Issuu on Google+

Domein Dommelhof Toekomstlaan 5b BE–3910 Neerpelt T 011 610 510 F 011 610 511

LESMAP MUZIEK EN BEWEGING MET BABY'S, PEUTERS EN KLEUTERS

Musica, Impulscentrum voor Muziek - 1


OVER MUSICA Musica is een impulscentrum voor muziek dat intussen meer dan 30 jaar bestaat. Wie als luisteraar, uitvoerder of componist met muziek bezig is, krijgt een duwtje in de rug. Vanuit een artistieke en educatieve visie breekt Musica hiervoor een wereld van mogelijkheden open door een confrontatie met muziek die creativiteit aanwakkert. Met masterclasses, Eersteklasconcerten, nascholingen, labo’s, festivals, Musicaklassen, Dag Oude Muziek, Klankenbos, workshops, themawandelingen, Babelut, … wordt het aanbod in inhoud en werkwijze telkens weer zo fijn mogelijk op het potentieel van de doelgroep afgestemd. Projecten voor kinderen of gewone muziekliefhebbers vertrekken van een blanco muziekregister, terwijl deelnemers aan gespecialiseerde cursussen of experimentele labo’s al een zeker muzikaal niveau bereikten. Musica participeert naast de eigen activiteiten eveneens in interessante evenementen van anderen.

De werking van de kunsteducatieve organisatie zit vervat in vier grote trajecten. Elk traject vertrekt vanuit welomschreven overkoepelende doelstellingen, richt zich op specifieke doelgroepen en omvat eigen methodieken. Zo zet het traject Kunst voor de allerkleinsten de relatie van baby’s, peuters en kleuters met muziek, beeld en theater centraal. Projecten binnen het traject Kunst voor kinderen en jongeren geven een aanzet om actiever en bewuster te luisteren. Ze stimuleren het maken van muziek en confronteren via klank, kunst, dans, … Het traject Klankkunst stimuleert kinderen, jongeren en volwassenen om de rijkdom van klank te ontdekken en hen op een creatieve manier met klank te laten omgaan. Voor Kunst en muzikaal erfgoed tot slot, steunt Musica op jarenlange ervaring om klinkend erfgoed uit het verleden in een ruime context te presenteren. Kortom, Musica prikkelt door een brede waaier van activiteiten het muziekleven op alle niveaus én met aangepaste middelen. Dit alles zeker en vast niet als een belerend instituut, maar door het scheppen van mogelijkheden, het geven van aanzetten en het ondersteunen op een trendsettende manier. Een impulscentrum dus, zoals gezegd. Neem voor meer informatie, beeldmateriaal, … over de trajecten en projecten van Musica zeker een kijkje op de website en maak daar kennis met de impulsen die de organisatie geeft. Schrijf ook daar in voor de nieuwsbrieven onderwijs en nascholing. WWW.MUSICA.BE

Musica, Impulscentrum voor Muziek - 2


INLEIDING

Over Babelut, Kunst voor de allerkleinsten Musica, Impulscentrum voor Muziek wil met Babelut, Kunst voor de allerkleinsten het belang benadrukken van de aanwezigheid van muziek in het leven van jonge kinderen, meer bepaald vanaf de geboorte. Muziek stimuleert immers de ontwikkeling en dit zowel op cognitief, motorisch, communicatief, sociaal als emotioneel vlak. Babelut zet de relatie van baby’s, peuters en kleuters met muziek, dans, beeld en theater centraal. Babelut schept een creatieve ontmoetingsplaats met voorstellingen, workshops en debatten voor alle doelgroepen:  Kinderen van 0 tot 3 jaar  Ouders en grootouders  Aanstaande moeders  Kinderverzorgers, onthaalouders  Leerlingen en leerkrachten opleiding Kinderzorg  Kleuterleiders  Kunstenaars en pedagogen (in opleiding)  Docenten kunsthogescholen  Wetenschappers  Programmatoren van cultuurcentra, kunstenhuizen en festivals Babelut, Kunst voor de allerkleinsten streeft onderstaande hoofddoelstellingen na:  Onderzoek en experiment naar de invloed van muziek bij 0- tot 3- jarigen.  Uitwerken van een specifiek aanbod voor 0- tot 3- jarigen.  Sensibiliseren van de verschillende doelgroepen die professioneel omgaan met 0- tot 3- jarigen.

Over het Labo Babelut Tijdens het Babelut labo verdiepen muzikanten en andere kunstenaars zich in muzikaal werken met baby’s, peuters en kleuters. Deelnemers aan het labo volgen workshops bij experts in het veld, zowel nationaal als internationaal. Ze krijgen onderzoeks- en creatieopdrachten. Uit de labo’s ontstaan nieuwe workshops en voorstellingen voor de allerkleinsten. Een belangrijk onderdeel binnen het labo zijn experimenten in kinderkribbes. Hierdoor krijgen de kunstenaars voeling met de leefwereld van de doelgroep. Alles wordt getest in de praktijk en verfijnd voor dagelijks gebruik.

Over muzikale ontwikkeling Kinderen worden geboren met een natuurlijke gevoeligheid voor muziek. Reeds voor de geboorte herkennen baby’s ritmes en klanken. Hoe een kind zich muzikaal ontwikkelt, is grotendeels afhankelijk van welke impulsen het in de kinderkribbe, thuis of op school krijgt. Onderzoek wees uit dat de eerste levensjaren hierbij belangrijk zijn voor de muzikale ontwikkeling. Door al vroeg te zingen, te rijmen, ritmes te slaan, … worden kinderen gestimuleerd in hun toekomstige muzikaliteit en liefde voor muziek.

Musica, Impulscentrum voor Muziek - 3


Door de opmars van radio, televisie en internet, nieuwe vormen van vrijetijdsbesteding en vaak ook een gebrek aan tijd, komt er thuis en op school veel minder van actief musiceren en bij uitbreiding muzisch werken in huis. Om die reden krijgen kinderen tegenwoordig minder actieve muzikale of artistieke prikkels terwijl deze toch belangrijk zijn voor hun ontwikkeling. Hierna zet Musica de verschillende fasen van muzikale ontwikkeling even op een rij. 

Wat kan een baby? Baby’s van 0-3 maanden reageren passief op muziek, maar ze nemen het wel op. Muziek werkt voor deze doelgroep hoofdzakelijk rustgevend. Vanaf 4-6 maanden zoeken baby’s de richting waar geluid vandaan komt en beginnen ze een actieve belangstelling voor geluid te tonen. Ze reageren al op muziek door bewegingen te maken hoewel deze nog niet in verband staan met maat of ritme. Vanaf 6-9 maanden brabbelen en imiteren baby’s klanken, om vanaf 9-12 maanden via beweging te laten merken welke liedjes het jonge kind leuk vindt.

Vanaf één jaar Kinderen vanaf één jaar beginnen te praten en soms al te zingen. Vaak neuriën ze spontaan wanneer ze alleen spelen. Flarden van liedjes worden herkend en mee bewegen op muziek is in trek. Hoewel deze kinderen al trommelen of klappen, lopen of dansen ze pas later in de maat.

Peuters in beweging Vanaf de leeftijd van twee jaar ervaren kinderen muziek en klank bewuster. Peuters houden van samen zingen en dansen. Ze ontdekken de mogelijkheden van de stem en zingen gemakkelijke liedjes mee. Ze kunnen eenvoudige muziekinstrumenten bespelen en zijn gek op herhaling. Klanken hebben een grote aantrekkingskracht en zetten peuters met hun hele lijfje meestal snel in beweging.

Kleuters Muziek is voor kleuters een manier om zich te uiten. Ze spelen ritmes na op verschillende instrumenten en houden ervan in de maat of op ritmes te stappen. Via liedjes, versjes, dansjes, … krijgt hun ritmegevoel een extra stimulans. Kleuters ontdekken bovendien via zingen en luisteren wat melodietjes zijn. Ze houden er ook van om zelf dingen te verzinnen.

En dan? Rond de leeftijd van negen jaar stabiliseert de algemene muzikale ontwikkeling van kinderen. Op dat moment kan men meestal afleiden hoe “muzikaal” een welbepaald kind werkelijk is en of er muzikaal talent in iemand schuilt.

In de verschillende geleidelijke fasen van muzikale ontwikkeling ziet men dat muziek niet op zich zichzelf staat en ook een positieve invloed heeft op de algemene ontwikkeling van kinderen. Denk maar aspecten van taal, geheugen en concentratie, onthouden met behulp van rijm of melodie, … Daarnaast is er via de nauwe band met dans meteen een link naar motoriek. Men mag dus zeker stellen dat muziek niet zonder reden een plaats nodig heeft in het leven van kinderen.

Musica, Impulscentrum voor Muziek - 4


Over muziek en beweging bij baby’s, peuters en kleuters Een algemeen uitgangspunt bij muziek en beweging bij baby’s, peuters en kleuters is dat niets moet. Het is een spontaan proces, een proces waarbij je als begeleider inspeelt op de reacties van de kinderen. Er is geen vooraf bepaald eindresultaat. Kinderen zijn verschillend. Sommige kinderen zijn doeners en zullen direct inspelen op wat je als begeleider doet. Ze imiteren en experimenteren. Andere kinderen zullen eerder een afwachtende houding aannemen. Zij kijken toe van op een veilige afstand. Dit is geen probleem. Ook deze kinderen nemen alles op wat er tijdens het experiment gebeurt en zullen er nadien, bijvoorbeeld tijdens hun spel later op de dag, mee aan de slag gaan. Muziek en beweging met baby’s, peuters en kleuters kan vanuit de alledaagse context. Vaak heb je daarvoor geen materiaal nodig. Alledaagse dingen zijn al voldoende. Peuters hebben een heel eigen manier van muziek maken. Alles wat ze doen, kan voor hen muziek zijn of worden. Denk maar eens aan de tafelmomenten: al etend ontdekt hij dat die vork een ander geluid maakt op zijn bord dan op de tafel, dat hij van zijn beker kan drinken, maar er ook in kan roepen,… En zonder het kwaad ervan in te zien draait hij zijn glas om en trommelt ermee op tafel. De muzikale ontdekking van peuters is dus nog niet gebonden aan regels: alles kan omdat het een spontaan proces is, vanuit nieuwsgierigheid en interesse. Imitatie is een belangrijk element in de muzikale ontdekkingstocht. Kinderen leren van wat ze zien en horen. Ze zullen proberen om hun begeleider te imiteren. Dit is geen letterlijke imitatie, want daartoe zijn ze nog niet in staat. Als je een melodietje zingt en de peuter voegt er iets aan toe, ook al is dat totaal anders dan wat je als begeleider deed, dan is dat zijn muzikale imitatie. Dit moet steeds aangemoedigd worden. Door muziek en beweging ontwikkelen baby’s, peuters en kleuters zich op verschillende niveaus: sociaal, emotioneel, creatief, cognitief en motorisch. Enkele aandachtspunten bij muziek en beweging Centraal bij elk muziek en beweging staat plezier. Muziek maken en dansen is immers pret hebben. Belangrijk is dat baby’s, peuters en kleuters niet gedwongen worden. Ook van op een afstand kan een kind vanalles opnemen en zich even later toch bij de groep voegen of er zelf mee aan de slag gaan. Als je merkt dat een kind geen plezier heeft, of bijvoorbeeld angst uit bij een bepaalde activiteit kan je best overgaan tot iets anders. Baby’s, peuters en kleuters moeten de gelegenheid krijgen om vrij te experimenteren. Enkel op deze manier kunnen zij de mogelijkheden van hun stem, lichaam,… ontdekken. Die mogelijkheden gaan veel verder dat de mogelijkheden die volwassenen kennen. De mogelijkheden die wij als volwassenen kennen zijn voorgevormde mogelijkheden, die ontstaan niet spontaan. Bij het experiment van baby’s, peuters en kleuters is er geen vooraf bepaald resultaat. Alles is juist. Het vrije experiment kan je als begeleider wel beperken door op voorhand bijvoorbeeld een keuze te maken in materialen. Regelmatig afwisselen in materiaalgebruik is belangrijk om de nieuwsgierigheid te blijven prikkelen.

Musica, Impulscentrum voor Muziek - 5


Muziek en beweging sluit aan bij de leefwereld en de ontwikkeling van het kind. Thema’s zoals herfst, Pasen,… zijn bedenksels van volwassenen. Een baby of peuter heeft daar geen boodschap aan. Maar als bijvoorbeeld een peuter blaadjes heeft verzameld op weg naar de kinderkribbe, of de jas is nat van de regen of sneeuw, kan dat aanleiding zijn voor een spel met blaadjes, een lied,… Werken met muziek en beweging is steeds een proces. Het is inspelen op wat er gebeurt. Je kan als begeleider wel op voorhand bepalen welk lied je gaat zingen, of welk stemspelletje je wil doen, maar daarnaast is het heel belangrijk om verder te gaan op wat de baby en peuter aanreikt. Als bijvoorbeeld je peuter als je zingt, gaat trommelen op de kast, kan je hierop inspelen door ook mee te spelen op de kast. Zo wordt de peuter aangemoedigd in zijn experiment. Daarna kan je weer voortgaan met wat je had voorbereid. Muziek en beweging is doen! Aan de kinderen uitleggen wat je gaat doen, heeft geen zin. Gewoon starten en ze volgen vanzelf.

Musica, Impulscentrum voor Muziek - 6


CREATIEVE STEMSPELLETJES Via spelletjes en oefeningen wordt de nadruk gelegd op een goede ademhaling en bewustzijn van het lichaam. Volwassenen denken met hun hoofd, maar baby’s, peuters en kleuters functioneren vanuit hun lichaam, met een ‘buikgevoel’. Het is belangrijk om als volwassene ook van die basis te vertrekken, om te kunnen inleven in het gevoel van de doelgroep. Dit wil niet zeggen dat we ons ‘verlagen’, integendeel, we moeten ons ‘verhogen’ om op hetzelfde niveau als de kinderen te kunnen functioneren. De spelletjes en oefeningen zijn mogelijk voor volwassenen. Telkens wordt een koppeling gemaakt naar de mogelijkheden met de allerkleinsten.

Namen zingen Baby’s, peuters en kleuters vinden het heel fijn als je hen ’s morgens verwelkomt door hun naam te zingen. Dit is heel eenvoudig. Je kan dat doen door elke lettergreep op een toon te zetten, of door lettergrepen te verlengen met meerdere tonen. Dag Ko-be (elke lettergreep een andere toon, bijvoorbeeld Ko: laag, Be: hoog) Dag Ko-o-o-o-be (Ko-o-o-o: telkens een andere toon, naam afsluiten met Be)

Lachen Lachen is aanstekelijk en ook heel muzikaal. Als je begint te lachen en dit een tijdje volhoudt, gaat iedereen spontaan meelachen. Baby’s, peuters en kleuters imiteren het lachen. Dit geeft een mooie wisselwerking. Als je dit regelmatig doet, merk je dat je hierop direct reactie krijgt. Op deze manier leren baby’s, peuters en kleuters hun stem te gebruiken.

Ontdekken van de stem door ademhaling De is een oefening die je als volwassene kan doen. Met baby’s, peuters en kleuters kan dat ook, maar zonder de technische uitleg. Inademen: de zijkanten van onze buik komen naar buiten (de buik wordt dik). Zet je handen in de zij en voel of je juist inademt. Uitademen op ‘s’: de lucht heel snel naar buiten laten stromen. Bij het uitademen is het belangrijk dat de schouders laag blijven. Bij het uitademen kan je op het eind nog de allerlaatste lucht uit je lichaam persen. Even vasthouden tot je niet meer kan… en dan pas lossen. Dit gevoel kan vergeleken worden met de eerste ademhaling van een baby bij de geboorte. Dit is een ademhalingsoefening volgens het principe van Wilfart. Meer info over ademhalingsoefeningen kan je vinden op www.wilfart.fr. Uitademen kan op verschillende medeklinkers: sj-sj-sjjjjj, f-f-fffff Met peuters kan je bijvoorbeeld een treintje maken: sj-sj-sjjjjj, sj-sj-sjjjjj,…

Musica, Impulscentrum voor Muziek - 7


Zoemen Opnieuw een oefening voor volwassenen om je stem te ontdekken. Maak de kaak los door de kin in je vuist te nemen en een beetje rond te draaien. Zoem ondertussen op ‘MMMM’ op een zelfgekozen toon. Daarna op andere medeklinkers zoals ‘N’ en ‘NG’. Voel het verschil bij de medeklinkers. De stand van de lippen is anders. Door de trilling beginnen je lippen te kietelen, dat is een goed teken. Je kan ook glijden naar andere tonen terwijl je zoemt. Terwijl we experimenteren met het zoemen op M, N en NG (zacht, luid, hoog, laag, glijden van de ene toon naar de andere,…) concentreren we ons achtereenvolgens op verschillende delen van ons hoofd: neus, mond, ogen, oren, haar,… We leggen telkens onze hand op die plaats om te trilling te voelen. Per twee: ga met de ruggen tegen elkaar zitten. Opnieuw zoemen op M, N, NG. Voel de trilling door elkaars rug. Na een tijdje probeer je langzaam uit elkaar te schuiven, heel traag. Je voelt dan dat de ruggen nog even met elkaar contact blijven houden door de trilling van het zoemen, alsof je terug naar elkaar wordt gezogen. Deze trilling kan je ook aan een baby of peuter laten voelen. Ga daarvoor op je rug liggen en leg de baby of peuter op je buik. Per twee: leg je hand op de andere zijn hoofd en zoem. Daarna op de borst. Je zal ervaren dat je de trilling kan voelen (op de borst is die het sterkst). Per twee: de ene zoemt, de andere geeft klopjes op de zoemende persoon zijn rug of borst. Dit kan je op met baby’s of peuters doen: leg de baby met zijn buik (of rug) op jouw buik, zoem en tokkel daarbij met je vingers op jouw borst. Of je kan zachtjes op de rug van de baby tokkelen terwijl je zoemt. Aandacht! Als je met de vingers tokkelt op de baby, gebeurt dat heel zacht. Peuters kunnen zelf al klanken produceren en ondertussen op hun borst tokkelen. Zij vinden het fantastisch om te ontdekken welk resultaat dat geeft. Trilling is magisch voor baby’s, peuters en kleuters. Het ontspant. Door de trillingen krijg je een bijzonder contact met het kind, het zorgt voor een speciale band. Voor baby’s is dit een ervaring die ze nog herinneren van in de baarmoeder.

Acht-baan Met deze oefening ontdekken we dat de stem heel hoog en laag kan, ook al beseffen we dat niet. We maken een beweging met onze armen in de vorm van een achtbaan en laten onze stem die beweging volgen. Probeer daarbij echt in uitersten te gaan. Dit kan je ook met peuters doen: bewegen met de armen en ondertussen de stem gebruiken. Baby’s kan je vastnemen en meebewegen met de stem. Sommige baby’s vinden dit ontzettend spannend, andere baby’s kunnen een beetje angstig zijn. Doe dit dan niet, of minder extreem. Voel aan tot waar je kan gaan.

Musica, Impulscentrum voor Muziek - 8


Brabbeltaal Vooraleer een peuter gaat praten, ontdekt hij de brabbeltaal. Tot een leeftijd van 3 jaar, en zelfs ouder kunnen peuters zich uiten in brabbeltaal. Bij de oudste kinderen is dat vaak als ze willen meedoen met het gesprek van een volwassene. Ze gooien dan plots een waterval van klanken en woorden tussen het gesprek van de volwassenen. Ze willen mee een conversatie voeren, maar kunnen zich nog niet zo snel uitdrukken in ‘verstaanbare’ taal. Deze brabbeltaal biedt veel muzikale mogelijkheden. We kunnen klankjes imiteren op verschillende toonhoogtes. De baby zal die dan weer imiteren (niet letterlijk, maar op zijn manier: zie inleiding). Je kan hier dan weer op inspelen. Heb aandacht voor verschillende toonhoogtes, geluidssterktes in je stem. Zo voer je een muzikale conversatie. Ook peuters die al kunnen spreken vinden het fantastisch om zo met brabbeltaal te experimenteren.

Bewegingsspelletjes 

Ik ben een wandelende boom Ik ben een wandelende boom (rondstappen) Voeten op de grond (voeten neerzetten op de grond) Handen in de lucht (handen in de lucht steken) Maak een regenboog (handen samen boven het hoofd, vingers tegen elkaar) Met een diepe zucht. (na deze zin: handen in een boog naar beneden laten vallen naast het lichaam, met een zucht)

Bij het versje horen verschillende bewegingen. De bewegingen worden aangepast naargelang het soort boom we hebben: dikke boom, dunne boom, kleine boom, grote boom,… Suggesties van de kinderen kunnen hier ook uitgevoerd worden. 

Een aapje Tekst en muziek: onbekend Een aapje, een aapje, kijk eens goed Wat voor kunstjes hij weer doet. Een sprongetje hier, een sprongetje daar. Nu is hij met zijn kunstjes klaar.

Musica, Impulscentrum voor Muziek - 9


Tijdens het zingen van het liedje wordt er lustig rondgesprongen en zwieren onze armen in het rond: hoog in de lucht en laag bij de grond. Een slingeraap is heel lenig. Bij peuters die juist kunnen lopen, kan je de bewegingen best loskoppelen: Enkel springen of enkel met de armen zwieren. De combinatie van beide bewegingen leren ze pas later. Baby’s kan je in de armen nemen en zo laten meebewegen. Let erop dat ze het leuk vinden. Als ze angstig reageren, kan je het best iets rustiger aan doen. 

Mejuffrouw slak Tekst: C. Wilkeshuis, Muziek: Freek Verwei Uit: Kleuter-wijs

Bij dit liedje kunnen leuke gebaren. De peuters zullen die gebaren spontaan imiteren. De gebaren komen telkens na de zin, dus eerst zingen en dan de gebaren. In een bont beschilderd huisje woont Mejuffrouw Slak. Tong uit de mond, met de handen grote oren maken. In dat huisje zit geen raampje en het heeft geen dak. Met de vingers een bril maken – dakje boven hoofd maken. Maar het kleine glibberslakje heeft het naar haar zin, Handen in de zij, vrolijk rondkijken. want haar gladde, smalle lijfje past precies erin! Tong uit de mond. Je kan hier allerlei dingen mee doen: tong recht uit de mond, tong aan de neus proberen te raken, tong ronddraaien, bootje maken met tong… De peuters kunnen mee zoeken naar mogelijkheden. Het liedje eindigt telkens met een andere beweging van de tong.

Bewustwording klanken Leuke oefening voor oudere kinderen, of voor volwassenen. Peuters kunnen meedoen, maar zullen zeker niet het juiste nummer of de juiste klank bij de voeten kunnen plaatsen. Wel worden ze zo bewust van het klankpallet en zullen ze later ook in andere situaties met deze klanken experimenteren. Baby’s kan je dragen en als begeleider experimenteren met klanken. Sommige baby’s zullen klanken nabootsen, beginnen met brabbelen.       

We geven onze voeten een nummer: 1 of 2. We stappen rond en zeggen telkens 1 als we stappen met onze “1-voet”. Of we zeggen 2 als we stappen met onze “2-voet”. Spreek op voorhand af welke voet benoemd wordt. Daarna stappen we verder en je zegt 1 of 2 bij de juiste voet, maar je mag zelf kiezen wanneer. Er mogen dus ook stappen zijn zonder iets te zeggen. Nu kan je de voeten ook medeklinkers geven: d-t of v-w, k-z (medeklinkers vormen zoals je ze uitspreekt in een woord, en niet zoals je het alfabet opzegt). Bij het rondstappen kan je het tempo aangeven door mee te slaan op een trom. Je kan ook experimenteren met snelheid, toonhoogte, luid en stil,… Tenslotte laat je de kinderen vrij in de keuze van de klank. Ze mogen eender welke klank gebruiken en ook alle klanken door elkaar.

Musica, Impulscentrum voor Muziek - 10


Sjaaltjes/Doekjes 

Kiekeboedoekje Handjes open, handjes dicht. Nu gaat het doekje over mijn gezicht.

De tekst van het lied zegt het zelf. De bewegingen worden letterlijk uitgevoerd. Als het doekje over het gezicht hangt, wordt de spanning opgebouwd: eeeeeeeeeeeeeeeen (‘en’ languit gerekt in glissando van laag naar hoog) “kiekeboe”. Het doekje wordt weggetrokken. Dit vinden kinderen geweldig. Ze voelen de spanning stijgen en wachten echt tot het doekje weggetrokken wordt. Glissando van laag naar hoog is erg belangrijk. Als je dit van hoog naar laag doet, werkt het niet. Probeer maar eens, er zal geen spanning zijn bij de baby’s, peuters en kleuters want ze voelen niet wanneer het ‘moment suprême’ komt. Je kan het doekje als begeleider over jou gezicht hangen, maar je kan het ook over het gezicht van de baby of peuter hangen. Voor sommige kinderen kan dit kiekeboespelletje wat beangstigend zijn, zeker als het doekje over hun gezicht gaat. Doorschijnende sjaaltjes kunnen dan een oplossing zijn. 

Blazen Blazen, blazen, heel erg hard blazen. Blazen, blazen, blaas nu maar weg.

Na dit liedje kan je op de hoofdjes van enkele kinderen blazen, of in hun gezicht. Elke keer bij iemand anders. De kinderen die het al kunnen, mogen ook meeblazen. Je kan ook een sjaaltje, een pluimpje, een pingpongballetje,… wegblazen. Bellenblaaspotjes zijn bij kleine kinderen steeds een groot succes. Grotere kinderen kunnen ook zelf blazen. Blazen, blazen, heel erg hard blazen. Blazen, blazen, blaas nu maar weg. Door de grote ring blazen van het bellenblaaspotje. Blazen, blazen, heel zachtjes blazen. Blazen, blazen, blaas nu maar weg. Door de kleine ring blazen.

Musica, Impulscentrum voor Muziek - 11




Wie ligt daar zo stil? Tekst en Muziek: J. van der Reijden Uit: Kleuter-wijs

Er ligt een laken (liefst rond of vierkant en niet te zwaar) op de grond. Er ligt een beer in de vorm van een krokodil onder. De peuters gaan rond het laken zitten. We nemen het laken vast en de begeleider zingt het lied en wiegt mee met het laken. Bij de laatste zin beginnen we heel hard te schudden met het laken zodat de krokodil wakker wordt. Daarna kan je vragen wie van de kinderen krokodil wil zijn. Als de krokodil wakker gemaakt wordt, mag die iemands been grijpen (of erin bijten). Spannend voor zowel het kind dat onder het laken ligt als de kinderen die rond het laken zitten.

Musica, Impulscentrum voor Muziek - 12


PRAKTISCH VERLOOP VAN DE SESSIE

Kennismaking Je naam op een creatieve manier met de stem laten horen. Iedereen heet die persoon welkom op zelfde manier als persoon zich heeft voorgesteld. → Bij jonge kinderen is het ook zeer fijn om hen welkom te heten door hun naam muzikaal te verklanken. Pas je stem intuïtief aan het jonge kind aan.

Werken met de ademhaling 

Concentratie op buikademhaling. Handen op de buik. Rustig inademen. Buik, flanken vullen met lucht. Geen schouders omhoog.

Overgaan in oefening: sh sh sh sh sh sh shshshshshshshsh… voelen in buik. (sh = trein), (ssss = slang) → Met kinderen: op de klank ‘sh’ kan je een trein vormen en zo door de ruimte stappen. De trein kan sneller en trager gaan. Met een signaal (toettoet) kan je bijvoorbeeld de richting aanduiden of een nieuwe machinist aanstellen of …

Handen in de lucht en terwijl inademen. Uitademen op sss… met veel kracht. Lucht tot op het einde uitpersen. Even vasthouden zodat je zonder lucht komt te zitten. En terug loslaten, inademen. → Zonder lucht zitten en dan terug zuurstof in de longen krijgen is vergelijkbaar met baby die voor het eerst zuurstof binnenkrijgt. → Oefening voor kinderen: ‘Ik ben een wandelende boom’ (oefening uit kinderyoga) Bewegingen worden aangepast naar de manier waarop het gedicht gezegd wordt: sterk, zacht, snel, traag, dikke boom, dunne boom… Tak, struik, plant, stengels, twijgjes “Ik ben een wandelende boom. Voeten op de grond. Handen in de lucht. Maak een regenboog met een diepe zucht.”

Ontdekken van de eigen stem 

Lachen. Samen lachen is iets heel natuurlijks. Zelf lachen zet anderen aan tot lachen. Emoties uitdrukken

Kaak losgooien dmv kin heen en weer te bewegen. Zoemen met ‘grote mond’ op m, n, ng.

Experimenteren met m, n, ng: zacht, sterk, hoog, laag, glissando’s → concentreren op verschillende delen van het hoofd: neus, mond, ogen, haar,… handen leggen op die plek en voelen van trillingen

Per 2, hand op de borst, nadien hand op hoofd. Waar voel je trilling het meest? → Trilling opent en ontspant. Goed voor contact te zoeken, speciale band.

Per 2. Iemand zingt op willekeurige toon. De andere geeft klopjes op borst en rug van zingende persoon. → Leuk spel om samen met peuters/kleuters te doen.

Musica, Impulscentrum voor Muziek - 13


Ook met baby’s kan dit spel gespeeld worden. Leg de baby met zijn buik/rug op jouw buik. Zacht op eigen borst tikken terwijl je zingt. Baby voelt dit. Volgende stap is zachtjes op de rug van de baby te tikken met je vingertoppen, terwijl je zelf zingt.

Glissando-beweging naar boven en omlaag. Om te voelen hoe hoog we met onze stem kunnen. Spreekstem is laag, maar als we zingen voor/met kinderen is het belangrijk voldoende hoog te zingen. Stem van jonge kinderen is hoger dan de onze. Ideale toonhoogte tussen re’ en la’. Hoor hen maar eens bezig terwijl ze improviseren.

Stemspelletjes in brabbeltaal 

Chants in stapmaat (= tweeledig) en wiegmaat (= drieledig): toepassen verschillende parameters van muziek, emoties in de stem,…

Spel met balletje. Het balletje wordt gerold naar elkaar, maar tijdens het rollen, laten we het balletje praten (in stap- of wiegmaat). Balletje krijgt verschillende emoties.

Gordon-chants: →

Stretch and bounce (met sjaaltjes)

Tikspelletje (= Doe da dee doe)

Chants afleiden van bekende muziekstukken (vb. 40e symfonie van Mozart)

Zelf spelletjes maken.

Musica, Impulscentrum voor Muziek - 14


Liedjes 

Blaasliedje Blazen, blazen, heel erg hard/ zachtjes blazen Blazen, blazen, heel erg hard/ zachtjes blazen, Blazen, blazen, blaas nu maar weg. Na dit liedje wordt op het hoofdje van de kleinste spruiten geblazen. En kunnen degenen die zelf al kunnen blazen, bellen blazen, pluimpjes wegblazen, een sjaaltje proberen weg te blazen. Experimenteren met hard en zacht blazen.

Juffrouw Slak Lied wordt ondersteund door gebaren: “In een bont geschilderd huisje woont mejuffrouw slak” Tong uit de mond, met de handen grote oren maken “In dat huisje zitten ramen en het heeft een dak” Met de vingers een bril maken – dakje boven hoofd maken “En het kleine glibberslakje heeft het naar haar zin” “Want haar lange gladde lijfje past precies daarin.” Tong uit de mond, de kindjes mogen zelf kiezen op welke manier.

Kiekeboe (met doekjes) Liedje: Handjes open, handjes dicht, nu gaat het doekje over het gezicht. Eeeeeeeeeeeeen… (glissando naar boven, spanning wordt opgebouwd) Kiekeboe! (doekje wordt weggetrokken) Eeeeeeeeeeeeen… (glissando naar beneden, spanning valt weg, wanneer komt kiekeboe? Is niet meer duidelijk)

Het doek wordt open gespreid en iedereen zit er rond. Het doek bewogen zoals de zee en maken de deelnemers ook zeegeluiden. Een knuffelkrokodil

Musica, Impulscentrum voor Muziek - 15


kan op het doek meebewegen. Om deze wiegende beweging gestructureerd te maken voor de kinderen, kan de muziek ‘De Morgenstemming’ van Edvard Grieg ondersteuning bieden. Het lied wordt gezongen en we maken de knuffelkrokodil denkbeeldig wakker. Daarna kan iemand kan onder het doek kruipen. Hij/zij speelt de krokodil. Bij het einde van het lied mag de krokodil in iemands been bijten, dit is de nieuwe krokodil. Let wel op dat het kind dat onder het doek zit er ‘klaar’ voor is, voor sommige kinderen kan dit nog beangstigend zijn. Laat het kind verder ook bijten als een krokodil (= met handen) of eventueel samen met de knuffelkrokodil. 

Rijmspelletje Ik ken een liedje van een (appel en een peer)… (beer, beer, beer) De peuters rijmwoorden laten zoeken, mogen ook verzonnen klanken zijn

Een aapje (cfr. Supra) Tijdens zingen: rondspringen en zwieren als een aap, alle ledematen gebruiken, hoog in de lucht en laag bij de grond. → jonge kinderen: bewegingen best loskoppelen. Enkel rondspringen en gekke bewegingen met benen maken of enkel armen in het rondzwieren. → baby’s kan je laten meevliegen in je armen. → andere dieren, andere bewegingen: zelf laten zoeken

Musica, Impulscentrum voor Muziek - 16


ZINGEN MET PEUTERS Zingen met peuters is belangrijk omwille van verschillende redenen. Muziek maken met de stem, plezier en spel staan centraal. Het eerste uitgangspunt is: zingen en muziek maken met peuters moet plezant zijn. En tegelijkertijd is het belangrijk voor:  De taalontwikkeling: door te zingen met peuters leren ze nieuwe woorden kennen en gebruiken  De sociaal-emotionele ontwikkeling: door te zingen met peuters leren ze omgaan met andere kinderen, samen spelletjes spelen, ze leren wat droevig en vrolijk is,…  Ontwikkeling van de zintuigen: ze leren kijken, luisteren, voelen, proeven, ruiken,… Deze zintuigen kunnen allemaal perfect door middel van liedjes aangeraakt worden.  Motorische ontwikkeling: zingen met peuters is ook bewegen met peuters.  Er zijn liedjes voor de ontwikkeling van de grove motoriek en liedjes voor de ontwikkeling van de fijne motoriek.  Lichaamsbesef: peuters worden zich bewust van bepaalde lichaamsdelen en hoe ze die kunnen gebruiken.  Ontwikkeling van de fantasie: in liedjes wordt dikwijls gebruik gemaakt van de fantasie van de kinderen. Ze moeten iets aanvullen, een beweging bedenken,… Ze leren hun fantasie gebruiken en die actief toepassen.  En we zijn creatief en artistiek aan het werk met de kinderen, wat een welkome afwisseling is met de dagelijkse zorg.

Hoe breng je een nieuw lied aan?  Je kan een lied inleiden met een verhaal, een prent, een voorwerp, gebeurtenis, pop, materialen,…  Voorzingen, altijd in hetzelfde tempo, met dezelfde melodie, hetzelfde ritme, met dezelfde tekst en dezelfde bewegingen. Het is belangrijk voor baby’s, peuters en kleuters dan dit consequent gebeurt. Zoniet zullen ze een lied nooit kunnen onthouden en uiteindelijk meezingen. Bij het herhalen van een lied zal je merken dat peuters telkens enkele woorden beginnen mee te zingen (of zeggen). Tijdens een vrij spelmoment hoor je soms peuters delen van een lied zingen dat aan bod kwam in een muzikale activiteit.  Vaak herhalen.  De tekst kan ondersteund worden met bewegingen of prenten.  Je kan een lied begeleiden met instrumenten zoals schudeitjes, een trom, belletjes,…

Musica, Impulscentrum voor Muziek - 17


Aandachtspunten bij de opbouw van een liedsessie  Een sessie duurt ongeveer 30 min, zeker niet langer.  Breng veel afwisseling in de sessie, blijf niet te lang hangen bij een bepaald lied of spel, anders verslapt de aandacht. Hou de groep goed in het oog bij de verschillende spelletjes, als enkele kinderen afwezig worden, stop dan met het spel en ga verder met het volgende element.  Dwing kinderen niet om mee te doen, sommige observeren nu eenmaal

   

 

 

niet zeggen dat ze het niet leuk vinden, of dat ze ‘koppig’ zijn. Een ‘kijkertje’ kan evenveel opnemen als een ‘doenertje’. Straf een kind niet af als het jou ‘niet juist’ nadoet, stimuleer juist deze creativiteit. Baby’s, peuters en kleuters zijn nog niet in staat om letterlijk te imiteren. Zeker niet wat betreft zingen. Het kan dus nooit ‘fout’ zijn. Ontmoedig kinderen daarom zeker niet door te zeggen dat ze iets niet ‘juist’ doen. Zing steeds in de kindertessituur, dus hoger dan je meestal gewoon bent. De stembanden van de baby’s, peuters en kleuters zijn nog kort en ze forceren hun stem als je te laag zingt en ze jou proberen te imiteren. Het is wel belangrijk dat het ook voor jou als begeleider steeds natuurlijk aanvoelt. Een goede tessituur is van re’ tot re”. Probeer een stroom in de sessie te brengen waarin iedereen wordt meegenomen. Alles loopt in elkaar over, zo krijg je 1 geheel en blijft de aandacht groot. Het is aangenaam om een beetje bewegingsruimte te hebben. Zet liever wat tafels en stoelen aan de kant i.p.v. in een krap hoekje te kruipen. Probeer zo weinig mogelijk afleiding te hebben in de ruimte. Als je een liedsessie wil opbouwen en de kinderen worden voortdurend afgeleid door speelgoed dat rond hen ligt, krijg je geen stroom in de sessie. Een sessie heeft steeds dezelfde structuur (zie verder) met afwisseling tussen actief-passief, concentratie, spel. Werk met terugkerende liedjes zoals een begroetingslied, een afscheidslied, een opruimlied, een liedje om te gaan zitten,… Dit schept duidelijkheid en is ook erg leuk als peuters het beginnen te kennen. Geef geen uitleg bij wat je doet. Baby’s, peuters en kleuters hebben daar geen boodschap aan. Als je een opdracht wil geven, kan je dat al zingend doen. Zo heb je direct alle aandacht. Bijvoorbeeld: “We gaan nu allemaal zitten op de kussentjes” is niet zo interessant als al zingend “We draaien nog eens rond, we nemen onze handen, we nemen onze poep, daar gaan we nu mee schudden tot we zitten op de grond”. Een handpop is ook een handig middel om de aandacht te trekken en een handeling mee te doen die de peuters uitnodigt om mee te doen. Muziek is beweging! Vraag een peuter nooit om te blijven zitten. Sommige kinderen bewegen heel graag bij het zingen. Zelfs tijdens het zitten kunnen ze bewegen. Geef steeds de vrijheid aan de baby’s en peuter om met de materialen die gebruikte worden te experimenteren. Durf je eigen idee verlaten als een peuter een leuk alternatief heeft bedacht. Ga er altijd op in, ook al wijkt dit af van de opbouw van je voorbereiding. De ene dag is de andere niet. Muziek maken is een proces. Je mag geen resultaten eisen per sessie. Net zoals de globale ontwikkeling verloopt ook de muzikale ontwikkeling bij baby’s, peuters en kleuters met sprongen. Blijven stimuleren!

Musica, Impulscentrum voor Muziek - 18


Waar muziek vinden? Op het internet, enkele interessante websites:  www.wijmakenmuziek.nl, op deze websites kan je ook veel liedjes van Ingrid Rietveld beluisteren in mp3.  www.kennisnet.nl/po/leerkracht/vakken/muziek/kinderliedjes  www.kinderliedjes.overtuin.net  http://docweb.khk.be/Kathleen%20Rymen/liedboek.asp  www.deliedjeskist.nl In de bibliotheek, muziekwinkel, boekhandel. Interessante boeken (de meeste liedjes in deze map komen uit onderstaande boeken):  HAVERKORT, VAN DER LEI, NOORDAM, “Kleuter-wijs, liedbundel voor peuters en kleuters”, ISBN 9789080497160. Te vinden op www.meestersinmuziek.nl.  HAVERKORT, VAN DER LEI, NOORDAM, “Eigen-wijs, liedbundel voor het basisonderwijs”, ISBN 9080497126. Te vinden op www.meestersinmuziek.nl.  RIETVELD, “Wij maken muziek”, ISBN 9066653906. Te vinden op www.wijmakenmuziek.nl.  STAM-VAN DER STAAY, W.J., “Een mandje vol amandelen”, ISBN 9021617757. Te vinden op www.wijmakenmuziek.nl.  EYKERMAN, VAN HOUTE, FLAMENG, Het kleinste maatje, ISBN 9789059325715. Te vinden op www.abimo-uitgeverij.com.

Musica, Impulscentrum voor Muziek - 19


Soorten liedjes 

Bewegingsliedjes Er zijn liedjes voor de grove motoriek (lichaamsdelen bewegen: stappen, klappen, zwaaien,…) en liedjes voor de fijne motoriek (gebaren met de handen en vingers). In verschillende liedjes kan je ook een combinatie maken tussen grove en fijne motoriek. Wie kan er …? Ad Heerskens, bewerking Ingrid Rietveld Uit: Wij maken muziek

Met dit liedje kan je afwisselen tussen grove en fijne motoriek. De peuters kunnen ook suggesties geven: handen klappen, billen schudden, vingers tikken, ogen plinken, armen draaien, oren trekken,…

Musica, Impulscentrum voor Muziek - 20


Kriebelen maar Tekst en muziek: Ingrid Rietveld Uit: Wij maken muziek Je kan tijdens dit lied meedoen met de vingers op je eigen lichaam, bij je buur,…

Er zijn liedjes in de vorm van een kringspel, waarbij bewegen in de ruimte samen met andere kinderen centraal staat. Grauwtje de ezel Tekst en muziek: onbekend

De begeleider stapt rond op het ritme van het lied. Bij ‘kwispelt met zijn staartje’ bewegen we met onze poep. Bij ‘I-A’ draaien we rond. Peuters zullen vanzelf imiteren en meestappen. I-A is iets wat ze snel kunnen en zullen meezeggen/zingen. Baby’s kunnen gedragen worden.

Musica, Impulscentrum voor Muziek - 21


Wie niet lopen wil Tekst en muziek: onbekend De kinderen lopen rond en bij ‘Sta stil’ stoppen ze. Las daar ook een korte pauze zodat ze de stilte ervaren ook al staan de peuters niet stil. De baby’s kunnen op de arm genomen worden.

Themaliedjes Hoewel baby’s, peuters en kleuters nog niet in thema’s denken, kan je wel liedjes koppelen aan een bepaalde gebeurtenis. Elke gelegenheid kan een gelegenheid zijn om te zingen. Mogelijke thema’s zijn Sinterklaas, Kerstmis, Pasen, verjaardagen, dieren, seizoenen… Regen, regen Tekst en muziek: Ingrid Rietveld Uit: Wij maken muziek Liedje dat bij de herfst past, maar ook op eender ander regenachtig moment gezongen kan worden. De peuters kunnen zelf aanvullen op welk lichaamsdeel de regen valt.

Musica, Impulscentrum voor Muziek - 22


Luisterliedjes Je kan raadliedjes gebruiken om klanken te leren herkennen, geluiden uit de omgeving, instrumenten, dierengeluiden,… Raden maar Tekst en muziek: Ingrid Rietveld Uit: Wij maken muziek

Na het liedje kan je de zin toevoegen: “Oren open, oogjes toe, luister goed wat ik nu doe…” Mogelijkheden bij het lied:  Bij ‘oren’ wijs je naar je oren, bij ‘ogen’ naar je ogen. De kinderen doen dit al snel mee.  Kopieer enkele afbeeldingen van dieren. Leg de dierenprenten op de grond. Zing het liedje en aan het einde maak je een dierengeluid. De kinderen moeten raden welk dier het is en de prent aanduiden. Die prent wordt omgedraaid. Je gaat door tot alle prenten zijn omgedraaid. Je kan ook de kinderen een dierengeluid laten maken. Kleuters kunnen zelf al een dierengeluid bedenken. Jongere kinderen zullen elkaar snel nadoen, de prenten kunnen dan voor voldoende afwisseling zorgen.  Je kan ook geluiden in de ruimte laten horen. Daarvoor gebruik je dan ook de spreektekst na het lied. De kinderen kunnen raden welk geluid het was. Je kan het dan opnieuw doen of het kind het laten doen.  Je kan ook met lichaamsgeluiden werken: klappen in de handen, klakken met de tong, tikken met de vingers…  Instrumenten zijn ook altijd leuk om mee te werken.

Musica, Impulscentrum voor Muziek - 23




Liedjes bij het structureren van een dag Liedjes kunnen gebruikt worden om een bepaalde activiteit aan te kondigen of af te sluiten. 

Begroetingsliedjes Goedemorgen allemaal Tekst en muziek: Ingrid Rietveld Uit: Wij maken muziek

Dag allemaal Tekst en muziek: Ingrid Rietveld Uit: Wij maken muziek

Musica, Impulscentrum voor Muziek - 24


Hallo Tekst en muziek: onbekend Dit liedje kan je ook gebruiken bij het afsluiten van de dag als kinderen naar huis gaan. Je kan de tekst dan aanpassen. Tot ziens, tot ziens. Dag Julie (naam baby of peuter), dag Julie. Tot ziens, tot ziens, tot ziens. (2x)

Goeiemorgen Tekst en muziek: Kris Flameng Uit: Het kleinste maatje

Musica, Impulscentrum voor Muziek - 25


Liedjes bij het eten Hasjoe hachee Tekst en muziek: Bouwen Breeman Uit: Come, follow me! Samen eten Tekst en muziek: Ingrid Rietveld Uit: Wij maken muziek Bij dit lied kan je de kindjes zachtjes met hun vuistjes op de tafel laten meedoen (meebonken). Bij de zin ‘Honger als een beer’ kunnen ze over hun buikje wrijven. Bij ‘vertel het me gauw’ kan je aan de peuters vragen wat ze op hun boterham willen. Het beleg dat ze kiezen kan je dan in de laatste regel zingen.

Musica, Impulscentrum voor Muziek - 26




Liedjes bij andere activiteiten Ik was mijn handjes Tekst en Muziek: Kris Flameng Uit: Het kleinste maatje

Tanden poetsen Tekst: B. Colpaart-Vellekoop Muziek: J. Schuitert Uit: Een mandje vol amandelen Dit lied kan ook gebruikt worden voor het handen wassen. Jasje aan Tekst en Muziek: Kris Flameng Uit: Het kleinste maatje

Musica, Impulscentrum voor Muziek - 27


Alles op z’n plaats Tekst en Muziek: Ingrid Rietveld Uit: Wij maken muziek Een liedje gebruiken bij het opruimen is veel aangenamer dan zeggen: ‘Nu gaan we opruimen.’ En je hebt meer kans op slagen als je er een lied voor gebruikt. Dit liedje kan je herhalen tot bijna alles weg is. Begin pas te tellen als je ziet dat het gaat lukken in 10 tellen; Dat is heel motiverend voor de peuters.

Opgeruimd Tekst en Muziek: Kris Flameng Uit: Het kleinste maatje

Musica, Impulscentrum voor Muziek - 28


Opruimlied Tekst en Muziek: Kris Flameng & Hilde van Haute Uit: Het kleinste maatje

We gaan opruimen Tekst en Muziek: M. Eykelkamp Uit: Kleuter-wijs Tsjoeke tjsoeke tsjoek Tekst en Muziek: Annie Langelaar Uit: Wij maken muziek Dit is een lied dat eerder in de kleuterschool gebruikt kan worden bij het vormen van een rij. Terwijl we het lied zingen gaan alle kinderen achter elkaar staan zoals de wagons van een trein. De wielen van de bus Engels kinderlied Nederlandse tekst: Luuk van der Vegt Uit: Een mandje vol amandelen Een lied om te gebruiken als je op uitstap gaat.

Musica, Impulscentrum voor Muziek - 29


Liedjes voor tijdens het dagelijkse muziekmoment Het dagelijks muziekmoment duurt ongeveer 20 à 30 minuten en volgt steeds dezelfde opbouw. Na een tijdje zijn er in zo’n muziekmoment herkenningspunten voor de peuters. Als je in het begin merkt dat de 9 onderdelen te veel zijn, kan je bijvoorbeeld kiezen om te werken met instrument of materiaal en ook maar één klap- of bewegingslied opnemen. Later kan je dit toevoegen. 

Begroeting van de groep Mogelijke liedjes: Dag allemaal, Goedemorgen, Hallo

Inzingen met bekende liedjes Er zijn enkele standaardliedjes die peuters snel kennen van thuis, van oudere neefjes of nichtjes, van in de kribbe,…. Dit zijn liedjes zoals ‘Op een grote paddestoel’, ‘In een klein stationnetje’, ‘Slaap kindje slaap’,… Maak van elk liedje een herkenbaar prentje. Stop de prentjes in een hoed die je kan doorgeven bij het zingen van het lied ‘Ik heb een handje in mijn hand’. Het kindje dat de hoed vastheeft bij het einde van het lied, mag een prentje uit de hoed nemen en raden welk liedje erbij hoort. Samen zingen we dan dit lied. Als je nieuwe liedjes leert met de kinderen kan je van dat liedje een prentje in de hoed steken. Zo wordt het liedjesaanbod steeds meer uitgebreid. Voor peuters zal het moeilijk zijn om zelf een liedje te zingen bij een prentje. Maar dat is geen probleem. Als het prentje gekozen is, toon je dit aan alle peuters en begin je gewoon het liedje te zingen. Wat zingen we vandaag? Tekst en Muziek: Ingrid Rietveld Uit: Wij maken muziek

Musica, Impulscentrum voor Muziek - 30


Spelletje met hand- of stokpop Een handpop of een stokpop komt elk kind begroeten in de groep. Mogelijke liedjes: Kriebelen maar (zie hoger) Bijtjes Tekst en Muziek: Marijke Ram en Jop Eppen Uit: Een mandje vol amandelen

Klapliedje of bewegingsliedje Dit is een moment waarop de peuters kunnen bewegen. Door deze afwisseling hou je hun aandacht. Alle liedjes waarop je kan klappen of die om een beweging vragen kunnen dienen tijdens dit moment. Mogelijke liedjes: Wie kan er…? (zie hoger) Wie niet lopen wil (zie hoger) Tjoep zegt de vlieger Tekst en Muziek: Herman Broekhuizen Uit: Eigenwijs

Instrument introduceren en bespelen Je kan liedjes nemen waarbij je elk kind een instrument geeft. Indien mogelijk werk je best met dezelfde instrumenten in het begin, want alles wat nieuw is wil iedereen proberen. Als je allemaal verschillende instrumenten neemt, willen de peuters constant een instrument van een andere peuter en dan vertraagt het muzikaal moment. Je kan ook een lied nemen waarbij je als begeleider een instrument vast hebt en waarmee je rondgaat in de groep. Op de trommel Tekst en Muziek: Ingrid Rietveld Uit: Wij maken muziek

Bij dit lied kan je als begeleider rondgaan met een handtrom en een stok met een zachte kop. De kinderen kunnen dan hard slaan of zacht slaan. We zingen dan ‘grote trom’ of ‘kleine trom’.

Musica, Impulscentrum voor Muziek - 31


Klapliedje of bewegingsliedje Opnieuw een afwisseling met een klapliedje of bewegingsliedje.

Materiaal introduceren en uitwerken Je kan een materiaal introduceren zoals linten, blokjes, bladeren, watjes,… en hiermee werken. Zo kan je bijvoorbeeld watjes uitdelen en de peuters ze in de lucht laten gooien. Nadien kan je er een sneeuwman mee maken en een lied over de sneeuw of winter zingen. Je kan ook werken met linten, in stof, of gescheurd uit crêpepapier. Je maakt de linten dan best vast per twee met plakband. Tijdens het lied ‘Mooie linten’ deel je de linten uit aan de peuters. Bij het lied ‘Zo gaat de molen’ kan je met de linten zwieren: traag bij ‘Molen’, snel bij ‘Wieken’. Mooie linten! Tekst en Muziek: Marijke Ram Zo gaat de Molen Tekst en muziek: onbekend

Kringspel Een liedje waarbij de kinderen in kring (of door elkaar) kunnen stappen. Bijvoorbeeld: Grauwtje de Ezel (zie hoger)

Kiekeboespel Je sluit het muziekmoment af met een kiekeboespelletje. Hierbij kan je vanalles verstoppen, jezelf, ledematen, voorwerpen,… Mogelijke liedjes: Handjes open, handjes dicht Mijn handjes zijn verdwenen Traditioneel Je kan handjes vervangen door voetjes, oogjes, oortjes, neusje,… Je steek deze ledematen achter je rug of dekt ze af met je handen. Op het einde komen ze terug te voorschijn.

Musica, Impulscentrum voor Muziek - 32


Zelf peuterliedjes maken Naast al deze bestaande liedjes kan je altijd zelf peuterliedjes maken. Dat is nietzo moeilijk. Er zijn enkele aandachtspunten waardoor je altijd goed zit.  Kies voor een goede tessituur. Re’ tot re’’ is een veilige tessituur voor peuters waarbij je meestal tussen re’ en la’ blijft.  Vermijdt grote sprongen.  Werk met één toon per lettergreep.  Ritmeer je tekst op een natuurlijke manier. Je kan best de tekst luidop zeggen en zo aanvoelen waar de accenten liggen.  Hou rekening met de betekenis van tekst om de toonsoort te bepalen: mineur is droeviger dan majeur.

Musica, Impulscentrum voor Muziek - 33


COLOFON De lesmap Muziek en beweging met baby’s, peuters en kleuters is ontwikkeld door Musica, Impulscentrum voor Muziek. Deze lesmap werd samengesteld in het kader van Babelut, Kunst voor de allerkleinsten. De uitgewerkte sessies zijn een resultaat van de experimenten in kinderkribbes door de muzikanten van het labo 2009-2010: Liesbet Hoorelbeke, Sarissa Rombouts, Elien De Schrijver, Karlien Missinne, Liesbeth Bodyn en Charlotte De Windt. Het labo Babelut wordt begeleid door Sarah Verhulst en Annelies Luyckx. Met dank aan de auteurs van de liedjes voor hun toestemming om de liedjes in deze lesmap op te nemen.

Contactadres Musica, Impulscentrum voor Muziek Domein Dommelhof Toekomstlaan 5b BE–3910 Neerpelt T 011 610 510 F 011 610 511 www.musica.be bart.devos@musica.be Wil je op de hoogte blijven van de activiteiten van Musica? Schrijf je in op onze nieuwsbrief via www.musica.be. © 2012 – Musica, Toekomstlaan 5B, BE-3910 Neerpelt. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke wijze ook, zonder voorafgaandelijke toestemming van de uitgever.

Musica, Impulscentrum voor Muziek - 34


Lesmap Creatieve Stemspelletjes