Issuu on Google+

samen werken aan diergezondheid

Varken GD-dierenarts theo Geudeke:

“Goede biestvoorziening helpt kreupelheid voorkomen”

Nutreco: “Bij voeronderWat houdt de UDD-maatregel zoek draait het in? om details”

Nieuwe inzichten over

dysenterie

72 DeCeMBeR 2013


Vaccineren versterkt alle schakels

“Gezonde dieren zijn de basis voor gezonde relaties. Vaccinatie met CircoFLEX en MycoFLEX draagt bij aan een gezond en productief varken. Zo ontstaan bestendige relaties in een keten waarin de schakels weten wat ze kunnen verwachten.“

FLEXcombo® • Enige combinatie tegen Circo en Mycoplasma • Meest gebruikte vaccins in hun categorie* • Bewezen effectief en veilig * Agridirect Hokdierscan 2012 Ingelvac CircoFLEX® susp. voor inj. voor varkens. Elke dosis geïnactiveerd vaccin bevat: PCV2 ORF2 eiwit, carbomeer. Indicatie: Voor actieve immunisatie van varkens vanaf de leeftijd van 2 wk tegen PCV2 om de sterfte, klinische verschijnselen - inclusief gewichtsverlies - en letsels in lymfatisch weefsel geassocieerd met PCV2 gerelateerde aandoeningen (PCVD) te verminderen. Tevens is bewezen dat vaccinatie de nasale verspreiding van PCV2, de virus load in het bloed en lymfatisch weefsel, en de duur van de viraemie vermindert. Bescherming begint al vanaf 2 wk na vaccinatie en houdt minstens 17 wk aan. Contra-indicaties: Geen bekend. Bijwerkingen: Een voorbijgaande en milde hyperthermie op de dag van vaccinatie treedt erg vaak op. Dosering: Enkelvoudige i.m. inj. van 1 dosis (1 ml), ongeacht het lichaamsgewicht. Er zijn gegevens over veiligheid en effectiviteit beschikbaar die aantonen dat dit vaccin gemengd kan worden met Ingelvac MycoFLEX en op 1 injectieplek kan worden toegediend. Indien gemengd wordt met Ingelvac MycoFLEX dienen alleen varkens vanaf de leeftijd van 3 wk te worden gevaccineerd. Lees voor het mengen de bijsluiter. Goed schudden voor gebruik. Wachttijd: 0 dagen. REG NL 102672 UDD. Ingelvac MycoFLEX® susp. voor inj. voor varkens. Werkzaam bestanddeel: Geïnactiveerd mycoplasma hyopneumoniae, J-stam isolaat B-3745, carbomeer. Indicatie: Voor actieve immunisatie van varkens vanaf de leeftijd van 3 wk ter vermindering van longlaesies als gevolg van infectie met m.hyo. Bescherming begint vanaf 2 wk na vaccinatie en houdt ten minste 26 wk aan. Contra-indicaties: Geen. Bijwerkingen: Bijwerkingen zijn zeldzaam: een voorbijgaande zwelling met een diameter tot 4 cm, soms samengaand met roodheid van de huid, kan worden waargenomen op de plek van injectie. Deze zwelling kan tot 5 dagen aanhouden. Een voorbijgaande gemiddelde toename van de rectale lichaamstemperatuur van ongeveer 0,8°C kan tot 20u na vaccinatie worden waargenomen. Dosering: Enkelvoudige i.m. injectie van 1 dosis (1 ml). Er zijn gegevens over veiligheid en effectiviteit beschikbaar die aantonen dat dit vaccin gemengd kan worden met Ingelvac CircoFLEX en op 1 injectieplek kan worden toegediend. Indien gemengd wordt met Ingelvac CircoFLEX dienen alleen varkens vanaf de leeftijd van 3 wk te worden gevaccineerd. Lees voor het mengen de bijsluiter. Goed schudden voor gebruik. Wachttijd: (Orgaan)vlees: 0 dg. REG NL 104086 UDD. Voor meer informatie kunt u contact opnemen met: Boehringer Ingelheim bv, vetmedica.nl@boehringer-ingelheim.com, telefoon: +31 (0)72 566 24 11


06 12 21

05

Nieuws & tips

06

“Bij voeronderzoek draait het om details”

09

Wat houdt de UDD-maatregel in?

12

Aanpak van PRRS

14

VeeOnline, wel zo handig

15

Monitoring

16

Dysenterie: een update

19

Vraag en antwoord

21

Varkenssector positief in beeld

22

kreupelheid bij varkens: een overzicht

24

Aandacht voor detail

Bereikbaarheid U kunt de GD telefonisch bereiken via 0900-1770. Van maandag tot en met vrijdag van 08.00 tot 17.00 uur. tarieven Alle genoemde GD-tarieven in deze uitgave zijn exclusief BtW en € 9,40 basiskosten. Ophaaldienst voor sectie- en monstermateriaal Aanmelden: telefonisch 0900-202 00 12 (24 uur per dag). Wij halen het materiaal dan zo spoedig mogelijk bij u op. Sectie- en monstermateriaal kunt u brengen van maandag tot en met vrijdag van 8.00 tot 17.00 uur.

ColoFoN

GD Varken is een uitgave van de Gezondheidsdienst voor Dieren | ReDACtIe Alfred van Lenthe, theo Geudeke, Peter van der Wolf en Barbara tempelmans Plat | eINDReDACtIe Eva Onis | ReDACtIeADRes GD, Marketing & Communicatie, Postbus 9, 7400 AA Deventer, t. 0900-1770, F. 0570-63 41 04, redactie@gddeventer.com, www.gddeventer.com | PRODUCtIeCOÖRDINAtIe Senefelder Misset Doetinchem BAsIsONtWeRP Fokko-Ontwerp | VORMGeVING X-Media Solutions Doetinchem DRUk Senefelder Misset Doetinchem | ABONNeMeNteN GD Varken wordt gratis toegezonden aan relaties van de GD. Een jaarabonnement (4 nummers) voor personen buiten de doelgroep kost € 15,25 (excl. BtW en verzendkosten) ADVeRteNtIes PSH Mediasales, t. 026-750 18 00 | VeRsCHIJNINGsFReQUeNtIe 4 keer per jaar | sUGGestIes Als u suggesties heeft voor dit blad, dan verzoeken wij u deze door te geven aan de redactie. Overname van artikelen is toegestaan uitsluitend na toestemming van de uitgever.

IssN: 1875-2594 ADResWIJZIGINGeN: bel 0900 1770, kies 4 (lokaal tarief)

| VooRWooRD

| INhoUD

Samen goed op weg Het jaar 2013 is bijna om. Al met al een bewogen jaar, waarin ontwikkelingen zich in rap tempo opvolgden. Desondanks denk ik dat we op de goede weg zijn. In 2013 moest het antibioticumgebruik in de varkenssector gehalveerd zijn en daar zijn we goed in geslaagd. Al ruim 50 jaar werden antibiotica in de varkenshouderij ingezet, waarmee grote vooruitgang is geboekt in de diergezondheid. tegenwoordig weten we echter dat onzorgvuldig gebruik ook nadelen heeft voor zowel de volks- als diergezondheid. Dat bewustzijn heeft geleid tot een slagvaardige gezamenlijke aanpak. Die gezamenlijkheid uit zich ook in de vorming van het Verenigd Varkenshouderij Platform (VVP), van LtO en NVV. Een belangrijke stap, zeker nu het Productschap Vee en Vlees zijn werkzaamheden moet beëindigen. Het aantal varkensbedrijven daalt jaarlijks en dan is het cruciaal dat we efficiënt samenwerken en als sector één geluid laten horen richting politiek en samenleving. We moeten continu laten zien welke positieve stappen we zetten. Daarom zijn activiteiten als het Weekend van het Varken en Varkens in Zichtstallen van essentiële waarde (zie pagina 21). Deze zaken moeten behouden blijven, ook als de financiering door het PVV wegvalt. Om het antibioticumgebruik nog verder terug te dringen, is het zaak de diergezondheid consequent op orde te houden. Goed bedrijfsmanagement is daarbij natuurlijk de belangrijkste factor. Een goede interne en externe bioveiligheid is de basis. Daarnaast zijn vele andere factoren van invloed, zoals drinkwaterkwaliteit, stalklimaat en voerkwaliteit. Begin november mocht ik een rondetafeldiscussie leiden tussen vijf dierenartsen en vijf nutritionisten. Centrale vraag hierbij was: hoe kunnen we samen via voer de darmgezondheid beïnvloeden? In deze GD Varken vindt u een reportage over onderzoek door Nutreco (pagina 6). We zijn dus op de goede weg, maar we moeten nu doorpakken. Dat kan alleen als we samen werken aan diergezondheid, in het belang van dier, dierhouder en samenleving. ALFReD VAN LeNtHe, SECtORMANAGER VARkENS

GD Varken | December 2013 |

3


Het neusje van de zalm in PRRS bescherming...

Porcilis ® PRRS

PRRS is een lastige ziekte. Bescherming van varkens vraagt dan ook om een doordachte aanpak. Bij MSD Animal Health vindt u het neusje van de zalm op het gebied van PRRS bescherming. Zoals Porcilis® PRRS, veilig en effectief in alle productiestadia, onze uitgekiende vaccinatieschema’s en expertise om zeugen,

Porcilis PRRS bevat per dosis opgelost vaccin levend geattenueerd PRRS virus, stam DV: 104,0106,3 TCID50, 75 mg/ml dl-α-tocoferylacetaat als adjuvans. Doeldier: Varken. Indicatie: Actieve immunisatie van klinisch gezonde varkens in een door PRRS virus geïnfecteerde omgeving, ter reductie van de viremie veroorzaakt door infectie met Europese stammen van het PRRS virus. Aanvang immuniteit: 28 dagen na vaccinatie. Immuniteitsduur: minimaal 24 weken. Toediening en dosering: - per dier IM injectie van 1 dosis (2 ml) in de nek of 0,2 ml intradermaal in de nek of langs de spieren van de rug vanaf de lee’ijd van 2 weken, voor vleesvarkens enkelvoudige vaccinatie, voor fok- en vermeerderingsdieren wordt een (herhalings)vaccinatie 2-4 weken voor het dekken aanbevolen; - voor gelijktijdig gebruik met Porcilis M Hyo bij vleesvarkens vanaf de lee’ijd van 4 weken dient het vaccin kort voor vaccinatie te worden opgelost. Dien een enkelvoudige dosis (2 ml) Porcilis PRRS gemengd met Porcilis M Hyo intramusculair in de nek toe. Bijwerkingen: Systemische of lokale verschijnselen kunnen na vaccinatie worden waargenomen. Na intramusculaire injectie kan een voorbijgaande verhoging van de lichaamstemperatuur optreden. Waarschuwing: In geval van accidentele zelfinjectie dient onmiddellijk een arts te worden geraadpleegd en de bijsluiter of het etiket te worden getoond. Contra-indicaties: Niet gebruiken in groepen waar de prevalentie van Europees PRRS virus niet met betrouwbare diagnostische methoden is vastgesteld. Wachttijd: (Orgaan)vlees: 0 dagen. REG NL 9815 UDD Voor overige informatie, zie bijsluiter.

MSD Animal Health Postbus 50, 5830 AB Boxmeer www.msd-animal-health.nl

MSD Animal Health Postbus 50, 5830 AB Boxmeer www.msd-animal-health.nl

gelten en biggen uitstekend te beschermen. Wilt u meer weten over de PRRS -aanpak van MSD Animal Health? Bezoek onze website of download onze nieuwe brochure


NIEUWS & TIPS

Verwerpers: één vrucht onder­zoeken is onvoldoende Als op een zeugenbedrijf te veel zeugen (> 2%) verwerpen, is het altijd verstandig om verworpen vruchten te laten onderzoeken. Weliswaar wordt in veel gevallen geen oorzaak in de vruchten gevonden, maar ook dat is goed om te weten. Dan is namelijk duidelijk dat verder gezocht zal moeten worden bij de zeug of in de omgeving van de zeug. Stuur een verworpen toom liefst in het geheel op. Voor een grotere trefkans van bijvoorbeeld PRRS-virus is het nodig dat minstens drie vruchten onderzocht worden, aangezien niet in alle biggen van de verworpen toom het virus zal worden aangetroffen, zelfs als PRRS de oorzaak is.

GD in top 10 beste werkgevers De GD staat in de top 10 ‘Beste Werkgevers in de dierlijke sectoren 2013’ die is samengesteld door het blad V-focus. De lijst is gebaseerd op een onderzoek onder 600 werknemers in de veehouderij, overwegend hbo’ers en wo’ers. In het onderzoek, uitgevoerd door marktonderzoeksbureau Geelen Consultancy in Wageningen, zijn gegevens over 150 werkgevers verzameld. Meer informatie en de complete top 10 is te vinden op www.v-focus.nl.

Nitrietvergiftiging en filtersystemen Elk jaar komen gevallen voor van nitrietvergiftiging van varkens of biggen, met sterfte of verwerpers als gevolg. Nitriet is zeer schadelijk voor varkens (en mensen) omdat het de zuurstof in de rode bloedcellen verdringt, waardoor acuut zuurstofgebrek ontstaat in de lichaamscellen.

Nitriet wordt gevormd door bacteriën in stilstaand water. Dat kan dus ook gebeuren in filtersystemen die enige tijd niet zijn gebruikt. Het is dan ook belangrijk om deze filtersystemen goed door te spoelen voordat er water vanuit het systeem wordt verstrekt aan de varkens.

Controle biestopname De eenvoudigste manier om te controleren of biggen genoeg biest hebben opgenomen is wegen. De eerste dag na de geboorte moeten biggen minstens 150 gram zwaarder worden. Van belang is vooral dat er niet te veel spreiding tussen de biggen binnen een toom zit qua biestopname. Het is dus beter om van een beperkt aantal tomen alle biggen te wegen in plaats van bij alle tomen een paar biggen. Overigens is de eerste twee dagen na de geboorte nog geen sprake van een vaste speenvolgorde bij de biggen. Ook drinken de biggen vaak niet gelijktijdig. Ze shoppen voor biest en dat moeten ze minstens zes keer doen om genoeg binnen te krijgen. Een gemiddelde zeug heeft genoeg biest voor minstens twintig biggen, dus het gedeeltelijk opsluiten van grote tomen is de eerste dag vaak overbodig. En als het al gedaan wordt, is het beter het niet te lang te doen en te letten op de reactie van de biggen en de zeug. Als de zeug of de biggen erg onrustig worden van het afzonderen, dan betekent dat stress.

Nieuwe bedrijfsfilm Samen werken aan diergezondheid, in het belang van dier, dierhouder en samenleving. Dat is waar de GD al bijna honderd jaar voor staat. Dit motto vormde ook het uitgangspunt voor de nieuwe GD-bedrijfsfilm. De film toont in vijf minuten hoe de GD samen met u, uw dierenarts, de overheid, de Productschappen en andere partijen, dagelijks werkt aan gezonde dieren. Nieuwsgierig? Ga naar www.gddeventer.com (over de GD> wat doen we). GD Varken | December 2013 |

5


“Bij voeronderzoek draait het om details”

Omdat de wereldbevolking blijft groeien en mensen een steeds hogere levensstandaard genieten, stijgt de wereldwijde vraag naar voedsel. Diervoerderproducent Nutreco verwacht dat de vraag naar dierlijke producten in 2050 twee keer zo groot is als nu. In het vernieuwde Swine Research Centre (SRC) in St. Anthonis wordt volop onderzoek gedaan naar mogelijkheden voor efficiëntere en duurzame productie, afgestemd op de Hubèrt van Hees (manager SRC) en Linda van Zutphen (communicatiemedewerker)

behoefte van het varken. “We werken met vier focusgebieden”, vertelt manager Hubèrt van Hees, wanneer hij ons samen met communicatiemedewerker Linda van Zutphen een rondleiding door het vernieuwde SRC geeft. “ten eerste is een groot deel van ons onderzoek gericht op voeding voor jonge dieren. Veel belang-

6

rijke processen vinden immers vroeg in het varkensleven plaats. Ook zijn de tomen biggen nu veel groter dan pakweg tien jaar geleden. Dat vraagt om voeroplossingen. Het tweede focusgebied is gezondheid en welzijn. Hoe kunnen we de darmgezondheid via het voer beïnvloeden? Welke

effecten heeft de voersamenstelling op bijvoorbeeld het speenproces of de overgang van dracht naar lactatie? ten derde richten wij ons op voerefficiëntie. Op dit moment benutten we op wereldschaal gemiddeld maar twee derde van de genetische capaciteiten van de varkens. Wanneer


tekst: DRS. EVA ONIS | REPoRTaGE

Luchtfoto van het Swine Research Centre in St. Anthonis

we de behoefte van het dier beter kennen, kunnen we het productieproces beter sturen. Hierbij kun je denken aan een juiste balans tussen vlees- en vetaanzet, met gebruik van zo min mogelijk grondstoffen. Dat gaat natuurlijk samen met de reductie van emissies van fosfor, stikstof en broeikasgassen. Het vierde focusgebied is klantoplossingen. We helpen varkenshouders om hun economische resultaten te optimaliseren, bijvoorbeeld met behulp van groeimodellen.”

Modernisatie De kern van het varkensonderzoek wordt al sinds 1960 uitgevoerd in St. Anthonis, toen nog onder de naam Hendrix. Eerst werd op deze locatie ook onderzoek naar voeding voor koeien en pluimvee gedaan, maar sinds 1997 richt het SRC zich alleen op varkens. Zo’n twee jaar geleden is begonnen met de verdere modernisatie en afgelopen september was de feestelijke opening van het vernieuwde SRC. “We zijn nu volledig toekomstproof”, aldus Hubèrt. “Het idee achter de nieuwbouw is dat we nog meer aandacht kunnen besteden aan details, het SRC is daarom niet massaal qua opzet. We hebben plaats voor 160 zeugen, 1200 biggen en 600 vleesvarkens. Grootschalig onderzoek voeren we in samenwerking met praktijkbedrijven in diverse landen uit.”

“Het gewicht van de big wordt automatisch in de databank geregistreerd.”

“We beschikken over een groepshuisvesting voor dragende zeugen, zoals sinds 1 januari verplicht is. In de andere stallen is de grootte van de hokken flexibel, zodat het mogelijk is om voor elk onderzoeksproject de gewenste omstandigheden te creëren. Ook beschikken we over elektronische voerstations, waarmee we de voeropname op dierniveau kunnen volgen. Voor de nieuwbouw hadden we die mogelijkheid al voor vleesvarkens en gespeende biggen, maar nu ook voor de dragende en lacterende zeugen. Daarnaast kunnen we nu ook de wateropname gedurende de dag op dierniveau meten. Dat is toch wel uniek te noemen. Een andere interessante toepassing van techniek is het klimaatsysteem, dat veel meer mogelijkheden kent dan op een standaard varkensbedrijf. Het systeem is energiezuinig omdat we gebruikmaken van aardwarmte, en het werkt onafhankelijk van de buitentemperatuur. Dat laatste GD Varken | December 2013 |

7


Reportage | tekst: drs. Eva Onis

is een voorwaarde om experimenten met het stalklimaat te kunnen uitvoeren. Dat soort onderzoeken, waarbij de leefomstandigheden van de varkens worden aangepast, vinden plaats in onze Animal Health Unit.“ Hubèrt: “De technische mogelijkheden zijn erg uitgebreid. Om de menselijke fout zo klein mogelijk te houden, beschikken we over volledig draadloos datamanagement. Wordt er bijvoorbeeld een big gewogen, dan wordt het gewicht automatisch in de databank geregistreerd. Alle data komen dus direct beschikbaar voor analyse. Verder maken we gebruik van videomonitoring, bijvoorbeeld om een geboorte vast te leggen, of om te achterhalen wat er in een stal gebeurde op het moment dat de data afwijkend waren.” “En alle bezoekersgangen zijn voorzien van flatscreen-tv’s met informatieve filmpjes over wat er in de stallen gebeurt. We laten graag zien waar we mee bezig zijn en waarom”, voegt Linda toe.

Hubèrt: “Het is belangrijk dat onderzoek en praktijk direct met elkaar in verbinding staan. Als we weten waar in de praktijksituatie de knelpunten liggen, dan kunnen we daar voeroplossingen voor ontwikkelen. Daar houden onze Application and Solution Centres zich dagelijks mee bezig.”

Individuele voeropname Wat veel interessante data oplevert, zijn de elektronische voerstations. Zodra een varken gaat vreten, wordt via de chip het diernummer, de datum, het gewicht van het varken en de ‘time in’ en ‘time out’ geregistreerd. “Zo kunnen we van elk dier nauwkeurig de voeropname bijhouden”, legt Hubèrt uit. “Dat kunnen we linken aan de voersamenstelling, het effect op het varken en wat het de varkenshouder oplevert. In de vleesvarkensafdeling doen we nu een experiment met voedingsvezels. Naar verwachting is de kauwtijd langer bij voeding met meer vezels, waardoor de dieren langer bij de voerbak staan. Dominante varkens eten dan meer, waardoor je

Bij de pas gespeende biggen is de variatie in voeropname het grootst. Hubèrt: “Het abrupt scheiden van de zeug is een grote uitdaging. Op deze afdeling volgen we tot in detail hoe de voeropname en de groei na het spenen verlopen. We onderzoeken bijvoorbeeld hoe we de darmgezondheid optimaal kunnen sturen. Op basis van kennis uit dit soort onderzoek hebben we onder andere een supplement voor biggenvoer kunnen ontwikkelen dat de diversiteit van de microbiota in de darm positief beïnvloedt, wat resulteert in betere technische resultaten. En we doen onderzoek naar moederloze opfok, want daar moeten varkenshouders ook mee uit de voeten kunnen. Daarnaast hebben de keuzetesten, waarbij de biggen uit twee verschillende voeders kunnen kiezen, al interessante informatie opgeleverd. Het smaakzintuig van het varken werkt anders dan bij mensen. Zoetstoffen worden niet goed herkend. En biggen hebben bijvoorbeeld voorkeur voor wat zachte en ‘luchtige’ pellets. Doordat het voer smakelijker en beter verteerbaar is geworden, verloopt de groei van de gespeende biggen nu veel gelijkmatiger dan vroeger.”

Genoeg mogelijkheden De komende jaren legt Nutreco een nog zwaardere focus op de ontwikkeling van hoogwaardige additieven, speciaalvoer en premixen. Hubèrt: “Ook willen we qua maatschappelijke verantwoordelijkheid het goede voorbeeld geven. En natuurlijk heeft elk land of werelddeel specifieke aandachtspunten. In Europa ligt de nadruk vooral op het tweede focusgebied: gezondheid en welzijn, en dan vooral darmgezondheid. Wij zien wereldwijd nog genoeg mogelijkheden.”

Nutreco Via de elektronische voerstations wordt de individuele voeropname bijgehouden.

Informatie-uitwisseling Omdat Nutreco activiteiten in honderd landen heeft, is het mogelijk om onderzoeksresultaten van verschillende praktijkomstandigheden te vergelijken. Denk hierbij aan verschillen in klimaat, genetica en voersystemen. Informatie uit deze landen wordt voortdurend uitgewisseld.

8

meer variatie in de koppel krijgt. Op de zeugen- en de kraamafdeling onderzoeken we onder andere hoe we in de dracht de kwaliteit van de biggen kunnen sturen. De voeding tijdens de lactatie blijkt invloed te hebben op de kwaliteit van de eicellen en embryo’s en daarmee op de kwaliteit van de toom.”

Nutreco beschikt wereldwijd over circa honderd productielocaties met in totaal zo’n 10.000 medewerkers, verspreid over 30 landen en verkoop in ongeveer 100 landen. De onderneming heeft twee divisies: Animal Nutrition (voer voor herkauwers, pluimvee en varkens) en Aquaculture (vis- en garnalenvoer). De onderzoekscentra voor Animal Nutrition bevinden zich in Nederland, Spanje en Canada. Het varkensonderzoek vindt hoofzakelijk plaats in het SRC in St. Anthonis.


tekst: dr. Peter van der Wolf en dr. Jobke van Hout | Antibiotica

Wat houdt de UDD-maatregel in?

Op 1 maart 2014 worden de regels voor het

afgeven en toedienen van antibiotica wettelijk aangescherpt via de UDD-maatregel (Uitsluitend Door de Dierenarts). Vanaf dan mag in principe alleen uw dierenarts de afgegeven antibiotica bij uw varkens toedienen. De UDD-status zal van toepassing zijn op alle antibiotica, maar onder strikte voorwaarden zijn uitzonderingen mogelijk als u als varkenshouder aan de volgende eisen voldoet: 1) Er is een een-op-een-overeenkomst tussen u en uw dierenarts. 2) Uw dierenarts bezoekt uw bedrijf tenminste maandelijks en hiervan wordt een verslag gemaakt. Hierbij komt minimaal het volgende aan bod: • b eoordeling en vastlegging van de algehele gezondheidstoestand van uw varkens; • evaluatie en vastlegging van het antibioticum­ gebruik. 3) Er is een bedrijfsdossier aanwezig dat onder meer bestaat uit: • e en bedrijfsgezondheidsplan (BGP, onder andere gericht op het verminderen van het antibioticumgebruik) en een bedrijfsbehandelplan (BBP), en • e en jaarlijkse evaluatie van het BGP en BBP. Uw dierenarts stelt dit bedrijfsdossier op en u bewaart dit op uw bedrijf. In dit dossier moet ook opgenomen zijn dat: 1) de dierenarts alleen antibiotica afgeeft voor de dieren die hij klinisch heeft geïnspecteerd en waarvoor een diagnose is gesteld, en alleen zoveel als nodig is om één behandeling af te maken; 2) wordt gewerkt volgens de ‘Goede Veterinaire Praktijken’ (zoals het Formularium Varken), en dat 3) u en uw dierenarts afspraken maken over de opvolging van de te behandelen dieren.

Uitzonderingssituaties In het bedrijfsdossier kan worden opgenomen dat de dierenarts antibiotica mag afgeven die de varkenshouder wel mag toedienen, maar alleen wanneer het aandoeningen betreft die beschreven zijn in het BBP en waarbij: a. eerstekeuzemiddelen worden gebruikt, hierbij mogen niet meer antibiotica aanwezig zijn dan voor maximaal 15% van de aanwezige dieren in die vatbare leeftijdsgroep, en/of

Vanaf 1 maart 2014 mag in principe alleen uw dierenarts de afgegeven antibiotica bij uw varkens toedienen.

b. tweedekeuzemiddelen worden gebruikt indien deze bedoeld zijn voor de behandeling van neonatale diarree of speendiarree door E. coli, of hersenvliesontsteking door Streptococcus suis. Hierbij gelden tevens deze aanvullende voorwaarden: 1) Uw dierenarts heeft in de afgelopen 14 dagen uw bedrijf bezocht en behandeling voorgeschreven (de middelen mogen niet langer dan 14 dagen na het bezoek aanwezig zijn op uw bedrijf). 2) Uw dierenarts heeft een schriftelijke instructie achtergelaten voor het gebruik van het antibioticum en een ondubbelzinnige beschrijving van de te behandelen groep dieren (eventueel hoogdrachtige zeugen). 3) In het BGP zijn preventiemaatregelen opgenomen voor de betreffende aandoening. 4) De hoeveelheid geleverd antibioticum Let op: mag niet meer zijn dan nodig is voor Op zeugenbedrijven waar één behandeling van de door de dierenregelmatig colistine of arts aangewezen dieren. amoxicilline wordt in­ gezet, moet de dieren­ Deze ‘nee tenzij-regeling’ geldt tot 1 maart arts vanaf 1 maart 2014 2016. Daarna mogen geen tweedekeuzeelke 14 dagen een antibiotica meer worden afgegeven. bedrijfsbezoek afleggen.

VeeOnline Maak gebruik van het digitale BBP en BGP op VeeOnline (zie www.veeonline.nl). De digitale plannen zijn gemakkelijk in te vullen en digitaal te bewaren. Bovendien zijn de lijsten met antibiotica dan altijd up-to-date. Vraag uw dierenarts naar de mogelijk­heden.

GD Varken | December 2013 |

9


Varkensvoeders van Nijsen/Granico

Licht verteerbaar door optimaal toegankelijk zetmeel uit Food-producten Voor een varken zijn zetmeel en suikers belangrijke bronnen van energie. Van zetmeelrijke voeders is bekend dat ze een gunstig effect hebben op de darmgezondheid van varkens. Met name voor jonge vleesvarkens is ontsloten zetmeel een belangrijke voedingsstof. Ontsloten zetmeel is optimaal toegankelijk voor enzymen en dat bevordert de verteerbaarheid. Het is belangrijk dat een varken het zetmeel, zonder al te veel energie te verbruiken, kan omzetten naar glucose. Die garantie heeft u bij alle varkensvoeders van Nijsen/Granico. Met dank aan het unieke Food-for-Feed速 concept.

FOOD-FOR-FEED速 Hoogwaardige producten uit de levensmiddelenindustrie worden verwerkt tot smaakmakende grondstoffen voor varkensvoeders.

Varkensvoerproducent Nijsen/Granico beschikt over eersteklas zetmeelrijke brood- en deegproducten uit de levensmiddelenindustrie (Food) en verwerkt die als smaakmakende grondstoffen in haar varkensvoeders (Feed). Er zijn twee belangrijke redenen waarom het zetmeel uit deze Food-producten voor uw varkens optimaal toegankelijk is. Allereerst zijn de meeste Food-producten die Nijsen/Granico gebruikt in een eerder stadium gebakken. Daarnaast is de bloem, waaruit deze grondstoffen grotendeels bestaan, zeer fijn gemalen. Het bakproces en de maalfijnheid zorgen ervoor dat het aanwezige zetmeel optimaal wordt ontsloten en het verteringsproces wordt bevorderd.

Bloem

Beschuit

Toast

Taart

Brood

Koek


Bakproces Producten als brood, vlaaibodems en koekjes hebben allemaal een bakproces ondergaan. Vergelijk het eens met mais. Een maiskorrel heeft weinig contactoppervlak en is mede daardoor moeilijk te verteren. Na het verhitten springt de maiskorrel open en wordt het popcorn. Het contactoppervlak is nu velen malen groter gemaakt en de structuur is meer open. De verteringssappen in je mond breken de popcorn veel sneller af doordat de enzymen nu beter hun werk kunnen doen. Maiskorrel

Het bakproces zorgt voor een vergelijkbare werking. Door verhitting wordt de structuur van het zetmeel in de Food-producten kapotgemaakt. Er ontstaat een sponsstructuur waardoor het zetmeel van alle kanten optimaal toegankelijk is en enzymen gelijktijdig op meerdere plekken het zetmeel kunnen opknippen. Het bakken zorgt er dus voor dat de mooi gerangschikte zetmeelketens als het ware uit elkaar worden gehaald en worden opgedeeld in kleine, hapklare stukken. Per tijdseenheid wordt er daardoor veel sneller en maximaal verteerd en dit is waar uw varkens behoefte aan hebben. Maalfijnheid Ook producten zoals tarwebloem, maïsbloem en gepofte granen krijgt Nijsen/Granico vanuit de levensmiddelenindustrie binnen voor verwerking in haar varkensvoeders. Dit zijn exact dezelfde producten zoals de bakkerijen die inkopen: van dezelfde hoge kwaliteit en met dezelfde hoge mate van maalfijnheid. Dat laatste aspect is, naast het bakproces, sterk bepalend voor de toegankelijkheid van zetmeel. Neem een tarwekorrel. In een traditionele mengvoerfabriek worden tarwekorrels ten opzichte van bloem grof gemalen. In een fabriek waar van tarwe bloem wordt gemaakt, wordt extreem fijn gemalen. Door het maalproces is het zetmeel in bloem al in kleine stukken uit elkaar gevallen. Het contactoppervlak is daardoor veel groter, wat het verteringsproces sterk bevordert. Ook om die reden kunnen uw varkens het zetmeel sneller en efficiënter omzetten naar glucose.

Tarwe in traditioneel varkensvoer: grof gemalen dus weinig contactoppervlak.

Tarwebloem uit de levensmiddelenindustrie in varkensvoer van Nijsen/Granico. Zeer fijn gemalen dus veel contactoppervlak en daardoor een beter verteringsproces.

Geleidelijke vertering Aan alle producten van Nijsen/Granico ligt een uitgekiend recept ten grondslag, afgestemd op de energiebehoefte van uw varken. Een recept waarbij zorgvuldig wordt gekeken naar de perfecte balans tussen het aandeel gebakken Food-producten (bijv. brood), het aandeel fijngemalen Food-producten (bijv. bloem) en het aandeel traditionele producten (bijv. tarwe). Deze voersamenstelling zorgt ervoor dat niet alleen vooraan in het verteringsproces, maar gedurende het gehele proces op meerdere momenten energie wordt aangeboden aan het varken. Voedingsstoffen worden gefaseerd in het lichaam opgenomen, wat een voldaan gevoel geeft en voor rust in uw stal zorgt. Iets dat uiteindelijk voor u als varkenshouder resulteert in betere groeiresultaten van uw dieren en een betere voederconversie.

Popcorn (ontsloten product)

Food maakt Feed aantrekkelijk, ook voor moeilijke eters Het bewezen Food-for-Feed® concept maakt de varkensvoeders van Nijsen/Granico in meerdere opzichten aantrekkelijk voor varkenshouder en dier. Bakproces en maalfijnheid zorgen ervoor dat het zetmeel in het voer van Nijsen/Granico beter toegankelijk is dan in de traditionele voeders en daardoor licht verteerbaar voor het varken. Het dier kan wat energiewaarde betreft het maximale uit het voer halen en sneller de energie in zich opnemen om topprestaties te leveren. Bovendien bevatten de gebruikte Food-ingrediënten geen ballaststoffen die het verteringsproces verstoren en zorgen voor onnodig verbruik van energie. Het Food-for-Feed® concept zorgt ervoor dat het complete voerassortiment van Nijsen/Granico smakelijk, energierijk, licht verteerbaar en makkelijk opneembaar is. Meer weten? Uitgebreide informatie over de smaakmakende varkensvoeders van Nijsen/Granico vindt u op www.nijsen-granico.nl. Natuurlijk kunt u ook geheel vrijblijvend telefonisch contact opnemen: tel. 0478-552900.

Varkensvoeders van Nijsen/Granico worden geproduceerd volgens het Food-for-Feed® concept. Ook Broodmelange en ‘s werelds eerste kant-en-klaar vloeibaar biggenvoer Forti Boost worden op basis van dit concept geproduceerd. GD Varken | December 2013 |

11


PRRS | tekst: DR. tOM DUINHOF

Aanpak van PRRS

Praktijkervaringen

uit Europa en de VS

Impressie van het congres op Kreta.

Op congressen in het afgelopen najaar in de VS (Leman Conference, St. Paul) en Europa (EuroPRRS, kreta), hebben dierenartsen en onderzoekers uitgebreid gesproken over de aanpak van PRRS. Ondanks dat dit virus voor verrassingen zorgt, lukt het steeds beter om bedrijven PRRS-vrij te houden. De schade door PRRS is afhankelijk van de virusstam. Een Amerikaanse onderzoeker maakte de volgende vergelijking: “PRRS-problemen heb je in drie varianten: Light (Europa), Classic (VS) en Red Bull (China).” Hij wilde hiermee aangeven dat de invloed van het PRRS-virus nogal kan verschillen. In Europa (virustype 1) lijken ziekteproblemen mee te vallen, terwijl in de VS (virustype 2) herinfecties op eerder besmette bedrijven tot grote, en in China (virustype 2) zelfs tot zeer grote problemen kunnen leiden. En toch hebben we het over één virus. Het feit dat opgebouwde afweer door eerdere infecties of vaccinatie niet in alle gevallen voldoende bescherming biedt tegen nieuwe infecties, geeft aan hoe ingewikkeld de aanpak van PRRS in feite is.

12

Veranderende situatie De verdeling van de virussen lijkt overzichtelijk: de hoogpathogene (sterk ziekmakende) virussen zitten in de VS en in China (zie afbeelding), en in Europa komen alleen zwakkere stammen voor. Echter, in Oost-Europa vindt men de hoogpathogene zogenaamde ‘Lena-like’ stammen. Dit zijn Europese virussen (virustype 1) die in ziekmakend vermogen nauwelijks verschillen van de stammen in de VS en China. Nieuw is dat in Vlaanderen in 2013 ook Europese virussen zijn aangetroffen die hoogpathogeen genoemd kunnen worden, zo blijkt uit mededelingen van de Universiteit Gent. Dit onderstreept de continue verandering die PRRS-virussen ondergaan, en het risico van het ontstaan van sterk pathogene stammen. “Er gaat nu een

andere situatie ontstaan in Europa”, zo meldt de Universiteit Gent.

PRRs-virus in de lucht Rondom vier PRRS-vrije bedrijven met luchtfilters, gelegen in het varkensrijke gebied van Iowa en Minnesota, is in de periode oktober tot december 2012 onderzoek gedaan naar de hoeveelheid PRRS-virus in de lucht. Bij maar liefst 37% van de 217 luchtmonsters werd (een vrij grote hoeveelheid) PRSS-virus aangetoond in de viruskweek. Dit sluit aan bij de waarneming dat jaarlijks vanaf midden oktober nieuwe uitbraken plaatsvinden in

Luchtfilters die in de VS (en in Nederland) gebruikt worden.


standaardprotocol voor de aanpak van PRRs-uitbraken en de eliminatie van virus de VS. Verrassend was dat ook in juni 2013 in 11% van de 100 monsters, genomen rondom deze vier bedrijven, PRRS-virus werd gevonden. Weliswaar was dit dood virus, maar ook in de zomerperiode wordt dus wel degelijk virus in de lucht aangetroffen. Dit onderzoek maakt opnieuw duidelijk hoe groot het belang is van het voorkomen van virusinsleep, niet alleen door luchtfiltratie maar ook door een goede hygiëne rondom mensen en materialen die het bedrijf binnenkomen.

Aangescherpte protocollen In de VS wordt het Herd Closure-systeem (letterlijk: bedrijfssluiting) veelvuldig toegepast. Dit is een methode om aanwezige virusinfecties te laten uitdoven. Eén van de kenmerken van dit systeem is dat het bedrijf gedurende minimaal 250 dagen geen varkens aanvoert. Uit onderzoek blijkt nu dat er duidelijke risicofactoren zijn waardoor dit systeem niet slaagt. Deze zijn: (a) het gebruik van bedrijfseigen virusvaccin in plaats van een commercieel vaccin, (b) de aanwezigheid van bepaalde virusstammen, (c) tegen het protocol in varkens aanvoeren, (d) niet allin all-out werken. Dit alles wijst wederom op de cruciale rol van intern bedrijfsmanagement om PRRS-infecties tot staan te brengen. In het kader is een aangescherpt protocol weergegeven dat in de VS wordt gebruikt. Hiermee haalde men een slagingspercentage van 88 tot 91% in de afgelopen twee winterperiodes (op 28 bedrijven).

1. Er moet een plan vastgelegd zijn op papier. 2. Herd Closure (bedrijfssluiting) gedurende minimaal 250 dagen, dit kan pas starten als gelten en zeugen gevaccineerd zijn. 3. Week 1-16: Bedrijf sluiten, zeugen 2x vaccineren, alle biggen afvoeren na spenen (niets achterhouden), volledig all-in all-out draaien, afdelingen moeten leeg zijn. 4. Week 17-36: a. Start met PRRS-bloedonderzoek (bij de oudste biggen die niet klinisch gezond zijn) b. Maatregelen: • Overleggen sterk beperken (biggen hooguit naar één andere zeug). • Zieke of slappe biggen euthanaseren. • Per toom schone naalden en schoon materiaal gebruiken. • Afdeling helemaal reinigen en desinfecteren, niet in delen. • Drijfgangen reinigen en desinfecteren na verplaatsen van varkens. • Geen behandelbakken of behandelkarren gebruiken. • Geen zeugen besmetten voor het werpen. • Alle koelkasten en vriezers op het bedrijf leeg en schoon maken. • Alle aangebroken potjes medicijnen afvoeren. Hele bedrijf reinigen en ontsmetten. 5. Mest verpompen na de periode van 250 dagen; niet eerder dan 14 dagen na aanvoer van nieuwe dieren. 6. testen vóór het einde van de 250 dagen bedrijfssluiting: a. 3x 30 biggen met 2 weken interval (virustest moet negatief zijn) b. 3x 60 biggen met 2 weken interval (virustest moet negatief zijn) c. speeksel: 3x 12 tomen in tussenliggende weken 7. testen ná het einde van de 250 dagen bedrijfssluiting; 6 maanden lang: • maandelijks bij 30 biggen virustest op bloed of speeksel • maandelijks bij 10 PRRS­vrije en ongevaccineerde opfokgelten virustest op bloed (Bron: Pipestone Veterinary Clinic, Leman Conference 2013)

wordt uitgestoten. Als vleesvarkens pas na vaccinatie besmet raken, zijn bovendien de technische kengetallen ook beter dan bij niet gevaccineerde varkens. Ook als varkens na infectie (bij een uitbraak) worden gevaccineerd, wordt minder virus in de lucht uitgescheiden. Vaccinatie wordt daarom in de VS, net als luchtfiltratie, gezien als een hulpmiddel om virusverspreiding in een regio te beperken.

Conclusie Ondanks dat het PRRS-virus zich niet makkelijk laat vangen door de afweer van het varken, en het feit dat het virus steeds verandert, zijn er toch mogelijkheden om het virus te elimineren of buiten het bedrijf te houden. Steeds weer blijkt het management op het varkensbedrijf zelf de grootste invloed te hebben op het voorkomen van insleep en schade door PRRS.

kwaliteit luchtfilters Praktijkervaringen in de VS leren dat luchtfilters effectief zijn. De kans op insleep van virus wordt hierdoor met een factor 8 kleiner. De vraag is echter hoe lang filters goed blijven functioneren. Vooral onder sterk wisselende en extreme klimaatomstandigheden, zoals men die kent in de VS, blijkt de duurzaamheid nog voor verbetering vatbaar te zijn. Dierenartsenpraktijken hebben daarom een onafhankelijk onderzoeksinstituut gevraagd de filters te testen.

effect van vaccinatie In groepen vleesvarkens blijkt vaccinatie bij te dragen aan de vermindering van de hoeveelheid PPRS-virus die in de lucht

Hoogpathogene PRRS-virussen in China, Oost-Europa en de VS.

GD Varken | December 2013 |

13


VeeOnline | tekst: ing. Suzan Megens

VeeOnline,

wel zo handig

In het kader van de reductie van het antibioticumgebruik in de veehouderij, is een paar jaar geleden het bedrijfsbehandelplan (BBP) in het leven geroepen. Sinds het begin van 2013 biedt de GD de mogelijkheid om dit plan digitaal aan te maken in VeeOnline. De digitalisering van onze samenleving is in volle gang. Als varkenshouder heeft u dat ongetwijfeld gemerkt. Alles kan tegenwoordig digitaal: van uw administratie tot aan het online bestellen van voer en het monitoren van uw stroomgebruik. De GD gaat mee in die digitalisering, onder andere met het online informatiesysteem VeeOnline. Via VeeOnline kunnen dierenartsen en veehouders samen digitaal een bedrijfgezondheidsplan (BGP) en bedrijfsbehandelplan (BBP) aanmaken. In het BBP kan uw dierenarts onder meer precies vastleggen welke antibiotica er ingezet mogen worden op uw bedrijf. En u kunt uw eigen plan vervolgens zelf online inzien. Wanneer u weer controle krijgt op uw bedrijf, kunt u uw plannen eenvoudig opvragen.

Via VeeOnline kunnen dierenartsen en veehouders samen een digitaal BGP en BBP aanmaken.

logingegevens te onthouden. Het mooie van Z-login is ook dat u maar één keer hoeft in te loggen bij één van de deelnemende organisaties. Gaat u vervolgens op het internet naar de website van een andere organisatie, dan hoeft u niet opnieuw uw gegevens in te voeren. Dit principe heet Single Sign On (SSO). Weet u niet zeker of u al een Z-login hebt? Ga dan naar www.z-login.nl en kijk bij ‘Veelgestelde vragen’. Heeft u nog geen Z-login? Ga dan naar www.veeonline.nl en klik op ‘Login aanvragen’. Wanneer u de stappen volgt, ontvangt u uw logingegevens binnen twee minuten in uw mailbox.

Uw gegevens altijd beschikbaar Behalve uw BGP en BBP kunt u op VeeOnline ook uw eigen GD-uitslagen opzoeken. Wel zo handig en overzichtelijk. Vraag uw dierenarts naar de mogelijkheden.

Hoe logt u in op VeeOnline? Inloggen kan op www.veeonline.nl, door uw gebruikersnaam en wachtwoord van Z-login in te vullen. De kans is groot dat u al een Z-login heeft, bijvoorbeeld voor IRVL, LTO Noord, ZLTO, VION, uw stroomleverancier of uw voerleverancier. Diezelfde Z-login kunt u ook gewoon gebruiken voor VeeOnline. U hoeft dus niet allerlei verschillende

14

Bron: www.z-login.nl


MoNIToRING

GD-varkensdierenarts Paul Franssen

Geleidelijk meer App bij varkens “De afgelopen tien jaar zien we binnen de GD Veekijker Varken een daling in vragen over allerlei luchtwegproblemen. Van bijna 34% in 2004 naar iets meer dan 30% dit jaar. De daling in het aantal vragen over luchtwegproblemen gaat hand in hand met een afname van het aantal vragen over stalklimaat. Anderzijds zien we in onze sectiezaal dat héél geleidelijk het aantal varkens waarbij een luchtwegprobleem wordt vastgesteld juist toeneemt. Al met al lijkt het erop dat luchtwegaandoeningen in de loop der jaren een behoorlijk ‘constant’ probleem vormen. Maar na wat meer analyse valt op dat App aan een opmars bezig is. Bij de vragen aan de GD Veekijker zien we dat het percentage vragen over App de afgelopen negen jaar steeg van 4% naar 6%. De stijging in het aantal secties van varkens met luchtwegproblemen komt uitsluitend door de toename in varkens met App. Daarbij wordt App steevast het meest vastgesteld bij ingezonden dieren in het eerste en vierde kwartaal, dus in de winterperiode.

Ook andere informatiebronnen doen vermoeden dat de problematiek met App toeneemt, zoals de zeven bijdragen over App op het ‘European Symposium on Porcine Health Management’ te Edinburgh van afgelopen voorjaar. In Nederland is de laatste jaren het aantal bedrijven waar met bloedonderzoek antistoffen tegen App worden gevonden, opgelopen tot vrijwel 100%, zo blijkt uit gegevens uit het ResPigprogramma van MSD/Intervet. terwijl in 2005 bij een groot onderzoek van de GD op vleesvarkensbedrijven nog was gebleken dat ongeveer de helft van die bedrijven negatief testte. Volgens Finse en Duitse onderzoekers is App ook in die landen één van de belangrijkste verwekkers van longaandoeningen.

Kan het enten van zeugen de problemen bij biggen en jonge vleesvarkens verminderen?

App wordt tegenwoordig zelfs gezien bij zuigende biggen.

De laatste tijd krijgt de GD Veekijker bovendien een enkele keer vragen over zeugen en biggen met App, terwijl het toch meestal een probleem was (en is) bij de vleesvarkens. Het wordt tegenwoordig zelfs wel eens gezien bij zuigende biggen. Uit onderzoek van de faculteit diergeneeskunde in Utrecht is duidelijk geworden dat er een verband is tussen maternale immuniteit (antistoffen via de biest) en de vermeerdering van App in gespeende biggen. Het kan dan ook interessant zijn om uit te zoeken of de uniforme opname van biest voor elke big uit de toom goed geregeld is en of het enten van zeugen de problemen bij biggen en jonge vleesvarkens kan verminderen. Naast verbetering van het stalklimaat natuurlijk…”

Met haar monitoringsactiviteiten waakt de GD over de diergezondheid in Nederland. Onder andere via de GD Veekijker, waar vragen van dierenartsen en veehouders binnenkomen. Naast de helpdeskfunctie is de GD Veekijker hét centrale verzamelpunt voor alles rondom diergezondheid, in het belang van veehouder en sector. Deze rubriek verhaalt over bijzondere gevallen, speciaal onderzoek en opvallende resultaten die het werk van de monitoring dierenartsen oplevert. De GD Veekijker wordt gefinancierd door het ministerie van EZ en het PVV.

GD Varken | December 2013 |

15


Recente ontwikkelingen | tekst: dr. Peter van der Wolf

Dysenterie: een update

Dysenterie komt gelukkig niet veel voor in de Nederlandse varkenshouderij. Echter: op besmette bedrijven kan ernstige schade ontstaan, vooral bij de vleesvarkens. Een bezoek aan een wetenschappelijk congres over dysenterie leverde nieuwe inzichten en informatie op waarvan we de belangrijkste met u willen delen. Dysenterie is een oude bekende in de varkenshouderij die al veel verschillende namen gehad heeft in de loop der jaren. Een veel gebruikte oude naam is Vibrio. Eind vorige eeuw werd die naam veranderd in Treponema en een paar jaar later in Serpulina. Sinds een aantal jaren wordt deze bacterie Brachyspira genoemd. De bacterie die dysenterie veroorzaakt heet voluit

16

Brachyspira hyodysenteriae (hyo = varken, dysenteriae = dysenterie). B. hyodysenteriae is een langgerekte spiraalvormige bewegelijke bacterie die zich bij een infectie in de darmwand boort. Lang werd gedacht dat B. hyodysenteriae de enige bacterie was die dysenterie veroorzaakt, maar uit recent onderzoek in

Canada, de VS, Zweden en Spanje blijkt dat ook andere bacteriën uit de Brachyspira­ familie de veroorzaker kunnen zijn. Dit zijn B. intermedia en B. hampsonii. Het ziekmakend vermogen van de bacterie is namelijk gebaseerd op de aanwezigheid van bepaalde genen. Deze genen blijken niet alleen bij B. hyodysenteriae voor te komen, maar dus ook bij B. intermedia en B. hampsonii.

Voorkomen Dysenterie veroorzaakt wereldwijd veel schade in de varkenshouderij. Gelukkig komt dysenterie niet heel vaak in Nederland voor. De diagnose wordt in de sectie­ zaal van de GD gemiddeld twintig keer per jaar gesteld, dat is slechts 0,6% van alle secties bij varkens. Bedrijven waar dysenterie wordt vastgesteld hebben vaak


geld. De schade kan oplopen tot € 10,- per afgeleverd varken en werd door een handelaar voor een heel bedrijf eens omschreven als ‘een hele mooie vrachtwagen’.

meerdere jaren last van deze infectie. tot nu toe wordt in Nederland, voor zover bekend, dysenterie nog altijd veroorzaakt door B. hyodysenteriae en hebben wij nog geen gevallen gevonden waarin B. hampsonii of een pathogene vorm van B. intermedia een rol speelde. In België, Zweden en Spanje is dat wel het geval.

Diagnose De diagnose wordt gesteld door het aantonen van de bacterie in diarree of in sectiemateriaal. Bij de GD gebeurt dit door middel van een PCR-test voor B. hyodysenteriae. Er bestaan geen testen voor het aantonen van afweer in het bloed. Het is ook mogelijk om Brachyspira te kweken en dan te typeren. Bij dysenterie waarbij de PCR negatief is, is het advies om een kweek te laten doen om te onderzoeken of een ander type Brachyspira een rol speelt bij de infectie.

Overdracht Verreweg de belangrijkste manier waarop Brachyspira op een bedrijf terechtkomt, is door de aanvoer van besmette varkens. Daarnaast is het niet uitgesloten dat muizen de infectie een bedrijf binnen kunnen brengen. Muizen kunnen heel lang drager blijven van deze infectie. tot slot kunnen pluimvee en andere vogels besmet zijn, waardoor een bedrijf bij onvoldoende hygiëne ook besmet kan raken. Uit recent onderzoek blijkt dat trekganzen besmet kunnen zijn met B. hampsonii, waardoor varkensbedrijven in Spanje besmet zijn geraakt met deze soort.

Behandeling De behandeling wordt gedaan met antibiotica, vooral met tiamulin of Valnemuline. Afhankelijk van het gevoeligheidspatroon (alleen vast te stellen na kweek en niet na een PCR) kunnen Lincomycine, tylosine en tylvalosine eventueel nog effect hebben.

schade

Percentage van alle secties varken bij de GD

De schade wordt vooral veroorzaakt doordat varkens diarree hebben. Hierdoor groeien ze minder, wordt de voerconversie slechter, groeien de koppels uit elkaar en gaat een aantal varkens dood. Daarnaast kosten de extra zorg en de medicijnen ook

gericht moeten zijn om het verspreiden van mest te voorkomen: all-in/all-out, reinigen en desinfecteren van afdelingen en gangen, muizen en vliegenbestrijding, enzovoorts. Het niet meer aankopen van besmette dieren is ook een belangrijke stap. Een succesvolle aanpak van dysenterie op een zeugenbedrijf is echter niet eenvoudig, daarvoor is gedeeltelijke depopulatie (behalve de zeugen) echt noodzakelijk. Er is een voederadditief op de markt waarvan geclaimd wordt dat het infectie door Brachyspira helpt voorkomen, Vitadys, maar er is niet veel bekend over het effect onder bedrijfsomstandigheden. De GD werkt aan een B. hyodysenteriae-vrij certificaat, maar dat is nog niet beschikbaar. Om te zien of aangevoerde varkens Brachyspira uitscheiden is onderzoek van één op drie gepoolde mestmonsters mogelijk. Dit moet dan wel vaak herhaald worden om te kunnen zeggen dat een herkomstadres echt niet besmet is.

Zoönose

Aanpak De aanpak is vooral gericht op het verbeteren van de hygiëne. Mest van zieke dieren is heel besmettelijk en alles zal erop

B. hyodysenteriae is niet besmettelijk voor de mens (zoönose). Er is echter een Brachyspirasoort, Brachyspira pilosicoli, dat wel infecties bij de mens kan veroorzaken. Bij varkens geeft deze soort aanleiding tot colitis, waardoor afwijkende mest kan ontstaan. B. pilosicoli komt in Nederland heel weinig voor bij varkens.

Dysenterie ten gevolge van Brachyspira-infectie

2%

1,5%

1%

0,5%

0%

1

2

3

2004

4

1

2

3

2005

4

1

2

3

2006

4

1

2

3

2007

4

1

2

3

4

2008

1

2

3

2009

4

1

2

3

2010

4

1

2

3

2011

4

1

2

3

2012

4

1

2013

Kwartalen Figuur 1. Percentage van alle secties bij varkens waarin dysenterie door Brachyspira-infectie is aangetoond over de periode 2004 tot en met het eerste halfjaar van 2013.

GD Varken | December 2013 |

17


NIEUW!

Oedeemziekte? “Nee, in mijn ogen is Shigatoxine geen probleem meer!“

• Eenmalige vaccinatie vanaf de 4de levensdag • 1 ml i.m. / big • Bescherming tot 3,5 maand

04/13 1.0

IDT Biologika BV Ceresstraat 13 • 4811 CA Breda Tel. 06-5758 2324 • www.idt-biologika.com • www.shigatoxin.com Naam: ECOPORC® SHIGA suspensie voor injectie voor varkens. Samenstelling: dosis van 1 ml bevat Werkzaam bestanddeel: genetisch gemodificeerd, recombinant Stx2e antigeen: ≥ 3,2 x 106 ELISA-eenheden; Adjuvans: aluminiumhydroxide max. 3,5 mg; Hulpstof: thiomersal max. 0,115 mg. Voorkomen na schudden: geelachtige tot bruinachtige, homogene suspensie. Doeldiersoort: varkens Indicaties: actieve immunisatie van biggen vanaf de leeftijd van 4 dagen om mortaliteit en klinische symptomen van oedeemziekte veroorzaakt door het Stx2e-toxine geproduceerd door E. coli (STEC) te reduceren. Begin van immuniteit: 21 dagen na vaccinatie. Duur van immuniteit: 105 dagen na vaccinatie. Contra-indicaties: niet gebruiken bij overgevoeligheid voor het werkzame bestanddeel, het adjuvans of een van de hulpstoffen. Speciale waarschuwing: vacccineer alleen gezonde dieren. Bijwerkingen: vaak kunnen zeer kleine lokale reacties zoals milde zwelling op de injectieplaats (max. 5 mm) worden waargenomen, maar deze reacties zijn tijdelijk en verdwijnen zonder behandeling binnen korte tijd (tot max. zeven dagen). Na toediening van ECOPORC® SHIGA kunnen soms klinische symptomen, zoals tijdelijke milde gedragsstoornissen, worden waargenomen. Vaak kan na injectie een kleine verhoging in lichaamstemperatuur (max. 1,7° C) voorkomen. Maar deze reacties verdwijnen, zonder behandeling, binnen korte tijd (max. twee dagen). Gebruik tijdens dracht of lactatie: de veiligheid van het diergeneesmiddel is niet bewezen tijdens dracht of lactatie. Interactie met andere geneesmiddelen: Er is geen informatie beschikbaar over de veiligheid en werkzaamheid van dit vaccin bij gebruik in combinatie met enig ander diergeneesmiddel. Ten aanzien van het gebruik van dit vaccin vóór of na enig ander diergeneesmiddel dient per geval een besluit te worden genomen door de verantwoordelijke dierenarts. Dosering en toedieningsweg: één enkele intramusculaire injectie (1ml) aan varkens vanaf de leeftijd van 4 dagen. De geprefereerde injectieplaats is de nekspier achter het oor. Het wordt aanbevolen een naald te gebruiken die geschikt is voor de leeftijd van de biggen (bij voorkeur maat 21G lengte 16 mm). Voorafgaand aan de toediening, het vaccin voorzichtig schudden. Wachttermijn: nul dagen. Voorschriftplichtig. Vergunninghouder: IDT Biologika GmbH, Am Pharmapark,D-06861 Dessau-Roßlau, Duitsland. Registratie: EU/2/13/149/001, EU/2/13/149/002, REG NL 111263. Verdere informatie beschikbaar op aanvraag.


In de rubriek ‘Vraag & Antwoord’ beantwoorden onze dierenartsen vragen vanuit de praktijk.

?

 ls de biggen niet genoeg biest krijgen, is het dan A zinvol om runderbiest te geven?

?

Antwoord Peter van der Wolf, varkensdierenarts: Runderbiest, maar ook schapenbiest is te verkrijgen en kan in beginsel gebruikt worden voor biggen. De belangrijkste functie van biest is echter dat het antistoffen bevat tegen allerlei ziektekiemen. Biest is de enige manier voor een pasgeboren big om antistoffen binnen te krijgen. Zeer waarschijnlijk hebben biggen geen profijt van de antistoffen in runderof schapenbiest. Koeien hebben immers te maken met heel andere ziektekiemen dan varkens. Runderbiest heeft wel een zekere voedingswaarde door de suikers die erin zitten. Maar anderzijds is het ook nogal bederfelijk. Alles moet gericht zijn op het zo snel mogelijk opnemen van minstens 200 tot 300 ml biest van liefst de eigen zeug door pasgeboren biggen. Normaal gesproken heeft een zeug genoeg biest voor wel twintig biggen. Daarna kan als aanvulling eventueel bijvoorbeeld koffiemelk verstrekt worden.

?

Vraag & Antwoord

I s propyleenglycol zinvol als makkelijke energiebron bij zeugen?

Antwoord Paul Franssen, varkensdierenarts: Nee. Bij koeien die in de problemen komen bij het op gang komen van de melkgift door energietekort, wordt propyleenglycol wel eens verstrekt als snelle energiebron. Bij koeien resulteert de (snelle) opname van propyleenglycol vanuit de pens indirect tot een verhoogd bloedsuikergehalte. Die verhoging van het bloedsuikergehalte lukt bij koeien niet door ze gewoon suiker of zetmeel te geven, aangezien dat in de pens wordt gebruikt door de aanwezige pensbacteriën. Bij varkens, die geen pens hebben, is deze indirecte manier van het verhogen van het bloedsuikerniveau niet nodig en het geven van propyleenglycol (‘antivries’) dus ook niet.

?

 an ik als koper van gelten een garantie eisen dat K de dieren vrij zijn van griep?

Antwoord Tom Duinhof, varkensdierenarts: I s cacao als bijproduct in brijvoer schadelijk voor varkens?

Antwoord Theo Geudeke, varkensdierenarts: Cacao bevat de stof theobromine. Deze stof komt ook voor als afbraakproduct in thee, koffie en cola. Theobromine is voor vrij veel dieren giftig, vooral voor honden en katten. Verschijnselen bij vergiftiging zijn misselijkheid, braken, diarree en veel urineren. In een later stadium kan dit zelfs overgaan in hartritmestoornissen, epileptische aanvallen, inwendige bloedingen en een (fatale) hartaanval. Varkens kunnen ook niet zo goed tegen theobromine. In het verleden zijn experimenten gedaan waaruit bleek dat vooral jonge vleesvarkens slechter groeien als hun dieet theobromine bevat. Als ze meer dan 7 mg/kg lichaamsgewicht opnemen, dan zijn nadelige effecten te verwachten. Volgens Europese regelgeving mag veevoer maximaal 300 mg/kg theobromine bevatten. Voor varkens is dat zeer waarschijnlijk al te veel.

Nee, dat kan eigenlijk niet. Griep komt op vrijwel alle bedrijven voor en de verspreiding is onvoorspelbaar. Met bloedonderzoek of met Happy Bite is wel te onderzoeken of gelten antistoffen hebben tegen griep. Daarmee is duidelijk of ze in contact zijn geweest met het (vaccin)virus. Met een PCR-test op neusswabs of speeksel (Happy Bite) is te onderzoeken of varkens op het moment van aanvoeren zeer waarschijnlijk griepvirus uitscheiden. Om zeker te weten of géén griepvirus wordt uitgescheiden, moeten zo veel mogelijk en het liefst alle dieren bemonsterd worden. Belangrijk is en blijft vooral om een goede quarantaine­ stal te hebben en goede afspraken te maken met de leverancier, bijvoorbeeld over vaccinaties.

Ook een vraag? Laat het ons weten en mail uw vraag naar redactie@gddeventer.com onder vermelding van Vraag & Antwoord GD Varken.

GD Varken | December 2013 |

19


A SANOFI COMPANY

16159_Neocolipor advertorial 186x130.indd 1

18-11-13 10:32

Groba brengt perfectie in uw stal.

Copernicusstraat 12, Wijchen T +31 (0)24 6414289 www.groba.nl

Complete oplossingen voor de varkenshouderij

LV

VERBAKEL BV Plastic & Stainless steel products

Industrieweg 13 Sint-Oedenrode 0413 474036

nedap.com/livestockmanagement


tekst: DRS. EVA ONIS | aCTUEEl

Varkenssector

positief in beeld Biggenrace tijdens het Weekend van het Varken. Foto: Boerderij An ’n Dwarsdiek

Op 14 en 15 september bezochten ruim 41.500 mensen één van de veertig varkensbedrijven die deelnamen aan het ‘Weekend van het Varken’. Ook op andere dagen, het hele jaar door, ontvangen varkenshouders met zichtstallen steeds meer bezoekers. Initiatieven als deze lijken een positieve invloed te hebben op het imago van de sector. Veel bezoekers van het Weekend van het Varken lieten weten aangenaam verrast te zijn over de professionaliteit van de varkenshouderij en de goede leefomstandigheden van de dieren. “Wanneer mensen voor het eerst een varkensbedrijf bezoeken, blijkt vaak dat ze een te negatief beeld over de sector hadden gevormd, mede door wat ze in de media hebben gezien”, vertelt Janny Schuldink van ‘Boerderij An ’n Dwarsdiek’ uit Ommen. “We deden dit jaar voor de tweede keer mee aan het Weekend van het Varken. Op zaterdag hadden we 500 bezoekers en op zondag ongeveer 1000; ze kwamen vanuit het hele land naar ons bedrijf. In één weekend bereik je dus een groot aantal mensen. Velen van hen stellen hun beeld al snel op een positieve manier bij. Al is het alleen maar omdat je tijdens zo’n bezoek bijvoorbeeld gemakkelijker kan uitleggen waarom zeugen in de kraamstal in hokken liggen. We hadden 22 vrijwilligers ingeschakeld om het weekend in goede banen te leiden en de vele vragen van bezoekers te kunnen beantwoorden. Deze vrijwilligersgroep bestond uit familie, vrienden, collega’s, leden van de damesstudieclub en vertegenwoordigers van onder andere tOPIGS

en de voerleverancier. Er kwam heel wat werk bij kijken, ook omdat we allerlei activiteiten organiseerden, zoals een biggenrace, een quiz, spelletjes voor kinderen en de mogelijkheid tot biggen knuffelen.”

stap in de stal De bedrijven die meededen aan het Weekend van het Varken zijn actief binnen Stap in de Stal (zie www.stapindestal.nl). Deze campagne is een initiatief van de Stichting Varkens in Zicht, die zich tot doel heeft gesteld om de varkenssector toegankelijker en inzichtelijk te maken. Dit doet de stichting door het realiseren van zichtstallen, waarbij bezoekers met eigen ogen kunnen zien en ervaren hoe de varkens leven. An ‘n Dwarsdiek is het twintigste Varkens in Zicht-bedrijf. Op dit bedrijf worden 1.200 zeugen gehouden. Langs de hele stal zijn ramen en er zijn 3 zichtruimtes waar bezoekers de dieren kunnen zien, bij de kraamstal, de gespeende biggenstal en bij de drachtige zeugen. Janny: “In de zomermaanden hebben we zo’n 400 bezoekers per maand, in de wintermaanden rond de 150. Vooral gezinnen die op de camping in Ommen verblijven vinden het een leuk gratis dagje uit. In de drie zichtruimtes op ons bedrijf staan borden met algemene informatie en uitleg over wat er precies in de stallen is te zien. Over het algemeen kunnen de be zoekers zichzelf redden, zodat de dagelijkse werkzaamheden gewoon kunnen doorgaan.”

Uitgebreide campagne De bezoekers van het Weekend van het Varken werden bereikt door een uitgebreide campagne. Varkens in Zicht heeft ruim een miljoen huis-aan-huisfolders verspreid, er was een radiocommercial op Skyradio en er zijn posters en flyers uitgedeeld en opgehangen. Ook social media zoals Facebook, twitter en Youtube zijn volop ingezet. Het weekend werd dit jaar voor de zevende keer georganiseerd. Dit keer was het thema ‘ontdek de varkenshouderij én ontmoet de boer’. GD Varken | December 2013 |

21


kREUPElhEID | tekst: DR. tHEO GEUDEkE

kreupelheid bij varkens: een overzicht

kreupelheid bij varkens van verschillende leeftijden is een veelbesproken probleem aan de telefoon van de GD Veekijker Varken. Hieronder een overzicht van de meest voorkomende oorzaken van kreupelheid bij verschillende leeftijdscategorieën, van zuigende biggen tot volwassen zeugen. Ze komen in Nederland gelukkig al jaren niet meer voor, maar we moeten altijd in ons achterhoofd houden dat bij blaasjesziekte en Mond-en-klauwzeer (MkZ) varkens van alle leeftijden kreupel kunnen worden door blaasjes in de tussenklauwspleet en aan de kroonrand. Bij MkZ treedt daarnaast vooral bij biggen veel sterfte op. Ook andere infectieziekten kunnen bij uiteenlopende leeftijden voorkomen en veroorzaken dan vooral gewrichtsontsteking, vaak in meerdere gewrichten tegelijk. Denk bijvoorbeeld aan vlekziekte of streptokokkeninfecties. Meestal hebben

22

dergelijke infecties echter voorkeur voor bepaalde leeftijdscategorieën.

Zuigende biggen Bij zuigende biggen komen vrij veel infectieuze gewrichtsproblemen voor. Ziekteverwekkers zoals streptokokken, stafylokokken, E. coli, Haemophilus parasuis of Mycoplasma hyosynoviae kunnen de oorzaak zijn en soms is sprake van een combinatie van deze bacteriën. De genoemde kiemen komen op veel bedrijven voor en als ze daadwerkelijk gewrichtsontstekingen veroorzaken, dan is er vaak

meer aan de hand. Bijvoorbeeld onhygiënisch werken bij het behandelen van biggen (ijzer spuiten, castreren, vaccineren), beschadigingen door vechten of een ruwe vloer en vooral ook: een onvoldoende biestvoorziening.

Gespeende biggen Ook bij gespeende biggen komen gewrichtsontstekingen voor met dezelfde kiemen als bij zuigende biggen. Ook hier kan nog steeds meespelen dat de biggen onvoldoende biest hebben gehad en dus onvoldoende weerstand hebben tegen infecties. Slechte vloerkwaliteit, vechten en een hoge hokbezetting kunnen leiden tot trauma en aldus tot kreupelheid. Als er problemen zijn met de kalkstofwisseling, kunnen de biggen gevoelig zijn voor botbreuken, die dan bijvoorbeeld ontstaan bij het verplaatsen of transporteren van de biggen.


Vleesvarkens en opfokvarkens Gewrichtsontstekingen in meer dan één gewricht komen bij vleesvarkens niet zo vaak voor. Een enkele keer kan dat het gevolg zijn van vlekziekte. Bij oudere opfokgelten komt soms een infectie voor van M. hyosynoviae. Ontstekingen rondom gewrichten, maar ook leggers, zijn op sommige bedrijven een oorzaak van vrij veel kreupele varkens. Vaak heeft dat te maken met overbelasting van het beenwerk, bijvoorbeeld bij snelgroeiende varkens op een matige kwaliteit vloer. Een bekend fenomeen bij opgroeiende varkens is osteochondrose. Dat is een verstoring van de kraakbeengroei in gewrichten of in de groeischijven van de botten en wordt vooral gezien bij varkens van zes tot twaalf maanden oud. Het is een chronisch proces waarbij de varkens moeilijk lopen door gewrichtspijn. Ze proberen zoveel mogelijk de poten te ontlasten. Het proces kan uit de hand lopen en leiden tot bijvoorbeeld loslating van de heupkop. De oorzaak is niet geheel duidelijk, maar het betreft vaak varkens die snel groeien en die kennelijk aanleg hebben voor deze ontwikkelingsstoornis. Het is niet duidelijk of er een relatie bestaat met gebrek aan mineralen of vitaminen. Osteochondrose is vast te stellen door sectie­ onderzoek. Soms zijn de veranderingen in het kraakbeen alleen maar microscopisch zichtbaar. Als sprake is van verstoring van de kalkstofwisseling, kunnen varkens kreupel worden doordat de verbening van de botten niet goed verloopt. Een verstoring kan het gevolg zijn van onvoldoende aanbod van calcium, fosfor of magnesium en wellicht ook van de zuurgraad van voer en water. Als het lichaam dreigt te verzuren zal het proberen de zuurgraad te bufferen door onder andere het vrijmaken van calciumfosfaat uit de botten. Verder zijn ook Vitamine D3 en fytase van belang voor een goede benutting van calcium. Met bloedonderzoek is vast te stellen of het botmetabolisme goed functioneert.

Zeugen De problemen die kunnen voorkomen bij opfokgelten, komen ook voor bij zeugen. Bij zeugen is de kalkstofwisseling ook nog om een andere reden van grote betekenis: rond het werpen is veel calcium nodig voor enerzijds een vlot werpproces en anderzijds het op gang komen van de melkgift. Om snel veel calcium vrij te

maken, spreekt de zeug haar reserves in het botweefsel aan. Dat vraagt om snelle omschakeling in de kalkstofwisseling. Bovendien moet de zeug later, na de zoogperiode, zorgen voor herstel van de calciumvoorraad in botweefsel. Kortom: ze heeft behoefte aan een flexibele en actieve botstofwisseling. Met bloedonderzoek is vast te stellen of daarvan sprake is.

zetten. Om te beoordelen hoe serieus het probleem is, is het van belang om te weten hoeveel dieren kreupel zijn, in welke leeftijdscategorie of welke fase van de cyclus en waar de kreupelheid precies zit. Zit het in de voor- of achterpoten, bepaalde gewrichten (pijnlijkheid, zwelling, roodheid), de klauwen (zool, wand, kroonrand) of misschien wel in de

Bij de beoordeling van de gang is het belangrijk om te letten op stijfheid, onderstandigheid en het ontlasten van de poten.

Klauwproblemen komen ook geregeld voor bij zeugen. Behalve door de kwaliteit van de vloer (vuil, nattigheid) kan dat te maken hebben met een matige voorziening van vitaminen (biotine) en mineralen (zink, calcium). In groepshuisvesting komen klauwproblemen sneller aan het licht dan in individuele huisvesting, alleen al omdat de zeugen meer moeten lopen.

Op zoek naar de oorzaak Als kreupelheid op een varkensbedrijf een probleem is, dan is het goed om een aantal zaken duidelijk op een rijtje te

spieren? Bij de beoordeling van de gang is het belangrijk om te letten op stijfheid, onderstandigheid en het ontlasten van de poten. Omgevingsaspecten die om beoordeling vragen zijn de vloerkwaliteit, de vloerhygiëne en de voeding (brijvoer, bijproducten, vitaminen en mineralen, zuurgraad). In overleg met de dierenarts kan besloten worden om nader onderzoek in te stellen naar de botstofwisseling met bloedonderzoek of naar andere oorzaken met sectieonderzoek. GD Varken | December 2013 |

23


Aandacht voor detail Peter Druijff “Arbeidsvreugde is de hoofdzaak op ons vleesvarken- en zeugenbedrijf. Daar is ons hele bedrijf op ingericht. Een mooi voorbeeld daarvan is het Date Gate®-systeem. Dit systeem is niet alleen waardevol tijdens het insemineren, het bezorgt ons ook veel werkgemak.”

Een druk op de knop “Het systeem leidt een zoekbeer langs kleine groepen gespeende zeugen, om de berigheid te stimuleren. Een systeemcomputer zorgt ervoor dat het hek naar de volgende groep zeugen pneumatisch geopend wordt. Na enige tijd wordt de beer gevolgd door een tweede beer, zonder dat beide dieren met elkaar in contact komen. We werken sinds de bouw van onze nieuwe zeugenstal in oktober 2011 met dit systeem. Op donderdagmorgen om half 8 spenen we de zeugen en vanaf donderdagavond tot zondagmorgen lopen de beren twee keer per dag voor de zeugen langs, zonder dat wij iets hoeven te doen. Wel zijn we tijdens de berenrondes altijd in de stal aanwezig, want met beren blijft het oppassen geblazen. Op zondagmiddag en maandagmorgen is het tijd voor de berigheidscontrole. En van maandagmiddag tot en met woensdagmorgen insemineren we de zeugen tijdens de berenrondes.”

Goede vruchtbaarheid “We hebben in eerste instantie voor Date Gate gekozen vanwege het arbeidsplezier, maar we hoopten natuurlijk ook dat we het zouden merken aan de technische gegevens en dat is gelukkig ook bewaarheid. De vruchtbaarheidsresultaten zijn verbeterd. Daarbij spelen uiteraard ook andere factoren een rol, zoals het goede vakmanschap van onze medewerker, de inrichting en verlichting van de dekstal, de juiste voeding en natuurlijk de huisvesting van onze zeugen in dynamische groepen. Het gaat om het totaalplaatje.”

GD, Postbus 9, 7400 AA Deventer, T. 0900-1770, F. 0570-63 41 04, www.gddeventer.com, info@gddeventer.com


GD Varken 72