Issuu on Google+

in h o u d

13 Interview Geert Corstens President van de Hoge Raad der Nederlanden

“Nu zijn we op een punt gekomen waarop we als Hoge Raad iets fundamenteels moeten gaan veranderen”

25 Interview Frans Vreede Luchtrechtadvocaat

“Turkish Airlines is simpel­weg aansprakelijk, omdat het bewijs van overmacht niet te leveren is”

33 Interview Folkert Jensma Oud-hoofdredacteur NRC Handelsblad

E n ve r d e r   5 Redactioneel   7 Woordje van de voorzitter   8 Column Sybrand van Haersma

Buma: ‘Wet Bibob snijdt onderwereld de pas af’ 10 Een dag uit het leven van… Een Bopz-rechter 19 Artikel: Mohammed Enait, de zittende advocaat 30 Student-stagiair bij Nauta Dutilh 44 Het kantoor Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn advocaten 46 Boeken en films 49 Verslag JFR Talent Trip Hong Kong 2009 56 Disputen en onderverenigingen

“Integriteit is net als een zwangerschap: een beetje zwanger zijn kan niet, net zoals een beetje integriteit niet kan”

39 Interview Joep Verburg President van het Gerechtshof Den Haag

“Ik had het idee dat na dat rapport, en de publiciteit die erover ontstond, iedereen aan de poorten rammelde om Lucia’s vrijlating te eisen”

Fiat Justitia mei 2009

3


COlOurful PEOPlE POWErful lAW firM Een sterke jurist denkt niet zwart-wit. Hoe eenduidig wetten en regels ook lijken, in ons vak draait het om de nuance. Om de kleur die je eraan geeft. Mensen die dat kunnen, kiezen voor AKD Prinsen Van Wijmen. Daarom zoeken we professionals met passie. Ondernemende talenten die meebouwen aan de toekomst van AKD en aan hun eigen ontwikkeling. Beken kleur en kijk op www.werkenbijakd.nl.

AKDadv_basis_A4_FC.indd 1

09-01-2007 15:30:12


Colofon Fiat Justitia is het verenigingsblad van de Juridische Faculteitsvereniging rotterdam en verschijnt vijfmaal per jaar.

Jaargang 21 nummer 3 Mei 2009

Hoofdredacteur

Waarde lezer, Life must be hard voor Willem Frederik Holleeder. In verband gebracht worden met wapenbezit, het bedreigen en afpersen van verscheidene zakenlieden (waarvoor hij in 2008 tot negen jaar is veroordeeld) en 25 liquidaties in de onderwereld: een afschrikwekkende reputatie. Niet voor niets wordt ‘de Neus’ – zoals zijn typerende bijnaam luidt – als een waar monster beschouwd. Hoewel veel van deze verdachtmakingen voor justitie lastig te bewijzen waren en dus losse flodders bleken te zijn, leek zijn veroordeling al voor het begin van zijn proces een feit. De zaak ‘Kolbak’ werd in de media al snel – hoe typerend – ‘het proces van de eeuw’ genoemd. En dan te bedenken dat er nog geen decennium van 2009 opzit.

Patrick Slob

Redactie Maarten van dijk Suzanne van Kooij Julia Leeman Lennart van der Ziel

Eindredacteur Marleen Sabajo

Eindredactie Sophie Bouhuys

Willem Holleeder is geen lieverdje, dat moge duidelijk zijn. Al voor de geruchtmakende ontvoering van biermagnaat Freddy Heineken in de jaren ’80, zitten politie en justitie achter hem aan. Al snel na zijn vrijlating begin jaren ’90 duikt zijn naam weer op in het Amsterdamse criminele milieu. Willem Holleeder is een geboren crimineel. Ondanks zijn reputatie verdient Holleeder een eerlijk proces en juist dat lijkt hier niet het geval; zijn proces vertoont aantoonbare kenmerken van een trial by media. Journaals, kranten en weekbladen berichtten onafgebroken over ‘de grootste crimineel van de twintigste eeuw’. Kan een rechtbank dan nog aan de maatschappij legitimeren dat zo’n iemand op vrije voeten wordt gesteld? De onafhankelijkheid van de rechter is de basis van onze rechtspleging. Maar rechters zijn mensen en ook zij lezen kranten en kijken tv. Het recht lijkt op sommige momenten zijn autoritaire status te verliezen en terug te vallen naar de publieke veroordeling.

Abid Chand Freek Lugtigheid Jordy oord

Ontwerp en vormgeving united Graphics Zoetermeer B.v.

Druk & Lithografie united Graphics Zoetermeer B.v.

Oplage 4.000 exemplaren reacties kunt u opsturen naar: Juridische Faculteitsvereniging rotterdam redactie Fiat Justitia Postbus 1738 3000 dr rotterdam Tel: 010 - 408 17 94 internet: www.jfr.nl E-mail: hoofdredacteur@jfr.nl

46e Bestuur der Juridische Faculteitsvereniging Rotterdam Jordy oord – Voorzitter Marleen Sabajo – Vice-voorzitter Sophie Bouhuys – Secretaris dirim Kutlar – Penningmeester Abid Chand – Commissaris Interne Betrekkingen

Maar het recht kampt met meer problemen. Bovenstaande is een onderdeel van de kloof tussen burger en recht: een kloof die lastig te dichten is. Op een gemiddeld internetforum meent men dat criminelen bij een levenslange gevangenisstraf al na vijftien jaar vrijkomen. En in het algemeen heerst de opinie dat de straffen in ons land veel te laag zijn, terwijl uit onderzoek blijkt dat geweld – straffen is immers niets anders dan leedtoevoeging – in de meeste gevallen geweld voortbrengt: ‘violence breeds violence‘. Maar het is niet louter op onjuistheden en onwetendheid gebaseerde onvrede, die leeft bij de Nederlandse burgers. Het aanvragen van een bouwvergunning brengt een stortvloed aan wetten en regels met zich mee, evenals het platgooien van de op die bouwvergunning gestoelde garage. De vraag is hoe deze kloof ingeperkt kan worden. De top van juridisch Nederland houdt zich al langere tijd bezig met deze problematiek. Dus ik waan mij zeker niet de Albert Einstein van het juridisch bestel. Maar als normale burger kan ik mij aan enkele gevoelens niet ontrekken. Het onderwijs wordt in deze tijd te pas en te onpas gebruikt: onder meer als opvoedkundige instelling en school van normen en waarden. Maar waarom krijgen scholieren niet al veel meer dan nu bij maatschappijleer een kijkje in de keuken van het recht? Op die manier raken mensen al vroeg in hun leven enigszins vertrouwd met juridische zaken. En dat stelt hen in staat beter na te denken over het recht, dat in heel onze maatschappij doorvlochten is. Geen verdiepende vakken, maar uitsluitend een indruk van recht in de praktijk.

Freek Lugtigheid – Commissaris Externe Betrekkingen Patrick Slob – Hoofdredacteur

Patrick Slob Hoofdredacteur Fiat Justitia 2008-2009


Het diepe in. Je kunt wachten tot je geduwd wordt, je kunt ook zelf een duik nemen. Door een studentstage bij De Brauw ervaar je de praktijk als volwaardig lid van het team. En je komt boven als een betere jurist. Studenten in het derde of vierde jaar kijken op werkenbijdebrauw.nl/studentstage.

BRAINS IN BUSINESS


Met dank aan: Geert Corstens, Sybrand van haersma Buma, Folkert Jensma, netty van Megen, Anouck Steenken, Joep verburg, Frans vreede, de disputen der JFr, de onderverenigingen der JFr

Met dank aan de partners: Allen & overy, Clifford Chance, de Brauw Blackstone Westbroek, houthoff Buruma, Linklaters, Simmons & Simmons, Stibbe, nysingh Advocaten-notarissen

Met dank aan de sponsoren: AKd Prinsen van Wijmen, Boekel de nerée, dAS rechtsbijstand, de Brauw Blackstone Westbroek, dirkzwager advocaten & notarissen, Erasmus School of Law, houthoff Buruma, Linklaters, Maastricht university, nauta dutilh, Pels rijcken & droogleever Fortuijn advocaten en notarissen, Simmons & Simmons, Stibbe

Wilt u adverteren in de Fiat Justitia? neem dan contact op met Freek Lugtigheid (comextern@jfr.nl / 010 - 408 17 94)

Marktbereik de Fiat Justitia wordt verspreid onder de leden van de Juridische Faculteitsvereniging rotterdam, studenten aan de Erasmus universiteit rotterdam (Eur), alsmede over de vakgroepen van de Faculteit der rechtsgeleerdheid van de Eur. daarnaast vindt verspreiding plaats onder verscheidene advocatenkantoren.

Lidmaatschap of Abonnement het lidmaatschap van de JFr bedraagt 16,- euro per jaar en geldt tot schriftelijke wederopzegging (vóór de maand augustus van het nieuwe collegejaar). Bij dit bedrag is voor studenten een lidmaatschap van een dispuut naar keuze inbegrepen. Leden krijgen vijf keer per jaar de Fiat Justitia thuisgestuurd. Een abonnement staat

Geachte lezer, Recht en praktijk. Als voorzitter van de grootste juridische faculteitsvereniging van Nederland is dat natuurlijk koek en ei: een voorwoord schrijven over hetgeen ons bestaansrecht als vereniging betekent, moet een inkopper zijn! Maar zoals altijd zijn de makkelijkste dingen vaak het lastigst. Want hoe breed is het recht? En hoeveel breder is de praktijk wel niet? In dit nummer van Fiat Justitia staat niet alleen de rechtenstudie centraal, maar ook de realiteit na het behalen van uw diploma. Zo hebben we de president van de Hoge Raad aan het woord over de rechtspraak en een eventuele carrière hierin. En Joep Verburg, president van het Hof in Den Haag en voorzitter van de Selectiecommissie Rechterlijke Macht, vertelt over de raio-opleiding. Maar natuurlijk is niet alleen een carrière in de rechtspraak mogelijk: er is ook nog die ‘andere’ branche. Een branche vol strakke pakken, 80-urige werkweken en het grote geld. Het grootste gedeelte van de studenten kiest na zijn master voor een loopbaan in de advocatuur. Zij gaan aan de slag als advocaat-stagiair, om na drie jaar zwoegen beëdigd te worden als raadsman. Maar wat ben je dan precies? Wat zijn eigenlijk synoniemen voor advocaat? We kennen er een hoop: pleitbezorger, verdediger, strafpleiter, jurist, wetkundige of het eerder genoemde raadsman. Althans, zo duiden advocaten zichzelf aan. Een aantal weken geleden woonde ik een lezing bij die werd gegeven door Charles Groenhuijsen, de bekende oud-correspondent van de NOS. Het onderwerp was: ‘Amerikaanse toestanden’. In feite betrof het een uiteenzetting over de reputatie van de gemiddelde advocaat in de Verenigde Staten, gevolgd door de reputatie van de Nederlandse raadsman. De bovenstaande synoniemen kwamen daarin niet voor. Onderzoeken wijzen namelijk uit dat in de lijst met beroepen die aanzien genieten de advocatuur er erg bekaaid vanaf komt. We vinden onze geliefde branche onderaan het lijstje terug, ver onder nobele beroepen zoals zuster, chirurg en brandweerman. Hoe zijn we hier terecht gekomen? Wij zijn immers de verdedigers van het recht? Hoeveel nobeler kan het worden? Ook de rechtspraak heeft imagoproblemen, maar dan van een heel andere orde. Dwalingen als die in de Schiedammer parkmoord en geknoei in bijvoorbeeld de Deventer moordzaak hebben aangetoond dat rechters of raadsheren geen goden, maar feilbare stervelingen zijn. Eens te meer is aangetoond dat mensenwerk weliswaar maatwerk is, maar er altijd steken kunnen vallen. Het gevolg is een ‘imagoprobleem’…

thuisgestuurd.

Een veel gehoorde klacht vanuit de samenleving is dat in de rechtspraak ons multicultureel karakter onvoldoende naar voren komt en allochtonen onvoldoende vertegenwoordigd zijn. Daarop startte de rechtspraak een charmeoffensief, om die tien procent ook in de rechtspraak vertegenwoordigd te krijgen. Hopelijk niet ten koste van alles, want kwaliteit moet mijns inziens te allen tijde voorop staan!

Fiat Justitia

Ik wens u veel leesplezier!

ook open voor niet-studenten: door overmaking van 16,- euro op bankrekening 50.15.50.666 ten name van JFr, Burgemeester oudlaan 50, 3062 PA in rotterdam. u krijgt de Fiat Justitia dan een jaar lang

iSSn 1566-7375 niets uit deze opgave mag worden overgenomen en/ of worden vermenigvuldigd zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de redactie.

Jordy Oord Voorzitter 46ste Bestuur der Juridische Faculteitsvereniging Rotterdam


C ol u m n

Wet Bibob snijdt onderwereld de pas af Een aantal jaren geleden was er op TV en in de bioscopen een populaire reclame van de postgiro. In het filmpje vraagt John Cleese op een Amsterdamse gracht aan Nederlandse voorbijgangers: “Do you know giro blauw?” Niemand weet ervan, en het beste wat hij als antwoord krijgt, is een afwerend “Sorry, I’m Dutch”. Tekst: Sybrand van Haersma Buma

A

ls John Cleese nu dezelfde vraag zou stellen, maar dan het “giro blauw” zou vervangen door Bibob, dan zouden we eenzelfde filmpje kunnen monteren. “Do you know Bibob? Antwoord: “Sorry, I’m Dutch”. De gemiddelde Nederlander heeft geen flauw idee wat Bibob is. Alleen de ogen van de gespecialiseerde muziekliefhebber zullen misschien oplichten; bebop is immers een stroming in de jazz. Twee categorieën Nederlanders zouden de vraag wél kunnen beantwoorden. In de eerste plaats zijn dat lokale politici en bestuurders. Zij kennen de mogelijkheden van de enkele jaren geleden tot stand gekomen wet Bevordering Integriteitsbeoordelingen door het Openbaar Bestuur. Ook heel wat dubieuze ondernemers weten inmiddels waar de afkorting voor staat. Zij hebben de mogelijkheden van de wetgeving al aan den lijve ondervonden doordat hen een vergunning is geweigerd.

Bestuursorganen kunnen met de wet Bibob in de hand vergunningen of subsidies weigeren of intrekken als er ernstig gevaar bestaat dat met behulp van die beschikking criminele activiteiten zullen worden uitgevoerd De wet Bibob is in juni 2003 in werking getreden. De wet biedt gemeenten, provincies en andere bestuursorganen mogelijkheden om te voorkomen dat zij criminele activiteiten faciliteren. Bestuursorganen kunnen met de wet Bibob in de 8

Fiat Justitia mei 2009

hand vergunningen of subsidies weigeren of intrekken als er ernstig gevaar bestaat dat met behulp van die beschikking criminele activiteiten zullen worden uitgevoerd. Overheden van Groningen tot Maastricht hebben inmiddels ervaring opgedaan met de wet. De wet wordt veel toegepast in de horecasector: maar zeker niet alleen daar. Amsterdam en Alkmaar gebruiken de wet Bibob om hun prostitutiesector op te schonen. De prostitutiesector is sterk verweven met de criminaliteit. Volgens onderzoek werkt vijftig tot negentig procent van de prostituees onvrijwillig in deze sector. Het strafrechtelijk bewijs daarvoor is moeilijk te leveren, omdat de vrouwen zo geïntimideerd worden dat ze geen aangifte durven te doen. Maar heel wat schimmige bordelen zijn inmiddels gesloten doordat de conclusie van een Bibob-onderzoek luidde dat er gevaar was voor criminele activiteiten. Zo konden vergunningen worden geweigerd of ingetrokken. Waar het strafrecht niet komt, biedt de wet Bibob hulp. De dankzij deze wet vrijgekomen panden kunnen worden gebruikt door bedrijven die een schone lei hebben. Amsterdam wil zo van het verloederde


Wallengebied weer een toonbaar en voor gewone Amsterdammers toegankelijk gebied maken. Het succes van de wet heeft er toe geleid dat de ministers van Justitie en Binnenlandse Zaken kort geleden hebben voorgesteld de werking van de wet uit te breiden. Dit was een wens die al langer bij de Tweede Kamer bestond. De vastgoedsector zal onder de wet gaan vallen, in het geval de overheid optreedt als contractpartij. Ook de speelautomatenbranche en de headshops zullen er aan moeten geloven. Smartshops en growshops vielen er al onder. Een aparte categorie vormen de belwinkels. In een wereld waarin iedereen over een mobieltje beschikt, zijn aparte winkels waar je kunt bellen merkwaardige fenomenen. Nog merkwaardiger is dat er zoveel zijn. Er zijn dan ook nogal wat belwinkels die het verlenen van telefoonfaciliteiten niet als hoofdreden van hun bestaan blijken te hebben. Het zijn witwasserijen van zwart geld; de winkel is een dekmantel. De ministers vinden het erg ver gaan om deze bedrijven allemaal vergunningplichtig te maken, alleen om een Bibobtoets te kunnen uitvoeren. Zij willen daarom de gemeenten een bevoegdheid tot sluiting geven, vergelijkbaar met de bestaande bevoegdheid voor panden vanwege drugshandel. Ook willen zij bezien of via de bestemmingsplannen meer is te sturen. Dit lijkt een verstandige weg. Sinds de invoering van de wet zijn naar schatting 20.000 vergunning- en subsidieaanvragen getoetst aan de wet Bibob. In totaal zijn er in die tijd zo’n 500 vergunningen geweigerd en 150 aanvragen voortijdig ingetrokken. Een aantal aanvragers is na een afwijzing naar de rechter gestapt. Verschillende gemeenten zijn vervolgens door de rechter terug­ gefloten. De rechter hecht eraan dat de procedure zorgvuldig wordt doorlopen. Op dit moment is een procedure aanhangig bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. De vraag die daar voorligt, is hoe de Bibob-procedure zich verhoudt tot artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens: het recht op een eerlijk proces. De juridische houdbaarheid van de regeling is een belangrijk punt van aandacht. Een ander aandachts­punt is de administratieve last waarmee de Bibob-toets gepaard gaat. Ondernemers moeten vaak een hele vragenlijst invullen om door de toets heen te komen. Voor kwaadwillende ondernemers is dit vaak al een reden om de vergunningaanvraag te laten voor wat hij is: en dat is gunstig. Maar ook goedwillende ondernemers zitten in hun maag met de hoeveelheid gegevens die soms moet worden aangeleverd. Gemeenten moeten de procedure waar mogelijk stroomlijnen.

De wet Bibob is nog in ontwikkeling. Maar vaststaat dat de overheid dankzij deze wet een stuk naïviteit van zich heeft afgeschud. Er wordt niet meer van uitgegaan dat iedere ondernemer goedwillend is. Er hoeft evenmin op een strafrechtelijke veroordeling te worden gewacht voordat tegen misstanden kan worden opgetreden. Vooral voor gemeenten die kampen met hele buurten die vergeven zijn van criminaliteit, of die daarnaar dreigen af te glijden, ontstaat een steeds beter gevulde gereedschapskist. Grote winnaars zijn de bewoners en ondernemers die volgens de spelregels van de maatschappij met elkaar om willen gaan.

Vooral voor gemeenten die kampen met hele buurten die vergeven zijn van criminaliteit, of die daarnaar dreigen af te glijden, ontstaat een steeds beter gevulde gereedschapskist Als de nog openstaande juridische vragen zijn opgehelderd, en de administratieve last binnen de perken is gebracht, is er een uiterst waardevol instrument geschapen. Het is de vraag of het woord Bibob ooit een bekend begrip zal worden. John Cleese moet maar niet de Amsterdamse gracht op gaan. Maar het is al een groot goed als de onderwereld de pas naar de bovenwereld wordt afgesneden.

Sybrand van Haersma Buma Lid Tweede Kamer voor het CDA Fiat Justitia mei 2009

9


E E n d A G u i T hET LEvEn vAn...

Een Bopz-rechter In deze rubriek loopt een redactielid van Fiat Justitia een dagje mee met een persoon die op een bepaalde manier spraakmakend is, een bijzondere affiniteit heeft met rechten of iemand van wie veel mensen geen idee hebben hoe diens werkdag eruit ziet. Tekst: Julia Leeman

O

p donderdag 29 januari 2009 liep ik een dag mee met een zogenaamde Bopz-rechter in Rotterdam. Bopz staat voor Wet Bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen. Deze wet regelt de rechten van gedwongen opname en behandeling van mensen die lijden aan een geestesstoornis. Er zijn verschillende gronden en instrumenten om iemand gedwongen op te nemen. Zo moet gedwongen opname de laatste mogelijkheid zijn en moet er sprake zijn van gevaar veroorzaakt door een geestesstoornis. Dat iemand door een geestesstoornis een gevaar vormt voor zichzelf of zijn omgeving wordt ook wel het ‘gevaarcriterium’ genoemd.

Mijn dag begon op de Rechtbank Rotterdam, waar ik werd voorgesteld aan mevrouw Kastelein, de rechter, aan Robbert, de griffier, aan een masterstudent Nederlands Recht en aan een andere meeloopkandidaat. Met dit gezelschap zijn we gedurende de dag langs patiënten gegaan, die overigens voornamelijk in dezelfde kliniek zaten. Van tevoren dacht ik wel te weten wat ik kon verwachten, maar niets bleek minder waar. Voor de eerste patiënt gingen we naar de GGZ, de brancheorganisatie van instellingen voor de geestelijke gezondheids- en verslavingszorg. Deze man had zélf een machtiging voor gedwongen opname gevraagd. Hij wilde naar een kliniek om behandeld te worden voor zijn drugsverslaving. Als je daar vrijwillig heengaat, kun je elk moment weer vertrekken. De drugsverslaafde patiënt wist dat er een moment zou komen waarop hij het niet meer aan zou 10

Fiat Justitia mei 2009

kunnen en zou vertrekken. De kliniek kan een vrijwillige patiënt op dat moment niet tegenhouden. Wanneer de rechter echter een machtiging verleent op basis van de Bopz, kan de kliniek de patiënt wel vasthouden. Dat iemand een dergelijke machtiging zelf aanvraagt, is dus een behoorlijk grote en dappere stap. De betreffende jongeman was al jaren verslaafd aan cocaïne en kwam daar met geen mogelijkheid vanaf. Toen ik kort van tevoren het dossier mocht doornemen, vormde ik me meteen een beeld van de patiënt: een junk, mager, misschien wel agressief en in de war. Maar in plaats daarvan zat daar een jonge, enigszins schuchtere man, die rustig de situatie uitlegde en ter afsluiting zijn verzoek aan de rechter deed. Zij heeft dan ook zonder enige twijfel zijn verzoek ingewilligd. Na het bezoek aan de GGZ zijn we naar de psychiatrische kliniek Delta in Poortugaal gereden. We kwamen aan op een afgelegen terrein, een soort dorp, compleet met kinderdagopvang en een Albeda College: heel onwerkelijk. Mensen die er niets te zoeken hebben, zouden geen weet hebben van het bestaan ervan. We hebben daar verschillende afdelingen bezocht, waaronder de longstay-afdeling. Op de longstay zitten patiënten die daar in principe nooit meer weg zullen gaan. Het zijn de zwaardere chronisch zieken, bij wie er weinig tot geen uitzicht op verbetering is. Ik vond deze afdeling erg heftig om mee te maken. We hebben hier ook een aantal mensen in de separeercellen ‘ontmoet’, maar van praten of kennis maken was eigenlijk geen sprake. ‘We hebben ze gezien’, is passender. De separeercel is een klein hok, met vaak maar één raampje, een matras en een dekbed. Voor vrijwel al deze patiënten had de kliniek een rechterlijke machtiging tot voortgezet verblijf aangevraagd, omdat de kliniek van mening was dat de patiënt nog


niet klaar was voor de buitenwereld. Een verlenging kan voor verschillende termijnen worden aangevraagd, met een maximum van twee jaar. De eerste patiënt in Delta die wij ontmoetten, was een Turkse man van middelbare leeftijd die al langere tijd onafgebroken in de separeercel zat. Hij was zó agressief en bang, dat hij zelfs zijn eigen familieleden aanvloog. Om het verzoek tot voortgezet verblijf te kunnen behandelen stond tien man sterk voor de deur: het afdelingshoofd, de behandelend psychiater, twee man beveiliging, de rechter, de griffier, twee meeloopstudenten, de advocaat van de man en een tolk. De tolk bleek al snel overbodig: we konden niet met de patiënt praten omdat hij te onrustig en te gevaarlijk was. Op grond van de beoordeling van de psychiater en het dossier van de advocaat besloot de rechter om ook dit verzoek in te willigen en de man langer in de kliniek te houden. Voor mij als buitenstaander leek het wel een toneelstuk: een compleet team dat moest beslissen over een ogenschijnlijk simpele zaak. Omdat het echter gaat om het onvrijwillig vasthouden van een persoon, is het niet meer dan logisch dat alles zo serieus en uitgebreid wordt onderzocht en aangepakt. Maar het is een bizarre wereld als je er niet bekend mee bent. Na deze Turkse patiënt hebben we nog een aantal patiënten bezocht die in de separeercel zaten en waarbij het er op ongeveer dezelfde wijze aan toeging. Steeds weer was het erg heftig. Het is moeilijk voor te stellen wat er in iemand omgaat die denkt dat iedereen hem wil vermoorden, doodsbang onder zijn dekens ligt, en meteen begint te gillen als de deur opengaat. Ik vond het hartverscheurend en boeiend tegelijk en ik kan me goed voorstellen dat iemand die stevig in zijn schoenen staat voor zo’n baan kan kiezen. De longstay lijkt misschien uitzichtloos, maar waarschijnlijk stel je als behandelaar de doelen al snel bij. Een patiënt hoeft niet per se terug naar zijn eigen huis; het is al heel fijn als een behandelaar af en toe rustig met hem of haar kan praten, als de angst weg is, als ze goed meedoen met de therapieën en als ze niet of nauwelijks meer de separeer in hoeven. Na de longstay-afdeling vertrokken we naar een ander gedeelte van de kliniek. Daar werden voornamelijk IBS-en aangevraagd: inbewaringstellingen. De patiënt zelf wil in principe graag naar huis, maar de kliniek vindt dat hij of zij nog wat langer moet blijven. Dit zijn de minder zware gevallen. Een IBS kan voor drie weken worden

afgegeven. Bij slechts één van de vier door ons bezochte patiënten heeft de rechter de IBS afgewezen, omdat zij erop vertrouwde dat de bewuste patiënte het met hulp van thuis, zelf weer aankon. De overige drie patiënten moesten echter nog een aantal weken langer blijven. Met name voor één patiënt was dat lastig te verkroppen, omdat hij zelf vond dat hij nergens last van had; dat zeiden zijn vrienden immers ook. Toen echter bleek dat het denkbeeldige vrienden waren, begreep ik het standpunt van de kliniek stukken beter. De samenvloeiing van het recht met de medische wereld vond ik fascinerend. Tegelijkertijd is het een combinatie die moeilijk te vereenzelvigen lijkt. Het is de taak van de rechter om zo objectief en neutraal mogelijk een beslissing te nemen over het vasthouden of laten gaan van de patiënt, op grond van de verklaringen van de psychiaters en op grond van het verhaal van de patiënt zelf (vaak verteld door een advocaat). In deze gevallen gaat het echter om dermate specifieke kennis, dat ik de rol van de rechter en advocaat hierin moeilijk vind passen. Kun je met slechts kennis van de wet, in dit specifieke geval de Wet Bopz, op een juiste manier oordelen over iemands psyche? Zou er niet uitsluitend door een psychiater een objectief en deskundig oordeel gegeven moeten worden? Een psychiater heeft er tenslotte geen wezenlijk belang bij om de patiënt langer vast te houden dan nodig, dus is de rechterlijke controle hier wellicht overbodig. Daar staat tegenover dat je na jaren werkervaring als psychiater in een psychiatrische kliniek misschien wel zo cynisch (of reëel?) bent geworden van zoveel ellende en hopeloze, terugkerende gevallen, dat je geen enkele patiënt meer zijn vrijheid durft te geven. De taak van de rechter kan dan daarin liggen dat hij of zij met minder wantrouwen en meer afstand naar een patiënt kan kijken en daarom de patiënt in sommige gevallen wel vrijheid toevertrouwt. Omdat het om – soms gedeeltelijke – vrijheidsbeneming gaat, is het naar mijn mening toch belangrijk dat de eindbeslissing bij de rechter blijft liggen. Het advies van de psychiater zal daarbij van groot belang moeten blijven. Op die manier krijgt de psychiater niet te veel macht en kan er altijd een deskundige, objectieve beslissing genomen worden. Deze dag heeft mij in ieder geval flink aan het denken gezet en heeft mij bovendien kennis laten maken met een zeer interessant rechtsgebied. Weliswaar een gebied waar je tijdens je studie weinig tot niets over hoort, maar dat wel degelijk de moeite waard is!

Fiat Justitia mei 2009

11


Plannen. Ambities. Idealen.

Wij hebben ze ook. Je wilt een jurist zijn die het vak tot in de finesses beheerst. Je wilt werk dat er maatschappelijk steeds meer toe doet. Je wilt blijven leren en groeien. Meteen een vliegende start maken in een praktijkgerichte omgeving. Een organisatie die jou als geen ander faciliteert en inspireert. Je wilt een carrière met de juiste balans tussen werk en privé. In een goeie sfeer samenwerken met meer dan 400 andere gespecialiseerde juristen. Die net als jij gáán voor hun klanten. Voor kennis delen. Voor service en resultaat. Je wilt de grootste juridische dienstverlener van ons land nóg beter maken. In Amsterdam, Den Bosch, Roermond, Groningen, Rijswijk of Arnhem. Wat jij wilt, willen wij ook. Kom naar www.juristbijdas.nl

Bij DAS kom je tot je recht


interv i ew

Geert Corstens

Het dichten van de kloof tussen recht en burger Tijdens de parlementaire enquête opsporingsmethoden in 1995 werd prof. dr. Geert Corstens als deskundige ingeschakeld. Door zijn kennis en ervaring kwam de commissie meer te weten over het Nederlandse strafprocesrecht, voornamelijk over de verhouding tussen de burger en de overheid. Het geeft aan dat Geert Corstens tot de top van het strafrechtelijke veld behoort. Sinds november 2008 is hij President van Nederlands hoogste gerechtelijke instantie: de Hoge Raad. Met zijn 63 jaar is Corstens een nog relatief jonge President. Fiat Justitia sprak Corstens op het kantoor van de Hoge Raad in het chique deel van Den Haag en ontdekte dat het stereotiepe beeld van een sigaarrokende, saaie, grijze raadsheer hem zeker niet past. Tekst: Marleen Sabajo en Patrick Slob

U staat bekend als iemand die opkomt voor de rechten van burgers en waarschuwt voor de toenemende bevoegdheden van justitie. Waarin schuilt volgens u het gevaar?

De laatste twintig jaar zijn de bevoegd­ heden van de overheid enorm toegeno­ men. Dat betekent dat de privacy van de burger in zekere zin gemakkelijker kan worden aangetast. Terrorismebestrijding vraagt zijn prijs, net als de bestrijding van georgani­seer­ de criminaliteit. En die prijs ligt vaak in de sfeer van de vrijheidsrechten van de burger. We moeten goed opletten dat de rechten van de burger voldoende beschermd blijven. Als de wetgever inbreuk daarop mogelijk maakt, wat volgens de grondwet en de mensen­ rechtenverdragen mag, moeten we zorgen dat er een onafhankelijke rechter is die daarover kan oordelen. Dus meer bevoegdheden creëren onder bepaalde omstandigheden is begrijpe­ lijk. Er moet dan ook gezorgd worden voor een goede rechtsbescherming voor de burger. U bent cum laude afgestudeerd in Nederlands Recht. Waar komt uw passie voor het recht vandaan?

Aan het begin ontbrak de passie. Ik ben rechten gaan studeren, omdat het een algemene studie is, waarmee je veel kanten op kunt. Om die reden heb ik ook gymnasium bèta gedaan. Maar de alfakant trok me uiteindelijk toch het

meest. Daarnaast wist ik niet precies wat ik wilde gaan doen, dus ben ik maar rechten gaan studeren. De passie is toen geleidelijk, maar krachtig, op komen zetten. Hoe is uw carrière na het behalen van uw diploma verlopen?

Tegen het einde van mijn studie heb ik Europees Recht gevolgd. Dat was toen een opkomend vak. Met die toen opgedane kennis gewapend, ben ik een halfjaar stage gaan lopen bij de Europese Commissie. Daarna ben ik in Amsterdam promotieassistent gewor­den: in de huidige termino­ logie is dat aio. Ik heb daar een proefschrift geschreven en ben een paar jaar later gepromoveerd aan de Universiteit van Amsterdam, de toenmalige Gemeente Universiteit Amsterdam. Daarna ben ik raio geworden en omdat mijn voorkeur uitging naar het strafrecht, heb ik gekozen voor de meest centrale positie in de

strafrechtspleging, namelijk die van officier van justitie. Ik kwam in Arnhem terecht. Dat was eind 1977. Vier jaar later werd ik hoogleraar in Nijmegen. Vervolgens kwam u in 1995 als raads­ heer bij de Hoge Raad terecht. Kunt u iets vertellen over de geschiedenis van onze hoogste gerechtelijke instantie?

De historie van de Hoge Raad gaat vrij ver terug. Wij bestaan vanaf de inwerking­­ treding van de nieuwe Nederlandse wetboeken, waaronder het Burgerlijk Wetboek en het Wetboek van Strafrecht en

“Nu zijn we op een punt gekomen waarop we als Hoge Raad iets fundamenteels moeten gaan veranderen” Fiat Justitia mei 2009

13


Strafvordering, in 1838. In feite gaat de geschiedenis nog veel verder terug, naar de tijd van de Republiek. Toen was er een Hoge Raad van Holland en Zeeland, waarvan wij in zekere zin de voortzetting zijn. In het begin bestond onze praktijk louter uit strafzaken en civiele zaken. De Hoge Raad was toen relatief klein. Vanaf de twintigste eeuw komen daar belasting­zaken bij en komt geleidelijk aan ook het begrip onrechtmatige overheids­daad opzetten. Daarmee werd het bestuur als het ware onderworpen aan de rechtspraak. Het beginsel rule of law gaat dan een heel grote rol spelen. Een ander belangrijk punt in de geschiedenis is naar mijn gevoel 1986. Dan veranderen er twee dingen. In de eerste plaats mogen we voortaan arres­ten wijzen met een verkorte motivering. In de tweede plaats kunnen we zaken afdoen met drie raadsheren, waar dat voorheen gebeurde met vijf raadsheren.

Nu zijn we op een punt gekomen waar­op we als Hoge Raad iets funda­ menteels moeten gaan verande­ren. Het wordt langzamerhand onmogelijk om alle zaken goede aandacht te geven. Dat moment proberen we te voorkomen door het invoeren van een selectiebeleid van zaken. We hopen op 1 januari 2011 met dat selectiebeleid van start te gaan. U bent vanaf 1 november vorig jaar president van de Hoge Raad. In hoeverre verschillen uw huidige werkzaamheden met die van een raadsheer?

Tot mijn aanstelling hield ik mij voor 95 procent bezig met het afdoen van zaken, het maken van concepten, het beoordelen van concepten van collegae en het beraadslagen in de raadkamer.

“Het is geen goed signaal om aanstonds na een gerechtelijke beslissing in de media te roepen dat het een slechte uitspraak is”

14

Fiat Justitia mei 2009

Dat is voor een groot deel afgelopen. Ik ben nu voornamelijk bezig met het algemeen leiding geven; met name ook aan het proces van verandering dat we zijn ingegaan. Dat kost mij veel tijd en energie. Mist u wel eens het inhoudelijk behandelen van zaken?

Soms wel, maar ik hoop dat ik, als een aantal door mij gestarte projecten eenmaal op de rails staan, toch weer wat zaken kan gaan doen. Op dit moment heb ik dus geen zaken liggen, maar dat gaat wel weer gebeuren. Kunt u ons vertellen hoe de procedure tot het benoemen van een raadsheer in zijn werk gaat?

De benoeming gaat bij de Hoge Raad heel anders dan bij de rechtbanken en de gerechtshoven. De Hoge Raad stelt een aanbevelingslijst op van zes men­ sen. Die aanbevelingslijst presenteren wij aan de Tweede Kamer. In de


grondwet staat dat zij een voordracht moeten opmaken van drie raadsheren. Daarbij kiezen zij feitelijk uit de aangeboden lijst van zes personen. Doorgaans zijn dat de drie bovenste namen uit de lijst van zes. Vervolgens gaat die voordracht naar de regering. In het algemeen kiezen zij de nummer één van die lijst. Het grote verschil is dus dat het zowel de Tweede Kamer als ons passeert.

mogelijkheden en grenzen van die wetenschappen. Dat betekent dat er eisen aan rechters worden gesteld. En in dat opzicht kan gezegd worden dat er een druk op rechters komt te liggen.

onpartijdigheid. Ik vraag me daarom af of bloggen een goed signaal zou zijn van een rechter. Misschien moet dat in de toekomst wel, maar momenteel heb ik daar toch aarzelingen over.

“Politici behoren naar mijn gevoel heel terughoudend te zijn ten opzichte van uitspraken van rechters”

Waaraan moet een raadsheer voldoen?

In het algemeen staan twee dingen voorop. Ten eerste dient het te gaan om een volstrekt integer iemand. Ten tweede moet het een zeer deskundig en voortreffelijk jurist zijn. We trekken rechters en raadsheren van hoven aan, die zonder enige twijfel integer zijn. Daarnaast trekken wij ook mensen aan van buitenaf. Die moeten bij ons natuur­lijk nog een screening onder­ gaan. Op deze manier komen wij tot een keurkorps van juristen. Waartoe dus ook, sinds kort, onze ouddecaan Marc Loth behoort.

Ja, heel goed voorbeeld. Hij is een voortreffelijk man. We zijn erg blij dat hij lid is geworden van de Hoge Raad. Met zijn wetenschappelijk verleden kan hij heel goed als raadsheer functio­ neren. Hij heeft een brede belang­ stelling, niet alleen voor het juridische, maar ook voor zaken daarbuiten. In uw voordracht ‘De wakkere rechter’, die u uitsprak op het startsymposium Nederlands Register van gerechtelijke deskundigen op 12 maart jongstleden, constateert u dat strafzaken inhoudelijk steeds technischer worden. Van straf­ rechters wordt verwacht dat zij van steeds meer markten thuis zijn. In hoeverre wordt hierdoor de druk op rechters opgevoerd?

Deskundigenbewijs in met name de grote strafzaken speelt een belangrijke rol. Een rechter kan die specifieke technieken en weten­schappen niet allemaal zelf beheersen. Hij is immers geen forensisch psycho­loog of DNA-deskundige. Maar hij moet wel een basaal inzicht hebben in de

Bij de Hoge Raad ligt dat iets anders, omdat wij cassatierechters zijn en het werk van anderen beoordelen. Wij berechten niet opnieuw. Onze raads­ heren bekijken of dat wat een lagere rechter heeft gedaan de toets der kritiek kan doorstaan, onder andere op vormverzuim en rechtsschending. De laatste tijd constateert men een toenemende kloof tussen recht en burger. Wat zou de rechterlijke macht kunnen doen om deze kloof te dichten?

De laatste jaren is daar al veel aan gedaan. Er wordt hard gewerkt aan de communicatie met de pers. Bij alle gerechten zijn communicatie­ afdelingen ontstaan, die met de pers communiceren en voorlichting geven aan het publiek. Er zijn persrechters en persraadsheren, ook bij de Hoge Raad. Als er belangrijke arresten worden gewezen, brengen wij daarover pers­­berichten uit. Er wordt dus veel gedaan aan het dichten van die kloof tussen recht en burger. Misschien kunnen we nog een stapje verder gaan en ook iets vaker naar buiten optreden. Met name om aan de samenleving te verhelderen wat de positie van de rechter is, waarvoor rechters staan en hoe belangrijk het is om een onaf­ hanke­­lijke rechter te hebben. Wat dat betreft zouden we zeker nog iets meer kunnen doen. Elke rechter een eigen blog?

Als rechter moet je enerzijds betrokken zijn en anderzijds afstandelijk blijven. Die afstandelijkheid heeft ook te maken met onafhankelijkheid en

En het taalgebruik van rechters: valt daar niet een slag te maken?

In persberichten proberen we in zo eenvoudig mogelijke taal de boodschap duidelijk te maken. Ik meen ook dat we daarin slagen. De inhoud van die pers­berichten wordt over het algemeen goed weergegeven in de media. Misschien kan het nog eenvoudiger. Maar u weet dat veel rechtsregels betrekkelijk ingewikkeld zijn. Vergeet ook niet alle uitzonderingen daarop. De nuances moeten ook niet verloren gaan. Tijdens een lunchlezing voor de Weten­schappelijke Raad voor het Regeringsbeleid op 16 april jongstleden sprak u onder meer over de verhouding tussen de rechter en de politiek. Hoe urgent is deze problematiek?

Ik maak mij daar niet heel veel zorgen over. In Nederland begrijpen politici in het algemeen heel goed wat de functie van de rechtspraak is. Het komt wel eens voor dat politici te weinig begrip voor die verhouding tonen. Maar gelukkig zijn er dan krachten binnen de politiek die zeggen: “Nu gaan jullie te ver!” Er wordt dus al zelfcorrigerend opgetreden. Laten we op dat punt wel alert blijven en zorgen dat rechters hun taak goed kunnen blijven vervullen. Politici moeten dus af en toe wat afstand houden tot de rechtspraak. In het omgekeerde geval geldt dit natuurlijk ook. Het is overigens niet zo dat ik zou willen betogen dat politici zich in alle omstandigheden moeten onthouden van uitlatingen over de rechtspraak. Maar het is geen goed Fiat Justitia mei 2009

15


i n te rv i ew signaal om aanstonds na een gerechtelijke beslissing in de media te roepen dat het een slechte uitspraak is. Laat het eerst goed doordringen. Lees de uitspraak goed en realiseer je wat je aan het doen bent. En laat het liefst eerst de rechters een uitspraak doen indien hoger beroep of cassatie volgt. Hendrik Gommer – gepromoveerd aan de Universiteit van Tilburg – legt de grens bij het door politici beïnvloeden van lopende processen met wetswijzigingen, zoals gebeurd is in de zaak Samir A. Waar ligt wat u betreft de grens?

Politici behoren naar mijn gevoel heel terughoudend te zijn ten opzichte van uitspraken van rechters. En ik zeg niet dat het in alle gevallen niet zou mogen. In gevallen die de samenleving enorm beroeren, zou een uitzondering gemaakt kunnen worden op die afstand tussen rechtspraak en politiek. En zelfs daar heb ik eigenlijk grote aarzelingen bij.

“In gevallen die de samenleving enorm beroeren, zou een uitzondering gemaakt kunnen worden op die afstand tussen rechtspraak en politiek” Zou een zaak die handelt over een terroristische aanslag een uitzondering kunnen betekenen?

Stel dat het Openbaar Ministerie in een dergelijke zaak om een veroordeling heeft gevraagd en de rechter spreekt de verdachten vrij. Dan voelt iedereen aankomen dat er hoger beroep zal volgen door het OM. Ik vind dat politici zich dan terughoudend moeten 16

Fiat Justitia mei 2009

opstellen. Zij moeten wachten tot de appèlrechter en eventueel de cassatie­ rechter zich daarover hebben uitgelaten. Overigens heeft deze situatie zich voorgedaan. Er is naderhand een veroordeling gekomen, die de Hoge Raad in stand heeft gelaten. Engelse rechters staan erom bekend dat zij in uitspraken openhartig de mogelijkheden overwegen, zonder moeilijke keuzes te verdoezelen. Zou de Nederlandse rechter het Engelse voorbeeld moeten volgen?

In Nederland kennen we het systeem van het geheim van de raadkamer. Een rechter mag niet uitdragen dat hij anders over een uitspraak dacht. Dat valt wel eens te vermoeden, maar daar blijft het bij. In ons huidige systeem is dit dus moeilijk. Daarnaast is het geen onderdeel van onze rechtscultuur. En ik geloof ook niet dat er in Nederland groot enthousiasme over zo’n open­ hartigheid bestaat. Wij prefereren een rechtscollege dat met één stem naar buiten treedt. Dat vindt de Nederlandse samenleving naar mijn idee toch wel prettig. Is het voor een betrokkene niet interessant om te weten of een rechter een dissenting opinion had?

Ik zie zelf op zich voordelen in het systeem van dissenting opinions. Maar naar mijn gevoel heeft de Nederlandse rechtspleging, alsmede de samen­ leving, liever dat rechters naar buiten treden met één oordeel en geen uiting geven aan hun verdeeldheden. En dat is onder omstandigheden het meerder­ heids­oordeel. In hoeverre is het voor een rechter moeilijk om persoonlijke normen en waarden opzij te zetten tijdens een zaak?

Opzijzetten klinkt mij te conflictueus. Normen en waarden, zoals eerlijkheid en trouw, zet je niet opzij. Wel kan het zijn dat iemand persoonlijke opvat­ tingen heeft over levensbeschouwe­lijke kwesties, zoals abortus en euthanasie. Dat kan een heel liberale opvatting zijn, maar ook een heel behoudende.

Rechters dienen zich te realiseren dat zij daar niet zitten als persoon. Zij zitten daar om recht te spreken. Dat betekent dat in eerste instantie objectief gekeken moet worden naar hoe het recht luidt. Soms zijn er binnen de grenzen van het bestaande recht keuzemogelijkheden. Dan dient goed geluisterd te worden naar wat er in de samenleving leeft. Op zo’n moment moet je als rechter afstand nemen van je persoonlijke opvattingen. Een rechter is niet aangesteld om zijn persoonlijke opvattingen rond abortus uit te dragen, maar om te komen tot een behoorlijk en objectief oordeel. Daar gaat het om. Hoe staat u in dat licht tegenover mr. Mohammed Enait, die vanuit zijn persoonlijke en levensbeschouwelijke opvattingen weigert om op te staan voor de rechter?

Het lijkt mij in zijn algemeenheid niet verstandig om sommige punten hoog op te spelen. Het is geen rechtsregel waar u op doelt. Er staat nergens geschreven dat mensen moeten opstaan voor een rechter. Gelukkig is het in Nederland zo dat men in het algemeen aan de rechter respect betuigt. Eén van die dingen waarin dat respect tot uiting komt, is het opstaan wanneer een rechter binnenkomt. Dat gebeurt in bijna alle gevallen. In hoeverre is er een spanningsveld merkbaar tussen de Hoge Raad en lagere rechters waar het gaat om het vernietigen van vonnissen en arresten?

Ik zie daar geen spanningsveld. De vonnissen van rechters kunnen in hoger beroep vernietigd worden. Evenzo kunnen de arresten van appèl­rechters in cassatie vernietigd worden. In het systeem van rechts­ middelen is per definitie ingebakken dat een uitspraak door een hogere rechter vernietigd kan worden. Dat weet je als rechter. Cassatie komt niet voor niets van het Franse woord casser, dat vernietigen betekent. Je zou kunnen zeggen dat het een inherente spanning is die door de wetgever zo bedoeld is en door ons wordt


uitgedragen. Als een rechter van een feitelijke instantie te horen krijgt dat zijn beslissing door de Hoge Raad vernietigd is, kan hij daar op twee manieren mee omgaan. Hij kan zeggen: “Ach, zij dachten er anders over.” Dat gebeurt voornamelijk bij rechtsvragen, waar bepaalde begrippen verschillend kunnen worden geïnter­ preteerd. Maar die lagere rechter kan ook denken: “Dit is een fout: dit had ik anders moeten doen.” Dan is het een kwestie van achter het oor krabben en

al een aantal vrouwelijke vicepresidenten geweest. De personen die tegen die tijd de beslissing nemen tot het aanstellen van de nieuwe president, zullen alle kandidaten goed bekijken. En wanneer daar een vrouw bij is die meer geschikt is dan de andere kandidaten, dan zal deze vrouw ongetwijfeld de nieuwe president worden. Als daarentegen blijkt dat een man geschikter is dan de overige kandidaten, dan zal het een man worden.

van de laatste twintig jaar, daarvoor nooit. Er is dus veel hoop voor de toekomst. De tijden veranderen, maar de structuur van de Nederlandse rechtspraak is nagenoeg gelijk gebleven met de recht­banken, de gerechtshoven en de Hoge Raad. Stel nu dat we vanaf nul zouden moeten beginnen. Hoe zou u ons rechtsstelsel inrichten?

De grondtrekken van het systeem zijn goed: de rechter in eerste aanleg, de appèlrechter en de cassatierechter. Het enige is – en ik denk dat men dit van de kant van de bestuursrechtspraak ook erkent – dat, wanneer we opnieuw zouden beginnen, ook de bestuurs­rechtspraak in dat systeem geïntegreerd zou moeten worden. U weet dat de bestuursrechtspraak nu verdeeld is. Er zijn vier hoge bestuurs­rechters: het College van Beroep voor het economisch publiekrecht, de Centrale Raad van Beroep voor het sociale zekerheids­recht, de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State voor het algemeen bestuurs­recht en de Hoge Raad voor het fiscale recht. De grondstructuur is uitstekend. Er is alleen een afwijking ontstaan en die zou moeten worden opgeheven.

“Het enige is dat, wanneer we opnieuw zouden

beginnen, ook de bestuursrechtspraak in dat systeem geïntegreerd zou moeten worden”

Personalia

jezelf voornemen om deze fout een volgende keer niet meer te maken. Wordt het gezien het grote aantal vrouwelijke juristen dat jaarlijks afstudeert niet tijd voor een vrouwelijke President van de Hoge Raad?

Het antwoord daarop is simpel: die kan komen. We hebben uiteraard al vrouwelijke raadsheren en er zijn ook

Dat is een vrij voor de hand liggend antwoord.

Inderdaad. Ik was gisteren (22 april 2009, red.) op het ministerie van Binnenlandse Zaken en daar hangen portretten van alle ministers aan de muur. Daar is vanaf 1813 slechts één vrouw bij. Nu is er overigens een tweede vrouw (Guusje ter Horst, red.). Maar die twee vrouwen zijn wel allebei

Geert Corstens (1946) is voormalig officier van justitie en hoogleraar strafrecht in Nijmegen. In 1993 publiceerde hij het standaardwerk ‘Het Nederlands strafprocesrecht’. Corstens is een voorstander van meer openheid vanuit de rechterlijke macht en verplichte bijscholing van rechters, waarbij uitleg aan het brede publiek van groot belang is.Vanaf november 2008 is Corstens President van de Hoge Raad.

Fiat Justitia mei 2009

17


“dirkzwager weet dat kleine lettertjes voor mij grote gevolgen kunnen hebben.” jij ook? Dirkzwager werkt op hoog juridisch niveau voor grote en middelgrote bedrijven, overheden, instellingen en particulieren, met een fijngevoelige antenne voor de persoonlijke aspecten van een zaak; voor de mens achter de cliënt. Jouw professionaliteit, ambitie, sociale intelligentie én gevoel voor kwaliteit vinden bij ons dan ook een vruchtbare voedingsbodem. Wij zoeken:

advocaten en kandidaat-notarissen Bij ons kantoor werk je in compacte teams van specialisten. In deze plezierige werkomgeving komen je ambities volledig tot hun recht, maar bestaat ook alle ruimte voor persoonlijke contacten met je collega's. Voor informatie over ons kantoor of actuele vacatures en/of studentstages: kijk op www.dirkzwager.nl. Dirkzwager is een veelzijdig, landelijk top-20 kantoor met een klinkende reputatie, een uitstekende opleiding, mooie cliënten en uitdagende (ook internationale) projecten. Ons kantoor heeft vestigingen in Arnhem en Nijmegen en telt ruim 260 medewerkers die zich thuis voelen in een professionele, nuchtere en collegiale werkomgeving.

www.dirkzwager.nl

Dirkzwager advocaten & notarissen


art i kel

Mohammed Enait, de zittende advocaat “Luidkeels brullend en intimiderend, op de imposante borst roffelend, grijpt King Kong naar Vrouwe Justitia met zijn leerachtige knuist, terwijl de Rotterdamse deken Claassen, die bijzonder verzot is op de blonde femme fatale, dwangneurotisch het machinegeweer van het tuchtrecht, met veel gevoel voor technisch spektakel, leegschiet.” Het waren de eerste woorden van Mohammed Enait tijdens het debat ‘diversiteit of zotheid’ op 22 april jongstleden op de Erasmus Universiteit Rotterdam. Zoals altijd het geval is bij Enait wisselden stevige aantijgingen aan het adres van de ‘witte man’ zich af met een waterval van ingewikkelde praterij. Vermakelijk is het zeker, maar of het altijd even constructief is, valt te bezien. Het was voor het publiek moeilijk te bepalen of deze beeldende zegswijze de ietwat komische kant van deze affaire moest benadrukken, of dat zijn attitude bittere ernst was. In dit artikel een beschouwing rondom de zaak van de zittende advocaat. Auteur: Patrick Slob

De feiten Op 1 augustus 2008 werd Mohammed Enait als advocaat beëdigd bij de Recht­ bank Rotterdam. Hij oefent vanaf dat moment als stagiaire de praktijk uit onder toezicht van mr. J. G. Jairam, de naamgever van Jairam Advocaten. Tijdens de behandeling van een straf­zaak door de meervoudige kamer van de Rechtbank Rotterdam op 6 augustus 2008 trad Enait voor het eerst op als advocaat. En in die hoedanigheid heeft hij geen gehoor gegeven aan de oproep van de bode om op te staan voor de binnenkomende rechters.

“Respect valt vanuit de rechtspraak louter te winnen door partijen tot hun recht te laten komen, door naar hen te luisteren en een juiste en goed gemotiveerde beslissing te nemen” Het bestuur van de rechtbank sprak begin september met Enait over zijn gedrag. Hierop heeft de rechtbank een aanbeveling opgesteld, waarin stond

Mohammed Enait, op de voorgrond Willem Claassen Fiat Justitia mei 2009

19


a rt i kel dat een advocaat in principe uit respect opstaat, maar in zeer uitzonderlijke gevallen mag blijven zitten als diepe geloofsovertuigingen hem dat voor­ schrijven. Een publiek debat was het gevolg. Een debat dat volgens Enait bewust is ontlokt: “Er is een aanbeveling gemaakt, waarin staat dat er niet zal worden opgetreden. Eén van de rechters was het daar echter niet mee eens en is gaan lekken naar een journalist van het NRC. Dat was in september. Daarna is het balletje gaan rollen, zijn er politici ingeschakeld en is er een soort politieke hetze ontstaan.” Ook de minister van Justitie, Ernst Hirsch Ballin, en de voorzitter van de Raad voor de Rechtspaak, Erik van den Emster, lieten zich niet onberoerd. Volgens hen gaat het niet om een principe, maar dienen alle advocaten op te staan voor de rechter uit eerbied voor de autoriteit van het recht. In diezelfde maand, september 2008, heeft de Deken van de Orde van Advocaten, Willem Claassen, namens de Raad van Toezicht van diezelfde Orde een tweetal gesprekken met Enait gevoerd. Naar aanleiding van die gesprekken besluit de Deken de bestaande bezwaren voor te leggen aan de Raad van Discipline van de Orde van Advocaten. Op 1 december 2008 verschijnt Enait dan ook voor de Raad, tijdens de inhoudelijke behandeling van de klacht. Omdat hij zijn twintig pagina’s tellende pleitnota niet volledig mag voorlezen, dient Enait een wrakingsverzoek in. Het verzoek wordt echter afgewezen. De Raad van Discipline deed op 4 mei jongstleden uitspraak.

Het panel Terug naar het debat van 22 april. Naast de hoofdpersoon Enait zaten ook Peter Ingelse (vicepresident van het Gerechtshof Amsterdam), Ties Prakken (advocate en emeritus hoogleraar strafrecht), Willem Schinkel (socioloog) en Henk Oosterling (filosoof en tevens de eerste scriptie­ begeleider van Enait) in het discussie­ 20

Fiat Justitia mei 2009

panel. Allen kregen de mogelijkheid hun visie te geven op de hierboven beschreven casus.

“We moeten stoppen over deze rituelen te spreken alsof het al te serieuze dingen zijn” Peter Ingelse De rechter heeft als taak om de orde tijdens het onderzoek ter terechtzitting te bewaren. Verstoort iemand die orde, dan kan de rechter besluiten deze persoon te laten verwijderen. Of de ordegrens wordt overschreden hangt af van de omstandigheden en het persoonlijke oordeel van de rechter. Zo stond het Hof Amsterdam lang geleden toe dat een RaRa-verdachte (Revolutionaire Anti-Racistische Actie: een pressiegroep, wier daden als ‘politiek gewelddadig activisme’ werden omschreven) onderuit zakte en de benen op het hekje legde. Een politierechter heeft een verdachte wel eens voor veel minder de zaal uitgestuurd, toen deze weigerde zijn pet af te doen. Waar de rechter hoe dan ook niet over gaat, is het fatsoen ter terechtzitting, tenzij het zo onfatsoen­ lijk wordt dat het de orde verstoort. Opstaan voor de rechter is een respect tonend gebruik. Het is te vergelijken met het huidige ‘majesteit’ en ‘excel­ lentie’, of het vroegere ‘edelachtbare heer of vrouwe’, waarmee een rechter decennia terug werd aangesproken. Dergelijke gebruiken komen en gaan. Zij passen zich voortdurend aan de tijd aan. Voordat een advocaat met zijn beroep mag aanvangen, heeft hij onder andere moeten zweren of beloven eerbied te zullen tonen aan de rechterlijke autoriteit. De tuchtrechter waakt er vervolgens over dat een advocaat zich niet schuldig maakt aan enig handelen

of nalaten dat een behoorlijk advocaat niet betaamt. De vraag is nu of het niet opstaan voor de rechter aangemerkt kan worden als geen eerbied tonen, en zodoende datgene nalaten dat een behoorlijk advocaat betaamt. Als het antwoord hierop bevestigend luidt, rijst de vraag of we de advocaat moeten tuchtigen. Een gepaste maatregel is moeilijk te vinden. Moeten we hem een repeterende waarschuwing geven? Of gaan we hem berispen, daarna schorsen en ten slotte van het tableau verwijderen? Dat gaat uiteraard veel te ver. De tuchtrechter zal moeten uitmaken of het een behoorlijk advocaat betaamt om op te staan voor de rechter. Respect voor de rechterlijke macht is van groot belang. Maar dat respect valt niet op te leggen, zo ook niet in het geval van de zittende advocaat Mohammed Enait. Respect valt vanuit de rechtspraak louter te winnen door partijen tot hun recht te laten komen, door naar hen te luisteren en een juiste en goed gemotiveerde beslissing te nemen.


kniebuiging. Bij het verlaten van de rechtszaal diende de advocaat wederom een buiging te maken, om vervolgens achteruit de zaal te verlaten. Min of meer demonstratief werd door de nieuwe lichting advocaten langzaam opgehouden met het buigende ritueel. Daar is nooit een klacht over ingediend: niet door anderen bij de Deken en niet door de Deken tegen de advocaten. Men heeft het knarse­ tandend geaccepteerd. In die jaren werd wel schande gesproken van de eerste gymschoenen en spijkerbroeken die onder de toga uitstaken.

Ties Prakken In de onderhavige kwestie is sprake van een botsing tussen de rituelen van religie en de rituelen van rechtspleging. Rituelen geven mensen het gevoel dat zij ergens bijhoren. De consequentie is dat het mensen uitsluit die niet aan de rituelen wensen mee te doen. Binnen de rechtspleging is dat niet anders. Opstaan en zitten hoort er op bepaalde momenten bij. Buitenstaanders krijgen van een bode op gebiedende wijze te horen wanneer zij moeten staan en weer mogen zitten. Daarmee wordt subtiel aangegeven dat zij worden getolereerd, maar er niet bijhoren. Dergelijke rituelen zijn onderhevig aan veranderingen. Zo wordt het dragen van mutsen, zoals dat in de negen­ tiende eeuw gebruikelijk was, in onze tijd als achterhaald en onnodig ervaren. In de woelige jaren ’60 was het ritueel binnen de rechtspleging veel onderdaniger en strikter dan nu het geval is. Wanneer een advocaat in de rechtszaal de rechtbank benaderde, moest hij een buiging maken. Vrouwelijke advocaten maakten een

Waarom kon men zich in die tijd wel een schoffering van het ritueel veroor­ loven en kan Enait dat in onze tijd niet? Om te beginnen was de tijdsgeest een totaal andere. Veertig jaar geleden was de wereld bezig om zich te bevrijden van een hoop gewoontes, terwijl men momenteel niet conservatief genoeg kan zijn. Daarnaast was de toenmalige generatie advocaten weliswaar jong en brutaal, maar zij werden wel gezien als de nieuwe generatie advocaten en

opzichte van de overheid miskend, als die van de advocatuur ten opzichte van de rechterlijke macht. De rechterlijke macht dient binnen het kader van het onderzoek ter terechtzitting zelf te bepalen hoe zij respect afdwingt. Politici hebben dat niet voor te schrijven. We moeten ophouden met het gedoe rondom boerka’s, hoofddoekjes en het opstaan voor de rechter. Er zijn rondom de migratie veel serieuzere problemen waar we over moeten spreken. We moeten stoppen over deze rituelen te spreken alsof het al te serieuze dingen zijn.

Willem Schinkel De vraag is of we deze affaire komisch, ergerlijk of bloedserieus moeten vinden. Veel van wat Enait zegt, is humoristisch. Tegen het verlichte Westerse recht zeggen dat je niet opstaat, omdat de Islam leert dat alle mensen gelijk zijn, is een dolkomische omkering van de clichés van het hedendaagse verlichtingsfundamen­ta­

“De ene kant van het verhaal is dus dat Enait van een aardse conventie een bovenaards ding maakt en zich om die reden buitenaards opstelt” hoorden er in principe gewoon bij. Enait komt daarentegen uit een andere cultuur, die over vrijwel heel de wereld met argus­ogen wordt bekeken. Zijn gedrag wordt gezien als ongeïntegreerd. Nog veel erger dan de weigering om te gaan staan is de reactie van sommige politici, waaronder ook die van minister van Justitie Hirsch Ballin moet worden begrepen. Zij menen dat de rechterlijke macht het ritueel verplicht moet stellen en dat de advocatuur zich tegen het optreden van één van haar leden moet keren. Daarmee wordt zowel de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht en de advocatuur ten

lisme. Maar humor behelst ook zelfrelativering, en dat blijft uit. Het taalgebruik van Enait is vaak opgezwol­ len en getuigt van een zeker pathos. Dat maakt veel van wat hij zegt niet perse onzinnig, maar het doet zijn zaak geen goed, omdat het ergerlijk is en omdat hij zichzelf tot joker maakt en alleen als clown geaccepteerd zal kunnen worden. Op zich moeten we deze affaire wel degelijk bloedserieus nemen. Enait dwingt het sociale systeem van het recht tot een zelfreflectie die reëel en nuttig is. Bovendien heeft het betrekking op een bredere discussie die in Nederland woedt over de plaats van de Islam. Fiat Justitia mei 2009

21


a rt i kel De vraag is: wat moeten we aan met deze kwestie? Enerzijds doet Enait zichzelf te kort in zijn geloof wanneer hij weigert op te staan voor de rechter. Anderzijds ziet hij te veel trans­ cendentie in de rechter. Als het Enait erom gaat dat hij niet wenst op te staan voor de rechter, omdat iedereen voor God gelijk is, dan verwart hij de persoon van de rechter met diens positie. Als het erom gaat dat het recht niet het sacrale aura van het goddelijke

God en de rechter. Het op één lijn stellen van die conventie met een religieuze verhouding is een vergissing, die enerzijds de conventie belangrijker maakt dan hij is, en die anderzijds de religieuze verhouding bagatelliseert. De ene kant van het verhaal is dus dat Enait van een aardse conventie een bovenaards ding maakt en zich om die reden buitenaards opstelt.

Iedereen die Enait wil verplichten op te staan voor de rechter kent, net als Enait zelf, onterecht religieuze status toe aan een conventie. God en het recht mogen zowel omwille van God, als omwille van het recht niet op hetzelfde plan worden geplaatst. Waar het om gaat, is dat het recht niet de fout maakt om God als serieuze concurrent van de rechter te beschouwen. Dan meet het zich een gevaarlijke hubrys (overmoed) aan. Enait mag de fout maken om het

heeft, dan begaat Enait een andere fout. Het opstaan voor de rechter is een conventionele vertaling van het respect voor het recht, maar het respect voor het recht moet niet verward worden met de conventie die dat respect uitdrukt. Het contigent van de conventie had anders kunnen zijn en is in zekere zin relatief arbitrair. Het recht had ook staand volbracht kunnen worden, met als conventie dat men even gaat zitten als de rechter binnenkomt.

Aan de andere kant is het natuurlijk absurd om onzeker te worden over jezelf, je identiteit en je integriteit als een of ander persoon niet opstaat. Maak een uitzondering en zeur er niet langer over. Wie Enait wil verplichten op te staan, maakt dezelfde fout als hijzelf. Hij of zij maakt van een conventie iets natuurlijks, iets meer dan conventioneels. Iets dat meer dan contingent en veranderlijk is, maar dat essentieel en noodzakelijk is. En dat is het niet. Het recht is over het paard getild als het haar conventies, die voor de rechtsgang van geen verder formeel inhoudelijk belang zijn, op die manier zou verdedigen.

recht een quasigoddelijke status te geven, het recht mag die fout niet maken.

Wat Enait doet als hij om religieuze redenen niet wenst op te staan voor de rechter, is het op één lijn stellen van 22

Fiat Justitia mei 2009

Henk Oosterling In veel gevallen gaat het erom dat mensen creatief met hun verzet om­gaan. Enait is een absolute discours­ strateeg. Hij wil een nieuw discours opzetten door het oude discours te deconstrueren. Dit doet hij door te laten zien wat voor veronder­stellingen erachter zitten en dat deze veronder­ stellingen volstrekt achter­haald en nergens op gebaseerd zijn. Om die lege vorm aan de kaak te stellen, blijft hij zitten en geeft hij geen handen.


Bij deze kwestie is dus sprake van een opstand. Maar wat is nu eigenlijk het statuut van hetgeen Enait doet? Enait maakt een performatief statement. Maar op de een of andere manier zit daar iets in wat zorgen baart. Wat is zijn volgende stap? Wat moet hij doen om vol te houden wat hij nu doet? Hij zal de grens moeten bepalen waar hijzelf nog inziet dat hij het ergens voor doet, of alleen maar performatief narcisme bedrijft. Als Enait werkelijk meent wat hij heeft geschreven in zijn scriptie over het opzetten van Muslim critical studies, dan zal hij moeten laten zien waar hij de de- van deconstructie achter zich laat, en gaat construeren. Daarvoor dient hij wel communiceerbaar te blijven. Hij zal zijn huidige taalgebruik moeten openbreken en iets moeten inbouwen waardoor anderen kunnen meedoen in deze discussie. Discoursstrategisch gezien is hetgeen hij momenteel doet noodzakelijk. Maar wanneer tilt hij dit over zichzelf heen en maakt hij het tot een echt maatschappelijk debat, waar anderen ook in kunnen stappen?

De uitspraak De Raad van Discipline in het ressort ’s-Gravenhage deed op 4 mei jongst­ leden uitspraak inzake de klacht van de Deken van de Orde van Advocaten in het Arrondissement Rotterdam tegen mr. M.F.A. Enait 1. De klacht bestond uit drie verwijten: A. Enait heeft ter terechtzitting van de Rechtbank Rotterdam op 6 augustus 2008 een hoofddeksel gedragen, dat niet voldoet aan de geldende voor­schriften op het punt van het kostuum; B. Enait heeft als advocaat ter terecht­ zitting van de Rechtbank Rotterdam op 6 augustus 2008 geweigerd op te staan voor de rechters; C. Enait heeft zich in het openbaar uitgelaten over een vonnis van de Rechtbank Rotterdam en over de persoon van de rechter die het vonnis had gewezen.

In dit artikel beperk ik mij tot de beslissing omtrent verwijt B, gezien het feit dat het debat an sich zich eveneens tot de weigering tot het opstaan voor de rechter heeft beperkt. Voor de overwegingen bij verwijt A en C verwijs ik graag naar de uitspraak van de Raad van Discipline 2. De Raad stelt vast dat Enait niet is opgestaan toen de rechtbank de rechtszaal betrad. De Deken heeft in de toelichting op dit klachtonderdeel aangevoerd dat het opstaan gebaseerd is op een gewoonteregel, die algemeen is aanvaard in Nederland en daar­ buiten. Naar het oordeel van de Raad heeft de Deken dit juist weer­gegeven, met de toevoeging dat naleving van deze gewoonteregel door de rechter in bepaalde gevallen uitgezonderd kan worden, afhankelijk van de omstandig­ heden waarin de zitting plaatsvindt. De Raad meent dat deze beslissing los staat van de persoonlijke intentie van de betrokken advocaat.

directeur bedrijfsvoering is niet bepalend voor het tuchtrechtelijk oordeel. Bovendien is gebleken dat de brief is geschreven voor een situatie waarin Enait niet als advocaat optrad, maar daar was als bezoeker. Het voorgaande brengt mee dat de Raad klachtonderdeel B gegrond acht en heeft besloten – mede ook op basis van klachtonderdeel A en C – als maatregel een berisping op te leggen.

Hoger beroep Als reactie op het besluit van de Raad van Discipline heeft Enait aangegeven in hoger beroep te gaan bij het Hof van Discipline. Hij voelde zich als Nelson Mandela: “A black man in a white man’s court.” Tot het moment dat het Hof zich over de zaak heeft gebogen, mag Enait zijn beroep gewoon blijven uitoefenen. De Deken reageerde bij monde van Willem Claassen tevreden op de beslissing en gaf aan een nieuwe klacht te overwegen indien Enait

“Hij zal zijn huidige taalgebruik moeten openbreken en iets moeten inbouwen waardoor anderen kunnen meedoen in deze discussie” De Raad overweegt verder “dat de norm van artikel 46 Advocatenwet meebrengt dat […] verweerder gehouden is om ten overstaan van de rechterlijke autoriteiten de aan de orde zijnde gewoonteregel, die is aan te merken als gedragsregel, in acht dient te nemen.” Enait heeft bewust om hem moverende redenen de gedragsregels niet nageleefd, terwijl de rechter niet heeft aangegeven dat naleving achter­ wege kon blijven, aldus de Raad. Het feit dat Enait tijdens de zitting op 6 augustus een brief van de directeur bedrijfsvoering van de Rechtbank Rotterdam heeft overlegd waarin hem toestemming voor zijn weigering werd verleend, doet daar volgens de Raad niets aan af. De mening van de

opnieuw weigert op te staan. In het uiterste geval kan de Deken een verzoek doen om Enait niet langer als advocaat te laten optreden. Die beslissing is dan uiteindelijk aan de tuchtrechter.

Bronvermelding 1 Raad van Discipline 4 mei 2009, R. 3136/08. 168 2 http://www.advocatenorde.nl/public/file/PDF/ OD_7_mei_Uitspraak_RvD_DH_Enait_4_ mei_2009.pdf

Fiat Justitia mei 2009

23


interv i ew

Frans Vreede

Van de ene verbazing in de andere Zijn vakgebied is voor veel mensen een nog onbekend terrein, maar Frans Vreede is een icoon binnen de sectoren Luchtvaart en Logistiek. Het luchtrecht is zijn absolute domein. Als advocaat is hij betrokken geweest bij onder meer de Faro-ramp, de Bijlmerramp, de Herculesramp en de ramp met het toestel van Turkish Airlines, afgelopen februari. “We weten wat voor verschrikkingen er bij passagiers komen kijken en we weten ook dat passagiers hun zaak niet willen schikken voordat ze precies weten wat er is misgegaan aan boord van het vliegtuig.” Zijn verhaal laat een werkelijkheid zien die voor veel mensen verborgen blijft. Fiat Justitia ging op zoek naar de inside story van de bekendste luchtrechtadvocaat van Nederland. Tekst: Patrick Slob en Lennart van der Ziel

werpen. Bij de tweede groep zei ik daarom: “Voor de ramp is sprake geweest van een brandende rechter­ motor.” En flits, flits, flits, van alle kanten gingen handen omhoog van mensen die ook meenden dat gezien te hebben. Idem dito bij de derde groep. Maar wat blijkt nu achteraf ? De rechter­ motor heeft helemaal niet in brand gestaan. Hoe kan het dan zijn dat mensen dit onafhankelijk van elkaar – iedereen was door ons willekeurig ingedeeld en niemand had elkaar ooit gezien anders dan in dat vliegtuig – stellig verklaren? Het enige wat wij te horen hebben gekregen van een psycholoog, is dat het voorkomt dat mensen zich de volgorde der dingen anders herinneren dan hoe die in werkelijkheid heeft plaats­ gevonden. Veel passagiers hebben dus vuur gezien, maar verwarren dit met het moment vóór de daadwerkelijke impact.

“Turkish Airlines is

simpelweg aansprakelijk, omdat het bewijs van overmacht niet te leveren is”

Het is niet gemakkelijk om betrokken te zijn bij vliegtuigrampen, waar zich zoveel menselijk leed en drama verscholen houdt. Wat is u het meest bijgebleven?

De vliegramp in Faro (die plaatsvond op 21 december 1992 en aan 56 mensen het leven kostte, red.) heeft diep ingesne­ den, ook in de mens achter de advocaat. Wij stonden zo’n twee- tot driehonderd passagiers bij. Het gebeurde dat wij letterlijk elke nacht uit ons bed werden gebeld door iemand die een theorie had bedacht over hoe deze ramp had kunnen plaats­vinden. We zijn de merk­ waar­digste psychologische effecten

tegen­gekomen. Je moet je dit zo voorstellen. Om de samenwerking te vergemakkelijken hebben we die grote groep van passagiers opgedeeld, zodat we hen beter konden toespreken over de verdere juridische afhandeling van deze ramp. Bij de eerste groep passagiers voelde ik een spanning. Ik ben daar gevoelig voor en ik zei: “Zeg het maar, wat is er aan de hand?” Vervolgens stond iemand op, die vertelde: “Ik heb gezien dat de rechtermotor in brand stond, nog voordat de daad­werkelijke impact plaatsvond.” Zoiets moet natuurlijk onderzocht worden. Dit zou een heel ander licht op de zaak kunnen

De praktijk waarin u werkzaam bent, is niet erg bekend bij rechtenstudenten. Hoe bent u hierin terechtgekomen?

Ik ben in 1970 rechten gaan studeren aan de Universiteit van Leiden. Die keuze sprak geheel voor zich. Ik kon kiezen uit psychologie, maar ik mis de wiskundige aanleg, en geschiedenis, Fiat Justitia mei 2009

25


i n te rv i ew dat ik persoonlijk meer beschouw als hobby dan als hoofdzaak. En dus koos ik voor rechten. In vijf jaar was ik afgestudeerd in burgerlijk recht, met een accent op bouwrecht. Dat accent is gelegd in mijn periode als weten­ schappelijk medewerker bij een bouwrechtproject op de universiteit. Ik werd daarvoor gevraagd en heb in die hoedanigheid ook mijn eerste publicatie gedaan. Mijn eerste baan was dus als wetenschappelijk medewerker. Daarna ben ik gaan werken bij de lands­ advocaat, Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn. Daar heb ik een heel goede opleiding genoten. Ik heb met name veel vreemdelingen-korte gedingen gedaan. Vervolgens was ik toe aan iets nieuws en kwam ik terecht bij Van Traa Advocaten, op de sectie handel. Van Traa is een vreselijk goed kantoor met heel hoge kwaliteit, maar destijds verschrikkelijk ongezellig voor een jonkie als ik. Ik leerde daar het vak, maar was er niet happy. Gelukkig zagen zij dat ook, en zijn zij gekomen met het Amsterdamse kantoor Boekel, Van Empel & Drilling, tegenwoordig Boekel De Nerée. Daar ben ik in 1984 de oudste partner met betrekking tot vervoersrecht opgevolgd. En momenteel bent u werkzaam bij AKD Prinsen Van Wijmen?

Inderdaad. De reden dat ik bij Boekel ben weggegaan, ligt in het feit dat Boekel één van de kantoren was die zich graag wilde toeleggen op de financiële transacties, en dan met name fusies en overnames en de grote onroerend goed-transacties. Dat is een filosofie waar je achter kunt staan en waar je niet achter kunt staan. Maar als je in de transport werkt, zoals ik, moet je daaraan consequenties verbinden. En dat heb ik dan ook, na 24 jaar bij Boekel werkzaam te zijn geweest, gedaan.

Wat zijn de kerntaken binnen uw praktijk?

In hoofdzaak behandel ik twee dingen. Het eerste is luchtvaart en alles wat enigszins luchtvaartgerelateerd is. Dat is begonnen met – ik zal het nooit vergeten – een zaak, waarin een spectro­meter door Lufthansa (de grootste vliegmaatschappij van Duitsland, red.) van A naar B werd vervoerd. Een spectrometer is een medisch instrument waarmee mensen in digitale plakjes kunnen worden gehakt. Dat ding kwam met schade aan en die schade moest natuurlijk verhaald worden. Dat is gelukt na een procedure. Het betreffende vonnis werd gepubliceerd, waarop iemand zei: “Hé, er is een persoon die iets weet van luchtrecht. Die geef ik nog een zaak.” Vanaf dat moment ben ik ook zelf gaan publiceren en voor je het weet ben je een luchtrechtspecialist, die van de ene verbazing in de andere valt. De tweede poot gaat over logistieke dienstverlening. Het voorbeeld dat ik graag geef, gaat over een Amerikaanse computerfabrikant die uitermate goed is in het produceren en verkopen van computers, maar niet exact weet hoe hij die computers in Europa moet distribueren. Hij komt daarom terecht bij een logistieke dienstverlener, die,

naast dat hij deze computers opslaat en op afroep beschikbaar houdt voor klanten in heel Europa, op zijn beurt besluit iets toe te voegen aan het product. Denk aan Engelse stekkers voor computers die naar GrootBrittannië gaan, of het installeren van een Franse Windows Vista op naar Frankrijk te vervoeren computers. De logistieke dienstverlener neemt dus een gedeelte van het fabricageproces over. Samen met de Amerikaanse computerfabrikant hoort deze ook bij onze clientèle. Terug naar de luchtvaart. U bent betrokken geweest bij de juridische afwikkeling van de Bijlmerramp. Een mysterieuze zaak?

Tja, het verhaal van de mannen in witte pakken. Er was sprake van zoek­ geraakte lading. “Vast en zeker raketten!” Dat was wat veel mensen dachten. Het vliegtuig kwam immers vanuit Amerika en was op weg naar Israël. Mijn cliënt, de afhandelaar die het vliegtuig had geladen en gelost en dus die zogenaamde raketten aan boord zou hebben gebracht, moest verschijnen voor de parlementaire enquêtecommissie. Ik ben met hem meegegaan en heb aangedrongen op de afgifte van alle ladingpapieren. Dus

“Er was sprake

van zoekgeraakte

lading. “Vast en zeker raketten!” Dat was wat veel mensen

26

Fiat Justitia mei 2009

dachten”

De flats Groeneveen en Klein-Kruitberg, nadat een Boeing 747 in de Amsterdamse Bijlmermeer neerstortte


niet alleen die van het vliegtuig, maar ook de papieren van de vrachtwagens, waarmee de lading over de weg was vervoerd. Op die manier kon ik de lading precies tracken. En wat bleek? Wanneer een expediteur zijn lading aflevert bij de afhandelaar, ontvangt hij daar een bewijs van. De afhandelaar geeft vervolgens een cargo manifest af, met informatie over de volledige lading. Daarna komen er nog pallets en andere verpakkingsmaterialen bij, om alles veilig aan boord te kunnen zetten. De laadmeester van het vliegtuig, die het gewicht precies balanceert, maakt van dit geheel een rapport. Als je die twee met elkaar vergelijkt, blijkt logischerwijs dat er meer lading het vliegtuig is ingegaan dan de expediteur aan de afhandelaar had aangeboden. De zogenaamd ontbrekende lading was dus het verpakkingsmateriaal! Ook wel de tarra genoemd, het rest­ materiaal. Die informatie hebben wij heel subtiel aangegeven bij de parlementaire commissie. En wanneer je nu het onderzoeksrapport bekijkt, lees je dat de lading is teruggevonden, maar niet van andere aard bleek te zijn dan de overige lading. Onlangs stortte een vliegtuig van Turkish Airlines vlak voor de landing neer. U bent als advocaat betrokken bij de juridische kant van deze ramp. Staat u alle passagiers bij?

Nee, lang niet alle passagiers. We hebben enkele heel ernstige gewonden met een gebroken rug en gebroken rugwervels. Het vliegtuig is op de staart terechtgekomen en vervolgens naar voren geklapt. Hoe verder iemand dus naar voren zat, hoe harder de klap aankwam. De piloten zijn omgekomen, net als een groot aantal van de Business Class-passagiers. Mensen die verder naar achteren zaten, hebben relatief weinig fysieke schade opgelopen. Ik heb slachtoffers bezocht in het ziekenhuis, maar we moeten er nog een aantal bij hebben om de zaak naar Amerika te kunnen brengen. Daar werkt men namelijk op basis van no cure no pay en moet er sprake zijn van een zekere kritische massa.

Is het financieel gezien echt zo gunstig om een zaak in Amerika aanhangig te maken?

In Nederland worden veel zaken geschikt naar rato van de hoogte van elke schade. Veel mensen denken dat de geldkranen worden opengezet wanneer je met een vliegtuig bent neergestort. Dat is een verkeerde gedachte. Het maakt niet uit of je in een auto zit of in een vliegtuig; je krijgt je inkomensderving en smartengeld vergoed en dat alles naar Nederlandse maatstaven. Maar zodra een opening kan worden gevonden naar Amerika, spreek je over geheel andere bedragen. In Amerika kennen ze verdrietschade, zoals ik het noem. Als iemand een

Witteman en te vertellen over deze ramp. Halverwege mijn reis krijg ik een e-mail van een piloot van een andere Boeing 737-800, die schrijft: “Dit ga je niet geloven. Het is mij ook gebeurd vanmiddag. De hoogtemeter sloeg op tilt, alle avionics (luchtvaartelektronica, red.) in het vliegtuig sloegen ook op tilt en de auto-throttle werd teruggezet op de nulstand. Allemaal vreemde dingen. Wij zijn daarop voorbereid, maar als je dat niet bent, dan kom je in een nare situatie terecht.” De vraag is dus of de Turkse piloten dit hadden kunnen corrigeren. Daar wordt verschillend over gedacht. Voor de aansprakelijk­ heid richting Turkish Airlines is het in ieder geval niet relevant.

“Als je mij dan vraagt of de vliegtax gebruikt is als melkkoe, antwoord ik daarop met een vierkant en ondubbelzinnig ja!” partner, vader, moeder of kind verliest, levert dat in Nederlands recht geen vergoeding op van enige schade. In Amerika is dat wel zo. Dat is dus de reden dat we in gevallen waarin daar aanleiding voor is, proberen om die zaak naar Amerika te tillen. Daardoor kunnen onze cliënten in aanmerking komen voor een aanmerkelijk hoger schadebedrag dan hier in Nederland. In het voorlopig onderzoeksrapport van De Onderzoeksraad voor Veiligheid, onder leiding van mr. Pieter van Vollenhoven, staat geschreven dat de indirecte oorzaak van de ramp gezocht moet worden in problemen met de hoogtemeters. Eén van deze meters schatte in dat het toestel heel dicht bij de grond was, waardoor het automatische gashendelsysteem werd dichtgetrokken. In datzelfde rapport staat dat dezelfde situatie zich al tweemaal eerder heeft voorgedaan. Heeft u daarmee een troef in handen?

Er zijn nog veel sterkere troeven. Zo was ik op weg naar Amsterdam om zitting te nemen aan tafel bij Pauw &

Omdat een luchtvaartmaatschappij bij een dergelijke ramp altijd aansprakelijk is?

Inderdaad. De achterliggende gedachte daarvan is dat luchtvaart bij uitstek iets is dat zich tussen rechtsstelsels beweegt. Een vliegtuig vliegt immers van het ene land naar het andere. Vervolgens is geredeneerd dat het dan niet zo kan zijn dat men in land A met totaal andere rechtsregels te maken heeft dan in land B. Daarom is geprobeerd om dat in verdragen te uniformeren, voor waar het de aansprakelijkheid van luchtvaartmaat­schappijen betreft. Het bekendste verdrag is het Verdrag van Warschau uit 1929. Tegenwoordig is het op dezelfde grondslag gebaseerde Verdrag van Montréal van toepassing. Aan beide verdragen ligt de gedachte ten grondslag dat de passagier niet hoeft te bewijzen dat de luchtvervoer­ der aansprakelijk is. Nee, de lucht­ vaartmaatschappij mag bewijzen dat er sprake is van overmacht, dat zij er echt niets aan hebben kunnen doen. In de loop der jaren is deze aansprakelijkheid verder ingekleurd en is besloten dat tot Fiat Justitia mei 2009

27


i n te rv i ew – laten we zeggen – 125.000 euro helemaal niet over schuld, aansprake­ lijk­heid of overmacht gespro­ken wordt. Dat wordt gewoon betaald. Dus ook bij de Turkish Airlines-ramp?

In dit geval mag de luchtvaartmaatschappij bewijzen dat er sprake was van overmacht. Dat kunnen ze echter niet, simpelweg omdat de drie piloten zijn omgekomen. Verder is het toch niet uit te sluiten dat een aantal fouten is gemaakt: één procent schuld is al voldoende. In heel het traject richting Turkish Airlines heb ik dus niets met overmacht of schuld van doen. En dat is uitermate prettig, want de Turk is een buitengewoon trots iemand, ook op zijn luchtvaartmaat­ schappij, en dat is terecht. Turkish Airlines is gecertificeerd bij IATA, één van de allerhoogste certificeringen die we in de wereld kennen. Er is iets aan boord van het vliegtuig misgegaan en ik kan deze zaak dus gewoon behandelen zonder de trots van de Turkse passagier te hoeven kwetsen. Het gaat er niet om of er door de piloten wel of geen fouten zijn gemaakt. Turkish Airlines is simpel­ weg aansprakelijk, omdat het bewijs van overmacht niet te leveren is. Bij de presentatie van het voorlopig onderzoeksrapport zei u voor de camera’s van EenVandaag: “We hebben een appeltje te schillen met de firma Boeing.” Denkt u dat deze claim kans van slagen heeft?

Het zal er eerder om gaan wat de Amerikanen ervan vinden. Zij hebben vastgesteld dat aan het begin van de keten die heeft geleid tot deze ramp, een falende hoogtemeter staat. Er zijn twee hoogtemeters aan boord, waarvan er één de automatische piloot aanstuurt. Mag je dan niet verwachten dat bij een fout in deze hoogtemeter het systeem corrigeert en omschakelt naar de andere hoogtemeter? Ik vind van wel. Bij vroegere versies van de Boeing 737 was het autopilot system corrigerend. Dus wanneer een motor uitviel, corrigeerde de automatische piloot ogenblikkelijk door heel de 28

Fiat Justitia mei 2009

configuratie van het vliegtuig anders te maken. In dit geval is dat niet gebeurd. De piloten kregen geen waarschuwing en moesten aan de omstandigheden merken dat er iets mis was. Uiteraard heeft zo’n piloot een eigen verant­ woordelijkheid, maar als het op zulke essentiële zaken als een autopilot aankomt, vind ik dat autocorrectie in het systeem moet zijn ingebakken.

“Elk vliegtuig is onveilig en elk vliegtuig kan naar beneden vallen” Kunt u nog een voorbeeld geven van hoe de Amerikanen hiernaar kijken?

De Herculesramp. Wellicht herinnert u zich deze ramp nog. Daar zijn wij ook bij betrokken geweest. Het ging om een transporttoestel dat met een enorme klap op vliegbasis Eindhoven terechtkwam. Omdat de nooduitgangen weigerden, konden de inzittenden er niet uit. De Amerikanen zeggen dan: “Wij vinden dat als het frame van een vliegtuig zo’n klap kan doorstaan, de nooduitgangen dat ook moeten kunnen. Als dit niet het geval blijkt te zijn, is er sprake van een constructiefout.” Nu was Hercules een militair toestel en in Amerika is procederen tegen militaire toestellen niet mogelijk. Dat is een afspraak die gemaakt is. Maar dat was in elk geval wel de redenering. Je ziet dus hoe meer teruggetrokken Amerikanen reageren op zo’n ramp. Het gaat ze er niet om of er een fout gemaakt is, maar dat het systeem moet werken. Stel dat u een ingang heeft gevonden naar Amerika, bijvoorbeeld bij Boeing. Hoe gaat dat in zijn werk? Gaat u er zelf naartoe?

Ik zal er zeker heen gaan: ik kom graag in Amerika. Maar waar het om gaat is dat je naar een gespecialiseerd lucht­ rechtadvocaat gaat, zodra je een goed

verhaal hebt dat onderbouwd is met verklaringen en getuigen: dus niet een wild plaintiff lawyer. Met hem probeer je een beroep te doen op de betreffende aansprakelijkheidsverzekering. Die overigens – en dat is tekenend – in een groot deel van de gevallen dezelfde maatschappij behelst als die van – in dit geval – Turkish Airlines. Achter de schermen opereert een heel verzeke­ rings­circuit, dat, veel meer dan de luchtvaartmaatschappij of fabrikant, bepaalt wat er gebeurt. Die verzeke­raars hebben totaal geen behoefte aan procedures en zitten niet te wachten op een slechte naam. Dus wordt er geschikt. Maar het is niet gemakkelijk om als Europeaan Amerika ‘binnen te komen’. Wat wij dan ook vaak doen, is het proberen te bereiken van settlements, een soort midway tussen de lagere Europese norm van schikken en de hogere Amerikaanse norm. Wij noemen het de Mid-Atlantic settlement. Buitengewoon boeiende materie. U bent een uitgesproken criticus van de door dit kabinet ingevoerde – en inmiddels weer afgeschafte – vliegtax. Waarom?

Zojuist hadden we het al even over het feit dat een vliegtuig per definitie van land A naar land B vliegt. Het kan dan niet zo zijn dat men in land A met totaal andere regelgeving wordt geconfronteerd dan in land B. De Nederlandse overheid heeft op eigen houtje gezegd: “Beste passagier, als u bij ons instapt moet u betalen.” Dat is vanzelfsprekend in flagrante strijd met het feit dat passagiers in Frankrijk, België en Duitsland niet hoeven te betalen. Het staat lijnrecht tegenover alles wat in het luchtrecht geldt aan unificering. We hebben dit juridisch ook uitgezocht en het Verdrag van Chicago verbiedt deze vorm van belasting expliciet. De luchtvaart­ branche heeft daarop geprobeerd de vliegtax aan te vechten, maar kwam van een koude kermis thuis. De Nederlandse rechters hebben het, denk ik, niet aangedurfd. Misschien wel terecht, want een wet is een wet en het parlement had in dezen niet moeten zitten slapen.


Het in een weiland gecrashte toestel van Turkish Airlines

Het kabinet heeft inmiddels besloten de vliegtax met ingang van 1 juli 2009 af te schaffen. Heeft de Nederlandse luchtvaartsector imagoschade opgelopen?

Absoluut. De Nederlandse passagier verdomt het stelselmatig om in Nederland in te stappen. Niet omdat de vliegtax zo hoog is, maar vanwege het feit dat de Nederlandse burger het niet pikt om belasting te betalen, terwijl dat in België niet hoeft. En dat is waar men zich in de politiek op heeft verkeken. Touroperators gingen daar ook slim mee om: “Meneer, wij halen u op in Amsterdam en brengen u per bus naar Zaventem, waar u van ons een hotel krijgt en lekker van uw vliegtax uit eten mag.” Prima, natuurlijk! De doel­ stelling van dit kabinet was niet om het vliegen tegen te gaan. De doelstelling was het binnenhalen van geld. Vanuit Nederland is inderdaad minder gevlogen, maar het totale aantal vluchten is ongewijzigd gebleven. Iedereen is namelijk uitgeweken naar buurlanden. Voor het milieu is er dus geen enkel positief effect bereikt. Als je mij dan vraagt of de vliegtax gebruikt is als melkkoe, antwoord ik daarop met een vierkant en ondubbelzinnig ja! Is er op dit moment nog een ander juridisch onderwerp dat uw aandacht heeft?

Ik volg vrijwel alles in de reguliere kranten, met name de internationale politieke ontwikkelingen. Ik houd mij bezig met de vraag of Europa – hoe goed ik de ontwikkelingen daar ook vind – het democratische gehalte dat de

Europese Commissie aan de dag legt, de toets van de rechtsstaat kan doorstaan. Deze interesse is ingegeven door de luchtvaart, waar het democra­ tisch gehalte ver te zoeken is. We hebben ook de plaatsing door de Europese Commissie van luchtvaart­ maatschappijen op de zwarte lijst met een lid van het Europees Parlement besproken. Een aantal van dergelijke zaken hebben we behandeld en we hebben vastgesteld dat er absoluut geen rechtsbescherming is voor luchtvaartmaatschappijen die op de zwarte lijst worden geplaatst. We zien dus dat de Europese Commissie de mogelijkheid heeft om de bevoegd­ heden op het gebied van veiligheids­ niveau aan te wenden voor een ander doel dan waarvoor die bevoegdheid is gegeven, namelijk het voeren van luchtvaartpolitiek. “We zijn niet blij met een luchtvaartmaatschappij uit een ander land, dus wij sturen onze inspecteur erop af en laten vaststellen dat er gebreken zijn aan boord van de vliegtuigen.” Laten vaststellen suggereert dat er altijd gebreken aan boord van een vliegtuig zijn?

Dat klopt. Aan boord van elk vliegtuig zijn gebreken, technische gebreken. Wij hebben ook de zaak van Onur Air (deze vliegmaatschappij kreeg in 2005 een verbod om op te stijgen of te landen in Frankrijk, Nederland, Zwitserland en Duitsland, omdat de maatschappij niet veilig genoeg zou zijn, red.) behandeld. Daarbij hebben we alle Europese inspectierapporten

geanalyseerd. We hebben geconsta­ teerd dat Onur Air een aanmerkelijk lager gemiddeld aantal gebreken per inspectie had dan andere luchtvaart­ maatschappijen. Daarnaast hebben we vastgesteld dat het ook bij nationale carriers – en ik ga geen namen noemen – dikwijls om te huilen is wat daar aan gebreken wordt vastgesteld. Het is kortom een kwalijke zaak om een luchtvaartmaatschappij als onveilig aan te duiden als daarvoor geen helder criterium bestaat. Elk vliegtuig is on­veilig en elk vliegtuig kan naar bene­den vallen. Het moet er uiteinde­lijk om gaan hoe het controlesysteem in elkaar zit en hoe de maatschappij daarmee omgaat. Mijn praktijk is erop gericht om zaken die de toets der democratische rechtsstaat niet doorstaan recht te draaien. Daarvoor kunnen cliënten altijd bij mij terecht.

Personalia Frans Vreede (1950) trad in 2008 toe tot de vakgroep Vervoer, Verzekering en Handel van AKD Prinsen Van Wijmen. Vreede was voorheen meer dan 20 jaar partner bij Boekel De Nerée N.V. en aanvoerder van de sectie Luchtvaart & Logistiek. In de luchtvaart heeft Vreede substantiële ervaring opgedaan in de afwikkeling van claims voortvloeiend uit grote en complexe luchtrampen. Zijn team heeft bijstand verleend bij alle grote luchtvaartongevallen waarbij Nederlandse passagiers of beman­ nings­leden waren betrokken.

Fiat Justitia mei 2009

29


S tu d e n t- stagiair b ij Nauta Dut il h

Maurits van Zoest

Stageverslag NautaDutilh BachelorBoost 2008/2009 De advocatuur trok me al een tijdje en ik wilde graag eens het welbekende kijkje in de keuken nemen bij één van de grote Nederlandse advocatenkantoren. De vraag welk kantoor dat dan zou moeten worden, was een stuk makkelijker dan gedacht. Van studiegenoten had ik al een aantal positieve verhalen over NautaDutilh mogen aanhoren en toen de BachelorBoost-advertentie naast een werkstudentschap sprak over vergoeding van boeken, collegegeld en interne cursussen was de keuze al helemaal snel gemaakt. Tekst: Maurits van Zoest

N

a de sollicitatieprocedure bleek dat ik in oktober mocht beginnen bij de sectie Mergers & Acquisitions op het Rotterdamse kantoor. Ik had wel eens de financiële pagina van de krant doorgekeken, RTL-Z gezien en een aantal economische vakken gevolgd, maar met onder­ nemings­recht had ik, behalve een haast vergeten bachelorvak, nauwelijks ervaring. Of mijn kennis van het ondernemingsrecht voldoende was om de doorgewinterde specialisten van enig nut te zijn, moest dus nog maar blijken.

Maar eerst was het tijd voor serieuzere zaken. Om goed beslagen ten ijs te komen stond als eerste een cursus memo schrijven op het programma. De veelvoud aan tips & trics voor het schrijven van de vele memo’s zou de daaropvolgende maanden goed van pas komen. Ook buiten kantoor bleken deze tips en leidraad behoorlijk nuttig te zijn bij de vele schriftelijke opdrachten die de Leidse Master Burger­ lijk recht op me afvuurde. Al vóór de BachelorBoost daadwerkelijk was begonnen, worpen de vruchten zich af. Begin oktober kon het werk dan eindelijk echt beginnen. Mijn begeleider pikte me op bij de receptie en na een eerste gesprek en uiteraard een voorstel­ rondje langs de hele sectie kon ik achter mijn nieuwe bureau plaatsnemen. De eerste dag bestond voor­ namelijk uit het doen van de voor­geprogrammeerde computercursus en handjes schudden van nog meer kantoorgenoten die door de dag heen binnen druppelden. Het kwam goed uit, want mijn kamer­ genoten waren die dag behoorlijk druk bezig, dus de gezelligheid zou nog even moeten wachten.

Maurits van Zoest, uiterst rechts op de foto

Ik besloot dat ik het wel zou zien en aan de intro­ ductie zou het in ieder geval niet liggen. Tijdens het kennismakingsontbijt konden de eerste nieuwe gezichten alvast worden opgenomen en bleek dat ons nog een extraatje stond te wachten: een bezoek aan Londen en uiteraard het daar gevestigde kantoor van NautaDutilh! 30

Fiat Justitia mei 2009

Niet lang, zo zou blijken. Diezelfde dag al kreeg ik een mail of het meespelen in de kantoorhockey­ wedstrijd tegen Fortis niet iets voor mij was. Het zou het eerste voorbeeld zijn van de sfeer op kantoor waarbij je als werkstudent of stagiair naar alle mogelijke leuke en meer serieuze agendapunten wordt meegesleurd. Natuurlijk moest er ook gewoon gewerkt worden, want daar kwam ik uiteindelijk voor. Hoe problematisch zou mijn beperkte ondernemings­ rechtbasis worden? Dat termen als SPA’s en DD-rapporten door de gang vlogen, maakte het


allemaal niet helderder, maar gelukkig was niemand te beroerd om even enige uitleg te verschaffen over deze termen en ik bleek het allemaal erg goed te begrijpen. Het boekje ‘Van de NV en de BV’ van Van Schilfgaarde bleek daarnaast een goede vriend te zijn en de gevraagde memo’s kwamen al snel uit de printer gerold. Na het krijgen van een opdracht bleken de bibliotheek en online databank behoorlijk waardevol om snel in een onderwerp in te lezen. Zo blijkt dat een rechtsgebied on the job razendsnel bekend terrein wordt en dat het leerproces tijdens een stage of periode als werkstudent ontzettend veel sneller gaat dan in de collegebanken.

bieb zitten. Op die momenten blijkt dat het vooruit plannen dat we jaren geleden zouden hebben geleerd in de tweede fase, toch niet altijd helemaal uit de verf komt. Op die momenten wordt een behoorlijk beroep gedaan op je eigen verantwoordelijkheid, want het is geen enkel probleem om eens vrij te nemen en bijvoorbeeld een andere week fulltime mee te lopen. Daar moet je dan natuurlijk wel zelf mee komen. En ook het krijgen van feedback komt niet altijd vanzelf. Zelf achter dingen aangaan is dan ook iets dat heel belangrijk is gebleken tijdens de BachelorBoost, maar dat geldt ook tijdens het lopen van een stage.

Het is leuk om te merken dat niet alleen simpele uitzoekklusjes worden gevraagd, maar dat een opinie over een concrete zaak daadwerkelijk serieus wordt genomen. Het heeft me doen beseffen dat een foutje niet een lager cijfer oplevert, maar dat het om een echte zaak gaat waar een echte advocaat een advies moet geven aan een echte cliënt. Het moet dus wel goed zijn. Gelukkig zijn de meeste advocaten niet te beroerd om na enig aandringen uitgebreide feedback te geven over de ingeleverde memo’s, zodat die ook steeds beter worden. Dit maakt ook dat het werk inhoudelijk steeds leuker wordt. Merken dat je ergens beter in wordt, maakt iets natuurlijk al snel leuker. Inmiddels ben ik gerouleerd naar de sectie aan­ sprakelijkheids- en verzekeringsrecht. Waar bij Mergers & Acquisitions niet of nauwelijks wordt geprocedeerd, is dat hier zeker wel het geval. De eerste comparitie staat in de agenda in een zaak waar ik ook inhoudelijk aan heb mee mogen werken. Ook hier houd ik mijn ogen en oren goed open en probeer ik zoveel mogelijk op te vangen en te leren. Daar is deze periode bij NautaDutilh immers een perfecte kans voor. Natuurlijk helpen de extra cursussen daar ook heel erg bij. Partners zijn bereid om oude tentamens te bespreken om tentamens optimaal voor te kunnen bereiden. Daarnaast waren de cursussen Legal English en pleiten bijzonder leuk en leerzaam. Ook deze vaardigheden zijn mij en de andere BachelorBoosters ook tijdens de studie al meermalen van pas gekomen. Van de cursus onderhandelen heb ik dan ook hoge verwachtingen! Twee dagen per week op kantoor zitten kan soms wel een beetje in de weg zitten. Sommige vakken heb ik in de avond gevolgd en in periodes met vakken waarbij iedere week een stuk van 1500 woorden moet worden ingeleverd, betekent het vaak wat extra studie­werk in het weekend. Tijdens en vlak voor tentamenperiodes zou ik ook wel eens liever in de

De kantoorbar van NautaDutilh

Behalve dat ik tijdens mijn BachelorBoost-periode de kans krijg om ontzettend veel te leren en te zien van de praktijk, valt mij de hele periode vooral de sfeer op kantoor in positieve zin op. Als het druk is, is het druk, maar als er even een moment is waarop er tijd is voor een praatje, koffie of borrel na werk, wordt dit aangegrepen. Ook als student ben je overal welkom, van Jonge Balie-lezingen en borrels en lunches tot spontaan geïmproviseerde avondjes happen en stappen. Het zal duidelijk zijn: de afgelopen maanden hier op het Rotterdamse kantoor van NautaDutilh zijn me bijzonder goed bevallen en ook de komende maanden beloven minstens zo leuk te gaan worden. Een stage op welk kantoor dan ook en in welke vorm dan ook is een absolute aanrader, maar de BachelorBoost heeft mijn verwachtingen in ieder geval meer dan waar gemaakt. Fiat Justitia mei 2009

31


interv i ew

Folkert Jensma

De bloggende journalist Op een zonnige lentedag in april op zoek gaan naar de Haagse redactie van het NRC Handelsblad lijkt een gemakkelijke opgave, maar schijn bedriegt. Fiat Justitia heeft een afspraak met Folkert Jensma, de man die tien jaar lang hoofdredacteur van het NRC was. We besluiten te bellen. Hij blijkt te werken in een klein pand tegenover de Tweede Kamer, gelegen naast een Burger King. Na een druk op de bel verschijnt in de deuropening een grote man, die zich met een ferme handdruk voorstelt als “Jensma”. Hij begeleidt ons naar een kantoor, waar twee enorme kasten vol met boeken één van de twee zijmuren beslaan. Wat volgt is een openhartig gesprek over onder meer de internetrevolutie, de groeiende kloof tussen het recht en de burger, het succesverhaal van NRC Next en zijn weblog ‘De Uitspraak’. “Omdat ik tien jaar lang geroepen heb dat internet belangrijk is, maar er zelf nog nooit een bal aan gedaan heb, wilde ik ook het internet op om te zien hoe dat is.” Tekst: Lennart van der Ziel en Patrick Slob

U heeft rechten gestudeerd in Leiden. Hoe heeft u die tijd ervaren?

Ik ben na de middelbare school een jaar naar Amerika gegaan. Dat was spannend en opwindend. Het jaar daarop keerde ik terug naar Nederland om in Leiden rechten te gaan studeren. Ik kreeg onmiddellijk spijt: hoe kon ik zo stom zijn om weer uit Amerika terug te komen? Het tamelijk corporale Leiden dat ik aantrof, vond ik suf, saai en vervelend. Ik sloot me aan bij de vereniging VSL Catena. Dat waren anarchisten, hasjrokers, folkmuziek­ luisteraars, actievoerders, punkers, krakers, en in z’n algemeenheid de betrekkelijk stuurloze types die toch behoefte hadden aan gezelligheid: ‘langharig werkschuw links tuig’ om in de termen van die tijd te blijven. Ik had de diepe behoefte om me af te zetten tegen wat er in Leiden gebruikelijk was. Daar was die omgeving voor mij ideaal voor. Van daaruit kon ik gemakkelijk de rechtenstudie volgen. Ik ben actief geweest in commissies en ik heb zelfs een jaar het voorzitterschap van die club gedaan. U bent na uw studie gaan werken bij het NRC Handelsblad. Hoe bent u daar terechtgekomen?

Ik studeerde af in 1983, op het hoogte­ punt van de vorige crisis. Er was absoluut geen werk, voor niemand.

“Integriteit is net als een zwangerschap: een beetje zwanger Het toen al bestaande Intermediair had uitgerekend dat de gemiddelde sollicitatie­duur voor een afgestudeerde rechtenstudent vanaf de eerste brief tot de eerste baan anderhalf tot twee jaar was. Ik kan dat bevestigen. Ik heb tientallen brieven gestuurd en ik heb overal gesolliciteerd, maar ik kreeg nergens een poot aan de grond. Via een kennis ben ik toen in contact gekomen met het NRC en ik kon daar als freelancer aan de slag op de achter­

zijn kan niet, net zoals een beetje integriteit niet kan” pagina. De krant was vrij nieuw in die tijd en stond aan het begin van een flinke groei. De achtergrond was modern liberaal, maar niet gebonden aan enige politieke partij. Het NRC had Fiat Justitia mei 2009

33


i n te rv i ew een grote belangstelling voor het buitenland en was in die hoedanigheid een voorstander van de NAVO, wat ongebruikelijk was in die tijd, en van Europa. De krant richtte zich op het individu, het klassiek liberale uitgangs­ punt. Het wantrouwde het collectief en had ‘in staat noch voetbalclub’ echt veel vertrouwen. Het individu, goede zelfontplooiing en vrijheid, dat waren de ankerpunten.

“De comfortabele, gezaghebbende positie die journalisten hadden erodeert in hoog tempo” In 1996 werd u hoofdredacteur van het NRC. Waar stond de krant op dat moment en wat waren uw doel­ stellingen?

Het NRC stond aan de vooravond van de internetrevolutie. De krant stond goed aangeschreven, was zakelijk heel succesvol en groeide nog steeds. Mijn aanstelling als hoofdredacteur was heel onverwachts en ik had eigenlijk niet veel tijd om ambities te formuleren. Het eerste wat iedere hoofdredacteur zich realiseert, is dat de kwaliteit en de reputatie van de krant op niveau moeten blijven. Daar had ik in het begin mijn handen vol aan, maar na verloop van tijd vroeg de uitgeverij jammer genoeg mijn aandacht. In 1995 werd het NRC Handelsblad over­genomen door PCM Uitgevers. Dat bleek een bedrijf te zijn dat nog volledig moest uitvinden hoe het met het NRC wilde omgaan: een tijd­rovende situatie. Daarna moest de krant volledig worden geautomati­seerd. Er werd een enorm systeem naar binnen geschoven en iedereen ging over op computers. En daarbij werd al heel snel duidelijk dat onze omgeving totaal veranderde door de opkomst van internet: een revolutie die door kranten lang gebagatelliseerd is. 34

Fiat Justitia mei 2009

Is de opkomst van het internet de grootste verandering die u heeft meegemaakt?

In het krantendomein van de afgelopen 25 jaar is dat inderdaad de allergrootste verschuiving die ik heb gezien. In het begin kon men zich niet voorstellen dat internet een dominant medium zou worden. Het lezen van een krant is immers een sociale gewoonte, een levensstijl. Daar zou een hype als internet niets aan veranderen. Voor een jong iemand was tot midden jaren negentig de keuze voor een krant net zo vanzelfsprekend als de keuze voor een studie, een woonplaats of een beroep. Uitgevers hoefden maar op één moment in het leven van een burger hun slag te slaan: aan het begin van hun studie. Dan moesten studenten worden volgestopt met zo veel mogelijk proefabonnementen en wist je dat ze aan het einde van hun studie een krant kozen, waar ze de rest van hun leven bij zouden blijven. Die gedachte zat bij

uitgevers in het hoofd gebeiteld. Aan de kant van de redactie merkten wij al vrij vroeg dat jonge lezers een krant hooguit als een aan­vullend medium gingen beschou­wen. Wij zagen de gemiddelde leeftijd van de abonnees in ons bestand in alarmerend tempo omhoogschieten. Tegenwoordig heeft elke krant het

benauwd en moet elke krant vechten. Dat zorgt voor veel nervositeit en spanning. We hebben al gezien dat Het Vrije Volk, Het Vaderland en De Tijd werden opgeheven. De gedachte dat er nog een krant kapot kan gaan creëert een existentiële twijfel. De vraag is: wie wordt de volgende? Maar dan wordt tijdens uw hoofd­ redacteurschap wel doodleuk NRC Next opgericht.

Wij dachten: “Dan maar de vlucht naar voren maken.” En tot onze grote verbazing zijn alle doelstellingen gehaald. Het was echt een heel grote gok. We hebben alles op het spel gezet: de naam van de krant, het merk, de formule, het evenwicht tussen tekst en beeld. We wilden een krant maken die volledig zou zijn toegespitst op een bepaalde doelgroep. Het concept dat iemand van zijn achttiende tot zijn tachtigste dezelfde krant leest, hebben we overboord gekieperd. Daarnaast

hebben we besloten om de krant gewoon met de hand te bezorgen en er geld voor te vragen. En dat in een tijd waarin gekte heerste in de rest van de branche rondom gratis kranten. Binnen twee maanden werd duidelijk dat NRC Next aansloeg en dat is tot nu toe zo gebleven.


Iedereen met een mobiele telefoon heeft tegenwoordig direct toegang tot het nieuws. Hoe staat u daar tegenover?

Iedereen is inderdaad permanent online en geïnformeerd. Betrouwbare en onbetrouwbare informatie vindt zijn weg sneller dan ooit. Door al die nieuwe kanalen staat de bemiddelingsfunctie die journalisten van gevestigde media hebben, zwaar onder druk. De comfortabele, gezaghebbende positie die journalisten hadden erodeert in hoog tempo. Tegenwoordig praat iedereen met iedereen en vindt informatie zijn weg sneller dan ooit tevoren. Toch zie je bij een grote ramp dat de kranten uitverkocht zijn en iedereen om acht uur naar het journaal kijkt. Op dat soort momenten wil men toch zekerheid. Voor goede en betrouwbare journalistiek zal dus altijd een functie zijn. Heeft u, met uw juridische achtergrond, tijdens uw hoofdredacteurschap geijverd om juridische onderwerpen meer voor het voetlicht te brengen?

Ik heb mij erg ingezet om de Europaberichtgeving in de krant op een hoger peil te brengen. De invloed van het Europese recht en de macht van het Europese bestuur vind ik de belang­ rijkste juridische en bestuurlijke ontwikkeling. Als jurist ontdek je al snel dat in heel veel wetgeving die tot stand komt, Europese richtlijnen worden uitgevoerd. Je ziet dat het Nederlandse rechtssysteem met voor de burger onzichtbare draadjes aan besluitvorming elders hangt. Dus ik heb geduwd en getrokken aan de Buitenland-redactie en aan de Europapagina, en die zijn er nu ook. Maar ik merk dat ik nog steeds aan de eind­ redactie moet uitleggen waar Straats­ burg ligt en waarom het belangrijk is. Momenteel bent u juridisch commentator bij het NRC en valt de weblog De Uitspraak onder uw redactie. Wat is de ontstaans­ geschiedenis van deze blog?

Binnen de Trias Politica valt ook de

rechtsprekende macht. Ik heb me er altijd een beetje aan geërgerd dat we daar zo weinig mee doen. Als er geschreven wordt over wat er in de rechtszaal gebeurt, is dat meestal beperkt tot grote strafzaken. Wat de Hoge Raad doet, haalt de krant niet. Vaak terecht hoor, maar als het niet terecht is, haalt het ook de krant niet. Het is bijvoorbeeld volledig onbekend wie de President van het Hof in bijvoorbeeld Den Bosch is. Ik dacht: daar is een wereld te winnen! Daar moeten interessante dingen gebeuren. Ik heb toen een jurisprudentierubriek in de krant gekregen, waarin ik de mogelijkheid kreeg iets te laten zien van de omvang en breedte van het recht. Omdat ik tien jaar lang geroepen heb dat internet belangrijk is, maar er zelf nog nooit een bal aan gedaan heb, wilde ik ook het internet op om te zien hoe dat is. Tegen de lezers heb ik gezegd dat de weblog een poging is om het recht toegankelijk te maken voor de leek. We proberen een gesprek op gang te brengen tussen deskundigen en leken, zodat we kunnen laten zien hoe het recht werkt. Dat gaat niet altijd even gemakkelijk. Tegelijkertijd probeert ook de rechterlijke macht om het recht dichter bij de burger te brengen. Ze ontdekken daar ook dat ze een kolossaal communicatieprobleem hebben!

“Het woord ‘parket’: dat is voor de meeste lezers toch vloerbedekking” Is dit communicatieprobleem te wijten aan het taalgebruik in de juridische wereld?

Voor een heel belangrijk deel wel. De wereld van de juristerij zit vol termen die voor de meeste mensen onbegrijpe­ lijk zijn. Wij scheppen op die manier een wereld voor onszelf waartoe de gewone man geen toegang heeft. Als je

Weblog De Uitspraak Het juridisch weblog van NRC Handelsblad en nrc.next is gebaseerd op journalistieke samenvattingen van actuele vonnissen en arresten uit de krant, die op internet zijn voorzien van korte commentaren door redacteuren van het Nederlands Juristenblad. Lezers en surfers kunnen ook reageren en doen dat ook. Het is te vinden op www.nrc.nl/ uitspraak. Behalve strafrecht komen ook andere rechtsgebieden aan bod. Daaronder bestuursrecht, familierecht, burgerlijk recht en europees recht. Behalve uitspraken worden ook beknopt de juridische achtergronden bij het nieuws belicht. Onder meer het rookverbod, kraken, graffiti spuiten, demonstratievrijheid en discriminatie kwamen aan bod. Reacties worden vrij streng gemodereerd. Er mag alleen met volledige naamsvermelding worden gereageerd en: ‘nuanceren en argumenteren’ is verplicht, zo staat onder iedere posting.

bijvoorbeeld een communicatie­ deskundige door het Wetboek van Strafrecht zou jagen, zou hij veel taalgebruik onnodig vinden. Ikzelf probeer altijd zoveel mogelijk te simplificeren. Ik probeer bijvoorbeeld niet te vaak het woord advocaatgeneraal te gebruiken. Met dat soort termen worden veel lezers al snel het bos ingestuurd. Hetzelfde geldt voor het woord ‘parket’: dat is voor de meeste lezers toch vloerbedekking, laat staan het landelijk parket en het functioneel parket en wat te denken van het Parket-Generaal. Ik krijg reacties van een enorme verscheiden­ heid aan mensen. Lezers van de krant zijn meestal hoger opgeleid en beter geïnformeerd, maar op internet kom je iedereen tegen. Ik krijg een reactie van een promovendus aan de Universiteit Twente, maar ook reacties van hang­ jongeren over een stuk over The Mosquito (apparaat dat hoogfrequent geluid uitzendt als middel tegen hangjongeren, red.). Als u minister van Justitie zou worden, wat zou dan uw eerste maatregel zijn?

Als minister van Justitie kun je heel Fiat Justitia mei 2009

35


i n te rv i ew weinig aan de rechterlijke macht doen, en dat is maar goed ook. Ik zou hoog­­uit met de rechterlijke macht kunnen gaan praten over lagere drempels en communicatie­vereen­ voudiging. Er wordt teveel over zinloze zaken geprocedeerd. Ik zie weleens uitspraken waarbij ik me afvraag waarom een rechter zich daarmee bezig moet houden. Ongetwijfeld reageert de rechterlijke macht hierop door te wijzen op het ingrijpende en gedetailleerde bestuur in Nederland en de bescherming die dat verdient. Verder vind ik één van de drama’s in de Nederlandse rechtsstaat het vreemde­ lingen­recht. Dat is een absolute farce, omdat we in Europa nalaten dat te regelen. We hebben een enorm systeem opgetuigd dat suggereert dat er iets is als een rechtmatige toegang en een rechtmatige weigering van toegang. Het gevolg is een pijnlijk schimmen­ spel met mensen. Als minister zou ik dat ook niet opgelost krijgen, maar misschien zou ik wel hardop durven zeggen dat het een farce is. U schreef laatst op uw weblog over de groeiende kloof tussen het recht en de burger. Zijn er naast het zojuist besproken communicatieprobleem nog andere oorzaken aan te wijzen voor die kloof?

Het is niet gemakkelijk om dat zo even te analyseren. We leven in het postFortuyntijdperk. We hebben de zogenaamde opstand der burgers gehad en eigenlijk is die nog steeds gaande. We hebben een milieucrisis en een financiële crisis en de overheid kampt met een legitimiteitscrisis. Het vanzelfsprekende gezag van de over­heid bij de gemiddelde burger is tanende doordat mensen wantrouwend zijn tegenover het bestuur. Dat komt mede doordat er een afnemende behoefte is om zich in bestaande politieke partijen te engageren. De mensen die stemmen committeren zich steeds minder aan een bepaalde partij en zweven heen en weer. Dat zorgt voor een enorme instabiliteit. Een tweede oorzaak voor de kloof is te vinden in de sterk veranderde cultuur 36

Fiat Justitia mei 2009

in ons land. Binnen vijftien jaar hebben we een miljoen buitenlanders in ons midden opgenomen. Er is geen kabinet geweest dat ons heeft ingelicht over het feit dat er mensen komen met een ander geloof en een andere taal, en dat daardoor onze omgeving zal veranderen. Veel mensen voelen zich daardoor miskend en wijten dit aan het bestuur en dus ook aan de politiek. Een derde oorzaak is er een van economische aard. Nederland is onderdeel geworden van Europa en van de wereld. We zijn onze bescherming voor een gedeelte kwijtgeraakt en zijn een heel open land geworden. De vrije markt is belangrijk geworden. Mensen voelen dat de verzorgingsstaat waaraan we sinds de jaren ‘70 en ‘80 gewend zijn, op de achtergrond is geraakt. Door de politieke- , de sociale- en de economische onzekerheid is de kloof tussen de overheid en de burger groter geworden. Wordt daarmee de kloof tussen recht en burger groter? Ja, want een van de eerste dingen die je ontdekt als je een juridische blog maakt, is dat het recht voor de burger onderdeel is van het bestuur. De rechterlijke macht wordt niet herkend als een onafhankelijke organisatie. Recht is dus overheid. Dat is niet zo, maar het wordt dus wel zo gezien.

“Snelrecht is ook snel krom” Hoe kan de rechterlijke macht zich aan deze beeldvorming onttrekken?

Dat kunnen ze eigenlijk niet. De rechterlijke macht voelt aankomen dat zij binnenkort aan de beurt zijn. Ze hebben gezien dat de politiek is bespuugd en dat de media onder druk is gezet. Ook het aanzien van de rechterlijke macht is gedaald in de publieke perceptie. Ze zullen trans­ paranter moeten worden en met hun tijd mee moeten gaan. Iedereen kan tegenwoordig van alles heel de dag beelden krijgen. Maar rechters praten niet en rechters worden niet gefilmd.

Rechters schrijven alleen maar. Van de drie kanalen laten ze er al twee liggen. Dat is onverantwoordelijk in een samenleving die zich zo ontwikkelt. Natuurlijk moet er van een vonnis een audiobestand komen met de belang­ rijkste overwegingen en een voice-overtoelichting. Er moet beeldmateriaal zijn van een rechter, een sprekend gezicht, zodat je de persoon achter het vonnis kunt zien. Vergeet niet dat er anderhalf miljoen analfabeten zijn, die zonder beeld onbereikbaar zijn. Hendrik Kaptein, hoofddocent aan de Universiteit Leiden, zei op uw weblog dat de Hoge Raad het niet verbiedt dat wetgevingsambtenaren die zijn overgestapt naar de rechterlijke macht, hun eigen wetgeving toepassen. Wat vindt u hiervan?

Daar viel mijn mond van open. Dat is inderdaad één van de zwaktes in het recht, in ieder geval in het fiscale recht. De beroepsbeoefenaren en rechters zitten daar te dicht op elkaar. Te veel plaatsvervangend rechters zijn in deeltijd hoogleraar, consulent, adviseur en commissielid tegelijk. Dat dateert uit vervlogen tijden en kan eigenlijk niet meer in een tijd waarin mensen zo scherp zijn en het gezag zo onder vuur ligt.


maken. Er komt weer een staats­ commissie en de minister gaat waar­ schijnlijk een vlottere preambule schrijven. Ik vind dat echter niet de oplossing. Maak de grondwet levend door hem de rechter in handen te geven! Er wordt op dit moment via een omweg al constitutioneel getoetst doordat veel normen ook in het Europese Verdrag van de Rechten van de Mens zijn gecodificeerd. Aan verdragen mag wel getoetst worden. Waarom dan niet aan de grondwet? U schreef op 3 oktober 2008 een artikel over supersnelrecht, waarin u liet blijken niet bepaald een voorstander te zijn van dit idee. De meeste burgers staan echter heel positief tegenover supersnelrecht.

Kaptein opperde in diezelfde reactie om een kwaliteitstoets toe te passen, waarbij een vonnis wordt getoetst aan het recht en het niet van belang is wie het vonnis vaststelt, zelfs als die rechter meerdere petten op heeft. Bent u daar een voorstander van?

Daar heb ik moeite mee. Je kunt het vonnis niet los zien van degene die het gewezen heeft. Het is heel belangrijk voor de legitimiteit van het vonnis dat het gewezen wordt door iemand die volstrekt onafhankelijk is. De rechter­ lijke macht heeft maar één kapitaal en dat is hun integriteit. Integriteit is net als een zwangerschap: een beetje zwanger zijn kan niet, net zoals een beetje integriteit niet kan. In Duitsland is constitutionele toetsing toegestaan. De klassieke kritiek die hierbij hoort, is dat de rechter op de stoel van de wetgever zou gaan zitten. Hoe staat u tegenover het invoeren van constitutionele toetsing in Nederland?

Dat is inderdaad het klassieke nadeel, maar ik vind dat het nodig moet gebeuren. Er zijn voordelen die ik zwaarder vind wegen. Ik vind dat de grondwet in Nederland een te kleine plaats inneemt. Het is een dood stuk papier geworden. Er is wel ambitie bij het kabinet om de grondwet levend te

Dat is inderdaad een dilemma. De burger wil lik op stuk. De dader moet snel gestraft worden. Het probleem is dat de burger niet beseft dat als hij vandaag slachtoffer is, hij morgen als dader kan worden gezien. Het aantasten van de rechten van een verdachte kan ook betekenen dat zijn eigen rechten worden aangetast. Supersnelrecht kan eigenlijk alleen in heel uitzonderlijke gevallen worden toegepast. In eenvoudige zaken, waar sprake is van heterdaad, het slachtoffer aanwezig is en er een bekennende verdachte is. Kijk, snelrecht is ook snel krom. Het is, denk ik, aan de rechter­ lijke macht om hier met wijsheid en terughoudendheid mee om te gaan. De afstand tussen recht en burger is voor een gedeelte functioneel. De rechter is niet van ons allemaal en de burger moet niet de ambitie hebben voor een ieder te kunnen beslissen. Het gaat niet zo zeer om afstand, maar meer om legitimiteit. En lekenrechtspraak?

Ik ben voor een professionele rechter en daarbij voor een betere communi­ catie. Op het moment dat een leek rechter wordt gemaakt, is hij de dag erna óók rechter. Mensen leren snel. De volgende keer is deze persoon geen leek meer en heb je bijvoorbeeld twee amateurs en een professionele rechter.

Ik geloof niet dat de legitimiteit, want daar gaat het uiteindelijk om, door lekenrechtspraak groter wordt. Voelt u zich op dit moment als juridisch commentator meer op uw plaats dan als hoofdredacteur?

Ik voel me nu aanmerkelijk meer op mijn plaats. Als schrijvend journalist voel ik me veel meer op mijn gemak dan als hoofdredacteur. Ik vond het prachtig om te doen, maar de druk was erg groot en op een gegeven moment zien mensen je alleen nog maar als functionaris. Je wordt alleen nog maar gezien als baas. Daar kreeg ik het op het laatst redelijk benauwd van. Gaat u in de toekomst nog recht in de praktijk brengen of blijft u in de journalistiek werkzaam?

Ik ga zeker geen toga aandoen! Ik ben dol op de journalistiek en ik zou dit nog heel lang willen doen. Nu ik mij werkelijk verdiep in het recht, merk ik dat ik het heel boeiend en heel tech­nisch vind. Ik herinner me nog dat ik het lezen van wetsartikelen en het speuren in arresten niet als het meest boeiende deel van de studie beschouwde. Een goed jurist kan tot op de kleinste schroefjes de motor uit elkaar halen. Ik blijf liever werkzaam op conceptueel, filosofisch en maatschappelijk niveau. Dat is mijn plek.

Personalia Folkert Jensma (1957) studeerde rechten aan de Universiteit Leiden. Hij was redacteur van het universiteits­ blad Mare. Sinds 1985 is Jensma in dienst van het NRC, onder meer als redacteur binnenland, verslaggever, departementaal en politiek redacteur en correspondent in Brussel. Hij was van 1996 tot 2006 hoofdredacteur van NRC Handelsblad en initieerde in die hoedanigheid onder andere NRC Next, de Europapagina en de boeken bijlage.

Fiat Justitia mei 2009

37


Waarom WaaromRechten Rechtenaan aan de deUniversiteit UniversiteitMaastricht? Maastricht?

Een Een studie studie rechten rechten is is een een actuele actuele studie; studie; inin Maastricht Maastricht extra extra boeiend boeiend door door dede Europese Europese enen internationale internationale invalshoek. invalshoek. Rechten Rechten inin Maastricht Maastricht richt richt zich zich opop dede internationalisering, internationalisering, zowel zowel inin dede studie studie van van het het Nederlands Nederlands Recht Recht enen Fiscale Fiscale Recht, Recht, alsals inin dede specifiek specifiek internationale internationale enen Europese Europese programma’s. programma’s. DeDe Maastrichtse Maastrichtse rechtenfaculteit rechtenfaculteit mag mag zich zich uniek uniek inin het het onderwijs onderwijs van van internationaal, internationaal, Europees Europees enen vergelijkend vergelijkend recht recht noemen. noemen. Daarnaast Daarnaast bieden bieden wewe unieke unieke Nederlandstalige Nederlandstalige masters: masters: Togamaster, Togamaster, Forensica, Forensica, Criminologie Criminologie enen Rechtspleging Rechtspleging enen per per 1 september 1 september 2009 2009 wordt wordt dede specialisatie specialisatie Arbeid Arbeid enen Onderneming Onderneming verwacht. verwacht. Kijk Kijk opop dede website website voor voor dede actuele actuele ontwikkelingen! ontwikkelingen!

Masteropleidingen MasteropleidingenininNederlands Nederlandsen/of en/ofEngels: Engels: • Fiscaal • FiscaalRecht Recht(3(3 profielen, profielen, o.a. o.a. International International and and European European Tax Tax Law) Law) • Forensica, • Forensica, Criminologie CriminologieenenRechtspleging Rechtspleging • Globalisation • Globalisationand andLaw Law • Nederlands • NederlandsRecht Recht(6(6 profielen, profielen, o.a. o.a. Togamaster) Togamaster) • Recht, • Recht, Arbeid ArbeidenenGezondheid Gezondheid (naar (naar alle alle waarschijnlijkheid waarschijnlijkheid per per 1 september 1 september 2009 2009

Recht Recht enen Arbeid Arbeid met met 2 specialisaties: 2 specialisaties: Arbeid Arbeid enen Gezondheid Gezondheid enen Arbeid Arbeid enen Onderneming) Onderneming)

• Intellectual • IntellectualProperty PropertyLaw Lawand andKnowledge KnowledgeManagement Management • International • InternationalLaws Laws • Magister • MagisterIuris IurisCommunis Communis • Law • LawHonours HonoursProgramme Programme (research (research track) track)

Meer Meerinformatie? informatie?Stuur Stuurdan daneen eene-mail: e-mail: masters@law.unimaas.nl masters@law.unimaas.nl www.rechten.unimaas.nl www.rechten.unimaas.nl


interv i ew

Joep Verburg

Kapitein van het schip Als President van het Gerechtshof Den Haag baarde Joep Verburg eind 2007 opzien. Middels een ingezonden brief in het NRC Handelsblad maakte hij zijn ongenoegen kenbaar over de negatieve manier waarop de rechters bij de veroordeling van Lucia de B. zijn afgeschilderd. Een hoogst opmerkelijke actie voor een lid van de rechterlijke macht, die zich in het algemeen uiterst terughoudend opstelt waar het gaat om mediaaandacht. Fiat Justitia sprak met Verburg en vroeg hem onder meer waarom hij zich geroepen voelde een reactie te geven op het krantenartikel van Folkert Jensma. “Zijn verhaal ging me toch net iets te ver, omdat hij daarmee geen blijk gaf van de toewijding en de ernst waarmee deze zaak behandeld is.”

Tekst: Julia Leeman, Suzanne van Kooij en Patrick Slob

U bent President van het Gerechtshof in Den Haag. Wat zijn uw werkzaamheden?

Ik ben in de eerste plaats voorzitter van het bestuur van het gerechtshof en in de tweede plaats het visitekaartje naar buiten toe. Ik zorg dat er voldoende mensen zijn en dat deze mensen in hun werk goed gefaciliteerd worden. Landelijk gezien draag ik bij aan het beleid van de rechtspraak en de positionering van de gerechtshoven binnen het geheel van de rechtspraak. Maar mijn grootste zorg is toch wel om het schip met honderd raadsheren goed op koers te houden. Alle raadsheren zijn voor het leven benoemd en daar worden ze ook op uitgekozen. Maar soms kunnen ze behoorlijk eigenwijs zijn. Personeels­ zorg kost me wel de helft van mijn tijd. Hoe heeft u de media-aandacht rondom grote zaken, zoals bijvoorbeeld de Schiedammer parkmoord, ervaren?

Ik had gelukkig al enige ervaring, onder meer als directeur van Rijkswaterstaat. Ik was dus geen onbeschreven blad. Maar het is toch wel wat anders wanneer je in de échte chaos van publicaties rondom een zaak als de Schiedammer parkmoord terechtkomt. Als hof hebben wij een sleutelpositie ingenomen. We hebben immers in tweede instantie de veroor­ deling van de rechtbank bevestigd, en als later blijkt dat een ander het heeft

gedaan, is dat natuurlijk erg lastig. Die zaak was hectisch en ik vond dat niet altijd even gemakkelijk, maar op zo’n moment moet je staan voor de kern van ons werk: onafhankelijke en deskundige berechting.

“Ik had het idee dat na dat rapport, en de publiciteit die erover ontstond, iedereen aan de poorten rammelde om Lucia’s vrijlating te eisen” Is het vervelend dat de buitenwereld u ziet als de persoon die inhoudelijk overal van op de hoogte moet zijn, terwijl u zich als bestuurder afzijdig moet houden van een oordeel over een specifieke uitspraak?

Ik kan het arrest lezen en slechts ‘van de buitenkant’ beoordelen. Ik ben niet bij de raadkamerbeslissingen aanwezig geweest, dat is een raadkamergeheim. Ik kan slechts vaststellen, met mijn ervaring en achtergrond, of een uitspraak achteraf gezien grondig en

deugdelijk overkomt. En ook als je dat vindt, moet je bij de Schiedam­mer parkmoord toch vaststellen dat er iets grondig is misgegaan. Dan kunnen we blijven analyseren, maar veel meer kunnen we er toch niet over zeggen. Het is geen zaak die even afgeraffeld is, zo van: “We hebben gewoon te weinig tijd om alles grondig te bestuderen, dus dat moeten we even vlot afdoen.” Aan dit soort zaken wordt enorm veel aandacht geschonken, en toch blijkt het niet goed te zijn gegaan. Of de rechters een blinde vlek hadden? Misschien, tot op zekere hoogte. Maar het staat vast dat het Fiat Justitia mei 2009

39


i n te rv i ew Openbaar Ministerie de feiten niet volledig op tafel heeft gelegd. Dat is voor een rechter moeilijk te achter­ halen; je krijgt geen vinger achter wat je niet weet. Ook de advocaat heeft het niet op tafel weten te krijgen. Het is allemaal heel dramatisch en er zijn maatregelen getroffen om dit in de toekomst te voorkomen. Maar uitsluiten dat zoiets nooit meer zal plaatsvinden, kan ik gewoon niet.

Terugkijkend naar de periode rondom de Schiedammer parkmoord. Wat zijn de belangrijkste lessen die uw Hof daaruit getrokken heeft?

Ik denk dat we bij een ingetrokken bekentenis dubbel waakzaam moeten zijn over het bewijs dat in handen is. Er is gebleken dat DNA een beperkt bewijsmiddel is en dat het gevaarlijk is om louter op grond van dit technische bewijs iemand te veroordelen. Dat wil

“Er is gebleken dat DNA een beperkt bewijsmiddel is en dat het gevaarlijk is om louter op grond van dit technische bewijs iemand te veroordelen” Was het niet goed geweest om namens de rechtspraak een publieke verant­ woording af te leggen, om zo onder­ mijning van de rechtspraak voor te zijn?

Het is maar de vraag of het vertrouwen daadwerkelijk is gedaald. De media roepen dat heel hard, maar onder­ zoeken wijzen uit dat het wel meevalt. Uiteraard moeten we het probleem serieus nemen. Samen met mijn toenmalige collega van de Rotterdamse Rechtbank, Van den Emster, heb ik geprobeerd uit te leggen hoe zo’n proces werkt en waar het mis kan gaan. Het is mensenwerk en daarbij kunnen dit soort dwalingen optreden. Voelt u de verantwoordelijkheid om het op te nemen voor de rechtspraak?

Vanzelfsprekend, je moet instaan voor je mensen, maar wel eerlijk blijven. Je moet vaststellen dat er iets is mis­ gegaan, maar je moet het wel in de context plaatsen. Bij het Hof Den Haag worden op jaarbasis zo’n 10.000 strafzaken in hoger beroep behandeld. Een flink deel van de in totaal ongeveer 50.000 strafzaken die in hoger beroep worden behandeld, betreft relatief kleine vergrijpen en zijn niet altijd ingewikkeld. Slechts een klein percentage betreft grote zaken, zoals bijvoorbeeld Lucia de B. Het is belangrijk om dat in perspectief te plaatsen. 40

Fiat Justitia mei 2009

niet zeggen dat een verdachte op grond van gebrekkig bewijs op vrije voeten moet worden gesteld. Dat zou grote onzin zijn, aangezien het aan de orde van de dag is dat verdachten hun bekentenis intrekken. Het gaat erom dat we nog kritischer in de context moeten kijken. De commissie-Grimbergen schreef een vernietigend rapport over de rol van politie en justitie in de zaak Lucia de B. Als reactie hierop schreef u een ingezonden stuk in het NRC, waarin u kritiek uitte op het uitgebrachte rapport. Een hoogst opmerkelijke zet voor de president van een Hof. Waarom voelde u zich geroepen om dat te doen?

Dat was inderdaad vrij uniek. Ik had het idee dat na dat rapport, en de publiciteit die erover ontstond, iedereen aan de poorten rammelde om Lucia’s vrijlating te eisen. En dat terwijl ik het rapport niet zo geweldig vond en van mening was dat er echt een kritische kanttekening geplaatst moest worden. Bijvoorbeeld over de sleutel­ figuur die in het rapport gehanteerd werd, prof. Koren uit Canada. Over hem viel het nodige te zeggen. Van zijn achtergronden was weinig bekend, terwijl hij wel schande sprak over het dossier, dat hij boven­dien slechts gedeeltelijk onder ogen heeft gekregen. Daarbij verscheen in het NRC het

artikel ‘Zwakke rechters’ van Folkert Jensma. Zijn verhaal ging me toch net iets te ver, omdat hij daarmee geen blijk aan gaf van de toewijding en de ernst waarmee deze zaak behandeld is. Er is geen getuige of deskundige niet opgeroepen waar de verdediging niet om vroeg. Er is werkelijk alles aan gedaan om de zaak boven water te halen. Deskundigen spraken elkaar tegen en daarin is door de rechters een keuze gemaakt. Dat zal altijd zo blijven en als rechter ben je daar helaas feil­ baar in, hoe zorgvuldig en welover­ wogen je ook te werk gaat. Ton Derksen, hoogleraar cognitie­ filosofie aan de Radboud Universiteit Nijmegen, spreekt over een ‘magisch oog’, waarmee rechters en politieambtenaren menen te kunnen zien dat iemand de dader is. Aan de hand daarvan ontwikkelen zij een soort rechtvaardigingsgevoel, alsof zij de samenleving moeten beschermen tegen deze persoon. Kunt u zich vinden in zijn analyse?

Nee, dit staat absoluut haaks op wat rechters vanaf het begin wordt bijgebracht. Een rechtbank krijgt veel met publiciteit te maken. Rechters in eerste aanleg moeten meer weerstand bieden tegen die externe factoren dan in latere stadia het geval is. Een rechter moet hoe dan ook onbevangen aan een zaak beginnen en openstaan voor alles wat er op tafel komt. Dat wil niet zeggen dat hij geen globaal idee heeft, want als rechter lees je het dossier van tevoren. Maar daarmee staat niet vast dat de betrokkene het gedaan heeft. Bij een Hof is de publiciteit al een stuk afgezwakt en kan de zaak in alle rust nog een keer besproken worden. Bij de politie ligt dat weer anders, daar is de druk nog groter. De Schiedammer parkmoord bracht een enorme roering in de samenleving. Men wilde een dader! Dan wordt er iemand gevonden die aan het profiel voldoet én veroor­ deeld pedofiel is. Op zo’n moment denkt men: “Kat in het bakkie.” Dat is niet goed, maar wel enigszins te begrijpen. Eigenlijk zou het zo moeten zijn dat er zowel binnen het OM als bij


de politie mensen zijn die gedurende het onderzoek voortdurend kritische vragen stellen. Mensen van binnen de organisatie met veel ervaring, die wat meer afstand willen en kunnen houden en niet bang zijn gezichtverlies te lijden. Hoe waakt u binnen een grote organisatie met honderd raadsheren voor tunnelvisie?

We hebben bij het Hof collegiale recht­spraak, dus de kans op tunnelvisie is kleiner dan bij alleensprekende rechtspraak. Een politierechter moet waarschijnlijk meer waken voor tunnel­­visie en niet te veel afgaan op zijn ‘magische oog’. Maar in het algemeen denk ik dat we voortdurend met elkaar over de risico’s moeten praten. Zorgen voor intervisie, beoordeeld worden door niet-gelijkgestemden, praten over de manier waarop mensen ter terecht­ zitting ondervraagd moeten worden en zaken behandelen in een wisselende samenstelling. We moeten openstaan voor controle op elkaar.

er wellicht een risico bestaan. Maar de raadsheren zitten voortdurend in wisselende combinaties met elkaar. De sectorvoorzitter, degene die verant­ woor­delijk is voor de betreffende sector, is goed op de hoogte van het functioneren van zijn collega’s. Wanneer we merken dat iemand niet goed functioneert, bespreken we dat met die persoon en zorgen we ervoor dat hij niet op grote en ingewikkelde zaken terechtkomt. In het uiterste geval wordt iemand op non-actief gesteld. Er wordt in ieder geval altijd iets mee gedaan. Ik denk dus niet dat een periodieke keuring nodig is.

mensen die al een aantal jaren werk­ zaam waren in een juridische functie. Tot voor kort waren beide commissies dus gescheiden, maar met de komst van de Raad voor de Rechtspraak begreep men dat het eigenlijk vreemd was dat er twee commissies waren, met in feite hetzelfde doel. Daarop is in 2006 besloten om de secretariaten bij elkaar te brengen en daarvoor één commissie verantwoordelijk te maken: de Selectie­ commissie Rechterlijke Macht (SRM). Ik ben daar de eerste nieuwe voorzitter van geworden. De procedures lopen overigens nog niet volledig gelijk. Uiteindelijk zal dat meer eenvormig

Naast uw presidentschap van het Gerechtshof Den Haag, vervult u de rol van voorzitter van de Selectiecommissie Rechterlijke Macht. Wat is de voor­ geschiedenis van deze commissie?

worden, al moeten beide procedures natuurlijk enigszins verschillend blijven. Beide groepen dient men immers op een andere manier te beoordelen: raio’s worden met name beoordeeld op hun ontwikkelings­ potentie en mensen met ervaring in de juridische wereld moeten kunnen laten zien dat zij al iets in hun mars hebben.

“Eigenlijk zou het zo moeten zijn dat er zowel binnen het OM als bij de politie mensen zijn die gedurende het onderzoek voortdurend kritische vragen stellen” Waarom krijgen rechters geen periodieke keuring, waarbij het hoofd even opgeschoond kan worden?

Om te bekijken of ze nog een beetje zinnig kunnen denken? Tja, als we nu een heel gesloten cultuur hadden, zou

Van oudsher waren er twee selectie­ commissies: een raio-selectie­commissie en een Commissie Aantrekken Leden Rechterlijke Macht. Beiden hadden een eigen secretariaat en een eigen aanpak. De selectie van raio’s (rechterlijk ambtenaar in opleiding, red.) was uitsluitend gericht op de nieuwe instroom van net afgestudeerden of van mensen met een paar jaar beroeps­ ervaring. De Commissie Aantrekken Leden Rechterlijke Macht was een commissie die zich met name richtte op

Wat is uw rol binnen de SRM?

Ik ben verantwoordelijk voor de bezet­ting van de commissie, die bestaat uit 35 mensen vanuit de recht­spraak en 35 mensen van buiten­ af. Bij die laatste groep speel ik maar een beperkte rol. Op die manier willen we voorkomen dat wij als rechters onze Fiat Justitia mei 2009

41


i n te rv i ew eigen mensen blijven aanvullen. Mijn verantwoordelijkheid ligt dus met name bij het bemannen van die groep van 35 mensen vanuit de rechtspraak. Daarbij ben ik eigenlijk continu bezig om de procedure goed te laten verlopen. Er komen weleens gevallen voor waarbij ik moet besluiten of iemand die in het verleden raio is geweest, opnieuw langs de grote selectiecommissie moet. Dan is het de vraag of die persoon plaatsvervanger is geweest of in de tussentijd andere juridisch gerelateerde zaken heeft ondernomen. Dat gaat om een grijs gebied, waarbij van de voorzitter van de SRM verwacht wordt een knoop door te hakken. Uiteraard proberen we ook een goed beeld te krijgen van de selectiecriteria, waar we de selecteurs in trainen, zodat er een gemeen­ schappe­lijk gevoel ontstaat van hoe er geselecteerd moet worden.

sant gegeven. Dit is nu zo’n punt waar wij onderzoek naar laten doen in verband met de instroom van alloch­ tonen. Daar zit absoluut potentieel tussen, maar we moeten voorkomen dat zij struikelen over dit soort taaltestjes.

De selectieprocedure voor raio’s kent een aantal ronden, waarin op verschillende competenties wordt getest. De eerste ronde is een analy­ tische test, die als uiterst moeilijk wordt ervaren. Om uw analytisch vermogen te testen, willen wij u de volgende dubbele analogie voorleggen: ‘… staat tot dood, als Anna staat tot …’

Wat zou binnen de rechtspraak de ideale mix moeten zijn van autochtonen en allochtonen?

Of ik die kan oplossen? Geen idee, even zien. Ik zit te denken wat voor verbinding ik met Anna zou kunnen maken: ‘leven staat tot dood, als Anna staat tot… ’ Zo moeilijk maken we het toch niet? Deze vraag komt rechtstreeks uit de test.

Laat me er nog even over nadenken, want het pakt mij natuurlijk enorm. Even kijken. Bij dood zijn de eerste en de laatste letter hetzelfde, net als bij Anna. Wacht eens! Je kunt dood en Anna omdraaien. Nu moet ik nog de laatste stap maken… Is het ‘nana staat tot dood, als Anna staat tot dodo’? U zit warm! Het moet zijn ‘Onno staat tot dood, als Anna staat tot daad’.

Grappig. Heel grappig. Maar ook moeilijk! Maar dit is wel een interes­ 42

Fiat Justitia mei 2009

“Wanneer je een goed beeld van jezelf weet neer te zetten door aanwijsbare nevenactiviteiten, vind ik de cijferlijst minder van belang”

Als allochtonen in de rechtspraak gerepresenteerd moeten worden in de mate waarin zij in de samenleving vertegenwoordigd zijn, dan kom je uit op ongeveer tien procent. We hebben momenteel rond de tweeduizend rechters in Nederland, wat zou betekenen dat we rond de tweehonderd allochtonen moeten aantrekken. Op dit moment zijn er tien allochtonen binnen de rechterlijke macht. Dat gaat dus absoluut niet snel genoeg. Maar wij vernemen van allochtonen uit onze selectiecommissie dat het niet te

geforceerd moet zijn: “Laat ons geen excuustruus worden.” We moeten zorgen dat de lat hoog blijft en dat de mensen die bij ons binnenkomen het ook waar kunnen maken. Dat betekent dat we de tijd moeten nemen, maar wel nadrukkelijk ergens naartoe moeten werken. Het helpen van allochtonen in een voorstadium is daarbij prima. Maar zodra je aan de poort staat om geselecteerd te worden, zul je het zelf moeten doen en heb je met dezelfde lat te maken als ieder ander. Terugkomend op de selectieprocedure. Na de analytische ronde volgt er een voorgesprek en een assessment, waarbij de sollicitant getest wordt op onder meer sociale en verbale kwaliteiten. Tevens worden zijn of haar referenties beoordeeld. Waar ligt volgens u het zwaartepunt? Bij een goede cijferlijst of een cv met allerlei extracurriculaire activiteiten?

Voorop staat dat de sollicitant een goed jurist is, anders redt hij of zij het ook in de raio-opleiding niet. Als iemand alleen zesjes heeft behaald, wil ik wel graag weten hoe dat komt. Dat vind ik namelijk erg minimaal. Natuurlijk begrijp ik dat mensen calculeren, maar als je over heel de linie minimaal scoort, moet je wel duidelijk kunnen aangeven hoe dat komt. Wanneer je dan een goed beeld van jezelf weet neer te zetten door aanwijsbare neven­ activiteiten, vind ik de cijferlijst minder van belang. Het gaat er namelijk ook om hoe iemand zich heeft ontwikkeld als mens.


Hoe kijkt u aan tegen een 21-jarige sollicitant met een uitstekende cijferlijst?

Zo iemand vind ik te jong. Die persoon is dan met 25 jaar rechterplaatsvervanger en gaat dus inhoudelijk meebeslissen over een zaak. Dat is gewoon te vroeg. Ik zou zeggen: ga eerst maar eens rondkijken in de samenleving en een paar andere dingen doen. Wanneer de selectieprocedure is doorlopen, begint de opleiding. Tijdens de opleiding vindt er een vierjarige binnenstage plaats, waarbij een standplaats wordt toegewezen. In hoeverre heeft een raio invloed op het bepalen van de standplaats?

Dat is een gevoelig punt. De raio verklaart op voorhand bij zijn sollicitatie dat hij of zij accepteert waar dan ook in Nederland geplaatst te kunnen worden. Als iemand dat niet doet, heeft die persoon een probleem. Ik heb vrij recent nog een probleem­ geval gehad, een vrouw van 28 of 29 jaar. In verband met kinderen en een huis kon zij alleen in een bepaalde

mensen alle kanten te laten zien en hen uiteindelijk zelf de keuze te geven. Dat laat onverlet de beoordelingen die door de opleiding heen naar voren worden gebracht door begeleiders. Voor de raio zullen deze beoordelingen over het algemeen een grote rol spelen. Na de binnenstage volgt een tweejarige buitenstage, die plaatsvindt binnen de rechtspraktijk, maar buiten de rechterlijke macht. Over het algemeen wordt deze stage gevonden bij een advocatenkantoor. Wat is op dat moment de aanstelling van de raio?

Binnen het kantoor wordt de raio advocaat-stagiair, al maakt hij of zij deze stage niet af. Je krijgt betaald als raio en het kantoor betaalt hiervoor een bepaalde vergoeding aan het Rijk. Raio’s zijn interessante kandidaten voor kantoren, omdat het mensen zijn die op heel veel terreinen thuis zijn en gewend zijn om zich snel in te werken. Voor de raio’s zelf is het een heel goede buitenstage, omdat het de andere kant van de zaal laat zien. Het is ook niet voor niets dat veel raio’s daar naar uitkijken.

raakt, om het zo maar te zeggen. Bij een negatieve beoordeling is de consequentie dat die persoon uit de opleiding wordt gezet. Uiteindelijk is dat een formele beoordeling, die voor te leggen is aan de bestuursrechter. In elke lichting zitten wel een aantal mensen bij wie dat gebeurt. Men zegt wel dat het lage salaris­ mensen afschrikt om de raio te doen. Is dat een bewuste keuze, om te voorkomen dat het mensen alleen om het geld te doen is?

Laat ik vooropstellen dat ik vind dat rechters voor overheidsmaatstaven een goed salaris verdienen. Je kunt het vergelij­ken met een directiefunctie op een departement, of een burgemeester van een niet al te grote gemeente. Dat zijn echt heel redelijke bedragen. In de advocatuur bestaan natuurlijk grotere ­verdiensten. Maar daar word je geleefd, terwijl de balans tussen werk en privé voor een raio juist veel evenwichter is. En dat is ook belangrijk. Je kunt je dus afvragen of je als raio per uur niet beter betaald wordt, dan iemand die tachtig uur op een advocatenkantoor moet maken.

“Ik vind dat rechters voor overheidsmaatstaven een goed salaris verdienen aan het begin van hun carrière” regio geplaatst worden. Daar wilde ze voor de selectieprocedure al duidelijk­ heid over hebben. Maar daar beginnen we niet aan. Ik begrijp dat de betrokkene dat aangeeft, maar bij toewijzing sluit je die plaats af voor iemand die misschien net zulke goede, of zelfs betere overwegingen heeft, maar het niet bij ons heeft aangegeven. Er wordt heel serieus gekeken naar ieders voorkeur en mogelijkheden. Maar het is moeilijk en je zult het moeten afwegen. Staat de raio aan het einde van de binnenstage vrij in de keuze tussen rechter of officier?

Daar is de raio inderdaad vrij in. De opleiding is uitdrukkelijk bedoeld om

Vallen er veel raio’s uit tijdens de opleiding?

Globaal gezien begint de eerste fase in de strafsector, vervolgens gaat men naar de handels- en bestuurssector en ten slotte naar het OM. In elk van die fasen krijgt de raio een tussentijdse beoordeling en gaat hij of zij slechts door wanneer die beoordeling goed is. In principe kun je één keer een verlenging krijgen, maar alleen indien daar een geldige reden voor is. Bij zo’n verlenging moet de persoon wel naar een ander gerecht toe, om te voor­ komen dat hij of zij in de oude tred­ molen met dezelfde mensen blijft hangen. Dat hoeft helemaal geen drama te zijn, al is het natuurlijk vervelend dat de raio uit zijn jaargroep

Personalia Joep Verburg studeerde rechten in Leiden. Na zijn studie bleef hij tot 1975 werkzaam op de universiteit bij de afdeling strafrecht en criminologie. Na die periode keerde hij de universitaire wereld de rug toe en ging aan de slag als secretaris-rentmeester bij het Hoogheemraadschap GrootAlblasser­waard. In dezelfde periode werd hij rechter-plaatsvervanger bij de Rechtbank Dordrecht, waar hij in 1982 vice-president werd. Na drie jaar hield hij die functie voor gezien en stapte over naar Rijkswaterstaat. Tot 1994 was hij bovendien hoogleraar in het water­staatrecht. Zes jaar eerder keerde hij als kantonrechter terug bij de rechterlijke macht. In 1998 maakte hij de overstap naar het Gerechtshof Den Haag, alwaar hij vanaf 2001 President is.

Fiat Justitia mei 2009

43


Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn advocaten en notarissen

Profielschets. Voorpaginanieuws en maatschappelijk relevant werk. Hoge verwachtingen. Herkenbaar? Voor ons wel.


Student-stage

Meegaan

Mr. Z

Student-stage

Pels Rijcken neemt je mee

Mr.Z, de masterclass van Pels Rijcken

Voordat ik aan de masters notarieel recht en fiscaal recht begon, heb ik een studentstage gedaan bij Pels Rijcken. Tijdens een kantoorbezoek was mijn interesse voor dit kantoor gewekt, met name door de gevarieerde praktijk. Van dichtbij heb ik kunnen zien wat het werk van een (kandidaat-) notaris bij de verschillende notariële secties inhoudt. Ik ging mee naar besprekingen met cliënten en de stagiairewerkgroep op kantoor en daarnaast mocht ik akten maken en notities schrijven. Ook ging ik mee met het sectie-uitje en de vrijdagmiddagborrel. Het was een erg leuke en leerzame periode en de stage heeft mijn keuze voor het notariaat en voor en het kantoor bevestigd. Na mijn stage heb ik als studentmedewerker gewerkt en inmiddels ben ik al ruim een jaar werkzaam als kandidaatnotaris bij de sectie Notarieel Vastgoed en Familierecht.

Pels Rijcken biedt je de mogelijkheid om mee te gaan naar een zitting met één van de vele advocaten. Via een simpele klik op de website ging ik mee naar een Kort Geding op het gebied van het uitleveringsrecht. Hierna kreeg ik de smaak goed te pakken en een week later woonde ik ook nog een Kort Geding bij waarin een verbod op toepassing van een dwangmiddel werd gevorderd. Hoewel beide zittingen erg uiteenlopend waren gaven ze een goed beeld van de procedures waar je als advocaat in de sectie Strafrecht mee te maken krijgt. Daarnaast bood ‘Pels Rijcken neemt je mee’ mij een unieke kans om kennis te maken met het kantoor en meer specifiek met een van de secties waar mijn voorkeur naar uitging. Na afloop van beide zittingen besprak mr. André ten Broeke, mijn huidig patroon, de zaken uitgebreid met mij.

Mr.Z geeft je de kans om het leven als advocaat in een sneltreinvaart te ervaren. Vanaf het moment dat je beëidigd wordt op de eerste dag tot het moment van de borrel na de ontknoping op de derde dag, waan je je een ware advocaat. In 2007 heb ik deelgenomen aan de Mr. Z. Tijdens de drie dagen hebben we een zaak over medicinale cannabis van intake tot slotpleidooi behandeld. De avonden werden benut om kantoorgenoten te leren kennen en een idee te vormen over de werkelijke inhoud van een advocatenleven. De nachten werden door ons met name benut om Den Haag wat beter te leren kennen. Na deze drie intensieve dagen verwerkt te hebben kwam ik tot de conclusie dat ik het advocatenleven bij Pels Rijcken niet bij drie dagen wilde laten. Na mijn afstuderen heb ik dan ook gesolliciteerd en werk ik nu ruim een half jaar met plezier bij de sectie Vastgoed.

Janneke Willemsen, kandidaat-notaris Notarieel Vastgoed en familierecht

Interesse? Wil jij ook kennismaken met Pels Rijcken, kijk op www.werkenbijpelsrijcken.nl.

Ellen Gijselaar, advocaat-stagiair Strafrecht

Of neem contact op met een van onze recruiters. Zij vertellen je graag over alle mogelijkheden om kennis te maken.

Martijn Rijnhart, advocaat-stagiair Vastgoed advocatuur

Contact Robin Funnekotter e recruitment@pelsrijcken.nl t 070 515 38 43 Sarah Rook e recruitment@pelsrijcken.nl t 070 515 32 19


B o E K E n E n F iLMS

Het lezen van een goed boek en het kijken naar een mooie film horen ontegenzeggelijk bij de geneugten des levens. Goede tips op dit gebied kunnen nooit kwaad. In deze gloednieuwe rubriek vraagt Fiat Justitia de geïnterviewden naar een boek, of film, die hen is bijgebleven. Lees­ en kijkplezier verzekerd!

Geert Corstens BOEK Een boek dat veel indruk op me heeft gemaakt, is Ich nicht van Joachim Fest. ik heb het in het duits gelezen, maar het is ook naar het nederlands vertaald. Een prachtig persoonlijk document. het gaat over een vader die in de jaren ’30 tegen de opkomende duitsers zegt: “En ik doe niet mee!” Zijn gezin gaat er financieel aan onderdoor en zijn vrouw wil dat het gezin doet alsof ze het eens zijn met hitler. Maar hij zegt: “ich nicht.” Er wordt op een gegeven moment aangehaald: “Si omnes, ego non.” dat betekent: “ook al doet iedereen het, ik doe het niet.” het boek confronteert je met je verantwoordelijkheden als mens. FILM de laatste film die ik gezien heb is Slumdog Millionaire. Een hele mooie film. Maar ik zou de documentaire La Dixième Chambre aanraden. het gaat over een vrouwelijke rechter in Parijs die strafzaken behandelt. Je ziet hoe zij geïrriteerd raakt door de confrontatie met mensen die leugens om eigen bestwil verkopen. het geeft je een goed beeld van waar een rechter mee wordt geconfronteerd.

Frans vreede BOEK ik moet zeggen dat ik niet veel lees, maar ik luister daarentegen wel veel. ik draai in de auto namelijk luisterboeken af. het laatste boek dat ik echt gelezen heb, is De Thuiskomst van Anna Enquist. het is een boek dat je totaal op het verkeerde been zet. Er is enig gevoel voor spiritualiteit voor nodig, en pas op de allerlaatste bladzijde krijg je in de gaten wat de schrijfster bedoeld heeft met de titel. ik heb daarnaast onlangs geluisterd naar remco Campert, die zijn boek Het satijnen hart voorleest. ik heb het boek gerecenseerd voor bol.com, waar ik het gekocht had. ik vond het een buitengewoon knap geschreven boek. de psychologische component speelt een belangrijke rol en daar houd ik van.

FILM ik heb onlangs de film Quantum of Solace van mijn dochter gekregen. het had weinig met James Bond te maken. Maar heb je wel eens nagedacht wat die titel eigenlijk betekent? Quantum is het bedrijf waar het over gaat: het zogenaamde boevenbedrijf. Aan de andere kant kun je quantum ook uitleggen als een term voor hoeveelheid. Solace, dat is het Engelse woord voor soelaas. dus als je het hebt over Quantum of Solace, dan heb je het over een bepaalde mate van soelaas. volgens mij is het zo dat James Bond er in deze film achterkwam dat zijn liefje hem niet had verraden, maar een goede reden had voor het feit dat zij een film eerder handelde zoals ze deed. dat gaf James Bond enig soelaas in het leven.

46

Fiat Justitia mei 2009


Folkert Jensma BOEK de lezende student kan ik van harte het boek Torture Team van Philippe Sands aanraden. het boek is net uit in een voordelige Penguin paperback, ideaal voor studenten. het gaat over de memo die minister van defensie rumsfeld in 2002 ondertekende. deze memo verleende goedkeuring aan het in gebruik nemen van omstreden verhoortechnieken. Adviseurs van Bush, Cheney en rumsfeld – de zogeheten Bush Six – hebben tegen beter weten in beweerd dat de Conventie van Geneve niet van toepassing is op Guantanamo Bay. volgens auteur Philippe Sands, hoogleraar internationaal recht, pleegden ze daarmee een oorlogsmisdaad en dienen ze uitgeleverd te worden. Binnenkort verschijnt er een interview met Sands in NRC Weekblad.

FILM in de categorie film blijf ik bij hetzelfde onderwerp. ik heb de film nog niet gezien, maar ik ben heel erg benieuwd naar W van oliver Stone. George W. Bush vind ik met afstand de slechtste president van de afgelopen decennia. het is iemand die de ideeën van democratie en rechtstaat, essentieel voor iedere jurist, grote schade heeft toegebracht. oliver Stone heeft een bijzonder talent om politieke geschiedenis in fictie weer te geven. Eerdere prestaties als JFK en Nixon hebben mijn interesse voor W aangewakkerd.

Joep verburg BOEK EN FILM onlangs heb ik de film The Reader gezien. het boek had ik al eerder gelezen en dat heeft een grote indruk op mij gemaakt. die zou ik dus zeker willen aanraden. de film verschilt in accenten een beetje van het boek. Maar met name in de film wordt heel duidelijk dat de hoofdpersoon worstelt met het feit dat iemand van wie hij heel goede herinneringen dacht te hebben, een ‘monster’ blijkt te zijn. hoe plaats je dat in je persoonlijke leven? is die persoon nu echt een jeugdliefde geweest? natuurlijk niet. Maar dat jeugdbeeld heeft de hoofdpersoon vervormd. ik vond het een heel indrukwekkend boek, evenals de film.

Fiat Justitia mei 2009

47


Simmons & Simmons

t.a.v. mevrouw mr. F. de Jong Recruiter Legal Talent Postbus 190

3000 AD Rotterdam

Betreft: vacature advocaat-stagiair (m/v)

Geachte mevrouw De Jong, Ik ben een afgestudeerde rechtenstudent met een uitgesproken ambitie om bij een gerenommeerd advocatenkantoor aan de slag te gaan.

Bij mijn oriëntatie op de markt viel mij op dat Simmons & Simmons een kantoor is met een

rijke Nederlandse traditie. Tegelijkertijd is het als onderdeel van een wereldwijd netwerk zeer internationaal georiënteerd. Deze combinatie spreekt me bijzonder aan.

Ook het feit dat Simmons & Simmons advocaat-stagiairs uitgebreide begeleiding biedt en

opleidt tot zelfstandige, ondernemende advocaten die voor hun eigen business kunnen zorgen, maakt het voor mij extra aantrekkelijk om mijn kansen bij uw kantoor te beproeven.

In de hoop dat bijgesloten cijferlijst en cv aanleiding geven tot een gesprek waarin ik mijn motivatie verder kan toelichten, verblijf ik, onderteken ik, en knip ik uit... Hoogachtend,

of jij ’m terug stuurt.

A D V O C AT E N • N O TA R I S S E N • F I S C A L I S T E N


Re isver slag

JFR Talent Trip Hong Kong 2009 De afgelopen twee edities van de Talent Trip hebben plaatsgevonden in respectievelijk Zuid-Afrika (2007) en New York en Washington (2008). En naast deze topbestemmingen heeft onze studiereis al vele landen en steden succesvol aangedaan. Het was dan ook een uitdaging om voor dit jaar weer een mooie bestemming te vinden. In samenwerking met de reiscommissie, was ons ambitieuze plan een plek te vinden die qua onderzoeksmogelijkheden en qua omgeving voldoende uitdaging zou bieden. Van Los Angeles tot Sydney, van Buenos Aires tot Moskou: allerlei totaal verschillende bestemmingen zijn de revue gepasseerd. Uiteindelijk is onze keuze gevallen op Hong Kong: bruisende stadsstaat en moderne toegangspoort van communistisch China. Auteur: Abid Chand

H

ong Kong is staatkundig gezien een speciale bestuurlijke regio van de volksrepubliek China. Dit houdt in dat Hong Kong autonoom is, maar toch formeel bij China hoort. De officiële naam is dan ook Speciale Bestuurlijke Regio Hong Kong van de Volksrepubliek China. Het gebied grenst aan de Zuid-Chinese Zee en bestaat uit 236 eilanden met een totale oppervlakte van 1100 vierkante kilometer. Er wonen om en nabij de zeven miljoen mensen in een gebied ongeveer ter grootte van de provincie Utrecht. De Britse Oost-Indische Compagnie legde in 1699 voor het eerst contact met China, waarna handel tussen beide landen op gang kwam. In 1821 werd

Hong Kong de haven waar de Britten uit Bengalen de opium invoerden. In 1842 werd het Chinese keizerrijk gedwongen Hong Kong te lenen aan de Britse Oost-Indische Compagnie. Hong Kong was vervolgens lange tijd een Britse kroonkolonie. Na 1945 groeide de bevolking van Hong Kong sterk door de toestroom van vluchtelingen uit China. Economisch had de kroonkolonie de wind mee door de gunstige ligging ten opzichte van China en Zuidoost-Azië. Pas in 1984 werd een verdrag gesloten tussen het Verenigd Koninkrijk en China, dat voorzag in teruggave, wat pas in 1997 gebeurde. Hong Kong werd hierbij een speciale bestuurlijke regio, waarin gedurende vijftig jaar niet dezelfde wetten zullen gelden als in het communistische China. Fiat Justitia mei 2009

49


Re i sv e r slag

Terug naar de Talent Trip. Ik zou bijna willen zeggen dat de eerste twee à drie dagen vol waren van “oh’s” en “ah’s”, maar de stad maakte een dermate overweldigende indruk dat zelfs die uitbleven. Bij aankomst werd er meteen een wandeling gemaakt langs de kust van Kowloon, met uitzicht op Hong Kong Island. Niemand wist nog echt hoe hij of zij de indrukken moest verwerken. Dezelfde avond werd er gegeten op een boot tijdens de Symphony of Lights. Dit is een heuse lichtshow die elke avond om 20.00 uur plaatsvindt op de wolkenkrabbers van Hong Kong Island en Kowloon. Een mooie manier om de eerste dag af te sluiten, afgezien van het feit dat een groot deel van de commissie de boot had gemist. Het lichtspektakel maakt wel duidelijk dat energiebesparing in Hong Kong niet bepaald hoog op de agenda staat. Wanneer er over Hong Kong gesproken wordt, spreekt men vaak van een ‘westers stukje China’. Maar in mijn optiek valt het beter te typeren als een modern China. Of zoals een advocaat bij De Nereé Advocates zei: “China Light”. Een miljoenenstad in China, afgezwakt door de moderne invloeden. Dat neemt niet weg dat er geen westerse invloeden te vinden zijn, integendeel. De straatnamen staan, naast 50

Fiat Justitia mei 2009

in het Kantonees, in het Engels, en ook de dubbel­ dekkerbussen, de dubbeldekkertrams, het links rijden en het paardenrennen zijn stuk voor stuk duidelijk te herkennen Britse invloeden. Het paardenrennen is een ware happening in Hong Kong. De Chinezen houden over het algemeen erg van gokken. Het probleem is echter dat er in heel


vanaf 1 HKD (1 euro is ongeveer 10 HKD) en dat is dan ook veelvuldig door ons gedaan.

China geen casino te vinden is. De Chinezen zijn dus aangewezen op het paardenrennen. Op woensdag en vrijdag staan de kranten vol met analyses over de wedstrijden van die avond en is het feest in het stadion, dat tussen de wolkenkrabbers staat. Een indrukwekkend gezicht. De sfeer in het stadion is uitstekend en totaal anders dan de competitieve sfeer in bijvoorbeeld voetbalstadions. Je kunt al inzetten

Een andere mogelijkheid om als gokliefhebber aan je trekken te komen is een eiland dat 70 kilometer ten zuidwesten van Hong Kong ligt: Macau. Veel Chinezen zoeken voor het gokken dan ook hun toevlucht in ÊÊn van de vele casino’s in het Las Vegas van China. In Macau hebben we, naast het culturele centrum, ook de Macau Tower bezocht. Deze toren is 338 meter hoog en wordt voornamelijk gebruikt als zendmast voor telefoon en televisie. Naast genieten van het uitzicht op het observatiedek op een hoogte van 233 meter, kan er ook een wandeling langs de buitenzijde gemaakt worden over een pad van ongeveer anderhalve meter, zonder leuningen. Ook is Fiat Justitia mei 2009

51


Re i sv e r slag het mogelijk om te bungeejumpen: het is de hoogste bungeejump ter wereld! Enkele van de deelnemers hebben de sprong in het diepe zelfs daadwerkelijk gewaagd, terwijl anderen niet verder kwamen dan twijfelen. En toen sommige twijfelaars, na overleg met het thuisfront, eindelijk de knoop hadden doorgehakt, bleek de mogelijkheid tot bungeejumpen voor die dag voorbij. ’s Avonds werd er een bezoek gebracht aan de verschillende casino’s, die één van de grootste inkomstenbronnen van Macau vormen. Die nacht werden we door een ferry teruggebracht naar Hong Kong Island, van waar we met de taxi terug naar het hotel in Hung Hom gingen. Hung Hom ligt op het noordelijke eiland Kowloon. Het vervoer tussen de eilanden geschiedt veelal door ferry’s, hoewel het ook heel goed te doen is met de MTR, een soort kruising tussen de metro en de trein.

52

Fiat Justitia mei 2009

Het MTR-stelsel verbindt bijna alle eilanden met elkaar en we hebben dan ook veelvuldig gebruik gemaakt van dit stelsel. Dat kon door middel van een Octopuskaart, de goedkopere en betere versie van onze OV-chipkaart. Met deze kaart is het zelfs mogelijk om in supermarkten, kiosken en sommige andere winkels te betalen. Wanneer je besluit door het centrum van de stad te gaan lopen in plaats van de metro te pakken, en toch niet te veel energie wilt verbruiken, is er altijd de mogelijkheid om de grootste roltrap van de wereld te nemen: 800 meter lang en 135 meter hoog. In plaats van kilometers met de metro of auto te reizen, kun je simpelweg de roltrap gebruiken. Het is echter niet – zoals we eerste dachten – één enorme roltrap, maar een stelsel dat bestaat uit meerdere roltrappen.


Om de drukke binnenstad te ontvluchten, hebben we ook een aantal eilanden bezocht. Op Lantau Island hebben wij een bezoek gebracht aan de grootste zittende Boeddha ter wereld. Hij is 34 meter hoog en je zult eerst 268 treden moeten lopen om hem van dichtbij te kunnen bekijken. Het grappige is dat dit beeld zich op slechts een half uur van de binnenstad bevindt, maar wel midden in de natuur staat. Een erg aparte ervaring. En aangezien de Boeddha zich op grote hoogte bevindt, is het uitzicht fantastisch. Op Lantau Island werd eveneens een bezoek gebracht aan het traditionele vissersdorpje Tai O. Ook was er de mogelijkheid om de zeldzame roze dolfijnen te bezichtigen. Vrijwel iedereen heeft een glimp van de dieren kunnen opvangen, ondanks dat ze vaak maar even boven water kwamen. Ook Cheung Chau Island werd bezocht, wat eigenlijk een grotere versie is van Tai O. Het is een eiland dat 10 kilometer ten zuidwesten van Hong Kong Island ligt.

Het is het langst bewoonde eiland en heeft een inwonersaantal van rond de 30.000 mensen. Hier hebben een aantal van de deelnemers mogen genieten van een overheerlijke Chinese maaltijd, met – uiteraard – stokjes! Ondanks de vele Britse invloeden wordt er in Hong Kong namelijk bijna alleen met stokjes gegeten. Het eten is over het algemeen vrij authentiek Chinees. Sommigen dompelden zich volledig onder in de Chinese cultuur door voornamelijk Chinees te eten, anderen hielden het liever bij de westerse restaurants of de bekende fastfoodketens. Naast al het culturele pracht en praal moest er ook aan het onderzoek gewerkt worden. In Hong Kong deden we onderzoek naar het ontslagrecht aldaar en dat hebben we vergeleken met het ontslagrecht in Nederland. Om dit alles tot een goed einde te brengen werden er colleges gevolgd aan de Hong Kong University en de City University of Hong Kong. Fiat Justitia mei 2009

53


Re i sv e r slag

Ook is er een bezoek gebracht aan het Labour Tribunal, waar we hebben gezien hoe een rechtszaak in Hong Kong in zijn werk gaat. Om de nodige literatuur te verzamelen en het onderzoek uit te werken, hebben we aardig wat uren, zelfs dagen, doorgebracht in de rechtenbibliotheek van de Hong Kong University. Uiteindelijk is er een uitgebreid verslag geschreven, waar de delegatie van de sectie arbeidsrecht en ik erg trots op zijn. Dit verslag kon overigens niet van deze hoge kwaliteit zijn zonder de sturing van dhr. Kruit en mw. Langedijk, waarvoor dank! Ik kan terugkijken op een geweldige JFR Talent Trip 2009. Natuurlijk heeft elke ‘Trip’ zijn ups en downs, maar de ups voerden zeer zeker de boventoon. Hong Kong maakte veel verwachtingen waar, maar was alles behalve voorspelbaar. Het is vooral een stad vol 54

Fiat Justitia mei 2009

uitdagingen, waar veel te ontdekken valt. Een stad vol tegenstellingen, maar ook een stad die eenheid uitstraalt. En datzelfde gold overigens voor de deelnemersgroep: zeer divers, maar ook een hecht geheel. Ik kan de reiscommissie niet genoeg bedanken voor hun onvoorwaardelijke inzet, die ervoor gezorgd heeft dat deze editie van de JFR Talent Trip absoluut geslaagd is. Tot slot wil ik de reiscommissie van volgend jaar heel veel succes wensen en de hoop uitspreken dat zij minstens zo’n mooie Talent Trip gaan beleven als dit jaar!


Di sp u ten e n ond e rve re nigin gen

CIA (Criminologie in Actie) Beste lezer, Er is weer een hoop gebeurd de afgelopen paar maanden. Zo is de vernieuwde site de lucht in gegaan. Ik verwijs jullie daarom met genoegen door naar de website, www.svcia.nl, om een kijkje te nemen. De site zal vanaf nu weer up-to-date worden gehouden met de komende activiteiten, foto’s en weetjes. De activiteitencommissie heeft ook in de afgelopen periode weer een aantal mooie activiteiten georganiseerd, waaronder de filmavonden, excursies naar het Delta Psychiatrisch Centrum en de afdeling Forensische Opsporing van Politie Utrecht in maart, een bezoek aan gevangenis ‘de Koepel’ in Breda en een interessant bezoek aan Europol in april. Op vrijdag 13 februari zijn we met veertig leden naar Amsterdam gegaan, waar we een rondleiding kregen door het wallengebied, van twee oud-rechercheurs van Bureau Warmoesstraat: de zogenaamde ‘Wallentour’. Het was een interessante dag en erg leuk om van deze twee mensen de anekdotes aan te horen over hoe het er ‘vroeger’ aan toe ging in de rosse buurt van Amsterdam. Bovendien is er in samenwerking met de twee zusterverenigingen uit Leiden (Corpus Delicti) en Amsterdam (Crime Does Pay) een excursie naar een ME-oefening georganiseerd. Begin mei heeft de jaarlijkse CIA-Bedrijvendag plaatsgevonden, waar onder andere Ernst & Young, Europol, de politieacademie en het CBS aanwezig waren om carrièremogelijkheden voor criminologiestudenten aan het licht te brengen. Als laatste activiteit van dit collegejaar is er een debat georganiseerd naar aanleiding van de film ‘Strapped ’n Strong’ over de Crips in Den Haag. Verder is de studiereis naar New York alweer achter de rug. We vertrokken op 21 april met 28 leden naar ‘the city that never sleeps’! De week zat vol met criminologische en culturele activiteiten, zoals een bezoek aan het hoofdkantoor van de VN, de Supreme Court, het John Jay College for Criminal Justice en het Empire State Building. Ook onze feestcommissie, FBI, heeft niet stilgezeten na BEERFREAX in november. Op woensdagavond 8 april was de CIA SPRINGBREAK PARTY . Het is een mooie avond geworden in tropische sferen, met palmbomen, hawaiikransen en mojito’s! Wil je graag op de hoogte blijven van onze activiteiten? Houd dan het channel en www.svcia.nl in de gaten! Wij hopen jullie te zien op een van onze vele activiteiten!

Met vriendelijke groet, Het 7e bestuur van CIA Claudia van de Velde Voorzitter Anouk de Riet Secretaris / Commissaris Activiteiten Anneloes Geerts Penningmeester David van Hooren Commissaris Externe Betrekkingen Merel Huurdeman Hoofdredactrice-

56

Fiat Justitia mei 2009

In duplo Geachte lezer, De laatste tentamens van het collegejaar komen eraan. Dat betekent dat er wederom een collegejaar wordt afgesloten. Hoe heeft u het afgelopen jaar gepresteerd? Wat zijn er van uw voornemens terechtgekomen? Een afsluiting vraagt om een terugblik, een terugblik om in de toekomst nog beter te kunnen presteren. In Duplo kan terugkijken op een zeer geslaagd jaar. Vanaf het begin van het jaar zijn wij als bestuur hard aan de slag gegaan om mooie activiteiten neer te kunnen zetten voor onze mr.drs. studenten; vele geslaagde borrels, sportactiviteiten, bedrijfsbezoeken en een heuse Talent Class zijn het resultaat geweest van hard werken en veel regelen. Ook heeft u wellicht ‘De Duplomaat’ regelmatig op uw deurmat gevonden. Naast ‘De Duplomaat’ zult u binnenkort ook nog eens onze mooie almanak ontvangen van dit collegejaar. Op het moment van schrijven staat de studiereis nog gepland. Ruim een week lang zal Curaçao worden vereerd met een bezoek van 25 In Duplo’ers. ‘Curaçao als financieel centrum’ is het thema van de reis. In deze hoedanigheid zullen verschillende economische en juridische bedrijven worden bezocht. Ook instellingen als de rechtbank en de Universiteit van Curaçao zullen niet ontbreken op het programma. Een afsluiting geeft ook een nieuw begin aan: een nieuw begin als het gaat om een nieuw collegejaar. Maar zeker ook als het gaat om een nieuw bestuur voor de studievereniging voor mr.drs. studenten aan de EUR! In Duplo is op zoek naar zes nieuwe enthousiaste bestuurders die de vereniging naar een nog hoger niveau willen tillen, nog verder willen gaan (zowel letterlijk als figuurlijk) en nog mooiere activiteiten willen organiseren dan alle voorgaande jaren. Ben jij geïnteresseerd in een plaats als bestuurder bij In Duplo? Kijk dan op de website (www.induplo. nl) of neem contact met ons op! Naast bestuurders is In Duplo volgend collegejaar natuurlijk ook weer op zoek naar commissieleden die het bestuur willen helpen bij de organisatie van allerhande activiteiten. Lijkt dit je wat? Houd de site in de gaten of neem gewoon contact met ons op! Namens In Duplo, Florian Visser Voorzitter


Ius Mobilé Beste lezer, We zijn weer bijna aan het einde van het studiejaar en niet alleen jullie hebben nieuwe doelstellingen, nieuwe richtlijnen en nieuwe paden te volgen, maar ook wij als bestuur van Ius Mobilé hebben niet stil gezeten en zijn druk in de weer geweest om Ius Mobile bewegend te houden. De uitbreiding van kennis en mogelijkheden voor jullie was één van de doelstellingen van dit bestuur. Het is jullie dan waarschijnlijk ook niet ontschoten dat er in de maand mei vele activiteiten gepland stonden. De maand stond in het teken van internationaal, Europees en voornamelijk ook staatsrechtelijk perspectief. Het was de maand van een bezoek aan de United States Claims Tribunal op 14 mei jongstleden. Daar werden legitimiteit, onafhankelijkheid en onpartijdigheid, drie zeer belangrijke begrippen binnen het recht, getoetst aan hedendaagse politieke spanningen tussen Iran en de Verenigde Staten. Het is de maand van Europese verkiezingen. Wie vertegenwoordigen ons in de Europese Unie? Wat is de Europese Unie? Hoe is hun werkwijze? En wat voor invloed heeft de Europese Unie op ons? Dit zijn allemaal vragen die je tijdens onze Last Minute Reis naar Brussel op 28 en 29 mei zal gaan ervaren. Ius Mobile is met een bezoek aan de Europese Unie, het Europees Parlement en de Nederlandse Ambassade in Brussel de juiste stemwijzer bij de Europese verkiezingen. Wij van Ius Mobile geloven dat je alleen van een ideaal kunt spreken als je je er ook voor inspant om het te realiseren. Dus ook al lijkt Brussel ver weg: jouw stem telt, dus verspil hem niet! Gebruik je stem op 4 juni, maar twijfel ook niet je stem te gebruiken bij een nieuw bestuursjaar van Ius Mobile. Het einde van ons bestuursjaar nadert en wij zijn dan ook op zoek naar geschikte kandidaten met de juiste ‘geef alles’- en ‘win alles’-mentaliteit voor het bestuursjaar 2009–2010. Vind jij het leuk om jezelf te ontwikkelen en wil jij voortbouwen op eerdere bestuursjaren? Lever dan je bijdrage door te solliciteren naar één van de functies. Voor meer informatie over de vacatures kijk op het channel of mail naar: iusmobile@hotmail.com. Wil je meer weten over Ius Mobile? Kijk dan even op www.iusmobile.com, want het verbergen van onwetendheid vergroot juist die onwetendheid.

Probus Beste studenten, Met het einde in zicht kan Probus met trots terugkijken op het afgelopen collegejaar! Wat is Probus? Door middel van verschillende activiteiten zet Probus zich al jarenlang in voor studenten met bijzondere interesse voor het privaatrecht. Probus biedt je de mogelijkheid om je verder te oriënteren op dit rechtsgebied door deel te nemen aan één van de activiteiten. Aangezien wij verder willen reiken dan kantoorbezoeken aan advocatenkantoren, organiseren wij als dispuut allerlei activiteiten voor studenten die naast de advocatuur eens wat anders willen. Activiteiten 2008 / 2009 De geslaagde borrel met het Wichmann-dispuut gaf het startsignaal voor het collegejaar 2008 / 2009. In februari organiseerden we een beroepen­ forum. Studenten kregen hierdoor de gelegenheid om zich door middel van het stellen van vragen en het bespreken van stellingen een beeld te vormen van hun carrièremogelijkheden na afronding van de privaat­ rechtelijke master. Als sprekers hadden we Chantal Verwey (advocaatstagiair), Annika van Oorschouw (teamleider van Flanderijn Incasso­ gerechtsdeurwaarders), Xandra Kramer (universitair hoofd­docente en rechter-plaatsvervanger) en Laura van Bochove (promovenda aan de EUR). Begin april stond de actuele lezing ‘Ontslagrecht in crisistijd’ centraal. Laura van Luipen van Sørensen Weijers & Ko Arbeidsrecht­ advocaten gaf antwoord op vragen naar de rechten van de werknemer in deze crisistijd en naar de mogelijkheid van de werkgever om met een beroep op de crisis sneller van de werknemer af te kunnen. De conclusie die uit deze lezing kon worden getrokken, is dat het gewone ontslagrecht nog altijd een rol speelt, ook in zware tijden van economische crisis. Wat kun je dit jaar nog meer van ons verwachten? Nu de tentamens in zicht zijn, valt in deze tijd meestal het dispuut- en verenigingsleven stil. Toch hebben wij nog een aantal activiteiten in het vooruitzicht. Op het moment van schrijven staat het kantoorbezoek aan Van Harmelen Beijneveld Van Houten Advocaten op de agenda. Tijdens dit bezoek zullen we uitleg krijgen over de mogelijkheid tot beslaglegging op zeeschepen, gevolgd door een casus hierover. Een bezoek aan de Hoge Raad en de afsluitingsborrel staan nog ingepland. Houd Probus dus in de gaten! Momenteel zijn wij, nu het collegejaar eindigt, op zoek naar een nieuw bestuur voor volgend jaar. Heb je interesse in een parttime bestuurs­ functie vol ervaringen, activiteiten, maar vooral gezelligheid? Solliciteer dan nu via bestuurprobus@gmail.com. Met vriendelijke groet,

Met vriendelijke groeten, Bestuur Ius Mobile

Het bestuur van Probus 2008-2009 Voorzitter: Deborah van Zanten Penningmeester/ vice-voorzitter: Carolin Vethanayagam Secretaris: Jocelynn Tetelepta Voor meer informatie, vragen, opmerkingen of voor het inschrijfformulier van Probus kun je terecht op onze website, www.dispuutprobus.nl. Bezoek ook eens onze Hyves- pagina, www.dispuutprobus.hyves.nl.

Fiat Justitia mei 2009

57


Di sp u ten e n ond e rve re nigin gen

D.J. Veegens Beste studenten, De laatste paar maanden heeft het pleitdispuut DJ Veegens niet stil gezeten. De masterclass pleiten is inmiddels succesvol afgerond. Er zijn mooie pleidooien gehouden en er is veel geleerd over de kunst van het pleiten. Wederom voor herhaling vatbaar dus.

GEEF TOEKOMST.

COLLECTEER VOOR DE NIERSTICHTING.

Omdat wij als bestuur het afgelopen jaar hebben geprobeerd om DJ Veegens weer iets meer op de kaart te zetten, hebben we – zoals aangekondigd in de vorige Fiat Justitia – besloten om een studiereis te organiseren. Van 9 tot en met 12 april jongstleden hebben we met twaalf van onze leden Londen bezocht. Naast een bezoek aan de prachtige rechtbank van Londen en uiteraard een cultureel programma, hebben we een musical bezocht en genoten van het nachtleven. Het was een leuke en leerzame reis, die volgend jaar zeker een vervolg zal krijgen. Verder vond op zaterdag 10 mei de Nationale Pleitmarathon plaats, die werd georganiseerd door het Maastrichtse pleitdispuut Gaius. Met twee fantastische teams hoopten we dit jaar wederom de titel mee naar Rotterdam te kunnen nemen. Na twee heel goede voorrondes, van zowel het team DJ Veegens I als van het team DJ Veegens II, stond DJ Veegens I – bestaande uit Dennis Jolly en Niels Teeuw – in de finale. Dennis heeft gevochten voor de eer, maar verloor jammer genoeg van een fantastische pleiter uit Nijmegen. Ondanks dat er volgend jaar geen nieuwe ‘NPM aan de Maas’ zal plaatsvinden, zijn we erg trots op alle pleiters én rechters van beide teams! Het collegejaar zit er alweer bijna op en daarmee helaas ook ons bestuursjaar. Dit betekent dat we op zoek zijn naar een nieuw bestuur voor het mooiste dispuut van de Erasmus Universiteit! Dus heb je affiniteit met het pleiten en mocht je geïnteresseerd zijn in een bestuursfunctie, stuur dan je motivatiebrief met CV naar djveegens@hotmail.com. Tot slot hopen we jullie allen te mogen begroeten op onze laatste borrel van dit collegejaar op 3 juli a.s. in Café Weimar/Sus&Co.

Help mee aan een betere toekomst voor nierpatiënten. Collecteer in de derde week van september. Meld u aan op www.nierstichting.nl of bel 035 697 80 50. Het 24e DJ Veegens bestuur Archana Mahabiersing Lieneke Louman Joyce van der Kreeke Emel Cekic Website: djveegens.nl E-mail: djveegens@hotmail.com

58

Fiat Justitia mei 2009

[advertentie]


/Binnenwerk_fiat_3_2008-2009