Page 1

de gezondheidsdienst voor dieren

Nieuws en mededelingen EHV: welke testen kunt u aanvragen?

Deze pagina’s zijn een bijdrage van De Gezondheidsdienst voor Dieren Postbus 9 7400 AA Deventer T. 0900-1770 E. redactie@gddeventer.com www. gddeventer.com Redactie: Bram van Schaik (dierenarts paard), Kees van Maanen (deskundige infectieziekten paard), Emiel Schiphorst (marktmanager paard), Eva Onis (redacteur), Petra Reijnen (relatiebeheer dierenartspraktijken), Ria Huijben (adviseur Marketing & Communicatie). Eindredactie: Margriet Brus, Klinkers communicatie. Uw suggesties voor het katern zijn welkom via redactie@gddeventer.com.

De GD krijgt regelmatig de vraag welke onderzoeken er precies gedaan kunnen worden naar Rhino en wat er dan aangevraagd moet worden. Rhino komt bij veel paarden voor: 90% van de paarden in Nederland heeft afweerstoffen tegen EHV4 en 30% tegen EHV1. Een enkelvoudig s­eropositief monster zegt dus niet zoveel. Daarom zijn er verschillende testen aan te vragen: (Elisa) screening: typespecifieke afweerstoffen tegen EHV1 of EHV4. Er is geen kruisreactiviteit. Het zegt bijvoorbeeld slechts of er wel/geen ­afweerstoffen tegen EHV1 aanwezig zijn. Het geeft geen titer. P477 VNT: Virus Neutralisatie Test. Geeft de titers tegen EHV1 en EHV4. Er is kruisreactiviteit! Deze bepaling is nuttig voor het bepalen en vergelijken van seroconversie of significante titerstijging tegen beide virussen. Hiervoor dient u een tweede keer (drie weken later) bloed te nemen en P477 aan te vragen. Een viervoudige titerstijging of meer geeft een sterke aanwijzing voor een recente infectie door de desbetreffende stam. QEHV1: Virus Neutralisatie Test. Deze test kunt u gebruiken voor het aantonen van specifiek ­seroconversie voor alleen EHV1. Als u een bloedmonster instuurt en QEHV1 aankruist, krijgt u de specifieke titer tegen EHV1. Voor het vaststellen van seroconversie of significante titerstijging is drie weken later weer een tweede monster en een tweede QEHV1 nodig. QEHV4: hetzelfde verhaal, maar dan voor EHV4.

W914A-C: EHV1/4 PCR: aantonen van het virus (de PCR maakt direct onderscheid tussen EHV1 en EHV4) in een neusswab of EDTA-bloedmonster. Let op: voor bloed is dit alleen zinvol voor EHV1, ­aangezien normaliter alleen EHV1 een viraemie veroorzaakt! EHV1 Abortuspakket: combinatie van EHV1 PCR op een longaspiratiebiopt van de geaborteerde foetus en EHV1 PCR op vaginaalswab van de merrie; afgenomen binnen twee dagen na de abortus. Geeft betrouwbare informatie of EHV1 de oorzaak van abortus is. De combinatie kan ook aangevraagd worden voor EHV4, maar ligt minder voor de hand omdat EHV4 slechts verantwoordelijk is voor één of enkele procenten van de herpesvirus-abortussen. Sectie: bij sectie op foetus en placenta wordt de diagnose EHV1 gesteld via microscopisch onderzoek met een IHC. Sectie van het veulen blijft de gouden standaard omdat ook andere oorzaken van abortus kunnen worden aangetoond.

FD en GD winnen TvD-jaarprijs Op 4 oktober is tijdens het congres van de KNMvD de jaarprijs voor het beste wetenschappelijke artikel in het Tijdschrift voor Diergeneeskunde uitgereikt. Deze prijs is gevallen op een artikel dat door de faculteit Diergeneeskunde en de GD gezamenlijk is geschreven: The seroprevalence of Lawsonia intracellularis on horses in the Netherlands (door L.C. Kranenburg, H.E. van Ree, A.N. Calis, M. de Pater, G.J. Buter, C. van Maanen en M.M. Sloet van Oldruitenborgh-Oosterbaan). Het artikel is onder andere geselecteerd op basis van de criteria leesbaarheid, actualiteit, wetenschappelijk belang en invloed op de diergeneeskunde en diergezondheid.

37 HO6 / 2012


de gezondheidsdienst voor dieren

Tekst: Dr. Kees van Maanen, viroloog GD

Volksgezondheidsrisico’s in de paardenhouderij

Zoönosen bij paarden

Zoönosen zijn infectieziekten die van dieren op mensen overgebracht kunnen worden. Voorbeelden daarvan zijn de ziekte van Lyme, spoelwormen, hondsdolheid en het West Nijl Virus. De ziekten komen voor bij huisdieren, boerderijdieren, wilde dieren en plaagdieren, zoals muizen en ratten. Mensen komen voortdurend in aanraking met de ziekten van dieren. Deze ziekten verspreiden zich namelijk ook via de omgeving, bijvoorbeeld via de zandbak, het water, de lucht, ­insectenbeten of voeding.

Vectoroverdraagbaar Bloedzuigende insecten en teken kunnen ziektekiemen overbrengen tussen mensen, dieren en tussen mens en dier. Ziekten die door insecten overgedragen worden heten vectoroverdraagbaar. Malaria is daarvan een voorbeeld. Bij vectorovergedragen zoönosen, ziekten die onder andere via insecten van (huis)dieren op mensen kunnen overgaan, is het plaatje ingewikkeld. Daarbij spelen (in het wild levende) gewervelde dieren een belangrijke rol in de epidemiologie van de ziekte. Zoönosen bij paarden Van oudsher is er veel contact tussen mensen en paarden. Lang niet altijd worden daarbij hygiënische voorzorgsmaatregelen in acht genomen. Daarom is nader onderzoek naar het voorkomen van zoönosen in de Nederlandse paardenhouderij van belang. Daarbij valt te denken aan ziektekiemen die via de ontlasting worden uitgescheiden zoals salmonellabacteriën, maar ook aan ziektekiemen die zich in paarden kunnen vermenigvuldigen en vervolgens door insecten of via de lucht worden overgedragen op de mens. Zo is er op dit moment in Australië veel te doen

Oost-Azië en sommige delen van Europa. Er zijn twee verschillende soorten van het virus: lijn 1 en lijn 2. Vogels zijn het reservoir en mensen en paarden zijn zogenaamde eindgastheren. Dat betekent dat zowel mensen als paarden het virus niet verder kunnen verspreiden. Bij mensen leidt circa 10% van de infecties tot klachten, de rest verloopt ongemerkt. De meeste besmette paarden laten alleen een beetje koorts, lusteloosheid en gebrek aan eetlust zien. Globaal 10% van de besmette paarden zal echter ook zenuwverschijnselen laten zien, die kunnen variëren van spiertrillingen tot spierzwakte, gebrekkige coördinatie, verlammingen en veranderd gedrag.

DR. Kees van Maanen, viroloog GD

over het Hendravirus dat van paard op mens overgedragen kan worden. In Zuid- en MiddenAmerika komt het Venezuelan Equine Encephalitis virus voor, dat door insecten van paarden op mensen overgedragen kan worden. Ook zijn er ziektekiemen zoals het West Nijl Virus, waarvan paarden en mensen allebei ziek kunnen worden, maar waarbij het paard geen rol in de directe overdracht op de mens speelt.

Verspreiding WNV is voor het eerst geïsoleerd in 1937 bij een vrouw met koorts in Oeganda. In 1996 was er een grote uitbraak in Roemenië (rond Boekarest). Nadat het virus in 1999 de Verenigde Staten was binnengekomen, verspreidde het zich in vijf jaar tijd over heel Noord- en Centraal-Amerika. De snelle verspreiding van WNV over Amerika wekt de verwachting dat een dergelijk scenario ook in Europa kan optreden. In november 2008 werd WNV lijn 1 voor het

West Nijl Virus Het West Nijl Virus (WNV) is een door muggen overgebracht virus dat al decennia voorkomt in Afrika, 38

HO6 / 2012

eerst ook in Noord-Italië en Oostenrijk bij paarden en mensen aangetoond. In 2004 werd WNV lijn 2, die daarvoor alleen in Afrika voorkwam, in Hongarije aangetoond. Deze lijn veroorzaakte vanaf 2008 ook ziektegevallen bij mensen en paarden. In de zomer en herfst van 2010 werd Griekenland getroffen door een grote WNV lijn 2-uitbraak. Er werden 191 mensen met zenuwverschijnselen opgenomen, waarvan er 32 overleden. Ook werden paarden met zenuwverschijnselen gevonden. Dit jaar zijn er in Europa en omringende landen al respectievelijk 235 en 575 humane gevallen gerapporteerd, terwijl Amerika na een aantal “rustige” jaren weer een enorme toename van WNVpatënten (zowel mensen als paarden) heeft gezien. Daar werden in de afgelopen 10 jaar door het grote aantal infecties tienduizenden paarden ziek. Ook kregen 1.200 mensen zenuwverschijnselen; 120 overleden er. Niet bestrijdingsplichtig West Nijl Virus is niet bestrijdingsplichtig, omdat het paard (en de mens) eindgastheren zijn. Dit betekent dat de vermeerdering van het virus in deze gastheren zo gering is dat muggen zichzelf niet kunnen besmetten als ze prikken


de gezondheidsdienst voor dieren om bloed te zuigen. Daarom is er dus geen Europese regelgeving voor de bestrijding van WNV. Voor de volksgezondheid is het echter van groot belang dat een eventuele introductie van WNV in Nederland zo snel mogelijk ontdekt wordt. WNV bij paarden is namelijk een indicatie dat ook mensen risico lopen. De GD houdt de situatie in het buitenland nauwlettend in de gaten, zodat er indien nodig ingegrepen kan worden. Bij twijfel over een WNVbesmetting kan er altijd bloed voor onderzoek ingestuurd worden naar de GD. Preventie Inmiddels zijn er twee verschillende WNV-vaccins voor paarden geregistreerd in Nederland. Het is in ieder geval verstandig paarden die naar internationale wedstrijden gaan te laten inenten. Daarnaast kunnen uiteraard ook andere eigenaren ervoor kiezen hun paard te beschermen tegen WNV-infecties, niemand weet immers of en wanneer het virus ook Nederland bereikt. De basisvaccinatie bestaat uit twee injecties en moet al in het voorjaar plaatsvinden om tijdig bescherming te kunnen bieden. Daarna moet de vaccinatie jaarlijks herhaald worden. Daarnaast kunnen er uiteraard andere preventieve maatregelen genomen worden om de kans op besmetting te verminderen. Hierbij valt te denken aan het opruimen van alle bronnen van stilstaand water waarin muggen graag broeden, zoals verstopte dakgoten, vijvertjes of autobanden met water. Ook opstallen, met name tussen schemering en zonsopgang, kan preventief werken en verder het gebruik van dekens en insectenbestrijding. ■

Bij contact tussen mensen en dieren worden lang niet altijd hygiënische voorzorgsmaatregelen in acht genomen

Gezamenlijke aanpak De afgelopen jaren waren er verschillende uitbraken van ziekten die van dier op mens overgedragen werden. Voorbeelden zijn Q-koorts, vogelgriep en vee-MRSA. Om dit soort uitbraken efficiënt aan te kunnen pakken, moeten humane en veterinaire partijen intensief samenwerken. Daarom is er onlangs een convenant gesloten tussen de Nederlandse Voedsel en Waren Autoriteit (NVWA), GGD Nederland, de Gezondheidsdienst voor Dieren (GD) en het RIVM. Daarin is bekrachtigd op welke manier deze partijen in de toekomst samen willen werken om de bestrijding van zoönosen efficiënt aan te pakken.

39 HO6 / 2012


de gezondheidsdienst voor dieren

Tekst: Margriet Brus, Klinkers communicatie

Onderzoek naar PPID nu gemakkelijker

“Je kunt PPID niet altijd herkennen aan een ­krullerige vacht” PPID is een aandoening die bij paarden en pony’s ernstige en minder ernstige problemen kan opleveren. De ziekte is niet te voorkomen maar wel te behandelen. Daarvoor moet echter wel eerst een diagnose worden gesteld. Dr. Ellen de Graaf-Roelfsema is specialist-internist voor paarden en onderzoeker op de faculteit Diergeneeskunde. Zij vertelt over PPID, de mogelijkheden om een diagnose te stellen en de behandeling.

Kunt u kort uitleggen wat PPID inhoudt? “Bij PPID worden in een bepaald deel van de hersenen, het zogenoemde hersenaanhangsel, te veel hormonen, waaronder ACTH, aangemaakt. Dit komt omdat de stof die normaalgesproken de hormoonaanmaak remt, niet voldoende wordt geproduceerd. Het teveel aan hormonen zorgt voor bepaalde verschijnselen zoals een krullerige lange vacht en vetophoping. Uit studies in Australië en Groot Brittannië is gebleken dat 20 tot 22% van de paarden boven de 15 jaar PPID heeft. Ook jongere dieren kunnen het soms krijgen.” (zie ook het kader ‘Wat is PPID?’) De symptomen klinken niet zo ernstig. “Een lange, krullerige vacht of vetophoping is vervelend, maar inderdaad niet heel ernstig. Er kunnen echter ook andere klachten ontstaan zoals hoefbevangenheid en suikerziekte. Dat is wel ernstig. Ook kan PPID soms epilepsie en flauwtes veroorzaken. Daarnaast hebben paarden of pony’s met PPID een verminderde weerstand.

Dr. Ellen de Graaf-Roelfsema

Ze krijgen dan bijvoorbeeld kiesproblemen of voorhoofdsholteontsteking of merries worden niet meer drachtig.”

er minder hormonen aangemaakt worden. Dat is dan dus wel een behandeling die het verdere leven moet worden volgehouden.”

Is PPID te behandelen? “We kunnen het behandelen door een ziek dier een medicijn te geven waarin de remmende stof zit, zodat

Kun je PPID voorkomen? “Nee, het is niet te voorkomen, wel te behandelen. Behandelen om de ziekte stop te zetten, kan echter 40

HO6 / 2012

niet. Gelukkig helpt het medicijn bij 75% van de dieren heel goed. De rest van de dieren reageert langzaam of helemaal niet op een behandeling.” Is PPID een nieuwe ziekte? “De ziekte is al heel lang bekend, maar recent zijn er nieuwe onder-


de gezondheidsdienst voor dieren en paarden met PPID het duidelijkst. Zeker voor de twijfelgevallen is dit het beste moment. Als je dieren gaat behandelen en je wilt met de ACTH-test nagaan of de behandeling aanslaat, dan moet je die seizoensinvloed ook goed in je achterhoofd houden: niet de ene keer in het voorjaar en de andere keer in het najaar testen.”

zoeksresultaten naar buiten gekomen. Ook is er sinds kort een voor paarden en pony’s geregistreerd middel tegen PPID. De toenemende aandacht voor PPID heeft verder te maken met het feit dat steeds meer mensen hun paarden veel langer houden, ook als ze niet meer kunnen werken. Daardoor zijn er veel meer oude paarden.” Wat zijn de mogelijkheden om PPID middels onderzoek op te sporen? “Er is een ACTH-test. Het Universitair Veterinair Diagnostisch Laboratorium in Utrecht doet deze bepaling al jarenlang. Dat was altijd een lastige test, want het bloedmonster moest binnen 5 minuten in het laboratorium zijn. Het onderzoek kon dus alleen uitgevoerd worden als het paard naar de universiteitskliniek voor paarden werd gebracht. Inmiddels weten we dankzij onderzoek dat een bloedmonster voor de ACTH-test langer houdbaar is dan we dachten. Als het monster direct gekoeld of afgedraaid wordt, kan het opgestuurd worden. Je verliest wel iets van de kwaliteit van het monster, maar niet veel. Daarom kan de Gezondheidsdienst voor Dieren de test nu ook aanbieden. Je hoeft maar een bloedje te nemen en dat is het, voorheen was het veel meer werk. Bovendien is de test betrouwbaar.”

Zijn er nog meer nieuwe inzichten omtrent PPID? “Een andere belangrijke recente onderzoeksbevinding is de seizoensvariatie. De ACTH-test kan

het hele jaar worden uitgevoerd, maar augustus tot oktober zijn de ideale maanden want dan zijn de ACTH-waardes het hoogste en het verschil tussen gezonde paarden

Wat is het belangrijkste dat u nog over PPID wilt zeggen? “Veel mensen denken dat het klassieke beeld van PPID is: een krullerige vacht en vetophoping boven de ogen, daar waar bij oudere paarden meestal een kuiltje zit. Maar dan hoef je dus ook niet meer te testen. Je wilt juist de paarden opsporen die nog geen duidelijke symptomen hebben. Bijvoorbeeld paarden met vruchtbaarheidsproblemen of een voorhoofdsholteontsteking. Ik denk dat PPID in Nederland meer voorkomt dan wij nu denken. Er komt meer aandacht voor, dus zal er vaker onderzocht worden en dan komen we het dus ook vaker op het spoor. Testen op PPID voorkomt dat de diagnose wordt gemist en dat er wordt doorgetobd met hoefbevangenheid of onverklaarbare ontstekingen. Belangrijkste is dus te onthouden dat je paarden met PPID niet altijd direct kunt herkennen aan een krullerige vacht!” ■

Wat is PPID? PPID staat voor Pituitary Pars Intermedia Dysfunction (disfunctioneren van het middenstukje van de hypofyse). De ziekte werd vroeger Ziekte van Cushing genoemd, maar nu we veel meer van de achtergronden weten blijkt deze naam niet juist. Kort gezegd is PPID een storing in de hormoonafgifte bij een paard. De hypofyse, een hersenaanhangsel net onder de hersenen, bestaat uit vier delen. Een van die delen geeft te veel hormonen af bij paarden met PPID. Een ander deel van de hersenen, de hypothalamus, maakt een stof aan die de aanmaak van deze hormonen weer afremt. Bij PPID wordt er niet genoeg van die remmende stof geproduceerd en worden er dus te veel hormonen aangemaakt. Een van die hormonen is ACTH en dat is de stof die opgespoord kan worden met bloedonderzoek. PPID veroorzaakt symptomen zoals vetophoping en een te lange wintervacht, maar ook ernstigere verschijnselen als hoefbevangenheid. Naar schatting heeft 20% van de paarden ouder dan 15 jaar PPID.

41 HO6 / 2012


de gezondheidsdienst voor dieren

nieuws en mededelingen Pas op voor bevroren bloedmonsters

Cursusdata gewijzigd

De winter komt eraan: vrieskou is dan mogelijk. Leuk om te schaatsen, maar funest voor bloedmonsters! Zodra bloedmonsters bevroren zijn, is onderzoek niet meer mogelijk. De rode bloedcellen gaan kapot en daardoor is het niet meer mogelijk om bepalingen in het bloed uit te voeren. Laat monsters daarom niet in de kou staan, dus ook niet in brievenbussen of postbussen aan buitenmuren. Isolatiemateriaal werkt maar beperkt: wanneer monsters de hele dag (of nacht) in vrieskou staan, helpt ook een gewatteerde envelop niet veel. Zijn er geen mogelijkheden om het bloedmonster te beschermen tegen de kou, dan kan het beste het bloed worden gecentrifugeerd zodat het serum (of plasma) kan worden afgehaald van de bloedcellen. Serum of plasma kan wel tegen bevriezen.

Zoals in de vorige Hippische Ondernemer werd vermeld, biedt de GD binnenkort weer een aantal interessante cursussen voor paardenpractici aan. De genoemde cursusdata zijn echter gewijzigd: Praktische Cursus Toxicologie (€275 p.p.): 10 januari 2013 Deze cursus vindt plaats naar aanleiding van vragen over ­vergiftigingen van paarden het afgelopen jaar. De cursus wordt verzorgd door dr. Guillaume Counotte en dr. Jet Mars en heeft een praktische insteek met tips over drinkwatersystemen, het baggeren van sloten en grazen naast luchtwassers. Interpretatie Bloed Infectieziekten (€295 p.p.): 29 januari 2013 Tijdens deze cursus worden vragen besproken als: wat komt er bij de interpretatie van een PRC of een ELISA kijken? Hoe hard is een uitslag? Wat kan er fout gaan met monsters nemen en welke invloed heeft dat op mijn uitslag? Dr. Kees van Maanen en dr. Marianne Sloet verzorgen de cursus aan de hand van praktische casussen. Interpretatie Bloed Klinische Chemie (€275 p.p.): 20 februari 2013 Tijdens de cursus Interpretatie Bloed Klinische Chemie wordt op één dag een deel theorie behandeld én een aantal door uzelf aan te reiken casussen besproken. Drs. Mathijs Theelen van de FD en dr. Guillaume Counotte geven deze cursus.

Vereenvoudiging labbepalingen ­toxicologie en BO Recent is op verzoek van dierenartsen een aantal labbepalingen vereenvoudigd. Toxicologie is beperkt tot giftige planten, alkaloïden en screening mycotoxines. Hetzelfde geldt voor de uitsplitsing van bacteriologisch onderzoek. Hiervoor zijn P008 Algemeen bacteriologisch onderzoek faeces en W868B Algemeen bacteriologisch onderzoek in de plaats gekomen. Op verzoek kunnen de gevoeligheidsbepaling, schimmels en gisten worden aangekruist op het inzendformulier. De overige bepalingen toxicologie en BO uterus paard en BO faeces paard vervallen hiermee. Het nieuwe inzendformulier voor monster is online beschikbaar via gddeventer.com/paard.

Alle cursussen vinden plaats bij de GD in Deventer van 16.00 tot 21.00 uur en worden ter accreditatie aangeboden. Aanmelden kan via uw relatiebeheerder, DAP Contact of telefonisch: 0900-1770. Bij afname van drie cursussen per praktijk krijgt u €50 euro korting op het totaalbedrag. Kijk voor meer informatie op www.gddeventer.com/Paard > voor dierenartsen.

ACTH-test voor PPID bij paarden De meest eenvoudige methode om PPID aan te tonen of om te controleren of een behandeling tegen PPID werkt, is met de enkelvoudige directe bepaling van ACTH in het bloed. Dat werd tot nu toe niet gedaan omdat men dacht dat ACTH in het bloed van paarden onvoldoende stabiel is. Recente literatuur laat echter zien dat ACTH een betrouwbare parameter is. De referentiewaarden zijn afhankelijk van het seizoen: van november tot juli is de bovengrens 6,7 pmol/l (=29pg/ml), terwijl in de periode augustus tot oktober de waarden iets hoger liggen (tot 10,5 pmol/l = 47 pg/ml) bij gezonde paarden. De bepaling kan alleen worden uitgevoerd in plasma van EDTA-bloed (buis met paarse dop). Het is belangrijk binnen 3 uur het monster te koelen om vervolgens voor verzending plasma af te pipetteren in een gewone buis zonder stollingsmiddel (na centrifugeren of laten uitzakken). De plasmabuis vervolgens met TNT Innight met een koelelement verzenden naar de GD. Het monster hoeft dus niet meer ingevroren te worden!

42 HO6 / 2012

GD Paard december 2012  

GD Magazine

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you