Issuu on Google+

De Gezondheidsdienst voor Dieren NIEUWSBRIEF VOOR PRACTICI • JAARGANG 19 • MAART 2013

03

Veterinair

Resultaten GD QuickScan BVD 2012

De resultaten van de GD QuickScan BVD 2012 zijn bekend. De percentages van de verschillende uitslagcombinaties wijken niet af van voorgaande jaren. BVD QuickScan resultaten 2012 10.000 Met de GD QuickScan BVD kan een melkveehouder uitslag tankmelk jongvee 2012 QuickScans door middel van éénmalig tankmelkonderzoek (op combinatie virus afweerstof afweerstof % % afweerstoffen én virus) en bloedonderzoek op 1 nee nee nee 24.8 26.8 afweerstoffen bij vijf jonge runderen, snel helder2 nee ja nee 47.4 43.1 heid krijgen over de BVD-situatie op zijn bedrijf. De 3 nee ja ja 20.7 22.3 4 ja ja ja 5.6 5.7 QuickScan kent acht uitslagcombinaties (zie schema). In de resultaten van 2012 zijn niet de uitslagen van de incomplete QuickScans (maar liefst 15%) meegenomen. Voor een complete uitslag is het belangrijk om alle gevraagde onderzoeken in één pakket te retourneren naar de GD. Daarbij is het ook van belang dat beide 50 ml buizen volledig met melk worden afgevuld. Een goed advies voor een follow-up aanpak kan alleen gegeven worden op basis van de resultaten van een volledig uitgevoerde QuickScan. De ‘minder voor de hand liggende combinaties’ (5 t/m 8) verdienen nadere aandacht. Wanneer sprake is van een dergelijke uitslag is het beter

Minder voor de hand liggende combinaties: 5 nee nee ja 6 ja ja nee 7 ja nee ja 8 ja nee nee

 0.4 0.9  0.0 0.2

1.1 0.8 0.1 0.1

de QuickScan na één maand te herhalen. Dit verdient de voorkeur boven direct individueel onderzoek van alle runderen (wat bij de uitslagcombinaties 6 t/m 8 nog wel eens wordt gedaan). De koppel dient dan wel gezond te zijn; bij een twijfelachtige gezondheid kan vaccinatie worden overwogen. De aanpak van BVD blijft maatwerk. Drs. Ad Moen, rundveedierenarts

ILT-oogdruppelenting een succes Een jaar nadat de Nederlandse pluimveehouderij in onderling overleg in zijn geheel is overgestapt op de ILT-oogdruppelenting, is het aantal ILT-uitbraken sterk gedaald en zijn er minder entreacties, terwijl de antistoftiters tegen ILT bij de gevaccineerde koppels verbeterd zijn. Spreidend ILT-vaccin kan de veroorzaker zijn van ernstige luchtwegproblemen in ongevaccineerde koppels. Wanneer ILT-vaccin dat in eieren is geproduceerd van kip naar kip spreidt, kan het ook relatief snel in pathogeniteit toenemen. Het is wereldwijd aangetoond dat veel van de ILT-uitbraken van de laatste jaren veroorzaakt worden door spreidende vaccins. Ook in Nederland was er sinds het najaar van 2007 een sterke toename van ILTuitbraken die vooral bij vleeskuikens veel schade veroorzaakten. De hieruit geïsoleerde stammen leken heel erg veel op spreidend vaccin. In november 2011 hebben de Nederlandse opfokorganisaties gezamenlijk besloten ILT-vaccins

alleen nog maar via de oogdruppelmethode toe te passen om de kans op spreiding en toename van de pathogeniteit zo veel mogelijk in te perken. Deze aanpak is eind 2012 door de betrokken partijen geëvalueerd. Het aantal uitbraken is in 2012 sterk gedaald, de entreacties na de oogdruppelenting zijn gemiddeld milder dan na de drinkwaterenting en de antistoftiters na de vaccinatie zijn verbeterd. Dit succes was de aanleiding om de afspraak de ILT-enting alleen nog via de oogdruppelmethode toe te dienen, voort te zetten. Dr. Sjaak de Wit, pluimveedierenarts

Vervanging serumbuizen De komende maanden vervangt de GD haar serumbuizen (voor alle diersoorten m.u.v. pluimvee) door nieuwe buizen met dubbele stickers. Dit als aanloop naar het digitaal inschrijven van monsters via VeeOnline, een nieuwe werkwijze die de GD vanaf 2013 stapsgewijs zal invoeren. De buizen worden uitgeleverd per 100 stuks in een deelbare tray van piepschuim. GD Veterinair | maart 2013 |

1


Dr. Saskia van der Drift Onderzoeker R&D

Even voorstellen Mijn naam is Saskia van der Drift en ik ben sinds vorig jaar juli werkzaam bij de GD als onderzoeker bij de afdeling R&D. Na mijn opleiding tot dierenarts heb ik eerst ruim drie jaar bij Schothorst Feed Research gewerkt als Onderzoeker Rundveevoeding. Daarna heb ik bij de faculteit in Utrecht onderzoek gedaan naar ketose bij melkkoeien. Op 19 februari jl. ben ik op dit onderwerp gepromoveerd. De hoofdonderwerpen van mijn onderzoek waren de etiologie, detectie en behandeling van ketose. Ik heb onderzocht of behalve de vetafbraak ook de spiereiwitafbraak rondom het afkalven een rol kan spelen bij het ontstaan van deze stofwisselingsziekte. Daarnaast heb ik een statistisch model ontwikkeld om de bedrijfsprevalentie van ketose tijdens de melkproductieregistratie (MPR) te kunnen schatten op basis van onder meer het gehalte ketonlichamen in de melk. Ook heb ik onderzocht wat de effecten zijn van glucocorticosteroïden in aanvulling op een propyleenglycol-behandeling bij koeien met klinische ketose. Bij de GD werk ik aan de ontwikkeling van biomarkers bij onder andere melkvee. Hierbij komen mijn kennis van melkvee en onderzoekservaring goed van pas. Ik vind het een mooie uitdaging om nieuwe producten te ontwikkelen, die toegevoegde waarde hebben voor veehouder en dierenarts!

Nieuwe PCR’s voor adenovirussen bij pluimvee Sinds kort zijn er drie nieuwe PCR’s beschikbaar voor adenovirussen bij pluimvee. Het betreft een PCR voor adenovirussen uit groep I, een PCR voor hemorragische enteritis virus (HEV) en een voor Egg drop syndrome virus (EDS). Tussen de PCR’s treden geen kruisreacties op. Omdat adenovirussen verschillende ziektebeelden veroorzaken is het belangrijk om de juiste organen te bemonsteren. Meer informatie over de ziektebeelden die door adenovirussen worden veroorzaakt is te lezen in de GD Pluimvee van april 2013. Adenovirussen uit groep I (aviadenovirus) veroorzaken onder andere Inclusion Body Hepatitis, Angara Disease en spiermaagerosies. Het virus kan worden aangetoond op swabs van de afwijkende organen. Met behulp van sequencing kan extra inzicht worden verkregen in het verband met andere uitbraken, de uitslag vermeldt dan het genotype (A – E). Voor HEV is een aparte PCR beschikbaar. Deze maakt geen onderscheid tussen vaccin- en veldvirus. Swabs van de milt zijn geschikt voor onderzoek. Om de diagnose EDS bij legproblemen te bevestigen kunnen swabs van de uterus worden ingestuurd voor de EDS PCR. Bij het aanvragen van de adenovirus PCR is het nodig de te onderzoeken virusgroep te specificeren. De PCR kost € 56,65 en de doorlooptijd is 15 werkdagen. Aanvullende sequentieanalyse voor groep I adenovirussen dient apart te worden aangevraagd en kost € 67,00. Drs. Christiaan ter Veen, pluimveedierenarts

Verbeterde uitslagen GD Tankmelk Uiergezondheid De GD is bezig de uitslagen van GD Tankmelk Uiergezondheid (TMU) te verbeteren. Per 1 maart wordt het tankcelgetal en het kiemgetal op de uitslag vermeld. Op termijn zal de uitslag bovendien eenvoudiger worden weergegeven en wordt het bijbehorend advies meer gericht op praktische managementmaatregelen. Zo past de uitslag nog beter in de veterinaire bedrijfsadvisering. Het op de uitslag vermelde tankcelgetal en kiemgetal zijn gebaseerd op de meest recente gegevens van de zuivel. Het voordeel is dat de mastitisverwekkers, het tankcelgetal en kiemgetal nu bij elkaar op de uitslag staan waardoor direct duidelijk wordt of daar een relatie ligt. Daarnaast wordt de uitslag eenvoudiger, duidelijker en overzichtelijker. Betere controle melkkwaliteit en uiergezondheid Bij een ongunstige uitslag is dankzij een bijgevoegde tabel meteen te zien in welke categorie de oorzaak ligt. In aanvulling daarop kan de veehouder voor elke geselecteerde categorie gerichte managementvragen beantwoorden. Zo kan een duidelijke relatie tussen de TMU-uitslag en de belangrijkste managementmaatregelen gelegd worden. Dit maakt TMU voor u een nog beter adviesinstrument om de melkkwaliteit en uiergezondheid op een melkveebedrijf onder controle te houden. Drs. Jantijn Swinkels, rundveedierenarts

2


LABBEPALING VAN DE MAAND

Afwijkend H1N1-influenzavirus geïsoleerd bij varkens in Nederland De GD Veekijker varken ontving signalen van typische verschijnselen van griep bij varkens, die niet bevestigd konden worden met bloedonderzoek in de bestaande HAR-testen voor H1N1, H1N2 en H3N2. Er werd echter wel virus aangetoond bij sectie of in neusswabs. Gespeende biggen op één van de varkensbedrijven waren in september 2012 klinisch verdacht van infl uenza. In neusswabs van vijf biggen werd infl uenzavirus gevonden, dat in een type-specifieke PCR gedetermineerd kon worden als een H1N1-stam. Uit bloedonderzoek met de bestaande HAR-testen bleek dit niet, maar in een door de GD opgezette nieuwe HAR-test, specifiek voor dit virus, lieten drie van de vijf dieren wel degelijk een belangrijke titerstijging zien. Dat vier van de vijf dieren al titers hadden bij de eerste tap en twee van de vijf dieren een titerdaling lieten zien, wijst erop dat er maternale antistoffen waren. Het betekent ook dat deze infl uenzastam waarschijnlijk al langer onder de zeugen op dit zeugenbedrijf heeft gecirculeerd. Het virus is inmiddels door het R&D-laboratorium van de GD beoordeeld. De sequentie is vergeleken met H1- en N1-sequenties van infl uenzavirussen gevonden bij varkens in Europa, respectievelijk over de afgelopen 35 jaar en de afgelopen 10 jaar. De conclusie is dat het geïsoleerde H1N1-virus inderdaad sterk afwijkt van het H1N1virus dat nu in de test gebruikt wordt. Het nieuwe isolaat behoort echter wel tot het klassieke H1N1-cluster in Europa en niet tot het pandemische H1N1-viruscluster van 2009 (Mexicaanse griep). De GD beoordeelt nu of een test voor dit virus kan worden aangeboden, en of deze de oude H1N1-HAR test kan vervangen dan wel extra toegevoegd moet worden. Drs. Tom Duinhof, specialist varkensgezondheid, drs. Barbara Tempelmans Plat, wetenschappelijk staflid immunologie, ing. Remco Dijkman, senior onderzoeksanalist en dr. Kees van Maanen, wetenschappelijk staflid virologie/moleculaire biologie

Figuur: het ingekleurde bolletje rechtsboven geeft aan waar de nieuwe virusstam zich in de vergelijkende genetische boomstructuur bevindt. De andere ingekleurde bolletjes zijn de H1N2- en H1N1-stammen die in de huidige laboratoriumtesten worden gebruikt. Het cluster pH1N1 (linksboven) is het pandemische H1N1viruscluster van 2009 (Mexicaanse griep).

Inwendige verbloeding na een chirurgische ingreep bij het rund Elke week worden bij de GD wel een of meer runderen binnengebracht die vlak na een operatie, zoals een keizersnede of een lebmaagfixatie, zijn gestorven. De eigenaar wil hierbij vaak weten of de dood van het rund verband houdt met de uitgevoerde ingreep. Bij een substantieel deel van deze inzendingen valt aan het ongeopende kadaver reeds op (bleek uier, witte slijmvliezen) dat het dier erg bleek is en dat het vrijwel zeker inwendig is verbloed. In veel van de “bleke” gevallen na een sectio caesarea is de baarmoeder gevuld met een grote hoeveelheid bloed(stolsels) en is de koe inwendig verbloed. Nagenoeg zonder uitzondering betreft het dan beschadigde bloedvaten in karunkelstelen of in de (onmiddellijke) omgeving van de operatiewondrand. De uterus is hier vaak (waarschijnlijk door de operatie-omstandigheden gedwongen) op een ongelukkige plaats ingesneden.

zijn enkele keren grote haematomen gevonden in de lebmaag, afkomstig van een acute maagulcus. In al deze situaties was de baarmoeder schoon en de operatiewond daarin gaaf en intact.

Echter niet steeds wordt bij deze verbloede sectiokoeien bloed in de baarmoeder aangetroffen. Soms staat (veel) bloed vrij in de buikholte en blijkt dit afkomstig van een grote bloeding in een van de ophangbanden van de uterus. In een ander geval is een torsio mesenterialis met veel bloed in de darmen gevonden. Ook

Uit bovenstaande voorbeelden blijkt dat in zekere gevallen de (niet verwachte) uitkomst van het pathologisch onderzoek het gesprek van de practicus met zijn klant “vergemakkelijkt”.

Ook is een dode koe binnengekomen waarbij lege artis een lebmaagfixatie was verricht maar die kort daarna verbloedde uit een, buiten de fixatieplaats gelegen, acute lebmaagzweer.

Drs. Thijs Roumen, veterinair patholoog

GD Veterinair | maart 2013 |

3


Nieuws en mededelingen Veekompas voorjaarssymposia 2013

Actie GD IBR-tankmelkabonnement

Thema van de VeeKompas voorjaarssymposia is dit jaar ‘rendabel adviseren met minder antibiotica’. Twee deskundige sprekers gaan in op de ontwikkeling en professionalisering van de bedrijfsadvisering binnen dierenartspraktijken. Dierenartsen uit de praktijk delen ervaringen op het gebied van antibioticabeleid, waarbij veel ruimte is voor vragen en discussie. De voorjaarssymposia vinden plaats op 10 april (GD, Deventer), 17 april (Nij Bosma Zathe, Goutum), 7 mei (De Druiventros, Berkel Enschot) en 28 mei (Faculteit Diergeneeskunde, Utrecht), steeds van 13:00 tot 17:00 uur. Aanmelden kan bij uw relatiebeheerder of via www.gddeventer.com (zie de ‘agenda’). Hier vindt u ook meer informatie over de VeeKompas Workshops die dit jaar voor het eerst worden gehouden.

Gedurende het tweede kwartaal van 2013 (april t/m juni) kunnen melkveehouders voor slechts € 44,95 (excl. btw) gedurende drie maanden vrijblijvend deelnemen aan het GD IBR-tankmelkabonnement. Veehouders die gebruik maken van de actie kunnen in dezelfde periode gratis het bloed van verwerpers laten onderzoeken op afweerstoffen tegen IBR. Voor veehouders die besluiten IBR blijvend onder controle te houden op het bedrijf, kan deelname aan het IBR-tankmelkabonnement ook dienen als opstap naar vrij-certificering. Meer informatie: www.ibrvrij.nl

GD Schaap Geit BBP varken in VeeOnline Eind maart is de module bedrijfsbehandelplan (BBP) ook voor varken beschikbaar in VeeOnline. Vanaf dat moment kunt u, naast bedrijfsspecifieke BGP’s, ook BBP’s varken aanmaken en digitaal (laten) ondertekenen. De module is vergelijkbaar met de nieuwe BBP-module rund (inclusief koppeling met het medicijn- en aandoeningenregister, mutatieservice, stalkaarten en e-mailservice).

In maart 2013 wordt een nieuw magazine gelanceerd: GD Schaap Geit. Hiermee wil de GD schapen- en geitenhouders nog beter informeren over ontwikkelingen op het gebied van diergezondheid. Het blad verschijnt drie maal per jaar. GD-klanten ontvangen het blad gratis, andere geïnteresseerden betalen € 16,75 voor een jaarabonnement. Dierenartspraktijken die schapen- en/of geitenhouders als klant hebben, ontvangen de GD Schaap Geit automatisch.

Aanleveren mengmonster mestonderzoek op leverbot

Redactie Guillaume Counotte Linda van Duijn Theo Geudeke Catholine Koster Helen de Roode Thijs Roumen Christiaan ter Veen Erik de Vries ISSN 1388-4042 Overname van artikelen is toegestaan na schriftelijke toestemming van de GD.

Prepress en productiecoördinatie Senefelder Misset Doetinchem Basisontwerp de PLOEG communicatie Vormgeving X-Media Solutions Doetinchem

Mestonderzoek op leverbot is mogelijk bij een individueel dier, maar u kunt ook een koppel dieren via één mestmonster laten onderzoeken. U kunt dan een mengmonster insturen naar de GD. Voor het mengmonster gebruikt u verse mest (liefst van minimaal 5 dieren) van zo gelijk mogelijke porties. Voor een betrouwbare uitslag is het van belang dat u de mest goed door elkaar kneedt en dat u minimaal 10 gram mest instuurt.

Drukwerk Senefelder Misset Doetinchem Uitgever GD Deventer

Rekenmodel BVD online

Verschijningsfrequentie 12 keer per jaar

Op GD DAP Contact en op www.gddeventer.com (zie 'rund voor dierenarts') is sinds kort het rekenmodel BVD te vinden. Hiermee kunt u aan uw veehouders laten zien wat de kosten zijn om deel te nemen aan het GD-programma BVD-virusvrij. Ook de kosten van een vaccinatie kunnen berekend worden. Bedrijfsspecifieke gegevens zoals dieraantallen en uw tarieven, kunt u op maat met de veehouder invullen. In het model zijn de GD-tarieven van 2013 verwerkt.

Postbus 9, 7400 AA Deventer T. 0900-1770, F. 0570-63 41 04 www.gddeventer.com, info@gddeventer.com Alle genoemde tarieven zijn exclusief btw en basiskosten. De Gezondheidsdienst voor Dieren


GD Vet maart