Nc magazine - jaargang 6, nummer 2

Page 1

NCMagazine

Over herdenken, vieren en herinneren

Nationaal Comité 4 en 5 mei, najaar 2017

ENGELANDVAARDERS: ‘WELCOME TO ENGLAND BOYS, FOLLOW ME’ Beeldreportage van vrijwilligers van Indische herdenkingen ‘BRANDENDE KAMPONGS EN INDISCHE HUISKAMERS’ 75 jaar na De Slag in de Javazee VRIEND VAN DE VRIJHEID: DJ FRANK VAN DER LENDE Onderzoek: ‘Den Haag had Joodse overlevenden tegemoet kunnen komen’ 01-cover-1-31.8.indd 1

17-09-17 13:04


Hoofdredactioneel

INDIË

COLOFON

De aandacht voor de gebeurtenissen in Nederlands-Indië tijdens de Tweede Wereldoorlog en de jaren daarna neemt toe. In september is het vierjarige onderzoeksprogramma Dekolonisatie, geweld en oorlog in Indonesië, 1945-1950 gestart, er was veel belangstelling voor de Indiëherdenking in Den Haag en er werd een speciale herdenking in Indonesië gehouden voor 75 jaar Slag in de Javazee. Ook organisatoren van lokale Indische herdenkingen signaleren meer belangstelling van het publiek. Een vertegenwoordiger van Stichting Japanse Vrouwenkampen vertelt dat er steeds meer derde generatie oorlogsgetroffenen bij de herdenkingen betrokken zijn. Reden genoeg voor NC Magazine om uitgebreid bij de Indische herdenkingen en de geschiedenis van voormalig NederlandsIndië in de Tweede Wereldoorlog stil te staan. Daarnaast is dit nummer bedoeld als opmaat voor het Jaar van Verzet in 2018. Zo vertellen twee Engelandvaarders waarom ze in de Tweede Wereldoorlog in verzet zijn gegaan. Een van hen zegt in NC Magazine: “Ik wilde weg, omdat ik in Nederland niks meer kon doen. Ik wilde naar Engeland om me bij de Nederlandse krijgsmacht aan te sluiten.”

Jaargang 7, nr. 12, najaar 2017

Erratum In het afgelopen nummer werd abusievelijk gemeld dat Rob Bauer zou terugtreden als bestuurslid van het Nationaal Comité 4 en 5 mei in verband met zijn benoeming tot Commandant der Strijdkrachten (CDS). Daar is nooit sprake van geweest. De heer Bauer blijft ook na zijn benoeming tot CDS bestuurslid van het Nationaal Comité.

Foto cover: Engelandvaarder Charles Bartelings foto Geert Snoeijer

02-hoofdredactioneel-2-8.9.indd 2

Hoofdredacteur: Simon Jacobus Redactie: Gerben van den Berg, Jan van Kooten, Irene de Roos, Niels Weitkamp Beeldredactie: Birthe Kulik, Mieke Sobering Eindredactie: Frank van der Elst, Joyce van Galen Last Art & direction: Remco Tonino Redactieadres: Nieuwe Prinsengracht 89 1018 VR Amsterdam Tel: 020 718 3500 Mail: info@4en5mei.nl Aan dit nummer werkten mee: Jack Aarts, Mark van Aller, ANP, Privécollectie familie Van Asdonk, Archief Moesson, collectie. Mr. A.W. Bor, Yasmina Aboutaleb, Marjolein van Asdonck, Baikoneur – eigenwerk CC by – sa3.0, Beeldbank WO2/ NIOD, Beeldbank WO2/oorlogs- en verzetsmateriaal Groningen, Elizabeth Carecchio, Maarten Dallinga, Floris van Dijk, Niels-Jan van Dijk, Haags Gemeentearchief/H.A.W. Douwes, Cristan van Emden, Euregionaal Onderduikmuseum Markt 12/Daniël Hoitink, De Fotomeisjes, Guus Hartendorf, Chris van Houts, Ben Houdijk, Damaijanti Jagtenberg, Mascha Jansen, Just Justa, Jasper Juinen, Rutger van Krieken, Frank Kromer, Museum of African American History, Foto Miché, Nederlands Instituut voor Militaire Historie, Ilvy Njiokiktjien, N=5, Oorlogsgravenstichting, Cris Toala Olivares, Larissa Pans, Marieke Papa, Toine Rongen, Christiaan Ruppert, Roy Schepers, Ricci Scheldwacht, Taco Smit, Anita van Stel, Geert Snoeijer, Marieke van der Velden, Marja Verbraak, Leontine Veerman, Karen Waterman, Natascha van Weezel Drukkerij: Drukkerij Roelofs Copyright 2017 Nationaal Comité 4 en 5 mei. Overname van artikelen en informatie uit dit magazine is toegestaan voor niet-commercieel gebruik met vermelding van de auteur en de bron.

17-09-17 13:05


Het NCMagazine najaar 2017 OVER HERDENKEN, VIEREN EN HERINNEREN 04 11 14 20 41

32 48

24 31 42 47 63 17

COVERSTORY Terugblik op 4 en 5 mei: de kracht van het persoonlijke verhaal Bevrijders van Nederland: wat doen die buitenlanders hier?

HERDENKEN Andrée van Es sprak tijdens de Indiëherdenking: “Juist een persoonlijk verhaal kan goed voelbaar maken hoe groot de impact van een oorlog is” Slag in de Javazee: een strijd die bij voorbaat kansloos was Eerebegraafplaats Bloemendaal: rustplaats van 372 gefusilleerden

VIEREN Bevrijdingsfestival Amsterdam Het Vrije Westen 3FM DJ Frank van der Lende: “Ik wil graag Vriend van de Vrijheid zijn”

HERDENKEN & VIEREN De Indische herdenkingsorganisaties: een beeldreportage Liberty Tour, een symbolische geschiedenistour Nieuw bestuurslid Touria Meliani Compliment voor een oorlogsmonument: gemeente Heemstede Stand van zaken

HERINNEREN Generatiegesprek: het oorlogsverleden van haar vader die

02-hoofdredactioneel-2-8.9.indd 3

38 44 52

50 62 36 55

10 60 16 58

bij de Waffen-SS zat, drukte een stempel op het leven van barones Isabel van Boetzelaer Serie oorlogsmusea en herinneringscentra: het onderduikmuseum in Aalten Engelandvaarders: “Welcome to England boys” Monument voor 48 vermoorde kinderen van de BergStichting

EDUCATIE Visie op educatie: het belang van de doorlopende leerlijn in het geschiedenisonderwijs Vloggen vanuit de Tweede Wereldoorlog: Evert_45

ONDERZOEK Beladen erfgoed: interview met onderzoeker Robin te Slaa: “Den Haag had Joodse overlevenden tegemoet kunnen komen” Brandende kampongs: onderzoek naar de geschiedenis in Nederlands-Indië

INSPIRATIE De keuze van Ronald Leopold: “Geef verhalenvertellers de ruimte en je ziet prachtige dingen ontstaan” Film over de Bankier van het verzet: Walraven van Hall

INTERNATIONAAL Onbekend: het vergeten bombardement op Genève Zwitserland en de Joodse oorlogstegoeden

18-09-17 10:36


Terugblik 4 en 5 mei

DE KRACHT VAN HET PERSOONLIJKE VERHAAL 4 en 5 mei stonden dit jaar in het teken van het persoonlijke verhaal. “Persoonlijke verhalen over de oorlog, elke oorlog, zijn nooit zomaar verhalen, ze staan niet op zichzelf. Het zijn verhalen die moeten worden verteld, ook zeventig jaar na dato,” aldus Arendo Joustra, hoofdredacteur van Elsevier, die dit jaar de jaarthematekst schreef. door Irene de Roos | foto Ilvy Njiokiktjien

04 NCMagazine | najaar 2017 03-coverstory-5-18.8.indd 4

17-09-17 13:08


coverstory

Voorafgaand aan de plechtigheid op de Dam werden tijdens de herdenkingsbijeenkomst in De Nieuwe Kerk getuigenissen afgelegd door vier aanwezigen. Zo vertelde Harry Koopman zijn verhaal als Joodse overlevende: “De deur staat open, we zijn te laat. Mijn moeder en mijn twee broertjes, zeven en acht jaar, zijn meegenomen. En na later bleek, als beesten in veewagens gestopt om (...) in Sobibor te worden vermoord, uitsluitend omdat ze Joods zijn.� Annejet van der Zijl hield de 4 mei-voordracht In de mist over heldhaftigheid. Een ensemble van het Metropole Orkest zorgde voor de muziek.

05 03-coverstory-5-18.8.indd 5

17-09-17 13:08


De weg van vrede

Net als vorig jaar werd tijdens de Nationale Herdenking op de Dam door familieleden van de kransleggers in filmpjes verteld voor wie zij een krans leggen. Na de twee minuten stilte droeg de zestienjarige scholier Güner Tuzgöl uit Heemstede zijn gedicht voor en Eberhard van der Laan, burgemeester van Amsterdam, hield een toespraak: “Juist op 4 mei moeten we onze zegeningen tellen en daaruit de hoop en het zelfvertrouwen putten om voort te gaan op de weg van vrede.”

06 NCMagazine | najaar 2017 03-coverstory-5-18.8.indd 6

17-09-17 13:09


Nasrdin Dchar

Neal de Hoop

Minister-president Rutte

Gerdi Verbeet en Johan Remkes

Ben Houdijk

Chris van Houts

coverstory

Wat heb ik te vieren?

De Nationale Viering Bevrijding begon dit jaar in de provincie Noord-Holland waar acteur Nasrdin Dchar zijn 5 mei-lezing Wat heb ik te vieren? hield. Hierin vraagt Dchar zich af wat we van de geschiedenis hebben geleerd en wat hij aan zijn kinderen door wil geven. De 5 mei-kinderlezing werd gehouden door Neal de Hoop (12). Na afloop van het tafelgesprek, dat eveneens onderdeel was van de live-uitzending op NPO1, ontstak minister-president Rutte het Bevrijdingsvuur op Bevrijdingspop Haarlem. Samen met Gerdi Verbeet, voorzitter van het Nationaal ComitĂŠ 4 en 5 mei, bezocht Rutte het festivalterrein waar hij sprak over vrijheid, de rechtsstaat en verantwoordelijkheid.

07 03-coverstory-5-18.8.indd 7

17-09-17 13:09


Birthe Kullik

Het 5voor5moment

Frank van der Lende in de helikopter van Defensie

Roy Schepers

De Jeugd van Tegenwoordig

Roy Schepers

Roy Schepers

Vertrek van de helikoptervluchten vanaf Gilze-Rijen

Samen met 3FM DJ Frank van der Lende vlogen de Ambassadeurs van de Vrijheid De Staat en De Jeugd van Tegenwoordig met de helikopters van Defensie naar de 14 Bevrijdingsfestivals in het land. Van der Lende was dit jaar Vriend van de Vrijheid. Zijn Joodse oma, die tijdens de oorlog werd gedeporteerd naar Westerbork en Theresienstadt, maakte ook een helikoptervlucht mee om samen met Frank het verhaal van vervolging te vertellen. Traditiegetrouw werd op alle Bevrijdingsfestivals om 16.55 uur stilgestaan bij de vrijheid met One minute speeches door politieke ambtsdragers over democratie en het belang van de rechtsstaat. Ook werd het bekende, door ThĂŠ Lau geschreven lied, Iedereen is van de wereld op alle festivals gespeeld.

Jasper Juinen

Bevrijdingsfestivals

08 NCMagazine | najaar 2017 03-coverstory-5-18.8.indd 8

17-09-17 13:10


coverstory

5 mei-concert

Met optredens van het Metropole Orkest, harpist Remy van Kesteren, zangers Roel van Velzen en Joy Wielkens, ZO! Gospel choir, de cast van de musical Soldaat van Oranje en dansers van Het Nationale Ballet was het 5 mei-concert de feestelijke afsluiting van de Nationale Viering Bevrijding. Aan het einde van het concert betraden jonge en oude veteranen het podium. De veteranen waren afkomstig uit de landen die in 1944-1945 betrokken waren bij de bevrijding van Nederland: BelgiĂŤ, Canada, Frankrijk, GrootBrittaniĂŤ, Noorwegen, Polen, de Verenigde Staten en Nederland zelf. Voor meer informatie: www.4en5mei.nl

09 03-coverstory-5-18.8.indd 9

17-09-17 13:11


inspiratie

Museum

Awesome Boerenfamilies

De keuze van:

Ronald Leopold Door wie en door wat worden mensen geïnspireerd? In deze serie ditmaal Ronald Leopold, historicus, voorheen directeur van de Pensioen- en Uitkeringsraad (PUR) en tegenwoordig algemeen directeur van de Anne Frank Stichting. Over Hollanders op het platteland en African Americans in Washington.

Ronald Leopold in de kamer van Otto Frank

10

Cris Toala Olivares

door Marja Verbraak

Elizabeth Carecchio

“Ik bezoek met enige regelmaat Jad Wasjem-bijeenkomsten, waarbij onderscheidingen worden uitgereikt aan mensen die in de Tweede Wereldoorlog Joden hebben gered. Tegenwoordig is dat meestal postuum. Het gaat bijna altijd om eenvoudige mensen, vaak van het platteland, uit boerenfamilies. Geen types die met windkracht 8 opinies de wereld inslingeren, maar mensen die uit een natuurlijk rechtvaardigheidsgevoel hun hart hebben geopend, zonder ingewikkelde intellectuele bespiegelingen daarover. Het maakt diepe indruk op me. In onze sector zijn we bezig met de vraag hoe je een zaadje plant, hoe je eraan kunt bijdragen dat mensen in een ruwe tijd de juiste keuzes maken. Wat me dan opvalt, is dat je op zo’n bijeenkomst ziet wat het betekent voor kinderen en kleinkinderen dat hun ouders en grootouders de juiste keuze hebben gemaakt, dat ze daar trots op zijn en ook dat ze die houding overnemen, dat ze zeggen: ja, vanzelfsprekend help je in zo’n situatie. When the shit hits the fan, kun je maar het best aanbellen bij een boerderij.”

Museum of African American History and Culture, met op de achtergrond het Washington Monument

Televisieprogramma

Zoek het verhaal “Geef verhalenvertellers de ruimte en je ziet prachtige dingen ontstaan. De manier waarop Andere Tijden onderwerpen uit de geschiedenis presenteert, vind ik daar een goed voorbeeld van. Het team gaat op zoek in de bronnen, vindt elke keer weer een goed narratief en is in staat om dat met het medium televisie toegankelijk te maken voor een breed publiek. The whispering of the archives. Ik reis veel voor mijn werk en zie veel experiences die worden verzonnen om jongeren te binden, vanuit de gedachte dat ze anders niet geïnteresseerd zouden zijn in het verleden. Soms heeft het iets nepperigs. Ik denk dat je niet te snel de vlucht naar voren moet nemen, maar goed in de bronnen moet blijven zoeken naar nieuwe verhalen en perspectieven. Er is nog zoveel te vertellen over de Tweede Wereldoorlog. Je hoeft niet allemaal fancy dingen te verzinnen om een nieuwe generatie aan te spreken.”

Hans Goedkoop, presentator Andere Tijden

Marieke van der Velden

“Vorig jaar ben ik met enige moeite in het nieuwe Smithsonian National Museum of African American History and Culture in Washington geweest. Het is maanden van tevoren uitverkocht. Om het op z’n Amerikaans te zeggen: het was awesome. 95 procent van de bezoekers was African American en hoe ze reageerden, met verdriet, herkenning, trots, blijdschap... Je kon zien dat dit prachtige museum, op deze symbolische, prominente plek op de National Mall, een enorme betekenis heeft voor de community. ‘Eindelijk wordt ons recht gedaan’, die gedachte. De route gaat van het verdriet van de slavernij en de schok van de segregatie naar de burgerrechtenbeweging en eindigt, heel positief, met de bijdrage van African Americans aan de Amerikaanse samenleving. De techniek is state of the art, de bezoekerservaring is mind blowing. Het is echt Amerikaans gedaan. In het Anne Frank Huis zou het niet passen, het zou in dit huis botsen. De context is heel anders. Maar het zijn wel twee plekken waar reflectie op de geschiedenis plaatsvindt, waar de bezoeker een morele spiegel wordt voorgehouden.”

Jad Wasjem

NCMagazine | najaar 2017

08-inspiratie-1L-21.8.indd 10

17-09-17 13:13


coverstory

BEVRIJDERS VAN NEDERLAND IN DE SCHIJNWERPERS

De viering van de bevrijding tijdens het 5 mei-concert 2017 werd omlijst door veteranen uit acht verschillende landen: de bevrijders van Nederland. door Rutger van Krieken | foto Ilvy Njiokiktjien

11 04-coverstory-3-18.8.indd 11

17-09-17 13:15


Beeldbank WO2/Oorlogs- en Verzetsmateriaal Groningen

V

eteranen uit acht verschillende landen presenteerden zich voor het publiek op de Amstel en voor de kijkers thuis voor de buis. Gebroederlijk stonden zij met de vlag van hun land naast elkaar op de pontons voor het podium. Zij waren uit België, Canada, Frankrijk, Groot-Brittannië, Nederland, Noorwegen, Polen en de Verenigde Staten naar onze hoofdstad gekomen om de vrijheid te vieren. De veteranen representeerden de landen die Nederland in 1944 en 1945 hebben bevrijd. Niet iedereen had gelijk door dat deze landen een bijdrage hebben geleverd aan onze vrijheid. Natuurlijk werden de Canadezen, de Engelsen en de Amerikanen direct herkend, maar een enkeling vroeg zich af wat die Polen, Fransen, Belgen, Noren en Nederlanders bij de viering deden. Dat zij meevochten bij de bevrijding van Nederland is minder bekend. Deze verwondering is begrijpelijk. Canada, Groot-Brittannië en de Verenigde Staten staan in ons collectief geheugen gegrift als de bevrijders. Voor een groot gedeelte komt dit omdat deze landen getalsmatig de meeste soldaten hebben geleverd en - ook niet onbelangrijk - het waren de Engelsen en de Canadezen die na 5 mei 1945 de Randstad binnentrokken. En hoe je het ook wendt of keert, daar woonden én wonen de meeste mensen. Hier waren ook camera’s bij, dus op de beelden die vaak herhaald worden, staan

12

Engelse en Candese soldaten. Niet voor niets zongen veel mensen na de bevrijding ‘Trees heeft een Canadees’. Maar aantallen zeggen niet altijd alles, ook andere landen hebben een belangrijke bijdrage aan onze vrijheid geleverd.

Postuum Bronzen Leeuw Zo waren er al vanaf september 1944 Poolse soldaten actief in ons land: de 1e Onafhankelijke Parachutistenbrigade werd ingezet tijdens Operatie Market Garden. De Poolse eenheden werden te laat ingevlogen om nog iets aan de rampzalig verlopen operatie te kunnen veranderen. Toch kregen zij van de Engelsen de schuld van het mislukken van de operatie. Een schuld die pas zestig jaar later werd verzacht door de toekenning van de Nederlandse Militaire Willems-Orde aan de brigade in 2005. Generaal Sosabowski kreeg in 2006 postuum de Bronzen Leeuw. In november 1944 waren de Polen weer terug in ons land. Nu in Zeeland, waar de Poolse 1e Pantserdivisie meevocht tijdens de Slag om de Schelde. In de winter bewaakten zij een sector aan de Maas, waar zij betrokken waren bij de strijd rondom Kapelsche Veer. In april 1945 was het deze divisie die langs de Duits-Nederlandse grens naar het noorden oprukte om de provincies Drenthe en Groningen te bevrijden. Menig monument daar herinnert aan

NCMagazine | najaar 2017

04-coverstory-3-18.8.indd 12

17-09-17 13:15


coverstory

Beeldbank WO2/NIOD

Links: Een Poolse Cromwell tank in Rijssen. Burgers op het balkon en op straat kijken toe. 9 april, 1945

Soldaten van de Prinses Irene Brigade rijden onder grote toejuichingen van de Haagse bevolking door het centrum van Den Haag

deze bevrijders. Zo ook in Bourtange, waar op initiatief van de heer R. Nobbe in 2004 een plaquette voor zes ‘vergeten’ Poolse soldaten werd onthuld. Deze soldaten, Jan Kaczor, Roch Kijora, Joseph Kukla, Piotr Malinowski, Edmund Porombka en Franciszek Rupek lieten het leven tijdens de gevechten in en rond Bourtange.

Noorse commando’s Tijdens de Slag om de Schelde waren, naast de Polen, ook Noorse commando’s actief. Samen met Engelse, Nederlandse en Belgische commando’s landden zij op 1 november bij Westkapelle (waar de dijk was gebombardeerd en doorgebroken). Daar veroverden zij bunkers en bevrijdden stukje bij beetje Walcheren. De gevechten waren hevig, want de Duitse bezetter kon zich door het ondergelopen land niet makkelijk terugtrekken. In Domburg staat een monument dat herinnert aan de Noorse commando’s; de namen van de negen omgekomen Noren staan hierop vermeld Naast de Noren waren ook Belgische en Nederlandse commando’s actief op Walcheren. Zij behoorden, net als de Noren, tot een Britse commando-eenheid. Later, in april 1945, waren de Belgen en Nederlanders weer actief tijdens de bevrijding, evenals Franse soldaten. In Drenthe en Groningen werden Belgische en Franse parachutisten gedropt. Zij moesten de opmars van onder andere de

Poolse pantserdivisie vergemakkelijken door verschillende doelen, zoals bruggen, in één stuk in handen te krijgen. De Franse parachutisten waren gedwongen te voet te gaan omdat hun voertuigen niet gedropt konden worden vanwege het slechte weer. Hierdoor konden zij veel van hun doelen niet bereiken. De Belgen hadden daarentegen geen enkele moeite om hun doelen te bereiken. Hun vervoer was wel meegekomen en met hun jeeps bevrijdden ze verschillende plaatsen zoals Coevorden, Veele, Winschoten en Beerta.

Prinses Irene Brigade De Prinses Irene Brigade kan niet onvermeld blijven. Deze Nederlandse brigade, opgericht in Engeland tijdens de oorlog, werd in augustus 1944 in Normandië aan land gebracht. De brigade bestond uit 1200 man en vocht in Frankrijk, België en Nederland. Zij waren onder meer van groot belang bij de bevrijding van Tilburg en op 8 mei reed de brigade via Utrecht naar Den Haag. In alle steden en dorpjes werden ze als bevrijders binnengehaald. Elk land dat tijdens het 5 mei-concert vertegenwoordigd was, heeft een belangrijke bijdrage geleverd aan de bevrijding van Nederland. Meer dan 70 jaar later mogen we daar zeker nog zeer dankbaar voor zijn! Voor meer informatie: zie www.tweedewereldoorlog.nl

13 04-coverstory-3-18.8.indd 13

17-09-17 13:16


‘WE MOGEN VREDE NOOIT ALS VANZELFSPREKEND AANNEMEN’ Op 15 augustus sprak Andrée van Es tijdens de Nationale Indiëherdenking in Den Haag. Wat betekent herdenken voor haar? door Ricci Scheldwacht | foto Ilvy Njiokiktjien

Indiëherdenking

www.indieherdenking.nl

14

NCMagazine | najaar 2017

07-Herdenken-2-29.8.indd 14

17-09-17 13:17


herdenken

H

et was een mooi en persoonlijk verhaal, dat Andrée van Es tijdens de Nationale Indiëherdenking op 15 augustus in Den Haag vertelde. Het ging over haar familie. Over hoe haar familieleden tijdens de Tweede Wereldoorlog over de wereld waren verspreid en hoe ze elkaar door het schrijven van brieven op de hoogte hielden. Ze las voor uit een brief die haar Indische oma aan haar vader schreef, een Indische jongen die zich in Nederland bevond toen de oorlog uitbrak. Via Zwitserland probeerde hij naar Nederlands-Indië te ontkomen. Een poging die mislukte, want hij werd door de Duitsers in Frankrijk opgepakt. ‘Gaat het je goed mijn jongen? Behoef je geen kou te lijden?’ las Andrée van Es de woorden van haar oma voor terwijl de hemel boven Den Haag openbrak. Daar, bij het Indisch monument in Den Haag, in aanwezigheid van onder anderen premier Mark Rutte, minister Jet Bussemaker en staatssecretaris Martin van Rijn maakte ze in de stromende regen voelbaar hoe krachtig een verhaal kan zijn. “Voor ons, kinderen van na de oorlog, is het herdenken van de meest ingrijpende, hardvochtige jaren in het leven van onze ouders zo groot, dat we het klein moeten maken om het te bevatten, om er dicht bij te kunnen komen. Daarom is het belangrijk dat overlevenden hun verhaal delen met ons, met hun kleinkinderen, met scholieren,” sprak ze haar gehoor toe. Enkele dagen na haar toespraak, kijkt Andrée van Es samen met NC Magazine terug op de Nationale Indiëherdenking in Den Haag. Waarom zijn persoonlijke verhalen zo belangrijk bij herdenken? AvE: “Juist een persoonlijk verhaal kan goed voelbaar maken hoe groot de impact van een oorlog is. Er komt een generatie aan die de verhalen over de oorlog alleen nog uit de overlevering kent. De mensen die het zelf hebben meegemaakt, sterven uit, hoe pijnlijk het ook is om dat te moeten erkennen. Aan die generatie kunnen we nu nog vragen: Hoe moeten wij jullie verhaal aan jongeren doorvertellen? Hoe moeilijk het ook is om te praten over de verschrikkingen van de oorlog.” Welke rol spelen herdenkingscomités, zoals het Nationaal Comité 4 en 5 mei en de Stichting Herdenking 15 Augustus 1945, daarbij? AvE: “Herdenkingscomités zijn sturender in de samenleving geworden en beter gaan nadenken over de vraag hoe we moeten herdenken. Wat betekent herdenken voor jonge mensen die de oorlog niet hebben meegemaakt? Hoe moeten we dat vormgeven? Bij het Nationaal Comité zie je dat heel goed. Op 4 mei wordt er herdacht, op 5 mei wordt de vrijheid gevierd. Daarbij staan de persoonlijke

verhalen van overlevenden en slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog centraal. Die interactie tussen de comités aan de ene kant en de samenleving aan de andere kant is veel intensiever geworden. Dat is echt iets van de laatste twintig jaar. Toen ik jong was, was er voor herdenken minder aandacht. Ook in mijn familie. Natuurlijk hielden we op 4 mei twee minuten stilte, maar verder speelde het een veel minder grote rol.” Wat betekent 15 augustus voor u persoonlijk? “Voor mij is het belangrijk om op 15 augustus te herdenken omdat op die datum het einde van de Tweede Wereldoorlog plaatsvond, een oorlog die zich in de hele wereld afspeelde. In Nederland, maar ook aan de andere kant van de wereld. Mijn oom Rudy redde in 1942 samen met zijn kompanen van de Marine Luchtvaartdienst 300 drenkelingen uit de Javazee. Hij overleefde de ondergang van het evacuatieschip de Poelau Bras. Later werd hij krijgsgevangen gemaakt door de Japanners en gevangengezet in de kampen Palembang en Changi Prison in Singapore. Mijn neef Rob werd in het jappenkamp geboren. Als je zoals ik een Indische familie hebt, is 15 augustus wellicht meer dan voor andere Nederlanders een datum om bij stil te staan.” Hoe lang moeten we het einde van de Tweede Wereldoorlog blijven herdenken? AvE: “Zolang er mensen zijn die het hebben meegemaakt. Zolang er in de samenleving behoefte aan is. Naarmate de tijd verstrijkt zal die vraag vaker gesteld worden. Maar ik hoop dat we ons dan ook altijd zullen blijven realiseren dat we vrede nooit als vanzelfsprekend mogen aannemen. Daarom is dat herdenken ook zo belangrijk. Niet zozeer om jezelf op te sluiten in het verleden, integendeel, maar om in het nu die verbinding te maken. Dat kan tijdens de twee minuten stilte, maar ook tijdens zo’n prachtig ontroerend lied dat Wouter Hamel tijdens de Indiëherdenking zong. Dat was zo mooi. Op dat moment stonden we er met elkaar bij stil dat het ooit anders is geweest en kan zijn. En dat vrede iets is waar je wat voor moet doen.” “Terecht dat er daarom op 15 augustus eveneens aandacht wordt gevraagd van mensen buiten de Indische kring. Dat zie ik ook als een opdracht voor de Indiëherdenking. In Nederland leven heel veel mensen met een groot of kleiner stukje Indisch verleden. Dat moet je niet bij jezelf houden, maar juist delen met de samenleving. Ook daarom is de Indiëherdenking belangrijk.” Andrée van Es is lid van de adviescommissie van de Stichting Herdenking 15 Augustus 1945 en bestuurslid van het Amsterdams 4 en 5 comité.

| 15 07-Herdenken-2-29.8.indd 15

17-09-17 13:18


internationaal Het verwoeste Hôtel Beau-Séjour in Genève na het bombardement in 1940

Onbekend

HET VERGETEN BOMBARDEMENT OP GENÈVE In deze serie belicht NC Magazine plaatsen die een relatief onbekende rol hebben gespeeld in de Tweede Wereldoorlog. Deze keer staat Genève centraal.

Pionnair-GE.com

Door Floris van Dijk

D

e meest westelijke stad van Zwitserland, het chique Genève, was voor de oorlog de zetel van de Volkenbond. Er vonden verschillende internationale conventies plaats, zoals tegen de slavenhandel (1926), over de behandeling van krijgsgevangenen (1929) en een reeks over ontwapening, waarvan nazi-Duitsland in oktober 1933 wegliep. In 1938 werd in het nabije Franse Évian de mislukte conferentie over Joodse vluchtelingen gehouden.

Neutraal Op de dag van de Duitse inval in Polen kondigde Zwitserland, neutraal sinds 1815, de mobilisatie af. Binnen drie dagen waren 430.000 soldaten (10% van de bevolking) en 210.000 man ondersteunend personeel operationeel. Ingeklemd tussen Duitsland en Italië vertrouwde de bevolking de impopulaire, want antidemocratische nazi’s niet. Het wantrouwen bleek terecht. Eind juni 1940 wilde Hitler namelijk na Frankrijk meteen Zwitserland veroveren (Unternehmen Tannenbaum). Ondanks grensincidenten, neergehaalde Duitse vliegtuigen en druk van de nazi’s weigerde de Zwitserse opperbevelhebber Henri Guisan partij te kiezen en besloot hij tot de Réduit, een verdedigingsring in de hoge Alpen. Zwitserland werd uiteindelijk niet bezet en bleef neutraal; hetgeen ook betekende dat het handel dreef met Duitsland. Iets wat het land na de oorlog op kritiek kwam te staan.

Bombardement Het onverdedigde Genève met zijn 124.000 inwoners was gelegen in een uithoek van het land met 103 kilometer grens met Frankrijk. Het lag aan het begin van de demarcatielijn van Vichy-Frankrijk

16

naar het westen en zuidelijk een gedemilitariseerde zone. In de nacht van 11 juni 1940 bombardeerden de Britten in drie aanvalsgolven Genève en Renens, bij Lausanne. De wijken Champel, Plainpalais en Carouge werden getroffen, met vijf doden, tientallen gewonden en veel materiële schade tot gevolg. De volgende morgen werd van de Britse ambassadeur een excuus geëist. Het bleek dat het Britse squadron op de terugweg van de FIAT-fabrieken in Turijn Genève aanzag voor Genua, waar de Ansaldo-fabrieken het doel waren. Volgens een bericht in de Journal de Genève van 18 september 1941 betaalde de Britse regering als compensatie 562.000 Zwitserse frank aan het kanton Vaud, 475.000 aan Genève en 73.000 aan de Zwitserse staat. Later zouden ook Schaffhausen, Stein am Rhein, Zürich en het treinstation van Basel abusievelijk door geallieerden worden gebombardeerd.

Na de oorlog Aan het bombardement is in Genève geen monument gewijd, wel is er een monument te vinden voor Zwitserse soldaten die zijn omgekomen tijdens de Eerste en de Tweede Wereldoorlog. Na de oorlog speelde Genève door de vestiging aldaar van internationale organisaties als de Verenigde Naties en het Rode Kruis opnieuw een belangrijke rol op het politieke wereldpodium. Het door de verschrikkingen van de oorlog geschokte vertrouwen in de mensheid leidde in 1949 tot de Vierde Geneefse Conventie betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd. Floris van Dijk werkt bij het ministerie van VWS op de afdeling Oorlogsgetroffenen en Herinnering WOII (OHW).

NCMagazine | najaar 2017

26-internationaal-1L-31.8.indd 24

17-09-17 13:20


herinneren

FOUTE FAMILIE Wat betekent het oorlogsverleden van de eerste generatie oorlogsgetroffenen voor hun kinderen en kleinkinderen? Wat betekenen herdenken & vieren? NC Magazine publiceert elk nummer een gesprek met de tweede en derde generatie. Dit keer Isabel van Boetzelaer wier boek Oorlogsouders veel stof deed opwaaien toen bleek dat niet alleen haar vader maar ook haar grootvader van moederskant fout was. Door Larissa Pans | Fotografie Geert Snoeijer

15-herinneren-3-12.9.indd 17

17-09-17 13:21


Z

ij schreef zoals zovelen een boek over de geschiedenis van haar familie: Oorlogsouders. Barones Isabel van Boetzelaer (1961) beschreef de adellijke families waaruit ze voortkomt, haar Nederlandse vader Willem van Boetzelaer die zich vrijwillig aansloot bij de Waffen SS aan het begin van de Tweede Wereldoorlog, en de familie van haar Duitse moeder Ingrid von der Recke die juist heel kritisch was ten opzichte van Hitler. Over haar Duitse grootvader baron Hilmar von der Recke werd in de familie steevast gezegd dat hij diepe vriendschapsbanden onderhield met de verzetsmannen die een aanslag op Hitler probeerden te plegen in 1944 en dat hij weigerde de Hitlergroet te brengen door zijn arm in een mitella te doen. Haar doel met het boek? Jongeren door haar familiegeschiedenis laten inzien dat er meer is dan het cliché ‘goede’ Nederlanders en ‘foute’ Duitsers. Tot vlak na de publicatie van Oorlogsouders haar waarheid kantelde en haar grootvader van moederszijde niet de good guy uit haar boek bleek. Sterker nog: hij was een nazi-kampcommandant. We spreken elkaar amper een week na de publicatie van de onthullingen over haar grootvader gedaan door bedrijfskundige Maarten van Voorst tot Voorst: in een scherp opiniestuk op Reporters Online haalde hij uit naar het waarheidsgehalte van Oorlogsouders, en met name naar de rol die ze haar grootvader toedicht. Hij heeft nooit in Plötzensee gezeten, de gevangenis voor verzetsmensen die daar verhoord werden door de Gestapo. Hij is wel degelijk NSDAPlid (al vanaf 1933) en bovendien is hij vanaf oktober 1942 enkele jaren kampcommandant van het Duitse krijgsgevangenenkamp Stalag XIIA bij Limburg an der Lahn. Onaangename verrassingen voor Van Boetzelaer. Deze belastende informatie heeft haar moeder voor haar achtergehouden, en de schrijfster heeft het zelf ook niet ontdekt, ondanks haar naspeuringen in de archieven. Haar boek werd een rel, het historische waarheidsgehalte ervan wordt in twijfel getrokken. Enkele lezingen die zij zou houden over Oorlogsouders zijn afgezegd, waaronder die in Kamp Westerbork. Op de opiniepagina’s van NRC en Het Parool is haar criticus Van Voorst tot Voorst een felle campagne tegen het boek begonnen - hij vindt dat het uit de handel moet worden gehaald - en opeens zit de schrijfster in het beklaagdenbankje. Hoe kon ze deze cruciale informatie over het hoofd zien? In de rustige binnentuin van het Amsterdamse College Hotel vertelt schrijfster en lerares Duits (en oud-balletdanseres) Isabel van Boetzelaer over waarheid en onwaarheid en over de ‘onplezierige’ dagen die ze achter de rug heeft. “Ik denk nu weleens: was ik dat boek maar nooit gaan schrijven. Was ik er maar nooit aan begonnen. Mijn intenties waren zuiver, maar het heeft totaal verkeerd uitgepakt.” In 2011 begon ze aan haar boek. Van Boetzelaer had op televisie een item gezien over vmbo-leerlingen die niet wisten wat de Holocaust was. “Daar schrok ik van. De geschiedenis moet levend gehouden worden. Mijn ouders hebben een bizar leven gehad, zij waren al oud en nu kon ik het ze nog vragen.” Het ingewikkelde van het schrijven van een familiekroniek is dat de schrijver niet objectief is. De schrijver wil misschien zijn familie sparen of de geïnterviewde familieleden geven een mooier beeld van hun verleden. Is dat ook uw ervaring? “Nee, ik wilde mijn familie niet sparen. Ik heb alleen bepaalde din-

18

gen niet geweten, met name over mijn grootvader. Ik heb nooit gehoord dat hij kampcommandant is geweest. Niemand heeft me dat verteld. Toen hij 70 werd, hield mijn tante een grote toespraak over zijn leven, geen woord hierover.” Het is ook geen gegeven dat in een feestelijke familiespeech even genoemd wordt, toch? “Dat is waar, maar zijn andere functies onder de nazi’s staan er wel in. Ik heb in 2011 onderzoek gedaan toen ik begon met mijn boek. Ik weet niet waar het fout is gegaan. Misschien heb ik over die informatie heen gelezen. Als ik het wel gevonden had, was het natuurlijk een ander boek geworden. Er zit niks in mij dat dit opzettelijk zou willen verdoezelen.” Het is een lijk dat uit de kast komt vallen. “Ja, absoluut. Ik was op vakantie in Colombia toen ik via een e-mail hoorde van het artikel van Van Voorst tot Voorst en zijn ontdekkingen over mijn familie. Ik zat in een busje zonder wifi en werd door een journalist gebeld. Ik wist niet wat ik hoorde over mijn grootvader. Verbazing en schrik wisselden elkaar af. Ik vind het heel goed dat iemand anders zoekt en met waarheid komt, maar ik vind het heel vervelend dat Van Voorst tot Voorst nu het hele boek onderuit haalt alsof het allemaal leugens zijn. Hij had toch ook eerst naar me toe kunnen komen en dan hadden we zijn punten kunnen doornemen. Ik had hem zeker de credits gegeven voor zijn ontdekkingen.” Misschien trapte u wel in de klassieke val van de familiekroniek. Als ouders aan kinderen hun familiegeschiedenis doorgeven, dan wordt deze ‘opgeschoond’ en geheroïseerd, misschien verdraaid, zo wordt gezegd. “Achteraf denk ik dat mijn moeder me heeft willen sparen door te zwijgen over het kampcommandantschap van haar vader. Toen ik uit Colombia terugkwam, heb ik haar daarmee geconfronteerd. Ik heb haar gebeld, ben vreselijk tegen haar gaan schreeuwen. ‘Waarom heeft u het me niet verteld? Ik heb een boek geschreven, ik wilde de waarheid boven tafel krijgen en nu vindt iemand anders het. Het is beschadigend voor mij.’ Maar ja, ze is nu 90 jaar, ze was gevallen, ze heeft pijn. Ze voerde allemaal excuses aan. Dat het zo’n chaotische tijd was toen hij kampcommandant werd, dat haar vader was overgeplaatst en bijna niet meer thuis kwam. Zij deed toen een noodeindexamen, was bezig met school en met paardrijden. Mijn moeder zei nu: ‘Na de oorlog hoorde ik er wel van, maar het interesseerde me toen niet zo wat hij had gedaan en ik heb mijn vader er verder nooit naar gevraagd.’ ‘Het had u wél moeten interesseren!’, heb ik tegen haar gezegd. ‘Dit valt niet goed te praten.’”

‘Ik heb nooit gehoord dat mijn grootvader kampcommandant is geweest. Niemand heeft me dat verteld’

NCMagazine | najaar 2017

15-herinneren-3-12.9.indd 18

17-09-17 13:21


herinneren ‘Toen ik uitvond wat de rol van mijn vader was bij de Waffen SS, voelde ik een grote plaatsvervangende schaamte en verdriet’

Voelt het als een soort verraad? (Geëmotioneerd) “Ja, zo voelt het wel. Ik heb haar gevraagd me eerlijk alles te vertellen en dat heeft ze dus niet gedaan. In ieder geval niet op dit punt. Toen ik acht jaar was, ben ik eens met mijn moeder naar Plötzensee geweest. Daar hingen de foto’s van de geexecuteerde gevangenen. Mijn ouders konden veel van hen aanwijzen met verhalen als ‘Dat is Onkel Carl en dat is Onkel die, daar hebben we nog gegeten’, of ‘Die kwam vaak langs’. Dat kan toch niet onwaar zijn? Waarom zouden ze dat zeggen tegen een kind?” Als uw grootvader daar niet heeft gezeten, dan is het de vraag of de anekdote klopt. “Ik ben aan het uitzoeken of het mogelijk is dat mijn opa op een andere plek is verhoord dan daar. Is het mogelijk dat er archieven vernietigd zijn? Mijn moeder heeft door het sleutelgat gehoord over Plötzensee…dat is speculatief, daar ben ik me van bewust. Ik had het nooit zo moeten opschrijven. Ik heb me niet gerealiseerd dat er in dat kapot gebombardeerde Berlijn nog zoveel verhoorarchieven bewaard gebleven zijn. Daar had ik niet bij stil gestaan. Had ik dat moeten uitzoeken? Natuurlijk had ik dat moeten uitzoeken.” Hoe objectief is een boek geschreven door de dochter over haar eigen familie? Van Boetzelaer schrijft zelf op de eerste bladzijden: ‘In het verslag van mijn zoektocht heb ik geprobeerd niets te verdraaien en al helemaal niet om iets goed te praten. Maar verwacht van mij geen neutraal, wetenschappelijk betoog. Het is geschreven door ‘de dochter van’ en alleen al daarom kan het onmogelijk objectief zijn.’ Dit leidt tot keuzes uit het gevonden bronmateriaal die betwistbaar zijn. Neem nu een uitspraak, misschien van haar vader, die de schrijfster vond in een getuigenverklaring in de archieven. Een getuige verklaarde dat een lid van het commando-Van Boet-

zelaer van de Sicherheitspolizei, het volgende heeft gezegd: ‘Een Jood, een Jodin en nog een Jood: dat hadden jullie niet gedacht hè, dat we jullie nog zouden vinden.’ Het is een zin waar het sadisme van afdruipt, uitgesproken toen het commando een ondergedoken Joods gezin vond. Ze nam die quote niet op in haar boek, omdat het niet zeker is dat het haar vader betrof die dit gezegd zou hebben. Het kan ook door een ander lid gezegd zijn. Desalniettemin is het een veelzeggende zin, die nu het boek niet heeft gehaald. Het geeft weer hoe er in dat commando gedacht werd. “Ik vind het een vreselijke quote en in het dossier staat dus dat de getuige zich niet meer kan herinneren wie van het commando dat gezegd heeft. Toen besloot ik het niet op te nemen. Iemand is onschuldig tot het tegendeel bewezen is, vond ik.” Op die keuze kwam kritiek, onder anderen van NRC-journalist Bas Blokker. Hij vond dat ze het wel had moeten vermelden, met de context erbij. Van Boetzelaer: “Hij heeft een punt. Bij mijn nieuwe druk ga ik dit toevoegen. Ik wil niks verdoezelen.” Het boek werd in eerste instantie lovend en welwillend ontvangen, met op de cover enthousiaste aanbevelingen van schrijver Alexander Münninghoff (die het bejubelde boek De stamhouder schreef over het foute oorlogsverleden van zijn vader) en historicus en programmamaker Ad van Liempt. Meerdere malen tijdens het gesprek zegt Van Boetzelaer nadrukkelijk hoe ze de foutieve informatie betreurt, dat ze in een nieuwe druk alle ontdekkingen toevoegt en dat ze zeker de handel en wandel van haar familie niet met de mantel der liefde wil bedekken. Van Voorst tot Voorst verwijt haar geen ‘werkelijk kwade opzet’, maar wel ‘naïviteit en een diepgeworteld verlangen aan de goede kant van de geschiedenis te staan’. Nee, zegt ze, dat laatste is niet het geval. “Maar ik heb me wel laten sussen door de woorden van mijn moeder, ook doordat ze de verhalen over mijn grootvader van kleins af aan al kende en aan mij doorvertelde.” Uw vader doet mee aan Operatie Barbarossa in Rusland, leidt een berucht commando van de Sicherheitspolizei waarmee hij ook ondergedoken Joden en verzetsmannen oppakt, vaak met veel geweld, en hardhandig verhoort. Hij draagt ze over aan de Duitsers, die regelmatig overgaan tot executie van de gevangenen. Kunt u hem daar nog begrijpen? “Dat vond ik heel moeilijk. Het enige dat ik me kan voorstellen is dat het een fuik is waar je in zwemt en dat je steeds verder gaat en het steeds moeilijk wordt om uit te komen. Natuurlijk had hij moeten zeggen bij dat commando: ‘Hier moet ik stoppen. Tot hier en niet verder’. Toen ik uitvond wat zijn rol was bij de Waffen SS, voelde ik een grote plaatsvervangende schaamte en verdriet om zijn daden.’ Toch beschrijft u hem ook liefdevol. “Dat is de spagaat waarin ik zit. Ik ken hem als een liefdevolle vader, als een wijs man zelfs. Mijn moeder oordeelde veel sneller, hij was juist milder en genuanceerder. Dat is zoals ik hem ken, maar dat staat haaks op wat hij gedaan heeft in de oorlog.” Welke invloed heeft het foute verleden van uw ouders op u gehad? “Altijd wanneer de maand april aanbreekt, krijg ik een heel naar gevoel als de oorlogsdocumentaires weer op televisie komen. Ik voel al zo lang de pijn om wat zij in het verleden gedaan hebben.”

| 19 15-herinneren-3-12.9.indd 19

17-09-17 13:22


75 JAAR SLAG IN DE JAVAZEE ALL SHIPS FOLLOW ME Hr. Ms. De Ruyter met bemanning aan de Kruiserkade op het Marine etablissement, 1939. Bij de Slag in de Javazee kwamen van de 437 bemanningsleden 235 om het leven

Op 27 februari 2017 werd in Surabaya, IndonesiĂŤ, herdacht dat 75 jaar geleden de Slag in de Javazee plaatsvond. In aanwezigheid van onder anderen Piet-Hein Donner van de Oorlogsgravenstichting en Gerdi Verbeet, voorzitter van het Nationaal ComitĂŠ 4 en 5 mei. Een terugblik op een wanhopige strijd die bij voorbaat kansloos leek. door Anita van Stel | foto Nederlands Instituut voor Militaire Historie

20

NCMagazine | najaar 2017

05-herdenken-3-29.8.indd 20

17-09-17 13:23


herinneren Herdenking op Kembang Kuning

O

p 26 februari 1942 vaart een geallieerd vlootverband de Javaanse havenstad Surabaya uit onder commando van schout-bij-nacht Karel Doorman. Zijn eskader moet de Japanners ervan weerhouden Nederlands-Indië te bezetten. Daags erna vindt de Slag in de Javazee plaats. Dappere Nederlandse en Britse marinemensen volgen hun eskadercommandant. Op 28 februari zijn er 2300 slachtoffers te betreuren, onder wie 915 Nederlandse en 200 Britse. Het merendeel van de geallieerde overlevenden staat drieënhalf jaar ontberingen in Japanse krijgsgevangenkampen te wachten. Tijdens de herdenking van 75 jaar Slag in de Javazee, op 27 februari 2017 in Surabaya, stonden velen stil bij deze dramatische gebeurtenis in de Nederlandse geschiedenis.

Wat gebeurde er tijdens de Slag in de Javazee? Vóór de slag In februari 1942 maken de Japanse strijdkrachten zich op voor een landing op Java. Met veertig transportvaartuigen en begeleid door kruisers en torpedobootjagers stomen zij op. Karel Doorman brengt de Combined Striking Force in zee, die onder andere bestaat uit het vlaggenschip Hr.Ms. De Ruyter, de HMS Exeter en USS Houston, de HMAS Perth en Hr.Ms. Java, en een aantal geallieerde torpedobootjagers.

Geallieerde schepen die deelnamen aan de Slag in de Javazee Hr.Ms. De Ruyter, lichte kruiser (gezonken) Hr. Ms. Java, lichte kruiser (gezonken) Hr.Ms. Kortenaer, torpedobootjager (gezonken) Hr.Ms. Witte de With, torpedobootjager (na daggevecht naar Surabaya om HMS Exeter te escorteren) HMS Exeter, zware kruiser (zwaar beschadigd) HMS Electra, torpedobootjager (gezonken) HMS Encounter, torpedobootjager HMS Jupiter, torpedobootjager (gezonken) HMAS Perth, lichte kruiser USS Houston, zware kruiser USS John D. Edwards, torpedobootjager (na daggevecht naar Surabaya om brandstof te laden) USS Alden, torpedobootjager (na daggevecht naar Surabaya om brandstof te laden) USS John D. Ford, torpedobootjager (na daggevecht naar Surabaya om brandstof te laden) USS Paul Jones, torpedobootjager (na daggevecht naar Surabaya om brandstof te laden)

Op het ereveld Kembang Kuning in Surabaya woonden honderdvijftig gasten de plechtige herdenking van de Slag in de Javazee bij. Onder hen 27 nabestaanden van de slachtoffers, de president van Oorlogsgravenstichting (OGS) Piet-Hein Donner en directeur Theo Vleugels, de Nederlandse ambassadeur Rob Swartbol en namens het Nationaal Comité 4 en 5 mei voorzitter Gerdi Verbeet en directeur Jan van Kooten. Onder klokgelui van de scheepsbel van Hr.Ms. Java liepen de aanwezigen naar het Karel Doormanmonument, waar Donner een krans legde. Ook de nabestaanden, vertegenwoordigd door vijf leden van de familie Cruijen, legden een krans. Twee trompetblazers van de Indonesische marine speelden de Last Post. Na een minuut stilte zongen de aanwezigen twee coupletten van het Wilhelmus. De plechtigheid eindigde met het strooien van bloemen rond het monument en op het ereveld. Robbert van de Rijdt, oud-marineofficier, en als directeur OGS Indonesië verantwoordelijk voor de organisatie van de herdenking, vertelde dat de belangstelling voor de plechtigheid groot was: “Er was veel pers aanwezig, zowel van dagbladen als tv. Ik constateer sowieso een groeiende interesse. Steeds meer - met name jongere - Indonesiërs hebben belangstelling voor hun geschiedenis. De bezoekersaantallen van de zeven erevelden in Indonesië lopen gestaag op.” Op 1 maart vond nog een ceremonie op Kembang Kuning plaats, met Commandant der Zeestrijdkrachten luitenant-generaal Rob Verkerk, die vanwege dezelfde herdenking op 27 februari in Den Haag niet eerder aanwezig kon zijn. Vertegenwoordigers van de Amerikaanse, Australische, Britse en Indonesische marine woonden de ceremonie op 1 maart bij.

Doorman heeft weinig vertrouwen in de goede afloop, omdat de Japanners over moderner materieel beschikken, waaronder een nieuwe, zware torpedo met een bereik van maximaal veertig kilometer – dit terwijl de Nederlandse torpedo’s slechts twaalf kilometer halen. Als commandant Zeemacht viceadmiraal Helfrich het bevel tot aanvallen geeft, antwoordt Doorman: “Nou, dan ga ik.” Zijn manschappen weten dat ze de dood in de ogen zullen kijken, maar nagenoeg niemand ontbreekt bij de afvaart.

De zeeslag, 27 februari 1942 Op die 27e februari 1942 vinden twee zeeslagen plaats, die samen zeven uur duren. Bij de eerste aanval van de Japanners - met meer dan 1.250 granaten en tientallen Japanse torpedo’s - wordt de Hr.Ms. Kortenaer geraakt, die in tweeën breekt en zinkt. Ruim vijftig bemanningsleden komen daar bij om. De eveneens zwaar beschadigde Exeter keert terug naar Surabaya. De Japanners denken met een volgende aanval met 92 torpedo’s de beslissing in de zeeslag te forceren. De HMS Electra gaat, met 120 Britse bemanningsleden aan boord, in het gevecht ten onder. De Japanse schoutbij-nacht Takeo Takagi waant zich de winnaar. Doorman is niet van plan om zich gewonnen te geven, omdat hij beseft dat er geen andere mogelijkheid komt om de Japanners tegen te houden. Hij seint zijn schepen ’Follow me’ en stoomt in het donker op voor een verrassingsaanval op het Japanse konvooi. Het geluk is niet met hem. Zijn Amerikaanse jagers moeten vanwege

| 21 05-herdenken-3-29.8.indd 21

17-09-17 13:23


herinneren

brandstof- en munitiegebrek terug naar Surabaya. De HMS Jupiter loopt op een mijn en circa negentig Britse zeelieden komen om. Als de geallieerde schepen de plek passeren waar ruim honderd Nederlandse opvarenden van de Kortenaer zich vastklampen aan wrakstukken en vechten voor hun leven, krijgt de HMS Encounter de order hen op te pikken en naar Surabaya te brengen. Vervolgens krijgen Doormans vier resterende schepen een nieuw Japans offensief met torpedo’s en granaten te verduren. De USS Houston wordt als eerste geraakt. Kort erna treffen de torpedo’s zowel de Java als Hr.Ms. De Ruyter fataal in het achterschip. Aan boord van de snel zinkende Java komen ongeveer 520 mannen om het leven. Om 1.00 uur op 28 februari sluit het water zich boven de brandende De Ruyter en 350 bemanningsleden, onder wie Doorman, die er net als zijn chef-staf en commandant voor kiest om met het schip ten onder te gaan. De twee resterende schepen trekken zich terug naar Batavia. Niets weerhoudt de Japanners vervolgens van een invasie bij Kragan ten westen van Surabaya, die door de Slag in de Javazee slechts één dag later plaatsvindt.*

een recht moet doen aan verplichtingen en verantwoordelijkheden naar medemensen en de samenleving: ”Om te voorkomen dat we door verwaarlozing plotseling weer in een crisis zitten waarin we, zoals 75 jaren geleden, opnieuw moeten uitvaren, een mogelijke ondergang tegemoet.” *Bewerking van de lezing van dr. A.J. van der Peet, sr. wetenschappelijk medewerker van het Nederlands Instituut voor Militaire Historie, uitgesproken op 26-2-2017 te Surabaya bij de herdenking 75 jaar Slag in de Javazee’.

Herdenking van de Slag in de Javazee op 27 februari 2017, met vooraan v.l.n.r. Robbert van de Rijdt (directeur Indonesië Oorlogsgravenstichting), Piet Hein Donner (president Oorlogsgravenstichting), Rob Swartbol (ambassadeur van Nederland in Indonesië), Gerdi Verbeet (voorzitter van het Nationaal Comité 4 en 5 mei).

Donner onderstreepte het belang van blijven herdenken, ook nu vrijwel iedereen die in de slag het leven verloor het einde van zijn natuurlijk leven zou hebben bereikt. ”De 915 vormen het deel waardoor we meer dan 200.000 Nederlandse slachtoffers van oorlog gedenken en met hen de miljoenen andere slachtoffers.” De erevelden zijn volgens hem vooral ook ‘Mahnmale’; vermaningen die ons stil doen staan bij het leed van oorlog en de prijs van vrijheid als deze verloren gaat door zorgeloosheid en verwaarlozing: “In Europa genieten we al zo lang een tijd van vrijheid, dat we al bijna niet beter weten. Dan gaan andere zaken, zoals welvaart en alles wat we nog niet hebben, zwaarder wegen in de politieke wensenlijsten. Zo verliezen we geleidelijk uit het oog dat vrede, recht en vrijheid verworvenheden zijn die voortdurend onderhoud, zorg en waakzaamheid vergen. Herdenken moet gericht zijn op het leefbaar houden van de toekomst, zeker nu de wereld in de afgelopen 75 jaren op bijna onherkenbare wijze veranderd is.” Donner vindt dat oorlogsgraven en -monumenten plaatsen zijn waar mensen, indachtig het gemeenschappelijk verlies en verdriet, tot elkaar kunnen komen, over huidige tegenstellingen heen. “Daarom moeten we blijven herdenken, ook na honderd jaar nog”, zegt hij. ‘All ships follow me’: in vreedzame tijden betekent dit volgens Donner dat ieder-

22

Oorlogsgravenstichting

Ook na honderd jaar nog Recent onderzoek op de bodem van de Javazee heeft uitgewezen dat de wrakken van de schepen verdwenen zijn. In zijn toespraak tijdens de herdenking op ereveld Kembang Kuning zei Piet-Hein Donner dit verlies van tastbare overblijfselen te betreuren. “Maar we herdenken geen schepen, we herdenken hen die de schepen bemanden, in het bijzonder zij die na die 27e februari 1942 nooit meer thuiskwamen. Hun namen op het monument zijn belangrijker dan een laatste rustplaats, want zij onttrekken mensen aan de anonimiteit van een historisch feit.”

‘Doden overzee mogen niet vergeten worden’ Voorzitter Gerdi Verbeet van het Nationaal Comité was aanwezig bij de herdenking van de Slag in de Javazee. Ze vertelt: “De herdenking heeft veel indruk op me gemaakt. Dat kwam omdat ik de dag ervoor al intense gesprekken heb gevoerd met nabestaanden van de slachtoffers die deelnamen aan de pelgrimsreis die door de Oorlogsgravenstichting was georganiseerd. Het raakte me diep om te zien en te voelen hoe belangrijk dit gezamenlijke eerbetoon is voor nabestaanden. Na afloop van de plechtigheid kon iedereen een bloem leggen bij het kruis op het graf van het eigen familielid. Ik heb een bloem gelegd op de graven van de vader en het broertje van Jan van Wagtendonk.” Is er verbinding met herdenken in Nederland? “Zeker, er is een grote band met het herdenken in Nederland. Op allerlei manieren. We herdenken op 4 mei immers ook hen die daar begraven liggen. En natuurlijk op 15 augustus. Wij delen een groot stuk van onze geschiedenis met Indonesië. Veel Nederlanders hebben Indische wortels. Het is belangrijk om hierover met elkaar in gesprek te gaan.” Is deze jaarlijkse herdenking blijvend nodig? “Ik denk van wel. Het getuigt van respect voor de slachtoffers en het is een steun voor de nabestaanden. Onze doden overzee mogen niet vergeten worden, zij horen voor altijd bij ons.”

NCMagazine | najaar 2017

05-herdenken-3-29.8.indd 22

17-09-17 13:24


Drukken van het illegale dagblad Trouw

Beeldbank WO2/NIOD

2018 Jaar Van VerzeT

Het verzet tijdens de Tweede Wereldoorlog is nog altijd een bron van inspiratie. Daarom heeft het Platform WO 2 het jaar 2018 uitgeroepen tot Jaar van Verzet. Waarom ging men in verzet? Hoe gevaarlijk was het om in het verzet te gaan? Voor welke keuzes kwam men te staan? Wat kunnen wij daarvan leren? Wat betekent dit voor onze vrije, open, democratische rechtsstaat? Deze historische en actuele vragen staan komend jaar centraal in publicaties en tijdens tentoonstellingen, congressen en herdenkingen door heel het land. 2018, Jaar van Verzet. Meer informatie: wwww.tweedewereldoorlog.nl

23-werf-1R-31.8.indd 23

17-09-17 13:26


24

NCMagazine | najaar 2017

10-H&V-6-12.9.indd 24

17-09-17 13:28


herdenken

De Indische herdenkingsorganisaties

‘OORLOG IS EIGENLIJK NIET VOOR TE STELLEN’ Betrokkenheid bij Indische herdenkingen is groot in Nederland. De tweede maar ook de derde generatie oorlogsgetroffenen zetten zich in. “Herdenken moet doorgaan, maar de invulling ervan moet anders.” door Larissa Pans | foto’s Ben Houdijk

25 10-H&V-6-12.9.indd 25

17-09-17 13:28


Corinne Dijkstra is bestuurslid van Stichting Japanse Vrouwenkampen.

‘LEED IS UNIVERSEEL’ Derde generatie “Er komen steeds meer mensen van de tweede en derde generatie oorlogsgetroffenen op onze herdenkingen. Dat vinden wij ook belangrijk en daar doen we ons best voor. Het laatste vrouwenkamp werd 25 augustus 1945 bevrijd. De herdenking organiseren we bewust op de eerste zondag die na die datum valt, zodat ook werkende mensen erbij kunnen zijn.”

Eigen geschiedenis “Mijn moeder zat als pubermeisje in het vrouwenkamp samen met haar moeder, haar zusje en broertje. Haar broertje moest op een gegeven moment naar een jongenskamp. Hij werd met de andere jongens, die 10 jaar en ouder waren, de vrachtwagens op geslagen en afgevoerd. Mijn opa heeft de oorlog niet overleefd, hij overleed vlak voor de bevrijding in een mannenkamp.”

Verbinding “Verschillende groepen slachtoffers houden een eigen Indiëherdenking, maar hun leed is universeel. Met onze herdenking willen wij hen weer met elkaar verbinden: de vrouwen, de moeders, de mannen, de meisjes en de jongens. Ze zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Stichting Japanse Vrouwenkampen en Stichting Japanse Jongenskampen hebben dit jaar op onze herdenking gelijktijdig een krans gelegd, dat was mooi en ontroerend. We moeten onze krachten bundelen. Zowel tussen de groepen slachtoffers als tussen de generaties.”

4 mei of 15 augustus? “De dagen van 4 en 5 mei werden bij mij thuis herdacht, pas veel later hoorde ik mijn moeder eens zeggen: ‘We waren blij met de atoomboom, dat betekende voor ons de bevrijding’.”

Belangrijke oorlogsfilm “De dvd Het jaar 2602: kinderverhalen uit het Jappenkamp, een heel bijzonder document waarin de kinderen van toen vertellen over het kamp, afgewisseld met de schaarse beelden die er zijn.” voor meer informatie: http://www.vrouwenkampen.nl

26

NCMagazine | najaar 2017

10-H&V-6-12.9.indd 26

17-09-17 13:29


herdenken

PELGRIMSTOCHT NAAR THAILAND

Erik Broek Roelofs en Ronald Last zijn bestuurslid van de Stichting Herdenking Birma-Siam en Pakan Baroe Spoorweg (SHBBS). Herdenking Erik: “Mijn grootvader werkte aan de Birma-Siam spoorlijn, hij heeft het er een paar weken uitgehouden en is toen overleden. Mijn grootmoeder ging met drie kinderen, waaronder mijn vader, het vrouwenkamp in. Na de oorlog zijn zij als een van de eersten gerepatrieerd. Zij hertrouwde, haar eerste man en haar Indië-tijd waren geen gespreksonderwerp meer. Later ben ik met mijn vader gaan uitzoeken hoe de laatste dagen van het leven van zijn vader zijn verlopen. Ik heb mooie herinneringen aan ons gezamenlijk spoorzoeken bij het Rode Kruis en in het Nationaal Archief, dozen vol brieven en lijsten openmaken. Een dag samen erop uit. We ontdekten dat mijn opa aan dysenterie is overleden en dat er in een herinneringsmuseum langs de spoorlijn in Thailand veel informatie is te vinden. Nu gaan we met een groep nabestaanden elke twee jaar op pelgrimstocht naar Thailand, naar het museum en de graven van de omgekomen dwangarbeiders.” Ronald: “De herdenking betekent voor mij bezinning en relativering. Toentertijd in Birma en Siam werkten de dwangarbeiders uren en uren in de hitte, tussen de stekende insecten en het ongedierte, hongerig, dorstig, ziek en zwak aan de spoorlijn. Waarvoor en waarom? Mijn vader heeft die ellende overleefd. Hij zei altijd: ‘Je moet het in zo’n situatie over je heen laten komen, degenen die zich hebben verzet, hebben het niet gered.’ Maar bovenal: laat het niet weer gebeuren.”

4 mei of 15 augustus? Erik: “Allebei een beetje, maar voor mij steekt de herdenking van de Dodenspoorlijnen op Bronbeek er wel bovenuit. Niet alleen omdat

ik nu voorzitter ben van de stichting, maar de herdenking kent een heel betrokken en trouwe achterban. Het is elk jaar een warme en bijna familiaire bijeenkomst.” Ronald: “Mijn inmiddels overleden vader en moeder die respectievelijk 92 en 95 jaar zijn geworden, hebben die data van 4 mei herdenking en 5 mei bevrijding van Nederland anders beleefd. Voor hen was 15 augustus weliswaar het einde van de Tweede Wereldoorlog, maar voor velen was het helaas niet bevrijdend: de Nederlanders moesten in de kampen blijven, bewaakt door Japanners nota bene, tegen Soekarno en zijn nationalistische medestanders. De herdenking van onze stichting betekende voor mijn familie dat zij twee ooms kunnen herdenken: de een is omgekomen bij de aanleg van de Birma-Siam spoorweg, de ander bij de Pakan Baroe spoorweg op Sumatra. Herdenken gaat bij hen ook over de ontberingen van mijn vader in het kamp in Birma en van mijn moeder in het kamp op Java, het zoek raken van mijn zusje in 1945, de geboorte van mijn Japanse halfzus (zij is na de oorlog door derden geadopteerd), het verzwijgen in Nederland en het zwijgen in Indië en later in Nederland, het einde van ruim twee eeuwen familie in Indië. En toch: flink zijn en doorgaan.”

Voorbeeldfiguur Erik: “Sir Rod Beattie, de Australiër die de begraafplaats in Thailand beheert en die op eigen kosten het herinneringsmuseum heeft opgericht, met wie ik een waardevolle vriendschap heb. Ik nam archiefmateriaal voor hem mee voor het museum, hij nam me mee de jungle in, waar de bielzen lagen van de spoorlijn.” Meer informatie: http://www.shbss.org

27 10-H&V-6-12.9.indd 27

17-09-17 13:30


Merijn Ritmeester en zijn broer Thomas zijn betrokken bij de Stichting Herdenking Japanse Jongenskampen.

‘OPA IS MIJN VOORBEELD’

Herdening Thomas: “In Nederlands-Indië in de Tweede Wereldoorlog moesten jongens vanaf 10 jaar verhuizen van het vrouwenkamp naar een jongenskamp. Het was een speciaal kamp,dat was ingericht in een bestaand mannenkamp. Sommige jongens leek het nog wel spannend, maar het was een strafkamp waarin de jongens velden moesten omploegen. Het monument in Bronbeek met de jongen met de patjol staat hier symbool voor. Het was keihard werken, er zijn zeker ook doden gevallen. Onze opa zat van zijn dertiende tot zijn vijftiende in een jongenskamp, hij kwam er zwaar ondervoed uit en hier heeft hij de rest van zijn leven de gevolgen van ondervonden.De jongens met wie hij toen bevriend raakte, ziet hij nog steeds. De basis om elkaar te zien, was het leed dat ze samen hebben meegemaakt. Voor de jongens in die kampen is de einddatum van de oorlog niet 15 augustus, zij werden pas acht dagen later bevrijd. Daarom houden wij onze herdenking op 23 augustus. Een heilige datum.” Merijn: “We raakten acht jaar geleden betrokken bij de herdenking. Voor ons gaat het om vriendschap en vrijheid. In de afgelopen jaren hebben wij als Stichting Herdenking Japanse Jongenskampen een inclusieve herdenking willen organiseren. Hiermee bedoel ik dat wij voor alle jongens in alle verschillende kampen op 23 augustus een herdenking organiseren. Daarnaast proberen wij de volgende generaties bij dit gedeelde verleden te betrekken. Broederschap en vrijheid zijn op deze dag belangrijke thema’s. Bij de afgelopen herdenking in Bronbeek vonden twee oude mannen die samen in een jongenskamp hadden gezeten elkaar. Na zeventig jaar werden ze herenigd: tranen, ontroering. Daar had een camera op moeten staan, zo mooi.”

28

Voorbeeldfiguur Thomas: “Mijn opa. Hij is al jaren geleden overleden, maar zijn onvoorwaardelijke vriendschap met zijn maten uit het kamp is echt een voorbeeld voor me. Tijdens de herdenking waren ze heel erg geraakt, daarna aten ze met elkaar, werden er geintjes gemaakt en gingen ze steevast flirten met onze vriendinnetjes.” Merijn: “Eberhard van der Laan, omdat hij dichtbij de mensen staat en je in zijn ogen ziet dat hij echt leuk vindt wat hij doet. Dat is een strijd in het leven, om daar dichtbij te blijven.”

Beste oorlogsfilm Thomas: “La vita e bella, omdat wat een oorlog is, eigenlijk niet is voor te stellen. Deze film stelt de verbeelding van het kind centraal.” Merijn: “The Pianist, een heel aangrijpende film.”

Toekomst Merijn: “Herdenken moet doorgaan, maar de invulling ervan moet anders. Ik zie de spoeling dunner worden, elk jaar zijn er minder eerste generatie-deelnemers. We streven ernaar om alle drie de generaties een rol te geven, ook de derde generatie moet erbij betrokken worden. Het is belangrijk aan nieuwe generaties door te geven wat de gevaren van uitsluiting zijn.” meer info: www.vriendenvanbronbeek.nl

NCMagazine | najaar 2017

10-H&V-6-12.9.indd 28

17-09-17 13:31


herdenken

Lies Harwig is bestuurslid van Stichting Slachtoffers Japanse Zeetransporten.

KIND IN EEN JAPANS VROUWENKAMP Wat houdt uw herdenking in? Lies Harwig: “Deze massamoord is bekender geworden sinds Sandra Reemer vorig jaar op 4 mei op zo’n groot scherm op de Dam vertelde over haar grootvader die was omgekomen tijdens een zeetransport op de Junyo Maru, de naam van een berucht hellship. Het monument in Bronbeek bestaat uit een granieten sokkel met een zinkend schip. Ervoor staan de namen van alle hellships in een aantal golven gegraveerd. Mijn vader maakte zo’n zeetransport als krijgsgevangene mee van Java naar Sumatra. Als kind heb ik hem over die gruwelijke reis horen praten met mijn moeder. Zoveel mogelijk mensen werden in het ruim gesmeten zonder eten, drinken of frisse lucht. Na torpedering vochten de overlevenden soms om het hardst om op drijvende planken een plaats te veroveren. Daarbij werden vaak medegevangenen het water ingeduwd. Deze verhalen waren niet voor mijn tienjarige oren bestemd, ik sloeg ze allemaal op. Hij overleed op mijn veertiende aan de gevolgen van het kamp. Ik heb er nooit met hem over kunnen spreken. Op foto’s van vóór en na zijn krijgsgevangenschap zie je een wereld van verschil. Na de oorlog was hij een gesloten man geworden, ernstig en boos.”

Herdenken “Ik ben geboren in 1939, ik zat als kind in een vrouwenkamp op Midden-Java. Ik kan me het gevoel nog goed herinneren dat je als witte werd opgesloten. Ik vind dat de Indische herdenkingen meer ingebed moeten worden in onze cultuur om hedendaags racisme tegen te gaan.”

Oorlogsboek “De tolk van Java geeft veel inzicht over wat oorlog doet met de mens. Hoe iemand wordt na al die verschrikkingen.”

Oorlogsfilm “The Bridge on the River Kwai, zo moet het leven eruit hebben gezien van de krijgsgevangenen die werkten aan de Dodenspoorlijn.” Meer informatie: www.shsjz.nl

10-H&V-6-12.9.indd 29

17-09-17 13:31


STILSTAAN BIJ HET VERLEDEN John Sijmonsbergen en Nanette van Beukering zijn bestuurslid van de Stichting Herdenking 15 Augustus 1945.

Nationale herdenking John: “De herdenking van de slachtoffers in Nederlands-Indië bij het Indisch Monument in Den Haag op 15 augustus is sinds een paar jaar een nationale herdenking, net als de herdenking op 4 mei in Amsterdam dat is. Dat woord is een toevoeging van belang; het is een vorm van erkenning voor een belangrijk deel van onze nationale geschiedenis, die lang te weinig aandacht heeft gekregen. De regering heeft dat onlangs onderstreept in een brief aan de kamer. Er komt extra ruimte om ook in de loop van het jaar en op verschillende plekken herdenkingsactiviteiten te organiseren voor alle generaties. Het wordt tijd om ook de derde en vierde generatie er structureel bij te betrekken. Dat uit zich bijvoorbeeld al in de artiestenkeuze op de herdenking: Blaudzun, Kane en Wouter Hamel spreken meer de jongeren aan. Doel is dat nieuwe generaties de herdenking niet alleen van belang vinden voor opa en oma, maar ook voor henzelf.” Nanette: “En op 15 augustus waren we trending topic met #ikherdenk, dat was heel gaaf. ‘Helen begint met delen’, wordt gezegd bij de opleiding waar ik werk (Plata-opleidingen) en dat is herdenken voor mij. Stilstaan bij het verleden, het verhaal van de oorlog vertellen en die oorlog een plek geven in de samenleving.” 4 mei of 15 augustus? John: “Thuis was 4 mei de herdenkingsdatum, het ging in Nederland lang alleen over wederopbouw en verzet. Er was lange tijd geen plek voor het Joodse en Indische verhaal van de Tweede Wereldoorlog. Op 4 mei worden de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog herdacht, maar op die datum in 1945 zaten honderdduizenden Nederlanders nog zwaar in de ellende in en buiten de Jappenkampen.” Nanette: “Ik ben een indo, mijn moeder is half Indonesisch. Mijn

30

familie behoorde tot de ‘Zeg maar niks-club’. 4 mei was de datum. Mijn moeder wist wel dat er ergens in augustus een datum was die de Japanse capitulatie markeerde en ze wilde ook graag een keer naar de Indische herdenking, maar dat deed ze nooit.” Indisch leed? John: “Het is niet de impact van de oorlog alleen, het gaat ook om het verlies van je thuis. De wreedheid van de oorlog en de ontheemding die daarop volgt. Overlevenden van alle leeftijden moesten de draad van hun bestaan duizenden kilometers ver weg in Nederland helemaal opnieuw opbouwen. Zonder nazorg of aandacht. Ik vind het niet vreemd dat zoiets generaties lang blijft doorwerken.” Nanette: “Het lastige aan de herdenking is dat er snel vermenging is tussen het leed in de oorlog en de Bersiap-periode. De periode die er na de Tweede Wereldoorlog kwam, was minstens zo heftig. Het was voor de mensen in Nederlands-Indië al met al een magere bevrijding.”

Voorbeeldfiguur John: “Lonny Bunch, directeur van het nieuwe National Museum of African American History and Culture in Washington. De rassenkwestie ligt heel gevoelig in de VS, maar hij politiseert het niet. Hij laat allerlei persoonlijke getuigenissen horen zonder te oordelen, waardoor alle mensen zich kunnen openstellen voor het belangrijke verhaal.” Nanette: “Diederik van Vleuten, door zijn voorstelling Daar werd iets groots verricht kunnen zoveel mensen, waaronder ook mijn eigen familie, opeens wel het gesprek aangaan over wat hen is overkomen in de Tweede Wereldoorlog.” Voor meer informatie: http://www.indieherdenking.nl

NCMagazine | najaar 2017

10-H&V-6-12.9.indd 30

17-09-17 13:32


vieren In beweging voor vrijheid

LIBERTY TOUR

Doe mee aan de Nationale Bevrijdingsestafette op 5 mei! Deze oproep doet Liberty Tour elk jaar aan alle gemeenten die liggen op de ‘historische route’ van de Koninklijke Nederlandse Prinses Irene Brigade. door Frank van der Elst | foto Deel van het wervingsaffiche van Liberation Route

D

e Nationale Bevrijdingsvuurestafette is al sinds 1948 een landelijke traditie en daarmee onlosmakelijk verbonden met de Nationale Viering Bevrijding op 5 mei. Ieder jaar vindt in de nacht van 4 op 5 mei de Bevrijdingsvuurceremonie plaats op het 5 Mei Plein in het centrum van Wageningen, vanwaar het vuur vervolgens door atletiekverenigingen, 4 en 5 mei comités, scholen, Oranjeverenigingen en andere organisaties over het hele land wordt verspreid. Een indrukwekkend moment van nationale eenheid. Sinds 2016 zet Robert Beisser van Liberty Tour zich in om de gemeenten op de zogenoemde route Irene Brigade Mei ’45 deel te laten nemen aan de estafette en hiermee de geschiedenis van de Canadese bevrijders en de Prinses Irene Brigade meer bekendheid te geven. Gezamenlijk vormen twaalf gemeenten de historische route die de Prinses Irene Brigade in mei 1945 aflegde na de capitulatie van Duitsland. “De Liberty Route is een symbolische geschiedenisroute, die lokale verhalen en locaties met elkaar verbindt”, aldus Beisser. “De bevrijding staat centraal, maar uiteraard ook de jaren van onvrijheid die hieraan vooraf gingen.”

Prinses Irene Brigade Na de overgave van Nederland op 10 mei 1940 wijken diverse onderdelen van het Nederlandse leger uit naar het Verenigd Koninkrijk om van daaruit de strijd tegen nazi-Duitsland voort te zetten. Vanaf 11 januari 1941 vormen deze onderdelen officieel de Koninklijke Nederlandse Brigade. Enkele maanden later ontvangt de eenheid zijn eigen vaandel en de erenaam ‘Prinses Irene’. Vanuit de hele

wereld arriveren mannen met de Nederlandse nationaliteit om de brigade te versterken. Grote detachementen komen uit opleidingskampen in Canada en Zuid-Afrika. Velen komen ook individueel, bijvoorbeeld de Engelandvaarders (Nederlanders die vanuit bezet gebied, vaak na lange omzwervingen, Engeland bereiken). Begin augustus 1944 zet de brigade voet aan wal in Normandië om mee te helpen aan de bevrijding van Europa. Na de Duitse capitulatie krijgt de brigade op 5 mei 1945 bevel vanuit Wageningen naar Den Haag te vertrekken. Tezamen met Canadezen trekt de Koninklijke Nederlandse Brigade Prinses Irene op 8 mei als eerste geallieerde eenheid de hofstad binnen.

Samenwerking Robert Beisser: “We willen alle gemeenten op de route Irene Brigade Mei ’45 stimuleren om jaarlijks met estafetteloopteams deel te nemen aan de Bevrijdingsvuurestafette. Door hierbij de geschiedenis van de Canadese bevrijders en de Prinses Irene Brigade te benadrukken, eren we onze helden en krijgt het binnenhalen van het vuur meer betekenis en diepgang.” Om alles goed te organiseren is samenwerking cruciaal. Diverse gemeenten, sportclubs, veteranenstichtingen, middenstanders en Oranjeverenigingen hebben zich daarom bij de Liberty Tour aangesloten. Beisser is enthousiast: “We hebben in korte tijd al veel bereikt en we verwachten in 2018 weer een heel mooie editie neer te zetten met hopelijk nog meer deelnemers en publiek.” Meer informatie: www.LibertyTour.nl en www.bevrijdingsvuurestafette.nl

31 17-H&V-1R-24.8.indd 15

17-09-17 13:34


HET VRIJE WESTEN De hoofdstad bezit met stip het meest uitgebreide 4 en 5 meiprogramma van het land. Bevrijdingsfestival Amsterdam Het Vrije Westen is slechts een onderdeel hiervan. Zo vinden er verspreid door de stad tal van herdenkingen en activiteiten plaats. door Toine Rongen | foto Mascha Jansen

32

NCMagazine | najaar 2017

09-vieren-4-30.8.indd 32

17-09-17 13:35


vieren

09-vieren-4-30.8.indd 33

17-09-17 13:35


De Fotomeisjes Jack Aarts

Links: Bevrijdingsfestival Het Vrije Westen in Amsterdam, 5 mei 2017

M

aar liefst driehonderd programma’s schieten op 4 en 5 mei door de gehele stad als paddenstoelen uit de grond. Tientallen comités en organisaties brengen circa tienduizend medewerkers op de been, bestaande uit vrijwilligers van allerlei wijkcomités tot professionals van organisaties als de Anne Frank Stichting, het Verzetsmuseum en het Amsterdam Museum. Van alles haalt men uit de kast om de vrijheidslievende en tolerante tradities van Amsterdam te vieren: concerten, theatervoorstellingen, rondleidingen, films, tentoonstellingen, lezingen en debatten. De programma’s ontwikkelen zich continu. Dit jaar kon men onder meer op 36 locaties ruim zestig programma’s bijwonen van Open Joodse Huizen en Huizen van Verzet. In woonkamers, klaslokalen, cafés of op zolders worden verhalen verteld over het Joodse leven of over verzet. Huidige bewoners stellen hun huis open om de verhalen van toen te vertellen en te herdenken op de plek waar de geschiedenis daadwerkelijk plaatsvond. Deze programma’s staan nog los van evenementen als de Vrijheidsmaaltijd op het Museumplein, het Bevrijdingsfestival in het Westerpark (beide op 5 mei) en de Stille Tocht op 4 mei van het Museumplein naar de Nationale Herdenking op de Dam. De overkoepelende organisatie van dit alles ligt bij het Amsterdams 4 en 5 mei comité, waarvan oud-burgemeester Job Cohen sinds 2013 voorzitter is. “Toen ik van 2001 tot 2010 burgemeester van deze stad was”, vertelt hij, “groeide het idee om 4 en 5 mei anders aan

34

te gaan pakken. Dat resulteerde uiteindelijk in het huidige evenement waarbij alle bevolkingsgroepen betrokken worden.” Cohen juicht het toe dat een derde van de activiteiten om jongeren draait. “Zij vormen ook een belangrijk onderdeel in de voorstellingen van Theater Na de Dam”, legt hij uit. “Jongeren verdiepen zich met theatermakers in de oorlogsgeschiedenis van hun wijk en interviewen daarover ouderen. Die gesprekken vormen de basis voor hun voorstelling.” Over die voorstellingen mag de voorzitter met recht trots zijn. Wat in 2010 begon in zeven theaters rond de Dam groeide uit tot een breed gedragen landelijk fenomeen. In 2017 vonden door het hele land 25 jongerenvoorstellingen plaats.

Mascha Jansen

Rechter pagina: Vrijheidsmaaltijd, Bevrijdingsdans en de Bevrijdingsboom op het Museumplein, Amsterdam, 5 mei 2017

Namen en nummers Dit jaar op 4 mei raakte Cohen met name ontroerd bij de herdenking van de weggevoerde Joden uit de Oosterparkbuurt. Bij het project Namen en Nummers verbinden herdenkers zich aan een naam uit het namenarchief, maken een namenbordje en leggen dat vervolgens op het juiste adres in de buurtplattegrond op het Kastanjeplein. “Daarmee brengen ze ritueel en ingetogen een slachtoffer symbolisch thuis”, aldus Cohen, wiens eigen Joodse familie zeer geraakt is door de oorlog. “Daardoor heeft het herdenken en vieren van de vrijheid voor mij persoonlijk grote betekenis. Dit monument groeit elk jaar. In 2020 wil Namen en Nummers alle 5500 slachtoffers herdacht hebben.” Cohen kan zelf onmogelijk alles op 4 en 5 mei bezoeken. Bevrijdingsfestival Amsterdam Het Vrije Westen bezocht hij dit jaar niet. “Maar ik ben dan ook niet zo’n festivalganger”, zegt hij lachend. Het zeven podia tellende Bevrijdingsfestival in het Westerpark groeide in zes jaar tijd gestaag naar ruim dertigduizend bezoekers. Rondom de centraal gelegen Westergasfabriek zijn talloze horecazaken en winkels met vele heerlijke zit- en schuilhoekjes. “Je krijgt daardoor nooit het gevoel dat het te druk is”, aldus Per Meijer, de organisator van dit lokale festival. “Toeristen zijn er niet veel. Het optreden van de Ambassadeur van de Vrijheid op het hoofdpodium is onze main act. We bedienen zoveel mogelijk muzieksmaken met

NCMagazine | najaar 2017

09-vieren-4-30.8.indd 34

17-09-17 13:35


vieren

De 14 Bevrijdingsfestivals

Mascha Jansen

Mascha Jansen

De veertien Bevrijdingsfestivals zijn samen het grootste eendaagse culturele evenement van Nederland. Over het hele land treden zo’n 250 bands op. De festivals brengen thema’s als vrijheid, democratie en mensenrechten onder de aandacht. Ieder jaar zijn drie bekende artiesten of bands de Ambassadeurs van de Vrijheid. Zij worden van stad naar stad gevlogen in helikopters die beschikbaar zijn gesteld door het ministerie van Defensie. Voor meer informatie: www.bevrijdingsfestivals.nl

Nieuwe muzieksoort “Dat was muziek waarmee alle soorten mensen de vrijheid konden vieren”, blikt hij terug. “House is namelijk heel expressief, open en tolerant. Maar in de Rote Fabrik, het anarchistische bolwerk in Zurich, weet ik nog, gooiden krakers tijdens mijn show stinkbommen. In Zaanstad gingen jongeren demonstratief op de grond zitten. Ik vertegenwoordigde nota bene slechts een nieuwe muzieksoort. Hoe tolerant zijn mensen nog als het over echt belangrijke zaken gaat?” Vandaar zijn affiniteit met de boodschap van het Bevrijdingsfestival, een extra drijfveer voor de organisator, zo blijkt. “De naam Het Vrije Westen is een inkoppertje”, legt hij uit. “Het festival is in het Westerpark in Amsterdam West. Verder sluit het festival perfect aan bij het open, tolerante Amsterdamse karakter:

Mascha Jansen

vooral nieuwe opkomende artiesten. Verder bouwen circa honderd betaalde krachten alles op en af in twee dagen. Dat is een klus die je niet aan vrijwilligers kan overlaten”, legt Meijer uit die sowieso geen vrijwilligers tot zijn beschikking heeft. Mocht Meijer ze toch willen dan kampt hij met een specifiek Amsterdams fenomeen: festivalmoeheid. Jaarlijks vinden in en rondom Amsterdam ruim 240 festivals plaats met variërend tussen de vijfhonderd tot vijftigduizend bezoekers. “Eventuele vrijwilligers staan daardoor sowieso niet in de rij”, aldus de geboren Amsterdammer, die in een vorig leven in binnen- en buitenland optrad als house-dj onder de naam DJ Per.

gratis, geen hekken, vrijheid, blijheid voor iedereen.” Wat overigens niet betekent dat Meijer berichten over bijvoorbeeld opvlammend racisme wegwuift. Integendeel. Maar hij herkent het niet op het festival waar alle mogelijke gezindten en leeftijden een geweldige dag hebben. Sowieso staat Meijer ‘relaxed’ in de moderne tijd. “Het hoort hoe dan ook bij Amsterdam om met een warm hart en een koel hoofd met de dreigingen van vandaag om te gaan.” Voor meer informatie: www.amsterdam4en5mei.nl

| 35 09-vieren-4-30.8.indd 35

17-09-17 13:36


Onderzoeker Robin te Slaa:

‘DEN HAAG HAD JOODSE OVERLEVENDEN TEGEMOET KUNNEN KOMEN’ Den Haag besloot in het voorjaar van 2017 om 2,6 miljoen euro beschikbaar te stellen aan de Joodse gemeenschap in de stad. Dit als compensatie voor de immorele behandeling van Joodse huiseigenaren die, na de Holocaust te hebben overleefd, van de gemeente achterstallige rekeningen voor erfpacht en straatbelasting kregen gepresenteerd.

Op de Boekhorststraat 41 was Het ‘Bandenhuis’ gevestigd, een winkel voor fietsbanden en fietsonderdelen van Bernard Os. Bernard Os, zijn echtgenote Margaretha Os-de Wind en hun dochter Anna zijn op 26 maart 1943 in Sobibor in Polen vermoord. Na de oorlog heeft een nieuwe eigenaar de winkel voortgezet onder de oude naam ‘Het Bandenhuis’.

36

NCMagazine | najaar 2017

18-onderzoek-2-31.8.indd 36

17-09-17 13:37


onderzoek

‘W

ij kijken er tegenwoordig heel anders tegenaan, maar destijds werd geen onderscheid gemaakt tussen Joodse en niet-Joodse oorlogsslachtoffers”, zegt historicus Robin te Slaa, die het rapport schreef waarop het besluit van het Haagse stadsbestuur is gebaseerd. “De Haagse ambtenaren onderscheidden zich door hun strikt bureaucratische blik. Ze stonden op het standpunt dat Joodse eigenaren, ook in de jaren dat ze door de Duitsers werden vervolgd, ‘genothebbenden’ waren geweest van de panden en daarmee aansprakelijk. Er werd gekozen voor een starre juridische interpretatie van de wet, terwijl het duidelijk was of had moeten zijn dat de theorie van de regelgeving geen enkel verband hield met de feitelijke situatie.’’ Het vraagstuk van de heffingen werd in 2013 aan het rollen gebracht toen de geschiedenisstudent Charlotte van den Berg archiefstukken onder ogen kreeg van het Ontwikkelingsbedrijf Gemeente Amsterdam. Daaruit bleek dat Joodse huiseigenaren in de hoofdstad die vanwege deportatie, vlucht of onderduik niet hun erfpacht hadden betaald, niet alleen voor de oorlogsjaren werden aangeslagen, maar zelfs boetes kregen opgelegd. Die openbaring leidde tot grote publieke verontwaardiging en tot officiële onderzoeken: eerst een kleinschalig onderzoek door het NIOD naar het toenmalige beleid van de gemeente Amsterdam, gevolgd door een uitgebreider onderzoek waarbij ook andere gemeentes werden betrokken. Naar aanleiding van dat laatste onderzoek (dat uitmondde in het boek Openstaande rekeningen van Hinke Piersma en Jeroen Kemperman) gaf de gemeente Den Haag opdracht aan Te Slaa om na te gaan hoe het Haagse stadsbestuur tijdens en kort na de oorlog is omgegaan met vastgoed in Joods eigendom.

minnelijke schikking gekomen. De verkoop bleef in de meeste gevallen een feit, maar de belanghebbenden kregen van de gemeente vaak wel een hoger bedrag uitgekeerd dan in de oorlog voor het pand was betaald. Uit de bronnen die ik raadpleegde blijkt overigens dat de belangstelling van Nederlanders om geroofde panden te kopen veel kleiner was, en de medewerking van sommige beroepsgroepen aan die handel veel beperkter, dan recentelijk door de historicus Eric Slot is voorgesteld. In een interne notitie van de NVG wordt juist vastgesteld dat Nederlanders om principiele redenen de aankoop van Joodse huizen via een beheerder afwijzen, en dat het aantal kopers achterblijft bij de verwachtingen.’’

Had je genoeg bronnen tot je beschikking om een onderzoek te doen? Robin te Slaa: “Veel materiaal dat wij in dit opzicht als historisch relevant beschouwen, is in de loop der jaren vernietigd. Maar met veel speurwerk vond ik, naast veel correspondentie tussen diverse instellingen, ook een kaartenbak van de Niederländische Grundstücksverwaltung (NGV) en de dossiers van zes Joodse huiseigenaren die bezwaar aantekenden tegen de straatbelasting. Daarmee kon ik een nauwkeurige reconstructie maken van de gang van zaken.”

Wat gebeurde met de zes gedupeerden die bezwaar aantekenden? “Zij werden in het gelijk gesteld door de Haagse Raad van Beroep voor de Directe Belastingen. Maar de gemeente vocht het vonnis aan en heeft uiteindelijk bij de Hoge Raad haar gelijk gekregen.”

Wat zijn je bevindingen, hoe ging het toe in Den Haag? “Net als elders in het land werd het onroerend goed van Joodse burgers door de Duitse bezetter onteigend. Het beheer van de panden kwam in handen van de NGV, die het werk uitbesteedde aan de Nederlandse Verwalter. Van de 2.623 percelen die in Den Haag onder beheer werden gesteld, zijn uiteindelijk ongeveer 1.100 woningen verkocht, onder meer aan de gemeente zelf. Dat gebeurde vooral onder de NSB-er Harmen Westra, die in ‘42 als burgemeester was aangesteld. Wat de verkochte woningen betreft, na de oorlog is de gemeente veelal met de eigenaren, erfgenamen of bewindvoerders tot een

De heffing van achterstallige straatbelasting en erfpachtcanons had meestal betrekking op de woningen die tijdens de bezetting niet waren verkocht. Die panden werden, soms na langdurig juridisch touwtrekken, aan de overlevenden teruggegeven, maar aan het bezit hing een prijskaartje. Het stadsbestuur voerde allerlei argumenten aan om in de oorlog niet-betaalde rekeningen op de Joodse eigenaren te verhalen. Men betoogde dat de Joden ook tijdens de oorlog formeel eigenaar waren gebleven, dat de schade door de Duitse bezetter was veroorzaakt en dat door de eigenaren de vergoeding daarvan maar van de beheerders of van het Rijk moest worden geëist. Het gemeentebelang, geld in de koffers van de geteisterde stad, prevaleerde boven de belangen van de overlevenden. In tegenstelling tot Amsterdam werden in Den Haag geen boetes opgelegd, maar dat hoeven we volgens Te Slaa niet als aardigheid uit te leggen. Het was de voortzetting van het vooroorlogse lokale beleid.

Hoe beoordeel je al met al het beleid van de gemeente? “Anders dan in Amsterdam, waar de gemeente toegeeflijker kon zijn met betrekking tot de straatbelasting, bestond in Den Haag geen oog voor de werkelijke betekenis van ‘beheer’ en geen enkel begrip voor de reële omstandigheden. De regelgeving werd hoe dan ook gehandhaafd. Het centrale punt is in mijn ogen de vraag of juridisch gezien een ander beleid had kunnen worden gevolgd. Dat had gekund. De gemeente had zonder twijfel een constructie voor ontheffing kunnen vinden en de Joodse overlevenden tegemoet kunnen komen.” De Haagse gemeenteraad ging op 29 maart 2017 akkoord met moreel rechtsherstel dat voorziet in zowel individuele compensatie als een collectieve tegemoetkoming voor de nabestaanden (red). https://denhaag.raadsinformatie.nl Meer lezen over dit onderwerp? Lees het artikel Ook de zwarte bladzijden s.v.p. van Ad van Liempt in de Onderzoek uitgelicht-app.

| 37 18-onderzoek-2-31.8.indd 37

17-09-17 13:37


Van links naar rechts: Kantoor van de Ortskommandant in het Onderduikmuseum Markt 12 te Aalten, de schuilkelder en de keuken

Serie Nederland telt vele oorlogsmusea en herinneringscentra. Een deel daarvan werkt sinds 2012 samen via de Stichting Musea en Herinneringscentra 40-45. NC Magazine publiceert elk nummer een reportage van publiciste Yasmina Aboutaleb over een van deze musea of centra. Dit keer: het Onderduikmuseum in Aalten.

38

NCMagazine | najaar 2017

13-herinneren-3-24.8.indd 38

17-09-17 13:38


herinneren

ONDERDUIKEN MET SOMS WEL ACHT MAN TEGELIJK Markt 12 is het adres van het Onderduikmuseum in Aalten. Het pand vertelt de geschiedenis van het grootschalige verzet in het onderduikdorp waar in de oorlog maar liefst één op de vijf Aaltenaren onderduiker was. “Kleine verhalen vertellen een grote geschiedenis.” door Yasmina Aboutaleb | foto’s Euregionaal Onderduikmuseum Markt 12/Daniël Hoitink

| 39 13-herinneren-3-24.8.indd 39

17-09-17 13:39


herinneren

J

enny Kempink (80) is er nog regelmatig, in het pand aan Markt 12. De oudste dochter van de Aaltense verzetsfamilie Kempink geeft er rondleidingen. Jongeren, ouderen, Duitse toeristen. Het maakt haar niet uit, niemand die de geschiedenis van het pand en van Aalten in de Tweede Wereldoorlog beter weet te vertellen. Jenny was erbij toen er in het dorp razzia’s plaatsvonden en tientallen mensen opgevangen werden in hun huis. Ze zag hoe de hele buurt tijdens de bombardementen in hun kelder schuilde. En ze kan zich nog herinneren hoe tegen haar en haar zusje Annie werd gezegd dat ze niet verder dan de onderste paar treden van de trap mochten komen, omdat op zolder mensen ondergedoken zaten – soms wel acht tegelijk. Markt 12, ooit het huis van Jenny en haar familie, is nu het Onderduikmuseum van Aalten. Een bijzonder museum, al was het maar omdat het – naast het Anne Frank Huis en het Corrie ten Boomhuis in Haarlem – de enige onderduikplek is die voor het publiek toegankelijk is. Het pand vertelt de geschiedenis van het verzet dat in ‘onderduikdorp’ Aalten bijzonder groot was.

Meeste onderduikers Het dorp op de grens met Duitsland had relatief gezien de meeste onderduikers van Nederland. Een op de vijf personen was onderduiker. Vanaf mei 1943 moesten alle mannen van 18 tot 35 jaar zich in het kader van de ‘Arbeitseinsatz’ melden voor werk in Duitsland. Deze mannen vormden de grootste groep onderduikers, maar ook Joden vonden onderdak in een van de vele boerderijen in de buurt, vertelt museumdirecteur Gerda Brethouwer terwijl ze een rondleiding door het pand op Markt 12 geeft. In de woonkamer blijft Brethouwer staan bij een zwart-witfoto van een Joods stel, net getrouwd. Ze zaten ondergedoken toen de vrouw hoogzwanger was, vertelt ze. Na de geboorte werd het baby’tje te vondeling gelegd op de stoep van verzetsleider Jan Wikkerink. Hij en zijn vrouw noemden het kind Willem Herfstink. De naam was symbolisch gekozen. De dokter verklaarde het kind Arisch want het was niet besneden. Na afloop van de oorlog keerde het kind, Aron Jedwab, terug bij zijn ouders maar bleef zijn leven lang de voornaam Willem behouden. Dit verhaal en dat van Jenny Kempink zijn belangrijk voor het museum. “Het museum zit vol met dit soort persoonlijke verhalen over onderduiken, verzet en vrijheid. Die maken het makkelijker om je te verplaatsen in de mensen van toen en je in te beelden wat er destijds is gebeurd,” zegt Brethouwer. “Herkenning is kenmerkend voor onze aanpak. Nu is het heel gewoon om de geschiedenis aan de hand van persoonlijke verhalen te vertellen, maar toen wij ermee begonnen was dat relatief nieuw.”

‘Het museum zit vol met dit soort persoonlijke verhalen over onderduiken, verzet en vrijheid’

het museum op zolder, waar de onderduikplek te zien is, ook een zogeheten escaperoom. In die ruimte kunnen een beperkt aantal mensen een uur worden opgesloten. Door middel van communicatie, samenwerken en het oplossen van opdrachten kunnen de deelnemers vrijkomen. “Het is een manier om je in te leven en te ervaren hoe het is als je geen

vrijheid hebt.” Museumdirecteur Gerda Brethouwer gaat het pand omdopen tot Nationaal Onderduikmuseum. Met die naam wil het museum de nadruk leggen op niet alleen de regionale geschiedenis van het pand, maar ook de landelijke. “Het verzet bestond uit allerlei vertakkingen over het hele land. Al die netwerken stonden met elkaar in verbinding. Zo kwam het voor dat iemand een tijdje hier onderdook, en daarna naar Rotterdam ging en dan weer in Groningen terecht kwam.” Het monumentale pand Markt 12, waarin verschillende perspectieven van zowel slachtoffers als daders samenkomen, is door de inspanningen van de gemeenschap en de gemeente een museum geworden. Toen het pand in 1995 leeg kwam te staan en de erfgenamen besloten om het te verkopen, werd daar door de vereniging van het museum gebruik van gemaakt. “Dat was het moment waarop Aaltenaren beseften: dit is heel bijzonder. De geschiedenis van dat pand over onderduiken, verzet en vrijheid moest doorverteld worden. Het is een geschiedenis waar bijna elk gezin in Aalten mee te maken heeft gehad”, vertelt Brethouwer. Het pand werd gekocht met geld van een provinciaal en een Duits fonds, en in 2004 ging het Duits-Nederlandse onderduikmuseum open voor het publiek.

Ortkommandantur

Nationaal Onderduikmuseum

De zolder en de voorkamer zijn ingericht zoals tijdens de oorlog. Op zolder is het gat te zien waarachter soms wel acht onderduikers tegelijk hun schuilplaats hadden in de kruipruimte onder de dakspanten. In de gewelvenkelder toont een televisie zwartwitbeelden van de bombardementen op Rotterdam en Münster. Aan de voorzijde van het pand waarin de onderduikers zaten, was indertijd ook de Ortkommandantur van Aalten gevestigd, het bureau van de nazi’s. Er hangt een portret van Hitler aan de muur. Omgekeerd, dat wel. Er zit een bijzonder verhaal aan vast. De hoofdcommandant hing er in 1944 een nieuw portret van Hitler op. Toen de vrouw des huizes, Dirkje Kempink, dat portret zag, trok ze het van de muur. Dat ze het kantoor in beslag hadden genomen, daar kon ze weinig aan doen. Maar dit ging te ver.

Volgens Brethouwer is de aanpak ook bij uitstek geschikt voor een museum dat zich specifiek richt op educatie. Sinds mei heeft

Voor meer informatie: www.aaltensemusea.nl

40 NCMagazine | najaar 2017 13-herinneren-3-24.8.indd 40

17-09-17 13:39


herdenken Herdenking Eerebegraafplaats Bloemendaal, 4 mei 2014

RUSTPLAATS VAN 372 GEFUSILLEERDEN Nederland telt ruim 3500 oorlogsmonumenten, waarvan er bijna 1500 geadopteerd zijn via Adopteer een monument. Eén daarvan is de Eerebegraafplaats Bloemendaal in Overveen. Door Maarten Dallinga | foto Guus Hartendorf

I

edere ochtend hijst de beheerder van de Eerebegraafplaats in Overveen de Nederlandse vlag. En iedere avond wordt de vlag weer gestreken. Al sinds 1947 gaat dat zo. De Eerebegraafplaats ligt in een vredige omgeving, in de Kennemerduinen in de gemeente Bloemendaal. Je zou haast vergeten dat dit een plek is met een gitzwarte geschiedenis. Hier en in de omgeving fusilleerden de Duitsers honderden verzetsmensen: herdenkstenen vormen een tastbare herinnering. Hannie Schaft, die als een van de weinige vrouwen deelnam aan het gewapend verzet, is van hen zonder twijfel de bekendste. Op 17 april 1945 werd zij in de duinen doodgeschoten. Later dat jaar werd Schaft op de Eerebegraafplaats herbegraven, een paar honderd meter verderop. Voor 372 gefusilleerde verzetsmensen is dit de laatste rustplaats.

om de herinnering aan de Tweede Wereldoorlog levend te houden: “Het is goed dat de leerlingen zich realiseren dat anderen voor hun vrijheid hebben gevochten, ook hier heel dichtbij.” Wie tijdens een bezoek aan de Eerebegraafplaats meer informatie wil over de geschiedenis ervan, kan een speciaal ontwikkelde app downloaden. “Daarmee kun je een route langs een aantal fusilladeplaatsen lopen”, vertelt Dirk Speelman, voorzitter van Stichting De Eerebegraafplaats te Bloemendaal. Ook biedt de app korte biografieën van hen die op de Eerebegraafplaats begraven liggen. Speelman: “We hopen dat de geschiedenis daardoor nog meer gaat leven.”

Jonge slachtoffers

Het Nationaal Comité 4 en 5 mei is in samenwerking met de Oorlogsgravenstichting de drijvende kracht achter het landelijk onderwijsproject Adopteer een monument. Daarbij nemen leerlingen van groep zeven en/of acht de zorg voor een oorlogsmonument of -graf op zich. Zo leren kinderen meer over de lokale en regionale geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog en over de traditie van herdenken. Meer informatie: www.4en5mei.nl

De Haarlemse Montessorischool heeft de Eerebegraafplaats geadopteerd. Groep acht brengt er jaarlijks een bezoek. Leerkracht Jeroen Bos: “De leerlingen zien dan dat sommige slachtoffers nog heel jong waren, of vlak voor de bevrijding werden neergeschoten. Dat maakt indruk.” Sommige leerlingen nemen bloemen mee, anderen hebben een gedicht geschreven. Bos vindt het belangrijk

Adopteer een monument

| 41 06-herdenken-1L-18.8.indd 25

17-09-17 13:41


‘ALLEEN ALS JE JE WORTELS KENT, KUN JE JE ERGENS THUIS VOELEN’

Touria in ‘t kort Touria Meliani werd op 16 november 1969 geboren in Debdou, Marokko. Toen ze zes jaar oud was, verhuisde ze met haar ouders en vier zussen naar Winterswijk. In 1994 verruilde ze de Achterhoek voor Amsterdam. Daar studeerde ze Culturele en Maatschappelijke Vorming aan de Hogeschool van Amsterdam. Sinds 2013 is Meliani directeur van het cultuurhuis de Tolhuistuin in Amsterdam-Noord.

42

NCMagazine | najaar 2017

27-H&V-2-21.8.indd 42

17-09-17 13:42


herdenken & vieren Touria Meliani (47) is het nieuwste bestuurslid van het Nationaal Comité 4 en 5 mei. Ze is directeur van cultuurhuis de Tolhuistuin in Amsterdam en een van de oprichters van stichting IEDER1. “Het is belangrijk dat jongeren zichzelf en hun geschiedenis leren kennen.” door Yasmina Aboutaleb | foto Chris van Houts

‘P

rachtig toch?”, zegt Touria Meliani, terwijl ze naar een grote, ingelijste poster op de muur wijst. Een kobaltblauw affiche met daarop een zwart profiel van een arbeider. Herdenk de Februaristaking, 1941. Meliani, directeur van cultureel centrum de Tolhuistuin en sinds kort bestuurslid van het Nationaal Comité 4 en 5 mei, kreeg het affiche van het Amsterdams Comité 4 en 5 mei dat onder haar een kantoor huurt. “Ik vond de poster zo mooi, die typografie, de vormgeving. Dus ik mocht ‘m hebben.” De rest van Meliani’s kantoor is minimalistisch ingericht. Er staat een houten bureau, een beige bankje, een boekenkastje en een Marokkaans suikerbrood – een klomp suiker van vijf kilo gewikkeld in paars papier. Dat laatste is een verwijzing naar haar wortels. Meliani’s vader kwam in 1964 als gastarbeider naar Nederland. Zo belandde ze als kind, zes jaar oud, in Winterswijk, de Achterhoek. Bent u met herdenken en vieren opgegroeid? “Winterswijk ligt aan de grens met Duitsland, dus we spraken veel Duits. Ik werkte vanaf mijn veertiende elke zaterdag bij de viskraam op de markt, daar was tachtig procent van de klanten Duitser. Winterswijkers verdienen heel veel aan de Duitsers, maar tegelijkertijd had iedereen het over de moffen. Heel negatief.” “Ik vond het als kind lastig om me daartoe te verhouden, want ik las voor school ook heel veel boeken over de oorlog. Het bittere kruid van Margo Minco, bijvoorbeeld. Daarin las ik dat de Duitsers in de oorlog heel slecht waren geweest. Ondertussen had ik goede contacten met Duitsers. Vrienden van mijn ouders waren ook Duits, dat zijn heel lieve mensen.” Leerde u ook over de geschiedenis van Winterswijk? “Mensen hadden het altijd over het verzet, daar waren ze trots op. Maar later kwam ik er achter dat Winterswijk door sommigen als NSB-dorp wordt gezien, omdat er in de oorlog veel NSB-leden waren en collaborateurs. Winterswijkers zelf hebben het daar nooit over. Het ligt blijkbaar erg gevoelig, nog steeds.” “Maar ik heb nooit te maken gehad met discriminatie in Winterswijk en dat komt, denk ik, doordat ze heel alert zijn op uitsluiting, vanwege het oorlogsverleden. Mijn zus is wel een keer op de lagere school uitgemaakt voor schoonmaak-Turk, maar daar reageerde een docent zo boos op dat hij de jongen die dat deed op de gang aanviel. Hij kon het niet verdragen dat een kind werden uitgesloten.” Had uw familie iets met de Tweede Wereldoorlog? “Als kind gingen we bijna elk jaar op vakantie naar Marokko. Daar vroeg mijn oma altijd of we nog ‘chingo’ voor haar hadden mee-

genomen. Chewing gum, bedoelde ze. ‘Dat heb ik geleerd van de Amerikanen’, zei mijn oma, ‘die hebben ons bevrijd en ze hadden kauwgom en chocolade mee’. Ik wist niet waar mijn oma het over had, pas sinds een aantal jaren weet ik meer over de rol van Marokko tijdens de Tweede Wereldoorlog. Marokko was namelijk niet bezet, maar Marokkanen hebben wel geholpen aan de bevrijding van Europa.” In hoeverre is er overlap tussen uw werk bij de Tolhuistuin, stichting IEDER1 en het bestuurslidmaatschap van het Nationaal Comité 4 en 5 mei? “De Tolhuistuin is bij uitstek een plek waar via verschillende kunstuitingen verhalen worden verteld. In die verhalen wordt teruggekeken, maar ook vooruit. Dat is belangrijk. Zeker in een gemengde stad als Amsterdam. En dan heb ik het niet alleen over afkomst, maar ook over klasse en politieke voorkeur. Al die mensen zijn allemaal op zoek naar waardering, erkenning en herkenning. Dat is iets waar het comité ook mee bezig is, maar dan met betrekking tot de Tweede Wereldoorlog.” “Stichting IEDER1 wil die ontmoeting ook laten plaatsvinden. We wilden een positief antwoord op de toenemende polarisatie tussen groepen. Dat is spontaan ontstaan. Ik belde Nasrdin Dchar (acteur, red.) dat ik iets wilde doen, hij stond daar ook om te springen. Kort daarna besloten we allebei tien mensen uit te nodigen om mee te doen. Voor we het wisten was er in Amsterdam een vrolijke mars waar duizenden mensen aan meededen.” Wat is volgens u de manier om jonge generaties te betrekken bij het herdenken en vieren? “De educatieve programma’s en projecten van tegenwoordig zijn ontzettend goed. Heel anders dan toen ik opgroeide. Toen was alles zwaar en ingewikkeld. Maar wat mij betreft mag er nog wel meer aandacht voor zijn. Het gaat over zoiets belangrijks. We hebben het over het uitroeien van mensen. Onze vrijheid kunnen we niet als vanzelfsprekend zien, die is bevochten.” “Het is belangrijk dat jongeren zichzelf en hun geschiedenis leren kennen. Alleen als je je wortels kent, kun je je ergens thuis voelen. Het eigen maken van 4 en 5 mei kan dus alleen als die jongeren echt thuiskomen, zich één voelen met het land en de geschiedenis. Dat geldt ook voor jongeren met een migrantenachtergrond. Ik denk dat zij door de ontheemding die hun ouders hebben gevoeld, zich goed kunnen verplaatsen in anderen. Erkenning en herkenning is daarbij belangrijk, ze moeten zich kunnen identificeren met de verhalen. Maar dat geldt voor alle jongeren, waar ze ook vandaan komen.”

| 43 27-H&V-2-21.8.indd 43

17-09-17 13:42


‘WELCOME TO ENGLAND BOYS, FOLLOW ME’ 2018 is uitgeroepen tot het Jaar van Verzet. Het vfonds is een van de belangrijke financiers die het themajaar steunen. Belangrijke verzetsstrijders in de Tweede Wereldoorlog waren de zogeheten Engelandvaarders. door Frank Kromer | foto’s Geert Snoeijer

‘I

n het leven van ieder mens komen ogenblikken voor waarop hij tot zichzelf zegt: ‘Tja, dat kan niet.’ En dan doet hij iets.” De beroemde quote van Engelandvaarder Erik Hazelhoff Roelfzema is symbool geworden voor het gevoel dat veel jonge mannen - en ook vrouwen die de oversteek in de oorlogsjaren wilden maken hadden. Nederland was bezet, en wat de Duitsers ons land aandeden, dat deugde van geen kanten. Voor zo’n 2000 mensen was het de reden om naar Engeland te reizen. Uit vaderlandsliefde, uit trouw aan het Koningshuis, uit vrijheidsdrang en uit verzet. En voor sommigen was het simpelweg ‘het avontuur’ dat lonkte. Een avontuur dat was het zeker, een avontuur dat langs de grens van de dood scheerde. “Veel jongens hadden geen weet van de gevaren en risico’s. Want de verhalen over de mislukte pogingen, over de jongens die gepakt waren, die kenden wij niet. Dus we dachten: die oversteek lukt ons wel”, vertelt Eddy Jonker. Hij was een van de ruim 1700 Nederlanders die de Engelse kust wisten te bereiken. “Het was moed en geluk. Heel veel geluk. Want voor velen betekende de reis naar Engeland de dood”, zo vat Jonker de ontsnapping samen. Iemand die ook de Engelse kust wist te bereiken – maar dan over land – was Charles Bartelings. Ook hij had geluk, puur geluk. “De grote uitdaging was om heelhuids door de grenscontroles heen te gaan”, vertelt Engelandvaarder Bartelings. “En daarvoor heb je een klein beetje wijsheid nodig en vooral geluk.”

Routes naar Engeland Nadat de Duitsers Nederland op 10 mei 1940 binnenvielen, werden alle uitvalswegen snel afgesloten. Het land ontvluchten via land, lucht of water werd daardoor met de dag moeilijker. Door de strenge bewaking van de uitvalswegen, moest er gezocht worden naar de mazen in het net. Nederlanders die de oversteek toch wilden maken, hadden de keuze uit verschillende ontsnappingsroutes. De meest voor de hand liggende was ook meteen de gevaarlijkste: met een bootje rechtstreeks de Noordzee over. Zeker nadat de Duitsers in 1942 waren begonnen met de aanleg van de Atlantikwall was het schier onmogelijk om de volledig gebarricadeerde Hollandse kust te verlaten. Voor zover bekend zijn er 136 pogingen ondernomen om via deze route Engeland te bereiken. Dat de oversteek via de Noordzee de gevaarlijkste was, blijkt wel uit het aantal succesvolle pogingen: slechts 31. Eddy Jonker had geluk. Met een nauwelijks zeewaardig

44

bootje lukte het hem en negen medepassagiers om de Noordzee over te steken. De andere optie was om via het neutrale Zweden Engeland te bereiken. Door aan te monsteren op een koopvaardijschip richting Zweden konden Engelandvaarders het vaderland achter zich laten. Maar al snel werd deze route door Duitse maatregelen voor nietzeevarenden afgesloten.

Via het vaste land En dus kwamen de meeste Engelandvaarders niet via de Noordzee of het neutrale Zweden naar Engeland, maar via de zuidelijke route. Een van de Nederlanders die deze weg nam, was Charles Bartelings. Via België, Frankrijk, Zwitserland, Spanje en Portugal bereikte hij uiteindelijk de eindbestemming. De route was een stuk veiliger dan met een bootje de Noordzee over. Er zat alleen een nadeel aan; de reis over land duurde aanzienlijk langer. Bartelings deed er anderhalf jaar over. De grote uitdaging was om heelhuids door de grenscontroles heen te komen. En als dat was gelukt, moesten de Engelandvaarders er voor zorgen zoveel mogelijk uit het zicht te blijven van de constante patrouilles van de Franse, Duitse en Spaanse politie. Zo werd Bartelings meerdere keren opgepakt. In Spanje liep hij zelfs in een politieval. “De Spaanse politie had aangeboden om ons naar Gibraltar te brengen, maar in plaats daarvan werden we in goederenwagons naar kamp Miranda de Ebro gebracht en opgesloten. Ze wilden niet dat we tegen de Duitsers zouden gaan vechten. Uiteindelijk hebben we door middel van een hongerstaking kunnen bedingen dat we werden vrijgelaten.” De reis via het Zuiden eindigde veelal in Portugal waarna de Engelandvaarders met de boot – en in sommige gevallen met het vliegtuig – in Engeland aankwamen. Eenmaal aan land aangekomen werden de heldhaftige Nederlanders eerst grondig ondervraagd door de Engelse inlichtingendiensten; die wilden er zeker van zijn dat er geen spionnen tussen zaten. Eenmaal door de ondervraging heen, wachtte de theevisite bij Koningin Wilhelmina thuis of op haar kantoor. De koningin zag de Engelandvaarders als afgezanten van haar volk, dat leed onder de bezetting. ‘Gij zijt de schakel tussen hen die thuisbleven en mij”, zo luidde haar bekende uitspraak. Vervolgens gingen de meeste Engelandvaarders aan de slag bij een van de Nederlandse krijgsmachtdelen. Om zo een bijdrage te leveren aan de strijd tegen de Duitse overheersing.

NCMagazine | najaar 2017

14-herinneren-2-29.8.indd 44

17-09-17 13:43


herinneren

Charles Bartelings In de lente van 1942 was het voor Charles Bartelings (1921) duidelijk; hij moest en zou Nederland verlaten. Niet alleen stond hij op een zwarte lijst – hij maakte antistoringsapparaatjes om naar de radio-uitzendingen van Wilhelmina te luisteren – ook was hij even daarvoor opgepakt door de Grüne Polizei voor een andere kwestie. Bartelings was aangegeven door een voormalige vriend die NSB-er was geworden. “Ik wilde weg, omdat ik in Nederland niks meer kon doen. Ik wilde naar Engeland om me bij de Nederlandse krijgsmacht aan te sluiten. Met een bootje leek me te riskant, met een vliegtuig was niet mogelijk, dus er was maar één optie: over land.” En zo vertrok Bartelings samen met vriend Pag Bischop richting België. Met niet veel meer bij zich dan een knapzak vol proviand. Via een smokkelroute staken ze de grens over. Met hulp van verschillende goede buitenlandse contacten verliep de reis relatief spoedig. Door illegaal mee te liften met een goederentrein werd Parijs binnen enkele uren bereikt. En niet veel later bereikte Bartelings de demarcatielijn bij het plaatsje Vierzon. Daar stak hij zwemmend de rivier Cher over; aan de overkant lag Vichy Frankrijk. Toch ging het mis, want in het ‘vrije Frankrijk’ werd hij staande gehouden door waarschijnlijk Duitsgezinde gendarmerie. “We hadden onze papieren laten zien en gezegd dat we van de Duitsers toestemming hadden gekregen om in de omgeving van Vichy werk te zoeken. Maar daar trapte de politiechef niet in. Het was een enkeltje naar het bureau.” Toch zou Bartelings daar niet lang vast zitten. Hij wist op miraculeuze wijze met zijn reisgenoot te ontsnappen. “Ze hadden de celdeur niet op slot gedaan, maar vergrendeld. Ik had nog een nagelknippertje bij me en daarmee wist ik de scharnieren van het doorgeefluikje dat in de deur zat los te maken. Zo konden we vanuit de cel de twee grendels openschuiven. In het holst van de nacht zijn we toen via een brandhoutstapel over de muur van het complex gesprongen.” Bartelings en zijn medereiziger vervolgden zo hun weg richting Perpignan. Daar meldden zij zich bij het Office Néerlandais - waar de bekende verzetsstrijder Joop Kolkman de scepter zwaaide - in de hoop doorreisvisa te krijgen voor Spanje en Portugal. Maar dat bleek langer te duren dan gedacht. Een uitstapje naar Zwitserland – om daar sneller papieren te regelen – liep op niks uit. En dus besloot Bartelings, eenmaal terug in Zuid-Frankrijk, om door te trekken, dwars over de Pyreneeën. “Het was begin winter en ijskoud. We liepen op onze normale schoenen door de bergen, die inmiddels bedekt waren met een flinke laag sneeuw.” In Spanje werd Bartelings door de Guardia Civil opgepakt en naar het gevangeniskamp Miranda de Ebro gebracht. Doordat men in het kamp in hongerstaking ging, werden Bartelings en andere gevangenen uiteindelijk vrijgelaten. Via Madrid en Lissabon kwam hij uiteindelijk in Gibraltar terecht, waar hij met een Engelse oorlogsbodem mee kon. Op 5 november 1943 bereikte hij Engeland, meer dan anderhalf jaar nadat hij Nederland achter zich had gelaten.

| 45 14-herinneren-2-29.8.indd 45

17-09-17 13:44


Eddy Jonker De tocht van Eddy Jonker (1920) ging dwars over de Noordzee. Met een gammel bootje dat amper zeewaardig te noemen was, vertrok hij bij nieuwe maan vanuit het Haringvliet richting Engeland. Met hulp van verzetsmensen – zoals Anton Schrader, een belangrijke ambtenaar bij de Rijksvoedselvoorziening, en binnenvaartschipper Kees Koole – wist Jonker samen met zijn medereizigers het bootje ongezien in het midden van de zeearm te water te laten. “We hadden ons goed voorbereid. Zelf was ik naar de Amsterdamse Zeevaartschool gegaan waar ik kaarten te pakken had gekregen van het Haringvliet met al zijn zandbanken en getijden. Zonder die informatie had je geen kans van slagen.” Op de bewuste avond hing er een grondmist en wist de crew de Noordzee zonder al te veel kleerscheuren te bereiken. Aanvankelijk was de zee rustig en leek het er op dat de reis snel zou verlopen. Maar rond het middaguur begaf de motor het; de bobine was doorgebrand. En de aanhangmotor die als reserve diende, stopte er niet veel later ook mee. “En dus moesten we gaan peddelen. Door de verhoogde zijkanten van het bootje was dat erg lastig. En toen, toenJonker sloeg het weer om. Ik kan je een ding verzekeren, zo’n Eddy storm had ikvan nogEddy nooitJonker in mijn levenging meegemaakt.” moest Met De tocht (1920) dwars over Jonker de Noordzee. samen met de anderen vechten de elementen; beuken een gammel bootje dat ampertegen zeewaardig te noemen was,tegen vertrok de hij storm in, tegen de striemende en torenhoge VijfMet bij nieuwe maan vanuit het regen Haringvliet richting golven. Engeland. Engelandvaarders lagen kotsend opAnton het dek, terwijl de met hulp van verzetsmensen – zoals Schrader, eenrest belangrijke man en machtbij probeerde te overleven. Want het dreef – ambtenaar de Rijksvoedselvoorziening, en bootje binnenvaartschipper ondanks het drijfanker – in rap tempo naar Nederland. Kees Koole – wist Jonker samen metweer zijn terug medereizigers het bootje “Het was kantje boord, maar wedezijn er levend uit gekomen. De ongezien in het midden van zeearm te water te laten. “We volgende windstil en bloedheet.” haddendag onswerd goedhet voorbereid. Zelf was ik naar de Amsterdamse NaZeevaartschool vier dagen peddelen enwaar hozen de boottebleek toch niet zo gegaan ik –kaarten pakken had gekregen waterdicht als gedacht met – kwam dezandbanken Engelse kusteningetijden. zicht. “We warendie van het Haringvliet al zijn Zonder helemaal uitgeput. waskans geenvan etenslagen.” meer, geen water meer, en de informatie had jeErgeen zonOp brandde ons weg.” een groot konvooi met de de bewuste avondVoor hingdeerkust een voer grondmist en wist de crew twee Engelse zonder oorlogsschepen. Een van die schepen bleef Aanvankelijk achter, Noordzee al te veel kleerscheuren te bereiken. maar derustig Engelandvaarders oppikken. moesten waskwam de zee en leek het erniet op dat de reis Daardoor snel zou verlopen. de Maar mannen met bestemming in zicht nog twee uurbobine lang was rond hetdemiddaguur begaf de motor het; de peddelen. Achteraf dat ze in een die mijnenveld terecht waren doorgebrand. Enbleek de aanhangmotor als reserve diende, stopte er gekomen, voor Engelsen niet was het Door niet veelwaardoor later ookhet mee. “Endedus moesten wemogelijk gaan peddelen. bootje tegemoet te varen. “Toen webootje eindelijk het schip waren, de verhoogde zijkanten van het wasbij dat erg lastig. En toen, klom er sloeg een Engelse matroos touwladder bij ons aan boord. toen het weer om. Ik via kaneen je een ding verzekeren, zo’n storm Zijnhad woorden zoetste inmeegemaakt.” lange tijd: ‘Welcome England ik nog waren nooit indemijn leven Jonkerto moest boys, follow me.’” samen met de anderen vechten tegen de elementen; beuken tegen

46

de storm in, tegen de striemende regen en torenhoge golven. Vijf Engelandvaarders lagen kotsend op het dek, terwijl de rest met man en macht probeerde te overleven. Want het bootje dreef – ondanks het drijfanker – in rap tempo weer terug naar Nederland. “Het was kantje boord, maar we zijn er levend uit gekomen. De volgende dag werd het windstil en bloedheet.” Na vier dagen peddelen en hozen – de boot bleek toch niet zo waterdicht als gedacht – kwam de Engelse kust in zicht. “We waren helemaal uitgeput. Er was geen eten meer, geen water meer, en de zon brandde ons weg.” Voor de kust voer een groot konvooi met twee Engelse oorlogsschepen. Een van die schepen bleef achter, maar kwam de Engelandvaarders niet oppikken. Daardoor moesten de mannen met de bestemming in zicht nog twee uur lang peddelen. Achteraf bleek dat ze in een mijnenveld terecht waren gekomen, waardoor het voor de Engelsen niet mogelijk was het bootje tegemoet te varen. “Toen we eindelijk bij het schip waren, klom er een Engelse matroos via een touwladder bij ons aan boord. Zijn woorden waren de zoetste in lange tijd: ‘Welcome to England boys, follow me.’” Meer lezen over dit onderwerp? Lees het artikel De soldaat van Oranje, Icoon van het verzet van Onno Sinke in de Onderzoek uitgelicht-app.

NCMagazine | najaar 2017

14-herinneren-2-29.8.indd 46

17-09-17 13:44


herdenken & vieren De winnaar van het Compliment voor een oorlogsmonument. Willem van den Berg, gemeentesecretaris in Heemstede

COMPLIMENT VOOR HEEMSTEDE De gemeente Heemstede heeft het Compliment voor een oorlogsmonument 2017 ontvangen voor twee monumenten die herinneren aan de Tweede Wereldoorlog. Door Maarten Dallinga | foto Just Justa

E

en vrouw die haar ketenen afwerpt en haar gezicht afwendt. Ze heeft de vrijheid herwonnen en heeft afschuw voor de bezetter. Dat verhaal wil het Vrijheidsbeeld (1948) van Mari Andriessen overbrengen. Er vlak naast ligt Het Boek van de Namen (2015) van kunstenaar Patrick van der Vegt, met de namen van de 164 Joodse slachtoffers uit Heemstede. Voor deze twee monumenten heeft de gemeente Heemstede het Compliment voor een oorlogsmonument 2017 gekregen plus een daarbij horende sculptuur en duizend euro. De prijs werd in april uitgereikt namens het Nationaal Comité 4 en 5 mei en de provincie Noord-Holland, dit jaar gastprovincie van de Nationale Viering Bevrijding. Volgens het juryrapport versterken de twee monumenten elkaar en organiseert de gemeente veel activiteiten rond de gedenkplekken.

Stille tocht Zo zijn de monumenten op 4 mei traditioneel het eindpunt van een stille tocht. “Daar doen ieder jaar honderden mensen aan mee”, vertelt Willem van den Berg, gemeentesecretaris in Heemstede. Bij de monumenten worden de twee minuten stilte in acht genomen en lezen basisschoolkinderen zelfgeschreven gedichten voor. Volgens Van den Berg maakt vooral Het Boek van de Namen veel in-

druk op mensen. “Als je al die namen ziet, dan realiseer je je makkelijker dat de slachtoffers van de oorlog stuk voor stuk individuen waren – en soms nog heel jong.” De duizend euro die de gemeente heeft gekregen, zal waarschijnlijk worden besteed aan een informatiebord met achtergrondinformatie over de twee monumenten.

Andere genomineerden Herdenkingsstenen Joods Alkmaar: in de bestrating opgenomen herdenkingsstenen, ter herinnering aan de Joodse Tweede Wereldoorlogslachtoffers uit Alkmaar. Herdenkingsmonument Schaduwcorrectie mei 1995: een monument met de namen van zestien verzetsstrijders in Enkhuizen, met symbolisch aandacht voor de schaduwzijde van de mens. Landswerf: een monument bij het voormalig Provinciaal Ziekenhuis in Medemblik, een psychiatrisch ziekenhuis waar meerdere razzia’s werden gehouden. Oorlogsmonument voor de gefusilleerden: een monument bij de Grote Kerk in Hoorn ter herinnering aan de moord op vijf mannen, die na een verzetsactie uit wraak werden gefusilleerd. Voor meer informatie: www.4en5mei.nl

| 47 12-H&V-1R-21.8.indd 47

17-09-17 13:45


De oma van Frank: Jacqueline Turfkruyer

Frank van der Lende van 3 FM met zijn oma op Bevrijdingspop Haarlem, 5 mei 2017

48

Jaqueline Turfkruyer was een Joods meisje van zeven jaar toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak. Ze vluchtte met haar familie van Antwerpen naar Amsterdam. Daar werden haar ouders al vrij snel opgepakt, maar Jacqueline en haar zus doken onder. Ze werden verraden en naar Westerbork gedeporteerd. Van daaruit zouden ze later naar het concentratiekamp TheresiĂŤnstadt in TsjechiĂŤ worden gestuurd. Uiteindelijk werden de meisjes ingezet als ruilmiddel om Duitse gevangenen te bevrijden. Dat was hun redding. Na de oorlog hoorden ze echter dat hun moeder vermoord was in Sobibor.

NCMagazine | najaar 2017

11-vieren-2-29.8.indd 48

17-09-17 13:46


vieren Frank van der Lende, kleinkind van een Holocaustoverlevende:

‘IK WIL GRAAG VRIEND VAN DE VRIJHEID ZIJN’ Op 5 mei reisde 3FM dj Frank van der Lende samen met zijn Joodse oma Jacqueline Turfkruyer langs enkele Bevrijdingsfestivals. Zijn oma heeft in de Tweede Wereldoorlog in verschillende concentratiekampen gezeten. “Zoiets mag gewoon echt nóóit meer gebeuren.”

F

rank van der Lende zit op een caféterras in Amsterdam. Het is een opvallende verschijning: hij is 2,02 meter lang, heeft een weelderige bos blonde haren en zijn vingers worden opgesierd door enigszins afgebladderde nagellak. Van der Lende is bekend als presentator van het programma Frank, dat tot voor kort iedere werkdag werd uitgezonden op radio 3FM. Tegenwoordig presenteert hij in het weekeinde de show die hij van Giel Beelen heeft overgenomen. Op 5 mei reisde hij als Vriend van de Vrijheid samen met zijn Joodse oma Jacqueline Turfkruyer langs verschillende Bevrijdingsfestivals om haar oorlogsverhaal te vertellen. In voorbereiding daarop nam zijn oma hem mee naar Kamp Westerbork, waar zij tijdens de Tweede Wereldoorlog opgesloten zat.

Trauma Van der Lende neemt een slok van zijn zwarte koffie: “Vroeger praatte mijn oma nooit over de oorlog. Het trauma was te groot, denk ik. Mijn vader vertelde er wel eens iets over, maar zonder details. Meer zo van: 0ma heeft in concentratiekampen gezeten en ze heeft het overleefd, maar haar moeder niet. Punt.” Vier jaar geleden interviewde de radiopresentator zijn oma voor het eerst over de oorlog. Dit deed hij voor de nachtprogrammering van Radio 1: “Ik ben bij haar thuis gaan zitten met een microfoon en heb gevraagd of ze me chronologisch wilde vertellen waar ze was geweest en wat er was gebeurd. Dat deed ze. Misschien ging het makkelijker omdat die microfoon ertussen zat. Dat voelt toch veiliger, je bewaart dan een bepaalde afstand.” Tijdens het bezoek aan Westerbork ging het meer over haar gevoel. “Dat vond ik erg bijzonder, want daardoor was het niet zomaar het verhaal van een Joodse familie tijdens de Tweede Wereldoorlog; het werd háár verhaal.”

Helikoptervlucht Van der Lende heeft een sterkere band gekregen met zijn oma door dat bewuste bezoek: “Ik wist niet dat ze zich sinds het verlies van haar moeder altijd verloren is blijven voelen. Dat besef kwam hard aan. Ik begrijp haar nu beter. Daarom zou ik het iedereen aanraden om met zijn of haar opa en oma te lullen als zij tijdens de Tweede Wereldoorlog leefden. Dat zei ik ook op de podia tijdens en in in-

door Natascha van Weezel | foto Ben Houdijk

terviews rondom Bevrijdingsdag.” Hij lacht als hij het over Bevrijdingsdag heeft. “Mijn omaatje is één vlucht mee geweest met de helikopter. Dat vond ze fantastisch. Volgens mij vond ik het spannender dan zij. Op het podium riepen mijn oma en ik samen op om de vrijheid te vieren. Vooral Haarlem was groots: daar stonden we voor 20.000 man!” De reden dat Frank van der Lende gevraagd werd om naast De Staat en De Jeugd van Tegenwoordig Vriend van de Vrijheid te zijn, had te maken met een pijnlijke affaire rondom Broederliefde. Eigenlijk zou die band de Bevrijdingsfestivals afreizen, maar half maart werd bekend dat de samenwerking werd opgezegd. Er bleek een filmpje op YouTube te staan waarin hun voorman, rapper Emms, na een voetbalwedstrijd ‘Hamas, Hamas, Joden aan het gas’ riep. Van der Lende vond dit zelf heel heftig, maar is blij dat er “door iets naars toch iets moois is ontstaan”.

Belevingswereld jongeren Sterker nog, hij ziet het als kleinkind van een Holocaustoverlevende als zíjn taak om de verhalen over de oorlog levend te houden: “Vooral daarom wilde ik heel graag Vriend van de Vrijheid zijn. Mijn oma is inmiddels 84, en ik weet niet hoe lang ze nog leeft. Ik ben blij dat het nu allemaal is opgetekend in audio, video en tekst. Voor sommige jongeren is de oorlog een ver-van-mijn-bed-show. Zij houden zich liever bezig met de vraag of ze nog genoeg beltegoed hebben. Misschien nemen zij de verhalen over de oorlog eerder van mij aan dan van een ander. Ik ben immers pas 28, sta dicht bij de belevingswereld van jongeren en heb een bekende kop.” Hij zwijgt even voor hij verder gaat: “Het is natuurlijk te sick voor woorden wat er tijdens de Tweede Wereldoorlog is gebeurd. Zoiets mag gewoon echt nóóit meer gebeuren, met welke bevolkingsgroep dan ook! Of het nou mensen zijn met kort stekeltjeshaar, Joden of moslims. Ik vind dat we daar meer bewustzijn over zouden moeten creëren, dat is een andere belangrijke reden waarom ik de verhalen van toen ook nu door wil blijven vertellen. Terwijl ik op die podia stond voelde ik me activistischer dan ooit. Ik merk dat het iets in me heeft losgemaakt en dat vind ik heel leuk om aan mezelf te ontdekken.” voor meer informatie: www.4en5mei.nl

| 49 11-vieren-2-29.8.indd 49

17-09-17 13:47


ERVARINGEN VAN TOEN HEBBEN OOK NU NOG ZEGGINGSKRACHT Het Platform WO2 heeft een visie ontwikkeld op het gebied van educatie over de Tweede Wereldoorlog. “Jongeren moeten de Tweede Wereldoorlog niet primair als een historische gebeurtenis zien maar ook kunnen plaatsen in het heden.” door Cristan van Emden | foto Chris van Houts

50

NCMagazine | najaar 2017

21-educatie-2-8.9.indd 50

17-09-17 13:49


educatie Leerlingen lezen in het 4 en 5 mei Denkboek

procent van alle kinderen in het basisonderwijs gewerkt met het 4 en 5 mei Denkboek waarvan de jaarlijkse oplage 210.000 is. Het Nationaal Comité en ook het Platform WO2 zien graag dat het vervolgonderwijs hier na de basisschool op voortborduurt zodat er een doorlopende leerlijn ontstaat in opgedane kennis en vaardigheden. Na de brugklasjaren is geschiedenis in het voortgezet onderwijs een keuzevak. Hierdoor krijgen steeds minder kinderen geschiedenisles. In het mbo wordt het vak zelfs helemaal niet meer gegeven. De werkgroep Educatie zoekt daarom naar wegen om de onderwerpen Tweede Wereldoorlog en herdenken en vieren ook op een andere manier onder de aandacht van jongeren te brengen. De werkgroep is van mening dat het onderwerp burgerschap zich hier goed voor leent.

Burgerschap Sinds een aantal jaar stelt de overheid het onderwijs verplicht om aandacht te besteden aan het onderwerp burgerschap. Scholen mogen zelf weten hoe ze dit invullen. Sommige scholen verwerken kennis en vaardigheden op het gebied van burgerschap in bestaande vakken, vooral maatschappijleer, waar andere scholen er een speciaal vak voor optuigen.

Afschaffen van de rechtsstaat

P

latform WO2 is een netwerk van musea, kenniscentra en herdenkingsorganisaties die de herinnering aan de Tweede Wereldoorlog levend willen houden. Binnen het platform hebben de Stichting Musea en Herinneringscentra 40-45 (SMH) en het Nationaal Comité 4 en 5 mei de taak op zich genomen om een visie te ontwikkelen op het gebied van educatie over de Tweede Wereldoorlog. Naast de SMH en het Nationaal Comité zijn hierbij ook een lerarenopleider van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen, de Stichting Leerplan Ontwikkeling ( SLO) en het ministerie van VWS betrokken. Samen vormen zij de werkgroep Educatie.

Doorlopende leerlijn In het primair onderwijs krijgen kinderen vooral in groep 7 en 8 les over de Tweede Wereldoorlog. Voor deze groepen heeft het Nationaal Comité het 4 en 5 mei Denkboek en het project Adopteer een monument ontwikkeld. Zo heeft afgelopen jaar maar liefst 75

De werkgroep heeft onlangs een educatieve visie gepresenteerd. Daarin staat de buitenwerkingstelling van de democratische rechtsstaat tijdens de Tweede Wereldoorlog centraal. Het afschaffen van de democratische rechtsstaat veroorzaakte rechteloosheid, willekeur en vervolging en ook verzet of collaboratie. Dit zijn belangrijke thema’s die uitstekend passen in het burgerschapsonderwijs van het voortgezet onderwijs en het mbo. Of, zoals het in de educatieve visie van het Platform WO2 is geformuleerd: “Concrete ervaringen van toen, kennis van de dilemma’s en keuzes waar mensen toen mee worstelden, hebben zeggingskracht voor ons leven anno nu, voor onze waarden en onze overtuigingen.” De missie van het Platform WO2 is de herinnering aan de Tweede Wereldoorlog duurzaam te verankeren. Met het creëren van een doorlopende leerlijn en het inzetten van het burgerschapsonderwijs naast het geschiedenisonderwijs wordt hiervoor een fundamentele stap gezet.

Platform WO2 NIOD Instituut voor Oorlogs,- Holocaust en genocidestudies Netwerk Oorlogsbronnen Stichting Musea en Herdenkingscentra 40-45 Oorlogsgravenstichting Liberation Route Europe Nationaal Comité 4 en 5 mei

| 51 21-educatie-2-8.9.indd 51

17-09-17 13:49


48 VERMOORDE KINDEREN VAN DE BERG-STICHTING

Op 20 april 2017 is een monument onthuld ter herinnering aan 48 vermoorde Joodse kinderen en vier stafleden van de BergStichting. “De grootste ramp uit de Larense geschiedenis,” aldus documentairemaker Ineke Hilhorst, initiatiefnemer van het monument. Wat was de Berg-Stichting? Wie woonden er en wat is er met hen gebeurd? door Karen Waterman | foto’s Foto Miché

52

NCMagazine | najaar 2017

25-herinneren-3-8.9.indd 52

18-09-17 11:21


herinneren

25-herinneren-3-8.9.indd 53

18-09-17 11:22


Monument voor Joodse kinderen Het monument is ontworpen door Lon Pennock en bestaat uit een cortenstalen sculptuur van 3.40 meter hoog. Bij het monument staat een plaquette met daarin gegraveerd de namen van de 48 Joodse kinderen en vier stafleden van de Berg-Stichting die door de Duitsers zijn vermoord. Het monument staat in het Reitsemaplantsoen, vernoemd naar de directeur van de BergStichting die veel kinderen uit de handen van de nazi’s wist te houden. Een aantal overlevenden woonde de onthulling van het monument bij. Leerlingen van de Laar & Berg-school, die op het terrein van het toenmalige kindertehuis staat, zorgen voor het monument. Ter gelegenheid van de onthulling van het monument verscheen het boekje De Slag om de Berg-Stichting, van de hand van Ineke Hilhorst, Teun Koetsier en Elbert Roest, ISBN 978-90-77285-42-8.

D

54

Meer informatie: www.4en5mei.nl/herdenken-en-vieren/ oorlogsmonumenten

e Berg-Stichting is opgericht in 1909 en vernoemd naar de Joodse zakenman Albert (Sally) Berg. Hij verdiende zijn fortuin met het modehuis Hirsch & Cie op het Leidseplein in Amsterdam, nu de locatie van de Apple Store. De stichting zette zich in voor de opvoeding en verpleging van Joodse kinderen van wie de ouders waren overleden, uit de ouderlijke macht waren gezet, of door armoede niet in staat waren kinderen een goede toekomst te bieden. Kinderen “die ‘vagabondeerden’ zoals de twaalfjarige B.B. die ’s nachts zwierf op de groentemarkt, gekleed in lompen, overdag op bierkarren rondreed, straatschenderij pleegde en zijne moeder de baas was. Een jaar later was deze jongen weldoorvoed, proper, ordelijk en net, verdient hij bij een patroon enig loon.” De Berg-Stichting koopt 2,5 hectare grond aan de Doodweg in Laren, genoemd naar de ‘doodwegen’ richting het Sint Janskerkhof. Daar wordt een kindertehuis gebouwd dat in 1911 zijn deuren opent.

verdwenen. Onder hen ook Maurits Cohen die sinds 1939 in de Berg-Stichting woont, samen met zijn twee broers Hans en Louis. Hij zal de oorlog overleven, zijn broers niet. In Amsterdam lukt het Reitsema diverse kinderen te redden door ze te helpen onderduiken. De kinderen worden als ‘vermist’ of ‘weggelopen’ aangeduid. Hij neemt het zelfs met succes op tegen de beruchte SS’er Aus der Fünten. Maar niet alle kinderen kunnen worden gered. Maurits Cohen, dan negen jaar, herinnert zich nog hoe aan de ene kant kinderen stonden te wachten terwijl aan de andere kant Reitsema met de Duitsers in gesprek is en argumenteert dat het hier gaat om ‘Mischlinge’, kinderen waarvan niet duidelijk is dat ze Joods zijn. Toch worden veertien kinderen die dag afgevoerd, zij zullen niet meer terugkomen. Reitsema duikt onder. Van de overgebleven kinderen lukt het een aantal onder te duiken, anderen worden direct gedeporteerd. Uiteindelijk zullen zeventig kinderen en stafleden overleven.

Strenge discipline

Herinnering van Laren

Als de Tweede Wereldoorlog uitbreekt, wonen ruim honderd jongens en meisjes in de Berg-Stichting. Er heerst een strenge discipline. De kinderen werken mee om het huis draaiend te houden: schoenen poetsen, kousen stoppen, werken in de tuin en helpen bij het onderhoud van het gebouw. Niet alle kinderen zullen met een even goed gevoel aan hun verblijf in de Berg-Stichting terugdenken. Omdat het bestuur in 1929 geen geschikte Joodse leidinggevende kon vinden, wordt een niet-Joods directeursechtpaar aangesteld: Jan en Tine Reitsema. Die keuze zal de loop van de geschiedenis veranderen. Vanaf het begin van de oorlog is Jan Reitsema voortdurend bezig om kinderen en personeel uit handen van de Duitsers te houden. Meer dan de helft van de kinderen zal de oorlog uiteindelijk overleven, mede dankzij zijn inspanningen. Reitsema huurt in het geheim een aantal huizen aan het Rapenburg in Amsterdam. Hij regelt vervalste verhuisvergunningen. In groepen van negen verhuizen de kinderen en stafleden naar Amsterdam. Daarna zijn de bewoners van de Berg-Stichting uit Laren

Na de oorlog keert het echtpaar Reitsema terug en blijft tot hun pensioen in 1960. De eerste pupillen zijn kinderen die de Holocaust overleefd hebben. In 1959 wonen er nog maar 32 kinderen, in 1963 wordt het gebouw verkocht. De overgebleven kinderen zijn ondergebracht in het Joodse kindertehuis aan de De Mirandalaan in Amsterdam. De geschiedenis van de Berg-Stichting wordt vergeten. Tot Ineke Hilhorst het initiatief neemt om de Berg-Stichting en haar vermoorde oud-bewoners weer hun plaats in de herinnering van Laren terug te geven. Hilhorst: “Laren had geen Holocaustmonument, dat vond ik een groot gemis. Zeker toen ik ontdekte dat er zo veel Larense Joden zijn vermoord, vond ik dat het er moest komen.” Ze benaderde de kunstenaar Lon Pennock, richtte een comité van aanbeveling op en presenteerde haar voorstel bij B&W. “Iedereen was meteen enthousiast.” In een onwaarschijnlijk korte tijd van negen maanden stond er een monument. Maurits Cohen: “Er is recht gedaan aan de moed en het doorzettingsvermogen van Jan Reitsema. En, nog belangrijker, het verhaal is voor de toekomst bewaard.”

NCMagazine | najaar 2017

25-herinneren-3-8.9.indd 54

18-09-17 11:22


herinneren onderzoek

Privécollectie familie Van Asdonck

Ex-krijgsgevangenen, onder wie Jack van Asdonck in Bangkok, Thailand, 1946

BRANDENDE KAMPONGS EN INDISCHE HUISKAMERS De kolonie Nederlands-Indië werd in geweld geboren en in geweld verloren. 1 september 2017 ging het vierjarige onderzoeksprogramma Dekolonisatie, geweld en oorlog in Indonesië, 1945-1950 van start. Hoe kijkt de Indische gemeenschap tegen dit onderzoek aan? Marjolein van Asdonck, hoofdredacteur van het Indische maandblad Moesson, pleit voor meer diversiteit. door Marjolein van Asdonck | foto’s archief Moesson. Het Indisch Maandblad, collectie. mr. A.W. Bor, destijds substituut-officier van justitie te Bandoeng

| 55 19-herinneren-3-6.9.indd 55

18-09-17 10:27


‘J

e neemt de eerste de beste gelegenheid maar aan om hierheen te komen. Heusch moesjelief, dat is het beste wat je doen kunt: weg van Java. Dat is geen plaats meer voor ons.” Dat schreef mijn Indische opa met vooruitziende blik op 20 januari 1946 vanuit Bangkok naar mijn Indische oma. Hij wachtte na zijn krijgsgevangenschap in Thailand vergeefs op transport naar Java, zij sliep met haar kleine kinderen, op de vlucht voor Indonesisch geweld, in het kampement 10e Bat in Batavia op een betonnen vloer. Na de publicatie van De brandende kampongs van Generaal Spoor, de allesovertuigende studie van Rémy Limpach, besloot de Nederlandse regering op 2 december 2016 dan toch, na vele jaren, onder druk van de publieke opinie, om financiële steun te verlenen aan onderzoek naar geweld tijdens de dekolonisatieoorlog. Het onderzoeksvoorstel was gezamenlijk ingediend door het Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde (KITLV), het Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH) en het NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies. Een eerder voorstel in 2012 werd nog afgewezen.

Machtsvacuüm Nu is de interesse van de Nederlandse media met name gericht op het onderzoek naar extreem geweld op Indonesische burgers en gevangenen door ‘onze jongens’ van de Koninklijke Landmacht in Nederlands-Indië. Dat wekt de indruk als zou de dekolonisatieoorlog een makkelijk te behappen zwart-wit verhaal zijn. Toch zitten in duizenden huiskamers Indische mensen te wachten op een ander substantieel deel binnen het onderzoek: dat naar de Bersiap-periode. Die Bersiap-periode volgde direct op de capitulatie van Japan op 15 augustus 1945 en duurde grofweg tot januari 1946. In het

56

machtsvacuüm, toen Nederland zijn ambtelijk en militair gezag in de kolonie nog niet had weten te herstellen, begon een traumatische periode van Indonesisch geweld gericht op alles wat Hollands was of leek. Het betrof geweld tegen de Hollandse en Indo-Europese burgers die net de Japanse interneringskampen verlieten, de Indo-Europese vrouwen, kinderen en ouderen die buiten het kamp hadden kunnen blijven, maar ook Chinezen, Menadonezen, Ambonezen en Indonesiërs die sympathiseerden met het Nederlands gezag of daarvan verdacht werden. Verkrachtingen, ontvoeringen, martelingen, moordpartijen. Elke dag lijken in de rivier. Schattingen van het aantal slachtoffers van de Bersiap variëren van 5.500 tot 25.000 à 30.000, aldus Remy Limpach in De brandende kampongs van Generaal Spoor. Er is geen Indisch gezin dat niet door de verschrikkingen van de Bersiap is geraakt. Toch is dat verhaal, tot hun grote frustratie, amper bekend buiten de Indische gemeenschap.

Terugkeer naar Java Uit angst voor geweldsescalaties mochten van het Britse bestuur, dat een waarnemende functie en humanitaire missie had, geen ex-krijgsgevangenen terugkeren naar Java. Gevoed met berichten over de moordpartijen op hun vrouwen en kinderen wachtten KNIL-militairen maandenlang machteloos op transport, zoals ook mijn grootvader Jacques van Asdonck.

Er is geen Indisch gezin dat niet door de verschrikkingen van de Bersiap is geraakt

“Hoeveel we er ook naar verlangen, we kunnen geen aap doen aan die rotzooi. Het eni-

NCMagazine | voorjaar 2017

19-herinneren-3-6.9.indd 56

17-09-17 13:53


onderzoek

ge wat we kunnen doen is onszelf op peil houden en ons klaar maken voor het groote werk straks. Denk niet moesjelief dat ik jullie in deze rotzooi ook maar één ogenblik uit m’n gedachten heb. Ik zit vol haat op het ogenblik over die kaffers daar bij jullie.” (Petchaburry, 15 december 1945).(1) Terugkomen in een land dat onherstelbaar is veranderd: dat was een groot verschil tussen de positie van de troepen van de Koninklijke Landmacht (jonge dienstplichtigen en oorlogsvrijwilligers uit Nederland) en de KNIL-militairen. De KNIL-militairen waren immers veelal geboren en getogen in Indië en zij voerden een persoonlijk gevecht voor het behoud van hun geboorteland. De periode van Bersiap wordt vaak aangehaald als reden voor het hardhandig optreden van KL en KNIL jegens de Indonesische bevolking, of zoals een Moesson-lezeres mij onlangs aan de telefoon vertelde: “Het was actie-reactie.”

Van links naar rechts: KNIL-militairen krijgen instructies voor de opgraving van Bersiap-slachtoffers van Indisch Bronbeek te Bandoeng. Krijgsgevangen Japanners werken mee aan de berging van Bersiap-slachtoffers van Indisch Bronbeek te Bandoeng. Opgraving van Bersiap-slachtoffers van Indisch Bronbeek te Bandoeng door KNIL-militairen.

Niet iedereen is blij met de opname van de Bersiap-periode in het geweldsonderzoek. Het thema verdient volgens de opstellers van het onderzoek aandacht omdat: ‘Onderzoek naar de achtergronden en het verloop van deze gewelddadige periode(…) in zichzelf belangrijk (is), maar dient ook om de psychologische gevolgen voor Nederlandse militairen en burgers beter in kaart te brengen en om de vraag te stellen naar de betekenis van de Bersiap als belangrijke factor in de latere oorlogvoering.’ Critici vrezen op basis van deze

argumentatie dat de inbreng van de Bersiap-periode de aandacht afleidt van waar het volgens hen eigenlijk om zou moeten gaan: 350 jaar koloniale onderdrukking en uitbuiting. De angst bestaat dat de Bersiap als excuus wordt gebruikt voor het extreme geweld tegen de Indonesische burgers. Waar critici menen dat de Bersiap-periode ondergeschikt is aan koloniaal geweld, vrezen honderdduizenden Indische Nederlanders opnieuw tussen wal en schip te vallen in de geschiedschrijving; irritaties beginnen vaak al met een verkeerde benaming van hun groep in de pers. Ze hebben het gevoel dat hun verhaal niet gehoord, laat staan begrepen zal worden, terwijl zij evengoed onschuldige slachtoffers zijn van geweld. Zijn hun doden minder waard? Ook al is de dekolonisatieoorlog al meer dan 65 jaar voorbij, de memory wars – de strijd om hoe die oorlog herinnerd en herdacht, benoemd en doorgegeven gaat worden, en welke betrokkenen daar hun stempel op gaan drukken – woeden op dit moment in alle hevigheid. ‘Politionele acties’ werd al dekolonisatieoorlog, ‘excessen’ zullen oorlogsmisdaden worden. Marjolein van Asdonck studeerde Indonesisch aan de Universiteit Leiden en is sinds 2000 hoofdredacteur van het Indische maandblad Moesson, opgericht in 1956. www.moesson.nl

Bersiap in Bandoeng

I Kaffer niet in de Zuid-Afrikaanse betekenis van het woord, maar de Nederlandse

Koloniale onderdrukking

Op 29 november 1945 voerde een groep van Indonesische pemoeda’s een aanval uit op de woonwijk Indisch Bronbeek in Bandoeng, waarbij tussen de 80 en 120 Hollandse en Indo-Europese vluchtelingen werden vermoord. Een Britse gewapende post, minder dan een halve kilometer verwijderd van de woonwijk, greep niet in.

betekenis: Van Dale: kaf·fer (scheldwoord) lomperd, boer

Meer lezen over dit onderwerp? Lees het artikel De brandende littekens van de doofpot van Step Vaessen in de Onderzoek uitgelicht-app.

| 57 19-herinneren-3-6.9.indd 57

18-09-17 10:27


Het hoofdkantoor van de Zwitserse Nationale Bank in Bern

Eind jaren negentig leefde in Zwitserland de kwestie van de Joodse oorlogstegoeden op. Werd de Holocaustoverlevenden na de Tweede Wereldoorlog recht gedaan toen zij hun geroofde bezittingen terug wilden? door Christiaan Ruppert

I

In Zwitserland zijn het alleen de banken die een akkoord sluiten. Na een harde en moeizame strijd met het World Jewish Congress en Amerikaanse advocatenkantoren die Holocaustslachtoffers vertegenwoordigen, maken de Zwitserse banken 1,25 miljard dollar aan hen over. Maar ik loop hiermee vooruit op wat in Zwitserland gebeurt.

Zelfbeeld van een neutraal land Zwitserland heeft na de Tweede Wereldoorlog het zelfbeeld dat het neutraal is geweest in de oorlog. Vanaf 1996 komt er internationaal een scheur in dit beeld door nieuwe rapporten. Zo heeft Zwitserland een voor nazi-Duitsland belangrijke economische rol gespeeld, doordat de Duitsers geroofd goud in Zwitserland konden omzetten in grondstoffen en valuta. Ook schrijven de media dat Zwitserland na de oorlog maar een deel van het geroofde nazigoud heeft teruggegeven aan de geallieerden. Tenslotte komen Holocaustoverlevenden als Estelle Sapir en Greta Beer aan het woord bij Amerikaanse rechtbanken en tijdens hoorzittingen van de Amerikaanse Senaat. Zij hebben namelijk in Zwitserland geen toegang gekregen tot de spaarrekeningen en kluisjes van hun vermoorde familieleden.

Volcker en Bergier

Over de IHRA De IHRA is opgericht in 1998. De afkorting staat voor International Holocaust Remembrance Alliance. Doel van deze intergouvernementele organisatie is wereldwijd politici en anderen met maatschappelijke invloed bewustmaken van het belang van holocausteducatie, -herdenking en -onderzoek. Lidmaatschap staat open voor alle democratische landen. Nederland is lid, net als dertig andere landen, en elf landen hebben een waarnemerstatus. Daarnaast heeft de IHRA zeven Permanente Internationale Partners waaronder de Verenigde Naties. Meer informatie: holocaustremembrance.com

58

De oplopende internationale spanning leidt in Zwitserland in 1996 tot enkele belangrijke stappen. Zo bereiken de Zwitserse bankvereniging en de Joodse organisaties in mei 1996 overeenstemming om grondig onderzoek te doen naar slapende rekeningen (dormant accounts). Dat doet een commissie onder leiding van de Amerikaan Paul Volcker. De commissie-Volcker rapporteert in december 1999 54.000 slapende rekeningen gevonden te hebben, waarvan de helft bijna zeker en de rest misschien behoort tot Holocaustslachtoffers. Het gaat maximaal om 400 miljoen dollar. Daarnaast stelt de Zwitserse regering in december 1996 een commissie in die de rol van Zwitserland in de context van de Tweede Wereldoorlog moet bestuderen. Deze commissie staat onder leiding van de economisch-historicus Jean-François Bergier. In de loop der tijd verschijnen tweeëntwintig studies, vijf onderzoekspapers en een eindrapport, in totaal 11.000 pagina’s. In de media krijgen de tussentijdse rapporten over de Duitse goudtransacties in Zwitserland en de Zwitserse vluchtelingenpolitiek veel aandacht. Die rapporten zijn uitermate kritisch. Maar als het eindrapport in 2002 uitkomt, is de internationale publieke aandacht verslapt. De commissie-Bergier onthoudt zich, bij gebrek aan voldoende informatie, van een duidelijke uitspraak of Zwitserland een verzamelplek van geroofde Joodse tegoeden is geweest. Uiteindelijk komt de commissie-Bergier met de commissie-Volcker tot het oordeel dat er geen bewijs is dat Zwitserse bedrijven en de financiële sector systematisch gepoogd hebben zich te verrijken ten koste van de slachtoffers van de Holocaust.

Baikonur - Eigen werk, CC BY-SA 3.0

ZWITSERLAND EN DE JOODSE OORLOGSTEGOEDEN

n verschillende Europese landen zijn akkoorden gesloten over de Joodse tegoeden. Mijn recente proefschrift Eindelijk ‘Restitutie’ gaat over de totstandkoming van die akkoorden in Nederland. Nederlandse verzekeraars, de regering, de banken en de beurs maken in het jaar 2000 in totaal een bedrag van 764 miljoen gulden over aan de Joodse gemeenschap welke vervolgens besteed wordt aan individuele en collectieve uitkeringen.

NCMagazine | najaar 2017

16-internationaal-2-6.9.indd 58

17-09-17 13:55


Baikonur - Eigen werk, CC BY-SA 3.0

internationaal

Onderzoeken en betalingen niet synchroon

Ressentiment

Op zijn minst kan men stellen dat de betalingen en het onderzoek in Zwitserland niet synchroon lopen. De onderzoeken van Volcker en Bergier worden ingehaald door de politieke realiteit. Als financiĂŤle sancties van Amerikaanse toezichthouders dreigen, gaan de Zwitserse banken overstag. Onder regie van de New Yorkse rechter Edward Korman wordt in augustus 1998 een overeenkomst gesloten tussen de Zwitserse banken, Joodse organisaties en Amerikaanse advocatenkantoren. De door de Zwitserse banken betaalde 1,25 miljard dollar is een som die volgens de overeenkomst gerelateerd is aan slapende rekeningen bij banken; de winsten van de banken vanwege handel in nazigoud en geleend geld aan Duitse bedrijven die gebruik hebben gemaakt van Joodse slavenarbeid. Als een Claims Resolution Tribunal (CRT) vervolgens belast wordt met de verdeling van de 1,25 miljard dollar, neemt de uitvoering van het akkoord vrij veel tijd in beslag. De eerste betalingen vinden pas in november 2001 plaats. Daarmee is 18 miljoen dollar aan betalingen aan Joodse claimanten gemoeid. In 2002 treedt een nieuw scheidsgerecht aan (het CRT II) dat de claims niet meer op basis van bewijsstukken beoordeelt maar op basis van plausibiliteit.

Het ressentiment in de Zwitserse samenleving over het afgedwongen akkoord is in de eerste jaren na 2000 groot. Het eindrapportBergier wordt niet officieel in ontvangst genomen door de Zwitserse regering. Een steeds belangrijker wordende partij als de Schweizerische Volkspartei van Christoph Blocher ziet de commissie-Bergier als een soort zondebok omdat het oude geschiedbeeld van het neutrale Zwitserland teloor is gegaan. Een ander voorbeeld van het ressentiment is dat een in 1996 aangekondigd solidariteitsfonds in 2002 bij een nationaal referendum door de Zwitserse bevolking wordt afgestemd. Pas rond 2010 dringt een kritischer kijk op het Zwitserse oorlogsverleden door in het onderwijs en in de media.

Wie is Christiaan Ruppert? Christiaan Ruppert (1954) studeerde geschiedenis aan de Universiteit Utrecht. Hij was binnen het ministerie van FinanciĂŤn van 1997 tot 2001 projectleider Tegoeden Tweede Wereldoorlog. Ruppert is momenteel secretaris van de commissie-De Winter (Onderzoek naar Geweld in de Jeugdzorg 1945-heden).

| 59 16-internationaal-2-6.9.indd 59

17-09-17 13:55


Alleen omdat ik een Van Hall ben In juni 2017 is een uitgebreid boek verschenen over Gijs van Hall, de broer van Walraven. In Alleen omdat ik een Van Hall ben beschrijft biograaf D. Wolthekker het turbulente leven van de oud-burgemeester van Amsterdam (1957 tot 1967), die evenals broer Walraven in het verzet zat. Voor meer informatie: www.uitgeverijbalans.nl

‘SCHIPPER NAAST GOD’ Toen hij een krantenbericht las over de onthulling van het monument voor Walraven van Hall (1906-1945) bij de De Nederlandsche Bank raakte hij in de ban. “Ik had daarvoor nog nooit iets over deze verzetsheld gehoord of gelezen”, aldus producent Sytze van der Laan van de film Bankier van het verzet. De film zal begin maart 2018 uitkomen. door Toine Rongen | foto Mark van Aller

Beeld uit de film Bankier van het verzet

60 NCMagazine | najaar 2017 24-inspiratie-2-6.9.indd 60

17-09-17 13:56


inspiratie

Het levenswerk van Wally van Hall Walraven van Hall (1906-1945) gaf leiding aan het Nationaal Steunfonds (NSF), een geheime bank die geld verzamelde voor het landelijk verzet en ook zorgde voor de distributie van dit geld. Zo financierden ze illegale kranten, boden ze hulp aan onderduikers en steunden ze duizenden gezinnen die in financiële moeilijkheden waren geraakt. Na september 1944 ondersteunde het NSF ook de 30.000 gezinnen van de Spoorwegstakers. In 1944 slaagden ze er met een wisseltruc in 51 miljoen gulden aan schatkistpapieren van De Nederlandsche Bank te ontvreemden. In totaal is de bezetter opgelicht voor 106 miljoen gulden. Naar de maatstaven van vandaag zo’n half miljard euro! Drie maanden voor de capitulatie, begin februari, werd Walraven van Hall op de Jan Gijzenbrug in Haarlem gefusilleerd. Op 3 september 2010 werd er op het Amsterdamse Frederiksplein een monument voor Wally van Hall onthuld. Het monument staat toepasselijk vlakbij De Nederlandsche Bank. Het Verzetsmuseum ontwikkelde een tentoonstelling en een website over de Bankier van het verzet.

S

ytze van der Laan: “Als filmmaker zoek ik altijd naar verhalen over gewone mensen die in buitengewone omstandigheden verzeild zijn geraakt. Daarom heb ik veel interesse in wat oorlog met onze psyche doet. Mensen worden dan namelijk in een snelkookpan gegooid waardoor de ware aard sneller naar boven komt. Wat me zo raakte bij Walraven (Wally) van Hall was dat hij als gelukkig getrouwde bankier er vol inging. Vanwege zijn achtergrond had hij zonder kleurscheuren de oorlog kunnen uitzitten, maar toch koos hij voor het verzet en betaalde die keuze uiteindelijk met zijn leven.”

Keurige bankiers “Toen ik in september 2010 een krantenartikel las over het monument op het Frederiksplein in Amsterdam stond ik perplex. Ondanks mijn interesse in de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog had ik nooit iets over de Bankier van het verzet gehoord of gelezen. Walraven van Hall en zijn broer Gijs (de latere burgemeester van Amsterdam) bleken een illegale bank te bestieren die met behulp van slimme trucs zo’n 106 miljoen gulden onder het oog van de bezetter ontvreemdde. Naar de maatstaven van vandaag zo’n half miljard euro. Het mooiste huzarenstukje leverden ze af met hun kraak van De Nederlandsche Bank (DNB) in 1944. Ze slaagden erin echte schatkistpapieren met valse te verwisselen en op die manier 51 miljoen gulden uit de kluis van DNB te stelen om daarmee het verzet te financieren. De Duitsers hadden het nakijken. Wat me verder intrigeerde was dat keurige Nederlandse bankiers hun kennis, ervaring en leven inzetten voor de vrijheid. Waar het beeld van de moderne, hebzuchtige bankier is dat ze met allerlei trucs zichzelf met het geld van normale mensen verrijken, trokken deze bankiers alles uit de kast om de goede zaak te financieren. Deze bankiers hadden hun hart tenminste op de goede plaats.”

Ter dood veroordeeld “Wat me verder trof, was de vernuftigheid van hun systeem. Het draaide zelfs door toen Gijs ondergedoken was en Wally in de gevangenis zat en ter dood werd veroordeeld. Er waren zo’n twintig schijnfirma’s die het geld van de bovenwereld naar het verzet sluisden. Dat plan was het werk van Gijs, een typisch boardroombankier. Wally was daarentegen meer de waaghals. Bij de kraak van DNB organiseerde hij de vervalsing. Hij liet in ondergrondse drukkerijen op geldwaardig papier met de juiste technieken valse waardepapieren drukken. Het was toen nota bene de Hongerwinter, in een land waar sinds september 1944 geen elektriciteit meer was. Verder moesten die valse papieren in De Nederlandsche Bank

worden verruild met de echte. Bij die wisselkraak waren drie mensen betrokken, de Van Halls en mr. C.W. Ritter, kassier-generaal van DNB. Wekelijks werd er één à twee miljoen cash opgehaald. Daarna werd alles met de fiets en te voet in de Amsterdamse grachtengordel verspreid naar de vier handelsbanken waarvan alleen de vestigingsdirecteuren op de hoogte waren. Daarna distribueerden ze dat geld via allerlei steunpunten door het land.”

Avonturier “Wally was charismatisch, goed gesoigneerd, hij maakte snel contact, mensen voelden zich gezien als hij binnenkwam, daarmee kweekte hij een grote loyaliteit. Een charmeur, een feestvierder ook, in zijn familie was hij het middelpunt van veel activiteiten. Hij had een leuke sportauto, die hij voor de oorlog bij een van zijn reizen uit het buitenland had laten overkomen. Maar eenmaal getrouwd in 1936, ging hij helemaal voor het huwelijk. Hij hield ontzettend veel van zijn vrouw. Ze kregen drie kinderen, de derde werd nota bene geboren in 1940. Het verzet zat in zijn DNA, naast zijn broer zaten vele neven en nichten in het verzet. De Van Hall’s waren een bankiersfamilie. Wally’s vader was directeur van de Effectenbeurs. Maar Wally was een buitenbeentje; hij wilde varen, werd ook officier bij de koopvaardij, maar vanwege zijn ogen keurde men hem uiteindelijk af. Zo keerde hij alsnog naar het bankiersvak, maar in zijn hart bleef hij een zeeman, een avonturier. Het verzet gaf hem de kans om schipper naast God te zijn, hij was geen man van hiërarchische structuren, in het verzet kon hij zijn energie en zijn talenten kwijt.” “Van Hall stond een verzet voor ogen waarbij je je hersenen en ervaring moest gebruiken. Toen enkele verzetsstrijders in 1944 in Almelo een bank beroofden, keurde Van Hall dat direct af: niet slim. Dat geld was genummerd en kon daardoor nooit in omloop worden gebracht. Bovendien zou het tot chaos leiden, tot represailles. Wat ook bleek: binnen een paar weken was het geld terug en waren de daders naar de kampen afgevoerd, waar ze werden omgebracht. Toch financierde Van Hall wapens voor het georganiseerd verzet. Alles had een doel, hij stond bovendien met de regering in ballingschap in contact over het Nederland van na de oorlog. Heel pragmatisch, chirurgisch bijna, ging hij te werk. Net als Soldaat van Oranje kan deze film toekomstige generaties inspireren. Maar in de canon van de vaderlandse geschiedenis wordt Wally niet genoemd, ik vind toch dat hij naast Willem van Oranje en Johan de Witt zou moeten staan. Dat inspireert mij ook tot deze film. Het voetnootje in de geschiedenis moet een hoofdstuk worden.”

61 24-inspiratie-2-6.9.indd 61

17-09-17 13:57


educatie Foto social media campagne Evert_45

VLOGGEN VANUIT 1945 N=5

Jongeren vinden het leuk, het bekijken van vlogs, online videodagboeken. Het is misschien niet de meest voor de hand liggende manier om een serieus onderwerp als de Tweede Wereldoorlog onder de aandacht te brengen, maar Telecombedrijf KPN deed het met de campagne Evert_45. Door Marieke Papa

E

vert_45 vertelt het fictieve verhaal van de dertienjarige jongen Evert die in de laatste weken van de Tweede Wereldoorlog op pad gaat met zijn broer Klaas. Samen vertrekken ze naar de Veluwe, op zoek naar hun ondergedoken broer Joris. Tijdens deze barre tocht deelt Evert zijn ervaringen met de jongeren in 2017. “In elf fictieve vlogs op YouTube en foto’s en video’s op Instagram deelt Evert situaties die in 1945 werkelijkheid waren, zoals onderduiken, propaganda, de dreiging van een luchtaanval, maar ook kleine blijken van verzet,” vertelt historicus Joost Rosendaal die meewerkte aan de campagne. Hij vervolgt: “We hebben getracht om een balans te vinden tussen echte ervaringen van jonge kinderen uit die periode en het benoemen van thema’s bij de jeugd van vandaag.” De campagne sloeg goed aan bij de beoogde doelgroep: op het hoogtepunt van de campagne had Evert 18.853 abonnees op zijn YouTube-kanaal en een totaal bereik van 503.174 views. Op Instagram had Evert 7.587 volgers en een totaal bereik van 598.177 views.

62

KPN initiatief Evert_45 is een initiatief van KPN. Frank van der Post, lid van de raad van bestuur van KPN: “Het begon met een artikel in de krant vorig jaar. Daarin stonden oud-verzetsmensen die de oproep deden aan anderen om hun verhalen levend te houden. Toen dachten wij, laten we dit maatschappelijke stokje proberen over te nemen.” Het Nationaal Comité 4 en 5 mei steunt het project Evert_45. “Het is een mooi initiatief om verhalen van de mensen die de oorlog hebben meegemaakt niet te laten verstommen en aandacht te vragen voor het besef dat vrijheid kwetsbaar is en nooit vanzelfsprekend. Bovendien is het uiterst creatief bedacht om het verhaal van de oorlog te combineren met de huidige tijd van YouTube en Instagram”, aldus directeur Jan van Kooten. Voor meer informatie: www.evert45.nl

NCMagazine | najaar 2017

20-educatie-1L-29.8.indd 24

17-09-17 13:58


herdenken & vieren Stand van zaken door de redactie

30 JAAR NATIONAAL COMITÉ 4 EN 5 MEI Op 27 november is het dertig jaar geleden dat het Nationaal Comité 4 en 5 mei per Koninklijk Besluit werd ingesteld. Tijdens de bijeenkomst voor organisatoren van lokale herdenkingen en vieringen op zaterdag 11 november in Amersfoort zal worden stilgestaan bij dit 6e lustrum. Zo krijgt voorzitter Gerdi Verbeet het eerste exemplaar van het boek De stilte en de storm, 4 en 5 mei sinds 1945 van dr. Ilse Raaijmakers uitgereikt. In het boek komt Raaijmakers met nieuwe feiten en inzichten over het ontstaan en de ontwikkeling van de herdenkingsdagen.

Begeleid door de eerste voorzitter van het Nationaal Comité 4 en 5 mei defileren koningin Beatrix en prins Willem-Alexander tijdens de Nationale Herdenking op de Dam, Amsterdam, 4 mei 1988

ANP

Nationaal Comité 4 en 5 mei

Nationaal Comité en Arq bundelen de krachten voor onderzoek

Ondertekening convenant tussen Arq en het Nationaal Comité 4 en 5 mei

De afdeling Onderzoek van het Nationaal Comité is afgelopen mei een samenwerking aangegaan met Arq Kenniscentrum Oorlog, Vervolging en Geweld. Zes onderzoekers van beide organisaties bundelen de krachten via een gezamenlijk onderzoeksprogramma. Komend half jaar richten zij zich op onderzoek naar de verschillende

doelgroepen voor het verhaal van de Tweede Wereldoorlog: wie bezoekt wel eens een herdenking of oorlogsmuseum? Wie leest graag een boek over de oorlog? En waarom sommige mensen niet? Kunnen we de betrokkenheid van álle Nederlanders bij dit thema vergroten? Ook wordt er het komend half jaar onderzoek gedaan naar het thema verzet. Zo wordt er een kortlopende studie uitgevoerd naar de verschillende visies op verzet, ter inspiratie voor het aanstaande themajaar.

Het onderwijsproject Adopteer een monument heeft een metamorfose ondergaan. De vormgeving is opgefrist en naast nieuw materiaal voor het primair onderwijs is er nu ook voor de onderbouw van het voortgezet onderwijs lesmateriaal beschikbaar. Het lesmateriaal bestaat onder meer uit een nieuw onderzoeksdossier en een herdenkingsplan voor leerlingen. Denkvragen moeten de leerlingen prikkelen tot nadenken over oorlog, herdenken, oorlogsmonumenten en -graven. Ook voor docenten is een nieuwe handleiding ontwikkeld. Het nieuwe lesmateriaal, dat het comité in samenwerking met de Oorlogsgravenstichting heeft ontwikkeld, is vanaf nu beschikbaar. Aan het begin van het schooljaar 2017-2018 wordt Adopteer een monument door middel van een campagne onder de aandacht gebracht binnen het primair en voortgezet onderwijs. Doel is dat nog meer kinderen en jongeren betrokken raken bij de (lokale) geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog en bij herdenken en herinneren. Voor meer informatie: www.4en5mei.nl/adopteer

Nationaal Comité 4 en 5 mei

LESMATERIAAL ADOPTEER EEN MONUMENT VERNIEUWD

Monumentenposter Adopteer een monument

63 22-stavaza-1-05.9.indd 67

17-09-17 13:59


Over herdenken, vieren en herinneren ONDERZOEK UITGELICHT VANAF NU DIGITAAL! Na vijf gedrukte jaargangen verschijnt Onderzoek uitgelicht vanaf heden in digitale en daardoor nog rijkere vorm. U kunt de Onderzoek uitgelicht-app downloaden op tweedewereldoorlog.nl/onderzoekuitgelicht of in de appstore.

Onderzoek uitgelicht is een uitgave van het Nationaal ComitĂŠ 4 en 5 mei in samenwerking met:

28-werf-1L-31.8.indd 24

17-09-17 14:00