HuisartsenService Editie 2021-1

Page 1

NR. 1 | 2021

Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd Interview Marina Eckenhausen

Breederode Hogeschool

borgt opleidingsniveau met NLQF-kwalificatie

Huisarts

Edwin de Vaal: ‘Van een patiënt wil je weer een mens maken’

INTERVIEW Suzanne van der Lee, Verloskundige

OPINIE

HUISARTS IN BEELD Fahima Ettaher, Leidschendam



10

Voorwoord

28

4 Focus 4 Ethiek in de praktijk Interview Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd 10 Marina Eckenhausen, inspecteur-generaal Huisarts in beeld 14 Fahima Ettaher Opleidingsniveau met NLQF-kwalificatie 18 Breederode Hogeschool Column huisarts Gordon Oron 21 Interview huisarts Edwin de Vaal 22 ‘Van een patiënt wil je weer een mens maken’ Voedingswaarde 27 Cardiogenetica 28 Hartkliniek Interview 040verloskunde 30 Suzanne van der Lee Onderzoek diagnosekuur bij kanker 35 ZonMw Column Janneke Wittekoek 37 Preventie-ethiek Opinie Wolter Paans, Hanzehogeschool Groningen 38 Alledaagse ethiek: de knoop ontwarren of het zwaard scherpen? Instituut Verantwoord Medicijngebruik 41 Direct toegang tot patiëntgegevens in 42 HiX-zorgverlenersportaal Pharmapartners Column Frans-Joseph Sinjorgo 45 Ik ben ethisch, jij bent ethisch?

Ruim een jaar nu leven we in een wereld die volledig is veranderd door de pandemie. Ook in de huisartsenpraktijk is dit goed merkbaar en langzaam maar zeker werken we toe naar een meer normale situatie. Voorlopig zijn we nog druk met testen en vaccineren. De cijfers van besmettingen en ziekenhuisopnames zijn nog altijd bepalend voor de regels die we opgelegd krijgen. De huisarts heeft meer dan ooit te maken met ethische vraagstukken en in grote lijnen draait daar deze hele coronacrisis om. Kunnen we de zorg blijven garanderen door genoeg capaciteit op de IC’s? Kunnen we als huisartsenpraktijk zorg blijven leveren, die er voor zorgt dat we op termijn niet allerlei andere problemen krijgen die we hadden kunnen voorkomen? Stellen we nu niet te veel behandelingen uit en komen we niet toe aan het stellen van diagnoses? Is het middel straks niet erger dan de kwaal? Kortom, als huisarts word je bijna iedere dag in de praktijk geconfronteerd met al die vragen en er zijn geen antwoorden, of beter gezegd nóg niet! Naast de patiënten heeft de huisartsenpraktijk ook de zorg voor het eigen personeel, want er is de laatste tijd veel gevraagd van iedereen die werkt in de zorg. Wie zorgt er voor hen? Kortom, een gezonde praktijk in alle opzichten is van groot belang. In deze editie weer genoeg artikelen en informatie die u kunnen helpen met het runnen van de praktijk en u informeren. Wij zijn heel benieuwd naar uw ervaringen en ook benieuwd wat u vindt van ons magazine. Wij horen graag van u! Veel leesplezier, Dirk-Jan Kruithof

COLOFON HuisartsenService is een kwartaalmagazine en wordt gratis verspreid onder huisartsen. Wilt u HuisartsenService ook ontvangen of wilt u een adreswijziging doorgeven mail dan naar info@huisartsenservice.nl UITGEVER MedWay BV, Postbus 1199, 3860 BD Nijkerk, 033-2471171 info@medwaybv.nl / www.huisartsenservice.nl / info@huisartsenservice.nl COÖRDINATIE MAGAZINE EN ADVERTENTIE EXPLOITATIE Claudine van Peperstraten, peperstraten@ huisartsenservice.nl 06-12971011 REDACTIE buro33, Edgar Kruize / Esther Schulting, www.buro33.nl ONTWERP EN DTP PHprojecten DRUK Platform P COPYRIGHT Op alle artikelen en fotografie in dit magazine rust auteursrecht. Prijswijzigingen en drukfouten voorbehouden. Gebruik of verspreiding zonder toestemming van de uitgever is verboden. DISCLAIMER MedWay BV en bij deze uitgave betrokken medewerkers aanvaarden geen enkele aansprakelijkheid voor mogelijke gevolgen die zouden kunnen voortvloeien uit het gebruik van de in deze uitgave opgenomen informatie. Uitspraken die worden gedaan in de gepubliceerde interviews zijn van de geïnterviewde en hoeven niet overeen te komen met de mening van de redactie en uitgever. HuisartsenService

3


Door HuisartsenService

Focus

Ethiek in de praktijk Natuurlijk was er altijd al discussie over beslissingen die medici nemen met en voor hun patiënt. Maar als de COVID-19 pandemie één ding heeft gedaan, is dat het deze discussie nog meer het publieke domein in heeft getrokken. Steeds meer mensen roepen openlijk om ‘vrijheid’ en ‘autonomie’. Die termen worden breed gebruikt, maar absoluut ook op medisch gebied. Hoe om te gaan met mensen die het beter denken te weten? Of die beslissingen willen nemen die medisch niet verantwoord zijn? De huisarts kent het klappen van de zweep, maar de omstandigheden lijken steeds heftiger te worden.

Het staat buiten kijf dat iedereen die in de eerstelijn werkt dit doet vanuit de intrinsieke motivatie om patiënten op de best mogelijke manier te helpen. De zorg is daar ook volledig op ingericht, met technieken, protocollen, medicijnen, richtlijnen en meer. Echter, iedere patiënt is uniek en zelfs al zou het aantal protocollen of richtlijnen verdubbelen of verdriedubbelen, dan nog is het onmogelijk om alle dilemma’s en problemen die mogelijkerwijs op het pad van de (huis)arts komen af te dekken. Zodoende zijn er in iedere praktijk elke dag weer ethische vragen die gesteld moeten worden. Hoe ga je als huisarts om met de zwangerschapswens van een patiënt, waarvan je weet dat die niet in staat is goed voor een kind te zorgen? Wanneer is schending van het beroepsgeheim toegestaan voor een groter belang? Hoe ga je om met vastgelegde euthanasiewensen in veranderde omstandigheden? Dien je niet-reanimeerverklaringen altijd te respecteren? Hoe ga je om met een patiënt die levensreddende medische handelingen vanuit religieus oogpunt weigert? Vanaf welk moment wordt medisch handelen zinloos en hoe bepaal je dat?

Ethische dilemma’s Er zijn legio voorbeelden en de coronacrisis heeft alleen maar meer ethische vraagstukken aan het toch al volle palet toegevoegd. En het vervelende is, dat de antwoorden altijd een kwestie van perspectief zijn en derhalve nooit juist. Een van de ‘problemen’ waar een ieder nu harder dan tevoren tegenaan loopt, is dat er steeds 4

HuisartsenService

meer mensen zijn die wantrouwend tegenover vaccinatie staan. Dat is niet nieuw. Aanvankelijk zag je die beweging vanuit de zorg naar voren komen. In 2009 hebben enkele artsen en verpleegkundigen bijvoorbeeld met het ethische dilemma geworsteld wat te doen met betrekking tot de vaccinatie tegen baarmoederhalskanker van meisjes tussen de dertien en zeventien jaar. Zij weigerden die vaccinatie te zetten omdat er ‘te weinig ervaring met het middel’ zou zijn en ‘de kans op negatieve bijwerkingen groot’. Er was in die periode veel gedoe over de weigering van de artsen, maar wat je in de onderstroom op zag komen was ook een wantrouwen bij de patiëntenpopulatie. Steeds meer ouders – ook buiten de traditionele groep mensen met geloofsbezwaren – zijn vaccinaties gaan wantrouwen en laten dientengevolge hun kind niet meer inenten. Met duidelijke gevolgen. In 2019 was het aantal gevallen mazelen hoger dan in de 23 jaar daarvoor, wereldwijd stierven er 207.500 mensen, vooral kinderen, aan de te voorkomen ziekte. Als huisarts sta je erbij en kijk je ernaar. Of kun je er iets tegen doen?

Discussies De vraag speelt al geruime tijd wat er aan te doen is en hoe je als huisarts ethisch om moet gaan met vaccinatieweigeraars, of zorgweigeraars in de breedte. In 2018 al schreef Gert van Dijk, ethicus bij de KNMG en het Erasmus MC hierover het volgende: “Eigenlijk weten we nauwelijks waar dit gebrek aan vertrouwen vandaan komt en

‘Hoe ga je om met een patiënt die levensreddende medische handelingen vanuit religieus oogpunt weigert?’ hoe we met deze nieuwe werkelijkheid moeten omgaan. Eén ding is wel zeker: mensen als ‘dom’ beschouwen en hen overladen met evidence based informatie werkt zeker niet, omdat het hen niet aanspreekt op de vragen die zij hebben en het wantrouwen dat zij ervaren. Informatie is geen medicijn tegen wantrouwen.” Inmiddels zijn we drie jaar en een pandemie verder, lijkt het wantrouwen


groter dan ooit en is de huisarts de partij waar de meeste mensen naar kijken om de brug te slaan. De ethische vraagstukken stapelen zich gedurende de pandemie die ons nu al een jaar in de ban houdt op velerlei gebied op. De meeste aandacht gaat naar de tweedelijn en de discussies over wat te doen als de beschikbare IC-ruimte echt op is. Wie behandel je dan wel of niet? De zwaarste gevallen? Of de mensen met de grootste overlevingskans? Het zijn beslissingen waarvan geen enkele arts hoopt deze ooit te moeten maken.

Gewetensbezwaren Maar ook in de eerstelijn staat men voor ethische dilemma’s. Zo heeft bijvoorbeeld een groep van acht huisartsen gewetensbezwaren bij hun rol in het vaccinatiebeleid. De groep rond de Rotterdamse huisarts Charlotte van Sassen schrijft in een brief aan minister Hugo de Jonge en de Gezondheidsraad, tevens geplaatst als opiniestuk op de website van Trouw, dat het eerst vaccineren van

‘Voor een patiënt ben je altijd arts, ook als je niet aan het werk bent’ de alleroudste groepen in strijd is met hun artseneed. “De eed waarin wij zweren dat we het belang van onze patiënten voorop stellen en beloven goed voor onze patiënten te zorgen en hen goed in te lichten”, zo schrijven ze. “Dit gevoel heerst onder veel huisartsen (…) Huisartsen zijn bij uitstek de beroepsgroep die een belangrijke stem dient te hebben in het vaccinatiebeleid. Omdat we brede kennis en ervaring hebben in en van de dagelijkse praktijk, waar we zorgverlener zijn van een evenwichtige afspiegeling van burgers van de maatschappij. Omdat we nu al dagelijks covidpatiënten voor opname in het ziekenhuis triëren, we een academische achtergrond hebben en bekwaam zijn om kritisch en rationeel te denken. Omdat we de belangen van ál onze patiënten in ons achterhoofd hebben en laten meewegen, wij degenen zijn die dagelijks geconfronteerd worden met de effecten van de nevenschade van de maatregelen in alle domeinen. Omdat we - gewild of ongewild - een rol toebedeeld hebben gekregen in de vaccinatiecampagne,

HuisartsenService

5


waar niemand omheen kan. En omdat wij verplicht zijn, getuige onze artseneed, om zo goed mogelijk te zorgen en op te komen voor ál onze patiënten.”

Focus

Professionele standaard De overwegingen die deze artsen hier hebben, zijn breder te extrapoleren. Want het gebeurt (huis)artsen vaker dat ze handelingen uit moeten voeren waar ze niet geheel achter staan, om welke reden dan ook. Om de zorg voor de patiënt te borgen, is er de Wet op de Geneeskundige Behandelovereenkomst (WGBO), die de rechten en plichten van de patiënt inzichtelijk maakt. Hierin staat onder meer dat ‘de hulpverlener handelt in overeenstemming met de op hem rustende verantwoordelijkheid, voortvloeiend uit de voor hulpverleners geldende professi-

‘Informatie is geen medicijn tegen wantrouwen’

je zonder meer de behandeling die wel wordt vergoed in de wetenschap dat de patiënt dan niet de voor hem best mogelijke zorg krijgt? Die overweging is aan iedere huisarts op zich, waarbij context ook belangrijk is. Geef je de cijfers of genoemde ‘evidence’ in een poging tot transparantie, is het maar de vraag of de ontvanger die informatie op de juiste manier kan verwerken. En de afweging of die persoon dat kan, ligt bij de verzender. Waarbij het ook nog eens steeds lastiger wordt om een eigen mening of visie voor het voetlicht te brengen in een samenleving die steeds verder polariseert. Geef je als arts een mening als een patiënt aangeeft op religieuze gronden een bepaalde behandeling niet te willen? Of hou je jezelf op de vlakte, ook al gaat de wens van de patiënt lijnrecht in tegen de artseneed die je ooit hebt afgelegd? En hoe ga je om met patiënten die zich beledigd of aangevallen voelen als de professionele mening van hun huisarts ingaat tegen hun levensovertuiging? Het is een dun koord waarop je als arts het evenwicht moet zien te bewaren.

Met gezag komt verantwoordelijkheid onele standaard’. Ergo, een arts kan bij de uitvoer van handelingen die tot de professionele standaard behoren, zijn persoonlijke mening niet mee laten wegen. Ingewikkelder wordt het bij ‘bijzonder medisch handelen’. In zulke gevallen kunnen eigen overtuigingen wel invloed hebben op het al dan niet uitvoeren van een handeling. Denk aan een gelovige arts die vanuit het ‘gij zult niet doden’ gebod uit de bijbel een euthanasieverzoek weigert. Wel heeft deze dan de professionele plicht om de patiënt met dat verzoek door te verwijzen. En soms kom je als arts in een schemergebied terecht waarin het maar lastig navigeren is. Een zeer recent voorbeeld is het filmpje dat op internet viraal ging van een man die dringend zuurstof nodig had omdat hij anders zou overlijden. Zijn kinderen en vrouw stormden filmend de behandelkamer in om hun vader en echtgenoot ‘te redden uit de handen van de zorg’, terwijl de man zelf pertinent zorg weigerde omdat hij van mening was dat ‘COVID-19 niet bestond’. Wat doe je dan als arts? Laat je zo iemand de deur uitlopen in de wetenschap dat hij het niet zal redden? Of hou je zo iemand met alle geweld binnen, terwijl ‘evidence based informatie zeker niet werkt’?

Lastige spagaat Het is een lastige spagaat en het is zeker goed om als huisarts in de gaten te houden dat het perspectief bij een te nemen beslissing altijd van twee kanten komt. Of soms zelfs meer. Want er werken verschillende krachten in de eerstelijnszorg. Als huisarts wil je de best mogelijke zorg verlenen, maar wat nu als blijkt dat een zorgverzekeraar de best mogelijke zorg niet of slechts deels vergoedt? Overleg je dat met de patiënt? Of adviseer 6

HuisartsenService

Medisch ethicus Gert van Dijk beargumenteerde enige tijd geleden in Medisch Contact dat het wellicht inderdaad zo kan zijn dat artsen minder vrijheid hebben (zowel privé als professioneel), om zich uit te spreken dan andere burgers. “Het argument dat een in het openbaar geuite privémening geen invloed heeft op het professionele gedrag, gaat volgens mij niet op. Zelfs als jouw privémening geen invloed heeft op je gedrag, dan nog zal

‘Met gezag komt verantwoordelijkheid’ de patiënt geen onderscheid kunnen maken tussen de ‘privépersoon’ en de ‘professional’. Voor een patiënt ben je altijd arts, ook als je niet aan het werk bent”, aldus van Dijk. “Met gezag komt verantwoordelijkheid. Hoe beter mensen naar je luisteren, hoe meer je moet oppassen met wat je zegt. Dat wil uiteraard niet zeggen dat artsen zich niet zouden mogen mengen in het maatschappelijk debat. Integendeel, het is juist van groot belang dat zij dat doen. Het betekent wel dat zij in die bijdragen rekenschap moeten geven van hun gezag en hun positie. Waar de grens ligt is niet precies aan te geven. Handvatten zijn er wel. ‘Kan deze uitlating schadelijk zijn voor de vertrouwensrelatie die ik met mijn patiënten heb?’ En ‘Kan deze uitlating schadelijk zijn voor het gezag en het aanzien van de beroepsgroep?’ Wie een van deze vragen met ‘ja’ beantwoordt, kan misschien beter de mond houden. Ook als dat soms tandenknarsend is.”


HuisartsenService

In beeld

• Vernieuwde website binnenkort online • Kant en klare

diensten en producten speciaal voor de huisartsenpraktijk

• www.huisartsenservice.nl Meer informatie of producten aanvragen? Mail naar info@huisartsenservice.nl

Gratis Toolkit voor de POH Deze praktische waaier staat boordevol tips en trucs voor elke dag; dingen om aan te denken, opdrachten om jezelf te verbeteren, hoe je jezelf en anderen beter kunt begrijpen en diverse weetjes. Een handig instrument dus voor op het bureau, om er desgewenst even snel bij te pakken of om juist tijdens een rustmomentje even een mini-opdracht te doen. De Toolkit POH is aan te vragen via info@huisartsenservice.nl en wordt kosteloos bezorgd.

HuisartsenService

7


MEDISCH NIEUWS

Door buro33

Gerichte vragenlijst helpt opsporen erfelijke darmkanker

Commissie keurt Drentse coronabehandeling goed

Verplicht onderzoek herstelzorg COVID

Middels een pilot met een gerichte vragenlijst voorafgaand aan een coloscopie, hebben twee ziekenhuizen op succesvolle manier bewezen erfelijke darmkanker (Lynch-syndroom) op te kunnen sporen. Volwassenen die een onderzoek moesten doen, werden gevraagd vooraf naast de reguliere vragen ook nog een korte vragenlijst over darmkanker in de familie in te vullen. De ondervraagden waren niet op de hoogte dat darmkanker erfelijk kan zijn. Bij 11 procent van de deelnemers bleek darmkanker in de familie voor te komen. Zij kregen het advies om een erfelijkheidsonderzoek te laten doen bij een klinisch geneticus. “Als iedereen bij de voorbereiding van een coloscopie de korte vragenlijst krijgt, kunnen mensen die erfelijk belast zijn worden opgespoord”, aldus Maria van Vugt - van Pinxteren, initiatiefnemer en uitvoerder van de studie. “Met een verwijzing voor een erfelijkheidsonderzoek kunnen veel meer mensen met het Lynch-gen worden getraceerd en kunnen wij weer een stap verder komen bij het landelijk in kaart brengen van de erfelijk belaste families.”

Een medisch-ethische toetsingscommissie heeft de behandelmethode voor coronapatiënten goedgekeurd die is bedacht door huisartsen Jan Scherpenisse en Marcel de Vijlder uit Valthermond. De methode is na de goedkeuring uitgerold over veertien Drentse huisartsenpraktijken en houdt in dat patiënten al in vroeger stadium worden behandeld met ontstekingsremmer dexamethason. De theorie is dat door hier vroeg mee te starten, de druk op de ziekenhuizen kan verminderen. Dexamethason is doorgaans het eerste middel waar artsen voor kiezen als een patiënten in de tweedelijn terecht komt. “Alleen omdat ze daar in een later stadium van de ziekte binnenkomen, loop je achter de feiten aan”, aldus De Vijlder, die stelt dat een kleine sneeuwbal bovenaan de berg gemakkelijker tegen te houden is dan een grotere halverwege. “Wij monitoren het zuurstofgehalte van de patiënt 24 uur per dag thuis. Daalt dit, dan kunnen we bijtijds ingrijpen. Daarbij lichten we onze patiënten vooraf goed in over de behandelwijze en voorkomen we dat de sneeuwbal te groot wordt en steeds lastiger of zelfs niet meer af te remmen is.”

Er worden vragen gesteld bij het verplicht meewerken aan onderzoek voor zo’n 25.000 voormalige COVID-19-patiënten, die te kampen hebben met langdurige beperkingen zoals extreme vermoeidheid, concentratieproblemen, longklachten of verlies van spiermassa. Zorginstituut Nederland meldt: “‘Een voorwaarde om paramedische herstelzorg vergoed te krijgen is dat patiënten bereid moeten zijn mee te werken aan onderzoek. Er moet toestemming gegeven worden om anoniem gemaakte behandelgegevens van deze herstelzorg te delen met de onderzoekers. Zonder deze toestemming wordt de zorg niet vergoed.” Het tv-programma Radar heeft vragen gesteld bij de ethische keuzes die hier zijn gemaakt. “‘Los van het recht op privacy en recht op goede zorg, is er wellicht een wettelijke basis, maar ethisch deugt het niet”, zo zegt Vincent Böhre, directeur bij Privacy First, tegen Radar. “Je mag dit als overheid niet afdwingen. Zo ontstaat er een tweedeling: mensen die wel en niet meewerken. Wie geld genoeg heeft, betaalt de zorg zelf en heeft recht op zijn privacy. Wie geen geld heeft, moet de zorg betalen met zijn data.”

8

HuisartsenService


Breda positief over proef met jeugdprofessionals bij huisartsen De inzet van een jeugdprofessional in de huisartsenpraktijk, komt de eerstelijnszorg voor kinderen en jongeren enorm ten goede. Dat is de uitkomst van een pilot die door Het Huisartsenteam, Huisartsen Zorggroep Breda, CJG Breda en de gemeente Breda in 2019 is gestart onder de naam ‘Jeugdprofessional bij de huisarts’. Uit de proef blijkt dat als kinderen en jongeren snel en deskundig worden geholpen of doorverwezen, zij minder snel worden doorverwezen naar specialistische hulp. Ook de huisartsen zijn tevreden. Zij voelen zich ontzorgd en vinden dat de zorg erop vooruit is gegaan. “De huisarts is voor veel gezinnen een laagdrempelige, vertrouwde plek. De jeugdprofessional bij de huisarts biedt een grote meerwaarde. Ze zorgen voor een goed beeld van de gezinssituatie en weten de weg voor de juiste hulp of ondersteuning, liefst in de buurt”, aldus wethouder Marianne de Bie. “Dit draagt zeer bij aan de beweging naar de voorkant: zoveel mogelijk normaliseren en inzetten van eigen kracht, zodat kinderen in hun vertrouwde omgeving kunnen opgroeien.” De pilot liep van oktober 2019 tot en met december 2020. Vanwege het succes wordt deze verder doorontwikkeld.

Wijziging NHG-Standaard Anticonceptie

Nieuwe projecten ZonMW

De NHG-Standaard Anticonceptie is recent op een aantal onderdelen gewijzigd. Zo is onder meer de pil met norgestimaat als tweedekeus toegevoegd. De anticonceptiepil van eerste keus blijft de pil met levonorgestrel 150 micrg/ethinylestradiol 30 microg. Deze pil heeft het meest gunstige profiel voor wat betreft effectiviteit, veiligheid en bijwerkingen. Tevens is informatie over intra-uteriene koperballetjes (Ballerine) makkelijker vindbaar gemaakt. Deze is echter niet inhoudelijk herzien. Er is nog te weinig bekend om hierover een aanbeveling te geven, bij keuze van de vrouw gaat de voorkeur uit naar een T-vormige koperspiraal (380 mm2 koper) of hoefijzervormige koperspiraal (375 mm2 koper). Ook nieuw zijn de drie nieuwe keuzetabellen over anticonceptie op Thuisarts.nl. Deze tabellen helpen bij het maken van een keuze van een geschikt anticonceptivum in verschillende situaties. Deze tool kan als hulpmiddel worden ingezet om samen met de patiënt te beslissen welke anticonceptiemethode voor haar het meest gunstig is.

ZonMw is een zevental projecten gestart die zich richten op beantwoording van de kennisvragen uit de Nationale Onderzoeksagenda Huisartsgeneeskunde. Het betreft hier 1) de impact van een netwerkgeneeskundig platform (Prisma) op verwijzingen naar de tweede lijn, 2) RESTORE: nieuwe diagnostiek van schildklierziekten, 3) de effectiviteit van pijnstillende oordruppels bovenop systemische pijnstilling, 4) cardiovasculaire risicopredictie en cultureel sensitieve leefstijlondersteuning voor etnische minderheden, 5) sepsis-gerelateerde mortaliteit en IC-opnames bij patiënten met acute infecties op de huisartsenpost, 6) de praktijkondersteuner GGZ in actie: persoonsgerichte behandeling voor SOLK-patiënten en 7) risico-communicatie bij patiënten met beperkte gezondheidsvaardigheden. Het Kennisprogramma Huisartsgeneeskunde verstevigt de wetenschappelijke onderbouwing van het handelen van de praktiserende huisarts, om bij te dragen aan verbetering van de patiëntenzorg en bevordering van het patiëntenwelzijn. Het programma draagt bij aan de kennisontwikkeling op diverse actuele prioriteiten uit de Nationale Onderzoeksagenda Huisartsgeneeskunde. Meer informatie: www.zonmw. nl/kphag-7projecten

HuisartsenService

9


Door buro33

Interview

Marina Eckenhausen inspecteur-generaal bij de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd

Per 1 september 2020 is Marina Eckenhausen officieel aangetreden als inspecteur-generaal bij de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd. Aan HuisartsenService vertelt ze over het werk van de inspectie, over de impact van de coronacrisis, de manier waarop de eerstelijnszorg wordt bekeken en de grootste uitdagingen waar de Nederlandse zorg in deze roerige tijd mee te maken heeft (gehad).

“De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd is er om de kwaliteit van de zorg te stimuleren. Kwaliteit van nu en kwaliteit van morgen. We dagen professionals en bestuurders graag uit om zichzelf te verbeteren. Ten tweede moeten de gezondheidszorg en jeugdhulp voldoen aan wettelijke vereisten en aan de veldnormen die voor ons als uitgangspunt dienen. Als je achterblijft, treden wij op. Ik zeg altijd dat er drie soorten achterblijvende zorgaanbieders zijn: ‘weet niet, kan niet en wil niet’. In de categorie ‘weet niet’ zitten niet alleen nieuwe toetreders in de zorg. Het kan zijn dat iemand of een organisatie nog niet op de hoogte is van de nieuwste richtlijn. Als iemand niet kan of niet wil, dan treden de inspecteurs op. Zo nodig handhavend met passende maatregelen. Wat ons bijzonder maakt, is dat wij het hele veld van de zorg en jeugdhulp overzien. Alle 1,3 miljoen medewerkers in de zorg, de 45.000 instellingen en de samenwerkingsverbanden daartussen. Vooral in deze coronatijden was dat laatste een belangrijke aanvulling. Met de kleine 900 medewerkers richten we dit toezicht efficiënt en doelmatig in, kijken we waar de risico’s het grootst zijn en doen we thematisch onderzoek. Hierbij onder meer geleid door signalen, vragen en klachten die ons bereiken.” “Wat we beogen, ook bij eerstelijnszorg, is effectief toezicht. We detecteren risico’s uit onder meer meldingen die bij ons binnenkomen en vanuit andere data. Met die ontwikkeling gaan we door. We hebben over de projecten die we doen om risico’s te verminderen geregeld contact met het zorgveld. In de praktijk betekent dit bijvoorbeeld dat wij bij medicatieveiligheid anders zijn gaan werken. Alle onderdelen moeten in deze keten het goede doen om de veiligheid te garanderen. Voorheen beoordeelden 10

HuisartsenService

we die onderdelen steekproefsgewijs en door het land heen. Nu kiezen we ervoor om in één regio de hele keten onder de loep te nemen en hierin betrokken inspecteurs te laten samenwerken. Zo krijg je een veel completer beeld en kun je de betrokkenen een beter beeld teruggeven over wat aangrijpingspunten zijn om te verbeteren.” “Er zijn een aantal grote uitdagingen waar de Nederlandse zorg in deze roerige coronatijd mee te maken heeft gehad, want ‘dat virus plakt aan alles en iedereen’. Dat maakt dat je moet samenwerken; in de eerstelijn, met de GGD, rond crisisopnamen en voor de verkrijgbaarheid van persoonlijke beschermingsmiddelen. Zorg bleek ineens veel duidelijker dan voorheen een onderdeel van de samenleving. Huisartsen weten dat als geen ander. Denk aan patiënten die klein behuisd zijn, verlies van werk, dakloosheid et cetera. Zorg waarvan de kwaliteit al zorgelijk is of waar al tekorten zijn, valt tijdens zo’n crisis door de mand. Ik noem als voorbeeld onze zorg voor kwetsbare ouderen. In ons meerjarenbeleidsplan, dat in 2020 zijn eerste jaar in ging, staan zes thema’s die allemaal van toepassing waren op ‘corona’. Neem de internationale markt voor geneesmiddelen en medische hulpmiddelen, de dreigende tekorten op de arbeidsmarkt, maar ook het belang van persoonsgerichte zorg.”

‘Zorg bleek ineens veel duidelijker dan voorheen een onderdeel van de samenleving’ “Tot 2020 zeiden we altijd dat we toezien op basis van gezond vertrouwen. In 2020 hebben we dat in de praktijk waar moeten maken en op de professionals in de zorg moeten vertrouwen. De zorg is dat vertrouwen waard gebleken. We hebben ook ons toezicht opnieuw moeten inrichten en we moesten flexibel zijn. Voor ons was het daarom ook een spannend jaar. Ons nieuwe motto is Duidelijk. Onafhankelijk. Eerlijk. Ook dat brengen we nu in de praktijk. Een praktijk die bovendien nog eens is ver-


‘We hebben als toezichthouder uitgesproken dat veiligheid in deze tijd het belangrijkste is’

HuisartsenService

11


groot door nieuwe toezichtsgebieden zoals teststraten, grootschalig vaccineren, de import van PBM en beademingsapparatuur.”

Interview

“De coronacrisis heeft mij ook als mens geraakt. Mijn zoon zat in Noorwegen, die heb dus ik heel lang niet kunnen zien. De dag voordat de verpleeghuizen dicht gingen, werd mijn moeder opgenomen op een psychogeriatrische afdeling. Ik kon haar toen bijna drie maanden niet bezoeken. Toen dat wel weer kon, bleek ze 10 kilo afgevallen en herkende ze haar kinderen niet meer. Via mijn man, die als cardioloog in een ziekenhuis werkt, ben ik betrokken bij het reilen en zeilen daar, ook vanuit mijn

‘Als inspectie vertrouwen we op de professionaliteit en deskundigheid van zorgverleners’

betrokkenheid als mens. Mijn persoonlijke ervaringen neem ik altijd mee in mijn werk. Daarom zou ik geen directeur van een ‘paperclipfabriek’ kunnen zijn.” “In deze tijd waarin de zorg in Nederland onder druk staat, is de kwaliteit nooit in het geding geweest. Er zijn vast dingen niet goed of minder goed gegaan. Echter, we hebben geen grote misstanden geconstateerd. We hebben als toezichthouder uitgesproken dat veiligheid in deze tijd het belangrijkste is en houden rekening met de bijzondere omstandigheden waaronder de zorg op dit moment wordt verleend. Als zorgverleners moeten afwijken van de gebruikelijke werkwijze, vragen we dat vast te leggen. Zo is achteraf altijd uit te leggen waarom bepaalde keuzes werden gemaakt. Niet alleen naar ons, maar vooral aan patiënten en collega’s. Als inspectie vertrouwen we op de professionaliteit en deskundigheid van zorgverleners. Wij willen hen het vertrouwen geven dat zij niet achteraf worden afgerekend op afwegingen die zij onder moeilijke omstandigheden hebben gemaakt. De inspectie vertrouwt erop dat zorgaanbieders zelf het beste in staat zijn om de risico’s in de zorg, binnen hun praktijk en binnen de ketens en netwerken waar zij deel van uitmaken, te signaleren en maatregelen te treffen om deze risico’s te beheersen. Wij zien er op toe dat dit leidt tot goede en veilige zorg en wij hebben veel respect voor de manier waarop de lastige afwegingen zijn gemaakt. Ook de huisartsen hebben het zwaar gehad en zijn ons vertrouwen waard gebleken.” 12

HuisartsenService

“Het Landelijk Meldpunt Zorg ontvangt veel signalen over en rond COVID-19-problemen. Voor patiënten en cliënten is de zorg vaak een doolhof. Een van de onderwerpen waarover we worden benaderd is uitgestelde zorg, wat vanzelfsprekend veel onrust geeft. De medewerkers bieden een luisterend oor, verwijzen patiënten naar de juiste plek om eventueel een klacht neer te leggen en adviseren op maat. Bijvoorbeeld hoe klachten bespreekbaar te maken met de behandelaar. Het gesprek aangaan is zo belangrijk! Die signalen die binnenkomen, geven ons als inspectie een beeld hoe de zorg ervoor staat en wat hierin opvalt. Hiervan maken wij analyses en pakken dat op in ons toezicht of brengen het onder de aandacht van anderen die hier een verantwoordelijkheid in hebben. Het is voor ons dus altijd belangrijk als iemand een signaal afgeeft bij het LMZ.” “Er is veel onrust in de maatschappij, er worden veel onwaarheden gedeeld en er lijkt een groeiend wantrouwen naar officiële instanties. De vraag die wij onszelf als inspectie stellen is wanneer wij in actie moeten komen als mensen onwaarheden verkondigen. Men verwacht vaak dat wij zullen ingrijpen, maar er moet wel discussie gevoerd kunnen worden. Vrijheid van meningsuiting is belangrijk en andere meningen moeten gehoord worden. Zorgprofessionals hebben hierin echter een zware verantwoordelijkheid. Zij hebben de plicht de juiste informatie te delen en bij te dragen aan de dialoog. In het algemeen luidt het advies dan ook om de discussie binnen de eigen beroepsgroep te voeren. Bij ophitsing en opruiing is de maatschappij niet gebaat. Maar we moeten het van geval tot geval beoordelen. Neem de homeopathische arts die zich op het Museumplein in niet mis te verstane bewoordingen uitliet. Wij veroordelen hem niet op basis van wat wij in de media lezen, zien en horen. Wij

‘Ook de huisartsen hebben het zwaar gehad en zijn ons vertrouwen waard gebleken’ gaan in gesprek om te vragen of hij nog steeds achter zijn uitlatingen staat en of hij deze uit volle overtuiging of in de waan van het moment heeft gedaan. Dat bepaalt of er eventueel verdere maatregelen moeten worden genomen. Wij proberen dus zo goed mogelijk onafhankelijk en onbevooroordeeld onze toezichthoudende taak te vervullen.”


‘In de kern hebben we in Nederland zorg van een goed niveau’

“Er zijn op dit moment een aantal prangende zaken waar de zorg in Nederland mee te kampen heeft. Drie dingen wil ik hier noemen. Wij maken ons zorgen over de jeugdzorg, over de beschikbaarheid van geneesmiddelen wereldwijd en over de versnippering en schotten in het maatschappelijk domein en de jeugdzorg. Deze zorgen hebben niks met corona te maken en liggen niet aan zorgverleners of wie dan ook. Dat maakt het ook zo ingewikkeld. Onze rol is om hiervoor aandacht te vragen. Wij kunnen issues agenderen. Partijen bij elkaar brengen en stimuleren dat erover gesproken wordt. De ontwikkelingen rond netwerkzorg spelen een belangrijke rol. Ons toezicht daarop begint steeds meer vorm te krijgen. Netwerken hebben geen directeur, dus het is lastig tot wie we ons moeten richten. Maar dat hierin een deel van de oplossing van de problemen in de zorg en jeugdhulp ligt, is wel duidelijk.” “Binnen de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd kijken we steeds integraler naar de zorg rondom de patiënt. Dat doen we binnen de eerstelijn, maar ook over de lijnen heen. Toezicht wordt steeds regionaler. Ik kan een paar voorbeeld noemen: •

Tesko (‘Toezicht op Eerstelijns Samenwerking bij Kwetsbare Ouderen’): daarbij hebben we de samenwerking tussen huisartsenzorg en wijkverpleging in de zorg aan kwetsbare ouderen in de thuissituatie onderzocht. Bij dit project stonden de kwetsbare

ouderen centraal en bezochten we daarom naast de zorgaanbieders/zorgverleners ook de kwetsbare ouderen en hun mantelzorgers. Bij dit project zijn meerdere afdelingen binnen de IGJ betrokken, zowel toezicht als staf. TAG: Toezicht op de ambulante GGZ. Meerdere partijen hebben een gezamenlijke maatschappelijke verantwoordelijkheid om ambulante GGZ te verbeteren. Ook de inspectie heeft hierin haar verantwoordelijkheid. Zij wil bij haar toezicht aansluiten op de verschillende typen zorg die de mensen met chronisch psychische problemen nodig hebben. Toezicht integrale geboortezorg: samen met afdeling Medisch Specialistische Zorg bezoekt de afdeling Eerstelijnszorg verloskundige samenwerkingsverbanden. Hierbij wordt getoetst aan de Zorgstandaard Integrale Geboortezorg. Het verlenen van integrale zorg en goede samenwerking tussen eerstelijnsverloskundigen, tweedelijnsgeboortezorg (klinisch verloskundigen en gynaecologen) en de kraamzorg staat hierbij centraal. We spreken bij dit toezicht ook met zwangeren.”

“In de kern hebben we in Nederland zorg van een goed niveau. Links en rechts zijn er wat aandachtspunten. Het echte knelpunt is op dit moment de jeugdhulp. Voor huisartsen is vooral vernieuwing een uitdaging. Artsen zijn dat aan hun stand verplicht en ik heb er alle vertrouwen in dat huisartsen deze uitdaging aan kunnen.” HuisartsenService

13


Door Esther Schulting

In beeld

Huisarts Fahima Ettaher

‘Ik ben van het hardcore patiëntencontact’ De rubriek ‘In beeld’ zet iedere editie van HuisartsenService een of meerdere eerstelijnszorgverleners in de spotlight. Ditmaal is dit huisarts Fahima Ettaher uit Leidschendam, werkzaam in de acute zorg en bij Huisartsenpraktijk Hekelingen.

Je werkt één dag in de week bij de Huisartsenpraktijk Hekelingen als waarnemer, hoe bevalt dit? “Oh, ik ben echt verliefd op deze praktijk! Ik ben echt een stadsmeisje en ik hou van de grote stad. Maar een dorpspraktijk heeft zoveel charme. Ik heb tien jaar met veel plezier gewerkt als waarnemend huisarts in het Laakkwartier in Den Haag. De populatie was daar heel divers, van bekakte dame uit Rijkswijk tot een drugsver-

‘Ik hou echt van de acute zorg. De hectiek, de dynamiek, dat trekt mij’ slaafde, alles kwam langs. Hier werken in Hekelingen is exact het tegenovergestelde. Er is minder haast, normen en waarden worden gedragen en er is respect voor de dokter. Toen ik hier pas werkte, groette iemand mij op straat op Arabische wijze met ‘vrede zij met u’. Het was gewoon een jonge blanke man en ik bedankte hem. Hij zei ‘u bent hier nieuw, u moet zich op uw gemak voelen’. Dat vond ik zo bijzonder! Hier wordt nog tijd genomen voor elkaar. Mensen in de wachtkamer kijken helemaal niet raar op als het spreekuur uitloopt, terwijl in Den Haag dan rustig op mijn raampje werd getikt dat ik op moest schieten –haha. Maar ook hier is spoed spoed en daar moet alles voor wijken. Dat is ook weer fijn.” Naast je werk als huisarts, werk je ook drie nachten per week in de acute zorg in het ziekenhuis. Hoe balanceer je alles? “Ik hou echt van de acute zorg. De hectiek, de dynamiek, dat trekt mij. Het is echter ook een bewuste keus geweest 14

HuisartsenService

met het oog op mijn gezinssituatie. Mijn man werkt ook in de zorg en we hebben drie kinderen. Als ik ’s nachts werk, betekent dit dat ik overdag bij mijn gezin kan zijn. Toen ik in de gezondheidszorg begon, woonde ik zelfs nog bij mijn moeder. Op die manier kon ik 70 uur per week werken en kon zij voor mijn oudste dochter zorgen. Dat was druk, heel druk. Het keerpunt kwam toen mijn dochter ‘s nachts met bronchiale hyperactiviteit op de eerste hulp terecht kwam. Ze was 10 maanden, had een saturatie van 82 en had zuurstof nodig. Niemand kon mijn dienst overnemen. Gelijktijdig hadden de vele uren ook een wissel getrokken op mijn huwelijk. We zagen en spraken elkaar gewoonweg nauwelijks. Dat was het moment dat ik dacht ‘hoe ver ga je voor je carrière?’, het moest anders. Mijn contract liep af en ik besloot een andere weg in te slaan.” Na je studie geneeskunde in Rotterdam was je drie jaar werkzaam als arts assistent kindergeneeskunde in OLVG Amsterdam en daarna in het EMC Sophia. Waarom ben je uiteindelijk huisarts geworden? “Mijn doel was eigenlijk altijd om kinderarts te worden. Ik was in die tijd in de veronderstelling dat er een negatieve lading rondom het werk als huisarts lag. Het beroep leek me heel ‘klachtgevoelig’. Ik wilde liever werken in de acute zorg. Ik heb gesolliciteerd voor de opleiding kindergeneeskunde maar werd niet aangenomen. Uiteindelijk lukte het in België wel, maar kreeg ik problemen met mijn hoofddoek vanwege de Katholieke achtergrond van het ziekenhuis. Ik heb die droom toen laten varen, ook omdat België toen al bekend stond om zijn 90-urige werkweek. Zo kwam ik via de kindergenees-

‘Ik vind de ouderen een vergeten groep en ik wilde hen graag een stem geven’ kunde in de bovengenoemde ziekenhuizen, uiteindelijk in de kinderpsychiatrie terecht (De Jutters in Den Haag – red.). We behandelden kinderen tussen de 4 en 23 jaar met diverse problematiek zoals ADHD, autisme en


Ouderenzorg heeft van nature ook een grote mate van ethiek in zich. Tot hoever vind je dat een patiënt behandeld zou moeten worden? “Ik vind het belangrijk om daar per geval naar te kijken. De een is nog in de bloei van zijn of haar leven ondanks een hoge leeftijd en ‘wil nog van alles’, terwijl een ander aan de andere kant van het spectrum zit. Ik probeer zoveel mogelijk te luisteren naar een patiënt. Er zijn tegenwoordig ook Advanced Care Planning gesprekken. Ik vind dat mooi. Dat je met je patiënten praat over ‘wat als’. Wil iemand wel of niet gereanimeerd worden, of wil iemand

‘Ik ben arts en heb een eed afgelegd, behoud van leven gaat boven alles’ opgenomen worden op de IC. Dat is zeker nu met de coronacrisis actueel. Ik probeer in zulke gesprekken uit te leggen wat behandelingen inhouden, dat reanimatie op hoge leeftijd bijvoorbeeld vaak hartschade met zich meebrengt. Uiteindelijk gaat het om kwaliteit van leven.”

suïcidale gedachten, maar in dat werk miste ik de somatiek heel erg. Uiteindelijk ben ik toch het huisartsenvak ingerold en daar heb ik geen seconde spijt van gehad! Het grappige is dat mensen tijdens mijn co-schappen kinderarts altijd al tegen mij zeiden ‘jij bent een huisarts in hart en nieren!’. Toen ik uiteindelijk huisarts was geworden, kwam ik die mensen weer tegen en ze zeiden ‘zie je wel!’ –lacht. Het moest zo zijn denk ik!” Je bent ook kaderhuisarts op het gebied van oudergeneeskunde en je geeft onderwijs. Wat trekt je hierin aan? “In de Marokkaanse cultuur zijn ouderen heel belangrijk en is er veel respect. Ik vind de ouderen een vergeten groep en ik wilde hen graag een stem geven. Toen ik mijn huisartsenopleiding deed, kreeg ik het aanbod om deze specialisatie erbij te doen. Mensen vroegen wel eens of het niet te zwaar was, maar je moet niet vergeten dat ik van een 70-urige werkweek kwam! Verder heb ik onder meer meegewerkt aan een symposium over dementie bij patiënten met een migratieachtergrond. Deze groep patiënten komt eraan, maar verpleeghuizen zijn daar helemaal niet op voorbereid. Vroeger nam je nog wel eens oma in huis, maar tegenwoordig zijn de meeste huishoudens tweeverdieners en zou dat helemaal niet kunnen.”

Hoe ga je om met patiënten die bijvoorbeeld wegens geloofsovertuiging geen vaccinatie of behandeling willen? “Ik ben arts en heb een eed afgelegd, behoud van leven gaat boven alles. Je moet het echter respecteren als iemand bijvoorbeeld geen vaccinatie wil. Maar dat respecteren geldt ook bij iemand die extreem veganistisch is of bijvoorbeeld het weigeren van een bloedtransfusie bij Jehovah’s Getuigen. Ik vind het lastig omdat ik levens wil redden. Ik kan alleen luisteren, advies geven en de keuze accepteren.” Wat vind je het leukste aspect van je werk? “Ik vind zoveel leuk, ik hou echt van mijn werk! Als ik het moet omschrijven zou ik zeggen dat ik van het hardcore patiëntcontact ben, één op één.” Wat is de grootste impact van de coronacrisis voor jou persoonlijk en met betrekking tot je werk? “Wij staan als huisartsen natuurlijk in de frontlinie en hebben het hele spectrum wel gezien. Van geen klachten tot overlijden. Het was stil in de praktijk, want er was veel angst. Tegelijk was het een heel intensieve periode, want alle gevallen waren ook direct acuut. We hebben heel veel visites gereden en zo ook veel ziekenhuizen kunnen ontlasten. Op persoonlijk vlak: bakken! Heel veel bakken, -lacht. En nog meer je familie, je vrienden waarderen, de kleine dingen eigenlijk dus.”

HuisartsenService

15


Deze pagina is alleen leesbaar in de printversie

HuisartsenService info@huisartsenservice.nl 033-2471177 www.huisartsenservice.nl


SELECTIE

Door Esther Schulting

Creatief en bewust leven In deze coronatijden zijn steeds meer mensen op zoek naar een alternatieve invulling van het leven. Dat kan rigoureuzer een emigratie of andere baan zijn, maar ook gezocht worden in met meer aandacht en minder haast leven, genieten van de kleine dingen. Het boek Slow Living van Eva Krebbers geeft handvatten op het gebied van een meer creatief en bewust leven. In het rijk geïllustreerde boek krijg je een kijkje in de wereld van kaarsen maken, ecoprinten, zelf cider maken, maar ook wildpluktips en je leest meer over natuurlijke cosmetica, bijzondere tradities en minimaliseren. Volop inspiratie dus en dat alles zonder een hoog zweefgevoel, maar juist lekker met je voeten in de klei! ISBN 978946314107 € 24,99

Een stijlvol weerstation Deze ‘stormglazen’ zoals ze genoemd worden voorspellen min of meer het weer. Vroeger had je van die glazen objecten met gekleurde drijvende elementen, nu is het allemaal wat stijlvoller maar de werking komt op hetzelfde neer. De vloeistof in het glas bestaande uit water, ethanol, kaliumnitraat en ammoniumchloride zorgt ervoor dat je het weer enigszins kunt voorspellen. Is de vloeistof in het glas helder, dan zal het waarschijnlijk zonnig zijn. Troebel betekent bewolkt en zijn er kleine puntjes te zien, dan wordt er regen voorspeld. Als er kristallen ontstaan is dat een voorbode van vorst. Ze zijn er in twee formaten en staan ook uitermate stijlvol in de spreekkamer. Vanaf € 19,95 via onder andere Megagadgets.

Koek met de postduif Van de makers van onder andere het evenement Creative Life is er nu Koek In The Box. Omdat er door corona geen events konden plaatsvinden bedachten de organisatoren iets anders; een cadeautje wat door de brievenbus kan. En dat werden negen heerlijke Italiaanse ‘delicious’ koekjes zoals ze het zelf omschrijven. En voor iedereen geschikt want ook nog glutenvrij. Een cadeautje op de deurmat dus! www.koekinthebox.nl € 9,90 exclusief verzendkosten met kaartje naar keuze.

HuisartsenService

17


Door Edgar Kruize

Interview

Breederode Hogeschool borgt opleidingsniveau met NLQFkwalificatie In december 2020 zijn de 1- en 2-jarige opleidingen tot praktijkondersteuner huisartsenzorg (POH) van Breederode Hogeschool ingeschaald op NLQF-niveau 6 en NLQF-niveau 5. Hiermee zijn de POH-opleidingen van Breederode Hogeschool de enige in Nederland die zijn ingeschaald op NLQF niveau. Breederode Hogeschool heeft zich gedurende het inschalingsproces hard gemaakt om ook de kwaliteit van de POH-opleidingen een injectie te geven.

Als een huisarts personeel aanneemt, zal deze uiteraard altijd eerst kijken naar het opleidingsniveau van de nieuwe medewerker. Wie de afgelopen jaren echter heeft doorgevraagd, merkt dat huisartsen vaak geen idee hebben van het niveau van de daadwerkelijke opleiding die hun personeel (na hun initiële opleiding) heeft gevolgd. Zodoende is ook vaak onbekend wat de daadwerkelijke kwaliteit is die binnen zijn of haar praktijk geleverd wordt. Breederode Hogeschool merkte dit ook en heeft de uitrol van het Nederlands Kwalificatieraamwerk (NLQF – zie kader) aangepakt om als onderwijsinstelling te pionieren en als eerste in Nederland hun POH-opleidingen te laten inschalen met behulp van NLQF-kwalificaties. “Breederode Hogeschool heeft van meet af aan ingezet op de hoogst mogelijke kwaliteit opleidingen. Die goede naam wat betreft onze kwaliteit hebben we al jaren, maar wij hebben intern regelmatig gezegd dat we graag zouden kunnen staven dat we echt op het niveau zitten waarvan we zelf denken dat we zitten”, zo stelt Irma van der Velden, Directeur Onderwijs & Kwaliteit bij Breederode Hogeschool. “Dat is voor onze organisatie belangrijk, maar uiteraard ook voor de mensen die bij ons een opleiding volgen en voor werkgevers die deze opleiding betalen. Voor deze groepen is het wellicht zelfs belangrijker. Toen de NLQF in Nederland werd geïntroduceerd, hebben we de mogelijkheid om onze POH-opleidingen in te schalen op een NLQF-niveau met beide handen aangegrepen.”

naar meetbare kwaliteit. “Die vraag horen wij ook regelmatig”, aldus Marina Vinken, Manager Huisartsenzorg binnen Breederode Hogeschool. “Onze vakdocenten zijn zonder uitzondering mensen die middenin dat werkveld staan en weten wat er speelt. Hun dagelijkse praktijkervaringen komen op deze manier op zeer organische wijze de opleiding in. Vanuit het werkveld merken we dan ook absoluut dat de behoefte aan een geborgd opleidingsniveau groot is. Daarmee kan een praktijkhouder heel inzichtelijk maken over welk opleidingsniveau en over welke competenties zijn of haar team beschikt. Indien nodig kan deze gericht aangevuld worden met nog ontbrekende expertise.” Het effect toont zich echter ook op bredere schaal. Denk aan iemand die een opleiding heeft afgerond en wil kiezen voor een vervolgopleiding die daar naadloos op aansluit. De voormalige kwalificaties postmbo of -hbo blijken te verwarrend, want die zeggen in feite niets over het niveau, alleen over de toelatingsvoor-

Geborgde opleidingskwaliteit Met de invoer van het NLQF-niveau voor haar opleidingen, komt Breederode Hogeschool ook tegemoet aan de steeds duidelijker wordende vraag vanuit de eerstelijn 18

HuisartsenService

Irma van der Velden


waarden. Voor die mensen heeft een NLQF-kwalificatie ook absoluut een meerwaarde bij het maken van de keuze voor een opleiding. “Dan weten ze niet alleen dat deze goed aansluit, maar vooral ook dat ze in een later stadium bij een sollicitatie met zekerheid hun niveau kunnen bewijzen aan hun nieuwe werkgever. In feite zegt een NLQF-niveau alles over het moment dat de opleiding is afgerond en op welk niveau iemand dan kan werken. Bovendien bleef voorheen het hoogst genoten opleidingsniveau na de opleiding POH het niveau van de initiële opleiding, bijvoorbeeld mbo 4 niveau voor doktersassistenten. Dat wordt nu na de 2-jarige opleiding POH NLQF 5 niveau. En voor hbo-opgeleiden wordt of blijft dit na de 1-jarige opleiding NLQF 6 niveau. Dat maakt het interessant.”

Continue aanscherping Breederode Hogeschool heeft gedurende de periode van inschaling van de POH-opleidingen het volledige opleidingstraject tegen het licht gehouden en verder aangescherpt. Normaliter worden de opleidingen jaarlijks geactualiseerd. Ditmaal heeft tijdens het inschalingproces een extra aanscherping plaatsgevonden. “De eisen die vanuit NLQF worden gesteld zijn behoorlijk pittig en we hebben de implementatie uitermate serieus genomen. Toetsen zijn onder de loep genomen, docenten hebben workshops gekregen, beoordelingscriteria zijn scherper geformuleerd, het heeft impact gehad op onze volledige organisatie”, zo legt Irma van der Velden uit. “Het mooie

‘Met de invoer van het NLQFniveau voor haar opleidingen, komt Breederode Hogeschool ook tegemoet aan de steeds duidelijker wordende vraag vanuit de eerstelijn naar meetbare kwaliteit’ aan dat proces was dat we inzichtelijk hebben gekregen dat we het niveau hebben waarvan we zelf dachten dat we het hadden. Ons vermoeden bleek dus juist. Het hele inschalingproces is voor ons heel waardevol geweest, het heeft ons kritisch naar alles doen kijken en heeft ons veel geleerd.” Dat het proces voor een groot gedeelte plaatsvond in een tijd dat de COVID-19 pandemie de ‘oude manier van werken’ volledig op zijn kop heeft gezet, heeft dat gevoel alleen maar versterkt, zo voegt Marina Vinken toe. “Waar mogelijk zijn de opleidingen naar een online omgeving verplaatst, dat hebben we toentertijd binnen een week kunnen realiseren. Uiteraard – dat is inherent aan het vakgebied waarin onze studenten gaan werken – ontkom je niet aan de praktijkvaardigheden. Die zijn allemaal veilig ingericht op locatie of er is een gelijkwaardig alternatief geboden. Wat het proces kenmerkte is dat iedereen, van onze vakdocenten tot aan de studenten en de beroepsverenigingen, de schouders er onder heeft gezet en focus heeft gehouden op wat er wél kan. Dat heeft veel nieuwe inzichten gegeven en samenwerkingen opgeleverd, die ook in het post-corona tijdperk onderdeel van onze opleidingen zullen blijven.” Een van de belangrijkste voordelen van digitalisering is dat dit het onderwijs aantrekkelijker heeft gemaakt. Door goed te kijken naar het onderwijskundig doel van een les, kan worden bepaald in welke vorm dit doel het best tot zijn recht komt. “We gaan langzaam maar zeker over naar hybride leren, oftewel blended learning, met een virtual classroom, filmpjes, instructie-apps et cetera. Voldoende interactie tussen studenten onderling en tussen de student en docent zal in elke vorm altijd van groot belang blijven.”

Hoge ambitie

Marina Vinken

Het ministerie van Onderwijs, Cultuur & Wetenschap heeft de uitrol van het NLQF geïnitieerd. Tevens heeft het ministerie de ambitie uitgesproken om in de toekomst alle relevante opleidingen van een NLQF-kwalificatie te voorzien. Vooralsnog is Breederode Hogeschool de eerste (en enige) partij die POH-opleidingen op NLQF-niveau-6 en NLQF-niveau-5 aanbiedt. Daarmee heeft de opleider een voortrekkersrol ingenomen, zo stelt Irma van der Velden. “Altijd goed om uitdagingen aan te gaan.

HuisartsenService

19


Interview

Zo zijn we enkele jaren terug met de POH-opleidingen op Aruba gestart. Inmiddels heeft bijna iedere huisarts op Aruba een POH en dat levert al mooie resultaten op. Bijvoorbeeld bij diabetespatiënten, zijn er spectaculair minder amputaties, minder diabetici hoeven aan de dialyse en dat betekent minder kosten voor de zorg. NLQF is natuurlijk van heel andere orde, maar komt wel vanuit dezelfde ambitie om kwaliteit van zorg te verbeteren. Daarom hoop ik dat de inschaling navolging zal krijgen bij andere opleidingsinstituten. Dat versterkt de waarde

‘In feite zegt een NLQF-niveau alles over het moment dat de opleiding is afgerond en op welk niveau iemand dan kan werken’ alleen maar. Waar wij nu af en toe nog tegenaan lopen, is dat we moeten uitleggen wat NLQF is, juist omdat het nog relatief nieuw is. Maar het gaat wel snel. We zien nu al dat mensen juist voor een POH-opleiding van Breederode Hogeschool kiezen vanwege de NFQL-niveaus. Langzaam maar zeker wordt het NLQF een bekender begrip, ook bij werkgevers. Daarnaast kan het voor deze werkgevers financieel interessant zijn. We zien die interesse voor de inschaling bijvoorbeeld rond onze opleiding Praktijkmanager Eerstelijnszorg, waarvoor geldt dat, indien deze opleiding een NLQF 6-niveau heeft, steeds meer zorgverzekeraars de inzet van zo’n gediplomeerde praktijkmanager vergoeden. We gaan hopelijk snel naar een situatie toe dat de term NLQF volledig is ingeburgerd. Vooralsnog doen wij – zo ook in dit gesprek – ons best om het uit te blijven leggen. Daarnaast wordt het niveau ook op de

Over NLQF Het Nederlands Kwalificatieraamwerk (NLQF) geeft duidelijkheid en zekerheid over het niveau van kwalificaties. Opleiders kunnen het niveau van hun kwalificaties vastleggen, werkgevers kunnen zo de juiste mensen aannemen (en werknemers de juiste scholing aanbieden) en werknemers kunnen hun opleidingsniveau borgen. Het Nederlands kwalificatieraamwerk is onafhankelijk en geeft duidelijkheid en zekerheid over het niveau van opleidingen. Afgeleid van het Europees Kwalificatieraamwerk EQF, wordt het NLQF ondersteund en gefinancierd door het ministerie van Onderwijs, Cultuur & Wetenschap en de Europese Commissie. Het ministerie van OC&W streeft ernaar om in de toekomst alle

20

HuisartsenService

diploma’s vermeld. Het is een proces, waarin wij graag voorop lopen omdat we kwaliteit belangrijk vinden.”

Klaar voor de toekomst Met deze stap is Breederode Hogeschool op de toekomst voorbereid. Zo start bijvoorbeeld op 1 januari 2022 de zogenaamde STAP-regeling. STAP staat voor STimulans ARbeidsmarktPositie en omvat een persoonlijk ontwikkelbudget van maximaal € 1.000,- per jaar voor zowel werkenden en niet-werkenden. Hiermee kunnen zij zichzelf doorontwikkelen. Alle opleiders die een NLQF-opleiding aanbieden, komen in het STAP-scholingsregister te staan. Marina Vinken: “Vanuit carrièreperspectief is dat natuurlijk superinteressant, zowel voor zzp’ers in de zorg die volgende stappen willen gaan maken, als voor mensen in vaste dienst die zich door willen ontwikkelen. En voor de huisarts is het uiteraard heel prettig dat het personeel – al dan niet vast in dienst – op die manier zich kan laten bijscholen. Goed om te vermelden is, dat we de NLQF-inschaling ook via bijscholing aan kunnen bieden aan mensen die eerder hun POH-diploma hebben behaald. Mensen die al werkzaam zijn als POH en hun diploma bij Breederode Hogeschool hebben behaald, krijgen de mogelijkheid om bijscholingen te volgen waarmee ze ook een diploma met NLQF-waardering kunnen bemachtigen. Momenteel zijn hierover onze alumni geïnformeerd die zijn opgeleid via het 1-jarige traject. In een later stadium zullen we ook bijscholingen bieden voor POH’s die zijn opgeleid via het 2-jarige traject. En ook alumni die hun diploma POH elders behaald hebben, kunnen informeren naar de mogelijkheden om bijgeschoold te worden naar NLQF-niveau. Op die manier creëren we snel en breder draagvlak voor het begrip NLQF.”

relevante opleidingen van een NLQF-kwalificatie te voorzien. Het NLQF telt acht niveaus, van basiskwalificatie tot universitair en beschrijft per niveau de bijbehorende kennis en vaardigheden en de mate van verantwoordelijkheid en zelfstandigheid. Reguliere opleidingen (bijvoorbeeld havo en mbo-v-opleidingen) zijn ingeschaald op niveau 4, associate degree-opleidingen zijn niveau 5 en alle hbo-opleidingen zijn ingeschaald op niveau 6. Andersom betekent dit dat aan het niveau ook een kwaliteitsstempel hangt. Zo zijn ‘overige opleidingen’ op NLQF-niveau 5 vergelijkbaar met het niveau van een associate degree-opleiding, NLQF-niveau 6 met het hbo-niveau van een bacheloropleiding et cetera. Meer informatie over NLQF op: https://www.nlqf.nl


Door Huisarts Gordon Oron

NIEUWE COLUMNIST

Van Dale is er vrij helder over. En bondig. Ethiek is het ‘geheel van morele principes’. Toch maar even doorgevraagd, want ik vind deze definitie onvoldoende om verder te kunnen met deze column. Ik typ de zoekterm in en lees: ‘moreel: gegrond op het innerlijk gevoel van goed en kwaad’. Aha! Hier kan ik al meer mee. Kwaad ben ik bijna nooit, maar ik wil wel graag goed doen. Ik ben huisarts sinds 2005 en bijna even lang praktijkhouder. Nog niet eens op de helft, maar ik mag wel zeggen dat ik al het nodige heb meegemaakt. Ik hou van de gesprekken met patiënten, van mijn team, ik hou van het ondernemerschap en van projecten. Waar ik nogal eens pijn van heb, is de frustratie over wat ik in de spreekkamer kan bereiken. Dit ervaar ik nogal eens als beperkt. De levensverwachting neemt toe, maar het aantal gezonde levensjaren neemt af. Al deze mensen komen in onze spreekkamers en wij zetten ons in voor goede zorg. Ik voel dat ik achter de feiten aanhol. Ik wil daar graag iets aan doen. We moeten op een andere manier gaan werken. De vraag die altijd vrij snel wordt gesteld is: ‘Hoe ga je dat financieren?’. De huidige financiering is gebaseerd op het feit dat de dokter in actie komt als de patiënt een probleem heeft. Voor het meeste dat je buiten de spreekkamer doet is geen prestatiecode, wat preventie op grote schaal lastig maakt.

tijdens het werk te focussen op preventie. Dat prikkelde mij om na te denken over een nieuwe vorm van financiering van huisartsenzorg. Immers, wij willen als zorgverleners graag goed doen, maar worden in ons handelen veelal gestuurd door prestatiecodes. We zullen op een andere manier moeten gaan werken en denken; van ziekte-gestuurd naar focus op behoud van gezondheid. Naast overtuiging en inzicht zal er een financiële prikkel nodig zijn om deze verschuiving te bewerkstelligen. In Nederland zou het een grote ommezwaai betekenen, als we de financiering in deze vorm zouden gieten. Maar dan zijn we wel van alle complexe overeenkomsten af. Een hoog tarief voor alle gezonde patiënten, een iets lager tarief voor patiënten met een aandoening die het gevolg is van leefstijl, maar vooral een beduidend lager tarief voor complicaties als gevolg van deze aandoening. Dit zou zomaar eens kunnen bewerkstelligen dat we in actie komen om mensen gezond te houden en niet wachten tot mensen zich in de spreekkamer melden met een probleem. Persoonlijk zie ik dit als goed doen. En dat is wat ik wil.

‘Voor het meeste dat je buiten de spreekkamer doet is geen prestatiecode, wat preventie op grote schaal lastig maakt’

In 2018 las ik een interessant artikel in De Groene Amsterdammer. Hierin vertelt Koen Kas dat ongeveer twee eeuwen geleden de Chinese dorpsdokter alleen werd betaald als patiënten gezond waren. Dit motiveerde om

‘Ja maar, wat als ik dan een praktijk heb in een wijk waar veel mensen wonen met een lage SES?’. Oké, deze vorm van financiering stimuleert het goede te doen, maar het is niet de bedoeling straffen uit te delen. We zouden het tarief naar boven bij kunnen stellen voor praktijken met een bovengemiddeld aantal mensen met een lage SES. Rest ons de hamvraag, hoe ethisch verantwoord is dat? Gordon Oron is sinds 2005 huisarts en recent gestart met zijn nieuwe praktijk Gezondheidscentrum Leven in Gorinchem

HuisartsenService

21

Column

Kwaad ben ik bijna nooit, maar ik wil wel graag goed doen


Door Edgar Kruize

Interview

Huisarts Edwin de Vaal

‘Van een patiënt wil je weer een mens maken’ Steeds meer (chronische) eerstelijnszorg is er op gericht om de patiënt meer regie te geven. Regie over de behandeling, regie over de te gebruiken medicijnen, et cetera. De traditionele dokter-patiënt verhouding wordt steeds meer coachend en begeleidend. Een goede ontwikkeling, vindt huisarts Edwin de Vaal van Huisartsenpraktijk De Schakel in Nijmegen.

Aandacht voor de patiënt is in iedere huisartsenpraktijk van het grootste belang. Huisarts Edwin de Vaal vindt het ook een groot goed, maar stelt tegelijk dat de huisarts die aandacht het beste kan geven door zo min mogelijk in beeld te zijn. “Dat klinkt paradoxaal, maar wat ik bedoel is dat er veel gezondheidswinst te behalen is als een patiënt waar mogelijk een meer autonome rol krijgt. Ik zeg weleens gekscherend dat mijn patiënten zo min mogelijk last van mij moeten hebben, maar de kern van waarheid is dat ze zich door die grotere eigen rol minder belast voelen en dat komt hun kwaliteit van leven ten goede.”

Vertrouwensband opbouwen Huisartsenpraktijk De Schakel is gelegen in een achterstandswijk in Nijmegen en dat betekent dat De Vaal relatief veel lager opgeleide patiënten ziet. Hij ziet dat over het algemeen juist als een voordeel. “Dit is geen patiëntenpopulatie die ‘dokter Google’ raadpleegt. Nu juich ik eigen initiatief absoluut toe, maar in de meeste gevallen hebben zorggesprekken geen baat bij de vele misinformatie die rondgaat op het internet. Met mijn patiëntenpopulatie kan ik een goede vertrouwensband opbouwen en bepaalde handelingen of keuzes goed uitleggen. Zeker voor chronische zorg is therapietrouw van groot belang en als je dat goed uitlegt, hoeft een patiënt niet te snappen hoe iets werkt, zolang ze maar snappen dat het werkt als ze bepaalde handelingen volgen. In feite is het een soort opleidingstraject.”

Helpen anticiperen De rol van de huisarts en de praktijkmedewerkers in dat ‘opleidingstraject’ is begeleiding en het actief kijken waar een patiënt zo veel mogelijk autonomie terug kan krijgen. Genoemde vermindering van het aantal contactmomen22

HuisartsenService

ten helpt en daarbij hoort ook het kritisch kijken naar het medicijngebruik. “Het is ook het helpen anticiperen”, aldus De Vaal. “Denk bijvoorbeeld aan hooikoortspatiënten met astma; die leer je om in de gaten te houden wanneer bepaalde pollen in de lucht zitten en daar voorzorgsmaatregelen op te nemen. Als de hooikoortsklachten verminderen, nemen de astmaklachten in veel gevallen ook af en andersom als je astma onder controle kan krijgen, zullen de luchtwegen minder snel op pollen reageren en op termijn zal de zorgvraag verminderen en de kwaliteit van leven verbeteren. Wat je doet als huisarts

‘Alles valt en staat met vertrouwen’ is de patiënt op deze manier weer regie geven over zijn of haar aandoening. Het gevoel geven dat ze zelf controle hebben. Je wil van een patiënt weer een mens maken.”

Zelf de regie Een ander voorbeeld waar patiënten hun vrijheid weer veel meer mee terug kunnen krijgen, is op het gebied van antistolling. Lange tijd was de trombosedienst verantwoordelijk voor het instellen, controleren en begeleiden van patiënten die ter voorkoming van trombose met name vitamine K-antagonisten als antistollingsmiddelen gebruikten. De gang naar die trombosedienst is door velen als uitermate belastend ervaren. “Logisch, als je soms per dag verschillende doses moet nemen en regelmatig terug moet om bloed te laten prikken, dan is dat ook enorm belastend”, zo stelt De Vaal. “Maar wat het ook doet is dat de routine een veilig gevoel geeft en voor veel zorgverleners is de controle ook een routine. Dus wat je dan hebt is twee partijen die in een routine vast kunnen zitten terwijl er betere oplossingen zijn.” Die zijn er onder meer in de vorm van Directe Orale Anticoagulantia (DOAC). Patiënten hoeven hier niet meer op ingesteld te worden en hoeven dus ook niet meer naar de trombosedienst. “Waardoor ze meer vrijheid krijgen en ook weer zelf de regie over hun leven hebben.”

Eigen verantwoordelijkheid De Vaal beaamt dat het overstappen door sommige


patiënten als ‘eng’ wordt ervaren. Het dagelijks nemen van een DOAC vraagt eigen verantwoordelijkheid en de controle of je het ‘goed’ doet verdwijnt. “Maar als een patiënt goed is ingesteld bij de trombosedienst is een controle ook een ‘schijnveiligheid’. Toch snap ik het gevoel. Als je jarenlang om de zoveel weken een bloedcontrole kreeg en nu niet meer, is dat wennen. Zelf bied

‘Dit is geen patiëntenpopulatie die ‘dokter Google’ raadpleegt’ ik waar mogelijk mijn patiënten een ‘switch’ aan, want een DOAC is wetenschappelijk bewezen net zo goed en zonder die belastende bloedcontroles. Dus iemand zal het er veel beter op doen, het middel is gebruiksvriendelijker en die persoon hoeft in zijn privéleven niet langer meer om die vaste bezoeken aan de trombosedienst heen te plannen. Dat geeft de patiënt vrijheid en als huisarts kun je zo iemand door die ‘switch’ heen coachen.”

Toekomstbeeld Als huisarts werkt Edwin de Vaal vanuit het besef dat mensen liever geen patiënt zijn. En vanuit dat besef richt hij de door hem geleverde zorg in. “Alles valt en staat met vertrouwen. Mijn patiënten moeten er op kunnen vertrouwen dat ik er voor hen ben als ze me nodig hebben,

of mijn team, denk aan de POH’s die bij ons werkzaam zijn. Je wil voorkomen dat ze ons als zorgverleners willen ‘sparen’ als er iets aan de hand is. Als huisarts moet ik van mijn kant het vertrouwen geven dat ze zelf heel goed in staat zijn om hun ziektebeeld te managen en dat ze daarvoor na uitleg van mijn kant de juiste vaardigheden hebben. En als er problemen opgelost moeten worden, of als ze ergens moeite mee hebben, wordt dat steeds meer een symbiotische samenwerking.” In de (nabije) toekomst ziet De Vaal de hele huisartsenzorg steeds meer die kant op schuiven en idealiter ziet hij het met het oog op nog patiëntvriendelijker service kantelen. “Nu is het zo dat wij als huisarts het eerste zorgmoment leveren, terwijl er gelijktijdig steeds meer taken de eerstelijn in stromen. Dat gaat op een gegeven moment botsen. De huisartsenpost is nu de plek voor huisartsgeneeskundige spoedzorg buiten de normale praktijktijden. In mijn optiek zou de eerstelijnszorg erbij gebaat zijn als de rollen worden omgedraaid. De huisartsenpost als 24-uurs centrum voor eerstelijnszorg, waarbij er een directe lijn is met het ziekenhuis en dus ook alle patiënteninformatie gestroomlijnd gedeeld kan worden. De huisartsen fungeren in die situatie dan als dependances van de huisartsenpost in de wijk. Zo staan wij nog dichter bij de patiënt, verplaatsen we niet-medische regelzaken naar de huisartsenpost en hebben we meer ruimte om nog prominenter de coachende rol aan te nemen.”

HuisartsenService

23



Uitgelicht

Kijk op www.huisarts-nascholing.nl voor een compleet overzicht van nascholingen voor huisartsen. Constitutioneel Eczeem: Praktische nascholing voor de eerstelijn Webinar – Sanofi Genzyme – Gratis – Online – 2 punten – 30 maart t/m 20 mei Praktische tips en behandelopties. Regionaal georganiseerd met dermatologen. www.dupixent.nl/huisarts/online-nascholingen/ ICS bij COPD: Wanneer wel en wanneer niet? Webinar on demand – MedClass – Gratis – Online – 1.5 punt In gesprek met een longarts, huisarts en praktijkverpleegkundige over ICS bij COPD www.medclass.nl/icsbijcopd/ Stoppen met roken - Very Brief Advice nascholingen Nascholing – Pfizer – Gratis – Online – 1 punt De VBA methode (Vraag-Vertel-Verwijs) een leven redden in 30 seconden www.pfizer.nl/nascholing/very-brief-advice-leven-redden-30-seconden GLP-1 gebaseerde therapie in vogelvlucht Nascholing – Novo Nordisk – Gratis – Online – 1 punt – 22 april, 20.00-21.00 uur Maak kennis met GLP-1 gebaseerde therapie in deze digitale nascholing van 60 minuten. Een ervaren diabetesverpleegkundige neemt u in vogelvlucht mee langs de onderwerpen als NHG-standaard, incretinetherapie en GLP-1 therapie. NL21GLP00008 www.behandelaren.novonordisk.nl/GLP-1-in-vogelvlucht Longfibrose in de huisartspraktijk Nascholing – MedClass – Gratis – Online – 1 punt Volg deze e-learning als u meer wilt weten over longfibrose en wilt bijdragen aan een vroege diagnose door het herkennen van de symptomen. www.medclass.nl/nascholingen/ild/longfibrose-in-de-huisartspraktijk/ Cardiovasculaire en metabole problematiek in COVID-19 tijd | Voorjaar 2021 Webinar on demand – Health Investment – Gratis – Online – 2 punten- 30 maart Webinar met prof. Diederik Gommers en Dr. Sanne van Wissen www.healthinvestment.nl/

HuisartsenService

25



VOEDINGSWAARDE

Eerste hulp bij voedingsvragen in de spreekkamer Uitgelicht: Schijf van Vijf-vak ‘brood, graanproducten en aardappelen’

Als huisarts heb je een regierol in het signaleren van voedingsproblemen, het bespreekbaar maken, motiveren en doorverwijzen. Ter preventie of als onderdeel van de behandeling. Maar als huisarts is het soms best lastig om voeding en leefstijl aan te kaarten, juist ook als een patiënt daar misschien niet in eerste instantie voor komt. Hoe pak je dat aan? Dr. Stefan van Rooijen, huisarts in opleiding, vertelt in de webinar Eerste hulp bij voedingsvragen in de spreekkamer van het Voedingscentrum hoe hij het gesprek opent. ‘Wat ik goed vind werken, is om over de context van het dagelijks leven te praten. Vraag bijvoorbeeld of iemand nog aan een leuke sport doet. Je komt er dan snel achter hoe actief iemand is. Soms vertelt iemand dan dat sporten niet meer gaat, omdat zijn knieën zo’n pijn doen. Dat is meteen een aanleiding om het er verder over te hebben’. Vinden mensen het vervelend als je daar ongevraagd

over begint? ‘In mijn ervaring bijna niet’, aldus Stefan. Dit is in lijn met de literatuur: de meerderheid van de patiënten die ongevraagd advies krijgt bij overgewicht, ervaart dit niet als vervelend en vindt dit juist de taak van de huisarts1, 2.

Gratis webinars voor huisartsen Als huisarts hoor je regelmatig over een nieuw dieet waarvan je misschien het bestaan nog niet wist. Of je krijgt vragen over de zin en onzin van vitaminesuppletie bij het voorkomen van een COVID-19-infectie. Wat is de stand van zaken? Hoe geef je nu een goed advies over voeding? Waarom is gedragsverandering zo lastig en wat kun je als huisarts doen? Al deze thema’s komen aan bod in twee geaccrediteerde webinars van het Voedingscentrum. Schrijf je gratis in op de site van Medische Scholing en kijk de webinars in je eigen tijd via medischescholing.nl/webinar-voedingscentrum.

De Schijf van Vijf is voor iedereen een goede basis om gezond te eten. Ook voor mensen met een ziekte of aandoening, eventueel met ziektespecifieke aanpassingen. Maar wat staat er in de Schijf van Vijf? In deze en komende edities belichten we de vijf vakken. In het vak ‘brood, graanproducten en aardappelen’ staan de volkoren graanproducten, zoals volkorenbrood, volkorenpasta en volkoren couscous, maar ook zilvervliesrijst en havermout. Het eten van 90 gram volkorengranen per dag, dat zijn bijvoorbeeld drie volkorenboterhammen, verkleint al het risico op hart- en vaatziekten, diabetes type 2 en darmkanker3. Daarnaast leveren graanproducten en brood veel andere voedingstoffen, zoals vezel, eiwit, B-vitamines, ijzer en jodium. Hoeveel iemand nodig heeft uit dit vak ontdek je via www.voedingscentrum. nl/adh. Als mensen geen brood willen of kunnen eten, bijvoorbeeld door coeliakie, dan hebben zij een groter risico op tekorten aan bijvoorbeeld jodium en vezels. Ons advies is dan om naar een diëtist door te verwijzen.

1. Reitsma M, De Jong J. (2010). Ongevraagd advies bij overgewicht. Huisarts en Weten- schap. 2. Aveyard et al. (2016). Screening and brief intervention for obesity in primary care: a parallel, two-arm, randomised trial. The Lancet, vol. 388, no. 10059, pp. 2492-2500. 3. Gezondheidsraad (2015). Richtlijnen goede voeding 2015. Den Haag: Gezondheidsraad.

HuisartsenService

27


Door Hubert Baars

Achtergrond

Cardiogenetica: het opsporen en behandelen van (mogelijke) erfelijke hartziekten Recent heeft HartKliniek Den Haag een Polikliniek Cardiogenetica geopend, in samenwerking met de afdeling cardiologie van het Haga Ziekenhuis in Den Haag en de afdeling Klinische Genetica van het Amsterdam UMC. Indexpatiënten met (verdenking op) een erfelijke hartziekte kunnen worden verwezen naar deze gespecialiseerde polikliniek door een cardioloog. Ook de huisarts kan patiënten rechtstreeks verwijzen. Verwijzing kan ook geïndiceerd zijn wanneer een (potentieel) erfelijke hartziekte in de familie voorkomt.

Het proces van cardiogenetica De indexpatiënt wordt in eerste instantie gezien door de genetisch cardioloog van HartKliniek, die zorg draagt voor een precieze fenotypering. De genetisch cardioloog maakt hiervoor zoveel mogelijk gebruik van de beschikbare en aangeleverde

tiënt dan veelal aansluitend worden gezien door de klinisch geneticus op locatie; nu volgt door de omstandigheden veelal een telefonisch consult na enkele weken. De klinisch geneticus draagt zorg voor de erfelijkheidadvisering of counseling en doet zo nodig aanvullende syndroomdiagnostiek. Vaak zal ook DNA-onderzoek worden ingezet. De indexpatiënt wordt na genoemde cardiogenetische evaluatie in principe weer terugverwezen naar de verwijzer voor verdere behandeling en follow-up. Op indicatie of eigen verzoek kan de patiënt echter ook op de polikliniek cardiogenetica van HartKliniek onder controle blijven. Vervolgens wordt het familieonderzoek geïnitieerd door de klinisch geneticus. Wanneer bij de indexpatiënt een ziektemakende mutatie is vastgesteld, kunnen de eerstegraads

‘Regelmatig blijkt namelijk dat er in een later stadium alsnog een mutatie wordt gevonden in de familie, doordat de DNAdiagnostiek zich blijft ontwikkelen’ gegevens. Vaak is echter ook beperkt aanvullend onderzoek nodig (specifieke ECG’s, fietstest, echocardiogram, Holter-ECG). Wanneer de klinische diagnose erfelijke hartziekte wordt bevestigd of waarschijnlijk wordt geacht, wordt de patiënt doorverwezen naar de klinisch geneticus. In het pre-corona tijdperk kon de pa28

HuisartsenService

familieleden (ouders, broers/zussen, kinderen) rechtstreeks gescreend worden op de aan-of afwezigheid van de mutatie. Voorafgaand aan deze presymptomatische moleculaire screening moet uitgebreid over de voor- en nadelen van DNA-onderzoek worden gesproken met het desbetreffende familielid. Indien

deze akkoord gaat met moleculaire screening op de aangetoonde mutatie bij de indexpatiënt, zal aansluitend bloed worden afgenomen voor analyse. De uitslag wordt besproken met de patiënt door de geneticus. Bij dragerschap van de mutatie wordt de patiënt vervolgens verwezen naar de genetisch cardioloog van HartKliniek voor aanvullende cardiologische diagnostiek, behandeling en periodieke follow-up. Indien het desbetreffend familielid geen drager blijkt te zijn van de pathogene mutatie, volgt in principe ontslag uit verdere follow-up. Indien het desbetreffend familielid na erfelijkheidsadvisering niet akkoord gaat met DNA-screening op de bekende mutatie van de indexpatiënt, dan wordt periodieke cardiologische follow-up geadviseerd vanwege een a priori kans van 50% op dragerschap.

Wat te doen als er bij de patiënt geen ziektemakende mutatie is aangetoond? Wanneer bij de indexpatiënt geen ziektemakende mutatie wordt aangetoond kan erfelijkheid zeker niet worden uitgesloten. Eerstegraads familieleden hebben maximaal 50% kans op dragerschap. Hen wordt geadviseerd zich onder periodieke cardiologische controle te stellen, bij voorkeur op de polikliniek cardiogenetica. Mutatiedragende familieleden en familieleden die zich niet moleculair genetisch hebben laten testen op de aangetoonde mutatie bij de indexpatiënt komen onder controle en periodieke follow-up van de cardioloog. Bij voorkeur een genetisch cardioloog.


Eerstegraads familieleden van indexpatiënten bij wie in eerste instantie geen ziektemakende mutatie kon worden vastgesteld, komen vanwege hun risico ook onder controle en periodieke follow-up van de cardioloog. Bij voorkeur dezelfde genetisch cardioloog om het overzicht binnen de familie te behouden. Regelmatig blijkt namelijk dat er in een later stadium alsnog een mutatie wordt gevonden in de familie, doordat de DNA-diagnostiek zich blijft ontwikkelen. De cardioloog informeert de klinisch geneticus over alle patiënten die hij ziet, teneinde het familiedossier compleet en volledig te krijgen. De coördinatie van het familieonderzoek ligt immers bij de genetica en derhalve moet de genetica optimaal en blijvend worden geïnformeerd. Wanneer bij de indexpatiënt geen ziekte-

makende mutatie was vastgesteld, maar bij cardiologisch onderzoek wel meer familieleden aangedaan blijken te zijn, kan dit reden zijn om de DNA-diagnostiek bij de indexpatiënt uit te breiden.

Taken diverse specialisten • De genetisch cardioloog houdt zich bezig met de cardiologische diagnostiek en behandeling van de indexpatiënt of diens familieleden. Hiertoe wordt gebruik gemaakt van anamnese, lichamelijk onderzoek, ECG, inspanningsonderzoek, Holter-ECG, echocardiografie en eventuele aanvullende diagnostiek, zoals cardiale MRI of farmacologische provocatietest. • De klinisch geneticus houdt zich bezig met erfelijkheidsadvisering, initiatie/coördinatie familieonderzoek, DNA-diagnostiek en eventue-

le syndroomdiagnostiek. • De maatschappelijk werker en/of (klinisch) psycholoog houdt zich bezig met de psycho-emotionele problematiek die zich voor kan doen bij pre-symptomatisch testen en bij positieve testuitslagen. Hubert Baars, algemeen en genetisch cardioloog

HuisartsenService

29


Door Esther Schulting

Interview

Suzanne van der Lee

‘Wij bieden graag totale vrouwenzorg, vanaf anticonceptie, tot eventuele zwangerschap, tot aan de menopauze’

Verloskundige en mede-eigenaar van 040verloskunde te Eindhoven Suzanne van der Lee wil met anticonceptiezorg in de verloskundigenpraktijk de totale vrouwenzorg op de kaart zetten. Binnen vijf jaar is er al een hoop bewerkstelligd en deze manier van werken wordt nu verder uitgerold in verloskundig Nederland. De samenwerking met de huisarts blijft hierbij belangrijk.

Kun je iets over jezelf en je werk vertellen? “Ik ben verloskundige sinds 2006 en ik werk (als mede-eigenaar -red) bij 040verloskunde in Eindhoven. We hebben onze praktijk doorontwikkeld op het gebied van verloskunde en anticonceptie. Daarvoor heb ik als een van de eersten in Nederland de Anticonceptieopleiding voor verloskundigen gevolgd, om onder meer zelf orale anticonceptie voor te schrijven, spiraaltjes en Implanon te kunnen plaatsen en goed te kunnen voorlichten over alle vormen van anticonceptie. Daarop aanvullend heb ik ook de opleiding Gynaecologische Echografie gedaan. Wij zijn als een van de eerste praktijken in Nederland gestart met het additioneel leveren van specifiek anticonceptiezorg. Langzaam maar zeker zie je dat vakgebied nu steeds verder uitrollen over Nederland. Aanvankelijk bereikten we met name onze eigen populatie (zwangere vrouwen die we met onze praktijk hebben begeleid), maar nu bereiken we met onze zorg vrouwen uit heel Eindhoven. We hebben twee teams, team Blauw en team Roze, elk met een eigen verzorgingsgebied binnen Eindhoven. Privé ben ik moeder van twee kindjes, - lacht - wat nu best uitdagend is zo met regelmatig thuisonderwijs tijdens deze coronapandemie!” Anticonceptiezorg binnen de verloskunde is geen heel bekend vakgebied. Wat zijn de voordelen? “Ik denk dat het met anticonceptiezorg binnen de verloskunde vooral heel fijn is dat ook complexere cases, binnen de eerstelijn kunnen blijven. Vroeger werd een vrouw die bijvoorbeeld nog nooit zwanger was geweest, angstig was of een belaste anamnese had, vaak direct naar de gynaecoloog doorverwezen. Onze visie is dat je de zorg die in de eerstelijn kan plaatsvinden (na triage uiteraard), ook moet bieden in de eerstelijn. Voor veel 30

HuisartsenService

cliënten geldt dat ze echt prima door ons of de huisarts geholpen kunnen worden. Bovendien zijn de kosten voor anticonceptiezorg in de eerstelijn aanzienlijk lager. Bij een verwijzing naar de 2e lijn ben je als cliënt namelijk zo je eigen risico kwijt. Nu kun je zowel bij de huisarts als bij ons terecht voor onder meer het plaatsen van spiraaltjes of anticonceptieadvies. Er is een nauwe samenwerking met de huisarts, wat onder meer inhoudt dat als een vrouw bij ons komt voor een behandeling, de verslaglegging naar de huisarts toe wordt verzorgd en de lijnen kort zijn. Er is vaak net wat meer tijd voor vrouwen die erg zenuwachtig zijn, bijvoorbeeld voor een eerste spiraalplaatsing. We hebben onze eigen echoapparatuur

‘Anticonceptie gaat ook over op het juiste moment zo gezond mogelijk moeder worden’ en controleren met echo of de spiraal goed zit, maar maken ook algemene gynaecologische echo’s bij specifieke klachten. Huisartsen uit de regio verwijzen vrouwen hiervoor ook naar ons. Toen we onze praktijk startten, berekenden we hetzelfde tarief als de huisarts declareert voor dit soort handelingen. Toen werd ons soort zorg echter niet vergoed. Sinds drie jaar wordt ons werk door bijna alle verzekeraars vergoed. We zijn bij uitstek in staat om de huisarts te ondersteunen bij diens toch al drukke takenpakket. Denk alleen al aan de extra coronawerkzaamheden nu en alle administratieve handelingen en managementtaken die er aan de kant van de huisarts over de jaren bij zijn gekomen. Door goede scholing, gelijkwaardige zorg en laagdrempelige bereikbaarheid in de wijk op basis van een vertrouwensband, wordt ‘totale vrouwenzorg’ geboden, waarbij we altijd in contact blijven met de huisarts. We informeren elkaar constant en dat werkt erg goed, samen kunnen we zo wijkzorg bieden en vullen we elkaar echt aan!”


Als vrouw kan ik me voorstellen dat het fijn is om voor gynaecologisch onderzoek naar een verloskundigenpraktijk te gaan, immers die doen niet anders. Horen jullie dat vaker? “Ja, zeker! Ik zeg wel eens dat bepaalde handelingen, zoals een spiraalplaatsing, soms heel erg worden bekeken als een ‘handeling’. Waarmee ik bedoel... er zit ook iemand vast aan die baarmoeder. En op een vaginaal onderzoek zit logischerwijs natuurlijk niemand te wachten. Vaak kunnen we net even wat meer tijd maken om iemand gerust te stellen, of omdat iemand een bepaalde problematiek heeft. Sociale vrouwenzorg in de volledige breedte staat centraal, waarbij ook wordt gesproken over het voorkomen van een ongeplande/ongewenste zwangerschap en om zo gezond mogelijk zwanger te worden. Daarnaast wordt iedere vrouw een individueel preconceptieconsult geboden. Er zijn vrouwen die uit een achtergesteld milieu komen, waar je een heel ander

gesprek mee hebt dan een werkende vrouw die haar tweede kindje krijgt. We proberen te luisteren en advies op maat te geven.” Hoe stonden de Eindhovense huisartsen tegenover deze verschuiving van taken? “Nu heel goed! Maar ik moet eerlijk zeggen dat we in het begin vaak gebeld werden hoor. ‘Hoezo…?’ We hebben vooral gezorgd dat we door middel van kwaliteit leveren en een professionele aanpak goede zorg lieten zien. Op die manier lieten we de praktijk voor ons spreken. Een goede verslaglegging bijvoorbeeld is uitermate belangrijk, zodat je samen in gesprek blijft. De vrouw van tegenwoordig vindt het juist fijn om een aantal vertrouwenspersonen te hebben, zoals een huisarts én een verloskundige. Het is alleen maar prettig als deze partijen goed samenwerken en zo gezamenlijk goede zorg bieden. Zo hebben we bijvoorbeeld speciale flyers

HuisartsenService

31


Interview

op het gebied van anticonceptiezorg laten maken. Die zijn vervolgens door onze assistentes uitgedeeld aan de assistentes en huisartsen van de praktijken in de stad. Ook proberen we, ondanks de grote groep huisartsen in de regio, met elkaar in contact te blijven en samen op te trekken.” Die vertrouwensband is dus heel belangrijk? “Jazeker! De huisarts heeft van nature een autoriteit, als verloskundige moet je daar wat harder voor werken. Dat geeft niet, want wij zijn sociale dieren. Het is investeren en luisteren, heel veel luisteren naar de patiënt. Het gebeurt toch nog regelmatig dat een (jonge) vrouw zonder een echt adviesgesprek met een recept voor de pil naar huis gaat. Terwijl er ook zoveel andere mogelijkheden zijn. Wil een vrouw bijvoorbeeld zo min mogelijk tot niet vloeien, dan is het een optie om een hormonale spiraal aan te raden. Is het iemand die heel trouw is bij het innemen van pillen, dan is de pil zeer betrouwbaar. Maar

‘Samen met de huisarts kunnen we wijkzorg bieden en vullen we elkaar echt aan!’ ook steeds meer vrouwen willen juist geen of minder hormonen in hun lijf. Je ziet dat ook vaak bij vrouwen die zwanger zijn geweest en dan eigenlijk niet meer terug willen naar die hormonen ‘omdat ze zich zo anders voelden’. Dan kun je bijvoorbeeld de koperspiraal adviseren. Deze laatste wordt overigens de laatste jaren frequenter voorgeschreven aan allochtone vrouwen. Zij vinden het (soms ook door geloofsovertuiging), prettig om maandelijks te menstrueren, waarbij ze toch beschermd zijn tegen een ongewenste zwangerschap. Op dit moment kiest in onze praktijk zo’n 75 procent van de vrouwen bij de keuze voor een spiraal voor het hormoonspiraal, juist door het vaak (deels) wegblijven van bloedverlies. Kortom; er is veel mogelijk en wij gaan graag het gesprek aan. Wij bieden graag totale vrouwenzorg, vanaf anticonceptie, tot eventuele zwangerschap en uiteindelijk de menopauze.” Het onderliggend thema van dit magazine is ‘ethiek’. De gemeente Eindhoven is betrokken bij het overheidsprogramma Kansrijke Start. Vraagt sociale vrouwenzorg om een goede samenwerking in de zorgverleningsketen? “Helaas zien we in de praktijk veel ongeplande of ongewenste zwangerschappen bij vrouwen die al in een moeilijke situatie in hun leven zitten (huisvestingsproblemen, schuldproblematiek en psychische problematiek). 32

HuisartsenService

Anticonceptie gaat ook over op het juiste moment zo gezond mogelijk moeder worden. Zo is er het landelijke actieprogramma Kansrijke Start; waarbij voorop staat dat ieder kind de best mogelijke start van zijn of haar leven verdient. De eerste 1000 dagen zijn cruciaal voor een goede start. Als we in die dagen investeren, bijvoorbeeld in de lagere sociale klassen, komen daar uiteindelijk alleen maar voordelen uit, zowel fysiek als mentaal op latere leeftijd voor sterk ouderschap en een gezond kind. Dit programma wordt ook omarmd door de gemeente Eindhoven en wordt gedragen in de hele zorgketen, zoals verloskundigen, jeugdgezondheidszorg, maatschappelijk werk, GGD, GGZ, daklozenzorg en huisartsen. Een onderdeel hiervan is Nu Niet Zwanger waarbij we bijvoorbeeld via de hulpverleners die betrokken zijn in gesprek gaan met kwetsbaren waarbij een zwangerschap in de huidige situatie gewoon niet verstandig is voor moeder en kind en bijvoorbeeld een tijdelijke spiraal beter past. Zijn later dan alle zaken weer op orde, dan is een zwangerschap wel weer gewenst. Wij bieden een luisterend oor alsmede advies en ondersteuning. Een aantal gemeenten ondersteunt deze groep vrouwen door de financiële drempel voor de aanschaf van een anticonceptiemiddel weg te nemen. Heel fijn, maar ook voor de niet kwetsbare vrouwen ouder dan 21, zou in mijn opinie anticonceptie vergoed moeten worden via de basisverzekering. Investeren in preventie betaalt zich later uit in besparing van zorgkosten!” Eindhoven is een studentenstad, hoe verhoudt zich dat tot voorbehoedsmiddelen en de keuzes van de studenten daarin? “Heel veel studenten die hier op kamers wonen hebben thuis nog een huisarts. Vaak gaan zij liever niet helemaal naar huis voor bijvoorbeeld een anticonceptievraag of spiraalplaatsing. Die studenten zijn natuurlijk helemaal niet bezig met verloskunde – lacht – en dus is op onze website 040Anticonceptie.nl direct alle informatie hieromtrent te vinden. Op die manier proberen we zichtbaar te zijn voor die groep en zo worden we ook gevonden. Daarnaast bieden we ook noodanticonceptie. Stel een condoom is gescheurd of er is onveilig gevreeën, dan is er het noodspiraal (koperspiraal). Deze kan binnen vijf dagen na onbeschermde seks alsnog een eventuele zwangerschap voorkomen. Wij bieden elke vrouw met die vraag binnen die termijn van vijf dagen hulp!” Wat is je visie op de toekomst binnen jouw werkgebied? “In de toekomst zou ik graag nog meer samen met de huisarts optrekken, ook in achtergestelde wijken bijvoorbeeld. Als hulpverlener kun je nog zoveel aan preventie doen. Anticonceptie is een mooie eerste stap, maar er is echt nog veel meer winst te behalen. We hebben elkaar nodig!”


Deze advertentie is alleen leesbaar in de printversie HuisartsenService info@huisartsenservice.nl 033-2471177 www.huisartsenservice.nl



Door ZonMw

Vroegtijdige diagnose en behandeling van kanker zijn van groot belang om de ziektelast van patiënten te beperken. Maar hoe lang het proces van diagnose tot behandeling precies duurt en waar het eventueel sneller kan, was onbekend. Huisarts in opleiding Nicole van Erp zocht het uit voor tien kankersoorten. ‘Als je kanker in een vroeg stadium weet op te sporen zijn de overlevingscijfers veel beter. In Nederland was onbekend hoeveel tijd er gemiddeld verstrijkt tussen het eerste symptoom van kanker, de eerste klachtenpresentatie bij de huisarts, de verwijzing, diagnose en behandeling. Dan weet je dus ook niet waar het proces wellicht sneller kan.’

Dossiers doorploegen Van Erp bestudeerde dit proces voor tien kankersoorten: melanoom, borst-, long-, prostaat-, dikkedarm-, maag-, slokdarm-, nier-, blaas- en ovariumkanker. Bijgestaan door een flinke groep stagestudenten selecteerde ze uit duizenden geanonimiseerde huisartsendossiers de dossiers van volwassen patiënten met kanker. Ze zochten naar de eerste keer dat een patiënt klachten had door kanker, wanneer deze persoon zich voor het eerst met mogelijke symptomen bij de huisarts presenteerde en na hoeveel tijd deze verwezen werd naar de specialist. Deze informatie koppelden ze

aan gegevens van de Nederlandse kankerregistratie. Zo kon Van Erp ook de tijdsduur tot aan de uiteindelijke diagnose en behandeling bepalen.

Symptomen herkennen Het onderzochte proces verloopt voor het grootste deel van de patiënten vlot, vat Van Erp de onderzoeksconclusies samen. Vergeleken met Europese landen als Engeland en Denemarken, met huisartsen in een poortwachtersrol, is de totale duur van het proces in Nederland bij veel vormen van kanker korter. ‘Bij borstkanker en melanoom gaat het proces bij bijna alle patiënten heel snel. Beide soorten hebben ook relatief goed herkenbare symptomen. Maar bij 10-25% van alle mensen met kanker duurt het proces opvallend veel langer. Dat zijn met name patiënten bij wie de verdenking op kanker laag is. Dat komt bijvoorbeeld omdat ze geen alarmerende symptomen hebben, of omdat de klachten die mogelijk met kanker samenhangen door andere ziektes worden gemaskeerd.’ Dat geldt vooral bij darmkanker en longkanker.

Risico inschatten De vraag wat huisartsen kunnen doen om deze groep patiënten sneller op te sporen is niet simpel te beantwoorden. Van patiënten die met klachten bij de huisarts komen, heeft slechts een kleine minderheid een ernstige onderliggende ziekte,

Uitgelicht

Onderzoek diagnosekuur bij kanker zoals kanker. Huisartsen staan dus voor de uitdaging om juist deze kleine groep patiënten tijdig te identificeren, zonder iedereen met een kleine kans op kanker door te verwijzen. ‘We denken dat nieuwe technieken huisartsen daarbij kunnen helpen. Denk aan betere diagnostische tests, zoals bloedtesten. Of aan geavanceerde systemen voor risicocalculatie waarmee huisartsen onschuldige en verdachte klachten beter kunnen onderscheiden.’ Verder is het goed als huisartsen afspraken met patiënten maken om de effecten van behandelingen en het beloop van klachten goed te monitoren.

Kort traject Van Erp benadrukt dat het traject bij de huisarts zelf relatief kort is. ‘Er verloopt bij de patiënt vaak veel meer tijd tussen de eerste klachten en het eerste bezoek aan de huisarts. Ook het traject tussen verwijzing door de huisarts en diagnose en behandeling duurt vaak langer. Dat is een belangrijke bevinding.’ Het zou goed zijn de omgang met klachten door patiënten en het traject in het ziekenhuis nader te onderzoeken, concludeert Van Erp. www.zonmw.nl/huisartsenzorg ZonMw stimuleert gezondheidsonderzoek en zorginnovatie. www.zonmw.nl/huisartsenzorg www.zonmw.nl/huisartsgeneeskunde

HuisartsenService

35


SELECTIE

Door Esther Schulting

Kennis benutten en op waarde schatten Wetenschap & Praktijk door Jaap van der Stel is een gids voor (aankomende) professionals in zorg , welzijn en sociaal werk. Als professional heb je dagelijks te maken met een stroom aan nieuwe publicaties en wetenschappelijk en praktijkgericht onderzoek. Hoe kun je hiermee verstandig omgaan en waar haal je bijvoorbeeld aanvullende informatie. Het boek geeft inzicht in nut, relevantie en toepassing van nieuwe kennis voor de beroepsuitvoering. De boodschap: kennis werkt! ISBN 9789088509025 | € 28,00 onder andere via swpbook.com

Magnetische globe Deze globe lijkt wel antiek door zijn kleur, maar is helemaal van nu. De magnetische globe wordt geleverd met 12 magneten en is dus perfect voor boodschappenbriefjes, maar staat ook mooi op het bureau in de spreekkamer met ‘reminders’ en ‘to do’s’. De globe is 28,5 centimeter hoog en staat op een metalen voet. € 98,95 via onder andere gadgethouse.com

Thuisbar We zijn allemaal thuis, de café’s en restaurants zijn dicht en ook een bioscoopje pakken zit er even niet in. Maar we kunnen het natuurlijk ook thuis gezellig maken met een hapje en een drankje! Deze dinosaurus flesopener zorgt in ieder geval voor een beetje humor ondanks alles, want deze dino in je keuken of op je thuisbar doet je toch op zijn minst glimlachen! Hij is gemaakt van gietijzer en 26 centimeter hoog, geen kleintje dus en je maakt er kroondoppen mee los van flesjes bier en frisdrank. € 33,95 via onder andere gadgethouse.nl

36

HuisartsenService


Door Dr. Janneke Wittekoek

Voor de transitie van ziekenzorg naar gezondheidszorg is een stevige discussie over ethiek onontbeerlijk. Maar hoe zet je de gezondheid van mensen centraal in een samenleving die overloopt van ongezonde prikkels? In een omgeving waar op iedere hoek van de straat junkfood te halen is? Als preventie-activist schrijf ik graag over manieren om onze samenleving gezonder te krijgen. Het is inmiddels wel duidelijk dat het voorkomen van chronisch ziek worden niet altijd te bereiken is door mensen te wijzen op hun eigen verantwoordelijk om gezond te blijven. Ook onze leefomgeving, vaak in combinatie met ons genotype, kan zorgen voor fenotypische malaise. Daarom is het zo belangrijk om ook in de leefomgeving maatregelen te treffen. Een voorbeeld hiervan is het heffen van suikertaks op ongezonde producten of om frisdrank te verbieden op scholen of een gedwongen beweegprogramma voor werknemers met overgewicht. Dit laatste voorbeeld kan nog wel eens een verhitte discussie doen oplaaien. En het is meteen de aanzet van de vraag ‘Wat vinden wij als samenleving ethisch acceptabel?’ Want preventie gaat vaak over ethiek. Hoeveel zijn we bereid om te ‘offeren’ voor een gezonde samenleving, waarbij het uiteindelijk zal leiden tot kostenreductie waar we op de (hele) lange termijn allemaal baat bij hebben?

Column

Preventie-ethiek krijgen? Dan moeten we met heel veel factoren rekening houden. Het sociale en culturele aspect van eten moet in acht worden genomen en tegelijkertijd moet respect voor de keuzevrijheid van mensen hoog in het vaandel worden gehouden. Het introduceren van een gezonde schoollunch bijvoorbeeld, met alle goede intenties, kan als een inbreuk op de privacy worden ervaren. Het kan worden opgevat als een onvermogen om goede en gezonde voedselkeuzes te maken voor je kinderen, wat weer ervaren kan worden als een inbreuk op de opvoeding en eigen normen en waarden.

‘Overgewicht weegt zwaar in onze samenleving’

Het staat voor iedereen buiten kijf dat het terugdringen van overgewicht uiteindelijk leidt tot zorgkostenreductie. Maar het opstellen van regels en wetten die obesitas aanpakken of terugdringen heeft grote risico’s zoals het stigmatiseren en discrimineren van overgewicht en het vergroot de ongelijkheid in de samenleving. #Fatshaming is pesten met alle negatieve psychologische gevolgen. Ik pleit dan ook meer voor een langetermijnbeleid dat gericht is op mensen gezond houden. Willen we toch de gemiddelde BMI van de Nederlanders naar beneden

De complexiteit van het bedenken van strategieën om overgewicht terug te dringen is groot. Daarom vraagt het ontwikkelen van preventieprogramma’s om zorgvuldige afwegingen die ethisch waterdicht zijn, zodat het risico op kritiek en negatieve emoties van de maatschappij tot een minimum wordt gereduceerd. Zo wordt de succeskans op het daadwerkelijk terugdringen van overgewicht groter. Het ontwikkelen van een ethisch kader waarbinnen beleid kan worden gemaakt is hierbij zeer wenselijk voor een bredere acceptatie. Zelf vertegenwoordig ik onze beroepsvereniging, de NVVC (Nederlandse Vereniging Voor Cardiologie), in de klankbordgroep Richtlijn Obesitas bij volwassenen. Hier hoop ik naast het medisch noodzakelijke beleid ten aanzien van overgewicht als gezondheidsprobleem, ook een bijdrage te kunnen leveren aan het medisch-ethische aspect. De mensen waarvoor deze richtlijnen worden gemaakt zijn immers zoveel meer dan alleen hun overgewicht. Janneke Wittekoek is cardiologe, gezondheidswetenschapper en oprichtster van de HeartLife Klinieken in Utrecht. Ze is gespecialiseerd in het vrouwenhart en biedt cardiologisch zorg altijd in combinatie met leefstijlbegeleiding.

HuisartsenService

37


Door Wolter Paans

Opinie

Alledaagse ethiek: de knoop ontwarren of het zwaard scherpen? mende mate medisch gedrag willen reguleren2,3. Ongeveer veertig jaar na het verschijnen van deze bovengenoemde opmerkzaamheden kan niet ontkend worden dat dit nog steeds aan de orde lijkt. Bijvoorbeeld als de keuze moet worden gemaakt of nu juist ‘de frontwerkers’ of de ‘hoogbejaarde kwetsbaren’ als eerste gevaccineerd moeten worden. Of bijvoorbeeld, dat er een vorm van leeftijdsdiscriminatie doorgevoerd moet worden, die bij een zwart scenario gelegitimeerd richting geeft aan de prioritering bij I.C.-opnamen (met evidente gevolgen voor de huisartsengeneeskunde).

Klinische ethiek is de toepassing van ethische theorieën, principes, regels en richtlijnen op situaties in de geneeskunde. Zij moeten bedachtzaam worden toegepast in unieke klinische omstandigheden, zo stelt Taylor in het artikel: ‘Ethical principals and concepts in medicine’, (2013). Vooraf de consequenties willen overzien van de gevolgen van je handelen en vaststellen of dat dit ‘moreel verantwoord’ is, is hierbinnen een kernwaarde. Om daadwerkelijk goed te kunnen bepalen of er ethisch verantwoord gehandeld is - of zal worden - is een aantal ethische normen van belang: • Respect voor de autonomie van de patiënt; • Weldadigheid; de intentie het beste te willen doen binnen de mogelijkheden; • Rechtvaardigheid; het beste te willen doen ten opzichte van anderen; • Non-maleficencie; de plicht om als arts geen (onnodige) schade toe te brengen1.

Twee aandachtspunten Het artikel onder de titel: ‘Medical ethics in cross-cultural and multi-cultural perspectives’, (1980), stelt dat er in de hedendaagse praktijk twee aandachtspunten zijn die van belang zijn om de voornoemde vier ethische normen te kunnen handhaven. De eerste is de erkenning van de spanning tussen de taak om de patiënt te

beschermen met het in stand willen houden van de solidariteit binnen het beroep. Het tweede aandachtspunt is de erkenning dat er een verschuiving van de één-op-één-arts-patiënt-relatie gaande is naar het gecommitteerd zijn als huisarts aan relatief grootschalige werkorganisaties. Er dreigt, volgens voornoemd artikel, een onomkeerbaar verlies van individuele controle door de arts. Zo is er gesteggel over patiëntendossiers, waarvan het wettelijk eigendom onduidelijk is, de invloed van bureaucratische (semipolitieke) organisaties op de besluitvorming van de arts, die zich maar moeilijk laat begrijpen en zijn er ondoorgrondelijke (regionale) overheidsbesluiten die in toene-

‘Ethiek moet een voorwaarde van de wereld zijn, net als logica’, betoogde Wittgenstein (1916) 38

HuisartsenService

Onderzoek naar morele besluitvorming Op basis van een systematisch literatuuroverzicht uit 19974 wordt geconcludeerd dat onderzoek naar ethische bekommernissen van de huisarts bijzonder beperkt is. Het huidige onderzoek is voornamelijk kwantitatief van aard en er blijven vele essentiële vragen onbeantwoord over de ethische opstelling en perceptie van huisartsen. Toekomstige, meer diepgaande kwalitatieve studies op dit gebied, zouden meer licht op de ethisch geladen beweegreden van huisartsen kunnen laten schijnen3,4. Echter, het lijkt er helaas op dat deze studies tot op heden op zich laten wachten.

Casus versus praktijk In de opleiding tot (huis)arts wordt met name gebruikgemaakt van jurisprudentie en casuïstiek om ethische dilemma’s te duiden. Zo is het boek ‘100 Cases in Clinical Ethics and


‘Als het gaat om de veelzijdige dagelijkse moraliteit, wordt veelal uitgegaan van het gezonde verstand van de behandelaar aan wie het voorligt’ Law’, (Johnston, 2016)5 een aardige inleiding. En aan zogenoemde ‘ethische toolkits’ is geen gebrek (onder andere ‘Ethische toolkit KNMG’). Hier is wetenswaardige basisinformatie te vinden over deontologie, deugdenethiek, gevolgenethiek, narratieve ethiek, principe-ethiek en zorgethiek. Er is hulp bij de vraag hoe je een dilemma verkent, een morele vraag formuleert, argumenten analyseert en afweegt en hoe je tot een besluit kan komen. Ook zijn er verwijzingen naar richtlijnen waarin het wettelijk kader besproken wordt. Over hoe handig (effectief, efficiënt en toepasbaar) dit soort ethische stappenplannen in de alledaagse huisartsenpraktijk zijn, is echter nog weinig onderbouwde kennis voorhanden.

De logica van de ethiek Ethische hulmiddelen zouden helpend kunnen zijn in de algemene ethische oriëntatie, maar ze geven waarschijnlijk maar weinig zicht op de doorbraak van een gedegen besluitvorming rond een concreet eigen dilemma dat onder tijdsdruk staat. En of je dan altijd aan het eind van de dag kunt zeggen dat je ‘een wetenschappelijk verantwoorde poging gedaan hebt om een oordeel te vellen over de bestaande zeden’, is veelal onzeker. Simpeler gezegd: Wat zeg je precies als je beweert dat iets ‘goed’ is? Hoe kun je dat verantwoorden? Hoe kun je ten opzichte van jezelf, de patiënt, zijn directe naasten, of als het tegenzit, de rechter, ‘morele verantwoording’ afleggen?6 ‘Ethiek moet een voorwaarde van de wereld zijn, net als logica’, betoogde Wittgenstein (1916)7. Er schuilt een oproep in om er tenminste met zijn

allen naar te streven, net zoals Albert Schweitzer dat deed, die het zelfs als een religie zag: ‘it is bad to damage and destroy life. And this ethic, profound and universal, has the significance of a religion. It is religion’, (1947).8

‘I want to be good’ De wetenschappelijke literatuur erop naziend, de protocollen ten spijt en met alle respect voor de geleverde ‘toolkits’ en bij-en nascholingstrajecten; goed doen; ethisch handelen; het is en blijft vooral een persoonlijke zaak en een vaardigheid om een en ander te rechtvaardigen. Een individuele zorgverlener zal soms, op een gegeven moment, alsof hij of zij onder een patstelling uit probeert te schaken, moeten inzien dat er geen uitweg meer is; dat alle inductieve en deductieve ‘toolkits’ hun beperkingen hebben. Dat het in de praktijk een ‘ethische snelkookpan’ kan zijn waarop, in allerijl, een ontluchtingsventiel gemonteerd moet worden.

Pluis en niet pluis Voor de bekende grote ethische vraagstukken zijn protocollen ontwikkeld. Echter, als het gaat om de veelzijdige dagelijkse moraliteit, wordt veelal uitgegaan van het gezonde verstand van de behandelaar aan wie het voorligt. Die moet het tenslotte toch zelf ‘uitpluizen’. Er is een ‘pluis-niet-pluis-theorie’ die bruikbaar is bij de beschouwing van het diagnostisch handelen als evidente causaliteit ontbreekt. Het betreft een in zekere mate geaccepteerde vorm van intuïtieve diagnostiek, waar ook inmiddels aardig wat jurisprudentie over voorhanden is. Wellicht kunnen we de analogie met de ethiek ook wel doorvoeren; (‘pluis’: ‘pluys’; in de oudhollandse betekenis van ‘zuiver’).

‘Ik vond het voldoende ‘pluis’, vandaar dat ik het deed; ik heb aanwijsbaar niet met de botte bijl gehakt; ik heb mijn kennis en ervaring gebruikt, mijn gedachten gescherpt en de onontwarbare knoop op een gegeven, urgent moment, in goed overleg, moedig en kordaat doorgehakt. Dat is in dit geval het professionele offer dat ik heb moeten brengen en ik kan dit handelen, zeker ook in het licht van de ethische aanschijn, naar iedereen verantwoorden’. Dat is het en niets meer en niets minder’.

Dr. Wolter Paans Lector Verpleegkundige Diagnostiek Hanzehogeschool, Groningen.

Gebruikte literatuur 1. Taylor, R.M. (2013), Ethical principles and concepts in medicine, Clin. Neurol. DOI: 10.1016/B978-0-44453501-6000001-9. 2. Kunstadter, P. (1980), Medical ethics in cross-cultural and multi-cultural perspectives, Soc. Sci. Med. Anthropol. DOI: 101016/01607987(80)90054-x. 3. Stacey, M. (1985), Medical ethics and medical practice: a social science view, Medical Ethics, DOI:10.1136/jme.11.1.14. 4. Rogers, W.A. (1997), A systematic review of empirical research into ethics in general practice, Br. J. Gen. Pract. 5. Johnston, C. et al. (2016), 100 Cases in Clinical Ethics and Law, CRCPress. 6. Christie, R.J., et al. (1987), Ethical decision making by Canadian family physicians, CMAJ, VOL 137, 11-15. 7. Wittgenstein, L. (1916), Notebooks 1914-1916, Tractatus Logico-philosophicus (second edition, 1984). 8. Seaver, G., (1947), Albert Schweitzer: The man and His Mind: p.366. Internet site: Ethische toolkit KNMG: https:// www.knmg.nl/advies-richtlijnen/ ethische-toolkit/start.htm

HuisartsenService

39


Deze pagina is alleen leesbaar in de printversie

HuisartsenService info@huisartsenservice.nl 033-2471177 www.huisartsenservice.nl


Door Instituut Verantwoord Medicijngebruik

Jaren geleden had ik een etentje met een groep Nederlanders en één Belgische dame. De avond was uitermate gezellig en na afloop gingen we allemaal naar de ober om ons eigen deel af te rekenen. Ik kan niet ontkennen dat ik dat nogal gênant vond met een Belg erbij; die deden immers niet zo moeilijk, daar betaalde gewoon iemand voor de hele groep. Tot ik de Belgische dame later nog eens sprak en ze me vertelde hoe prettig ze dit Nederlandse systeem vond. In België hield je een onuitgesproken schuld bij degene die betaalde, een schuld die op één of andere manier terugbetaald moest worden. In Nederland was je na die ene avond volkomen vrij in je keuze of er een vervolg kwam of niet.

Voorschrijven Terwijl de Nederlander maar al te graag zijn eigen restaurantrekening betaalt en zijn onafhankelijkheid behoudt, laat de Nederlandse voorschrijver zijn deskundigheidsbevordering graag betalen door de farmaceutische industrie. Iedere voorschrijver zal ter verdediging zeggen dat hij prima in staat is om de geboden informatie goed te wegen en een eigen, professionele afweging te maken en er is geen reden om daaraan te twijfelen. Maar er gebeurt ondertussen ook nog iets anders en dat weten farmamarketeers maar

al te goed. Met elke gratis folder, FTO-begeleiding, informatieset, hulpmiddel, nascholing of e-learningcursus die een voorschrijver krijgt, bouwt hij een beetje ‘schuld’ op bij de gratis gever. Subtiel en onuitgesproken. Die ‘schuld’ kan hij maar op één manier inlossen en dat is door het voorschrijven van een geneesmiddel van de fabrikant. Hoe hoger de gevoelde schuld, hoe vaker dit zal gebeuren. Tot de voorschrijver voor zichzelf weer een gevoel van evenwicht ervaart, maar dan ligt de uitnodiging voor de volgende interessante, gratis, nascholing alweer op de mat.

Onafhankelijk kader Als Instituut Verantwoord Medicijngebruik (IVM) merken we keer op keer hoe moeilijk het is om voorschrijvers te laten betalen voor farmaceutische nascholing. Terwijl we zoveel boeiende, relevante onderwerpen kunnen aanbieden en zouden willen aanbieden. Verpleegkundig specialisten, ook een groep met voorschrijfbevoegdheid, weten de weg naar ons intussen wel goed te vinden. Zijn zij nog niet gevonden door de farmaceutische industrie? Of realiseren ze zich simpelweg dat ze een onafhankelijk kader nodig hebben om de informatie van de farmamarketeers goed te kunnen wegen? Voorlopig zijn we bij het scholen van voorschrij-

Geneesmiddelen

Wat hebben nascholing en Belgische etiquette met elkaar gemeen?

vers nog flink afhankelijk van subsidies om de kosten te dekken. Hoe ironisch dat we daarmee juist ook die gratis nascholingen in stand houden. Met als enige verschil dat de subsidieverstrekker goede informatievoorziening centraal stelt en niet degene is die zijn producten wil verkopen.

Deskundigheidsbevordering Het IVM pleit al jaren voor een onafhankelijk nascholingsinstituut voor voorschrijvers als tegenhanger van de invloed van de farmaceutische industrie. Tot nu toe met weinig resultaat. Door de ervaringen in de corona-epidemie neemt de roep om minder marktwerking in de zorg toe. Hoe mooi zou het zijn als we over enkele jaren kunnen constateren dat deze roep ook zijn weerklank heeft gevonden als het gaat om deskundigheidsbevordering? Onze Belgische gast zal er blij mee zijn. Monique Dirven / Hoofd Scholing en advies Het IVM is een neutrale organisatie die de kwaliteit, veiligheid en betaalbaarheid van het geneesmiddelen- gebruik verbetert. Het IVM doet dat door beleid en wetenschap te vertalen naar praktische handvatten voor iedereen die in de dagelijkse praktijk met medicijnen te maken heeft.

HuisartsenService

41


Door PharmaPartners

Advertorial

Uitgelicht

Direct toegang tot patiëntgegevens in HiX-zorgverlenersportaal vanuit Medicom of Pharmacom Voor huisartsen en apotheken van MedZwolle is de koppeling tussen Chipsoft en PharmaPartners vrijdag 5 februari jongstleden werkelijkheid geworden. Ziekenhuis Isala en PharmaPartners tekenden toen een koppelovereenkomst SSO. Hierdoor krijgen de huisartsen en apotheken van MedZwolle direct toegang tot het HiX-zorgverlenersportaal van ziekenhuis Isala via een Single Sign On (SSO)-koppeling vanuit Medicom en Pharmacom. Wim Segers, voorzitter van de ICT-commissie Medrie Zwolle, noemt de ontwikkeling een voorbeeld in de samenwerking tussen eerste- en tweedelijnszorg: “We bakenen onze domeinen niet af, maar volgen de patiënt. We kijken hoe we de patiënt zo goed mogelijk kunnen helpen met alle beschikbare informatie.”

Waardevol contact met patiënt en betere samenwerking dankzij gegevensuitwisseling “De centrale gedachte is betere zorg voor de patiënt”, vertelt Albert Drouven, voorzitter Stichting MedZwolle. Informatie- en gegevensuitwisseling zijn cruciaal in het contact met de

druk op de knop toegang tot deze gegevens. Dat biedt veel gemak voor huisarts en patiënt. Je voorkomt zo onterechte doorverwijzingen en extra laboratoriumonderzoek.” Daarnaast versterkt de gegevensuitwisseling de samenwerking tussen zorgverleners in het leveren van hoge zorgkwaliteit. Zo vertelt Albert Drouven dat hij de koppeling tussen Chipsoft en PharmaPartners gebruikt bij vragen over de combinatie van verschillende geneesmiddelen. “Via de koppeling kunnen we stukken van de specialistenbrief lezen. Zo achterhaal je de gedachte achter de therapie en stel je onderbouwde vragen aan de juiste collega.”

Is de koppeling veilig? Veiligheid is ontzettend belangrijk in deze koppelovereenkomst. De SSO-koppeling voldoet aan alle veiligheids- en privacy-eisen. “Er is goed rekening gehouden met alle wet- en regelgeving. Dat was ook een voorwaarde van zowel PharmaPartners als Chipsoft”, vertelt Drouven, “De patiënttoestemming wordt aan de Isala-kant goed gecontroleerd, je komt als

‘Er is goed rekening gehouden met alle wet- en regelgeving. Dat was ook een voorwaarde van zowel PharmaPartners als Chipsoft’ patiënt. Segers: “Op het moment dat de patiënt voor je zit en hij geeft aan dat hij pas in het ziekenhuis is geweest, heb je meteen met één 42

HuisartsenService

zorgverlener met je UZI-pasrol in het HiX-zorgverlenersportaal en Chipsoft heeft daar rollen gedefinieerd voor wie wat wel of niet mag zien.”

Hoe kwam deze overeenkomst tot stand? “Credits gaan naar ziekenhuis Isala”, vertelt Albert Drouven, “Zij hebben zich echt hard gemaakt voor deze samenwerking. Het is nooit een discussie geweest of de koppeling er kwam. De discussie ging over ‘hoe?’.” “Er moet ruimte en goede aansturing zijn vanuit het ziekenhuis, maar ook bij de huisartsen en apothekers in de regio”, antwoordt Wim Segers. Volgens hem moeten huisartsen en apotheken regionaal goed georganiseerd zijn: “Een ziekenhuis zal deze overeenkomst niet zo snel aangaan als er tien verschillende HIS’en in haar adherentiegebied zitten. Het feit dat we ons georganiseerd hebben tot één sterke partij, maakt ook dat je vooruitgang kan boeken.” Elke regio is anders en kent zijn eigen behoeften aan informatie-uitwisseling. PharmaPartners gebruikt de landelijke standaarden om regionale gegevensuitwisseling mogelijk te maken en staat achter de landelijke programma’s die zich richten op gegevensuitwisseling. Aanvullend aan de landelijke standaarden voert PharmaPartners daarom een actief beleid van koppelen en integreren. Deze koppeling is daar een voorbeeld van. Het format voor deze koppelovereenkomst voldoet aan de veiligheidsen privacy-eisen en is goed formeel vastgelegd.

Hoe realiseer ik de koppeling met het ziekenhuis in mijn regio? Maar wat is dan voor u de volgende stap als u ook gebruik wilt maken van de koppeling tussen Chipsoft


‘Het feit dat we ons georganiseerd hebben tot één sterke partij, maakt ook dat je vooruitgang kan boeken’ en PharmaPartners? Zoals meneer Segers al eerder benoemde, is het belangrijk dat de apotheken en huisartsen in de regio goed georganiseerd zijn. Dat is stap één. Vervolgens moet het ziekenhuis deze koppeling ook willen. Drouven: “Start daarom met de partij die wil. Als het project gaat lopen, sluiten vanzelf

anderen aan.” Zorg hierna voor goede aansturing. Segers: “Je hebt te maken met softwareleveranciers, de directie van het ziekenhuis, techneuten, privacy-personen. We hadden dus een projectleider met genoeg zeggenschap vanuit het ziekenhuis nodig die het project wilde leiden.” Tijdens dit hele proces is wederzijds

vertrouwen tussen de verschillende, betrokken partijen het uitgangspunt. Of zoals Wim Segers zegt: “Als er vertrouwen is en de wil is er, dan kun je ervoor gaan.” Wilt u weten of deze koppelovereenkomst ook bij u in de regio mogelijk is? Neem dan contact op met Niek Westenberg via niek.westenberg@pharmapartners.nl of Linda Coomans linda.coomans@pharmapartners.nl. Zij kunnen u helpen te starten met realisatie van deze overeenkomst.

HuisartsenService

43


Deze pagina is alleen leesbaar in de printversie

HuisartsenService info@huisartsenservice.nl 033-2471177 www.huisartsenservice.nl


Door Frans-Joseph Sinjorgo

Dat het denken van Thomas Harris in zijn bestseller, Ik Ben O.K., Jij Bent O.K., vandaag de dag onze omgang tot elkaar bepaalt, stemt mij tot nadenken. Toen dit boek eind jaren 60 haar opwachting maakte leek onze samenleving in niets, op wat deze nu is. De grote maatschappelijke verschuivingen en veranderingen van die tijd smeekten om een psychologische survival kit. Hoe moeten wij ons als mens naar de nieuwe tijd toe, gaan gedragen? De belangrijkste les uit, Ik Ben O.K., Jij Bent O.K. is dat wij ons nooit mogen verschuilen achter het leed van ons verleden. Alles wat wij in het verleden hebben meegemaakt, kan een prikkel zijn om het verleden te projecteren op het nu. Het belangrijkste devies; de lessen uit het verleden moet je niet wegpoetsen, maar toetsen! Neem altijd je eigen verantwoordelijkheid, alleen wanneer je dat doet, komt het goed!

ëerd waar Orson Welles zich aan zou verkneukelen. Een maatschappij waarin de macht geen tegenmacht duld, de kloof tussen arm en rijk groeit en het broodnodige vertrouwen (in elkaar) vaak ver te zoeken is. Onder geen beding wil ik nu met een beschuldigende vinger naar een verantwoordelijk politiek spectrum wijzen. Ik geloof namelijk dat wij ons simpel aan het ‘Ik Ben O.K. Jij Bent O.K.’ gedachtegoed vertillen. Wij allen zijn namelijk zelf verantwoordelijk! Het nemen van eigen verantwoordelijkheid en het egoïstisch gaan voor eigenbelang worden constant met elkaar verward. Precies op dit punt ontstaat ook een ethisch dilemma dat in mijn ogen zijn weerga niet kent. Nergens is de confrontatie met dit dilemma namelijk zo groot als in de door marktwerking compleet uitgeklede zorg. Wanneer ik een zichzelf verrijkende bestuurder in de zorg hoor zeggen dat zijn winstuitkering en topsalaris in lijn ligt met dat wat maatschappelijk normaal is, denk ik ‘ga je mond spoelen en was je handen niet in onschuld!’ Een onethische zorgbestuurder kan en mag vanuit zijn ivoren toren immers nooit richting zijn organisatie zeggen, ‘Ik ben ethisch, jij bent ethisch!’.

‘Het belangrijkste devies; de lessen uit het verleden moet je niet wegpoetsen, maar toetsen!’

Dat het denken van Harris na een halve eeuw diep in onze samenleving zit verankerd is zonneklaar. Wij zijn opgevoed met het idee dat het nemen van eigen verantwoordelijkheid bepalend is voor het persoonlijk geluk en welzijn en dat ‘the sky, the limit is’! Dat het gedachtegoed van Harris echter ook een rafelige kant heeft, wordt in deze tijd mijns inziens pijnlijk duidelijk. Los van het feit, dat ik soms mijn eigen kinderen in hun maatschappelijke dadendrang niet meer kan volgen, zien wij een samenleving ontstaan waarin het verschil tussen eigenbelang en eigen verantwoordelijkheid flinterdun is geworden. Ik maak mij hier zorgen over! De maatschappij is individualistischer, egocentrischer en harder dan ooit. We hebben een maatschappij gecre-

‘Ik niet O.K., jullie zijn wel O.K.!’ zegt dan veel meer iets over het nemen van eigen verantwoordelijkheid en het loslaten van eigenbelang. Helaas heb ik dat nog geen enkele zichzelf verrijkende bestuurder in de zorg horen zeggen! Frans-Joseph Sinjorgo (24-01-‘59) treedt regelmatig op als dagvoorzitter tijdens diverse eerstelijnszorgbijeenkomsten en congressen. Momenteel is hij ook actief op het terrein van drug rediscovery.

HuisartsenService

45

Column

Ik ben ethisch, jij bent ethisch?


Deze advertentie is alleen leesbaar in de printversie

Webinar on demand HuisartsenService GLP-1-gebaseerde therapie in de behandeling van diabetes type 2. Geaccrediteerd |Huisarts 1 punt POH 2 punten

info@huisartsenservice.nl

Streeft u ook naar een gelijkwaardig kennisniveau en een juiste afstemming in uw huis- artsenpraktijk? Volg deze gratis diabetes webinar on demand dan samen met uw POH.

033-2471177

www.huisarts-nascholing.nl

HuisartsenService

www.huisartsenservice.nl

Deze advertentie is alleen leesbaar in de printversie

Deze advertentie is alleen leesbaar in de printversie

HuisartsenService

HuisartsenService

info@huisartsenservice.nl

info@huisartsenservice.nl

033-2471177

033-2471177

www.huisartsenservice.nl

www.huisartsenservice.nl


Deze pagina is alleen leesbaar in de printversie

HuisartsenService info@huisartsenservice.nl 033-2471177 www.huisartsenservice.nl