Issuu on Google+

inh O u D

11 Interview Peter van Uhm Commandant der Strijdkrachten

“Ik moet die thermometer erin kunnen stoppen om te weten hoe mijn mensen zich voelen”

22 Interview Hans van Baalen

32 Interview Farah Karimi algemeen directeur van Oxfam novib

“Zonder voldoende vrede en veiligheid is duurzame ontwikkeling onmogelijk”

57 Interview Jaap de Hoop Scheffer voormalig secretaris­ generaal van de navO

Delegatieleider van de vvD in het Europees Parlement

“De troepen hebben een periode van recuperatie nodig en dat betekent dat wij per eind 2010 moeten vertrekken uit Uruzgan”

44 Interview Giovanni Hakkenberg held uit het verleden

“Onbegrijpelijk, ik ben tot het laatste toe niet bang geweest”

“De NAVO moet zich aanpassen aan de 21e eeuw; een eeuw van failed States, terrorisme, proliferatie van massavernietigingswapens en drugstransporten”

En verder 5 Redactioneel • 7 Woordje van de voorzitter • 8 Een dag uit het leven van: De notaris • 17 Column: Terrorismebestrijding in Afghanistan? • 18 Artikel: De schijnbaar irrationele bedreiging van ons bestaan • 28 Opinie: Een cultureel bepaald schisma • 30 Een terroristisch overzicht • 38 Artikel: The legal status of ASHRAF • 48 Special: Kinder- en Jongerenrechtswinkel • 50 Special: Rotterdam Rules • 52 Artikel: The Rotterdam Rules • 62 Boeken en films • 65 Nieuws & Agenda • 66 De Rechter…

Fiat Justitia november 2009

3


In de advocatuur moet je weten waar je voor staat. En dat moet je zo kort en bondig mogelijk kunnen vertellen. Bij Simmons & Simmons hebben we daar een tool voor ontwikkeld. De EĂŠn Woord Sollicitatie. Hiermee dwing je jezelf tot een zo kort mogelijke omschrijving van je talent. Als je durft, dan mag je zelfs met dat ene woord bij ons komen solliciteren.

Innovatief

Emotioneel

Chaotisch

Initiatiefrijk

Smaakvol

Stressbestendig

Competitief

Sociaal

Intellectueel

Correct

Toegewijd

Geleerd

Fantastisch

Open

Creatief

Opvliegend

Leuk

IJdel

Sportief

Handig

Intens

Onhandig

Snel

Brutaal

Actief

Gestoord

Diplomatiek

Evenwichtig

Flexibel

Bedrijvig

Geordend

Vroom

Netjes

Onderhoudend

Waardevol

Ga snel naar werkenbijsimmons.nl

Ondernemend

Onafhankelijk

Wantrouwend

Sportief

Gedreven

Fanatiek

Pienter

Spiritueel

Opgewekt

Somber

Extravert

Eigenaardig

Introvert

Smetteloos

Perfectionistisch

Braaf

Vastberaden

Besluiteloos

Adequaat

Integer

Kalm

Apart

Optimistisch

Pessimistisch

Competent

Energiek

Sluw

Grondig

Streng

Volwassen

Innemend

Vreemd

Chaotisch

Gepassioneerd

Gevoelig

Hard

www.werkenbijsimmons.nl


vOOrwO O r D

Colofon

Waarde lezer,

Fiat Justitia is het verenigingsblad van de Juridische Faculteitsvereniging rotterdam en verschijnt vijfmaal per jaar.

Op 11 september 2001 werd de wereld opgeschrikt door een reeks van terroristische aanslagen die worden gerekend tot de grootste uit de geschiedenis. Met bijna drieduizend doden, afkomstig uit meer dan negentig verschillende landen, is dit een evenzo pijnlijke als begrijpelijke constatering.

Jaargang 22 nummer 1 november 2009

Hoofdredacteur lorenzo Favetta

Redactie tom van den akker wiebe de Boer Caroline vos asefeh abbas Zadeh Maartje verheijden

Eindredacteur Patrick Slob

Eindredactie Celeste Klomp netty van Megen Sebastian Sparidis

Ontwerp en vormgeving unitedgraphics Zoetermeer Bv

Druk & Lithografie unitedgraphics Zoetermeer Bv

Oplage 4.000 exemplaren

Reacties kunt u opsturen naar: Juridische Faculteitsvereniging rotterdam redactie Fiat Justitia Postbus 1738 3000 Dr rotterdam tel: 010 ­ 408 17 94 internet: www.jfr.nl E­mail: hoofdredacteur@jfr.nl

47e Bestuur der Juridische Faculteitsvereniging Rotterdam Jelte Stanic – Voorzitter Celeste Klomp – Vice-voorzitter Vice-voorzitter Denny Evora – Secretaris Sebastian Sparidis – Penningmeester Penningmeester Shardee ilaria – Commissaris Commissaris Interne Betrekkingen lennart van der Ziel – Commissaris Commissaris Externe Betrekkingen lorenzo Favetta – Hoofdredacteur Hoofdredacteur

Op het moment dat het nieuws rond 9/11 zich als een lopend vuurtje begon te verspreiden, zat ik na een lange schooldag in de bus en was ik onderweg naar huis. De bus was net vertrokken toen ik gebeld werd door een vriend. Hij vertelde op vrij droge toon dat de Derde Wereldoorlog was uitgebroken; omdat die vriend normaal gesproken nogal een lolbroek is, dacht ik in eerste instantie dat hij een grapje maakte. Toen hij echter uitlegde wat er precies was gebeurd, riep ik verbaasd: “Twee gekaapte vliegtuigen in het World Trade Center?!” De mensen die in mijn buurt zaten, keken verbaasd op en dachten waarschijnlijk: “Waar heeft die jongen het over? Kan hij niet wat zachter praten, zodat ik rustig mijn krantje kan lezen!” De rest van de terugreis voelde ik een emotie die een kruising was van spanning en ongeloof. Die dinsdag in september was de eerste keer in mijn leven dat ik me realiseerde dat het helemaal niet zo vanzelfsprekend is dat er in Nederland nooit meer een oorlog zal komen. Want dat is wat toch ook de meeste Nederlanders denken. Natuurlijk is ons land betrokken bij de oorlogen in Irak en Afghanistan, maar wat merken we daar nu van? De kranten staan er vol mee, maar dat is voor ons slechts de papieren werkelijkheid. De enige mensen die er daadwerkelijk mee geconfronteerd worden, zijn onze uitgezonden soldaten en hun families. Nederlanders die de Tweede Wereldoorlog niet hebben meegemaakt, weten niet wat oorlog is. En gelukkig kan ik mijzelf daar ook tot rekenen. Maar dat geldt niet voor bijvoorbeeld onze leeftijds­ genoten in Somalië; we moeten niet denken dat zij vijf keer per jaar een mooi verenigingsblad thuis gestuurd krijgen. Nee, velen van hen hebben niet eens een fatsoenlijk huis, dus laat staan een abonnement op een magazine. Onze Somalische leeftijdsgenoten leven in een land waar al sinds hun geboorte een bloedige burgeroorlog woedt. Wij Nederlanders mogen iedere dag in onze handjes knijpen dat wij in een land leven waar we geen oorlog, armoede en gebrek aan eten kennen. Enfin, door de aanslagen van 9/11 werd mijn interesse in het onderwerp oorlog gewekt. Na boeken te hebben gelezen over de Tweede Wereldoorlog, de Vietnamoorlog en de Eerste Perzische Golfoorlog werd mij duidelijk wat het begrip oorlog daadwerkelijk inhoudt: een middel dat voor elke staat noodzakelijk is om zijn eigen belangen en ambities na te streven. Dit verklaart ook waarom de Verenigde Staten en hun hulpjes wél een falende staat als Afghanistan, maar niét een falende staat als Somalië binnenvallen: Somalië heeft voor hen simpelweg te weinig waardevolle economische en politieke belangen. Maar het bizarre aan dit verhaal is wel, dat wanneer een westers bootje wordt aangevallen door piraten, er direct een hele vloot marineschepen van de NAVO naar de Somalische kust wordt gestuurd! Of mijn generatie hier in Nederland ooit nog een keer zal meemaken hoe het is om in oorlogstijd te leven, weet ik niet. Wat ik in ieder geval wel weet, is dat het de afgelopen jaren duidelijk is geworden dat het relatief veilige Westen te maken heeft gekregen met geheel nieuwe bedreigingen, zoals terrorisme, piraterij en falende staten. De kans dat Nederland in de nabije toekomst opgeschrikt zal worden door gelijkaardige aanslagen als die op de Twin Towers, de metro’s in Londen of de treinen in Madrid acht ik dan ook niet uitgesloten. Lorenzo Favetta Hoofdredacteur Fiat Justitia 2009­2010 Fiat Justitia november 2009

5


Global Apollo Experience 2010 Bij Allen & Overy organiseren we trajecten die je net iets verder brengen. Zoals de Global Apollo Experience. Een business course waarbij je écht kennis maakt met onze werkzaamheden, sfeer en mensen. Een business course waarbij je écht kunt laten zien wat jij in huis hebt! Wanneer? De Global Apollo Experience start op 8 maart 2010 en eindigt op 29 juli 2010. De kick-off van 3 dagen vindt plaats bij ons op kantoor in Amsterdam en een Europese vestiging van Allen & Overy. De intensieve en spetterende afsluiting is in juli in Rome. Waar? Allen & Overy Amsterdam, Milaan, Madrid, Frankfurt, Parijs, Praag, Londen, Hamburg en Rome. Wat? Een programma ter aanvulling op je studie en ter voorbereiding op de commerciële advocatuur. Je kunt deelname aan de Global Apollo Experience vergelijken met het volgen van een extra vak.

© Allen & Overy LLP 2008 I CS909101

Eens in de 2 weken volg je op maandagmiddag college van een partner waardoor je kennis maakt met alle praktijkgroepen. Eens in de maand krijg je een vaardigheidstraining op vrijdagmiddag om je op persoonlijk vlak verder te ontwikkelen. In totaal 10 colleges en 5 vaardigheidstrainingen in de loop van 5 maanden. Naast deze colleges en trainingen werk je samen met jouw groepje aan diverse groepsopdrachten in het kader van een internationale overname en in competitie tegen de andere groepjes. Tevens maak je in je eigen tijd een aantal individuele opdrachten zodat je kunt laten zien wat jij kan! Wie? De Global Apollo Experience is bedoeld voor 3e en 4e jaars studenten Nederlands recht, fiscaal recht of notarieel recht. Interesse en inschrijven Kijk voor uitgebreide informatie over de Global Apollo Experience op www.werkenbijallenovery.nl of neem contact op met Paula ter Beek, 020-674 1708. Stuur je gemotiveerde inschrijving met cv, cijferlijst en digitale pasfoto naar paula.terbeek@allenovery.com. Je kunt je inschrijven t/m 1 februari 2010.

Allen & Overy Amsterdam is een juridisch dienstverlener die 450 medewerkers telt deel uitmaakt van een internationaal kantoor met wereldwijd 31 vestigingen ruim 5.000 collega’s.


vOOrwO O r D Met dank aan: hans van Baalen, giovanni hakkenberg, Farah Karimi, wim Kortenoeven, Moerland notarissen, Maarten van rossem, Jaap de hoop Scheffer, Bob Smalhout, anouck Steenken, Peter van uhm, Sanabargh Zahedi, gertjan van der Ziel, lennart van der Ziel

Met dank aan de partners: linklaters (hoofdsponsor), aKD Prinsen van wijmen, allen & Overy, Boekel De nereé, Borsboom & hamm advocaten, Dla Piper, Kneppelhout & Korthals, loyens & loeff, nauta Dutilh, Ploum lodder Princen, Stibbe

Met dank aan de sponsoren: allen & Overy, Boekel De nereé, De Brauw Blackstone westbroek, Clifford Chance, Dla Piper, havenbedrijf rotterdam, Kennedy van der laan, Kneppelhout & Korthals, linklaters, Simmons & Simmons, gemeente rotterdam, van traa advocaten, Schipper noordam advocaten, Smallegange

Geachte lezer, Na de Tweede Wereldoorlog tekende de wereld haar vrede voor de laatste keer. Ruim vijf jaar lang was de wereld in twee delen verdeeld: de Asmogendheden, een alliantie waarvan de kern bestond uit Duitsland, Italië en Japan, tegenover de geallieerden, een alliantie waarvan de kern bestond uit Groot Brittannië, de Verenigde Staten en de Sovjet­Unie. Het grootste gewapende conflict van de twintigste eeuw eindigde met een overwinning aan de kant van de geallieerden. Tranen vloeiden echter aan beide kanten. Tijdens de Tweede Wereldoorlog vielen tussen de vijftig en zeventig miljoen doden. Het was de eerste en tot op heden de enige oorlog waarin kernwapens werden ingezet. Als grootste redenen van deze oorlog worden aangegeven: jodenhaat, macht en geld. Veel vragen kunnen naar aanleiding van dit onderwerp worden gesteld: Hoe ontwikkelt een conflict zich tot oorlog? Is oorlog de natuurlijke staat van de mens? Op kleine schaal bezien kun je diezelfde vragen stellen bij een conflict met de buurman of buurvrouw, op het werk of in de politiek. Overal om ons heen zijn conflicten, het ene conflict met meer impact dan het andere, maar het gaat stuk voor stuk om botsende meningen en belangen.

Marktbereik

De Hollandse manier van besluitvorming noemt men het consensusmodel, beter bekend als het poldermodel. Meningen en argumenten van verschillende partijen worden tegen elkaar afgewogen en de oplossing ligt in het midden. Het dagelijks leven laat in toenemende mate een tegengestelde tendens zien. Verharding van de maatschappij en onveiligheid zijn politieke kreten, die onlosmakelijk verbonden zijn met conflicten uit het dagelijks leven. Naar de rechter stappen is een veel gebruikte manier om een conflict te beslechten.

De Fiat Justitia wordt verspreid onder de leden van de Juridische Faculteitsvereniging rotterdam, studenten aan de Erasmus universiteit rotterdam (Eur), alsmede over de vakgroepen van de Faculteit der rechtsgeleerdheid van de Eur. Daarnaast vindt verspreiding plaats onder verscheidene advocatenkantoren.

Gelukkig zien we dat mediation, een ontwikkeling die is komen overwaaien vanuit de Verenigde Staten, terrein wint. Bij deze vorm van geschillenbeslechting proberen partijen, samen met een neutrale derde als bemiddelaar, tot een oplossing te komen. Op deze manier is de uitkomst voor beide partijen in bepaalde mate bevredigend. Met als bijkomend voordeel dat partijen nog door één deur kunnen. De buurman zal nog steeds op de koffie komen en de arbeidsrelatie met de baas is veranderd, maar niet verstoord.

wilt u adverteren in de Fiat Justitia? neem dan contact op met lennart van der Ziel (comextern@jfr.nl / 010 ­ 408 17 94)

Lidmaatschap of Abonnement het lidmaatschap van de JFr bedraagt 18,­ euro per jaar en geldt tot schriftelijke wederopzegging (vóór de maand augustus van het nieuwe collegejaar). Bij dit bedrag is voor studenten een lidmaatschap van een dispuut naar keuze inbegrepen. leden krijgen vijf keer per jaar de Fiat Justitia thuisgestuurd. Een abonnement staat ook open voor niet­studenten: door overmaking van 18,­ euro op bankrekening 50.15.50.666 ten name van JFr, Burgemeester Oudlaan 50, 3062 Pa in rotterdam. u krijgt de Fiat Justitia dan een jaar lang thuisgestuurd.

Concluderend kan ik zeggen: Geschillen zijn er overal om ons heen, maar de manier van omgaan met het conflict bepaald de uitkomst. Dit gezegd hebbende, rest mij niets anders dan u veel leesplezier te wensen met de eerste Fiat Justitia van dit collegejaar. Met vriendelijke groeten,

Fiat Justitia iSSn 1566­7375 niets uit deze opgave mag worden over­ genomen en/of worden vermenigvuldigd zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de redactie.

Jelte Stanic Voorzitter 47e bestuur der Juridische Faculteitsvereniging Rotterdam

7


E e n d a g u i t h et le ven van...

De notaris In deze rubriek loopt een redactielid van Fiat Justitia een dagje mee met een jurist. De klassieke juridische beroepen komen aan bod, maar ook beroepen die je niet na een rechtenstudie zou verwachten. Op deze manier willen we rechtenstudenten een kijkje in hun eigen toekomst bieden. Tekst: Caroline Vos

V

anwege problemen met het openbaar vervoer kom ik te laat aan bij het kantoor van ‘Moerland Notarissen’ in Brielle. Het is inmiddels iets over negen uur en de eerste bespreking van notaris Marja Moerland is al begonnen. Het betreft een transportakte, die door een notaris wordt opgemaakt bij de koop en verkoop van een woning en beter bekend staat als de akte van levering. Het is bepaald niet toevallig dat Marja juist nú veel met deze aktes van doen heeft: op de eerste dag van de maand wordt er traditioneel veel onroerend goed geleverd. Marja legt dan ook uit dat ik een vertekend beeld krijg; op andere dagen is haar werk afwisselender. Het passeren van de transportakte verliep volgens een vast stramien: in eerste instantie liep Marja samen met de koper en de verkoper de koopakte door. Omdat beide partijen de akte kenden – de koopovereenkomst was immers in een eerder stadium al bij de makelaar ondertekend – vatte zij de inhoud ervan in eigen woorden samen. Alleen bij onduidelijkheden gaf Marja extra toelichting. Als er geen vragen meer waren, werd de akte ondertekend: eerst door de verkoper, dan door de koper en ten slotte door Marja zelf. Voor de koper was dan het grote moment aangebroken: met de sleutels in zijn hand vertrok hij naar zijn nieuwe huis. In een aantal gevallen ging daar nog de afsluiting van een hypotheek aan vooraf. Het opstellen van deze akte verliep ongeveer op dezelfde wijze als bij de transportakte, met dien verstande dat uiteraard niet de verkoper tekent, maar een werknemer van de notaris die optreedt namens de bank. Hoewel Marja mij meermalen duidelijk heeft gemaakt dat haar werkzaamheden normaal gesproken veel meer divers zijn, vind ik het gebrek aan afwisseling vandaag helemaal niet zo erg. Ik heb nu immers een goed beeld gekregen van hoe zo’n transportakte wordt opgesteld en heb een klein beetje mogen ervaren hoe het is om een huis te kopen. Er is overigens geen reden voor het feit dat de eerste dag 8

Fiat Justitia november 2009

van de maand vol zit met transportaktes: “Als enige verklaring kan ik noemen dat het een gemakkelijke dag is om te onthouden”, aldus Marja. Na een aaneenschakeling van drie ondertekende transportaktes, is het inmiddels rond het middaguur en wordt het tijd voor een broodje. Ik loop met Marja mee naar de tweede verdieping. Boven aangekomen


gaan haar naaldhakken uit en schiet ze in d’r gemakkelijke slippers. Ineens is ze niet meer de strenge notaris, maar een echte moeder. Ik volg Marja naar de keuken van haar woning waar een hapje eten. Inderdaad, ze woont boven het kantoor. Ideaal! Tijdens het eten vertelde Marja dat de huidige recessie een grote impact op het notariaat heeft. Er zijn op dit moment weinig notarissen die goed draaien. De belangrijkste reden hiervoor is de ingestorte huizen­ markt. Maar volgens Marja trekt de huizen­markt heel langzaam weer een beetje aan en ze is dan ook optimistisch voor de nabije toekomst. Na het eten ruimt Marja snel de keuken op. Op de weg terug naar beneden gaan de naaldhakken aan en transformeert ze weer naar de nette notaris. De volgende bespreking staat pas om half twee gepland, dus ik benut de tijd om in de rest van het pand rond te kijken en kennis te maken met alle werknemers. “Een notaris heeft niet genoeg aan één secretaresse”, aldus Marja. Bij ‘Moerland Notarissen’ werken twaalf werknemers: een secretaresse die aan de balie zit en cliënten welkom heet, een boekhouder, twee juristen die gespecialiseerd zijn in nalaten­ schappen en de rest is ondersteunend personeel. De echtgenoot van Marja is ook werkzaam in het bedrijf; hij functioneert als een soort manager. Na mijn ronde door het pand laat Marja zien hoe ze aktes in het Kadaster inschrijft. Het Kadaster verzamelt gegevens over registergoederen in Nederland en houdt deze bij in openbare registers. Deze inschrijving is de laatste wettelijk vereiste handeling om de levering van het huis te voltooien. Deze handeling moet uiterlijk voor drie uur verricht zijn via een daarvoor bestemd computersysteem. Als dit op tijd gebeurd wordt het namelijk nog dezelfde dag behandeld. Als de volgende dag blijkt dat de inschrijving goed is verwerkt kan de notaris de koopsom aan de verkoper uitbetalen. Vlak voor drie uur wordt de laatste akte van de dag gepasseerd; Marja moet dus snel naar haar werkkamer gaan om ook deze akte nog op tijd in te schrijven. Hierna komt er een echtpaar bij de notaris langs om hun testament op te stellen. Bij het opstellen van het testament heeft Marja een adviserende taak, vertelt ze. Ik was mij er niet van bewust dat een notaris ook een adviserende taak had. Om te beginnen neemt Marja een leeg schrijfblok voor zich en vraagt wat het echtpaar in hun testament wil opnemen. De man vertelt dat ze één van hun kinderen willen onterven en dat hún geld vooral niet bij de partner van dat kind terecht mag komen. Marja legt uit dat hun kinderen

recht hebben op het legitieme gedeelte van de nalatenschap. Hun kind onterven heeft dus geen zin. Ze stelt voor om ook het kind waar ze ruzie mee hebben, een legaat (een deel van de nalatenschap, red.) na te laten dat gelijk is aan het legitieme gedeelte. Maar dan wel met een zogenaamde tweetrapsclausule: wat na overlijden van het kind overblijft van het legaat, moet direct naar zijn kind gaan. Op deze manier gaat de nalatenschap naar het kleinkind van het echtpaar en niet naar de partner van het kind. Het echtpaar vindt dit een goede oplossing en stemt hiermee in. Terwijl Marja de juridische constructie op papier zet, kijkt de man naar mij en zegt: “misschien weet zij hoe het moet, zij is nog vers” waarop Marja reageert: “nee, zelfs iemand die al tien jaar notaris is, vindt dit nog steeds moeilijk. Het is behoorlijk ingewikkeld wat u wilt… en ik ben nog best vers hoor!”. Dan is het alweer vijf uur en het kantoor gaat sluiten. Marja bekijkt de brieven die de secretaresse voor haar heeft opgesteld en ondertekent ze, of past ze aan. Vervolgens gaat ze haar ontvangen e-mails beant­ woor­den en is de dag ook voor haar bijna afgelopen. Twee werknemers vertrekken ondertussen en zij moeten dezelfde kant op als ik, dus ik mag met ze meerijden. De dag heeft ongeveer gebracht wat ik ervan verwacht had. De sfeer was ontspannen, hoewel ik deze dag gemerkt heb dat het in het notariaat hard werken is. Tussen de besprekingen door moet er nog van alles snel geregeld worden en overwerken is geen uitzondering. Langzamerhand werd mij ook duidelijk dat het notariaat bijna geheel het privaatrecht bestrijkt, waaronder de rechtsgebieden vastgoed, personen- en familierecht, nalatenschappen en ondernemingsrecht. Ten slotte vond ik het een beetje tegenvallen dat er niet één keer champagne gedronken werd bij het kopen van een huis. Maar ja, met zeven besprekingen op een dag zou dat misschien wat te veel worden…

Ook met de studie Nederlands recht aan de EUR kun je notaris worden. Extra vakken volgen is dan wel vereist. Het verschilt per universiteit, maar er moeten uit het tweede en derde jaar grofweg 60 punten aan notariële vakken gehaald worden. En dan moet je nog een notariële Master volgen. Hierna kun je aan de slag, maar de eerste zes jaar alleen als kandidaat-notaris. Dat houdt in dat je bijna alle taken hebt die een notaris heeft, maar dan draagt de notaris de verantwoordelijkheid. Hierna is het mogelijk om volwaardig notaris te worden.

Fiat Justitia november 2009

9


The Clifford Chance Academy. Leads you to the top. Hoogtestage, die verzorgd wordt door vooraanstaande

gevolgd, zul je ons niet horen zeggen. Maar als je een carrière

hoogleraren, partners van Clifford Chance en andere specialisten.

als advocaat ambieert moet de echte opleiding eigenlijk nog

Daarnaast word je getraind in diverse management- en

beginnen. The Clifford Chance Academy biedt je daarom alles

omgangsvaardigheden. Samen met collega’s van andere Clifford

wat je nodig hebt om op te klimmen naar de top van de internationale advocatuur. Clifford Chance is met meer dan 3800

A D V O C A ATS TA G I A I R S

Chance kantoren krijg je trainingen door heel Europa, bijvoorbeeld in Milaan of Madrid. Dat komt goed van pas bij de internationale projecten

advocaten en kantoren in 20 landen een van de meest

waaraan je werkt. Bovendien ervaar je de juridische expertise en

toonaangevende advocatenkantoren ter wereld. Binnen onze

best practices van Clifford Chance kantoren wereldwijd. Zodat je

organisatie staat de persoonlijke ontwikkeling van advocaten

over drie jaar vol kennis, ervaring én zelfvertrouwen de wereld

centraal. Daarom hebben we in 2000 ons eigen, internationale

van de internationale advocatuur kan betreden.

opleidingscentrum opgericht: de Academy. Als advocaat-stagiair

Ben jij (bijna) klaar met je rechtenstudie en wil je de absolute

verdiep je je bij de Academy verder in de relevante aspecten

top bereiken? Bel dan voor meer informatie met recruitment,

van het Nederlands recht. Bijvoorbeeld tijdens onze drieweekse

(020) 711 97 00, of kijk op www.ontdekcliffordchance.nl/academy.

WA A R L I G T J O U W G R E N S ?

Clifford Chance LLP

Dat je de afgelopen jaren voor niets een rechtenstudie hebt


interv i e w

Commandant der Strijdkrachten Peter van Uhm Open en benaderbaar

De Commandant der Strijdkrachten is de hoogste militair van defensie en daarmee de belangrijkste militaire adviseur van de regering. Dat blijkt onder meer uit het feit dat het kantoor van Peter van Uhm grenst aan dat van de minister. De generaal heeft een statige werkplek met een hoog plafond, een eikenhouten bureau en deftige schilderijen aan de strakke, witte muren. De vier sterren op zijn schouder verraden de zwaarte van zijn functie. Maar eenmaal in gesprek met Peter van Uhm blijkt hij bijzonder ontwapenend, toegankelijk en non-autoritair. Hij is een leider die zich zoveel mogelijk ‘op de werkvloer’ begeeft en altijd pal achter zijn manschappen staat: “Ik wil graag met mijn mensen spreken, zodat ze tegen de hoogste baas kunnen zeggen wat ze er van vinden.” Tekst: Tom van den Akker en Lorenzo Favetta

Uw interesse in het leger werd gewekt tijdens uw puberteit: verhalen over de Tweede Wereldoorlog zetten u aan het denken. Toen u zeventien was ging u naar de Koninklijke Militaire Academie in Breda. Wat waren uw drijfveren om bij het leger te gaan?

familie ons leed. Maar je hebt geen keus: je moet gewoon doorgaan. Het verdriet probeer ik voor mezelf en mijn gezin te houden, waarbij iedereen de

“Ik moet die

De gebeurtenissen rondom de Tweede Wereldoorlog spraken mij erg aan. Het feit dat Canadezen, Australiërs en Amerikanen bereid waren om te vechten voor de vrijheid van Europa maakte op mij als kind diepe indruk. Dan besef je dat het niet vanzelf­sprekend is om in vrijheid te leven, ook al lijkt dat soms wel zo te zijn. Ik wilde daar mijn bijdrage aan leveren. Daarnaast trokken bepaalde aspecten die verbonden zijn met het militaire beroep mij erg aan, zoals kameraad­schap, uitdaging en veel in de buiten­lucht zijn. Op 17 april 2008 werd u geïnstalleerd als Commandant der Strijdkrachten. Een dag na uw installatie kwam uw zoon in Afghanistan door een bermbom om het leven. Hoe bent u, als net geïnstalleerde Commandant der Strijdkrachten, met dit verlies omgegaan?

Het is een scenario dat geen enkele scriptschrijver kan bedenken. Het is onvoorstelbaar. Sommige mensen

thermometer erin kunnen stoppen om te weten hoe mijn mensen zich voelen”

denken dat een uniform het verlies minder zwaar maakt, maar onder dit uniform zit ook gewoon een vader die getrouwd is met de moeder van mijn zoon en dochter. Wij hebben als

ruimte krijgt om dat op zijn of haar eigen manier te verwerken. Uiteindelijk moest ik wel proberen om het – zo goed en zo kwaad als dat kan – los te maken van mijn functioneren. Dat deed ik door soms even van iedereen terug te stappen en me af te vragen of ik nog wel goed bezig was. Hierover heb ik met de mensen in mijn omgeving ook afspraken gemaakt. Maar uiteindelijk moet de Comman­ dant der Strijdkrachten de juiste besluiten nemen en dat mag niet worden beïnvloed door zijn persoon­ lijke drama. Fiat Justitia november 2009

11


Zijn uw drijfveren door deze tragische gebeurtenis veranderd?

Nee. Ook mijn zoon geloofde in wat de krijgsmacht doet, net als ik toentertijd en nu geloof ik daar nog steeds in. Het is een eer om leiding te mogen geven aan deze organisatie. Mijn drijfveren zijn zeker niet veranderd. Bij uw collega’s staat u bekend als een echte mensenman. Eigenschappen die bij uw naam worden genoemd zijn eerlijkheid, toegankelijkheid, empathisch vermogen en wars van spelletjes. Zijn dit de eigenschappen van een goede leider?

Nou het helpt in ieder geval! Wij zijn vanwege onze taakstelling en dage­ lijkse werkzaamheden een atypische organisatie, waarbij professionalisme en vertrouwen heel hoog in het vaandel staan. We moeten blindelings op elkaar kunnen vertrouwen. Hierbij zijn eigenschappen als eerlijkheid, inlevingsvermogen, duidelijkheid en op elkaar kunnen bouwen van groot belang. Als baas van de krijgsmacht moet dat in je genen zitten, anders kun je niet het goede voorbeeld geven. Ik ga heel vaak de werkvloer op, naar missiegebieden. Ik wil graag zelf met de mensen spreken, zodat ze tegen de hoogste baas kunnen zeggen wat ze ervan vinden. Dat is voor mij heel erg maatgevend; ik moet de thermometer erin kunnen stoppen om te weten hoe mijn mensen zich voelen. Hierin moet je ook bereid zijn kritiek te aanvaarden. Wij zijn een hiërarchische organisatie, dat moet ook, maar we staan op de momenten dat het wel kan open voor onze mensen. Wat zijn de taken van de Commandant der Strijdkrachten?

Ik ben ten eerste corporate operator van de verschillende krijgsmachten, dus de landmacht, luchtmacht, marine en marechaussee. Hierbij zorg ik dat alle eenheden gereed staan, aan training doen en in missiegebieden worden ingezet. Vervolgens ben ik ook corporate planner. We moeten kijken naar de toekomst van de krijgsmacht. Welke kant willen we op? Is de opleiding 12

Fiat Justitia november 2009

hiervoor nog voldoende en welke spullen hebben we daarvoor nodig? Daarnaast ben ik de belangrijkste militair adviseur van de bewindslieden. Op het Ministerie van Defensie zitten natuurlijk mensen die de krijgsmacht kennen, maar de Commandant der Strijdkrachten is op militair gebied dé adviseur van de minster en de staatssecretaris. Iedere ochtend om acht uur heb ik stafoverleg over de militaire operaties van de afgelopen en aankomende vierentwintig uur. Vervolgens loop ik naar de kamer van de minister (grenzend aan de kamer van de Commandant der Strijdkrachten, red.) en informeer hem en zijn ambtenaren over de gang van zaken. Na de val van de Berlijnse muur is de taak van het leger aan verandering onderhevig geweest. Hoe ziet u, als corporate planner, de nieuwe rol van het leger?

De krijgsmacht moet bijdragen aan de wereldstabiliteit, zodat de economie en het bedrijfsleven ongeschonden kunnen functioneren. Terrorisme, piraterij, wereldwijde drugshandel en falende staten zoals Afghanistan zijn voorbeelden van nieuwe bedreigingen die door het leger moeten worden bestreden. Uiteindelijk hoop ik dat wij niet meer achteraf de problemen oplossen, maar preventief te werk gaan. Op deze manier wordt geweld voorkomen, zijn standpunten tussen partijen nog niet verhard en is een oplossing sneller binnen handbereik. Wij hebben bijvoorbeeld in Burundi (Centraal-Afrika, red.) ruim veertig militairen die het lokale leger onder­ steunen bij het bouwen van betere kazernes en faciliteiten. Duurzame militaire faciliteiten leiden tot betere inzetbaarheid van de krijgsmacht. Daarnaast wordt de Burundese leger­leiding onderwezen in de rule of law. Wij leren ze aan welke inter­ nationale spelregels een krijgsmacht van de staat zich moet houden. Hierbij is het leger gehoorzaam aan zijn regering en een steun voor zijn bevolking. De Nederlandse krijgs­ macht opereert veel in het buitenland,

en als het daar beter gaat, profiteren we er in Nederland uiteindelijk ook van. De bijdrage aan de internationale rechts­ orde is door de regering verankerd in artikel 90 van de Grondwet. Hangt dat samen met deze nieuwe rol?

Wij mogen trots zijn dat we dit als land in onze grondwet hebben staan. Dat betekent dat de Nederlandse maat­ schappij hier veel waarde aan hecht. Het houdt in dat wij proberen de internationale rechtsorde te onder­ steunen door middel van diplomatie en economische middelen. Veel ministeries houden zich daar dan ook mee bezig. Tevens is de consequentie dat je bereid moet zijn de krijgsmacht exclusief in te zetten ter ondersteuning van de internationale rechtsorde, zoals in Afghanistan en Burundi. Als we kijken naar de rol die Nederland op dit moment in de internationale gemeen­ schap speelt en welke waarde Neder­ land hecht aan de Verenigde Naties, de NAVO en de Europese Unie, denk ik dat we artikel 90 van de Grondwet op dit moment uitstekend invullen. Het lijkt alsof de internationale gemeen­­schap Somalië gemakshalve vergeet, omdat bepaalde politieke belangen, zoals de aanwezigheid van grondstoffen, daar ontbreken. Dit in tegenstelling tot Afghanistan en Irak. Hoe kijkt u daar tegenaan?

Daar heb ik een andere mening over. De internationale gemeenschap weegt constant af waar moet worden opgetreden, waar dat ook daadwerke­ lijk kan en op welke manier dat dan moet gebeuren. In Somalië is momen­ teel AMISON (vredesmacht van de Afrikaanse Unie, red.) actief en zij worden gesteund door een VNmandaat. De piraterij voor de kust wordt door diverse westerse landen en landen zoals China en Japan bestreden. Daarnaast trainen de Fransen momen­ teel Somalische strijdkrachten in Djibouti en zet de internationale gemeenschap Somalië ook diplomatiek onder druk. Dus door middel van ontwikkelingshulp, diplomatie en militaire missies wordt geprobeerd de


problemen in Somalië op te lossen. De internationale gemeenschap streeft er naar dat de Afrikanen de problemen in Afrika zelf oplossen. Daarom speelt AMISON een belangrijke rol in deze kwestie. Op deze manier groeit op de lange termijn heel het continent naar een betere situatie. We zitten momenteel midden in een economische crisis, waardoor de werkloosheid in bijna alle sectoren groeit. Echter, defensie heeft geheel tegen de tendens in ruim zevenduizend vacatures openstaan. Wat zijn hiervan de oorzaken?

Niet iedereen is geschikt voor de krijgsmacht. Wij vragen veel van onze mensen: zowel fysiek als mentaal moet je goed in elkaar zitten. Het is niet voor niets dat de bekende reclamespotjes van de landmacht stellen: geschikt of ongeschikt. Dit geeft aan dat niet iedereen geschikt is voor de krijgs­ macht. We zien wel dat door de crisis minder militairen momenteel de krijgsmacht verlaten, omdat een baan op de burgerarbeidsmarkt moeilijk te vinden is. Daar komt bij dat er een toenemend enthousiasme is om de krijgsmacht in te gaan. We zijn daarom samenwerkingsverbanden met regionale opleidingscentra aangegaan, waarbij specifieke opleidingen worden aangeboden aan jongeren, die zo worden voorbereid op de uniform­ beroepen. Bij deze opleidingen vormen sportlessen een belangrijk onderdeel. Op deze manier komen de jongeren al op jonge leeftijd in aanraking met het

leger en de bijbehorende cultuur van discipline. Hierdoor zijn ze in staat om een bewustere keuze te maken om wel of niet het leger in te gaan. Dit traject is een succes en we gaan het daarom uitbreiden. Hiermee proberen we het aantal vacatures langzaam terug te brengen.

“De term Dutch Approach is niet door ons verzonnen en het doet andere collega’s tekort” Tijdens uw commandantschap werd de NAVO het eens over een nieuwe strategie voor Afghanistan. Kunt u vertellen wat deze strategie inhoudt?

Het kernpunt van de nieuwe strategie is focus op de bevolking. Nederland kende deze aanpak al; wij noemen het de drie D’s: defence, diplomacy en develop­ment. Hierbij is sprake van een geïntegreerde aanpak van de ministeries van Defensie, Buitenlandse Zaken en Ontwikkelingssamen­ werking. Nederland loopt wat dat betreft voorop, maar ook de Canadezen hanteerden deze aanpak al, dus de term Dutch Approach doet andere collega’s tekort. Maar niet alle in Afghanistan aanwezige landen hadden dezelfde strategie, en dat is nu

veranderd. Everybody is on the same sheet of paper, wat leidt tot utility of effort. We focussen ons allemaal op dezelfde doelen waardoor we beter en sneller stappen vooruit zullen maken. In heel Afghanistan is het de NAVO die zorg moet dragen voor ondersteuning van de autoriteiten, ontwikkeling en voor de veiligheid, middels het ISAFmandaat. De politie en het leger van Afghanistan worden bijvoorbeeld getraind. De UNAMA (United Nations Assistance Mission in Afghanistan, red.) is de hoofdverantwoordelijke op het gebied van governance, diplomacy en development. Zij coördineren het ontwikkelingswerk, ondersteunen de non-gouvernementele organisaties en proberen met de lokale overheden tot een beter bestuur te komen. Het uiteindelijke doel van de nieuwe strategie is om Afghanistan op eigen benen te laten staan, zowel bestuurlijk als qua veiligheid. Zoals u al zei, behelst de nieuwe strategie een verbeterde samen­ werking met de Afghaanse bevolking. Hoe is de relatie tussen de Nederlandse militairen en de bevolking in Uruzgan?

Ik denk dat deze relatie heel erg goed is. We proberen de bevolkingscentra zoveel mogelijk veiligheid te geven. Vervolgens gaan we met de lokale bevolking plannen maken voor de ontwikkeling van de lokale economie. Daarna voeren zij die plannen uit. Op deze manier zorgen we ervoor dat de mensen werk krijgen. We proberen de bevolking ook op het gebied van onderwijs, landbouw en geneeskunde te ondersteunen. Voor dit soort hulp zijn de Afghanen ons erg dankbaar. Zowel in Nederland als internationaal is er kritiek op deze missie. Oorlogs­ journalist Arnold Karskens stelt dat de Afghanen helemaal niet blij zijn met onze aanwezigheid. Wij vernietigen hun papaveroogst, schieten hun huizen kapot en verwonden of doden hun familieleden.

Laat ik vooropstellen dat elk verlies van een leven, of dat nu een militair of een burger is, er een te veel is. Ik heb Fiat Justitia november 2009

13


i n t e rv i ew respect voor de werkzaamheden van de heer Karskens, maar ik ben wel een andere mening toegedaan. Laten we vooropstellen dat in elke situatie mensen voor dan wel tegen kunnen zijn. Maar ik durf te stellen dat sinds de aanwezigheid van onze militairen in de provincie Uruzgan de situatie aanzien­ lijk is verbeterd. Iedereen kan daar nu beschikken over geneeskun­dige faciliteiten, kinderen gaan weer naar school, irrigatiekanalen zijn hersteld, de landbouw bloeit en elektriciteit is aanwezig. Iedere keer als ik in Afghanistan ben, zie ik vooruitgang: dat wordt ook bevestigd in de gesprek­ken die ik voer met de lokale bevolking. Ongetwijfeld balen sommige mensen ervan dat buitenlanders in hun land aanwezig zijn en inderdaad kunnen bij gevechten huizen worden beschadigd en dodelijke slachtoffers vallen. Maar we stellen alles in het werk om zo min mogelijk schade te veroorzaken en zo veel mogelijk slachtoffers te voor­ komen.

Door de extra troepen zien we een toename van dit soort aan­vallen. Onze manschappen zijn goed getraind en we zijn in staat om driekwart van de IED’s te vinden, voordat ze ontploffen. De Afghaanse bevolking is hier echter niet op getraind en zij worden dan ook het meest getroffen door de bermbom­ men. Daarnaast proberen we om de gehele keten in kaart te brengen: wie zorgt voor het geld om bermbommen te maken, te vervoeren en te plaatsen?

af, maar niet in het tempo dat wij graag zouden willen zien. Het is namelijk niet zo eenvoudig als het lijkt, want de kleine boer krijgt een lening van de Taliban om papaverzaad te kopen en te verbouwen. En om vervolgens zijn schuld af te betalen moet hij zijn oogst weer inleveren. Het is dus te simplis­ tisch gedacht om alle papavervelden af te branden, want dan kan de boer zijn lening niet afbetalen – en belangrijker nog – kan hij zijn gezin niet voeden.

Het geld van de Taliban wordt volgens een recent VN-rapport vooral verdiend binnen de papaverteelt. Op welke manier probeert het leger de drugshandel te bestrijden?

De aan de VN verbonden klachten­ commissie ECC heeft vastgesteld dat bij de afgelopen verkiezingen op grote schaal fraude is gepleegd. Maarliefst één op de vier stemmen is ongeldig verklaard. Wat vindt u hiervan?

In eerste instantie is de Afghaanse autoriteit verantwoordelijk voor het opsporen van de drugshandel. Wij geven voorlichting aan boeren, waarbij we alternatieven aandragen voor de papaverteelt. Hierbij moet gedacht worden aan het verbouwen van saffraan en het planten van amandel­bomen.

“De Afghaanse bevolking is hier niet op getraind en zij worden dan ook het meest getroffen door de bermbom” De bermbom is de grootste vijand van onze troepen in Afghanistan. In mei van dit jaar voorspelde u een toename van het aantal bermbomincidenten. Is deze voorspelling uitgekomen?

In het zuiden van Afghanistan zijn sinds mei van dit jaar twintigduizend extra troepen gelegerd. Deze voor­ namelijk Amerikaanse troepen zijn gebieden ingetrokken waar Afghaanse soldaten en ISAF-troepen voorheen niet konden komen. Dit leidt tot groot ongenoegen bij de Taliban. Zij willen deze gebieden weer terugveroveren, maar ze kunnen dit niet bewerk­ stelligen door een direct gevecht aan te gaan. Dat zullen ze altijd verliezen. Ze proberen ons dus door middel van hinderlagen en IED’s (Improvised Explosive Device, red.) te bestrijden. 14

Fiat Justitia november 2009

Overigens is de prijs voor tarwe gestegen, waardoor veel boeren al overstappen. De papaverteelt neemt dus

Laten we ten eerste vaststellen dat hier sprake is van westers ongeduld. U moet zich realiseren dat Afghanistan tot voorkort helemaal geen democratie kende. Vijf jaar geleden mocht voor het eerst gestemd worden. We moeten ons dus wel inleven in de situatie van dat land. Afghanistan kende een traditie waarbij warlords en stamoudsten het beleid maakten. Het centrale gezag kwam ook tot stand door dit soort overleg. De verkiezingen van afgelopen september waren de eerste stemronde die door de Afghaanse autoriteiten zélf zijn georganiseerd en waarbij de veiligheid werd gewaarborgd door de politie en het leger. Wij hebben hen daarbij ondersteund door bijvoorbeeld stembussen per helikopter te vervoe­


ren. Het is fantastisch dat ondanks de terreur van de Taliban heel veel mensen toch hebben gestemd. Wat betreft de corruptie is het vanwege het nepotisme (begunstigen van familie­leden, red.) moeilijk om daar een oordeel over te vellen. De Afghanen zijn opgegroeid met het idee altijd voor hun eigen familie of stam te zorgen. Het is dus heel begrijpelijk dat mensen stemmen volgens het advies van de stamoudste. De Tweede Kamer heeft een motie aangenomen waardoor Nederland in december 2010 vertrekt uit het zuiden van Afghanistan. Wat zijn de gevolgen voor deze regio wanneer Nederland vertrekt?

Het is een politiek besluit of wij wel of niet in Afghanistan blijven: daar ga ik als Commandant der Strijdkrachten niet over. Het moet wel volstrekt helder zijn dat de internationale gemeenschap voor een lange periode gecommitteerd is aan Afghanistan en dus ook aan de provincie Uruzgan. Wanneer wij vertrekken moet een ander land onze positie dus overnemen en dat is een probleem van de NAVO. Maar ook Nederland zal in Afghanistan betrok­ ken blijven, al is het maar via Buiten­ landse Zaken en Ontwikkelingsamen­ werking. Het is uiteindelijk aan de politiek of Nederland ook militair betrokken blijft. Wat vindt u van de berichtgeving in de Nederlandse media over de gebeurtenissen in Afghanistan?

De krijgsmacht is de afgelopen jaren een heel open organisatie geworden. Journalisten mogen embedded mee naar missiegebieden en als ze op eigen gelegenheid willen gaan is dat ook mogelijk. Wij geven niet alleen direct uitleg bij succesvolle missies, maar ook bij gemaakte fouten. Ieder mens kan nu eenmaal een fout maken. Een aantal journalisten hebben zich goed verdiept in de materie van de missie en zijn op de hoogte van onze werkzaamheden. Sommige journalisten zijn dit echter niet, maar doen toch aan menings­ vorming. De media moeten zich echter realiseren dat ze wel verantwoordelijk

“De berichten over muiterij binnen een peloton waren totaal uit de lucht gegrepen. Wij hebben vervolgens wel honderden telefoontjes gekregen van partners en ouders” zijn voor de effecten van hun bericht­ geving. Zo waren de berichten over muiterij binnen een peloton totaal uit de lucht gegrepen. Er zaten slechts een aantal commandanten niet goed in hun vel, waarop zij de beslissing hebben genomen op de compound te blijven. Wij hebben vervolgens wel honderden telefoontjes gekregen van partners en ouders. Muiten is ongeveer een doodzonde binnen de krijgsmacht. De betreffende journalist droeg hiervoor verantwoordelijkheid, want van muiterij was totaal geen sprake. Goed nieuws verkoopt nu eenmaal minder goed dan slecht nieuws, maar een journalist moet zich wel bewust zijn van de gevolgen. Hoe ziet u Afghanistan over tien jaar?

Afghanistan is een van de armste landen ter wereld. Over 10 jaar hebben we zeker vooruitgang geboekt. Het land kent dan een Afghaanse vorm van democratie, waarbij we echter niet het westerse ideaal moeten transporteren naar Afghanistan. Het leger en de politie zullen dan in staat zijn om de veiligheid te waarborgen, zodat de Afghaanse burger een normaal bestaan kan leiden: kinderen kunnen weer naar school en de mensen hebben toegang

tot medische zorg. Het is dus belang­ rijk dat de mensen toegang krijgen tot ogenschijnlijk de meest simpele zaken, want wat wij hier normaal vinden, is daar niet normaal. Ik ben van nature een optimist, maar we moeten ook realistisch blijven en Afghanistan de tijd geven. Ik ben er van overtuigd dat Afghanistan er over tien jaar beter aan toe zal zijn.

Over Peter van Uhm Peter van Uhm (15 juni 1955) meldde zich op zeventienjarige leeftijd bij de Koninklijke Militaire Academie in Breda. Na het afronden van zijn opleiding werd hij geplaatst bij het 48e Pantserinfanteriebataljon van de Landmacht. In 1983 werd hij uitgezonden naar Libanon; hij is toen bevorderd tot compagnies­comman­ dant. Na diverse tussenstops en bevorderingen werd hij in 2005 als luitenant-generaal benoemd tot Commandant der Landstrijdkrachten. Drie jaar later werd hij op zeventien april bevorderd tot generaal en benoemd tot Commandant der Strijdkrachten.

Fiat Justitia november 2009

15


Col u mn

Terrorismebestrijding in Afghanistan? Vaak wordt beweerd dat het optreden van de Amerikanen en hun bondgenoten in Afghanistan, waarvan de Nederlandse aanwezigheid aldaar een onderdeel vormt, van essentiële betekenis zou zijn voor de bestrijding van het terrorisme. Zo verklaarde de Afghaanse ambassadeur in Brussel, Humayun Tandar, op de Nederlandse televisie dat Nederland, door militairen naar Uruzgan te sturen, zou kunnen vermijden dat er bommen exploderen in de Rotterdamse en Amsterdamse metro. Wie daar even over nadenkt en zich afvraagt op welke wijze de meest geruchtmakende terroristische aanslagen van de laatste jaren zijn georganiseerd, zal zich direct realiseren dat dit de grootst mogelijke onzin is. Auteur: Maarten van Rossem

N

atuurlijk is het waar dat het Talibanregime aan Osama bin Laden in het verleden de gelegenheid heeft geboden in Afghanistan een omvangrijke organisatie op te bouwen die potentiële terroristen opleidde. Die organisatie is door de Amerikanen in het najaar van 2001 vernietigd. Dat Amerikaanse optreden was geheel terecht en internationaal gelegitimeerd. Jammer genoeg deden de Amerikanen hun werk zo incompetent dat Bin Laden en zijn belangrijkste medewerkers alsmede de top van de Taliban konden ontsnappen. Het zou echter een misvatting zijn te denken dat het internationale terrorisme afhankelijk was of is van het Al Qaida­netwerk in Afghanistan. Het is mogelijk dat de meest effectieve terroristische aanslag ooit, die op de Twin Towers en het Pentagon, in Afghanistan bedacht is, maar zeker is dat allerminst. Zeker is wel dat de voorbereidingen voor die aanslag zijn getroffen in Hamburg en op vliegscholen in de Verenigde Staten.

Aanvankelijk was na 11 september de veronderstelling dat Al Qaida een hecht georganiseerd bedrijf was, dat op korte termijn in staat moest worden geacht een reeks van enorme aanslagen te plegen, mogelijker­wijze zelfs met gestolen massavernietigingswapens. De meest apocalyptische voorspellingen deden de ronde. In de afgelopen jaren is daar zoals bekend niets van gebleken. Of Al Qaida ooit wel zo hecht georgani­seerd is geweest, is zeer de vraag. Nu menen deskundigen in ieder geval dat Al Qaida een heel andere rol vervult. Al Qaida en zijn charismatische leider worden veel meer gezien als een bron van radicale ideologische inspiratie. In de gehele islamitische wereld beschouwen radicale jongeren de bebaarde holbewoner als hun messias in de strijd tegen het verdorven westen. Aan deze nieuwe ideologische dynamiek heeft de volkomen overbodige Amerikaanse interventie in Irak een hoogst ongelukkige bijdrage geleverd.

Maarten van Rossem Historicus, columnist en schrijver

De terroristische aanslagen die sinds 11 september 2001 zijn gepleegd, waren zeker geïnspireerd door Al Qaida, maar de organisatorische betrokkenheid van Al Qaida bij die aanslagen was op zijn minst onduidelijk. Plaatselijk initiatief schijnt op zijn minst een even belangrijke rol te hebben gespeeld. Hoewel er bij de diverse aanslagen op Bali, in Madrid en in Londen honderden slachtoffers zijn gevallen, was de techniek die bij deze aanslagen werd gebruikt simpel. Iedereen met enige handigheid en scheikundige kennis kon de gebruikte bommen vervaardigen. De zelfmoord­aanslagen werden uitgevoerd door jonge mannen die ter plaatse waren geboren of in ieder geval daar al jaren hadden gewoond. Al met al een volkomen ander scenario dan ons in de nasleep van 9/11 was voor­gehouden; het waren bepaald geen superieure, hoog opgeleide terroristen met hightechapparatuur. Deze hele ontwikkeling heeft zowel positieve als negatieve consequenties. De lokale terroristen met hun in huisvlijt vervaardigde apparatuur kunnen weliswaar aanzienlijke schade aanrichten, maar hun activiteiten vormen geen wezenlijke bedreiging voor onze samenleving, zoals de aanvankelijk verwachte, centraal geleide superterroristen wel zouden hebben gedaan. De bestrijding van het lokale terrorisme is echter beduidend lastiger. Militair optreden in Afghanistan, laat staan in Irak, levert geen enkele bijdrage aan de bestrijding van het terrorisme zoals zich dat de afgelopen jaren heeft ontwikkeld. Als wij het terroristische gevaar willen bestrijden kunnen wij ons geld beter besteden aan een effectievere opsporing van radicaal-islamitische jongeren in Nederland, liefst goed gecoördineerd in Europees verband, dan aan militair optreden in Afghanistan.

Fiat Justitia november 2009

17


a rt ike l

In Pyongyang en Teheran ziet men oorlog als verlossing

De schijnbaar irrationele bedreiging van ons bestaan “This is the way the world ends / This is the way the world ends / Not with a bang but a whimper” – T.S. Elliot, The Hollow Men. Met het einde van de economische crisis eindelijk in zicht, ziet de toekomst er op het eerste gezicht rooskleurig uit. Aan de horizon doemen echter nieuwe en zeer concrete dreigingen op. Met nucleaire en ballistische wapensystemen uitgeruste actoren maken zich op voor de totale confrontatie met het arrogante westen, waarbij zij het risico van hun eigen ondergang niet lijken te vrezen. Maar het westen lijkt te slapen. Auteur: Wim Kortenoeven

V

oor veel westerlingen is 1989 de belangrijkste cesuur in de moderne geschiedenis. In dat jaar werd immers, met een cascade van dramatische gebeurtenissen, het einde ingeluid van de Koude Oorlog. Dat volledig seculiere conflict, tussen twee rationeel handelende machtsblokken die waren geworteld in de oorspronk­ lijk Europese ideologieën van het liberalisme en het communisme, had de gehele wereld vanaf 1945 in zijn greep gehouden. Er bestond toen al wel een andere ‘universeel toepasbare’ ideologie, de politieke islam, maar deze kon zich nog niet mondiaal manifesteren. In januari 1989 trok de communis­ tische Sovjet-Unie, na een bloedige militaire interventie van negen jaar, haar feitelijk verslagen strijdkrachten terug uit het aangrenzende soen­ nitisch-islamitische Afghanistan. Het radicaal-islamitische anti-Russische verzet in dat land was langdurig door de VS gesteund. De smadelijke aftocht van de Sovjets lijkt op de eerste vallende steen van een geopolitiek dominospel. In juni 1989 kwam er een einde aan het communistische regime in Polen, in oktober gebeurde dat in Hongarije en een maand later in Oost-Duitsland. Ook Tsjecho18

Fiat Justitia november 2009

Slowakije, Bulgarije en Roemenië herwonnen in 1989 de vrijheid. Minder dan twee jaar daarna was de SovjetUnie opgeheven, was het Warschau­ pact buiten werking en de Koude Oorlog definitief voorbij. Het vallen van de Berlijnse Muur, op 9 november 1989, was zonder twijfel het krach­ tigste symbool van deze cesuur, een grandioos teken van hoop op duur­ zame vrede en wereldwijde inter­ nationale stabiliteit. Geënt op de in 1989 alom in het westen heersende sfeer van optimisme schreef de Amerikaanse filosoof Francis Fukuyama nog datzelfde jaar zijn geruchtmakende essay The End of History? (in 1992 uitgewerkt in boekvorm onder de titel The End of History and the Last Man). Daarin betoogde hij dat “de triomf van het westen, van het westerse idee” van de liberale democratie, het eindstadium van de sociaal-politieke menselijke ontwikkeling vertegenwoordigde: “What we may be witnessing is not just the end of the Cold War, or the passing of a particular period of post-war history, but the end of history as such: that is, the end point of mankind’s ideological evolution and the univer­ salization of Western liberal democracy as the final form of human govern­ ment.” Fukuyama, en hij was niet de

Wim Kortenoeven

enige, onderschatte echter de (veer) kracht van niet-westerse culturen en de in de Derde Wereld levende frustraties over de dominantie en arrogantie van het seculiere westen. Hij negeerde bovendien de overlevings­kracht van de autarkische ‘low-tech’-dictatuur Noord-Korea, een als irrationele actor te typeren staat die nu als kernwapen­ macht een dodelijke bedreiging vormt, niet alleen voor zijn directe omgeving – Japan en Zuid-Korea – maar voor de gehele wereld. Noord-Korea wordt al sinds 1948 geleid door een dynastie van Koreaanse


‘Dokter No’s’, die men op basis van de anamnese van vooraanstaande psychologen – zoals de Amerikaanse dr. Gerald Post – als gecertificeerde psychopaten kan typeren. Het regime van Kim Jung II zal er geen probleem mee hebben het overleven van de eigen bevolking in de waagschaal te stellen, in een megalomane poging het westen een dodelijke klap toe te brengen. Fukuyama zag ook niet in dat er in 1989 een gevaarlijk vacuüm was ontstaan, waarin de explosieve combinatie van politiek en religie een nieuwe en mondiale rol zou gaan opeisen, met de strategisch gelegen islamistische olie- en gasgigant Iran als hoofdrolspeler.

De MAD-paradox De optimistische school van Fukuyama had ongelijk en is ook in historisch opzicht kortzichtig (gebleven). Er is immers veel voor te zeggen om de historische cesuur in de moderne geschiedenis tien jaar eerder dan in 1989 te plaatsen. In 1979 was in ‘oost’ en ‘west’ al een concreet uitzicht gevestigd op een einde van de Koude Oorlog, toen Amerikaanse en Russische onderhandelaars afspraken maakten over het beëindigen van de nucleaire wapenwedloop. De resulta­ten van de tweede ronde van de Strategic Arms Limitation Talks (SALT) werden op 18 juni 1979 ceremonieel bekrachtigd door de Sovjet-Russische president Leonid Brezjnev en zijn Amerikaanse ambtsgenoot Jimmy Carter. De SALTonderhandelingen waren het directe uitvloeisel van de detente tussen de VS en de Sovjet-Unie en van de wederzijdse wens om de kansen op een voor iedereen fatale oorlog te verkleinen. Paradoxaal genoeg was juist het risico van gegarandeerde wederzijdse vernietiging – Mutual Assured Destruction (MAD) – tientallen jaren het centrale onderdeel geweest van het mechanisme om een (nucleaire) oorlog tussen de groot­machten en hun satellieten te voor­komen. MAD was gebaseerd op de zekerheid dat de met nucleaire wapens aangevallen conflictpartij altijd zou kunnen beschikken over voldoende

‘second strike capability’ (in de vorm van atoombombestendige raketsilo’s en met kernraketten uitgeruste onderzeeboten) om de agressor en diens bondgenoten tevens te kunnen vernietigen. Van cruciaal belang in de vrede-garanderende MAD-doctrine was het handhaven van de ‘credible threat’: het door beide partijen aannemelijk maken dat men niet alleen kán, maar als puntje bij paaltje komt, ook daad­ werkelijk en doeltreffend zál terugslaan met massavernietigings­wapens.

Ontwaken van de islamitische reus Eveneens in 1979 vonden in CentraalAzië twee ontwikkelingen plaats die lang als lokaal getypeerd konden worden, maar die men al voor de rampen van 9/11 kon duiden als cruciale componenten van een nieuwe mondiale tegenstelling: die tussen enerzijds de politieke islam (met zowel de soennitische als de sji’itische varianten daarvan) en anderzijds de rest van de wereld, waarbij het seculiere westen, inclusief Israël, van meet af aan in de frontlinie staan. In februari 1979 was het sji’itische Iran het toneel van een aardverschuivende machtswisseling. Daarbij werd het prowesterse (en met Israël op goede voet staande) seculiere regime van de naar het buitenland uitgeweken Sjah Mohammed Reza Pahlavi vervangen door een theocratisch bewind onder leiding van de uit ballingschap teruggekeerde Ayatollah Ruhollah

Khomeini. Het nieuwe Iraanse leider­schap werd (en wordt) in ideologisch opzicht gedomineerd door de ‘Twaalvers’, de belangrijke stroming binnen de sji’itische islam. Centraal geloofspunt van de Twaalvers is apocalyptisch van aard en betreft het in de eindtijd (en het zittende Iraanse regime denkt dat wij in die tijd leven) terugkeren van de mysterieuze Imam Mahdi, waarover hieronder meer. De Iraanse ‘islamitische revolutie’ keerde zich vrijwel onmiddellijk tegen de belangen van de Verenigde Staten, die door Khomeini werden betiteld als ‘de Grote Satan’, en die van Israël, ‘de Kleine Satan’. In november 1979 werd de Amerikaanse ambassade in Teheran door islamitische ‘demonstranten’ overvallen en begon een gijzeling van het personeel die ruim een jaar zou duren. De Israëlische ambassade in de Iraanse hoofdstad werd door het nieuwe regime in handen gegeven van de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie PLO. Buiten Iran werd de islamitische revolutie in eerste instantie vooral vormgegeven op het grondgebied van Libanon, waar in 1982 met Iraanse assistentie de sji’itische Hezbollah­ beweging werd opgericht. Hezbollah keerde zich niet alleen tegen Israël maar ook – met (mega-)bomaanslagen en gerichte ontvoeringen – tegen de belangen van westerse staten, met name de VS en Frankrijk, in Libanon en daarbuiten. Terwijl de Amerikanen eind 1979 hun Fiat Justitia november 2009

19


a rt ike l handen vol hadden aan de dramatische gebeurtenissen in Teheran, probeerden de Russen een andere (soennitische) islamitische revolutie de kop in te drukken. Die revolutie was een jaar eerder uitgebroken in het aan zowel de Sovjet-Unie als Iran grenzende Afghanistan, waar een aan Moskou loyaal seculier regime de dienst uitmaakte. De Russische militaire interventie die tijdens de kerstdagen van 1979 begon, zou uiteindelijk negen jaar duren en het leven kosten aan een miljoen Afghanen en vijftienduizend Russen. De Russen hebben de Afghaanse jihadisten er ondanks de onevenwichtige ‘bodycount’ niet onder gekregen en in een bizarre wending van het lot hebben de Amerikanen en hun bondgenoten later het Afghaanse stokje van de Russen moeten over­nemen. De Russen intussen hebben, om economische (olievoorziening) en geopolitieke redenen, een brug geslagen met het Iraanse regime. Onderdeel daarvan vormt het bieden

onverwoestbare islamitische dogma’s. Die ambities en dogma’s worden openlijk uitgedragen en aan de eigen bevolking opgedrongen. In het Iraanse schoolboek De Islamitische Visie wordt scholieren bijvoorbeeld voorgehouden: “De vestiging van de islamitische heerschappij is een van de meest fundamentele en elementaire islamitische doelstellingen”. En in het schoolboek Islamitische Cultuur en Religieuze Instructie kan men lezen: “De vrijdagimam geeft zijn preek terwijl hij naast een vuurwapen staat. Weten jullie waarom? Om te benadrukken dat de islamitische samenleving onder alle omstandigheden op de strijd voorbereid moet zijn. Hij houdt zijn wapen gereed en leunt er tegenaan om te benadrukken dat hij altijd gereed is om de jihad te voeren, teneinde ‘de goddelijke wensen’ te realiseren die gericht zijn tegen de afvalligen, de ongelovigen en de hypocrieten, die het woord van de waarheid niet accepteren (…)”

“De vrijdagimam geeft zijn preek terwijl hij naast een vuurwapen staat. Weten jullie waarom? Om te benadrukken dat de islamitische samenleving onder alle omstandigheden op de strijd voorbereid moet zijn” van assistentie aan de ‘civiele’ compo­ nenten van het Iraanse nucleaire programma. Er is geen twijfel meer over dat Teheran dat programma gebruikt voor de ontwikkeling van kernwapens; op dat punt en waar het gaat om de ontwikkeling en productie van overbrengingssystemen gesteund door Noord-Korea. Het feit dat Moskou in het tegengaan hiervan niet met het westen meeloopt is bizar, omdat de door Teheran beoogde islamitische wereldrevolutie beslist niet aan de grenzen met Rusland zal ophouden.

Wereldwijde ambities Uiteindelijk zijn de Iraanse ambities wereldomvattend en geworteld in 20

Fiat Justitia november 2009

In deze en vele tientallen andere passages in Iraanse schoolboeken klinkt de echo van een gezaghebbend leerstuk uit 1942 van Ayatollah Khomeini: “Zij die de jihad bestuderen, zullen begrijpen waarom de islam de gehele wereld wil veroveren. (…) Zij die niets van de islam weten, beweren dat de islam zich tegen oorlog uitspreekt. (…) De islam zegt: dood alle ongelovigen (...). Al het goede in de wereld bestaat dankzij het zwaard en de schaduw van het zwaard. (…) Het zwaard is de sleutel tot het paradijs dat alleen voor de heilige strijders kan worden geopend.” Er bestaan honderden koranverzen en hadiths (uitspraken van en over

islamstichter Mohammed) die de moslims oproepen om de oorlog te waarderen en om te strijden. Het gaat hier niet om de woorden van een irrationele religieuze fanaticus, maar om een door het Iraanse politieke en militaire establishment gedragen opvatting. De Iraanse president Mahmoud Ahmadinejad meent dat de islamitische wereldheerschappij aanstaande is en dat Iran een sleutelrol zal vervullen bij de vestiging daarvan. Volgens de leer van de Twaalvers moet de wereld echter eerst in een staat van volkomen chaos komen te verkeren. Vervolgens moet de islamitische Messias (terug)komen, Imam Mahdi, die volgens de traditie van de Twaalvers in de negende eeuw in een Iraanse waterput verdwenen is. Hij zal wereld­ wijd met geweld de islam opleggen en daarbij naar verluidt een derde van de mensheid ombrengen. Ook de (weder) komst van Mahdi werd door Ahmadinejad meerdere malen in bijeenkomsten van de Algemene Vergadering van de VN aangekondigd. In onze rationele westerse wereld wordt de bizarre eindtijdvisie van Ahmadinejad c.s. door weinigen serieus genomen. In de tussentijd bereidt het regime in Teheran zich echter serieus voor om de chaos te creëren die voor de (weder)komst van Mahdi noodzakelijk is.

EMP-wapens Ondanks tegenstand van vrijwel de gehele internationale gemeenschap ontwikkelt Iran, in samenwerking met Noord-Korea, in snel tempo atoom­ wapens en raketten om die te lanceren. Deze wapensystemen kunnen niet alleen gebruikt worden om daadwerke­ lijk doelen te bombar­deren, maar ook om complete samenlevingen door middel van een ‘elektromagne­tische puls’ (EMP) uit te schakelen. Met regelmaat hebben Iraanse leiders verklaard dat klassieke nucleaire vernieti­gingsscenario’s zich niet verhouden met de islamitische morele principes. Daarin heeft EMP echter wel een plaats, omdat het indirect werkt.


sie. Twee kern­wapens die vanaf zee nabij het grond­gebied van de VS worden gelanceerd en op slechts enkele honderden kilometers hoogte worden gedetoneerd, zouden hetzelfde effect hebben. Vanwege het uitvallen van vrijwel alle vervoersmid­delen en nutsvoorzieningen zouden daarna honderden miljoenen Amerikanen door honger, dorst, ziekte en kou omkomen.

Testen in Kaspische Zee

Terminal High Altitude Area Defense (THAAD)

Het fenomeen kan worden veroorzaakt door een kern­wapen hoog in de lucht boven het doelgebied te laten ontplof­ fen. De daarbij vrijkomende elektro­ magneti­sche straling vernietigt geen structuren of mensen maar wel alle onbeschermde elektronica die zich ‘in het zicht’ van de ontploffing bevindt. Hoe hoger de ontploffing, des te groter het getroffen gebied. Een op 400 kilo­ meter hoogte boven het centrale deel van de Verenigde Staten ontplof­fend kernwapen veroorzaakt een destructieve EMP in de gehele VS. Volgens Amerikaanse deskundigen zou het hele

“Het enige geluid dat men dan zal horen is dat van neerstortende vliegtuigen” land bij zo’n aanval in technolo­gisch opzicht in de achttiende eeuw worden teruggeworpen en militair weerloos worden. Alles valt stil. “Het enige geluid dat men dan zal horen is dat van neer­­stortende vliegtuigen”, concludeert een Amerikaanse onderzoeks­commis­

Risicoanalisten hebben ervoor gewaar­ schuwd, in september nog tijdens een speciale EMP-conferentie in het Amerikaanse Niagara Falls, dat vrijwel niets is ondernomen om de Amerikaanse en Europese samen­ levingen tegen een EMP-aanval te beschermen, ondanks het feit dat zo’n aanval steeds realistischer is geworden. Naast Noord-Korea wordt Iran daarbij als potentiële dader genoemd. In de afgelopen jaren heeft de Iraanse marine op de Kaspische Zee meerdere testen uitgevoerd met het van vracht­ schepen afvuren van ballistische raketten, die vervolgens op het hoogte­punt van hun baan tot ontplof­ fing werden gebracht. Volgens defensiedeskundigen betrof het testen voor EMP-wapens en zou Iran ook kunnen besluiten deze door terroris­ tische organisaties te laten inzetten. De inmiddels wereldwijd over steun­ punten beschikkende Hezbollah­ beweging is daarbij genoemd. Nodig zijn enkele vrachtschepen, primitieve scudraketten en eenvoudige kern­ wapens. Een doeltreffende raket­ verdediging tegen deze dreiging verkeert nog in de experimentele fase. Militaire en politieke kopstukken van het Iraanse regime steken intussen hun apocalyptische agenda niet onder stoelen of banken. Zij hebben zich zelfs bereid verklaard in de strijd tegen de ‘ongelovigen’ het grootste deel van hun eigen bevolking op te offeren. Dan gaat de oude vertrouwde MAD-doctrine niet meer op. Ook het zekerstellen van de ‘credible threat’ heeft bij een dergelijke tegenstander geen zin. Toelaten dat zo’n niets en niemand

ontziend regime kan beschikken over atoomwapens – zoals in Noord-Korea is gebeurd – lijkt vergelijkbaar met toelaten dat een psychopaat een machinegeweer aanschaft. Maar de vergelijking gaat niet helemaal op. Het sji’itische regime in Iran is immers geen irrationele actor en Ahmadinejad is geen psychopaat. Het is feitelijk nog erger; immers, in hun eigen ogen handelen deze lieden volstrekt rationeel. Wij kunnen daar niet bij; we kunnen ons niet verplaatsen in het volkomen nihilisme van deze poten­ tiële plegers van een continentale genocide, een nihilisme dat hier samengaat met de onheilspellende woorden van T.S. Elliot. Na jaren vruchteloos onderhandelen met de opvolgers van Khomeini – en na evenveel jaren tijdrekken van Iraanse kant – lijkt het moment dichtbij dat het op een apocalyptische koers varende Iran zich, net als zijn onwaarschijnlijke (want verklaard atheïstische) bond­ genoot Noord-Korea (dat eenzelfde tactiek gebruikte), een kernwapen­ mogendheid verklaart. Daarmee zullen Ying en Yang zich in hun meest destructieve formatie manifesteren. Niet alleen Israël en de VS zullen dan in dodelijk gevaar komen te verkeren. Ook wij!

Over Wim Kortenoeven Wim R.F. Kortenoeven is MiddenOostenspecialist en sinds 2000 als researcher/redacteur verbonden aan het Centrum voor Informatie en Documentatie Israël (CIDI). Hij houdt zich al decennia intensief bezig met politieke vraagstukken met betrek­ king tot het Midden-Oosten en met de geschiedenis van het jodendom. In dat kader schrijft hij achtergrond­ analyses, interviews en reportages over het Midden-Oosten en de joodse wereld, onder andere in de maand­ krant IsraelAktueel. Daarnaast is hij als docent verbonden aan onder meer het Joods Educatief Centrum Crescas.

Fiat Justitia november 2009

21


i n t e rv i ew

Hans van Baalen Het creëren van eenheid

Een europarlementariër die leeft als een nomade. Een man die zijn liberale normen verdedigt in Brussel, Londen, Straatsburg en Den Haag. “Ik ben gekozen door de Nederlandse kiezer; dus bij alles waarover ik een beslissing moet nemen, houd ik rekening met het effect op Nederland.” Tien jaar lang hield hij zich met veel passie en overgave bezig met veiligheid, defensie en buitenlandse zaken voor de VVD in de Tweede Kamer. Tijdens een korte tussenstop in Den Haag, alvorens Hans van Baalen weer naar Brussel moest reizen, kreeg Fiat Justitia de mogelijkheid deze kersverse VVD-delegatieleider in het Europees Parlement een aantal prangende vragen voor te leggen over Europa, het Midden-Oosten en de falende missie in Afghanistan. Tekst: Wiebe de Boer en Lorenzo Favetta

Tijdens uw studententijd was u een periode voorzitter van de aan studentenvereniging Minerva verbon­ den studentenweerbaarheid Pro Patria. Wat hield deze gelegenheids­ gevechtseenheid in?

Toen in 1830 de Zuidelijke Neder­landen zich afscheidden, kende Nederland nog geen leger. Daarom deed de koning een beroep op maatschappe­ lijke groeperingen om tot het leger toe te treden. In studenten­steden waren er studenten die hun eigen groepen oprichtten en die door de koning onder het normale leger werden gebracht: de studenten­weerbaarheden. In de Tweede Wereldoorlog gingen veel van

U zit momenteel als VVD-delegatie­ leider in het Europees Parlement. Wat zijn de dagelijkse werkzaamheden van een europarlementariër?

Je hebt in het Europees Parlement verschillende fracties, waaronder die van de liberalen, de christendemocraten, De Groenen en de sociaaldemocraten. Het grote probleem is dat deze fracties geen eenheid vormen, ondanks de grote interne druk die er op dit gebied bestaat. Als VVD hebben wij binnen de liberale fractie van het Europees Parlement veel minder te zeggen dan op landelijk niveau. Ik ben daarom veel tijd kwijt om mijn ideeën over defensie, buitenlandse zaken en

“De troepen hebben een periode van recuperatie nodig en dat betekent dat wij per eind 2010 moeten U studeerde rechten in Leiden. Wat was de reden om voor deze studie te kiezen?

De hoofdreden was dat de rechten­ studie veel mogelijkheden biedt. Los van de juridische beroepen die je later kunt uitoefenen, leer je logisch denken en sluitend formuleren. Ook als je niets in het recht gaat doen, komt de studie dus goed van pas. Ik ben afgestudeerd in Nederlands recht en Internationaal recht, waaronder Europees recht. Als lid van het Europees Parlement heb ik dus veel baat bij mijn studie­achtergrond. 22

Fiat Justitia november 2009

vertrekken uit Uruzgan” deze studenten bij het verzet. Tegen­ woordig is Pro Patria een belang­ stellings­­vereniging om te herdenken dat de Leidse studenten hun vader­ landse inzet toonden. Een leuke bijkomstigheid was het jaarlijkse bezoek aan Paleis Soestdijk. Prins Bernhard was toentertijd beschermheer van de vereniging en één keer per jaar waren wij bij hem te gast.

industrie ingang te doen vinden bij mijn liberale collega’s en zodoende zo veel mogelijk fractieleden achter mij te krijgen. Daarnaast moet ik natuurlijk contacten onderhouden met de achterban: de VVD-fractie in de Eerste en Tweede Kamer, maar ook met de burgers. Hierbij is de grootste handicap dat er geen directe band is met de burgers. Die komt er ook niet,


want er is immers geen Europese burger. Ik ben gekozen door de Nederlandse kiezer, dus bij alles waar­over ik een beslissing moet nemen, houd ik rekening met het effect op Nederland. Voor de VVD en voor Nederland als handelsnatie is vooral de interne markt van belang; maar ook op het gebied van veiligheid zullen we meer moeten samenwerken. U bent een voorstander van de herinvoering van de dienstplicht. Wat zijn uw beweegredenen hiervoor?

Ik vind dat het verdedigen van je land niet iets is dat je alleen maar kunt uitbesteden. De verdediging is voor iedereen van belang; dus moet ook iedereen daar een rol in vervullen, met name om te voorkomen dat de krijgs­ macht en de samenleving uit elkaar groeien. Tegenwoordig is dat veel lastiger, omdat het soldatenberoep heel gecompliceerd is geworden en soldaten niet meer in een paar maanden tijd kunnen worden opgeleid. Mijn voorstel is dan ook om van een dienstplicht naar een dienstrecht te gaan. Dit betekent dat je niet wordt aangewezen, maar dat er een mogelijk­ heid tot dienst gecreëerd wordt, bijvoorbeeld voor studenten die na hun studie voor anderhalf of twee jaar het leger in willen. U bent een groot pleitbezorger voor een sterke krijgsmacht. Wat vindt u van één groot Europees leger?

dan moet de Tweede Kamer de moge­lijk­heid hebben om aan deze missie al dan niet troepen ter beschikking te stellen. De NAVO heeft nooit één leger of één Minister van Defensie gekend; het is een coalitie en dat kan op Europees niveau ook. Het Nederlandse leger is zo getraind en werkt zoveel samen met andere troepen in de NAVO en Europese Unie, dat we gemakkelijk een gezamenlijke missie met onze bondgenoten kunnen uitvoeren.

“Het verdedigen van je land telt voor iedereen, dus iedereen moet daar een rol in vervullen” De parlementaire werkgroep NATO Response Force heeft in 2006 onder uw leiding een aanbeveling gedaan om de positie van de Tweede Kamer bij besluiten van de regering over het uitzenden van troepen grondwettelijk te verankeren. Hoe staat het met deze aanbeveling?

Dat was in de vorige parlementaire periode en alle vertegenwoordigde partijen waren op dat moment vóór de

aanbeveling. Dat kwam doordat de regering bij de eerste uitzending naar Uruzgan deed alsof instemming van de Tweede Kamer meer een voorrecht was dan een vereiste. Maar het sturen van troepen is een dermate ingrijpende gebeurtenis – het gaat immers om mensenlevens – dat de instemmings­ vereiste van de Tweede Kamer naar mijn idee beter in de grondwet vastgelegd kan worden. De nieuwe regeringscoalitie heeft het eerder gegeven standpunt inmiddels echter opgegeven, waardoor een kamer­ meerder­heid ver weg lijkt. Ik hoop dat de kamerfracties van de ChristenUnie, de PvdA en het CDA toch instemmen met de grondwetswijziging. Dan is de Tweede Kamer tenminste écht een leeuw, in plaats van een mak lam. Stel dat het voorstel wordt aangenomen en u, als lid van de Tweede Kamer, zou moeten stemmen over Nederlandse militaire steun voor een inval in Iran. Wat zou u stemmen?

De kans is zeer groot dat ik vóór Nederlandse militaire steun zou kiezen. Ik vind de Iraanse kernwapens een bedreiging. Niet alleen voor Israël, maar voor de gehele wereldvrede. Het gebruik van geweld is natuurlijk wel de laatste optie. Het betekent ook niet dat we een totale invasie moeten plegen. We zouden bijvoorbeeld havens in quarantaine kunnen leggen. Het uitdelen van speldenprikken kan ook

Ik heb altijd gezegd dat het Nederlandse parlement het laatste woord moet hebben over uitzending van onze militairen. Dat is geen taak van het Europees Parlement. Men moet dus ook niet streven naar een Europees leger. Ik ben wel voor nauwe defensie­ samenwerking op Europees niveau. Als de NAVO bijvoorbeeld geen overeen­ stemming bereikt over een bepaalde missie, dan moet de Europese Unie wél de mogelijkheid hebben om troepen bij elkaar te krijgen en ergens in te grijpen. Bij de NAVO stelt Nederland slechts troepen ter beschikking en als de NAVO op een bepaald moment beslist om naar Afghanistan te gaan,

Fiat Justitia november 2009

23


i n t e rv i ew zeer nuttig zijn. Dat zijn allemaal mogelijkheden, maar ik wil niets uitsluiten, ook niet mijn stem voor militaire steun. U vindt het geoorloofd om van terrorisme verdachte gevangenen onder fysieke druk te zetten. Wat vindt u van de ondervragingstechnieken die in Guantanamo Bay worden gebruikt, zoals waterboarding?

Fysieke druk betekent bijvoorbeeld dat een verdachte niet weet wanneer hij vrijgelaten wordt. Fysieke of geestelijke druk wordt ook toegepast bij onder­ vragingstechnieken die bij de politie gebruikelijk zijn. Je zet mensen onder druk, opdat ze de waarheid vertellen. Als je mensen martelt of schade toebrengt, vertellen zij gewoon wat je wilt horen. Martelingtechnieken zijn dus niet effectief. Maar als geen enkele druk meer op iemand mag worden uitgeoefend, dan kun je niemand meer verhoren. Een algemeen verbod op druk uitoefenen, kan overigens ook niet; iemand in onzekerheid laten over wanneer hij of zij voor de rechter moet komen, zou je immers al als ongeoor­ loofde druk kunnen zien. Er zal dus altijd een grijs gebied bestaan. Dus waterboarding valt volgens u onder martelen?

Waterboarding is voor mij ongeoor­ loofd! Ik heb met mensen gesproken die deze vorm van martelen ondergaan hebben en zij dachten dat ze echt zouden verdrinken. Deze mensen zijn compleet gek gemaakt, dus dat vind ik absoluut een vorm van martelen. Moeten de ondervragers die van deze technieken gebruik hebben gemaakt strafbaar worden gesteld?

Als de ondervragers afwijken van wat geoorloofd is, dan vind ik dat deze mensen strafbaar gesteld mogen worden. Vanuit mijn optiek zijn in de Verenigde Staten de mensen die waterboarding toegepast hebben of degenen die daartoe instructies hebben gegeven strafbaar. President Obama zit met dat punt in zijn maag: hoe ver moet hij gaan? Zoals ik al zei, denk ik 24

Fiat Justitia november 2009

dat de politiek verantwoordelijken, die tot deze martelingen opdracht hebben gegeven, veroordeeld moeten worden. Daarnaast moeten de mensen die met ondervragingen te maken krijgen goed worden opgeleid. Zij moeten erop gewezen worden dat ze op grond van de Geneefse Conventies veroordeeld kunnen worden. Ook hierbij zul je altijd een grijs gebied houden, maar uiteindelijk zal de rechter daarover moeten beslissen.

daarover een oordeel moet vellen. Iemand van wie zijn of haar stem ver reikt, zal daarbij harder aangepakt moeten worden. Wat mij betreft is er een verbod op discriminatie en een verbod op het aanzetten tot haat en

Moet dat met terugwerkende kracht mogelijk worden?

Obama heeft een speciaal aanklager aangesteld die dat moet onderzoeken. Dat betekent dat het niet uitgesloten is dat verantwoordelijken uit de regeringBush alsnog voor het gerecht komen. Het is aan de Amerikanen om te bekijken of dat president Bush zelf is of ministers en hoge ambtenaren. Maar eerst moeten de feiten duidelijk zijn en moet er gekeken worden naar eventueel verlichtende omstandig­ heden. Ik ben zeer benieuwd hoe de Amerikanen hiermee omgaan. U bent van mening dat verregaande kritiek op de islam toegestaan moet worden en u wilt het gods­ lasteringverbod dan ook afschaffen. Wakkert dit niet juist de woede onder moslimextremisten aan, met als eventueel gevolg terroristische aanslagen?

Ik vind dat je open en vrij over veel dingen moet kunnen spreken. De grens ligt bij aanzetten tot haat. Ik mag iets vervelends zeggen over het christendom, het jodendom en de islam, zonder dat dit iemand het recht geeft om geweld tegen mij te gebruiken. Ik heb immers het recht van vrije meningsuiting. Maar als ik zou roepen: “Elke Arabier is een moordenaar”, dan ga ik een grens over. Voor mij ligt die grens bijvoorbeeld ook bij de ontkenning van Auschwitz. Iemand die Auschwitz ontkent, met de kennis die er tegenwoordig is, doet dat om een slecht doel te dienen. Ik vind dat de rechter, kijkend naar de omstandig­heden van het geval,

daaraan kan door de rechter getoetst worden. Hij heeft hiervoor het godslasteringverbod niet nodig. Dus u vindt ook dat de holocaust­ ontkenning door de Iraanse president Ahmadinejad consequenties moet hebben?

Ja, dat vind ik. Veel mensen zullen zeggen: “Die man is gek.” Maar Ahmadinejad wil in feite de positie van de joden, zowel in Israël als in de rest van de wereld, constant ter discussie stellen. In een normaal land zou hij veroordeeld kunnen worden, maar Iran is geen normaal land. De economische sancties tegen Iran moeten veel strenger worden toegepast. Ik vind het zeer ernstig dat een staatshoofd zulke uitspraken doet. Wat Ahmadinejad


zegt, is aanzetten tot haat tegen de joden, wat aangeeft met wat voor regime we te maken hebben. Ik zou de heer Ahmadinejad dan ook graag aan de tand voelen voor het Internationaal Strafhof.

Daar zijn wel meer troepen voor nodig dan dat er nu in Afghanistan zijn. Ik geloof dus wel degelijk in een militaire oplossing die gekoppeld is aan een duidelijke verbetering van de levens­ standaard voor de bevolking. Het zijn twee stappen vooruit en één stap terug, het zal lang duren. Maar als het Westen vertrekt, valt Afghanistan – en uiteindelijk ook Pakistan – terug tot een anarchie. Groepen als Al Qaeda en de Taliban krijgen dan een grote vrijheid van bewegen, wat zal leiden tot meer aanslagen in het Westen. Moet de Nederlandse missie in Afghanistan eind 2010 stoppen of moet de missie wederom verlengd worden?

We zitten daar in de eerste plaats vanwege een heel duidelijk eigenbelang: minder terroristische aanslagen in het Westen. Het is dus militair werk gekoppeld aan wederopbouw. Ik heb de Nederlandse uitzending daarom altijd gesteund, zowel de eerste als de tweede periode. Maar we hebben dat vier jaar lang gedaan en ik vind dat de afspraken nu gehandhaafd moeten blijven. Onze troepen hebben een periode van recuperatie nodig – om dus tot herstel van krachten te komen – en dat betekent dat wij per eind 2010 moeten vertrekken uit Uruzgan. U bent van mening dat de Nederlandse missie in Afghanistan een vechtmissie is. Hoe moet de Taliban in Afghanistan bestreden worden?

De Taliban bestaat eigenlijk niet. Er zijn mensen die aanslagen plegen om financiële, opportunistische of ideologische redenen, en er zijn mensen die aanslagen plegen omdat ze afgeperst worden. Er is een groep die dingen in woord en geschrift doet en er is een groep mensen die daadwerkelijk aanslagen pleegt. Er is dus een heel breed spectrum. De harde Taliban­ strijders, die daadwerkelijk terreur uitoefenen, moeten keihard worden aangepakt! Deze groep moet gescheiden worden van de meelopers en de rest van de bevolking, en vervolgens militair worden verslagen.

eeuwig achter de Tweede Wereldoorlog blijven verschuilen. Hun vliegtuigen doen veel fotomissies en dat is nuttig. Maar dat is wel even wat anders dan de Nederlandse F-16’s die gevechtsmissies doen. De Duitsers zitten met een groot aantal mensen in Afghanistan, maar ik zou ze graag in het zuiden zien in plaats van in het noorden. Als Nederland een periode van twee tot vier jaar uit Uruzgan weg is, zouden we daarna wederom een missie in het zuiden kunnen doen, maar het kan niet zo zijn dat steeds hetzelfde land aan de beurt is. U wordt beschouwd als een bondgenoot en pleitbezorger van Israël. Zou het beleid van Israël niet veel meer gericht moeten zijn op een duurzame verstandhouding met de Palestijnen in plaats van zoveel mogelijk scheiding door middel van muren en nederzettingen?

Israël zou graag leven in een normale relatie met de Palestijnse buren, maar dan moeten ze wel met de Palestijnen afspraken kunnen maken. Na de Palestijnse burgeroorlog in 2006 is de Palestijnse Autoriteit (een semiautonome staatsorganisatie – met een waarnemersstatus bij de Verenigde Naties – die officieel de Palestijnen op de Westelijke Jordaanoever en in de

“Wat Ahmadinejad zegt, is aanzetten tot haat tegen de joden, wat aangeeft met wat voor regime we te maken hebben” Dan zouden andere landen dus voor ons in de plaats moeten komen?

Natuurlijk! De NAVO is een bondgenootschap waarin lusten en lasten verdeeld moeten worden. Een land als Frankrijk heeft een heel sterk leger en zij zijn nauwelijks aanwezig in het zuiden van Afghanistan. Dus de Fransen moeten nu maar eens een stap gaan zetten in het zuiden. Ook de Duitsers hebben een goed opgeleid leger en zij kunnen zich niet voor

Gazastrook regeert, red.) in twee delen uiteengevallen. Fatah heeft de controle over de Westelijke Jordaanoever en Hamas heeft de macht in de Gaza­ strook. Fatah wil wel praten, maar Hamas wil in feite een permanente oorlog tegen Israël voeren met alleen een tijdelijk bestand. Er is dus geen partner waarmee Israël kan praten. De Palestijnen moeten daarom eerst zorgen dat ze het onderling eens worden en het geweld stoppen en Fiat Justitia november 2009

25


i n t e rv i ew afspraken nakomen. Dan zal Israël snel een eigen stap zetten. Ik gun de Palestijnen een eigen staat, zoals Israël dat heeft, maar door de verdeeldheid in de Palestijnse gebieden maken ze het zelf op dit moment niet waar; zolang ze dat niet doen, ga ik Israël niet onder druk zetten. Ik ben geen voorstander van Israëlische nederzettingen, maar er moet eerst een vredesregeling komen. Een stap van Israël zou kunnen zijn om meer doorgangsmogelijkheden in de muur te creëren. Er moet stap voor stap naar een oplossing gewerkt worden.

Turkse overheid in staat is om al die Europese regels uit te voeren. Dat zijn principiële afspraken op democra­ tische punten en als Turkije daaraan

“Obama moet zich met zijn eigen zaken bemoeien” voldoet, kan het land, wat de VVD betreft, lid worden. Dat betekent overigens ook de opheffing van de bezetting van NoordCyprus. Turkije heeft de neiging om te zeggen: “Laten we gaan praten over de regels.” Nee, die regels gaan we niet veranderen, je moet er gewoon aan voldoen! Vorig jaar, tijdens het gasconflict tussen Rusland en Oekraïne, draaide Rusland de gaskraan dicht, waardoor Europa in de problemen kwam. Hieruit blijkt dat Europa afhankelijk is van Rusland. Wat vindt u hiervan?

De Amerikaanse president Obama heeft de Europese Unie opgeroepen om Turkije als lid toe te laten. De VVD ziet het Turkse EU-lidmaatschap op dit moment niet zitten. Waarom niet?

Obama gaat er niet over of Turkije lid moet worden van de Europese Unie; hij moet zich bemoeien met zijn eigen zaken. Het gaat de EU erom of Turkije de rechten van minderheden respecteert, dat de rechterlijke macht onafhankelijk is, dat de mensenrechten en burgerrechten gerespecteerd worden, dat de markt vrij is en of de 26

Fiat Justitia november 2009

Rusland is geen normale democratie. Als er een politiek conflict is tussen bijvoorbeeld Nederland en Duitsland, heeft dat geen consequenties voor de economie. De gemaakte afspraken blijven bestaan en worden nagekomen. Rusland echter zet het gas en de olie in als diplomatieke wapens. De Russen zullen dat blijven doen. Er zal dus gezocht moeten worden naar andere mogelijkheden, bijvoorbeeld gas uit Centraal-Azië. We moeten ook kijken naar diversificatie: niet alleen fossiele brandstoffen, zoals gas en kolen, maar ook kernenergie. Dat mag geen taboe meer zijn. Als je het broeikaseffect wilt verminderen, dan is kernenergie een

goede bron. Een voorwaarde daarvoor is de oplossing van het probleem met het radioactief afval. Daarnaast kunnen we natuurlijk meer gebruik maken van zonne-energie, windenergie en aardwarmte. Wat hoopt u deze termijn in het Europees Parlement te bereiken?

Het belangrijkste vind ik dat elke richtlijn die betrekking heeft op de interne markt in positieve zin aan deze interne markt moet bijdragen. Heel het financiële motorblok van de Europese Unie is enorm belangrijk voor Nederland. Als ik over vijf jaar terugkijk, wil ik kunnen zeggen: “Ik heb bijgedragen aan een vrijere markt in plaats van aan een minder vrije markt.” Ten tweede wil ik meer samenwerking tussen de lidstaten op het gebied van veiligheid bewerk­ stelligen. Daarom ben ik ook zo tevreden dat ik voor de liberale fractie woordvoerder voor buitenlandse zaken, defensie en veiligheidszaken ben geworden. En als het verdrag van Lissabon deze termijn in werking zou treden, krijgen we meer bevoegdheden in het Europees Parlement waardoor we ook veel meer kunnen bereiken!

Over Hans van Baalen Hans van Baalen is geboren op 17 juni 1960 in Rotterdam en groeide op in Krimpen aan den IJssel. Hij studeerde rechten aan de universiteit van Leiden en was lid van de studentenvereniging Minerva. Na zijn afstuderen trad hij in dienst als directeur Public Affairs Consultants bij Deloitte Consulting. Hij sloot zich in 1986 aan bij de VVD. Namens deze partij maakte hij van 1999 tot 2009 deel uit van de Tweede Kamer. Sinds 2009 zit hij in het Europese Parlement. Hij maakt namens de VVD deel uit van de fractie van Alliantie van Liberalen en Democraten voor Europa (ALDE).


Het diepe in. Je kunt wachten tot je geduwd wordt, je kunt ook zelf een duik nemen. Door een studentstage bij De Brauw ervaar je de praktijk als volwaardig lid van het team. En je komt boven als een betere jurist. Studenten in het derde of vierde jaar kijken op werkenbijdebrauw.nl/studentstage.

BRAINS IN BUSINESS


O pi n i e

Het Israëlisch-Palestijnse conflict een cultureel bepaald schisma Sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog was Israël in Nederland uiterst populair. Omdat we zelf hadden geleden onder de nazi-terreur konden we volledig begrip opbrengen voor de vurige wens van de holocaustoverlevenden om over een eigen land en een eigen nationaliteit te kunnen beschikken. Het verfoeide antisemitisme dat zoveel miljoenen joodse mensen het leven kostte en zo veel miljoenen anderen in de grootste ellende had gestort, werd door Nederlanders unaniem afgewezen. Bovendien was antisemitisme, alsmede de zogenaamd beschaafdere vorm ervan, het antizionisme, een kwaad dat vooral in rechts-politieke kringen kon opbloeien. Auteur: Bob Smalhout

T Bob Smalhout Arts, columnist en schrijver

hans echter schijnt de Nederlandse anti-Israëltendens vooral van politiek linkse zijde te komen. Het boegbeeld van die stroming is, zoals bekend, sinds jaar en dag Gretta Duisenberg. Maar geleidelijk aan doen bijna alle Nederlandse media eraan mee. Zowel in de pers als op de televisie ziet men vrijwel uitsluitend beelden van verwoeste Palestijnse of Libanese huizen, gewonde Arabieren, huilende Arabische kindertjes en rookwolken die opstijgen uit een vredig Libanees landschap waar Israëlische granaten of bommen inslaan. Zelden of nooit ziet de Nederlandse televisiekijker dodelijk gewonde joodse burgers, kapotte Israëlische huizen of dode joodse kindertjes uiteengescheurd bij een Palestijnse zelfmoordaanslag op een schoolbus. Krantenkoppen als “Israël doodt VN-vertegen­ woor­digers” of “Israël schiet op blauwhelmen” laten weinig te raden over wat betreft de politieke instelling van die media.

wetenschappelijk niveau zijn buren verre overtreft. Zonder het mededogen met de Palestijnse en Libanese burgers uit het oog te verliezen, dringt zich toch wel de vraag op waarom al die puissant rijke Arabische (olie)landen nooit iets hebben gedaan voor hun geloofsbroeders, die zij zowel terecht als hypocriet beklagen. Nauwkeurig gedocumenteerd toonde de hoogleraar theologie prof. Van der Horst in 2006 aan dat de intense jodenhaat reeds stamt van voor het begin van de jaartelling. En dat ook in de Middeleeuwen tienduizenden joodse burgers tijdens bloedige pogroms werden vermoord, vaak op instigatie van fanatieke geestelijken. De holocaust in de Tweede Wereldoorlog was de voort­ zetting ervan. En dit kwaad woekert tot op de dag van vandaag voort. Dat is regelmatig te horen en te zien via de Arabische media. In Palestijnse schoolboeken wordt de kinderen geleerd dat het een heilige plicht is het joodse volk te vernietigen ‘omdat joden als satanskinderen zich tegen God verzetten en tegen de islam en de hele mensheid complotteren’.

“Dit pedagogische vergif wordt door de EU zwaar

gesubsidieerd,

Kennelijk heeft nooit iemand van al die links-elitaire antizionisten eens gekeken op de kaart van het Midden-Oosten. Daar ligt dan Israël, als een nietig vlekje tussen een viertal grote Arabische buren, namelijk Libanon, Jordanië, Syrië en Egypte. Die zijn tezamen ruim zestig maal zo groot als Israël. En als we dan nog de wat verder gelegen islamitische landen zoals Iran, Irak, Libië en Saoedi-Arabië erbij tellen, is het een godswonder dat dat kleine Israël niet alleen nog bestaat, maar zelfs onder meer op technisch, medisch, agrarisch en

dus ook met ons belastinggeld”

28

Fiat Justitia november 2009

Dit pedagogische vergif wordt door de EU zwaar gesubsidieerd, dus ook met ons belastinggeld. De conclusie van Van der Horst luidde dat het agressieve en dodelijk gevaarlijke antisemitisme van de nazi’s door de islam traditioneel wordt voortgezet. Vandaar


ook dat bij demonstraties van moslims, zoals in Amsterdam enkele jaren geleden, de kreet ‘Hamas, Hamas, alle joden aan het gas’ over de Dam schalde. Maar het ergste is dat het antisemitisme toeneemt; ook bij ons, ook bij ontwikkelde mensen. Zo kreeg ik een brief van een keurige jurist uit Zeist, die onder meer schreef; “Joden plaatsen zichzelf buiten elke samenleving door hun wereldvreemde opvattingen over anderen. Ze blijven zichzelf beklagen over wat hun is aangedaan tijdens de holocaust en trachten daar munt uit te slaan op een zeer onfrisse manier. De Israëlische leiders zijn bezig de praktijken van de nazi’s nog verder te verfijnen… Ik kan mij voorstellen dat deze joodse viespeuken nergens welkom zijn.” Een ander schrijft “…dat door de Israëlische joden het Palestijnse volk wordt uitgemoord.” Dat is ook de mening van de bekende kaviaarsocialiste Gretta Duisenberg en de wat wereldvreemde oud­ premier Dries van Agt. Vooral Gretta wordt in linkse kringen zeer gewaardeerd. En wat te denken van dominee Kees Mos, die in de Messiaskerk in Wassenaar joden afschilderde als ‘verraders en silent killers’. De predikant had grote waardering voor Adolf Hitler als bijbelkenner en stelde dat ‘de zonde van de jood is dat hij weigert een mens te zijn’. De dominee is nog steeds in functie. Het probleem in Nederland is dat de mediavoor­ lichting over Israël steeds eenzijdiger wordt. Zodoende krijgen ook steeds meer mensen de overtuiging dat Israël een agressor is die hulpeloze Palestijnen van alles berooft, hun huizen vernielt en hun kinderen doodt. Wat nooit gezegd wordt, is dat de staat Israël, vanaf de eerste dag van zijn weder­ geboorte in 1948, door Arabische landen met de ondergang is bedreigd. Israël heeft drie grote oorlogen moeten voeren tegen een overmacht aan Arabische legers die de joodse staat wilden vernietigen. Ook wordt altijd vergeten dat de Koran vol staat met anti­joodse teksten zoals: “Joden stichten verderf ” (sura 5, vers 64) “Joden zijn vijanden van de gelovigen” (sura 5, vers 82)) “Joden zijn huichelaars en leugenaars” (sura 58, vers 14 tot 20) “Joden zijn door Allah vervloekt” (sura 2, vers 88) Met dit soort teksten worden Arabische kinderen al eeuwenlang geïndoctrineerd. Zo wordt hun op school reeds bijgebracht dat niets zo fantastisch is als jezelf met een bomgordel opblazen, bij voorkeur in een bus, disco of restaurant. In het huis van zo’n zelf­ moordenaar wordt door de familie een feest gevierd

omdat hun zoon, man of dochter als martelaar voor de goede zaak is gestorven. Anderzijds zijn er door Israëliërs en door joodse burgers in het algemeen nooit zulke terreuraanslagen uitgevoerd. Dat is zelfs niet gebeurd na de Tweede Wereldoorlog in Duitsland, waar de overlevenden van de holocaust zich hadden kunnen wreken op de moordenaars van hun familie. Tenslotte wordt ook altijd vergeten dat de grote spanning tussen Arabieren – in het bijzonder de Palestijnen – enerzijds en de Israëliërs anderzijds in wezen berust op een enorm cultureel, intellectueel en wetenschappelijk verschil. Zowel joden als Palestijnen zijn na de Tweede Wereldoorlog met weinig tot niets begonnen. Maar in de afgelopen 60 jaar heeft Israël zich ontwikkeld tot een uiterst moderne westersgeoriënteerde samenleving, die op vrijwel ieder gebied op topniveau functioneert. Daarentegen zijn de meeste Palestijnen blijven steken in een achtergebleven situatie die hen op vele gebieden afhankelijk maakt van Israël. Dat komt wel zeer duidelijk naar voren bij het bestuderen van de sinds 1901 uitgereikte Nobel­ prijzen. De wereld telt ± 12 miljoen joden, van wie nog geen 5 miljoen in Israël. Dat is nog minder dan 0,2% van de totale wereldbevolking. Maar de joodse gemeenschap telt tot en met 2008 maar liefst 184 Nobelprijswinnaars. In dezelfde periode telde de Arabische wereld 1,2 miljard moslims. Dat is ruim 20% van de wereldbevolking en dus 100 keer de joodse populatie. Maar sinds 1901 ontvingen slechts 9 Arabieren de Nobelprijs onder wie wijlen Jasser Arafat en Anwar Sadat, de vroegere president van Egypte. Die kregen beiden de prijs voor de vrede(!) hoewel ze niet anders gedaan hadden dan Israël jarenlang terroriseren. Tussen Palestijnen en joden ligt een cultureel en historisch verschil van minstens 2000 jaar. Zolang dat gapende gat niet gedicht is, is er geen stabiele vrede te verwachten. Het is dan ook een kwalijke zaak dat de islamitische indoctrinatie van Arabische en Palestijnse schoolkinderen tot op de dag van vandaag vanuit de EU, dus ook via ons, wordt gesubsidieerd. Het zal dan ook vermoedelijk nog lang duren voor de woorden van de grote profeet Jesaja (700 v. Chr.) bewaarheid zullen worden, namelijk: “Dan zullen zij hun zwaarden tot ploegscharen omsmeden en hun speren tot snoeimessen. Geen volk zal tegen een ander volk het zwaard opheffen en zij zullen de oorlog niet meer leren.” (Jes.2: 3­5)

Fiat Justitia november 2009

29


Er ontstond na de aanslagen van 11 september 2001 een wereldwijde coalitie tegen het terrorisme. Sindsdien beheersen de berichtgevingen, die verband houden met terrorisme, vrijwel wekelijks het nieuws. Een overzicht van een reeks gebeurtenissen omtrent de nog altijd actuele WAR ON TERROR

Den Haag 10.11.2004 Heathrow 10.08.2006

London 07.07.2005

Washington 11.09.2001

Madrid 11.03.2004

Keulen 31.07.2006

New York 11.09.2001 Casablanca 16.05.2003 Algiers 11.04.2007

Vier gekaapte passagiersvliegtuigen in New York en Washington. Twee boren zich in de Twin Towers, één in het Pentagon en de laatste stort neer in een weiland in Pennsylvania: 2973 doden

VN Veiligheidsraad stuurt ook troepen naar Afghanistan om zorg te dragen voor de hoofdstad Kabul en omstreken: International Security Assistance Force.

2001

Operation Enduring Freedom 07.10.2001 New York 11.09.2001

Bali 12.10.2002

ISAF 01.04.2002

De Verenigde Staten en het Verenigd koninkrijk vallen Afghanistan binnen. 965 Westerse militaire doden en naar schatting 6800 Afghaanse militaire doden (Noordelijke Alliantie). Tot op heden worden talloze bomaanslagen gepleegd waarbij duizenden mensen de dood vinden.

Invasie Irak door Verenigde Staten en Verenigd Koninkrijk. Sinds de aanval 4469 militaire doden en tienduizenden burgerslachtoffers.

Irak 20.03.2003

Aanslagen in Casablanca, Marokko: 33 burgerdoden en 12 terroristen komen om. Later bleek dat er verband bestaat tussen de aanslagen in Casablanca en de aanslagen op de forensentreinen in Madrid.

Casablanca 16.05.2003

Aanslagen op Bali, Indonesië. Een zelfmoordenaar blaast zich op in een nachtclub. 202 voornamelijk Westerse toeristen vinden de dood.

Theo van Gogh wordt in Amsterdam vermoord door Mohammed B. Volgen de rechtbank werd de moord gepleegd met een terroristisch oogmerk. Bomaanslag op de Australische ambassade in Jakarta (Indonesië): 8 doden

Madrid 11.03.2004 Jakarta Amsterdam 09.09.2004 02.11.2004 Aanslagen op forenzen treinen: 191 mensen dood en 1400 gewond. Gevolg: terugtrekking Spaanse troepen uit Irak.


Amsterdam 02.11.2004

International Security Assistance Force 01.04.2002

Istanbul 20.11.2004

Task Force Uruzgan 01.08.2006

Irak 20.03.2003

Bombay 11.07.2006

Bombay 26.11.2008 Sharm el-Sheikh 23.07.2005

Operation Enduring Freedom 07.10.2001

Bali 12.10.2002

Jakarta 09.09.2004

Reeks gelijktijdige aanslagen in Bombay , India. Doelwitten: twee vijfsterrenhotels, een restaurant, een treinstation, een politiebureau en een ziekenhuis: 173 doden, 308 gewonden.

Bomaanslagen in Londense Metro en op Londense bus: 65 doden, 700 gewonden.

Twee bomaanslagen tegen een bank en het Britse consulaat in Istanbul, Turkije: 33 doden

Sharm el-Sheikh 23.07.2005

Istanbul 20.11.2004

London 07.07.2005

Politie inval Laakkwartier Den Haag: leden Hofstadgroep gearresteerd. Er vindt een grote antiterreuractie plaats in Den Haag waar een wijk urenlang werd afgesloten.

Keulen 31.07.2006

Bombay 11.07.2006 Aanslag in Sharm el-Sheikh, Egypte: 88 doden, 111 gewonden. De aanslag wordt verhaald op Al Qaida.

Ongeveer 1200 tot 1400 Nederlandse militairen gaan naar het zuiden van Afghanistan naar de provincie Uruzgan. Tot op heden vinden 21 Nederlandse militairen de dood.

Heathrow 10.08.2006

Algiers 11.04.2007

Task Force Uruzgan 01.08.2006 Geplande aanslagen op treinen in Keulen, Duitsland. Kofferbommen niet ontploft.

Geplande aanslagen op trans-Atlantische vliegtuigen worden verijdeld door de Britse politie.

Bombay 26.11.2008

Aanslag in Algiers, Algarije: 30 doden. Al-Qaida heeft de aanslag opgeĂŤist.

2009

Den Haag 10.11.2004

Zeven bomaanslagen op treinen tijdens de avondspits in Bombay, India: 183 doden, 500 gewonden.


i n t e rv i ew

Farah Karimi

Ontwikkelingshulp tussen oorlog en vrede In haar jeugd streed Farah Karimi als lid van de Iraanse Volksmojahedin tegen het dictatoriale regime van haar geboorteland Iran: “Van jongs af aan wil ik er al voor zorgen dat ieder mens een fatsoenlijk leven heeft.” Sinds februari 2008 strijdt ze als algemeen directeur van ontwikkelingssamenwerkingsorganisatie Oxfam Novib voor ditzelfde ideaal, maar dan wereldwijd. Ze zet zich in voor de verzelfstandiging van twee miljard mensen die leven in oorlog en armoede. Fiat Justitia sprak met haar over de situatie in Somalië en Darfur, de kritiek op hulporganisaties en de invloed van oorlogen op ontwikkelingshulp: “Zonder voldoende vrede en veiligheid is duurzame ontwikkelingshulp onmogelijk.” Tekst: Maartje Verheijden en Lorenzo Favetta

U bent in 1960 in Iran geboren; ten tijde van de Iraanse Revolutie, die in 1978 begon, woonde u in Teheran. Hoe was het om in die periode op te groeien?

De jaren zestig en zeventig zijn zeer bijzondere tijden in de geschiedenis van Iran. Het toenmalige pro-westers georiënteerde regime van de sjah (koning Mohammed Reza Pahlavi, red.) streefde naar modernisering, onder andere op het gebied van vrouwenrechten, onderwijs en indus­ tria­lisering. Zo werd de landbouw­ economie omgevormd tot een olieindustrie en was mijn generatie de eerste waarvan meisjes naar school mochten. Het gevolg was dat er een enorme trek van mensen naar de grote steden ontstond. Toen ik zes jaar oud was, verhuisden ook mijn ouders naar de stad, zodat ik een goede opleiding kon volgen. Maar aan deze positieve ontwikkelingen zaten ook negatieve kanten. Onderwerpen als democratie en mensenrechten stonden niet hoog op de politieke agenda van de sjah. Bovendien vond een groot deel van de bevolking de modernisatie te snel gaan; zij konden zich niet meer identificeren met de regering. Deze kloof leidde uiteindelijk tot de Iraanse Revolutie. Ik was in die tijd politiek actief en heb geholpen om het dictato­ riale regime van de sjah omver te werpen. Tijdens mijn studententijd was ik dus met heel andere zaken bezig dan 32

Fiat Justitia november 2009

de Kamer kritische vragen gesteld (Nawijn vond dat het Nederlander­ schap van Karimi moest worden afgenomen, omdat volgens hem ze niet de waarheid had verteld over haar vluchtverhaal, red.) en die zijn door

“Zonder voldoende vrede en veiligheid is duurzame ontwikkeling de studenten van tegenwoordig! Helaas was het nieuwe regime onder leiding van ayatollah Khomeini niet wat wij ervan hadden verwacht; er was weinig ruimte voor andersdenkenden. We zijn daarom nogmaals in opstand gekomen, maar omdat we daarvoor vervolgd werden en niet meer vrij rond konden lopen, moest ik een paar jaar na de revolutie uit Iran vluchten. U was in die tijd actief bij de Iraanse Volksmojahedin: een links-islamitische verzetsbeweging die tot januari 2009 door de Europese Unie als een terroris­ tische groepering werd gezien. Heeft dit in uw carrière nog tot problemen geleid?

Nee, want ik ben altijd heel open geweest over wat ik heb gedaan. In mijn tijd als Tweede Kamerlid heb ik hier ook een boek over geschreven. Toenmalig Kamerlid Hilbrand Nawijn heeft na het verschijnen van het boek in

onmogelijk” toenmalig minister Verdonk beant­ woord met de mededeling dat volgens haar het vluchtverhaal helemaal niet verzonnen was. Maar dat Nawijn deze vragen stelde, zegt veel over het politieke klimaat in Nederland en andere westerse landen na 9/11. We staan snel met onze oordelen klaar en hebben weinig inlevingsvermogen. Daarom wilde ik mensen via mijn boek kennis laten maken met een andere wereld. Bovendien is het juist nu belangrijk om kennis te delen over radicalisering en islamitisch funda­ mentalisme. Ik had het gevoel dat ik daar wat over te vertellen had. U bent sinds 2008 directeur van de ontwikkelingssamenwerkings­


organisatie Oxfam Novib. Wat is het doel van deze organisatie?

landen die geteisterd worden door burgeroorlogen?

Wij proberen een bijdrage te leveren aan een rechtvaardige wereld zonder armoede. Hiervoor hebben we in ons beleid vijf fundamentele mensen­ rechten centraal gesteld: het recht op sociale basisvoorzieningen, het recht op leven en veiligheid, het recht op maatschappelijke en politieke partici­ patie, het recht op een eigen identiteit en het recht op een duurzaam bestaan waarin onderdak, voedsel en inkomen zijn gegarandeerd. Het recht op leven en veiligheid is misschien wel het belangrijkste recht van de vijf. De andere basisrechten zijn immers nog moeilijker te garanderen in situaties van oorlog en conflict.

We proberen vooral op hoog niveau aan vrede te werken. In de eerste plaats door bij invloedrijke partijen, zoals de Verenigde Naties, stelselmatig aan­ dacht te vragen voor oorlogs­gebieden. Ook proberen we conflicterende partijen om de tafel te krijgen. Maar

“Als we niet voldoende

vaak de laatste redding voor duizenden ontheemden. Somalië wordt wel het gevaarlijkste land ter wereld genoemd. Bent u het daarmee eens?

Het is daar inderdaad zeer gevaarlijk. Somalië is een heel extreem geval, omdat het land al bijna twintig jaar geen overheid heeft. Het conflict tussen de verschillende stammen sleept zich al jaren voort en is een paar

investeren in onderwijs, blijven kinderen in een bepaald vijandbeeld vastzitten”

Hoe proberen jullie deze doelen te verwezenlijken?

Voor armoede ligt het probleem bij twee groepen: de armen en de machtigen. Aan de ene kant heb je de arme bevolking die van de basisvoor­ zieningen is uitgesloten. Wij proberen te zorgen voor de empowerment van deze burgers. Zo krijgen zij zeggenschap over hun eigen leven en kunnen zij uiteindelijk zelf zorgen voor verbete­ ringen in hun omgeving. Dit doen we door te investeren in bijvoorbeeld vrouwenorganisaties, gezondheids­ voorzieningen en onderwijs. Maar daarmee heb je natuurlijk nog niet het probleem van armoede en onrecht opgelost. Want aan de andere kant houden de machtigen van deze wereld, zoals de Wereldhandelsorganisatie en de Europese Unie, armoede in stand. Denk bijvoorbeeld aan het Europese landbouwbeleid, waardoor Afrikaanse landen geen kans krijgen op onze markt. Daarom proberen wij de machtigen ter verantwoording te roepen en zich te laten realiseren wat de effecten zijn van hun beleid op armoede in ontwikkelingslanden. Op die manier proberen we armoede­ bestrijding hoog op de politieke agenda van het Westen te krijgen. Hoe kan Oxfam Novib bijdragen aan het creëren van vrede in Afrikaanse

daar zijn ook risico’s aan verbonden; we moeten oppassen dat we de situatie niet verergeren. Op lokaal niveau kunnen wij maar een bescheiden bijdrage leveren. Zonder voldoende vrede en veiligheid is duurzame ont­wikkeling namelijk onmogelijk. In oorlogsgebieden zijn we eigenlijk slechts bezig met symptoom­ bestrijding, en dat is heel kwalijk. Juist in die gebieden zijn bijvoorbeeld investe­ringen in het onderwijs van groot belang, zodat kinderen niet in een bepaald vijand­beeld blijven vastzitten. Dergelijke projecten proberen we daarom toch voort te zetten, ondanks de moeilijke omstandigheden. In Somalië hebben we de afgelopen achttien jaar heel duidelijk gemerkt wat de invloed van een oorlog kan zijn. Doordat het conflict in 2007 verergerde, moesten we de ondersteuning van lokale organisaties beperken en ons louter richten op het bieden van noodhulp, bijvoorbeeld door het oprichten van gaarkeukens in de hoofdstad Mogadishu. Op die manier zijn wij

jaar geleden door een interventie van de Ethiopische overheid geëscaleerd. In 2004 ben ik als Tweede Kamerlid samen met Oxfam Novib naar Mogadishu gereisd. Er werd namelijk gesproken over een eventuele inval van de Amerikanen, dus wilde ik de situatie in Somalië met eigen ogen zien. Op dat moment was het voor mij nog veilig genoeg om het werk van Oxfam Novib te bekijken, al had ik wel bodyguards nodig om mijn veiligheid te garan­ deren. Tegenwoordig kan ik onze partnerorganisaties in Somalië niet meer bezoeken. Het is voor westerse hulpverleners té gevaarlijk om door het land te reizen; er zijn sinds begin 2008 al meer dan veertig hulpverleners vermoord. Daarom sturen wij onze Fiat Justitia november 2009

33


i n t e rv i ew programma’s aan vanuit buurland Kenia en werken we samen met Somalische hulporganisaties. Zij kunnen de gevaren beter inschatten, omdat ze de taal spreken en meer inzicht hebben in de lokale machts­ verhoudingen. Belemmert het ontbreken van een centrale regering de ontwikkelings­ hulp?

Natuurlijk maakt dat ons werk moei­ lijker, want voor duurzame ontwikke­ ling en economische groei is een goed functionerende en democratische overheid nodig. Zij moet zorgen voor een rechtvaardig rechtssysteem en zij moet ontwikkeling de ruimte geven, zodat een goed functionerende economie met langdurige groei kan ontstaan. Maar de essentie van ont­wikkeling is volgens ons het bouwen aan een samenleving waarin mensen voldoende mogelijkheden hebben om zélf aan hun toekomst te werken. Hiervoor zijn, naast een sterke overheid, een zelfstandige civil society en een productief bedrijfsleven onmisbaar. De mensen in ontwikke­ lingslanden moeten immers niet afhankelijk worden gemaakt van hulporganisaties. Wij richten ons daarom op de verzelfstandiging van de bevolking door de initiatieven van non-gouvernementele organisaties te steunen. Een goed voorbeeld is onze samenwerking met een partner­ organisatie in India die zich inzet voor het onderwijs in de slums (sloppen­ wijken, red.). Dit project was zo succesvol – miljoenen extra kinderen gaan nu naar school – dat de Indiase overheid nu hun werkwijze integreert in haar eigen onderwijsbeleid. Bottomup werken is effectiever dan simpelweg wachten totdat er van bovenaf actie wordt ondernomen. Wij werken daarom sowieso nooit samen met regeringen. Kunt u de situatie in de Soedanese regio Darfur beschrijven?

In Darfur is een enorme humanitaire crisis gaande en dat is dit jaar nog ernstiger geworden. De Soedanese 34

Fiat Justitia november 2009

De humanitaire crisis in Somalië en Darfur Somalië en Darfur (Soedan) zijn twee van de crisisgebieden waar Oxfam Novib noodhulp geeft. Zowel Somalië als Soedan behoren tot de armste landen ter wereld. In Somalië leeft meer dan 73 procent van de bevolking onder de armoedegrens, waarvan 43 procent zelfs in extreme armoede. Slechts 30 procent van de burgers heeft toegang tot schoon drinkwater. 89 procent van de Somalische kinderen is nog nooit naar school geweest. Over het aantal slachtoffers van de burgeroorlog in Somalië wordt gespeculeerd. Vanaf 1991 zouden tussen de 400.000 en 600.000 mensen om het leven zijn gekomen. Soedan heeft al sinds zijn onafhankelijk­heid in 1956 te maken met burger­oorlogen. De voornaamste oorzaak hiervan is de strijd om natuurlijke hulpbronnen, zoals water, land en olie. Bij de gevechten zijn minstens twee miljoen mensen omgekomen en hebben nog eens 6,5 miljoen mensen hun huis moeten verlaten. De regio Darfur zelf telt tweeënhalf miljoen vluchtelingen en meer dan vier miljoen mensen zijn afhankelijk van noodhulp.

overheid heeft namelijk een aantal grote hulporganisaties het land uitgezet, omdat het Internationaal Strafhof een arrestatiebevel voor president Bashir had uitgevaardigd. Onder deze organisaties bevond zich ook onze collegaorganisatie Oxfam Great Britain. Wij financierden delen van hun programma en moesten daarom een andere manier vinden om noodhulp te kunnen bieden. Dat doen we nu via het werk van Oxfam America. De logica in de beslissing van de heer Bashir is dus ver te zoeken; hij stuurde de ene organisatie het land uit, terwijl de andere mocht blijven. Echter, naast de humanitaire crisis in Darfur kent Soedan ook gebieden waar het tot voor kort relatief rustig was. In Zuid-Soedan bijvoorbeeld is na veertig jaar oorlog in 2005 eindelijk vrede tot stand gekomen. Het was meteen merkbaar dat er meer ruimte voor ontwikkeling kwam. Wij ondersteunen in dat gebied nu veel nieuwe projecten, waaronder dat van een vrouwenorganisatie die zich inzet voor gezondheidsonderwijs. Het is dus triest om te zien dat de veiligheid in Zuid-Soedan nu weer verslechtert. Wat is er nodig om de situatie in Somalië en Darfur te verbeteren?

Internationale politieke engagement is in deze situaties onmisbaar. Het lijkt alsof de humanitaire crisis in deze gebieden gewoon wordt vergeten. Dat komt natuurlijk doordat de politieke en economische betekenis van een land

als Somalië nihil is. Het land heeft geen olie of andere kostbare grond­ stoffen. We weten allemaal dat een dergelijke situatie in Irak meteen tot actie zou leiden. Aan de andere kant is er wel interesse voor de piraterij langs de Somalische kust, omdat daar westerse schepen worden aangevallen en het gevaar dan een stuk dichterbij komt. Maar men moet zich realiseren dat de piraterij het directe gevolg is van de situatie in Somalië zelf. Omdat het land geen centrale regering heeft, konden Europese vissers jarenlang de kust voor Somalië leegvissen. Hierdoor bleef er niets meer over voor de lokale vissers en werd piraterij voor hen een aantrekkelijke bezigheid. De machti­ gen van de wereld hebben dus zelf een grote bijdrage aan deze situatie geleverd. Wij moeten ons veel meer bewust zijn van de gevolgen van ons gedrag voor andere mensen. U gaf aan dat een paar jaar geleden werd gesproken over een mogelijke interventie in de Somalische burgeroorlog. Denkt u dat het inzetten van VN-vredestroepen een oplossing kan bieden?

In principe zeggen wij dat geweld nooit de juiste oplossing voor problemen is. Maar als humanitaire organisatie willen wij ons eigenlijk niet over dit soort zaken uitspreken. Het is voor ons slechts van belang dat er voldoende humanitaire ruimte is om ons werk te doen. Ons aandachtspunt ligt op het bieden van zorg, het redden van


mensenlevens en aanpakken van de oorzaken van conflicten. Als politica had ik ongetwijfeld een ander ant­ woord op deze vraag gegeven. In hoeverre heeft de huidige econo­ mische crisis de ontwikke­lings­samen­ werkings­organisaties geraakt?

In de eerste plaats merken wij dat de behoefte aan hulp in ontwikkelings­ landen groter is geworden. De regeringen van deze landen kampen met financiële problemen, omdat hun inkomsten uit onder andere directe investeringen en grondstoffen zijn gedaald. Daarnaast is de ontwikke­lings­ hulp vanuit het Westen minder geworden. Het Nederlandse budget voor ontwikkelingshulp is bijvoorbeeld gedaald, omdat dat is gekoppeld aan de economische groei en er momenteel een krimp van vijf procent is. Tege­lij­ker­ tijd zien we dat onze inkom­sten uit de publieke fondswerving met ongeveer drie procent zijn gedaald. Ook wij worden dus door de crisis geraakt. In hoeverre heeft dit jullie programma’s aangetast?

Het inkomensverlies door de econo­ mische crisis is voor ons nog niet

substantieel geweest. We hebben ongeveer één miljoen euro minder ontvangen op een budget van twee­ honderd miljoen euro. Het is altijd onze inzet om de programma’s overeind te houden. En gelukkig lukt dat voorlopig nog. Neem bijvoorbeeld het wereldwijde werk voor de millen­ nium­doelen (dit zijn acht doelstel­ lingen van de Verenigde Naties waar­­mee de wereldwijde armoede in 2015 moet zijn uitgebannen, red.). Eén van die doelen is om educatie voor alle kinderen in de wereld te realiseren. Zo zijn in de afgelopen tien jaar al meer dan veertig miljoen extra kinderen naar school gegaan. Heel de wereld heeft zich hier ontzettend hard voor ingezet en ook nu is er weer een wereldwijde campagne van start gegaan ‘1GOAL: Education for All’, die in Nederland door Ruud Gullit en premier Balkenende werd afgetrapt. We denken nog steeds dat het bereiken van de millennium­ doelen haalbaar is. Hoe proberen jullie dit vooralsnog kleine verlies aan inkomsten op te vangen?

vatiever worden en kijken naar andere manieren om meer mensen ertoe te bewegen ons te steunen. Donateurs willen tegenwoordig concreet weten naar welke projecten hun geld gaat, dus proberen we dat duidelijk te maken. Daarnaast willen we efficiënter worden. Onze organisatiekosten zijn verhoudings­gewijs al erg laag, maar we blijven nadenken hoe we nog meer kunnen besparen. Tot nu toe hebben we dus nog geen projecten hoeven stopzetten. Maar de verwachtingen voor 2011 zijn een stuk slechter, omdat de minister van ontwikkelings­ samenwerking een subsidieplafond heeft ingesteld van 106 miljoen euro. Op dit moment krijgen we jaarlijks een subsidie van ongeveer 135 miljoen euro; dit zou betekenen dat wij over twee jaar zo’n 30 miljoen euro minder te besteden hebben. Dergelijke bedragen zijn niet op andere manieren op te vangen. Dat gaat dus zonder twijfel enkele programma’s aantasten. En dát is waar het uiteindelijk om draait en niet om de vraag of de organisatie het moeilijker krijgt door de economische crisis.

In de eerste plaats moeten wij inno­

“Conflictgebieden als Somalië en Darfur krijgen te weinig aandacht, omdat hun politieke en economische betekenis nihil is”

Fiat Justitia november 2009

35


i n t e rv i ew Er zijn veel tegenstanders die aanvoeren dat ontwikkelingshulp niet helpt. De hulp zou landen afhankelijk maken, de eigen ontwikkeling hinderen, het zou niet kunnen leiden tot economische groei en corruptie in de hand werken. Wat vindt u van deze argumenten?

In veel discussies wordt de ontwikke­ lings­samenwerking gegeneraliseerd, maar er moet onderscheid gemaakt worden tussen goede en slechte hulp. Slechte hulp helpt inderdaad niet. Als je geen kennis van zaken hebt en denkt dat jij wel even de problemen in ontwikke­lingslanden kunt oplossen,

“Er zijn Afrikaanse landen waar door dumping van goedkoop kippenvlees totale kippensectoren zijn verwoest” kan dat veel kwaad aanrichten. Men moet zich realiseren dat ontwikke­ lings­hulp niet zomaar armoede de wereld uit kan helpen of economische groei kan bewerkstelligen. Maar met goede hulp kun je wel een katalysator 36

Fiat Justitia november 2009

zijn voor bepaalde ontwikkelingen in een land. Dat is lastig, omdat je als hulporganisatie niet uit het land zelf komt. We moeten ons daarom ten dienste stellen van lokale organisaties die goed begrijpen wat er in een bepaald gebied gaande is. Echter, er zijn meer omstandigheden die een goede werking van ontwikkelingshulp in de weg staan. Door een protectio­nistisch handelsbeleid krijgen Afrikaanse landen geen toegang tot onze westerse markten en dat is desastreus voor de ontwikkeling van hun economieën. Het heeft weinig nut als westerse overheden landbouw­sectoren in ontwikkelingslanden ondersteunen, maar aan de andere kant de Afrikaanse producten van hun eigen markten weren. Dat is met de ene hand geven en de andere hand nemen! Daarnaast is dumping van goedkoop geproduceerde Europese producten een ernstig probleem. Het op de Afrikaanse markt brengen van deze gesubsidieerde producten onder de marktprijs is dodelijk voor de econo­mische zelfstandigheid van deze landen. Er zijn Afrikaanse landen waar door dumping van goedkoop kippen­vlees totale kippensectoren zijn verwoest. Tegenstanders voeren ook aan dat er te veel geld aan de strijkstok blijft hangen. Ontwikkelingshulp zou dus vooral de hulporganisaties ten goede komen. Hoe is dit bij Oxfam Novib geregeld?

Wij hebben een begroting van tweehonderd miljoen euro, waarvan anderhalf procent opgaat aan beheer en administratiekosten. Dat is natuur­ lijk veel geld, maar bij andere organisa­ ties zie je hogere cijfers. Bovendien zijn organisatiekosten noodzakelijk. Men moet zich realiseren dat goede hulp een bepaalde kennis vraagt. Als je

kwaliteit wilt leveren, heb je daar de juiste mensen voor nodig. Daarnaast moet onze boekhouding op orde zijn, zodat wij verantwoording kunnen afleggen aan het publiek en aan onze donateurs. We hebben bijvoorbeeld een duidelijke monitorings­afspraak met de Nederlandse regering: we krijgen onze subsidie op basis van ons programma en moeten kunnen aantonen dat we bepaalde resultaten ook daadwerkelijk bereikt hebben. Wat hoopt u uiteindelijk te bereiken in uw huidige functie als directeur van Oxfam Novib?

Van jongs af aan wil ik er al voor zorgen dat ieder mens een fatsoenlijk leven heeft, of dat nu hier is of in mijn geboorteland Iran. Die drang komt voort uit een bepaald gevoel voor rechtvaardigheid dat ik in mijn jeugd heb ontwikkeld. Ik hoop daarom te kunnen bereiken dat er op lange termijn helemaal geen ontwikkelings­ samenwerking meer nodig is!

Over Farah Karimi Farah Karimi is op 15 november 1960 geboren in Garros, Iran. In 1983 vluchtte ze via Duitsland naar Nederland. Ze volgde uiteenlopende academische opleidingen in zowel Iran, Duitsland als Nederland. Van 1994 tot 1998 was ze coördinator van het project Aisa voor zwarte, migranten- en vluchtelingen­vrouwen. Vervolgens zat ze zeven jaar namens GroenLinks in de Tweede Kamer en behoorden buitenlandse zaken, ontwikkelings­samenwerking en defensie tot haar portefeuille. Ze schreef twee boeken: ‘Het geheim van het vuur’ (2005) over haar ervaringen bij de Iraanse Volksmojahedin en ‘Slagveld Afghanistan’ (2006) over de dreigende mislukking van de strijd tegen het terrorisme in Afghanistan. Ze is sinds 2008 algemeen directeur van de ontwikkelings­samen­werkings­ organisatie Oxfam Novib.


MAATWERK AAN DE MAAS Veerhaven 17 | 3016 CJ Rotterdam | The Netherlands P.O. Box 23509 | 3001 KM Rotterdam | The Netherlands T + 31 (0)10 - 241 89 00 F + 31 (0)10 - 241 89 15 I www.schippernoordam.com E info@schippernoordam.com


a rt ike l

The legal status of ASHRAF A brief outline

Owing to a most unfortunate outcome of the Iranian revolution in 1979, the Ayatollahs are the ones who ruled over Iran for thirty years now. Therefore, it should come as no surprise that a great many people do not approve of the way the Iranians are treated by their own government. In a country which once was the cradle of total civilization, its people are now screaming for a civilized government. Many souls have already lost their lives in the battle against the present regime. The most hated group by this regime is the People’s Mojahedin Organization of Iran (PMOI). In their battle for democracy and freedom, including a secular society, they have suffered enormously. The current regime will do anything to overthrow the PMOI, because the party is her greatest threat. Infact they have once been listed as a ‘terrorist organization’. This inevitably brought about a protest by two thousand European Members of Parliament, and, due to an annulment by the European Court of Justice, the party has meanwhile been removed from this list. The party has its seat partly in Paris and partly in Iraq, in ‘Ashraf City’. Author: Sanabargh Zahedi

Where is Ashraf? Camp Ashraf or Ashraf City is situated northeast of the Iraqi town of Khalis, about 75 kilometers west of the Iranian border and 100 kilometers north of Baghdad. The city of Ashraf was named in commemoration of Ashraf Rajavi, a famous political prisoner at the time of the Shah who was killed by the current Iranian regime. Camp Ashraf is a refugee camp in Iraq for about 3400 members of People’s Mojahedin Organization of Iran (PMOI) the principal Iranian opposi­ tion movement. This camp was guarded by the United States military following the invasion of Iraq in 2003. On 1 January 2009 security responsi­bi­ lity was formally transferred to the Iraqi government.

The event On 28 and 29 July 2009, Iraqi security forces, under pressure from Tehran regime, viciously attacked women and men residents at Ashraf, leaving 11 dead, more than 500 injured and 36 were arbitrarily arrested. This attack which was clearly done at the behest of Tehran, coincides with the brutal repression of political prisoners and those arrested during the uprising in 38

Fiat Justitia november 2009

an agreement between Tehran and Baghdad on the expulsion of the anti-Iran terrorist group, the Mojahedin-e Khalq (MKO), from Iraq.”

“The tragedy of Ashraf was part of the Iranian regime’s efforts to eliminate its organized opposition”

Sanabargh Zahedi

The People’s Mojahedin Organization of Iran (PMOI)1

Iran. The tragedy of Ashraf was part of the Iranian regime’s efforts to eliminate its organized opposition. In fact, on 28 February 2009, the clerical regime’s Supreme Leader in a meeting with the Iraqi President publicly demanded from him and the Iraqi Prime Minister to implement a “mutual agreement” between the two countries to expel PMOI from Iraq. The official Fars News Agency reported: “The Leader also urged implementation of

A short summary of the history of the PMOI: The PMOI is an Iranian political organization and a member of the National Council of Resistance of Iran (NCRI). It was founded in 1965. The purpose was initially to oppose the regime of the Shah and to replace it with a democratic one. Its present purpose is, and has been for some years, the replacement of the existing theocracy with a democratically elected, secular government in Iran. Towards


the end of 1981, many of the members and supporters of the PMOI went into exile. Their principal refuge was in France. But in 1986, after negotiations between the French and Iranian authorities, the French government effectively treated them as undesirable aliens, and the leadership of the PMOI with several thousand followers relocated across the border of their country with Iraq. They were located in a number of areas, but principally in Camp Ashraf, which was a barren desert and was constructed by them and eventually became a small town.

The legal status of PMOI under former regime of Iraq When the members of PMOI came to Iraq in 1986 they had a political refugee status, according to Iraqi constitution (article 34)2 and the Order No. 210 issued by the then Revolutionary Command Council. The status, however, was not granted individually for each member of the movement, but for all the members of the Organi­

zation as a whole. The first Minister of Justice of Iraq in interim government, Mr. Males Dohan Hassan, emphasized this fact in his legal opinion dated 27 October 2003. The investigative judge in the Court of Khalis city in Iraq that decided for the 36 residents of Ashraf who had been seized by Iraqi forces on 28 and 29 July, and ordered their release, ruled in his decision of 28 September 2009 that: “All documents relating to Iranians which were issued by the Coalition as well as agreements

all documents relating to their residen­ cy were lodged. On 24 September 2009, enclosed remarks by the legal representative of the office of immigration in which he affirmed that the residency of the Iranians in the previous regime were based on the common rules and norms….”

Invasion of Iraq in 2003 After the invasion of Iraq by multi­ national forces, an agreement was signed with PMOI. Then on 2 July 2004,

“On 2 July 2004, the U.S. confirmed the status of the PMOI members in Camp Ashraf as “protected persons” under the Fourth Geneva Convention of 1949” and decisions by the defunct Revolutio­ nary Command Council regarding the legal documents on their residency and

following a 16 months’ investi­gation and screening process by different agencies of the Government of the Fiat Justitia november 2009

39


a rt ike l United States, the U.S. confirmed the status of the PMOI members in Camp Ashraf as “protected persons” under the Fourth Geneva Convention of 1949 relative to the protection of Civilian Persons in Time of War. This recognition was due to the neutrality and co-operation of the residents of Ashraf, before, during and after the war. The US General and then commander of the 4th Infantry Division, Raymond Odierno, referred specifically to this positive cooperation from the residents of Camp Ashraf. The acknowledgement of this status came after a vast legal campaign by Iranian resistance in almost all European countries and in the Unites States, and also after a dozen legal opinions presented by distinguished interna­ tional jurists like Professor Mohammad Cherif Bessiouni, Lord Slynne of Hadley, Professor Eric David etc.

U.S. transfer of protection to Iraqis On 17 November 2008, the Status of Forces Agreement (SOFA) was concluded between the United States and Iraq on the withdrawal of American forces from Iraq and the organization of their activities during their temporary presence in Iraq. This agreement came into force on 1 January 2009.

40

Fiat Justitia november 2009

According to a press release from the US Embassy in Baghdad, dated 28 December 2008, the government of Iraq pledges to treat Ashraf residents humanely, in accordance not only with Iraqi laws but also with International Law. In spite of this fact, on 28 July 2009, the Iraqi forces decided to enter Camp Ashraf. The Ashraf residents tried to prevent their entrance, which they considered to be an assault on their camp. They formed a human chain, whilst being unarmed, at the camp’s entrance. But the Iraqi forces waded into the crowd attacking the participants with batons, nail-studded planks, axes and

clubs; they throw tear-gas, stun grenades, used hot water cannons and sent in heavy vehicles such as bulldozers, small armored vehicles, police trucks, etc. They opened fire on the camp’s residents who wanted to preserve what was left of the camp’s gates. As a result of this raid, 11 residents were killed or died as a result

“They formed a human chain, whilst being unarmed, at the camp’s entrance”


of their wounds and some 500 others were injured, 43 of them severely. Thirty-six individuals were arrested.

Crime against humanity Because the Ashraf population was an unarmed civilian population, and the attack could be characterised as “systematic,” “widespread,” and though it may be within “small geographical area,” it was directed against “a large number of civilians”; so it can be affirmed that the attack on 28-29 July 2009, constituted “crimes against humanity.”

Obligations of the U.S. and the international community towards Ashraf The United States is currently required to take all feasible steps to protect civilians in Iraq under the terms of its mandate. Security Council resolution 1770 of 10 August 2007 emphasizes that “all parties should take reasonable steps to ensure the protection of civilians.” Resolution 1790 of 18 December 2007 affirms this and underscores that the obligation also applies to foreign forces. On the other hand, Article 45 of Geneva Convention IV explicitly requires that any party that transfers “protected persons” to another party must ensure that the protections due to the transferees as “protected persons” are respected by the party to whom they are transferred. The United States cannot ensure respect for the protections due to the PMOI as “protected persons” if it transfers control of them to Iraq; therefore it must not transfer

them. As the acts committed at Ashraf on the 28-29 July 2009, constitute not only human rights violations, but also violations of International Humanitarian Law (IHL) as well as crimes against humanity, hence, the international community has the obligation to react to the commission of those crimes. Because of: A. The obligation to prevent human rights and IHL violations B. Iraq’s obligation to prevent human rights and IHL violations C. The United States’ obligation to prevent human rights and IHL violations D. UN obligation to prevent human rights and IHL violations Symbol of Ashraf City

Conclusion Since the acts of 28-29 July 2009 at Ashraf constitute human rights and IHL violations, and crimes against humanity, all States as well as the UN must react in order to prevent and put an end to these violations and crimes; this obligation is founded on the UN Charter as well as on IHL instruments. Iraq and the US both have specific obligations in that respect, Iraq being the State where these violations were committed, and the US, being the former occupying power of Iraq. The UN is also bound by an obligation of diligence in order to ensure the protection of human rights, an obligation founded on general international law, on the UN Charter, and on the terms of the mandate that the Security Council has assigned to UNAMI (United Nations Assistance Mission for Iraq.

About Sanabargh Zahedi Sanabargh Zahedi was born in Iran and studied law at the university of Tehran. He graduated in civil law in 1974 and in 1978 he obtained his Master’s degree, also in Tehran. He then worked as a university teacher. From 1975 till 1981 he worked as a lawyer in Iran, but was no longer allowed to carry on practice, because of his protests against the violations of human rights during the regime. Between 1981 and 1983 he secretly worked as a lawyer, but then he fled the country. He is chairman of the Association of Iranian Lawyers and Jurists in exile. He is also chairman of the judicial committee of the NCRI (National Council of Resistance of Iran) and is mainly engaged in international law. He has lived in France ever since.

Bronvermelding 1 The POAC judgement No: PC/02/2006 in 30th November 2007 2 Article 34: The Republic of Iraq will grant Asylum for all the champions of the human liberation principles who are facing threat in their home countries because they are defending those principles, to which the Iraqi people are committed in this constitution.

Fiat Justitia november 2009

41


Alexander van Veen Jolien Kruit

Eva Peeters

Mogen wij ons even aan je voorstellen? Van Traa is dé specialist binnen de rechtsgebieden transport, internationale handel en verzekering. Ons middelgrote kantoor met 60 medewerkers, waaronder 30 advocaten, heeft een internationale advies- en procespraktijk. Deskundig Deskundigheid typeert ons kantoor. Dat betekent aandacht voor kennisoverdracht. Onze gedegen interne opleiding vormt hiervoor de basis. De deur staat altijd open. Domme vragen kennen wij niet. Inhoudelijke ontwikkeling staat voorop. En we hebben een ‘Rotterdamse’ werkmentaliteit: niet lullen maar poetsen. Internationaal Door onze focus op transportrecht, internationaal handelsrecht en verzekeringsrecht behoren wij tot de top in deze rechtsgebieden. Wij zien ons werk regelmatig terug in de krant. Niet alleen nationaal, ook internationaal. Internationaal levert dit een goede reputatie op. En een netwerk van advocatenkantoren in het buitenland.

Specialistisch Wij gaan uit van specialisatie, niet van generalisatie. Ons kantoor richt zich op: 1. Transport & Logistiek Schades ontstaan bij transport over weg, zee, spoor, lucht en binnenwater. Geschillen ontstaan bij expeditie, stuwage, op- en overslag en physical distribution, aanvaringen, wrakopruimingen, hulpverleningsgeschillen, het bouwen en repareren van schepen en (luxe) jachten. 2. Internationale Handel Koop, betaling, vervoer en verzekering van internationale handelstransacties en advies bij handelsarbitrages. Adviseren van en procederen voor binnen- en buitenlandse banken bij Letters of Credit, garanties en documentaire incasso’s. 3. Verzekering & Aansprakelijkheid Opstellen en beoordelen van polisvoorwaarden. Geschillen over polisdekking, verzwijgingen en fraude. Claims bij aanvaringen en passagiersletsel bij vliegtuigongevallen.

Transparant De organisatie kent weinig hiërarchie. Lijnen naar het bestuur zijn helder. Wij houden van degelijk, zeker in deze tijd. Met respect behandelen wij elkaar, onze cliënten en onze wederpartijen. Hier is het gemoedelijk. Wij zijn wie we zijn, niets meer en niets minder. Kennismaken? Via een studentstage, snuffelstage of scriptiestage kan dat. Neem daarvoor contact op met Alexander van Veen (veen@vantraa.nl) of Jolien Kruit (kruit@vantraa.nl). Mocht je willen solliciteren stuur dan je sollicitatiebrief met CV en cijferlijst aan: Van Traa Advocaten N.V. Eva Peeters Postbus 21390 3001 AJ Rotterdam E peeters@vantraa.nl T 010 2245 513 www.vantraa.nl

INTERNATIONAL TRADE, TRANSPORT & INSURANCE


Zaak # 00469 WAT EN? GEZOCHT

SUPPORT

CONTAINER VERSCHEEPT ONVINDBAAR...

JIJ?

(AANKOMEND ADVOCAAT-STAGIAIR)

27 COLLEGA’S 2 PROFESSOREN 1 KOFFIEDAME

FOCUS

INTERNATIONALE HANDEL, TRANSPORT, VERZEKERING EN AANSPRAKELIJKHEID

DUUR GEVESTIGD

36 MAANDEN NL-ROTTERDAM

Van Traa is gewoon een heel leuk kantoor om te werken. Zou het onze passie zijn om zaken helder te maken? Of ligt het aan onze recht-door-zee mentaliteit en de koffiedame die heerlijke koffie met koek brengt… De gedegen interne opleiding kan ook de doorslag geven. Misschien komt ‘t doordat wij klein genoeg zijn om stagiairs direct mee te laten werken aan internationale zaken en groot genoeg om zowel multinationals als de beste professoren aan ons te binden. Wil jij ontdekken waarom ‘t hier zo leuk is, bel Eva Peeters op 010 2245513.

ZakEN HELDER MakEN


i n t e rv i ew

Giovanni Hakkenberg Held met negen levens

Hollywood verfilmt in zijn klassiekers de heldhaftigste verhalen. Dat het verhaal van marinier Giovanni Hakkenberg nog nooit op het witte doek heeft geschitterd, mag daarom met recht onbegrijpelijk worden genoemd. Gedurende het gesprek dat Fiat Justitia met deze man had, zien we het ene bizarre scenario na het andere voorbij komen. Zo wordt zijn schip getroffen door een Japanse torpedo en zinkt het binnen twee minuten. Hakkenberg overleeft dankzij zijn zwemvest. In krijgsgevangenschap wordt hij tewerkgesteld aan de beruchte Dodenspoorlijn in Birma en raakt tot overmaat van ramp besmet met het malariavirus. Na de Tweede Wereldoorlog kan hij het niet aanzien hoe de Indonesische bevolking wordt geterroriseerd door lokale warlords. Middels nachtelijke operaties en met gevaar voor eigen leven arresteert hij persoonlijk diverse bendeleiders. Voor zijn heldendaden krijgt hij de hoogste Nederlandse militaire onderscheiding, de Willems-Orde. Deze onderscheiding wordt slechts gedragen door een handvol nog in leven zijnde ridders. Met veel detail neemt de nu 85-jarige Hakkenberg ons bij de hand langs enkele van zijn hachelijke avonturen: “Ik had een Tommygun zonder kolf verstopt onder mijn Sarong”. Tekst: Tom van den Akker en Lorenzo Favetta

In 1941 hebt u zich aangemeld bij de marine in Nederlands-Indië. U was op dat moment slechts zeventien jaar oud. Waarom bent u toen bij de marine gegaan?

Mijn broer en acht neven gingen toentertijd de Koninklijke Nederlandse Marine in. Ik ben hen simpel­weg gevolgd. De oorlog tegen Duitsland was net uitgebroken en je moet begrijpen dat wij allemaal pro patria waren: we hadden een groot respect voor onze koningin, voor de regering en voor het vaderland. Na onze opleiding hoopten we naar Engeland te gaan om daar mee te vechten in de oorlog tegen de Duitsers.

“Onbegrijpelijk, ik ben

tot het laatste toe niet

U werd in eerste instantie opgeleid tot matroos. Kunt u wat vertellen over uw opleiding?

Ik heb mijn nautische opleiding genoten aan boord van de Hare Majesteit Soerabaja. Nog tijdens de negen maanden durende opleiding werden we al naar de Soenda-eilanden in Zuidoost-Azië gestuurd om Japanse onderzeeboten in de gaten te houden. Ons schip had een topsnelheid van 44

Fiat Justitia november 2009

bang geweest”


slechts tien mijl per uur, terwijl de Japanners de modernste schepen hadden, die toen al dertig mijl per uur konden varen. We hebben ons dan ook voornamelijk schuilgehouden. Als ik zo terugdenk, dan waren we toch eigenlijk een zielige vloot. De Japanners konden al schieten voordat wij hen zelfs maar konden zien. Daarnaast hadden wij geen vliegtuigen en de Japanners wel. Het is achteraf gezien een levensgevaarlijke situatie geweest, maar daar dachten we op dat moment niet aan. Onbegrijpelijk, ik ben tot het laatste toe niet bang geweest.

volgende ochtend zijn we opgepikt door de Engelse Encounter, die ons terugbracht naar Soerabaja op het eiland Java. In het plaatselijke hospitaal moest ik vervolgens revalideren, omdat ik gewond was geraakt aan mijn been.

We moesten namelijk elke dag werken, soms wel drie etmalen achter elkaar. Het was keihard werken, want die trein moest zo snel mogelijk gaan rijden, omdat Japan verlegen zat om munitie. De bewakers sloegen je bij het minste

Nederland verklaarde in dat jaar de oorlog aan Japan. Hierdoor kon u niet naar Engeland vertrekken.

De Nederlandse regering verklaarde op 12 december 1941 de oorlog aan Japan. Eind december werd ik geplaatst op de Hare Majesteit Kortenaer. We zijn toen met achttien schepen uit Soerabaja vertrokken om de Japanse aanvalsvloot tegen te houden. Onder deze achttien schepen bevonden zich een aantal Amerikaanse, Australische en Engelse kruisers. Voor de rest bestond de vloot uit torpedobootjagers. We stoomden in formatie op naar de Javazee, waar we de tweede dag in aanraking kwamen met de vijand. De Amerikaanse Exeter werd als eerste door vijandelijk vuur getroffen. Om precies half vier ’s middags werd ons schip getroffen door een torpedo. Ik vermoed dat de Japanners de aanval vanuit de lucht coördineerden, want de torpedo’s werden van een enorme afstand afgevuurd. Het schip is toen midscheeps geraakt en binnen twee minuten gezonken. Op het moment van de inslag stond ik op het dek bij mijn kanon. Dat is mijn geluk geweest, want door de schokgolf werd ik weggesmeten van het schip. Ik kwam terecht in zee en werd met het schip mee naar beneden gezogen. Door mijn zwemvest kwam ik weer boven drijven en toen ik mijn ogen open deed, was het schip al gezonken. Ik ben naar een vlot gezwommen en ben daar samen met anderen opgeklommen. De

“Om half vier ’s middags zijn wij Nederlands-Indië capituleerde op 6 maart 1942. Wat betekende dit voor u als matroos?

We zijn krijgsgevangenen gemaakt en werden tewerkgesteld aan de beruchte Birmaspoorlijn. Ondanks het feit dat we zoveel rijst kregen als we wilden – Thailand was de rijstschuur van Azië – waren de omstandigheden in het werkkamp zeer slecht. We sliepen in zelfgemaakte hutjes, midden in de jungle. Overal waren muskieten, allerlei andere insecten en wilde beesten. De tropische ziekte malaria vormde een ware verschrikking en ook ik raakte besmet. We hebben zelfs een olifantenplaag gehad, maar gelukkig is niemand verpletterd door die grote beesten. Toiletten waren er niet, dus moesten we gewoon een gat graven in de grond. ´s Nachts vielen veel mensen in die gaten, omdat we geen lampen mochten gebruiken, haha. Enfin, de leefomstandigheden waren dus al zeer slecht, maar jullie hebben geen idee hoe de werkomstandigheden waren!

getroffen door een torpedo” of geringste. Toch waren die Japanse bewakers nog wel redelijk. De Koreanen daarentegen, dat waren de echte schoften! Zij wilden zich namelijk bewijzen tegenover de Japanners. Hoe hebt u deze verschrikkelijke omstandigheden overleefd?

Ik heb het overleefd, omdat ik samen met vier anderen een groepje heb gevormd dat elkaar altijd steunde. Als een van ons ziek werd, namen de anderen zijn werkzaamheden over en zorgden we ervoor dat hij snel weer beter werd. Degene die niet wilde eten werd gedwongen, want als je niet eet ga je dood. Ook deden we vaak alsof iemand ziek was, zodat diegene weer op krachten kon komen. Dan Fiat Justitia november 2009

45


i n t e rv i ew overtuigde de Nederlandse dokter de bewakers ervan dat deze persoon echt ziek was en niet in staat was om te werken. Zijn naam zal ik trouwens nooit meer vergeten, want hij heeft mijn leven gered: dokter professor Gorddijk van het KNIL (Koninklijk Nederlands-Indische Leger, red.). Echter, het probleem van net doen of je ziek was, was dat iemand anders jouw plaats moest innemen; dat vond ik zo rot. Wanneer niemand ons had hoeven

uren mochten slapen. In die mijnen zijn veel mensen gestorven door instortende gangen. Ikzelf werd ook bedolven onder het puin. Mijn geluk was echter dat een balk ervoor zorgde dat de gang niet volledig instortte. Ik heb hierbij wel een aantal ernstige verwondingen opgelopen. Ik heb toen een maand ‘gerevalideerd’ om enigszins te herstellen. Maar ook al was je gewond of ziek, werken moest je toch.

werden de kampbewakers in een rij naast elkaar neergezet. De oorlogsmisdadigers moesten worden aangewezen om te zorgen voor gerechtigheid. Maar onze bewakers hebben we niet aangewezen. Ik had me tijdens mijn krijgsgevangenschap namelijk de Japanse taal eigen gemaakt, waardoor ik onze bewakers kon waarschuwen om niet te streng te zijn. Na de oorlog zouden zij dan immers worden aangemerkt als oorlogsmisdadigers. Dit maakte hen bang. We hadden dus een soort deal met hen gemaakt: wij voerden onze werkzaamheden uit en zij waren niet te streng voor ons. Is het inzetten van de atoombom door de Verenigde Staten gerechtvaardigd?

Het is geweldig dat wij daardoor zijn bevrijd. En het heeft ook ergere strijd voorkomen. Na onze bevrijding zijn wij via Nagasaki naar Okinawa vervoerd. De oorlog heeft 18.000 Amerikanen en meer dan 100.000 Japanners het leven gekost. Op de begraafplaats zag ik kruizen zo ver als mijn zicht reikte. Maar tijdens de tussenstop in Nagasaki heb ik gezien wat de gevolgen waren van de atoombom. Het was vreselijk! De inwoners waren allemaal verminkt, zoals melaatsen. De vellen hingen aan hun gezicht, armen en benen. Ik heb de Japanners toen vergeven wat ze ons allemaal hebben aangedaan.

“Ik heb de Japanners toen vergeven” vervangen, hadden we natuurlijk vaker gedaan alsof we ziek waren. U bent negen maanden lang in Birma tewerkgesteld. De nachtmerrie was echter nog niet voorbij, want daarna werd u tewerkgesteld in de Japanse mijnen. Waren de omstandigheden daar beter?

Slechter kon het niet! Het kamp was nog redelijk goed, maar we hadden niets te eten. Als ontbijt kregen we een klein beetje rijst en vervolgens moesten we naar de steenkoolmijn. We werkten heel de dag, waarbij we slechts enkele 46

Fiat Justitia november 2009

Na de atoombom op Hiroshima en Nagasaki capituleerde Japan. U was weer een vrij man.

Het was een onbeschrijfelijk mooi moment. Maar het enige wat wij de eerste dagen na de capitulatie deden, was slapen en eten, omdat we zo verzwakt waren. Ik woog op dat moment nog maar veertig kilo! De Amerikaanse vliegende forten (B-17 bommenwerpers, red.) hadden boven ons kamp eten en kleding gedropt, dat was geweldig! Het eten hadden we naast ons neergezet, zodat we drie dagen lang niet meer van onze slaapplek hoefden af te komen. Voordat we uit het kamp vertrokken,

Na de oorlog blijft u bij de marine en komt u te werken bij de veiligheidsdienst in Nederlands-Indië. Was u na de oorlog, waarbij u uw broer en neven hebt verloren, niet klaar met het leven als militair?

Oorspronkelijk was het de bedoeling dat ik slechts als tolk werkzaam zou zijn. Ik kende het gebied en ik sprak Javaans, Madoerees en Maleis. Ik ben toen als tolk het binnenland in geweest en zag daar de armoede en de slechte behandeling van de bevolking door de warlords (bendeleiders, red.). De bevolking werd geterroriseerd, uitgemolken en vermoord met slechts één doel: zelfverrijking. Dit was verschrikkelijk om te zien en ik besloot


Roerig Nederlands-Indië Nederland was sinds het einde van de zestiende eeuw aanwezig in Indië. Op Java en de Molukken waren enkele steden en gebieden in Nederlands bezit. Onder aanvoering van de VOC werden steeds meer gebieden veroverd en de greep op de regio verstevigd. Halverwege de negentiende eeuw besloot Nederland geheel Indië onder haar bewind te brengen onder de naam: Nederlands-Indië. Gedurende de Tweede Wereldoorlog werd Nederlands-Indië veroverd door Japan. Het Nederlandse gezag werd ontwricht. Na het einde van de oorlog werd de roep om onafhankelijkheid steeds luider, ook omdat Nederland niet in staat bleek het effectieve gezag te herstellen, ondanks de aanwezigheid van meer dan 100.000 militairen. Na enkele mislukte politionele acties om de opstand neer te slaan werd eind 1949 de Indonesische onafhankelijkheid uitgeroepen.

dat dit afgelopen moest zijn. Als krijgsgevangene heb ik namelijk te veel slechte dingen meegemaakt en ik wilde die warlords achter slot en grendel. In de nacht trok ik vaak alleen de dorpjes in en ging op zoek naar die bendeleiders om ze vervolgens te arresteren. Daarnaast zorgde ik er ook voor dat de Nederlandse militairen de bevolking goed behandelden. Geen marinier in de omgeving durfde de mensen slecht te behandelen, want dan kregen ze met mij te maken. Eén van de vijf acties die genoemd zijn in het Koninklijk Besluit ter toekenning van de Militaire Willems-Orde is de arrestatie van bendeleider Pa Tai. Kunt u deze arrestatie beschrijven?

Hij was het hoofd van een groep van achttien mannen. Zij plunderden de dorpen en terroriseerden de lokale bevolking. Ik heb twee Indonesische informanten gevraagd uit te zoeken waar Pa Tai zich bevond. Het bleek dat hij op een bepaald moment was uitgenodigd voor een groot feest. Ik ben toen met die twee informanten naar het dorp gegaan waar het feest werd gehouden. We hebben daar twee dagen de omgeving verkend en een actieplan bedacht. Op de avond van het feest hebben wij ons tussen de feestvierders begeven. Ik gaf mijn informanten ieder een pistool, terwijl zij nog nooit zo’n ding in hun handen hadden gehad. Wanneer het fout zou gaan, mochten ze schieten, maar ze moesten vooral hard wegrennen. Ik had een Tommygun zonder kolf verstopt onder mijn Sarong (een traditioneel

gewaad, red.). Op het feest werd door de bendeleden veel gedronken en gedanst. Wij hielden alles in de gaten, maar bleven afzijdig. In de ochtend gingen Pa Tai en acht van zijn mannen naar hun huis. We zijn hen gevolgd en hebben een uur gewacht totdat zij

“Ik had een Tommygun zonder kolf vestopt onder

kunnen aflopen. Ze konden immers niet eens pistoolschieten. En toch kende ik tijdens de arrestatie geen angst. Ik heb namelijk al mijn angst verloren gedurende mijn gevangenschap in Birma en Japan; daardoor ben ik nooit meer angstig geweest. Het is misschien voor u onbegrijpelijk, maar dat is het ook voor mijzelf. Op 6 maart 1951 werd u toegelaten tot de Militaire Willems-Orde. Heeft deze onderscheiding uw leven veranderd?

Het was een hele eer om de Militaire Willems-Orde uitgereikt te krijgen. Het grote defilé bij de ceremonie was erg indrukwekkend. Ik denk echter niet dat het mijn leven heeft veranderd. Ik ben ook gewoon marinier gebleven en ik deed mijn dienst zoals het moest. De media hebben wel meer aandacht voor me, maar daar geef ik niets om. Trots ben ik dan ook niet, want wat moet een mens met trots. Ik heb gedaan wat ik moest doen. En nu ben ik blij dat ik het achter de rug heb.

mijn sarong” sliepen. Vervolgens zijn we met z’n drieën naar binnen gegaan en hebben hen met veel kabaal overmeesterd. Ze waren zo verbouwereerd dat ze zich zonder slag of stoot hebben overgegeven. Vervolgens heb ik ze alle negen met paard en wagen afgevoerd naar de marinierspost. Toen ik Pa Tai op de post binnenreed, kon niemand geloven dat ik hem had gearresteerd. Gedurende de oorlog hebt u de Japanse werkkampen overleefd en in de periode daarna hebt u in Nederlands-Indië veel gevaarlijke operaties uitgevoerd. Denkt u dat er een engeltje over u waakt?

Dat moet haast wel. Als ik bijvoorbeeld terugdenk aan de arrestatie van Pa Tai, dan vraag ik me nog steeds af hoe het toch kan dat zijn arrestatie is gelukt. Ik had toen eigenlijk al dood moeten gaan. Door de onervarenheid van mijn informanten had het ook volledig fout

Over Giovanni Hakkenberg Giovanni Narcis Hakkenberg wordt op 6 december 1923 geboren in Soerabaja, Nederlands-Indië. Op zeventienjarige leeftijd start hij zijn carrière bij de Nederlandse Marine. Na de capitulatie van NederlandsIndië, wordt hij krijgsgevangene gemaakt. Hij wordt tewerkgesteld aan de Birmaspoorlijn en de steenkolen­ mijnen in Japan. Na de oorlog woog hij nog maar 40 kilogram. Hij blijft bij de marine en komt bij de veiligheids­ dienst van de Mariniersbrigade. Na enkele heldhaftige arrestaties van diverse bendeleiders, krijgt hij in 1951 bij Koninklijk Besluit de Militaire Willems-Orde toegekend. Dit is de hoogste militaire onderscheiding in Nederland. Hij woont nu samen met zijn vrouw in een Indisch woonzorg­ centrum in het rustieke Wageningen.

Fiat Justitia november 2009

47


S peci a l

Kinder- en Jongerenrechtswinkel: een impressie

Net teruggekomen van het spreekuur in de justitiële jeugdinrichting De Hartelborgt, plof ik neer op mijn bed om de laatste hand te leggen aan dit stuk voor de Kinder- en Jongerenrechtswinkel (KJRW) in de Fiat Justitia. Tekst: Suzanne van Kooij

S

preekuur houden bij De Hartelborgt is één van de populaire werkzaamheden om te doen binnen de KJRW. De medewerkers van de KJRW krijgen de mogelijkheid om vragen te beantwoorden van de jongens die daar gedetineerd zijn. Vandaag was het echt een leuk gesprek met de jongens. Ze deden goed mee en hadden een aantal interessante vragen zoals of dat wij contact op kunnen nemen met de gezinsvoogd van één van hen om de afspraken beter te laten lopen tussen hem en de voogd. Naast het spreekuur bij De Hartelborgt houdt de KJRW reguliere spreekuren op het kantoor welke zich huisvest aan de Westblaak tegenover het skatepark. De KJRW is een lidorganisatie van de Rotterdamse Jongerenraad en zit ook in het pand van deze Raad. Boven is er een uiterst gezellig klein kantoor waar de KJRW de vragen beantwoordt van cliënten tot 23 jaar op alle rechtsgebieden. Cliënten kunnen ons bereiken per post, telefoon, e-mail of msn en natuurlijk kunnen zij tijdens spreekuren ook langskomen op het kantoor. Voorzitter Anastasia vertelt: “Het was een tijdje wat rustiger, maar de zaken gaan weer goed, zeker nu we de leeftijdsgrens hebben verhoogd. Deze was voor alle rechtsgebieden, behalve het strafrecht, namelijk eerst tot 18 jaar!” Zelf ben ik actief geworden bij de KJRW sinds vorig jaar oktober en ben ik sinds april algemeen bestuurslid. Het bestuurslidmaatschap voegt naar mijn inzicht absoluut wat toe binnen de KJRW. Op dit moment houd ik mij bezig met de evenementen om de rechtswinkel te promoten: de open dag bij de rechtbank op 7 november en het Kinderrechtenfestival in de Maassilo op 22 november. Naast de reguliere spreekuren, het spreekuur bij de Hartelborgt en de promoacties heeft de KJRW ook een eigen radioprogramma genaamd ‘Vet in je Recht’, dat iedere donderdag vanaf 18:00 uur tot 19:00 uur te beluisteren is op Radio Stanvaste. Iedere week wordt er in het programma een juridisch onderwerp behandeld dat betrekking heeft op jongeren en tussendoor draaien we uiteraard ook de leukste muziek.

48

Fiat Justitia november 2009

Twee keer per jaar geeft de KJRW ook voorlichtingen op diverse basis- en middelbare scholen in Rotterdam en omstreken, we vertellen dan het één en ander over de rechtswinkel en wat we voor kinderen en jongeren kunnen betekenen. Ook worden een aantal juridische onderwerpen behandeld waar de scholieren mee te maken kunnen krijgen, waardoor wij vinden dat het een heel leuke en leerzame voorlichting is! Tenslotte heeft de KJRW twee verplichte maandagavonden per maand voor de medewerkers, namelijk de scholingsavond en de casusavond. Tijdens de scholing komt er iemand van buitenaf een presentatie houden welke interessant is voor de medewerkers. Zo waren er laatst twee docenten van de EUR te gast die een stoomcollege arbeids- en ontslagrecht gaven. De casusavonden worden behandeld door leden van het externe bestuur van de KJRW dat bestaat uit advocaten, officieren van justitie en juristen van de gemeente en jeugdzorg. Er wordt dan feedback gegeven op oude cases en we worden geadviseerd hoe we hier in het vervolg mee om moeten gaan. Al met al genoeg redenen om te komen werken bij de Kinder- en Jongerenrechtswinkel Rotterdam! Het is een leuk team van medewerkers, je doet juridische praktijkervaring op, het neemt niet teveel tijd in beslag en er is genoeg flexibiliteit! Als medewerker bij de KJRW kun je echt een verschil maken voor jongeren die geen middelen hebben om een jurist of advocaat in te schakelen. Een absolute aanrader om naast je rechtenstudie te doen!

Geïnteresseerd? Kinder- en Jongerenrechtswinkel Rotterdam Westblaak 107, 3012 KG Rotterdam Tel: 010-4120208, Website: www.kjrwrotterdam.nl


Samen werken aan wereldklasse

De Rotterdamse haven is een wereld van grote getallen. Koploper in Europa, speler op wereldniveau. Het Havenbedrijf Rotterdam voert daarin een krachtige regie. Als dienstverlener én partner ontwikkelen en exploiteren wij de haven én handelen we het scheepvaartverkeer veilig en efficiënt af. Bereikbaarheid, duurzaamheid en ruimte voor groei staan daarbij centraal. Want we werken aan een veelzijdige, attractieve haven die voldoet aan hoge maatschappelijke en kwaliteitseisen. Zoals het past bij een haven van wereldklasse. www.portofrotterdam.com


S peci a l

Historic Signing Ceremony of the United Nations Convention on Contracts for the International Carriage of Goods Wholly or Partly by Sea – The Rotterdam Rules

20 - 23 September 2009, Rotterdam, the Netherlands Photo by Marc Heeman

In 2008 the UN General Assembly adopted the ‘United Nations Convention on Contracts for the International Carriage of Goods Wholly or Partly by Sea’. The UN General Assembly also authorized a Signing Ceremony to be held in Rotterdam, recommending that the new Convention be known as the ‘Rotterdam Rules’. The Signing Ceremony was held on Wednesday, 23 September in Rotterdam. Prior to this Ceremony a symposium on the Rotterdam Rules took place from 20 to 22 September. The new Convention establishes uniform and modern international rules governing the rights and obligations of shippers, carriers and consignees under a contract for door-to-door carriage that includes an international sea leg. In essence, the application of the new Convention will make international trade easier and lead to an overall reduction in transaction costs.

Relevant to whom: People interested in trade and transport law from: • governmental organizatioins • trade and transport industry • law firms • academic institutions • insurane business • trade organizations Sixtien countries have officially expressed their support for the new UN Convention ‘Rotterdam Rules’ during the official Signing Ceremony in Rotterdam. At this moment another five countries have signed the Convention. The States, which have signed the Rotterdam Rules are:

1. Armenia Camiel Eurlings Minister of Transport, Public Works and Water Management

Ahmed Aboutaleb Mayor of Rotterdam

“The application of the new convention will make international trade easier and will lead to an overall reduction in transaction costs.”

“It is unique for a UN convention to be named after the city of Rotterdam. We are proud to have hosted the Signing Ceremony. It confirms Rotterdam’s top position as a port city and logistic hub.”

Hans Smits CEO Port of Rotterdam Authority

2. Cameroon 3. Congo 4. Denmark

“The Port of Rotterdam supports the new convention because it will stimulate international trade and therefore the whole maritime industry.”

5. France 6. Gabon 7. Ghana 8. Greece 9. Guinea 10. Madagascar 11. Mali 12. Netherlands 13. Niger 14. Nigeria 15. Norway 16. Poland 17. Senegal 18. Spain 18. Switzerland 20. Togo

50

Fiat Justitia november 2009

21. United States of America


Foto’s: Roy Borghouts

Sunday 20 September

Monday 21 September

Welcome Reception and Buffet at the Rotterdam City Hall. Official Delegates and Colloquium Participants where invited by the Mayor and Aldermen of Rotterdam.

Colloquium on the Rotterdam Rules, at the Doelen Congress Hall and Conference Centre. Opening and Welcome Adress by Ernst Hirsch Ballin, Minister of Justice, The Netherlands.

Official Dinner Rotterdam Rules at the Saint Laurens Church.

Cruise through the Port of Rotterdam on board of paddle steamer ‘De Majesteit’.

Down Town Rotterdam. Guided tour by watertaxi from Maritime Museum to Euromast and local pubs.

Tuesday 22 September

Saluting the Flags at the Flag Parade.

Powered by:

wednesday 23 September

Signing Ceremony Rotterdam Rules at the Van Nelle Design Factory. Opening and Welcome Adress by Camiel Eurlings, Minister of Transport, Public Works and Watermanagement, The Netherlands.

Delegates of the States that signed on Wednesday 23 September 2009.

Fiat Justitia november 2009

51


a rt i K E l

the rotterdam rules

De onderliggende beginselen en verwachtingen Op 11 december 2008 heeft de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties de ‘Convention on Contracts for the International Carryiage of Goods Wholly or Partly by Sea’ aangenomen en tevens aanbevolen dat de daarin opgenomen regels ‘Rotterdam Rules’ zullen worden genoemd. Dit verdrag is voorbereid door de UN Commission on International Trade Law (UNCITRAL) op basis van een door het Comité Maritime International (CMI)1 opgesteld eerste concepttekst. Het nieuwe verdrag is een uitbreiding en modernisering van de bestaande internationale regelgeving inzake overeenkomsten van goederenvervoer over zee. Het streven is dat het verdrag de Hague Rules 1924 (HR), de Hague-Visby Rules 1968 (HVR) en de Hamburg Rules 1978 (HambR) op den duur zal vervangen. Auteurs: Lorenzo Favetta, Lennart van der Ziel en Gertjan van der Ziel

Geschiedenis Het hele project is ontstaan in de UNCITRAL Working Group on Electronic Commerce waarin de digitalisering van waardepapieren op de agenda stond. Vanuit de Nederlandse transportsector werd daarbij ook de behoefte aan digitalisering van het cognossement kenbaar gemaakt. Omdat het cognossementsrecht grotendeels uit praktijkregels bestaat, werd door Nederland naar voren gebracht dat voor digitalisering van het cognossement een voorafgaande codificering van deze praktijkregels nodig is. Als we in de toekomst het cognossement willen vervangen door een elektronische equivalent, moet er een wettelijk kader komen waar naar kan worden verwezen en waarin duidelijk is welke de rechten en plichten van de partijen bij het cognossement zijn. Dit is des te belangrijker omdat onder nationaal recht er goederenrechtelijke consequenties uit de overdracht van rechten uit het cognossement voortvloeien. Direct na het naar voren brengen van deze ideeën in de werkgroep staken de Amerikanen hun bordje omhoog en zeiden: “Goh, die Nederlanders hebben een ontzettend goed idee, dat moeten we doen!” Uiteindelijk werd door de in UNCITRAL aanwezige delegaties erkend dat het gebrek aan een inter­ 52

Fiat Justitia november 2009

nationale codificering van de rechten en plichten onder een cognossement een serieuze belemmering voor de ontwikkeling van e-commerce in het zeevervoer is. Daarom riep UNCITRAL in 1996 geïnteresseerde organisaties uit het bedrijfsleven op met voorstellen te komen die de uniformiteit van internationale regelgeving inzake overeenkomsten van goederenvervoer over zee zou kunnen bewerkstelligen. Het CMI nam de uitdaging aan en begon, in consultatie met de praktijk, met het werken aan de ontwikkeling van ontwerp­bepalingen voor de

Gertjan van der Ziel

structuur van het zeevervoerscontract. Deze inspanningen werden zodanig ondersteund door belangrijke sectoren uit de industrie en een aantal grotere handelsnaties, dat UNCITRAL aan het CMI vroeg zich ook op de aansprake­ lijkheidsproblematiek te richten met als doel de Hague­Visby en Hamburg Rules te vervangen. In een relatief korte periode van drieënhalf jaar (1998­2001), slaagde het CMI erin een uitgebreid voorlopig concept op te stellen voor een internationale juridische regeling. In december 2001 werd dit concept voorgelegd aan het secretariaat van UNCITRAL waar het, na geringe aanpassing, de basis werd waarop UNCITRAL’s Working Group III on Transport Law zich in april 2002 ging beraden. In de periode van april 2002 tot januari 2008 wijdde deze werkgroep dertien lange zittingen aan het hele project, waarin het concept in vier rondes werd herzien. Uiteindelijk werd het laatste concept doorgesproken en goed­ gekeurd in de 41e zitting van UNCITRAL in juni/juli 2008. Vervolgens werd dit concept ter goedkeuring doorgestuurd naar de Algemene Vergadering van de VN. Op 11 december 2008 nam de Algemene Vergadering de tekst aan, waardoor het nieuwe verdrag daadwerkelijk tot stand kwam.


Een speciaal kenmerk van de organisa­ tie van het werk was dat, op een gegeven moment, de delegaties besloten om het concept in verschillen­ de onderwerpen op te delen. Elk onderwerp werd toegewezen aan een bereidwillige delegatie met de intentie dat deze delegatie een working paper zou opstellen. Hierin zouden alle problemen betreffende het onderwerp besproken worden en eventuele alternatieve oplossingen naar voren worden gebracht. Verder was het de bedoeling dat zo’n delegatie via een vragenlijst ook andere delegaties vroeg naar hun mening over die problemen en oplossingen; daarover moesten zij de werkgroep dan weer rapporteren. Om transparantie te creëren met betrekking tot deze arbeid tussen de reguliere zittingen door kwamen de landen overeen om een speciale niet­VN website op te zetten, die toegankelijk was voor iedere deelnemer aan het werk van Working Group III. Deze methode van werken is binnen UNCITRAL ongebruikelijk, maar het had het voordeel dat het het besluit­ vormingsproces aanzienlijk versnelde. In feite is het een van de redenen dat het voorbereidende werk van de Rotterdam Rules in een relatief korte periode van zeven jaar door UNCITRAL voltooid kon worden. Al deze inspanningen die door de CMI en UNCITRAL zijn geleverd, hebben geresulteerd in een veelomvattend nieuw verdrag dat niet alleen de internationale regelgeving inzake overeenkomsten van goederenvervoer over zee grondig moderniseert, maar ook de vele hiaten in de huidige verdragen opvult.

Modernisering De contractuele benadering De eerste modernisering is de contractuele benadering door het verdrag. De HR/HVR zijn toepasselijk op vervoersovereenkomsten ‘onder cognossement of een soortgelijk document’. In 1924 was zo’n regel voldoende. Tegenwoordig worden diverse andere documenten in het zeevervoer gebruikt onder allerlei

namen, waardoor de toepasselijkheid van de HR/HVR soms twijfelachtig is. Het uitgangspunt voor het toepas­ singsbereik van het nieuwe verdrag was heel anders; om de weg juridisch vrij te maken voor e­commerce in het zeetransport, zijn de Rotterdam Rules een poging tot codificatie van de contractuele relaties tussen de partijen bij een overeenkomst van goederen­ vervoer over zee, ongeacht of er überhaupt een document is uitgegeven. Maritiem-plus concept Omdat tegenwoordig overeenkomsten van goederenvervoer in de lijnvaart vaak een deel landvervoer omvatten, wordt dit landvervoer ook door de Rotterdam Rules bestreken. Dit betekent dat de Rotterdam Rules zowel van toepassing zijn op overeenkomsten van internationaal port-to-port vervoer alsook op internationaal multimodaal vervoer mits het zeedeel daarvan internationaal is en partijen zijn overeengekomen dat het landdeel onderdeel van dezelfde vervoers­ overeenkomst is.

“Deze benadering maakt een geheel documentloos transport mogelijk” De multimodale toepassing van de Rotterdam Rules is alleen mogelijk als de partijen bij het vervoer zijn overeengekomen dat het landdeel van het transport onder een en dezelfde overeenkomst van goederenvervoer valt als het zeevervoergedeelte. Maakt de weg vrij voor e-commerce De Rotterdam Rules voorzien in de juridische infrastructuur waarbinnen de commerciële partijen hun e­commerce­businessmodellen kunnen ontwikkelen. De Rotterdam Rules voorzien daarbij in twee benade­ ringen. Bij de ene benadering is het

mogelijk dat de partijen gebruik willen maken van een elektronisch transport­ document; daarom voorziet het nieuwe verdrag in een complete gelijkstelling van een elektronisch document met het papieren equivalent. De andere benadering is gebaseerd op een elektronische overdracht van rechten, die in beginsel onafhankelijk van enig papieren of elektronisch document plaatsvindt. Deze tweede benadering maakt een geheel documentloos transport mogelijk. Houdt rekening met de containerisatie De HVR en HambR houden slechts heel beperkt rekening met containerisatie. De Rotterdam Rules daarentegen houden hiermee volledig rekening, zoals blijkt uit de volgende voorbeelden: – de bepalingen over onbekendheidsclausules houden rekening met het feit dat de vervoer­ der normaal gesproken geen mogelijkheid heeft om de goederen in de container te inspecteren (artikel 40); en – een verscheper die een container laadt, moet de goederen in de container juist en zorgvuldig stuwen, en vastzetten (artikel 27 lid 3). Stelsel van vervoerdersaansprakelijkheid meer in balans Over het geheel genomen is het stelsel van de vervoerdersaansprakelijkheid evenwichtiger geworden, een en ander ten gunste van de ladingbelanghebben­ de, zoals blijkt uit de volgende voor­ beelden: – de zorgvuldigheidsplicht van de vervoerder is uitgebreid van ‘voor en bij aanvang van de reis’ tot ook ‘tijdens de reis over zee’ (artikel 14); – de bewijslast is duidelijk op de vervoerder komen te liggen voor (i) de oorzaak van de schade en (ii) het feit dat de schade niet is toe te rekenen aan zijn fout, of een fout van iemand voor wie hij voor verantwoor­ delijk is (artikel 17 lid 2); – de aansprakelijkheidslimieten zijn aanzienlijk verhoogd (artikel 59 lid 1). Vergeleken met de Hague­Visby Rules zijn de limieten per kilogram Fiat Justitia november 2009

53


a rt i K E l verhoogd van 2 naar 3 SDR, terwijl de collo­limiet is verhoogd van 667 naar 875 SDR; en – een beperkte regeling voor aanspra­ kelijkheid wegens vertraging in de aflevering van de lading is ingevoerd (artikel 17, 21 en 60). Rechtstreekse aansprakelijkheid van de uitvoerende zeevervoerder De Rotterdam Rules introduceren de rechtstreekse aansprakelijkheid van de uitvoerende zeevervoerder (artikel 19), die hoofdelijk is met die van de hoofdvervoerder (artikel 20). Het praktische belang van deze bepalingen voor de ladingbelanghebbende kan moeilijk worden overschat. Het betekent namelijk dat er voor de claim van de ladingbelanghebbende altijd een schuldenaar met activa is – name­ lijk het transportmiddel – die bovendien relatief gemakkelijk te vinden is, omdat alle scheepseigenaren geregistreerd staan in een scheeps­ register.

geven. Dit recht wordt ‘beschikkings­ recht’ genoemd, want krachtens hoofdstuk 10 heeft de houder van dit recht de volle beschikking over de goederen tijdens het transport. Omdat het bezit van het beschikkings­ recht in beginsel losgekoppeld is van het bezit van een transportdocument, kan dit hoofdstuk over het beschik­ kingrecht ook de kern worden van de ontwikkeling van e­commerce­ systemen. Aflevering van de goederen aan de ontvanger Ondanks het feit dat de aflevering van de goederen aan de ontvanger een van de hoofdverplichtingen van de vervoer­ der is, hebben de huidige verdragen

überhaupt geen regels over dit onderwerp onder internationaal recht zijn, alsmede de frequentie en ernst van de bestaande problemen, betekenen de nieuwe bepalingen beslist een bijdrage aan een aanzienlijke vergroting van de rechtszekerheid omtrent aflevering. Verplichtingen van de verscheper De verplichtingen van de verscheper worden slechts rudimentair behandeld in de huidige verdragen. De Rotterdam Rules vullen deze leemte in hoofdstuk 7, dat een uitgebreide set bepalingen over dit onderwerp bevat. Deze verplichtingen van de verscheper zijn op zich verre van nieuw of spectaculair, maar op dit moment worden ze ten dele geregeld in de huidige verdragen,

Opvullen van hiaten Beschikkingsrecht over de goederen tijdens het transport Een van de belangrijkste hiaten in de huidige maritieme verdragen is dat ze geen regels bevatten over het recht om onder een vervoersovereenkomst aan de vervoerder tijdens het transport instructies over de goederen te geven. Dit instructierecht is noodzakelijk om de zeggenschap over de goederen uit te oefenen. Dit instructierecht maakt het bijvoorbeeld voor de eigenaar van de goederen mogelijk om tijdens het transport over zijn eigendom te beschikken. Ook een bank die op verzoek van de koper de goederen heeft gefinancierd, en daarom zekerheids­ rechten op de goederen heeft gekregen, heeft het recht om onder een vervoersovereenkomst aan de vervoer­ der instructies te geven die nodig zijn om zijn zekerheidsrechten uit te kunnen oefenen in het geval van insolventie van de koper. Hoofdstuk 10 van de Rotterdam Rules geeft een volledige regeling van het recht aan de vervoerder instructies te 54

Fiat Justitia november 2009

deze verplichting niet uitdrukkelijk opgenomen. Onder de Rotterdam Rules is dit niet langer het geval (artikel 11). Een van de consequenties hiervan is dat de geldigheid van ‘ontbindings­ clausules’en met name het contractuele recht van de vervoerder om onder bepaalde omstandigheden de lading te abandonneren, onder de Rotterdam Rules betwistbaar wordt. Omdat de aflevering in de praktijk grote problemen kan veroorzaken, bevat hoofdstuk 9 van de Rotterdam Rules uitgebreide regels over dit onderwerp. Natuurlijk zullen deze regels niet alle praktische problemen omtrent de aflevering oplossen. Maar in aanmerking nemend dat er nu

ten dele in het nationale recht en zijn ze onderdeel van algemene voorwaar­ den van de vervoerder. Het voordeel van de Rotterdam Rules is dat deze verplichtingen nu duidelijk gecodifi­ ceerd zijn in een logisch en systematisch systeem en in één internationaal juridisch instrument. Deklading De HR/HVR zijn niet van toepassing op deklading omdat hun definitie van goederen als ‘lading die in de vervoersovereenkomst vermeld is als deklading en ook daadwerkelijk is’,deklading uitsluit. Behalve voor het vervoer van containers, heeft deze bepaling in de praktijk er in geresul­


teerd dat de vervoersaansprakelijkheid voor deklading contractueel wordt uitgesloten. De HambR bevatten in artikel 9 bepalingen over deklading, maar daarin wordt geen onderscheid gemaakt tussen de gespecialiseerde container­ vaart en het overige toegestane goederenvervoer aan dek. Dit moet worden gezien als een ernstig gebrek van de HambR over dit onderwerp. Artikel 25 van de Rotterdam Rules bevat echter een volledig en even­ wichtig regime voor deklading dat kan worden beschouwd als een verbeterde versie van de HambR­bepalingen. Andere hiaten Deze lijst met leemtes is niet uitputtend en de bovenstaande paragrafen zijn slechts een paar sprekende voor­ beelden. Ook op veel andere punten hebben de Rotterdam Rules juridische lacunes gevuld of bestaande wetgeving verbeterd.

Politieke vooruitzichten Handhaven van de status quo of het aanvaarden van de Rotterdam Rules als stap voorwaarts? Voor het antwoord op deze vraag, moet men zich realiseren dat uniformiteit van het recht van essentieel belang is voor maritieme handel en transport. Dit is om de simpele reden dat het risico voor de importeur/exporteur wordt weggenomen als het recht dat op hun transactie van toepassing is in het land van export hetzelfde is als dat in het land van import. Het gevolg van uniformering van handelsrecht, waaronder het vervoersrecht, is het faciliteren van handel. Deze unifor­ mering is des te meer nodig gezien de huidige economische globalisering. Ook moet worden erkend dat de huidige verdragen, de HR, HVR en HambR allemaal verouderd zijn en niet meer voldoen aan de huidige praktijk. Daar komt bij dat de huidige verdragen voornamelijk de aansprakelijkheid van de vervoerder regelen voor lading­ schades, terwijl er vandaag de dag in de commerciële wereld behoefte is aan unificatie van een ander type maritiem

recht dat meer handelsgerelateerd is. De Rotterdam Rules voorzien in de hoognodige modernisering en uitbreiding van het bestaande inter­ nationaal recht. Natuurlijk, de Rotterdam Rules zijn niet perfect. Er moesten compromissen

gezien worden als uiting van politieke intentie; vervolgens is van belang dat al deze landen ook daadwerkelijk tot ratificatie overgaan. Het verdrag treedt pas in werking als ten minste twintig staten het hebben geratificeerd. Het is nu aan elke staat zijn eigen beslissing

“De optie is niet zozeer of ze het moeten doen, maar de kwestie is meer: wanneer ze het moeten doen!” worden gesloten; het is inherent aan internationaal recht dat niemand helemaal tevreden is. Maar het is het beste dat aan de wereld geleverd kon worden en – voor diegenen die vóór uniformering van vervoersrecht zijn – er is praktisch geen alternatief dan het aanvaarden van dit verdrag. De ondertekening in Rotterdam 21 – 23 September 2009 Volgens artikel 88 lid 1 van het verdrag stond ondertekening voor alle staten open in Rotterdam, op 23 september 2009, en daarna op het hoofdkantoor van de Verenigde Naties in New York. Op woensdag 23 september 2009 spraken zestien landen zich in Rotterdam officieel uit voor het nieuwe VN­verdrag Rotterdam Rules, door middel van het plaatsten van hun handtekening. Belangrijke maritieme landen zoals de Verenigde Staten, Griekenland, Frankrijk, Noorwegen, Denemarken en Nederland behoren tot de ondertekenaars. Minister Eurlings van Verkeer en Waterstaat onderteken­ de namens Nederland. Naast genoem­ de landen zetten deze dag ook Congo, Gabon, Ghana, Guinea, Nigeria, Polen, Senegal, Spanje, Zwitserland en Togo een handtekening. Vertegenwoordigers van onder andere België en het Verenigd Koninkrijk legden een verklaring af over de voortgang van het consultatieproces in hun land. Op het moment van schrijven hebben de volgende landen ook hun handtekening onder het verdrag gezet: Madagaskar, Armenië, Kameroen, Niger en Mali. Ondertekening kan

te nemen over een mogelijke onder­ tekening en ratificatie van de Rotterdam Rules. Maar de optie is niet zozeer of ze het moeten doen, maar de kwestie is meer: wanneer ze het moeten doen!

Over Gertjan van der Ziel na zijn studie aan de vrije universiteit en na militaire dienst is prof. van der Ziel in 1969 bij het Ministerie van verkeer en waterstaat gaan werken in een juridische functie waarbij hij onder meer veel met de voor berei­ ding van verdragen te maken kreeg. van 1977 tot 2004 was hij bedrijfsjurist bij verschillende transportbedrijven, vooral in de zeescheepvaartsector. hij was bijzonder hoogleraar vervoers­ recht aan de Eur van 1994 tot 2005. in de tweede helft van de negentiger jaren was hij direct betrokken bij de CMi­activiteiten voor het nieuwe verdrag. vanaf 2002 was hij het hoofd van de nederlandse delegatie die naar unCitral ging voor de behandeling van het nieuwe verdrag. hij is verder titulair lid van het Comité Maritime international, voorzitter van de nederlandse vereniging voor Zee­ en vervoersrecht en bestuurslid van het rotterdams Juridisch genootschap.

Bronvermelding 1 Het CMI is een private organisatie van leidende maritieme advocaten, belichaamd in 1897 met het doel het promoten van uniformiteit van het maritieme recht.

Fiat Justitia november 2009

55


rotterdam.nl/werkenbij rotterdam.nl/werkenbij

voor het opdoen van kennis en ervaring in

De stad die durft, De geeftstad nieuw die elan durft, de ruimte geeft nieuw elan de ruimte

verschillende projecten en organisatie voor het opdoen van kennis en ervaring in onderdelen. projecten ieder zes verschillendeDe projecten enduren organisatie maanden. BijDe gebleken geschiktheid onderdelen. projecten duren iederkan zesje dienstverband met maximaal drie jaarkan worden maanden. Bij gebleken geschiktheid je verlengd. In deze zoeken dienstverband metperiode maximaal drie we jaarsamen wordenmet jou naar een passende functie. verlengd. In deze periode zoeken we samen met jou naar een passende functie. Durf jij de eerste stap te zetten?

Rotterdam is in veel opzichten

Vraag en aanbod? De stad die durft zoekt

een voorloper, Rotterdam is ineen veelvernieuwer. opzichten

mensen dieaanbod? durven. Die we Vraag en Demensen stad diebieden durft zoekt

Zonder durf had devernieuwer. grootste een voorloper, een

volop kansen om zichzelf te ontwikkelen. mensen die durven. Die mensen bieden we

haven wereld niet in Zonderter durf had de grootste

De omvang van gemeentelijke organisatie biedt volop kansen omdezichzelf te ontwikkelen.

Rotterdam gelegen. haven ter wereld nietZonder in

veel kansenvan voorde ontplooiing en doorgroei. De omvang gemeentelijke organisatie biedt

durf was Rotterdam de wolken Rotterdam gelegen. Zonder

Zo eenontplooiing goed ontwikkeld opleidingsveelhebben kansenwe voor en doorgroei.

minder dicht genaderd. Zonder durf was Rotterdam de wolken

en management developmentbeleid. Zo gemeentelijk hebben we een goed ontwikkeld opleidings-

durf waren veel debattenZonder over minder dicht genaderd.

Én hebben we vacatures in vrijwel alle en gemeentelijk management developmentbeleid.

grootstedelijke durf waren veel problemen debatten over

vakgebieden. je rekenen Én hebben weUiteraard vacatureskun in vrijwel alle op een

niet in Rotterdam gestart. grootstedelijke problemen

passend salaris en een uitstekend pakket vakgebieden. Uiteraard kun je rekenen op aan een

Rotterdam zoekt medewerkers niet in Rotterdam gestart.

arbeidsvoorwaarden. passend salaris en een uitstekend pakket aan

met bezieling, diemedewerkers hun Rotterdam zoekt

arbeidsvoorwaarden.

verantwoordelijkheid met bezieling, die hunnemen

Speciaal voor (bijna) afgestudeerde universitaire

en ook de minder gebaande verantwoordelijkheid nemen

en hbo-studenten biedt de gemeenteuniversitaire Rotterdam Speciaal voor (bijna) afgestudeerde

paden te betreden. en ookdurven de minder gebaande

een tweejarig traineeprogramma aan. Rotterdam De omvang en hbo-studenten biedt de gemeente

De staddurven die durft zoekt mensen paden te betreden.

van organisatie, de variatie in het en de een de tweejarig traineeprogramma aan.werk De omvang

die durven. De stad die durft zoekt mensen

Rotterdamse dynamiek biedeninjehet volop ruimte van de organisatie, de variatie werk en de

die durven.

Rotterdamse dynamiek bieden je volop ruimte

Kijk op www.rotterdam.nl/werkenbij. Durfdan jij even de eerste stap te zetten? Hier vindeven je een van actuele vacatures Kijk dan opoverzicht www.rotterdam.nl/werkenbij. en over werken bij de vacatures gemeente Hiermeer vindinformatie je een overzicht van actuele Rotterdam. Ook voor informatie en meer informatie over werken over bij dehet gemeente traineeship kun je hierinformatie terecht. Voor over Rotterdam. Ook voor overvragen het werken bij de gemeente Rotterdam je over traineeship kun je hier terecht. Voorkun vragen contact opnemen met deRotterdam Servicedienst werken bij de gemeente kun via je e-mail of per telefoon contactwerkenbij@rotterdam.nl opnemen met de Servicedienst via (010) 65 50. Voor vragen over het telefoon traineeship e-mail267 werkenbij@rotterdam.nl of per kun contact opnemen met Anita Meijs via (010)je267 65 50. Voor vragen over het traineeship e-mail a.meijs1@sdr.rotterdam.nl per telefoon kun je contact opnemen met AnitaofMeijs via (06) 232 681 29. e-mail a.meijs1@sdr.rotterdam.nl of per telefoon (06) 232 681 29.


interv i e w

Jaap de Hoop Scheffer

NAVO-topman in een cruciaal tijdperk Terwijl hij nog minister van Buitenlandse Zaken was, werd al bekend dat hij de nieuwe secretaris-generaal van de NAVO zou worden. Een weekendje mountainbiken met voormalig president Bush bij diens ranch in Texas was part of the job, en tijdens een bezoek aan wereldleiders moet het niet al te serieus blijven en wordt er wat afgelachen. Sinds augustus 2009 heeft de Deen Anders Fogh Rasmussen het stokje overgenomen. Na goed hersteld te zijn van een kleine hartinfarct is Jaap de Hoop Scheffer sinds 1 oktober van dit jaar hoogleraar aan de universiteit van Leiden. Hij doceert internationale politiek en diplomatieke praktijk. In de toekomst hoeven wij hem niet meer in de Nederlandse politiek te verwachten want, zoals hij zelf zegt: “Die tijd is geweest.” Tekst: Asefeh Abbas Zadeh en Lorenzo Favetta

Vollenhoven, die als praktijkhoogleraar verbonden is aan de universiteit van Twente. Er zijn natuurlijk veel slimmere mensen dan wij, die wellicht beter kunnen uitleggen hoe het Handvest van de Verenigde Naties in elkaar zit en die de inhoud van de Europese verdragen misschien beter kennen. Maar hoewel een praktijkhoogleraar niet gepromoveerd is en geen wetenschappelijke stukken heeft geschreven, brengen zij daarentegen wel veel ervaring uit de praktijk mee. Ik geef bijvoorbeeld invulling aan de Pieter Kooijmans

NAVO gezegd: “Secretaris-generaal, uw helikopter staat klaar!” Als hoogleraar wordt mij gewoon verteld waar de fietsenstalling is. Overigens vind ik fietsen heerlijk hoor, haha. Ook werd ik als secretaris-generaal beveiligd en dat is nu natuurlijk niet meer zo. Ik heb genoten van de tijd als secretaris-generaal, maar dit is een heel nieuwe fase in mijn leven. Het leven is nu veel vrijer. Ik kan het nu ook veel meer zelf indelen. Er zijn maar weinig mensen die op hun 61e jaar nog een geheel nieuwe fase in hun werkzame leven mogen meemaken.

“De NAVO moet zich aanpassen aan de 21e eeuw; een eeuw van failed States, terrorisme, proliferatie Nadat u ruim vijf jaar secretarisgeneraal van de NAVO was, bent u sinds 1 oktober van dit jaar aangesteld als hoogleraar aan de universiteit van Leiden. Dat is een behoorlijke carrièreswitch.

Inderdaad. Ik wilde erg graag mijn opgedane ervaring overdragen aan de jongere generatie, zoals jullie. Daarom vond ik het erg leuk om gevraagd te worden voor deze hoogleraarfunctie. De universiteiten hebben behoefte aan een aantal praktijkhoogleraren. Neem bijvoorbeeld prof. mr. Pieter van

van massavernietingswapens en drugstransporten” Leerstoel en de basis hiervan is juist de praktische invulling van vraagstukken rondom vrede, recht, veiligheid, internationale politiek en diplomatie. Dat moet een grote verandering van leefstijl zijn geweest?

Ja dat was het zeker. Als secretarisgeneraal van de NAVO word je als het ware geleefd, 24 uur per dag en zeven dagen per week. Zo werd er bij de

De NAVO werd in 1949 opgericht als verdedigingspact tegen de Sovjet-Unie. Sinds het einde van de Koude Oorlog zit de NAVO in een transformatiefase. Wat zijn de huidige taken van dit militaire bondgenootschap?

De kerntaak van de NAVO, namelijk de integriteit van het NAVO-grondgebied beschermen, is nooit veranderd. Maar we leven op dit moment in een tijd van globalisering, waardoor de NAVO Fiat Justitia november 2009

57


i n t e rv i ew genoodzaakt is zich aan te passen aan de 21e eeuw. Globalisering heeft weliswaar veel goeds gebracht, zoals open wereldmarkten en vrij verkeer van goederen en personen. Het heeft echter ook zijn negatieve tendensen. In de globalisering toont zich bijvoorbeeld het internationale terrorisme en de proliferatie van massavernietigings­ wapens. NAVO-oorlogsschepen varen rond voor de kust van Somalië om olieschepen die ons van vitale energie voorzien, te beschermen tegen piraterij. Dit zijn allemaal nieuwe bedreigingen. De energiediscussie is onder mijn mandaat ook heel prominent geworden en vormt eveneens nieuwe uitdagingen zoals, de schaarste van grondstoffen en de relatie met de Arabische oliestaten. Een andere bedreiging is die van de failed states. Een goed voorbeeld hiervan is natuurlijk Afghanistan, waar de NAVO momenteel met meer dan honderdduizend manschappen aanwezig is. De NAVO heeft dus een heleboel nieuwe taken op zich genomen die inderdaad ten tijde van de Koude Oorlog niet bestonden.

worden met de islam als religie. De NAVO komt voort uit een joodschristelijke humanistische traditie en is een westers bondgenootschap. Maar het fascinerende is dat de NAVO nu voor het overgrote deel actief is in islamitische landen. Afghanistan is bijvoorbeeld een islamitische republiek en in Kosovo trad de NAVO met 15.000 man op, omdat volkenmoord dreigde op de Albanese islamitische meerderheid. Kortom, de missie is enorm veranderd en daarom wordt er een nieuw strategisch concept geschreven.

leggen. Het is dus vooral persoonlijk en telefonisch contact onderhouden met de ministers-presidenten en ministers van alle 28 bondgenoten. In de internationale politiek is het eigenlijk niet anders dan in het normale leven; de persoonlijke relatie is heel belangrijk. Daar kun je veel mee bereiken. Het was ook belangrijk dat ik de stem van de kleine landen liet horen, want de grote landen redden zich wel. Als secretaris-generaal ben je dus een soort bemiddelaar; ‘een internationale Job Cohen’: Je moet de boel bij elkaar houden!

De NAVO kent geen meerderheids­ besluitvorming, maar streeft naar consensus. Wat was uw rol bij het bereiken van consensus met 28 verschillende bondgenoten?

De Verenigde Staten zijn in de wereld een supermacht. Bepalen zij binnen de NAVO wat er gebeurt?

Er wordt beweerd dat de NAVO ernstig verdeeld is over zaken als de oorlog in Irak en Afghanistan, de relatie met Rusland en zijn eigen rol in de wereld. Wordt er daarom een nieuw strategisch concept geschreven, waarin uiteengezet wordt met welke bedreigingen de NAVO wordt geconfronteerd en op welke wijze zij die tegemoet treedt?

Over de inval in Irak was heel de wereld verdeeld, inclusief alle internationale organisaties, zoals de VN, de Europese Unie en de NAVO. Echter, ik vind niet dat we kunnen zeggen dat de NAVO over de huidige missies verdeeld is. Het feit dat er een nieuw strategisch concept wordt geschreven, is een antwoord op de eerder genoemde nieuwe bedreigingen en daar ligt geen verdeeldheid aan ten grondslag. Sinds het vorige strategisch concept is er natuurlijk veel veranderd. In de jaren negentig was er nog geen politieke islam. Dit moet overigens niet verward 58

Fiat Justitia november 2009

Door de eis van consensus wordt net zo lang gepraat tot deze consensus bereikt is. Als secretaris-generaal van de NAVO moet je – waar je dat kunt – je eigen internationale politieke contacten

Er is één ‘grootaandeelhouder’, en dat is Amerika. Maar het is niet juist dat zij bepalen wat er gebeurt. Het is wel zo dat de mening van een Amerikaanse president meer gewicht heeft dan die van een klein of middelgroot land. Maar het mooie van de NAVO is dat er


aan het einde van de dag toch consensus moet ontstaan. Dat houdt in dat ook de Amerikanen van tijd tot tijd moeten inschikken. Ze krijgen niet alles wat ze willen. Door de kredietcrisis hebben de Verenigde Staten enorme schulden. Hoe ziet u in dat licht de toekomstige rolverdeling in de wereld?

Ik ben een enorme believer in de flexibiliteit van de Amerikaanse samenleving. Ook met zijn gigantische schulden en de hypotheekcrisis komt die samenleving er wel weer bovenop. Voor de voorzienbare toekomst blijft de invloed van de Amerikanen mondiaal gezien op militair en economisch gebied groot. Maar in opkomende landen als China en India gaat het erg snel. Ik voorzie in de toekomst dan ook meer multipolariteit (Een situatie waarin er meerdere machtscentra (landen) bestaan die alle ongeveer even sterk zijn of evenveel invloed hebben, red.). China speelt natuurlijk al een enorm belangrijke rol en ontwikkelt ook snel zijn strijdkrachten. Naar mijn mening heeft China daar geen agressieve bedoelingen mee, maar vinden ze dat ze een hoofdrolspeler op het wereldtoneel zijn en dat ze daarom, net als de Amerikanen, een sophisticated strijdmacht nodig hebben. Bovendien zien we dat ook een aantal andere landen aan invloed winnen. Denk bijvoorbeeld aan de G7, dat nu de G20 is geworden. Landen zoals Brazilië, Zuid-Afrika en Indonesië leggen een belangrijk gewicht in de schaal. Het is dan ook noodzakelijk dat deze landen aan tafel komen zitten. Een ander belangrijk punt is het non-proliferatie­ verdrag (verdrag dat het bezit van kernwapens beperkt, red.) dat binnen­ kort aan de orde komt. Er zijn een aantal kernwapenstaten die het verdrag niet hebben ondertekend, waaronder India, Israel en Pakistan. De toekomst van dit verdrag is van groot belang. Vindt u dat Nederland onderdeel van de G20 zou moeten zijn?

Nederland is een belangrijke economie, en het is een goede zaak en

een goede prestatie dat Nederland de laatste tijd mag deelnemen aan de vergaderingen van de G20. Maar Nederland zal geen uitnodiging krijgen om permanent lid te worden van de G20. Daar is Nederland te klein voor. Als Minister van Buitenlandse Zaken was u overtuigd van de aanwezigheid van massavernietigingswapens in Irak. Was dit het belangrijkste argument van de Nederlandse regering om het land binnen te vallen?

Nee. De Nederlandse regering heeft altijd de resoluties van de VN Veilig­ heidsraad gevolgd en de aanwezigheid van massavernietigings­wapens was niet hun hoofdargument voor de inval. Ik moet er wel bij zeggen dat vóór de invasie iedereen dacht dat er massa­ vernietigingswapens aanwezig waren. Maar het is iets te gemakkelijk om met

ik uitgebreid met de commissie-Davids gesproken (een commissie die in het leven is geroepen om een onderzoek te doen naar de besluitvorming in maart 2003 die onder het demissionair kabinet Balkenende I leidde tot de Nederlandse politieke steun aan de Irak-oorlog, red.). Ik heb tegenover hen de juridische redenering verdedigd en ik zal dat tot in de lengte der jaren blijven doen. Wat houdt deze juridische redenering in?

Dat was het corpus aan resoluties van de Veiligheidsraad. Het begon in 1991, toen de Veiligheidsraad meerdere resoluties met betrekking tot Irak uitvaardigde, maar die door Irak niet werden nageleefd. Het eindigde met de material breach van Resolutie 1441. Irak kreeg nog een laatste kans om aan de verplichtingen inzake ontwapening te

“Nederland zal geen uitnodiging krijgen om permanent lid te worden van de G20” de kennis van nu te zeggen: “Ha! Ze waren er niet.” Saddam Hoessein had toentertijd moeten bewijzen dat die wapens er niet waren. In de publieke discussie wordt te gemakkelijk de bewijslast omgedraaid: alsof wij zouden moeten bewijzen dat die massavernietigingswapens aanwezig waren. Nee, Saddam Hoessein had moeten bewijzen dat ze er niet waren door de inspecteurs geen strobreed in de weg te leggen, en daar heeft hij niet aan voldaan. Er wordt nu beweerd dat er geen juridische grond voor de inval was. Wat vindt u hiervan?

Er was wél een juridische grond. Daarin verschil ik dus van mening met degenen die zeggen dat deze grond er niet was. Als er geen juridische grondslag was, hadden we de invasie niet gesteund. Er is nog steeds een heel stevig verhaal te houden wanneer je alle veiligheidsraadresoluties in acht neemt. Een aantal weken geleden heb

voldoen. Het moest binnen dertig dagen volledige informatie verschaffen over haar chemische en biologische wapens en over haar kernwapens en ballistische raketten. Daarbij herinnerde de Raad eraan dat Irak al verscheidene malen was gewaar­ schuwd voor zware gevolgen als het zijn verplichtingen bleef schenden. Dit alles was naar mijn opvatting en die van de meerderheid van de toenmalige Kamer voldoende juridische legitimatie om de invasie te steunen: en daar sta ik nog steeds achter. Het schijnt dat Bush u ooit heeft gevraagd om NAVO-troepen naar de Soedanese regio Darfur te sturen, zodat aan de burgeroorlog aldaar een einde kon worden gemaakt. Waarom heeft u dat toentertijd geweigerd?

Het klopt dat ik met toenmalig president Bush over Darfur een telefoongesprek heb gevoerd. We kwamen echter tot de conclusie dat het niet verstandig zou zijn om NAVOFiat Justitia november 2009

59


i n t e rv i ew grondtroepen te sturen of andere vormen van NAVO-betrokkenheid in Darfur tot stand te brengen. Het is een verantwoordelijkheid van de Afrikaanse Unie. Overigens benaderde Bush de NAVO omdat de Veiligheidsraad van de VN het niet eens kon worden over Darfur. Door de opstelling van een aantal permanente leden, waaronder China, was consensus niet mogelijk. Wat de reden van deze landen was, mag een ieder voor zichzelf uitmaken. Wat is de rol van de Afrikaanse Unie in Darfur?

Er is een Afrikaanse Unietroepenmacht tot op de dag van vandaag aanwezig in Darfur. Maar ze zijn slecht uitgerust en zouden heel

om te kunnen interveniëren bij conflicten. Wij kunnen hen daarin adviseren. Overigens verzorgd de NAVO de luchttransporten van Afrikaanse troepen van en naar Darfur. Ik ken Afrika goed. Ik ben er mijn carrière begonnen en heb er veel gereisd. Vanuit deze achtergrond weet ik dat bij Afrikaanse problemen Afrikaanse oplossingen horen, en geen Amerikaanse of Europese.

belangen van de NAVO en Rusland zijn ook wel eens strijdig. De Russen zijn bijvoorbeeld niet enthousiast over een uitbreiding van de NAVO, terwijl de stelling van de NAVO juist is dat de democratische familie zich moet kunnen uitbreiden en dat landen zelf moeten kunnen kiezen bij welke familie ze willen horen.

Op 28 mei 2002 werd de NAVO-Rusland Raad geïnstalleerd. Wat is het doel van deze samenwerking?

Ik sluit dat op termijn niet uit. Er zal dan wel veel moeten veranderen in Rusland. We hebben vanuit Moskou alleen nog nooit enige hint in die richting opgevangen. We moeten een ambitie die er duidelijk niet is, niet proberen af te dwingen. Dat is trekken aan een dood paard.

Het doel is om het partnerschap tussen de NAVO en Rusland vorm te geven. Rusland is belangrijk voor de NAVO en de NAVO is belangrijk voor Rusland. De relatie tussen de NAVO en Rusland

Zou Rusland ooit bondgenoot van de NAVO kunnen worden?

“Rusland is belangrijk voor de NAVO en de NAVO goed ondersteuning kunnen gebruiken. Die ondersteuning moet naar mijn volle overtuiging komen van de Afrikanen. Het lag dus niet in de rede om daar NAVO-troepen naartoe te sturen. Het zou door de Afrikanen niet begrepen worden. We zouden bovendien niet eens welkom zijn geweest in Sudan, omdat president Bashir ons nooit zou hebben toegelaten. Daar had dan een VNVeiligheidsraadresolutie aan te pas moeten komen. Wel vind ik dat de NAVO een prominente rol zou moeten spelen bij het trainen van Afrikaanse troepen. De Afrikaanse Unie wil een African Standby Force in het leven roepen 60

Fiat Justitia november 2009

is belangrijk voor Rusland” heeft zijn ups en downs gekend. Nog steeds overigens, denk maar aan de kwestie rond Georgië. Maar beide hebben elkaar nodig. Denk bijvoorbeeld aan de logistieke ondersteuning die Rusland biedt aan de operatie in Afghanistan; er gaat veel land- en luchttransport over Russisch grondgebied. Voorts is Rusland ook een belangrijke speler op het punt van proliferatie van (kern)wapens. Maar de

Speelt de eventuele toetreding van Georgië tot de NAVO een rol in de relatie tussen de NAVO en Rusland?

Ja, dat is zeker een belangrijk wrijvingspunt dat vorig jaar augustus zelfs uitliep op de korte oorlog tussen Rusland en Georgië. Rusland vindt dat Georgië te dichtbij ligt om tot de NAVO toe te kunnen treden, maar wij willen daarentegen geen exclusieve invloedzones. We kunnen dus niet zeggen dat Georgië per definitie binnen de Russische politieke invloedssfeer zou moeten vallen. Maar het is inderdaad zo dat Georgië, evenals Oekraïne, een lastig punt is. Bij de in 2008 gehouden NAVO-top in


zullen de dialoog aan moeten gaan en dat is wat Obama doet. Of dat ergens toe zal leiden, moeten we afwachten. Echter, we kunnen ons in dit verband niet alleen op Obama focussen. Ook de vijf permanente leden van de Veiligheidsraad (China, Frankrijk, Rusland, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten, red.) en Duitsland zijn daarbij betrokken. Het is geen Alleingang van Obama. Hopelijk ziet Iran in dat ze op dit pad niet kunnen doorgaan. Maar Iran heeft weinig blijk van enige flexibiliteit gegeven en dat vind ik bijzonder teleurstellend. Als ze niet snel veranderen, voorzie ik dan ook steviger sancties. Boekarest hebben de NAVO-landen besloten dat Georgië en Oekraïne lid konden worden. Daar is echter geen termijn voor genoemd. Men gebruikte het Engelse woord eventually. Dit betekent zoals u weet niet eventueel maar uiteindelijk. Toetreding van Georgië en Oekraïne kan dus nog heel lang op zich laten wachten.

De NAVO zit zoals gezegd met honderd­duizend manschappen in Afghanistan. De totale omvang van de Nederlandse bijdrage schommelt tussen de 1500 en 2000 militairen. Zijn er ook onderliggende redenen, zoals handelsbelangen, deelname aan de G20 en een goede relatie met Amerika, om als Nederland mee te doen in Afghanistan?

De Amerikaanse president Barack Obama heeft onlangs de Nobelprijs voor de Vrede gewonnen. Vindt u dat hij deze prijs terecht heeft gekregen?

Aanvankelijk zeker niet. Nederland heeft een zeer zware taak in Uruzgan en dan is het te simpel om te zeggen dat we het voor de handelsbelangen doen. Maar het is een door de Veiligheidsraad gelegitimeerde VN-operatie en het levert Nederland zonder meer internationaal krediet op. We kunnen onze bijdrage in Afghanistan niet direct koppelen aan de mogelijkheid tot meevergaderen in de G20, maar het heeft wel met elkaar te maken.

Dat laat ik aan het Nobelcomité over. Hopelijk is het voor alle wereldleiders een aanmoediging om op bepaalde punten voortgang te maken. Het Nobelcomité had kunnen wachten met de toekenning van deze prijs, maar de eindbeslissing ligt bij hen en zij hebben die conclusie getrokken. Obama heeft op veel terreinen het initiatief genomen, maar het bereiken van vooruitgang kost ontzettend veel tijd. Veel Iranese mensen in Nederland vinden dat Obama Iran veel te soft behandeld. Hij drijft volgens hen concessiepolitiek in plaats van hard op te treden. Wat is uw mening daarover?

Obama heeft gezegd dat hij op zijn minst met Iran wil praten. Hij probeert tot een soort vergelijk te komen. Op dit moment zie ik geen enkel nut of voordeel in een militaire actie. We

Wanneer komt het moment dat de NAVO uit Afghanistan kan vertrekken?

Dat is een lastige vraag: voorlopig in ieder geval niet. Hoe succesvoller wij zijn in het organiseren en trainen van het Afghaanse leger en de Afghaanse politie, des te sneller zij hun verantwoordelijkheid kunnen nemen en op eigen benen kunnen staan. Daartoe zijn ze nu nog niet in staat. De opleiding en training van het Afghaanse leger is tot nu toe redelijk succesvol geweest, maar het is nog niet

genoeg. De opleiding en training van de Afghaanse politie is daarentegen niet zo succesvol geweest en daar moet dus nog veel in geïnvesteerd worden. Belangrijk is ook dat er in Afghanistan een goede en stevige regering komt die niet corrupt is. Daar bestaan nogal wat zorgen over. Kijk maar naar de in september gehouden verkiezingen, waarbij massaal gefraudeerd is. Tot slot. De Deen Anders Fogh Rasmussen heeft u opgevolgd als secretaris-generaal van de NAVO. Welke adviezen heeft u hem meegegeven?

De NAVO is op dit moment een rijdende trein. Mijn opvolger wordt met Afghanistan, Kosovo en de piraterij geconfronteerd. Zijn belangrijkste taak zal liggen in het volbrengen van het eerder genoemde nieuwe strategisch concept van de NAVO. Hij zal dus ook weer de rol van bemiddelaar en initiatiefnemer moeten spelen. Rasmussen is lange tijd premier van Denemarken geweest, dus hij weet wel wat hij moet doen.

Over Jaap de Hoop Scheffer Jaap de Hoop Scheffer is geboren op 3 april 1948 te Amsterdam. Nadat hij zijn gymnasiumdiploma had behaald, ging hij rechten studeren aan de universiteit van Leiden. Tussen 1974 en 1976 vervulde hij zijn militaire dienstplicht bij de Koninklijke Luchtmacht. Hierna was hij tot 1986 werkzaam in de Buitenlandse Dienst van het Ministerie van Buitenlandse Zaken en werkte onder meer in Afrika. Hij werd actief als CDA-kamerlid en in 2002 werd hij op voordracht van het CDA benoemd tot Minister van Buitenlandse Zaken. Van 2004 tot en met 1 augustus 2009 is hij secretarisgeneraal van de NAVO geweest. De Deen Anders Fogh Rasmussen volgde hem op. Sinds 1 oktober 2009 is hij hoogleraar aan de universiteit van Leiden, waar hij internationale politiek en diplomatieke praktijk doceert.

Fiat Justitia november 2009

61


B O E K E n E n F ilMS

Het lezen van een goed boek en het kijken naar een mooie film horen ontegenzeggelijk bij de geneugten des levens. Goede tips op dit gebied kunnen nooit kwaad. In deze rubriek vraagt Fiat Justitia de geïnterviewden naar een boek en film, die hen is bijgebleven. Lees- en kijkplezier verzekerd!

Peter van uhm BOEK Een boek dat ik aan zou raden is The World is Flat: A Brief History of the Twenty-first Century van thomas Friedman. De schrijver geeft zijn kijk op de wereld en daarin geeft hij aan wie er uiteindelijk in de wereld verder zullen komen. in dit boek wordt de economische opkomst van vooral india en China en de invloed die deze opkomst zal hebben op de wereld beschreven. Deze economische opkomst is mogelijk gemaakt door de verbeterde communicatiemogelijkheden. volgens Friedman hebben deze nieuwe communicatiemogelijkheden en het goedkoper worden van vervoer van reizigers en goederen de wereld ‘plat’ gemaakt. Er wordt ingegaan op de verschillende oorzaken van deze platte aarde. Zo worden verbanden gelegd tussen de val van ‘de Muur’ op 9 november 1989 en veranderingen in het economisch denken. tevens wordt ingegaan op de andere kant van deze ontwikkelingen. Een duidelijk verband wordt gelegd tussen het uiteenvallen van de uSSr en de opkomst van islamitisch fundamentalistisch terrorisme. Dit is een boek waar je veel van kan leren. FILM geen film, maar een documentaire over dagelijkse praktijk van het enige ziekenhuis in uruzgan heeft voor het laatst veel indruk op me gemaakt. in Anything Allah wants, geregisseerd door de Deense alexandra Strand holm, komt naar voren dat mensen in uruzgan zwaar lijden onder de agressie van de taliban. gewone afghanen die met de autoriteiten of buitenlandse militairen samenwerken of hulp aannemen, krijgen daarna vaak de taliban op hun nek. De strijders bedreigen en beschieten de mannen maar ontzien daarbij ook vrouwen en kinderen niet. Ze worden gedwongen voedsel af te staan, terwijl ze zelf vaak haast niets hebben. Maar deze documentaire geeft ook weer wat voor geweldig werk wij daar doen.

hans van Baalen BOEK ik zou de lezer het volgende boek van de amerikaanse schrijver robert Penn warren willen aanraden: All the King’s Men. interessant om te vermelden is dat op basis van dit boek de film ‘all the President’s Men’ is gemaakt. Dit boek laat zien hoe een idealistische politicus, met alle beste bedoelingen, corrumpeert. het verhaal beschrijft het leven van iemand die eerst een simpele burger is en vervolgens een politicus wordt met grote idealen. in de volgende fase van het boek verlaat de hoofdpersoon deze idealen tijdens een traag proces. ik vind het ongelooflijk belangrijk dat mensen betrokken zijn bij de publieke zaak. als je gefrustreerd bent door de politiek, dan moet je niet alleen zeggen waarom iets niet deugt, maar ga dan gewoon zelf de politiek in. Dat heb ik ook gedaan. En dit boek maakt duidelijk welke valkuilen je dan tegenkomt. FILM Een erg interessante film die ik onlangs heb gezien is Primary Colors. Deze politieke satire is een nauwelijks verhulde versie van Clinton’s verkiezingscampagne in 1992, compleet met seksschandalen, valse beloftes, roddel en achterklap. John travolta speelt hierin de rol van Bill Clinton en zet de presidentskandidaat wat karikaturaal neer als een slinkse womanizer, met veel charme. het wordt duidelijk dat deze idealist ondanks dat hij een aantal grote fouten maakt, toch een goed politicus is geweest die veel goede dingen gedaan heeft.

62

Fiat Justitia november 2009


Jaap de hoop Scheffer BOEK Een boek dat veel indruk op me heeft gemaakt, is De voorlezer van Bernhard Schlink. het is een fascinerend thema over een jonge Duitse scholier die geobsedeerd raakt door hanna, een tramconductrice die tweemaal zo oud is als hij. Ze geven zich hartstochtelijk aan de liefde over, maar van de ene dag op de andere is zij verdwenen. als hij in de geschiedenis van de vrouw duikt, blijkt zij tijdens de tweede wereldoorlog betrokken te zijn bij de nazi’s. het boek is recent verfilmd als ‘the reader’. FILM Mijn vrouw en ik zijn beide fan van de Franse film, de Franse cinema zoals dat zo mooi heet. tot mijn lievelingsfilms behoort het drieluik van de Poolse regisseur Krzysztof Kieslowski, bestaande uit Trois couleurs: Bleu, Blanc en Rouge. Bleu is mijn persoonlijke voorkeur. Bleu verbeeldt het thema vrijheid met een portret van een vrouw die haar man en dochter bij een auto­ongeluk heeft verloren. De drie films zijn genoemd naar de kleuren van de Franse vlag en zijn gebaseerd op de beginselen van de Franse revolutie (vrijheid, gelijkheid en broederschap) die deze driekleur symboliseert. Met trois couleurs geeft Kieslowski op dubbelzinnige en soms ironische wijze een hedendaagse betekenis aan deze drie idealen. De drie films zijn met elkaar verbonden middels een aantal wederkerende details. Zo is er in elk deel een oude dame die een fles in een glasbak probeert te gooien. Ook valt een rechtbankscène uit Bleu samen met die van Blanc en worden de hoofdrolspelers uit de drie films onbewust met elkaar verenigd aan het eind van rouge.

Farah Karimi BOEK De lezende student kan ik van harte het boek Het huis van de moskee van Kader abdolah aanraden. het boek verscheen in 2005 in een prachtig gebonden uitgave. het boek is een psychologische roman over de islamitische samenleving van iran. Centraal in het verhaal staat aga Djan, tapijthandelaar en hoofd van een grote iraanse familie die het huis van de moskee bewoont. Broers en zussen, en neven en nichten wonen vreedzaam in het huis totdat de Sjah van Perzië wordt afgezet en de ayatollahrevolutie Khomeini in 1979 aan de macht brengt. niet alleen het land lijdt onder de terreur, de jihad en de islamisering. Ook de familie van aga Djan wordt verscheurd, en familieleden worden vijanden. in dit prachtige en aangrijpende verhaal wordt niet alleen de historie van iran weerspiegeld in de familiegeschiedenis, het gaat ook over religieuze radicalisering en hoe vrienden vijanden kunnen worden. ik vond het een heel indrukwekkend boek.

FILM Onlangs heb ik de film The Age of Stupid gezien. De klimaatfilm schetst een toekomstperspectief van de aarde in het jaar 2055 waarin de klimaat­ verandering de wereld op zijn kop heeft gezet. in de film wordt een doemscenario geschetst, waarbij Sydney in vlammen opgaat, las vegas wordt bedolven onder woestijnzand en londen onder water staat. hoofdrolspeler Pete Postlethwaite leeft in een totaal verwoeste wereld. hij kijkt terug naar archiefbeelden van 1950 tot 2008, en vraagt zich af waarom niemand iets deed om het klimaat te redden toen het nog kon. De film doet een beroep op ons verstand. wij kunnen namelijk leren van de fouten van de generatie van Postlethwaite en het juiste doen.

Fiat Justitia november 2009

63


hier gebeurt het ben jij erbij?

arbeidsrecht handel, industrie & logistiek insolventierecht intellectueel eigendom & ict mededingingsrecht

Je bent een goed jurist en je wilt een uitstekend advocaat worden. Daarom nemen we je mee in de wereld van onze cliĂŤnten, jouw cliĂŤnten! Samen met hen werk je aan oplossingen voor hun problemen. Jij zorgt ervoor dat hun bedrijfsprocessen doorgaan. Dat maakt jou uitstekend! Wil jij erbij zijn? Maak dan kennis met Kneppelhout & Korthals Advocaten.

ondernemingsrecht vastgoed & bestuursrecht

010 - 400 51 00 | www.kneppelhout.nl


niEuwS & ag E n D a

20 november 2009 CONGRES ‘VENNOOTSCHAP OF VENNOOTVETE’ Congres van de Juridische Faculteitsvereniging grotius van de universiteit leiden over de gevolgen van de crisis voor de structuur van de vennootschap. Centraal staan de wisselwerking en de machtsverhouding tussen de aandeel houders, het management en de werknemers. hierbij komen actuele vragen omtrent het shareholders­ model en het rijnlandmodel aan bod. Aanvang: 09.00 uur Locatie: universiteit van leiden, het academiegebouw Kosten (inclusief lunch en borrel): advocaten: € 295,­ / studenten: € 50,­ Informatie: www.jfvgrotius.nl

27 november 2009 CONGRES ‘DIVERSE FACETTEN OMTRENT MEDISCHE AANSPRAKELIJKHEID’ Jaarcongres te utrecht van de werkgroep artsen advocaten met als thema medische aan­ sprakelijk heid. het seminar is bedoeld voor iedereen die op enigerlei wijze te maken heeft met klachtenprocedures, tuchtprocedures of civiele procedures bij vermeende medische fouten, zoals artsen, stafjuristen, (tucht)rechters, letselschadeadvocaten, medisch adviseurs, schaderegelaars en letselschadebehandelaars. Aanvang: 09.00 uur Locatie: Media Plaza utrecht Informatie: www.kluwershop.nl/opleidingen

27 november 2009

SYMPOSIUM INTERSTEDELIJKE CRIMINOLOGIE DAG interstedelijke Criminologie Dag te leiden met het thema ‘State Crime’ en deelonderwerpen terrorisme, corruptie en genocide. Dit is een jaarlijks terugkerend symposium georganiseerd door Criminologie studieverenigingen Corpus Delicti, Crime Does Pay en Criminologie in actie. Locatie: universiteit van leiden, Faculteit der Sociale wetenschappen Kosten: € 10,­ Informatie: www.icdag.nl

Kosten: € 250,­ Informatie: www.paoleiden.nl

4 december 2009 SEMINAR ‘GEDRAG VAN VERZEKERAARS’ het rotterdam institute of Private law (Erasmus School of law) organiseert in samenwerking met het Opleidingscentrum voor recht en Praktijk (OrP) dit seminar in het kader van de master aansprakelijkheid en verzekering met als thema ‘gedrag van verzekeraars: van toezicht en repressie naar reputatie en best practices’. Aanvang: 13.00 uur Locatie: Erasmus universiteit rotterdam, Expo­ en Congrescentrum (M­gebouw) Kosten: € 195,­ Informatie: www.frg.eur.nl

4 december 2009 BACHELORBULUITREIKING ERASMUS SCHOOL OF LAW Feestelijke uitreiking van de bachelorbul door de Erasmus School of law. tevens wordt de Onderwijsprijs uitgereikt voor het best gewaardeerde bachelorvak en het best gewaardeerde mastervak van de Erasmus School of law. Locatie: Erasmus universiteit rotterdam, School of law Informatie: www.frg.eur.nl

7 december 2009 THE RIGHT MOVIE NIGHT vertoning van de film ‘Mar adentro’ in bioscoop Cinerama, rotterdam, met een inleiding door

hoogleraar gezondheidsrecht Martin Buijsen. De film is gebaseerd op een waargebeurd verhaal over Spanjaard ramon Sampedro, die 30 jaar lang voor het recht van euthanasie en zijn eigen recht om te sterven vocht. Aanvang: 19.00 uur Locatie: Cinerama, westblaak 18, rotterdam Kosten: € 5,­ Informatie: www.frg.eur.nl/film

16-19 december 2009 22ND JURIX CONFERENCE ON LEGAL KNOWLEDGE AND INFORMATION SYSTEMS 22ste conferentie van Jurix, een internationale organisatie binnen het vakgebied informatica en recht, georganiseerd door de Erasmus universiteit. Locatie: Erasmus universiteit rotterdam Informatie: www.frg.eur.nl/jurix2009

11 januari 2010 THE RIGHT MOVIE NIGHT vertoning van de documentaire ‘Sisters in law’ in bioscoop Cinerama, rotterdam, met een inleiding van wilhelmina thomassen, lid van de hoge raad. Een documentaire over twee zussen die beiden werkzaam zijn binnen het justitiële apparaat van Kameroen. Ondanks alle obstakels die zij ondervinden proberen zij het recht te laten zegevieren. Datum: aanvang: 19.00 uur Locatie: Cinerama, westblaak 18, rotterdam Kosten: € 5,­ Informatie: www.frg.eur.nl/fil

AGENDA DISPUTEN EN ONDERVERENIGINGEN 25 november 2009 BEZOEK AAN HET INTERNATIONAAL STRAFHOF IN DEN HAAG

10 december 2009 BORRELLEZING

ius Mobile zal op 25 november 2009 van

samenwerking met linklaters een borrellezing

ongeveer 10.00 tot 12.00 uur een bezoek

welke wordt gehouden in café locus Publicus.

brengen aan het internationaal Strafhof in

Ben jij geïnteresseerd in het ondernemings­

SYMPOSIUM ‘DSB-LEED’

Den haag. het internationaal Strafhof is een

recht, handelsverkeersrecht, financieel recht

tijdens deze middag wordt de stand van zaken in het DSB­debacle vanuit diverse juridische gezichtspunten nader toegelicht door uitermate kundige en in de praktijk betrokken sprekers. tijdens de middag is er veel ruimte ingebouwd voor vragen en debat onder leiding van mr. aai Schaberg. De middag wordt afgesloten met een ‘aangeklede’ borrel waarin u met vakgenoten, andere belanghebbenden en de sprekers kunt napraten. Aanvang: 13.00 uur Locatie: universiteit van leiden

permanent hof, dat zich bezighoudt met de

of gewoon benieuwd naar een informele

vervolging van personen die verdacht worden

kennismaking met een groot toonaangevend

van het plegen van genocide, foltering,

advocatenkantoor, dan heet het OrD je van

misdaden tegen de menselijkheid en

harte welkom.

oorlogsmisdaden.

Aanvang: 21.30 uur

Aanvang: 10.00 uur

Locatie: café locus Publicus, rotterdam

Locatie: internationaal Strafhof in Den haag

Kosten: gratis

Kosten: gratis

Informatie: comintern@ordispuut.nl

4 december 2009

Op donderdag 10 december organiseert het Ondernemingsrechtelijk Dispuut (OrD) in

Informatie: secretaris@iusmobile.nl

Fiat Justitia november 2009

65


De r ech t e r

66

Fiat Justitia november 2009


/FJ_I_2009-2010_binnenwerk