Page 1

Editie: voorjaar 2009

â‚Ź 0,00 NieuwNAT

03 | alles over geld

Katelijn Berghoef

Polen Het zijn net mensen

Kees Tas sr.

Brief aan AmĂŠlie Burgemeester Pieter Litjens let niet op geld nieuwnat.nl


Wat u ‘moet’ weten

In deze editie

Op de digitale openingspagina ziet u al dat we als redactie met NieuwNAT heerlijk op twee gedachten hinken: een aaibaar magazine én virtuele rubrieken.

Ton Offerman | NAT is terug Kees Tas sr. | Brief aan Amélie Berry Philipa | Tweeduizend euro in het krijt Joost van Itterzon | Geef maar aan mij Erik van Itterzon | Opa Tas Han Carpay | Hoe het zo gekomen is Leo Bakker | Geld speel geen rol Frits Rozenberg | Geld doet wonderen

Aaibaar Voor het aaibare moet u het blad, dat precies een seizoen lang houdbaar is, wel uitprinten. Maar dan hebt u ook wat: een gratis kwaliteitsblad, als we uw papierkosten en inkt stiekem vergeten. Ga lekker zitten, laat NieuwNAT door uw vingers glijden en pik er her en der iets uit wat u aanspreekt. Of leest u alles? Ik noem het een kwaliteitsblad, een status die we graag willen bereiken. Maar ja, over die kwaliteit kunt u zelf het beste oordelen. Laat ons alsjeblieft wel online op deze pagina weten wat u ervan vindt! Wij zelf zijn er in elk geval erg blij mee, en een beetje trots ook. Op 17 november vorig jaar hakten we op het eerste, aftastende, redactieoverleg zonder dralen de knoop door: we doen het! De start is nu, bescheiden nog, gemaakt en we gaan door. Elke eerste dag van het nieuwe seizoen verschijnt er een nieuw nummer op onze website. Virtueel De virtuele noot die we kraken, is de niet meer weg te denken verworvenheid van deze tijd: de digitale snelweg. Met, om in markttermen te spreken, nieuwe kansen. Terwijl het aaibare blad volkomen zichzelf blijft, kunnen wij in de Redactie-rubriek op deze pagina ons tussentijdse ei kwijt. Op elk moment van de dag en zo vaak we willen. En, volgens ons belangrijker nog: u kunt uw steentje bijdragen aan het succes van het echt virtuele stukje NieuwNAT. Daarvoor staat de Reactie-rubriek open. Maak er gebruik van! Bellen mag uiteraard ook, of schrijven. Han Carpay

Foto’s: Anke Zekveld Reportage: Polen in Aalsmeer Column: Peter Maarsen Interview: Burgemeester Pieter Litjens

COLOFON Redactie: Han Carpay, Hélène Homan, Erik van Itterzon, Ton Offerman, Ansje Weima Aan dit nummer werkten verder mee: Leo Bakker, Katelijn Berghoef, Marcel Har ting, Joost van Itterzon, Peter Maarsen, Berry Philipa, Frits Rozenberg, Cees Tas, Anke Zekveld (foto’s) en B’Elanna, Chris, Natascha, Nawal, Romée en Romy (tekeningen) van de Openbare Basisschool Kudelstaar t Vormgeving/webdesign: You’re On! (Joran van Liempt) Verschijningsdatum: 21 maar t 2009 E-mail: info@nieuwnat.nl Redactieadres: Kamperfoeliestraat 31, 1431RL Aalsmeer Telefoon: 06 55760915 (Han Carpay), 0297 329468 (Ton Offerman) Reageren? Reactie@nieuwnat.nl Financiële steun? Rekeningnummer 7650738 t.n.v. Erik van Itterzon inz. St. de Droom o.v.v. ‘Steun NieuwNAT’. NieuwNAT verschijnt driemaandelijks; eerstvolgende nummer: 21 juni 2009. Overname van ar tikelen is toegestaan, met bronvermelding.


NAT is terug Tweeëntwintig jaar geleden had Aalsmeer een tijdschrift. In het voorwoord van de redactie destijds stond al: “NAT is een blad specifiek bedoeld voor Aalsmeerders en volgeschreven door Aalsmeerders. Een ontmoetingsplaats voor alle mogelijke opvattingen en ideeën in woord en beeld die er in Aalsmeer en zijn voorsteden leven over de meest uiteenlopende thema’s. In elke aflevering staat één bepaald thema centraal.” In de twee verschenen nummers van destijds en ook laatst weer in het boek ‘Grote Verhalen’ waaraan tientallen lokale schrijvers een bijdrage leverden, kwam de zin ‘Aalsmeer bestaat niet’ vaak voor. Dat zal vast geen toeval zijn (geweest). Aalsmeer miste een podium om ‘haar bestaan’ vorm te geven en ook vandaag de dag ontbreekt daarvoor de ruimte. Reden voor ons om NAT een doorstart te laten maken. Het blad wil een podium zijn voor Aalsmeerse verhalen in woord en beeld. In 1987 is het doek gevallen na twee nummers vanwege de relatief hoge kosten, “de gemeente die er niet intrapte” en de gesloten beurzen van de grote sponsors. Nu, in deze roerige tijd, gaat NAT de digitale snelweg op en hoopt, zonder genationaliseerd te worden, vier nummers per jaar uit te brengen. Per seizoen (lente, zomer, herfst & winter) laten we een ieder van alles op

de mouw spelden over een per keer te bepalen thema. Kortom, elk seizoen een NieuwNat. Met een interview, een reportage en een speciaal voor dat nummer geschreven gedicht. Met tekeningen, foto’s en een webvideo. Met een bij het thema passend gedicht, gekozen uit de wereldliteratuur. Maar bovenal met bijdragen van Aalsmeerders, gevraagd om hun licht te laten schijnen over het thema. Censuur is taboe, de gebruikelijke restricties, die zich laten raden, daargelaten. NieuwNAT zal bestaan bij de gratie van een brede lezerskring en een rijkgeschakeerde groep medewerkers. Aalsmeerders zullen, of we dat nu leuk vinden of niet, ons geweten zijn! Ze bepalen zelf wel of ze ‘ons’ willen bekijken en lezen en of ze met hun bijdragen mee willen doen. Kredietcrisis of niet, ‘Geld’ leek ons een geschikt thema voor deze eerste digitale NieuwNAT. Nu we het er toch over hebben: u kunt ons initiatief steunen door een vrijwillige donatie te doen op rekeningnummer 7650738 ten name van Erik van Itterzon inzake St. de Droom onder vermelding van ‘Steun NieuwNAT’. Reacties, suggesties (ook voor de komende nummers) zijn, op welk vlak dan ook, bijzonder welkom. Reageren kan op reactie@nieuwnat.nl Blijf op de hoogte en lees en kijk NieuwNAT. Ton Offerman, Mede namens Han Carpay, Hélène Homan, Erik van Itterzon en Ansje Weima (Redactie NieuwNat)

»» 3


Brief aan Amélie Saux, 07-01-2009. Chère Amélie, Deze week moest ik ineens denken aan het begin van ons Franse avontuur. Het was begin 2000 en na wat faxverkeer met de makelaar kwamen we tot een overeenkomst voor de koop van onze 300 jaar oude woning in Saux. De notaris uit de omgeving werd gevraagd de akte op te maken zodat we begin maart in zijn schilderachtig kantoortje te Valprionde konden tekenen. Hij, de notaris, zag er precies zo uit als je zou verwachten op het Franse platteland compleet met casquette en gebreid vest. Zijn akte was echter van hedendaagse kwaliteit, aangevuld met een akte op de langstlevende, in die tijd in Frankrijk nog absoluut noodzakelijk om als overblijvende partner niet door je kinderen uit huis gezet te worden. Niet dat we dat van hen verwachtten maar het is juist de zaken goed te beschrijven. Ik realiseer me nu, Amélie, dat we nog in Fr Fr kochten zodat de koers van deze munt best nog wel een rol speelde. Tijdens onze vakanties tot 2002 betaalden we nog met Franken totdat ook hier de Euro werd ingevoerd. En met welke emotie!! Overal beklaagde men zich over de onoverzichtelijkheid van de prijzen terwijl tot heden alle prijzen nog in twee valuta worden vermeld. De prijsstijgingen werden natuurlijk aan de Euro toegeschreven. Reken jij alle prijzen steeds terug naar FR FR? Ik vertelde je indertijd dat het nationaal denken in Frankrijk in brede lagen van de bevolking opvallend aanwezig was terwijl Nederland in het algemeen, en Aalsmeer in het bijzonder, veel meer internationaal was georiënteerd. Jij kon daarentegen moeilijk

geloven dat Aalsmeerders, die de hele wereld afreizen om bloemen en planten te verkopen, op Zondag in één van de zeven verschillende Protestantse kerken of een enkele Katholieke kerk te vinden zijn. Weet je, Amélie, dat jouw landgenoot en groot historicus Fernand Braudel een monumentaal werk heeft geschreven met als titel: ’Beschaving, Economie en Kapitalisme van de 15de-18de eeuw’? Deze historische studie in 3 delen is in 1990 in een Nederlandse vertaling uitgegeven en leesbaar voor de gemiddelde leek zoals jij en ik. En dan te weten dat rond 2005 woorden als kapitalisme en mondialisering in Frankrijk nog bijna taboe waren. Drie jaar later ondervinden we de gevolgen van een al te rigide kapitalisme, dat kennelijk voorbij is gegaan aan de verantwoordelijkheid voor ‘de ander’. Ongeremde hebzucht dus zoals vaker in de geschiedenis is voorgekomen. Zoals je inmiddels weet kom ik uit een milieu waar, rekening houdend met de economische wetten, met liefde voor het vak werd gewerkt en samengewerkt. Een ideale situatie dus? Nee natuurlijk niet. Er moest continu gestreden worden om in die sfeer te kunnen doorgaan en aan alle betrokkenen een redelijk bestaan te geven. En je moest ook kunnen relativeren zoals een bekende Aalsmeerse rozenkweker van een vorige generatie, S.H. S.H. zei over geld het volgende: ‘Geld is niet belangrijk. Het is alleen wel handig met boodschappen doen. Bonne année à toi! Kees Tas sr. »» 4


Tweeduizend euro in het krijt Aalsmeer is al jarenlang de zakenstad van het jaar of draait in ieder geval in de top-drie mee. Dit kan men zonder meer een compliment noemen. Temeer omdat Aalsmeer de hoogste bedrijfsintensiteit heeft van Nederland. Met 28.000 inwoners zijn er 4360 bedrijven in Aalmeer oftewel een bedrijfsintensiteit van 6,4. Ongeëvenaard in Nederland! Ook met de gemiddelde inkomens zit Aalsmeer aan de top van Nederland. Aalsmeer bezet een prachtige 14e plek op deze ranglijst. Echter op de lijst van steden met vermogende mensen komt Aalsmeer niet voor in de top-40. Met andere woorden er wordt veel geld over de balk gegooid in Aalsmeer. En geld lijkt op zuurstof. Heb je er te weinig van, dan heb je een probleem en moet je zorgen dat je meer krijgt. Maar genoeg geld hebben is nauwelijks een bron van voldoening, meestal geldt meer, meer, meer. En toch raakt het geld op. Enerzijds aan status. Dit glamoursymbool is zo veranderlijk als het fortuin. En dan te bedenken dat status eigenlijk niet meer loopt via auto’s, jachten, dure horloges en weelderige ringen. Status heeft alles te maken met kennis en gedrag. Anderzijds raakt het geld op aan beleggingen. De financiële wereld voorspelt bijvoorbeeld een koersstijging van de dollar. Het aardige van koffiedrab komt in zo’n geval naar voren. Als je er lang genoeg in tuurt, zie je uiteindelijk wat je wilt zien. Niet de ellende van het ogenblik, maar de schone droom van de toekomst. Voor een superaanbieding loopt menigeen om, maar bij echte grote ‘interessante’ aankopen speelt de prijs een veel minder belangrijke rol. ‘Pennywise, pound foolish’, zeggen de Britten. »

»» Anke Zekveld | OP

»» 5


Als je praat over 4360 bedrijven in Aalsmeer, heb je het over tenminste 4360 managers. De manager, zo wil de folklore, is een man die niet veel slaapt, meer dan tien uur per dag werkt, en in zijn weinige vrije tijd weinig anders doet dan nog meer werken, bestuursfuncties vervullen bij de sportvereniging, bellen met collega’s en het bezoeken van zakelijke relaties. Als de manager ‘s avonds afgewerkt thuiskomt, heeft het gezin al gegeten en liggen de kinderen in bed. Ook, zo wil de folklore, onderhoudt hij met zijn vrouw een relatie zoals anderen die hebben met hun huishoudster. Het huwelijk loopt dan ook steevast op de klippen waarna de manager met zijn secretaresse trouwt. En daar tussendoor gaat als een vurige rode draad de stress van het altijd meer wensen en meer willen hebben. Een mooiere en snellere auto. Een groter huis. Een andere vriendin. Meer geld. Meer meubelen. Meer kleren. Meer reizen. Een jacht, een landgoed, status en geluk… Eerlijk is eerlijk, voor de Aalsmeerse manager is dit gelukkig een overtrokken beeld, maar soms toch dichter bij de werkelijkheid dan menigeen denkt.

En hoe zit het met de overige ruim 23.000 Aalsmeerders. Heb je te maken met een geldmonnik, een struisvogel, een oppotter of een planner? Inzicht in je financiële persoonlijkheid is de sleutel tot financieel succes. Dikke kans dat de financiële persoonlijkheid beïnvloed is door de waarde van huis uit. De grote meerderheid van de Aalsmeerders kan goed uit de weg met geld. Maar niet onderschat moet worden het grote aantal gezinnen met achterstanden in het betalen van gas, water en elektriciteit. Slechts een vijfde van de gezinnen met kinderen staat nooit rood. Het gemiddelde Aalsmeerse gezin staat, los van een eventuele hypotheek, bijna 2000 euro in het krijt bij de financierings- en creditcardmaatschappijen. Als je maar één ding voor ogen houdt: geld alleen maakt niet gelukkig. Je hebt ook obligaties, goud en onroerend goed nodig. Berry Philipa

»» 6


Anke Zekveld

»» 7


Polen in Aalsmeer

‘Polen drinken veel.’ ‘Polen maken vaak ruzie.’ ‘En ze komen met hun eigen auto’s.’

Zomaar drie meningen over Polen van doorsnee Aalsmeerders. Over het algemeen houdt de ‘kennis’ daar op, hoewel momenteel ongeveer één op de tien Aalsmeerders Pools is (2000 tot 2500 Polen op 26.000 Aalsmeerders). ‘Eén op de tien? Zóveel? Dat had ik niet gedacht.’ ‘Tja, van die andere 1900 heb ik verder geen last, hoor.’ ‘Ze werken toch ook hard?’ Een zaterdagochtend aan het eind van de winter. De zon schijnt. Ik rijd met een briefje vol Poolse adressen kriskras door Aalsmeer. Ik bel aan bij allerlei huizen. Deuren gaan open. Iedere keer hoor ik wasmachines en stofzuigers, emmers sop staan geduldig op de grond te wachten en een paar keer draagt degene die open doet een stapel vers gevouwen wasgoed.

Schoon, denk ik. Netjes. Zaterdag poetsdag. Soms krijg ik iets te horen dat klinkt als: ‘nje rozumietzj’. Dan worden alle huisgenoten erbij gehaald (ook met stofdoeken en sponzen in de hand) en eindigt het ermee dat iedereen verontschuldigend het internationale gebaar voor ik-begrijp-jeniet maakt. Dan lachen we ongemakkelijk naar elkaar, zwaai ik en ga ik verder.

‘Polen zijn gastvrije mensen.’ Andere keren word ik binnengelaten en krijg ik koffie, tijd, antwoorden en veel koekjes, hoewel ik duidelijk ongelegen kom. ‘Wij doen niet aan één koekje bij de koffie,’ lacht Katarzyna. Ze is 32 en woont samen met Andrzej (ook 32) op de begane grond van een eengezinswoning. ‘Polen zijn gastvrije mensen.’ Katarzyna en Andrzej zijn een paar jaar geleden naar Nederland gekomen omdat de levensstandaard in Polen heel slecht was. »» 8


E G oef TA rgh e POR B RE elijn t Ka »» Liesbeth Dingemans

‘Ik was ingenieur, maar hier ben ik gewoon een Poolse klusjesman. Andrzej werkte als ingenieur bij een bouwbedrijf. Hij verdiende daar driehonderd tot vierhonderd euro per maand mee. In Aalsmeer doet hij bouwklussen, en verdient hij het veelvoudige. Toch heeft Andrzej heimwee naar zijn oude baan. Ik was ingenieur, maar hier ben ik gewoon een Poolse klusjesman. Verder kijken mensen niet.’ Katarzyna en Andrzej hebben veel last van de financiële crisis. Andrzej zit al een paar weken werkloos thuis. ‘Wij worden het eerst aan de kant geschoven,’ zegt Andrzej gelaten. ‘Ja,’ zegt Magda (35), ‘ik krijg nu ook geen werk. Maar straks als het weer beter gaat, hebben losse krachten als wij de meeste kans. Ze willen geen mensen in vaste dienst. En ze willen goedkope mensen. Dat zijn wij.’

‘Maar voel je je dan niet gebruikt?’ vraag ik. ‘Ja,’ zegt Magda. ‘Ja,’ zegt Andrzej. ‘Ja,’ zegt Katarzyna. ‘Maar zo gaat het nu eenmaal.’ Magda, Katarzyna en Andrzej hebben het goed voor elkaar. Zij hebben redelijk wat ruimte in hun huizen. Ze delen het huis, maar hebben in ieder geval eigen kamers. Veel Polen huren een plaatsje in een stapelbed, voor een bedrag van tweehonderd euro per matras per maand. ‘Nederland is onzeker voor ons,’ zegt Magda. ‘Nooit zeker of je volgende week nog werk hebt, regels en papieren die je niet snapt, ver weg van de familie. En dan wonen velen van ons ook nog als dieren. Echt als dieren. Dat is allemaal spanning. En die spanning moet er op een gegeven moment gewoon uit, anders klap je uit elkaar.’ Dus drinken sommige Polen teveel, en wordt er soms ruzie gemaakt. Polen. Het zijn net mensen. »» 9


‘Geef maar aan mij’ Mooi niet!

Uitgefoeterd, uitgeperst en vermoeid kom ik thuis. ‘Hoe was het op je werk?’ wordt er aan me gevraagd. Ik grom iets in de trant van ‘mwah’ en plof neer op de bank. Zaterdag, 11 uur ’s avonds, ik kom net terug van de Albert Heijn. Terwijl de meeste mensen van mijn leeftijd zich nu klaar staan te maken om uit te gaan, ben ik net neergeploft op de bank. Maar ik weet dat dit beter is. Het geld dat sommige jongeren, om ’t maar even oud en wijs te laten klinken, uitgeven in een weekend, bewaar ik. Ik zou het ook niet voor elkaar krijgen, om dat beetje wat ik verdien vervolgens uit te geven aan drank. Nee, daar doe ik niet aan. Ik werk meer dan een gemiddeld persoon van mijn leeftijd, maar ik doe dan ook heel andere dingen met mijn geld.

Ik koop bijvoorbeeld een nieuwe basgitaar, een leuk pedaaltje voor mijn basgitaar en eens per jaar een Lowlandskaartje. Verder wordt er vrij weinig uitgegeven door mij. Mensen zeggen weleens voor de grap: ‘Geef het dan maar aan mij’. En hoewel je zou kunnen stellen dat ik werk om anderen gelukkig te maken (ik vul immers iedere dag dat ik werk de zuivel, en wie wordt daar nou niet blij van?) gaat mijn verdiende geld gewoon weggeven aan anderen me toch nét iets te ver. Nee, ik bewaar mijn geld voor bovengenoemde spullen. En eigenlijk weet ik toch allang wat ik met mijn geld van plan ben. Zodra ik de leeftijd van 18 jaar heb bereikt, ga ik leren autorijden. En ja, dat kost geld. Daar kom je niet onderuit. Dus ik schik me in mijn lot. Met als gevolg dat ik drie dagen in de week, ongeveer tien minuten voor vijf, weer netjes op mijn fiets stap, om pas ’s avonds thuis te komen, en weer neer te ploffen op de bank. Maar als ik dan denk aan hoe anderen hun geld massaal uitgeven aan drank en hoe die op hun achttiende terugdenken aan die tijd van ‘Goh, had ik nou maar wat gespaard’, dan kan ik dat werken wel handelen. Joost van Itterzon »» 10


N en s ar OLUM a C er M t Pe

Loos Als hij er staat, op zijn vaste plek bij de C1000 in de Ophelialaan, zeg ik altijd vriendelijk gedag. “Prettig weekeinde”, zegt hij dan meestal terug. Nog altijd weet ik niet of “insgelijks” daarop gepast is. Heb je in zijn branche een weekeinde? Heb je in zijn leven een prettig weekeinde? Nooit koop ik één van zijn kranten. Mijn bijdrage is een beetje menselijk contact, voor geld klopt hij maar aan bij de sociale dienst. Bovendien houdt het kopen van de krant een instantie in stand die streeft naar het verkopen van een krant die er in een beschaafde wereld niet zou moeten zijn. Maar ja, wat is een beschaafde wereld? Is dat die wereld waarin bankiers schathemeltje rijk worden van gebakken lucht? Die wereld waarin aandeelhouders per definitie belangrijker zijn dan werknemers? Moet ik, in een beschaafde wereld met mijn twee auto’s, Shell – geheel volgens het vrije marktprincipe gebruiksvriendelijk gevestigd aan twee kanten van de Burgemeester Kasteleinweg – aan ruim eenendertig miljard euro winst per jaar helpen? Waarom zou Shell overigens een ongezond bedrijf zijn met ‘slechts’ negen miljard euro winst? Hopla! Tweeëntwintig miljard euro voor de thuiszorg, om maar eens iets te opperen! Appels en peren! Ik hoor het de deskundigen al roepen. Maar als ik met mijn winkelwagen compleet volgeladen, langs de verkoper van de daklozenkrant, naar één van mijn auto’s loop voel ik me enigszins schuldig. Je zou denken dat er bij de grote multinationals en banken ergens iemand met hetzelfde gevoel moet zitten… Peter Maarsen

»» Anke Zekveld | Bloemen houden van mensen, mensen houden van geld

»» 11


Opa Tas. Als het aan mijn overgrootvader Jacob Tas (1881-1974) had gelegen, was er nooit een NAT verschenen met als thema ‘geld’. Dan was er simpelweg geen geld meer geweest. Dat zou zijn afgeschaft. Mijn overgrootvader was aanhanger van het gedachtegoed van Edward Bellamy, een Amerikaan die in 1887 een visionair boek schreef. Hij beschreef de wereld in het jaar 2000: een wereld zonder armoede, zonder ongelijkheid. Geen geld, geen handel, geen overproductie. “Ach, weer zo’n socialistische dromer”, hoor ik u denken.Maar Bellamy bedacht en passant en nog steeds in 1887 ook: de creditcard, de radio, de tv en de vuilverbrandingsinstallatie. Niet slecht voor een socialistische dromer, toch? Ook in Nederland had Bellamy veel aanhangers. Op het hoogtepunt had de Internationale Vereeniging Bellamy zelfs 30.000 leden, tot de Tweede Wereldoorlog ook deze droom deed sneuvelen.

“Ach, weer zo’n socialistische dromer”, hoor ik u denken. Maar dat wist ik destijds allemaal niet. Ik begreep dat Bellamy een wereld voorstond waar het geld was uitgebannen, een wereld gebaseerd op ruilhandel. Jij maakt voor mij een kastje, ik brei voor jou een trui. Dat leek me wel wat, hoewel ik zelf geen kastje zou kunnen timmeren, laat staan een trui breien.

Net als mijn overgrootvader en net als Bellamy ging ik wel erg uit van het goede van de mens. Maar dat is toch niet erg, dat zouden hoogstens méér mensen moeten doen. Stel dat het ooit was gelukt, met die ruilhandel. Hoe zou de wereld er dan uitzien? Zouden er dan nu mensen zijn die pakhuizen vol truien hebben, om te ruilen tegen kastjes? Misschien mensen die zouden zeggen dat ze een pakhuis vol truien hebben, terwijl het pakhuis in feite leeg blijkt. Hadden we dan nu een truiencrisis? Zouden we, zoals Bellamy voorspelde, werken tot ons 45ste om ons daarna te wijden aan ‘de hogere uitoefening van onze krachten, de geestelijke en verstandelijke genietingen en bezigheden van het leven’. Het is altijd afgedaan als naïeve praat, als socialistisch gebazel. Geld, handel en concurrentie zouden ons verder brengen. Ontegenzeggelijk waar. Maar ook die machine kan krakend en piepend tot stilstand komen. En dan blijkt dat we eigenlijk niet goed weten hoe het nu verder moet. Misschien is het tijd voor een herdruk van het boek van Bellamy. Tot het zover is ga ik me bekwamen in het timmeren van kastjes. Of ik ga een trui breien. Erik van Itterzon

»» 12


NieuwNAT: hoe het zo gekomen is een ingezonden brief naar een Half juni afgelopen jaar schreef ik s een wnat.nl/archief). Aanleiding wa ieu w.n ww e (zi ad sbl uw nie aal lok adering, waarin B&W probeerde erg dsv raa een op pel eks ste h isc absurdist voor om te draaien. Een hoofdrol was er de lokale cultuurclub KCA de nek papier gemeester Pieter Litjens, die ik op brave protesterende burgers en bur en… Ik dacht dat ik mijn best had nem zou zen gra te es ntj eve s een wel ar dat vond het blad niet. Redactie Ma en. kom te en ent um arg t me gedaan i, hoe jn ingezonden brief ongepast. Foe en, nota bene, directie vonden mi . uanceerd te attaqueren, klonk het durfde ik de burgemeester zo ongen Itterzon, Ton Of ferman en ik Korte tijd later later zaten Erik van lijk bij elkaar in de Zotte Wilg. Een met een biertje in de hand genoeg we natuurlijk hoogst belachelijk. ingezonden brief weigeren vonden s achter. Zou het blad misschien der an iets t vas s on s gen vol zat Er ertenties meer zou plaatsen? bang zijn dat de gemeente geen adv n… Wij zouden dat allemaal anders doe Kortom, NieuwNAT was geboren! nterviewd en hem meteen ook Voor dit nummer heb ik Litjens geï het land der levenden verkeert. maar ver teld waarom NAT weer in ‘niet meer adverteren’ veegde Onze suggestieve opmerking over ies meer na een ingezonden hij direct van tafel. Geen advertent gemeester? “Echt niet,” brief met kritische noten over de bur t had hij in zijn tijd als zegt Litjens. “Vergelden? Nee.” Da eens moeten proberen… stadsdeelwethouder in Amsterdam uliere contacten met de media Over stadsdeeladvertenties en reg aakt. “We werden door het Parool worden “zakelijke” afspraken gem gepakt. Het was dan ook wennen en AT5 bestuurlijk vaak hard aan rnalisten hier zijn te lief, veel te jou “De s. jen Lit us ald ” eer, lsm Aa in lief. Ik ben kritischer gewend.” lief. Laat ik het zo zeggen: ze zijn Wij slijpen onze messen. Han Carpay PS. Later komen we op dit ‘akkefi

etje’ terug.

»» 13


IE RV TE IN W

Burgemeester Pieter Litjens over geld

‘Nee zeggen zat niet in het systeem’ Han Carpay i.s.m. Erik van Itterzon

Of Pieter Litjens financiële onhebbelijkheden heeft? Dat hij geen leuk boek kan laten liggen of graag in dure auto’s rijdt. “Nee,” zegt de burgemeester. “Ik kan overal zo langslopen. Het enige is dat ik niet op het geld let. Ik ben me er weinig van bewust.” Wees gerust, lezer: hij heeft het over zijn privéuitgaven. En niet over de gemeentefinanciën, waarvan hij als gemeentebestuurder de eerste man is. Dat laatste is de reden bij hem aan te schuiven. Aalsmeer en Geld, hoe zit het daarmee? Maar eerst nog een duikje in de privésfeer. Steekt Litjens zijn geld in de lokale economie? “Mijn dagelijkse boodschappen doe ik binnen het dorp. Bij de supermarkt. Brood haal ik bij de bakker, wijn bij de slijter. Schoenen, daarvoor ga ik hier naar de schoenwinkel. Als ik een nieuwe auto nodig heb, koop ik die hier. En we gaan de Gamma leegkopen, want we hebben net de sleutel van ons nieuwe huis. Het is goed hier je gezicht te laten zien, je leert mensen kennen.” Hij biecht eerlijk op dat hij niet voor alles in Kudelstaart, waar hij woont, of Aalsmeer terecht kan. “Eens in de zoveel tijd koop ik een pak. In de uitverkoop.” Daar heeft hij zo zijn adresjes voor. Een pak moet er wel een beetje strak uitzien, redeneert hij. Niet zomaar iets. “Daar ben ik te ijdel voor.”

»» 14


Rijke gemeente Is Aalsmeer een rijk dorp? “Ik denk het wel,” zegt Litjens. “Maar niet zo rijk als Vinkeveen of Loosdrecht. Er zijn hier een hoop mensen die een fortuin vergaard hebben in de handel, met name in de bloemen. Ze zitten in bedrijven die het al lang goed doen.” De gemeente zelf is rijk, erkent hij. “We hebben een hoop inkomsten. Maar,” voegt hij er onmiddellijk aan toe, “we hebben ook een heel hoog uitgavenpatroon.” De recessie gaat niet aan Aalsmeer voorbij. “We willen op de begroting structureel vier ton overhouden, maar door de kredietcrisis krijgen we het enorm voor de kiezen. Drie ton gaat er structureel af. Maar daar heeft iedere gemeente last van. Wij kunnen interen, door een gezond financieel beleid in het verleden.” De gemeente bezuinigt al jaren, maar loopt voortdurend tegen een eigen zwakte op. “De wensen zijn altijd groter. We zijn altijd slecht geweest in nee verkopen. Verenigingen, groepen, deelbelangen die met wensen kwamen – alles moest kunnen. Nee zeggen zat niet in het systeem. Als ze iets niet zelf konden financieren, probeerden ze het via de politiek. Dat heeft overigens hele goeie dingen opgeleverd.”

Knap lastig voor verenigingen Litjens verwacht dat het door de recessie voor lokale verenigingen “knap lastig” zal worden rond te komen. “Het bedrijfsleven gaat afhaken. Er gaan problemen komen, al hoop ik dat het tijdelijk is. Er zal vaker naar de overheid worden gekeken.” Zijn principe: als vereniging houd je je eigen broek op en de gemeente kijkt vanaf de zijlijn toe – belangstellend. “Hoe meer ze zelf doen, hoe beter het is. Maar als het echt niet gaat, dan zullen we er serieus naar kijken. Want verenigingen en clubs betekenen veel voor de samenleving hier. Als je er dan iets extra’s voor uittrekt, valt dat uit te leggen.” Wanneer hij vandaag opeens vijf ton krijgt die hij geheel naar eigen believen in Aalsmeer mag uitgeven, weet hij het wel. “Ik zou het opzij willen zetten voor verenigingen. Dan hebben we wat achter de hand.”

Niks prestigieuze projecten Wie beweert dat de gemeente met prestigieuze projecten geld over de balk smijt, is bij Litjens aan het verkeerde adres. Neem het project Praamplein. Hij typeert het als “de zelfkastijding van de gemeenteraad”. “Er zijn steeds wonden opengetrokken en het is vervelend gegaan. Dat is zo, het ís niet anders. Het is ook altijd zuur dat er veel geld onder de grond zit waar je niks van ziet. Als het Praamplein over een jaar klaar is, ziet het er een stuk beter uit. Dat mag ook wel voor dat geld. Maar het is geen megalomaan project.” Over het Surfeiland kan hij kort

zijn. “Zoveel geld gaat daar niet inzitten. Het ziet er nu desolaat en triest uit, maar over een paar jaar is dat anders. Als het goed is, wordt het mooi.” De toekomst van de TV-studio’s van TV-producent Endemol, die Aalsmeer verlaat, zit hem niet lekker. “Daar heb ik zorgen over.” Bij het aanstippen van projecten en ontwikkelingen noemt Litjens zelf het Proefstation. “Dat had naar de gemeente gemoeten. Ik vraag me af of de raad er een goed beeld bij heeft. Het is een moeilijk gebouw. We kunnen er geen woningen bouwen. De mogelijkheden voor ontwikkelingen zijn beperkt. En er is nou ook weer niet zoveel geld dat we overal sociaal-maatschappelijke voorzieningen kunnen ontwikkelen. Een groot sportcomplex? Dat moet wel betaald worden!” Volgens hem ligt er een schone taak voor conceptontwikkelaars.

Niet gedreven door geld Verlaat Litjens als burgemeester Aalsmeer zodra de grote stad lonkt en met geld wappert? “Mijn ambitie wordt niet door geld gedreven. Het is de bestuurlijke uitdaging die me drijft. Dan is het leuker in Aalsmeer dan in het achterland. Dit is een drukke regio, met veel ontwikkelingen en problemen. De positie van Aalsmeer in de regio is klein. Het is leuk om met die positie aan de slag te gaan,” zegt hij. “Als het om de verdiensten gaat, was ik wat anders gaan doen. Ik verdien bruto 7000 euro in de maand. Dat is een hoop geld en ik mag dan ook niet klagen. Maar als je rijk wil worden, word je geen burgemeester.”

»» 15


‘Geld speelT geen rol’ zo sprak Heer Bommel menigmaal vanuit zijn luie stoel en zo hoort het ook, bij een heer van stand. Maar voor een gewone sterveling ligt dat vaak toch iets anders. Geld is vaak wel degelijk van belang, vooral makkelijk om boodschappen mee te doen, zoals mijn goede vader zei. Het is dus meer de vraag naar de rol die je geld in je leven wilt laten spelen. Wat mij betreft geldt daarbij dat het de kunst is om die rol zelf te regisseren, niet je leven door geld te laten regisseren. Het is een zegen als je in staat bent om binnen de mogelijkheden van je eigen financiële kaders, die voor iedereen anders en niet te vergelijken zijn, je waarden en normen, je dromen en idealen tot leven weet te brengen. En dat je niet vervalt in het opzij zetten daarvan om het oprekken van die financiële kaders tot doel te verheffen. De kunst van het omdraaien van de rollen: geld niet als randvoorwaarde maar als gegeven. Gelukkig ken ik veel mensen die het misschien helemaal niet breed hebben (wat is breed?) maar die daar met een redelijk gemak mee omgaan en het geluk in vele andere dingen zoeken en vinden. Maar andersom ook mensen waar het met bakken tegelijk binnenkomt en die erg tobben met het bijhouden van de nieuwste trends en must haves, in navolging van de glossy’s, de buren, vrienden of familie. In die zin maakt geld niet per definitie gelukkig. Het houdt het ons eerder gevangen als motor in het verstikkende model van noodzaak tot groei, méér consumptie, méér inkomen, méér koopkracht,

méér bezit, méér verspilling. Wat dat betreft maken we bizarre tijden mee, die zogeheten recessie laat al het redelijk denken verdampen. We moeten toch vooral onze op zich nog goede spullen maar weggooien en nieuwe kopen. Iets laten repareren is slecht voor deze economie, zag ik tot mijn ontzetting in het nieuws. De volgens mij gezonde terughoudendheid om meer nieuwe auto’s te kopen wordt (toch wel zo’n beetje) gezien als het summum van het kwaad in deze economie. Een paar procent terug in inkomen en de wereld stort in, terug naar het niveau van 1996. Alsof we toen in hongersnood leefden? Als al deze dingen zo slecht zijn voor deze economie, wanneer zouden we dan de conclusie eens gaan trekken dat deze economie uiteindelijk wel eens slecht voor ons zou kunnen zijn. Wanneer gaan we nu eens inzien dat het misschien wel andersom is? Dat halen, hebben en houden een ander leven is dan een verantwoord samenleven met hart, hoofd en handen, waarin delen op de voorgrond staat. Nee, ik snap best dat er wat aan de hand is, maar zijn we in een crisis? Crisis, what crisis? Dan moet ik toch denken aan onze vrienden in Zimbabwe. Die hebben een redelijk gezond land zien ineenstorten door machtswellust en corruptie. Een land waar meer dan 80% werkloosheid heerst, waar spaargeld niet meer bestaat, waar het inkomen tot nul gedaald is en de inflatie nu boven de 1 miljoen % is alsof iemand nog weet waar dat over gaat. En geloof het of niet, een land waar de belangrijkste reden dat die inflatie nu lijkt te stoppen is omdat er gewoonweg geen papier meer is om geld op de drukken en geen metaal meer is om munten van te slaan! Dan zit je pas in een crisis! Leo Bakker

»» 16


AALSMEERS FORTUIN Een ervaring van overdaad en rijkdom, Als ik vaar in de glinster en pracht. Glanzende golven, sieraden, als maan, Schittert over de Westeinder bij nacht. Ik baad me in luxe en welvaart, Als natuur mij omringt en vergezelt. Zwemmend in Oosteinder Poeltje of Oosterbad, Hul ik mij in overvloed, briljant en welgesteld. Wandelend langs Hoge Dijk, Jac Takkade, Of nabij gelegen Amsterdamse Bos, Loopt als op rozen in weelde, Maakt fortuinlijk een miljonair in mij los. Zelfs in al deze crises van krediet, Ben ik puissant rijk, gefortuneerd heet dit, Om te kunnen en mogen leven in Aalsmeer, Zelfs zonder pecunia, geld of bezit.

Marcel Harting

»» Anke Zekveld | Schijn van luxe

»» 17


Geld doet wonderen Mijn opa had samen met zijn broer een kwekerij op de Uiterweg. Zij teelden seringen en chrysanten. Hij had 3 zoons en 3 dochters. De kwekerij werd te klein voor al deze monden. Opa en zijn broer verdeelden de bezittingen gebroederlijk en opa begon een kwekerij aan de Veldweg in Rijsenhout, de tegenwoordige Grote Poellaan. Het is voormalig Aalsmeers gebied, verzwolgen door het Haarlemmermeer. De bovenlaag is nog veenachtig, seringen worden er niet zo lang als op het bovenland, maar zetten wel meer bloem.

Voor de duizend Rijnlandse roeden grond (14.500 m2) betaalde hij 3000 gulden Opa nam oude trekkasjes mee van de Uiterweg, met glas en al, en bouwde ze eigenhandig weer op. Achter aan de kwekerij, waar het land veel zwaarder was, liet hij van grenenhout 1.200 m2 een rozen/anjerkas bouwen voor nog geen 3000 gulden. Voor de duizend Rijnlandse roeden grond (14.500 m2) betaalde hij 3000 gulden en voor het stenen huis van zeven bij zeven meter 2600 gulden, inclusief het loon van de opzichter uit Amsterdam (10 gulden). Het benodigde krediet kwam van familie. De gemeente verordende een uitrit naar de Ringvaartdijk en de boer, van wie mijn

opa honderd Rijnlandse roeden grond moest kopen, vroeg 2500 gulden. Maar dat geld was er niet. Grote paniek. Oma had gelukkig in het diepste geheim gespaard en zo kwam de uitrit er toch. Leges voor het brugje over de Veldwegsloot kostte een kwartje per jaar, en voor de steiger aan het kanaal (Ringvaart) twee kwartjes, dit inclusief 42 m2 laad- en losruimte op de dijk. De aktes heb ik nog altijd, evenals een ingebruiknemingvergunning voor het huis. In 1925 poseerde de familie trots voor het nieuwe huis. De bloemen die opa samen met zijn gezin teelde, verkocht hij aan het Singel in Amsterdam. Om 9 uur ’s morgens kwam de sleepboot ‘De Volharding’, die je bootje voor een luttel bedrag naar het Singel heen en weer terug sleepte. Boter bij de vis, het geld ging in het geldkistje. Alles handje contantje, geen bankrekening kwam er aan te pas. Veel kwekers genoten leverancierskrediet van de bakker, slager en/of kruidenier. Met de seringenoogst werd dat weer afgelost, als het allemaal lukte tenminste. Opa was zuinig en had goedkoop personeel. Zijn zoons waren in 1925 tussen de twaalf en zestien jaar. Ze verdienden naast kost en inwoning, kleding en een pakje shag, een gulden per week. De jongste dochters moesten na schooltijd wieden. Als de lagere school was doorlopen, kregen ze een dienstje bij een boer voor 2,50 gulden per week en konden ze daar hun uitzet mee opsparen. In 1948 overleed opa aan de gevolgen van een beklemde breuk. De drie zoons namen de kwekerij over, de drie dochters kregen 800 gulden ieder. Inmiddels werd er geveild, er was een bankrekening en het areaal glas was verdubbeld met de financiële hulp van een suikertante.

»» 18


In 1975 kochten mijn vrouw en ik de duizend Rijnlandse roeden met opstanden, woonhuis en noodwoning voor 175.000 gulden. Later de honderd Rijnlandse roeden er tegenover, met uitrit, voor 30.000 gulden. Dit stukje land ligt op de ondergrond van de laatste dijk die Aalsmeer (de Rijzen) moest beschermen tegen het Haarlemmermeer. Mijn vader was ook kweker, net als mijn negen ooms. Als tienjarige verdiende ik met werken op zijn kwekerij een kwartje per uur. Met veertien jaar al twee kwartjes. Met bieten dunnen verdiende je het dubbele. Pa zei vaak, alhoewel geld bij hem een middel was – hij was als socialist vaak maatschappelijk in de weer: “Geld doet wonderen, maar als je het niet hebt, is het donderen.” In Amerika gebeurden er de laatste jaren wonderen. Mensen kregen een hypotheek aangesmeerd, van wel twintigmaal hun jaarinkomen, soms zelfs als ze werkloos waren. Bankieren zonder gezond verstand en moraal. Alleen de insiders wisten waar het om ging: een piramidespel. De toezichthouders deden wat toezichthouders meest doen, ze dronken een glas, ze deden een plas en lieten het zoals het was, ondanks de waarschuwingen. Het werd donderen. De verzekeringskamer heeft me een keer in mijn hemd gezet en, met mij, 13.000 anderen. Maar ze zijn onaantastbaar. Mijn spaargeld staat derhalve bij de veiling. Gaan we terug naar de Gouden Standaard? U kunt terecht bij Willem Middelkoop. De beste plek om goud te bewaren is in de buik van een jaarrond brandende (kwekers)ketel. Met alarm natuurlijk. Terug naar het geldkistje ga ik (voorlopig) nog niet. Frits Rozenberg »» Anke Zekveld | Bloed, zweet en tranen - trots

»» 19


»» Nawal

»» Romy

»» Natascha

»» Belanna

»» 20


De binnenring van Holland Denkend aan Holland zie ik waardepapieren snel door begerige vingers gaan, rijen op koopwaar geile batavieren als zedenprekers op de kansel staan; en in de geweldige bankcatacomben de tankerdollar en de krugerrand, biljetten aan toonder, bigotte mores, Menten, Verolme, in een groot verband. De lucht hangt er laag en de geest wordt er langzaam in parlementarische dampen gesmoord, en op alle terreinen is de stem van de koopman met zijn ethische krampen het meest aan het woord.

Gerrit Komrij – uit: Onherstelbaar verbeterd. Uitgeverij C.J. Aarts – Amsterdam, 1982. U had het al begrepen, de redactie van NAT is niet van de straat. We slaan zelfs wel eens een bundeltje poëzie open, om dan deze parel weer te vinden. In deze bundel staan klanknabootsende versies van beroemde Nederlandse gedichten. Bovenstaand gedicht is de onherstelbaar verbeterde versie van “Herinnering aan Holland” van H. Marsman. Als u denkt een mooier gedicht te weten dat aansluit bij het thema van deze NAT, schroom niet en stuur het ons. Ook als u denkt: “Leuk geprobeerd Komrij, maar dan kan ik beter!” laat het ons vooral weten. Bestook ons met uw verzen, al dan niet van eigen hand. Laat de poëzie bloeien…

»» 21


ZOMER 21 juni 2009

Aa lsm eer en Recrea tie

»» 22

NieuwNAT III  

Ik noem het een kwaliteitsblad, een status die we graag willen bereiken. Maar ja, over die kwaliteit kunt u zelf het beste oordelen. Laat on...

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you