Issuu on Google+

De gezondheidsdienst voor dieren

herkauwer

68

MEI 2012

tankmeLkmonitoring worminfecties schmaLLenbergvirUs, wat weten we al? selenium en vitamine e en de gezondheid van het rUnd


Auriplak

®

ToEgESTAAn Voor BlAuWTongBESTrIjDIng Door lnV!

anti-vliegen oorplaatjes

4 maanden rust in de wei effectief tegen alle veel voorkomende weidevliegen tijdsbesparend minder zomerwrang kostenefficiënt diervriendelijk en veilig Vraag uw dierenarts naar Auriplak®

www.virbac.nl Auriplak® anti-vliegen oorplaatjes: REG NL 9330. Samenstelling: Per 100 g, Permethrin, technisch 10 g. Eigenschappen: Auriplak op basis van permethrin is een zeer effectief middel ter bestrijding van diverse soorten vliegen op rundvee. Ook de “wrangvlieg” (H. irritans) wordt goed bestreden. Auriplak is speciaal ontworpen om in combinatie met pijlen aan de oormerken van het I&R-systeem te worden bevestigd. Indicaties: Ter bestrijding van vliegen (Haemotobia irritans, Hydrotaea irritans, Stomoxys calcitrans en Musca atumnalis) bij rundvee in de weide. Preventie van zomerwrang. Dosering: 1 oorplaatje per dier, aangebracht aan het begin van het weideseizoen. Indien gebruikt ter preventie van zomerwrang: 2 oorplaatjes per dier. Toedieningswijze: Uitwendig. De oorplaatjes dienen met behulp van speciale pijlen aan het I&R oormerk bevestigd te worden. Werkingsduur: Bestrijding van vliegen gedurende minimaal 4 maanden. Veiligheidsmaatregelen: In verband met irritatie van de huid dient bij toepassing direct huidcontact vermeden te worden. Draag daartoe handschoenen. Buiten zicht en bereik van kinderen houden. Verwijderd houden van eet- en drinkwaren en van diervoeder. Niet eten, drinken of roken tijdens gebruik. Beperk aanraken van het dier na de behandeling tot een minimum. Wachttijdadvies: Vlees: 0 dagen, melk: 0 dagen. Bewaring: 3 jaar, indien niet boven 25˚ bewaard. Niet in de koelkast bewaren en niet invriezen. Kanalisatiestatus: Vrij. Waarschuwing: Toepassing in combinatie met I&R oormerken kan een toename in het verlies van oormerken/vliegenplaatjes, danwel van ontsteking/vervorming aan oren van behandelde dieren tot gevolg hebben, dit mede afhankelijk van het gebruikte bevestigingssysteem. Attentie: Het middel is giftig voor vissen en andere waterorganismen. Derhalve ervoor zorgen dat het middel niet in oppervlaktewater terecht kan komen. Uitgewerkte vliegenplaatjes verwijderen en als klein chemisch afval (KCA) bij de gemeente inleveren. Voor meer informatie: Virbac Nederland BV, postbus 313, 3770 AH Barneveld, T 0342 427 127, info@virbac.nl, www.virbac.nl


weinig afweerstoffen

geen afweerstoffen

Voorwoord

INHOUD

veel afweerstoffen

04 Nieuws & tips 07 Tankmelkmonitoring worminfecties

07

09 Vraag & antwoord 10 Schmallenbergvirus, wat weten we al?

12 “Nooit denken dat het wel goed is”

12

011

14 Selenium en vitamine E

en de gezondheid van het rund

16

J asper het Lam, dierenarts in Zuidhorn: “BVD wordt vaak onderschat”

19 Mogelijke relatie tussen

16

smetplekken en Mortellaro

23 Antibiotica onder de loep 24 Buitenbeeld

19 COLOFON

GD Herkauwer is het officiële mededelingenblad van de GD | Uitgever GD Deventer Redactie: Ria Huijben, Couzijn Bos, Jet Mars, Linda van Wuijckhuise | Eindredactie Margriet Brus | Redactieadres GD, Marketing & Communicatie, Postbus 9, 7400 AA Deventer, T. 0900-1770, F. 0570-66 04 05, redactie@gddeventer.com, www.gddeventer.com | Productiecoördinatie Senefelder Misset Doetinchem basisontwerp Fokko-Ontwerp | Abonnementen: GD Herkauwer wordt gratis toegezonden aan relaties van de GD. Een jaarabonnement (4 nummers) voor personen buiten de doelgroep kost € 16,00 (excl. BTW) | Advertenties PSH Mediasales, T. 026-750 18 00 | Druk Senefelder Misset Doetinchem |

Voeding Niet te vet, zuinig met zout, de schijf van vijf, twee stuks fruit, voldoende vitaminen en alles met mate. Het zijn zomaar wat tips die we tegenwoordig om de oren krijgen om gezond en in balans te blijven en vooral niet te dik te worden. Je zou er moe van worden, maar belangrijk is het wel. Voor runderen is voeding al net zo belangrijk, maar ook zeker zo complex. Het vergt veel vakmanschap om een goede kuil te krijgen. Een goed, uitgebalanceerd menu zorgt ervoor dat uw dieren optimaal presteren. Daar helpen we u graag bij, bijvoorbeeld door onderzoek op vitaminen en mineralen aan te bieden. Daarmee kunt u vaststellen of uw dieren niet te veel of te weinig selenium en/of de juiste hoeveelheid vitamine E krijgen. Meer hierover leest u op pagina 14. Ook weidemanagement is heel belangrijk. Waarschijnlijk heeft u recent het eerste gras al ingekuild of gaat u dat binnenkort doen. Een goed beweidingsschema is niet alleen van belang voor de ruwvoerwinning, maar helpt daarnaast om voldoende weerstand tegen wormen op te bouwen bij uw jongvee. Ook kunnen er aan het begin van het weideseizoen problemen ontstaan doordat het snel gegroeide voorjaarsgras nog te weinig structuur bevat. Dit kan bijvoorbeeld lebmaagverplaatsingen of verteringsstoornissen veroorzaken. Daarom is het bijvoeren van structuur in deze fase vaak belangrijk. Kortom, genoeg aandachtspunten voor u als veehouder. We helpen u daar graag bij door u te ‘voeden’ met praktische handvatten, goede laboratoriumuitslagen en natuurlijk de juiste kennis! Ir. Lieuwe Roosenschoon, sectormanager herkauwers

Verschijningsfrequentie 4 keer per jaar | Suggesties Als u suggesties heeft voor dit blad, dan verzoeken wij u deze door te geven aan redactie@gddeventer.com. Overname van artikelen is toegestaan uitsluitend na t­ oestemming van de uitgever.

ISSN: 1875a-2594 Adreswijzigingen: bel 0900 1770, (10 cent/min.)

GD Herkauwer | Mei 2012 |

3


NIeUws & tIPs |

tekst: REDACTIE

Officiële mededeling

Coccidiose in het voorjaar

Met ingang van 1 mei 2012 is het reglement Paratuberculose Programma aangepast. Vanaf dat moment wordt een deelname niet meer automatisch beëindigd bij het te laat uitvoeren van het bewakingsonderzoek. In alle gevallen zal een bedrijf bij het te laat uitvoeren van het bewakingsonderzoek voor paratbc de status C ontvangen, totdat alsnog het gevraagde bewakingsonderzoek heeft plaatsgevonden.Het nieuwe reglement kunt u via onze website www.gddeventer.com downloaden.

Coccidiose is een veel voorkomende ziekte bij kalveren in de stal, maar kan ook voorkomen bij kalveren in de weide. De eitjes die door de parasiet worden geproduceerd (oöcysten) en door het kalf worden uitgescheiden zijn zeer resistent en kunnen goed tegen hitte en droogte. Dit maakt dat de infectie zich op een bedrijf soms kan opbouwen en voor ernstige ziekteproblemen kan zorgen. Gezien de tijd die nodig is voor het ontwikkelen van een infectie en het aantonen van oöcysten in het kalf, doen de meeste klachten zich voor op een leeftijd van 1-3 maanden. De uitzondering hierop is weide-

coccidiose, die optreedt binnen 7-10 dagen na het inscharen. De klachten bestaan uit vrij heftige diarree, geen of geringe temperatuursverhoging en soms bloed bij de mest. De dieren gaan qua lichamelijke conditie vrij snel achteruit door uitdroging en kunnen niet meer staan. De diagnose kan gesteld worden met mestonderzoek. Let op: bovenstaande klachten doen ook denken aan problemen door een voedingsovergang, eiwitrijke weide of te veel nitraat. Deze klachten zijn vaak perceelgebonden en kunnen meerdere jaren achter elkaar optreden bij steeds een nieuwe lichting kalveren.

VeeOnline: werk in uitvoering Het werk aan VeeOnline gaat nog steeds door. Zo is het nu mogelijk om via VeeOnline uw digitale handtekening onder een bedrijfsgezondheidsplan en/of bedrijfsgezondheidsplan te zetten. Opsturen

is dan dus niet meer nodig. Ook nieuw is de eerste app van de GD voor dierenartsen. Met deze app voor de iPad kunnen dierenartsen de plannen ter plekke op uw bedrijf invullen. Handig is dat de app ook offline gebruikt kan worden, bijvoorbeeld in gebieden dicht aan de grens. Zodra er verbinding is, worden de gegevens alsnog opgeslagen in VeeOnline en kunt uw plannen via internet raadplegen. Meer weten? Ga naar www.veeonline.nl.

Nederland officieel blauwtongvrij Nederland is, evenals Duitsland, België en Luxemburg, sinds 15 februari 2012 officieel blauwtongvrij. Het Europees Parlement (EP) heeft de aanvraag van deze status op 14 februari goedgekeurd. Ook heeft het EP ingestemd met de aanpassing van de blauwtongrichtlijn, die het mogelijk maakt dat ook in blauwtongvrije gebieden mag worden gevaccineerd. De publicatie van deze richtlijn en omzetting in nationale wetgeving moet nog plaatsvinden. Dit kan snel gaan, maar kan ook tot april of mei duren. Totdat deze nieuwe richtlijn van kracht is, is vaccineren in blauwtong vrije gebieden tijdelijk niet toegestaan.

4

Nieuwe detectiemethode voor mastitis onderzocht Mastitis kan door meer dan honderd verschillende soorten bacteriën veroorzaakt worden. Voor de behandeling is het belangrijk om snel vast te stellen welke bacteriesoort verantwoordelijk is. De GD onderzoekt daarom samen met Qlip een methode om sneller en goedkoper vast te stellen door welke type bacteriën de uierontsteking veroorzaakt is. Bacteriën zijn namelijk te onderscheiden op basis van de metabolieten (afvalstoffen) die zij vormen. Door het metabolietenprofiel met behulp van een computer te vergelijken met profielen van bekende bacteriën, is het mogelijk een uitspraak te doen over het type bacteriën dat in het testmonster aanwezig is. In het project met Qlip wordt de test ook verder uitgewerkt voor het detecteren van sporen van boterzuurbacteriën. Boterzuurbacteriën kunnen bij de bereiding van

kaas voor problemen zorgen en daarmee tot grote schade leiden bij kaasproducten. De huidige test voor het detecteren van boterzuurbacteriën heeft een doorlooptijd van vier dagen en maakt geen onderscheid tussen verschillende soorten boterzuurbacteriën. De ‘vluchtige metabolieten’- test heeft de potentie om sneller, goedkoper en meer specifiek sporen van boterzuurbacteriën aan te tonen. De nieuwe methode voor beide toepassingen is naar verwachting medio 2013 inzetbaar. Het project wordt gesubsidieerd door de Europese unie (Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling) en de provincie Gelderland.


Open dag voor vleesveehouders

Waarschuw honden­ eigenaren voor Neospora

Winnaars lentepakket

Op zaterdag 16 juni van 10.00 tot 15.30 uur organiseert de GD in Deventer een open dag voor vleesveehouders. U krijgt een kijkje in de keuken van de GD en specialisten van de GD delen hun praktische kennis en tips over onder­werpen als voeding, mineralen en vruchtbaarheid met u. Ook zullen we aandacht besteden aan de maatschappelijke discussie rondom voedsel en afzetkansen. Aanmelden kan via www.gddeventer. com. U kunt ook mailen naar h.visscher@ gddeventer.com of bellen met 0900-1770. De kosten voor de dag bedragen slechts € 29,50 inclusief een lunch.

Voorjaar: het weer wordt mooier en mensen gaan graag en veel naar buiten. Bijvoorbeeld om eens een stevig stuk over het platteland te wandelen met de hond. Heerlijk, maar hondenpoep in uw perceel grasland kan gevaarlijk zijn voor uw koeien. Om hondeneigenaren te wijzen op het risico van Neospora kunt u nu bij de GD waarschuwingsbordjes bestellen. Voor slechts 8,95 euro (excl. btw) en inclusief verzendkosten krijgt u dit robuuste, metalen bordje thuis. Ideaal om aan een boom of paal te bevestigen en opvallend genoeg om hondenbezitters te attenderen op de risico’s van hondenpoep in grasland. Bestel snel want op=op!

Bezoekers van de Rundveerelatiedagen in Venray konden bij de GD-stand drie vragen invullen en daarmee een lentepakket winnen. De vragen waren: • Hoeveel melkveehouders in Nederland doen op dit moment mee aan GD-programma’s om BVD-vrij te worden of vrij te blijven? Het goede antwoord is 7500, ongeveer de helft van de bezoekers dacht dat dit aantal lager lag. • Uit welke drie afzonderlijke testen bestaat de GD QuickScan BVD? Dit bleek een lastige vraag: slechts 22% beantwoordde de vraag goed. De GD QuickScan BVD bestaat uit tankmelkonderzoek op afweerstoffen en virusdragers en bloedonderzoek op afweerstoffen bij 5 stuks jongvee. Mestonderzoek is geen geschikte manier om BVD op te sporen. • Welk percentage BVD-dragers groeit uit tot volwassen, normaal uitziende dieren? Het juiste antwoord hier was slechts 5%.

Nieuwe website GD Hebt uw het al gezien, de nieuwe website van de GD? Op onze nieuwe, frisse en overzichtelijke website staat alle informatie over diergezondheid voor dierhouders, dieren­ artsen en industriële klanten gebruiks­ vriendelijk en overzichtelijk georganiseerd. Neem eens een kijkje op www.gddeventer. com en laat uw reactie achter onder de ‘Contact’-knop op de nieuwe website of via internetredactie@gddeventer.com.

29 en 30 juni: NRM De dertiende editie van de Nationale Rundvee Manifestatie (NRM) wordt gehouden in de IJsselhallen in Zwolle op 29 en 30 juni 2012. Ook de GD is weer aanwezig. Onze medewerkers staan klaar om uw vragen over dier­ gezondheid te beantwoorden of gewoon een praatje te maken. Tot dan!

11% van de deelnemende veehouders had alle vragen goed. Hieruit zijn John en Liesbeth Rühl gekozen als winnaar. Zij kregen een lentepakket met daarin een kruiwagen, bezem, schep en 2 GD-bodywarmers met pet overhandigd waarmee ze het erf van hun prachtige, historische boerderij in het Noord-Brabantse Vortum goed schoon kunnen houden. Maatschap Rühl-Hellegers melkt ruim 100 koeien op het bedrijf waar ze ruim een jaar geleden zijn neergestreken na een bedrijfsverplaatsing. Diergezondheid speelt een belangrijke rol op het bedrijf van John en Liesbeth. “Voorkomen is beter dan genezen, dus we proberen door monitoring de gezondheidsstatus van ons vee onder controle te houden. Zo zijn we BVD-vrij en houden we de vinger aan de pols door deel te nemen aan de GD BVD Afweerstoffen JongveeMonitor. We vinden het belangrijk om te weten wat de risicofactoren zijn, wellicht dat we daarom de juiste antwoorden wisten,” aldus Johan Rühl.

GD Herkauwer | Mei 2012 |

5


NATUURLIJKE ONDERSTEUNING VOOR ELK DIER

KNZ® likstenen bestaan uit een breed assortiment voor runderen, kalveren, geiten, paarden, schapen en wild ter ondersteuning van verschillende voedingsbehoeften.

Boxcompost

Gezonde dieren produceren meer melk, meer vlees, meer wol, meer nakomelingen en leveren betere prestaties. De individuele zout- en mineraalbehoefte is voor ieder dier verschillend. Daarom biedt KNZ® vrije keuze likstenen van hoge kwaliteit zonder kunstmatige kleur-, smaak-, zoet- of geurstoffen.

24-01-2012 14:44 Pagina Vervaardigd uit hetzelfde pure1zout als

VRIJE KEUZE ZOUT- & MINERAALLIKSTENEN.

KNZ® LIKSTENEN T +31 74 2444171 www.knz.nl

Wilt u nog meer informatie over Sinnige Boxcompost, bezoek dan onze website of bel WWW.BOXCOMPOST.NL TEL.: 06-21584212


tekst: Drs. Marian Aalberts |

worminfecties

Tankmelkmonitoring worminfecties Sinds 2007 kunt u als veehouder in de maand

veel afweerstoffen

oktober uw tankmelk laten testen op afweerstoffen

weinig afweerstoffen geen afweerstoffen

tegen leverbot en maagdarmwormen. Het pakket GD Tankmelk worminfecties bevat sinds 2011 ook een tankmelktest voor longwormafweerstoffen, die uitgevoerd wordt in augustus en oktober. Het pakket geeft nu dus een overzicht van drie belangrijke typen worminfecties op een bedrijf. Aantal longworminfecties neemt toe in najaar In 2011 hebben ruim 2100 bedrijven deelgenomen aan de tankmelktesten (zie figuur 1). Opvallend is dat in augustus bij 12% van de onderzochte bedrijven veel afweerstoffen tegen longworm werden aangetoond en in oktober bij 19% van de onderzochte bedrijven. Dat betekent dat het aantal longworminfecties in het laatste deel van het weideseizoen nog is toegenomen. Longworm augustus Veel 12% Geen 43% Weinig 45%

Longworm oktober Geen 34%

Leverbot

Veel 19%

Weinig 47%

Veel 27% Geen 66%

Weinig 7%

Maagdarmwormen Geen 33%

Zeer veel 25%

Weinig 13%

Veel 29%

Figuur 1: Percentages van de deelnemende bedrijven met geen, weinig, veel of zeer veel afweerstoffen. Opmerkelijk was dat in sommige regio’s (met name Utrecht en Noord- en Zuid Holland) vaker afweerstoffen tegen longworm werden aangetoond dan in de overige gebieden. Bij een ongunstige uitslag voor longworm is het belangrijk om te letten op hoestende dieren. Meestal vertoont maar een deel van de dieren verschijnselen; verdachte dieren kunnen worden bevestigd door middel van individueel vervolgonderzoek op mest of serum.

Ondanks droog voorjaar toch leverbot Ondanks het droge voorjaar van 2011 zijn toch op meer dan een kwart van de melkveebedrijven veel afweerstoffen tegen leverbot aangetoond. Dit betrof met name gebieden waar leverbot normaal gesproken veel voorkomt (Noord- en Zuid Holland, Friesland en het noorden van Overijssel; zie figuur 2). Toch zijn er ook hoge antistofniveaus gevonden in gebieden waar dat niet direct verwacht werd, zoals in Gelderland, Noord-Brabant en Limburg. Mogelijk heeft de leverbot zich

©2011 Figuur 2: Geografische spreiding van de uitslagen van de tankmelktest voor leverbotafweerstoffen van alle deelnemende bedrijven in oktober 2011.

in 2011 toch plaatselijk ontwikkeld. Verder kunnen sommige dieren ook na behandeling nog langdurig afweerstoffen tegen leverbot in de melk uitscheiden. Afweerstoffen kunnen al in de tankmelk worden aangetoond als slechts enkele dieren afweerstoffen hebben. Bij onverwacht ongunstige uitslagen kan het dus incidenteel om oude leverbotinfecties gaan, of om enkele aangekochte dieren. Actieve leverbotinfecties bij individuele dieren kunnen door middel van bloed- of mest­ onderzoek worden opgespoord. Bloedonderzoek bij jongvee is ook zinvol als geen afweerstoffen in de tankmelk zijn aan­getoond, maar het jongvee op andere percelen dan het melkvee wordt geweid, waar wel leverbot aanwezig kan zijn.

Veel maagdarmworminfecties Op tweederde van de bedrijven zijn in 2011 afweerstoffen aangetoond tegen maagdarmwormen. Deze afweerstoffen worden ongeveer een half jaar lang door de dieren in de melk uitgescheiden. Dit betekent dat het in dit geval dus niet gaat om overjarige infecties, maar dat er in 2011 daadwerkelijk veel maagdarmwormbesmettingen hebben plaatsgevonden. Bij veel of zeer veel afweerstoffen in de tankmelk kan sprake zijn van een productiedaling. Het kan daarom zinvol zijn om de nieuwmelkte koeien te behandelen. Voorkomen is echter beter dan genezen: het kan goed zijn om samen met uw dierenarts het beweidingsmanagement en het behandelplan, vooral ook dat van het jongvee, voor het komende weideseizoen nog eens tegen het licht te houden. GD Herkauwer | Mei 2012 |

7


adv_90x130mm_FC_actie

12-04-2012

16:02

A SANOFI COMPANY

Pagina 1

15995_Eprinex adv 184x130 02.indd 1

13-04-12 12:12

Wij leveren en monteren:

by vdk

EEN UNIEK CONCEPT ... Nr. 1

in Gebruiksvriendelijkheid

• Opsluiten van het kalf met het uitneembare voorhek.

• Hok en hek zijn kantelbaar en verrijdbaar.

• Warmtewerend Multi-layer polyester.

• Natuurlijke ventilatie.

- silo’s en vijzels (ook gebruikt) - voederinstallaties - stalinrichtingen - stalen spanten - inkoop (gebruikte) silo’s

UV bestendige toplaag Glasweefsel Harde, gladde versterkt binnenlaag polyester

VDK products

!

Juni M e i &a a n d e n m Actie ar de ag na



den.

Vr a o r w a a r Moergestel vo c a tie T: 013 - 513 36 17 E: info@calfotel.com www.calfotel.com

De Hooge Hoek 8 3927 GG Renswoude Postbus 57 3927 ZM Renswoude Tel. 0318-572923 Fax 0318-572725 info@nijborgagri.nl www.nijborgagri.nl


VraaG & aNtwOOrD

in de rubriek ‘vraag & antwoord’ beantwoorden onze dierenartsen vragen vanuit de praktijk die ons op één of andere manier bereiken.

?

?

Vraag: Hoe kan ik E. coli-problemen bij lammeren het beste voorkomen?

Vraag: Ik vervang elk jaar de tepelvoeringen, maar heb toch problemen met de spenen. Hoe kan dat?

Antwoord dierenarts Rene van den Brom:

Antwoord dierenarts Christian Scherpenzeel:

“E. coli is een bacterië waar veel over bekend is. Deze bacterie kan voor problemen bij jonge lammeren zorgen, maar kan ook andere ziekteverschijnselen veroorzaken en is zelfs incidenteel verantwoordelijk voor abortus bij kleine herkauwers. De problemen bij jonge lammeren kunnen worden veroorzaakt door de bacterie zelf, maar ook door de toxinen (gifstoffen) die ze produceren. De meest geziene problemen bij pasgeboren lammeren zijn diarree, plotselinge sterfte en gewrichtsontsteking.

“Tepelvoeringen zijn na ongeveer 2.500 melkbeurten versleten. Een voorbeeld: als 80 koeien 2 keer per dag gemolken worden in een 2x6 melkstal, dan kunnen de tepelvoeringen 6 maanden gebruikt worden. Ieder jaar vervangen is dus te weinig. Versleten tepelvoeringen kunnen allerlei speenproblemen veroorzaken zoals vereelting, harde spenen of zwellingen. Dit werkt mastitis in de hand. Ook zorgen versleten tepelvoeringen voor een langere melktijd. Die kan wel tot 10% langer worden en ook dat betekent weer meer risico op mastitis.

Lammeren hebben bij de geboorte geen afweerstoffen tegen E. coli. Zij zullen deze afweerstoffen via de biest moeten binnen krijgen. Daarom is snelle en voldoende biestverstrekking belangrijk. Goede biest van goede kwaliteit kan alleen door gezonde ooien in een goede conditie worden geproduceerd. Naast de biestverstrekking zullen hygiënemaatregelen in acht moeten worden genomen. Naveldesinfectie mag nooit achterwege worden gelaten.”

?

Vraag: Binnenkort gaan mijn kalveren en pinken voor het eerst de wei in. Ik wil graag zoveel mogelijk preventieve maatregelen tegen wormbesmettingen nemen, maar hoe kan ik dat het beste aanpakken?

Antwoord rundveedierenarts Menno Holzhauer: “Om schade door maagdarmwormen bij uw melkvee (bijvoorbeeld een mindere melkproductie) te voorkomen, moet u enerzijds zorgen voor een goede weerstandsopbouw bij het jongvee en anderzijds (directe) schade door een (te zware) infectie voorkomen. Zorg daartoe zowel het eerste als het tweede weideseizoen voor een voldoende lange weideperiode (eerste jaar bijvoorbeeld minimaal 2 maanden) en voorkom onnodig behandelen. Dit kunt u het beste doen op basis van de wormsleutel, te vinden op www.gddeventer. com en/of www.parasietenwijzer.nl. Een goed beeld van de belasting met maagdarmwormen krijgt u op basis van (koppel) mestonderzoek (5 dieren) 6-8 weken na het begin van het weideseizoen of op basis van pepsinogeengehalte van het bloed binnen 1 week na opstallen. Gericht (en niet onnodig) behandelen bespaart u wormmiddelen bij jongvee en voorkomt behandelen bij melkvee. Deze dieren zijn bovendien zwaarder (meer kosten per behandeling) en u hebt een risico op (ongewenste) residuen in de melk.”

De levensduur van de tepelvoering is wel afhankelijk van het materiaal dat wordt gebruikt; siliconen of rubber. Siliconen is veel duurzamer materiaal dan rubber. Het gaat dan ook drie keer zo lang mee. Het is echter ook 2,5 keer zo duur en er zijn veehouders die vinden dat rubber wat vlotter melkt omdat het soepeler is. De meeste gangbare melksystemen zijn uitgerust met rubberen tepelvoeringen. Vaak worden bij robotsystemen siliconen tepelvoeringen geplaatst omdat het per robot slechts om één set voeringen gaat. Dat is veel minder kostbaar dan het aanschaffen van siliconen tepelvoeringen voor bijvoorbeeld een 2 x 12 melkstal. Het beoordelen van de spenen kunt u het beste tijdens het melken doen. Gebruik eventueel een lampje om de spenen goed te beoordelen. Onderstaande tabel geeft een overzicht van de normen per speenaandoening. Komt een aandoening vaker voor dan is er sprake van een bedrijfsprobleem. speenaandoening

norm

Speenpuntvereelting Maximaal 1 op de 10 koeien (10%) Harde spenen

Maximaal 1 op de 5 koeien (20%)

Zwelling aan de basis

Maximaal 1 op de 5 koeien (20%)

Op www.gddeventer.com en www.ugcn.nl vindt u meer informatie. Ook is het bij problemen altijd verstandig om contact op te nemen met uw dierenarts. Hij of zij kan u adviseren of het bijvoorbeeld verstandig is een GD Natte Meting uit te voeren.”

Ook een vraag? Laat het ons weten en mail uw vraag naar redactie@gddeventer.com onder vermelding van Vraag & Antwoord GD Herkauwer. GD Herkauwer | Mei 2012 |

9


ONDERZOEK |

tekst: Margriet Brus, MA

Schmallenbergvirus

wat weten we a

Vorig jaar in augustus en september zijn door dierenartsen in het veld aan GD-Veekijker veel melkveebedrijven gemeld met diarree, melkproductiedaling

Aantal gemelde afwijkende vruchten

in samenwerking met CVI en buitenlandse laboratoria onderzoek gedaan

Het aantal gemelde afwijkende vruchten per week bij NVWA is te zien in bijgaande grafiek. Uit de grafiek blijkt dat het aantal gemelde kalveren nog steeds toeneemt. Het aantal gemelde lammeren neemt af.

naar de verwekker. Deze was door ons nog niet gevonden op 15 november.

Vastgestelde afwijkingen

Het Duitse Friedrich Loeffler instituut kwam met de bekendmaking dat in bloed van koeien met een deels vergelijkbaar ziektebeeld (melkproductiedaling en koorts, algemeen ziek en soms dikke benen) een voor Europa nieuw virus was aangetoond: het Schmallenbergvirus. Dit virus behoort tot de groep van Orthobunyavirussen en deze virussen kunnen bij besmetting van een drachtig dier aangeboren afwijkingen van de vrucht veroorzaken. Inderdaad

Bij de GD zijn ondertussen de gegevens van 553 ter sectie aangeboden kalveren geanalyseerd. Voor u als veehouder zijn de uitwendig zichtbare afwijkingen de aanleiding om een melding te doen bij NVWA. 34% van de gemelde kalveren had ĂŠĂŠn of meer kromme poten. 29% heeft vervormingen van de wervelkolom (gedraaide nek, krommingen naar boven of opzij). Daarnaast had 3% van de kalveren een afgeplatte te kleine schedel en 1% een te korte onderkaak. De oorzaak van de kromme poten en vervormde wervelkolommen moet worden gezocht in de onderontwikkeling van het zenuwstelsel. Door

en soms koorts met spontaan herstel na een aantal dagen. De GD heeft toen

10

werden in Nederland vanaf 25 november de geboorte van afwijkende lammeren en vanaf 13 december de geboorte van afwijkende kalveren gemeld. Op 20 december 2011 werden vruchten met aangeboren afwijkingen meldingsplichtig. Deze bij NVWA gemelde dieren werden opgehaald voor sectie bij de GD en onderzoek in hun hersenen op het Schmallenbergvirus bij CVI. Wat is er zoal gemeld en wat waren de bevindingen bij sectie?


Overzicht van het voorkomen van verschillende afwijkingen bij gemelde kalveren (N=553) 40% 35% 30% 25% 20% 15% 10% 5% kr om m po e ve ten we rvo rv rm el de ko lo m af ge pl a sc t t e he de l k on lei on n de e de rk ro aa k gr ntw ot ik e ke on he li rse ng de ro n kle ntw en in ik e ke he li rse ng ne ve n he rwi j r d s on en ing de ka ro me nt r w he ikke on r l de sens ing ro ta nt m w ru ikk gg el en ing me rg

0%

Figuur 2: type afwijkingen bij onderzochte kalveren rund

schaap

geit

Totaal gemeld (30-3-12)

938

308

35

Schmallenbergvirus aangetoond

124

105

5

Figuur 3: aantal gemelde afwijkende vruchten en het aantal dieren waarin Schmallenbergvirus is aangetoond. deze onderontwikkeling valt de prikkeling via zenuwen van de spieren weg. Deze niet geprikkelde spieren worden slap, vervetten of verbindweefselen. De overblijvende spieren hebben hierdoor geen tegenwerking en trekken samen. Poten buigen hierdoor de verkeerde kant op of zijn permanent krom. De spieren langs de wervelkolom zorgen voor bochten en draaiingen. Zie grafiek 2 voor het percentage kalveren waarbij bepaalde afwijkingen werden geconstateerd.

al?

Aantal gemelde kalveren en lammeren per week in 2012 120 100

kalveren lammeren

aantal

80 60 40 20 0

51 52 1

2

3

4

5

6 7 week

8

9 10 11 12 13

Figuur 1: aantal gemelde kalveren en lammeren per week in 2012

Aantal aangetoonde infecties met het Schmallenbergvirus In bovenstaande tabel staat het totaal aantal gemelde afwijkende vruchten per diersoort. Daaronder is aangegeven in hoeveel dieren daarvan het Schmallenbergvirus is aangetoond. Dit aantal is veel lager dan het aantal gemelde vruchten. Dat in een vrucht geen virus (meer) wordt aangetoond, wil echter niet zeggen dat de afwijkingen niet door het Schmallenbergvirus zijn veroorzaakt. Als een vrucht besmet raakt, kan het afweersysteem van de vrucht de infectie overwinnen. Het virus is dan bij onderzoek in de vrucht niet meer aan te tonen, maar de aangeboren afwijkingen in de vrucht zijn wel door de infectie ontstaan. De kans op het niet meer aantonen van het Schmallenbergvirus is bij kalveren – door de langere draagtijd – groter dan bij lammeren. Bedrijven waar in afwijkende vruchten bij de sectie de typische verschijnselen van de infectie worden aangetroffen, moeten aannemen dat ze de infectie op het bedrijf hebben gehad. Als op termijn een onderzoek op afweerstoffen bij de koeien, schapen en geiten mogelijk is, kunnen we zien welk percentage van de dieren de infectie heeft gehad. Op de website van de GD houden we voor u de actuele ontwikkelingen over het Schmallenbergvirus bij. Ga naar www.gddeventer.com/schmallenbergvirus voor het laatste nieuws.

GD Herkauwer | Mei 2012 |

11


interview |

tekst: Margriet Brus, MA

“Nooit denken dat het wel goed is” Herwin van der Steege woont met zijn vrouw Lucinda en hun anderhalf jaar oude dochter Naomi op de boerderij in Genemuiden. In 2006 ging hij in een maatschap met zijn ouders. Zijn vader is nog steeds erg actief op het bedrijf. We treffen ze allemaal aan de keukentafel op goede vrijdag. Even tijd hebben ze wel, maar niet te lang “want we moeten nog als vrijwilliger aan de slag in het verzorgingstehuis.” 12


Een aantal jaar geleden ging het moeizaam met de uiergezondheid op het bedrijf, maar nu gaat het goed, vertelt Van der Steege junior. “Het celgetal schommelt nog wel en is vooral aan het begin van de stalperiode soms wat hoger.” Maar over het algemeen is hij tevreden. Van der Steege doet er ook van alles aan: “Waar nodig behandelen met antibiotica, extra kalk in de boxen strooien, dippen na het melken en we besteden aandacht aan de stierkeuze.”

Continue aandacht Uiergezondheid blijft continu onder de aandacht van zowel vader als zoon Van der Steege. Beiden doen ze regelmatig mee aan studiegroepen, ook over andere onderwerpen trouwens. Herwin van der Steege: “Zo heb ik meegedaan aan studiegroepen van het UGCN. Daar leer en hoor je weer eens wat nieuws. Naar aanleiding van zo’n studiegroep ben ik bijvoorbeeld gaan dippen in plaats van sprayen. En ik melk tegenwoordig met handschoenen.” Ook zijn vader volgt regelmatig studiegroepen, bijvoorbeeld de studiegroep GD PlusZorg Extra over uiergezondheid: “Ik probeer wat op te steken van uiergezondheid, wat te leren van anderen.”

Tevreden? Toen Van der Steege junior het bedrijf overnam, vond hij het celgetal te hoog. “De helft van de koeien had een koecelgetal boven de 250.000”, vertel hij. “Nu heb ik een gemiddeld tankcelgetal van 80.000 en nog maar ongeveer vijf koeien boven de 250.000.”

Reden dus om tevreden te zijn? “Nou nee, want het mag van mij altijd beter.” Senior vult aan: “Je kunt tevreden zijn, maar je moet wel alert blijven. Als je denkt ‘het is goed zo’, dan ben je voor je het weet weer terug bij af.”

Controle en bacteriologisch onderzoek Een van de manieren waarop Van der Steege de uiergezondheid op het bedrijf in de gaten houdt, is met GD Tankmelk uiergezondheid. Daarmee wordt tien keer per jaar de tankmelk onderzocht op de meest voorkomende mastitisverwekkers. “Tankmelkonderzoek geeft een algemeen overzicht, het is een goede controle voor de situatie op het bedrijf. Bij ons is het vaak aureus dat de

“tankmelkonderzoek is een goede controle” problemen geeft.” Na het laatste tankmelkonderzoek besloot Van der Steege ook individueel bacteriologisch onderzoek (BO) te doen. Dat idee kwam van een studiegroep. Vader Van der Steege: “We hadden toch wat veel koeien met een hoog celgetal en we wilden weten of dit te behandelen was of dat we de koeien moesten afvoeren. Een paar zijn er inderdaad afgevoerd, een ander is nu een driespeen.” Afvoeren is zonde, daar zijn beiden het over eens. “Maar het moet soms toch, anders besmet je weer andere koeien. Een BO heeft weinig zin als je er niets mee doet.” Van der Steege doet ook BO om het antibioticagebruik op zijn bedrijf te verminderen. “Dat moet lukken met BO.”

Geen gouden tip Over het algemeen gaat het dus goed met de uiergezondheid op het bedrijf, maar wat is nu hét geheim, dé gouden tip? Een lange stilte volgt. “Die is er niet. Je moet gewoon de hele tijd de vinger aan de pols houden, controleren. Er is niet één oplossing want er spelen veel verschillende factoren mee: de boxen, de melkmachine en ga zo maar door”, zegt Herwin van der Steege. Helaas, geen gouden tip dus, maar wel: met een goede vinger aan de pols is de uiergezondheid prima op niveau te houden. GD Herkauwer | Mei 2012 |

13


vitaminen en mineralen |

tekst: Jan Muskens en Guillaume Counotte

Selenium en vitamine E en de gezondheid

Iedereen heeft vitaminen nodig, ook koeien. Minder bekend is dat ook spoorelementen zoals selenium in kleine (spoortjes) hoeveelheden nodig zijn. Zowel mens als dier hebben een optimale hoeveelheid nodig: dus niet te veel en niet te weinig. Te veel kan ook schadelijk zijn. Dit geldt zowel voor selenium als vitamine E.

14

Selenium Selenium speelt een belangrijke rol in de weerstand van de koe. Selenium wordt in de lever ingebouwd in een stofje in de weefsels van de koe: het enzym “glutathionperoxidase”, afgekort GSH-Px. De functie van dit enzym t GSH-Px is onder meer het afremmen van de gevolgen van stress in het dier. Ook helpt het om ongewenste bacteriën te doden. Stress ontstaat als het dier te veel onder druk wordt gezet. Dat kan gebeuren door vele oorzaken zoals te weinig energie in de voeding beschikbaar rond het afkalven, leververvetting, opname van schadelijke stoffen of bacteriën. Het enzym GSH-Px moet er dan voor zorgen dat deze stress niet de eigen lichaamscellen kapot maakt.


d van het rund kan ontstaan als melkgevende koeien naast bijvoorbeeld 8 kg krachtvoer veel kuilgras krijgen dat gewonnen is van percelen die bemest zijn met seleniumhoudende meststof en daarnaast nog extra mineralen krijgen met de intentie om de vruchtbaarheid te verbeteren. Op basis van rantsoenberekening kan vaak al een goede indicatie worden gegeven over de hoeveelheid selenium die de dieren opnemen. Het duurt 2 tot 3 maanden voordat selenium is opgenomen door de koe en echt actief is in het lichaam. In de praktijk betekent dit dat men op tijd moet beginnen met extra selenium­gift wanneer men tekorten verwacht. Dus al 2-3 maanden voor het afkalven en niet pas enkele weken voor het afkalven. In de praktijk krijgen hoogdrachtige pinken en koeien soms 2-3 weken voor afkalven een injectie met een selenium-vitamine E preparaat, maar dit selenium is dus niet op tijd effectief. Daarnaast zijn een aantal van deze producten niet meer toegelaten voor toediening aan hoogdrachtige pinken of koeien (nog wel voor kalveren). Hoe kun je selenium toevoegen? Er zijn grofweg drie soorten seleniumverbindingen: anorganische verbindingen (seleniet, selenaat), organische seleniumverbindingen en selenium-verrijkte gist. In veevoer zijn alleen seleniet, selenaat en selenium-verrijkte gist toegelaten. De gist-variant wordt beter benut door het dier dan de andere verbindingen. De vraag is natuurlijk of het dier daar wat mee Selenium wordt niet alleen ingebouwd in dit enzym GSH-Px, maar speelt ook nog een rol bij opschiet. Te snel - te veel selenium wordt niet goed opgenomen door de koe, Een deel de vorming van het schildklierhormoon. Het schildklierhormoon is van belang voor de stof- van de overmaat snel wordt uitgescheiden via de melk. Dus als een koe gist-selenium krijgt, wisseling en zorgt voor een gezonde groei. wat snel opgenomen wordt, zie je dat het Een tekort aan selenium is dus nadelig voor de weerstand. Vitamine E kan zo’n tekort deels selenium in het bloed met een factor 2 stijgt, opvangen want vitamine E en selenium kunnen maar dat ook het selenium in de melk met elkaar gedeeltelijk vervangen. Tekorten aan se- bijna een factor 2 toeneemt. Maar de inbouw van selenium in de lever in biologisch actieve lenium en vitamine E kunnen zich bij rundvee stoffen, is slechts een factor 1,2 hoger. uiten in een verhoogd percentage koeien dat aan de nageboorte blijft staan of mastitis krijgt Wanneer men melk wil produceren met extra meteen na afkalven. Ook speelt een tekort aan selenium kan het dus nuttig zijn om selenium via gistcellen te voeren. Wil men alleen de selenium en vitamine E mogelijk een rol bij seleniumstatus van de koe verhogen, dan is dood- of slapgeboren kalveren. Een tekort aan selenium is dus niet goed, maar het anorganische selenium net zo goed. ook een overmaat aan selenium gaat ten koste Hoe kan nu worden bepaald hoe goed de seleniumstatus van een koe is? Daarvoor van de weerstand van het dier. Een overmaat

zijn verschillende mogelijkheden. Maar de meest gebruikte methode is toch om naar de GSH-Px-activiteit van rode bloedcellen te kijken. Dat is ook de methode die de GD gebruikt. Met die methode kun je vaststellen hoe de effectieve seleniumstatus is. Maar houd er rekening mee dat de GSH-Px activiteit iets zegt over een langere periode. Als men plotseling overschakelt op een ander rantsoen met (veel) meer of minder selenium, dan zie je dat pas na 2 tot 3 maanden terug. Om de actuele opname van selenium te meten, kun je het selenium in de melk meten. Dan zie je de recente opname van selenium terug. Het gehalte in de melk zegt echter weer niets over de seleniumstatus in het dier zelf.

Vitamine E Vitamine E zorgt samen met GSH-Px voor een vermindering van de effecten van stress. Een tekort aan vitamine E is dus ook schadelijk. Uit recent onderzoek van de Faculteit Dier­ geneeskunde blijkt dat ook een overmaat aan vitamine E schadelijk is. De conclusies uit dat onderzoek waren: melkvee heeft voldoende vitamine E nodig voor een goede (uier)gezondheid, maar te veel kan juist schadelijk zijn voor de uiergezondheid. Droogstaande koeien en hoogdrachtige pinken hebben relatief de hoogste behoefte aan extra vitamine E. Dit is de reden dat de concentratie vitamine E in droogstandsmineralen bijvoorbeeld hoger is dan bij jongveemineralen. Vraag is hoeveel vitamine E een droogstaande koe nodig heeft. Dit hangt natuurlijk af hoe het basisrantsoen is samengesteld. Vers gras bevat bijvoorbeeld veel vitamine E, de hoeveelheid in kuilgras en maïs is veel lager. In de praktijk wordt bij het voeren van een winterrantsoen vaak geadviseerd om 1000-1200 Internationale Eenheden (IE) per dag extra te verstrekken, bijvoorbeeld via droogstandsmineralen. Het verstrekken van mineralen via een voorraadbak is minder gewenst vanwege de wisselende opname per dier. Daarnaast zijn er nog andere methoden van mineralen- en vitaminenverstrekking, bijvoorbeeld mineralenbolussen. Er zijn vele mineralenbolussen te verkrijgen met een verschillende samenstelling. Diverse bolussen bevatten bijvoorbeeld geen of nauwelijks vitamine E. Welke methode ook wordt gekozen, het is altijd belangrijk om na te gaan wanneer tekorten kunnen optreden en of het betreffende toedieningswijze deze tekorten op een goede manier zal oplossen. De vitamine E status van een dier kan bepaald worden door bloedonderzoek. Een gepoold monster (een mengsel van bloedmonsters van bijvoorbeeld 5 dieren) zegt daarbij meer dan een individueel bloedmonster. GD Herkauwer | Mei 2012 |

15


interview |

tekst: Margriet Brus

Jasper het Lam, dierenarts in Zuidhorn:

“BVD wordt vaak onderschat” Jasper het Lam is dierenarts bij DAP Zuidhorn. In zijn praktijk zijn veel veehouders actief bezig met BVD. Geen toeval, want Het Lam kan het belang van het bestrijden van infectieziektes zoals BVD niet genoeg benadrukken. “Het is de meest schadelijke infectieziekte die we momenteel op rundveebedrijven zien.” “In onze praktijk heeft ruim 50% van de veehouders een BVD-abonnement en doen we bij een aantal aan bewaking zonder abonnement”, vertelt Het Lam. Dat ligt ver boven het landelijk gemiddelde. “BVD is misschien politiek gezien niet zo interessant, maar het is heel schadelijk en het tast de weerstand en daarmee het welzijn van de dieren aan. Op een rundveebedrijf zie je lang niet altijd het klassieke ziektebeeld van koorts, diarree en verwerpen, maar kan het een heel scala aan problemen in de

16

hand werken, zoals mastitis, longproblemen en diarree.” Reden dus voor dierenarts Het Lam om er veel aandacht aan te besteden. Toch zijn er in zijn praktijk regelmatig nieuwe uitbraken. Het Lam: “Helaas. Er lopen nog te veel virusdragers rond en onze ervaring is dat bedrijven die een BVDvirusdrager hebben afgevoerd, nog enige tijd viruscirculatie houden. Bovendien is dit een gebied met veel rundvee en veel weidegang, waardoor het virus zich gemakkelijk kan verspreiden.”

Waarschuwen Om de melkveehouders te helpen bij het bestrijden van infectieziekten, werkt de praktijk met een ‘early warning’ systeem. Met toestemming van de veehouders wordt een mailtje rondgestuurd als ergens een infectie is vastgesteld. “Dat lost het probleem niet op, maar het zorgt wel voor bewustwording,” meent Het Lam. “En het maakt de drempel lager om met de buren over een probleem te praten.” Ongeveer een derde van de veehouders uit de praktijk doet hier aan mee. “Je vestigt ergens de aandacht op en dat zorgt vaak al voor een verbetering.”

Steeds vaker vaccineren “We vaccineren relatief weinig,” zegt dierenarts Het Lam. “Een groot deel van de bedrijven staat goed onder controle, we leveren maatwerk per bedrijf dus dan is vaccineren vaak niet nodig.” Maar toch draait het steeds vaker toch uit op vaccineren. Zeker als er een drager is gevonden op


het bedrijf, wordt voor deze optie gekozen, omdat de praktijk leert dat er anders vaak toch weer een nieuwe drager opduikt.

Welke keuze? Jasper het Lam is ook lid van de GD DAP Adviesraad, een groep dierenartsen die de GD adviseert, bijvoorbeeld bij het ontwikkelen van nieuwe producten. Het Lam: “Ik heb me daar vaak hard gemaakt voor meer mogelijkheden om BVD te onderzoeken. Eerst was het alleen mogelijk om vrij te certificeren, maar de stap van niets doen naar certificeren is voor veel veehouders te groot. Gelukkig zijn er nu meer mogelijkheden, zoals de BVD QuickScan om de situatie op een bedrijf te monitoren. Als er niet veel op je bedrijf aan de hand is, wil je ook niet te veel geld uitgeven.” Het Lam haalt een voorbeeld aan waar BVD momenteel speelt. Het Lam: “Dit was niet het eerste bedrijf waar de eerste aanwijzing voor een besmetting bestond

uit slechts één dier met antistoffen bij de bewaking. Voor het certificaat heeft dat geen gevolgen. Voor mij is dat reden om het betreffende dier na 1-2 maanden opnieuw te testen. Als het dan nog positief is, adviseer ik om de dragercheck in te zetten omdat er een veldinfectie moet zijn geweest die drachtige dieren besmet kan hebben. Ook bij dit bedrijf vonden we na circa een jaar een drager op het bedrijf, en twee maanden later de volgende.”

“Je wilt niet te veel geld uitgeven” Het Lam: “Hadden we dat niet gedaan, dan was de drager waarschijnlijk pas een half jaar later aan het licht gekomen en in contact met drachtig vee gekomen.” Het bedrijf besloot te vaccineren, ook omdat er al langer diarreeklachten waren die waarschijnlijk mede door BVD werden ver-

oorzaakt. “Bij het laatste bedrijfsbezoek verzuchtte de veehouder dat hij in zijn carrière nog niet eerder zoveel problemen met het vee had gehad als sinds de BVDinfectie”, vertelt Het Lam.

Vage klachten Bij vage klachten adviseert Jasper het Lam te kijken naar BVD. “Vraag je bij bijvoorbeeld vage opfokproblemen of een plotseling oplopend inseminatiecijfer altijd af: is het geen BVD?” Ook Salmonellaproblemen zijn volgens Het Lam vaak te herleiden tot een onderliggend BVD-probleem. Toch wordt BVD volgens Het Lam vaak onderschat. “Het zou verstandig zijn als de sector hier de handen ineen zou slaan. Andere landen doen het ook. Bovendien worden op BVD-positieve bedrijven meer medicijnen gebruikt en dat is in het kader van de antibioticareductie niet wenselijk. Maar bovenal is BVD-bestrijding in het belang van het bedrijf. Het kost je geld, werk en de dieren én de veehouder lijden er onder.” GD Herkauwer | Mei 2012 |

17


Extra jeugdgroei in de melkperiode bevordert de weerstand bij kalveren en leidt tot minder uitval en een hogere melkproductie.

Sprayfo Excellent voor een optimale start! • Bevat 30% magere melkpoeder, 22,5% eiwit en 18% vet • Met antistoffen tegen E.Coli, salmonella, clostridium perfringens en rotavirus • Zorgt voor meer weerstand, veilige ontwikkeling en hogere daggroei www.sprayfo.nl

All-Round

19-07-2011

16:50

Pagina 1

DYNAMISCH BOUWEN NAAR EIGEN ONTWERP

BOUWPLANNEN

EN OP ZOEK NAAR EEN OPLOSSING?

De Altez Group is gespecialiseerd in KLANTGERICHT het bouwen van bedrijfsgebouwen PROFESSIONELE ORGANISATIE in de breedste zin. EIGEN PRODUCTIE KORTE BOUWTIJD Zo realiseren wij: OPTIMALE PRIJS • Varkens- en pluimveestallen KWALITEITSVERHOUDING • Rundvee- en kalverstallen KLANTTEVREDENHEID • Bewaarplaatsen en opslagloodsen Bel een van onderstaande • Maneges nummers voor een vrijblijvend • Industriële bedrijfshuisvesting gesprek!

ALTEZ - WEST TIELT 0032 (0)51 25 99 99 WWW.ALTEZ.BE

Loopt de kalveropfok niet? Neem contact op met de specialist...!

Tel. +31 (0)577 408111

KLANTGERICHT BOUWEN ALTEZ - NOORD VROOMSHOOP 0031 (0)546 - 570 285 WWW.ALTEZ-NOORD.NL

De specialist in kalveropfok!

ALTEZ - OOST MEEUWEN 0032 (0)11 79 02 00 WWW.ALTEZ.BE


tekst: MARGRIET BRuS, MA |

UIerGeZONDHeID

mogelijke relatie tussen

smetplekken en Mortellaro Smetplekken, ook wel ‘udder cleft dermatitis’ genoemd, zitten meestal tussen de voorkwartieren en de buikhuid van een koe maar komen ook voor tussen de vier kwartieren. Ze komen zowel in de lactatie als in de droogstand voor. Smetplekken zijn in Nederland tot nu toe nog niet onderzocht. Daarvoor was het dus de hoogste tijd, vonden mastitisdeskundigen Richard Olde Riekerink en Theo Lam van de GD. Zij deden in 2011 een onderzoek naar deze smetplekken.

GD Herkauwer | Mei 2012 |

19


Calcium Bolus Extra Calcium in bolusvorm ter voorkoming van melkziekte rondom het afkalven!

Movie Vector S

by D

Hoe je bolus moet ingeven ziet u op www.boerenwinkel.nl

De enige Calcium Bolu s met een lichaamseigen calcium , welke binnen 5 minuten na het ingeven voor uw melkvee besch ikbaar is!

e aanra nz

de O

de

r!

r! e aanra nz

Voordelen Calcium Bolus Extra: * Gemakkelijk en snel toe te dienen. * Breedspectrum (snel en geleidelijk afgevend) calciumsupplement. * Snelle opname in pensvloeistof. * Geen irritatie van slokdarm en voormagen. * Geen risico op verslikken en/of longbeschadiging. * Wordt niet uitgespuugd.

O

Waarom Calcium Bolus Extra: Vanwege het feit dat meerdere melkkoeien neigen melkziekte te krijgen. Melkziekte wordt veroorzaakt door een acuut tekort aan calcium in het bloed dat kort v贸贸r of na het afkalven optreedt.

Calcium Bolus Extra is verkrijgbaar bij de agrarische winkel, dierenarts of bestel op www.boerenwinkel.nl


nog veel onbekend Ondanks dat smetplekken een bekend verschijnsel zijn, is er nog weinig onderzoek naar gedaan en is er ook weinig bekend over een juiste behandeling. Er wordt gedacht dat smetplekken en de Ziekte van Mortellaro met elkaar te maken hebben, maar ook dat is niet zeker. Daarom is er vorig jaar onderzoek uitgevoerd naar smetplekken. In dit onderzoek werd allereerst het vóórkomen van smetplekken in beeld gebracht en vervolgens werd gekeken naar risicofactoren op koe- en bedrijfsniveau. Daarna werden in een pilotonderzoek drie verschillende therapieën geëvalueerd.

opzet onderzoek Voor het onderzoek werden twintig melkveebedrijven door heel Nederland benaderd. In totaal werden 1.143 melkgevende en droge koeien gefotografeerd en beoordeeld op de aanwezigheid en de ernst van smetplekken. Ook werd op ieder bedrijf een enquete uitgevoerd met vragen over onder meer de bedrijfsgrootte, ventilatie, type vloer, hygiënemanagement, aanwezigheid en gebruik van voetbaden, het voorkomen van schurftmijt en de Ziekte van Mortellaro. De vijf bedrijven waar de meeste smetplekken voorkwamen, deden mee met het onderzoek naar behandelmethoden. De dieren werden behandeld met één van de drie geselecteerde middelen en vervolgens werd met foto’s de mate van genezing bijgehouden.

resultaten uit het onderzoek kwamen de volgende resultaten naar voren: • Smetplekken komen voor op 85% van de Nederlandse melkveebedrijven. Het percentage dieren met smetplekken op één bedrijf varieerde van 0 tot 13%. • Diepe uiers en een zwakke vooraanhechting lijken de kans op smetplekken te vergroten. Dit zorgt namelijk voor een vochtige en warme plek waar bacteriën goed gedijen. • Ventilatie, type vloer en hygiënemanagement hebben geen enkele invloed op het voorkomen van smetplekken. • Bedrijven met een hogere jaarlijkse melkproductie, grotere bedrijven en bedrijven die gebruik maakten van voetbaden, hadden meer koeien met smetplekken. De relatie tussen smetplekken en de aanwezigheid van voetbaden is mogelijk te verklaren doordat bedrijven die voetbaden gebruiken, waarschijnlijk een hoge infectiedruk hebben voor Mortellaro. • De drie onderzochte behandelmiddelen leken geen positief effect te hebben bij koeien met ernstige smetplekken.

wat zijn smetplekken? Smetplekken zijn zweren die meestal tussen de voorkwartieren en de buikhuid zitten. Een smetplek lijkt wat op uierhuideczeem. Typische kenmerken van smetplekken zijn vocht, afsterven van de huid en een doordringende lucht. Als de aandoening niet wordt behandeld, dan kunnen er diepe wonden ontstaan. Indien smetplekken voorkomen dicht bij de melkader is er zelfs een risico op doodbloeden. Bovendien vergroot de aanwezigheid van smetplekken de kans op mastitis.

In dit onderzoek is het belang van smetplekken aangetoond en is een aantal risicofactoren in beeld gebracht, maar is ook gebleken dat nog verder onderzoek nodig is. De resultaten laten zien dat het belangrijk is om in de fokkerij te streven naar een sterke vooraanhechting en niet te diepe uiers. Ook wordt het vermoeden dat smetplekken te maken hebben met Mortellaro, onderstreept. Nader onderzoek moet zich richten op de verwekker van smetplekken, de epidemiologische eigenschappen en een evaluatie van middelen tegen smetplekken die op de markt zijn. Dergelijke onderzoeksplannen zijn in voorbereiding. GD Herkauwer | Mei 2012 |

21


Tectonik pour-on Voor het bestrijden van vliegen en knutten (Culico誰des) op runderen Werkt gedurende 7-11 weken

TECTONIK POUR-ON insecticide pour-on, oplossing voor uitwendig gebruik. SAMENSTELLING Permethrine 36 g / l. GEBRUIK Toegestaan is uitsluitend het gebruik als bestrijdingsmiddel voor het bestrijden van vliegen op runderen en het bestrijden van Culico誰des bij runderen. Niet toepassen in de nabijheid van oppervlaktewater, maar bijvoorbeeld binnen in stallen. Volg de gebruiksaanwijzing om gevaar voor mens en milieu te voorkomen. Uitwendige lokale toepassing. De totale dosis op de ruglijn aanbrengen, van de nek tot de basis van de staart. Ongeveer een vierde van de dosis steeds op de nek aanbrengen. Alle dieren van een koppel tegelijk behandelen. DOSERING 10 ml per 100 kg lichaamsgewicht met een maximum van 25 ml per rund. Behandeling herhalen na 7-11 weken. WACHTTERMIJN Vlees: 3 dagen. Kalverenhotel 23-04-2012 14:55 1 Melk: geen. VEILIGHEIDSAANBEVELINGEN Lees voor gebruik dePagina bijsluiter. KANALISATIE vrij. FABRIKANT VIRBAC S.A. - 06516 Carros, Frankrijk. Voor meer informatie: VIRBAC Nederland BV, Postbus 313, 3770 AH Barneveld. Tel.: 0342-427127, info@virbac.nl.

www.virbac.nl

KALVERENHOTEL

ADVERTEREN IN DIT MAGAZINE?

Neem contact op met:

Het kalverenhotel is de op een na beste opvang voor uw pas geboren kalf! Voor meer informatie bel: 0317-619918 of 06-27122638 Of kijk op: www.kalverenhotel.nl

Marco Jansen T 026-750 18 45 E marco.jansen@pshmediasales.nl I www.pshmediasales.nl


tekst: redactie |

serie

Antibiotica onder de loep, deel 3

Dagdoseringen per dierjaar (dd/dj) In de vorige delen van deze serie is besproken

het vastleggen van antibioticagebruik in

het behandelen van volwassen melkkoeien. Toch is de dosis die de kalveren per kilo lichaamsgewicht binnenkrijgen goed vergelijkbaar zodat voor koe en kalf bij behandeling met hetzelfde antibioticum ook (nagenoeg) dezelfde dd/dj kan resulteren. Dd/dj geeft uiteindelijk dus eerlijker weer waar het antibioticumgebruik en dus de selectiedruk voor antibioticaresistentie het hoogst is.

‘dagdoseringen per dierjaar’ (dd/dj).

Hoe bereken je de dd/dj?

hoe antibiotica werken. In deel drie van de antibioticaserie aandacht voor de actualiteit:

Wat betekent dd/dj? Het antibioticumgebruik wordt uitgedrukt in ‘dagdoseringen per dierjaar’, oftewel dd/dj. Dit maakt het gemakkelijk om het gebruik te vergelijken. De dd/dj geeft aan hoeveel dagen een dier behandeld zou zijn met een normale1 dosis antibiotica als het een jaar lang zou leven. Dit jaar is de streefwaarde voor melkveebedrijven 4,8.

Waarom wordt dd/dj gebruikt? Door het antibioticumgebruik uit te drukken in dd/dj in plaats van in bijvoorbeeld kilo’s werkzame stof (antibiotica) krijgen we een eerlijker beeld. Voor het behandelen van jonge kalveren zijn weinig kilo’s nodig in vergelijking met 1)

Met “normale dosis” wordt bedoeld: de gemiddelde dosis zoals vermeld in de bijsluiter van het antibioticum

Om de dagdosering per dierjaar te berekenen, moet de hoeveelheid antibiotica die in een jaar is ingezet, omgerekend worden naar het aantal kg dier dat daarmee behandeld kan worden. Dit getal moet vervolgens gedeeld worden door het aantal aanwezige kg dier in datzelfde jaar. Is de dd/dj bijvoorbeeld 4, dan betekent dat dat een koe op jaarbasis gemiddeld 4 dagen met antibiotica is behandeld. Een handig hulpmiddel voor het berekenen is de Antibioticawijzer van het LEI, te vinden op internet. Dd/dj = totaal aantal kg behandeld dier (ongeacht welk antibioticum) / jaar gedeeld door totaal aanwezige kg dier op het bedrijf / jaar. Let op: deze berekening gaat ervan uit dat alle dieren volgens de bijsluiter behandeld worden. Als u een lagere of hogere dosis geeft, zal het resultaat hierdoor beïnvloed worden. GD Herkauwer | Mei 2012 |

23


De Gezondheidsdienst voor Dieren

Buitenbeeld Op stap met opa “Onze kleindochter Dyon komt wekelijks een dagje bij ons. Lekker genieten samen met opa en oma op de boerderij van alle mooie dingen die de natuur ons biedt”, vertellen Rien en Diny Arts-Broekman uit Beneden-Leeuwen. Een prachtig plaatje, vond de redactie, dus werd de foto geselecteerd voor Buitenbeeld.

Bereikbaarheid U kunt de GD telefonisch bereiken via 0900-1770. Van maandag tot en met vrijdag van 8.00 tot 17.00 uur. Tarieven Alle genoemde GD-tarieven in deze uitgave zijn exclusief BTW. Ophaaldienst voor sectie- en monstermateriaal Aanmelden: telefonisch 0900-202 00 12 (24 uur per dag). Wij halen het materiaal dan zo spoedig mogelijk bij u op. Sectie- en monstermateriaal kunt u brengen van maandag tot en met vrijdag van 8.00 tot 17.00 uur.

GD, Postbus 9, 7400 AA Deventer T. 0900-1770, F. 0570-63 41 04 www.gddeventer.com info@gddeventer.com

Buitenbeeld:

De heer en mevrouw Arts-Broekman krijgen een ingelijste uitvergroting van hun inzending. Hebt u zelf ook een foto die niet ‘buiten beeld’ mag blijven? Stuur deze dan met uw naam en toelichting naar redactie@gddeventer.com.


GD Herkauwer mei 2012