{' '} {' '}
Limited time offer
SAVE % on your upgrade.

Page 1

Nr. 3 / 2018 / Jaargang 7 – Een uitgave van MedWay

“Tijd voor de leefstijlspecialist; de (ander)halve lijn in één persoon”

“Elkaar iets gunnen zit niet in het DNA van de zorg...” FRANS-JOSEPH SINJORGO

JANNEKE WITTEKOEK

IN DE SPOTLIGHT Reinier Haga Prostaatkankercentrum

UITGELICHT Pact voor de Ouderenzorg: Eén tegen eenzaamheid


INHOUD

Voorwoord

4

FOCUS Samenwerking

Deze advertentie is alleen leesbaar in de printversie

10

INTERVIEW Manager HuisartsenService Joyce Verschoor

24

IN DE SPOTLIGHT Reinier Haga Prostaatkankercentrum

Uw personeel onze zorg

MedWay B.V. Westkadijk 10, 3861 MB Nijkerk

Medisch nieuws 8 Interview 12 Non-invasieve glucosemeter - Danny Timmers Selectie 14 Uitgelicht 16 Actieprogramma Eén tegen eenzaamheid Voedingswaarde 20 Voedingscentrum Column 21 Dr. Janneke Wittekoek Opinie 22 Dr. Wolter Paans, Hanzehogeschool Groningen Selectie 27 Verslag nascholing 28 Beter (w)eten voor het hart Huisarts in beeld 31 Dr. Nelleke Ernsting Column 33 Frans-Joseph Sinjorgo

‘Samen sta je sterker’, het is eenxgevleugelde uitspraak die te pas en te onpas wordt gebruikt. Het is een uitspraak waar niemand het mee oneens kan zijn. Maar waarom is het dan toch zo moeilijk om daadwerkelijk een samenwerking te starten? Of te onderhouden? Waarom werken we in de zorg nog steeds het liefst allemaal op ons eigen eilandje, zélfs als we weten dat een proces sneller en soepeler kan verlopen als je samen optrekt? Met de HuisartsenService zien we het maar al te vaak. We doen bijvoorbeeld regelmatig een Quickscan bij een praktijk en dan blijkt soms dat de samenwerking met andere eerstelijnszorgverleners niet optimaal is, of dat de samenwerking met andere praktijkhouders binnen hetzelfde pand een ijzig verstandshuwelijk is, waar patiënten de dupe van kunnen worden. Maar het gebeurt ook regelmatig dat de samenwerking binnen het personeelsbestand niet optimaal is. Praktijkondersteuners die niet goed samenwerken met assistentes, huisartsen die boven in plaats van tussen hun personeel staan… Een schrale troost is dat het in iedere branche heel lastig samenwerken blijkt. De mens is een groepsdier, maar ook eentje die het eigenbelang doorgaans boven het groepsbelang stelt. Het blijkt maar lastig dat natuurlijke instinct uit te schakelen, maar als dat lukt levert het zo veel moois op. Dat blijkt wel uit de vele fraaie voorbeelden van samenwerkingsverbanden die in deze editie van HuisartsenService worden beschreven. Ik hoop dat het jullie als lezer net zo inspireert als ons! Dirk-Jan Kruithof, Uitgever

033 - 247 11 71 COLOFON HuisartsenService is een kwartaalmagazine en wordt gratis verspreid onder huisartsen. Wilt u HuisartsenService ook ontvangen of wilt u een adreswijziging doorgeven mail dan naar info@huisartsenservice.nl UITGEVER MedWay BV, Postbus 1199, 3860 BD Nijkerk, 033-2471171 info@medwaybv.nl / www.huisartsenservice.nl / info@huisartsenservice.nl COÖRDINATIE MAGAZINE EN ADVERTENTIE EXPLOITATIE Claudine van Peperstraten, peperstraten@huisartsenservice.nl 06-12971011 REDACTIE buro33, Edgar Kruize / Esther Schulting, www.buro33.nl ONTWERP EN DTP PHprojecten DRUK Platform P COPYRIGHT Op alle artikelen en fotografie in dit magazine rust auteursrecht. Prijswijzigingen en drukfouten voorbehouden. Gebruik of verspreiding zonder toestemming van de uitgever is verboden. DISCLAIMER MedWay BV en bij deze uitgave betrokken medewerkers aanvaarden geen enkele aansprakelijkheid voor mogelijke gevolgen die zouden kunnen voortvloeien uit het gebruik van de in deze uitgave opgenomen informatie. Uitspraken die worden gedaan in de gepubliceerde interviews zijn van de geïnterviewde en hoeven niet overeen te komen met de mening van de redactie en uitgever.

HuisartsenService

3


FOCUS

Door HuisartsenService

Goede zorg vraagt om extra focus op samenwerking

Goede samenwerkingsafspraken tussen bijvoorbeeld huisartsen, andere eerstelijnszorgverleners en gemeenten dragen er aan bij dat de huisarts er niet alleen voor staat en de patiënt gericht kan verwijzen naar een andere zorg- of hulpverlener (minister Bruno Bruins van Medische Zorg en Sport)

4

HuisartsenService

Recent was het weer in het nieuws; de uitwisseling van medische gegevens tussen huisartsen en specialisten is nog altijd gebrekkig. Het is een typisch voorbeeld van hoe binnen de oceaan die zorg heet ieder op zijn eigen eiland lijkt te werken. En de patiënt? Die dobbert daar doorheen, in de hoop uiteindelijk heelhuids aan land te komen... Goed, bovenstaand scenario gaat vrij kort door de bocht, maar feit is wel dat samenwerking op alle niveaus nog best een heet hangijzer blijft in de totale zorg. Niet alleen in de communicatie tussen eerste- en tweedelijn, maar ook tussen diverse eerstelijnszorgverleners, of zelfs binnen de eigen praktijk. Samenwerking is het afgelopen decennium belangrijker geworden dan ooit, maar op veel fronten wordt er nog altijd gewerkt alsof er niets veranderd is. Dat is dan ook een instinctief menselijke reactie. Als veranderingen (te) snel gaan, sluit je jezelf af. Zeker de huisartsen die nog gewend waren om alleen met een of twee assistenten samen te werken, zien zich geconfronteerd met een wereld waarin ze onderdeel zijn van een te managen team. Een team waarin assistenten en praktijkondersteuners werkzaam zijn, waarmee in steeds meer gevallen binnen een groepspraktijk gewerkt wordt en er dus samenwerkingsverbanden moeten ontstaan met de andere huisartsen in hetzelfde zorgcentrum, om nog maar te zwijgen over eventuele andere partijen onder hetzelfde dak, zoals fysiotherapeuten, diëtisten, apotheken et cetera. Om op het gebied van ketenzorg te kunnen onderhandelen met de zorgverzekeraars, moet je aansluiten bij een zorggroep, hetgeen ook weer overleg met de collega’s in die zorggroep met zich meebrengt. De kruisverbanden stapelen zich alleen maar op, ga er maar aanstaan.

OBSTAKELS Het veranderde landschap vraag niet alleen een andere manier van werken voor de huisarts, maar ook voor de assistent, of voor ieder ander binnen het grotere geheel werkzame persoon. In zo’n setting kún je niet meer werken alsof we nog in de 20ste eeuw leven. De interessante situatie is inmiddels ontstaan dat jongere medewerkers niet anders meer weten en op hele natuurlijke wijze door de huisartsenpraktijk van nu laveren. De oudere garde ervaart obstakels. Wederom vrij kort door de bocht, maar dit is wat het team van HuisartsenService heel ruw genomen constateert als we in gesprek zijn met huisartsen. Het is ook iets wat naar voren komt uit de gratis Quickscan die we huisartsenpraktijken aanbieden rondom de organisatie van chronische zorg. MEER COMPLEX Samenwerking is het afgelopen decennium alleen maar belangrijker geworden, maar wat ook in die periode is veranderd is de manier waarop veel nieuwe huisartsen werken. Het aantal huisartsen in Nederland is volgens NIVEL-cijfers in de tien jaar tot 2017 met 21 procent gestegen. Dat leidde echter tot slechts 9 procent meer arbeidsvolume. Dit vanwege een veranderende beroepsopvatting bij de jongere huisartsen. Vooral het vrouwelijk deel daarvan is parttime aan het werk. Dat vraagt voor die groep dus een continue overdracht met collega’s om zo een populatie te kunnen blijven bedienen. Onderwijl is de zorgvraag ook ingrijpend veranderd. Het aantal 65-plussers blijft stijgen, de zorgvraag uit die groep (inmiddels zo’n 32 procent van de spreekuurtijd), neemt alleen maar toe. Daarnaast heeft de eerstelijnszorg veel meer taken toebedeeld gekregen om zo onder meer de druk op de tweedelijn te doen afnemen, waardoor de eerstelijnszorg alleen maar meer complex wordt.

OPLOSSINGEN Dat maakt op zijn beurt weer dat de huisartsenzorg onder druk staat en steeds meer binnen de eerstelijnszorg werkende mensen met burn-out klachten te kampen hebben. De Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV) publiceerde begin dit jaar het onderzoek Meer Tijd Voor De Patiënt, waaruit duidelijk werd dat optimale eerstelijnszorg in het gedrang lijkt te komen. Met name de hervormingen in de langdurige zorg leiden tot een toenemende zorgvraag in de huisartsenpraktijk. “Dit vind ik een ernstig signaal dat serieus genomen moet worden”, zo reageerde minister Bruno Bruins van Medische Zorg en Sport. “Er moet breed worden gekeken naar oplossingen en niet alleen naar de praktijkverkleining.” Nu leek praktijkverkleining aanvankelijk een logische oplossing. Want minder patiënten per praktijk betekent in theorie per saldo meer tijd voor de patiënt. Gezien de manier waarop tegenwoordig wordt gewerkt, zet het echter niet genoeg zoden aan de dijk. De minister wil dan ook meer ruimte creëren voor verdere samenwerkingsverbanden in de eerstelijnszorg. “Om ervoor te zorgen dat huisartsen voldoende tijd hebben voor de patiënt, zie

ik meerdere oplossingen”, zo schrijft hij in een brief aan de Kamer. “Het ministerie van VWS werkt samen met de LHV aan het uitzetten van een onderzoek om zicht te krijgen op factoren die bepalend zijn voor huisartsen om wel of niet in een bepaald gebied te willen werken. Op dit moment is daar geen duidelijk beeld van. Doel van het onderzoek is om inzicht te krijgen in de motivatie van huisartsen en mobiliteitswensen; niet alleen feiten en cijfers. Naar aanleiding van het onderzoek kunnen we gezamenlijk inzetten op gerichte oplossingen om de huisartsenzorg voor iedereen toegankelijk te houden. Bovendien maken we het in de bekostiging mogelijk dat huisartsen een praktijkmanager kunnen aanstellen voor het overnemen van niet-patiëntgebonden taken. Daarnaast hebben we mogelijkheden gecreëerd dat de huisarts bepaalde vormen van zorg binnen de eigen praktijk kan overdragen aan praktijkondersteuners, physician assistants en verpleegkundig specialisten. Ook de inzet op vermindering van regeldruk helpt om meer tijd te hebben voor de patiënt. Tot slot dragen goede samenwerkingsafspraken tussen bijvoorbeeld huisartsen, andere eerstelijnszorgverleners en gemeenten er aan HuisartsenService

5


De interessante situatie is inmiddels ontstaan dat jongere medewerkers niet anders meer weten en op hele natuurlijke wijze door de huisartsenpraktijk van nu laveren. De oudere garde ervaart obstakels

6

HuisartsenService

bij dat de huisarts er niet alleen voor staat en de patiënt gericht kan verwijzen naar een andere zorg- of hulpverlener.” GEORGANISEERDE SAMENWERKINGSVERBANDEN Vanuit het werkveld worden deze geluiden toegejuicht. Toch wordt er ook verder gedacht en de ‘kleinere praktijken’ lijken in sommige gevallen al een punt van discussie. Recent plaatste huisarts Niels Rossen uit Venray een opiniestuk op de website van Medisch Contact waarin hij juist pleit voor grotere praktijken. Want – zo redeneert hij – ‘er zijn te weinig huisartsen om het streven van meer kleinere praktijken te realiseren, dus ligt juist de oplossing in het tegenovergestelde: praktijkvergroting’. Ook binnen zijn betoog is het de innige samenwerking met andere zorgverleners die de werkdruk moet gaan oplossen. “In de huisartsenposten heeft zich tijdens de ANW-diensten een ontwikkeling – met schaalvergroting en inhoudelijke verandering – voorgedaan. Dit veranderproces moeten we ook in de dagpraktijk doorzetten en versnellen door van huisartsenpraktijken goed georganiseerde samenwerkingsverbanden rondom de patiënt te maken, waarbij de huisarts veel meer taken delegeert. Want veel zorg kan ook op een kwalitatief goede manier door andere zorgverleners dan de huisarts worden geleverd. De verloskundige kan tegenwoordig prima intra-uterine devices (IUD’s) plaatsen, de fysiotherapeut kan een kniedistorsie beoordelen, maatschappelijk werk kan eenzaamheid bestrijden, het consultatiebureau werkt nauw samen met de kinderarts, de lactatiedeskundige helpt bij borstvoeding, de opticien meet de visus, de optometrist beoordeelt de complexere oogproblemen, de diëtist helpt bij gewichtsproblemen, audiciens bij gehoorproblemen et cetera. (…) Het verdelen van zorg met paramedici zal de zorg ook efficiënter maken, net als met de vrije toegang naar de fysiotherapeuten is gebeurd. En de paramedici hebben voldoende ruimte om dat op te vangen mits de zorgverzekeraars er financiële ruimte voor maken, want het knelpunt is nu vaak dat wij moeten verwijzen en dat patiënten dan hun eigen risico aanspreken. Ook binnen onze huisartsenpraktijken kunnen we meer delegeren: naar de spreekuurondersteu-

ner, nurse practitioner en de praktijkondersteuners. Zo kan de POH-ggz de langdurige gesprekken overnemen, de POH-somatiek het stoppen met roken begeleiden en de diabeteszorg overnemen. Het intern opleiden van dit personeel is in enkele jaren te realiseren, in tegenstelling tot de veel langere opleidingstijd van een huisarts. Tekorten aan personeel zijn op te lossen door parttimers meer te laten werken en lonen te verhogen, maar dat is aan de politiek en de zorgverzekeraars.” NIEUWE BENADERING Waar echter vaak overheen gekeken wordt is de samenwerking met de patiënt. Want ook die relatie is behoorlijk veranderd. Waar het in het verleden een ongelijkwaardige relatie was waarin de huisarts de beslissingen nam, is het nu de patiënt die de leiding heeft en de huisarts als hulpmiddel inzet om bepaalde gezondheidsdoelen te bereiken. Ook dat vraagt een nieuwe benadering. De patiënt is participerend, de te volgen paden komen via ‘shared decision making’ tot stand. Een patiënt vraagt zorg die aansluit op zijn of haar persoonlijke situatie en beslist – met de juiste kennis – mee over het te volgen pad. En ook daarbij verlangt hij dat de huisarts hem de juiste richting op wijst. De spin in het web, die vanuit die positie actief de samenwerking kan zoeken met exact de juiste (zorg)partijen die om zijn of haar praktijk heen cirkelen. Samenwerking dus op alle gebied; het lijkt dé sleutel voor het oplossen van de werkdruk. Samenwerking onderling, met andere praktijken, samenwerkingen binnen groepspraktijken en tussen verschillende disciplines, met de patiënt en uiteraard samenwerking tussen de eerste- en tweedelijnszorg. Met daarnaast een strakkere samenwerking met om de zorg heen cirkelende partijen als de farmaceutische industrie, de leveranciers van hulpmiddelen, ICT-medewerkers en meer. Er is eigenlijk geen keus. Goede zorg vraagt om extra focus op samenwerking. De huisarts kan het nu eenmaal niet alleen. Hoe hier optimaal de weg in te vinden? Het begint met openstaan voor samenwerking. De meerwaarde van partijen om je heen erkennen, of waar nodig uit te bouwen. HuisartsenService helpt u daarbij graag.

Deze advertentie is alleen leesbaar in de printversie

Uw personeel onze zorg

MedWay B.V. Westkadijk 10, 3861 MB Nijkerk 033 - 247 11 71


Door Edgar Kruize

‘Brusselse privacyregels frustreren samenwerking in zorg’

Duizenden mensen ondertekenen petitie tegen abortuspil bij huisarts

Eerder dit jaar dienden GroenLinks en de PvdA een wetsvoorstel in over de verkrijgbaarheid van een abortuspil bij de huisarts. De Vereniging voor Bescherming van het Ongeboren Kind (VBOK) vindt dat deze wet er niet mag komen en heeft de door 21.000 mensen ondertekende petitie ‘Zeg nee tegen de abortuspil bij de huisarts’ aangeboden in de Tweede Kamer. De gedachte van de initiatiefnemende politieke partijen is dat er nu te lange wachttijden zijn bij klinieken, en dat vrouwen zelf goed kunnen nadenken. ‘Een dergelijk besluit zal men nooit lichtzinnig nemen”, zo is de redenatie en daarbij is de huisarts als vertrouwenspersoon toegankelijker en persoonlijker. Het VBOK vindt dat ‘vrouwen beter verdienen’ en er alternatieven geboden moeten worden om het ongeboren leven te beschermen. 8

HuisartsenService

Whatsappzorgvraag stijgt Het aantal Whatsapp-berichten dat zorgverzekeraars hebben gekregen van patiënten die twijfelen of zij naar de huisarts moeten gaan is dit jaar enorm toegenomen. Uit onderzoek van Medicinfo blijkt dat er dit jaar al zo’n 14.000 vragen via Whatsapp binnen zijn gekomen bij de verzekeraars, een stijging van 84 procent ten opzichte van 2017. Patiënten sturen hun zorgverzekeraars voornamelijk een appje als ze twijfelen of zij de dokter moeten bellen voor een bepaalde klacht. Het zijn voornamelijk vrouwen (70 procent) die Whatsapp gebruiken, de gemiddelde leeftijdscategorie is 30 tot 35, maar loopt op. Tien procent van de vragen betreft een vraag over een (ziek) kind. De verpleegkundigen en huisartsen achter de app merken op dat mensen sneller een reactie verwachten, vertrouwder zijn met het gebruik van nieuwe communicatietechnologieën en daardoor de app ook als een laagdrempelig medium ervaren.

Door de nieuwe privacywetgeving kunnen artsen niet zonder meer bij de gegevens van hun eigen patiënten. Absurd, zo stelt huisarts Hans Gimbel uit Heerhugowaard in een ingezonden stuk in De Volkskrant. Hij geeft aan dat de wet met het oog op datavergarende internetgiganten als Google en Facebook zonder meer een juiste insteek heeft. “Helaas heeft Brussel in één moeite door ook alle andere sectoren meegenomen, waaronder de zorg. Volkomen onnodig, aangezien in de zorg al van oudsher het medisch geheim geldt, bekrachtigd met de eed van Hippocrates (460 voor Christus!) die elke arts aflegt. Helaas pakt deze wet voor de zorg desastreus uit. Alle medische gegevens zijn achter een schier onneembare burcht geplaatst, met als gevolg dat artsen niet bij de gegevens van de patiënt kunnen. Dat is natuurlijk niet de bedoeling, maar wel het gevolg van de wet.” Gimbel haalt als voorbeeld een de huisarts aan die bij een patiënt met een enkelletsel een foto laat maken. Heeft de patiënt een gebroken enkel, dan mag de chirurg niet kennis nemen van de foto, tenzij de patiënt schriftelijk toestemming heeft gegeven. “Om zorgverlening toch mogelijk te maken hebben juristen een administratief monstrum bedacht. De huisarts mag pas inzage hebben in de gegevens van een patiënt, nadat de patiënt een schriftelijke verklaring heeft afgegeven aan het ziekenhuis. Deze formulieren komen op een grote stapel te liggen en worden vervolgens handmatig in het systeem ingevoerd. Zo gaat het althans in onze regio. Het invoeren van alle patiënten gaat maanden duren.”

Minder opnames in Zaanstreek door digitaal overleg

Miracles of music Wetenschappelijk onderzoek toont al langer aan dat muziek een positief effect heeft op de ontwikkeling van ons brein. Maar inmiddels boeken al zo’n 700 muziektherapeuten in ons land goede resultaten met muziektherapie. In de film Miracles Of Music volgt documentairemaker Pim Giel drie muziektherapeuten en een muziektrainer die de ongelooflijke effecten aantonen van muziek op hun cliënten, die te maken hebben met bijvoorbeeld revalidatie, dementie, autisme, een oorlogstrauma, psychische problemen, een burn-out of eenzaamheid. Maar ook diverse muzikanten, waaronder zangeres Berget Lewis jazzmuzikant Benjamin Herman, concertpianiste Klara Wurtz en wetenschapper prof. dr. Erik Scherder vertellen over de wonderbaarlijke kracht van muziek op het brein en op henzelf. De documentaire wordt 15 november gepresenteerd tijdens de Dag van de Muziektherapie in Amsterdam. Gelijktijdig met de documentaire start het landelijke laagdrempelige programma Meer muziek in de zorg. In het hele land kunnen tijdens Miracle of Music Meetings mantelzorgers, patiënten en andere zorgprofessionals van ervaren muziektherapeuten leren hoe je muziek kunt gebruiken om de kwaliteit van leven te verhogen voor mensen met een beperking of hulpvraag. De documentaire Miracles of Music wordt gepresenteerd op 15 november tijdens het congres De dag van de muziektherapie in de VU in Amsterdam, inschrijven is nog mogelijk via https://miraclesofmusic.nl/congres

Gebruikmaking van het elektronisch gestructureerd patiëntenoverleg (eGPO), een digitaal overleg tussen huisartsen, wijkverpleegkundigen en andere eerstelijnszorgverleners, heeft voor een vermindering van het aantal ziekenhuisopnames van kwetsbare ouderen in de regio Zaanstreek-Waterland gezorgd. Binnen deze regio zijn inmiddels 55 praktijkhoudende huisartsen gestart met deze vorm van multidisciplinaire samenwerking. Reden voor de vermindering in opnames, is dat het digitaal overleg ervoor zorgt dat huisartsen zowel beter als sneller een beeld kunnen vormen van potentiële crisissituaties, die zo ondervangen kunnen worden. In sommige klinieken is het aantal ziekenhuisopnames van patiënten hierdoor met bijna de helft geslonken. “Dit systeem helpt ons om op een andere manier naar de patiënt te kijken en de patiënt bij de zorg te betrekken”, aldus Liesbeth Vos, huisarts te Purmerend en één van de initiatiefnemers. “De patiënt krijgt meer regie. Tegelijkertijd zoeken we de verbinding met elkaar en kijken we als zorgverlener hoe we elkaar kunnen versterken om de patiënt de best mogelijke zorg te bieden.”

‘Meer stages in krimpgebieden’ Huisartsen in opleiding zouden sneller een stageplek moeten kunnen krijgen in een krimpgebied, of daarheen overgeplaatst kunnen worden. De kans dat zij daarna in de regio aan het werk gaan, is namelijk groter. Minister Bruins van Medische Zorg stelt in een antwoord op kamervragen dat Huisartsen Opleiding Nederland (HON) kijkt hoe dit proces beter gerealiseerd kan worden. Dit nadat Kamerlid Aukje de Vries, afkomstig uit ‘krimpgebied’ Friesland, aan de bel trok omdat de van oorsprong Friese huisarts in opleiding Sytse Jouta geen stage mocht lopen in zijn eigen provincie. Momenteel kunnen huisartsen in opleiding aangeven waar zij het liefst hun studie willen afronden. Via loting worden de kandidaten op hun eerste voorkeur geplaatst, als deze niet meer beschikbaar is op de tweede, tot er een plek gevonden is. Als een kandidaat geplaatst is, kan er niet meer om een overplaatsing worden gevraagd.

HuisartsenService

9


INTERVIEW

Door Esther Schulting

Even voorstellen: Joyce Verschoor, manager van de HuisartsenService

Kun je iets vertellen over je achtergrond? “Nadat ik mijn diploma apothekersassistent heb gehaald, ben ik HBO Farmakunde gaan studeren en liep ik tijdens deze opleiding stage bij GlaxoSmithKline. Na het behalen van mijn diploma in 2005, ben ik bij hen aan de slag gegaan en via een opleidingstraject werd ik rayonmanager op het gebied van astma/COPD. In die hoedanigheid bezocht ik huisartsen en draaide ik diverse projecten op dit kennisgebied. Daarnaast ben ik zes jaar als formulemanager bij Service Apotheek werkzaam geweest. Voor de regio midden-Nederland was ik het aanspreekpunt en begeleidde ik apotheken bij onder andere het uitvoeren van diverse Farmaceuti10

HuisartsenService

sche Patiëntenzorgprojecten. Aansluitend werkte ik ruim vier jaar als farmaceutisch projectmanager bij apotheekformule Pluriplus. Ik was verantwoordelijk voor de ontwikkeling en begeleiding van farmaceutische projecten voor de aangesloten apotheken. Met de opgedane kennis en ervaring, ben ik afgelopen mei enthousiast begonnen als manager HuisartsenService bij MedWay.” Kende je HuisartsenService al voordat je er ging werken? “Nee, maar MedWay wel. Tijdens mijn werk bij GSK kwam ik in contact met een projectverpleegkundige die via MedWay werkte. Door ziekte raakte zij enkele maanden uit de roulatie. Omdat ik toendertijd zelf al voelde dat ik een andere kant op

wilde, kreeg ik de mogelijkheid om haar baan tijdelijk in te vullen. Zo kwam ik in contact met MedWay en is het zaadje geplant.” Uit je ervaring blijkt dat je vooral heel projectmatig hebt gewerkt in verschillende functies binnen de medische branche. Is dit een bewuste keuze geweest, of ben je hier zo ingerold? “Eigenlijk beide. Het is zo gelopen, maar het is ook waar mijn hart ligt. Ik heb altijd al in de zorg willen werken. Ik zag mezelf in een adviserende rol en ik wilde graag met mensen werken. Toen ik als apothekersassistente werkte wist ik al dat ik meer wilde en nadat ik de opleiding Farmakunde had afgerond, kon

ik managementbreed binnen de zorg aan het werk. Ik heb mezelf altijd doorontwikkeld.” Welke verschillen of overeenkomsten zijn er in jouw optiek tussen huisartsen en apothekers? “Eigenlijk zijn er vooral heel veel overeenkomsten. Juist omdat beide disciplines bezig zijn met patiëntenzorg, zijn er veel raakvlakken en wordt er actief samengewerkt.” Wat waren je eerste taken en projecten binnen HuisartsenService en wat zijn je directe plannen voor de aankomende maanden? “Er stond al een CVRM-project op de planning waarvoor deelnemende huisartsenpraktijken werden gezocht. Door middel van onze Quickscan krijgt een huisartsenpraktijk inzichtelijk waar er wordt afgeweken ten opzichte van de gemiddelde landelijke cijfers. De resultaten van de Quickscan worden door middel van een uitgebreid rapport gepresenteerd. Zo kunnen wij hen verder adviseren en ondersteunen op maat. Ik ben hier per 1 mei direct ingedoken en inmiddels zijn de doelstellingen behaald, waar ik heel opgetogen over ben. Het geeft ook direct een positief signaal voor de toekomst af.” Kun je enkele andere doelen van HuisartsenService specificeren? “In eerste instantie een uitbreiding van huidige projecten zoals de Allergieservice. Deze wordt al succesvol ingezet maar mag gerust verder uitgebreid worden. Daarnaast blijven we nieuwe diensten en producten ontwikkelen. Om de huisarts te ondersteunen en te begeleiden en om zo te helpen de huisartsenpraktijk in de breedste zin te ondersteunen en te optimaliseren. De bedoeling is dat we

zowel een gesprekspartner als een informatiebron zijn. We willen met HuisartsenService echt dé partner zijn voor de huisarts.” Wat is volgens jou het unieke kenmerk van HuisartsenService waardoor het bij elke huisarts ‘top of mind’ zou moeten zijn? “We zijn een onafhankelijke service die door middel van diverse diensten en projecten de huisarts ondersteunen. Zoals gezegd kijken we eerst goed naar de huidige stand van zaken in de praktijk bijvoorbeeld via onze Quickscan. Daarna kunnen we op maat, uiteraard in samenwerking met de praktijk, de wensen en behoeften in gaan vullen.” Welke problemen zie jij vanuit jouw vakgebied vaak terugkeren bij huisartsen? En hoe kan HuisartsenService hierbij helpen? “In de afgelopen jaren is er veel gebeurd en heeft de huisarts(enpraktijk) veel veranderingen moeten ondergaan. De praktijk is meer een bedrijf geworden. De huisarts is de manager die aan het roer staat en tevens hoofdverantwoordelijk is voor de zorg van zijn patiënten. Men heeft heel veel moeten veranderen en aanpassen om aan de eisen van de tijd te voldoen. Daardoor lijkt men soms op een punt beland waarop ze geneigd zijn even geen vernieuwingen of verbeterpunten meer door te willen voeren. Maar HuisartsenService is een goede gesprekspartner en ik bemerk in mijn gesprekken met huisartsen altijd dat we positief worden gezien en ontvangen.” Hoe zie je de toekomst voor de huisarts? “De huisarts blijft een grote(re) rol vervullen binnen het zorgproces. De solopraktijk is bijna uitgestorven, je ziet veel samenwerkingen tussen verschillende disciplines in de zorg

en grotere zorgcentra waar een totaalplaatje wordt geboden. Dat zal alleen nog maar meer worden.” Het thema van deze editie van het magazine is samenwerking. Hoe werken jullie samen met de verschillende partners van de HuisartsenService? “Door de wensen en behoeften van de huisarts in kaart te brengen, kijken wij met welke partijen we op dit gebied kunnen samenwerken, zodat wij een project of dienst kunnen ontwikkelen die aansluit bij de specifieke behoefte van deze praktijk. Daarnaast werken wij samen met verschillende bedrijven, verenigingen en medisch specialisten in de gezondheidszorg waardoor wij onze onafhankelijkheid kunnen garanderen.” En is die samenwerking er intern bij MedWay ook? “Zeker! Als ik bijvoorbeeld bij een huisartsenpraktijk zit voor een project en het blijkt dat men tijd te kort komt, kan ik aangeven dat we met MedWay ook vacatures invullen. Zo kunnen we bijvoorbeeld een doktersassistent inzetten of een praktijkondersteuner. Op deze manier werken we met de disciplines niet alleen samen, maar kunnen we daarnaast een compleet plaatje bieden. “ Is er een groot verschil van farmaceutisch projectmanager, je oude baan en nu manager HuisartsenService? “Als farmaceutische projectmanager was ik meer uitvoerend aan het werk. De plannen waren er en de doelen gesteld. Binnen HuisartsenService ben ik als manager verantwoordelijk voor die plannen. Ik denk strategisch na over de toekomst, waar we heen willen gaan met HuisartsenService, welke doelen we onszelf stellen en wat we daarvoor nodig hebben. En dat is heel uitdagend!” HuisartsenService

11


INTERVIEW

Door Esther Schulting

‘De non-invasieve glucosemeter gaat de diabeteszorg veranderen’

Deze glucosemeter werkt zo makkelijk dat je in de rij voor de Python bij de Efteling je bloedwaarden kunt meten!

Danny Timmers is diabetespatënt én diabetesverpleegkundige in het Elisabeth-TweeSteden Ziekenhuis in Tilburg. Hij zet zijn eigen ervaring in om mensen met dezelfde aandoening te helpen hun leven op de rit te krijgen, zonder dat hij ermee te koop loopt. Zo ook zijn ervaring met glucosemeters. Timmers is van nature een doorzetter. Enkele edities geleden vertelde hij in HuisartsenService hoe hij zijn strijd tegen diabetes ziet als een bokswedstrijd. Voor zichzelf en ook in het helpen van anderen. “Niet passief wachten en luisteren naar anderen om mijn eigen diabetes te regelen, ik wil het zelf doen en omdat ik een slechte verliezer ben doe ik alles om te winnen. Ik denk dat veel sportmensen dat wel herkennen. Af en toe een patiënt met diabetes helpen op een verpleegafdeling vond ik uiteindelijk niet genoeg. Er zijn veel meer diabetespatiënten die ik zou kunnen helpen”, zo omschreef hij de start van zijn carrière. Het ‘patiënt zijn’ ligt er in zijn behandeling echter nooit dik bovenop. “Omdat je ook patiënt bent, heb je meer inlevingsvermogen bij de problemen van de patiënten die je ziet. Als een patiënt een hypo heeft en niet kan stoppen met eten, dan snap je dat gevoel heel goed. Toch probeer je dat niet te veel te uiten. Je moet natuurlijk te allen tijde de specialist blijven en je niet opstellen als medepatiënt maar het kan het contact en begrip verbeteren in de patiënt/artsrelatie en dat is fijn.” OMSLACHTIG METEN Eén van de zaken waar patiënten tegenaan lopen, is het bijhouden van de bloedglucosewaarden. De glucosemeter is het ideale instrument, maar de manier waarop die

12

HuisartsenService

moet worden gebruikt, wordt door velen als omslachtig en niet comfortabel gezien. Timmers merkt dat ook. “Je hebt een potje met strips, die zijn er vaak al lastig uit te krijgen. Dan moeten ze in de meter worden gestoken. Vaak moet er ook nog gekalibreerd worden. Door al deze handelingen is de kans op fouten ook hoger. Daarnaast is het in het algemeen zo dat men het prikken in de vingers echt heel vervelend vindt. Men spuit liever insuline in het buikvel, dan dat men prikt in de vingers om een druppel bloed te verkrijgen. Daar komt bij dat naarmate je vaker moet vingerprikken, de vingertoppen alsmaar gevoeliger worden. Dat kan ervoor zorgen dat mensen niet meer – of minder – prikken. Dat is niet wenselijk voor het behandelplan.” MINDER PRIKKEN Bloedprikken is lange tijd de standaard geweest, maar recent heeft Cnoga Medical de CoG Glucometer geïntroduceerd; een bloedwaardemeter voor diabetespatiënten die non-invasief werkt. Gedurende een kalibratieperiode van drie dagen, waarin het apparaatje op het lichaam wordt ingesteld, moet er acht keer per dag bloed geprikt worden. Hierbij moeten er steeds twee stripjes gebruikt worden. Daarna wordt het bloedprikken geminimaliseerd naar één keer per week tot nog minder. De metingen worden dan verricht door simpelweg de middel- of wijsvinger in het apparaatje te steken. Danny Timmers heeft een jarenlange ervaring met bloedglucosemeters en testte het apparaat. “Alle meters werken ongeveer gelijk. De ene meter werkt met wat meer of minder bloed, de andere is wat groter of juist wat kleiner. Ik gebruikte altijd de InsuLinx meter, nog steeds trouwens, die je helpt de juiste hoeveelheid in te

nemen insuline te bepalen. Het grote verschil met de CoG Glucometer is dat je nauwelijks meer bloed hoeft te prikken. Alleen de eerste drie dagen van kalibratie zijn intensief. Dat is meteen het grote verschil met de andere glucosemeters. Als ik twee dingen zou moeten zeggen over de werking van de CoG Glucometer, dan zou het zijn dat het eenvoudig werkt en onopvallend.” LAAGDREMPELIG Timmers is 4 juni jongstleden gestart met het testen en is daarnaast zijn InsuLinx blijven gebruiken. De eerste bevindingen zijn volgens de diabetesverpleegkundige heel positief. “Het gaat allemaal zo makkelijk. Je kunt bij wijze van spreken in de Efteling in de wachtrij voor de Python een bloedsuikermeting doen. Ik heb zelfs een keer een meting in de auto gedaan, maar dat moeten we natuurlijk niet stimuleren, haha! Ik noem het nu even als voorbeeld om aan te tonen hoe makkelijk en snel het gaat. De reden dat ik momenteel ook nog mijn InsuLinx gebruik, is om te vergelijken of beide apparaten even betrouwbaar zijn en dezelfde resultaten tonen. Vooralsnog is dit zeker zo.” Hij verwacht dat deze nieuwe manier van meten in de toekomst de diabeteszorg vooruit kan brengen, daar hij verwacht dat patiënten veel meer genegen zijn om te gaan meten, iets wat in de behandeling op dit moment nog regelmatig een struikelblok is. “Mijn taak is onder andere om als diabetesverpleegkundige de patiënt te motiveren om bloedsuikers te meten, zodat we daar een behandelplan op los kunnen laten. Doordat deze manier van meten heel laagdrempelig is, gaat dat veel makkelijker en zal men uiteindelijk veel trouwer zijn met de metingen. Ik zeg altijd

‘diabetes is geen ziekte, maar een handicap’. Die handicap wordt alsmaar minder belastend als bijvoorbeeld het meten makkelijker wordt gemaakt. Ik denk dat als in de nabije toekomst de CoG Glucometer vergoed gaat worden, een grote stap gezet wordt in de richting van deze non-invasieve meters.” VOORUITGANG Op dit moment is Timmers dan ook al de meter aan het aanraden, zowel aan medische collega’s als aan andere patiënten. “Na jarenlang zelf te hebben gebokst, ben ik nu bokscoach. In mijn groep zit Roeland, een jongeman met diabetes type 1. Ik liet hem de nieuwe CoG Glucometer zien en ook hij was direct enthousiast. Ik had in het ziekenhuis een lichamelijk gehandicapte jongen die langskwam met zijn zus en moeder. Hij klaagde over het vingerprikken, ik liet de CoG Glucometer zien en ze waren alle drie meteen heel erg enthousiast! Als gezegd, een meter als dit maakt het leven zo veel makkelijker, de diabetes-handicap wordt hierdoor steeds minder belastend. Mensen worden gemotiveerder om hun waarden bij te blijven houden en daardoor is hun diabetes uiteindelijk ook beter te managen. Weet je, ik kan mijn eigen eerste bloedsuikermeter nog herinneren. Ik kreeg deze van mijn moeder. Ze had het apparaatje gekocht voor 250 gulden, ik weet het nog precies. De bloedsuikermeter was wel 20 bij 10 cm, echt een groot ding. Je had een hele dikke druppel bloed nodig, dan moest je een minuut wachten, schoonvegen, nog een minuut wachten. Als je dan toch ziet waar we nu, ruim 30 jaar later mee werken, is dat een enorme vooruitgang!”

Het grote verschil met de CoG Glucometer is dat je nauwelijks meer bloed hoeft te prikken

Meer informatie: www.kebomed.nl HuisartsenService

13


e i t c e Sel

Door Esther Schulting

DE STERREN VAN DE HEMEL KOKEN

Voor de kookgek die gek is op lekker eten maar door bijvoorbeeld voedselovergevoeligheid minder kan eten, is dit kookboek van Larisse van der Haar-Buijze – culinair schrijver en tv-kok - een uitkomst. Het draait hierin om samen genieten en dat kan omdat de recepten vrij zijn van de meest voorkomende allergenen, maar wel zo dat je ze niet mist. Ook de basisrecepten zijn een uitkomst, zoals glutenvrij brood gemaakt van onder andere aardappelmeel en boekweitmeel. De recepten worden vergezeld door mooie foto’s waar je trek van krijgt en het boek is uitgevoerd met harde kaft met brede linnen rug. ISBN: 9789081764865

ORGANIZER EN OPLADER IN ÉÉN Dit oplaadstation genaamd Walter is naast een organizer ook een oplaadstation voor je mobiele telefoon. Mooi strak en stijlvol uitgevoerd in bamboe. Je kunt er je bureau in de spreekkamer netjes mee houden door er je sleutels in te leggen, bonnetjes en dergelijken, maar het is tevens een wireless oplader voor je telefoon. De organizer is gemaakt van 100% FSC bamboe en wordt geleverd met een 1,5 meter USB-kabel. € 40,00 o.a. via Gadget House

AAN ZEE GEMEENTEMUSEUM DEN HAAG In het Gemeentemuseum is de Aan Zee expositie te zien. Een samenkomen van werken van onder andere Piet Mondriaan, Jan Toorop, Jacoba van Heemskerck en Ferdinant Hart Nibbrig, allen met de zee in de hoofdrol. En dan specifiek de kust van Zeeland. Het befaamde Zeeuwse licht trok bovengenoemde kunstenaars naar plaatsen als Domburg, Veere en Zoutelande. Aan de hand van meer dan 60 werken neemt de tentoonstelling je mee op reis langs de Zeeuwse kunst. Te zien tot en met 18 november 2018. 14

HuisartsenService

HuisartsenService

15


UITGELICHT

Door Edgar Kruize

‘Eén tegen eenzaamheid’ Verpleegkundigen en verzorgenden zien een duidelijke toename van eenzaamheid onder hun cliënten in de afgelopen vijf jaar. Dat blijkt uit een recent gepubliceerde (september 2018) peiling van V&VN, de beroepsvereniging van verpleegkundigen en verzorgenden. Zij zijn niet de enigen die dit merken. Een grote groep belangenverenigingen heeft daarom het Pact voor de Ouderenzorg getekend, een initiatief van minister De Jonge van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Aan de verenigingspeiling van V&VN deden 1020 verpleegkundigen, verzorgenden en verpleegkundig specialisten mee. Van die groep heeft 58 procent aangegeven dat zij een significante groei in eenzaamheid zien. Tegelijkertijd stelt 51 procent dat er door onder meer werkdruk en personeelstekorten steeds minder tijd overblijft om eenzame cliënten te helpen, zelfs een praatje is volgens een van de respondenten al niet makkelijk meer. “Je mag geen kopje koffie meer met je cliënt drinken. Tijd is op de minuut gepland, alleen voor noodzakelijke zorg is nog tijd.” Van

de deelnemers geeft 53 procent aan op dagelijkse basis met eenzame ouderen te maken te hebben, 30 procent zegt dat wekelijks te hebben en maar liefst 81 procent zegt dat het hen volledig aan tijd ontbreekt daar iets mee te doen. Het overgrote deel (92 procent) voelt zich echter wel verantwoordelijk voor hun cliënten en noemt het signaleren van eenzaamheid het belangrijkste wat zij kunnen doen. “Ook het bespreekbaar maken van het met veel schaamte omgeven onderwerp, het organiseren en inschakelen van het sociale netwerk of het stimuleren van sociale contacten worden veel genoemd, net als het simpelweg bieden van een luisterend oor”, zo schrijft V&VN. MAATSCHAPPELIJK PROBLEEM Dat zorg geen 9 tot 5 baan is, blijkt uit het feit dat 93 procent van de verpleegkundigen en verzorgenden ook in de vrije tijd actie onderneemt als zij eenzaamheid constateren. Een groot deel (63 procent) maakt zelfs privétijd vrij om een praatje te maken met een eenzame cliënt. Eenzaamheid op het eind van een leven is een tragisch moment waar

steeds meer verzorgenden mee te maken krijgen. “Een patiënt van 90 jaar vertelde dat iedereen om haar heen dood was”, aldus een respondent. ‘Dat ze naar iedere uitvaart was geweest, maar wie komt naar mijn uitvaart?’ Ik was totaal alleen aanwezig op de uitvaart van deze bewoonster. Dit blijft mij altijd bij.” Sonja Kersten, directeur van V&VN: “Als je zo dicht bij mensen komt, zie je vaak als eerste hoe het echt met iemand gaat. En dus of iemand eenzaam is. Dat maatschappelijke probleem krijgen we niet als bij toverslag opgelost. Het is een symptoom van hoe we met elkaar, en vooral met ouderen, omgaan. Maar verpleegkundigen en verzorgenden kunnen het wel bespreekbaar maken, een luisterend oor bieden en mensen met elkaar in contact brengen. Het inschakelen van een sociaal netwerk, hoe klein ook, kan iemand echt al enorm helpen. Het is schrijnend dat de tijd daarvoor te vaak ontbreekt door werkdruk, personeelstekorten en administratieve rompslomp. Mensen blijven tot op steeds hogere leeftijd zelfstandig wonen. Hun kinderen en kleinkinderen wonen vaak op grote afstand, en het aantal mantelzorgers gaat de

Nederland heeft een enorm grote opgave voor de boeg op het gebied van ouderenzorg. Nu al zijn er 1,3 miljoen 75-plussers, maar in 2030 zijn dat er 2,1 miljoen 16

HuisartsenService

komende jaren dalen. Die tijd en aandacht zijn dus, naast de professionele inzet van verpleegkundigen en verzorgenden, keihard nodig.” IN ACTIE Eerder dit jaar hebben 35 andere partijen die met deze problematiek te maken hebben (waaronder V&VN), samen met minister Hugo de Jonge van Volksgezondheid, Welzijn en Sport het Pact voor de Ouderenzorg opgevat. Met het pact komen de deelnemers samen in actie om eenzaamheid bij ouderen te signaleren en te doorbreken, goede zorg en ondersteuning thuis te organiseren en de kwaliteit van de verpleeghuiszorg te verbeteren. “Nederland heeft een enorm grote opgave voor de boeg op het gebied van ouderenzorg. Nu al zijn er 1,3 miljoen 75-plussers, maar in 2030 zijn dat er 2,1 miljoen. Dat betekent veel voor de manier waarop we de zorg inrichten in ons land. Een samenwerkingsverband waarin iedereen die voor en met ouderen werkt de krachten bundelt, ontbreekt nog”, zo staat in het mission statement van het pact. Minister De Jonge: “Het verenigen van alle partijen die betrokken zijn in één ‘pact voor de ouderenzorg’ is de beste manier om samen de schouders hieronder te zetten. Natuurlijk gebeurt er al ontzettend veel in de ouderenzorg. Maar samen kunnen we nog veel meer bereiken. Met deze 35 partijen, en hopelijk worden het er meer, gaan we nu aan de slag.” GEZAMENLIJKE VERANTWOORDELIJKHEID De ondertekenaars onderstrepen met het sluiten van dit landelijk Pact voor de Ouderenzorg de gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van leven van ouderen en verbinden zich aan het meedenken en meedoen met concrete plannen en acties. Het pact wordt de komende tijd in drie programma’s

(Eenzaamheid, Verpleeghuiszorg en Langer Thuis), verder uitgewerkt en er worden afspraken gemaakt over de specifieke invulling van acties en wie daarvoor aan zet is. Het pact is het begin van een proces met als doel ouderen in Nederland te laten merken dat de zorg en ondersteuning voor hen, en de generaties daarna, beter wordt. “Ik zie en hoor al voorbeelden van verpleeghuizen die extra medewerkers hebben aangetrokken om meer tijd en aandacht te kunnen geven aan onze ouderen. Of hoe de regeldruk teruggedrongen wordt”, aldus De Jonge. “Ook in de strijd tegen eenzaamheid zijn er tal van initiatieven. Van huisbezoeken bij 75-plussers, tot dansmiddagen met ‘oude’ muziek, en van breiclubs tot walking football. Deze voorbeelden maken voor ouderen een wereld van verschil.” BUDGET VOOR OUDERENBELEID Met het Pact voor de Ouderenzorg gaat zoals gezegd een keur aan partijen, variërend van zorgverleners en verzekeraars tot overheden en bedrijven, gezamenlijk aan de slag om de zorg voor ouderen merkbaar

en meetbaar te verbeteren door onder meer de trend van stijgende eenzaamheid onder ouderen te keren, en ervoor te zorgen dat met de juiste zorg en ondersteuning ouderen langer thuis willen en kunnen blijven wonen. En door de verpleeghuiszorg dusdanig te verbeteren dat ouderen er de juiste zorg krijgen en de aandacht die zij verdienen, zoveel mogelijk vergelijkbaar met thuis. Voor zijn ouderenbeleid heeft minister De Jonge de komende drie jaar ruim 2 miljard euro beschikbaar. Voor de bestrijding van eenzaamheid is in het regeerakkoord 29 miljoen euro gereserveerd, voor de verpleeghuiszorg 2,1 miljard euro en voor betere zorg aan huis 180 miljoen. SAMENWERKING Het pact is uiteraard al een stevige samenwerking tussen diverse betrokken partijen, maar het pleit ook voor een verregaande samenwerking tussen nog vele andere zorg- en maatschappelijke partijen. Hierin speelt ook de huisarts een rol, zo blijkt uit het pact. Met name in het programma Langer Thuis is die rol van groot belang. Hierbinnen

HuisartsenService

17


Tekst Naam Fotografie Naam

Als het lukt de ouderen thuis beter op te vangen, dan scheelt dat jaarlijks 4100 onnodig bezette ziekenhuisbedden, 300 tot 700 miljoen euro aan onnodige kosten en 322.000 ouderen die zich onnodig eenzaam en depressief voelen wordt de zorg en ondersteuning thuis verbeterd, optimaal gebruik makend van technologische mogelijkheden en innovaties. “Ouderen moeten eenvoudig de weg naar goede zorg en ondersteuning kunnen vinden”, zo staat in het pact. “Zij moeten niet van het kastje naar de muur worden gestuurd of steeds weer hetzelfde verhaal moeten vertellen. Goede ondersteuning en zorg thuis worden mogelijk als huishoudelijke hulp, huisartsen, wijkverpleegkundigen, specialisten ouderengeneeskunde en (andere) professionals uit sociale wijkteams goed samenwerken en daartoe in staat worden gesteld. De uitvoering van het plan van aanpak Zorg voor kwetsbare ouderen, dat voortkomt uit de afspraken uit het Bestuurlijk Overleg eerstelijn, levert hieraan een bijdrage. Ook vrijwilligers zijn hierbij belangrijk. Aandacht voor voeding en levensbegeleiding, ook bij de laatste levensfase in al zijn dimensies, moeten onderdeel zijn van die goede zorg en ondersteuning. Als thuis een ongeluk gebeurt, iemand valt, of ernstig ziek wordt, moet ook die zorg goed geregeld zijn. Een bezoek aan de spoedeisende hulp, een tijdelijk verblijf in het ziekenhuis en de weg terug naar zorg thuis, moeten goed afgestemd zijn, zodat het weer prettig is thuis te zijn en weer mee te doen. Het gaat ook over het voorkomen van onnodige escalatie van zorg door tijdig te signaleren en lichtere vormen van zorg in te zetten. Het vergroten van het gevoel van veiligheid bij 18

HuisartsenService

ouderen draagt bij aan langer en verantwoord thuis kunnen blijven wonen. Dit vereist, wanneer ouderen dat zelf niet meer kunnen, dat iemand de regie op alle ondersteuning en zorg houdt.” NIEUWE ZORGSCHIL De rol van de huisarts – en de eerstelijnszorg in het algemeen – blijft ook dat ze een poortwachter zijn richting de tweedelijn. Die rol moet wat betreft eenzame ouderen de komende jaren gaan verbeteren. Uit recente cijfers van Actiz blijkt dat jaarlijks ruim 320.000 ouderen in een ziekenhuisbed terecht komen, terwijl ze medisch niets mankeren. De lichamelijke klachten waarmee ze op eigen initiatief naar de eerstehulppost van het ziekenhuis gaan, komen in wezen neer op eenzaamheid of neerslachtigheid. Omdat deze patiënten niet naar huis kunnen, worden ze naar de opname-afdeling doorverwezen. Nog voor het Pact voor de Ouderenzorg werd gesloten, pleitte Actiz al dat ministers Hugo de Jonge van volksgezondheid en Bruno Bruins van medische zorg moesten investeren in een nieuwe zorgschil voor ouderen. Een waarin huisartsen, wijkverpleging, ziekenhuizen en specialisten in ouderengeneeskunde samenwerken. “Als het lukt de ouderen thuis beter op te vangen, dan scheelt dat jaarlijks 4100 onnodig bezette ziekenhuisbedden, 300 tot 700 miljoen euro aan onnodige kosten en 322.000 ouderen die zich onnodig eenzaam en depressief voelen.”

RUBRIEK

EENZAAMHEID IN CIJFERS Er zijn meer dan 4,1 miljoen 55-plussers. Hiervan voelt meer dan 1 miljoen zich eenzaam. Van hen zijn 200.000 extreem eenzaam; zij hebben slechts een keer in de maand een sociaal contact. Van de ruim 2,9 miljoen 65-plussers voelt bijna een derde (900.000 mensen) zich eenzaam. Het percentage mensen dat zich emotioneel eenzaam voelt, neemt toe vanaf 75 jaar. Vanaf 50-jarige leeftijd voelt meer dan 40 procent van de Nederlanders zich eenzaam. In de groep 75- tot 85-jarigen is dit bijna 50 procent en bij 85-plussers bijna 60 procent. Ook extreme eenzaamheid neemt toe met het ouder worden. Van de 65tot 75 jarigen voelt ruim 7 procent zich (zeer) ernstig eenzaam. Voor 75- tot 85-jarigen geldt dit voor bijna 10 procent. Van de 85-plussers voelt bijna 14 procent zich extreem eenzaam. Bronnen: Onderzoek TNS/NIPO (november 2012), RIVM, Volksgezondheidenzorg.info

GEZONDHEIDSEFFECTEN Eenzaamheid kan ernstige gevolgen hebben op de gezondheid. Uiteraard ook bij een jonge patiënt, maar bij ouderen zijn de gevolgen zwaarder. Eenzaamheid verhoogt de bloeddruk, het stressniveau en de kans op een depressie. Eenzame ouderen blijken 14 procent meer kans te hebben op een vroege dood dan de gemiddelde persoon. Daarmee is de kans op vroeg overlijden bij eenzaamheid twee keer zo groot als bij overgewicht. Bron: Onderzoek Professor Cacioppo, Universiteit van Chicago / The Journal of Psychology, 2012

HuisartsenService

19


COLUMN

Tekst Janneke Wittekoek

NIEUW

Artsen willen meer leren over voeding Voeding speelt een belangrijke rol in de preventie van veelvoorkomende ziekten als hart- en vaatziekten en diabetes type 2. Ook de inzet van voeding bij de behandeling van chronische ziekten krijgt steeds vaker aandacht. Onderzoek in opdracht van VWS laat zien dat de gemiddelde geneeskundestudent in zes jaar tijd slechts 29 uur les krijgt over voeding. 80% van recent afgestudeerde huisartsen en coassistenten geven aan meer onderwijs over voeding te willen. Een ruime meerderheid wil graag leren wanneer en naar wie ze moeten doorverwijzen voor voedings-en leefstijladviezen. Ruim 80% van de huisartsen en 70% van de coassistenten wil graag betrouwbare bronnen aangereikt krijgen over voeding en leefstijl. Helaas zijn bestaande onafhankelijke informatieve websites, zoals www.voedingscentrum.nl en www.artsenwijzerdietetiek.nl nog lang niet bij iedereen bekend.

De ‘leefstijlspecialist’ Dokter Janneke Wittekoek, cardioloog en gezondheidswetenschapper neemt ons vanaf deze editie in HuisartsenService mee in haar dagelijkse (werk)leven in de zorg.

Bron: Voeding en leefstijl in de opleiding geneeskunde. Dianne (H.K.) van Dam-Nolen 2017

GEZONDE VOEDING, EEN GOED RECEPT VOOR IN JE PRAKTIJK Patiënten zien de huisarts als belangrijke vraagbaak voor informatie over hun ziekte. Jouw praktijk speelt dus een belangrijke rol bij de voorlichting over voeding bij ziektebeelden. Het Voedingscentrum ondersteunt je daarbij graag met een nieuwe website. Je vindt er informatie die je als huisarts of praktijkondersteuner nodig hebt om patiënten te helpen hun voedingspatroon aan te passen. Op deze site staan alle beschikbare informatie en materialen van het Voedingscentrum over veelvoorkomende aandoeningen overzichtelijk gebundeld. Denk aan informatie over voeding bij diabetes, harten vaatziekten en overgewicht, maar we gaan ook in op gezonde voeding als basis. Voor meer informatie: www.voedingscentrum.nl/huisartsenpraktijk

Veelgestelde vraag: kun je brood vervangen? Volkorenbrood is een belangrijke bron voor vezels, jodium, ijzer en B-vitamines en zorgt voor een goede darmwerking. Verder verminder je het risico op hart- en vaatzieken, diabetes type 2 en darmkanker al met drie sneden volkorenbrood per dag. Haal je brood weg, dan kun je deze gezondheidsvoordelen ook halen uit andere volkoren graanproducten, maar zul je voedingsstoffen waar brood een belangrijke bron voor is uit andere producten moeten halen. En wel zo, dat het nuttigen van dierlijke producten binnen de perken blijft én je niet te veel calorieën binnen krijgt. Berekeningen om te bekijken of je brood kunt vervangen, laten zien dat dat niet eenvoudig is. Vrouwen zouden bijvoorbeeld dagelijks 220 gram peulvruchten moeten eten en 70 gram noten en dan nog krijgen ze niet voldoende jodium binnen. Voor mannen komt de berekening wel tot een ‘passende’ oplossing: dagelijks 900 gram groenten, 1000 gram fruit, 500 gram aardappelen en veel water. 20

HuisartsenService

Regelmatig bezoek ik wetenschappelijke bijeenkomsten gericht op preventie, dat is immers mijn passie. Zo was ik laatst op een groot congres wat geheel in het teken stond van hoge bloeddruk. Het was een bonte mix van huisartsen, internisten, een enkele cardioloog, een apotheker en een ‘verdwaalde’ neuroloog. Maar eigenlijk waren we die dag allemaal bloeddrukspecialisten. De superspecialisaties die zijn ontstaan om hart- en vaatziekten te voorkomen kennen geen grenzen; we hebben bloedsuikerspecialisten, cholesterol dokters, stoppen-met-roken experts en nog veel meer professionals in de hart- en vaatziekten zorgketen. En met al deze experts moeten we overeenstemming bereiken over hoe de zorg rondom de risico patiënt geregeld moet worden in dit land. En dan hebben we de praktijkondersteuners, de diëtisten en de fysiotherapeuten nog niet eens meegerekend.

hoge bloeddruk, 30% een te hoog cholesterol en elk jaar komen er 65.000 nieuwe diabetes patiënten bij. Zou de patiënt niet beter af zijn met één ‘leefstijlspecialist’? Een expert die is opgeleid om de hoog risico patiënt van A tot Z te begeleiden? Continu bijsturen, coachen, managen, meten en wegen. De hele CVRM-keten in handen van één goede daarvoor opgeleide specialist? Een geheel nieuwe specialisatie binnen de medische opleiding in plaats van ingewikkelde zorgketens? De oprukkende Westerse ‘welvaartsziekten’ en de daarbij behorende kosten zijn bijna niet meer te overzien. Een gezonde leefstijl speelt hierbij een sleutelrol. Je specialisatie tot leefstijlspecialist omvat, na de opleiding tot basisarts, een pakket met daarin vakken als interne geneeskunde, een goede basis cardiologie, farmacotherapie, voedingsleer, bewegingswetenschap, sport en psychologie en ook moeten de didactische en communicatieve vaardigheden uitgebreid aan bod komen. Je moet een gave hebben voor motivational interviewing en de patiënt op afstand kunnen motiveren, nudgen en stimuleren met knappe e-health modaliteiten. Het lijkt mij een superopleiding. (Hoog) risico mensen gaan naar een daarvoor speciaal ingerichte leefstijlkliniek waar ze, bij voorkeur op een leuke manier, worden geholpen om gezond te worden en te blijven. Dan wordt het pas echt ‘Health Care’ in plaats van ‘Sick Care’. Tijd voor de leefstijlspecialist; de (ander)halve lijn in één persoon. Ik ben er zelf alvast mee begonnen!

‘Continu bijsturen, coachen, managen, meten en wegen’

Hoe kunnen we de zorg voor onze hoog risico patiënten beter organiseren? Erg belangrijk want het aantal mensen met een hoog risico op hart- en vaatziekten groeit, ondanks de zorgketens, gestaag. Op 50-jarige leeftijd in Nederland rookt 30%, 90% eet te vet, 50% beweegt te weinig, 44% heeft overgewicht, 20% heeft een

HuisartsenService

21


OPINIE

Door Wolter Paans

Gezocht: Interdisciplinairy Oriented Frontline Community Health Worker ‘U wordt gezien als ‘frontline health worker’. In die hoedanigheid wordt van u verwacht dat u ook meer in zijn algemeenheid sensitief bent voor gezondheidsvraagstukken van mensen die uw praktijk bezoeken. Dat wil dus zeggen dat niet enkel de individuele problematiek en diagnostiek bij u centraal staat, maar dat ook zorg- en gezondheidstendensen in uw wijk, dorp of stad op uw netvlies staan. Kortom, u heeft een brede ‘community orientation’. Als het bijvoorbeeld gaat om herhaaldelijke ongelukken in een industriële omgeving, frequente longproblemen bij patiënten in een bepaalde fabrieksomgeving, of het zich meermalig voordoen van voedselvergiftiging bij de door u geziene onderdelen van de lokale bevolking, dan trekt u direct aan de juiste bel. U bent actie- en oplossingsgericht en daardoor ook sterk geneigd te kijken naar mogelijkheden om te komen tot een verbeterde interdisciplinaire samenwerking. Kortom, u zoekt naar accurate oplossingen binnen en buiten uw regio om de bevolking te ondersteunen bij de keuzen voor een gezond bestaan’. Het bovenstaande zou onderdeel van een vacaturetekst kunnen zijn. Het is in elk geval ook min of meer het uitgangspunt van een aantal internationale onderzoeken naar factoren die van invloed zijn op de mate waarin een huisarts interdisciplinair samenwerkt. 22

HuisartsenService

Duidelijke methodieken en betrouwbare instrumenten om de effectiviteit van de samenwerking wetenschappelijk te meten lijken nauwelijks voorhanden

INVLOED OP DE INTERDISCIPLINAIRE SAMENWERKING Er zijn meerdere factoren te noemen, zoals het gebruik van een elektronisch patiëntendossier waarmee relatief eenvoudig samengestelde dataoverzichten en geaggregeerde data gegenereerd en gedeeld kunnen worden. Ook zijn huisartsen in rurale gebieden met een relatief grote verscheidenheid aan etnische

minderheden er gemiddeld beter in1. Elkaar vanuit een verschillend (medisch, sociaal, psychologisch, verpleegkundig) kenniskader en vakinhoudelijk perspectief attenderen en informeren is echter nog niet overal vanzelfsprekend. Dat heeft verschillende oorzaken. Duidelijke methodieken en betrouwbare instrumenten om de effectiviteit van de samenwerking wetenschappelijk te meten lijken nauwelijks voorhanden2. Daarbij kan gesteld worden dat de beschikbare richtlijnen en protocollen, die richting zouden moeten geven aan de samenwerking tussen bijvoorbeeld specialistisch artsen en verpleegkundigen in de zorg voor bepaalde patiënten, binnen de geestelijke gezondheidszorg en huisartsen tamelijk beperkt en vaag genoemd kunnen worden3. Ook de snelle uitwisseling van noodzakelijke ontslaggegevens in de vorm van interdisciplinaire overdrachten vanuit het ziekenhuis naar de huisarts blijft in sommige gevallen uit doordat de communicatiestromen en samenwerkingsverbanden onduidelijk zijn, zo blijkt bijvoorbeeld uit een postpartumonderzoek4. Hier wordt weliswaar slechts een kleine, wat willekeurige keuze uit de recente internationale literatuur aangehaald, hetgeen natuurlijk niets hoeft te zeggen over een bepaalde meer of minder gelukkige interdisciplinaire situatie in Nederland, toch geven deze resultaten aan dat er reden is om aandacht voor interdisciplinaire samenwerking te hebben, of er in elk geval een sterk bewust-

Interdisciplinaire samenwerking is, naast de samenwerking met de leden in bijvoorbeeld een wijkteam, in toenemende mate ook de samenwerking met vakinhoudelijke lekendisciplines, zoals de mantelzorger, het familielid, het gezin, de informele zorgverlener, de buurman zijn op te ontwikkelen, zodat ook op de eigen situatie kritisch gereflecteerd kan worden. GEZOND VERSTAND Als het internet wordt afgezocht naar generaliseerbare resultaten uit effectonderzoek naar bepaalde vormen van interdisciplinaire samenwerking tussen huisartsen en andere disciplines op bijvoorbeeld de gezondheidstoestand van de burger in Nederland, kan gesteld worden dat hier bitter weinig over te vinden valt. Ergo, ons gezond verstand zegt ons dat het zinvol is om interdisciplinair samen te werken. En ook uit verschillende persoonlijke ervaringen blijkt dat interdisciplinaire samenwerking van belang is. Als we kijken naar wat patiëntenfederaties in verschillende rapporten schrijven, dan kan ook al snel geleerd worden dat de patiënt de wens heeft dat er een goede interdisciplinaire afstemming en informatie- en kennisoverdracht is. Maar wat zijn nu de essentiële te respecteren uitgangspunten en criteria? Bureaus die gespecialiseerd

GEBRUIKTE LITERATUUR: 1 Vermeulen, L., Schafer, W., Pavlic, D.R., Groenewegen, P. (2018). Community orientation of general practitioners in 34 countries. Health Policy. Doi: 10.1016/j. healthpol.2018.06.012. 2 Weissenborn, M., Schulz, M., Kraft, M., Haefeli, W.E., Seidling, H.M (2018). Potential Benchmarks for succesful interdisciplinary

zijn in samenwerken geven advies: ‘formuleer een gezamenlijke doel en visie’, ‘creëer een gezamenlijke taal’, ‘spreek belangen uit’, ‘ga in gesprek over waarden’, maak gebruik van elkaars specialisme’, ‘durf de controle uit handen te geven’5, et cetera. Als onduidelijk blijft hoe je dat nu precies operationaliseert in de dagelijkse praktijk, leest het als een lijstje algemeenheden waarbij concrete afspraken, acties, gedragingen, richtlijnen en hulpmiddelen gemist worden en het onduidelijk blijft wat nu de concrete gezondheidswinst is die het de burger oplevert. BREDERE SIGNAALFUNCTIE Uiteindelijk gaat het zeker niet alleen om het signaleren van gezondheidsbedreigingen door een geïndustrialiseerde omgeving, of het opmerkzaam maken van derden dat er wel eens sprake kan zijn van een salmonella-uitbraak. Het zal in toenemende mate gaan om de zorg voor groepen van individuen met een gezamenlijke problematiek die bijvoorbeeld onder de noemer

collaboration projects in Germany: A systematic review Gesundheits wesen. doi: 10.1055/a-0592-7184. 3 Broeck, K., van den, Remmen, R., Vanmeerbeek, M., Destoop, M., Dom, G. (2016). Collabora tive Care regarding major depressed patients: A review of guidelines and current practices. J.Affect Disord. doi: 10.1016/j. jad.2016.04.044.

‘overbelasting van de mantelzorg’, ‘eenzaamheid’, ‘verhoogd valrisico’, ‘verwardheid’, ‘ondervoeding’, ‘obesitas’ en dergelijke vallen en die er met de hulp van de huisarts alleen echt niet komen. Interdisciplinaire samenwerking is, naast de samenwerking met de leden in bijvoorbeeld een wijkteam, in toenemende mate ook de samenwerking met vakinhoudelijke lekendisciplines, zoals de mantelzorger, het familielid, het gezin, de informele zorgverlener, de buurman. Wat weten we hier eigenlijk van? Hoe pakken we dat aan? Wellicht biedt de onderkenning van deze problematiek en de gevoelde noodzaak tot een goede geoliede interdisciplinaire samenwerking, samen met het bewustzijn dat we hier allemaal nog bijzonder weinig van weten, een aanleiding om nog eens goed naar de prioritering binnen de nationale wetenschapsagenda te kijken... Dr. Wolter Paans Lector Verpleegkundige Diagnostiek Hanzehogeschool, Groningen.

4 Brodribb, W.E., Mitchell, B.L., Driel, van, L. (2016). Continuity of care in postpartum period: general practitioner experiences with communication. Aust Health Rev. doi: 10.1071/AH15144. 5 https://www.movisie.nl/artikel/8-tips- interdisciplinaire-samenwerking wijkteam

HuisartsenService

23


IN DE SPOTLIGHT

Door Olaf Ouwerkerk

‘Meepraten over meest geschikte behandeling voor patiënt’

Samenwerking prostaatzorg

Reinier Haga Groep Reinier Haga Prostaatkankercentrum HUISARTS ONDERDEEL BESLISTEAM Wat is de beste behandeling voor deze man met prostaatkanker? Binnen de Reinier Haga Groep beantwoorden medisch specialisten die vraag niet alleen in nauw overleg met de patiënt. Huisartsen hebben ook steeds meer een stem in het 24

HuisartsenService

kapittel. “Hun toegevoegde waarde is vaak dat zij de patiënt en diens omgeving beter kennen dan de specialist” Een huisarts die vanuit zijn praktijk via een videoconferentie deelneemt aan het multidisciplinair overleg (MDO) van medisch specialisten in het ziekenhuis. Of een huisarts die tijdens een telecon-

sult met een uroloog bespreekt of hij een man met een licht verhoogde PSA-waarde wel of niet verwijst. Nu is het nog toekomstmuziek, maar hoogstwaarschijnlijk zijn het binnenkort actuele deuntjes in het Reinier Haga Prostaatkankercentrum in Delft. Mogelijk is het zelfs eind dit jaar al zover.

NOG MEER MAATWERK “De huisarts helpt ons als urologen nóg meer maatwerk te leveren”, zegt uroloog Joost van Asten. Zijn collega Peter Ausems vult aan: “Binnen de prostaatkankerzorg hebben we een patiënt vaak verschillende behandelopties of -combinaties te bieden. Het is ons streven dat in de eerste plaats de patiënt zoveel mogelijk zijn keuze kan maken, daarbij ondersteund en voorgelicht door de urologen. Maar de huisarts hoort vervolgens ook nadrukkelijk deel uit te maken van het beslisteam.” Van Asten: “Normaal gesproken kent de huisarts de patiënt beter dan wij. Wat voor type man is het? Hoe is de situatie thuis? Dat is een waardevolle aanvulling op biologische waarden als leeftijd en comorbiditeit.” Ausems: “Misschien hoor ik van de huisarts dat meneer bang is om te worden behandeld, terwijl ik zelf de indruk had gekregen dat hij er nuchter tegenaan keek. De huisarts kan me bijvoorbeeld ook vertellen wat de motivatie van de man was om zijn PSA-waarde te laten meten. Heeft bijvoorbeeld een broer of buurman onlangs hetzelfde gedaan en is toen een verhoogde waarde vastgesteld?” SCHERPER BEELD Als de huisarts en de medisch specialisten elkaar straks dankzij een MDO-videoconferentie in de ogen kunnen kijken, krijgen de artsen in het ziekenhuis een scherper beeld van de patiënt. Het andere initiatief, teleconsulting, zal bijvoorbeeld onnodige verwijzingen naar het Reinier Haga Prostaatkankercentrum voorkomen. Van Asten: “Menig huisarts herkent het: Wat te doen met iemand in het grijze PSA-gebied?

De waarde is licht verhoogd, maar de man is tachtig en heeft te maken met comorbiditeit. Stuur je hem het hele traject van prostaatkankerzorg in of blijf je als huisarts zijn waarden in de gaten houden? En wat doe je met een leeftijdsgenoot die een licht verhoogde PSA-waarde heeft, maar nog vitaal is? Bij dit soort casussen willen we huisartsen adviseren via teleconsults.” WEL OF NIET DOORSTUREN? Manager Irma van Gelderen vat samen: “Als Reinier Haga Prostaatkankercentrum willen we dat de huisarts de juiste afweging maakt bij het wel of niet doorsturen van de patiënt naar ons. Het is ook goed als de huisarts al de behandelopties en voor- en nadelen kan bespreken met de man in kwestie. Mede daarom nodigen we huisartsen regelmatig uit voor een bijscholing of voorlichtingsbijeenkomst.” Van Asten: “Ook voor de urologen is dat verfrissend. Vragen van huisartsen leren ons aan welke urologische kennis en informatie behoefte er is in de praktijk van de eerstelijn. Daar spelen wij dan op in.” GOEDE COMMUNICATIE Goed samenspel vergt goede communicatie. Daarom wordt de huisarts nauwgezet op de hoogte gehouden van de situatie van de door hem verwezen patiënt. Ausems: “Na de intake sturen we een verslag over de uitslagen en diagnose. Later berichten we ook over de bevindingen tijdens het MDO. Welke behandelingen zijn mogelijk en wat houden die in? Wanneer later de patiënt is gekend in de opties en er een keuze is gemaakt, melden we dat ook aan de huisarts.”

TWEESPOOR De Haagse huisarts Peter de Koning verwijst jaarlijks ongeveer twintig mannen naar het Reinier Haga Prostaatkankercentrum. “Het centrum heeft mijn voorkeur vanwege de korte lijnen en het wederzijds vertrouwen”, vertelt hij. “Na een verwijzing ontvang ik snel verslagen. We schromen ook niet elkaar te bellen. Ik zoek bijvoorbeeld contact wanneer ik op een tweespoor sta; wel of niet verwijzen? En de urologen weten mij te vinden in de fase dat de behandelbeslissing wordt genomen. Ik kan bijvoorbeeld vertellen dat een oudere patiënt nog vitaal is en dat een chirurgische ingreep me daarom een goed idee lijkt. En na negatieve uitkomsten voor de patiënt, praat een uroloog me telefonisch grondig bij. Dat helpt me bij het slecht-nieuwsgesprek met patiënt en familie.” De Koning kijkt uit naar de mogelijke videoconferenties. “Het zou een welkom initiatief zijn. Ik word nu altijd al uitgenodigd voor het MDO over door mij verwezen patiënten in het Reinier Haga Prostaatkankercentrum, maar vanwege de exorbitante werkdruk kan ik daar helaas niet bij aanwezig zijn.” RECTAAL TOUCHER IN EERSTELIJN Door zelf de PSA-waarde te meten en rectaal touchers te doen, voorkomt De Koning soms onnodige verwijzingen naar het ziekenhuis. “Het zou goed zijn als de eerstelijn nog meer tools in handen krijgt om een risico-inschatting te kunnen maken van de aanwezigheid van prostaatkanker, zoals het zelf maken van prostaatecho’s” aldus Ausems. “Een dergelijke pilot is al uitgevoerd vanuit het Erasmus MC.” HuisartsenService

25


e i t c e Sel

Door Esther Schulting

MINI CADEAUBOEKJES

OPGELUCHT Ed Izeren (58) genas van prostaatkanker. In januari was zijn PSAwaarde nog 4.9, nu 0. Zijn huisarts Peter de Koning schakelde snel met het Reinier Haga Prostaatkankercentrum. “De samenwerking met de medisch specialisten is me bevallen. Voor een patiënt is het ook aangenaam om tijdens het hele zorgproces via e-mail of telefoon de meest uiteenlopende vragen te kunnen stellen aan dezelfde triageverpleegkundige.” Al jaren liep Izeren rond met het idee: ‘Ooit moet mijn prostaat eruit’. “Op mijn twintigste heb ik een

WEETJES Wat? Het Reinier Haga Prostaatkankercentrum. Waar? Het centrum maakt deel uit van de Reinier Haga Groep. Deze ziekenhuisgroep omvat het HagaZiekenhuis (Den Haag), Reinier de Graaf (Delft) en LangeLand Ziekenhuis (Zoetermeer). Het centrum is gevestigd in het Reinier de Graaf Gasthuis in Delft. Sinds wanneer? De specialisten uit de ziekenhuizen werken al langer nauw samen, maar sinds de opening in april dit jaar treffen zij elkaar in het Reinier Haga Prostaatkankercentrum. Patiënten? Jaarlijks melden zich ongeveer duizend nieuwe patiënten. Intake? Voor de intake en diagnostiek gaat de patiënt naar Delft. Behandelingen? De chirurgische

26

HuisartsenService

acute prostaatontsteking gekregen. En mijn vader heeft prostaatkanker gehad. Toen ik zelf eenmaal prostaatkanker bleek te hebben, was mijn belangrijkste gedachte dan ook: ik moet van die prostaat af, het zou een enorme opluchting zijn.” “Hoewel er andere behandelopties waren, respecteerden de medisch specialisten mijn keuze. Ze begrepen mijn motivatie, waarna de prostaat is verwijderd met de Da Vinci robot. Ik ben genezen en ben mede dankzij de door het centrum aanbevolen bekkenbodemspecialist niet meer incontinent. Een erectiestoornis heb ik wel; dat heeft mede te maken met een complicatie

tijdens de ingreep die verband hield met een eerdere liesbreukoperatie. De stoornis bezorgt me geen psychische problemen. De opluchting overheerst en bovendien er zijn meer vormen van seks.”

ingrepen worden uitgevoerd in Delft. Voor prostaatverwijderingen kan hier een beroep worden gedaan op de Da Vinci robot. Patiënten kunnen ook radiotherapie krijgen (HagaZiekenhuis en Reinier de Graaf) en chemotherapie en hormoontherapie (alle drie de ziekenhuizen). Soms wordt gekozen voor een beleid van active surveillance of watchful waiting. Nazorg? De locatie van nazorg hangt af van de behandeling die iemand heeft ondergaan. Het Reinier Haga Prostaatkankercentrum streeft ernaar dat patiënten voor nazorg zoveel mogelijk het dichtstbijzijnde ziekenhuis uit de Reinier Haga Groep kunnen bezoeken. Kwaliteit? Het Reinier Haga Prostaatkankercentrum bestaat officieel een half jaar, maar levert al dezelfde kwaliteit als het Rotter-

damse Maastad Ziekenhuis, één van de drie grote prostaatkankercentra in ons land. Bijzonder? In het Reinier Haga Prostaatkankercentrum zijn alle relevante zorgverleners actief: urologen, oncologen, radiologen, radiotherapeuten, nucleair geneeskundigen en oncologisch verpleegkundigen. Dat zij vanwege die concentratie vaak letterlijk ‘bij de koffieautomaat’ met elkaar overleggen, draagt mede bij aan de best mogelijke patiëntzorg. Bovendien is er dagelijks een MDO. Nog meer? De patiënt kan rekenen op snelle duidelijkheid. Meestal is binnen 72 uur de eerste diagnose gesteld aan de hand van een echo, MRI en bloedwaarden. Voor een verfijnder beeld worden daarna biopten genomen.

Hoe ervoer hij de samenwerking tussen huisarts en Reinier Haga Prostaatkankercentrum? “Van het contact tussen de artsen heb ik niets gemerkt en dat is volgens mij het beste bewijs dat alles gestroomlijnd verliep. Ik hoefde zelf geen afspraken te maken of dingen te regelen. Achter de schermen werd blijkbaar alles prima voor mij georganiseerd.”

Als je net iets meer wilt geven of sturen dan een mooie kaart, maar het wel per briefpost wil versturen… dan zijn de Okapi’s van uitgeverij Loopvis een uitkomst. Een Okapi is een miniboekje van 12 pagina’s, soms in de vorm van een boekje, andere keren is het een knipvouwplakboekje met knutselmogelijkheden. Zo vielen wij voor ‘Volle Maan’, waarmee de ontvanger een bosdiorama kan maken en ‘De Sterke Man’ waarmee je iemand een opsteker stuurt. Ze worden geleverd met envelop dus je stuurt ze zo op! € 5,95 per stuk onder andere via bol.com

RUSTGEVEND ZOUT Dit Himalaya zoutlampje straalt niet alleen rust uit als hij brandt, maar het zout uit het Himalayagebergte waar het lampje van gemaakt is, zou ook daadwerkelijk reinigen en rust geven. We kennen zoutbaden tegen huidproblemen zoals eczeem, maar zout kan ook weldadig zijn bij griep en verkoudheid bijvoorbeeld. Dit lampje brengt in ieder geval sfeer aan de spreek- of wachtkamer door het subtiele lichtschijnsel dat door het zout heengloeit. € 14,95 onder andere via megagadgets.nl

LEKKER EN GEZOND KOKEN Je kunt online de lekkerste recepten vinden. Eerst Koken is zo’n fijne plek. Twee keer per week worden er overheerlijke gerechten gepost, recepten voor het hele gezin. Antoinette heeft drie kinderen en kiest ervoor om voor 90% vegetarisch te koken. Ze houdt ervan om met eigen oogst uit de natuur te kokerellen zoals hazelnoten en bessen. Daarnaast gaat ze een gek experimentje niet uit de weg, zoals bijvoorbeeld het zelf maken van cola en knäckebröd. Via de handige receptenindex vind je snel je weg binnen al het lekkers en sta je binnen no-time zelf te koken. www.eerstkoken.blogspot.nl

HuisartsenService

27


VERSLAG NASCHOLING 17-18 SEPTEMBER 2018

Door Wendy van Koningsbruggen

Voeding bij CVRM, de kluwen van feiten en fabels ontward Binnen het cardiovasculair risicomanagement (CVRM) is voeding een belangrijke pijler. Hier is nog veel winst te behalen. Maar voedingsgewoonten zijn moeilijk te veranderen; zeker als feiten en fabels door elkaar lopen. De nascholingscursus ‘Beter (w)eten voor het hart’ ontwart zaken. Zowel de kennissynthese van ZonMw (1) als in de NHG-standaard CVRM (2) benadrukken de rol van voeding bij CVRM. Tijdens de nascholing voor praktijkondersteuners en praktijkverpleegkundigen beantwoordden gezondheidswetenschapper drs. Everdien van der Leek en diëtist Ukie Harkema de vragen:

‘Wat is de stand van de wetenschap op dit moment?’ ‘Wat adviseer je de patiënt in de praktijk?’ STAND VAN DE WETENSCHAP Vetten Je lichaam heeft vetten nodig; ze moeten daarom onderdeel uitmaken van je voeding. De opvatting dat je vetten beter kunt vervangen door koolhydraten is achterhaald. Het is vooral van belang welk type vet je eet. Je hebt verzadigd vet en onverzadigd vet. In de praktijk komt het erop neer dat verzadigd vet bij kamertemperatuur hard is en onverzadigd vet zacht of vloeibaar. Verzadigd vet Verzadigd vet verhoogt het LDL-cholesterol in het bloed. Dat is niet goed voor de bloedvaten. Op deze manier vergroot een teveel aan verzadigd vet

28

HuisartsenService

het risico op hart- en vaatziekten (HVZ). Verzadigd vet komt voornamelijk voor in dierlijke producten. In beperkte mate kun je wel wat verzadigd vet eten, maar omdat ze ook verborgen zitten in veel kant-en-klaarproducten is het raadzaam om de extra inname te beperken. Plantaardige producten bevatten vooral onverzadigd vet. Kokosvet, cacaoboter en palmolie zijn hierop uitzonderingen; deze bevatten ook verzadigd vet. Onverzadigd vet Onverzadigd vet verlaagt het risico op hart-en vaatziekten (HVZ). Dit effect is het grootst bij meervoudig onverzadigde vetzuren (mov’s). Enkelvoudig onverzadigde vetzuren (eov’s), zoals olijfolie, hebben een minder groot effect. Van de mov’s zijn de belangrijkste: het plantaardige ‘omega-6-vetzuur’ linolzuur en de ‘omega-3-vetzuren’ alfalinoleenzuur (ALA) (ook plantaardig) en de visvetzuren eicosapenteenzuur (EPA) en docosahexaeenzuur (DHA). Linolzuur zit in plantaardige oliën zoals zonnebloemolie, maïsolie en sojaolie, plantaardige margarine, halvarine en bak-en braadvetten. Alfa-linoleenzuur zit in lijnzaadolie, raapzaadolie, sojaolie, walnoten en plantaardige margarines. EPA en DHA zitten in vette vis, zoals zalm, makreel en haring. Visvetzuren werken risicoverlagend voor HVZ, supplementen niet. Transvetzuren Daarnaast bestaan er ‘transvetzuren’, die lijken op verzadigd vet. De afgelopen jaren is de hoeveelheid transvetzuren in de voeding (vooral in kant-en-klaarproducten) sterk teruggedrongen. Transvetzuren komen nog in beperkte mate voor in koek, snacks, zuivel, roomboter en vlees.

Cholesterol Verzadigd vet verhoogt het LDL-cholesterol in het lichaam, wat een risicofactor is voor hart- en vaatziekten. Het cholesterol in voedingsmiddelen, zoals in eieren, orgaanvlees en garnalen, heeft een klein effect op het cholesterolgehalte in het bloed. In de huidige Richtlijnen Goede Voeding (2015) (3) is daarom geen kwantitatief advies opgenomen voor de inname van voedingscholesterol. Koolhydraten Verzadigde vetzuren in de voeding vervangen door koolhydraten leidt niet tot een lager risico op HVZ (4). Wat betreft koolhydraten worden de meer complexe koolhydraten, aanwezig in volkorenproducten en zetmeel, aanbevolen boven enkelvoudige koolhydraten of suikers. De hoeveelheid koolhydraten moet passen bij de leeftijd en het activiteitenpatroon van een patiënt; ook met het oog op overgewicht, dat tevens een risi-

cofactor is voor hart- en vaatziekten. Totaalplaatje Geen enkele voedingsstof of voedingsmiddel maakt op zichzelf het verschil. Ook bij CVRM ligt de nadruk op een gezond totaal voedingspatroon binnen een gezonde leefstijl (2). De eerste stap, nog voor medicijnen, zou altijd moeten zijn: de Richtlijnen Goede Voeding] (3). Op basis daarvan volgt een advies op maat voor de individuele patiënt, waarbij de arts, praktijkondersteuner of diëtist helpt bij de vraag: Welke keuzes moet ik in de praktijk maken? WAT ADVISEER JE DE PATIËNT IN DE PRAKTIJK? Verzadigd vet Van de totale vetinname mag maximaal een derde verzadigd vet zijn. In de meest onverwachte producten zit verzadigd vet. En het begrip ‘mager’ is relatief. Lees daarom de ingrediëntendeclaratie op de etiketten en vergelijk producten. Triglyceriden Hierop zijn twee voedingsfactoren van invloed: alcohol en fructose. Zie hieronder Alcohol en Fruit. Kokosvet, cacaoboter en palmolie Plantaardig is niet altijd gezond. Aan kokosvet worden

gunstige effecten toegeschreven, maar het bestaat voor bijna 90% uit verzadigd vet. Het moet daarom geschaard worden onder het kopje ‘verzadigd vet’. Dat geldt ook voor het plantaardige cacaoboter (60% verzadigd vet) en palmolie met 50% verzadigd vet. Plantensterolen en -stanolen Plantensterolen en -stanolen zitten van nature in de celwanden van granen, groente en fruit en hebben een cholesterolverlagend effect. Producten met toegevoegde plantensterolen kunnen het cholesterol met gemiddeld 10% verlagen door een vermindering van cholesterolabsorptie in de darm. Dit is een ander mechanisme dan de werking van statines, die de cholesterolaanmaak in de lever remmen. Boven de 3 gram per dag zijn geen additionele effecten te verwachten. Vitamine D Het komt voor in halvarine, margarine , vloeibaar baken braadvet; maar niet in olie. Veel mensen hebben een laag vitamine D-gehalte, bijvoorbeeld bij het volgen van een koolhydraatarm dieet. Volg voor suppletie het advies van de Gezondheidsraad (5,6). Fruit Fruit bevat een aantal waardevolle voedingsstoffen zoals vezels, vitamines en mineralen. Het vruchtensuiker fructose is echter een enkelvoudig koolhydraat. Met het oog op de verzadigingswaarde is het aan te bevelen fruit te eten, niet te drinken. Gedroogd fruit bevat relatief veel fructose, evenals appels, bananen, druiven en mango’s. Aardbeien, bessen en citrusfruit hebben de voorkeur. Kalium Kalium regelt samen met chloor en natrium de vochtbalans en speelt daarin een gunstige rol voor de bloeddruk. Het komt voor in onbewerkte plantaardige producten, volkorenbrood, noten en melk. Zout Zout is een bekende ‘boosdoener’ voor HVZ. Een vermindering van de zoutinname met 4,5 gram zout, verlaagt de bovendruk met 2 mmHg.

Dit positieve effect is het grootst bij mensen met een verhoogde bloeddruk (7). Slechts 20% Van onze totale zoutinname voegen we zelf toe; 80% is afkomstig van gekochte producten. Kies daarom zoveel mogelijk onbewerkte en plantaardig producten en maak alles zelf klaar, zoals sauzen en kruidenmengsels. Rode gist rijst Dit is een natuurlijk statine en daarmee een mogelijk alternatief voor medicinale statines. Het is echter een niet gestandaardiseerd of gecontroleerd voedingssupplement. Alcohol Inzichten over gebruik van alcohol veranderen. Met het oog op het ontstaan van welvaartziekten luidt het advies geen alcohol te drinken, of hooguit één glas per dag. SAMENVATTEND Gebaseerd op het bovenstaande is het praktische voedingsadvies in het kader van CVRM: • Eet meer plantaardig, minder dierlijk • Dagelijks 200 gram (2 stuks) fruit en minimaal 250 gram groente • Eet wekelijks peulvruchten • Kies volkorenproducten • Eet elke dag een handje ongebrande, ongezouten noten • Gebruik zachte of vloeibare smeer- en bereidingsvetten • Beperk de inname van keuken- zout • Neem enkele porties zuivel per dag • Beperk de consumptie van rood vlees*, vooral bewerkt vlees • Eet een keer per week bij – voorkeur (van nature) vette – vis • Drink dagelijks minimaal drie koppen groene thee • Vervang ongefilterde door gefil- terde koffie • Drink zo min mogelijk suiker houdende dranken • Drink geen alcohol of in ieder geval niet meer dan één glas per dag * Hieronder vallen alle vleesproducten en vleeswaren behalve pluimvee en gevogelte.

HuisartsenService

29


HUISARTS IN BEELD

Door Esther Schulting

Drs. Everdien van der Leek: “Voeding heeft als voordeel boven medicijnen dat het niet alleen aangrijpt op de ziekte, maar dat het op meerdere vlakken van de leefstijl winst oplevert.”

Impact vervanging van gelijk energiepercentage koolhydraten door verschillende soorten vet

Wat doet wat (vetten en producten) op HVZ

VERHOOGT HET RISICO OP

Grote hoeveelheid alcohol

Coronaire hartziekten

Beroerte

Transvetzuren

Coronaire hartziekten

Rood vlees

Beroerte

Bewerkt vlees of vleeswaren

Beroerte

Ukie Harkema: “Als behandelaar bekijk je wat iemands eetpatroon is en waar voor déze persoon de winstmogelijkheden zitten.”

VERLAAGT HET RISICO OP

Kleine hoeveelheid alcohol

Beroerte

Hartfalen

Volkoren graan en graanproducten

Coronaire hartziekten

Groente

Coronaire hartziekten

Beroerte

Fruit

Coronaire hartziekten

Beroerte

Kalium Beroerte Koffie (gefilterde koffie)

Coronaire hartziekten

Beroerte

Zwarte en groene thee

Beroerte

Noten en zaden

Coronaire hartziekten

Vis

Coronaire hartziekten

Beroerte

Vervanging van verzadigde vetzuren door

Coronaire hartziekten

meervoudig onverzadigde vetzuren Visvetzuren EPA+DHA

Coronaire hartziekten

Vezel (totaal)

Coronaire hartziekten

Beroerte

Bron: www.voedingscentrum.nl LITERATUURREFERENTIES 1. Kennissynthese voeding als behandeling van chronische ziekten, ZonMw 2. NHG-standaard CVRM 3. Gezondheidsraad. Richtlijnen goede voeding 2015. Den Haag: Gezondheids- raad, 2015; publicatienr. 2015/24. 4. DiNicolantonio JJ, Lucan SC, O’Keefe JH. The Evidence for Saturated Fat and for Sugar Related to Coronary Heart Disease. Prog Cardiovasc Dis. 2016

30

HuisartsenService

Mar-Apr; 58(5):464-72. doi: 10.1016/j. pcad.2015.11.006. Epub 2015 Nov 14. 5. Gezondheidsraad. Evaluatie van de voedingsnormen voor vitamine D. Den Haag: Gezondheidsraad, 2012; publicatienr. 2012/15. 6. Gezondheidsraad. Voedingsnormen voor vitamines en mineralen voor volwassenen, Den Haag, Gezondheidsraad 2018, publicatienr. nr. 2018/19. 7. www.voedingscentrum.nl

LEESTIPS www.artsenwijzerdietetiek.nl www.nhg.org www.mvo.nl www.dieetditdieetdat.nl www.voedingscentrum.nl/encyclopedie www.iamafoodie.nl www.hartstichting.nl

In de ‘In Beeld’-rubriek laat HuisartsenService iedere editie een eerstelijnszorgverlener aan het woord over zijn of haar werkzaamheden, drijfveren en hobby’s. Deze editie Nelleke Ernsting, waarnemend huisarts in de omgeving Amsterdam.

Je bent een jaar geleden afgestudeerd als huisarts. Nu werk je als waarnemend huisarts in de omgeving Amsterdam, waar je ook woonachtig bent. Hoe zien je werkzaamheden er uit? “Na mijn studie had ik het plan opgevat om ‘eerst een beetje rond te kijken’ alvorens ik vast op een plek zou gaan werken en dat bevalt prima. Ik werk gemiddeld vier dagen in de week. Meestal binnen verschillende praktijken in Amsterdam. De werkzaamheden vind ik doorgaans via een besloten Facebook-account voor (huis)artsen in Amsterdam, waarop nascholingen en (tijdelijk) werk staan vermeld. Op deze manier kan ik me aanmelden voor tijdelijke waarnemingen. Zo komt het dat ik meestal vier dagen per week onder de pannen ben. Soms vier dagen bij dezelfde praktijk, maar het komt ook regelmatig voor dat het verschillende huisartsenpraktijken zijn. Er is in ieder geval ruim voldoende werk in Amsterdam; afgelopen zomer had ik rustig drie maal mijn agenda kunnen vullen!” Hoe ga je persoonlijk om met die krapte op de arbeidsmarkt? “Je leert in ieder geval heel goed ‘nee’ te zeggen. Daar was ik nooit zo goed in. Door de manier waarop ik werk, leer je dat gaandeweg vanzelf. Je moet wel! Vaak is het zo dat als ik bij een praktijk heb gewerkt en dat goed bevallen is, men mijn telefoonnummer noteert. Dan kan het zo

voor Greenpeace cursussen EHBO-plus gegeven. Juist die afwisseling bevalt mij erg goed.”

zijn dat ik word gebeld als er weer werk is. Het is heel afwisselend.” Het onderliggende thema van deze editie is Samenwerking. Hoe werk jij samen met andere artsen en specialisten? “Samenwerking is bij mij meer iets wat plaatsvindt tussen mij en alle verschillende praktijken in de verschillende regio’s waar ik werk en de bijbehorende collega’s. In elke praktijk wordt op een andere manier samengewerkt. Soms moet je jezelf een beetje aanpassen of schikken, andere keren gaat de samenwerking heel erg vanzelf.” Eind september ga je op zeiltocht als arts, kun je daar iets meer over vertellen? “Ik ga mee op een zeiltocht van Tenerife naar Uruguay. De reis heeft op zich een vakantiebestemming. Omdat de reis echter zes weken duurt en voor een groot deel ver van de bewoonde wereld voert, wilde men graag een arts aan boord. Ik vind het een hele leuke manier om op deze manier iets van de wereld te zien. Het is toch wel even heel anders dan een waarneming in een praktijk in Amsterdam. Zo heb ik eerder ook in Indonesië en Thailand

Hoe sta je als jonge huisarts tegenover de toekomst van de huisarts? “Het huisartsenvak als zodanig is in Nederland wel op orde. Ik denk dat het in de toekomst vooral nog belangrijker wordt dat de tweedelijn heel goed samenwerkt met de eerstelijn. De huisarts neemt tegenwoordig steeds meer taken over van de tweedelijn, maar dit moet wel in goed overleg gaan. Deze manier van inrichten van de zorg moet niet een afschuiven en afstoten worden, maar juist een samenwerking om te kijken waar kansen liggen en waar de krachten liggen.” Wat zijn je plannen voor de toekomst? “Ik zou graag nog een à twee jaar werken zoals ik nu doe; in verschillende praktijken en overal kijkjes in de keuken nemen. Het geeft me vrijheid om bijvoorbeeld de zeilreis te doen die nu op de agenda staat. En niet alleen leer ik veel van deze manier van werken, ik zie ook wat ik fijn of minder fijn vind, wat ik persoonlijk belangrijk vindt et cetera. Dat neem ik dan daarna allemaal mee in een meer vaste baan. Dat hoeft overigens niet in Amsterdam te zijn. Ik heb wel een voorkeur om te werken in achterstandswijken. Veel huisartsen ambiëren dit juist niet, maar ik heb gemerkt dat mij dit erg past.” HuisartsenService

31


COLUMN

Tekst Frans-Joseph Sinjorgo

Deze advertentie is alleen leesbaar in de printversie

Comp liar rules! ‘Om de zorg in Nederland te redden moeten wij meer en beter samenwerken. Doen wij dit niet dan gaat de Nederlandse zorg kapot aan verdere bureaucratisering, oplopende financiële tekorten en personele leegloop. Ergo; samenwerken is de oplossing!’ Ik lees en hoor deze samenwerkvisie altijd minzaam aan. Ik zie mijzelf als een coöperatief denkend mens en voel mijzelf zoals zo velen dan ook niet echt aangesproken door de hartenwens van onze beleidsmakers. Als kleine ondernemer in de zorg koester je van nature samenwerking. Het resultaat van 10 jaar samenwerken mag er in mijn geval dan ook zijn. We hebben erkenning voor dat waarvoor we hebben gestaan.

Uw personeel onze zorg

MedWay B.V. Westkadijk 10, 3861 MB Nijkerk 033 - 247 11 71

32

HuisartsenService

De weerbarstigheid van het zorgveld is echter vaak de reden, dat zodra er iets moois goed dreigt te gaan, wij daar nooit lang van kunnen en mogen genieten. Succes in de zorg is eerder een motivatie om barrières op te werpen dan om ze af te breken. Elkaar iets gunnen zit namelijk niet in het DNA van de zorg. In plaats van het aanjagen van samenwerkingsverbanden, wordt binnen onze zorgcultuur de jacht naar persoonlijk succes en het grote geld geopend. Hierdoor komt de onafhankelijkheid van medici onder druk te staan, waardoor allerhande compliance-regels de afgelopen jaren eerder zijn aangescherpt dan versoepeld. In de basis vind ik compliance een goede zaak en ben ik immens gelukkig dat allerhande marketingexcessen tot het verleden behoren. Maar of het afschaffen van deze excessen tot een betere en eerlijkere wereld heeft geleid? Compliance-regels worden op dit moment gebruikt om allerhande (sponsor)verzoeken af te wijzen. Interne procedures om een paar euro in het veld te mogen investeren, kosten een vermogen aan juridisch papierwerk. De frustratie neemt toe, maar er gebeurt feitelijk steeds

minder. Terwijl wij door het streven om meer samen te werken, steeds meer van elkaar verwachten! De nobele gedachte in aanloop naar marktwerking was dat zorg door publiek private samenwerking betaalbaar zou blijven. Het tegenovergestelde is echter ontstaan. Door krimpende marketingbudgetten vallen de nettowinsten van farmaceuten alleen maar hoger uit en lachen alleen de aandeelhouders zich een breuk. De ontwikkelen onderzoekskosten van nieuwe innovaties stijgen daarentegen dramatisch zonder dat dit onze onderzoekscentra iets oplevert. Door de strikte naleving van de compliance-regels komt de innovatieve kracht van het veld, spijtig genoeg steeds verder van de private wereld af te staan. Laatst moest ik een verzoek om meer geld op basis van de geldende compliance-regels afwijzen. Het afdelingshoofd die het verzoek om een talentvolle Aio een paar maanden langer aan een voor ons belangrijk onderzoek te verbinden afgewezen zag worden reageerde verbijsterd. “Jullie hebben geld zat en laten op dit moment ons voor niets al het werk doen, zelfs de Autoriteit Consument en Markt (ACM) stelt dat compliance voortkomt uit een stuk welbegrepen eigenbelang!”, foeterde hij. “Jullie verschuilen je achter de compliance-regels om je verantwoordelijkheid te ontlopen. Vanaf nu zijn het voor mij de comp liar rules!.” Ik wist even niets te zeggen maar voelde lijdzaam mee. Gelukkig zijn wij nadat de bittere frustratie was weggeslikt vrienden gebleven. Vriendschap is immers de mooiste vorm van samenwerking. Of mag dat ook al niet meer? https://www.acm.nl/nl/publicaties/publicatie/14334/ Compliance-is-welbegrepen-eigenbelang Frans-Joseph Sinjorgo (24-01-‘59) treedt regelmatig op als dagvoorzitter tijdens diverse eerstelijnszorgbijeenkomsten en congressen. Momenteel is hij ook actief op het terrein van drug rediscovery. HuisartsenService

33


Deze advertentie is alleen leesbaar in de printversie

GLUCOSEBEPALING ZONDER TE PRIKKEN

Uw personeel onze zorg

MedWay B.V. Westkadijk 10, 3861 MB Nijkerk 033 - 247 11 71

Deze advertentie is alleen leesbaar in de printversie

Deze advertentie is alleen leesbaar in de printversie

Uw personeel onze zorg

Uw personeel onze zorg

MedWay B.V.

MedWay B.V.

Westkadijk 10,

Westkadijk 10,

3861 MB Nijkerk

3861 MB Nijkerk

033 - 247 11 71

033 - 247 11 71

De CoG meter is een persoonlijk apparaat dat in drie dagen gekalibreerd wordt. CoG werkt zonder dat u hoeft te prikken. De CoG meter is bestemd voor diabetici vanaf 18 jaar. UW VOORDELEN Ω Nauwelijks prikken Ω Geen beschadigingen aan je vingertoppen Ω Meerdere malen meten per dag Ω Onopvallend meten Ω Eenvoudig meten Ω Geen afval Ω Betrouwbaar Kijk hoe de COG werkt tijdens het Landelijke Diabetes Congres op vrijdag 12 oktober in de Reehorst in Ede op onze KEBOMED stand.

Watermanstraat 66-68 | 7324 AK APELDOORN Tel: +31 (0)55 368 44 55 | Fax: +31 (0)55 368 44 56 | E-mail: info@kebomed.nl


Profile for Huisartsen Service

HuisartsenService 3 -2018 Thema Samenwerking  

HuisartsenService 3 -2018 Thema Samenwerking  

Advertisement