NC Magazine, voorjaar 2016

Page 1

NCMagazine

Over herdenken, vieren en herinneren

Nationaal Comité 4 en 5 mei, voorjaar 2016

ISA HOES & ROCKY TUHUTERU IN HET GENERATIEGESPREK: ‘IK WEIGER IN ANGST TE LEVEN’ Meerjarenbeleidsplan: meer verbinding tussen 4 en 5 mei 4 MEI-VOORDRACHT HELLA DE JONGE: ‘DIE OORLOG GAAT GEWOON DOOR’ Ahmed Aboutaleb spreekt op de Dam: ‘Tot mijn vijftiende jaar wist ik niet wie Adolf Hitler was’ DE VRIJHEID VAN 5 MEI-LEZER THOMAS ERDBRINK 01-cover-1-19.2.indd 1

22-03-16 17:19


Hoofdredactioneel

LEESINSPIRATIE

COLOFON

Het lijkt alsof de aandacht voor de gebeurtenissen uit de Tweede Wereldoorlog steeds groter wordt, zo blijkt ook uit deze editie van NC Magazine. De opkomst bij de herdenking van de Februaristaking in Amsterdam (75 jaar geleden) was groot; de herdenking op de Erebegraafplaats van Loenen trekt veel publiek door het project Ereveld Vol Leven; er komt een Nationaal Holocaust Museum; het NC heeft dé portal over de Tweede Wereldoorlog gelanceerd; lokale comités tonen geweldige betrokkenheid bij herdenken & vieren. Hoe zou je deze belangstelling kunnen verklaren? Politiek filosoof Tamar de Waal zegt in haar betoog dat “de rechten van de mens niet verouderd kunnen zijn. Ze zijn universeel.” Komt het daardoor? Of gaat het om wat 5 mei-lezer Thomas Erdbrink zegt: “Vrijheid heb ik (…) lang geassocieerd met wat onvrijheid was, namelijk de Tweede Wereldoorlog, maar het is veel meer dan dat.” En Zoni Weisz, die in New York de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties toesprak, zegt in dit nummer: “Racisme, uitsluiting en het kleineren van mensen moeten we bestrijden met alle beschikbare democratische middelen die er zijn, want daaruit ontstaan de verschrikkelijke ideologieën die de basis waren van de ellende in de Tweede Wereldoorlog.” De redactie wenst u veel leesinspiratie.

Jaargang 5, nr. 9, voorjaar 2016

02.1-hoofdredactioneel-2-10.3.indd 2

Hoofdredacteur: Simon Jacobus Redactie:, Jan van Kooten, Renske Krimp, Robin de Munnik, Niels Weitkamp Beeldredactie: Mieke Sobering Eindredactie: Marja Verbraak Art direction & vormgeving: Remco Tonino Redactieadres: Nieuwe Prinsengracht 89 1018 VR Amsterdam Tel: 020 718 3500 Fax: 020 718 3501 Mail: simon.jacobus@4en5mei.nl Aan dit nummer werkten mee: Yasmina Aboutaleb, Wiebe Arts, Beeldbank WO2/NIOD, Karel Berkhoff, Roy Beusker, Cartoon Movement/Paolo Lombardi, Maarten Dallinga, , Meltem Halaceli, Peter Hilz/HH, Ben Houdijk, Chris van Houts, Joods Historisch Museum, Mechteld Jansen, Mascha Jansen, Anita Janssen, Niels de Jong, Jasper Juinen, Lonia Kassi, A.C. Kijl, Knelis, Frank Kromer, Nienke Majoor, Daphne Meijer, Katrien Mulder, Nationaal Monument Kamp Amersfoort/Carla Huisman, NIOD, Ilvy Njiokiktjien, Markt Nolte, Oorlogsgravenstichting, Leonard Ornstein, Willemijn Overmars, Larissa Pans, Irene de Roos, Annette Schautt, Ricci Scheldwacht, Liselotte Schoo, Erik Schumacher, Dick Simonis, Taco Smit, Geert Snoeijer, Anita van Stel, Lukas Tulkens, , Marieke Verhoeven, Verzetsmuseum Amsterdam, Annika Vos, VPRO, Tamar de Waal, Karen Waterman, Natascha van Weezel. Drukkerij: GrafiServices. Copyright 2016 Nationaal Comité 4 en 5 mei. Overname van artikelen en informatie uit dit magazine is toegestaan voor niet-commercieel gebruik met vermelding van de auteur en de bron.

23-03-16 15:36


Het NCMagazine voorjaar 2016 OVER HERDENKEN, VIEREN EN HERINNEREN 04 06

35 40 47 62

10 18 23 53 56

08 42 66

COVERSTORY Meerjarenbeleidsplan Nationaal Comité: waarom zijn we op 4 mei twee minuten stil? Ahmed Aboutaleb spreekt op de Dam: “Tot mijn vijftiende jaar wist ik niet wie Adolf Hitler was”

HERDENKEN Winnaar van Dichter bij 4 mei: Sterre Wolthers Hella de Jonge is 4 mei-lezer: “Ik ben tweede generatie, al noem ik mezelf geen slachtoffer” Monument Doldersum Interview met nieuwe voorzitter Herdenking 15 augustus, Erry Stoové

VIEREN Vrijheidscolleges: kritische reflecties op vrijheid 5 mei-concert op de Amstel met Hadewych Minis, Paul de Munnik, Ali B en het Radio Filharmonisch Orkest Bevrijdingsfestival Groningen 5 mei-lezer Thomas Erdbrink: “Natuurlijk ben ik bang. Ik leef onder de constante druk dat ik ineens opgepakt kan worden” Ambassadeurs van de Vrijheid 2016: de realitycheck van Sunnery James & Ryan Marciano

HERDENKEN & VIEREN Meer verbinding tussen 4 en 5 mei Vier lokale comités onder de loep genomen Stand van zaken: o.a. NC Jaarcongres, finale Kinderlezing 2016 en BNMO

02.1-hoofdredactioneel-2-10.3.indd 3

13 32 48 60 17 38 64 22 26 58 28

21 36 50

HERINNEREN Actrice Isa Hoes en presentator Rocky Tuhuteru in het generatiegesprek: “Ik weiger in angst te leven” Alles over het nieuwe Nationaal Holocaust Museum Indisch verzet in de Tweede Wereldoorlog De Tweeling, de musical speelt op het 5 mei-concert

EDUCATIE Oorlog in mijn Buurt en Het vrijheidsboek Tweedewereldoorlog.nl is nu een portal! Nieuw: het 4 en 5 mei denkboek

INSPIRATIE Scheidend Niod-directeur Marjan Schwegman: “Het verzetswerk van vrouwen kreeg weinig aandacht” Theater na de Dam: een nieuwe theatertraditie Jaarthema: vrijheid omarmd

SUBSIDIES Subsidies voor Ereveld Vol Leven; een tentoonstelling over de Koloniale oorlog 1945-1949, gewenst en ongewenst beeld en Kinderen van toen van voormalig Kamp Amersfoort

INTERNATIONAAL Uitwisselingsproject Nederland-Duitsland 2015 Sinti-overlevende Zoni Weisz sprak voor de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties IHRA: Europese Holocaust-archieven blijven toegankelijk

23-03-16 12:44


Meerjarenbeleidsplan 2016-2020

WAAROM ZIJN WE OP 4 MEI TWEE MINUTEN STIL? In 2015 presenteerde het Nationaal Comité de visie Kom vanavond met verhalen. Het beleidsdocument kwam tot stand na een jaar van verkenningsbijeenkomsten en debatten in het land. “De Tweede Wereldoorlog is de basis voor herdenken en vieren op 4 en 5 mei”, luidt het belangrijkste uitgangspunt. De visie is nu vertaald in een meerjarenbeleidsplan 2016-2020. “We gaan nieuwe wegen bewandelen”, zegt Jan van Kooten. door Anita van Stel | foto Chris van Houts

H

et NC deelde de visie met diverse partners en collega-instellingen, die kritische vragen stelden en soms tegenspraken. Op basis van de brede uitwisseling zijn keuzes gemaakt, vertelt Jan van Kooten. “Accenten van verandering” noemt hij ze bij voorkeur, want het herdenken van de Tweede Wereldoorlog leent zich niet voor radicaal anders. Tegelijkertijd verandert de wereld in rap tempo en kan ook het NC niet om de globalisering en digitalisering heen. Van Kooten ziet daar vooral kansen in, voor eigentijdse vormen van herdenken en vieren die nieuwe generaties aanspreken. “Ik vind dat we onze rituelen voortdurend tegen het licht moeten houden. Waarom doen we een kranslegging op een bepaalde manier? Is de programmatische indeling van 4 en 5 mei ideaal? We willen alles, tot in detail, scherp hebben. Als je geen energie stopt in rituelen, zijn ze gedoemd hol te worden, aan betekenis te verliezen.”

Motivatie In het meerjarenbeleid vormt de Tweede Wereldoorlog – explicieter dan voorheen – de basis voor de Nationale Herdenking en voor

4

5 mei. De bepalende gebeurtenissen tussen 1940 en 1945, zoals de Holocaust en de bezetting van Nederlands-Indië, moeten beter benoemd worden, net als de groepen slachtoffers. “Dus niet langer ‘we herdenken vervolgingsslachtoffers’, maar bijvoorbeeld ‘we herdenken de Joodse slachtoffers die vermoord werden in concentratiekampen’. De afstand tot de oorlog wordt groter en omdat de veronderstelde bekendheid afneemt, moet je gebeurtenissen bij de naam noemen. Het is een zorgvuldig proces, want we willen iedereen insluiten”, legt Van Kooten uit. De belangrijkste uitdaging is de drempel voor betrokkenheid van alle Nederlanders bij 4 en 5 mei zo laag mogelijk maken en mensen aanknopingspunten bieden, zonder de waardigheid van de traditie uit het oog te verliezen. Van Kooten benadrukt dat het niet zo hoeft te zijn dat mensen die herdenken dezelfde oorlog hebben meegemaakt. “Wij herdenken op 4 mei degenen die zijn omgekomen tijdens de Tweede Wereldoorlog, hier en overzee, en tijdens vredesmissies erna. Met migranten komen nieuwe oorlogservaringen binnen. We moeten enerzijds mensen meenemen in de traditie van 4 mei, anderzijds ook ruimte bieden voor een eigen invulling.”

Beide dagen De twee minuten stilte, op 4 mei om 20.00 uur, vormen een ander ankerpunt voor het beleid naar 2020. Van Kooten: “Ons vrijheids onderzoek wijst uit dat mensen – autochtoon en allochtoon – deze twee minuten ervaren als moment waarop zij zich het meest verbonden voelen met Nederland. Meer nog dan tijdens een wereld-

NCMagazine | voorjaar 2016

04.2-coverstory-3-23.2.indd 4

22-03-16 17:23


coverstory

Directeur Jan van Kooten:

‘Ik zoek altijd de grenzen van vernieuwing op’ Op 1 oktober 2015 is Jan van Kooten benoemd tot directeur van het NC. Hij was op dat moment al een jaar waarnemend directeur, na het vertrek van Nine Nooter, met wie hij negen jaar een tweehoofdige directie vormde. Wie is Jan van Kooten en wat motiveert hem? Meteen na zijn studie sociale wetenschappen aan de lerarenopleiding wordt Van Kooten in 1983 aangenomen als educatief medewerker bij de Anne Frank Stichting. Hij blijft er 22 jaar, waarvan vijftien als hoofd Educatie. In een terugblik op zijn ‘Anne Frank-tijd’ zegt Van Kooten: “Het is toeval dat ik bij de Anne Frank Stichting terechtkwam. De oorlog was in mijn jeugd geen thema. Mijn familie maakte geen schokkende dingen mee. Ik kom uit een klassiek ARP-nest in Barneveld. In essentie voel ik me leraar. Hoe kun je informatie doorgeven en betrokkenheid creëren? Dat houdt me bezig. Van de generaties voor ons gaat een belangrijke waarde uit. Onderwijs moet daarop aansluiten; mensen niet alleen technisch iets leren, maar ze laten nadenken over wat er gebeurt in de wereld. Je kunt de huidige vluchtelingenstroom beter begrijpen, als je weet wat oorlog met mensen doet.” Bij de Anne Frank Stichting blijft Van Kooten op zoek naar nieuwe vormen om kinderen en volwassenen te betrekken bij de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog. Hij noemt de op dat moment nog niet voor de hand liggende website, de Anne Frank Krant voor scholieren, reizende internationale tentoonstellingen en stripboeken over de bezetting en de Holocaust. “Ik zoek altijd de grenzen van de vernieuwing op.”

kampioenschap voetballen, bleek uit dat onderzoek. Treinen en auto’s staan stil, mensen twitteren even niet en overal ter wereld herdenken Nederlanders op dat bijzondere moment. Alles wat het NC doet, staat in het teken van het laten begrijpen waaróm we twee minuten stil zijn.” De deelnemers aan de debatten in het land constateerden dat er te weinig samenhang is tussen de activiteiten op 4 en 5 mei. Het meerjarenbeleidsplan omvat diverse stappen om beide dagen dichter bij elkaar te brengen, zowel wat betreft de inhoud als wat betreft het verband tussen programmaonderdelen. Van Kooten: “Die trend was al ingezet. We zijn tegen een moraliserende regie, maar verbinding van beide dagen is essentieel. Of anders gezegd: het bevrijdingsfeest op 5 mei krijgt meer betekenis, als je weet wat we op 4 mei herdenken.” Voor meer informatie over de nieuwe invulling van 4 en 5 mei: zie pag 8.

Begin 2006 steekt Van Kooten over naar het NC. Daar vertaalt hij zijn drive in initiatieven die bij 4 en 5 mei passen, zoals de Trein van de Vrijheid ter gelegenheid van 65 jaar bevrijding. Forenzen maken tijdens hun treinreis ‘per ongeluk’ kennis met de Tweede Wereldoorlog en zijn diep onder de indruk. “Dat was prachtig.” Van Kooten vindt dat hij in zijn nieuwe rol als directeur vooral de schakel moet zijn tussen bestuur en bureau en voorwaardescheppend moet zijn voor de 25 collega’s van het NC-bureau: “Ik moet zorgen voor een omgeving waarin zij kunnen excelleren in hun creativiteit. Ik probeer om uit tien ideeën de twee briljante te herkennen. De periode is bijzonder, want de generatie ooggetuigen van de Tweede Wereldoorlog valt weg. Tegelijkertijd verandert de samenleving en nemen Nederlandse militairen deel aan vredesmissies, waarin helaas ook oorlogsslachtoffers te betreuren zijn. Heel Nederland vertrouwt ons als NC toe dat wij betekenis geven aan herdenken en vieren. Dat is een grote eer, maar ook een grote verantwoordelijkheid.” Jan van Kooten is in 1958 geboren, is getrouwd, heeft een zoon en een dochter, en woont in Abcoude.

|5 04.2-coverstory-3-23.2.indd 5

22-03-16 17:23


‘HOE KON JE ALS NEDERLANDER VRIJWILLIG BIJ DE SS GAAN?’ De man die op 4 mei de toespraak op de Dam houdt, wist tot zijn vijftiende jaar niet van het bestaan van Hitler af. In het geïsoleerde Rifgebergte waar Ahmed Aboutaleb opgroeide, waren Adolf Hitler en de Tweede Wereldoorlog simpelweg niet aan de orde. “Ik had geen idee van die man.” door Leonard Ornstein | foto Marc Nolte

A

dolf Hitler, tot mijn vijftiende jaar wist ik niet wie dat was. Ik had geen idee van die man. Als kind in Marokko kreeg ik pas op de middelbare school geschiedenisles. Ik zat er twee jaar op, de lessen gingen voornamelijk over de geschiedenis van Marokko: de Spaanse bezetting, het Franse protectoraat. Over de Tweede Wereldoorlog werd nooit gesproken, concentratiekampen, Jodenvervolging, het waren geen lesonderwerpen.” Toen Aboutaleb op zijn vijftiende naar Nederland emigreerde en in Den Haag op school kwam, zat de Tweede Wereldoorlog wél in het lespakket. Hij maakte Nederlandse vrienden en de vrijwilligers van het Regionaal Centrum Buitenlanders speelden een belangrijke rol in zijn bewustwording van ‘de oorlog’. Zij brachten hem ook in contact met het Haagse 4 en 5 mei comité. “Dat centrum betrok mij en andere Marokkanen heel actief bij de herdenking. Ik ging met hen naar de Houtzagerij aan de Hobbemastraat in Den Haag. En ik was bij de herdenking aan de Parallelweg, de plek waar groepen mensen door de Duitsers werden gefusilleerd. Het besef van de Tweede Wereldoorlog drong geleidelijk tot me door.” Hij bekeek vele “waanzinnig goede” oorlogsdocumentaires en -films en praatte met zijn vrienden over de oorlog, hoorde wat hun families hadden meegemaakt. Wat maakte op u toen de meeste indruk? “Het moment dat ik hoorde dat er mensen in de oorlog zijn vergast. Het wegvoeren en vergassen van mensen, niet omdat ze iets van kwaad hebben gedaan, maar simpelweg omdat ze zijn wie ze zijn. Dat blijft aangrijpend.” Hij herhaalt, luider: “Dat blijft aangrijpend.” Wat verbeeldde voor u als jongetje het ultieme kwaad? “Ik had daar geen beeld van. Moet je je voorstellen: Ahmed zat daar op een bergje, er waren enkele tientallen woningen, geen stroom, geen televisie en krant. En dan spraken we ook nog een andere taal dan het Arabisch dat je hoorde op de radio. Een concreet beeld van een wereldvijand had ik dus niet. Honger was voor mij het kwaad, gebrek aan eten en water. Als er geen regen viel, had je een slechte oogst en dan leed je dus honger.” Staat er op 4 mei een Rotterdammer op de Dam?

6

“Niet per se. Ik ben natuurlijk Rotterdammer en kan niet los gezien worden van mijn ambt – burgemeester ben je in alle hoedanigheden – maar ik zou het niet goed vinden om daar alleen als Rotterdamse burgemeester te staan. Vooral als mens wil ik daar staan. En als mens wil ik ook een paar dingen kunnen zeggen. De inhoud weet ik nog niet, maar het wordt een toespraak die eigen is aan deze man, op deze plaats en over dit onderwerp. In ieder geval over iets dat mij na aan het hart ligt.” De Rotterdamse burgemeester kijkt met rationele, sociologische blik naar de Tweede Wereldoorlog en komt met scherpe analyses. Zo merkt hij op dat het beeld van ‘de oorlog’ door de tijd heen steeds hetzelfde blijkt te zijn. Het uithongeren van burgers is zo’n universeel beeld. Het gezicht van de oorlog. Aboutaleb haalt er drie aan: dat van de man achter prikkeldraad in Bosnië, met ontbloot en broodmager bovenlijf. Een beeld dat in het collectieve geheugen is gegrift. “Je kon zijn ribben tellen.” Een recenter beeld: de graatmagere man liggend in bed in Madaya, de belegerde, Syrische stad. En drie: “Het beeld van de bevrijding van Auschwitz, de uitgemergelde Joden achter de hekken. Hun ribbenkasten, steeds weer zie je de ribbenkasten terugkomen. Een afgrijselijk beeld. Qua omvang en qua opzet is de Tweede Wereldoorlog met niets anders te vergelijken. Het is de geschiedenis van de geesteszieke man die in een democratie aan de macht kwam.” Geeft het besef van oorlog een extra lading aan uw werk als verantwoordelijk politicus? “Het verschil tussen mij en de gemiddelde burger is dat ik een stuk verantwoordelijkheid draag. Het feit dat ik verantwoordelijk ben voor de opvang van mensen uit de hele wereld in onze stad, vluchtelingen, is een concrete vertaling van de wereldproblematiek. Daar probeer ik zo goed mogelijk mee om te gaan. Ik ben als burgemeester van Rotterdam altijd op zoek gegaan naar oorlogsverhalen die bijzonder indringend zijn.” En dan komt Aboutaleb met een precair onderwerp: collaboratie. “Ik vind het bijvoorbeeld lastig te begrijpen hoe je als geboren en getogen Nederlander onder de wapenen kon gaan van de Duitsers, vrijwillig in dienst trad bij de SS. Je land wordt onder de voet gelopen door de vijand, die bewust op zoek gaat naar één bepaalde groep mensen in die

NCMagazine | voorjaar 2016

3.1-coverstory-2-10.3.indd 24

22-03-16 17:25


COVERSTORY Over Ahmed Aboutaleb Ahmed Aboutaleb (1961, getrouwd, drie dochters en één zoon) is burgemeester van Rotterdam. Hij is PvdA-politicus, was wethouder Onderwijs (2004-2007) in Amsterdam en staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Op vijftienjarige leeftijd emigreerde Aboutaleb naar Nederland. Hij doorliep de klassieke route om hogerop te komen: van lts naar mts naar hbo-telecommunicatie. Hij startte zijn carrière in de media, onder andere als verslaggever bij Veronica en RTL Nieuws, en was directeur van multicultureel instituut FORUM. In 2014 riep weekblad Elsevier hem uit tot Nederlander van het Jaar. Op 4 mei houdt Aboutaleb de herdenkingstoespraak op de Dam.

samenleving – de Joodse mensen – om die uit te schakelen, en jij werkt daaraan mee. Dat gaat er bij mij niet in. Gevoelsmatig snap ik dat niet.” U bent duidelijk geraakt door dat thema. Het is nog altijd een taboe in Nederland. “Zonder meer, maar het is wel belangrijk om het erover te hebben. Afgelopen mei waren hier twee dames, die me vertelden hoe ze de oorlog overleefd hadden. Een van hen vertelde dat haar moeder is verraden op Katendrecht toen ze een liter melk in een fles ging kopen en bij het verlaten van haar huis haar jas met Jodenster vergat aan te trekken. Iemand die het zag, seinde de Duitsers daarover in, en heeft daar vijf gulden mee verdiend. Die man of vrouw is er beter van geworden, de vrouw die verraden werd, heeft het niet overleefd. Zij heeft haar moeder nooit meer teruggezien. Weet je, dit soort persoonlijke verhalen raken me heel erg. Ik herinner me dat ik in Auschwitz was met schoolkinderen. Ergens halverwege ons bezoek liep er een Marokkaans jongetje te huilen. Ik vroeg hem wat er was. Hij zei: ‘Ik begrijp nu dat als ik toen had geleefd, ik het misschien niet had overleefd. Want ik heb blijkbaar een verkeerde kleur ogen.’ Zo zag hij het: je wordt vermoord om de verkeerde kleur ogen. Of je wordt vermoord omdat je een religie hebt die niet overeenkomt met wat volgens de machthebber ‘zuiver’ is. Kijk naar IS. Iedere religie die niet in overeenstemming is met IS, is verboden. Of je moet je ter plaatse bekeren, of extra belasting betalen, of het gebied verlaten. Doe je dat niet, dan ga je eraan.” Waarom maakt u die vergelijking tussen IS en de nazi’s? “Omdat we ooit tegen elkaar gezegd hebben: wij willen nooit meer Auschwitz. De systematiek is hetzelfde. Je bent anders, dus ga je eraan. Of: je bent anders dus ben je het bron van het kwaad. En niet omdat je het kwaad hebt veroorzaakt, maar simpelweg omdat je anders bent. Dan verdien je het niet om te leven. Dan hoor je niet thuis in het door mij afgebakende territorium. Voor Hitler was het zowat de hele aarde, maar de essentie is hetzelfde. Ik zie dingen in Syrië gebeuren die mij doen denken aan de belofte die in de beschaafde wereld is uitgesproken, namelijk: nooit meer Auschwitz.”

3.1-coverstory-2-10.3.indd 25

22-03-16 17:25


4 EN 5 MEI DICHTER BIJ ELKAAR Meer samenhang tussen 4 en 5 mei is de wens van velen. In de toekomstvisie Kom vanavond met verhalen staat dat “het versterken van de samenhang ervoor zorgt dat de vragen die 4 mei oproept nadrukkelijker worden beantwoord op 5 mei.” Het Nationaal Comité neemt een aantal kleine stappen om beide dagen dichter bij elkaar te brengen. Een belangrijke vraag is: wat brengt ons hier bij elkaar? Door Anita van Stel | foto Nationaal Comité 4 en 5 mei/Jasper Juinen

8

N

ienke Majoor is als hoofd afdeling Herdenken en Vieren binnen het Nationaal Comité verantwoordelijk voor de implementatie van de nieuwe koers. Majoor licht toe: “De belangrijke aanleiding is het feit dat we steeds minder terug kunnen vallen op de eerste generatie, die het oorlogsverhaal van nature in zich heeft. We moeten in de vormen die we kiezen meebewegen met de tijd, om aansprekend te blijven voor de volgende generaties. Onder meer voor jongeren en voor mensen van wie de ouders niet in Nederland geboren zijn, maar die wel een band hebben met ons land. De centrale vraag is: wat brengt ons hier bij elkaar? Op die manier zijn we naar het programma gaan kijken.” Met ‘hier’ bedoelt het NC de plek waar de herdenking of de viering plaatsvindt. De Dam, De Nieuwe Kerk, een Bevrijdingsfestival, het 5 mei-concert of een lokale herdenking. ‘Ons’ verwijst naar de hele Nederlandse bevolking. Majoor: “Wij gaan mensen laten vertellen waarom ze op 4 mei op de Dam of in De Nieuwe Kerk aanwezig zijn. De Nationale Herdenking op de Dam en in De Nieuwe Kerk zijn één geheel, maar dat werd vaak niet zo ervaren. Door mensen buiten op grote schermen te laten zien wat er binnen in de kerk gebeurt, en andersom, proberen we een groter gevoel van saamhorigheid te creëren. De bijeenkomst in De Nieuwe Kerk wordt zo open mogelijk, met een ander uitnodigingsenbeleid. We passen de inrichting aan. De sprekers in het hart, met de aanwezigen er omheen. Dit moet bijdragen aan meer intimiteit en verbondenheid.”

Aanzien van de Dam Na de twee minuten stilte op de Dam volgen de kransleggingen, zoals altijd door de eerste generatie, maar in 2016 wordt zij voor het eerst vergezeld door kinderen of kleinkinderen. Majoor: “Deze ceremonie maken we ook persoonlijker, met meer toelichting voor wie iemand een krans legt. Deze op het oog kleine programmawij-

NCMagazine | voorjaar 2016

05.3-herdenken-1L-23.2.indd 14

22-03-16 17:26


herdenken en vieren

‘ Op de ochtend van 5 mei introduceren we een inhoudelijk discussieprogramma over vrijheid. De NOS gaat dit uitzenden

ziging heeft enorme praktische implicaties, want bij vorige herdenkingen stonden de tv-schermen achter de genodigden en nu gaan we ze naast het monument plaatsen, zodat toeschouwers kunnen zien wat er gebeurt. Het aanzien van de Dam verandert daardoor.” Ook het programma wijzigt. Om verbinding met 5 mei tot stand te brengen, zullen muzikanten zowel op 4 mei als bij het 5 meiconcert op de Amstel optreden. Iran-correspondent Thomas Erdbrink houdt de 5 mei-lezing die als opmaat dient voor het ochtendprogramma van 5 mei, dat dit jaar in Groningen wordt gehouden. Nienke Majoor: “De ochtend van 5 mei wordt radicaal anders, omdat we meer publiek willen bereiken. We introduceren nu een inhoudelijk discussieprogramma, met een brede mix van genodigden die spreken over wat vrijheid in deze tijd betekent. Samen met IDTV en de NOS is hard gewerkt, zodat het nu ook uitgezonden zal worden op televisie.” De minister-president ontsteekt het vuur op 5 mei, dit is het startschot van de veertien Bevrijdingsfestivals. Majoor: “We willen tijdens de festivals beter naar voren laten komen dat we het feest nu alleen kunnen vieren doordat we het ooit níet konden vieren. Er zit dus nadrukkelijk een link naar 4 mei. In de omgang met artiesten en Ambassadeurs van de Vrijheid komt de vraag ‘waarom zijn we hier’ aan bod. Dat is een uitdaging, want je wilt de inhoud overdragen, maar tegelijkertijd een miljoen mensen op de been brengen. Dat lukt alleen met een aantrekkelijke line-up, met muziek en theater.” Majoor eindigt met een scoop: Ali B componeerde vorig jaar het lied Nieuwe Held. De melodie daarvan wordt bewerkt en zal op diverse momenten terugkomen op 4 en 5 mei. Het 5 mei-concert op de Amstel blijft grotendeels hetzelfde, met het slotakkoord We’ll meet again, dat volgens Majoor onveranderlijk krachtig de belofte in zich heeft: we zijn er volgend jaar weer, om te herdenken en vieren.

4 mei – de vernieuwingen De Nieuwe Kerk: Opener uitnodigingsbeleid, andere inrichting, intiemer, spreker voor op podium, kortere lezing, meer ruimte voor persoonlijke verhalen, meer ruimte voor verbondenheid en muziek en meer verbinding met de Dam De Dam: Schermen naast monument, verbinding met De Nieuwe Kerk, aanwezigen spreken persoonlijk verhaal uit, kranslegging door eerste en tweede/derde generatie met testimonials Nieuwe Held van Ali B als rode draad en verbinding tussen 4 en 5 mei

5 mei – de vernieuwingen Ochtend: Discussieprogramma, mix van gasten en sprekers, link met de actualiteit over wat vrijheid anno 2016 betekent Bevrijdingsfestivals: Meer aandacht voor de inhoud en de vraag ‘waarom dit feest?’, onder meer door bezoeken van de Ambassadeurs van de Vrijheid aan plekken waar oorlog en vrijheid schuren 5 mei-concert: Licht klassiek, grotere schermen, meer bootjes, feest, maar ook verbinding met 4 mei Nieuwe Held van Ali B als rode draad en verbinding tussen 4 en 5 mei Voor de beleidsperiode 2016-2020 heeft het Nationaal Comité een nieuwe campagne ontwikkeld. Deze is te zien vanaf 18 april op radio, televisie, online, social media, in print. Het concept komt van Kessels Kramer. Centraal staat de vrijheid die we doorgeven, van generatie op generatie. Op vrijheid.nl laten mensen zien hoe zij dat doen, met gebruik van de #geefvrijheiddoor.

|9 05.3-herdenken-1L-23.2.indd 15

22-03-16 17:27


Vrijheidscolleges

KRITISCHE REFLECTIES OP VRIJHEID De vierde editie van de Vrijheidscolleges is begonnen: een serie lezingen gebaseerd op de Four Freedoms van Franklin D. Roosevelt. Inmiddels worden de colleges in acht steden gehouden, op onder meer de Bevrijdingsfestivals. “Vanwege het tijdsgewricht is dit initiatief belangrijker dan ooit.� door Maarten Dallinga | foto Peter Hilz/HH

10

NCMagazine | voorjaar 2016

12.2-vieren-3-6.2.indd 4

23-03-16 15:28


vieren

Lodewijk Asscher: ‘Vrijheid is soms ongemakkelijk, maar dat is altijd te verkiezen boven een land zonder vrijheid.’

‘M

et de Vrijheidscolleges willen we bijdragen aan het maatschappelijk debat en verschillende perspectieven laten horen”, zegt projectcoördinator Esther Lubberding. “We hopen dat mensen door de lezingen geprikkeld worden in hun denken en er met anderen over doorpraten.” Lubberding was tot juli 2015 directeur van Bevrijdingsfestival Utrecht en organiseerde in die hoedanigheid in 2013 de eerste editie van de Vrijheidscolleges. Het was toen driehonderd jaar geleden dat de Vrede van Utrecht werd getekend. Ook organiseerde Utrecht op 5 mei 2013 de 5 mei-lezing én de Nationale Viering van de Bevrijding. Dat was de aanleiding om met Vrijheidscolleges te beginnen. Inmiddels worden de lezingen op acht plekken gehouden (zie kader). Minister Lodewijk Asscher van Sociale Zaken gaf met een speech op 29 maart in het Utrechtse TivoliVredenburg de aftrap voor deze editie. Hij vindt de Vrijheidscolleges een belangrijk project: “De beste bescherming van onze vrijheid is namelijk zelf blijven nadenken: tegenspraak bieden, kritisch zijn en aannames testen. Vrijheid is soms ongemakkelijk, maar dat is altijd te verkiezen boven een land zonder vrijheid.”

De confrontatie aangaan Lubberding: “We vragen wetenschappers als spreker, maar ook schrijvers of nu bijvoorbeeld Mostafa Hilali.” Hij is luitenant-kolonel bij de Koninklijke Landmacht en verzorgde het openingscollege van deze editie, over de vrijwaring van angst. Hilali deed niet alleen een militaire opleiding, maar studeerde ook geschiedenis en islamologie. “De Four Freedoms zijn allemaal belangrijk”, meent hij, “maar het grootste probleem van dit moment in onze samenleving is angst. We zijn bang voor de ander, voor het vreemde: voor de moslimbuurman, voor vluchtelingen, voor elkaar. Daardoor reageren sommige mensen heel irrationeel, door angst doen we heel rare dingen.” Hij doelt bijvoorbeeld op de agressieve demonstraties tegen de opvang van vluchtelingen, zoals vorig jaar in Geldermalsen. Hilali, die na de aanslagen van 2015 in Parijs de Facebook-pagina Nietmijnislam oprichtte (inmiddels bijna dertigduizend likes), vertelde in zijn college dat we kunnen leren van de manier waarop militairen met angst omgaan. Vooraf zei hij daarover: “Angst is normaal. Maar als je tijdens een missie verlamd raakt door angst, dan kan dat heel gevaarlijk zijn. Daarom is het ontzettend belang-

| 11 12.2-vieren-3-6.2.indd 5

23-03-16 15:28


vieren

Barbara Oomen: Het zou mooi zijn als de Vrijheidscolleges een nog groter publiek zouden bereiken

Mechteld Jansen

Onder: Mustafa Hilali heeft na de aanslagen van 2015 in Parijs de Facebook-pagina Nietmijnislam opgericht

Acht plekken

Lonia Kassi

Almere, Den Bosch (en omgeving), Den Haag, Groningen, Utrecht, Vlissingen (en omgeving), Wageningen en Zwolle. Op die acht plekken worden dit jaar de Vrijheidscolleges gehouden. Met acht sprekers, onder wie cabaretier Vincent Bijlo (vrijheid van meningsuiting), schrijfster Jessica Durlacher (vrijheid van geloof), publicist Zihni Özdil (vrijwaring van angst) en directeur van de Stichting voor vluchtelingstudenten UAF Mardjan Seighali (vrijwaring van gebrek). Ze maken een tournee langs theaters, scholen en de Bevrijdingsfestivals. Allemaal houden ze hun lezing vier keer, op verschillende locaties.

rijk om je angst onder ogen te komen en te onderzoeken. Dat is wat militairen leren en zo overwinnen ze hun angsten.” De confrontatie aangaan dus, dat kunnen we opsteken van het leger: “Ga in gesprek met degene voor wie je bang bent. Voel jij je bedreigd door moslims, ga eens naar de moskee.” Hilali hoopt dat hij met zijn college mensen kan inspireren: “We leven op veel plekken gesegregeerd, omdat we angstig zijn. Maar angst is niet altijd terecht.”

“Wat ik mooi vond, was dat na mijn lezing echt een gesprek ontstond, met mensen die hun gedachten over de godsdienstvrijheid deelden, maar die ook heel goed naar elkaar luisterden”, blikt Oomen terug. “Zo was er een studente die het lastig vond om aan haar klasgenoten uit te leggen hoe belangrijk de islam voor haar was. Ook vertelde zij hoezeer ze last heeft van het verhardende klimaat.”

Toonaangevende sprekers

Jaarlijks trekken de colleges bij elkaar ruim twintigduizend bezoekers, zegt Lubberding. “We streven naar een iets andere doelgroep dan het reguliere debatpubliek en dat lukt aardig. Ons publiek is bijvoorbeeld redelijk jong, dankzij onze samenwerking met onder meer hogescholen en universiteiten en doordat er ook lezingen op de Bevrijdingsfestivals zijn.” Het is de ambitie om in de komende jaren te blijven groeien. Oomen: “Het zou mooi zijn als de Vrijheidscolleges een nog groter publiek zouden bereiken. Vanwege het tijdsgewricht zijn de lezingen, en de gesprekken die erop volgen, belangrijker dan ooit.” Een aantal lezingen is terug te zien via YouTube. Meer informatie: www.vrijheidscolleges.nl.

Een klein projectteam regelt de organisatie van de lezingen. Financiële steun ontvangt Stichting Vrijheidscolleges van onder meer het Nationaal Comité 4 en 5 mei en het Prins Bernhard Cultuurfonds. Eerdere colleges werden verzorgd door onder anderen schrijver Abdelkader Benali, journalist Ad van Liempt, historicus Maarten van Rossem (zijn lezing is bijna dertigduizend keer bekeken op YouTube), columnist Sheila Sitalsing, arabist Petra Stienen en Nationaal Comité 4 en 5 mei-voorzitter Gerdi Verbeet. “Stichting Vrijheidscolleges is erin geslaagd om toonaangevende sprekers, vanuit heel verschillende hoeken, te laten reflecteren op de vier vrijheden – die wat mij betreft het fundament onder de mensenrechten vormen”, zegt professor Barbara Oomen, decaan van University College Roosevelt in Middelburg en hoogleraar Rechten aan de Universiteit Utrecht. Ze is bestuurslid van Stichting Vrijheidscolleges. Volgens haar is het belangrijkste doel van de lezingen “het vieren van de vrijheid, door kritische reflectie op wat die vrijheid inhoudt en vraagt.” In 2013 verzorgde zij zelf een college, over de vrijheid van godsdienst. Daarin zei ze: “Juist de vrijheid van verering, voor velen zo ver van hun bed, vergt bescherming en verdient aandacht. (…) Het koesteren van godsdienstvrijheid is het koesteren van pluralisme.”

12

Twintigduizend bezoekers

Four Freedoms De Four Freedoms werden in januari 1941 uitgesproken door de Amerikaanse president Franklin D. Roosevelt. Hij riep in zijn historische State of the Union de Amerikaanse politiek en de bevolking op om te strijden voor het herstel van democratische waarden in de wereld: vrijheid van meningsuiting, vrijheid van geloof, vrijwaring van gebrek en vrijwaring van angst. De Four Freedoms werden in 1948 opgenomen in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens.

NCMagazine | voorjaar 2016

12.2-vieren-3-6.2.indd 6

22-03-16 17:29


herinneren

‘IK WEIGER IN ANGST TE LEVEN’ Wat betekent het oorlogsverleden van de eerste generatie slachtoffers voor hun kinderen en kleinkinderen? Wat betekenen herdenken & vieren? NC Magazine publiceert elk nummer een gesprek met de tweede en derde generatie. Dit keer: de Joodse actrice Isa Hoes en televisiepresentator Rocky Tuhuteru, die een Molukse achtergrond heeft. door Leonard Ornstein en Larissa Pans | foto’s Chris van Houts | visagie Taco Smit

15-herinneren-5-16.3.indd 11

22-03-16 17:30


H

artje Oud-Zuid in Amsterdam, we zitten in de lobby van het Conservatorium Hotel. Gasten werpen steelse blikken op actrice Isa Hoes en televisiepresentator Rocky Tuhuteru. Hoes komt hier wekelijks, ze is ambassadeur van het hotel, en is lid van de sportschool die onderin het pand zit. Een persoonlijk gesprek tussen twee mensen die door hun afkomst met eigen draadjes verbonden zijn aan de Tweede Wereldoorlog. En die beiden ook de behoefte voelen om in de gepolariseerde samenleving anno nu bruggen te slaan. Ze zijn zich bewust van de discriminatie van Marokkaanse jochies of voetballers met een kleurtje. Tuhuteru weet zelf maar al te goed hoe het is om geweigerd te worden bij een disco. “Als ik met mijn Molukse vrienden uitging, werden we in groepen geweigerd. Gingen we maar bij elkaar thuis wat drinken en muziek maken.” Hoes veert op, en vertelt over haar zeventienjarige zoon Merlijn en zijn vrienden (“Hij heeft een paar hartstikke leuke Marokkaanse vriendjes”) die op stap waren, wat gedronken hadden en met elkaar aan het dollen waren. Meteen kwam er politie op ze af, en haalde de jongens uit elkaar. “Merlijn zei tegen de agenten: ‘Er is niks aan de hand hoor, we zijn vrienden. We zijn gewoon aan het stoeien.’ En toch werd zijn Marokkaanse vriend eruit gepikt door de agenten.” We treffen actrice Isa Hoes (1967) op een moment in haar leven dat ze begonnen is met het ontrafelen van haar familiegeschiedenis, waarin haar Joodse wortels een rol spelen. Ze is net terug van een reis door Israël, gemaakt samen met haar broer Onno (Hoes, VVD-politicus, oud-burgemeester van Maastricht en oudvoorzitter van het CIDI) en haar kinderen Merlijn en Vlinder. Dit najaar zal die zoektocht te zien zijn in het programma Verborgen Verleden. Ze is gebruind, vrolijk, open. Het gaat haar goed. Haar boek Toen ik je zag over haar leven met acteur Antonie Kamerling, hun liefde, hoe zijn depressies langzaam vat kregen op hun leven en uiteindelijk zijn zelfmoord in 2010 verkocht meer dan 250.000 exemplaren. Het leverde haar een stortvloed aan emotionele reacties op van lezers die herkenning vonden in haar boek, en ze geeft geregeld lezingen over het zware thema depressie.

14

Molukse zaak Haar gesprekspartner bij dit dubbelinterview, Rocky Tuhuteru (1959), is oud-radiopresentator (NOS Langs de Lijn, Suara Maluku en Radio Thuisland) en televisiepresentator (“Isa, weet je nog dat je twintig jaar geleden bij mij bij in Ontbijt TV zat?” “Jazeker!”). Zwarte krullen met een zilveren glans, donkerbruine ogen. Hij heeft nu zijn eigen mediacommunicatiebureau. Rocky Tuhuteru is Moluks van origine en zijn leven is doortrokken van ‘de Molukse zaak’. Zijn neef was een van de kapers van De Punt in 1977 en is bij de bevrijdingsactie doodgeschoten. Ook nu is hij nog bezig zijn eigen accenten te leggen bij ‘de oorlog’. Hij is nauw betrokken bij het Indisch Herinneringscentrum en op zijn initiatief worden de dagen van 4 en 5 mei via allerlei activiteiten verbonden aan 15 augustus, de datum waarop de Japanse bezetting in toenmalig Nederlands-Indië werd beëindigd. Rustig en bedachtzaam vertelt hij over zijn ervaringen als Moluks ‘kampjongetje’, want Tuhuteru is geboren in een Moluks interneringskamp in Capelle aan den IJssel. “Er was alleen koud water en we stonden in de rij voor de keuken. Maar ik heb er geweldige herinneringen aan. Dat kampleven vond ik één groot feest: alleen maar vriendjes, dag in dag uit voetballen. En muziek, er klonk altijd muziek. Aan de rand van het kamp was een voetbalveld en mijn vader was zo slim om me daar te leren fietsen. Als ik viel, viel ik zacht.” Het abrupte markeringspunt tussen de Molukse en de Nederlandse wereld maakte zijn moeder. Ze besluit om hem naar de witte basisschool in Rotterdam-Oost te sturen, en niet naar de christelijke basisschool in Capelle aan den IJssel, waar al zijn Molukse vriendjes naartoe gaan. Beter voor zijn Nederlands, vindt zo-

Isa Hoes: ‘Mijn tante onthulde dat mijn opa bij de Joodse Raad heeft gezeten. Een ontdekking met een bijsmaakje’

NCMagazine | voorjaar 2016

15-herinneren-5-16.3.indd 12

22-03-16 17:31


herinneren

wel Rocky’s moeder als zijn toenmalige juf, juf Keizer. “Dat heb ik mijn moeder en de juf enorm kwalijk genomen. Als we met zijn allen in de bus zaten, stapten al mijn vriendjes uit in Capelle en ik ging in mijn eentje huilend door. Ik heb goed Nederlands geleerd, maar ben later mijn Maleis gaan ophalen, ik vind dat ik beide talen goed moet beheersen. Ik realiseer me met het ouder worden steeds meer: taal is een deel van wie je bent. Die taal maakt ook dat ik verbinding houd met de kleine, Molukse gemeenschap die hier naartoe gekomen is. Mijn vader dacht dat hij terug zou gaan naar de Molukken, mijn moeder was reëler en wist dat we in Nederland zouden blijven. Wij verhuisden op haar initiatief uit het kamp, ons gezin werd door de rest als verraders gezien. De gevolgen van de oorlog in Nederlands-Indië – het feit dat de Molukkers hier wonen zonder dat we dat wilden – die zijn er tot op de dag van vandaag.” Tuhuteru doelt op de niet nagekomen belofte van de Nederlandse regering indertijd, dat na de Tweede Wereldoorlog de Molukkers een eigen staat zouden krijgen in Indonesië. In de jaren zeventig werden veel Molukkers wantrouwend en angstig bekeken, vanwege de kapingen en het geweld. Als een Molukker in een trein zat, durfden veel mensen er niet naast te zitten. Werd je toen niet ontzettend geconfronteerd met de oorlog en met je afkomst? “Zeker. Je ging je door de behandeling in de Nederlandse samenleving veel meer Molukker voelen dan je was. Ik ging met zo’n bandana van de Molukse vlag om mijn hoofd lopen, wilde alleen Maleis praten. Achteraf bezien beschouw ik de kapingsacties van Molukse jongeren als een rechtstreeks gevolg van de niet-goede ontvlechting van de kolonie. Ja, ik was solidair met de kapers, ik begreep ze. Mijn neef en beste vriend was een van de kapers. Die is doodgeschoten bij de beëindiging van de kaping. Hij was pas zeventien.”

Goede Tijden, Slechte Tijden Isa Hoes was lang niet bezig met haar Joodse identiteit, vindt naar eigen zeggen haar Joods-zijn iets “heel ingewikkelds”. “Op de basisschool riep ik in de klas eens enthousiast ‘Ik ben Joods!’ Ik wilde bijzonder zijn, dat paste wel in mijn straatje. Toen ik het vertelde aan mijn moeder, merkte ik aan haar reactie dat ze het afkeurde.

Ze zei het niet met zoveel woorden, maar ik wist wel dat ik dit beter niet had kunnen zeggen. Na de oorlog negeerde mijn moeder juist heel bewust haar Joods-zijn, met het idee: dan is het er niet meer.” Moeder Emma de Winter (1927-2010) dook in de Tweede Wereldoorlog in haar eentje onder en zat op onderduikadressen in onder andere Amsterdam, Den Bosch, Drachten en Zaandam. Haar ouders, broer en zus zaten ook ondergedoken. Ze hebben allen de oorlog overleefd. Thuis, bij de familie De Winter, werd nooit meer over de oorlog gesproken. “Toen ik in Goede Tijden, Slechte Tijden zat werd ik geïnterviewd voor het Joods Journaal. Ik stond groot op de cover. De reacties waren meestal neutraal, op één na. Nina Brink (bekend zakenvrouw/ red.) zei tegen me: ‘Jij staat nu ook op de dodenlijst.’ Ik weet nog wat ik toen dacht: ‘Dit wil ik helemaal niet horen.’ Antonie stond naast me en hij vond het heel akelig. Ik heb mijn hele leven al een gruwelijke hekel aan hokjesdenken. Is dat omdat ik Joods ben?, vraag ik me dan af. Wil ik het niet zijn? Vind ik het eng? Ik ben heel positief ingesteld, ik wil het goede in mensen zien. Ik wil niet in angst leven.” Isa is de jongste uit een gezin van vier kinderen, twee broers, één zus. Moeder Joods, vader katholiek. “Ik ben niet opgevoed met Joodse tradities. Met Kerstmis was er een kerstboom en – heel Brabants – we kregen worstenbroodjes, en dan waren er ook matzes.” (Lachend:) “Een héél bonte mix aan tradities.” “Ik scheel veertien jaar met mijn oudste broer Harold. Hij heeft heel andere herinneringen aan zijn jeugd dan ik. Ik vond hem altijd zo zwaar op de hand. Hij is in therapie geweest voor het tweedegenera-

Rocky Tuhuteru: ‘Mijn ouders hebben meer over de Onafhankelijkheidsoorlog in Indonesië verteld dan over de Tweede Wereldoorlog’

| 15 15-herinneren-5-16.3.indd 13

22-03-16 17:31


WIE IS ROCKY TUHUTERU? Rocky Tuhuteru (1959) is televisie- en radiopresentator, verslaggever en programmamaker, onder andere voor NOS Langs de Lijn. Hij is adviseur van de Raad voor Cultuur en heeft zijn eigen media- en communicatiebureau Tuhuteru & Partners in Den Haag. Hij heeft ook het platform Van 5 mei naar 15 augustus opgericht om meer aandacht te vragen voor het Indiëverleden. Het is dit jaar 65 jaar geleden dat de Molukkers naar Nederland kwamen en onder meer in Kamp Vught en Kamp Westerbork (!) werden opgevangen.

tieleed. Ik voel me als nakomertje meer derde generatie. Ik heb thuis juist weinig van de oorlog meegekregen.”

Tweede generatie Tuhuteru voelt zich wel tweede generatie: “Maar het ligt net wat anders. Mijn ouders deelden niet veel met hun kinderen over de Tweede Wereldoorlog. Alhoewel ze geïnterneerd zijn geweest in een Japans kamp, vertelden mijn ouders me veel meer over de Onafhankelijkheidsoorlog in Indonesië. De wens om terug te keren naar een vrij moederland, dat hield hen bezig.” “Ik wist altijd dat ik een kleine familie had”, zegt Hoes. “Veel familie van moederskant is niet teruggekomen. Mijn moeder heeft later meegewerkt aan dat Shoah-project van Spielberg, waarin ze over haar ervaringen in de Tweede Wereldoorlog vertelde. Ik was daar toen helemaal niet in geïnteresseerd. Ik had net mijn eigen gezin, ik had Antonie. Het klinkt een beetje zwaar, maar hij was door zijn depressies toch ook iemand waar veel van mijn aandacht naartoe ging. Ik kon het er niet bij hebben. Ik had ook niet zo’n goede relatie met mijn moeder. Ingewikkeld. Als ik langskwam, zei ze: ‘Hè, wat heb ik jou lang niet gezien!’ Het was nooit goed. Laatst hoorde ik voor het eerst via het zusje van mijn moeder, tante Netty, wat meer over mijn familiegeschiedenis in de oorlog. Zij onthulde dat mijn opa in de Joodse Raad zat. Een ontdekking met een bijsmaakje. Ze hebben veel Joodse kinderen gered, maar ook een dubieuze rol gespeeld. Mijn oma heeft mijn moeder ooit eens weggehaald op een onderduikadres waar de volgende dag een inval was. Nu denk ik weleens dat dat geen toeval was. Dat mijn oma meer wist, wellicht door de connectie van haar man met de Joodse Raad. Tante Netty leeft nog, is een heel kwieke vrouw van 89. Onno en ik gaan haar binnenkort interviewen, want zij is de enige die er nog over kan vertellen.”

Op de Molukken Midden in de burgeroorlog, in 2000, toog Tuhuteru als verslaggever van Een Vandaag naar de Molukken. Onzeker, de situatie was dreigend. Hij sprak daar met moslims en christenen, bracht in beeld hoe ze weer tot verzoening kwamen. “Hoe bizar het ook moge klinken, ik ervoer die reis echt als thuiskomen. Dan stap je in een busje en dan tuf je langzaam door een negorij, om me heen hoorde ik pratende en gierende kinderen. ‘Net mijn zus’, dacht ik. Dat was voor mij het ultieme bewijs dat wat daar is, ook een deel is van mij. Ik ben echt bicultureel opgevoed door mijn ouders,

16

WIE IS ISA HOES? Isa Hoes (1967) is actrice, speelt in toneelstukken, films en televisieseries en werd bekend door haar rol in Goede Tijden Slechte Tijden. Ze is schrijfster, schreef onder andere de bestseller Toen ik je zag en in juni 2016 verschijnt haar kinderboek Engel, geschreven met haar dochter Vlinder. Hoes was getrouwd met Antonie Kamerling, is nu single en heeft twee kinderen, Merlijn (17) en Vlinder (10). Dit najaar is Isa te zien in de tv-serie Verborgen Verleden, waarin ze op zoek gaat naar de Joodse wortels van haar moederskant.

letterlijk bijna. Maandags aten we rijst, dinsdag aardappelen met bloemkool, woensdag nasi enzovoort. Ik ben mijn moeder wel heel dankbaar hoor, zij heeft me vooruit geholpen. Ik voel dat ik ook deel uitmaak van die grotere Molukse gemeenschap, maar beweeg me meer in een Nederlandse omgeving. Ik woon in Amsterdam, tussen de Nederlanders, lekker met drie sloten op de deur. Ik moet er niet aan denken dat iedereen zo bij me naar binnen kan lopen.” Wat voelde je van de pijn van je ouders die zij hadden door het verleden, de niet nagekomen belofte. Zij zijn immers 65 jaar geleden naar Nederland gekomen? “Ik voelde de miskenning, er was een groot wantrouwen en boosheid tegenover de Nederlandse overheid. Maar het gekke was, mijn ouders gingen wel gewoon om met Nederlanders. Mijn vader werkte bij Unilever, mijn moeder bij het Leger des Heils. En ze had groot succes met workshops Moluks koken aan Nederlanders.” Rocky is de oudste, na hem komen er nog twee zussen en twee broers. “Wij kinderen hebben de frustratie van onze ouders niet, wij hebben ons bestaan hier opgebouwd, maar we begrijpen hen wel.” Hoes: “Ik ben in de kern heel emotioneel over mijn Joodse kant. Het is misschien wel zelfbescherming dat ik me er nooit zo intens mee bezig heb gehouden. Ik kan wel húilen om groepen die niet geaccepteerd worden door anderen. Ik raak er steeds meer van overtuigd dat mensen als Rocky en ik, die de publieke opinie kunnen beïnvloeden, dat ook moeten doen. Op het gebied van racisme, antisemitisme, tolerantie. Ik kan niet zwijgen. Veel mensen zeggen: ‘Pas op wat je doet, denk aan je kinderen.’ Ik weet het, mijn kinderen hebben nog maar één ouder, maar ik weiger in angst te leven.”

NCMagazine | voorjaar 2016

15-herinneren-5-16.3.indd 14

22-03-16 17:32


educatie

KINDEREN HOUDEN OORLOGSVERHALEN LEVEND Ouderen die hun verhalen over de Tweede Wereldoorlog doorgeven aan kinderen uit de wijk. Dat is de missie van Oorlog in mijn Buurt: begonnen in Amsterdam en nu ook actief in Den Haag. Initiatiefnemer is journalist Minka Bos. Door Maarten Dallinga | foto Katrien Mulder

‘A

ls de oudere mensen hun verhaal vertelden, leek het net alsof ik er zelf bij was. Het was geen verhaal, het was een belevenis.” Dat zegt Luna, die, als leerling van groep acht van een basisschool in de Amsterdamse buurt De Pijp, meedeed aan Oorlog in mijn Buurt. Het idee is simpel: basisschoolkinderen gaan op bezoek bij overlevenden van de Tweede Wereldoorlog, die tijdens de oorlog in hun buurt woonden (sommigen wonen er nog steeds). De kinderen interviewen de ouderen over hun oorlogservaringen, over bijvoorbeeld onderduiken, verzet en voedselschaarste. “We zijn er in 2012 mee begonnen”, vertelt directeur, ontwikkelaar en journalist Minka Bos, “en we merkten gelijk al dat de verhalen heel dichtbij kwamen, doordat ze uit je eigen buurt komen.” Inmiddels is de stichting Oorlog in mijn Buurt actief in zo’n vijftien buurten in Amsterdam en sinds januari 2016 ook in drie buurten in Den Haag. Er hebben in totaal al tweeduizend kinderen van 45 scholen meegedaan. Zo’n vijftig professionals, voornamelijk freelancers, zorgen voor de ondersteuning. Voordat de kinderen bij de overlevenden op bezoek gaan, krijgen ze lessen geschiedenis en journalistiek. Tijdens een eindpresentatie op school vertellen de kinderen de verhalen die ze hebben gehoord; de meeste overlevenden zijn daarbij aanwezig. De opgetekende oorlogsverhalen worden ingezet als lesmateriaal.

Erfgoeddragers Het totale onderwijstraject duurt zes weken. De leerlingen krijgen ook masterclasses, bijvoorbeeld over de NSB en SS. Bos: “Zo

leren we de kinderen nog meer na te denken over de goede en foute keuzes die je kunt maken. Laatst zei een leerling dat een verhaal over een jongen die zich aanmeldde bij de SS hem deed denken aan de jongeren die zich aansluiten bij Islamitische Staat. We hopen dat de ervaringen van kinderen met Oorlog in mijn Buurt doorwerken op de beslissingen die ze in hun leven maken.” In 2015 werd het project uitgebreid met de benoeming van zeventig Erfgoeddragers van Amsterdam: kinderen die mee hebben gedaan aan Oorlog in mijn Buurt en een speechtraining hebben gevolgd. Zij vertellen oorlogsverhalen bij herdenkingen, in de media of gewoon in het dagelijkse leven. Dit jaar worden ook de eerste Erfgoeddragers van Den Haag benoemd. www.oorloginmijnbuurt.nl.

Het vrijheidsboek In april verschijnt bij uitgeverij AUP Het vrijheidsboek. Daarin geven veertien Nederlanders hun visie op vrijheid, onder wie hiphopartiest Glenn de Randamie (Typhoon), Auschwitz-overlevende Lotty Huffener-Veffer, schrijfster Marion Bloem, historicus Chris van der Heijden, oud-minister Jan Pronk en politica Samira Bouchibti. Met een voorwoord van Gerdi Verbeet, voorzitter van het Nationaal Comité 4 en 5 mei. Het vrijheidsboek (19,95 euro) is geschreven door Esther Captain (historica en hoofd onderzoek Nationaal Comité 4 en 5 mei) en Maarten Dallinga (journalist en socioloog). Meer info? Mail naar: vrijheidsboek@4en5mei.nl.

| 17 13.3-herinneren-1R-10.2.indd 15

22-03-16 17:33


27.3-vieren-4-24.2.indd 6

22-03-16 17:36


vieren 5 mei-concert op de Amstel

MUZIEK VERBINDT Herdenken op 4 mei en vieren op 5 mei worden afgesloten met het 5 mei-concert op de Amstel in Amsterdam. Ook dit jaar met een prachtige lineup: het Radio Filharmonisch Orkest, Hadewych Minis, Paul de Munnik, Ali B en de cast van De Tweeling, de musical. door Frank Kromer foto’s Ilvy Njiokiktjien

| 19 27.3-vieren-4-24.2.indd 7

22-03-16 17:35


vieren 5 mei-concert op de Amstel

‘Mijn beide grootmoeders hebben in het verzet gezeten’

Hadewych Minis (1977) is actrice en zangeres. In 2014 bracht zij de plaat The Truth and Nothing but the Truth uit, momenteel is zij in de bioscoop te zien met de film Mannenharten 2. Tijdens de Nationale Herdenking op 4 mei treedt Minis op in De Nieuwe Kerk te Amsterdam. Wat betekent 5 mei voor jou? “Mijn beide grootmoeders hebben in het verzet gezeten. Een van hen heeft zelfs onderduikers in huis gehad. Dus van jongs af aan heb ik Bevrijdingsdag heel bewust meegekregen. Helaas zijn ze allebei overleden. Maar als ik met mijn familie ben, dan rakelen we altijd verhalen over ze op.” Hoe vier jij vrijheid? “Ik sta eerder stil bij de oorlog dan bij het begrip vrijheid, dat is zo abstract. Al een paar jaar kijk ik op 5 mei samen met mijn man Tibor de film Escape from Sobibor. Dat is zo’n bijzondere film. Vooral het beeld aan het einde, als de ontsnapte gevangenen wegrennen richting het bos; dat raakt me zo intens.” Hoe breng je een concept als vrijheid over op je kinderen? “Ook al zijn mijn kinderen nog jong, ik probeer ze wel op te voeden met het idee dat anderen het minder goed hebben dan wij. Zo geven wij vaak aan de voedselbank. Mijn zoontje Salvador moet van mij ook elk jaar wat van zijn speelgoed aan arme kinderen geven. Hij begrijpt natuurlijk nog niet helemaal wat vrijheid is, maar zo maak ik hem wel beetje bij beetje bewust.” Wat wil je het publiek op 5 mei meegeven? “Het is een cliché, maar muziek verbindt. Dus ik hoop dat mensen door onze muziek even de verschillen vergeten. Dat ze opgaan in de muziek en dat het niet meer uitmaakt of je links of rechts bent, of je blauwe of bruine ogen hebt. Een gevoel van saamhorigheid, daar gaat het om. Want vrijheid is voor iedereen anders, dus je moet ook ruimdenkend zijn, vooral naar anderen toe.”

| 20 27.2-vieren-4-24.2.indd 11

22-03-16 17:37


internationaal Uitwisselingsproject Nederland-Duitsland 2015

HOE VIER JE DE VRIJHEID?

Het keukentafelgesprek op het podium met Petra Stienen, Gerdi Verbeet en Friso Wielenga tijdens het Vrijheidsfeest in Münster, 27 augustus 2015

Vorig jaar hebben Duitsland en Nederland onderzocht hoe beide landen omgaan met vrijheid, democratie en burgerschap. Een terugblik op Voor Vrijheid-Für Freiheit. Door Annette Schautt | foto Jasper Juinen

I

n 2012 hield de Bondspresident van Duitsland, Joachim Gauck, op uitnodiging van het Nationaal Comité 4 en 5 mei de 5 mei-lezing in Breda. Zijn hartstochtelijk appèl om verantwoordelijkheid voor vrijheid te nemen, werd door het Nationaal Comité vertaald in een gevarieerd jaarprogramma waarin de vraag ‘Hoe vier jij de vrijheid?’ centraal stond. De aftrap werd in 2014 gegeven met een conferentie op de Nederlandse ambassade in Berlijn. Gedurende het herdenkingsjaar 70 jaar bevrijding werd onderzocht hoe in beide landen wordt omgegaan met vrijheid, democratie en burgerschap. Nederland en Duitsland hebben vanwege hun geschiedenis en context andere ervaringen en grote expertise op het gebied van (on)vrijheid en bevrijding. Diverse activiteiten van het Nationaal Comité werden onder dit project samengebracht, zoals het internationaal studieprogramma en de jaarlijkse conferentie met directeuren van de diverse oorlogs- en verzetsmusea uit Nederland en Duitsland. Daarnaast werden studiereizen en workshops geïnitieerd voor professionals en jongeren, om kennis uit te wisselen en het eigen perspectief te verbreden door met andere ogen dezelfde vragen te belichten. Hoe geef je betekenis aan de herinnering aan de Tweede Wereldoorlog voor huidige en toekomstige generaties? Welke keuzes worden gemaakt voor een herdenking? Dat laatste hebben de deelnemers van het studieprogramma samen ervaren in Nederland, op 4 en 5 mei, en in Duitsland (Volkstrauertag) op 15 november 2015 in de Bondsdag te Berlijn.

Spetterend feest Een van de hoogtepunten was het zomerse Vrijheidsfeest in Münster (27 augustus) in aanwezigheid van koning Willem-Alexander, vele andere hoogwaardigheidsbekleders, projectpartners en burgers. Een spetterend feest met de Konrad Koselleck Big Band, Ellen ten Damme en cabaretier Vincent Bijlo. De organisatie About Freedom verzorgde zogenoemde keukentafelgesprekken over vrijheid, eerst op het podium en daarna tussen het publiek. Voor Vrijheid-Für Freiheit heeft een groot palet aan samenwerkingsprojecten op gang gebracht. Maar niet alleen dat. Tussen jonge filmmakers, museummedewerkers en educatoren zijn vriendschappen ontstaan. Het mooiste resultaat is echter dat de samenwerking in 2016 verdergaat, ook nu het Nationaal Comité het project heeft afgerond. Zo wordt momenteel gewerkt aan het Duits-Nederlandse project We Shelter met het thema vluchtelingen: heden en verleden komen bijeen in een symbolische figuur, die op diens reis onderdak krijgt bij verschillende Europese musea. Ieder museum legt de relatie met vluchtverhalen uit de eigen collectie. Dit wordt gecombineerd met films over de actualiteit en een campagne in de sociale media. Het project Voor Vrijheid-Für Freiheit was een initiatief van het Nationaal Comité 4 en 5 mei met bijdragen van het Bundesministerium für Familie, Senioren, Frauen und Jugend, Landeszentrale für politische Bildung NRW, het vfonds en vele andere partners uit beide landen.

| 21 24.3-internationaal-1R-6.2.indd 15

22-03-16 17:38


Inspiratie

De keuze van:

Marjan Schwegman

Oorlog treft iedereen “De koloniale oorlog 1945-1949, gewenst en ongewenst beeld was een belangrijke tentoonstelling omdat ze een ander beeld gaf van wat er in voormalig Nederlands-Indië is gebeurd. Je zag beelden die niet eerder vertoond mochten worden, bijvoorbeeld van een Indonesiër die op de vlucht is doodgeschoten. Oorlog treft iedereen, ook burgers, het is niet alleen militair tegen militair. De tentoonstelling werd geopend door Joop Hueting, de veteraan die in 1969 op de tv heeft gezegd: ik heb me in Indonesië schuldig gemaakt aan oorlogsmisdaden. Het positieve beeld dat Nederlanders hadden van de politionele acties is mede door dat interview uiteindelijk aangepast. Ik heb met Hueting en zijn dochter staan praten over de tijd na dat opzienbarende tv-optreden: ze moesten onderduiken, want het gezin werd bedreigd door Indiëveteranen. Je hoort tegenwoordig veel over bedreigingen via internet, maar dat gebeurde toen ook.” Meer informatie over De koloniale oorlog 1945-1949, gewenst en ongewenst beeld staat op pagina... De tentoonstelling, gemaakt in samenwerking met het NIOD, was te zien in het Verzetsmuseum Amsterdam.

Door wie en door wat worden mensen geïnspireerd? In deze serie ditmaal historica Marjan Schwegman. Zij nam in februari afscheid als directeur van het NIOD en hoogleraar aan de Universiteit Utrecht. Haar afscheidsrede in De Rode Hoed in Amsterdam ging over het standaardbeeld van het verzet, met vrouwen in de verzorgende, ondersteunende rol en dappere mannen die hun leven wagen tijdens gewapende acties. Het NIOD is onder haar leiding begonnen aan nieuw onderzoek naar de samenwerking tussen mannen en vrouwen in het verzet.

Marjan Schwegman

22

foto NIOD

door Marja Verbraak

De koloniale oorlog

“In de geschiedschrijving heeft het verzetswerk dat vrouwen deden weinig aandacht gekregen. Het wordt gezien als ondersteunend, waar het écht om ging was het gewapende verzet dat meestal door mannen werd uitgevoerd. Bij Loe de Jong is bijvoorbeeld weinig te vinden over Jacoba van Tongeren, een Amsterdamse verzetsstrijdster, leidster van Groep 2000. Maar vorig jaar zijn haar memoires gepubliceerd en dan lees je hoe veelzijdig haar activiteiten waren: hulp aan onderduikers, het inrichten van EHBO-posten. Haar memoires laten ook zien welke spanningen er in de laatste oorlogsmaanden binnen het verzet waren. Van Tongerens leiderschap werd betwist door Van Randwijk, de aanvoerder van verzetsgroep Vrij Nederland die andere ideeën had over gewapende actie. Over dat soort botsingen en ook over de dagelijkse routine hoor je niet veel. De definitie van verzet moet worden opgerekt, er is meer aandacht nodig voor het verzorgingswerk, het ‘hulpwerk’, zoals dat heette. Het komt ook dichterbij als je als historicus het verzet op die manier beschrijft; de Soldaat van Oranje is weliswaar spectaculair, maar daardoor ook ver weg.” Jacoba van Tongeren en de onbekende verzetsverhelden van Groep 2000 (1940-1945). Biografie gebaseerd op haar memoires, Paul van Tongeren (uitgeverij Aspekt 2015).

Geen verschil meer “Op 4 mei spreek ik altijd ergens in het land en vorig jaar was ik bij de herdenking in het dorp Wieringerwerf in de Wieringermeer, waar ik ben opgegroeid. Wat ik inspirerend vond, waren de reacties op de toespraak. Die ging over vluchten, het achterlaten van alle have en goed om naar een onbekende bestemming te vertrekken. In april 1945 hebben de Duitsers in de Wieringermeer de dijk opgeblazen om de opmars van de geallieerden tegen te houden: de polder liep onder water, de inwoners moesten al hun spullen pakken en vertrekken. Eerder waren het vooral anderen die door de oorlog werden getroffen: de Palestina Pioniers van het Joodse Werkdorp Wieringermeer die in 1941 werden weggevoerd, de mensen uit de stad die in de Hongerwinter naar de polder gingen om eten te zoeken. Maar de onderwaterzetting trof iedereen, er was geen verschil meer tussen de een en de ander. De meeste inwoners van de Wieringermeer werden opgevangen in de Kop van Holland, soms bij familieleden, soms werden ze ook gedwongen ingedeeld bij vreemden. Sommigen moesten wel een jaar bij een ander gezin inwonen, met alle gevolgen van dien. De ervaring van toen brengt het vluchten van nu heel dichtbij.” Herdenkingsbijeenkomst Wieringerwerf.

foto NIOD

Definitie oprekken

Onderwaterzetting van de Wieringermeer

NCMagazine | voorjaar 2016

18.4-dekeuzevan-1L-8.2.indd 10

22-03-16 17:39


vieren Kovacs, een van de Ambassadeurs van de Vrijheid 2016, treedt op tijdens het Bevrijdingsfestival Groningen

DIALOOG IN GRONINGEN De veertien Bevrijdingsfestivals op 5 mei vormen het grootste eendaagse, jaarlijkse culturele evenement van Nederland. Ze onderscheiden zich van andere festivals met projecten over vrijheid en democratie. Hoe wordt een Bevrijdingsfestival opgebouwd? Wie zijn erbij betrokken? NC Magazine brengt elk nummer een reportage over een van de Bevrijdingsfestivals. Dit keer: Groningen. door Erik Schumacher | foto Ilvy Njiokiktjien

10.1-vieren-3-10.3.indd 21

22-03-16 17:40


Het Bevrijdingsfestival leeft onder de inwoners van Groningen, merkt de burgemeester. Misschien zelfs wel meer dan tien of twintig jaar geleden. Toen het noodweer was overgewaaid, vulde het Stadspark zich weer snel. Voor directeur Diederik van der Meide werd die avond een hoogtepunt uit zijn vijftien jaar betrokkenheid bij het Bevrijdingsfestival. “Het was drukker dan ooit en Selah Sue gaf een prachtig optreden.” In de euforie van de muziek en het feest stond de inhoudelijke boodschap van Bevrijdingsdag even wat meer op de achtergrond. Maar in Groningen ziet men dat niet per se als probleem. “Het is toch prachtig om gewoon feest te kunnen vieren”, zegt Den Oudsten. “Belangrijk is dat er ook inhoudelijke randactiviteiten zijn, en ik vind die balans redelijk evenwichtig.”

Kwaliteit Ook Van der Meide vindt het hoofdpodium niet de plek bij uitstek om de diepte in te gaan. “Onze presentator brengt de betekenis van vrijheid wel tussen de acts door, maar doet dat kort. Want met tien- tot twintigduizend man kun je geen discussie voeren, dan wordt het zenden en weinig terugkrijgen.” En dat past niet binnen de visie van dit Bevrijdingsfestival. In Groningen gaat kwaliteit boven kwantiteit. Dat begint al in de aanloop naar het festival. Het Bevrijdingsfestival heeft de opdracht om de hele provincie Groningen bij de viering op 5 mei te betrekken. Heel bewust kiest de organisatie ervoor om de aandacht niet over alle gemeentes te verspreiden, maar ieder jaar op een enkele gemeente te focussen. Zo is dit jaar Pekela uitgekozen, omdat de Februaristaking 75 jaar geleden ook hier grote gevolgen had. In de uitverkoren gastgemeente wordt de plaatselijke oorlogsgeschiedenis uitgediept in samenwerking met historische verenigingen. Op scholen worden in de weken voorafgaand aan 5 mei lespakketten aangeboden. De leerlingen schrijven wensen op pa-

24

pieren vlinders, die tijdens het Bevrijdingsfestival in Groningen over het Stadspark worden uitgestrooid. Door zulke activiteiten krijgt de beleving van het oorlogsverleden in de gastgemeente een enorme impuls, zegt Van der Meide.

Mensenzoo Ook op het Bevrijdingsfestival zelf wordt ingezet op kleinschaligheid. Zo zijn er naast het hoofdpodium vijf kleinere podia voor specifieke doelgroepen. Op die manier slaat het Bevrijdingsfestival twee vliegen in één klap: het lukt om meer verschillende bevolkingsgroepen te trekken, en door de intiemere setting is er bij de kleinere podia ook meer ruimte voor debat en interactie met het publiek. Tussen de vele duizenden bezoekers wordt de inhoudelijke boodschap zelfs één op één overgebracht. Dat gebeurt onder andere in de Mensenzoo. Het klinkt vreemd, maar dit is een dierentuin voor minderheden, waar bijvoorbeeld hangjongeren, kunstenaars en daklozen zich in een hokje laten opsluiten om zich door het passerende publiek te laten bekijken en bevragen. Vrijwilliger Wilfred Meijer laat zich sinds enkele jaren als ‘de homo’ tentoonstellen in de Mensenzoo. “Iedere keer heb ik weer prachtige gesprekken”, vertelt hij. “Ik herinner me bijvoorbeeld een oude man die vertelde dat hij zelf ook ‘zo’ was, maar dat hij er niet voor uit durfde te komen. Daar ontstond dan in een klein groepje een discussie over. Het mooie van zulke persoonlijke ontmoetingen is dat de bezoekers zich niet om kunnen draaien, maar er echt iets mee moeten doen.”

Willemijn Overmars & Annika Vos

H

et Groningse Bevrijdingsfestival was vorig jaar volop gaande toen zich boven het Stadspark onheilspellende wolken samenpakten. “Een geweldige onweersbui naderde de stad”, herinnert burgemeester Peter den Oudsten zich. Het festivalterrein moest snel leeg. Toen het noodweer losbarstte, kon de organisatie vaststellen dat de evacuatie van duizenden bezoekers soepel was verlopen. Het was te danken aan de goede voorbereiding, maar zeker ook aan de sfeer, denkt Den Oudsten. “Het hielp enorm dat iedereen een goed humeur had en zich prettig voelde.”

Niels de Jong

Het Bevrijdingsfestival leeft onder de inwoners van Groningen

Asielzoekerscentrum Dit jaar zet de organisatie van het Bevrijdingsfestival extra in op ontmoetingen met vluchtelingen. Dat gebeurt zowel in Pekela, waar een asielzoekerscentrum is gevestigd, als tijdens het festival in Groningen zelf. “Je zit tegenover elkaar met een broodje en een glas melk”, zegt Van der Meide, “en je vraagt elkaar hoe je leeft, waar je woont en waar je vandaan komt. Die dialoog willen wij stimuleren. Het is vervolgens aan de mensen zelf wat ze ermee doen.” Burgemeester Den Oudsten denkt dat vrijheid door de actualiteit een krachtiger thema is geworden. “Door de onrust in de wereld realiseren mensen zich sterker hoe waardevol het is om in vrijheid te kunnen leven. Mensen gunnen anderen die vrijheid ook, maar vragen zich tegelijkertijd af wat de komst van vluchtelingen voor ons betekent. Ik denk dat je vrijheid alleen levend kunt houden door haar door te geven, al is dat niet altijd even gemakkelijk.”

NCMagazine | voorjaar 2016

10.1-vieren-3-10.3.indd 22

22-03-16 17:41


Niels de Jong

Willemijn Overmars & Annika Vos

Willemijn Overmars & Annika Vos

Knelis

vieren

De Bevrijdingsfestivals De veertien Bevrijdingsfestivals vormen samen het grootste eendaagse culturele evenement van Nederland. Over het hele land treden zo’n 250 bands op. De festivals brengen thema’s als vrijheid, democratie en mensenrechten onder de aandacht. Ieder jaar zijn drie bekende artiesten of bands de Ambassadeurs van de Vrijheid. Zij worden van stad naar stad gevlogen in helikopters die beschikbaar zijn gesteld door het ministerie van Defensie. Meer informatie: www.bevrijdingsfestivals.nl

Festivalstad Groningen is een echte festivalstad. Naast het Bevrijdingsfestival brengen ook evenementen als Noorderzon, Eurosonic Noorderslag en de Keiweek ieder jaar duizenden mensen op de been.

| 25 10.1-vieren-3-10.3.indd 23

22-03-16 17:42


Theater Na de Dam

EEN NIEUWE THEATERTRADITIE Dit jaar vindt voor de zevende keer Theater Na de Dam plaats. In heel Nederland zijn er na de Nationale Herdenking op 4 mei meer dan zeventig theatervoorstellingen te zien die stilstaan bij de Tweede Wereldoorlog. Door Ricci Scheldwacht | foto Lukas Tulkens

W

at begon als een klein initiatief is uitgegroeid tot een nieuwe theatertraditie. In 2002 maakte theatermaker en filosoof Jaïr Stranders, toen nog vierdejaars student aan de Theaterschool, een voorstelling over de Tweede Wereldoorlog. Zijn docent Loek Zonneveld spoorde hem aan de voorstelling op 4 mei te spelen. In de daarop volgende jaren werd er elk jaar op 4 mei een bijeenkomst georganiseerd waarin een theatertekst over de oorlog werd gelezen. In 2008 nodigde schrijver Eymert van Manen, in opdracht van de toenmalige burgemeester van Amsterdam, Job Cohen, een aantal mensen uit om mee te denken hoe de herdenking op 4 mei in de toekomst vorm te geven. De Tweede Wereldoorlog kwam steeds verder af te staan van de jongere generaties, die de oorlog niet zelf hadden meegemaakt. “Vanuit de bedoeling om die herdenking zo toegankelijk mogelijk te maken, was besloten om het dan maar niet te veel over de Tweede Wereldoorlog te hebben en wat daar gebeurd was,” aldus Jaïr Stranders. Hijzelf en collega Bo Tarenskeen hielden een pleidooi om de Tweede Wereldoorlog juist wel weer centraal te stellen. En daarvoor theater als middel in te zetten.

Verbonden In 2010 vond in zes theaters rond de Dam in Amsterdam de eerste editie plaats van wat inmiddels is uitgegroeid tot een landelijke theatermanifestatie. Steeds meer theatergezelschappen en artiesten meldden zich aan met een eigen productie. “Het unieke van Theater Na de Dam is dat door het hele land mensen met elkaar verbonden zijn,” zegt Jaïr Stranders. “Dat gebeurt in grootschalige en kleinschalige producties.” Zo stonden vorig jaar rapper Typhoon en Wende (Snijders) in een uitverkocht Carré, terwijl op hetzelfde moment het publiek in een

26

NCMagazine | voorjaar 2016

21.1-herdenken-2-11.3.indd 14

22-03-16 17:43


inspiratie

Welke steden doen mee? Amsterdam, Arnhem, Den Bosch, Den Haag, Groningen, Haarlem, Haarlem, Leeuwarden, Leiden, Maastricht, Rotterdam, Tilburg, Utrecht, Zwolle, Leerdam, Dordrecht, Drachten, Enschede, Sittard, Heerlen, Laren, Vlissingen, Weesp. Voor meer informatie en kaartverkoop: www.theaternadedam.nl

eveneens uitverkochte Koninklijke Schouwburg in Den Haag ademloos toekeek hoe acteurs van het Nationale Toneel de oorlogservaringen vertelden van oudere Hagenaars. Bijzonder was dat de betrokkenen naast de acteurs op het podium zaten. “Theater Na de Dam voegt een nieuwe dimensie toe aan de herdenking,” zegt Jan van Kooten, directeur van Nationaal Comité 4 en 5 mei, over het succes van Theater na de Dam. “De initiatiefnemers hebben een vernieuwende vorm en toon gevonden. Ze hebben goed aangevoeld dat mensen meer willen na de herdenking. Deze vorm voorziet in een behoefte. Daarnaast is er de bereidheid van de culturele sector om zich te verbinden aan 4 en 5 mei. Dat hebben ze zo weten te mobiliseren dat het ook goed wordt georganiseerd.” “Wij doen voor het vierde jaar mee,” zegt Cees Debets, directeur van Theater aan het Spui in Den Haag. “De ligging van ons theater, midden in de voormalige Joodse wijk, geeft een bijzondere dimensie aan de avond. Om acht uur herdenken wij met ons publiek op het Rabbijn Maarsenplein bij het Joods kindermonument, dat is opgericht voor de 2061 Haagse kinderen, die niet meer teruggekeerden uit de kampen. Vervolgens gaan we naar de foyer, waar we samen op een groot scherm kijken naar een deel van de kranslegging op de Dam. Om half negen tonen middelbare scholieren hun theatrale vertelling over de kinderen. Aansluitend gaan we naar de zaal voor de presentatie van een nieuwe tekst van Judith Herzberg en De Theatertroep.” Wie een eerdere editie van Theater Na de Dam heeft bijgewoond, weet hoe indrukwekkend de bijeenkomsten zijn. Het besef dat het gebeurt in aanwezigheid van de laatste generatie die de Tweede Wereldoorlog nog heeft meegemaakt, maakt het extra bijzonder. Jaïr Stranders. “Het is een hier en nu beleving, hoe meer je dat als gemeenschap ervaart, hoe beter.”

Een greep uit de voorstellingen Acteur Nasrdin Dchar ontvangt in Koninklijk Theater Carré een aantal gasten voor een voorstelling waarin de parallellen tussen de Tweede Wereldoorlog en deze tijd worden gelegd. Judith Herzberg schreef, in samenwerking met De Theatertroep, een nieuwe toneeltekst. Na haar succesvolle trilogie Leedvermaak (1982) / Rijgdraad (1995) / Simon (2002) volgt nu een vierde deel Opgediept. De nieuwe tekst wordt door het hele land gepresenteerd door meerdere stadgezelschappen. Toneelgroep Amsterdam, Toneelgroep Maastricht, het Zuidelijk Toneel, Theater Utrecht, Tryater en het Nationale Toneel i.s.m. Firma MES & Theater aan het Spui. In de Koninklijke Schouwburg in Den Haag wordt een nieuwe editie van De laatste getuigen gelezen. Dit jaar is het thema: Onderduiken. In veel steden vindt er een jongerenproject plaats, waarbij jongeren samen met theatermakers na de lokale herdenking een voorstelling op locatie maken over wat zich in hun stad of buurt tijdens de Tweede Wereldoorlog afspeelde. Thema dit jaar is: Verdwenen families. In Leeuwarden is er een uitvoering door de leerlingen van Jongerentheaterschool Meeuw in Tresoar, het Fries letterkundig museum.

| 27 21.1-herdenken-2-11.3.indd 15

22-03-16 17:44


SUBSIDIES Geld voor goede zaken

Het Nationaal Comité geeft met het programma Niet mijn oorlog, wel mijn vrijheid subsidie aan educatieve en publieksgerichte projecten die de betekenis van de Tweede Wereldoorlog voor nu op vernieuwende wijze vormgeven. Er zijn drie programmalijnen. Deze keer in NC Magazine drie projecten die subsidie kregen op grond van programmalijn 1. Deze lijn, met als noemer Oorlog, Vrijheid - Wereldwijd, draait om de mondiale aspecten van de oorlog en de internationale verdragen die daarna werden gesloten om vrijheid te stimuleren. door Marja Verbraak

Het is een vernieuwende, beeldende manier om te herdenken. Vorig jaar organiseerde de Oorlogsgravenstichting voor de eerste keer Ereveld Vol Leven. Dit is het beeld: op Nationaal Ereveld Loenen staan rij na rij mensen achter de steen van een leeftijdgenoot die daar is begraven. Ze nemen als vrijwilliger éven de plaats in van een door oorlogsgeweld omgekomen gevangene, militair of verzetsstrijder van dezelfde leeftijd en hetzelfde geslacht. De graven worden zo minder anoniem, iedere steen symboliseert een leven, iemand die dromen had. Je passeert een jonge jongen die achter de steen van Herman van Caspel staat, een twintiger die in 1945 als dwangarbeider is gestorven in Duitsland. Dan loop je langs een militair die zich heeft opgesteld bij het graf van Timo Smeehuizen, die pas twintig was toen hij in 2007 omkwam bij een zelfmoordaanslag in Afghanistan. Verderop in het bos staat een vrouw bij de steen van Catharina Traas, die in de Hoekse Waard ‘de moeder van het verzet’ werd genoemd en op 58-jarige leeftijd werd doodgeschoten. Op Ereveld Loenen krijgen oorlogsslachtoffers zo een gezicht. Het is de bedoeling er een jaarlijkse herdenking van te maken. Over de scholieren die de eerste bijeenkomst bezochten, werd een documentaire gemaakt die de basis vormt van het lespakket Eren & Leren, bestemd voor jongeren van twaalf tot twintig jaar. Er komt geen boek meer aan te pas: het lespakket staat online, de leerlingen kunnen met hun smartphone inloggen op een app en de docent kijkt via zijn smartphone of het digibord mee. De herdenking van mei 2016 zal op tv worden uitgezonden. Zie www. ereveldvolleven.nl voor meer informatie.

Oorlogsgravenstichting

Ereveld Vol Leven

Ereveld vol leven

Identificatie Waarom subsidie? Deze nieuwe vorm van herdenken spreekt jongeren tot de verbeelding. Scholieren die het Ereveld Vol Leven bezoeken, maken een beleving mee. Ze voelen zich betrokken bij de vaak jonge oorlogsslachtoffers die door een leeftijdgenoot worden gerepresenteerd. Een reactie in de documentaire: “Nu krijgt die naam op die steen ook een plaatje en dat heeft wel een stuk meer impact op je.” De wereldschaal van de Tweede Wereldoorlog komt tot uiting in de plek waar de slachtoffers zijn gevallen. Voor het project heeft de Oorlogsgravenstichting 56.507 euro ontvangen.

Hélène Briaire, communicatieadviseur van de Oorlogsgravenstichting: “Op het Ereveld liggen vooral jonge mannen, maar ook vrouwen en kinderen. Het Ereveld is bedoeld voor Nederlandse oorlogsslachtoffers vanaf mei 1940, dus dat is heel breed. Militairen, maar ook kampslachtoffers en dwangarbeiders. Mensen die in Nederland zijn omgekomen, maar ook mensen die zijn gestorven in voormalig NederlandsIndië of bij recente vredesmissies in Joegoslavië en Afghanistan. We proberen tijdens de herdenking uiteenlopende oorlogsslachtoffers een gezicht te geven. Op die manier kunnen de bezoekers beter een voorstelling maken van het verloren leven van de omgekomen slachtoffers.”

28 NCMagazine | voorjaar 2016 19.1-subsidie-3-23.2.indd 36

22-03-16 17:45


SUBSIDIES

19.1-subsidie-3-23.2.indd 37

Even wraak nemen

Verzetsmuseum Amsterdam

“Lieve pappie en mamma”, schrijft een Nederlandse soldaat uit Oost-Java, “Vanochtend hebben we even wraak genomen voor die bom. Wij gaan van het standpunt uit, dat de kamponglui absoluut moeten afweten als er een bom gelegd is. Dus hebben we weer eenige huizen in brand gestoken en kerels ge-kopschot. Je kunt toch niet zien of het een plopper is of een boer.” De brief maakte deel uit van de tentoonstelling Koloniale oorlog 1945-1949, gewenst en ongewenst beeld, die van november 2015 tot begin april 2016 te zien was in het Verzetsmuseum Amsterdam. Het is opmerkelijk hoe lang het heeft geduurd voordat er aandacht kwam voor het excessieve geweld van de Nederlandse militairen in Indonesië. Wat Nederlanders toentertijd te zien kregen in krant en bioscoop was hoe ‘onze jongens’ humanitaire hulp boden aan een dankbare bevolking, die gered moest worden van Sukarno. De tentoonstelling, samengesteld door historici Louis Zweers, Erik Somers en René Kok (de laatste twee van het Niod), schenkt overigens ook aandacht aan de bersiap, hoewel daar weinig beeld van is; in de eerste maanden na de capitulatie van Japan hebben Indonesische nationalisten duizenden Nederlanders, Ambonezen en Chinezen vermoord. Maar de kern van de tentoonstelling is de tegenstelling tussen het beeldmateriaal dat via legervoorlichters in Nederland terechtkwam en het materiaal dat juist níet werd verspreid: foto’s die door de censuur werden verboden en foto’s uit privéalbums van soldaten die in de afgelopen jaren zijn opgedoken. Nederland ondertekende na de oorlog de bekende internationale verdragen over de rechten van mensen, volkeren en naties, maar dit botste met de nationale belangen in Nederlands-Indië. “Voor sommige veteranen is het nog steeds moeilijk om te horen en te accepteren wat er is gebeurd,” zegt Liesbeth van der Horst van het Verzetsmuseum. “Maar het gaat ons niet om beschuldigen, het gaat om het verbreken van het zwijgen.” Er waren veteranen aanwezig bij de discussiebijeenkomsten die rond de tentoonstelling voor studenten werden georganiseerd.

Tentoonstelling Koloniale oorlog 1945-1949, gewenst en ongewenst beeld

Waarom subsidie? Het comité heeft 50.000 euro subsidie toegekend. De tentoonstelling verheldert het inzicht in het wereldwijde karakter van de Tweede Wereldoorlog en naoorlogse conflicten en waarschuwt de bezoekers voor de invloed die censuur en beeldmanipulatie op hun eigen opinie kunnen hebben. Dit was ook een van de thema’s tijdens de debatmiddagen en gastcolleges die werden georganiseerd voor hbo- en wo-studenten en andere belangstellenden. Op de website www. verzetsmuseum.org komt nog een digitale tentoonstelling te staan met educatieve opdrachten voor het voortgezet onderwijs.

Verwarring scheppen Liesbeth van der Horst, directeur van het Verzetsmuseum Amsterdam: “We tonen beelden van toen en ook van nu. Aangrijpend vond ik de serie foto’s van Amerikaanse soldaten die in de Abu Ghraib-gevangenis lachend Iraakse gevangenen martelden. Nee, er is geen discussie geweest over de vraag of we dat soort gruwelijke foto’s konden laten zien. Het was geen tentoonstelling voor jonge kinderen, het was juist de opzet om de ongewenste beelden nu wèl te tonen. Tegenwoordig is het moeilijker dan vroeger om ongewenste beelden weg te houden bij het publiek. Tijdens de koloniale oorlog was de pers gezagsgetrouw, verslaggevers van linkse kranten werden niet toegelaten. Nu is het: één druk op de knop en de hele wereld kan zien wat er gebeurt. Wat niet betekent dat manipulatie niet mogelijk is. De strategieën zijn veranderd: tegenwoordig gaat het meer om verwarring scheppen over de feiten, bijvoorbeeld door foto’s met valse informatie rond te sturen.”

22-03-16 17:46


SUBSIDIES Op de foto een lief ogend meisje, jaar of tien, vlechten, pretogen. Ze lijkt te juichen bij een voetbalwedstrijd of iets dergelijks. Er staat een vraag bij de foto: zou jij met haar om willen gaan? Dan volgt een filmpje waaruit blijkt dat het meisje de Hitlergroet brengt tijdens een massabijeenkomst van de Hitlerjugend. Weer die vraag: zou jij met haar om willen gaan? Foto en filmpje staan op het educatieve deel van www.kinderenvantoen.nl, een project van Nationaal Monument Kamp Amersfoort. In de hierboven aangehaalde module voor de bovenbouw van de basisschool (er is ook materiaal voor de onderbouw van het voortgezet onderwijs) wordt vervolgens een interview getoond met een vrouw die bij de Hitlerjugend zat. Zij legt uit hoe kinderen werden geïndoctrineerd. Er werden activiteiten georganiseerd en prijzen uitgedeeld, het was léuk om erbij te horen. Het doel van de module: kinderen bewust maken van groepsgedrag. Kamp Amersfoort heeft ruim vijftig ‘kinderen van toen’ opgespoord die hun verhaal voor de camera wilden vertelden. Hun ouders waren gevangene of gevangenenbewaarder, verzetsstrijder, NSB’er of SS’er, of ze woonden in de buurt van een kamp en waren getuige van de gevangenentransporten. De meeste geïnterviewden zijn Nederlands, maar Kamp Amersfoort heeft, dankzij samenwerking met voormalig Gestapostrafkamp Augustaschacht nabij Osnabrück en het vroegere concentratiekamp Neuengamme, na enig aandringen ook Duitse kinderen van toen kunnen vinden die over hun oorlogservaringen wilden praten. De resultaten van dit oral historyproject zijn vastgelegd op de website en in een boek. Van de interviews zijn bovendien twee documentaires gemaakt, die in de drie herinneringscentra worden vertoond. Carla Huisman van Kamp Amersfoort: “We hebben de geïnterviewden de vraag gesteld: wat betekent het nú voor u wat er toen is gebeurd? De tranen schoten sommige mensen nog steeds in de ogen. Toen we de documentaire aan onze vrijwilligers lieten zien, werd het doodstil. Terwijl die echt wel wat gewend zijn.”

Nationaal Monument Kamp Amersfoort

Kinderen van Toen

Website Kinderen van Toen

Schoten tellen

Waarom subsidie? Het project heeft 78.625 euro subsidie ontvangen. De invalshoek - het perspectief van kinderen met verschillende achtergronden en uit verschillende landen die in een oorlog verzeild raken - is bijzonder en overstijgt de gangbare dader-slachtofferbenadering. Kinderen zijn niet verantwoordelijk voor de keuzes die hun ouders maken, maar worden daar soms wel de rest van hun leven door achtervolgd. Op dezelfde manier kan ook worden gekeken naar de ervaringen van kinderen in hedendaagse conflictgebieden; de thematiek is universeel. Kamp Amersfoort heeft samengewerkt met uiteenlopende partners, waaronder de Herman van Veen Foundation.

Carla Huisman, projectleider educatie: “Er kwam een vrouw langs bij Kamp Amersfoort die er toevallig achter was gekomen dat we haar moeder hadden geïnterviewd. Of ze het filmpje mocht zien, want haar moeder had niets verteld. Het ging om een gezin dat aan de rand van de Leusderheide woonde, waar gevangenen werden gefusilleerd. Het was van tevoren duidelijk wat er ging gebeuren, want eerst kwamen er mensen om de kuilen te graven en pas daarna werden de gevangenen aangevoerd, doodgeschoten en begraven. De vader van het gezin keek vanuit het wc-raampje waar de graven kwamen en telde het aantal schoten. Dat hield hij bij in een boekje, voor na de oorlog. Dan wisten ze tenminste waar de mensen gebleven waren.” Meer informatie over de subsidievoorwaarden: Cristan van Emden, telefoon 020-7183500, c.vanemden@4en5mei.nl

30 NCMagazine | voorjaar 2016 19.1-subsidie-3-23.2.indd 38

22-03-16 17:46


vieren 5 mei-concert op de Amstel

‘We kunnen de wereld een beetje mooier maken’

Ali B (1981) is al jaren Nederlands’ bekendste rapper. Zo is hij coach in het populaire tv-programma The Voice of Holland. In 2005 was hij Ambassadeur van de Vrijheid. Momenteel toert hij door theaterland met zijn show Je suis Ali. Wat betekent 5 mei voor jou? “Het begint al op 4 mei, dan herdenken we de slachtoffers en helden. De dag erna zetten we hun werk voort. We laten ons daardoor inspireren. Vroeger was 5 mei voor mij alleen maar een festival, gewoon feesten en verder niks. Ik denk dat het zo is voor veel mensen. Dat vind ik eigenlijk doodzonde. Het moet weer idealistisch worden.” Wat is voor jou vrijheid? “De mooiste vrijheid op aarde is de vrijheid om te kiezen. Dat je je eigen leven kan inrichten zoals jij dat wilt. Ik bepaal hoe mijn leven eruitziet, zonder belemmering. Stel, je wordt wakker en er is oorlog in Nederland. Dan kan je niet zomaar zeggen: ik doe er niet aan mee en ik wil dat het stopt.” Hoe kijk je tegen de samenwerking met het Radio Filharmonisch Orkest aan? “Ik kom natuurlijk uit de hiphop. Het Radio Filharmonisch Orkest is veel complexere muziekstukken gewend. Vooral de wisselwerking tussen beide is mooi: zij kunnen mijn wereld gelaagdheid geven, en ik kan die van hen iets toegankelijker maker. Een mooie synergie dus.” Wat wil je het publiek op 5 mei meegeven? “Het optreden is in mijn ogen niet geslaagd als het publiek denkt: goh, wat een mooi decor op de Amstel. Of wat wordt er mooi gezongen en wat leuk dat de koning en koningin er zijn. Nee, de avond is pas geslaagd als het publiek begrijpt waarom er mensen zijn geweest die in de oorlog hun leven hebben gegeven voor onze vrijheid. Als wij hun moed en kracht begrijpen, dan kunnen we allemaal de wereld een beetje mooier maken.”

| 31 27.2-vieren-4-24.2.indd 9

22-03-16 17:47


Beeldbank WO2 – NIOD

NATIONAAL HOLOCAUST MUSEUM

Midden in de oude Jodenbuurt te Amsterdam wordt het Nationaal Holocaust Museum gevestigd. Hier zal zichtbaar worden dat er 100.000 Joden uit Nederland in de Tweede Wereldoorlog werden vermoord. “Een museum is de uitgelezen plek om het hele verhaal, ook van na de oorlog, te vertellen.” door Frank Kromer

32

NCMagazine | voorjaar 2016

14.1-herinneren-2-7.3.indd 26

22-03-16 17:48


herinneren Registratie van opgepakte Joden in de Hollandsche Schouwburg, 1943

den. “Het waren gewone mensen die deel uitmaakten van onze samenleving”, vertelt conservator Annemiek Gringold in de directiekamer van het Joods Historisch Museum, initiatiefnemer van het Nationaal Holocaust Museum. “Ze werden uitgesloten, gedeporteerd, in kampen gestopt en vermoord. Maar een heel klein deel kwam terug. Nu wordt het verhaal van de Sjoa versnipperd verteld bij verschillende lokale gedenkplekken. Juist daarom willen we het hele verhaal vertellen op de plek waar de meeste Joden woonden.”

Mr. Visserplein

‘Wat er toen gebeurd is (….) roept de fundamentele kwestie op hoe we als mensen met elkaar omgaan’

D

e deuren van de oude Hervormde Kweekschool aan de Plantage Middenlaan zitten potdicht. Naast de ingang hangt een groot blauw bord: Verboden Toegang. Wie door de stoffige ramen tuurt, ziet enkel het scherpe licht van bouwlampen. In een verlaten hoek ligt een plastic werkhelm. Verder is er in het oude gebouw niks te zien; alles is gestript. Binnenkort zal dat echter allemaal anders zijn. Dan gaat namelijk het Nationaal Holocaust Museum open voor publiek. Hier op deze plek, deze pikzwarte plek, midden in de oude Jodenbuurt, vanwaar zovelen werden gedeporteerd, gaat eindelijk het allesomvattende verhaal verteld worden over de Holocaust in Nederland. Het verhaal van de meer dan 100.000 Joden die vermoord wer-

Naast Gringold zit de nieuwe directeur van het Joods Cultureel Kwartier, Emile Schrijver: “Wat er toen gebeurd is, moeten we zien als een soort moreel ijkpunt. Het roept de fundamentele kwestie op hoe we als mensen met elkaar omgaan. Het verhaal van de Sjoa gaat verder dan de jaren 1940-1945. Het is veel groter. Veel in onze moderne maatschappij is terug te voeren op die zwarte periode; van de internationale strafhoven tot de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens.” Dat het museum er nu – meer dan zeventig jaar na de oorlog – pas komt, vinden beiden niet vreemd. “Het is een verhaal waar Nederland heel ongemakkelijk bij is. De Sjoa hebben wij als samenleving laten gebeuren”, zegt Gringold. Even is ze stil. “Vanuit mijn werkkamer kijk ik uit op het Mr. Visserplein. In oktober 1940 werden de leden van de Hoge Raad gedwongen een ariërverklaring te tekenen. De voorzitter was de Joodse rechter Lodewijk Visser. Iedereen tekende de verklaring. In de Hollandsche Schouwburg hangt een briefje waarin collega’s schreven: ‘sorry jongen, we kunnen er niks aan doen.’ Het ultieme symbool van de rechtsstaat deed niks. Natuurlijk wisten ze toen niks van Auschwitz. Maar we hebben er bijgestaan toen Joden werden uitgesloten, en staken geen vinger uit. Dat is ook onrecht.” Annemiek Gringold vult aan: “Er zijn meerdere redenen waarom wij ons nu inzetten voor de realisatie van dit museum. De aandacht en belangstelling voor de vervolging van Joden is vanaf de jaren tachtig en negentig al langzaam aan het toenemen; evenals de erkenning dat de Joodse ervaring in de Tweede Wereldoorlog afweek van de gemiddelde Nederlandse ervaring. Dat heeft met verschillende dingen te maken, zoals tijd, een nieuwe generatie en bereidheid het verleden onder ogen te zien. Deze factoren en de maatschappelijke urgentie hebben ervoor gezorgd dat het museum er kan komen.” Volgens Schrijver is het juist de afstand van enkele generaties die kritisch kijken mogelijk maakt. “We zijn nu bijvoorbeeld minder direct betrokken dan Jacques Presser [schrijver van De Ondergang over de Jodenvervolging, red.] dat was na de oorlog. Een museum is de uitgelezen plek om het hele verhaal, ook van na de oorlog, te vertellen. We merken ook dat er echt behoefte aan is. In het Joods Historisch Museum vertellen we het verhaal van vierhonderd jaar jodendom met daarin vijf jaar ellende. Maar mensen willen juist begrijpen wat in die vijf jaar is gebeurd.”

| 33 14.1-herinneren-2-7.3.indd 27

22-03-16 17:49


herinneren

Volgens vfonds-voorzitter Ton Heerts is het heel belangrijk dat er ook in ons land een Sjoa Museum komt: “In Nederland is er nog geen apart museum over de Holocaust en de Nederlandse Joden. Met onze donatie wilden we deze omissie rechtzetten. Een miljoen euro lijkt veel maar er is nog heel veel geld nodig om het museum daadwerkelijk te realiseren op een manier die recht doet aan de geschiedenis van de Nederlandse Joden. Het vfonds zet zich al jaren in om het hele traject van de Jodenvernietiging zichtbaar te maken en vast te leggen voor toekomstige generaties. De Jodenvervolging begon met uitsluiting en stigmatisering van Joden en liep via plekken als de Hollandsche Schouwburg, Westerbork maar ook Kamp Vught en Kamp Amersfoort naar Auschwitz, Sobibor en al die andere verschrikkelijke plekken. Het is en blijft belangrijk dit verhaal te vertellen.”

Twee fases Om de komst van het Nationaal Holocaust Museum te realiseren, is veel geld nodig: 21 miljoen euro in totaal. Daarom heeft het Joods Cultureel Kwartier ervoor gekozen de totstandkoming in twee fases op te splitsen. De eerste fase loopt van april 2016 tot en met april 2019. Het benodigde startkapitaal van twee miljoen euro is binnen – mede dankzij een royale bijdrage van een miljoen van het vfonds – zodat de deuren daadwerkelijk open kunnen. “In de eerste fase gebruiken we alleen de begane grond van de oude Kweekschool. In een galerieachtige setting zullen we een brede programmering aanbieden. Dat gaat van hedendaagse kunst tot historische tentoonstellingen, van fotografie tot digitale componenten. We willen het verhaal van de Sjoa op alle mogelijke manieren vertellen, zodat we voldoende maatschappelijke steun krijgen om fase twee te starten. De eerste drie jaar moet je zien als een vliegwiel voor het echte grote museum”, vertelt Schrijver. In de eerste tentoonstelling staan negen doeken van kunstenaar Jeroen Krabbé centraal. Met die doeken vertelt hij het verhaal van zijn grootvader die vermoord is in Sobibor. “Dat doet hij met het oog van een kunstenaar. Hij verwerkt daarin de zoektocht naar zijn afkomst, naar zijn opa. Naast de werken van Krabbé vertellen we het verhaal van Sobibor aan de hand van de maquette van Jules Schelvis, overlevende van het vernietigingskamp. Op die manier vertellen wij over de machinerie van de moord, natuurlijk geïllustreerd door museale toevoegingen”, zegt Gringold. Hoe het definitieve museum er precies uit komt te zien, daar zijn ze bij het Joods Cultureel Kwartier nog druk over aan het nadenken. “We willen echt een mondiaal onderscheidend museum maken. En een van de belangrijkste vragen blijft: hoeveel ellende laat

34

Collectie Joods Historisch Museum

‘Het vfonds zet zich al jaren in om de Jodenvervolging vast te leggen’

Collectie Joods Historisch Museum

Van boven naar onder: Kinderverzorgster Joodse crèche voert kinderen, Amsterdam ca. 1940. Groepsfoto van kinderen uit de crèche aan de Plantage Middenlaan, circa 1942.

je zien. Laat je gaskamers zien, laat je lijken zien? Daar hebben ze bij andere musea, zoals in Washington en in Yad Vashem in Israël, ook mee geworsteld”, aldus Schrijver. “Yad Vashem is naast de veelal persoonlijke documenten meer op de ideologische lijn gaan zitten, met Israël als eindvisioen. En in Washington hebben ze er meer een experience van gemaakt.” Het grote verschil met de twee andere musea is dat de Holocaust echt in Amsterdam heeft plaatsgevonden. “Wij zitten op de plek die drie jaar lang een Umschlagplatz is geweest. Hier zijn families uit elkaar gerukt, hiervandaan zijn mensen gedeporteerd naar de gaskamers. Mensen mogen zich ook echt wel unheimlich voelen als ze naar ons museum komen”, vult Gringold aan.

Drie-eenheid Inmiddels is de fondsenwervingscampagne al in volle gang. Naast een mogelijke bijdrage van Nederlandse overheden kijkt directeur Schrijver ook over de landsgrenzen. “Voor een bedrag van negentien miljoen euro heb je de steun nodig van meerdere overheden, grote bedrijven en fondsen. Je moet heel zorgvuldig te werk gaan. Daarom is het ook heel fijn dat we mijn voorganger Joël Cahen nog binnenboord hebben. Hij heeft een gigantisch netwerk.” Als alles lukt, moet het Nationaal Holocaust Museum een eenheid worden met de Hollandsche Schouwburg. “In de Schouwburg kom je om te herdenken. En aan de overkant krijg je het hele verhaal te horen”, zegt Gringold. “Eigenlijk hoort de tramhalte er ook bij. Want als de tram stilstond, konden Joodse kinderen ongezien uit de Kweekschool worden gesmokkeld. Die drie-eenheid vertelt het verhaal van de Sjoa. In al zijn vormen.”

NCMagazine | voorjaar 2016

14.1-herinneren-2-7.3.indd 28

22-03-16 17:49


herdenken

Dichter bij 4 mei-winnares Sterre Wolthers

‘MIJN FAMILIE ÍS EEN BEETJE DE OORLOG’

I

n een tot de nok gevulde Erlenmeyerzaal van Het Paleis in Groningen nam Sterre Wolthers een oorkonde, bloemen en de complimenten van de jury in ontvangst en mocht ze haar gedicht Monument nog een keer voordragen. De voorzitter van de jury sprak haar bewondering uit voor Sterres keuze voor vier invalshoeken om de herinnering aan de oorlog vorm te geven en de knappe vertaling naar een persoonlijk perspectief. Sterre zelf vond die keuze vanzelfsprekend. “Ik heb een Joodse grootvader, een oma die in Indië in het kamp zat, een andere oma wier ouders onderduikers hadden en een opa die zijn kamer moest delen met een Duitse soldaat, die zijn ouders verplicht in huis hadden moeten nemen. Hoe was het afgelopen als die Duitse soldaat vijftien kilometer verder was ingekwartierd, bij mijn overgrootouders die onderduikers in huis hadden? Mijn familie ís een beetje de oorlog.”

Sterre Wolthers (16) uit Haren mag 4 mei haar gedicht Monument voorlezen tijdens de Nationale Herdenking op de Dam. Een jury onder leiding van Dichter des Vaderlands Anne Drie andere finalisten Vegter koos donderdagavond 17 maart tijdens Eline Huberts (16), Marjolein Werkman (18) en Ayu Ritzema (18) de finale Sterres gedicht als favoriet uit 251 zijn de andere drie finalisten die in Kamp Amersfoort, Nationaal Monument Kamp Vught en Herinneringscentrum Kamp Wesinzendingen, waaronder de 15 inzendingen terbork hun gedicht mogen voordragen. Op speciaal verzoek van van finalisten. de burgemeester van Groningen was er nog een vijfde nominatie. Door Karen Waterman | foto Wiebe Arts

Henrike Vellinga (17) zal 4 mei haar gedicht voordragen bij de herdenking op het Martinikerkhof in Groningen. Dichter bij 4 mei is de jaarlijkse poëziewedstrijd van het Nationaal Comité 4 en 5 mei. Jongeren tussen veertien en negentien jaar worden uitgenodigd een gedicht te schrijven over herdenken, maar alleen inzendingen uit de provincie waar op 5 mei van dat jaar de Nationale Viering van de Bevrijding begint, kunnen aan de wedstrijd meedoen. Dit jaar is dat Groningen. De jury bestond dit jaar naast voorzitter Anne Vegter uit Peter den Oudsten (burgemeester Groningen), Dirk Mulder (directeur Herinneringscentrum Kamp Westerbork), Eric Burmeister (bestuurslid van het Nationaal Comité 4 en 5 mei en ceremoniemeester Nationale Herdenking) en Isa Hamerlinck (winnares Dichter bij 4 mei 2015).

| 35 20-dichter-1R-19.3.indd 15

22-03-16 17:51


‘Wij moeten lessen trekken uit het verleden. Onze geliefden mogen niet voor niets vermoord zijn.’

36

NCMagazine | voorjaar 2016

22.1-internationaal-2-2.3.indd 24

22-03-16 17:52


internationaal

AANDACHT VOOR ROMA & SINTI “Het was een fantastisch podium om de internationale aandacht te vestigen op de Holocaust van Roma en Sinti”, aldus Zoni Weisz. Hij sprak op de jaarlijkse Holocaust Memorial Day tijdens de plenaire zitting van de Verenigde Naties. Door Meltem Halaceli | Foto Ben Houdijk

‘W

ij moeten lessen trekken uit het verleden. Onze geliefden mogen niet voor niets vermoord zijn”, zei Zoni Weisz tegen een wel heel stille plenaire vergadering van de Verenigde Naties in New York. Het was een bijzonder optreden op 27 januari 2016, tijdens de internationale Holocaust Memorial Day in de Big Apple. Zoni Weisz, die in 1944 miraculeus aan een razzia op Sinti in Nederland ontsnapte, trad op als de internationale woordvoerder van de Roma en Sinti. Hij zegt: “De Verenigde Naties vormen een fantastisch podium om de internationale aandacht te vestigen op de Holocaust van Roma en Sinti én om de huidige belabberde situatie van mijn volk in Oost-Europa aan de kaak te stellen.” Zoni waarschuwde in New York voor de grote parallellen met de geschiedenis. “Racisme, uitsluiting en het kleineren van mensen moeten we bestrijden met alle beschikbare democratische middelen die er zijn, want daaruit ontstaan de verschrikkelijke ideologieën die de basis waren van de ellende in de Tweede Wereldoorlog.”

Porajmos NC Magazine spreekt Zoni Weisz in het Ambassade Hotel te Amsterdam, waar hij zijn onlangs verschenen boek Zoni, De vergeten Holocaust. Mijn leven als Sinto, ondernemer en overlevende aan het Nederlandse journaille presenteert. “Ik heb het boek geschreven omdat er te weinig aandacht is voor de moord op Roma en Sinti. Ik hoop op deze manier een groter publiek te bereiken.” Weisz poseert voor een oud schilderij met bloemen. Symbolisch, want hij was in zijn professionele leven een toonaangevende bloemsierkunstenaar. Dat bracht hem internationale faam. Desondanks voelt hij elke dag het pijnlijke verleden, het gemis van zijn ouders, broer en zusjes. “Het verlies gooide mij in een diepe put.” In tegenstelling tot traditionele Sinti die de porajmos, ‘de verslinding’, liever wegstoppen, nam Zoni Weisz zich al op vroege leeftijd voor om zijn oorlogsverhaal hardop te vertellen. “Wij zijn als volk erg naar binnen gericht en hebben er amper met de buitenwereld over gesproken.” Maar de onbekendheid is niet alleen aan de ‘ge-

sloten’ gemeenschap te wijten. “In de Neurenberg-processen werd nauwelijks aandacht besteed aan het lot van de Sinti en Roma in de Tweede Wereldoorlog.” In 2011 kwam er erkenning, dankzij de toespraak van Zoni Weisz in de Bondsdag in Berlijn. De Duitse regering heeft tot driemaal toe erkend dat de Holocaust op Roma en Sinti op exact dezelfde basis is uitgevoerd als op de Joden.

Belangenbehartiging Al vanaf de jaren negentig is Zoni betrokken bij de belangenbehartiging van Sinti; hij was een van de oprichters van de Landelijke Sinti Organisatie. Hij houdt toespraken, geeft les op scholen en praat met jongeren. War Child vroeg hem samen met zangeres Liesbeth List kindsoldaten op te zoeken in Oeganda. Ook bekommert hij zich om de situatie van Sinti en Roma in de rest van Europa. In Oost-Europa zijn zij slachtoffer van wetten die hen tot tweederangsburger maken. Het leidt tot isolatie en armoede. Zoni Weisz: “Mijn verleden heb ik een plaats kunnen geven door de kampen te bezoeken er erover te praten. Maar ook door mij in te zetten voor de belangen van mijn volk. Zolang er rechts-extremisme bestaat, zoals nu in Europese landen, is er actie nodig.” Zoni, De vergeten Holocaust. Mijn leven als Sinto, ondernemer en overlevende (Uitgeverij Luitingh-Sijthoff).

Bijzondere webtentoonstelling Op www.tweedewereldoorlog.nl van het Nationaal Comité is een goed gedocumenteerde tentoonstelling samengesteld over de vergeten genocide op Roma en Sinti. Hierin wordt het verhaal verteld van zes kinderen, onder wie Zoni Weisz, die zijn hele familie verloor, en het verhaal van Settela Steinbach. Een foto van Settela tussen de deuren van de treinwagon die haar wegvoerde, stond vijftig jaar symbool voor de Jodenvervolging, maar uiteindelijk bleek dat zij een Sintizza was. Aan de hand van deze zes verschillende levens met bronnen, interviews en foto’s wordt een beeld geschetst van de moord op Sinti en Roma tijdens de Tweede Wereldoorlog. Voor meer info: zie www.tweedewereldoorlog.nl

| 37 22.1-internationaal-2-2.3.indd 25

22-03-16 17:52


W

aarom een nieuwe portal met informatie over de Tweede Wereldoorlog? “Op internet is er soms zoveel informatie te vinden over een onderwerp dat de gebruikers door de bomen het bos niet meer zien”, zegt Cristan van Emden, hoofd Educatie van het Nationaal Comité. Van Emden en collega Sarah Feirabend hoorden geregeld van docenten in het basis- en voortgezet onderwijs dat lesmateriaal over de Tweede Wereldoorlog, over herdenken en vieren, op internet fragmentarisch en onoverzichtelijk is. Bovendien, de zoekfuncties van websites die zich al richten op de Tweede Wereldoorlog laten vaak te wensen over. Sarah Feirabend: “Docenten hebben behoefte aan een portal met al het lesmateriaal over de Tweede Wereldoorlog, vrijheid en democratie. Die informatie moet op een overzichtelijke manier te vinden zijn.” En dus werd tweedewereldoorlog.nl uitgebreid, als onderwijsportal en als het domein waar alle informatie over de Tweede Wereldoorlog te vinden is. Tweedewereldoorlog.nl 2.0 werd gelan-

38

ceerd op 27 januari (de International Holocaust Memorial Day) tijdens de Cultuur- en Onderwijs Beurs in Utrecht, een vakbeurs om cultuureducatie te promoten bij docenten en iedereen die anderszins betrokken is bij het onderwijsveld. “Gelukkig hadden wij de url tweedewereldoorlog.nl al”, vertelt Rutger van Krieken, die onder meer de webredacteur van het comité is. De website op dit adres werd in 2008 ontwikkeld en de afgelopen jaren onder meer gebruikt voor digitale tentoonstellingen als De Tweede Wereldoorlog in 100 voorwerpen of over de genocide op Roma en Sinti in de Tweede Wereldoorlog. Samen met ontwerpbureau Black Magic Marker ging Van Krieken aan de slag om deze site te verbouwen tot dé informatieplek voor docenten. “Wij zijn nog meer uitgegaan van de gebruiker”, legt hij uit.

Veteranen en vredesmissies Dat is goed gelukt. Wie de site bezoekt, kan met twee muisklikken digitale lessen downloaden, fysiek lesmateriaal als boeken en dvd’s bestellen, informatie over een bezoek aan een museum

NCMagazine | voorjaar 2016

25-educatie-2-11.3.indd 24

22-03-16 17:54


educatie

Nieuw!

TWEEDEWERELDOORLOG.NL ALS PORTAL Vers van de pers. Het Nationaal Comité 4 en 5 mei heeft op International Holocaust Memorial Day een vernieuwde portal gelanceerd, onder de noemer: tweedewereldoorlog.nl. door Daphne Meijer

of gedenkplaats vinden en direct een gastspreker uitnodigen. De gastsprekers kunnen oud-kampgevangenen zijn of burgerslachtoffers van de Tweede Wereldoorlog, maar ook veteranen van vredesmissies sinds de Tweede Wereldoorlog. Om het bezoek in een context te kunnen plaatsen, geeft de site informatie over hoe een docent de komst van de gastspreker kan voorbereiden. Maar er is meer te vinden op www.tweedewereldoorlog.nl. Zoals een agenda met aan de Tweede Wereldoorlog gerelateerde films, exposities, excursies, lezingen, achtergrondinformatie en ook nog de digitale tentoonstellingen. Een docent die met de klas naar een museum of herinneringscentrum wil gaan, kan kiezen uit een lange lijst: zo uiteenlopend als het Kazemattenmuseum Kornwerderzand, Herinneringscentrum Kamp Vught en het Margraten Memorial Center.

Kennisinstituten Aan de site valt op dat alle Nederlandse kennisinstituten, herinneringscentra en verzetsmusea geïntegreerd zijn met links naar

hun gegevens en collecties. “Dat is belangrijk en past binnen de beweging in de sector om nog meer samen te werken”, benadrukt Cristan van Emden. Daarnaast ontsloot het Niod een tweede, aparte site voor alle onderzoeksbronnen in Nederland over de Tweede Wereldoorlog: www.oorlogsbronnen.nl. Op deze site zijn digitaal ontsloten archieven en indexen te vinden en staat ook praktische informatie voor toegang tot niet-digitale bronnen. Tweedewereldoorlog.nl wordt nog volop gevuld. Rutger van Krieken heeft onlangs een serie filmpjes van ooggetuigen uit de Tweede Wereldoorlog online gezet. Deze filmpjes, onder de noemer Jong in Oorlog, werden in opdracht van het Nationaal Comité gemaakt. “We hebben aanvullende informatie in de films gemonteerd. Als iemand iets vertelt, staat kort in beeld waar hij of zij aan refereert. Dat is voor leerlingen en docenten heel handig, denken we.” www.tweedewereldoorlog.nl.

| 39 25-educatie-2-11.3.indd 25

22-03-16 17:54


4 mei-lezer Hella de Jonge

‘DIE OORLOG GAAT GEWOON DOOR’ De 4 mei-voordracht wordt dit jaar gegeven door schrijfster en kunstenares Hella de Jonge. Als dochter van Holocaustoverlevenden die beschadigd de oorlog uitkwamen, raakte ook Hella beschadigd. “Ik ben met ontzettend weinig vertrouwen opgegroeid.” door Natascha van Weezel | foto Chris van Houts

H

ella de Jonge zit in het atelier tussen zelfgemaakte beelden en schilderijen. De schrijfster, kunstenares en documentairemaakster vertelt over de strekking van de lezing die ze op 4 mei 2016 zal geven in De Nieuwe Kerk. Hoewel ze zin heeft in de lezing en het belangrijk acht om juist bij deze gelegenheid de link tussen heden en verleden te trekken, vindt ze het een zware opdracht. Als dochter van twee Holocaustoverlevenden associeert ze “die dramadag” met een opstapeling van spanningen. “Mijn ouders konden de stress niet aan. Thuis werd er tijdens de eerste meidagen veel geschreeuwd. Om acht uur hielden we twee minuten stilte, symbolisch belangrijk maar in wezen flauwekul. De herinneringen waren er op ieder moment, er was geen specifiek tijdstip nodig om daaraan te hoeven denken.” “Drie jaar geleden organiseerde schrijfster en filosofe Désanne van Brederode het Syrious Ball in het Amsterdamse debatcentrum De Balie, een benefietavond voor Syrische vluchtelingen. Een van de sprekers liet op een wit scherm een afbeelding zien van een grote kuil met allemaal opgestapelde dode mensen erin, die in het zand gegooid waren. De man huilde en zei in het Engels: ‘Wij hebben de doden nooit kunnen begraven.’ Zelf hield ik het ook niet droog, hij verwoordde precies de zin die ik mijn leven lang heb gehoord. Op dat moment besefte ik: die oorlog gaat gewoon door.” We hebben de doden nooit kunnen begraven is dan ook de titel van de 4 mei-lezing van Hella de Jonge geworden.

Geen slachtoffer Hella de Jonge in ’t kort Geboren op 21 april 1949 als dochter van Eli Asser en Eva Asser-Croiset, in een gezin met drie kinderen. Volgde haar kunstopleiding aan de Gerrit Rietveld Academie in Amsterdam. Beeldhouwster, schrijfster en documentairemaakster. Is getrouwd met cabaretier Freek de Jonge met wie ze drie kinderen kreeg. Publiceerde de boeken Los van de wereld (2006) en Spring (2012). Maakte de film: Verlies niet de moed (2014).

In haar boeken Los van de wereld en Spring én in de documentaire Verlies niet de moed beschrijft De Jonge niet alleen hoe haar ouders werden beschadigd door de Tweede Wereldoorlog, maar ook hoe die beschadigingen haarzelf weer beïnvloedden. “Ik ben tweede generatie, al noem ik mezelf geen slachtoffer. Toch sta je anders in het leven dan iemand die niet zo’n beladen achtergrond heeft. Mijn ouders ontkwamen ternauwernood aan de nazi’s. Hun bestaansrecht werd afgenomen en dat hebben ze volledig in mij gestopt. Alles en iedereen werd gewantrouwd. Ik ben dus met ontzettend weinig vertrouwen opgegroeid. Je staat daardoor onzeker in het leven. Er zit geen basis, er is geen balans. Alleen maar onrust. Ik heb er ontzettend lang over gedaan om mijn zelfvertrouwen terug te winnen. Mijn vader, programmamaker

40 NCMagazine | voorjaar 2016 06.2-herdenken-2-6.2.indd 24

22-03-16 17:55


herdenken

‘Ik ben tweede generatie, al noem ik mezelf geen slachtoffer’ en tekstschrijver Eli Asser, ging helemaal op in zijn komedies. Mijn moeder was voornamelijk boos. Ze zat voortdurend in haar kamertje dingen voor zichzelf te naaien. Het ene pakje na het andere. Toen mijn tweede kind, Jork, als baby overleed, werd ik volledig op mezelf teruggeworpen. Mijn moeder wilde niets voor me doen. Ze zei letterlijk: ‘Eén dode baby staat niet in vergelijking tot alle mensen die wij verloren hebben’.” In 2002, op de dag dat haar moeder overleed, begon De Jonge met schrijven. “Het was iets dat ik al lang wilde, maar er werd altijd gezegd dat mijn vader de enige echte schrijver in huis was. In eerste instantie was het niet bedoeld voor publicatie, de verhalen moesten gewoon uit mij. Dat veranderde zodra ik hoorde dat minister Verdonk van Vreemdelingenzaken het Kosovaarse meisje Tadïa Pasic, een leerlinge uit 6 vwo, terug wilde sturen naar het land van afkomst. Ik dacht: dit is precies hetzelfde als wat er indertijd tegen mijn vader gezegd werd: jij bent een Jood, dus jij kan geen eindexamen doen.”

Proces van aanvaarding Pas een aantal jaar geleden begon De Jonge aan een concrete zoektocht naar haar familieverleden. De aanleiding was de vondst van een doos vol foto’s en documenten uit de Tweede Wereldoorlog. Haar vader wilde deze persoonlijke bewijsstukken weggooien. Hella bracht ze in veiligheid. Voor die tijd wilde ze niet veel over de oorlog weten. Het was te confronterend. “Via via kwam ik mijn achterneef David Asser op het spoor. Hij is historicus. Door hem leerde ik de emotie te temperen. Voor het eerst begon ik heel sec te kijken naar wat er nou eigenlijk was gebeurd met oma Lientje, met tante Ro, met tante Rebecca en al die anderen. Een bevrijding en bovenal een proces van aanvaarding.” De vader van Hella is inmiddels 93 jaar. Nog steeds kan hij zijn dochter geen liefde geven. “Als ik bedenk dat ik die liefde niet bij hem kan halen, hoef ik het ook niet te hebben. Die acceptatie is iets waarvan ik vind dat het moet. Ik wil dat hij sterft in vrede, dan heb ik mijn best gedaan.” De Jonge zwijgt even. Haar roze panty en rode jurk lijken nog kleurrijker door de straal zon die op haar schijnt. Nu ze sinds een tijd niet langer wordt overweldigd door emoties, is ze er klaar voor om de 4 mei-lezing te geven. “Juist omdat de geschiedenis zich nu herhaalt met de Syriërs, moet de geschiedenis van toen verteld worden.” Ze straalt. “Daarom kan ik het. Daarom durf ik het te doen.”

06.2-herdenken-2-6.2.indd 25

22-03-16 17:56


HERDENKEN & VIEREN IN HET LAND Helden in Tilburg

Op 4 mei worden er in bijna elke gemeente een of meer herdenkingen gehouden. Nederland telt meer dan vierhonderd organisatoren van lokale herdenkingen en vieringen. Hoe kijken deze organisatoren naar de toekomst en wat kunnen we van hen leren? NC Magazine portretteert elk nummer drie comités. Daarnaast wordt een vrijwilliger uitgelicht. door Karen Waterman | Coördinatie Robin de Munnik

42

Hoe ziet het comité eruit? Het Oranje Comité Tilburg (O.C.T.) bestaat al ruim negentig jaar. In het begin bestond het uit mannen uit alle Tilburgse beroepsgroepen: onderwijs, middenstand, politiek en fabrikanten. Op Koninginnedag bezochten zij de verschillende parochies waar de activiteiten plaatsvonden, gekleed in jacquet. Nu mogen er ook vrouwen meedoen en is diversiteit een belangrijke toetssteen. Leon Timmermans van het comité: “Een jurist in het comité is prettig, ook iemand uit de horeca, en anderen die hun vakmanschap kunnen inbrengen.” Totaal telt het comité twaalf personen met een gemiddelde leeftijd van net boven de vijftig jaar. Hoe vieren/herdenken we? Er is veel te vieren en te herdenken in Tilburg: de bevrijding van de stad op 27 oktober 1944; de herinnering aan Coba Pulskens, een icoon van het Tilburgse verzet, die 2 februari 1945 in Ravensbrück de dood vond; 10 mei 1940, toen een bom huizen in de as legde, waarbij doden en gewonden vielen; de Nationale Bevrijding op 5 mei en de Nationale Dodenherdenking op 4 mei. Leon Timmermans: “Vijfentwintig jaar geleden is besloten de verschillende activiteiten bij de parochies op Koninginnedag, nu Koningsdag, in één evenement onder te brengen: het Leijparkfestival, met dertigduizend bezoekers. Een feestelijk evenement, gericht op gezinnen met kinderen, met spelletjes en dergelijke.” Sinds vorig jaar organiseert het comité ook een bevrijdingsconcert aan de Piushaven. Leon Timmermans: “Het is in de sfeer van het 5 mei-concert. Een groot podium, bezoekers in bootjes en op de kade. Het was een groot succes en trok duizenden toeschouwers.”

NCMagazine | voorjaar 2016

16-herinneren-4-10.3.indd 28

22-03-16 17:57


Inspiratie

Herdenking in Ede bij het Mausoleum

Links: Herdenking begraafplaats Vrederust Gilzerbaan, 27 oktober 2014 Onder: Leida van Riessen van de herdenkingswerkgroep Ede

De herdenking bij het monument van Coba Pulskens is in handen van het Theresialyceum. “Het verhaal van Coba spreekt tot de verbeelding. Ze bood Joden en piloten onderdak, maar werd verraden. Drie van de piloten die bij haar verstopt waren, werden op haar erf doodgeschoten. Toen ze op last van de Duitsers een laken moest halen om de lichamen af te dekken, kwam ze met de Nederlandse vlag naar beneden en legde die over de lichamen. Het laat zien hoe je in de meest hopeloze situaties je eigen gezicht kan tonen.” Samen met het Theresialyceum is ook een route langs oorlogsmonumenten in de stad gemaakt, geïnspireerd op het internationale spel Geocaching, een speurtocht waarmee je door middel van coördinaten verborgen ‘schatten’ kunt vinden.

Hoe ziet het comité eruit? De herdenking op 4 mei in Ede wordt in opdracht van de gemeente georganiseerd door een werkgroep waarin verschillende groepen vertegenwoordigd zijn. Leida van Riessen werkt bij de afdeling bestuursondersteuning van de gemeente Ede en is een van de werkgroepleden. Ze vertelt: “Alle leden spelen een actieve rol in de organisatie: drie vertegenwoordigers van de verschillende Edese scoutingverenigingen, de spreker bij het monument, een vertegenwoordiger van het Korps Nationale Reserve (Natres), een historicus en een vertegenwoordiger van De Harmonie Ede, de regisseur en degene die het geluid verzorgt. Het is een vaste ploeg met mensen die al jaren meedoen. De geluidsman is twee jaar geleden aangeschoven. Zijn voorganger was al tachtig en wilde stoppen.” Hoe herdenken we? De herdenking begint met een toespraak van de burgemeester en een concert in de Oude Kerk aan de Grotestraat in Ede. Vorig jaar werden er stukken gespeeld door OBK Lunteren uit Soldaat van Oranje en Schindler’s List, maar ook een muziekstuk over Banja Luka tijdens de burgeroorlog in voormalig Joegoslavië. Na het concert volgt een stille tocht naar het Mausoleum op de Paasberg. Leida van Riessen: “Het Mausoleum is een grafmonument met een herdenkingsplaquette met 44 namen van gesneuvelde verzetshelden. Dertig mensen liggen hier daadwerkelijk begraven. Elk jaar wordt één van deze 44 namen extra toegelicht in de herdenkingstoespraak van de burgemeester. Zijn nabestaanden worden uitgenodigd om aanwezig te zijn.” Niet iedereen gaat eerst naar de Oude Kerk. Veel mensen komen direct naar het Mausoleum en worden daar toegesproken door de spreker. De burgemeester houdt ook een toespraak bij het Mausoleum nadat de stoet, met voorop de scouting die de kransen

Dilemma’s en herdenking over vijf jaar “Ons belangrijkste dilemma, als je dat zo zou willen noemen, is hoe we in de toekomst herdenken”, zegt Leon Timmermans. “We zullen steeds meer moeten aansluiten bij de landelijke herdenking en viering.” Hij refereert aan een van de bijeenkomsten met lokale organisatoren die het Nationaal Comité jaarlijks organiseert, waar dit onderwerp uitvoerig aan de orde kwam. Het lokale verhaal illustreert het landelijke herdenken en vieren. Leon Timmermans: “Daarbij zijn belangrijke rollen weggelegd voor Coba Pulskens en een jonge militair uit een van onze buurgemeentes, Tom Krist, die omkwam tijdens een vredesmissie in Afghanistan. Dat zijn de helden die ons het goede voorbeeld geven: dat je moet opkomen tegen onrecht en voor vrijheid.” Voor meer informatie: www.oranjecomitetilburg.nl.

| 43 16-herinneren-4-10.3.indd 29

22-03-16 17:58


meedraagt, de burgemeester, de kransleggers, schoolkinderen en belangstellenden, daar is aangekomen. Leida van Riessen: “Het ontroerendste deel van de herdenking is als de schoolkinderen de namen oplezen van de gesneuvelde verzetsstrijders.” Er volgt een ceremonie waarbij kransen worden gelegd door de burgemeester, het voormalig verzet, nabestaanden, politie, Veteranensociëteit Ede, Samen voor Ede, scouting en schoolkinderen. Tijdens het defilé langs het Mausoleum kan iedereen bloemen leggen bij de graven. Tot slot is er koffie in de hal van het gemeentehuis. Wat zijn de dilemma’s? Leida van Riessen: “Dilemma’s hebben we niet echt. Wel discussies. Een van de omgekomen verzetshelden bijvoorbeeld had de Belgische nationaliteit. Moeten we nu wel of niet de Belgische vlag hijsen? Of moeten we wel of niet de route van de stille tocht aanpassen?” Hoe ziet de herdenking er over vijf jaar uit? Met meer jongeren, hoopt Leida van Riessen. “We hebben in Ede een jongerenraad – een gemeenteraad samengesteld uit jongeren – en die willen we erbij betrekken. En ook vanuit de scouting kunnen we jongeren vragen mee te denken. Nu wordt de scouting vertegenwoordigd door volwassenen.” Meer informatie: www.ede.nl/gemeentearchief/verhaal-van-ede/3-justitie-defensie-openbare-orde-en-veiligheid/mausoleum.

Bommen op het Haagse Bezuidenhout Hoe ziet het comité eruit? De Stichting 3 maart ’45 is een bewonersorganisatie, opgericht in 1995. Opdracht was het organiseren van een herdenking vijftig jaar na het bombardement op de Haagse wijk Bezuidenhout op 3 maart 1945. En die stichting is gebleven. Voorzitter Lia van den Broek, lid sinds 2009, kwam in 1995 in Den Haag wonen. “Oude en nieuwe bewoners voelen zich nog steeds verantwoordelijk voor het levend houden van de herinnering aan het bombardement. In de wijk is de schade nog goed in de bebouwing te zien.” Ze vertelt dat de stichting onafhankelijk is en losstaat van de wijkvereniging. Het bestuur telt vier leden en is in 2015 vernieuwd. Voor speciale projecten wordt samengewerkt met organisaties in de wijk en de stad, zoals bibliotheken, scholen en musea. Lia van den Broek: “Het is geweldig als anderen het verhaal incorporeren in hun eigen activiteiten. Het bereik neemt zo alleen maar toe.” Hoe herdenken we? Tijdens de Tweede Wereldoorlog waren er onder meer drie stadsbombardementen in Nederland: Rotterdam op 14 mei 1940, Nijmegen op 22 februari 1944 en de Haagse wijk Bezuidenhout op 3 maart 1945. Delen van Nederland waren al bevrijd, maar Den Haag was nog bezet toen het Bezuidenhout per vergissing werd getroffen door bommen van de Engelse luchtmacht. Het beoogde doelwit was de V2-lanceerinstallatie in het Haagse Bos, ten noorden van het Bezuidenhout, waarmee de Duitsers Engeland bestookten. Meer dan vijfhonderd mensen kwamen om bij deze ramp en dui-

44

Boven: een groep kinderen van de Liduinaschool legt namens alle basisscholen uit Bezuidenhout een krans bij het beeld van Juliana van Stolberg Rechts: De Dokwerker op het Jonas Daniël Meijerplein in Amsterdam

zenden raakten gewond en ontheemd. De stichting organiseert elk jaar een herdenking, samen met organisaties en bewoners uit de wijk. Met een kerkdienst, een kranslegging bij het standbeeld van Juliana van Stolberg, een concert en tot slot een ontmoetingsmoment om na te praten. Lia van den Broek: “De bijeenkomst wordt druk bezocht en trekt veel familie van slachtoffers, kinderen en kleinkinderen. Er heerst een beetje de sfeer van een reünie.” Maar de stichting doet meer. Er is een informatieve website met het verhaal van 3 maart 1945, een slachtofferlijst en verhalen van ooggetuigen. Speciaal voor het zeventigjarig jubileum vorig jaar is de BB45-wandelroute gemaakt, een route door de wijk langs plaatsen met een historische betekenis met onder meer een stop in het Haagse Bos, waar de V2-raketten stonden. Ook is er een website met foto’s, filmpjes en verhalen over de wijk voor en na het bombardement. Dilemma’s en de herdenking over vijf jaar “De herdenking trekt nog steeds zo’n vierhonderd man. Maar hoe lang blijft dat zo? Hoe lang houden we voldoende draagvlak in de stad en de buurt?” Dat vraagt Lia van den Broek zich af. Herdenken is geen doel op zichzelf, vindt ze. “Naar de legitimiteit blijven kijken, is de uitdaging voor de stichting. Hoe houden we het vuur brandend: in de buurt, maar ook binnen ons bestuur? Het 75-jarig jubileum zullen we herdenken, maar we moeten ook verder vooruitkijken. Kunnen we ervoor zorgen dat dit een verhaal van de buurt en de stad blijft?” Meer informatie? www.bezuidenhout.nl/3maart45 | www.bb45.nl (website wandelroute).

NCMagazine | voorjaar 2016

16-herinneren-4-10.3.indd 30

22-03-16 17:58


Inspiratie

Feruaristaking 75 jaar geleden

‘Pal staan voor democratie en mensenrechten’ Democratie en mensenrechten zijn kostbaar. Je kunt daarvoor nooit genoeg in de bres springen; de Februaristaking is daarvan een van de goede voorbeelden uit onze geschiedenis. Joke Koningh, voorzitter van het Comité Februaristaking 1941, verbindt daar graag haar naam aan. het GVB precies om 11.00 uur een minuut stil. Koning WillemAlexander was bij de lustrumherdenking aanwezig. “Een belangrijk signaal om eenheid te symboliseren”, vindt Joke Koningh. “Juist de herdenking van de Februaristaking geeft ons gelegenheid te laten zien dat we, ondanks alle verschillen van mening, een gezamenlijk streven hebben: pal staan voor democratie en mensenrechten.” Ook alle Kamerleden van alle politieke partijen werden voor deze lustrumherdenking uitgenodigd. Joke Koningh: “Ondanks de extra maatregelen die nodig waren omdat de koning aanwezig was, is het gelukt het informele karakter van de herdenking te bewaren. Dat is belangrijk. Want het gaat niet om het hoge bezoek, maar om de moed van gewone mensen.” Meer informatie: www.februaristaking.nl.

Dick Simonis

Als politicus zette Joke Koningh zich al langer in voor de publieke zaak. In de jaren tachtig als gemeenteraadslid voor de PvdA in Amsterdam en in de jaren negentig als voorzitter van stadsdeel Oost/Watergraafsmeer. Ze was van 2002 tot 2010 voorzitter van het 4 en 5 mei Comité Amsterdam en sinds 2005 is ze voorzitter van het Comité Februaristaking 1941. Dit jaar is het precies 75 jaar geleden dat groepen Nederlanders het werk massaal neerlegden om te protesteren tegen de behandeling van Joodse medeburgers die uit hun huizen werden gezet, afgeranseld en vernederd, en werden afgevoerd naar concentratiekampen. De symboliek van de Februaristaking is misschien vandaag de dag wel belangrijker dan ooit, vindt Joke Koningh. De solidariteit van de samenleving staat onder druk doordat verschillende groepen onterecht tegen elkaar worden uitgespeeld. Zaterdag 22 en zondag 23 februari 1941 nam de Duitse bezetter revanche op het verzet in Amsterdam en hield een razzia in de Jodenbuurt. 427 Joodse mannen tussen de 20 en 35 jaar werden opgepakt en naar concentratiekamp Mauthausen afgevoerd. De CPN zag een kans om een staking te initiëren en verspreidde een pamflet met als titel Staakt! Staakt! Staakt! Dat sloeg aan. De staking begon met arbeiders die op de werven het werk neerlegden. De trams in Amsterdam stonden stil en de staking sloeg over naar andere plaatsen: Zaandam, Haarlem, Velsen, Hilversum, Bussum, Weesp, Muiden en de stad Utrecht. Joke Koningh: “De Februaristaking laat zien dat we als personen de macht hebben om ook in een bedreigende situatie een ander geluid te laten horen en ons solidair te verklaren met groepen in onze samenleving die worden onderdrukt en vervolgd. We hoeven niet alles zo maar te accepteren. Elke keer dat we bloemen leggen bij de Dokwerker gedenken we de moed van de stakers van toen en laten we zien dat we op willen blijven komen voor vrijheid en de rechten die dat waarborgen.” Dit lustrumjaar is de herdenking van de Februaristaking extra aangekleed met de toneelvoorstelling Staakt in onder meer het Bijlmertheater en het Verzetsmuseum, de openluchtfototentoonstelling IK, JIJ, WIJ, JULLIE, ZIJ op het Jonas Daniël Meijerplein en het programma Verander in de ander, in De Balie. Donderdag 25 februari stonden alle trams, bussen, metro’s en veerponten van

| 45 16-herinneren-4-10.3.indd 31

22-03-16 17:59


vieren 5 mei-concert op de Amstel

‘Ik wil een boodschap van optimisme meegeven’

Markus Stenz (1965) is chef-dirigent van het Radio Filharmonisch Orkest. Daarnaast is hij gastdirigent van het Baltimore Symphony Orchestra. Hoe kijk jij tegen 5 mei aan? “Ik zie 5 mei als een juweel. De vrijheid wordt in stijl gevierd. Er wordt stilgestaan bij de terugkeer naar het vrije leven en we vieren dat we slechte tijden vol haat en angst achter ons hebben gelaten. Voor mij, als buitenlander, is het een grote eer om erbij te mogen zijn. In Duitsland hebben we zoiets niet. Misschien komt de Tag der Einheit een heel klein beetje in de buurt, maar dat gaat meer over de hereniging van Duitsland.” Hoe breng je een concept als vrijheid over op je kinderen? “Als geboren Rijnlander ben ik me altijd heel bewust geweest van de oorlog. Ook omdat we zo dicht bij Nederland en Frankrijk woonden, je groeit daarom op met de vreselijke gruweldaden uit de oorlog. In Duitsland zijn we het absoluut niet vergeten. Dus voor mijn kinderen is dat ook automatisch een gegeven. Mijn zoon van zestien is er nu heel erg mee bezig. We hebben het ook dan vaak over vrijheid en het Europa van nu.” Hoe kijk je tegen het concept van vrijheid aan? “Ik was voor langere tijd in China, dus ik kreeg weinig mee van wat er in Duitsland gebeurde. Maar opeens was mijn woonplaats Keulen constant op CNN. Ik wist niet wat ik zag. Het stemde mij tot nadenken: wat is vrijheid? Wat zijn onze normen en waarden? En hoe gaan we daar als maatschappij mee om?” Wat wil je het publiek meegeven op 5 mei? “Ik wil graag een boodschap van optimisme meegeven. Dat we vertrouwen moeten hebben in de toekomst. Angst is altijd de grote spelbreker geweest. Het 5 mei-concert moet vooral de vrije toekomst vieren.”

46

NCMagazine | voorjaar 2016

27.2-vieren-4-24.2.indd 10

22-03-16 18:00


herdenken

MONUMENT DOLDERSUM Nederland telt ruim 3500 oorlogsmonumenten. In het NC Magazine lichten we elk nummer een bijzonder monument uit. Zoals dit monument in Doldersum. Door Karen Waterman | foto Anita Janssen

Het monument Doldersum is nog beschikbaar voor adoptie, in het kader van Adopteer een Monument, het landelijk onderwijsproject van het Nationaal Comité en de Oorlogsgravenstichting. Hierbij adopteren leerlingen van groep 7 en/of 8 een oorlogsmonument of oorlogsgraf in de buurt. Het is een manier om kinderen iets te leren over de lokale en regionale geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog. Meer informatie: www.4en5mei.nl/oorlogsmonumenten www.monumentdoldersum.nl

I

n september 1944 hielden 21 jonge mannen zich schuil voor de Duitsers, verspreid over vier holen in de bossen van Doldersum in Drenthe. Met hulp van het verzet waren ze twee dagen na Dolle Dinsdag het werkkamp van de Nederlandse Arbeidsdienst in Vledder ontvlucht. Twee dagen later werd een van de holen ontdekt door de Nederlandse Staatspolitie. De onderduikers werden gesommeerd tevoorschijn te komen en afgeranseld. Toen ze geen namen van verzetsstrijders konden of wilden noemen, werden ze gesommeerd voor het hol op de grond te gaan zitten. Vier jongens voor en drie erachter. Ze kregen een blinddoek om en werden neergeschoten. Zes waren op slag dood. Roel IJsselstein uit Gouda raakte gewond, maar overleefde. Klaas van Daalen, die in een van de andere holen was ondergedoken, overleefde de oorlog ook. Zijn oorlogsherinneringen lieten zich niet onderdrukken. “Ik wilde wat voor die jongens doen.” Jaren na dato wist Van Daalen, samen met een stadsgenoot uit Rhenen, genoeg geld in te zamelen voor een monument. Het is een drieluik geworden met op de achterkant zes kruizen, voor elk van de jongens één. Er staat een kistje met briefjes om een persoonlijke reactie te kunnen achterlaten. In 2014 is een wandelroute samengesteld langs de locaties van de holen, met informatieborden over de constructie ervan en de achtergrond van de jongens die daar ondergedoken waren. Elk jaar komen familieleden de neergeschoten jongens herdenken, en dat troost Klaas van Daalen. Het onderhoud is in handen van een stichting.

| 47 07.6-herdenken-1R-9.2.indd 15

22-03-16 18:01


Slamat Faiman

ERKENNING INDISCH EN INDONESISCH VERZET Het is een onderwerp dat nog niet zo bekend is: Indonesiërs en Indo’s die tijdens de Tweede Wereldoorlog in Nederland deelnamen aan het verzet tegen de Duitse bezetter. Iwan Faiman, zoon van de verzetsstrijder Slamat Faiman, maakt zich sterk voor hun erkenning. door Meltem Halaceli | foto’s Ben Houdijk en privécollectie

‘F

amilie van de Indonesische en Indische verzetsstrijders die in Nederland deelnamen aan het verzet tijdens de Tweede Wereldoorlog werd in 2015 speciaal uitgenodigd voor de Dodenherdenking op de Dam. Dat was erg mooi, maar het wordt nog niet duidelijk vermeld”, aldus een bescheiden Iwan Faiman, de zoon van Slamat Faiman, een oud-verzetsstrijder. Allerliefst ziet Iwan Faiman dat de rol van Indonesische en Indische verzetsstrijders erkend en herdacht wordt op een “gelijkwaardige wijze, zoals dat voor andere verzetsstrijders gebeurt. Hun namen en daden horen ook in de Nederlandse geschiedenisboeken vermeld te worden.” Voor de oorlog waren er ongeveer achthonderd Indonesiërs en Indische mensen (met een gemengd Indonesisch-Europese achtergrond) in Nederland. Van hen, zo is de schatting, waren zestig tot honderd mannen en vrouwen in het verzet actief. Hun heldhaftige daden zijn weinig bekend. Met de opkomst van het fascisme in Europa hadden zij hun eigen idealen voor een onafhankelijk Indonesië even in de ijskast gezet; ze waren van mening dat er geen bevrijding van de gekoloniseerde volken mogelijk was onder een nationaalsocialistisch bewind. De deels illegale nationalistische vereniging in Nederland, Perhimpunan Indonesia (PI), riep haar leden op zich aan te sluiten bij het Nederlandse verzet. Ze waren bereid samen te werken met eensgezinde groepen om het fascisme te verslaan, echter wel onder dezelfde voorwaarde als waarom zij de PI hadden opgericht: gelijkwaardigheid.

Onderduikadressen Hun illegale activiteiten waren niet gering. Ze bespioneerden Duitse officieren, agiteerden tegen de Arbeitseinsatz, regelden onder-

48

NCMagazine | voorjaar 2016

30.4-Herinneren-2-9.2.indd 34

22-03-16 18:02


herinneren

Wie was Slamat Faiman? Geboren in 1909 in Karang Anjer, Indonesië Overleden in 1985 in Amsterdam Raden Slamat Faiman was actief lid van de PI, communist en verzetsstrijder. Na het behalen van zijn stuurmansdiploma in Harlingen verhuisde hij naar Rotterdam. Hij was de eerste voorzitter van de vereniging Kaum Muda Indonesia en hield zich bezig met de emancipatie van arbeiders en schepelingen. Toen de oorlog uitbrak, woonde hij aan de Van Eeghenlaan 4 in Amsterdam. Rapporten van de Stichting ’40-’45 beschrijven dat hij zich vooral bezighield met het laten onderduiken van Joden en het vervalsen van identiteitsbewijzen. Na een inval in zijn woning vluchtte hij naar de Veluwe. Hij kwam geregeld naar Amsterdam voor overleg met het verzet en dook dan meteen onder. Hoewel hij polio kreeg, bleef hij verbindingsman. Uiteindelijk is hij blijvend invalide geworden. Het duurde lang voordat Slamat Faiman een verzetspensioen kreeg doordat de overheid aanvankelijk geen causaal verband zag tussen zijn verzetsactiviteiten en zijn invaliditeit. links: Iwan Faiman met een portret van zijn vader

duikadressen voor Joodse kinderen en verzetsmensen, gaven hun eigen krant uit in het Nederlands, De Bevrijding, en werkten samen met de verzetskranten Trouw en De Waarheid. Zij deden speciaal aan krachttraining om de loodzware zetsels voor Trouw te kunnen vervoeren. Ook namen zij deel aan gewapende verzetsacties. Iwan Faiman: “Na de dood van mijn vader ben ik in zijn oorlogsverleden gedoken, zelf sprak hij niet of nauwelijks over deze periode.” Toen de oorlog uitbrak, probeerde Slamat Faiman gestrande Indonesische arbeiders en schepelingen uit de handen van de nazi’s te houden. Hij heeft veel Joodse Nederlanders aan onderduikadressen geholpen, en stelde ook zijn eigen woning ter beschikking. Eveneens zat hij een tijd ondergedoken met de legendarische verzetsstrijder Irawan Soejono. De vader van Irawan Soejono was minister zonder portefeuille in het oorlogskabinet van koningin Wilhelmina in Londen. Irawan Soejono werd doodgeschoten in januari 1945 tijdens een razzia. “Ik denk dat mijn vader de dood van Irawan niet heeft kunnen verwerken en mij daarom naar hem heeft vernoemd.”

Zelfbeschikking Sinds 2015 is er enige erkenning voor de Indonesische en Indische verzetsstrijders. Waarom heeft het zo lang geduurd? Iwan Faiman: “Indonesiërs en ook Indische mensen die zich openlijk tegen het kolonialisme uitten, werden bij terugkomst in Nederlands-Indië uitgesloten van overheidsfuncties. Veel politieke organisaties in Nederlands-Indië waren illegaal en hun leiders werden vaak langdurig opgesloten of verbannen. Daarnaast werden Indonesiërs in Nederland altijd al ernstig in de gaten gehouden, en helemaal als

Meltem Halaceli is arabist, journalist en schrijfster van De vergeten geschiedenis van mijn grootvader Sulayman Hadj Ali. ze communist waren. De PI werkte nauw samen met een van de communistische partijen die onmiddellijk na de bezetting het ondergrondse verzet in Nederland hadden georganiseerd: de Communistische Partij Nederland (CPN). Communisten werden na de oorlog, net als ervoor, in de gaten gehouden en bestreden. De Nederlandse regering, die Indonesië toen nog geen onafhankelijkheid gunde, verklaarde na de oorlog sommige PI-leden als ongewenst en zij werden uitgezet. Ik heb lijsten van inlichtingendiensten waarop veel namen van zogenaamd extreemlinkse personen voorkomen, onder wie Indonesiërs. Ook mijn vader stond op die lijst.” Hoe keek de Duitse bezetter aan tegen Indonesiërs? Iwan Faiman: “Al in het begin van de oorlog is het bestuur van de PI opgepakt, andere leden doken direct onder. Er vonden diverse keren razzia’s plaats tegen Indonesiërs en er werden arrestaties verricht. Ook zijn er Indonesiërs omgekomen in concentratiekampen. De Neurenberger rassenwetten stelden namelijk dat gekolonialiseerde volken inferieur waren. Soms werden Indonesiërs echter verward met Japanners en ontkwamen ze aan vervolging, want Japan was een bondgenoot van Hitler.”

Gedenken Lukt het anno 2016 de lotgevallen van deze verzetsstrijders onder de aandacht te brengen? Iwan Faiman vertelt dat er nu een gedenksteen is voor Irawan Soejono op Begraafplaats Groenesteeg in Leiden. Leiden staat deze 4 mei in het teken van het Indonesische en Indische verzet. “Ernst Jansz, oprichter van Doe Maar, is bezig een speech te schrijven voor de herdenking. De vader van Ernst, een Indo, zat ook in het verzet. Onze vaders waren vrienden.”

| 49 30.4-Herinneren-2-9.2.indd 35

22-03-16 18:02


Resultaat IHRA

EUROPESE HOLOCAUST-ARCHIEVEN BLIJVEN TOEGANKELIJK

BeeldbankWO2/NIOD

Holocaust-archieven zijn op het nippertje gered voor onderzoek. Dit dankzij de inzet van de International Holocaust Remembrance Alliance (IHRA) die heeft gelobbyd voor het aanpassen van een nieuwe Europese verordening op het gebied van de bescherming van persoonsgegevens (GDPR). Karel Berkhoff van het NIOD betoogt het belang van de nieuwe Europese verordening voor archiefonderzoek naar de Holocaust. door Karel Berkhoff

N

iet zo lang geleden verzocht het Holocaustmuseum Yad Vashem in Israël het NIOD om een kopie van de “stukken betreffende het instellen van een onderzoek naar oorlogsmisdrijven tegen Joden in het kamp Bobruisk (Rusland), gepleegd door Lambertus Johannes Loyen, 1975-1976.” Hans Loyen was in de jaren zeventig een stateloze inwoner van het Limburgse dorp Horn. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werkte hij als bewaker in een werkkamp voor Poolse Joden in Wit-Rusland. Nadat de Duitse justitie de zaak in 1973 had overgedragen aan de Nederlandse collega’s, stelde de Rijksrecherche in samenwerking met het toenmalige Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie een eigen onderzoek in. Het onderzoek verliep makkelijk: Loyen bekende snel. Ja, hij had als Waffen-SS’er in het kamp minstens honderd Joden vermoord, en dat louter en alleen omdat het Joden waren. Vijf overlevenden getuigden in Roermond. In december 1976 werd de man levenslange hechtenis opgelegd. Yad Vashem wilde graag feiten checken en wellicht een deel van de stukken over Loyen uit de NIOD-collectie tonen op de website van de European Holocaust Research Infrastructure (EHRI); een website bekostigd door de Europese Commissie en beheerd door het NIOD. Geen probleem, zou je denken. Het antwoord was echter: nee. De stukken waren beperkt toegankelijk, dus Yad Vashem of een vertegenwoordiger kon de stukken alleen in de NIOD-leeszaal inzien. Sommige delen mochten eventueel online worden ge-

50

plaatst, maar alleen als er geen ‘persoonsgegevens’ in stonden en het NIOD dit had vastgesteld.

Beperkt toegankelijk Wie documenten over de Holocaust uit Nederlandse archieven wil gebruiken, kan dus voor verrassingen komen te staan. Hoe komt dat? Het is merkwaardig, maar deze archieven vallen in Nederland onder wetten die elkaar deels tegenspreken: de Wet Openbaarheid van Bestuur uit 1991, de Archiefwet uit 1995 en de Wet Bescherming Persoonsgegevens uit 2000. Deze situatie leidt soms tot een defensieve houding van archivarissen. Bovendien heeft een uitspraak in 2012 van de Rechtbank Den Haag over beperkt toegankelijke overheidsarchieven een verstrekkend gevolg gehad. Het Nationaal Archief besloot na de uitspraak dat geen kopieën uit dit soort archieven meer gemaakt mochten worden; heel specifieke uitzonderingen zoals een gerechtelijke procedure daargelaten. Dergelijke documenten zouden namelijk allemaal gecontroleerd en desnoods geanonimiseerd moeten worden. Iets wat men te veel werk vond. Als onderzoeker kun je wel eens jaloers op de Duitsers worden. De naoorlogse Duitse justitiële onderzoeken zijn sinds 2014 in een digitale databank ontsloten. Deze databank mag onder bepaalde voorwaarden op het Institut für Zeitgeschichte in München worden ingezien. Het Bundesarchiv verschaft een tamelijk omvangrijke omschrijving van het justitiële opsporingsarchief in Ludwigsburg. In Duitsland krijgt de onderzoeker probleemloos kopieën van dergelijk archiefmateriaal.

NCMagazine | voorjaar 2016

23.1-internationaal-2-23.2.indd 4

22-03-16 18:03


Hans Loyen in het beklaagdenbankje (achter glas)

Beperkte archieftoegankelijkheid is niet een uniek Nederlands probleem Europese wetgeving Beperkte archieftoegankelijkheid is niet een uniek Nederlands probleem. In meer landen bestaan problemen met de toegang tot en het gebruik van Holocaust-archieven. In 2014 kwam hier helaas een nog groter probleem bij. De Europese Unie maakte plannen voor General Data Protection Regulation, een verordening die niet vooraf met archivarissen of historici was besproken. De reden voor de nieuwe wetgeving: een wens om de privacy van burgers beter te beschermen. De ontwerptekst was echter verontrustend vaag en het was de vraag of de verordening ook voor alle archiefdocumenten zou gelden en zo ja, hoe dan precies. De voorgenomen Europese verordening, die in alle lidstaten direct bindend zou zijn, had al effect voordat ze gereed was: wetenschappers werd in de afgelopen tijd toegang tot sommige Holocaust-ar-

BeeldbankWO2/NIOD

BeeldbankWO2/NIOD

internationaal

Getuigen tegen de van oorlogsmisdaden verdachte ex-SS’er Hans Loyen. Hier arriveren de Israeliërs Szraga Zisholc (l) en Moshe Manne bij het gebouw van de rechtbank

chieven reeds ontzegd. De IHRA merkte dit op en startte een lobbytraject in Brussel. Deze lobby, die vrijwel niet door de media is opgemerkt, werd op 18 december 2015 bekroond. De verordening werd aangepast en de Holocaust werd zelfs specifiek vermeld. Elke EU-lidstaat heeft nu het recht om persoonsgegevens vrij te geven voor de studie van “politiek gedrag onder voormalige totalitaire regimes, genocide, misdaden tegen de menselijkheid, in het bijzonder de Holocaust, of oorlogsmisdaden.” Het reële gevaar dat archiefonderzoek naar de Holocaust binnen de gehele EU afgeremd zou worden, lijkt nu verdwenen. Voor de zekerheid inventariseren de IHRA-lidstaten momenteel welke documenten in overheidsarchieven voor de studie van de Holocaust relevant, maar nog officieel ontoegankelijk zijn. Nederland staat er wat dat betreft goed voor. Ons land kent niet zozeer totale verboden als wel beperkingen. Maar de kwestie van de archiefstukken over Loyen en de wetgeving van de EU laten zien hoe belangrijk het is dat de IHRA de toegang tot de Holocaust-archieven voor de toekomst heeft veiliggesteld. Karel Berkhoff is senior onderzoeker bij het NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies en lid van de Nederlandse IHRAdelegatie. Hij is vicevoorzitter van de Stuurgroep Archieven van de IHRA. Kijk voor meer informatie over EHRI op: http://ehri-project.eu, en voor informatie over de IHRA en de archieven op: http://holocaustremembrance.com/media-room/stories/brussels-includesreference-holocaust-gdpr.

| 51 23.1-internationaal-2-23.2.indd 5

22-03-16 18:04


vieren 5 mei-concert op de Amstel

‘Ik kan slecht tegen onverdraagzaamheid’

Paul de Munnik (1970) veroverde jarenlang met Thomas Acda de Nederlandse hitlijsten met nummers als Niet of Nooit Geweest en Ren Lenny Ren. Dit jaar komt zijn soloalbum Nieuw uit. Wat betekent 5 mei voor jou? “5 mei is een feestdag, maar in Dronten, waar ik ben opgegroeid, was 4 mei echt belangrijk. Dan kwamen er Engelse piloten naar ons dorp. Ik kan me nog heel goed herinneren dat ik als jongetje uit het zolderraam naar de overscherende vliegtuigen keek. Dat was een machtig gezicht.” Hoe vier jij vrijheid? “Gewoon door te vieren. Maar het is ook belangrijk om stil te staan bij degenen die geen vrijheid hebben, vooral dit jaar. Kijk naar de grote stroom vluchtelingen. Zij vluchten voor de oorlog, maar wij hebben geen idee hoe we daarmee om moeten gaan. Het is dus nog belangrijker om zelf na te denken over vrijheid.” Kun je je voorstellen hoe het is om zonder vrijheid te leven? “Nee, ik ben nog nooit in een oorlogsgebied geweest en heb nog nooit een dictatuur meegemaakt. Ik ging een keer met mijn familie naar Thailand. Vlak voor vertrek had het leger daar de macht overgenomen. Je merkte toen wel de spanning in de hoofdstad; dat vond ik al heel lastig om mee te maken. Ik kan heel slecht tegen onverdraagzaamheid.” Hoe kijk je aan tegen de samenwerking met het Radio Filharmonisch Orkest? “Dat wordt een feest. Je bent ook niet zomaar aan het spelen, je hebt een hele machine vol muziek achter je staan. Improviseren zit er dan niet echt in. Maar toch voel je veel vrijheid, omdat alles al staat. Je hoeft je alleen maar met jouw deel bezig te houden. Ik hoop vooral dat we tijdens die avond het publiek iets kunnen meegeven. Of nee, dat we juist een klein beetje cynisme weghalen. Dat zou mooi zijn.”

52

NCMagazine | voorjaar 2016

27.2-vieren-4-24.2.indd 8

22-03-16 18:05


vieren Thomas Erdbrink en echtgenote Newsha Tavakolian

5 mei-lezer Thomas Erdbrink:

‘DE VRIJHEDEN DIE WE HIER HEBBEN, ZIJN BIJZONDER’ Midden-Oostencorrespondent Thomas Erdbrink (39) houdt dit jaar de 5 mei-lezing, in Groningen. Sinds hij in Iran woont, is hij anders naar vrijheid gaan kijken. “Vroeger associeerde ik het vooral met de Tweede Wereldoorlog, maar het gaat over veel meer.” door Yasmina Aboutaleb | foto VPRO

08.3-vieren-3-8.2.indd 7

22-03-16 18:06


‘S

‘Natuurlijk ben ik bang. Ik leef onder de constante druk dat ik ineens opgepakt kan worden’

orry, de verbinding is heel slecht, het kan zijn dat ik wegval”, zegt Thomas Erdbrink nog voordat het gesprek begonnen is. De waarschuwing blijkt niet overdreven. De telefoonlijn tussen Teheran en Amsterdam piept en kraakt. Eén keer wordt de verbinding plotseling verbroken. Dit is niet eens de moeilijkste omstandigheid waaronder de Nederlandse journalist zijn werk doet in Iran, waar de staat de media controleert. Erdbrink wordt afgeluisterd, bekeken en al zijn stukken worden na publicatie op het ministerie van Islamitische Leiding en Cultuur gelezen. Twee keer werd zijn perskaart door de Iraanse autoriteiten afgepakt. Toch vindt hij dat hij zijn werk voor opdrachtgevers als The New York Times, de NOS en de Volkskrant goed kan doen, al is het koorddansen. “Mijn positie is te vergelijken met andere journalisten die in een afgeschermde omgeving werken, bijvoorbeeld op het Binnenhof. Dan kies je woorden zorgvuldig, en weet je soms dingen die je op een later moment besluit op te schrijven. In de afgelopen veertien jaar heb ik over alles kunnen schrijven.” Maar Erdbrink maakt zich ook zorgen. Vriend en collega-correspondent van The Washington Post Jason Rezaian zat achttien maanden vast in een Iraanse cel zonder te weten waarom. Afgelopen januari werd hij vrijgelaten. “Natuurlijk ben ik bang. Ik leef onder de constante druk dat ik ineens opgepakt kan worden. Ook al ben ik getrouwd met een Iraanse, ik blijf een gast in dit land.” Het begrip vrijheid heeft voor Erdbrink dan ook een nieuwe lading gekregen sinds hij in het Midden-Oosten woont. “In Iran wordt alles van de wieg tot aan het graf voor je bepaald. Van welke kleding

54

je aanmag, tot wat je wel en niet mag eten en drinken, en hoe je begraven wordt. Dat gaat heel ver. Maar het kan nog veel erger. Ik was in Irak toen Saddam Hoessein nog aan de macht was. Dat waren Noord-Koreaanse toestanden. Doodsbang waren de mensen daar. De veiligheidsdiensten zaten overal.” Wat betekende vrijheid voor u voordat u in Iran woonde? “Ik ben opgegroeid met de verhalen over de Tweede Wereldoorlog. Ik las veel kinderboeken over de oorlog: Engelandvaarders, Oorlogswinter, Oorlog zonder vrienden. Met het gezin gingen we ook regelmatig naar een huisje in de Ardennen, waar de herinneringen aan het laatste Duitse tegenoffensief nog heel vers waren. Dat heeft heel veel indruk op me gemaakt. Vrijheid heb ik dus lang geassocieerd met wat onvrijheid was, namelijk de Tweede Wereldoorlog, maar het is veel meer dan dat.” Hoe kijkt u er nu naar? “Als ik nu in Nederland ben, geniet ik enorm van de individualiteit, de verschillende mensen op straat. Dat je een punker ziet, iemand met een hoofddoekje, twee mannen of vrouwen die hand in hand lopen. In Iran is dat ondenkbaar. Dat lijkt een klein detail. Die vrijheden van het individu, geloof, geaardheid vinden we normaal in Nederland. Maar dat is het niet, daar is hard voor gestreden. Dat moeten we koesteren. Ik vind dat het juist daarom belangrijk is om te kijken naar vrijheid zoals we het nu beleven. We hebben allemaal angst om het kwijt te raken, maar weten tegelijkertijd niet precies wat we hebben.” Wat betekent 5 mei voor u? “Het hele jaar wordt er over van alles en nog wat gediscussieerd in Nederland, op televisie, bij de bakker en tijdens de inspraakavond in het parlement. Iedereen kan daaraan meedoen, iedereen kan worden gehoord. 5 mei is voor mij een moment om te beseffen

NCMagazine | voorjaar 2016

08.3-vieren-3-8.2.indd 8

22-03-16 18:07


vieren

dat de vrijheden die we hier hebben, bijzonder zijn. Natuurlijk is vrijheid niet zonder moeilijkheden en is onze manier van leven niet perfect, maar kijk over de grenzen en je zal zien dat het in veel landen een stuk moeilijker is om jezelf te uiten, of om jezelf te zijn. Ik ben vereerd om de 5 mei-lezing te geven, juist daarom.” Hoe onvrij zijn Iraniërs? “Je moet het zo zien: Iran is het land waar niets mag, maar alles kan. Als de overheid niet kijkt, gebeurt er van alles wat verboden is. Popmuziek luisteren, alcohol drinken, spijkerbroeken dragen. Het is niet gemakkelijk om jezelf constant anders voor te moeten doen dan je bent. Voor veel Iraniërs kost dit duale leven al zoveel energie dat de wensen minimaal zijn geworden. Veiligheid, laat mij met rust, dat is het sentiment.” Het huidige regime in Iran is het resultaat van de Islamitische Revolutie. Is er zoiets als Bevrijdingsdag? “Jazeker, in februari is er de ‘Dag van de Revolutie’ om de val van de Sjah te vieren. Er zijn dan grote parades op straat, en de president houdt een speech waarin hij zegt hoe verschrikkelijk de tijd onder de Sjah was en hoe vreselijk Amerika is. Het is meer een feest van de autoriteiten dan van de Iraniërs. Niet zoals in Nederland, waar overal festivals en lokale initiatieven en comités zijn. Er is hier ook geen Nationale Herdenking. De doden worden het hele jaar herdacht. De martelaren hebben eigen begraafplaatsen die heel goed bezocht en onderhouden worden.” Iran heeft onlangs een nucleaire deal met Amerika gesloten, en mengt zich in de vredesonderhandelingen met Syrië. Hoe schat u de kans op meer vrede en vrijheid in het Midden-Oosten? “Klein. De geschiedenis laat keer op keer zien dat de leiders in het Midden-Oosten weinig geven om de verlangens van de burgers. Dat zal niet veranderen. Dat is de realiteit, helaas. ”

Thomas Erdbrink in 70 woorden Geboren in 1976, in Leiderdorp. 1995 Eindexamen havo, Haags Montessori Lyceum. 1998 Begint als journalist bij het Leidsch Dagblad. 1999 Diploma School voor Journalistiek, Utrecht. 2001 Verhuist naar Teheran. 2002 Schrijft voor De Telegraaf, daarna voor NRC. 2008 Begint ook als correspondent voor The Washington Post. 2010 Nieuwe opdrachtgever: NOS. 2012 Verruilt The Washington Post voor The New York Times. 2015 Wint Zilveren Nipkowschijf voor VPRO-serie Onze man in Teheran.

| 55 08.3-vieren-3-8.2.indd 9

22-03-16 18:07


DE REALITYCHECK VAN SUNNERY JAMES & RYAN MARCIANO Het dj-duo Sunnery James en Ryan Marciano, singer-songwriter Nielson en zangeres Kovacs zijn de Ambassadeurs van de Vrijheid 2016. Vanwege het ambassadeurschap bezochten de artiesten plekken waar oorlog en vrijheid voelbaar zijn. Sunnery en Ryan waren op het Griekse eiland Lesbos en zagen hoe vluchtelingen aan land kwamen. door Larissa Pans | foto Ilvy Njiokiktjien

Wie zijn Sunnery en Ryan? Het dj-duo Sunnery James & Ryan Marciano – kortweg SJRM - reist momenteel over de hele wereld met de clubtour Sexy By Nature. Hun succes startte in 2008 met de track Pina, twee jaar later stroomde de Heineken Music Hall vol voor hun Amazone Project. Sindsdien draaien ze in de toonaangevendste clubs over de hele wereld. Hun stijl wordt omschreven als ritmisch en energiek, hun kenmerk: het mixen van soulvolle tracks met pompende, kolkende house. Dj Sunnery James (echte naam: Sunnery GorrÊ), is getrouwd met model Doutzen Kroes. Ze hebben samen zoon Phyllon en dochter Myllena Mae. Dj Ryan Marciano, alias Ryan de Lange, heeft een relatie met Kim Sanders, afgelopen jaar kregen ze zoon Zen. http://sj-rm.com/web.

56

NCMagazine | voorjaar 2016

09.3-vieren-2-6.2.indd 24

22-03-16 18:08


vieren

M

et kleine ogen, hoofden vol bijna niet te bevatten beelden en de emoties nog vers, zijn Sunnery en Ryan net teruggekeerd uit Griekenland. Ze schuiven aan in een knus café in Amsterdam-Noord, het spiegelende IJ als uitzicht. Het succesvolle dj-duo kan er eigenlijk nog steeds niet over uit. Hoe ze eerst stonden te draaien op het huwelijksfeest van een Griekse familie, schathemeltjerijk geworden van de olie. Sunnery: “Die familie bezat tweehonderd schepen die olie vervoerden, en elk schip brengt 86 miljoen euro per jaar op. Reken maar uit hoe rijk die mensen zijn. De hele top van Griekenland was er, inclusief driehonderd man beveiliging.” Van de draaitafel in het kasteel na een paar uur slaap met een lijnvlucht door naar een plek waar het nieuws letterlijk aanspoelt: de stranden van Lesbos, de plek van ‘de rubberbootjes’. De grond waar de Syrische vluchtelingen voet aan wal zetten. Het duo was er op uitnodiging van het Nationaal Comité 4 en 5 mei. Begeleid door de Stichting Bootvluchteling hebben ze een etmaal meegelopen. Elkaar onderbrekend, rap pratend, vertellen ze over deze levenservaring, “onze realitycheck”, zoals ze zelf zeggen, en over hun beweegredenen om Ambassadeurs van de Vrijheid te worden. De twee dj’s zijn Ambassadeurs van de Vrijheid 2016, samen met singer-songwriter Nielson en zangeres Kovacs zullen zij op 5 mei op de veertien Bevrijdingsfestivals in Nederland optreden. Sunnery: “Het ene moment zit je in de luxe, het andere moment sta je in de grootste ellende. Van tevoren dacht ik: oké, we gaan iets heftigs meemaken, maar dat gaan we wel effetjes doen. What the fuck, kon ik alleen maar denken toen die rubberbootjes al zwabberend op ons afkwamen en we al die mensen zagen. Je wilt iedereen helpen.”

maar toekijken. Ik liep ook de zee in, haalde vluchtelingen van de boot af. Op een gegeven moment pakte ik een baby’tje aan. Het was drijfnat en onderkoeld. Ik schoot vol, beet op mijn tong om niet te huilen. Supermoeilijk om aan te zien. Man, wat was dit een realitycheck voor me. Je verwacht wel iets, maar dat het leed zo in your face is, had ik niet gedacht.” Ryan: “Dat beeld van dat dode jongetje, liggend langs de vloedlijn, dat gebeurt dus dagelijks. Mijn emoties gingen alle kanten op. Let’s do it, dacht ik, toen ik de bootjes zag aankomen. Je wikkelt zeiknatte mensen in van die warmhoudfolie, verwelkomt ze hartelijk, want ze kijken bijna allemaal heel angstig. Als ze aankomen, gaan ze meteen familie bellen om te vertellen dat ze het hebben gehaald. Zitten ze allemaal op het strand met hun iPad en iPhone, net als wij. Dat vond ik toch een gek gezicht.” Sunnery: “Natuurlijk snap ik dat niet iedereen kan komen, maar ik vind ook dat je mensen in nood moet helpen. ‘Je kan niet meer leven in Syrië’, zeiden ze. Geen stroom, voortdurend bombardementen. Ik wil er steeds over praten, maar ik weet de oplossing ook niet. Op mijn telefoon zitten zoveel apps van kranten, en ik volg het nieuws goed, maar nu pas voél ik het echt. Als AAmbassadeurs van de Vrijheid heb ik invloed. Ik kan jonge mensen bewust maken van het belang van onze vrijheid en hoe goed we het hier hebben. Onwetendheid maakt zo kortzichtig. Mijn vrouw Doutzen is altijd al bezig geweest met mensenrechten. Bepaalde onderwerpen of goede doelen komen op ons pad, en dan besluiten we er iets mee te doen. We hebben allebei veel volgers op onze Instagram-accounts. Berichten die wij sturen worden goed gelezen en gevolgd. Ik vind het bijna een must om wat met die invloed te doen. Een soort verplichting.” Ryan: “Vrijheid is zo veel. Ik was best wel in mezelf, als je me vóór mijn reis naar Lesbos had geïnterviewd, had ik tien woorden tegen je gezegd.” Sunnery, lachend: “Nee, dat waren drie woorden geweest, Ryan.”

Ryan: “Het zijn mensen zoals wij, dat is het dubbele. Het kost zeker duizend euro per persoon om die boottocht te betalen. De meeste vluchtelingen zijn niet arm of zielig, hadden in Syrië een doodgewoon leven. Duizend vluchtelingen per dag komen er aan, van baby’s en gezinnen tot tachtigers. Je zag de emoties op hun gezichten: heel blij dat ze veilig zijn aangekomen, heel verdrietig dat ze uit hun land moesten vluchten. Een man zei tegen me: ‘Ik wil hier niet zijn’. Het kwam ook hard aan omdat ik zelf net vader ben geworden. Ik moest niet te veel aan mijn zoontje Zen denken, dan werd ik te emotioneel.” Sunnery: “Ik heb mijn zoontje Phyllon wel uitgelegd wat ik ging doen. ‘Pappa gaat naar kindjes toe die niet lekker in hun eigen bedje liggen, maar op straat moeten slapen en heel zielig zijn.’ Dat begreep hij wel. De meeste vluchtelingen spreken goed Engels. Het woord vluchteling heeft zo’n negatieve klank gekregen door de media en door de beeldvorming. Ik schaamde me voor mijn eigen vooroordelen, het gemak waarmee ook ik door de media word beïnvloed. We stonden daar ‘s ochtends om vier uur op het strand, medewerkers van Stichting Bootvluchteling speurden met hun verrekijkers de zee af, op zoek naar rubberbootjes. Er kwamen om de paar uur boten aan, dan kun je echt niet alleen

09.3-vieren-2-6.2.indd 25

Ryan: “Ik ben veel opener geworden, vrijer. Weet je wat vrijheid is? Dat ik een Nederlands paspoort heb, kan inchecken bij elk vliegveld en dan gewoon overal naartoe kan reizen. Dat besef ik nu.” Sunnery: “Vrijheid is voor mij dat ik bepaal wat ik doe. Ik woon in New York en als iedereen in Nederland herdenkt om 20.00 uur, dan is het daar 14.00 uur en ben ik met heel andere dingen bezig. Als ik dan ’s avonds het Nederlandse nieuws check en over de herdenking lees, denk ik er vaak wel even aan. Een kort moment van bezinning.” Ryan: “Sunnery en ik kunnen de brug leggen naar het nu, en naar jongeren van nu. Ik ben niet bang voor radicalisering. Ik heb veel moslimvrienden, de liefde overheerst. Als ik één persoon zijn mindset kan veranderen over vluchtelingen of over radicaal gedoe, dan vind ik mijn ambassadeurschap geslaagd.”

22-03-16 18:09


Jaarthema

Tamar de Waal schreef deze Jaarthematekst voor het Nationaal Comité 4 en 5 mei. De tekst biedt inspiratie aan allen die op of in aanloop naar 4 en 5 mei een herdenking of viering organiseren.

VRIJHEID OMARMD Zijn het Verdrag van de Rechten van de Mens en het Vluchtelingenverdrag nog wel van deze tijd? Moeten we anders gaan denken met de komst van zoveel vluchtelingen naar Europa? Een open en democratische samenleving moet bij confrontatie haar principes, waarden en morele oriëntaties nooit opgeven, aldus politiek filosoof en jurist Tamar de Waal. door Tamar de Waal illustratie ´European Express Train´, Paolo Lombardi, 2016, Cartoon Movement

A

ls de vrijheid op de proef wordt gesteld moeten we haar steviger omarmen. Dat is niet altijd even makkelijk. Zo schreef de Duits-Nederlandse schrijver en psychiater Hans Keilson (1909-2011), die zijn beide ouders in Auschwitz verloor, over de verleiding de haat van de ander klakkeloos te beantwoorden. Voordat je het weet, bespiegelde Keilson, ben je naar één kant van een gevecht gedrukt. Verruw je zoals je juist nooit wilde verruwen. Laat ook jij je haat de vrije teugel. En word je ten slotte gelijk aan wie eerst je agressor was. Sluipenderwijs ruil je humaniteit, pluralisme en eendracht in voor wraaklust, polarisatie en geweld, omdat een ánder een onderscheid maakte tussen rassen en groepen, en jou als vijand aanwees. Deze gedachte van Keilson heeft nooit aan kracht ingeboet. Een open en democratische samenleving moet bij confrontatie met het kwaad haar principes, waarden en morele oriëntaties nooit opgeven.

Vrij van oorlog Op 4 mei herdenken we de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog en van oorlogsgeweld sindsdien. Ook staan we erbij stil

58

NCMagazine | voorjaar 2016

11.4-inspiratie-2-6.2.indd 24

22-03-16 18:10


inspiratie

dat sinds 1945 de wereld nog geen dag vrij is geweest van oorlog. Voor ons koninkrijk was het einde van de Tweede Wereldoorlog in Nederlands-Indië op 15 augustus 1945 bijvoorbeeld ook geen bevrijding. Twee dagen later begon de dekolonisatiestrijd van een land op zoek naar vrijheid. Vanwege deze geschiedenissen reflecteren we op het verleden en proberen we lessen te trekken voor het heden en de toekomst. In het licht van de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog besloot de internationale gemeenschap, in de woorden van politiek denker Hannah Arendt (1906-1975), dat geen enkel mens meer verstoken mag blijven van ‘het recht om rechten te hebben’. Om dit uitgangspunt een morele vorm en juridische kracht te geven, werden de inherente menselijke waardigheid verwoord en de fundamentele rechten van de mens vastgelegd. De Universele Verklaring van de Rechten van de Mens werd aangenomen in 1948, het Europese Verdrag van de Rechten van de Mens in 1950 en het Vluchtelingenverdrag in 1951. Als we naar de actualiteit kijken, zien we dat deze verdragen onverminderd van belang zijn. Evenals in de Tweede Wereldoorlog hebben we vandaag te maken met wrede en autoritaire groeperingen die zich schuldig maken aan aanslagen, martelingen, slavernij en massamoord. Op dit moment zijn er zestig miljoen mensen op de vlucht voor geweld, vervolging en oorlog. Van hen is 51% onder de achttien jaar. Het aantal mensen op de vlucht is sinds de Tweede Wereldoorlog voor het eerst weer boven de vijftig miljoen. Hannah Arendt, die zelf vanwege haar Joodse achtergrond in 1941 uit Europa naar Amerika vluchtte, heeft vluchtelingen omschreven als personen die een eigen plaats in de wereld zijn verloren, niet langer beschermd worden door de wet en zijn ontdaan van al hun rechten. De bescherming van vluchtelingen werd daarom na de Tweede Wereldoorlog een belangrijk politiek grondbeginsel.

Voor iedereen en altijd Toch gaan steeds meer stemmen op die zeggen dat dit grondbeginsel niet volledig hoeft te gelden voor de ontheemden van vandaag, ondanks de overeenkomsten met de vluchtelingen van zeventig jaar geleden. Sommigen zeggen dat “de wereld veranderd is” of dat het “een oud verdrag betreft”. Anderen zeggen dat tussen de vluchtelingen misschien vijanden zitten en dat de grenzen volledig dicht moeten. Het klinkt daarom eerder als een probleem dat veel asielzoekers wettelijk in aanmerking komen voor de vluchtelingenstatus, dan dat aan hen uit volle morele overtuiging bescherming wordt geboden om weer te kunnen leven als volwaardig persoon. Maar is het Vluchtelingenverdrag wel zo’n gedateerd verdrag? Onze Grondwet uit 1848 is veel ouder. Daarvan bepaalt de invoeringsdatum toch ook niet de waarde van het document? Of is het

‘De rechten van de mens kunnen niet verouderd zijn. Ze zijn universeel’ tegenwoordig vooral praktisch onhoudbaar geworden om vluchtelingen bescherming te bieden? Ook dat is onwaarschijnlijk. Toen Nederland het Vluchtelingenverdrag en zijn protocollen ondertekende - en daarna bovendien meermalen herbevestigde in internationaal, Europees en nationaal recht -, wisten we heel goed dat het niet om een enkeling ging die daarna een beroep kon doen op bescherming. We wisten dat vluchtelingen schoksgewijs en in grote aantallen kunnen komen. Natuurlijk beseften we dat. En toch onderschreven we de verdragen, met open ogen. Waarom? De reden was tijdloos. Bepaalde gebeurtenissen uit het verleden mogen zich niet herhalen in de toekomst. Want we mogen nooit vergeten dat in 1939 de boot St. Louis uit Hamburg vertrok met aan boord bijna duizend Joodse opvarenden. Zij zochten naar een land dat hen asiel en een toekomst wilde geven, buiten het bereik van het naziregime. Cuba weigerde hen, Amerika ook, en daarna Canada, Paraguay, Colombia en Argentinië. Het schip keerde uiteindelijk noodgedwongen terug naar Europese bodem. Na de oorlog bleek dat van de teruggekeerde passagiers minstens 250 waren omgekomen of vermoord in een concentratie- of vernietigingskamp. Dit moet nooit kunnen gebeuren. Toen niet, nu niet. Daarom kunnen de rechten van de mens niet verouderd zijn. Ze zijn universeel. Ze gelden voor iedereen en altijd. Het zijn onze morele kernwaarden. Het enige dat wellicht in de wereld is veranderd, is dat onze herinneringen aan deze historische les beginnen te vervagen.

Vrij-zijn mogelijk maken We keren terug naar de gedachten van Keilson, in reactie op het idee dat vluchtelingen misschien de vijand binnenbrengen en een gevaar zijn voor onze veiligheid. Door dat te zeggen, nemen we de taal van de tegenstander over. Dan laten we los wie we willen zijn, in een poging ons te beschermen tegen hen die ons willen veranderen. Dit betekent niet dat het opnemen van vele vluchtelingen altijd eenvoudig is. Het kan soms zelfs beangstigend zijn. Maar die angst moeten we ombuigen naar terechte zorgen, om daarna zo goed mogelijk te kunnen zorgen voor elkaar. De oplossing is dat we nooit stoppen met het hooghouden van de waarden die het vrij-zijn mogelijk maken. We mogen ons vrij-zijn niet laten afbakenen door degenen die de vrijheid tarten, of door impulsiviteit. Dat is onze waarden onwaardig. Wie zijn principes meteen inruilt als ze daadwerkelijk worden getest, heeft ze nooit gehad. In plaats daarvan moeten we steeds opnieuw nadenken over de wijze waarop de vrijheid zo goed mogelijk beschermd is. Elk jaar weer. Elke dag weer. Het behoud van onze vrijheid ligt in het afwijzen van haat en in een rotsvaste toewijding aan de inclusieve principes van onze democratische rechtsstaat. Als de vrijheid op de proef wordt gesteld, moeten we haar nog steviger omarmen.

| 59 11.4-inspiratie-2-6.2.indd 25

22-03-16 18:10


‘THEATER GAAT OVER EMPATHIE’ De uit Duitsland afkomstige Ulrike Bürger-Bruijs is creatief producent en bedenker van de musical De Tweeling. Een deel van de cast zal optreden op het 5 mei-concert aan de Amstel. door Ricci Scheldwacht | foto Roy Beusker

U

lrike Bürger-Bruijs (43): “Toen ik in 2001 in Nederland kwam wonen, vroegen mensen mij: ‘Wo ist mein Fahrrad?’ Ook jongeren. Dat vond ik confronterend. Ieder kind in Duitsland groeit op met het schuldgevoel van de Tweede Wereldoorlog. Dat krijgen we mee bij de geschiedenisles op school. Toen ik de verfilming van De Tweeling zag, was ik ontroerd. Voor het eerst zag ik een verhaal waarin Duitsers als mensen gezien worden die niet alleen slecht zijn. Wat mij raakte was hoe twee zusjes, Anne en Lotte, uit dezelfde familie door het lot van elkaar gescheiden worden en door de cultuur waarin ze opgroeien uiteindelijk totaal verschillende levens leiden en keuzes maken. Wat in de Tweede Wereldoorlog is gebeurd, mag nooit meer gebeuren. De Tweeling moest een genuanceerd beeld geven van keuzes, schuld en begrip. Daarom hebben Joop van den Ende en ik de voorstelling in samenwerking gemaakt met de Joodse regisseur Ruut Weissman, en verder nog met een heel Nederlands creatief team. Het zit blijkbaar in ons dat we zoiets kunnen toelaten. Onder bepaalde omstandigheden zijn mensen tot zulke gruweldaden in staat. Schrijver Abel Herzberg schreef: ‘In ons allen leeft een heiden’. Het gaat erom die heiden te herkennen en ons ervan bewust te zijn wanneer die tevoorschijn komt. Als een land onder druk komt te staan, door armoede, werkloosheid of angst, gaan mensen tot zelfbescherming over. Dat zie je nu weer aan de reacties op de komst van vluchtelingen. Het begint met pesten op het schoolplein. Met anderen uitsluiten omdat ze anders zijn of omdat ze een bepaalde religie hebben. Door propaganda. Theater gaat over empathie. Het laat je meevoelen. Het is een misvatting om te denken dat musicals per definitie oppervlakkig zijn. Een musical is bij uitstek geschikt om ons op een eigentijdse manier de wezenlijke verhalen te vertellen die ons allemaal aangaan. De Tweeling is daarvan het bewijs.”

60 NCMagazine | voorjaar 2016 31.1-herinneren-2-22.2.indd 24

22-03-16 18:12


herinneren

- De Tweeling is een roman van Tessa de Loo uit 1993. - Het boek werd verfilmd in 2002 door Ben Sombogaart en kreeg een Gouden Kalf voor beste Nederlandse film en een Oscarnominatie voor beste buitenlandse speelfilm. - De musical De Tweeling ging op 11 oktober 2015 in première en is een samenwerking van Stichting Theateralliantie en Stage Entertainment. - Script: Frank Ketelaar, Kees Prins. Muziek: Ilse DeLange, JB Meijers, won in januari 2016 de Musical Award voor beste muziek/arrangementen. - Liedteksten: DaniÍl Lohues, Ilse DeLange, JB Meijers. - Regie: Ruut Weissman. Voor meer informatie: www.tweeling.nl.

31.1-herinneren-2-22.2.indd 25

22-03-16 18:12


AANGERAAKT DOOR DE OORLOG Erry Stoové is de nieuwe voorzitter van de Stichting Herdenking 15 Augustus 1945. Op die datum kwam er formeel een einde aan de Tweede Wereldoorlog. Ook in Nederlands-Indië. Elk jaar vindt op 15 augustus de Nationale Herdenking bij het Indisch Monument in Den Haag plaats. Door Ricci Scheldwacht | Foto Geert Snoeijer

Loopbaan Erry Stoové? 1973: afgestudeerd, rechten aan de Universiteit van Utrecht 1974-1987: ministerie van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk (CRM), het huidige ministerie van Volksgezondheid, Welgelegenheid en Sport (VWS). 1987-1995: directeur Welzijn, Sociale Zaken en Gezondheid bij de gemeente Haarlem 1995-2002: algemeen directeur bij het Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers (COA) 1995-2006: voorzitter bestuur Stichting Pelita (hulp aan oorlogsgetroffenen uit voormalig Nederlands-Indië) 1999: overheidsmanager van het jaar 2002-2012: voorzitter van de raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank (SVB) 2007-2015: voorzitter bestuur Indisch Herinneringscentrum 2010-heden: president van de International Social Security Association (ISSA) 2012: officier in de Orde van Oranje-Nassau 2015-heden: voorzitter bestuur Stichting Herdenking 15 Augustus 1945

62

‘I

k heb de Tweede Wereldoorlog niet meegemaakt”, zegt Erry Stoové (Surabaya, 1947). “Maar toch zijn mijn eerste herinneringen oorlogsherinneringen.” Hij weet nog hoe hij als jongetje met zijn ouders zijn broer ging opzoeken, die bij familie in Bandung in de kost was. Hun auto reed mee met een militair konvooi, want op Java was het onveilig. Onderweg werden ze tegengehouden door Indonesische militairen. Die waarschuwden dat er rebellen actief waren die hun eigen guerrilla voerden. “Die nacht moesten we doorbrengen in een kampement van het Indonesisch leger. Eigenlijk beschermden die Indonesische soldaten ons tegen hun eigen landgenoten. De volgende dag mochten we weer verder reizen. Ik was drie, maar ik kan het me nog goed herinneren.” Het is zijn eigen herinnering aan een chaotische en verwarrende periode in de koloniale geschiedenis van Nederland en Indonesië. Na de Japanse capitulatie raakte het land in een machtsvacuüm. Sukarno had de republiek Indonesië al uitgeroepen, maar de Nederlanders wilden Nederlands-Indië niet zomaar opgeven. Er volgde een periode van militair ingrijpen om de orde te herstellen. De gevoerde strafexpedities zouden de geschiedenis ingaan als ‘politionele acties’. Pas na druk van Amerika werkte Nederland mee aan de dekolonisatie. Op 27 december 1949 vond de soevereiniteitsoverdracht plaats. Over die roerige periode was in het Verzetsmuseum in Amsterdam een tentoonstelling te zien met de titel: Koloniale oorlog 1945-1949, gewenst en ongewenst beeld (zie ook pagina….over subsidies en projecten). Welke rol speelde de oorlog in het gezin? “De oorlog heeft wel een stempel gedrukt. Mijn vader heeft aan de Birmaspoorlijn gewerkt. Mijn moeder en mijn broer hebben de Japanse bezetting meegemaakt als buitenkampers (Indische Nederlanders die buiten de Jappenkampen woonden). Mijn zusje en ik zijn na de oorlog geboren. In het gezin waren er twee generaties: een van voor de oorlog en een van daarna. Adriaan van Dis heeft dat mooi verwoord: “Ik heb de oorlog niet meegemaakt, maar ik ben er wel door aangeraakt.” Als je door de oorlog bent aangeraakt, kun je die dan ooit loslaten? “Thuis spraken we er niet over, maar diep sluimert het altijd. Mijn broer was zes toen de oorlog was afgelopen. Ik heb altijd compassie gehad voor die generatie: kinderen die hun jeugd verloren door de oorlog. Mijn vader was in het kamp blind geraakt aan een van zijn ogen. Vanwege dat oog had hij een pensioen voor oorlogsgetroffenen aangevraagd. De rapporteurs die daarover beslisten, vonden dat hij gewoon kon functioneren, want hij

NCMagazine | voorjaar 2016

26.3-herinneren-2-6.2.indd 24

22-03-16 18:17


herinneren ‘Terugkijken is prima, maar dan om iets te leren voor de toekomst, niet om het verleden te repareren’

had in Nederland weer een baan gevonden. Zijn aanvraag werd afgewezen. Hij was niet gehandicapt genoeg. Hoe rechtvaardig is dat? Hoe gehandicapt moet je zijn?” Wat betekent herdenken voor u? “Ik kom al twintig jaar op de herdenking 15 augustus 1945. Elke keer emotioneert het me. En elke keer vraag ik me af: waarom? Ik heb alle drie mijn kinderen meegenomen. Ik merk dat het hen ook wat doet. Blijkbaar gaat het van generatie op generatie door, dat ongedefinieerde besef dat het belangrijk is.” Waarom bent u voorzitter geworden van de Stichting Herdenking 15 Augustus 1945? “Allereerst zie ik het als een eer, maar ik wilde mezelf wel een opdracht meegeven. Die is drieledig. 15 augustus is een nationale herdenking, een belangrijke gebeurtenis die niet alleen de Indische gemeenschap aangaat. Die herdenking vindt niet alleen plaats in Den Haag maar ook elders in Nederland. Laten we op die dag een verbondenheid hebben met elkaar in het hele land. De volgende opdracht is ervoor te zorgen dat die verbinding er ook is met de geschiedenis, zodat de Nederlandse samenleving elk jaar de historische band met Nederlands-Indië en Indonesië herdenkt. En het derde punt is het internationale aspect. Overal wordt het einde van de Tweede Wereldoorlog herdacht: in Engeland, Australië, Korea, China, Amerika. Ik zou graag met herdenkingscomités in andere landen samenwerken.” Is er vandaag de dag genoeg aandacht voor de Tweede Wereldoorlog in Nederlands-Indië? “De laatste jaren is die aandacht zeker gegroeid. In de media, in boeken, in tentoonstellingen. Men durft er weer over te praten.” Wat vindt u van de huidige discussie over de rol van Nederland in Nederlands-Indië? ‘Nederland heeft een oorlog – dat mag je tegenwoordig wel zeggen – gestreden die in de context van de wereldgeschiedenis onrechtvaardig was. Daarmee proberen we steeds in het reine te komen. Dat is onze volksaard. In Indonesië zeggen ze: het is gebeurd. Daar kijken ze naar de toekomst. Nederlanders leven te vaak met een blik naar het verleden. Met zelfmedelijden. Met schuldgevoel: hoe erg was het? Ik weet niet wie je daarmee helpt.” Terugkijken is toch juist wat Stichting Herdenking 15 Augustus 1945 doet? “Jazeker, maar het gaat erom hoe je terugkijkt. Terugkijken om de geschiedenis te veranderen, dat kan gewoon niet. Terugkijken is prima, maar dan om iets te leren voor de toekomst, niet om het verleden te repareren.”

| 63 26.3-herinneren-2-6.2.indd 25

22-03-16 18:18


Nadenken over herdenken en vieren

HET 4 & 5 MEI DENKBOEK Het Nationaal Aandenken is geheel vernieuwd, qua inhoud, vormgeving en naam: nu heet het boekje over herdenken en vieren voor groep zeven van de basisschool het 4 & 5 mei denkboek. “Na vijftien jaar was het tijd voor een nieuw concept.” door Daphne Meijer | foto Chris van Houts

Leerlingen uit groep 7 van de Dr. E. Boekmanschool in Amsterdam testen het nieuwe boekje

64

A

l vijftien jaar ontvangen leerlingen van groep zeven van alle basisscholen in Nederland een cadeautje van het Nationaal Comité 4 en 5 mei (NC): een boekje over herdenken, herinneren en vieren. De versie voor 2016 is geheel herschreven en heet nu het 4 & 5 mei denkboek. Het was tijd voor vernieuwing, vertellen Cristan van Emden en Sarah Feirabend van de educatieve afdeling van het NC. “Het oude Nationaal Aandenken was te talig en sloot niet goed aan bij de diverse manieren van leren van leerlingen. Er stonden te lange verhalen in. Teksten lezen is niet voor elk kind de optimale manier om iets te leren.” Ook de vormgeving kon een opfrisbeurt gebruiken. Het NC besloot te breken met de traditie van vorm en proces en in zee te gaan met een extern bureau. Educatieve bureaus konden hun ideeën pitchen. De opdracht ging naar Patsboem! Educatief in Wijk bij Duurstede. Het NC en Patsboem inspireerden elkaar: de samenwerking leverde een mooi boekje op van 72 pagina’s, dat opvalt door de vrolijke cover, de ruime, speelse opmaak van de pagina’s en de vele verschillende manieren waarop onderwerpen aan de orde komen.

Beste cover Voor kinderen is het 4 & 5 mei denkboek vaak de eerste kennismaking met de onderwerpen Tweede Wereldoorlog, doden herdenken en bevrijding vieren. Het is de bedoeling dat zij het denkboek thuis laten zien. Zo kunnen de generaties een gesprek voeren over oorlog en vrede, vrijheid en verzet. Op een uitklapbare foto van de Herdenking op de Dam wordt duidelijk gemaakt wat er tijdens de Nationale Herdenking op 4 mei op de Dam in Amsterdam precies gebeurt. Zo kunnen de kinderen de herdenking beter begrijpen. Sommige pagina’s bevatten open vragen om zelf in te vullen. “Maar het is nadrukkelijk geen doeboek,” aldus Van Emden en Feirabend. ”Van een fakkel inkleuren leer je niets over vrijheid. De opdrachten zijn dan ook echt bedoeld om de leerlingen zelf aan het denken te zetten en te prikkelen.” Het 4 & 5 mei denkboek werd mede vormgegeven door de doelgroep. Tekst en omslag werden getest in zeven schoolklassen, in Amsterdam, Rotterdam, Wijk bij Duurstede en Bussum. De gekozen cover werd door de leerlingen als beste beoordeeld, omdat de tank op de voorkant de oorlog symboliseert en de juichende mensen op die tank de bevrijding laten zien. Het 4 & 5 mei denkboek komt uit in een oplage van 210.000 exemplaren en wordt begin april landelijk gepresenteerd in Madurodam. Basisscholen in zowel het Europese als het Caribische deel van Nederland konden het gratis bestellen. Voor meer informatie: www.4en5mei.nl

NCMagazine | voorjaar 2016

17.3-educatie-2-16.2.indd 54

22-03-16 18:19


educatie

17.3-educatie-2-16.2.indd 55

22-03-16 18:19


NC Jaarcongres op het Binnenhof Nieuw! Het Nationaal Comité 4 en 5 mei heeft voor het eerst het NC Jaarcongres georganiseerd op 5 april 2016 op het Haagse Binnenhof. Waarom? Meer dan zeventig jaar later is de Tweede Wereldoorlog nog steeds actueel. Het thema van het NC Jaarcongres is: hoe kunnen de herinneringen aan de Tweede Wereldoorlog en de talloze verhalen ook in de toekomst levend worden gehouden? Het comité stelde met het NIOD, de Stichting Musea en Herinneringscentra 40-45 en de Oorlogsgravenstichting een programma samen om deze vraag te adresseren. Dit gebeurde op basis van vier disciplines: herdenken; eren & vieren; kennis; educatie en musea. De presentatie van de dag was in handen van Karin van den Boogaert. De voorzitter van de Tweede Kamer, Khadija Arib, en staatssecretaris Martin van Rijn waren aanwezig. In het volgende nummer van NC Magazine wordt een uitgebreid verslag van deze bijeenkomst gepubliceerd.

Mascha Jansen

FEBRUARISTAKING 75 JAAR LATER “De Februaristaking mag Amsterdammers trots stemmen, maar enkel als het leed van de Joden in en na de oorlog nooit vergeten wordt”, aldus burgemeester Eberhard van der Laan van Amsterdam tijdens de herdenking van het enige grote, openlijke protest tegen de Jodenvervolging in Europa. Op 25 februari jl., 75 jaar later, werd met een uitgebreid programma stilgestaan bij de Februaristaking. In herinnering aan de daad van het verzet van de Amsterdammers stonden alle trams, metro’s en bussen van het GVB om 11.00 uur precies één minuut stil. Ook werd aan de hand van theatervoorstellingen en een fototentoonstelling aandacht besteed aan de Februaristaking. Het officiële gedeelte van de jaarlijkse herdenking begon om 16.30 uur bij het monument de Dokwerker op het Jonas Daniël Meijerplein in Amsterdam. In aanwezigheid van koning Willem-Alexander luisterden een paar duizend mensen naar de voordrachten van Joke Koningh, voorzitter van het Comité Herdenking Februaristaking 1941, burgemeester Eberhard van der Laan, acteur Joost Prinsen en theatermaker Thomas Spijkerman. Ook keken veel mensen naar de live verslaggeving van de NOS op NPO 1.

Finale Kinderlezing 2016 Na het succes van voorgaande jaren, wordt ook in 2016 op 5 mei de Kinderlezing gehouden. De lezing is de kindervariant op de 5 meilezing; de laatste wordt dit jaar geschreven door Iran-correspondent Thomas Erdbrink. Op vrijdag 15 april zetten zeven kinderen tussen de negen en elf jaar uit de provincie Groningen hun beste staaltje schrijfwerk neer tijdens de finale van de Kinderlezing in het Provinciehuis Groningen. Ze worden beoordeeld door een professionele

jury onder voorzitterschap van gedeputeerde Fleur Gräper. De finalisten zijn door hun basisschool geselecteerd op schrijftalent en voordrachtskunst. De komende weken werken zij onder begeleiding van kinderboekenschrijfster Corien Oranje aan hun lezing. De winnaar mag de lezing houden tijdens de 5 mei-ochtenduitzending van de NOS. (Met dank aan: Inge Kappert, Het Poëziepaleis)

66 NCMagazine | voorjaar 2016 29-stavaza-2-19.3.indd 62

23-03-16 12:00


herdenken & vieren Stand van zaken onder redactie van Robin de Munnik en Irene de Roos

Joel van Hout

BNMO Van oudsher is de Bond voor Nederlandse Militaire Oorlogsen dienstslachtoffers (BNMO) een onafhankelijke vereniging voor (ex-)militairen met een dienstverbandaandoening. Sinds kort staat de bond echter ook open voor (ex-)brandweerlieden, (ex-)politieagenten en (ex-)ambulancepersoneel die tijdens het werk fysieke en/of geestelijke schade hebben opgelopen. Leden kunnen, tegen een contributie van veertig euro per jaar, tien dagen met hun partner verblijven in een hotel in Doorn. Ze kunnen deelnemen aan programma’s die ingaan op specifieke klachten en aandacht geven aan hun persoonlijke ontwikkeling. Ook komen ze in contact met lotgenoten. Niet-leden kunnen ook kennismaken met de BNMO door middel van een tweedaags programma. In dit programma, genaamd Drive, Delightful & Discovery, wordt aandacht geschonken aan emotiebeheersing aan de hand van bokstrainingen, jamsessies en ontspannings- en concentratieoefeningen. De kosten hiervoor bedragen 12,- euro per dag p.p. (incl. maaltijden en overnachting). Voor meer informatie www.bnmo.nl of mail uw vragen naar info@bnmo.nl.

EREVELD VOL LEVEN 2016

(Op 4 mei wordt om 21.30 uur een documentaire over Ereveld Vol Leven uitgezonden op RTL4. Centraal staan de persoonlijke verhalen van omgekomen militairen en verzetsstrijders in de Tweede Wereldoorlog.)

Oorlogsgravenstichting

Op maandag 2 mei 2016 organiseert de Oorlogsgravenstichting in samenwerking met het vfonds en het Nationaal Comité 4 en 5 mei een unieke herdenking op het Nationaal Ereveld Loenen. Tijdens de herdenking zullen honderden mensen op een bijzondere manier een gezicht geven aan de militaire slachtoffers die vielen in de Tweede Wereldoorlog en tijdens vredesmissies nadien. Bij een deel van de bijna vierduizend graven zal een persoon van hetzelfde geslacht en ongeveer dezelfde leeftijd komen te staan. Op deze manier wordt ‘het verlies’ zichtbaar gemaakt en wordt stilgestaan bij de verhalen van deze gevallen oorlogsslachtoffers, zoals de Twentse Johannes Ter Morsche die een verzetsgroep formeerde. Begin februari 1943 rolden vijf Gestapo-agenten de verzetsgroep op. De gemartelde Johannes kwam voor het Volksgericht in Berlijn. Hij en enkele anderen werden in 1944 in Brandenburg door middel van de guillotine omgebracht. Het is mogelijk om bij de herdenking aanwezig te zijn; u kunt zich aanmelden op EreveldVolLeven.nl.

67 29-stavaza-2-19.3.indd 63

23-03-16 12:40


HET VRIJHEIDSBOEK

14 bijzondere interviews over vrijheid. Met onder anderen: hiphopartiest Glenn de Randamie (Typhoon), Auschwitzoverlevende Lotty Huffener-Veffer, publicist Thierry Baudet, schrijfster Marion Bloem, historicus Chris van der Heijden, oud-minister Jan Pronk en politica Samira Bouchibti. Voor meer info: www.hetvrijheidsboek.nl

32-cover4-1-15.2.indd 64

22-03-16 18:25