Issuu on Google+

De Gezondheidsdienst voor Dieren

Varken 70

JUNI 2013

kLIMAATPRobLEMEN in beeld Het gevaar van STALGASSEN Praktische tips voor de aanpak van SALMoNELLA


Samen spoelen we coli- èn clostridium geboortediarree nu in 1 keer door

Porcilis® ColiClos

Porcilis ColiClos: het NIEUWE combinatievaccin tegen

Uitval door diarree, groeiachterstand en inzet van antibiotica… op deze schadeposten veroorzaakt door coli en clostridium zit niemand te wachten. Met het nieuwe combinatievaccin Porcilis ColiClos beschermt u biggen optimaal tegen geboortediarree. De met Porcilis ColiClos gevaccineerde zeugen ontwikkelen hoge antistofniveaus, waardoor de bescherming, via de biest, op de biggen wordt overgedragen; zowel tegen coli als clostridium. Spoel geboortediarree veroorzaakt door coli of clostridium in één keer door en vraag uw dierenarts naar Porcilis ColiClos.

coli en clostridium geboortediarree*

Samen sterk in diergezondheid MSD Animal Health Postbus 50 5830 AB Boxmeer Tel: 0485 587652 Fax: 0485 587653 www.msd-animal-health.nl

*Geboortediarree veroorzaakt doorHealth E. coli en C. perfringens MSD Animal

Postbus 50 5830 AB Boxmeer Tel: 0485 587652 Fax: 0485 587653 www.msd-animal-health.nl

Porcilis ColiClos, suspensie voor injectie voor varkens, bevat per dosis van 2 ml E. coli adhesiefactoren F4ab (≥ 29,7 Al titer), F4ac (≥ 27,8 Al titer), F5 (≥ 27,4 Al titer) en F6 (≥ 27,6 Al titer), en LT toxoïd (≥ 212,0 Al titer) en C. perfringens type C (stam 578) beta toxoïd (≥ 20 IE). Doeldier: Varken (zeug en gelt). Indicatie: Passieve immunisatie van biggen via actieve immunisatie van zeugen en gelten ter vermindering van de mortaliteit en klinische verschijnselen gedurende de eerste levensdagen, veroorzaakt door E. coli stammen die de adhesiefactoren F4ab (K88ab), F4ac (K88ac), F5 (K99) of F6 (987P) tot expressie brengen en veroorzaakt door C. perfringens type C. Toediening en dosering: 1 dosis (van 2 ml) via intramusculaire injectie in de nek. Bijwerkingen: Een verhoging van de lichaamstemperatuur tot 2oC, een lichte sloomheid en een verminderde eetlust kunnen optreden op de dag van vaccinatie. Op de injectieplaats kan een pijnlijke zwelling (diameter tot 10 cm) tot 25 dagen na vaccinatie worden waargenomen. Waarschuwingen: Het is van belang dat iedere big een afdoende hoeveelheid colostrum drinkt. Contra-indicaties: Geen. Wachttijd: 0 dagen. REG NL 108819 UDD. Voor overige informatie, zie bijsluiter.


| Voorwoord

| INHOUD 04 Nieuws & Tips 07

08

Klimaatproblemen in beeld

08 Het gevaar van stalgassen 14 Vraag & Antwoord 15 Monitoring 16  P raktische tips voor de

Plannen en finetunen

19  Drinkwaterkwaliteit:

Al ruim een halve eeuw worden er in de veehouderij antibiotica ingezet. Daarmee zijn grote successen geboekt met betrekking tot de diergezondheid. We weten nu echter ook dat onzorgvuldig antibioticumgebruik nadelige effecten heeft voor de volksgezondheid en voor de diergezondheid. Dat bewustzijn heeft in de varkenssector geleid tot een slagvaardige aanpak om resistentieproblemen bij zowel mensen als dieren te verminderen. We liggen op koers. Om het gebruik nog verder terug te dringen, is het zaak om de diergezondheid consequent op orde te houden.

aanpak van Salmonella

16

de rol van biociden

21 “VeeOnline bespaart ons veel tijd”

22 “Up-to-date gevoeligheids­ bepalingen doen”

21

24 Buitenbeeld

22 COLOFON

GD Varken is een uitgave van de Gezondheidsdienst voor Dieren | REDACTIE Alfred van Lenthe, Theo Geudeke, Peter van der Wolf en Barbara Tempelmans Plat | EINDREDACTIE Eva Onis | REDACTIEADRES GD, Marketing & Communicatie, Postbus

Uiteraard spelen hierin meerdere factoren een rol. Een goed stalklimaat kan bijvoorbeeld veel problemen, zoals longaandoeningen en hokbevuiling, voorkomen. Vanaf pagina 7 leest u daar meer over. Andere aandachtspunten zijn hygiëne, voeding en bedrijfsvoering. Allemaal zaken die je het beste ‘onder controle’ houdt wanneer je gestructureerd en volgens goed doordachte plannen te werk gaat. Daar bestaat nu een handig hulpmiddel voor. Sinds kort is het namelijk mogelijk om - samen met uw dierenarts eenvoudig digitaal bedrijfsgezondheids- en bedrijfsbehandelplannen in te vullen op VeeOnline (zie pagina 21). Als antibiotica toch nodig zijn, dan is in VeeOnline overzichtelijk terug te vinden welke middelen wanneer wel of niet zijn toegestaan. En om te kunnen bepalen voor welke antibiotica een bacterie gevoelig is, maakt de GD gebruik van een nieuwe uiterst nauwkeurige methode. In deze GD Varken wordt uitgelegd waarom de zogeheten ‘micro­ bouillon­verdunningsmethode’ de gouden standaard is op het gebied van gevoeligheidsbepalingen.

9, 7400 AA Deventer, T. 0900-1770, F. 0570-63 41 04, redactie@gddeventer.com, www.gddeventer.com | Productiecoördinatie Senefelder Misset Doetinchem basisontwerp Fokko-Ontwerp | VORMGEVING X-Media Solutions Doetinchem Druk Senefelder Misset Doetinchem | ABONNEMENTEN GD Varken wordt gratis toegezonden aan relaties van de GD. Een jaarabonnement (4 nummers) voor personen buiten de doelgroep kost € 15,25 (excl. BTW en verzendkosten) ADVERTENTIES PSH Mediasales, T. 026-750 18 00 | VERSCHIJNINGSFREQUENTIE 4 keer per jaar | SUGGESTIES Als u suggesties heeft voor dit blad, dan verzoeken wij u deze door te geven aan de redactie. Overname van artikelen is toegestaan uitsluitend na toestemming van de uitgever.

ISSN: 1875-2594 ADRESWIJZIGINGEN: bel 0900 1770, kies 4 (lokaal tarief)

Met goed onderbouwde plannen, die consequent worden opgevolgd en geëvalueerd, kunnen we in mijn ogen veel bereiken. Voorkomen is beter dan genezen. Bovendien worden eventuele problemen dan nog beter in kaart gebracht, zodat we kunnen blijven finetunen. Want antibiotica zijn en blijven nuttig, mits verantwoord ingezet. Het is immers in ieders belang dat zieke dieren effectief behandeld kunnen blijven worden. ALFRED VAN LENTHE Sectormanager varkens

GD Varken | Juni 2013 |

3


NIEUWS & TIPS Nieuwe influenzatest In het najaar van 2012 is een tot nu toe niet eerder in Nederland aangetroffen griepvirus gevonden, dat verwant is aan eerder gevonden griepvirussen bij varkens in Spanje en Italië. Omdat dit virus met de bestaande bloedtesten voor antistoffen tegen de drie bekende typen (H1N1, H1N2 en H3N2) niet werd aangetoond, heeft de GD voor deze variant een nieuwe test ontwikkeld. Op de testuitslag wordt het nieuwe virus H1N1(2012) genoemd. Voortaan kunnen alle vier de typen getest worden. Dit heeft geen prijsverhoging tot gevolg. De GD doet de vier testen voor de prijs waar eerder de drie testen voor werden gedaan.

Sectie bij diarree Het lijkt logisch om bij biggen met diarree mestonderzoek te doen. Maar in de mest zitten vooral veel bacteriën uit de dikke darm, terwijl de oorzaak van diarree vaak in de dunne darm zit. Op basis van mestonderzoek wordt dus niet altijd de juiste conclusie getrokken. Het is daarom meestal verstandig om bij (acute) diarree van biggen sectieonderzoek te laten doen. Dan is ook meteen duidelijk in welk deel van de darm de problemen precies zitten en welke ziekteverwekkers in dat deel aanwezig zijn. Overleg hierover met uw dierenarts.

Verbeteren voeder­ conversie lucratief Varkensvoer is duur. Een betere voederconversie is daarom lucratief. Een vleesvarken groeit 90 kilogram, dus een verbetering van de voederconversie met 0,1 betekent 9 kg minder voer. Dat is een besparing van € 2,85 per afgeleverd varken en van € 8,50 per vleesvarkensplaats per jaar. Bovendien gaat een betere voederconversie vaak samen met een betere groei. De GD kan voor u berekenen wat de impact op het bedrijfsresultaat is van bepaalde gezondheidsproblemen zoals chronische pleuritis of diarree.

4

Grote brokken voor kleine biggen Op 18 april vond in Wageningen een interessant symposium plaats over productiviteit van zeugen en biggen. Opvallend was de presentatie van dr. Henry van den Brand (WUR) over het gunstige effect van het verstrekken van voer in de vorm van grote pellets (>12 mm) aan jonge biggen. In experimenten bleek dat zuigende biggen (van dag 3 tot dag 18 na de geboorte) de grote

pellets liever aten dan de kleine (2 mm). Bovendien bleek dat de opname van de grote pellets veel beter was dan van de kleine. Dat had vooral een gunstig effect ter beperking van de ‘speendip’ en op de voeropname en groei ná het spenen. De biggen hebben beter leren eten. Inmiddels zijn veelbelovende voederproeven gaande op praktijk­ bedrijven.


tekst: Redactie |

NIEUWS & TIPS

Risico’s onjuiste drink­ water­ontsmetting

Kraamstaltemperatuur bij pasgeboren biggen Als de temperatuur van het biggennest te laag is, dan kan dat onder andere effect hebben op de beweeglijkheid van de darmen van de jonge biggen. Als de beweeglijkheid van de darm onvoldoende is, wordt het voedsel niet goed verteerd en kan diarree ontstaan zonder dat een echte ziekteverwekker daaraan ten grond-

slag ligt. Als de biggen een verstoorde darmwerking hebben, kunnen vervolgens schadelijke bacteriën de overhand krijgen met ernstiger diarree tot gevolg. Controleer daarom bij diarree bij pasgeboren biggen ook altijd de temperatuur van het biggennest. Let daarbij goed op het liggedrag van de biggen.

Vanaf 1 september 2013 mogen alleen toegelaten middelen worden gebruikt voor desinfectie en ontsmetting. Ieder middel moet ook per toepassingsgebied geregistreerd zijn. Zo is er een groep middelen voor het ontsmetten van drinkwater (PT05). Op dit moment worden alle voorheen toegelaten middelen opnieuw beoordeeld. Het gebruik van ontsmettingsmiddelen dient net zo secuur te gebeuren als dat van antibiotica: het is belangrijk de gebruiksaanwijzing goed te lezen en het middel niet te mengen met andere middelen. Het gebeurt nog vaak dat in water hypochloriet (algemene ontsmetting) samen wordt gebruikt met zuur (tegen Salmonella); hierdoor ontstaat echter chloorgas, dat een risico vormt voor de gezondheid van dieren en mensen. Alle informatie over biociden is terug te vinden op de site van het College voor de Toelating van Gewasbeschermingsmiddelen en Biociden (www.ctgb.nl). Zie ook het artikel op pagina 19 in deze GD Varken.

Voorkom nu de nazomerdip In 2012 was de nazomerdip ernstiger dan in voorgaande jaren. Zeer waarschijnlijk heeft dat deels te maken met de weersomstandigheden in augustus en september. In 2012 waren de temperatuurverschillen groter dan anders: warme dagen in augustus werden gevolgd door koude dagen in september, het verschil tussen dag- en nachttemperatuur was in september duidelijk groter dan gemiddeld en uiteindelijk ging de zomer schoksgewijs over in de herfst. Zeugen

reageren daarop met aangepaste hormoonproductie, waardoor de kans op opbreken groter wordt. Kortom: wees zeer alert op temperatuurvariaties en pas bijtijds de klimaatregeling aan. Dat wil zeggen dat in de zomer al zoveel mogelijk voorkomen moet worden dat het in de kraamafdelingen te warm wordt (>25oC) en in september mag het in de dekstal/wachtstal niet te koud worden (<10oC). Vooral in de vroege ochtend kan dat gebeuren.

35

dagtemperaturen in oC

30 25

maximum dagtemperatuur

20 15 10 5

minimum dagtemperatuur

0 -5

augustus 2012

september 2012

oktober 2012

Oorbijten door tocht Oornecrose is vrijwel altijd het gevolg van oorbijten. Oorbijten wordt vaak gezien in de zomerperiode. Een van de oorzaken is tocht. Daar hebben varkens een grote hekel aan. In warme perioden kan de luchtsnelheid ter hoogte van de varkens wel eens te hoog worden. Laat daarom altijd de luchtsnelheid controleren bij constatering van oorbijten. De GD kan u hierbij van dienst zijn (zie ook pagina 7). Oornecrose wordt niet veroorzaakt door een streptokokkeninfectie, wat soms wel gedacht wordt. GD Varken | Juni 2013 |

5


Geavanceerde Mycoplasma controle

Al beschermd op het moment van spenen Al beschermd Al beschermd ophet het Al beschermd op het Al beschermd opop het Geavanceerde Mycoplasma controle Geavanceerde Mycoplasma controle Geavanceerde Mycoplasma controle Geavanceerde Mycoplasma controle Geavanceerde Mycoplasma controle Geavanceerde Mycoplasma controle Geavanceerde Mycoplasma controle

moment van spenen moment van spenen moment van spenen Al beschermd op het Al beschermd op moment van spenen Al beschermd op het het moment spenen moment van spenen moment vanvan spenen Geavanceerde Mycoplasma controle

Al beschermd op het moment van spenen Al beschermd op het Geavanceerde Mycoplasma controle

moment van spenen

G EIT G IB JEDE ISBGCEEHSEBCREHM SEIC R E RI TN ME G IGNEGTN E TM M COM OPA P LL AA S S M M AA V VR R OO E GE TV D ID G NH G P LYYACYCS GTIRTTVIJ O IRJDJEO M GEM EYGCEYCNOENCON M E G T I J D I G E B E S C H E R M I N G T E G M O P L A S M A V RV VO EO J I G E B E S H E R M I N G T E G E N O P L A S M RR O EG GE I D I G E B E C H E R M I N G T E G E N M Y P L A S M A G T I J D I G E B E S C H E R M I N G T E G E N M YC O P L A S M A V RO E G T I J D I G E

B E S C H E R M I N G

T E G E N

M YC O P L A S M A

Vroege vaccinatie vanaf de 1e levensweek vanaf 1e V R O EVroege G Vroege T I vaccinatie J D vaccinatie Ivaccinatie G E Vroege Bvanaf E vanaf Sde Cde H levensweek E levensweek Rvanaf M levensweek I N T E G E N M YC O P L A S M A vaccinatie deG1e levensweek de 1e Vroege vaccinatie vanaf de 1e levensweek One shot vaccinatie V ROne O EVroege G T I J D I G E B E S C H E Rmet M levensweek Isnelle N G bescherming T E G E N M YC O P L A S M A Vroege vaccinatie vanaf de 1e shot vaccinatie met snelle bescherming Vroege vaccinatie vanaf de 1e levensweek One shot vaccinatie met snelle bescherming One shot vaccinatie met snelle bescherming One shot vaccinatie met snelle bescherming Vroege vaccinatie vanaf de 1e levensweek One shot vaccinatie met snelle bescherming Levenslange bescherming* Levenslange bescherming* One shot vaccinatie met snelle bescherming Vroege vaccinatie vanaf de 1e levensweek One shot vaccinatie met snelle bescherming Levenslange bescherming* Levenslange bescherming* One shot vaccinatie met snelle bescherming Levenslange bescherming* Levenslange bescherming* One shot vaccinatie met snelle bescherming * Vanaf 2 weken na vaccinatie tot aan de slacht. Levenslange bescherming* Levenslange bescherming* * Vanaf 2 weken na vaccinatie tot aan de slacht. Levenslange bescherming* * Vanaf 2 weken na vaccinatie tot aan de slacht. Levenslange bescherming* * Vanaf 2 weken na vaccinatie tot aantot de aan slacht. * Vanaf 2 weken na vaccinatie de slacht. slacht. * Vanaf 2 weken na vaccinatie tot aan de slacht.

Vanaf weken natotvaccinatie tot aantot de aan slacht. * Vanaf 2 *weken na2vaccinatie aan slacht. * Vanaf 2 weken na de vaccinatie de * Vanaf 2 weken na vaccinatie tot aan de slacht.

® Stellamune One: REG NLNL 10190. Emulsie voor injectie. Doeldier:Vleesvarken. Doeldier:Vleesvarken. Indicatie: voor actieve immunisatie van biggen vanaf een leeftijd van 7 dagen ter vermin® ® Stellamune One: REG 10190. Emulsie voor injectie. Indicatie: voor actieve immunisatie van biggen vanaf eenter leeftijd van 7 dagen ter verminStellamune One: Emulsie voor injectie. Doeldier:Vleesvarken. Indicatie: vooractieve actieve immunisatie van biggen vanaf een leeftijd 7 dagen vermin® REG NL 10190. Stellamune One: REG NLdering 10190. Emulsie voor injectie. Doeldier:Vleesvarken. Indicatie: voor immunisatie van biggen vanaf een van 7van dagen ter na vermindering van longlaesies bij vleesvarkens, veroorzaakt door Mycoplasma hyopneumoniae. Aanvang van de leeftijd immuniteit: 2 weken vaccinatie. van longlaesies bij vleesvarkens, veroorzaakt door Mycoplasma Aanvang van de dering van longlaesies bij vleesvarkens, veroorzaakt door Mycoplasma hyopneumoniae. Aanvanghyopneumoniae. van de immuniteit: 2 weken naimmuniteit: vaccinatie.2 weken na vaccinatie.

® longlaesies bij vleesvarkens, veroorzaakt door Mycoplasma hyopneumoniae. Aanvang van de immuniteit: 2 weken na vaccinatie. ® dering van Immuniteitsduur: tenminste 2525weken. Samenstelling: één dosisvoor (2 ml) bevat geïnactiveerd Mycoplasma hyopneumoniae stam 1042 tussen 4,5log en 10 5,2Elisa log 10 Elisa Stellamune One: NL Emulsie voorvoor injectie. Doeldier:Vleesvarken. Indicatie: voor immunisatie van biggen vanaf een leeftijd van 7 dagen terhyopneumoniae verminStellamune One: REG NL 10190. Emulsie voor injectie. Doeldier:Vleesvarken. Indicatie: voor actieve immunisatie biggen vanaf een leeftijd 7 dagen ter vermin® 10190. ®REG Immuniteitsduur: tenminste weken. Samenstelling: één dosis (2 ml) bevat geïnactiveerd Mycoplasma NL 1042 tussen 4,5 en 5,2 Stellamune One: REG NL 10190. Emulsie injectie. Doeldier:Vleesvarken. Indicatie: voor actieve actieve immunisatie van biggen vanaf een leeftijd van 7 van dagen ter verminStellamune One: REG NL 10190. Emulsie voor injectie. Doeldier:Vleesvarken. Indicatie: actieve immunisatie van biggen vanaf een leeftijd vanstam 7van dagen terNL verminImmuniteitsduur: tenminste 25 weken. Samenstelling: één dosis (2(2Vaccinatieprogramma: ml) bevat geïnactiveerd Mycoplasma hyopneumoniae stam NL tussen 4,5 5,2 log 10leeftijd Elisa ®tenminste dering van longlaesies bij vleesvarkens, veroorzaakt door Mycoplasma hyopneumoniae. van de immuniteit: immuniteit: 2enkele weken na vaccinatie. Immuniteitsduur: 25 weken. Samenstelling: één dosis ml)Aanvang bevat geïnactiveerd Mycoplasma hyopneumoniae stam NL 1042 tussen 4,5 en 5,2en log 10 Elisa ®Relative Stellamune REG NL 10190. Emulsie voor injectie. Doeldier:Vleesvarken. Indicatie: voor immunisatie van biggen vanaf een van dagen ter Infectie verminPotency Units enen Amphigen®. één dosis van 2actieve ml De vaccinatie dient vóór de risicoperiode te zijn7uitgevoerd. dering van longlaesies bij vleesvarkens, veroorzaakt door Mycoplasma hyopneumoniae. Aanvang van de immuniteit: 2 De weken na1042 vaccinatie. dering van longlaesies bijOne: vleesvarkens, veroorzaakt door Mycoplasma hyopneumoniae. Aanvang van de 2enkele weken na vaccinatie. Stellamune One: REG NL 10190. Emulsie voor injectie. Doeldier:Vleesvarken. Indicatie: voor actieve immunisatie van biggen vanaf een leeftijd dagen ter verminRelative Potency Units Amphigen®. Vaccinatieprogramma: dosis van 2tussen ml vaccin. vaccinatie dient vóór de risicoperiode tevan zijn7uitgevoerd. Infectie dering vanUnits longlaesies bij vleesvarkens, veroorzaakt door Mycoplasma hyopneumoniae. Aanvang van de immuniteit: 2vaccin. weken narisicoperiode vaccinatie. Relative Potency en Amphigen®. Vaccinatieprogramma: één enkele dosis vanhyopneumoniae 2 ml mléén vaccin. De vaccinatie dient vóór de teuitgevoerd. zijn uitgevoerd. Infectie Immuniteitsduur: tenminste 25 weken. Samenstelling: één dosis (2de ml) bevat geïnactiveerd Mycoplasma hyopneumoniae stam NL 1042 4,5 en 5,2 log 10 NL Elisa1042 Relative Potency Units en Amphigen®. Vaccinatieprogramma: één enkele dosis van 2 vaccin. De vaccinatie dient vóór de risicoperiode te zijn Infectie Immuniteitsduur: tenminste 25 weken. Samenstelling: één dosis (2 ml) bevat geïnactiveerd Mycoplasma stam NL 1042 tussen 4,5 en 5,2 log 10 Elisa vindt gewoonlijk plaats in eerste levensmaand. Bijwerkingen: Overgevoeligheidsreacties inclussief shock en sterfgevallen kunnen in zeer zeldzame gevallen voorkoImmuniteitsduur: tenminste 25 weken. Samenstelling: één dosis (2 ml) bevat geïnactiveerd Mycoplasma hyopneumoniae stam tussen 4,5 en 5,2 log 10 Elisa dering van longlaesies bij vleesvarkens, veroorzaakt door Mycoplasma hyopneumoniae. Aanvang van de immuniteit: 2 weken na vaccinatie. vindt gewoonlijk plaats in de eerste levensmaand. Bijwerkingen: Overgevoeligheidsreacties inclussief shock en sterfgevallen kunnen in zeer zeldzame gevallen voorkoImmuniteitsduur: 25 weken. Samenstelling: één dosis (2 ml ml) bevatDegeïnactiveerd Mycoplasma hyopneumoniae stam NLInfectie 1042 tussen 4,5naenvaccinatie. 5,2 log 10 Elisa dering van longlaesies bij vleesvarkens, veroorzaakt door Mycoplasma hyopneumoniae. Aanvang dekunnen immuniteit: 2zeer weken Relative Potency Units en Amphigen®. Vaccinatieprogramma: één enkele dosis van vaccin. vaccinatie dient vóór risicoperiode tevan zijn uitgevoerd. vindt gewoonlijk plaats intenminste de levensmaand. Bijwerkingen: Overgevoeligheidsreacties inclussief shock en sterfgevallen kunnen inbinnen zeldzame gevallen voorkoRelative Potency Units en Amphigen®. Vaccinatieprogramma: één enkele dosis van22ml vaccin. De vaccinatie dient vóór dede risicoperiode te zijn uitgevoerd. Infectie vindt gewoonlijk plaats ineerste de eerste Bijwerkingen: Overgevoeligheidsreacties inclussief shock en sterfgevallen inbinnen zeer zeldzame gevallen voorkomen. Na toediening van het vaccin een milde voorbijgaande reactie op de injectieplaats optreden die 2 dagen weer verdwijnt. Een kortdurende verhoging Relative Potency Units en Amphigen®. Vaccinatieprogramma: één enkele dosis vanen 2sterfgevallen ml vaccin. De vaccinatie dient vóór devoorkorisicoperiode testam zijn1042 uitgevoerd. Infectie men. Na levensmaand. toediening van het vaccinkan kan een milde voorbijgaande reactie op de injectieplaats optreden die 2 dagen weer verdwijnt. Een kortdurende verhoging Relative Potency Units en Amphigen®. Vaccinatieprogramma: één enkele dosis van 2bevat ml vaccin. De vaccinatie dient vóór devoorkorisicoperiode testam zijn uitgevoerd. Infectie Immuniteitsduur: tenminste 25 weken. Samenstelling: één dosis (2 ml) geïnactiveerd Mycoplasma hyopneumoniae NL 1042 tussen 4,5 en 5,2 log 10 Elisa Immuniteitsduur: tenminste 25 weken. Samenstelling: één dosis (2 ml) bevat geïnactiveerd Mycoplasma hyopneumoniae NL tussen 4,5 en 5,2 log 10 Elisa vindt gewoonlijk plaats in de eerste levensmaand. Bijwerkingen: Overgevoeligheidsreacties inclussief shock en sterfgevallen kunnen in zeer zeldzame gevallen vindt gewoonlijk plaats in de eerste levensmaand. Bijwerkingen: Overgevoeligheidsreacties inclussief shock kunnen in zeer zeldzame gevallen men. Na toediening van het vaccin kan een milde voorbijgaande reactie op de injectieplaats optreden die binnen 2 dagen weer verdwijnt. Een kortdurende verhoging men. Nagewoonlijk toediening van het vaccin kanlevensmaand. een milde voorbijgaande reactie optot de4injectieplaats optreden die binnen 2 dagen weerkunnen verdwijnt. Een kortdurende verhoging van de kan waargenomen dagen natoediening toediening van het vaccin. Contraindicaties: Niet gebruiken bij drachtige en/of lacterende dieren.Infectie Geen van de lichaamstemperatuur kan waargenomen tot dagen na van het vaccin. Contraindicaties: Niet gebruiken bijde drachtige en/ofzijn lacterende dieren. Geen gewoonlijk plaats in dein eerste levensmaand. Bijwerkingen: Overgevoeligheidsreacties inclussief shock en sterfgevallen kunnen in zeer zeldzame gevallen voorkovindt plaats delichaamstemperatuur eerste Bijwerkingen: Overgevoeligheidsreacties inclussief shock en sterfgevallen in zeer zeldzame gevallen voorkomen.vindt Namen. toediening vanPotency het vaccin kan een milde voorbijgaande reactie opop de optreden die binnen 2dagen dagen weer verdwijnt. Een kortdurende verhoging Na toediening van het vaccin kan een milde voorbijgaande reactie deinjectieplaats injectieplaats optreden die binnen 2dosis weer Een kortdurende verhoging Relative Potency Units en Amphigen®. één enkele dosis van 2verdwijnt. ml vaccin. De vaccinatie dient vóór de risicoperiode uitgevoerd. Infectie Relative Units en Amphigen®. Vaccinatieprogramma: één enkele van 2 ml vaccin. De vaccinatie dient vóór risicoperiode te zijn uitgevoerd. van de lichaamstemperatuur kan waargenomen tot 4 Vaccinatieprogramma: dagen na toediening van vaccin. Contraindicaties: Niet gebruiken bij drachtige en/of lacterende dieren. Geente Geen van de lichaamstemperatuur kan waargenomen tot 4 toediening dagen na toediening van vaccin. Contraindicaties: Niet gebruiken bij drachtige en/of lacterende dieren. van de lichaamstemperatuur kan waargenomen 4 die dagen na van het vaccin. Contraindicaties: Niet gebruiken bijbij drachtige en/of lacterende dieren. Geen van de lichaamstemperatuur kan tot 4tot dagen na toediening van het vaccin. Contraindicaties: Niet gebruiken drachtige en/of dieren. Geen dieren vaccineren die niet gezond zijn. Wachttijd: nulhet dagen. Kanalisatiestatus: UDD, uitsluitend voor diergeneeskundig gebruik. Registratiehouder: Eli Lilly Nederland men. Na toediening van het vaccin kan een milde voorbijgaande reactie op de injectieplaats optreden die binnen 2lacterende dagen weer verdwijnt. Een kortdurende verhoging dieren vaccineren niet gezond zijn. Wachttijd: nul dagen. Kanalisatiestatus: UDD, uitsluitend voor diergeneeskundig gebruik. Registratiehouder: Eli Lilly Nederland men. Na toediening vanwaargenomen het vaccin kan een milde voorbijgaande reactie op injectieplaats optreden die binnen 2 dagen weer verdwijnt. Een kortdurende verhoging vindt gewoonlijk plaats in de eerste levensmaand. Bijwerkingen: Overgevoeligheidsreacties inclussief shock en sterfgevallen kunnen in zeer zeldzame gevallen voorkovindt gewoonlijk plaats in de eerste levensmaand. Bijwerkingen: Overgevoeligheidsreacties inclussief shock en sterfgevallen kunnen in zeer zeldzame gevallen voorkodieren vaccineren die niet gezond zijn. Wachttijd: nul dagen. Kanalisatiestatus: UDD, uitsluitend voor diergeneeskundig gebruik. Registratiehouder: Eli Lilly Nederland ® dieren vaccineren die niet gezond zijn. Wachttijd: nul dagen. Kanalisatiestatus: UDD, uitsluitend voor diergeneeskundig gebruik. Registratiehouder: Eli Lilly Nederland dieren vaccineren die niet gezond zijn. Wachttijd: nul dagen. Kanalisatiestatus: UDD, uitsluitend voor diergeneeskundig gebruik. Registratiehouder: Eli Lilly Nederland ® dieren vaccineren niet gezond B.V./Elanco zijn. B.V./Elanco Wachttijd: nulAnimal dagen. Kanalisatiestatus: UDD, uitsluitend diergeneeskundig gebruik. is Registratiehouder: Elibeschikbaar Lilly Nederland Health, Grootslag 1-5, 3991 RA RAvan Houten. Verdere informatie opop aanvraag beschikbaar bij® Elanco Animal Health, tel.dieren. 030-6025952. is dedielichaamstemperatuur kan waargenomen 4 dagenna na toediening het vaccin. Contraindicaties: Niet gebruiken bij drachtige en/of lacterende dieren. Geen Animal Health, Grootslag 1-5, 3991 Houten. Verdere informatie is aanvraag bij Elanco Health, 030-6025952. Stellamune is van devan lichaamstemperatuur kan waargenomen tottot 4een dagen toediening het vaccin. Contraindicaties: Niet gebruiken bij® istel. drachtige en/of lacterende Geen Stellamune ®Een ®Een men. Na toediening van het vaccin kan milde voorbijgaande op injectieplaats optreden dieHealth, binnen 2030-6025952. dagen weerAnimal verdwijnt. kortdurende verhoging B.V./Elanco Animal Health, Grootslag 1-5, 3991 RA Houten. Verdere informatie isop opaanvraag aanvraag beschikbaar bij Elanco Animal Health, tel. 030-6025952. Stellamune B.V./Elanco Animal Health, Grootslag 1-5, 3991 RA Houten. Verdere informatie is reactie op aanvraag beschikbaar bij Elanco Animal Stellamune is tel. men. Na toediening van het vaccin kan een milde voorbijgaande reactie opde de injectieplaats optreden die binnen 2030-6025952. dagen weer verdwijnt. verhoging B.V./Elanco Animal Health, Grootslag 1-5, 3991 RA Houten. Verdere informatie is beschikbaar bijuitsluitend Elanco Animal Health, tel. 030-6025952. Stellamune is B.V./Elanco Animal Health, Grootslag 1-5, 3991 RA Houten. Verdere informatie is op aanvraag beschikbaar bij Elanco Animal Health, tel. Stellamune is kortdurende een gedeponeerd handelsmerk van Eli Lilly and Company, Company, Indianapolis, USA. dieren vaccineren die niet zijn. Wachttijd: dagen. Kanalisatiestatus: UDD, voor diergeneeskundig gebruik. Registratiehouder: Eli LillyEli Nederland een gedeponeerd handelsmerk van Eli Lilly and Indianapolis, USA. dieren vaccineren die niet gezond zijn. Wachttijd: nulnul dagen. Kanalisatiestatus: UDD, uitsluitend voor diergeneeskundig gebruik. Registratiehouder: Lilly Nederland een gedeponeerd handelsmerk van Eligezond Lilly Company, Indianapolis, USA. een gedeponeerd handelsmerk van Elikan Lilly and Company, Indianapolis, USA. een gedeponeerd handelsmerk van Eli Lilly and Company, Indianapolis, USA. van de lichaamstemperatuur kan waargenomen tot dagen na toediening toediening van Contraindicaties: NietNiet gebruiken bij drachtige en/of dieren. Geen ® lacterende een gedeponeerd handelsmerk van Eliand Lilly and Company, Indianapolis, USA. van de lichaamstemperatuur waargenomen tot 44dagen na vanhet hetvaccin. vaccin. bij Stellamune drachtige en/of ® lacterende dieren. Geen B.V./Elanco Animal Health, Grootslag 1-5, 3991 RA Houten. Verdere informatie is op aanvraag beschikbaar bijContraindicaties: Elanco Animal Health, tel.gebruiken 030-6025952. is

B.V./Elancodieren Animal Health, Grootslag 1-5, 3991zijn. RA Wachttijd: Houten. Verdere informatie is op aanvraag beschikbaar bij voor Elanco Animal Health, tel. 030-6025952. Stellamune Eli is Lilly Nederland vaccineren niet gezond nuldagen. dagen. Kanalisatiestatus: UDD, diergeneeskundig gebruik. Registratiehouder: een gedeponeerd handelsmerk van Eli Lilly and Company,Indianapolis, Indianapolis, USA. dieren vaccineren die die niet zijn. Wachttijd: nul Kanalisatiestatus: UDD,uitsluitend uitsluitend voor diergeneeskundig gebruik. Registratiehouder: Eli Lilly ®Nederland een gedeponeerd handelsmerk vangezond Eli Grootslag Lilly and Company, B.V./Elanco Animal Health, 1-5,3991 3991RA RAHouten. Houten.USA. Verdere informatie beschikbaar bij Elanco Animal Health, tel. 030-6025952. Stellamune is ® B.V./Elanco Animal Health, Grootslag 1-5, Verdere informatieisisopopaanvraag aanvraag beschikbaar bij Elanco Animal Health, tel. 030-6025952. Stellamune is een gedeponeerd handelsmerk van Eli Lilly and Company, Indianapolis, USA.

een gedeponeerd handelsmerk van Eli Lilly and Company, Indianapolis, USA.


tekst: ing. Maaike Meijerink en drs. Eva Onis | GD Klimaatwijzer

Klimaatproblemen in beeld Foto’s gemaakt met een infraroodcamera geven een goed beeld van eventuele leklucht.

Een goed stalklimaat is van groot belang voor de gezondheid van uw varkens. Luchtsnelheid, luchtverdeling, temperatuurverschillen, koude luchtval en de hoeveelheid geventileerde lucht zijn allemaal van invloed op de diergezondheid. De GD Klimaatwijzer helpt eventuele klimaatproblemen in kaart te brengen. U kunt al een indruk van het stalklimaat krijgen door goed te kijken naar de signalen die uw varkens afgeven. In de praktijk is gebleken dat een verkeerd klimaat vaak tot longproblemen (hoesten, niezen, benauwdheid) en afwijkingen aan de slachtlijn (afwijkende longen of borstvliesontsteking) leidt. Maar ook afwijkend liggedrag, hokbevuiling en agressief gedrag zoals kannibalisme zijn belangrijke signalen. Daarnaast kan het klimaat een rol spelen bij najaarsverwerpen, diarree en streptokokkeninfecties. Vaak zijn de stallen al enige tijd in gebruik en blijken de problemen niet over te gaan. Maar ook in een nieuwe stal is het stalklimaat niet per definitie in orde.

GD Klimaatwijzer De GD Klimaatwijzer brengt de verbeterpunten concreet in kaart; niet alleen via metingen, maar ook door het stellen van gerichte vragen aan u als varkenshouder. Dit GD-product bestaat uit een set temperatuurlijsten, een klimaatmeting door een GD-deskundige en een praktisch adviesrapport. Vooraf wordt afgesproken hoe uit­gebreid de meting zal zijn, zodat deze goed aansluit op de bedrijfs­s ituatie. De GD Klimaatwijzer is dan ook op­ gebouwd uit een basismodule die uitgebreid kan worden met drie extra modules.

De basismeting Er wordt altijd een basismeting uitgevoerd om de volgende gegevens te verzamelen: • L uchtbeweging met een rookproef. • L uchtsnelheid: of een varken zich prettig voelt, wordt mede bepaald door de luchtsnelheid.

• L uchtverversing door meting van CO2 en luchtvochtigheid. • L uchtkwaliteit door meting van het ammoniakgehalte. • L uchtinlaatgegevens • Plaats van de voeler: een onjuiste plaatsing kan ertoe leiden dat het klimaat op dierniveau niet optimaal is.

Extra modules De basismodule kan uitgebreid worden met de volgende modules: 1. Klimaatinstellingen: de resultaten uit de basismodule worden vertaald naar de bedrijfssituatie. Het accent ligt op het bepalen van de minimum en maximum ventilatieen temperatuurinstellingen per leeftijdsgroep. 2. Infraroodcamera: infraroodbeelden geven een goed beeld van leklucht veroorzaakt door gebrekkige isolatie en temperatuurverschillen. Leklucht kan leiden tot afwijkend lig- en mestgedrag en uiteindelijk tot hokbevuiling. 3. Temperatuurlijsten: deze ontvangt u voorafgaand aan de meting. Hierop noteert u gedurende tien dagen de minimum en maximum temperatuur van een aantal afdelingen én de buitentemperatuur. Zo ontstaat een goede indruk van het stalklimaat.

Klimaatrapport Al deze gegevens worden verwerkt in een rapport waarbij de gemeten waarden worden vergeleken met de norm. Afwijkingen worden vermeld en toegelicht. Tot slot krijgt u een advies met als doel om met relatief kleine aanpassingen een optimaal resultaat te behalen. GD Varken | Juni 2013 |

7


Stalgassen | tekst: dr. Peter van der Wolf, dr. Guillaume Counotte en drs. Eva Onis

Het gevaar van Iedere varkenshouder heeft weleens gehoord over een ongeluk met stalgassen. Bij een collega gingen plotseling alle varkens in een afdeling dood. Het gebeurt een enkele keer en de schrik is dan groot. Omdat de gassen ook voor mensen gevaarlijk zijn, is het van (levens)belang om de risico’s van de verschillende stalgassen te kennen en alert te blijven. De belangrijkste stalgassen zijn zwavel­ waterstof (H2S) en blauwzuurgas (HCN). Daarnaast zijn ammoniak (NH3), methaan (CH4), koolmonoxide (CO) en kooldioxide (CO2) van belang. De meeste stalgassen ontstaan doordat bacteriën in de mest voerresten omzetten in deze giftige producten. De gassen worden voort­ durend gevormd, maar kunnen plotseling in grotere hoeveelheden vrijkomen als de mest in beweging komt of als er voer in de put gemorst wordt. Een overmaat aan CO kan ontstaan door onvolledige verbranding van bijvoorbeeld gas in gaskappen, verwarmings­toestellen of geisers. Kooldioxide hoopt zich op door onvoldoende ventilatie.

8

Waterstofsulfide (H2S)

H2S is een zeer giftig gas dat in drijfmest wordt gevormd. Dit gebeurt onder andere wanneer er voer of zuren (denk aan luchtwasservloeistof) in de put gemorst worden. H2S kan vrijkomen door pompen, mengen of het laten weglopen van mest. De mens kan dit gas al bij lage concentraties (vanaf 0,18 ppm) opmerken door de typische geur van rotte eieren, maar bij langdurige blootstelling of hoge concentraties gaat de intensiteit van de geur achteruit. De wettelijke grens voor H2S in een werkomgeving gedurende 8 uur (de MAC-waarde) is 1,6 ppm. Bij een normale huisvesting worden in de lucht gehalten van 1 tot 5 ppm gemeten. Bij langdurige

blootstelling aan gehalten van 10 ppm kunnen oogirritaties, een toename van de voederconversie, groeistilstand, longklachten en soms longontstekingen ontstaan. Kortdurende blootstelling aan gehalten boven de 150 ppm kan leiden tot bewusteloosheid met vorming van hersen- en longoedeem. Bij nog hogere gehalten kan snel de dood intreden; boven 1000 ppm zelfs binnen enkele seconden. Het lichaam is in staat om het gif snel af te breken. Als bij een vergiftiging snel verse lucht wordt gegeven, is volledig herstel mogelijk.

Waterstofcyanide (HCN) HCN is het schadelijkst van alle stalgassen en kan ook via de huid het lichaam bin-


Methaan (CH4)

Methaan is een zeer brandbaar aardgas dat in de mest wordt gevormd. Bij ophoping in de put ontstaat brand- en explosiegevaar, bijvoorbeeld bij laswerkzaamheden of als er een sigarettenpeuk in de put valt. Voldoende ventilatie voorkomt ophoping van dit gas.

Schuimvorming op de mest Door bacteriële omzettingen in de mest kan schuimvorming optreden, met hoge gehalten H2S en HCN. Het is mogelijk dat dit schuim tot hoog boven de roosters komt. Uit onderzoek blijkt dat schuimvorming vooral voorkomt in putten dieper dan 1,2 meter en dat dit probleem de laatste jaren is toegenomen. Een goede oplossing ontbreekt nog, maar de bouw van niet te diepe putten en regelmatige afvoer van mest uit de afdeling naar een aparte mestopslag kan de problemen en risico’s beperken.

stalgassen nendringen. Het wordt in de put gevormd vanuit cyaniden die van nature in planten voorkomen. Acute blootstelling kan leiden tot algemene zwakte, hoofdpijn, verwarring, duizeligheid, moeheid, paniek, kortademigheid, misselijkheid en braken. HCN bindt aan hemoglobine (bloedkleurstof) en zorgt voor een zuurstoftekort. Door kortademigheid kan bewusteloosheid optreden, met de dood als gevolg. Bij een grote dosis (270 ppm of 300 mg/m3) is het mogelijk dat bewusteloosheid onmiddellijk optreedt. Een vergiftiging bij de mens moet zeer snel, binnen 10 minuten, worden behandeld. Anders kan de schade blijvend zijn.

Ammoniak (NH3)

Ammoniak is een afbraakproduct van eiwitten in de voeding en de mest. Al bij gehalten van 20 ppm in de lucht treden er schadelijke effecten op zoals meer uitval (kannibalisme en longontsteking), minder groei, hogere voederconversie en meer bacteriën in de longen. De ARBO-norm ligt op 10 ppm. Hogere concentraties ontstaan door te weinig of verkeerde (put)ventilatie.

Koolmonoxide (CO) Koolmonoxide ontstaat door onvolledige verbranding. Door binding aan het hemoglobine in het bloed wordt het transport van zuurstof geblokkeerd. Een kenmerkend verschijnsel is dat de slijmvliezen helder rose van kleur zijn. Verder is typisch dat er te veel fris dood geboren biggen zijn of dat de biggen bij de zeug doodgaan. Daarom zijn een goede ventilatie en de juiste afstelling van verbrandingstoestellen essentieel.

Kooldioxide (CO2)

Kooldioxide wordt door varkens en mensen zelf geproduceerd. Het komt in vrij grote hoeveelheden in de buitenlucht voor. Bij onvoldoende ventilatie (bijvoorbeeld bij stroomuitval) kan de concentratie zo hoog oplopen dat verstikking optreedt. Hierbij gaat het om concentraties van meer dan 40 volumeprocenten (vol%). Het streven is om de concentratie in de stallucht tussen de 2000 en 3000 ppm (0,2 tot 0,3 vol%) te houden om onnodig veel ventileren te voorkomen maar ook om wel voldoende te ventileren. De Arbonorm ligt op 0,35 tot 0,5 vol% gedurende 8 uur.

Adviezen Neem de volgende adviezen in acht om problemen te voorkomen: • Mix niet vaker dan nodig: mixen verhoogt het risico dat dieren en mensen in contact komen met de giftige gassen. • Voorkom bewegingen in de mest. Zijn bewegingen noodzakelijk, doe dit dan rustig en in een lege afdeling. • Voorkom vermorsing van voer. • R ijd mest uit bij goed ‘ventilatieweer’. • Mestafzuigpunten die onder het mest­ niveau uitkomen genieten de voorkeur. • Zet deuren zo veel mogelijk open. Het verhogen van het ventilatieniveau kan averechts werken wanneer de luchtinlaat en de afzuigpunten aan dezelfde zijde van de stal zitten. • Houd kinderen uit de buurt omdat de meeste gassen zwaar zijn en hoofdzakelijk op een hoogte tot circa 1.5 meter blijven hangen. • Stop bij calamiteiten de bewegingen van de mest, ventileer maximaal en wacht enige tijd (5 minuten) alvorens hulp te bieden (raadpleeg arts/respectievelijk dierenarts). • Ga risicovolle ruimten (bijvoorbeeld bij storingen) alleen binnen met persluchttoestellen en beschermende kleding (vraag de brandweer om assistentie). • Bij ongelukken: zorg eerst voor hulp en ga niet zomaar een mestkelder of een stal in waar dode dieren liggen! • Er bestaan ‘gasverklikkers’ die op de kleding gedragen kunnen worden. GD Varken | Juni 2013 |

9


“De varkens lagen in een schuimlaag met giftig blauwzuurgas” Twee verschillende gasverklikkers; eentje voor H2S en eentje voor HCN.

In november 2012 is op een vleesvarkenbedrijf in de provincie Groningen een gevaarlijk ongeluk gebeurd. Door te hoge concentraties H2S en HcN waren op een ochtend ineens alle honderd varkens van een afdeling dood. GD Varken sprak met de betrokken medewerker, die graag anoniem wil blijven. “Het is een traumatische ervaring”, zo begint hij zijn verhaal. “Achteraf besef je pas hoe gevaarlijk de situatie was, niet alleen voor de varkens maar ook voor mijzelf. Ik kwam om 8 uur ’s morgens de stal binnen en zag dat bijna alle varkens van één afdeling dood op de grond lagen. In de mestput was een zeer giftige schuimlaag ontstaan, die langzaam is gaan stijgen en ineens boven de roosters was uitgekomen. De varkens lagen middenin dat schuim, waardoor ze direct zijn ingeslapen.”

Hoge concentraties H2S en HCN

De medewerker belde direct de brandweer. Uit de metingen die de brandweer verrichtte, bleek dat er sprake was van hoge concentraties H2S (waterstofsulfide) en HcN (blauwzuurgas). “Deze twee gassen hebben de schuimlaag gevormd. Omdat blauwzuurgas zwaarder is dan lucht, is dit gas onderin de put blijven hangen. Van H2S is bekend dat het vrijkomt wanneer er beweging in de mest ontstaat. Toen de brandweer er was, hebben we dan

Vorming van stalgassen Een volwassen varken eet zo’n drie kilogram voer per dag. Dat voer bevat eiwitten, koolhydraten, vetten en allerlei vitaminen, mineralen en spoorelementen. De vertering van dit voer begint al in de bek: zetmeel wordt omgezet in suikers. In de maag worden suikers, vitamines en mineralen opgenomen. In de dunne darm komen bepaalde enzymen in het voer terecht, waardoor eiwitten worden gesplitst en daarna opgenomen. Vet wordt ook in de darmen opgenomen. Afvalproducten van het varken worden via de lever en gal in de darm geloosd. Wat dan nog over is, wordt gedeeltelijk omgezet in de dikke darm. De rest verlaat het varken in de vorm van

10

mest. Varkensmest bevat daarom naast afvalproducten ook veel bacteriën en resten van eiwitten. Die bacteriën en eiwitten worden door andere bacteriën afgebroken tot eenvoudige ammoniak-, zwavelwaterstof-, methaan-, kooldioxideen waterstofcyanide-moleculen (zuurstof ontbreekt geheel). Deze gassen zijn voor sommige bacteriën heel bruikbaar, maar voor varkens en mensen zijn ze stuk voor stuk giftig. De meeste gassen zitten echter opgelost in de mest; ze komen pas vrij als in de mest wordt geroerd, er plotseling iets in terechtkomt of als er zuren in de mest worden geloosd. Dan kan in korte tijd heel veel gas vrijkomen.

ook direct maximaal geventileerd en de ramen helemaal opengezet, zodat de lucht ververst werd. Ook heeft de brandweer een ‘antischuimmiddel’ aan de mest toegevoegd en mest uit de put gehaald om het niveau omlaag te brengen. Een dag later zijn opnieuw metingen verricht. Op dat moment bleken de concentraties H2S en HcN nog steeds te hoog te zijn, waarop wij geadviseerd werden om een extern bedrijf in te schakelen. Dat bedrijf beschikte over persluchttoestellen. Met een paar man hebben we alle dode varkens uit de stal gehaald. Vervolgens hebben we de stal grondig schoongemaakt en daar waar nodig reparaties uitgevoerd.”

Lekkende troggen Inmiddels is de oorzaak van de verhoogde concentraties achterhaald. “Het had te maken met lekkende troggen, waardoor er geleidelijk en ongemerkt breivoer de mestput in kon stromen. We hebben achteraf met water - dat natuurlijk veel makkelijker en sneller wegstroomt dan breivoer - gecontroleerd of de troggen in de betreffende afdeling inderdaad lek waren. Het bleek dat we het bij het juiste eind hadden. Maar ook al zijn de lekkende troggen de oorzaak, dan nog is het niet duidelijk waarom op het ene bedrijf wel schuimvorming ontstaat en op


het andere bedrijf niet. Met de voersamenstelling heeft het waarschijnlijk niets te maken, maar eiwitten zouden wel een rol kunnen spelen, net als bijvoorbeeld zuren uit schoonmaakmiddelen. Het is belangrijk dat er meer onderzoek gedaan wordt naar de precieze omstandigheden en situaties die ervoor zorgen dat de concentraties hoger worden. Dan kun je de oorzaken gericht aanpakken.”

Meer aandacht voor stalgassen “Sowieso moet er in de varkenshouderij meer aandacht voor het gevaar van stalgassen komen. Het is een belangrijk probleem dat al sinds mensenheugenis speelt. Ik schat dat elk bedrijf er wel in een lichte vorm mee te maken heeft. Dat blijkt in ieder geval wel uit verhalen van mijn collega’s. Op het bedrijf van één van mijn collega’s hadden zich giftige gassen opgehoopt in de centrale gang. Bij het omzetten van de schakelaar ontstond er een vonk. Een hogere concentratie ontvlambare gassen had tot een flinke ontploffing kunnen leiden. Ik denk dat veel varkenshouders niet beseffen hoe groot de gevaren zijn, want negen van de tien keer gaat het wel goed. Daardoor worden mensen minder voorzichtig dan ze eigenlijk zouden moeten zijn.”

Verklikkers De externe specialist heeft ook ‘gasverklikkers’ achtergelaten. Dit zijn kleine ‘kastjes’ die met handige clips op bedrijfskleding bevestigd kunnen worden. “Ik heb twee verschillende metertjes; eentje voor H2S en eentje voor HcN. Deze Gas Alerts bevestig ik op mijn overall. Ze beginnen te piepen zodra de concentraties te hoog zijn. De meter tjes worden regelmatig gecontroleerd en indien nodig worden ze gekalibreerd, want we hebben een speciaal onderhouds abonnement afgesloten.” De verklikkers geven een veilig gevoel. En dat is in het geval van deze medewerker extra belangrijk omdat hij 90% van de tijd alleen werkt. Alleen bij topdrukte heeft hij af en toe versterking. “Mest is een natuurproduct”, benadrukt hij. “Je moet altijd alert blijven en wanneer je alleen werkt heb je in geval van nood dus geen collega die kan assisteren. Daarom is het eigenlijk ook belangrijk dat je het bedrijf door en door kent. Dan pik je signalen sneller op. Maar aan die voorwaarde kun je niet altijd voldoen; op het moment dat het ongeluk gebeurde werkte ik hier pas een half jaar.”

Evaluatie Het Groningse vleesvarkensbedrijf heeft het voorval samen met de GD geëvalueerd.

“Omdat ventilatiesystemen heel scherp afgesteld kunnen worden, is het er de laatste jaren niet veiliger op geworden.”

Tijdens die evaluatie is het idee ontstaan om notities te maken van de gemeten waarden, om zo patronen te kunnen herkennen. Een paar bedrijven werken al mee aan dit experiment. “Wanneer ik bepaalde handelingen verricht, zoals het schoonmaken van de afdeling, het opentrekken van een mestschuif of het laten weglopen van mest, dan noteer ik de waarden die op de kastjes aangegeven worden. Deze waarden kunnen dan per situatie en met verschillende bedrijven vergeleken worden. Zo hopen we een beter beeld te krijgen van de manier waarop je veiligere werkomstandigheden kunt creëren en onveilige situaties kunt voorkomen.” Tot slot raadt de werknemer andere varkenshouders aan om volgens vaste schoonmaakprotocollen te werken en uiterst zorgvuldig te zijn. “Omdat ventilatiesystemen tegenwoordig heel scherp afgesteld kunnen worden en er volgens de minimale normen geventileerd wordt, is het er de laatste jaren niet veiliger op geworden. Vooral in koude periodes (vanwege minimale ventilatie) en in het voorjaar (volle putten) is er een verhoogd risico op ophoping van gassen. Zet in ieder geval bij het schoonmaken van de stal alle ventilatiekleppen maximaal open, net als de deuren naar de centrale gang. Want bij schoonmaken komt de mest in beweging. Verder is het natuurlijk belangrijk om niet te mixen in stallen waar mensen of dieren aanwezig zijn. En voor de eigen veiligheid raad ik absoluut aan om gasmetertjes op je overall te dragen, zo kun je eventueel direct actie ondernemen.” GD Varken | Juni 2013 |

11


De praktijk bewijst het:

biggen groeien beter met Forti Boost FOOD-FOR-FEED

De afgelopen jaren zijn diverse praktijkproeven uitgevoerd naar het effect van het vloeibare, kant-en-klare biggenvoer Forti Boost op de groei van jonge biggen. Het bewijs is geleverd: biggen groeien beter met Forti Boost. Dit bevestigt de meerwaarde van het Food-for-Feedconcept waarop alle varkensvoeders van Nijsen/Granico zijn gebaseerd. De inzichten en resultaten die deze praktijkproeven hebben opgeleverd, vinden wij meer dan de moeite waard om met u te delen.

Resultaat 1: zwaardere biggen bij aflevering naar vleesvarkensstal Een big die in de kraamstalperiode Forti Boost heeft gehad is bij aflevering naar de vleesvarkensstal 1,2 tot 1,8 kilo zwaarder dan een big die geen Forti Boost heeft gekregen. Een recente praktijkproef uitgevoerd in januari van dit jaar bevestigt dit nog eens (zie grafiek). We benadrukken dat deze extra groei pas zichtbaar is op het moment dat de big klaar is om afgeleverd te worden als vleesvarken. En dus niet direct na spenen, wanneer u stopt met het geven van Forti Boost. Prettige bijkomstigheid: een big bereikt eerder het aflevergewicht en heeft dus minder voer nodig.

Weging kg Forti Boost Controle

Opleg 6,12 6,43

Eind 27,21 25,72

Hoogwaardige producten uit de levensmiddelenindustrie worden verwerkt tot smaakmakende grondstoffen voor varkensvoeders.

Resultaat 2: uniformere tomen Waar de gewichtstoename pas duidelijk wordt bij het afleveren van de big (20-25 kg), is er direct na het spenen wel een ander belangrijk effect te zien. Als biggen in de kraamstalperiode worden bijgevoerd met Forti Boost, is er keer op keer sprake van uniformere tomen. Met name de lichtere biggen in een toom krijgen door Forti Boost de mogelijkheid om beter op gewicht te komen voordat ze gespeend worden.

Toename 21,09 19,29

Continue weging m.b.v. weegstation (24/7) Controle Forti Boost

Prakt ij

kp

Overschakeling van speenvoer naar groeivoer

roef 4 Opleg : Topig s2 Speen leeftijd 0 x Pietrain : 24 d Extra agen gewic ht For ti bij afle veren Boost big 1,8kg


Kant-en-klaar

Tap Hap en

en

Forti Boost staat synoniem voor een hoge mate van gebruiksgemak. Het product wordt kant-en-klaar aangeleverd. Dit betekent dat doseerfouten op uw bedrijf voorkomen worden, waardoor schommelingen in kwaliteit en samenstelling van het biggenvoer tot het verleden behoren. Forti Boost wordt geleverd in een vloeistofcontainer van 830 liter, voorzien van een vooraf ingesteld roerwerk. Na slechts 1x per dag 30 seconden roeren via een simpele druk op de knop is Forti Boost de gehele dag klaar voor gebruik. U kunt vervolgens de gewenste hoeveelheid eenvoudig aftappen uit de vloeistofcontainer. Kenmerkend voor Forti Boost ten opzichte van andere biggenvoeders is de lange houdbaarheid tot 4 weken na productiedatum en dit allemaal bij omgevingstemperatuur. Forti Boost wordt door Nijsen/Granico het hele jaar door geleverd.

Resultaat 3: luxe speenvoer na spenen overbodig Het voer dat een big na het spenen voorgezet krijgt, is voor het jonge dier van levensbelang. Om het gemis van de zeug zo goed mogelijk op te vangen en de darmen zo weinig mogelijk te belasten, wordt er in de praktijk als opvolgvoer vaak gekozen voor speenvoer van een luxe samenstelling. Met Forti Boost creëert u als varkenshouder voor uw biggen een geleidelijke overgang van zeugenmelk naar droog- of brijvoer. Het effect van Forti Boost op de darmgezondheid is dusdanig groot, dat u in het vervolgtraject met een goedkoper voerpakket kunt volstaan. In de praktijkproeven wordt dit bevestigd. Het merendeel van onze Forti Boost-klanten schakelt direct na de zeugenmelk over op voer dat normaal pas 10 tot 12 dagen na spenen kan worden gegeven. Concreet betekent dat voor de big dat deze maar één voeromschakeling hoeft door te maken in zijn gehele opfokperiode. Forti Boost voorkomt onnodige schommelingen in voeropname. Ideale voeropname: constante stijging Voeropname-zonder Forti Boost: onnodige schommelingen

Relatieve voeropname ->

Tap Hap

Geef Forti Boost, maar met mate Uit onze mond klinkt het vreemd, maar voer biggen vooral niet te veel Forti Boost. Varkenshouders die starten met Forti Boost en ons vloeibaar biggenvoer goed gedoseerd aan de biggen aanbieden, boeken in de praktijk de beste resultaten. Onze opvatting is dat we de zeug zo hard mogelijk laten werken als ‘leverancier’ van voeding en warmte. Biggen die niet genoeg hebben aan de zeugenmelk, kunnen toch meekomen in het groeiproces doordat ze een kleine hoeveelheid Forti Boost opnemen. Forti Boost is geen melkvervanger maar een ondersteunend, geconcentreerd biggenvoer dat voor een extra energieboost zorgt. Bij zeugen in de kraamstal adviseren wij om 5 dagen na geboorte te beginnen met 5 ml Forti Boost per big. Dat is een glas van 200 ml verdeeld over 4 tomen. Wie zich strikt houdt aan ons voeradvies, zal de hiervoor beschreven effecten van Forti Boost ook bij zijn eigen biggen ervaren. Overtuigd, of nog niet helemaal? Neem vrijblijvend contact op met een van onze adviseurs voor meer uitleg, tel. +31 (0)478-552900. Op www.forti-boost.nl vindt u nog meer resultaten van onze praktijkproeven en het verder beschreven voeradvies.

0

5

23/24

Zeugenmelk

26/27

Forti Boost

Dagen ->

Droogvoer


Vraag & Antwoord

?

 raag: Hoe lang blijven antistoffen uit de biest V ‘werkzaam’?

Antwoord Tom Duinhof, varkensdierenarts: Als biggen voldoende biest hebben gedronken krijgen ze antistoffen mee van de zeug (‘maternale immuniteit’). In de eerste levensweken verdwijnen de antistoffen geleidelijk. Dat gaat niet bij alle soorten antistoffen even snel, maar in de meeste gevallen blijven biggen tot zes weken leeftijd antistoffen in het bloed houden. De concentraties zijn dan echter vaak niet hoog genoeg meer voor een effectieve bescherming tegen infecties. Gespeende biggen zijn dan ook vaak kwetsbaar voor infectieziekten, omdat ze zelf meestal nog niet voldoende afweer hebben opgebouwd. Bij sommige ziekteverwekkers blijven antistoffen uit de biest opvallend langer aantoonbaar in het bloed. Dat is bijvoorbeeld het geval bij influenza, App en zeker bij parvo. Bij die laatste zelfs tot zes maanden. Het is niet bekend wat daar de achtergrond van is.

In de rubriek ‘Vraag & Antwoord’ beantwoorden onze dierenartsen vragen vanuit de praktijk.

?

Vraag: Wat is EMCV en komt dat voor in Nederland?

Antwoord Theo Geudeke, varkensdierenarts: EMCV staat voor Encephalo MyoCarditis Virus. Dat is, zoals de naam al zegt, een virus dat ontstekingen kan veroorzaken van de hersenen en de hartspier. Het virus kan vooral bij jonge, zuigende biggen problemen veroorzaken gepaard gaande met acute sterfte door hartstilstand. Een aantal jaren geleden hebben onderzoekers van de Universiteit Utrecht (Faculteit Diergeneeskunde) aangetoond dat op ruim de helft van de Nederlandse varkensbedrijven antistoffen tegen dit virus voorkomen. We zien echter maar zelden typische verschijnselen die wijzen op een infectie. Het virus wordt verspreid door muizen, dus een goede ongediertebestrijding is de beste preventie.

?

Vraag: Zeugen met zwarte mest: is dat altijd PIA?

Antwoord Peter van der Wolf, varkensdierenarts: Als varkens zwarte mest hebben, is dat het gevolg van bloedverlies ergens in het begin van het maagdarmkanaal. Als bloedingen optreden aan het einde van de darm, dan zit er echt bloed bij de mest. Zwarte mest kan het gevolg zijn van een maagbloeding of van een bloederige dunnedarmontsteking door PIA/ Ileïtis. In beide gevallen kunnen zeugen bleek worden en sterven, dus het onderscheid kan eigenlijk alleen gemaakt worden door sectie-onderzoek. Dat is wel belangrijk want het maakt voor de aanpak natuurlijk wel verschil of sprake is van een maagbloeding of van PIA. Daarbij is het niet zo dat maagbloedingen alleen maar als incident plaatsvinden; door een verkeerde voersamenstelling en/of door stress kunnen ook maagbloedingen bij meerdere varkens tegelijk voorkomen.

Ook een vraag? Laat het ons weten en mail uw vraag naar redactie@gddeventer.com onder vermelding van Vraag & Antwoord GD Varken.

14


mONITOrING

GD-varkensdierenarts Peter van der Wolf

Meer E. coli:

werkelijkheid of gezichtsbedrog? “Sinds de zomer van 2012 krijgt de GD Veekijker Varken opvallend veel vragen over E. coli. Dat zijn zowel vragen over geboortediarree als over speendiarree en slingerziekte bij gespeende biggen. Als het gaat over specifieke gezondheidsproblemen valt bovendien op dat de laatste tijd in het algemeen veel vragen over diarree worden gesteld. Als een bepaald probleem veel vragen oproept, is het altijd belangrijk om je af te vragen of dat probleem ook daadwerkelijk in omvang toeneemt, of dat vooral de belangstelling ervoor groter is geworden.

Veel aandacht, veel vragen In het verleden zagen we bijvoorbeeld dat als een nieuwe test of een nieuw vaccin was ontwikkeld voor een bepaalde ziekte, dat dan ook het aantal vragen toenam. In het geval van E. coli bleek echter ook dat op de sectiezaal van de GD de bacterie opvallend vaak als oorzaak van problemen is vastgesteld. Zowel bij heel jonge biggen als bij speenbiggen.

Meer eiwit van mindere kwaliteit, meer kans op E. coli Een ander deel van de verklaring voor de toegenomen aandacht voor E. coli kan zijn dat veehouders en dierenartsen de laatste tijd meer biggen met diarree insturen omdat het tegenwoordig vaak nodig is om éérst vast te stellen welk antibioticum werkzaam is voordat het mag worden gebruikt. Dat geldt bijvoorbeeld voor colistine, een middel dat goed werkt tegen E. coli.

Toename problemen E. coli Uit telefoongesprekken met dierenartsen maar ook met voervoorlichters, is echter het beeld ontstaan dat wel degelijk sprake is van een toename van de problemen met E. coli-infecties. Een deel van de verklaring kan liggen in de aanpassingen die gedaan worden in de speen- en start-

voeders om meer tegemoet te komen aan de behoeften van beren en van Pietrain-varkens. Om de jeugdgroei optimaal te benutten en een optimaal aantal millimeters spier te bereiken bij de slacht voor een betere classificatie, worden vaak fijngemalen speen- en startvoeders met een hoog (ruw) eiwitgehalte gebruikt. Maar dergelijke voeders zijn riskant met betrekking tot E. coli-problemen, vooral als het eiwit van mindere kwaliteit is. Het valt niet altijd mee om de juiste balans te vinden tussen enerzijds de verteringscapaciteit en de behoeften van de big en anderzijds de bedrijfsomstandigheden en de op het bedrijf aanwezige infecties. Verder kan het zijn dat men in het algemeen terughoudender omgaat met de inzet van antibiotica omdat we het gebruik daarvan als sector verder willen terugdringen. Zieke dieren worden uiteraard behandeld, maar het preventief inzetten van antibiotica vindt steeds minder plaats.”

Met haar monitoringsactivitetien waakt de GD over de diergezondheid in Nederland. Onder andere via de GD Veekijker, waar vragen van dierenartsen en veehouders binnenkomen. Naast de helpdeskfunctie is de GD Veekijker hét centrale verzamelpunt voor alles rondom diergezondheid, in het belang van veehouder en sector. Deze rubriek verhaalt over bijzondere gevallen, speciaal onderzoek en opvallende resultaten die het werk van de monitoringsdierenartsen oplevert. De GD Veekijker wordt gefinancierd door het ministerie van EZ en het PVV.

GD Varken | Juni 2013 |

15


Salmonella | tekst: dr. Peter van der Wolf

Praktische tips

De GD Veekijker Varken ontvangt steeds vaker vragen over de aanpak van Salmonella bij vleesvarkens en gespeende biggen. Dit heeft te maken met de toenemende druk die Duitse slachterijen op vleesvarkenshouders uitoefenen om geen varkens met status III te leveren. De vleesvarkenshouders oefenen op hun beurt weer druk uit op de biggenleveranciers. Maar eigenlijk is de aanpak van Salmonella niet zo ingewikkeld. Bij salmonellabestrijding zijn drie zaken van belang: de stal, de big en de omgeving.

De stal Een salmonellabesmetting kan zichzelf in stand houden door een gebrekkige hygiëne. Door biggen in een besmette stal op te leggen, worden zij besmet en gaan zij zelf bijdragen aan deze besmetting. Zo ontstaat een eindeloze cyclus die alleen doorbroken kan worden door consequent all in-all out toe te passen en na iedere ronde grondig te reinigen en te desinfecteren. De desinfectie verloopt alleen goed bij een voldoende lange inwerking, een voldoende hoge temperatuur en een voldoende hoge concentratie. Het effect is te meten met zogeheten ‘Rodac-plaatjes’; deze tonen aan hoeveel bacteriën er nog zijn achtergebleven. Vergeet bij het reinigen en desinfecteren ook het drinkwaterleidingnet niet.

16

Deze training, coaching en Rodac-controle zouden standaard onderdeel kunnen zijn van de begeleiding door de dierenarts. Als de reiniging en de desinfectie goed zijn uitgevoerd, mag u aannemen dat de afdeling geen besmettingsrisico meer vormt.

De big Omdat Salmonella op veel zeugenbedrijven voorkomt, zal het ook voorkomen onder gespeende biggen. Indien er bij de gespeende biggen geen gerichte aanpak plaatsvindt, worden er mogelijk ook besmette koppels biggen bij de vlees­ varkenshouder afgeleverd. Het is vaak niet mogelijk om zeugenstapels vrij van Salmonella te maken. Daarentegen is de aanpak bij de gespeende biggen relatief eenvoudig. Uiteraard geldt ook hier dat het goed is om biggen in een schone en droge stal op te leggen. Geen biggen overleggen en

tomen bij elkaar houden bij het verplaatsen naar de gespeende biggenafdeling horen daar ook bij. Verder kan het gebruik van combinaties van organische zuren zoals mierenzuur, azijnzuur en/of melkzuur voorkomen dat de salmonellabesmetting zich verspreidt. Deze combinaties van zuren kunnen zowel via het voer als via het drinkwater gegeven worden (of op beide manieren). Het voordeel hiervan is dat ook E. coli-problemen zoals speendiarree en slingerziekte veel minder voorkomen, maar ook dat de biggen beter groeien. Hierdoor verdienen deze zuren zichzelf terug. In situaties waarin zuren onvoldoende (snel) effect hebben, is er nog de mogelijkheid om te vaccineren. Er bestaat een levend verzwakt vaccin tegen Salmonella Typhimurium dat bij zeugen en biggen kan worden toegepast. Dit vaccin levert een duidelijke bijdrage aan het onder controle brengen van problemen door Salmonella Typhimurium. Nadelen zijn echter dat het alleen werkt tegen Salmonella Typhimurium, dat het bij biggen via de bek moet worden toegediend (net als het PIA-vaccin) en dat het niet groeibevorderend werkt, zoals de zuren. Bij vleesvarkens kan ook gewerkt worden met zuren via het voer of via het drinkwater en met vaccineren. Onderzoek gefinancierd door het PVV en uitgevoerd door voerfabrikant De Heus in samenwerking met Selko heeft aangetoond dat het


voor de aanpak van Salmonella toedienen van de zuren zowel via voer als via drinkwater effectief is. Toepassing via het drinkwater levert echter een positief saldo van € 2,40 per varken op door verbetering van de voerconversie en de groei.

De omgeving Als het dan gelukt is om een schone big in een schone stal op te leggen, dan is het nog de kunst om de big schoon te houden. Dit betekent dat alles wat op de afdeling binnenkomt schoon moet zijn. Denk aan laarzen, handen en overalls van alle mensen die de afdeling betreden. Maar ook mogen er geen vliegen, ratten of muizen binnenkomen. Het transport vormt ook een risico. Als de vrachtwagen niet schoon is, kunnen de biggen gemakkelijk besmet raken. Hetzelfde geldt voor de losplaats en de centrale gang, zowel bij de zeugenhouder als bij de vleesvarkenshouder. Iedere schakel telt, dus is het heel belangrijk om de centrale gangen en de laad- en losplaatsen grondig te reinigen en te desinfecteren.

zin als het ook gebruikt wordt om de ammoniakuitstoot te verminderen en u dus meer wilt uitgeven om twee vliegen in één klap te slaan. • “ Salmonellabeheersing kost geld.” Niet waar. De aanpak van Salmonella is zo breed dat ook andere ziekten zullen verminderen door de verbeterde hygiëne en biosecurity. E. coli-problemen zijn al genoemd, maar ook PIA, dysenterie, PRRS, Circo, enzovoorts zullen minder worden. • “Gecoat boterzuur is het helemaal.” Niet waar. Het kan een nuttig onderdeel zijn van een combinatie van zuren, maar het is duurder dan andere zuren. Waarom extra geld uitgeven als het met andere zuren ook kan?

• “ Drinkwater aanzuren kan ook wel met een halve dosering.” Niet waar. Er bestaat een dosis-effectrelatie. Het advies is 2 liter gebufferd zuurcombinatie per 1000 liter drinkwater, waarbij de pH ongeveer 3,8 moet zijn. Hetzelfde geldt voor “een paar dagen wel, een paar dagen niet”. Als u wilt dat uw status daalt, zult u continu het drinkwater moeten aanzuren met de goede dosering. Kortom; de aanpak van Salmonella is minder ingewikkeld dan het lijkt, zolang u als varkenshouder maar de juiste maatregelen treft en daarbij consequent te werk gaat.

Tot slot is er nog het voer. Standaard mengvoer wordt tegenwoordig onder GMP- en HACCP-omstandigheden geproduceerd en speelt daarom geen rol meer als besmettingsbron. Een uitzondering is zelf gemengd voer. De grondstoffen hiervan mogen geen Salmonella bevatten en/of Salmonella dient actief bestreden te worden. Brijvoer van bijproducten met een lage pH (<4,2) werkt sterk beschermend tegen Salmonella, hiermee zijn zelfs zeugenstapels vrij van Salmonella te houden.

Misverstanden Er circuleren allerlei verhalen over wat wel en niet goed zou zijn bij salmonellabestrijding. Een paar voorbeelden: • “ Vaccineren leidt tot hoge titers bij het slachten.” Niet waar. Het eerder in dit artikel genoemde vaccin leidt niet of nauwelijks tot vorming van meetbare afweerstoffen en bedrijven die dit vaccin consequent toepassen zien hun status dalen. Uiteraard is vaccineren alleen niet voldoende, het is onderdeel van een gehele aanpak. • “ Benzoëzuur is het beste middel tegen Salmonella.” Niet waar. Benzoëzuur werkt goed, maar het is ook duurder dan andere zuren. Benzoëzuur heeft alleen

Het transport vormt ook een besmettingsrisico.

GD Varken | Juni 2013 |

17


A SANOFI COMPANY

16348_Circovac adv stndrd 184x130.indd 1

06-05-13 07:34

Groba brengt perfectie in uw stal.

Copernicusstraat 12, Wijchen T +31 (0)24 6414289 www.groba.nl

ADVERTEREN IN DIT MAGAZINE?

LV

VERBAKEL BV Plastic & Stainless steel products

Industrieweg 13 Sint-Oedenrode 0413 474036

Bel met: Marco Jansen T 026-750 18 45 E marco.jansen@pshmediasales.nl I www.pshmediasales.nl


tekst: dr. Guillaume Counotte | Drinkwater

Drinkwaterkwaliteit:

de rol van biociden De kwaliteit van drinkwater voor varkens kan beter, zo bleek uit onderzoek door de GD. De schadelijkheid van het water wordt veroorzaakt door chemische stoffen zoals ijzer, nitriet of sulfaat, maar heel vaak ook door biociden (bacteriën, schimmels of gisten).

Oorzaken en maatregelen Ammonium kan in water terechtkomen doordat leidingen van tyleen (lage-dichtheid-ethyleen) worden gebruikt. Dat is doorlaatbaar voor ammonium. Ander materiaal, zoals hoge-dichtheid-ethyleen of PVC, is daarom geschikter. Schoonmaken kan alleen door de leidingen goed door te spoelen met schoon water. Bacteriën komen op allerlei manieren in het water terecht, bijvoorbeeld door niet goed afsluitende leidingen, terugloop vanuit de nippels of stilstand van water. Dat voorkomen is moeilijk. In de leidingen ontstaat een ‘biofilm’: een mengsel van afzettingsproducten van bacteriën, mineralen en micro-organismen (bacteriën, schimmels en gisten). Dit ontstaat veel sneller in tyleenleidingen dan in leidingen van hoge-dichtheid-polyethyleen of PVC. Koperleidingen zijn het minst ‘vatbaar’ voor de vorming van een biofilm. Om een biofilm te verwijderen moet je dus drie verschillende producten kwijtraken. De afzet-

tingsproducten zijn het hardnekkigst. Daarvoor worden meestal lage concentraties peroxiden gebruikt, gestabiliseerd door zilver of koper. Biofilm verwijderen kan ook via mechanische reiniging door luchtdruk of ultrasoon geluid. Metalen kwijtraken kan middels zuren, maar te sterke zuren zijn slecht. Een oplossing van 2% citroenzuur is vaak voldoende. Micro-organismen raak je alleen kwijt door biociden te gebruiken: chemische stoffen (of mengsels daarvan). Biociden vallen tegenwoordig onder een nieuwe richtlijn. Alleen het gebruik van geregistreerde biociden is toegestaan (zie www.ctgb.nl). Gebruik deze middelen nooit door elkaar of tegelijk. Voegt u zuur toe aan water, om bijvoorbeeld Salmonella te onderdrukken, gebruik dan geen biociden of laat het zuur eerst goed verdwijnen. Biociden die hypochloriet bevatten kunnen samen met zuur zeer schadelijk chloorgas vormen. Samengevat: reinig eerst de leidingen om de biofilm kapot te maken, verwijder dan de metalen en ontsmet ten slotte de leidingen. Maar het beste is natuurlijk om leidingen te gebruiken van materiaal dat minder vatbaar is voor de vorming van biofilm. 100

ongeschikt

90

minder geschikt

80

Percentage van de monsters

De GD heeft in de afgelopen jaren structureel de kwaliteit van het drinkwater van varkens onderzocht (zie figuur 1). Vaak bleek het water bij de bron nog aan alle eisen te voldoen, maar door vervuilde leidingen kwamen er bacteriën in terecht. Vorig jaar was nog steeds zo’n 5% van de watermonsters van slechte kwaliteit en ruim een kwart was van matige kwaliteit. Er zat vooral te veel ammonium in het water, het water was te hard, of het bevatte te veel bacteriën. Soms was ook het ijzer- en/of mangaangehalte te hoog. Ammonium komt van mest en ammoniak in de stal. Het risico van ammonium is dat bacteriën dit omzetten in nitriet. Als het water langer dan zes weken stilstaat, ontstaat zoveel nitriet dat het drinken ervan tot directe sterfte van de varkens kan leiden. Een hoge hardheid is niet direct schadelijk voor de gezondheid, maar kan wel kalkaanslag geven in de nippels en de smaak van het water wordt slecht. Daardoor drinken de varkens minder, waardoor ze minder eten en ziek worden. Te veel bacteriën leidt tot maagklachten en diarree. Te veel ijzer en/of mangaan kan de leidingen verstopt doen raken.

70

geschikt

60 50 40 30 20 10 0

2004

2005

2006

2007

2008

Jaar

2009

2010

2011

2012

Figuur 1: Geschiktheid watermonsters voor varkens

GD Varken | Juni 2013 |

19


FLEXcombo®

In een handomdraai beschermd tegen Circo en Mycoplasma! Meng CircoFLEX® bij MycoFLEX® in de nieuwe mengfles.

Mengruimte voor CircoFLEX®

MycoFLEX®

1

Twee producten MycoFLEX® en CircoFLEX® die afzonderlijk en gemengd gebruikt kunnen worden.

2

Met behulp van de overloopnaald kan CircoFLEX® toegevoegd worden aan de halfvolle fles MycoFLEX®.

3

Nadat CircoFLEX® is toegevoegd heeft u een volle fles FLEXcombo®.

4

FLEXcombo® is nu klaar om te gebruiken.

Ingelvac CircoFLEX® susp. voor inj. voor varkens. Elke dosis geïnactiveerd vaccin bevat: PCV2 ORF2 eiwit, carbomeer. Indicatie: Voor actieve immunisatie van varkens vanaf de leeftijd van 2 wk tegen PCV2 om de sterfte, klinische verschijnselen – inclusief gewichtsverlies - en letsels in lymfatisch weefsel geassocieerd met PCV2 gerelateerde aandoeningen (PCVD) te verminderen. Tevens is bewezen dat vaccinatie de nasale verspreiding van PCV2, de virus load in het bloed en lymfatisch weefsel, en de duur van de viraemie vermindert. Bescherming begint al vanaf 2 wk na vaccinatie en houdt minstens 17 wk aan. Contra-indicaties: Geen bekend. Bijwerkingen: Een voorbijgaande en milde hyperthermie op de dag van vaccinatie treedt erg vaak op. Dosering: Enkelvoudige i.m. inj. van 1 dosis (1 ml), ongeacht het lichaamsgewicht. Er zijn gegevens over veiligheid en effectiviteit beschikbaar die aantonen dat dit vaccin gemengd kan worden met Ingelvac MycoFLEX en op 1 injectieplek kan worden toegediend. Indien gemengd wordt met Ingelvac MycoFLEX dienen alleen varkens vanaf de leeftijd van 3 wk te worden gevaccineerd. Lees voor het mengen de bijsluiter. Goed schudden voor gebruik. Wachttijd: 0 dagen. REG NL 102672 UDD. Ingelvac MycoFLEX® susp. voor inj. voor varkens. Werkzaam bestanddeel: Geïnactiveerd mycoplasma hyopneumoniae, J-stam isolaat B-3745, carbomeer. Indicatie: Voor actieve immunisatie van varkens vanaf de leeftijd van 3 wk ter vermindering van longlaesies als gevolg van infectie met m.hyo. Bescherming begint vanaf 2 wk na vaccinatie en houdt ten minste 26 wk aan. Contra-indicaties: Geen. Bijwerkingen: Bijwerkingen zijn zeldzaam: een voorbijgaande zwelling met een diameter tot 4 cm, soms samengaand met roodheid van de huid, kan worden waargenomen op de plek van injectie. Deze zwelling kan tot 5 dagen aanhouden. Een voorbijgaande gemiddelde toename van de rectale lichaamstemperatuur van ongeveer 0,8°C kan tot 20u na vaccinatie worden waargenomen. Dosering: Enkelvoudige i.m. injectie van 1 dosis (1 ml). Er zijn gegevens over veiligheid en effectiviteit beschikbaar die aantonen dat dit vaccin gemengd kan worden met Ingelvac CircoFLEX en op 1 injectieplek kan worden toegediend. Indien gemengd wordt met Ingelvac CircoFLEX dienen alleen varkens vanaf de leeftijd van 3 wk te worden gevaccineerd. Lees voor het mengen de bijsluiter. Goed schudden voor gebruik. Wachttijd: (Orgaan)vlees: 0 dg. REG NL 104086 UDD. Voor meer informatie kunt u contact opnemen met: Boehringer Ingelheim bv, vetmedica.nl@boehringer-ingelheim.com, telefoon: +31 (0)72 566 24 11


tekst: drs. Eva Onis | VeeOnline

Floortje Herder van DGC Boven-Veluwe:

Floortje Herder en Henri van Loo

“VeeOnline bespaart ons veel tijd”

Sinds maart 2013 kunt u als varkenshouder -samen met uw dierenarts- uw bedrijfsgezondheidsplan online invullen via VeeOnline. GD Varken ging een middag op pad met Floortje Herder van DGC Boven-Veluwe, om samen met varkenshouder Henri van Loo een BGP aan te maken. DGC Boven-Veluwe doet zoveel mogelijk digitaal. “We komen altijd met de iPad en vullen de plannen in op Vee­ Online”, vertelt Floortje als we haar ontmoeten op de praktijk in Wezep. “Toen de verordening van het PVV ons vorig jaar verplichtte om voor iedere veehouder een bedrijfs­ gezondheidsplan (BGP) en bedrijfsbehandelplan (BBP) te maken, zijn we dat direct in VeeOnline gaan doen. In eerste instantie ging het om BGP’s en BBP’s voor rundveehouders en dat is uitstekend bevallen. De GD heeft ons met Vee­ Online veel werk uit handen genomen. Een plan invullen kost veel minder tijd en het scheelt dat we niet over de opbouw en vormgeving hoeven na te denken.”

Bedrijfsspecifiek We gaan met Floortje mee naar Henri van Loo, eigenaar van een zeugenbedrijf in ’t Harde. Na een gastvrij ontvangst gaan we – met Floortjes iPad en Henri’s administratiemap in de aanslag – in de kantine zitten. “Via een aantal eenvoudige stappen gaan we een volledig digitaal BGP aanmaken”, zo begint Floortje haar uitleg. “Zoals je weet, is het BGP verplicht gesteld vanwege de antibioticumreductie in de varkenshouderij. Digitaal invullen gaat snel en gemakkelijk. Bovendien weet je met VeeOnline zeker dat je aan de wettelijke eisen voldoet. Alle verplichte onderdelen staan erin en verder kun je het plan zo uitgebreid maken als je wilt.” De eerste stap is het invullen van de kengetallen, zoals het aantal zeugen/biggen, het aantal levend en doodgeboren biggen per worp, de biggenuitval vóór en na het spenen en de biggengroei. Ook wordt gevraagd om de streefgetallen in te vullen. Henri: “Handig dat je nu een overzicht hebt van alle cijfers, maar die zeggen weinig over het anti­

bioticumgebruik.” Floortje: “Klopt, daarom zijn er velden voor aandachtspunten toegevoegd. Daarin kun je aangeven waarom getallen afwijken. Een hoog aantal verliesdagen kan bijvoorbeeld verklaard worden door afvoer van opbrekende dragende zeugen. Het gaat erom dat je de vinger op de zere plek kunt leggen.”

Aandachtspunten Dat de aandachtspunten meer inhoud geven aan het plan, blijkt ook tijdens het invullen van de andere onderdelen. Hierbij komen onder meer het antibioticumgebruik, de bedrijfsvoering, huisvesting, biosecurity en de monitoring van dierziekten aan bod. Floortje noteert bijvoorbeeld dat Henri over eigen aanfok beschikt, wat een positief effect heeft op de externe biosecurity. Floortje: “Bij veel varkenshouders besteed ik ook extra aandacht aan voeding en klimaat. Met het terugdringen van het antibioticumgebruik wordt dit steeds belangrijker.” Henri: “Als we goed noteren hoe we nu te werk gaan, dan kunnen we in de toekomst gemakkelijker finetunen.”

Evalueren Het is sowieso belangrijk om regelmatig te evalueren. “Om hier voordeel uit te halen, moet je wel consequent zijn, anders is het verloren tijd”, aldus Henri. “Naar mijn mening is het vooral belangrijk dat je de juiste mensen om je heen hebt en dat je regelmatig overlegt. Daarbij moet er een gezamenlijk belang c.q. doel zijn.” “Daarom is het ook zo handig dat je het digitale BGP op ieder gewenst moment kunt raadplegen”, voegt Floortje toe. “En je kunt het plan snel en eenvoudig mailen naar wie je maar wil, bijvoorbeeld naar voerspecialisten en andere betrokken partijen.” GD Varken | Juni 2013 |

21


antibiogrammen | tekst: drs. Helen de Roode, dr. Jobke van Hout en dr. Peter van der Wolf

“Up-to-date gevoeligheids

De microbouillonverdunningsmethode: cupjes met verschillende concentraties antibiotica. Na een nacht kweken is duidelijk bij welke concentratie de toegevoegde bacteriestam nog kan groeien (de lichter gekleurde cupjes) en bij welke concentratie de groei van de bacterie wordt geremd (de roder gekleurde cupjes).

In een tijd waarin van u en uw dierenarts meer verfijnd en verantwoord antibioticumgebruik wordt gevraagd, neemt ook de belangstelling voor en de noodzaak van gevoeligheidsbepalingen toe. Om te onderzoeken voor welke antibiotica een bacterie gevoelig is, maakt de GD sinds kort gebruik van een nieuwe methode. “De ‘gouden standaard’ op het gebied van gevoeligheidsbepalingen”, aldus GD-bacterioloog Annet Heuvelink.

Bij de tabletmethode wordt aan de hand van de remmingszone bepaald hoe gevoelig de bacterie is voor het gebruikte antibioticum.

22

Tot voor kort maakte de GD gebruik van de ‘tabletmethode’ om te bepalen voor welke antibiotica een bacterie gevoelig is. Heuvelink: “Hierbij leg je een antibioticumtablet op een voedingsbodem waarop ook de te onderzoeken bacteriecultuur is aangebracht. Het antibioticum verspreidt zich vervolgens rondom het tablet in de voedingsbodem; naarmate de afstand tot het tablet groter is, zal de concentratie van het antibioticum lager zijn. Na een nacht kweken kijk je hoe dicht de gekweekte bacteriecultuur in de buurt van het tablet is gekomen; je meet de ‘remmingszone’. Aan de hand van de diameter van deze zone wordt bepaald of de bacterie ‘gevoe-

lig’, ‘intermediair gevoelig’ of ‘ongevoelig’ is voor het gebruikte antibioticum.”

De nieuwe methode De nieuwe methode die de GD sinds april 2013 gebruikt voor het testen van de gevoeligheid van bacteriën voor antibiotica, wordt ook wel de ‘microbouillonverdunningsmethode’ genoemd. “Hierbij doen we verschillende antibiotica in verschillende concentraties -dus meer of minder verdund- in kleine cupjes. Aan deze cupjes voegen we vervolgens de bacterie toe. Na een nacht kweken bekijken we voor elk antibioticum bij welke concentratie de bacteriestam nog kan groeien en bij


bepalingen doen” welke concentratie niet meer. De laagste concentratie van een antibioticum waarbij de groei van de bacterie wordt geremd, noemen we de ‘minimale inhiberende (remmende) concentratie’ (MIC) van het antibioticum ten opzichte van de geteste kiem. Waar bij de ‘oude’ methode het aantal millimeters van de remmingszone werd vertaald in de uitslag ‘gevoelig’, ‘intermediair gevoelig’ of ‘ongevoelig’, wordt nu de MIC-waarde vertaald in een van deze drie uitslagen.”

Gouden standaard Voordeel van de microbouillonverdunningsmethode is volgens Heuvelink onder andere dat het een directe en daarmee nauwkeuriger methode is: “De MIC-methode wordt internationaal gezien als de ‘gouden standaard’. Je werkt zeer secuur want je weet precies wat de antibioticumconcentratie in ieder cupje is en hoeveel bacteriën je in de cupjes pipetteert. Bij de tabletmethode wordt de diameter van de remmingszone door een analist met een schuifmaat opgemeten.”

Aansluiten op Formularia Met de nieuwe methode is ook het palet antibiotica dat getest wordt uitgebreid. “De testpanels zijn nu zodanig samengesteld dat ze goed aansluiten op de werkzame stoffen die genoemd worden in onder meer het nieuwe Formularium Varken van de Koninklijke Nederlandse Maatschappij voor Diergeneeskunde.” De Formularia van de KNMvD bevatten behandelrichtlijnen voor de dierenarts en zijn bedoeld als uitgangspunt voor het invullen van het bedrijfsbehandelplan (BBP) dat onderdeel vormt van het bedrijfs­

gezondheidsplan (BGP). Om het gebruik van bepaalde antibiotica aan banden te leggen (in verband met resistentiegevaar), zijn de verschillende typen antibiotica ingedeeld in eerste- tweede- en derdekeusmiddelen. Voor derdekeusmiddelen geldt sinds begin 2013 in alle gevallen dat ze alleen nog gebruikt mogen worden als op basis van een gevoeligheidsbepaling (ook wel: antibiogram) kan worden aangetoond dat eerste- of tweedekeusmiddelen niet werken. Voor de varkenshouderij heeft deze maatregel praktisch geen gevolgen omdat binnen de IKB-systemen het gebruik van derdekeusmiddelen al sinds 1 januari 2012 niet meer is toegestaan. Voor het gebruik van tweedekeus­middelen is een goede onderbouwing nodig en hierbij speelt het antibiogram (en het voorafgaande bacteriologisch onderzoek) een zeer belangrijke rol. Overigens is het ook bij eerstekeusmiddelen verstandig om regelmatig een bacteriologisch onderzoek met gevoeligheidsbepaling in te zetten. Zo houdt u de vinger aan de pols; zowel met betrekking tot de bacterie die verantwoordelijk is voor de ziekte als de antibioticum­gevoeligheid van die bacterie. “Dit alles maakt het doen van een gevoeligheidsbepaling nu extra actueel en voor ons als GD van groot belang om helemaal ‘up-to-date’ te zijn met een geavanceerde en op de Formularia aansluitende methode.”

Antibiotica gericht inzetten De nieuwe Formularia maken dat er meer aandacht is voor gevoeligheidsbepalingen, maar de groeiende belangstelling heeft volgens Heuvelink niet alleen te maken met de nieuwe regelgeving. “Ook vorig jaar, toen de Formularia nog meer vrijblijvend waren, zagen we een stijging in de vraag naar bacteriologisch onderzoek en gevoeligheids­

Annet Heuvelink: “Met de nieuwe methode zijn we helemaal up-to-date.”

bepalingen. Veehouders en dierenartsen zijn natuurlijk al langer bezig met het verantwoord inzetten van antibiotica en antibiogrammen spelen hierin een cruciale rol. Dankzij een antibiogram kun je bijvoorbeeld longontsteking veel gerichter behandelen; je voorkomt dat je antibiotica verspilt die toch niet werken, maar ook dat je onnodig een tweedekeusmiddel inzet. Ook als je -omwille van de tijd- al begonnen bent met het behandelen, is een gevoeligheidsbepaling van belang. Het geeft een handvat voor de verdere behandeling, waarbij eventueel kan worden overgaan op een eerstekeus­ middel. Na een gevoeligheidsbepaling is het gebruik van een antibioticum niet meer schieten met hagel, maar een zeer gerichte inzet waardoor de kans op een succesvolle genezing toeneemt. Een manier van werken die in de humane sector al gebruikelijk is en ‘scaling down’ genoemd wordt.”

De vingerafdruk van de bacterie

“De microbouillonverdunningsmethode is zeer secuur.”

Een gevoeligheidsbepaling volgt altijd op een bacteriologisch onderzoek (BO). Heuvelink: “Wil je weten welke antibiotica je moet testen, dan is het belangrijk om precies te weten met welke bacterie of bacteriën je te maken hebt. Hier kom je achter door middel van bacteriologisch onderzoek.” Sinds begin 2012 gebruikt de GD voor de identificatie van bacteriën de MALDI-TOF Biotyper: “Met dit apparaat kunnen we sneller en nauwkeuriger dan voorheen de ‘vingerafdruk’ van een bacterie lezen. Bovendien kunnen we meer bacteriesoorten onderscheiden. Een ideale combinatie dus; de correctheid van een gevoeligheidstest valt of staat immers bij een juiste identificatie van de bacterie.”

GD Varken | Juni 2013 |

23


De Gezondheidsdienst voor Dieren

Buitenbeeld Handige scharrelaar Mevr. Kamminga uit Kortenhoef stuurde de redactie van de GD Varken een foto van haar hangbuikzwijn Dottie. “Dottie scharrelt op het drassige veen rondom onze woonboot. Als gezelschap heeft ze honden waarmee ze speelt, geiten en schapen. In het najaar raapt ze alle appels in de tuin op. Dottie is een goede scharrelaar, maar gelukkig vernielt ze de tuin niet.”

Bereikbaarheid U kunt de GD telefonisch bereiken via 0900-1770. Van maandag tot en met vrijdag van 8.00 tot 17.00 uur.

Tarieven Alle genoemde GD-tarieven in deze uitgave zijn exclusief BTW en € 9,40 basiskosten.

Ophaaldienst voor sectie- en monstermateriaal Aanmelden: telefonisch 0900-202 00 12 (24 uur per dag). Wij halen het materiaal dan zo spoedig mogelijk bij u op. Sectie- en monstermateriaal kunt u brengen van maandag tot en met vrijdag van 8.00 tot 17.00 uur.

GD, Postbus 9, 7400 AA Deventer T. 0900-1770, F. 0570-63 41 04 www.gddeventer.com info@gddeventer.com

Buitenbeeld: Wellicht hebt u zelf ook iets dat niet ‘buiten beeld’ mag blijven. Stuur dan uw foto naar redactie@gddeventer.com met een korte toelichting en naamsvermelding. Wordt uw foto geplaatst, dan ontvangt u een ingelijste vergroting van uw eigen foto.


GD Varken 70