Issuu on Google+

Samen werken aan diergezondheid

Herkauwer

Tom Lugtenberg en zijn dierenarts Gerben Esselink:

“Salmonella moet je serieus nemen�

Oog voor

drinkwaterkwaliteit

Risicofactoren afvoer vaarzen

Verslag

masterclass IbR & bVd

75 fEbRUaRI 2014


Hoeveel verjaardagen vieren uw koeien? De levensduur van melkkoeien is een belangrijke factor in het bedrijfsresultaat. Nieuw onderzoek toont aan dat als Novem 20 al bij milde mastitis naast een antibioticum wordt ingezet, het risico op afvoer met 43% wordt verlaagd1.

• Langwerkende ontstekingsremmer en pijnstiller • 1 injectie werkt 3 dagen2 • Versnelt de genezing en herstelt de eetlust • Lager celgetal én lager afvoerpercentage1

Novem® 20 De herstelversneller

1) McDougall S. et al.(2009) Effect of treatment with the nonsteroidal anti-inflammatory meloxicam on milk production, somatic cell count, probability of re-treatment, and culling of dairy cows with mild clinical mastitis. J.Dairy Sci.92-4421-4431 2) K. Okkinga et al. (1998) Productnaam: Novem 20. Regnr./Kan.status: REG NL 10219 URA. Werkzame bestanddelen: Meloxicam 20mg/ml. Indicaties bij rundvee: Acute respiratoire infecties in combinatie met geschikte antibiotica. Diarree in combinatie met orale rehydratietherapie. Aanvullende therapie bij acute mastitis, in combinatie met een antibioticum therapie. Voor de verlichting van post-operatieve pijn bij kalveren na het onthoornen. Doeldier: Rundvee en varkens. Voornaamste bijwerking(en): Een geringe kortdurende zwelling op de plaats van injectie na subcutane toediening wordt in minder dan 10% van het rundvee, behandeld in het klinisch onderzoek, gezien. Indien u andere bijwerkingen vaststelt, gelieve uw dierenarts hiervan in kennis te stellen. Contra-indicatie(s): Niet gebruiken bij dieren die lijden aan een verminderde lever-, hart- of nierfunctie en hemorragische aandoeningen, of als er aanwijzingen zijn voor ulcerogene gastro-intestinale lesies of individuele overgevoeligheid voor het product. Bij rundvee niet gebruiken bij dieren met diarree jonger dan één week. Dosering: Rundvee: Een éénmalige subcutane injectie van 0,5 mg meloxicam/kg lichaamsgewicht (dat wil zeggen 2,5 ml/100 kg lichaamsgewicht), in combinatie met een geschikte antibioticum therapie of orale rehydratie therapie, indien passend. Wachttijd rundvee: vlees 15 dg, melk 5 dg. Boehringer Ingelheim bv - Telefoon: +31 (0)72 5662411 - E-mail: vetmedica.nl@boehringer-ingelheim.com - Verdere informatie is op aanvraag beschikbaar.


| Voorwoord

| INHOUD 04 Nieuws & Tips 09 Vraag & Antwoord

10

10 Tom en Ellis Lugtenberg

over de salmonella-aanpak op hun bedrijf

12 Oog voor

drinkwaterkwaliteit

16 Aandacht voor

duurzaamheid van vaarzen

12

18 GD masterclasses IBR en BVD

20 Succesvolle eerste editie Uiergezondheidscongres

23

20

Buitendienst ‘on the road’

24 Diergezondheid volgens Gea Lindner

Bereikbaarheid U kunt de GD telefonisch bereiken via 0900-1770. Van maandag tot en met vrijdag van 08.00 tot 17.00 uur. Tarieven Alle genoemde GD-tarieven in deze uitgave zijn exclusief BTW en € 9,40 basiskosten. Ophaaldienst voor sectie- en monstermateriaal Aanmelden: telefonisch 0900-202 00 12 (24 uur per dag). Wij halen het materiaal dan zo spoedig mogelijk bij u op. Sectie- en monstermateriaal kunt u brengen van maandag tot en met vrijdag van 8.00 tot 17.00 uur.

COLOFON

GD Herkauwer is een uitgave van de GD | Redactie Ria Huijben, Jet Mars, Linda van Wuijckhuise, Erik de Vries | Eindredactie Helen de Roode | Redactieadres GD, Marketingsupport & Communicatie, Postbus 9, 7400 AA Deventer, T. 09001770, F. 0570-63 41 04, redactie@gddeventer.com, www.gddiergezondheid.nl Productiecoördinatie Senefelder Misset | basisontwerp Fokko-Ontwerp VORMGEVING X-Media Solutions Doetinchem | Druk Senefelder Misset Doetinchem Abonnementen GD Herkauwer wordt gratis toegezonden aan relaties van de GD. Een jaar­ abonnement (4 nummers) voor personen buiten de doelgroep kost € 16,00 (excl. BTW) | Advertenties PSH Mediasales, T. 026-750 18 00 Verschijningsfrequentie 4 keer per jaar | Suggesties Als u suggesties heeft voor dit blad, kunt u deze via redactie@gddeventer.com doorgeven aan de redactie. Overname van artikelen is toegestaan uitsluitend na t­oestemming van de uitgever.

Kennis delen IBR en BVD staan volop in de belangstelling. Dat bleek eind vorig jaar maar weer tijdens de masterclasses die door heel het land werden gehouden. De aanwezigen grepen hun kans om de BVD- en IBR-specialisten van de GD en MSD Animal Health, het hemd van het lijf te vragen. Dat was mooi om te zien, want dat is precies waarom we de masterclasses organiseren. We willen graag de actuele veterinaire kennis die wij als GD in huis hebben met u delen en horen waar u behoefte aan heeft. De interactie tijdens de masterclasses is een mooie en effectieve manier om dat te doen. Op pagina 18 en 19 leest u een uitgebreid verslag van de masterclass in Alkmaar, met onder andere antwoord op de vraag ‘Kunnen vogels IBR overbrengen?’. In vervolg op de masterclasses organiseren wij in februari op diverse gastbedrijven studiegroepen over BVD. Doel is om in kleine groepjes van 8 – 10 melkveehouders op een praktische manier invulling te geven aan de inhoud van de masterclasses. Tijdens een rondgang over het bedrijf bespreken we onder andere hoe in- en versleep van BVD op een melkveebedrijf kan plaatsvinden. Op www.melkmeesters.nl ziet u of er ook een studiegroep BVD bij u in de buurt is en kunt u zich aanmelden. Hier leest u overigens ook hoe u een GD Melkmeester kunt worden en wat daar de voordelen van zijn. Over kennis delen gesproken: hebt u de nieuwe website van de GD al gezien? Sinds eind januari is www.gddiergezondheid.nl live, een eigentijds en inhoudelijk sterk online platform waar u snel de informatie vindt die u zoekt. Dankzij de duidelijk ingedeelde startpagina’s per diersoort ziet u in één oogopslag wat voor u actueel en relevant is. Minder kliks, meer overzicht. Ook dat is samen werken aan diergezondheid. IR. LIEUWE ROOSENSCHOON, SECTORMANAGER HERKAUWERS

ISSN: 1875a-2594 Adreswijzigingen: bel 0900 1770 (lokaal tarief)

GD Herkauwer | Februari 2014 |

3


NIEUWS & TIPS Vaccineren tegen longworm Opschot van gewassen in grasland Sommige percelen worden afwisselend gebruikt als grasland en voor de teelt van andere gewassen. Na herinzaaien als grasland kunnen restanten van het vorige gewas opkomen (opschot of opslag) en terechtkomen in kuilgras en hooi. Regelmatig wordt aan GD Veekijker gevraagd of deze producten kunnen worden gevoerd aan rundvee en zo ja, in welke hoeveelheden. Het antwoord daarop is niet eenvoudig, omdat de mate van giftigheid vaak onbekend is. Enkele voorbeelden: • Aardappelloof is in kleine hoeveelheden al giftig voor een rund. • Sommige leliesoorten zijn erg giftig, van andere bollensoorten is dit onbekend, maar zeker niet uitgesloten. • Het loof van asperges is irriterend, het is onbekend of het vergiftigingsverschijnselen veroorzaakt. Het is vaak onbekend of de giftigheid vermindert of verdwijnt als het gewas wordt gebruikt voor de winning van hooi. Bij twijfel is het advies om de betreffende planten te verwijderen voor het maaien van het gras.

Wanneer op uw bedrijf in voorgaande jaren longworminfecties zijn vastgesteld, is het raadzaam dieren te vaccineren vóór ze voor het eerst naar buiten gaan. Laat de dieren tweemaal enten met een interval van vier weken. Twee weken na de laatste enting kunnen de dieren de wei in. U kunt kalveren vanaf de leeftijd van zes weken laten vaccineren. Gaan bij u alleen de

volwassen dieren de weide in, dan kunt u ook vaarzen nog enten. Het is belangrijk dit wel op tijd te doen. Een gericht advies voor het bestrijden van infecties met maagdarm- en long­ wormen bij jongvee krijgt u door het invullen van de ‘wormsleutel’ op www.gddiergezondheid.nl (kijk onder diergezondheid->management).

Schotland in fase 3 van BVD-aanpak Per januari 2014 is in Schotland fase drie van het BVD-bestrijdingsprogramma ingegaan. Dit betekent dat het verkopen of verplaatsen van vee met BVD is verboden, dat rundveebedrijven die nog niet op BVD zijn onderzocht tijdelijk geen dieren mogen vervoeren en dat veebewegingen pas zijn toegestaan als de BVD-statussen van de betrokken bedrijven bekend zijn. De Britse Vereniging van Dierenartsen (British Veterinary Association, BVA) heeft haar volle steun betuigd voor de nieuwe maatregelen. In veel van de ons omringende landen loopt een verplicht programma om BVD te bestrijden of is men bezig met de voorbereiding van zo’n programma. Landen als Zweden, Finland, Noorwegen en Denemarken zijn al helemaal vrij van BVD. De aanpak van BVD (en IBR) vormde het thema van de masterclasses die eind vorig jaar door heel het land werden gehouden. Het verslag van de masterclass in Alkmaar is te lezen op pagina 18 en 19 van deze GD Herkauwer.

4

Wanneer eerder longworm is vastgesteld op uw bedrijf is het verstandig dieren te vaccineren vóór ze voor het eerst naar buiten gaan.

Hygiëne: wondermiddel Bij veel ziekten wordt de ziekteverwekker in mest uitgescheiden. Denk bijvoorbeeld aan E. coli, rotavirus, coronavirus, cryptosporidiose, coccidiose, salmonellose en paratbc. Met mest kunt u dus ziekten op uw bedrijf inslepen of van de ene stal naar de andere stal verslepen. Denk hierbij aan de aanvoer van dieren (ook schapen en geiten) en aan indirecte mestcontacten via kleding, laarzen, bezems, kruiwagens, sloten of waterbakken, mest op voer (doorschuiven voerresten) en bijvoorbeeld een gezamenlijke veewagen. Goede (bedrijfs)hygiëne helpt veel ziekten tegelijk voorkomen.

Goede (bedrijfs)hygiëne helpt veel ziekten tegelijk voorkomen.


tekst: redactie |

Tankmelkabonnement BVD/IBR: gunstige uitslagen niet per post Bent u deelnemer aan een tankmelkabonnement voor IBR en BVD, dan ontvangt u bij een gunstige uitkomst geen uitslag per post. U kunt deze uitslagen wel terugvinden op VeeOnline. Log in met uw Z-login en ga in de bovenbalk naar het kopje ‘Lab’. Hier vindt u al uw tankmelkuitslagen vanaf 15 mei 2012 terug. U herkent de tankmelkuitslagen aan de referentie ‘TM’.

Worminfecties op rundveebedrijven in 2013 Ieder jaar onderzoekt de GD de tankmelk van deelnemers aan GD Tankmelk Worminfecties op afweerstoffen tegen longwormen, maagdarmwormen en leverbot. De uitslag van het tankmelkonderzoek kan door de dierenarts gebruikt worden om advies te geven over een eventuele behandeling, maar staat niet op zichzelf. Zo kunnen bijvoorbeeld veel afweerstoffen gevonden worden tegen longworm, zonder dat er zichtbare klachten zijn. In die gevallen kan van behandeling weinig effect worden verwacht. De uitslag voor maagdarmwormafweerstoffen geeft informatie over de opbouw van immuniteit bij het jongvee in relatie tot de besmettingsdruk bij de melkkoeien tijdens het afgelopen weideseizoen. Deze informatie is te gebruiken om het weide- en wormmanagement van jongvee en melkkoeien te evalueren en waar nodig bij te stellen.

De uitslagen voor leverbotafweerstoffen hebben vooral waarde op die bedrijven die van geen afweerstoffen naar weinig of veel afweerstoffen verschuiven. Door middel van selectief mestonderzoek van bepaalde groepen dieren (bijvoorbeeld vaarzen) is het mogelijk om de infectie te dateren. De uitslagen van de tankmelkonderzoeken in 2013 laten zien dat bedrijven in bepaalde gebieden (clusters) in Nederland een groter risico liepen op een besmetting dan bedrijven buiten deze gebieden. Voor longwormen en maagdarmwormen werd één cluster gevonden. Voor leverbot werd een cluster gevonden in West-Nederland, rond Nijkerk en op de grens Groningen-Friesland. Wilt u ook gemakkelijk inzicht in de wormbesmetting aan het einde van het weide­ seizoen bij uw melkvee? Meld u dan nu aan voor GD Tankmelk Worminfecties, via www.gddiergezondheid.nl/rund.

NIEUWS & TIPS

Klachtenafhandeling De GD streeft ernaar zo snel en goed mogelijk te reageren op vragen, opmerkingen en klachten. Sinds 2011 is hard gewerkt aan het verbeteren en versnellen van de klachtenafhandeling. Dit heeft er in twee jaar toe geleid dat meer dan 80% van de klachten nu binnen de gewenste termijn (14 dagen) wordt afgehandeld. Om onze doelstellingen te blijven bewaken zijn we gestart met een onderzoek naar de tevredenheid over de manier waarop klachten door de GD worden afgehandeld. Een week na de afhandeling van een klacht ontvangt de betrokken veehouder van ons een mail met een korte enquête waarin we onder andere vragen of hij of zij tevreden is over de manier waarop we met de klacht zijn omgegaan. Door het invullen van de enquête helpt u de GD de klachtenafhandeling nog verder te optimaliseren zodat we u in de toekomst nog beter van dienst kunnen zijn.

In de enquête over klachtafhandeling wordt onder andere gevraagd naar onze klantvriendelijkheid aan de telefoon.

Facturen zonder acceptgirokaart

• Ongunstige uitslag • Gunstige uitslag Weergave van de uitslagen van tankmelkonderzoek voor worminfecties in oktober/november 2013. Van links naar rechts: longwormen, maagdarmwormen en leverbot. Clusters waarbinnen de kans op een ongunstige uitslag significant hoger was dan elders, zijn omcirkeld. Bedrijven binnen de cirkel en blootgesteld aan de infectie hadden een 2,4x, 1,7x en 4x grotere kans op veel / zeer veel afweerstoffen in de tankmelk voor respectievelijk longwormen, maagdarmwormen en leverbot.

Sinds 1 december 2013 stuurt de GD niet langer acceptgirokaarten mee met facturen. Betalingen kunnen gedaan worden via automatische incasso, internetbankieren of een overschrijvingsformulier van uw bank. Wanneer u kiest voor automatische incasso ontvangt u 1% korting op het netto factuurbedrag. Aanmelden voor automatische incasso kan via het machtigingsformulier dat te downloaden is via www.gddiergezondheid.nl. Ingevulde formulieren kunt u sturen naar: De Gezondheidsdienst voor Dieren, t.a.v. BRBS, Antwoordnummer 404, 7400 VB Deventer (een postzegel is niet nodig). De machtiging is geldig vanaf de eerste factuur die u ontvangt na terugzending van het formulier. GD Herkauwer | Februari 2014 |

5


Samen werken aan diergezondheid

Drie goede redenen om naar VeeOnline te gaan

Uw GD informatie altijd bij de hand

De feiten op een rij:

Met VeeOnline hebt u eindelijk overzicht over diergezondheid.

 Al meer dan 24.000 BGP’s

Alle actuele informatie van de GD over de gezondheid van uw vee altijd en overal beschikbaar. Log nu in en ga naar VeeOnline. Eenmaal ingelogd kunt u direct gebruik maken van de basismodules. Ontdek de mogelijkheden op www.veeonline.nl.

GD, Postbus 9, 7400 AA Deventer, T. 0900-1770, F. 0570-63 41 04 www.gddiergezondheid.nl, info@gddiergezondheid.nl

op VeeOnline Dagelijks nieuwe labuitslagen online   Uw eigen startpagina is klaar voor gebruik  Inloggen en gebruik basismodules is gratis


tEkSt: REDACTIE |

Nieuwe versie DigiKlauw DigiKlauw, het softwareprogramma voor het registreren van klauwgezondheidsgegevens tijdens het klauwverzorgen, is verbeterd. In de nieuwe versie worden de DigiKlauwcijfers niet alleen in tabelvorm,

Met DigiKlauw krijgt u meer inzicht in de klauwgezondheid van uw koppel en de effecten van uw behandeling.

maar ook in overzichtelijke grafieken gepresenteerd. Daarnaast is er nu een speciale DigiKlauwapplicatie beschikbaar voor de tablet en mobiele telefoon. Klauwverzorgers kunnen via deze ‘app’ de klauwgezondheidsgevens invullen, zonder dat ze een aparte handpalmcomputer nodig hebben. Door de klauwgegevens van uw koppel in DigiKlauw te laten registreren, krijgt u meer inzicht in de klauwgezondheid van uw koppel. Hiermee heeft u een solide basis om samen met uw adviseurs eventuele problemen gericht aan te pakken. Bijvoorbeeld door te sturen op rantsoen of vaker voetbaden te gebruiken. Zo kunt u op tijd handelen, voorkomt u nieuwe kreupele dieren en beperkt u het aantal behandelingen en de afvoer van koeien. DigiKlauw wordt ondersteund door een team van specialisten van CRV en de GD. Van 1 maart tot en met 30 april 2014 kunt u DigiKlauw gratis uitproberen. U kunt zich hiervoor aanmelden via tel. 088 - 00 24 440. Maak kennis met het nieuwe DigiKlauw via www.digiklauw.com.

NIEUwS & TIPS

gD Tankmelk Mineralen uitgebreid met koperonderzoek De uitslag van GD Tankmelk Mineralen vertelt sinds januari 2014 ook iets over de kopervoorziening bij melkvee. Dit betekent dat deelnemers, behalve over de opname van jodium en selenium, nu ook informatie krijgen over de actuele koperopname van de melkveekoppel. Een goede kopervoorziening is cruciaal voor een optimale gezondheid. Een tekort aan koper kan bij uw melkkoeien onder andere leiden tot een doffe haarkleur (soms een ‘koperbril’), een verminderde conditie, een verminderde melkproductie, diarree en/of een verminderde vruchtbaarheid. Voor meer informatie over het tankmelkabonnement GD Tankmelk Mineralen, zie www.mineralencheck.nl.

Mastitisverwekkers in uw tankmelk? Met Tankmelk Uiergezondheid (TMU) van de GD wordt de tankmelk regelmatig en automatisch bacteriologisch onderzocht op de zeven belangrijkste verwekkers van uierontsteking (mastitis). Deze bacteriën zeggen niet alleen iets over de uiergezondheid maar ook over de uier- en melkhygiëne. Voor TMU-deelnemers die aan de slag willen met de uitslag en willen uitzoeken wat de concrete aandachtspunten op hun bedrijf zijn, is er sinds kort de UGA Wijzer. Naar aanleiding van de ‘scores’ op de uitslag

kunnen zij, eventueel samen met hun dierenarts, de online vragenlijst invullen. Resultaat is een duidelijk overzicht van de specifieke maatregelen die genomen kunnen worden om de uiergezondheid op het bedrijf (en dus de tankmelkuitslag) te verbeteren. Melkveehouders die onlangs deelnemer zijn geworden van Tankmelk Uiergezondheid en hun eerste uitslag hebben ontvangen, worden telefonisch benaderd door het UGAteam om de uitslag te bespreken.

Hoe vertaal ik de tankmelkuitslag naar concrete aandachtspunten op het bedrijf? aaNdaCHtSGEbIEdEN

Bacterie

Weerstand

Overdracht tijdens melken voorkomen

Streptococcus agalactiae Staphylococcus aureus Omgevingsstreptokokken Coliformen Klebsiella spp. Streptococcus uberis Streptococcus dysgalactiae

De UGA Wijzer vindt u op www.gddiergezondheid.nl/UGA

Hygiëne

Reiniging en koeling

Detectie en aanpak geïnfecteerde dieren

Door de uitbreiding van het abonnement GD Tankmelk Mineralen wordt het mogelijk een goede indruk te krijgen van de actuele koperopname bij een koppel melkvee.

Mestgassen zijn giftig! Elk jaar sterven er in Nederland mensen en dieren door mestgassen. Bij het mixen van mest komen uit de mestkelder giftige gassen vrij die geurloos zijn. Mix de mest daarom op dagen met veel wind en zet van tevoren alle ventilatieopeningen zo ver mogelijk open. Als er dieren in de stal aanwezig zijn, is het belangrijk deze vast te zetten aan het voerhek zodat ze niet met de koppen boven de roosters staan. Als het fout gaat, ga dan nooit de stal in, maar stop de mixer, zet alles tegen elkaar open en bel 112. GD Herkauwer | Februari 2014 |

7


A SANOFI COMPANY


In de rubriek ‘Vraag & Antwoord’ beantwoorden GD-medewerkers vragen vanuit de praktijk die ons op één of andere manier bereiken.

?

Vraag: Is het gebruik van oorbiopten van pasgeboren kalveren betrouwbaar voor het opsporen van BVD-virusdragers?

?

Vraag: Mijn laatste tankmelkuitslagen voor salmonella waren ongunstig. Wat adviseert u mij?

Antwoord van GD-dierenarts Jet Mars: Ja dat is betrouwbaar. Het testen van BVD-virus in oorbiopten is door de GD onderzocht op betrouwbaarheid. Zeldzaam kan een oorbiopttest de uitslag “virus aangetoond” geven, terwijl het kalf geen BVDvirusdrager is. Dan maakt het kalf een voorbijgaande infectie door. Het doen van bloedonderzoek op een leeftijd van 1 maand kan dan uitsluitsel geven: als het kalf een BVD-virusdrager is, wordt in het bloed ook virus aangetoond. Het is in zo’n geval wel belangrijk het betreffende kalf apart van de andere dieren te houden om spreiding van de infectie te voorkomen. Het is het beste het biopt zo snel mogelijk na de geboorte te nemen zodat de uitslag vroeg beschikbaar is, dan is ook de kans op het aantonen van een voorbijgaande infectie kleiner.

?

Vraag: Waarom zou ik inloggen op VeeOnline?

Antwoord van Jessica van Stek, marktmanager VeeOnline: Er zijn drie goede redenen om naar VeeOnline te gaan. Ten eerste kunt u er alle laboratoriumuitslagen terugvinden van uw onderzoeken bij de GD (van na 15 mei 2012). Verder vindt u op VeeOnline altijd de meest recente versies van uw bedrijfsgezondheidsplan en bedrijfsbehandelplan (als u deze hier met uw dierenarts heeft ingevuld). Bovendien zijn ook uw actuele diergezondheidsstatussen en een overzicht van de tankmelkprogramma’s waaraan u deelneemt terug te vinden op VeeOnline. Zo kunt u met één muisklik de uitslagen van GD Tankmelk Uiergezondheid inzien en krijgt u een overzicht van het verloop van de uitslagen in de tijd. Met VeeOnline heeft u actuele informatie van de GD over de gezondheid van uw dieren altijd en overal beschikbaar. U kunt op VeeOnline inloggen met uw Z-login. Als u uw Z-login nog niet heeft of kwijt bent, kunt u deze eenvoudig (opnieuw) aanvragen via www.veeonline.nl. Eenmaal ingelogd kunt u direct gebruik maken van de gratis basismodules.

Vraag & Antwoord

Antwoord van GD-dierenarts Maarten Weber: Voorkom besmetting van mensen. Drink dus geen rauwe melk, denk aan de algemene hygiëne (zoals handen wassen voor het eten), gebruik KI-handschoenen bij verlossingen en laat mensen met een verhoogd risico (zoals jonge kinderen, zwangeren en ouderen) niet in contact komen met mest. De kans om de infectie bij uw runderen onder controle te krijgen hangt sterk af van maatregelen in de bedrijfsvoering. Dit blijkt uit praktijkonderzoek op besmette melkveebedrijven (zie tabel). Verhoog de weerstand tegen salmonella en voorkom dat de infectie met mest van de ene diergroep naar de andere diergroep verspreid wordt. Uw dierenarts kan u helpen te inventariseren welke maatregelen op uw bedrijf zinvol en uitvoerbaar zijn. Het is belangrijk het effect van de maatregelen elke 6 maanden te evalueren aan de hand van tankmelkonderzoek en bloedonderzoek van 5 kalveren. Als u de infectie niet onder controle krijgt met de getroffen maatregelen, dan is het zinvol om salmonelladragers door individueel onderzoek op te sporen en af te voeren. Preventieve maatregelen

Afvoer alle salmonella-dragers

Kans op succes

Matig

Nee

2%

Goed

Nee

57%

Matig

Ja

30%

Goed

Ja

>95%

Kans voor een langdurig salmonella-besmet melkveebedrijf om binnen 12 maanden de salmonella-onverdachtstatus te bereiken.

Ook een vraag? Laat het ons weten en mail uw vraag naar redactie@gddeventer.com onder vermelding van Vraag & Antwoord GD Herkauwer.

GD Herkauwer | Februari 2014 |

9


REPORTAGE | tekst: DRS. HELEN DE ROODE

Tom en Ellis Lugtenberg over de salmonella-aanpak op hun bedrijf

“We gaan niet meer voor een zesje” Ongunstige uitslagen

Een ongunstige tankmelkuitslag voor salmonella, daar

Tom en Ellis zijn sinds 2009 deelnemer aan GD Tankmelk Salmonella Onverdacht, waarmee de tankmelk drie keer per jaar wordt onderzocht op afweerstoffen tegen salmonellabacteriën. “We zijn daar eigenlijk mee begonnen omdat we wisten dat de zuivel in 2011 met een verplicht programma zou komen; we wilden alvast kijken hoe het er voor stond op ons bedrijf. De eerste jaren zaten we goed, maar in 2011, toen ook het programma van de zuivel gestart was, kregen we twee keer achter elkaar een ongunstige tankmelkuitslag. We kwamen bij de zuivel in niveau 2 terecht en raakten de status ‘Salmonella Onverdacht’ kwijt. Ik dacht eigenlijk dat het wel weer goed zou komen, ook omdat we altijd heel hygiënisch werken. Bovendien hoorde ik van veel buren dat zij na één of twee ongunstige tankmelkuitslagen vanzelf weer een gunstige uitslag kregen.”

schrokken Tom en Ellis Lugtenberg niet meteen van. Dat

Salmonella-hotspot

Tom en Ellis Lugtenberg: “Wij zijn de zevende generatie Lugtenberg die hier zit, dat is toch wel uniek.”

loste zich meestal vanzelf weer op. Maar na vier ongunstige uitslagen op rij was er toch wel serieus werk aan de winkel. “Het werkt eigenlijk net als vroeger op school; zolang je zessen scoorde vond je het wel goed; je ging pas wat doen als je een vier haalde.” We spreken Tom en Ellis, samen met hun dierenarts Gerben Esselink, op hun bedrijf in Olst. “Wij zijn de zevende generatie Lugtenberg die hier zit, dat is toch wel uniek.” De ouders van Tom wonen 60 meter verderop. “Ik zit sinds mijn 21ste in de maatschap. Drie jaar geleden hebben Ellis en ik het bedrijf overgenomen. We hebben ongeveer 150 melkkoeien en 80 stuks jongvee. Mijn

10

vader is nog jong en gezond en werkt dus nog mee op het bedrijf.” Tom is al jaren bestuurslid bij Friesland Campina en was zodoende ook al vroeg betrokken bij het salmonella-beheersingsprogramma van LTO en NZO. “Ik ben er ook een groot voorstander van: salmonellose is een zoönose en dat moet je serieus nemen, zeker als je met levensmiddelen bezig bent. We moeten kwaliteit nastreven met z’n allen.”

“Veel bedrijven die hier aan de sloot zitten hebben te maken (gehad) met salmonella”, vult dierenarts Gerben aan. “Je kunt wel zeggen dat hier sprake is van een salmonella-hotspot. De sloot is een keer overstroomd, dat is een belangrijke oorzaak geweest.” Tom: “We hebben met meerdere melkveehouders uit de buurt op de salmonella-cursus gezeten, daar hebben we veel ervaringen uitgewisseld. Van veel buren hoorde ik dat ze weinig merkten van de salmonella-infectie. Dat was bij ons ook zo; één keer hadden we een ziek kalfje, en we hadden een paar vaarzen met diarree. Zelf hebben we geen lichamelijke klachten gehad.”

Financiële afweging Het was juli 2012 toen Tom en Ellis hun vierde ongunstige salmonella-tankmelk­ uitslag kregen, waardoor ze in niveau 3 terechtkwamen. “Toen moesten we dus de dragers gaan opsporen, wat betekende


dat alle dieren bemonsterd moesten worden. Het was op dat moment midden in de zomer en de dieren stonden op vijf verschillende locaties, dus we zijn de hele dag aan het rijden geweest. Achteraf denk je: had ik het maar een half jaar eerder gedaan toen alles mooi bij elkaar in de stal stond.” Drie dieren bleken afweerstoffen tegen salmonella te hebben. “Eén van de dieren was onze beste melkkoe, die gaf zeker 40 liter per dag. We hebben overlegd met de GD en de dierenarts en besloten alle drie de koeien af te voeren. Je weet na één individueel onderzoek nog niet of het dier een drager is, dus misschien had

Opsporen dragers Voor het opsporen van salmonelladragers heeft de GD een testschema ontwikkeld. Dit schema is gebaseerd op praktijkonderzoek op 100 langdurig besmette melkveebedrijven en nauwkeurig afgestemd op de GD-laboratoriumtesten. Om dragers op te sporen worden twee keer per jaar individuele melk- of bloedmonsters van alle runderen op het bedrijf onderzocht op afweerstoffen tegen salmonella, totdat de infectie op het bedrijf onder controle is. Na de eerste keer dat bij een rund afweerstoffen worden aangetoond, wordt een mestmonster van het rund onderzocht. Blijken hier salmonellabacteriën in te zitten, dan is het rund zeer waarschijnlijk een ‘actieve drager’ (scheidt voortdurend bacteriën uit). Zijn er geen salmonellabacteriën aanwezig, maar geeft onderzoek zes maanden later wel aan dat er nog steeds afweerstoffen in het bloed of de melk zitten, dan is het rund verdacht van ‘latent dragerschap’ (scheidt af toe bacteriën uit).

ik ze niet af hoeven voeren, maar ik heb een financiële afweging gemaakt. Als ik de dieren niet weg had gedaan, had ik een half jaar later nogmaals alle dieren moeten onderzoeken op afweerstoffen. De kosten hiervoor staan ongeveer gelijk aan de waarde van één koe. En dan heb je kans dat je alsnog drie koeien moet opruimen, of dat je na een halfjaar wéér onderzoek moet doen. We hebben gekozen voor de kortste klap. Het probleem was daarmee ook opgelost: we hebben nu weer niveau 1 en zijn salmonella-onverdacht.”

Krachtsinspanning Zo gaat het lang niet altijd, weet Gerben: “Er zijn ook bedrijven, waar meer dan 50 dieren afweerstoffen hebben. Dan heb je geen andere keuze dan de ‘molen’ in te gaan en doelgericht alle dragers op te sporen. Het is zaak het stappenplan (zie kader, red.) secuur te volgen. Maar salmonellose is een dynamische ziekte en het opsporen van dragers vergt soms een grote krachtsinspanning. Het succesverhaal van de één is niet het succesverhaal van de ander.”

Maatregelen Gerben Esselink: “Het opruimen van salmonelladragers moet altijd hand in hand gaan met het nemen van de juiste preventieve maatregelen.”

“Het opruimen van dragers moet altijd hand in hand gaan met het nemen van de juiste preventieve maatregelen”, vervolgt Gerben. “De looplijnen, de mineralenvoor-

Opsporen en afvoeren dragers: Onderzoek alle runderen op afweerstoffen (melk- of bloedmonsters) Mestkweek van runderen met afweerstoffen Afvoer dragers 6 maanden Tankmelkonderzoek en bloedonderzoek 5 kalveren Geen afweerstoffen

Afweerstoffen aangetoond

Intake onderzoek Programma Salmonella Onverdacht

ziening, de weerstand van de dieren, de infectieziekten op het bedrijf; je moet het op orde maken wil je succesvol met salmonella aan de slag. Voor Tom en Ellis hebben we een stappenplan opgezet. Dat hield bijvoorbeed in dat we zijn gaan kijken of er een leverbotprobleem speelde op het bedrijf, dat bleek niet het geval. Ook van BVD was geen sprake.” Verder zijn de hygiënemaatregelen nog verder aangescherpt. Ellis: “We hebben nu voor elke afdeling een apart stel laarzen. En bij de kalfjes ben ik nóg secuurder gaan werken. Zo gebruik ik nu voor ieder kalfje een schone emmer.” Een andere belangrijke maatregel is het strikt scheiden van de dieren in leeftijdsgroepen. Tom: “Een koe kalfde hier nog wel eens af op de roosters, dat gebeurt nu niet meer.” Gerben: “Verder hebben we geadviseerd de koeien, wanneer het land is overgelopen, niet meer te weiden vóór er gemaaid is en om na het bemesten van het land zes weken te wachten met weiden.” “We zitten nu op niveau 1, maar het blijft spannend”, besluit Tom. “We blijven alert, blijven monitoren en houden onze bedrijfsvoering gesloten. En als ik weer een ongunstige tankmelkuitslag krijg, ga ik eerder maatregelen nemen en individueel onderzoek doen, we gaan voortaan niet meer voor een zesje.” GD Herkauwer | Februari 2014 |

11


DrINKwaTErONDErzOEK | tEkSt: MARK VAN RAALTE

GD Drinkbakcheck Rundvee

Oog voor

drinkwaterkwaliteit

Voeding is van groot belang voor gezonde koeien. Goed drinkwater is een essentieel onderdeel van voeding; de koe vreet minder als zij geen, te weinig of een slechte kwaliteit water tot haar beschikking heeft. De GD lanceert dit voorjaar de Drinkbakcheck Rundvee; hĂŠt instrument om de kwaliteit van het drinkwater in de drinkbak van uw runderen te monitoren. 12


Een melkkoe drinkt gemiddeld 100 tot 200 liter water per dag. Dit is aanzienlijk meer dan de voeropname (20-25 kg droge stof). Waar veel melkveehouders hun kuilen laten bemonsteren voor ze aan de koeien gevoerd worden, is het minstens zo belangrijk te weten of het drinkwater smakelijk en van een goede kwaliteit is. We willen immers dat een koe genoeg drinkt: minder wateropname betekent namelijk minder drogestofopname en dus een lagere melkproductie.

Smakelijk en beschikbaar Om ervoor te zorgen dat een koe voldoende water opneemt, is het belangrijk dat het water beschikbaar en smakelijk is. De smakelijkheid van het drinkwater wordt beïnvloed door ijzer, zouten en organische stoffen. Bij een snelle verandering van het gehalte aan ijzer en/of zouten, of van de hardheid in het water, kan de wateropname teruglopen. Voor wat betreft de beschikbaarheid, blijkt in de praktijk dat koeien niet altijd ongehinderd de mogelijkheid hebben (stromend) water te drinken. Dit heeft onder andere te maken met de plaats van de drinkbakken, overbezetting in de stal en verstopte leidingen.

Van goede kwaliteit Behalve smakelijk en beschikbaar, moet drinkwater als gezegd van goede kwaliteit zijn. Een slechte waterkwaliteit vergroot het risico op pensaandoeningen, een slechte groei, een lagere weerstand en een verminderde melkproductie. De kwaliteit van het water is voor een deel zelf te beoordelen door de kleur en geur in de gaten te houden, maar de meeste problemen zijn niet met het blote oog zichtbaar. Door middel van drinkwateronderzoek is het mogelijk zekerheid te krijgen over de kwaliteit van het drinkwater.

Regelmatig onderzoek Met de GD Drinkbakcheck Rundvee (zie kader) wordt het drinkwater van uw rundvee periodiek onderzocht op de 7 belangrijkste criteria voor gezond en smakelijk drinkwater. Regelmatig onderzoek is belangrijk; de kwaliteit van bronwater is sterk afhankelijk van de omgeving. Bovendien: ook al is het water bij de bron goed of gebruikt u ‘schoon’ leidingwater, er is altijd kans op vervuiling in de leidingen of bij de drinkbakken en/of drinknippels.

Chemische eigenschappen De GD Drinkbakcheck Rundvee geeft onder andere inzicht in de chemische eigenschappen van het drinkwater. Denk hierbij aan de hardheid van het water en de waarden van ammonium, nitriet, natrium, ijzer en mangaan. Ervaring met drinkwater voor dieren in de afgelopen 25 jaar laat zien dat de schadelijkheid van water vooral wordt bepaald door de aanwezigheid van ammonium, nitriet en nitraat. Zo kan ammonium een voedingsbron zijn voor bacteriën in leidingen en bakken, daarnaast kan het een indicator zijn voor mest in drinkbakken en/of leidingen. Wanneer een koe ammonium binnenkrijgt, kost het veel energie om dit onschadelijk te maken in het lichaam. Van de zouten is vooral het natrium schadelijk: bij runderen kunnen (zeer) hoge concentraties natrium leiden tot diarree en hersenverschijnselen.

bacteriën Bij het drinkwateronderzoek wordt ook gekeken naar het totale kiemgetal van het water, dit zegt iets over de algemene hygiëne van het water. Een verhoogd totaal kiemgetal kan bijvoorbeeld een gevolg zijn van besmetting van de bron met bacteriën. Ook kan een zogenaamde biofilm in de leidingen ontstaan: bacteriën en andere micro-organismen zitten dan als een soort tandplak aan de binnenkant van de leidingen. Meestal zitten er ook ijzer- en mangaandeeltjes in de biofilm, waardoor een hardnekkige verontreiniging ontstaat.

Stand van zaken Zo’n 72% van de watermonsters die de afgelopen jaren zijn ingestuurd naar de GD, blijkt geschikt als drinkwater voor koeien; 20% is minder geschikt en 8% van de monsters is ongeschikt. Een te hoge ammoniumwaarde, een te hoge waterhardheid en een te hoog totaal kiemgetal zijn de drie voornaamste redenen voor het afkeuren van het water. Ook het ijzergehalte is regelmatig verhoogd: in 14% van de ongeschikte monsters was ijzer de reden voor afkeuren. Hogere gehalten ijzer verdringen de opname van zink en koper uit het voer en kunnen leiden tot diarree. Maar ook lagere ijzergehalten zijn niet gewenst, omdat ze de smakelijkheid van het water sterk beïnvloeden. Van de monsters uit drinkbakken blijkt ongeveer 30% bacteriologisch verontreinigd. Het gebruik van leidingwater is als gezegd geen garantie voor ‘schoon’ water

in de drinkbak: in meer dan 15% van de leidingwatermonsters, genomen uit drinkwaterbakken in de stal, wordt een sterke bacteriologische verontreiniging gevonden.

kwaliteit verbeteren Om de waterkwaliteit te verbeteren is het in de eerste plaats belangrijk te zorgen voor schone leidingen en drinkbakken. Het reinigen van de binnenzijde van de leidingen met 2% citroenzuur levert dan al een aanzienlijke verbetering van de waterkwaliteit op. Via een ontijzeringsinstallatie of een ontharder is het mogelijk het water te filtreren voordat het in de leidingen komt. Bij een hoog ammoniumgehalte kan het zijn dat de bron niet op de goede diepte zit, waardoor ammonium van de oppervlakte inspoelt. Een nieuwe, diepere bron kan in dat geval mogelijk uitkomst bieden, afhankelijk van de grondsoort.

Gd drinkbakcheck Rundvee Met het abonnement GD Drinkbakcheck Rundvee controleert u periodiek de kwaliteit van het drinkwater in de drinkbakken. De GD Drinkbakcheck Rundvee kunt u uitsluitend laten uitvoeren als u bron- of leidingwater gebruikt.

Pakket basis (2 x per jaar) • Inzicht in drinkwaterkwaliteit begin stal- en weideperiode • Eenvoudig meer duidelijkheid • Monstername 2014: mei en november • Tarief: € 89,-* per jaar (excl. btw)

Pakket standaard (4 x per jaar) • Jaarrond inzicht in de kwaliteit van het drinkwater • Ideaal om begin en einde van zowel stalperiode als weideperiode te vergelijken • Monstername 2014: maart, mei, augustus en november • Tarief: € 159,-* per jaar (excl. btw) De aansturing van de GD Drinkbakcheck Rundvee loopt via uw dierenarts. De uitslag geeft u toegang tot ‘GD Waterweb’, waarop u kunt zien hoe de kwaliteit van uw water zich verhoudt tot de gewenste norm. Bovendien krijgt u advies op maat, waardoor u samen met uw dierenarts eventuele problemen gericht kunt aanpakken. Aanmelden kan vanaf 15 februari via www.gddiergezondheid.nl/rund. GD Herkauwer | Februari 2014 |

13


De “enige echte” Engelse waxjas

Bespaar nu

: 149,–

Navy

Duurzaam zachte corduroy kraag – klassieke vorm, aangenaam op de huid

Groen

Korting

–74%

Navy is in maat XXL helaas uitverkocht

49.

i.p.v. 199,–* Personalshopprijs

:

99

Made in England

Art.nr. zie tekst

Topkwalitatief model en materiaal

Een goede waxjas herkent men aan het typische model en aan het onmiskenbare karakter van het materiaal. Klassieke waxjassen zijn recht en lang van model want bij regenachtig weer moeten deze droog, warm en behaaglijk zijn. Bestelmaten: S M L XL

PRODUCT INFO • Buitenmateriaal: 100% gewaxt katoen • Voering: 100% katoen • Mouwvoering en onderkant rug: 100% polyester • Geïmpregneerd met natuurlijke was • Binnenzakje links met ritssluiting te sluiten

Afgedekte ritssluiting tegen wind

2 insteekzakken aan de voorkant, beide met 2 drukknopen te sluiten

!Personalshop bestelformulier met 30 dagen omruil- en retourrecht Aantal

Art.nr.

Bestelmaat

Prijs per stuk

Artikelbeschrijving

63.209.641

Waxjas groen

63.209.654

Waxjas navy

www.personalshop.com

Afzender (AUB in blokletters invullen): P Mevrouw P Heer

Verwerking- en verzendkosten à : 5,90

VEILIGHEIDSCODE

N3031L

Hier vindt u nog meer geweldige aanbiedingen! Om toegang te krijgen tot de webshop kunt u gebruik maken van de veiligheidscode hiernaast.

0800/020 33 77

Achternaam, Voornaam

GRATIS PERSOONLIJK VOOR U AANWEZIG

Straat en huisnr. Postcode en plaatsnaam Geboortedatum

XXL

FAX 0314/390 007

5-sterren Personalshop garantie

Aanbieding alleen geldig voor de lezers van dit magazine

Actie nr. N3031L

Levering gebeurt op rekening in de volgorde van de ontvangen bestellingen. Alstublieft geen betaalmiddelen meezenden. Aanbiedingen gelden alleen in Nederland en zolang de voorraad strekt.

H 2 jaar garantie zonder “maar” H Hoogste kwaliteitsgarantie H Laagste prijs garantie

versturen aan:

Personalshop Postbus 16 7030 AA Wehl

H Snelle levering H 30 dagen niet goed, geld terug garantie * i.p.v.-prijzen hebben betrekking op de fabrikantenprijslijst of de verkoopadviesprijzen van de fabrikant


HET DRAAIT OM RESULTAAT • • • • •

Meest efficiënte stikstofmeststof voor het hoogste rendement Met 4% magnesiumoxide De best strooibare, homogene harde korrels Laagste CO2-footprint van Europa Herkenbaar aan de oranje korrel

www.nutrinorm.nl

www.oci-agro.nl

KLAVO RHENEN - Kalverhokken op maat

ADVERTEREN IN DIT MAGAZINE?

KLAVO RHENEN is een jong bedrijf dat zich heeft gespecialiseerd in makkelijk verplaatsbare hokken voor jonge kalveren.

Voor meer informatie bel: 0317-619918 of 06-27122638 of kijk op: www.kalverenhotel.nl

DE NIJBORG AGRI B.V. Neem contact op met: Bas van Deventer T 026-750 18 22 E bas.van.deventer@pshmediasales.nl I www.pshmediasales.nl

Voor levering en montage van: silo’s & vijzels voederinstallaties ventilatiegordijnen stalinrichtingen De Hooge Hoek 8 - 3927 GG Renswoude Tel. 0318-572923 - fax 0318-572725 www.nijborgagri.nl - info@nijborgagri.nl


MONITOrINg | tEkSt: DRS. ANJA SMOLENAARS EN IR. HENRIETTE BROUWER-MIDDELESCH

Onderzoek naar afvoerredenen van vaarzen in de melkveehouderij

Aandacht voor

duurzaamheid van vaarzen Gemiddeld één op de vijf vaarzen op een melkveebedrijf wordt al in de eerste lactatie afgevoerd. Eén op de tien vaarzen wordt niet geïnsemineerd. Zo blijkt uit een onderzoek dat de GD, samen met CRV, uitvoerde naar de vervroegde afvoer van vaarzen in de melkveesector. Welke factoren spelen hierbij een rol en hoe kunnen we daarop inspelen? Afhankelijk van het bedrijf liggen de kosten voor de opfok van een melkgevende vaars tussen de €1200,- en €1500,(Bron: CRV). Alleen al vanuit economisch perspectief is het dus wenselijk dat vaarzen na de opfokperiode tot een duurzame productie komen. Doel van het onderzoek was dan ook de belangrijkste redenen voor de vervroegde afvoer van vaarzen te achterhalen om zo handvatten te kunnen bieden om deze afvoer te beperken. Voor het onderzoek is gebruik gemaakt van data van vijf opeenvolgende jaren (2007 – 2012), verkregen via I&R, CRV, Qlip en de GD (zie kader). De focus lag op de vervroegde afvoer van vaarzen naar de slacht (binnen de eerste 450 dagen na afkalven). Uit het onderzoek komt een aantal factoren naar voren waarop kan worden ingegrepen om te komen tot een lagere afvoer van vaarzen.

Vruchtbaarheid De belangrijkste reden om vaarzen af te voeren is het hebben van vruchtbaarheidsproblemen. De beslissing om een vaars af te voeren blijkt een sterk verband te hebben met het wel of niet insemineren van die vaars. Ook een latere eerste afkalving (hoge ALVA) had verband met een verhoogde kans op afvoer van vaarzen naar de slacht.

Monitoring door data-analyse De GD gebruikt diverse instrumenten om de diergezondheid in Nederland te monitoren. Eén daarvan is de dataanalyse. Binnen de data-analyse worden data uit het identificatie- en registratiesysteem (I&R), de melkproductieregistratie (MPR) en gegevens van CRV, Qlip, MCS Nijland, Rendac, het Landbouw Economisch Instituut (LEI) van de Universiteit Wageningen en de GD aan elkaar gekoppeld. Al deze data kunnen anoniem gebruikt worden om trends te volgen binnen de rundveesector; zaken als duurzaamheid, algemene bedrijfsgezondheid, uiergezondheid, vruchtbaarheid en stofwisselingsproblemen kunnen worden gevolgd in de tijd, per regio en per categorie bedrijven. Voor het onderzoek dat wordt besproken in dit artikel zijn factoren die een rol spelen bij het afvoeren van vaarzen op melkveebedrijven anoniem geanalyseerd.

klauwproblemen Een andere belangrijke reden voor de afvoer van vaarzen zijn been- en klauwaandoeningen. Wanneer vaarzen in het melkveekoppel komen, worden zij blootgesteld aan een milieu met nieuwe infecties (bijvoorbeeld Mortellaro) en staan ze laag in de rangorde. Overbelasting van de klauwen en het beenwerk door rangordegevechten en veel moeten staan door overbezetting in de stal, kunnen tot kreupelheden leiden.

Uiergezondheid en melkproductie Het hebben van mastitis, een hoog celgetal, een lage melkproductie en/of aanwijzingen voor slepende melkziekte bleken ook een sterk verband te hebben met vervroegde afvoer van vaarzen. Extra aandacht voor uiergezondheid bij de transitie- en opstartfase van de lactatie is belangrijk om de kansen voor het aanhouden van een vaars te vergroten.

Als sinds 2002 houdt de Gezondheidsdienst voor Dieren (GD) zich intensief bezig met de uitvoering van de diergezondheidsmonitoring in Nederland. Hiervoor werken wij intensief samen met onder andere de diersectoren, de zuivel, het ministerie van EZ, dierenartsen en veehouders. Deze rubriek verhaalt over bijzondere gevallen, speciaal onderzoek en opvallende resultaten die het werk van de monitoring oplevert. Samen werken we aan diergezondheid in het belang van dier, dierhouder en samenleving.

16


MONITORING

streamer tekst

De kosten voor de opfok van een melkgevende vaars liggen tussen de €1.200,- en €1.500,-.

Fokwaarde NVI

Conclusie

Ook de fokwaarde NVI (Nederlands-Vlaamse index), die een totaalbeeld geeft van de genetische aanleg voor productie, exterieur, gezondheid en gebruikskenmerken, is van invloed op de afvoer van vaarzen voor de slacht. Hoe lager de fokwaarde voor NVI, hoe hoger de kans op het niet insemineren en afvoeren van een vaars.

Geconcludeerd kan worden dat de kans op het aanhouden van een vaars op melkveebedrijven vergroot kan worden door het optimaliseren van de jongveeopfok (resulterend in een gunstige ALVA). Verder zijn aandacht voor de introductie van vaarzen in de melkveekoppel en voor de opstart van de lactatie van groot belang (overbezetting, rantsoen, uierhygiëne). Preventieve maatregelen om een hoog celgetal en een negatieve energiebalans te voorkomen tijdens de transitiefase en de opstart van de lactatie lijken ook essentieel. Hiermee worden de kansen op een goede gezondheid en vruchtbaarheid van vaarzen verhoogd. De verwachting is dat daarmee de levensduur van vaarzen op het melkveebedrijf toeneemt.

Bedrijfseffecten en externe factoren Ook externe factoren, zoals melk- en vleesprijzen, bleken een grote invloed te hebben op het inseminatie- en afvoerbeleid van een veehouder. Naast bovengenoemde factoren zijn er uiteraard andere, niet met data-analyse herleidbare, redenen die melkveehouders hebben om vaarzen af te voeren voor de slacht. Deze redenen, die te maken hebben met de persoonlijke bedrijfsvoering van de veehouder, konden niet worden onderzocht.

GD Herkauwer | Februari 2014 |

17


GD MASTERCLASSES | tekst: DRS. HELEN DE ROODE

“IBR en BVD horen op een modern

Tijdens de masterclasses was er veel ruimte voor vragen en discussie.

Kunnen vogels IBR overbrengen? Moet je een oorbiopt voor BVD-onderzoek nemen vóórdat het kalf biest heeft gehad? En als ik eenmaal ‘vrij’ ben, moet ik dan toch blijven enten? Melkveehouders vroegen de specialisten van de GD en MSD het hemd van het lijf tijdens de masterclasses IBR en BVD afgelopen najaar. GD Herkauwer was aanwezig in Alkmaar. Van tevoren was al aangekondigd dat er veel ruimte zou zijn voor vragen en discussie. En van die ruimte werd goed gebruikt gemaakt. Dr. Jet Mars (GD), dr. Han Hage (GD) en drs. Henk Kuijk (MSD) namen dan ook alle tijd om veel uitleg te geven en vragen zo goed mogelijk te beantwoorden. BVD en IBR, en vooral de aanpak daarvan – al dan niet op landelijk niveau – , staan volop in de belangstelling, zoveel werd wel duidelijk. Jet Mars, rundveedierenarts bij de GD: “BVD-virusdragers zitten van kop tot staart vol met virus. Wil je BVD-vrij worden, dan moét je van de dragers af.”

18

De D via diarree “Omdat BVD staat voor Bovine Virus Diarree, denkt men vaak dat er wel diarree bij zal komen kijken, maar dat is lang niet altijd zo”, begint Jet Mars, deskundige op het gebied van BVD. “Diarree kan een verschijnsel zijn, maar de dieren kunnen ook alleen wat grieperig zijn, neus-uitvloeiing en/of een verminderde melkproductie hebben. Ook kunnen verwerpen of doodgeboorte voorkomen. Feit is dat de klachten soms heel ‘vaag’ zijn en op van alles en nog wat kunnen wijzen; je weet dus nooit of je BVD hebt voordat je het getest hebt.”

BVD-virusdragers Ook een BVD-virusdrager, die volgens Mars ‘van kop tot staart’ vol zit met virus, herken je lang niet altijd. “Zo’n kalfje kan er bij de geboorte gewoon gezond uitzien, maar wel non-stop het virus uitscheiden en zo een hele koppel besmetten. Wil je BVD-vrij worden, dan moét je van de

Han Hage, rundveedierenarts bij de GD: “Het IBR-virus is familie van het herpesvirus dat bij mensen een koortslip veroorzaakt. Net als bij een koortslip kan het virus, bijvoorbeeld als een koe stress heeft, na verloop van tijd weer actief worden.” dragers af.” BVD-virusdragers zijn op te sporen via bloedonderzoek of oorbiopten. “Voordeel van oorbiopten is dat je ze metéén na de geboorte kunt nemen. Met bloedonderzoek moet je een maand wachten omdat de BVD-afweerstoffen van


melkveebedrijf niet thuis” de moeder via de biest bij het kalf in het bloed komen. Dit zorgt ervoor dat het BVD-virus als het ware ‘verstopt’ wordt voor de test.” Op de vraag of je het oorbiopt dan moet nemen vóórdat het kalf de eerste biest heeft gehad, antwoordt Mars: “Nee, in een oorbiopt zit nauwelijks bloed; biestafweerstoffen zitten hier dus niet in de weg.” C.P. van Schie, melkveehouder uit Burgerbrug: “Wij zijn BVD-vrij, maar blijven toch enten. Enten kost geld, maar ik zie het als een soort verzekeringspremie. Een BVD-uitbraak kost nog veel meer geld.”

BVD-vrij blijven Ook over het traject ná het BVD-vrij worden werd tijdens de masterclass uitvoerig doorgesproken. Vraag hierbij was onder andere wat je allemaal kunt doen om vrij te blijven. “Ik blijf enten”, aldus een van de deelnemers. “Je kunt wel vrij zijn, maar je weet niet wat je buurman doet. Enten kost geld, maar BVD op je bedrijf kost nog veel meer. Als je eenmaal vrij bent is je er alles aan gelegen dat je ook vrij blijft.” “Vrij worden is één, vrij blijven is inderdaad twee”, aldus Mars. “Je moet je vrijstatus blijven bewaken via tankmelk- en bloedonderzoek, daarnaast zijn hygiënisch werken en een gesloten bedrijfsvoering natuurlijk belangrijk.” “En het zou natuurlijk mooi zijn, zolang het landelijk nog niet geregeld is, dat je bijvoorbeeld als groepje buren wel regelt dat je allemaal BVD-vrij bent”, vult Henk Kuijk van MSD aan.

Koortslip Als het gaat over IBR, maakt Han Hage een voor velen verhelderende vergelijking met een koortslip bij mensen: “Als een koe zichtbare klachten heeft van IBR, dan

gaat het met name om neusuitvloeiingen, speekselen, een ontstoken keel, ontstoken slijmvliezen en soms ook verwerpers. De koe maakt afweerstoffen aan en knapt weer op, maar het virus blijft aanwezig in de zenuwknopen. Net als bij een koortslip kan het virus, bijvoorbeeld als een koe stress heeft, na verloop van tijd weer actief worden. Een koe scheidt het virus dan opnieuw uit en is ook weer besmettelijk.”

Vogels Ook bij IBR rijst de vraag wat de garantie van een vrij-status is. Kunnen vogels het virus bijvoorbeeld weer op je bedrijf brengen? “Vogels spelen geen rol in de overdracht. Bij bedrijven die hun management goed op orde hebben, een gesloten bedrijfsvoering hebben en de juiste preventieve (hygiëne)maatregelen nemen, komt insleep eigenlijk nauwelijks voor”, aldus Hage. “Er zijn ongeveer 5.000 IBR-vrije bedrijven in Nederland. Hiervan raakt slechts 0,1-0,5% opnieuw geïnfecteerd.” En blijven al die bedrijven ook enten tegen IBR? “De meeste vaccinatie vindt plaats op niet-vrije bedrijven, maar 5-10% van de vrije bedrijven ent nog wel, bijvoorbeeld vanwege de buren.” Henk Kuijk, rundveedierenarts van MSD Animal Health: “Als ik morgen ‘minister van diergeneeskunde’ zou zijn, zou ik zorgen dat de BVDbestrijding verplicht werd, en de IBRbestrijding de dag erna. En de dag daarna zorg ik dat de melkprijs met 10 cent omhoog gaat.”

BVD ent je niet weg Over dat vaccineren werd uiteraard uitgebreid doorgesproken met Henk Kuijk van MSD. Kuijk besprak een aantal recente

praktijkgevallen, waarbij het steeds de vraag was hoe je, door een combinatie van vaccineren, het doen van onderzoek, het verwijderen van dragers en het nemen van management- en hygiënemaatregelen, vrij kunt worden en blijven. “Het gaat altijd om een combinatie van deze zaken”, aldus Kuijk. “Want je kan bijvoorbeeld wel tegen BVD vaccineren, maar een drager ent je niet weg; die kun je tien keer vaccineren, maar het blijft een gevaarlijke tante. En je kan wel vrij worden, maar als je daarbij bijvoorbeeld geen rekening houdt met de situatie op het bedrijf van de buren, dan is stoppen met enten ook vragen om problemen.” Nico Olsthoorn, melkveehouder uit Vijfhuizen: “Ik ent wel tegen BVD, maar dat betekent niet dat ik het niet heb. Ik wil meer duidelijkheid, daarom ga ik binnenkort een BVD QuickScan doen. Je kunt niet weten of je het hebt, voordat je getest hebt. Gezond vee staat bij mij voor alles en BVD is een ziekte die je uit moet zien te bannen.”

Lappendeken “Nederland is een lappendeken als het om IBR en BVD gaat”, aldus Kuijk. “Er zitten bedrijven met het virus naast bedrijven die al jaren vrij zijn, dat is een hele ongunstige situatie. In veel van de ons omringende landen loopt een verplicht programma om IBR en BVD te bestrijden of is men bezig met de voorbereiding van zo’n programma. Dat is als je het mij vraagt de beste manier om korte metten te maken met IBR en BVD. Op een modern melkveebedrijf horen IBR en BVD niet thuis, zeker niet als je na 2015 ook nog melkveehouder wilt zijn.” GD Herkauwer | Februari 2014 |

19


UIErgEzONDHEIDSCONgrES | tEkSt: aLICE bOOIj

Succesvolle eerste editie Uiergezondheidscongres

Gezonde uiers,

meer melk, minder antibiotica

De eerste editie van het Nationaal Uiergezondheidscongres trok ruim 300 bezoekers.

Ruim 300 bezoekers bezochten woensdag 4 december de eerste editie van het Nationaal Uiergezondheidscongres. Het evenement, georganiseerd

zal ook afnemen en daarmee zijn selectief droogzetten en een lager antibioticumgebruik gemakkelijker te realiseren.”

door de GD en Boerderij, stond volledig in het teken van gezonde uiers, gezonde melk en een lager antibioticumgebruik. Eén van de hoogtepunten was de uitreiking van de Uiergezondheid Awards.

Gezonde melk

Piet Boer, voorzitter van FrieslandCampina: “Een tankmelkcelgetal van 100.000 cellen/ml is goed haalbaar, ik zie dat op mijn eigen bedrijf.”

20

“Melk is het beste voedingsmiddel ter wereld”, vertelde FrieslandCampina-voorzitter Piet Boer het aandachtige gehoor in de IJsselhallen in Zwolle. “Als Nederlandse zuivel creëren we extra waarde doordat onze melk de basis is voor baby- en kindervoeding en er liggen nog meer kansen bij het produceren van voedsel voor kwetsbare groepen.” Boer riep de sector dan ook op om werk te maken van een nog betere uiergezondheid. “Een tankmelkcelgetal van 100.000 cellen/ ml is goed haalbaar, ik zie dat op mijn eigen bedrijf. Wanneer het tankmelkcelgetal stijgt van 80.000 naar 130.000 cellen/ml krijg ik buikpijn; we hebben onze grenzen verlegd.” Een lager celgetal nastreven werkt niet alleen positief op de melkproductie. “Het aandeel klinische mastitis

Jan en Pauline Nieuwenhuizen: “Protocolmatig werken en communicatie, daar draait het om wanneer je met meerdere melkers werkt.”


Uiergezondheid awards 2013

Leon en Alien van der Tol: “Zet de piketpaaltjes voor je doel en maak een plan. Ons doel? Dezelfde uiergezondheid als Roel Oostra die vijf keer een Uiergezondheid Award won.” Rechts: Alice Booij

Selectief droogzetten = maatwerk Het actuele onderwerp selectief droogzetten stond stevig op de agenda tijdens het congres. GD-uiergezondheidsdierenarts Christian Scherpenzeel besprak de mogelijkheden om de door de overheid opgelegde richtlijnen bij het droogzetten op te nemen in de bedrijfsvoering. “Het is maatwerk per bedrijf en dan volgt ‘learning by doing’.” Scherpenzeel gaf aan dat de juiste selectie van dieren van groot belang is, dat de infectiedruk op het bedrijf laag moet zijn en de weerstand van de koeien juist heel hoog. “Management is de sleutel tot succes. Het management rondom de droogstand moet daarom ook dik in orde

zijn wil selectief droogzetten kans van slagen hebben”, aldus Scherpenzeel, die aangaf dat er met de huidige richtlijnen per 100 koeien 0,6 dieren extra mastitis krijgen. “Minder antibiotica gebruiken betekent nu eenmaal meer risico op mastitis. Al met al is de besparing op droogzetters in dit geval meer dan de schade en kosten van de extra mastitis.”

Het kan minder Theo Lam, hoogleraar aan de Faculteit Diergeneeskunde en manager R&D bij de GD, vertelde dat 75% van de koeien in Nederland met antibiotica wordt drooggezet. “In Denemarken was dat door de strenge regels zo’n 10%, met meer mastitis tot gevolg. Inmiddels wordt 25% van de koeien in Denemarken met antibiotica drooggezet. In Nederland kunnen we echt wel met wat minder toe.” Hygiëne noemt hij ‘cruciaal’ bij selectief droogzetten. “Zorg daarbij voor een zo laag mogelijk celgetal, zo min mogelijk infecties én een lage productie bij droogzetten, dan heeft selectief droogzetten kans van slagen.”

Journalist en melkveehouder Alice Booij reikte tijdens het congres de Uiergezondheid Awards 2013 uit aan Jan en Pauline Nieuwenhuizen uit Zevenhoven, Riekus en Lineke Ziel uit Sleen en Leon en Alien van der Tol van de maatschap Oosting uit Oldelamer. Zij werden door het UGA-team van de GD geprezen om de manier waarop zij de uiergezondheid op hun bedrijf naar een hoger plan hebben getild. De drie winnaars zijn gekozen uit negen genomineerde melkveehouders. Tijdens de selectie heeft de jury gekeken naar concrete cijfers en verbeteringen die op een bedrijf waren doorgevoerd, maar vooral ook naar de onderbouwing van degene die de betreffende veehouder had voorgedragen. De Uiergezondheid Awards zijn mede mogelijk gemaakt door UGA, de uiergezondheidsaanpak van de GD.

Langer behandelen helpt niet GD-uiergezondheidsdierenarts Jantijn Swinkels ging tijdens het Uiergezondheidscongres in op zijn onderzoek naar de verlengde behandeling van mastitis. “Jarenlang Europees onderzoek toont aan dat het langer behandelen van koeien met klinische mastitis zinloos is. Volg het advies op de bijsluiter, dat is genoeg”, vertelde Swinkels, die aangaf dat veel veehouders langer behandelen wanneer ze na anderhalf tot twee dagen nog afwijkende melk zien. “De antibiotica heeft de infectie al wel aangepakt, maar de ontsteking heeft tijd nodig om te genezen. Dat zie je dan vaak nog terug in de melk, maar langer doorbehandelen heeft geen zin. Die antibiotica kunnen veehouders besparen.”

Het nut van vaccineren

Riekus Ziel: “We doen eigenlijk niets bijzonders” Zijn vrouw Lineke: “Als het tankmelkcelgetal verhoogd is, zeg ik tegen Riekus: opletten.”

Zijn er nog andere manieren om de weerstand tegen mastitis bij koeien te verhogen? Dierenarts Sofie Piepers van de Faculteit Diergeneeskunde Universiteit Gent onderzocht het nut van vaccineren bij het voorkomen van uiergezondheidsproblemen. “Vaccinatie verhoogt de weerstand. Zo heeft de koe 50% minder kans op het krijgen van uierontsteking door S. aureus. Wanneer het dier toch geïnfecteerd raakt is de kans op genezing 70%”, luidde een conclusie van haar onderzoek.

GD-uiergezondheidsdierenarts Jantijn Swinkels: “Het langer behandelen van koeien met klinische mastitis is zinloos; volg het advies op de bijsluiter, dat is genoeg.”

GD Herkauwer | Februari 2014 |

21


tEkSt: REDACTIE | gD BUITENDIENST

Buitendienst ‘on

the road’

Samen werken aan diergezondheid. Dat is het motto van de GD. Daarom zijn de 16 buitendienstmedewerkers van de GD sinds een aantal maanden

Nico konijn

rechtstreeks bereikbaar voor melkveehouders. In deze rubriek bespreken steeds drie GD-buitendienstmedewerkers waar zij ‘on the road’ zoal mee te maken krijgen. Nico Mark Jan

Nico Sabine Walter

Anton

Chantal

Anita Walter

Sietske

Chris

Petra

Leonie

Heleen

Toine Theo Hans

Theo Toine

toine van Erp “Een melkveehouder vroeg mij of ik als huisvesting- en ventilatiedeskundige eens wilde kijken naar de kalverstal. Hij had namelijk veel problemen met luchtweginfecties en diarree bij zijn kalveren. Toen ik het bedrijf voorafgaande aan mijn bezoek in ons systeem opzocht, zag ik dat er recent een BVD QuickScan was uitgevoerd, waarbij vier van de vijf geteste kalveren antistoffen tegen BVD-virus bleken te hebben. Hierop was verder geen actie ondernomen. Tijdens het bedrijfsbezoek is dat voor mij een belangrijk punt om te bespreken; problemen hebben vaak met een combinatie van factoren te maken dus onderzoeksresultaten uit het recente verleden neem ik altijd mee in de advisering. Voor het onderzoek op BVD heb ik de veehouder natuurlijk doorverwezen naar zijn dierenarts. Over de stalventilatie heb ik hem een goed advies kunnen geven; deze kon op een eenvoudige en relatief goedkope manier verbeterd worden.”

“Veel veehouders zijn momenteel bezig te groeien, dat merk ik onder andere aan de vragen die aan mij gesteld worden. Zo ben ik onlangs bij een melkveehouder geweest die een ander melkveebedrijf wilde overnemen. Ik heb hem geadviseerd in de stappen die hij het best kon nemen om de diergezondheidsstatussen van beide bedrijven gelijk te trekken. Adviezen met betrekking tot diergezondheidsstatussen, veeverplaatsingen en GD-diergezondheidprogramma’s kunnen vooral in deze tijd van groei voor de veehouder ondersteunend en kostenbesparend zijn.”

Sabine tijs “Dat veehouders nu rechtstreeks contact met mij kunnen opnemen, maakt dat we snel kunnen schakelen. Laatst werd ik gebeld door één van de deelnemers aan GD Tankmelk Uiergezondheid uit mijn gebied. Zijn tankmelk wordt iedere 5 weken onderzocht op de aanwezigheid van verschillende mastitisverwekkers en zodoende weet hij dat Staphylococcus aureus een belangrijke rol speelt op zijn bedrijf. Na advies is deze veehouder flink aan de slag gegaan om de infectiedruk in zijn koppel te verlagen. Vervolgens wilde hij graag snel weten wat het effect van deze maatregelen was én of ze afdoende waren om de kans op nieuwe uierinfecties flink te verlagen. Doordat deze veehouder rechtstreeks contact opnam hebben we snel kunnen regelen dat twee dagen later een extra tankmelkmonster is onderzocht.”

Ook een vraag? Kijk op www.gddiergezondheid.nl/contact voor meer informatie en voor de buitendienstmedewerkers bij u in de regio!

GD Herkauwer | Februari 2014 |

23


Diergezondheid volgens: Gea Lindner “Op ons bedrijf ben ik verantwoordelijk voor de kalfjes. Ik zie het als een uitdaging om de dieren een zo goed mogelijke start te geven; dat is van grote waarde voor de rest van hun leven.”

Verbouwing “Drie jaar geleden hebben we de oude schuur helemaal verbouwd en zo optimaal mogelijk ingericht als kalverstal. We wilden graag een drinkautomaat én we wilden de hokken met een shovel uit kunnen mesten. Het is heel mooi geworden en de kalfjes hebben echt volop de ruimte. Ze zitten, gescheiden naar leeftijd, in drie strohokken. De stierkalfjes worden in een andere schuur met apart afleverhok gehouden, zodat de handelaar de stal niet in hoeft.”

14 dagen “In de stal staan twee sets van drie verrijdbare eenlingboxen en twee losse verrijdbare eenlingboxen. Ieder kalfje krijgt direct na de geboorte 2,5 tot 3 liter biest van de eigen moeder en komt in een schoon, gedesinfecteerd boxje. We zijn er heel strikt op dat ze daar zeker 14 dagen blijven. Ze moeten weerstand opbouwen; we willen graag dat ze fit en flink het strohok ingaan.”

Bovengemiddeld “In het strohok gaan de kalfjes 49 dagen lang aan de melkautomaat, met een intensief voedingsschema. Ik hou precies bij hoeveel melkpoeder er wordt gebruikt. We gebruiken een eenvoudige poeder, maar toch halen we hele goede resultaten. Dat blijkt iedere keer weer als de kalfjes met vier maanden mooi glimmend en met een bovengemiddelde borstomvang de pinkenstal ingaan. Het is mooi om te zien dat de door mij geïnvesteerde uren dan zijn beloond met goede conditie en groei.”

GD, Postbus 9, 7400 AA Deventer, T. 0900-1770, F. 0570-63 41 04, www.gddiergezondheid.nl, info@gddiergezondheid.nl


GD Herkauwer februari 2014