NC Magazine - jaargang 1 - nummer 1

Page 1

NCMagazine

Alles over herdenken, vieren en herinneren

Nationaal Comité 4 en 5 mei, April 2012

25

jaar Nationaal Comité!

De vergeten genocide op Roma en Sinti

‘Anne Frank als symbool voor vrijheid’ Ambassadeur Alain Clark:

hoe herdenkt Duitsland?

Internationaal: Generaties:

‘Opstaan tegen onrecht’

leeft herdenken onder jongeren? Onderzoek:


Hoofdredactioneel

Colofon Het NC magazine verschijnt 2x per jaar Redactie: Nationaal Comité 4 en 5 mei Art direction & vormgeving: Remco Tonino Redactieadres: Nieuwe Prinsengracht 89 1018VR Amsterdam Tel: 020 71 83 500 Fax: 020 71 83 501 Mail: simon.jacobus@4en5mei.nl

MENSENWERK

Aan dit nummer werkten mee: Guido Abuys, Alex Bakker, Esther Captain,

Het Nationaal Comité bestaat 25 jaar. Een kwart eeuw waarin het richting geven aan herdenken op 4 mei en vieren op 5 mei een enorme ontwikkeling heeft ondergaan: het ontstaan van de literaire 4 mei-lezing, de ambassadeurs van de vrijheid, veertien bevrijdingsfestivals, de 5 mei-lezing, het concert op de Amstel op 5 mei avond, het Nationaal Aandenken en Adopteer een Monument, het onderzoek, de nieuwe taken en de campagnes zoals de fakkelcampagne Vrijheid geef je door in 2012. Maar je kunt van alles bedenken en plannen maar alleen daarmee red je het niet. Je hebt mensen nodig. Mensen met ervaringen van het verleden, met herinneringen, met kennis, met hoop, met een blik op de toekomst. Juist door de kracht en inzet van oorlogsoverlevenden, door de enorme betrokkenheid van professionals en talloze vrijwilligers (jong en oud), door de steun van de overheid en van het vfonds heeft het NC een enorme verscheidenheid in activiteiten kunnen ontplooien. Voor, door en met mensen. Het Nationaal Comité 4 en 5 mei is mensenwerk, en dat bijzondere mensenwerk verdient na 25 jaar een tijdschrift, het NC magazine: alles over herdenken, vieren en herinneren.

Kris Dewitte, Bas Heijne, Joël van Houdt, Chris van Houts, Simon Jacobus, Eva Kloosterman, Bart Koenen, Renske Krimp, Onno Kronenberg, Michiel Landeweerd, Nikki Meijer, Laura Obdeijn, Paul Öfner, Marieke Oud, Peter Rodrigues, Toine Rongen, Eric Schumacher, Geert Snoeijer, Mieke Sobering, Anita van Stel, Jolanda Keesom,Gianfranco Uber, Ilvy Njiokiktjien, Marja Verbraak, Dieter Verhue, Niels Weitkamp. Drukkerij: Senefelder Misset/Mercuriusstraat 35/7006 RK Doetinchem Tel: 0314 355 55 00 Copyright 2012 Nationaal Comité 4 en 5 mei. Overname van artikelen en informatie uit dit magazine is toegestaan, mits voor niet commercieel gebruik en bij vermelding van de auteur en de bron.


beeld Ilvy Njiokiktjien

beeld Ben van Bohemen/NIOD

INhoud

Het NCMagazine Alles over herdenken, vieren en herinneren

COVERSTORY

06 Interview voorzitter NC:

‘Vrijheid schept verplichtingen’

voor de vrijheid van anderen’

24 Platform met publicist Bas Heijne: Hoeveel vrijheid gun je een ander?

08 Het Nationaal Comité bestaat 25 jaar 18

‘We dachten die komt wel terug’ Internationaal: Hoe wordt er in Duitsland herdacht? Roma & Sinti: Zoektocht naar een vergeten geschiedenis Familieverhalen: ‘Mijn ouders spraken vroeger weinig over de oorlog’ Couleur Locale: voetbal en de oorlog

26

De keuze van…Yvonne van Genuchten: ‘Herdenken is belangrijk voor de toekomst’ Regisseur Rudolf van den Berg maakte een film over Walter Süskind en zijn dilemma’s

04 12 40 42

Feit of fictie? De Vier Vrijheid in een nieuw jasje Nieuwe taken van het Nationaal Comité Stand van zaken

VIEREN

35

ONDERZOEK

05 Getuigenverhalen: 16 19 28 34 10 14 22

BRON VAN INSPIRATIE

HERDENKEN

Ambassadeur van de vrijheid Alain Clark: ‘We moeten dankbaar zijn dat we in vrijheid leven’ Op zoek naar de vrijheid: kinderen en grondrechten Portret van Ton Heerts, directeur vfonds: ‘Wat doe jij

ACTUALITEIT

Opgravingen in Westerbork Alles over het leeftijdseffect Het generatieonderzoek Jongeren willen wel herdenken!


Feit of fictie?

Er bestaan nog wel eens misverstanden over herdenken, herinneren en vieren. Wat is waar en wat is eigenlijk niet waar? In de rubriek Feit of Fictie? geeft het NC antwoord. door Marja Verbraak

‘Worden er Duitsers op de Dam uitgenodigd?’ Op 4 mei herdenken we in Nederland onder andere de slachtoffers die vielen tijdens het Nazibewind. Betekent dit dan dat Duitsers die dag niet welkom zijn op de Dam? Ja en nee. In principe is iedereen die zich betrokken voelt bij de herdenking welkom op persoonlijke titel. Wel is het zo dat de herdenking een nationaal moment is, waarbij het land stilstaat bij haar eigen oorlogsslachtoffers. Dit houdt in dat er die dag geen ambassadeurs of buitenlandse regeringsfunctionarissen - van de voormalige bezetter, noch van de bevrijders - worden uitgenodigd in Amsterdam. De Start van de Nationale Viering Bevrijding op 5 mei heeft daarentegen wel een internationaal karakter en daarbij zijn wel buitenlandse vertegenwoordigers aanwezig onder wie de Duitse ambassadeur. (L.O.)

04

NCMagazine | April 2012

‘Wat weet jij nou over de oorlog?’ 4 en 5 mei gaan niet over Zuidoost Azië Niet juist. Want op 4 mei herdenken we ook de Nederlandse oorlogsslachtoffers die in Zuidoost Azië zijn omgekomen. En niet alleen tijdens de Tweede Wereldoorlog, maar ook in de periode daarna. Er wordt op 4 mei 1 krans gelegd voor alle burgers die tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn omgekomen of vermoord in Zuidoost-Azië. Ook wordt er 1 krans gelegd voor alle militaire slachtoffers, dus ook voor de militairen die in de Tweede Wereldoorlog en daarna zijn omgekomen in Zuidoost-Azië. Op 5 mei vieren we de vrijheid. (E.K.)

Nog slechts 0,5% van de bevolking heeft de Tweede Wereldoorlog als volwassene meegemaakt. Steeds vaker hoor je daarom de klacht dat de jongere generatie niets meer weet over de oorlog. Niets is minder waar. Uit het Nationaal Vrijheidsonderzoek blijkt dat Nederlanders redelijk goed op de hoogte zijn van de gebeurtenissen tijdens de oorlog. Vooral feiten over de Jodenvervolging zijn goed bekend. Films, documentaires en televisieprogramma’s zijn belangrijke informatiebronnen. Daarnaast heeft 65% wel eens een oorlogs- of verzetsmuseum of een met de oorlog verbonden historische locatie bezocht in binnen- of buitenland. (E.K.)

‘In het onderwijs gebeurt weinig aan WOII’ Niet waar. In Nederland is de Tweede Wereldoorlog verplichte leerstof in het basisonderwijs en de onderbouw van het voortgezet onderwijs. Dit is opgenomen in de kerndoelen voor het basisonderwijs en de onderbouw van het voortgezet onderwijs. De kerndoelen geven richtlijnen en minimumeisen voor het onderwijsaanbod en het niveau van kennis en vaardigheden dat kinderen opdoen. Daarnaast is er ontzettend veel lesmateriaal over de Tweede Wereldoorlog beschikbaar voor leerlingen. Zo heeft het Nationaal Comité een aantal educatieve projecten: • Het Nationaal Aandenken, een boekje over vrede, vrijheid en de achtergronden van herdenken en vieren, wordt jaarlijks aan meer dan 200.000 kinderen uit groep 7 uitgereikt; • Meer dan 1350 scholen doen mee aan Adopteer een Monument • Al 23 jaar werkt het Nationaal Comité samen met de Nederlandse Schooltelevisie. Er wordt altijd de vrijdag voor 4 en 5 mei een uitzending besteed aan 4 en 5 mei (M.O.) Op www.4en5mei.nl staat een uitgebreid overzicht van de educatieve projecten.


Getuigenverhalen

‘Die komt wel terug, dachten we’ Gerrit van de Poll vertelt over de represaillemaatregelen van de Duitsers in 1944 in Putten, nadat er een aanslag was gepleegd op de SS’er Hanns Albin Rauter.

Zijn vader liep door de tuin, het bos in. Dat is het laatste beeld dat Gerrit van de Poll, destijds een jongetje van bijna tien jaar, van zijn vader heeft. Op 1 en 2 oktober 1944 vond als vergelding voor een aanslag op de hoge SS’er Hanns Albin Rauter een razzia plaats in Putten. Van de 661 opgepakte mannen kwamen er 552 niet meer terug. Jan van de Poll, 43 jaar, met vier kinderen, was één van hen. Gerrit van de Poll: “Rond half 10 ‘s ochtends kwam de buurvrouw bij ons thuis om te vertellen dat er een razzia was. Vanaf de zolder zag ik mijn vader en mijn oom weglopen. Alle vrouwen en kinderen moesten naar de kerk, ik ook. Bang waren we niet, we wisten niet dat er ‘s nachts een aanslag was geweest. We bleven de hele dag in de kerk. Buiten stonden mannen, maar ik heb mijn vader niet kunnen ontdekken. ‘s Avonds moesten we naar huis om spullen op te halen, want Putten zou worden platgebrand. Maar niet alle huizen werden in brand gestoken en wij zijn gewoon weer naar huis gegaan. Later bleek dat het de bedoeling was geweest om de mannen te fusilleren en het kerkgebouw met alle vrouwen en kinderen erin te bombarderen. Dat is niet gebeurd omdat de Geallieerden in opmars waren, de Duitsers werden bang. De mannen zijn naar kamp Amersfoort gebracht en vandaar naar concentratiekamp Neuengamme. Mijn vader zat daarna in een Auslager bij Hamburg, waar mensen werden ingezet om het puin van de bombardementen op te ruimen. Op 11 december 1944 is hij overleden. Wij maakten ons ondertussen geen zorgen. Die komt wel terug, dachten we, hij heeft toch niets gedaan? Na de oorlog hebben we gewoon feest gevierd. Pas in de maanden na de bevrijding bleek dat slechts enkele Puttenaren terugkeerden. Mijn oom ook, vel over been. De verhalen die hij vertelde, wilden we niet geloven. We dachten dat hij een grapje maakte. “ door Marja Verbraak | foto T. de Boer Het monument staat in Putten.


‘Vrijheid schept verplichtingen’

‘Bij herdenken en vieren heeft iedereen zijn eigen referentiekader’ 06

NCMagazine | April 2012


Voorzitter Leemhuis-Stout van het Nationaal Comité

Coverstory

Joan Leemhuis-Stout is de vijfde voorzitter van het bestuur van het Nationaal Comité 4 en 5 mei, sinds de oprichting van het comité in 1987. Op een bevlogen en deskundige manier zet ze zich in voor het werk van het NC. Ze zegt: “Voor mijn generatie horen herdenken en vieren er gewoon bij.” Een interview. Door Marja Verbraak | Beeld Roger Dohemn

Waarom zijn herdenken en vieren belangrijk voor een samenleving? “Het gaat er niet om wat het NC of ik belangrijk vindt, de samenleving wil het graag. We doen elk jaar onderzoek naar het draagvlak en daaruit blijkt dat men waarde hecht aan 4 en 5 mei. Het zit in de mens om in een coherente vorm stil te willen staan bij dit soort onderwerpen. Bij de dodenherdenking op de Dam zijn 20.000 mensen aanwezig en het is muisstil. De gedragen sfeer geeft een extra dimensie die mensen aanspreekt. Ze komen van heinde en verre, uit Groningen en Venlo, met het hele gezin, om erbij te zijn. Die behoefte aan saamhorigheid zie je ook bij de viering van de vrijheid op 5 mei. De sfeer is dan anders, natuurlijk, maar ook de bevrijdingsfestivals vinden plaats vanuit de gedachte: vrijheid is niet vanzelfsprekend, je moet er samen aan werken. Vrijheid schept verplichtingen. Het is niet alleen jouw vrijheid van meningsuiting, het is ook de vrijheid van meningsuiting van je gesprekspartner.” Kun je het NC zien als een organisatie voor het hele land? “Het NC heeft van de regering de opdracht gekregen om de Nationale Herdenking op de Dam te organiseren. Daarnaast bestaan er verschillende groeperingen die een eigen herdenking organiseren rond een specifieke groep slachtoffers of een specifieke historische gebeurtenis, zoals het Dachau Comité, het Auschwitz Comité, 15 augustus en lokale comités. Dat is ook goed, het bijt elkaar totaal niet. Bij de nationale activiteiten op 4 én 5 mei is iedereen welkom, ongeacht rang en stand, jood, katholiek of moslim. Je ziet dat uiteenlopende groepen in de Nederlandse samenleving zich betrokken voelen. Ik kan me herinneren van de herdenking in Rotterdam, waar ik toen voorzitter was van het plaatselijke comité, dat er veel jongelui van niet-Nederlandse herkomst aanwezig waren. Dat heeft voor mij betekenis. Bij herdenken en vieren heeft iedereen zijn eigen referentiekader. Misschien denken die jongelui wel aan Iran. Als je maar stilstaat bij het feit dat er slachtoffers zijn van een gebrek aan vrijheid.” Er zijn ook mensen die daar niet bij stilstaan en doorrijden tijdens de twee minuten stilte.

“Dat vind ik vréselijk. Als je je realiseert wat we herdenken, is het toch een kleine moeite om even te stoppen.” Wat zijn uw eigen ervaringen met herdenken en vieren? “Voor mijn generatie, van direct na de oorlog, hoort dat er gewoon bij. In Nijmegen, waar ik naar school ging, waren de naweeën van de Tweede Wereldoorlog levend: je zag wat de bombardementen hadden aangericht, er werden erekerkhoven opgericht. Wat ik vanaf het begin bij 4 en 5 mei voel is de vanzelfsprekendheid om verantwoordelijkheid te nemen. Later ben ik functioneel met het onderwerp in aanraking gekomen. Als commissaris van de koningin in Zuid-Holland sprak ik bijvoorbeeld bij de herdenking van de provinciale bestuurders en medewerkers die in de oorlog overleden waren.” Herdenken we nog over 25 jaar? “Ja! Ongetwijfeld blijven we stilstaan bij wat mensen in de jaren 40-45 van de vorige eeuw hebben meegemaakt. Maar er zal naar verwachting ook sprake zijn van een bredere context, die ontwikkeling is nu al gaande. Ook de slachtoffers van nu worden herdacht. De traditie is sterk, maar vorm en inhoud veranderen. Ouderen, de eerste en ook de tweede generatie, zijn betrokken vanuit hun eigen ervaringen. Veertigers lijken meer afstand te hebben. Jongeren nemen tegenwoordig in belangrijke mate deel aan de plechtigheden op 4 mei, we hebben een periode gehad waarin dat minder was. Jongelui kijken meer naar actuele brandhaarden, naar vrijheid in het algemeen en niet zozeer naar de bevrijding van Nederland. Dat komt vooral ook door de sociale media, ze hebben contact met de hele wereld. Het NC besteedt ook veel aandacht aan die internationale context. We zetten verhalen over de Tweede Wereldoorlog op You Tube, maar ook het verhaal van een jonge veteraan uit Afghanistan. Ons jaarthema is: Vrijheid geef je door. Van generatie op generatie. U kent toch ons fakkellogo? Door de fakkel op te spelden, kunnen mensen aangeven dat ze saamhorig zijn en zich willen inspannen voor de vrijheid.” En dan gaat ze twee speldjes met het fakkellogo voor me halen, eentje om door te geven en eentje om zelf te dragen. “Opdoen hoor!”

07


De eerste vier voorzitters van het NC kijken terug

Terugblik Sinds de instelling van het Nationaal Comité 4 en 5 mei, 25 jaar geleden, zijn vier vrouwen de huidige voorzitter Joan Leemhuis-Stout voorgegaan. Een korte schets van hun ervaringen. door Jolanda Keesom | beeld Joël van Houdt

08

NCMagazine | April 2012

Judith Belinfante (december 1987 - juni 1991)

‘Een maatschappelijk experiment’ “Achteraf heb ik me gerealiseerd dat we in 1987 aan een maatschappelijk experiment begonnen, met de kans dat het faliekant zou mislukken,” zegt de eerste voorzitter van het Nationaal Comité, Judith Belinfante. Het grootste risico zat in de samenvoeging van de plechtigheid op de Dam, die tot dan toe om vier uur ’s middags was gehouden, met de plaatselijke herdenking van Amsterdam om acht uur ‘s avonds. “Het mocht niet te militair worden. Voor Amsterdam was het toch al een enorme overgang van de eigen herdenking naar de nationale.” Een deel van de veteranen en

oud-verzetsmensen kon zich niet in de nieuwe opzet vinden en beschouwde voortaan de herdenking van de capitulatie in Wageningen op 5 mei als hun herdenking. Ook het besluit om zes algemene kransen te leggen, pakte anders uit dan bedoeld. “Verschillende organisaties hechtten er sterk aan hun eigen kransen te kunnen leggen. Sommige mensen wilden dat per se persoonlijk doen. In 1989 werd daarvoor een mogelijkheid geschapen tijdens het defilé.” Toch beschouwt ze het experiment als redelijk geslaagd: “Voor de generaties die na 1987 naar school zijn geweest, is 4 en 5 mei een veel natuurlijker moment geworden.”


Coverstory

Willemien van Montfrans (juni 1991 - januari 1996)

‘De individuele ervaring overstijgen’ “Verdriet is een individuele aangelegenheid en het kost tijd om het gezamenlijk vorm te geven.” Ook Willemien van Montfrans heeft het veel energie gekost om verschillende groeperingen rond de herdenking te verenigen. Om meer jongeren te bereiken, tilde het comité vanaf 1992 in elke provincie een bevrijdingsfestival van de grond. Daarnaast werden de grondrechten uit de

Grondwet als overkoepelend thema gekozen voor 4 en 5 mei. “Om het draagvlak te behouden, moest het niet alleen gaan over hoe vreselijk de oorlog was, maar ook om de vraag hoe het allemaal heeft kunnen gebeuren en wat je moet doen om te zorgen dat het zich niet herhaalt.” Dat het de goede koers was, werd voor haar bevestigd in het lustrumjaar 1995. “Toen maakte ik voor het eerst echt mee dat de herdenking en de viering uitstegen boven de individuele beleving.”

‘Het Nationaal Comité is het kenniscentrum rond herdenken en vieren geworden’

Els Swaab (juni 2003- juni 2009)

‘Ontwikkeling tot kenniscentrum’

Pauline Kruseman (januari 1996 - juni 2003)

‘Ruimte voor een professionele organisatie’ “Hoe geëngageerd de comitéleden ook waren, ik vond dat het comité een professionelere opzet moest krijgen.” Door behoedzaam te opereren, realiseerde Pauline Kruseman de nodige veranderingen in de organisatie. Zo werd toenmalig secretaris Nine Nooter aangesteld als directeur en kreeg het comité een voorlichter. Dat maakte de weg vrij voor nieuwe initiatieven. Zo kreeg 5 mei in 1996 een andere invulling met een inhoudelijke

start vanuit een provincie en ’s avonds een feestelijk concert op de Amstel. In 1998 vroeg Pauline Kruseman bestuurslid Til Gardeniers voorzitter te worden van een werkgroep die de herziening van het kransenbeleid met ingang van 2000 moest voorbereiden. “Dat heeft twee jaar in beslag genomen, maar toen was er consensus.” Het aantal kransen werd drastisch beperkt en de eerste generatie legde voortaan als eerste na de Koningin een krans, nog voor de overige autoriteiten.

“Allerlei kwesties rond de aanwezigheid van bepaalde mensen of groeperingen op de Dam speelden nog steeds, maar het bureau kwam iedere keer weer met een voortreffelijke notitie over de geschiedenis en de stand van zaken, vaak met een advies van de directie erbij. Dat gaf ons als bestuur een goede basis voor onze discussie en het uiteindelijke besluit. Wat dat betreft heeft het bureau zich enorm ontwikkeld.” Els Swaab had het gevoel dat ze echt kon besturen op afstand. Het Nationaal Comité is in haar tijd hét kenniscentrum rond herdenken

en vieren geworden. “Daar ben ik erg trots op. Die ontwikkeling was mogelijk doordat het bureau heel hard werkte en doordat we er uiteindelijk formatie en geld voor kregen.” Aan de invulling van 4 en 5 mei is weinig veranderd. Wel zijn sinds 2007 jonge veteranen zichtbaar aanwezig op de Dam. “Dat vind ik belangrijk omdat de tekst van het memorandum refereert aan alle gevallenen vanaf het begin van de Tweede Wereldoorlog. Jonge veteranen spelen daarin een belangrijke rol en onder hen zijn inmiddels ook veel mensen omgekomen. Ook hun nabestaanden hebben recht op een plaats bij de herdenking.”

09


‘Muziek maken is bijna een metafoor voor vrijheid’

Alain Clark

Alain Clark (32) is popmuzikant en producer. In 2004 kwam zijn Nederlandstalige debuutalbum uit, Alain Clark, met daarop onder meer de hit Heerlijk. In 2007 volgde zijn eerste Engelstalige album, Live it out, met onder meer de hits This ain’t gonna work, Blow me away en Father and friend, een duet met zijn vader Dane. Dit album bereikte al na twaalf weken de status van gouden plaat. In 2010 bracht Clark zijn tweede Engelstalige album uit, Colorblind, met onder meer de hit Love is everywhere. In 2009 ontving Clark een Edison Music Award voor de beste mannelijke artiest.


Ambassadeur van de vrijheid

Muzikant Alain Clark is naast Nick & Simon en Go Back To The Zoo Ambassadeur van de vrijheid 2012. Op 5 mei is hij op diverse Bevrijdingsfestivals te zien en te horen en geeft hij de vrijheid door. Hoe denkt Alain over thema’s als oorlog en vrijheid? Tien vragen aan een bevlogen muzikant. door Onno Kronenberg | beeld Ilvy Njiokiktjien

Wat betekent herdenken en vrijheid voor jou? “Herdenken en vrijheid betekenen voor mij stilstaan bij het feit dat vrijheid niet vanzelfsprekend is. Vrijheid is ons gegeven. Ik sta er vaker bij stil dan alleen op 4 en 5 mei. In mijn woonplaats Amsterdam zijn er diverse plekken die mij doen herdenken.” Welke plekken zijn dat? “Het Anne Frank Huis is bij mij om de hoek. Maar ook het hele Amsterdamse straatbeeld doet mij op de een of andere manier aan de Tweede Wereldoorlog denken. Ik ken de oude beelden uit boeken en films en kan deze beelden projecteren op die van nu. De belangrijkste verschillen zie je in de kleding en het feit dat er nu veel meer auto’s in het straatbeeld zijn. Maar verder voelt het nog zo ontzettend dichtbij. In Amsterdam is het oorlogsverleden bijna tastbaar.” Ben jij met herdenken, herinneren en vieren grootgebracht? “Wel in de zin dat het bijna een onderdeel van de Nederlandse cultuur is om rondom 4 en 5 mei te herdenken en te vieren. Verder dan school - waar we natuurlijk geschiedenis kregen en leerden over oorlog, vrijheid, democratie en mensenrechten - is het eerlijk gezegd niet gegaan. Ik had bijvoorbeeld niet een grootmoeder die mij over de oorlog vertelde.” Had jij op school speciale belangstelling voor het vak geschiedenis? “Aanvankelijk was ik niet zo geïnteresseerd in geschiedenis. Maar juist op het moment dat de Tweede Wereldoorlog aan bod kwam, werd ik geboeid. Mijn leraar wist veel over het onderwerp en kon dat op intrigerende wijze overbrengen. Door zijn verhalen heb ik het belang van het vak geschiedenis leren kennen. Thema’s als oorlog, vrede en vrijheid kwamen ineens heel dichtbij.” Zijn er momenten uit de naoorlogse geschiedenis die indruk op jou hebben gemaakt? “Operatie Desert Storm, het luchtoffensief tegen Irak in januari 1991, staat in mijn geheugen gegrift. Met de beelden van die kruisraketten voor ogen, dat groenige licht door de donkere lucht boven Bagdad, kan ik mij goed voorstellen hoe eng dat voor de mensen en vooral de kinderen daar moet zijn geweest.” In 2012 ben jij Ambassadeur van de vrijheid. Waarom is vrijheid voor

jou belangrijk? “Ik heb nooit iets anders dan vrijheid gekend. Voor mij - als mens, maar ook als muzikant en artiest - is vrijheid dan ook alles. Het is een lichaam waarmee en waarin ik mij kan uiten. Eigenlijk geldt dat voor de meeste Nederlanders, omdat zij niet weten wat het betekent om in onvrijheid te leven. Met uitzondering natuurlijk voor de oudste generaties.” Welke boodschap wil jij het publiek op 5 mei meegeven? “Ik wil het gevoel van vrijheid overdragen door op een vrije manier muziek te maken. En ik hoop dat de mensen zullen begrijpen dat we vrijheid met z’n allen delen, creëren en dat we er verantwoordelijk voor zijn. Muziek maken is bijna een metafoor voor vrijheid: ik sta op het podium en deel de muziek met het publiek. Met elkaar maken we positieve energie. Ja, muziek en vrijheid, dat is een mooie combinatie.” Wat zou je je kind vertellen over het belang van vrijheid? “Mijn zoontje is twee jaar. Ik denk dat hij en alle kinderen van die leeftijd ons veel kunnen leren over vrijheid. Kleine kinderen zijn namelijk vrijwel de belichaming van vrijheid. Ze ademen, bewegen en zijn afhankelijk. Maar tegelijkertijd, doordat ze onbevangen en onbevooroordeeld zijn, geven ze zoveel liefde.” Op jouw album Colorblind staat het lied For Freedom. Waar gaat dat over? “Eigenlijk gaat het lied precies over waar we het nu over hebben: dat we dankbaar moeten zijn dat we in vrijheid leven en dat dat niet vanzelfsprekend is. Toevallig heb ik dat lied in de nacht van 4 op 5 mei geschreven.” Wie is jouw held van de vrijheid? “Iedereen kan de bekende iconen van de vrijheid noemen. Het klinkt als een contrast - en misschien komt het doordat ik in Amsterdam woon en vaak langs haar huis loop - maar voor mij is Anne Frank het symbool van de vrijheid. Juist omdat zij onvrijheid en onderdrukking belichaamt. Zij heeft haar vorm van gevangenschap op zo’n diepe, duidelijke en indrukwekkende manier weten over te brengen, dat je je daardoor des te meer realiseert hoe waardevol het is om vrij te zijn.”

11


onder redactie van Renske Krimp

Een monument voor alle Brabantse gesneuvelden Het oude Willibrorduskerkje in Waalre bestaat 1300 jaar. Sinds 1945 huist hier een provinciaal monument voor oorlogsslachtoffers. Niet alleen voor oorlogsslachtoffers uit de Tweede Wereldoorlog, maar ook voor slachtoffers die om zijn gekomen tijdens de vredesmissie in Uruzgan.

O

p 4 mei worden er bloemen neergelegd bij het graf van de Onbekende Brabantse Soldaat, ter nagedachtenis van alle Brabantse verzetsstrijders en militairen die tijdens en na de Tweede Wereldoorlog zijn omgekomen. In het kerkje staan bovendien gedenktafels met eikenhouten bordjes, waarop de namen van alle gesneuvelden zijn uitgesneden. Het feit dat ook militairen worden herdacht die bij hedendaagse vredesmissies zijn omgekomen, betekent dat de Stichting Herdenking Brabants Gesneuvelden af en toe de trieste taak heeft om het monument te actualiseren. Zo zijn in de laatste jaren de namen toegevoegd van Tom Krist uit Berkel-Enschot en Azdin Chadli uit Uden, die beiden omkwamen in Uruzgan.

Recente slachtoffers

‘Voor de nabestaanden heeft het monument een heel persoonlijke betekenis’ 12

NCMagazine | April 2012

Op 4 mei wordt nadrukkelijk ook bij recente oorlogsslachtoffers stilgestaan, vertelt voorzitter W.P.M. Bannenberg van de Stichting Herdenking Brabants Gesneuvelden. “Wanneer er een Brabantse militair omgekomen is, wordt die bij de herdenking van dat jaar apart genoemd. De nabestaanden worden vervolgens ieder jaar uitgenodigd om samen te komen herdenken.” Het Oude Willibrorduskerkje is gedurende de rest van het jaar gesloten, maar belangstellenden kunnen op afspraak langskomen. Van die mogelijkheid maken vooral mensen gebruik die een van de slachtoffers op de namenlijst zelf gekend hebben, vertelt Bannenberg. “Nabestaanden van gesneuvelden bezoeken het kerkje graag nog eens apart van de collectieve herdenking. Dan kunnen ze in alle rust stilstaan bij de nagedachtenis aan hun familielid. Voor hen is het een monument met een heel persoonlijke betekenis.” (Eric Schumacher)


Vier vrijheid

Het vlagprotocol

O

p 4 mei hangt vanaf 18.00 uur tot zonsondergang de vlag halfstok in Nederland, uit respect en eerbied voor de oorlogsslachtoffers die zijn omgekomen of vermoord sinds het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De vlag die hiervoor gebruikt dient te worden, is de Nederlandse driekleur zonder wimpel. In bepaalde gevallen is het toegestaan meerdere vlaggen te plaatsen, zoals provincie- of gemeentevlaggen, maar de Nederlandse vlag verdient altijd een ereplaats. Die plaats is links. We herdenken op 4 mei immers de Nederlandse slachtoffers van oorlogsgeweld. Op 5 mei wordt de vlag in top gehesen, van zonsopgang tot zonsondergang. Ook op deze dag wordt de Nederlandse driekleur gebruikt, zonder wimpel. Meer informatie over het vlagprotocol vindt u op onze website via http://4en5mei.nl/ vlagprotocol.

Gedichten

H

et voordragen van gedichten is een gewaardeerd onderdeel van veel herdenkingen. In veel gemeenten schrijven kinderen jaarlijks gedichten die zij zelf voordragen bij de herdenking. In andere gemeenten maakt men gebruik van gedichten van gerenommeerde schrijvers. Het Nationaal Comité kan putten uit vele gedichten en heeft er tussen 1995-2005 in totaal 25 laten schrijven door bekende dichters zoals Jana Beranová en Gerrit Komrij, speciaal voor de dodenherdenking. Daarnaast worden jaarlijks nieuwe gedichten geschreven door jongeren die meedoen aan de dichtwedstrijd Dichter bij 4 mei. Alle gedichten zijn ter inspiratie terug te vinden op de website van het Nationaal Comité. Organisatoren kunnen ze rechteloos en kosteloos gebruiken voor herdenkingsbijeenkomsten. De gedichten zijn te vinden via http://4en5mei.nl/gedichten.

Bijeenkomsten met lokale organisatoren

A

fgelopen jaar heeft het Nationaal Comité voor het eerst een aantal regionale bijeenkomsten georganiseerd voor organisatoren van lokale herdenkingen en vieringen. En met succes! Vier zaterdagen hebben organisatoren elkaar ontmoet en, ideeën en ervaringen uitgewisseld. Tijdens deze bijeenkomsten hebben we maar liefst tweehonderd vertegenwoordigers van lokale organisaties mogen verwelkomen. Omdat de bijeenkomsten zo inspirerend waren en omdat het Nationaal Comité graag in contact blijft met organisatoren, worden er in 2012 opnieuw bijeenkomsten georganiseerd. De eerste bijeenkomst in 2012 vond plaats op zaterdag 10 maart in de Kumpulan op landgoed Bronbeek. Dat was voor de regio’s het Noorden en het Oosten. Voor aanmeldingen voor de regionale bijeenkomsten kunt u zich wenden tot Marieke Oud, marieke@4en5mei.nl.

13


14

NCMagazine | April 2012

Kinderrechten en het Europese Hof


Op zoek naar de vrijheid

Op initiatief van de Raad van Europa werd in 1950 het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens gesloten. Met als doel om herhaling van de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog te voorkomen. Welke gevolgen heeft het verdrag voor bijvoorbeeld de behandeling van de minderjarige vreemdeling in Nederland anno 2012? door Peter Rodrigues | illustratie Gianfranco Uber

V

ijf dagen na de Kristallnacht (9 november 1938) deed een delegatie van joodse prominenten in Groot-BrittanniĂŤ een beroep op eerste minister Chamberlain om joodse kinderen toe te laten die in bezet gebied, op het vasteland, voor hun leven hadden te vrezen. Het Engelse kabinet besloot dat alleenstaande minderjarige asielzoekers tot en met de leeftijd van zeventien jaar zouden worden opgevangen. Tienduizend voornamelijk joodse kinderen werden tussen november 1938 en september 1939 getransporteerd van de bezette gebieden naar pleeggezinnen en tehuizen in Engeland. Opvallend is het onderscheid dat gemaakt werd tussen volwassenen en kinderen. Terwijl volwassen vluchtelingen de toegang zonder meer werd geweigerd, waren er humanitaire redenen om kinderen wel toe te laten. De jonge vluchtelingen werden aanvankelijk gedoogd, maar van repatriĂŤring is het vrijwel niet meer gekomen. Hun ouders kwamen veelal om in de vernietigingskampen. De kinderen waren alleenstaande minderjarige asielzoekers avant la lettre. Hun jeugdige leeftijd leidde tot een andere belangenafweging en tot extra bescherming.

Gezinsleven Het Europese Hof voor de Rechten van de Mens heeft in 1985 bepaald dat staten zelf de toelatingsvoorwaarden voor vreemdelingen tot hun land mogen bepalen. Er bestaat geen recht op migratie. Het Europese Hof stelt wel de eis dat toepassing van die voorwaarden niet mag leiden tot een inbreuk op de fundamentele rechtsbeginselen die zijn neergelegd in het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens. Het gaat hier om mensenrechten zoals het verbod op onmenselijke behandeling, het verbod op discriminatie en het recht op gezinsleven. Het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens (1950) is kort na de Tweede Wereldoorlog op initiatief van de Raad van Europa tot stand gekomen. Dit Europese verdrag heeft tot doel om herhaling van de verschrikkingen van deze oorlog zoveel mogelijk te voorkomen. Deze gedachte lag ook ten grondslag aan de indertijd tot stand gekomen conventies van de Verenigde Naties, zoals het Vluchtelingenverdrag (1951) en het Staatlozenverdrag (1954). De wrede en ongekende genocide, de massale aantallen vluchtelingen en de omvangrijke staatloosheid hadden diepe sporen in het collectieve bewustzijn achtergelaten.

Publieke verontwaardiging Het afgelopen kalenderjaar heeft zich herhaaldelijk de vraag voorge-

daan of een minderjarige vreemdeling uit Nederland mocht worden gezet. Het ging in de gevallen van Sahar (Afganistan), Mauro (Angola) en Jossef (Eritrea) om kinderen die al dan niet alleenstaand langdurig in Nederland verbleven vanwege de oorlog in hun land. De vraag was of het nog humaan zou zijn hen naar het land van herkomst terug te sturen. De minister van Immigratie en Asiel betoogde dat de ouders (van Sahar en Jossef) of de kinderen (Mauro) uitgeprocedeerd waren en op grond van de Vreemdelingenwet geen aanspraak op verblijf konden maken. Deze stellingname werd betwist: wiens schuld was het dat de beslissing tot uitzetting acht jaar of langer op zich had laten wachten? De publieke verontwaardiging richtte zich vooral op de vraag of de Nederlandse overheid hier niet anders had kunnen ĂŠn moeten besluiten. Voor Sahar en Mauro pakte de beslissing later toch anders uit. Zij mochten (voorlopig) blijven.

Interessante uitspraak Het Europese Hof deed in de zomer van 2011 een interessante uitspraak over verblijfsrechten en minderjarigen. De Dominicaanse Nunez was vanwege winkeldiefstal Noorwegen uitgezet en voor twee jaar ongewenst verklaard. Kort daarop kwam zij Noorwegen met een vals paspoort weer binnen en trouwde ze met een Noor. Na enkele jaren scheidde ze en ging in Oslo samenwonen met een Dominicaanse man met wie ze twee dochters kreeg. Haar handelwijze was (ook) volgens het Europees Hof ruimschoots voldoende reden voor uitzetting. De belangen van haar jonge kinderen noopten echter tot een andere afweging. Mede op basis van het Internationaal Verdrag voor de Rechten van het Kind oordeelde het Europese Hof dat Noorwegen geen goede afweging had gemaakt tussen het publieke belang van immigratiecontrole en de best interest of the child. Het betreft weliswaar geen asielzaak, maar de uitspraak van het Europese Hof betekent dat als de positie van kinderen in het geding is, er bijzonder goed naar hun belangen moet worden gekeken. Kinderrechten wegen zwaarder dan het recht van een staat om te bepalen wie het land binnenkomt. Het uitvoeren van een rechtvaardig vreemdelingenbeleid is belangrijk, maar mag nimmer afbreuk doen aan de fundamentele beginselen die we met elkaar in mensenrechtenverdragen hebben vastgelegd. Dat heeft de geschiedenis ons hopelijk geleerd. Peter Rodrigues is hoogleraar Immigratierecht aan de Universiteit Leiden

15


Op zoek naar de goede datum

HOE HERDENKT EN VIERT DUITSLAND?

Citaat uit de beroemde rede van Richard von Weizsäcker op 8 mei 1985, over 8 mei 1945: “We blikten terug in een verleden als een duistere afgrond en naar voren in een onzekere, donkere toekomst. En toch werd van dag tot dag duidelijker, wat wij vandaag allemaal kunnen zeggen: 8 mei was een dag van bevrijding. De dag bevrijdde ons allen van de onmenselijke nationaalsocialistische terreur. We mogen zeker niet vergeten dat 8 mei voor veel Duitsers het begin van ellende betekende. Maar we moeten het einde van de oorlog niet zien als de oorzaak van die ellende - de vlucht, verdrijving en onvrijheid. De oorzaak ligt juist in het allereerste begin van de terreur, die tot oorlog voerde. We mogen 8 mei 1945 niet los zien van 30 januari 1933*. We hebben geen enkele reden om vandaag feest te vieren. Maar we hebben alle reden om 8 mei 1945 als het einde van een dwaalspoor in de Duitse geschiedenis te erkennen, een einde dat de kiem van hoop op een betere toekomst in zich droeg.” * Op 30 januari 1933 werd Hitler Rijkskanselier

Holocaust Denkmal in Berlijn (Bron: Förderkreis Denkmal für die ermordeten Juden Europas e.V.)

16

NCMagazine | April 2012


internationaal

In ons land verbinden we herdenken van oorlog en vieren van vrijheid direct met elkaar. Dat maakt 4 en 5 mei in internationaal opzicht uniek. Gedenkdagen en nationale feestdagen in andere landen grijpen terug op uiteenlopende historische momenten. Vaak is het ‘vieren’ gebaseerd op bevrijding van een overheerser of het bereiken van onafhankelijkheid. Maar hoe gaat dit in een land dat zelf de schuldige overheerser was? Kan ook Duitsland de vrijheid vieren? En hoe worden de oorlogsslachtoffers herdacht? door Alex Bakker

D

e datum wisselt, maar het is altijd op een zondag midden november: Volkstrauertag. In Berlijn legt de bondspresident een krans bij het oorlogsmonument aan Unter den Linden. Daarna vindt een herdenkingsbijeenkomst plaats in de Bondsdag. Uit de speeches wordt duidelijk dat Volkstrauertag, de Duitse herdenking van alle slachtoffers van oorlog en onderdrukking, tegenwoordig ook een morele oproep is: hoe voorkomen we oorlog en geweld? Volkstrauertag bestaat al vanaf 1919. Het werd ingevoerd na de Eerste Wereldoorlog en vond destijds op 27 februari plaats. Vanwege de duistere jaren die volgden, is de traditie in Duitsland niet onomstreden. De nazi’s maakten er een heroïsche Heldengedenktag van. Na de oorlog herstelde de West-Duitse regering de naam en verplaatste de datum naar midden november. Maar in de marges knaagt het: nog steeds claimen rechts-extremisten de Heldengedenktag en verachten links-radicalen de herdenking om deze bijsmaak.

Richard von Weizsäcker Op 8 mei 1945 capituleerde het Duitse leger. Tijdens de Koude Oorlog kenden de beide Duitslanden hun eigen invulling van 8 mei als herdenkingsdag. De DDR vierde met militair vertoon dat de SovjetUnie Duitsland van het fascisme had gered en verplaatste de datum naar 9 mei, de officiële Russische Bevrijdingsdag. Ondertussen had West-Duitsland het lastig met 8 mei: herdenken we een nederlaag of een bevrijding? Richard von Weizsäcker, toenmalig bondspresident, brak de ban. Op 8 mei 1985 hield hij een historische rede. Duitsland mocht niets vieren, zei hij, maar wél moest de bevrijding van een onmenselijk regime centraal in de herinnering komen te staan. Zijn woorden betekenden min of meer de bevrijding van deze herdenkingsdag. Veel Duitsers zijn Von Weizsäcker hiervoor nog altijd dankbaar. De laatste jaren is nog een andere datum in opkomst: 27 januari, de dag waarop Auschwitz in 1945 werd bevrijd. In 2005 riepen de Verenigde Naties deze dag uit tot internationale herdenkingsdag: Holocaust Memorial Day. Daarop verklaarde toenmalig bondspresident Roman Herzog het tevens tot officiële Duitse Herdenkingsdag. Het onderscheidende van 27 januari is dat het alleen om de Holocaust gaat en dat de herdenking een sterk internationaal karakter heeft.

Duitse 5 mei?

Herdenkingsdagen in Duitsland

27 januari – Holocaust Gedenkdag 8 mei – Bevrijdingsdag (einde WOII) 3 oktober – Dag van de Duitse Eenheid midden november – Volkstrauertag (Dodenherdenking)

Is er ook een Duitse ‘5 mei’, een nationale feestdag? Jazeker, maar die is niet gelieerd aan de Tweede Wereldoorlog. Het betreft het tweede grote thema in de recente Duitse geschiedenis: Oost en West. Krap een jaar na de Val van de Muur, op 3 oktober 1990, werden Oost- en West-Duitsland herenigd. Op 3 oktober is de Tag der Deutschen Einheit daarom een officiële vrije dag voor de hele Bondsrepubliek. Bij het instellen van deze datum had het verleden nog wel zijn onverbiddelijke schaduw geworpen. Eigenlijk was de Val van de Muur op 9 november 1989 het meest geëigende herdenkingsmoment geweest. Ware het niet dat 9 november herinnerde aan twee zwarte dagen: de Hitlerputsch in 1923 en de Kristallnacht in 1938, het begin van de gewelddadige jodenvervolging.

17


De keuze van:

Yvonne van Genugten Yvonne van Genugten is directeur van het Indisch Herinneringscentrum in Arnhem. Ze ziet het als haar taak om onderbelichte aspecten van de Nederlands-Indische geschiedenis meer bekendheid te geven: “Herdenken is belangrijk voor de toekomst.”

Ouders die zwijgen

“Inez Hollander schrijft over haar eigen Nederlandse familie, die generaties op een plantage op Java heeft gewoond. Ze schrijft over haar oma, die een Japans interneringskamp uitkwam en dacht: nu zijn we vrij. Maar dat was helemaal niet zo. Er was een antiNederlands sentiment ontstaan. Dat is na de Japanse capitulatie in 1945 een enorme desillusie geweest. Hoezo bevrijding? De vrouw maakt in Soerabaja in oktober 1945 het beruchte Goebengtransport mee. Dit transport van vrouwen en kinderen werd door Indische vrijheidsstrijders onder vuur genomen. Twee van haar kinderen overleefden het niet; haar man was al gestorven in Japanse gevangenschap. Toen ze in Nederland aankwam, werd daar gezegd: ‘Ach, jij had het zo slecht nog niet. Er werd niet meer over gesproken. Ik ken dat zwijgen uit mijn eigen Indische familie. Pas nadat ik Indonesische talen en culturen was gaan studeren, vertelde mijn opa meer. Toen hij uit het kamp kwam, waren vrijheidsstrijders net bezig zijn woning leeg te halen. Mijn opa zei: ‘Neem alles maar mee, maar laat mijn gezin leven’. De buren gingen er wel tegenin. Zij zijn vermoord.”

“Toch Oeroeg, de verfilming is prachtig. Langzaam zie je de spanning ontstaan tussen Nederlandse en Indische kinderen. Ze spelen samen, ze zijn vriendjes, maar komen uiteindelijk tegenover elkaar te staan.”

“Begin op een verjaardag over Indonesië en het is meteen: hé, ik heb een oom die daar heeft gewoond! Meer dan een miljoen mensen in Nederland heeft een band met Indië. Maar op school hebben ze niets gehad over de bersiap, het geweld van Indonesische vrijheidsstrijders na de Japanse capitulatie. Ook niet over de moeizame gewenning van repatrianten in Nederland. Onze tentoonstelling gaat over de Tweede Wereldoorlog, maar zeker ook over die periode daarna. Zelfs de kinderen van repatrianten weten daar weinig van. De tweede generatie heeft daardoor veel niet begrepen. Terwijl het belangrijk is om je geschiedenis te kennen en te herdenken, dat maakt het gemakkelijker voor de toekomst. Bij het inrichten van de tentoonstelling hebben we veel discussie gehad: wat doen we met de excessen over en weer, hoe vertellen we over de bersiap en hoe over de politionele acties? Het is bijzonder dat voor het eerst zowel de invalshoek van de burgers als die van de militairen aan bod komt. Vroegere exposities in Nederland werden gemaakt vanuit één gezichtspunt.”

Oeroeg, verfilming van het boek van Hella

Het Verhaal van Indië, Indisch Herinne-

gen levens; Een Indische familiegeschiede-

Haasse, Hans Hylkema

ringscentrum, Arnhem

nis, uitgave 2009. Uitgeverij Atlas

Film

Spanning tussen Nederlandse en Indische kinderen

NCMagazine | April 2012

Hoezo bevrijding?

Tentoonstelling

door Marja Verbraak

18

Boek

Inez Hollander: Verstilde stemmen, verzwe-


Herdenken

Zoektocht naar een vergeten geschiedenis

Beeldbank WO2-NIOD

Sinti en Roma

In Duitsland en bezet Europa zijn tijdens WOII naar schatting 250.000 tot een half miljoen Roma en Sinti vermoord. Het Nationaal Comité ontwikkelt een digitale tentoonstelling over deze vervolging. Ook is het NC betrokken bij het Requiem voor Auschwitz. Een zoektocht naar een vergeten geschiedenis. door Paul Öfner

Z

e is een icoon van de Tweede Wereldoorlog, ‘het meisje met de hoofddoek’. Kijkend door een spleet van de schuifdeur van een goederenwagon, die ieder moment gesloten kan worden. Haar starende blik, de mond een beetje open. Ze staat voor alle slachtoffers die per trein worden gedeporteerd naar de vernietigingskampen, een gewisse dood tegemoet. Iedereen gaat er voetstoots vanuit dat zij een joods meisje is, maar begin jaren negentig stelt journalist Aad Wagenaar na onderzoek vast dat ze niet joods is, maar Sinti: Settela Steinbach. Zoni Weisz, destijds een Nederlands Sinto-jongetje van zeven jaar, heeft op een haar na in diezelfde trein gezeten, maar wist als enige van zijn familie te ontkomen. Als overlevende heeft hij zich sindsdien met hart en ziel gewijd aan de belangen van Sinti en Roma. Zo is hij op 27 januari 2011, bij de jaarlijkse herdenking van de slachtoffers van het nationaal-socialisme, de eerste Sinto die als vertegenwoordiger van zijn volk de Duitse Bondsdag heeft toegesproken. Al eerder houdt hij in januari 2007, in het gebouw van de Verenigde Naties in New York, de openingsrede bij een tentoonstelling over de volkerenmoord op Sinti en Roma. Hij zegt: “Er was na de oorlog geen enkele instantie die de situatie van Sinti en Roma probeerde te verbeteren of die hun hulp bood. (….) De Nederlandse regering deed niets. We werden aan ons lot overgelaten; noodhulp voor de overlevenden kwam uitsluitend uit onze eigen gelederen. De geschiedenis van eeuwen stigmatisering en afwijzing herhaalde zich.” Een portret van Zoni Weisz is te vinden op www.4en5mei.nl onder getuigenverhalen.

Standaardwerk De schattingen van het aantal Roma- en Sinti-slachtoffers in de Tweede Wereldoorlog lopen uiteen, van een kwart tot een half miljoen. Dat komt ondermeer doordat heel veel nog niet is onderzocht. Nog steeds gaan er nieuwe archieven open, met name in de voormalige SovjetUnie, waar onderzoekers nieuw bewijsmateriaal vinden waardoor het totale aantal slachtoffers hoger uitvalt. In Nederland is het aantal slachtoffers wel goed gedocumenteerd in het standaardwerk uit 1979 Vervolging van zigeuners in Nederland 1940-1945, van dr. Ben A. Sijes. Hij berekent dat er in mei 1944 ongeveer driehonderd Nederlandse Sinti en Roma zijn.

Bezet Nederland In bezet Nederland is aanvankelijk weinig te merken van Duitse maatregelen tegen Sinti en Roma. Sijes veronderstelt dat de Duitsers het te druk hebben met het deporteren van de joodse Nederlanders en dat het aantal ‘zigeuners’ te klein is om zich daar erg druk om te maken. Maar dat verandert als de Duitse bezetter in juli 1943 een trekverbod voor woonwagens instelt, om alle woonwagens in bewaakte kampen te concentreren. Voor veel Sinti en Roma is dit het sein om zich te ontdoen van hun woonwagens of om de wijk te nemen naar België. Ook de ouders van Zoni Weisz laten hun wagen in de steek en huren een winkelpand in Deventer, waar vader Weisz zijn handel in muziekinstrumenten voortzet. Het gezin van Settela Steinbach is minder fortuinlijk en komt terecht op het centrale verzamelkamp van Eindhoven.

19


Het Sinti meisje Settela

Vreedzaam samenleven Zoni Weisz heeft op 27 januari 2011 gesproken voor de Duitse Bondsdag. Hij zei: “Wij zijn toch ook Europese burgers met dezelfde rechten en kansen als elke andere Europeaan. Het kan en mag niet zo zijn dat een volk dat eeuwenlang gediscrimineerd en vervolgd is, vandaag de dag, in de 21e eeuw, nog steeds uitgesloten wordt en een betere toekomst wordt ontzegd.”

Zogenaamd zigeunertransport Daarna wordt het onheilspellend rustig. Tot 14 mei 1944. Op die dag krijgt de politie in het hele land een “geheime en zeer dringende telex met het bevel om alle “zigeunerfamilies” op dinsdag 16 mei per trein naar kamp Westerbork te deporteren. Settela en haar familie worden tijdens de razzia op die dinsdag al om vier uur ’s ochtends opgepakt. ’s Middags komt de trein aan in Westerbork. Ook de familie van Zoni Weisz wordt thuis in Deventer gearresteerd en op de trein naar Westerbork gezet. Maar juist op die dag logeert Zoni toevallig bij zijn tante Moezla in Vorden. Met haar kinderen en de kleine Zoni vlucht zij de bossen in en houdt zich daar schuil. Drie dagen later, op 19 mei, vertrekt het zogenaamde zigeunertransport met 245 Nederlandse Sinti en Roma van Westerbork naar Auschwitz. De razzia van 16 mei 1944 is een volledig Nederlandse aangelegenheid. Alleen het bevel komt van de Duitse bezetter, maar de uitvoering gebeurt geheel en al door de Nederlandse politie. Anders dan in Duitsland, waar Roma en Sinti als ‘zigeuner’ apart zijn geregistreerd, is het hier onduidelijk wie als zodanig moet worden beschouwd. Ter plekke wordt door de lokale burgemeester en de politie vastgesteld wie naar Westerbork wordt gedeporteerd en wie niet.

Vervolging in Duitsland In Duitsland heeft de vervolging wel een lange stapsgewijze voorgeschiedenis. Vanaf het begin van de twintigste eeuw worden ‘zigeuners’ in toenemende mate als een maatschappelijke ‘plaag’ bestempeld en zoveel mogelijk apart geregistreerd. Nog tijdens de

20

NCMagazine | April 2012

Weimarrepubliek wordt een wet van kracht “ter bestrijding van zigeuners, landlopers en arbeidsschuwen”. Kort na de machtsovername van Hitler, op 30 januari 1933, begint een campagne om hen onder dwang te steriliseren als uitvloeisel van de wet “ter voorkoming van het doorgeven van erfelijke ziekten”. En de Neurenberger rassenwetten van 1935 ontnemen hen, tegelijk met hun joodse medeburgers, het Duitse staatsburgerschap. Het jaar daarop wordt een speciaal instituut opgericht om rassenonderzoek te doen naar ‘zigeuners’. Dit instituut levert het pseudowetenschappelijke ‘bewijs’ dat ze door hun zogenaamde “uiterst negatieve erfelijke eigenschappen” een bedreiging voor het Derde Rijk zijn en bepaalt ook wie als zigeuner moet worden beschouwd. Maar al eerder zijn Duitse Sinti en Roma zonder vorm van proces in kampen opgesloten, bijvoorbeeld vlak vóór de Olympische spelen in Berlijn om die stad ‘zigeunervrij’ te maken. Vanaf 1940 beginnen de deportaties van Sinti en Roma naar het bezette Polen, waar zij in kampen dwangarbeid moeten verrichten. Het uiteindelijke doodvonnis voor alle Roma en Sinti in Duitsland en de door de nazi’s bezette landen is Himmlers Auschwitz-Erlass van 16 december 1942, waarin het bevel wordt gegeven om alle ‘zigeuners’ binnen enkele weken naar het concentratiekamp Auschwitz te deporteren. Eind maart 1943 wordt deze Auschwitz-verordening ook in het bezette Nederland van kracht.

Westerbork De Sinti en Roma, onder wie Settela, haar familie en de familie van Zoni Weisz, moeten instappen in de goederenwagons twaalf tot en

Still van de Breslauer film

‘Er was na de oorlog geen enkele instantie die de situatie van Sinti en Roma probeerde te verbeteren’


Herdenken Herdenken

Zoni Weisz (r) tijdens de Nationale Herdenking op de Dam

met zeventien. Net op dat moment worden in opdracht van kampcommandant van Westerbork Gemmeker filmopnamen gemaakt. Daarbij vangt de camera de blik van de naar buiten starende Settela. Vlak voor vertrek naar Auschwitz. Zoni weet dat laatste oorlogsjaar te overleven door zich te verschuilen in de bossen en bij boeren op het Overijsselse platteland en ten slotte bij zijn grootouders in Nijmegen. Van de 245 Nederlandse Sinti en Roma komen er maar 30 terug. De anderen zijn zo goed als zeker in de nacht van 2 op 3 augustus vermoord in een van de gaskamers van Auschwitz-Birkenau.

Onbekendheid in Nederland Zo heeft zich in de schaduw van de holocaust nog een andere volkerenmoord afgespeeld, die heel lang onderbelicht is gebleven. De genocide op de Europese Roma en Sinti. Een gedeeltelijke verklaring voor die onbekendheid in Nederland is het grote verschil in het aantal slachtoffers: ongeveer 102.000 joodse en ruim 200 Sinti- en Romaslachtoffers. Of is het niet zozeer een vergeten als wel een verdrongen geschiedenis uit schaamte voor de collaboratie van de Nederlandse politie en de burgemeesters bij de razzia van 16 mei 1944, die tweederde van de Nederlandse Sinti en Roma het leven zou kosten? Gelukkig heeft Settela haar eigen identiteit weer, maar er zullen nog veel voorvechters als Zoni Weisz nodig zijn voordat de grootste Europese minderheid verlost zal worden van de structurele discriminatie en marginalisering waarin zij nog steeds verkeert.

Het Nationaal Comité & Roma en Sinti Op 3 mei zal het Requiem voor Auschwitz in wereldpremière gaan. Het Requiem voor Auschwitz is geschreven door de Nederlandse Sinto Roger Moreno Rathgeb. Hij schreef het stuk om alle slachtoffers van de nazi’s te herdenken. Tevens hebben Roma- en Sinti-kinderen de tekst geschreven voor de nieuwe muziekcompositie voor de Herdenkingsbijeenkomst in de Nieuwe Kerk op 4 mei. Ook zal het Nationaal Comité 4 en 5 mei een digitale tentoonstelling samenstellen over de lotgevallenen van Roma en Sinti in de Tweede Wereldoorlog met als titel Vergeten genocide. Op 6 mei zal er een conferentie zijn over de vervolging van Roma en Sinti tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Genocide op Sinti en Roma Schattingen van historici lopen uiteen van 250.000 tot een half miljoen Sinti- en Roma-slachtoffers van de nazi’s en hun handlangers in de Tweede Wereldoorlog. Het totale aantal Roma en Sinti voor de oorlog wordt geschat op driekwart miljoen. In de zeventien maanden van het bestaan van het speciale Zigeunerlager in Auschwitz-Birkenau worden daar 21.000 Roma en Sinti vermoord, die afkomstig zijn uit Duitsland, Oostenrijk en uit de door de Duitsers bezette landen, waaronder Nederland. Een onbekend aantal bezwijkt aan uitputting door dwangarbeid en aan besmettelijke ziekten. De meeste slachtoffers zijn gevallen in Polen en de Sovjet-Unie, waar speciale commando-eenheden zoveel mogelijk joden, Roma en Sinti tijdens massa-executies vermoorden. Hun aantal is onzeker, want pas sinds 1989 worden de archieven in het voormalige Oostblok toegankelijk voor historici. Ook in elk van de fascistische staten Kroatië, Hongarije, Slowakije en Roemenië vielen tienduizenden slachtoffers.

21


Ton Heerts, directeur van het vfonds:

‘Voor het behoud van vrijheid moet je dagelijks waken’ Ton Heerts in vogelvlucht De uit Twente afkomstige Ton Heerts (1966) heeft zijn sporen verdiend als beroepsmilitair, vakbondsbestuurder en politicus. Hij begon zijn loopbaan als beroepsmilitair bij de Koninklijke Marechaussee. Van 1993 tot 2000 was hij lid van het Algemene Bestuur van het CNV en van 2000 tot 2003 voorzitter van de Algemene Federatie van Militair Personeel. Daarna stapte hij over naar de FNV waar hij van 2003 tot 2005 vicevoorzitter was. Voordat hij vorig jaar directeur werd van het Nationaal Fonds voor Vrijheid en Veteranen was Heerts drieëneenhalf jaar Tweede Kamerlid voor de PvdA. In de Kamer hield hij zich aanvankelijk bezig met sociale zaken en financiën. Na het vertrek van Aleid Wolfsen werd hij justitiewoordvoerder. Heerts heeft daarnaast talloze nevenfuncties, zo is hij vanaf 2009 voorzitter van de voetbalvereniging ASV Apeldoornse Boys.

22

NCMagazine | April 2012


Portret Dankzij de steun van het vfonds kunnen op 5 mei meer dan 900.000 Nederlanders genieten van de 14 bevrijdingsfestivals. Maar het fonds investeert jaarlijks ook zo’n 11 miljoen euro in talloze andere projecten en organisaties. Er is sinds kort een nieuwe directeur: Ton Heerts. Een portret. door Toine Rongen | beeld Chris van Houts

O

penhartig, empathisch, inspirerend zelfs, het is Ton Heerts (45) ten voeten uit. De frisse uitstraling van de directeur staat symbool voor de nieuwe koers die de voormalige SFMO (Stichting Fondsenwerving Militaire Oorlogs- en Dienstslachtoffers en aanverwante doelen) is gaan varen. In 2004 kreeg de stichting met vfonds een andere naam waarbij de ‘v’ onder meer staat voor vrede, vrijheid, verdraagzaamheid en veteranenzorg. Directeur Ton Heerts laat het Jaarverslag van 2010 zien. Het fonds, zo lezen we, investeert jaarlijks 11 miljoen in zo’n honderd projecten. Een van de focuspunten is de organisatie van projecten ter herdenking van de Tweede Wereldoorlog en ter viering van de vrijheid. Het Nationaal Comité 4 en 5 mei (NC) kan ook dit jaar rekenen op 1 miljoen euro. Van dit bedrag ontvangen 14 festivals een substantiële bijdrage, wordt het schoolproject van het NC Adopteer een Monument mogelijk gemaakt en wordt bijgedragen aan de campagne rond het fakkellogo.

Motto Over de jarenlange samenwerking vertelt hij: “Het NC zorgt ervoor dat we stilstaan bij de bevrijding en bij de oorlogsslachtoffers. Daarbij wordt de geschiedenis naar het heden vertaald en dat past precies in ons motto. Dat duizenden mensen straks kunnen genieten van mooie muziek is een groot goed. Dat je voor het behoud van die vrijheid dagelijks moet waken, haar moet bevechten desnoods, is iets wat we iedereen op die dag mee willen geven. Vandaar dat er straks op de festivals op een centraal punt een acht meter hoge zuil verschijnt die als trefpunt voor de bezoekers moet fungeren. Daarop komen foto’s van Auschwitz, Birkenau, Sobibor en Majdanek met daarbij teksten als: Wat doe jij voor je vrijheid? Wat doe jij voor de vrijheid van anderen? Wat zou jij doen? Vrijheid is niet vanzelfsprekend. Ook is er onder meer een dagboek aantekening van een kantoorbediende te lezen die in 1941 schreef: ‘Dat wij Nederlanders dit zomaar over onze kant laten gaan’.” Hoewel Heerts mede door de opkomst van de nieuwe media optimistisch over de toekomst is – “We kunnen nu via de digitale snelwegen grote groepen veel directer aanspreken” – zegt hij: “Tegenwoordig loopt niet iedereen veilig over straat. Een café-ruzie kan op een veldslag uitlopen. Het kan toch niet zo zijn dat bij wijze van spreken een voetbalwedstrijd in de toekomst niet zonder tanks op de hoek kan worden uit gespeeld. Ambulancepersoneel wordt tijdens het werk fysiek bedreigd. Schrijnend. Daarom maken we ook projecten mogelijk die de andere kant van de medaille laten zien. Onder het motto: Joh, dit wil je toch zelf ook niet, leggen we meer en meer de link naar het heden.”

Verbroedering Daarom investeert het fonds jaarlijks zo’n zes ton in de democratie, in de rechtstaat en internationale rechtsorde zoals met de Carnegie Foundation/Vredespaleis (100.000 euro), de Stichting Movies that

Matter (100.000 euro) en het Forum voor democratische ontwikkeling (100.000 euro). Verder steunt het met 25.000 euro musea, stichtingen en nationaal monumenten die het historisch besef vergroten en helpen actuele lessen uit het verleden te trekken. “Ook willen we meer schoolbezoek van oorlogsslachtoffers en veteranen initiëren. Hun ervaringen brengen oorlog heel dichtbij. Dat zijn bijzondere projecten waarin we als klein land bewijzen groot te zijn,” aldus de oud-beroepsmilitair die in de jaren tachtig als officier met dienstplichtigen Auschwitz-Birkenau bezocht. “Een soldaat las toen de namen van familieleden die daar zijn vermoord. Heftig hoor. De verbroedering die toen in mijn peloton ontstond. Heel bijzonder.”

De Basis Daarbij blijft het fonds op grote schaal investeren in de (na)zorg van de 110.000 oorlogsgetroffenen en veteranen. Dat is de oorsprong van het fonds. 59 Organisaties en projecten worden gesubsidieerd, variërend van reünies van oud-Indië-strijders en ex-militairen/veteranen Libanon, tot de organisatie van de Dag van het Verzet. De jaarlijkse subsidie van ruim vier miljoen aan Stichting de Basis is het hoogst. Het zorgcentrum in Doorn biedt professionele dienstverlening aan (oud-) medewerkers in openbare functies met ingrijpende gebeurtenissen in hun rugzak. Heerts: “Ook oud-personeel van ambulance, brandweer, openbaar vervoer, politie kan er terecht. Naast de veteranen van en na WOII biedt De Basis ook zorg aan militairen die na de jaren zeventig/tachtig in Libanon, Ethiopië/Eritria, de Balkan, Irak en Afghanistan zaten. Een kleine vijf procent van de 45/50.000 uitgezondenen kampt met klachten die variëren van fysieke mankementen tot posttraumatische stress. 1.5 Procent van hen is duurzaam arbeidsongeschikt.”

BankGiro Loterij Aan de wand hangt een plakkaat met daarop het bedrag: 7.955.340 euro. Het dateert van 2010 en komt van de BankGiro Loterij waarmee het vfonds tot 2032 een contract heeft afgesloten. 18 Procent van de loterijopbrengst komt ten goede aan het fonds. Daarbij kwam in 2010 ook nog 403.263 euro uit De lotto/Krasloterij. Volgens Heerts weet Nederland nog te weinig dat deze kansspelen de activiteiten van het vfonds mogelijk maken. Het verklaart ook Heerts openheid. “Mensen met een lot hebben het recht te weten waaraan hun geld wordt besteed.” Als PvdA-kamerlid was de geboren Twentenaar betrokken bij de Wet op de Kansspelen. Hij weet van de hoed en de rand. Dit in combinatie met zijn verleden als beroepsmilitair, die bij de Koninklijke Marechaussee Prinses Margriet en Pieter van Vollenhoven beveiligde, en zijn jarenlange ervaring als vakbonds-bestuurder bij CNV en FNV verklaart de aanstelling van Ton Heerts bij het vfonds. “Als je voor deze baan geen intrinsieke motivatie kan opbrengen, is er met je als persoon natuurlijk iets goed mis,” glimlacht hij.

23


Hoeveel vrijheid Hoeveel Hoeveel vrijheid vrijh Hoeveel vrijheid Hoeveel vrijheid Hoeveel Hoeveel vrijhe vri Hoeveel vrijheid Hoeveel vrijheid Hoeveel vrijheid gun je anderen? Hoeveel vrijheid Hoeveel Hoeveel vrijheid vrijheid Hoeveel vrijheid gun gun je anderen? je andere Hoeveel vrijhe gun je anderen? gun je anderen? Hoeveel vrijheid Hoeveel vrijheid gun gun je anderen je ande gun je anderen? Hoeveel vrijheid gun je anderen? gun je anderen? gun je anderen? gun gun je je anderen? anderen? gun je anderen? gun je anderen gun je anderen? gun je anderen? gun je anderen? Door Bas Heijne

Wat is nu precies vrijheid? Een simpel antwoord is er tegenwoordig niet meer. Bas Heijne op zoek naar zijn definitie van vrijheid. “Wat voor de een geldt, geldt niet voor de ander.”

V

rijheid – altijd al een lastig woord gevonden. Wat is vrijheid? Het blijft ongrijpbaar, zo algemeen, vaag. Heb je het, denk je er zelden aan. Heb je het niet, denk je nergens anders aan. Vrijheid in een democratie als de onze: iedereen voelt er wat bij, maar vaak iets anders. Mensen slaan elkaar met hun idee van vrijheid om de oren, beschuldigen elkaar ervan dat ze hun vrijheid willen afpakken. Er zijn genoeg mensen die in naam van hun vrijheid de vrijheid van anderen flink willen beperken. En er zijn mensen die andere mensen bedreigen omdat ze vinden dat juist zij hun vrijheid bedreigen. Vrijheid – het woord wordt hier nu zo vaak op verschillende manieren gebruikt – en misbruikt – dat je de neiging krijgt het voorlopig maar even op te bergen. Wanneer het zo onduidelijk is wat een woord precies betekent, kun je het maar beter niet te vaak in de mond nemen.

Pluriforme samenleving Lange tijd was vrijheid in Nederland simpel. Een hele natie herinnerde zich hoe het was om niet vrij te zijn. De herinnering aan de oorlog en de bezetting door Duitsland tussen ’40 en ’45 werd de toetssteen voor alles wat met vrijheid te maken had. Dat was de tijd waarin

24

NCMagazine | April 2012

je niet mocht zeggen wat je dacht, waarin mensen niet mochten zijn wie ze waren, waarin mensen massaal werden vernederd, gemarteld en afgeslacht omdat ze als minderwaardig of vijandig werden beschouwd. Dat mocht nooit meer gebeuren. Alles wat sinds die gruweljaren die richting op dreigde te gaan, discriminatie, uitsluiting, het beknotten van de vrijheid van meningsuiting, moest fel worden bestreden. Ons vrijheid was ons lief, en ook die van anderen, omdat we wisten hoe het was om niet vrij te zijn. Tegenwoordig is het niet simpel meer. De naoorlogse ontwikkelingen die sterk in het teken stonden van ons besef van vrijheid – het verlangen naar eenwording binnen Europa, zodat oorlog onmogelijk zou worden, de instemming met een pluriforme, multiculturele samenleving, zodat racisme en uitsluiting tot het verleden zouden behoren – worden door veel mensen nu plotseling gezien als een bedreiging van onze vrijheid. Door het proces van enerzijds globalisering en immigratie anderzijds komt, zo wordt het gevoeld, de vrijheid om ,,onder elkaar’’ te zijn onder druk te staan. Vrijheid is dan ineens niet meer een persoonlijke aangelegenheid, het wordt iets van de groep, in dit geval de Nederlanders. Wat bedreigd zou worden is culturele


Platform

heid eid ijheid d en? eid eren? n? ?n? Wie staat tegenwoordig pal voor de echte vrijheid?

eigenheid, onze vrijheid om Nederlander te zijn. Die vrijheid wordt op hoge toon opgeëist. We hoeven niet tolerant te zijn voor mensen die zelf niet tolerant zijn, en al helemaal niet voor culturen waarin de ideeën van de Verlichting over vrijheid en gelijkheid niet op handen worden gedragen. De reactie hierop is navenant: dit soort vrijheid gaat altijd ten koste van anderen, die wordt ingepeperd dat ze er niet bijhoren, die beknot worden in hun vrijheid. Dit soort vrijheid is selectief: wat voor de een geldt, geldt niet voor de ander – omdat de een zich superieur waant aan de ander. Er wordt weer driftig naar de Tweede Wereldoorlog gewezen – zijn we de lessen van toen dan toch vergeten? Dreigt het gevaar opnieuw? Zo is vrijheid weer een omstreden begrip geworden. Wie staat er tegenwoordig pal voor de echte vrijheid? En over wiens vrijheid hebben we het?

Voorspelbaar Wanneer het over vrijheid gaat, zeker in deze tijd van het jaar, wanneer de herinnering aan de oorlogsjaren wordt opgehaald, valt me

op dat het altijd over persoonlijke vrijheid gaat. Wat betekent vrijheid voor jou? Dat is ongetwijfeld om het invoelbaar te maken; wie zo’n algemeen woord op zichzelf betrekt, gaat vanzelf nadenken over het idee van vrijheid in zijn eigen leven. Het antwoord is dan ook vaak voorspelbaar, denken en zeggen wat je wilt zeggen, zelf kunnen beslissen over je eigen leven, vrij zijn om je eigen wereld in te richten. Dat klinkt mooi, maar ook voorspelbaar. Een betere, maar ook moeilijker vraag zou zijn: hoeveel vrijheid gun je anderen? Vraag eens aan een ander wat zijn of haar idee van vrijheid inhoudt – en leg die opvatting dan naast die van jezelf. Hoezeer mogen de meningen en ideeën van die ander verschillen van de jouwe – in hoeverre is hij vrij om dingen te doen die jijzelf niet zou doen, die je zelfs afkeurt? En hoe consequent ben je – gun je een ander dezelfde vrijheid die je zelf opeist? Een ding is zeker – wie de vraag zo stelt, kan rekenen op felle discussies. Maar dat laat je beseffen dat vrijheid niet alleen iets is dat je voor jezelf beleeft. Vrijheid maak je samen. Dat is hard en moeilijk werk. Niet veel mensen hebben daar zin in. Maar het is noodzaak. Wie vrijheid alleen voor zichzelf en de zijnen wil beleven, weet niet wat vrijheid is.

25


Filmregisseur Rudolf van den Berg over zijn film Süskind

‘Met deze film deel ik mijn verbijstering over de geschiedenis’ Negen jaar heeft Rudolf van den Berg (63) gewerkt aan Süskind, de speelfilm over de joodse verzetsheld Walter Süskind die nu in de bioscoop draait. Dit aangrijpende historische document zet de kijker aan het denken over de soms duivelse dilemma’s tussen goed en kwaad.

R

26

udolf van den Berg: “Ik ben het enige kind van joodse ouders die in de onderduik de oorlog overleefden. Als kleuter hoorde ik van mijn moeder vaak luchtige anekdotes over onderduiken en gele sterren. Blijkbaar moest je je soms verstoppen. Anders ging er iets fout. Zo werd mijn bestaan gekleurd door het raadsel van de Holocaust. Een hinderlijk mengsel van schaamte en argwaan waaruit de behoefte is voortgekomen om films te maken over al dat onbegrijpelijks. Naarmate ik me er meer in verdiepte, werd de onbevattelijkheid en onvoorstelbaarheid alleen maar groter.” “Met mijn film Süskind probeer ik mijn verbijstering over de geschiedenis te delen. Zo belicht de film het tot dusver onderbelichte aspect van het joodse verzet tegen de deportaties. Bijna net zo onbekend is de onverschilligheid waarmee Nederland een deel van zijn staatsburgers liet afvoeren. Dat is choquerend, net als de tragische rol van de Joodse Raad. Bijna niemand lijkt in de gaten te hebben dat een absurd en moorddadig plan wordt gereduceerd tot schijnbaar gewoon, wettig overheidsbeleid. Hoe dat zomaar kon? Mijn vermoeden is dat het van allerlei toevallige omstandigheden afhangt of je je onder extreme druk wel of niet fatsoenlijk gedraagt.”

en zette zo de eerste stap op een hellend vlak dat naar de ondergang leidde. Maar ondanks de enorme beperking slaagde hij er toch in een groot aantal levens te redden.” “Het verzetsverhaal van Süskind beïnvloedt het denken over het kiezen tussen rein en onrein in periodes van extreme druk. Natuurlijk vroeg ik me wel eens af wat ik in zijn situatie gedaan zou hebben. Maar het antwoord daarop kan ik niet geven. Ik ben namelijk nooit in zo’n tweestrijd verzeild geraakt en hoop ook dat me dat nooit overkomt. Als ik straks op straat drie grote kerels een oude dame in elkaar zie slaan, zal ik waarschijnlijk de politie bellen. Puur uit lijfsbehoud. Wat zou ik trouwens in mijn eentje tegen drie mannen moeten aanrichten? Ik heb niet de aanleg, denk ik, om held te worden. Je moet daar toch een blikvernauwing voor hebben die ik niet bezit. Wel denk ik dat Süskind me empathischer heeft gemaakt. Ik probeer me meer dan vroeger in te leven in potentieel gedupeerden door mijn gedrag: in mijn dochters als ik vanwege drukte een verjaardagspartijtje moet overslaan, maar ook in mijn medewerkers. Toen een scène met een acteur, die een SS’er speelde, op de montagetafel sneuvelde, belde ik hem op. Hij is jong, ambitieus en was enorm teleurgesteld. Ik begreep zijn verdriet en uitte dat ook.”

Tweestrijd “Walter Süskind was aanvankelijk een hardwerkende zakenman die voor zijn gezin wilde zorgen. Maar al snel moest hij kiezen tussen twee kwaden. Hij kon berusten in zijn rol als slachtoffer òf een betrekking aannemen bij de Joodse Raad die het de bezetter onbedoeld makkelijk maakte om Amsterdam Jüdenrein te krijgen. Om zichzelf en zijn gezin tegen deportatie te beschermen, nam hij de baan aan

Brandhaarden “In de wereld zijn er nog allerlei brandhaarden waar mensen met gevaar voor hun leven proberen te redden wat er te redden valt. Ze opereren stuk voor stuk buiten de schijnwerpers. Süskind werd geen held omdat hij beroemd wilde worden. Hij deed het omdat hij koos voor het reine, een keuze die ik met deze film heb willen eren.”

NCMagazine | April 2012

door Toine Rongen | beeld Kris Dewitte


Bron van inspiratie

Rudolf van den Berg in ‘t kort Rudolf van den Berg (1949) maakte in ruim dertig jaar talloze documentaires en speelfilms. Sinds 1984 regisseert de voor politicologie afgestudeerde Van den Berg vooral speelfilms, zoals Zoeken naar Eileen (1987), De Avonden (1989) en De Johnsons (1992). Vier films van Van den Berg zijn bekroond met een Gouden Kalf, waaronder zijn debuut Bastille (1984) naar een boek van Leon de Winter. Voor Tirza, de film gebaseerd op de roman van Arnon Grunberg, kreeg hij een Gouden Kalf voor Beste Regie. Tirza werd tevens gekozen tot de Nederlandse inzending voor de Oscars 2010.

Films als informatiebron Uit het Nationaal Vrijheidsonderzoek – Bronnenonderzoek 2011, dat het Nationaal comité heeft laten doen, blijkt dat maar liefst eenderde van de Nederlanders films, documentaires en tv-programmas gebruikt als informatiebron over de Tweede Wereldoorlog. Tweederde van de Nederlanders heeft wel eens een oorlogsmuseum of oorloggerelateerde plaats bezocht. 44 Procent van de Nederlanders is geïnteresseerd in de oorlog.

Wie was Walter Süskind? De in het Duitse Lüdenscheid geboren zakenman vluchtte in 1938 van nazi-Duitsland naar Nederland. Tijdens de Duitse bezetting van Nederland werd de zoon van Nederlandse ouders medewerker van de Joodse Raad. De nazi ’s hadden deze in het leven geroepen om de deportatie van Nederlandse joden efficiënt te laten verlopen. Walter Süskind werd uiteindelijk hoofd van het deportatiecentrum in de Hollandsche Schouwburg. In samenspel met het verzet wist hij echter deze positie te gebruiken om een groot aantal mensen, onder wie naar schatting 600 kinderen, te behoeden voor deportatie. Om dat te bewerkstelligen, speelde Süskind een geraffineerd en gevaarlijk dubbelspel met de SS. Dat leek bij velen aanvankelijk op verraad. Pas na de oorlog werd duidelijk met hoeveel moed en gevaar voor eigen leven hij zich voor zijn lotgenoten heeft ingezet. Hijzelf overleefde de Holocaust niet. Walter Süskind overleed op 28 februari 1945 ergens in MiddenEuropa. Hij was 39 jaar.

Hollandsche Schouwburg De Hollandsche Schouwburg is nu een museum op de Plantage Middenlaan in Amsterdam. Zo is er een permanente tentoonstelling Jodenvervolging 1940-1945. Met foto’s, videobeelden, objecten en een maquette wordt chronologisch een beeld gegeven van de discriminatie, uitsluiting, deportatie en vernietiging van joden tijdens de bezetting van Nederland. Voor meer informatie kijk op www.hollandscheschouwburg.nl.


Van generatie op generatie

Ik ben strijdbaar Het Nationaal ComitĂŠ heeft als jaarthema voor 2012 Vrijheid geef je door. Met het accent op de verschillende generaties. Drie families praten over hoe oorlog hun leven heeft gevormd en hoe zij met vrijheid en onvrijheid omgaan.


Familieverhalen

Renée Wolf-Pinto, Grootmoeder, Leeftijd: 79 “Op 4 mei ben ik altijd van slag. Met de jaren neemt dat niet af, maar juist toe. Mijn zusje, mijn moeder en ik zijn onder de weinigen in onze familie die de oorlog hebben overleefd. Vanaf mijn achtste zaten mijn zus Jetty en ik op dertien onderduikadressen. Altijd voorzichtig doen, nooit je zelf kunnen zijn, altijd spanning, altijd weinig eten, tijdens de hongerwinter zelfs tulpenbollen. Maar hoe vreemd ook, die vreselijke tijd heeft me gelouterd. Ik ontwikkelde een enorme levenskracht. Ik begrijp gevoelige zaken sneller, denk ik. Ik ben milder, begripvol, toleranter, maar kan vreselijk moeilijk tegen onrecht en oneerlijkheid. Zoals onlangs weer met de zaak Mauro. Dat politici het in hun hoofd halen om zo’n jongen het land uit te zetten. Vreselijk! Maar los daarvan, het allerbelangrijkste: ik geniet nu zo intens van alles wat me dierbaar is, van mijn man die net van een zware operatie is hersteld. En van mijn kinderen en mijn kleinkinderen en achterkleinkinderen natuurlijk. Dat onze familieboom zich alsmaar uitbreidt, zo geweldig!”

Max Wolf, Zoon, Leeftijd: 55, Beroep: ondernemer “Mijn ouders spraken vroeger weinig over de oorlog. Maar dat zwijgen is in de loop der jaren weggetrokken. Mede ook omdat pa en ma meededen met het interviewproject na de film Schindler’s List van Steven Spielberg. Maar ook de documentairereeks van Claude Lanzmann Shoah maakte het nodige los. Ik groeide in pais en vree op, van antisemitisme merkte ik weinig tot niets. Wel miste ik in Veghel het joodse leven, ik ging daarom al op mijn achttiende naar Amsterdam. Ik leef er in alle rust en ben traditioneel joods. Ik heb joodse instellingen bewaakt, ik ben bewust van mijn achtergrond, en ben strijdbaar. Wat onze familiegeschiedenis me altijd doet beseffen is dat het leven zo voorbij kan zijn. Mede daarom tracht ik altijd alles tot het goede te keren. De toekomst is nu, hier en nu genieten. Mijn levensmotto is: live it to the max.”

Tirtsa Salomon-Wolf, Kleindochter, Leeftijd: 30, Beroep: onderwijzeres joodse basisschool “In de klas spreek ik geregeld over de oorlog. Rond 4 en 5 mei nodig ik mensen in mijn klas uit die de oorlog hebben meegemaakt. Ik wil dat alle kinderen, ook Boaz, mijn pasgeboren zoontje, opgroeien in vrede en vrijheid. Maar ik besef dat het lastig is om kinderen zonder kleerscheuren te laten opgroeien. De wereld wordt alsmaar harder, zo lijkt het althans. Wij op school moeten vanwege bedreigingen altijd alert blijven op onze beveiliging. Ooit gingen we naar een filmfestival waar ook kinderen van andere scholen waren. Daar werd een van mijn leerlingen, die een keppeltje droeg, op zo’n toon uitgescholden dat je als onderwijzeres toch naar zijn leerkracht toe stapt en hem daarop aanspreekt. Dit soort incidenten treedt de laatste tijd steeds meer naar de voorgrond. De multiculturele spanningen worden ook meer en meer benoemd. Met het gevolg dat het ook meer en meer aanwezig is, de spanningen worden scherper. Die ontwikkeling baart me zorgen over de toekomst.”

‘Die vreselijke tijd heeft me gelouterd’

29


30

NCMagazine | April 2012


Familieverhalen

Jack Diepgrond, Grootvader, Leeftijd: 95, Beroep: gepensioneerd hoofdofficier buiten dienst “Die vrijheidsdrang, daar draait het allemaal om. Als snotneus van 22 jaar was ik bij de Grebbelinie verantwoordelijk voor 42 dienstplichtigen. Daarvan zijn er acht gesneuveld. Als je zoiets van nabij meemaakt, kun je je in je schulp terugtrekken of je juist verweren. In het verzet was ik onder meer betrokken bij de overval op de suikerfabriek van Halfweg in 1940, overviel distributiekantoren en gaf schiet- en granaat-gooi-les aan ondergedoken soldaten. Voor mijn activiteiten heb ik het verzetskruis gekregen. Na de oorlog meldde ik me als vrijwilliger voor Indië. Mijn oom en tante zaten daar in een hachelijke situatie en die wilde ik bevrijden. Ik was geen normale militair. Ik hield mijn jongens altijd voor: of je wordt een oud wijf of een jonge leeuw. Zo leerde ik mijn jongens de tegenstander niet te doden, maar ze buiten gevecht te stellen. Daarbij had ik lak aan veel regels. In mijn jarenlange carrière heb ik nooit soldaten disciplinair gestraft. Ik gaf ze de kans een vak te leren, aan hun toekomst te bouwen. Ik bracht ze plichtsbesef en verantwoordelijkheid bij. Tot op de dag van vandaag krijg ik brieven van oud-militairen die onder mij een vak hebben geleerd.”

Imbert Diepgrond, Vader, Leeftijd: 71, Beroep: ondernemer “Toen ik als kind in de schoolbanken zat, gingen mijn gedachten al snel naar buiten. Ik wilde de vrijheid proeven. Ik zat jarenlang op de wilde vaart, de wereld ontdekken, buiten zijn, de grenzen letterlijk verleggen. Vergeleken met die van mijn vader stelde mijn diensttijd niets voor. Ik heb 1 jaar in Nieuw-Guinea (1960-1962) gezeten. Ik pleegde er nooit oorlogshandelingen. Wat me bijbleef is de hitte, de verveling, de onderlinge ruzies, de natuur en de stranden waar we schelpen zochten. Maar ook het besef dat ik eigen baas wilde zijn, ik had altijd problemen met bazen. Vandaar dat ik in de jaren tachtig met mijn bedrijf begon. Die vrijheid is geweldig, maar als ondernemer besef je dat vrijheid meer is dan gewoon doen waar je zin in hebt. Als ondernemer moet je de dagelijkse discipline opbrengen om die vrijheid te blijven dragen. Vrijheid is iets anders dan losbandigheid, het is iets waar je dagelijks aan moet blijven werken, iets wat je echt moet koesteren.”

Jeroen Diepgrond, Kleinzoon, Leeftijd: 48, Beroep: commercieel directeur “De ambitie om alles uit het leven te halen wat er in zit, is er tijdens mijn opvoeding ingebakken. Na mijn studie chemie kon ik in een laboratorium aan de slag. Maar ik ben geen onderzoeker in een witte jas, die zijn dagen tussen vier muren wil slijten. Ik wilde liever op pad zijn en werd uiteindelijk verkoper/marketeer in chemische producten. Ik ben inmiddels commercieel directeur van een energiebedrijf in efficiënte klimaatbeheersing. De volgende stap kan een eigen bedrijf zijn waarin ik mijn verlangen naar financiële onafhankelijkheid kan combineren met mijn ecologische ideologie. Want de wens om iets bij te dragen aan de gemeenschap is ook iets wat ik van thuis heb meegekregen. Ik ben bovendien sinds een half jaar vader van een zoon. Ik wil die in een wereld laten opgroeien waar vrijheid, democratie en respect voor de medemens hand in hand gaan.”

‘Aan vrijheid moet je dagelijks werken’

31


32

NCMagazine | April 2012


Familieverhalen

Harry Verheij, Grootvader, Leeftijd: 95, Beroep: gepensioneerd, was CPN-wethouder Amsterdam (1966-1978). Hij ontving voor zijn bestuurswerk de Koninklijke Onderscheiding De Leeuw van Oranje Nassau. “Na de capitulatie op 10 mei had ik direct iets van: die moffen moeten eruit! Vanaf 1933 was hun anti-joodse politiek een feit. Toen op 22 februari 1941 honderden joodse mannen waren opgepakt, deed ik als lid van de Communistische Partij van Nederland (CPN) mee aan de Februaristaking. Ik vormde als tramconducteur met anderen de ‘tram-groep’ en moest ‘s ochtends werknemers van het gemeente vervoersbedrijf in de stemming brengen om te staken. Dit deed ik in het geniep op de personeelswagens, de trams die voor de eerste trams uit de werknemers ophaalden en naar de remises brachten. Het werd een van de grootste stakingen tegen de bezetter. Daarnaast deed ik allerlei activiteiten voor De Waarheid, de illegale communistische krant, en was betrokken bij gewapende overvallen. Vanaf 1943 gaf ik in Zuid-Holland leiding aan het opbouwen van het ‘illegale apparaat’. Ik kwam zonder kleerscheuren uit de oorlog, maar ik voel me voor altijd verbonden met die duizenden verzetsstrijders die zijn gefusilleerd en in de kampen zijn vermoord. Ze gaven hun leven. Natuurlijk moet je zelfvertrouwen hebben, strategisch kunnen denken en vooral kunnen zwijgen. Maar het allerbelangrijkste is dat je opstaat tegen onrecht. Dat is iets wat gedurende mijn leven in mijn hele doen en laten zit, als wethouder van Amsterdam, maar ook in de opvoeding van mijn kinderen en kleinkinderen.”

Paul Verheij, Zoon, Leeftijd: 65, Beroep: Ondernemer. “Als kinderen van de Koude Oorlog leefden we in een vrije wereld, maar onze generatie had daar zo zijn kritische vragen bij. Ik was vanaf de jaren zestig bij talloze acties betrokken. Als rechtenstudent was ik één van de initiatiefnemers van de Maagdenhuisbezetting in 1969. Inmiddels werk ik vijftien jaar op het snijvlak van het publieke en private domein. Ik heb voor de gemeente Amsterdam de werkgelegenheid en uitkeringsproblematiek aangepakt: een bijstandsuitkering is als laatste vangnet een groot goed waarvan je geen misbruik moet maken. Ik zette voor de gemeente Amsterdam NV Werk op, ontwikkelde onder meer een nieuw model voor de sociale dienst. Ik ben voorzitter van de stichting die het Bos der Onverzettelijken beheert. Dit nationaal verzetsmonument eert de 2133 Nederlanders die zijn gefusilleerd. Iedere verzetsstrijder wordt geëerd met een boom. Eén boom gedenkt de ‘onbekende gefusilleerde’. Vijf bomen

staan symbool voor elk van de jaren van onderdrukking en verzet. De band van het verzet met het Koninklijk Huis wordt benadrukt door drie bomen, die gewijd zijn aan de koninginnen Wilhelmina, Juliana en Beatrix. 2142 Bomen in totaal. Het bos staat voor vrijheid en democratie. Daarnaast staat het voor de drijfveren van het verzet: de zorg voor de toekomst en de bereidheid daarvoor in de slag te gaan. Het voormalige verzet draagt met dit levende monument bij aan de verdediging van natuur en milieu, het staat voor de toekomst en draagt de boodschap uit dat voor vrijheid, democratie en mensenrechten moet worden gestreden. Het spoort de jonge generaties aan tot strijdbare waakzaamheid.”

Aranka Verheij, Kleindochter, Leeftijd: 26, Beroep: Kandidaat Makelaar “Als ik mijn opa en vader aanhoor, besef ik weer hoe verwend onze generatie is. De vraag is niet of we kunnen studeren, maar wat. Omdat we het zo makkelijk hebben, zijn we misschien ook wat passiever. Ik heb nooit op de barricades gestaan, ook omdat er geen barricades waren om op te staan. In mijn werk als makelaar ben ik echter wel extra sociaal en maatschappelijk betrokken. Zo houd ik me veel bezig met huisvesting voor senioren en starters. Op oudejaarsavond zat ik in de tram. Twee jongens schoten een voetzoeker in de tram af. Niemand reageerde. Toen die jongens nog een keer een voetzoeker afschoten, ben ik als enige opgestaan en heb die jongens met succes tot de orde geroepen. Dat komt door mijn opvoeding.” door Toine Rongen | beeld Ilvy Njiokiktjien

‘Opstaan tegen onrecht’

33


Couleur locale

Een wedstrijd die ze niet konden winnen “Mam, waarom staat die steen scheef tussen de bosjes?”, vraagt een kleine voetballer. Tussen een hockey- en een voetbalveld van het Amsterdamse sportpark Middenmeer bevindt zich een oorlogsmonument. Het lijkt er gedumpt, maar dat is niet het geval. Navraag wijst uit dat het met zijn eigenaar, voetbalclub Sporting Amsterdam, mee zal verhuizen naar een nieuw onderkomen. “De belangrijkste voorwaarde is dat het monument ook een plek kan krijgen,”, vertelt Jaap Kranstauber van de Onderhoudsdienst van het Stadsdeel.

Gebeurtenissen in het verleden zijn soms op een onverwachte manier terug te vinden. Zo ook in de Amsterdamse Watergraafsmeer. Tekst en beeld Anita van Stel

Tot Ons Genoegen De Watergraafsmeer in Amsterdam is een wijk met van oudsher veel voetbalvelden en -clubs. In de vroegere achtertuin van Ajax komen jubilea van honderd jaar geregeld voor. De voetbalverenigingen koesteren hun geschiedenis. Tussen de velden werden kort na de Tweede Wereldoorlog vier monumenten opgericht voor leden die in de oorlog omkwamen. Daar zijn er nog drie van over. Het monument van J.O.S. Watergraafsmeer werd tot verdriet van de club door onzorgvuldig handelen gesloopt. Bij de andere gedenktekens vinden ook nu nog herdenkingen plaats. Gedenktekens die verwijzen naar het verleden zijn voor de voetbalclubs in de Watergraafsmeer belangrijk. Zo brandde in augustus 2006 de kantine van T.O.G (Tot Ons Genoegen) tot de grond toe af. De club uit 1909 verhuisde en voor de gedenksteen uit de jaren vijftig werd een nieuw bloemperkje met vlaggenmast aangelegd: ‘Ter nagedachtenis aan de T.O.G. leden die ons in de bezettingstijd 1940/45 op brute wijze ontvielen, A.Kroonenberg, B. Kroonenberg, J.van Dijk en A. Bakker’, luidt de inscriptie. Toon Molenaar (1931), erevoorzitter van T.O.G. en al vanaf 1943 lid, staat de onthulling van het monument nog helder voor de geest: “Daar stonden we met meer dan honderd mensen. De Kroonenbergs waren joodse broers, die in een concentratiekamp omgebracht zijn. Van Dijk en Bakker zaten in het verzet. Elk jaar zijn we hier op 4 mei met de club.”

Eendracht Doet Winnen Bij WV-HEDW markeert het monument de toegang tot het clubterrein. Wilhelmina Vooruit-Hortus Eendracht Doet Winnen (WV-HEDW) is een fusieclub van kort na de oorlog; de grotendeels joodse voetbalverenigingen konden geen elftallen meer op de been krijgen, doordat veel leden waren vermoord. Ook de gedenkstenen van HEDW en WV werden na de fusie samengevoegd. Toen de club in 1997 moest verhuizen naar een ander gedeelte van het sportpark sprak 96 procent van de leden uit dat het monument bij de vereniging hoorde. Voorzitter Hette Spoelstra stortte zich vanaf dat moment op het achterhalen van de namen van 170 omgebrachte HEDWvoetballers, zodat ze een plaats op het monument zouden krijgen naast de 67 WV-leden: “Ik krijg nog kippenvel als ik aan de enorme lijst concentratiekampen terugdenk. Van 162 personen konden we het droeve lot vaststellen. Op 4 mei 2000 werden de definitieve glasplaten onthuld. Het monument is voor ons een symbool van respect.”

Teloorgang van een voetbalmonument Het monument van voetbalclub J.O.S. Watergraafsmeer werd tot verdriet van de club gesloopt, maar is door de popgroep The Nits bezongen: They were center forwards, keepers and backs… Het lied JOS-days van The Nits kreeg in de jaren tachtig landelijke bekendheid. Het gaat over de jeugd van zanger-componist Henk Hofstede: “Mijn hele familie voetbalde bij J.O.S. Als kinderen speelden we op de trapjes van het monument. Bij de namen van de slachtoffers fantaseerde ik over wat ze in de oorlog meegemaakt hadden.” J.O.S. was in de jaren zestig een onofficiële opleidingsclub voor Ajax. Hofstede: “Om bij J.O.S. te mogen spelen, moest je dus echt wel kunnen voetballen. Na een proefwedstrijd werd ik niet geselecteerd. Het lied JOS-days gaat over mijn kleine verdriet in relatie tot de grote tragedie van deze omgekomen mannen.” Door onzorgvuldig handelen werd het monument in de jaren zeventig gesloopt. Huidig voorzitter Joop Vlug ging recent nog op zoek naar de restanten: ”Je vraagt je af of de plaquettes voor altijd weg zijn. Onbegrijpelijk. Zo is belangrijke clubgeschiedenis verloren gegaan.” Voor meer informatie over lokale monumenten: www.4en5mei.nl.

34


Onderzoek Het NC vervult een kennisfunctie waarbij het delen van eigen kennis en informatie en die van derden bijeen worden gebracht en ontsloten. Dit alles ten dienste van anderen die zich eveneens bezighouden met herdenken, vieren en herinneren. Vandaar dat ook het NC Magazine een onderzoekskatern heeft. Om recente informatie over onderzoek te delen.

Onderzoek Opgravingen bij Westerbork Over het Nationaal Vrijheidonderzoek Vrijheid en onvrijheid van generatie op generatie Jongerenonderzoek van de NJR en het NC


Nationaal Vrijheidsonderzoek van het NC

Ieder jaar een steekproef Het Nationaal Vrijheidsonderzoek is in 1990 opgezet om de beleving van Nederlandse burgers ten aanzien van 4 en 5 mei te monitoren. Sinds 2002 wordt het onderzoek uitgevoerd door Bureau Veldkamp. Het bestaat uit een grootschalige enquête onder Nederlandse burgers en uit focusgroepen. Bart Koenen en Dieter Verhue van bureau Veldkamp vertellen.

“De belangrijkste verandering van de afgelopen tien jaar? De groep mensen die de Tweede Wereldoorlog zelf heeft meegemaakt, wordt snel kleiner. Dat heeft invloed op de wijze waarop burgers 4 en 5 mei beleven.” Aan het woord zijn Dieter Verhue en Bart Koenen van onderzoeksbureau Veldkamp. “Het belang dat Nederlandse burgers aan 4 en 5 mei hechten, is al jaren groot en constant,” vertelt Verhue. “Wel zie je dat de beleving door de jaren heen verandert. Zo associeert men het herdenken van oorlogsslachtoffers en het vieren van de vrijheid niet uitsluitend meer met de Tweede Wereldoorlog, maar ook met actuele oorlogen en conflicten.” Jongeren hechten volgens de onderzoekers een minder groot belang aan de herdenking op 4 mei en viering op 5 mei. Verhue: “Dat was tien jaar geleden zo en dat is nog steeds zo. Hier is wel sprake van een leeftijdseffect en niet van een generatie-effect. Als we naar de resultaten van de afgelopen tien jaar kijken, zien we dat naarmate mensen ouder worden ze ook meer waarde aan 4 en 5 mei gaan hechten. De levensfase van mensen is hierop van grotere invloed dan iemands leeftijd.” “Tegelijkertijd zien we dat jongeren zeer betrokken zijn bij aan 4 en 5 mei gerelateerde thema’s zoals vrijheid, vrede, oorlog en democratie,” vervolgt Koenen. “Dat blijkt vooral uit focusgesprekken met jongeren. En in tegenstelling tot wat mensen soms denken, is de betrokkenheid van jongeren bij die thema’s vaak groter dan bij mensen van middelbare leeftijd en ouderen.”

36

NCMagazine | April 2012

Waarom? Het Nationaal Vrijheidsonderzoek wordt vanaf 1990 jaarlijks in opdracht van het Nationaal Comité 4 en 5 mei uitgevoerd om de beleving van Nederlandse burgers ten aanzien van 4 en 5 mei te monitoren. Dit vanuit de gedachte dat deze beleving in de loop der tijd kan veranderen onder invloed van actuele discussies.

Draagvlak- en themadeel Het onderzoek bestaat uit een (vast) draagvlakdeel en een themadeel, waarin elk jaar aandacht wordt besteed aan een ander onderwerp. In het draagvlakdeel worden jaarlijks het draagvlak voor en de beleving van de Nationale Herdenking op 4 mei en de viering van 5 mei onderzocht. In het themadeel wordt dit jaar de kennis onderzocht die Nederlandse burgers hebben van de Tweede Wereldoorlog op wereldschaal. Zo is er eerder onderzoek gedaan, naar informatiebronnen, lokaal herdenken en andere thema’s.

Kwalitatief en kwantitatief Het kwantitatieve onderzoek wordt jaarlijks uitgevoerd onder een representatieve steekproef van de Nederlandse bevolking. Daarnaast wordt incidenteel ook kwalitatief onderzoek uitgevoerd in de vorm van focusgesprekken met specifieke doelgroepen. Beide vormen van onderzoek staan wel steeds in elkaars verlengde: soms dienen de focusgesprekken als input voor het kwantitatieve onderzoek, soms als verdieping van de resultaten daarvan.


Onderzoek Opgravingen bij voormalig doorgangskamp Westerbork

Aanvulling op bestaande kennis De archeologische opgravingen in de villa van voormalig SSkampcommandant Gemmecker bij Westerbork werden gedaan om de plannen te kunnen realiseren voor deze woning, die in 2011 in erfpacht was verkregen. Het Herinneringscentrum was wettelijk verplicht de opgravingen te doen. Ze deden veel stof doen opwaaien in de media en bij het publiek. Het resultaat: 8000 voorwerpen. Door Guido Abuys

‘Opgravingen in de beladen grond van kamp Westerbork’ was de kop van een artikel in de Volkskrant van 6 december 2011. Die krant had als eerste het verhaal over het archeologisch onderzoek bij het voormalig kampterrein. In de weken daarna zouden nog vele publicaties volgen in de meest uiteenlopende media: krant, radio en tv, internet. Hoewel de opgravingen niet op het kampterrein zelf, maar in de tuin en het huis van de voormalige kampcommandant plaatsvonden, en op de vuilnisbelt buiten het kamp, gaven ze voor de pers voldoende aanleiding om massaal langs te komen. Het zegt iets over de zeggingskracht en de uitstraling van de plek, die in de jaren veertig diende als doorgangskamp voor de door de Duitse bezetter vervolgde joden. Overigens kwam ook het publiek in groten getale af op het archeologisch onderzoek en de inventarisatie van de vondsten in het museum.

Totaalbeeld Waarom archeologisch onderzoek op zo’n beladen plek? Het was eigenlijk de enige optie. Om de plannen voor de sinds kort in erfpacht verkregen woning van de kampcommandant te realiseren, was het Herinneringscentrum wettelijk verplicht archeologisch onderzoek te laten verrichten. Het Centrum besloot dat onderzoek uit te breiden naar de voormalige vuilnisstort, die de laatste anderhalf jaar geregeld door plunderaars was bezocht.

De plannen voor archeologisch onderzoek zijn al ouder. Want naarmate de tijd verstrijkt, is de kans groter dat de gelaagdheid van de geschiedenis van de vuilstort verstoord wordt. En daarmee de mogelijkheid om een totaalbeeld te krijgen van het afval van de gehele bewoningsgeschiedenis. Datzelfde geldt voor de woning, waar mogelijk interessante sporen aanwezig zijn. De ontwikkelingen gaven het Herinneringscentrum dus een zet in de rug. Want al jaren was het Herinneringscentrum zich ervan bewust dat de boven de grond komende materialen een aanvulling zouden kunnen geven op de reeds aanwezige kennis.

Moment van bezinning Op 5 december 2011 gingen de opgravingen van start. Vijf weken later zou het project eindigen met het inventariseren en determineren van de gevonden voorwerpen in de ontvangstzaal van het Herinneringscentrum. Met behulp van zwaar materieel, schoppen, troffels en blote handen werd begonnen in de tuin van de woning. Onder de archeologen bevond zich een aantal vrijwilligers, onder wie iemand die zelfs haar vakantie opofferde om mee te mogen werken. De tweede week verplaatsten de werkzaamheden zich naar de vuilnisbelt. Projectleider Ivar Schute schreef tijdens een moment van bezinning: “Vanuit het raam zie ik de houten gevel van de villa en het grote hek dat eromheen staat. Bewakingscamera’s vangen mij

in hun beeld. Het regent - al twee weken - en het grote grasveld waaraan de villa ligt, is leeg en verlaten. Bij deze plek past stilte. Maar na twee weken zit ik hier aan tafel zonder dat ik er nog bij nadenk, aan wat hier is gebeurd. We lachen om onze grappen tijdens de lunch, zoals iedereen, alsof we thuis zijn en alsof die villa geen betekenis voor ons heeft. Feit is, onze schaftkeet staat op een bijzonder ongewone plek, in de tuin van de villa van Gemmeker, de SS-commandant van Kamp.” Op hetzelfde moment werden in een boerenschuur niet ver van het Herinneringscentrum de gevonden voorwerpen door medewerkers en vrijwilligers van het Herinneringscentrum schoongemaakt en gedroogd. Dit als voorbereiding voor de inventarisatie en het verdere onderzoek door de archeologen, onder het oog van het publiek.

Voorlopig resultaat Het voorlopige resultaat in de eerste week van januari - bijna de helft van de voorwerpen moet dan nog worden schoongemaakt- is overweldigend. Ruim 8000 vondsten, waarvan meer dan vijfhonderd een nader onderzoek vergen. Ondertussen is de tuin van de woning geëgaliseerd. De sporen van de opgravingswerkzaamheden zijn verdwenen en de proefputten van de vuilnisbelt bedekt. Een evaluatie volgt in de loop van het jaar; ook is dan duidelijk welke verdere stappen worden gezet.

37


Vrijheid en onvrijheid door de generaties heen

Onderzoek naar generaties

“Het is een vraag die velen bezighoudt, maar waar nog geen antwoord op is: hoe ontwikkelen verschillende generaties hun ideeën over vrijheid en onvrijheid? Deze vraag naar generaties staat centraal in een onderzoeksprogramma dat het NC in 2012 zal starten. Daarmee geeft het NC invulling aan de nieuwe taak van toegepast onderzoek, die de organisatie van het ministerie van VWS heeft gekregen.” Door Esther Captain

De Tweede Wereldoorlog, de strijd van Martin Luther King voor gelijke burgerrechten in de Verenigde Staten, de Vietnamoorlog, de Koude Oorlog, de val van de Berlijnse muur, de afschaffing van de apartheid in Zuid-Afrika, de val van de moslimenclave in Srebrenica, de oorlog in Afghanistan en recentelijk de Arabische ‘lente’: het zijn politiek-historische gebeurtenissen die op ieder een diepe indruk hebben achtergelaten. Opvattingen van vrijheid en onvrijheid worden gevoed door het getuige zijn van deze gebeurtenissen. Het ‘getuige zijn’ van gebeurtenissen die geografisch ver van ons afliggen is door de voortschrijdende ontwikkeling van de techniek steeds gemakkelijker geworden. Via traditionele media als radio en televisie, maar ook via internet en diverse social media kunnen we ons op de hoogte stellen van de wereldpolitiek.

IJkpunt Lange tijd is de Tweede Wereldoorlog het onbetwiste historische en morele ijkpunt in Nederland geweest. De woorden ‘de oorlog’ hadden in ons land geen nadere aanduiding

38

NCMagazine | April 2012

nodig omdat voor iedereen zonneklaar was welke oorlog werd bedoeld – onder meer omdat wij, in tegenstelling tot onze buurlanden België of Duitsland, geen Eerste Wereldoorlog hebben meegemaakt. De Tweede Wereldoorlog was de meest dramatische en ingrijpende periode in de twintigste eeuw. Tegelijkertijd zijn veel mensen zich ervan bewust dat de generatie die de Tweede Wereldoorlog bewust heeft meegemaakt, steeds kleiner wordt en er op een zeker moment niet meer zal zijn. De groep van persoonlijk betrokkenen zal gestaag afnemen. Maar daarmee is niet gezegd dat de betrokkenheid van mensen bij de Tweede Wereldoorlog na verloop van tijd per definitie minder zal worden. Integendeel.

Populariteit De afgelopen decennia laten duidelijk zien dat de emotionele verbondenheid van jong en oud met de Tweede Wereldoorlog sterk is en zelfs toeneemt. De interesse in geschiedenis is überhaupt groot, zoals blijkt uit de populariteit van historische romans en televisieprogramma’s. De Tweede Wereldoorlog heeft daarin een speciale plaats. Voor de generatie die ‘de

oorlog’ zelf persoonlijk heeft meegemaakt, lijkt dat vanzelfsprekend te zijn. Het is echter de vraag of dat ook zo is voor de naoorlogse generatie, de kinderen en kleinkinderen van de ooggetuigen. Uit het Nationaal Vrijheidsonderzoek dat het Nationaal Comité 4 en 5 mei jaarlijks laat uitvoeren, is naar voren gekomen dat jongere generaties bij ‘de oorlog’ aan recente conflicten denken, zoals bijvoorbeeld de oorlog in Afghanistan. Het is daarom mogelijk dat voor de jongere generaties andere ijkpunten van belang zullen worden. Het Nationaal Comité 4 en 5 mei wil daarom graag weten door welke politiek-maatschappelijke gebeurtenissen verschillende naoorlogse generaties hun beelden en ideeën over vrijheid en onvrijheid vormgeven. Rond het thema ‘generaties’ zal in 2012 een onderzoeksprogramma van start gaan. Dit onderzoeksprogramma is onderdeel van toegepast onderzoek, een nieuwe taak die het Nationaal Comité 4 en 5 mei van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) heeft gekregen. Het Nationaal Comité 4 en 5 mei zal hierbij samenwerken met universiteiten en andere onderzoeksinstellingen.


Onderzoek NJR-onderzoek in samenwerking met het NC:

Op 4 mei zijn acht op de tien jongeren stil

De Nederlandse Jeugd Raad overhandigde eind vorig jaar aan VWS-staatssecretaris Marlies Veldhuijzen van Zanten-Hyllner de resultaten van het panelonderzoek Jongeren over oorlog herdenken. Uitkomst: tachtig procent van de jongeren wil de Tweede Wereldoorlog blijven herdenken. Door Toine Rongen

“De Tweede Wereldoorlog blijkt voor jongeren nog altijd het symbool te zijn van wat oorlog betekent,” vertelt Sheila Rebel (39) in het kantoor van de Nederlandse Jeugd Raad (NJR) te Utrecht. Ze was een van de onderzoeksters die de enquêtes van het NJR-panelonderzoek Jongeren over oorlog herdenken afnam. Het onderzoek kwam in samenwerking met het Nationaal Comité tot stand. De resultaten hebben Sheila Rebel plezierig verrast. “83 Procent van de 890 jongeren vindt herdenken belangrijk. Acht op de tien zijn bij de Nationale Dodenherdenking op 4 mei om 20.00 uur twee minuten stil.” Had u dat hoge percentage verwacht? Rebel: “Nee, aanzienlijk lager. Ik wist niet dat de oorlog nog zo bij jongeren leefde.” Een ander opvallend resultaat is dat vier op de tien jongeren vindt dat hun school genoeg aandacht aan het herdenken besteedt. Het onderwijs zou volgens hen meer tijd in de jaren 40 - 45 kunnen steken, bijvoorbeeld door het uitnodigen van overlevenden of een bezoek aan Kamp Westerbork. Dit spreekt meer aan dan historisch-politieke analyses. Jongeren willen de oorlog voelen, zo blijkt? Rebel: “Ja, ook logisch, persoonlijke verhalen spreken meer tot de verbeelding dan de feitelijke geschiedenis die de meeste leerlingen krijgen over de oorlog.” Ander verrassend feit: jongeren van ouders die niet in Nederland geboren zijn, staan

minder vaak stil bij de Nationale Dodenherdenking, maar op geen enkele manier blijkt dat zij negatief tegenover het herdenken staan. Zij ervaren de verhalen die ze wel kennen juist als verdrietig. Rebel: “Met name dit resultaat heeft ons verrast en maakt ons ook heel blij.” In de media verschenen afgelopen jaren geregeld berichten dat met name onder jongeren van islamitische afkomst het antisemitisme de kop opsteekt. Rebel: “Maar die hebben betrekking op een kleine groep. De meerderheid gedraagt zich juist heel respectvol.” De manier van herdenken hoeft wat de jongeren betreft niet veranderd te worden; een speciale jongerenherdenking achten zij niet nodig. De meesten krijgen via tv (88 procent) en films (51 procent) informatie over het herdenken. Ruim acht op de tien jongeren denken dat sociale media daarin in de nabije toekomst een belangrijke rol kunnen vervullen. Heb je een verklaring voor dit in het algemeen bemoedigende resultaat? Rebel: “Met name het feit dat veel grootouders deze oorlog hebben meegemaakt, doet jongeren beseffen hoe rampzalig oorlog kan zijn.” De resultaten van Jongeren over oorlog herdenken zijn te downloaden via www.njr.nl/ NJRpanel

39


De kracht van de een + de kracht van de ander Begin 2011 droeg het ministerie van VWS zes verschillende taken over aan het Nationaal Comité. Het comité heeft nu de kans om organisaties die zich bezighouden met herdenken, vieren en herinneren extra van dienst te zijn. Een voorrecht, vindt directeur Nine Nooter: “Herdenken en vieren zijn enorm belangrijk, en wij mogen helpen om al die kennis en ervaring bij elkaar te brengen en nóg beter te benutten.” door Marja Verbraak | beeld Michiel Landeweerd

De nieuwe taken Educatie en voorlichting Het Nationaal Comité kan sinds 2011 uit naam van het ministerie van VWS in totaal 900.000 euro toekennen aan activiteiten op het gebied van educatie en voorlichting. Voor het comité, maar ook voor de subsidieaanvragers is dit een nieuw begin. Want hoe geef je invulling aan dit nieuwe programma Niet mijn oorlog, wel mijn vrijheid? Na wikken en wegen, onderzoek doen naar de behoeftes en kennislacunes van Nederlanders en praten met ‘het veld’, heeft het comité gekozen voor drie thema’s: Ten eerste kan men subsidie aanvragen voor een activiteit waarin het wereldwijde karakter van de Tweede Wereldoorlog centraal staat. Directielid Jan van Kooten: “Uit eigen onderzoek blijkt dat Nederlanders niet altijd weten hoeveel landen bij de oorlog betrokken waren. Wat had Suriname, wat had Marokko met de Tweede Wereldoorlog te maken? Het is ook onbekend dat internationale verdragen en organi-

40

NCMagazine | April 2012

saties zoals de Verenigde Naties zijn ontstaan vanuit de oorlog, vanuit de gedachte: dit nooit meer.” Zo is er bijvoorbeeld subsidie gegaan naar het Kindermuseum van het Amsterdamse Verzetsmuseum, dat aandacht wil schenken aan de wereldschaal van de Tweede Wereldoorlog; Ten tweede kan men subsidie aanvragen voor het implementeren van bestaand materiaal. “Er zijn boekenkasten vol materialen,” zegt Nine Nooter, “maar niet iedereen heeft tijd om alles te lezen. Daarom willen we al die prachtige producten uit die kast trekken en onder de aandacht brengen.” Een voorbeeld is het Westerborkpad: een wandelroute van de Hollandsche Schouwburg naar Westerbork, langs plekken met een bijzondere betekenis voor de jodenvervolging, waarbij diverse materialen die al zijn gemaakt opnieuw worden ontsloten; Ten derde zijn er subsidiemogelijkheden voor organisaties die een tot dusver onderbelicht thema op het gebied van de Tweede Wereldoorlog, vrijheid, democratie en rechtstaat naar boven willen halen.


Nieuwe taken

“We gaan het niet allemaal zelf bedenken,” zegt Nine Nooter, “de organisaties kunnen hier invulling aan geven.” Het comité heeft bijvoorbeeld subsidie gegeven aan een film over ‘buitenkampers’ in voormalig Nederlands Indië, dat wil zeggen Nederlanders, vaak Indische Nederlanders, die de oorlog buiten een Japans kamp meemaakten. Een onbekend en onderbelicht onderwerp voor het grotere publiek.

Reünies en lotgenotencontacten Doel van deze nieuwe subsidieregeling , waarvoor 80.000 euro beschikbaar is, is dat de eerste generatie onderling contact kan houden. “Eervol dat wij het mogelijk kunnen maken dat mensen met deze geschiedenis bij elkaar kunnen komen,” vindt Jan van Kooten. In dat kader zijn er afgelopen jaar al zo’n twintig subsidies verstrekt. En in december organiseerde het Nationaal Comité een bijeenkomst om te vertellen over de nieuwe regeling. Nine Nooter: “Dat gaan we zeker weer doen, mensen uit organisaties van slachtoffers uit Nederland, Europa en voormalig Nederlands- Indië en van het verzet, zitten niet zo vaak bij elkaar, die uitwisseling was ontzettend leuk.”

Ondersteuning Voor de bovenstaande twee taken kan het comité subsidie verstrekken, bij de andere nieuwe taken kan het comité zelf helpen of opdrachten aan derden verstrekken. Dit geldt onder andere voor de taak om de oorlogs- en verzetsmusea en herinneringscentra te ondersteunen. Er zijn tientallen van deze musea in Nederland, vaak klein en gerund door vrijwilligers. Ze zijn lang niet altijd bekend bij het Nederlandse publiek, dat in onderzoek aangeeft dat het daar wèl belangstelling voor heeft. Het comité kan inhoudelijk steun geven, maar ook heel praktisch helpen met kennis op het gebied van moderne media. Jan van Kooten vertelt over het samenwerkingsprogramma De Tweede Wereldoorlog in 100 voorwerpen. “We zullen al die musea vragen om een uniek object te leveren voor een tentoonstelling. We maken samen de tentoonstelling, de catalogus en de website en organiseren een gemeenschappelijke presentatie. In het voortraject beleggen we

bijeenkomsten over bijvoorbeeld collectiebeheer. Op die manier vergroot je het publiek en draag je meteen bij aan kwaliteitsverbetering.” Nine Nooter vult aan: “Het geheel moet groter zijn dan de som der delen: wat wij proberen te doen, is eraan bijdragen dat organisaties ieder vanuit hun eigen achtergrond een kwalitatief goede bijdrage kunnen leveren aan dat grote geheel. Samen met die organisaties willen we zorgen voor meer samenhang en uitwisseling tussen al die initiatieven op het gebied van de Tweede Wereldoorlog, vrijheid, democratie en rechtstaat. De kracht van de een verbinden met de kracht van de ander.”

Toegepast onderzoek Het COVVS (Centraal Orgaan Voormalig Verzet en Slachtoffers) had het idee dat iedere leerling ooit een kamp in binnen- of buitenland zou moeten bezoeken. Om dat idee te toetsen, werd het comité gevraagd om onderzoek te doen naar de behoefte daaraan in het onderwijs. Wat bleek, is dat leerkrachten vooral in de eigen omgeving zoeken naar een geschikte locatie om met hun leerlingen te bezoeken. Dat heeft natuurlijk alles te maken met tijd. Het doen van dergelijk toegepast onderzoek ten behoeve van musea, onderwijsinstellingen of gemeentes is een van de nieuwe taken van het comité. Het wil daarmee een schakel zijn tussen wetenschappers en gebruikers.

Internationaal beleid De laatste nieuwe taak is het bevorderen van internationale uitwisseling. Vorig jaar kreeg de Anne Frank Stichting de opdracht om een internationaal seminar te organiseren over de vraag hoe jongeren te betrekken bij holocaust en mensenrechten. Er kwamen 160 deelnemers uit 18 landen naar Berlijn, waar het seminar plaatsvond. “Een eye-opener,” voor veel deelnemers zegt Nine Nooter, “mensen uit andere landen praten vanuit een heel andere context over deze onderwerpen. Heel leerzaam.” Het comité zal ook deze kennis overdragen om zo de sector te ondersteunen en een kwaliteitsimpuls te geven.


Guus Meeuwis Vriend van de Vrijheid Geert Snoeijer

Zanger Guus Meeuwis is Vriend van de Vrijheid van het Nationaal Comité 4 en 5 mei. Het werk van het Nationaal Comité wil Guus graag de komende jaren ondersteunen. Herdenken, herinneren en vieren is voor Guus belangrijk.

Fakkelcampagne Vrijheid geef je door

Guus Meeuwis heeft op 27 maart het startsein gegeven voor de fakkelcampagne ‘Vrijheid geef je door’. Er doen ruim 430.000 kinderen aan mee. Zij zullen maar liefst 1.180.000 fakkelstickers op een kaart verspreiden met een eigen boodschap over de vrijheid.

D

e fakkel is hét landelijk symbool van de thema’s op 4 en 5 mei: herdenken, vieren, herinneren en vieren. Het Nationaal Comité 4 en 5 mei wil dat de fakkel, in de vorm van een speldje en/of sticker, in de toekomst een herkenbaar symbool wordt voor iedere Nederlander. Want vrijheid is kostbaar, kwetsbaar en niet vanzelfsprekend. Vrijheid moet je koesteren. Dat besef je pas goed wanneer de vrijheid er niet meer is, zoals tijdens de Tweede Wereldoorlog. Op 4 mei herdenken we de oorlogsslachtoffers, op 5 mei vieren we de vrijheid. Iedereen, ieder jaar opnieuw. Het streven is dat met de campagne het publiek nadenkt over de bijzondere waarde van het leven in (on)vrijheid. De generatie die de Tweede Wereldoorlog zelf bewust heeft meegemaakt wordt snel kleiner. Herdenken en vieren en het nadenken over leven in vrijheid moet door de volgende generaties overgenomen worden. Zij moeten, met andere woorden, de fakkel van herdenken en vieren overnemen.

Kinderen als drager van de campagne Het Nationaal Comité legt dit jaar het accent op kinderen om te helpen de fakkel te verspreiden. De 210.000 uit groep 7 die dit jaar het Nationaal Aandenken ontvangen doen mee, net zoals 40.5000 kinderen die betrokken zijn bij het project Adopteer een Monument en 180.000 scouts. Scouting Nederland is de grootste jeugdorganisatie die zich inzet voor de herdenking op 4 mei en de vieringen op 5 mei.

42


stand van zaken onder redactie van Simon Jacobus

Herdenken is hernemen Breekbare dagen

Schrijver Frank Westerman houdt in 2012 de jaarlijkse 4 mei-lezing tijdens de herdenkingsbijeenkomst in de Nieuwe Kerk in Amsterdam. Deze bijeenkomst gaat vooraf aan de Nationale Herdenking op de Dam.

O

p 4 mei herdenkt Nederland de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog en de slachtoffers die daarna zijn omgekomen in oorlogssituaties of vredesoperaties. Sinds 1992 houden bekende schrijvers de 4 mei-lezing. Eerdere sprekers waren onder meer Willem Jan Otten, K. Schippers, Wim de Bie, Marga Minco, Harry Mulisch, Remco Campert en Geert Mak.

Frank Westerman Frank Westerman (1964) is bekend van onder meer De graanrepubliek en Dier, bovendier. Hij werkte als correspondent voor de Volkskrant in voormalig Joegoslavië (1992-1994) en voor NRC Handelsblad vanuit standplaats Moskou (1997-2000). Over de val van Srebrenica in juli 1995 schreef hij samen met collega-journalist Bart Rijs Het Zwartste Scenario. “Als correspondent op de Balkan heb ik de gruwelen van de oorlog als gevolg van het uiteenvallen van Joegoslavië van zeer nabij meegemaakt”, zegt Westerman. “In mijn boeken komt het thema maken en breken steeds terug. Het gaat vaak over de maakbaarheid van en het streven naar een betere samenleving en hoe dat kan omslaan in verwoesting op enorme schaal.”

Kamp Vught 4 en 5 mei door de jaren heen

Lustrumboek Nationaal Comité Ter gelegenheid van het jubileum van het Nationaal Comité, dat 25 jaar bestaat, geven de CPNB en het Nationaal Comité 4 en 5 mei het lustrumboek Breekbare dagen uit. In het prachtige boek met een voorwoord van minister-president Rutte en een inleiding van hoogleraar James Kennedy wordt stilgestaan bij de ontwikkeling van 4 en 5 mei. De geschiedenis is geschreven op basis van vragen die nu nog steeds gesteld worden over herdenken en vieren. In de publicatie zijn ook de literaire 4 mei lezingen opgenomen die sinds 1992 zijn gehouden. Het boek wordt gecompleteerd met een uitgebreid beeldverhaal. Breekbare dagen, 4 en 5 mei door de jaren heen – uitgave: CPNB en Nationaal Comité 4 en 5 mei, prijs 15 euro.

Van huis uit heeft Westerman een bijzondere familiegeschiedenis uit de Tweede Wereldoorlog meegekregen. “Mijn grootvader heeft van juli tot december 1943 in Kamp Vught gevangen gezeten omdat hij Joodse onderduikers had geholpen. Hij heeft er nauwelijks over verteld. Mijn moeder wel. Toen haar vader werd weggevoerd, was zij negen jaar. Zij heeft er intense herinneringen aan overgehouden Het is ontluisterend te moeten vaststellen dat de gruwelijke kant van de menselijke natuur geregeld zichtbaar wordt en dat de morele verbetering van de mens niet vordert”, vindt Westerman. “Je hoeft niet ver terug in de geschiedenis of naar een uithoek van de wereld te gaan om te zien hoe zich systematische wreedheden voltrekken van de ene groep mensen tegen de andere.”

Herdenken is hernemen Herdenken is hernemen, zegt Westerman. “Herdenken is niet alleen stilstaan. Het is ook een stapje achteruit doen, zoals een atleet dat doet voor de aanloop naar een sprong. Een moment van concentratie en contemplatie. Door te denken aan je overleden dierbaren kun je richting geven aan je streven van de volgende dag.”

43


Live op Ned. 1 om 21.00 uur

Op 5 mei avond op de Amstel vier de vrijheid met Guus Meeuwis, Karin Strobos, Sabrina Starke en het Noord Nederlands Orkest!