Issuu on Google+

in h o u d

12 Ivo Opstelten Oud-burgemeester van Rotterdam

“Geen woorden, maar daden! No nonsens. Dat is altijd mijn stijl geweest”

18 Wim van Veen President van de Rechtbank Rotterdam

E n ve r d e r   5 Redactioneel   7 Woordje van de voorzitter   8 Voor Rotterdam 10

Een dag uit het leven van…: Tjalling Simoons, de speeltuin van Unilever

24 Artikel: Rotterdamse historische juristen 28 Rotterdam in beeld

foto: Erasmus Universiteit Rotterdam

“Het werken met professionals is toch iets anders dan het runnen van een koekjesfabriek”

32 Steven Lamberts Oud-rector magnificus van de Erasmus Universiteit Rotterdam

“Ik vind niet dat we 1 september de colleges kunnen starten met een hoogleraar die werkt voor de Iraanse staatstelevisie”

38 Special: De Rechtswinkel Rotterdam 46 Introductie 47e bestuur der Juridische Faculteitsvereniging Rotterdam 50 Boeken en films 51

Disputen en onderverenigingen

40 Hans Smits Directeur van het Havenbedrijf Rotterdam

“Onze missie is niet alleen de grootste van Europa te blijven, maar vooral de beste haven van de wereld te zijn”

Fiat Justitia september 2009

3


COlOurful PEOPlE POWErful lAW firM Een sterke jurist denkt niet zwart-wit. Hoe eenduidig wetten en regels ook lijken, in ons vak draait het om de nuance. Om de kleur die je eraan geeft. Mensen die dat kunnen, kiezen voor AKD Prinsen Van Wijmen. Daarom zoeken we professionals met passie. Ondernemende talenten die meebouwen aan de toekomst van AKD en aan hun eigen ontwikkeling. Beken kleur en kijk op www.werkenbijakd.nl.


Colofon Fiat Justitia is het verenigingsblad van de Juridische Faculteitsvereniging Rotterdam en verschijnt vijfmaal per jaar.

Jaargang 21 Nummer 5 September 2009

Hoofdredacteur Patrick Slob

Redactie Maarten van Dijk Lorenzo Favetta Suzanne van Kooij Julia Leeman Lennart van der Ziel

Eindredacteur Celeste Klomp

Eindredactie Sophie Bouhuys Abid Chand Freek Lugtigheid Jordy Oord Marleen Sabajo

Ontwerp en vormgeving UnitedGraphics

Druk & Lithografie UnitedGraphics

Oplage 4.000 exemplaren

Reacties kunt u opsturen naar: Juridische Faculteitsvereniging Rotterdam Redactie Fiat Justitia Postbus 1738, 3000 DR Rotterdam Tel: 010 - 408 17 94

Waarde lezer, Mijn laatste dagen als bestuurslid. Mijn laatste Fiat Justitia. En mijn laatste redactioneel. Als ik over 600 woorden de laatste punt zet, komt jaargang 21 ook voor mij definitief ten einde. Of het door dit ietwat onwennige vooruitzicht komt weet ik niet, maar ik kan de juiste woorden niet vinden. Misschien is het een writers block, zo net aan het einde van een jaar hard werken. Ik weet het niet. Maar Rotterdam laat zich in ieder geval moeilijk beschrijven. Ik liep laatst over de Coolsingel, zoals zo vaak eigenlijk. Ik woon sinds een jaar écht in Rotterdam. Daarvoor heb ik twintig jaar in het immer rustieke Nieuwerkerk aan den IJssel gewoond. Een klein dorpje net buiten de Maasstad, waar iedereen zegt uit Rotterdam te komen en zich stiekem druk maakt over de staat van de dijken: als laagste punt van Nederland lopen zij het eerst onder. Klinkt raar eigenlijk: ‘zij’. Jarenlang was ik één van ‘zij’. Nu ben ik ‘wij’, ‘wij’ Rotterdammers. Alhoewel, mag ik mij een Rotterdammer noemen? Ik weet het niet. Ik voel me eigenlijk net als een groot deel van de allochtone Nederlanders: een beetje tussen wal en schip. Enfin, de Coolsingel. Ter hoogte van het stadhuis komen vier mensen mijn richting op gewandeld. Amerikanen, dat kan haast niet missen. Het zijn twee koppeltjes. Het ene koppeltje bestaat uit een grote, dikke man met een petje en een kleine ietwat verkrampte vrouw met gele tanden. Het andere koppeltje bestaat uit een klein mannetje en een nog kleiner vrouwtje. Allen zijn gehuld in een trendy korte broek met daaronder houthakkersschoenen, waar de witte sokken – ik zou bijna willen zeggen: uiteraard – bovenuit steken. Een van hen is zijn tijd ver vooruit: hij draagt bergbeklimschoenen. De vier Amerikanen zijn duidelijk zoekende. Ik doe net of ik driftig bezig ben, ik heb geen zin in vervelende toeristen. Maar het zouden geen Amerikanen zijn, als ze daar niet simpelweg lak aan hadden: “Sir, we’ve lost our bus. Can you tell me where we are?” De vrouw houdt me een Tik Tak-achtige plattegrond met kleine tekeningetjes voor en kijkt me indringend aan. Ik kon alleen maar denken: bus kwijtraken? “Yes, off course. Here is the Doelwater, here is the police station and you’re standing right here.” Ik vertelde het met veel wijsheid. “Ah yes, the Doelwater”, zei de vrouw. Ondertussen had de dikke man een uiterst originele grap bedacht: “Ey mate, where are your wooden shoes? You Dutch people always walk in wooden shoes, right? Haha!” Pff, krampachtig probeer ik een kenmerkende Amerikaanse eigenschap te bedenken, maar tevergeefs. “Je vraagt je soms af waar die 1600 euro collegegeld aan besteed wordt”, zou mijn vader zeggen. De vrouw draaide wat met de plattegrond. “Where would you send us if you where a tourist guide?” Ook dat nog. Ik dacht na. Waar moet je als toerist in Rotterdam nu echt naartoe? M’n hersenen draaiden op volle toeren. “You should see the cubic houses near Blaak, it’s different architecture!” Verder dan dat voor de hand liggende antwoord kwam ik niet. Wat moet je als toerist ook in Rotterdam? Er zijn hier geen wallen, geen palingrokerijen, geen kastelen of laagste punten van Nederland. Wat valt hier in godsnaam te zien? Maar natuurlijk! Rotterdam is een stad vóór zijn inwoners! Voor de Rotterdammerts. Rotterdam heeft datgene wat niet te beschrijven is, maar wel het goede gevoel geeft. Het is een stad waar je als toerist doorheen moet rijden, omdat het van de Rotterdammerts is. “Ken je ’t sien dan?” Niet dat toeristen of buitenlandse studenten niet welkom zijn, maar het is anders. Rotterdam is als een klein snoepje: hard van buiten, zacht van binnen.

Internet: www.jfr.nl E-mail: hoofdredacteur@jfr.nl

46e Bestuur der Juridische Faculteitsvereniging Rotterdam Jordy Oord – Voorzitter Marleen Sabajo – Vice-voorzitter Sophie Bouhuys – Secretaris Dirim Kutlar – Penningmeester

Voordat ik mijn laatste punt zet, wil mijn bestuur en mijn redactie bedanken voor het onvergetelijke jaar en de vele mooie herinneringen die ik eraan heb overgehouden! Mijn opvolger, Lorenzo Favetta, wacht de schone taak om aankomend jaar dit mooie blad te vullen. Ik wil hem en zijn medebestuursleden ongelooflijk veel succes wensen! Rest mij niets anders dan u voor de laatste keer veel leesplezier te wensen, en wie weet tot ziens! Met vriendelijke groeten,

Abid Chand – C ommissaris Interne Betrekkingen Freek Lugtigheid – Commissaris Externe Betrekkingen

Patrick Slob

Patrick Slob – Hoofdredacteur

Hoofdredacteur Fiat Justitia 2008 – 2009 (punt).


Jij maakt het nieuws van de dag.

Kom 12 november naar de Studentendag. Het kan je niet ontgaan zijn: we zitten er middenin, de media staan er bol van en vrijwel iedereen heeft er mee te maken. De kredietcrisis heeft onze economie in zijn greep en dat moet veranderen. De minister heeft advies nodig. En snel ook.

Werken bij het Rijk. Als je verder denkt www.werkenbijhetrijk.nl

Tijdens de Studentendag 2009 sta je oog in oog met de minister en de staatssecretaris van Financiën. Je werkt aan een echte case, met alle mediaaandacht van dien. En je maakt kennis met een interessante werkgever. Een jonge organisatie waarin nieuw talent direct wordt beloond met een flinke dosis verantwoordelijkheid. Bij Financiën tel je meteen mee. Schrijf je in voor 2 november 2009 Wat betreft je profiel: je bent derde- of vierdejaars student algemene, bedrijfs- of fiscale economie. Ook met Nederlands of fiscaal recht en met bestuurskunde ben je van harte welkom, net als met iedere andere studie waar het vak openbare financiën in zit. Dus: heb je interesse in het financieel nieuws? En wil je binnenkort zelf het nieuws maken? Schrijf je dan vóór 2 november 2009 in via www.studentendag.nl.

Ministerie van Financiën


Met dank aan:

Geachte lezer,

Sven Blom, Govaert Kok, Steven Lamberts, Netty van Megen, Ivo Opstelten, Rechtswinkel Rotterdam, Tjalling Simoons, Jan Slob, Hans Smits, Wim van Veen, De disputen der JFR, De onderverenigingen der JFR

Met dank aan de partners: Allen & Overy, Clifford Chance, De Brauw Blackstone

Wanneer ik met de auto vanuit mijn vroegere woonplaats Zwijndrecht richting mijn huis rijd, passeer ik steevast de Van Brienenoordbrug. Met name ’s avonds moet ik, met gevaar voor eigen leven, altijd even naar links kijken. De lichtjes langs de Maas, de hoge gebouwen en het heldere baken dat de Erasmusbrug heet, maken mij vrolijk en geven mij een ‘thuisgevoel’. Dat komt omdat ik een Rotterdammer ben. Een trotse, wel te verstaan.

Westbroek, Houthoff Buruma, Linklaters, Simmons & Simmons, Stibbe, Nysingh Advocaten-Notarissen

Met dank aan de sponsoren: AKD Prinsen Van Wijmen, DAS Rechtsbijstand, Dirkzwager advocaten & notarissen,

Let wel. Rotterdammer zijn, of worden, is erg lastig. Je bent geen Rotterdammer door gemeentelijke inschrijving. Geboren worden binnen de stadsgrenzen geeft ook geen garantie op het Rotterdammer­schap en fan zijn van Feyenoord, Sparta of Excelsior zijn slechts elementen die toegang geven tot de titel Rotterdammer.

Houthoff Buruma, Linklaters, Ministerie van Financiën

Wilt u adverteren in de Fiat Justitia? Neem dan contact op met Lennart van der Ziel (comextern@jfr.nl / 010 - 408 17 94)

Marktbereik De Fiat Justitia wordt verspreid onder de leden van de Juridische Faculteitsvereniging Rotterdam, studenten aan de Erasmus Universiteit Rotterdam (EUR), alsmede over de vakgroepen van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de EUR. Daarnaast vindt verspreiding plaats onder verscheidene

Het laat zich dus niet registreren, niet typeren door uiterlijk vertoon en je bent zeker geen Rotterdammer door op een Hoeks strand ‘Rotterdam Hooligans’ te scanderen. Nee, Rotterdam kenmerkt zich in een aantal elementen die al sinds mensenheugenis aanwezig zijn. Elementen die de stad gebouwd hebben en hem maken tot de geweldige Metropool die hij is. Onverzettelijkheid, ambitie, daadkracht, eensgezindheid, bescheidenheid en de kracht van vernieuwing maken dat binnen deze stadsgrenzen gebouwd wordt aan de toekomst van Nederland. Uitbreidingen in de haven, het financiële district rond Weena en Blaak en onze eigen Universiteit zijn slechts voorbeelden van Rotterdamse ambitie. Het is een geweldige stad om in te wonen, te werken en te studeren. Hij daagt je continu uit tot ontwikkeling en daden. Stilstaan is geen optie hier.

advocatenkantoren.

Lidmaatschap of Abonnement Het lidmaatschap van de JFR bedraagt 16,- euro per jaar en geldt tot schriftelijke wederopzegging (vóór de maand augustus van het nieuwe collegejaar). Bij dit bedrag is voor studenten een lidmaatschap van een dispuut naar keuze inbegrepen. Leden krijgen vijf keer per jaar de Fiat Justitia thuisgestuurd. Een abonnement staat ook open voor niet-studenten: door overmaking van 16,- euro op bankrekening 50.15.50.666 ten name van JFR, Burgemeester Oudlaan 50, 3062 PA in Rotterdam. U krijgt de Fiat Justitia dan een

Rotterdammer zijn moet je dus voelen. Loop de bovenstaande elementen af en concludeer voor jezelf hoe Rotterdams jij bent. De Juridische Faculteitsvereniging Rotterdam is inmiddels synoniem aan de stad. Ook wij voldoen aan al deze elementen. Donderdag 10 september 2009 is er wederom een nieuw JFR-jaar van start gegaan met een nieuw bestuur dat blaakt van onverzettelijkheid, ambitie, daadkracht, eensgezindheid, bescheidenheid en de kracht om te durven vernieuwen. Wij, als (inmiddels) oud-bestuur, maken de balans op. Het afgelopen jaar hebben wij ons best gedaan om de rechtenstudent op de kaart te zetten. Talloze activiteiten, reizen, feestjes en contactmomenten met de toplaag binnen juridisch Nederland hebben de revue gepasseerd. Ik hoop dat de personen die onze activiteiten hebben bijgewoond ervan genoten hebben. Wij in ieder geval wel!

jaar lang thuisgestuurd.

Was getekend, voor de laatste keer, Fiat Justitia ISSN 1566-7375 Niets uit deze opgave mag worden overgenomen en/of worden vermenigvuldigd zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de redactie.

Jordy Oord Voorzitter 46ste Bestuur der Juridische Faculteitsvereniging Rotterdam


Vo o r R otte rdam

Voor Rotterdam Een stad die zich niet beschrijven laat Deze keer krijgt u niet de gebruikelijke column te lezen. Er is voor gekozen om een ode aan Rotterdam te brengen en wel in de vorm van een lied en een stukje cabaret. Hoewel de Maasstad zich niet beschrijven laat, waagt Frederique Spigt in het nummer ‘Rotterdam’ toch een poging en vertelt ze haar verhaal. Veel Rotterdammers beschouwen dit als een van de beste nummers die over hun stad gezongen is. Natuurlijk mag ook comedian en ras-Rotterdammer Mike Boddé niet ontbreken. Hij legt in één van zijn shows even duidelijk uit wat nu een echte ‘Rotterdammert’ is.

Frédérique Spigt Frédérique Spigt - Rotterdam

Huizen hoog, een grijze mast Het wakend oog op ons gericht Zo schoon, ’t beeld van deze stad Alsof zij van binnenuit wordt verlicht Een zwaan die rust, ’t wiegen nimmer staakt Daar de god der zee bij haar zijn roes uitslaapt Rotterdam, gestolen schat Rotterdam, stad zonder hart Rotterdam, gestolen stad

De bliksem splijt de grauwe lucht Met weergaloze kracht Donder, traag gebulder Dreunt dreigend door de nacht Zij die nog leven, opnieuw bevreesd Zij die weten hoe de oorlog is geweest Rotterdam, gestolen schat Rotterdam, stad zonder hart Rotterdam, gestolen stad Hoge hakken, natte klinkers Korte rokken, lippen rood Verbergen haar verwoest gezicht Op de markt van de dood Hij kruipt, hij krimpt Zij kreunt, ze lacht Om de roes die elders op haar wacht De rivier doorklieft de oude stad Net als dromend, rustend goud Steen, staal, vuur en glans Het nieuwe hart dat zich ontvouwt Elke zeeman, of hij die gaat Kent een liefde voor de stad Die zich niet beschrijven laat Rotterdam, gestolen schat Rotterdam, stad zonder hart Rotterdam, gestolen stad Rotterdam

8

Fiat Justitia september 2009


Mike Boddé De gedragscode van de Rotterdammert. Als vrouw praat je met ’n natte -tj-. Tjie-tja-tjovernaar met je tjingeltjangel-tjondel-tjoosie. Joh? Hebbietj ‘t al gehoortj dan? De buurvrouw, de dochtertj Tanja hebtj anorexia nervosa. Tjering, tjieves, tjakke. Als gozer doe je dat natuurlijk niet! Hanteer je de T-regel. Ja? De T-regel: waar of dat het ook maar kant plakt die -T- derachterant. Ja? Hé, gozert, enoreme bodybuildert, van je moedert als dat je d’r rondlooP. Ja, heel belangrijk he! Die -P! Komt is ff hierzoot en doet mijn een pilsie en een bacot en neemt er zelluf ook eent. Ja-t? Prima-t! Mooi-t. Dag-t. Hijs fijn. Koffie drinken doe je niet in Rotterdam. Je doet een bakkie. Hé? Vrijen doe je al helemaal niet. Gasten hangen ‘m ereges in. En wijve laten de eigen doorblaffe. Ja? Homo’s halen een bruine punt en potten motte gewoon de muil houden! Ja?

Mike Boddé – De Rotterdammert

Dames heren, mijn naam is Sjon Bontebal, mij vrienden kennen mijn als geile Gerard, me bijnaam is Henk de Tank, me buren noemen me Dikke Leo, ik geef zelluf de voorkeur aan Rene, maar zeg maar gewoon Aajrie. Ja? Rotterdammers zijn d’r in drie categeriën: wijven, dat zijn mokkels, gasten, dat zijn gozerts, en homo’s, dat zijn mietjes. Ja?

Als ie geen grote muil heb of je stopt met roken, dan ben je een homo en dat zijn mietjes, want dat zijn flikkers, anders waren het geen poten, waren ze ook nie homoseksueel. Hé? Zo ist het ook nog een keer. Ja? Als je voor Sparta ben, ben je een …? Homo, precies! Als je voor Excelsior ben, ben je een …? Een homo! Als je voor Feyenoord ben, ben je helemaal een …? Homo! Want een echte Rotterdammert is nooit ereges voor, hij is overal te-ge! Ja? Als je wel ereges voor ben of je stopt met roken, dan ben je een homo en dat zijn flikkers, et cetera. Dat lijkt me duidelijk. Ja?

Tussen twee haakkies, potten bestaan niet, potten zijn om op te schijten, hé? Dat lijkt me duidelijk. Oke.

Tot slot. Een echte Rotterdammert is bij voorkeur dood. Als je niet dood ben …? Ben je een homo, precies. Wie niet dood is, is homoseksueel, is mijn motto.

Rotterdammer worde, hoe doe je dat? As je nog nooit iemand voor ze muil heb geschopt, wor je nooit een echte Rotterdammert. Hé, dat lijkt me duidelijk. En als je straat nog nooit is opgebroken, dan ben je een homo, en dat zijn mietjes, want dat zijn flikkers, anders waren het geen poten, waren ze ook niet homoseksueel, konden ze niet van de verkeerde kant zijn. Ja toch? Ja, so heb ‘t ook nog een keer. Dus.

Tot slot nog enkele handige Rotterdamse zegswijzen, zoals daar hebben te zijn: ‘grote muil, dikke lip.’ Ja? ‘Nederland is vol, weg met Sjon de Mol.’ ‘Ik heb die schele hoear vermoord, doe mij effe snel een broodje uieboord.’ En tot slot: ‘laten we mekaar in godsnaam niet onder stoelen of banken leggen, te gaan zitten, te staan, te leggen, te lopen, te liggen, te gaan staan, te … steken.’ Dankuwel voor uw aandacht dames en heren.

Fiat Justitia september 2009

9


E e n d ag u i t het le ven va n...

De speeltuin van Unilever In het kenmerkende gebouw aan de Nassaukade is Tjalling Simoons, samen met drie van zijn collega’s, verantwoordelijk voor één van de merken van Unilever: Conimex. Tjalling heeft rechten gestudeerd in Rotterdam, maar houdt zich nu voornamelijk bezig met de ontwikkeling van de verschillende Conimex producten. Om erachter te komen hoe je als rechtenstudent bij Unilever verzeild kunt raken, mocht ik vandaag zelf een kijkje komen nemen. Auteur: Maarten van Dijk

Naast Conimex, dat overigens alleen voor de Nederlandse markt bestemd is, zijn er nog zo’n 400 merken, die veelal marktleider zijn in hun specifieke productgroep. In totaal werken er ongeveer 160.000 mensen voor Unilever, die er wereldwijd voor moeten zorgen dat consumenten staan te trappelen om de Unilever-producten uit de schappen te trekken. Ik verwachtte dan ook een formele, grootschalige kantoorsfeer, maar niets is minder waar: er worden geen pakken gedragen en er wordt gewerkt in kleine teams, die elk verantwoordelijk zijn voor een specifiek merk. Je waant je er in een doolhof van mini-supermarkten van een bepaald merk, met in het midden steeds een aantal werkplekken. Het geheel komt erg vrolijk en

10

Fiat Justitia september 2009

kleurrijk over, een soort speeltuin voor volwassenen. Maar, zo blijkt, er is over nagedacht. Zo zijn de vergaderruimtes ingericht naar het interieur van consumenten van een bepaalde doelgroep. Er kan bijvoorbeeld vergaderd worden in de woonkamer van 65-plussers, compleet met jaren-50 platenspeler, ouderwets servies en een kast met vergeelde boeken. Of de minimalistische yuppen-woonkamer in Jan des Bouvrie-stijl, het kan allemaal. Ook op het bureau van Tjalling staan de Conimex producten uitgestald en een kopie van het Conimex schap staat altijd in het zicht. Van gebrek aan passie voor het product is hier in elk geval geen sprake. Er wordt dan ook constant over nagedacht. “Hoe het product verpakt is, plastic of glas, dopje of dekseltje,


hoe het smaakt, hoe het ruikt, achter alles zit een reden”. En “als ik in de supermarkt loop, kijk ik toch altijd even hoe ons schap erbij staat”. Ook is hij regelmatig met zijn collega’s in één van de volledig uitgeruste keukens te vinden om samen met een chef-kok te koken en te zien “hoe de consument het product ervaart”. De ingrediënten voor de volgende kooksessie liggen al klaar: de ‘boemboe’ van Conimex is nagemaakt door het huismerk van een supermarkt. Hoewel het huismerk verrassend genoeg – van alle verpakkingen op de wereld – heeft gekozen voor precies dezelfde vorm en afmeting als Conimex, “is het absoluut een misverstand dat onze fabrieken soms hetzelfde product ook voor een huismerk maken”. En het huismerk ligt in dit geval ook nog eens, net iets goedkoper, op de meest gunstige plek – “net onder ooghoogte” – in het schap. “We bekijken de verschillen tussen ons product en het huismerk, zodat we er zo snel mogelijk op in kunnen spelen.”

jouw product een jaar lang niet in de schappen ligt. En dan lopen we miljoenen omzet mis.” Over de vraag wat hij bij Unilever inhoudelijk aan zijn rechtenstudie heeft, kan Tjalling kort zijn: “Eigenlijk niets. Als ik een contract of iets dergelijks tegenkom, wil ik dat nog wel eens leuk vinden en ben ik de eerste om het door te sturen naar Legal, maar daar houdt het dan ook op. Kijk, ze hebben het liefst dat je universiteit hebt gedaan, maar dat hoeft dus niet per se een bedrijfskundige of economische studie te zijn. Het gaat om het denkniveau en je moet het vooral heel leuk vinden om met marketing bezig te zijn!”

Na de rondleiding is het tijd voor de lunch en vertelt Tjalling hoe hij bij Unilever terecht is gekomen. “Ik heb zes jaar rechten gestudeerd, waarvan ik één jaar als comextern JFR-bestuur heb gedaan. Daarna heb ik stage gelopen bij Houthoff Buruma, maar de advocatuur was toch niets voor mij. Ik wilde iets doen waarbij ik meer zelf kon ondernemen, vrijer was. Ik ben me toen gaan oriënteren en werd uiteindelijk aangenomen voor het twee-jarige starttraject van Unilever, als enige rechtenstudent van de vijftig starters. Ik werk er nu tweeënhalf jaar en zit nu een half jaar bij Conimex, en het bevalt uitstekend!” “Het ene moment werk je de plannen voor een nieuw product uit en het andere moment sta je gezellig te koken met je collega’s. Dan lanceert de concurrent weer een nieuwe reclamecampagne, en zo is er altijd wat te doen. Binnenkort gaan we bijvoorbeeld een dag doorbrengen bij een modaal gezin uit de provincie, boodschappen doen, koken en zelfs overnachten, om eens van dichtbij te ervaren hoe hun leven eruitziet. De consument beter leren kennen.” “Maar het is niet alleen rozengeur en maneschijn, er moet ook gewoon keihard gewerkt worden. Er zijn harde targets en harde deadlines. Als we bijvoorbeeld over een jaar een nieuw product in de winkels willen hebben, zijn we nu al bezig met plannen. Alles moet op tijd doorgerekend worden, op tijd geproduceerd worden en op tijd in de distributiecentra liggen om het ‘wisselmoment’ van de supermarktschappen te halen. Als je de aandacht even laat verslappen en je mist één van die deadlines, kan dat betekenen dat

Als je dus je rechtenstudie bijna hebt afgerond, maar je droom om advocaat te worden valt al tijdens je eerste stagedag aan diggelen, kun je als rechtenstudent in het bedrijfsleven alle kanten op. En dat dat niet hoeft te betekenen dat je op een stoffig kantoortje dag in dag uit komma’s aan het verplaatsen bent in de Algemene Voorwaarden, heeft deze kennismaking met Unilever zeker duidelijk gemaakt. Hoe dan ook hoef je over het avondeten niet lang meer na te denken: de echt Oosterse (Hollandse) woksauzen van Conimex staan ook vandaag weer op je te wachten in de supermarkt!

Fiat Justitia september 2009

11


i n te rv i ew

Ivo Opstelten Een baken van rust

Jarenlang was hij de eerste man in ‘zijn’ Rotterdam. Zijn handelswijze illustreerde het motto van de Stadionclub: geen woorden, maar daden. Ivo Opstelten is een bestuurder in hart en nieren. Zijn ervaring met het burgemeesterschap reikt tot begin jaren zeventig. Hij is een politicus van de oude stempel: debatteren doe je op een faire manier, zonder ongemanierd taalgebruik, en aan het einde van de rit ga je weer samen door één deur. Door zijn imposante voorkomen en zijn zware basstem voel je aan alles dat harde woorden hem niet vreemd zijn, maar deze woorden zullen altijd gepaard gaan met een gezonde dosis realisme en een vleugje humor. “You get, what you see”, zei één van zijn beste vrienden ooit. Inmiddels is Ivo Opstelten partijvoorzitter van de VVD en moet hij samen met politiek leider Mark Rutte zwaar werk verrichten om de partij weer terug naar de top te brengen. Uiteraard klinkt het positieve geluid in alles door: “Uit onderzoek blijkt dat iedereen vindt dat wij de partij zijn waarvan het in deze crisistijd moet komen.” Fiat Justitia reisde af naar Den Haag en sprak met de man, die enkele jaren geleden door vriend en vijand werd gezien als de beste burgemeester van Nederland. Tekst: Patrick Slob en Lorenzo Favetta

een heel moderne bestuurder. Een typische burgemeester die boven de partijen staat. Het belangrijkste is dat er dingen gebeuren: de Rotterdamse aanpak. Geen woorden, maar daden! No nonsens. Dat is altijd mijn stijl geweest.

“Geen woorden, maar daden! No nonsens. Dat is altijd mijn stijl geweest” U heeft uw voorkomen heel erg mee.

Begin dit jaar werd u in Buitenhof aangekondigd als de in driedelig pak geboren burgemeester. Klopt deze typering volgens u?

Nee, die typering klopt niet. Ik heb in heel mijn Rotterdamse periode nooit een driedelig pak gedragen. Ik draag namelijk nooit een gilet. Dus feitelijk klopt het niet. Maar ik begrijp wel wat ze ermee bedoelen. Ik ben, denk ik, 12

Fiat Justitia september 2009

Veel mensen hebben het over mijn stem en over mijn voorkomen. Dat is een voordeel en dat heb ik het altijd gevonden. Ik heb ook altijd gezegd dat ik nooit van plan ben geweest om naar een logopedist te gaan. Dus dan doen we het er maar mee, haha! Waar komt de ambitie vandaan om de publieke zaak te dienen?

Ik heb in Leiden rechten gestudeerd. Halverwege de studie heb ik de keuze

moeten maken tussen de private kant – de advocatuur en het bedrijfsleven – en de publieke kant – staatsrecht, politicologie en strafrecht. Ik heb toen gekozen voor de publieke kant, omdat ik zei: “Ik wil burgemeester worden.” Veel mensen vonden dat raar, mijn ouders ook. Maar daar is iedereen inmiddels wel aan gewend, haha. Waarom burgemeester?

Het is heel veelzijdig werk, never a dull moment. Je bent heel de dag in de weer met verschillende dossiers en dat trok me enorm aan. Daarnaast sta je als burgemeester midden in de samen­ leving en heb je veel met mensen te maken. Dat vond ik toen ook al heel belangrijk. Ten slotte heeft er een politieke component gespeeld. Ik heb in die tijd gekozen voor mijn politieke partij. Ik heb nog even geaarzeld over D66, ik had nogal wat D66-georiën­ teer­de hoogleraren. Maar uiteindelijk heb ik gekozen voor de enige echte liberale partij van Nederland en dat is de VVD. Daar heb ik nooit spijt van gehad. Nog even terug naar uw studententijd. U bent actief geweest bij Minerva in


de functie van Commissaris Meubilair. Daarover zei u weleens gekscherend dat het belangrijk is geweest voor uw latere burgemeesterschap.

Ja, ik moest toen al een beetje de orde handhaven, haha. Minerva was op dat moment nog het Leidsch Studenten Corps en kende nog geen gemengd karakter. Mijn taak was om ervoor te zorgen dat het in de sociëteit, wat toch het hart van de vereniging is, goed liep. Iedereen eet er, iedereen drinkt er, er worden feesten gegeven, maar er vinden ook serieuze conferenties plaats. Zo’n bedrijf runnen is mooi op die leeftijd. We hebben bijvoorbeeld de All American Night bedacht. Dat is nog steeds een groot instituut en het belangrijkste event in Nederland voorafgaand aan de Amerikaanse verkiezingen. Iedereen die er iets vanaf weet, komt daar naartoe om zwaar debat te leveren. U heeft activiteiten naast de studie altijd aangemoedigd.

Vanwege mijn burgemeesterschap in Utrecht en Rotterdam heb ik vaak de eerstejaars welkom moeten heten. En dan zei ik altijd: “Word lid van een vereniging!” Het doet er niet toe welke, maar doe iets! Het is goed voor de studie, het is goed voor je ontwikkeling en het is goed voor je relaties voor later. Mijn ijzeren ring voor vriendschappen is toen ontstaan en die is er nog. Drie jaar na het afronden van de studie werd u burgemeester van de gemeente Dalen. Met uw 28 jaar werd u de jongste burgervader van Nederland. Werd er bij de benoeming van ‘zo’n broekie’ niet raar opgekeken door oudere wethouders en raadsleden?

Die indruk had ik niet. Het ging me vrij snel goed af. Bij de profielschets had men aangegeven dat de nieuwe burgemeester iemand van ongeveer veertig jaar moest zijn. Ik was 28. De toenmalige commissaris van de Koningin, Gaarlandt, had daarop gezegd: “Nou, u zegt ongeveer veertig, maar ongeveer dertig is ook goed.” Haha, het was een heel andere tijd. Het was natuurlijk wel zo dat ik als

Stadhuis van Rotterdam

burgervader van 28 jaar bij honderd­ jarigen op bezoek moest. Er zullen toen vast mensen geweest zijn die dachten: “Wat komt hij hier doen?” In 1980 werd u burgemeester van het ‘rode bolwerk’ Delfzijl. In die tijd stonden Joop den Uyl en Hans Wiegel in de landelijke politiek lijnrecht tegenover elkaar. U nam die houding niet over en koos juist voor een heel andere aanpak, waarbij u probeerde om iedereen, inclusief de PvdAwethouders, bij elkaar te houden. Waarom koos u voor die lijn?

Dat is toch de functie van een burgemeester. Je bent het boegbeeld van de gemeente en je bent aanvoerder van het team, zowel van de raad als van het College (van burgemeester en

in een bepaald team, dan moet je opstappen. Maar daar heb ik nooit aan gedacht. Na Delfzijl vertrok u naar Den Haag om aan de slag te gaan bij het ministerie van Binnenlandse Zaken.

Ik werd opgebeld of ik belangstelling had om directeur-generaal voor Openbare Orde en Veiligheid te worden. Ik was verrast en verbaasd. Ik had gedacht om na Delfzijl misschien nog één andere plaats aan te doen, misschien Zwolle. Ik kan me nog heel goed de vraag van Gaarlandt herinneren, toen ik begon in Dalen: “Wat wilt u na Dalen?” Ik dacht: “Na Dalen? Er komt niks na Dalen! Tja, als u mij het mes op de keel zet, meneer de commissaris, dan zeg ik Zutphen.

“Als burgemeester moet je mensen inspireren en je moet je eigen positie goed geprofileerd naar voren brengen” wethouders, red.). Ik vind het een eer om ervoor te mogen zorgen dat de coalitie werkt. Als burgemeester moet je mensen inspireren en je moet je eigen positie goed geprofileerd naar voren brengen. En als je je niet kunt vinden in een bepaald programma, of

Maar dan hebben we het wel gehad.” Toen werd ik ineens geconfronteerd met het feit dat ik iets in Den Haag kon gaan doen. Het was dus niet: eens burgemeester, altijd burgemeester. Laat ik het maar doen, dacht ik! Het is ten slotte een onder­werp wat me zeer Fiat Justitia september 2009

13


i n te rv i ew ligt: veiligheids­beleid, politie, brandweer, de relatie met justitie, et cetera. In die tijd was ik ook vicevoorzitter van de VVD geworden, onder voorzitterschap van wijlen Leendert Ginjaar. Het is een combinatie van functies die tegen­ woordig niet meer zou kunnen: je bent een topambtenaar en dient een minister, maar tegelijkertijd ben je ook in niet onbelangrijke mate verantwoor­ de­lijk voor het reilen en zeilen van een partij. Toen kon dat wel. Ik heb het nog aan wijlen Jan de Koning en Cees van Dijk, CDA-ministers, gevraagd. Zij vonden het geen enkel probleem. Mooi zoals de politiek in die tijd was. Was het een belangrijke ervaring voor u?

Absoluut! Ik heb daar heel belangrijke ervaringen opgedaan. Als ik die stap niet had gezet, was ik misschien een keer burgemeester van Zwolle geworden, maar dan was ik zeker niet doorgegroeid naar een stad als Utrecht. Hoe heeft u die stap gezet?

Ik herinner het me nog goed. Ik vond de ambtelijke post op het ministerie van Binnenlandse Zaken heel interessant. Het waren prachtige ministers en ik bevond me echt in die Haagse wereld, in het centrum van de macht. Ik heb daar geleerd hoe de Haagse arena werkt, met zijn zin en onzin. Maar ik had al wel in mijn hoofd dat ik na vijf jaar zo’n ambtelijke post vervuld te hebben, weer zelf wilde besturen. Na die periode van vijf jaar ging Lien Vos (toenmalig burgemeester van Utrecht, red.) toevalligerwijs naar de Raad van State en ontstond er een vacature in Utrecht. Toen heeft de VVD meegedaan en kwam ik als nummer één uit de vertrouwenscommissie. Dat werd toch wel heel iets anders dan Zutphen of Zwolle.

Ja inderdaad. Dat is wel aardig trouwens. Ik ben natuurlijk een beetje Leidenaar, vanwege mijn studie. En er is altijd een gezonde rivaliteit tussen Utrecht en Leiden geweest, al moet je dat niet te serieus nemen. Ik vroeg ook bij mijn aantreden: “Wat is de overeen­ 14

Fiat Justitia september 2009

omst tussen Utrecht en Leiden?” Iedereen was van alles aan het verzinnen. Waarop ik zei: “Nee. Beide steden hebben een burgemeester die in Leiden heeft gestudeerd.” Nou, toen zijn we met die grapjes gekapt. Tijdens uw burgemeesterschap in Utrecht kreeg u te maken met Leefbaar Utrecht (hierna: LU). Onder leiding van Henk Westbroek bedreef deze partij volgens eigen zeggen de nieuwe politiek. In hoeverre heeft deze vaak tegendraadse vorm van politiek u gevormd?

Ik heb geleerd dat het ontstellend belangrijk is om goed te luisteren naar wat er in de samenleving gebeurt. Zo’n stad is natuurlijk enorm hectisch en dynamisch. Daarom moet je voor­komen dat je op te grote afstand van de werkelijkheid allerlei projecten bedenkt en probeert door te drukken. De opkomst van LU had te maken met grote ontwikkelingen in het centrum van de stad (de oprichters van de partij meenden dat de gemeente de bevolking bij een aantal zaken had gepasseerd, red.). Dat had onder meer te maken met de aanleg van een busbaan, die van het centrum van de stad naar De Uithof loopt. Voor zulke ontwikkelingen moet de tijd worden genomen. Je kunt als College niet altijd heel voortvarend zeggen: “We geven er een klap op en voeren het uit!” Kijk, Henk Westbroek is natuurlijk een fantastische liedjes­ zanger, maar hij heeft ook de gave om met zijn humor de stem van het volk te spreken. Dus dat heeft ertoe geleid dat LU in een klap met negen zetels de raad binnenkwam. Maar toen is er een enorme fout gemaakt door de partij niet op te nemen in het College. En ook daar heb ik van geleerd. LU was één van de grootste partijen, de winnaar van de verkiezingen. Maar wat deden die andere partijen? Zij gingen zó over­ leggen en onderhandelen dat LU al bijna niet meer in het College kon komen. Het was een soort cordon sanitaire. Een vergelijkbare situatie, waarin ook Geert Wilders zich zegt te bevinden?

Ja, inderdaad. En dat moeten partijen

niet doen. Henk Westbroek kwam met LU dus niet in het College. Vervolgens kregen we de gemeentelijke herindeling van een deel van de provincie Utrecht (waarbij enkele gemeenten werden opgeheven en nieuwe gemeenten werden ingesteld, red.) en kwamen er vervroegde verkiezingen. Die herindeling was overigens echt verstandig. En ik vind dat ook een wapenfeit dat ik mede op

mijn conto mag schrijven. Na de verkiezingen ging LU van negen naar veertien zetels en toen hebben ze wel bestuurlijke verantwoordelijkheid gekregen. Tja, en dan loopt het toch allemaal weer snel terug, want de verkiezingen daarop haalden ze slechts drie zetels en mochten ze niet meer in het College plaatsnemen. De VVD zal Geert Wilders dus nooit uitsluiten?

Nee, dat heb ik ook vaker gezegd. Ik heb niets met Wilders, maar ik vind het verkeerd om voor de verkiezingen al allerlei partijen uit te sluiten. Daarmee zou je – Wilders staat in de peiling van De Hond op dertig zetels – twintig procent van het electoraat negeren. Als serieuze partij ga je voor een zo groot mogelijk aantal zetels. En als de bevolking heeft gesproken, zijn de machtsposities helder en ga je kijken met wie je jouw programma kan


uitvoeren. Natuurlijk moet je Wilders af en toe even goed raken, want zijn ideeën zijn vreselijk. Maar ik vind dat hij – dat moet ik wel zeggen – zeer bekwaam omgaat met slechte ideeën. Dus daar doe ik niks aan af. Hij komt natuurlijk ook van ons, dus we weten waar die bekwaamheid vandaan komt. Neemt niet weg dat we het heel serieus moeten nemen, maar wel onze eigen lijn moeten aanhouden.

In een uitzending van KRO-profiel van begin dit jaar zei Henk Westbroek medelijden gehad te hebben met de Rotterdammers, toen bekend werd dat u vanaf 1999 de nieuwe burgemeester van de Maasstad zou worden. Steekt dat?

Hij heeft niet verteld hoe het in werkelijkheid zat, want hij at toentertijd uit mijn hand. Hij deed in de raad precies wat ik zei. Daarbij heeft hij zich, vlak voordat ik in Rotterdam benoemd werd, in de media buitengewoon positief over mij uitgelaten. En daarna kreeg ik een conflict met hem, omdat ik niet wilde dat hij mijn huis kocht. Dus er zit iets achter en zolang na dato had hij wel iets meer de waarheid kunnen zeggen. Naast de negatieve dingen, gaf hij u ook een compliment en zei hij dat u zich in Rotterdam politiek opnieuw heeft weten uit te vinden. Kunt u zich daarin vinden?

Ik heb mij in die 35 jaar burgemees­ terschap ontwikkeld van het prototype benoemde carrière­burgemeester, wat ik natuurlijk in feite ben, tot een groot voorstander van de direct gekozen burgemeester. Dat is in Utrecht begonnen, denk ik. Het gaat natuurlijk heel langzaam, dat zit in je kop en maalt. En zo ben ik mij ook langzamer­ hand in mijn optreden gaan gedragen. Ik keek heel goed wat de bevolking ervan vond en zorgde dat ik onder hen draagvlak had. In de eerste drie maan­den ging ik dan ook alle Rotterdamse wijken in om met de bevolking kennis te maken. Dat is belangrijk, omdat je zo een klimaat ontwikkelt waarin je weet wat er in de stad leeft. Elke morgen om 08:00 uur deed ik ook even een shake hands met de stad om vervolgens aan de slag te gaan. Kortgeleden heeft er op het strand van Hoek van Holland een ernstig incident plaatsgevonden, waarbij een persoon is overleden. Al geruime tijd vindt dit soort gebeurtenissen plaats die aantonen dat het gezag en respect voor de politie ver te zoeken is. Wat is uw visie om dit gezag, en daarmee de rechtstaat, te herstellen?

Ik vind dat dit fenomeen van de bejegening van autoriteiten in uniform met absolute zero tolerance aangepakt moet worden. Politie, ambulance­­ broeders, toezichthouders op straat,

uitstraling van gezag hebben en daar is nog wel eens iets aan te doen. Die keiharde aanpak is in de laatste jaren kenmerkend geweest voor uw burgemeesterschap. Er wordt beweerd dat u uw agenda op dit punt, na de opkomst van Fortuyn, heeft laten bepalen door de leefbaren. Klopt dat?

Ik moet heel eerlijk zeggen dat Fortuyn dat veiligheidspunt heel politiek heeft gebracht en daar ook steun van de kiezers voor heeft gekregen. Maar ik had dat punt natuurlijk zelf ook altijd. Ik heb het veiligheidsbeleid in Rotterdam vrij snel na mijn aanstelling aangekaart en hoog op de agenda geplaatst. Voor de opkomst van Fortuyn was door ons al een organisatie opgebouwd, waardoor we vrij snel na Fortuyn’s verkiezings­ overwinning zijn plannen konden vertalen in operationele werkelijkheid. En dat heeft gewerkt. Het is nu de kunst om dit altijd door te blijven zetten, want – zo blijkt ook uit de actualiteit – elke week is er wel wat. Momenteel bent u voorzitter van de VVD. Hoe is uw positie binnen de partij geregeld, want dat verschilt nogal binnen de verschillende politieke partijen?

Ik ben vrijwilliger. Bij andere partijen, het CDA, de PvdA, is het een gehonoreerde functie. Bij ons niet, anders had ik het ook niet gedaan. Ik

“Politie, ambulancebroeders, toezichthouders op straat, conducteurs, brandweermensen: daar dien je vanaf te blijven!” conducteurs, brandweermensen: daar dien je vanaf te blijven! Je dient ze te steunen in hun werk. Ze zijn het hart van de rechtstaat. Het tweede punt is dat in de opleiding van onze autoriteiten de vaardigheden moeten worden aangeleerd om daarmee om te gaan. Ten slotte dienen onze mensen er gezaghebbend uit te zien. Ze moeten

geef met het hoofdbestuur leiding aan de partij. Ik ben dus eigenlijk de baas. Maar ik ben niet de politieke leider, al bepaal ik wel mede de ruimte die een politiek leider met de fractie krijgt. Als je het vergelijkt met een bedrijf is Mark Rutte de CEO en ben ik de presidentcommissaris van de non-executive board. Ik heb drie agendapunten. Fiat Justitia september 2009

15


i n te rv i ew Allereerst voer ik samen met de fractie permanent campagne. Wij bepalen ook de volgorde van de verkiezingslijst en doen voorstellen aan de leden over wie de lijsttrekker wordt. Ten tweede verzorgt het hoofdbestuur de denktank en kan men zijn ideeën bij ons kwijt. Ten slotte doen wij de scouting en opleiding van nieuwe mensen en beoordelen wij de zittende mensen.

Rotterdam ontzettend goed doen. Die moet je steunen! En als je op de universiteiten kijkt en op de hboinstituten: dat is een grote kleurrijke, dynamische menigte. Nou, dat zijn zo’n beetje onze onderscheidende posities. Die moeten goed voor het voetlicht gebracht worden en Mark Rutte kan dat als geen ander. Kunt u in een aantal krachtige zinnen aangeven waarom de kiezers op de VVD moeten stemmen?

De VVD staat er niet heel goed voor in de peilingen. Hoe kan dat tij gekeerd worden?

We moeten gewoon omhoog! We staan nog niet op het peil waar ik vind dat we horen. Ik wil een kop in de krant zien: “De VVD is terug!” Onafhankelijke journalisten moeten schrijven dat het weer goed gaat met de VVD, dat we in opkomst zijn, dat Mark Rutte is waar hij zijn moet: “De VVD is terug!” Dat beeld moeten we hebben. Elke week hebben we vijftig nieuwe leden. We groeien dus weer en dat is belangrijk. We hebben natuurlijk een goede traditie en dat is het voordeel van een partij die ruim zestig jaar bestaat, die pieken en dalen heeft gekend, veel tradities heeft en grote mensen heeft opgeleverd. Wij zijn altijd in staat gebleken om verantwoordelijkheid te willen nemen. We zijn er nog niet. Want het gaat niet met een vloek of een zucht. Mensen zijn soms zo simpel: “Waarom gebeurt het nu niet even?” Dat kost tijd. Daarom zijn verkiezingen altijd goede graadmeters. We krijgen in maart de raadsverkiezingen en een jaar later de parlementsverkiezingen. In beide verkiezingen moet de VVD er gewoon weer staan.

Verkiezingsposter Leefbaar Utrecht gemeenteraadsverkiezingen 2000

taak om ervoor te zorgen dat de extreme kanten in de politiek – aan de ene kant de SP en aan de andere kant Wilders – worden teruggedrongen. En het is goed dat die extremen op tafel komen en dat ze in de Kamer zitten, want dan kunnen we ze tenminste bestrijden. Als ze onzichtbaar in de samenleving opereren, is het gevaarlijk. Het betekent niet dat we als VVD heel de dag over Wilders moeten praten. We moeten vooral onze eigen lijn hanteren. Er zijn drie items waar we echt centraal in opereren. Het belangrijkste is natuurlijk het verhaal over de economie in heel haar breedte, met solide financieel beheer, het terugdringen van de staatsschuld, het omlaag brengen van de lasten, de infrastructuur, de kennisinfrastructuur, energiebeheer, klimaatverandering, onderwijs, arbeidsmarkt, et cetera.

“Ik wil een kop in de krant zien: “De VVD is terug!” Er wordt gezegd dat Mark Rutte de partij heeft verdeeld in twee vleugels: een conservatieve en een liberale vleugel. Hoe kan de VVD deze twee stromingen weer samenbrengen?

Dat gebeurt op dit moment. In elke partij bestaan er natuurlijk vleugels. Dat kan niet anders. Maar het is onze 16

Fiat Justitia september 2009

Daar onderscheiden we ons van andere partijen. Het tweede punt is de veiligheid, waar we het zojuist over hebben gehad. En het derde punt is integratie en immigratie. Er zijn fantastische voorbeelden van Turkse, Marokkaanse, Kaapverdiaanse en Braziliaanse ondernemingen die het in

De VVD is er voor diegene – de man of de vrouw, de jongen of het meisje – die iets van zijn leven wil maken! Bij de VVD krijg je de maximale ruimte om je eigen keuzes te kunnen maken. En het doet er daarbij niet toe waar je vandaan komt. En het doet er ook niet toe welk geloof je aanhangt. De VVD staat ook voor een compacte overheid, die zich uitsluitend bemoeit met een aantal kerntaken. En niet met alles en iedereen, zoals nu gebeurt. Bij liberalen heb je geen last van de overheid, maar steunt deze je juist waar dat nodig is. De VVD heeft ten slotte aangetoond om in staat te zijn het land weer vlot te trekken in tijden van crises. Wij zijn in staat om keuzes te maken, om onderscheid te maken en om de overheid daarover te laten gaan, waar het de economie, de werkgelegenheid en het welzijn van mensen in dit land steunt. Wij stoppen de onzin en schrappen de onzinuitgaven die in de begroting van de huidige regering voorkomen.

Personalia Ivo Opstelten (31 januari 1944) begon op 28-jarige leeftijd aan een indrukwekkende burgemeestersloop­ baan. Hij werd in 1972 burgemeester van het Drentse Dalen. Daarna volgden benoemingen in Doorn en Delfzijl. Na vijf jaar topambtenaar op Binnen­landse Zaken te zijn geweest, werd hij eerste burger van Utrecht en in 1999 in het voorheen ‘rode bolwerk’ Rotterdam. Ook bekleedde hij belang­rijke nevenfuncties. Sinds mei 2008 is Opstelten voorzitter van de VVD.


i n te rv i ew

Wim van Veen

Een rechtbank is geen koekjesfabriek “Rotterdam is voor mij absoluut de basis!” Wim van Veen spreekt met een stellige overtuiging wanneer hij zijn liefde voor de Maasstad onder woorden brengt. Zo vreemd is dat overigens niet, want zijn kantoor zetelt boven in het gerechtsgebouw, waardoor hij een schitterende uitkijk heeft over de skyline van Rotterdam. Wie hier geen warm gevoel bij krijgt, moet haast wel uit Amsterdam komen. Wim van Veen heeft binnen de rechterlijke macht een schat aan ervaring. Hij weet dan ook als geen ander dat de rechterlijke macht grote stappen moet zetten om de weglopende burgers bij te kunnen benen en te kunnen binden aan het recht: “Die kloof zullen we nooit helemaal dichten, maar we moeten er als rechtspraak alles aan doen om vonnissen in begrijpelijke taal te schrijven en beslissingen goed en helder te motiveren.” Fiat Justitia sprak met Van Veen over de maatregelen die genomen kunnen worden om die kloof te verkleinen, de veranderende bedrijfsvoering binnen de rechterlijke macht en de opkomende digitalisering van rechtspraak. Tekst: Patrick Slob en Julia Leeman

Kunt u iets vertellen over de periode voor uw presidentschap van de rechtbank Rotterdam?

In 1967 ben ik in Leiden rechten gaan studeren. Ik vond de omgeving enorm stimulerend, dus ik heb met veel plezier gestudeerd. In de vijf jaren die ik erover gedaan heb, ben ik ook een periode bestuurslid geweest van een studentenvereniging. Na de studie moest ik in dienst en ben ik, na een tijdje postcommandant te zijn geweest, bij de krijgsraad gaan werken. Daar kreeg ik al met rechtspraak te maken. Het was een mooie opmaat voor de selectie bij de rechterlijke macht, die ik na mijn dienstplicht van plan was te gaan volgen. In 1974 werd ik dan ook raio (rechterlijke ambtenaar in opleiding, red.) op de Noordsingel in Rotterdam. Na mijn opleiding ben ik

in 1996 weer terug te keren op de Rotterdamse rechtbank als voorzitter van de strafsector. Na drie jaar ging ik naar Dordrecht en werd ik president van de rechtbank aldaar. Na een aantal jaren ben ik naar Utrecht verkast om daar de presidentsfunctie te vervullen en sinds 2007 ben ik weer terug in de Maasstad. Rotterdam is voor mij absoluut de basis!

“Het werken met professionals is toch iets anders dan het runnen van een koekjesfabriek” rechter geworden, eveneens in Rotterdam. Ik deed zowel civiele zaken als strafzaken. In 1985 werd ik kantonrechter in Delft, om vervolgens 18

Fiat Justitia september 2009

U heeft geruime tijd actief deelgenomen aan de rechtspraktijk, maar vanaf uw eerste presidentschap in 1999 kunt u zich minder toeleggen op rechtspreken an sich. Zijn er momenten waarop u het mist?

Kijk, ik ben ooit begonnen als rechter en die keuze heb ik bewust gemaakt. Maar ik heb er tevens belangstelling en aanleg voor om leiding te geven en een


bestuurdersrol te vervullen. Dat heeft iets ambivalents, want je moet als bestuurder natuurlijk een keer ophouden met op twee gedachten te hinken. De professie van rechter is immers een vak apart. Ik probeer daarin een middenweg te vinden en bereid mij een ochtend in de week voor op een kort geding zitting die ’s middags plaatsvindt. Zo probeer ik toch nog iets aan rechtspraak te doen. Vindt u het belangrijk dat u als president bij de praktijk betrokken blijft?

Absoluut! Als de baas de kunstjes niet meer doet, verliest hij feeling met de professionals. Het is voor mij echt van belang dat ik, op zeer bescheiden schaal weliswaar, meedraai. Dan zet ik mijn rechterspet op en praat ik niet langer als bestuurder. De rechters vinden het ook leuk, omdat ik op die manier weer eens met hen over de inhoud spreek. Waarom bent u eigenlijk rechter geworden?

Je moet een beetje geschift zijn om het leuk te vinden om geschillen van mensen te willen berechten. En dat juridisch puzzelen en het praten met mensen over hun problemen vond ik iets heel interessants hebben. Waar zit dat geschifte bij u?

Nou goed, laten we het erop houden dat het bijzonder is om je beroep ervan te maken om twee partijen aan te horen en hun standpunten te wikken en wegen. Dat heeft iets bijzonders, of niet? Dat trok mij aan. Daarbij ben ik de publieke zaak toegedaan en wil ik iets doen wat maatschappelijk relevant is. Ik ben niet rechten gaan studeren om rechter te worden, maar gaandeweg de studie kreeg ik er wel steeds meer aardigheid in en heb ik ervoor gekozen om me te laten selecteren door de rechterlijke macht. Ten tijde van uw presidentschap van de rechtbank Utrecht is er voor het eerst in de historie van de rechtspraak onderzoek gedaan naar de communicatie tijdens rechtszittingen

en hoe burgers die communicatie ervaren. Wat was de reden van dat onderzoek?

Toen ik in Utrecht kwam, waren reeds de eerste stappen gezet om eens uit te zoeken hoe de communicatie werkt en of er in het optreden van rechters gemeenschappelijke kenmerken schuilgaan. Toen zijn we in het kader van de noodzaak om te weten hoe de buitenwereld over ons functioneren

“Als de baas de kunstjes niet meer doet, verliest hij feeling met de professionals” denkt, in samenwerking met de universiteit Utrecht, een onderzoek gestart. Door middel van interviews met betrokkenen en observaties tijdens zittingen is een schat aan informatie verkregen. Zo werd door de onder­ zoekers onder meer geconcludeerd dat burgers tevreden zijn over de wijze waarop de rechter tijdens de zitting communiceert, maar werd tevens benadrukt dat bij alle zittingen de kans zich voordoet dat partijen zich onvoldoende betrokken voelen. Dit was met name het geval bij kanton­ zaken. U deed in de media naar aanleiding van dit onderzoek een interessante uitspraak: “Vergeet niet dat een rechter tijdens de zitting veel ballen tegelijk omhoog moet houden.” Hoe bedoelt u dat?

Tijdens een zitting moet een rechter de partijen observeren, het dossier met hen doornemen, partijen de kans geven om hun zegje te doen en de formele juridische procedures in de gaten houden. Dat zijn heel veel zaken, waar je tegelijk mee bezig bent en waardoor je voortdurend oplettend moet zijn. Ik weet nog goed dat het flink wennen

was toen ik in 1980 als rechter aan de slag ging. Maar het is een kwestie van oefenen en het is goed om je als rechter te realiseren dat al die ballen in de lucht moeten blijven. Zijn er na het communicatieonderzoek nog meer van dit soort onderzoeken gevolgd?

Ja, zeker. Professor Willem Wagenaar heeft bijvoorbeeld onderzocht hoe burgers straffen als zij beschikken over precies dezelfde informatie als rechters, en als zij – net als rechters – in onderling overleg tot een gemeenschappelijk oordeel moeten komen. Die burgers werden beëdigd als buitengriffier en konden zodoende onder ede de stukken lezen en de zitting bijwonen. Daarbij waren mijn Utrechtse rechters zelfs bereid om inbreuk op het raadkamergeheim toe te staan en in het belang van het onderzoek een observant toe te laten. De uitkomst was dat burgers ongeveer even zwaar straffen als rechters! Naar mate een burger meer van een zaak weet, liggen het oordeel van de leek en de professional dus niet ver uit elkaar. En dat is ook wat wij altijd beweerd hebben. Publiciteit rond zaken wordt doorgaans ernstig gehinderd door een gebrek aan feitelijke dossierkennis. Een ander interessant punt dat in het onderzoek naar voren kwam, is dat rechtspreken een vak apart is. Het duurde maar en het duurde maar in de raadkamers van die leken, terwijl de professionals heel snel en bewust stappen maakten. Dat wordt weleens uit het oog verloren. Na acht jaar op andere rechtbanken gewerkt te hebben, kwam u in 2007 weer terug op het oude nest. Was er veel veranderd in de periode dat u weg bent geweest?

Ja, absoluut! Vanaf 1999 heeft de rechterlijke macht een enorme ontwikkeling doorgemaakt, die met de wijziging van de Wet op de Rechterlijke Organisatie in 2002 verder vergroot is. Misschien is de sectorvorming nog wel het grootste verschil; dat er echt in de wet werd vastgelegd dat er sectoren Fiat Justitia september 2009

19


i n te rv i ew

“Je moet een beetje geschift zijn om het zijn. Kantongerechten werden opgeheven en werden onderdeel van de rechtbanken. En heel de bedrijfsvoering veranderde van goed beheren naar een sfeer van goed besturen. Rechtbanken zijn enorm geprofessionaliseerd. Zo doen wij in onze omgeving onderzoek, klantwaarderingsonderzoek noemen we dat, en vragen onze eigen mensen naar wat zij echt van belang vinden. Heel de filosofie waarmee wij deze organisatie willen aansturen is dus eigenlijk aangepast aan de tijd. Brengt een grote hoeveelheid professionals binnen een organisatie, zoals uw rechtbank, problemen met zich mee?

Wij hebben hier 170 rechters en 500 gerechtsambtenaren, van wie er heel wat ook echte professionals zijn, zoals stafjuristen en seniorsecretarissen. Dat stelt hoge eisen aan de organisatie, want het werken met professionals is toch iets anders dan het runnen van een koekjesfabriek. Maar het betekent ook dat je hoge verwachtingen hebt van die professionals en dat je verlangt van je mensen dat ze niet met hun armen over elkaar gaan zitten en wachten tot het bestuur iets voor ze bedenkt. Ze moeten zelf initiatief ontplooien, ook wat hun loopbaan betreft. Voor een rechtelijke ambtenaar is dat natuurlijk een benoeming voor het leven, wat niet wil zeggen dat hij altijd op dezelfde 20

Fiat Justitia september 2009

leuk te vinden om geschillen van mensen te willen berechten” post blijft zitten. Het kan betekenen dat hij zes jaren lang een prachtige bijdrage levert aan het werk van de rechtbank en vervolgens bij een andere rechtbank aan de slag gaat. Dus de loopbaanplanning en de mobiliteit zijn ook sterk geprofessionaliseerd. Ik durf dan ook te beweren dat in de afgelopen tien jaar meer veranderd is dan in de twintig jaar daarvoor. Rotterdam vervult met de ingebruik­ name van een digitale zittingszaal in februari dit jaar een voortrekkersrol waar het gaat om digitalisering van de rechtspraak. Hoe is dit ontstaan?

In Amsterdam is al eens zoiets geprobeerd en wij zijn eigenlijk op de schouders van Amsterdam gaan staan, hebben hun evaluaties benut en daarmee bepaalde zaken verbeterd. Onze bestuurssector behandelt toezichtkwesties van de NMa (Nederlandse Mededingingsautoriteit, red.) en de OPTA (Onafhankelijke Post en Telecommunicatie Autoriteit, red.) en daar zitten natuurlijk professionele advocaten bij. Met die advocaten­ kantoren hebben we afgesproken om

gedigitaliseerde procedures te gaan doen. Dat kun je beperken tot een laptop, maar eigenlijk kwam al snel de behoefte op om een omgeving te creëren waar gedigitaliseerde zittingen konden plaatsvinden. Zodoende is hier in de rechtbank een zittingszaal ingericht met prachtige schermen, waarmee je bij wijze van spreken de toedracht van een aanrijding heel goed kunt laten zien en bepaalde dwars­ verbanden gemakkelijk te bespreken zijn. De rechters hebben schermen voor hun neus en ook het publiek kan de zaak goed volgen. Het is de bedoeling dat dit zich verder ontwikkelt van bestuurszaken naar civiele zaken en uiteindelijk natuurlijk ook strafzaken. Het is een onderdeel van 43 projecten die samen digitalisering van de rechtspraak met zich meebrengen. Wat is de consequentie voor mensen die niet over een computer beschikken en geen toegang hebben tot internet?

In de wet is vastgelegd dat wij schriftelijk procederen en dat wij schriftelijk archiveren. Dat betekent dat alle projecten op elkaar aan moeten sluiten en dat we slechts voetje voor voetje steeds verder digitaliseren. Als de Belasting­dienst het mogelijk maakt om online aangifte te doen, moeten burgers natuurlijk bij ons op een digitale manier hun zaak kunnen inbrengen. Maar het is duidelijk dat wij altijd een andere vorm


van toegankelijk­­heid zullen moeten openhouden voor mensen die geen computer hebben, voor wat ik maar even de wat zwakkeren in de samenleving noem. Die hebben ook recht op toegang tot de rechter! Maar de rechtspraak kan er niet omheen om met de digitalisering op korte termijn flinke stappen te zetten, zodat andere ontwikkelingen, zoals de verschuiving van de competentie­grens bij kantongerecht­s­ zaken, gefaciliteerd kunnen worden. Zou er geconcludeerd kunnen worden dat de rechtspraak de stap richting digitalisering te laat heeft gemaakt, nu er van alles op korte termijn moet gebeuren?

Die stap hadden we graag eerder gezet, maar omdat het zulke gecompliceerde projecten zijn, gaat het heel traag. In de jaren negentig experimenteerden we in Rotterdam al met digitale dossiers. Maar op dat moment mis je de aan­ sluiting met het openbaar ministerie en de politie. Het moet op elkaar aansluiten. De politie moet niet met een schriftelijk stuk aankomen dat wij vervolgens moeten inscannen om er een digitaal dossier van te kunnen maken. Advocaten moeten ook toegang tot de dossiers hebben. En tegelijkertijd moet alles beschermd blijven, zodat niemand ermee kan rommelen. Het is dus allemaal te organiseren, maar daarin moeten we simpelweg ervaring opdoen. In hoeverre spelen veiligheidszaken een vertragende rol in het digitalisering­ proces?

Privacy en afscherming zijn natuurlijk van groot belang, maar daarin onderscheiden wij ons niet van de Belastingdienst of ziekenhuizen met medische dossiers. De problematiek is gewoon zeer ingewikkeld. Het grote verschil met de Belastingdienst is dat daar sprake is van een buitengewoon ordelijke manier van werken: iedereen in Nederland moet namelijk aangifte doen. Bij de rechtspraak ligt dat anders. Iedereen heeft toegang tot de rechter, maar lang niet iedereen heeft een rechter nodig. Wij hebben dus een

systeem nodig, gericht op toegankelijk­ heid, en het brengt veel tijd met zich mee om dat te ontwikkelen.

schrijven en beslissingen goed en helder te motiveren. Zo voorkom je dat die kloof nodeloos vergroot wordt.

U zei eerder dat het belangrijk is om te weten hoe de buitenwereld over het functioneren van de rechtspraak denkt. In dat verband is de rechtbank Rotterdam een samenwerking aangegaan met het AD in de vorm van een lezersrechtbank. Wat houdt die lezersrechtbank in?

Elke organisatie merkt op een bepaalde manier de gevolgen van de economische crisis. Hoe is dat bij de Rotterdamse rechtbank?

Het AD selecteert uit haar lezers een panel, dat eens in de zoveel tijd een zaak bijwoont. Tijdens zo’n zaak wordt het panel begeleid door onze communicatiemensen. Van te voren krijgen de leden van het panel informatie van de persrechter en tijdens de zitting nemen zij plaats in de zaal en kijken zij wat er gebeurt. Na de uitspraak wordt hun reactie gevraagd en schrijven zij een stukje in de krant. Op die manier hopen wij de kloof tussen het recht en de burger te overbruggen. Die kloof zullen we nooit helemaal dichten, maar we moeten er als recht­spraak alles aan doen om vonnissen in begrijpelijke taal te

“De rechtspraak moet niet de gebaande paden lopen, maar kritisch blijven ten

Wij zitten vanwege de wereldhaven in een heel dynamische omgeving. De gevolgen van de recessie hebben wij in de vorm van een toenemend aantal faillissementen al snel gezien. Maar bij onze organisatie is iets merkwaardigs aan de hand: wij krijgen namelijk niet minder werk te doen, maar juist meer. Het begint met de insolventie- en arbeidszaken. Maar terwijl het aantal zaken toeneemt, moeten we er ernstig rekening mee houden dat de economische crisis mogelijk aanleiding geeft om vanuit justitie minder middelen aan ons toe te bedelen. Dat zijn componenten die het werk lastig maken: we moeten meer zaken afdoen met minder middelen. Denkt u dat de rechtspraak inderdaad met bezuinigingen te maken krijgt?

Het debat is nog aan de gang. Wij worden voor 2009 ontzien, maar de vraag is of dat voor 2010 ook het geval zal zijn. En dat is juíst het moment waarop wij de gevolgen van de crisis gaan merken. Dus dat wordt spannend! Onze inzet is natuurlijk dat we meer middelen moeten hebben om ervoor te

opzichte van wat er aan bewijsmiddelen wordt gepresenteerd”

Fiat Justitia september 2009

21


i n te rv i ew zorgen dat de doorlooptijden niet groter worden. Want wij kunnen niet zeggen: “Uw zaak behandelen wij niet.” Elke zaak komt dus gewoon binnen, maar de vraag is wanneer-ie er weer uit gaat. Iedereen kent vanuit de media de

beroep, red.), plaatsgevonden (zie hiervoor ook het interview met Joep Verburg, president van het Gerechtshof Den Haag, in Fiat Justitia nummer 3, jaargang 2008/2009, red.). Maar we hebben geleerd dat we met elkaar in gesprek moeten raken om scherpte te houden en voortdurend alert te blijven. De rechtspraak moet niet de gebaande paden lopen, maar kritisch blijven ten opzichte van wat er aan bewijsmiddelen wordt gepresenteerd. Maar dat geldt niet alleen voor de rechtspraak.

verhalen rondom de Schiedammer parkmoord. U zei naar aanleiding van de dwalingen die daar gemaakt zijn het volgende: “Hoe triest ook, zo’n gerechtelijke dwaling komt uiteindelijk de kwaliteit van de rechtspraak ten goede. Rechters zullen nog meer zorgvuldigheid betrachten.” Kunt u dat uitleggen?

We doen er binnen de rechtspraak alles aan om de kwaliteit zo goed mogelijk te optimaliseren. Maar wij realiseren ons terdege dat dit soort fouten niet te voorkomen zijn. Het bijzondere van de Schiedammer parkzaak is dat we nu zeker weten dat de verkeerde veroordeeld is. Want inmiddels is de echte dader veroordeeld, en niet alleen omdat hij zegt dat hij het gedaan heeft, maar ook omdat er aanvullend bewijs is gevonden. Ook wij zijn een lerende organisatie, zoals dat een beetje soft heet. Na de Schiedammer parkmoord hebben wij dan ook met elkaar extra geïnvesteerd in gesprekken, dat we kritisch moeten omgaan met dossiers en dat we ons moeten realiseren dat we doorvragen. Dat is overigens allemaal gebeurd in die Schiedammer parkzaak! Want er wordt nog wel eens de indruk gewekt dat die zaak afgeraffeld is, maar niets is minder waar. Er heeft een buitengewoon zorgvuldige berechting, zowel hier als in Den Haag (in hoger 22

Fiat Justitia september 2009

Nee, dat geldt ook voor de officieren van justitie. Zij hebben precies dezelfde debatten met elkaar gevoerd om kritisch te blijven ten opzichte van wat de politie hen biedt. En het geldt natuurlijk ook voor de politie, die heeft gesproken over hoe er zoiets als tegen­spraak georganiseerd kan worden. Dit houdt in dat er een onafhankelijk persoon meekijkt en voortdurend kritische vragen stelt aan de teamleider die bezig is met het onderzoek. Gaan rechters na de Schiedammer parkmoord en de Puttense moordzaak voorzichtiger om met veroordelingen?

Er wordt wel gezegd, ook in publicaties, dat er in het land na de Schiedammer parkmoord meer vrijspraken zijn gekomen. Het lijkt dus of rechters bij twijfel sneller kiezen om vrij te spreken. Dat is statistisch moeilijk aan te tonen, maar er zit wel een bepaalde trend in. Het kan ook te maken hebben met het feit dat dossiers slordiger worden aangeleverd. Maar de causaliteit is in het algemeen heel moeilijk te vinden. Tot slot. Er wordt vaak gezegd en geschreven dat de rechtspraak een afspiegeling zou moeten vormen van de samenleving. Hoe gaat uw rechtbank hiermee om?

Ik vind niet dat de rechtspraak een afspiegeling van onze samenleving moet vormen. Kort gezegd: wij zijn nooit een afspiegeling geweest en dat zullen we ook nooit worden. Een heel ander punt is de herkenbaarheid in de samenleving.

Als rechtspraak hebben wij absoluut de verplichting om daar flink in te investeren, zeker in een multiculti stad als Rotterdam. We hebben in 2007 al onderzoek door TNO laten verrichten, waardoor we nu een concreet plan van aanpak hebben over hoe om te gaan met etnische diversiteit. Zo is er een beleidsmede­werker etnische diversiteit op de rechtbank aan het werk. En wat wij veel doen is via universiteiten, hoge scholen en studenten- en juristen­ verenigingen van allochtonen de boodschap overbrengen dat de recht­

“Een afspiegeling van de samenleving zullen nooit worden” spraak ook toegankelijk is voor hoog­ opgeleide, goede juristen van allochtone afkomst. We gaan dus echt de boer op om mensen in de werving te interesseren. Maar nogmaals, een afspiegeling van de samenleving zullen we nooit worden. Maar voor de herkenbaarheid van de rechtspraak is het absoluut noodzakelijk dat rechter­ lijke ambtenaren afkomstig zijn uit verschillende onderdelen van onze samenleving.

Personalia Wim van Veen volgde de Raioopleiding, waarna hij in 1981 rechter in Rotterdam werd. Daarna heeft hij meer dan tien jaar als kantonrechter in Delft gewerkt. Als sectorvoorzitter strafrecht keerde Van Veen terug in Rotterdam, waarna een periode van vijf jaar als president van de rechtbank Dordrecht volgde. Na Dordrecht maakt Van Veen de overstap naar Utrecht om daar een aantal jaren als president van de rechtbank te werken. In 2007 keerde hij terug naar de basis en werd hij president van de Rotterdamse rechtbank.


a rt i kel

Rotterdamse historische juristen Een overzicht van de belangrijkste namen

Wanneer men langs de Coolsingel rijdt, passeert men ongemerkt de standbeelden van drie bekende juristen. Allereerst voor het stadhuis dat van Johan van Oldenbarnevelt (1547-1619), die tien jaar stadspensionaris van Rotterdam was en daarna landsadvocaat van de Staten van Holland, wat droevig eindigde met het beruchte proces en zijn onthoofding in 1619. Auteur: Govaert Kok

O

ok voor het Stadhuis staat het standbeeld van een opvolger als stadspensionaris, de internationaal bekende rechtsgeleerde Hugo de Groot (1583-1645), die in hetzelfde proces als dat van Van Oldenbarnevelt veroordeeld werd tot een levenslange gevangenisstraf. In Slot Loevestein schreef hij zijn bekende boek “Inleiding tot de Hollandse Rechtsgeleerdheid” vóór zijn ontvluch­ ting naar Frankrijk, waar hij nog diverse andere boeken schreef. Iets verderop aan de Coolsingel, op de trappen van het Beursgebouw, staat het standbeeld van Gijsbert Karel van Hogendorp (17621834), ontwerper van onze grondwetten van 1814 en 1815. Toen ik een keer in de tram langs de Coolsingel reed en de standbeelden zag, kwamen de namen van nog meer bekende Rotterdamse juristen uit het verleden bij mij op. Ik vatte toen het voornemen op om hier na mijn pensio­ ne­ring een boek over te schrijven. Dit boek, getiteld Rotterdamse juristen uit vijf eeuwen, is in juni jongstl­eden onder auspiciën van het Rotter­dams Juridisch Genootschap en het Historisch Genootschap Roteroda­mum uitgeko­ men en bevat de biografieën van 41 Rotterdamse juristen.* Thans lijkt het, gezien de grootte van Rotterdam en de uiteenlopende activiteiten daar, tamelijk vanzelf­ sprekend dat Rotterdam in het verleden bekende juristen gehad heeft, maar dat 24

Fiat Justitia september 2009

Johan van Oldenbarnevelt


is het niet. In het verleden was Rotterdam immers een betrekkelijk kleine stad, geen bestuurscentrum met tal van juridisch geschoolde ambtenaren en evenmin een stad met een universiteit of een hoog rechterlijk college, waaraan diverse juristen verbonden waren. De grootste juridische beroepsgroep vóór 1800 vormden de notarissen. Van de 350 notarissen die in Rotterdam tussen 1585 en 1811 gefunctioneerd hebben, is van 210 het protocol (een archief van de door de notaris bewaar­ de akten, red.) bewaard gebleven en deze berusten in het Gemeentearchief. Zowel voor rechtshistorici als voor gewone historici en genealogen is dit een rijke bron van materiaal. Advocaten waren voornamelijk in Den Haag gevestigd, waar het Hof van Holland en de Hoge Raad hun zetel hadden. Rotterdamse juristen lieten zich wel als advocaat beëdigen, maar de advocatuur was voor hen meestal niet meer dan een opstapje naar een functie in het stadsbestuur of het bedrijfsleven. Zo treft men onder de bewindhebbers van de VOC en onder de schepenen (openbare bestuurders op plaatselijk niveau, red.) van Rotterdam diverse juristen aan, zoals van de familie Groeninx van Zoelen, waarvan afstammelingen nog steeds op Huys ten Donck in Ridderkerk wonen. De stadsrechtbank, bestaande uit schepenen, telde soms juristen, maar dit was geen voorwaarde voor hun benoeming. Dit alles veranderde omstreeks 1800 in de Bataafs-Franse tijd. Er kwamen een staatsregeling (grondwet), wetboeken en beroepsrechters. Diverse Rotter­ amse juristen speelden een belangrijke rol bij de omwenteling in 1795. De patriot Mr. Pieter Paulus (1753-1796), advocaat-fiscaal van de Admiraliteit op de Maze (belast met de organisatie van de zeemacht, was van de vijf Nederlandse Admiraliteiten de oudste, red.), verwelkomde als eerste burger van Rotterdam de Fransen in 1795 en werd eerste voorzitter van de Nationale

Gijsbert Karel van Hogendorp

Vergadering in 1796. De patriot Mr. Paulus Gevers (1741-1797), die aanklager was geweest in het beruchte proces tegen de Oranje­gezinde Kaat Mossel in 1785 en daarna gevlucht was naar Frankrijk, kwam terug en werd burgemeester van Rotterdam. Zijn zoon Mr. Abraham Gevers (1762-1818), oud-schepen, zou in 1814 één van de eerste presidenten van de Rotterdamse rechtbank worden. Van Hogendorp, hiervoor reeds genoemd, was als trouw aanhanger van Oranje ambteloos burger in de Bataafs-Franse tijd, maar ontwierp in die tijd de eerste grondwet van 1814 en zou zich na de terugkeer van de Oranjes eind 1813 tot een bekend staatsman ontwikkelen. Na 1813 nam door de professionali­ sering van de rechterlijke macht, de advocatuur, het notariaat en het stadsbestuur het aantal juristen in Rotterdam toe. Ook in de handels­

wereld vonden de juristen echter hun weg. Een bekend jurist in de negen­ tiende eeuw was Mr. Marten Mees (1828-1917), actief als bankier en in het verzekeringswezen. Behalve dat zette hij zich als vice-voorzitter van de Kamer van Koophandel ook in voor de totstandkoming van de Nieuwe Waterweg en voor nieuwe stoomboot­ rederijen in Rotterdam, zoals de Holland Amerika Lijn en de Rotter­damse Lloyd. Van beide maatschap­pijen was hij president-commissaris. Aan het einde van de negentiende eeuw worden Rotterdamse advocaten ook politiek actief. Mr. E.E. van Raalte (1841-1921) was de eerste Rotterdamse advocaat die in 1905 minister van Justitie werd. Er zouden in de loop der jaren nog vier andere advocaten volgen: Mr. L.A. Donker (1899-1956), Mr. A.C.W. Beerman (1901-1967), Mr. F. Korthals Altes (1931) en Mr. A.H. Fiat Justitia september 2009

25


a rt i kel Korthals (1944). Een nog meer bijzondere carrière maakte de zeerecht­ advocaat Mr. B.C. J. Loder (1849-1935) door, die als eerste Rotterdamse advocaat in 1908 rechtstreeks in de Hoge Raad benoemd werd, en in 1922

(1879-1928) en eveneens in Rotterdam werd in 1947 de eerste vrouwelijke rechter benoemd in de persoon van Mr. Johanna C. Hudig (1907-1996). Zij was ook de eerste hoogleraar in het kinderrecht aan haar oude universiteit

Hugo de Groot

eerste president van het Permanente Hof van Internationale Justitie (de voorganger van het huidige Internationaal Gerechtshof ) werd. In de twintigste eeuw begonnen de vrouwen in de juridische wereld op te komen. Op dit moment bestaat de rechterlijke macht voor de helft uit vrouwen en de advocatuur uit ruim een derde. Dat is niet vanzelf gegaan. Rotterdam heeft daarin voorop gelopen. Hier werd in 1903 de eerste vrouwelijk advocaat beëdigd in de persoon van Mr. Adolphine Kok 26

Fiat Justitia september 2009

in Utrecht. Een bekend juriste in Rotterdam was ook de jarenlange directeur van de Rotterdamse Raad voor de Kinderbescherming (toenter­ tijd de grootste Raad in het land), mevrouw Mr. E.A. Stoop (1906-1985). De twintigste eeuw laat zien dat veel juristen uitzwermden naar andere beroepen in Rotterdam en daar bekend­heid verwierven. Wij noemen Mr. G.G. van der Hoeven (1872-1955), hoofdredacteur van de Nieuwe Rotterdamse Courant; Mr. Dr. K.P. van der Mandele (1880-1975), bankier en

voorzitter van de Kamer van Koop­ handel bij de wederopbouw van Rotterdam na de oorlog; Prof. Mr. J. van der Poel (1888-1982), directeur van de Rijksbelastingacademie; Mr. L. Einthoven (1896-1979), hoofd­commis­ saris van politie, maar nog bekender door zijn inzet voor de Nederlandsche Unie in de oorlog; Mr. H.C. Haze­ winkel (1896-1968), gemeente­ archivaris en schrijver van een bekende stadgeschiedenis van Rotterdam; Mr. J.Ph. Backx (1903-1982), stuwadoor en algemeen voorzitter van de Scheepvaart Vereniging Zuid; Mr. B. Moret (19051982), jurist en accountant, en Mr. T Drion (1924), jarenlang het juridisch gezicht van Unilever en voorzitter van het Genootschap van Bedrijfsjuristen. Ook de oudere juridische beroeps­ groepen telden bekende Rotterdamse leden: Jhr. Mr. G.W. van Vierssen Trip (1874-1960), vice-president van de rechtbank en schrijver van het bekende boekje De gelaarsde kat als juridisch sprookje; Mr. J. Drost (1880-1954), deken van de advocaten in oorlogstijd en ontwerper van de nieuwe beroeps­ structuur van de huidige Nederlandse Orde van Advocaten; Prof. Mr. P.J. Oud (1886-1968), burgemeester voor en na de oorlog, die afgezet werd door de bezetter, maar de aldus vrijkomende tijd benutte om diverse boeken over staatsrecht en parlementaire geschie­ de­nis te schrijven; Mr. W.C. Treurniet (1897-1979), notaris en autoriteit op het terrein van vennootschapsrecht; Mr. J.W.W. van der Hoeven (1900-1974), onteigeningsadvocaat en dijkgraaf van het eeuwenoude Hoogheemraadschap Schieland; Mr. W.F. Lichtenauer (1908-1987), algemeen secretaris van de Kamer van Koophandel en auteur van tal van (rechts-) historische werken; Mr. J.G.L. Reuder (1909-1999), rechtbankpresident, bekend door zijn kortgedingen, met name in stakings­ zaken, en Prof. Mr. H. Schadee (1910-1995), ontwerper van het zee- en transportrecht voor het nieuwe Burgerlijk Wetboek.


advocaat te Rotterdam, samen met Mr. I.J. Dutilh (1915-1998) naamgever van het huidige advocaten- en notarissenkantoor Nauta Dutilh. Dutilh heeft zich overigens als curator en voorzitter van het Trustfonds ook zeer ingezet voor de hogeschool. Meest prominente jurist voor de huidige universiteit is echter de bouwdecaan van de Juridische Faculteit geweest, Prof. Mr. P. Sanders (1912), bekend ook door zijn inzet voor arbitrage en Europese vennootschap.

Marten Mees

Enkele juristen zetten zich ook in voor de totstandkoming van de Handelshogeschool in Rotterdam, welke uiteindelijk tot de huidige Erasmus Universiteit zou leiden. Genoemd mogen worden: Mr. W.C. Mees (1882-1970), directeur van de Rotterdamse Scheepshypotheekbank, die de aanzet tot de oprichting van de hogeschool gaf en jarenlang secretaris van het algemeen bestuur en van curatoren was; Prof. Mr. G. Nauta (1884-1967), eerste juridische hoogleraar aan de nieuwe hogeschool en naderhand een bekend notaris en

Onderscheiden de Rotterdamse juristen zich van de juristen elders? Niet veel, maar wanneer men toch iets wil noemen dan is het de creativiteit van de Rotterdamse juristen om problemen praktisch op te lossen en daarvoor tot op dat moment onbekende wegen te betreden. Wij denken dan aan Van Oldenbarnevelt, die de VOC als voorloper van de huidige multinationals creëerde; Van Hogendorp, die de nieuwe grondwet van 1814 ontwierp; Reuder, die een stakingscode voor de Rotterdamse haven formuleerde, en Sanders, die de Europese vennootschap ontwierp. Iets om als Rotterdammers trots op te zijn!

Personalia Govaert Kok (1935), studeerde rechten in Leiden. van 1962 tot 1976 was hij werkzaam als kandidaatnotaris, advocaat en notaris op het kantoor van nauta, Lambert & Schadee (thans nauta dutilh) te rotterdam. daarna was hij tot zijn pensionering in 2005 in diverse functies werkzaam in de rechterlijke macht, onder meer als president van de gerechtshoven te ’s-hertogenbosch en ‘s-Gravenhage.

* G.Chr. Kok, Rotterdamse juristen uit vijf eeuwen, Uitgeverij Verloren, Hilversum, 2009. De winkelprijs van dit boek bedraagt 39 euro. Personen die lid zijn of worden van het Rotterdams Juridisch Genootschap of van het Historisch Genootschap Roterodamum, kunnen het boek tegen een gereduceerde prijs van 20 euro verkrijgen. Inlichtingen, aanmelding als lid en bestelling bij mevrouw C. Hartsuiker, c.hartsuiker@hetnet.nl

Fiat Justitia september 2009

27


r o T T E r d A M i n BEELd

20

3 1

22

11 10

13

4

8

17

5 18 21

6

14

12 16 15

7

2 19 9

28

Fiat Justitia september 2009


2 3 1 5

7 4

8

6

Fiat Justitia september 2009

29


r o T T E r d A M i n BEELd

9

10 11 12

13

14 15 30

Fiat Justitia september 2009


17

16

19

18

20

22

21

Fiat Justitia september 2009

31


i n te rv i ew

Prof. Dr. Steven Lamberts Een enorm veranderingsproces

Zes jaar geleden werd prof. dr. Steven Lamberts aangesteld als rector magnificus van de Erasmus Universiteit Rotterdam (EUR). In die periode heeft de EUR grote stappen gezet en is de basis gelegd voor een internationale topuniversiteit. Tijdens de opening van het academische jaar, 31 augustus jongstleden, droeg hij de ambtsketen over aan prof. dr. Henk Schmidt en maakte Lamberts tegelijkertijd bekend tot januari 2010 op te zullen treden als waarnemende voorzitter van het College van Bestuur. Kort voor zijn aftreden als rector ging Fiat Justitia op bezoek en sprak met hem over zijn aanstelling, de maatregelen die in de afgelopen zes jaren zijn getroffen en de toekomst van de EUR, die volgens Lamberts rooskleurig is: “Als we er hier en daar nog een schepje bovenop doen, kunnen we echt in de internationale top blijven.” Tekst: Suzanne van Kooij en Patrick Slob

Ik heb mijn gymnasium-B gehaald in Rotterdam en ben op mijn zeventiende medicijnen gaan studeren in Utrecht, waar ik het doctoraalexamen heb behaald. De co-assistentschappen heb ik daarentegen in Rotterdam gedaan, evenals het artsexamen dat ik in 1970 heb afgelegd. Meteen daarna heb ik doorgestudeerd voor medisch specialist, waardoor ik in 1975 promo­ veerde en internist werd. Vervolgens ben ik voor anderhalf jaar naar de Verenigde Staten vertrokken om onderzoek te doen. In 1981 kwam ik terug naar Rotterdam en ben ik hoogleraar in de Inwendige Genees­ kunde geworden. Daarnaast heb ik een tijd de afdeling Inwendige Geneeskunde geleid om uiteindelijk – inmiddels zes jaar geleden – rector magnificus van deze universiteit te worden. Waarom werd juist ú gekozen als rector magnificus?

Dat weet ik eigenlijk niet precies. Het was een periode waarin een nieuwe wettelijke basis kwam voor het ontstaan van universitair medische centra. De medische faculteiten, die onderdeel van de universiteiten waren, werden samengevoegd met acade­ mische ziekenhuizen. Dat betekende 32

Fiat Justitia september 2009

hoor! Ik heb soortgelijke activiteiten ontplooid binnen een aantal grote onderzoeksorganisaties, zoals het Koninklijk Wilhelmina Fonds en de Raad voor Gezondheidsonderzoek. En ik was natuurlijk hoofd van de afdeling Inwendige Geneeskunde, wat een grote en lastige afdeling binnen de universiteit is.

foto: Erasmus Universiteit Rotterdam

U draait al geruime tijd mee op universi­tair niveau. Kunt u een korte schets geven van uw academische verleden?

“Ik vind niet dat we 1 september de colleges kunnen starten met een hoogleraar die werkt voor de Erasmus Universiteit dat de grootste faculteit los dreigde te raken. En dat terwijl het voor het onderwijs en het onderzoek van enorm belang was om de juiste aansluiting te behouden, zodat het geheel vanuit Woudestein bleef functioneren. Ik denk dat ze daarom iemand van de medische faculteit gekozen hebben. Heeft u bij uw aanstelling last gehad van kritiek, omdat u te weinig bestuurlijke ervaring zou hebben?

Het is nooit direct tegen mij gezegd. Maar bestuurlijke ervaring had ik wel

voor de Iraanse staatstelevisie” Wat zijn de taken van een rector magnificus?

Het bestuur van de EUR wordt gevormd door het College van Bestuur, dat bestaat uit drie leden: een voor­ zitter die de externe betrekkingen onderhoudt, een bestuurslid dat verantwoordelijk is voor de financiën, de gebouwen en het personeel, en de rector, die het onderwijs en het


onderzoek in zijn portefeuille heeft. Ik ben dus eindverantwoordelijk voor het onderwijs en het onderzoek aan deze universiteit. Daarom is mijn antwoord op de voorgaande vraag ook dat een goede rector zich inhoudelijk meer bemoeit met de kwaliteit van het onderwijs en het onderzoek, dan met het management. Heeft de EUR in de afgelopen zes jaar veel veranderingen gekend?

Jazeker. Als ik kijk naar het onderwijs, zie ik dat wij in de afgelopen jaren een enorm veranderingsproces hebben doorgemaakt, met name de rechten­ faculteit. We hebben daarvoor wel een aantal forse maatregelen moeten nemen. Toen ik werd aangesteld stonden we in de ranking qua onderwijs niet erg hoog. Dat kwam ook omdat drie van de vijf grootste opleidingen in Nederland hier op Woudestein werden gegeven: economie, bedrijfskunde en rechts­ geleerd­heid. De massaliteit en anonimiteit van onze studenten waren een grote zorg, omdat je zag dat er een veel te lange studieduur was, met een veel te hoge uitval. We hebben daarom forse maatregelen genomen om deze zaken te verbeteren. In de eerste plaats kwam er een bindend studieadvies aan het einde van het eerste jaar. Ten tweede moesten we iets doen om die massaliteit en die anonimiteit te verminderen en dus kwamen er mentor­groepen, vaak verplichte werkgroepen, meer contacturen tussen studenten en de faculteit en een sterke verbetering van de studieplekken op de campus. Daarnaast hebben we verplichte docentopleidingen ingevoerd zodat onze docenten veel professioneler onderwijs geven. Ten slotte hebben we internationaal sterk geworven door een aantal bachelor­ opleidingen in het Engels aan te bieden en de meeste masters in het Engels te geven. Het blijkt dat de opleidingen waar internationale studenten aan deelnemen ook een veel hoger rendement opleveren voor de Nederlands­talige studenten. Dus kennelijk werkt dat activerend.

En welke veranderingen hebben er plaatsgevonden op de rechtenfaculteit?

Rondom rechtsgeleerdheid hebben we een aantal bijzondere dingen ingevoerd. Zo is er een crimino­lo­gie­opleiding gestart en is er een numerus fixus met een heel nieuw curriculum binnen de rechtenopleiding gekomen. We weten op dit moment nog niet wat het rendement van het eerste jaar van het curriculum is, maar de eerste getallen laten zien dat er de afgelopen tijd beter gestudeerd is en er meer studiepunten behaald zijn. Klaarblijkelijk heeft de nieuwe aanpak de interesse van de studenten in hun studie verhoogd. Nemen al die verplichtingen niet het karakter van een universiteit weg waardoor het meer op een hboinstelling gaat lijken?

Ja, die dreiging zit er wel in. Maar de economische faculteit is hier al iets eerder mee begonnen en heeft nu besloten om alle studenten die het goed doen vanaf het tweede jaar van deze verplichtingen te verlossen. Als je in het begin bewijst dat je het goed kan, dan gaat daarna het klassieke universitaire stelsel weer in. Dat is ook het algemene plan. Maar het was een moeilijke beslissing, omdat het woord ‘verplichting’ voor veel studenten moeilijk te accepteren is. Het is overigens niet zo dat de universiteit nu een hbo-instelling geworden is, want het blijft nog steeds zo dat studenten zich academisch moeten ontwikkelen door middel van bijvoorbeeld het

schrijven van een scriptie. Maar maatschappelijk gezien kon het niet zo zijn dat we cijfers kregen, waarbij na vier jaar studie slechts twaalf procent van de rechtenstudenten hun bachelorexamen had gehaald. Ik denk dat bij het lezen van deze cijfers veel mensen zullen denken: “Dat kan niet waar zijn.” En ik hoop daarom dat studenten inzien dat het tijd werd om de teugels wat aan te trekken. Wat onderscheidt de EUR van andere universiteiten?

Hetgeen de EUR onderscheidt zijn met name de twee grootste economie- en bedrijfskundefaculteiten van ons land, die samen al meer dan 12.000 studen­ ten hebben. Dat is ongeveer de helft van de studenten die aan de EUR studeren. Het is een universiteit die zich enorm op economie en bedrijfs­ kunde richt en je herkent dat in veel andere faculteiten. Zo is de rechten­ faculteit bezig om een nieuwe opleiding, Law & Economics, op te zetten. Deze focus geeft ook aan dat het een typisch Rotterdams profiel is. Zijn er zaken die u, achteraf gezien, anders had willen doen?

Eén van de dingen die we nu moeten doen, is ons voorbereiden op de verwachte, verdere instroom van nóg meer studenten, zowel nationaal als internationaal. De verwachting is dat we in het studiejaar 2012-2013 naar 28.000 studenten gaan. Het is lastig om te bedenken hoe we dit moeten Fiat Justitia september 2009

33


i n te rv i ew

Hoe zit het met de samenwerking tussen de stad en de universiteit?

Daar is héél erg veel in geïnvesteerd. Waar ik in de eerste plaats erg tevreden over ben, is dat we als een van de eerste universiteiten erin geslaagd zijn om duizenden studenten uit gezinnen, die traditioneel gezien niet deelnamen aan het hoger onderwijs, aan te trekken. Dan bedoel ik dus de 5000 studenten met een andere etnische achtergrond. Zij doen het heel goed. We hebben ook een speciale studentenvereniging voor hen opgericht, Kaseur, zodat ze zich thuis kunnen voelen. Dat is voor Rotterdam, waar het opleidingsniveau buitengewoon ernstig achterblijft in vergelijking met bijvoorbeeld 34

Fiat Justitia september 2009

Amsterdam of Utrecht, natuurlijk van essentieel belang. Ik denk dat dat de belangrijkste gift van deze universiteit aan de stad Rotterdam is. Een tweede beslissing is dat het Erasmus MC het ziekenhuisgedeelte gaat herbouwen in het midden van de stad, terwijl alle academische centra elders in het land buiten de stad worden gebouwd. Voor Rotterdam is dat ook weer een uniek geschenk: een groot functionerend ziekenhuis met meer dan 10.000 werknemers, die de kwaliteit van het culturele leven en het maatschappelijk sociale leven in de stad helpen te bevorderen. In de derde plaats doen we steeds meer met de stad, waarbij we de stad proberen te gebruiken als het laboratorium voor onderzoek. Op alle faculteiten zie je onderzoeksprojecten rondom de problematiek van de grote stad van de grond komen. We zullen bij de opening van het academische jaar ook een Memorandum of Understanding ondertekenen om een nog nauwere samenwerking te bewerkstelligen.

Nederlandse en de internationale student écht aantrekkelijk is? Wat betekent dit? Dit betekent dat je 24/7 open moet zijn, dat er studenthuis­ vesting op de campus moet zijn, je moet allerlei restauratievoorzieningen hebben, er moeten goede sport­ faciliteiten zijn, et cetera. En dat gaan we gewoon doen! Hoe snel dit allemaal gaat gebeuren, is nog de vraag. Het is foto: Erasmus Universiteit Rotterdam

accommoderen. En dan bedoel ik niet qua parkeer-, eet- of studieplaatsen. Het aantal bacheloropleidingen dat we nu hebben, is min of meer al gevuld. Dat wil zeggen dat we ons pakket zullen moeten differentiëren, maar dat is niet zo makkelijk. Wij kunnen immers niet zomaar natuurkunde of scheikunde gaan aanbieden, want de infrastructurele maatregelen die daarvoor nodig zijn, zoals gebouwen en laboratoria, kosten enorm veel geld en dat is er niet. Daarom hebben we nu een plan gemaakt. We starten per 1 september van dit collegejaar met de nieuwe bachelor Media & Communi­ catie, een Engelstalige opleiding. Daarnaast zijn we in voorbereiding om een Engelstalige of een gedeeltelijk Engelstalige opleiding Pedagogiek te beginnen. Maar er moet nog meer gebeuren, want de studies economie, bedrijfskunde en rechten zijn – om het maar even ruw te zeggen – gewoon vol! Er zit geen rek meer in. Daar kunnen niet meer enkele honderden eerste­ jaars­studenten bijgezet worden. Tegelijkertijd kost elke nieuwe opleiding die we starten acht tot tien miljoen euro. Zoveel geld hebben we niet en daarom is het van belang om goede beslissingen te nemen. Nu hebben we twee beslissingen genomen, maar op den duur volgen er hopelijk nog meer en dat had ik nog wel willen doen.

Maar critici zullen zeggen: “De EUR wil toch een internationale researchuniversiteit zijn?”

Dat zijn we ook al geworden! We zijn een internationale universiteit, met 3000 internationale studenten, en we hebben een uitstekende wetenschappe­ lijke output. Maar er is bij mijn weten geen enkele succesvolle internationale universiteit, die niet geworteld is in haar eigen omgeving en die niet naar haar eigen omgeving uitstraalt dat ze wil steunen en ondersteunen. De EUR heeft het zogenaamde Masterplan opgesteld, waarmee zij hoopt de grote groei van studenten te kunnen accommoderen en de campus om te bouwen tot een voor (buitenlandse) studenten aantrekkelijke plek. Past deze dure ambitie in een tijd van economische neergang?

Het Masterplan is een heel spannende ontwikkeling waarbij we ons in feite volledig op de student richten. De vraag is: kunnen we op deze plek een campus creëren die voor de

onzeker wat het Ministerie van Onderwijs de komende drie jaren voor ons in petto heeft. We hebben al wat geld gereserveerd voor nieuwe onderwijsplannen en onderzoeks­ activiteiten, en ook een fors bedrag voor de campusvernieuwing. Maar dat is onvoldoende om alle ambities, zoals


het autovrij maken, het 24 uur open zijn met bewaking en een nieuw, groot studentenpaviljoen, van de grond te krijgen. Het wordt dus een spannende ontwikkeling om te zien hoe de economische neergang van de wereld ons treft en om te kunnen berekenen hoeveel we kunnen investeren zonder de universiteit op te schepen met niet te dragen jaarlijkse lasten. De universiteit investeert veel in haar eigen voorzieningen. Maar hoe zorgt de EUR ervoor dat academisch talent in Rotterdam blijft?

We hebben voor het onderzoek veel programma’s waarmee we het talent dat we in huis hebben specifiek stimuleren en waarmee we ze proberen te binden. Degenen die erin slagen om een NWO-Talent subsidie binnen te slepen, krijgen ook een stimulerings­ premie van het College van Bestuur. Wij proberen hier veel aan te doen. Ook proberen we de kwaliteit van de wetenschappelijke staf verder te verhogen, waardoor jonge, veel­ belovende docenten en onderzoekers die in het academische promotietraject zitten, precies weten waar ze aan toe zijn en binnen een aantal jaren door kunnen stromen naar de hogere vaste banen. Een actueel onderwerp is de situatie rondom de Mexicaanse griep. Wat is er op de EUR gebeurd toen bekend werd dat deze griep zijn intrede deed in Nederland?

Wij volgen alle voorschriften van het RIVM (Rijksinstituut voor Volks­ gezond­heid en Milieu, red.) en dat zijn er op dit moment eigenlijk niet zoveel. We hebben hygiënische maatregelen getroffen, zoals de handdoekrollen vervangen voor papieren doekjes. Maar verder kun je op dit moment niets doen. Vaccineren is er nog niet bij en alleen wanneer er meerdere ‘haarden’ zijn, kunnen we overwegen om een instelling te sluiten. Echter, het is de verwachting dat dit, als het echt losbarst, eerst zal gebeuren op lagere en middelbare scholen. We hebben in elk geval continu contact met het RIVM

om te horen wat de te nemen maatregelen zijn. Is erover nagedacht om vanwege de Mexicaanse griep de Eurekaweek anders in te richten?

Nee. Het is waar dat er in bepaalde huizen twintig in plaats van acht studenten sliepen. En ook in de sportzaal op de campus verbleven een paar honderd eerstejaarsstudenten. Maar naast de hygiënische maatregelen die ik zojuist noemde, hebben we niets gedaan. We hebben het wel nagevraagd, maar verdere maatregelen werden niet aanbevolen. Wat vond u van de Eurekaweek editie 2009?

Ik vond het heel erg levendig, actief en vrolijk. Nu moet ik wel zeggen dat het vorig jaar regende en het dit jaar heerlijk weer was. De openingsact vond ik fantastisch. Gistermiddag (19 augustus, red.) heb ik nog bij een verenigingsdebat gezeten. Dat was eveneens erg actief en mijn indruk is dat het allemaal buitengewoon leuk en geslaagd is. Ook het optreden van burgemeester Aboutaleb vond ik uitstekend. Hij deed dat heel goed! Hij sprak niet alleen de tekst, maar keek en zag met wie hij te doen had.

Een ander actueel onderwerp is het ontslag van islamoloog Tariq Ramadan. Kunt u vanuit de universiteit een toelichting geven?

Er komt nog aparte berichtgeving over (dit is inmiddels onder medewerkers verspreid, red.), maar van belang is om te weten dat het niets met freedom of speech te maken heeft. Hij mag alles zeggen. Maar we hebben hem vorige week verzocht om zijn medewerking aan een Iranese televisiezender, die heeft gereageerd op de demonstraties in Iran met zeer negatieve bericht­ geving en louter sprak over relschoppers, ten minste tijdelijk te staken. Het past niet bij de academische, maar vooral niet bij de democratische principes van deze universiteit om je te laten gebruiken voor een – in principe – repressief bewind. Hij heeft daarop gereageerd dat hij daar niet aan dacht en dat hij daar de komende weken nog over na zou denken. Wij zijn dus ook begonnen, en niet de gemeente, om te zeggen dat dat niet ging. Ik vind ook niet dat we 1 september de colleges kunnen starten met een hoogleraar die werkt voor de Iraanse staatstelevisie, terwijl hier al die jonge Iranese studenten rondlopen, waarvan sommige ouders in de gevangenis

“Maatschappelijk gezien kon het niet zo zijn dat we cijfers kregen, waarbij na vier jaar studie slechts twaalf procent van de rechtenstudenten hun bachelorexamen had gehaald” Hoe is uw contact met de burgemeester?

Zeer goed en heel intensief. Ik zie hem heel vaak. Wat je duidelijk merkt, is dat de heer Aboutaleb als eerste politicus van Nederland lid van de Onderwijsraad was. Hij heeft een sterk inzicht en een heel scherpe mening over hoe het onderwijs ingericht moet worden. En ik heb daar bewondering voor. Hij is zeer goed op de hoogte.

hebben gezeten en gemarteld zijn. Dus dat is de reden, hij mocht alles zeggen. We hebben ook inhoudelijk niets tegen wat hij allemaal heeft beweerd, want dat is niet mijn taak. Het is wel mijn taak om de democratische waarden aan deze universiteit te handhaven en dat een hoogleraar die daarbuiten treedt, terechtgewezen wordt.

Fiat Justitia september 2009

35


i n te rv i ew Maar in de media heeft Ramadan zich meermalen uitgesproken tegen de situatie in Iran.

Nee, dat heeft hij niet gedaan. Dat heeft hij pas gedaan op ons verzoek. In elk geval hebben wij geconcludeerd dat velen die aan die zender meewerkten hun medewerking hebben gestopt, behalve hij. Tariq Ramadan zei in Nova alles indirect van de gemeente en de universiteit vernomen te hebben. Vindt u niet dat dit op een nettere manier had kunnen worden opgelost?

Zijn er specifieke dingen die u heeft meegegeven aan uw opvolger?

Het is een kwestie van flexibiliteit. Ik ben net oud genoeg om te weten dat er hoogleraren uit Nederland in de jaren dertig in Duitsland op de radio kwamen om uit te leggen dat het toch eigenlijk wel goed was dat de treinen nu op tijd liepen, net op het moment dat de eerste concentratiekampen er waren. Je kunt alles flexibel maken, maar je komt op een glijdende schaal en ik vind niet dat een van onze hoog­leraren aan zo’n televisie­ programma moet deelnemen! Je moet laten weten dat dat niet kan. Dat is het enige wat er gebeurd is.

We zijn stapsgewijs van alles aan het overbrengen, maar er zal voor hem niet zoveel nieuws zijn. We hebben in de laatste jaren een zeer intensief en goed contact tussen het College van Bestuur en het College van Decanen ontwikkeld, waarbij we eigenlijk alle stappen die het college neemt van tevoren met de decanen bespreken en naar hun mening vragen. Er is naar mijn verwachting niets wat verrassend voor hem zal zijn. Ik heb natuurlijk wel een paar dossiers van boze professors die vinden dat ze niet voldoende gewaardeerd worden en die zal ik hem met genoegen overhandigen, haha!

foto: Erasmus Universiteit Rotterdam

Dat is niet waar. Vorige week vrijdag (14 augustus 2009, red.) hebben we

Rotterdam. Was daar niet op een andere manier een mouw aan te passen?

Hoe ziet u de toekomst van de EUR?

Het gaat heel erg goed met de EUR. Het onderwijs verbetert, we hebben snel geïnternationaliseerd, we staan er financieel goed voor en het onderzoek begint steeds beter en competitiever te worden. Als we er hier en daar nog een schepje bovenop doen, kunnen we echt in de internationale top blijven. Dat zal hard werken zijn, zeker wanneer de overheidsfinanciën zullen afnemen en eventueel de masterbekostiging vervalt. Maar dat moet ons lukken, beter dan andere universiteiten. Onze uitgangs­ positie is uitstekend. De EUR is de universiteit voor denkers en doeners. uitgebreid met hem gebeld. Ik heb vervolgens per e-mail moeten meedelen dat de samenwerking was beëindigd, omdat het telefoonnummer dat hij had opgegeven – hij was inmiddels van Mauritius naar Marokko gegaan – een cijfer te weinig had. Wij konden hem dus niet bereiken, maar de pers heeft hem uiteindelijk wel bereikt. Ik heb het hem dus op tijd per e-mail laten weten. Maar we hebben hem dus wel daarvoor gesproken. Hij zei op de televisie dat dit niet zo was, maar zijn decaan heeft uitgebreid met hem gebeld. Dus daar spreekt meneer Ramadan niet de waarheid. Los van de redenen van zijn ontslag is het zonde dat iemand van Ramadan’s status weggaat uit een stad als 36

Fiat Justitia september 2009

Uw laatste dagen als rector magnificus zijn aangebroken. Uw opvolger is al een tijd bekend. Waarom is professor Schmidt naar voren geschoven als de nieuwe rector?

Professor Schmidt is internationaal gezien de onderwijsdeskundige van – zo ongeveer – de wereld. Daarnaast heeft hij een heel specifiek soort onderwijsprobleem gestuurd en ontwikkeld. Hij is een grote inter­ nationale autoriteit, maar ook echt een autoriteit hier op Woudestein in een aantal aspecten, waaronder het managen van wetenschappelijk onder­zoek. Hij heeft een brede ervaring en is een man van groot prestige. De keuze was dus niet moeilijk.

Personalia Lamberts (1944) studeerde medicijnen in Utrecht, maar promoveerde aan de Faculteit der Geneeskunde en Gezondheidswetenschappen van de EUR. Zes jaar later, in 1981, volgde aan de EUR (thans Erasmus MC) zijn benoeming tot hoogleraar Inwendige geneeskunde. Zijn onderzoek richt zich op neuroendocrinologie, endocriene tumoren en veroudering. Tot januari 2010 treedt prof. dr. Steven Lamberts op als voorzitter ad interim van het College van Bestuur. Hij was van november 2003 tot september 2009 rector magnificus van de Erasmus Universiteit.


Plannen. Ambities. Idealen.

Wij hebben ze ook. Je wilt een jurist zijn die het vak tot in de finesses beheerst. Je wilt werk dat er maatschappelijk steeds meer toe doet. Je wilt blijven leren en groeien. Meteen een vliegende start maken in een praktijkgerichte omgeving. Een organisatie die jou als geen ander faciliteert en inspireert. Je wilt een carrière met de juiste balans tussen werk en privé. In een goeie sfeer samenwerken met meer dan 400 andere gespecialiseerde juristen. Die net als jij gáán voor hun klanten. Voor kennis delen. Voor service en resultaat. Je wilt de grootste juridische dienstverlener van ons land nóg beter maken. In Amsterdam, Den Bosch, Roermond, Groningen, Rijswijk of Arnhem. Wat jij wilt, willen wij ook. Kom naar www.juristbijdas.nl

Bij DAS kom je tot je recht


Rech tswi n kel R otte rd am

Stichting Rechtswinkel Rotterdam Een impressie Het is 08:30 uur op een dinsdag in juli en ik ben op weg naar de Rechtswinkel Rotterdam. Karishma, bestuurslid van de Rechtswinkel, heeft mij uitgenodigd om twee dagen met haar mee te lopen. Het pand bevindt zich op een hoek van de Wollefoppenstraat, in de deelgemeente Kralingen-Crooswijk. Via de site heb ik al een korte impressie gekregen van het doel van de Rechtswinkel. Ik ben benieuwd hoe het er in real life aan toe gaat. Auteur: Suzanne van Kooij

I

k word welkom geheten door Karishma. Ze is derdejaars rechtenstudente aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Ik neem plaats aan tafel waar nog drie andere medewerkers zijn gestatio­ neerd. Ook vandaag is er weer een telefonisch spreekuur, net als de rest van de week. “Maar het is vooralsnog vrij rustig”, vertelt Karishma. Ze zit dit jaar in het bestuur van de Rechtswinkel en vindt het erg leuk om te doen. “Door dit werk merk je dat je echt wat voor iemand kunt betekenen! Mensen kunnen tijdens de telefoondiensten namelijk met al hun juridische vragen bij ons terecht. We hebben de laatste tijd vooral veel vragen over arbeidsrecht, als gevolg van de economische crisis.” Op de vraag wie er in aanmerking komen voor juridische hulp, is Karishma helder: “Wij bieden op vrijwillige basis kosteloze ondersteuning aan degenen die dat nodig hebben, maar de middelen moeilijk kunnen vinden.” Het valt me op dat de bestuursleden in een mooi pand zitten. Het is vrij ruim opgezet en ze hebben een aantal grote, tegen elkaar geschoven bureaus met computers. Achter de bureaus staat een lange vergadertafel en in dezelfde ruimte bevindt zich ook nog een keukentje met een grote kast, waarin een grote hoeveelheid snacks liggen. Er is ook nog een aparte spreekkamer.

Omdat het vanwege de vakantieperiode niet heel druk is, krijg ik voldoende gelegenheid om de mede­werkers te leren kennen. “Er werken hier nu ongeveer twintig medewerkers en er hangt een heel informele en gezellige sfeer”, zegt Karishma. “We gaan binnenkort zelfs een weekend naar Walibi! Het leuke aan dit werk is dat je nu eindelijk die droge theorie, die je tijdens je studie leert, kan toepassen in de praktijk.” Onder het genot van een glas cola en een wat chips is het wachten tot er iemand belt. Eindelijk gaat de 38

Fiat Justitia september 2009

telefoon. Perwina, een tweedejaars studente die net nieuw is, pakt de telefoon op. De man die belt weet haar voor bijna een halfuur aan de lijn te houden! Hij heeft een vraag met betrekking tot een vordering en de verjaringstermijn daarvan. Als Perwina na een halfuur ophangt verzucht ze: “Ach, ik vond het zo sneu voor die meneer. Hij vertelde heel zijn levensverhaal aan me, maar ik kan op dit moment niet zoveel voor hem doen.” Ook het aanhoren van


moeilijke verhalen is een onderdeel van de Rechtswinkel. En omdat bepaalde zaken vrij ingewikkeld zijn, komt het weleens voor dat de medewerkers weinig kunnen doen. Voor de vele cliënten die wel goed geholpen kunnen worden, is er op woensdag een open spreekuur waar de mensen kunnen langskomen. Ze worden dan persoonlijk geholpen door de medewerkers en er is ter begeleiding ook een advocaat aanwezig. Om 12:30 uur eindigt het telefonisch spreekuur en zit mijn eerste deel van de meeloopdag erop. Ik word door Karishma uitgenodigd om de volgende keer mee te lopen met het open spreekuur. Maar deze vindt

Het is 1 september en de scholingsavond staat op het punt van beginnen. Ik ben voor het laatste deel van mijn meeloopdag weer afgereisd naar de Wollefoppenstraat en maak dit keer ook kennis met de andere bestuursleden. Allemaal zien ze het bestuurslidmaatschap als een goede aanvulling op de spreekuren die ze wekelijks draaien. “Het is leuk om je met het reilen en zeilen van de rechtswinkel bezig te houden en het team van medewerkers er steeds meer bij betrokken te laten raken.” Als Lisette Langedijk, docente van de sectie arbeidsrecht van de Erasmus Universiteit, is gearriveerd kan de avond van start. In een eerder nummer van Fiat Justitia heeft mevrouw Langedijk overigens al een artikel geschreven, dat ging over de positie van voetbal in het arbeidsrecht. Vanavond houdt ze daarentegen een scholing over de beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Een erg actueel onderwerp in deze tijd van crisis. De scholing heeft iets weg van een college en duurt ongeveer een uur. Aan het einde krijgen de medewerkers de gelegenheid om vragen te stellen. Na de scholing is de bijeenkomst afgelopen en gaan de meesten naar huis. Alleen de bestuursleden blijven achter om een vergadering te beleggen. “We zijn bezig om weer nieuwe medewerkers aan te trekken. Dit gebeurt altijd aan het begin van het studiejaar. We plaatsen een channelbericht en gaan de colleges af om te flyeren. Op die manier proberen we nieuwe en enthousiaste studenten te vinden.” Ik pak mijn spullen om naar huis te gaan en heb een goede indruk van de rechtswinkel gekregen. Het zijn gemotiveerde studenten die met hun kennis een verschil kunnen maken voor mensen die geen middelen hebben om een jurist of advocaat in te huren. Afgezien van de maatschappelijke relevantie, is het voor de medewerkers een uitstekend platform om hun theoretische kennis in de praktijk te brengen. Kortom, de Rechtswinkel is mijns inziens een absolute aanrader om naast je studie te doen!

uiteindelijk geen doorgang. Ze stelt voor dat ik in plaats daarvan een scholingsavond bijwoon, in de eerste week van september. Scholingsavonden worden regelmatig gegeven op verschillende rechtsgebieden, vaak door iemand uit de praktijk of een docent van de universiteit. Het is voor de medewerkers van de Rechtswinkel een mogelijkheid om hun kennis van een bepaald rechtsgebied te verbreden. Zelfs de theoretische kant blijft dus in ontwikkeling!

Geïnteresseerd? Stichting Rechtswinkel Rotterdam Wollefoppenstraat 176 3061 MZ Rotterdam Tel: (010) - 413 00 90 Website: www.rechtswinkelrotterdam.nl

Fiat Justitia september 2009

39


i n te rv i ew

Hans Smits

Een zee van mogelijkheden Wie het cv van Hans Smits bekijkt, doet toch op zijn minst even de wenkbrauwen fronsen. Hij klom op tot secretaris-generaal bij het ministerie van Verkeer en Waterstaat. Door zijn brede opleiding en vele interesses was hij tevens een periode topman van Schiphol en de Rabobank. En inmiddels is hij al een vijftal jaar directeur van het Havenbedrijf Rotterdam. Het is een veelzijdigheid aan functies die je niet vaak ziet. In januari 2005 kwam Smits als algemeen directeur van het Havenbedrijf naar Rotterdam en moest hij de brokken van zijn voorganger, Willem Scholten, opruimen. In diezelfde periode verloor de Rotterdamse haven zijn nummer één positie in de wereld. Maar Smits ligt daar niet wakker van: “Het was natuurlijk leuk geweest als we die positie nog een tijdje hadden vastgehouden, maar om eerlijk te zijn vonden wij het helemaal niet erg.” Fiat Justitia ging bij Hans Smits op bezoek en sprak in zijn kantoor op de zestiende verdieping van het World Port Center, met schitterend uitzicht over de stad, over de wereldhaven Rotterdam. Tekst: Lorenzo Favetta en Patrick Slob

Sinds 2005 bent u president-directeur van het Havenbedrijf Rotterdam. Eerder was u voorzitter van de Raad van Bestuur van de Rabobank, president-directeur van Schiphol en secretaris-generaal bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat. Heeft u zo’n brede opleiding genoten of heeft u zoveel interesses?

Misschien is het wel beide. Ik heb eerst voor civiel ingenieur gestudeerd op de Technische Universiteit Delft en behaalde daarna mijn doctoraal bedrijfskunde aan de interfaculteit Bedrijfskunde Rotterdam. De combinatie van civiel ingenieur en doctorandus bedrijfskunde was in mijn tijd vrij uniek, aangezien de faculteit Bedrijfskunde slechts in het tweede jaar van haar bestaan was. Er waren toen niet veel ingenieurs in het land die beide opleidingen hadden afgerond en op dat moment had ik dus een vrij breed opleidingspakket. En mijn interesses zijn inderdaad ook breder dan bijvoorbeeld alleen civiele techniek.

“Onze missie is niet alleen de grootste van Europa te blijven, maar vooral de beste

Hoe bent u president-directeur van het Havenbedrijf geworden?

Op 1 januari 2004 werd het Gemeente­ lijk Havenbedrijf Rotterdam verzelf­ 40

Fiat Justitia september 2009

haven van de wereld te zijn”

standigd door het uit de gemeentelijke organisatie te halen. Aanvankelijk was alleen de gemeente aandeelhouder, later is de Staat toegetreden. Nu is de verhouding: de gemeente Rotterdam (voor zeventig procent) en de Staat (voor dertig procent). Er kwam dus een directie en een Raad van Commissa­ris­ sen, waarvoor ik toentertijd gevraagd

ben. Dat heb ik aanvaard en vervolgens kwam in augustus 2004 de RDMaffaire aan het licht, waardoor mijn voorganger is weggestuurd, omdat hij dingen had gedaan die niet door de beugel konden. Toen heeft men vanuit de Raad van Commissaris­sen aan mij gevraagd om de leiding over te nemen, en dat is gebeurd.


Welke hoofdtaken heeft het Havenbedrijf?

In feite heeft het Havenbedrijf twee kerntaken. Enerzijds is dat zorgen voor het vlot en veilig afwikkelen van het scheepvaartverkeer in het havengebied. Zeeschepen vangen we zestig mijl uit de kust al op. Ditzelfde doen we ook voor de binnenvaartschepen en alle andere schepen die vanuit het achter­land, via Duitsland en de rivieren, de haven binnenkomen en weer verlaten. Ander­zijds houden we ons bezig met de ontwikkeling, de aanleg, het beheer en de exploitatie van het gehele haven­ gebied. Door land uit te geven maken we het voor bedrijven mogelijk om zich te vestigen en uit te breiden. Daarnaast investeren we in infra­structuur door bijvoorbeeld wegen, pijpleidingen, kades en de Maasvlakte 2 te bouwen. Tot 2005 was de Rotterdamse haven veertig jaar lang de grootste ter wereld. Hoe is deze positie verworven?

Er zijn verschillende factoren die hiervoor van belang zijn geweest. Ten eerste hebben we natuurlijk een unieke geografische ligging aan zee. Grote schepen kunnen relatief snel in en uit onze haven. Daarnaast hebben we unieke achterlandverbindingen over de rivieren, over de weg, per spoor en via pijpleidingen. Je moet niet vergeten dat de helft van alle goederen die de haven in en uit gaan via de binnenvaart worden vervoerd. Als laatste belang­ rijke factor kunnen we de handelsgeest van Nederland noemen. Nederland is en blijft een echte handelsnatie! Het gaat erom dat je de kansen die worden geboden zo goed mogelijk weet te benutten. We krijgen daarbij geweldige support voor de ontwikkeling van dit havencomplex, zowel van de lokale overheden als van de centrale overheid. De overheids­investeringen in de wegen in en rond Rotterdam zijn een goed voorbeeld daarvan. Hoe is er gereageerd toen bleek dat Rotterdam niet meer de grootste haven ter wereld was?

Voor de buitenwacht was dit een ver­velend moment. Kijk, het was

natuur­lijk leuk geweest als we die positie nog een tijdje hadden vast­ gehouden, maar om eerlijk te zijn vonden wij het helemaal niet erg. De havens die boven ons uit zijn gegroeid, zijn de havens in het Verre Oosten, zoals Singapore en Sjanghai, en daar concur­ reren wij niet mee. Sterker nog, als het daar hard groeit, groeit het bij ons óók hard. Bovendien gaat het in onze lijn van denken niet alleen om volumes, maar vooral ook om kwaliteit. Wij willen een haven van wereldklasse zijn! Onze missie is niet alleen de grootste van Europa te blijven, maar vooral de beste haven van de wereld te zijn. Op welke positie staat de Rotterdamse haven op dit moment in de wereldrang­ lijst?

Op nummer drie, als ik me niet vergis. Oh nee! Nummer vier, want in China hebben ze ergens administratief twee havens samengevoegd. Dat is net zoiets als de Rotterdamse haven en de Antwerpse haven administratief samenvoegen. Dan schiet je ook naar boven en zijn we waarschijnlijk de grootste ter wereld. Hoe komt het dat de havens in het Verre Oosten veel sneller groeien dan de Rotterdamse haven?

Dat is heel eenvoudig te verklaren. Wij hebben een achterland met ongeveer een half miljard mensen en alleen de Chinese havens hebben in totaal al een achterland van 1,3 miljard mensen. Bovendien hebben de economieën in die landen een stormachtige ontwikke­ling doorgemaakt, met groeipercentages die altijd tegen de tien procent aanzitten. Zelfs in dit crisisjaar groeit de Chinese economie. Die jarenlange groei hangt deels samen met de globalisatie. Een logisch gevolg is een toenemende import en export. Ook is de enorme groei van de intrahandel – de handel tussen de landen in het Verre Oosten – van belang geweest. Daar waren de groeipercentages op jaarbasis tussen de 35 en 40 procent! Kan de Rotterdamse haven van deze snel groeiende havens leren?

Je kunt altijd van elkaar leren, maar het verschilt natuurlijk per haven. Wat leer je van de een en wat leer je van de ander? Bij die snel groeiende havens zie je de nieuwste ontwikkelingen op het gebied van kranen en andere operationele hulpmiddelen voorbij­ komen. Maar andersom is dat net zo. De Rotterdamse haven heeft een wereldreputatie en overal waar je in het buitenland komt, gaat de rode loper uit. Dat betekent dat ons heel vaak gevraagd wordt om advies te geven aan overheden en havenautoriteiten. Maar zomaar adviseren doen we niet meer, want dan zijn we onze beste mensen een tijd kwijt voor een consultancy­ tarief, terwijl we ze hier goed kunnen gebruiken. We hebben op dit gebied een nieuwe lijn ingezet, waarmee we door middel van overzeese investeringen veel meer rendement uit onze reputatie willen halen. We willen in een aantal speerpuntlanden niet alleen advies geven, maar mede een haven managen en het beleid ervan bepalen. In Oman is het eerste project gestart en we zijn nu aan het kijken of dat ook in Maleisië, India en Brazilië mogelijk is. U bent voorstander van samenwerking met de Antwerpse haven. Wat zijn volgens u de voordelen van zo’n samenwerking?

Voordelen kunnen zitten in het gezamen­lijk verbeteren van verbin­ dingen tussen de havens. Ik heb bijvoorbeeld voorgesteld om gezamenlijk in het private bedrijfsleven te investeren, in een pijpleidingproject tussen de Rotterdamse en Antwerpse haven. Er komt hier namelijk nu al veel ruwe olie binnen, die met een pijpleiding door gaat naar de Antwerpse haven om daar uiteindelijk in de raffinaderijen terecht te komen. Ook tussen chemische fabrieken kun je per pijpleiding efficiënt en veilig stoffen per pijpleiding transporteren. Wat je ook kunt doen, is strategieën op elkaar afstemmen. Op een gegeven moment kun je zeggen: “Als jij nou daar meer in investeert, dan investeer ik meer hierin.” Je moet natuurlijk wel Fiat Justitia september 2009

41


i n te rv i ew opletten dat de mededingingswet­ geving uit Brussel niet wordt over­ treden. Daarnaast kun je ook zodanige investeringen doen dat je elkaar versterkt. Antwerpen heeft bijvoor­ beeld een aantal dingen in de chemie die wij niet hebben en wij hebben een aantal dingen in diezelfde chemie die Antwerpen niet heeft. Ten slotte heb je samen ook meer onderhandelings­ macht naar de grote rederijen – onze klanten – toe. Samen sta je sterker!

Hoe hard heeft de huidige economische crisis de haven geraakt?

Als je naar de halfjaarcijfers kijkt, zie je een krimp van 13,4 procent over de algehele overslag (het verplaatsen van goederen van de ene naar de andere vervoersmodaliteit, red.). De crisis heeft met name de droge bulk geraakt, daar is de klap dus nog harder. De containeroverslag is ook geraakt, maar gelukkig niet zó hard. Kijk, die krimp is natuurlijk logisch: als de wereld­

havencomplex verdere groei en vanuit die overweging gaan we gewoon verder met investeren. Vanuit Duitsland zijn er weer tekenen van herstel. Wanneer verwacht u dat de Rotterdamse haven weer groeicijfers kan presenteren?

De verwachting is dat we volgend jaar – en dat is dan ten opzichte van dit jaar – over een beperkte groei van één tot twee procent over de algehele overslag mogen spreken. En dat zijn nog optimistische voorspellingen. De jaren daarna zal dat zich langzaam maar zeker gaan herstellen, maar voordat we terug zijn op het niveau van 2008, zijn we al gauw vier tot vijf jaar verder. Naast de economische crisis wordt er momenteel ook gesproken over een milieu- en klimaatcrisis. Hoe duurzaam is de Rotterdamse haven?

“De Rotterdamse haven heeft een wereldreputatie en overal waar je in het buitenland komt, gaat de rode loper uit” Zijn er op dit moment samenwerkings­ verbanden?

Nee, nog niet. Er is natuurlijk wel goed overleg, er vindt uitwisseling van informatie plaats en we stemmen dingen op elkaar af, maar het is niet zo dat we gezamenlijke projecten hebben. Ik zou het wel willen, maar daar heb je ook de andere kant voor nodig en mijn collega’s in Antwerpen staan er – op dit moment – niet enthousiast tegen­ over. Je kunt slechts gissen naar de reden hiervan. Wellicht ligt het op het bestuurspolitieke vlak, maar het zou ook kunnen zijn dat er vrees is ondergesneeuwd te raken. Dus een samensmelting tussen de Rotterdamse en de Antwerpse haven is nog ver weg?

Dat is een hele verre toekomst… 42

Fiat Justitia september 2009

handel in 2009 met vijftien procent afneemt, dan merk je daar als haven gegarandeerd iets van. We zijn tenslotte een wereldvervoersknoop­ punt, zo simpel is dat. Ik wil niet zeggen dat het erbij hoort, maar het is wel ‘part of the game’. En toch wordt er nog volop geïnvesteerd. Is dat een eigenschap van de Nederlandse handelsgeest?

Nee, ik geloof het niet. Investeringen in havencomplexen doe je altijd voor de lange termijn en deze economische crisis betekent niet dat je dat soort investeringen niet meer moet doen. Investeringen moeten zich juist terug­verdienen op de hele lange termijn. De Maasvlakte 2 leg je voor – bij wijze van spreken – honderd jaar aan. Wij zien als perspectief voor dit

Wij staan voor een heel duurzame ontwikkeling en we willen daarom de meest duurzame haven ter wereld worden. We spannen ons dan ook enorm in om daarvoor te zorgen. Met de Maasvlakte 2 hebben we allerlei extra maatregelen genomen om de lucht­kwaliteit qua emissieniveau van bijvoorbeeld stikstofoxide en zwavel­ dioxide, beneden de Europese norm te krijgen. Op dit moment is dat nog niet het geval, maar dat gaan we zeker halen. Straks komen die waarden dus beneden de Europese norm, terwijl de facto de overslag in tonnen over 25 jaar verdubbeld zal zijn van 400 miljoen ton naar 800 miljoen ton. Wat koolstof­ dioxide betreft zijn we partner in het Rotterdam Climate Initiative-programma (het RCI is een klimaat­programma waarin vier partijen, waaronder het Havenbedrijf, tot doelstelling hebben de CO2-emissie te halveren, red.). Dat betekent dat we onder andere heel druk bezig zijn met de voorbereidingen om de CO2-emissie van een aantal energiecentrales af te vangen en die via een pijpleiding in de lege gasvelden van de Noordzee te pompen. Zijn deze maatregelen er niet de oorzaak van dat de aanleg van de


Maasvlakte 2 enorm vertraagd is?

Er zijn twee redenen voor de vertraging te noemen. Ten eerste hebben we er veel te lang over gedaan om überhaupt de beslissing te nemen. Dit komt omdat de politiek een hele tijd niet overtuigd was van het nut en de noodzaak van de Maasvlakte 2. Ten tweede heeft de Raad van State – toen men eenmaal de beslissing had genomen – een aantal besluiten ongeldig verklaard. Naar het oordeel van de Raad van State bleek bij die besluiten onvoldoende onderzocht te zijn wat de milieueffecten van de aanleg van de Maasvlakte 2 zouden zijn. Kijk, die koffer met 6500 pagina’s aan onderzoek (wijzend naar een grote koffer in de hoek van het kantoor, red.) hebben we daarna gemaakt. Deze Milieu Effect Rapportages hebben allemaal met glans de toets der kritiek doorstaan en hebben ervoor gezorgd dat we vorig jaar konden starten met bouwen. Maar als de trage besluitvorming blijft zoals hij nu is, dan zal de Rotterdamse haven in volume – en wellicht in kwaliteit – nog meer gaan achterlopen ten opzichte van de havens in het Verre Oosten, waar het bouwen veel gemakkelijker en sneller gaat.

Kijk, bij ons gaat het te langzaam, maar zo snel als het daar gaat, hoeft van mij ook weer niet. Mijns inziens kunnen we in dit dichtbevolkte stukje van Nederland op het gebied van duurzaamheid en milieueffecten niet kritisch genoeg zijn. Maar als dat eenmaal is gedaan en de mensen ervan overtuigd zijn, dan moet je ook heel snel kunnen handelen. Er ligt nu een door het kabinet opgestelde ‘Crisis- en herstelwet’ bij de Raad van State, die nog naar de Eerste en Tweede Kamer gaat, waarin een aantal maatregelen staan die moeten leiden tot een versnelling van besluitvorming en aanleg van infrastructuur. Dit soort wetten hebben we in Nederland heel hard nodig. Ik zei een tijd geleden nog tegen de minister-president: “Het is aardig dat die wet er nu is, maar die had er al lang moeten zijn!”

Een ander voorbeeld van vertraging door besluitvorming is het uitdiepen van de Westerschelde. Er zijn afspraken gemaakt tussen Nederland en België en Balkenende heeft kortgeleden gezegd dat Nederland zich aan die afspraken zal houden. Maar is het eigenlijk niet vreemd om de Westerschelde uit te diepen, omdat het in werkelijkheid de concurrentiepositie van de Rotterdamse haven ten opzichte van de Antwerpse haven verslechtert?

De regeringen hebben er drie jaar geleden afspraken over gemaakt en ik vind dat ze zich aan die afspraken moeten houden. Op zich heb ik tegen het feit dat wij meewerken aan een betere toegankelijkheid van de Antwerpse haven geen bezwaar. Gezonde concurrentie vind ik prima, dat houdt je scherp. Bovendien zijn zowel de Rotterdamse als de Antwerpse haven Europese havens. We moeten dit dan ook niet zien vanuit een chauvinis­tische landspolitiek: we moeten dit op Europees niveau beschouwen. Als je wilt dat het ooit wat wordt met het verenigde Europa, dan moet je elkaar met dit soort dingen niet in de haren zitten. Maar zo’n verdieping moet natuurlijk wel conform de milieuregels. Die gelden voor ons allemaal. En het is en blijft natuurlijk zo dat de Antwerpse haven door de ligging aan de Schelde niet optimaal bereikbaar is. Daar verandert een iets diepere Wester­schelde niets aan. Het grootste deel van de Rotterdamse haven is zo’n 8 meter dieper dan Antwerpen. Dat nadeel heeft men en houdt men, en dat voordeel houden wij. In september dit jaar wordt in Rotterdam een internationale conventie ondertekend die de efficiëntie en rechtszekerheid van de internationale handel vergroot. Wat vindt u van deze zogenaamde ‘Rotterdam Rules’?

Het is heel bijzonder en belangrijk dat de naam van Rotterdam eraan verbonden is. Als een groot aantal landen deze conventie gaat ratificeren, dan wordt de komende vijftig jaar gesproken over de Rotterdam Rules.

Dan wordt Rotterdam steeds genoemd, en daar zijn we natuurlijk heel blij mee. Naar verwachting gaat een groot aantal landen deze conventie ratificeren. Wat gaan de Rotterdam Rules betekenen voor de wereldhandel?

Er zijn in het verkeer betere afspraken gemaakt tussen verlader, rederij en stuwadoor over de aansprakelijkheden als er iets mis gaat met de goederen. Een voorbeeld hiervan is dat de aansprakelijkheid van de vervoerder aanzienlijk wordt verzwaard. Daar komt ook bij dat – in tegenstelling tot het verleden – er nu rekening wordt gehouden met de containerisatie. En bovendien wordt er nu ook goed rekening gehouden met de automati­ sering. Vroeger ging het allemaal met papier en nu gaat het allemaal via geautomatiseerde systemen. De Rotterdam Rules zullen dus ten minste positieve effecten hebben op de gehele afhandeling van de wereld­handels­ stromen.

De Randstad heeft veel te maken met logistieke problemen. De snelwegen lopen elke dag vol en vrachtwagens die in de file moeten staan, kosten veel geld. Wat wordt hieraan gedaan?

De regering is bezig met de uitbreiding van de infrastructuur. Belangrijke projecten rond Rotterdam zijn bijvoorbeeld de A4-noord en de A13-A16 aansluiting. Daarnaast wordt er samen met het ministerie van Verkeer en Waterstaat gestudeerd op een westelijke oeververbinding, in de Fiat Justitia september 2009

43


i n te rv i ew vorm van een extra tunnel of brug in het westen van de haven. De regering is bezig met het invoeren van een vorm van rekeningrijden en bovendien zijn wij zelf bezig met een ‘verkeers­ onderneming’. Dit is een organisatie die – op dit moment – op de A15 een stuk mandaat heeft om het verkeer te managen. We zeggen dan: “Er is hier elke dag een wereldkampioenschap voetbal en elke dag willen we het zó organiseren, dat er zo weinig mogelijk files zijn.” Tijdens zo’n wereld­ kampioen­schap zouden we het namelijk heel anders doen. Zo vindt bijvoorbeeld vanaf eind oktober een proef plaats, waarbij mensen die in plaatsen als Voorne-Putten, Hellevoet­ sluis en Spijkenisse wonen en elke dag in de spits op de A15 staan, de mogelijkheid krijgen om vijf euro per dag te verdienen als zij besluiten om niet in de spits in de auto te stappen.

“De Maasvlakte 2 wordt afgemaakt met nul euro kostenoverschrijding, klaar!” Men verwacht tot 2040 een gestage groei qua handel en overslag in de Rotterdamse haven. Verwacht u dat tegen die tijd de wegen in en rond Rotterdam voor de gewone burgers nog begaanbaar zullen zijn?

Jawel. Laten we niet vergeten dat we het hele public transport tot onze beschikking hebben. Met openbaar vervoer kunnen we nog heel wat bereiken, laten we dat vooral niet onderschatten. Neem bijvoorbeeld het Randstadrail-project. En ook het vervoer over het water is natuurlijk heel erg onbenut gebleven. Dat zijn mogelijk­heden die nog zwaar onder­ benut zijn en waarmee we geweldige resultaten kunnen boeken. Je kunt nu bijvoorbeeld vanaf de Erasmusbrug 44

Fiat Justitia september 2009

naar de Heijplaat en naar Dordrecht varen. En als ik vanaf het World Port Center aan de overkant van de Maas moet zijn, kan ik de fiets of de auto pakken, maar ik kan ook met de watertaxi gaan. Die is in drie minuten aan de overkant. Daarnaast maken we met bedrijven in de haven afspraken om meer goederen via binnenvaart en spoor te vervoeren, en minder via de weg. Wat zijn in de aankomende jaren de belangrijkste uitdagingen voor de Rotterdamse haven?

De eerste uitdaging is om ervoor te zorgen dat het Maasvlakte 2-project op tijd, binnen het budget en in goede kwaliteit wordt afgebouwd. We hebben in dit land te veel grote projecten gezien die te maken hebben gehad met tijd- en kostenoverschrijding. Zo was er een hoop vertraging en kosten­ overschrijding bij de aanleg van de Betuweroute en de Hogesnelheidslijn. We willen dat dit hier niet gebeurd, dus dit project wordt afgemaakt met nul euro kostenoverschrijding, klaar. De tweede uitdaging is om de haven bereikbaar te houden, terwijl het in principe alleen maar drukker zal worden. En dan hebben we het zowel over de bereikbaarheid op het land als op het water. De derde belangrijke opgave is de duurzaamheid van het haven­complex. We moeten ervoor zorgen dat het milieu erop vooruit gaat, en dan met name de lucht­ kwaliteit. Maar het gaat bijvoorbeeld ook om geluidshinder en veiligheid. De vierde uitdaging is om de productiviteit van het huidige havencomplex te verhogen. Dit kan onder andere bereikt worden door in te spelen op de nieuwste ontwikkelingen in de

petro­chemie en de opslag­industrie. De vijfde belangrijke opgave is het zo verstandig mogelijk uitgeven van gronden op de Maasvlakte 2. Aan wie geef je de gronden? Speel je in op nieuwe ontwikkelingen op het gebied van biomassa en bioraffinage? De laatste uitdaging is dat het Havenbedrijf een verdere professio­ nalisering moet doormaken. We zijn pas sinds 2004 verzelfstandigd en vanaf dat moment maken we een flinke ontwikkeling door. We worden steeds professioneler, klantgerichter en gaan steeds zakelijker opereren. Die lijn moet natuurlijk worden doorgezet!

Personalia Hans Smits is geboren op 13 maart 1950 en groeide op in Den Haag. Hij studeerde in 1973 af als civiel ingenieur en behaalde in 1975 zijn doctoraal bedrijfskunde aan de interfaculteit Bedrijfskunde Rotterdam. Tot 1992 werkte Smits in diverse overheidsfuncties. Hij klom op tot secretaris-generaal op het ministerie van Verkeer en Waterstaat. In 1992 werd hij topman van Schiphol. Na zes jaar volgde de transfer naar de Rabobank om daar de functie van bestuursvoorzitter te bekleden. In januari 2004 werd Smits Commissaris bij het Havenbedrijf Rotterdam. In augustus 2004 volgde hij Willem Scholten tijdelijk op als algemeen directeur. Eind 2004 volgde de definitieve benoeming. Daarbij bekleedt hij vele nevenfuncties, onder meer als voorzitter van het bestuur van Ronald McDonald Rotterdam en als lid van de Raad van Commissarissen van KLM Nederland.


i n T r o d u C T i E 47 E BESTuur dEr JFr

Waarde lezer Jelte Stanic

het collegejaar is begonnen en daar hoort ook weer

naast de studie ben ik ook regelmatig in het water te vinden,

een nieuw en ambitieus JFr bestuur bij. Groots zijn

zowel om mij voor te bereiden op zwemwedstrijden, als om een

de plannen ook dit jaar weer om de vereniging naar

golf te pakken op de surfplank. verder staan de hardloopschoenen

een hoger niveau te tillen. Aan mij de

nooit ver van mijn bed en ik heb dit jaar dan ook plannen om de

verantwoordelijkheid, de eer en bovenal het

marathon van rotterdam te gaan lopen.

genoegen om deze vereniging voor te zitten. Komend jaar zullen er weer tal van activiteiten worden Mijn naam is Jelte Stanic en ik ben 21 jaar. ik ben

georganiseerd. Zo hebben we het symposium, de Talent Trip en

geboren in rotterdam en getogen in Capelle aan

het grootste juridische congres van de Benelux: de Meesterweek.

den iJssel. de achternaam zou anders doen

Een kleine greep uit tal van bedrijvigheden die ook dit jaar weer

vermoeden, echter werd er voor gekozen om ons

doorgang zullen vinden. Echter, bij de organisatie van deze

koude kikkerlandje aan te houden als thuisbasis,

evenementen wordt vertrouwd op de inzet van de actieve leden.

wat in dank wordt afgenomen. inmiddels stap ik het derde jaar in

Graag nodig ik iedereen dan ook uit om te solliciteren naar een

van mijn studie nederlands recht. vanaf het begin ben ik actief

plek binnen ĂŠĂŠn van de befaamde commissies die de JFr rijk is om

geweest bij de JFr. Mijn eerste jaar begon als lid van de

er zo samen met het 47e bestuur der JFr een topjaar van te maken!

introductiecommissie. ik heb toen een mooi weekend neergezet voor de eerstejaars en de honger naar een actiever lidmaatschap

Tot slot begroet ik een ieder graag op een borrel, een activiteit of

was aangewakkerd. Een logisch vervolg, in mijn volgend

gewoon bij ons op de shop.

studiejaar, was dan ook de sollicitatie voor een plek binnen de activiteitencommissie. hierin waren de actievenweekenden naar

Met vriendelijke groet,

Brugge en Keulen een absoluut hoogtepunt en is er een mooie traditie ingezet met het kerstdiner.

Jelte Stanic Voorzitter van het 47e bestuur der Juridische Faculteitsvereniging Rotterdam

46

Fiat Justitia september 2009


Celeste Klomp

Een nieuw collegejaar is weer begonnen, en zo ook

heeft voor mij geresulteerd in een ontzettend mooi studiejaar.

een nieuw bestuursjaar voor de Juridische

het afgelopen jaar begon het steeds meer te kriebelen om een

Faculteitsvereniging rotterdam. Aan mij de eer en

bestuursfunctie te gaan vervullen. ik heb gesolliciteerd en

het genoegen om mijzelf in dit mooie

inmiddels zit ik hier een stukje te schrijven om mijzelf kort te

verenigingsblad voor te stellen als vice-voorzitter

introduceren. Samen met mijn bestuursgenoten heb ik ontzettend

van het 47e bestuur der JFr.

veel zin in dit aankomende jaar. ook dit jaar hopen wij dat het aantal actieve leden zal stijgen. daarbij willen wij bij de student

Mijn naam is Celeste Klomp en ik ben op dit

meer inhoudelijke naamsbekendheid opbouwen: we doen immers

moment derdejaarsstudent nederlands recht. Sinds

veel meer dan alleen een boekenverkoop. door onder andere het

december vorig jaar ben ik woonachtig in ons

instellen van twee nieuwe commissies, de promotiecommissie en

Manhattan aan de Maas. ik ben twintig jaar geleden

de netwerkcommissie, hopen we dit te bereiken. Maar bovenal

geboren in de stad van de molens en de jenever, ook

hoop ik voor de studenten een heel mooi studiejaar te verzorgen,

wel bekend als Schiedam. na het gymnasium te hebben afgerond,

net zoals dat bij mij verleden jaar het geval was. ik zie het als een

wilde ik geneeskunde gaan studeren aan de Erasmus universiteit

mooie en grote uitdaging!

rotterdam. Maar zoals bij velen het geval is, werd ik uitgeloot. Mijn studiekeuze is daarna snel op nederlands recht gevallen. Een

ik hoop jullie allemaal te mogen begroeten tijdens onze

keuze waar ik nooit spijt van heb gehad!

activiteiten, op onze feesten en borrels, maar natuurlijk ook in de JFr-Shop. de Shop staat open voor jou!

in het tweede jaar van de studie vond ik het tijd worden om meer te doen dan studeren. ik heb daarom gesolliciteerd naar een

Met vriendelijke groeten,

functie binnen de feestcommissie van de JFr. ik heb het hierin zeer naar mijn zin gehad en samen met mijn commissiegenoten heb ik

Celeste Klomp

drie mooie feesten neergezet. ook heb ik vaak deelgenomen aan

Vice-voorzitter van het 47e bestuur der

overige activiteiten en heb ik veel mensen leren kennen. dit alles

Juridische Faculteitsvereniging Rotterdam

denny Evora

Mijn naam is denny Evora en ik woon al geheel mijn

En ik kan u vertellen: mijn dag kon niet meer stuk.

leven in de havenstad rotterdam. ik woon er met veel

ik ben zeer tevreden met de samenstelling van ons bestuur. de

plezier en geniet dagelijks van de prachtige skyline en

groep bestaat uit zeven zeer enthousiaste en ambitieuze rechten-

de andere leuke locaties die deze stad rijk is. voor mij

studenten, die als doel hebben om de JFr nog groter, nog

was het dan ook een logische keuze om ook mijn

succesvoller en nog gezelliger te maken. Maar we kunnen dit niet

studietijd in deze prachtstad door te brengen. ik

alleen! Samen met onze leden hopen we er een heel mooi jaar van te

studeer al twee jaar aan de Erasmus School of Law en

maken. de JFr heeft een twaalftal commissies en we hopen dat een

doe dat met veel plezier en enthousiasme; ondanks

groot aantal van onze leden de stap zullen nemen om te solliciteren

dit feit is de rechtenstudie een vrij theoretische

voor een van deze commissies. Samen met onze actieve leden zullen

studie, waar het vooral draait om het overbrengen van

we ook dit jaar trachten om uitdagende en vooral gezellige

theorieën en minder ruimte is voor praktische

activiteiten te organiseren voor onze leden, met als ‘klap op de

activiteiten. dit alles heeft mij ertoe aangezet om dit

vuurpijl’ het vierde lustrum van het grootste project dat de JFr kent:

jaar een andere invulling aan mijn studiejaar te geven en actief te

de Meesterweek! de Meesterweek is het grootste juridische

worden binnen de mooiste, leukste en tevens oudste faculteits-

on-campus congres van de Benelux. het twintigjarige bestaan van

vereniging van de Erasmus universiteit rotterdam: de JFr!

deze veelzijdige congresweek schept de ambitie voor de beste Meesterweek ooit!

ik heb de afgelopen jaren met veel genoegen deelgenomen aan de vele activiteiten die door de JFr worden geïnitieerd; de JFr heeft

ik hoop dit jaar iedereen te mogen begroeten tijdens onze

mijn studie verlevendigd door activiteiten aan te bieden die een brug

activiteiten.

vormen tussen de studie en de praktijk. Maar bovenal zijn deze activiteiten heel gezellig! ook voor het aankomende academische

Met vriendelijke groeten,

jaar was de JFr weer op zoek naar een groep ambitieuze rechtenstudenten, die het mooi zouden vinden om deze vereniging voor een

Denny Evora

jaar te leiden. ik voelde me aangetrokken door de oproep en heb

Secretaris van het 47e bestuur der Juridische

derhalve gesolliciteerd. na het doorlopen van de sollicitatie-

Faculteitsvereniging Rotterdam

procedure was het wachten geblazen, maar op een woensdagochtend kwam het verlossende telefoontje: ik mocht het bestuur in!

Fiat Justitia september 2009

47


I n t r o d u cti e 47 e best uur d er JFR

Sebastian Sparidis

Op maandag 31 augustus werd het nieuwe

meer betrokken wilde raken bij deze vereniging. Mijn plan was

academische jaar geopend. Een mooie

dan ook om het daarop volgende jaar te solliciteren voor het

aangelegenheid waarbij wij, het 47e bestuur, de eer

Meesterweekbestuur. Dit plan kon echter geen doorgang vinden in

hadden om de rechtenstudent te vertegen­

verband met mijn persoonlijke prestaties op de universiteit en de

woordigen bij een bijzondere gebeurtenis: het

invoering van het nieuwe blokken systeem: ik had mijn

aftreden van de oude rector magnificus, Prof. dr.

propedeuse nog niet binnen. Aan het einde van vorig collegejaar

S.W.J. Lamberts, en het aantreden van de nieuwe

heb ik uiteindelijk besloten om te solliciteren voor een

rector magnificus, Prof. dr. H. Schmidt.

bestuursfunctie binnen de JFR. Dit heeft geresulteerd tot het introduceren van mijzelf in Fiat Justitia.

Nu is het mijn beurt om gewisseld te worden en met volle trots en eer deel uit te mogen maken van het

Aankomend jaar zijn wij van plan om door te gaan met de oude

47e bestuur der Juridische Faculteitsvereniging

vertrouwde activiteiten die men van de JFR gewend is, maar

Rotterdam. Ik zal hierin de mooie functie van penningmeester

natuurlijk is het dit jaar ook tijd voor positieve verandering.

bekleden. Sebastian Sparidis is mijn naam, ik ben 21 jaar en

Ik hoop jullie dan ook vaak te zien op onze borrels, feesten en

derdejaarsstudent Nederlands recht. De eerste acht jaar van mijn

andere activiteiten om elkaar – onder het genot van een drankje

leven heb ik doorgebracht in Griekenland, mijn middelbare school

– te leren kennen.

periode heb ik doorlopen in Middelburg en sinds twee jaar maak ik deel uit van de mooiste stad van Nederland, Rotterdam. Zelf ben

Met vriendelijke groeten,

ik nooit actief geweest bij de JFR, net zoals velen was ik alleen lid vanwege de boekenkorting.

Sebastian Sparidis

Mijn interesse in de JFR is daarentegen ontstaan toen ik in het

Penningmeester van het 47e bestuur der

eerste jaar van mijn studie zat. Dit gebeurde tijdens de

Juridische Faculteitsvereniging Rotterdam

Meesterweek. Na een bezoek te hebben gebracht aan de AIVD en het feest te hebben meegemaakt in de Thalia Lounge, wist ik dat ik

Shardee Ilaria

De JFR, waarvan ik in mijn eerste jaar (september

sociale activiteiten te kunnen bekostigen, bij een advocaten­

2004) alleen lid ben geworden omdat de

kantoor.

studieboeken dan goedkoper waren, bleek later een

Aankomend jaar zal ik mij als Commissaris Interne Betrekkingen

gouden kans om meer ervaring op te doen binnen

volledig inzetten om ook dit jaar een geweldige Talent Trip neer te

de juridische praktijk!

zetten en leuke feestjes en een gala te organiseren. Bovendien zal ik het contact met onze disputen en onderverenigingen

Na het behalen van mijn bachelor besloot ik naast

onderhouden.

mijn studie actief te worden binnen de JFR. Ik heb toen gesolliciteerd voor de reiscommissie en we

Ik hoop jullie allemaal te mogen verwelkomen bij de activiteiten

hebben afgelopen jaar een prachtige Talent Trip

die ook aankomend jaar door ons georganiseerd zullen worden.

naar Hong Kong georganiseerd. Hier hebben we,

Naast onze maandelijkse borrel zullen we verschillende formele en

naast de culturele activiteiten, een

informele activiteiten organiseren, met als hoogtepunt natuurlijk

rechtsvergelijkend onderzoek met betrekking tot het arbeidsrecht

de JFR Talent Trip!

gedaan. Dit was een onvergetelijke ervaring en het was dan ook in Hong Kong waar ik, al genietend van de skyline, enthousiast ben

Met vriendelijke groeten,

geworden en er over nadacht bestuurslid te worden van deze mooie vereniging. Naast de Talent Trip boden ook de borrels en

Shardee Ilaria

feesten van de JFR mij de gelegenheid om mijn medestudenten

Commissaris Interne Betrekkingen van het

binnen de faculteit beter te leren kennen.

47e bestuur der Juridische Faculteitsvereniging Rotterdam

Het is dan ook een eer om mijzelf te mogen voorstellen als Commissaris Interne Betrekkingen van het 47e bestuur der Juridische Faculteitsvereniging Rotterdam. Mijn naam is Shardee Ilaria, ik ben drieëntwintig jaar oud en woon in de juridische hoofdstad van de wereld, ‘s-Gravenhage. Op dit moment ben ik bezig met mijn master Bedrijfsrecht en studeer ik Notarieel recht aan de Universiteit van Amsterdam. Daarnaast werk ik, om mijn

48

Fiat Justitia september 2009


Lennart van der Ziel

Het is mij een eer en genoegen om mij voor te

getalenteerde redactie heb ik de nodige etentjes, gezellige

stellen als Commissaris Externe Betrekkingen van

vergaderingen en hectische deadlines gehad. Ik ben twee jaar lang

het 47e bestuur der Juridische Faculteitsvereniging

ook erg veel bij JFR borrels, weekendjes en feestjes geweest. Iets

Rotterdam. Ik ben alweer een aantal weken bezig

wat ik iedereen kan aanraden!

als bestuurslid en het belooft een heel mooi jaar te

Mijn hobby’s bestaan eigenlijk louter uit sporten. Ik hockey drie

worden!

keer per week bij Leonidas. Daarnaast doe ik aan zaalvoetbal, fitness, hardlopen en af en toe zwemmen. Het aankomend jaar zal

Mijn naam is Lennart van der Ziel en ik ben

dat wel wat minder worden, maar het zal wel nodig zijn om alle

eenentwintig jaar, geboren en getogen in Rotterdam

borrels en etentjes te compenseren. Als comextern kom je bij alle

en ik ga voorlopig nog niet weg uit deze mooie stad.

bedrijven en kantoren binnen en bouw je een waardevol netwerk

Na het Marnix Gymnasium in Rotterdam afgerond te

op. Daarnaast ben ik voorzitter van de Meesterweek. Dit jaar vieren

hebben, begon ik in mijn eerste jaar met

we het vierde lustrum! Dat zal voor mij ook zeker een hoogtepunt

Bedrijfseconomie. Na een jaar kwam ik erachter dat ik een

van het jaar worden. Ik wil jullie allemaal uitnodigen om actief te

verkeerde studiekeuze had gemaakt en koos ik voor Nederlands

worden bij de JFR. Rechten is een massale en anonieme studie. Bij

recht. Een keuze waar ik tot nu toe heel erg blij mee ben geweest.

de JFR kun je jezelf ontwikkelen binnen de juridische wereld en

Na twee jaar rechten gestudeerd te hebben vond ik het tijd worden

daarnaast heel veel mensen leren kennen. Er is een scala aan

om een jaartje niet te studeren en me op andere manieren te

commissies waar we jou voor zoeken! Als bestuur staat de deur van

ontwikkelen.

de JFR-shop het hele jaar open. Wij zitten er voor jou en je kunt

Ik loop inmiddels alweer drie jaar rond in de Rotterdamse

altijd binnenlopen voor vragen of gezelligheid! Ik wens jullie een

studentenwereld. In mijn eerste jaar aan de EUR ben ik lid

heel mooi jaar en wellicht drinken we binnenkort een drankje op

geworden bij SSR-Rotterdam. Ik heb daar verschillende

een JFR-borrel!

commissies gedaan, maar vond het na een jaar tijd om ook actief te worden op de universiteit. Ik heb met heel veel plezier een jaar

Met amicale groet,

lang Feestcommissie gedaan bij de JFR. Met een hele mooie groep, waaronder de voorzitter en hoofdredacteur van vorig jaar, hebben

Lennart van der Ziel

we toen een paar mooie feestjes neergezet! Het afgelopen jaar heb

Commissaris Externe Betrekkingen van het

ik heel veel geleerd als redacteur van de Fiat Justitia, het prachtige

47e bestuur der Juridische Faculteitsvereniging Rotterdam

blad dat je nu aan het lezen bent. Met een hele sociale en

Lorenzo Favetta

Het studiejaar 2009 - 2010 op de Erasmus

onderwijs ben ik twee jaar geleden rechten gaan studeren aan

Universiteit Rotterdam is reeds begonnen,

deze prachtige Rotterdamse universiteit. Na de eerste twee

sommigen beginnen aan hun masterjaar, anderen

studiejaren met succes te hebben afgerond, werd het tijd voor een

aan hun eerste jaar, maar voor iedereen is het een

uitdaging van hoog niveau. In het bestuur van de JFR gaan voldoet

jaar vol met nieuwe ervaringen en belevenissen. Zo

hier – mijns inziens – zeer zeker aan. De afgelopen twee jaar heb ik

ook voor ons als nieuw bestuur. Voor mij persoonlijk

de JFR op afstand meegemaakt: ik kwam af en toe naar de borrels

houdt dit in dat ik aankomend studiejaar de eer heb

en heb enkele feesten bezocht. Dat een ‘buitenstaander’ zoals ik

om voor de inhoudelijke invulling van Fiat Justitia

toch in het bestuur zit, is dan ook kenmerkend voor de JFR. Deze

zorg te dragen. De goede naam van het

openheid was één van mijn beweegredenen om te solliciteren en

verenigingsblad schept hoge verwachtingen en het

hopelijk een beweegreden voor u, beste lezer, om in de toekomst

is dan ook mijn taak om hieraan te voldoen. Eén van

ook actief bij de JFR te worden. Of om gewoon gezellig onze

mijn doelen is om u als rechtenstudent vijf keer per

borrels en feesten te bezoeken!

jaar uit de studieboeken te halen en kennis te laten maken met de (rechts)praktijk. Zoals een eerstejaarsstudent goed in de oren

Ik hoop u binnenkort te mogen begroeten!

wordt geknoopt, beheerst een goed jurist zowel ‘law in the books’ als ‘law in action’, oftewel kennis en kunde. Graag stel ik mij voor

Met vriendelijke groeten,

als nieuwe hoofdredacteur van het 47e bestuur der Juridische Faculteitsvereniging Rotterdam.

Lorenzo Favetta Hoofdredacteur Fiat Justitia 2009 – 2010

Ruim vierentwintig jaar geleden ben ik geboren in het pittoreske

47e bestuur der Juridische Faculteitsvereniging Rotterdam

dorp Ridderkerk. Heden woon ik alweer een aantal jaren in het altijd opwindende Zwijndrecht. Na nogal wat omzwervingen in het

Fiat Justitia september 2009

49


B oeke n e n f ilms

Het lezen van een goed boek en het kijken naar een mooie film horen ontegenzeggelijk bij de geneugten des levens. Goede tips op dit gebied kunnen dan ook geen kwaad. In deze rubriek vraagt Fiat Justitia de geïnterviewden naar een boek of film die hen is bijgebleven. Lees en kijk plezier verzekerd!

Ivo Opstelten Boek Ik ben dit jaar voorzitter geweest van de Libris Literatuurprijs, maar toch wil ik geen roman aanraden. Wat ik wil aanraden is een boek, waarmee ik bijna klaar ben. Het is de biografie van de beste premier van de vorige eeuw: Pieter Cort van der Linden. Het boek is bij Boom uitgegeven en geschreven door Johan den Hertog. De biografie is werkelijk fantastisch om te lezen. Je kunt er in de politieke lijn nu nog veel van leren. Cort van der Linden was van 1913 tot 1918 premier, onder meer tijdens de Eerste Wereldoorlog, waarin hij trouwens een prima oorlogspremier is geweest. Hij was liberaal, maar een beetje partijloos. Onder zijn leiding is het algemeen kiesrecht ingevoerd en is er een einde gemaakt aan de schoolstrijd. Het is een boek dat ik iedereen kan aanraden. Het is dik, 800 bladzijden, maar dan heb je ook wat. Film Ik vind Zwartboek, met Carice van Houten, een fantastische film. En die wil ik aanraden aan iedereen. Maar wat ik voor studenten met name belangrijk vind, is sport. We hebben net een weekend van topsport achter de rug (28, 29 en 30 augustus, red.) en het is belangrijk om te kijken naar die topsporters. Ten eerste is het fantastisch om te zien: de roeiers, de Holland acht die brons winnen, de judoka’s en de hockeyers. Neem daar een voorbeeld aan, dat inspireert! Ten tweede moet je om mentaal fit te zijn gewoon bewegen, en daarbij hoeft niet iedereen wereldkampioen te worden. Daarom ben ik ervoor dat wij als land er keihard voor gaan om de Olympische Spelen van 2028 binnen te halen.

Hans Smits Boek The Supreme Commander: The War Years of General Dwight D. Eisenhower, geschreven door Stephen E. Ambrose. Ambrose schreef het boek op basis van uitgebreide bronnen, een enorme kennis en talrijke interviews met Eisenhower zelf. Hierdoor is de meest volledige weergave ontstaan van de soldaat die uiteindelijk president werd. Het boek geeft de lezer een prachtige weergave van de Koude oorlog en Eisenhower’s leiderschap daarin. Ambrose schept het beeld van een land dat worstelt met problemen op diverse gebieden, zoals burgerrechten, atoomwapens, communisme, en een nieuwe mondiale rol. Dit schitterende boek van het leven van Eisenhower bevestigt de positie van Stephen Ambrose als een van de beste historici op dit moment. Film Ik wil graag een documentaire aanraden, waarin alle verschillende belangen en posities rondom Maasvlakte 2 naar voren komen. In Op z’n Hollands, geregisseerd door Piet-Harm Sterk, wordt een fascinerende werkelijkheid van de huidige Nederlandse samenleving blootgelegd. Een samenleving waarin we worstelen met de afweging tussen het individuele belang naast het collectieve belang. Meer dan 150 individuen en vertegen­ woordigers van belangengroepen lieten zich horen in de complexe procedures rondom de aanleg van de tweede Maasvlakte. Zo strijdt ene Petra als voorzitter van de Verontruste Bewoners van Voorne tegen economische grootmachten, terwijl oud-burgemeester Opstelten zijn haven met passie promoot. Ondertussen krijgt projectleider Dennis de opdracht om in het verre Oman de komende jaren een wereldhaven te bouwen, die zich kan meten met de haven van Rotterdam. De kijker maakt kennis met een volstrekt tegenovergestelde realiteit in een ander deel van de wereld.

50

Fiat Justitia september 2009


Disp u ten

CIA (Criminologie in Actie) Beste lezer, Met een verhuizing en een boekenverkoop achter de rug is het jaar voor CIA begonnen. De laatste dozen worden uitgepakt en de eerste uitnodigingen voor ALV’s en borrels komen binnen. CIA zal dit jaar weer zorgen voor veel interessante en gezellige activiteiten! Om te beginnen natuurlijk onze openingsactiviteit, die half september zal plaatsvinden. Daarnaast staat in de planning om een bezoek te brengen aan het Pieter Baan Centrum en zal er een lezing worden gegeven door de heer T. Driesen van het KLPD. Natuurlijk is er in de komende periode ook tijd voor borrels en – niet te vergeten – het mooiste feest van het jaar: Beerfreax! We hopen daar veel studenten te mogen verwelkomen.

In duplo

CIA heeft een aantal commissies, zodat onze leden ook betrokken kunnen zijn bij de organisatie van verschillende activiteiten. Hieronder vallen onder meer de activiteitencommissie, voor het organiseren van uitstapjes en filmavonden, en de studiereiscommissie, voor het organiseren van een fantastische reis, die elk jaar in de lente plaatsvindt. Afgelopen jaar is CIA naar New York afgereisd en aankomend jaar komt er zeker weer een interessante bestemming. Daarnaast zorgt het FBI, het Feest en Bier Instituut, voor een hoop gezelligheid binnen CIA door zich onder andere bezig te houden met de organisatie van Beerfreax. Elk jaar vindt er ook een Interstedelijke Criminologie Dag plaats. De IC-Dag commissie houdt zich samen met de criminologiestudieverenigingen van Leiden en Amsterdam bezig met de organisatie van deze dag. Tenslotte zijn wij op zoek naar studenten die het leuk vinden om artikelen te schrijven over uiteenlopende criminologische en strafrechterlijke onderwerpen of interesse hebben in het interviewen van bijzondere en interessante personen voor het CIA-magazine, dat vier keer per jaar verschijnt.

Zo hebben ook veel studenten gekozen voor de studie rechtsgeleerdheid. De Juridische Faculteitsvereniging is de vereniging voor al deze rechtenstudenten. Echter, er zijn ook een aantal onderverenigingen, waarvan In Duplo er een is. In Duplo is niet alleen een ondervereniging van de JFR, maar ook van de Economische Faculteitsvereniging Rotterdam, (EFR). In Duplo is namelijk de studievereniging voor studenten die het mr.drs.-programma volgen. Dit is een programma waarbij in zes jaar zowel de studie economie, als de studie rechten wordt afgerond.

Voor informatie over onze activiteiten en commissies, of als je vragen hebt, kun je altijd langskomen op onze nieuwe kamer, L4-55! Tevens kun je een kijkje nemen op onze website www.svcia.nl of mailen naar info@ svcia.nl. Met vriendelijke groet,

Geachte lezer, Het is crisis, hoewel u daar op de campus niet veel van zult merken. Sterker nog, de universiteit lijkt juist gebaat bij deze economische crisis. We zien namelijk dat steeds meer mensen gaan studeren om de kansen op een goede baan te vergroten.

In Duplo organiseert verschillende activiteiten voor haar leden, zowel formeel als informeel. Zo worden er diverse activiteiten in samenwerking met grote bedrijven en advocatenkantoren georganiseerd, maar is er ook regelmatig tijd voor een leuke borrel. Om de eerstejaars mr.drs.studenten met elkaar te laten kennismaken, organiseren wij een kennismakingsreis naar een stad in Europa. Voor de ouderejaars leden organiseren we een studiereis. Afgelopen jaren is de vereniging afgereisd naar onder andere Curaçao, New York en Moskou. Er zijn genoeg mogelijkheden om je studententijd tot een onvergetelijke tijd te maken. Studieverenigingen kunnen je hierbij helpen, bovendien is het waardevol voor je ontwikkeling om in combinatie met je studie een commissie te doen. Zit niet stil, maar onderneem! Hidde-Jan Beukers Voorzitter In Duplo

Het 8e bestuur van CIA Karin Hermans – Voorzitter Melissa Jochemsen – Secretaris / Vice-voorzitter Martine Vossenaar – Penningmeester Elise Sondorp – Commissaris activiteiten Amy Verhagen – Commissaris externe betrekkingen Mellanie van Dijk – Hoofdredactrice

Fiat Justitia september 2009

51


Di sp u ten

Ius Mobilé

O.R.D Beste rechtenstudenten, Het Ondernemingsrechtelijk Dispuut is zijn 28ste jaar met veel enthousiasme begonnen. Op 16 juli vond de nieuwe bestuursinstallatie plaats, gepaard gaande met een zeer druk bezochte borrel in club Elite.

Beste lezer, Als nieuw bestuur van Ius Mobile, het staats-, bestuurs- en internationaalrechtelijk dispuut van de JFR, zijn we blij met deze gelegenheid om onszelf even voor te kunnen stellen. Het bestuur van Ius Mobile zal aankomend jaar bestaan uit: Edwin van ’t Pad: “Mijn naam is Edwin van ‘t Pad en ik zal komend studiejaar voorzitter en penningmeester van Ius Mobile zijn. Naast mijn studie Rechtsgeleerdheid doe ik ook IBEB (Engelstalige internationale economie). Het zal niemand dan ook verbazen dat ik vooral geïnteresseerd ben in internationaal recht. Naast dit alles probeer ik nog tijd vrij te houden voor badminton en het lezen van een goed boek.” Tatjana van der Sluis: “Mijn naam is Tatjana van der Sluis, ik ben 21 jaar en dit jaar begin ik aan mijn Bachelor 3 Rechtsgeleerdheid. Ik heb er veel zin in mij aankomend jaar als Commissaris Intern/Extern in te zetten voor Ius Mobile. Naast Ius Mobile-bestuur ben ik tevens derdejaars lid bij de Rotterdamse studentenvereniging RSG, hockey ik en speel ik toneel.” Randa Hussein: “Ik ben Randa Hussien en ik zal dit jaar de functie van secretaris gaan vervullen. Ik ben zojuist aan mijn vierde jaar van de studie Nederlands recht begonnen en ik heb dan ook met veel plezier een start gemaakt aan de master Strafrecht. Naast mijn studie doe ik aan fitness en zwemmen.” Elk jaar organiseert Ius Mobile verscheidene activiteiten ‘ter lering en vermaak’ van haar leden en andere geïnteresseerden. Wat dacht je bijvoorbeeld van een middagje naar de Commissie Gelijke Behandeling, het Iran-United States Claims Tribunal, het Joegoslavië-tribunaal of een meerdaagse studietrip naar Brussel? Wij als nieuw, en vooral ook enthousiast, Ius Mobile-bestuur zijn dan ook aankomend studiejaar van plan om weer veel leerzame, maar vooral ook leuke excursies en uitjes te organiseren, om zo de student de praktijk te laten ervaren en een extra dimensie te geven aan zijn of haar rechtenstudie. Dat is immers waar het allemaal om draait: het recht in beweging! Mocht je graag lid van Ius Mobile worden, of heb je bijvoorbeeld een suggestie voor een interessante excursie of andere leuke activiteit, aarzel dan niet om contact met ons op te nemen! Je kunt ons vinden op www.iusmobile.nl. Met vriendelijke groet, Bestuur Ius Mobile 2009-2010 Edwin van ’t Pad – Voorzitter / Penningmeester Tatjana van der Sluis – Commissaris Intern / Extern Randa Hussien – Secretaris

52

Fiat Justitia september 2009

Het O.R.D. is met zijn 200 leden al jaren de vereniging voor rechtenstudenten die de bedrijfsrechtelijke of financieelrechtelijke master volgen. Daarnaast bestaat ons ledental ook uit een grote groep derdejaarsstudenten die interesse hebben in deze studierichting. Het O.R.D. organiseert in samenwerking met de grootste (inter)nationale advocatenkantoren onder andere kantoorbezoeken, borrellezingen, workshops, informele uitjes en als klapper ieder jaar de ‘’Corporate Law Trip’’. Deze studiereis ging afgelopen jaar naar New York. 25 Studenten en twee docenten deden daar onderzoek naar ‘’Overheidsregulatie in het bankwezen”. De kredietcrisis was natuurlijk de drijfveer en achtergrond van dit onderzoek. Naast de vele formele bezoeken aan advocaten­ kantoren, banken en de beurs, was er uiteraard ook genoeg tijd om de stad en het nachtleven te verkennen. Het aankomende jaar heeft het O.R.D. alweer de nodige activiteiten ingepland. Zo kan er binnenkort ingeschreven worden voor een Legal English Course (in samenwerking met Linklaters LLP) en was de eerste borrel ook een feit, namelijk op afgelopen 10 september. Bij deze borrel kwam tevens een partner van Houthoff Buruma een lezing houden. Wanneer je meer informatie wilt en wellicht interesse hebt om lid te worden van ons dispuut, surf dan naar www.ordispuut.nl of stuur een email naar comintern@ordispuut.nl. Met vriendelijke groeten, Het O.R.D.-bestuur 2009 / 2010


Probus Beste studenten, Het eerste blok van het studiejaar 2009/2010 is op het moment van schrijven net begonnen. Gedurende dit blok zullen wij als bestuur verschillende activiteiten gaan organiseren. Hiermee willen wij Probus dit jaar nog meer bekendheid geven onder de studenten. Wat is Probus? Probus is het privaatrechtelijke dispuut van de JFR. Als je geïnteresseerd bent in het rechtsgebied van het privaatrecht, dan biedt Probus je de mogelijkheid om je verder te oriënteren op dit gebied door deel te nemen aan onze activiteiten. Aangezien deze activiteiten verder reiken dan kantoorbezoeken aan advocatenkantoren, zijn wij een dispuut dat ook wat kan bieden voor studenten die naast de advocatuur eens wat anders willen proeven. In voorafgaande jaren heeft Probus onder meer de Das Rechtsbijstand in Rijswijk bezocht en verschillende leuke en geslaagde lezingen georganiseerd, waaronder vorig jaar een beroepenforum. Studenten kregen hierdoor de gelegenheid om zich door middel van het stellen van vragen en het bespreken van stellingen een beeld te vormen over hun carrièremogelijkheden na afronding van de privaatrechtelijke master. Als sprekers hadden we Chantal Verwey (advocaat-stagiair), Annika van Oorschouw (teamleider van Flanderijn incasso Gerechtsdeurwaarders), Xandra Kramer (universitair hoofddocente en rechter-plaatsvervanger) en Laura van Bochove (promovenda aan de EUR) te gast. Begin april stond de actuele lezing: ‘Ontslagrecht in crisistijd’ centraal. Laura van Luipen van Sørensen Weijers & Ko Arbeidsrechtadvocaten gaf antwoord op vragen als: Welke rechten heeft de werknemer in de crisistijd? Kan de werkgever met een beroep op de crisis sneller van de werknemer af? De conclusie die uit deze lezing kan worden getrokken, is dat het gewone ontslagrecht nog altijd een rol speelt, ook in zware tijden van economische crisis. Het jaar hebben wij afgesloten met een kantoorbezoek aan Van Harmelen Beijneveld Van Houten Advocaten. Wat kun je dit jaar nog meer van ons verwachten? Gedurende de komende blokken van dit studiejaar zullen wij meer leuke activiteiten organiseren. Er staat onder andere een bezoek aan het hoogste rechtscollege, de Hoge Raad, op de agenda. Maar allereerst zullen wij van start gaan met een gezellige openingsborrel, houdt Probus dus goed in de gaten! Voor meer informatie, vragen, opmerkingen of voor het inschrijfformulier van Probus kun je terecht op onze website, www.dispuutprobus.nl. Bezoek ook eens onze Hyves- pagina, www.dispuutprobus.hyves.nl. Wij hopen jullie snel te ontmoeten op één van onze activiteiten! Met vriendelijke groeten,

D.J. Veegens Beste studenten! Het collegejaar is weer begonnen! Bij dezen willen wij ons voorstellen als het 25e Veegens bestuur: Voorzitter: Laurie Kuijpers Commissaris Intern: Annemieke Boon Commissaris Extern/Penningmeester: Crystal Groos Commissaris Extern/Penningmeester: Paul Visser DJ Veegens is hét pleitdispuut van de Juridische Faculteitsvereniging Rotterdam en is gericht op rechtenstudenten die een functie in de advocatuur ambiëren en/of hun pleitvaardigheden willen verbeteren. De doelstelling van ons dispuut is om de student vertrouwd te maken met het pleiten. DJ Veegens realiseert zijn doelstellingen door het organiseren van activiteiten waar je als rechtenstudent echt iets aan hebt op de lange termijn en waarmee je meer inhoud aan je studie kunt geven. Ook dit jaar is prof. Mr. S.D. Lindenbergh de beschermheer van ons dispuut. Dit jaar zullen wij wederom een pleitcursus organiseren waarbij bezoeken gebracht zullen worden aan gerenommeerde kantoren. Hierop volgend zal er door ons eveneens een masterclass worden georganiseerd, waarin wij de meest gemotiveerde studenten de kans geven zich te verdiepen in het pleiten. Tevens zullen wij ook dit jaar deelnemen aan de Nationale Pleitmarathon (NPM) waarin al het Rotterdamse pleittalent zich van hun beste kant kan laten zien. Als laatste willen wij nog graag meedelen dat dit jaar het vijfde lustrum van DJ Veegens plaatsvindt, wat ons reden geeft om nog meer activiteiten te organiseren voor onze leden. Wij hebben er erg veel zin in en kijken er naar uit om er wederom een mooi en succesvol jaar van te maken. Wij hopen jullie te mogen begroeten op onze eerste borrel en/of op de eerste pleitbijeenkomst. Houd Sin-online goed in de gaten voor onze data en verdere informatie! Een succesvol jaar gewenst en hopelijk tot ziens. Het 25e D.J.Veegens bestuur Website: www.djveegens.nl E-mail: djveegens@hotmail.com

Het bestuur van Probus 2009-2010 Voorzitter: Deborah van Zanten Penningmeester/ vice-voorzitter: Hulya Albas Secretaris: Heleen van Loon

Fiat Justitia september 2009

53


Di sp u ten

Wichmann Hallo studenten! Het nieuwe collegejaar is inmiddels weer van start gegaan. De eerstejaars zullen nu hopelijk van de schrik zijn bijgekomen en voor de ouderejaars is de sleur vast alweer ingetreden. Het afgelopen studiejaar heeft Wichmann verschillende activiteiten ondernomen. Behalve bezoeken aan advocatenkantoren waaronder De

Eindelijk echt

tijd

gevonden

Brauw Blackstone Westbroek en Hertoghs advocaten-belastingkundigen, heeft Wichmann ook een bezoek gebracht aan de rechtbank en aan de Hoge Raad. Tevens is het Pieter Baan Centrum aangedaan en hebben wij een kijkje in de keuken mogen nemen bij de P.I. De Schie. Naast leerzame activiteiten was er ook ruimte voor vermaak door middel van borrels en een schietles! Natuurlijk ontbrak het jaarlijks terugkerende beroepenforum niet, waar studenten werden voorgelicht over de carrièremogelijkheden binnen het strafrecht. In dit nieuwe collegejaar zijn wij, het nieuwe bestuur van Wichmann, van plan om opnieuw leuke en leerzame activiteiten voor de studenten te organiseren. Deelnemen aan de activiteiten van het Wichmann dispuut is naast kennismaken met de strafrechtelijke praktijk ook een aangename manier om andere studenten te leren kennen. Het leuke van de deelnemers aan onze activiteiten is dat ze allerlei verschillende achtergronden hebben, maar uiteraard delen zij wel eenzelfde interesse, namelijk het strafrecht. Masterstudenten, eerstejaarsstudenten, recent afgestudeerden en deeltijders: allemaal weten ze de weg naar de activiteiten van Wichmann te vinden. Wil jij ook op de hoogte gehouden worden? Als lid van het dispuut word je als eerste op de hoogte gebracht van onze nieuwe activiteiten. Wil je lid worden? Mail dan naar secwichmann@hotmail.com. Heb je vragen of opmerkingen, of heb je zelf een geweldig idee voor een activiteit? Mail dan naar wichmanndispuut@hotmail.com. Wij zullen dit jaar ons best doen om leerzame maar ook studentikoze activiteiten te organiseren zoals kantoorbezoeken en borrels. Graag verwelkomen wij jou ook bij een van onze activiteiten! Met vriendelijke groet , Het Wichmann-bestuur Website: www.wichmanndispuut.nl, www.wichmann.hyves.nl Email: wichmanndispuut@hotmail.com

Buddy Netwerk zet zich in voor mensen met een ernstige, chronische en/of levensbedreigende ziekte, zoals kanker, MS of Hart-en Vaatziekten. De impact van de ziekte op iemands sociale en emotionele leven is groot, soms te groot.

Word nu buddy en vergroot de wereld van een ander en ook die van jezelf. Simpelweg door er eens per week een paar uur voor de ander te zijn.

Word ook buddy ! www.buddynetwerk.nl of bel 070-3649500 [advertentie]

54

Fiat Justitia september 2009


/binnenwerk_fiat_5_2008-2009