Issuu on Google+

nederlands auschwitz c o m i t é

3 1 e jaargang, nr. 2, m e i 1987

Secr E Furth, Diemerkade 43, 1111 AC Diemen, tel.. 020-905310 bankrek. A M R O BANK, bijk van Baerlestr. 58, 1071 BA A m s t e r d a m , spaarrek. 40 01 75 088 Gem. giro- 4875500, postgiro 293087 t n v. NAC Redaktie Drs Eva Tas, Amsteldi|k 23, tel 020-795716, 1074 HS A m sterdam Administratie krant: D van Geens, Renkumhof 50, 1106 JB Amsterd a m (Zuid-Oost), tel 020-972869.

Geschiedenis maken wijzelf 'Wij leven in de wereld na Auschwitz, een waarschuwingsteken voor de mogelijkheid van de volledige morele mislukking van een moderne samenleving'. Aldus dc Oostenrijkse bondskanselier (nier president) Franz Vranitzky begin december op een wereldconferentie van deelnemers aan de Tweede wereldoorlog te Wenen. In Brussel hield de Auschwitz Stichting een symposium over de processen van Neurenberg met een illuster gezelschap van rechtsgeleerden, politici en overlevenden van de nazi-razernij. In Frankfurt hekelde een groep historici, ook begeleid door overlevenden, de 'wending' in de Bondsduitse geschiedschrijving: het Derde rijk, met inbegrip van de Sjoah, zou niets eenmaligs zijn in het verloop van de historie, maar een simpel bedrijfsongevallerje. En Hitier zou tegen de Sowjet-Unie een preventieve oorlog hebben gevoerd.

Ook in Frankfurt spraken oud-gevangenen een woordje mee. Bij ons zond de school-tv de film Sjoah in verkorte vorm uir. D e Anne Frank-stichting zorgde voor een speciale krant. Daarin staan o.m. de ervaringen van Eva Furrh, nu secretaresse van het N A C . Het herinneringscentrum Westerbork is uitgebreid en heropend. In Vughr zal ter herinnering een barak verrijzen zoals er destijds stonden. Het synagoge-complex aan het Mr. Visseren Jonas Daniël zal op 3 m e i worden ingewijd als nieuwe, zeer waardige behuizing voor het Joodse Historisch Museum. D e medaille heeft een andere kant. N a Amsterdam zag Hilversum vorig jaar een moord van racistisch karakter op een jonge man. Dat racistische, discriminatie-karakter werd door de rechtbank onrkend, resp. veronachtzaamd, even ernstig als de moordzaak zelf. Voor Wies Moens, de Belgische, bij verstek ter dood veroordeelde oorlogsmisdadiger, is in het Limburgse Neerbeek op 8 februari een dodenmis, een kerkelijke herdenking dus, gehouden. Ondanks protesten van ons comité en van de Expogé. De bisschop van Roermond liet weten dat er niets op tegen is op de 'verjaardag van het overlijden van katholieken een kerkdienst te houden.' Er is nu eenmaal een categorie die het nooit o f te nimmer gewusst heeft.

VIERT ^ DE o^MEI

Geen kerk in Auschwitz Je moet de ogen niet sluiten voor deze 'rrend', zo min als voor de positieve tegenstromen. De K R O heeft zich (6 maart) op eigen rerrein verdienstelijk gemaakt door het uitzenden van een documentaire van André Truyman "Geen kerk in Auschwitz". Een kerk met een groot kruis bovenop

Op 4 mei naar de Dam Op 4 mei trekken wij weer zwijgend door Amsterdam naar de Dam, nemen daar de twee minuten stilte in acht, luisteren naar de burgemeester en leggen onze bloemen bij her Nationale monument. Als u kunt, komt u dan ook, neemt uw kinderen, kleinkinderen, vrienden en bekenden mee. Wij verzamelen ons als gewoonlijk om 18.30 uur, half zeven, op de Nassaukade, hoek Bosboom Toussaintstraat. Tot ziens!

Nederlandse Auschwitz Comité

wordt ingericht in Birkenau; in het zg. theatergebouw, waar destijds het gas werd opgeslagen, is een klooster gevestigd. Intussen heeft de Franse opperrabbijn Sirat in overleg met het Poolse episcopaat bereikt dat dit Carmelitessen-klooster zal worden verplaatst. D e documentaire toont duidelijk de onverschilligheid van de non die les geeft in Birkenau en de priores van het klooster die meent dat de Joden van Auschwitz geen weet hebben. Wij achten het belangrijk en verheugend dat m ons land katholieken van uiteenlopende gerichtheid niet alleen erkennen hoe noodlottig het optreden van hun kerk door de eeuwen voor de Joden is geweest, maar hun houding hebben herzien. Ook kardinaal Simonis acht het klooster in Auschwitz onaanvaardbaar voor Joden. André Truyman heeft zich met zijn film zeer verdienstelijk gemaakt. Als tegenwicht


Om 4 cn 5 mei Elk jaar roepen wij o p voor de stille tocht o p 4 mei. Elk jaar komen niet alleen o p de D a m mensen, oude en steeds meer jonge, bijeen op gedenkplaatsen, overal in h e t land. D c twee minuten stilte zijn een traditie, een van de weinige in Nederland. Elke 5 mei neemt h e t N A C deel aan de Nationale herdenking. Ieder kan natuurlijk naar eigen zin die dag d o o r b r e n g e n , de dag die voor ons en al onze vrienden bevrijdingsdag is, Wij willen dat ook officieel aanvaard zien. Deze 4e mei w o r d t de Verzetsprijs 1987 o m 23.00 uur in de N i e u w e K e r k te Amsterdam door het Kunstenaarsverzet uitgereikt aan de schrijver T h e u n de Vries D e minister-president heeft geopperd om de 4 mei-stilte en de term bevrijdingsdag te schrappen. H e t zal wel weer o m bezuiniging, verschraling, gaan. Eén van de argumenten luidt, het is al zolang geleden; zoveel Nederlanders hebben 5 mei 1945 niet zelf meegemaakt. Mogen wij op een parallel wijzen? Overal houden J o d e n Seideravond en vieren zij de bevrijding uit Egyptische slavernij. D a t is geen 40, maar tegen de 3000 jaar geleden.

vervolg van pagina 1

toont deze beelden van de begraafplaatsen van Pyskowice en Byton (Beuten) waar een dertigtal graven van Nederlandse J o d e n is gevonden. Over de laatste zal de Oorlogsgraven-stichting zich ontfermen. Hartverwarmend was o o k de d o o r de E O uitgezonden tv-film 'De kinderen van Villa Emma'. Een heel d o r p in Noord-Italié', met inbegrip van een klooster zette zich in de oorlog in voor een groep J o o d s kinderen, die allen werden gered.

Een proces en een film D e twee van Breda hebben hun spijt betuigd aan premier Lubbers, aan oud-militairen en anderen, maar niet aan vertegenwoordigers van de door hen ten dode v e r v o l g d e j o d e n . D e regering nam de brief als kennisgeving aan. Terecht, menen wij. H e t gaat o m misdaden van een omvang en karakter waarvoor welke srraf dan ook slechts symbolisch wordt. N a 4 2 jaar worden niet alleen symposia, discussies, standaardwerken en novellen gewijd aan de groorste uitroeiings-campagne uit degeschiedenis, d e nasleep van die r a m p zelf d u u r t voort.

Z o n d e r die bevrijding zou er geen J o o d s volk zijn geweest Z o n d e r de bevrijding o p 5 mei 1945 zou er

geen Nederland zijn geweest o m te regeren door welk Nederlandse ministerploeg dan ook.

De Auschwitz-herdenking 1987 op de Nieuwe Oosterbegraafplaats van een andere kant gezien. Foto. Nationaal Foto-Persbureau.

In Jeruzalem speelt het proces-Dcmjanjoek. Als men h o o r t hoe daar mensen ineenzakken en een verpleegkundige staf handen vol werk geven, begrijpt men opnieuw welk hartbrekend werk Claude Lanzmann tien jaar lang heeft gedaan en wat voor nooit te verwerken leed hij heeft opgeroepen, ... omdat het moest, ook in Israël anno 1987. Schoolklassen, recruten, bejaarde overlevenden van kampen, zij horen weer of nu pas wat nooit vergeten mag worden. En het is n o g met afgelopen. Binnen afzienbare tijd wacht ons in Frankrijk het proces tegen Barbie, de slachter van Lyon, die ook in N e d e r land heeft huisgehouden. In groter verband: Israël moest vragen de archieven van de Verenigde Naties (die in N e w York worden bewaard) te openen. Voorlopig zonder succes.

Moordende artsen geëerd Artsen die Hitiers zg. euthanasie, de m o o r d o p geesteszieken, uitvoerden, zijn in de Bondsrepubliek niet alleen nooit vervolgd, leerde een onderzoek van de Westduitse Report-tv. Alle medewerkers van de Heidelbergse medische moordenaar Schneider werden vervolgens o o k professor en overladen met ereblijken. Een ander, die kinderen de dood inzond werd beloond met een professoraat in de kindergeneeskunde.

In schrille tegenstehng hiermee worden overlevende slachtoffers o n d e r de 'verpleegden', die in de d o o d b r e n g e n d e klinieken niet meer 'behandeld' zijn niet als nazi-slachtoffers erkend, evenmin als de onder dwang gesteriliseerden.

Ook de wereld geen brandoffer W i e ons totzovcr heeft gevolgd zou kunnen denken dat wij m e t ons allen druk doende zijn of m e t h e r d e n k e n of met het afwerken van slepende zware gevallen uit de Tweede Wereldoorlog. Ieder kind weet dat er nog wel iets anders aan de hand is. Wat - eens ten onrechte - holocaust, dat is brandoffer, heette, bedreigt de hele aarde m e t zijn bewoners. H e t ziet naar uit dat de machtigsten o p deze aarde gaan vinden om de g r o o t s t e dreigingen te verminderen. Daarmee gehoor gevend aan de verlangens van de minder machtigen en dc machtelozen. Protestdemonstraties zijn dus niet zonder zin gebleven. Er g e b e u r t van alles zonder ons, tegen ons vaak. 'Wij hebben geleerd dat je je tegen het kwaad k u n t vechten, ook als het sterk e n gewapend is', zei de oude Italiaanse v r o u w in de Israëlische reconstructie-film. H e t noodlot krijgt niet h e t laatste w o o r d . De geschiedenis maken wij tenslotte zelf.


We zijn er weer Toespraak van burgemeester E. van Thijn bij de herdenking ' N o o i t meer Auschwitz', 25 januari 1987. 'Maar... we zijn er weer.' Dat zei één van de spreeksters tijdens de recente hoorzitting in de Tweede K a m e r over Kamerstuk 19783 (de rechtmatigheid van een pensioentoekenning). Toen, in 1972, tijdens de vorige hoorzitting over de drie van Breda waren er er ook. ' N u zir ik hier weer', zegt een ander. 'En ik schaam mij.' Ik schaam mij, o m d a t ik opnieuw hier moet zijn om te vertellen, o m uit te leggen wat er gebeurd is.' O p n i e u w waren de organisaties van oorlogsgetroffenen en voormalig verzet uitgerukr om, ten overstaan van de Volksvertegenwoordiging, uiteen te zetten, wat nog maar altijd geen gemeengoed blijkt te zijn. O p n i e u w hadden velen in Den Haag zich verkeken o p het feit dar de geschiedenis van de tweede Wereldoorlog niet tot het verleden b e h o o r t maar nog altijd in hoge mateher heden bepaalt. O p n i e u w moest men ontdekken dat Auschwitz altijd bij ons is. Of, zoals Elie Wiesel zei bij de aanvaarding van de Nobelprijs: 'Voor het eerst in de geschiedenis konden we onze doden niet begraven. Wij dragen hun graf in onszelf.' 'Maar... we zijn er weer' en opnieuw zijn we verbaasd, verbijsterd en diep gekwersr dat nog altijd bij dit soort kwesties het belangrijkste dillemma blijkr te zijn: de keuze tussen de beginselen van onze rechtsstaat en de gevoelens van de oorlogsslachtoffers. Zij die zo'n dilemma hanteren beseffen niet dar zij onrechr doen, zowel aan onze rechtsbeginselen als aan de emoties van de diegenen die men nu juist zou willen ontzien. Onze rechtsstaat is immers gebaseerd o p elementaire beginselen van erhiek en m o raal, die o p h u n beurt weer diep geworteld zijn in en onlosmakelijk verbonden zijn met, historisch bepaalde, waarden en emoties. D e rechtsstaat is verankerd in ons rechtsgevoel, ons rechtsgevoel is het vlees en bloed van onze rechtsstaat. O m g e k e e r d vragen de oorlogsgetroffenen telkenmale weer opnieuw om recht en erkenning, niet om genadebrood. 'We zijn er weer', zei één van de spreeksters, vertegenwoordigster van een Joodse vrouwenorganisatie: 'Wij, J o d e n van 1986, zijn geen oorlogsslachtoffer die o p déze manier moeten worden gespaard... Samen met u willen wij slechts de weg gaan van recht en rechtvaardigheid.'

Wij konden onze doden niet begraven', zegt Elie Wiesel. 'Wij hadden niet de keuze om te vergeten. Herinneren was nodig om te overleven.' Maar herinneren is meer dan herdenken. H e r d e n k e n doen wij vandaag, elk jaar, hier, o p deze plaats bij het Auschwitz-monument. Herinneren doen wij altijd, eergisteren, vannacht, overmorgen, en, o p m o m e n t e n dat het er o p aankomt. ' N o o i t meer Auschwitz' is geen herdenkingsleuze, het is een levenskeuze, een elementair rechtsbeginsel, een norm, een bouwsreen van onze rechtsstaat, misschien

zelfs wel het uitgangspunt. 'Was Auschwitz een gevolg of een misstap van 'de beschaving?' vraagt Elie Wiesel zich af. Een ding sraat vast: Auschwitz heeft een vraagteken geplaats bij die beschaving, zoals bij alles dat aan Auschwitz vooraf ging. Die lijn in Wiesel d o o r t r e k k e n d zou men k u n n e n zeggen dat een beschaving vandaag dat predikaat onwaardig is als de herinnering aan Auschwitz voor haar niet richtingbepalend zou zijn. En daarom... zijn we er weer Hier, niet om nu ontzien te worden, afgeworpen tegen onze rechtsstaat, maar o m daarvan deelgenoot en drager te zijn.


T R A U M A E N THERAPIE

O n d e r deze titel h e b ik in het herdenkingsn u m m e r van het N A C in januari van dit jaar verslag gedaan van de inleiding die prof. J. Bastiaans in december 1986 in Israël heeft gehouden. Inmiddels ligt zijn boek 'Isolement en Bevrijding' al geruime tijd in de boekhandel.

H e t boek heeft van de schrijver de opdracht meegekregen: 'Voor de slachtoffers van geweld en degenen die bij h u n begeleiding en behandeling betrokken zijn.'Deze opdracht geeft weer vanuit welke intentie het boek geschreven is: M e d e d o g e n en meeleven. Alleen vakgenoten zijn in staat dit boek o p zijn wetenschappelijke merites te beoordelen, ik kan u alleen laten weten welke indruk het o p mij gemaakt heeft. O p de omslag staat over Bastiaans, na vastgesteld te hebben dat 'De o o r l o g in het bijzonder o o k o p geestelijk gebied verwoestend (heeft) gewerkt': 'Professor Bastiaans heeft de afgelopen dertig jaar heel veel slachtoffers van geestelijk geweld, gijzeling en concentratiekamp bijgestaan en behandeld. Algemeen bekend is hij dan o o k o m zijn behandeling van het K . Z . Syndroom.' En verder: 'Hij onderzocht de samenhang tussen stress en kanker.' Dit laatste zal voor veel lezers wellicht nieuw zijn.

Prof. Bastiaans was al vroeg bij het studentenverzet betrokken: in 1941 was hij één der eersten die aan de Universiteit van Amsterdam (toen nog Gemeente-universiteit) werden geschorst. Zijn oorlogservaringen hebben h e m t o t zijn latere activiteiten op het gebied van geweldslachtoffers gebracht; zijn samenwerking met prof. J u d a G r o e n heeft geleid tot zijn onderzoek over de samenhang tussen stress en kanker.

'Zekerheid, isolement en bevrijding' is de titel van het eerste hoofdstuk, waarin gesteld w o r d t : 'De mens wil zich thuisvoelen, wil veiligheid en zeketheid en toch ook vrij zijn.' In het K Z voelde men zich niet thuis, miste men de veiligheid en de zekerheid en was men - althans fysiek - niet vrij. Bastiaans spreekt daarom 'Vom Menschen im K Z u n d v o m K Z ïm Menschen.' Dit thema is vaak gebruikr; de Mosjiach moet tweemaal komen: éénmaal o m de

J o d e n uit de Diaspora te halen en éénmaal om de diaspora uit de J o d e n te halen. Deze messiaanse gedachte speelt door Bastiaans' gehele boek. Indrukwekkend is het hoofstuk Verlating en rouw waarin verband gelegd w o r d t tussen geestelijk oorlogsletsel en ervaringen opgedaan tijdens de jeugd. Bastiaans' conclusie luidt: 'Dit alles maakt wel duidelijk dat m e n kinderen en volwassenen bijtijds zou moeten leren wat de gevolgen van abnormale stress eigenlijk kunnen zijn en hoe men in een relatief vroeg stadium ernstige gevolgen kan voorkomen.' Het is verleidelijk n o g veel meer te citeren, maar veel beter is het dit boek te lezen. H e t is in voor velen begrijpelijke taal geschreven, en zeker niet alleen toegankelijk voor vakgenoten. Begrijpelijk, en voor ons zeer aanspreekbaar is vooral het hoofdstuk over de vier fasen van het K Z syndroom. - de Shockfase bij arrestatie, verhoor en mishandeling. - de Alarmfase; een toestand van innerlijk alarm. - de Aanpassingsfase, waarin mens en organisme een aanpassingsoplossing proberen te vinden, en ten slotte

In het tweede deel van het boek gaat de auteur o p een aantal praktijkvoorbeelden in waarvan een enkele misschien herkenbaar zal zijn. Misschien is het o o k niet goed dat iedereen alles leest; gelukkig kennen velen hun eigen grenzen.

Tenslotte, de schrijver maakt duidelijk waarom het niet altijd goed is 'groot en flink' te zijn, je niet te mogen aanstellen en met te m o g e n huilen. Deze zelfbeheersing, ons ten dele o p g e d r o n g e n d o o r een calvinistische omgeving, kan leiden t o t innerlijke 'afsluitingen' en 'kamptoestanden' die o p h u n beurt t o t spanningen en (communicatie) storingen aanleiding kunnen geven. Prof. Bastiaans geeft ook aan hoe belangrijk het 'vertalen van de klacht, het begrijpen en interpreteren daarvan is. Hierbij w o r d t n o g eens duidelijk hoe belangrijk de taak van de arts, van de verpleger en van alle personen in de omgeving van de patiënt is. H e t is te wensen dat velen - ook buiten onze kring - het boek zullen lezen. Z e zullen daardoor hopelijk war meer inzicht in deze p r o blematiek krijgen.

Abr. Caransa

- de Uitputtingsfase, waarin het Syndroom, o.a. in nachtmerries tot uiting k o m t . Velen van ons kennen deze stadia, hetzij door eigen beleving en herinnering, hetzij uit de pers naar aanleiding van gijzelingsdrama's. H i e r o p aansluitend bespreekt Bastiaans dan hoe bij heersen van verdriet psychosomatische reaties kunnen optreden.

Ongetwijfeld voor velen een 'eye-opener' is het hoofdstuk over d e 'Mogelijkheden van psychotherapie bij kanker'. Bij de behandeling van kanker denken we aan operatie, bestraling en chemo-therapie. Bastiaans schrijft over de mogelijkheid 'een zodanige verandering in de persoonlijkheid en in het functioneren daarvan o p te roepen dat de somatische (lichamelijke) weerstand w o r d t versterkt.'

Voor de wetenschappelijk geïnteresseerden is er een uitgebreide literatuuropgave.

Prof. D r . J . Bastiaans: ISOLEMENT E N BEVRIJDING. Uitg. Balans, Amsterdam. Prijs: ƒ 24,50


Rapport-van Dijke O p 8 april verzonden wij het volgende persbericht: H e t Nederlands Auschwitz Comité en het Verbond Belangenbehartiging Vervolgingsslachtoffers hebben uit de pers met grote verontrusting kennis g e n o m e n van het concept-eindrapport van de commisievan Dijke inzake sluiting en verslechtering van de uitkeringen aan oorlogsslachtoffers. Bovengenoemde organisaties vinden de conclusies van het rapport fout en volkomen onaanvaardbaar. Zij zullen zich tot het uiterste blijven verzetten tegen de in het rapport voorgestelde veranderingen en verslechteringen.

'Wie kan het leed van verschillende oorlogsgetroffenen in maat en getal uitdrukken?' vroeg prof. dr. H e r m a n Musaph zich af. D a t was in het N I W van 27 maart. H e t antw o o r d gegeven in het (concept) eindrapport-van Dijke is: ' N u l k o m m a nul. H e t leed is in veertig jaar tot niets vergaan.' Blijkens de persberichten doet de commissie-van Dijke, steunend o p dienstwillige sub-commissies het kabinet h e t zwaaien met de botste bijl voor. O n d a n k s huichelachtige verklaringen dat het o m het stroomlijnen van verschillende, in haast opgestelde wetten en zg. niet o m bezuinigingen zou gaan. Inplaats daarvan w o r d t via de zwakste groepen geld bijeengeschraapt. Voor Ed H o o r n i k had de Nederlandse staat een ereschuld aan de overlevenden: die worden nu geschoffeerd. 'De W U V ' , schreven wij drie jaar geleden, toen er al ernstig g e k o r t werd, 'de W U V is niet zo maar een wet en een recht, voor menigeen is het een houvast, niet alleen geld, maar een soort erkenning, een zekere genoegdoening. D e vervolging was in zijn gruwelijkheid iets unieks, de t e g e m o e t k o ming die de W U V v o r m t hangt daarmee nauw samen en staat o p zichzelf. Daaraan mag niet w o r d e n geknaagd of geknabbeld, deze W U V mag niet met andere w e t t e n o p één h o o p w o r d e n gegooid.' In dezelfde geest prof. Musaph: 'Er blijkt geen enkel begrip voor de g r o t e psychologische waarde van de financiële hulp voor de overheid aan de oorlogsgetroffenen, Geld is meer dan geld alleen. D e financiële hulp is wederkerend bewijs dat de overheid achter het slachtoffer staat, hetgeen het zelfrespect en de eigenwaarde, ook van de passieven onder ons, alleen maar vergroot.'

N u is duidelijk waarom de hoogleraren Schudel en van Pepplinkhuizen, twee psyc h i a t r i s c h e specialisten die nog nooit een

Primo Levi, tekening van David Levine. Uit de Boekenbijlage van Vrij Nederland van 18 april 1987.

nazislachtoffer onder ogen hebben gehad, zo nodig een literatuur-onderzoek m o e t e n doen. Juist omdat zij van de gevoelens van de eens vervolgden geen notie hebben. Die interesseren hen ook niet. Centen in de overheidskassa houden, ook als dat de zwaarste getroffenen nieuwe schokken en drepressies bezorgt. D e omgekeerde bewijslast, met pijn en moeite veroverd, moet weg. D e 'verlate gevolgen' van kamp, onderduik, abrupt verlies van familie en omgeving, wij kennen en voelen ze intussen allemaal. Er is een behoorlijke bibliotheek over volgeschreven, in en buiten Nederland en merendeels door psychiaters. D e W U V is pas in 1973, 28 jaar na de bevrijding in werking getreden, rijkelijk laat, dat wel. Maar die hele W U V had er nooit hoeven komen, als niet ook na tientallen jaren lichamelijk en psyschisch lijden optrad. Als logisch uitvloeisel van dit inzicht is de omgekeerde bewijslast ingevoerd. Pas toen kwam die er ook voor mensen die d o o r h u n verzetswerk in hun gezondheid waren getroffen, al beschikten die al sinds 1947 over de Buitengewoon Pensioenwet.

G e h o o r geven aan de aanbevelingen van het concept-rapport-van Dijke zou betekenen de klok terugdraaien, allereerst voor de oorlogsgetroffenen zelf en tevens voor het onderzoek dat nu al tientallen jaren g r o n d i g en gevarieerd is gedaan. O n s comité heeft in een persoonlijk gesprek met minister Brinkman precies verteld waar de schoen wringt, waarom de kans o p W U V moet blijven, ook, indien nodig, voor de tweede generatie, na de oorlog geboren kinderen van vervolgden. H e t gesprek had plaats daags voor de sombere berichten van de commissie binnen of juist naar buiten kwamen. Terwijl wij ons verdiepten in deze toch al weinig opwekkende materie, vernamen wij de dood van Prima Levi. Een van de bekendste en begaafdste overlevenden van Auschwitz heeft zich van het leven beroofd. Zijn kampervaring had de chemicus uit Turijn veertig jaar geleden neergelegd in 'Eens was ik een mens.' O n s blad heeft zijn bitter commentaar o p de 'Auschwitz-Lügc' gebracht. Zijn zelfgekozen dood is een bitter commentaar op het zg. o n t b r e k e n d verband tussen de ramp van toen en het leed van nu


Drenkeling

I H R SEID M E S C H U G G E , W E N N I H R BLEIBT I N DIESEM L A N D . ' (Jiddisch; Jullie zijn krankzinnig wanneer je in dit land blijft wonen).

Bovenstaande zin werd in 1936 in Munchen uitgesproken door Moische, de Pools-Joodse eigenaar van een kosjer eethuis. Dc opmerking werd toevallig gehoord door Gerard Durlacher, die in dat eethuisje met zijn ouders zijn 8 ste \erjaardag vierde Het is een zin uit het nieuwe boek van G L. Durlacher: D R E N K E L I N G , kinderjaren in het Derde Rijk.

Het is met hele grote terughoudendheid dat ik dit boek bespreek Terughoudendheid i.v m. de grore moed en openheid waarmee het geschreven is. Openheid zonder exhibitionisme, moed zonder branie. Een tweede boek na een succesvol debuut is altijd een groot risico, maar Durlacher en uitgeverij Meulenhoff hebben dit risico terecht aangedurfd.

'Strepen aan de hemel', een van de meest indrukwekkende boeken waarin de verlatenheid van de Joden in de kampen wordt beschreven, is aan zijn derde druk toe en een Duitse uitgave is in voorbereiding. 'Drenkeling' zal ongetwijfeld minstens zowel succes hebben. Bovendien is het met een hele prettige letter gedrukt. Bij het lezen van dit nieuwe boek dringen zich gelijkenissen op met Appelfeld's Badenheim 1939 en Grass' Blechtrommel. Alleen staat Appelfeld dichter bij Kafka, en is veel cynischer. Dit boek is mild. Die mildheid komt misschien omdat Durlacher er in geslaagd is het taalgebruik van een jongen tc hanteren zonder kinderlijk of kinderachtig tc schrijven. Het boek is menselijk, de lezer voelt het kinderverdriet maar ook de toenemende spanning in dc jaren 1932 - 1938. Velen zullen naast het kinderverdriet ook de onmacht van een kind in die tijd herkennen, en het afreageren door de volwassenen van dc druk die op hen werd uitgeoefend, een druk die dan werd doorgegeven op dc zwakste in het gezin, het kind. Dc sfeertekening van het gezin is enorm; dc dominante vader die zijn maatschappelijke vernedering slecht kan verwerken en de inwonende grootmoeder die een onevenredig grote invloed op het gc7\n uitoefent. Een bekende verschijnsel in het vooroorlogs Joodse familieleven. 'Ik wil niet overzee ' 'dat is het beste ' 'Niet zo ver weg ' 'Je brengt ons allen in gevaar ' 'niet naar haar in Holland ' 'pas

je dan eindelijk eens aan 'Tiran '

' Egoïst..

Uiteindelijk wordt besloten naar Nederland uit te wijken en niet naar Amerika, met alle gevolgen van dien. Durlacher ziet: 'de sterren van de laatste nacht in zijn geboorteland.'

Het Taaie Ongerief krijgt in dit boek een Duits equivalent als een matrozenpakje gekocht wordt in plaats van een 'lederen Tiroler broek met mooie benen knopen zoals de buurjongens die dragen ' Maar een matrozenmuts mag weer net niet, het wordt een muts die ook tijdens de feestdagen in sjoel gedragen kan worden

Dc angst van het Joodse kind dat tijdens een kindervoorstelling bij de kerstman geroepen wordt, m die kerstman oom Herben herkent, en bij het naar zijn plaats teruggaan voor 'Brutaal Jodenjong' uitgescholden wordt. Groen mag in huis met kerstmis, maar geen boom, want volgens oma is een boom 'zoiets als ham of spek '

over moed gehad. Die moed komt vooral tot uitdrukking in het Naschrift, dat als motto heeft: 'Wij wisren van niets.' Op de terugweg van een vacanne in Zwitserland 'nemen we de route via mijn land van herkomst.' Durlacher ontleent zijn zekerheid om dat te doen aan zijn vrouw, zijn slapende dochter en aan zijn Nederlandse nummerbord. 'Ik ben geen ongewenste vluchteling meer, maar een toerist die zijn deviezen komt verteren.' Bij een andere gelegenheid rijdt hij via Baden-Baden, een stad die niet onder oorlogshandelingen geleden heeft en mede daardoor de zelfde atmosfeer ademt als vijftig jaar geleden. Uit dit - misschien meest ontroerende - hoofdstuk nog meer citeren zou het boek onrecht aandoen. U moet her lezen. Omdat het inderdaad, zoals op de omslag staat 'Een intiem en schokkend verhaal (is) dat door de grote precisie in beeld en taal een onuitwisbare indruk maakt.' Abr. Caransa

Elk hoofdstuk is rond een bepaalde gebeurtenis geschreven Zo ook het hoofdstuk SCHOOLTIJD. Als Gerard en zijn Joodse vriendje- Waker door hun moeders voor het eerst naar school worden gebracht vraagt Obcrlehrer Krcis, moeilijk uit zijn woorden komend aan dc beide dames 'om pas later op dc dag of liever morgen naar school tc komen omdat het nu bezwaarlijk gaat, met de klassefoto's .. Joodse kinderen. .., Sic verstehen '

We hebben het allemaal leren 'verstehen', maar nooit kunnen begrijpen. Lezend hoe een kind dat allemaal ondergaan heeft wordt het nog onbegrijpelijker. Vanaf het met-joodse dienstmeisje dat weg moet uit het gezin, via 'de Joden die de Volksgcmeinschaft bedriegen' tot en met 'Kauft nicht bei Juden' en, tijdens de reis naar Nederland herberg-hotel- en cafédeuren waar 'Juden unerwunscht' op staat.

In de aanhef van deze bespreking heb ik het

G.L. D U R L A C H E R : D R E N K E L I N G . Kinderjaren in het Derde Rijk. Meulenhoff Amsterdam prijs ƒ 22.50


Nobelprijs voor een overlevende

Op 15 april hield de LKG (Landelijke Kontaktgroep Buitengewoon Gepensioneerden) zijn jaarlijkse bijeenkomst in Kras, Amsterdam, aansluitend een stille demonstratie op de Dam tegen ondermijning van wetten voor verzets- en vervolgingsslachtoffers. 's Middags was het woord aan een gastspreker, de Utrechtse hoogleraar in de interne geneeskunde, dr. Loek Kater. Hij las o.m. het volgende verhaal van zijn hand voor:

Nobelprijs voor de Vrede deelt met alkoverlevenden en h u n kinderen, een gevoel van trots moeten hebben. Ik, de bezitter van een klein stukje Nobelprijs. Maar er is geen blijheid in mij. Ik betwijfel zelfs of de uitreiking van de Nobelprijs aan een overlevende terecht is. Waarschijnlijk behoor ik tot de verkeerde categorie; ik heb nooit getuigenis afgelegd over mijn oorlogservaringen en die erna. Misschien ook was ik te jong en ben ik blijven steken in de behoefte om onopvallend de draad van het leven te volgen, zoals destijds, zonder je aan de mensen, die te kort in je leven bicven om tot gevoelens te komen, te binden.

Toen ik hoorde, dat Elie Wiesel de N o b e l prijs had gekregen, niet voor literatuur, maar voor de vrede, werd ik neerslachtig. D e man, die concentratiekampen, familie en oorlog had overleefd, kreeg de prijs met voor zijn schrijverstalent, maar voor de openlijke bekenning van zijn angsten en zijn na vele jaren zwijgen o p g e k o m e n bewustzijn te moeten getuigen, van wat er tóen gebeurde. Zijn werk is een pleidooi voor de overlevenden, h u n kinderen, kleinkinderen, voor allen omwille van de toekomst. Maar zijn werk is evenzeer een aanklacht tegen de generaties die o p de tweede wereldoorlog volgden. Voor Wiesel is schrijven een verplichting, zoals dat voor anderen dc woede is en voor weer anderen het grote zwijgen.

En vervolgens de tijd na de oorlog, waarin je je eigen emoties met zomaar k o n uiten. D e confrontatie met je ouders, die je nooit echt had gekend, brachten voor een zevenjarig jongetje geen gevoel van terugkeer te weeg, maar vormde een nieuwe kennismaking in een nieuwe, onzekere omgeving. Er was een liefdevolle opvang, maar de berichten over verliezen overheersten de sfeer van geborgenheid. Z o jong als je was hield je de gevoelens van eenzaamheid voor je. Zwijgen over pijnlijke zaken betekende het sparen van de ander. J e sprak er thuis niet over, dat je, omdat je een J o o d s jongetje was, op school werd gemeden of geslagen, je verzweeg de woorden, waarvan je aanvoelde, dat ze thuis niet werden verdragen. En zó groeide je op. Elke gebeurtenis, die je weer aan die vroegere tijd deed denken, werd diep weggedrukt. Huilen deed je in je eentje. H e t verlies van mijn vader, jaren na de afloop van de oorlog, was geen nieuw verlies, maar een nagerecht wat wat laat werd opgediend.

Ik heb tot de g r o e p der zwijgers behoord, degroep die nooit heeft willen of kunnen opvallen, die nooit over h u n verleden hebben verteld, omdat ze de onopvallendheid, die h u n destijds de kans o p overleving bood, niet heeft durven loslaten. Ik heb gezwegen, veertig jaren lang tótdat mijn mogelijkheid tot verdringing te kort schoot. Ik ervaar hoe mijn houding van nü de beschadigingsplekken vertoont van mijn levensdrang in mijn peuter- en kleutertijd. D e beschadigingen zullen nooit geheel verdwijnen. En als ik schrijf nóóit, dan doe ik dat omwille van mijn v r o u w en kinderen, omwille van h u n toekomst. Ik p o o g mijn zwijgen o p te geven o m met mijn ervaringen van toen te leren leven. Ik heb leren inzien, dat je ze niet k u n t verwerken. H e t is het openrijten van een litteken, dat je niet hebt willen tonen. En de kwaliteit van het leven hangt vervolgens af van de wijze, waarop de nieuwe wondgenezing verloopt. Ik ben, als Wiesel, óók een overlevende. En ik

zou

door

diens

woorden,

du

hij

de

O p de verjaardag of sterfdag van een familielid, dat je miste kwam ik altijd thuis met een bloemetje voor mijn moeder, waarbij ik schaapachtig mompelde, dat ik toevallig langs een bloemenman was gekomen. En het wisselen van een blik van verstandhouding legde de behoefte tot spreken het zwijgen op. Z ó ging je je weg. Ik ontwikkelde mij tot een intellectuele J o o d , volgde een academische carrière en werd hoogleraar. Misschien kon ik mij d o o r de verdringing van een verleden een tijd lang succesvol ontwikkelen met als tol, dat ik de rol der onopvallendheid moest inruilen voor een meer openbare. Maar de voldoening was betrekkelijk, omdat ze telkens werd overschaduwd d o o r de vraag 'waarom ik?' Wat was het, wat in mij knapte? H e t verlies

van vele dierbaren in k o r t e tijd? Verliezen, die mij altijd weer in het verleden plaatsten, cn wier namen op de stenen voor mij dezelfde betekenis hebben als die welke in de stenen der Duitse kampen zijn gegraveerd. Misschien heeft ook de dreigende crisis in de afgelopen jaren een steentje bijgedragen. Onmenselijke trekjes werden weer herkenbaar. In de bezuinigingen stond niet de mens centraal. De aanval o p de b u u r m a n was voor jóu weer overleven. Z o werd ik weer geplaatst in de wereld waar ik altijd bang voor ben geweest. Een wereld van overwinnaars en een wereld van verliezers. Een wereld waarin dc overwinnaars zeiden, dat de verliezers overdreven. Het doet een beetje denken aan hén, die dc gebeurtenissen van toen relativeerden. 'Ach zo erg was het allemaal niet. H e t is een beetje overdrijving.' Dezelfde sfeer klinkt d o o r in de levensnormen van nü. Ik heb het gevoel getuige te zijn, dat er ook nü weer mensen worden omgebracht. Misschien wacht ons wel straks een andere vorm van vernietiging in een wereld gevormd dankzij ons menselijk intellect. En ineens kan ik niet meer zwijgen. Ik heb kinderen grootgebracht in een maatschappij, waarvan ik nü de angst heb, dat zij niet kan veranderen, omdat zij de méns met kan veranderen. Er is dc neerslag van het verleden, het onbegrip over wat er plaats kon vinden, maar geleerd is er weinig. Daarom ben ik zo verdrietig, dat, ondanks mijn bewondering voor Elie Wiesel, dc Nobélprijs voor de Vrede is toegekend aan een persoon, waarvan kranteartikclen zijn overleven benadrukken in plaats van te wijzen o p de werkelijke verdiensten van hem, de J o o d s e intellectueel, die zo hartstochtelijk de wereld wil waarschuwen, maar mijns inziens in zijn hart zijn falen voelt. Voor mij is verleden niet voorbij. Voor mij is herdenken niet even stilstaan bij het verleden om vervolgens weer d o o r te gaan met de gebeurtenissen van alledag. Daarom zeg ik geen Kaddiesj (doden-) gebed o p de sterfdagen van de mij dierbaren. Ik zeg het heel zacht, als ik in de synagoge ben, meetnet iedereen die Kaddiesj zegt, vele malen per jaar, cn ik mompel het bij iedere gebeurtenis, o p feest- en treurdagen.

16 oktober 1986 Loek K a t e r


'TUSSEN PRIKKELDRAAD E N SPIJLEN' Videodocumentaire Onder deze tirel werd de verzetsorganisaties in ons land een circulaire roegezonden met de opmerking dat het ons zonder twijfel zou interesseren van de documenraire kennis te nemen. De circulaire was afkomstig van het Moller Instituut te Tilburg, dat zich bezighoudt met de opleiding van leerkrachten. De documentaire over het concentratiekamp Vught is vervaardigd als onderwijskundig afstudeerproject.

Welnu, wij kunnen niet dankbaar genoeg zijn met het voorlichten van jongeren, wat de Verzetsbeweging als zijn voornaamste taak nier, ons zo'n enorme hulp verlenen.

Naar voren kwam nog eens her bunkerdrama, waarbij 74 vrouwen in een cel werden geprest. Tien van de vrouwen kwamen daarbij op afschuwelijke wijze om het leven.

Wij waren ten zeerste geïnteresseerd in wat deze documentaire ons zou bieden. De samenstellers vertelden in verschillende korte inleidingen dat men zon 2 jaar aan het projecr had gewerkr. Het resultaat dar men een hoeveelheid materiaal verzameld had voor een film van zeker 8 uur. Hieruit is een keuze gemaakt, met als eindresulraat een documentaire van een VA uur. Volgens de samenstellers een ingrijpend stuk geschiedenis, speciaal voor jongeren die de Tweede Wereldoorlog niet hebben gemaakt. Het IS een waardevolle aanvulling geworden op alles wat reeds bekend is van concentratiekampen. En wie zijn nu de personen die dit belangrijke initiatief hebben genomen? Het zijn studenren en ook geschiedenisleraren die deze taakstelling op zich hebben genomen.

Marius Florhuis in beeld, die jaren lang verbonden is geweest aan het Concertgebouworkesr. Verder de oud-gevangene Tineke Wibaut, kleindochter van de vroegere wethouder Wibaut in Amsterdam, en mevr. Timmerman-Schaddelee en anderen.

De documentaire is waardevol als voorlichtingsmateriaal.

Deze videodocumentaire verdient het tot algemeen voorlichtingsmateriaal te worden en elke organisatie die er belangstelling voor heeft kan zich dan ook het Mollerïnstituut wenden. Terecht hebben de samenstellers begrepen dar zij een beroep moesten doen op vrienden en vriendinnen die zelf in Vught gevangen zaten en die uit eigen ervaring hun bijdrage tot de film konden leveren. Zo zagen wij daar na lange jaren onze vriend

Rest ons iedereen die bij het onderwijs betrokken is en iedere Verzetsorganisatie op te wekken zich te wenden rot het Mollennsntuut. zij kunnen dan alle gewenste inlichtingen krijgen hoe in het bezit te komen van de documentaire. Chris Smit

Pyreneeenwcg 3 5022 D N Tilburg Tel. 013 - 394922

Correspondentieadres: Postbus 90110 5000 LA Tilburg

J o m Hasjoah Op 26 april is dit jaar Jom Hasjoah*, vasrgelegd; om 19.30 uur een bijeenkomst op de gedenkplaats Hollandsche Schouwburg, Amsterdam; verschillende organisaties, daaronder het N A C , riepen de mensen opApril is de maand waarin anno 1945 de meeste kampen werden bevrijd. Oudgevangenen van Sachsenhausen riepen hun vrienden al op 28 maarr bij een, die van Buchenwald op 11 april, precies 42 jaar na de bevrijding van hun kamp. De vrouwen van Ravensbruck deden dit tegen de 24ste april. Ons comité, steeds uitgenodigd, heeft aan alle herdenkingen en reünies deelgenomen.

* de Dag der vernietiging

Nationaal Monument Vught Een ervaring met een zeer prominent comité van aanbeveling streeft naar inrichting van een Nationaal Monument te Vught in de vorm van een bezinningscenrrum, een barak naar originele bouwtekening. Wij komen hier uiteraard op terug.


Interieur Grote Synagoge. Foto: Han Singels voor het JHM.


Het Synagogencomplex en het Joods Historisch Museum

'Zien leidt tot gedenken, gedenken leidt tot doen' (Babylonisch Talmoed, Menachot 43b)

De Hoogduitse synagogen waarin het Joods Historisch Museum thans is gehuisvest, waren eeuwenlang de plaats waar Joden samen kwamen voor gebed en studie. Hier werden de hoogtijdagen in het leven van de enkeling en de gemeenschap gevierd. Hier werden vreugde en verdriet gedeeld. Na de moord op ruim 100.000 Nederlandse Joden stonden deze monumenten jarenlang leeg. Toch werd na de oorlog joods leven in Nederland hervat. Het Joods Historisch Museum vorm het bewijs van de vitaliteit van het Jodendom in de Nederlandse samenleving. De veelzijdigheid van het Jodendom in heden en verleden, van religie en cultuur, van het zoeken naar eigen indentiteit, van dc band met Nederland en de liefde voor Israël: dat w i l het Joods Historisch M u seum zichtbaar maken. Joden zijn al eeuwenlang een minderheid met een eigen cultuur. Joodse cultuur komt tot stand door de wisselwerking tussen overgeleverde Joodse waarden en invloeden van buiten. Die wisselwerking vindt in Nederland al plaats sinds dc eerste vestiging van Joden omstreeks het jaar 1600. Als minderheid hebben Joden vindingrijkheid betoond bij het zoeken naar oplossingen in het spanningsveld tussen eigen tradities en de Nederlandse omstandigheden. Voor het eerst sinds jaren heeft het mscum weer een vaste opstelling. Tevens is er veel ruimte om tijdelijke tentoonstellingen in te richten. Het synagogencomplex besaat uit 4 synagoge dateert uit 1671, de Obbene Sjoel (gebouw boven een vleeshal; obben = boven) stamt uit 1 6 8 6 en de D r i t t Sjoel (nu kantoorruimte) uit 1700. De Nieuwe Synagoge werd gebouwd in 1752.

De Museumroute Door het gehele museum is een 'museumroute' uitgezet. De bezoeker maakt in de

vaste opstelling kennis met het begrip Joodse identiteit, op de begane grond in de Nieuwe Synagoge (1752). Via de omloop in de nieuwbouw komt men in de Grote Synagoge (1671) waar de nadruk ligt op de Joodse religie (begane grond). Op de galerijen worden hoogtepunten uit de sociale geschiedenis van de Joden in Nederland belicht De al eerder genoemde 'omloop' en de galerijen van de Nieuwe Synagoge zijn bestemd voor tijdelijke tentoonstellingen. Z o zijn in de loop wandkleden van Jeanette Loeb tentoongesteld en is op de galerijen van de Nieuwe Synagoge een tentoonstelling met werk van Joodse kunstenaars te zien met als titel 'Het Tweede Gebod Vanuit dc 'omloop' is de Hansjaffé-zaal toegankelijk, evenals de uitgebreide mediatheek Vrij voor het publiek toegankelijk is de 'sjoelgass', het straatje tussen de synagogen. Aan de sjoelgass is ook dc Obbene Sjoel (1686) gelegen, waarin een kosjere koffieshop en een boekwinkel zijn gevestigd

Vaste opstelling: J o o d s e Identiteit in de N i e u w e Synagoge ( 1 7 5 2 ) De muscumroute begint bij vijf elementen die vandaag dc Joodse identiteit kenmer ken. Dat zijn: de religie, de band met Israël, vervolging en overleving,de persoonlijke levensgeschiedenis en de invloed van de Nederlandse meerderheidscultuur. Aan dc hand van foto's en documenten wordt uitvoerig aandacht besteed aan het aspect vervolging en overleving. Als minderheid zijn Joden door de eeuwen heen talloze keren bloot gesteld geweest aan vervolgingen. De verdrijving van de Joden uit Spanje (1492) en de gewelddadige Chmielnicki-pogroms in Oost-Europa (1648) vormden de aanleiding tot de komst van vele Joodse vluchtelingen naar dit land. Naast religieuze vooroordelen tegen Joden ontstond in de negentiende eeuw een op quasi-wetenschappelijke inzichten geba-

seerde rassenleer. D i t politieke antisemitisme leidde tot de stelselmatige moord op zes miljoen Joden door de Duitse nationaalsocialistcn in dc jaren 1940-1945. Het derde gedeelte van dc tentoonstelling laat aan de hand van orginele foto's en documenten zien hoe de Nederlandse Joden al direct na het begin van de bezetting als groep werden geisoleerd binnen de samenleving. Op bevel van dc bezetter werd de Joodse Raad opgericht, met het uiteindelijke doel om de antiJoodse maatregelen sneller door te voeren en de deportaties voor te bereiden. Door de verplichting gele Jodensterren te dragen werden de Joden nog kwetsbaarder ten opzichte van de vijand. Het verzet, waaraan ook Joden deel hebben genomen, kwam evenwel voor verreweg de meeste Joden te Iaat. Vanaf 1942 vertrokken bijna twee jaar lang met grote regelmaat goederentreinen uit Westerbork. Achteraf is de wereld bekend geworden met de eindbestemmingen. Auschwitz, Sobibor, Bergen-Belsen, Theresienstadt. Het leven in het doorgangskamp Westerbork is ook onderwerp van de documentatie. U i t de trein geworpen briefjes met optimistische woorden voor de achtergeblevenen vormen een macabere illustratie voor deze periode. Circa 16.000 Joden hebben zich door onderduik aan de Duitse maatregelen trachten te onttrekken. Ongeveer 107.000Joden werden uit Nederland gedeporteerd. Slechts een paar duizend overleefden de kampen. N a de oorlog kregen Joden, zo blijkt uit de documenten, weinig hulp en financiële bijstand. Het was moeilijk de draad weer op te pakken: vijf jaar bezetting gaf een verlies te betreuren van 104.000 Joodse slachtoffers. De overlevenden, hun kinderen en kleinkinderen leven met deze ervaring. Samen met de religie, de band met Israël, de persoonlijke levensgeschiedenis en de invloed van de Nederlandse meerderheidscultuur biedt de Nieuwe Synagoge hiermee een eerste verkenning van de veelzijdigheid van het Jodendom. Bij de leeshoek wordt de bezoeker in staat gesteld zich eventueel verder te oriënteren.


Foto: René de Haan.

Vaste opstelling: D e J o o d s e religie in de G r o t e Synagoge ( 1 6 7 1 ) D e permanente tenoonstelling w o r d t vervolgd in de G r o t e Synagoge, die geheel in de historische kleuren gerestaureerd is. M e t de marmeren Ark uit de bouwtijd, de in h u n oorspronkelijke vorm teruggebrachte galerijen voor mannen èn vrouwen en het teruggevonden rituele bad (mikwe), behoort deze synagoge tot de fraaiste 'objecten' van het museum. Hier zijn dan ook de schatten uit de collectie te zien, die vanwege ruimtegebrek in het Waaggebouw meestal aan het o o g o n t t r o k k e n waren. O p de bagane g r o n d staat de Joodse religie centraal: de feestdagen, de levenscyclus (van wieg tot graf) en de J o o d s e gemeenschap. M o d e r n e foto's benadrukken telkens de continuïteit van het J o d e n d o m . Waar nodig w o r d t aandacht besteed aan het verschil tus-

Het nieuwe Joods Historisch Museum in het oude Hoogduitse synagogencomplex.

sen o r t h o d o x en liberaal. Z o is bijvoorbeeld te zien dat in liberale (en conservatieve) synagoges mannen en vrouwen bij elkaar zitten, terwijl bij de o r t h o d o x e J o d e n vrouwen apart zitten, op een galerij of achteraan. Een indruk van de deftige rijkdom en de charmante eenvoud in de ceremoniële kunst geven objecten uit dc Hoogduitse gemeentes ven ondermeer Amsterdam, Leeuwarden, Maastricht, A r n h e m en Assen. Drie van de vier vitrines in het midden van dc G r o t e Synagoge zijn uitsluitend met antiek zilver gevuld. In de vierde is tc zien hoe m o d e r n e Israëlische kunstenaars ceremoniële benodigdheden v o r m geven. O o k m o d e r n is het voorhang van Jeanctte Loeb, dat voor de historische marmeren Ark hangt. Deze Ark werd in 1761 geschonken door Abraham Auerbach uit Coesfcld. Vlak daarvoor staat de fraaie zilveren kandelaar voor het Inwijdingsfeest, die in 1753 o p de eerste dag van

dit feest ( 8 december) d o o r bestuurder Chaim Levi en zijn vrouw Sara Rintel voor de G r o t e Synagoge aan de J o o d s e gemeente werd geschonken. Als tijdelijk bruikleen van het Rijksmuseum is tenslotte het Interieur van de Portugese synagoge te zien, geschilderd d o o r Emanuel dc W i t t e (1617-1692). Daarnaast hangt Martin Monmckendams Interieur van dc G r o t e Synagoge, gechilderd ter gelegenheid van de viering van het derde eeuwfeest van de Hoogduitse gemeente in 1935. T i e n jaar later, in 1945, was het materiële centrum van J o o d s Amsterdam, samen met het grootste deel van zijn bevolking, ten o n d e r gegaan. Aan die onvoorstelbare realiteit w o r d t de bezoeker bewust of onbewust herinnerd.


Truus Menger: Kinderen, bronzen groep voor het ANC-ziekenhuis te Morocone, Tanzania (Afrika). Foto- Marlot Smid.


Vervolg op pag. 11

Vaste opstelling: sociale geschiedenis, op de galerijen van de Grote Synagoge. Tot de burgerlijke Gelijkstelling in 1796 bezaten de Joden in Nederland een grore mate van autonomie. De aanduiding Joodse Naties wijst erop dat er in Nederland, met name in Amsterdam, een onderscheid werd gemaakt tussen twee groeperingen: De Joden van Portugese en van Hoogduitse herkomst. Een van de gevolgen van het zelfbestuur was, dat beide groepen voor hun eigen armen en behoeftigen moesten zorgen. Dat gebeurde via een eigen belastingstelsel. Deze liefdadigheid (tsedaka) is het onderwerp van de vaste opstelling op de galerijen van de Grote Synagoge. Van de Gelijkberechtiging in 1796 profiteerden de welgestelden en de intellectuele bovenlaag het meeste. De leuze 'vrijheid, gelijkheid en broederschap' zou voor de middenklasse pas in de loop van de negentiende eeuw inhoud krijgen en voor de

armen pas door de opkomst van het socialisme. Met de opheffing van de autonomie verviel de almacht van de besturen en rabbijnen van de Joodse gemeente. Daarmee verdween ook een deel van de inkomsten van de armenkas. Pas aan het einde van de negentiende eeuw ging de overheid zich met de armenzorg bemoeien. Hierdoor werd de gelijkstelling van alle burgers, dus ook de Joden, langzamerhand werkelijkheid. In diezelfde tijd ontstonden er onder invloed van het socialisme belangenverenigingen voor arbeiders. De diamanrbewerkers, waaronder zeer vele Joden, richtten zo in 1894 de Algemene Nederlandse Diamantbewerkers Bond op. De A N W B werd de voorloper van de huidige vakbeweging. In de opstelling wordt uitvoerig aandacht besteed aan diamantbewerking. Aan de hand van vele oude instrumenten zijn de vier hoofdbewerkingen van diamant te zien: zagen, snijden, verstellen en slijpen. Dankzij de familie Furth kon dit gedeelte van dc tentoonstelling worden verwezenlijkt. Aan de veelzijdigheid van het Joodse bestaan, van de enkele welgestelden en het omvangrijke proletariaat, van de Joodse regenten en de 'ontkerkelijkte' massa, is in de Tweede Wereldoorlog een einde gekomen. In 1945 vielen ruim honderdduizend Joodse slachtoffers van de Duitse bezetting

Aan de lezers van ons herdenkingsnummer Tot ons groot verdriet en ondanks de moeire die er aan de uitgave is besteed heeft ons herdenkingsnummer nog aan menige tekortkoming geleden. Allereerst dit: onze vaste lezers zullen vergeefs hebben gezocht naar de naam van de schrijver van 'Het einde van her Apeldoornsche Bosch'. Dit was prof. dr. JJ. Groen, de alom bekende hoogbejaarde en nog steeds werkzame internist. In dc rest van de oplage, die vooral onder de jeugd is en wordt verspreid hebben wij het verzuim kunnen herstellen. Onder het verhaal 'Bram slaat een roffel' van Josepha Mendels is weggevallen de notitie: uit: Welkom in dit leven. Copyright by Josepha Mendels and Meulenhoff Nederland bv Amsterdam. Het boek is verkrijgbaar in de boekhandel en kosr ƒ 2 7 . 9 0 .

Eveneens ontbrak de vermelding dat de foto van de NAC-vertcgenwoordigers op de hoorzitting over het pensioen van dc weduwe Rost van Tongeren gemaakt is door de jonge fotografe Anne Vaillant cn in De Waarheid heeft gestaan.

te betreuren. Voor de overlevenden was de periode na 1945 zeer moeilijk. De overige Nederlanders begrepen hun problemen vaak niet. Toch organiseerde men hier opnieuw hetjoodse leven.Joods maatschappelijk werk, dc 'tsedaka', werd opnieuw ten hand genomen, nu met overheidssubsidie. Pas in 1972 werden, na pijnlijke openbare discussies, dc problemen van de meeste oorlogsslachtoffers, ook de Joodse, erkend. Sindsdien kunnen zij een uitkering ontvangen. Inmiddels werd de band met Israël, in 1948 gesticht, verstevigd. De ongeveer 30.000 Joden die Nederland nu telt, voelen zich langzamerhand weer thuis.

Edward van Voolen

Het Joods Historisch Museum is dagelijks geopend van 11.00 tot 17.00 uur, en gevestigd aan het Jonas Daniël Meijerplein 2 - 4 in Amsterdam. Telefoon 020-269945

De naam van de andere forograaf, die Sobibor vastlegde moet zijn Joop van Vlies. Wij bicden alle benadeelden onze excuses aan en vertrouwen erop dat hun werk op de lezers niet minder indruk heeft gemaakt. Redactie N A C

Communiqué C.O.V.V.S. 17 februari 1 9 8 7

NAC-leden op de hoorzitting in de Tweede Kamer.

Het bestuur van het Centraal Orgaan Voormalig Verzet en Vcrvolgingsslachtoffcrs heeft de brief van dc twee Duitse oorlogsmisdadigers voor kennisgeving aangenomen. Op voorhand verklaart het bestuur van het C.O.V.V.S., dat cr geen sprake kan zijn van amnestie, hetgeen een collectieve gratiéring zou inhouden. Het bestuur van het C.O.V.V.S. associeert zich met de verklaring van de Stichting Samenwerkend Verzet 1940-1945 van maandag 16 februari 1987.


De treinen blijven rijden... Tekening van Clara de Jong.

In nacht verloren Ons januarinummer 1984 werd gesierd verlucht kan men moeilijk zeggen - met een aantal tekeningen van Clara dc J o n g . Alle hadden die betrekking o p de deportatie van J o d e n uit Amsterdam in de oorlog. Er volgde een tentoonstelling van de volledige serie tekeningen plus zes schilderijen in het Amsterdams Histonsch Museum, dat het geheel heeft aangekocht. In 1985 verschenen reproduktics van alle tekeningen en vier schilderijen in b o e k v o r m met een inleiding van Pierre Jansen en een interview met de schilderes d o o r Anita LĂśwenhardt. Pierre Jansen zegt dat deze werken zich verdragen met een werkelijkheid die geen kunst verdraagt. Daar valt niets meer aan toe te voegen. Wij denken dat menigeen die nog steeds het onbenoembare in zwarte lijnen voor zich ziet staan in deze bladen herkenning cn misschien een houvast zal vinden. D e jongeren onder ons beleven mee wat de jaren 1942-1945 hebben betekend voor ons

cn onze lotgenoten en met alleen in Amsterdam. Eigenlijk maakt dit werk, waarvan wij een zestal bladen al eens publiceerden, elke andere aanbeveling overbodig. Het spreekt in alle opzichten voor zichzelf. Meestal zijn er teksten in dc voorstelling geĂŻntegreerd De uitvoering laat niets te wensen over en werd verzorgd door dc drukkerij waarvan u een ander p r o d u k t in handen h o u d t .

Adopteer een monument

Adopteer een m o n u m e n t ! Alleen in Amsterdam hebben tientallen scholen g e h o o r gegeven aan deze sympathieke o p r o e p en in het hele land k o m e n er steeds meer. E.T. O n s spiegelmonument ' N o o i t meer Auschwitz' op dc N i e u w e Oosterbegraafplaats, waar ver over dc duizend mensen onlangs dc herdenking bijwoordnen, is geadopteerd d o o r de nabijgelegen St.-Lidwinaschool aan de Linnaeushof. O p of omstreeks 4 mei leggen kinderen van dc zesde klas van een basisschool een krans bij het d o o r die school geadopteerde m o n u m e n t . Iemand die deel - In nacht verloren - Clara deJong: De deportatie had aan verzet of/en vervolging begeleidt de adoptie. van de Amsterdamse Joden 1940-1945 in teke-

ningen en schilderijen. Produktie en uitgave Heiermann & Co. b.v. Prijs f 23,-. In de boekhandel verkrijgbaar.


Van Amsterdam naar Westerbork

Goeree Vertegenwoordigers van de Anne Frankstichting, Nederlands Auschwitz ComitĂŠ, C e n t r u m voor Informatie en Documentatie IsraĂŤl ( C I D I ) , Overlegorgaan van J o d e n en Christenen (OJEC) hebben vandaag bij minister Korthals Altes van Justitie aangedrongen o p een doortastend opsponngs- en vervolgingsbeleid in de zaak Goeree. D e minister werd verzocht een nieuwe telex te doen uitgaan aan de politiecorpsen, waarin instructies zijn opgenomen voor de inbeslagname van recente publicaties van het evangelisatie-echtpaar. Dit betreft de publicaties Evan 1 6 , dc folder 'Dan is Auschwitz een leugen' en Evan 17 'Sodom in Nederland.' D e organisaties n o e m d e n

Evan

17 een

ontoelaatbare aanval o p J o d e n en h o m o fielen. D e Minister deelde mede dat de politie dagelijks processen-verbaal opmaakt van klachten tegen de Goeree's en dat thans niets meer een strafvervolging tegen het pamflet 'Dan is Auschwitz een leugen' in de weg staat. Het hoger beroep in de reeds lopende stafzaak tegen eerdere pamfletten van het echtpaar dient op 5 juni bij het Gerechtshof in Arnhem. D e organisaties vroegen tevens aandacht voor racistische een antisemitische incidenten bij voetbalwedstrijden. Zij wezen daarbij o p de wedstrijd FSV-Ajax van afgelopen zondag, waar anti-Joodse leuzen zijn geroepen en de Hitler-groet is gebracht. D c orga-

nisaties zijn van mening dat dit soort incidenten even principieel aangepakt dient te w o r d e n als de bestrijding van het voetbalvandalisme. D e minister zegde toe hieraan de nodige aandacht te zullen besteden. D e delegatie sprak zijn waardering uit v o o r het voornemen van Minister Korthals Altes o m het ongevraagd toezenden van racistische en antisemitische brieven strafbaar te stellen. Hiervoor zou artikel 429 ter Wetboek van Strafrecht gewijzigd w o r d e n . Aangedrongen werd deze v o r m van discriminatie niet als overtreding maar als misdrijf m de wet o p te nemen.

D e n Haag, 1 april 1987


"DAG VAN HET VERZET" 1987 GENERAAL WINKELMANKAZERNE, TE NUNSPEET MAANDAG 31 AUGUSTUS Deze dag heeft een Twents karakter bij ontvangst dan ook koffie met Krenten wegge Aanvang 1 0 . 0 0 uur Optreden van: de Folkloristische Vereniging 'Markelo' met volksdansen in klederdracht het strijkorkest van het Vereniging van het Twentse conservatorium 'Van Wassenaer Consort' met als solist dc 14-jarige Folkc N a u t a piano

natuurlijk Bernard D r u k k e r bespeelt het Hammondorgel. Toespraak d o o r dc Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur- Mr. Drs. L.C. Brinkman - zeer uitgebreide koffietafel welke aan tafel w o r d t geserveerd! - Voor hen die ver van huis zijn is een reispakket beschikbaar met hartige broodjes en melk, extra kosten f 2.50 Er zijn voor iedereen zitplaatsen!

twee Doedelzakspelers demonstratie van Twentse Ambachten en

ANTIQUARIAAT BART GERRITSMA katalogus 4:

two world wars katalogus 6:

war, peace & politics

Te verkrijgen d o o r s t o r t i n g van 4,50 per katalogus o p p o s t g i r o 55 33 8 5 5 .

H e r e n g r a c h t 350 1016 CG

Amsterdam

O p e n : woensdag t / m zaterdag 12.00 - 18.00 Tel. 0 2 0 - 26 14 35

Bij de toegangsprijs inbegrepen twee apénticfs.

Aanmelden vóór 15 juli uitsluitend d o o r overschrijving van ƒ 25,- per persoon o p G i r o r e k e n i n g N r . 51.66.870 of Bankrekening: Bondsspaarbank N r . 91.41.30.307 ten name van Comité Dag van het Verzet, Postbus 157, 8600 A D S N E E K . Voor reispakket ƒ 2.50 p.p. extra overmaken! De toegangskaarten worden U half augustus toegezonden. In verband met te treffen voorzieningen is aanmelden na 15 augustus niet mogelijk'. Einde r e ü n i e 1 6 . 3 0 u u r .

OPROEP 1

OPROEP 2

W i e kan m i j , dochter van PIER van der H O R S T , vertellen bij welk c o m m a n d o mijn vader werd ingedeeld toen hij begin september 1944 vanuit Vught in Sachsenhausen aankwam?

Vanuit O r a n i e n b u r g (D.D.R.) kwam het volgende verzoek: Hans Biereigel, directeur van Sachsenhausen tot vorig jaar 1 juli, is na zijn persionering aan een boek begonnen met als onderwerp, 'de geldvervalsing in Sachsenhausen'

Mijn vader moet tijdens het transport een maagbloeding gehad hebben. Hij is meteen in dc ziekenbarak beland Daar is hij geweest van 8 tot 31 december. Vervolgens is hij naar dc ziekenbarak van het Heinkellager gebracht en daarna naar 't Revier in Sachsenhausen. O p 20 o k t o b e r was hij genezen en werd te werk gesteld in dc SS-kapsalon. Begin februari 1945 in mijn vader, zo berichtte o k t o b e r 1945 'Het Search Bureau' mijn moeder, op transport gesteld naar Bergen-Belsen. In 1950 kreeg mijn moeder van 'Het Rode Kruis' een overlijdensbericht, waarin stond dat mijn vader eind maart - begin april in Politz moet zijn overleden. DAAROM MIJN VRAAG. Wie kan mij vertellen wat voor kamp Politz was; wat voor werk werd er gedaan, enzovoort. Ik hoop op reacties. Mijn naam is: A.J. Visser-van der Horst C. Brandcrhorststraat 16 4266 EL E E T H E N tel. 04165 - 1618

Zoals Hans Biereigel ons schrijft: 'In dit k o m m a n d o waren ook Nederlandse kameraden werkzaam'. En hij n o e m t namen zoals: Andreas Bosboom - geb. 26-6-1913 -lithograaf Levis G r o e n - geb. 23-1-1918 Abr. Jacobson - geb. 8-9-1905 Mozes van Praag - geb. 3-5-1910 Mogelijkerwijs zijn er ook anderen die in dit k o m m a n d o werkzaam zijn geweest waarvan hem de namen niet bekend zijn. Hans Biereigel zou graag weren of deze kameraden of anderen die met de valsemunterij te maken hebben gehad nog in leven zijn. In dat geval wil hij schriftelijk met hen in contact k o m e n . Gegevens, reacties enz. m.b.t. dit verzoek kunnen uiteraard naar ons secretariaat gestuurd worden. Wij zorgen dan voor doorzending. Maar natuurlijk kan het ook rechtstreeks. H e t adres is dan: Dipl. Hisroriker Hans Biereigel Freiburgersrr, 29 O r a n i e n b u r g 1400 D.D.R.


Auschwitz Bulletin, 1987, nr. 02 Mei