Page 1

Natuurbeschermingsvereniging

ALTENATUUR

't ALTENATUURTJE

91


’t Altenatuurtje 32e jaargang nr. 1, oktober 2012. Uitgave van natuurbeschermingsvereniging Altenatuur. Opgericht 5-11-1980, ingeschreven 15-10-1981. BESTUUR: voorzitter: J. (Jaap) van Diggelen, secretaris: J.H. (Johan) Koekkoek, penningmeester: H. (Henk) Kraaij, leden: H. (Herman) van Krieken P. (Pia) Stierman J. (Jeanette) Pollema L. (Len) Bruining R. (Ron) Brouwer

Sportlaan 24,

4286 ET Almkerk.

0183-402034

Emmikhovenseweg 6a,

4286 LH Almkerk.

0183-402231

Uitwijksestraat 4,

4288 JB Uitwijk.

0183-441360

HilIsestraat 35, Bruigomstraat 12, Dr. van Vuurestraat 76, Van Gendtstraat 14, Jacoba van Beierenstraat 4,

4269 VH Bab. broek. 4251 EP Werkendam. 4271 XH Dussen. 4271 AM Dussen. 4285 BP Woudrichem.

0416-355155 0183-505341 0416-391654 0416-392373 06-30376571

INTERNET: www.altenatuur.nl REDACTIE: P. (Pia) Stierman Bruigomstraat 12, 4251 EP Werkendam. 0183-505341 tevens redactie adres VORMGEVING EN ILLUSTRATIES: J.A.P. (Jan) van Haaften Eikenlaan 5, 4254 AR Sleeuwijk. 0183-302544 CONTACTADRESSEN: Vogelwerkgroep: A. (Arie) van den Herik Oudendijk 33a, 4285 WH Woudrichem. 0183-304193 Beheerscommissie Natuurgebieden: P. (Pia) Stierman Bruigomstraat 12, 4251 EP Werkendam. 0183-505341 LIDMAATSCHAP: jeugdlid 5,-- per jaar, gezinslidmaatschap 20,- per jaar, lid 12,50 per jaar Girorekening nr. 2593026 of Bankrekening nr. 301524319 Rabobank Almkerk t.n.v. penn. Altenatuur. Aanmeldingen, adreswijzigingen en opzeggingen opsturen naar de ledenadministratie. Beëindiging van het lidmaatschap schriftelijk vóór 1 december van het lopende jaar. Ledenadministratie Altenatuur, Dr. van Vuurestraat 76, 4271 XH Dussen. OMSLAG: Foto verenigingsgebouw ‘Fort Giessen’ door M. Bout. Omslagontwerp door J.A.P. van Haaften. Altenatuur heeft sinds 1-1-2011 de ANBI-status Het dossiernummer is: 77688 en het fiscaal nummer: 810362454.


kastanje

mist regen

modder windvlaag

suikerbieten

bruin

spreeuwenwolk

paddenstoel

bladeren

haardvuur paraplu

kastanje oranje wintertarwe egel regenpak eikels windvlaag warme chocolademelk regenpak bruin wintertarwe

herfst oogsten

haardvuur suikerbieten paraplu bladeren kastanje

oranje

regen

mist

eikeltjes

modder paddenstoel

kachel


Redactioneel

Redactieadres: Pia Stierman Bruigomstraat 12, 4251 EP Werkendam. E-Mail: fam.stierman@gmail.com

2


Teruggekomen van onze vakantie checkte ik onze computer of er al kopij binnen was, 1 september was de deadline. Deze keer was het een bui die druppelsgewijs ging groeien. De ene schrijver heeft vaak al van tevoren de artikelen klaar liggen. Bij de andere zit het in het hoofd en moet enigszins onder druk staan en dan rolt het eruit en vraagt dan: “Is er nog tijd en heb je nog plaats voor nog een artikel?” Soms moet er nog even worden gewacht omdat er nog een belangrijke bespreking op de rol staat wat ook bij de leden bekend moet worden. Niet alleen het schrijven vergt tijd maar er zijn ook nog vaak tussentijds veel activiteiten die de aandacht vragen.

Dit Altenatuurtje is uiteindelijk een “flinke bui” met veel informatie geworden, een zodanige bui waarnaar iedereen snakt na een lange droge periode. Het komende winterseizoen moet er weer veel gedaan worden. Vindt u het leuk om eens mee te doen, dan bent u van harte welkom. Iedereen bedankt voor haar of zijn bijdrage aan dit Altenatuurtje nr. 91. Het volgende nummer staat gepland voor januari 2013 daarom zou ik graag de kopij voor 1 december a.s. willen ontvangen. Pia Stierman.

3


4

Van de voorzitter

Dagvlinders en libellen van het Pompveld

Jaap van Diggelen

Ernst-Jan van Haaften

6

12

Stand van zaken Duurzame Energie

Ganzen

Johan Koekkoek

Herman van Krieken

33

49


In dit nummer ............................ oktober 2012

91 • Van de voorzitter

6

• Dagvlinders en libellen van het Pompveld

12

• Vervolg nieuwe Natuurwet

16

• Milieu en Natuur of is het Natuur en Milieu

18

• Stabilisatie van weidevogels in het Land van Heusden en Altena

22

• Voor jou! (jeugdrubriek over de Kleine vos)

25

• De middenpagina's met: → op pag. 1 en 2 Programma najaar 2012 → op pag. 3 Akte gewijzigde statuten gepasseerd bij De Rivieren notarissen Oproep Rabobankleden stemmen op GPS-project weidevogels Oproep emailadressen door aan de ledenadministratie → op pag. 4 Werkochtenden beheercommissie winterseizoen 2012 - 2013

• Stand van Zaken Duurzame Energie

33

• Om over na te denken

36

• Groene Energie

38

• Perdix perdix

40

• Buitenlandse ontmoetingen

44

• Bijen en neonicotoiden

46

• Ganzen

49

• Waarnemingen van april t/m augustus

52

• Natuur heeft een rafelrand

55

5


Van de voorzitter Jaap van Diggelen

In het kader van de het thema van de Open Monumentendagen van dit jaar, Groen van Toen, hield ik onlangs een lezing waarin de historie van het landschap in onze streek centraal stond. De hand van de mens in ons landschap is onmiskenbaar: bijna alles wat voor ogen is in onze omgeving is door menselijk handelen ontstaan. Het oerlandschap dat tot stand kwam door geologische krachten (wind, zee, rivier, ijs), werd in de middeleeuwen stapje voor stapje door de mens ontgonnen en er ontstond een landschap van kaden en kavels, weteringen en sloten. De greep van de mens op alles werd door de eeuwen heen sterker en resulteerde in de tweede helft van de vorige eeuw in ons gebied in een tekentafellandschap, tot stand gekomen door middel van een mega-project, de ruilverkaveling. De natuur nog verder bedwongen, het landschap in geometrisch lijnen, ontdaan van slingers en bochten, hoogten en laagten; weg fijnmazig patroon van sloten en greppels. In de pauze van de lezing wees Kees Wink mij erop dat voor de mensen in polder Den Duyl de ontsluiting van hun omgeving door de ruilverkaveling, bereikbaarheid en droge voeten in de winter betekenden. Daarnaast gaven ontwatering, kavelvergroting en concentratie van kavels rond de bedrijven een enorme verbetering voor de

6

Den Duyl


landbouw. Zet de ruilverkaveling dus niet alleen negatief neer, was zijn boodschap. Terecht, want uiteraard heeft ieder nadeel zijn voordeel, maar misschien ook iedere zegen zijn vloek. De balans zou verder doorgeslagen zijn in de richting van ‘zegen’ als er iets meer rekening was gehouden met het bestaande landschap: waarom moesten alle kaden sneuvelen, waarom alle ‘oud groen’ in de landerijen weg en kwam er alleen ‘nieuw groen’ langs de wegen? Ik sloot mijn presentatie af met een plaatje van een rivierrombout die zich op een zandstrandje uit zijn larvenhuid omhoogwurmt, als de mythische vogel feniks (phoenix) die uit de as verrijst (pag.4). Voor mij symbool voor de manier waarop ons landschap de afgelopen jaren gelukkig weer meer en meer opgroent door aanleg van ecologische verbindingszones langs de oersaaie afwateringskanalen en door allerlei aanplant in het landbouwgebied. Ruimte voor natuur! Het hoge waterpeil, de kilometers kade en de talloze knotwilgen komen nooit terug maar de nieuwe inrichting geeft hoop. Tel uw zegeningen, zeggen we dan. Laten we eens kijken naar twee voorbeelden daarvan die ik onlangs meemaakte.

Excursie Wijkerzand De Agrarische Natuurvereniging (ANV) hield op vrijdag 7 september een avondexcursie in de uiterwaard bij Wijk en Aalburg, beter bekend als de Wijkse Waard of het Wijkerzand. Doel hiervan was stil te staan bij wat er in de afgelopen jaren aan maatregelen is ingezet om natuur en landschap in deze uiterwaard te verbeteren. Het beheer van bestaande landschapselementen en

Het Wijkerzand

7


8

wandelpaden in de waard is ondergebracht bij het Groen Blauw stimuleringskader. De subsidies die via deze regeling worden ontvangen, dragen bij aan continuĂŻteit van beheer en verbetering van natuurwaarden. Daarnaast is er in 2012 een subsidiestroom op gang gekomen in het kader van Collectief Weidevogelbeheer. Het landgebruik wordt zo aangepast dat weide-vogels optimaal kansen krijgen om te broeden en jongen groot te brengen. Het gaat hierbij om later maaien, bemesting met ruige stalmest en het plas-dras zetten/ houden van de ijsbaan in het gebied. Als het weilandje van de ijsbaan na het schaatsseizoen in maart niet wordt drooggezet maar een klein laagje water houdt, biedt dit enorme voedselmogelijkheden voor steltlopers. Het opvetten van de vogels die net terug zijn uit hun overwinteringsgebieden is van groot belang om succesvol te kunnen broeden. Meeuwis Millenaar, Veld-coĂśrdinator GroenBlauw Stimuleringskader en tevens voor Weidevogelbeheer, heeft sterk geijverd om een zo volledig mogelijk pakket van maatregelen in het gebied door te voeren, en gelukkig niet zonder resultaat. Zo broedt in het gebied de grootste populatie tureluurs van Noord-Brabant (dit jaar 15 broed-gevallen) en komen er grutto, kievit, wulp en scholekster als broedvogel voor. Leden van de weidevogelwerkgroep van Altenatuur doen mee met het vaststellen van de broedgevallen. Daarnaast legt Rinus Punt al vele jaren trouw in het voorjaar zijn broedvlotjes voor de zwarte stern uit in de dode maasloop in de waard, het Maske. Jarenlang was dit de enige broedplaats in onze provincie van de Storren (zoals een oude streeknaam voor dit sterntje luidt, op de zandgronden heet ie Putspreeuw of Venkraai). Helaas kwamen de afgelopen 2 jaren wel sterns kijken in het voorjaar maar tot broeden kwamen ze niet. Altenatuurders houden samen met de beheerders van de waard, de zogeheten schaarmeesters, de vogelrijkdom van de waard in beeld. Het verhaal van het Wijkerzand is zo langzamerhand bekend: het is een gemeenschappelijke weidegrond (een meent) waar de inboorlingen van Wijk (allen die in Wijk zijn geboren en er een schoorsteen rokende hebben, er wonen dus) gezamenlijk eigenaar van zijn. Het gaat hier om circa 500 mensen die in principe schaargerechtigd zijn (vee


mogen laten grazen in het gebied). De praktijk is dat de inscharing dmv van pacht is geregeld en dat de belanghebbenden jaarlijks een zakje (traditie) geld ontvangen uit het totale batig saldo. Tot recent was het onmogelijk om voor deze unieke eigendomssituatie, het gaat hier niet om een vereniging of stichting maar om een zeer oude rechtsvorm, enig in zijn soort, om hiervoor een subsidiestroom in het kader van natuurbeheer te verwerven. Het is heel mooi dat dit nu gelukt is. Tenslotte moet de schoorsteen van de inboorlingen blijven roken, hoe symbolisch klein de revenuen jaarlijks ook zijn..... Het grote geld ligt immers op de loer, grootschalige recreatie, een golfbaan of iets dergelijks. In het verleden is er decennia lang klei gewonnen door baksteen-fabriek de Rijswaard, gelegen aan de overkant van de Afgedamde Maas in Aalst. Het natuurlijk reliëf van de waard is door afgraving van één tot enkele meters klei vernietigd, waardoor bijna alle percelen nu vlak en laag zijn. Een ontwikkeling die niet te keren was wegens langlopende concessies maar waar we als Altenatuurbestuur niet bij stonden te juichen. Laten dat nu juist de stukken zijn waar de tureluur nu broedt! Op een hooggelegen uiterwaard was de kans op deze weidevogel erg klein geweest. Ieder nadeel heeft...., afijn u begrijpt het. De geschiedenis van de mens met landschap en natuur (b)lijkt een intensieve wisselwerking van meer of minder grote toevalligheden. Al onze ingrepen of maatregelen zijn bedoeld (nu) of onbedoeld (vroeger), niets meer dan het scheppen van voorwaarden voor soorten om te leven. Het is mooi dat het huidige bestuur van het Wijkerzand (de schaarmeesters) gericht kiest voor maatregelen voor natuur en biodiversiteit en het grote geld verre houdt.

Opening bijenhotel In het vorige nummer van het Altenatuurtje schreef Johan Koekkoek al over de insectenwand op Fort Giessen. Altenatuur vraagt in het Jaar van de Bij 2012, door middel van het bouwen van het Bijenhotel, aan-dacht voor de wilde bijen en biedt hierdoor tevens nesthulp aan deze beestjes. Op zaterdag 8 september, Open monumentendag, is de insectenwand, ik noem het steeds een bijenhotel, geopend. Ik hield een kort praatje ter inleiding waarna de vier bouwers, Johan Koekkoek,

9


10

Pia Stierman, John Kollen en Cees van Maastricht een ludieke openingshandeling verrichtten: zij prikten 4 grote papieren bijen vast in de wand in de grootste openingen die waren uitgespaard. Eigenlijk was de wand al geopend door de wilde bijen zelf door enkele gangetjes te vullen met broed en zorgvuldig weer af te sluiten. De natuur houdt zich nu eenmaal nooit aan onze grenzen, of het nu land-, tijds- of soortgrenzen zijn. Nog even in het kort wat informatie. We kennen maar liefst 355 soorten wilde bijen, waarvan veruit de meeste soorten solitair leven. Solitair wil zeggen dat vrouwtjes van deze soorten na paring in hun eentje opereren bij het eitjes leggen en zorgen voor voldoende voedsel voor het broedsel. De overige soorten leven in kleine of grotere aantallen bijeen in boomholtes of kuiltjes in de grond, de zogeheten sociale bijen. Tot deze groep behoren de hommels maar ook de honingbij, Apis mellifera, die in kasten of korven wordt gehouden waarin wel 10-duizenden exemplaren kunnen leven. Meer dan de helft van de wilde bijensoorten in Nederland is bedreigd in hun voortbestaan. Het gaat slecht met veel bijensoorten door gebrek aan voedsel (bloeiende planten, veel soorten halen alleen voedsel, stuifmeel en nectar, op 1 plantensoort), gebrek aan nestgelegenheid en gebruik van pesticiden. Bijen kun je dus helpen door een bloemrijke omgeving te maken, bijvoorbeeld in je tuin maar uiteraard ook in bermen en ander openbaar groen. Daarnaast door terugdringing van het gebruik van insecticiden: met de plaagdieren worden ook nuttige insecten zoals bijen gedood. Johan en Herman schreven al over de neonicotinoiden, wondermiddelen die de afgelopen decennia enorm in omzet zijn gestegen omdat ze zeer effectief helpen en in uiterst kleine hoeveelheden al dodelijk zijn. In Frankrijk hebben imkers het voor elkaar gekregen om deze middelen uit te bannen. In ons land loopt de discussie nog. Tenslotte kun je solitaire bijen helpen door nestgelegenheid te bieden: houtblokken met daarin geboorde gangen, bundels riet- en plantenstengels, gangen in stenen. De diversiteit van soorten is groot, evenals de wijze waarop ze gebruik maken van nesthulp. Het gaat om soorten/groepen als behangersbijen, metselbijen,


klokjesbijen, tronkenbij, wormkruidbij, wolbijen, maskerbijen en koekoeksbijen. Ongeveer 10 - 20 % van de bijensoorten is geholpen met bovengrondse nesthulp zoals een bijenhotel. Veel van de overige soorten nestelen in de grond. Het belang van wilde bijen voor bestuiving van een groot aantal klein- en grootfruitsoorten is duidelijk: zonder bestuiving geen vruchten. Naast de honingbij spelen ook tientallen andere soorten wilde bijen hierbij een rol. Het bijenhotel op Fort Giessen is bedoeld om de wilde bijen overlevingskansen te bieden. Opnieuw: voorwaarden scheppen om biodiversiteit te vergroten. Bij de insectenwand zal ook de rijkdom aan bloeiende planten worden vergroot: voedsel als voorwaarde voor voorkomen. Daarnaast heeft het bijenhotel educatieve waarde. In het voorjaar is het op zonnige dagen één groot gegons van kleine wilde bijtjes voor zo’n insectenwand. Voor mensen met angst voor bijen wordt de drempel een stuk lager, als ze deze nijvere diertjes in en uit hun holletjes in de wand zien vliegen en kruipen. Het hotel op Fort Giessen is gevuld met nestmateriaal met hulp van zo’n 200 brugklassers van het Altena College, als onderdeel van lesdagen Forteducatie in april 2012 (zie foto's middenpagina vorige nummer). Leerlingen hebben hierbij geleerd hoe levenscyclus en broedbiologie van deze beestjes in elkaar zitten en oog gekregen voor het belang van bijen in natuur en landbouw.

Rest nog te noemen dat naast de grote inzet van de eerder genoemde vier vrijwilligers van Altenatuur en de Archeologische vereniging en die van vele leerlingen, de wand financieel mogelijk is gemaakt door een gift van de Nationale Postcode loterij. Veel leesplezier met ons altijd weer gevarieerd gevulde blad en graag tot ziens op één van de geplande activiteiten. Met vriendelijke groet, Jaap van Diggelen

11


De dagvlinders en libellen van het Pompveld Ernst-Jan van Haaften

Inleiding Vanaf 2002 heb ik jaarlijks enkele keren het Pompveld bezocht om dagvlinders en libellen te inventariseren. In de meeste jaren bleef het bij 1 of 2 bezoeken, maar enkele jaren lukte het ook om vaker te gaan kijken. Zeker na een periode van 10 jaar is het mogelijk om een goed beeld te schetsen van de dagvlinder- en libellenfauna en in te gaan op enkele opvallende ontwikkelingen. Wat heeft het Pompveld te bieden aan vlinders en libellen?

12

De afwisseling van natte graslanden, loofbos en wilgengriend maakt het Pompveld een interessant gebied voor insecten. Voor vlinders is het gunstig dat door het vele bos de open delen goed beschut liggen en snel opwarmen. De variatie aan biotopen zorgt ook voor een goed aanbod van nectar- en waardplanten. Libellen profiteren natuurlijk ook van de beschutting, maar zijn daarbij vooral ook afhankelijk van de vele sloten; het leefgebied van de larven. Hoewel minder opvallend is ook daarin veel


variatie: diep of ondiep, smal of breed, veel of weinig waterplanten en beschaduwt of in de zon gelegen. De dagvlinders In de periode van 2002 tot en met 2011 zijn in totaal 20 dagvlindersoorten waargenomen. Hieronder bevinden zich in de eerste plaats alle algemene soorten die ook in vrijwel elke tuin wel te vinden zijn zoals klein koolwitje, groot koolwitje, klein geaderd witje, dagpauwoog, gehakkelde aurelia, kleine vos, atalanta en distelvlinder. Hoewel de indruk bestaat dat het landkaartje de laatste jaren wat minder wordt gezien, is deze ook de laatste jaren nog steeds aangetroffen in het Pompveld. Van de typische graslandvlinders zijn argusvlinder, icarusblauwtje, zwartsprietdikkopje en oranje zandoogje verspreid door het hele gebied te vinden. De kleine vuurvlinder komt duidelijk minder talrijk voor en beperkt zich vooral tot de bermen van de wat drogere paden en kades. Eenmaal, in 2009, is het vrij zeldzame bruin blauwtje waargenomen. Ook enkele soorten met een voorkeur voor bos of bosranden zijn te vinden. Het bont zandoogje, dat in de hele regio toeneemt, is in het Pompveld overal wel te vinden. Het boomblauwtje echter wordt slechts weinig

waargenomen. De citroenvlinder is alleen gezien in de 2003 en 2004. Ging het toen om toevallige zwervers, of is de soort sindsdien verdwenen? Natuurlijk kan het ook zijn dat de soort nog altijd aanwezig is, maar niet is opgemerkt. Wie het

Groot dikkopje

weet mag het zeggen‌ De meest aansprekende soort van het Pompveld is waarschijnlijk toch het oranjetipje, kenmerkend voor natte graslanden met pinksterbloem en bossen met look-zonder-look. De meest bijzondere soort is echter het groot dikkopje. Tijdens een Altenatuur-plantenexcursie in 2003 vonden de deelnemers enkele vlinders nabij de eendenkooi. In de latere jaren is gebleken dat de soort verspreid door het hele gebied in behoorlijke aantallen aanwezig is. Dat is maar goed ook, want op geen enkele andere plek in Heusden en Altena is ze verder te vinden!

13


De libellen In dezelfde periode zijn 26 libellensoorten waargenomen. Om deze ook allemaal te noemen volgt eerst een opsomming van de (zeer) algemene soorten, zoals lantaarntje, azuurwaterjuffer, variabele waterjuffer, watersnuffel, houtpantserjuffer, grote roodoogjuffer, kleine roodoogjuffer, bloedrode heidelibel, steenrode heidelibel, bruinrode heidelibel, gewone oeverlibel, platbuik, grote keizerlibel, blauwe glazenmaker en paardenbijter. Deze soorten zijn bijna elk jaar gezien, en kunnen ook buiten het Pompveld op

14

Bruine glazenmaker

veel plekken worden gevonden. Ook viervlek, vuurjuffer en bruine glazenmaker zijn elders in de regio niet zeldzaam. Bijzonder is echter dat deze in het Pompveld elk jaar in zeer grote aantallen vliegen. Zeker bij de bruine glazenmaker valt dat op; tijdens een inventarisatieronde in de zomer van 2011 werden circa 200 exemplaren waargenomen, terwijl buiten het gebied zelden meer dan enkele dieren tegelijk worden gezien! Een aantal soorten is slechts in één of enkele jaren gevonden. Verschillende vuurlibellen zijn zowel in 2004 als in 2006 gezien bij de twee poelen aan de westkant van het gebied. In 2003 waren twee gewone pantserjuffers eieren aan het afzetten in een krabbenscheersloot, maar waarnemingen in latere jaren ontbreken. In 2005 werden twee opvallende ‘zwervers’ gezien: een geelvlekheidelibel en een zwarte heidelibel. Verder is bijzonder dat in maar liefst drie jaren, 2003, 2006 en 2011, een weidebeekjuffer is gezien. Ook dat zullen zonder twijfel zwervers zijn geweest. Belangrijk is natuurlijk vooral hoe het gaat met de kenmerkende soorten. In het Pompveld komen momenteel drie soorten voor die echt kenmerkend zijn voor matig voedselrijke tot voedselrijke (polder)


wateren. Hierin is een mooie ontwikkeling waar te nemen. De glassnijder is vanaf 2002 vrijwel jaarlijks gezien, steeds in flinke aantallen. In 2006 werden vervolgens voor het eerst enkele vroege glazenmakers waargenomen. Daarna heeft de soort zich goed gevestigd en in de laatste jaren is deze door het hele gebied zeer algemeen geworden. Vanaf 2009 is dit ook te zien bij de smaragdlibel. In 2009 vlogen voor het eerst enkele exemplaren rond en in 2011 konden al meer dan 100 exemplaren worden geteld!

Tot besluit Het Pompveld vormt het leefgebied voor een groot aantal dagvlinderen libellensoorten. Een deel daarvan komt binnen het Land van Heusden en Altena alleen of bijna alleen binnen dit gebied voor. Voor veel soorten geldt dat de waargenomen aantallen zeer groot zijn ten opzichte van de omgeving. Het is de bedoeling ook in de aankomende jaren de ontwikkelingen in het gebied te blijven volgen.

15


Vervolg nieuwe natuurwet Herman van Krieken

De bestaande natuurwetten zijn solide, maar hopeloos gecompliceerd. De nieuwe wet die staatssecretaris Bleker voorstaat, is simpel en helder, maar dient vooral economische belangen. Waar we écht behoefte aan hebben is een natuurbeschermingswet die over natuurbescherming gaat. Op dit moment zijn er drie verschillende ‘voorkomens’ van natuurwetten in ons land; de huidige wetgeving, de wet Natuur die demissionair staatssecretaris Bleker voor staat en een geheel nieuwe wet die momenteel wordt vorm gegevens door Kamerleden en natuurorganisaties.

n d

i oo m

nederla 16

Na de val van het kabinet-Rutte haalden natuurorganisaties opgelucht adem. De wet van Bleker is medio augustus wel naar de kamer gebracht, doch deze zal er niet doorheen komen. PvdA, GroenLinks en D’66 hadden al vóór de val een eigen ontwerp voor een nieuwe natuurwet aangekondigd. Ook de grote natuurorganisaties, Vogelbescherming, Waddenvereniging en Natuurmonumenten, hadden hun juristen op z’n project gezet. Vermoedelijk worden deze initiatieven in elkaar geschoven tot de initiatief wet Mooi Nederland. Hierbij krijgen de initiatiefnemers hulp van de ambtenaren van Bleker. Kamerleden die een initiatiefwet willen formuleren hebben namelijk recht op hulp van wetgevingsjuristen van het ministerie. Vermoedelijk worden de huidige wetgeving, de voorgenomen wet van Bleker en de initiatiefwet in elkaar geschoven.


ne

Mooi Nederland zal eenvoudiger en toegankelijker zijn, maar toch erg compleet. Het belangrijkste kenmerk is dat de wetgeving uitgaat van een positieve benadering van bescherming van natuur en niet slechts van minimale verplichtingen, uitzonderingen en ontheffingen. Daarnaast zal er meer aandacht zijn voor positieve instandhouding, zoals herintroductie en de bescherming van leefgebieden. Een nieuw idee is het gebruik van beschermingsprogramma’s voor bepaalde soorten of soortgroepen. Hierin komen actieve en passieve bescherming bij elkaar. Overigens zal de Wildlijst met Mooi Nederland waarschijnlijk verdwijnen; het is dan afgelopen met de plezierjacht. De maatschappelijke haalbaarheid moet echter nog blijken. Er wachten ons nu twee conceptwetten met hart voor de natuur die op papier zijn gezet door een heel klein en select groepje: de natuurjuristen van de natuurorganisaties. Ze worden deels aangestuurd door partij-ideologen van de drie betrokken politieke partijen. Wetgevingsjuristen van het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie helpen de natuurorganisaties. Belangrijk is dat de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) in Mooi Nederland wordt opgenomen. Alle waardevolle natuur gebieden moeten, samen met nieuw te creëren natuur, tot één groot netwerk worden gesmeed. Dit deltaplan voor de biodiversiteit zal moeten worden afgemaakt in combinatie met Natura 2000. Op Europees niveau wordt het concept van de EHS namelijk goed begrepen en hebben bestuurders zich laten inspireren. Dit heeft mede geresulteerd in Natura 2000 om de Europese biodiversiteit te behouden en versterken. Er is twintig jaar gewerkt en geïnvesteerd in de EHS. Daar is veel mee bereikt. Wellicht dat de afronding langer moet duren, maar het mag niet minder! Een netwerk is tenslotte een netwerk.

mo o i

de rland

Gebruikte bron: Vogelnieuws augustus 2012

17


Milieu en Natuur of is het Natuur en Milieu Johan Koekkoek

’t Was warm. Donderdag 16 augustus. Na de middag zoek ik een plaatsje in de schaduw van onze geknotte Ginkgo. Een klein briesje maakt het vertoeven in de tuin tot een weldadige beleving. Na een minuut of tien, met de ogen nog min of meer in de luik stand, meldt zich hoog in de lucht een legerhelikopter uit Gilze-Rijen. De luikstand van m’n ogen is ten einde. Dan scheert er over onze vijver een libel. De vergelijking dringt zich aan mij op. M’n belangstelling voor deze diergroep was altijd wel latent aanwezig. Welke naam hoort nu echt bij die helikopter, zo vroeg ik mij al luierend af. Ik zie een gevecht boven de vijver. Prachtig om te zien. Toch eens nagaan welke naam nou bij die helikopter hoort. Naar de boekenkast. De veldgids van Libellen van Frank Bos en Marcel Wasscher wordt meegenomen naar de vijver.

18

juffer links en echte libel rechts


Gewoon voorin beginnen. Toen mij weer eens duidelijk werd dat er twee hoofdgroepen bij deze insecten te onderscheiden zijn: Juffers en echte libellen, kwam de schoonheid van deze diergroep bij mij pas goed in beeld. Juffers steken hun vleugels omhoog als ze neerstrijken, terwijl libellen hun vleugels juist spreiden. Na enig bladeren bleek m’n helikopter een echte libel te zijn, een Paardenbijter. Wat een prachtig beest. Wat een wendbaarheid zo boven de vijver. Ze verdedigen hun territorium tegen vijanden of hun leven ervan afhangt. Er meldt zich even later vlak bij me op een stokje dat rechtop in de tuin staat een libel met een rode rug. Ik ga speuren in de veldgids. Is het nu een vuurjuffer? Nee, nee, want z’n vleugels staan gespreid. Dus op zoek naar een rode libel. Kom ik bij de heidelibellen. Is dit nu een Bruinrode of een Steenrode heidelibel? Als ik de plaatjes vergelijk: de stand op de top van het stokje, dan besluit ik dat het voor mij een Steenrode heidelibel is. Het wordt etenstijd. Ik loop nog even langs de vijver. Daar scheert een kleinere libel dan de helikopter langs mij heen. Hij gaat vlakbij me op een plant zitten. Ik besluit nu dat dit een Gewone oeverlibel is. Deze soort heb ik eerder op de middag ook al gezien. Zij maakten op mij toen een behoorlijke indruk omdat zij samen als een hartje rondvlogen. Zij vlogen in paarstand. Grandioos. Wat is het leuk om zelf soorten te onderscheiden. Bestuursvergadering 23 augustus. Het kletspraatje tussendoor gaat over libellen. Ik breng m’n heidelibel ter tafel. Glunderende gezichten melden dat het best moeilijk is om precies te zeggen welk soort dat nu is. M’n prettige gevoel rond het herkennen van libellen krijgt diepgang. Dan volgt agendapunt acties. Aan de orde is de activiteit voor a.s. zaterdag: fort Giessen monitoren, zo meldt de voorzitter. Dus

Paardenbijter

19


vooral plantjes kijken. Tien uur beginnen, tot twee uur. Ik denk bij mezelf: daar ga ik aan meedoen. Immers daar ligt het hart van de natuurbescherming: herkennen van soorten. Praten over natuur, en in het verlengde daarvan over milieu, moet met kennis van zaken gebeuren. En die kennis stoelt op de aan- of afwezigheid van soorten. Dus als ik over milieu praat, ligt daar altijd als basis de al of niet aanwezige soorten aan ten grondslag. Soms heb ik de soorten paraat, maar heel dikwijls ook niet. Dan moet ik bij m’n collega’s te rade en vraag hen of ze mij hun lijstjes ter beschikking willen stellen.

20

Zaterdag 25 augustus. Fort Giessen, Monitoren? Ik ben redelijk vroeg uit bed. Ik heb mij de afgelopen weken ook vrij veel bezig gehouden met het aardbolbekleden (straatklinkertjes leggen) in de tuin van m’n dochter, vlak naast ons. De stenen waren bijna op en ik wilde nog voor tien uur een vrachtje halen bij het kringloopcentrum, want daar stond nog een partijtje dat ik kon gebruiken. Ik wil naar buiten gaan, dan meldt mijn schoonzoon Sjoerd zich in onze gezamenlijke hal. “Wat gaat U doen vanmorgen?”. “ Hoe zo?” vraag ik. “Nou, op het kringloopcentrum meldt zich vandaag, via de reclassering, een voeger, en volgens mij is het een geschikte vakman om de scheuren van de schuur te herstellen”. “Nou” zeg ik, “m’n plannen zijn eigenlijk heel anders. Maar ik zal om half negen even kijken wat ik voor je kan doen”. Hij moest zelf een nieuwe fiets gaan halen, zo’n hele hoge, in Abcoude. Dat had hij zo geregeld met de fietsenmaker. Half negen. Geen voeger. Ik maak me eigen eigenlijk een beetje kwaad. Maar zeg toch tegen de medewerkers van het kringloopcentrum dat ze mij maar moeten bellen als de voeger zich meldt. Half tien, ben net begonnen een stukje aardbol bij m’n dochter te bekleden, gaat m’n zaktelefoon: “Hij is er”.


Potdikkie, het is al bijna tien uur. Tweestrijd. Raap alle goede moed bij elkaar en ga naar de voeger. “Goedemorgen, ik ben Johan”. “Ik ben Marnix”. Hij vertelt dat hij verdwaald was in Babyloniënbroek en daar de verkeerde kant opgegaan was en in Genderen ontdekte dat dat niet Almkerk was. De A27 was ter hoogte van Raamsdonksveer afgesloten. Hij moest over de pont bij Drongelen. “O.K.”. We gaan het werk bekijken. Dan blijkt dat hij er veel zin in heeft. Hij laat mij de auto van zijn baas zien, met allemaal spullen van een voeger. Ik word een beetje enthousiast. Hij doet echte vakpraat. Hij stelt voor dat we in de gevel zo’n dertig ankers in de scheuren moeten aanbrengen. De ankers moeten wel besteld worden in Duitsland. Hij zal dan volgende zaterdag de gleuven slijpen voor de ankers. Die zaterdag erop zal hij ze plaatsen en de week erop weer voegen. Ik ben helemaal enthousiast. Vandaag zal hij de rommel opruimen om volgende week ook het steiger te kunnen plaatsen. Verder vraag ik hem of hij ook eens kijken wil naar een mankement in de gevel langs de Woudrichemse weg. Zeven stenen moeten daar uitgebikt worden. Even later meldt hij dat hij al vervangende stenen achter de schuur heeft zien liggen. ”Ik heb cement bij me. Zand scharrel ik wel op”.” Plaats pionnen, want hier passeren redelijk wat auto’s”, zo adviseer ik hem. Om een uur of één zit ik een boterham te eten. Breekt het zweet mij uit: ben het monitoren op het fort geheel vergeten. Ik moet zo dadelijk toch nog even terug naar Marnix. Ik zal Jaap, onze voorzitter, de motor achter het monitoren, een mailtje sturen en hem melden wat me vandaag overkomen is. Het milieu had weer voorrang bij mij. Ik zal hem vragen of ik voor mijn milieuverhalen zijn lijstje mag gebruiken.

!

zeven ankers plaatsen in de scheuren

21


Stabilisatie van weidevogels in het Land van Heusden en Altena Len Bruining

Dat het beschermen van vogels zin heeft blijkt wel uit het feit dat de weidevogelstand in het Land van Heusden en Altena stabiliseert. In de herfst worden de resultaten in kaart gebracht, maar uit peilingen blijkt dat de aantallen vrijwel gelijk zijn met die van vorig jaar. In het volgende nummer wordt het definitieve schema bekend gemaakt. Even leek het voorjaar op het zonnige en droge klimaat van vorig jaar, maar dat was maar van korte duur. Half april sloeg het weer om en het werd een koude, natte boel. De weidevogels hadden er last van en begonnen iets later met broeden. Voordeel voor de vogels was wel dat de boeren later hun percelen begonnen te bewerken, zodat de vogels hun legsels in alle rust uit konden broeden. Waarschijnlijk hebben de jonge pullen de nattigheid en de kou overleefd, want sommige loopgroepen melden opmerkelijk hoge aantallen jong– en halfwassen vogels. Bijzonder was de vondst van twee tureluurnesten midden in een polder van het Land van Heusden en Altena. Boer Jan Van Suijlekom verdiende er een pluim mee. Hij ontdekte tijdens het maaien onbekende vogels die hij op Internet opzocht. Toen hij tot de conclusie kwam dat het om tureluurs ging wist hij niet hoe snel hij de vogels bij de weidevogelbescherming moest melden.

22

kievitsnest met 5 eieren


Opmerkelijk was de vondst van een kievitsnest met vijf eieren en veel scholeksters hadden dit jaar een nest met vier eieren. Op een perceel aan de Langen Bruggert vond een bijzondere reddingsactie plaats met het plaatsen van wel 50 verjaagstokken aan de rand van een bouwakker waarop subsidie werd gegeven voor de regeling ‘Uitgesteld Bewerken’ nadat een grutto er was gaan broeden. Het gevolg was dat wat boeren onkruid noemen uitbundig begon te groeien, waardoor het als braakland aantrekkelijk werd voor soorten als veldleeuwerik, gele kwikstaart, kneu en graspiepers. In de percelen van het collectief beheer hebben in het tweede jaar weer volop grutto’s, wulpen en tureluurs gebroed. De maatregel die zes jaar duurt, lijkt zijn vruchten af te werpen. Daarnaast werden er ook weer opmerkelijk veel nesten in onverwachte hoek gevonden. De vogels zochten precies die percelen op waar in dit natte voorjaar onbedoeld plas en drasplasjes waren ontstaan, waar een groter voedselaanbod voor de pullen was.

Langzaam maar zeker doet ook GPS zijn intrede bij de bescherming van weidevogels. Dit voorjaar zijn twee loopgroepen aan de slag gegaan om de nesten met behulp van GPS-apparatuur te markeren. Het was even wennen, maar het blijkt inderdaad een zeer handige methode te zijn. Met een handpalmcomputer kunnen vrijwilligers de coördinaten van een nest eenvoudig invoeren en uploaden. De nesten kunnen zo tot op de centimeter nauwkeurig vastgelegd worden en de gegevens worden automatisch opgeslagen op een landelijk netwerk. In de toekomst kunnen ook de boer en loonwerker gebruik maken van het systeem, als zij de gegevens downloaden op het GPS-systeem in de cabine van de trekker. Zij weten dan exact waar de nesten zich bevinden.

23


Oproep om te stemmen voor financiĂŤle steun aanschaf GPS-apparatuur Bij de Rabobank hebben we als werkgroep een aanvraag ingediend bij het fonds CoĂśperatief Dividend voor financiering van apparatuur voor alle loopgroepen. Dit sponsorgeld wordt alleen toegekend als er voldoende stemmen op ons project worden uit gebracht. Breng dus uw stem uit!

Zo...., dat is pas echt handig, zo'n GPS!!!

Hoe kunt u stemmen? U moet lid zijn van de Rabobank om te mogen stemmen. Ieder rabobanklid mag 1 stem uitbrengen per categorie waarin de projecten worden onderverdeeld. Ons project staat in de categorie Cultuur & Natuur. U kunt stemmen via de Rabobank Altena website tussen medio oktober en medio november. Het project heet: GPS apparatuur voor Weidevogelbescherming. 24 Steun het project, breng uw stem uit!


Voor

jou!

Jan van Haaften

Hallo jongens en meisjes, Aan het begin van deze zomer waren er niet zoveel vlinders te zien. Dat was best jammer want het geeft altijd zo’n lekker zomers gevoel, al die fladderende vlinders om je heen. Gelukkig kwamen er in de tweede helft van de zomer nog heel wat te voorschijn! Vooral de Kleine vos heb je in augustus veel kunnen zien. Dat was een opsteker! Daarom heb ik deze keer plaats gemaakt voor deze kleine bruine vlinder.

25


tus en ie je in augus d s r e d n li v e D heel iet overleven september z elijk kunnen makk e Z ! r te in w de dat d worden. En 300 dagen ou er! oor een vlind is best oud v zoveel er is eten ze v o z t e h r o o V s’ t dikke ‘buikje mogelijk. Me in ele plaatsen n zoeken ze ko . s rtje Ze zij u u h c s ld e e b bijvoor ed ze kunnen go t n a w k r te s erg . Zelfs als de is tegen de kou °C onder nul 0 2 r u tu a r e temp t overleven! kunnen ze he

26

Na de winter gaan het mannetje op zoek naar een vrouwtje. Als het hem lukt om er een te vinden volgt hij haar net zo lang tot ze gaat zitten. Het paren gebeurt op een veilige plek, ’s nachts onder het blad van een brandnetel! Korte tijd later legt het vrouwtje eitjes tegen de onderkant van een jong brandnetelblad. Dat kunnen er soms wel 100 zijn!


Na een dag of 8 verschijnen er kleine rupsjes. Samen maken ze dan een soort kamertje van bladeren en leven van het blad. Als het blad op is verhuizen ze gewoon weer naar een volgende plant.

Als er 2 tot 3 weken om zijn komt er een einde aan het rups enleven. Hij gaat verpopp en! Hangend aan de onder kant van een brandnetelbla d krijgt de rups een har de buitenkan t. Binnenin wor dt de rups langzaam vlin der! Dat duu rt ongeveer 10 dagen. Dan komt er op e en mooie dag een prachtig e vlinder tevoorschijn .

27


f agen o r v s i u e th n kun j komen. Dat e p l e h gen wilt n tuin mo in. Dat is ee linders v e d e g n i n men ctar de jo de bloe t daar zit ne uit de bloem Als je n e i e o l g an lb er vee inders fijn w een lange ton l v t vinden en wordt me p zoet sa hmmm! n; gezoge

De Kleine vos houdt van: Zonnehoed, IJzerhard, Paardenbloem, Leverkruid, Watermunt, Vlinderstruik, Hemelsleutel en nog veel meer! Succes!

28


PROGRAMMA NAJAAR 2012

1

ag in a

d de n p mi

• Activiteiten worden vooraf aangekondigd in de streekbladen. • Let ook op de website voor eventuele wijzigingen: www.altenatuur.nl. • Noteer de data vast in uw agenda!

Dinsdag 23 oktober: Weer en Wolken. Het is al meer dan 10 jaar geleden dat Altenatuur een avond over ‘Het Weer’ organiseerde. Hoog tijd dus om dit thema weer eens centraal te stellen. Het bestuur heeft metereoloog Christiaan Diem uit Leerdam uitgenodigd om alles wat u moet weten over Weer en Wolken toe te lichten. Voor de pauze zal Christiaan de basisprincipes van de weerkunde bespreken waarbij hij ook aandacht schenkt aan klimaat en de veranderingen hierin. Na de pauze ligt het accent op het waarnemen van weer, met name op het herkennen van wolken en andere weersverschijnselen. Het wordt een avond voor een breed publiek, alleen interesse is belangrijk, voorkennis niet. Een avond die u niet mag missen! Plaats: Fort Giessen. Aanvang: 20.00 uur.

Zaterdag 3 november: Altenatuur actief op de Landelijke Natuurwerkdag! Ook dit jaar doet Altenatuur weer mee aan de Nationale Natuurwerkdag. Dit jaar wordt er gewerkt in de griend langs de Wijde Alm, aan de Noordoever (Uitwijkse kant). De locatie is aangemeld op de landelijke site www.natuurwerkdag.nl (zoek onder provincie Noord-Brabant de locatie in het LvHenA) waar u zich kunt aanmelden. Aanmelding is belangrijk in verband met planning van materiaal, catering etc. Aanmelden kan ook via E-mail digge082@planet.nl of op tel. nr. 0183-402034. Na aanmelding ontvangt u nader bericht. De natuurwerkdag vormt de start van het werkseizoen van de Beheercommissie. We hopen op deze startdag met een grote groep een flink stuk griend te knotten en het hout op te ruimen. Er wordt gewerkt van 8.30 tot 13.30 uur, koffie en lunch worden verzorgd. Meld u snel aan!

29


Zaterdag 10 November:

2

Excursie naar natuurgebied De Kwade Hoek bij Ouddorp Een herfstwandeling waarop u lekker kunt uitwaaien in dit prachtige duinen-, schorren- en slikkengebied op Goeree-Overflakkee. We maken kennis met de flora van de duinen maar ook met halofyten: planten op de zoute, met zeewater doordrenkte bodems te overleven. De vogelwereld van dit gebied is rijk gevarieerd met zangvogels in de duindoornstruiken, steltlopers op de slikken, roofvogels boven de ruige vlaktes en misschien nog lepelaars in de poeltjes. Een lange wandeling door een schitterende omgeving dus, gaat u mee? Vertrek om 8.00 uur vanaf Fort Giessen (carpooling), terug rond 13.30 uur. Brood, koffie en laarzen meenemen! Donderdag 29 november: Herintroductie van de Steur in het Rijnsysteem. Na meer dan 50 jaar afwezigheid zwemmen er weer Atlantische steuren in de Nederlandse rivieren. Begin mei 2012 werden 17 steuren uitgezet bij Rotterdam en Nijmegen, eind van diezelfde maand volgden nog eens 33 steuren.

30

De terugkeer van deze vis, die nog meer bedreigd is dan de reuzenpanda, is de kroon op het werk aan levende rivieren. Veel leefgebied voor de steur is de afgelopen jaren hersteld, rivierwater is schoner en de visserij duurzamer. Daarom achtten het Wereld Natuur Fonds, stichting ARK Natuurontwikkeling en Sportvisserij Nederland de tijd rijp om deze indrukwekkende zoetwatervis, ouder dan de dinosaurus, weer in de Nederlandse rivieren terug te brengen. Het bestuur heeft de projectleider van deze Herintroductie, Bram Houben, uitgenodigd om dit mooie project toe te lichten. De leefwijze van de Steur, het doel van de herintroductie en de verwachtingen voor de toekomst komen aan de orde. Een bijzonder idee dat de uitgezette steuren na zolang weg te zijn geweest nu weer langs Werkendam, Sleeuwijk en Woudrichem zwemmen. Zouden we ze nog eens te zien krijgen? Plaats: Fort Giessen, aanvang 20.00 uur.

ag in a

d de n p mi


Akte gewijzigde statuten Altenatuur gepasseerd bij De Rivieren notarissen.

3

ag in a

d de n p mi

Op 10 mei jl is de akte met gewijzigde statuten van onze vereniging gepasseerd bij De Rivieren Notarissen te Dussen. Notaris De Kort heeft voor een aanzienlijk gereduceerd tarief de wijzigingen aangebracht en notarieel vastgelegd. De ANBI status van Altenatuur is nu geheel geformaliseerd. Het bestuur dankt Notaris De Kort voor zijn medewerking en inzet bij deze statutenwijziging.

Oproep Rabobankleden om op GPS project Weidevogelbescherming te stemmen. De werkgroep weidevogelbescherming van Altenatuur heeft bij de Rabobank een aanvraag ingediend bij het fonds CoĂśperatief Dividend voor financiering van GPS-apparatuur voor alle loopgroepen. Met behulp van deze apparatuur kunnen nesten op de meter nauwkeurig worden vastgelegd in een registratiesysteem, dat later door de boer gebruikt kan worden bij het bewerken van het land met de tractor. Het systeem geeft een signaal aan de tractorbestuurder zodat nesten gespaard kunnen worden. Het sponsorgeld wordt alleen toegekend als het grootste aantal stemmen op ons project wordt uitgebracht. Breng dus uw stem uit! Hoe kunt u stemmen? U moet lid zijn van de Rabobank om te mogen stemmen. Ieder rabobanklid mag 1 stem uitbrengen per categorie waarin de projecten worden onderverdeeld. Ons project staat in de categorie Cultuur & Natuur. U kunt stemmen via de Rabobank Altena website tussen medio oktober en medio november. Het project heet: GPS apparatuur voor Weidevogelbescherming. Steun het project, breng uw stem uit !

Oproep om e-mail adressen door te geven voor de ledenadministratie. In verband met snelle communicatie, bijvoorbeeld bij wijziging/cancelling van een lezing of andere activiteit is het prettig om alle leden snel te kunnen bereiken. Ook voor oproepen voor het steunen van acties of hulp bij werk op het Fort of in natuurgebieden is communicatie via E-mail efficiĂŤnt. Hiermee kunnen werk en kosten, verbonden aan het verzenden van een ledenbrief worden bespaard. Het bestuur roept daarom alle leden op om hun E-mail adres door te geven. Dit is simpel te doen door een mailtje te sturen aan Len Bruining op E-mail l.bruining@planet.nl. Alvast bedankt voor uw medewerking.

31


WERKOCHTENDEN BEHEERCOMMISSIE

4

WINTERSEIZOEN 2012 - 2013 De beheercommissie van Altenatuur zoekt voor de komende winterperiode weer vrijwilligers die een handje willen helpen bij het onderhoud van de natuurgebieden. Er wordt gewerkt op zaterdagen tussen 8.30 en 12.00 uur (uitzondering Natuurwerkdag tot 13.30 uur) • Let op de eventuele nieuwe informatie op www.altenatuur.nl: de data staan vast maar de werklocaties kunnen wijzigen!

De volgende Altenatuur- werkochtenden zijn gepland op: Zaterdag 3 november Natuurwerkdag + zaterdag 17 november en zaterdag15 december Plaats: Griend langs Wijde Alm bij Uitwijk Activiteit: Griendonderhoud: Opbossen en opruimen wilgenhout. Zie ook Natuurwerkdag-informatie op middenpagina. Zaterdag 29 december + zaterdag 12 januari 2013 Plaats: Bellemakers' Griend Almkerk Activiteit: Onderhoud griend aan de Provinciale Weg Noord te Almkerk. Verzamelen: Bij de Griend, ca. 200m Noordelijk van transportbedrijf BĹąchner. Materiaal is aanwezig maar heeft u zelf goed gereedschap dan is het misschien wel handig om dat mee te brengen. Houdt u er ook rekening mee dat het weer koud en nat kan zijn en dan zijn laarzen, regenkleding en werkhandschoenen geen overbodige luxe. Hebt u nog vragen over een en ander dan kunt u ons altijd bellen.

32

Graag tot ziens, met vriendelijke groet, Namens de beheercommissie: Jaap van Diggelen, (0183-402034) en Pia Stierman, (0183-505341)

ag in a

d de n p mi


Stand van zaken Duurzame Energie Johan Koekkoek

Deze zomer hebben we flinke vorderingen gemaakt met de oprichting van een coöperatieve vereniging Duurzame Energie. De hoofddoelstelling van Altenatuur is natuurlijk het versterken van de biodiversiteit van onze regio. Maar om dat doel te bereiken moeten er vooral stappen op het gebied van het milieu gezet worden. Zoals we zo’n 30 jaar geleden gestart zijn met het kringloopcentrum in Almkerk, om met name de verspilling van grondstoffen tegen te gaan, zo hebben we nu als vereniging de basis gelegd voor de op 21 september 2012 opgerichte Duurzame Energie coöperatie Altena Biesbosch. Afgekort DEcAB. Bij instanties die er over gaan is die naam vastgelegd. Het doel van de coöperatie is om zoveel mogelijk inwoners van het Land van Heusden en Altena te helpen bij de overschakeling op duurzame energie. Dit zijn prachtige woorden maar hoe doe je dat? Ik schrijf nu al bijna twee jaar artikeltjes in het Altenatuurtje om te komen tot de eerste stappen op het gebied van de toepassing van Duurzame Energie. Pas toen wij thuis op ons eigen huis PV-panelen geplaatst hadden, zijn er, achteraf gezien, cruciale vorderingen gemaakt. Een publicatie in de lokale pers heeft waardevolle contacten opgeleverd, maar ook het deelnemen aan de opzet van de Kanskaart Altena heeft behoorlijk bijgedragen aan de tot nu bereikte resultaten. Die resultaten bestaan er vooral uit dat we in de personele bezetting van de werk- en begeleidingsgroep goed geslaagd zijn. Deelnemers aan onze groepen: Cees de Bas Johannes Versluis Ienze Koekkoek Kees Timmer Johan koekkoek jr. Bas van Breugel Jan van Andel Dion van de Berselaar Johan Koekkoek sr Hans Stierman Sjaan van de Heuvel

33


Voor de echte kenners van de streek zijn het allemaal namen uit onze regio, behalve Dion van de Berselaar. Hij is in de werkgroep gekomen vanwege zijn relatie met de Koninklijke Nederlandse Heidemaatschappij (KNHM). De KNHM is gevraagd ons bij te staan in het opzetten van de organisatie voor het onderdeel burgerparticipatie. Wat gaan nu in één van de eerstkomende vergaderingen de concept statuten vaststellen. Cees de Bas en Ienze Koekkoek gaven vrijdagmiddag 21 september daarover een nadere toelichting in ons clublokaal van het fort te Giessen. Samengevat: De doelstelling: zoveel mogelijk burgers in Altena / Biesbosch concreet helpen bij de omschakeling naar duurzame energie.Voor de verschillende programma’s heeft Cees de Bas een titel bedacht die we allemaal als zeer zinvol ervaren. Let op de bijzondere schrijfwijze.

34

1. ZonZelf: Hierbij gaat het om het ontzorgen bij de aanleg van PV panelen op het eigen dak. Dat ontzorgen houdt in dat er op basis van criteria een leverancier en een installateur gecontracteerd wordt. Door met meerdere tegelijk in te kopen blijkt er een prijsvoordeel te halen te zijn. Ook kan in het pakket nazorg opgenomen worden. Uiteraard dient men voor het ontzorgen lid te zijn van de coöperatie. Dit pakket is (voorlopig) het meest rendementvol omdat hierbij de productie en de consumptie rechtstreeks via de elektriciteitsmeter gesaldeerd wordt. 2. ZonWeide: De realisatie van dit pakket worden eigen PV-panelen geplaatst in de ‘wei’. Als startpunt hebben we met gemeente Werkendam afgesproken dat op het voormalige gronddepot zou kunnen bij de A27 bij Hank. Dit pakket Zonweide wordt met name ontwikkeld voor mensen die niet over een eigen dak beschikken, maar toch eigen stroom willen opwekken. Het rendement van dit pakket kan voorlopig nauwelijks concurreren met de gangbare, op basis van fossiele brandstof opgewekte elektriciteit. Toch willen we aan dit pakket aandacht besteden omdat we hierbij de ongelijkheid in de wetgeving willen accentueren.


Daarbij komt dat onze organisatie, met vele andere, soortgelijke initiatiefnemers, de discussie over dit onderdeel breed maatschappelijk willen stimuleren. Immers als het volk eigen stroom wil, ongeacht waar die opgewekt wordt, dan moet dat toch te regelen zijn. 3. ZonGemak: Gemak staat hier voor het gemak van de huurders van woningen. Met de woningcorporatie in de regio wordt gewerkt aan een proefproject waarbij huurders ook van Zonzelf kunnen profiteren. De verhuurder treft dan maatregelen in de sfeer van het huurbedrag. Immers de verhuurder zal de panelen plaatsen en de elektriciteitsmeter van de huurder draait dan terug. 4. ZonWijk: Wijk slaat hierbij op een hele straat die vlak in buurt een mooie locatie voor PV-panelen heeft, bijv. een groot industrieel dak. Voor de aansluiting op de eigen meter moet echter een klein stuk kabel door de openbare grond gelegd te worden. Dit mag voorlopig nog niet. Met een concrete aanvraag willen we de discussie met de netbeheerder openen. 5. ZonWijs: Wijs wijst hier in de richting van de boer die wijs moet zijn om zijn asbestdak te vervangen voor PV-panelen. De staatssecretaris van milieu heeft middelen beschikbaar gesteld om het proces om asbestdaken te vervangen door pv-daken te stimuleren. Samen met de regionale ZLTO willen we proberen om de beschikbare subsidies op de goede plek te krijgen. r

Op Internet trof ik verder een discussie over het salderen aan bij collectieve zelflevering. In groepen, zoals die van ons, bestaat de angst dat de PvdA het voorstel om te salderen zal inruilen tegen een paragraaf uit het zorgpakket. De grote energielobby staat al met zo’n soort boodschap bij de VVD op de stoep. Misschien is er al een, in onze ogen verkeerde deal gemaakt als dit Altenatuurtje bij U in de bus valt. Maar misschien ook niet. Komende maanden willen we zoveel mogelijk mensen te interesseren voor het lidmaatschap van onze DEcAB.

35


Om over na te denken ....... Rinus Punt

Thuiskomende, het was al laat, werd ik welkom geroepen door twee steenuilen. Een links en een rechts van de Kelderstraat. Het is toch uniek dat er nu in Genderen van de zeven steenuilenkasten er zes bezet zijn, waarin gebroed is en 19 jonge uilen zijn uitgevlogen. Ongeveer 25 jaar geleden zaten ze voor het laatst bij mij onder de dakplaten. Nu zijn ze weer terug, en hoe! Voorheen vertelde ik nieuwe mensen die een kastje in de tuin lieten hangen dat het wel mee viel wat vogels vangen betreft. Maar daar kom ik nu op terug.

t Met Pun d, heb je als vrien den n geen vija nodig!

36

Moordenaars zijn het. Zo’n klein uiltje, maar nergens bang voor. Ze hadden bij mij hun broedplek gevonden in de kerkuilenkast. Verschillende jaren zat hier een kerkuil in. Maar deze uil had geen schijn van kans als de kauwen de kast kraakten om te broeden. Maar wat schetst mijn verbazing? De steenuilen waren dit seizoen echt de baas in de kast. De kauwen, twee paartjes, moesten noodgedwongen onder de golfplaten nestelen. Ook de holenduiven konden na de kauwen geen gebruik maken van de kast. Even terugkomen op de steenuiltjes t.o.v. vogels. In de kast trof ik verschillende keren een geslagen merel aan. Geen lekker gezicht als je met je kleinkinderen naar de jonge uiltjes gaat kijken.Jonge spreeuwen zag ik en zelfs de kop van een kauw. Dit was een luguber gezicht alleen zijn kop. Ook lag er een keer een onbekende jonge vogel in de kast, die ze zo uit een nest hadden geplukt.


Gelukkig waren het niet allemaal vogels. Muizen, insecten en pieren zag ik ze regelmatig binnen brengen. Een raar gezicht zo’n lange dikke regenworm die onder de uil bengelde. Na dit allemaal te hebben meegemaakt in mijn kast ga je er toch over nadenken hoe ver je moet gaan met de uitbreiding (bescherming) van nestkasten in het Land van Heusden en Altena. Je creÍert steeds meer plaatsen voor dit gezellige uiltje, dat toch een flinke moordenaar is. Je hangt kasten op in gebieden die voedseltechnisch waarschijnlijk nog niet geschikt zijn voor deze uiltjes. Waardoor ze overgaan op dieren die normaal niet zoveel in hun eetpatroon voorkomen. We beschermen het ene dier ten koste van anderen. O.a. slechtvalk en ooievaar krijgen ook dit probleem. Je kunt ze ook tegoed beschermen.

Over ons oit heeft Punt nog no lelijk gedaan!

Het zijn altijd de roofvogels die, wat beschermingsfactor betreft, hoog aangeschreven staan. Het zijn prachtige vogels. Maar de andere vogels die ze slaan komen steeds meer onder druk te staan. Het gaat in Genderen heel goed, maar dat geldt ook voor het Land van Heusden en Altena. Van 29 bezette kasten in 2011 naar 39 in 2012 met ook nog een zestal vrije broedgevallen. Wat de kerkuil betreft. Daar maak ik het zelden mee dat er in de kast of in de braakballen, die we op school uitpluizen, vogelresten zitten. Dit komt omdat ze altijd jagen als het donker is. Mocht er een strenge winter met veel sneeuw komen dan praat ik weer anders. Dan ben je zo de helft van je populatie kwijt. We zullen het in de groep als aandachtspunt behandelen. Het was zomaar een gedachtegang, over wat je meemaakt als je zo van dichtbij uilen over de vloer hebt.

37


Groene Energie Herman van Krieken

38

Leida en ik hebben aandelen in een windmolenpark bij Terneuzen in zee en mogelijk een windmolen in Delfzijl. De opbrengst van de windmolen in Delfzijl wordt verrekend met de door ons gebruikte stroom is ons door Greenchoice beloofd. Waarom geen belang in de windmolens te Waalwijk vraagt u zich af? Via Windunie en Greenchoice zijn deze mogelijkheden ons aangeboden, helaas (nog?) niet in Waalwijk. Natuurlijk hopen we ook te kunnen participeren in een PV-cellen project in onze regio. Gek genoeg verkopen energiebedrijven veel meer groene energie dan ze opwekken. Een marketingdeskundige kan u uitleggen dat energieleveranciers zich publiekelijk om ijsberen en uw financiĂŤn bekommeren om zich te onderscheiden van hun concurrenten. Energie is een inwisselbaar product: alle bedrijven leveren het zelfde voor ongeveer dezelfde prijs. Klanten worden geholpen om zich te binden aan de leverancier. De energie moet natuurlijk wel duurzaam zijn, anders wordt u voor de gek gehouden. Helaas is dat precies wat er gebeurd. Uit onderzoek van de Consumentenbond en Greenpeace blijkt dat Nederlandse energiebedrijven veel minder groen zijn dan ze u doen geloven. Circa 35% van de Nederlandse huishoudens koopt groene stroom, terwijl van de in Nederland opgewekte stroom slechts 9 procent groen is. Via import van groene stroom uit bijvoorbeeld Noorwegen of compensatie met groene certificaten wordt getracht het verschil te compenseren. Nederlandse energiebedrijven verkopen hun stroom als duurzaam, terwijl de


overschakeling naar groene energie geen stap dichterbij komt. Slechts acht Nederlandse bedrijven produceren echt groene stroom volgens Stichting Onderzoek Multinationale Ondernemingen (SOMO). Het groenst is Windunie; al hun stroom komt van Hollandse windmolens. Greenchoice en de Noord-Hollandse Energie Coรถperatie zijn ook goed bezig volgens het onderzoek van SOMO. Van de grote bedrijven springt Eneco eruit: alle investeringen in opwekking gaat naar windmolens, biomassa en relatief milieuvriendelijke gascentrales. Het Deense Dong energy scoort ook redelijk. Energiedirect.nl koopt zijn elektriciteit van Essent, dat stroom grotendeels uit kolen haalt. Interessant is de greenwashing van de Nederlandse Energie Maatschappij. De prijsvechter beweert 100 procent groene stroom te leveren maar koopt grijze stroom in en wast deze groen met certificaten van waterkrachtcentrales uit Noorwegen. Ook energiereuzen Nuon, Essent en E.ON verkopen groene stroom, maar investeren miljarden in kolencentrales. Kolen zijn ook in de moderne centrales de meest milieuvervuilende energiebron. Elke euro naar kolencentrales blokkeert de overgang naar duurzame energie. U kunt dan in hun webwinkel nog zoveel ledlampen kopen, de energie die u verbruikt, is en blijft gitzwart. Ik hoop daarom dat Johan Koekkoek en Altenatuur hun plannen met PV-cellen en een biomassa centrale in onze regio snel kunnen realiseren. Er zal een coรถperatie worden opgericht om deze plannen handjes en voetjes te geven. De gemeenten en provincie participeren in deze plannen dus ik heb goede hoop dat we binnenkort aandelen kunnen kopen van groene energie projecten in onze regio. Landelijk is er 10 miljoen beschikbaar voor pilots. Echte groene energie die dicht bij huis wordt geproduceerd heeft ten slotte onze voorkeur. Bewerking artikel Vrij Nederland 32, 11 augustus 2012.

39


Perdix perdix Jaap van Diggelen

40

Zaterdag 15 september heb ik meegedaan aan een inventarisatie van patrijzen. Volgend jaar (2013) is het het jaar van de patrijs (Perdix perdix), en dan zal er uitgebreid in ons land gekeken worden naar het voorkomen van deze typische vogelsoort van het agrarisch landschap. Precies tot op genoemde datum had ik tijd om een test-inventarisatie uit te voeren. Ik had me samen met enkele vogelwerkgroepleden gemeld om mee te doen, maar je weet hoe dat gaat. Instructies waren aangeleverd door Brabants Landschap via E-mail, die moest ik doornemen. Mijn telgebied lag rond Almkerk en ik moest me aanmelden op een internet-site, een telgebiedkaart aanmaken en uitprinten. Dat had steeds erg ingewikkeld geleken maar toen ik er uiteindelijk de 15e aan begon, viel het reuze mee. Met het uitgeprinte kaartje op een klembord, pen in de aanslag en verrekijker om de nek trok ik op deze heldere dag erop uit. Het telgebied dat ik had gekozen was een flink blok akkerland, ten Zuiden van mijn woonwijk. Ik liep het bruggetje over de Alm over, een akker op die al geoogst was. Er had

hier graan gestaan, hoogstwaarschijnlijk tarwe zo te zien aan de korrels die hier en daar lagen. De instructie schreef voor dat je de akkers echt moest doorkruisen, alleen zoeken vanaf de weg met de kijker was niet voldoende. Ik liep het perceel in lengterichting helemaal door, goed om me heen turend naar opvallende veren bolletjes tussen de stoppels. Ik kwam uit op een flinke wetering waar een graspad langs liep. Ik volgde dit pad langs de wetering en kon geen patrijzen maar wel een paardenbijter en bruine glazenmaker boven de sloot, noteren. Het mooie weer leverde op de schaarse nog bloeiende planten langs het pad nog een klein koolwitje en een klein geaderd witje op en wat verder een kleine vos, een vlindersoort die zeer algemeen was

klein koolwitje


deze zomer. Ik volgde het pad langs een aardappelakker. De planten nog grotendeels groen: onmogelijk om hier patrijzen te spotten en het leek me niet juist om door het staande gewas heen te banjeren. Ik liep nu ongeveer 450 meter van de openbare weg en keek naar het Noorden uit op de nieuwbouwwijk waar ik woon en in het Zuiden zag ik op ongeveer gelijke afstand de huizen aan de Midgraaf. Vreemd om vanaf dit punt de mij bekende omgeving te zien. Al ruim 20 jaar woon ik in de nieuwbouw van Almkerk-West, maar tot nu zag ik het nooit vanuit dit perspectief. Je geijkte beeld, besefte ik, is altijd vanaf de infrastructuur, de openbare weg. Deze ervaring, dit perspectief vanuit het veld, had ik in Almkerk nooit eerder, terwijl ik het gevoel nog heel goed ken uit mijn kinderjaren in Genderen. Het vrije gevoel van ‘het veld ingaan’, zoals we dat toen noemden, en dan op grote afstand herkenningspunten blijven zien zodat je altijd de weg terug kon vinden. Het is een soort zwerfdrang, om te gaan waar je wilt, nieuwe dingen te ontdekken en de wereld toch veilig op orde te houden. De orde en veilige herkenning van de hoge Italiaanse populier die als een kerktoren naast mijn ouderlijk huis stond. Ik naderde de rand van het aardappelperceel en speurde de kale akker ernaast af naar patrijzen. Opnieuw niks of ... toch, iets bruinachtigs op

een verhoginkje. Bij nader inzien een vrouwtje tapuit, ik wachtte tot het diertje opvloog om de herkenning van de witte stuit als bevestiging te zien. Inderdaad, een doortrekkende tapuit. Weer zo’n deja-vu: in het vroege voorjaar kwam ik ze vroeger tegen als ze doortrokken op weg naar hun broedgebieden in de duinen. Dit keer dus op doortrek terug naar het Zuiden in de nazomer. Lang niet gezien hier in onze streek, prachtig! Terwijl de patrijzen nog even op zich lieten wachten verder toch leuke waarnemingen: tientallen planten vlooienkruid verderop weer terug langs de Alm, ongeveer tegenover het nieuwe

houtpantserjuffer

bankgebouw, houtpantserjuffers, nog weer een paardenbijter. De grens van mijn telgebied was het afwateringskanaal, waarboven nog een tandem bruine glazenmaker. Het gebied doorkruist en geen patrijzen. Ik besloot de provinciale weg over te steken en nog een flink bouwland erbij te nemen. Ik zou en moest toch zeker 1 patrijs kunnen zien? Er wa-

41


ren er dit jaar tenslotte al tientallen gemeld uit onze streek. Opnieuw liep ik een stoppelveld op, dit keer was het al bewerkt, de stoppels gevallen tussen de kluiten maar nog niet onder geploegd. Ik tuurde en zocht met de kijker, er bewoog iets bruins.... een haas die wat rondliep, vervolgens seconden lang op de achterpoten stond en er toen vandoor ging. Ik liep ook dit blok om via de perceelsrand en ontdekte tot mijn grote vreugde met de boerderij van Cornelis van Breugel in zicht, een distelvlinder, dit jaar erg zeldzaam. Verder, wonderlijk in dit onherbergzame landschap, een kleine vuurvlinder. Beiden trokken in Noordelijke richting langs een slootje, geholpen door de wind. ’s Avonds noteerde ik op de computer een gehate nul, bij het aantal patrijzen in mijn 2 telgebieden (ik had er nog 1 bijgemaakt, Almkerk 2 geheten). ‘Wie wat vindt heeft slecht gezocht’ zegt Rutger Kopland, veruit de beste Nederlandse dichter ooit, toepasselijk. ‘Zei’ moet ik zeggen want hij overleed afgelopen julimaand.

42

De patrijs is een bolronde hoendervogel, korte poten, grijze borst/buik en oranjebruine kop. Op de grijze buik een donkerbruine hoefijzervormige vlek, die bij de mannetjes wat groter is dan bij de

vrouwtjes. Een typische soort van open terrein (akkers, weiden, braakliggende grond), die leeft en broedt

op de grond. Vliegt luidruchtig op, slaat heftig met snelle vleugelslagen afgewisseld met korte glijpauzes om een klein eindje verderop weer te landen. De wetenschappelijke naam van het dier, Perdix perdix, heeft mogelijk iets te maken met een Grieks werkwoord, perdesthai, dat ‘explosieve geluiden maken’ betekent. De fransen noemen hem Perdrix, zetten er dus een r bij, In Friesland is het Patriis en in Engeland Partridge. Streeknamen in ons land zijn o.a. Veldhoen, Veldkiep, Trieshanne/henne. Het Jaar van de patrijs 2013 is uitgeroepen omdat sinds 1990 de patrijzenstand is afgenomen met


80%. In 2013 worden in zoveel mogelijk gebieden in ons land in drie perioden de patrijzen geteld om het huidige voorkomen van deze soort in ons land beter in beeld te krijgen. Onze streek heeft voor Brabantse begrippen een redelijke patrijzenstand, reden om ook in ons gebied exacte tellingen te gaan doen. De gegevens uit waarneming.nl leveren vanaf 1-1-2010 tot 17-9-2012 het volgende stippenkaartje op: De volgende dag had ik toch nog succes: een patrijs in Den Duyl. Het dier stak z’n kopje boven het gras uit in een weilandje naast een boerderij langs de Broekgraaf. Het is de stip ongeveer midden op het kaartje,

rechts naast de 3 stippen recht onder Almkerk. Het is de vraag of al deze stippen individuen zijn of dat ze door het gebied trekken en dat dezelfde exemplaren meerdere malen worden gezien. Ook is het de vraag of ze overal zitten of zich concentreren op specifieke plaatsen. Dat zijn twee van de redenen om volgend jaar nauwkeurig te gaan tellen. Doet u mee? Meldt u aan bij de vogelwerkgroep als teller in vaste telgebieden/perioden of voer gewoon al uw patrijswaarnemingen in op Waarneming.nl. Achteraf spijt het me dat ik niet ruim voor de 15e ben gestart met patrijzen tellen, het is heel erg leuk om te doen en je ziet nog veel meer. Gelukkig heb ik drie herkansingsperiodes in 2013!

43


Buitenlandse ontmoetingen Rinus Punt

België is niet echt buitenland. Je weet het. Het komt ieder half jaar terug. De tandarts en mondhygiëniste. Alles was gelukkig oké in mijn laadklep. Dus ik fietste met een ontspannen gevoel langs de dijk naar huis. Via de Kerkstraat zag ik Henk Kraaykamp (in ontbloot bovenlijf) snijbonen plukken. Mij kennende moest ik even roepen datie zijn buik in moest houden. Even een praatje maken want tuinieren is ook mijn hobby. Even later zag ik zijn dochter die helemaal in de bonen zat. Al pratende met Henk zagen we twee meiden met een van hun fietsen tobben. Henk riep kunnen we helpen? Ze dachten dat het wel zou lukken. Toch maar de fiets naar de schuur gebracht om daar de band op te kunnen pompen. Aan hun taal kon je horen dat ze hier niet vandaan kwamen. Ze kwamen uit België en strandden in Genderen. Het pompen lukte niet. De binnenband kwam door de buitenband heen en blies de laatste Belgische lucht eruit.

pffffffffffffff ffffffffffffff...

Wat nu? Eerst alle tassen van de fiets gedaa n. Wat een wic ht zat erop. Thuis had ik nog een gekregen buite nband hangen. Snel gehaald en wat denk je? Laat ie nog pa ssen. Met Henk als volleerd fiet senmaker was het zo gepiept. 44


Het waren aardige dames. Die ook nog, wat ze ons vertelden, voor bioloog studeerden. Een van de dames had zelfs nog in het veld les gehad van onze eigen Ernst-Jan van Haaften. Dit is toch echt een unieke samenloop van omstandigheden. Twee Genderense vogelaars, twee toekomstige Belgische biologen wijs gemaakt door Ernst-Jan ontmoeten elkaar in Genderen. Het is niet zo dat wij ons zo uitsloofden omdat het jonge dames waren. Voor twee mannelijke personen hadden wij het ook gedaan. (Misschien wel wat minder fanatiek.) Ik stond er echt van te kijken toen deze dames ons vertelden dat wij Hollanders veel gastvrijer en behulpzamer zijn dan Belgen. Het geeft je toch een voldaan gevoel als je ze weer samen weg ziet fietsen bestemming Woudrichem. Waar ze op een camping zouden overnachten. Vandaar naar de Lek richting Kinderdijk met eindbestemming de Veluwe. Leuk dit meegemaakt te hebben. Wat denk je wat ik meemaakte tijdens een fietstocht door de Biesbosch? Ik werd ingehaald. Wat denk je? Een keer raden. Door een Belgische wielrenner. Weer die mooie taal. Hij zocht het pontje Steur. Hij klaagde over onze groene routebordjes deze waren in BelgiĂŤ veel beter en over onze behulpzaamheid. Ik moest hem toen toch even vertellen over onze Belgische dames, dat wij Hollanders veel behulpzamer zijn dan Belgen. Woorden van onze twee dames. Voordat hij doorfietste zei hij nog snel dat ze in BelgiĂŤ veel lekkerder bier hebben en de Hollanders geen frieten kunnen bakken. Hierop had ik geen weerwoord, zijn snelheid lag te hoog voor mij en wenste hem een fijne fietsdag. Of dat ie pontje Steur had gevonden weet ik niet. De pontbaas had geen wielrenner gezien.

45


Bijen en neonicotinoiden Herman van Krieken

Begin april dacht Henk Bleker het verlossende woord te spreken over het sterven van veel bijenvolken in de winter. Dat bijenvolkeren massaal het loodje leggen moet ook de staatssecretaris van Landbouw grote zorgen baren. De bestuiving van voedselgewassen komt namelijk in gevaar. Heeft het iets te maken met een nieuw type landbouwgif, de neonicotinoiden? Bleker gaf een team wetenschappers opdracht de zaak tot de bodem uit te zoeken. Begin april bracht hij de blijde boodschap. Zijn wetenschappelijke raadslieden hadden alle literatuur uitgeplozen en daarin geen bewijs gevonden voor een verband tussen de massale sterfte en neonicotinoiden. De inkt van zijn brief was nog niet droog of het wetenschappelijke toptijdschrift Science publiceerde twee studies waaruit blijkt dat de gewraakte pesticiden bijenvolken wel ernstige schade toebrengen. De ene studie volgde met een chip honingbijen die een realistische dosis kregen van het door multinational Syngenta ontwikkelde gewasbeschermingsmiddel Cruiser. Ze bleken de weg

46

naar de korf beduidend moeilijker te kunnen vinden en overleden daardoor vaker. De andere studie diende hommels de stof Imidaclopid toe die Bayer in zijn pesticiden gebruikt. Het aantal nieuwe koninginnen nam af met maar liefst vijfentachtig procent. De eerste auteur van het rapport waar Bleker zijn boodschap op baseert is Tjeerd Blacquière van het Wageningse Plant Research International (PRI). Onderzoeksbureau Profundo legde voor het programma Zembla bloot dat RPI verscheidene projecten met Syn-genta en Bayer had gedaan. Ook de tweede auteur, de Gentse professor Guy Smagghe, heeft banden met Bayer. Zijn groep in Gent werkt samen met het grootste


onderzoekscentrum van Bayer in Belgie dat op dezelfde campus zit. Jeroen van der Sluijs, universitair docent Nieuwe Risico’s in Utrecht en gasthoogleraar in Versailles, laat zich geen uitspraak ontlokken over de wetenschappelijke integriteit van Tjeerd Blacquière en zijn co-auteurs. Hij is het echter wel met toxicoloog Henk Tennekes eens dat cruciale studies zijn vergeten of er geen recht aan doen. Hij schreef dat afgelopen J. van der Sluijs najaar aan Bleker met een cc aan de tweede Kamer. De studie bevat schreef hij, “een reeks omissies” en “voldoet niet aan algemene basiseisen van good scientific practice”. “Mijn belangrijkste punt van kritiek is dat ze de risico’s hoofdzakelijk beoordelen door naar acute, dodelijke giftigheid te kijken,” zegt van der Sluijs. ’Maar iedereen is er eigenlijk wel over eens dat massale acute sterfte vooral optreedt tijdens het in de lente zaaien van maïs door de giftige stofdeeltjes die dan vrijkomen. Vorig jaar april stierven in Slovenië honderd miljoen bijen aan neonicotinevergiftiging. De hoge wintersterfte is een heel ander verhaal. Daar spelen effecten van een langdurige blootstelling aan een dosis die niet meteen dodelijk is maar bijen wel vatbaarder maakt’. De auteurs kijken op een compleet achterhaalde manier naar risico’s vindt de Utrechtse risicoweten-schapper. ‘Hoe het wel moet, is eenvoudig: je vergelijkt de laagste dosis in het lab waarbij een schadelijk effect waarneembaar is, met de dosis die je in het veld aantreft. Als die hoger is, is de stof niet veilig’. Uit de gegevens die de auteurs nota bene zelf presenteren blijkt dat in ernstige mate het geval te zijn. In het artikel erkennen ze volmondig dat in ‘vele laboratoriumstudies’ schadelijke effecten op foerageergedrag en de leer- en geheugencapaciteit van de bij zijn aangetoond. Maar ze voegen eraan toe dat die niet zijn teruggevonden in veldstudies, en nemen die als de maat der dingen. De paar veldstudies waar ze vervolgens mee op de proppen komen zijn ‘totaal verkeerd opgezet’, oordeelt Van der Sluijs. Blacquière vindt de kritiek overtrokken en verwijst maar liefst veertien keer naar een omstreden studie van Cutler en Scott-Dupree. De Canadese onderzoekers Christopher Cutler en Cynthia Scott-Dupree deden in 2007 een veldproef met twee velden koolzaad die nog geen driehonderd meter uit elkaar lagen. Bijenvolken foerageren gerust drie kilometer ver en ze aten zeer waarschijnlijk van elkaars veld. ‘Bijenvolken worden niet aan één behandeld gewas blootgesteld maar aan

47


meer dan vijftig gewassen waar het middel in wordt gebruikt, en het hele jaar rond. De stof blijft zeer lang circuleren in het milieu en wordt door alle planten, ook niet behandelde, actief opgenomen. Bijen krijgen het zenuwgif ook binnen via besmet geraakte wilde planten en het oppervlakte water’, aldus Van der Sluijs. Henk Bleker dacht zijn gelijk over de Hedwige polder te halen door zich te beroepen op twee professoren die geen professoren bleken te zijn. Ook steunde ze Bleker niet in zijn standpunt toen Vrij Nederland er naar vroeg. Nu denkt hij de gemoederen tot bedaren te brengen door te zwaaien met een omstreden rapport van een commerciële onderzoeker. Waarschijnlijk is de hoge sterfte onder bijen een combinatie van factoren waarbij neonicotinevergiftiging weleens de belangrijkste oorzaak kan zijn. Na een studie op Hawaï concluderen Amerikaanse onderzoekers dat de varroamijt de bijen niet alleen verzwakt door bloed te drinken maar ook door ze te besmetten met gevaarlijk virussen, aldus Nu.nl van 8 juni. Altenatuur wacht niet tot deze kwestie definitief is beslecht en heeft op het fort in Giessen een bijenmuur gebouwd om de bijen te helpen in hun strijd om te overleven. Ook wordt het bouwsel gebruikt voor natuurlessen bij forteducatie. Veel kinderen hebben ons al geholpen bij het maken van de wand. Volgend jaar gaan ze ons helpen bij het verder afmaken van de wand die op monumentendag is getoond aan pers en bezoekers. Hopelijk zien de beslissers in Den Haag snel de ernst van het bijenprobleem en beseffen mensen als Henk Bleker dat zij de wetenschap op lange termijn niet kunnen verslaan. Bewerking artikel Tomas Vanheste Vrij Nederland 7 april 2012.

48


Ganzen Herman van Krieken

Er moeten meer dan 100.000 ganzen geschoten worden volgens de meeste natuurbeschermingsverenigingen om de ganzenoverlast te bestrijden. Zelfs over vergassen wordt weer gesproken. Schiphol heeft toestemming gekregen om ganzen te vergassen. Op 30 mei schreef de Volkskrant: “Dierenactivisten zeggen dat vergassing niets helpt tegen het terugdringen van de almaar uitdijende ganzenpopulatie. Bij ganzen werkt het zo: massale afschot of vergassing leidt tot verhevigd paringsgedrag bij de overlevenden. ‘Vergasser’ Den Hertog ziet nog een ander probleem: ‘Om ze te kunnen vergassen moet je ze wel eerst kunnen vangen. Vandaar dat die ruitijd zo belangrijk is. Alleen: de meeste ganzen waar Schiphol last van heeft ruien niet binnen die straal van tien kilometer. Die zitten rustig aan allerlei plassen, verder weg”. Natuurlijk is vliegveiligheid belangrijk, doch het nemen van de juiste maatregelen die ook succesvol zijn op lange termijn is wat mij betreft een belangrijk aandachtspunt. Zoek naar de oorzaken, alleen dan is een duurzame oplossing mogelijk. Nederland heeft miljoenen gestoken in natuurontwikkelingsprojecten waardoor steeds meer ganzen in Nederland verblijven. In een ganzen paradijs vestigen zich ganzen, daar zal toch zeker niemand zich over verbazen? Natuurbeschermingsverenigingen zijn mee verantwoordelijk voor de in Nederland verblijvende ganzen en worden daarbij gesteund door onze wetgeving. Ganzen dienen daarom beschermd te worden en landbouwschade moet worden bestreden op de plaats waar deze wordt aangericht, niet in natuurgebieden. In het bestuur van Altenatuur wordt er verschillend gedacht

49


over deze problematiek en ook binnen de Vogelwerkgroep is dit het geval. Ik ben van mening dat verder wetenschappelijk onderzoek nodig is om belangrijke vragen nog beter te kunnen beantwoorden. Zijn er andere methoden om populaties te beperken, zijn er andere methoden om ganzen van kwetsbare akkers te houden? Onafhankelijk onderzoek op diverse plaatsen kan helderheid verschaffen. Gelukkig is er de laatste jaren veel wetenschappelijk onderzoek gedaan naar in Nederland verblijvende ganzen. Bij vrijwel alle in ons land broedende ganzensoorten is de groei er nu vrijwel uit. Het meest spectaculair is het bij de Nijlgans: de aantallen beginnen te dalen. Alleen de Canadese gans zal komende jaren nog duidelijk in aantal toenemen,

50

maar meer dan 150.000 broedende ganzen zal ons land volgens gedegen wetenschappelijk onderzoek niet gaan tellen. Het waarom begint ook duidelijk te worden. De jongen van in het hoge Noorden broedende ganzen vertonen bij onderzoek geen enkel teken van infectie. De jongen van brandganzen die in Nederland broeden, blijken allemaal ge誰nfecteerd te zijn met ziekteverwekkers. Onder andere daardoor duurt het opgroeiproces van jonge brandganzen in ons land drie weken langer dan in het hoge Noorden. Navraag bij kwekers van kolganzen in ons land leert, dat zij de jonge ganzen onmiddellijk antibiotica toedienen omdat ze anders volstrekt kansloos zijn. Het einde aan de groei van de aantallen in ons land broedende ganzen komt er aan zonder welke ingreep dan ook. In 2008 zijn 4500 grauwe ganzen vergast op Texel. Achteraf kunnen we constateren dat dit een volstrekt nutteloze ingreep was.


Voor verreweg het grootste deel werden jonge ganzen vergast (Schiphol!). Tragisch. Het ganzenprobleem zal zichzelf binnenkort oplossen, geheel onafhankelijk van zowel natuurbeschermers als beheerders die korte termijn maatregelen nemen onder druk van de boeren en piloten die overlast hebben van de ganzen. Mijn vader genoot in de winter bijna dagelijks van de ganzen formaties bij zijn woonplaats HardinxveldGiessendam. Ook mijn moeder kan intens genieten van de ganzen als ze in de morgen uit de Biesbosch over de Merwede komen gevlogen op weg naar de sappige weilanden in de Alblasserwaard. Na de ganzen volgen de kleine en wilde zwanen weten we uit eigen ervaring. Ik vind het spannend en mooi om grote groepen ganzen te zien, te speuren naar die ene roodhals tussen honderden ganzen van een andere soort. Laten we zorgvuldig omgaan met deze prachtige dieren zoals singer-songwriter Chris Wood citeerde in de prachtige anonieme oude dichtregels van zijn cd Trespasser: The law will hang the man or woman Who steals the goose from off the common But lets the greater thief go loose Who steals the common from the goose Anon. Gebruikte bronnen: Argus mei 2012 en Volkskrant 30 mei 2012.

!

51


Waarnemingen van april t/m augustus Rinus Punt

52

Datum

Waarneming

Plaats en Waarnemer

04 apr.

1 Goudhaantje

Duylweg, J.v.Mersbergen

14 apr.

Eerste Boerenzwaluw (schuur)

Andel, Kees & Hanny

18 apr.

2 Gierzwaluwen (eerste)

Dussen, Corné Pruijsen

19 apr.

1 Koekoek

Struikwaard, Sjaak Schreuders

22 apr.

1 Koekoek 1 Tjiftjaf

Stuikwaard, fam. Hoevenaren

22 apr.

1 IJsvogel

Dussen, Corné Pruijsen

23 apr.

1 Gaai

Klaverplak, Petra Furster.

26 apr.

2 Zwartkoppen (tuin) 1 Tuinfluiter

Sleeuwijk, Hylke Tromp.

28 apr.

1 Lepelaar

Andel/Veen, fam. Hoevenaren.

09 mei

2 Patrijzen (koppel)

Andel, Hoofdgraaf

20 mei

1 Gele Kwik

Giessen/Andel

28 mei

2 Patrijzen

Neerandelseweg

04 mei

1 Velduil

Koppel, Ad en Punt.

08 mei

1 Lepelaar

Hakkeveld, Sjaak Schreuders.


Datum

Waarneming

12 mei

1 Koekoek

23 mei

1 Grasmus

25 mei

1 Grauwe Vliegenvanger

27mei1

1 Gekraagde Roodstaart

17 mei

2 Grote Bonte Spechten (paar) Woudrichem, met een jong

Plaats en Waarnemer

Sleeuwijk, (tuin) Hylke Tromp. Truus Roemer-Ruys

19 mei

1 Braamsluiper

Dussen, Adrie Romijn.

19 mei

1 Zeearend

Polder Malta, Cristine Gols.

1 juni

1 Kneu

Hank, fam. Hoevenaren

10 juni

Vlucht Wulpen

Keersluis, Wijk en Aalburg

Groep Grutto's

Rotonde Aalburg/Veen

23 juni

1 Grote Bonte Specht

Dagelijks in de tuin

06 juni

3 Patrijzen met13jongen

Dussen, Duylweg,

1 Wezel

CornĂŠ Pruijsen

08 juni

1 Jonge Groene Specht (tuin)

Sleeuwijk, Hylke Tromp.

08 juni

3 Lepelaars

Noordplaat, Sjaak Schreuders

12 juni

1 Patrijs

Almkerk (Altenahove)

16 juni

2 Zwarte Sterns

Andel (sluis)

1 Grote Bonte Specht (tuin)

Wijk en Aalburg

15 juni

2 Jonge Buizerden (bos)

Duyl, Jan v. Mersbergen

17 juni

2 Grote Bonte Spechten (paar) Woudrichem, met 2 jongen in de tuin

27 juni

1 Velduil

Truus Roemer-Ruys Babylonienbroek, Len Bruining

53


Datum 01 juli

Waarneming 4 Grote bonte spechten

Plaats en Waarnemer Eikenlaan, Sleeuwijk, Els Capelle

06 juli

6 Ooievaars

Dussen, CornĂŠ Pruijsen

10 juli

1 Wielewaal

Almbos, Constance/Shifra

11 juli

3 Jonge Ransuilen (tuin)

Dussen, Lian v. Oers

12 juli

2 Jonge Gr. Spechten (tuin)

Sleeuwijk, Hylke Tromp.

29 juli

1 Nachtzwaluw (gewond)

Hoekeinde

15 juli

1 Kraanvogel

Almkerk, Jan de Graaff

04 aug.

1 Zeearend

Biesbosch, Hylke Tromp

22 aug.

2 Bosuilen (boomgaard)

Sleeuwijk

25 aug.

2 Zeearenden,

Biesbosch.

1 Visarend, 1 IJsvogel, 1 Witgatje, 1 Groenpootruiter, 1 Kleine Zilverreiger. 13 aug.

14 Lepelaars

Groesplaat, Hans Wijkniet.

16 aug.

1 Zeearend

Biesbosch, Hans Brouwers.

16 aug.

1 Lepelaar

Nieuwendijk, Gerrit Kamerman.

19 aug.

24 Ooievaars

Wijk en Aalburg, Henk Biesheuvel.

Bedankt voor het melden, ik blijf op mijn post om de nieuwe waarnemingen te noteren!

54

Met vriendelijke groet, Rinus Punt Hoofdstraat 48, 4265 HL Genderen Tel. 0416-352301 E-Mail: mlpunt@hetnet.nl


Natuur heeft een rafelrand Johan Koekkoek

‘t Is eind juni. ‘k Fiets op m’n gemak door t’ dorp. ‘k Erger me: op twee adressen passeer ik een spuiter van herbiciden. ‘k Fiets door. ‘k Kan geen praatje maken. Thuis gekomen probeer ik m’n ergernis om te zetten in het leggen van een straatje. Maar de volgende ochtend is de ergernis nog niet geheel verdwenen. Ik vind dat ik toch nog wat met die vervelende gevoelens moet doen. Ik google wat en kom bij onkruidverdelgers uit.

RIWA: Chemische onkruidbestrijding bedreigt drinkwater (RIWA: Vereniging van rivierwaterbedrijven) Chemische onkruidbestrijding op verhardingen zou, volgens een recente studie, milieuvriendelijker zijn dan niet-chemische technieken. Het overschrijden van drinkwaternormen is in de studie van Plant Research International in samenwerking met IVAM van de Universiteit van Amsterdam echter niet meegenomen. RIWA waarschuwt deze week in een persbericht nadrukkelijk dat normoverschrijdingen door chemische onkruidbestrijding de drinkwatervoorziening bedreigen. Volgens RIWA wordt de wettelijke norm voor oppervlaktewater, waaruit drinkwater wordt bereid, jaarlijks overschreden door het gebruik van chemische onkruidbestrijdingsmiddelen op verhardingen. Sinds de aanscherping van de toelating, waardoor duurzame toepassing verplicht werd, halveerde het aantal normoverschrijdingen op de innamepunten van de drinkwaterbedrijven: van 34 in 2005 naar 17 in 2009. ‘Maar sinds 2010 neemt het aantal normoverschrijdingen weer toe, tot 25 in 2011. Ook in 2012 zijn er overschrijdingen van de norm vastgesteld. Dat dit in een milieustudie niet wordt meegewogen is een ernstige tekortkoming. Wij scharen ons achter de door de Tweede Kamer aangenomen motie Grashoff die een verbod op chemisch beheer van de openbare ruimte bepleit’, stelt RIWA in het persbericht. (WaterForum Online, 22 augustus 2012)

55


Het gevecht tegen onkruidbestrijdingsmiddelen is, binnen de gelederen van onze vereniging, op velerlei wijze gevoerd. Eind jaren tachtig van de vorige eeuw hebben we een posteractie uitgevoerd met posters van de club uit Lekkerkerk over Natuurverrijking . Mede naar aanleiding van die actie hebben wij toen (1989) een verhaal gemaakt over natuurlijk omgaan met de tuin, een lessenserie die toen gegeven is op de basisscholen. Hans de Peuter

met het regenwater afgevoerd richting sloot en vervolgens richting grote rivieren. Residuen van chemische onkruidbestrijdingsmiddelen worden bij de analyses van het oppervlaktewater vaak op één hoop gegooid, omdat het heel moeilijk is precies de herkomst te achterhalen. Van Roundup, glyfosaat, weet men dat het een substantiële bijdrage levert aan het geheel van de verontreiniging, we spreken hierbij

!

Structuurformule glyfosaat in Roundup

56

tekende een stripfiguur die het natuurlijk tuinieren onder de aandacht wilde brengen. De kern van het verhaal richtte zich op het gebruik van Roundup. Dit middel is een systemisch verdelgingsmiddel. Dat systemisch wil zeggen dat het molecuul dat de schade aanricht in de plant, door de plant zelf vervoerd wordt naar alle cellen. En als het zijn verwoestende werking gedaan heeft, dan komt het in de bodem. Het molecuul blijft maar een korte tijd bestaan, maar het molecuul zelf of z’n afbraak-producten worden

van normoverschrijding. Drinkwaterbedrijven maken zich dan ook grote zorgen. Natuurorganisaties pleiten al vele jaren voor het terugdringen van het gebruik van Roundup op verhardingen. Immers de kans dat het vandaar uitspoelt naar het oppervlaktewater is heel groot. De lobby vanuit met name de zijde van de fabrikant, Monsanto, is heel stevig. Monsanto heeft weten te bereiken dat het wettelijk verbod op toepassing van dit vergif door particulieren weer uitgesteld is van 2015 naar 2018. Dat er schadelijke werking in de natuur optreedt, is geen item alleen meer van natuurorganisaties, maar vooral ook van waterschappen en waterwinbedrijven. De motie


Grashoff voor het verbod is aangenomen. Maar uitstel op uitstel baart zorgen en er is dus nog steeds veel werk aan de winkel als het over de toepassing van dit vergif gaat. Eigenlijk is het best jammer dat we dit soort belangrijke ecologievraagstukken wettelijk moeten regelen. De noodzaak van de wettelijke maatregelen is volgens mij gebaseerd op valse omgangsvormen in onze tuin-/ wooncultuur. Toen de gewone man in de vorige eeuw steeds comfortabeler

immers een knecht of een dienstmeid kon het tuin- en het poetswerk doen. Meneer en mevrouw konden dan met trots uitzien op hun eigen schoon geveegde paadje. Men beleeft dat als welstand. Maar aan het eind van de twintigste eeuw wordt het wonen in een mooi huis met een tuin voor de gewone man / vrouw ook steeds belangrijker. Voor het onderhoud keken / kijken zij vooral naar hun voormalige heer of hun mevrouw. Hùn tuinen en hùn paden liggen er nog steeds gepoetst bij. De paadjes zijn recht, de heggen geschoren, maar vooral: het “onkruid” is gewied. De waardering voor

kon gaan wonen vond hij dat de woonvorm van welgestelden overgenomen moest worden. Dat wil zeggen de perken moesten strak en “schoon” zijn en de paadjes geveegd. Immers Engelse en of Franse tuinen beeldden een grote mate van welstand uit. Dat er behoorlijk wat werk zat aan het onderhoud van zo’n tuin moest maar voor lief genomen worden. Het in stand houden van deze cultuurproducten bij welgestelden leverde wel behoorlijk wat betaald werk op. En dat is misschien wel positief te noemen,

madelief en paardenbloem, weegbree en prunel is nog steeds negatief. Het in stand houden van het gewenste cultuurproduct: strakke heggen en paden, geen onkruid, gaat een steeds grotere aanslag doen op het te besteden budget van de welgestelden. Advertenties en tuinadviseurs propageren dat het gemakkelijker en vooral dat het goedkoper kan door Monsanto en Bayer producten te kopen: - Met een paar liter het gehele jaar tuin en paden schoon-! Ook de gewone man / vrouw krijgt

57


58

het drukker, het paadje en de heg vragen wel erg veel tijd. En het is van dat rot werk. Monsanto en z’n kornuiten spelen op die zucht naar gemak uitbundig in. - U kunt ook zo’n mooi trots tuintje behouden als U met Roundup spuit, slechts een kleine handeling en een hele tijd geen onkruid-! Waar is er iets fout gegaan bij de trotse heren/ mevrouwen die zich Engelse en Franse tuinen aanmaten? En wat is vervolgens fout gegaan bij de gewone burgers met een mooi huis en een “mooie” tuin? Beide groepen zijn vergeten hun tuin en hun paden in te passen in de ecologie van hun omgeving. Zij vergaten / vergeten dat de oorspronkelijke vegetatie ingepast moest / moet worden in hùn woon- en hùn leefsituatie.

Nee, oh nee, ook zelf proberen om een paadje in je tuin te maken met een rafelrand en een haag die niet met een lijntje geschoren is maar tweemaal op een jaar een knipbeurt krijgt. Of struiken die op gezette tijden in een vorm gezet worden die past bij de rafelrand langs de straat. Gazonpaden waar naast gras ook andere bodembedekkers, als prunel en zenegroen of madelief en weegbree naar hartenlust bloempjes produceren. Gras en bodembedekkers vormen een tapijt en als het enigszins kan voor de blote voet. Gevaar, zo ontdekte ik tijdens een van de mooie dagen, komt bij het werken in het tuinatelier voortdurend uit onverwachte hoek, een wesp die meent dat de vijand, met die harige opperhuid, te dichtbij komt. Zij

Hé natuurbeschermer, als je het dan zo goed weet, wat doe je er zelf aan? Nou ik schrijf er toch over. En het produceren van een leesbaar stukje vraagt altijd wel enkele uren. Maar is het dat dan!

offerde mij haar angel met het bijbehorende gifzakje. Ik heb twee dagen een rode ellenboog gehad. Ze vloog nog wel weg, maar collega’s heb ik niet gezien, gelukkig. Ik ben ter plekke wel alert op een wespennest,


misschien moet ik komende tijd maar een bochtje maken. Hé natuurbeschermer, ja, je eigen paadje schoon houden, je eigen rafelranden ‘boetseren’ dat is misschien al wel een kunst, maar hoe bereik je nu dat velen zich aan zo’n rafelrand wagen? Nou, eerst kijken of er misschien medestanders zijn die ook al zo’n rafelrandtuin bezitten. Als je hen vraagt hoe zij het tuinieren beleven, dan dwingen de meesten bij mij respect af, vanwege de passie die zij uitstralen bij de inrichting en het onderhoud van hùn leefomgeving. Als ik dan door zo’n tuin loop en ik zie dat een Toorts met witte bloempjes zich gevestigd heeft tussen de stenen van het tuinpad dan valt de belevingswaarde voor mij heel hoog uit.

week van de afgelopen maanden heb ik even met een gasbrander over het pad gelopen en de storende planten, die het voor de meeste kerkbezoekers het zo vertrouwde beeld van een klinkerbestrating verstoren, weggebrand. In oktober hoop ik met de jongeren van de jeugdkerk na te denken over de oproep van Jezus om hem te volgen, en alles te doen wat Hij aanbevolen heeft. Eén van Zijn aanbevelingen is dat het drinkwater van de buren niet vervuild mag worden. Als dat dan zo is dan moet je ook op je kerkpad geen Roundup gebruiken. Naast het achterwege blijven van het gebruik van gif op het kerkpad, vind ik dat er ook een rafelrand aan het kerkpad gemaakt kan worden. Om dit laatste te bereiken ben ik in

!

huidig kerkpad zonder rafelrand

Oefenen baart kunst. Afgelopen voorjaar heb ik me gemeld bij ons kerkbestuur ( Geref. Kerk Almkerk) om te proberen om zonder gebruik van herbiciden, Roundup, het kerkpad begaanbaar te houden. Elke eerste

overleg met de werkgroep die de tuin bijhoudt, gegaan. Het voorstel is om kleine perken te maken met bodembekkers als Prunel, Zenegroen, Kleine maagdenpalm en Mansoor. Tussen de bodembedekkers planten

59


60

we dan, tijdens een officieel moment, met de jongeren, bollen als tulp en narcis. Op de overgang van tuin naar klinkerpad worden, ook tussen de klinkers, enkele plantjes van Liggend vetmuur en enkele Sedumsoorten

moleculaire biologie Gilles-Eric Seralini onderzocht gedurende twee jaar 200 ratten die aten van de genetisch bewerkte maїs en het bestrijdingsmiddel Roundup. De ratten stierven veel sneller dan

geplant. Volgend voorjaar hopen we dan met de deelnemers aan de jeugdkerk, tijdens een viering, stil te staan bij de resultaten. We oogsten dan enkele tulpen en narcissen en zullen die dan uit delen aan bezoekers van de kerk. Als de rafelrand langs het kerkpad slaagt, hoop ik er volgend jaar nog eens over te schrijven.

andere ratten, ook ontwikkelden ze vaker kanker.” In de met Roundup bespoten maїs, hoopt het gif wel op maar de dodelijke werking blijft achterwege. Resten van Roundup blijven in de plant achter bij het oogsten. “De vergunning voor het op de markt brengen van deze maїs is gebaseerd op onderzoeken, die maar negentig dagen duurden. Séralini toonde aan dat de ratten de kanker pas ontwikkelden na negentig dagen”. Het artikel bevat ook info over de visie van hoogleraar milieukunde Lucas Reijnders, die nog een aantal reeds eerder uitgevoerde onderzoeken de revue laat passeren. En waarvan de uitkomsten mij, en met mij vele anderen, nog nooit vrolijk gestemd hebben.

EU onderzoekt kanker door genmaїs en bestrijdingsmiddel door Mayke Calis Brabants Dagblad 22 september 2012. “Zowel Frankrijk als de Europese Unie onderzoekt met spoed of een genetisch gemodificeerde maїssoort kankerverwekkend is, zoals deze week uit Frans onderzoek zou zijn gebleken. De Franse hoogleraar


Kringloopcentrum Altena Kerkstraat 1, 4286 BA Almkerk.

tel. 0183-403080

- Inzameling - & Verkoop bruikbare goederen - Educatie & Voorlichting - Recycling

NIEUWE MEUBELEN? GROTE SCHOONMAAK? OPRUIMEN? VERHUIZEN?

BANKJE NODIG? OF EEN LEUKE BLOUSE? OF SERVIESGOED? OF DAT ENE BOEK?

Bel maandag t/m vrijdag van 9 tot 12 uur het Kringloopcentrum voor het ophalen van al uw bruikbare spullen!

Bezoek de Kringloopwinkel op de hoek van de Kerkstraat en de Woudrichemseweg in Almkerk!

OPENINGSTIJDEN KRINGLOOPWINKEL

maandag dinsdag woensdag donderdag vrijdag zaterdag

ochtend

middag

gesloten 9.00 -12. 00 9.00 -12. 00 9.00 -12. 00 9.00 -12. 00 9.00 -12. 00

13.00 - 17.00 13.00 - 17.00 13.00 - 17.00 13.00 - 17.00 13.00 - 17.00 12.00 - 16.00

Bruikbare spullen kunt u afgeven tijdens de openingstijden van de winkel. 61


âœ

AANMELDINGSKAART Ja, ik wil ook meehelpen de natuur in het Land van Heusden en Altena te beschermen. Noteer mij daarom als lid / jeugdlid / gezinslid. naam: ______________________ voorletters: ____________ straat: ______________________ postcode: ________ ____ plaats: ______________________ tel: _________________________

Natuurbeschermingsvereniging

ALTENATUUR

p/a. Mw. J. Pollema

Dr. v. Vuurestraat 76

4271 XH Dussen

62

't Altenatuurtje 91 - 2012  
't Altenatuurtje 91 - 2012  

Lees en bekijk het verenigingsblad van Natuurbeschermingsvereniging Altenatuur. De activiteitenagenda staat in het midden op de groene pagin...

Advertisement