die steeds het leed en de tol hiervan m o e t dragen? W A A R O M IK die nu na 45 jaar nog steeds m o e t zoeken naar het verleden? W A A R O M IK die nog steeds bang is voor het donker en bij mist en regen niet zichzelf is? W A A R O M IK die nu nog problemen heeft in tunnels en bij stilte? W A A R O M IK die nog steeds moet vechten tegen discriminatie en antisemitisme dag en nacht? W A A R O M IK die steeds m o e t denken wat dit oorlogsgeweld mij heeft aangedaan? W A A R O M IK die vol onrust toch mijn rust probeer te vinden in mijn gezin? W A A R O M IK die nu nog steeds m o e t dragen wat ons volk is aangedaan in die bange dagen zo pas geleden? W A A R O M IK die misschien wel wacht o p de eeuwige rust die zeker zal k o m e n maar moet dan misschien mijn volgende generatie met onrust verder leven? W A A R O M IK die nu kan en moet leven als een volwaardig mens in deze wereld vol onbegrip? W A A R O M IK die probeer voor anderen deze wrede wereld nog een beetje leefbaarheid en liefde te geven daar waar het het hardst nodig is? D A A R O M IK

Samuel Wennek

21 Januari 1990 H e t is een divers samengestelde groep belangstellenden die zich verzamelt o p de Nieuwe Oosterbegraafplaats voor de 45ste Auschwitzherdenking. O u d e en jonge mensen. A u t o c h t o n e n en allochtonen. Mensen die al jaren hier samenkomen, en velen die er voor het eerst zijn. Ze komen allen om te herdenken, wat gebeurde toen, en om wat voor altijd voorkomen m o e t worden, nu. Wanneer we langzaam o p pad gaan naar het m o n u m e n t , trage voetstappen o p het grind, het geluid van een waterval. Stromend, kletterend water. Wat denken we met z'n allen, wat denkt ieder afzonderlijk, wat denk ik, zo langzaam lopend. Ik denk aan de herdenking een jaar geleden, januari '89. Aan al degenen die langs ditzelfde pad elkaar toen vertelden hoe ze h u n a u t o poetsten, tuin spitten, ramen zeemden, o p hun kiezen bijtend, nadat ze hoorden dat de 'Twee van Breda' hun vrijheid vroegen, kregen en hadden genomen. H e r d e n k e n nu, 1990, vanuit wat gebeurde, wat gebeuren kon, kijken in waakzaamheid

naar ontwikkelingen nu, om elke stap o p weg naar wat zich nooit herhalen mag te signaleren, te bestrijden. H e r d e n k e n is een noodzaak. Anti-racistisch onderwijs, Shoah-educatie evenzeer. De woorden van E d van Thijn worden doorsneden d o o r het geluid van straalvliegtuigen - de t r o m p e t t i s t van Auschwitz, kinderen, mensen met bloemen in hun hand, velen kijken o m h o o g -. D e woorden van Van Thijn worden toch gehoord. Rabbijn S. H e r m a n zegt kaddisj: namen van kampen komen ritmisch voorbij... dat er nooit één van vergeten wordt. De vliegtuigen en h u n geraas zijn verdwenen. Bijna niemand kijkt nog o m h o o g . H e t middagprogramma in de R A I w o r d t d o o r velen bijgewoond. U i t kranteberichten lees ik later d a t het publiek er enthousiast over was. Voor mij was de H e r d e n k i n g die ochtend genoeg, teveel zelfs v o o r veel woorden.

Judith de Beer


bladen en organisaties die de zaak van h e t Heilige Rusland zijn toegedaan, en die in diverse toonaarden oproepen t o t de strijd tegen 'de wereldomspannende samenzwering van zionisten en vrijmetselaars.'

Smaak van de vrijheid bedorven Het vrijkomende antisemitisme bederft voor de Sowjet-Joden de smaak van de vrijheid. De positie van de J o o d s e bevolking van de Sowjet-Unie w o r d t gekenmerkt d o o r krasse tegenstellingen. Enerzijds heeft de liberalisering onder h e t bewind van Michail G o r batsjow de bewegingsvrijheid v o o r de J o o d s e Sowjet-burgers sterk vergroot. A n derzijds krijgen Russisch-nationalistische groepen en individuen volop de ruimte o m zich te uiten, en gebruiken ze die o n d e r meer voor felle anti-Joodse agitatie die weinig onderdoet voor die van de Duitse nazi's in h u n pionierstijd. In de Sowjet-Unie leven momenteel tussen de twee en de drie miljoen J o d e n , voornamelijk in de grote steden M o s k o u en Leningrad, in de Oekraïne en o p en bij de Krim (Odessa). D e laatste decennia moesten zij zich tevreden stellen met een tweederangspositie. Hoewel antisemitisme strijdig was met de communistische ideologie, en de officiële stelling derhalve luidde dat h e t in de Eerste Arbeiders- en Boerenstaat 'niet bestond', uitte het zich wel degelijk o p meer of minder verkapte wijze, m e t instemming van de Sowjet-autoriteiten. M e t wisselende intensiteit, maar vanaf 1967 continu, werd van officiële zijde h e t credo van h e t 'anti-zionisme' uitgedragen. Sommige auteurs van standaardwerken over 'de zionistische bedreiging' hanteerden een uitermate ruime interpretatie, vergeleken 'de zionisten' bij voorkeur met de nazi's, en suggereerden in h e t algmeen een onheilig verbond tussen 'imperialisten' en 'zionisten', waarbij de laatsten aan de touwtjes zouden trekken. Enkelen van deze auteurs (Begun, R o m a n e n k o ) bewegen zich tegenwoordig in de kring van de extreem chauvinistische Pamjat-beweging. H e t leven van de J o d e n kende z o z'n beperkingen. Ze moesten zich bij v o o r t d u ring distantiëren van ' h e t zionisme'; iedere positieve betrokkenheid bij Israël was taboe. H e t geven of nemen van Hebreeuwse lessen kon t o t gevangenisstraf leiden, verzoeken om naar Israël te mogen emigreren werden vaak geweigerd of eindeloos getraineerd, de indieners verloren meestal werk en inkomen. Een J o o d s geestelijk en cultureel leven k o n zich niet onwikkelen, religieuze J o d e n hoefden niet aan een normale maatschappelijke loopbaan te denken, de Jiddisje cult u u r die in de eerste jaren na de O k t o b e r revolutie had gebloeid, was volledig ineengeschrompeld. Zelfs J o o d s e burgers die bereid waren zich volkomen aan te passen, ondervonden op grond van h u n

J o o d s e nationaliteit (in h u n identiteitspapieren aangegeven) geregeld moeilijkheden bij p r o m o t i e of bij toelating t o t een van 's lands betere universiteiten.

Verbetering, maarIn dit alles is sinds het aan het bewind komen van Gorbatsjow een spectaculaire verbetering ingetreden. D e officiële anti-zionistische campagne is geluwd, de betrekkingen tussen de Sowjet-Unie en Israël zijn verbeterd (hoewel de diplomatieke relaties nog steeds niet zijn hersteld), emigratie o p grote schaal is mogelijk geworden. In de SowjetUnie zelf zijn de beperkingen op het Joodse godsdienstige leven verdwenen,

jesjiwa's

worden opgericht, Hebreeuws leren is geen probleem meer, J o d e n kunnen zich als z o danig organiseren en naar buiten treden, de voorstellingen van het Jiddisje T h e a t e r in M o s k o u dat zijn deuren weer geopend heeft, zitten stampvol. Deze late emancipatie van de Joden in de Sowjet-Unie w o r d t helaas overschaduwd d o o r antisemitische excessen die onder de J o o d s e bevolking een nieuwe golf van angst veroorzaken. Twee griezelige incidenten vonden de afgelopen maanden plaats. O p 18 januari verstoorden vijftig personen een bijeenkomst van een liberale schrijversclub in M o s k o u en ranselden de deelnemers af. D e pogrom-helden kondigden aan dat ze de volgende keer met machinegeweren terug dachten te komen. In de weken daarop verschenen in Moskou, Leningrad en Odessa d o o r de vereniging Pamjat ondertekende pamfletten waarin werd opgeroepen t o t pogroms. Als datum voor het beoogde anti-Joodse geweld circuleerde de d a t u m vijf mei. D e reactie van de binnenlandse veiligheidsdienst, de K G B , kwam traag en aarzelend. H e t alarmerende aan de situatie is d a t het niet o m geïsoleerde incidenten of o m één dolgedraaide groep, de Pamjat, gaat. H e t fervente antisemitsime van Pamjat is stevig geworteld in de Russisch-nationalistische traditie die momenteel een renaissance beleeft. Z o verscheen in het orgaan van de Russische Schrijversbond, Literatoernaja Rossija, een hoogst opmerkelijk commentaar o p de pogrom-dreigingen. H e t blad noemde die dreigementen 'zionistische verzinsels' gericht op 'aanwakkeren van de haat tegen de Russen', en het vroeg zich in één moeite d o o r af of het geen tijd werd 'degenen die deze verzinsels verspreiden' (de J o d e n dus) te 'straffen'. N a a s t Pamjat bestaat er een reeks andere

Redt Rusland Zulke aan de in 1905 d o o r de tsaristische geheime politie Ochrana vervaardigde Protocollen van de Wijzen van Zion ontleende geluiden zijn aan te treffen in bladen als Literatoernaja Rossija, Nasj Sovremennik, en Molodaja Gwardia, een van de organen van de jeugdorganisatie K o m s o m o l . D e J o den, c.q. de zionisten, worden d o o r h e t Russisch-nationalistische conglomeraat d a t in de traditie van de Slavofielen zegt te streven naar eerherstel voor oude Russische waarden, bescherming van Russische m o n u m e n t e n , b e h o u d van h e t Russisch milieu ( O n z e G r o n d ) alle mogelijke euvele bedoelingen in de schoenen geschoven. D e J o d e n zouden verantwoordelijk zijn geweest v o o r de terreur onder Stalin. Evenzo dreigen de J o d e n n u , m e t h u n kosmopolitisme en stadse materialisme Rusland in h e t verderf te stoten; h u n voorkeur v o o r pluralisme, democratie en markt-economie z o u rechtstreeks in strijd zijn m e t Ruslands eigen weg en historische en spirituele missie. Bijeenkomsten waar dergelijke teksten worden uitgesproken, hebben plaatsgevonden in M o s k o u en aan de universiteit van Leningrad. H e t publiek reageerde enthousiast. Leden van de prestigieuze Academie van Wetenschappen, b e r o e m d e schrijvers als Bondarew en Raspoetin, een schilder als Ilja Glazoenow, associëren zich m e t dit gedachtengoed. Ik volsta ter illustratie m e t een citaat (ontleend aan een recent verschenen brochure over Sowjet-antisemitisme van het C I D I ) van de dichter Sorokin, tijdens een 'patriottische' bijeenkomst in Leningrad: 'Leve Rusland! Leve de eeuwige, onoverwinnelijke, grootse Russische natie! Russen, wie bedwelmt en verkracht onze kinderen? Wie heeft zich meester gemaakt van onze kranten, radio, theater, rechtbanken, tijdschriften? O n t w a a k t Russen! Zegt nee tegen hooggeplaatste Russische Judassen! N e e tegen het Politbureaulid Jakowlew! Nee! N e e ! N e e ! R e d t Rusland!'

Tegengeluiden H e t is niet zo dat de Russische chauvinisten en antisemieten h e t politieke toneel voor zichzelf alleen hebben. M e t name in de Sowjet-media klinken (anders dan in de periode van vóór de glasnost) o o k krachtige tegengeluiden. Populaire bladen als O g o n jok, Izwestia, Literatoernaja Gazeta (het blad van de Sowjet-schrijversbond, te onderscheiden van de Russische afdeling die


in 'patriottische' handen is) hekelen het antisemitisme fel en kritiseren de halfhartige reacties van de autoriteiten. Zowel bij de radicaal-democratische oppositie in het Sowjet-parlement als onder de aanhangers van Gorbatsjow zijn er velen die niets van antisemitisme willen weten. Naast medewerkers van Gorbatsjow als Alexander Jakowlew en Eduard Sjewarnadze zijn in dit opzicht boven iedere verdenking verheven. Bij recente plaatselijke verkiezingen in Moskou en Leningrad dolven de kandidaten van deelnemende 'patriottische platforms' in vrijwel alle gevallen het onderspit tegenover democratisch gezinde mededingers. H e t zou dus overdreven zijn het inktzwarte beeld te schetsen van een Sowjet-Unie waarin de Joodse bevolking al vogelvrij is, en waar de macht op het punt staat in handen te vallen van een chauvinistische, antisemitische coalitie. Maar het is zeker niet minder onjuist om het naar boven komende antisemitisme te bagatelliseren als een stuiptrekking van het verleden of een hobby van extreme randgroepjes.

Slavofielen Er lijkt in de Sowjet-Unie wel degelijk een pre-fascistische beweging met een niet te onderschatten aantrekkingskracht op ontevredenen onder de bevolking in de maak. D e heftige economische en politieke crisis waaraan de Sowjet-Unie ten prooi is, en de

Russische frustraties over oplevend nationalisme in de Baltische staten en andere nietRussische delen van de Sowjet-federatie, geven de 'redders van Rusland' de wind in de zeilen. Verontrustend is bovendien dat de Russische nationalisten niet alleen een beweging van onderop vertegenwoordigen, maar ook hun verbindingen hebben binnen de orthodoxe vleugel van het partij-apparaat (Politbureaulid Ligatsjow geldt als een sympathisant van de Slavofielen) in het leger en in de KGB. Grote reden tot zorg geeft tenslotte dat ook op het hoogste nivesu van de Sowjet-staat de afgrenzing tegenover antisemieten blijkbaar geen vanzellsprekendheid is. T o t de eind maart benoemde leden van de tien man sterke presidentiële raad die Gorbatsjow terzijde moet gaan staan, horen behalve Sjewarnadze en Jakowlew onder anderen ook twee figuren van geenszins onbesproken reputatie; de nationalistische schrijver Valentin Raspoetin, die Pamjat herhaaldelijk en publiek in bescherming heeft genomen, en de conservatieve vakbondsman Wenjamin Warm, een gewilde spreker op het hierboven beschreven type patriottische bijeenkomsten. Zoals gewoonlijk staan wij als waarnemers van buitenaf betrekkelijk machteloos.

Gevoelig voor kritiek

vóór de grote veranderingen in de SowjetUnie toonden de leiders in dat land zich niet geheel ongevoelig voor westerse kritiek op onverbloemde uitingen van antisemitisme. H e t Gorbatsjow-bewind hecht veel groter waarde aan populariteit in het Westen. O p minstens twee punten lijkt waakzaamheid van de democratische publieke opinie geboden. Ten eerste is het van groot belang dat de op gang gekomen Joodse emigratie uit de Sowjet-Unie niet wordt belemmerd, bijvoorbeeld onder Arabische druk. Iedere Jood die in de huidige onzekere situatie de Sowjet-Unie liever wil verlaten, dient zich in Israël of elders te kunnen vestigen. Ten tweede verdient de democratisering van de Sowjet-samenleving, voortvloeiend uit de door Gortbatsjow geinitieerde perestrojka, nog steeds alle steun. Maar daarbij zou de leiding in het Kremlin wel duidelijk te verstaan moeten worden gegeven dat de combinatie van meer democratie én meer openlijk uitgeleefd antisemitisme een krankzinnige en onverdragelijke paradox is. In het licht van de geschiedenis (endemisch antisemitisme onder de tsaren, 'anti-kosmopolitische' terreur onder Stalin, en de -in de Sowjet-geschiedschrijving tot dusverre nog niet als een verschijnsel met een eigen betekenis verwerkte- Duitse Holocaust op Sowjet-bodem) zou dat voor de democraten in Moskou eigenlijk vanzelfsprekend behoren te zijn.

Anet Bleich

Maar niet helemaal. Zelfs in de periode van

RpfO

4%

ö

-

De schilderes Else Berg werd in 1 8 7 7 geboren te Ratibor in Oost-Silezië, waar zij 66 jaar later de dood zou vinden. Zij bezocht ^ Academie der Künste van Berlijn voor zij zich in 1912 met haar vriend, collega en latere man Mommie Schwarz, in Amsterdam vestigde. Zij zou de Amsterdamse Pijp trouw blijven. Van ver gekomen, is zij geen buitenstaander gebleven. Integendeel, zij stond in nauw contact met Charley Toorop, Hildo Krop, Leo Gestel en vele andere kunstenaars. Een atelier van Mondriaan in deze wijk heeft zij nog gebruikt. Stromingen in de beeldende kunst in Nederland hebben haar geraakt: zij heeft ze op eigen wijze verwerkt. Zij heeft ook in Bergen gewoond en geschilderd en op enige reizen o.a. naar Joegoslavië landschappen gemaakt. O p stillevens, portretten, waaronder zelfportretten, heeft zij zich toegelegd. O p een tentoonstelling in Haarlem was onlangs een reeks schilderijen te zien. Volgens enkele critici zou Else Berg in het vooroorlogse Nederland weinig bekend zijn geweest. Tussen 1913 en 1941 was zij evenwel op 5 7 exposities vertegenwoordigd! Bovendien was zij actief als bestuurster van de Hollandse Kunstenaarskring. In 1943 is zij met haar man opgepakt en in Auschwitz vermoord. e

Else Berg, zelfportret, olieverf. Joods Historisch Museum.


Boekbespreking

Jeckepotz, een Duitse geuzennaam 'Waar G o d in Auschwitz was, weet ik niet', schrijft Arie Goral, 'maar één ding is zeker, wij J o d e n dragen Auschwitz nog steeds met ons mee'. H i e r is een tachtigjarige schilderschrijver-activist aan het woord, een opmerkelijk man, die in het onlangs verschenen eerste deel van zijn autobiografie vertelt over een controversieel leven. In 1909 als Walter Sternheim geboren, bracht hij zijn jeugd in H a m b u r g door, waar zijn J o o d zijn werd gekleurd door het socialistisch gedachtengoed ten tijde van de Weimar-Republiek. Al vroeg raakte hij bezeten van politiek en cultuur, in een synthese die hij de rest van zijn leven niet meer los zou laten. Zijn vader, met een heilig vertrouwen in de keizer naar het front vertrokken, was teruggekeerd als een voor tachtig procent 'kriegsbesch'adigt' verklaarde kreupele. O p straat speelden de kinderen geen 'Krieg' meer maar 'Revolution': h e t was nog slechts de vraag van welke k a n t deze zou toeslaan. H e t socialisme alléén was de jongste Walter te mager. Hij las niet alleen Gustav Landauer's 'Aufruf z u m Sozialismus', maar ook de 'Chassidissche Legenden' van Martin Buber en Arje T a r t o k o w e r ' s 'Geschichte des Jüdischen Sozialismus'. Hij sloot zich aan bij de socialistisch-zionistische jeugdbond H a b o n i e m en bereidde zich in de wijn- en t u i n b o u w vóór o p een eventueel vertrek naar Palestina. T o e n in het warenhuis zijn chef, met wie hij zich over moderne literatuur placht te o n d e r h o u d e n , o p de dag van de J u d e n boycot, 1 april 1933, opeens in vol S.A.A. ornaat verscheen, was de maat vol. Walter Sternheim nam afscheid van het 'andere Duitsland' d o o r nog één keer, in het huis van een communistische vriend de film van Eisenstein, Potemkin, te aanschouwen. O p vierentwintigjarige leeftijd verliet hij de stad, waar hij zich aan de oevers van de Elbe even thuis had gevoeld als zijn verre voorvaderen aan de Jordaan.

Kibboets In Palestina vestigde hij zich o p een kibboets en werkte er o p de sinaasappelplantages en daarnaast in de bouw. H i e r m a a k t e hij kennis met een geheel nieuwe cultuur: die van zijn Arabische mede-bouwvakkers. Intussen schreef hij gedichten en begon onder invloed van de Jood-Arabische oorlog te schilderen. Zijn schilderijen, d o o r d r e n k t van een oriëntaalse atmosfeer werden bevolkt d o o r ruïnes, offerdieren en vervolg-

den. Maar onzeker als hij was over zijn talent, nam hij een andere naam aan. Walter Sternheim werd Arie Goral, geënt op 'haschir ha Goral', het 'Schicksal' lied van Brahms. N i e t onbelangrijk was dat Brahms een burger van H a m b u r g was geweest. D e navelstreng die hem met de stad van zijn jeugd verbonden hield, liet zich niet negeren. M e t enige omwegen keerde hij er in 1953 terug, 'nur auf Besuch'. In zijn autobiografie en al eerder in de vele artikelen die hij als freelance journalist publiceerde in uiteenlopende bladen als de communistische Die Andere Zeit en de Allgemeine jüdische Wochenzeitung w o r d t duidelijk waarom hij dit bezoek nooit afbrak. 'Jeckepotz - Eine jüdische-deutsche J u g e n d 1914-1933', luidt de titel die Goral aan het eerst deel van zijn autobiografie meegaf.

Heine Jeckepotz - het scheldwoord dat de oostjoden jegens de zich superieur opstellende Duiste J o d e n bezigden - verheft Goral met enige zelfspot t o t geuzennaam. Miniteus en met liefde, zonder in vals sentiment te vervallen, beschrijft hij het leven van zijn grotendeels gedeporteerde familie. Wie anders had de sfeer van de Grindel, de H a m burgse J o d e n b u u r t , kunnen optekenen, nu de universiteit over haar fundamenten is heengebouwd? In Goral's boek krijgen geuren, kleuren en smaken van weleer opnieuw een ziel: vader die alvorens naar het front te vertrekken zo lekker naar 'soldaat' ruikt,, moeders felrode geraniums waarvoor kleine Walter met tegenzin de paardemest van straat moet halen, de 'gefillte fisch' van g r o o t m o e d e r waarnaar ooms, tantes, neven en nichten al dagen van te voren uitzien. D e vlierbessen waarmee moeder Sternheim haar watergruwel toebereidde dringen d o o r het openstaande raam van de trein Goral's neusgaten binnen, wanneer hij na twintig jaar afwezigheid H a m b u r g nadert. En aan de stad die deze herrinnering in zich bergt, draagt hij zijn autobiografie op, in ' H a s s liebe' w e k e verstaan. Want haat-liefde kenm e r k t zijn bezoek van nu al zesenveertig jaar, waarin hij als verslaggever de processen tegen oorlogsmisdadigers bijwoont, zich solidair verklaart met de studenten- en vredesbeweging, vergeten stukjes Joodse geschiedenis opnieuw tot leven brengt en

Israël verdedigt en bekritiseert. Geen wonder dat behalve zijn vrienden, ook zijn vijanden overal te vinden zijn. In zijn boeken en brochures richt Goral een m o n u m e n t o p voor zijn eigen familie en de H a m b u r g s e J o d e n uit de G r i n d e l b u u r t , maar hij vat het oprichten van m o n u m e n t e n ook letterlijk o p als een ingrijpen in het heden. De geest van H e i n e waart d o o r H a m b u r g en Goral w o r d t t o t zijn profeet. H e t gedenken van H e i n e k e n t in H a m b u r g een roerige geschiedenis. In de jaren twintig werden er na veel politiek gekissebis twee standbeelden van de J o o d s e dichter opgericht. H e t ene emigreert in 1933 naar Frankrijk, waar het nog steeds te bewonderen valt in het stadspark van T o u l o n , het ander w o r d t omgesmolten t o t oorlogsmetaal. Goral richt de HeineDenkmal-initiatiefgroep o p en de politieke touwtrekkerij herhaalt zich. H e t d u u r t maar liefst tien jaar voordat de initiatiefgroep zijn zin krijgt: in 1982 prijkt H e i n e eindelijk p r o m i n e n t o p de R a t h a u s m a r k t . Goral besluit zijn autobiografie met een vijftal prachtige droomverhalen, kafkiaans en lichtvoetig tegelijk. H e t zijn d r o m e n die korte m e t t e n maken met de werkelijkheid. In de 'zionistische T r a u m ' van Benjamin J e c k e p o t z schelden Benjamin en zijn J e m e nitische broeders in de villa in aanbouw, waar ze werken in het zweet huns aanschijns, samen o p h u n rijke opdrachtgever Salman Schocken. ' D o s lebn is di greste mezie, man krigt es umsinst.' ( H e t leven is het voordeligste koopje, dat krijg je voor niks) In de ' H a m b u r g e r T r a u m ' telt Benjamin voor zijn inlichtingen naar verdwenen bekenden per keer één mark neer. Zijn vrienden zijn dood, maar geen nood: de derde aanvraag w o r d t gratis d o o r de desbetreffende ambtenaar in behandeling genomen. Walter Sternheim. Arie Goral, Benjamin Jeckep o t z : tezamen vormen zij een man die, als hij de strijd zou staken, zou verbleken t o t een schaduw van zichzelf. Maar wie weet hoeft dat wel nooit te gebeuren.

Evelien Gans Arie Goral Sternheim, Jeckepotz - Eine jüdische J u g e n d 1914-1933, V(erlag) S(ozialistischer) A(rbeiterbewegung), H a m b u r g 1989, Stresemannstrasse 384a, 2000 H a m burg 50, 26.28 D M .


Tekens aan de wand? Denk' ich an Deutschland in der Nacht, so werd' ich um den Schlaf gebracht.

Deze regels van Heinrich Heine spookten in de afgelopen weken menigmaal door mijn hoofd. H a a s t anderhalve eeuw na zijn overlijden kunnen voor 'Deutschland' o o k andere landen worden ingevuld. D e uitspraken van de primaat van Polen, de geluiden uit de panslawistische Pamjat, het gerommel uit de Balkan, de toespraken o p de bijeenkomsten van de 'Republikaner' en de woorden en tonen van h e t 'Deutschlandlied' jagen het bloed naar onze slapen. Velen van onze generatiegenoten zien weer dreigende schimmen aan de horizon. Kohl's zevenmijlstappen naar hereniging der beide Duitslanden, h e t gehakketak over de O d e r Neisze grens, de verkiezingsuitslagen in de D D R , de u i t t o c h t der Russische J o d e n , k o r t o m , de vermeende tekens aan de wand, maken ons zenuwachtig en angstig. O n z e trommelvliezen vangen politieke geluiden o p die voor anderen slechts stilte zijn. O n z e ogen zien woorden tussen de regels die voor anderen onzichtbaar blijven. O n s brein registreert gevaar waar anderen alleen rust ontwaren en wij kwellen onszelf met onheilsgedachten waar voor anderen de toekomst lijkt te lachen. O p onze ruggen d r u k t de rugzak vol m e t stenen des aanstoots. D e tekens aan de wand zijn bij ons nooit vrolijke graffiti. D e verkiezingsleuzen in de D D R , de toespraken van Westduitse politici en de neo-nazistische ' p u n k s ' met h u n gemillimeterde k o p pen wekken onrust in onze fladderende harten. Wij zijn geen reuzen die het leed van de wereld hoeven te dragen maar evenmin zijn wij blind voor ziijn noden. O n z e angst gaat soms te ver en wij maken onszelf wijs dat daar alle reden voor is. Angst is voor velen van ons een slopende levenspartner geworden. Wij koesteren hem, maar trachten h e m tegelijkertijd het zwijgen op te leggen. Meestal zonder een reële poging het bestaansrecht van die angst te onderzoeken. O o k mij hebben de gebeurtenissen in de afgelopen maanden vaak onzeker en bevreesd gemaakt. Veel nieuwsfeiten zetten een d o m p e r o p de vreugde van de verlossing uit h e t totalitarisme. Maar is het niet onverstandig o m d o o r een paar teleurstellende berichten h e t optimisme in pessimisme te laten omslaan? Ja, de C D U heeft in de D D R gewonnen, maar betekent dat een overwinning van gevaarlijke krachten in d a t uitgemergelde stuk Duitsland? Enzensberger stelt de di-

agnose: de C D U - s t e m m e r s stemden o p de Mercedessen, de Volkswagens G T I en o p consumptiegoederen die smaakmakend en verlokkend in de West-Berlijnse etalages liggen. Ik denk dat hij gelijk heeft en d a t bijna hetzelfde geldt voor de kiezers van conservatieve partijen in Polen en H o n g a rije. Alleen daar smeult h e t tientallen jaren onderdrukte nationalisme (evenals in R u s land en Roemenië) en dat is nooit bevorderlijk geweest voor tolerantie en zal h e t ook n u niet zijn.

Vonkjes hoop Maar betekent dit dat in O o s t - E u r o p a de vluchtkoffer in de huizen van J o d e n weer gepakt m o e t worden, dat er vervolgingen en pogroms dreigen? Ik ben niet helderziende en evenmin een optimist. Er zijn echter signalen die de spookbeelden die bij velen van ons leven zo niet verjagen, dan toch verzachten: H e t Kremlin heeft de pogrom-dreigingen van de Pamjat heftig van de hand gewezen. De anti-Joodse stroming daarin is niet van recente d a t u m . D e voorloper van de Pamjat, de pan-slawistische beweging, waarin schrijvers als Dostojewski h u n antisemitisme reeds uitleefden, k o n alleen m e t steun van

het tsaristische bewind vervolgingen en p o groms laten ontvlammen. Stalin misbruikte deze sentimenten o p grote schaal, evenals menig opvolger. Ik h e b het gevoel dat h e t getij in het tijdperk van Gorbatsjow gekeerd is en dat excessen zoals in h e t verleden t o t dat verleden behoren. Misschien is mijn wens de vader van mijn gedachte. H e t feit dat h e t Kremlin zich kritisch uitlaat over de boosaardige dreiging van deze verdwaasde nationalisten is nieuw in de geschiedenis en stemt mij hoopvol. Hetzelfde geldt voor Polen. D e uitlatingen van de primaat G l e m p in verband met h e t klooster der Carmelitessen maakten ons woedend, bang en verdrietig. Wij vroegen ons af of er dan n o g niets veranderd is in de Poolse harten en hoofden na de Sjoa. In de afgelopen maanden bleek d a t de clerus niet meer als één man achter de primaat stond. D e toespraken van premier Masowietsky en van Lech Walensa bij de steenlegging voor het nieuwe klooster buiten de omheining van de plek van onze diepste ellende, maakten mij duidelijk dat fatsoen en medegevoel weer kansen krijgen in h e t land welks naam zo zwaar beladen was d o o r haat en dood. Ik wil geen valse h o o p wekken, noch de waakzaamheid voor antisemitisme laten verflauwen. Als ik echter de humane woorden van Vaclav Havel lees, h o o r hoe o u d - k a m p genoten in h e t Burgerforum h u n stem laten klinken, merk hoe de pessimistische Györgi Konrad vonkjes h o o p in zijn woorden legt en verneem dat voormalige Oostbloklanden met Israël diplomatieke betrekkingen herstellen, probeer ik mij zelf moed in te spreken. Z o u de wereld toch te redden zijn? Gerhard Durlacher


Bevrijding 'Sjada, jesjmerejnoe, matselejnoe, mi kol ro'o'. (God, bescherm ons, red ons van al het kwade.) Niemand, van alle namen, die Wiepje iedere dag in haar gebedje had gefluisterd, was gekomen. Waren ze verdwaald? Haar moeder, haar vader, haar zusjes, haar tantes... Sjada, jesjmerejnoe, matselejnoe, mi kol ro'o. Ze wachtte voor het raam. Juist op die ochtend was ze naar buiten gegaan, en had door de straten gelopen, in de hoop dat ze tenminste één van hen zou vinden. Ze dacht, stel je voor, ze kunnen de straat niet vinden. Ze hebben het huisnummer vergeten. Ze vragen naar mijn andere naam, of nog erger, ze denken dat ik, Wiepje nog steeds op één van die andere adressen zit. Ze had alle namen van haar familie met het gebedje van haar vader in een vaste volgorde gezet. Zodat niemand werd vergeten. Mama, Papa, Ofra, Joost, Chana, Lies, Frank, Judith, Misha, Bobbie, Bert, Rolf, tante Mirjam, oom Daninko, 'Shada, jesjemerejnoe, matselejnoe, mi kol ro'o'. Bij iedere naam, deed ze een stap. Als er 'tante' of 'oom' voor stond maakte ze een huppelpasje. Bij het Hebreeuwse gebed stond ze stil. Ze was bang, dat iemand die ze oversloeg nooit meer terug zou komen. Een als ze allemaal dood waren, wie had er dan nog iets aan haar? Al zou er maar iemand terugkomen. Maar wie zou dat dan moeten zijn? Die gedachte was het ergste. Ze had geen enkele brief ontvangen toen ze pas geleden 10 was geworden. Een verjaarskaart was toch niet gevaarlijk?

'De oorlog is nog niet voorbij', hadden tante en oom gezegd. Wiepje weet niet meer hoe laat ze die ochtend thuis is gekomen Ze heeft zeker heel lang met al die namen door de straten gelopen want haar 'groeibenen' deden zeer. Ze hing haar jas aan de kapstok bij de jassen van tante en oom. Binnen klonk geroezemoes en daartussen een stem die niet in de kamer thuis hoorde. Met de deurkruk nog in haar handen bleef ze staan. Bij het raam zit haar grote zus Ofra. Ze spreidt haar gevouwen knieën en armen open, haar stem zingt een naam die in dit huis niet eerder geroepen is. Haar eigen naam, Yaeel Yaeel Yaeel. H e t kind staat bewegingsloos en staart haar zuster aan. Wiepje's ogen zoeken iets tot het binnenste van Ofra's wezen. Zoeken het zusje van toen dat niet meer bestaat. Alles wat ze had willen zeggen >s weg behalve een snikkerig geluid, om vroeger, waarnaar ze zo heeft verlangd. Vroeger dat opeens weer hier is. Ofra's lieve woorden, soms zachtjes dan harder, die zich steeds herhalen brengen haar weer tot leven. D e roes waarin ze vertoeft, glijdt van haar af. Ofra is teruggekomen. Yaeel is ze weer geworden, door het uitspreken van die naam, door de oogopslag van Ofra. Regelmatig strelen Ofra's zachte handen Yaeel's haren. H e t gekreukelde bloesje hangt wijd om Ofra's vermagerde lichaam. Haar te kort geknipte haren, glanzen in de ochtendzon, die er opeens bij wil horen. Haar rok met losse zoom zit scheef om haar knieëen. de ring met de glinsterende diamantjes is weg. Ze lacht niet meer zoals vroeger. Dat alles ziet Yaeel, maar ze merkt vooral hoe Ofra's ogen naar haar kijken, hoe Ofra's stem naar haar toe golft,

hoe Ofra's blote armen zich om haar heen vouwen. Dan ziet ze het blauwe nummer op Ofra's arm. 'Waarom moest je dat nummer onthouden?', wil ze weten. 'Niet ik, de Duitsers, wat ben je gegroeid Yaeel'. 'Waarom wilden ze dat onthouden?' Tk zou je niet herkend hebben.' 'Hebben ze dat met een pen geschreven?' 'Niet met een pen. Zelfs je stem is veranderd'.


'Waarom deden ze dat bij jou?' 'Bij iedereen die daar was. Je haar is donkerder'. 'Waar was je Ofra? Waarom heb je niet geschreven?' 'Uit dat andere land kon ik niet schrijven.' Maar waar was Chana, haar zuster's dochtertje? En Joost, haar zuster's man? Yaeel wilde alle antwoorden nu, meteen. Chana zou ze ophalen, die zat nog in Zeeland.

Zodra ze een huis kreeg. H e t huis zou er heel gauw zijn en Yaeel zou dan bij hun wonen. -Yaeel stelt zich het huis voor. Er omheen een tuin met bloemen. D e feestdagen vieren in het huis, stemmen die zingen en lachen. Ze zouden allemaal weer samen wonen, papa, mama, Joost, Ofra, kleine Chana, de broers de andere zusjes.'Wanneer komt Joost?' Joost is dood, in dat andere land.

En de anderen Al die namen van iedere dag? Had G o d ze niet gehoord? Had ze dan moeten schreeuwen? Had ze haar gebedje ooit een dag vergeten? Heel stil zitten ze, in een omhelzing van tranen, op die eerste dag van hun 'samen rouwen'.

Ruth Waterman, februari 1990


De boekentafel In ons bulletin worden regelmatig boeken besproken, die ons inziens de mensen aanspreken. Tijdens de jaarlijkse reünie in de RAI te Amsterdam trachten we zoveel mogelijk van deze boeken o p onze boekentafel te etaleren. Ieder jaar weer blijkt dat een enorme trekpleister te zijn. Zo ook dit jaar. O n d a n k s de korte spanne tijds die men ter beschikking had voor de boekentafel, was de belangstelling erg groot. D e toeloop was zo enorm dat de degenen die achter de boekentafel stonden alle zeilen hebben moeten bijzetten o m iedereen te helpen.

Tot onze spijt echter, hebben wij achteraf moeten vaststellen dat een aantal mensen, waarschijnlijk vanwege de drukte, vergeten zijn boeken af te rekenen. Dat was en is een grote teleurstelling voor ons. Er moet veel werk verzet worden om interessante boeken op de tafel te krijgen. Daarnaast dienen met de uitgevers te worden afgerekend. Als er dan boeken worden meegenomen zonder te betalen zijn de kosten voor het Auschwitz C o mité.

D e boekentafel-medewerkers

D a a r o m verzoeken wij de mensen die boeken hebben meegenomen en die vergeten zijn deze af te rekenen dit alsnog

Mirjam, Jeannet en Jetty R o b e r t H a n c k e vraagt Mirjam (of Mary) Blitz - eind 1944 t o t april 1 9 4 5 in Wolfsburg bij Fallersleben -, auteur van het boek 'Auschwitz 1 3 9 1 7 ' , na de bevrijding wonend Meerhuizenstr. 2 7 , Amsterdam, contact met hem op te nemen. Evenzo Jeannet de Vries (eerder) Transvaalstraat 1 1 6 , en J e t t y Eliaken, Pupillenstraat 116 R o t t e r d a m . Adres: R o b e r t H a n c k e , O o s t s t r a a t 51 8 4 8 0 Veurne België.

te doen. H e t geld k u n t u storten o p de rekening van onze penningmeester (293087). Wij rekenen o p uw solidariteit.

I C O D O is het Informatie- en Coordinaticorgaan Dienstverlening Oorlogsgetroffenen. U kunt u tot I C O D O richten met uw vragen over mogelijke hulpverlening bij moeilijkheden van lichamelijke, psychische of sociale aard. Spreekuren van I C O D O zijn op maandag, dinsdag en donderdag van 10 tot 12 uur of na telefonische afspraak. I C O D O , Willem Barentszstraat 31c, 3572 PB Utrecht. Tel. 030-73 0 8 1 1 .

O p 19 mei a.s. h o u d t Cent r u m '45 wederom een open dag. Alle cliënten en oudcliënten zijn hierbij tussen 10.00 uur en 16.00 uur van harte welkom. Nadere informatie: H . H . Vogelaar, tel. 071-155242. Adres: C e n t r u m '45, Rijnzichtweg 35, 2342 A X Oegstgeest.

Auschwitz-reis 1990 O o k dit jaar zal het Nederlands Auschwitz C o m i t é , met medewerking van het Algemeen Pedagogisch Studiecentrum (APS) een reis naar Polen organiseren, waarbij onder meer de voormalige concentratiekampen Auschwitz, Birkenau en Sobibor zullen worden bezocht. D e z e reis zal in de eerste plaats een educatief karakter hebben; er kunnen maximaal 9 0 mensen mee; een aantal plaatsen is gereserveerd voor onderwijskrachten die in h u n lessen aandacht aan de Tweede Wereldoorlog besteden. De reis zal plaats vinden van 5 t o t en met 9 november 1990; de kosten zullen niet meer dan ƒ 1000,- per persoon bedragen. Voor inlichtingen gelieve men onderstaande b o n in te vullen en o p te sturen naar: APS, t.a.v. mevr. Agnes Mars .Postbus 7888 1008 AB A m s t e r d a m

Auschwitz-reis 1990 naam straat en huisnummer postcode en woonplaats verzoekt toezending informatie Auschwitz-reis 1990

O p 6 mei 1 9 9 0 w o r d t in Mauthausen herdacht dat het k a m p 4 5 jaar geleden d o o r het Amerikaanse leger is bevrijd. H e t is de bedoeling dat aan deze herdenking w o r d t deelgenomen d o o r veteranen van de legereenheid die het k a m p Ebensee hebben bevrijd. Van h u n zijde is thans het verzoek ontvangen hieraan bekendheid te geven en met name oud-gevangenen die in Ebensee zijn bevrijd op te roepen bij de herdenking aanwezig te zijn tesamen met h u n bevrijders. Belangstellenden worden verzocht zich aan te melden bij de heer H e n k van M o o c k , v o o r z i t t e r van de Stichting Vriendenkring 'Mauthausen', Duizendschoonstraat 1, 1 0 3 1 BE A m s t e r d a m , tel. 0 2 0 - 3 2 76 9 2 .


Auschwitz Bulletin, 1990, nr. 02 Mei