Page 1

Het vrijheidsboek omslag def.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 25/02/16 / 14:37 | Pag. All Pages

Wat is vrijheid? Die vraag stelde het Nationaal Comité 4 en 5 mei aan (Glenn de Randamie), Auschwitz-overlevende Lotty Huffener-Veffer, publicist Thierry Baudet, schrijfster Marion Bloem, historicus Chris van der Heijden, oud-minister Jan Pronk, dichter Rob Schouten en politica Samira Bouchibti. De geïnterviewden hebben een sterk ontwikkelde visie op vrijheid en onvrijheid, gevormd vanuit heel verschillende achtergronden en ervaringen. Hun ideeën bieden stof

Met een voorwoord van Gerdi Verbeet, voorzitter van het Nationaal Comité 4 en 5 mei, en portretfoto’s van fotografe Suzanne Liem.

Esther Captain is historicus en hoofd onderzoek bij het Nationaal Comité 4 en 5 mei. Van haar hand verschenen onder meer de boeken Familie, generaties en oorlog (2015) en Oorlogserfgoed overzee (2010). Maarten Dallinga is socioloog en freelance journalist. Hij schrijft voor tijdschriften en werkte eerder onder meer voor BNN, EO en NOS. Kijk ook op hetvrijheidsboek.nl

9 789462 981713

Onder redactie van Esther Captain en Maarten Dallinga

tot nadenken en voer voor gesprek.

Het vrijheids boek

veertien inspirerende Nederlanders, zoals hiphopartiest Typhoon

Het s d i e vrijh boek Generaties over vrijheid en onvrijheid in naoorlogs Nederland Glenn de Randamie (Typhoon) Lotty Huffener-Veffer Adje Anakotta Rob Schouten Thierry Baudet Marion Bloem Jacques Grishaver Hans de Zwart Mient Jan Faber Shirin Musa Joke van Dijk-Bording Chris van der Heijden Jan Pronk Samira Bouchibti

Nationaal Comité

4 en 5 mei


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 1

Het vrijheidsboek


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 2

Kijk ook op hetvrijheidsboek.nl


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 3

Het s d i e h j i r v boek Generaties over vrijheid en onvrijheid in naoorlogs Nederland Onder redactie van Esther Captain en Maarten Dallinga

Nationaal Comité

4 en 5 mei

AUP / Nationaal Comité 4 en 5 mei


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 4

Eerste druk: april 2016 Tweede druk: mei 2016 Ontwerp omslag en binnenwerk: Sander Pinkse Boekproductie Alle foto’s (behalve pagina 10): Suzanne Liem Foto pagina 10: Nationaal Comité 4 en 5 mei isbn 978 94 6298 171 3 e-isbn 978 90 4853 137 0 (pdf ) e-isbn 978 90 4853 138 7 (ePub) nur 680 / 740 © Nationaal Comité 4 en 5 mei / Amsterdam University Press B.V., Amsterdam 2016 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16B Auteurswet 1912 jº het Besluit van 20 juni 1974, Stb. 351, zoals gewijzigd bij het Besluit van 23 augustus 1985, Stb. 471 en artikel 17 Auteurswet 1912, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan de Stichting Reprorecht (Postbus 3051, 2130 KB Hoofddorp). Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet 1912) dient men zich tot de uitgever te wenden.


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 5

Inhoud

Voorwoord: Vrijheid en democratie  9 Inleiding: Over leven in vrijheid, met breuken en schakels tussen de generaties  11

Glenn de Randamie (Typhoon) 29

Vrijheid moet niet een concept zijn, maar iets van ons allemaal

Lotty HuffenerVeffer

Echt vrij zijn we nog steeds niet

Adje Anakotta

De vijand zit in ieder mens

45

57


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 6

Rob Schouten

69

Beschaving moet je ervan weerhouden om alles zomaar te zeggen

Thierry Baudet

Zijn het wéér de Duitsers die ons de facto besturen

Marion Bloem

We zijn maar mensen, maar moeten proberen het goed te doen

85

99

Jacques Grishaver 113

Hans de Zwart

127

Mient Jan Faber

141

Je moet altijd blijven waarschuwen

De Tweede Wereld­oorlog laat zien hoe belangrijk een privéleven is

Ervaren van onvrijheid is voor mij de sleutel


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 7

Shirin Musa

153

Ik leef voor menselijke waardigheid

Joke van Dijk-Bording

Ik ben onafhankelijk

Chris van der Heijden

Ik denk vaak: wat een leuke wereld

Jan Pronk

Ik vond dat ik overal moest zijn waar oorlog was

165

177

191

Samira Bouchibti

207

Nawoord 220

Niemand beperkt mij in mijn vrijheid


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 8


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 9

Voorwoord

Vrijheid en democratie

Vragen wat vrijheid voor iemand betekent is als vragen wat water of zuurstof voor iemand betekenen. Het is vanzelfsprekend dat het er is en een gebrek eraan kan iemand zich moeilijk voorstellen. In dit boek wordt deze vanzelfsprekend lijkende vrijheid nader beschouwd. Als oud-volksvertegenwoordiger betekent vrijheid voor mij dat je binnen een democratische rechtsstaat kan denken en zeggen wat je wilt zonder dat bang te zijn voor vervolging of bestraffing. Debat, vrijheid van meningsuiting en de vrijheid om het met elkaar oneens te zijn, zijn daarbij voor mij belangrijke begrippen. Binnen het parlement gaat het debat er soms hard aan toe en dat kan in de wetenschap dat dit binnen de parlementaire democratie mogelijk is. Dat is voor mij vrijheid. Ik heb nooit onvrijheid meegemaakt. De generaties van mijn ouders en grootouders wel. Tijdens de Tweede Wereldoorlog ervoeren zij wat het betekent om niet te mogen zeggen wat je denkt, niet te zijn wie je bent en ook niet te kiezen door wie je bestuurd wordt. Onderdrukking, willekeur en angst bepaalden het leven. Als Kamervoorzitter en ook nu als voorzitter van het Nationaal ComitĂŠ 4 en 5 mei heb ik talloze herdenkingen en ook vele vieringen van onze bevrijding bijgewoond. Deze bijeenkomsten maken op mij een diepe indruk. Vooral ook omdat ik bij deze gelegenheden sprak met hen die de oorlog zelf meemaakten. Het vertellen van verhalen van generatie op generatie is van groot belang om zo de herinnering aan oorlog en bevrijding door te geven. Maar ook om te leren van dit verleden.

9


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 10

Tijdens de Indië-herdenking in Den Haag op 15 augustus 2014 verwoordde ik het als volgt: “Allen die hier bij elkaar zijn behoren tot de mensen die zich ten diepste bewust zijn van de waarde van het leven in vrijheid, in een democratie en rechtstaat. Allen die hier bij elkaar zijn behoren tot de mensen die weten, dat dat allemaal niet vanzelf spreekt. Dat realiseren we ons ieder jaar op deze plaats. Dat realiseren we ons ieder voor zich. Maar ook met elkaar.”

10

Het levend houden en doorgeven van deze verhalen en herinneringen aan nieuwe en toekomstige generaties is een belangrijke taak van het Nationaal Comité 4 en 5 mei. Ik hoop van harte dat de interviews in Het vrijheidsboek u ook zullen inspireren bij het doorgeven van uw eigen verhalen over de geschiedenis van de oorlog en de waarde van vrijheid. Gerdi Verbeet Voorzitter Nationaal Comité 4 en 5 mei


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 11

Inleiding

Over leven in vrijheid, met breuken en schakels tussen de generaties “Freedom, freedom, freedom! ”, scanderen vluchtelingen uit Syrië en Afghanistan die in 2015 en 2016 Europa proberen te bereiken. Voor grote aantallen mensen aan de buitengrenzen van Europa en (ver) daarbuiten is vrijheid niet vanzelfsprekend. De media tonen beelden van de grootste vluchtelingenstroom in Europa sinds de Tweede Wereldoorlog: miljoenen mensen op de vlucht naar een veilig heenkomen, waaronder Nederland. Door de confrontatie met onvrijheid lijkt de betekenis voor degenen binnen de grenzen van Europa een stuk helderder. “We zijn in oorlog”, verklaart premier Mark Rutte op 14 november in perscentrum Nieuwspoort in Den Haag. Het is de dag na de terroristische aanslagen in de Franse hoofdstad Parijs, opgeëist door Islamitische Staat (IS). Er vielen 130 doden en ruim 350 gewonden. Dagblad Trouw bericht dat de premier “niet eerder zo’n duidelijke oorlogsverklaring heeft afgelegd aan het adres van IS”.1 Premier Rutte en de Franse president François Hollande gebruiken als enige regeringsleiders het woord ‘oorlog’. De Duitse bondskanselier Angela Merkel spreekt van “een aanval op vrijheid”.2 De afgelopen jaren waren bewogen als het gaat om vrijheid en onvrijheid. Vrijheid was lang een vanzelfsprekendheid voor de meeste inwoners van Nederland. Voor de laatste directe confrontatie met onvrijheid die veel Nederlanders uit eigen ervaring kennen, moeten we terug naar de Tweede Wereldoorlog, ruim zeventig jaar 1 Trouw, 16 november 2015. 2 Idem.

11


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 12

12

geleden. Geconfronteerd met de onvrijheid van mensen buiten Europa en de bedreiging van vrijheid binnen de Europese grenzen, zijn Nederland en andere Europese landen in verwarring: hoe om te gaan met mensen op de vlucht voor oorlog en geweld, op zoek naar vrijheid en veiligheid? Verwelkomen we hen? Sluiten we de grenzen? Het beeld is diffuus. In Nederland onthalen betrokken burgers de vluchtelingen met kleding- en voedselpakketten en knuffels voor de kinderen. Mensen stellen hun huis beschikbaar voor de opvang van ontheemden. Anderen protesteren fel tegen de komst van asielzoekerscentra in hun gemeente. De vraag klinkt of met de komst van vluchtelingen uit Syrië en andere landen uit het Midden-Oosten — landen die overwegend islamitisch zijn — mogelijk ook aanhangers van IS meekomen en een bedreiging vormen voor de vrijheid en veiligheid in Europa. In de rest van Europa zijn eveneens tegenstrijdige bewegingen te zien. Duitsland opent (weliswaar tijdelijk vanwege de grote toestroom) zijn grenzen voor vluchtelingen, terwijl verschillende Oost-Europese landen metershoge hekken bij de grenzen bouwen om de komst van ontheemden tegen te houden. “Merkels generositeit valt terug te voeren op de Tweede Wereldoorlog, zoals bijna alles in de naoorlogse Duitse Europapolitiek”, aldus politicoloog Alfred Pijpers over de toestroom van vluchtelingen in de Volkskrant van 21 september 2015. De gezagsdragers in het moderne Duitsland hebben “de last en de schuld van de geschiedenis op zich genomen”, bracht bondspresident Joachim Gauck in de 5 mei-lezing van 2012 onder woorden.3 In het moderne Duitsland hebben de autoriteiten na de oorlog rekenschap afgelegd voor de pijnlijke erfenis die het naziregime aan zijn opvolgers heeft nagelaten. Duitsland wil aanspreekbaar zijn op de speciale morele verplichting die het land voelt in kwesties als vreemdelingenhaat en uitsluiting. Dat Duitsland sinds 2005 een bondskanselier heeft die is opgegroeid in het communistische Oost-Duitsland en uit eigen ervaring bekend is met onvrijheid, versterkt vermoedelijk de betrokkenheid van het hoogste gezag bij kwesties van vrijheid en onvrijheid. 3 Joachim Gauck, Bevrijding vieren — verantwoordelijkheid nemen. Amsterdam: Nationaal Comité 4 en 5 mei, 2012.


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 13

Gesprekken Het denken van Duitsers over vrijheid en onvrijheid is doordesemd van de Tweede Wereldoorlog. Dat laat zich zien in de (aanvankelijk) genereuze aanpak van de vluchtelingencrisis door bondskanselier Merkel. Er is ook een keerzijde: de aantrekkingskracht van het neonazisme in de Duitse samenleving door de komst van ontheemden. Niettemin gaan de Duitse autoriteiten voort op de weg die zij na afloop van de oorlog zijn ingeslagen: erkenning van schuld, boetedoening en het nemen van verantwoordelijkheid. Daarmee heeft Duitsland geloofwaardigheid en opname in de internationale gemeenschap afgedwongen. Nederland werd in de periode 1940–1945 door Duitsland bezet. De vraag komt op wat voor betekenis vrijheid en onvrijheid binnen de huidige Nederlandse context hebben. Waar denken Nederlanders aan bij het woord vrijheid? Hoe kunnen we vrijheid begrijpen? Is het nodig om onvrijheid te hebben ervaren om vrijheid te kunnen waarderen? Is oorlog, in het bijzonder de Tweede Wereldoorlog, nog steeds hét referentiepunt voor vrijheid en onvrijheid? Deze vragen komen in Het vrijheidsboek aan de orde. Maar het gaat in dit boek óók over vrijheid los van het oorlogsverleden: over vrijheid in relatie tot vrouwen- en mensenrechten, internetvrijheid, vrijheid van meningsuiting, vrijheid om te reizen, vrijheid in de liefde en vrijheid als ruimte. Hoe bepaalt vrijheid ons doen en laten, als individu en als samenleving? Kan vrijheid onbegrensd zijn of is (soms) afgrenzing van vrijheid nodig? Kan er te veel vrijheid zijn? Kan vrijheid als onbegrensde ruimte, maar ook als leegte worden ervaren? Maarten Dallinga en ik gingen over deze onderwerpen in gesprek met veertien Nederlanders. We voerden gesprekken met mensen die zich in het publieke domein over vrijheid en onvrijheid hebben uitgesproken — in de breedste zin van deze twee woorden, omdat we zo veel mogelijk aspecten daarvan aan bod wilden laten komen. Onze gesprekspartners verschillen van elkaar qua generatie, geslacht, opleiding, beroep, politieke voorkeur en/of etniciteit. Hun visie op en ideeën over vrijheid bieden stof tot nadenken en voer voor gesprek. We begonnen ieder gesprek met het verzoek of de geïnterviewde op papier wilde zetten wat vrijheid voor hem of haar, in het

13


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 14

kort, betekent. Deze kernwoorden vormden de leidraad voor het gesprek, naast een vragenlijst die we als richtsnoer gebruikten om het gesprek zo veel mogelijk te kunnen structureren. Omdat we de gesprekken namens het Nationaal Comité 4 en 5 mei voerden, hadden enkele vragen betrekking op de Nationale Dodenherdenking en Bevrijdingsdag. De meningen van de geïnterviewden over 4 en 5 mei zijn voor rekening van henzelf en komen niet per se overeen met de visie van het Nationaal Comité 4 en 5 mei. Ook is het mogelijk dat uitspraken over 4 en 5 mei niet overeenkomen met hoe deze dagen in de praktijk worden ingevuld. 14

Eerste Wereldoorlog Met de belangstelling voor de thematiek rond vrijheid en onvrijheid is iets opmerkelijks aan de hand. De interesse voor het oorlogs­verleden neemt niet af, maar juist toe — ook al is het ­zeventig jaar geleden dat de Tweede Wereldoorlog eindigde. Of is het juist dankzij die verstreken tijd? In dagbladen, op internet, radio en televisie, in romans, op nieuwe media, in musea, maar ook in persoonlijke verhalen en herinneringen is de Tweede Wereldoorlog nog steeds alom aanwezig. Lustrumjaren (zoals 2015) versterken deze tendens nog meer. Dat de belangstelling voor grote oorlogen of andere ingrijpende conflicten toeneemt naarmate deze langer achter ons liggen, geldt niet alleen voor de Tweede Wereldoorlog. In 2004, negentig jaar na het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog, kwamen historici Antoine Prost en Jay Winter in hun boek Penser la Grande Guerre tot de conclusie dat de interesse voor de ‘Grote Oorlog’ (zoals het conflict tot de Tweede Wereldoorlog heette) niet af, maar juist toeneemt.4 Naarmate de tijd verder verstrijkt en diegenen die de oorlog hebben overleefd vrijwel allemaal zijn overleden, blijkt de interesse van de volgende generaties groter te worden. Deze belangstelling zagen de historici terug in de vele boeken, tijdschriften, studiedagen, musea en films die aan de Eerste Wereldoorlog waren gewijd. En ook de lustrumjaren 2014–2018, honderd jaar na het begin en het einde van de Eerste 4 Antione Prost en Jay Winter, Penser la Grande Guerre. Un essai d’historiographie. Parijs: Éditions du Seuil, 2004, 263.


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 15

Wereldoorlog, markeren momenten waarop de Europese landen stilstaan bij hun verleden. De activiteiten en interesses betekenen dat jongere generaties (lees: degenen die ná de betreffende oorlog zijn geboren) de Eerste en de Tweede Wereldoorlog als belangwekkende historische periodes hebben omarmd. Hoe kleurt deze betrokkenheid bij een verleden, dat meer dan een halve en soms zelfs een hele eeuw achter hen ligt, het denken van naoorlogse generaties over vrijheid en onvrijheid? We hopen via de gesprekken met representanten van diverse generaties een impressie te geven hoe generaties in naoorlogs Nederland hun gedachten over vrijheid en onvrijheid hebben ontwikkeld. Generaties Generatie in de klassiek genealogische zin verwijst naar een van de niveaus binnen de verwantschap van grootouders, ouders en kinderen. Zij vormen drie opeenvolgende generaties in de verwantschapshiërarchie.5 Eén generatie staat voor de tijd die nodig is om een voorgaande generatie op te volgen. Het levensjaar van de ouder waarin het eerste kind wordt geboren, is hiervoor de graadmeter. Hiervoor rekent men doorgaans dertig jaar.6 De opeenvolging van geslachten binnen gezinnen en families duidt men ook wel aan met de term ‘objectieve generatie’. In Het vrijheidsboek gaan we uit van een indeling in objectieve generaties met de Tweede Wereldoorlog als ijkpunt. Mensen die de oorlog hebben meegemaakt zijn de eerste generatie. Allen die zijn geboren na 15 augustus 1945, het officiële einde van de Tweede Wereldoorlog, behoren tot de naoorlogse generatie. Daarbinnen zijn weer kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen te onderscheiden. In zijn geheel spreken we over de eerste generatie van ooggetuigen enerzijds en van de naoorlogse generatie anderzijds, onder te verdelen in de tweede, derde en vierde generatie, enzovoorts. 5 Isabelle van Diepstraten, Peter Ester en Henk Vink, Mijn generatie. Zelfbeelden, jeugdervaringen en lotgevallen van generaties in de twintigste eeuw. Zonder plaats: Syntax Publishers, 1999, 8. 6 Peter Ester, Henk Vinken en Isabelle van Diepstraten, Mijn generatie, tien jaar later. Generatiebesef, jeugdervaringen en levenslopen in Nederland. Amsterdam: Rozenberg, 2008, 16.

15


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 16

16

Socioloog Karl Mannheim (1892–1947) was de eerste wetenschapper die in zijn generatietheorie sociale factoren een plaats gaf. Zijn uitgangspunt is dat iemand als lid van een bepaalde generatie kan worden beschouwd als deze persoon zich ervan bewust is dat hij of zij tot een generatie behoort. Dit is het ‘subjectieve generatie’-begrip. Volgens Mannheim zijn generaties zich bewust van de tijd en samenleving waarin zij leven en ervaren zij zichzelf daardoor als lid van een groep generatiegenoten die dezelfde sociale omstandigheden hebben meegemaakt. Dit betekent dat oorlog en conflicten hun weerslag hebben op individuen in de samenleving en ze daardoor zélf in hoge mate ‘generatievormend’ kunnen zijn. Nooit meer Generatietheoretici zien de Eerste Wereldoorlog (1914–1918) als het eerste conflict dat verstrekkende gevolgen had voor het denken over generaties. Het is geen toeval dat Mannheim zijn theorie ontwikkelde tegen de achtergrond van de Eerste Wereldoorlog. Sinds de Franse Revolutie van 1789, het begin van de moderne samenleving in Europa, geloofden intellectuelen dat iedere generatie de gemeenschap op een hoger plan zou brengen en de samenleving een hoger beschavingsniveau zou bereiken. Aan dit geloof in een altijd voortgaande progressie kwam een einde door de industrialisatie, verstedelijking, klassentegenstellingen — en niet in de laatste plaats de Eerste Wereldoorlog. De Grote Oorlog was zo’n ingrijpende breuk in de geschiedenis dat deze een nieuwe generatie vormde: ten eerste de frontgeneratie, mannen getekend door het bloedvergieten in de loopgraven. Historicus Robert Wohl beschreef in The Generation of 1914 hoe de jonge mannen zouden veranderen: van “studenten die ten strijde trokken met bloemen in hun geweren en vaderlandslievende muziek in hun hart” tot “vechtenden in de loopgraven wier grimassen en schuwe blikken onthulden hoe dicht ze bij de dood gekomen waren.”7 Maar de impact van deze oorlog was veel groter. De al eerder genoemde historicus Jay Winter stelde kort en bondig vast: 7 Robert Wohl, The Generation of 1914. Cambridge: Harvard University Press, 1979, 1.


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 17

“Opeens ging oorlogsvoering iedereen aan.”8 Hij doelde daarmee op het feit dat het oorlogsgeweld in de jaren 1914–1918 niet alleen het leven van talloze militairen verwoestte, maar ook van burgers. De moderne manier van oorlog voeren maakte niet alleen slachtoffers op het slagveld, maar ook in de steden, dorpen, huizen en straten waar burgers leefden — en stierven, door bombardementen, honger, gebrek aan medicijnen, verwaarlozing en ziekte. Winter beschouwt de Eerste Wereldoorlog dan ook als het einde van het vooruitgangsgeloof en als een drastische breuk in onze geschiedschrijving. De impact van dit conflict, dat voor het eerst in de geschiedenis grootschalig was, zowel in geografie als in slachtofferaantallen, was ongekend: “In de Grote Oorlog lieten negen miljoen mannen het leven. Drie keer zoveel raakten tijdens hun actieve dienst verminkt, beschadigd in lichaam en geest. Miljoenen veteranen, weduwen en wezen ontkwamen nooit meer aan de schaduw die de oorlog geworpen had. (…) ‘Nooit meer’ zijn woorden die we nu associëren met de Holocaust, maar de uitspraak lag een generatie eerder al op de lippen van miljoenen mannen en vrouwen.”9 ‘Nooit meer (oorlog)’, de verzuchting die we kennen van na 1945, dateert dus van vóór de Tweede Wereldoorlog. Het was een unicum in de geschiedenis dat oorlog niet ‘beperkt’ bleef tot een deel van de samenleving (mannen op het slagveld), maar militairen én burgers, onder wie vrouwen en kinderen, trof. De Eerste Wereldoorlog maakte dus nieuwe slachtoffers, maar óók nieuwe ooggetuigen: vrouwen en kinderen. Voor historicus Winter is dit een belangwekkende verandering, omdat vrouwen (kinderen laat hij in zijn betoog buiten beschouwing) als ooggetuige een nieuwe plaats krijgen in de geschiedschrijving: “Vrouwen worden samen met mannen een nieuwe categorie historische actoren — wat we nu ‘getuigen’ noemen, mensen die erbij waren, die de oorlog van nabij hebben meegemaakt, wier herinneringen deel uit maken van de geschiedschrijving.”10 Met de nieuwe rol van vrouwen (en kinderen) als getuigen van het verleden raken oorlogsgeschiedenis 8 Jay Winter, Remembering War. The Great War Between Memory and History in the Twentieth Century. New Haven en London: Yale University Press, 2006, 281. 9 Idem, 49. 10 Jay Winter, Remembering War. The Great War Between Memory and History in the Twentieth Century. New Haven en London: Yale University Press, 2006, 7.

17


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 18

Henk Becker en zijn generatie-indeling  Socioloog Henk Becker beschreef in het boek Generaties en hun kansen (1992) vier typologieën die veel navolging hebben gekregen. Hij introduceerde: de Vooroorlogse Generatie, geboren tussen 1910 en 1930; de Stille Generatie, geboren tussen 1930 en 1940; de Protestgeneratie, geboren tussen 1940 en 1955 en de Verloren Generatie, geboren tussen 1955 en 1970. Voor de generatie geboren na 1970 zijn meerdere benamingen in omloop, zoals de Grenzeloze Generatie en de Pragmatische Generatie. Er zijn ook andere benamingen en afbakeningen, zoals Generatie X (1961-1981), Generatie Y (1982-2001) en Generatie Z (1992-2010).

18

(het traditionele domein van mannen) en familiegeschiedenis (het domein van vrouwen en kinderen) met elkaar verstrengeld. De twintigste eeuw laat zich daarmee kenmerken als de eeuw van de ‘democratisering van het lijden’. Ingrijpend Mannheim introduceerde ten eerste de gedachte dat van een generatie sprake is als een groep mensen, die in dezelfde periode is geboren, onder invloed van dezelfde levenservaringen en socialisatieprocessen een vergelijkbare levenshouding aanneemt. Ten tweede poneerde hij dat een mens het meest ontvankelijk is voor omgevingsinvloeden in de jaren waarin hij of zij als kind tot volwassene uitgroeit: tussen het vijftiende en vijfentwintigste levensjaar. Mannheim noemt dit de ‘formatieve periode’. De Eerste Wereldoorlog viel samen met Mannheims eigen formatieve periode. Er ontstond een generatie getekend door oorlogservaringen: “Als ooit de leden van één bepaalde leeftijdsgroep een ingrijpende ‘formatieve ervaring’ hebben gedeeld, dan is het ‘de generatie van 1914’ geweest.”11 In Nederland heeft socioloog Henk Becker Mannheims generatietheorie verder ontwikkeld.12 Wel legt hij andere accenten. Waar Mannheim een generatie ziet als mensen die zich verbonden voelen door gemeenschappelijke jeugdervaringen, benadrukt Becker vooral feitelijke generatiekenmerken. Volgens Becker zijn economische omstandigheden tijdens de jeugd (en volgens hem 11 Payl Luykx en Hans Righart, ‘Invented generations? Historici over het generatievraagstuk’ in: Paul Luykx en Hans Righart, Generatiemix. Leeftijdsgroepen en cultuur. Amsterdam: Singel uitgevers, 1998, 196–223, aldaar 204. 12 Henk Becker, Generaties en hun kansen. Amsterdam: Meulenhoff, 1992.


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 19

daarmee direct samenhangend toegang tot onderwijs, arbeids-, huwelijks- en woningmarkt) bepalend voor iemands latere levenskansen. De generatietheorieën van Mannheim en Becker hebben veel navolging gekregen in de wetenschap en daarbuiten. Vooral de overzichtelijke indeling in generaties die Becker ontwikkelt, blijkt populair onder journalisten en in de media. Er was ook kritiek, in Nederland van onder anderen socioloog Andries van den Broek. Hij meent dat Becker weliswaar een handzame rangschikking in generaties biedt, maar te gemakkelijk wordt gebruikt om allerlei verschillen tussen generaties te verklaren. Van den Broeks belangrijkste kritiekpunt is dat Beckers onderzoek op één meetmoment is gebaseerd, waardoor zijn uitspraken over generaties in het gunstigste geval plausibel, maar nooit hard te maken zijn.13 Niettemin geeft hij toe: “Mensen die het gevoel hebben tot een generatie te behoren, kunnen op dat gevoel worden aangesproken.”14 Deze ‘subjectieve beleving’, die bepaalt dat iemand van mening is of hij (of zij) tot een generatie behoort, is voor Het vrijheidsboek van cruciaal belang. In onze gesprekken over vrijheid en onvrijheid was een van de vragen: wanneer en waarom kijkt iemand op een bepaalde gebeurtenis in het verleden terug? En is dat van invloed op de ontwikkeling van gedachten over vrijheid en onvrijheid? In Het vrijheidsboek beschouwen we generaties als een groep van leeftijdsgenoten die zichzelf en hun ervaringen achteraf in de tijd plaatsen en hun identiteit (deels) baseren op een gedeeld verhaal van een gezamenlijk verleden.15 Omwille van de toegankelijkheid hanteren we in Het vrijheidsboek het objectieve en subjectieve generatiebegrip door elkaar, zonder dat verschil telkens expliciet te benoemen.16

13 Andries van den Broek, ‘The choice of a new generation? De verraderlijke charme van het begrip generatie’ in: Jaarboek MarktOnderzoek Associatie, 1995–1996, 125–139. 14 Idem, 137. 15 Robbert-Jan Adriaansen, ‘Generaties, herinnering en historiciteit’ in: Tijdschrift voor Geschiedenis, jaargang 124, nr. 2, 2011, 220–237, aldaar 230; Benedict Anderson, Imagined Communities. Reflections on the Origin and Spread of Nationalism. London en New York: Verso, 1983, gewijzigde druk 1991. 16 Aart C. Liefbroer, ‘Over het gebruik en misbruik van het generatiebegrip in de sociologie’ in: Mens en maatschappij, jaargang 87, nr. 1, 78–87.

19


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 20

20

Activisme In de twintigste eeuw zijn de Eerste en de Tweede Wereldoorlog generatievormend geweest. Socioloog Henk Becker beschreef hoe de Stille Generatie, geboren tussen 1930 en 1940, diepgaand is beïnvloed door de oorlog en de moeizame wederopbouw daarna. De waarden van deze gezagsgetrouwe generatie noemt hij conventioneel: hard werken, zuinigheid, kalme tevredenheid en een nuchtere kijk op het leven.17 Volgens historicus Hans Righart beschouwde de naoorlogse generatie de puriteinse en ascetische levenshouding van de voorgaande generatie als verouderd en irrelevant: “De economische crisis en de daaropvolgende oorlog en bezetting, voor hun ouders zulke persoonlijkheidsvormende ervaringen, hadden deze jongeren niet meegemaakt en de verwijzingen daarnaar ervoeren zij als polariserend en vervreemdend.”18 De generatie die na 1945 ter wereld kwam, groeide op in een andere samenleving. De babyboom (tussen 1946 en 1949 kwamen er bijna een miljoen mensen bij) viel samen met de industrialisatie en modernisering van naoorlogs Nederland. De meest opvallende maatschappelijke veranderingen in de jaren vijftig en zestig waren economische groei, toename van de welvaart en uitbreiding van de sociale zekerheid. De strijd om primaire materiële bestaansvoorwaarden, zoals werk en een woning, verschoof langzaam maar zeker naar de achtergrond. Jongeren uit de jaren zestig wilden zich ontworstelen aan de beperkingen van hun ouders en wensten vrijheid op allerlei terreinen. Ontzuiling en ontkerkelijking markeerden de afbrokkeling van traditionele gezagsstructuren. Politieke vernieuwing en radicalisme volgden, evenals grotere seksuele vrijheid en de opkomst van een protestcultuur, waaraan de Protestgeneratie (geboren tussen 1940 en 1955) haar naam ontleent. In de brede vernieuwingsbeweging uit de jaren zeventig was activisme het kernwoord: de jongerenbeweging, de studentenbeweging, de vrouwenbeweging met de tweede feministische golf, de homobeweging, de vredesbeweging en de antidiscriminatiebeweging manifesteerden zich. Ontwikkelingshulp en mensenrechtenbeleid kwamen tot wasdom. De Protest­ 17 Henk Becker, Generaties en hun kansen. Amsterdam: Meulenhoff, 1992, 56. 18 Hans Righart, De eindeloze jaren zestig. Geschiedenis van een generatieconflict. Amsterdam: Arbeiderspers, 1995, 26.


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 21

generatie zette zich luidkeels af tegen de Stille Generatie en de roep om meer vrijheid kwam tot uiting in de jongerencultuur die zich ontwikkelde. Sommige historici menen dat de jaren zestig (en niet de Tweede Wereldoorlog) gelden als dé cesuur in het recente verleden van Nederland: “Zo er al sprake zou zijn van een breuk in de jongste geschiedenis van Nederland, dan zou die in de jaren zestig te vinden zijn en niet in de bezettingstijd.”19 Het onderstreept hoe dan ook dat de Tweede Wereldoorlog in Nederland generatievormend is geweest: hetzij in de directe doorwerking op de Stille Generatie die de oorlog zelf heeft meegemaakt, hetzij indirect op de Protestgeneratie die meer vrijheid wenste en zich afzette tegen de beperkingen die de oorlogsgeneratie zou kenmerken. Het vrijheidsboek gaat ook over de vormen van vrijheid die in de jaren zeventig zijn bevochten. Schakels In 2012 signaleren media een nieuwe trend. Jongeren, kleinkinderen van Joodse overlevenden van de Shoah, laten het kampnummer van hun oma of opa op hun arm tatoeëren als eerbetoon aan hun grootouders en om de herinnering aan de gruwelen van toen levend te houden. De Telegraaf bericht over deze trend: “Als nabestaanden zouden zij zich ergeren aan generatiegenoten die nauwelijks nog iets weten van de Holocaust. Naast een liefdesuiting voor de inmiddels bijna altijd overleden familieleden willen zij blijven discussiëren over de nazimisdaden uit de Tweede Wereldoorlog en de opkomst van rechts-extremisme tegengaan.”20 Ook in Israël blijken ‘nieuwe kamptatoeages’ populair en in 2012 verschijnt er een documentaire over: Numbered, van regisseur Dana Doron. Over de pas aangebrachte kamptatoeages zijn de meningen verdeeld. Sommigen wijzen deze af als smakeloos en choquerend: “Hoe dichtbij kun je de oorlog hebben? Zo’n volslagen contextloze identificatie met en toe-eigening van de oorlog en haar slachtoffers door jongeren — dat kan toch niet de bedoeling zijn van

19 J.C.H. Blom, ‘De Tweede Wereldoorlog en de Nederlandse samenleving: continuïteit en verandering’ in: J.C.H. Blom, Crisis, bezetting en herstel. Tien studies over Nederland 1930–1950. Den Haag: zonder uitgever, 1989, 165 en 176. 20 De Telegraaf, 3 november 2012.

21


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 22

22

herdenken?”21 Anderen juichen het initiatief toe. De trend, gestart door de derde generatie van overlevenden van de Shoah, slaat over (of terug) naar de oudere generatie. Kleinkinderen inspireren hun ouders, de tweede generatie, om ook een kamptatoeage te nemen. Daarmee schrijven twee naoorlogse generaties de herinnering aan de Shoah letterlijk op hun lichaam. Denken over generaties berust vaak op het idee dat oudere generaties hun normen en waarden aan jongere generaties doorgeven. Ingrijpende breuken in de geschiedenis en binnen families laten soms echter een tegenovergesteld effect zien, zoals het voorbeeld van kleinkinderen van Shoah-overlevenden. Hierin is het de jongste generatie die zich via nieuwe kamptatoeages met hun grootouders verbindt. Niet de kinderen, maar kleinkinderen zijn de motor in de (her)ontdekking van het traumatische verleden van de eerste generatie: “Vanwege een generatiekloof bevinden getuigen zich vaak in het gezelschap van veel jongere familieleden. (…) de neiging van overlevenden om hun verhalen niet te delen met hun kinderen, die zich — in de hoop een heel ander leven op te bouwen — misschien afkeren van het verleden dat hun ouders hebben moeten doorstaan, maar met hun kleinkinderen.”22 Grootouders en kleinkinderen blijken in hun contact met elkaar weer schakels (aan elkaar) te kunnen smeden. Zo’n kleinkind is Natascha van Weezel, geboren in 1986. Zij maakte de documentaire Elke dag vier mei (2014) en schreef het boek De derde generatie, over ‘kleinkinderen van de Holocaust’ (de ondertitel van haar boek). Voor Van Weezel is haar plek in de familie soms een last: “Sinds mijn komst waren er voor het eerst sinds 1942 weer drie generaties en iedereen was daar zó blij mee dat ik niemand teleur wilde stellen.”23 In haar werk staan kleinkinderen centraal die, in tegenstelling tot hun ouders van de tweede genera21 Susan Hogervorst, ‘De oorlog dichtbij. Herdenken van de oorlog door nieuwe generaties’ op het Erfgoedplatform Open Universiteit, 4 mei 2013, www.ou.nl/web/erfgoedplatform/de-oorlog-dichtbij-herdenken-van-de-oorlog-door-nieuwe-generaties-4-mei-2013, bezocht op 23 mei 2013. 22 Jay Winter, Remembering War. The Great War Between Memory and History in the Twentieth Century. New Haven en London: Yale University Press, 2006, 268. 23 Natascha van Weezel, De derde generatie. Kleinkinderen van de Holocaust. Amsterdam: Balans, 2015, 55.


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 23

tie, wél met het oorlogs- en familieverleden worden geconfronteerd of dat zelf opzoeken. Ze constateert dat vrijwel iedereen van haar (derde) generatie makkelijker met zijn of haar grootouders over de oorlog kan praten dan met zijn of haar ouders; de band tussen de eerste en de derde generatie is sterk. Een breuk tussen de eerste en tweede generatie betekent dus niet per se dat de familiegenealogie definitief is doorsneden. Literatuurwetenschapper Marianne Hirsch introduceerde de term ‘postmemory’ om de diepte van de relatie te beschrijven waarin de naoorlogse generatie zich verhoudt tot het persoonlijke, collectieve en culturele trauma van de voorgaande generatie. Verhalen over en beelden van de Shoah zijn samen met de attitude van overlevenden cruciaal in de overdracht naar de naoorlogse generatie: “Deze ervaringen waren zo krachtig en met zo veel gevoel aan hen overgedragen dat ze deel lijken uit te maken van hun eigen herinneringen. (…) Deze gebeurtenissen hebben zich in het verleden afgespeeld, maar de gevolgen ervan werken door in het heden.”24 De derde generatie lijkt in dit proces een cruciale rol te spelen door het verleden te verbeelden en zich daarmee te verbinden. Verhalen Familiebanden kunnen na een ingrijpende breuk in de (familie)­ geschiedenis verzwakken, maar na verloop van tijd door de generaties heen weer sterker worden. Historicus Winter constateerde dit naar aanleiding van de Eerste Wereldoorlog en het is helder dat deze ontwikkeling ook voor de Tweede Wereldoorlog opgaat. “Ik vind het belangrijk dat de verhalen van mijn grootouders niet verloren gaan”, schrijft Van Weezel.25 Vrijwel iedereen zal het met deze uitspraak eens zijn, maar waarom eigenlijk? Waarschijnlijk hangt dit samen met de plaats die verhalen en herinneringen in de samenleving en in de historische traditie innemen: “Verhalen brengen ons terug tot onszelf. Ze gaan over hoe wij mogelijk zijn. In deze zin is de geschiedschrijving een condi-

24 Marianne Hirsch, The Generation of Postmemory. Writing and Visual Culture After the Holocaust. New York: Columbia University Press, 2012, 5. 25 Natascha van Weezel, De derde generatie. Kleinkinderen van de Holocaust. Amsterdam: Balans, 2015, 287.

23


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 24

24

tie van het menselijke, tijdelijke bestaan.”26 Door over zichzelf te spreken en verhalen door te geven construeren mensen een eigen identiteit. Het doorgeven van verhalen over vrijheid en onvrijheid door de generaties heen, inclusief breuken en schakels, maakt het mogelijk om het individuele levensverhaal te laten oplopen met de ‘collectieve biografie’ van een groep leeftijdsgenoten. Zo stelde Van Weezel op basis van voor haar relevante verhalen en herinneringen haar identiteit vast (Joods) en paste zich daarmee in in de genealogie van haar familie (als kleinkind van de derde generatie).27 Tegen deze achtergrond is het dan ook goed voorstelbaar om generaties te beschouwen als “een van de meest basale zingevingkaders is die we kennen.”28 Verwantschap is niet uitsluitend en per definitie een automatisch gegeven, maar kan een bewuste keuze zijn waarin gedeelde verhalen existentieel zijn. Inspiratie Over vrijheid is veel nagedacht en geschreven.29 Lange tijd is vrijheid voor velen in Nederland zo vanzelfsprekend geweest dat mensen hier niet bij stilstonden. Dat is veranderd. Onvrijheid is voor veel mensen — al was het maar gevoelsmatig — dichterbij gekomen. We zijn getuige van de komst van vluchtelingen. Mensen die Europa over land willen bereiken, doorkruisen tijdens hun reis landen als Macedonië, Servië en Oostenrijk. Het is dezelfde route als die van ontheemden uit de Tweede Wereldoorlog, die vluchtten voor het geweld van de soldaten van Hitler en Stalin. Alleen gaan de migranten nu de andere kant op, met name richting Duitsland. Folkert Jensma, voormalig hoofdredacteur van NRC Handelsblad, schreef in 26 Chiel van den Akker, ‘Het verwachte einde. Tijd, geschiedenis en verhaal’ in: Maria Grever en Harry Jansen (red.), De ongrijpbare tijd. Temporaliteit en de constructie van het verleden. Hilversum: Verloren, 2001, 131–144, aldaar 133. 27 Ook voor andere bevolkingsgroepen is dit een bekend fenomeen. Zie: Esther Captain, ‘Harmless Identities. Representations of Racial Consciousness among Three Generations Indo-Europeans’ in: Philomena Essed en Isabel Hoving (red.), Dutch Racism, Amsterdam: Rodopi, 2014, 53–69. 28 Robbert-Jan Adriaansen, ‘Generaties, herinnering en historiciteit’ in: Tijdschrift voor Geschiedenis, jaargang 124, nr. 2, 2011, 220–237, aldaar 231. 29 Liesbeth Noordegraaf-Elens, Martijn van der Steen en Paul Frissen, Leven in niet vanzelfsprekende vrijheid. Den Haag: Nederlandse School voor Openbaar Bestuur, 2012.


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 25

september 2015: “Vluchtelingen komen behalve voor een dak, ook voor recht, vrede en vrijheid. Voor zekere en veilige verhoudingen tussen burgers onderling en met de staat. Voor een politiekorps dat je gelijk behandelt en waar je niet bang voor hoeft te zijn. Waar ieder toegang heeft tot een onafhankelijke rechter. Waar de staat de rechter gehoorzaamt, omdat het zo hoort. Hier gaat recht voor macht. Dat is ons echte kapitaal, waar we hier al zeventig jaar in vrede van genieten. Zonder de onzichtbare infrastructuur van de rechtsstaat was dit een ander land. Vrijheid is waar het om draait. De rest is geneuzel.”30 Het is nu dan ook de tijd om dieper na te denken over vrijheid als waarde die tijdens de Tweede Wereldoorlog zwaar is bevochten en recentelijk voor velen weer ernstig onder druk is komen te staan. Het vrijheidsboek hoopt inspiratie te bieden in het zoeken naar de betekenis van vrijheid. De geïnterviewden blikken terug op het verleden, denken na over het nu en de toekomst en delen hun visie op vrijheid. Wilt u ook uw gedachten delen? Dat kan via vrijheidsboek@4en5mei.nl en op hetvrijheidsboek.nl. Op deze website vindt u ook veel aanvullende (actuele) artikelen en audio- en video­ fragmenten. Woord van dank Het vrijheidsboek is een publieksuitgave van het onderzoeksprogramma Vrijheid en onvrijheid door de generaties heen. In 2011 deelde ik samen met Nine Nooter, destijds directeur van het Nationaal Comité 4 en 5 mei, de eerste gedachten over dit meerjarige onderzoek. Zij stelde zich voor hoe historische en sociologische inzichten elkaar zouden kunnen verrijken. In de afdeling sociologie van de Universiteit Utrecht heeft het comité vervolgens een uitstekende samenwerkingspartner gevonden voor het uitvoeren van het onderzoeksprogramma in de jaren 2013–2015. Dank gaat dan ook uit naar het onderzoeksteam, bestaande uit de sociologen Manja Coopmans MSc en dr. Sabrina de Regt, met als begeleiders dr. Eva Jaspers en prof. dr. ir. Tanja van der Lippe. De uitkomsten van het wetenschappelijke onderzoek door de Universiteit Utrecht staan op hetvrijheidsboek.nl. 30 NRC Handelsblad, 19 september 2015.

25


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 26

26

Dank gaat ook uit naar de wetenschappelijke begeleidings­ commissie, bestaande uit prof. dr. Henk Becker (socioloog Universiteit Utrecht), mr. dr. Laurie Faro (jurist/cultuurwetenschapper Tilburg University), prof. dr. Rolf Kleber (psycholoog Universiteit Utrecht), prof. dr. Rob van der Laarse (historicus Vrije Universiteit/ Universiteit van Amsterdam) dr. Marcel Lubbers (socioloog Radboud Universiteit Nijmegen) en prof. dr. Kees Ribbens (historicus, NIOD en Erasmus Universiteit Rotterdam). Helaas moest Henk Becker om gezondheidsredenen zijn deelname halverwege het onderzoek staken. Erkentelijkheid gaat voorts uit naar dr. Andries van den Broek, socioloog bij het Sociaal en Cultureel Planbureau, die meedacht en zijn visie op het onderzoek deelde. Ten slotte gaat dank uit naar de collega’s van het comité die eerdere versies van dit boek becommentarieerden: Cristan van Emden, Simon Jacobus, Rutger van Krieken MA, Renske Krimp MA, drs. Maarten-Jan Vos en drs. Niels Weitkamp. dr. Esther Captain Hoofd onderzoek Nationaal Comité 4 en 5 mei


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 27

Gesprekken


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 28

28


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 29

Glenn de Randamie (Typhoon)

Hiphopartiest Glenn de Randamie (’t Harde, 1984) maakt muziek onder de naam Typhoon. Zijn album Lobi da basi (2014, Surinaams voor ‘Liefde is de baas’) werd al meer dan 20.000 keer verkocht en bereikte daarmee de gouden status. Het was volgens de Volkskrant het beste album van 2014: “Verbluffend in muzikale rijkdom, tekstueel sterk, en altijd even toegankelijk als meeslepend.” In 2007 verscheen zijn debuut-cd Tussen licht en lucht. Hij gaf optredens op festivals als Lowlands, North Sea Jazz en Pinkpop. Ook was ­Typhoon met zijn band in 2014–2015 de huisband van tv-programma De Wereld Draait Door. Zijn lied Niet weglopen was in 2015 het themanummer van Serious Request, de inzamelingsactie van NPO 3FM en het Rode Kruis. De Randamie won de Grote Prijs van Nederland, een Zilveren Harp en twee Edisons. In 2013 trad hij op voor koning Willem-Alexander en koningin Máxima, bij de viering van 200 jaar Koninkrijk. Ook geeft hij lezingen en rapworkshops. Hij studeerde religiestudies aan de Universiteit van Amsterdam (niet afgemaakt) en komt uit een muzikale familie, met twee rappende broers en een zingende zus.

29


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 30

“Vrijheid moet niet een concept zijn, maar iets van ons allemaal” 30

Glenn de Randamie, alias Typhoon, is kritisch op het wereld­ beeld dat hem wordt voorgeschoteld. Daarom verdiept de mateloos populaire hiphopartiest zich in het slavernij­ verleden van zijn familie en doet hij onderzoek naar bijvoor­ beeld privacyschending. De opgedane kennis deelt hij met zijn publiek, als boodschapper van ‘het eerlijke verhaal’. “Kies eens een ander perspectief en onderschat mensen niet in wat ze aankunnen.” Af en toe gaat de studiodeur open en klinkt een flard Typhoon. Glenn de Randamie (1984) — de artiest van vijfsterrenrecensies, uitverkochte shows en vele prijzen, maar zonder sterallures — zit midden in opnames. Zijn muziekstudio in Zwolle is gevestigd in een ‘cultuurwerkplaats’, een pand dat hij deelt met andere kunstenaars en artiesten. Hij belegt nog snel even een bruine boterham met kaas. Naast de studio staan een paar oude bankstellen, waar je lekker in weg kunt zakken. Maar De Randamie zit rechtop, gefocust. “Ik vind vrijheid een heel belangrijk onderwerp. Het betekent voor mij onafhankelijkheid. Hoe minder afhankelijk je bent, hoe vrijer. Voor mijn gevoel zit die vrijheid deels in kennis: weten wie je bent en waar je vandaan komt. Dat kunnen uitdragen.” Het wordt een serieus gesprek. De Randamie zit vol positieve energie, is openhartig en weet wat hij kwijt wil over vrijheid en onvrijheid in de wereld — of misschien wel: kwijt moet. Hij straalt zelfvertrouwen uit en neemt geen blad voor de mond. Maar hard of onbeschoft wordt hij geen moment — hij is hetzelfde als in zijn liedjes. Vrij Nederland (24 september 2014) vergeleek hem met de Belgische artiest Stromae: “Een representant van het nieuwe land,


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 31

vrolijk in klank maar ernstig in tekst, en gezegend met een blijmoedig enthousiasme waar geen cynisme tegen is opgewassen.” In 2009 was De Randamie Ambassadeur van de Vrijheid voor het Nationaal Comité 4 en 5 mei en vloog hij met een defensie­ helikopter naar verschillende Bevrijdingsfestivals in Nederland. Al eerder stond hij meerdere keren op het podium van Bevrijdings­ festival Overijssel in Zwolle — hij woont daar in de buurt, in ’t Harde. Zijn betrokkenheid bij het thema vrijheid heeft veel te maken met de onvrijheid tijdens de Tweede Wereldoorlog. Op zijn album Lobi da basi staat het nummer Niets verwacht, waarin Typhoon rapt over een van zijn helden: de Surinaams-Nederlandse vakbondsman, socialist en verzetsstrijder Anton de Kom. De Kom overleed op 24 april 1945 in concentratiekamp Sandbostel, een ­buitenkamp van Neuengamme. “Hij is iemand met wie ik mij ­makkelijk kan identificeren: wat betreft culturele achtergrond, maar ook qua uiterlijk. Wil je iedereen bij het verhaal van de Tweede Wereldoorlog betrekken, ook mensen met een andere ­etnische achtergrond, dan helpt het enorm als je dit soort voorbeelden hebt.” Op de avond van de Dodenherdenking in 2015 speelde ­Typhoon samen met vocaliste Wende in een uitverkocht Carré in Amsterdam. Het optreden was onderdeel van Theater Na de Dam, een theater-

Neuengamme  In concentratiekamp Neuengamme, zo’n twintig kilometer ten oosten van de Duitse stad Hamburg, zijn tijdens de Tweede Wereldoorlog 40.000 tot 55.000 mensen omgekomen. Het was het centrale concentratiekamp van Noord-Duitsland en had meer dan tachtig buitenkampen. Er zaten ongeveer 106.000 mensen gevangen, onder wie veel Nederlanders, zoals een groep van 660 mannen die in 1944 werden opgepakt bij een grote razzia in Putten in reactie op een aanslag door het verzet. De meesten van hen overleefden Neuengamme niet. Eind april 1945, vlak voor de bevrijding, werden bijna tienduizend gevangenen overgebracht naar drie grote schepen in de baai van Lübeck, waaronder het luxe cruiseschip Cap Arcona. Door een Brits bombardement werden dit en nog een ander schip tot zinken gebracht. Nog geen zeshonderd gevangenen overleefden de ramp. In de Nederlandse speelfilm Sonny Boy (2011), gebaseerd op het gelijknamige boek van Annejet van der Zijl (2004), spelen Neuengamme en de ramp met de Cap Arcona een rol. NPO Geschiedenis, Stichting Vriendenkring Neuengamme, Tweedewereldoorlog.nl, United States Holocaust Memorial Museum

31


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 32

programma om extra betekenis te geven aan 4 mei. De ­Randamie: “We voelden beiden de noodzaak om onszelf uit te dagen en eerlijke vragen te stellen voorbij de bekende opvattingen over herdenken en vrijheid. Omdat vrijheid en de beperking daarvan iets vloeibaars is, dat eerlijkheid en zelfreflectie gebiedt.”

32

Middelvinger “Tijdens mijn jeugd wisten de meeste leeftijdsgenoten niet wat strijd was. Maar ik had al vroeg in de gaten dat ik voor mezelf op moest komen.” Glenn de Randamie spreekt over discriminatie, over aan den lijve ondervonden sociale ongelijkheid. “Mijn moeder zei altijd: ‘Glenn, hoe geaccepteerd jij je ook voelt, je zult je altijd twee keer zo hard moeten bewijzen omdat je een kleur hebt.’ Ik dacht altijd dat dit nonsens was, maar ik heb gemerkt dat ze gelijk had. Ik heb mezelf altijd bovengemiddeld moeten bewijzen en dat heeft me gevormd als artiest. Ik ben een aanpakker. Ik heb mavo, havo, vwo gedaan en ben daarna begonnen met religiestudies aan de Universiteit van Amsterdam (niet afgemaakt — red.). Soms voelde dat een beetje als een middelvinger naar mensen die me eerder op basis van mijn kleur hadden afgewezen. Door de lange weg die ik heb bewandeld, heb ik heel veel algemene kennis. Daar heb ik nu nog steeds profijt van. Zo heb ik geleerd te filosoferen en hoe andere culturen met vrijheid en onvrijheid omgaan.” “Ik ben een kind van de jaren tachtig: de tijd van the sky is the limit. Ik ben opgegroeid met de gedachte dat we geen problemen kennen. De economische groei leek niet te stoppen, er was enorme welvaart. Maar ik zag en zie een andere kant. Een kennis van mij zei eens: ‘Met een volle mond kun je geen blokfluit spelen.’ Dat vind ik zo’n mooi symbool. Dat is wat naar mijn idee op dit moment gaande is. We lijken vrij en onafhankelijk. Het lijkt zo goed te gaan met mijn generatie dat je niet echt weet wat strijd is, alles is makkelijk gegaan. Maar we zijn afhankelijk geworden van geld. Hoeveel spullen hebben we nodig om ons vrij te voelen? Zo zit het: hoe meer spullen we hebben, hoe meer we eraan gehecht raken en hoe afhankelijker we zijn.” De Randamie spreekt uit ervaring. Na het uitkomen van zijn eerste plaat, Tussen licht en lucht, wilde hij zich onttrekken aan de maatschappij: “Ik zat in een te comfortabele situatie. Dat was een


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 33

doodvonnis voor mijn creativiteit. Het geld stroomde binnen, maar eigenlijk ging het té goed met me. De noodzaak om te creëren was er niet zo. Ik heb toen mijn huis verlaten en ben rond gaan trekken: dan weer bij een vriend, dan weer op Terschelling. Gewoon om me weer vrij te voelen. Maar de Nederlandse samenleving deed niet mee. Ik kreeg een telefoontje van de gemeente: ik móést mij ergens inschrijven, ik moest volgens de gemeente per se een huis hebben. Op zo’n moment is de vrijheid in ons land beperkt.” “Ik vind het belangrijk om vrijheid te doorleven. Dat kan zitten in heel gewone dagelijkse dingen, zoals in schrijven, mediteren of wandelen in het bos — het geluk ervaren dat zoiets kan. Dat de vrijheid je opvalt.” Slavernij Glenn de Randamie betrekt het thema vrijheid ook op zijn Surinaamse familiegeschiedenis: “Ik was een jaar of zestien toen ik me ben gaan verdiepen in de historie van Suriname en de Nederlandse betrokkenheid bij de slavernij. In geschiedenisboeken op school vond ik hierover nauwelijks informatie, hooguit twee alinea’s of zo.

Nederlandse slavenhandel  Tijdens de trans-Atlantische slavenhandel (circa 1637–1863) werden meer dan twaalf miljoen Afrikanen ontvoerd, verscheept en gedwongen aan het werk gezet. Ruim 550.000 werden door Nederlanders getransporteerd. Handelsorganisatie de West-Indische Compagnie was de belangrijkste speler binnen de Nederlandse slavenhandel. Rond 1770 transporteerde Nederland jaarlijks ongeveer zesduizend mensen. Ze werden tewerkgesteld in onder meer de voormalige koloniën Suriname en de Antilliaanse eilanden Aruba, Bonaire, Curaçao, Sint-Maarten, Sint-Eustatius en Saba. De tot slaaf gemaakten bewerkten bijvoorbeeld plantages voor cacao, koffie en suiker en werkten als bediende. Wie in de ogen van de slavenhouder geen goed werk afleverde, werd gestraft. In Suriname vluchtten sommigen de binnenlanden in, waar ze leefden als marrons. Langzamerhand kwam er steeds meer opstand tegen de slavenhandel. In 1803 verboden de Denen de slavernij. Nederland volgde als een van de laatste landen, op 1 juli 1863. In 1948 werd slavernij als misdaad tegen de menselijkheid opgenomen in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. Toch zijn wereldwijd nog miljoenen mensen slachtoffer van ‘moderne slavernij’, bijvoorbeeld dwangarbeiders in werkkampen en kinderprostituees. Amnesty, De canon van Nederland, Nationaal instituut Nederlands slavernijverleden en erfenis, NPO Geschiedenis, Rijksmuseum

33


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 34

“Een deel van mijn familie was slaaf, een ander deel heeft zélf slaven gehad”

34

Alles wat ik vroeger voor handen had, was informatie vanuit een bepaald perspectief. Een beperkt perspectief. Men zegt: ‘Geschiedenis wordt geschreven door de overwinnaars.’ Tsja, mijn geschiedenisboeken waren inderdaad wel heel ‘mono’. En dan leven we ook nog eens in een tijd van informatie op internet zonder voetnoten. Ik dacht: volgens mij zit het net even anders.” “Als je drie, vier generaties teruggaat: mijn overgrootmoeder is geboren op een slavenplantage. En ook andere familieleden zijn slaaf geweest. Dat leven daar was zo anders. Hun overlevings­ mechanisme is doorgegeven aan de latere generaties.” Op de vraag wat dat concreet betekent volgt een stilte. De Randamie denkt na en vervolgt, zoekend naar woorden: “Iedere generatie krijgt dingen mee, via de genen in combinatie met de state of mind van dat moment. Betrek ik dat op mijn familie: wij hebben geen praatcultuur en onze houding is om dingen te laten zijn zoals ze zijn.” “Mijn pa is opgegroeid op het Surinaamse platteland. Het was een keihard bestaan, over gevoelens werd niet gesproken. Als ik kijk naar de man die mijn pa nú is, dan kan hij overal over praten, maar dat heeft hij moeten leren.” “Mij is mondjesmaat over het slavernijverleden verteld. Niet door mijn ouders, juist níét door mijn ouders, maar door bijvoorbeeld mijn oudste oom die veel van de familiegeschiedenis weet. Ik heb laatst anderhalf uur met hem in Suriname gebeld — dikke telefoonrekening. Ik wil de verhalen van vroeger horen, ik smúl ervan. Die verhalen zeggen iets over wie je bent en waar je vandaan komt.” Hij refereert aan zijn lied Van de regen naar de zon, waarin hij rapt: “Zonder donker kan het licht zichzelf niet kennen.”


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 35

“Tijdens een editie van Keti Koti, de jaarlijkse dag waarop we de afschaffing van de slavernij herdenken en vieren, vertelde mijn tante dat niet alleen een deel van de familie slaaf was, maar dat ook een deel zélf slaven heeft gehad. Ik keek naar mijn pa en zei grappend: ‘Had je dit niet even kunnen vertellen? Yo, dit is een essen­tieel onderdeel van onze familiegeschiedenis, dat ik graag had willen horen!’ Zoiets beïnvloedt het gezichtspunt enorm: wij hadden dus zelf ook slaven… Dus zó moet een Nederlander zich voelen wiens familielid in de oorlog bij de NSB zat, snap je? Ik realiseerde me toen opnieuw: geschiedenis is niet zo zwart-wit als je denkt en uiteindelijk ben je zelf verantwoordelijk voor de richting die je eraan geeft.” Eerlijkheid “Wat ik nu weet over het slavernijverleden wil ik uitdragen, anders blijft die geschiedenis 2D (tweedimensionaal — red.), dan blijft het een concept. Op het moment dat iets mij raakt, kan ik het overbrengen op anderen. En het mooie van ons mensen is: als iets lijfelijk, menselijk, persoonlijk wordt, dan gaat het leven. Vrijheid wordt dus menselijk op het moment dat je het kunt relateren aan anderen. Dan wordt vrijheid veel wezenlijker. En dan kun je het ook vieren, net zoals met de liefde. Vrijheid is zoiets essentieels: het is de lucht, het is onderdeel van je dag.” Ook al heeft Glenn de Randamie een enorm volle agenda, hij neemt de tijd om op iedere vraag uitgebreid te antwoorden. Alsof hij zich er heel bewust van is dat hij met dit verhaal mensen aan het denken kan zetten. “Als performer en rapper is mijn koppeling

Keti Koti  Op 1 juli 1863 kwam er een officieel einde aan de slavernij in de Nederlandse koloniën Suriname en de Nederlandse Antillen — in Nederlands-­Indië gebeurde dit een paar jaar eerder. Hier wordt ieder jaar op 1 juli bij stilgestaan tijdens Keti Koti, Surinaams voor ‘verbroken ketenen’. Bij het Monument van het Nederlands Slavernijverleden en Erfenis, in het Amsterdamse Oosterpark, is die dag een herdenking. Ook wordt in Amsterdam dan het Keti Koti Festival gehouden, met onder meer optredens en kraampjes. Op 2 december is de Internationale Dag voor de Afschaffing van de Slavernij, uitgeroepen door de Verenigde Naties. Keti Koti Festival, Rijksmuseum

35


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 36

36

met vrijheid: zélf handelen. Ik ben enorm vrij in mijn schrijven en in mijn spraak. Ik stotter, maar juist daardoor denk ik: als er iets uitkomt, is dat waarschijnlijk de bedoeling. En als ik in mijn spraak blijf haken, dan moet ik waarschijnlijk iets niet zeggen. Ik probeer zo eerlijk mogelijk te zijn in mijn schrijven en in het uitdragen van hoe ik dingen beleef. Ik ben in dat laatste trouwens niet uniek: we lopen allemaal rond met dezelfde vragen, twijfels en gevoelens.” “Op het moment dat ik mee ga doen aan onvrijheid en mezelf afhankelijk ga maken van wat andere mensen van mij denken, dan doe ik juist datgene wat ik niet wil. Dus ik ben enorm open in mijn uitingen — met respect, met liefde. Voor mij is vrijheid eerlijkheid.” Eerlijkheid is voor De Randamie een sleutelwoord: “De meest eerlijke dingen kosten het meeste geld: van eerlijk voedsel tot eerlijke kennis. Geef totale openheid, dan beslissen we samen wat de mensen tot zich krijgen of wat in de geschiedenisboeken terechtkomt.” Met nadruk: “Bepaal niet voor mij wat ik qua informatie aan zou kunnen. Geef me het eerlijke verhaal.” “Soms word ik moe omdat ontwikkelingen langzaam gaan, dat frustreert mij. Maar het stimuleert me ook nog meer om te handelen. Ik ben altijd op zoek naar manieren om verhalen te vertellen, op een eerlijke manier. Ik zal niet zeggen: dit is de waarheid, want die is niet zwart-wit. Kies in ieder geval eens een ander perspectief. Ik schrijf nummers voor Het Klokhuis, een televisieprogramma voor kinderen. Mijn eerste nummer ging over eerlijke handel. Laten we, voordat we zeggen dat we goed bezig zijn, kinderen op een simpele en effectieve manier uitleggen hoe het kan dat in de schappen van Nederlandse supermarkten kokosnoten liggen. Kinderen zijn niet dom. Wees eerlijk.” “Ik ben iemand die voortdurend nieuwe dingen wil doen en wil creëren. Maar soms hebben ontwikkelingen tijd nodig. Dat realiseer ik me, dus af en toe moet ik mezelf terugroepen. En soms zijn dingen zo groot dat je niet weet waar je moet beginnen. Kleine overwinningen, zoals het schrijven van een nummer over slavernij, inspireren dan weer om tot volgende stappen te komen.”


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 37

“Ik stotter, maar juist daardoor denk ik: als er iets uitkomt, is dat waarschijnlijk de bedoeling. En als ik in mijn spraak blijf haken, dan moet ik waarschijnlijk iets niet zeggen”

Midlifecrisis “Vrijheid is voor sommigen van mijn generatie, zeg maar jongeren tussen de 25 en 30 jaar: doen wat je zelf wilt. Dat kan twee kanten op beredeneerd worden: schijt hebben aan alles, als ik het maar goed heb. Of juist de drang hebben om iets te betekenen, iets aan te pakken. Zodat meer mensen kunnen doen wat ze willen. Ik zie veel initiatieven: studenten die wereldwijd opkomen voor hun rechten, mensen die vluchtelingen helpen… Dat soort dingen doet mij heel goed. Er zijn dus net zo goed jongeren die op zoek zijn naar betekenis, naar menselijkheid in een wereld die heel snel gaat, waar digitaal en analoog elkaar steeds afwisselen.” In 2009 reisde Glenn de Randamie naar Kenia, waar hij met een groep jongeren uit Nederland tien dagen doorbracht in een sloppenwijk, op uitnodiging van ontwikkelingsorganisatie Edukans: “Ik weet nog goed dat ik toen besefte hoe privileged ik ben, dat ik hier zoveel kan met mijn talenten. En dat ik daarom ook verantwoordelijkheid moet nemen.” “Ik denk dat vrijheid voor oudere generaties minder vanzelfsprekend is.” De Randamie pauzeert even, een brede lach: “Ha, dat klinkt als een Postbus 51-ding. Ik bedoel ermee dat die generaties op veel latere leeftijd over vrijheid zijn gaan nadenken: wie ben ik, waar sta ik voor? Dingen die als normaal werden gezien: huisje-boompje-beestje, jaren werken voor dezelfde baas… Zo zit de samenleving niet meer in elkaar. Mensen van oudere generaties zijn nu pas bezig met doen wat ze willen. Ik denk dat mijn generatie minder last krijgt van midlifecrisisachtige symptomen: er is een leef nu-gevoel, mensen zijn minder met later bezig. Ik denk dat dit een groot verschil is. Er is veel vrijheid.” Maar kan al die vrijheid niet ook een

37


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 38

beklemmend gevoel geven? “Ja, het kan ook verlammend zijn, dat is waar. Vandaar ook de quarterlife crisis, waar sommige twintigers en begin dertigers mee te maken krijgen. Juist omdat de vrijheid zo allesomvattend is, wordt er van je verwacht dat je alle vrijheden maar aanpakt. Dat is voor mijzelf ook herkenbaar. Ik ben altijd op zoek naar de balans, je moet jezelf niet voorbijrennen. Het helpt dat ik afgelegen woon, daar kan ik mij terugtrekken.”

38

Oorlog om persoonsgegevens “Een heel pijnlijke ontwikkeling vind ik de war against terror. Omdat ik de mensheid zo in al haar lelijkheid zie. Kijk naar de oneerlijkheid: onder het mom van vrijheid werden in Irak tienduizenden mensen vermoord door de zogenoemd westerse beschaving, omdat Irak massavernietigingswapens zou hebben. Dat bleek gewoon een leugen. De achterbaksheid…” Bevlogen: “En kijk ook naar de schending van privacy van miljoenen burgers, onder het mom ons te beschermen tegen terreur.” In 2012 zette Glenn de Randamie, samen met hiphopproducer Rob Peters, het project Das Pri-V op: muziek (over privacy) en debat, op de Bevrijdingsfestivals in Zwolle en Groningen. “We willen

Oorlog in Irak  Na de oorlog tussen Iran en Saddam Hoesseins Irak (1980–1988) volgde de oorlog van de Verenigde Staten en bondgenoten tegen Irak, dat Koeweit bezet hield (1990–1991). De oorlog die in 2003 startte, werd ingeluid door een presentatie van Colin Powell, de voormalig Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken. Tijdens een vergadering van de Verenigde Naties (VN) in februari 2003 liet hij satellietfoto’s zien die volgens hem bewezen dat er acuut gevaar was dat Irak massavernietigingswapens zou gebruiken. Zonder VN-mandaat vielen de Amerikanen daarna Irak binnen, met steun van bondgenoten. Ook Nederland stuurde militairen. Het regime van Hoessein werd ten val gebracht. In 2006 werd hij opgehangen. Massa­vernietigingswapens werden nooit gevonden. Via de VN kwam er een internationale stabilisatiemacht voor de wederopbouw van Irak. Ook hier deed Nederland aan mee. In december 2011 verlieten de Amerikaanse troepen Irak en vervolgens startte terreurgroep Islamitische Staat een offensief tegen het regeringsleger. Sinds de invasie in 2003 zijn tot april 2015 in Irak naar schatting 165.000 burgers omgekomen door de oorlog en geweld van oppositiegroepen. BBC, CIA World Factbook, The Costs of War Project, Veteraneninstituut, Vrij Nederland


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 39

“Een heel pijnlijke gebeurtenis vind ik de war against terror. Omdat ik de mensheid in al haar lelijkheid zie”

ons veilig voelen. Dus krijgen we camera’s die gezichten kunnen herkennen — niets aan de hand. Vingerafdrukken afnemen voor ons paspoort — niets aan de hand. Ik heb anderhalf jaar geweigerd om mijn vingerafdrukken af te geven. Ik dacht: dit heeft niets te maken met mijn beleving van vrijheid. Voorheen werden alleen van een verdachte vingerafdrukken afgenomen. Sinds 2009 zegt mijn vrije land dat ook ik mijn vingerafdrukken moet afstaan. Om een paspoort te krijgen moet je vier vingerafdrukken afgeven en dan ben je ze kwijt, want je paspoort is jouw bezit niet. Het is van de Staat der Nederlanden. Je kunt er niet onderuit: je moet op verzoek je paspoort kunnen laten zien, dus je bent uiteindelijk strafbaar als je gewetensbezwaren hebt.” “Wie denkt aan vrijheid in Nederland, denkt niet meer zo snel aan de bevrijding van een oorlog, maar eerder aan persoonlijke vrijheid. Wat dat betreft is er nog steeds een oorlog gaande, alleen is het nu een oorlog om persoonsgegevens. Die zijn goud waard — ook voor bedrijven, die er goed mee kunnen verdienen. Samen met de overheid voeren ze een oorlog om zo veel mogelijk persoonsgegevens te verzamelen.” “Mensen zeggen: ‘Privacy? Je hebt toch niets te verbergen?’ That’s the other way around. Het is mijn grondrecht om iets te mógen verbergen, om een privésfeer te hebben. Er zal nooit een compleet gevoel van veiligheid zijn, ook niet als overal camera’s hangen. Je kunt dingen nooit honderd procent veilig maken. Dat is inherent aan de samenleving. Ik ben echt een optimist, maar ik ben wel bang voor welke kant het met privacyschending op gaat.”

39


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 40

40

Wát nooit meer? Ook als het gaat om de herinnering aan de Tweede Wereldoorlog vindt Glenn de Randamie het belangrijk dat er een eerlijk verhaal wordt verteld. “Ik denk dat het goed is om te leren van de historie. De informatie is er. Maar vertel het ronder. In Nederland doen we, ik chargeer even, alsof er twee erge dingen in onze geschiedenis zijn gebeurd: de Watersnoodramp en de Tweede Wereldoorlog. Het lijkt alsof we zeggen dat er één bron van het kwaad was en dat was Hitler. Dan denk ik: stop the bullshit. De eerste concentratiekampen waren niet in Duitsland, ze waren er al tijdens de Boerenoorlog in Zuid-Afrika. Kijk naar de populariteit van het sociaal darwinisme en de eugenetica (‘rasverbetering’ — red.), al ruim voor de Tweede Wereldoorlog… Kijk naar wat ons land heeft gedaan tijdens de apartheid en in Indonesië. Het was een westerse opvatting dat witte mensen superieur waren. Je kunt niet zeggen: ‘Er was één man die niet zo van Joden hield.’ Nee, wees eerlijk: het was de tijdsgeest waarin mensen überhaupt onderscheid maakten. En dat één man, of één organisatie een van de grootste misdaden tegen de mensheid heeft begaan, dat kunnen we als finale van dit alles herdenken. Vertel het verhaal zo rond mogelijk, zodat we echt van dingen kunnen leren. Wat ligt ten grondslag aan oorlogen, waarom wordt onderscheid tussen mensen gemaakt, waarom kon iemand als Hitler zo groot worden? Wees open en eerlijk, zodat je, als het over 4 en 5 mei gaat, echt

Boerenoorlog  Een voorproefje van de Eerste én de Tweede Wereldoorlog. Zo noemt historicus Martin Bossenbroek de Boerenoorlog (1899–1902) in Zuid-Afrika. In die oorlog nam kolonist Groot-Brittannië het op tegen de Afrikaners, de Boeren, afstammelingen van Nederlandse kolonisten. Duizenden Afrikanen vochten aan beide kanten mee. De Boeren kregen steun van zo’n tweeduizend Nederlandse vrijwilligers. Terwijl de mannelijke Afrikaners meededen aan de oorlog, bleven de vrouwen, kinderen, zwarte knechten en hun families achter op de boerderijen. De Britten deporteerden hen naar kampen, waar ze werden gescheiden naar ras. Ruim 27.000 Boeren en 14.000 zwarten kwamen om. De Britten wonnen de oorlog. Historici stellen dat de Afrikaners hun verlies zagen als een grote vernedering en ze daarom opnieuw de macht wilden grijpen, met de apartheid (in 1948) als uiteindelijk resultaat. Martin Bossenbroek — De boerenoorlog (2013), NPO Geschiedenis, NRC Handelsblad


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 41

kunt zeggen: ‘Dit nooit meer.’ Anders is het: ‘Wát nooit meer?’ Het moet geen losse kreet zijn.” “We zijn misschien wel iets te netjes. Je kunt weinig zeggen over de Tweede Wereldoorlog. Begrijpelijk, maar daardoor wordt het heel erg mono. De manier waarop we met 4 en 5 mei omgaan is van de vorige eeuw. De Tweede Wereldoorlog koppelen aan voorgeschiedenis én actualiteit, dat is voor mij de enige manier om echt vooruit te komen. Om echt te kunnen leren. Onderschat mensen niet in wat ze kunnen begrijpen.” “De feiten van de Tweede Wereldoorlog kennen we wel. De weg ernaartoe was ook belangrijk, de mechanismen. De menselijkheid. Het is geen of/of-ding, het is en/en. Organiseer gedurfde dingen. Laat de emoties maar oplopen, zoals bij de discussie over Zwarte Piet. Op zo’n moment wordt het persoonlijk, spannend. Dan gaan mensen zich ermee bemoeien. Dan is vrijheid niet meer een concept, maar is vrijheid iets van ons allemaal.”

41


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 42

Van de regen naar de zon Tekst: Glenn de Randamie, afkomstig van zijn album Lobi da basi (2014).

42

Weet jij wat ik heb gezien Zoveel gezichten, zoveel plekken, zoveel verdiend Huizen zijn verwarmd, grachten zijn verlicht Wij kijken naar morgen, altijd wat nieuws in zicht Van de regen naar de zon Van de hemel tot de grond Van de regels, naar de waarde Voor de schepen, voor het water Van de regen naar de zon en andersom Zo mooi, zo fris, zo schoon Zo ook precies het tegenovergestelde Het land waar ik woon, vecht voor een bestaan en liefheb Waar alles duurder wordt maar ook weer ondersteund wordt als ik niets heb Ons land. Zo klein, en de wereld ook Grenzen vervagen, macht overgedragen Nederland is niet meer het centrum van de wereld Maar de wereld heeft ons nodig en wij haar Het land van verbonden en afspraken Allianties, aktes, regels, verdragen Groot in het voorlopen, en strategie Plek voor vrijheidzoekers, mentaal en fysiek Joden, hugenoten, moslims, filosofen Oorlogsslachtoffers die aankomen per boot Surinamers, anti’s, Turken, Marokkanen, Indo’s en Polen Het geeft ons kleur, het maakt ons groter


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 43

Wie zijn wij en waar staan we De grote vraag maakte van handelaren wereldveroveraars De ontdekking van de houtzaagmolen voor de scheepvaart Maakte ons koning te water Voor het graan, voor de specerijen Pakhuizen vol, grachtenpanden, rederijen We zagen zoveel, zijn zo groot, maar als het kantelt Zien we massamoord, apartheid, slavernij en de slavenhandel Zonder donker kan het licht zichzelf niet kennen Vandaar de onwetendheid rond 5 december De wereld draait door, we deinen mee en houden vast Verandering is confronterend, ik ervaar het elke dag Mijn land, en mijn haven Zelfs de wind zorgt hier voor korting op stormachtige dagen ‘Wij’ wordt bepaald door waar we gaan, niet waar we waren Houd de macht bij het volk en laat de angst varen Van de regen naar de zon Van de hemel tot de grond Van de regels, naar de waarde Voor de schepen, voor het water Van de regen naar de zon en andersom

43


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 44

44


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 45

Lotty Huffener-Veffer

De Joodse Lotty Huffener-Veffer (Amsterdam, 1921) werkte als diamantsnijdster toen ze in 1943 met haar ouders en zus werd afgevoerd naar Kamp Vught. Daarna kwam ze terecht in concentratiekamp Auschwitz. Na de oorlog keerde zij als enige overlevende van haar gezin terug. Ze trouwde met een voormalig verzetsman en kreeg vier kinderen. Huffener heeft vijf kleinkinderen. Al tientallen jaren zet zij zich in voor de herinnering aan de Tweede Wereldoorlog. In 1990 zette zij samen met andere oud-gevangenen de Vriendenkring van Kamp Vught op, die als doel heeft om het Natio­ naal Monument Kamp Vught te helpen bij de instandhouding van alle historische overblijfselen van het kamp, de gereconstrueerde elementen, de gedenktekens en de permanente tentoonstelling. Huffener heeft ook een uitgebreide website: Lotty.nl.

45


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 46

“Echt vrij zijn we nog steeds niet”

46

De Tweede Wereldoorlog heeft haar leven bepaald. Lotty Huffener-Veffer weet hoe het is om van je familie te worden weggerukt, ze kent de geur van de crematoria, overleefde Auschwitz. Als een van de laatsten kan ze vertellen over hoe het was, en vanuit een uniek kader reflecteren op vrijheid en onvrijheid nu. “Ik ga niet ruziemaken. Dat is voor mij vrij­ heid: elkaar respecteren.” Ze haalt een vinger langs haar keel. “En toen is hij gevlucht naar Nederland.” Lotty Huffener (1921) heeft het over een veertienjarige jongen van Somalische afkomst. Huffener ontmoette hem tijdens een gastles die ze verzorgde op een school in de Amsterdamse Transvaalbuurt. Ondanks haar leeftijd is ze regelmatig op scholen te vinden, om te vertellen over haar Tweede Wereldoorlogervaringen. “Die jongen zat in groep acht, met kinderen die een paar jaar jonger waren. Hij heeft gezien hoe zijn vader en moeder…” En dan stopt Huffener met spreken, ze kijkt even voor zich uit. Ze zit in een gemakkelijke stoel in de woonkamer van haar Amsterdamse flat in Buitenveldert. Naast haar ligt haar tabletcomputer. Huffener herkent zichzelf soms in de verhalen van kinderen, vertelt ze. Ook al is het leeftijdsverschil tachtig jaar, dat maakt niet uit, misschien juist niet: Huffener was net volwassen toen de Tweede Wereldoorlog in Nederland begon. “Die jongen heeft alleen maar hele nare dingen gezien. Het is overal zo, dat vind ik zo erg. Voor ons was het ook heel moeilijk.” Dit soort verhalen, van vluchtelingen die naar Nederland uitwijken, kunnen volgens Huffener helpen om het belang van vrijheid te verduidelijken. Om vrijheid een gezicht te geven. “Vluchtelingen


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 47

weten hoe het is om in weinig vrijheid te leven.” Ze vervolgt: “Dan is Nederland een eldorado, we leven in een geweldig vrij land. Maar toch zijn we ook hier nog steeds niet echt vrij. Je wordt altijd in een hokje gestopt, of je nou jong bent of oud — ondanks dat dit land niet meer in oorlog is. Nog steeds zijn er genoeg racistische mensen.” Kindertransport Lotty Huffener verhaalt over de oorlog. Ze heeft dit al onnoemelijk vaak gedaan, maar nog steeds is de emotie niet verdwenen: ze praat soms zacht en pauzeert af en toe, alsof de woorden te veel pijn doen. “We woonden in Amsterdam, waren diamantbewerkers en hadden daarom een Sperre. Maar dat heeft dus niets geholpen.” Toen de

Joodse diamantbewerkers  In de Amsterdamse diamantindustrie werkten traditioneel veel Joden, bijvoorbeeld als diamantbewerker. Doordat voor dit beroep geen gilde (een vereniging van vakgenoten) bestond, konden de Joodse nieuwkomers, die zich met name vanaf de zeventiende eeuw in Nederland vestigden, zich hierin specialiseren. De Joden hadden ook belangrijke handelscontracten met diamantdelvers. In eerste instantie werd het edelgesteente thuis geslepen, vaak op zolder. In de loop van de negentiende eeuw werd de industrie professioneler. Tussen 1870–1873 beleefde de diamantsector een grote bloei, toen in Zuid-Afrika een grote hoeveelheid diamanten werd gevonden. In deze periode begonnen meer niet-Joden in de diamantindustrie te werken. Bijna dertig procent van alle werkende Joodse mannen in Amsterdam was in 1906 actief in de diamantindustrie, tegenover bijna tien procent van de Amsterdamse Joodse vrouwen. Digitaal Monument Joodse Gemeenschap in Nederland

Sperre  Ongeveer 17.000 Joden in Nederland kregen tijdens de Tweede Wereldoorlog van de Duitsers een Sperre, een stempel op het persoonsbewijs waarmee uitstel van deportatie werd verkregen. Er waren allerlei redenen om voor een Sperre in aanmerking te komen, zoals lidmaatschap van de Joodse Raad (Joodse organisatie die op bevel van de bezetter was opgezet en de invoering van anti-Joodse maatregelen moest bespoedigen). Ook konden Joodse arbeiders soms een Sperre krijgen als ze belangrijk waren voor de Duitse oorlogsvoering. Zo kregen diamantbewerkers en -handelaren uitstel van deportatie, omdat Duitsland veel behoefte had aan industrie­diamant. Uiteindelijk werd vrijwel iedereen met een Sperre alsnog gedeporteerd en de meesten werden vermoord. De Oorlog (NPS), Digitaal Monument Joodse Gemeenschap in Nederland, Onderzoeksgids Oorlogsgetroffenen WO2

47


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 48

48

dreiging toenam, besloot Huffener om samen met haar verloofde naar IJmuiden te vertrekken, voor een vlucht naar Engeland. “Maar dat ging niet door. We zagen daar mensen elkaar bijna verscheuren om op een boot te komen, vreselijk om te zien. Een heleboel mensen hadden er niet op gerekend dat ze ondanks de Sperre toch gedeporteerd zouden worden.” “De diamantbewerkers die niet waren gevlucht, werden op 11 februari 1943 uit huis gehaald. Dus wij ook — ik was 21. De Duitsers wilden in Kamp Vught een diamantfabriek opzetten en dankzij de registratie in het Amsterdamse bevolkingsregister konden ze ons makkelijk vinden.” Vanaf 1850 registreerde Amsterdam van al zijn inwoners onder meer naam, geboortedatum, beroep en godsdienst. “In januari werden al alle meisjes van de ateliers uit huis gehaald, dat wisten ze dus ook precies.” Daar zat ze, in concentratiekamp Vught, met haar ouders en toen vijftienjarige zusje Carla. Ze werden van elkaar gescheiden en vier maanden later moesten alle kinderen tot zestien jaar weg: het Kindertransport. In ieder geval een van de ouders moest met het transport mee. De ouders van Huffener besloten zich beiden bij Carla te voegen. “Ik wilde ook mee, maar mijn moeder zei tegen me: ‘Blijf jij maar hier, dan is er tenminste iemand als we weer terug­komen.’” Lotty Huffener heeft haar ouders en Carla nooit meer teruggezien: ze werden vermoord in vernietigingskamp ­Sobibor in Polen.

Concentratiekamp Vught  Tussen januari 1943 en september 1944 werden ruim 31.000 mensen opgesloten in SS-concentratiekamp Vught: zo’n 12.000 Joden en verder onder anderen politieke gevangenen, verzetsstrijders, Sinti en Roma. Ongeveer 750 gevangenen kwamen in het kamp om door honger, ziekte, mishandeling of executie. In het kamp waren een vliegtuigsloperij en een Philips-fabriek, waar de gevangenen aan het werk werden gezet. In juni 1943 werden alle Joodse kinderen tot zestien jaar, de meesten samen met hun moeder, gedeporteerd naar Westerbork en van daaruit vervoerd naar vernietigingskamp Sobibor: de Kindertransporten. De bijna 1300 Joodse kinderen uit Kamp Vught zijn vrijwel direct na aankomst in Polen vermoord. Sinds 1990 is Kamp Vught een Nationaal Monument. Huffener maakte zich met haar vriendinnen van de Vriendenkring Nationaal Monument Kamp Vught hard voor een monument voor de weggevoerde Joodse kinderen. Dit kwam er in 1999. Kamp Vught


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 49

Huffener werd tewerkgesteld in de Philips-fabriek van Kamp Vught, waar ze condensatoren aan elkaar moest solderen (de diamantfabriek kwam er uiteindelijk niet). Een jaar later, in 1944, werd ook zij gedeporteerd; alle Joden moesten naar concentratiekamp Auschwitz. “Daar was het stil, we roken alleen de gaskamers.” Toen realiseerde zij zich dat haar ouders en zusje niet meer in leven konden zijn. Omdat Huffener al voor Philips had gewerkt, werd ze tewerkgesteld bij Telefunken, in een fabriek voor vliegtuigonderdelen. Toen de Russische geallieerden nabij waren, werd ze op dodenmars gestuurd: een vreselijke tocht langs dertien kampen. In april 1945 werd Huffener bevrijd. Van haar grote familie overleefden verder alleen een nichtje en neefje. Elkaar respecteren Als Lotty Huffener zou moeten benoemen wat vrijheid is, dan zegt ze niet: vrede. Ze noemt als eerste: respect. Zo ontmoette Huffener eens een aantal andere Tweede Wereldoorlogoverlevenden, vertelt ze. “Daar waren moeilijke mensen bij, van wie ik dacht: die zou ik nooit als vriend of vriendin willen. Ze zeiden: ‘Ik huil de hele dag, maar heb het mijn kinderen nooit verteld.’ Onzin, want die kinderen weten het heus wel. En daarnaast hebben we allemaal dat verdriet, dat gaat nooit over. Maar om dat nou steeds te benoemen? Ik zeg dan maar niets, ik ga niet ruziemaken. Dat is voor mij vrijheid: elkaar respecteren.”

Philips-Kommando  Op bevel van de Duitsers moest Philips in 1943 een fabriek openen op het terrein van SS-concentratiekamp Vught. De bezetter wilde de gevangenen aan het werk zetten ten behoeve van de Duitse oorlogsindustrie. Het elektronicaconcern volgde het bevel na lang aarzelen op, maar stelde wel een aantal voorwaarden. Zo wilde Philips de leiding over de werkplaatsen en werd geëist dat de medewerkers betaald zouden worden. De bezetter ging met alle punten akkoord. De gevangenen maakten onder meer knijpkatten en radio’s. Werken voor het Philips-Kommando betekende enige bescherming: betere behandeling in het kamp en uitstel of afstel van deportatie naar Duitsland. Uiteindelijk werden de meesten gedeporteerd naar concentratiekamp Auschwitz, maar werden ook daar aan het werk gezet. Hierdoor zijn honderden mensenlevens gespaard. Digitaal Monument Joodse Gemeenschap in Nederland, NPO Geschiedenis, Stichting Geschiedschrijving Philips-Kommando Concentratiekamp Vught, ’43–’44

49


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 50

“Anderen in hun waarde laten… Dat hangt samen met alles. Of je nou zwart of blank bent, je hoort samen te leven”

50

“Vroeger, thuis, was respect ook belangrijk. Dat is er wel ingepompt. Als je zei: ‘Dat kind is vies’, of wat ook, dan zei mijn moeder altijd… Ja, ik weet niet eens meer precies wat ze zei, maar zoiets als: ‘Daar kan ze niets aan doen.’ Anderen in hun waarde laten… Dat hangt samen met alles. Of je nou zwart of blank bent, je hoort samen te leven.” Nog een voorbeeld: Huffener vindt het vervelend dat ze soms wordt aangesproken op gedrag van andere Joden. “Niet alleen in Syrië, ook hier gaat oorlog altijd maar door. Dan komt er iemand naar me toe, die zegt: ‘Wat jullie met de Palestijnen doen…’ Maar ík doe dat niet, dat vind ik zo vreemd altijd. Ik zeg dan dat ik nog nooit zoiets doms heb gehoord. Verder ga ik er niet op in, dat heeft toch geen zin. Ik ben trouwens nog nooit in Israël geweest en zou dat ook niet willen. Ik ben geloof ik een van de weinigen die het geen prettig land vinden.” “En vrijheid is voor mij ook: geen racisme. Met racisme is de oorlog begonnen. Mijn man was in dienst en moest naar Nederlands-Indië. Hij weigerde en werd opgesloten. Gelukkig kwam hij vrij omdat een onderduiker, de toenmalige burgemeester van Apeldoorn Lou de Tombe, een goed woordje voor hem deed. Ik weet nog dat de sergeant had gezegd: ‘De zwartjes, daar moet je de mitrailleur op zetten.’ Dat soort dingen hoor je nog steeds wel.” Steeds meer rechtop “‘Gaat u maar eens lekker op vakantie, dan vergeet u het’, schreef een kind mij na een bezoek aan zijn school. Een ander schreef: ‘Wat erg wat u hebt meegemaakt, u moet er maar niet meer aan denken.’”


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 51

Lotty Huffener geeft al sinds de jaren negentig gastlessen. “Daar begonnen we mee vanwege discriminatie in Nederland en het is nog steeds nodig. Ik doe het nog altijd, omdat er natuurlijk niet veel mensen meer over zijn.” Huffener gaat vooral naar scholen in de buurt. Ze blijft ermee doorgaan zolang het kan, want het heeft volgens haar een blijvend effect. Ze staat op om iets te pakken, een brief die ze kreeg van een jongen van Marokkaanse afkomst, bij wie ze in de klas sprak. Hij schreef: “Ik vond het erg om te horen dat mensen u discrimineerden. En knap dat u zich daar niets van aantrok. Ik heb mij voorgenomen om dat ook te doen. Als iemand mij discrimineert, trek ik mij dat niet meer aan. En als iemand gediscrimineerd wordt, help ik hem.” Huffener: “Mijn bezoek heeft deze jongen aan het denken gezet. Dat is waar ik het voor doe. En ook voor de ouders van die kinderen, daar krijg ik ook reacties van.” In de klas vertelt Huffener niet alle nare details, maar ze deelt wel veel: “Je moet gewoon vertellen wat er gebeurd is, dan begrijpen kinderen heel goed hoe erg het was.” Ze vertelde een keer op een middelbare school over het Kindertransport. “De Marokkaanse jongens in de klas zaten zo…” Huffener gaat onderuitgezakt zitten. “Maar toen ik vertelde hoe ik uit huis werd gehaald, en dat ook baby’s werden weggehaald, gingen ze steeds meer rechtop zitten. Een paar meisjes moesten huilen. Die jongens zeiden: ‘Ik was nooit meegegaan, ik had ze een rottrap gegeven.’ Dergelijke dingen moet je opvangen. Dan zeg je dat dat helemaal niet mogelijk was.” “Dat wat er gebeurd is moeten we blijven vertellen. Zodat mensen worden gerespecteerd, niet zomaar worden weggehaald, worden doodgeschoten. Dit mag nooit meer gebeuren, daar moeten we op hameren. We moeten steeds vertellen hoe erg het was. Er niet over zeuren, maar vertellen hoe het is geweest.” Ze komt opnieuw uit haar stoel om iets op te halen, ze loopt wat stram. “Kijk, deze schilderijen heb ik ook gekregen, van kinderen uit de Transvaalbuurt.” Op beide een portret van Huffener, op het tweede ook een bijschrift van een paar leerlingen: “Lang geleden zat u op mijn school, toen u zo oud was als ik nu.” Een ander kind heeft hartjes getekend met daarin ‘Lotty’. Huffener is positief over wat de scholen in de Transvaalbuurt

51


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 52

“Je moet gewoon vertellen wat er gebeurd is, dan begrijpen kinderen heel goed hoe erg het was”

52

doen — daar geeft ze de meeste gastlessen. Op de laatste dag van een reeks komen de ouders erbij: “Dan maken ze er een beetje een gezellige boel van. De moeders maken Marokkaanse hapjes. Het is goed dat iedereen er dan bij betrokken is.” De kinderen gaan ook naar het Joods Historisch Museum, de Hollandsche Schouwburg, het Verzetsmuseum. “Ze zijn zelfs naar Kamp Vught geweest. Het gaat daarmee wel goed, de herinnering leeft door.” Soms maken kinderen rond een bezoek van Huffener ook een tentoonstelling over de Tweede Wereldoorlog. Volgens haar besteden scholen meer aandacht aan de oorlog dan vroeger. “Ik denk dat leerkrachten er veel meer mee bezig zijn. Mijn kinderen werd op school niets verteld. Iedereen zat in de knoei, Nederland lag in puin. Er moest weer opgebouwd worden. Pas toen dat gedaan was, kwam het besef dat het verhaal over de oorlog gedeeld moest worden.” Hoe moet het als er straks geen getuigen meer zijn, mensen die uit eerste hand over de oorlog kunnen vertellen? “Hoe erg de oorlog was is veel moeilijker op kinderen over te brengen door mensen die het niet hebben meegemaakt. Al zijn er ook mensen die het heel goed doen hoor. Het scheelt dat er filmpjes zijn waarin verteld wordt hoe het was. Het is goed vastgelegd allemaal, dat is ook noodzakelijk. Maar zolang je het zo kunt vertellen, is het beter voor de kinderen. Omdat je toch af en toe vragen krijgt en die kun je dan beantwoorden. Ze vragen bijvoorbeeld waarom we gepakt zijn en wat we in het kamp deden.”


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 53

Kleinkinderen Twee jaar na de oorlog trouwde Lotty Veffer met oud-verzetsman Joep en werd zij Lotty Huffener. Haar man (overleden in 1989) hielp onderduikers en maakte deel uit van verzetsgroepen, zoals de Raad van Verzet en de Landelijke Knokploegen, die zich bezighielden met wapen- en munitieopslag en het overvallen van distributie­ kantoren. Over zijn verzetsverleden werd binnen het gezin (het stel kreeg vier kinderen) in eerste instantie niet gesproken. “Dat wilde hij niet. Tegen onze kinderen zei hij altijd dat ze niet over de oorlog mochten praten, want daar kon mama niet tegen. Maar híj kon er niet tegen, hij vond het verschrikkelijk wat er was gebeurd. In de jaren zeventig, toen we herdenkingen bezochten, begon hij alsnog te vertellen.” “Mijn kinderen vroegen me op jonge leeftijd al vaak waarom ik geen vader en moeder had, geen familie. Dat klasgenootjes wel opa’s en oma’s hadden en zij niet is natuurlijk moeilijk voor ze geweest. Dan ga je toch maar vertellen wat er gebeurd is, zonder de vreselijkste details natuurlijk. We hebben ze zelf nooit verteld dat al die mensen vermoord zijn en wat in Vught met de kinderen is gebeurd, dat kun je bijna niet vertellen. Het is allemaal goed gekomen, ze hebben er geen neuroses aan overgehouden.” “Dat er ook families zijn waarin alles altijd stil is gehouden, vind ik onbegrijpelijk. Nog steeds krijg ik bezoek van kinderen met ouders die ook vast hebben gezeten. Ze willen weten hoe het was: ‘Mijn moeder was ook in het kamp, zij heeft net als u een nummer

Het Nederlandse verzet  Georganiseerde verzetsgroepen dwarsboomden tijdens de Tweede Wereldoorlog op veel manieren de Duitse bezetter in Nederland. Het verzet saboteerde telefoonlijnen, blies gebouwen en spoorwegen op, spioneerde en maakte gebieden onbruikbaar door ze onder water te laten lopen. Ook werden verzetskranten gemaakt (zoals Trouw en Vrij Nederland) en distributiekantoren overvallen, waar bonnen werden uitgedeeld die nodig waren voor het kopen van bijvoorbeeld brood en vleeswaren. Daarnaast hielp het Nederlands verzet Joden bij het onderduiken. Het verzet was vaak amateuristisch en volgens sommigen debet aan onnodig veel doden. Het grootste deel van de Nederlandse bevolking was anti-Duits, maar niet actief binnen het verzet. De Oorlog (NPS), Tweedewereldoorlog.nl

53


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 54

54

op haar arm. Kunt u mij iets vertellen?’ Een heleboel ouders hebben nooit iets verteld.” Ook Huffeners kinderen houden zich met de herinnering aan de Tweede Wereldoorlog bezig. “Niet dat ik heb gezegd dat ze dat moesten doen hoor, dat is niet goed. Een zat in het bestuur van de Vriendenkring van Kamp Vught, een ander in dat van de Expogé en mijn dochter was betrokken bij Stichting Sobibor en is oprichter van de Lotty Veffer Foundation…” En ook haar vijf kleinkinderen zijn actief: zo maken sommigen muziek bij herdenkingen of als een tentoonstelling wordt geopend. Huffener vindt het belangrijk dat ze op dit soort momenten aanwezig zijn: “Dan kunnen zij er weer over verder vertellen.” Geen feest “Op 4 mei ga ik naar de Nieuwe Kerk en de kranslegging op de Dam. Dat doe ik al heel lang en geeft mij voldoening. Ik hoop dat ik er nog bij kan zijn zolang ik leef. Ik vind het ongelooflijk dat er altijd zoveel mensen staan. Waarom staan ze daar? Voor de koning? Of willen ze gewoon graag herdenken? Ik vind het wonderlijk dat mensen daar uren, uren wachten.” Lotty Huffener vindt dat de Tweede Wereldoorlog op 4 mei centraal moet blijven staan. “We moeten blijven beseffen dat zoveel mensen zomaar vermoord zijn, om hun geloof, hun ras, zoiets mag niet gebeuren. We moeten de Holocaust herdenken. En ook de mensen die in het verzet hebben gezeten.” Het is goed om andere oorlogen en conflicten ook te herdenken, vindt Huffener, “maar niet op 4 mei.” En Duitsers, zijn die welkom bij 4 mei-herdenkingen? “Ja. De Duitsers van nu zijn niet verantwoordelijk voor wat er

Lotty Veffer Foundation  Mirjam Huffener, dochter van Lotty, is oprichter van de Lotty Veffer Foundation. Deze stichting realiseert met steun van het Nationaal Comité 4 en 5 mei projecten op het gebied van mensenrechten, zoals de website Joodsekindereninkampvught.nl en de reizende expositie Waarom schrijf je me niet. In die tentoonstelling worden via bijvoorbeeld brieven uit getto’s en nazikampen verhalen verteld over de vervolging van onder anderen Joden, Roma en Sinti. Meer informatie: Lottyvefferfoundation.nl. Lotty Veffer Foundation


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 55

“Als je niemand meer hebt, vier je geen 5 mei”

55

toen is gebeurd. Als we vroeger aan het strand waren, mochten mijn kinderen ook altijd gewoon met de Duitse kinderen spelen. Kinderen zijn kinderen, die moeten met elkaar spelen.” Huffener heeft in het kader van educatieprojecten ook veel Duitse jongens en meisjes over de vloer gehad; studenten die zich in de Tweede Wereldoorlog verdiepten. Ze ervoer dat als verzoening. “O ja. Die jongelui kunnen er niets aan doen. Zelfs hun ouders, dat zijn nog vrij jonge mensen, die hebben dat ook allemaal niet meegemaakt en gewild.” Zoveel als Huffener met 4 mei heeft, zo weinig heeft ze met 5 mei. Het is ieder jaar weer een pijnlijke dag, vindt ze. “Feest hebben we nooit gevierd. Voor ons was de bevrijding echt geen lolletje. We waren natuurlijk wel blij dat we vrij waren, maar de terugkeer was vreselijk. Als je niemand meer hebt, vier je geen 5 mei. Die dag staan mensen stil bij het einde van de oorlog, maar de bevrijding betekende niet het einde van alle ellende. Natuurlijk is het geweldig dat we bevrijd zijn, maar om nou te zeggen: we gaan leuke, gezellige dingen doen… Nee, dat hoeft voor mij niet. Ik laat het altijd maar stilletjes voorbijgaan.”


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 56

56


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 57

Adje Anakotta

57

Adje Anakotta (Oosterbeek, 1970) werd in 1995 met Dutchbat III uitgezonden naar Srebrenica als gewondenverzorger van de Luchtmobiele Brigade. In 2007 keerde hij voor het eerst terug naar de vroegere basis van Dutchbat. Sindsdien heeft hij zich ingezet voor de identificatie van vijf slachtoffers van de val van de moslim­ enclave. Ook spant hij zich in voor het behoud van observatiepost Foxtrot en de komst van een monument. Anakotta ondersteunde vredesinitiatieven zoals het Ministerie van Vrede en vertelde scholieren over zijn ervaringen. Hij werkt in een woonzorgcentrum in Groningen. Hij heeft een Molukse achtergrond; zijn vader was militair in het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger. Anakotta is gescheiden, heeft twee dochters en acht broers en twee zussen.


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 58

“De vijand zit in ieder mens”

58

Adje Anakotta werd tijdens de Bosnische oorlog (1992– 1995) als Dutchbatter uitgezonden naar Srebrenica. De soldaat eerste klas wilde zich inzetten voor de onvrije bevolking, geïnspireerd door zijn vader die ook militair was. Maar de missie mislukte volledig. “We waren totaal machteloos. We moeten ervan leren, Srebrenica is een waarschuwing.” ‘Senang Bersama’, oftewel ‘samen voelen we ons prettig’. Zo heet de dagopvang voor Molukse en Indische ouderen van het Groningse woonzorgcentrum waar Azer (roepnaam Adje) Anakotta werkt. Er is een winkel voor de dagelijkse boodschappen, een kapper en schoonheidsspecialist, een bibliotheek en internetcafé. Anakotta (1970), met een Molukse achtergrond, houdt zich bezig met facilitaire zaken. Op kantoor heeft hij tijd voor een gesprek over vrijheid en onvrijheid. Hij vertelt associatief, springt van het heden naar het verleden en weer terug, hij is soms emotioneel, dan weer feitelijk. Soms vertelt hij over een gebeurtenis in het verleden in de tegenwoordige tijd, zoals ook andere Molukse en Indische Nederlanders doen. Het is een overblijfsel van het Indonesische taalgebruik, waarin geen onderscheid tussen de tegenwoordige en verleden tijd bestaat. “Ik heb heel vaak gehoord: vrijheid is niet vanzelfsprekend. Dat klopt. Mijn vader was militair in het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL — red.). Hij heeft de Japanse bezetting en de dekolonisatieoorlog in Indonesië meegemaakt. Daarna ging hij in 1949 naar Merauke in Nederlands Nieuw-Guinea, waar hij was geboren, om een nieuw bestaan op te bouwen. Mijn vader was niet iemand die


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 59

gemakkelijk over zijn ervaringen in de oorlog vertelde. Maar voor mij was duidelijk dat het vertrouwen van mijn vader was beschadigd. Vanuit het Molukse verleden gezien kloppen heel veel zaken niet. Nederlanders en Molukkers hebben als militairen in Nederlandse dienst zij aan zij in het KNIL gevochten. Waarom zijn wij, Molukkers, na de oorlog in een hoek weggezet? Zo voelde het voor mijn vader en ik draag dat gevoel van onrecht ook met me mee.” Anakotta doelt op het feit dat de Molukse militairen op dienstbevel naar Nederland waren gekomen, maar bij aankomst in Nederland tot hun ontzetting direct uit dienst werden ontslagen. En ook al leefden Molukse gezinnen in Nederland in vrijheid, ze waren zich er altijd van bewust dat hun thuisland onvrij was nadat Indonesië het ideaal van een eigen Republiek der Zuid-Molukken hardhandig de kop had ingedrukt. Rode baretten “Tijdens de oorlog in de jaren negentig in de Balkan dacht ik: ik kan iets betekenen. Ik wil, net als mijn vader, ondervinden hoe het is om in oorlog voor het recht te strijden en mensen te helpen. Ik zag de rode baretten van de Luchtmobiele Brigade en wist meteen: dát wil ik! Ik was 23 toen ik er kwam te werken.” “De Luchtmobiele Brigade is niet voor iedereen”, vertelt Adje Anakotta. “We zijn goed getraind en robuust opgeleid, want wij voeren het daadwerkelijke gevecht op de grond. De Luchtmobiele

Dekolonisatieoorlog  De Tweede Wereldoorlog in Nederlands-Indië kwam ten einde toen Japan zich overgaf op 15 augustus 1945. Twee dagen later, op 17 augustus 1945, riep Indonesië de onafhankelijkheid uit en verklaarde daarmee niet langer een kolonie van Nederland te zijn. Nederland accepteerde dit niet en gewelddadige strijd, onrust en onderhandelingen wisselden elkaar af. Met de benaming eerste (juli 1947) en tweede (december 1948) ‘politionele actie’ wilde Nederland aangeven dat het in deze gevechten om interne, binnenlandse kwesties ging. Tegenwoordig nemen historici afstand van deze termen. Zij beschouwen de strijd tussen Nederland en Indonesië als een koloniale oorlog of dekolonisatieoorlog. Door internationale druk moest Nederland de onafhankelijkheid van Indonesië uiteindelijk erkennen. Op 27 december 1949 droeg Nederland de soevereiniteit over aan Indonesië. ­Nederlands Nieuw-Guinea viel buiten de overdracht. De Oorlog (NPS), Tweedewereldoorlog.nl

59


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 60

60

Brigade kan meteen naar conflictgebieden vertrekken. We gaan er direct in! We gingen als onderdeel van de Verenigde Naties (VN — red.) naar Srebrenica. Niet om te vechten, want we waren niet op oorlog uit, we gingen om de vrede te handhaven. We stonden tussen de partijen in, we hadden een soort politietaak. Dat sprak mij aan. Ik ging mee als gewondenverzorger en zat op de VN-observatiepost Foxtrot.” “Ik heb ervaren dat de vijand in ieder mens zit. Dát heb ik meegemaakt in Srebrenica: de vijand hoef je niet ver te zoeken. Ik was getuige van een incident waarbij mijn eigen sergeant vier moslimkinderen met een dienstwapen bedreigde, met míjn dienstwapen nota bene! Hij was doorgeslagen omdat hij problemen had in Nederland. Ik dacht: de Bosnische kinderen die hij nu bedreigt, moeten

Republiek der Zuid-Molukken  Na de soevereiniteitsoverdracht in december 1949 volgde de opheffing van het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL) in juli 1950. Op dat moment waren circa 3500 Molukse militairen in dienst van het KNIL. Al sinds de oprichting in 1830 maakten Molukkers daar deel van uit. De Molukkers in Nederlandse dienst konden niet demobiliseren op de Molukken, omdat de Indonesische regering de Molukse eilanden geen soevereiniteit toekende, maar de eenheidsstaat had uitgeroepen en de Molukken had ingelijfd. Het ideaal van een Republiek der Zuid-Molukken werd daarmee de kop ingedrukt. Nederland besloot de Molukse militairen als tijdelijke oplossing naar Nederland te laten overkomen. In 1951 kwamen de Molukse militairen met hun gezinnen in Nederland aan, in totaal 12.500 personen. Bij aankomst bleek dat de militairen ontslagen werden. Nederland bracht hen onder in woonoorden, verspreid over het land. Zonder militaire status, geïsoleerd van de Nederlandse samenleving, uitgaand van een tijdelijk verblijf in Nederland en (vergeefs) hopend op terugkeer naar de Molukken. Martin Bossenbroek — De meelstreep. Terugkeer en opvang na de Tweede Wereldoorlog (2001)

Luchtmobiele Brigade  De Luchtmobiele Brigade is een lichte gevechtseenheid, die binnen zeven tot twintig dagen wereldwijd inzetbaar is. De militairen maken mogelijk dat collega’s hun gevechtstaken kunnen uitvoeren. Ze sporen explosieven op, maken de weg vrij of hinderen de vijand. Ze bevoorraden, herstellen materieel en geven geneeskundige zorg. In zijn rugzak draagt de militair alles om 72 uur te kunnen overleven in de frontlinie. Luchtmobiele militairen zijn herkenbaar aan de rode baret, het internationaal herkenningsteken voor para- en luchtlandingstroepen. Ministerie van Defensie


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 61

we juist beschermen. Dat beeld van die vier kindjes en dat wapen, dat is altijd blijven hangen.” Anakotta, nog steeds verontwaardigd: “Ik dacht: dit is toch geen Vietnam? Ik zit toch niet in de film Platoon? Ik was in mijn hele leven nog nooit bang geweest. Door deze man kwam daar verandering in, ik was écht, écht bang. Als de families van die kinderen terug zouden komen om ons te grazen te nemen, dan mochten ze mij ook doden. Ik behoorde immers tot de eenheid van de sergeant. En zijn actie ging ook totaal tegen de christelijke normen en waarden in die ik had meegekregen van thuis.” Anakotta neemt afstand: “Wil je streven naar vrijheid, dan moet je met jezelf starten. Met de strijd in jezelf, daar begint het mee. Als mensen oorlog werkelijk willen verbannen, dan moeten ze dieper in zichzelf gaan kijken. Want dáár zit de onrust. Ik dacht in Srebrenica vaak: we hebben al zoveel oorlogen gehad, waarom lukt het nou niet om oorlog te verbannen? Na de Tweede Wereldoorlog hoorden we steeds: dat mag nooit meer gebeuren. Maar het gebeurt nog steeds! Het aanwijzen van een bevolkingsgroep als zondebok: daar komt geen vrijheid vandaan.” Geen flauw benul Molukse Nederlanders werden na 1951 in woonoorden opgevangen, omdat de Nederlandse regering verwachtte dat het verblijf van de Molukkers tijdelijk zou zijn en ze weer terug zouden keren

Srebrenica  Tijdens de Joegoslavische burgeroorlog werden Nederlandse blauwhelmen, als onderdeel van de UNPROFOR-missie van de Verenigde Naties (VN), in de moslimenclave Srebrenica in Bosnië-Herzegovina gestationeerd. In juli 1995 werd de enclave door de Bosnische Serviërs onder de voet gelopen. De Nederlandse VN-­ militairen werden geëvacueerd, ze konden de Bosnische bevolking niet beschermen. Zeven- tot achtduizend Bosnische moslimmannen werden vermoord. Het was de grootste genocide in Europa sinds de Tweede Wereldoorlog. In 2002 bracht het NIOD, belast met de opdracht de val van Srebrenica te analyseren, naar buiten dat humanitaire bewogenheid en politieke ambities Nederland dreven naar een ondoordachte en nagenoeg onuitvoerbare vredesmissie: “Dutchbat moest vrede handhaven waar geen vrede was.” Op 24 maart 2016 werd Radovan Karadzic, de voormalig politiek leider van de Bosnische Serviërs, door het Joegoslavië-tribunaal in Den Haag veroordeeld tot een gevangenisstraf van veertig jaar. NOS, NPO Journalistiek: Dossier Srebrenica, NIOD

61


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 62

“In mijn opvoeding speelde het leger een belangrijke rol. Dat betekent dat de oudste de hoogste in rang is. Daarna volgt de rest. Dus vaders wil is wet. Punt”

62

naar de Molukken. Dit was echter onmogelijk, omdat de Indonesische regering geen onafhankelijke Republiek der Zuid-Molukken toestond. De woonoorden bestonden uit oude kazernes, kloosters en voormalige kampen, waaronder Kamp Westerbork en Kamp Vught, die tijdens de Tweede Wereldoorlog door de Duitse bezetter als respectievelijk doorgangs- en concentratiekamp waren gebruikt. In Nederland waren vijftig tot zestig Molukse woonoorden verspreid over het land. Na de opheffing van de woonoorden eind jaren vijftig kregen Molukkers in speciale Molukse woonwijken eengezins­ woningen toegewezen. De familie Anakotta kwam in het Groningse Appingedam terecht en daarna in Musselkanaal, een lintdorp in de provincie Groningen. Adje Anakotta werd geboren in Oosterbeek, bij Arnhem. Hij groeide op met Molukse normen en waarden. Die zijn voor hem nog altijd belangrijk. Hij komt uit een groot gezin; hij heeft acht broers en twee zussen. “In mijn opvoeding speelde het leger een belangrijke rol. Dat betekent dat de oudste de hoogste in rang is. Daarna volgt de rest. Dus vaders wil is wet. Punt. Ik heb daar geen moeite mee, want hij is rechtvaardig.” “Toen mijn vader voor mijn uitzending op de kaart van Bosnië-­ Herzegovina keek, begon hij met zijn hoofd te schudden. Hij vond de missie levensgevaarlijk: we gingen volgens hem met veel te weinig mensen en met te weinig materiaal. Hij had er verstand van, vond het naïef. Achteraf had hij natuurlijk gelijk. Voordat ik vertrok, vertelde hij ook dat hijzelf in Indonesië de opdracht had om iedereen neer te schieten die vanaf vijandig gebied binnen een straal van zes kilometer kwam. Dat weigerde hij. Mijn vader zei: ‘Dat doe ik niet. Die persoon is een kind van iemand. En ik wil ook graag naar


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 63

huis.’ Ik vond dat een indrukwekkend verhaal.” “Ik zei tegen mijn vader: ‘Ik wil gewoon gaan, het is allemaal goed besproken, het komt wel goed.’ Ik had geen flauw benul waar ik terecht zou komen. Mijn vader had tranen in zijn ogen, ik zag ineens zijn machteloosheid. Hij zei: ‘Hier heb je je familie. Daar heb je niemand. Je hebt alleen God.’ Mijn vader heeft thuis een altaar, net als andere Molukse militairen. We hebben samen gebeden. Ik kreeg van hem een linnen doek, die ik in Bosnië-Herzegovina als band om mijn middel droeg. Daarmee ging ik op patrouille. Zo heeft mijn vader het gedaan in Indonesië en die traditie heeft hij kunnen doorgegeven aan mij en aan mijn broer, die ook als militair van de Luchtmobiele Brigade naar Bosnië-Herzegovina werd uitgezonden.” “Eén principe van Christus is voor mij het belangrijkst: red wat je kunt redden. Een mens is een mens, dat heb ik van huis uit meegekregen. Dat is wat mij drijft: niet oordelen, maar redden. Gewoon dóén.” “Mijn geloof speelt een grote rol in mijn leven. Ik zie Hem als mijn oppercommandant. Zuiver zijn is voor mij belangrijk. Daarmee bedoel ik: menselijkheid tonen, je naaste liefhebben. Als je je voor mensen wilt inzetten, moet je met jezelf starten en in de spiegel kijken. Je moet weten of je geschikt bent. Je moet je eigen motieven toetsen en je moet getoetst worden door anderen. We hebben de morele plicht om op elkaar te letten. Maar de wereld heeft zich zo ontwikkeld dat mensen vaak alleen aan zichzelf denken en niet aan het geheel. Als je dan een wapen in handen krijgt, als je dan een functie met macht krijgt en je bent niet getoetst, dan heeft de gemeenschap een probleem.” “Na de Japanse capitulatie werd mijn vader als KNIL-militair ingezet, om de Nederlandse burgers tegen de Indonesische onafhankelijkheidsstrijders te beschermen.” Anakotta trekt een directe historische parallel tussen de rol die zijn vader als ‘Kniller’ in Indonesië had en de taak die hijzelf had in VN-verband in Bosnië-Herzegovina: “De Molukse en ook Indische militairen waren beschermers van de Nederlanders. Wij moesten als Dutchbatters de mensen in Srebrenica beschermen. Van huis uit zijn wij niet zo snel angstig, onder spanning word je juist heel erg brave, moedig! Molukkers gaan gewoon door, we vechten van man tot man. Maar tijdens de Balkanoorlog was ik echt bang.”

63


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 64

“Na de val van Srebrenica zag ik de frustratie van de Bosnische vrouwen. Daarin herkende ik het verhaal van mijn moeder. Zij heeft door de oorlog in Indonesië haar ouders nooit meer teruggezien”

64

Het lukte de Nederlandse VN-militairen niet om de Bosnische bevolking te beschermen. “We waren ingesloten en toch moesten we proberen om de vrijheid vast te houden. Dat lukte natuurlijk niet. Ik wist, te midden van de VN-politiek: dit hebben we niet meer zelf in de hand. We waren echt totaal machteloos. Mijn ooms, ervaren militairen, zeiden tegen mij: ‘Wij vochten! Maar jullie… jullie mochten níks!’” In juli 1995 werd de moslimenclave Srebrenica door Bosnische Serviërs onder de voet gelopen. De Nederlandse militairen werden geëvacueerd en zeven- tot achtduizend Bosnische moslimmannen werden vermoord. Babygraf Zelf maakte Adje Anakotta de val van de moslimenclave in Srebrenica niet mee: hij was met verlof naar Nederland, omdat hij gewond was geraakt door een granaataanval op het kamp. “Ik vond het heel moeilijk dat ik er niet bij was, het ging om mijn collega’s. We zijn als militairen in Srebrenica ontzettend in de problemen gekomen. Ik moet ook denken aan mijn collega Raviv van Renssen, die terechtkwam in een hinderlaag die was opgezet door lokale moslims. Ze hebben hem met een granaat gedood. Raviv was 25 jaar. Later kreeg ik het bericht dat de vader van de kinderen die door mijn sergeant waren bedreigd, de dader was. Toen ik dat hoorde, dacht ik: ik kom hier nooit van mijn leven meer vanaf. Ik ben voor de rest van mijn leven getekend.” Anakotta zet zich sinds 1995 in om de herinnering aan Srebrenica levend te houden. Daarbij heeft hij zowel oog voor de ervaringen van de voormalige Dutchbatters als voor die van de lokale bevolking in Bosnië-Herzegovina.


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 65

In 2007 ging hij, samen met twaalf andere voormalige Dutchbatters en hun familieleden, terug naar Srebrenica om Van Renssen te herdenken. Daar werd Anakotta aangesproken door een Bosnische moeder. Zij vroeg hem of hij misschien wist waar haar baby begraven lag. Omdat Anakotta inzag dat het vertrouwen van de Bosnische vrouwen nodig was om weer een toekomst op te kunnen bouwen, lobbyde hij bij de Nederlandse regering en de Europese Commissie om die ertoe te bewegen de locatie van het babygraf te zoeken. Uiteindelijk zette hij een zoekactie op touw, in samenwerking met vredesorganisatie PAX en andere ex-Dutchbatters. “Na de val van Srebrenica zag ik de frustratie van de Bosnische vrouwen”, legt Anakotta uit. “Daarin herkende ik het verhaal van mijn moeder. Zij heeft door de oorlog in Indonesië haar ouders nooit meer teruggezien. Mijn moeder was altijd boos en gefrustreerd, dat zat heel diep in haar. Dat heeft mij enorm aangegrepen. Ik denk dat ik daarom de Bosnische vrouwen zo goed begrijp. Ik wist: ik moet mijn moeder niet in de steek laten, ik moet haar steunen. En daarom ben ik nu bevriend met de vrouwen van Srebrenica.” De tragiek van Srebrenica raakte dus op verschillende manieren verbonden met Anakotta’s leven: door het verlies van zijn kameraad Van Renssen, maar ook door het verlies aan Bosnische zijde. In 2012 was Anakotta erbij in Srebrenica, toen het noodgraf van de baby eindelijk werd gevonden. Anakotta zegt dat hij het graf herkende op een Amerikaanse satellietfoto. Bezweken aan ontberingen, veroorzaakt door gebrek aan medische voorzieningen, was de baby samen met twee mannen en twee vrouwen begraven. “Nog altijd zijn er mensen vermist. Tot die tijd is het Joegoslaviëtribunaal noodzakelijk. Godzijdank zijn de verantwoordelijke Servische commandant Mladic en politicus Karadzic opgepakt. Achteraf ben ik blij dat ik een rol heb kunnen spelen, maar het was zwaar.” Traumatherapie Srebrenica heeft het gezin van Adje Anakotta getroffen, zegt hij. In 2009 is hij gescheiden. Anakotta’s dochters (geboren in 1994 en 1996) hebben de impact van zijn oorlogsverleden meegekregen: “Als kind voelden ze de spanning die ik als veteraan met me meedroeg. Het ging jarenlang heel slecht met me. Mijn dochters zagen dat ze hun papa aan het verliezen waren.” Anakotta moet huilen,

65


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 66

“Het ging jarenlang heel slecht met me. Mijn dochters zagen dat ze hun papa aan het verliezen waren”

66

zegt even niets. Daarna herpakt hij zich. “Het gaat nu weer goed, ik ben terug. Ik krijg traumatherapie en dat helpt. Mijn vader en moeder zijn er in die moeilijke jaren altijd voor me geweest. Ze hebben me heel erg gesteund als het gaat om Raviv. Ze hebben altijd voor me gebeden en al die keren dat ik naar Srebrenica ging, gaven ze me hun zegen mee.” Zijn vader overleed in 2013. Anakotta’s dochters willen graag een keer mee naar Srebrenica, maar dat vindt hij nog niet verantwoord: “Ik heb het gevoel dat ik ze moet beschermen. Misschien als ze nog iets ouder zijn.” Anakotta’s herinneringen aan Srebrenica komen soms nog altijd heel dichtbij: “Tijdens de Dodenherdenking op 4 mei denk ik eraan terug. Ik ben dan helemaal afgegrendeld van de wereld. Ik voel me dan net zoals ik me in Srebrenica voelde, alsof ik in een tijdloze wereld ben. Ook denk ik op 4 mei aan de Molukse mannen die in dienst van het KNIL hun leven voor Nederland gaven. Eén keer zag ik een Molukse man een krans leggen op 4 mei. Dat vond ik heel mooi. Bevrijdingsdag, 5 mei, is voor mij lastig. Ik zie dan hoe de Ambassadeurs van de Vrijheid met helikopters worden ingevlogen voor de Bevrijdingsfestivals. Ik denk dan: ja, jou kan niets overkomen. Voor ons gold dat niet. Wij werden in Bosnië-Herzegovina ingevlogen en moesten het maar uitzoeken. Het is geen afgunst, absoluut niet. Maar ik zie liever dat ze een veteraan laten meevliegen, een jongen die echt pijn heeft, en dat ze die op een Bevrijdingsfestival droppen. Laat hem een Bevrijdingsfestival openen.” “Ik denk dat het goed is om de Dodenherdenking te verbinden aan de actualiteit. Oorlogen en conflicten zijn nog steeds aan de orde. Laat zien dat Nederland daar jongens en meiden voor vredesmissies naartoe stuurt. Ik ben trots op andere veteranen. Soms zie


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 67

ik ze als zombies op straat lopen: geestelijk helemaal geblokkeerd, niemand die ze begrijpt. Dat is ook logisch als je er niet zelf bij bent geweest, maar mensen zouden moeten begrijpen: vrijheid en vrede zijn niet vanzelfsprekend. Daar hebben veteranen zich voor ingezet, en sommigen betalen daar een hoge prijs voor.” Er sterker uitkomen Adje Anakotta is geregeld teruggegaan naar de voormalige observatiepost Foxtrot. Het is voor hem een lieu de mémoire geworden, een betekenisvolle plek van herinnering: “De muren staan er nog. Als ik daar ben, dan breek ik. Dat gaat zó diep… Het is de locatie die spreekt. Ik vind het belangrijk dat het verhaal van Foxtrot wordt verteld. Het was de laatste observatiepost die werd opgegeven. De plek is belangrijk voor de mensen die de oorlog hebben meegemaakt, zodat ze tegen anderen kunnen zeggen: ‘Kijk, dit is de wachttoren.’ Dat is belangrijk voor de toekomst. Foxtrot moet behouden blijven. Samen met vredesbeweging PAX en Herinneringscentrum Kamp Westerbork zet ik me daarvoor in.” Anakotta denkt ook aan een fototentoonstelling bij Foxtrot over de Bosnische oorlog en een monument voor zijn omgekomen collega Van Renssen. “Mensen gaan pas over vrijheid nadenken als ze onder druk staan en de dreiging van niet vrij zijn voelen. We hebben het voorbeeld van Srebrenica nodig als een waarschuwing: dit mag nooit meer gebeuren. De herdenking van de val van Srebrenica op 11 juli is voor mij ook heel belangrijk. Ik betreur het dat Nederland hier niet officieel aan meedoet.” Dutchbat in Srebrenica: het was een mislukte missie. Anakotta zegt: “Je moet in gesprek blijven met alle partijen die bij de oorlog betrokken zijn geweest. Wil je frustraties wegnemen, dan zul je alles moeten benoemen. Als je dat niet doet, blijf je met onvrede achter. Ik weet dat van de Molukse gemeenschap, die het gevoel heeft dat Nederland niet naar hen omkijkt.” “Ik denk dat de Molukse geschiedenis mij op dit pad heeft geleid. Daardoor ben ik Dutchbatter geworden en daardoor kan ik Srebrenica niet loslaten. Ik geloof dat we er samen sterker uitkomen. Dat geloof ik echt. Laten we vooruitgaan, leren. Vrede is iets waar iedereen zich continu mee bezig moet houden. Vrede is een waarde die niet gegarandeerd kan worden.”

67


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 68

68


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 69

Rob Schouten

Rob Schouten (Hilversum, 1954) is columnist, dichter, schrijver en literatuurcriticus. Hij studeerde Nederlands en schrijft voor dagblad Trouw en tijdschrift Vrij Nederland. In 1986–1987 was hij writer in residence aan de Universiteit van Minnesota in de Verenigde Staten en schreef daarover Adres gewijzigd, brieven uit Amerika (1987). Van 1993 tot 1996 was hij bijzonder hoogleraar Literaire Kritiek aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Zijn meest recente dichtbundel verscheen in 2012 onder de titel Zware pijnstillers. Hij heeft een vriendin en vier dochters.

69


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 70

“Beschaving moet je ervan weerhouden om alles zomaar te zeggen” 70

Hij stal uit de collectebus van de kerk en liep weg van huis: schrijver Rob Schouten deed alles om zich te bevrijden van zijn ouders. Hij verachtte ze, maar beseft nu dat ze een voor­ beeld waren. Via zijn ouders en grootouders kreeg hij ook veel mee van de Tweede Wereldoorlog. “Ik voelde een haast perverse belangstelling voor dood en verderf ”, vertelt hij in een gevangenisdorp. Voorafgaand aan het interview schreef Rob Schouten (1954): “Ik zit momenteel in Veenhuizen. Niet als gedetineerde, maar als writer in residence.” Parallel aan het Veenhuizerkanaal in Drenthe staan woningen met op de gevelstenen karaktereigenschappen die nodig

Veenhuizen  Het Drentse Veenhuizen werd vroeger ook wel Hollands Siberië genoemd. Duizenden bedelaars, zwervers en wezen uit de grote steden werden rond 1825 naar drie grote dwanggestichten in Veenhuizen verbannen. De gedachte was dat arme mensen een nieuw bestaan leerden op te bouwen door ze arbeid aan te bieden en discipline bij te brengen — dit gebeurde met goedkeuring van koning Willem I. In 1859 nam de rijksoverheid de gestichten over en werden er uiteindelijk alleen nog gevangenen geïnterneerd. Na de Tweede Wereldoorlog zaten in Veenhuizen oorlogsmisdadigers vast. De Penitentiaire Inrichting Veenhuizen bestond eind 2015 uit twee locaties en een daarvan was eind dat jaar beschikbaar gesteld voor het onderbrengen van Noorse gedetineerden. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden politiek gevangenen in de regel trouwens opvallend goed behandeld, omdat het gevangenispersoneel vaak met het verzet sympathiseerde. Dat stelt historicus Ralf Futselaar in zijn boek Gevangenissen in oorlogstijd (2015). Dienst Justitiële Inrichtingen, Nationaal Gevangenismuseum, Ralf Futselaar — Gevangenissen in oorlogstijd (2015)


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 71

zijn om niet op het slechte pad te raken: ‘geestkracht’ op de domineeswoning, ‘nauwgezetheid’, ‘plichtgevoel’ en ‘toewijding’ op apothekerswoningen, ‘opvoeding’ op de onderwijzerswoning. Een passende omgeving voor een gesprek over vrijheid en onvrijheid. Schouten logeert in de pastoriewoning, die nu wordt gebruikt als schrijvershuis. Elk jaar weer merk ik dat Bevrijdingsdag me zwaarder valt dan de Dodenherdenking. Waar het aan ligt weet ik niet. Ik sluit niet uit dat ik me in het geheel niet bevrijd voel. Hoe zou ik ook? Ik ben negen jaar na de Tweede Wereldoorlog ­geboren, ik heb nooit enige krijgshandeling meegemaakt, voor de militaire dienst werd ik zo snel mogelijk afgekeurd, ik weet helemaal niet wat het is om de oorlog in te gaan en er weer uit te komen. Deze overpeinzing van Schouten in zijn column in dagblad Trouw (6 mei 2013) was de directe aanleiding om hem te benaderen. “Vrijheid staat voor mij voor onafhankelijkheid en dat hangt direct samen met mijn werk als criticus, columnist en dichter. Ik heb nog nooit een echte baan gehad, omdat ik op mezelf wil zijn, alleen wil werken. Ooit solliciteerde ik voor een vaste baan en ik was heel blij toen ik niet was aangenomen. Waarom ik dan toch een brief had gestuurd? Ik had het gevoel dat de maatschappij van mij eiste dat ik een baan zou vinden, zodat ik mijn sociale verantwoordelijkheden op me zou nemen. Toen diezelfde maatschappij mij afwees, was ik opgelucht. De wens om vrij te zijn komt door mijn jeugd. Ik kom uit een sektarische geloofsgemeenschap van zevendedagsadventisten. Daar heb ik me in mijn puberteit met veel geweld van losgemaakt.” “De grootste druk die ik in mijn leven heb gevoeld, was afkomstig van die geloofsgemeenschap. Mijn ouders bekeerden zich eind jaren veertig tot de zevendedagsadventisten. Mijn vader verhuisde vanuit de Gereformeerde Bond, mijn moeder kwam uit een niet-gelovig gezin. Ze gingen theologie studeren en gaven hun baan op. Ze voelden zich geroepen. Mijn vader werd predikant. Ik ben opgegroeid met het idee dat we in het einde der tijden leefden. Het lag niet voor de hand dat ik uit die gemeenschap zou stappen.

71


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 72

“Als puber droomde ik ervan om het intellectueel hoofd van een misdaadsyndicaat te worden. Het Kwaad, met een hoofdletter K, trok mij aan”

72

Toch gebeurde dat. Ik kreeg als puber ontzettende ruzies met mijn vader en met de rector van het gereformeerd gymnasium. Ook liep ik van huis weg en ik begon te stelen. Dat was chronisch: ik deed het veel, meerdere keren per week. Boeken bij de V&D en postzegels, want die spaarde ik. Ook stal ik geld uit de collectebus van de kerk.” Schouten vertelt zonder schaamte en nuchter, alsof het niet over hemzelf gaat. “Ik was kleptomaan bezig. Onbewust was het een verzet tegen mijn ouders met hun normen en waarden. Zo is het ook uitgelegd door de psychiaters die mij later hebben behandeld. Ik ben een keer betrapt, maar ik kwam ermee weg omdat ik deed alsof ik een hersenschudding had gehad. Met die verklaring nam de politie genoegen. Ik ben nooit in de verleiding geweest om in de zwaardere criminaliteit actief te worden, maar als puber droomde ik er wel van om het intellectueel hoofd van een misdaadsyndicaat te worden. Het Kwaad, met een hoofdletter K, trok mij dus aan. Ik heb altijd gedacht: als het misgaat met mij, dan gaat het ook goed mis. Dan had ik nu in Veenhuizen niet als writer in residence gezeten, maar misschien wel aan de andere kant, als gevangene.” “In de tijd dat ik opgroeide, de jaren zestig, wilde iedereen zich bevrijden. Als het ware ontstond er een fusie tussen mijn persoonlijke vrijheidsdrang en die in de samenleving. Rond mijn veertiende begon ik schrijvers en filosofen uit de Verlichting te lezen. Dat kwam door de preken van mijn vader, die daarin weleens een filosoof aanhaalde en meestal in negatieve zin. Ik dacht: je hebt zijn werk niet gelezen, je weet niet waar je het over hebt. Ik wilde filosofie studeren, maar dat wilde mijn vader niet hebben. Filosofie stond voor hem gelijk aan twijfelen aan God. Dat paste niet bij de manier van


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 73

geloven zoals die mij is bijgebracht. Nu noem ik dat sektarisch. Daar ergens, zo rond mijn veertiende, is mijn kijk op de wereld definitief gaan schuiven. Ik raakte erg gesteld op universele geesten, mensen die overal wel een mening over hebben — dat gold niet voor mijn vader, die bewoog alleen binnen de kaders van zijn geloof. Ik heb het over mensen waaraan ik mij heb gespiegeld. De filosofen gaven een tegenstem aan de wereld waar ik vandaan kwam en hebben mij bevrijd van de gedachte dat ik aan bepaalde verwachtingen moest voldoen. Het lezen van literatuur heeft mij bevrijd van mijn achtergrond. Zo ontdekte ik dat mijn geest vrij was. Ik ging Nederlands studeren en begon te schrijven en te publiceren. Schrijven was voor mij een manier om mezelf te bevrijden, het heeft me bevrijd van vooraannames in mijn geest, het heeft mij geëmancipeerd. En als je schrijft, ben je alleen. Er is niemand die je controleert. Het is de plek waar ik mij veilig voel.” De oorlog, heel spannend “Terwijl mijn ouders standvastig waren in hun geloof, twijfelde de generatie van mijn grootouders”, vertelt Rob Schouten. “Zo viel mijn opa van moeders kant van zijn geloof door de economische crisis van de jaren twintig en dertig en werd hij in zijn ongeloof bevestigd door de Tweede Wereldoorlog. Verhalen over de oorlog waren binnen ons gezin erg aanwezig. Er hing een anti-Duitse stemming bij mijn grootouders, er lagen verzetsblaadjes in de kast. Sommige NSB’ers hadden het in de oorlog op mijn grootvader gemunt: hij werd op straat in elkaar geslagen, misschien was dat

De crisisjaren  “Wie helpt mij aan werk?” Een tekst, geschreven op een groot bord, waarmee een man door de straten liep. Het tafereel is te zien op een zwart-witfoto, gemaakt in de crisisjaren (1929-1940). Dit was de tijd van de Grote Depressie, een lange periode van economische tegenspoed en van grote werkloosheid. Nadat de Amerikaanse beurs crashte (de ‘Beurskrach’) ging het mis. De crisis speelde in de hele wereld en wordt gezien als een van de verklaringen van Hitlers populariteit. In 1930 had Nederland ongeveer 100.000 werklozen en in 1936 werd de piek bereikt: 480.000 mensen zonder werk. Het was voor het eerst in Nederland dat de werkloosheid zo enorm was en zo lang duurde. De canon van Nederland

73


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 74

“Door mijn ouders en grootouders kwam de oorlog heel dichtbij. Ik had het gevoel dat ik een bijzonder interessante tijd had gemist”

74

omdat zijn zoon in het verzet zat. Mijn opa beloofde die NSB’ers dat hij ze na de oorlog overhoop zou rijden — hij was een driftige, felle man. Het ergerde mijn opa dat voor zijn huis Duitse vrachtwagens reden. Toen begin jaren zeventig een Duitser op zijn parkeerplaats was gaan staan, kreeg hij een hartaanval. Hij overleed. Gestorven in het harnas.” “En dan is er het verhaal van mijn grootouders van vaders kant. Die hadden Joodse onderduikers in huis. En ik geloof dat mijn tante met een Joodse onderduiker een verhouding had. Dat werd niet gezegd, maar ik vermoedde het en ik vond het heel spannend. Mijn moeder was in de oorlog een puber, woonde in Arnhem en ze is tijdens de Slag om Arnhem geëvacueerd. Ze sprak altijd over de oorlog als een bijzonder avontuurlijke tijd, waarna een grote, saaie stilte inviel. Mijn vader was in de oorlog eind twintig en werd door de Duitsers opgepakt, ik denk bij een razzia, om in Duitsland te gaan werken. Maar hij kon ontsnappen, op miraculeuze wijze. Hij beweerde dat hij door zijn zuster was opgehaald die zich had voorgedaan als zijn echtgenote. Dat klonk een beetje kinderachtig: met zo weinig moeite ontsnappen, ik vond het heel onheldhaftig, ik nam het niet zo serieus. Door mijn ouders en grootouders kwam de oorlog heel dichtbij, zij spraken er veel over. Ik ben dan wel geruime tijd na de Tweede Wereldoorlog geboren, de oorlog zinderde nog na. Ik had het gevoel dat ik een bijzonder interessante tijd had gemist.” “Voor mij was de oorlog de tegenvoeter van het saaie, brave geloofswereldje waarin ik opgroeide. Oorlog paste helemaal niet in mijn generatie, maar het fascineerde mij. Ik associeerde het met een andere wereld, ik vond het allemaal heel spannend, als ik eerlijk


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 75

ben. Ik gebruikte de oorlog als puber om de grote wereld te leren kennen. Zevendedagsadventisten zijn pacifisten en dienstweigeraars, die zich helemaal niet met oorlog bezig willen houden. Ik daarentegen voelde een haast perverse belangstelling voor dood en verderf. Oorlog was een fenomeen dat het modale bestaan overtrof, zwart romantisch. Ik was in die tijd erg op zoek naar heroïek en daarvoor was de oorlog, met allerlei vormen van verzet, een goede tijd. En ik voerde dus mijn eigen verzet tegen mijn ouders. Ik had enorme botsingen met hen over het geloof, maar ook over lang haar, over school. Hippies en provo’s, dat trok mij aan. Mijn generatie ontworstelde zich aan het ouderlijk toezicht.” “Rond mijn 25e werd mijn heroïsche beeld van de oorlog door de realiteit achterhaald. De verhalen van mijn grootouders bleken de krenten in de pap. Ik realiseerde me dat er eigenlijk jarenlang niets gebeurde. Het was eerder vergelijkbaar met De avonden van Gerard Reve van erna. De oorlog was voor velen eigenlijk een ontzettend saaie bedoening.” John F. Kennedy “In mijn denken over vrijheid en onvrijheid ben ik ook beïnvloed door de grote wereldgeschiedenis, voor zover ik die de laatste decennia heb meegemaakt. De moord op de Amerikaanse president John F. Kennedy in 1963 heeft vanwege de wereldwijde collectieve verwarring een enorme indruk op mij gemaakt. Ik was negen jaar en het was de eerste keer dat ik me realiseerde dat de wereld bestond. Het was de eerste keer dat ik buiten de kerk iets collectiefs voelde, een soort wereldbesef.”

Hippies en provo’s  Protest tegen ouders, tegen de overheid en grote bedrijven: de jaren zestig, ook wel de protestjaren genoemd. Volgens sommigen was het voor het eerst dat een jongerencultuur zich op allerlei manieren afzette. De provobeweging, in 1965 opgericht door activist en politicus Roel van Duijn, probeerde met ‘ludieke’ anarchistische acties de autoriteiten tegen te werken. Provo’s streefden naar een vreedzame wereld en een vrijere samenleving. Het waren de jaren van kleurrijke kleding, seksuele vrijheid, wiet en psychedelische muziek: de tijd van hippies en flowerpower, een jongerencultuur afkomstig uit de Verenigde Staten. NPO Geschiedenis, NRC Handelsblad

75


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 76

“Toen ik mijn toenmalige echtgenote voorstelde aan mijn oma van mijn moeders kant, zei ze: ‘Kon je geen Nederlandse krijgen?’”

76

“Verder heeft de ontzettende openbaring aan oorlogsgeweld mijn visie op vrijheid en onvrijheid bepaald. Denk aan de Vietnam­ oorlog. Er waren foto’s en gebeurtenissen, maar eigenlijk zagen we daar als Nederlanders niets van. Ik was zestien, zeventien jaar en ging demonstreren tegen de Vietnamoorlog, maar wel met een slecht geweten: mijn motief was opportunistisch. Ik deed het om erbij te horen, het maakte deel uit van mijn verzet tegen ouders en leraren. Ik wilde individueel zijn, maar ook bij een generatie horen. En ik had toen al moeite genoeg om bij die generatie te horen, want ik houd bijvoorbeeld helemaal niet van popmuziek. Ik ben altijd van de klassieke muziek geweest. Dat was een belang-

Vietnamoorlog  In 1945 begonnen de communisten in Vietnam, onder leiding van Ho Tsji Minh, met hun strijd tegen kolonist Frankrijk. In 1954 werd een akkoord gesloten, voor een communistisch noorden en een kapitalistisch zuiden. De communisten gingen echter door met hun strijd, omdat ze ook het zuiden wilden veroveren. De Verenigde Staten stuurden honderdduizenden militairen, gedreven door zorgen over de opkomst van het communisme in de wereld. De Amerikaanse interventie (1965-1973) resulteerde in een zeer bloedige oorlog, waarin meer dan 200.000 Zuid-Vietnamese soldaten om het leven kwamen en bijna 60.000 Amerikaanse soldaten sneuvelden of vermist raakten. In meer dan twintig jaar conflict kwamen in Vietnam vier miljoen burgers om en ruim een miljoen communistische strijders. Het was de eerste oorlog die op tv te volgen was en de eerste waar massaal tegen werd gedemonstreerd, ook in Nederland. Na vredesbesprekingen werd in 1973 een wapenstilstand afgesproken en trok Amerika zich terug. Daarna laaide het geweld weer op en wonnen de communisten alsnog de strijd. Sinds 1976 is Vietnam een socialistische volksrepubliek, centraal geleid door de communistische partij. BBC, CIA World Factbook, CNN, NPO Geschiedenis


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 77

rijke scheidslijn, dus ik moest me al heel erg inspannen om erbij te horen. Het was mijn eerste stap naar vrijheid als ik me bij die generatie in zou passen, want ik had het idee dat die generatie toen een algehele bevrijding bekokstoofde. Ik was een schaap en volgde de menigte.” Antisemitisch “Ik heb vier dochters. Twee daarvan zijn Duits — ik ben met een Duitse vrouw getrouwd geweest. Ja, Duitsland… Dat kostte me wel moeite hoor, en nog steeds. Niet omdat ik anti-Duits ben, maar ik vind het verschrikkelijk ingewikkeld om met de Duitse mentaliteit om te gaan.” Rob Schouten merkt aan zijn Duitse kinderen — ze wonen in Duitsland — hoezeer ze verschillen van Nederlandse kinderen: “Ze zijn veel correcter, veel gedisciplineerder. Dat zijn zaken waar ik soms mijn vraagtekens bij zet, ook al ben ik altijd heel geïnteresseerd geweest in de Duitse cultuur. Als liefhebber van klassieke muziek kun je daar niet omheen.” “Toen ik mijn toenmalige echtgenote voorstelde aan mijn oma van mijn moeders kant, zei ze: ‘Kon je geen Nederlandse krijgen?’ Een Duitse vrouw, dat was het laatste wat ze zich kon indenken. Ik merkte later dat ik in mijn huwelijk met Helga, zo heette ze, last kreeg van mijn grootouders, van het ‘grootouderlijk gevoel’. Ik herinner me dat nog goed, omdat Helga in Nederland een sterk anti-Duits sentiment voelde. Of mijn huwelijk met haar een manier was om me tegen mijn ouders af te zetten? Nee, dat geloof ik niet. Mijn ouders waren behoorlijk dol op haar. Ik had haar leren kennen in Amerika, waar ik begin jaren tachtig een jaar heb gewerkt. Toen ik haar zag, dacht ik: goh, wat is die vrouw Duits. Ze zag er ontzettend Duits uit: groot, blond, staalblauwe ogen. Ze was van adel, ze kwam uit een oud-Pruisische familie. Dat vond ik heel interessant, naast dat ik ook nog van haar hield.” “In haar familie werd heel open over de oorlog gesproken. De familie was elitair en zette zich erg af tegen het volkse van ­Hitler. Ik vond het heel gek om bij haar familie aan tafel te zitten en gesprekken daarover aan te horen. Ik kon me er moeilijk in mengen. Mijn twee Nederlandse kinderen hebben voor een kwart Joods bloed. Ik voelde altijd iets antisemitisch in de verhalen van mijn aangetrouwde familie. Zo werd terloops over

77


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 78

iemand gezegd: ‘Sie sieht so Jüdisch aus’ (‘Ze ziet er zo Joods uit’ — red.). Een volkomen irrelevante opmerking, maar blijkbaar was een Joods uiterlijk wel een maatstaf. Maar zo’n uitspraak was binnen die familie zo vanzelfsprekend dat ik er eigenlijk niets over kon zeggen.”

78

Domme, ondoordachte meningen “In de vrijheid van meningsuiting ben ik erg teleurgesteld. Ergens eind jaren negentig, tijdens de opkomst van Pim Fortuyn, sloeg de benauwdheid mij om de keel. Ik zag zelfgenoegzame mensen die bang waren voor risico’s. Ja, een intolerante mening is ook vrijheid van meningsuiting. Als democraat vind ik dat ik dit moet accep­ teren, maar ik heb moeite met domme, ondoordachte meningen. In theorie vind ik dat alles gezegd moet worden; in de praktijk loop ik ervoor weg, ik kan niet alles aanhoren. Volgens Fortuyn is vrijheid van meningsuiting: ‘Ik zeg wat ik denk.’ Daar ben ik het eigenlijk niet mee eens. Beschaving moet je ervan weerhouden om alles zomaar te zeggen. In de jaren zestig en zeventig snakte ik naar meer vrijheid van meningsuiting, maar zoals het nu is, daar ben ik helemaal niet voor. Het klinkt elitair, maar ik vind dat er soms een norm overschreden wordt. Ik ben in de loop der tijd steeds meer waarde gaan hechten aan twijfelen. Twijfel is het begin van alle wijsheid.”

Pim Fortuyn  De flamboyante Pim Fortuyn (1948-2002) werd in 2001 gekozen tot lijsttrekker van Leefbaar Nederland. Op het congres van die nieuwe politieke partij sprak hij de beroemde woorden “At your service”. De socioloog en columnist deed het goed in de peilingen, maar aan de samenwerking met Leefbaar Nederland kwam in februari 2002 een einde, na uitspraken in de Volkskrant. Daarin verklaarde hij dat Nederland “vol” was en er geen moslim meer bij kon. Fortuyn richtte zijn eigen partij op: de Lijst Pim Fortuyn (LPF). Alles wees erop dat Fortuyn met een monsterzege de Tweede Kamerverkiezingen van 2002 zou winnen, maar op 6 mei dat jaar werd hij vermoord. Dader was milieuactivist Volkert van der G., die Fortuyn doodschoot op het Mediapark in Hilversum. De moord schokte Nederland. Fortuyn kreeg bij de verkiezingen van 15 mei postuum 1.358.942 stemmen. De LPF behaalde 26 zetels en vormde samen met CDA en VVD kabinet-Balkenende I. Door ruzie binnen de LPF viel dit kabinet na 86 dagen. Huygens ING, Parlementair Documentatie Centrum


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 79

“In de wereld van de straat heb ik me dan ook nooit zo thuis gevoeld. Ik zit graag in de bibliotheek of in de wereld van gelijkgestemden. Dat vind ik niet goed van mezelf, maar het is mijn compromis tussen de behoefte om solitair te zijn en deel te moeten uitmaken van de maatschappij. Ik voel me niet thuis in fysieke menigten en binnen volksbewegingen. Ik loop niet gemakkelijk op de markt, ik ben bang voor vox populi. Dat iemand vraagt: ‘Meneer, wat vindt u ervan?’ Ik ben soms ook bang voor mijn eigen gedachten, die soms radicaler zijn dan ik wil, of dan de beschaving mij opdraagt. Ik kan heel radicaal zijn, heel driftig. Er zit een asociale kern in mij, een egocentrische, narcistische kant — misschien wel in iedereen. Maar als columnist bij dagblad Trouw werk ik in een context en realiseer ik me: ‘Ik ben niet alleen.’ Dat wringt zo nu en dan, in poëzie kan ik mij meer laten gaan, dat is een vrijstaat. Literatuur ook.” “Al mijn gedachten, goed of fout of misplaatst, kan ik kwijt als ik schrijf aan een boek en in poëzie. Schrijven was, en is nog steeds, mijn vorm van meningsuiting. Toen ik geld begon te verdienen met schrijven, begonnen mijn ouders langzaam te wennen aan de keuze die ik had gemaakt. Ze zagen toen in dat mijn schrijven blijkbaar maatschappelijk nut had, maar dat duurde wel een tijd. Met het schrijven heb ik mijn manier gevonden om mijn onafhankelijkheid te behouden en mijn mening te uiten. Daardoor is het goed met mij gekomen.” Bevrijdingsgedachte “Ik ben bang voor de eenheidsworst, voor de uniformiteit, of het nu van PVV-stemmers is of van verlichte geesten”, zegt Rob Schouten. “Ik vind het spijtig dat de overgrote meerderheid een Amerikaans, materialistisch model voorstaat als we nadenken over de samenleving. Maar als mensen in alle vrijheid een eenheidsworst gaan vormen, moet ik daar dan in mijn eentje iets tegen hebben? Ik denk dat diversiteit en onafhankelijkheid het resultaat zijn van ontwikkeling. Maar het lijkt erop dat de bijbehorende mondigheid eenheidsworst heeft opgeleverd. Mondigheid functioneert pas als het gepaard gaat met inzicht en dat ontbreekt.” “Misschien idealiseer ik de bevrijdingsgedachte van mijn generatie. Ons is in de jaren zestig iets beloofd wat niet is waargemaakt. Ik

79


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 80

“Ik heb mij tegen mijn ouders afgezet, ik verachtte ze nogal. Dat mag ik zo formuleren, want dat was zo”

80

zie verzuurde ex-hippies en VPRO-hotemetoten. Ze hebben zichzelf bevrijd, maar zijn misschien cynisch geworden omdat ze beseffen dat de bevrijding is gestagneerd in de jaren tachtig, the age of narcism.” “Of ik mezelf ook zo zie? Wellicht. Ik gaf begin jaren negentig les aan de Vrije Universiteit en merkte dat mijn studenten ontzettend ontevreden waren over wat zij meekregen aan cultuur. Ze vonden mijn generatie heel zelfgenoegzaam. In de jaren zestig riepen we: ‘We gaan de maatschappij hervormen.’ Maar we waren zogenaamd bezig met vernieuwing, het was op onszelf gericht. Zelfgenoegzaamheid is een negatieve vorm van vrijheid. Tevreden zijn met jezelf is op zich niet verkeerd, maar je moet het koppelen aan sociaal gedrag of aan sociale verantwoordelijkheid en maatschappelijke betrokkenheid. Maar goed, ik voel die betrokkenheid zelf eigenlijk ook helemaal niet. Ik ga niet langs de deur met een collectebus. Die frictie tussen de asociale kern en maatschappelijke verantwoordelijkheid beleef ik heel intens.” Spiegelen “De kloof tussen generaties wordt steeds kleiner: volwassenen hebben meer belangstelling voor kinderen en kinderen worden steeds sneller volwassen. Mijn vier dochters zijn in de twintig en als ik naar hen kijk, dan zie ik dat ze in een heel andere wereld leven dan ik. Ik leefde vroeger vooral in mijn hoofd in een heel andere wereld dan mijn ouders, mijn kinderen leven ook in de praktijk heel anders. Ze verzetten zich niet tegen ouders of de maatschappij, zoals ik heb gedaan.”


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 81

“Ik vind het fijn om mijn ideeën aan hen door te geven. Dat doe ik terloops, ik ga er niet voor zitten. Ik heb ontzettend veel gehad aan hoe mijn ouders leefden, of ik dat nu leuk vond of niet. Ik heb mij tegen mijn ouders afgezet, ik verachtte ze destijds nogal. Dat mag ik zo formuleren, want dat was zo. Ik ben er pas later achter gekomen dat ze wel degelijk wat te bieden hadden. Mijn voorbeelden waren mijn ouders en grootouders omdat ik zo niet wilde zijn, en bijvoorbeeld docenten en mijn uitgever omdat ik zo wél wilde zijn. Die laatste leermeesters hadden meestal de leeftijd van mijn ouders, het waren verlichte geesten uit hun generatie. Ik zocht wat ik bij mijn ouders niet vond. Je kunt je dus spiegelen aan mensen om je heen, positief en negatief. In dat opzicht vind ik het voor mijn dochters belangrijk dat ze zien waar ze vandaan komen en welke gedachten mensen hebben gehad.” Plechtig “De generatie die de Tweede Wereldoorlog heeft meegemaakt verdwijnt en dat betekent dat je een nieuwe verhouding tot de oorlog moet vinden”, meent Rob Schouten. “De herinnering aan de oorlog is vaak zeer gekleurd door de krenking van mensen die hem hebben meegemaakt. Mijn advies is om minder naar vijandbeelden te kijken en meer naar het oorlogszuchtige in de mens. Beschaving en oorlog gaan samen en zijn tegelijkertijd in tegenspraak met elkaar. Antioorlogssentimenten zijn een verschijnsel van de laattwintigste eeuw. Die emoties hebben met onze moraal te maken. Oorlog en onderdrukking waren in de negentiende eeuw veel minder problematisch. Daarom voel ik voor een studie naar de plaats die oorlog in het menselijk leven heeft: waarom is oorlog er, waarom kijken we daar nu anders tegenaan dan vroeger? Er moet een verband zijn tussen hoe wij nu zijn en het feit dat we geen oorlog willen. Toch is

Doorgeven  Hoe meer wordt gepraat over de oorlogservaringen van familie­ leden, hoe hoger de deelname aan dodenherdenkingen. En als ouders herdenkingen bijwonen, is de kans groter dat hun kinderen dit ook doen. Dat blijkt uit sociologisch onderzoek van de Universiteit Utrecht, dat net als dit boek deel uitmaakt van het onderzoeksprogramma Vrijheid en onvrijheid door de generaties heen. Meer informatie: Hetvrijheidsboek.nl.

81


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 82

“Ik vind dat je bevrijding niet hoeft te vieren en vrijheid ook niet. Dat is zo vanzelfsprekend”

82

oorlog er nog altijd.” Na de aanslagen door moslimextremisten in Parijs in november 2015 schreef Schouten in zijn column in dagblad Trouw: “Onze oorlog is nog maar net begonnen en we zijn nog sprakeloos” (16 november 2015). “Ik wil de oorlog herdenken, maar niet het moment van bevrijding. De herdenking op 4 mei raakt me, ontroert me, ik ben dan stil. Ik vind herdenken belangrijker dan vieren, geloof ik. 4 Mei is een plechtig moment. Het is niet de hele dag, maar een moment, dat vind ik goed. Als mijn dochters dan bij mij zijn, vraag ik van ze om daarbij stil te staan. De 4 mei-herdenking heeft iets religieus, iets ernstigs, iets gewijds. Daardoor werkt het, ook bij mijn dochters. Maar 5 mei… Ik heb de bevrijding niet meegemaakt. Ik ben bevrijd van de knellende banden van mijn jeugd, maar dat ga ik niet vieren. Wat mij betreft moeten mensen vrij zijn, als principe. Ik vind dat je bevrijding niet hoeft te vieren en vrijheid ook niet. Dat is zo vanzelfsprekend.” De enige bevrijding die ik live heb meegemaakt was de val van de Muur in 1989, op tv natuurlijk, maar het opwindende gevoel was er niet minder om. Hier zag je historie geschieden: uitzinnige mensen, een muur die gesloopt werd, geschreeuw, vreugdetranen. Zou het zoiets geweest zijn in 1945? Ik kan het nog navragen bij mijn moeder, maar feestelijke bevrijdings­ gevoelens slijten harder dan rouw. Schouten in Trouw, 6 mei 2013 “Ik voel meer voor herdenken van wat er is misgegaan dan van wat goed is gekomen. Leed of verdriet is veel ingrijpender dan geluk.


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 83

De hel van Dante is tien keer interessanter dan het paradijs. Als je oorlog herdenkt, gaat het om de zwaarte ervan, het satanische, Holocaust en genocide. En 4 mei gaat voor mij niet alleen over de Tweede Wereldoorlog, ook over de uitroeiing van Armeniërs en Rwandezen. De gruwelijkheid van misdaden tegen de menselijkheid, dát is het element waar mensen bewust van gemaakt moeten worden. Daarvan schrik je. Ik denk dat dit goed is.”

83


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 84

84


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 85

Thierry Baudet

Thierry Baudet (Heemstede, 1983) is rechtsfilosoof, historicus en publicist. Hij studeerde aan de Universiteit van Amsterdam en promoveerde in 2012 in de rechtsfilosofie aan de Universiteit Leiden. Tussen 2011 en 2012 was hij columnist van NRC Handelsblad. Hij schreef meerdere boeken, zoals Oikofobie en De aanval op de natiestaat, waarin hij betoogt dat de democratische rechtsstaat alleen kan bestaan binnen een natiestaat. In 2015 richtte hij denktank en privé-universiteit Forum voor Democratie op. Het Forum voerde, samen met Burgercomité-EU en website GeenStijl, onder de naam GeenPeil campagne voor een raadgevend referendum over het associatieverdrag tussen Oekraïne en de Europese Unie. Met succes: met ruim 472.000 handtekeningen werd een referendum afgedwongen. Ruim 61 procent stemde tegen het verdrag. Ook was Baudet in 2015 mede-initiatiefnemer van de ­burgerpetitie Peuro, voor een parlementaire enquête naar de invoering van de euro. ­Baudets vader is historicus en piano­pedagoog en zijn moeder is psycholoog. Hij heeft een vriendin en een zus.

85


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 86

“Zijn het wéér de Duitsers die ons de facto besturen” 86

Conservatief denker Thierry Baudet is niet meer weg te denken uit het publieke debat in Nederland. Hij is fel tegen de Europese Unie en de volgens hem ongebreidelde ­toestroom van migranten. De auteur vreest “dat vele wes­ terse verworvenheden zullen verdwijnen als we op deze toer voortgaan.” Hij formuleert zijn opvattingen in stevige bewoordingen. “Mijn leven draait voor een groot deel om de strijd voor onze beschaving.” “Het sluiten van de grenzen voor de ongebreidelde vluchtelingenstroom is echt het enige wat we kunnen doen. Ik ben alleen nog maar uitgesprokener geworden.” Dat zei Thierry Baudet (1983) op 18 mei 2015 op NPO Radio 1, kort na zijn bezoek aan het Italiaanse eiland Sicilië. Samen met vier andere opiniemakers was hij daar door tv-programma Pauw naartoe gestuurd, om te discussiëren over de toestroom van migranten. “Volgens onderzoekers staan er nu zo’n twee miljoen mensen klaar om naar Europa te komen. Dat kunnen we gewoon niet aan”, zei Baudet — misschien wel een van de meest controversiële opiniemakers van Nederland. “Waar Thierry, daar herrie”, aldus een column in de Volkskrant (23 mei 2015). Hij was mede-initiator van GeenPeil, de campagne voor een raadgevend referendum over het associatieverdrag tussen ­Oekraïne en de Europese Unie. Er werden ruim 472.000 handtekeningen opgehaald; veel meer dan de minimaal vereiste 300.000. Het ­referendum werd gehouden en het nee-kamp won. Baudet, keurig overhemd, nette broek, zit aan een tafeltje in een Amsterdams restaurant. “Ik maak mij grote zorgen. Het gaat niet goed. De wereld zal de komende twintig of dertig jaar heel erg


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 87

onveilig en dreigend blijven. Of je nu kinderen moet willen, met al die onzekerheid… Ik ben bang dat dit thuis, ons Nederland, geleidelijk uit onze vingers glipt. Aanslagen, doorgedraaide politieke managers in Den Haag en Brussel die ieder contact met de realiteit zijn verloren… De strijd daartegen, en dus vóór onze beschaving, dat is waar mijn leven voor een groot deel om draait. Ik vrees dat vele westerse verworvenheden zullen verdwijnen als we op deze toer voortgaan.” Met opiniebijdragen in kranten, als commentator op radio en tv en als schrijver: Baudet deelt zijn mening veelvuldig — en kan steevast rekenen op tegenreacties. Hij is vooral bekend als euro­ scepticus. “Ik vind het heel belangrijk om mensen uit te leggen dat de Europese Unie een grote bedreiging vormt voor Europa. De EU betekent het einde van onze beschaving, want zij is: economisch dirigisme, ondemocratische bureaucratie, uitzichtloze financiële crises en onbeperkte immigratie. Brussel dwingt ons om mee te gaan in een imperiaal project. Iets totaal anders dan wat oorspronkelijk werd beoogd, het is dictatuur.” Hij zegt het allemaal op rustige toon en formuleert zin voor zin soepel en zorgvuldig. “Niet meer deel uitmaken van een beschaving staat gelijk aan sterven. Dan kan ik niet vrij zijn. Er valt een hele grote strijd te voeren.” Glazen Madurodam-wereldje De aanslagen van 11 september 2001 en de moord op LPF-voorman Pim Fortuyn in 2002: die periode was voor Thierry Baudet een

Raadgevend referendum over Oekraïne  Het raadgevend referendum van GeenPeil op 6 april 2016 ging over het besluit van het Nederlandse parlement om akkoord te gaan met een associatieverdrag tussen de Europese Unie en ­Oekraïne. De opkomst was ongeveer 32 procent. Ruim 61 procent stemde tegen het verdrag; ruim 38 procent stemde voor. Het verdrag regelt dat politieke en economische samenwerking tussen de EU en ­Oekraïne makkelijker wordt. Volgens GeenPeil is het verdrag bedoeld om Oekraïne bij de EU te trekken en dat zou verkeerd zijn. Niet eerder werd in Nederland een raadgevend referendum gehouden. Sinds 1 juli 2015 kunnen Nederlanders een verzoek voor zo’n referendum indienen. NOS, NRC Handelsblad, Rijksoverheid

87


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 88

“De Europese Unie betekent het einde van onze beschaving”

88

omslagpunt. “Ik wilde schrijver worden; ik was pianist, schreef ­ oëzie, wilde mooie dingen maken, kunst. En toen realiseerde ik p me dat al het mooie om ons heen onder vuur ligt”, zei Baudet in februari 2013 in HP/De Tijd (dat hem “conservatief wonderkind” noemde). Hij had het gevoel iets te moeten doen. Daarover zegt hij nu: “Ik werd me ervan bewust dat ik voor een groot deel in een glazen Madurodam-wereldje was opgegroeid. In Haarlem, in een mooie buurt, eliteschooltje, waar je gewoon heel weinig meekrijgt van wat er allemaal aan de hand is. Dat de immigratieproblemen heel reëel zijn, dat we eigenlijk helemaal niet meer vanuit Den Haag bestuurd worden, dat er sprake is van culturele ontheemding...” Baudet stelt dat de politieke elites lijden aan ‘oikofobie’: “Dat is het tegenovergestelde van xenofobie, een ziekelijke afkeer van de eigen cultuur. Dat verklaart niet alleen de massa-immigratie en het

11 september 2001 “U.S. ATTACKED”. Dat was de kop op de voorpagina van The New York Times, een dag na de aanslagen van 11 september 2001. Negentien terroristen kaapten op 9/11 vier passagiersvliegtuigen. Twee boorden zich in de Twin Towers, onderdeel van het World Trade Center in New York. Een derde vliegtuig boorde zich in een vleugel van het Pentagon, het gebouw van het Amerikaanse ministerie van Defensie in Washington. Het vierde vliegtuig bereikte zijn doelwit niet en crashte. Bijna drieduizend mensen kwamen door de aanslagen om. Al-Qaida eiste ze op. George W. Bush, de toenmalige Amerikaanse president, verklaarde de islamitische terreurgroep de oorlog. In oktober 2001 startte een coalitie van de Verenigde Staten en bondgenoten met aanvallen op Afghanistan. BBC, The New York Times


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 89

Europese project, maar ook dat we afschuwelijke gebouwen neerzetten en de populariteit van rare, onbegrijpelijke kunst. Toen Pim Fortuyn overleed, dacht ik: als hij het niet meer kan doen, dan moet ik iets doen.” Over de “teloorgang” van onze beschaving publiceerde Baudet in 2013 het boek Oikofobie. Volgens Vrij Nederland (28 september 2013) is het bij Baudets ‘thuisgevoel’ “alsof iedereen weer op klompen moet gaan lopen en in zijn geitenwollen sokken bij de haard moet gaan liggen. Er deugt voor hem eenvoudig niets aan het modernisme, alsof het een verkeerde afslag in de geschiedenis is.” Maar voor Baudet is het helder: “Onze onafhankelijkheid wordt opnieuw van ons afgepakt. Dan denk ik: verdorie, wat gebeurt er nou, zijn het wéér de Duitsers die ons de facto besturen! Als ik één ding van huis uit heb meegekregen, is het wel dat overheersing door een buitenlandse mogendheid hartstikke fout is.” Glimlachend: “En ja, natuurlijk begrijp ik dat er grote verschillen zijn met toen.” Maar is het niet juist mede dankzij de Europese Unie dat we sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog in vrijheid kunnen leven? “Die opvatting is krankzinnig en megalomaan. De Europese Unie heeft daar niets mee te maken. De EU werd pas belangrijk in de jaren zeventig. De vrede komt door de NAVO, door het ontstaan van een democratisch Duitsland, door de oorlog tegen het communisme, door demografische, technologische, sociale ontwikkelingen, door honderdeneen andere factoren.”

NAVO  Het garanderen van veiligheid en vrijheid van de bondgenoten met behulp van politieke en militaire middelen. Dat is het officiële doel van de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO), een verbond van 28 staten waaronder Nederland. De NAVO werd tijdens de Koude Oorlog in 1949 door de Verenigde Staten en West-Europese landen opgericht, als militaire tegenkracht tegen de Sovjet-Unie. Het hoofdkwartier van de NAVO is gevestigd in Brussel. De NAVO werkt ook aan stabiliteit in de rest van de wereld, door bijvoorbeeld militaire operaties in Afghanistan en Kosovo. Permanente Vertegenwoordiging van Nederland in Brussel (NAVO), Tweedewereldoorlog.nl

89


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 90

“Toen Pim Fortuyn overleed, dacht ik: als hij het niet meer kan doen, dan moet ik iets doen”

90

Gekke mensen Als Thierry Baudet zou moeten samenvatten wat vrijheid is, wat zegt hij dan? “Het begrip vrijheid is erg moeilijk af te bakenen — voor je het weet hebben we het over alles.” Toch doet hij een poging: “Vrijheid gaat over jezelf kunnen zijn, individualiteit, gedachten kunnen vormen — ingebed in wat ik beschaving noem. Ik ben zeker niet zo’n liberaal die vindt dat ongebreidelde vrijheid het alfa en omega is. In de balans, daar zit vrijheid. En beschaving betekent bijvoorbeeld ook dat je mensen dingen kunt toevertrouwen, verbondenheid dus.” Ook vrijheid van meningsuiting is voor Baudet van grote betekenis. In 2012 schreef hij in een column in NRC Handelsblad: “Er moet volledige vrijheid zijn om stelling te nemen of te provoceren, zonder angst voor vervolging. Beledigen en bespotten moet kunnen, per ongeluk of expres. Het ontkennen van historische gebeurtenissen moet kunnen. Leg de grens bij aanzetten tot geweld. Voor al het andere vertrouwen we op de kracht van argumenten.” Baudet studeerde rechtsfilosofie in Leiden en promoveerde op de afdeling waar Afshin Ellian werkte als hoogleraar, die vanwege Elsevier-columns over de islam in 2013 werd bedreigd door radicale moslims. “Er was altijd beveiliging: een gorilla voor de deur en een code die je moest intikken. Ik werd mij toen heel bewust van wat vrijheid is — door te zien wat het niet is. Dat intimideert. Ik kan me voorstellen dat je dan twee soorten reacties hebt: ik houd me toch maar een beetje in, of: fuck them, ik ga het gewoon allemaal zeggen. Ik moet bekennen dat ik met betrekking tot het islamdebat de eerste benadering kies. Ik houd me in dat debat in, net als bij milieukwesties. Radicale moslims en milieuactivisten zoals Volkert van der G.,


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 91

die zijn link. Ik ben nooit bedreigd, gelukkig, maar ik kijk wel uit. Ik zorg ervoor dat mijn adres nergens bekend is. Mijn voordeel is: ik schrijf veel over Europa en EU-fanatici plegen niet snel een aanslag. Toch, als ik ergens spreek, kijk ik eerst altijd even of er geen gekke mensen in de zaal zitten, en waar de uitgang is.” Losbandigheid en lamlendigheid Lachend: “Mijn ouders weten dat ik ze een beetje slappe, linkse hippies vind. En ik weet dat zij mij wat overspannen nationalistisch vinden. Overdrachtelijk dan natuurlijk, hè.” Werd bij Thierry Baudet thuis, in Haarlem, over vrijheid gesproken? Hij moet direct denken aan een voorval toen hij een jaar of acht was. “Mijn vader was helemaal overstuur. Hij was langs Bevrijdingspop gefietst en kwam woedend thuis. Hij zei: ‘Al die losbandige jonge mensen… Ze moeten eens een dagje Oost-Europa spelen. Dan begrijpen ze pas wat vrijheid is!’ Ik denk dat hij bedoelde: als dit is wat je met je vrijheid doet, namelijk blowen, drinken en troep maken, wat is het dan waard om voor te vechten? Als niets er meer toe doet, dan is er ook niets om voor te strijden. Bij 5 mei heb ik vaak het gevoel dat het alleen maar een beetje hangen is.” Baudet vertelt dat hij nog nooit op een Bevrijdingsfestival is geweest: “In mijn ouderlijk huis had popmuziek niet zo’n goede naam.” “Die situatie met mijn vader is denk ik wel typerend voor hoe in ons gezin met vrijheid werd en wordt omgegaan: het moet niet omslaan in losbandigheid en lamlendigheid. Het is iets wat je moet koesteren, waar je iets mee moet doen. Ik denk dat mijn beschavingsideaal daar voor een deel vandaan komt.” Baudet vindt het van belang om principes te hebben. “Het is belangrijk dat je een positief ideaal hebt: waarvoor leef je? Waar gaat het nou om? Een beschavingsideaal. Ja, dat klinkt meteen zo gewichtig, zo opvoederig of zo. Dat vind ik jammer, want zo bedoel ik het eigenlijk niet. Je moet iets van je leven maken, anders is het heel erg zonde. Zeg op Bevrijdingsdag: ‘Vandaag gaan we iets doen wat niet kon toen we onvrij waren.’ Bevrijdingsdag heeft soms een beetje een air van ‘mwah, vrij’. Dat is voor mij niet genoeg.” Ook de Dodenherdenking op 4 mei heeft volgens Baudet weinig inhoud: “Ik vind het vaak heel hol, heel leeg. We hebben moeite om er invulling aan te geven en dat is onterecht.” Baudet heeft het over

91


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 92

“Mijn ouders weten dat ik ze een beetje slappe, linkse hippies vind. En ik weet dat zij mij wat overspannen nationalistisch vinden”

92

4 mei in zijn proefschrift De aanval op de natiestaat (2012). “Daarin zeg ik: dat we zomaar alle mensen herdenken die in de Tweede Wereldoorlog of in oorlogen daarna zijn omgekomen, is verkeerd. We herdenken dan namelijk óók de jongeren die zich hebben aangesloten bij Islamitische Staat, we herdenken ook de terroristen. Wat we moeten doen, is de mensen herdenken die gestreden hebben voor een bepaald ideaal. Benoem dat ideaal, durf daar invulling aan te geven. Je zou kunnen zeggen: we herdenken iedereen die gestorven is ter verdediging van het Koninkrijk der Nederlanden en haar bondgenoten. Of ter verdediging van de idealen waar het Koninkrijk der Nederlanden voor staat.” “Een andere optie is om het gewoon te houden bij het herdenken van de Tweede Wereldoorlog en waar toen voor gestreden is. Daar plukken wij immers nog steeds de vruchten van. Dat is toch al een

Wie we officieel herdenken  Tijdens de Dodenherdenking op 4 mei worden de Nederlandse slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog herdacht, die omkwamen in zowel Europa als Zuidoost-Azië. Velen kwamen om het leven door doelbewuste en systematische vervolging en moord, onder wie Joden, Sinti en Roma. Ook worden de mensen herdacht die zijn omgekomen omdat ze in verzet kwamen of stierven door oorlogsgeweld of uitputting. Sinds 1961 worden daarnaast de Nederlanders herdacht die in het buitenland zijn omgekomen tijdens uitzending door de overheid. In een memorandum is vastgelegd wie we op 4 mei officieel herdenken: “Tijdens de Nationale Herdenking herdenken wij de Nederlandse oorlogsslachtoffers. Allen — burgers en militairen — die in het Koninkrijk der Nederlanden of waar ook ter wereld zijn omgekomen of vermoord sinds het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog, en daarna in oorlogssituaties en bij vredesoperaties.” Nationaal Comité 4 en 5 mei


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 93

duidelijke link met de actualiteit? Waarom is er nog meer ‘verbinding’ met het heden nodig? Volgens mij kunnen we best vertrouwen op de waarden van historische verhalen, op de zeggingskracht daarvan.” “Zoals het nu is, is het eigenlijk totaal betekenisloos, een beetje Michael Jackson-achtig: ‘There are people dying. Heal the world.’ Je kunt niet universeel herdenken: je kunt alleen maar herdenken als je partij kiest.” Ondanks zijn kritiek gaat Baudet jaarlijks op 4 mei naar een herdenking. “Ik vind het zeer belangrijk. De Dodenherdenking geeft, met de vlag en het volkslied, betekenis aan wie wij als Nederlanders zijn. Wij zijn hier toevallig geboren, maar delen een geschiedenis, een grondgebied waar dingen zijn gebeurd. Zonder de verhalen zijn we nergens. Anders kan er ook geen democratie zijn. Je moet zoiets hebben van: ‘Wij zijn Nederlanders, en daarom beslissen wij dingen met elkaar in het parlement.’” Toen Baudet opgroeide, ging hij nog niet steevast naar de Dodenherdenking: “Mijn familie is behoorlijk getraumatiseerd door de oorlog. Mijn vader heeft zijn hele leven geprobeerd om zich eraan te ontworstelen. En mijn ouders zijn minder maatschappelijk betrokken dan ik. Ze behoren tot de babyboomgeneratie. Iedereen van die generatie heeft zich los willen maken van de geschiedenis, van die alsmaar drukkende oorlog. Volgens mij is dat een heel duidelijk kenmerk van die generatie. Je ziet dat mijn generatie er meer mee heeft. Tenminste, het valt mij op hoeveel jonge mensen naar herdenkingen gaan.” Anti-Duitse grappen “Uiteraard is mijn familiegeschiedenis van invloed geweest op mijn opvattingen over vrijheid en mijn maatschappelijk engagement. Mijn opa zat in het verzet: hij vervalste documenten, drukte krantjes en nieuwsbrieven. Hij werd opgepakt, maar kon ontsnappen. Volgens verhalen sliep hij daarna met een revolver onder zijn kussen. De oorlog bleef zijn leven lang een referentiepunt. Mijn oma gaf haar paspoort weg aan een Joods meisje dat heel erg op haar leek, zodat zij kon vluchten. Mijn oma werd ook opgepakt en ondervraagd, maar ze hield haar mond. Het Joodse meisje bereikte de vrijheid en leeft nog steeds. Ondertussen was mijn overgrootvader

93


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 94

94

een vrij hoge functionaris bij de Kultuurkamer, die het cultuurbeleid in Nederland vormgaf. Hij was dus ‘fout’ en dat is een spanning in de familie gebleven.” Thierry Baudet kent de oorlogsverhalen door verhalen van zijn vader. Dat zijn oma van Israël de Yad Vashem-onderscheiding kreeg, voor mensen die Joden hebben gered tijdens de Tweede Wereldoorlog, was aanleiding voor gesprekken. “We gingen nooit op vakantie naar Duitsland. Dat was ondenkbaar, net als de aanschaf van een Duitse auto. En als er een Duitse auto voor ons reed, begon mijn vader te vloeken en spontaan Duits met Oostenrijks accent te spreken. Hij maakte dan grappen over het Reich dat moest worden uitgebouwd. Een van de beste aspecten van mijn jeugd, haha. Nee, maar serieus: ik ben behoorlijk anti-Duits opgevoed. Dat neem je over, ik had het als jongen vaak over moffen.” Ineens vraagt Baudet: “Wat vinden jullie van het interview tot nu toe? Jullie stellen moeilijke vragen. Ik zeg wat ik denk, wat ik nu denk. Maar ik zou ook ongelijk kunnen hebben. Misschien is vrijheid niet mijn specialiteit. Het gaat ook niet alleen maar over mijn persoonlijke leven, mijn werk, dus het voelt als onveilig terrein, glad ijs. Ik vind het lastig.” Baudet vertelt over de relatie tussen vrijheid en vrede. “Je zou kunnen zeggen dat die twee begrippen haaks op elkaar staan. Vrijheid is strijd, is oorlog. Vrede is passiviteit, dus: onvrijheid, alles hetzelfde. Vrede is wat de nazi’s ons beloofden, wat de sovjets ons beloofden, wat de EU ons belooft. Het is de worst die de onderdrukker je voorhoudt. En ook op individueel niveau gaat het op: vrijheid

Kultuurkamer  In 1941 werd de Kultuurkamer opgericht, een beroepsvereniging onder leiding van de NSB. Het doel was om invloed uit te oefenen op het Nederlandse culturele leven. Iedereen werkzaam in de kunst- en cultuursector moest lid worden. Wie dit niet deed, mocht niet langer als kunstenaar actief zijn. Leden kregen ook financiële steun. De kunst- en cultuursector werd zo ingezet voor nationaal­ socialistische propaganda. De meeste kunstenaars sloten zich aan, maar de meesten waren geen voorstander van de Kultuurkamer. Veel kunstenaars waren ook illegaal actief en sommigen riepen op om de bioscopen en theaters te boycotten. Na Dolle Dinsdag, 5 september 1944, werd de Kultuurkamer opgeheven. Tweedewereldoorlog.nl, Verzetsmuseum Amsterdam


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 95

“Wat vinden jullie van het interview tot nu toe? Jullie stellen moeilijke vragen”

is de vrijheid om ruzie te maken, de vrijheid om het met iemand oneens te zijn, om ten strijde te trekken, iemand tegen te spreken. Conflict, verschil: dat is vrijheid. Gelijkheid is onvrijheid.” “Optimale gelijkheid is er in een totalitair regime, als iedereen onderdrukt wordt. Dus vrede en gelijkheid zijn eigenlijk hele kwestieuze concepten. De mogelijkheid om ongelijk te zijn, om anders te zijn, dat is vrijheid. Dus ik heb niet zoveel op met vrede, wat niet wil zeggen dat ik voorstander ben van oorlog, in de zin van mensen doodschieten, natuurlijk niet. Maar wel, ja, de mogelijkheid om ergens anders over te denken, ook economisch: competitie, concurrentie, elkaar proberen te slim af te zijn.” Baudet denkt vijf seconden na. “Als je vrede uitsluitend definieert als de afwezigheid van wapengekletter, dan is vrede natuurlijk prima. Maar op het moment dat vrede meer is dan dat, wordt het dubieus.” Tradities “Roger Scruton (conservatieve Britse filosoof en auteur — red.) heeft misschien wel de meeste invloed op mijn denken gehad”, vertelt Thierry Baudet. “Het eerste boek dat ik van hem las was Moderne cultuur, een gids voor kritische mensen. Ik was daar erg door gegrepen en toen ben ik meer van hem gaan lezen. Later werd hij mijn copromotor, hij begeleidde me samen met Paul Cliteur (rechtsgeleerde en filosoof — red.) bij het schrijven van mijn proefschrift. Ik heb hem goed leren kennen, ook privé. Ja, ik zie mijzelf wel als een soort ‘scrutoniaan’, haha.” Baudet ziet om zich heen veel ideologische verwanten. “Ik heb het idee dat mijn generatie, en dan heb ik het over mensen van na 1975 of zo en tot 1995, zoiets, weer culturele idealen heeft, bescha-

95


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 96

“De mogelijkheid om ongelijk te zijn, om anders te zijn, dat is vrijheid”

96

vingsidealen. Tradities weer belangrijk vindt. Ik zie steeds meer huwelijken om me heen, dat vind ik echt een graadmeter. Ik heb ook het idee dat mensen veel eurosceptischer zijn, veel meer van het nationale idee uitgaan. De democratie willen beschermen. En steeds meer mensen van mijn generatie vinden dat nieuwkomers van harte welkom zijn, maar zich wel gewoon moeten aanpassen. Ik heb de indruk dat er onder mijn generatie een behoorlijk conservatief elan bestaat.” Hij begint over de babyboomers, de generatie die werd geboren tijdens of niet lang na de Tweede Wereldoorlog. “Het zijn beeldenstormers, ze hebben gewoon alles kapotgemaakt wat ze in handen kregen. Ik hoop dat dingen nu weer worden opgebouwd. Wij, de mensen van mijn generatie, zijn eigenlijk de wederopbouwgeneratie, zo zie ik het.” “Het is niet zo dat ik de babyboomers in alles wat ze vonden en deden verkeerd vind hoor. Natuurlijk niet. Ze hebben veel stukgemaakt, maar ze zijn ook heel toegankelijk, heel lief, als het ware. En laten we wel zijn: het moet een heerlijke tijd zijn geweest. Je hoefde je auto niet op slot te zetten, overal werd Beatles-muziek gedraaid, je had nog geen aids. Dat zijn hele fijne dingen, ik had waarschijnlijk ook lang haar gehad in die tijd. Maar op den duur sloeg het te veel door.” Baudet denkt hardop: “Het is wel interessant dit: we praten nu de hele tijd over één woord, vrijheid. En ik merk dat de betekenis minder helder wordt naarmate ik er langer over nadenk. Het zijn altijd van die abstracte dingen, van ‘je moet verbonden zijn’, ‘jezelf kunnen zijn’, en de voortdurende spanning daartussen. Ik vind het eigenlijk een beetje een rotwoord, vrijheid. Vrij-heid. Vinden


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 97

jullie dat ook? Het is misschien beter om het over iets concreets te hebben: vrijheid van meningsuiting, vrijheid van dit of dat… Of een maatschappelijk idee van een samenleving waarin democratie bestaat of zoiets. Het abstracte begrip is een beetje een hol vat waar je alles in giet. Maar ik hoop dat ik toch iets heb kunnen zeggen waar jullie iets aan hebben. Ik moet alleen nu wel weg, want ik ga mijn vriendin meenemen naar La Bohème, van Puccini, een opera over vrijheid.” En weg is Baudet, na een vriendelijke knik, een lach, een handdruk. 97


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 98

98


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 99

Marion Bloem

Marion Bloem (Arnhem, 1952) is dochter van Indische ouders, die in 1950 in Nederland kwamen wonen. Ze heeft een oudere zus en twee jongere broers, werd katholiek opgevoed en studeerde klinische psychologie. Bloem schreef meer dan veertig boeken en debuteerde in 1978 met het kinderboek Waar schuil je als het regent. Met meer dan 350.000 verkochte exemplaren is romandebuut Geen gewoon Indisch meisje uit 1983 haar bekendste werk. Ook schreef ze Een meisje van honderd (2012), over de geschiedenis van IndonesiĂŤ. Bloem schildert en maakte films voor onder meer de IKON, VARA en VPRO, zoals de documentaire Het land van mijn ouders (1983). Haar gedicht Vrijheid, in 1999 geschreven in opdracht van het Nationaal ComitĂŠ 4 en 5 mei, verscheen in meer dan honderd talen. Als oprichter van de stichting Een royaal Gebaar zette Bloem zich tussen 2004 en 2006 in voor een generaal pardon voor asielzoekers zonder verblijfsstatus. Ze is getrouwd met arts en schrijver Ivan Wolffers. Samen hebben ze een zoon en twee kleinkinderen.

99


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 100

“We zijn maar mensen, maar moeten proberen het goed te doen” 100

Ze groeide op in een omgeving die wist wat onvrijheid was. Dat het thema vrijheid in het werk van schrijfster, kunstenaar en filmmaker Marion Bloem centraal staat, lijkt daarmee onlosmakelijk verbonden. “Ik denk dat mijn rechtvaardig­ heidsgevoel gebaseerd is op al die momenten in mijn leven waarop ik dacht: dit is machtsmisbruik.” Marion Bloem (1952) behoort tot de tweede generatie Nederlandse schrijvers met een Indische achtergrond. Ze schreef meer dan veertig boeken, waarin het thema vrijheid vaak opduikt, zoals in de bestseller Geen gewoon Indisch meisje (1983): ‘Ben jij Indisch?’ Hoe vaak heeft ze die vraag nu al niet gesteld? Aan meisjes, jongens op school. Op gymnastiekles, op feestjes, soms in restaurants, cafés, in bussen of treinen soms, als ze aan de praat raakte, opzettelijk of per ongeluk, en ze die vraag niet langer kon bedwingen, in werkgroepen op de academie. Overal waar ze door toeval met mensen te maken kreeg die iets uitstraalden van het mengtype dat een consequentie is van de koloniale periode. Het was je wang aanbieden en afwachten: Ze konden slaan, ze konden strelen. Het ging niet om het ja. De vraag speelde door haar hoofd als het ja allang voor haar vaststond. Het ging om de erkenning: Wij mogen er zijn. “Het basisgevoel van waaruit Geen gewoon Indisch meisje geschreven is, is autobiografisch”, vertelt Bloem. “Wanneer je als kind uitzondering bent, of in elk geval geen deel uitmaakt van de dominante samenleving, ben je blij als er in je omgeving mensen opduiken


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 101

die op je lijken, bij wie je iets van je achtergrond herkent, met wie je je kunt identificeren. Onbekendheid met het verleden van mijn ouders, of liever gezegd de wijze waarop hun geschiedenis op school genegeerd werd, benadrukt het vervreemdend effect van leven tussen twee culturen.” “Alhoewel mijn moeder erg gastvrij was, werden wij nooit uitgenodigd bij autochtonen. Mijn ouders hadden een grote vrienden- en kennissenkring en elk een grote familie, maar iedereen was Indisch. Op de hele familie waren er slechts twee aangetrouwden autochtoon. Met de autochtone samenleving had ik alleen via school en sportverenigingen contact. Ik ben in mijn hele jeugd slechts een paar keer bij autochtonen uitgenodigd. Toen ik als puber een vriendje had en bij hem thuiskwam, werd ik door dat gezin weggekeken.” Opluchting Een lange oprijlaan, verborgen achter groen, leidt naar de villa van Bloem en echtgenoot Ivan Wolffers op de Utrechtse Heuvelrug. Hij is schrijver en arts en zit achter de computer in de woonkamer. De gang staat vol met schilderijen van de kunstenares, klaar om voor een expositie te worden opgehaald. Moderne kunst: felle kleuren, vrolijk afgebeelde figuren. Bloem is druk met van alles, zoals met oppassen op haar twee kleinkinderen. Ook is ze mantelzorger van haar moeder. “Om van de nood een deugd te maken besloot ik een boek over haar leven te schrijven: Haar goede hand (2016 — red.).” Bloem is onder meer bekend van het gedicht Vrijheid, dat zij in 1999 schreef op verzoek van het Nationaal Comité 4 en 5 mei. Een fragment: “Als vrijheid voor mij vandaag zo vanzelfsprekend lijkt, en jij niet weet wat dat betekent, dan is vrijheid munt voor mij en kop eraf voor jou. Dan is vrijheid lucht en willekeurig.” Het vrijheidsgedicht verscheen in meer dan honderd talen, tot grote vreugde van Bloem. “Het gedicht is bijna een pamflet, een ode aan de vrijheid. Toen ik het had geschreven, voelde dat als een opluchting, het brandde in mij. Ik geloof dat ik het heb kunnen schrijven door alles wat mijn familie heeft meegemaakt.” Ook schreef ze het gedicht Geen requiem, over de Tweede Wereldoorlog in Nederlands-Indië. En Bloem is bekend van de stichting Een royaal Gebaar, waarmee zij

101


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 102

102

zich inzette voor een generaal pardon voor asielzoekers zonder verblijfsstatus. De ouders van Bloem kwamen in 1950 vanuit Indonesië naar Nederland, nadat ze tijdens en na de Tweede Wereldoorlog in respectievelijk Japanse en bersiapkampen waren geïnterneerd; de laatste om ze te beschermen tegen de Indonesische onafhankelijkheidsstrijders. “Thuis werd over het verleden gesproken, mijn ouders vertelden bijvoorbeeld dat ze teleurgesteld waren dat het op 4 en 5 mei nooit over hún geschiedenis ging.” Bloems vader, beroepsmilitair in dienst van het Nederlandse koloniale leger, was krijgsgevangene. Hij moest werken aan de Pakanbaroe-spoorlijn en zat onderweg daarnaartoe op een boot die getorpedeerd werd. Het Indisch ver-

Generaal pardon  Tussen 2004 en 2006 maakte Marion Bloem zich met haar stichting Een royaal Gebaar sterk voor de toen ongeveer 26.000 asielzoekers zonder verblijfsstatus die vier jaar of langer in Nederland verbleven. Ongeveer 200.000 mensen ondertekenden een petitie, die werd aangeboden aan de toenmalige koningin Beatrix, waarin werd gevraagd om een generaal pardon voor deze groep asielzoekers. Ze werden volgens de stichting onmenselijk behandeld en leefden in een uitzichtloze situatie. Tientallen bekende Nederlanders steunden de actie. In 2007 kregen ongeveer 28.000 mensen, die op dat moment illegaal in Nederland verbleven, dankzij een pardonregeling een verblijfsvergunning. Een royaal Gebaar, NRC Handelsblad

Bersiapkampen  Nadat Indonesië op 17 augustus 1945 de onafhankelijkheid uitriep en kolonisator Nederland dit niet accepteerde, volgde tot het voorjaar van 1947 de Bersiap-periode (bersiap is Indonesisch voor ‘wees paraat’). Gewelddadige groeperingen streden voor zelfstandigheid, terwijl er nog nauwelijks manschappen van het Nederlandse leger beschikbaar waren om de Europeanen te beschermen. Zij waren niet veilig. Voor hun eigen veiligheid werden Nederlandse burgers in bersiapkampen geplaatst, deels voormalige Japanse kampen, waar de verslagen Japanners verantwoordelijk werden gemaakt voor de handhaving van rust en orde. Ongeveer 50.000 Nederlandse burgers werden in de zogenoemde beschermingskampen geïnterneerd, naar schatting tweeduizend hebben dit door de slechte leefomstandigheden niet overleefd. Buiten de kampen zijn tijdens de onafhankelijkheidstrijd (1945-1949) tussen de 3500 en 20.000 Nederlanders omgekomen. Renske Krimp — De doden tellen. Slachtofferaantallen van de Tweede Wereldoorlog en sindsdien (2015), Tweedewereldoorlog.nl


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 103

leden was volgens Bloem altijd dichtbij, in het gezin en daarbuiten: “Ik leefde in een Indische gemeenschap, dus mijn familie en alle mensen die we kenden hadden met onvrijheid te maken. Mijn moeder categoriseerde Indische kennissen in termen van ‘Die ken ik nog van Kramat’, waarmee ze doelde op het kamp waar ze voor haar veiligheid zat tijdens de revolutie in Indonesië, of ‘Bij haar heb ik in het kamp gezeten’, en dan doelde ze meestal op het Japanse kamp. Haar jeugd stopte op haar twaalfde, daarna heeft ze eigenlijk alleen nog in kampen gezeten, totdat ze naar Nederland ging.” Huilen Na de vraag wat vrijheid voor Marion Bloem betekent, zet zij binnen een paar seconden vier woorden op papier: wederzijds, balans, eerlijkheid en rechtvaardigheid. Heel snel. “Ja, dit is gewoon wat ik voel.” “Als kind schreef ik al veel over vrijheid, over rechtvaardigheid. Vooral gedichten, die geplaatst werden in het plaatselijke suffertje en de schoolkrant. Ik ben natuurlijk opgegroeid met het besef dat mijn ouders zijn weggestuurd uit een land waar ze hadden willen blijven. Niet dat ze daarover zaten te zeuren, maar andere Indische mensen hadden het er wel over. Ik vond dat als kind niet rechtvaardig, ik dacht: het is hun land, daar mogen ze toch zelf de baas zijn?”

Pakanbaroe-spoorlijn  De aanleg van de Pakanbaroe-spoorlijn, ook wel de Sumatra-spoorweg genoemd, heeft aan ongeveer 82.500 mensen het leven gekost, vooral Javanen. Met de spoorlijn wilde de Japanse bezetter West- en Oost-Sumatra verbinden. De spoorlijn van 220 kilometer ging dwars door het regenwoud en moest de Japanners een veilige verbinding opleveren voor transport van troepen en wapens. Krijgsgevangenen (vooral Nederlandse) en Javaanse dwangarbeiders moesten vanaf 1943 de klus klaren, onder erbarmelijke omstandigheden. Er kwamen 520 Nederlanders om. De Javanen werden het slechtst behandeld, zo kregen die geen medische zorg. Op 15 augustus 1945 was de spoorlijn voltooid, de dag dat Japan capituleerde. De spoorlijn is nooit in gebruik genomen en bestaat niet meer. De slachtoffers van de aanleg van de Pakanbaroe-spoorlijn en de Birma-Siam-spoorweg worden jaarlijks herdacht bij het Drie-Pagodenmonument op landgoed Bronbeek in Arnhem. IndischHistorisch.nl, Stichting Herdenking Birma-Siam Spoorweg en Pakan Baroe Spoorweg

103


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 104

104

Daarnaast beïnvloedden de geschiedenislessen op school haar idee over vrijheid, vertelt ze. “Ik leerde over de Tweede Wereldoorlog, over de vergassing van de Joden. Dat maakte veel indruk. En het verhaal van Anne Frank, dat is het eerste wat je hoort natuurlijk. Ook de slavernij trok ik mij heel erg aan, net als het verhaal dat zwarten in Amerika niet naar universiteiten mochten. Toen ik een stripboek las over de apartheid in Zuid-Afrika, moest ik huilen. Ik was al heel verontwaardigd toen ik een jaar of tien was en las meer dan moest, ik was gek op geschiedenis — dat zegt veel over mij. Ik wilde begrijpen hoe de wereld in elkaar zat, waarom mensen voor oorlog kiezen en vooral hoe we vrede zouden kunnen brengen. Daarover schreef ik ook veel voor de oecumenische diensten in het dorp, toen ik pas dertien, veertien jaar oud was.” Bloem is katholiek opgevoed. “Het maken van onderscheid tussen mensen vond ik verschrikkelijk; ik vond het al heel erg dat de dieren in de dierentuin gevangenzaten.” “Over de politieke kant van onvrijheid spraken we thuis niet. Mijn vader zat af en toe gekluisterd aan de radio, omdat er dan iets was over Indonesië wat hij precies wilde weten. Dat was het.” Concentratiekamptechnieken Marion Bloem vertelt over een andere situatie die haar gevoel van rechtvaardigheid beïnvloedde, over een medeleerling in de derde klas, een meisje met hoogblond haar dat slecht kon leren. “Ze was dom en fascineerde mij: je kon bijna door die huid heen kijken, zo wit was ze. Ik zag haar als een tegenpool van mij. Ze was niet sportief, had gekke voetjes; je kon zien dat ze niet goed kon lopen. Ik had met dat kind te doen, vooral omdat de juffrouw, mevrouw Smit, zich klaarblijkelijk aan het meisje ergerde. Ze maakte gebruik van concentratiekamptechnieken: het meisje moest tijdens gym harder lopen, vond de juffrouw. Daarom moesten we allemaal op een rij staan, terwijl dat kind langs ons rende en wij haar moesten schoppen en slaan. En als we trefbal speelden, stonden we in een kring, met dat meisje in het midden en moesten we de bal zo hard mogelijk tegen haar aan gooien. En als je zelf niet gooide… Als ik eraan denk word ik nog misselijk… Dan moest je ook in die kring. Dat kind was zich aan alle kanten aan het verweren, het waren gewoon marteltechnieken uit de gevangenkampen. Niet dat ik op dat moment tot


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 105

dat inzicht kwam, maar ik haatte die vrouw en liep er heel erg mee rond. Toch hield iedereen zijn mond — als kind doe je je mond niet open. Die herinnering is nog altijd een nachtmerrie.” Bloem was rond de dertig jaar toen ze deze ervaring voor het eerst aan de Japanse kampen koppelde, onder meer omdat haar vader meer inzicht gaf in zijn Indische verleden. “Ik dacht: shit, misschien hebben de ouders van dat mens, mevrouw Smit, ook in een kamp gezeten…” “Mijn moeders lijfstraffen gingen soms ook te ver, ze sloeg ons hard. Maar als kind hoorde ik wat andere Indische ouders hun kinderen aandeden en dan dacht ik: dan valt het bij ons wel mee. Het is duidelijk dat ze met onverwerkte trauma’s zaten en in vele gevallen handelden zoals zij ooit waren behandeld.” Alsof ze haar verhaal kwijt móét: Bloem praat aan één stuk door. “Toen mijn moeder eens mijn drie jaar jongere broertje afranselde, misschien omdat hij te laat binnen was gekomen, besloot ik er beleefd iets van te zeggen. Het kon zo niet langer, vond ik. Dus ik zei: ‘Wilt u hem ook nog slaan als hij achttien is?’ Natuurlijk was ik bang, het was moeilijk, ze kon zich tegen mij keren, maar ik merkte dat mijn moeder haar best deed om niet meer in dat patroon te vervallen. Mijn jongste broertje, hij scheelt tien jaar met mij, heeft geen klap meer gehad.” Bloem was dus slachtoffer van geweld én getuige. “Ik heb vooral van dat laatste heel lang last gehad; toen ik met Ivan een relatie kreeg, kon ik er pas voor het eerst over praten. Ik zat vol schuldgevoelens, omdat ik anderen lijfstraffen heb zien ondergaan en daar niets aan heb gedaan — ja, in het geval van mijn broertje pas toen ik erachter kwam dat andere ouders hun kinderen niet sloegen. Eerder dacht ik dat het normaal was, dat het er nu eenmaal bij hoorde. Ik was twaalf toen ik ging beseffen dat er volwassenen waren die lijfstraffen veroordeelden en dat ik in mijn recht stond als ik hiertegen protesteerde. Dit was het grootste probleem van mijn jeugd dat ik moest oplossen. Ik begon er eerst over te schrijven. Ik heb ook ooms hun zonen zien afranselen. Het is veel erger om leed te zien dan om het zelf mee te maken, het was traumatisch. Mijn rechtvaardigheidsgevoel is denk ik gebaseerd op al die momenten in mijn leven waarop ik dacht: dit is machtsmisbruik. Je kent dat woord als kind nog niet, maar je weet dat het zo is.”

105


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 106

106

Het was juist Bloems moeder die op het toilet een tekst ophing: ‘Heb je naaste lief als jezelf ’. Bloem legt uit: “Mijn moeder was zelf ook met harde hand opgevoed en is een aantal malen door de Japanners geslagen. Vanaf het moment dat ze besefte dat het niet normaal was om je kind te slaan, probeerde ze het niet meer te doen. Mijn moeder groeide op in angst en toen ze op haar twintigste naar Nederland vertrok, was het niet zo rooskleurig als ze had gehoopt. Ze werd gediscrimineerd, waardoor ze nog steeds het gevoel had gevangen te zijn.” Ook zegt Bloem: “Mijn moeder had een enorm rechtvaardigheidsgevoel. Ze kwam als een leeuwin op voor haar kinderen.” Bloem geeft een voorbeeld: “Nadat ik door de geschiedenisleraar al voordat zijn lesuur begon in de bibliotheek werd opgesloten, omdat hij de apartheid in Zuid-Afrika verdedigde en ik hem als enige leerling durfde tegen te spreken, is mijn moeder met ouderavond op hem afgestapt en heeft zij hem de les gelezen. Dat had zin: ik mocht daarna gewoon mijn mening geven zonder dat hij me de klas uit stuurde.” Niet afschuiven “Terwijl mijn moeder haar kinderen angst inboezemde, deelde mijn oma met ons juist plezier en levensvreugde. Zo ging ik vaak met haar naar de bioscoop.” Tegelijkertijd sprak Marion Bloems oma over haar nare verleden: ze groeide op in Nederlands-Indië en verloor haar oudste zoon aan longontsteking toen hij zestien was, nog voordat de Tweede Wereldoorlog begon, maakte de Japanse inval mee en was geïnterneerd. “Mijn oma vertelde bijvoorbeeld over de kettinggangers, mannen en vrouwen die met kettingen aan elkaar vastzaten en door zware kogels aan de kettingen niet konden weg-

Kettinggangers  Kettinggangers in Nederlands-Indië waren Indonesische gevangenen die met kettingen aan elkaar vastzaten en door zware kogels aan de kettingen niet konden weglopen. Ze werden voor van alles ingezet, eerst door de Nederlandse kolonisator en daarna door de Japanse bezetter. Zo werkten ze in steenkolenmijnen en droegen ze spullen van geïnterneerden. De kettinggangers kregen stokslagen en er werd slecht voor ze gezorgd. Velen overleefden het niet. DeMijnen.nl, Wies van Groningen — Mijn vader zat ook bij het KNIL (2005)


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 107

“Het gaat om bewustwording van hoe wij anderen in hun vrijheid beknotten, ongewild, onbewust, en soms wel bewust en roekeloos”

lopen. ‘Die mensen waren zo lief, ze droegen mij en onze spullen’, zei mijn oma. Dat hoorde ik als kind van zeven, acht, het spreekt tot je verbeelding. Ze vertelde ook dat de kettinggangers aan een paal werden vastgebonden en afgeranseld, dat heeft zij ook gezien. Iedereen moest kijken. Zo’n verhaal doet pijn. Dan denk je: dit is zo onrechtvaardig, er klopt iets niet in de wereld. Mijn oma heeft mij, mijn zus en broertjes geleerd dat het individuen zijn die de vrede blokkeren, je kunt dat niet afschuiven op landen.” “Door alles wat ik had ervaren en gehoord, wilde ik de wereld veranderen, verbeteren.” Die drijfveer komt niet alleen terug in haar boeken en gedichten. Bloem verzorgde bijvoorbeeld workshops op scholen, om kinderen te leren over vrijheid na te denken. En samen met haar zus Joyce Bloem, die beeldend kunstenaar is, creëerde ze in 2006 het kunstproject Sawah Belanda, in het Arnhemse park Sacré Coeur. Het is een monument, dat onder meer bestaat uit zeven granieten platen met door Marion Bloem opgetekende verhalen van Nederlanders met een Indische achtergrond, over de koloniale tijd en de impact daarvan. De focus blijft echter liggen op schrijven: “Het is mijn grootste talent. De inhoud die ik kies, wordt gestuurd door mijn behoefte om mensen bewust te laten worden van hun motieven. Ik ben gefascineerd door de mens en zijn driften en geloof dat inzicht in jezelf, dankzij onder andere reflecties in literatuur, leidt tot verbetering van jezelf, tot wijsheid.” “Als ik iets moet leren aan míjn kleinkinderen, dan denk ik dat ik ze dit meegeef: we zijn maar mensen, maar moeten proberen het goed te doen — dat heb ik ook meegegeven aan mijn zoon. Maar ik dring mijn visie niet op.”

107


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 108

108

Bezinning Marion Bloem vindt het belangrijk dat mensen stilstaan bij vrijheid en onvrijheid. “Alleen helaas is er niet een jaarlijks terug­kerende dag voor alle vormen van oorlog en onderdrukking.” In haar beleving is de Nationale Dodenherdenking op 4 mei alleen gekoppeld aan de Holocaust. “Natuurlijk is de poging om het Joodse volk uit Europa te verdrijven door het uit te roeien een grote, dramatische en ernstige gebeurtenis en het is goed om daar een speciale dag voor te hebben. Maar er zou nog iets naast moeten bestaan. Het gaat om bewustwording van hoe wij anderen in hun vrijheid beknotten, ongewild, onbewust, en soms wel bewust en roekeloos. Omdat de drang om jezelf vrij en veilig te voelen groot is en je de mens die je daardoor benadeelt niet als mens ervaart. Haat moeten we niet laten prevaleren boven liefde.” “Ik denk ook dat 5 mei veel breder zou moeten zijn.” De schrijfster pleit voor een dag waarop niet de bevrijding centraal staat, maar vrijheid in het algemeen: “Ik ben voor een dag met niet alleen uitbundigheid, maar ook met bezinning op wat vrijheid betekent. 5 Mei zou veel meer moeten gaan over hoe wij de vrijheid van anderen beperken en hoe egoïstisch wij zijn in het beschermen van onze vrijheid. Een dag over de invloed die jij op vrijheid hebt, bijvoorbeeld over wat het betekent wanneer je op een bepaalde partij stemt. Het gaat erom dat je voelt dat jij medeverantwoordelijk bent voor de vrijheid van jezelf en van anderen.” Kolonialisme moet op 5 mei ook een plek krijgen, vindt Bloem: “Het is belangrijk inzicht te geven in hoe vanzelfsprekendheid kan leiden tot onverschilligheid, en zelfs tot gewelddadigheid. Het

Nationale Dodenherdenking  Voor negentig procent van de bezoekers van de Nationale Herdenking, op 4 mei 2015 op de Dam in Amsterdam, was de twee minuten stilte het belangrijkste onderdeel. Meer dan eenderde van de mensen was voor het eerst op een herdenkingsbijeenkomst. De bezoekers gaven aan het vooral belangrijk te vinden om op 4 mei stil te staan bij het nationale verleden en dat niet vergeten wordt waar we vandaan komen. Dat was de uitkomst van sociologisch onderzoek van de Universiteit Utrecht onder 695 bezoekers van de Nationale Herdenking. Deze steekproef is net als dit boek onderdeel van het onderzoeksprogramma Vrijheid en onvrijheid door de generaties heen.Meer informatie: ­Hetvrijheidsboek.nl.


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 109

“Mijn vader was dus beroepsmilitair, maar kreeg na de oorlog van autochtonen te horen: ‘Jij hebt de oorlog niet meegemaakt.’ Dat maakte hem sprakeloos”

Zwarte Piet-verhaal is daar een voorbeeld van. Het belang van aandacht voor geschiedenis op school en in de media wordt onderschat.” Wat doet de schrijfster eigenlijk zelf op 4 en 5 mei? “Ik ga niet naar een Bevrijdingsfestival, ik kan niet tegen mensenmassa’s. Wel vind ik het leuk dat er veel muziek is, dat er wordt gedanst. Ik weet hoezeer mensen ervan genieten en dat je ook anderen ziet genieten is denk ik wel goed. Jammer vind ik dat er altijd veel wordt gedronken en dat mensen zich daardoor raar gaan gedragen. Alcohol heeft niet zo’n goed effect op de vrijheid, het heeft geen diepgang.” “Wat Dodenherdenking betreft ben ik echt een puinhoop. Mijn man is heel fanatiek, net als mijn zoon, die er vanwege de Joodse achtergrond van mijn man veel mee bezig is.” Ivan Wolffers’ vader was Joods. “Ivans hele familie is in de oorlog omgekomen. Hij heeft er alles over gelezen, hij heeft een heel sterk besef van die stilte.” Bloem bedoelt het als metafoor en ook letterlijk: de twee minuten stilte. “Door Ivan denk ik er ook aan, maar ik ben er niet mee opgegroeid. We waren wel stil op 4 mei, maar bij mijn ouders leefde het door de Indische achtergrond niet zo. Wij als kinderen moesten zeggen: ‘We moeten stil zijn.’ Mijn ouders voelden zich benadeeld omdat hun oorlog niet telde. Mijn vader was dus beroepsmilitair, maar kreeg na de oorlog van autochtonen te horen: ‘Jij hebt de oorlog niet meegemaakt.’ Dat maakte hem sprakeloos.”

109


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 110

Vrijheid Tekst: Marion Bloem (1999).

110

Als vrij zijn is: hou jij je mond want ik heb iets te zeggen Als vrij zijn is: jij achter tralies, want dan hoeven wij niet bang te zijn voor al jouw anders zijn en doen en anders laten Als vrij zijn is: de dag van morgen strak bepalen door de dag vandaag iets minder dag te laten zijn Als vrij zijn is: de deuren sluiten en op het beeldscherm vrij bekijken wat veilig uit de buurt moet zijn Als vrij zijn is: steeds rustig slapen omdat de anderen hun tong moedwillig is ontnomen Als vrij zijn is: eten wat en wanneer je wilt maar de schillen laten vallen in de kranten waar de honger wordt verzwegen Als vrij zijn is: niet hoeven weten wat mij heeft vrijgemaakt, mij vrij houdt, mij in vrijheid elke dag gevangen neemt


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 111

Als vrijheid is: wachten tot de ander mij bevrijdt van angsten waar ik heilig op vertrouw Als vrijheid mijn gedachten pleistert Als vrijheid om mij heen overal rondom en in mij waait, maar voor jou niet is te vangen Als vrijheid mij beschermt tegen jouw ideeën die voor mij te anders zijn Als vrijheid voor mij vandaag zo vanzelfsprekend lijkt, en jij niet weet wat dat betekent Dan is vrijheid munt voor mij en kop eraf voor jou Dan is vrijheid lucht en willekeurig Maar staat het mij misschien wel vrij om iets van mijn riante vrijheid — met wederzijds goedvinden natuurlijk — tijdelijk of voor langere duur af te staan om jou van mijn verstikkende vrijheid te bevrijden

111


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 112

112


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 113

Jacques Grishaver

Jacques Grishaver (Amsterdam, 1942) is sinds 1998 voorzitter van het Nederlands Auschwitz Comité. Hij komt uit een Joodse diamant­slijpersfamilie en moest als kind in de Tweede Wereld­ oorlog onderduiken. Broer Loek werd in 1944 geboren en zus Sera in 1949. De familie van zijn moeder is in de oorlog vrijwel compleet uitgemoord. Grishaver volgde de hbs en een administratieve en boekhoudkundige opleiding en had jarenlang een legerdumpzaak in Amsterdam-Oost. Hij is getrouwd, heeft twee kinderen en vier kleinkinderen. Hij werd vanwege zijn werk voor het Nederlands Auschwitz Comité in 2006 benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau.

113


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 114

“Je moet altijd blijven waarschuwen”

114

Tijdens de Tweede Wereldoorlog moest Jacques Grishaver onderduiken. Hij was drie toen hij zich voor de Duitsers moest verstoppen in een kast. Het gezin overleefde de oorlog, een groot deel van zijn familie werd vermoord. De voor­ zitter van het Nederlands Auschwitz Comité waarschuwt: “We moeten alert zijn, zoiets kan opnieuw gebeuren.” “Auschwitz: herinnering, waarschuwing, symbool. ‘Het is gebeurd en kan dus weer gebeuren.’” Wie de website van het Nederlands Auschwitz Comité bezoekt, stuit direct op deze alarmerende tekst, met een citaat van Primo Levi, overlevende van concentratiekamp Auschwitz. Ja, de Tweede Wereldoorlog was een unieke gebeurtenis, zegt Jacques Grishaver (1942), maar dat betekent niet dat iets soortgelijks niet opnieuw kan plaatsvinden: “Daar moet je altijd rekening mee houden. Je ziet het om je heen: Rwanda, Srebrenica… Mensen kunnen zich verheven voelen boven een ander en daarom moet je

Nederlands Auschwitz Comité  Het werk van het Nederlands Auschwitz Comité, oorspronkelijk in 1956 opgericht om overlevenden van de concentratiekampen de gelegenheid te bieden steun bij elkaar te zoeken, staat in het teken van ‘Nooit meer Auschwitz’. Het comité zette zich in voor de vervolging van nazimisdadigers en organiseert ieder jaar op de laatste zondag van januari de Nationale Holocaust Herdenking, bij het Spiegelmonument (een werk van Jan Wolkers) in het Amsterdamse Wertheimpark. Het Nederlands Auschwitz Comité wil kennis over de Tweede Wereldoorlog overdragen en organiseert daarom herinneringsreizen en educatieve reizen naar concentratiekamp Auschwitz-Birkenau en andere kampen in Polen. Nederlands Auschwitz Comité


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 115

“Je kunt snel iemand beledigen en dat blijft bij diegene altijd hangen, het woord is zo sterk. Dus daarom moet je heel voorzichtig zijn”

altijd blijven waarschuwen. Auschwitz is wat dat betreft een baken, een soort standaard.” Toen PVV-leider Geert Wilders na de gemeenteraadsverkiezingen in maart 2014 zijn kiezers beloofde minder Marokkanen in Nederland ‘te regelen’, sprak het Nederlands Auschwitz Comité daarover zijn afschuw uit in een persbericht: “Als geen ander weten wij waartoe het kan leiden als een bevolkingsgroep buiten de samenleving wordt geplaatst.” Grishaver, nog altijd verontwaardigd: “Wilders zegt gewoon: ‘Ze hebben twee paspoorten, dan neem je één af en stuur je ze terug.’ Dat is uitsluiten, wij weten wat zoiets betekent. De stappen zijn maar klein. Wat als hij het zou hebben over Joden? Er zijn mensen die zeggen: ‘Dan haal je de Tweede Wereldoorlog er weer bij, is dat niet te zwaar?’ Nee, dat is het dus niet. We moeten met z’n allen alert zijn.” Maar heeft iemand als Wilders dan niet de vrijheid om te zeggen wat hij wil? “Je kunt snel iemand beledigen en dat blijft bij diegene altijd hangen, het woord is zo sterk. Dus daarom moet je heel voorzichtig zijn. Vrijheid van meningsuiting houdt ook een verplichting in: je moet rekening houden met anderen, het gaat om gevoel.” Hiermee zegt Grishaver niet dat hij vrijheid van meningsuiting onbelangrijk vindt: “Kunnen zeggen wat je wilt is een heel belangrijk onderdeel van vrijheid. Die opvatting heb ik ook geprobeerd over te dragen op mijn kinderen en ik denk dat dit goed is gelukt: als ze het ergens niet mee eens zijn, dan zeggen ze dat. Dat is een verschil met mijn jeugd, ik kon mij vroeger niet uiten. Door het oorlogsverleden waren veel mensen in mijn omgeving generaliserend, zo waren alle Duitsers fout. Ik dacht toen al genuanceerder, maar

115


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 116

“Ik ben met de oorlog opgegroeid, dat is bepalend geweest voor hoe ik over vrijheid denk”

116

hield dat voor me. Ik was bang dat er anders strijd zou ontstaan en ik de ander pijn zou doen.” Gelijkheid Jacques Grishaver is sinds 1998 voorzitter van het Nederlands ­Auschwitz Comité. Hij klinkt nog steeds bevlogen en werkt vijftig tot zestig uur in de week voor het comité. Het Nieuw Israëlitisch Weekblad noemde hem ‘bewaker van de nagedachtenis’ (24 januari 2014). De basis van zijn betrokkenheid ligt bij de Tweede Wereldoorlog — Grishaver werd geboren in 1942. “Ik ben met de oorlog opgegroeid, dat is bepalend geweest voor hoe ik over vrijheid denk.” Naast vrijheid van meningsuiting zijn dit begrippen die Grishaver associeert met vrijheid: bewegingsvrijheid, geloofsvrijheid en gelijkheid. “Vrijheid is voor mij dat je kunt gaan en staan waar je wilt. Kinderen moeten bijvoorbeeld met vriendjes kunnen omgaan die er anders uitzien, daarin moet je niet terughoudend zijn. Zo ben ik ook opgevoed.” Hij groeide op in Amsterdam en had na de oorlog geen enkel Joods vriendje. “Een christelijk vriendje vroeg mij eind jaren veertig mee te gaan naar de zondagsschool. Toen heb ik mijn moeder toestemming gevraagd en ze zei: ‘Ga maar rustig, je zult daar niets slechts leren.’” Grishaver vindt dat krachtig: “Het was twee, drie jaar na de oorlog en dan kun je leven vol haat, het geloof in de goedheid van mensen zijn verloren. Maar dat gold niet voor mijn moeder, zij stond heel erg open voor andere mensen. En zo ben ik ook.” “Ik was op de hbs als Joodse jongen een uitzondering, net als een klasgenoot met een Indonesische achtergrond. We zochten


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 117

elkaar op, het was een soort verbintenis. Kijk, je hebt verschillen, maar die zijn leuk.” Grishaver geeft nog een voorbeeld: “Toen ik negentien was, had ik een Duitse collega en gingen we in Duitsland naar de kroeg. Ik vond het een openbaring om daar te merken dat de jeugd zich zo fel uitliet over wat er was gebeurd. ‘Dit mag nooit meer!’, riepen ze.” Grishaver heeft een zoon en een dochter, vertelt hij dan ineens. “Mijn zoon is getrouwd met een vrouw van Surinaams-Hindoestaanse afkomst en mijn dochter met een nietJoodse man — dat is hartstikke prima, ze houden van elkaar.” Man met de hamer “Mijn ouders — al is het zo makkelijk om te zeggen — hebben de grootste invloed gehad op hoe ik over vrijheid denk. Dat is natuurlijk dicht bij huis. Ook Winston Churchill (de Britse premier tijdens de Tweede Wereldoorlog — red.) maakte indruk op mij, en David Ben-Gurion (de eerste premier van Israël, vanaf 1948 — red.). Fidel Castro was vroeger mijn held, hij ging Cuba bevrijden. Maar wat een enorme deceptie was dat, wat een grote dictator.” Waarom noemt hij zijn ouders als eerste? “Laat ik het zo zeggen: ik heb een hele fijne jeugd gehad, maar ook een nare”, zegt Jacques Grishaver. “Ik werd altijd geconfronteerd met de oorlog en de dood.

Fidel Castro  De communistische rebellenleider Fidel Castro (1926) veroverde in 1959 de macht op Cuba en brak het kapitalistische systeem af. Hij regelde meer sociale voorzieningen voor de armen en plaatste (Amerikaanse) bedrijven op Cuba onder staatstoezicht, waarna de Verenigde Staten de diplomatieke banden en handelsrelaties met het land verbraken. In 1961 probeerde Amerika het regime van Castro omver te werpen door een aanval in de Varkensbaai. Hiervoor werden 1500 Cubaanse rebellen ingezet die door de CIA waren getraind en gefinancierd. De invasie mislukte binnen drie dagen. Door de aanval verslechterde de band tussen de twee landen nog verder en gaf Castro in 1962 de Sovjet-Unie toestemming om kernraketten op zijn eiland te plaatsen. De wereld stond op de rand van zijn eerste nucleaire oorlog: de Cubacrisis (onderdeel van de Koude Oorlog). Het liep uiteindelijk met een sisser af: de kernraketten op Cuba werden weggehaald, nadat Amerika beloofd had zijn kernwapens in Turkije te ontmantelen. In 2008 droeg Fidel Castro de macht over aan zijn broer, Raúl, waarna het land langzaamaan opener werd en de betrekkingen met Amerika verbeterden. BBC, The Guardian

117


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 118

118

Mijn moeder sprak er altijd over, dat was moeilijk en gaf een gevoel van onvrijheid. Mijn moeder was echt een oorlogsslachtoffer, alleen haar zusje overleefde de oorlog. Mijn vader sprak vooral over zijn naoorlogse leven, gelukkig maar. Anders was het denk ik nog zwaarder voor mij geweest.” Grishaver is naar eigen zeggen behoorlijk ziek geweest en kreeg psychische hulp. Dat had allemaal met de Shoah te maken. “Ik was in mijn jeugd een vrolijke, onbezorgde jongen, althans, dat leek zo. Ik ging al jong de deur uit, trouwde en stichtte een gezin. Vervolgens kwam de man met de hamer. Toen bleek dat alles wat zich daarvoor had afgespeeld een soort pose was geweest, een vlucht uit de werkelijkheid. Ik ben alleen maar opgevoed met de oorlog en heb daar een trauma aan overgehouden. Toen ik verantwoordelijkheden kreeg, kwam dat er dus in alle hevigheid uit. Ik ben een paar jaar heel erg ziek geweest.” Was het omdat hij toen meer afstand kon nemen van zijn jeugd? “Ik weet het niet. Wat ik wel weet: ik raak dat trauma nooit kwijt, ik heb ermee leren leven.” Hij vertelt dat hij een keer voor zijn dochter een kast in elkaar zette. “Zij zei: ‘Papa, wat ruik je, je transpireert helemaal.’ Mijn vrouw kwam erbij en die zei het ook. Een paar weken later, toen ik die kast moest bijstellen, herhaalde dit tafereel zich. Ik ben naar de dokter gegaan en we kwamen tot de conclusie: wat ze roken was een soort angstzweet. Ik heb als jongetje van drie met mijn vader in

Shoah  De Hebreeuwse benaming van de Holocaust, de genocide op de zes miljoen Joden in de periode 1939-1945 in Europa, is Shoah. Letterlijk betekent dit woord ‘catastrofe’ en ‘vernietiging’. Holocaust is een combinatie van het Griekse holos (compleet) en kaustos (verbrand) en betekent ‘brandoffer’. Omdat de moord op de Joden niets met een offer te maken had, geven Joden over het algemeen de voorkeur aan de term Shoah (Sjoa). De Tweede Wereldoorlog telde 102.000 tot 104.000 Joodse slachtoffers uit Nederland, ongeveer driekwart van de Joden die voor de oorlog in Nederland woonden. De meesten van hen zijn om het leven gebracht in het door de nazi’s bezette Polen, in de concentratie-/vernietigingskampen Auschwitz-Birkenau en Sobibor. Het overgrote deel werd bij aankomst direct vermoord. Digitaal Monument Joodse Gemeenschap in Nederland, Renske Krimp — De doden tellen. Slachtofferaantallen van de Tweede Wereldoorlog en sindsdien (2015), Tweedewereldoorlog.nl


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 119

“Ik ben alleen maar opgevoed met de oorlog en heb daar een trauma aan overgehouden”

een kast gezeten, met zijn hand voor mijn mond. De Duitsers waren buiten ons huis op zoek naar Joden. Op een gegeven moment kwam de angst van toen er dus uit.” Vliegbrevet Jacques Grishaver benadrukt dat hij als kind ook veel vrijheid had. “We spraken over zoveel dingen, discussieerden, lazen kranten: Het Vrije Volk, De Waarheid… Ik was verplicht de krant te lezen en toch voelde dat als vrijheid. Ik leerde zo hoe de wereld in elkaar stak. Algemene kennis is rijkdom, het maakt je minder afhankelijk: je kunt weloverwogen zelfstandig keuzes maken.” Hij voegt daaraan toe: “Ik heb alle kansen gehad en veel kansen gepakt, dat heb ik mijn hele leven gedaan.” De voorzitter van het Nederlands Auschwitz Comité vertelt dat hij zijn dromen heeft nagejaagd: hij haalde zijn vliegbrevet en heeft veel gereisd. Of dat te maken heeft met zijn geschiedenis, of die van zijn familie, dat weet hij niet. Na de oorlog schreef Grishavers vader hem uit bij de joodse gemeente, vanwege de registratie van de Joodse afkomst in het bevolkingsregister. Ruim tien jaar later besloot Grishaver zich weer in te schrijven. “Mijn vader was natuurlijk niet de enige die het besluit nam tot uitschrijving. Na de oorlog deden veel mensen dat. Ook besloten sommigen om jongetjes niet meer te besnijden. Maar ik miste iets. Dus toen ik een jaar of vijftien was, wilde ik me weer inschrijven bij de joodse gemeente. Toen mijn ouders ervan hoorden, vroegen ze of ik gek was geworden. De ironie is dat het voortkwam uit hun eigen opvoeding, ze gaven mij die vrijheid. Ik vond gewoon dat ik voor mezelf kenbaar moest maken dat ik Jood

119


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 120

was. Ik ben van de orthodoxe naar de liberale gemeente gegaan en ben daar nog altijd lid van. Ik wil ook graag op een joodse begraafplaats worden begraven en dat mijn vrouw naast mij komt te liggen.”

120

102.000 Op het moment van het interview is Jacques Grishaver druk met de realisatie van het Namenmonument: een ‘grafschrift’ met daarop de namen van de ruim 102.000 Joden, Sinti en Roma uit Nederland die tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn vermoord, een monument ontworpen door de Amerikaans-Joodse architect Daniel Libeskind, onder meer bekend van Ground Zero in New York en het Joods Museum Berlijn. “Als je 102.000 1 euromuntstukken neerstort in je tuin, dan kom je je voordeur niet meer uit. Om zo’n enorm aantal gaat het, dat willen we laten zien.” Dit is volgens Grishaver hard nodig: “Het verontrust mij dat er steeds meer plekken zijn waar mensen onvrij zijn en dat wij daar als wereld weinig aan doen. Al die Syriërs, we laten ze gewoon afslachten. De vluchtelingen, we sturen ze weg. Ja, de opvang kost geld, maar waar praten we over? We gaan bijna allemaal drie keer per jaar op vakantie en hebben het nieuwste mobieltje. We zijn zo egoïstisch geworden. Ik zie steeds meer rechts-extremisme, het duikt overal op. We moeten echt iets doen, anders komt er een grote oorlog aan, ben ik bang. We leren niets van het verleden, er is altijd een zondebok nodig. De situatie maakt me boos en ik voel me machteloos.”

Namenmonument  De namen van de Joden, Roma en Sinti uit Nederland die slachtoffer werden van de Holocaust, mogen nooit worden vergeten. Dat stelt het Nederlands Auschwitz Comité, dat daarom het Holocaust Namenmonument Nederland wil realiseren. Er zou een plek moeten komen voor alle Nederlandse Holocaustslachtoffers zonder graf. De beoogde locatie voor het Namenmonument is het Amsterdamse Wertheimpark, vlak bij het Spiegelmonument. Onder anderen Eberhard van der Laan (burgemeester van Amsterdam), Ahmed Aboutaleb (burgemeester van Rotterdam) en Jeroen Krabbé (beeldend kunstenaar) hebben zich achter de plannen geschaard. Sommige omwonenden van het Wertheimpark hebben echter bezwaar gemaakt: het monument zou te groot zijn en te veel overlast veroorzaken. Voor de laatste ontwikkelingen: Holocaustnamenmonument.nl. Het Parool, Holocaust Namenmonument Nederland


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 121

“Als je 102.000 1 euromuntstukken neerstort in je tuin, dan kom je je voordeur niet meer uit. Om zo’n enorm aantal gaat het, dat willen we laten zien”

Het Namenmonument kan volgens Grishaver helpen om de link te leggen tussen situaties van onvrijheid in het heden en de Tweede Wereldoorlog en de aanloop daar naartoe: “Daar moeten we juist nu over vertellen. Ik vind het heel belangrijk om mijn opvattingen over vrijheid over te dragen. Ik zeg tegen kinderen weleens dat ik net zo ben als Anne Frank, ook een Jood, ook een oorlogskind. Dat is een middel.” “Voor veel jongeren is vrijheid vanzelfsprekend. Dat is fantastisch. Maar ik vind wel dat je ze iets moet leren. En dan is wat in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog is gebeurd dichterbij dan het verhaal van die oorlog in het geheel. Het is je eigen geschiedenis.” De geografische afstand tot het verhaal, dat is volgens Grishaver van belang: “Hoe dichterbij, hoe beter het verhaal van de Tweede Wereldoorlog voelbaar is.” “Wel hebben de brandhaarden van dit moment denk ik meer impact op jongeren dan het verhaal van de Tweede Wereldoorlog”, zegt hij ook. “De directe impact is groot, wat er nu gebeurt is elke dag op tv. Dat is prima, maar betekent wel dat we ervoor moeten zorgen dat wat er is gebeurd niet wordt weggedrukt. Als je de geschiedenis kent, kun je dat wat nu plaatsvindt in een veel beter kader plaatsen.” Wat betekent het volgens Grishaver dat de generatie die de Tweede Wereldoorlog bewust heeft meegemaakt, langzaamaan verdwijnt? “We kunnen allemaal verhalenvertellers zijn, maar als iemand de oorlog echt aan den lijve heeft ondervonden… De overdracht van ooggetuigen van de eerste generatie is echt sterk hoor. Gelukkig krijg je automatisch een nieuwe vorm. Kijk naar Herinneringscentrum Kamp Westerbork, daar spreekt nu de tweede genera-

121


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 122

“Gelukkig hebben de dertigers van nu veel meer belangstelling voor de oorlog”

122

tie.” En ook tv-uitzendingen kunnen helpen de herinnering levend te houden, denkt Grishaver. Hij verwijst naar de programma’s van historicus en tv-maker Ad van Liempt. Grishaver bezoekt nog regelmatig Auschwitz, hij begeleidt herinneringsreizen en educatieve reizen. “Hoe ouder ik word, hoe verdrietiger Auschwitz me maakt. Ik begrijp steeds beter hoe erg en groot de oorlog was.” Werkelijk stilstaan Je moet blijven herdenken, ook op 4 mei, vindt Jacques Grishaver. Wat is in één of twee zinnen voor hem de betekenis van de Dodenherdenking? “Stilstaan bij de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog. Van jongs af aan, daar ben ik mee grootgebracht. Alles stond vroeger stil op 4 mei, tegenwoordig scheuren veel bromfietsers en automobilisten gewoon door. Dat is een fout van de samenleving, we hebben het belang van werkelijk stilstaan niet goed overgebracht.” Hoe ziet 4 mei er dan idealiter uit? “Een dag waarop iedereen zich realiseert wat vrijheid betekent, hoe kostbaar het is. Dat betekent tijdens de twee minuten stilstaan bij alle Nederlanders die in de Tweede Wereldoorlog zijn vermoord of gevallen. De vraag is: hebben die jongelui, die op 5 mei heerlijk naar de festivals gaan, de dag ervoor ook stilgestaan bij de gevallenen? Sommigen zeker, maar niet iedereen. Als je weet wat je geschiedenis is, kun je op 5 mei vieren.” “Op Bevrijdingsdag moet de rijkdom van vrijheid centraal staan. Misschien moet je tijdens het festival eens vijf minuten stoppen, en iemand een mooi gedicht laten voorlezen over wat vrijheid betekent.


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 123

Ik ben ervan overtuigd dat een heleboel bezoekers heel stil zullen zijn en zullen luisteren.” Dus ook op 5 mei herdenken, dat vindt Grishaver belangrijk. “Maar in Nederland wordt daar veel te weinig geld aan besteed. Dat komt doordat we een calvinistisch klotevolkje zijn, dat alleen maar denkt aan geld, anders niet. Het mag niet te veel kosten.” Kracht Moet bij de Dodenherdenking op 4 mei officieel alleen stil worden gestaan bij de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog, of is het juist goed om ook mensen te herdenken die daarna door oorlog en conflict zijn omgekomen? “Nee, want we hebben het over de Tweede Wereldoorlog. Als je veralgemeniseert, haal je niet je punt.” Goed, er valt wel iets voor te zeggen om de militairen te herdenken die na de Tweede Wereldoorlog gevallen zijn, want dat is een hele kleine groep, vindt Jacques Grishaver. “Maar daar moet het dan ook bij blijven, we moeten bijvoorbeeld niet de slachtoffers van de genocide in Rwanda of Srebrenica gaan herdenken op 4 mei. Je moet pragmatisch zijn: je kunt op Veteranendag of op een andere dag andere slachtoffers herdenken.” “Wij herdenken onze slachtoffers. Ik denk dat je het dichtbij moet zoeken, dan behoudt de herdenking haar kracht. Als je een vriend verliest, dan ben je daar droevig over. Als een vriend zegt: ‘Ik heb een vriend verloren’, dan zeg je: ‘Zielig voor je’ en ben je het vergeten. Het gaat om de relatie die je met iets hebt, daar gaat het om.”

5 voor 5  Ieder jaar op 5 mei gebeurt om 16.55 uur op alle veertien Bevrijdingsfestivals hetzelfde: vanaf de hoofdpodia worden de bezoekers meegenomen in een symbolisch moment, om stil te staan bij het idee dat ze in vrijheid een feest kunnen vieren en dat ze dat in het hele land aan het doen zijn. Tijdens dit 5-voor-5-moment gebeurt altijd iets bijzonders. Zo sprak tijdens het optreden van popduo Nick & Simon op Bevrijdingspop in Haarlem een ooggetuige van de Tweede Wereldoorlog over de onvrijheid van toen en het moment van de bevrijding. De Bevrijdingsfestivals trekken jaarlijks gezamenlijk ongeveer een miljoen bezoekers en vormen daarmee het grootste eendaagse culturele evenement van Nederland. Bevrijdingsfestivals.nl

123


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 124

Sinds 2015 wordt explicieter gemaakt voor wie bij de Nationale Herdenking de kransen worden gelegd. Dat vindt Grishaver belangrijk: “Je moet benoemen, niet een krans leggen ‘voor diegenen die vermoord zijn om wie ze waren.’ Dat is een zin van niks. Het moet zijn zoals inmiddels ook het geval is: ‘Deze krans wordt gelegd voor de Joden, Sinti en Roma die vermoord zijn om wie ze waren.’”

124

Weer opgepakt Jacques Grishaver is positief over de aandacht die er voor de Tweede Wereldoorlog is: “Ik vind het een fantastische ontwikkeling dat de jeugd anders begint te denken.” Hij vertelt over schoolklassen die naar oorlogsmusea gaan en over kinderen die bij het Nederlands Auschwitz Comité aankloppen voor informatie voor een spreekbeurt of werkstuk. “We worden steeds vaker benaderd.” Toch zijn jongeren nog niet voldoende op de hoogte van de Tweede Wereldoorlog, vindt Grishaver. “Er gebeurt meer, maar nog steeds te weinig.” “De eerste generatie van na de oorlog vond dat we voort moesten en hetzelfde gold voor de generatie daarna. Dat zijn later de beleidsmakers geworden, waardoor weinig met het verhaal van de Tweede Wereldoorlog gebeurde. Toen ik in de jaren vijftig op school zat, werd de oorlog gewoon genegeerd. Ik denk dat schaamte een rol speelde. Dit is het Europese land met naar verhouding het grootste aantal vermoorde Joden en dat is altijd weggedrukt.” Grishaver wijst erop dat Nederland, in verhouding met het aantal slachtoffers,

Kranslegging  Tijdens de Nationale Herdenking, op 4 mei bij het Nationaal Monument op de Dam in Amsterdam, worden kransen gelegd voor alle Nederlandse oorlogsslachtoffers sinds de Tweede Wereldoorlog. De eerste krans wordt gelegd door koning Willem-Alexander en koningin Máxima, ter nagedachtenis aan iedereen die is omgekomen. De volgende drie kransen zijn voor alle burgers die tijdens of direct na de Tweede Wereldoorlog in Europa zijn omgebracht of omgekomen. Daarna wordt een krans gelegd voor alle burgers die tijdens of direct na de Tweede Wereldoorlog zijn omgebracht of omgekomen in Azië. De krans hierna is voor militairen en koopvaardijpersoneel, omgekomen in dienst van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog, of daarna in oorlogssituaties en bij vredesoperaties. Ten slotte leggen de autoriteiten, onder wie de minister-president, nog vier kransen. Nationaal Comité 4 en 5 mei


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 125

helemaal niet zoveel verzetshelden had. Heel lang was het grote publiek daar niet bekend mee, zegt hij. “Gelukkig hebben de dertigers van nu veel meer belangstelling voor de oorlog. Zo verschijnen er veel meer boeken.” Dus je zou kunnen zeggen dat het verhaal van de Tweede Wereldoorlog weer is opgepakt door de derde generatie? “Ja. En ook denk ik dat mensen van de eerste en tweede generatie vaker met hun kinderen en kleinkinderen over de oorlog praten. Dat heeft de derde generatie aangewakkerd.”

125


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 126

126


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 127

Hans de Zwart

Hans de Zwart (1976, geboorteplaats wil hij om privacyredenen niet noemen) is sinds oktober 2013 directeur van burgerrechten­ organisatie Bits of Freedom, waar hij in 2011 startte als ­vrijwilliger — hij was toen onder meer gastspreker. De Zwart voltooide een onderwijsbachelor en studeerde filosofie (nog niet afgemaakt). Hij werkte als technologisch innovatie-expert bij Shell en had een bedrijf op het gebied van onderwijstechnologie. Ook was De Zwart docent bewegingsonderwijs in de Amsterdamse Bijlmer. Of hij een relatie heeft, wil hij om privacy­redenen niet zeggen.

127


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 128

“De Tweede Wereld­oorlog laat zien hoe belangrijk een privéleven is” 128

We verliezen steeds meer macht over onszelf, omdat we steeds meer privacy uit handen geven. Voor Hans de Zwart, directeur van de burgerbeweging voor digitale rechten Bits of Freedom, is dat glashelder. Het is waar vrijheid volgens hem over gaat. “Wanneer zeggen we stop? Een stukje van je leven dat niet publiek is, is denk ik een voorwaarde om echt vrij te kunnen zijn. Dat kunnen we leren van de Tweede Wereld­ oorlog.” Het valt volgens Hans de Zwart (1976) mee met het aantal beveiligingscamera’s bij hem in de buurt. “Maar het zou op termijn wel problematisch kunnen worden, als het er meer worden.” De Zwart woont in Amsterdam en zit aan de kop van zijn eettafel. In zijn woonkamer staan een paar flinke, goedgevulde boeken­ kasten. “Festivals mijd ik, ik lees liever een boek.” Voor 2015 was zijn doel om vijftig stuks te lezen, schreef hij op Twitter. Hij las veel filosofen: Bentham, Berlin, Foucault, Kant, Lock, De Montaigne, Rousseau en Sartre bijvoorbeeld — De Zwart studeerde filosofie (nog niet afgemaakt; hij wil weer beginnen). “Die denkers hebben mijn visie op vrijheid beïnvloed”, zegt hij desgevraagd. Het eerste contact voor dit interview verliep via e-mail; de berichten die De Zwart stuurde waren extra beveiligd. Hij gebruikt op zijn telefoon geen standaardbesturingssysteem, dat vertrouwt hij niet. Zijn smartphone ligt op tafel, daarnaast een vel papier. Op verzoek schrijft hij een paar woorden op die voor hem betekenis geven aan het thema vrijheid. Na amper een halve minuut staan de begrippen verantwoordelijkheid, democratie, gelijkheid en privéleven op papier. “Het woord verantwoordelijkheid kwam als


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 129

“Ik houd van de anonimiteit van de stad. Hier is het makkelijker dan in een dorp om echt een individu te zijn”

eerste bij mij op. Bij rechten horen ook altijd plichten, dus bij vrijheid hoort ook verantwoordelijkheid: verantwoordelijkheid nemen voor je gedrag.” Wat gelijk opvalt: het begrip privacy ontbreekt. De directeur van Bits of Freedom wijst naar het woord privéleven. “Privacy is een beetje een complex begrip, een containerbegrip. Het kan betekenen: ‘het op jezelf zijn’, of intimiteit, autonomie… Voor mij is het de kans om een privéleven te hebben: een stukje van je leven dat niet publiek is. Dat is denk ik een voorwaarde om echt vrij te kunnen zijn.” En wat is een niet-publiek leven? “Een leven waarin je kunt bepalen wat anderen wel of niet kunnen zien. Het betekent de ruimte hebben om intieme relaties met mensen aan te kunnen gaan in een privésfeer. Bijvoorbeeld met je therapeut, met een vriend, een vriendin, zonder dat de buitenwereld meekijkt. En het betekent de ruimte hebben om alleen te kunnen zijn. Ik houd dan ook heel erg

Bits of Freedom  Burgerrechtenbeweging Bits of Freedom zet zich in voor privacy en vrijheid van meningsuiting op internet, volgens de stichting onmisbare grondrechten voor ieders ontplooiing, technologische innovatie en de rechtsstaat. Bits of Freedom richt zich op drie activiteiten: (politieke) lobby, actievoeren en voorlichting over digitale bescherming. Zo werd met succes actiegevoerd voor wettelijke vastlegging van netneutraliteit, dat bepaalt dat internetaanbieders diensten of toepassingen van concurrenten niet mogen blokkeren of vertragen. Ook organiseert Bits of Freedom jaarlijks de Big Brother Awards, een prijs voor ‘de grootste privacy­schenders van het jaar’. De organisatie heeft ruim drieduizend donateurs. Bits of Freedom

129


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 130

“Voor Auschwitz-overlevende Primo Levi was alleen kunnen zijn belangrijker dan voedsel”

130

van de anonimiteit van de stad. Hier is het makkelijker dan in een dorp om echt een individu te zijn. Zo kun je het vermogen ervaren om je eigen koers te varen, beslissingen te nemen zonder steeds rekening te moeten houden met anderen. Dat is vrijheid! Echt je eigen wereld scheppen, je tot de wereld verhouden op een manier die jij verkiest.” Primo Levi Sinds eind 2013 is Hans de Zwart directeur van Bits of Freedom. Hij gaf hiervoor zijn functie bij Shell op, waar hij werkte als technologisch innovatie-expert. Op zijn weblog schreef hij destijds: “Ik was eigenlijk helemaal niet van plan om weg te gaan bij Shell, maar deze kans kon ik niet laten lopen.” Het was een passionele keuze: “Het is mij te doen om vrijheid. De strijd om privacy is de strijd om het behoud van vrijheden. Die link is voor mij supermakkelijk te leggen, maar ik merk dat ik het voor heel veel andere mensen explicieter moet maken.” “Ik gebruik vaak het voorbeeld van Primo Levi, slachtoffer van de Tweede Wereldoorlog, overlever van concentratiekamp Auschwitz. Hij schrijft in Is dit een mens dat solitude (alleen zijn — red.) in het kamp voor hem kostbaarder was dan voedsel. Omdat je in het kamp compleet werd blootgesteld aan de bewaarders en medekampgenoten, had je geen gelegenheid tot privéleven. Hij schreef dat je iemand zo psychologisch stuk kunt maken. Dat kan ik mij heel goed voorstellen. Wat is de waarde van het leven als je continu onderdeel bent van een surveillanceapparaat?” Behalve van Levi kunnen we volgens De Zwart leren van de gevolgen van de opslag van persoonlijke gegevens in het bevolkings-


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 131

register. Tijdens de Tweede Wereldoorlog kon de bezetter dankzij dat register precies te weten komen waar de Joden woonden. Op 27 maart 1943 pleegde een verzetsgroep een aanslag op het Amsterdamse register, om de Duitsers tegen te werken. “Voor mij is de opslag van persoonsgegevens toen een makkelijk te leggen parallel met de bewaarplicht van nu.”

Bevolkingsregister  De deportatie van de ruim 100.000 Joden uit Nederland werd volgens historici vergemakkelijkt door de bevolkingsregisters. Niet alleen werden van alle inwoners in die tijd gegevens zoals naam en woonadres opgeslagen, ook werd vastgelegd wie Joods was. Soms kwam de informatie in handen van collaborerende politieagenten, zoals in Amsterdam. Daar werd gebruikgemaakt van een stadskaart waarop met stippen werd aangegeven waar Joden woonden. Iedere stip stond voor tien mensen. Onder leiding van de collaborerende hoofdcommissaris kon de Amsterdamse politie zo duizenden Joden uit hun huis halen. Het verzet probeerde op veel plekken de Duitsers tegen te werken door bevolkingsregisters te plunderen. Dit gebeurde bijvoorbeeld in Edam, Monnickendam, Purmerend, Raalte, Schalkwijk, Soest en Wageningen. In 1943 pleegde het verzet een aanslag op het bevolkingsregister in Amsterdam. Guus Meershoek — Dienaren van het gezag. De Amsterdamse politie tijdens de bezetting (1999), Hans Blom — De vervolging van de joden in Nederland in internationaal vergelijkend perspectief. De Gids (1987), Loe de Jong — Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog. Deel 4 (1972), Peter Tammes — Het belang van jodenregistratie voor de vernietiging van joden tijdens de Tweede Wereldoorlog. Tijdschrift voor Sociale en Economische Geschiedenis (2009), Pim Griffioen en Ron Zeller — Vergelijking van Jodenvervolging in Frankrijk, België en Nederland, 1940-1945 (2008)

Bewaarplicht  Naar aanleiding van de terroristische aanslagen in Londen (2005) en Madrid (2004) voerde Nederland in 2009 de bewaarplicht in. Die regelde dat providers gegevens van klanten moesten bewaren: telefoongegevens een jaar, internetgegevens een halfjaar. Het betrof metadata: informatie over wie met wie belt (telefoonnummers), wanneer en vanaf welke locatie. En in het geval van internet werden onder meer IP-adressen (computernummers) en e-mailadressen opgeslagen. In maart 2015 zette de rechter een streep door de bewaarplicht in Nederland, omdat die in strijd zou zijn met de privacy. In oktober 2015 kondigde minister Ard van der Steur (VVD) van Veiligheid en Justitie aan met een wetsvoorstel te komen om de bewaarplicht opnieuw in te voeren. NOS

131


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 132

De Amerikaanse klokkenluider Edward Snowden heeft de wereld laten zien dat we ook nu niet vrij zijn, stelt De Zwart. Maar van massaal protest is volgens hem geen sprake: “Ik heb steeds meer het gevoel dat we als kikkers zijn in water dat langzaam richting kookpunt gaat. Dat we er niet uitspringen, omdat het heel geleidelijk warmer wordt. We accepteren steeds meer inperkingen van onze vrijheden zonder dat we terugvechten. Wanneer zeggen we stop?”

132

Klauwen van Google Volgens Hans de Zwart komt privacyschending grofweg van twee kanten: de overheid en het bedrijfsleven. Zo is volgens hem sprake van ‘mediatie door technologie’. Hij legt uit en kiest zijn woorden zorgvuldig. “We zijn tegenwoordig superafhankelijk van technologie die door slechts een paar grote partijen wordt gerund. Onze sociale interacties worden gemedieerd door bijvoorbeeld Facebook, WhatsApp en Gmail; onze economische interacties door PayPal en Marktplaats; onze culturele interacties door bijvoorbeeld YouTube, Netflix en Spotify. Door die derde partij verlies je als gebruiker de controle: je geeft heel persoonlijke informatie weg, die continu wordt verzameld en geanalyseerd.

Edward Snowden  Vanaf juni 2013 maakte de wereld kennis met wereldwijde afluisterpraktijken van onder meer de National Security Agency (NSA), een van Amerika’s geheime diensten. Met dank aan onthullingen van klokkenluider Edward Snowden (1983). Hij deelde zijn bevindingen met de media en zo werd bekend dat de NSA telefoongegevens verzamelde van miljoenen Amerikanen en prominente buitenlandse leiders afluisterde. De Amerikaanse president Barack Obama moest zich verdedigen en hetzelfde gold voor de Nederlandse minister Ronald Plasterk van Binnenlandse Zaken (PvdA), toen bleek dat de Nederlandse inlichtingendiensten telefoongegevens van eigen burgers hadden gedeeld met de NSA. Ook bracht Snowden via de media naar buiten dat de Britten wereldwijd internetverkeer aftapten en persoonlijke informatie over gebruikers deelden met de NSA. De Amerikanen vaardigden een arrestatiebevel uit voor Snowden, maar Rusland verleende hem asiel. In november 2015 werden de bevoegdheden van de NSA ingeperkt; de dienst zou gestopt zijn met het massaal verzamelen van gegevens. In de documentaire Citizenfour wordt Snowden gevolgd in de periode rond zijn eerste onthullingen. De Standaard, De Volkskrant, NRC Handelsblad


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 133

“We zijn in een permanente strijd verwikkeld met de marketing van het bedrijfsleven. Je wordt puur als consument gedefinieerd”

Daardoor kunnen patronen worden gemaakt en weet die derde partij eigenlijk meer over jou dan jij over jezelf. Voor vrijheid heb je controle nodig, macht over jezelf. En die macht geven we langzaam uit handen.” Maar wat is nou het gevaar? “Dat je gereduceerd wordt tot een consumentenprofiel: een hoop gegevens, een commodity (handelsartikel — red.) dat uitwisselbaar is, kan worden verkocht. Partijen gebruiken jouw gegevens om gepersonaliseerde advertenties jouw kant op te sturen. En dan zullen mensen zeggen: ‘Het is toch fijn om advertenties te krijgen waar ik wat aan heb?’ Maar niemand maakt een profiel van jou om ervoor te zorgen dat jij minder geld uitgeeft. Dat is natuurlijk een totale desillusie.” Maar is het niet je eigen keuze hoe je met geld omgaat? “Natuurlijk, maar we zijn in een permanente strijd verwikkeld met de marketing van het bedrijfsleven. Je wordt puur als consument gedefinieerd.” Google is hiervan volgens De Zwart een van de beste voorbeelden. “Het is bijna onmogelijk om informatie over jouw gedrag uit de klauwen van Google te houden. Ontzettend veel wordt vastgelegd.” Dat gebeurt volgens de privacyvoorvechter niet alleen via de bekende zoekmachine, maar ook via Gmail, besturingssysteem Android voor de mobiele telefoon, internetbrowser Chrome en Google Analytics, een systeem dat websites gebruiken om bezoekersstatistieken te verzamelen. “Een ander risico is dat die derde partijen heel centraliserend werken. Nu al zou Google waarschijnlijk de uitslag van de Amerikaanse presidentsverkiezingen kunnen bepalen, door vrij gemakkelijk in de zoekalgoritmen dingen te veranderen waardoor bepaald

133


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 134

nieuws bovenaan staat. En kijk naar hoe Facebook censureert. Daar kun je niets aan doen, want als je op Facebook zit, heb je je aan de terms and services van Facebook te houden. In een wereld waarin Facebook tachtig procent van de online-interactie in handen heeft, vind ik dat best wel zorgelijk. Dus data zijn niet neutraal en wie data heeft, heeft macht.”

134

Montessori Lyceum Hans de Zwart heeft een duidelijke visie op vrijheid. Hoe is die ontstaan? Als eerste factor noemt hij: vrije software. “Ik ben gefascineerd door technologie en kwam zo in aanraking met free software. Dat zijn computerprogramma’s die veel vrijheid geven: je mag ze aan je buurman of buurvrouw geven, je mag ze aanpassen… Richard Stallman heeft het bedacht en er veel over geschreven; die man heeft veel invloed op mij gehad. Ik ontdekte al heel snel hoe dit soort software een katalysator kan zijn voor samenwerking in losse verbanden en hoe mooi dat is. Ik merk aan mezelf dat ik mij vrijer voel als ik vrije technologie gebruik.” Daarnaast hebben zijn ouders zijn kijk op vrijheid beïnvloed: “Van hen heb ik zeker een moreel kader meegekregen. Dat is lastig om uit te leggen, want het is niet heel expliciet. Het was niet dat we bijvoorbeeld thuis dachten: laten we het nu eens over vrijheid van meningsuiting hebben. Mijn ouders zijn best politiek: zo was stemrecht bijzonder belangrijk voor ze. Daardoor kreeg ik mee dat vrijheid van meningsuiting belangrijk is. Er werd niet expliciet over gepraat, maar het komt terug in de manier waarop over situaties

Richard Stallman “My work on free software is motivated by an idealistic goal: spreading freedom and cooperation.” Aldus Richard Stallman (1953), computerprogrammeur en activist op het gebied van vrije software: computerprogramma’s die door alle gebruikers mogen worden aangepast en verspreid. Stallman is oprichter van de Free Software Foundation, een non-profitorganisatie die zich via onder meer sponsoring inzet voor onafhankelijke software. Hij stelt dat dit soort software noodzakelijk is om een vrije samenleving te behouden. De samenleving wordt steeds afhankelijker van computers en daarom moeten we volgens hem controle kunnen houden over de technologie die we gebruiken. The Free Software Foundation, Wikiquote


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 135

“Nu al zou Google waarschijnlijk de uitslag van de Amerikaanse presidentsverkiezingen kunnen bepalen”

werd gesproken. Daar zat een soort moral judgement (moreel oordeel — red.) in.” De Zwart volgde onderwijs op het Amsterdamse Montessori Lyceum. “Dat is natuurlijk een school die leerlingen verantwoordelijkheid en vrijheid geeft. Dus dat was een school waar heel veel kon. Als ik naar een reguliere school was gegaan, zou ik misschien wel anders over vrijheid hebben gedacht. Zo geef ik niet zoveel om autoriteit en dat heb ik vermoedelijk voor een groot deel te danken aan het Montessori. Je noemde iedereen bij de voornaam en het feit dat je een leerling was, betekende niet per se dat de docent gelijk had.” Ook de verhalen die De Zwart over de Tweede Wereldoorlog heeft meegekregen, hebben zijn denken over vrijheid gevormd, vermoedt hij. “Ik heb heel veel getuigenisliteratuur gelezen: Primo Levi, Anne Frank… En mijn opa was actief in de oorlog, hij had een rol binnen het verzet, is het verhaal. Hoe het precies zit weet ik niet, maar ik heb bij hem thuis ooit wel een ploertendoder van een Duitser gevonden. Dus er is wel een keer iets gebeurd.” De directeur van Bits of Freedom kan niet zeggen wat hem het meest heeft beïnvloed. “Je denken en handelen komt voort uit waarden en kennis en dat is een construct in permanente ontwikkeling, dus ik vind het heel lastig om te zeggen: ‘Deze denker dacht dit en dat is waarom ik nu zo denk.’ Zo is het gewoon niet. Alles wat ik meemaak heeft invloed op hoe ik de wereld beschouw.” De Zwart heeft ook geen idee in hoeverre hij zijn vrijheidsopvattingen deelt met generatiegenoten. “Ik ben niet iemand die denkt in generaties en ik heb dus ook niet het gevoel dat ik tot een generatie behoor. Omdat ik niet zo’n hokjesdenker ben — dat heeft ook weer

135


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 136

“Privacybeperkende maatregelen zijn aantastingen van de democratische rechtsstaat. Het is heel fundamenteel: zonder privéleven kun je niet in een democratie leven”

136

te maken met het belang dat ik hecht aan individualisering misschien.” En verdeel je mensen over generaties, dan gooi je dingen weg: “Ik denk dat dat reductionaire een hoge mate van kunstmatigheid heeft.” Adaptief Democratie, ook dat begrip schreef Hans de Zwart op en ook dit heeft voor hem alles met privacy te maken: “Privacybeperkende maatregelen zijn aantastingen van de democratische rechtsstaat. Het is heel fundamenteel: zonder privéleven kun je niet in een democratie leven. Dan heeft het woord democratie geen enkele betekenis.” Maar als je nou niets te verbergen hebt? “Als we het hebben over privacy, dan gaat het niet alleen over jóúw situatie. Het gaat vooral om mensen in de marge, zoals activisten, asielzoekers en mensen die bij het UWV staan ingeschreven. In een samenleving waarin geen privéleven mogelijk is, zijn vooral zij kwetsbaar.” De Zwart begint opnieuw over de Tweede Wereldoorlog: “Dat was een van de meest extreme situaties van de vorige eeuw en extreme situaties maken het belang van fundamentele waarden en rechten een stuk helderder. Dus we hebben Primo Levi nodig om ons uit te leggen hoe belangrijk een privéleven is. Dat hebben wij niet door, want we hebben het nog redelijk goed. Een vermindering van vrijheid voel je heel slecht; we zijn heel adaptief in ons gedrag.” In een lezing zei hij eerder: “Jarenlang heb ik mij als docent laten leiden door de schoolbel. De bel bepaalde hoe laat ik op kon staan en gaf aan wanneer ik kon gaan lunchen. Ik heb er al die jaren nooit last van gehad. Pas toen ik een andere baan kreeg, merkte ik opeens


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 137

hoeveel invloed die schoolbel op mijn leven had en wat ik daarvoor had ingeleverd.” Verzetsheld Op 5 mei 2014 gaf Hans de Zwart de eerste Godwin-lezing, in het Verzetsmuseum in Amsterdam, over de link tussen het bevolkingsregister en huidige privacyschending. “Godwin is een Amerikaanse advocaat en naamgever van de wet die stelt dat naarmate een onlinediscussie langer doorgaat, de kans steeds groter wordt dat iemand de vergelijking maakt met Hitler of de nazi’s. Een ‘godwinnetje’ is een taboe, maar het is volgens mij soms juist slim om na te denken over wat er toen is gebeurd en wat we daarvan kunnen leren.” “De les uit het bevolkingsregister is dat data die voor een bepaald doel worden verzameld, weleens voor iets heel anders kunnen worden gebruikt. Punt. Het verhaal van de Tweede Wereldoorlog is een superextreem voorbeeld, dat mensen die het privacyprobleem niet onderkennen laat zien wat de risico’s zijn. Als je vrijheid en democratie belangrijk vindt, is het niet verstandig om zo veel mogelijk gegevens van zo veel mogelijk mensen op te slaan. Door het huidige ‘veiligheidsdenken’ bestaat het idee dat we gegevens van burgers op elk moment onder handbereik moeten hebben, om zo terroristen en kindermisbruikers aan te kunnen pakken. Ik zou juist willen beargumenteren dat dataverzameling op langere termijn onveilig is. Een reëel gevolg is dat er een scheve verhouding ontstaat tussen jou als individu en de partij die al die data heeft, een situatie waarin je weinig te zeggen hebt over wat er met die gegevens gebeurt.” Sommigen zullen misschien zeggen: “Het verhaal van de Tweede Wereldoorlog moet je hier niet voor gebruiken, niets is met de oorlog te vergelijken.” De Zwart: “Maar dan kun je het nergens voor gebruiken, ja, alleen om te waarschuwen dat het niet nog een keer moet gebeuren. Het is niet zo dat de wereld bestaat uit wel of niet in oorlog zijn. Oorlog is niet een binair iets: op allerlei niveaus spelen processen die in de oorlog ook speelden. Ik zou het zonde vinden als je de lessen die er toen geleerd zijn, niet zou gebruiken voor de huidige situatie. Dat zijn niet alleen lessen die gaan over ‘we willen geen dictator die een hele bevolkingsgroep vergast’, dat

137


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 138

“Het verhaal van de Tweede Wereldoorlog an sich heeft geen waarde”

138

zijn ook lessen over wat democratie betekent, hoeveel vrijheid je waard is, wat belangrijke waarden zijn om in de samenleving na te streven. Het verhaal van de Tweede Wereldoorlog an sich heeft geen waarde, ja, het heeft betekenis voor de mensen die het meegemaakt hebben. Verder heeft de oorlog alleen betekenis als je het vertaalt naar het heden.” De directeur van Bits of Freedom vergeleek Edward Snowden in zijn Godwin-lezing met Gerrit van der Veen, een van de leiders van de aanslag op het bevolkingsregister. De moed en persoonlijke opoffering zijn zeker te vergelijken; ook Snowden is een verzetsheld, sprak de privacyvoorvechter destijds. Hoop Bits of Freedom grijpt Bevrijdingsdag aan om aandacht te vragen voor privacyschending. De organisatie is actief op het Bevrijdingsfestival in Amsterdam, in het verleden onder meer met een Bits of Freedom-checkpoint. Hans de Zwart: “Dat betekende dat bezoekers hun telefoon bij ons konden opladen en gratis wifi konden gebruiken. Maar als je op ons internet wilde, moest je wel voorwaarden accepteren. En als je die voorwaarden accepteerde, kreeg je nog meer voorwaarden, en nog meer, steeds absurder… Net zolang tot je op ‘Ik accepteer niet’ drukte. En dan werd je gefeliciteerd, kwam je in onze agenda terecht en mocht je online. Ik denk dat het belangrijk is om in het 5 mei-programma op allerlei manieren ruimte te maken voor mensen die over dit soort issues nadenken.” Dus 5 mei gaat wat De Zwart betreft niet alleen over de bevrijding in 1945? “Nee. Anders zouden we dus allemaal vrij zijn, omdat er geen buitenlandse bezetter is. En dan gaan we dat elk jaar vieren? Bevrijding kan zelfs iets zijn op een supertriviaal niveau: het


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 139

moment waarop ik de standaard geïnstalleerde troep van mijn telefoon gooide en er een besturingssysteem op zette waar ik gewoon mee kan doen wat ik wil, ook dat is bevrijding.” Gezien vanuit het perspectief van Bits of Freedom, zou 4 mei dan misschien ook een dag kunnen zijn om aandacht te vragen voor privacyschending? “Ik vind 5 mei passender, omdat die dag uitgaat van hoop, van vooruitgang.” Dit interview valt onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding-NietCommercieel-GelijkDelen 4.0 Internationaal. 139


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 140

140


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 141

Mient Jan Faber

Mient Jan Faber (Coevorden, 1940), wiskundige, was vanaf 1974 algemeen secretaris van het Interkerkelijk Vredesberaad (IKV). Door de landelijke campagne tegen kernwapens werd hij het boegbeeld van de vredesorganisatie. In de jaren tachtig was hij een van de leiders van de internationale vredesbeweging. In 2003 trad Faber terug bij het IKV en bezette hij van 2003 tot 2010 de bijzondere leerstoel Citizens Involvement in War Situations aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Hij schreef meerdere boeken, onder andere over de Koude Oorlog en de val van Srebrenica. Hij is getrouwd en heeft twee dochters.

141


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 142

“Ervaren van onvrijheid is voor mij de sleutel”

142

Mient Jan Faber, opgegroeid in een familie die getekend was door de Tweede Wereldoorlog, bracht als voorman van het Interkerkelijk Vredesberaad een half miljoen mensen op de been om te demonstreren tegen kernwapens. In Oost-Europa steunde hij het verzet tegen het communisme en speelde hij een kat-en-muisspel met de geheime diensten. “Laat zien dat je verbonden bent met mensen in onvrijheid.” In een etablissement aan het Plein, in het centrum van Den Haag, bestelt Mient Jan Faber (1940) warme chocolademelk. Het is een symbolische locatie: in de nabijheid van het hart van de Nederlandse politiek, met onder andere het gebouw van de Tweede Kamer en het ministerie van Defensie op steenworp afstand. In de jaren tachtig wist Faber vanuit het Interkerkelijk Vredesberaad (IKV, nu vredesorganisatie PAX) een half miljoen mensen te mobiliseren tegen het plaatsen van kernwapens op Nederlands grondgebied. In februari 2014 wekte een interview met de voormalige voorman van het IKV grote verbazing, omdat hij daarin een kern­ wapenvrije wereld “flauwekul” en “allemaal romantiek” noemde.

PAX  Vrede, wie durft? Dat is de slogan van vredesbeweging PAX, een samenwerking tussen het Interkerkelijk Vredesberaad (IKV) en Pax Christi. De christelijke organisatie zet zich in voor vrede, door bijvoorbeeld vredesactivisten in conflictgebieden te ondersteunen, campagnes te organiseren en betrokken burgers te verenigen. PAX voert onder meer actie tegen kernwapens en organiseert elk jaar in september de Vredesweek. PAX


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 143

Hij is nu van mening dat kernwapens een garantie zijn voor de wereldvrede, omdat die een stabiliserende functie hebben sinds het einde van de Koude Oorlog, zei hij in maandblad Kerk in Den Haag. Later voegt hij toe dat deze opmerkingen “gekscherend” waren bedoeld. Op de vraag wat vrijheid voor hem betekent, gaat Faber direct terug naar de Tweede Wereldoorlog: “Ik ben van 1940. Ik herinner me de oorlog. Het was oktober 1944, ik was bijna vier jaar en woonde in Coevorden. Ik ging met mijn zusje van een jaar ouder de slaapkamer van mijn ouders binnen. Mijn moeder zat rechtop in bed — ik zie dat voor me. En ze zei tegen mijn vader: ‘Wiebe, we moeten vandaag weg, anders is het te laat.’ En diezelfde dag, diezelfde middag — ook dat zie ik nog voor me — lopen we, mijn moeder, mijn zusje, broertje, de baby in de kinderwagen en ik, door de landerijen en weilanden op zoek naar onderdak.” “Mijn vader was commies (ambtenaar — red.) op het gemeentehuis. Hij was een gereformeerde, antirevolutionaire broeder. Actief in alle verenigingen die je je maar kunt voorstellen. Een notabele. Hij hield zich tijdens de oorlog bezig met de distributie van voedselbonnen. Dan was het de kunst om te zorgen dat die bonnen terechtkwamen waar ze nodig waren: bij mensen die ze niet zouden krijgen omdat ze in het verzet zaten. Mijn vader had contact met verzetsgroepen en werkte daarin samen met de burgemeester.” “En we hadden Joden in huis. Dat was heel ongewoon in Coevorden. In 1942 is Coevorden namelijk geruimd van Joden, zal ik maar zeggen, en slechts een aantal heeft het overleefd. Ik herinner me dat

ARP  In 1879 werd de Anti-Revolutionaire Partij (ARP) opgericht, door de gereformeerde theoloog Abraham Kuyper. Hij stichtte ook de Vrije Universiteit Amsterdam en had een hoofdrol in de oprichting van de gereformeerde kerk. Antirevolutionairen keerden zich tegen de ideeën van de Franse Revolutie. Ze vonden dat de overheid niet aan het volk, maar aan God haar gezag ontleende. De ARP was de eerste nationale politieke partij en van 1918 tot 1959 de derde partij van Nederland. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was ARP-politicus Pieter Gerbrandy ‘oorlogspremier’ van drie kabinetten, die hij leidde vanuit Londen. In 1980 ging de ARP met KVP en CHU op in het CDA. Parlementair Documentatie Centrum

143


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 144

144

ik als driejarig kind op de eerste verdieping van ons huis liep en er een deur openging. Er kwam een man naar buiten. Die verbleekte toen hij mij zag en trok zich heel snel terug. Vervolgens kwam mijn moeder de trap op en ze ziet mij daar staan. Ik wijs naar die deur en het enige wat ik weet, is dat ze tegen mij zei: ‘Jij hebt niets gezien, jij hebt niets gezien. Dus hou je mond.’ Ik had vanaf dat moment niets gezien en hield mijn mond. Mijn moeder had het er zo ingestampt dat ik niets gezien had. Pas jaren later kwam dit weer terug. Maar pas vele jaren na de oorlog.” “Mijn moeder had dondersgoed door wat er gebeurde. Op die bewuste ochtend in oktober 1944 dwong zij mijn vader om met het hele gezin uit Coevorden weg te gaan. Op diezelfde dag zou namelijk een NSB’er burgemeester van de stad worden. Er zou dan ongetwijfeld een zuivering plaatsvinden. We zijn bij boeren terechtgekomen in de buurt van Coevorden. En uiteindelijk bij de zus van mijn moeder in Zuidlaren. Dat heeft nogal wat indruk op mij gemaakt. Zo nu en dan vielen de Duitsers binnen, op zoek naar mijn vader. En ze zochten mijn oom, die ook in een verzetsgroep zat in het noorden. Mijn vader is ongetwijfeld nog vele malen in Coevorden terug geweest, want van die winter in Zuidlaren kan ik me niet herinneren dat hij er veel was. Mijn vader ging er blijkbaar toch op uit om van alles te doen. Mijn oom kan ik me veel beter herinneren.” “Ook herinner ik me dat de Duitsers mijn moeder verhoorden. En dan moet je je een kamer voorstellen met langs de muren Duitse militairen met geweren over hun schouder. En daar middenin staat mijn moeder, met mij aan de hand. Een of andere commandant schreeuwt tegen mij. En mijn moeder zegt niets. Ik heb achteraf aan haar gevraagd: ‘Heb ik dat gefantaseerd?’ En toen zei ze: ‘Nee, dat was zo.’ Ze praatte nooit over de oorlog. Ik vroeg: ‘Waarom was ik er dan bij?’ Ze zei: ‘Ik had bescherming nodig. En ik dacht: als ik mijn zoontje meeneem, dan raken ze mij niet aan. Wat ze dus niet deden.’ Het was enorm spannend, die dag, in dat huis. Op een gegeven moment kwam mijn oom binnen, de man van de zus van mijn moeder. En die zei tegen de Duitsers: ‘Ik denk dat jullie mij moeten hebben.’ Die nam dus de plaats in van mijn vader. Ze hebben hem meegenomen en hij is nooit meer teruggekomen. Hij kwam ergens in Duitsland terecht en werd ter dood veroordeeld. Mijn vader


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 145

“Mijn oom nam de plaats in van mijn vader. De Duitsers namen hem mee en hij is nooit meer teruggekomen”

heeft de oorlog wel overleefd. De spanning die dit tussen die twee families heeft gegeven, en de kinderen daarvan, is er vandaag de dag nog.” Dubbel Het lijkt alsof het verhaal van de oorlog Mient Jan Faber diep raakt. Hij haalt zijn herinneringen achter elkaar op en maakt er een doorlopend verhaal van. “Mijn tante is na de oorlog altijd met ons op vakantie geweest, tot diep in de jaren vijftig. Maar er werd nooit over haar man, mijn oom, gepraat. Dat was totaal onmogelijk. Dat heeft te maken met wat er is gebeurd. Dan gaat het om de verhouding tussen die twee gezinnen: dat de een de prijs betaalt voor de ander. Oorlog laat trauma’s na, soms heel langdurig en soms heel verschrikkelijk. En zelfs hele kleine kinderen — want ik was vier, vijf jaar — houden iets over aan die oorlog. Vooral het zwijgen was heel nadrukkelijk aanwezig. Wij zijn niet opgevoed met de oorlog. De eerste keer dat we echt over de oorlog hebben zitten praten, was tijdens de Cubacrisis in 1962. We zaten allemaal om de radio, te wachten wat er zou gebeuren. Met heel gespannen gezichten: o mijn God, gaat dit mis? Het was allemaal heel spannend. Het gevoel was: er komt oorlog tussen Oost en West.” “Mijn zusje en ik zeiden na de oorlog tegen elkaar: ‘Weet jij nog…?’ Ik ben dingen gaan vragen en aangezien mijn zusje een jaar ouder was, herinnert ze zich dingen soms beter dan ik. Maar dat is ook pas van de laatste jaren hoor. Het heeft heel lang geduurd. Toen ik door oorlogsgebieden ging reizen en verhalen van mensen hoorde en dingen meemaakte, werden mijn eigen ervaringen, ook al was ik in de oorlog nog een kind, veel en veel helderder. Daarom heb ik

145


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 146

“Toen ik door oorlogsgebieden ging reizen en verhalen van mensen hoorde en dingen meemaakte, werden mijn eigen ervaringen, ook al was ik in de oorlog nog een kind, veel en veel helderder”

146

nu de behoefte om er met mijn zus over te praten. Ik proef hetzelfde bij haar. Maar het duurt een generatie voordat het gesprek over de ­oorlog echt op gang komt. Het verhaal van de oorlog is dus niet door de ene generatie overgedragen aan de andere, maar is wat ons betreft ergens bij ons, de kinderen van toen, blijven hangen.” Is er sprake van een breuk in overdracht tussen ouders en kinderen wat betreft de Tweede Wereldoorlog en de impact daarvan? “Mijn ouders hebben dit soort dingen bewust voor hun kinderen verborgen gehouden. Misschien is dat heel verstandig, maar het is ook heel jammer. Het is verstandig omdat je je kinderen niet moet belasten. Kinderen krijgen misschien nachtmerries of wat dan ook. Je weet niet hoeveel ze aankunnen. Het is dan beter om de bladzijde om te slaan. Kijk, als de een de prijs betaalt voor de ander, in ons geval mijn oom… dan is het niet meer bespreekbaar. Dat kun je niet aan kinderen uitleggen. Wat moeten die kinderen ermee? Dat is niet hanteerbaar. En dus bleef het verborgen. Je wist het, maar je wist het ook niet.” Is het mogelijk om de breuk in de overdracht van oorlogsherinneringen tussen de eerste en de tweede generatie te herstellen? Met andere woorden, kan het zwijgen over de oorlog worden omgezet in spreken? Daar is tijd voor nodig, meent Faber: “Kinderen kunnen zo nu en dan iets vragen, maar dat duurt heel lang. Dus je bent al een puber wanneer je denkt dat je toch iets aan je vader of moeder moet vragen. Ik was zo’n vijftien, zestien jaar en zat op de middelbare school. Ik heb dat soort vragen vooral aan mijn moeder gesteld. Mijn vader zou er nooit over praten. Ook al vroeg ik weleens wat, ik merkte dat het boek gesloten was. En dat er ook geen behoefte was om het verhaal op het volgende geslacht, op ons als kinderen, over


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 147

te dragen. Als je echt het een en ander hebt meegemaakt, dan zwijg je. Daar belast je je kinderen niet mee. Ik heb dus een aantal beelden van de oorlog overgehouden, ik heb iets begrepen van de moeilijkheid met de familie. Ik heb door de jaren heen geprobeerd direct of indirect iets van mijn ouders los te krijgen. Maar dat is nooit gelukt. Aan de ene kant is dat jammer, maar aan de andere kant ook goed. Het is heel dubbel. Sommige beelden houd je vast, sommige beelden raak je kwijt. Het beeld van mijn moeder met mij aan de hand met de schreeuwende Duitser in de kamer is in me vastgezet. Is dat traumatisch? Ik lig er niet wakker van en ik heb dat gelukkig ook nooit gedaan.” “Ik heb mijn herinneringen aan de Tweede Wereldoorlog doorgegeven aan mijn twee dochters. Maar ik moest daar wel de momenten voor uitkiezen om de doodeenvoudige reden dat ze hun eigen leven leiden. Daarin past een aantal dingen moeilijker dan andere. Mijn dochters zijn eind jaren zestig, begin jaren zeventig geboren — een compleet andere generatie met een heel ander soort geschiedenis. Mijn dochters hebben minder met het onderwerp oorlog. Ze komen niet bij me zitten van: ‘Pa, vertel eens even, hoe zat dat nou?’ Ze zullen ongetwijfeld mijn boeken lezen, maar met een heel eigen blik. Ze zijn natuurlijk opgegroeid in een totaal andere periode: de bergen reikten tot in de hemel.” Spanningsvelden De invloed van de oorlog op Mient Jan Faber en zijn familie is onmiskenbaar: “Op emotioneel vlak betekent dit dat je heel erg geïnteresseerd raakt in wat er tijdens de oorlog is gebeurd. Dat je alles wat over de oorlog verschijnt, verslindt. Ik ben ook niet voor niets bij de vredesbeweging gegaan.” In zijn persoonlijke leven was en is de oorlog prominent aanwezig, maar in zijn professionele leven was dit aanvankelijk niet het geval: “Ik ben wiskundige en was als promovendus bezig met de oneindig dimensionale ruimte. Verder van de werkelijkheid kun je je niet begeven en dat is juist het aardige van de wiskunde: dat je kunt veralgemeniseren en van daaruit terug kunt redeneren naar de driedimensionale werkelijkheid waarin wij leven. Ik vond het enig om me met wiskunde bezig te houden… En toch, in de jaren zestig deed ik in mijn vrije tijd veel voor groepen die zich bezighielden met ontwikkelings­

147


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 148

“Ik was een lifeline voor mensen die onderdrukt werden”

148

samenwerking en vrede. In 1974 ben ik bij het IKV begonnen en ik ben nooit meer naar de wiskunde teruggekeerd. Wellicht omdat ik in een ­oorlogssituatie geboren ben. Ik was in spanningsvelden geïnteresseerd en dus kwam ik via het IKV in andere spanningsvelden terecht.” “Ontwikkelingssamenwerking in de derde wereld was in die tijd een belangrijk thema. Maar Europa is toch je continent. Daarom wilde ik met het IKV naar Oost-Europa, dat tijdens de Koude Oorlog achter het IJzeren Gordijn lag. Ik vond dat de vrijheidsstrijd van mensen in Oost-Europa meer aansloot bij het werk van de vredesbeweging dan de problematiek in de derde wereld. Ik vroeg mij af of daar een rol voor het Westen lag en of het IKV die rol kon vervullen.” “Ik heb toen jarenlang door oorlogsgebieden gereisd. Je ontdekt dat wanneer ergens een bom ontploft en je je een ongeluk schrikt, de wereld een paar minuten later gewoon weer doordraait. Ik ging praten met onderdrukte mensen in Tsjecho-Slowakije. Je neemt risico’s, je wordt dagenlang gevolgd door de geheime dienst, die wil weten waar je naartoe gaat. Je krijgt een bepaalde reputatie en ze pakken je op en gooien je het land uit. Voor mij was het een avontuur, want ze maakten me niet af, dat doe je niet meer in deze tijd.” “De Oost-Europeanen werden mijn vrienden. De Koude Oorlog was echt oorlog. Veel Oost-Europeanen zaten in het verzet en ik sloot me daarbij aan. Ik was een lifeline voor mensen die onderdrukt werden: voor kritische mensen die het communistische systeem niet aanhingen, was het onmogelijk om contact te onderhouden met mensen uit West-Europa. En dus zocht ik ze op en kon ik ze hulp bieden.”


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 149

“Mijn ervaringen in Oost-Europa hebben mijn beeld van vrijheid mede bepaald. Je moet vrijheid en onvrijheid zelf ontdekken en ondervinden. Je leert gaandeweg. Je kunt over lifelines praten, maar niet voordat je zelf hebt ervaren wat onvrijheid is. Het zelf ervaren is voor mij de sleutel. Laat zien dat je verbonden bent met mensen in onvrijheid, waar oorlog is, die onderdrukt worden.” Voor de toehoorder is het niet zo’n grote stap om een mogelijke parallel te zien tussen de vader van Faber, die zich in de oorlog aansloot bij het verzet, en Faber zelf, die zich (in zijn eigen woorden) eveneens aansloot bij het verzet, maar dan tegen communistische machthebbers in Oost-Europa. Zelf relativeert hij die parallel: “Nou ja, dat zou je zo kunnen zien. Maar ik moet erbij zeggen: het was voor mij een spel. Ik had een buitenlands paspoort. Het ergste wat me kon overkomen was dat ze me het land uit gooiden. Ik wist dat als iemand van de geheime politie mij aanhield, die niet zoveel kon doen. Hij moest zich aan een aantal regels houden. In die zin was het verzetswerk van mijn vader veel riskanter. Daar stond de doodstraf op. Voor mij waren de risico’s gering. Althans, zo heb ik het beleefd.” Al doet Faber luchthartig over zijn betrokkenheid bij de strijd tegen regimes in het Oostblok, de impact daarvan op zijn gezin was groot. Bijna achteloos vertelt hij: “Mijn echtgenote heeft mijn werk voor het IKV altijd met zorg aanschouwd. Voor de familie die thuiszit komt het heel anders over.” Faber kreeg wel volledige steun van zijn familie, vertelt hij.

Koude Oorlog  Na de Tweede Wereldoorlog kwamen de twee grote wereldmachten van dat moment lijnrecht tegenover elkaar te staan: de Verenigde Staten als leider van het kapitalistische Westen en de Sovjet-Unie als leider van het communistische Oosten. Berlijn werd verdeeld in Oost en West en de Sovjet-Unie kwam met het IJzeren Gordijn. Tijdens de Cubacrisis stond de wereld op de rand van zijn eerste nucleaire oorlog. Op sommige momenten werd de Koude Oorlog een ‘warme’ oorlog: tijdens de Korea-oorlog (1950-1953) en de Amerikaanse interventie in Vietnam (1965-1973). Met de val van de Berlijnse Muur in 1989 en de val van de laatste Sovjetregering in 1991 kwam er een einde aan een buitengewoon complex en gespannen tijdperk. NPO Geschiedenis, Spiegel, Tweedewereldoorlog.nl

149


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 150

“Naar mijn mening zouden we op 4 mei boete moeten doen voor de politiek die Nederland in de oorlog heeft gevoerd”

150

Dag van boetedoening “Ik ga op 4 mei altijd naar de Dodenherdenking, waar ik ook zit in Nederland. Maar ik heb altijd dat gevoel: hoeveel Joden hadden we kunnen redden? Nederland had veel meer kunnen doen om ze te beschermen, zoals dat in andere landen was gebeurd, zoals in Denemarken. Verhoudingsgewijs komt Nederland er qua aantallen Joden die door de Duitse bezetter zijn weggevoerd, het slechtste af. En dat is niet bespreekbaar. Het is een schandvlek. Als ik op 4 mei herdenk, dan schaam ik me. Als je aan geschiedenis aandacht besteedt, moet je leren van de momenten waarop het is misgegaan. Anders heeft geschiedenis geen zin. Naar mijn mening zouden we op 4 mei boete moeten doen voor de politiek die Nederland in de oorlog heeft gevoerd. We moeten toegeven dat we toen niet goed hebben gehandeld. Misschien moeten we aan 4 en 5 mei nog een dag toevoegen.

Denemarken  Denemarken wilde in de Tweede Wereldoorlog neutraal blijven. Toch werd het land, net als Noorwegen, op 9 april 1940 aangevallen door Hitler. Denemarken was voor nazi-Duitsland belangrijk als basis voor vliegtuigen die actief waren in het Noordzeegebied. Omdat het Deense leger te klein was om tegenstand te bieden, gaf Denemarken zich snel over. De koning bleef op zijn post en de twee landen kwamen een samenwerkingspolitiek overeen. Duitsland profiteerde bijvoorbeeld van de Deense export van landbouwproducten en liet de Deense Joden tot het najaar van 1943 met rust. Nadat in augustus van dat jaar aan de samenwerking een einde kwam, smokkelden Deense verzetsmensen ongeveer zevenduizend Joden met vissersboten naar het neutrale Zweden. Hier staat tegenover dat een IJslandse historicus ontdekte dat Denemarken tussen 1940 en 1943 meer dan 130 vluchtelingen uit Duitsland heeft teruggestuurd. Trouw, Tweedewereldoorlog.nl


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 151

Ik denk aan 10 mei, de dag dat de Duitsers Nederland binnen­ vielen, de dag waarop we het lot van de Joden bezegelden, de dag van het verlies van hun vrijheid.” Het is een stelling die Mient Jan Faber uitwerkt in zijn boek Er op & er onder. Kroniek van een gereformeerde jongen (2014), waarin hij de opkomst en ondergang van de gereformeerde zuil vanuit een persoonlijk perspectief beschrijft. Daarin stelt hij echter niet 10, maar 13 mei voor: Wat ontbreekt is een dag van boetedoening. Een dag, bij voorkeur 13 mei, waarop we de ramp herdenken die de Joodse bevolking van Nederland te wachten stond toen de koningin en haar regering op 13 mei 1940 het land ontvluchtten en daarmee het lot van haar onderdanen, in het bijzonder de Joden, in de handen van nazi’s legde. Over 5 mei zegt Faber: “Vrijheid heeft alles te maken met onvrijheid, dus die relatie moet aan de orde komen. Je moet vooral laten zien: wie was onvrij? Dan gaat het dus om de Joden. Wat er met hen is gebeurd, is zo overweldigend… Voor mijn gevoel kan daar niets tegenop. Zes miljoen Joden vermoord. Met alle respect voor degenen die in het verzet hebben gezeten en in het leger, wat er met de Joodse bevolkingsgroep is gebeurd, is van een totaal andere categorie.”

151


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 152

152


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 153

Shirin Musa

Shirin Musa (Quetta, Pakistan, 1977) is oprichter en directeur van Femmes for Freedom, dat zich inzet tegen huwelijksdwang en huwelijkse gevangenschap. Ze is zo druk met haar stichting dat ze haar rechtenstudie tijdelijk heeft stopgezet. De Amerikaanse stad Dallas maakte haar in 2015 ereburger van de stad. Musa was tijdens haar middelbareschooltijd actief voor het Landelijk Aktie Komitee Studenten (LAKS), dat zich inspant om de stem van scholieren te laten horen in de politiek, de media en op middelbare scholen.

153


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 154

“Ik leef voor menselijke waardigheid”

154

Ze zat in haar huwelijk gevangen. Ook al was ze voor de burgerlijke wet gescheiden, haar ex-man weigerde religieus te scheiden. Met succes stapte Shirin Musa naar de rechter om dit alsnog af te dwingen, als eerste in Nederland. Met haar stichting Femmes for Freedom strijdt ze iedere dag voor huwelijkse gelijkheid tussen vrouwen en mannen. “Huwe­ lijkse gevangenschap is in strijd met de mensenrechten, het is moderne slavernij.” “Als ik door de straten van Nederland loop, voel ik mij vaak veilig. Veiligheid is voor mij synoniem aan vrijheid. Vrijheid is dus ook naar school kunnen gaan zonder angst om opgeblazen te worden. Ik voel mij hier zo gezegend. Ik kan overal gaan en staan waar ik wil. Ik ben baas over mijn leven, gedachten en lichaam.” Shirin Musa (1977), geboren in het Pakistaanse Quetta en als baby naar Nederland verhuisd, houdt kantoor in Den Haag. Haar stichting Femmes for Freedom (zij is oprichter en directeur) heeft twee

Femmes for Freedom  De Nederlandse vrouwenrechtenorganisatie Femmes for Freedom zet zich in voor huwelijkse gelijkheid tussen vrouwen en mannen. Dit doet ze door vrouwen in huwelijkse gevangenschap te helpen verandering in hun situatie te brengen, met juridische en financiële ondersteuning. Ook richt Femmes for Freedom zich op onderzoek, politieke lobby en preventie. Zo werden vlak voor de zomervakantie op middelbare scholen ‘spiekpennen’ uitgedeeld: pennen met daarin een foldertje om meisjes te waarschuwen voor uithuwelijking tijdens hun vakantie. Femmes for Freedom ontvangt donaties en subsidie. Femmes for Freedom


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 155

betaalde medewerkers en negen vaste vrijwilligers. Ze werkt vaak tot laat in de avond. De situatie in haar geboorteland was relatief rustig toen Musa ter wereld kwam. Dat veranderde drastisch na de executie in 1979 van premier Zulfikar Bhutto, oprichter van de islamitisch-socialistische Pakistan Peoples Party. “Pakistan was nog onschuldig toen ik geboren werd. Na zijn executie heeft het land zijn onschuld verloren en kwam, met westerse steun, het fundamentalisme op.” Haar familiegeschiedenis kenmerkt zich door vluchtverhalen. “Ik ben van Hazara-komaf, een etnische minderheid. In de jaren dertig en veertig zijn mijn grootouders vanuit Afghanistan naar Brits-India gevlucht (nu onder meer Pakistan — red.) vanwege de vervolging van en genocide op het Hazara-volk door de Afghaanse wahabieten.” Musa komt uit een gezin met vijf dochters en twee zonen: “Mijn vader vond twee dochters genoeg, maar mijn moeder wilde per se een zoon en later nog een tweede. Een zoon geeft een vrouw in de oosterse cultuur status en veiligheid.” Musa benadrukt later dat haar moeder onvoorwaardelijk van al haar kinderen heeft gehouden. Musa kende de zorg om uitgehuwelijkt te worden. Als het gezin op vakantie ging naar Pakistan, was er altijd die wens van haar oom: dat Musa met zijn zoon zou trouwen: “Vanaf de dag van mijn geboorte claimde mijn oom mij voor zijn zoon. Er werd geen druk uitgeoefend, maar als kind werd ik, door de vrouw van mijn oom, veelvuldig ten huwelijk gevraagd.” Musa herinnert zich: “Mijn vader zei steeds opnieuw: ‘Ze is te jong en het is nu niet de tijd.’ Hij kon het ook niet vinden met mijn tante, dat heeft waarschijnlijk meegeholpen.”

Bhutto  In 1973 werd Zulfikar Ali Bhutto, oprichter van de islamitisch-socialistische Pakistan Peoples Party (PPP), premier van Pakistan. Na een militaire coup in 1977 werd generaal Mohammed Zia ul-Haq president. Hij voerde de sharia (­islamitische wetgeving) in en in 1979 werd Bhutto opgehangen. De Verenigde ­Staten beloofden in 1980 militaire steun aan Pakistan na de Sovjetinval in ­Afghanistan en vervolgens werd in 1985 het verbod op politieke partijen geschrapt. Een jaar later werd Benazir Bhutto, de dochter van, lijsttrekker van de PPP. Ze werd twee keer premier en kwam om bij een bomaanslag in 2007. BBC

155


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 156

Joodse vrouwen en de Joodse vrouwen­beweging inspireerden Musa om haar huwelijkse gevangenschap aan te vechten.

156

Haar huwelijk — ze trouwde op haar 23e — was niet gearrangeerd. Ze ontmoette haar man in een café in Rotterdam. Hij was ook van Pakistaanse afkomst en studeerde elektrotechniek aan de TU Delft. Toen ze trouwden, ging het mis. Haar man had een tijdelijke verblijfsvergunning en Musa moest hem onderhouden. Toen hij een permanente verblijfvergunning kreeg, ging hij bij Musa weg. Een scheiding voor de Nederlandse wet (na ruim zeven jaar burgerlijk huwelijk) was een feit. Haar man weigerde echter religieus te scheiden. Dit betekende dat Musa niet met een andere islamitische man zou kunnen trouwen en in een aantal islamitische landen als een overspelige vrouw zou worden beschouwd. Als eerste moslima stapte Musa in 2010 naar de Nederlandse rechtbank om naast de burgerlijke scheiding een religieuze scheiding af te dwingen. De rechter oordeelde dat Musa in feite gevangen werd gehouden door haar man en dat dit in strijd was met fundamentele mensenrechten. Hij oordeelde dat Musa’s man op straffe van een dwangsom moest meewerken aan de ontbinding van het religieuze huwelijk. Lotgenotencontact “Ik leef voor de menselijke waardigheid. Daarom vind ik dat wetgeving gewijzigd moet worden en zet ik me voor veel vrouwen in. Ik denk vanuit het slachtoffer en leg de link naar de verandering die nodig is door concrete voorstellen te doen. Ik zie mezelf als een ambassadeur van twee werelden.” Wie inspireerden Shirin Musa om haar huwelijkse gevangenschap aan te vechten? Ze straalt als ze antwoordt: “In eerste instantie mijn vader. En vervolgens: Joodse vrouwen en de Joodse vrouwenbeweging. Toen ik door mijn huwelijk in de situatie van


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 157

gevangenschap terechtkwam, ging ik rechten studeren. Ik was wanhopig en zocht een uitweg. De hoogleraren konden mij echter niet helpen. Toen ik zelf op onderzoek uitging, kwam ik Joodse vrouwen tegen die ook in huwelijkse gevangenschap leefden. Ik las over een vrouw die met succes haar huwelijkse gevangenschap had aangevochten. Toen dacht ik: ik kan ook proberen mijn religieuze scheiding bij de rechter af te dwingen.” “Vrouwen uit religieuze tradities delen vaak hetzelfde lot: ongelijkheid in recht, religie en cultuur. Het raakte mij om met een Joodse vrouw in contact te komen die zich had vrijgevochten uit haar huwelijk. Ik besefte dat we in een vergelijkbare situatie zaten: ik voelde herkenning en erkenning. Het was een vorm van lotgenotencontact. Ik voelde me minder eenzaam. Sindsdien zet ik mij voor verborgen vrouwen in: vrouwen in huwelijkse gevangenschap, die leven in een gedwongen isolement.” Een isolement dat gepaard kan gaan met huiselijk geweld, en waarin vaak niet alleen sprake is van continue controle door de man, maar ook door familie of schoonfamilie. “Religie staat voor mij voor vrijheid én onvrijheid. Ik streef ernaar de ongelijkheid die in het huwelijksrecht van verschillende religies voorkomt, met seculier recht aan te pakken. Ik wil dus niet zeggen dat religie per se beperkend is: ik put er juist kracht uit. En ik ken ook veel vrouwen die hun vrijheden aan religie te danken hebben. Ze kunnen dankzij hun geloof bijvoorbeeld in hun eentje naar de moskee, terwijl ze verder geen activiteiten zonder hun man of familie mogen ondernemen. Religie is voor veel mensen ook een troost tegen eenzaamheid. Maar ik vind dat religie wel moet meegaan met de tijd.” Van kleins af aan “Huwelijkse gevangenschap is in strijd met de mensenrechten. Stelliger: het is moderne slavernij. Dat is inmiddels ook erkend in wetgeving.” Haar organisatie ziet Shirin Musa dan ook niet als een vrouwenorganisatie, maar als een mensenrechtenorganisatie. Ze maakt onderscheid tussen verschillende vormen van vrijheid: religieuze vrijheid, fysieke vrijheid, juridische vrijheid en sociale vrijheid, en zegt dan: “De samenleving is niet alleen multi-etnisch, maar ook multi-juridisch. Een voorbeeld. Als Pakistaans-Nederlandse vrouw is het onmogelijk om een procedure tot echtscheiding te

157


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 158

158

starten als er niet twee mannen op de Pakistaanse ambassade voor je willen getuigen. Ook in Nederland is dat zo. Dat betekent dat, ook als je hier bent geboren en getogen, je binnen het islamitisch recht geen echtscheiding kunt aanvragen en je getrouwd moet blijven.” “De interesse voor recht en mensenrechten had ik van kleins af aan en ik wilde mij altijd al voor rechtvaardigheid inzetten. Dat mijn moeder naast haar dochters graag een zoon wilde, omdat een zoon haar dus een gevoel van status en veiligheid gaf, raakte mij als kind, net als de erbarmelijke positie van vrouwen in Pakistan. Vrouwen die bijvoorbeeld in de juridische hoek werken, hebben het niet makkelijk. Ik ging rechten studeren en kreeg een inleidend vak, waarbij onder meer de periode van de Tweede Wereldoorlog op het programma stond. Ook tijdens die oorlog werd recht toegepast, het recht van nazi-Duitsland.” Musa valt stil, alsof ze deze paradox wil laten doordringen. Dan herneemt ze: “Er zijn wetten en regels, maar die hoeven niet altijd rechtvaardig en universeel te zijn. Er zijn ook tirannieke wetten.” Incasseren “Mijn ouders waren en zijn heel belangrijk voor mijn denken over vrijheid en onvrijheid”, vertelt Shirin Musa. “Ik heb het belang van goed onderwijs van huis uit meegekregen, zeker omdat mijn vader in Pakistan leraar was. Ik heb me tijdens mijn middelbareschooltijd ingezet voor het Landelijk Aktie Komitee Studenten (LAKS), dat zich inspant om de stem van scholieren te laten horen in de politiek, de media en op middelbare scholen. Mijn ouders vonden het heel belangrijk dat hun kinderen zich zouden inzetten voor de medemens en de samenleving. En ze vonden altijd dat ze zelf ook iets moesten doen voor mensen met minder mogelijkheden. Mijn vader zei altijd: ‘Als jij het minder hebt, dan zijn er altijd mensen die het nog minder hebben.’ Dan ben je verplicht om je voor die mensen in te zetten.” Musa herinnert zich: “Ik moest van mijn ouders als kind fruit uitdelen aan slachtoffers van de gasaanvallen door Saddam Hoessein in Irak, die in Nederland werden verpleegd. En uitgeprocedeerde asielzoekers bleven bij ons thuis slapen.” Tegelijkertijd was er in het gezin een zekere hardheid: “We kregen van onze ouders mee dat we veel moesten accepteren en incasseren. De rug rechthouden en niet lang stil blijven staan bij


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 159

“Als de oorlog er niet was geweest, dan waren er geen Europese Unie, NAVO en Verenigde Naties”

verdriet en tegenslagen. Ik denk dat dit kwam door de familiegeschiedenis van vervolging, migratie en opnieuw beginnen. Het doet pijn als ik denk aan hoe mijn vader en zijn generatiegenoten zijn behandeld. Mijn vader werkte onder zeer slechte omstandigheden. Soms vertelde hij over de kleinerende en discriminerende grappen en opmerkingen en hoe hij daarmee omging: met veel humor en scherpte. Ooit zwoer hij trouw aan Pakistan, maar toen hij zich als gelukszoeker in Nederland vestigde, zwoer hij trouw aan Nederland. Die houding peperde hij ons ook in: mijn broers en ik moesten Nederland dienen en indien nodig voor het land ons leven opofferen.” “Aan de andere kant is hij er nog altijd van overtuigd dat we als gekleurde Nederlanders ooit voor een democratische meerderheid moeten vluchten, zoals in de tijd van nazi-Duitsland. De oorlog in voormalig Joegoslavië was voor hem bijvoorbeeld een argument dat minderheden in Nederland en op andere plekken in Europa niet veilig zijn. Het trauma van mijn vader is dat zijn familie moest vluchten, van Afghanistan naar Brits-India. Wat hij heeft meegemaakt, heeft hij doorgegeven aan zijn kinderen. Toen ik mijn huis ging kopen, werd mijn vader boos en raakte hij bezorgd. Hij zei: ‘Als je mijn kind bent, dan koop je geen huis.’ Zijn gedachte was: als er oorlog uitbreekt of als er een nieuwe Hitler aan de macht komt, dan moeten we snel weg kunnen. Het is veel beter om een auto en spaargeld te hebben, want dat kun je gewoon meenemen, een huis niet. Maar sinds mijn 25e denk ik: het is onzin om geen huis te kopen, iedereen doet het. Mijn vader heeft nooit een groot huis gekocht. Wel hadden we een grote auto, zodat we met het hele gezin konden vluchten, als dat nodig was.”

159


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 160

“Als ik heel eerlijk naar mezelf kijk: ik ben voor het eerst niet meer bang”

160

“Mijn vader zei altijd: ‘Je hebt een kleur, je hebt zwart haar, dus wees bescheiden, kleed je altijd bescheiden, schaf geen dure dingen aan. Als je met dure spullen pronkt, dan denken mensen dat je niet zuiver bent.’ Dat raakte me, omdat ik wist waarom hij het zei. Ik moest erom huilen.” Deze herinnering roept andere, dieperliggende herinneringen bij Musa op: “In de tijd van demonstraties tegen racisme en discriminatie liep ik altijd mee — ik zat in de tweede of derde klas. Eigenlijk heb ik het altijd verdrongen, maar nu ik erover nadenk: het racismedebat van toen, begin jaren negentig, had direct betrekking op mijn leefwereld. Veel vrienden van mij hadden ervaring met discriminatie. En ook mijn vader werd in Nederland opnieuw gediscrimineerd op zijn werk: hij moest veel meer overuren maken dan zijn collega’s. Hij werd gepest omdat hij niet goed Nederlands sprak. Toen hij in de jaren tachtig voor het eerst een nieuwe auto kocht, hield de politie hem de hele tijd aan. Ze konden niet geloven dat de auto niet was gestolen, maar dat hij die zelf had gekocht.” Eerbied De Tweede Wereldoorlog heeft invloed op Shirin Musa’s visie op vrijheid. “Ik ben me er zeer van bewust dat ik in een land leef met veel welvaart en veel vrijheden. Stel dat we in 1945 niet bevrijd waren, hoe zou Nederland er dan uit hebben gezien? Als de oorlog er niet was geweest, dan waren er geen Europese Unie, NAVO en Verenigde Naties. Dat we in vrijheid en in veiligheid kunnen leven, heeft met de oorlog te maken.” Toen Musa op de lagere school zat, adopteerde haar school een oorlogsmonument. Haar klas maakte een tocht langs oorlogsmo-


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 161

numenten en deed mee aan de 4 mei-kranslegging in Rotterdam. “Mijn ouders wisten dat dit te maken had met de Tweede Wereldoorlog. Ze zeiden: ‘Om acht uur moet je twee minuten stil zijn, want dan herdenken ze de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog.’ Moslims noemen dit het ‘gebed voor de doden’. Ik heb altijd meegekregen dat 4 mei met eerbied moest worden omgeven, ook al hebben mijn voorouders de Tweede Wereldoorlog niet in Nederland meegemaakt. Met de oorlog voel ik me daarom niet zo sterk verbonden, maar wel met het thema vrijheid en onvrijheid.” “Ik ben me de afgelopen tien jaar veel bewuster geworden van vrijheid en onvrijheid. Dat komt natuurlijk door wat ik privé heb meegemaakt en door mijn werk. Ik ben ook een veel vrijer mens, ik praat vrijer. Als ik heel eerlijk naar mezelf kijk: ik ben voor het eerst niet meer bang. Ik ben zelfverzekerder geworden, doordat ik veel meer mensen ontmoet: ik trek voor mijn werk het land in en maak reizen naar het buitenland. Maar soms voel ik me ook zo moedeloos, bijvoorbeeld als mijn ouders op vakantie gaan naar familie in Pakistan. Ik maak me dan zorgen om hun veiligheid. In mijn geboortestad Quetta en op de Hazara’s worden regelmatig aanslagen gepleegd. Veel vrienden van mijn ouders en familieleden zijn omgekomen bij aanslagen. En nu ik ouder ben, moet ik ook best veel huilen. Ik word eerder dan voorheen geraakt door alle ellende die via de televisie de huiskamer binnenkomt.” Ze praat over de oorlog in Syrië.

Oorlog in Syrië  Met meer dan 250.000 doden en ruim vier miljoen mensen op de vlucht naar het buitenland was de oorlog in Syrië eind 2015 de grootste humanitaire crisis van de wereld op dat moment. De oorlog begon met massale protesten tegen het regime van president Assad. De demonstranten eisten in 2011 onder meer een einde aan arrestaties zonder aanklacht en aan corruptie. Assad kwam de demonstranten deels tegemoet, maar reageerde ook met veel geweld. Zo ontstond de burgeroorlog, van Assad en zijn medestanders versus de oppositiegroepen. Daarnaast speelt terreurgroep Islamitische Staat een hoofdrol in de oorlog. IS controleerde eind 2015 een groot deel van Syrië en voerde daar de sharia (islamitische wetgeving) in. Verschillende landen startten met luchtaanvallen op Syrië. Volgens deskundigen heeft klimaatverandering aan de oorlog bijgedragen: door droogte trokken boerengezinnen naar de overbelaste, arme steden, waar zij in opstand kwamen. BBC, CIA World Factbook, de Volkskrant, UNHCR

161


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 162

“Gevestigde vrouwenorganisaties vormen een white girls network met een glazen plafond dat door gekleurde vrouwen doorbroken moet worden”

162

Een stukje textiel Strijdbaar en gevoelig, beide eigenschappen horen bij Shirin Musa. Zij beaamt: “Ik ben rebels en heb altijd mijn hart gevolgd. Mijn ouders zeiden weleens tegen me: ‘Het moet zo, anders ben je mijn kind niet meer.’ Het is heftig als je dat als kind hoort, ik heb veel verhitte discussies met mijn ouders gehad. Als kind was ik soms heel ongelukkig. Het is echt niet makkelijk voor me geweest. Maar ik ben mijn ouders ook dankbaar. Mijn vader was wees en kende veel tegenslagen, maar heeft er, samen met mijn moeder, desondanks het beste van gemaakt in Nederland. We hebben een strenge opvoeding gehad, met ritme en regelmaat. Geen van de kinderen is ontspoord, doet gekke dingen of zit in de gevangenis. We doen het goed.” In 1996 liet Musa in dagblad Trouw (24 mei 1996) optekenen: “Media nemen mij niet serieus vanwege mijn hoofddoekje.” De toen achttienjarige Musa liet als coördinator eindexamens van LAKS haar ongenoegen blijken over het feit dat de Nederlandse media niet verwachtten dat iemand met “een stukje textiel op haar hoofd” de eindexamenklachtenlijn coördineerde: “Kennelijk pas ik niet in het beeld dat de media hebben van een intelligent, hardwerkend persoon.” Twintig jaar later is er veel veranderd: Femmes for Freedom is een gerespecteerde organisatie en Musa heeft afgedwongen dat de media haar nu wel serieus nemen. “De tijden zijn veranderd. Gekleurde Nederlanders hebben in weinig tijd veel bereikt: mijn generatie spreekt de taal en weet haar weg te vinden. Indien wij niet het woord krijgen, ‘nemen’ wij het woord. Mijn generatie is mondig en laat zich niet behandelen zoals de generatie van mijn ouders.”


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 163

Met haar strijd tegen huwelijkse gevangenschap streeft Musa naar verandering in een fundament waarop de meeste samenlevingen zijn georganiseerd: het huwelijk. Nederlandse voorbeelden laten zien dat de juridische modernisering van het huwelijk langzaam gaat. Dat is een keerzijde van haar werk, vindt Musa. “Wat meespeelt, is dat in Nederland ook het huwelijk dus multi-juridisch is geworden. We hebben veel politiek begrip en moed nodig om op nationaal en internationaal niveau duurzame juridische oplossingen bespreekbaar te maken en te realiseren. Met een kleine organisatie zetten we veel in beweging, maar we komen ook handen tekort. Daarnaast zijn er te weinig invloedrijke mensen die zich durven uit te spreken. Ook is er veel tegenwind en gaat het er soms grimmig aan toe. Wanneer ik bijvoorbeeld actie voer in een moskee, zeggen mannen dat ik een beuk verdien. En als ik concrete, doordachte voorstellen doe voor gratis, laagdrempelige, veilige vrouwenopvang, word ik tegengewerkt door gevestigde vrouwenorganisaties. Ze vormen een white girls network met een glazen plafond dat door gekleurde vrouwen doorbroken moet worden.” Musa pauzeert even. “Door de strijd die ik in verschillende werelden moet leveren, voel ik me soms eenzaam in het werk.”

Huwelijkswetgeving  Dankzij een motie van Tweede Kamerlid Corry Tendeloo (PvdA) is het in Nederland sinds 1957 verboden om een vrouwelijke ambtenaar te ontslaan zodra zij is getrouwd. Het was ooit de norm dat een vrouw in een overheidsfunctie na haar bruiloft werd ontslagen. Ook kreeg de Nederlandse gehuwde vrouw eind jaren vijftig officieel handelingsbekwaamheid, waardoor zij sindsdien bijvoorbeeld zelf een bankrekening kan openen of een huis kan kopen. Voor die tijd was voor dit soort dingen schriftelijke toestemming van de man nodig. In 1971 werd ook de bepaling dat de man het ‘hoofd der echtvereniging’ is uit het wetboek geschrapt, waardoor het makkelijker werd om te scheiden. Fiat Justitia, Huygens ING

163


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 164

164


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 165

Joke van Dijk-Bording

Joke van Dijk-Bording (Amsterdam, 1946) is sinds 2003 secretaris van Stichting Comité Vrouwenconcentratiekamp Ravensbrück. Ze groeide op in de Amsterdamse Transvaalbuurt en heeft één broer. Haar vader werkte op een scheepswerf, haar moeder was huisvrouw. Ze was lerares Nederlands en bekleedde een aantal managementfuncties binnen het onderwijs. Van Dijk is getrouwd met Ton, een man met een Joodse achtergrond. Samen hebben ze twee kinderen.

165


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 166

“Ik ben onafhankelijk”

166

Ze behoort tot de naoorlogse generatie. Toch groeide Joke van Dijk-Bording op met de Tweede Wereldoorlog. Al jaren zet zij zich in voor het Comité Vrouwenconcentratiekamp Ravensbrück. Ze is medeorganisator van ‘paboreizen’ naar het kamp — waar naar schatting 90.000 mensen omkwamen. “Je moet het verhaal van de oorlog blijven doorgeven, het leert je kritischer naar je omgeving te kijken.” “Mijn twee kinderen zeggen: ‘Over welke oorlog heb je het?’ Die denken aan Bosnië, of weet ik wat.” Voor Joke van Dijk (1946) is ‘de oorlog’ de Tweede Wereldoorlog. “Het blijft een bijzondere periode in onze geschiedenis. Het is ook nog niet zo ver weg, je kunt nog gastsprekers uitnodigen, er is nog iets tastbaars. Daar moet je gebruik van maken.” Persoonlijke verhalen over de oorlog zijn volgens Van Dijk een geschikt middel om mensen bewust te maken van de waarde van vrijheid. “Dat soort verhalen zijn vaak spannend en spreken tot de verbeelding.” Uit Het Parool (3 mei 2014), over het bezoek van pabostudenten aan voormalig vrouwenconcentratiekamp Ravensbrück: “[Overlevende] Selma van de Perre-Velleman staat voor de poort van voormalig concentratiekamp Ravensbrück. Ze herinnert zich nog goed dat ze in 1944 door de poort liep. Ze zag een asgrauw, vuil terrein met zwart gruis, vol barakken. ‘Niemand wist wat er ging gebeuren.’ Ze wijst naar de fundamenten van een gebouw. ‘Daar moesten we douchen en naar de dokter. Een kennis van me met mooie lokken werd kaalgeschoren. Ze huilde. De Duitsers zeiden dat ze luizen had, maar dat was niet zo. Ze wilden haar vernederen.’” In het voormalig vrouwenconcentratiekamp Ravensbrück,


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 167

zo’n tachtig kilometer ten noorden van Berlijn, zaten tijdens de Tweede Wereldoorlog naar schatting 153.000 mensen gevangen, vooral vrouwen. 90.000 Overleefden het kamp niet. Sinds eind jaren negentig organiseert het Comité Vrouwenconcentratiekamp Ravensbrück reizen naar het voormalige kamp. Van Dijk, met een achtergrond als lerares Nederlands en manager in het onderwijs, ging een keer mee, omdat de moeder van een vriendin er gevangen had gezeten. Ze concludeerde dat de reizen beter konden. “Onderwijsmensen vinden altijd dat iets beter kan. En als je vindt dat iets beter kan, dan moet je niet langs de zijlijn gaan schreeuwen.” En dus sloot Van Dijk zich in 2003 bij het Comité Vrouwenconcentratiekamp Ravensbrück aan, als secretaris, en werd ze het jongste bestuurslid. “De jongerenreis is veranderd, we doen hele andere dingen dan toen. Eerder gingen ze naar het kamp, iemand hield een verhaal en dat was het. Nu bereiden we de reizen beter voor, evalu-

Vrouwenconcentratiekamp Ravensbrück  De vrouwenhel, zo wordt concentratiekamp Ravensbrück ook wel genoemd. Bij elkaar zaten er naar schatting 132.000 vrouwen gevangen en daarmee was dit het grootste vrouwenconcentratiekamp van het Duitse Rijk. Duizenden gevangenen werden direct na aankomst vermoord, anderen stierven bijvoorbeeld door ondervoeding, ‘medische experimenten’ of als gevolg van het gebrek aan sanitaire voorzieningen. 90.000 Gevangenen kwamen om: Joden, Sinti en Roma, maar ook verzetsmensen en krijgsgevangenen. Volgens een ruwe schatting zijn in Ravensbrück twee- tot driehonderd Nederlanders omgekomen. Na onderhandelingen met de Duitsers slaagde het Zweedse Rode Kruis er in april 1945 in om bij elkaar zo’n 7500 vrouwen te bevrijden. Ze werden naar het neutrale Zweden gebracht. Comité Vrouwenconcentratiekamp Ravensbrück, NPO Geschiedenis

Comité Vrouwenconcentratiekamp Ravensbrück  Het Comité Vrouwenconcentratiekamp Ravensbrück is opgericht door een aantal Nederlandse overlevers van dit kamp in Duitsland. Het comité organiseert onder meer educatieve reizen naar Ravensbrück. Vlak bij het Amsterdamse Museumplein is een Ravensbrückmonument, waar ieder jaar in april een herdenking wordt gehouden. De stichting wil opkomen voor vrede en vriendschap tussen alle volken bevorderen. Ook vindt het comité het belangrijk om op te treden tegen alle vormen van fascisme, vreemdelingenhaat en racisme. Comité Vrouwenconcentratiekamp Ravensbrück

167


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 168

168

eren we goed en besteden we ook aandacht aan de recente geschiedenis, door bijvoorbeeld een bezoek te brengen aan de Berlijnse Muur.” “Ik hoop dat de jongeren die op zo’n reis meegaan, gaan nadenken over vrijheid. Dat ze beseffen dat er mensen zijn geweest die verzet hebben gepleegd en dat ze dat het leven kon kosten. De jongeren geven op de laatste avond een presentatie over hun ervaringen en altijd leggen ze de koppeling met onvrijheid in het heden en hoe waardevol het is dat we in Nederland vrij zijn. Ik vind het belangrijk dat jongeren kritisch naar hun omgeving kijken, ook naar wat er op politiek vlak aan de hand is.” Later zegt ze: “Ik vind Geert Wilders niet zo’n vrolijk typje, hij is een beetje een enge man. Ik ben geen voorstander van mensen moedwillig beledigen.” De Tweede Wereldoorlog gaat over tolerantie, stelt Van Dijk, en kennis daarover kan volgens haar helpen om een beter mens te worden. Havelte Een jaar na de bevrijding werd Joke van Dijk geboren. “Toch ben ik met de Tweede Wereldoorlog opgegroeid, de oorlog was nooit ver weg.” Er werd thuis over gesproken, zegt ze: “Zo kwam ik te weten dat mijn vader voor de Duitsers moest werken, maar dat hij dat weigerde. Hij besloot om onder te duiken, in het Drentse Havelte. Toen woonde mijn moeder dus alleen, terwijl steeds meer buren door de Duitsers werden weggevoerd en hun huizen werden leeggehaald. Ik kon aan haar merken dat het voor haar een angstige tijd was. Ze bleef als enige over, daar vertelde ze

Voor de Duitsers moeten werken  Ongeveer 387.000 Nederlandse mannen zijn tussen 1940 en 1944 in Duitsland tewerkgesteld. De bezetter riep de mannen op, omdat Duitsland een tekort had aan arbeidskrachten, vooral in de oorlogsindustrie, want veel Duitse mannen moesten in het leger dienen. Ook in Nederland zelf werden mannen gedwongen om te werken. Sommigen doken onder om aan de Arbeitseinsatz te ontkomen. In de laatste jaren van de oorlog werden razzia’s en klopjachten gehouden om de mannen op te sporen. Berucht is de razzia in Rotterdam op 10 en 11 november 1944, waarbij zo’n 52.000 mannen werden opgepakt. Ook uit andere bezette landen haalde Duitsland werklieden. Digitaal Monument Joodse Gemeenschap in Nederland


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 169

over.” Wilde haar ­moeder niet ook naar Havelte, naar haar man? “Ik denk niet dat ze wist waar hij was. Maar ik heb er nooit naar gevraagd, dat is een beetje onze generatie. Wij hebben nooit geleerd om vragen te stellen, dat had met hiërarchie te maken. En nu kan het niet meer.” Van Dijk spreekt met licht Amsterdams accent; ze groeide op in de Amsterdamse Transvaalbuurt. Het was volgens haar trendy om, als je Joodse vrienden er woonden, daarnaartoe te verhuizen. “Mijn ouders zijn veel Joodse vrienden kwijtgeraakt, dat gaf veel verdriet. Ook werd mijn moeders baas opgepakt. Die was Joods en zat ondergedoken. Mijn moeder bracht hem eten. Spannend vond zij dat, maar ook haar taak.” Na de oorlog was het leven sober, herinnert Van Dijk zich. “Ook wij hadden natuurlijk bonkaarten, ik kan me nog herinneren dat mijn moeder die knipte. Er was heel weinig. Mijn vader timmerde een klein bedje en mijn pop kreeg met Sinterklaas poppenkleertjes die mijn moeder had genaaid. Dat we naar de bibliotheek konden en iedere keer een boek mochten lenen was heerlijk. En we luisterden naar de radio.” Nadat Van Dijk op haar 23ste het ouderlijk huis had verlaten, vond ze het makkelijker om met haar ouders over de oorlog en over vrijheid te spreken. “Ik kreeg een andere verhouding met mijn ouders, ik kon meer afstand nemen.” Haar vader overleed snel nadat ze uit huis ging, hij werd vijftig. Haar moeder overleed op haar zestigste. Beiden hadden kanker. “Ik heb met mijn moeder in die laatste

Op de bon  Tijdens de Tweede Wereldoorlog gingen in Nederland spullen ‘op de bon’. In augustus 1939 werd het Centraal Distributiekantoor opgericht, dat de ­distributie van levensmiddelen voor de bevolking in oorlogstijd moest regelen. Het ging eerst om een beperkt aantal producten, maar tussen 1944 en 1947 waren, in reactie op de schaarste, bijna alle levensmiddelen op de bon. Zo moest h ­ amsteren worden tegengegaan. Iedereen die in het bevolkingsregister stond, kreeg een distributie­stam­kaart, waarmee men bonkaarten kon krijgen. Die gaven recht op de aankoop van bepaalde hoeveelheden van bepaalde levensmiddelen — je moest dus wel gewoon betalen. Toen in 1950 alleen nog koffie op de bon was, kwam er een einde aan het bonnensysteem. Nationaal Archief

169


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 170

“Sommige verhalen staan nog in mijn geheugen gegrift, zoals over de deportatie. Dat was ook omdat mijn moeder erover vertelde. Ze hoorde laarzen, voetstappen, het was enorm angstig zei ze”

170

periode nog een paar gesprekken over de oorlog kunnen voeren. Ze vertelde dat ze naar Friesland ging voor eten en dat ze heel bang was om nooit meer iets van haar man te horen. Ze wist helemaal niet waar hij ondergedoken zat.” Je kunt kiezen Joke van Dijk komt uit een links nest. “Mijn ouders zaten toen ze jong waren bij de AJC (de Arbeiders Jeugd Centrale, jeugdbeweging van de SDAP, een van de voorlopers van de PvdA — red.), daar hebben ze elkaar ontmoet. De AJC was goed voor hun ontwikkeling. Ze stonden in de wereld. Ze lazen gedichten met een socialistische inslag, en die leerden ze mij thuis ook weer.” “Weet je, ze gieten het erin, later ga je pas over de inhoud nadenken. Ik was een jaar of tien toen ik dacht: ah, dat zit zo en dat heeft daarmee te maken… De kern was: het volk moest verheven worden, dus gingen we naar het Concertgebouw, de opera, musea, we moesten lezen... Het heeft mij veel opgeleverd, ik heb veel geleerd.” Van Dijk, tot haar dertiende enig kind, lijkt het prettig te vinden om te vertellen over vroeger: ze is openhartig. Hoe meer ze vertelt, hoe meer er terug lijkt te komen. “Mijn ouders hadden een boot, omdat mijn vader scheepsmaker was. Dus we gingen zeilen, overal naartoe. Nou, dat was in die tijd luxe hoor! En vrijheid.” Je zou het kunnen zien als een metafoor. “Ik ben in een heel harmonieus gezin opgegroeid en werd nooit belemmerd om dingen te doen, als ik maar respect had voor anderen. Dat heb ik vooral van mijn moeder meegekregen — die was aanweziger dan mijn vader — en van mijn moeders zuster. Zij was mijn tweede moeder, zo’n ongetrouwde tante, die heel erg geëmancipeerd was. Zij was een


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 171

voorbeeld, zij gaf mij het gevoel: ik ben onafhankelijk.” Toch gaf haar vader ook een boodschap van vrijheid door: “Hij was een redelijk intelligente, belezen man. Maar mijn opa was timmerman, dus werd hij dat ook. Door cursussen heeft mijn vader veel bijgeleerd. Uiteindelijk klom hij op tot bedrijfsleider op een scheepswerf. Hij zei altijd: ‘Maak je eigen keuzes, doe wat je wilt doen.’” Alsof hij ons iets gunde wat hij zelf niet had bereikt, legt Van Dijk uit. Hoe ze nu over vrijheid denkt, sluit naadloos aan op wat ze thuis meekreeg: “Ik vind het heerlijk dat je in Nederland je eigen keuzes kunt maken. Je kunt, binnen bepaalde grenzen, doen en laten wat je wilt. Dat is voor mij vrijheid. Je kunt kiezen welke krant je wilt lezen, welke zender je wilt kijken, op welke partij je stemt.” Ze begint over het feminisme, vertelt dat ze het tijdens haar carrière in het onderwijs belangrijk vond om vrouwen te helpen zich te ontwikkelen. “Hoeveel vrouwen zijn er niet die zeggen: ‘Ik stem wat mijn man stemt.’ Dat is niets voor mij. Ik heb mijn eigen bankrekening, dat soort dingen vind ik heel belangrijk. Voor mij was het vrijheid dat ik als vrouw tussen de mannen in grijs pak kon werken en zelfstandig was.” Heeft het belang dat zij hecht aan vrouwenemancipatie te maken met het feit dat haar ouders socialist waren? “Dat denk ik wel.” Ze concludeert: “Hoe ik ben opgegroeid, heeft ontzettend veel invloed gehad op hoe ik over vrijheid denk.” De fase tussen haar twaalfde en zestiende ziet ze als een vormende periode: “Ik was vroeg oud, laat ik het zo zeggen. Ik las boeken die eigenlijk niet bij mijn leeftijd hoorden. Dat deden mijn vriendinnen ook. Die boeken werden ons al vroeg aangereikt. En ook de oorlogsverhalen van docenten hadden invloed; die hadden de oorlog zelf meegemaakt. Sommige verhalen staan nog in mijn geheugen gegrift, zoals over de deportatie. Dat was ook omdat mijn moeder erover vertelde. Ze hoorde laarzen, voetstappen, het was enorm angstig zei ze. Zo kwam het heel dichtbij.” Moment van bezinning Joke van Dijk trouwde in 1969 met Ton, een man met een Joodse achtergrond. “Toen ik hem leerde kennen, ging ik nog meer over de oorlog nadenken. Hij komt natuurlijk uit een gehavende familie. Toch hadden we het er jarenlang niet echt over, ook al gingen we

171


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 172

“Voor mij was het vrijheid dat ik als vrouw tussen de mannen in grijs pak kon werken en zelfstandig was”

172

trouw ieder jaar naar een 4 mei-herdenking — zo ben ik opgevoed. Toen ik actief werd voor het Comité Vrouwen van Ravensbrück, veranderde de situatie: bij hem kwam er van alles boven.” “Voor mij is 4 mei vooral een moment van bezinning, even nadenken over hoe goed we het hier met z’n allen hebben. Ton is geëmotioneerder, die denkt tijdens zo’n herdenking: mijn hele familie is uitgeroeid. Dat is een moeilijk onderwerp. Ik vind dat ik de troost moet zijn.” “Met mijn kinderen ging ik hier, in Heerhugowaard, naar de herdenking, en we liepen mee met de stille tocht. Je geeft het door, bewust, want het is niet zo vanzelfsprekend dat we hier in vrijheid leven. Daarom zijn we ook met de kinderen naar Ravensbrück geweest, om ze daarmee kennis te laten maken, om te laten zien hoe de vork in de steel zit.” Wat is de impact geweest? “Ze vonden het indrukwekkend en zijn zich bewust van hun vrijheid, maar ze zijn niet zoveel met de oorlog bezig, het is niet hun wereld. Ze zijn nu vooral bezig met hun gezin en carrière, ze hebben andere prioriteiten. Dat is denk ik een heel natuurlijke gang van zaken.” “Als ik aan bevrijding denk, dan denk ik aan vrolijke beelden, aan mijn moeder die op een tank meereed — daarover vertelde ze.” Maar als Van Dijk aan vrijheid denkt, denkt ze niet direct aan bevrijding: “Terwijl ik me er wel bewust van ben dat we op enig moment bevrijd zijn en dat we weer in vrijheid konden leven. 5 Mei is dan ook zo’n dag waarvan ik denk: moet ik nou naar zo’n popfestival of kan ik gewoon m’n kamer stofzuigen, weet je.” Ze lacht. Wat doet Van Dijk meestal op Bevrijdingsdag? “We kijken altijd of er nog iets leuks te doen is hier in de buurt, we werpen dan even een blik op het programma. Naar een Bevrijdingsfestival ga ik niet


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 173

op 5 mei, ik vraag me altijd af waarom er zoveel jongeren naartoe gaan. Komen ze voor de muziek of zijn ze zich er echt van bewust dat het Bevrijdingsdag is? Ik kan 5 mei in ieder geval niet los zien van 4 mei.” Van Dijk vertelt dat ze het 5 mei-concert op de Amstel zo mooi vindt. “Ton en ik kijken daar graag naar op tv, het is een moment van bezinning: al die mooie muziek, in vrijheid, het is bijzonder dat dit mogelijk is. Onze koning is er, iedereen is blij. In mijn hoofd maak ik dan ook een link met vrijheid op de een of andere manier.” Na de bevrijding in 1945 was er thuis trouwens nog een groot drama, merkt Van Dijk op: “Mijn oom moest ineens naar Indonesië. Dat was een rare toestand: ben je net bevrijd, ga je als bezetter optreden… Mijn vader viel net buiten de prijzen, maar zijn broer moest wel.” Vanwege de acties in Nederlands-Indië beëindigde Van Dijks vader zijn PvdA-lidmaatschap. “Pas toen mijn oom weer terug was, was voor mijn gevoel de oorlog voor ons gezin echt voorbij.” Tweede generatie “Het is de tiende keer dat Van de Perre teruggaat”, schreef Het Parool (3 mei 2014), over het bezoek van pabostudenten aan concentratiekamp Ravensbrück. “Daar heeft de voormalige lerares wiskunde een goede reden voor.” De krant citeert Van de Perre: “Ik wil aan de pabostudenten mijn verhaal vertellen. Deze leerkrachten moeten de verhalen uit de mond van een overlevende horen.” De reizen trekken steeds zo’n veertig à vijftig studenten. Wat als er straks geen ooggetuigen meer zijn? Joke van Dijk: “Dan wordt de oorlog geschiedenis en gaat het denk ik veel minder leven. Wel is het goed dat het onderwijs veel aandacht aan de oorlog besteedt en dat er heel veel mooie boeken verschijnen. Ook zijn er gesproken portretten en enorme databanken waar je uit kunt putten. Ik vind dat in Nederland goed geanticipeerd is op het verdwijnen van de ooggetuigen.” Ook vertellen tweedegeneratiekinderen steeds vaker over de oorlog, zegt Van Dijk. “Maar of dit net zo goed werkt? Dat weet ik niet.” Van Dijk kan zich goed voorstellen dat het Comité Vrouwenconcentratiekamp Ravensbrück op een gegeven moment wordt opge-

173


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 174

174

heven. “De grote herinneringscentra, zoals in Amersfoort, Vught en Westerbork, dat zijn dé instituten die in stand gehouden moeten worden. Veel comiteetjes vallen weg, daar kun je donder op zeggen, en dat is niet erg. De grote organisaties doen het goed en kunnen het werk van de kleine comités overnemen. De paboreizen doen we nu ook al in samenwerking met Herinneringscentrum Kamp Westerbork. Ik denk trouwens wel dat het Nederlands Auschwitz Comité zal blijven bestaan, dat is groot.” Hoe dan ook vindt Van Dijk het belangrijk dat het verhaal van de Tweede Wereldoorlog levend wordt gehouden. “Kijk naar de impact die de oorlog op de naoorlogse generatie heeft gehad. Wij hebben allemaal verhalen gehoord over mensen die weg werden gevoerd. Weet je, ik kan me bijna niet voorstellen dat iemand van mijn generatie PVV stemt. Mijn generatie weet over het algemeen hoe belangrijk het is om geen groepen uit te sluiten. Je moet het verhaal dus doorgeven, dan weet je wat leven in vrijheid is.” Ze ziet de Holocaust Memorial Week als positief voorbeeld. “Zoiets zou je ook kunnen doen in de week van 4 en 5 mei.”

Databanken  Erfgoed van de Oorlog was een project om zo veel mogelijk belangrijk materiaal uit en over de Tweede Wereldoorlog te behouden en toegankelijk te maken. Zo zijn archieven gedigitaliseerd, verhalen van ooggetuigen vastgelegd en veel historische bronnen digitaal openbaar gemaakt voor het brede publiek. Niet alleen is aandacht besteed aan landelijk bekende thema’s, maar ook aan regionale en lokale gebeurtenissen. Zie Oorlogsbronnen.nl/erfgoedvandeoorlog. Tweedewereldoorlog.nl

Holocaust Memorial Week  Op 27 januari 1945 werd concentratiekamp ­ uschwitz bevrijd, waar meer dan een miljoen Joden, Roma en Sinti werden verA moord. Sinds 2005 is het op 27 januari wereldwijd Holocaust Memorial Day, waarop alle slachtoffers van de Holocaust en andere genociden worden herdacht. De dag richt zich specifiek op jongeren, met het doel de waakzaamheid voor opkomende rassenhaat, discriminatie en antisemitisme te vergroten. Er worden bijvoorbeeld lezingen en activiteiten op scholen georganiseerd. De betreffende week heet de Holocaust Memorial Week. NIOD


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 175

“Weet je, ik kan me bijna niet voorstellen dat iemand van mijn generatie PVV stemt”

Richting het einde van het gesprek zoomt Van Dijk uit: hoe staat de wereld ervoor sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog? Dat de mensheid maar niet lijkt te leren van de geschiedenis, daar verbaast zij zich over: “Kijk naar de oorlog in Joegoslavië, zo vreselijk. Ik dacht toen: het gebeurt gewoon weer en wij kijken toe. We weten allemaal wat er gebeurd is in de Tweede Wereldoorlog, dat laat je toch niet opnieuw gebeuren? Hetzelfde denk ik over recentere oorlogen. En als ik kijk naar de negatieve reacties op de komst van vluchtelingen… Die laat je daar toch niet in de prut zitten? Hoe sommigen erover denken, ik vind het onbegrijpelijk.” Denkt Van Dijk weleens: heeft het wel zin wat ik binnen het Comité Vrouwenconcentratiekamp Ravensbrück allemaal doe? “Ja, soms wel. Dan denk ik: zitten we nou water naar de zee te dragen of heeft het toch zin? Tja. Ik hoop dat het toch zin heeft.”

175


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 176

176


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 177

Chris van der Heijden

Chris van der Heijden (Leiden, 1954) is journalist, schrijver, historicus en docent. Hij promoveerde in 2011 op het proefschrift Dat nooit meer. De nasleep van de Tweede Wereldoorlog in Nederland. In datzelfde jaar riep literair tijdschrift De Gids hem uit tot de belangrijkste historicus van Nederland. In 2001 verscheen zijn boek Grijs verleden: Nederland en de Tweede Wereldoorlog. Hij heeft zo’n twintig boeken geschreven en publiceert in kranten en weekbladen. Van der Heijden schrijft voor De Groene Amsterdammer en werkte eerder als programmamaker voor KRO, NOS en VPRO en als journalist voor NRC Handelsblad en Vrij Nederland. Van der Heijden is docent aan de School voor Journalistiek in Utrecht. Hij heeft een vrouw en samen hebben ze twee kinderen. Uit een eerder huwelijk heeft hij nog een dochter. Een van zijn broers is Haye, acteur, regisseur en scenarioschrijver.

177


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 178

“Ik denk vaak: wat een leuke wereld”

178

Met zijn spraakmakende boek Grijs verleden gaat Chris van der Heijden, kind van een NSB’er, in tegen de opvatting dat het gedrag van Nederlanders tijdens de Tweede Wereld­ oorlog is in te delen in goed en fout. Het leverde hem instem­ ming, maar ook kritiek op. De historicus en journalist vindt Nederland een benepen landje. Tegelijkertijd is hij optimis­ tisch: “We hebben zoveel ruimte voor ons.” “Vrijheid associeer ik met mogelijkheden, ruimte, ongebondenheid en horizon. De geschiedenis kenmerkt zich over het algemeen door beperkingen. Mensen werden beperkt door de plek waar ze leefden, door financiële mogelijkheden, gebrek aan democratie. Ik geloof dat een van de grote verworvenheden van onze moderne tijd en onze westerse wereld is dat wij heel veel mogelijkheden hebben. We leven in een prachtige wereld. Werd je vroeger als boerenzoon in Drenthe geboren, dan was de kans dat je hoogleraar werd heel klein. Dat is tegenwoordig anders. Ik vind dat van een grote schoonheid. Het maakt me ontzettend vrolijk over mijn eigen tijd. Daar ben ik echt heel optimistisch over.” Chris van der Heijden (1954) — groot, breed, zware stem — zit in een klaslokaal van de Hogeschool Utrecht, waar hij docent is aan de School voor Journalistiek. Een omgeving vol jonge mensen, die hij wegwijs maakt in de wereld van de journalistiek. “Ruimte definieer ik geografisch. Laat ik een voorbeeld geven: eten. Als jongetje at ik gewoon altijd die Hollandse kost. Als ik zie wat wij tegenwoordig allemaal kunnen eten, dan denk ik: wat een leuke wereld! Zo geglobaliseerd. Zo ruim, begrijp je wel? Dat je adem kunt halen. Culturen die door elkaar lopen en


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 179

elkaar kleuren. Ongebondenheid — het zijn allemaal varianten op hetzelfde. Dat je niet aan een touwtje wordt gehouden. Mijn vader was echt hoofd van het gezin. Dat soort onzin, daar zijn we allang van af. Mijn rol als vader is heel anders. Dat vind ik mooi en dat is leuk. Horizon, dat heeft met de toekomst te maken. Dat je zoveel ruimte voor je hebt. Als je doorloopt, blijft de afstand altijd even groot. De horizon krijg je nooit te pakken. Dat is een mooi iets.” In een voorgesprek stelde Van der Heijden dat vrijheid en onvrijheid voor de meeste mensen pas betekenis krijgen als er een verbinding met de Tweede Wereldoorlog wordt gemaakt. Anders zijn de begrippen te abstract. Opvallend is dat hijzelf in zijn associaties met vrijheid geen link met deze oorlog legt. “Voor mij persoonlijk heeft de oorlog niet zoveel met vrijheid en onvrijheid te maken, als historicus wél. Als historicus begrijp ik goed dat de oorlog een referentiepunt is. Cultureel gezien is de oorlog belangrijk, maar voor mij persoonlijk niet zo. Ik heb de oorlog zelf niet ervaren. Het lijkt mij natuurlijk wel de grootste nachtmerrie om in een oorlog te moeten leven. Als ik Grijs ­verleden (2001 — red.) in een andere periode had geschreven, was ik allang geliquideerd. Gelukkig kan ik rustig zeggen wat ik zeg.” Onopgevoed De oorlog speelde volgens Chris van der Heijden indirect een rol binnen zijn ouderlijk gezin: “Mijn vader was in de oorlog zo fout als een deur, hij had echt een fascistoïde mentaliteit.” Nogmaals: “Ik hield werkelijk van mijn vader, maar hij had een fascistoïde mentaliteit. Dat had niets met het nazisme te maken, al denken mensen dat altijd. Mijn vader was een ouderwetse katholiek. Fascisme is een katholiek verschijnsel — kijk naar het hiërarchische denken, de behoefte aan een geordende wereld — maar heeft door de oorlog een heel andere lading gekregen.” Van der Heijdens vader was jurist en voor de oorlog lid van Verdinaso (Verbond van Dietsche Nationaal Solidaristen), dat Nederland en Vlaanderen in een groot-­Nederland wilde verenigen. Verdinaso ging op in de NSB. Van der Heijden senior liep als officier van het Nederlands leger over naar de Waffen-SS en vocht in

179


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 180

“Ik was eigenlijk onopgevoed, later ben ik door mijn vrouw ‘heropgevoed’. Dat was ook wel nodig denk ik, anders was ik misschien wel losgeslagen”

180

Rusland aan het oostfront. Hij werd voor zijn rol in de oorlog gevangengezet en kwam in 1953 weer vrij. Van der Heijden senior overleed in 2012. “Ik ben in 1954 geboren, dus nadat mijn vader zijn straf had uitgezeten. Door mijn vader kwam die ouderwetse katholieke sfeer terug in het gezin. Hij dacht enorm hiërarchisch en vond zichzelf bij wijze van spreken nogal dicht bij de paus staan. Het wereldbeeld van mijn vader was: bovenaan staat de paus, onderaan de werkman, orde moet er zijn, de vader is het hoofd van het gezin. Hij dacht toen hij weer vrij was even orde op zaken te gaan stellen. Dat ging natuurlijk helemaal fout. Hij dacht vader te kunnen zijn, terwijl hij zijn kinderen jaren niet had gezien. Het gezin had tot zijn terugkeer uit gevangenschap ook zonder hem gefunctioneerd. Bij mijn oudere zusjes leefde dus het gevoel: waar bemoei je je mee? Het huwelijk van mijn ouders is uiteindelijk verkeerd gelopen, ze zijn

Oostfront  Hoewel nazi-Duitsland en de Sovjet-Unie ideologische vijanden waren, sloten ze in 1939 het Molotov-Ribbentrop Pact. Daarin beloofden de twee landen elkaar met rust te laten. Dankzij die afspraak had Hitler de handen vrij om in 1939 Polen binnen te vallen. Na de succesvolle bezetting van onder meer Nederland en de verloren Slag om Groot-Brittannië viel Hitler in 1941 alsnog de Sovjet-Unie binnen: het begin van Operatie Barbarossa. Duizenden Nederlanders vochten als vrijwilliger in Duitse militaire dienst mee aan het oostfront: een groot deel van de 23.000 Nederlanders die lid waren van de Waffen-SS. Ongeveer zevenduizend Nederlanders kwamen aan het oostfront om het leven. De tweefrontenoorlog zou Duitsland fataal worden. Tweedewereldoorlog.nl


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 181

gescheiden. Mijn vader verdween uit mijn leven op mijn achtste. Pas op mijn 23e zag ik hem terug. Mijn moeder, een schrijfster, was na zijn vertrek een alleenstaande vrouw met een groot gezin, zes kinderen. Ze was erg verdrietig.” “Of mijn vader invloed heeft gehad op hoe ik denk over vrijheid? Nee, nou ja, hoogstens negatief. Want in mijn vormende jaren, tussen mijn 8e en 23e, was hij er dus niet.” “Ik was in mijn jeugd helemaal vrij. Het paste niet in het wereldbeeld van mijn moeder om ons streng aan te pakken. Mijn moeder zei zelden wat ik moest doen, ze vroeg bijvoorbeeld nooit of ik mijn huiswerk had gemaakt. Ik was eigenlijk onopgevoed, later ben ik door mijn vrouw ‘heropgevoed’. Dat was ook wel nodig denk ik, anders was ik misschien wel losgeslagen, aan de drugs geraakt en een flierefluiter geworden. Ik heb zelf paal en perk moeten stellen aan mijn vrijheid omdat ik anders zou verdwalen. Ik heb een enorm verantwoordelijkheidsgevoel en ben een harde werker. Ik ben heel systematisch en sta altijd vroeg op. Ik heb qua schrijven en publiceren een enorme productie, mis nooit een deadline, ben nooit te laat op een afspraak.” Schrijvers zijn voor Van der Heijden “enorm belangrijk” geweest in de ontwikkeling van zijn denkbeelden: “Als student heb ik een existentialistische periode gehad: ik las Sartre, later Marcuse, Frankfurter Schule. En ik ben afgestudeerd op Menno ter Braak (een gezaghebbende Nederlandse schrijver, essayist en cultuur-/literatuurcriticus, 1902–1940 — red.).” Buitenstaander Op de vraag of er ook andere invloeden in zijn denken over vrijheid zijn aan te wijzen, knikt Chris van der Heijden instemmend

Frankfurter Schule  De Frankfurter Schule is een Duitse sociologische en filosofische stroming, die ontstond in de eerste helft van de twintigste eeuw. Vanuit het marxisme zijn eigen theorieën ontwikkeld. Het Instituut voor Sociaal Onderzoek, waar de Frankfurter Schule uit voortkwam, werd in 1933 door de nazi’s gesloten. Het instituut verhuisde naar de Verenigde Staten, waar het onderdak kreeg op de Columbia Universiteit in New York. The Internet Encyclopedia of Philosophy, Universiteit Utrecht

181


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 182

“Doordat ik kind van een foute vader ben, heb ik me altijd een outsider gevoeld”

182

en enthousiast: “Vrijheid beleef ik ook op een andere manier: ik heb veel gereisd, onder andere om reportages en programma’s te maken voor de VPRO en de KRO. En vrijheid is de liefde. Ik heb een heel leuk liefdesleven. Dat heeft me veel geleerd over de ruimte en de mogelijkheden van het bestaan. Ik heb een Spaanse vrouw, ik voel me zelf heel Spaans, ik heb er een huis. Tussen 1988 en 1993 heb ik in Spanje gewoond. Doordat ik kind van een foute vader ben, heb ik me altijd een outsider gevoeld. In Spanje was ik opnieuw een buitenstaander, maar dat was de natuurlijke situatie. Daarom voelde het daar juist niet als buitenstaanderschap.” “Ik heb het vroeger als een nadeel ervaren, dat er niet bij horen. Aan de andere kant wilde ik me ook nergens bij aansluiten, want ik wilde niet kiezen. Ik was misschien ook bang om een foute keuze te maken. Pas later ben ik dat buitenstaanderschap als een kracht gaan ervaren. En dat heeft onmiskenbaar met vrijheid te maken. Ik heb nooit last van sociale druk. Ik zeg gewoon wat ik denk. Dat blijkt soms heel onhandig te zijn.” Ook reizen in de geschiedenis is voor de historicus bepalend geweest voor zijn beeld van vrijheid — en dan gaat het niet alleen over de Tweede Wereldoorlog: “Zo heb ik Zwarte renaissance geschreven, een groot boek over Spanje tussen 1492 en 1536. Dat vind ik zelf mijn mooiste boek. Het gaat over Spanje aan het einde van de Middeleeuwen, de doorbraak van de moderne tijd, over de positie van Joden in Spanje, over de weerzin tegen de islam.” Behalve een bron van inspiratie was het wonen in Spanje, het hebben van een Spaans-Nederlands gezin en de komst naar Nederland ook op een pijnlijke manier bepalend in Van der Heijdens


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 183

leven en loopbaan als schrijver. “In 1993 ben ik met mijn gezin, mijn vrouw en twee Spaanse kinderen naar Nederland verhuisd. Ik ben toen enorm geschrokken van mijn eigen land. Mijn vrouw en mijn kinderen werden gediscrimineerd. Mijn dochter had toen ze een peuter was een heel lekker kinderparfum op — dat is Spaans —, maar ze kreeg te horen dat ze stonk. Ook qua kleding en taal waren mijn kinderen anders en dat kregen ze te horen. Dat paste totaal niet bij mijn beeld: van Nederland als een tolerant land. Opeens zag ik Nederland anders. Wij hadden een auto met Spaans nummerbord, maar dat zag eruit als een Duits kenteken. Ik heb heel wat keren meegemaakt dat ik werd afgesneden op de snelweg. Ik dacht: wat gebeurt hier? Mensen zagen mij als Duitser. Dat heeft mij gevormd. Ik dacht: die Nederlanders, die denken dat ze massaal in het verzet hebben gezeten en tolerant zijn, zijn helemaal niet zo tolerant. Het is een beslissende ervaring in mijn leven geweest en heeft mij enorm aan het denken gezet. Daar is mijn boek Grijs verleden uit voortgekomen.” Beeldvorming “In Grijs verleden betoog ik dat het er in Nederland in de Tweede Wereldoorlog anders aan toe is gegaan dan tot dan toe werd aangenomen. Loe de Jong dacht in de categorieën goed en fout, wij versus zij. Ik daarentegen zie een glijdende schaal, een enorm scala van tinten”, vertelt Chris van der Heijden. In Grijs verleden schrijft de historicus dat de overgrote meerderheid van de Nederlandse

Spanje tussen 1492 en 1536  Bekeren tot het katholiek geloof of het land verlaten. Voor die keuze werden de joden in Spanje gesteld, toen het katholieke koningspaar in 1492 het ‘verdrijvingsedict’ uitvaardigde. Het Iberisch schiereiland was heroverd op de islamitische Moren en Spanje wilde via de inquisitie (verplichte bekering) heel het land ‘katholiseren’. Veel joden vluchtten naar Portugal. In 1536 werd ook daar de inquisitie ingesteld. Sommigen bleven het jodendom in het geheim belijden. De eerste joden die naar Nederland kwamen, waren afstammelingen van Spaanse en Portugese joden. Zij worden Sefardische joden genoemd — Sefarad is Hebreeuws voor Iberisch schiereiland. In 2015 nam de Spaanse regering een wet aan waardoor de Sefardische joden alsnog mogen terugkeren naar Spanje en hun Spaanse nationaliteit kunnen terugkrijgen. Joods Historisch Museum, NOS

183


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 184

“Ik heb heel wat keren meegemaakt dat ik werd afgesneden op de snelweg. Ik dacht: wat gebeurt hier? Mensen zagen mij als Duitser”

184

bevolking in een grijs gebied ‘aanmodderde’, waar niet een morele keuze, maar toeval, omstandigheden en opportunisme de posities bepaalden. “Mensen die zwart-wit denken zien zichzelf nooit als zwart, ze zien zichzelf altijd aan de witte kant staan. Alleen dat al bewijst de onjuistheid van die vorm van denken. Als je bedacht bent op je eigen slechtheid, dan ben je er veel beter tegen bestand dan wanneer je die slechtheid ontkent.” Na de verschijning van Grijs verleden kwam een polemiek op gang. Sommige collega-historici waren enthousiast over het boek, anderen schreven kritische opiniestukken. Zo schreef historicus Evelien Gans in De Groene Amsterdammer (27 januari 2010), onder meer naar aanleiding van Grijs verleden: “In zijn poging tot relativering van de Shoah (…) en het stereotiepe beeld dat hij van Joden schetst, toont Chris van der Heijden zich een Nederlands voorbeeld van

Loe de Jong  Het verscheen tussen 1969 en 1994 en wordt nog altijd beschouwd als hét standaardwerk over de bezettingsperiode: Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog van historicus en sociaal geograaf Loe de Jong (19142005). De publicatie bestaat uit 13 delen, verdeeld over 27 boeken; bij elkaar bijna 15.000 bladzijden. De minister van Onderwijs en Wetenschappen gaf De Jong in 1955 opdracht voor de wetenschappelijke studie. De Jong wilde een breed publiek bereiken. Zo’n 74.000 Nederlanders hebben waarschijnlijk de complete serie in huis. De Jong begon zijn carrière als buitenlandredacteur bij opinieweekblad De Groene Amsterdammer. In Londen werd hij tijdens de oorlog directeur van Radio Oranje, het programma voor bezet Nederland. In de jaren zestig presenteerde De Jong ook de populaire tv-serie De Bezetting. Het Koninkrijk der Nederlanden is gratis te downloaden: Niod.knaw.nl/nl/download. NIOD, NPO Geschiedenis


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 185

secundair antisemitisme.” Sommige historici vielen dan weer over deze uitspraken. Gans schreef ook: “Van der Heijden lijkt het cruciale moment van (individuele) keuze en handelen onder het tapijt te willen vegen (…). Zo komen uiteindelijk ‘daders’, ‘omstanders’ en ‘slachtoffers’ terecht in een en dezelfde reusachtige terrine gevuld met een grijze, smakeloze soep. Daar drijven allen doelloos rond, nauwelijks van elkaar te onderscheiden. Makkelijk verteerbaar, dat wel.” Van der Heijden blikt terug: “Historici zijn mensen die verhalen maken, dat doe ik ook, maar ik breek vooral beelden af. Ik ben nog meer een beeldenstormer dan een verhalenmaker. Ik had gedacht dat we open over mijn bevindingen konden praten. Dat is niet gebeurd, in mijn geval is op de man gespeeld: het feit dat ik een foute vader had, zou mijn drijfveer zijn geweest om Grijs verleden te schrijven. Daar ben ik nog steeds verbaasd over, het klopt niet. Ik werd zelfs antisemiet genoemd. Ik denk misschien anders dan de meesten, maar volgens mij ben ik een buitengewoon liberaal mens. Ik vind dat ik door een groep van vooral historici erg onheus bejegend ben. Deze situatie zette mij aan het denken. Het is voor mij een teken van angst. Ik sta er inmiddels volstrekt boven, maar toen het net gebeurde, was ik wel erg in verwarring. Mijn gedachten over Nederlandse vrijheid zijn veranderd. Ik vind Nederland een benepen landje. Het mensbeeld uit de jaren zeventig en tachtig, van vrijheid, openheid en tolerantie bestaat niet meer.” Als beeldvorming zo’n belangrijk aspect van de herinnering aan de Tweede Wereldoorlog is, hoe ziet Van der Heijden dan de ontwikkeling dat de ooggetuigen van de oorlog verdwijnen? “Dat betekent dat de discussies over vrijheid, onvrijheid en democratie zich in toenemende mate loszingen van die oorlog. Spreek met iemand over vrijheid die het vernietigingskamp Auschwitz heeft overleefd en die zal als referentiepunt meteen de oorlog noemen. Maar spreek je met iemand die alleen van Auschwitz heeft gehoord, dan zal die er misschien wel naar verwijzen, maar hij of zij kan het ook over hele andere zaken hebben. In zoverre ben ik het eens met het Nationaal Comité 4 en 5 mei: houd 4 mei als Nationale Dodenherdenking zo dicht mogelijk bij de oorlog. Op 4 mei herdenken we een historische gebeurtenis en de mensen die toen zijn gestorven.”

185


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 186

“Mijn twee volwassen kinderen zijn zo vrij dat het niet nodig is om vrijheid te vieren”

186

In De Groene Amsterdammer (4 mei 2011) stelde Van der Heijden voor om op 4 mei alle leed van de oorlog te herdenken: “Van verzetslui en militairen, Sinti, Roma, Joden, burgerslachtoffers, allen: 4 mei als een soort Nationale Verdriet- en Verzoenavond waarop latere generaties de dom- en vreselijkheden van hun voorouders herdenken.” Ook voor 5 mei ziet hij een heldere invulling: “Houd 5 mei dicht bij het heden. Op 5 mei vieren we vrijheid. Het heeft geen zin om vrijheid aan oorlog te koppelen als mensen die ervaring van oorlog zelf niet hebben. Ik ken helemaal geen bevrijding, ik ken alleen vrijheid. Bevrijding is voor mij een historisch fenomeen. Ik zou 5 mei liever Vrijheidsdag noemen dan Bevrijdingsdag. Mijn twee volwassen kinderen hebben eigenlijk helemaal niets met 5 mei. Ze zijn zo vrij dat het niet nodig is om vrijheid te vieren. Daar ben ik blij om, want als kinderen zo vrij zijn dat het in hun ziel zit, dan hoef je het niet te vieren. 5 Mei is een moment geweest van opluchting, vooruitkijken, opnieuw bouwen, van perspectief. 4 en 5 mei zijn als twee poppetjes die met de rug naar elkaar staan: de een kijkt terug, de ander vooruit.” En hij voegt daaraan toe: “Het worden natuurlijk wel steeds meer gespleten poppetjes, omdat 5 mei steeds verder van de Tweede Wereldoorlog af komt te staan.” Rituelen Met zijn idee voor 4 mei als Nationale Verdriet- en Verzoenavond pleit Chris van der Heijden voor een brede blik op wat en wie te herdenken. Uit zijn column in De Groene: “Want als je alle leed wilt herdenken, dan hoort daar ook het verdriet bij van degenen die aan de andere kant hebben gestaan, zeker als ze met de toenma-


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 187

“Niet alleen jullie hebben het recht om je de geschiedenis toe te eigenen, jullie geschiedenis is ook mijn geschiedenis”

lige gebeurtenissen zelf niets van doen hebben gehad.” Met de laatste zin verwees Van der Heijden naar de kinderen van zogenoemde foute ouders en daarmee tevens naar zichzelf. Hij zegt daar nu over: “Ik ben pas op latere leeftijd naar een Dodenherdenking gegaan, want ik hoorde daar natuurlijk niet. Zoals in alle foute gezinnen waren 4 en 5 mei lastige dagen. In de jaren tachtig ging ik wel naar de Nationale Dodenherdenking op de Dam, maar ik hield altijd bewust afstand. Pas na de publicatie van Grijs verleden in 2001 ga ik er vol overtuiging naartoe. Sinds ik over de oorlog schrijf, heb ik mij de oorlog eigen gemaakt. De oorlog is zo in mijn ziel gekropen dat het tamelijk bezopen zou zijn als ik mij er niet bij zou voelen horen. Ik dacht ten aanzien van de andere aanwezigen op de herdenking: niet alleen jullie hebben het recht om je de geschiedenis toe te eigenen, jullie geschiedenis is ook mijn geschiedenis.” “Nu ga ik elk jaar naar de herdenking in Hilversum. Ik kijk dan vooral heel goed naar iedereen om mij heen. Dat vind ik echt fascinerend. Ik zie vooral rituelen die zich hebben losgezongen van het verleden. Ik heb het idee dat sommigen bijvoorbeeld denken: o ja, morgen moet ik mijn schoenen poetsen. Dat is niet eens zo erg. In een ritueelloze samenleving als de onze, waarin religie en gezag steeds minder bepalend zijn geworden, geloof ik dat het goed is om nog een paar rituelen te hebben. Het is mooi dat mensen met elkaar stil zijn op een plein, dat je op zijn minst dertig seconden over iets van betekenis nadenkt. En dat je een reden hebt om te praten, dat je je kinderen iets vertelt. Hoewel rituelen misschien leeg zijn of voor tachtig procent over iets anders gaan, is het toch geen reden om ze te schrappen. Cultuur heeft rituelen

187


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 188

“Cultuur heeft rituelen nodig. Cultuur kan niet zonder vormen. We kunnen als samenleving niet zonder een verleden”

188

nodig. Cultuur kan niet zonder vormen. We kunnen als samenleving niet zonder een verleden.” IJkpunt Rituelen en geschiedenis zijn niet neutraal, maar zijn inzet van een debat dat onder anderen historici en politici voeren. Zo heeft de overheid in de jaren negentig en aan het begin van het millennium naar voren gebracht dat de Tweede Wereldoorlog een belangrijk element van onze nationale identiteit is — de oorlog is bijvoorbeeld opgenomen in inburgeringscursussen voor nieuwe landgenoten. Chris van der Heijden gaat er niet in mee: “Ik heb weinig met het begrip nationale identiteit. Kijk naar de wereld, naar internet, naar je kleding. Ik geloof dat het nationale tijdperk voorbij is en dat ook vrijheid zich niet langer afspeelt binnen nationale grenzen, misschien wel juist niet.” “Zolang er geen Derde Wereldoorlog komt, blijft de Tweede Wereldoorlog een ijkpunt. Je moet af en toe herdenken, naar de oorlog verwijzen en ernaar terugkijken. Als je het verleden weglaat, dan leef je in een permanent heden, zonder enig kompas. Dan heb je alleen nog horizon. Dat zou voor mensen niet goed zijn, een referentiepunt is nodig. Rituelen bieden een kans om het kompas te herijken. Denk aan de woorden: ‘Dat nooit meer.’ Je kunt de Tweede Wereldoorlog heel goed gebruiken om te vertellen wát je nooit meer zou moeten willen.” Dat nooit meer (2011) is de titel van Van der Heijdens boek dat het vervolg is op Grijs verleden. Daarin beschrijft hij de nasleep van de Tweede Wereldoorlog in Nederland, de omgang met de oorlog in de samenleving. Ondanks de titel Dat nooit meer is het de historicus er


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 189

niet om te doen mensen op het gevaar van herhaling van oorlog en geweld te attenderen: “Het gaat mij om de verhalen van de oorlog, niet zozeer om waarschuwen. In onze moderne samenleving weten mensen heel goed wat ze met oorlogsverhalen aan moeten. Het kader voor die verhalen wordt op 4 mei aangeboden.�

189


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 190

190


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 191

Jan Pronk

Jan Pronk (Scheveningen, 1940) is econoom en was tussen 1973 en 1998 in drie kabinetten minister voor Ontwikkelingssamenwerking (kabinet Den Uyl, ­Lubbers III en Kok I) en vervolgens in Kok II nog vier jaar minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu (VROM). Ook was hij Tweede Kamerlid voor de PvdA en in verschillende functies werkzaam voor de Verenigde Naties, in de periode 2004–2006 als bijzonder VN-gezant voor Soedan. Tussen 2008 en 2011 was Pronk voorzitter van het Interkerkelijk Vredes­ beraad (nu vredesorganisatie PAX). Hij zegde in 2013 zijn PvdA-­ lidmaatschap op, omdat de partij zich steeds verder zou hebben verwijderd van de beginselen van de sociaaldemocratie. Pronk is als buitengewoon hoog­leraar Theorie en Praktijk van Internationale ­Ontwikkeling verbonden aan het International Institute of Social Studies (ISS) in Den Haag. Pronk is getrouwd, heeft twee kinderen en drie kleinkinderen.

191


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 192

“Ik vond dat ik overal moest zijn waar oorlog was” 192

Jan Pronk was een oorlogsbaby en begreep als kleuter al goed dat volwassenen ook bang kunnen zijn. Hij zag mensen wegduiken voor de Duitsers. Toch, of misschien wel juist daarom, zocht hij als diplomaat en minister heel bewust brandhaarden op, overal ter wereld. “Je weet beter hoe te handelen wanneer je de onvrijheid hebt beleefd: proef, ruik, voel.” Een zonnige lentedag. Jan Pronk (1940) arriveert op de fiets bij het Haagse International Institute of Social Studies (ISS). Terwijl veel leeftijdsgenoten van hun pensioen genieten, staat de agenda van Pronk nog altijd vol werkafspraken. Hij is aan het ISS verbonden als buitengewoon hoogleraar Theorie en Praktijk van Internationale Ontwikkeling. Nog steeds geeft hij colleges, begeleidt hij studenten. Bij de balie haalt de voormalig minister voor Ontwikkelingssamenwerking de sleutel van zijn kamer op, hij controleert zijn postvakje en drukt op het knopje voor de lift naar boven. In het publieke debat laat Pronk ook nog altijd van zich horen: als columnist, door lezingen te geven. Dikwijls heeft zijn boodschap met vrijheid te maken. In 2015 ondertekende hij bijvoorbeeld een manifest, een oproep aan de regering om het Nederlandse defensiebudget te verhogen (voormalig vredesactivist Mient Jan Faber was een van de andere indieners). De boodschap: meer geld voor defensie is noodzakelijk om een serieuze bijdrage te kunnen leveren aan de handhaving en bevordering van de internationale rechtsorde.


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 193

Bedelen om voedsel Jan Pronks werkkamer is compact en sober ingericht: een paar boeken, papieren, een tafel. Openhartig vertelt hij over zijn eerste levensjaren. “Ik was baby toen de Tweede Wereldoorlog begon. Er zijn dingen uit de laatste jaren die ik mij goed herinner. Dat er mannen in de straat waren: NSB’ers, bezig met een razzia. Interessant vond ik dat. ‘Komen jullie ook bij ons thuis?’, riep ik. Bang was ik niet, mijn ouders wel.” “In de Hongerwinter was ik met mijn moeder bij de gaarkeuken — ze hield mijn handje vast. Ik vond het normaal om daar te staan. Mensen doken weg, er waren militairen met geweren. Ze pikten mannen uit de rij, de mensen waren angstig. Ik ervoer voor het eerst dat volwassenen ook bang kunnen zijn.” “Honger betekent: bedelen om voedsel. Mijn vader stuurde mij naar Hus, een grote bakkerij in Den Haag. Ze hadden daar paarden en daarom kreeg je een boterham als je schillen bracht. Ik stond daar in de rij, toen grote mannen zeiden: ‘Het is niet waar, je krijgt hier niets.’ Dus ging ik maar naar huis. En mijn vader was boos, op mij. Ik was vier jaar! Hij durfde kennelijk niet zelf te gaan, misschien was hij bang voor een razzia. Een poosje later stuurde hij me weer naar Hus, ik weet nog precies hoe dat schillenbakje eruitzag — dat bakje hebben we altijd gehouden. Toen moest ik zó nodig plassen en omdat ik dat daar niet durfde te doen, liep ik opnieuw zonder een boterham naar huis… Plassend in mijn broek kwam ik de straat in, andere kinderen lachten mij uit.” Even later: “Als ik mijn ervaringen met de Tweede Wereldoorlog vergelijk met de oorlogservaringen van anderen, dan zijn dit natuurlijk rimpelingen.”

Hongerwinter  In de winter van 1944/1945 blokkeerden de Duitsers in Nederland de aanvoer van voedsel en brandstof, als vergelding voor de grote spoorwegstaking van NS-personeel. Ook was het extreem nat en koud. Inwoners van de steden trokken naar het platteland, op zoek naar voedsel. Naar schatting 16.000 tot 25.000 mensen in West-Nederland kwamen tijdens de Hongerwinter door honger en/of kou om het leven. NIOD, Renske Krimp — De doden tellen. Slachtofferaantallen van de Tweede Wereldoorlog en sindsdien (2015)

193


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 194

“Mijn oom is door de Japanners onthoofd”

194

Ontwikkeling is vrijheid Wat verstaat Jan Pronk onder vrijheid? Is dat een leven zonder oorlog? Hij leunt even achterover, om snel daarna weer voorover te buigen. “Regelmatig start ik hierover discussies op mijn colleges. Ik hanteer dan vaak drie thematische invullingen van het vrijheidsbegrip.” Vrijheid is voor hem meer dan vrede. Op verzoek schrijft Pronk een aantal kernbegrippen op: vrijheid/welvaart, vrijheid/gelijkheid en als eerste — “Ik doe het even in het Engels” — development as freedom. Het is — niet toevallig — ook de titel van het in 1999 verschenen boek over internationale ontwikkeling van de Indiase econoom Amartya Sen. Hij won in 1998 de Nobelprijs voor de Economie. “Het werk van Sen staat vrij centraal in het denken over wat ontwikkeling nou eigenlijk is: een proces gericht op de bevrediging van menselijke behoeften. Ik vind het een uitstekend uitgangspunt voor discussie op mijn colleges: ontwikkeling ís vrijheid.” Dat is theoretisch ook te onderbouwen, legt Pronk uit. Hij start een privécollege — onmogelijk om ertussen te komen. Met regelmaat zet hij zijn bril af, een van de pootjes verdwijnt vervolgens in zijn mond. Pronk legt extra nadruk op de begrippen die er het meest toe doen. “Het gaat om de vrijheid die je ‘krijgt’, bijvoorbeeld omdat je in een democratie leeft en niet in oorlog, en om de vrijheid die je verworven hebt, door bijvoorbeeld een opleiding te volgen. Hoe meer vrijheid je hebt om te kunnen kiezen, om te doen wat je wilt, hoe meer je je kunt ontwikkelen en hoe welvarender je bent. Vrijheid is dus zowel een doel op zich, als een instrument, een noodzakelijke voorwaarde om andere doelen te bereiken.” “Natuurlijk is er in een samenleving geen sprake van gelijkheid,


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 195

want mensen zijn niet gelijk.” Ze verschillen wat betreft uitgangspositie (rijke/arme ouders) en op persoonlijk niveau (denk aan intelligentie). “Maar iedereen heeft dezelfde rechten op vrijheid.” Daarmee keert Pronk zich tegen regimes die de keuzemogelijkheden van hun burgers beperken, met het idee zo sneller tot economische groei te komen. Het zijn met name Aziatische landen die stellen dat een autoritair, centraal geleid stelsel nodig is om de economische achterstand ten opzichte van het Westen goed te maken, stelt Pronk. Hij noemt als voorbeelden China, Singapore en Maleisië. “Het mag zo zijn dat een zekere beperking van keuzemogelijkheden verhoging van de materiële welvaart dichterbij brengt. Maar in zo’n situatie is de kans uitermate groot dat die machthebbers tot de conclusie komen: nog even wat minder vrijheid en meer welvaart, want morgen hebben we meer welvaart en kunnen we dus meer vrijheid toekennen. Overmorgen zullen ze hetzelfde zeggen. Het is heel waarschijnlijk dat ze nooit de keuze in de richting van meer vrijheid zullen maken. Je zou kunnen zeggen dat hoe groter de gelijkheid aan het begin van een economisch ontwikkelingsproces is, hoe geringer de ongelijkheid in macht en dus hoe groter de kans is dat niemand in economisch opzicht wordt uitgesloten.” Lezen, denken, praten De Tweede Wereldoorlog staat aan de basis van Jan Pronks visie op vrijheid. “Mijn persoonlijke herinneringen aan de bezetting, hoe onaanzienlijk ook, waren een richtsnoer toen ik later, als scholier en student, om mij heen keek in de wereld”, zei hij in zijn 5 mei-lezing van 2007, ter markering van het begin van de Nationale Viering van de Bevrijding. “Ik begreep dat oorlog, honger, terreur, genocide en schendingen van mensenrechten geen uitzondering waren en evenmin verschijnselen van ver weg, maar een werkelijkheid die dichtbij kon komen.” Naar eigen zeggen groeide Pronk op in een vrij streng hervormd milieu: christelijk onderwijs doordeweeks, twee keer naar de kerk op zondag en zondagsschool. Zijn ouders stonden voor de klas en als vierjarige leerde hij al lezen — “Dat ging spelenderwijs, er was niet veel speelgoed.” Pronk sloeg het eerste jaar van de lagere school over en nam als zevenjarige al dagelijks de krant door. Zo maakte

195


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 196

“Mijn keuzes komen wel een beetje voort uit de Tweede Wereldoorlog — ik heb het meegemaakt”

196

hij al op jonge leeftijd kennis met onvrijheid overal ter wereld. “Ik herinner mij dat ik las over de ‘politionele acties’. Natuurlijk had ik er geen visie op, maar ik wist ervan. Over de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog werd thuis trouwens niet echt gesproken. Wat betreft Nederlands-Indië ging het wel over mijn oom, die is daar door de Japanners onthoofd.” “Dat soort momenten sla je op, zoals ook de luchtbrug in ­Berlijn, eind jaren veertig. En de Koude Oorlog (1945–1989 — red.), de Korea-oorlog (1950–1953 — red.), de Watersnoodramp (1953 — red.). Ik bleef me voor de wereld interesseren en aan het einde van mijn middelbareschooltijd had ik niet alleen kennis opgedaan, maar ook inzicht in de waarden die liggen achter politieke keuzes die gemaakt waren in de loop van de geschiedenis en de toenmalige actualiteit. Ik weet nog de eerste keer dat ik dacht: hier ben ik het echt mee eens. Dat was bij het ontstaan van de Beweging van niet-gebonden landen. Toen was ik vijftien of zestien en had ik het idee: mensen in geheel ander culturen mogen, net zoals wij tijdens de Tweede

Luchtbrug  Toen Sovjetleider Jozef Stalin in juni 1948 besloot de toegangswegen naar West-Berlijn af te sluiten, was het niet langer mogelijk om over land naar het westen van de stad bijvoorbeeld brandstof en voedsel aan te voeren. Stalin wilde de stad volledig in handen krijgen en een grote escalatie dreigde. Maar de Britten en Amerikanen begonnen een luchtbrug, die een soort lopende band werd: de hele dag door landden vliegtuigen met spullen in West-Berlijn, waardoor de ruim twee miljoen inwoners het hoofd boven water konden houden en het plan van Stalin mislukte. In mei 1949 gingen de toegangswegen naar Berlijn weer open. Duitsland Instituut


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 197

Wereldoorlog, beslissen dat zij vrij willen zijn — de dekolonisatie — en daarna hun eigen weg gaan. Op een gegeven moment ben je oud en wijs genoeg om kennis te koppelen aan inzicht.” In de Nederlandse Hervormde Kerk in Scheveningen volgde Pronk vervolgens preken, leerhuispreken noemt hij ze, met een duidelijke visie op de samenleving: “Niet naar binnen gekeerd, maar naar buiten: voor een betere wereld moet je samenwerken en niet alleen met geloofsgenoten — dat was een andere houding dan ik van huis uit meekreeg. Die preken hebben mij wel beïnvloed.” “In een confrontatie met een ander, een katholiek, een moslim, verlies je niet een stukje van jezelf, je wordt er juist rijker van.” Dan begint hij over de multiculturele samenleving en hoe belangrijk het daarin is om voor anderen open te staan. “Identiteitsconflicten, in alle samenlevingen trouwens, zijn moeilijker dan economische conflicten, omdat mensen hun identiteit definiëren als een soort contrapunt van de identiteit van iemand anders. Dan ontstaat er dus geen mogelijkheid van uitruil en ligt ongelijkheid op de loer.” Tijdens zijn studie economie, tussen 1957 en 1964, had Pronk de kans om zijn geest verder te scherpen. “In die tijd mocht je er nog lekker lang over doen. Dus er was ook gelegenheid om je een klein beetje te verdiepen, bijvoorbeeld in de filosofie van economie. Dan ga je dus lezen, denken, praten, enzovoorts. Zo kreeg ik echte denkvrienden en dat zijn mijn beste vrienden geworden — helaas zijn de meesten daarvan inmiddels overleden.” Duizenden levenloze lichamen Jan Pronk was minister voor Ontwikkelingssamenwerking en ­minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu.

Beweging van niet-gebonden landen  De Beweging van niet-gebonden landen is een collectief van ruim honderd (ontwikkelings)landen, voor overleg over gezamenlijke belangen. Oorspronkelijk was het een organisatie van landen die zich niet verbonden voelden met de grote machten van de Koude Oorlog: het Westen en het Oostblok. De eerste bijeenkomst was in 1961. The Non-Aligned Movement

197


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 198

“In een confrontatie met een ander, een katholiek, een moslim, verlies je niet een stukje van jezelf, je wordt er juist rijker van”

198

Ook werkte hij als bijzonder VN-gezant in Soedan en was hij ­ oorzitter van het Interkerkelijk Vredesberaad (nu vredesorganisav tie PAX). Je kunt hem gerust maatschappelijk betrokken noemen. “Het werk dat ik gedaan heb, komt ook wel een beetje voort uit de Tweede Wereldoorlog — ik heb het meegemaakt. Ik wilde bezig zijn met situaties van onvrijheid, daar iets aan doen.” Terwijl veel politieke kopstukken al op jonge leeftijd politiek actief waren, koos Pronk bewust voor een andere weg. “Zodra ik ben afgestudeerd, word ik lid van een politieke partij en welke dat wordt, bepaal ik dan pas, zo dacht ik erover. Op 6 december 1964 studeerde ik af en op 1 januari werd ik lid van de PvdA. Ik vind: je moet je studie gebruiken om te studeren, dan heb je een goede grond voor een beslissing die kan beklijven. Je kunt beter een keuze uitstellen, dan iets te oppervlakkig doen, snel, een klein beetje onder invloed van de omstandigheden of ­sociale controle.” Hij haast zich toe te voegen: “Dit is theorie hoor, meer ook niet.” Als minister voor Ontwikkelingssamenwerking zocht Pronk doelbewust plekken van onvrijheid op. “In mijn functie vond ik dat ik

Oorlog in Soedan  De eerste Soedanese burgeroorlog tussen het noorden (islamitisch bewind) en het zuiden (rebellen) eindigde in 1972, de tweede brak uit in 1983. Pas in 2005 werd een definitief vredesakkoord getekend. In 2011 werd Zuid-Soedan onafhankelijk, maar nog steeds is het er onrustig. Daarnaast voeren Arabische milities en rebellengroepen sinds 2003 oorlog in de westelijke Soedanese regio Darfur. Door dit conflict waren eind 2015 naar schatting al 200.000 tot 400.000 mensen omgekomen; bijna twee miljoen mensen sloegen op de vlucht. CIA World Factbook, Verenigde Naties


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 199

overal moest zijn waar oorlog was. Dus ging ik naar Rwanda, in mijn eentje, want voor mijn medewerkers, voor wie ik verantwoordelijkheid droeg, was het te gevaarlijk. Ik vond dat ik als minister alleen met kennis van zaken beslissingen kon nemen wanneer ik aanwezig was geweest.” Pronk zag duizenden levenloze lichamen voorbijdrijven. “Wat ik meemaakte in Liberia, Somalië, Cambodja, overal: je kon je er geen voorstelling van maken wanneer je achter je bureau in Den Haag bleef zitten. Je moet proeven, ruiken, voelen, de afstand overbruggen.” Toen Pronk gedurende de Bosnische burgeroorlog in Mostar (Bosnië-­Herzegovina) was, belandde hij midden in een bombardement. Alles om hem heen ontplofte, overal was bloed. Soms droomt hij over dit soort ervaringen.

Rwandese genocide  Nadat de Hutu’s in Rwanda in 1959 de Tutsi-koning hadden afgezet, werden duizenden Tutsi’s vermoord en ongeveer 150.000 verdreven. De Tutsi’s vormden vervolgens een rebellengroep, die in 1990 een burgeroorlog tegen de Hutu’s begon. In 1993 werd een vredesakkoord getekend. Een jaar later werden de Tutsi’s beschuldigd van de dodelijke aanslag op de Hutu-president, wiens vliegtuig was neergeschoten. Een goed georganiseerde ‘moordcampagne’ startte. Via de radio werd opgeroepen de ‘Tutsi-kakkerlak’ uit te roeien. Binnen honderd dagen werden naar schatting een miljoen mensen omgebracht, voornamelijk Tutsi’s: de Rwandese genocide. Volgens de Verenigde Naties reageerde de internationale gemeenschap te traag. BBC, CIA World Factbook, Verenigde Naties

Bosnische burgeroorlog  Nadat Bosnië-Herzegovina zich in 1992 na een referendum onafhankelijk had verklaard van voormalig Joegoslavië, kwamen de Bosnische Serven nog datzelfde jaar in militaire opstand: het begin van de Bosnische burgeroorlog. Ze werden gesteund door buurland Servië-Montenegro (toen nog één land). De Bosnische stad Mostar werd gebombardeerd. Een jaar later, in 1993, vochten de Kroaten (katholieken) en Bosniakken (moslims) om de stad en werd de Stari Most (‘oude brug’) verwoest. Dit werd een van de symbolen van de burgeroorlog. In 1995 kwam met het Verdrag van Dayton aan de oorlog in Bosnië-Herzegovina een einde. Ruim 97.000 mensen kwamen om, vooral Bosnische moslims (naar schatting tweederde van het totale dodental). De kapotgeschoten brug in Mostar werd herbouwd. BBC, CIA World Factbook, The Center for Justice and Accountability, The New York Times

199


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 200

“Ik vrees dat oorlogen in Zuid-Azië, Afrika en het Midden-Oosten zich tot Europa zullen gaan uitstrekken”

200

De ellende die Pronk heeft gezien, heeft hem “tamelijk pessimistisch” gemaakt — zo verwoordde hij het in zijn 5 mei-lezing uit 2007. “Nog pessimistischer word je als je ziet hoeveel van die ellende, armoede, onvrijheid en schendingen van mensenrechten wordt ontkend en genegeerd, hoezeer men er de ogen voor sluit, lippendienst bewijst aan de bestrijding ervan”, zei Pronk destijds. “Vooral dat maakt pessimistisch: niet dat er schendingen plaatsvinden, maar dat er niet tegen wordt opgetreden en dat er met twee maten wordt gemeten. Misschien verwacht u van mij, als ervaren politicus en deskundige, dat ik u ervan overtuig dat het allemaal wel meevalt, dat ik nuanceer, dat ik een perspectief schets van verdere verbetering. Ik vrees dat ik u dan moet teleurstellen. Het komt niet vanzelf. We zullen er harder aan moeten werken.” Aldus Pronk in 2007. Nu zegt hij: “Deze boodschap is nog altijd actueel.” Gelukservaring Vijf jaar oud was Jan Pronk toen Nederland werd bevrijd. “Ik weet nog heel goed hoe blij iedereen was toen die vliegtuigen boven Den Haag voedselpakketten dropten. En één, twee dagen later liepen Canadese soldaten door de straat. Mannen in uniform die aardig waren voor kinderen, dat was voor mij de bevrijding. Ik had mijn eerste echte gelukservaring: ik zat achterop de fiets bij mijn vader en we reden over de Scheveningseweg. Ik zag de zon schijnen, op prachtige bomen, op bladeren... Dat heb ik altijd onthouden.” “Mijn vader nam mij in de jaren na de bevrijding altijd mee naar de Waalsdorpervlakte. Later ging ik met mijn eigen kinderen. Ze moesten niet mee, je moet nooit iets, maar je vertelt er zodanig over dat ze mee willen. Voor mij was en is 4 mei heel belangrijk, en altijd


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 201

Waalsdorp. Het is een essentieel ritueel; 5 mei niet. Ik kan me geen feesten herinneren. De bevrijding maakte indruk, ja, maar ik ben geen feestnummer — mijn ouders ook niet. Je ging niet naar de kermis, naar al die dingen in de stad, pertinent niet. Hetzelfde heb ik met Koningsdag. Ik vind 5 mei-vieringen niet zinvol zonder 4 mei. Je kunt niet vooruitkijken als je niet herinnert, dan weet je niet welke kant je op moet.” “Voor mij is de Dodenherdenking niet alleen maar een moment om terug te kijken, maar ook om vooruit te kijken. Ik vind het goed hoe ze het in Rwanda doen, hoe ze daar stilstaan bij de genocide tegen de Tutsi’s.” Kwibuka, zoals de jaarlijkse herdenking in Rwanda heet, staat voor remember (herdenken), unite (verenigen) en renew (vernieuwen). Daarbij bestaat dat eerste, remember, uit twee elementen, zegt Pronk: reflect, je gaat erover nadenken, en relive, je herbeleeft. “Zo zou je ook in Nederland op de Holocaust terug kunnen kijken. Het is iets anders dan ‘nooit meer’, dat is beperkter.” Privacyschending Zeventig procent van alle Nederlanders die stilstaan bij Bevrijdingsdag, viert op 5 mei dat we in vrijheid leven (Nationaal Vrijheidsonderzoek 2015). Maar vergeet niet dat onze vrijheid onder druk staat, waarschuwt Jan Pronk: “Ik vrees dat oorlogen in Zuid-Azië, Afrika en het Midden-Oosten zich tot Europa zullen gaan uitstrekken. Dat kan met verstandig beleid voorkomen worden: beleid dat gericht is op internationale vrede en dus niet alleen op de eigen, nationale veiligheid. Kies je toch voor dat laatste, dan rijst een groot gevaar: inperking van vrijheden door bijvoorbeeld uitsluiting van minderheidsgroepen, het weren van vluchtelingen en privacyschending.”

Waalsdorpervlakte  De Waalsdorpervlakte is een gedenkplaats met vier bronzen fusilladekruizen en een grote klok in de duinen bij Den Haag. Het is een van de grootste herdenkingsplekken voor gevallen Nederlandse verzetsstrijders. Op de Waalsdorpervlakte executeerden de nazi’s tijdens de Tweede Wereldoorlog naar schatting 250 Nederlanders. Vooral verzetsstrijders uit de nabijgelegen gevangenis het Oranjehotel in Scheveningen vonden hier hun dood. Nationaal Comité 4 en 5 mei, Tweedewereldoorlog.nl

201


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 202

202

Pronk gaat door op het laatste: “De vrijheid in het Westen wordt bedreigd door de macht en technologie speelt daarin een belangrijke rol. Kijk naar de manier waarop de Amerikanen en andere veiligheidsdiensten bijna alles kunnen nagaan: de plek waar iemand is, wat iemand doet...” Hier gaat het om, zegt Pronk: “De macht, ook in zogenaamd democratische systemen, wil zichzelf continueren, en doet dat door vrijheden van de ander te beperken. Om te voorkomen dat anderen hun vrijheid gaan gebruiken tegen de macht. Dat baart mij buitengewoon veel zorgen. Privacyschending is een van de allergrootste problemen van dit moment.” “Hoe de wereld er over twintig jaar uit zou kunnen zien? Ik ben bang voor een situatie waarin vrijheden steeds meer worden beperkt en waarin mensen worden geïndoctrineerd, waardoor ze het heel normaal gaan vinden dat ze geen privacy meer hebben, vanuit de gedachte van nationale veiligheid… Dat is framing — net zoals Amerikanen geloven dat iedereen de gelegenheid heeft om rijk te worden, ook al ben je arm. Mensen krijgen te horen, en zeggen dat zelf ook: ‘Als je niets te verbergen hebt…’ Onzin: het gaat er niet om of je iets te verbergen hebt. Het gaat erom dat macht­ hebbers daar per definitie van uitgaan, bijvoorbeeld omdat je past in een door hen opgesteld profiel, je daarover niet informeren en hun houding tegenover jou daarop baseren, zonder dat je je daartegen kunt verweren.” “Je wordt straks nog meer gevolgd door organisaties met macht. Als je wordt beschouwd als iemand die waarschijnlijk gevaarlijk kan zijn, dan betekent het dat je veel minder mogelijkheden hebt. Dan krijg je je paspoort niet, je komt niet over de grens, krijgt geen toegang — of tegen een veel hogere premie — tot sociale zekerheid. Dat is dus ingebouwde ongelijkheid, op basis van macht. Ik vrees dat we die kant op gaan en zie gelukkig dat mensen zich verzetten. Maar die worden ook weer geframed, neergezet als psychiatrische gevallen. Dat is zorgwekkend.” Kun je met dit thema iets op 4 en 5 mei? “Zeker, al was het alleen maar omdat in de Tweede Wereldoorlog ook sprake was van ernstige privacyschending. Het feit dat we alles toen zo netjes noteerden in het bevolkingsregister, betekende dat je vrijheid werd ingeperkt: de machten konden er gebruik van maken. Helaas wordt tegenwoordig door velen gedacht dat het nu zo’n vaart niet


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 203

zal lopen: ‘De huidige situatie is anders…’ Dus zodra je privacy­ schending koppelt aan de oorlog, kan dat zich in de discussie tegen je keren. Misschien moet je maar gewoon het probleem schetsen zoals het is. En dat is erg genoeg. Alles koppelen aan de oorlog heeft kennelijk contraproductieve effecten in het maatschappelijk debat. Dat is niet terecht, maar het is zo.”

203


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 204

Acht aanbevelingen Tekst: Jan Pronk (2007).

204

Vrijheid moet grenzeloos zijn, zei Jan Pronk in 2007 in zijn 5 mei-lezing. Maar hoe kunnen we dat bereiken? Volgens Pronk kun je op deze manier een bijdrage leveren:

1  Erken dat ieder mens op deze wereld het recht heeft om te leven, te overleven, zinvol te leven, samen te leven met anderen en zelf de zin van het eigen leven te bepalen, zonder op welke manier dan ook hetzelfde recht van een ander te beperken.

2  Probeer je te verplaatsen in de positie van de ander. Zoek niet harder naar verschillen dan naar overeenkomsten tussen jezelf en anderen.

3  Stel vragen, telkens opnieuw. Wat is de achtergrond van een bestaand conflict? Is er sprake van onrecht en ongelijkheid? Hebben we er iets mee te maken? Is er een probleem mede door ons toedoen? Hebben onze critici niet een beetje gelijk? Vraag door.

4  Leg je er niet bij neer dat er grenzen zijn. Accepteer grenzen, noch muren, noch een denken in eilandtermen. We zijn allen van elkaar afhankelijk in deze wereld. Denk inclusief. Sluit niemand uit.

5  Verdeel je tijd en aandacht anders. Vrijheid delen betekent tijd delen, meer nog dan geld. Besteed je tijd door te lezen, te leren, te luisteren en rond te kijken. Lees over de situatie elders in de wereld. Kijk rond om te zien wat je zelf kunt doen.


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 205

6  Als je hebt rondgekeken, voer dan actie door je stem te verheffen. Bestrijd antisemitische uitlatingen door deze tegen te spreken. Weerspreek platte en domme taal over de islam. Toon dat je geen discriminatie wenst te accepteren. 7  Gebruik je eigen vrijheid goed. Vrijheid is niet hetzelfde als het recht om te doen en laten wat je wilt. Vrijheid wordt pas grenzeloos wanneer je de eigen vrijheid beperkt en haar inzet voor de vrijheid van de ander.

8  Laat je niet op de kop zitten door je eigen vrees, door pessimisme of door een onbestemd gevoel dat het misgaat in de wereld. Het gaat niet mis. Vrijheid, recht en veiligheid komen niet van buitenaf. Zij zijn het resultaat van mensenhanden. Het gaat pas mis wanneer je je tot toekijken beperkt.

205


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 206

206


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 207

Samira Bouchibti

Samira Bouchibti (Fez, Marokko, 1970) groeide op in Haarlem en is sinds 2014 gemeenteraadslid voor de VVD in Amsterdam. Daarnaast is ze publicist en actief als dagvoorzitter en communicatieadviseur. Van 2006 tot 2010 was zij Tweede Kamerlid voor de PvdA, met jeugd en gezin, homobeleid en emancipatie in haar portefeuille. Ze werkte als journalist voor radio en tv en schreef twee boeken: De moslim bestaat niet (2005) en De islam, de moslims en ik (2012). Bouchibti heeft twee jongere en twee oudere broers en twee zussen. Zij heeft samen met haar partner een dochter.

207


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 208

“Niemand beperkt mij in mijn vrijheid”

208

Ze noemt vrijheid haar ‘lijfthema’. Politicus en publicist Samira Bouchibti maakte zich los uit een conservatief moslim­milieu en voert een bevlogen strijd voor een liberale islam. Ze wil niet kwetsen, maar wat gezegd moet worden, moet gezegd. Daarbij geldt: de westerse normen en waarden zijn superieur. “Onze vrijheid is een vrijheid die opgelegd moet worden.” “Ik maak me sterk voor een mooie, tolerante, vredelievende islam. Ik ben niet de eerste die deze zaken aankaart en als je het met mij, met ons, eens bent, laat dan ook van je horen. Doorbreek de stilte.” En: “Vernieuwing, het afwerpen van oude, verwerpelijke gewoontes, daar moeten we allemaal samen voor zorgen, de vrouwen én de mannen, jong én oud.” Vrijwel ieder hoofdstuk in haar boek De islam, de moslims en ik (2012) sluit Samira Bouchibti (1970) af met een oproep, vooral gericht aan moslims. Volgens haar worden er wereldwijd stapjes gezet richting een liberale islam, maar overheersen de schreeuwers. Ze wil een motor zijn achter modernisering. Op haar boek kreeg ze veel reacties, bijvoorbeeld op straat en via sociale media. “Als ik maar één iemand raak, dan is het al mooi.” Bouchibti startte haar carrière als journalist voor radio en tv, onder de naam Samira Abbos (de achternaam van haar moeder). Van 2006 tot 2010 was ze Tweede Kamerlid voor de PvdA, met onder meer jeugdbeleid in haar portefeuille. Haar maidenspeech (eerste toespraak) ging over eergerelateerd geweld. Ze verscheen met regelmaat in actualiteitenprogramma’s en schreef opiniestukken — dat laatste doet ze nog steeds. Sinds de geboorte van haar dochter, op het moment van het interview drie jaar oud, doet ze het


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 209

iets rustiger aan. Maar ze mengt zich dus nog altijd in het maatschappelijk (islam)debat. “Vrijheid is nog altijd mijn ‘lijfthema’.” In 2011 verliet ze de PvdA en sinds 2014 is ze duoraadslid voor de VVD in Amsterdam. Ook werkt ze als zelfstandige op het gebied van communicatie en voorlichting. Ze formuleert dan ook helder en weet hoe ze een boodschap moet overbrengen: ze gooit er af en toe een krachtterm in, spreekt vurig en kijkt indringend als ze een punt wil maken. Slavin Twee jaar oud was Samira Bouchibti, toen ze van Marokko naar Nederland verhuisde. Ze kwam ter wereld in Fez en groeide op in Haarlem. Haar vader maakte eerst de oversteek, in 1968, omdat er in Marokko geen werk voor hem was. Vier jaar later volgde de rest van het gezin. Bouchibti’s moeder, “mijn grote voorbeeld”, werd op haar elfde door haar opa uitgehuwelijkt. Ze was twaalf toen ze de huwelijks­ nacht inging. Bouchibti interviewde haar moeder voor haar boek De islam, de moslims en ik. Een fragment waarin haar moeder over haar herinneringen spreekt: “Het was heel beangstigend. Ik weet nog dat ik mijzelf in slaap heb gehuild. De volgende morgen heeft mijn echtgenoot toen het ‘bloedrode’ bewijs van mijn maagdelijkheid aan zijn moeder laten zien, en die stuurde geschenken naar mijn familie als teken van tevredenheid.” Het is exemplarisch voor de conservatieve moslimcultuur, vindt Bouchibti. Ze noemt het een cultuur van dogma’s en van onderdrukking van (gescheiden) vrouwen, homoseksuelen, kinderen en niet-moslims — waar niet alleen mannen aan meedoen, benadrukt ze. “Mijn moeder was de slavin van een verschrikkelijke schoonmoeder”, schrijft Bouchibti in haar boek. Haar moeder zegt over haar schoonmoeder: “Zodra zij bij ons kwam, was ik de macht kwijt over mijn huis en mijn huwelijk. En over mijzelf. Zij bepaalde wat er werd gegeten. Mijn schoonmoeder eiste alle aandacht op.” En over de periode dat Bouchibti’s vader al in Nederland was, vertelt haar moeder: “Mijn kinderen gingen naar school en ik was slavin. Ik mocht het huis niet uit en niemand zien.” Eenmaal in Nederland brak Bouchibti’s moeder met de conservatieve islam. Ze werd zelfstandig, ze emancipeerde — ondanks dat

209


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 210

“De een is natuurlijk sneller gekwetst dan de ander, dat is lastig. Zolang je er maar over nadenkt”

210

ze de Nederlandse taal niet machtig was. “Dat gaf enorme frictie tussen mijn ouders. De mannen in de moskee roddelden erover en daarom wilde mijn vader zijn vrouw opnieuw isoleren. Dat weigerde ze en uiteindelijk gingen ze scheiden, ik was toen dertien.” “Ineens was ik niet meer de dochter van mijn vader, maar van een gevallen vrouw”, zegt Bouchibti in haar boek. “Ik mocht van de ouders van vriendinnen niet meer bij hen thuis komen, of met hun dochters omgaan. Dat heb ik als vernederend ervaren. Maar het heeft mij ook veel geleerd. Die periode is voor mij beslissend geweest in mijn ontwikkeling tot volwassene. Ik doorzag hoezeer die rolpatronen een vernietigende invloed hadden op gezinnen, individuen, vrouwen.” Bouchibti’s vader ging terug naar Marokko en hertrouwde daar, maar volgens Bouchibti bleef haar moeder, ondanks alles, zijn grote liefde — ze zagen elkaar nog regelmatig en ook de band met de kinderen bleef goed. “Aan deze vrouw heb ik te danken degene te zijn die ik nu ben, omdat haar bevrijdingsdrang mij heeft geïnspireerd en een lichtend voorbeeld is geweest voor mij”, aldus Bouchibti in haar boek over haar moeder. “Door haar opvoeding ben ik nooit de gevangene geworden van de dogma’s die mijn religie rijk is.” Kwetsen “Als ik denk aan vrijheid, denk ik direct aan verantwoordelijkheid. Ik ben in Nederland in vrijheid opgegroeid en wens hetzelfde voor mijn dochtertje en voor iedereen. Daarom voel ik me verantwoordelijk om door te geven dat het zo bijzonder is dat we vrij zijn. Wie zich dat realiseert, is zich bewuster van de noodzaak om ons in te spannen de vrijheid in stand te houden.”


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 211

“Daarnaast ben je verantwoordelijk voor dat wat je zegt of schrijft. Dat betekent dat je moet nadenken over wat je communiceert. Wat mij betreft kun je bijna alles zeggen, het enige wat je beperkt is het Wetboek van Strafrecht.” Kwetsen moet kunnen, zegt Samira Bouchibti. “Maar het is de vraag of je het moet willen. Ik probeer een boodschap in elk geval altijd zo over te brengen dat ik de ander bereik, maar die geen pijn doe. In de islamdiscussie doe ik niet mee aan het bashen van moslims.” In haar boek De islam, de moslims en ik schrijft Bouchibti: “Ik probeer zaken bespreekbaar te maken. Het is niet mijn opzet om ook maar iemand op zijn of haar ziel te trappen.” De taal van PVV-leider Geert Wilders beschrijft ze als “respectloos, bruut en ongenuanceerd.” Zo ziet ze het nog steeds: “Wilders is iemand waardoor veel mensen zich gekwetst voelen. En terecht. Als je over moslims roept ‘minder, minder, minder…’, dan spreekt dat een heleboel mensen aan, maar het is onverantwoordelijk.” Heeft zij, net als ruim 6400 anderen, aangifte tegen Wilders gedaan? “Nee, omdat ik niet snel gekwetst ben. Ik probeer altijd te begrijpen waarom de ander iets zegt zonder dat gelijk op mezelf te betrekken. Anderen kunnen voor zichzelf opkomen. Mijn broer bijvoorbeeld heeft wel aangifte gedaan.” “Ook al wil je helemaal niet kwetsen, het kan toch het effect zijn. De een is natuurlijk sneller gekwetst dan de ander, dat is lastig. Zolang je er maar over nadenkt.” Dat doen bijvoorbeeld veel men-

Geert Wilders  Sinds november 2006 is Geert Wilders (1963) politiek leider van de Partij voor de Vrijheid (PVV). Eind 2015 had zijn partij vijftien zetels. De PVV was gedoogpartner van kabinet-Rutte I (2010-2012). Wilders keert zich tegen ‘de islamisering van de Nederlandse samenleving’. Met de korte flilm Fitna, die hij in 2008 uitbracht via internet, vroeg hij daar aandacht voor. Wilders ontvangt veel bedreigingen en wordt sinds 2004 beveiligd. Op een partijbijeenkomst, op de avond van de gemeenteraadsverkiezingen in 2014, vroeg Wilders in een toespraak aan de zaal: “Willen jullie meer of minder Marokkanen in jullie stad en in Nederland?” De zaal joelde vervolgens “Minder, minder, minder”, waarop Wilders reageerde met: “Dan gaan we dat regelen.” Het Openbaar Ministerie maakte in december 2014 bekend de PVV-leider te vervolgen wegens discriminatie. Wilders stelt dat zijn uitspraken onder de vrijheid van meningsuiting vallen. NOS, Parlementair Documentatie Centrum

211


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 212

212

sen op sociale media niet, meent Bouchibti. “Dan twitttert weer iemand ‘Weg met de islam’, of iets in nog ergere bewoordingen… Mensen hebben geen omgangsvormen op sociale media.” Ze stuurt weleens een reactie naar iemand die een beledigende tekst op Twitter uit. “Als je doorvraagt, dan blijkt zo’n iemand vaak wel mee te vallen.” Ze voegt toe: “Af en toe denk ik wel: sommige Nederlanders zijn meer bezig met de islam dan mijn moeder, die vijf keer per dag bidt en twee keer naar Mekka is geweest.” “Laatst zat ik in de trein, waar een man van een jaar of 75 zat af te geven op ‘die allochtonen, die buitenlanders.’ Ze moeten het land uit, zei hij. Ik draaide me om en vroeg: ‘Hebt u er zelf last van? En waarom?’” Bouchibti zegt het op zakelijke toon. “Volgens mij had hij de oorlog meegemaakt. Ik zei: ‘U zou beter moeten weten.’ We kwamen met elkaar in gesprek en ik geloof niet dat die man zoiets snel nog een keer zal zeggen. Hij schaamde zich een beetje.” “Ik begrijp dit soort woede wel hoor. Het komt vaak voort uit onmacht, dat merk je. Kijk naar de ‘azc-hooligans’, de mensen die opvangplekken voor vluchtelingen bestormen of met agressieve teksten de komst ervan proberen tegen te houden (azc staat voor asielzoekerscentrum — red.). Die mensen willen inspraak, ze willen controle. Maar zo zit ons politiek stelsel niet in elkaar: we kiezen eens in de paar jaar een nieuwe volksvertegenwoordiging en die neemt de besluiten.”

Vluchtelingenopvang  In 2015 werd in Nederland 58.880 keer asiel aangevraagd. Bijna de helft van de aanvragen werd gedaan door Syriërs. De vluchtelingenstroom beheerste het nieuws: in de opvanglocaties voor asielzoekers verbleven in 2015 veel meer mensen dan in de jaren daarvoor. Veel gemeenten openden daarom een tijdelijke opvang. Inwoners gaven kleding en knuffelbeesten, organiseerden sport­activiteiten voor vluchtelingen of nodigden ze thuis uit voor een diner. Maar er was ook verzet tegen de komst van de vluchtelingen. Zo werd in Woerden een noodopvang bestormd. Een groep mannen met bivakmutsen gooide vuurwerkbommen en eieren. Op inspraakavonden van gemeenten werd soms luidkeels geprotesteerd, zoals in het Brabantse Steenbergen. “Vol is vol”, werd daar geroepen. Uiteindelijk besloot de gemeente een streep te zetten door de plannen voor een asielzoekers­centrum. Hetzelfde gebeurde in Geldermalsen, waar het gemeentehuis werd onruimd vanwege rellen. ANP, Immigratie- en Naturalisatiedienst, NRC Handelsblad, RTV Utrecht


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 213

“Ik kan me altijd verweren. Ik heb nogal een scherpe tong”

Ondanks alles is Bouchibti positief over de vrijheid van meningsuiting in Nederland: “We kunnen in dit land met elkaar praten, eindelijk. We zijn met elkaar in gesprek, niet alles wordt meer onder het tapijt geschoven.” Maar op de PvdA, de partij waarvoor ze vier jaar lang in de Tweede Kamer zat, heeft ze kritiek: problemen binnen de moslimgemeenschap worden volgens haar niet benoemd, uit angst te discrimineren. “Hun taboes en vooringenomenheid staan een realistische aanpak van veel problemen in de weg”, stelt ze in De islam, de moslims en ik. “De PvdA vult gewoon in: de allochtoon is ziek, zwak en misselijk en moet gepamperd worden.” Net als bijvoorbeeld Ayaan Hirsi Ali maakte Bouchibti dus de overstap naar de VVD. “Ik ontdekte dat ik rechtser ben dan de ideologie van de PvdA.” Heel arrogant, ja “Niemand beperkt mij in mijn vrijheid.” En als iemand toch zijn wil probeert op te dringen: “Ik kan me altijd verweren. Ik heb nogal een scherpe tong.” Dat was vroeger al het geval. Samira Bouchibti was een jaar of tien, toen ze van haar moeder naar boven moest om haar broer eten te brengen en ze resoluut ‘nee’ zei. “Het was toen zo en het is nog altijd het geval: in de moslimcultuur zijn broers een soort prinsen.” Ze zegt het met afschuw en enigszins vermoeid. “De broers krijgen het lekkerste eten, de beste kamer, de mooiste spullen. Ik zei: ‘Ik doe het niet, hij komt maar naar beneden.’” En zo geschiedde. Vrijheid benadert Bouchibti vanuit de westerse normen en waarden. “Die zijn voor mij superieur. En het zou mooi zijn als we onze normen en waarden aan bijvoorbeeld de Arabische wereld en Rusland en Turkije zouden kunnen opleggen — heel arrogant, ja, want ik

213


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 214

“Pippi was een voorbeeld. Ze was vrij, kon doen wat ze wilde, droeg wat ze wilde. Ja, fantastisch”

214

ken genoeg islamitische vrouwen die zich wel vrij voelen als ze een boerka dragen. Maar toch: de westerse vrijheid heeft zich bewezen. Kijk naar de vrijheid van onderwijs, van geloof, van politieke voorkeur: dat is goed voor een land. En wat goed is voor een land, is goed voor mensen.” Bouchibti praat over vrijheid, maar zegt eigenlijk ook: vrijheid is begrensd. “Ja, inderdaad. Jouw vrijheid houdt op als die tegen de westerse waarden ingaat.” Ze zegt dan: “Ik ben opgegroeid in een cultuur die niet kritisch naar zichzelf kijkt, die geen vraagtekens zet. Ik denk dat ik daardoor extreem ben doorgeslagen in hoe belangrijk ik de westerse vrijheid vind.” Heel veel moslims willen zich misschien helemaal niet aan de westerse vrijheid aanpassen. “Er zijn honderden miljoenen moslims die in vrede en in een samenleving van gelijkheid willen leven. De islam is te hervormen. Iedereen van mijn familie in Marokko heeft een mobiele telefoon en een schotel, om te zien wat er in het Westen gebeurt en omdat ze dezelfde vrijheid willen. Als jonge vrouwen zonder hun mannen bij elkaar zijn, dromen ze over een wereld waarin ze vrij kunnen zijn. Dat zijn vrouwen die zich niet kunnen ontwikkelen omdat ze van hun man thuis moeten blijven.” Bouchibti’s toon is serieus. “Ook in Nederland zijn er mensen die vinden dat een meisje pas iemand is zodra ze is getrouwd. Daar heb ik moeite mee en daarom probeer ik dat soort dingen te veranderen. Ik wil aanzetten tot nadenken.” Moeten mensen net zo denken als zij? “Nee, maar we hebben in Nederland wel bepaalde afspraken met elkaar gemaakt.” In De islam, de moslims en ik schrijft ze, over mannen die hun vrouw en kinderen mishandelen: “Ik heb soms last van wensdro-


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 215

men. Dan vraag ik me af wat er zou gebeuren als deze mannen, op het moment dat ze betrapt en gepakt worden, een enkeltje Marokko zouden krijgen. Ik mag het niet denken, maar toch…” Ze zegt nogmaals: “Onze vrijheid is een vrijheid die opgelegd moet worden.” Niet dat ze een moraalridder is, haast ze zich toe te voegen. Maar, zegt ze wel in haar boek: “Misschien moeten we iets minder bang zijn om ‘achter de voordeur’ te kijken bij probleemgezinnen. Het moet ook bij minder ernstige gevallen routine worden dat men thuis poolshoogte neemt.” Voelt zij zich, wat betreft haar opvattingen over vrijheid, eigenlijk verbonden met een bepaalde generatie? “Nee, ik zie mezelf überhaupt niet als lid van een generatie. Ik voel me verbonden met thema’s en met individuen. Ik heb vrienden van dertig, maar ook van in de zestig.” Niet dat verstikkende Samira Bouchibti wilde als kind Pippi Langkous zijn — de creatie van de Zweedse schrijfster Astrid Lindgren (1907–2002). “Pippi was voor mij een voorbeeld. Ze was vrij, kon doen wat ze wilde, droeg wat ze wilde. Ja, fantastisch.” Zelf werd Bouchibti geconfronteerd met extreme onvrijheid. Ze kreeg in Nederland katholiek onderwijs en ging, toen haar ouders nog samen waren, elke zaterdag en zondag naar koranles. Dat moest van haar vader. Op de koranschool was Bouchibti meermalen getuige van kinder­ mishandeling. De kinderen moesten koranverzen leren en die uit hun hoofd opzeggen. Bouchibti was daar goed in, anderen niet. Dat kwam ze op straf van de imam te staan, beschrijft ze in De islam, de moslims en ik: “Als ze uiteindelijk bij hem stonden zwiepte hij z’n stok en sloeg hij zo hard als hij kon op de uitgestrekte handjes. Aan zijn uitpuilende ogen zag ik dat hij al zijn kracht gebruikte, en ik zag, zo jong als ik was, dat hij ervan genoot. De imam was de eerste volwassene in mijn leven aan wie ik een bloedhekel had en ik weet sindsdien dat ik oprecht kan haten.” Bouchibti, over de opvoeding van haar dochter: “Ik zal nooit, nooit mijn geloof aan haar opdringen. Ik wil juist dat ze ook over andere religies leert. Ik vind dat ze in vrijheid moet kunnen kiezen en zich moet kunnen ontwikkelen. Niet dat verstikkende, dat is gevaarlijk, daar word je schizofreen van.” Als voorbeeld noemt ze

215


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 216

islamitische jongeren in Nederland, die volgens haar tussen drie culturen leven, met elk eigen normen en waarden: thuis, op school en op straat. “Probeer dan maar eens één iemand te zijn.” “Ik vind het belangrijk dat mijn dochter zelf nadenkt, dus daarom stel ik vragen: ‘Wat denk je? Wat voel je? Waarom?’ Dat heeft mijn moeder nooit gedaan, ook al gaf ze mij vrijheid. Ze had dit niet geleerd van haar moeder, en zij niet van haar moeder. Ik wil dat dit vanaf nu wel gebeurt, in mijn familie zet ik een nieuwe stap.” 216

Gepolariseerd Het gelijkheidsbeginsel vindt Samira Bouchibti belangrijker dan de vrijheid van godsdienst. “Ik wil alle dogma’s ter discussie stellen. Ik wil dat er morgen in de moskee niet twee deuren zijn, maar dat er één deur is, voor mannen en vrouwen.” Ook wil ze dat vrouwenbesnijdenis stopt en homo’s door alle moslims als gelijkwaardig worden behandeld. “Ik denk soms wel tien stappen vooruit, terwijl ik besef dat het stap voor stap gaat. Maar we leven niet in een tijd waarin het stap voor stap moet; er komen steeds meer moslims naar Nederland. We leven in een tijd waarin we echt even vaart moeten maken, omdat het over de toekomst van onze kinderen gaat.” “Ik ben opgegroeid met Nederlandse normen en waarden, die gaan we niet opnieuw bevechten. Dat accepteer ik niet.” Staan die normen en waarden dan onder druk? “Soms wel, zeker. Een voorbeeld: ik kwam afgelopen week een man van 45 tegen die

Gelijkheidsbeginsel  De Grondwet van het Koninkrijk der Nederlanden dateert van 2 maart 1814. Sindsdien is er regelmatig iets aan veranderd, zoals in 1848 door Thorbecke — die daarmee de grondlegger werd van onze parlementaire democratie. Hoofdstuk 1 bevat de grondrechten, en begint met het gelijkheidsbeginsel of discriminatieverbod (artikel 1): “Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld.” Artikel 6 stelt dat iedereen vrij is om zijn of haar godsdienst of levensovertuiging te belijden, “behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet.” Vanwege de grote toestroom van vluchtelingen werd eind 2015 besloten om de Grondwet ook in het Arabisch beschikbaar te stellen. Parlementair Documentatie Centrum, Rijksoverheid


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 217

“Ik denk soms wel tien stappen vooruit, terwijl ik besef dat het stap voor stap gaat”

wordt uitgehuwelijkt aan iemand van zeventien. Gewoon hier, in Amsterdam. Sorry, ik kan daar niet over uit. Ik dacht: gaan we nou nooit vooruit? Dat iemand zegt: ‘Ik word uitgehuwelijkt.’ Dat klopt toch niet?” Krachtig: “Het speelt nog steeds.” Ook refereert ze aan de aanslagen in 2015 door moslimextremisten van Islamitische Staat in Parijs. Na de terreur in november dat jaar, twitterde ze: “De kracht van Nederland is: in vrijheid naast elkaar leven.” Ze roept haar geloofsgenoten op: “Sta op tegen islamistische intolerantie. We mogen en kunnen niet accepteren dat extremistische moslims zich voordoen als representanten van de islam.” In De islam, de

Aanslagen Parijs  Bij terreuraanslagen in Parijs kwamen in november 2015 zeker 130 mensen om. Ruim 350 mensen raakten gewond. Terroristen van Islamitische Staat (IS) pleegden aanslagen op zeven verschillende locaties. Bij voetbalstadion Stade de France waren drie zware explosies en er werd geschoten op bezoekers van cafés en restaurants. De meeste doden, meer dan tachtig, vielen bij een schietpartij tijdens een concert in theater Bataclan. Na de aanslagen kondigde president François Hollande de noodtoestand af voor Frankrijk en startte een klopjacht op de voortvluchtige daders. Premier Mark Rutte verklaarde de oorlog aan IS. In januari 2015 werd Parijs ook al getroffen door terreur: moslimextremisten brachten toen twaalf mensen om het leven bij een aanslag op het satirische tijdschrift Charlie Hebdo. Onder de doden de hoofdredacteur, drie cartoonisten en twee politieagenten. Via sociale media betuigden veel mensen steun met de hashtag #JesuisCharlie: ‘Ik ben Charlie’. Twee daders kwamen een paar dagen na de aanslag om bij een vuurgevecht met de politie na een gijzeling in een drukkerij. Op 22 maart 2016 kwamen ruim dertig mensen om bij aanslagen in Brussel. 270 mensen raakten gewond. Terroristen sloegen toe op de luchthaven Zaventem en in de metro. De Standaard, CNN, NOS

217


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 218

“Ik ben nog steeds zwaar, zwaar onder de indruk van Malala. Als ik haar ooit eens zou zien, ik zou haar ká-pot knuffelen”

218

moslims en ik schrijft Bouchibti: “De islam zit achter tralies, wordt gevangengehouden door onverdraagzame fanatici die waanideeën ­promoten.” Dan zegt ze: “Morgen kan er weer oorlog zijn, echt hoor. Je merkt in Nederland een gepolariseerde sfeer. Er hoeft maar iets te gebeuren. Na Pim Fortuyn en Theo van Gogh stonden we níét tegenover elkaar, maar dat kan straks zomaar anders zijn. De ellende komt ook dichterbij: door de vluchtelingenstroom halen we de wereld in huis. En de wereld is niet alleen maar leuk. De ene Syriër is hoogopgeleid en ambitieus, maar de andere kan kwade bedoelingen hebben. Daar denk ik over na. Een nieuwe oorlog, het komt dichterbij.” “De les is de Tweede Wereldoorlog, nog altijd. Het is de laatste oorlog die we in Nederland hebben meegemaakt en hij duurde maar liefst vijf jaar. Het was een zwarte periode die je moet gebruiken om te laten zien dat mensen verantwoordelijk zijn voor elkaar. En besef van de Tweede Wereldoorlog maakt ook dat je je Nederlander voelt, burger van een land waarin de democratische rechtsstaat centraal staat.” Wat doet u op 4 mei? “Ik probeer altijd naar een herdenking te gaan, ook al ben ik er niet mee opgegroeid. Mijn ouders wisten niet wat het was. Ik heb 4 mei leren kennen op school. Voor mijn moeder heeft het nog steeds geen betekenis. Ik wil mijn dochter er wel graag kennis mee laten maken. Ik zie voor me dat we samen stil zullen zijn en erover zullen praten.” Dat praten over de Tweede Wereldoorlog en onvrijheid, dat doet ze nu als gastdocent burgerschap met vmbo-leerlingen. Ze staat gemiddeld eens per week voor de klas en besteedt bijvoorbeeld ook aandacht aan mediawijsheid en politiek. Bouchibti merkt dat de


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 219

oorlog een lastig onderwerp is: “‘Ja, lekker belangrijk, de Tweede Wereldoorlog’, zeggen ze dan. ‘Ik leefde toen toch nog niet?’” Hoe pak je het dan aan? “Plaats de oorlog in deze tijd. Leg de verbinding met situaties van onvrijheid nu, dan krijg je jongeren mee. En leg niets op, maar laat jongeren zelf nadenken, bijvoorbeeld over wat haat kan doen.” Wat ook helpt zijn voorbeeldfiguren, zegt Bouchibti. “Ik ben nog steeds zwaar, zwaar onder de indruk van Malala. Als ik haar ooit eens zou zien, ik zou haar ká-pot knuffelen. Dat meen ik echt hoor.” Bouchibti heeft tranen in haar ogen, neemt een slok van haar koffie. “Waarom zij me raakt? Ze is een held. Wat zij heeft gedaan, ik zou het niet durven. Ik denk aan al die miljoenen meisjes in de wereld die nog niet vrij zijn. Er is veel om voor te strijden.”

219


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 220

inspiratie

Nawoord

220

“Welke betekenis hebben vrijheid en onvrijheid in het Nederland van nu?” Dit was de hoofdvraag in Het vrijheidsboek. En hoewel we maar met veertien mensen van gedachten hebben gewisseld, is het mogelijk om uit de gesprekken met de geïnterviewden een aantal grotere lijnen te destilleren die inzicht geven in de wijze waarop vrijheid en onvrijheid in Nederland betekenis krijgen. Eigen ervaringen met onvrijheid blijken een sterke kleuring te geven aan de invulling en waardering van vrijheid. In de gesprekken die Maarten Dallinga en ik voerden, kwam naar voren dat beperking van vrijheid op allerlei vlakken betrekking kan hebben. Er was sprake van persoonlijke beknotting door het geloof, onder woorden gebracht door Rob Schouten en Samira Bouchibti. Shirin Musa verzet zich tegen onvrijheid in (huwelijks)wetgeving. Onvrijheid werd ook met oorlog in verband gebracht, onder meer door degenen die zelf in een oorlog verwikkeld raakten. Ruim twintig jaar geleden wilde Adje Anakotta zich als militair inzetten voor vrede en vrijheid. Hij kijkt terug op oorlogs- en gevechtservaringen in Srebrenica. De Tweede Wereldoorlog ligt verder achter ons, ruim zeventig jaar inmiddels. Deze oorlog blijkt nog altijd een krachtig stempel te drukken op diegenen die de periode 1940–1945 zelf hebben meegemaakt. Lotty Huffener-Veffer en Jacques Grishaver zijn beiden afkomstig uit een Joodse diamantslijpersfamilie en waren direct doelwit van de Duitsers tijdens de Jodenvervolging. Huffener-Veffer ondervond de repressie aan den lijve en kwam in Auschwitz terecht; Grishaver wist in onderduik aan vervolging te ontkomen. Jan Pronk en Mient Jan Faber, beiden geboren in 1940, maakten angstige en indringende ogenblikken mee tijdens hun eerste vijf levensjaren.


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 221

Uit hun interviews komt naar voren dat zij conflict en onvrijheid in hun latere, werkzame leven opzochten. “Het zelf ervaren van onvrijheid is voor mij de sleutel”, aldus Faber. Het is niet per se nodig om zélf onvrijheid te hebben ervaren om je met onvrijheid verbonden te weten. En daarop aansluitend: de Tweede Wereldoorlog is niet hét referentiepunt voor vrijheid en onvrijheid. Glenn de Randamie (Typhoon) voelt zich, meer dan 150 jaar na de afschaffing van de slavernij door Nederland, verbonden met het slavernijverleden. Zijn familiegeschiedenis kent de beide kanten van slavernij en De Randamie verhoudt zich bewust tot zowel de tot slaaf gemaakte als de slavenhouder. Marion Bloem weet zich ingebed in een familiegeschiedenis die bestaat uit ­elementen uit het koloniale Nederlands-Indië, het onafhankelijke Indonesië en het postkoloniale Nederland. Geboren en getogen in Nederland, geven beiden blijk van associaties met vrijheid en onvrijheid die direct of indirect op hen zijn overgedragen. Ook al is de Tweede Wereldoorlog niet hét referentiepunt voor vrijheid en onvrijheid, het is nog steeds een van de sterke referentie­ punten. Joke van Dijk-Bording, Chris van der Heijden en Rob Schouten zijn na 1945 geboren en geven aan als naoorlogse generatie wezenlijk door de oorlog te zijn gevormd. Van Dijk noemt verantwoordelijkheid en solidariteit kernwoorden die haar verbinden met de periode 1940–1945. Bij Schouten leefde het idee dat hij nét te laat was om de spannende tijd van oorlog zelf te ervaren — een beeld dat hij later moest bijstellen. In het geval van Van Dijk en Schouten zou je nog kunnen zeggen dat hun betrokkenheid bij het oorlogs­ verleden een keuze was. Voor Van der Heijden was de link tussen onvrijheid en de Tweede Wereldoorlog onontkoombaar, aangezien hij ter wereld kwam nadat zijn vader als veroordeelde SS’er zijn gevangenschap had uitgezeten en was teruggekeerd naar zijn gezin. Na 1945 is een breuk zichtbaar tussen de eerste en tweede generatie in de overdracht van denkbeelden over vrijheid en onvrijheid, en de rol die oorlog daar mogelijk bij heeft gespeeld. Mient Jan Faber, destijds een oorlogskind, onderkent dat zijn ouders geen behoefte hadden om hun gedachten over de oorlog op hun nageslacht over

221


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 222

te dragen: “Als je echt het een en ander hebt meegemaakt, dan zwijg je. Daar belast je je kinderen niet mee.” Faber toont zich begripvol. Lotty Huffener-Veffer daarentegen is bewust het zwijgen tegen­gegaan: “Dat er families zijn waarin alles altijd stil is gehouden, vind ik onbegrijpelijk.” In haar familie zijn haar kinderen én klein­kinderen bewust bezig met de overdracht van de herinnering aan de Tweede Wereldoorlog. Dat is uitzonderlijk, aangezien het in de regel de kleinkinderen zijn (de derde generatie) en niet de eigen kinderen (de tweede generatie) die de breuk in de overdracht door de generaties heen wensen te herstellen. 222

Vrijheid heeft eindeloos veel betekenissen, zo blijkt uit de gesprekken die voor Het vrijheidsboek zijn gevoerd. Voor vrijheid hebben mensen tussen 1940–1945 hun leven gegeven; hippies en provo’s bevrijdden zichzelf in de jaren zestig van de vorige eeuw opnieuw. Rob Schouten, destijds enthousiast daarover, blikt er meewarig op terug. De toen bevochten vrijheid van meningsuiting wekt bij hem nu onbehagen op: “Beschaving moet je ervan weerhouden om zomaar alles te zeggen. In de jaren zestig en zeventig snakte ik naar meer vrijheid van meningsuiting, maar zoals het nu is, daar ben ik helemaal niet voor.” Hij treft daarin leeftijdsgenoot Chris van der Heijden diametraal tegenover zich, die verschillende vormen van vrijheid ervaart — niet in de laatste plaats vrijheid van meningsuiting. Maarten Dallinga en ik zaten in de comfortabele positie om vragen te mogen stellen. Vaak moeilijke vragen, die wijzelf niet hoefden te beantwoorden. De lastigste was misschien wel: “Wat betekent vrijheid voor u?” We zagen dat de geïnterviewden het er soms moeilijk mee hadden: wat volgde was soms een zucht, een frons of een (hele) lange stilte. We hoorden hoe ze hun gedachten omzetten in handelingen en anderen inspireren: door te schrijven, te zingen, gastlessen in klassen te geven, reizen te ondernemen of te organiseren naar onvrije landen, het debat aan te gaan, de publieke opinie te beïnvloeden en de wapens op te nemen in een vredesmissie. Door alle gesprekken werden we geprikkeld om onze vragen zelf ook te beantwoorden. We stelden onszelf dezelfde vragen, tijdens gesprekken met elkaar, met collega’s en vrienden, of gewoon in onszelf. Door de interviews is ons denken over vrijheid verder verdiept en daarmee


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 223

verrijkt. Ieder gesprek was een stimulans voor nog meer zelfonderzoek. Hoe denk ik nou eigenlijk over vrijheid en waarom? En zet ik mij voldoende voor de vrijheid in? We hopen dat Het ­vrijheidsboek u net zo heeft geïnspireerd. Wij nodigen u van harte uit uw gedachten over vrijheid te delen via hetvrijheidsboek.nl. Esther Captain

223


Het vrijheidsboek binnenwerk rev.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 11/04/16 / 12:54 | Pag. 224


Het vrijheidsboek omslag def.indd | Sander Pinkse Boekproductie | 25/02/16 / 14:37 | Pag. All Pages

Wat is vrijheid? Die vraag stelde het Nationaal Comité 4 en 5 mei aan (Glenn de Randamie), Auschwitz-overlevende Lotty Huffener-Veffer, publicist Thierry Baudet, schrijfster Marion Bloem, historicus Chris van der Heijden, oud-minister Jan Pronk, dichter Rob Schouten en politica Samira Bouchibti. De geïnterviewden hebben een sterk ontwikkelde visie op vrijheid en onvrijheid, gevormd vanuit heel verschillende achtergronden en ervaringen. Hun ideeën bieden stof

Met een voorwoord van Gerdi Verbeet, voorzitter van het Nationaal Comité 4 en 5 mei, en portretfoto’s van fotografe Suzanne Liem.

Esther Captain is historicus en hoofd onderzoek bij het Nationaal Comité 4 en 5 mei. Van haar hand verschenen onder meer de boeken Familie, generaties en oorlog (2015) en Oorlogserfgoed overzee (2010). Maarten Dallinga is socioloog en freelance journalist. Hij schrijft voor tijdschriften en werkte eerder onder meer voor BNN, EO en NOS. Kijk ook op hetvrijheidsboek.nl

9 789462 981713

Onder redactie van Esther Captain en Maarten Dallinga

tot nadenken en voer voor gesprek.

Het vrijheids boek

veertien inspirerende Nederlanders, zoals hiphopartiest Typhoon

Het s d i e vrijh boek Generaties over vrijheid en onvrijheid in naoorlogs Nederland Glenn de Randamie (Typhoon) Lotty Huffener-Veffer Adje Anakotta Rob Schouten Thierry Baudet Marion Bloem Jacques Grishaver Hans de Zwart Mient Jan Faber Shirin Musa Joke van Dijk-Bording Chris van der Heijden Jan Pronk Samira Bouchibti

Nationaal Comité

4 en 5 mei

Profile for Nationaal Comité 4 en 5 mei

Vrijheidsboek  

Wat is vrijheid? Die vraag stelde het Nationaal Comité 4 en 5 mei aan veertien inspirerende Nederlanders, onder wie hiphopartiest Glenn de R...

Vrijheidsboek  

Wat is vrijheid? Die vraag stelde het Nationaal Comité 4 en 5 mei aan veertien inspirerende Nederlanders, onder wie hiphopartiest Glenn de R...

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded