HuisartsenService Editie 2021-3

Page 1

Hanneke Schuitemaker

NR. 3 | 2021

Janssen Vaccines & Prevention ‘We zijn pas veilig als iedereen veilig is’

Huisarts Matthijs van der Poel

‘We willen een dorpsdokter zijn in de stad’

Atriumfibrilleren

Vroegtijdig opsporen zorgt voor zorgwinst

CZ ‘Digitalisering is nooit een doel op zich’

FOCUS Collectief verduurzamen houdt de zorg behapbaar in de toekomst



10

4

We zijn inmiddels alweer aanbeland in de herfst, wat vliegt de tijd toch! Voor mijn gevoel was het net zomer, maar de truien kunnen alweer uit de kast. Er wacht ons een spannende tijd, want wat gaat het coronavirus deze winter doen? Kunnen we het oude leven weer enigszins oppakken of niet? Komt er een nieuwe golf, of blijft alles meer stabiel? Het zijn vragen waar nog geen antwoorden op zijn. Het is afwachten en vooral ook anticiperen.

38

Focus - Duurzaamheid Interview Hanneke Schuitemaker

4 10

Virale Vaccin Ontwikkeling en Translationele Geneeskunde bij Janssen Vaccines & Prevention Voedingswaarde 13 In beeld, huisarts Matthijs van der Poel

14

Evidence Based Medicine in de praktijk leren toepassen

16

ZonMw Interview zorgverzekeraar Jorien Esser

18

Programmamanager zorginnovatie bij CZ Column huisarts Gordon Oron

21

'Als je het kunt dromen, kun je het ook doen' In de spotlight

22

Vroegtijdig opsporen van atriumfibrilleren Cardiovasculaire betrokkenheid bij het long COVID-19

26

syndroom HartKliniek Column Janneke Wittekoek

29

Duurzame gezondheid Opinie Wolter Paans, Hanze Hogeschool Groningen

30

Duurzaamheid in de zorg: de hoogste tijd voor visie, verantwoordelijkheid en volharding Geneesmiddelresten terugdringen in het milieu

33

Instituut Verantwoord Medicijngebruik Vrije tijd & inspiratie: Huisarts Marike de Meij

34

Column Frans-Joseph Sinjorgo

37

Zuurzaam

Voorwoord

In dit nummer is het onderliggende thema duurzaamheid ook een nogal ruim begrip waarmee je veel kanten op kan. Je leest er natuurlijk veel over in de media, over duurzaamheid ten behoeve van het klimaat bijvoorbeeld. Toch zie je ook in de huisartsenpraktijk veel aanknopingspunten om met duurzaamheid aan de slag te gaan. Minder energie verspillen, minder weggooien, beter en meer samen werken, patiënten motiveren ook zelf aan de gezondheid te werken, kosten betrekken bij de behandeling, minder medicijnverspilling en nog veel meer. Er worden verschillende tips en handvatten gedeeld in deze derde editie van dit jaar en we hopen u daarmee te inspireren! Voor nu wens ik u weer veel leesplezier en inspiratie. Heeft u zelf iets te melden of te delen met uw collega's? Mail ons dan – info@huisartsenservice.nl – dan gaan we met uw feedback aan de slag. Ik zeg het nog maar een keer; HuisartsenService maken we met én voor de huisarts! Dirk-Jan Kruithof Uitgever

COLOFON HuisartsenService is een kwartaalmagazine en wordt gratis verspreid onder huisartsen. Wilt u HuisartsenService ook ontvangen of wilt u een adreswijziging doorgeven mail dan naar info@huisartsenservice.nl UITGEVER MedWay Interctive BV, Postbus 1199, 3860 BD Nijkerk, 033-2471171 info@ medwayzorg.nl / www.huisartsenservice.nl / info@huisartsenservice.nl COÖRDINATIE MAGAZINE EN ADVERTENTIE EXPLOITATIE Claudine van Peperstraten, peperstraten@huisartsenservice.nl 06-12971011 REDACTIE buro33, Edgar Kruize / Esther Schulting, www.buro33.nl ONTWERP EN DTP PHprojecten DRUK Platform P COPYRIGHT Op alle artikelen en fotografie in dit magazine rust auteursrecht. Prijswijzigingen en drukfouten voorbehouden. Gebruik of verspreiding zonder toestemming van de uitgever is verboden. DISCLAIMER MedWay Interctive BV en bij deze uitgave betrokken medewerkers aanvaarden geen enkele aansprakelijkheid voor mogelijke gevolgen die zouden kunnen voortvloeien uit het gebruik van de in deze uitgave opgenomen informatie. Uitspraken die worden gedaan in de gepubliceerde interviews zijn van de geïnterviewde en hoeven niet overeen te komen met de mening van de redactie en uitgever. HuisartsenService

3


Door HuisartsenService

Focus

Collectief verduurzamen houdt de zorg behapbaar in de toekomst De term ‘duurzaamheid’ is in de volksmond inmiddels helemaal vergroeid met klimaat en milieu. Echter, duurzaamheid zou als een veel breder begrip gezien moeten worden. Uiteraard is het van belang dat we met zijn allen onze bijdrage leveren aan een beter klimaat, maar duurzaam ondernemen zou ook een economisch motief moeten hebben, ook voor de eerstelijnszorg. Vanuit die economische gedachte kom je vanzelf weer uit op bijvoorbeeld een gereduceerde CO2-uitstoot. Een win-win situatie voor iedereen.

De eerstelijnszorg is historisch gezien niet een sector die proactief werkt. De zorg is ingericht op patiënten die in de wachtkamer zitten met een probleem en dat probleem wordt behandeld. De laatste jaren is er echter langzaam maar zeker een omslag gekomen. De huisarts wordt meer proactief en beweegt zich steeds verder in de hoek van preventie. Het aloude adagium ‘voorkomen is beter dan genezen’ wordt in de eerstelijnszorg van steeds groter belang. En wie om zich heen kijkt, kan niet meer heen om de klimaatveranderingen die zich zichtbaar aan het voltrekken zijn. Op de lange termijn zullen deze effecten ook doorsijpelen naar de gezondheidszorg, omdat het andere ziektebeelden met zich meebrengt die van oudsher niet in onze contreien voorkomen.

Collectief stappen zetten In 2019 vond in Amsterdam het European Congress of Clinical Microbiology & Infectious Diseases (ECCMID) plaats. Tijdens ’s werelds grootste congres over infectieziekten kwamen 13.500 artsen en wetenschappers uit 127 landen samen en de boodschap was duidelijk: Tropische infectieziekten komen mede door klimaatverandering ook in regio's met een milder klimaat, en dus in Europese landen, steeds vaker voor. Daar kan (en moet) je als zorg op anticiperen, zelfs al zitten we nu nog middenin een pandemie die ook alle aandacht vraagt. Dat kan door klaar te zijn voor meer patiënten die via muggen of teken (die in een warmer wordend klimaat oprukken) ziekten als knokkelkoorts, chikungunya, zandmugziekte of hersenontsteking ontwikkelen. Maar het 4

HuisartsenService

kan ook door collectief eens te kijken naar welke stappen we kunnen zetten om als branche onze CO2-voetafdruk te verminderen en zo de klimaatveranderingen wellicht iets te remmen.

‘Weinig aan slijtage of bederf onderhevig’ Waar te beginnen? Er zijn niet echt cijfers waarin de belasting van de (eerstelijns)zorg op het milieu wordt berekend. Maar het is duidelijk waar bespaard kan worden. Enerzijds is er het verkeer van patiënten (en medewerkers) van en naar de huisartsenpraktijk. Doorgaans wordt daar de auto voor ingezet. Elders in deze editie van HuisartsenService leest u over innovaties die ervoor zorgen dat patiënten niet altijd meer naar de praktijk hoeven te komen, het minimaliseren van die vervoersbewegingen is pure winst. In tijd, geld en belasting voor het milieu. Dan is er ook nog het gebruik van (wegwerp)materialen. Uiter-

Het aloude adagium ‘voorkomen is beter dan genezen’ wordt in de eerstelijnszorg van steeds groter belang aard is daar vanuit hygiënisch oogpunt niet altijd aan te ontkomen, maar slimmer gebruik en slimmere inzet van middelen brengt iedereen weer een stapje verder. Echt grote stappen kunnen worden gemaakt als een huisarts samen met zijn of haar patiënt en in samenwerking met ziekenhuizen en apothekers eens breder kijkt. Waar in het complete zorgproces is duurzaamheid in het geding? En duurzaamheid kan ook de definitie zijn die de Van Dale er aan hangt: ‘lang durend’ en ‘weinig aan slijtage of bederf onderhevig’.

Scherp zijn op polyfarmacie Je komt dan al snel uit bij het - ondanks de groeiende aandacht - nog altijd wat ondergeschoven kindje binnen de zorg; polyfarmacie. Het gebruik van meerdere geneesmiddelen tegelijk neemt over de hele linie toe, maar voor-


al bij ouderen. Volgens ZonMW geldt dat van alle mensen die chronisch geneesmiddelen gebruiken, 17 procent vijf of meer geneesmiddelen naast elkaar gebruikt. Bij ouderen (lees: 75+) is bij een derde van de geneesmiddelengebruikers sprake van polyfarmacie. De meeste polyfarmaciepatiënten gebruiken geneesmiddelen voor chronische aandoeningen zoals diabetes, cardiovasculaire klachten of voor slaapproblemen. In veel gevallen worden daar dan bovenop medicijnen voorgeschreven die de bijwerkingen van andere medicijnen moeten onderdrukken. Echter, met regelmaat komen daar vanwege niet-gerelaterde klachten ook weer andere medicijnen bij, regelmatig voorgeschreven door de ene zorgverlener die niet weet wat zo’n patiënt van een andere zorgverlener voorgeschreven heeft gekregen wegens andere aandoeningen.

Vermijdbare ziekenhuisopnames Hier is veel winst te behalen, zowel zorgtechnisch als financieel. Zorgtechnisch omdat het ene voorgeschreven geneesmiddel de opname, afbraak en/of uitscheiding van een ander middel kan beïnvloeden. Met het risico op onvoldoende werkzaamheid van een of beide middelen, dan wel een toxische ophoping. Geneesmiddelen kunnen elkaars (bij)werking in positieve of negatieve zin beïnvloeden, dus het loont echt de moeite om goed bij te houden welke patiënt wat gebruikt. Soms kunnen patiënten enorm gebaat zijn bij één bepaald medicijn, in plaats van meerdere door elkaar. Dat scheelt uiteindelijk kosten op velerlei vlak. De patiënt zal (wellicht) minder van het eigen risico hoeven aanspreken, zal minder vaak naar de huisarts komen met problemen of zelfs een ziekenhuisbezoek vermijden. Polyfarmacie namelijk is een belangrijke HuisartsenService

5


Focus

risicofactor voor vermijdbare ziekenhuisopnames. Hier scherp op zijn, scheelt dus vervoersbewegingen, afval en geld. Met gezondheid als winst. Door hier als huisarts op adequate wijze vinger aan de pols te houden, kan duurzamere zorg ontstaan.

Verspilling tegengaan Op het gebied van medicijnen is hoe dan ook een enorme duurzaamheidslag te maken. Jaarlijks wordt voor 100 miljoen euro aan ongebruikte medicijnen weggegooid. Deze onnodige verspilling maakt de zorg ontegenzeggelijk duurder. Het betreft hier tenslotte prima producten, waar al voor is betaald. De oorzaken van het weggooien zijn legio. Het kan te maken hebben met (te) grote hoeveelheden die worden voorgeschreven (soms de enige manier dat een verzekeraar het vergoed), wisseling van medicijnen door bijwerkingen of (in)effectiviteit. Volgens Charlotte Bekker, die onderzoek doet naar medicijnverspilling in het Radboudumc, is die 100 miljoen het topje van de ijsberg. “Veel patiënten brengen de medicatie niet terug naar de apotheek, dus dat hebben we niet kunnen meten. We weten niet wat patiënten eigenlijk door de wc spoelden of bij het afval gooien. We hebben ook niet gekeken wat er wordt verspild in een verzorgingstehuis en in een ziekenhuis, dus dit aantal is veel groter.”

Slim hergebruik Deze verspilling leidt onherroepelijk tot extra milieuvervuiling, omdat medicijnen met regelmaat direct in het milieu terecht komen; denk aan medicijnen die door het toilet worden gespoeld. Volgens het RIVM zijn de medicijnresten een risico voor dieren en planten die in het oppervlaktewater leven. Regelmatig gaan concentraties van verschillende soorten medicijnresten over risicogrenzen heen; van pijnstillers en antibiotica tot bloeddrukverlagers, antidepressiva en anti-epileptica. Ook dit jaar weer wordt tijdens de Week van Ons Water (16 tot en met 31 oktober) aandacht gevraagd voor deze problematiek. Huisartsen kunnen hier ook een rol spelen door te controleren of hun patiënten hun medicijnen wel innemen en er op aan te dringen deze niet zomaar weg te gooien. In bredere zin zie je hier al meer aandacht voor komen, met name in de tweedelijn. Begin dit jaar zijn het Radboudumc (Nijmegen), Jeroen Bosch Ziekenhuis (Den Bosch), St. Antonius Ziekenhuis (Nieuwegein) en het UMC Utrecht als wereldwijde primeur een proefproject gestart waarbinnen ongebruikte kankermedicijnen die anders weggegooid zouden worden alsnog aan andere patiënten worden gegeven. “De medicijnen waarmee dit gebeurt, worden per definitie op een slimme manier verpakt; er wordt een temperatuurchip toegevoegd en de verpakking wordt verzegeld”, zo schrijft AD. “Wanneer de patiënt medicatie overhoudt, wordt die na inzameling door de apotheek beoordeeld. Gekeken wordt of de verzegeling 6

HuisartsenService

niet is verbroken en of de bewaartemperatuur niet is overschreden. Ook kijkt de apotheker of de houdbaarheidsdatum nog geldt. Medicijnen die aan alle kwaliteitscriteria voldoen, worden aan een andere patiënt die hetzelfde medicijn nodig heeft verstrekt. De ziekenhuizen gaan deze manier van werken een jaar testen. Op basis van de resultaten zal worden gekeken of verdere uitrol mogelijk is.”

Tijd investeren Het zijn zulke innovaties die in feite een economische drive hebben (het betreft hier dure kankermedicijnen) die als additioneel effect ook een mindere belasting op het milieu hebben en dus op elke manier ‘duurzaam’ zijn. Op dit vlak kan ook met minder ingrijpende middelen een groot effect worden bereikt en daar ligt absoluut ook een taak voor de huisarts en/of de POH. En dat is – naast de al genoemde preventie – ook een coaching wat betreft het juiste gebruik van middelen. Een goed voorbeeld hierbij is bijvoorbeeld het juiste gebruik van een prikpen voor een diabetespatiënt. Als deze patiënt insuline spuit, moet deze regelmatig de bloedsuiker controleren. Wordt dit verkeerd gedaan, is de meting

Tijd investeren in goede begeleiding is zonder meer een belangrijke vorm van verduurzaming van de eerstelijnszorg verkeerd, wordt er insuline verspild en loopt de patiënt risico’s op mogelijke infecties. Onderzoek heeft uitgewezen dat patiënten door op deze details te letten beter zijn ingesteld, terwijl ze minder insuline nodig hebben. Help de patiënt op dit gebied en controleer regelmatig of deze de prikpen goed gebruikt. Ook op dat gebied kun je zorg verduurzamen. Het geldt voor meer middelen uiteraard, denk bijvoorbeeld aan het opbrengen van zalf bij ernstige eczeem (zie ook pagina 26). Coach een patiënt daarbij door deze voor te laten doen hoe hij of zij de zalf opbrengt. Verkeerd gebruikt vermindert de therapietrouw, is een verspilling van middelen en verhoogt de druk op de zorg. Tijd investeren in goede begeleiding is zonder meer een belangrijke vorm van verduurzaming van de eerstelijnszorg. HuisartsenService heeft op laatstgenoemde twee gebieden momenteel projecten lopen, maar denkt natuurlijk ook graag met u mee over verduurzaming op andere gebieden. Door collectief te verduurzamen, houden we de zorg behapbaar in de toekomst.



HUISARTSENSERVICE NIEUWS

POH Toolkit

Meer ziekteverzuim onder huisartsen

Gratis lidmaatschap HuisartsenService

HuisartsenService heeft speciaal voor de POH de toolkit ontwikkeld. Deze is in korte tijd een veelgebruikt instrument geworden bij praktijkondersteuners. De handige waaier staat boordevol tips en trucs voor elke dag. Een handig instrument dus voor op het bureau, om er desgewenst even snel bij te pakken of om juist tijdens een rustmomentje even een mini-opdracht te doen.

Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) meldt dat het ziekteverzuim in de zorgsector het tweede kwartaal van dit jaar verder is gestegen naar 6,5 procent. Het grote verschil met eerdere kwartalen, is dat het verzuim inmiddels in alle deelsectoren van de zorg hoger ligt dan het landelijk gemiddelde en dat er nu ook een groei is onder huisartsen en medewerkers van gezondheidscentra.

De reacties die HuisartsenService ontvangt zijn louter positief. • “Het is een handige en compacte waaier om in de tas of op mijn bureau te hebben!” • “Heel waardevol om eens goed na te denken over mijn rol en positie als POH.” • “De POH Toolkit biedt fijne handvatten om verdiepingsgesprekken te voeren met collega’s en patiënten.”

In vergelijking met dezelfde periode in 2020 groeide het ziekteverzuim in de sector huisartsen en gezondheidscentra van 4,6 naar 5,3 procent Landelijk lag het gemiddelde ziekteverzuim van alle werkenden in het tweede kwartaal op 4,7 procent.

Met HuisartsenService blijft u op de hoogte van alles wat zich in uw vakgebied afspeelt. Wilt u ieder kwartaal verzekerd blijven van het HuisartsenService magazine, inclusief toegang tot het online archief waarin alle oude nummers te vinden zijn? Sluit dan nu een gratis lidmaatschap af bij HuisartsenService voor huisarts, praktijkmanager/POH of assistente. HuisartsenService biedt echter meer. Wilt u voor uzelf of uw medewerkers extra mogelijkheden en meer voordelen bovenop het gratis lidmaatschap, zoals vacatures of nascholingen, dan kunt u tegen geringe bijbetaling kiezen voor twee varianten van het HuisartsenService lidmaatschap.

Recent is de POH Toolkit uitgebreid met informatie over antistolling. Gebruikt uw POH de toolkit nog niet? Vraag deze gratis aan en scan onderstaande QR-code.

8

HuisartsenService

Waarom in de (eerstelijns)zorg het verzuim hoger is en in hoeverre corona een rol speelt bij het groeiend aantal zorgmedewerkers dat zich ziek meldt, kan het CBS niet zeggen. Wel stelt het CBS dat ook voordat de pandemie uitbrak, het ziekteverzuim al een structurele curve omhoog liet zien.

HuisartsenService blijft graag met haar leden in gesprek, om meerwaarde te kunnen blijven bieden. Lid worden is eenvoudig, het eventuele opzeggen daarvan ook. Ga naar onze website en vind het abonnement dat bij u past!


Nieuwsbulletin #3, 2021 Huisartsenposten zetten filmpjes in om overvraging te voorkomen

Digitaal nieuwsbulletin

Gendersensitieve geneeskunde + Win een boek!

In Groningen en Rotterdam worden momenteel filmpjes met acteurs en/ of influencers ingezet om overbelasting van de huisartsenposten te voorkomen. In de filmpjes worden mensen ontmoedigd om voor niet noodzakelijke zorgvragen naar de huisartsenpost te bellen.

U kent het HuisartsenService magazine, maar ons platform breidt zich steeds verder uit. We verspreiden een HuisartsenService krant en ook digitaal wordt ons platform steeds steviger uitgebouwd. Onze website is recent volledig vernieuwd en biedt nog beter inzicht in onze services en diensten.

Op 25 november vindt het congres ‘Gender In De Spreekkamer’ plaats. Hoogleraren Monique Steegers, Rutger Jan van de Gaag, Nine Knoers en Yvonne Benschop geven de nieuwste inzichten (www.ru.nl/genderanddiversity/@1316809/gender-spreekkamer/) en ‘s middags is er keuze uit een viertal workshops. Tevens wordt tijdens het congres het boek ‘Gendersensitieve Huisartsengeneeskunde, Een Handboek Voor De Praktijk’ gepresenteerd. Onder redactie van Toine Lagro-Janssen en Doreth Teunissen delen, verspreid over 36 hoofdstukken, 45 auteurs hun ervaringen op het gebied van (omgang met) gendersensitieve geneeskunde in de huisartsenpraktijk.

In Groningen is hiervoor het typetje ‘TikTok Tammo’ (echte naam Johannes Peetsma, recent verkozen tot ‘Groninger van het jaar’) ingezet, dat patiënten wijst op Thuisarts.nl (‘huisarts met de T van Tammo’). In Rotterdam maakt men gebruik van acteur John Buijsman, die een soortgelijke boodschap verkondigt. Een woordvoerder van Huisartsenposten Rijnmond zegt ‘te hopen dat meerdere regio’s volgen en we gezamenlijk aan burgers duidelijk kunnen maken wanneer de huisartsenpost gebeld moet worden: alleen voor spoed.’ Momenteel is bij genoemde huisartsenposten zo’n 40 procent van de vragen niet spoedeisend.

HuisartsenService komt ook naar uw e-mail als u zich aanmeldt voor ons gratis nieuwsbulletin. Vier keer per jaar krijgt u dan een HuisartsenService Nieuwsbulletin in uw inbox, vol actuele nieuwtjes, tips en aankondigingen van bijvoorbeeld de webinars die HuisartsenService organiseert. Interesse? Meld u dan nu aan door onderstaande QR-code te scannen.

HuisartsenService mag een aantal exemplaren weggeven. Kans maken? Stuur ons dan een e-mail naar info@huisartsenservice.nl met uw reactie op onderstaande vraag. Onze volgende editie heeft als onderliggend thema ‘Toekomstvisie”. Hoe zit u de toekomst in de huisartsen- praktijk? Heeft u plannen, of ideeën? De leukste inzendingen belonen we met een boek!

HuisartsenService

9


Door Edgar Kruize

Interview

Hanneke Schuitemaker

‘Het is belangrijk om deze pandemie grensoverschrijdend te bestrijden en beschikbare vaccins wereldwijd eerlijk te verdelen’ Gedurende de coronacrisis is het Janssen vaccin in Nederland wellicht het meest besproken geweest. Van de innovatieve manier waarop het met slechts één dosis beschermt, tot woordspelingen van de demissionair minister van Volksgezondheid. Dat heeft tevens van Hanneke Schuitemaker één van de gezichten gemaakt die in de media bij de berichtgeving hierover verschijnt. Als Hoofd Virale Vaccin Ontwikkeling en Translationele Geneeskunde bij Janssen Vaccines & Prevention (onderdeel van Johnson & Johnson) in Leiden, heeft ze echter maar één focus en dat is zorg dragen voor de ontwikkeling van een zo goed mogelijk werkend middel. “De uitrol van de vaccinatiestrategie en de voorlichting over het hoe en waarom van vaccineren, dat is niet de taak van de ontwikkelaars van de vaccins. Wij zijn er om ervoor te zorgen dat die vaccins zo goed en veilig mogelijk werkzaam zijn.”

Schuitemaker is als viroloog inmiddels zo’n 11 jaar werkzaam bij Janssen Vaccines & Prevention, dat volledig gericht is op de ontwikkeling van vaccins ter bestrijding van virale en bacteriële infectieziekten. Van ontwerp en laboratoriumtesten tot de eerste klinische studies. Sinds 2012 is zij wereldwijd hoofd virale vaccin ontdekking. Tevens heeft ze een functie als hoogleraar virologie aan het Amsterdam UMC. Toen de eerste contouren zich begonnen af te tekenen van wat we nu in de volksmond ‘de coronacrisis’ noemen, is Janssen Vaccines & Prevention aan het werk gegaan om een vaccin te ontwikkelen.

‘Een virus trekt zich niets aan van landsgrenzen’ “Wij zijn aan het werk gegaan om een COVID-19 kandidaat-vaccin te ontwikkelen op het moment dat de genetische code van het virus bekend werd. Wij vinden dat je op zulke momenten als bedrijf echt een maatschappelijke verantwoordelijkheid hebt. Er is een mondiaal probleem, men wil een oplossing en in dit geval kunnen onder andere de farmaceutische bedrijven hier hulp bieden. Het is niet de eerste keer dat Janssen zo snel inspringt 10

HuisartsenService

op een bedreiging van de gezondheid. Wij hebben zes à zeven jaar geleden bijvoorbeeld ook direct gereageerd op de Ebola-uitbraak in West-Afrika en de uitbraak van het Zikavirus in Midden- en Zuid-Amerika. Ons platform staat ons toe om snel te reageren op uitbraken die wereldwijd hun impact kunnen hebben.”

Wereldwijd perspectief Vanwege de wereldwijde blik die Janssen van nature al heeft, is het COVID-19 vaccin dat zij ontwikkelden ook duidelijk gericht op een zo breed mogelijke uitrol en een zo hoog mogelijke dekkingsgraad. “Toen de World Health Organisation in april 2020 het Target Product Profile bepaalde, werd bij de vaccinkarakteristieken gemeld dat twee doses het maximale aantal was, maar dat een ‘single dose’, met 70 procent efficiency, geprefereerd werd. Wij hebben ons van meet af aan gericht op de ontwikkeling van die enkele dosis en dat heeft voor een groot deel te maken met onze vanuit een wereldwijd perspectief ingestoken manier van werken. In een dichtbevolkt en goed ontwikkeld land als Nederland, kan je met een goede organisatie prima een strategie uitrollen gebaseerd op twee doses, zo is de afgelopen maanden ook gebleken. Maar in grotere landen zoals Amerika waar veel mensen meer afgelegen wonen en verder moeten reizen voor zorg, is dat al niet meer zo vanzelfsprekend en in derdewereldlanden, waar mensen soms meer dan een dag onderweg zijn om zorg te krijgen, al helemaal niet. Een enkele dosis van een vaccin dat ook lang houdbaar is in de koelkast, kan bij een wereldwijde pandemie voordelen hebben. Temeer je ook in genoemde gebieden een zo hoog mogelijke vaccinatiegraad wil behalen.”

Risico nemen Dat het vaccin op deze manier ontwikkeld kon worden, vloeit volgens Schuitemaker deels voort uit de ontwikkeling van een vaccin voor het genoemde Zikavirus. “Dat liet vrij goede resultaten zien en daar konden we deels op voortbouwen. De eerste klinische tests waren hoopvol, maar we hebben aanvankelijk ook tests gedaan met verschillende doses. Toen we bij het fase 3-onderzoek waren aanbeland, moesten we beslissen of we met de enkele dosis door zouden gaan. Dat was een risico dat we moesten nemen om aan de ‘preferred product characte-


‘Persoonlijk denk ik dat het voor de bestrijding van dit virus beter kan zijn om met zijn allen eerst zorg te dragen voor die hoge wereldwijde dekking, in plaats van een focus op boosters te leggen’

HuisartsenService

11


Interview

ristics’ te voldoen. We hebben daarnaast ook een fase 3 onderzoek gestart naar de effectiviteit van twee prikken, maar als de enkele prik uiteindelijk niet zou werken, zou het proces enorm vertraagd zijn.” Het risico heeft zich uitbetaald en nadat het in maart door de European Medicines Agency voorwaardelijk werd goedgekeurd, werd het Janssen-vaccin in ons land ook beschikbaar. “Maar met die voorwaardelijke goedkeuring zijn we er natuurlijk nog niet” zo stelt Schuitemaker. “Wij doen nog altijd onderzoek naar de bijwerkingen die zich bij een minimaal aantal van de gevaccineerde mensen hebben voorgedaan. Ook blijven we alle varianten scherp monitoren. Het leek er enige tijd op dat de Zuid-Afrikaanse-variant

‘Wat het afgelopen jaar heeft laten zien is dat vaccinontwikkelaars snel hebben kunnen handelen, maar tegelijk zagen we ook dat niemand echt voorbereid was op de impact van deze pandemie’ van het virus dominant zou worden, maar dat viel alles mee. De Delta-variant heeft alles weggedrukt. Het is aan ons om alle mogelijke varianten in de gaten te houden en daar met ons vaccin op voorbereid te zijn.”

Grensoverschrijdende bestrijding Terwijl we in Nederland inmiddels afstevenen op een vrij hoge vaccinatiegraad en er met het oog op werking en mogelijke varianten al gepraat wordt over mogelijke ‘booster shots’, maakt Schuitemaker zich hard voor een meer brede visie en een grotere focus op een wereldwijd hoge vaccinatiegraad. “Als een land als Nederland een hoge vaccinatiegraad heeft, is dat natuurlijk mooi. Maar een virus trekt zich niets aan van landsgrenzen. We zijn pas veilig als iedereen veilig is. Daarom blijft het belangrijk om deze pandemie ook echt grensoverschrijdend te bestrijden en de beschikbare vaccins wereldwijd eerlijk te verdelen. Persoonlijk denk ik dat het voor de bestrijding van dit virus beter kan zijn om met zijn allen eerst zorg te dragen voor die hoge wereldwijde dekking, in plaats van een focus op boosters te leggen. Anders blijven er varianten ontstaan die je moet tegenwerken.”

Onderzoeken Desalniettemin houdt Janssen wel het vizier open en wordt er dus ook onderzoek gedaan naar de effectiviteit van boostershots. “Waarbij we onderzoeken wat het meest effectief is, heterologe boostershots of homologe additionele vaccinaties. Ook lopen en starten er nieuwe studies naar de effecten van vaccinaties bij jongeren en bij zwangere 12

HuisartsenService

vrouwen.” Naast vaccins wordt actief gekeken naar de inzet van geneesmiddelen, voor mensen die ondanks een vaccinatie alsnog ziek worden of die zonder vaccinatie in het ziekenhuis belanden. Zo wordt momenteel gekeken naar de therapeutische werking van infliximab bij COVID-19, dat normaliter wordt ingezet ter behandeling voor aandoeningen van het immuunsysteem zoals de ziekte van Crohn en reuma, als middel om COVID-19 patiënten te behandelen.

Adviserende rol Transparantie over de inhoud en de werking van het vaccin – en alle andere vaccins – vindt Schuitemaker een groot goed. Ze stelt dat wat betreft communicatie een belangrijke rol weggelegd kan zijn voor de huisarts. “Het is onze rol om een zo goed mogelijk werkend vaccin te maken en uit te leggen wat het doet, hoe het werkt en te borgen dat het veilig is. Echter, er zal altijd een klein aantal mensen zijn bij wie een vaccin bijwerkingen heeft. Dat geldt voor zo goed als alles wat de medische wetenschap voortbrengt aan vaccins of medicijnen. Door de grootschalige uitrol van deze specifieke vaccins zijn er bijwerkingen geconstateerd, die we onder normale omstandigheden niet zouden hebben gezien omdat ze zo weinig voorkomen. Maar dat zulke gevallen de media halen, maakt soms wel dat mensen gaan twijfelen of onzeker worden over het al dan niet nemen van het vaccin. Er is veel desinformatie in omloop en daarnaast is er ook altijd een groep die van nature onzeker is en niet wil. Deze groep mensen zal ook niet zo snel een griepprik of ander vaccin nemen. Dan is er ook nog een groep die vanuit een medische indicatie wellicht twijfelt om zich al dan niet te laten vaccineren. De huisarts staat dichtbij deze groep mensen. Zij kunnen heel goed die adviserende en voorlichtende rol hebben richting de moeilijk bereikbare mensen en rechtstreeks aan hun patiënten uitleggen wat er bekend is. Ook hebben ze uiteraard een belangrijke rol in het inschatten of het vaccin invloed heeft op de medische indicatie van een patiënt, als deze vanuit een medische achtergrond twijfelt. ”

Pandemic preparedness Voor de (nabije) toekomst voorziet Schuitemaker dat de coronazorg en –bestrijding het medische landschap nog wel even zullen bepalen. Maar net als eerder met Ebola en Zika, zal ook COVID-19 niet de laatste van vele bedreigingen zijn die op de loer liggen. “Dat zich weer een volgende pandemie voor zal doen, is bijna zeker. Wat het afgelopen jaar heeft laten zien is dat vaccinontwikkelaars snel hebben kunnen handelen, maar tegelijk zagen we ook dat niemand echt voorbereid was op de impact van deze pandemie. Waardoor wereldwijd gezien de strijd tegen het virus niet efficiënt gevoerd is. We moeten snel kunnen handelen als zich weer een pandemie voordoet. ‘Pandemic preparedness’ zal dus een heel belangrijk thema worden de komende jaren.”


VOEDINGSWAARDE

Gezond en duurzaam eten gaan hand in hand Duurzaam eten is belangrijk voor de gezondheid én het milieu. Beginnen met duurzamer eten kan gemakkelijk door het eten van minder vlees en meer plantaardig voedsel, minder voedsel te verspillen en niet meer te eten dan je nodig hebt. Tips voor een gezonder én duurzamer voedingspatroon in zeven stappen vind je hier: www.voedingscentrum.nl/duurzaam7 stappen

Eet minder vlees: kies vaker peulvruchten en noten Vlees heeft een grote impact op het milieu in vergelijking met plantaardige producten. Kies met name vaker voor peulvruchten (zoals bonen, linzen of kikkererwten) en noten in plaats van vlees. Kies daarnaast een dag per week voor duurzamere vette vis. Door te eten volgens de Schijf van Vijf (maximaal 500 gram vlees per week) komt 50% van je eiwitinname uit dierlijke producten en 50% uit plantaardige producten.1 Verschillende partijen adviseren dat in 2030 60% van de eiwitten die we eten van plantaardige bronnen en 40% van dierlijke bronnen komen.2 Eten volgens deze verhouding is mogelijk, mits vlees volwaardig wordt vervangen. Deze adviezen gelden echter niet voor kwetsbare groepen omdat er sneller tekorten kunnen ontstaan.

Voor kwetsbare ouderen (bijvoorbeeld door ziekte of ondervoeding), is het belangrijk om voldoende eiwit van goede kwaliteit binnen te krijgen. Ook voor jonge kinderen is meer inzicht nodig over de impact van een meer plantaardig voedselpatroon.3

Nieuwe voedingsadviezen voor zwangere vrouwen Het Voedingscentrum heeft de uitgebrachte voedingsadviezen van de Gezondheidsraad voor zwangeren vertaald naar de praktijk.4 Het gaat onder andere om het advies om tijdens de zwangerschap voldoende calcium, jodium en ijzer binnen te krijgen en meer vis te eten. In plaats van een keer per week vette vis, adviseren we zwangere vrouwen twee keer per week vis te eten: een keer vette vis en een keer magere vis. Foliumzuur slikken blijft belangrijk. En vrouwen krijgen het advies om tijdens de hele zwangerschap een vitamine D-supplement te nemen, omdat dit onder andere goed is voor de botopbouw van de baby. Bepaalde producten, zoals alcohol en lever, kunnen zwangere vrouwen beter niet nemen en de inname van cafeïne, leverproducten (zoals paté), soja en zoethout kan het beste beperkt blijven. Veilig omgaan met eten en

drinken is voor zwangeren extra van belang. Meer informatie is te vinden via: www.voedingscentrum.nl/nieuwe adviezenzwanger

Voedingsissues: naar wie verwijs je door? Naar wie verwijs je door wanneer er een patiënt bij je komt met vragen over voeding of voedingsgerelateerde problemen? In een nieuwe video vertellen een praktijkondersteuner, fysiotherapeut, gewichtsconsulent, diëtist, psycholoog en expert van de gecombineerde leefstijl interventie (GLI) wat ze doen en wanneer ze kunnen helpen. Bekijk de video op: www.voedingscentrum.nl/huisartsenpraktijk Bronnen 1. C. van Dooren en L. Brink (2017). Duurzamer Eten. Factsheet. Voedingscentrum. 2. Rli (2018). Duurzaam en gezond. Samen naar een houdbaar voedselsysteem. Den Haag, Raad voor de leefomgeving en infrastructuur. 3. Voedingscentrum (2021). Hoe ziet het Voedingscentrum de eiwittransitie? Geraadpleegd op 05-08-2021. 4. Gezondheidsraad (2021). Voedingsaanbevelingen voor zwangere vrouwen. Nr. 2021/26, Den Haag, 22 juni 2021.

HuisartsenService

13


Door Esther Schulting

In beeld

Huisarts Matthijs van der Poel ‘We willen echt een dorpsdokter zijn in de stad, met oog voor de patiënt’

De rubriek ‘In beeld’ zet iedere editie van HuisartsenService een of meerdere eerstelijnszorgverleners in de spotlight. Deze keer is dat Matthijs van der Poel van Huisartsenteam Van der Poel in Rotterdam-West. Met een vast klein team bestaande uit drie artsen, drie assistentes, twee psychologen, twee praktijkondersteuners en een praktijkmanager wordt toegankelijke kwalitatieve zorg gegeven.

Hoe ziet jullie patiëntenpopulatie er uit? “Onze wijk in Rotterdam-West is heel divers. Het is een echte verzamelplaats, een smeltkroes van allerlei afkomsten en een grote groep patiënten is daardoor niet-Westers. We hebben onder andere een grote groep Kaapverdianen, maar ook veel Turkse en Marokkaanse patiënten en we zien binnen de praktijk tien transseksuelen. Het past bij me, ik hou wel van die diversiteit. Ik ben niet snel geschokt en kan en wil overal over praten. Je merkt tegelijk ook dat er wat verjupping aan de gang is, jonge gezinnen die deze kant op komen. Alles leeft hier eigenlijk door elkaar.” Met COVID-19 zijn we allemaal anders gaan werken en leven. Wat was de impact voor jullie praktijk en werkwijze? “We hadden altijd ’s ochtends inloopspreekuur van acht tot negen. Daarna ongeveer zes geplande patiënten per uur. Toen COVID-19 om de hoek kwam kijken, probeerden we onder meer de wachtkamer zo leeg mogelijk te houden door bijvoorbeeld een bankje buiten te zetten waar mensen op konden wachten. Allerlei aanpassingen, groot en klein, om zo besmettingen te kunnen voorkomen. Het inloopspreekuur hebben we ook opgeheven. We zijn in eerste instantie naar drie patiënten per uur gegaan en later naar vier. Ook zijn we meer gaan beeldbellen, lang niet elke klacht hoeft ook echt face to face gezien te worden. Kwalitatieve zorg is voor ons uitermate belangrijk. Vandaar dat we onder meer hebben gekozen voor minder patiënten per uur. Meer tijd per patiënt komt natuurlijk de patiënt ten goede, maar ook ons werk op het gebied van kwaliteit en verdieping.” 14

HuisartsenService

Jullie hebben een deel van jullie patiëntgroep zelf gevaccineerd de afgelopen tijd, hoe is dit verlopen? “Met toch ook wat hobbels en tegenslagen! In onze wijk zijn veel mensen met een niet-Westerse achtergrond en vooral die groep bleef achter met vaccineren. Dit onder meer door de taalbarrière en omdat de informatievoorziening niet optimaal is. ‘Ik heb hier AstraZeneca in de koelkast staan, ik ga de wijk in’, zo dacht ik. Samen met de GGD zijn we de markt op gegaan. Zeven zaterdagen prikken, samen met andere huisartsen. In het begin was ik letterlijk op de marktkraam aan het prikken… < lacht >. We merkten dat juist omdat wij daar als huisarts stonden, er veel vertrouwen was. Vaak wilde men de prik ook meteen na een gesprek. Toen de media er lucht van kregen, ben ik nog bij de talkshow van Beau geweest om erover te vertellen. Want het ging natuurlijk niet allemaal zonder slag of stoot, denk bijvoorbeeld aan de AstraZeneca prikstop. Uiteindelijk hebben we ruim 2200 Rotterdammers kunnen vaccineren. Eerst met AstraZeneca, later met Pfizer. We zitten hier momenteel op een vaccinatiedekking van ongeveer 70%, al zullen we de 80% hier in Rotterdam-West nooit halen, denk ik.” Je bent een van de drijvende krachten achter de Sportieve Huisarts nascholingen, wat houdt dit precies in? “Ik ben altijd een sporter geweest; ik heb diverse sporten beoefend en een aantal marathons gelopen. Na mijn studie ging ik waarnemen en ik bedacht dat het leuk zou zijn om nascholingen te organiseren, maar dan wel met een sportief karakter. Samen met Anne Huisman begon ik Sportieve Huisarts, waarmee we bijvoorbeeld een nascholing over de ‘core’ organiseerden. Dan nodigden we ook een expert op dit gebied uit en stonden we uiteindelijk met zijn allen oefeningen te doen. Juist die wisselwerking vind ik leuk en het werkt!” Is Looprecept ook ontstaan vanuit die sportieve gedachte? “Zeker! Bewegen heeft zich al zo bewezen als gunstige invloed op de gezondheid. Zitziekte en inactiviteit worden in deze maatschappij een steeds groter maatschappelijk probleem. Beweging kun je als medicijn inzetten. Er zijn nascholingen, zoals Looprecept Wandelnascholing en een


Matthijs van der Poel (rechts) tijdens Looprecept

‘In het begin was ik letterlijk op de marktkraam aan het prikken’ geaccrediteerde e-learning module, maar op het moment zet ik het vooral lokaal in. Ik ben dan wel een workaholic < lacht > maar ook mijn uren zijn eindig. Met de praktijk lopen we elke maandag en donderdag een half uur met wie van onze patiënten dat wil. Ik loop zelf op donderdag mee, mijn collega huisarts op maandag en ook de andere collega’s lopen afwisselend mee. De groep die meeloopt is ook weer heel divers. Wel zien we dat het veelal ouderen zijn, die zien het echt als een uitje. We wandelen en praten, het is quality time. Dit is iets wat toch ook vaak gemist wordt tegenwoordig, door alle drukte die het werk en de samenleving met zich meebrengt. Je kent de context van de meeste van je patiënten natuurlijk en dit is een laagdrempelige manier om in contact te blijven. Tegelijkertijd laad je zelf ook op door even buiten te zijn. Ik merk dat altijd weer als ik daarna weer aan het werk ga. Wandelen doet écht iets positiefs met je!” Jullie hebben een avondspreekuur, welke groep patiënten maakt hier vooral gebruik van?

“We hebben het avondspreekuur ook ingesteld om zo op andere momenten van de week ruimte vrij te maken. Zo breng ik op maandagochtend de kinderen naar school en ben dan in plaats van acht uur om negen uur op de praktijk. Daarnaast gebruik ik het avondspreekuur ook voor handelingen waar ik wat meer tijd voor nodig heb. Zo doe ik zelf kleine chirurgische ingrepen en ik spreek bijvoorbeeld vooral ’s avonds ook stabiele psychische patiënten. Ik ervaar in de avond minder druk en kan dan meer tijd inplannen en nemen. We willen echt een dorpsdokter zijn in de stad, met oog voor de patiënt.” Je bent een druk huisarts en toch zet je jezelf ook nog in voor de stad Rotterdam? “Zeker! Ik voel me absoluut zeer verbonden met de stad Rotterdam. Of het nu gaat om huisvesting of andere onderwerpen, ik ben erg mondig. Alle wethouders kennen mij inmiddels wel <lacht>. Uiteindelijk heeft dit er ook in geresulteerd dat ik ben toegetreden als bestuurder in de ketenzorggroep Izer. Zo zijn we bijvoorbeeld bezig om alle huisartsen samen te verenigen in een huisartsencoalitie voor de regio Rotterdam. Ik ben graag bezig en ik ben altijd op zoek naar vernieuwing of verbetering. Zo denken we nu mogelijk aan verhuizen met de praktijk naar een wat groter centrum binnen de wijk, zonder dat het karakter van ‘dorpsdokter’ verloren gaat. Wie weet?!” HuisartsenService

15


Door ZonMw

Uitgelicht

Evidence Based Medicine in de praktijk leren toepassen Huisartsen in opleiding leren het toepassen van Evidence Based Medicine (EBM) vooral in de praktijk. Lisanne Welink, arts-onderzoeker bij het Universitair Medisch Centrum Utrecht, analyseerde observaties en leergesprekken van AIOS en huisartsopleiders in Nederland en Vlaanderen om dit proces beter te begrijpen. Bij EBM komt de arts op een systematische manier samen met de patiënt tot de best passende behandelkeuze, legt Welink uit. ‘De EBM-beweging werkt met drie cirkels die elkaar overlappen. Deze zijn het best beschikbare wetenschappelijke bewijs, je eigen klinische blik als huisarts en de voorkeuren van de patiënt. Voor een goede behandelkeuze moet je als arts die drie factoren kunnen combineren.’

Wisselwerking nodig Bij observaties verloopt het leerproces vooral impliciet, terwijl een leergesprek juist een bewuste leersituatie is. Van beide soorten situaties werden videofragmenten gemaakt. Een selectie daarvan besprak ze tijdens interviews met AIOS en met huisartsopleiders. De gesprekken over de videofragmenten onthulden dat beide partijen elkaars redeneringen en argumenten niet goed herkennen.

Uitwisseling na observeren is belangrijk Welink beveelt aan tijdens het leerproces in te gaan op de automatische gedachten die spelen in de leersituatie.

16

HuisartsenService

‘Het is belangrijk dat AIOS en opleiders zich bewust worden van hun oordelen tijdens het observeren en met een opener blik leren kijken.’ Welink concludeert dat het niet zinvol is om te observeren zonder daarover uit te wisselen. ‘Er worden anders gemakkelijk verkeerde conclusies getrokken. Beide partijen vullen van alles in wat dan vaak niet klopt met wat de ander voor ogen had.’

Nuttige gesprekken Voor de interviews over de leergesprekken selecteerde Welink vooral de videofragmenten over leerinhoudelijke kennis. AIOS beoordeelden deze gesprekken als nuttig om met EBM te leren werken. ‘Ze willen met name van opleiders leren hoe ze hun kennis uit richtlijnen en literatuur goed kunnen combineren met hun klinische expertise en de wensen van de patiënt. Ze vragen wel of opleiders hun argumenten beter kunnen onderbouwen en hen meer vertrouwen geven in hun beslissingen en manier van werken. Verder hebben ze behoefte aan een

veilige sfeer en gelijkwaardigheid in de relatie met de opleider. Zelf moeten ze zich beter voorbereiden, vinden AIOS, en bijvoorbeeld vooraf nadenken over vragen en discussiepunten. Dat levert meer diepgang op.’ De huisartsopleiders verwachtten in eerste instantie niet dat ze zelf in de leergesprekken iets van de AIOS zouden leren. ‘Maar als we ze dan videofragmenten lieten zien en momenten met ze doornamen, veranderden ze vaak van mening en zeiden ze dat ze wel van de gesprekken leerden. Onder meer omdat AIOS vaak over recentere kennis bleken te beschikken.’

Traditionele rollen durven loslaten ‘Ze moeten allebei de traditionele leraar-leerling-rollen durven loslaten. Alleen dan ontstaat de flexibiliteit die een voorwaarde is voor een goed leergesprek. Volgens mij begint dat loslaten bij de opleider. Als die zich ervan bewust is dat hij er ook zelf van leert, kan hij een betere opleider worden.’ Lisanne Welink verdedigt op 2 december 2021 haar proefschrift ‘Leren in (inter)actie. Impliciete en expliciete EBM-leerprocessen in de huisartspraktijk’. Lees het volledige artikel op www.zonmw.nl/ebm-huisartsen ZonMw stimuleert gezondheidsonderzoek en zorginnovatie. www.zonmw.nl/huisartsenzorg www.zonmw.nl/huisartsgeneeskunde


SELECTIE

Door Esther Schulting

Scherper dan scherp Onze mobiele telefoons doen tegenwoordig vooral dienst als multifunctioneel communicatiecentrum. Van communiceren op de socials tot appen, sms’en, bellen, maar ook en vooral fotograferen. De smartphones van nu staan menig reflexcamera naar het leven. Maar inzoomen en scherpe foto’s maken, dat is nog geen sinecure. Deze mini-telescoop brengt daar verandering in. Je klikt deze heel gemakkelijk over je lens en fotograferen maar! De lens vergroot maar liefst acht keer. Leuk voor vakanties, tripjes in eigen land en concerten en festivals. € 11,95 via ditverzinjeniet.nl

Praktische gids voor gezinnen In het boek ‘Wanneer je als ouder kanker hebt’ zijn ervaringen en kennis verwerkt om te kunnen omgaan met wat er op je afkomt als een ouder de diagnose kanker krijgt. Schrijvers Dineke Verkaik en Paul Boelen reiken drie zogenaamde taken aan waarmee gezinnen zich kunnen voorbereiden op de veranderingen na de diagnose. Een praktisch boek met veel informatie dat ondersteuning biedt. ISBN 9789085600954

Later als ik groot ben Als je zoon of dochter ‘later als ik groot ben ook dokter wil worden’ net als papa en/of mama, dan kan er een eerste aanzet worden gedaan met dit leuke dekbedovertrekset. Het begint bij dromen en wie weet waar deze dromen toe leiden! Het overtrekset is gemaakt van 100% biologisch katoen en mens- en planeetvriendelijk geproduceerd in Europa. € 59,95 voor een eenpersoonsovertrekset van 140 x 220 cm. Onder meer via Fonq.nl

HuisartsenService

17


Door Edgar Kruize

Interview

Jorien Esser Programmamanager Zorginnovatie bij CZ

‘Digitalisering is nooit een doel op zich’ Zorg kan altijd beter, zorg kan altijd anders. Toch zijn er nog altijd zorgverleners in de eerstelijn die onder het motto ‘ik doe het al jaren zo, waarom zou ik het veranderen’ vasthouden aan oude werkwijzen. De coronacrisis heeft echter veel op scherp gezet en ineens moest iedereen gedwongen nadenken over innovaties in de praktijk, om zo op een veilige manier de patiëntenpopulatie van dienst te kunnen blijven. Wat werkt wel, wat werkt niet? Zorgverzekeraar CZ denkt mee en ondersteunt huisartsen al jaren in de implementatie van innovaties in de huisartsenpraktijk.

Dat in een digitale wereld veel van die innovaties digitaal zijn, is niet verwonderlijk. “Toch is digitalisering nooit een doel op zich”, zo zegt Jorien Esser, Programmamanager Zorginnovatie bij CZ, stellig. “Het is altijd een middel om de huisartsenzorg meer efficiënt te maken en om de kwaliteit te verhogen. CZ is voortdurend op zoek naar innovatieve zorgoplossingen. Wij zijn dagelijks bezig met na te denken hoe (eerstelijns)zorg er idealiter uit zou moeten zien. Dus ook op het gebied van digitalisering, omdat hier grote stappen te maken zijn. Zowel op medisch gebied als logistiek. Zeker op laatstgenoemd vlak kan digitalisering een heel sterk middel zijn om slimmer met patiëntenstromen of -vragen om te gaan of de tijd voor administratie te verminderen. Daarnaast is het een effectief middel om het tekort aan huisartsen op te vangen dat in bepaalde regio’s in ons land dreigt. Zeker ook in sommige regio’s waar veel verzekerden van CZ wonen.”

aan het werk zijn, terwijl door vergrijzing naar verwachting de zorgvraag zal toenemen. Wat je dus wil bereiken is dat die druk handelbaar blijft en de huisarts tijd en ruimte heeft om met aandacht zijn patiënten te zien.”

Zorgvraag kanaliseren Dat proces begint bij een goede basislogistiek, een portaal dat ‘aan de poort’ al de druk van de ketel haalt en waarbinnen niet dringende zorgvragen op laagdrempelige manier worden opgelost. “Een belangrijk onderdeel van de huisartsenbezoeken is de zogenaamde ‘geruststelzorg’; patiënten met klachten die niet noodzakelijkerwijs dringend zijn, maar die wel hun zorgvraag doen en dus tijd van de huisarts vragen. Deze patiënten zouden met een telefonisch of digitaal consult net zo goed geholpen zijn. Dan moet die zorg op afstand wel zo zijn ingericht dat telefonische of digitale consulten eenvoudig te koppelen zijn aan bijvoorbeeld het HIS. Iets wat ook iedere huisarts en met name assistent zal herkennen, is de hoge telefonische belasting op maandagmorgen. Ook hier is veel te ondervangen, bijvoorbeeld met een slimme digitale triage, die de zorgvraag kanaliseert en de telefonische belasting vermindert.” De voordelen van op die manier innoveren hebben inmiddels hun waarde laten zien. Huisartsen kunnen gericht hun tijd voor patiënten indelen. Het levert een lagere werkdruk en een hogere tevredenheid bij zorgverleners en hun patiënten. Want er is hierdoor meer ruimte voor de huisarts om tijd te besteden aan patiënten die het écht nodig hebben.

Aandacht voor patiënten

Kwaliteit en gebruiksgemak

Zo geldt CZ bijvoorbeeld als de grootste zorgverzekeraar van de provincie Zeeland en dat is bij uitstek een provincie waar het tekort aan huisartsen steeds nijpender wordt. De zorgverzekeraar is daar in samenwerking met diverse partijen projecten aan het uitrollen om tot een toekomstbestendige huisartsenzorg voor deze regio te komen. Digitalisering speelt daar een grote rol in, aldus Esser. “Het is bij uitstek een manier om de huisartsenzorg toegankelijk te houden. We stevenen in die specifieke provincie af op een capaciteitsprobleem. Binnen vijf jaar zal daar 50 procent minder mensen in de eerstelijnszorg

Een goed voorbeeld van digitale triage die door CZ wordt ondersteund is bijvoorbeeld de SkinVision app. Als een patiënt een vlekje op de huid niet vertrouwt, kan deze een foto hiervan uploaden in de app. Binnen 30 seconden beoordeelt deze dan of het gefotografeerde plekje goedaardig is, of dat het beter is om een afspraak met de huisarts te maken. “Voor CZ-verzekerden is het gebruik hiervan gratis. Dit soort innovaties zijn hulpmiddelen die ervoor zorgen dat niet ieder vlekje in de huisartsenpraktijk gezien hoeft te worden, waardoor de druk afneemt. Tegelijk worden ook mogelijke risico’s in een vroeg

18

HuisartsenService


Tijdsbesparing

stadium op laagdrempelige manier opgespoord. Het zijn dit soort innovaties waarvan wij vinden dat ze de zorg absoluut efficiënter en beter maken.”

Beter in beeld blijven Naast genoemde triage, zet CZ ook in op onder meer digitaal innoveren op het gebied van chronische zorg, diagnostiek en meedenkconsulten. Hiervoor zijn onder meer door CZ ondersteunde apps ontwikkeld waarmee een aangesloten huisarts op een snelle en veilige manier een casus ter beoordeling kan voorleggen aan eveneens aangesloten medisch specialisten. “Ook hier zijn kwaliteit en gebruikersgemak de sleutel. Normaal gesproken kost het een huisarts vrij veel tijd om bij twijfel of voor meer informatie een specialist te raadplegen. Deze oplossing stroomlijnt dat proces en zorgt ervoor dat patiënten niet onnodig naar het ziekenhuis worden doorverwezen. Tegelijkertijd krijgen huisartsen oplossingen aangereikt zodat ze de patiënt zelf goed kunnen behandelen. De mogelijkheden op technisch gebied zijn talrijk en CZ staat open voor het gebruik van elk soort innovatie die de huisartsenpraktijk kan ondersteunen. “Wij zijn in deze niet de partij die een huisarts oplegt welke innovatie of app al dan niet gebruikt mag worden. We hebben echter in de loop der jaren wel een goede kijk op het veld ontwikkeld, weten wat er in de markt is en kunnen op basis van lessen uit het verleden wel innovaties aanraden bij een huisarts die specifiek aansluiten op diens behoeften. Niemand heeft er baat bij om het wiel opnieuw uit te vinden.”

Op het gebied van chronische zorg kan digitalisering ook een belangrijke rol spelen in de zelfregie van de patiënt. Bijvoorbeeld in de diabeteszorg. Waarden kunnen prima digitaal worden gemonitord en als deze een afwijking laten zien, kan de huisarts of POH aan de bel trekken. Dat laatste valt en staat met vertrouwen. Van de huisarts in de patiënt, van de patiënt op de kwaliteit van de (digitale) zorg en in het vangnet dat áls er iets is die patiënt direct goed geholpen kan worden. Jarenlang is er enige koudwatervrees geweest, zowel bij huisartsen die het liefst op de ‘oude manier’ werken, als bij patiënten. De coronacrisis heeft echter als een katalysator gewerkt. Noodgedwongen moesten er andere vormen worden gevonden in de eerstelijnszorg en het vertrouwen in digitalisering heeft enorme sprongen gemaakt. “Door de coronacrisis zijn er grote stappen gemaakt, maar je ziet dat nu deze meer op zijn eind begint te lopen sommige praktijken in een terugtrekkende reflex ook weer teruggaan naar de oude manier van werken en toch weer patiënten voor alles willen zien. Terwijl die patiënten ook steeds meer gewend zijn aan en vertrouwen op digitale zorg. E-health wordt voor een gezonde levensstijl steeds belangrijker. Denk aan de populariteit van allerlei medische apps, zoals hartritmemeters in smartwatches. Die patiënt wil dus wel en is misschien al iets verder dan sommige huisartsen. Wat wij ook jarenlang hebben gezien, is dat er huisartsen

‘Innovaties houden de zorg toegankelijk en zorgen ervoor dat er meer tijd overblijft voor de huisarts voor dat persoonlijke contact met oudere of kwetsbare patiënten’ waren die het – kort door de bocht – ‘te druk hadden om over tijdsbesparing na te denken’. Het is een keus tussen harder werken en slimmer werken, die steeds maar vooruit werd geschoven. Als CZ hebben wij nu al een paar jaar focus op digitalisering en het is uiteraard logisch – en alleen maar goed – dat hier met een gezonde dosis scepsis naar wordt gekeken. Onze focus is echter, als gezegd, nooit het digitaliseren om het digitaliseren geweest. Als zorgverzekeraar zijn we verantwoordelijk voor de toegankelijkheid van zorg en wij willen niet dat er door toegankelijkheidsproblemen straks patiënten zonder huisarts zitten. Innovaties houden de zorg toegankelijk en zorgen ervoor dat er meer tijd overblijft voor de huisarts voor dat persoonlijke contact met oudere of kwetsbare patiënten. Daar blijven we dus vol op inzetten!” HuisartsenService

19


Deze pagina is alleen leesbaar in de printversie

HuisartsenService info@huisartsenservice.nl 033-2471177 www.huisartsenservice.nl


Door Huisarts Gordon Oron

Op weg naar huis, in mijn auto met benzinemotor, bedacht ik me dat regel één van mijn missie en visie gaat over het welzijn van zorgverleners. Duurzaamheid in de zorg begint en eindigt met de mentale en fysieke conditie van de zorgverlener zelf, denk ik persoonlijk. Als praktijkhouder wil ik daar een bijdrage aan leveren. Ik span mij in om mijn teamleden zo goed mogelijk te faciliteren in tijd, middelen en aandacht zodat ze kunnen doen waar hun passie ligt; zorgen voor mensen. Ik zou graag iets cools met jullie willen delen. De prikkel voor dit project is viereneenhalf jaar geleden ontstaan na een aantal leuke gesprekken met de zorginkoper van onze preferente zorgverzekeraar, VGZ. (U leest het goed; ik heb leuke gesprekken met de zorgverzekeraar). Onze regio startte in 2017 het project Meer Tijd Voor De Patiënt, waarbij we de consultduur verlengden naar 15 minuten in plaats van tien. Dat betekende dus 50% meer tijd. De resultaten waren welhaast spectaculair; hogere patiënttevredenheid en gemiddeld 18% minder (!) verwijzingen. In termen van de Juiste Zorg Op De Juiste Plek én de besparing op zorgkosten, een bijzonder interessant resultaat. Het belangrijkste resultaat vond ik echter dat wij als huisartsen hoger scoorden op werkplezier en zingeving. Feitelijk komt dit neer op het verlagen van de kans op een burn-out bij zorgverleners. Dat is pas duurzaam.

Column

‘Als je het kunt dromen, kun je het ook doen’ en antidepressiva voor, ik vraag meer lab en foto’s aan en verwijs meer dan nodig is. Echter, als ik fit ben, functioneer ik zoals ik zou willen; ik luister heel goed naar mijn patiënten, doe in samenspraak met de patiënt het juiste, ik ben vriendelijk, scherp en geestig als het kan. Tevreden dokter, tevreden patiënten. Momenteel werk ik aan een dashboard waarin ik inzichtelijk kan maken hoe het gaat met mezelf en mijn team en hoe zich dat verhoud tot kwaliteit van zorg en kosten. Ik doe dit samen met studenten van Avans Hogescholen. Fase één is klaar. Een dashboard met drie klokken; Fitheid, Werkplezier en Zingeving. De database vult zich met vragen die een chatbot drie keer per week stelt en die makkelijk te beantwoorden zijn met een cijfer een tot en met vijf. Fase twee begint in het heden en daarin worden een viertal klokken toegevoegd aan het dashboard die iets zeggen over kwaliteit van zorg (bron: patiëntenenquêtes en data uit het HIS). Vervolgens bouwen we het dashboard verder tot een definitieve versie. Mijn doelstelling is vooral dat ik aantoon wat een fitte zorgverlener oplevert. Ik zou namelijk heel graag de gesprekken met de zorgverzekeraar een ander focus willen geven. Ik hoop en verwacht dat ik met het uiteindelijke dashboard beter kan uitleggen wat ik bedoel, wat het oplevert en welke ondersteuning ik kan gebruiken. Ik weet het, ik ben een dromer. Maar ik ben ook heel bescheiden, dus wie ben ik Walt Disney tegen te spreken. “Als je het kunt dromen, kun je het ook doen!”

‘Duurzaamheid in de zorg begint en eindigt met de mentale en fysieke conditie van de zorgverlener zelf’

Ik herinner me nog dat de inkoper van de zorgverzekeraar mij mijn toegenomen werkplezier erg gunde, maar dat dat volgens hem geen invloed had op de zorgkosten. Dat bestreed ik, want als ik moe ben, schrijf ik meer antibiotica

Gordon Oron is sinds 2005 huisarts en recent gestart met zijn nieuwe praktijk Gezondheidscentrum Leven in Gorinchem

HuisartsenService

21


Door Edgar Kruize

In de spotlight

Vroegtijdig opsporen atriumfibrilleren zorgt voor zorgwinst Succesvol traject in Noord-Nederland verder uitgerold Het vroegtijdig en vaker opsporen van atriumfibrilleren in de huisartsenpraktijk, is van essentieel belang om patiënten uit het ziekenhuis te houden. Er zijn in het noorden van het land op dat gebied de afgelopen jaren flinke stappen gezet door middel van programma’s waarin gebruik wordt gemaakt van MyDiagnostick. Hierdoor is al bij honderden patiënten in de huisartsenpraktijk atriumfibrilleren geconstateerd.

“Niet alleen bij patiënten”, zo stelt Bert Brouwer, gepensioneerd huisarts en nu adviseur anderhalvelijn Sunenz, resoluut. “Door het gebruik van MyDiagnostick is ook bij mijzelf atriumfibrilleren vastgesteld. Het is een uitermate efficiënt middel om op laagdrempelige manier in de huisartsenpraktijk patiënten met atriumfibrilleren op te sporen en er op die manier voor te zorgen dat die patiënten niet met ernstiger problemen, zoals een beroerte, in het ziekenhuis terecht komen.” Wim Brunninkhuis, gepensioneerd en waarnemend huisarts en adviseur anderhalvelijn Sunenz, beaamt het effect van MyDiagnostick en de inzet daarvan binnen de keten atriumfibrilleren, waaraan meer dan 100 huisartsen in de provincie Groningen en delen van Friesland en Drenthe meedoen. “Alleen in mijn eigen praktijk zijn op deze manier al meerdere mensen opgespoord. Natuurlijk heeft het aantal te maken met de demografie van je patiëntenpopulatie, maar extrapoleer dat eens over alle huisartsenpraktijken. Niet alleen in het noorden, maar in het hele land. Op deze manier zijn honderden mensen te vinden en is er veel zorgwinst te behalen.”

Laagdrempelige screening MyDiagnostick is een staafvormig apparaat, waarin aan beide uiteinden elektrodes verwerkt zitten die een ECG van hoge kwaliteit opnemen. De huisarts laat de patiënt

22

HuisartsenService

het apparaat een minuut vasthouden. In die tijd wordt de ECG gemaakt en direct na afloop toont een rood of groen lampje of er al dan niet sprake is van mogelijk atriumfibrilleren. Bij groen is er hoe dan ook niets aan de hand, rood betekent dat er verder onderzoek nodig is. Omdat atriumfibrilleren een aandoening is die vooral bij ouderen voorkomt, streven de deelnemende huisartsen ernaar om bij alle patiënten die in ketenzorg diabetes mellitus en CVRM zitten en die voor controle op het spreekuur komen, te vragen om deze stick vast te houden. “Er is eigenlijk geen enkele patiënt die dat weigert”, aldus Brunninkhuis. “Daar is ook geen enkele reden toe, de screening is zeer laagdrempelig en als je uitlegt wat er precies gebeurt en waarom we de screening doen, willen mensen eigenlijk in alle gevallen ook zelf wel weten of ze atriumfibrilleren hebben of niet. Het krijgen van een beroerte is voor velen dan ook een schrikbeeld. Als dat te voorkomen is door vroege opsporing van atriumfibrilleren en de inzet van antistollingsmiddelen, dan werkt men graag mee.”

Incidentie en prevalentie Atriumfibrilleren is de meest voorkomende hartritmestoornis bij volwassenen . Hoewel er de afgelopen jaren veel meer aandacht voor is gekomen, zowel in de huisartsenpraktijk als daarbuiten, is het bij velen toch ook nog steeds ‘de grote onbekende’ op het gebied van hartritmestoornissen. Dat is een ongewenste situatie, daar patiënten met atriumfibrilleren die onbehandeld blijven een hoger risico hebben om een CVA te krijgen vergeleken met mensen zonder atriumfibrilleren. Het risico op een CVA kan in absolute zin oplopen tot 18 procent per jaar bij onbehandelde patiënten met veel comorbiditeit en atriumfibrilleren . Atriumfibrilleren komt vooral voor bij ouderen. De prevalentie is 0,04 procent in de leeftijd van 25-45 jaar maar loopt op tot 6 procent bij 75 jaar en ouder en 18 procent bij 85 jaar en ouder. De prevalentie is hoger


bij mannen dan bij vrouwen. Het risico om vanaf de leeftijd van 55 jaar atriumfibrileren te ontwikkelen bedraagt 24 procent bij mannen en 22 procent bij vrouwen. Het aantal patiënten met atriumfibrilleren zal naar verwachting in de toekomst, door de ouder wordende populatie, alleen maar stijgen. Toch is atriumfibrilleren niet altijd ‘top of mind’ bij

‘Als je het mij vraagt, zou het tot de standaarduitrusting van iedere huisarts moeten behoren. Het is een relatief kleine investering, die per saldo veel oplevert’ een huisarts en blijft het dus belangrijk dat deze binnen zijn of haar patiëntenpopulatie op zoek gaat naar patiënten die mogelijk risico lopen. Uit populatieonderzoek blijkt dat 25-35 procent van de patiënten met atriumfibrilleren niet als zodanig bekend is.

Veel aandacht geven “In alle eerlijkheid, wij waren in het verleden ook niet actief op zoek”, zo stelt Brunninkhuis. “Dat had meerdere oorzaken. Aanvankelijk nog de onbekendheid, maar het was ook de reactieve manier van geneeskunde die werd bedreven. Kort door de bocht, ‘de spreekkamer zit toch wel vol’. Dus je behandelde de klachten waarmee een patiënt binnenkwam en was amper met preventie bezig. Het was tenslotte al druk genoeg.” Brouwer voegt toe dat een patiënt met een CVA ‘ons gewoon overkwam’ in het verleden. “Het traject startte pas als de beroerte had

plaatsgevonden. Maar de geneeskunde is veranderd. Nog steeds is een huisarts een groot deel van zijn tijd bezig met het behandelen van de klachten van zijn patiënten op het moment dat die zich voordoen en zij zich bij de huisarts melden. Die drukte is er nog steeds en neemt alleen maar toe. Je ziet echter ook dat er de afgelopen jaren – in de breedte overigens, niet alleen op cardiovasculair gebied – absoluut een omslag is gekomen. Je merkt het op velerlei gebied. Specifiek op dit vlak is er bijvoorbeeld meer informatie beschikbaar gekomen voor huisartsen, ketenzorg is meer vastomlijnd dan vroeger, de NHG-richtlijnen voor cardiovasculair risicomanagement zijn duidelijker geworden en natuurlijk is er veel aandacht gekomen voor de CHA2DS2-VASc score, die je vroeger niet had. Er is dus veel veranderd en het project met de MyDiagnostick heeft hier in onze regio de afgelopen jaren ook absoluut bij de deelnemende huisartsen gezorgd voor veel meer aandacht voor atriumfibrilleren.”

Standaarduitrusting Op een MyDiagnostick kunnen ruim 100 ECG’s bewaard worden, die via een USB-verbinding kunnen worden uitgelezen in een voor de arts toegankelijk webportaal. De MyDiagnostick is een zeer efficiënte innovatie die uitblinkt door zijn eenvoud. Doordat het apparaat onafhankelijk van een stroombron of randapparatuur de diagnostische taak uitvoert, kan in feite overal en onder elke omstandigheid gemeten worden. Brouwer: “Als je het mij vraagt, zou het tot de standaarduitrusting van iedere huisarts moeten behoren. Het is een relatief kleine investering, die per saldo veel oplevert. Als onderdeel van het project dat wij hier in Noord-Nederland hebben lopen, is de MyDiagnostick kosteloos beschikbaar voor deelnemende huisartsen. Tijdens nascholingen merk je dat die beschikbaarheid absoluut heeft gezorgd voor veel enthousiasme en een hoog aantal deelnemers.”

HuisartsenService

23


Grote zorgwinst

Interview

Onder meer het Martini Ziekenhuis, Universitair Medisch Centrum Groningen, Ommelander Ziekenhuis Groningen, MCC Nij Smellinghe, de Groninger Huisartsen Coöperatie (GHC) en zorgverzekeraar Menzis maken onderdeel uit van de Keten Atriumfibrilleren, die sinds 2015 is uitgerold. Brunninkhuis: “Het is een geweldig traject, juist omdat we dit als huisartsen samen met de lokale cardiologen op hebben kunnen pakken. Een innige samenwerking tussen de eerste- en tweedelijn. Ook moet ik de firma Bayer even noemen, die ons geweldig heeft gefaciliteerd, onder meer met het opzetten van nascholingen. Wat hier is gebeurd, is dat zorgdisciplines samen zijn gekomen om grensoverschrijdend het zorgtraject te innoveren.” De meerwaarde is evident op verschillende vlakken. Uiteraard is er de zorgwinst die ontstaat omdat er minder CVA’s plaatsvinden. De zorguitgaven voor beroerte werden in 2017 geschat op 1,5 miljard euro, wat gelijk staat aan 1,7 procent van de totale uitgaven voor gezondheidszorg in Nederland. Vroege ondervanging zal deze kosten significant kunnen drukken. Zo kan een patiënt waarbij atriumfibrilleren is geconstateerd dankzij dit innige contact tussen de eerste- en tweedelijn binnen diens eigen huisartsenpraktijk in behandeling blijven. Dankzij die zelfde contacten kunnen patiënten die voorheen in het ziekenhuis behandeld werden ook weer terugstromen de eerstelijnszorg in. Het is in deze gevallen veelal de POH die hen monitort. Andersom heeft het de meerwaarde dat de tweedelijn veel eerder de patiënten in beeld krijgt die daadwerkelijk ziekenhuiszorg behoeven.

Proactieve manier van werken “Bij een optimale uitrol van dit project, kunnen jaarlijks honderden CVA’s voorkomen worden. Binnenkort starten we bij voldoende belangstelling een tweede ronde, waarvoor we verder uitbreiden in heel Friesland”, aldus Brunninkhuis. “Wij hebben hiervoor twintig

‘Wat hier is gebeurd, is dat zorgdisciplines samen zijn gekomen om grensoverschrijdend het zorgtraject te innoveren’

24

HuisartsenService

‘De resultaten spreken voor zich en dit is bij uitstek een traject waarin je als huisarts je van oudsher reactieve rol kan omdraaien richting een proactieve manier van werken’ huisartsenpraktijken in Friesland benaderd die niet aan de eerste ronde hebben meegedaan. We hebben nog niet van allemaal een reactie, maar de uitnodigingen zijn in de vakantieperiode verstuurd en we verwachten hier wederom veel van. De resultaten spreken voor zich en dit is bij uitstek een traject waarin je als huisarts je van oudsher reactieve rol kan omdraaien richting een proactieve manier van werken.” Brouwer voegt toe dat het werk als ‘case finder’ een extra dimensie geeft aan het werk als huisarts. “Wij hebben inmiddels veel ervaring in onze regio opgedaan, we zien daadwerkelijk de resultaten en ervaren ook hoe dit de relatie met de tweedelijn beïnvloedt. Het traject is tot nu toe echt geweldig verlopen. Met als belangrijkste impact dat je als huisarts hier echt iets substantieels kan betekenen voor je patiënt naast de standaard huisartsenzorg. Een CVA heeft zo’n grote impact op het leven van een patiënt en door die vroegtijdig op te sporen, kun je op een laagdrempelige manier veel lijden voorkomen.”


Deze advertentie is alleen leesbaar in de printversie

Deze advertentie is alleen leesbaar in de printversie

HuisartsenService

HuisartsenService

info@huisartsenservice.nl

info@huisartsenservice.nl

033-2471177

033-2471177

www.huisartsenservice.nl

www.huisartsenservice.nl


Door Denise P. Muijs-Kolditz

Achtergrond

Cardiovasculaire betrokkenheid bij het long COVID-19 syndroom In de cardiologische praktijk wordt een toenemend aantal patiënten verwezen ter analyse van langdurige en mogelijk cardiaal te duiden symptomen, dan wel een verlies aan conditie na een doorgemaakte COVID-19 infectie.

symptomen aanhoudend na 12 weken, waarbij er geen alternatieve diagnose is gevonden. 4. Long COVID-19: zowel het langdurig symptomatische als het post COVID-19 syndroom.

Het long COVID-19 syndroom is een nieuw fenomeen, waarvoor vooralsnog geen diagnostische criteria noch een behandelrichtlijn voorhanden is. De term ‘long COVID-19’ is feitelijk een door een patiënt gecreëerde term, die in mei 2020 werd gedeponeerd op Twitter door een studente archeologie die haar eigen langdurige COVID-19 ziektebeloop beschreef. Sindsdien worden steeds meer overeenkomende symptomen van het ziektebeeld herkend: vermoeidheid, pijn en koorts, kortademigheid en hoesten, een strak gevoel om de borst, druk op de borst, palpitaties en duizeligheid, cognitieve beperkingen, duizeligheid, hoofdpijn en slaapstoornissen, perifere neuropathie, buikpijn, misselijkheid, diarree, anorexia, gewrichtspijn en spierpijn, depressie, angststoornissen, tinnitus, oorpijn, keelpijn en duizeligheid, smaak- en of reukverlies, huiduitslag en jeuk.

Epidemiologische gegevens In maart 2021 verscheen het rapport C-support (nazorg na COVID-19) van het ministerie van VWS.2 C-support is een expertise centrum op het gebied van COVID-19 en biedt informatie en support aan patiënten met COVID-19 in analogie met het Q-support project voor Q-koorts patiënten. Naar aanleiding van een vragenlijstonderzoek onder 1392 Nederlandse herstelde COVID-19 patiënten, wordt geschat dat 1.5% van de totaal besmette COVID-19 populatie een post-COVID-19 syndroom zal ontwikkelen. Inmiddels zijn enkele belangrijke epidemiologische gegevens bekend geworden. Veruit de meeste patiënten in deze groep hebben geen ziekenhuis- of IC-opname doorgemaakt, zijn besmet geraakt in de eerste golf en hebben een leeftijd tussen de 20 en 50 jaar. Daarnaast is 75% van deze groep van het vrouwelijk geslacht.2,3

Er worden verschillende fasen van een COVID-19 besmetting beschreven in de literatuur.1 1. Acute COVID-19 infectie: symptomen tot 4 weken na COVID-19 besmetting 2. Langdurig symptomatisch: symptomen van 4 tot 12 weken na COVID-19 besmetting 3. Post COVID-19 syndroom: fluctuerend cluster van uiteenlopende

In april 2021 zijn er in Nederland reeds 1.32 miljoen besmettingen geregistreerd, waarmee dit in ieder geval een groep van bijna 20.000 personen zal kunnen gaan betreffen. Het werkelijke aantal besmettingen ligt aanzienlijk hoger, aangezien door het restrictieve testbeleid tijdens de eerste golf een groot deel van de patiënten met klachten niet getest is. Wereldwijd gaat het om poten-

26

HuisartsenService

Risicofactoren

tieel meer dan 5 miljoen patiënten met symptomen passend bij long COVID-19 syndroom.4 Welke klinische factoren het ontwikkelen van een long COVID-19 syndroom bepalen is niet bekend. Bekende risicofactoren voor het ontwikkelen van een ernstig beloop bij acute COVID-19 infectie, zoals leeftijd, mannelijk geslacht, obesitas en etniciteit lijken de kans op het ontwikkelen van een long COVID-19 syndroom niet nadelig te beïnvloeden.4 Ook lijkt er geen directe relatie te zijn tussen de ernst van de acute COVID-19 infectie en het lange termijn beloop. Veel van de patiënten met long COVID-19 syndroom gaan schuil onder de top van de ijsberg omdat ze bijvoorbeeld in thuisquarantaine zijn gegaan, geen toegang hadden tot een PCR-test en geen bewijs van doorgemaakte COVID-19 infectie hebben. Hierdoor is een causaal verband in veel gevallen heel lastig aan te tonen.

Structurele abnormaliteiten In een Duitse MRI-studie, waarin MRIscans van het hart van 100 herstelde COVID-19 patiënten met milde of geen symptomen zijn verricht, bleek er bij 78% van de gevallen structurele abnormaliteiten gevonden te worden. Deze diffuse musculaire inflammatie ontwikkelt zich langzaam en in veruit de meeste gevallen ook subklinisch.5 In de algemene richtlijn voor atleten die een myocardiale inflammatie hebben doorgemaakt, wordt geadviseerd in de postvirale periode drie maanden rust te houden, voordat een belastende inspanning kan worden hervat. In de Verenigde Staten zijn recent verplichte cardiale


palpitaties (67%) het meest frequent werd gemeld. Tachycardie (61%) en pijn of branderig gevoel in de borst (53%), duizeligheid en collaps (13%), vermoeidheid (77%) en inspanningsgebonden algehele malaise (72%) werden ook frequent genoemd.5 De etiologie van deze frequent gerapporteerde cardiovasculaire symptomen blijft vooralsnog grotendeels onbekend. Cardiologische analyse van deze patiënten zal echter leiden tot voortschrijdend inzicht over dit beeld en kan belangrijke cardiale complicaties van COVID-19 uitsluiten, hetgeen tevens van belang is voor de verdere behandeling en begeleiding van de patiënt. Dr. Denise P. Muijs-Kolditz, cardioloog

‘In een Duitse MRI-studie, waarin MRIscans van het hart van 100 herstelde COVID-19 patiënten met milde of geen symptomen zijn verricht, bleek er bij 78% van de gevallen structurele abnormaliteiten gevonden te worden’ screeningstesten ingesteld voor atleten na een positieve COVID-19 test, nadat een professionele basketbalspeler in augustus overleed tijdens een training aan acute hartdood één maand na een aangetoonde coronabesmetting. Het Sars-CoV-2 virus kan het hart binnendringen via de ACE2 en TMPRSS2 enzymen. Door directe invasie van de hartcellen kan schade worden toegebracht, maar ook door het induceren van een inflammatoire respons die de hartfunctie negatief kan beïnvloeden. Hierdoor kan het sympathisch zenuwstelsel in een ‘overdrive’ modus worden gezet, waardoor klachten als palpitaties kunnen ontstaan. In de NICE-guideline on COVID-19 wordt geadviseerd om in de eerstelijn bij een verdenking op cardiovasculaire

klachten bij long COVID-19, laboratoriumonderzoek en een thoraxfoto na 12 weken te verrichten en te overwegen om bij patiënten met thoracale klachten, dyspneu, duizeligheid, palpitaties of vermoeidheid een inspanningsonderzoek, orthostase-meting en eventueel een Holter-ECG te verrichten en bij pijn op de borst ook te verwijzen naar de cardioloog.1

Cardiovasculaire symptomen De grootste internationale long COVID-19 studie van dit moment maakt duidelijk dat cardiovasculair symptomen zeer frequent worden gerapporteerd.6 In deze studie werd data verwerkt van 3762 patiënten uit 56 landen tot 7 maanden na acute COVID-19 infectie. Cardiovasculaire symptomen werden gemeld door 86% van de respondenten, waarbij

Referenties:

1. NICE guideline COVID-19 rapid guideline: managing the long-term effects of COVID-19. https://www.nice.org.uk/ guidance/ng188 2. https://www.c-support.nu/wp-content/uploads/2021/03/210308-Dossier-C-support_DEF.pdf 3. https://www.medischcontact.nl/ nieuws/federatienieuws/federatiebericht/postcovid-19-syndroom.htm 4. https://blogs.bmj.com/ bmj/2020/12/09/confronting-the-pathophysiology-of-long-covid/ 5. Outcomes of Cardiovascular Magnetic Resonance Imaging in Patients Recently Recovered From Coronavirus Disease 2019 (COVID-19) Valentina O Puntmann 1, M Ludovica Carerj 1 2, Imke Wieters 3, Masia Fahim 3, Christophe Arendt 1 4, Jedrzej Hoffmann 1 5, Anastasia Shchendrygina 1 6, Felicitas Escher 7, Mariuca Vasa-Nicotera 5, Andreas M Zeiher 5, Maria Vehreschild 3, Eike Nagel 1. JAMA Cardiol 2020 Nov 1;5(11):1265-1273. 6. Characterizing Long COVID in an International Cohort: 7 Months of Symptoms and Their Impact. Hannah E. Davis, Gina S. Assaf, Lisa McCorkell, Hannah Wei, View ORCID ProfileRyan J. Low, View ORCID ProfileYochai Re’em, Signe Redfield, View ORCID ProfileJared P. Austin, View ORCID ProfileAthena Akrami.

HuisartsenService

27


Uitgelicht

Kijk op www.huisarts-nascholing.nl voor een compleet overzicht van nascholingen voor huisartsen. Longfibrose in de huisartspraktijk Nascholing – MedClass – Online – 1 punt – Gratis Volg deze e-learning als u meer wilt weten over longfibrose en wilt bijdragen aan een vroege diagnose door het herkennen van de symptomen. http://bit.ly/longfibrose Time in Range, het HBA1C van de toekomst? Webinar on demand – HuisartsenService – Online – 1 punt – Gratis Wat is het belang van deze nieuwe maat voor uw praktijk? Hoe hangt TIR samen met HBA1c? Wat is de meerwaarde van TIR voor uw patiënten? Anticonceptie: Samenwerken als kunde en kunst Nascholing – Bayer – Online – 1 punt – Gratis Samenwerken als kunde en kunst; Prof. dr. H.B.M. van de Wiel, Rijksuniversiteit Groningen Declareren in de huisartsenpraktijk Nascholing – KOH – 25 januari 2022 – Online – 2 punten – € 70,00 De spelregels voor declareren zijn voor een deel vastgelegd in de beleidsregels en tariefbeschikkingen van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa). Themamiddag Angst, paniek en fobieën in de eerstelijn Huisarts en POH-GGZ Bijeenkomst – Mark Two – Zeist – 25 november 2021 – 4 punten – € 185,00 Studiemiddag voor zorgverleners die in de eerstelijn mensen met angst, paniek en fobieën behandelen en begeleiden zoals huisartsen en praktijkondersteuners-ggz. GLP-1 gebaseerde therapie in de behandeling van diabetes type 2 Webinar on demand – HuisartsenService - Online – 1 punt – Gratis Streeft u ook naar een gelijkwaardig kennisniveau en een juiste afstemming in uw huisartsenpraktijk? Volg deze gratis diabetes webinar dan samen met uw POH. Over gewicht bij diabetes type 2 Webinar – HuisartsenService – 9 november 2021 – 2 punten – Gratis Vooraankondiging, meer informatie binnenkort op deze website. Long Covid Webinar – SCEM – 2 december 2021 – Online – accreditatie aangevraagd – € 39,00 In dit webinar bespreken we de theoretische achtergrond bij veelvoorkomende klachten.

28

HuisartsenService


Door Dr. Janneke Wittekoek

In onze Westerse wereld stevenen we af op een pandemie van overgewicht-gerelateerde ziekten zoals hoge bloeddruk, diabetes, hart-en vaatziekten en kanker. Het lijkt er haast op alsof we onze gezondheid zien als iets vanzelfsprekend. Als ik in mijn spreekkamer een leefstijlpleidooi houd is dat een stuk makkelijker na een hartinfarct, drie stents of een bypass operatie. Het is niet echt besteed aan mensen zonder klachten. Ik spreek regelmatig mijn zorg uit over het groeiend aantal mensen met overgewicht. Helaas lopen de discussies soms wat uit de hand waardoor ik volgens sommigen een echte 'fatshamer' ben, die er geen bal van begrijpt. De toename van het aantal zwaarlijvigen in onze samenleving is nu eenmaal een feit en daar kan niemand wat aan doen. Ook de dokter niet.

Column

Duurzame gezondheid helpt niet. Bij deze een oproep aan de politiek om veel meer te sturen op een gezonde. duurzame leefomgeving. Maar laat ik hier beginnen een oproep te doen aan alle zorgprofessionals om krachten te bundelen om overgewicht terug te dringen. Preventie is een hip begrip, waar zowel in de zorg als in de politiek veel over wordt gepraat, maar er gebeurt te weinig. Het is de hoogste tijd om te gaan werken aan duurzame gezondheid voor iedereen. Zeker nu de wereld kampt met een corona én een obesitas pandemie. Laten we onze patiënten leren om meer te investeren in een duurzaam lijf. Een mensenleven telt ongeveer 81,5 jaar dan ben je op. Maar met alle innovaties en medisch technologieën kun je ook zomaar 100 worden. Maar dan wel het liefst zo gezond mogelijk en een beetje duurzaam. De maatschappij is teveel gefocust op materiele rijkdom terwijl een gezond lijf niet te koop is. Maar wat is dan duurzame gezondheid?

‘Gezondheid is niet iets vanzelfsprekends’

Hoe eerder we accepteren dat dik zijn het nieuwe normaal wordt hoe beter, aldus twitter. Toch luid ik opnieuw de alarmklok naar aanleiding van de laatste cijfers van het CBS, waaruit naar voren komt dat er een stijging is van het percentage mensen met obesitas die aangeven daar totaal geen moeite mee te hebben. Meer dan 50% van de Nederlanders kampt met overgewicht en ook het percentage mensen met obesitas (BMI >30) stijgt gestaag. Inmiddels zijn er een aantal effectieve interventies om obesitas te behandelen, denk aan de GLI, medicijnen en maagverkleiningen.

Beter natuurlijk om te beginnen met het terug-nudgen van overgewicht. Helaas lokt onze maatschappij ongezond gedrag uit. Overal is junkfood te koop. De graaisnacks bij de kassa’s voor de lekkere trek, het broodje bal bij het tankstation en ook een beweegarmoedig zittend bestaan

Duurzame gezondheid is een persoonlijke verbintenis waarbij je verantwoordelijkheid neemt voor je eigen gezondheid door aandacht te besteden aan pro-actieve preventie. Dit betekent aandacht voor regelmatig bewegen, gezonde voeding en vooral het behouden van een gezonde mentale balans. Wij kunnen onze patiënten daar mee helpen. Hopelijk helpt een nieuw kabinet ons aan een duurzame leefomgeving. Maar laten we daar vooral niet op wachten. Janneke Wittekoek is cardiologe, gezondheidswetenschapper en oprichtster van de HeartLife Klinieken in Utrecht. Ze is gespecialiseerd in het vrouwenhart en biedt cardiologisch zorg altijd in combinatie met leefstijlbegeleiding.

HuisartsenService

29


Door Wolter Paans

Rubriek

Duurzaamheid in de zorg: de hoogste tijd voor visie, verantwoordelijkheid en volharding ongeplande opnames te voorkomen, door ondermeer een grotere accuraatheid en meer efficiëntie in de multidisciplinaire zorgoverdracht in de gehele zorgketen te genereren. • Empowerment van patiënten en het vergroten van hun zelfmanagement. (Bijvoorbeeld door gedeelde besluitvorming te ontwikkelen, persoonsgerichte zorg en familiezorg te verbeteren en om de mate van ‘health literacy’ bij kwetsbare groepen te verbeteren). • Optimale (coördinatie van) zorg bieden: ‘passende zorg op de juiste plaats’.

Het concept ‘duurzaamheid’ kent een complex patroon aan antecedente factoren. Hiermee wordt in dit kader bedoeld dat de invloed van duurzaamheidsgedrag op duurzaamheid tal van perspectieven en mogelijkheden in zich heeft. Zo wordt duurzaamheid bijvoorbeeld in verband gebracht met (een nog zeer beperkt aantal) onderzoeksrapporten die gaan over het toepassen van alternatieve gebruiksmaterialen die minder ecologische schade opleveren. ‘Green Deal Zorg’ gaat hier ondermeer over. De beweging ‘Duurzaam Verplegen en Verzorgen’ wil bewustwording bij zorgprofessionals creëren dat het overmatig gebruik van wegwerpmaterialen het milieu onnodig belast. Een andere betekenis van ‘duurzaamheid’ komt voor in de krantenkop: ‘Artsen en verpleegkundigen niet duurzaam ingezet’. Waar gedoeld wordt op een gebrek aan flexibiliteit, slechte samenwerking, onvoldoende voor handen zijnde opgeleide specialistische zorgverleners en allerhande redenen van zorgpersoneel om reeds binnen twee jaar na de opleiding het vak te verlaten. Dit komt overigens voor bij meer dan 40% van het verzorgend en verpleegkundig personeel, hetgeen gezien kan worden als een substantiële kapitaalvernietiging op meerdere fronten. Er kan dus grofweg gesteld worden dat duurzaamheid enerzijds ecologische dimensies kent en anderzijds sociale, psychische en professionele facetten heeft.

Moderne duurzame aanpak Er is nog weinig zicht op een integrale aanpak in Nederland om de 30

HuisartsenService

mate van duurzaamheid in de zorg te vergroten. Een voorzet hiertoe wordt echter wel gedaan in het artikel: ‘Sustainable development, climate and green issues’ dat de Royal College of General Practitioners (RCGP) onlangs in the BMJ publiceerde1. Een aantal van hun suggesties op een rij: • Preventie van gezondheidsproblemen. (Bijvoorbeeld het verminderen van ongelijkheden op gezondheidsgebied, het voorschrijven van bewezen duurzame diëten en investeren in het ontwikkelen van ‘gezonde gemeenschappen’). Hieronder kan ondermeer het werken aan een rookvrije generatie en betaalbare, gezonde, verantwoord geproduceerde voeding geschaard worden. • Het verminderen van schade en verspilling door overdiagnosen2, het vermijden van schadelijke polyfarmacie en het gebruik van gezamenlijke zorgplannen om

Het grootste deel van de niet-klinische CO2-voetafdruk is afkomstig van reizen van patiënten en personeel, gevolgd door energieverbruik en inkoop van diensten. Voorbeelden van acties die kunnen worden ondernomen zijn: • Het verminderen van onnodige verplaatsingen van patiënten en personeel. • Actief promoten van bewegen en ‘bewegend reizen’ (wandelen, fietsen). • Overstappen op hernieuwbare energiebronnen met het bewust kiezen voor duurzame goederen en diensten.

Commissie ‘Werken in de Zorg’ De voorzitter van de commissie ‘Werken in de Zorg’, Doekele Terpstra, werd in de Volkskrant (28.08.2021)3 gevraagd, in reactie op zijn idee dat het flexibel inzetten van zorgpersoneel deels het tekort


‘Er kan dus grofweg gesteld worden dat duurzaamheid enerzijds ecologische dimensies kent en anderzijds sociale, psychische en professionele facetten heeft’ op de intensive care kan opheffen, of dat niet zal leiden tot het waterbedeffect; je haalt personeel elders weg, met het effect dat de zorg aldaar in de verdrukking komt, met wachtlijsten tot gevolg. ‘Daar ben ik niet bang voor’, zo zei hij. Dat is een opmerkelijke, verder niet onderbouwde opinie. Het inzetten van hoogopgeleid personeel van andere afdelingen op een IC om daar ‘te wassen en voeding rond te brengen’ kan wellicht gezien worden als een tijdelijke noodoplossing, maar zeker niet als doelmatig en duurzaam en het appelleert ook niet aan ‘gebruikmaken van talenten en vaardigheden’, zoals de voorzitter suggereert. Dat de voorzitter het jammer vindt dat dit niet tot ‘modern ziekenhuisbeleid’ verheven wordt is dan ook nog opmerkelijker. Dit beleid zou namelijk ook grote gevolgen voor de huisartsenpraktijk kunnen hebben; een toename van steeds ziekere patiënten in de wachtkamer die in

afwachting zijn van een oproep voor een opname.

Bestuurlijke verantwoordelijkheid Het opdoen van diepgaande kennis over de redenen van het vroegtijdig verlaten van zorgprofessionals uit de zorg om daar dan gericht bestuurlijke verantwoordelijkheid voor te nemen en naar te handelen, is wellicht een eerste niet te missen afslag naar een duurzamere aanpak. Bijvoorbeeld door actief en aanwijsbaar het carrièreperspectief te verbeteren, betere institutionele betrokkenheid bij beleid en besluitvorming te organiseren, gericht talentbeleid te ontwikkelen met oog voor beter passende maatschappelijke en financiële waardering, persoonlijke doorgroeimogelijkheden te ontwikkelen. En door het omvormen van de traditionele hiërarchie in het medische model naar meer ‘interdisciplinairy shared governance’. Als deze voorbeelden eerst eens echt

serieus genomen zouden worden, dan zou gerichte inzet van zorgpersoneel om preventief te kunnen handelen op gezondheidsproblemen ook effectiever aangepakt kunnen worden. Er zou meer geïntegreerde zorgplanning kunnen plaatsvinden, er zou betere patiëntbetrokkenheid en empowerment met passende zorg op de juiste plaats gegenereerd kunnen worden… Afsluitend kunnen we stellen dat duurzaamheid in de zorg niet verkregen wordt met het zoeken naar ondoordachte flexibilisering of andere politieke of bestuurlijke lapmiddelen en drogreden, maar dat duurzaamheid in de zorg kennis, visie, verantwoordelijkheid en volharding vraagt.

Dr. Wolter Paans Lector Verpleegkundige Diagnostiek Hanzehogeschool, Groningen.

Gebruikte bronnen 1. https://www.rcgp.org.uk/policy/rcgp-policy-areas/climate-change-sustainable-development-and-health.aspx 2. http://www.minerva-ebm.be/nl/article/77 3. De Volkskrant, katern Personeelstekort, d.d.28 augustus 2021, ‘Ziekenhuis moet betere werkgever zijn’.

HuisartsenService

31


SELECTIE

Door Esther Schulting

Lekker lezen Niets zo fijn als ’s avonds voor het naar bed gaan nog even iets lezen om de dag af te sluiten. Maar om dat nou in het volle licht te doen, dan wordt de slaap daarna minder goed gevat. Deze wasknijper alias boeklamp is daar perfect voor. Precies genoeg licht voor dat hoofdstuk, dat mooie gedicht of die overpeinzing en het scheelt een slok stroom. € 9,95 via ditverzinjeniet.nl

Biografie van een vlieg Schrijver Jaap Robben schreef het levensverhaal op van een vlieg, vanaf larve tot aan het sterfbed en dat doet hij alleraardigst. Elk hoofdstuk beschrijft een dag uit het leven van een enthousiaste vlieg die vriendschap sluit met een pedante buizerd en volop geniet van het leven, hoe kort dit ook is. Het is een bijzonder verhaal over vriendschap, over ontdekken en over vergankelijkheid. Ook leuk; de boeken hebben verschillende kleuren linnen omslagen; ze zijn namelijk vervaardigd uit linnenrestanten. Nog duurzaam ook! Tekeningen van Paul Faassen. ISBN: 9789083100593

Het regent, het regent Het is weer herfst, of we willen of niet. Maar eigenlijk is het ook wel weer lekker. De geur van natte bladeren tijdens een wandeling in het bos, een fikse regenbui, maar dan wel met paraplu. Deze paraplu is gemaakt van kurk, een prachtig natuurproduct. En natuurlijk waterdicht, dat is logisch! Duurzaam en net even anders, dat maakt deze plu zo leuk! € 70,00 via kurk-winkel.nl

32

HuisartsenService


Door Instituut Verantwoord Medicijngebruik

We gebruiken in Nederland steeds meer geneesmiddelen. Uit recent onderzoek blijkt dat jaarlijks minstens 190 ton geneesmiddelresten in het oppervlaktewater geloosd worden. De resten daarvan komen via het toilet en na gedeeltelijke rioolwaterzuivering terecht in sloten en rivieren.

Schadelijke effecten De geneesmiddelresten veroorzaken daar schadelijke effecten bij waterorganismen. Pijnstillers zoals diclofenac kunnen bijvoorbeeld weefselschade veroorzaken bij vissen. Hormonale stoffen kunnen bij waterdieren het hormoonsysteem verstoren; dit gebeurt al bij zeer lage concentraties. In diverse onderzoeken werden bijvoorbeeld vermannelijkte of juist vervrouwelijkte vissen aangetroffen. Ook antidepressiva kunnen al in zeer lage concentraties gedragsveranderingen bij vissen en ongewervelde dieren veroorzaken. De drinkwaterkwaliteit is niet in het geding, maar kan in de toekomst wel onder druk komen te staan.

Draag uw steentje bij met de FTO-module ‘Geneesmiddelen en milieu’ Als huisarts kunt u uw steentje bijdragen om geneesmiddelresten in het milieu terug te dringen. Het IVM heeft daarvoor een FTO-module ‘Geneesmiddelen en milieu’ gemaakt.

Met deze module kunnen huisartsen en apothekers een FTO-bijeenkomst voorbereiden over de gevolgen van geneesmiddelresten in het milieu en het omgaan met ongebruikte geneesmiddelen.

Bijvoorbeeld door vaker niet-medicamenteus te behandelen of te wachten met het wijzigen van medicatie totdat de oude medicatie van de patiënt op is.

Met de module gaat u na wat de huidige werkwijze is ten aanzien van drie pijlers: 1. geneesmiddelafval in de praktijk; 2. behandelbeleid; 3. patiëntenvoorlichting. Vervolgens denkt u met uw team na over potentiële verbeterpunten. Hieronder volgt een eerste aanzet van de mogelijkheden.

Patiënten kunnen zelf ook veel doen in het adequaat omgaan met geneesmiddelen en restanten. Instrueer patiënten bijvoorbeeld om ongebruikte geneesmiddelen in te leveren bij de apotheek of bij het KCA-depot en om lege verpakkingen van geneesmiddelen niet om te spoelen.

Geneesmiddelafval in de praktijk U kunt in de praktijk gezamenlijk aandacht besteden aan het verantwoord omgaan met geneesmiddelresten en met bloed, excreta en hulpmiddelen (zoals verbandgazen en incontinentiematerialen) die geneesmiddelen bevatten. Voorkóm dat geneesmiddelen in het oppervlaktewater terecht komen, bijvoorbeeld door geen restanten van vloeibare geneesmiddelen of bloed die geneesmiddelen bevatten, door de gootsteen of het toilet te spoelen.

Meer weten?

Behandelbeleid U kunt bij het behandelen van patiënten rekening houden met de milieubelasting van geneesmiddelen.

Patiëntenvoorlichting

Hanneke Zwikker, adviseur bij het IVM

Download dan de gratis FTO-module ‘Geneesmiddelen en milieu’ vanaf de website van het Instituut Verantwoord Medicijngebruik: www.medicijngebruik.nl/projecten/ duurzaam-medicijngebruik. Kijk op www.medicijnresten.org voor meer lopende initiatieven om onze wateren schoon te houden. Het IVM is een neutrale organisatie die de kwaliteit, veiligheid en betaalbaarheid van het geneesmiddelen- gebruik verbetert. Het IVM doet dat door beleid en wetenschap te vertalen naar praktische handvatten voor iedereen die in de dagelijkse praktijk met medicijnen te maken heeft.

HuisartsenService

33

Geneesmiddelen

Geneesmiddelresten terugdringen in het milieu


Tekst Esther Schulting Fotografie Marike de Meij

Vrije tijd & inspiratie

Marike de Meij

‘Het blijft een zoektocht in tijd, maar het creatieve proces dat ik doormaak als arts en als mens is zo waardevol’ terwijl ik anderen zag met enorme toeters van lenzen. Maar de leraar zei: ‘Daar ga jij de eerste jaren mooi mee fotograferen.’ Dat vond ik wel fijn, het voelde goed. Ik heb veel geleerd op de academie, zoals ook het leren kijken. Maar ik ben ook eigenwijs en vindt kritiek lastig – lacht. Op de fotoacademie moest er altijd een heel verhaal achter de foto zitten. Terwijl ik vaak gewoon iets moois wilde maken. Uiteindelijk is kritiek op een foto natuurlijk ook gewoon persoonlijk. Wat de een mooi vindt, vindt de ander lelijk. Fotografie brengt een emotie teweeg en dat is bij iedereen anders. Het is een proces, omgaan met kritiek. Maar ik kan het wel steeds beter –lacht. Uiteindelijk word ik er toch ook een betere fotograaf van. “

In de rubriek ‘Vrije tijd & inspiratie’ laat HuisartsenService zorgverleners aan het woord die in de vrije uren buiten hun reguliere werk andere kwaliteiten aanboren, onder meer op het gebied van creatie en zingeving. Deze keer is dat huisarts Marike de Meij, die werkzaam is als huisarts in Amsterdam, lid is van het palliatief team van OLVG en zich daarnaast bezig houdt met fotografie. Hoe zien je werkzaamheden als huisarts er uit? “Ik werk één dag in de week, op dinsdag, als huisarts in Huisartsenpraktijk Camper in Amsterdam-Oost. Het is een leuke, kleine en warme praktijk waar ik met heel veel plezier werk. Ik hoop dat onze patiënten die warmte ook voelen, die wij ervaren. Ik werk samen met twee andere vrouwelijke huisartsen en naast mijn dinsdag val ik ook in tijdens vakanties, dus uiteindelijk werk ik altijd meer dan die ene dag. Onze wijk is heel multicultureel en daardoor is het werk ook heel divers. Ik werk er met heel veel plezier!” Daarnaast werk je in het OLVG in het palliatief team? “Inderdaad, dat doe ik de overige dagen van de week, sinds 2012. Ons team bestaat onder meer uit gespecialiseerd verpleegkundigen, pijnartsen en oncologen. Mensen met ernstige aandoeningen en ziekten die gaan sterven, maar ook de meest zieke coronapatiënten, krijgen van ons steun. Bijvoorbeeld omdat ze een kwetsbare thuissituatie hebben. Als adviserend team ondersteunen we hen in het zijn, en waar men wil 34

HuisartsenService

Marike de Meij zijn. Ik vind het heel dankbaar werk om mensen zo te kunnen helpen en ondersteunen, maar het is niet altijd makkelijk. Je bent toch bezig met de sterfelijkheid van de mens. Voor mij is het daarom prettig om daarnaast met fotografie bezig te zijn.” Vertel eens iets meer over je fotografie? “Ik fotografeer al heel erg lang. Ik deed eigenlijk altijd maar wat, maar wel met veel plezier. In 2015 heb ik de fotoacademie gedaan. Kwam ik daar met mijn basic spiegelreflex,

Wanneer fotografeer je zoal? “Nou dat knelt nog best, want ik heb drukke werkweken. En zeker ook met corona is het alleen maar drukker geworden, zowel in de huisartsenpraktijk als in het OLVG. Dus fotografie is toch vaak iets voor het weekend, de vakantie et cetera. Ik fotografeer vooral veel bekenden, familie en elke leuke opdracht is meegenomen. Ik vind alle aspecten van fotografie leuk. Kijken. Observeren. Ik vind beeld in de breedste zin van het woord ook heel ontspannend, juist ook als tegenhanger van mijn werk. Ik ben vanwege mijn werk natuurlijk veel met sterven bezig en als ik dan bezig ben met bijvoorbeeld een mooi portret kan mij dat helemaal ontspannen. Even het hoofd leeg en bezig zijn met het op dat moment verdiepen in een mens, je komt dan heel dichtbij. Dat ‘dichtbij komen’


‘Fotografie brengt een emotie teweeg en dat is bij iedereen anders’ HuisartsenService

35


Vrije tijd & inspiratie

‘Even het hoofd leeg en bezig zijn met het op dat moment verdiepen in een mens, je komt dan heel dichtbij’ ervaar je ook als arts, ik vind dat mooi. Overigens krijg ik voor de meeste van mijn opdrachten niet betaald, maar dat maakt ook dat ik minder tot geen druk voel. Ik kan de opdrachten aannemen die ik leuk vind. Toen ik op de fotoacademie zat dacht ik wel ‘oh, zou ik niet fulltime fotograaf willen worden?’ Maar ik vind mijn medische vak zo ontzettend mooi, dat zou ik nooit aan de kant kunnen en willen zetten, het is ook echt een roeping. Daarom is juist deze balans van én mijn medische werk én fotografie voor mij ideaal, de fotografie erbij verrijkt echt mijn leven. Het blijft een zoektocht in tijd, maar het creatieve proces dat ik doormaak als arts en als mens is zo waardevol. Daarnaast ben ik ook altijd nog bezig om echt mijn eigen stijl te ontwikkelen. Dat men echt een 100% Marike de Meij aanschaft, dat is een spannende zoektocht.” 36

HuisartsenService

Heb je ook eigen foto’s aan de wand hangen, thuis, dan wel op het werk? “Ja, ik heb thuis wat foto’s hangen, op het werk (nog) niet, maar dat komt ook omdat we in OLVG vooral veel rondlopen en weinig op één plek zitten en in de huisartsenpraktijk in Amsterdam werk ik maar een dag in de week. Maar wat niet is, kan nog komen hoor. Overigens heb ik thuis sowieso veel kunst hangen. Ik ben wel echt een beeldmens en ga ook graag naar musea, dat zie je thuis ook terug.” Zijn er bepaalde onderwerpen qua fotografie waarvoor je graag kiest? “Ik hou erg van portretten. Maar ik kies wel heel bewust om geen patiënten te fotograferen. Ik ben al dagelijks veel bezig met sterfte, ik wil die dingen juist niet door elkaar

laten lopen. Er zijn ook andere dingen dan ‘de dood’ en juist fotografie brengt mij dat ook en kan ook lucht geven. Een uitzondering hierop was mijn expositie in het OLVG met als thema ‘Heeft oma je gekust’ in 2019. Het was een expo met foto’s rondom HIV; patiënten met HIV, maar ook behandelaren bijvoorbeeld en het stigma dat er nog altijd rondom HIV is. Het zijn stuk voor stuk indringende portretten geworden. Dat was een hele bijzondere ervaring. Verder fotografeer ik trouwens ook graag de stad of een mooi (bloem)stilleven bijvoorbeeld. Fotografie is heel toegankelijk en geeft veel positieve energie. Wat dat betreft kan ik ook alles oppakken, juist omdat ik (nog) geen commerciële fotografie bedrijf. Daardoor kan ik doen wat wil en dat geef me heel veel vrijheid. De stomme opdrachten kan ik weigeren en dat is nou juist weer het fijne van ‘niet-professionele’ fotografie, ik hoef niks, maar mag alles!” www.marikedemeij.com twitter @mademeij


Door Frans-Joseph Sinjorgo

Column

Zuurzaam Waar wij vroeger bij de buren nog wel eens met gespeeld enthousiasme en ingehouden jaloezie hun nieuwe auto kwamen bewonderen, worden nu de zonnepanelen en de nieuwe warmtepomp door hen met zelfingenomen trots getoond. Het ecopronken bepaalt je maatschappelijke status! De nieuwe auto of energievretend jacuzzi zijn passé. Natuurlijk weet ik niet hoe het u vergaat, maar op het moment dat ik het begrip duurzaam ter sprake breng, is iedereen altijd erg tevreden met zichzelf. Gelukkig ben ik sinds kort zelf ook heel tevreden over mijn inspanningen rond het verduurzamen van mijn ruim 100 jaar oude woning en durf ik weer zonder papieren zak over mijn hoofd mijn hond in de buurt uit te laten!

Deze zure persoonlijke deceptie, kan en wil ik feitelijk ook naar de zorg doortrekken. Ondanks dat iedereen zijn stinkende best doet om de zorg te verduurzamen, is ons zorglandschap totaal niet op duurzaamheid ingericht. Zolang het op ons eigen ministerie van VWS één grote financiële wanorde is en impulsief en ondoordacht inkoopbeleid aan de basis van onze zorg blijft staan, blijft verspilling aan de zorg kleven. Zolang de GGD met hetzelfde gemak XL test- en priklocaties kan openen om deze een paar weken later nauwelijks gebruikt weer te sluiten en de magazijnen vol liggen met ongebruikte zelftests, ongebruikte Siewert-mondkapjes en teveel ingekochte vaccins blijft duurzaamheid in de zorg een hoax.

Maar helaas, na het plaatsten van 18 zonnepanelen en een complete isolatie van mijn woning is er bij mij vreemd genoeg toch ook iets geknakt. De financiële aderlating en de terugverdientijd van meer dan 10 jaar, wil ik vanuit het maatschappelijk belang nog manhaftig voor lief nemen, maar ontlokt bij mij toch ook de gedachte dat een gemiddelde vermogensbeheerder of investeerder dubbel onder zijn bureau ligt wanneer je met dit soort rendementen aankomt. Zou Prins Poen Bernhard ook al zijn pandjes tegen deze condities verduurzamen? Hier begint mijn schoen te knellen.

Zolang wij denken dat je met preferentiebeleid op goedkope geneesmiddelen geld bespaart, snap je niet dat kwaliteit en duurzaamheid ook een prijskaartje heeft. Alleen door verder onderzoek met oude middelen zal de kwaliteit en duurzaamheid toenemen. Duurzaamheid vraagt om visie en kost geld. Zolang er geen goede centrale regie is en het ‘god voor ons allen, ieder voor zich denken’ de zorg blijft vervuilen, blijft duurzaamheid een illusie. Zolang dit soort zaken ons denken en handelen iedere dag blijft beïnvloeden, zijn wij binnen de zorg hard op weg om een zuurzame in plaats van duurzame zorgsamenleving te creëren. Ik heb echter van mijn oude huis geleerd dat duurzaamheid, wat er ook door anderen wordt beloofd en gezegd altijd en alleen bij jezelf begint. Wederom een schrale troost!

‘Ondanks dat iedereen zijn stinkende best doet om de zorg te verduurzamen, is ons zorglandschap totaal niet op duurzaamheid ingericht’

Na een investering van ruim 65.000 euro kreeg ik na twee weken avond aan avond zwoegen in een voor mij onbegrijpelijk complex digitaal aanvraagloket, van onze overheid de digitale toezegging dat ik recht had op ruim 16.000 euro subsidie. Toen wij na circa vier maanden wachten welgeteld slechts 1.000 euro toegekend kregen, was de zure appel niet te pruimen! Gelukkig bleven de complimenten en de felicitaties dat ons energielabel van G naar B was aangepast wel staan… Een schrale troost!

Frans-Joseph Sinjorgo (24-01-‘59) treedt regelmatig op als dagvoorzitter tijdens diverse eerstelijnszorgbijeenkomsten en congressen. Momenteel is hij ook actief op het terrein van drug rediscovery.

HuisartsenService

37


Deze advertentie is alleen leesbaar in de printversie HuisartsenService info@huisartsenservice.nl 033-2471177 www.huisartsenservice.nl


Deze pagina is alleen leesbaar in de printversie

HuisartsenService info@huisartsenservice.nl 033-2471177 www.huisartsenservice.nl


Deze pagina is alleen leesbaar in de printversie

HuisartsenService info@huisartsenservice.nl 033-2471177 www.huisartsenservice.nl