Page 1

De Gezondheidsdienst voor Dieren NIEUWSBRIEF VOOR PRACTICI • JAARGANG 19 • JULI 2013

07

Via verschillende kanalen zijn signalen binnengekomen dat op pluimveebedrijven in Duitsland, Polen en Italië naast de problemen met o.a. de laagpathogene H7-variant van aviaire influenza (AI) er ook besmettingen zijn met het laagpathogene H9N2-influenzavirus. Het betreft vooral bedrijven in landkreis Cloppenburg in Duitsland, een gebied zuidelijk hiervan en een gebied in West-Polen. Volgens de meldingen zou het gaan om een groot aantal besmette kalkoenkoppels (er wordt gesproken van meer dan 100 koppels, echter het is onduidelijk of de andere pluimveesectoren even intensief gemonitord worden als de kalkoensector). Geïnfecteerde dieren vertonen slechts beperkte klinische verschijnselen, tenzij er tevens secundaire of co-infecties zijn; dan is er sprake van verhoogde uitval, verminderde groei en afkeuringen op de slachterij. Op enkele vleesvermeerderingsbedrijven zou sprake zijn van productiedalingen tot 30%. Er zijn sterke indicaties dat verspreiding mogelijk plaatsvindt via transporten van dieren. Aangezien bedrijven die besmet zijn met H9N2 niet worden geruimd, blijven deze

bedrijven langere tijd een bron van besmetting voor andere bedrijven. Doordat de Duitse, Italiaans en Poolse autoriteiten de besmettingen niet bekendmaken (ze hebben officieel deze verplichting ook niet), is er geen goed overzicht waar de gevallen met H9N2-infecties zich op dit moment voordoen. Betrokkenen in Duitsland hebben de vrees uitgesproken dat er nu reeds sprake is van een endemische situatie. In Duitsland en Italië wordt op het ogenblik al gevaccineerd tegen H9 om de problemen de kop in te drukken. Vanwege bovenstaande en de nauwe contacten tussen de Nederlandse, Duitse, Poolse en Italiaanse pluimveesector wordt opgeroepen tot extra waakzaamheid. Drs. Merlijn Kense, pluimveedierenarts

CCN bij opgroeiende lammeren In de afgelopen periode is de diagnose cerebrocorticale necrose (CCN) meerdere malen bij opgroeiende lammeren gesteld. CCN, ook wel hersenschorsversterf genoemd, is een met uitvalsverschijnselen gepaard gaande, acuut verlopende, niet besmettelijke aandoening van het centrale zenuwstelsel. Aangedane lammeren kunnen sloom en suf zijn, nerveuze verschijnselen en afwijkend gedrag vertonen, ook kan het gezichtsvermogen zijn aangetast. In veel gevallen wordt diarree gezien voordat de neurologische verschijnselen optreden. CCN komt vooral voor bij opgroeiende lammeren, maar kan op alle leeftijden optreden. De oorzaak van CCN is niet altijd duidelijk. Er is een verband gelegd met een tekort aan vitamine B1 (Thiamine). Vitamine B1 wordt normaal gesproken in de pens aangemaakt en is nodig voor

Veterinair

Uitbraken laagpathogene influenza H9 in Duitsland, Italië en Polen

de koolhydraatstofwisseling. Pens verzuring door opname van onvoldoende ruwvoer, volop krachtvoer, koolhydraatrijk rantsoen en stoffen die de aanmaak van vitamine B1 tegengaan, kunnen de oorzaak zijn van onvoldoende aanmaak. Daarnaast kan CCN optreden bij een tekort van vitamine B12. De behandeling bestaat uit het toedienen van vitamine B1 en het aanpassen van het rantsoen. Drs. René van den Brom, dierenarts kleine herkauwers

Nieuw op www.gddeventer.com:

- Flyer monitoring: de flyer ‘Hoofdpunten Monitoring Rundergezondheidszorg eerste kwartaal 2013’ staat nu online. - Stand van zaken BVD type 2: actuele ontwikkelingen rond BVD type 2 vindt u onder rund->voor dierenarts. GD Veterinair | juli 2013 |

1


Deborah Smits Rundveedierenarts

Longworminfecties bij melkvee Volgende maand wordt bij een grote groep melkveehouders de tankmelk weer onderzocht op afweerstoffen tegen longwormen. De uitslag kan veel inzicht geven in het nut en de noodzaak van de aanpak van infecties.

Even voorstellen Mijn naam is Debora Smits en ik ben sinds begin juni werkzaam bij de GD. Hier zal ik me voornamelijk bezighouden met diverse projecten en het uitvoeren van de bijbehorende bedrijfsbezoeken. Ik ben in 1999 afgestudeerd als dierenarts landbouwhuisdieren. Na ruim twee jaar bij de faculteit te hebben gewerkt ben ik aan het werk gegaan als rundveedierenarts in de praktijk. Nu krijg ik de kans om mijn praktijkwerkzaamheden te combineren met mijn nieuwe werkzaamheden bij de GD, wat ik een hele leuke combinatie vind van toch net iets verschillende invalshoeken van ons vak. Het eerste project waar ik me binnen de GD mee bezig zal houden is het verwerpersonderzoek dat recent van start is gegaan. In de GD Veterinair van mei kon u hier al het een en ander over lezen. Protocollen rondom de diagnostiek en aanpak van verwerpersproblemen worden op een aantal bedrijven getoetst en waar nodig aangepast. Doel is een werkwijze te ontwikkelen waarbij veehouders en dierenartsen ondersteund worden in de aanpak van verwerpersproblemen. Een leuke uitdaging om hier aan mee te werken!

Melkveehouders die deelnemen aan het onderzoek GD Tankmelk Worminfecties krijgen twee keer per jaar (in augustus en oktober) een uitslag met betrekking tot de aanwezigheid van afweerstoffen tegen longwormen in de tankmelk. De specificiteit van deze test is zeer hoog, dus de uitslag ‘veel afweerstoffen aangetoond’ wijst altijd op longworm. Als vervolgonderzoek voor een longworminfectie wordt geadviseerd om van minimaal 5 dieren een serummonster in te sturen. Uw rol als dierenarts is van belang bij de interpretatie van de tankmelkuitslag en bij de door de veehouder te nemen vervolgstappen in het nieuwe weideseizoen (vaccinatie van de juiste diergroepen en boostering). Om nog beter inzicht te krijgen in het verloop van longworminfecties op bedrijven onderzoekt de GD momenteel van honderd bedrijven maandelijks de tankmelk op afweerstoffen tegen longworm. Dit naar aanleiding van een recent uitgevoerd onderzoek (in samenwerking met de Faculteit Diergeneeskunde) waaruit blijkt dat op bedrijven met klinische uitbraken het percentage dieren met een ongunstige uitslag voor longworm zeer wisselend is. Ook is afgelopen winter door de GD onderzoek gedaan naar het effect van bedrijfsomstandigheden en managementmaatregelen op afweerstoffen tegen longwormen in tankmelk. De resultaten van beide onderzoeken zullen dit jaar bekend worden. Aanmelden voor GD Tankmelk Worminfecties kan voor 1 augustus via www.gddeventer.com/tankmelkworminfecties of 0900-1770 (optie 1). Behalve op afweerstoffen tegen longworm wordt de tankmelk in het najaar ook getest op afweerstoffen tegen leverbot en maagdarmwormen. U en uw veehouder ontvangen een overzichtelijke totaaluitslag van het gecombineerde wormonderzoek. Deelnemers aan het tankmelkonderzoek krijgen 25% korting op vervolgonderzoek van individuele dieren. Dr. Menno Holzhauer, specialist rundergezondheidszorg

Dood na keizersnede door losgelaten eindknoop Bij de afdeling pathologie van de GD worden elke week wel enkele koeien aangeboden voor sectie die zijn doodgegaan na een eerder uitgevoerde keizersnede. Meer dan een kwart van deze koeien is doodgegaan aan een peritonitis als gevolg van lekkage uit de baarmoeder doordat de uteruswond open is gaan staan vanwege het losschieten van de hechtdraad uit de eindknoop. In dit kader is het goed om nog eens te wijzen op een artikel van collega S. Th. L. J. Hijlkema dat onder de titel “Zit er bij u ook wel eens een knoopje los” is verschenen in het Tijdschrift voor Diergeneeskunde (1994, nummer 119, pagina 267). In zijn bijdrage beveelt Hijlkema aan de eindknoop van de uterushechting op een andere, zodanige manier uit te voeren dat deze niet los kan schieten. In de hoop het aantal “losse-knoop-gevallen” terug te dringen volgt onderstaand integraal de in het artikel aanbevolen knoopmethode: “Uitgaande van hetzelfde uitgangspunt, dus een lus en een vrij uiteinde, wordt een lus van het vrije uiteinde door de reeds aanwezige lus gehaald en goed aangetrokken. Deze handeling wordt nog twee keer herhaald en de “knoop” zit vanuit de baarmoeder gezien muurvast. Vervolgens wordt het losse uiteinde in

2


European Symposium on Pig Health Management 2012 Van 22 tot 24 mei vond het jaarlijkse symposium plaats van het European College for Pig Health Management (ECPHM) in de zonnige Schotse hoofdstad Edinburgh. Deze keer in samenwerking met de jubilerende British Pig Veterinarian Society (BPVS). Gemeten naar het aantal varkens per land, waren de Britten prominent vertegenwoordigd op het congres (8,6 bijdragen / miljoen varkens). Opvallend talrijk waren de bijdragen van Belgische onderzoekers (4,5 / miljoen varkens), waarschijnlijk mede door toedoen van de zeer actieve, scheidende voorzitter prof. Dominiek Maes van de Universiteit Gent. Het aantal Nederlandse bijdragen stak wat schril af (1,0 / miljoen varkens). De proceedings zijn onder meer verkrijgbaar via de website van het ESPHM 2013 (www.esphm2013.org). Het grootste hoofdstuk daarin gaat over gezondheidsmanagement, met posters over voeding, welzijn en gedrag, pijnbestrijding, (prenatale) stress en de werking van plantenextracten, waaronder een Italiaanse bijdrage over een positief effect van oregano-olie op varkens die zijn behandeld wegens dysenterie. In het onderdeel over diagnostiek staan zes bijdragen over speekselonderzoek, onder meer over modificaties van

touwen en testen teneinde een betrouwbaarder testresultaat te verkrijgen. Eén bijdrage gaat over de diagnostiek van zearalenone in galvloeistof van zeugen. In Schotland lijken onderzoekers een betrouwbare, maar wel vrij bewerkelijke test­methode te hebben ontwikkeld. In het hoofdstuk over vaccins staan succesverhalen over het nieuwe MLV PRRS-vaccin van Hipra (Unistrain®) en over enkele vaccins tegen oedeemziekte (shigatoxine). Het hoofdstuk over fertiliteit is dit keer niet groot. Belangrijke onderwerpen daarin zijn problemen rond het werpen zoals PPDS en MMA. Een originele bijdrage gaat over het effect van muziek in de zeugenstal: niet alleen hardrock, ook de meeste klassieke muziek veroorzaakt stress bij zeugen. Een bekende Britse stalklimaatspecialist ten slotte, pleit voor het continue registreren van de wateropname als gezondheidsmonitoring op bedrijfsniveau. Dr. Theo Geudeke, dierenarts varkensgezondheidszorg

Resultaten GD Tankmelk IBR proefabonnement In het 2e kwartaal van 2013 hebben bijna 700 melkveebedrijven waarvan de IBR-status nog niet bekend was, gebruik gemaakt van het GD Tankmelk IBR-proefabonnement. In de onderzoeksperiode is de tankmelk driemaal onderzocht op afweerstoffen tegen IBR. Inmiddels zijn de uitslagen bekend. Ongeveer tweederde van de deelnemende bedrijven had drie keer achter elkaar een gunstige uitslag (‘geen afweerstoffen aangetoond’). Op deze bedrijven lijkt sprake van geen of zeer weinig met IBR geïnfecteerde dieren; minder dan 10% van de melkgevende dieren heeft afweerstoffen tegen IBR. Bijna eenderde van de deelnemende melkveebedrijven kreeg drie keer een ongunstige uitslag (‘afweerstoffen aangetoond’), wat betekent dat meer dan 10% van de melkgevende dieren een infectie met IBR heeft doorgemaakt. Enkele melkveebedrijven hebben wisselende uitslagen; de ene maand was de tankmelk positief (P) op IBR (afweerstoffen aangetoond), de andere maand negatief (N). De uitslagcombinaties PNN, PNP, NPN en PPN suggereren een IBR-infectiegraad van de melkgevende dieren van gemiddeld rond de 10%. Bij de uitslagcombinaties NNP en NPP kan ook een infectie van IBR hebben gecirculeerd. Een andere verklaring kan zijn dat er in korte tijd relatief veel positieve dieren aan de melk gekomen zijn.

Samenvattend: op tweederde van de onderzochte bedrijven lijkt de prevalentie van IBR dusdanig laag dat het interessant kan zijn met de veehouder te overleggen wat de juiste vervolgstappen voor zijn bedrijf kunnen zijn. Denk aan het bespreken van de bedrijfshygiëne om een nieuwe IBR-introductie te weren, de mogelijkheid om door te gaan voor het IBR-vrij certificaat, het blijven monitoren van IBR via tankmelk en de mogelijk toegevoegde waarde van vaccinatie tegen IBR op het bedrijf. Op bedrijven die drie keer een positieve uitslag hebben gehad, kan het zinvol zijn via een steekproef te onderzoeken of er nog veel gevoelige runderen aanwezig zijn waarvoor vaccinatie kan worden overwogen. Dr. Han Hage, rundveedierenarts

zijn geheel door de laatst ontstane lus gehaald, aangetrokken en de knoop is een feit. Dit lijkt op haken en meer is het ook niet. De voordelen zijn dat de knoop nooit losschiet omdat deze zichzelf vasttrekt en dat de hechtdraad niet onderbroken wordt door het afknippen van een lus; er blijft immers maar een draad over.” Drs. Thijs Roumen, veterinair patholoog

GD Veterinair | juli 2013 |

3


Nieuws en mededelingen Nieuwe test diagnose BPH Sinds kort is er een ELISA-test voor screening, diagnostiek en monitoring van benigne prostaathyperplasie (BPH) beschikbaar. De Odelis CPSE-test, ontwikkeld door Virbac en uitgevoerd door de GD, meet de concentratie van CPSE (Canine Prostaat-specifieke Arginine Esterase) in bloed. Deze concentratie is een specifieke marker voor BPH: wanneer prostaatcellen hyperplastisch worden, stijgt de serumconcentratie van CPSE. Door dit te meten kan ook een subklinische prostaataandoening gedetecteerd worden. De test is een eenvoudig, betrouwbaar en vooral nauwkeurig alternatief voor rectaal onderzoek. Ook biedt de uitslag van de test een verantwoorde argumentatie om nadere diagnostiek (zoals echografie en/of bioptname) uit te voeren. De Odelis CPSE-test is nu aan te vragen bij de GD door middel van het speciale Virbac-inzendformulier.

Veekompas: zoönosen in de praktijk De najaarssymposia van VeeKompas staan in het teken van rendabel adviseren over zoönosen. Twee deskundige sprekers en een gastspreker gaan in op actualiteiten en geven tips en adviezen voor het ontwikkelen en professionaliseren van bedrijfsadvisering binnen uw praktijk. Aanmelden kan bij uw relatiebeheerder, door een mailtje te sturen naar Ineke Horsman (i.horsman@gddeventer.com) of via het aanmeldformulier op www.gddeventer.com. Data en locaties Veekompas najaarssymposia: 10 september Deventer 13:00 - 17:00 uur 17 september Goutum 13:00 - 17:00 uur 30 oktober Berkel en Enschot 13:00 - 17:00 uur 6 november Utrecht 13:00 - 17:00 uur

BO Labservice kwaliteitscontrole gevoeligheidstesten Sinds 1 januari 2013 is het verplicht om een gevoeligheidstest uit te voeren ter onderbouwing van het gebruik van 2e en 3e keus diergeneesmiddelen. Om u te ondersteunen bij het uitvoeren van een gevoeligheidstest in uw praktijk heeft de GD, in samenwerking met het CVI, de rondzendprocedure van BO Labservice uitgebreid met de module ‘kwaliteitscontrole gevoeligheidstesten’. In april zijn de uitkomsten van de rondzendprocedure besproken in twee drukbezochte praktijkbijeenkomsten. Deze uitkomsten (gevoeligheidstesten) worden anoniem gepresenteerd in een jaarlijkse samenvatting in het Tijdschrift voor Diergeneeskunde. Eind september zal de tweede rondzendprocedure plaatsvinden. Interesse? Informeer bij uw relatiebeheerder of mail naar Marlies Grotenhuis: m.grotenhuis@gddeventer.com. Voor meer informatie en aanmelden zie ook www.gddeventer.com.

Wijzigen van een BBP Wilt u bij een veehouder het bedrijfsbehandelplan (BBP) in VeeOnline wijzigen, houd dan rekening met de plannen die zijn aangemaakt voor 13 maart; deze plannen staan nog in het oude format. Om extra werk te voorkomen kunt u bij plannen gemaakt voor 13 maart het best werken vanuit de template. U kiest hiervoor de knop “template”. Bij plannen na 13 maart kunt u ook kiezen voor de knop “laatste definitieve plan”. Voor meer informatie over BBP in VeeOnline, zie www.VeeOnline.nl.

BVD-onderzoek via oorbiopten Redactie Guillaume Counotte Linda van Duijn Theo Geudeke Catholine Koster Helen de Roode Thijs Roumen Christiaan ter Veen Erik de Vries ISSN 1388-4042 Overname van artikelen is toegestaan na schriftelijke toestemming van de GD.

Prepress en productiecoördinatie Senefelder Misset Doetinchem Basisontwerp de PLOEG communicatie Vormgeving X-Media Solutions Doetinchem Drukwerk Senefelder Misset Doetinchem Uitgever GD Deventer Verschijningsfrequentie 12 keer per jaar

Postbus 9, 7400 AA Deventer T. 0900-1770, F. 0570-63 41 04 www.gddeventer.com, info@gddeventer.com Alle genoemde tarieven zijn exclusief btw en basiskosten. De Gezondheidsdienst voor Dieren

De informatie op www.gddeventer.com over het onderzoek naar BVD via oorbiopten is geactualiseerd en aangevuld. Naast tips voor het nemen van oorbiopten en een overzicht van de voordelen van de methodiek, zijn er op de website filmpjes geplaatst van een melkveehouder en vleesveehouder die de BVD-situatie op hun bedrijf in kaart brengen door onderzoek naar BVD-virus via oorbiopten. Ook zijn er twee nieuwe folders over dit onderwerp online beschikbaar. Meer informatie: www.gddeventer.com/rund

GD Veterinair juli 2013