Page 1

De noodzaak van de wedergeboorte

W

Jezus antwoordde en zeide tot hem: Voorwaar, voorwaar zeg Ik u, tenzij dat iemand wederom geboren wordt, hij kan het Koninkrijk Gods niet zien. Jezus antwoordde: Voorwaar, voorwaar zeg Ik u, zo iemand niet geboren wordt uit water en Geest, hij kan in het Koninkrijk Gods niet ingaan. (Joh. 3:3,5) Deze woorden bevatten het fundament van de hele praktijk van het geloof in het hier en nu en in de gelukzaligheid hierna. Het is de kernleer die Christus als Profeet kwam leren en als Koning in het hart kwam werken. Het is een antwoord op het compliment van Nicodemus, die met een zekere eerbied tot Hem komt. Hij wordt in vers 1 geïntroduceerd: ‘Er was een mens uit de farizeeën, wiens naam was Nicodemus, een overste der Joden.’ 1. Zijn ambt of de sekte waartoe hij behoort, de farizeeërs, wordt vermeld. 2. Zijn naam, Nicodemus. 3. Zijn hoedanigheid, een overste van de Joden. árkhōn, een vorst, één uit het machtige Sanhedrin, dat de hoogste macht in alle religieuze zaken had, ook onder de Romeinse overheid. Hoe Nicodemus tot Christus komt, wordt beschreven in vers 2: ‘Deze kwam des nachts tot Jezus, en zeide tot Hem: Rabbi, wij weten dat Gij zijt een Leraar van God gekomen; want niemand kan deze tekenen doen die Gij doet, zo God met hem niet is.’ Daar lezen we 1) De tijd van zijn komst, ’s nachts 2) De wijze waarop hij naar Christus toe komt en Hem aanspreekt, namelijk met ontzag: rabbi, dat is een eretitel.

De tijd van Nicodemus’ komst Hij komt tot Christus en verdient daarom lof. Hij komt ’s nachts: zijn 27

Tenzij dat iemand_bw.indd 27

07-10-19 15:50


hoogachting voor Christus is gebrekkig, bang als hij is om Hem in het openbaar te belijden. Nicodemus is een van degenen die Christus vanwege Zijn wonderen gelooft (Joh. 2:23). Hij komt nu tot Hem om met Hem over Goddelijke zaken van gedachten te wisselen. Hij erkent Hem als een door God gezonden profeet. De reden dat hij Hem als zodanig erkent, zijn Christus’ wonderen, die een Goddelijke kracht lieten zien, zowel in de grootheid als in de veelheid ervan. Nicodemus weet namelijk dat God het zegel van Zijn macht niet zal zetten op iemand die niet Zijn volmacht heeft. Wonderen zijn de geloofsbrieven die de Goddelijke autoriteit laten zien van een persoon die een nieuwe taak van God ontvangt. Hieruit blijkt: God dwingt niemand om te geloven, maar Hij geeft zulke onweerlegbare bewijzen van wat Hij wil en denkt, dat niet-geloven een flagrante tegenstrijdigheid is. Toen God Mozes zond om de Israëlieten te verlossen en hun een nieuwe wet te geven, voorzag Hij hem van een wonderbaarlijke kracht. Daarmee verklaarde Hij dat het Zijn wil was dat men serieus nam wat Mozes overbracht. Zo was het ook met onze Heiland en in de vroege kerk toen het Evangelie voor het eerst op verschillende plaatsen bekendgemaakt werd. Maar als een leer doorgedrongen is en een kerk gevestigd is, houdt God op buitengewone werken uit te voeren. Zo deed hij met betrekking tot het manna, nadat de Israëlieten Kanaän waren binnengegaan. Daar voorzag God op een gewone manier in hun levensonderhoud en daar beleefden de Israëlieten slechts nu en dan kleinere wonderen. We hebben nu verstandelijke manieren om mensen tot het christelijk geloof te brengen. Hoewel er geen ervaarbare wonderen meer zijn zoals vroeger, toch is er in alle eeuwen en ook nu een wonder gaande in de wereld. Het is groter dan de wonderen die Christus aan de lichamen van mensen deed. Het is de bekering van vele opstandige zondaren en hun plotselinge onderwerping. In Christus’ ogen was dit het belangrijkste wonder dat Hij uitwerkte toen Hij op aarde was: ‘Gaat heen en boodschapt Johannes weder de dingen die gij gezien en gehoord hebt, namelijk dat de blinden ziende worden, de kreupelen wandelen, de melaatsen gereinigd worden, de doven horen, de doden opgewekt worden, den armen het Evangelie verkondigd wordt’ (Luk. 7:22). Christus had vele blinden ziende gemaakt, maar Hij voegde aan het eind van de opsomming toe: ‘aan de armen wordt het Evangelie verkondigd’ (ptōkhoì euangelízontai). Aan de armen wordt geëvangeliseerd,

28

Tenzij dat iemand_bw.indd 28

07-10-19 15:50


ze worden in de bedeling van het Evangelie1 gebracht, in een nieuwe staat van het Koninkrijk der hemelen. Dit is groter dan het opwekken van een mens uit een natuurlijke dood tot een natuurlijk leven. Nicodemus komt ’s nachts. Hij is gesteld op zijn eigen eer en afkerig om deze te schaden door een vrije en open belijdenis. Hij is een leider in Israël. Als hij overdag was gekomen, had zijn reputatie onder het volk schade geleden. De mensen zouden verbaasd zijn dat hij, een farizeeër met een enorme kennis, zou komen om onderwijs te ontvangen van de zoon van een timmerman, van een man die veracht werd door zijn medeleden van het Sanhedrin. Toch komt Nicodemus, hoewel ’s nachts. Hieruit leiden we het volgende af: 1. Het is moeilijk voor ons om een plicht uit te voeren waarvan we overtuigd zijn, zonder daarin gebrekkig te zijn. Nicodemus is overtuigd door de wonderen van Christus’ Goddelijke autoriteit, maar hij deinst terug voor een openlijke belijdenis van Hem. Hij sluipt naar Hem toe in de nacht, onwillig als hij is om overdag bij Hem gezien te worden. Als Christus geen Profeet was, waarom zou Hij dan überhaupt erkend worden? En als Hij wel een Profeet is, waarom dan niet overdag zowel als ’s nachts? Vreemd dat Nicodemus Christus niet overdag raadpleegt, terwijl hij belijdt dat Hij Zijn opdracht van God heeft ontvangen! Hoe zwak is het geloof van de besten in het begin, hoe schommelt het heen en weer tussen Christus en zichzelf. 2. Onze eigen reputatie mengt zich gemakkelijk in de praktijk van ons geloof. Het is Nicodemus’ angst voor imagoschade die hem de duisternis doet kiezen. Dit is het belangrijkste deel van de oude Adam in ons. Het zal in verschillende gedaanten de kop opsteken, juist als we met de meest geestelijke dingen bezig zijn. Wat een strijd is er tussen geloof en ons aanzien! Nicodemus is gewillig om het geloof te behagen, maar niet om zijn reputatie te mishagen. 3. Eerzucht is de grootste hindernis van een grondige bekering. Nicodemus wil graag met Christus spreken, maar zijn reputatie heeft te veel overwicht in hem, zodat hij zich niet volledig aan Hem overgeeft. Hij 1.  Noot vertaler: ‘gospel frame’. Dit en het begrip ‘gospel state’ heb ik vertaald als ‘bedeling van het Evangelie’. ‘gospel frame’: de staat waarin iemand in heel zijn denken, willen, voelen en handelen geleid wordt door het Evangelie.

29

Tenzij dat iemand_bw.indd 29

07-10-19 15:50


schaamt zich ervoor te worden gezien terwijl hij met Christus spreekt: ‘Hoe kunt gij geloven, gij die eer van elkander neemt, en de eer die van God alleen is, niet zoekt?’ (Joh. 5:44). 4. Mensen kunnen veel achting voor Christus hebben, maar toch niet zoveel als nodig is voor een zaligmakend geloof. Nicodemus erkent Hem als leraar, als een van God gezondene, maar niet als de Leraar, de grote Profeet over Wie Mozes had gesproken (Deut. 18:15). Hij belijdt Hem als een profeet, maar niet als de Messias. Onderzoek uw achting voor Christus, of deze allerhoogst en overtreffend is: de Heiland, de Middelaar, de Heere en de Koning. 5. Er kunnen lange tijd overtuigingen zijn zonder enige blijk van bekering. Als we op Nicodemus letten zoals hij hier naar voren komt, dan zien we iemand die alleen overtuigd is van de Goddelijke autoriteit van Christus en die niet grondig bekeerd is. Uit zijn vragen (vs. 4 en 9) komt hij namelijk eerder als een ontevredene dan als een bekeerde tevoorschijn. Toch komt het zaad dat nu gestrooid wordt door de woorden van onze Heiland uiteindelijk op in zijn hart. Bij een bijzondere gelegenheid pleit hij voor Christus’ zaak, namelijk op een vergadering van de farizeeën, waarschijnlijk bij het grote Sanhedrin. Toch doet hij dat voorzichtig: ‘Oordeelt ook onze wet den mens, tenzij dat zij eerst van hem gehoord heeft en verstaat wat hij doet?’ (Joh. 7:50-51). Voor die tijd wilde hij niet dat iemand zag dat hij tot Christus kwam. Hier kiest hij partij voor Hem, zoals hij voor wie ook maar gedaan zou hebben als het om recht en billijkheid ging. Nicodemus pleit dat Christus niet veroordeeld zal worden voordat Hij gehoord is. Maar later laat Nicodemus nog overvloediger vrucht zien, namelijk als hij samen met Jozef van Arimathea openlijk eer aan het gekruisigde lichaam van de Heiland bewijst: ‘En Nicodemus kwam ook (die des nachts tot Jezus eerst gekomen was), brengende een mengsel van mirre en aloë, omtrent honderd ponden gewicht’ (Joh. 19:39). De genade die hij heeft, schijnt in een lange slaap te zijn geweest, maar is zeer krachtig als ze ontwaakt. 6. Ware genade komt op een gegeven moment tevoorschijn op een manier die radicaal tegenovergesteld is aan de natuurlijke misdaad van voorheen. Op beide momenten is angst de zonde van Nicodemus. Deze is nu overwonnen door vertrouwen. De Heilige Geest vermeldt dat: ‘die des nachts tot Jezus eerst gekomen was’. Toen kwam hij ’s nachts, nu komt hij overdag. Hij en iemand anders die nog nooit genoemd was, Jozef 30

Tenzij dat iemand_bw.indd 30

07-10-19 15:50


van Arimathea, die bevangen was met hetzelfde gevoel van angst, zijn discipelen in het geheim: ‘die een discipel van Jezus was, maar bedekt om de vreze der Joden’ (Joh. 19:38). Zij belijden Hem in het openbaar bij Zijn dood, terwijl degenen die tijdens Zijn leven vertrouwelijk met Hem omgingen, Hem in de steek laten. Christus zal bange hazen voor Zijn zaak laten uitkomen, terwijl degenen die denken dat ze moedige leeuwen zijn, Hem hun rug zullen toekeren. Paulus had de allerhoogste liefde voor de kerk, terwijl hij voorheen schuldig was aan de meest hevige vervolging. En Petrus was net zo moedig – toen de Geest kwam – als hij voorheen laf was geweest in de zaak van zijn Meester.

De wijze waarop Nicodemus naar Christus toe kwam en Hem aansprak We hebben de farizeeër behandeld. Laten we nu kijken naar het antwoord van de Heiland: ‘Jezus antwoordde en zeide tot hem: Voorwaar, voorwaar zeg Ik u, tenzij dat iemand wederom geboren wordt, hij kan het Koninkrijk Gods niet zien’ (vs. 3). Sommigen denken dat Nicodemus een vraag stelt die niet weergegeven wordt, maar die uit Christus’ antwoord afgeleid kan worden. Het schijnt de volgende vraag geweest te zijn: ‘Wat is nodig om het Koninkrijk der hemelen binnen te gaan?’ Daarop vertelt Christus hem dat het noodzakelijk is om opnieuw geboren te worden. Anderen denken dat Nicodemus geen vraag stelt en dat deze woorden een heel gepast antwoord op Nicodemus’ vraag zijn. 1. Christus geeft geen antwoord op zijn compliment, maar gebruikt Zijn autoriteit als leraar – die door Nicodemus erkend wordt – om hem te onderwijzen. Omdat u Mijn zending door God om een leraar te zijn, erkent, zal Ik u leren wat Mijn boodschap is. Het grote doel van Mijn komst is om mensen in het Koninkrijk van God te brengen en het grote middel daarvoor is een nieuwe geboorte die alleen u geschikt kan maken voor de leer van het Evangelie hier en voor eeuwige gelukzaligheid hierna. Nicodemus erkent Christus als Leraar en Christus zal hem in Zijn antwoord leren hoe een christen te worden. 2. Christus modelleert Zijn antwoord naar de verdorvenheid van de farizeeër. Nicodemus komt ’s nachts, uit liefde voor zijn aanzien dat geschaad zou kunnen worden als hij overdag zou komen. Wat zouden 31

Tenzij dat iemand_bw.indd 31

07-10-19 15:50


de mensen ervan denken? Zeker, deze man en de rest van zijn groep zijn niet zo slim als zij voorgeven, want hij komt naar Jezus om onderwezen te worden en uit angst voor de farizeeën die hij daardoor aanstoot kon geven. Christus’ antwoord is daarom heel gepast voor hem. U moet een nieuwe mens worden als u de verborgenheden van het Evangelie wilt leren kennen. Weg met uw oude gedachten en uw trots als farizeeër. Negeer uw eer, aanzien en wat verder uw reputatie zou kunnen schaden. Een wettische manier van denken en een farizeïsche gerechtigheid zullen u niet in het Koninkrijk van God brengen. De Joden zijn er trots op Abrahams kinderen te zijn en denken dat de poorten van de hemel niet voor iemand van hun geslacht gesloten kunnen worden. Johannes heeft hen hier al over berispt: ‘En meent niet bij uzelven te zeggen: Wij hebben Abraham tot een vader’ (Matth. 3:9). Christus doet hier impliciet hetzelfde en zet Nicodemus op het spoor van een andere geboorte. Hij laat hem de leugenachtigheid en bedrieglijkheid van de wettische gerechtigheid, waarop hij steunt, zien. 3. Christus vormt Zijn antwoord naar de zwakheid en onwetendheid van Nicodemus. Deze erkent hem als een leraar, maar niet als de Messias. Christus laat door Zijn antwoord daarom Nicodemus’ gedachten hoger stijgen en brengt die bij het Koninkrijk van God. De Joden bedoelen daar in hun gewone spraakgebruik het Koninkrijk van de Messias mee. Ze spreken van oudsher over het Koninkrijk van God en het Koninkrijk der hemelen. Op die manier brengt Christus Nicodemus tot de kennis van Hemzelf als de Messias, niet alleen als van een bijzondere profeet. Deze drie dingen laten zien hoe Christus’ woorden zich tot die van Nicodemus verhouden. Daaruit volgt: 1. Met ons applaus en onze lof voor Christus, maar zonder een vernieuwde natuur, winnen we niets. Nicodemus toont veel eerbied, hij geeft Christus de titel rabbi, hij belijdt dat Hij door God is gezonden en hij erkent de Goddelijke kracht achter Zijn wonderen. Christus geeft echter van Zijn kant geen complimenten. Hij slaat geen acht op de beleefdheid van Nicodemus, maar begint direct aan Zijn werk. Hij leert hem de noodzaak van wedergeboorte. Zonder wedergeboorte kan hij het Koninkrijk van God niet zien, hoeveel hij Hem ook zou prijzen. Een vleiende godsdienst inclusief eerbetoon betekent niets voor Christus. Een nieuwe geboorte, het gelijk zijn aan Christus in uw natuur en een 32

Tenzij dat iemand_bw.indd 32

07-10-19 15:50


gelijkvormigheid aan Hem worden door Christus veel hoger aangeslagen dan alle uiterlijke lof die Hem wordt toegebracht. 2. Geen natuurlijk privilege onder de hemel kan ons het recht geven op het Koninkrijk van de genade of van de heerlijkheid. Het doet er niet toe dat we geboren zijn in de hoogste kringen. Geen natuurlijke geboorte, zelfs niet met de meest kostbare privileges, geeft ons recht op een van beide. Niet de eer dat hij de wet uit Gods eigen mond heeft ontvangen, de eer dat hij bij een uiterlijk verbond hoort, de schat dat hij Gods Woord hoort en het zegel van de belijdenis dat hij in zijn lichaam draagt. Niets daarvan kan Nicodemus in deze gelukzalige staat zetten. Het is een geboorte van een hoger geslacht, vanuit een hoger principe, een verandering van natuur en het ontdoen van het oude ras. Kijk eens hoe vreemd Nicodemus op deze woorden van onze Heiland reageert. Hoe perplex staat deze grote leider in Israël over de leer die absoluut noodzakelijk is om het Koninkrijk der hemelen binnen te gaan! ‘Hoe kan een mens geboren worden, nu oud zijnde? Kan hij ook andermaal in zijner moeders buik ingaan en geboren worden?’ (vs. 4). Wat een kinderlijke opvatting heeft hij van deze zo hemelse leer! Kan zo’n oud man als ik terugkeren naar mijn eerste begin, kan ik een weg banen de moederschoot in? Het is vreemd dat Nicodemus – terwijl hij een farizeeër is en zo goed de Schrift kent – zo onwetend is. In ieder geval is hij schuldig aan zoveel onachtzaamheid. Hij denkt niet aan Ezechiël 36 en aan andere teksten die spreken over ‘een nieuw hart’ en ‘een vlezen hart’. Hij denkt mogelijk aan het doel van de reinigingen volgens de wet, die de innerlijke heiligheid, die in gereinigde personen moet zijn, uitbeelden. Zijn vleselijke gedachte wint het van de geestelijke waarheden. Dat betekent: 1. Iemand kan grote kennis van de letter van de Schrift hebben en toch niet de noodzakelijke en zaligmakende leer ervan begrijpen. De leer van de wedergeboorte is opgenomen in het hele Oude Testament, hoewel dat begrip niet gebruikt wordt. Laten we erop letten hoe we de Schriften lezen: we moeten onze hoofden niet vermoeien met nutteloze en nieuwsgierige vragen, maar met de belangrijkste geheimen van het geloof. Wat baat al zijn kennis Nicodemus, zelfs al was deze tienduizend maal groter, als hij deze leer niet kent en ervaart! 2. Niets is een grotere vijand van de zaligmakende kennis van de verborgenheden van het Evangelie dan het trots zijn op onze verstandelijke 33

Tenzij dat iemand_bw.indd 33

07-10-19 15:50


kennis. Nicodemus’ komst in de nacht komt niet alleen uit angst voort, maar ook uit trots. De mensen mogen namelijk niet ontdekken dat hij onwetend is. Nederige mensen hebben de gezondste kennis: ‘Hij zal de zachtmoedigen leiden in het recht, en Hij zal den zachtmoedigen Zijn weg leren’ (Ps. 25:9). 3. Hoe weinig belang stelde de wereld toen in God! Hoe hadden onwetendheid en dwaling de kennis van God uit andere delen van de wereld uitgebannen, toen deze zo wegkwijnde in de kerk! Hoe dom moeten de armen zijn als degenen die de Schrift onderzoeken, niet wijzer zijn! Dat verstandelijk gebakkelei de geestelijke kennis haast heeft weggevaagd, is iets wat we diep moeten betreuren. En als christenen elkaar ontmoeten, discussiëren ze meer over niet-noodzakelijke dingen dan dat ze deze zaligmakende geheimen van het christelijk geloof met elkaar bespreken. Dat laatste zou juist het hart naar de hemel doen opheffen. Op Nicodemus’ tegenwerping geeft Christus Zijn antwoord. Het is: 1. Een krachtige bevestiging van Zijn bewering met een toelichting: ‘Jezus antwoordde: Voorwaar, voorwaar zeg Ik u, zo iemand niet geboren wordt uit water en Geest, hij kan in het Koninkrijk Gods niet ingaan’ (vs. 5). In het derde vers wijst Christus op de noodzaak van de nieuwe geboorte, in vs. 5 op de noodzaak om door de oorsprong ervan bediend te worden: ‘Zo iemand niet geboren wordt uit water en Geest.’ In de eerste woorden beschrijft hij de leer van de wedergeboorte, in het tweede legt hij de oorsprong en de manier ervan uit. Dit om misvattingen uit de weg te ruimen, zoals de transmigratie van zielen – dat zou een onder de Joden verbreide mening zijn.2 2. Een reden om het te ondersteunen: ‘Hetgeen uit het vlees geboren is, dat is vlees; en hetgeen uit den Geest geboren is, dat is geest’ (vs. 6). Datgene wat uit het vlees geboren is, is vlees en kan niet iets anders

2.  Noot vertaler: een theorie waarbij gesteld wordt dat de ziel vanaf Adam doorgegeven is door middel van voortplanting. Deze gedachte wordt ook wel traducianisme genoemd en staat tegenover het creationisme waarin men stelt dat enkel het lichaam door middel van voortplanting wordt doorgegeven en dat de ziel van elk mens een unieke scheppingsdaad van God is. Hoewel er zowel in het jodendom als in het christendom (lutheranen) theologen zijn geweest die onder invloed van de Griekse filosofie kozen voor het traducianisme heeft het grootste deel van de christelijke traditie gekozen voor het creationisme.

34

Tenzij dat iemand_bw.indd 34

07-10-19 15:50


worden, want het effect kan niet beter zijn dan de oorzaak.3 Datgene wat uit de Geest geboren is, echter, is geest, dat wil zeggen: het heeft een geestelijke natuur. Vlees betekent hier de gevallen mens: ‘dewijl hij ook vlees is’ (Gen. 6:3), vervallen tot vlees, verworden tot een louter zinnelijk schepsel door het verlies van de oorspronkelijke gerechtigheid. Toen de mens deze namelijk verloor, was de ziel van de mens als een lichaam zonder leven; een geestelijk skelet, zoals het lichaam zonder ziel is. Vlees duidt de hele natuur aan, zoals in Mattheüs 16:17: ‘vlees en bloed heeft u dat niet geopenbaard …’ De vleeswording van de Zoon van God, het fundament van alle verkondiging van het Evangelie, kunt u alleen begrijpen als u boven de sfeer van de natuur uitstijgt. De mens is in zijn natuurlijke afkomst slechts natuur en hij kan niet begrijpen en genieten wat slechts te begrijpen is voor en te genieten is door een geestelijke natuur. Een mens die door de Geest wedergeboren is, is echter geestelijk en is het vlees ontstegen. Hij is deelgenoot van de Goddelijke natuur gemaakt. Christus’ argumentatie is dus als volgt: 1) geen vlees kan het Koninkrijk van God ingaan, 2) ieder mens is van nature vlees, tenzij hij opnieuw geboren wordt door de Geest, 3) daarom kan niemand het Koninkrijk van God binnengaan.4 Als u de buik van uw moeder kon ingaan en opnieuw geboren kon worden, zou dat de zaak niet beter voor u maken. U zou nog steeds vlees zijn en zelfs slechter. Daarom is dit niet de geboorte die Ik bedoel, want de sta-in-de3.  Noot vertaler: Datgene wat uit het vlees geboren is, is vlees en kan niet iets anders worden, want het effect kan niet beter zijn dan de oorzaak. Filosofie verwijst in de eerste plaats naar de Griekse filosofie, die altijd op zoek was naar de waarheid. Later werd deze Griekse filosofie gebruikt door kerkvaders zoals Augustinus en middeleeuwse theologen als Anselmus en Thomas om de christelijke theologie vorm te geven. Door verlichtingsfilosofen als Descartes, Spinoza en Rousseau kwam de filosofie steeds meer los te staan van de theologie en werd deze ook steeds vaker gebruikt om kritiek te leveren op het christelijk geloof. Na de verlichting heeft zij zich ontwikkeld als een aparte wetenschappelijke discipline naast de theologie. 4.  Noot vertaler: Christus’ argumentatie is dus als volgt: 1) geen vlees kan het Koninkrijk van God ingaan, 2) ieder mens is van nature vlees tenzij hij opnieuw geboren wordt door de Geest, 3) daarom kan niemand het Koninkrijk van God binnengaan. Hier wordt een syllogisme gebruikt: een argument dat onderbouwd wordt op basis van twee stellingen die de premisse genoemd worden. In de derde en laatste stap, de propositie, worden beide premissen gecombineerd. Voorbeeld: 1) alle aardse schepselen zijn geschapen met een lichaam. 2) alle mensen zijn schepselen. 3) hieruit volgt dat alle mensen een lichaam hebben.

35

Tenzij dat iemand_bw.indd 35

07-10-19 15:50


weg voor het Koninkrijk van God zou in u net zo sterk zijn als tevoren. Deze twee verzen vormen een antwoord op Nicodemus’ tegenwerping. Hij vat het geboren worden als een vleselijke geboorte op. ‘Nee, nee’, zegt Christus, Ik bedoel een geestelijke geboorte, één die helemaal Goddelijk en hemels is. Dat wat u bedoelt, brengt een mens in het licht van de wereld; dat wat Ik bedoel, brengt een mens uit de wereld in het licht van genade. Het een vormt het vlees voor een aards leven, het ander vormt de ziel voor een hemels leven. Het een maakt u de zoon van de mensen, het ander de zoon van God.’5

De uitdrukking ‘uit water’ De hele moeilijkheid zit in vs. 5, in de uitdrukking uit water … Sommigen, zoals de rooms-katholieken, vatten dit op als het letterlijke doopwater en sluiten daarom op basis van deze tekst alle gestorven kinderen die niet gedoopt zijn, van de zaligheid uit. Anderen vatten het op als een figuurlijk water, waarvan Christus spreekt: ‘Het water dat Ik hem zal geven, zal in hem worden een fontein van water, springende tot in het eeuwige leven’ (Joh. 4:14). Laten we eerst kijken waarom door het water niet het doopwater bedoeld kan zijn. Wedergeboorte is het geheim en de zin van die heilige ceremonie. Deze wordt inderdaad uitgetekend, vertegenwoordigd en verzegeld door de doop. Hoe en in welke zin, daar ga ik nu niet op in. 1. Het is vreemd dat als allen het erover eens zijn dat de geboorte waarover hier gesproken wordt, geestelijk en figuurlijk is, het water dan natuurlijk zou zijn. 2. Als dit zou doelen op de doop, zou niemand zalig kunnen worden, tenzij hij of zij gedoopt is. Als de woorden ‘Tenzij dat gij het vlees van den Zoon des mensen eet en Zijn bloed drinkt, zo hebt gij geen leven in uzelven’ (Joh. 6:53) zouden slaan op het Avondmaal, zou niemand zalig kunnen worden tenzij hij of zij eraan deel zou nemen. Terwijl Christus niet de nadruk legt op de doop, maar op het geloof: ‘Die geloofd zal hebben en gedoopt zal zijn, zal zalig worden; maar die niet zal geloofd 5.  Daille, Sermon en ce lieu. Noot vertaler: Jean Daillé (1594-1670), een Franse predikant die studeerde in Poitiers en Saumur. Later diende hij de protestantse gemeenten van Saumur en Charenton. Quinze sermons prononcez en divers lieux et sur divers sujets, l’an 1653 et 1654 (1654).

36

Tenzij dat iemand_bw.indd 36

07-10-19 15:50


hebben, zal verdoemd worden’ (Mar. 16:16). Hij zegt niet: ‘Wie niet gedoopt is, zal verdoemd worden’, maar Hij koppelt de verdoemenis volledig aan het ontbreken van geloof. Velen zijn zalig geworden zonder doop, maar niemand zonder geloof. Het is juist om te zeggen: ‘Wie niet gelooft, zal verdoemd worden’, maar het is niet juist om te zeggen: ‘Wie niet is gedoopt, zal verdoemd worden.’ Christus zegt het eerste, maar niet het tweede, hoewel Zijn betoog Hem genoodzaakt had om dat te zeggen, als het waar geweest was of als Hij op doopwater gedoeld had. De Geest is niet aan de Doop gebonden, maar Hij kan zowel buiten de sacramenten als erin handelen. Het gaat hier alleen om het missen van de doop, niet om verachting of bewuste verwaarlozing ervan. Als het op de Doop zou slaan, zou het waar zijn dat niemand zonder die Doop behouden kon worden. Maar hoe ging de moordenaar6 aan het kruis het paradijs binnen, wat Christus hem immers beloofde? Conclusie: Iemand kan de hemel binnengaan zonder de Doop met water, hoewel niet zonder de Doop met de Geest. 3. De Doop was toen nog niet als een vast sacrament in de christelijke kerk ingesteld. Over de inzetting ervan lezen we pas na Christus’ opstanding: ‘Gaat dan heen, onderwijst al de volken, dezelve dopende’ (Matth. 28:19). Het is niet aannemelijk dat Christus Nicodemus zou vertellen over de noodzaak van iets wat nog niet expliciet door Hem was ingesteld en wat Hij niet zou doen vóór Zijn opstanding. Hij spreekt namelijk over iets wat nu noodzakelijk is. En als dit op de Doop zou slaan en op de absolute noodzaak ervan – die de rooms-katholieken uit deze woorden afleiden – dan konden al degenen die vóór de inzetting van de Doop ongedoopt gestorven waren, het Koninkrijk der hemelen niet binnengaan, hoewel ze geloofden. Kan er iets noodzakelijk zijn voordat het voorschrift ervoor gegeven is? Het kon daarvóór niet noodzakelijk zijn als een middel, omdat het niet een natuurlijk, maar een ingesteld middel is. Het is daarom noodzakelijk als zijnde een gebod en daarom niet absoluut noodzakelijk vóór het gebod kwam, toen Christus deze woorden sprak.7 Sommigen zeggen dat Christus geen absolute noodzaak op dat moment bedoelde, maar dat 6.  Noot vertaler: Engels: thief (dief, rover). 7.  Noot vertaler: Het kon daarvóór niet noodzakelijk zijn als een middel, omdat het niet een natuurlijk, maar een ingesteld middel is. Het is daarom noodzakelijk als zijnde een gebod en daarom niet absoluut noodzakelijk voor het gebod kwam, toen Christus deze woorden sprak.

37

Tenzij dat iemand_bw.indd 37

07-10-19 15:50


het na Zijn dood wel beslist noodzakelijk zou worden.8 Dat betekent dat u onze Heiland tot een leugenaar maakt, want Hij doelde op het heden, enkele jaren voor Zijn dood. Bovendien doet u daardoor de goedheid van onze Heiland – als Hij hiermee de Doop bedoelde – onrecht aan. Immers, de inzetting van de Doop wordt tot lang na die tijd uitgesteld, terwijl het op dat moment voor Nicodemus’ zaligheid noodzakelijk was. Ten slotte wordt Hij daardoor in Zijn wijsheid verongelijkt, als zou Hij zeggen dat het op dat moment noodzakelijk was, terwijl dat niet zo was en ook niet zou zijn tot na Zijn dood. 4. Het is vreemd dat onze Heiland tot Nicodemus zou spreken over de noodzaak van de Doop voordat Hij hem had onderwezen over de verborgenheden van het Evangelie, waarvan de Doop een zegel is. Dat Hij eerst zou spreken over het zegel, voordat Hij spreekt over datgene wat erdoor verzegeld wordt, is niet logisch. De sacramenten zijn immers gefundeerd op de leer; daarvan zijn ze afhankelijk. Het onderwijs te beginnen bij een sacrament is als het beginnen met bouwen bij de dakpannen en dakspanten voordat u een fundament legt. Ook is het tegen het bevel dat onze Heiland de apostelen gaf. Hij plaatste het onderwijs vóór de doop. Dit is altijd de volgorde geweest: in de vroege kerk en tot op de dag van vandaag in alle christelijke kerken als het gaat om de volwassenen en meerderjarigen. Zoals onder de Joden niemand besneden werd voordat hij proseliet9 werd en onderwijs had ontvangen in de wetten die hij moest onderhouden en pas dan – beslist niet daarvóór – mochten zijn kinderen besneden worden. 5. Degenen die het water als het doopwater opvatten en de Doop zo tot een absolute noodzaak maken, doen vervolgens door een andere opvatting hun eigen uitleg teniet. Ze zeggen namelijk dat de Doop met bloed het ontbreken van de Doop met water compenseert. Als kinderen of volwassenen naar het schavot of de galg gesleept worden of als ze omwille van het christelijk geloof gedood worden, dan zullen ze zeker 8.  Bellarm de Sacram. Baptism, lib.i.cap 5,6. Noot vertaler: Robertus Bellarminus (1542-1621), een vooraanstaand Italiaans rooms-katholiek theoloog binnen de contrareformatie, bekend vanwege zijn aandeel in het proces tegen Galilei. De baptismo et confirmatione (1605). 9.  Noot vertaler: In de tijd van het Nieuwe Testament was een proseliet iemand die zich vanuit de heidenen tot het Joodse geloof had bekeerd. Dit moment markeerden de Joden door een rituele wassing van de heiden, beter bekend als dopen.

38

Tenzij dat iemand_bw.indd 38

07-10-19 15:50


behouden worden. Dat kan echter niet als het water in vs. 5 als het doopwater opgevat moet worden en dus als absoluut noodzakelijk. Het gaat in de tekst over water; en bloed is geen water. Een van de stellingen moet fout zijn. Een martelaar die ongedoopt sterft, moet verdoemd zijn en kan het Koninkrijk der hemelen niet binnengaan als ‘water’ in deze tekst betrekking heeft op het doopwater. 6. Let erop dat Christus verderop het water niet meer noemt, maar de Geest: ‘Hetgeen uit den Geest geboren is, dat is geest.’ Er staat niet: ‘geboren uit water en uit de Geest’, wat zeer noodzakelijk zou zijn als water net zo noodzakelijk was als de Geest ten aanzien van de nieuwe geboorte. Omdat Christus in positieve zin noemt dat degene die geboren is uit de Geest, geest is, moeten we dan zeggen dat iemand die geboren is uit de Geest, maar zonder water, nog slechts vlees is? Dus: water moet hier in mystieke zin opgevat worden. Sommigen vatten water op als de gehele leer van het Evangelie, zoals de wateren in Ezechiël 47 de leer van het Evangelie aanduiden. ‘Druppelen’ betekent in de Schrift ‘onderwijzen’ (Am. 7:16; Ez. 20:46: ‘Drup tegen het zuiden’). Anderen vatten water op als de genade van de wedergeboorte, als zijnde de oorsprong, terwijl de Geest de Oorzaak is. Zoals in Titus 3:5-6: ‘Heeft Hij ons zalig gemaakt … door het bad der wedergeboorte en vernieuwing des Heiligen Geestes.’ Wat voor ‘bad’ Hij bedoelt? De vernieuwing door de Heilige Geest, de vernieuwing die helemaal geestelijk is en die uitgaat van de Geest van God uit Wie deze genade stroomt. Door water en Geest worden een en dezelfde zaak aangeduid, het water staat symbool voor de reinigende en levendmakende kracht van de Geest. Net zoals vuur en Geest samengenomen worden in Mattheüs 3:11 om de zuiverende kracht van de Geest weer te geven: vuur moet het schuim van het goede metaal scheiden. Dus vuur en Geest, een geest van vuur of de kracht en uitwerking van vuur. Dit water had God beloofd: ‘Ik zal water gieten op den dorstige’ (Jes. 44:3) en: ‘Dan zal Ik rein water op u sprengen … Ik zal Mijn Geest geven in het binnenste van u’ (Ez. 36:25, 27). Hij legt uit dat water de Geest is: ‘Ik zal Mijn Geest op uw zaad gieten’ (Jes. 44:3). En in Ezechiël voegt Hij water en Geest samen, dus: het water van Mijn geest, mijn geestelijk water, mijn Evangeliegenade. In Jesaja 41:18-19 spreekt God over de wonderlijke vruchtbaarheid van dit water. Dit zal u vernieuwen 39

Tenzij dat iemand_bw.indd 39

07-10-19 15:50


en vruchtbaar maken in het Koninkrijk van Mijn Zoon, waar niemand ontvangen zal worden die niet uit deze Goddelijke oorsprong geboren is. Omdat onze Zaligmaker met een farizeeër in gesprek is, die vertrouwd is met deze woorden, gebruikt Hij woorden van de profeten om deze leer uit leggen. Hij plaatst ze in dezelfde volgorde: eerst water, dan de Geest, zodat het laatste woord de betekenis en aard van het eerste opheldert. Dit om te voorkomen dat Nicodemus denkt dat het om natuurlijk water gaat, terwijl het geestelijk en mystiek van aard is. Water en Geest duiden het water van de Geest of geestelijk water aan: ‘Want ons Evangelie is onder u niet alleen in woorden geweest, maar ook in kracht, en in den Heiligen Geest’, dat wil zeggen in de kracht van de Heilige Geest.

Uitleg van de rest van Johannes 3:5 De Geest wordt vergeleken met water ten aanzien van Zijn levendmakende kracht. Een plant kan alleen vruchtbaar zijn als hij bevochtigd wordt. Water bevat de zaden van alle dingen. Het was uit water en aarde dat alle dingen in de lagere delen in de eerste schepping werden gemaakt. Water wordt hier gebruikt als uitleg van het effect van de Geest. Water is de oorzaak van het levendmaken doordat het vocht toedient. Zo horen water en Geest bij elkaar. Onze Heiland geeft in beide teksten een plechtige verzekering: Voorwaar, voorwaar. Dit doet Hij om: 1. De stellige noodzaak ervan aan te tonen, de zekerheid van de bewering. 2. Dringend te verzoeken om speciale aandacht. Mensen drukken een ander iets op het hart als ze willen dat hij dat onthoudt. U moet het geloven vanwege de noodzaak ervan, u moet erover nadenken vanwege de voortreffelijkheid ervan. Opnieuw geboren worden. ánōthen duidt gewoonlijk ‘van boven’ aan, maar soms betekent het ‘opnieuw’.10 Uit Nicodemus’ antwoord blijkt dat hij het zo opvat: het opnieuw de moederbuik ingaan. Hij vat het niet op als een hemelse geboorte. De mens is uit natuur geboren, hij moet uit genade geboren worden. 10.  Grotius In loc. Noot vertaler: Hugo de Groot (1583-1645) was een belangrijke rechtsgeleerde die verschillende juridische functies bekleedde in de Nederlandse republiek. Uiteindelijk is hij verbannen uit de Nederlanden omdat hij de zijde van de arminianen koos.

40

Tenzij dat iemand_bw.indd 40

07-10-19 15:50


Hij is uit de eerste Adam geboren, hij moet uit de tweede Adam geboren worden. Dat wordt in de Schrift door verschillende begrippen tot uitdrukking gebracht: een opstanding ten leven, een levendmaking, een nieuw schepsel, de nieuwe mens, de innerlijke mens, een sterven aan de wereld. Het is inderdaad het uitdoen van de oude mens, van zijn beginselen en passies, van de verdorven ideeën en affecties11 die we van Adam ontvangen hebben. Om zo onszelf aan God toe te wijden, om te leven voor Christus, om in een nieuw leven te wandelen. Het Koninkrijk van God. Dat betekent soms 1) het Koninkrijk van de heerlijkheid, 2) de bedeling van het Evangelie. Uitdrukkingen met dezelfde betekenis zijn: het ‘Koninkrijk Gods’ en het ‘Koninkrijk der hemelen’. Wat Mattheüs het ‘Koninkrijk der hemelen’ (Matth. 4:17) noemt, wordt door Markus in dezelfde context ‘het Koninkrijk Gods’ (Mar. 1:15) genoemd. En het Evangelie wordt genoemd: ‘het Evangelie van het Koninkrijk Gods’ (Mar. 1:14). Het wordt het Koninkrijk van God genoemd: 1. Omdat het de heerschappij en regering van God in de wereld boven die van de duivel plaatst. De duivel was zo lang de god van de wereld geweest dat de belangen van God overwonnen leken te zijn door heel veel onreine geesten en afschuwelijke afgoden. De ware God was niet bekend als de Bestuurder van de wereld. Het Evangelie openbaart de ware Heerser van de wereld en vestigt Zijn regering en gezag. 2. Het plaatst de gerechtigheid van God12 boven een wettische en vleselijke gerechtigheid, die veel in zwang was onder Joden en heidenen. Zij waren echter volledig onwetend ten aanzien van de gerechtigheid van God (Rom. 10:3). 3. Dit Koninkrijk is gebouwd en opgezet door de Zoon van God. Het andere Koninkrijk, onder de wet, werd gevestigd door God, maar dan door de hand van Mozes, een mens. Het werd door Gods Geest, Zijn Vicepresident, via Mozes bestuurd. De koninklijke waardigheid van God scheen niet zo indrukwekkend door als in de tijd van het Evangelie. De Vader stelt de bedeling van het Evangelie in Zijn wijsheid in, de Zoon legt het fundament ervan door Zijn bloed en de Geest zet het werk voort in de wereld door Zijn kracht. 11.  Noot vertaler: passies. Vermogen van de ziel, naast verstand en wil. 12.  I n Mattheüs 6:33 worden het Koninkrijk van God en Zijn gerechtigheid samengenomen.

41

Tenzij dat iemand_bw.indd 41

07-10-19 15:50


4. Ten aanzien van de bediening is dit Koninkrijk hoog en hemels: het dienen van God in de Geest. De bediening onder de wet was vleselijk, de bediening onder het Evangelie is geestelijker en daarom meer passend bij de volmaaktheid van God. 5. Ten aanzien van het doel en het resultaat ervan. Het Koninkrijk van God zet ons in het Koninkrijk van Christus, Kol. 1:13. De wettische ceremoniën konden de mens niet geschikt maken voor de heerlijkheid. Zij konden degenen die deelnamen aan deze ceremoniën niet volmaakt maken. Dit Koninkrijk van genade echter maakt ons geschikt voor het Koninkrijk van de heerlijkheid. Kan het Koninkrijk Gods niet zien. In vers 5 staat: hij kan in het Koninkrijk Gods niet ingaan. De mens kan dat niet 1. Omdat God het zo bepaald heeft. 2. Vanwege de aard van de zaak: hij is niet geschikt voor de hemel of voor de verborgenheden van de hemel. Zien. Zien betekent soms ‘genieten’, niet een louter zien, maar het effect of de vervulling ervan: ‘die den Zoon ongehoorzaam is,13 die zal het leven niet zien’ (Joh. 3:36). En in Hebreeën 12:14 staat: ‘zonder welke [heiligmaking, vert.] niemand den Heere zien zal’. Mensen kunnen Hem zien als Hij het oordeel uitspreekt, maar ze zullen zich niet op een heerlijke wijze in Hem verheugen. Om gemeenschap met Christus te hebben in de bedeling van het Evangelie, om zich in de eeuwige heerlijkheid in Christus te verheugen is het noodzakelijk om ontdaan te worden van de verdorvenheid van onze eerste natuur en om bekleed te worden met een andere natuur door de Geest van God. In dit vers gaat het over: 1. De zekerheid van de bewering: Voorwaar, voorwaar. 2. De noodzaak van wedergeboorte: tenzij. 3. De reikwijdte ervan ten aanzien van het onderwerp a. Subjectum quod recepit (het onderwerp dat iets ontvangt): iemand, dat wil zeggen: iedereen. b. Subjectum in quo recipitur (het onderwerp waarin iets ontvangen wordt): 13.  Noot vertaler: Charnock heeft: ‘he that believeth not the Son shall not see life’: wie niet de Zoon gelooft, zal het leven niet zien.

42

Tenzij dat iemand_bw.indd 42

07-10-19 15:50


iemand, dat wil zeggen de hele mens, ieder vermogen van de mens. 4. De voortreffelijkheid die erdoor geïmpliceerd wordt: ‘hij kan in het Koninkrijk Gods niet ingaan’. Als iemand opnieuw geboren wordt, zal hij zich in het Koninkrijk van God verheugen.

Leer: wedergeboorte absoluut noodzakelijk Hieruit vloeit de volgende leer voort: Wedergeboorte van de ziel is absoluut noodzakelijk voor het Evangelie en voor de bedeling van het Evangelie. Door wedergeboorte versta ik geen relatieve verandering, maar een werkelijke verandering van de persoon, die gewerkt wordt in het karakter en de genegenheden van de ziel, zoals er in het herstel van de gezondheid een verandering in de stemming en het humeur14 van het lichaam plaatsvinden. Zoals na de val de mens in Adam werd veranderd ten opzichte van wat hij was door de schepping, zo moet hij in Christus veranderd worden ten opzichte van wat hij was in een staat van verdorvenheid. Zoals die verandering niet alleen de relatie betrof, maar een werkelijke verandering was, en zoals de verandering van de relatie veroorzaakt werd door de werkelijke verandering, zo moet het ook hier gebeuren. De relatie van een kind des toorns was gebaseerd op de begane zonde. Zonder een volledige verandering kan er geen verandering in de relatie plaatsvinden. Het zijn in Christus, als zijnde bevrijd van de veroordeling, gaat altijd gepaard met een wandelen in de Geest en wandelen gaat niet vóór leven. Voor een beter begrip van dit punt zal ik: I. Feiten die de noodzaak ervan aantonen, laten zien, II. Aantonen dat het noodzakelijk is a. voor de bedeling van het Evangelie, i. om de plichten van het Evangelie uit te voeren, ii. voor het genieten van de voorrechten van het Evangelie, b. voor de staat van de heerlijkheid 14.  Noot vertaler: ‘the temper and humours of the body’: hier doelt Charnock vermoedelijk op de theorie over de vier levenssappen. Deze theorie stamt uit de Griekse oudheid, maar was in de zeventiende eeuw nog in gebruik. Volgens deze theorie werd iemands stemming bepaald door de samenstelling van de vier levenssappen (humores): bloed, gele gal, zwarte gal en slijm.

43

Tenzij dat iemand_bw.indd 43

07-10-19 15:50


I. Feiten die de noodzaak van wedergeboorte aantonen Feit 1 Er zijn slechts twee staten: de ene leidt tot het behoud, de andere tot de verdoemenis, een staat van de zonde en een staat van de gerechtigheid. Iedereen zit in één van die twee. Alle mensen zijn ingedeeld in twee klassen. Ten aanzien van hun beginsel zijn sommigen in het vlees en anderen in de Geest (Rom. 8:8-9), ten aanzien van hun gehoorzaamheid wandelen sommigen naar het vlees en anderen naar de Geest (Rom. 8:1). Sommigen zijn slaven van het vlees, anderen worden geleid door de Geest. Sommigen leven alleen voor zichzelf, anderen leven voor God. Ten aanzien van het denken, hun hogere vermogen, bedenken sommigen de dingen van het vlees, anderen de dingen van de Geest (Rom. 8:5). Sommigen woelen als varkens in de zonden, anderen richten de vreugde van hun geest op betere en hogere dingen. De Schrift noemt geen andere staten. Aan de ene kant is er de staat van vijandschap, waarin mensen geneigd zijn om zich tegen God te keren. Aan de andere kant is er de staat van vriendschap en omgang met God, waarin mensen wandelen met God en Hem behagen. Deze mensen zijn innerlijk niet gewillig om af te wijken van Zijn wil. Het ene wordt licht genoemd, het andere duisternis: ‘Gij waart eertijds duisternis, maar nu zijt gij licht’ (Ef. 5:8). Er is geen middenweg; ieder mens is in een van deze staten. Alle gelovigen, van het gekrookte riet tot de hoogste palmboom, van de rokende vlaswiek op aarde tot de brandende lamp in de hemel, van Thomas die niet wilde geloven zonder te zien, tot en met Abraham die geloofde zonder te wankelen – allen zijn in een staat van leven. En aan de andere kant zijn allen, van de voorbeeldigste zedenmeester tot de giftigste paddenstoel in het veld van de natuur, van de jongeman in het evangelie, die niet ver was van het Koninkrijk van de hemelen, tot Judas, die op de diepste bodem van de hel was, in een staat van dood. De blote natuur, hoewel nog zo mooi opgedost, kan een mens niet hoger plaatsen, terwijl het geloof – hoewel behept met veel zwakheid – ons in een staat van vriendschap plaatst. Ongeloof, al gaat het ook gepaard met heel voorbeeldig gedrag, laat ons in een staat van vijandschap. Alle mensen zijn óf het voorwerp van Gods vreugde óf het voorwerp van Zijn afschuw. De hoogste talenten van een mens die in de verdorven 44

Tenzij dat iemand_bw.indd 44

07-10-19 15:50


natuur blijft, kunnen Hem niet behagen. De vreugde van God veronderstelt dus een werkelijke verandering in het voorwerp. Dat is de grond van Gods vreugde. God is namelijk verstandig wanneer Hij Zich verheugt en Hij kan niet tevredengesteld worden met iets wat niet voldoet aan Zijn welgevallen. De mens kon God in zijn oorspronkelijke staat niet mishagen, tenzij daar verandering in kwam door de een of andere zonde. Het was immers Zijn eigen werk. Op dezelfde manier kunnen wij in onze huidige staat God niet behagen, tenzij daar verandering in komt door genade. Er is geen andere manier waarop wij tot deze hoogte verheven kunnen worden. Wat uit de oude Adam opgroeit, is de vrucht van het vlees, wat uit de nieuwe Adam opgroeit, is het nageslacht van de Geest. Op een van deze twee stammen zijn alle mensen in de wereld gezet. De eerste is dus uiterst destructief en kan God niet behagen, ‘Want die in het vlees zijn, kunnen God niet behagen’ (Rom. 8:8), al zijn ze nog zo mooi opgedost. Want als iemand volledig tegen Hem gekeerd is, kan Hij dat niet goedkeuren. Daarom is het zijn in de nieuwe Adam absoluut noodzakelijk om behouden te worden. Feit 2 Volledige verandering is noodzakelijk vanwege de val van de mens en de gevolgen daarvan. In Adam stierven we: ‘gelijk zij allen in Adam sterven’ (1 Kor. 15:22). Daarom hebben we in Adam gezondigd: ‘Gelijk door de ongehoorzaamheid van dien enen mens velen tot zondaars gesteld zijn geworden’ (Rom. 5:19). U kunt niet stellen dat mensen in Adam zondigen, tenzij er een verbond tussen God en Adam was15 waardoor in de hele menselijke natuur een schuld ontstond om de gerechtigheid van de eerste ouder aan al zijn nageslacht over te dragen. Het missen van deze genade – dat is de situatie waarin zijn nageslacht geboren is. Het is een gebrek en een misdaad die vrijwillig in de wortel en in het hoofd is begaan. Dit ontbreken aan gerechtigheid moet verholpen worden. De instelling van God blijft vaststaan dat Adam en zijn nageslacht een zuivere gerechtigheid moeten hebben. Het zou niet tot eer van God strekken als Hij het eerst streng zou bevelen en er later niet op zou letten. Welnu, het gebrek aan gerechtigheid en de ongerechtigheid die in de 15.  Suarez 2 Tom. ii. De Grat. lib. ii. cap. 13, num. 4. Noot vertaler: Francisco Suárez (1548-1617), Operis de Divina Gratia (1620).

45

Tenzij dat iemand_bw.indd 45

07-10-19 15:50


zonen van Adam is ontkiemd, kunnen niet verwijderd worden zonder het instorten van genade. Zonder deze genade zouden we altijd gerechtigheid missen en toch altijd verplicht zijn om erover te beschikken. We zouden altijd naar het geluk verlangen, maar niet de mogelijkheid hebben om het te verkrijgen. Als de ziel van de mens neutraal zou zijn ten opzichte van God, als deze een abrasa tabula (ongeschreven blad papier, vert.) zou zijn, dan zou het voorschrijven van morele voorschriften door goed onderwijs de mens doen overhellen naar de paden van de deugd. Net zoals slecht onderwijs de mens op de wegen van ondeugd brengt. Dat is niet zo. Stel dat we twee mensen hebben, die dezelfde opvoeding hebben genoten en bij wie dezelfde voorschriften zijn ingeprent. Denk aan Ezau en Jakob, die op dezelfde manier door hun vader waren opgevoed, maar hoe verschillend waren hun levens! Ezau was zondig, Jakob niet zonder smet. De opvoeding miste de kracht om de verdorvenheid uit beiden uit te roeien. Ja, bij niemand in de wereld lukt dat zonder dat er een hogere bron aan te pas komt. Er is een krachtig beginsel in de ziel dat het tot zijpaden leidt die tegengesteld zijn aan de heilzame regels die de ziel zijn ingegoten. Daaruit volgt dat een ander beginsel in het hart ingeplant moet worden om deze verdorven neigingen te overwinnen. De mens dwaalt vanaf de baarmoeder, zoals het in Psalm 58:4 staat: ‘De goddelozen zijn vervreemd van de baarmoeder aan; de leugensprekers dolen van moeders buik aan.’ Er moet iets zijn om hem recht te zetten en om zijn dwalende gemoed uit te bannen. Door de val van de mens ontving de mens het volgende: 1. Een ongeschiktheid om iets goeds te doen. De mens is zo ondergedompeld in verkeerde ideeën over de dingen, dat hij niet ten volle kan beoordelen wat goed is: ‘tot alle goed werk ondeugende’ (Tit. 1:16). De staat van de natuur of van de oude mens wordt beschreven in Efeze 4:22 als ‘verdorven (…) door de begeerlijkheden der verleiding’. Deze is bedrieglijk en verleidt ons bij God vandaan, trekt ons in de ondergang door het kwaad als goed voor te stellen. Dit toont aan dat ons verstand ongeschikt is om zonder een nieuwe verlichting een oordeel te vellen. Innerlijke en mentale verlangens – die het meest bedrieglijk zijn – worden als eerlijke en edelmoedige roerselen gezien. Het zijn lusten of verlangens die de verdorvenheid van de wil laten zien, deze heeft immers slechte patronen. De verdorven natuur bestaat louter uit lust en zonde. 46

Tenzij dat iemand_bw.indd 46

07-10-19 15:50


De hele mens zit vol met besmettelijke beginselen en onreine begeerten. Wat onnatuurlijk was voor een mens in de staat van de onschuld werd natuurlijk voor hem in zijn verdorven staat. Hij is ‘vleselijk, verkocht onder de zonde’ (Rom. 7:14). Als de bron al ongeregeld is, kan deze de beweging niet anders dan verdorven maken. Zoals een klok die van slag is wel de verkeerde tijd moet aangeven en niet anders kan tenzij de radertjes en gewichten recht worden gezet. Het was ons doel om actief God te verheerlijken door Hem te dienen en te gehoorzamen. Sinds de mens echter gevallen is in dit algehele verval van zijn vermogens en ongeschikt is geworden om aan dit doel te beantwoorden, is het noodzakelijk dat hij vernieuwd wordt en op een betere grondslag geschapen wordt. Er moet een beginsel in hem zijn dat de algehele verwording tegenstaat, dat zijn verstand verlicht, zijn hart week maakt en zijn affecties in de juiste orde plaatst en op het juiste voorwerp richt. 2. Het gaat niet alleen om ongeschiktheid, maar ook om onwilligheid om datgene te doen wat goed is. We hebben niet de genegenheden tot deugd die we hebben tot ondeugd. Richten we ons niet meestal vrijwillig op belachelijke dingen? Als we ons verstand volledig konden gebruiken, dan zou dat ons oordeel zijn. We denken weinig aan God en als we aan Hem denken, dan is het met tegenzin. Dit kan niet onze oorspronkelijke staat zijn, immers: God Die oneindig goed is, laat de mens nooit uit Zijn handen komen met een actieve onwilligheid om Hem te erkennen en Hem te dienen. Zoals de apostel zegt als hij het over de dwalingen van de Galaten heeft: ‘Dit gevoelen is niet uit Hem, Die u roept’: deze onwilligheid komt niet bij Hem vandaan Die u geschapen heeft. Hoezeer hebben wij daarom een vernieuwend beginsel in ons nodig! Wij vervullen van nature de begeerten of de thelḗmata ‘des vleses’ (Ef. 2:3). Het is daarom noodzakelijk dat we een andere bron in ons hebben om de wil van God te volbrengen, omdat we voor God zijn geschapen, niet voor het vlees. We kunnen God niet vrijwillig dienen terwijl die slangachtige natuur en die duivelse gewoonte in ons blijven. Net als de duivel niet gewillig kan zijn om God te verheerlijken, omdat de natuur die hij door zijn val ontving krachtig in hem woont. Het omgekeerde te beweren is hetzelfde als te zeggen dat een mens gewillig kan zijn tegen zijn wil. De natuur en de wil moeten veranderd worden of wij blijven voor eeuwig in deze staat. De mens is geboren als het veulen van een woudezel (Job 11:12). Er is geen beest wilder en bruter dan een mens in zijn natuurlijke geboorte 47

Tenzij dat iemand_bw.indd 47

07-10-19 15:50


en zonder genade zal hij in zijn wilde en onbuigzame natuur volharden. Alleen een nieuwe geboorte kan een mens van de wildheid van de eerste geboorte ontdoen. 3. Door de val van de mens werd hij niet alleen ongeschikt en onwillig om het goede te doen, maar werd dit ook onmogelijk voor hem. Er is een vreemde kracht in een natuurlijk mens die hem aandrijft – zelfs tegen sommige impulsen van zijn wil – om het kwade te doen. Hoe vroeg krijgen mensen het kwaad lief! Hoe begerig omarmen ze het ondanks de terechtwijzingen van degenen die over hen gesteld zijn, de goede vermaningen van vrienden, terwijl hun geweten dat toestemt en amen zegt als anderen het afraden. Toch slaan ze die argumenten in de wind, worden ze door zonde bedrogen, gedood door de zonde en eronder verkocht (Rom. 7:11,14). Dit is de ellendige staat van elk natuurlijk kind. Soms zien we mensen die teruggetrokken leven om voortreffelijke deugden te kunnen beoefenen. Ze zijn zozeer door hun meditaties in de eenzaamheid aangedaan, dat ze denken dat ze in staat zijn om de sterkste invasie van welke verleiding dan ook te weerstaan. Toch zien we vaak dat – als een bevallige verleiding zich aandient – verstand en begeerte weliswaar met elkaar strijden, maar uiteindelijk alle overwegingen en bevelen van het verstand opzijgezet worden. De gedachten die ze hadden worden in slaap gewiegd. Ze voeren datgene uit waarvan hun eigen verstand hun verteld had dat het vals en gemeen was. Er is dus iets noodzakelijk wil een mens volledig genezen, naast het overwegen van dingen en het nemen van een besluit. Geen enkel gebrek kan verholpen worden dan door een nieuwe gedaante in te voegen. Zoals bij een man die blind is de blindheid – het ontbreken van het zicht – niet verholpen kan worden zonder de kracht van het zien opnieuw in te brengen. De erfzonde is een missen van de oorspronkelijke gerechtigheid en het inbrengen van verdorven beginselen die alleen verwijderd kunnen worden door een krachtige bron die daaraan tegengesteld is. Vanwege het onvermogen van de mens op aarde – door de vloek – om zijn vruchten op zo’n manier voort te brengen als hij deed toen hij in de staat van onschuld was, moet de natuur van de mens veranderd worden om deze tot zijn oorspronkelijke vruchtbaarheid terug te brengen. Zo moet de mens, omdat de algehele bezoedeling van Adam hem in de greep heeft gekregen, veranderd worden voordat hij ‘Gode vruchten dragen’ (Rom. 7:4) kan. We moeten met Christus verenigd worden, in een andere 48

Tenzij dat iemand_bw.indd 48

07-10-19 15:50


stam geënt worden en deelhebben aan de kracht van Zijn opstanding. Zonder dat kunnen we vrucht voortbrengen, maar niet vrucht voor God. Het is net zo onmogelijk voor een mens om zonder gerechtigheid aan het doel van de schepping te beantwoorden, als dat een mens kan handelen zonder te leven of dat hij krachtig kan handelen zonder gezondheid en kracht. Het is een innerlijke tegenstrijdigheid om te denken dat een mens rechtvaardig kan handelen zonder gerechtigheid. Zonder gerechtigheid is hij immers geen mens, dat is een mens die aan de doelen waarvoor de Schepper hem maakte, voldoen kan. Nu dan, omdat er een ongeschiktheid, onwilligheid en onvermogen in een mens is om aan zijn doel te beantwoorden, is nieuw leven, een nieuwe natuur en een nieuwe gerechtigheid nodig. Het is noodzakelijk voor zijn geluk dat hij teruggebracht wordt tot God, dat hij leeft voor God en dat hij een kind van God is. Dat kan niet zonder wedergeboorte, want hoe kan hij teruggebracht worden tot God zonder een beginsel van geestelijke activiteit? Hoe kan diegene voor God leven die geen geestelijk leven heeft? Hoe kan diegene geschikt zijn om een kind van God te zijn die een beestachtige en duivelse natuur heeft? Feit 3 Hieruit volgt dat volledige verandering in zijn algemeenheid noodzakelijk is en wel voor alle mensen. Onze Heiland kent niemand zonder dit kenmerk. Er moet een verandering in de ziel zijn: ‘Zo dan, indien iemand in Christus is, die is een nieuw schepsel; het oude is voorbijgegaan, zie, het is alles nieuw geworden’ (2 Kor. 5:17). De Geest moet in ons wonen: ‘Zo iemand den Geest van Christus niet heeft, die komt Hem niet toe.’ We moeten gekruisigd worden, niet alleen de verdorven neigingen van het vlees, maar het vlees zelf: ‘Maar die van Christus zijn, hebben het vlees gekruist met de bewegingen en begeerlijkheden’ (Gal. 5:24). De oude natuur moet gedood worden, met zijn dienaren. Het kindschap bestaat niet zonder gelijkenis, er is geen relatie van een kind van God met God zonder een kinderlijke natuur. Wat voor positie iemand ook heeft in de wereld, hoog of laag, hoe oud hij ook is en hoe moreel hoogstaand ook, ‘tenzij dat iemand wederom geboren wordt (…)’. De wedergeboorte is ook eenvoudigweg noodzakelijk. Onze Heiland zegt niet dat hij in gevaar is om het Koninkrijk van God niet te zien of dat hij mogelijk niet voldoende waardigheid heeft om in te gaan, maar dat hij 49

Tenzij dat iemand_bw.indd 49

07-10-19 15:50


niet zal, niet kan ingaan. Er is geen andere mogelijke weg dan deze voor wie dan ook. Zonder wedergeboorte kunt u niet zalig worden. Als zij ontbreekt, zal dit zeker uitlopen op uw verdoemenis. Er is immers geen andere Naam onder de hemel gegeven waardoor we kunnen zalig worden dan de Naam van Jezus Christus. Er is dus geen andere weg onder de hemel waarop we behouden kunnen worden dan door de geboorte uit de Geest. Wedergeboorte is daarom noodzakelijk in alle plaatsen en in alle posities die mensen bekleden. Ze is niet alleen noodzakelijk in Europa of in Afrika. Laat iemand zijn wat hij wil, waar hij dan ook verkeert onder de hemel, hij moet Jezus hebben om hem te behouden en de Heilige Geest om hem te vernieuwen. Het is een en dezelfde Geest Die in allen werkt en Die dezelfde hoedanigheden in allen voortbrengt. Wat voor godsdienst en positie iemand ook heeft – mensen zijn geneigd om tevreden te zijn met deze en die positie en mening – er is geen behoud in wat voor positie of mening dan ook, dan door wedergeboorte. Het is niet nodig dat al onze betrekkingen hetzelfde zijn, dat onze opvattingen gelijk zijn, maar het is noodzakelijk dat we alleen één geestelijke natuur hebben. Het is net zo noodzakelijk dat u geestelijk bent om een goed mens te kunnen zijn, als het noodzakelijk is dat u verstandig bent om een mens te kunnen zijn. Hoewel er een groot onderscheid en variatie is in de trappen van mensen in de genade alsook in de mate van verstand. Sommigen hebben een klein geloof, anderen een groot geloof, sommigen zijn nieuwgeboren kindjes in Christus, anderen sterke mannen. Het is niet noodzakelijk dat allen net zo sterk als Abraham zijn, maar het is eenvoudigweg noodzakelijk dat allen opnieuw geboren worden, net als Abraham. Geen leeftijd en geen tijd is daarvan uitgesloten. 1. Gerechtigheid was noodzakelijk vóór de val. De nieuwe geboorte is slechts het begin van onze vernieuwing tot de staat die we vóór de val hadden. Adam kon niet gelukkig zijn zonder onschuldig te zijn. De heiligheid van God kon geen onrein schepsel maken. Zonder dat kon God geen behagen in Zijn werk scheppen. 2. Gerechtigheid was noodzakelijk na de val, vanaf het eerste moment daarvan is ze telkens noodzakelijk. Dit werk van wedergeboorte is opgesloten in de eerste belofte: ‘Ik zal vijandschap zetten tussen u en tussen deze vrouw, en tussen uw zaad en tussen haar Zaad’ (Gen. 3:15). Van nature hebben we een nauwe vriendschap met de satan, dat wil zeggen 50

Tenzij dat iemand_bw.indd 50

07-10-19 15:50


met zijn daden, hoewel niet met zijn persoon. Maar als iemand belang heeft bij de genoemde belofte, moet hij de vriendschap met de duivel veranderen in vijandschap. Als Jezus Christus, Die vooral bedoeld wordt met het Zaad van de vrouw, een vijand van satan is, dan moet al Christus’ zaad dezelfde geest hebben. Als namelijk het Zaad van de vrouw de kop van de slang zal verbreken, dan is het noodzakelijk dat degenen die de vrucht van die overwinning genieten, vijanden van de aard en de werken van de duivel zijn. Anders hebben zij er geen enkel belang bij dat hij verslagen wordt. Het is onlogisch om te denken dat het hoofd iemand vijandig gezind kan zijn, terwijl de leden hem vriendelijk gezind zijn. We kunnen niet iets vijandig gezind zijn wat hetzelfde is als onze natuur zonder een verandering van gezindheid. Hier wordt geen vijandschap in woorden bedoeld. Terwijl we pretenderen dat we hem haten, behagen we hem mogelijk. Satan is nooit verontrust als mensen voorgeven dat ze hem haten, terwijl ze hem in werkelijkheid gehoorzamen. Als goddeloze mensen de wil van Gods besluit doen, terwijl ze de wil van Zijn bevel tegenstaan, dan voeren ze de wil van de duivel uit. Dit doen zij vele malen terwijl ze denken dat ze deze wil tegenstaan. Er moet een natuur zijn die tegengesteld is aan die van de satan voordat er sprake kan zijn van vijandschap. Die dwaze begeerte, die gretige wellust, die toegeeflijkheid aan het vlees – allemaal oorzaken dat we destijds vriendschap met de satan sloten – moeten veranderd worden in Goddelijke verlangens, genegenheid tot hemelse dingen, een doding van het vlees, voordat iemand deze vriendschap kan opgeven. De overeenstemming van de ziel met de aard van de duivel moet worden opgeheven voordat u hem vijandig gezind kunt worden. We zijn nooit vijanden van degenen die ons aanmoedigen tot de dingen waar we een voorliefde voor hebben. Satans aard kan nooit veranderd worden vanwege de vloek van God die op hem ligt. Daarom moet onze natuur vernieuwd worden, wil ons verbond met de satan ooit verbroken worden. In Jesaja 65:25 staat: ‘De wolf en het lam zullen tezamen weiden, en de leeuw zal stro eten als een rund, en stof zal de spijze der slang zijn.’ De natuur van mensen kan vernieuwd worden door het Evangelie, maar stof zal altijd het voedsel zijn van de slang. Dat sommigen in de zondvloed gespaard werden, was een beeld van deze innerlijke Doop ‘die een vraag is van een goed geweten tot God’ (1 Petr. 51

Tenzij dat iemand_bw.indd 51

07-10-19 15:50


3:20-21). En de oude wereld was zo verdorven dat allen weggespoeld moesten worden voordat de wereld vernieuwd kon worden. Zo is het ook met de kleine wereld van de mens. De wolk en de zee waardoor de Israëlieten doorgingen, beelden dit uit, zoals de apostel laat zien: ‘En allen in Mozes gedoopt zijn in de wolk en in de zee’ (1 Kor. 10:2). Sommigen leiden daaruit af dat er enkele druppels water op hen kwamen toen het water als twee muren stond, zodat de Israëlieten erdoor konden trekken. 3. Wedergeboorte was noodzakelijk in de tijd van de wet. Door de morele wet werd deze vernieuwing geïmpliceerd in het eerste gebod, dat u geen andere goden voor Zijn aangezicht mag hebben (Ex. 20:3). Het is niet logisch dat dit gebod alleen beperkt is tot het niet dienen van een uiterlijk beeld. Is niet het verheffen van onszelf, van ons verstand, onze eigen wil en het neerbuigen daarvoor, het dienen daarvan, net zo verkeerd in Gods ogen als het neerbuigen voor een gevoelloos beeld? Nee, het is zelfs slechter dan het aanbidden van een beeld, omdat dat gevoelloos is, terwijl onze wil verdorven is en niet meer geschikt is om onze God te zijn dan een beeld geschikt is om Hem te vertegenwoordigen. Het dienen van een innerlijk ‘beeld’ hoort dus bij de geestelijke dimensie van dit gebod. We moeten niets als de volmaakte heerser erkennen, behalve God. We moeten geen andere voorbeelden hebben om ons aan te conformeren, dan God. De apostel noemt dit het ‘naar God geschapen’ zijn (Ef. 4:24). Als alle afgoderij verboden is, dan geldt dat zowel voor innerlijke als voor uiterlijke afgoderij. Als we geen andere goden voor Zijn aangezicht mogen hebben, dan mogen we niets in ons ik boven Hem verkiezen, dan moet Hij ons voorbeeld zijn en moeten wij aan Hem gelijkvormig worden. Dat kunnen we echter niet zonder een andere natuur dan degene die we door de verdorvenheid hebben. Hierop zijn die Bijbelteksten gegrond die gierigheid afgoderij noemen (Kol. 3:5) en die zeggen: ‘Zo iemand de wereld liefheeft, de liefde des Vaders is niet in hem’ (1 Joh. 2:15): hij heeft God niet lief. Jezelf meer liefhebben dan God is hét kenmerk van de vervallen natuur. Daarom waren alle mensen door de wet van de natuur – dat is dezelfde als de morele wet – en ook de Joden aan wie deze wet werd gegeven, verplicht om een andere natuur te hebben dan de natuur die ze vanuit Adam hadden. Die natuur bestond er hoofdzakelijk uit dat we onszelf tot god maakten. Eigendunk, autonomie en koppigheid, dat is het verwerpen van de liefde tot en van de onderwerping aan God. 52

Tenzij dat iemand_bw.indd 52

07-10-19 15:50


Dat ook het dienen van innerlijke afgoden verboden is, blijkt nog duidelijker uit de ceremoniële wet. Die hield niet op bij het uiterlijk onderhouden van de typen en schaduwen onder de wet, maar God had met al die wettelijke ceremoniën het hart op het oog. Zoals offers de noodzaak van het verzoenen van de zonde symboliseerden, zo vertegenwoordigden hun wettelijke wassingen de noodzaak van wedergeboorte. Daarom wordt er van God gezegd dat Hij geen dierenoffers eist: ‘Gij hebt geen lust gehad aan slachtoffer en spijsoffer’ (dat wil zeggen: offers van dieren), ‘brandoffer en zondoffer hebt Gij niet geëist’ (Ps. 40:7), namelijk als het ultieme doel van Zijn behagen, maar wel als afbeeldingen van Christus, het grote Offer. Hij beval ook niet de besnijdenis en andere reinigingen onder de wet om iets in zichzelf of om iets wat ze konden uitwerken buiten het lichaam. Nee, Hij wilde daarmee een innerlijk werk in het hart laten symboliseren. Daarom wordt er gezegd dat ze niet door God bevolen zijn: ‘Want Ik heb met uw vaderen, ten dage als Ik hen uit Egypteland uitvoerde, niet gesproken, noch hun geboden van zaken des brandoffers of slachtoffers. Maar deze zaak heb Ik hun geboden, zeggende: Hoort naar Mijn stem’ (Jer. 7:22-23). Dat betekent: God vereiste deze dingen niet hoofdzakelijk als de dingen die Zijn wil vervulden en die Hem behaagden, maar Hij vroeg gehoorzaamheid aan Hem, het met Hem wandelen. Dat kan niet zonder een overeenstemming van aard: ‘Zullen twee tezamen wandelen, tenzij dat zij bijeengekomen zijn?’ (Am. 3:3). Daarom spreekt God zo vaak tot hen over de besnijdenis van het hart (Deut. 10:16) en hij belooft deze: ‘En de Heere uw God zal uw hart besnijden en het hart van uw zaad’ (Deut. 30:6). Ook Paulus zegt expliciet: ‘Die is niet een Jood’ (Rom. 2:28-29), dat is een geestelijke Jood, iemand uit het geestelijke zaad van Abraham, ‘noch die is de besnijdenis, die het in het openbaar in het vlees is’, maar niet ‘de besnijdenis des harten’ heeft. Velen van ons rusten dus op hun Doop die echter nergens een teken van is voor volwassen mensen die niet innerlijk vernieuwd zijn en van wie het hart niet gedoopt is. 4. De verplichting geldt voor ons nog steeds.16 Het verbond dat met Adam is gesloten, is voor altijd met hem gesloten en voor al zijn nageslacht. 16.  Suarez De grat., tom.2, lib.7, cap. 23, numb. 3,4. Noot vertaler: Suárez, Operis de Divina Gratia (1620).

53

Tenzij dat iemand_bw.indd 53

07-10-19 15:50


Daarom is al zijn nageslacht door dat verbond voor altijd verplicht tot een volmaakte gerechtigheid. Als God een verbond met Adam gesloten had dat hij deze oorspronkelijke gerechtigheid alleen voor een bepaalde tijd aan zijn nageslacht moest overdragen, dan zou – na het verstrijken van die periode – de verplichting ophouden. Niemand zou eraan gebonden zijn en bij God in de schulden staan. De schuld dat deze gerechtigheid ontbrak, was weggenomen zonder dat genade was ingestort. De tijd was immers verlopen en de verplichting had opgehouden. Het zou geen schuld meer zijn geweest om de gerechtigheid te missen en aan Adams nageslacht kon deze zonde niet ten laste gelegd worden. Het gebrek aan gerechtigheid zou immers na het aflopen van de vastgestelde termijn geen zonde meer zijn geweest. Echter, omdat er geen vastgestelde tijd is, maar omdat het verbond altijd van kracht is vanwege de gerechtigheid – het belangrijkste doel ervan – blijven we verplicht om een rechtvaardige natuur te hebben. Toen God echter onze onmogelijkheid zag om deze verplichting in onze eigen persoon en in eigen kracht na te komen, heeft Hij een weg bepaald waardoor we aan de eis voldoen, namelijk in een tweede verbondshoofd. God heeft het vorige verbond, namelijk het wezen ervan: een rechtvaardige natuur, niet opgeheven, maar heeft het verzacht. Net zoals de griffie van het gerechtshof de wet niet opheft, maar de strengheid ervan matigt. Dit tweede verbond wordt een ‘eeuwig verbond’ genoemd. De eis van het eerste verbond om rechtvaardig te zijn is niet opgehouden, maar overgedragen aan een ander Hoofd. Voor dat Hoofd is het niet mogelijk om te falen, zoals ons vorige hoofd deed. Het nieuwe Hoofd heeft een volmaakte gerechtigheid in Zichzelf en Hij staat in voor een volmaakte gerechtigheid van Zijn volk. Hij is in staat om die verwezenlijken, waarom Hij er hier mee begint en het hierna volmaakt. Om deze reden spreekt de Schrift over de eeuwigheid van het verbond, Ps. 89:29: ‘Mijn verbond zal hem vast blijven’, dat is met Christus. En als Zijn volk zondigt, zoals Hij daarna zegt, geldt toch: ‘Mijn goedertierenheid zal Ik van hem niet wegnemen’ (vs. 34). In dit opzicht wordt Christus het verbond van het volk genoemd, Jes. 42:6: ‘Ik zal U geven tot een Verbond des volks.’ God plaatst Zijn dienaar David niet boven het volk om ruimte te geven voor losbandigheid en ongerechtigheid en om mensen in vijandschap tegen Hem te laten blijven, maar opdat ze ‘in Mijn rechten [zullen] wandelen, en Mijn inzettingen bewaren’ (Ez. 37:24). Dat eeuwige ‘verbond des vre54

Tenzij dat iemand_bw.indd 54

07-10-19 15:50


des’ dat Hij met hen zou sluiten, heeft de bedoeling om hen te heiligen, vergelijk Ez. 37 vers 26 en 28. Als God een verbond van vrede met hen zou maken, een eeuwig verbond, dan zou Hij Zijn heiligdom onder hen oprichten en de heidenen laten weten dat de Heere Israël heiligt. Het doel van het verbond is om ‘Mijn wet in hun binnenste [te] geven’ (Jer. 31:33). Christus nam de taak op Zich om de eer van God in stand te houden. Deze was beschadigd doordat het eerste verbond, dat bedoeld was ‘om de ongerechtigheid te verzoenen, en om een eeuwige gerechtigheid aan te brengen’ (Dan. 9:24), verbroken was. De genoemde verbintenis is ons tweede Hoofd aangegaan en in Hem zijn wij volmaakt. Hij is immers ons Hoofd en zelfs het ‘Hoofd […] van alle overheid en macht’ (Kol. 2:10) Die ingestaan heeft voor onze volmaakte gerechtigheid, van onze persoon – door Zijn eigen gerechtigheid – en van onze eigen natuur – door de gerechtigheid die in Hem woont. Dat volgt uit vers 11: ‘In Welken gij ook besneden zijt met een besnijdenis die zonder handen geschiedt, in de uittrekking van het lichaam der zonden des vleses.’ Deze verplichting rust nog steeds op ons Hoofd en in Hem op ons. Tot Hem moeten we de toevlucht nemen om hier ten volle aan te beantwoorden. Dat kan niet zonder een nieuwe geboorte hier en nu, die in volmaaktheid in het hiernamaals eindigt. Christus heeft dit door een eenvoudig gebod absoluut noodzakelijk gemaakt voor allen die onder de bediening van het Evangelie leven. Er is dus geen eeuw, tijd of bedeling die daarvan uitgesloten is. Het was net zo noodzakelijk voor Adam, de eerste man, als voor de laatste mens die geboren zal worden. Omdat we namelijk van nature geestelijk dood zijn, moeten we vernieuwd worden tot een geestelijk leven om ooit gelukkig te kunnen zijn. ‘God is niet een God der doden, maar der levenden’ (Matth. 22:32, Mar. 12:27 en Luk. 20:38). Wat altijd noodzakelijk was, is nog steeds absoluut noodzakelijk en er worden geen uitzonderingen gemaakt. Daarom is het essentieel voor Hem en voor ons dat onze duivelse natuur verwijderd wordt. We behoren immers allemaal tot het nageslacht van Adam en hebben zijn verdorvenheid geërfd. Hoe kan iemand, wanneer dan ook, een oneindig heilig God genieten zonder dat hij van zijn onreinheid gereinigd is? Feit 4 Daarom volgt dat wedergeboorte zo noodzakelijk is, dat het niet te be55

Tenzij dat iemand_bw.indd 55

07-10-19 15:50


grijpen is voor wie dan ook met een goed verstand hoe God iemand gelukkig kan maken zonder volledige verandering. Het is niet aan ons, arme, oppervlakkige schepselen, om erover te twisten wat God wel en niet kan of wat God zou kunnen doen door Zijn absolute macht. Toch lijkt het een innerlijke tegenstrijdigheid – we kunnen het niet begrijpen – hoe God een mens gelukkig kan maken zonder wedergeboorte. Hoe kunnen we ooit met het verstand rijmen dat iemand die een slaaf van de satan is – van nature een kind van de toorn – een zoon en vriend van God gemaakt kan worden zonder dat die natuur die hem tot een misdadiger maakte, uitgeworpen wordt en enigszins hersteld wordt, zodat hij weer onschuldig wordt? Zonder inwonende genade wordt de zonde niet weggenomen en zolang iemand onder de zonde blijft – ik zou niet weten hoe hij dan in staat kan zijn om met God om te gaan. Hij kan namelijk niet op hetzelfde moment het voorwerp van Gods grootste toorn én dat van Zijn hoogste liefde zijn. Hoe is het mogelijk dat iemand het eeuwige leven kan genieten die in zichzelf alleen maar toeleeft naar de eeuwige dood? God maakte de natuur van de mens geschikt voor gemeenschap met Hem, maar de mens maakte zichzelf ongeschikt door schuld en vuiligheid. Deze ongeschiktheid moet ongedaan gemaakt worden door wedergeboorte voordat dit privilege dat de mens door de schepping had, vernieuwd kan worden. Niet dat deze herstelde gerechtigheid de oorzaak is van onze gemeenschap met God in gelukzaligheid, maar het is een noodzakelijke voorwaarde ervoor. Er is geen twijfel over dat God deze gerechtigheid hersteld zou hebben zonder de mens toe te staan met Hem om te gaan als er geen verbond met dat doel was geweest. Dat God genade kan geven zonder heerlijkheid is te begrijpen, maar dat Hij de mens gemeenschap met Hem zou schenken in heerlijkheid, zonder dat Hij genade zou geven, is onbegrijpelijk. Immers: 1. Het komt niet overeen met Gods heiligheid om iemand een inwoner van de hemel te maken en om op een vrije manier met hem om te gaan, in intieme liefde, zonder genade. In Psalm 11:7 staat immers: ‘De Heere is rechtvaardig, Hij heeft gerechtigheden lief; Zijn aangezicht aanschouwt den oprechte.’ Hij moet daarom de ongerechtigheid haten en Hij kan een onrechtvaardige natuur niet liefhebben, omdat Hij alleen gerechtigheid liefheeft. ‘Zijn aangezicht aanschouwt den oprechte’: Hij kijkt naar hem met vriendelijke ogen. Daarom kan Hij niet in gunst naar een onrecht56

Tenzij dat iemand_bw.indd 56

07-10-19 15:50


vaardig iemand kijken. Deze noodzaak is niet alleen gegrond in het gebod van God dat we vernieuwd moeten worden, maar eenvoudigweg ook in de aard van de dingen. God kan vanwege Zijn heiligheid namelijk niet met een onrein schepsel omgaan. Of God moet Zijn natuur veranderen of de natuur van de zondaar moet veranderd worden. Er kan geen vriendelijke omgang tussen twee verschillende naturen zijn zonder dat die van de een zich aan de ander aanpast. Wolven en schapen, duisternis en licht, die kunnen nooit samengaan. God kan een zondaar niet als een zondaar liefhebben, omdat Hij de onreinheid haat. Dat is noodzakelijk vanwege de aard van de dingen en het is de keuze van Zijn wil. Het is net zo onmogelijk voor Hem om lief te hebben als om te stoppen heilig te zijn. Deze verandering kan dus niet bij God plaatsvinden, daarom moet deze wel bij de mens plaatsvinden. En het moet door genade gaan. Daardoor wordt de zondaar geschikt gemaakt voor de omgang met God, want God kan een zondaar niet met Zijn tederste gevoelens omhelzen zonder dat de zondaar een hoedanigheid heeft die geschikt is voor God. Alle omgang tussen God en de zondaar is gebaseerd op gelijkenis in natuur en gezindheid. Het is alleen door genade dat de zondaar in staat raakt om met God om te gaan. 2. Het komt niet overeen met Gods wijsheid. Past het bij de wijsheid van God om een mens tegelijk Zijn kind én kind van de duivel te laten zijn? Kan men iemand zoon van God laten zijn wiens natuur een vijand blijft van God? Om iemand gelukkig te laten zijn die Zijn wetten onteert, omdat hij niet onderworpen is aan de wet van God en dat ook niet zal zijn? Iemand die Hem niet kan verdragen, maar Gods eer en heiligheid verafschuwt, omdat deze hem van zijn vrijheid beroven? Van nature staat het hart van een mens tegen God op, krijgt hij een afschrikwekkend gevoel bij Hem en heeft hij een volslagen afkeer van Hem. Vervreemding en vijandschap zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden: ‘U, die eertijds vervreemd waart, en vijanden door het verstand’ (Kol. 1:21). Het stemt niet overeen met de wijsheid van God om iemand tegen zijn wil gelukkig te maken. Daarom verandert God eerst de aard van de wil door Zijn krachtige genade en maakt Hij de mens gewillig en stap voor stap geschikt voor de gelukzaligheid met Hem. Het is niet behoorlijk dat verdorvenheid onverdorvenheid erft of dat onreinheid een onbesmette erfenis ontvangt. Daarom brengt God niemand daar die Hij niet eerst opnieuw geboren heeft laten worden tot een 57

Tenzij dat iemand_bw.indd 57

07-10-19 15:50


levende hoop door de opstanding van Jezus Christus uit de doden: ‘Die naar Zijn grote barmhartigheid ons heeft wedergeboren tot een levende hoop, door de opstanding van Jezus Christus uit de doden; tot een onverderfelijke en onbevlekkelijke en onverwelkelijke erfenis, die in de hemelen bewaard is voor u’ (1 Petr. 1:3-4). Het kan niet tot eer strekken van de wijsheid van God om een recht tot het eeuwige leven te schenken aan iemand die een kind van de duivel blijft. En ook niet om Zijn liefde te schenken aan iemand die het vaste voornemen heeft om Zijn hart aan de zonde en de satan te geven. Wat ik nu behandeld heb, komt overeen met het natuurlijke en gezonde verstand van de mens. Als we naar de Schrift kijken, is het zeker dat er geen andere weg is dan deze. Iemand zonder een nieuwe geboorte kan geen recht op gelukzaligheid hebben door enig verbond van God, door enige uitspraak van God of door enige verdienste van Christus. God beloofde nooit gelukzaligheid zonder die dingen en Christus verwierf die nooit voor iemand zonder een nieuwe natuur. Er bestaat geen voorbeeld van enig persoon die God gelukkig gemaakt heeft zonder deze verandering. Ook als we diep zouden nadenken, zouden we niet tot een andere mogelijkheid komen. Iemand die de hoop heeft het eeuwige geluk te zullen genieten zonder wedergeboorte, die verwacht iets wat God nooit aan iemand heeft gegeven. Als we erover nadenken, kan God dat ook niet aan iemand verlenen zonder Zijn heiligheid en wijsheid geweld aan te doen. Daarom smeek ik u, laat niemand van u zijn hoop op zulke ijdele gronden bouwen. U moet heilig zijn of u zult God nooit tot uw troost zien. Feit 5 Volledige verandering is zo noodzakelijk, dat de komst en het lijden van onze Heere en Heiland zonder dat onbeduidend zouden zijn. Dat deze wedergeboorte een hoofddoel van Zijn komst is, blijkt uit het feit dat dit een van de belangrijkste leringen was die Hij als door God gezonden Profeet en Leraar aan de wereld bekend moest maken. Het was het eerste wat Hij aan Nicodemus leerde. Jezus Christus kwam om God te verheerlijken en om Zichzelf te verheerlijken in het verlossen van een volk. Hoe kunnen we ons voorstellen dat God eer ontvangt en wat voor eer kan Christus ontvangen als er geen wezenlijk verschil is tussen Zijn volk en de wereld? Wat kan het verschil maken dan alleen een verande58

Tenzij dat iemand_bw.indd 58

07-10-19 15:50


ring in natuur en aard als zijnde de bron waaruit alle andere verschillen voortkomen? Schapen en geiten verschillen immers in hun natuur. De gerechtigheid die ons wordt gegeven door onze Middelaar is dezelfde, zowel in haar wezenlijke eigenschappen als in de verhouding tot God, als degene die wij eerst hadden. Zijn drievoudige ambt van Koning, Priester en Profeet is bedoeld om ons die gerechtigheid te schenken: Zijn priesterlijke ambt om ons te verzoenen en tot God te brengen; Zijn profetische ambt om ons de weg te leren en Zijn koninklijke ambt om in ons die hoedanigheid te scheppen en om ons die kleding aan te doen die noodzakelijk was om ons voor onze voormalige omgang met God geschikt te maken. Onze tweede Adam zou niet als de eerste zijn als Hij zou falen in Zijn grote opdracht om Zijn rechtvaardige natuur aan ons over te dragen, zoals Adam zijn oorspronkelijke gerechtigheid aan zijn nageslacht moest overdragen. Zoals de laatste door vleselijke geboorte overgebracht moest worden, zo wordt de rechtvaardige natuur van de tweede Adam aan ons overgebracht door geestelijke wedergeboorte. In dit opzicht worden vernieuwde mensen Zijn zaad en Zijn nageslacht genoemd. Zoals in Psalm 22:31 staat: ‘Het zaad zal Hem dienen; het zal den Heere (laḏōnāy) aangeschreven worden tot in geslachten.’ Het zal aan Christus toegeschreven worden, het zal net zo goed als het nageslacht van Christus beschouwd worden als de rest het nageslacht van Adam is. Alsof ze uit zijn lendenen voortgekomen zijn, net zoals de mensheid uit Adams lendenen. Zo kijkt God naar de gelovigen door de gerechtigheid van Christus – alsof die van henzelf was – en zo beschouwt Hij hen alsof ze het nageslacht van Jezus Christus Zelf zijn. 1. Christus kwam om ons van de zonde te redden. Redding van zonde was Zijn werk, en niet alleen redding van de hel: ‘Hij zal Zijn volk zalig maken van hun zonden’ (Matth. 1:21). Van zonde als de oorzaak en van de hel als het gevolg daarvan. Als het alleen redding van zonde was, was het alleen van de schuld van de zonde en zou de zondige natuur onveranderd blijven. Was het alleen om de straf weg te nemen en niet om voor te bereiden voor de heerlijkheid, dan zou het slechts een halve verlossing zijn, wat niet tot eer zou strekken van zo’n grote Heiland. Kunt u zich voorstellen dat de dood van Jezus Christus, die noodzakelijk was voor het herstel van een zondaar, als incompleet werk bedoeld was, namelijk om de zonde van de mens kwijt te schelden, maar het onvermogen van zijn natuur ten aanzien van God in stand te houden? Het was niet alleen 59

Tenzij dat iemand_bw.indd 59

07-10-19 15:50


Zijn doel om ons van de komende toorn te redden, maar ook om ons te redden van de oorzaak van die toorn. Niet om ons met kracht en geweld te behouden, maar op een manier die past bij de eer van Gods wijsheid en heiligheid. Hij wilde ons dus reinigen: ‘opdat Hij ons zou verlossen van alle ongerechtigheid’, van alle delen ervan, door ‘Zichzelven een eigen volk [te] reinigen, ijverig in goede werken’ (Tit. 2:14). Opdat wij een heilige natuur zouden hebben waardoor we heilige daden kunnen verrichten en net zo ijverig zijn in goede werken en gericht op de eer van God als we waren in het doen van kwade werken en in het onteren van Hem. Het was ook het doel van Zijn opstanding om ons ‘levend te maken tot nieuwheid des levens’, Kol. 2:12,13; Rom. 6:4. Als iemand zonder een nieuwe natuur de hemel kon betreden, dan zou een belangrijke bedoeling van de dood en opstanding van Christus onbeduidend worden. Christus kwam om de zonde weg te nemen, de schuld door Zijn dood en de vuiligheid door Zijn Geest, Die ons gegeven is als de verdienste van die dood. In het wegnemen van de zonde neemt Hij ook de zondige natuur weg. 2. Christus kwam om de werken van de duivel te vernietigen: ‘Hiertoe is de Zoon van God geopenbaard, opdat Hij de werken des duivels verbreken zou’ (1 Joh. 3:8). Het gaat om twee werken: de zonde, en de ellende die er het gevolg van is. Op de vernietiging van de zonde volgt noodzakelijk de ontbinding van datgene wat eraan verbonden was. Als de zondige natuur niet weggenomen was, zouden de werken van de duivel niet volledig zijn verwoest. Of als de zondige natuur weggenomen was en in plaats daarvan geen rechtvaardige natuur was ingeplant, zou de eerste natuur nog steeds tegen God gekeerd zijn, om Hem van Zijn eer te beroven, die Hij van het schepsel moet ontvangen. Zou het dan tot eer van deze grote Heiland zijn om te verliezen in Zijn strijd tegen de satan, om al de overwinningstrofeeën aan de satan te laten: het dwalen van het verstand, de verdorvenheid van de wil, wanordelijkheid van de affecties en verwarring van de hele ziel? Of als onze Heiland deze alleen had verwijderd, hoe zouden de werken van de duivel dan vernietigd kunnen worden als wij blootgesteld waren aan Zijn aanvallen? En als we het volgende moment in gevaar waren geweest om in dezelfde toestand gebracht te worden? Dat zou zeker zijn gebeurd als er geen rechtvaardige en Goddelijke natuur aan het schepsel geschonken was. 60

Tenzij dat iemand_bw.indd 60

07-10-19 15:50


3. Christus kwam om ons tot God te brengen: ‘Want Christus heeft ook ééns voor de zonden geleden, Hij rechtvaardig voor de onrechtvaardigen, opdat Hij ons tot God zou brengen’ (1 Petr. 3:18). Was het om ons tot God te brengen met al onze besmettingen die er de oorzaak van waren dat God ons van Zich afwierp? Kunnen we bij God zijn zonder een nieuwe natuur en een geestelijke gelijkvormigheid aan God? Zou de man die iemand anders naar de koning zou brengen om de gunst van de koning voor hem te vragen, hem in een slonzig en vies gewaad brengen, zulke kleding waarvan hij weet dat deze hatelijk is voor de koning? Dat zal onze Heiland ook zeker niet doen. Hij kan zondaren ook niet in zo’n toestand naar God brengen, want het is meer tegengesteld aan de aard van Gods heiligheid om met zo iemand gemeenschap te hebben dan het tegengesteld is aan het karakter van licht om gemeenschap met de duisternis te hebben (1 Joh. 1:5-7). Kan het zo zijn dat Christus moest komen om het recht te zetten tussen de menselijke natuur en God zonder dat de bron veranderd wordt waaruit de eerste opstand tegen God voortkwam? De komst van Christus moest God behagen, Hem in al Zijn eigenschappen verheerlijken en ons behouden. Hoe kon God dan behaagd worden met de gevolgen van Christus’ dood als Christus het schepsel tot de Vader bracht zonder enige verandering van de natuur, maar met dezelfde vijandschap en besmetting als voorheen? Denkt u dat Zijn barmhartigheid dan verheerlijkt zou worden? Hoe zou dat mogelijk zijn zonder Zijn reinheid schade aan te doen en zonder Zijn gerechtigheid te provoceren? Stel u voor dat er zo’n tweestrijd in God was, zouden dan niet heiligheid, wijsheid en gerechtigheid samen de barmhartigheid overstemmen? Omdat er echter niet zo’n onenigheid kan zijn, hoe zouden we dan kunnen denken dat barmhartigheid, een oneindige volmaaktheid in God, iets kan verlangen ten nadele van de eer van Zijn heiligheid, gerechtigheid en wijsheid? Nu dan, als we gelukzaligheid verwachten zonder een vernieuwde natuur, maken we Christus een dienaar van de zonde én van de gerechtigheid (Gal. 2:17e.v.). Zoals we door Hem gerechtvaardigd worden, zo was het Zijn bedoeling om een levend beginsel in ons te planten waardoor we in staat zouden zijn om voor Hem te leven. Het is dus ijdel om te denken enig voordeel uit Christus’ dood te ontvangen zonder een nieuwe natuur te hebben. Net zomin als we iets van God zouden ontvangen zonder die nieuwe aard. 61

Tenzij dat iemand_bw.indd 61

07-10-19 15:50


Feit 6 Het doel waartoe de Geest gekomen is, laat zien dat volledige verandering noodzakelijk is. Er staat immers dat wij worden ‘zalig gemaakt (…) door het bad der wedergeboorte en vernieuwing des Heiligen Geestes’ (Tit. 3:5, 2 Thess. 2:13). Zoals God door Zijn Geest, Die over het water zweefde, de wereld schiep, zo herschept God door Zijn Geest, Die over de ziel zweeft, alle vermogens ervan. Kan de komst van Christus en de komst van de Geest, kunnen de meest voortreffelijke gunstbewijzen van God aan de mensen niet anders zijn bedoeld dan om ons de barmhartigheid van God te schenken, terwijl Zijn heiligheid onteerd wordt? Om onze ellendige toestand te veranderen zonder onze natuur te vernieuwen en ons het vermogen te geven God te verheerlijken en Hem te genieten? Met welk doel komt de Geest als het niet is om te vernieuwen? Wat ook maar het ambt van de Geest was: het kan niet zo zijn dat Hij dit uitoefent zonder dit uitgangspunt. Kan er een zegel van de Geest zijn zonder dat Hij iets indrukt in de ziel wat op de Geest lijkt? Dat is immers het zegel waardoor wij verzegeld worden. Kan Hij aan ons getuigen dat we kinderen van God zijn als er geen beginsel in ons is dat gepast is voor God als Vader? Als er geen kinderlijke gezindheid is? Brengt de Geest slechts dingen in herinnering waar we alleen met ons verstand over nadenken, zonder dat Hij iets in ons bewerkt? Helpt Hij ons in het gebed? Hoe is dat mogelijk zonder dat Hij ons eerst laat voelen wat we nodig hebben en zonder dat Hij ons eerst een biddend hart geeft? En hoe kunnen we een biddend hart hebben voordat onze natuur, die zo afgekeerd is van God en Zijn dienst, veranderd wordt? Hij is een ‘levendmakende Geest’ (1 Kor. 15:45): ‘de Geest maakt levend’ (2 Kor. 3:6). Hoe kan dat als we liggen te vergaan in onze natuurlijke doodstaat? Het is een ‘Geest der heiligmaking’ (Rom. 1:4). Kan Hij in een ziel wonen die een onheilige natuur heeft? Hoewel Hij de mens bij Zijn eerste komst zo aantreft, zou Hij niet snel moe worden van zijn huis als het zo bleef? Hij komt om onze oude natuur te veranderen, niet om deze te stimuleren zo door te gaan. Welke vruchten van de Geest kunnen er komen zonder verandering van onze aardse natuur? Feit 7 Uit al deze dingen volgt dat deze nieuwe geboorte noodzakelijk is in elk deel van de ziel. Er is geen vermogen van de ziel of het is verdorven 62

Tenzij dat iemand_bw.indd 62

07-10-19 15:50


en daarom is er geen vermogen dat niet hersteld moet worden. Geen rader en geen pin is er in de hele klok van het hart, of het is in de war. Er is niet één deel waarin zonde en satan niet hun stempel hebben achtergelaten: ‘beide hun verstand en geweten zijn bevlekt’ (Tit. 1:15). Voor een wedergeboren ziel is het duidelijker dat dit zo is dan voor een onwedergeboren ziel, omdat de eerste door het licht van de genade vuiligheid ziet in ieder vermogen van zijn ziel. Hoe beter hij God kent, hoe meer hij zijn onwetendheid ontdekt. Hoe meer hij God liefheeft, hoe meer hij zijn vijandschap merkt en zich daarvoor schaamt. In onze onvolmaakte wedergeboren toestand hier op aarde zijn genade en zonde in ieder deel van de ziel vermengd, net als water en wijn in ieder deel van een kruik. Toch is ieder vermogen van de ziel gedeeltelijk vernieuwd. Genade en zonde zijn niet zo door elkaar geschud dat de ziel ze niet kan onderscheiden en dat ze niet kan zeggen: ‘Dit is genade, een deel van de nieuwe Adam en dat is zonde, een deel van de oude Adam in mij.’ Omdat er een algemene ontaarding door de val is ontstaan, moet omgekeerd de wedergeboorte zich uitstrekken tot ieder vermogen van de ziel. Anders wordt niet de hele mens opnieuw geboren, maar slechts een deel van hem. Dan is het slechts een nieuw stukje, niet een nieuw schepsel. Dit of dat vermogen mag dan nieuw genoemd worden, maar niet de ziel, niet de mens. Ons hele ik is besmeurd door de modder van de zonde en we moeten helemaal gewassen worden door het water van genade. Een algehele heiliging is de passende vrucht van de verzoening: ‘En de God des vredes Zelf heilige u geheel en al’ (1 Thess. 5:23). De verzoening betrof de gehele mens, dus moet de wedergeboorte dat ook doen. De zonde heeft zich in ieder deel van de mens geworteld: onwetendheid en dwaling in ons verstand; trots, eigenliefde en vijandschap in onze wil. Dat alles moet uitgedelgd worden door een nieuwe genade en de overwinningen van de zonde moeten tegengehouden worden door een nieuwe geboorte. Feit 8 Volledige verandering is zo noodzakelijk, dat zelfs het vage licht van het natuurlijke verstand heeft aangevoeld dat het wel nodig is. Daarom is het verwonderlijk dat het op het hart van mensen gedrukt moet worden die onder het licht van het Evangelie leven. De leerstukken die puur verstandelijk en bovennatuurlijk zijn, zijn niet zo makkelijk te begrijpen 63

Tenzij dat iemand_bw.indd 63

07-10-19 15:50


voor mensen. Met het verstand kunt u er immers niet bij en daarom is de rede onbuigzaam en kan hij deze leerstukken niet toestemmen. Maar de leerstukken die over de reformatie van de mens gaan, hebben meer overtuigingskracht, omdat ze laten zien dat de mens verdorven is. Dat geeft enige beweging in de harten van mensen, hoewel niet in hun affecties. Hoewel mensen geen besef hebben van Gods grootheid, majesteit en heiligheid, kunnen ze toch aanvoelen dat naast de natuurlijke principes die ze in zichzelf vinden, iets anders noodzakelijk is om Hem te genieten – waarin immers hun gelukzaligheid bestaat. Het natuurlijke verstand moet beslist toestemmen dat er een andere natuur van de ziel noodzakelijk is om ons geschikt te maken om met zo’n reine Majesteit om te gaan. De wijste heidenen zagen dat ze niet geschikt waren: de onrust en chaos in hun zielsvermogens waren al te duidelijk voor hen. Ze zagen dat de vermogens van de ziel te zwak waren voor hun verlangens die zich heel ver uitstrekten. Ze erkenden dat de vleugels van hun ziel vastzaten en dat ze zo nooit uit de handen van God zouden komen. Dat er daarom herstel noodzakelijk was en dat het uitvoeren daarvan het vermogen van de mens te boven ging. Bij een van de heidenen heb ik eens de uitspraak gelezen dat er geen reformatie kan zijn tenzij God het vlees onderhanden neemt. Deze mensen hadden ‘het werk der wet geschreven in hun harten’ (Rom. 2:15). Ze wisten dat er zo’n groot werk gedaan moest worden, maar ze beschouwden zichzelf onbekwaam om dat te doen. Daaruit concludeerden zij dat er een ander beginsel moet zijn dan wat ze van nature hadden. Met dat doel vonden zij hun reinigende deugden uit. Op deze en andere manieren hoopten ze een homoìōsis tō̃ theō̃ (gelijkenis aan God) te bereiken. Die was volgens hen absoluut noodzakelijk om met God om te kunnen gaan. Ze voelden dat ze schuldig waren en brachten daarom offers om daarvoor boete te doen. Ze voelden dus hun vuiligheid en voerden reinigingen uit om zich daarvan te zuiveren. Om die reden bewonderden zij de mensen die een hoger moreel leven en meer matigheid kenden dan anderen. Sommigen van hen onderkenden de kwaal, maar werden wanhopig als ze aan een remedie dachten, omdat genezing voor hun gevoel hun natuurlijke kracht te boven ging. Welnu, datgene wat de wijste heidenen met hun verduisterde verstand zonder kennis van Wet en Evangelie noodzakelijk hebben geacht, dat moet vol64

Tenzij dat iemand_bw.indd 64

07-10-19 15:50


strekt noodzakelijk zijn17 – en zeker omdat onze Zaligmaker het door zo’n eenvoudige verklaring heeft herhaald. Plato zegt op verschillende plaatsen dat er aan het begin een zeker goddelijk beginsel in onze harten was, maar dat het vernietigd is en dat God deze goddelijkheid in de ziel kan vernieuwen en herscheppen. Hoe ijdel zijn mensen dan, hoe dwaas, ja, niet te verontschuldigen, dat ze zowel het licht van het Evangelie als dat van de rede in de wind slaan. Ze besteden er niet één uur, niet één minuut aan om dit serieus te overwegen en het te onderzoeken, ze hebben een lage dunk van hun verstand en van de uitdrukkelijke verklaring van Jezus Christus. O, dat de mensen dit toch aanvoelden! Het is van zo groot belang voor hen.

II. Wedergeboorte is noodzakelijk a. In de bedeling van het Evangelie (1) Niets kan in een bepaalde toestand bestaan zonder een passende vorm. Datgene wat niet de vorm van een ding heeft, is niet een ding van hetzelfde soort. Diegene kan geen mens zijn die een redelijke vorm van een mens, een ziel, wil hebben. En hoe kan iemand een christen zijn zonder datgene wat wezenlijk een christen maakt? Net zomin als een mens mens kan zijn zonder een menselijke aard te hebben, kunnen wij christenen zijn zonder een christelijke aard. Genade alleen geeft het wezen aan een christen en maakt hem tot zodanig: ‘Door de genade Gods ben ik wat ik ben; en Zijn genade die aan mij bewezen is, is niet ijdel geweest, maar ik heb overvloediger gearbeid dan zij allen’ (1 Kor. 15:10). Met genade wordt daar het genadevermogen bedoeld, omdat hij zijn arbeid de vrucht ervan noemt. Wat het lichaam betreft, gaan beesten ons te boven, in de scherpte van hun zintuigen, in hun grote kracht, matigheid en natuurlijke affectie. 17.  Fincinus in Dionys De divini nom cap xii. Noot vertaler: met Fincinus wordt vermoedelijk Marsilio Ficino (1433-1499) bedoeld, een geleerde uit Florence. Hij maakte vertalingen van de werken van Plato en diens volgelingen. Dionysius, een rechter uit Athene die onder de bediening van Paulus christen is geworden. Volgens Eusebius is hij later de bisschop van Athene geworden. In de vijfde eeuw was er een platonische filosoof die onder de naam van deze bisschop boeken heeft uitgebracht (pseudo-Dionysius). De divinis nominibus (ca. 500).

65

Tenzij dat iemand_bw.indd 65

07-10-19 15:50


Wat de rede en morele deugden betreft, hebben vele heidenen ons overtroffen. Er is daarom iets anders noodzakelijk om een christen te maken en wel dat Christus in hem leeft en dat Hij de ziel van de mens opnieuw vormt door Zijn Geest. Het lichaam leeft door de ziel, die natuurlijke, vitale en zinnelijke levenskracht verleent aan ieder deel van het lichaam, om de verschillende functies daarvan te kunnen uitoefenen. Zo leeft de ziel door genade, die zijn kracht aan ieder deel van de ziel geeft, aan het verstand, de wil en de affecties. (2) Er is geen geschiktheid om echt uit het Evangelie te kunnen leven en daardoor geregeerd te worden zonder volledige verandering. In alle veranderingen van regering in de wereld gaat de hele gang van zaken op de schop: de instrumenten van de regering en de principes van degenen die zich aan de regering hebben onderworpen. Na de val van de mens stelde God een nieuwe regeringswijze in. Al het oordeel gaf Hij over aan de Zoon: ‘Want ook de Vader oordeelt niemand, maar heeft al het oordeel den Zoon gegeven. … En heeft Hem macht gegeven ook gericht te houden’ (Joh. 5:22, 27). Het hele dagelijkse bestuur is in Zijn hand gegeven, hoewel de Vader niet buitengesloten is. Die geeft nog steeds Zijn bevelen voor de regering. Daarom zei de Zoon: ‘Ik kan van Mijzelven niets doen. Gelijk Ik hoor, oordeel Ik’ (vs. 30). Er moet dus overeenkomst zijn tussen de aard van deze regering en de onderdanen ervan. Zoals er een nieuwe Adam is, een nieuw verbond, een nieuwe priesterorde, een nieuwe geest, zo moet er een nieuw hart zijn, nieuwe overeenkomsten, nieuwe offers en nieuwe besluiten. Een nieuw bestuur en oud dienstbetoon passen niet bij elkaar, net zomin als nieuwe en oude kleren. De bedeling van het Evangelie in de kerk wordt een nieuwe hemel en een nieuwe aarde genoemd. De mens is door de neigingen van zijn verdorven natuur gehoorzaam aan de wet van de zonde. Deze gezindheid moet genezen en veranderd worden om haar genegen te maken om de bevelen van deze nieuwe regering te gehoorzamen en deze van harte te onderhouden: ‘Het oude is voorbijgegaan, zie, het is alles nieuw geworden. En al deze dingen zijn uit God’ (2 Kor. 5:17-18). Zo waren de dingen voorheen, maar nu zijn ze het op een nieuwe manier en met een nieuwe aard en dat is nu de reden waarom ieder mens in Christus een nieuwe schepping moet zijn. (3) Al de onderdanen van deze regering zijn dat geworden door een volledige verandering, niet één uitgezonderd. Hoewel God sommige mensen 66

Tenzij dat iemand_bw.indd 66

07-10-19 15:50


heeft verkozen die Hij eeuwig zou zegenen onder deze regering van het Evangelie, zijn ze ondanks dit plan van God toch net zo ongeschikt voor deze staat als de slechtste mensen. Totdat God Zijn macht uitoefent en ze tot vaten ter ere van Hemzelf boetseert. Niet het feit dat God voor een mens kiest brengt die mens tot het omhelzen van het Evangelie. Nee, de werking van de Geest moet eraan te pas komen, Die het hart vernieuwt en het geschikt maakt voor Hem. Al degenen die door Gods eeuwige raad verkozen waren, moesten tot aanneming van het Evangelie gebracht worden via deze weg van de nieuwe geboorte: ‘Dat u God van den beginne verkoren heeft tot zaligheid, in heiligmaking des Geestes en geloof der waarheid’ (2 Thess. 2:13). Daardoor werden zij versterkt tegen alle werkingen van de verborgenheid der ongerechtigheid, dat zich tegen de regering van Christus, het Evangelie en degenen die daaruit leven, keert en die zo schadelijk en afbrekend is voor velen (vs. 3-10). Hij had namelijk daarvoor al daarover gesproken en zegt het nu opnieuw: ‘Een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterdom, een heilig volk, een verkregen volk’ (1 Petr. 2:9) – dat hoort allemaal bij elkaar. Speciaal konden ze niet zijn, tenzij ze een intrinsieke waarde boven anderen hadden en een bijzondere geschiktheid voor een speciale dienst, om geestelijke offers te offeren. Daarom werden ze ook een koninklijk priesterdom genoemd. (4) Het doel van deze bijzondere instellingen van inwijding of toelating onder de twee verschillende bedelingen van deze regering – de besnijdenis onder de Wet en de Doop onder het Evangelie – was om aan te duiden dat een volledige verandering noodzakelijk is. Beide duiden de verdorvenheid en vuilheid van de natuur aan en de noodzaak van de besnijdenis van het hart en de reiniging van de natuur. Daarom wordt de Doop ‘het bad der wedergeboorte’18 (Tit. 3:5) genoemd – volgens velen slaat dit tenminste op de Doop. Niet dat de besnijdenis en de Doop deze nieuwe natuur op een fysieke manier zouden overdragen of dat het al was overgedragen in de bediening ervan, maar hierdoor werd altijd de noodzaak om deze nieuwe staat te ontvangen aangeduid. Daarom zei een van de Joden19 – tegen de mening van zijn landgenoten in – uitdrukke18.  I n Rom. 6:4 duidt de doop onze begrafenis met Christus en onze opstanding om in nieuwheid van leven te wandelen, aan. 19.  Mairaonid More Nevoch part ii chap 33. Noot vertaler: Maimonides (1138-1204), belangrijkste joodse rabbijn uit de middeleeuwen, formuleerde de 13 uitganspunten van het jodendom. Moreh Nevuchim [gids van de verdoolden] (ca. 1190).

67

Tenzij dat iemand_bw.indd 67

07-10-19 15:50


lijk dat het dwaasheid is om te denken dat deze ceremoniën onder hun bedeling alleen ingesteld waren om het lichaam te reinigen en niet ook de ziel. En in Romeinen 2:29 zegt de apostel: ‘Die is een Jood, die het in het verborgene is; en de besnijdenis des harten, in den geest, (…) is de besnijdenis.’ Zodat als u de Doop ontvangt en de woorden van God krijgt toevertrouwd, u als mens niet meer een christen bent dan iemand door het ontvangen van de besnijdenis een Jood werd. Alleen diegene is een christen die een christelijke aard heeft. De noodzaak van deze natuur werd bewezen en aangeduid door zowel de besnijdenis als de Doop. In elke staat zijn er plichten die men moet uitvoeren en privileges die men geniet. Zo ook in de bedeling van het Evangelie. Zonder nieuwe geboorte kunnen we de ene niet uitvoeren en ook niet bekwaam zijn voor de andere. i. Wedergeboorte is noodzakelijk voor het uitvoeren van de plichten van het Evangelie (1) U kunt u niet voorbereiden op een goed werk20 zonder volledige verandering. De ziel van de mens kon in het begin geestelijke muziek voor God maken, totdat het vlees de snaren in de war bracht. Nu kan er geen muziek gemaakt worden, totdat de Geest het instrument opnieuw stemt. In Jezus Christus zijn wij ‘geschapen (…) tot goede werken’ (Ef. 2:10). Daarom kan er geen voorbereiding zijn tot die werken, voordat er een nieuwe schepping is. Net zomin als er een voorbereiding was in de materie, die leeg en zonder vorm was voordat zij tot de aarde werd gevormd. Welke plichten van het Evangelie kan iemand uitvoeren zonder dat het Evangelie zijn hart heeft geraakt, zonder dat Christus en Zijn leer gestalte in zijn hart hebben gekregen? Dat het Evangelie niet alleen het verstand heeft geraakt, maar dieper is doorgedrongen? Het hart moet eerst worden gemodelleerd en in de mal van de leer van het Evangelie gegoten worden, voordat we deze kunnen gehoorzamen: ‘Maar dat gij nu van harte gehoorzaam geworden zijt aan het voorbeeld der leer, tot hetwelk gij overgegeven zijt’21 (Rom. 6:17). De mal waarin iets wordt gegoten, maakt het geschikt voor de werking waarvoor het is bedoeld. 20.  Noot vertaler: Engels: ‘service’ (dienst). 21.  Noot vertaler: Charnock heeft: ‘that form of doctrine which was delivered unto you’: dat voorbeeld der leer dat aan u overgeleverd was.

68

Tenzij dat iemand_bw.indd 68

07-10-19 15:50


Een schip waarbij een bepaald materiaal in de constructie ontbreekt, kan niet goed zeilen, het zal niet de aanwijzingen van de kapitein opvolgen. Wie genade mist, zal weggevoerd worden met de windvlaag van iedere zonde en verleiding. Alle neigingen en bewegingen tot plichten die uit de natuur en uit andere beginselen voortkomen, kunnen iemand niet geschikt maken voor het dienen van God. Niet meer dan dat duizend keer een steen in de lucht gooien een steen geschikt kan maken om zelf omhoog te gaan. De steen zal dan net zomin geschikt zijn als aan het begin, namelijk in het geheel niet. Waarvandaan moet onze voorbereiding komen? Niet van Adam, want hij stierf een geestelijke dood door zijn zonde en had geen natuurlijke geschiktheid voor het dienen van de Heere. Daarom kan hij met zijn natuur niet meer aan zijn nageslacht overdragen dan wat hij van nature heeft. De genade die hij van nature had, was aan zijn persoon geschonken, niet aan de natuur die aan zijn nageslacht overgedragen zou worden. (2) Daarom kunnen wij geen enkel evangelisch werk22 doen zonder een nieuwe natuur. Als we geen natuurlijke voorbereiding hebben, kunnen we geen natuurlijke handeling uitvoeren. De wet moet in onze harten geschreven zijn voordat onze harten tot leven omgevormd worden: ‘Ik zal Mijn wet in hun binnenste geven, en zal die in hun hart schrijven’ (Jer. 31:33). Dan en dan alleen kennen we de Heere op een wijze die onze levenspraktijk en onze affecties raakt: ‘Zij zullen Mij allen kennen, van hun kleinste af tot hun grootste toe’ (vs. 34). Vernieuwing tot een bovennatuurlijk leven moet voorafgaan, voordat er bovennatuurlijke daden kunnen zijn en een rechtvaardige natuur moet vóór een rechtvaardige levenswandel gaan. Denk aan Hosea 14:10: ‘De rechtvaardigen zullen daarin wandelen’, namelijk in de wegen van God. De beweging van het schepsel is niet de oorzaak, maar het gevolg van leven. De evangelische dienst is niet de oorzaak van gerechtigheid, maar het gevolg ervan. We kunnen niet in een gebod van God wandelen, totdat de wet in onze innerlijke delen is geschreven (Jer. 31:33). Degenen die geen nieuw hart hebben, kunnen niet wandelen in Gods geboden. We kunnen nooit aan de voorwaarden van het verbond voldoen zonder een nieuwe natuur. Immers: 22.  Noot vertaler: ‘evangelical service’ (evangelische dienst): een werk in de zin van het Evangelie, in tegenstelling tot een werk in de zin van de wet.

69

Tenzij dat iemand_bw.indd 69

07-10-19 15:50


[1] Geen handeling kan het beginsel ervan overstijgen. Dat is een vaste regel. De verheffing van een lagere natuur naar de daden van een hogere natuur kan niet plaatsvinden zonder dat het hart deel heeft aan die hogere natuur. De werking van een ding volgt de aard van dat ding. Een beest kan niet als een mens handelen zonder deel te hebben aan de aard van een mens. Ook kan een mens niet als een engel handelen zonder deel te hebben aan de natuur van engelen. Hoe kan een mens dan godvrezend handelen zonder deel te hebben aan de Goddelijke natuur? Bovennatuurlijke plichten, zoals evangelische plichten, vereisen een bovennatuurlijke geest. Niets kan over de grenzen van zijn natuur heen gaan, want dan zou het zichzelf in het handelen te boven gaan. Elk werk dat louter uit de natuur voortkomt, kan geen evangelisch werk zijn, want het komt niet voort uit een Evangeliebeginsel. We kunnen niet geloven zonder een geloofsvermogen en niet liefhebben zonder een liefdesvermogen, want alleen dat stelt ons in staat om zulke daden te doen. Rechtvaardiging is net zo goed noodzakelijk voor onze staat als wedergeboorte, maar het laatste is noodzakelijker voor onze plichten dan het eerste. Wedergeboorte is nodig om de evangelische plichten uit te voeren, rechtvaardiging om ze aangenaam te laten zijn voor God. [2] De aard van iets bepaalt altijd de vrucht ervan. Onze Heiland laat door een vraag zien dat het onmogelijk is dat degenen die slecht zijn goede dingen kunnen spreken: ‘Gij adderengebroedsels, hoe kunt gij goede dingen spreken, daar gij boos zijt? Want uit den overvloed des harten spreekt de mond’ (Matth. 12:34). Het gesis van een adder komt voort uit zijn kwaadaardige natuur. Zoals de wortel is, zo zijn alle vruchten. Uit één zaadje komen veel graankorrels voort, terwijl ze allemaal deelhebben aan de natuur van dat zaadje. Stromen maken deel uit van een fontein. Als het zaad, de wortel en de fontein goed zijn, dan is ook datgene wat eruit voortkomt goed. Er is niemand rechtvaardig van nature, een Jood niet en een heiden ook niet. Allen zijn ze besloten onder de zonde: ‘Er is niemand rechtvaardig, ook niet één; er is niemand die verstandig is, er is niemand die God zoekt’ (Rom. 3:10-11). Paulus zegt tweemaal niemand. Hij maakt voor niemand een uitzondering. Er is niemand van nature rechtvaardig, er is van nature geen enkele rechtvaardige daad: ‘Er is niemand die goed doet, er is ook niet tot één toe’ (vs. 12). De apostel past dit op alle mensen toe. Een giftige natuur kan alleen maar giftige vruchten voortbrengen. Onze handelin70

Tenzij dat iemand_bw.indd 70

07-10-19 15:50


gen rieken net zo sterk als de natuur zelf. Alles wat daaraan ontspringt, al is het nog zo groots en mooi voor het oog, is slecht en onnuttig. Als we daarom goede vruchten willen voortbrengen, moeten we een nieuwe wortel, nieuw zaad en een nieuwe bron hebben. Onze zure natuur moet veranderd worden in een zoete en zuivere natuur. Als de wijnstok leeg is, zal de vrucht dat ook zijn: ‘Israël is een uitgeledigde wijnstok, hij brengt weder vrucht voor zich’ of: ‘gelijk aan hemzelf’, yəšawweh. Tenzij de boom goed is, kan de oogst nooit overvloedig zijn: ‘Noch [kan] een kwade boom goede vruchten voortbrengen’ (Matth. 7:17-18). We moeten de Geest hebben voordat we de vruchten van de Geest kunnen voortbrengen. Alle goede diensten hangen daarmee samen, zoals gevolgen met hun oorzaak. Daarom: al wat een mens op grond van zijn verstand, zijn natuurlijke geweten en goed onderwijs doet, als zijn verstand en geweten volledig onder de natuurlijke verdorvenheid blijven, dan is de dienst niet goed. Immers: de ziel is verdorven, veel minder zijn dan de werken goed die de vrucht van het menselijk gemoed zijn. Hoe het kan zijn dat de ziel alleen het vermogen heeft om te zondigen en dat de daden die uit de ziel voortvloeien goed zijn, is niet makkelijk te begrijpen – dat gaat in tegen wat we om ons heen zien. Het is waar dat een mens die geneigd is tot een bepaalde zonde een daad kan verrichten die niet door die neiging bepaald wordt, omdat de daad er niet uit voortkomt. Zoals een dronkaard geld geeft aan een bedelaar: zijn gave komt niet automatisch uit die bijzondere gewoonte van dronkenschap voort, maar uit de natuur die hij heeft. En die is volledig verdorven. ‘Wie zal een reine geven uit den onreine? Niet één’ (Job 14:4). Wie kan een zuivere dienst verrichten als hij een onzuiver hart heeft? Niemand in de wereld. We kunnen daarom geen enkel evangelisch werk verrichten als we denken aan de beginselen van ons natuurlijke hart. We kunnen niet op een geestelijke wijze een evangelisch werk uitvoeren, omdat we vlees zijn. God moet ‘in geest’ aanbeden worden (Joh. 4:23): op een geestelijke manier, met een geestelijke aard. De apostel spreekt over een wandelen ‘door den Geest’ (Gal. 5:16) en een bidden ‘in den Heiligen Geest’ (Jud. vs. 20). Niemand kan geestelijk handelen dan degenen die ‘geboren zijn uit Geest’. Alleen een daad die voortkomt uit een vernieuwd beginsel is geestelijk. Het meest schitterende en verfijnde vlees is slechts een hoogstaande vorm van vlees. Alles wat aan dat beginsel ontspringt, is vleselijk, overeenkomstig het al aangehaalde uitgangspunt dat niets hoger 71

Tenzij dat iemand_bw.indd 71

07-10-19 15:50


kan stijgen dan zijn natuur. U kunt net zo goed verwachten om druiven van doornstruiken te plukken als geestelijke plichten van vleselijke harten: ‘Leest men ook een druif van doornen, of vijgen van distelen?’ (Matth. 7:16). Als een natuurlijk mens ‘niet [begrijpt] de dingen die des Geestes Gods zijn (…) en hij kan ze niet verstaan, omdat zij geestelijk onderscheiden worden’ (1 Kor. 2:14), hoe moet hij dan de plichten uitvoeren die op God betrekking hebben? Die zijn immers geestelijk van aard. Van nature zijn we meer afkerig van bewegingen op onze wil dan van de verlichting van ons verstand. Zucht naar kennis en het vluchten voor God zijn de vruchten van Adams val. Hij wilde net zulke kennis als God hebben, maar was ook bang om tot God te naderen na zijn val. Er zijn werken in natuurlijke mensen die wel geestelijk lijken, maar in hun beginsel zijn ze dat niet. Veel daden worden gedaan door irrationele schepselen, terwijl ze lijken op rationele daden. Denk aan de bijen die zich gedragen als staatsmannen die een republiek besturen. Ze dragen zand in hun kaken om tijdens een storm in evenwicht te blijven en om te voorkomen dat ze weggeblazen worden door de kracht van de wind. Toch zijn dit geen rationele daden, want ze komen niet uit het verstand voort, maar uit een natuurlijk instinct dat God, de hoogste Heerser, bij hen ingeschapen heeft. Net zomin als een daad van een aap een menselijke daad is, hoewel de daad van een aap op die van een mens lijkt, net zomin kan een daad van een onwedergeboren mens, hoewel deze geestelijk lijkt, geestelijk genoemd worden. De daad komt namelijk niet uit een geestelijk beginsel voort, maar van een tegengestelde bron die hem beheerst. De ware naam van alle daden is die van de bron waaruit ze voortvloeien. Het mogen de vruchten van moraliteit zijn, van het geweten, maar het zijn geen geestelijke vruchten die God vereist. Welnu, we moeten eerst gebouwd zijn op ‘een geestelijk huis’, we moeten een ‘priesterdom’ zijn voordat we ‘geestelijke offeranden [kunnen] op (…) offeren’ (1 Petr. 2:5). De Heilige Geest moet eerst krachtig in ons werken voordat onze dienst Zijn stempel draagt. In alle menselijke daden moeten we handelen als rationele schepselen; in alle godsdienstige daden als geestelijke schepselen. Nu, een mens kan niet rationeel handelen zonder verstand, net zomin kunnen we geestelijk handelen zonder een Goddelijke Geest in ons. We moeten immers God dienen en we moeten dat als mensen doen, dus door rationele daden. Met dat doel zijn we door God in de rangorde van rationele wezens geplaatst. Omdat echter onze geest 72

Tenzij dat iemand_bw.indd 72

07-10-19 15:50


besmet is, moet zij gereinigd worden. Omdat ons verstand verduisterd is, moet het verlicht worden. Er moet genade ingegoten worden, een lamp ontstoken worden, we moeten geestelijk ontwaken en ons verstand en onze wil moeten nieuwe kracht ontvangen, voordat we God als God op een geestelijke manier kunnen aanbidden. We kunnen geen enkel evangelisch werk uitvoeren, omdat we dood zijn. Onze werken moeten levende werken zijn, willen ze op enige manier geschikt zijn voor de levende God. De apostel roept ons op ‘dat gij uw23 lichamen stelt tot een levende (…) offerande’ (Rom. 12:1). Hij bedoelt niet alleen onze lichamen, die uit vlees en botten bestaan, uit natuurlijk leven, maar hij noemt het lichaam als zijnde het instrument van beweging en werk. Het kan ook een synecdoche partis pro toto (een deel wordt genoemd in plaats van het geheel) zijn. Stel uzelf als een offer toegewijd aan God, om voor Hem en door Hem te leven. Bij het verlies van de oorspronkelijke gerechtigheid kwam er een ander beginsel voor in de plaats, dat in de Schrift vlees wordt genoemd of een lichaam des doods. Daarom zijn we van nature dood (Ef. 2:1) en al onze werken voor de bekering zijn dode werken (Hebr. 6:1). Deze werken hebben geen ware schoonheid in zich, welke glans ze ook mogen hebben voor het natuurlijke oog. Een dood lichaam mag iets hebben van een levend lichaam en van een mooi lichaam, maar het is slechts de schoonheid van een skelet, niet van een levend mens. Een standbeeld, gemaakt door een beeldhouwer en schilder, mag zeer bevallig zijn; het is slechts een standbeeld. Er zit geen leven in! Zo zijn onze werken van nature slechts kunst, zoals bloemen die met wonderlijke kleuren op de muur zijn geschilderd. Er zit echter geen groei in! Omdat de mens daarom geestelijk dood is, kan hij geen levend werk uitvoeren. Zoals een natuurlijke dood hem ongeschikt maakt voor natuurlijke daden, zo moet een geestelijk dode incapabel zijn voor geestelijke daden. Hoe kan het anders een dood genoemd worden als een mens in de natuurstaat net zo bekwaam zou zijn om geestelijke daden uit te voeren als in de genadestaat? Geen vitale daad kan gedaan worden zonder een levend beginsel. Zoals Adam zich niet in beweging kon zetten om een daad te verrichten – hoewel zijn lichaam gevormd en voltooid was – totdat God in hem een levende ziel blies, zo kunnen ook wij onszelf niet 23.  Noot vertaler: Charnock heeft: ‘our bodies’: onze lichamen.

73

Tenzij dat iemand_bw.indd 73

07-10-19 15:50


geestelijk in beweging zetten totdat God in ons levende genade blaast. Geestelijke bewegingen kunnen net zomin zonder geestelijk leven zijn als lichamelijke bewegingen zonder een ziel kunnen zijn die telkens leven geeft. ‘De levende, de levende, die zal U loven’ (Jes. 38:19). ‘Behoud ons in het leven, zo zullen wij Uw Naam aanroepen’ (Ps. 80:19). Er kan geen levende lof, geen levend gebed zijn zonder een vernieuwd hart. Als het een van de gevolgen van Christus’ bloed is om ons ‘geweten [te] reinigen van dode werken, om den levenden God te dienen’ (Hebr. 9:14), dan is het duidelijk dat wij de levende God niet kunnen dienen totdat onze gewetens gereinigd zijn van dode werken. Wat voor raakvlak kan er immers zijn tussen de levende God en dode werken? Is een ranzig en vies geraamte een passend geschenk voor een koning? Of is een mens vol etterende zweren en steenpuisten over zijn hele lichaam geschikt om in de kamer van een heerser te dienen? Onze beste werken die niet uit een nieuwe staat voortkomen – hoewel ze opgepoetst en schitterend mogen schijnen voor mensen – hebben toch in Gods ogen geen leven, geen substantie, maar het is stinkende en verrotte stof, omdat ze uit een dood en vergaan hart voortkomen. Welnu, we moeten opnieuw geboren worden. Een dode natuur en een dood geloof kunnen geen levende vruchten voor God voortbrengen. We kunnen net zomin lezen zonder ogen, lopen zonder benen, handelen zonder leven als iets in de dienst van de Heere doen zonder een nieuwe natuur. Nee, we kunnen nog niet het minste doen. Een dood mens kan net zomin zijn vinger bewegen als zijn hele lichaam. We kunnen niet welwillend een evangelisch werk uitvoeren, omdat we verdorven zijn. Om dezelfde reden als we ‘in aangenaamheid’ moeten spreken (Kol. 4:6) en ‘met aangenaamheid’ in ons hart voor de Heere moeten zingen (Kol. 3:16), moeten we bij iedere andere plicht welwillendheid richting God betonen. Zonder dat is onze lof slechts leeg, zijn onze gebeden maar gejank, zoals de Schrift het noemt: ‘Zij roepen ook niet tot Mij met hun hart, wanneer zij huilen op hun legers’ (Hos. 7:14). Hoe kan datgene betoond worden wat er niet is? Het talent van een musicus kan zich niet vertonen totdat het instrument gestemd is. Het hart moet gespannen worden met genade door de Geest voordat Hij de snaren kan raken, zodat er een harmonieus samenspel met God is, namelijk in een evangelisch werk. Ons gemoed moet veranderd en ons hart geschikt gemaakt worden voordat we een melodie kunnen maken 74

Tenzij dat iemand_bw.indd 74

07-10-19 15:50


voor God. De kern van de schoonheid en glorie van een plicht ligt in de innerlijke werking van het hart. Hoe kan dat hart welwillend zijn dat niets van God en Zijn genade bevat? In Spreuken 22:15 staat: ‘De dwaasheid is in het hart van den jongen gebonden.’ Zo is de verdorvenheid in het hart van een mens opgesloten, als gif in een massa. We zijn er helemaal van doortrokken. De wet van de zonde overheerst een natuurlijk mens (Rom. 7:23) en beïnvloedt al zijn handelingen. Vurige hartstochten werken door in alles wat we doen, we worden erdoor beheerst. De mens heeft geen andere wet in zijn ziel waardoor die bewegingen beteugeld zouden worden en zijn plichten een aangename geur voor de Heere zouden geven. De gave van de profetie, het begrijpen van geheimen, diepe kennis, het verzetten van bergen, geven van aalmoezen, sterven omwille van de godsdienst, dat zijn allemaal dappere en edele dingen. Maar zonder liefde tot God, zonder welke geen enkele genade actief kan zijn, geven al deze dingen geen nuttigheid (1 Kor. 13:2-3). Er is een morele goedheid in het voeden van de armen, maar zonder barmhartigheid is het geen goedheid die uit genade voortkomt. Iets daarvan zou die daden waardevoller maken, net zoals diamant als dat aan goud wordt toegevoegd. Als al die dingen niets baten zonder deze genade van barmhartigheid, brengen ze veel nut toe als die er wel is. Hoe verandert genade het hele karakter van een werk? De handelingen die een beest met zijn instinct verricht, zouden rationeel worden als hij veranderd zou worden in een mens en verstand zou krijgen. Die daden die slechts moreel zijn in een natuurlijk mens, worden evangelisch als die persoon veranderd wordt in een christen. De daden zouden een andere aard en een andere waarde krijgen. Welnu, zorg dat u wederom geboren wordt, want dat is zo nodig. Er kunnen geen genadedaden zijn zonder genadebeginselen. Kan er iets naar de hemel vliegen zonder vleugels? We moeten wandelen zoals Christus wandelde, maar hoe kunnen we dat doen zonder een beginsel dat verwant is aan het beginsel van Christus? We zijn verplicht om te handelen uit een beginsel van gerechtigheid. Adam was dat en zijn nageslacht is het ook. Moeten wij niet streven naar deze noodzakelijke volmaking, die vereist is voor ons dienen? Er is geen twijfel aan dat de duivel stof genoeg vindt voor een gebed en dat hij met zijn grondige kennis bijzondere zegswijzen kan produceren, zoals men het soms noemt. Maar zou het een evangelisch werk zijn dat uit zo’n natuur voortkomt? Zolang als we 75

Tenzij dat iemand_bw.indd 75

07-10-19 15:50


in onze oude staat zijn bondgenoot zijn, zal ons werk van net zo weinig waarde zijn. Hij verandert zich in een engel van het licht, maar blijft een duivel. Veel mensen doen hetzelfde in hun religieuze daden, maar blijven onwedergeboren. We kunnen niet vrijwillig een evangelisch werk verrichten, omdat we God vijandig gezind zijn. De werken van een natuurlijk mens zijn gedwongen, niet vrij. De afkeer van God in onze oorspronkelijke staat is net zo sterk als onze neiging tot het kwade. We hebben geen vurig verlangen om God te loven en daarom geen begeerte om iets uit genegenheid voor Hem te doen. Als zinnelijke verlangens in de ziel geplant zijn, is er een vijandschap tot God in de ziel: ‘Het onderwerpt zich der wet Gods niet’ (Rom. 8:7) en omdat die verlangens overheersend zijn, kan de ziel het ook niet. Deze liefde tot de zonde, die gepaard gaat met een afkeer van het goede, is met onze aard verweven, zoals zwartheid in een Moor of vlekken in een luipaard. Wij zijn gewend aan de zonde en kunnen geen goed doen (Jer. 13:23). Er is geen overeenstemming tussen God en de ziel van een mens, omdat er vriendschap is tussen het hart en de zonde. Het hart heeft de zonde lief en walgt van God. De zonde is zijn lust, het dienen van God zijn last. Zijn wil en hart gaan niet naar God uit om Hem te dienen en als dat wel het geval is, wordt hij meer meegesleurd dan zacht getrokken. De dingen van God zijn tegen de neiging van een natuurlijk hart. Er is niets zo vervelend als het meest geestelijke werk. Als mensen daarmee bezig zijn, gaan ze tegen hun natuur in. Om die reden moet er een soort tegengestelde kracht zijn om deze krachtige stroom te overmeesteren, een wet van genade om de ziel te vernieuwen en om de wil te buigen in een andere richting. Beteugelende genade kan een tijdlang de stroom tegenhouden, maar niet de richting van de natuur ombuigen en veranderen. Een vleselijk hart noemt de dingen van God en het geestelijk dienen van Hem geringschattend dwaasheid en veracht die daarom (1 Kor. 1:23-24). Het oog van de ziel moet geopend worden om de wijsheid van God erin te zien voordat hij de dingen van God kan liefhebben. Het hart moet opgetrokken worden tot de weg van het Evangelie, de weg van God. Kan het vlees dat? Kracht of geweld kan onze staat nooit veranderen. U kunt lood in de lucht werpen, maar het zal nooit vanuit zichzelf opstijgen, omdat het lood is. Tenzij het verdund wordt tot lucht of vuur. Ook al houdt u ijzer jarenlang in de lucht door de kracht van een magneet, toch zal het de neiging houden om op de 76

Tenzij dat iemand_bw.indd 76

07-10-19 15:50


aarde te vallen als u het belemmerende element weghaalt. De natuurlijke zwaartekracht wordt dus opgeschort, maar niet opgeheven. Tenzij de wil veranderd wordt, kan zij nooit vrijwillig een plicht uitvoeren. Er moet een kracht zijn om te willen voordat er een wil is om te doen, zoals Filippenzen 2:13 zegt: ‘Het is God Die in u werkt beide het willen en het werken.’ Bovennatuurlijke, vernieuwende genade moet de verdorven gewoonten van de wil uitdrijven en deze op het juiste voorwerp richten. Als het geloof is geplant, neemt het liefde mee om te werken. Als de ziel vernieuwd is, is er een harmonie tussen God en het hart, tussen de ziel en het spreken. Als het verlangen en de begeerte van de ziel in de wedergeboorte hersteld wordt, ontstaat er een vurig verlangen om jezelf aan elk heilig werk toe te wijden. U bent heel begerig naar ‘de redelijke onvervalste melk’24 (1 Petr. 2:2), nadat u die geestelijk hebt geproefd. Welnu, óf wij moeten veranderen óf de wet. De wet is geestelijk, maar de mens is vleselijk (Rom. 7:14). De wet kan de mens niet liefhebben en de mens de wet niet in zijn vleselijke staat, omdat de naturen zo tegengesteld zijn aan elkaar. Wat de wet beveelt, daar walgt het vlees van; wat het vlees begeert, is onaangenaam voor de wet. Er moet daarom een verandering plaatsvinden, voordat er overeenstemming tussen hen kan zijn. De wet moet vleselijk worden of de mens geestelijk. Waar denkt u dat deze verandering moet beginnen? Dat kan nooit in de wet zijn, dus moet het in de mens zijn. De wond in onze wil moet genezen worden. De stroom van de natuur die ons nooit tot God zal leiden, moet omgebogen en veranderd worden door een stroom van genade om ons naar God en Zijn dienst te brengen. De mens is een slaaf van zijn lusten door het verlies van genade. Hij is nooit geneigd om hersteld te worden in zijn vrijheid om God te dienen totdat hij weer teruggevorderd wordt door die genade. Het verlies daarvan had hem immers onder slavernij gebracht. Het Evangelie is een ‘wet (…) der vrijheid’ (Jak. 1:25). Een slaafse geest is niet geschikt voor een vrije wet en ook niet voor het dienen op een evangelische manier. We kunnen niet met vreugde een evangelisch werk verrichten. We kunnen nooit met vreugde geestelijke werken uitvoeren, omdat we vervreemd zijn van God. Toch moeten we die vreugde hebben. Paulus had ‘een 24.  Noot vertaler: Charnock heeft: ‘The sincere milk of the word’ (de onvervalste melk van het woord).

77

Tenzij dat iemand_bw.indd 77

07-10-19 15:50


vermaak in de wet Gods’ (Rom. 7:22) en de wet was de ‘vermaking’ van David (Ps. 119:92). Zijn hele blijdschap was daarop gericht. Welnu, door onze afkeer van God willen we Hem niet vrijwillig dienen. Veel minder kan er daarom sprake zijn van vreugde. In een verdorven staat kunnen geen Goddelijke elementen zijn. Een ziek mens kan geen vreugde hebben in zijn eigen daden. Zijn ziekte maakt al zijn bewegingen onplezierig. Dingen die niet natuurlijk zijn, kunnen nooit vreugdevol zijn. Er is een enorme kloof tussen geestelijke plichten en een vleselijk hart. Dingen die uit hun plaats geraakt zijn, kunnen nooit een rustplaats worden. In de zonde is de mens net zo in zijn element als een vis in het water of een vogel in de lucht. Als hij stilgezet wordt in zijn vleselijke weg, rust hij niet totdat hij kan terugkeren. Hij mag dan soms enige vreugde aan een werk beleven, dat betreft niet God als het voorwerp of doel. Het hart van een natuurlijk mens is namelijk niet bevriend met God. Nee, in zo’n geval heeft een mens die blijdschap omdat hij het werk doet voor een vleselijk doel. Zijn vreugde is niet gelegen in het werk, maar in eigenliefde, eigenbelang of een beloning. De grond van zijn blijdschap is hoop op vleselijk voordeel. Die ontspringt niet aan een levende liefde of aan een genegenheid voor God die uit genade voortkomt. Hij kent God niet en vindt daarom geen vreugde in God of in Zijn dienst. Het is onmogelijk om bij Hem te komen zonder genoegen en vreugde als we weten hoe beminnelijk Hij is als Persoon en hoe genadig in Zijn natuur. Van nature denken we echter bij God aan een harde meester. De mens heeft geen blijdschap in God. Hij kan dat daarom ook niet hebben in de middelen die hem naar God leiden, die ingesteld zijn om God en zijn ziel bij elkaar te brengen. Hij heeft verkeerde gedachten over plichten. Hij beschouwt ze als geploeter, niet als voordeel: ‘Nog zegt gij: Zie, wat een vermoeidheid!’ (Mal. 1:13). Zonder een vernieuwing van onze staat kunnen we geen gemeenschap met God begeren en daarom ook geen vreugde scheppen in de middelen daartoe. Niet meer dan de heiligen zonder die verandering ‘de roving’ van hun ‘goederen met blijdschap aangenomen’ hebben (Hebr. 10:34), kunnen wij enig werk blijmoedig verrichten. We kunnen nooit een heilige verrukking krijgen zonder dit innerlijke beginsel dat evangelische werken natuurlijk voor ons maakt. Alleen dat drukt zich diep in onze ziel af. Het is alleen de wet binnen in ons hart die maakt dat wij vreugde hebben om Zijn wil te doen: ‘Uw wet is in het 78

Tenzij dat iemand_bw.indd 78

07-10-19 15:50


midden mijns ingewands’25 (Ps. 40:9). Onze Heiland had een natuurlijke genegenheid daartoe en daarom deed Hij Gods wil met veel blijdschap. Het verheugde Hem om Zijn werk te doen. Het was ook de ‘inwendige mens’ van het hart waarin de blijdschap van de apostel in de wet (Rom. 7:22) zich bevond. Tenzij God dit in ons werkt, kunnen wij Zijn Woord niet met vreugde horen. Zoals onze Heiland in Johannes 8:47 zegt: ‘Daarom hoort gijlieden niet’, dat wil zeggen de Woorden van God, ‘omdat gij uit God niet zijt.’ Tenzij Gods licht en Zijn Waarheid in ons gezonden zijn, kan God nooit onze allesovertreffende blijdschap zijn en kunnen we niet tot Zijn altaren gaan met zo’n gezindheid (Ps. 43:3-4). Welnu, het is noodzakelijk om in een nieuwe staat te zijn, om evangelische werken van harte te kunnen doen. Alleen wat natuurlijk is voor ons, is vreugdevol. Zozeer we tegenzin en slaafse dienstbaarheid ten aanzien van een heilig werk hebben, zozeer hebben we een wettische gezindheid. Zoveel liefde en blijdschap we hebben, zoveel hebben we van de genade van het nieuwe verbond. Alleen de geest van aanneming en wedergeboorte kan ons blij maken om tot onze Vader te komen en Abba tot Hem te roepen. Zonder wedergeboorte kunnen we evangelische werken niet oprecht uitvoeren, omdat we een leugen zijn en in onze beste toestand ijdelheid. We moeten God ‘in waarheid’ en ‘in geest’ aanbidden (Joh. 4:24). God is een Geest en moet daarom aanbeden worden in geest. God is waarheid en moet daarom aanbeden worden in waarheid. Zonder een nieuwe natuur kunnen we God niet in waarheid aanbidden. De oude staat is in zichzelf een leugen, louter onechtheid en tegengesteld aan de natuur die God schiep. De leugen werd de wereld ingebracht door de duivel (‘gij zult als God wezen, kennende het goed en het kwaad’, Gen. 3:5) en daarop de inbeelding dat God in Zijn gebod loog. Hoe kunnen we God in deze staat dienen die alleen een leugen als zijn grondslag had? Een leugen van de duivel, een leugen in onze inbeelding? Daarom is onze oude aard niet beter dan een leugen. Hoe kunnen we God met die natuur dienen die heel anders is dan Zijn aard? De mens is door de val een leugenaar: ‘Doch God zij waarachtig, maar alle mens leugenachtig’ (Rom. 3:4), een verbondsbreker die God niet trouw bleef. 25.  Noot vertaler: Charnock heeft: ‘Thy law is within my heart’ (Uw wet is in het binnenste van mijn hart).

79

Tenzij dat iemand_bw.indd 79

07-10-19 15:50


God en de mens worden hier door de apostel tegenover elkaar gezet: waarachtig tegenover leugenachtig. Iedereen zou een werk geringschatten en verachten waarvan hij wist dat het door en door leugenachtig is. Er kan geen waarheid in enig werk zijn dat alleen gegrond is op de oude staat en dat uitgevoerd wordt door iemand die geregeerd wordt door de vader van de leugens. Zo is ieder onwedergeboren mens, ieder van de ‘kinderen der ongehoorzaamheid’ (Ef. 2:2). Welnu, er kan geen oprechtheid zijn zonder een nieuwe natuur 1. Omdat er geen godvrezende motieven zijn die de ziel overheersen. De meeste werken van natuurlijke mensen hebben zulke vuile bronnen! Die zijn zo ongeschikt voor het verheven gemoed dat mensen moeten hebben om met God te kunnen omgaan! Ze brengen offers die zelfs niet aan een aardse heerser gebracht kunnen worden: ‘Als gij wat blinds aanbrengt om te offeren, het is bij u niet kwaad; (…) Brengt dat toch uw vorst; zal hij een welgevallen aan u hebben?’ (Mal. 1:8). Als ze godvrezende motieven hadden, hadden ze nooit zulke walgelijke werken gedaan. Wat niet gepast was voor henzelf, beschouwden ze wel als gepast voor God. Als vorsten slechts wisten wat voor motieven velen hadden voor hun dienstbetoon, dan zouden ze dit met net zoveel verachting verwerpen als ze het nu onwetend met liefde ontvangen. Maar bij God is het anders, want Hij kent alle motieven en schuilhoeken van het hart, dat Hij immers Zelf gemaakt heeft. Komen niet de meeste werken slechts voort uit gewoonte of uit een uiterlijk godsdienstige opvoeding of op zijn best uit een natuurlijk geweten? Hoewel dat allemaal in een mens aanwezig kan zijn die Gods kant kiest, toch is het vlees en besmet. Welke reine dampen verwachten we dat er uit een poel van Sodom voortkomen? ‘Den bevlekten en ongelovigen is geen ding rein, maar beide hun verstand en geweten zijn bevlekt’ (Tit. 1:15). Het verstand, waar het licht van de natuur opgeslagen ligt, en het geweten, de verdediger van het licht van de natuur, dat het op een specifieke gelegenheid toepast – beide zijn bezoedeld en dat in iedere ongelovige. Kunnen de motieven die het geweten uit een donker en verontreinigd beginsel als het verstand haalt, godvrezend zijn? Het gaat om angst voor de dood, de toorn en het oordeel van God. Dit zijn de motieven van de besmetting. Vrees is het natuurlijke gevolg van vervuiling. Zonder zonde en verdorvenheid hadden we nooit enige vrees voor de hel gehad. 80

Tenzij dat iemand_bw.indd 80

07-10-19 15:50


Datgene wat van nature een opdracht van de zonde krijgt, kan niet met genade samengaan. Kan dit dan godvrezend zijn? Als we niet voor de straf zouden vrezen, zouden we geen plichten uitvoeren. Het geweten heeft van nature geen basis om op te staan dan dit. Wat is het beginsel van onze angst? Ons ik. Daarom overheerst niet gehoorzaamheid aan God, maar zelfbehoud een mens. Angst is slechts een slaafse gezindheid en kan een werk niet goed maken. Al zulke extrinsieke motieven die niet voortkomen uit een nieuw leven, zijn niet meer godvrezend dan dat we kunnen zeggen dat de gewichten van een klok leven hebben, omdat ze radertjes laten bewegen. Dezelfde daad kan door verschillende personen vanuit verschillende beginselen en met verschillende motieven gedaan worden. De een kan ervoor beloond worden, de ander niet: ‘Die een rechtvaardige ontvangt in den naam eens rechtvaardigen, zal het loon eens rechtvaardigen ontvangen. En zo wie een van deze kleinen te drinken geeft alleenlijk een beker koud water in den naam eens discipels, voorwaar zeg Ik u, hij zal zijn loon geenszins verliezen’ (Matth. 10:41-42). Iemand kan een lid van Christus uit ontzag voor Christus ontvangen en omdat deze persoon een relatie met Christus heeft. Een ander kan dezelfde persoon alleen vanwege het algemene beginsel van medemenselijkheid ontvangen. De daad is hetzelfde en het goede dat overgebracht wordt, is hetzelfde. Ja, dat kan zelfs groter zijn in degene die medelijden heeft met de ander als mens, dan de beker koud water van de ander, omdat zijn vermogen groter is. De innerlijke houding tot de ander is echter verschillend. De een acht hem hoog als een mens met dezelfde natuur als zichzelf die echter in de misère zit, de ander acht hem hoog als lid van Christus die ellende ondervindt. De een acht hem hoog als mens, de ander als rechtvaardig mens. Het beginsel is verschillend. De een helpt hem vanwege een natuurlijke compassie, net zoals een heiden heeft, de ander vanwege een christelijke genegenheid tot zijn Hoofd. De daden zijn daarom vanwege hun motieven verschillend. De ene is te belonen en heeft ook de belofte dat hij beloond wordt, de andere niet. De ene kan uit genade voortkomen, hoewel ik niet zeg dat dit altijd zo is. Er moet namelijk een voortdurende geneigdheid tot zulke motieven in onze handelingen zijn. Een natuurlijk man kan zoiets namelijk onder de prediking van het Evangelie vanuit een aanwezig, maar voorbijgaand ontzag voor Christus doen, over Wie hij zo vaak hoort. Hij matigt zich aan dat hij daardoor behouden wordt. 81

Tenzij dat iemand_bw.indd 81

07-10-19 15:50


Het is echter niet zijn voortdurende gezindheid. De ene daad kan uit genade voortkomen, de andere uit de natuur. Daaruit volgt daarom de noodzaak dat de aard van onze zielen veranderd wordt: we moeten godvrezende en hemelse motieven voor onze daden krijgen. Een mens kan iets van nature vanuit een goed beginsel doen, vanuit algemene oprechtheid. Dit beginsel is goed in zijn soort (brons is immers goed in zijn soort, maar niet zo goed als zilver). Het is echter niet goed in de zin van het Evangelie zonder een vernieuwde liefde tot God: ‘Indien gij Mij liefhebt, zo bewaart Mijn geboden’ (Joh. 14:15). Onderhoud wat Ik u beveel, uit liefde tot mij. Waar ‘al het gedichtsel der gedachten zijns harten te allen dage alleenlijk boos was’ (Gen. 6:5), komen alle werken die een mens in die staat uitvoert, uit deze bron voort. Ze berusten op een verontreinigde inbeelding, die hoogst afschuwelijk voor God is. Ze berusten op verkeerde opvattingen over God of de plichten of op verkeerde motieven. Iets van de duivelse inbeelding van het hart vermengt zichzelf ermee. 2. Zonder een nieuwe staat kunnen we geen godvrezende motieven hebben en ook geen godvrezende doelen. Wij zijn verplicht om onze natuurlijke daden, veel meer onze godsdienstige werken, op de eer van God te richten. Het doel is het morele beginsel van iedere daad. Het is datgene wat een werk goed of slecht maakt: ‘Maar zo het [oog] boos is, zo is ook uw gehele lichaam duister’ (Luk. 11:34). Deze tekst wordt gewoonlijk op de intentie van een mens betrokken. Als het doel slecht is, is er niets dan donkerheid in het hele werk. Iets is volmaakt als het aan het doel beantwoordt waarvoor het gemaakt was. Datgene wat het eerste doel van onze schepping was, moet het doel van ons handelen zijn, namelijk de eer van God. De mens is echter bij dit doel vandaan gegaan en is er verzot op om zichzelf het belangrijkste goed en het ultieme doel te maken. Mensen hebben van nature verdorven intenties als ze plichten uitvoeren die op zichzelf goed zijn. De deugd van sommige mensen wordt veroorzaakt door trots. Ze zijn geestelijk gezien kwaadaardig in het vermijden van misdaden, omdat ze hun aanzien heel graag willen behouden. De farizeeën lieten hun vroomheid meewerken aan hun ambitie: Ze ‘bidden, opdat zij van de mensen mogen gezien worden’ (Matth. 6:5) en ‘al hun werken doen zij om van de mensen gezien te worden’ (Matth. 23:5). Er was geen werk waarin ze hun aanzien niet op het oog hadden. Hun werken kunnen goed werken 82

Tenzij dat iemand_bw.indd 82

07-10-19 15:50


van de duivel genoemd worden. Zijn belangrijkste activiteit was immers om de trots en het eigen ik te verheffen. Ze pretendeerden zich aan God toe te wijden, maar het was slechts de verering van een gouden beeld. Hebben niet velen in hun prachtigste daden hetzelfde doel als beesten: het voldoen aan zinnelijkheid, gierigheid, trots, wedijver en eergevoel? Dit zijn eigenschappen van beesten, maar is dit ook niet het doel van de daden van veel mensen? Iets doen voor een zinnelijk doel is niet geschikt voor een rationeel schepsel, veel minder voor een schepsel met genade. Hebben mensen geen zondige doelen in hun godsdienstige werken? In hun gebeden tot God, in hun dank aan God? De duivel smeekte onze Heiland om in de kudde varkens te mogen varen. Was dit een gebed, hoewel het gericht was aan Christus, als het doel van de duivel was om te verwoesten en om zijn kwaadaardigheid te bevredigen? Op zijn best is een mens zonder genade als een portret in een kamer dat iedereen bekijkt en niet meer hoogachting voor een vorst heeft dan voor zijn dienaren. Het ontzag van een natuurlijk mens voor God is maar gelijk aan het belang dat hij hecht aan al zijn aardse zaken. Het zou inderdaad prachtig zijn als dat zo was. Hij geeft een deel aan God, een deel aan zichzelf en een deel aan de wereld, maar God heeft het kleinste deel of op zijn best niet meer dan de anderen. Echt, zoals een portret zijn blik niet uit respect meer kan vestigen op een vorst dan op een boer, omdat het geen leven bezit, zo kan een natuurlijke mens in zijn werken niet het hoogste ontzag voor God hebben zonder geestelijk leven. Het is dus noodzakelijk om die verdorven doelen weg te doen, zodat de mens aan het ware doel van zijn schepping kan beantwoorden. Daarom moeten de beginselen waaruit zulke doelen voortkomen en die tegengesteld zijn aan de wil van God, uitgeroeid worden. Dan kan de ziel op een zuivere manier tot God naderen in elk werk. Wij komen tekort wat de eer van God betreft: ‘Want zij hebben allen gezondigd, en derven de heerlijkheid Gods’ (Rom. 3:23). We komen tekort wat betreft het gericht zijn daarop en wat Zijn goedkeuring over onze daden betreft. Omdat we dus tekortkomen kunnen onze doelen niet hoger stijgen dan de staat van onze ziel. Genade, alleen genade kan onze wil tot die bovennatuurlijke doelen leiden waarvoor we waren geschapen. We kunnen nooit de eer van God bedoelen totdat we Hem liefhebben. We kunnen nooit Hem ten hoogste eren Die we niet ten hoogste liefhebben. We kunnen nooit genegenheid voor God hebben totdat onze natuur, waarin onze afkeer van Hem 83

Tenzij dat iemand_bw.indd 83

07-10-19 15:50


huist, een andere aard ontvangt. We moeten God als God eren. Maar hoe kunnen we dat doen zonder Hem te kennen? Hoe kunnen we Hem kennen anders dan door het Evangelie waarin Hij Zich bekendmaakt? Hoe kunnen we het Evangelie goed begrijpen, totdat het Evangelie zich in ons afdrukt? Hoe kunnen we iets doen tot eer van God van Wie we van nature vijanden zijn? Er is niemand van ons geboren met een geestelijke liefde voor God. Er moet een verandering van doel in ons zijn. Anders kunnen onze daden niet goed zijn, hoewel ze door God Zelf bevolen zijn. God gebruikt de satan in sommige dingen, zoals in het kwellen van Job, maar zijn daarmee de daden van de satan goed? Nee, omdat zijn doel niet hetzelfde als dat van God is. De satan handelt uit kwaadaardigheid tegen datgene wat God vanwege Zijn soevereiniteit en om genadige redenen beveelt. Ons doel – als we geen genade hebben – is niet hetzelfde als het doel van de handeling, want morele daden strekken tot eer van God, hoewel de dader niet die intentie heeft. Zo kan een handeling in zichzelf goed zijn, maar niet goed in de dader, omdat God een gepaste intentie vereist. Welnu, alleen die daden kunnen evangelisch genoemd worden waarop de eer van God – Gods grote doel zowel in de schepping als in de verlossing – een morele invloed heeft. Als wij in de werken van onze verloste staat hetzelfde doel hebben als God in Zijn verlossende liefde. We kunnen niet ootmoedig een evangelisch werk verrichten. Zonder wedergeboorte kunnen we de evangelische plichten niet nederig verrichten, omdat we ons van nature groots wanen en hard zijn. Evangelische plichten moeten ootmoedig gedaan worden. Zelfverloochening is de belangrijkste les van het Evangelie en moet elk werk doortrekken. Daarom spreekt God over het geven van ‘een vlezen hart’ in de tijd van het Evangelie: ‘Ik zal het stenen hart uit hun vlees wegnemen, en zal hun een vlezen hart geven, opdat zij wandelen in Mijn inzettingen, en Mijn rechten bewaren en dezelve doen’ (Ez. 11:19-20). De evangelische plichten vereisen een buigzaam en zacht hart. Adam overschatte zichzelf en zat vol plannen om als God te zijn, maar werd onbekwaam om zijn Schepper te dienen. Sindsdien hebben wij mensen te hoge aspiraties en een te hoge dunk van onszelf om onze plichten te doen op een evangelische wijze, met een week hart, in het besef dat we niets zijn, wat het Evangelie vereist. Onze verwaandheid en de hoge dunk van onze eigen natuurlijke gerechtigheid belet Christus om ons 84

Tenzij dat iemand_bw.indd 84

07-10-19 15:50


te behouden en ons om Hem te dienen. Er moet dus een ootmoedig, week en zelfverloochenend hart zijn. Van de engelen staat er dat ze hun aangezichten voor God bedekken (Jes. 6:2): ze hebben niets van zichzelf om mee te pronken. Het belangrijkste doel van het Evangelie is om al het roemen in onszelf neer te slaan: ‘Opdat geen vlees zou roemen voor Hem. (…) Die roemt, roeme in den Heere’ (1 Kor. 1:29,31). Immers, niets vernedert ons meer dan datgene wat – nadat we het grondig overwogen hebben – noodzakelijk blijkt te zijn. De natuur moet daarom veranderd worden voordat deze trots uitgeroeid wordt. De oude dingen moeten voorbijgaan, zodat God alles in allen (1 Kor. 15:28) wordt in Zijn schepselen. Zonder nieuwe natuur kunnen we geen juiste inschatting van onszelf maken en zijn we gemeen en laaghartig voor het aangezicht van God. Een steen kan niet zacht gemaakt worden, hoe vaak er ook op geslagen wordt. U kunt hem in stukken slaan, hem uit zijn verband halen, maar u kunt zijn hardheid niet overwinnen. Ieder stukje ervan zal zijn harde aard behouden. Zo is het ook met een hart van steen. Onze staat moet veranderd worden voordat het geschikt is voor die werken die zachtheid, ootmoed en hoogachting vereisen. Een genade die voortdurend actief is, zoals vuur, is noodzakelijk om de ziel in een zachte toestand te houden. We kunnen niet voortdurend evangelische werken verrichten. Zonder nieuwe staat kunnen we de evangelische werken niet voortdurend uitvoeren vanwege onze natuurlijke onstandvastigheid. Omdat onze natuur vlees is, bedenkt ons hart ‘wat des vleses is’ (Rom. 8:5). De ziel met die aanleg zal niet lang bezig zijn met de dingen van de Geest. Er is een natuurlijke instabiliteit in de menselijke natuur. Is het niet zo dat velen beginnen in de Geest en eindigen in het vlees? Het lijkt of ze naar de hemel opstijgen, maar spoedig vallen ze naar beneden op de aarde. Is het niet zo dat onze beloften met een volgende wind van verzoeking vergaan en als vonken verdwijnen zo snel als ze zijn ontstaan? Tenzij er genade in het hart is om ze levend te houden. De Israëlieten worden ervan beschuldigd dat ze geen hart hebben dat trouw is aan God: ‘Want hun hart was niet recht met Hem, en zij waren niet getrouw in Zijn verbond’ (Ps. 78:37). Is onze staat beter dan die van hen? Liggen we niet allen onder hetzelfde oordeel: van nature zo ongestadig wat betreft Goddelijke zaken alsof ze niets meer dan wind zijn in ons gestel? 85

Tenzij dat iemand_bw.indd 85

07-10-19 15:50


Niets kan op tegennatuurlijke wijze in beweging gehouden worden dan door geweld. Als dat ontbreekt, stopt de beweging. Iedere beweging die alleen afhangt van een draad, stopt als die laatste onderbroken wordt. Als externe motieven, die mensen tot het een of andere werk aanzetten, er niet meer zijn, dan kwijnt het werk uiteraard weg, omdat de bron van de beweging ingestort is. Als angst voor de hel, de verschrikkingen van de dood of een drukkend onheil de bron van een plicht is, zullen mensen als deze bron weggenomen is, niet meer denken aan de plicht die daaruit voortkwam. Maar datgene wat natuurlijk is, is constant, omdat de bron altijd blijft bestaan. Onze belangen en ons geweten veranderen en daarom zijn ook de werken die daaruit voortkomen instabiel. Steenachtige grond kan sprieten voortbrengen, maar omdat ze geen wortel hebben, zullen ze spoedig vergaan (Matth. 13:5, 20-21). Iemand kan ver komen in de godsdienst, omdat hij enige hartstochten daarvoor heeft, zoals meteoren in de lucht. Maar omdat zijn hartstochten ook ruw en aards zijn, zal hij zijn doel niet bereiken. Geen wezen buiten ons is stabiel dan God en geen beginsel binnen in ons is stabiel dan genade: ‘Het is goed dat het hart gesterkt26 wordt door genade’ (Hebr. 13:9). Een werk dat ondernomen wordt vanuit veranderlijke motieven is net zo veranderlijk als de bodem waarop het staat. Als aanzien, slaafse vrees voor God of wereldse belangen ons zetten tot schijnbaar heilige voornemens, zullen die laatste wegvliegen zodra die stutten weggenomen worden. Het is dus noodzakelijk dat onze staat en gezindheid veranderd worden. Als we niet van harte voortreffelijke dingen kiezen, kunnen we die ook niet voortdurend uitvoeren. Of we een handeling blijven doen, hangt af van de liefde ervoor en het vermaak erin. Daarom moeten we gevuld worden met de vruchten van gerechtigheid, tot eer van God, als we oprecht voor de voortreffelijkheid ervan willen kiezen. In Filippenzen 1:10 staat eerst: ‘Opdat gij beproeft de dingen die daarvan verschillen27’ en dan: ‘Zonder aanstoot te geven, tot den dag van Christus.’ Net zomin als een mooi gebouw staande kan blijven tegen de wind zonder een goede fundering, kan een plechtige belijdenis staande blijven tegen de vloedgolven van de verleiding. Het is de Geest van de Heere Die vanbinnen 26.  Noot vertaler: Charnock heeft: ‘established with’: gevestigd op. 27.  Noot vertaler: Charnock heeft: ‘that are excellent’: die voortreffelijk zijn.

86

Tenzij dat iemand_bw.indd 86

07-10-19 15:50


en vanbuiten werkt en Die alleen de banier tegen de verzoeking hoog kan houden (Jes. 59:19). Welnu, over het geheel genomen is wedergeboorte noodzakelijk om de plichten van het Evangelie uit te voeren. Anders kunnen we ze niet geestelijk uitvoeren, omdat we vlees zijn; niet op een levendige manier, omdat we dood zijn; niet vanuit genade, omdat we verdorven zijn; niet vrijwillig, omdat we vijandig gezind zijn; niet vreugdevol, omdat we vervreemd zijn; niet oprecht, omdat we onwaarachtig zijn; niet nederig, vanwege onze hardnekkigheid en niet voortdurend, vanwege onze lichtzinnigheid. Onze staat moet in al deze opzichten worden veranderd, voordat we geschikt kunnen zijn voor enig evangelisch werk. ii. Wedergeboorte is noodzakelijk voor het genieten van de voorrechten van het Evangelie (1) Om te ervaren dat God ons gunstig gezind is en voldaan is met ons. Zonder dat kan God geen vreugde in ons hebben. De persoon die Zijn liefde ontvangt, moet Zijn beeld vertonen. Als God ooit ons in onze oude staat kan liefhebben, die Hij ooit haatte en als Hij ooit vreugde kan hebben in datgene wat Hij eens verafschuwd heeft, moet Hij Zijn onveranderlijkheid opgeven. Hij heeft nooit de persoon van een van Zijn schepselen gehaat, tenzij deze onrechtvaardig was. En als Hij deze scheiding tussen hem en ons wegneemt, breken de stralen van Zijn liefde uit in hun vroegere kracht. Gods liefde is niet verkleind en Zijn vriendelijkheid is niet uitgeput. Zijn hand is niet ingekort en Zijn oor niet zwaar geworden, dat Hij niet kan horen: ‘Maar uw ongerechtigheden maken een scheiding tussen ulieden en tussen uw God, en uw zonden verbergen het aangezicht van ulieden, dat Hij niet hoort’ (Jes. 59:2). Want, ten eerste, wat maakte de eerste scheiding? Was het niet de zonde? God vertelde Adam al daarvoor wat er zou gebeuren als hij van de verboden vrucht zou eten: ‘Ten dage als gij daarvan eet, zult gij den dood sterven’ (Gen. 2:17). Hier wordt niet de tijdelijke dood bedoeld, want dan had hij moeten sterven op de dag waarop hij viel. Dat kunt u afleiden uit het woord ‘zeker’.28 Bovendien werd de straf van de tijdelijke dood 28.  Noot vertaler: Charnock heeft: ‘thou shalt surely die’: gij zult zeker sterven.

87

Tenzij dat iemand_bw.indd 87

07-10-19 15:50


achteraf uitgesproken: ‘Gij zijt stof en gij zult tot stof wederkeren’ (Gen. 3:19). U zult zeker sterven; uw oprechtheid en rechtvaardigheid zullen op dat moment ten einde lopen en u zult sterven in Mijn ongenoegen dat rechtvaardig is. Het is een geestelijke dood die hier het beste in de context past. De straf op de zonde is de dood. Het belangrijkste deel van deze dood is ‘vervreemd zijnde van het leven Gods’ (Ef. 4:18). Dat wil zeggen, God en Zijn beeld – gerechtigheid – in ons te missen en onrein te zijn, verdorven, een hater van God en dienaar van de zonde. Welnu, van deze straf kan geen mens worden bevrijd dan door een wedergeboorte die het tegenovergestelde effect bewerkt, namelijk dat we God liefhebben, Zijn Naam kennen, deelhebben aan Zijn heiligheid en Zijn deugden vertonen.29 De mens heeft alle genade van God bij zijn val verbeurd en kan niets daarvan terugdraaien. Ten tweede, wat kan de mens dan wel in Gods gunst herstellen? Kan het datgene zijn wat ons destijds ervan beroofd heeft? De oorzaak van onze vernietiging kan nooit het middel zijn van ons herstel. Heeft het verlies van Adams oprechtheid hem ongeschikt gemaakt voor het paradijs? Voor de tuin van God, waaruit hij verdreven werd, als een teken van Gods ongenade? En kan het voortduren van dat verlies een middel zijn om die liefde terug te krijgen die ons weggestuurd heeft? Het was een geestelijke dood, en is het skelet van een ziel geschikt om God genoeg te doen? Niet alleen moet aan Zijn gerechtigheid worden voldaan om een mens terug te brengen in Zijn gunst – dit wordt gedaan door Jezus Christus – maar ook moet Zijn beeld hersteld worden, dit wordt gedaan door de Heilige Geest. Het is net zo onmogelijk dat de ziel mooi kan zijn zonder leven en zonder heiligheid als een lichaam mooi kan zijn zonder een goede kleur en verhouding van de lichaamsdelen. Neem dit weg, dan houdt de schoonheid op en komt er een misvorming voor in de plaats. Waar de zonde in haar volle kracht blijft bestaan en er niets van de oorspronkelijke oprechtheid overgebleven is, daar moet de ziel wel monsterlijk, verachtelijk en vervormd zijn in de ogen van God. Om haar daarom een geschikt voorwerp voor Gods genade te maken, is het noodzakelijk dat ze wordt verfraaid 29.  Coccoius More Nevoch p. 65. Noot vertaler: Johannes Coccejus (1603-1669), gereformeerd theoloog uit de Nederlanden, doceerde aan de universiteit van Leiden en vooral bekend vanwege zijn verbondstheologie; Moreh Nevuchim.

88

Tenzij dat iemand_bw.indd 88

07-10-19 15:50


met een heilig karakter, en versierd met de juiste verhoudingen en kracht. De gerechtigheid van Israël moet uitgaan als een glans; hij moet geroepen worden met een nieuwe naam, dat wil zeggen een nieuwe natuur. Want wat is een naam zonder natuur? En dan zal het Hefzibah zijn, ‘Mijn lust is aan haar!’ ‘Totdat haar Gerechtigheid voortkome als een glans, en haar Heil als een fakkel die brandt’ (Jes. 62:1). De gerechtigheid is de heerlijkheid van de ziel en van de kerk: ‘En de heidenen zullen uw gerechtigheid zien, en alle koningen uw heerlijkheid; en gij zult met een nieuwen naam genoemd worden’, een nieuwe natuur die door het Woord van God wordt gewerkt, ‘welken des Heeren mond uitdrukkelijk noemen zal’ (vs. 2). Dan zal ze de genade van God genieten, ‘een sierlijke kroon zijn in de hand des Heeren, en een koninklijke hoed in de hand uws Gods’ (vs. 3). Rechtvaardigheid is de heerlijkheid van de ziel en Gods vreugde en voldoening zijn het gevolg van een rechtvaardige natuur. Ten derde hebben de uitverkorenen zelf geen deel aan Gods vreugde zonder wedergeboorte. Dit volgt uit het vorige punt: God kan de besten van alle mensen, die Hij Zelf uitgekozen heeft, niet liefhebben en geen voldoening in hen hebben zonder wedergeboorte, zonder een rechtvaardige natuur. Er is namelijk eerst Gods wil en raadsbesluit en dan de liefde die uitgestort wordt. Bij de laatste wordt het vermogen van genade ingegoten. Dat is een bovennatuurlijke genade: God heeft eerst iets in Zijn raad besloten en daarna wordt het bovennatuurlijke goed daadwerkelijk overgedragen. God is vrij en mag Zijn genade geven hoe en aan wie Hij wil. Maar een uitverkorene die in zijn natuurlijke staat blijft leven, wordt niet geliefd door God, hoewel God besloten heeft om hem lief te hebben. Er is namelijk geen genade in hem, en die is het voorwerp van Gods bijzondere gunst. Het is alleen de wedergeboorte die het voorwerp is van Gods vreugde in ons. Ten vierde, daaruit volgt dat geen enkel voorrecht dat we onder de hemel genieten ons zonder wedergeboorte in Gods gunst kan brengen. Zelfs geen familieverwantschap met Christus naar Zijn menselijke natuur. De apostel Paulus dacht niet beter van zichzelf omdat hij op die manier in relatie tot Christus stond, omdat hij uit hetzelfde land kwam en van het Joodse volk afstamde: ‘Indien wij ook Christus naar het vlees gekend hebben, nochtans kennen wij Hem nu niet meer naar het vlees. Zo dan, indien iemand in Christus is, die is een nieuw schepsel’ (2 Kor. 5:16-17). Het is zeker een eer om van dezelfde afkomst als Christus te zijn naar Zijn 89

Tenzij dat iemand_bw.indd 89

07-10-19 15:50


menselijke natuur, en om van hetzelfde volk en land afkomstig te zijn. Dit maakt een mens echter niet meer geliefd bij God. Niets heeft baat bij Christus dan een nieuw schepsel; onze Heiland zegt dat Zelf ook. Het was het hoogste voorrecht om de moeder te zijn van onze Heiland naar Zijn menselijke natuur. Toch had dit haar geen enkel voordeel opgeleverd als ze niet wedergeboren was door de Geest: ‘Wie is Mijn moeder, en wie zijn Mijn broeders?’ – daarbij wees Hij naar Zijn discipelen (Matth. 12:48-49). ‘Mijn moeder en Mijn broeders zijn dezen, die Gods Woord horen en datzelve doen’ (Luk. 8:21). Diegenen die het Woord horen en bij wie dat Woord genadig door de Geest zijn kracht heeft gedaan zijn gelijk aan Mijn moeder en Mijn broeders. Ze staan boven Mijn familieleden die niet wedergeboren zijn. Uit deze geschiedenis blijkt dat wedergeboorte noodzakelijk is. (2) Omdat er geen genade is, is er geen eenheid met God en Christus zonder wedergeboorte. De mens is van nature verbonden met alle dingen in de wereld. Net als alle schepselen heeft hij een wezen. Net als de engelen heeft hij rationele vermogens, net als de dieren gevoel, net als de planten groeit hij. Hij mist alleen de eenheid met God, die al het andere verfraaien zou. En deze kan er alleen zijn door te delen in Gods heiligheid door een nieuwe geboorte. De mens aan zijn kant moet tot deze vereniging in staat zijn. Een superieure en inferieure natuur kunnen verenigd worden, maar nooit twee naturen die in strijd zijn met elkaar. Om twee personen met elkaar te kunnen verenigen, moeten ze in goede verhouding tot elkaar staan. Ze moeten evenredig zijn aan elkaar. Welke verhouding is er echter tussen God en onze ziel? Er kan geen evenredigheid zijn zonder een bovennatuurlijke genade die een zuivere natuur in ons instort. Zoals we komen uit de steengroeve van de natuur zijn we ruw en ongepolijst. We zijn niet geschikt om te worden vastgemaakt aan de hoeksteen van het hemelse gebouw. We moeten eerst worden gladgestreken en door genade worden veranderd. Ten eerste, hoe kunnen die dingen met elkaar worden verenigd die al verenigd zijn met hun tegendelen? Als iets van een ding afscheidt, moet het aan iets anders verbonden worden. Van nature zijn we verenigd met de duivel, het hoofd van de boze wereld. Onze mening en wil werden verenigd met de zijne, toen Adam zijn opvatting en wil aan hem overgaf en wij deden dat in Adam. Sindsdien werkt de duivel ‘in de kinderen der ongehoorzaamheid’ (Ef. 2:2): ‘die nu werkt in de kinderen der onge90

Tenzij dat iemand_bw.indd 90

07-10-19 15:50


hoorzaamheid’ energountos en tois. Werken en werken in. Onze natuur is met die van hem verenigd en ons beginsel is in hem. Het is noodzakelijk dat deze vereniging wordt verbroken voordat we door een ander hoofd kunnen worden beïnvloed. De duivelse aard en het beginsel dus, die we hebben gekregen door de zonde, moeten worden verwijderd. Bovendien moet er eerst een andere natuur, een Goddelijke, voor in de plaats komen. Dat is een natuurlijke volgorde. Pas dan kunnen we met Christus verenigd worden en de zegeningen van het verenigd zijn met Hem genieten. Ten tweede, hoe kunnen dingen van tegengestelde aard met elkaar worden verenigd? Kunnen vuur en water worden verenigd, een goede engel en een onreine duivel? Kunnen de hemel en de hel ooit als vrienden samenkomen en één geheel vormen? We zijn verenigd met de eerste Adam doordat onze aard op die van hem lijkt. Hoe kunnen we met de tweede Adam verenigd worden zonder op Hem te lijken vanuit een nieuw beginsel? We werden met de eerste verenigd door een levende ziel; we moeten met de Ander verenigd worden door een levendmakende Geest (1 Kor. 15:45). Als we niet het beeld van de hemel dragen, kunnen we geen gemeenschap hebben met de hemelse Adam (1 Kor. 15:48-49). Als we in de eerste Adam zijn, zijn we aards. Om in de tweede Adam te kunnen zijn, moeten we hemels worden – Zijn natuur is immers hemels! Als we Zijn leden zijn, moeten we dezelfde natuur hebben als die Hem door de Geest van God meegedeeld werd. Dat is de natuur van heiligheid. Deze natuur moet voortkomen uit hetzelfde beginsel, anders is het niet dezelfde natuur. Een oude natuur kan niet worden samengevoegd met een nieuwe Adam. Er moet één geest in beiden zijn. 1 Korinthe 6:17 luidt immers: ‘Maar die den Heere aanhangt, is één geest met Hem.’ Als die eenheid slechts op onderlinge genegenheid zou berusten, zoals sommigen het opvatten, is het niet te begrijpen hoe dat mogelijk is zonder dat de gezindheid veranderd is. Maar aangezien het een vereniging is die tot stand komt door de inwoning van dezelfde Geest in beiden (Rom. 8:9: ‘Maar zo iemand den Geest van Christus niet heeft, die komt Hem niet toe’), is het minder begrijpelijk hoe dat kan zonder dat onze natuur zich aanpast aan de natuur van Christus. U kunt niet veronderstellen dat de Geest een zuiver Hoofd en onzuivere leden met elkaar verenigt. Zoiets zou onze gezegende Heiland als het beeld van Nebukadnezar maken: een hoofd van goud, armen van zilver en voeten van klei. Als wij een hekel hebben 91

Tenzij dat iemand_bw.indd 91

07-10-19 15:50


aan vuile dingen rondom ons, zal de heilige Jezus het dan verdragen dat een afschuwelijke bedorven ziel met Hem verenigd wordt? Ten derde, hoe kan er iets echt verenigd worden met iets anders als er geen leven is? Het is immers een wezenlijke eenheid, de gelovigen zelf worden Christus genoemd (1 Kor. 12:12: ‘En al de leden van dit ene lichaam, vele zijnde, maar één lichaam zijn, alzo ook Christus’). Deze eenheid wordt vergeleken met die van de leden van een natuurlijk lichaam (Rom. 12:4-5). De leden hebben niet alleen leven in hun hoofd, maar ook in zichzelf. De ziel – het leven van het lichaam – bevindt zich immers niet alleen in het hoofd, maar in alle delen van het lichaam en oefent in elk deel van het lichaam zijn belangrijke functies uit. De Geest – als het ware het verbindingsstuk binnen deze eenheid – deelt daarom het leven aan elk lid waarin Hij woont mee alsook aan het Hoofd. Wie zou het toestaan dat een dood lichaam met hem verbonden werd, ook al ging het om het skelet van iemand van wie hij het meest hield? Als een mens met Christus verenigd zou zijn zonder wedergeboorte, zou het lichaam van Christus deels levend zijn, deels dood, als één lid ervan geen geestelijk leven zou hebben. Een dood lichaam en een levend Hoofd, een lid van Christus met een natuur die tegengesteld is aan Hem – dat is een onmogelijke paradox. Heeft God ooit zo’n monsterlijke eenheid voor Zijn Zoon ontworpen? Uit dit alles blijkt de noodzaak van wedergeboorte; zonder deze is er geen eenheid met Christus. (3) Zonder wedergeboorte kan er geen rechtvaardiging zijn. We worden niet gerechtvaardigd door een gerechtigheid die de onze is, maar toch worden we zonder die niet gerechtvaardigd. We kunnen er niet door gerechtvaardigd worden, omdat zij niet in verhouding staat tot de wet. Ze is immers onvolmaakt. Toch kunnen we niet worden gerechtvaardigd zonder die gerechtigheid. Het past namelijk niet bij de wijsheid en heiligheid Gods, om iemand rechtvaardig te beschouwen die geen enkele gerechtigheid in zich heeft en wiens aard net zo verdorven is als de slechtste mens. Hoe kan Gods eer geëerbiedigd worden als God de zonden van die mens zou vergeven, wiens wil niet veranderd is? Die nog steeds geneigd is om zonde te doen, hoewel hij die op dit moment niet doet? Moreel gezien is het logisch dat de overtreder zijn zonde intrekt en dat zijn genegenheid weer uitgaat naar degene naar wie deze vroeger ook uitging. 92

Tenzij dat iemand_bw.indd 92

07-10-19 15:50


Er is een onderscheid tussen rechtvaardiging en wedergeboorte, al zijn ze nooit hetzelfde. Rechtvaardiging bewerkt een verandering in de relatie, wedergeboorte is een werkelijke, inwendige verandering. De eenheid met Christus is de grond van beide; Christus is de verdienende oorzaak30 van beide. De Vader spreekt de een uit, namelijk de rechtvaardiging, de Geest werkt de ander, namelijk de wedergeboorte. Het is de uitspraak van de Vader en het werk van de Geest. De relatieve en de werkelijke verandering gebeuren allebei op dezelfde tijd: ‘Maar gij zijt geheiligd, maar gij zijt gerechtvaardigd’ (1 Kor. 6:11). Beide gaan samen. We worden niet gerechtvaardigd vóór het geloof, omdat we erdoor gerechtvaardigd worden (Rom. 5:1). Geloof is het wezenlijke beginsel waardoor we leven: ‘Hetgeen ik nu in het vlees leef, dat leef ik door het geloof des Zoons van God’ (Gal. 2:20). Het geloof is de wortelgenade en bevat de zaden van alle andere genaden. Het heeft het vermogen en het zaad van alle andere genaden in zich, zodat tenzij we wedergeboren zijn, we niet gerechtvaardigd kunnen worden of zijn. God vergeeft nooit de zonde, zonder dat Hij de ongerechtigheid aan Zich onderwerpt: ‘Wie is een God gelijk Gij, Die de ongerechtigheid vergeeft (…)?’ (Micha 7:18-19) Hij zal onze ongerechtigheden aan Zich onderwerpen. Als we niet wedergeboren zijn, kan de gerechtigheid niet overwinnen, omdat de natuur, de wortel van de rebellie, intact blijft. Wanneer God Zich met Zijn genade tot ons wendt, zal Hij onze harten van de ongerechtigheid afkeren. Als iemand gerechtvaardigd zou zijn voordat hij wedergeboren was, dan zou hij rechtvaardig zijn voordat hij leefde. Het ‘in Christus’-zijn, het vrij zijn van de veroordeling, gaat altijd gepaard met een ‘wandelen naar de Geest’. En we kunnen niet wandelen voordat we leven (Rom. 8:1). Vrijspraak zou niet baten, tenzij hij die gratie had gekregen in de kiem hier rechtvaardig was gemaakt en recht en hoop had op een volmaakte gerechtigheid hierna. Als de gerechtigheid hierna niet op deze manier zou zijn geschonken zou dat betekenen dat een mens nog steeds onder de wet zou zijn: ‘De mens die deze dingen doet, zal door dezelve leven’ (Gal. 3:12). Dat is echter onmogelijk in een mens die ooit gezondigd heeft, terwijl zijn zonden zijn kwijtgescholden. Maar gerechtigheid wordt 30.  Noot vertaler: ‘meritorious cause’, een persoon wordt op basis van zijn verdiensten beloond met een goed of slecht resultaat.

93

Tenzij dat iemand_bw.indd 93

07-10-19 15:50


geschonken, omdat er geen mens in de wereld is wiens zonden vergeven zijn of hij heeft een beginsel in zich waardoor hij meer dan voorheen in staat is de zonde te bestrijden. Daarom bedrieg uzelf niet: er is geen vergeving zonder een rechtvaardige natuur, hoewel de genade niet vanwege die rechtvaardige natuur geschonken wordt. (4) Er is geen aanneming tot kind van God zonder wedergeboorte. Net zomin als we zonder natuurlijke geboorte zonen en dochters van mensen kunnen zijn, kunnen we zonder geestelijke wedergeboorte Gods kinderen31 zijn. Aanneming is niet zomaar een relatie zonder een innerlijke gezindheid. Het voorrecht en het beeld van de zonen van God horen bij elkaar. Het aangenomen worden tot kind van God gaat nooit zonder het zich afscheiden van besmetting: ‘Gaat uit het midden van hen en scheidt u af (…) En Ik zal u tot een Vader zijn, en gij zult Mij tot zonen en dochteren zijn’ (2 Kor. 6:17-18). Bij de aanneming wordt de nieuwe naam nooit gegeven tot het nieuwe schepsel is ontstaan. ‘Zovelen als er door den Geest Gods geleid worden, die zijn kinderen Gods’ (Rom. 8:14). hoũtoi, juist die personen! Dat is hét kenmerk dat zij door de Geest geleid worden. Daarom moeten ze eerst levend gemaakt worden door de Geest. Er is geen kinderlijke relatie zonder een kinderlijke aard. Als God Zijn leden tot Zijn kinderen verklaart, doet Hij dat op dezelfde manier als toen Hij het Hoofd tot Zijn Zoon verklaarde. Dat was ‘naar den Geest der heiligmaking, uit de opstanding der doden’ (Rom. 1:4). Zo verklaart Hij de gelovigen tot Zijn kinderen door ze een geest van heiligheid te geven en door ze te laten opstaan uit de zonde en de geestelijke dood. Als we zonder een verandering van natuur tot zonen van God konden worden aangenomen, konden de duivels net zo goed worden aangenomen. Kinderen van de levende God te zijn, dat was de grote belofte van het Evangelie, zoals voorzegd in Hosea 1:10: ‘Gij zijt kinderen des levenden Gods.’ Hoe past dat ooit bij elkaar, een levende God en een dode zoon? ‘God is niet een God der doden, maar der levenden’ (Matth. 22:32; Mar. 12:27; Luk. 20:38). Het argument dat onze Heiland aan de onsterfelijkheid van de ziel ontleent, bewijst niet alleen de opstanding, maar ook de noodzaak van geestelijk leven. Wat is het voordeel om kin31.  Noot vertaler: Charnock heeft in deze en de volgende alinea ‘son(s)’ (zoon/zonen). Ik kies hier voor ‘kind(eren)’, omdat dit in de Statenvertaling en in het Nederlands gebruikelijker is.

94

Tenzij dat iemand_bw.indd 94

07-10-19 15:50


deren van de levende God te zijn, als we niet meer leven in ons hadden dan Zijn grootste vijanden? Wedergeboorte, als een fysieke daad,32 doet ons op God lijken in onze natuur. Aanneming, als rechtshandeling, geeft ons recht op een erfenis. Allebei vormen ze het doel van het Evangelie; ze horen bij elkaar. Er is geen kindschap zonder nieuwe natuur. (5) Als we niet wedergeboren zijn aanvaardt God onze werken niet. Zonder wedergeboorte zijn we niet geschikt om enige godsdienstige plicht te vervullen en God zal dan nooit enige plicht van ons aanvaarden. In Efeze 1 worden 1. verkiezing, 2. wedergeboorte (heilig zijn), 3. aanneming tot kind, 4. Gods aanvaarding van ons met elkaar verbonden: vs. 4-6, ‘Gelijk Hij ons uitverkoren heeft (…) opdat wij zouden heilig en onberispelijk zijn voor Hem in de liefde. Die ons tevoren verordineerd heeft tot aanneming tot kinderen.’ Daarna volgt de genade ‘door welke Hij ons begenadigd heeft in den Geliefde’. Onze aanvaarding is alleen aan Christus te danken, maar onze aanvaardbaarheid is aan genade te danken. Geloof maakt onze persoon en werken aanvaardbaar en Christus zorgt ervoor dat ze beide aanvaard worden. Dat we aanvaardbaar worden komt door de genade, dat we te vervloeken zijn door de zonde. God verdoemt niemand, tenzij hij verdoemenswaardig is. Net zomin aanvaardt God zondaren in Christus, tenzij zij aanvaardbaar zijn.33 De rooms-katholieken, die het over verdienste hebben, zeggen dat die niet van toepassing is vóór, maar pas na de genade. Dan immers staan de werken beter in verhouding tot God, gezien vanuit de waardigheid van de persoon. Het zijn dan namelijk daden van Gods kinderen, gewerkt door Zijn Geest. God kan echter niets liefhebben dan Zichzelf en wat Hij van Zichzelf terugziet in de schepselen. Alle werken die niet iets van Gods beeld en Geest in zich dragen, zijn niets. Net zoals een miljoen cijfers bij elkaar niets betekenen, al voegt u er nog meer aan toe. Maar doe er één figuur bij, een element, de Geest, de genade en het zal tot vele miljoenen worden, van hoge waarde bij God. Het hangt geheel af van de figuur die noodzakelijk is. Als die er niet is, is de rest niets. Alle morele 32.  Noot vertaler: in tegenstelling tot een louter morele overreding. Het is een fysieke daad, omdat God een geestelijk beginsel in de mens instort. 33.  Lessius de Perfect. Divin. p. 56. Noot vertaler: Leonardus Lessius (1554-1623), een jezuïet uit de Zuidelijke Nederlanden die theologie studeerde en doceerde aan de universiteit van Leuven en adviseur was van de landvoogden Albrecht en Isabella. De perfectionibus moribusque divinis (1620).

95

Tenzij dat iemand_bw.indd 95

07-10-19 15:50


voortreffelijkheden zonder nieuwe natuur zijn slechts cijfers in Gods ogen: ‘Zonder geloof is het onmogelijk Gode te behagen’ (Hebr. 11:6). Alleen genade is een goed werk: ‘Hij Die in u een goed werk begonnen heeft, dat voleindigen zal tot op den dag van Jezus Christus’ (Fil. 1:6). Daaruit blijkt dat hun morele gedrag en hun natuurlijke wijsheid, voor hun wedergeboorte, geen goede werken waren in Gods ogen. Zij waren goed in hun soort, zoals een krab een goede krab kan zijn, maar geen goede appel. Ze zijn niet goed, tenzij het vruchten zijn die worden voortgebracht in Christus. En ook gelden ze niet als goed op de dag van Christus; ze zullen niet eervol tevoorschijn komen op het moment van Zijn overwinning. God kijkt naar onze werken, of de Geest deze bewerkt en of Christus ze aan de Vader aanbiedt. Alles wat we doen moet door Hun handen gaan voordat zij Gods hart kunnen bereiken. Er kan nooit aanvaarding zijn zonder een vernieuwde natuur. De werken van het vlees kunnen God niet behagen: ‘Die in het vlees zijn, kunnen Gode niet behagen’ (Rom. 8:8). Hun persoon kan dat niet en daarom hun daden ook niet, omdat ze de producten zijn van een natuur die met Hem in strijd is. Het is een natuur die niet ondergeschikt is aan Zijn wet en dat ook niet kan zijn. God moet daarom ontevreden zijn met Zijn eigen geestelijke wet, ja, met Zijn eigen heilige natuur. Hij zou Zijn oordeel moeten veranderen en Zijn natuur, voordat Hij tevreden kan zijn met vleselijke werken. Op zijn best is het namelijk slechts verfijnde bruutheid. Het beeld van de duivel kan nooit dankbaar zijn jegens God. Werken die uit de natuur voortkomen, mogen uiterlijk net zo aanvaardbaar lijken als de plichten van een goed mens. Maar als we bedenken wat een vuile mesthoop het hart is waaruit ze voortkomen, is dat onmogelijk. Goed water is het zoetst en slecht water het meest verdorven hoe dichter u bij de bron of fontein komt. Wel kunnen de stromen in hun loop een deel van hun verdorvenheid verliezen. Hoe dichter de plichten van iemand die genade heeft ontvangen zich bij het hart bevinden, hoe aangenamer ze zijn voor God. Hoe dichter bij de bron, hoe weerzinwekkender de werken van een natuurlijk mens zijn. Als het hart een goede schat is, is datgene wat eruit voortkomt een rijk geschenk, want het hoort bij een kostbare schat (Luk. 6:45). Daarom: een geringer werk, dat echter uit een zuiver en heilig beginsel in een vernieuwd mens voortkomt, is meer aanvaardbaar voor God dan een 96

Tenzij dat iemand_bw.indd 96

07-10-19 15:50


groot werk – voor zover hij erom wordt geprezen, omdat hij iets goeds voor de mensen heeft gedaan. Tenminste, als dat grote werk voortkomt uit een onzuiver beginsel in een natuurlijk mens. Precies zo is een beker koud water die aan een discipel van Jezus wordt gegeven meer waard dan een geschenk van een vorst dat uit een ander beginsel voortkomt. In de een ziet God dat de liefde met Zijn heiligheid overeenstemt; in de ander stemt de liefde alleen met Zijn voorzienigheid overeen. De een bedoelt Gods eer, de ander acteert maar en heeft een ander doel voor zichzelf op het oog. Wij waarderen een cadeau meer vanwege de liefde van de vriend die het schenkt dan om de grootte ervan. Welnu, bedenk: zonder een nieuwe staat hebben al onze werken, hoeveel miljoenen het er ook mogen zijn, geen intrinsieke waarde voor God. Want als de natuur Hem mishaagt, dan kunnen de daden die uit die aard voortvloeien Hem nooit behagen. ‘Die zijn oor afwendt van de wet te horen’, dat wil zeggen van het op geestelijke wijze gehoorzamen van de wet, ‘diens gebed zelfs zal een gruwel zijn’ (Spr. 28:9). Het wordt namelijk gebeden door een walgelijke ziel. (6) Er is geen gemeenschap met God zonder dat de ziel vernieuwd is. God van Zijn kant kan geen gemeenschap met zo’n schepsel hebben. Dat zou Zijn wet en heiligheid onteren. Ook de mens van zijn kant kan geen gemeenschap met God hebben vanwege de afkeer van God die in zijn aard is verankerd. Hoe kan er een manier zijn om God en de mens samen te brengen zonder vernieuwing van de natuur? Welke gemeenschap kan er zijn tussen een levende God en een dood hart? God walgt van de zonde, de mens heeft deze lief; God houdt van heiligheid, maar de mens verafschuwt die. Hoe kunnen deze tegengestelde gevoelens elkaar ontmoeten en innig bevriend met elkaar worden? Welke gemeenschap kan er zijn als er zoveel tegenstrijdige gevoelens zijn? In elke vriendschap moeten de gezindheden van de twee vrienden op elkaar lijken. Rechtvaardiging kan ons niet in gemeenschap met God brengen zonder wedergeboorte. Zij kan ons bevrijden van de straf, ons ontdoen van onze zonden, maar ons niet brengen tot de omgang met God, waarin ons grootste geluk ligt. Er moet enige overeenstemming zijn voordat er sprake kan zijn van gemeenschap. Dieren en mensen hebben niet allebei verstand en kunnen daarom niet op gelijke voet met elkaar omgaan. God en de mens leiden niet allebei een heilig leven en kunnen daarom geen gemeenschap met elkaar hebben. Door de zonde zijn wij vervreemd van het leven van 97

Tenzij dat iemand_bw.indd 97

07-10-19 15:50


God en daarom van de vriendschap met Hem (Ef. 4:18). Zijn levenswijze moet daarom in ons hersteld worden voordat de gemeenschap met Hem kan beginnen. [1] God kan geen genoegen hebben in een niet-vernieuwde natuur. God had een behagen in de schepping en verheugde Zich in Zijn werk. De zonde heeft God van Zijn vrede daarin beroofd. Het kan God geen voldoening geven, geen bevrediging. Want: in het vlees zijn, betekent in die staat zijn die afkomstig is van Adam, die het ongenoegen van God over de gehele mensheid bracht. Wedergeboorte door de Geest brengt het schepsel weer in zo’n staat terug waarin God Zich in hem verheugt. Deze ontdoet hem stap voor stap van de zonde die Zijn vreugde in het werk van Zijn handen bedierf. Hoe meer iemand wedergeboren is, hoe groter de gemeenschap met God. Hij schiep de mens naar Zijn eigen beeld opdat Hij gemeenschap met Hem zou hebben. Hoe kan de mens geschikt zijn om gemeenschap met God te hebben sinds het verlies van dat beeld, totdat God datgene hersteld heeft waarin Hij Zijn vreugde vond? Stel dat een of ander werk van een natuurlijke mens goed is en God behaagt, dan betekent dat nog niet dat God gemeenschap met die persoon kan hebben. Hij mag dan blij zijn met dat werk, maar niet met die mens. Op het moment van die handeling doet hij een en al goed, maar als deze voorbij is, is zijn goedheid als de morgendauw: ze is weg! Een mens kan niet het voorwerp zijn van Gods vreugde, omdat zijn goedheid niet blijvend is. Als een mens van nature afschuwelijk en vuil is, kan hij geen omgang met God hebben. Hij heeft dan geen natuur die geschikt is voor God. Een natuur die zodanig is dat God er enig vertrouwen in kan stellen en ervan op aan kan: ‘Wat is de mens, dat hij zuiver zou zijn? En die geboren is van een vrouw, dat hij rechtvaardig zou zijn? Zie, op Zijn heiligen zou Hij niet vertrouwen’ (Job 15:14-16). Geen mens is rein, maar degene die zich verheugt in de zonde is veel gruwelijker, ‘die het onrecht indrinkt als water’. God echter, Die oneindig heilig is, kan geen gemeenschap hebben met datgene wat hij verafschuwt. Hij kan geen vaste en vreugdevolle gemeenschap hebben met degene die Hij niet kan vertrouwen. We moeten daarom een natuur hebben zoals die door Zijn eigen Geest is voortgebracht en in stand wordt gehouden. Als de hemelen niet zuiver zijn in Zijn ogen, dan moeten we een natuur hebben die zuiverder en schoner is dan de hemelen, 98

Tenzij dat iemand_bw.indd 98

07-10-19 15:50


voordat God ons met vreugde kan zien en met genoegen met ons kan omgaan. [2] Zoals God geen genoegen in een niet-vernieuwde staat kan hebben, zo is de mens tegen de vernieuwing gekeerd. De mens heeft in zijn verdorven staat een strijd met God en kan niet anders dan tegen Hem strijden. Een onbesneden hart zal God niet liefhebben of zal Hem in ieder geval niet zoveel liefde en zodanige liefde geven als hij aan Hem verschuldigd is. Het doel van de besnijdenis van het hart is namelijk om de Heere lief te hebben met heel ons hart ‘en de Heere uw God zal uw hart besnijden (…) om den Heere uw God lief te hebben met uw ganse hart’ (Deut. 30:6). Daaruit moet wel volgen dat hij wiens hart niet besneden is, God niet liefheeft met zijn hele hart. Heiligheid en ongerechtigheid zijn zo tegenstrijdig, dat er geen enkele overeenstemming tussen hen kan zijn. God moet Zijn natuur verloochenen, wil Hij Zijn haat tegen de zonde verloochenen. De mens moet van zijn aard worden ontdaan voordat hij zijn genegenheid tot de zonde kan loslaten. Het is net zo onmogelijk voor de goddeloosheid om heiligheid lief te hebben als het voor zuiverheid is om van besmetting te houden. Er kan geen gemeenschap met God zijn als wij in de duisternis wandelen; Hij is immers licht (1 Joh. 1:6-7). [3] Nee, er kan geen gemeenschap met God zijn, want, ten derde, de mens verzet zich van nature tegen alle middelen voor de persoonlijke vernieuwing. Het is de Geest alleen Die het verbindingsstuk van deze eenheid vormt en Die deze gemeenschap bewerken kan. Alleen de Geest kan God en ons samenbrengen. Wandelen in de Geest weerhoudt ons ervan om de begeerten van het vlees te vervullen, die ons onbekwaam maken voor de gemeenschap met God: ‘Wandelt door den Geest, en volbrengt de begeerlijkheden des vleses niet’ (Gal. 5:16). Maar ieder mens van nature ‘wederstaat’ (net als de Joden) ‘altijd den Heiligen Geest’ (Hand. 7:51). En zolang we ons blijven verzetten tegen het grote Middel van vernieuwing, kan er nooit gemeenschap met God zijn. Deze tegenstand moet dus worden verwijderd en er moet een Goddelijk stempel en afdruk op onze natuur worden gezet om haar buigzaam te maken. U ziet dus meer en meer dat wedergeboorte noodzakelijk is. (7) Omdat er geen gemeenschap met God is zonder een vernieuwde natuur, kunnen we de omgang tussen Christus en onze ziel niet genieten en kan die niet verdiept worden. Bij al het omgaan met Christus putten 99

Tenzij dat iemand_bw.indd 99

07-10-19 15:50


we uit die volheid van genade die er in Zijn persoon is. Die kunnen we alleen genieten als er een beginsel is van dezelfde natuur als Christus. Wanneer Jezus Christus komt om ons te zegenen met de grote zegeningen van Zijn verdienste, wendt Hij ons hart af van de boosheden (Hand. 3:26). De redenen daarvan zijn: [1] Het gewone patroon kan niet worden verbeterd. Het Woord heeft er geen plaats in (Joh. 8:37). Er is van nature geen basis voor enige Goddelijke en geestelijke waarheid. De aard van de grond moet veranderd worden voordat deze hemelse plant zal gedijen. Planten groeien niet op stenen en deze hemelse plant groeit niet in een steenachtig hart. De wijnstok en het onkruid trekken hetzelfde vocht uit de aarde die in de wijnstok – zo doet die plant dat altijd – wordt omgezet in een edeler stof dan in het onkruid. De nieuwe natuur van een goede mens zet het sap van het Woord in een edeler karakter om. En hoe meer de aard van een goed mens verrijkt wordt door genade, hoe meer hij het Woord omsmelt en veredelt om vruchten voort te brengen die van Goddelijker aard zijn dan andere vruchten. De sap die het Woord aan allen geeft is hetzelfde, maar de staat van het schepsel is bepalend voor de vruchten die het voortbrengt. De staat van de mens moet dus worden veranderd om profijt te kunnen hebben van het Woord en van andere genademiddelen. Water valt op een steen, niet erin; het valt eraf of droogt op zodra het valt. Een nieuw hart echter, een vlezen hart, zuigt de dauw van het Woord op en groeit daardoor. De nieuwe geboorte en natuur maken dat we de melk inzuigen en daardoor groeien (1 Petr. 2:2). [2] God kan geen troost toedienen. De Geest troost door aanwezige genade op te wekken en deze te onthullen, niet door losse flikkeringen en vlagen. Immers, wat voor troost kan er zijn als de genade, de basis, ontbreekt? Kan de Heilige Geest ooit een leugen spreken? Kan Hij een mens troost geven, hem vertellen dat hij een kind van God is, wanneer deze de aard van de duivel heeft en dus tegen Hem strijdt? Dit zou niet het getuigen met onze geest zijn, maar tegen het karakter en de gewoonte daarvan. En dat is niet het werk van de Geest (Rom. 8:16)! Jezus Christus zal Zijn troost niet verspillen aan mensen die niet Zijn beeld vertonen. Dat zou zijn als het doen van een ring in een varkenssnuit (Spr. 11:22) en het zetten van een kroon op de kop van een dier. Wie geen nieuwe natuur heeft en op die grond erfgenaam is van de hemel, kan geen aanspraak 100

Tenzij dat iemand_bw.indd 100

07-10-19 15:50


maken op de eerste vruchten en druiventrossen ervan, namelijk op de troost van het Evangelie. Omdat het noodzakelijk is om het beeld van Christus te vertonen om met Hem te kunnen omgaan in de heerlijkheid, is het net zo noodzakelijk om dat beeld in deze wereld te vertonen, zij het in een lagere gradatie. De vaten van de toorn (Rom. 9:22) moeten worden veranderd in vaten van eer voordat ze in staat zijn om gevuld te worden met geestelijke troost. Onze gezegende Heiland bewaart Zijn mooiste bloemen en bomen voor Zijn fleurige tuin, niet voor de wilde woestijn. (8) We kunnen niet in een verbond zijn zonder dat we een vernieuwde natuur hebben. Dat moet er als eerste zijn, als het fundament van al het andere. Als Adam in zijn oorspronkelijke staat geen inwonende gerechtigheid had gehad, was hij niet geschikt geweest om met God een verbond aan te gaan. Er moet dus een herstelde gerechtigheid zijn om in het nieuwe verbond van het eeuwige leven te komen. De voorwaarden daarvan zijn een nieuw hart, een vlezen hart, een nieuwe geest en het geschreven zijn van de wet in ons hart. Zonder deze nieuwe natuur kunnen we niet nauw met God verbonden zijn door het geloof. Dat laatste is immers de voorwaarde van het verbond. We kunnen Hem namelijk niet vertrouwen met Wie we in vijandschap leven en jegens Wie we afgunst koesteren. God kan niet onze God zijn, tenzij wij Zijn volk zijn. Tenzij wij de aard en de gezindheid hebben van Zijn volk, tenzij we ons tot Hem keren en ons ten aanzien van Hem als onze God gedragen. Van huis uit zijn we van Hem afgevallen en hebben wij de duivel tot onze God gemaakt. Om in het verbond te kunnen zijn, eist God nog steeds gerechtigheid van ons, maar Hij ziet af van de strengheid van het eerste verbond. Hij geeft onze Heiland kracht om dat doel te bereiken, door alle oordeel over te geven aan de Zoon. Omdat het verbond geestelijk van aard is, moet er geestelijk leven zijn om aan de voorwaarden ervan te beantwoorden. Zonder dat kunnen we niet lopen op de weg van het verbond waartoe we ons verplicht hebben. Ook kunnen we geen enkel recht hebben op de beloften en zegeningen van het verbond. Belooft God onze God te zijn? Het is op voorwaarde dat wij Zijn volk zijn. Belooft Hij ons nooit meer te zullen begeven noch te verlaten? Het is op voorwaarde dat we niet in onze oorspronkelijke afvalligheid doorgaan. Belooft Hij bij ons te zijn? Als wij voortgaan in onze vuile natuur, dan kan Zijn heiligheid dat niet verdragen. 101

Tenzij dat iemand_bw.indd 101

07-10-19 15:50


b. Wedergeboorte is noodzakelijk voor de staat van de heerlijkheid Het tweede punt van dit onderdeel luidt: zoals wedergeboorte noodzakelijk is om uit het Evangelie te kunnen leven, zo is het ook noodzakelijk om in de staat van de heerlijkheid te komen. We kunnen dat vergelijken met de kracht en vitaliteit van de Israëlieten toen zij Kanaän binnenkwamen.34 Niet één arm en afgeleefd persoon kwam aan in het Beloofde Land, niemand van hen die uit Egypte kwamen en die een Egyptische aard hadden. Iedereen die verlangde naar de knoflook en uien uit Egypte, die nog steeds slaaf van Egypte was, liet zijn lichaam in de woestijn achter. Alleen de twee spionnen, die hen hadden bemoedigd met het oog op de dingen die zo moeilijk leken, kwamen in het Beloofde Land aan. Niemand die zijn oude mens behoudt en onder de slavernij blijft, zal het hemelse Kanaän binnengaan. Alleen een opnieuw geboren mens zal dat lukken. De hemel is de erfenis van de geheiligden, niet van vuile mensen: ‘Opdat zij (…) ontvangen, en een erfdeel onder de geheiligden, door het geloof in Mij’ (Hand. 26:18). Zo verwoordde onze Heiland het Zelf toen Hij Paulus aansprak, waarop deze door het geloof tot bekering kwam. Geloof, dat is het grote vernieuwende beginsel. Op Adams verbanning uit het paradijs werd een vlammend zwaard geplaatst om te verhinderen dat hij zou terugkeren naar die plaats van geluk. Adam kon in zijn hopeloze staat dat geluk niet bezitten. Zo kunnen ook wij, door wat wij van Adam hebben meegekregen, niet verwachten dat we een groter voorrecht hebben dan de wortel waar we vandaan komen. Als Adam de gerechtigheid van zijn oude staat had behouden, was hij geschikt geweest voor het paradijs en het paradijs voor hem. De arme, afgeleefde Adam had echter geen toestemming om binnen te gaan. De priester onder de wet kon het heiligdom niet binnengaan, totdat hij gereinigd was. Ook kon het volk zich niet zonder reiniging bij de gemeente voegen. Geen mens kan toegang hebben tot het heilige der heiligen, totdat dat voor hem geheiligd wordt door het bloed van Jezus en hij door hetzelfde bloed besprenkeld wordt (Hebr. 10:19-22). Het is door Jezus’ bloed dat op ons hart wordt gesprenkeld, dat wij het heilige der heiligen kunnen binnengaan en 34.  Fuller Pisgah book iv chap xxxvi 9 p. 45. Noot vertaler: Thomas Fuller (1608-1661), Engels historicus die vooral bekend is om zijn werken over de geschiedenis van Engeland. A Pisgah-Sight of Palestine (1650).

102

Tenzij dat iemand_bw.indd 102

07-10-19 15:50


dat op een weg die Hij heeft ingewijd: ‘En in haar zal niet inkomen iets dat ontreinigt en gruwelijkheid doet en leugen spreekt’ (Openb. 21:27). Elke onreine was namelijk de toegang tot de tempel ontzegd. Wie in de rust van God wil ingaan, moet ophouden met zijn eigen werken van duisternis en verdorvenheid, zoals God rustte van Zijn scheppingswerken (Hebr. 4:10). Toen de mens op de zesde dag, de dag van zijn schepping, viel, werd de rust van God in Zijn lagere werken verstoord, door de intrede van de zonde. Zo was Gods rust ook in de hemel verstoord door de zonde van de engelen. God rustte van Zijn scheppingswerken, maar niet in hen, nee, in Christus, het verbond van de verlossing en van de vernieuwing door Hem. We moeten daarom ophouden met onze eigen werken om in Zijn rust in te gaan. In onze ongelovige en onwedergeboren staat kunnen we niet binnengaan in de rust. Vanwege ongeloof beschouwen we de plaats waarin God Zijn rust plaatste namelijk niet als onze rust. En door onbekeerlijkheid verzetten wij ons tegen de grote bedoeling ervan, namelijk de vernieuwing van het schepsel om een geschikt voorwerp te zijn waarin God rust en waarin Hij voldaan is. Het is noodzakelijk om in de staat van heerlijkheid te komen. (1.) Niet dat er een natuurlijk verband bestaat tussen de wedergeboren staat en de heerlijkheid, dat automatisch een recht geeft op de hemel. Nee, het is een verband van genade, door Gods wil.35 Moreel gezien is het onmogelijk in de natuur dat een mens gemeenschap heeft met God zonder dat zijn staat vernieuwd is. Maar wanneer een mens een nieuwe natuur heeft, is het niet absoluut noodzakelijk dat God Hem zo intens liefheeft dat Hij hem een eeuwige beloning geeft. Nee, het is noodzakelijk op een voorwaarde, namelijk op grond van het verbond waarin God het zo heeft beloofd. Hoewel het voor God absoluut onvermijdelijk is om het goede lief te hebben (omdat Hij volmaakt goed is, kan Hij het niet haten), is het niet absoluut noodzakelijk dat Hij hem plaatst in zo’n onvoorstelbare heerlijkheid. Een nieuwe staat stelt een mens absoluut in staat om deel te hebben aan de eeuwige heerlijkheid. Zonder een nieuwe natuur is dat niet mogelijk. Deze geeft hem er echter geen recht op en plaatst hem er niet automatisch in. Dat gebeurt alleen door de genadige lankmoedigheid van God. 35.  Suarez. Noot vertaler: Suárez, Operis de Divina Gratia (1620).

103

Tenzij dat iemand_bw.indd 103

07-10-19 15:50


Zoals ik al eerder gezegd heb bij de algemene uiteenzetting van deze leer: dat God genade kan geven zonder heerlijkheid, kunnen we begrijpen, maar hoe Hij een mens zonder genade tot de heerlijkheid kan toelaten, is niet te begrijpen. Het hebben van genade is een beloning op zichzelf. Het veredelt onze natuur en zet ons in de juiste positie (de zuiverheid van het lichaam is een genoegen, hoewel een mens niet zo zijn hoop erop stelt dat het de voorkeur geniet boven een betere toestand). Dit moge blijken uit de verbanning van Adam uit het paradijs. Als er een natuurlijk verband tussen de wedergeboorte en de heerlijkheid was geweest, dan was Adam niet uit het paradijs gezet. We mogen immers veronderstellen dat er geloof in hem ingegoten werd op het moment dat de belofte afgekondigd werd. Of, als dat later gebeurd is, had hij opnieuw het paradijs kunnen binnenkomen. Als er tenminste een natuurlijk verband was geweest tussen een nieuwe natuur en de staat van de heerlijkheid. (2.) Evenmin is het zo dat u door de wedergeboorte de heerlijkheid kunt verdienen. Er is namelijk geen evenredigheid tussen een nieuwe natuur en de eeuwige heerlijkheid. De rooms-katholieken zeggen dat een mens voordat hij het vermogen van genade36 heeft, geen verdienste heeft. Maar nadat dit door de Geest van God in de ziel is gegoten, zou er verdienste voortkomen uit de waardigheid van de persoon die in de staat van genade is gebracht. Zo is het echter niet! De heerlijkheid is absoluut verdiend, maar de verdienste vloeit niet uit de nieuwe staat voort, maar uit het nieuwe Hoofd, onze Heere Jezus Christus. De gerechtigheid waardoor God Zich verplicht om ons een kroon van heerlijkheid te geven voor een krans van genade – die wij om hebben – is niet uitwisselbaar. Alsof de genade die wij hebben ontvangen net zoveel waarde heeft als de heerlijkheid en alsof de hemel niet meer is dan een gepaste compensatie: ‘Voorts is mij weggelegd de kroon der rechtvaardigheid, welke mij de Heere, de rechtvaardige Rechter, in dien dag geven zal’ (2 Tim. 4:8). Nee, daar en elders in de Schrift wordt met gerechtigheid de waarachtigheid en trouw van God bedoeld. Het is een gerechtigheid vanwege de belofte, 36.  Noot vertaler: ‘habitual grace’, vermogen van genade, dat er is vanaf het eerste moment dat de Heilige Geest in ons komt wonen en ons tot Zijn tempel maakt. Hierdoor worden wij verbonden met Christus en genieten wij al de weldaden die Hij verdiend heeft met kruis en opstanding. Uit het vermogen van genade komt de daad van genade (actus) voort, waarmee de mens Christus telkens weer door het geloof aanneemt.

104

Tenzij dat iemand_bw.indd 104

07-10-19 15:50


niet vanwege de aard van de genade. Zij is vanwege het verbond dat met Christus werd gesloten, opdat Hij zaad zou hebben om Hem te dienen. Op dit verdrag eist onze Heiland zo beslist dat Zijn volk met Hem in de heerlijkheid zal zijn: ‘Vader, Ik wil dat waar Ik ben, ook die bij Mij zijn, die Gij Mij gegeven hebt’ (Joh. 17:24). Hoewel Hij elders in het hoofdstuk hun geloof en het houden van Zijn woord noemt als redenen waarom God acht op hen slaat en hen bewaart, toch fundeert Hij Zijn verlangen naar de staat van de heerlijkheid op Zijn wil. Deze moet gebaseerd zijn op een voorafgaande overeenkomst, waardoor Hij naar recht mocht pleiten. Wij ontvangen de heerlijkheid dus vanwege de trouw van God aan Zijn belofte, vanwege de volle verdienste van Christus en daarom vanwege Zijn vaste voornemen om deze uit te voeren. We ontvangen de heerlijkheid dus niet vanwege enige verdienstelijke waardigheid in de nieuwe staat zelf. Genade is alleen geschikt voor de heerlijkheid, maar verdient deze niet. (3.) Het is noodzakelijk doordat het een vaste bepaling is van God. We kunnen veronderstellen dat God volgens Zijn aard en zonder dat Hij Zichzelf schendt een onwedergeboren dood schepsel kan toestaan om Hem in de hemel te genieten. Echter, omdat Hij anders heeft besloten en andere manieren heeft bepaald, is het nu voor God door Zijn eigen vrije besluit een onveranderlijke noodzaak om zo iemand niet toe te laten. Zoals God door een vast besluit de dood van Christus als het middel tot verlossing vaststelde, kon Hij niet naar ons begrip later een andere manier aanwijzen, omdat Zijn besluit is vastgelegd. Niet alleen wat betreft de verlossing van de mens, als het doel, maar ook wat betreft de dood van Christus, als het middel. Als er een verandering was geweest, moest het óf in het doel óf in de middelen zijn. Indien er een verandering in het doel zou zijn geweest en Hij niet de mens zou hebben verlost, dan was er een verandering geweest in Zijn liefde en vriendelijkheid. Als er een verandering in de middelen was geweest, dan moest het óf een slechter óf een beter middel zijn. Als het een slechter middel was geweest en niet zo geschikt om verlossing teweeg te brengen, dan zou het betekenen dat Zijn goedheid veranderd was. Als het een beter middel was geweest, zou het aantonen dat Hij een gebrek aan wijsheid had in Zijn eerste besluit. Namelijk dat Hij niet het beste had voorzien. Door een soortgelijk besluit en soortgelijke wijsheid als waardoor God de dood van Christus als het middel tot verlossing instelde, heeft Hij 105

Tenzij dat iemand_bw.indd 105

07-10-19 15:50


wedergeboorte als de weg naar de heerlijkheid bepaald ‘zonder welke [heiligmaking, JvdK] niemand den Heere zien zal’ (Hebr. 12:14). Bedoeld wordt: zonder vaste en blijvende heiligheid – een heiligheid van de natuur, niet alleen van een losse handeling. Heiligheid in een losse handeling, zonder dat we in een nieuwe staat zijn, is maar een tijdelijke heiligheid. Hoewel het de betreffende handeling aanvaardbaar mag maken voor God, kan deze toch nooit de persoon die ze uitvoerde voor Hem aanvaardbaar maken. (4.) Wedergeboorte is noodzakelijk om ons geschikt te maken voor de staat van de heerlijkheid. Een geschiktheid in beide personen is noodzakelijk om in elkaar genoegen te kunnen vinden. Ons geluk bestaat in het eeuwige genieten van God, terwijl we van nature een mesthoop van rottende verdorvenheid zijn. Daarom moet er een zodanige verandering zijn dat er overeenkomst ontstaat met die God in het genieten van Wie ons geluk bestaat. Alle geschiktheid is namelijk gelegen in de overeenstemming tussen de twee voorwaarden waardoor zij met elkaar kunnen omgaan en elkaar kunnen aanvaarden. We kunnen God niet genieten in Zijn instellingen hier op aarde zonder een heilige natuur te hebben, veel minder kunnen we dat in de hemel. Omdat wij vanwege onze schuld onder de veroordeling van de wet staan, zijn wij ongeschikt voor de hemel vanwege onze vuilheid. Ergens hebben wij een natuurlijk vermogen voor de hemel, want we zijn schepselen met rationele vermogens. Maar we hebben een morele ongeschiktheid, omdat we het Goddelijke stempel, dat ons daarvoor geschikt maakt, missen. De rechtvaardiging en de aanneming tot kinderen geven ons een recht op de erfenis, maar wedergeboorte maakt ons ‘bekwaam (…) om deel te hebben in de erve der heiligen in het licht’ (Kol. 1:12). Wij voldoen er niet aan, omdat we onheilig zijn en omdat we duisternis zijn, want het is een erfenis van de heiligen en een erfenis in het licht. Zoals het lichaam niet heerlijk kan worden gemaakt zonder een opstanding uit de natuurlijke dood, zo kan ook de ziel, die onsterfelijk is, niet heerlijk worden gemaakt zonder opstanding uit de geestelijke dood. Onze verderfelijke lichamen (1 Kor. 15:50) kunnen niet deelhebben aan een onverderfelijk Koninkrijk tenzij ze aan het heerlijke lichaam van Christus gelijk zijn gemaakt. Veel minder kunnen onze zielen daaraan deelhebben. Zij zijn het immers vooral die gemeenschap met Hem zullen hebben in de hemel. Een verdorven ziel is net zo ongeschikt voor een gezuiverde 106

Tenzij dat iemand_bw.indd 106

07-10-19 15:50


hemel als een vergankelijk lichaam voor een onvergankelijke heerlijkheid. Onze Heiland steeg niet op naar de hemel om bezitting te nemen van Zijn heerlijkheid tot Hij was opgestaan uit de dood. Zo kunnen ook wij de hemel niet binnengaan totdat we uit de zonde zijn opgestaan. Toen Jezus Christus ons gelijk werd, opdat Hij een barmhartige en getrouwe Hogepriester voor ons zou zijn (Hebr. 2:17) ‘[moest] Hij in alles den broederen […] gelijk worden’. Zo betaamt het ons dat wij aan Hem gelijkvormig gemaakt worden, opdat wij gepaste offers in de hand van onze Hogepriester mogen zijn. Opdat deze aan God opgedragen worden, zodat Hij er genoegen in neemt. De vader van de verloren zoon vergaf hem meteen toen de laatste terugkeerde. Maar voordat hij hem toegang gaf tot de vreugde van het huis deed hij diens kledingstukken uit die naar draf roken en liet hij hem andere kleding aantrekken. Er staat in de Bijbel van God dat Hij ‘ons nu tot ditzelfde bereid heeft’, katergázesthai (poetsen), opdat we geschikt zullen zijn om overkleed te worden met ons hemelse huis (2 Kor. 5:4-5). Als God gelukzalig is in Zijn natuur, kan de mens niet gelukzalig zijn in een natuur die tegengesteld is aan die van God. We kunnen immers niet verwachten dat we gelukkig kunnen zijn in een natuur waarin God – als Hij die zou hebben – nooit gelukkig zou kunnen zijn. Het is de heiligheid in God die Hem geschikt maakt om de hemel en de aarde te vullen met de stralen van Zijn heerlijkheid en het is een heilige natuur in ons, die ons geschikt maakt om Hem te ontvangen. Zonder heiligheid kon God niet heerlijk zijn in Zichzelf: ‘Heilig, heilig, heilig is de Heere der heirscharen; de ganse aarde is van Zijn heerlijkheid vol!’ (Jes. 6:3). Daarom kunnen we zonder heiligheid in onze natuur niet heerlijk zijn met God. We zijn niet meer geschikt voor de hemel in onze staat van nature dan een stuk beschimmeld vlees geschikt is om een ster te worden. In de hemel zijn er plichten om te doen en voorrechten om van te genieten. Het werk kan niet worden gedaan en de beloning kan niet worden ontvangen zonder een nieuwe natuur. Het verheerlijken van God en het genieten van Hem, dat is de heerlijkheid van de hemel. Hoe kunnen we het een doen of het ander ontvangen zonder de verandering van onze affecties? Kan God vrijwillig verheerlijkt worden door Zijn vijand of kan Zijn vijand verrukt zijn in het genieten van Hem?

107

Tenzij dat iemand_bw.indd 107

07-10-19 15:50


[1.] Wedergeboorte en een nieuwe natuur zijn noodzakelijk om de plichten van de hemel te kunnen uitvoeren De eeuwigheid kan ons niet bevrijden van onze plicht. Sommige plichten zijn essentieel voor een schepsel – in welke staat hij zich ook bevindt, andere vloeien alleen voort uit deze of gene staat van het schepsel. Verandert de staat, dan verandert de plicht die bij die staat hoort. Maar geen enkele plaats en staat kunnen een schepsel vrijstellen van die plichten die voor hem essentieel zijn als schepsel. Het is onmogelijk om een relatie te bedenken die niet een nieuwe schuld of nieuw werk bevat. Door elke verandering in de verhoudingen in de wereld ontstaat er een nieuwe plicht die de betreffende persoon voorheen niet had. De relatie die een wedergeboren mens hier op aarde heeft met God is dezelfde als die in de hemel, maar zij manifesteert zich daar in een hogere mate en zal een allerheerlijkst genoegen zijn. Er zal dus geen nieuwe plicht ontstaan, maar wel een nieuwe betrokkenheid ten aanzien van de werken die voor die plaats geschikt zijn. Zonder een verandering van de natuur is het voor geen enkel mens mogelijk (indien hij daar zou worden toegelaten) om de plichten van de hemel te vervullen. Heilig werk is lastig voor een natuurlijk mens hier en hoe hemelser het is, hoe walgelijker voor de verdorven natuur. Wat in geringe mate heilig was, was een sleur hier op aarde en wat in grotere mate heilig is, kan geen bevrediging zijn in de hemel voor wie in de oude staat is. Er zijn natuurlijke motieven voor sommige plichten op aarde en we vervullen die in ons onvermogen, bijvoorbeeld als het gaat om bidden. Maar de meer verheven plichten, zoals liefde, lofprijzing en aanbidding van God, daar is onze natuur afkeriger van. Welke plicht kan zonder wil worden uitgevoerd? De meeste theologen menen dat het geluk van de hemel evenzeer, zo niet meer gelegen is in de keuze van de wil dan in de overtuiging van het verstand. Als de wil niet vernieuwd wordt, welk vermogen is er dan om het werk dat vereist is voor die gelukkige staat uit te voeren? We moeten eerst hier rechtvaardig worden gemaakt voordat we hierboven volmaakt kunnen worden gemaakt: ‘De geesten der volmaakte rechtvaardigen’ (Hebr. 12:23). Rechtvaardig door een toegerekende gerechtigheid, heilig door een inwonende gerechtigheid, voordat we worden overgezet tot een staat van volmaaktheid. Zonder een volmaakte staat kan niemand de voortref108

Tenzij dat iemand_bw.indd 108

07-10-19 15:50


felijke plichten van de hemel vervullen en zonder gerechtigheid kunnen we boven niet volmaakt worden gemaakt. Vraag: Wat zijn de plichten van de hemel die niet kunnen worden uitgevoerd zonder een nieuwe natuur? Antw.: 1. Het bij God zijn. Dat is een werk dat we niet kunnen begrijpen in de staat hier beneden. De engelen staan voor God en wachten op Zijn bevelen. Zij doen wat God behaagt: ‘Zijn engelen! (…) die Zijn woord doet’ (Ps. 103:20). Gods wil wordt gedaan in de hemel alsook op aarde. De engelen voeren daden van aanbidding uit: Zij bedekken hun gezichten (Jes. 6). Hun wordt bevolen om de Heere Christus te aanbidden (Hebr. 1:6). Hun heiligheid maakt hen geschikt voor hun aanwezigheid bij God, daarom worden ze ‘de heilige engelen’ genoemd. Het is tegen de natuur van de duivels om zulke daden te doen als die waarvoor de engelen vanwege hun heiligheid geschikt zijn. Verheerlijkte zielen zullen zijn als de engelen van God in de hemel: ‘Maar zij zijn als engelen Gods in den hemel’ (Matth. 22:30). Gelijk aan de engelen in hun staat, want zij zijn engelen in de hemel; gelijk aan de engelen in hun werk, want zij zijn engelen van God, ze zijn bij God en dienen Hem (Dan. 7:10). Wat dat dienen is en wat het allemaal omvat, dat is niet gemakkelijk te zeggen. Is het gebruikelijk in deze wereld om een persoon van onder een heg op te rapen en hem onmiddellijk bij een vorst zijn opwachting te laten maken, zonder dat die persoon zich wast en zonder een andere gezindheid en gedrag bij hem te bewerken door goed onderwijs? God neemt sommigen plotseling op in de hemel om bij Hem te zijn, maar Hij stuurt Zijn Geest om hun leermeester te zijn, om hen op te voeden en hun misvormde zielen te sieren met mooie trekken, om hun verderfelijke en zieke zielen te genezen, zodat zij gereed zullen zijn om voor Hem te staan. Wanneer God iemand roept om Hem op een zekere plaats in de wereld te dienen,37 geeft Hij hem een ander hart. Zo deed Hij bij Saul toen deze koning werd (1 Sam. 10:9). Is hiervoor niet veel meer noodzaak als we plotseling geroepen worden om God in de hemel te dienen? Een boosdoener die vrijgesproken wordt, mag in de aanwezigheid van de vorst komen en hem aan zijn tafel dienen, maar hij is niet geschikt voordat 37.  Noot vertaler: ‘When God calls any to do him service in a particular station in the word.’ Ik vermoed dat we i.p.v. ‘word’ ‘world’ moeten lezen.

109

Tenzij dat iemand_bw.indd 109

07-10-19 15:50


zijn stinkende gevangeniskleren vol ongedierte uitgedaan worden. Kan iemand die niet vrijgesproken is en ook niet gewassen, iemand die de schuld van rebellie en een rebelse aard met zich meedraagt, geschikt zijn om voor God te staan? 2. Het beschouwen38 van God. Er zal een volmaakte kennis zijn en dus een heerlijk zien van God. De engelen aanschouwen Zijn aangezicht (Matth. 18:10), en wel altijd. De heiligen zullen Hem zien gelijk Hij is (1 Joh. 3:2). Het is geen dagdromen, maar het is intensief turen naar het gezicht van deze zon met een intens en verrukkelijk genot. Voor dit werk moet er zijn, Ten eerste, een verandering van oordeel. Het oog moet worden hersteld. Net zomin als een blind oog de zon kan bekijken of een wazig oog in de kern ervan kan turen zonder dat het waterig wordt, net zomin kan een blind verstand God zien. Het gaat namelijk niet om het zijn in de plaats van de hemel, maar om het hebben van een vermogen dat ons verheft tot de kennis van Hem. Dingen die lichamelijk zijn, kunnen niet de dingen die geestelijk zijn kennen. We kunnen in ons kwetsbare lichaam het gezicht van een engel niet zien en zijn natuur niet begrijpen. Veel minder kunnen we in onze doodstaat – we zijn geestelijk gezien volledig dood – het aangezicht van God zien. Dat gaat immers alle geschapen wezens te boven, meer dan geestelijke schepselen de zintuigen te boven gaan. In de hemel zullen de heiligen Hem ‘kennen gelijk ook ik gekend ben’ (1 Kor. 13:12), volmaakt, voor zover het vermogen van een schepsel reikt. Heeft God schellen op Zijn ogen? Weet Hij niet volmaakt wat Hij weet? Zo zullen ook de verheerlijkte heiligen zijn. Maar als een natuurlijk mens werd toegelaten in de hemel, wat voor vooruitzicht kon hij dan hebben met een blind verstand? Mensen onder de bediening van het Evangelie kunnen het Koninkrijk van God niet zien, zelfs niet als ze zich daarin bevinden, zonder een nieuwe geboorte. Zo kunnen zij ook het Koninkrijk van God niet zien in de hemel zelf zonder een nieuwe natuur te hebben. En als u het niet ziet, kunt u het al helemaal niet genieten. Ten tweede moet er een verandering van de wil zijn. Mensen houden er niet van om aan God te denken als Hij aan hen geopenbaard wordt 38.  Noot vertaler: ‘contemplation’, houding waarbij iemand ontvankelijk is om zich te laten doordringen door een geestelijk onderwerp, bijv. God, Jezus, een Bijbeltekst.

110

Tenzij dat iemand_bw.indd 110

07-10-19 15:50


door het donkere, maar aangename raam van de natuur (Rom. 1:20). De apostel spreekt daar over de heidenen en de meest wijzen van hen, hun filosofen. Zij hielden zich wel graag met de beschouwing van de natuur bezig, maar niet met het beschouwen van God in de natuur. Veel minder zullen ze Hem op prijs stellen als Hij Zich openbaart omgeven door het licht van heiligheid. Ons gebrekkige oog is te zwak om met enige vreugde het beeld van de zon door een raam of in een emmer water te zien. Nog veel meer zal het te zwak zijn om ernaar te staren als het helder is aan het firmament. Als we er geen genoegen in hebben om God hier op aarde te kennen, welk genoegen en welke geschiktheid kunnen we dan in deze staat hebben om hierboven naar Hem te kijken? Laat me een vraag stellen aan u: Heeft u genoegen in het onderzoeken van Wie God is? Wat is dan de reden dat in uw vrije tijd, wanneer u niets te doen heeft, uw gedachten niet op Hem zijn gericht? Wat is de reden dat als een stemmetje in u zegt om uw gedachten op Hem te vestigen, u dat spoedig wegwuift als een vervelende vriend? Terwijl u een lichte, vrolijke gedachte met blijdschap toelaat en daaraan – en niet aan dat stemmetje – gehoor geeft? Kan zo’n gezindheid geschikt zijn voor de hemel? Immers, door de aderen van verheerlijkte zielen stroomt niets dan gedachten aan God. De natuurlijke mens acht het geheim van Gods heerlijkheid, dat in het Evangelie wordt onthuld, slechts dwaasheid en neemt39 het daarom niet aan (1 Kor. 2:14). Dan is het logisch dat Gods heerlijkheid, zoals die hierboven wordt geopenbaard, niet op grotere waarde wordt geschat. Tenzij zowel het oordeel als de wil worden veranderd. Die moeten hier beneden geestelijk onderscheiden zijn en niet minder geestelijk onderscheiden hierboven. Het zwakke en waterige oog moet worden genezen door een krachtig medicijn voordat het kan staren op het licht van de zon of zich kan verheugen in de heerlijkheid daarvan. 3. De liefde. Liefde is een genade die de kloof tussen ons en de hemel helemaal overbrugt. Zij leidt ons niet alleen tot de buitenwijken, maar tot in het centrum van de hemel. Terwijl andere genaden ons alleen naar de poorten leiden en dan afscheid van ons nemen, omdat ze geen connecties met de hemel zelf hebben. ‘De liefde vergaat nimmermeer’ (1 Kor. 13:8). 39.  Noot vertaler: Charnock heeft: ‘if the discovery of God’s glory in the gospel is (…) not received’ (… niet aangenomen).

111

Tenzij dat iemand_bw.indd 111

07-10-19 15:50


Echt, liefde is zo’n essentiële plicht op elke plaats waar we zijn, dat we moeten concluderen dat God ons als Zijn schepselen niet kan vrijstellen van die plicht. God is oneindig goed en daarom oneindig vriendelijk en genadig voor Zijn schepselen. Daarom zou het onrechtvaardig zijn en niet in overeenstemming met de hoogste goedheid als Hij het schepsel zou verbieden om genegenheid te hebben voor datgene wat oneindig voortreffelijk is en om dankbaarheid te hebben richting de Weldoener. En dat laatste kan alleen worden betaald in liefde. Welnu, we moeten God in de hoogste mate liefhebben, maar door elke nieuwe genade zijn we opnieuw verplicht om Hem onze genegenheid te geven. Dus wanneer wij de helderste stralen van Gods liefde ontvangen, die over ons worden afgeworpen vanuit de hemel, zijn we ook des te meer verplicht om Hem lief te hebben. Zowel voor Zijn voortreffelijkheid, die in de hemel beter zichtbaar zal zijn, als voor Zijn liefde, die meer voelbaar zal zijn. Nu, kan het hart van een natuurlijk mens God aankleven? Kan dat het huis van zijn vader vergeten en volledig in beslag worden genomen door de voortreffelijkheid van de Schepper? Kan hij die op aarde meer het werelds genot liefhad dan God (2 Tim. 3:4) in de hemel God meer liefhebben dan aards genot, zonder dat zijn ziel veranderd is? Nee! Het hart moet eerst door God besneden worden, voordat we God met heel ons hart kunnen liefhebben (Deut. 30:6). Als wij hier niet onderworpen zijn aan de wet van God, hoe kunnen we dan onderworpen zijn aan de liefde van God – de wet van de hemel? Hoe kunnen we God aankleven zonder liefde of Hem genieten zonder vreugde? Geen mens in zijn natuurlijke staat kan in de hemel blijven, want hij heeft de Persoon niet lief Wiens aanwezigheid alleen de hemel tot de hemel maakt. Hoe kunnen we op God lijken wat betreft onze affecties zonder dat we overeenstemmen met Zijn heiligheid? Voortreffelijke liefde en een tegendraadse wil, een overheersende vreugde zonder rechtschapen hart, liefde tot God zonder afkeer van de zonde, vurige liefde met een onstuimige lust: dat zijn allemaal tegenstellingen. Hij die God haat, kan niet de belangrijkste taak van de hemel vervullen; en daarom, wat zou hij er moeten doen? 4. Het loven van God. Als een reine engel niet geschikt is voor zo’n verheven plicht, hoe ongeschikt is dan een onreine ziel? De woorden 112

Tenzij dat iemand_bw.indd 112

07-10-19 15:50


van de engelen: ‘Heilig, heilig, heilig is de Heere der heirscharen40!’ (Jes. 6:3), kunnen nooit de woorden van een natuurlijk mens zijn. Hoe zou hij datgene moeten prijzen wat hij haat? Wat zijn de woorden van de verheerlijkte heiligen? Het is ‘hallelujah’: ‘de zaligheid en de heerlijkheid en de eer en de kracht zij den Heere onzen God’ (Openb. 19:1). En opnieuw zeggen ze ‘halleluja’ in vers 3 en 6: ‘Halleluja, want de Heere, de almachtige God, heeft als Koning geheerst.’41 Niets dan viermaal ‘halleluja’, vs. 1, 3, 4, 6. Hoe kan dat hart ‘hallelujah’ roepen dat vol is van afgunst richting Hem? Hoe kan hij de eer van God verheffen die altijd blij was om deze te schenden? Hoe kan hij zich verheugen over de heerschappij van de Heere die niet één begeerte door Diens macht liet onderwerpen? Hoe kan een natuurlijke mens in zijn oude staat ooit worden opgetild zodat hij geschikt is voor zo’n inspanning als het loven van God? Immers, ‘uit den overvloed des harten spreekt de mond’. De tong kan nooit omgevormd worden om God te prijzen terwijl het hart boos is. Onze gezegende Heiland moet in ons verheerlijkt worden, voordat Hij door ons verheerlijkt kan worden (2 Thess. 1:10, 12). Als een mens in zijn oude natuurlijke staat ongeschikt is voor dit hemelse werk, hoe ongeschikt zijn dan hun tongen om Zijn lof te vertellen? Die zijn immers altijd gevuld met verwijten richting God. En hoe kunnen hun oren het verdragen om anderen God te horen prijzen, als ze nooit gekwetst zijn als ze godslastering horen? Als ze werden toegelaten tot dit hemelse concert, zouden ze er nooit vreugde in vinden. Nee, hun vijandschap tegenover dit werk staat het hun niet toe om daar te zijn. De rook van zuivere wierook verdrijft een varken eerder uit de kamer dan dat die hem uitnodigt om er te blijven. [2.] De nieuwe geboorte is noodzakelijk, niet alleen om de plichten van de hemel te kunnen uitvoeren, maar ook om de beloning van de hemel te ontvangen Omdat de beloning oneindig heerlijk is, moet de voorbereiding daarop oneindig vanuit de genade zijn. De beloningen van de hemel zijn in ons opgenomen, ingelegd in onze ziel. Ze kunnen geen vreugde verschaffen 40.  Noot vertaler: Charnock heeft: ‘Lord God’ (Heere God). 41.  Noot vertaler: Charnock heeft: ‘for the Lord God Omnipotent reigneth’ (want de Heere God, de Almachtige, regeert).

113

Tenzij dat iemand_bw.indd 113

07-10-19 15:50


zonder dat de staat van de ontvanger veranderd is. De mens kreeg van God eerst zijn vorm voordat hij in de tuin van Eden of van vreugde werd gebracht, Gen. 2:8. Daar plaatste God de man die Hij had geschapen. De mens moet opnieuw gevormd worden voordat hij op die plaats kan worden gebracht die het beeld is van Eden, de plaats van het eeuwig en geestelijk genoegen. Een natuurlijk mens kan niet meer genieten van de beloningen van de hemel dan een dood skelet een kroon en een purperen gewaad kan waarderen. En een skelet kan zich niet meer verheugen in het ware genot van de hemel dan een varken, dat ervan houdt zich te wentelen in de modder, blij kan zijn met een bed van rozen. Met een ontregelde natuur kunt u geen deel hebben aan alle geluk dat bij die natuur hoort. Een ziek lichaam, dat geteisterd wordt door een kwaal, kan geen genoegen hebben in het plezier van degenen die gezond zijn. Een goddeloos man in wiens hoofd zonde en lust golft en schuimt (Jes. 57:20), zou in de hemel niet meer vrede vinden dan een man met uitgerekte ledematen op een pijnbank zou kunnen krijgen door de schoonheid van een schilderij. We moeten geestelijk gezind zijn voordat we leven of vrede kunnen hebben (Rom. 8:6). Een rechtvaardige ziel te hebben is noodzakelijk om deel te hebben aan de vrede en blijdschap in het Koninkrijk van God: ‘Want het Koninkrijk Gods is niet spijs en drank, maar rechtvaardigheid en vrede en blijdschap door den Heiligen Geest’ (Rom. 14:17). Als de duivel werd toegelaten tot de hemel terwijl zijn natuur boos zou blijven, dan zou hij kwelling ontvangen in plaats van voldoening. Zolang een goddeloos mens zijn oude aard meedraagt zou het voor hem ook midden in de hemel als in de hel zijn. De lusten koken en woeden in zijn hart. Zij kunnen niet vergenoegd zijn zonder voorwerpen die geschikt voor hen zijn, in welke plaats ze zich ook bevinden. De hemel is immers niet alleen een plaats, maar een staat. Blij te zijn met een natuur die tegengesteld is aan het diepste wezen van geluk, dat is een innerlijke tegenstrijdigheid. Het genot en de beloning van de hemel is: Ten eerste, een volmaakte gelijkenis met God en Christus. Dit is het grote voorrecht van de hemel. De apostel is hier net zo zeker van – hoewel hij de bijzonderheden niet kent – als van het gevolg van de wedergeboorte en het kindschap van God. Het is de volledige voorbereiding op het za114

Tenzij dat iemand_bw.indd 114

07-10-19 15:50


ligmakende aanschouwen van God: ‘Nu zijn wij kinderen Gods, en het is nog niet geopenbaard wat wij zijn zullen. Maar wij weten dat als Hij zal geopenbaard zijn, wij Hem zullen gelijk wezen; want wij zullen Hem zien gelijk Hij is’ (1 Joh. 3: 2). Hij lijkt te suggereren dat wij Hem nooit gelijk kunnen zijn wanneer Hij verschijnt en ook nooit kunnen worden toegelaten om Hem te zien, tenzij wij nu, hier op aarde, kinderen van God zijn. Zoals Christus Zich zonder smet aan God voorstelde toen Hij het fundament legde voor onze verlossing, zo presenteert Hij Zijn volk ‘zonder vlek of rimpel’42 wanneer Hij de laatste steen van de verlossing legt, namelijk bij onze verheerlijking (Ef. 5:27). Welnu, zoals we terwijl we hier wandelen niet als Christus kunnen zijn zonder een nieuwe geboorte, zo kunnen wij zonder die ook niet gelijk zijn aan Christus in de heerlijkheid hierna. Het is niet de plaats die ons gelijk maakt aan God, nee, er moet een gelijkenis met God zijn om de plaats aangenaam voor ons te maken. Toen de natuur van de engelen verdorven was geraakt, beviel het korte verblijf dat ze in de hemel hadden hun niet en het veranderde hen ook niet. Toen satan voor God verscheen, te midden van de engelen (Job 1:6), hebben noch Gods aanwezigheid noch Gods woorden, hem ook maar iets beter gemaakt. Hij kwam als duivel en hij vertrok als zodanig zonder enige vreugde te hebben in het daar aanwezig geweest te zijn, maar om zijn boosaardigheid op de heilige Job te richten – met toestemming van God. Ongelijk te zijn aan God is de ellende van het schepsel. Het is daarom onmogelijk dat de ziel tot een gezegende toestand kan komen terwijl zij in haar oude staat blijft. Het is namelijk een innerlijke tegenstrijdigheid om te denken dat u het geluk kunt genieten terwijl u tegengesteld bent aan en gescheiden bent van de fontein van het geluk: ‘Zie, die verre van U zijn, zullen vergaan’ (Ps. 73:27). Hier beneden moeten we door het geloof, door het aanschouwen van de heerlijkheid van de Heere door de bril van het Evangelie ‘veranderd worden naar Gods beeld’, voordat we ‘veranderd worden naar Zijn heerlijkheid’ (2 Kor. 3:18). Door heilige daden alleen kunnen wij niet op God lijken, ook al hadden we er evenveel gedaan als alle heiligen in de wereld ooit gedaan hebben wat betreft de daden op zich, los van het uitgangspunt en het doel. De reden daarvan 42.  Noot vertaler: Charnock heeft: ‘without blemish to God’ (zonder smet ten opzichte van God).

115

Tenzij dat iemand_bw.indd 115

07-10-19 15:50


is dat God niet alleen heilig is in Zijn daden, maar ook in Zijn natuur. Daarom moeten niet alleen onze daden in materieel opzicht goed zijn, maar we moeten ook een heilige natuur hebben die overeenstemt met de heiligheid van God. Anders lijken we niet op Hem en zullen we dat ook nooit doen. Ten tweede is het genieten van God een voorrecht van de hemel waarvan de voorwaarde is dat we op Hem lijken. God is voor eeuwig het deel van verheerlijkte zielen. Uit Hem leven ze. Hij is de Rotssteen van hun harten (Ps. 73:25, 26). Niemand dan God in de hemel is het hoofddoel van hun liefde en vreugde. De aanwezigheid van God geeft ‘verzadiging der vreugde’ (Ps. 16:11). Zijn genade en het licht van Zijn heerlijk aangezicht vormen de hemel en het geluk. Dus niet de hemel als plaats, maar het aangezicht van God. Zijn ongenoegen doet de hel ontvlammen, terwijl Zijn glimlach van elke plaats een hemel maakt. Nu kan iemand in zijn oude natuur geen vriendelijke blik van God ontvangen, want omdat Hij oneindig heilig is, moet Hij onheiligheid haten. Omdat Hij oneindig waar is, moet Hij onwaarheid haten. Omdat het onmogelijk is dat een mens waarheid en onwaarheid, gerechtigheid en ongerechtigheid tegelijkertijd evenveel liefheeft, kan een onreine natuur niet gelukkig zijn, tenzij God veranderlijk is. God kan niet glimlachen naar de oude Adam of Hij moet Zichzelf haten. Hoe kan een goddeloze nu blij zijn met Gods aanwezigheid? Hoe kan hij genieten van de gemeenschap met God terwijl hij daar nooit van gehouden heeft? Hebben we van nature warme gevoelens als we aan God denken? Als er een hemels verlangen bij ons opkomt, verstijven we dan niet in een steenachtige doodsheid? Ontstaan bij ons niet ontzettend snel zondige verlangens naar dingen waar we van houden? Als de levende God Zich aan ons openbaart, laten wij dan niet onze gezichten hangen? Onze vreugde neemt vleugels en vliegt weg. Als we zo’n vijandschap hebben tegen Zijn wet – slechts een afdruk van Zijn heiligheid – dan moet onze vijandschap tegen Zijn volle heiligheid – het origineel – nog veel groter zijn. Vandaar dat in de Schrift wordt gezegd dat mensen ‘weigerden te wandelen in Zijn wet’43 (Ps. 78:10); ‘Uw wet verlaten’ (Ps. 119:53); ‘wijken verre van Uw wet’ (Ps. 119:150). Als de zon verschijnt, verdwijnt de 43.  Noot vertaler: Charnock heeft: ‘refuse his law’ (Zijn wet weigeren).

116

Tenzij dat iemand_bw.indd 116

07-10-19 15:50


duisternis. Nog eerder vlucht iemand in zijn oude staat voor de heerlijke en heldere openbaring van God. Een massa van zwarte duisternis en een immense lichtbol zouden net zo snel samengevoegd kunnen worden als dat er een hechte vriendschap tussen God en een onvernieuwde zondaar zou kunnen ontstaan. God is Licht en er is geen duisternis in Hem (1 Joh. 1:5); de mens echter is pure duisternis alsof er zich niets anders in zijn verdorven aard bevindt (Ef. 5:8). Als er dus sprake is van onenigheid, tegenstrijdigheid en onwil aan beide zijden, hoe kan er dan een aangename harmonie tot stand komen? Als God een mens met zijn verdorven natuur in de hemel zou brengen, dan zou God Zelf er geen vreugde in kunnen vinden en die mens ook niet. Net zomin als een varken blij kan zijn met de aanwezigheid van een engel, een mol zich kan vermaken met bloemen of een slecht oog met helder licht. Willen we genoegen hebben in de omgang met God, dan zouden we van Hem een God moeten maken zoals we Hem in onze natuurlijke fantasie voorstellen en Die op ons lijkt. Conclusie: onze staat moet veranderd worden voordat we Hem kunnen behagen en in Hem genoegen kunnen vinden. Zolang we in onze zondige staat blijven zijn we bang voor Zijn aanwezigheid. En angst is een affectie die niet past bij geluk. Ten derde hoort het gezelschap van de heiligen bij de gelukzaligheid van de hemel. Het aanzitten met Abraham, Izaäk en Jakob in het Koninkrijk der hemelen (Matth. 8:11) en het praten met hen als op een feest maakt deel uit van die gelukzaligheid. Het samenkomen van ‘de vele duizenden der engelen;44 tot de algemene vergadering en de gemeente der eerstgeborenen’ (Hebr. 12:22-23) is niet het minste onderdeel van dit geluk. Maar welke vreugde heeft iemand die omringd wordt door een gezelschap dat hij helemaal niet liefheeft? Iedereen van dat gezelschap is heilig en hij heeft een afkeer van heiligheid. Een natuurlijk mens houdt hier op aarde nooit van heiligheid als zodanig. Hoe mooier het beeld van God zich in iemand vertoont, des te meer is het een last voor veel mensen om met zo iemand om te gaan. Maar hoe meer iemand rechtvaardigheid mist, hoe meer mensen het verdragen om met zo iemand om te gaan. Als u een hekel hebt aan een lage mate van heiligheid in andere mensen, 44.  Noot vertaler: Charnock heeft: ‘innumerable company of angels’ (ontelbaar gezelschap van engelen).

117

Tenzij dat iemand_bw.indd 117

07-10-19 15:50


hoe kunt u dan volmaakte heiligheid verdragen? De goedheid van vernieuwde mensen is nog vermengd met slechtheid en zij is nog duister. Ze is slechts een zwakke flikkering van de heerlijkheid van de hemel. Als u deze goedheid ongewenst vindt, hoe kunt u dan de glans ervan verdragen? Bovendien, verheerlijkte heiligen kunnen dan niet de minste omgang hebben met u! Als uw vleselijke staat hier op aarde een aanstoot voor hen is, als ze nog veel overgebleven verdorvenheid hebben, hoeveel te meer moet dat hierboven op de plaats van de heerlijkheid dan het geval zijn. Immers, hoe heiliger iemand is, hoe meer hij een hekel heeft aan datgene wat tegengesteld is aan die heiligheid. Hoe meer we voldaan zijn met iets, hoe meer we walgen van het tegenovergestelde. Hier op aarde heeft de Heere alle dwaasheid in de harten van de heiligen weggenomen en hierboven heeft Hij in de verheerlijkte heiligen de afkeer van onheiligheid volkomen gemaakt. Er moet dus een verandering in de heiligen plaatsvinden om genoegen in u te kunnen hebben of een verandering in u, om genoegen in hen te hebben. Of zij moeten terugkeren naar de staat van de oude Adam om voldoening in u te kunnen hebben, of u moet de staat van de nieuwe Adam krijgen en opnieuw geschapen worden naar hetzelfde beeld, voordat de heiligen genoegen in u kunnen hebben. Stel dat iemand toegelaten wordt tot de hemel met een oude natuur, dan kan hij daar niet blijven, want óf de heiligen moeten de hemel verlaten óf hij. Licht en duisternis kunnen niet met elkaar overeenstemmen, wat de een gelukkig maakt, kan de ander niet gelukkig maken. De heiligen zullen de hemel niet verlaten, want hij is hun erfdeel; hij is voor hen bereid en zij voor de hemel. Welnu, een natuurlijk mens moet de hemel wel verlaten, want deze is nooit voor hem klaargemaakt en hij is er ook niet geschikt voor. Ten vierde, zonder een nieuwe en hemelse natuur is het onmogelijk om in die staat geestelijke vreugde te genieten. ‘In Uw licht zien wij het licht’, ‘Gij drenkt hen uit de beek Uwer wellusten’45 en ‘zij worden dronken van de vettigheid Uws huizes’ (Ps. 36:9-10). Welnu, is dit een vleselijke verzadiging? Zijn de genoegens van God vleselijk of geestelijk? Gods 45.  Noot vertaler: Charnock heeft: ‘In the light of God they see light,’ and they ‘drink of the rivers of God’s pleasures,’ (‘in het licht van God zien zij het licht’ en zij ‘drinken van de rivieren van Gods vreugden’).

118

Tenzij dat iemand_bw.indd 118

07-10-19 15:50


vreugde zal de vreugde van de verheerlijkte zielen zijn. Hoe kan onze vuile oude gezindheid geschikt zijn voor geestelijke vreugde? Het vlees kan alleen maar genieten van de dingen van het vlees. We hebben een ander gehemelte nodig om te kunnen genieten van de dingen van de Geest: ‘Die naar het vlees zijn, bedenken wat des vleses is; maar die naar den Geest zijn, bedenken wat des Geestes is’ (Rom. 8:5). phronousin betekent proeven of genieten. Er moet een algehele verandering plaatsvinden door de vernieuwing van ons gemoed (Rom. 12:2) – het gehemelte van de ziel – voordat we kunnen weten wat de wil van God is of kunnen proeven wat de vreugde van God is. Zonder dat kunnen we niet meer genieten van de vreugde van God dan we Zijn wil kunnen kennen. Al onze voldoening is niet het gevolg van de intrinsieke voortreffelijkheid van een voorwerp of van de schoonheid van een plaats of van een kracht in iets die ons aantrekt, maar van een vermogen dat helemaal op het voorwerp is afgesteld en dat overeenkomt met het verstand en de wil. Dieren kunnen niet blij zijn met verstandelijke genoegens, omdat ze het vermogen daarvoor missen. Dwazen kunnen dat ook niet, omdat hun vermogen niet goed is afgesteld. Alleen reinheid van het hart doet ons zuivere vreugde smaken: ‘Alle dingen zijn wel rein den reinen, maar den bevlekten en ongelovigen is geen ding rein’ (Tit. 1:15). Als het gehemelte ontstoken is, bederft dat het vlees en verbittert het datgene wat zoet is. Het vuile sap moet eruit voordat het gehemelte de zoetheid van het voedsel weer kan proeven. Natuurlijke mensen kunnen vanwege de onreinheid van hun natuur niet genieten van de geestelijke vreugde die het Woord, het gebed en andere heilige plichten opleveren. Hoe kan iemand dan in zo’n staat geschikt zijn voor de genoegens van de hemel, die de vreugde in de plichten net zoveel te boven gaat als de zon een ster in helderheid overtreft? De beste onwedergeboren mens is verzonken in lichamelijk genot, hij wordt daardoor opgeslokt. Wat voor overeenstemming kan er zijn tussen geestelijke vreugde en het verzot zijn op lichamelijk genot? Echte vreugde en daaraan tegengestelde verlangens kunnen nooit samengaan. Een vleselijk mens heeft geen idee van geestelijke vreugde; hij komt niet verder dan zinnelijke vreugde. En als hij die geestelijke vreugde niet begrijpt, hoe kan hij er dan in zijn wil toe aangetrokken worden of hoe kan hij er genegenheid voor hebben? Zonder een nieuwe natuur, een 119

Tenzij dat iemand_bw.indd 119

07-10-19 15:50


nieuwe gezindheid, zijn we niet meer in staat om de vreugde van de hemel te begrijpen of te genieten dan een vleermuis plezier kan hebben in een wiskundige kwestie of in filosofische boeken. Hoe kan God iemand gelukkig maken tegen diens wil in: immers, alle vreugde bestaat uit overeenstemming tussen de wil en het voorwerp. Het hele schema van de hemel moet worden veranderd om mensen gelukkig te maken van wie de gezindheid niet geschikt is voor de hemel in zijn huidige staat. Het heldere wandtapijt van de hemel moet worden neergehaald en vervangen worden om een slechte natuur te behagen.

Toepassing 1. Lessen uit het feit dat wedergeboorte absoluut noodzakelijk is Als wedergeboorte beslist noodzakelijk is om echt uit het Evangelie te kunnen leven en om de eeuwige heerlijkheid in de hemel te kunnen genieten, dan laat dit ons zien: 1. De diepe verdorvenheid van de menselijke natuur Hoezeer de natuur van de mens verdorven is, want anders was het niet noodzakelijk om wedergeboren te worden. Er was geen reden te bedenken waarom onze gezegende Heiland zo sterk moest aandringen op de noodzaak ervan. Als de natuur van de mens nog in zijn oorspronkelijke staat was, zou hij God behagen, want hij maakt deel uit van Zijn eigen schepping. Maar door onze natuurlijke geboorte zijn we vlees. Om gelukkig te worden moeten we daarom geestelijk worden door een tweede geboorte. Het is geen herstellen, geen repareren of oplappen, maar een nieuwe geboorte. Door de zonde zijn we net zo ver van God en genade verwijderd als de dood van het leven en als niets van iets. Het is geen schijndood, maar een zekere dood. God voorzei het Adam: ‘Maar van den boom der kennis des goeds en des kwaads, daarvan zult gij niet eten; want ten dage als gij daarvan eet, zult gij den dood sterven’ (mimmennū mōwṯ, Gen. 2:17). Ik neem aan dat hier beslist geen lichamelijke dood is bedoeld (zoals ik al gezegd heb), maar een dood van zijn oprechtheid en van zijn rechtschapen aard, als straf op deze daad van ongehoorzaamheid. De reden is dat er op dat moment geen tijdelijke dood volgde. En God is immers stipt wanneer hij een tijd vaststelt voor een straf, zoals hij hier deed: ten dage, op dat moment zult u sterven. Als God een tijdelijke dood had bedoeld, dan was 120

Tenzij dat iemand_bw.indd 120

07-10-19 15:50


Adam op dat moment overleden. Toen God Farao dreigde: morgen zal er zo’n plaag komen, gebeurde het ook echt. De verwoesting van Ninevé had na veertig dagen ook plaatsgevonden als de stad zich niet had bekeerd. Als God in die bedeling barmhartigheid of bevrijding beloofde, was het zeker dat het werd uitgevoerd: even op denzelfden dag, aan het einde van de bepaalde tijd kwamen de Israëlieten uit Egypte (Ex. 12:41). En hoewel God Hizkia met de dood bedreigde en hem beval om zijn huis op orde te brengen, bepaalde Hij toch geen tijd (Jes. 38:1). Bovendien was een tijdelijke dood niet nodig voor zijn straf; God had zowel lichaam als ziel in de hel kunnen werpen. Daarnaast was een tijdelijke dood of de dood van het lichaam bepaald als een straf op zijn zonde nadat het zaad beloofd was (Gen. 3:19). Deze straf kwam boven op de andere straffen, namelijk het eten van zijn brood in het zweet van zijn aanschijn en de pijn van de bevruchting en het baren bij vrouwen. Dat alles moest Adam in zijn verloste staat herinneren aan zijn zonde. Daarom vraag ik me af of daar een tijdelijke dood of het ervaren van afkeer daarvan bedoeld is. Ik denk dat het daar om een geestelijke dood, de dood van Adams rechtvaardige natuur gaat. Het is een zekere dood, een machtig gemis, het verlies van een edele staat, van schitterende rechtschapenheid. We mogen wel huilen, net als de profeet elders doet: ‘Hoe zijt gij uit den hemel gevallen, o morgenster, gij zoon des dageraads! Hoe zijt gij ter aarde nedergehouwen’ (Jes. 14:12)! Hoe is onze schoonheid niet alleen beschadigd, maar veranderd in misvormdheid! Hoe vreselijk zijn we gevallen! Niet alleen zijn we kreupel geworden, maar zelfs dood, zodat we niet meer kunnen opstaan, net als iemand die gevallen is! We zijn zo ongelooflijk veranderd ten opzichte van wat we waren dat we niet kunnen worden hersteld zonder opnieuw geschapen te worden, zonder een nieuwe geboorte. O, dat we dat echt zo zagen! Sta mij toe om te zeggen dat – hoewel de val de oorzaak is van al onze ellende – het grondig overwegen en het gevoel ervan de eerste stap is naar ons hele geluk. En we kunnen de omvang ervan alleen volledig zien als we dit leerstuk, namelijk de noodzaak van de wedergeboorte, beschouwen. 2. Onwetendheid in de wereld wat betreft dit leerstuk Als wedergeboorte zo noodzakelijk is, hoezeer is dan de onwetendheid in de wereld wat betreft dit leerstuk te betreuren! En vreemd en triest is het dat er zo weinig aan gedacht wordt. Iedereen heeft het over het 121

Tenzij dat iemand_bw.indd 121

07-10-19 15:50


dienen van God en het beteren van het leven, maar wie heeft het over de noodzaak van een nieuwe natuur? Het is triest dat, wanneer een leerstuk zo duidelijk is, de mensen zo dom zijn en zichzelf daardoor te gronde richten. Dat ze hier zo domweg onwetend over zijn, terwijl ze Bijbels in hun handen en huizen hebben, maar dit leerstuk niet begrijpen: het grote doel zelfs waarvoor God de Schrift aan de mensen schonk. Het is een schande om deze grote en noodzakelijke waarheid niet te kennen. Zoals de apostel elders zegt: ‘Sommigen hebben de kennis Gods niet. Ik zeg het u tot schaamte’ (1 Kor. 15:34). Hoe vreemd en grof klinkt dit leerstuk in de oren van de vleselijke wereld, die zich erover verbaast, zoals Nicodemus deed toen hij de woorden van onze Heiland hoorde. De mensen vinden heel ons spreken erover onzin van geestdrijvers! Het is alsof we in gelijkenissen spreken. Het is alsof u over astronomie spreekt met iemand met een verstandelijke beperking, of alsof u over theologie spreekt in het Arabisch met iemand die alleen zijn moedertaal begrijpt. Hoe weinig beseft de wereld dat wedergeboorte noodzakelijk is! De mensen verwachten dat Christus hun ellende in heerlijkheid verandert zonder hun harten te veranderen en hun zielen er geschikt voor te maken. Zo zal het echter nooit gebeuren. Zij vinden het genoeg dat Christus in de schoot van de maagd werd verwekt, zonder dat Hij opnieuw in hun ziel wordt geboren. Net zoals de arme Joden vandaag de dag een Messias verwachten, niet om de staat van hun ziel te veranderen, maar de staat van de wereld, niet om hun zielen te onderwerpen, maar om de volkeren te veroveren en aan hen te onderwerpen. Hoezeer moeten we over de dwaasheid van de mensen treuren! 3. Christelijke ouders moeten alles in het werk stellen om hun kinderen wedergeboren te laten worden Als wedergeboorte zo absoluut noodzakelijk is, moeten christelijke ouders alles in het werk stellen om hun kinderen wedergeboren te laten worden. Het is niet noodzakelijk dat zij grote landgoederen hebben en groots in de wereld leven, maar het is noodzakelijk, zeer noodzakelijk dat zij nieuwe schepselen zijn en op geestelijke wijze leven. Door het eerste aan uw kinderen na te laten, laat u slechts de aarde voor hen na; door het andere aan hen na te laten, draagt u de hemel aan hen over. Er rust een verplichting op u. Hun oude, vervuilde natuur is immers afkomstig van u door de voortplanting. Maak het weer goed voor hen door u ervoor in 122

Tenzij dat iemand_bw.indd 122

07-10-19 15:50


te spannen dat genade uit hen voortspruit doordat u hun geestelijk onderwijs geeft. U hebt hen tot kinderen van de toorn gemaakt, waarom spant u zich niet in om hen kinderen van God en erfgenamen van de hemel te maken? De opvoeding zelf zal deze edele vrucht niet voortbrengen en ook niet het horen van het Woord of uiterlijke middelen van genade. Op eigen kracht kunnen ze geen genade voortbrengen, maar toch zegent de Geest deze middelen vaak en overvloedig. En ik twijfel er niet aan dat bij een groot aantal wedergeborenen de eerste zaden in hen werden gezaaid door een godsdienstige opvoeding! Dit heb ik namelijk bij velen waargenomen. Timotheüs had een godsdienstige opvoeding gehad, zowel van zijn moeder als van zijn grootmoeder. Toch vernieuwde dit hem niet, want Paulus was door de prediking van het Evangelie het instrument daarvan. Paulus noemt Timotheüs ‘mijn oprechten zoon in het geloof ’46 (1 Tim. 1:2). Maar zonder twijfel heeft de godsdienstige opvoeding van Timotheüs dit werk erg vergemakkelijkt. Doe daarom al het mogelijke om uw kinderen te overtuigen van de noodzaak van een nieuwe geboorte. Ga ernstig met hen om, tot u die ziet ontstaan. Dan zullen ze u niet vervloeken omdat u hen als schepselen hebt voortgebracht, maar u zegenen omdat u de instrumenten van hun geestelijk leven bent. 4. Al het andere is zonder wedergeboorte ontoereikend om ons in staat te stellen het Koninkrijk van God binnen te gaan 1. Kennis Grote kennis is niet voldoende en natuurlijke kennis ook niet. Als iemand alle wijsheid van Salomo zou hebben, dan zou hij weliswaar alles in de natuur precies kunnen meten, van de hoogste ster tot het kleinste insect. Dat zou hem echter niet geschikter voor de hemel maken dan een steen in het hoofd van een pad zijn giftige natuur verdrijft. Wij hebben meer overblijfselen van Adams natuur in onze kennis dan in onze gerechtigheid. Een filosoof, arts of staatsman te zijn is niet essentieel om gelukkig in deze wereld te zijn, veel minder kan het een mens voorbereiden op de gelukzaligheid van de andere wereld. Maar genade is net zo essentieel 46.  Noot vertaler: Charnock heeft: ‘his own son in the faith’ (zijn eigen zoon in het geloof).

123

Tenzij dat iemand_bw.indd 123

07-10-19 15:50


als natuurlijke warmte en vocht zijn voor het leven van een mens. Jezus Christus kwam niet om ons natuurwetenschappers te maken, maar om ons zodanige kennis te geven die nodig is voor de eeuwige gelukzaligheid en om ons een vernieuwende bron te geven die ons geschikt maakt voor de hemel. Kennis en wijsheid zijn enkele van de mooiste bloemen in de tuin van de natuur; maar hoe weinig voordeel hebben we ervan als we moeten afdalen in de hel met onze hersenen vol verstand en spitsvondigheid. Het verlossende huilen van een pasgeboren baby is van meer waarde dan de kennis van alle filosofen. Geestelijke kennis of, beter gezegd, de kennis van geestelijke leerstellingen, is geen kennis van de Schrift zelf. Nicodemus had daar genoeg van; hij begreep de letter van de Schrift, was belezen in alle delen van de wet en men achtte hem geschikt om lid van het belangrijke Sanhedrin te zijn. Maar er was nog iets anders nodig: Nicodemus miste nog steeds een nieuwe geboorte. Al zouden we de bedoeling van de Geest van God in elk vers in de Bijbel begrijpen, en in staat zijn om een diepgaand betoog te houden over de grote verborgenheden van het Evangelie, al zouden we de gave van profetie en kennis van de toekomstige dingen hebben, en de uitleg van het hele boek Openbaring in ons hoofd hebben – wat zou ons dit alles baten? Een hoofd vol van het Evangelie zonder een evangelische indruk op het hart en het teken van een nieuwe natuur zal slechts een drogere brandstof zijn voor het eeuwige vuur. Mensen kunnen profeteren in de Naam van Christus, in Zijn Naam duivels uit het lichaam uitwerpen en duivelse dwalingen uit de hersenen van mensen, maar toch niet worden gekend door Christus. Hij zegt tegen hen: ‘Ik heb u nooit gekend; gaat weg van Mij, gij die de ongerechtigheid werkt’ (Matth. 7:22-23). Als zij dit teken en deze evangelische indruk hadden gehad, zou onze Heere hen gekend hebben. Christus in de hemel zou Zichzelf herkend hebben, zoals Hij in het hart gestalte had gekregen. Hij kon niet onwetend zijn geweest van Zijn eigen aard en nageslacht. Welnu, iemand kan alle kennis van christenen en heidenen in zijn hoofd hebben opgeslagen en niet het minste stempel ervan in zijn hart hebben. Hij kan wijs zijn in kennis en een dwaas als het gaat om het verbeteren van zijn leven. Een hoop kennis geldt niet als wijsheid onder de mensen zonder dat die kennis in bijzondere situaties nuttig en nodig is.

124

Tenzij dat iemand_bw.indd 124

07-10-19 15:50


2. Uiterlijke verbetering van het leven Uiterlijke verbetering van het leven is niet voldoende. Wedergeboorte is er nooit zonder vernieuwing van het leven; maar het laatste kan er zijn zonder het eerste. We kunnen uiterlijk christen zijn zonder een innerlijke bron, hoewel we nooit innerlijk christen kunnen zijn zonder uiterlijke heiligheid. De nieuwe geboorte gebeurt grondig in het innerlijk én vertoont zich aan de buitenkant, net zoals de warmte van het hart en van de belangrijke lichaamsdelen blijkt uit uiterlijke bewegingen. ‘Des konings dochter is geheel verheerlijkt inwendig’ (Ps. 45:14) én uitwendig. Wat een ijdelheid zou het zijn om erover op te scheppen dat u geen andere ziekten hebt als u zelf ziek bent? Wat een schrale troost is het om te pochen dat u geen grove zonden hebt gedaan, terwijl uw natuur ongenezen blijft? Alleen uiterlijke vernieuwing – hoewel ontzettend belangrijk – is slechts een nieuwe schijnvertoning, geen nieuw schepsel, slechts een verandering in het leven, niet van het hart. Terwijl de zaak waarover wij spreken een nieuwe geboorte in het verstand en de wil is. Deze begint bij de ziel en daalt vandaar af naar het lichaam; zij is een heiliging in geest, ziel en dan in lichaam (1 Thess. 5:23). Is datgene wat voor ons in zelfonderzoek geen bewijs kan zijn dat we een echte christen zijn, voldoende om ons naar de hemel te brengen? Als u van een afstand kijkt of u nu bij God hoort, zult u dan oordelen aan de hand van uw uiterlijke handelingen of aan de hand van uw innerlijke staat? Er is geen essentieel verschil tussen de uiterlijke handelingen van een echte christen en die van een huichelaar. Datgene dus wat voor ons geen voldoende bewijs is van een recht op gelukzaligheid, kan geen voldoende voorbereiding van onszelf op de gelukzaligheid zijn. Deze verbetering komt voort uit: [1.] Inspanning en angst. Zo’n vernieuwing komt voort uit belemmeringen, niet uit geneigdheid. Het afknippen van de vleugels van een vogel ontneemt hem niet zijn neiging om te vliegen, maar alleen zijn vermogen. Het afsnijden van de klauwen van een leeuw of het uittrekken van zijn tanden verandert niet zijn aard. Vrees weerhield Herodes ervan om Johannes ter dood te brengen, terwijl zijn wil geneigd was om het te doen (Matth. 14:5). Angst kan de nagels van de zonde afknippen, maar alleen genade kan de groei belemmeren en het leven ervan wegnemen. Vrees doet alleen de stroom stoppen, maar zet de fontein niet stil. [2.] Uiterlijke belangen. Het kan een verstandelijke keuze zijn dat ie125

Tenzij dat iemand_bw.indd 125

07-10-19 15:50


mand zich onthoudt van die vuile genoegens die de achting voor hem doen dalen en waardoor zijn reputatie in gevaar komt. Intussen kunnen zijn innerlijke begeerten triomferen, hoewel die zich uiterlijk niet meer vertonen. Een leven dat zich zo mooi voordoet, kan samengaan met innerlijk ongedierte. Dat is nog meer in tegenstelling tot de zuivere natuur van God en net zo strijdig met het geluk van een mens. Een rivier die zichtbaar door het landschap loopt, kan zakken en net zo hard door onderaardse grotten lopen. Mensen kunnen één afschuwelijke duivel uitwerpen om plaats te maken voor zeven andere demonen. De belangen die uiterlijke handelingen bedwingen, zullen de innerlijke begeerten niet weerhouden. 3. Moraliteit Moraliteit is niet voldoende. Met moraliteit bedoel ik niet alleen een uiterlijke verbetering van het leven, maar ook een liefde voor de deugd, zoals de heidenen die hadden vanwege de voortreffelijkheid ervan. Nicodemus was een moreel hoogstaand mens. Hij had enige genegenheid voor Christus als hij aan Diens wonderen dacht; anders had hij het nooit aangedurfd om naar Hem toe te komen terwijl het nacht was. Het gesprek dat Nicodemus voerde, was niet verkeerd en hij verlangde ernaar om onderwijs te ontvangen. Er was bij hem meer dan louter het zich onthouden van zonde. Maar ondanks dat hij moreel gezien hoogstaand was, moest hij een nieuwe geboorte hebben voordat hij het Koninkrijk van God kon zien. Mensen kunnen veel goeds doen, zeer nuttig zijn voor hun medemensen, maar toch volkomen onbekeerlijk zijn. Een heks die mensen geneest, staat net zo goed als een heks die mensen schade toebrengt in dienst van de duivel en heeft net zozeer een verbond met hem gesloten.47 Het verschil tussen de hoogste graad van heerlijkheid in de hemel en de laagste graad van genade op aarde is niet zo groot als het verschil tussen de laagste graad van zaligmakende genade en de hoogste graad van natuurlijke voortreffelijkheid. Het verschil tussen de laatste twee is 47.  Burrough’s Moses’. Noot vertaler: Jeremiah Burroughs (1600-1646), puriteins prediker te Suffolk, Norfolk, Rotterdam en Londen. Kwam in de problemen vanwege zijn verzet tegen het Book of Sports, maar mocht na een periode van ballingschap in Nederland terugkeren naar Londen. Moses his choice with his eye fixed upon heaven (1650).

126

Tenzij dat iemand_bw.indd 126

07-10-19 15:50


namelijk een verschil van soort, zoals tussen een rationeel en irrationeel schepsel. Het verschil tussen de eerste twee is slechts gradueel, zoals tussen een kind en een volwassene. Het is één ding om de deugd lief te hebben, maar een ander ding om er God in lief te hebben. Het is één ding om iets te doen voor zichzelf, maar een ander ding om iets te doen voor de heerlijkheid van de Schepper. Het is één ding om te worden bezield door de rede, maar een ander ding om geïnspireerd te worden door de Heilige Geest. Wat kan morele oprechtheid een mens baten die de drek van de wereld meer acht dan de heerlijkheid van de Schepper? Ook al is hij eerlijk en nuttig voor zijn buren, moet zijn genegenheid voor God worden afgemeten aan zijn eerlijkheid onder de mensen? De grote vraag is uit welke bron moreel gedrag voortkomt. Wat als iemand goed doet aan anderen, terwijl hij zijn Schepper kwaad bejegent door in zijn hart andere dingen boven Hem te koesteren? Kan zijn goedheid voor anderen een compensatie zijn voor het feit dat hij God niet hoogacht? De eerlijkste man in de hele wereld die van Adam afstamt, moet een nieuwe hoedanigheid in zijn hart hebben voordat hij gelukkig kan zijn. Want als een nieuwe geboorte noodzakelijk is, zijn alle lagere gaven nutteloos voor het bereiken van de staat waarvoor ze bedoeld zijn. Wat van de oude Adam in ons is, hoewel het een mooie bloem is, moet verdorren en sterven: ‘Want alle vlees is als gras, en alle heerlijkheid des mensen is als een bloem van het gras. Het gras is verdord en zijn bloem is afgevallen’ (1 Petr. 1:23-24). De apostel stelt het onvergankelijke zaad, waardoor ze zijn geboren, en de mooie bloemen in de tuin van de natuur tegenover elkaar. Het beste waarin een mens glorieert, is als een bloem, die verdort. Het is echt heerlijk, maar het is de heerlijkheid van het vlees; het heeft geen glans in de ogen van God. Het is geen bloem om in de hemel te worden gezet. Het is alleen het Woord van God en de indrukken die dat Woord op ons maken die eeuwig blijven. Zoals kruiden niet kunnen groeien zonder de werking en stralen van de zon, zo kan niets bestaan en bloeien dan wat deel heeft aan de natuur en de geest van Christus. Nee, de heerlijkheid van het vlees is helemaal niet voldoende. Zij is juist een grote hinderpaal voor de wedergeboorte zonder de overweldigende genade van God, want het gaat om de heerlijkheid van een mens, dat wil zeggen, om datgene waarin een mens eer ontvangt. Mensen zijn geneigd om op hun morele gedrag te steunen zonder na te denken over hun staat. Zij zien geen smetten in hun leven en geloven 127

Tenzij dat iemand_bw.indd 127

07-10-19 15:50


daarom niet dat die in hun hart zijn. Zij worden net als de farizeeër in beslag genomen door de trotse gedachte dat ze boven anderen uitblinken. Ze denken nooit na over de vraag hoezeer ze innerlijk net als de tollenaar tekortschieten in de verheerlijking van God. Niet-wedergeboren moreel gedrag is daarom niet voldoende. Het hart moet worden veranderd voordat de deugden genade vertonen. Als dit eenmaal gebeurd is, wordt datgene wat voordien zedelijk was, godvruchtig. Het heeft een nieuwe bron om levend te maken, en een nieuw doel. 4. Met de mond Gods Naam belijden Met de mond Gods Naam belijden is niet voldoende. Kunt u, als u goed nadenkt, zeggen dat dit alleen de betekenis is van al die Schriftplaatsen die spreken over uit God geboren zijn, opgewekt zijn uit een dood in de zonde, levend gemaakt en geleid worden door de Geest, geschapen zijn in rechtvaardigheid en ware heiligheid? Worden deze dingen niet, al door de manier van spreken, verheven boven het loutere belijden? Dat laatste kunt u ten overstaan van de wereld doen zonder dat u de realiteit van die Bijbelteksten kent. Niet het noemen van de Naam van Christus, maar het afwijken van ongerechtigheid; het afwijken ervan in onze natuur en in onze daden, dat is het teken waardoor de Heere weet wie de Zijnen zijn: ‘De Heere kent degenen die Zijne zijn; en: Een iegelijk die den Naam van Christus noemt, sta af van ongerechtigheid’ (2 Tim. 2:19). Met de mond Gods Naam belijden is slechts een vorm, een beeld, een gedaante van godzaligheid: een kunstwerk zonder leven en kracht, zonder een vermogen dat leven geeft en zonder een Goddelijke bron waaruit zij voortkomt. U hebt dan slechts de naam dat u leeft, terwijl u in de staat van de dood verkeert: ‘Dat gij den naam hebt dat gij leeft, en gij zijt dood’ (Openb. 3:1). God verlangt van ons net zomin een belijdenis zonder een nieuwe natuur als offers zonder een gebroken hart onder de wet. Niet het navolgen van onze Heiland door Hem met de lippen te belijden, maar het navolgen in een wedergeboren staat gaf de apostelen het recht op de belofte om in heerlijkheid op Zijn troon te zitten: ‘Gij, die Mij gevolgd zijt, in de wedergeboorte (…) dat gij ook zult zitten op twaalf tronen, oordelende de twaalf geslachten Israëls’ (Matth. 19:28). Tot het moment waarop Christus dit zei, en ook daarna, was Judas Christus gevolgd door Hem met zijn mond te belijden, maar niet in een wedergeboren staat, niet vanuit een vernieuwd beginsel. 128

Tenzij dat iemand_bw.indd 128

07-10-19 15:50


5. Het doen van de uiterlijke godsdienstige plichten Ook al zou u veel uiterlijke godsdienstige plichten uitvoeren en voorrechten hebben, dan zou dat niet voldoende zijn. Mensen zijn zeer geneigd om daar hun vertrouwen in te stellen. De profeet Jesaja zette er zich in zijn tijd met alle macht voor in om de Joden daarvan af te brengen. God eist het houden van Zijn verordeningen niet als ultiem doel, maar als middel voor een nieuwe geboorte: ‘Waartoe zal Mij zijn de veelheid uwer slachtoffers? (…) Wast u, reinigt u’ (Jes. 1:11,16). Als God duizenden offers niet kan aannemen als de offeraars geen nieuwe natuur hebben, is het duidelijk dat het rusten daarin de ondergang is van de zielen van de mensen. We houden van nature van een gemakkelijke godsdienst, en uiterlijke godsdienstige handelingen, vooral onder het Evangelie, zijn voor ons niet zo moeilijk. Mensen zouden liever veel geld betalen om te kunnen offeren, dan dat ze één geliefde zonde kruisigen. Ze zouden liever duizend keer voor het kruis van Christus heen en weer kruipen, dan er één verdorvenheid aan vast slaan. Hoe gemakkelijk zou het zijn om naar de hemel te gaan als er niets anders nodig was dan lid te zijn van de christelijke zichtbare kerk! Besnijdenis was een voorrecht, maar baatte niets zonder een nieuw schepsel te zijn (Gal. 6:15). Er werd een andere besnijdenis vereist: die zonder handen geschiedde, het werk van God (Kol. 2:11); een nieuw schepsel, zonder welke de uiterlijke besnijdenis niets betekende. Het uitvoeren van bepaalde plichten kan samengaan met het haten van deze plichten in uw hart, zoals de onthouding van bepaalde zonden kan samengaan met een innerlijke liefde voor deze zonden. Uiterlijke verering is slechts een skelet, wanneer de ziel niet in overeenstemming is met God, het doel van aanbidding, en als deze niet komt tot de vereniging en gemeenschap met God, het doel van de verering van God. Wat zijn alle daden van aanbidding zonder een natuur die geschikt is voor de God tot Wie wij naderen? Oordeel dus niet over uw staat door te letten op de uiterlijke handelingen die u uitvoert. Er is geen uiterlijke daad, of onwedergeboren personen kunnen die ook doen, ja, zelfs met veel ijver. Zij kunnen hun lichaam als martelaar in vlammen laten opgaan, zonder dat hun verdorvenheid door genade wordt verteerd. Net zoals een stinkende adem in een fluit even goede muziek kan maken voor het oor als een gezonde adem. Er is iets meer nodig dan alleen het doen van de plichten.

129

Tenzij dat iemand_bw.indd 129

07-10-19 15:50


6. Overtuigingen Het gaat nog verder: overtuigingen zijn niet voldoende. Nicodemus was opgeschrikt door de wonderen van onze Heiland, hij geloofde dat Hij een profeet was, door God gezonden, en erkende dat God met Hem was (Joh. 3:2), maar toch ontbrak bij hem de noodzakelijke vereiste van een nieuwe geboorte. Uw ziel kan in stukken worden gescheurd door verschrikking, uw stenen hart kan uit elkaar worden getrokken, terwijl er toch geen vlezen hart verschijnt. De grond kan worden geploegd, zonder dat er gezaaid wordt. Zucht naar lichamelijk genot en begeerte kan door een geest van dienstbaarheid in bedwang worden gehouden, terwijl deze niet door een geest van aanneming wordt uitgeworpen. De zon kan u verschroeien, terwijl zij u niet verlevendigt. Het leren kennen van de vuilheid van de zonde en de felheid van de toorn is het werk van de Geest door de wet. De nieuwe geboorte is het werk van de Geest door het Evangelie. Een steen kan door de wet worden verbrijzeld en in stukken gehakt en toch nooit gepolijst worden door het Evangelie, nooit in een verbond worden gebracht: ‘[Ik] heb […] hen behouwen door de profeten (…) Maar zij hebben het verbond overtreden als Adam’ (Hos. 6:5,7).48 Grote kennis, mooie vruchten, olie in de lamp van het leven, het luid met de mond belijden, schitterende werken of hartverscheurende overtuigingen zijn dus niet het teken waardoor Christus de Zijnen herkent uit de hele wereld. Hun allen zal worden geantwoord: ‘Ik ken u niet.’ Is het dan niet de inspanning waard en de hoogste tijd om die nieuwe natuur te krijgen waardoor God weet dat u bij Hem hoort? Het belijden met de mond kan een leugen zijn, uiterlijke verbetering kan niet meer dan een geschilderd graf zijn en kennis verheft alleen maar het verstand. Maar omdat onze gemeenschap met God in de daden van de wil rust, moet die bewerkt worden om ons geschikt te maken voor onze grote gelukzaligheid. Als de andere genoemde dingen niet voldoende zijn, dan kunnen wereldse mensen de hemel niet verwachten via de weg van de hel.

2. De ellendige toestand van ieder onwedergeboren mens Als wedergeboorte zo absoluut noodzakelijk is om verlost te zijn, hoe ellendig is dan de toestand van elk onwedergeboren mens! Wat een el48.  Noot vertaler: Charnock heeft: ‘like men’ (zoals de mensen).

130

Tenzij dat iemand_bw.indd 130

07-10-19 15:50


lendige zaak is het dat zondaars in hun waanideeën verder dromen tot het eeuwige vuur hun inbeeldingen vervloekt en hun hoop verandert in afschuwelijke wanhoop. O, hoe leven de meeste mensen alsof dit leerstuk slechts een leugen is! Ze doen alsof ze de hemel zullen veroveren door het geweld van hun begeerten, niet door genade. Weet u niet dat een onrechtvaardige natuur het Koninkrijk van God niet zal beërven? ‘Weet gij niet dat de onrechtvaardigen49 het Koninkrijk Gods niet zullen beërven?’ (1 Kor. 6:9). Hoe is het mogelijk dat u onwetend bent van datgene wat zwart op wit staat op elke bladzijde van de Bijbel? Als u dit niet weet, weet u niets. Laat u niet misleiden. Niets is zo50 natuurlijk als het bedriegen van uzelf en aanmatigend vertrouwen. De apostel zou er niet met zo’n nadruk over hebben gesproken als hij niet wist hoe geneigd de mensen zijn om zichzelf te misleiden met de hoop op genade in een staat van zonde. Zichzelf vleien is een van de sterkste takken die groeit op de trots van de natuur. Hoe ijdel is het om uzelf in te beelden dat u geschikt bent voor de hemel, terwijl u zich alleen maar voorbereidt op de hel? Waar komen zulke inbeeldingen vandaan? Niet van God, want het is in strijd met alles wat Hij gezegd heeft. Komt het uit uzelf voort? Welke reden heeft u om uw fantasieën te geloven in geestelijke dingen, terwijl u zich zo vaak in tijdelijke zaken vergist? Komt het bij de duivel vandaan? Welke reden hebt u om uw grootste vijand te geloven? Als u wedergeboren wordt, heeft hij u voor altijd verloren. Hij houdt de genoemde inbeeldingen in stand, want hij houdt er helemaal niet van om zijn koninkrijk teniet te doen en zijn onderdanen te verliezen. Nooit heeft een mens zoveel ijver aan de dag gelegd om een nieuwe natuur te krijgen als de duivel doet om dit te verhinderen. Denk ernstig na over het volgende: 1. Het is hoogst onlogisch om zekerheid en heerlijkheid te verwachten als u niet wedergeboren bent. Kunnen wij de dingen die God heeft samengevoegd, scheiden: het vlees en de ondergang, de nieuwe geboorte en

49.  Noot vertaler: Charnock heeft: ‘an unrighteous nature’ (een onrechtvaardige natuur). 50.  Noot vertaler: in de brontekst staat ‘no natural’, maar vermoedelijk is dit een drukfout en wordt bedoeld: ‘so natural’.

131

Tenzij dat iemand_bw.indd 131

07-10-19 15:50


het Koninkrijk? Wat van nature naar de hel neigt, kan ons nooit naar de hemel leiden. Kan de oude natuur, die geschikt is voor de eeuwige wraak, zichzelf ooit tot een vat van eeuwige heerlijkheid maken? Er is een even grote neiging in de oude natuur naar de hel als in een steen of in lood naar de aarde. Als de mensen verlost worden in hun onbekeerlijkheid, dan (1.) moet God leugenachtig zijn tegenover Zichzelf. Hij moet een leugenaar zijn ten opzichte van Zijn waarheid, Zijn heiligheid, Zijn Zoon en tegenover de hele bedoeling van het Evangelie. God moet het verbond van genade veranderen, al Zijn dreigementen in de Schrift uitwissen, al Zijn Woorden verloochenen en verklaren dat Hij alles op dwaze wijze heeft gedaan, als ooit zo’n mens gelukzalig wordt. En is het geen vervloekte verwaandheid en is het niet uitdagend om te wensen dat God tegen Zichzelf liegt om onze vriend te worden? Er moet een nieuw Evangelie zijn voordat iemand behouden kan worden zonder een nieuwe natuur. Dat kan niet. Moet God Zijn wet veranderen of moeten wij onze lusten veranderen? God heeft bepaald en verklaard dat niemand die niet wedergeboren is Zijn Koninkrijk zal binnengaan. Zijn besluit is onomkeerbaar, daarom zijn wij het van onze kant die moeten veranderen. (2.) Voor zover ik kan begrijpen, moet God Zichzelf uit de hemel zetten voordat zo’n mens erin kan komen. Er kan aan beide zijden geen genoegen zijn, omdat de ander ongeschikt is. Als God afwezig is in de hemel wat betreft Zijn heerlijke aanwezigheid, hoe kan er dan gelukzaligheid zijn? Hij houdt meer van Zijn eigen gerechtigheid dan dat Hij de aanwezigheid van zulke mensen kan verdragen en zij houden zozeer van hun ongerechtigheid dat zij Zijn aanwezigheid niet kunnen verdragen. Niemand ziet ernaar uit om op een plaats te komen die in bezit is van iemand die hij haat. Mensen die blij waren om in een wereld te zijn zonder God, kunnen geen vreugde hebben in een hemel met God (Ef. 2:12). (3.) Als er ooit een hemel is waar een oude natuur zijn vreugde in vindt, dan moet Jezus Christus een leugenaar zijn en het Evangelie een leugen. Christus, Die de Waarheid Zelf is, heeft het verklaard, is het dan geen waanzin om zich de mogelijkheid voor te stellen om in de hemel te komen terwijl Hij dat niet wil? Er zijn betere gronden om te hopen dat u morgen tot vorst van de hele wereld gekroond zult worden dan om te hopen dat u de hemel zult binnengaan zonder opnieuw geboren te zijn. Christus acht Zijn waarheid – niet Zijn leven – hoger dan onze zielen en Zijn woord zal standhouden tegen alle aanmatigend vertrouwen. 132

Tenzij dat iemand_bw.indd 132

07-10-19 15:50


(4.) Stel dat God Zijn Evangelie zou veranderen (wat onmogelijk is) en een ander evangelie zou presenteren, dan zou dat de zaak nog niet anders maken. Immers, welk evangelie zou God kunnen instellen waarbij Zijn eigen eer gekroond wordt, maar waarvan Zijn schepselen niet rechtmatig de zegeningen kunnen genieten? Moet God Zich aanpassen aan onze begeerten? Moet Hij Zijn heiligheid in de diepten van de zee werpen? Moet Hij Zichzelf zwart schilderen om onze kleur te krijgen, zoals de kleurlingen51 Hem in hun eigen kleur voorstellen? In één woord, moet God ophouden God te zijn, opdat u ophoudt ellendig te zijn? Als u verlangt naar geluk waarbij u geen nieuwe natuur hoeft te hebben, laat u zien dat u God minacht. Het is namelijk een verlangen onder voorwaarden die voor God oneervol zijn. Welnu, deze leer is zo zeker waar, dat als een engel uit de hemel het tegendeel zou verklaren, hij niet geloofd mocht worden: ‘die zij vervloekt’ (Gal. 1:8), dat wil zeggen, hij zou meer een duivel dan een engel zijn en het zou een vervloekte leer zijn. Hij moet zijn leer op een ander evangelie baseren, een evangelie dat afkomstig is uit de hel, maar het is onmogelijk dat het goedgekeurd wordt door de hemel. Is het dan mogelijk dat als onze Verlosser dit verklaart en terwijl u de christelijke leer hoort, u zich inbeeldt dat u recht hebt op de hemelse heerlijkheid zonder dat u een hemelse natuur heeft? 2. Zoals het hoogst onlogisch is, zo is het ook hoogst zondig om in een onvernieuwde staat te leven. Als we daarmee verdergaan nadat God op zo’n voortreffelijke wijze Zijn heiligheid heeft bewezen, namelijk in de dood van Zijn Zoon, dan keuren we de ongerechtigheid duidelijk goed. Dan verachten we Zijn oneindige reinheid. Hij heeft immers in de dood van de Heiland betoond dat Hij de zonde en de oude natuur van Adam meer dan wat ook haat. Als we onze oude natuur koesteren, hebben we datgene lief waarvan God heeft laten zien dat Hij het haat. Dan schatten we al Zijn liefdesuitingen gering. Daarmee laden we een grotere schuld op ons dan Adam op onze natuur laadde door zijn val: ‘Indien Ik niet gekomen was en tot hen gesproken had, zij hadden geen zonde’ (Joh. 15:22). Als Ik hun die dingen niet had verteld en hun de hemelse leer niet had verkondigd, dan was hun zonde een onbetekenende diefstal geweest 51.  Noot: Charnock heeft ‘negroes’ (negers).

133

Tenzij dat iemand_bw.indd 133

07-10-19 15:50


in vergelijking met wat die nu is, namelijk een verraad tegen de kroon en waardigheid van Mijn Vader; ‘maar nu hebben zij (…) beide Mij en Mijn Vader gehaat’ (vs. 24). 3. Hieruit volgt dat de toestand van zo iemand uitzonderlijk ellendig moet zijn. Over degenen die ‘deel [hebben] in de eerste opstanding’, wordt gezegd: ‘Over dezen heeft de tweede dood geen macht’ (Openb. 20:6). Of Johannes nu de opstanding van Christus bedoelt of de geestelijke opstanding van de ziel, de tweede dood zal macht hebben over degenen die geen deel hebben aan de eerste opstanding. (1.) Diegenen zijn zeer ellendig. Zo iemand had beter een ander schepsel kunnen zijn, bijvoorbeeld een pad, een slang of een kever, die zo door een voorbijganger doodgetrapt kunnen worden. Beter zo’n dier dan een mens die leeft en sterft met een slangachtige natuur en zonder vernieuwende genade. Zo iemand zou blij zijn als hij op een dag met zo’n dier zou kunnen ruilen. Het was beter voor hem geweest om in het donkerste deel van Amerika geboren te zijn dan in Engeland. Beter om in de meest duistere hoek van Engeland te hebben geleefd dan in Londen, waar hij zo veel en zo vaak van de noodzaak van de nieuwe geboorte heeft gehoord terwijl hij toch zijn oude natuur heeft gekoesterd. Dat is een verbazingwekkende dwaasheid. Beter nooit als mens geboren te zijn dan geen echte christen te zijn, wat hij niet kan zijn zonder deze nieuwe geboorte, deze noodzakelijke wedergeboorte. Beter nooit door de deur van de Doop in de christelijke gemeenschap te zijn binnengegaan dan niet de natuur te hebben die aan het doel van de Doop beantwoordt. De vuilste bedelaar die op straat kruipt, de meest etterende Lazarus die aan de deur ligt, is als hij vernieuwd is oneindig gelukkiger dan iemand die niet vernieuwd is, ook al heeft hij al het aardse geluk. (2.) Zulke mensen moeten wel heel ellendig zijn. De barmhartigheid van God kan u nooit gelukkig maken tegen Zijn waarheid in en hetzelfde geldt voor Zijn gerechtigheid. Is het rechtvaardig voor God om Zijn meest boosaardige vijanden dezelfde beloning van heerlijkheid te geven als Zijn beste vrienden? Dezelfde beloning aan degenen die zich nooit inspanden om hun leven te beteren volgens de manier van het Evangelie als aan hen bij wie het heilige beeld van Zijn Zoon in hun hart gegraveerd is? In 2 Timotheüs 4:8 wordt gezegd dat Hij een ‘rechtvaardige Rechter’ 134

Tenzij dat iemand_bw.indd 134

07-10-19 15:50


is. Dat kan niet zo zijn als Hij dezelfde beloning zou geven aan twee soorten mensen met tegenovergestelde eigenschappen. Nog net zo goed kan de duivel behouden worden als een mens zonder nieuwe geboorte. Hoewel er in het Boek van God genoeg staat dat tegen de verlossing van de duivelen pleit, staat er toch meer in dat tegen de zaligheid van mensen die leven en sterven in een onwedergeboren staat pleit. Verwacht u het Koninkrijk van God te zien zonder wedergeboren te zijn? Nu, het voorwerp waarop u zit en het stof onder uw voeten zijn veel schoner dan wijzelf van nature en geschikter om in die plaats van heerlijkheid te worden gebracht. De heiligheid van God kan die dingen beter verdragen dan een onvernieuwd mens. Van die zaken zei God bij de schepping dat ze goed waren, maar zo heeft Hij een onvernieuwde natuur nog nooit genoemd. Zonder vernieuwde staat kunt u de eeuwige ellende niet uit de weg gaan, net zomin als u met een vernieuwde staat een tijdelijke dood kunt vermijden. Net zomin als u bij uzelf vandaan kunt vluchten, kunt u bij de hel vandaan vluchten. Onze gezegende Heiland, de Verlosser van de wereld, zal niemand toelaten tot de gelukzaligheid dan degenen die Zijn teken vertonen: ‘Ik heb u nooit gekend’ (Matth. 7:23). U had niets in u wat u waardig maakte, waardoor Ik u zou kennen en liefhebben. ‘Welk spoor heeft het Evangelie in uw ziel achtergelaten?’ zal dan de enige vraag zijn die God stelt. Welnu, ik zou willen dat elk onwedergeboren mens aan zijn ziel de vraag zou stellen: Kan ik verblijven bij het eeuwige vuur? Kan ik met vrolijke gerustheid de toorn van God ontmoeten die mij tegemoetkomt? Is de eeuwige duisternis een heerlijke staat? Moet ik kiezen voor het eeuwig gescheiden zijn van de gezegende God? Moet ik een leven vol lichamelijk genot hier beneden verkiezen boven een vreugdevolle eeuwigheid? Is er één enkele Schriftplaats in het hele Boek van God dat mij troost kan geven in deze staat? Wat voor uitvluchten bedenkt u dan, o mijn ziel, aangezien er niets anders is om geluk te verkrijgen dan alleen deze nieuwe geboorte?

3. Hoe groot is de troost van degenen die wedergeboren zijn! Is het zo dat er zonder wedergeboorte geen zaligheid is? Hoe groot is dan de troost van diegene die de wedergeboorte heeft verkregen! Wat een nieuwe geestelijke lofliederen kunnen hieruit voortvloeien! Wat 135

Tenzij dat iemand_bw.indd 135

07-10-19 15:50


kan er een vreugde door de hele ziel stromen! Dat kleine beginsel van wedergeboorte in u is noodzakelijker dan de wijsheid van Salomo, de macht van Nebukadnezar, de heerlijkheid van Ahasveros, de prestaties van de bekendste mensen ter wereld. Het zal u gelukkig maken wanneer anderen in hun onvernieuwde wijsheid en ongeheiligde rijkdom zullen neerdalen in de ondergang. 1. Ware genade in de minste graad wordt hierdoor vertroost. ‘Tenzij dat iemand wederom geboren wordt, hij kan het Koninkrijk Gods niet zien’: dus, als hij wedergeboren is, zal hij dat zien. Onze Heiland zegt niet: ‘Tenzij iemand sinds zo lange tijd geboren is, en zo’n statuur heeft bereikt’, maar eenvoudigweg: ‘wederom geboren is’. Het gaat om het wezen, niet om de mate. Een kind dat huilt in de eerste minuut dat het geboren is, is in een staat van leven, net zo goed als een mens in de kracht van zijn leven. Een kind heeft de natuur van een mens, ook al heeft hij een ernstige ziekte en grote zwakheden. Hoewel niet alle ware christenen dezelfde groei kennen, hebben zij allen dezelfde geboorte, dezelfde vernieuwende Geest. ‘Indien iemand in Christus is, die is een nieuw schepsel’, zegt de apostel. Hij zegt niet: ‘die is een sterk schepsel’ of ‘een groot schepsel’. Johannes telt drie verschillende standen van christenen: kinderen, jongemannen en vaders (1 Joh. 2:13-14). Alle drie zijn ze in dezelfde staat: ze kennen God. 2. Hier is troost voor degenen die het moment van hun nieuwe geboorte niet kennen. ‘Tenzij dat iemand wederom geboren wordt’, niet: ‘Tenzij hij het moment van zijn wedergeboorte kent.’ Het feit dat zij dat moment niet weten, heeft sommigen in verwarring gebracht. Het gaat echter niet om het moment, maar of wij de wezenlijke kenmerken vertonen. Onze gelukzaligheid is gebaseerd op het wezen, niet op de omstandigheden. Het is de heerlijkheid van hen die geboren zijn in Sion, dat ze daar ‘geboren’ zijn (Ps. 87:5), hoewel ze de tijd van hun geboorte niet precies weten. Velen kunnen vertellen over de eerste voorbereidingen, de eerste sterke overtuiging, de eerste keer dat hun hart werd geraakt. Dit alles is gemakkelijker te vertellen dan precies het moment dat het geestelijk leven werd ingestort, net als het precieze tijdstip dat een baby tot leven kwam in de baarmoeder moeilijk te bepalen is. Net zomin als je het precieze moment kunt aangeven waarop iets aan je groei en lengte werd toegevoegd, hoewel de groei zelf duidelijk waarneembaar is. 136

Tenzij dat iemand_bw.indd 136

07-10-19 15:50


3. Zulke mensen zijn opnieuw geboren om God te genieten in heerlijkheid. Als niemand zonder wedergeboorte God zal zien, dan zullen degenen die wel wedergeboren zijn zeker God zien. Het is met het oog op de onverderfelijke erfenis dat God u heeft wedergeboren: ‘Die (…) ons heeft wedergeboren tot een levende hoop (…); tot een onverderfelijke en onbevlekkelijke en onverwelkelijke erfenis, die in de hemelen bewaard is voor u’ (1 Petr. 1:3-4). Als God niet had beoogd dat u voor eeuwig de omgang met Hem zou genieten, dan had Hij niet zoveel moeite gedaan, maar had Hij u in uw bloed laten liggen. Dan had Hij de stroom van uw natuur met de grote massa van de wereld in de oceaan van een ellendige eeuwigheid laten lopen. Wat een troost zal het zijn als u ziet dat het oude huis van uw lichaam vol gaten zit en op het punt staat om in te storten, dat uw wedergeboren ziel dan klaar is om bezit te nemen van zijn eeuwige erfenis! Paulus had een van de hoogste rangen in het christendom, zowel in de genade als in zijn ambt, maar de ‘kroon der rechtvaardigheid’ werd niet alleen voor hem weggelegd en aan hem gegeven, maar aan ‘allen die Zijn verschijning liefgehad hebben’ (2 Tim. 4:8). Dat wil zeggen aan allen die vanuit het grondbeginsel van de nieuwe natuur streven naar die volmaaktheid, die bij de verschijning van Christus realiteit zal worden. God heeft een neiging naar de hemel in een vernieuwde ziel gelegd, net zoals een vlam naar lucht neigt. Genade en heerlijkheid zijn in de natuur hetzelfde als een zaad en een plant. 4. Het is tot troost, want als u opnieuw geboren bent met het oog op de hemel, dan bent u dat met het oog op alle dingen die uw doorgang daarheen bevorderen en u daarin helpen. Met het oog op God, als uw God en Koning om u te beschermen, als uw Vader om u te vertroetelen. Met het oog op de beloften als uw beloften, als verzekeringen en koopakten voor de hemel. Met het oog op de heiliging van alle situaties, om u verder op reis te helpen en geschikt te maken voor dit Koninkrijk. Met het oog op het zien van God in Zijn instellingen en in Zijn voorzienigheid. Degenen aan wie Hij het genieten van Zijn volle aangezicht heeft voorbehouden, zal Hij geen zonnestraal onthouden als ze Zijn instellingen onderhouden. U bent ook opnieuw geboren tot gemeenschap met God in de plicht om de eredienst te onderhouden, als een voorproefje van de eeuwige gemeenschap met Hem. U bent wedergeboren tot de toename van alle genaden en uiteindelijk tot alle heerlijke genaden in een volkomen mate. Dit kleed van de volmaaktheid zal u volledig in staat stellen om eeuwig God in de hemel te kunnen zien. 137

Tenzij dat iemand_bw.indd 137

07-10-19 15:50


4. Uw plicht om te onderzoeken of u opnieuw geboren bent Als u zonder een nieuwe geboorte de hemel niet kunt ingaan, dan is het uw plicht om te onderzoeken of u opnieuw geboren bent. Als wedergeboorte noodzakelijk is om gelukkig te kunnen zijn, dan is het kennen van die bewijzen noodzakelijk voor onze troost. Dit is het grote onderscheidende teken van het leven uit het Evangelie: zonder een innerlijk levensbeginsel hebben we niet de bedoeling van het Evangelie bereikt: ‘De woorden die Ik tot u spreek,52 zijn geest en zijn leven’ (Joh. 6:63). ‘Ik ben gekomen opdat zij53 het leven hebben’ (Joh. 10:10). Wie dit niet in zijn hart heeft, heeft geen deel aan het Evangelie. Ieder mens in Christus moet een nieuw schepsel zijn. Denk na over het volgende. Dat zal u aanmoedigen om dit te gaan onderzoeken: 1. Hierdoor kunt u weten of u gerechtvaardigd bent In de rechtvaardiging is ons heil gelegen: ‘Zalig is de man welken de Heere de zonde niet toerekent’ (Rom. 4:8). En dit is de manier om onze gelukzaligheid te kennen: vergeving van de zonde gaat vooraf aan de erfenis en beide ontvangen we alleen door het geloof in Christus: ‘Opdat zij vergeving der zonden ontvangen, en een erfdeel onder de geheiligden, door het geloof in Mij’ (Hand. 26:18). De verandering van onze gezindheid als geheel is kenbaar en meer waarneembaar voor ons dan de verandering van onze betrekking tot God. Onze nieuwe neigingen laten zien in welke relatie we tot God staan. Zeker is dat degene die het beeld van God niet in zich ziet, geen reden heeft om te concluderen dat hij een zaligmakend aandeel heeft aan het verzoenend offer van de Zaligmaker. Zoals het bloed en het water niet gescheiden waren toen dit vanaf het kruis werd uitgestort, zijn ze dat ook niet als ze op de ziel worden toegepast: water om ons te vernieuwen en bloed om ons te rechtvaardigen. Het ‘bad der wedergeboorte’ bewijst dat wij zijn gerechtvaardigd door genade (Tit. 3:5-7). De apostel leidt het een af uit het ander.

52.  Noot vertaler: Charnock heeft: ‘The words of Christ’ (de woorden van Christus). 53.  Noot vertaler: Charnock heeft: ‘you’ (u).

138

Tenzij dat iemand_bw.indd 138

07-10-19 15:50


2. Alleen door te weten dat u wedergeboren bent, kunt u troost krijgen Uw grote verlangen is dan: O, dat ik daarvan verzekerd was! Doe al het mogelijke om op te helderen dat u opnieuw geboren bent. Het ambt van de Geest is niet alleen om te troosten, maar ook om te vernieuwen en te troosten door te vernieuwen. De hoop op het eeuwige leven is gegrondvest op de vernieuwing door de Heilige Geest en op de rechtvaardiging door de genade (Tit. 1:5-7). De Geest als Trooster moet in al de waarheid leiden (Joh. 16:13). Leiden naar de waarheid die heiligend is (Joh. 17:17). Het is de eigenschap van de Geest om ons naar de heiligende waarheid te leiden en ons door die waarheid te heiligen. De Geest getuigt met onze geest dat wij kinderen van God zijn. Hij getuigt door iets in ons, niet zonder ons. Er moet iets in ons hart zijn als basis voor dit getuigenis; welk getuigenis kan er in een oude natuur zijn? Zorg dus dat u de wezenlijke eigenschappen van de nieuwe staat hebt. Christus gaf in Zijn preken zowel plichten als troost mee. Zijn eerste preek (Matth. 5) bestaat uit beide. Het duidelijke bewijs van een nieuw leven dat diep in de ziel is verworteld, zal een duidelijker getuigenis zijn van ons recht op en onze geschiktheid voor de heerlijkheid, dan wanneer een engel uit de hemel ons in de Naam van God zou verzekeren dat we bij Gods erfgenamen horen. Het getuigenis van een engel is slechts dat van een schepsel, lager dan het getuigenis van de Zoon van God door het Woord. De bewijzen dat u begint deel te krijgen aan de heerlijkheid, door de werking van de genade en door een Goddelijke natuur, stijgen uit boven de hoogste verzekeringen die alle engelen in de hemel ons kunnen geven. Zorg dat dit helder is. Er is veel namaak: mensen denken dat moreel gedrag, uiterlijke levensverbetering, het doen van veel godsdienstige plichten wedergeboorte is. Dit alles is echter onvoldoende. Mensen die zichzelf niet goed onderzoeken, kunnen zichzelf bedriegen en koper nemen voor goud en tin voor zilver. Er is een natuurlijke of morele oprechtheid en een evangelische oprechtheid. Denk aan de natuurlijke oprechtheid die God in Abimelech had gelegd: ‘Ik heb ook geweten, dat gij dit in oprechtheid uws harten gedaan hebt’ (Gen. 20:6). Hij was koning van de plaats waarvan Abraham dacht dat er geen vrees voor God was (vs. 11). En het is waarschijnlijk dat die er ook niet was. God draagt namelijk niemand van hen op te bidden voor zichzelf, maar Abraham om te bidden voor hen.

139

Tenzij dat iemand_bw.indd 139

07-10-19 15:50


Stel uzelf deze drie vragen. 1. Hoe staat uw hart tegenover God en de zonde? Is er een neiging in uw wil die deze van nature naar God trekt? Is uw verstand verlicht? Zijn uw wil en geweten buigzaam en teer en trekken uw affecties u gemakkelijk naar de dingen van God toe? Bent u bereid om Hem te ontmoeten als Hij naar u toekomt en neemt u Christus aan? Roept u hard, strijdt, worstelt en bidt u als Jakob? Als een pasgeboren baby niet huilt, als een kind niet tot zijn vader roept, hem niet volgt en dicht bij hem blijft, is dat in strijd met de natuur. Het is immers de eerste vrucht van de ‘geest der aanneming tot kinderen’ die wij ontvangen, dat we roepen ‘Abba, Vader’ (Rom. 8:15). Hoe staat uw hart tegenover de zonde? Vernedert u zich diep als u gezondigd hebt, hebt u er een volslagen afschuw van? Zijn uw affecties dood voor het vlees en de wereld, maar levendig en gevoelig als het om de dingen van God gaat: ‘Zo is wel het lichaam dood om der zonde wil, maar de geest is leven om der gerechtigheid wil’ (Rom. 8:10). Vernedert u uw innerlijke trots, strijdt u tegen innerlijke zonden, heeft u een afkeer van innerlijke verdorvenheid? 2. Welk genoegen hebt u in geestelijke plichten? Springt uw ziel op als u die uitvoert? Is uw hart in de hemel voordat de woorden uit uw mond komen? Wat past bij de natuur is geen last. Geestelijke diensten zijn net zo aangenaam voor een nieuwe natuur als zonde voor een oude natuur en als zoete wijnen en heerlijk eten voor een gulzigaard: ‘Hoe zoet zijn Uw redenen mijn gehemelte geweest, meer dan honing mijn mond’ (Ps. 119:103). Honing, een van de meest voortreffelijke dingen van Kanaän, dat als een land van melk en honing wordt omschreven. Komt uw vreugde in de wet van God voort uit de innerlijke mens? Er is een blijdschap in het doen van sommige dingen van de wet (de heidenen deden van nature de dingen die in de wet staan, Rom. 2:14), door een moreel hoogstaande natuur, niet door een nieuwe natuur. Als het vanuit hun natuur voortkwam, dan hadden ze er genoegen in en was het zoals bij alle blijdschap, namelijk innerlijk in de ziel en het hart. Zonder twijfel hadden velen van hen vreugde in hun moreel gedrag. Dat is echter niet de betekenis van de apostel. Hij onderscheidt zijn genoegen van dat van hen door het voorwerp ervan en de auteur of de bron ervan te benoemen. Het was de wet van God, zoals het de wet van 140

Tenzij dat iemand_bw.indd 140

07-10-19 15:50


God was, waarin hij zich verheugde. Het was niet alleen een innerlijke blijdschap, maar een vreugde die voortkomt uit een innerlijke natuur, een mens die zich onderscheidt van de mens die uit ziel en lichaam bestaat. Het ontstond uit een geest die edeler beginselen en hogere doelen had. Welnu, is het uw eten en drinken om Zijn wil te doen? Is de heerlijkheid van God u dierbaarder dan de wereldse dingen waar u het meest van houdt? Geeft uw omgang met Hem u veel blijdschap? Komen de gedachten aan God en de vreugde in Hem vaak bij u terug? Wat geeft de meeste vreugde in uw ziel? Heilige gedachten en plichten of zondige en dwaze ijdelheden? 3. Hoe leeft u? Heeft u een ander leven ‘door het geloof des Zoons Gods’ (Gal. 2:20)? Heeft u een ander geloof naast het algemene geloof, een geloof dat niet alleen de belofte toestemt, maar ook ‘door de liefde werkende’ (Gal. 5:6) is? Leeft u voor uzelf? Dat is eigen aan de natuurlijke staat. Of leeft u voor God (2 Kor. 5:13)? Dat is eigen aan de genadestaat: ‘Ik ben (…) der wet gestorven,54 opdat ik Gode leven zou’ (Gal. 2:19). Neemt u Christus aan, niet alleen als uw Heiland, maar ook als het beginsel en het doel van uw leven? Leeft u het leven met God en het leven met Christus? Kan Christus in uw hart gestalte hebben gekregen, terwijl er niets is van de eigenschappen van Christus, niets van de geest van Christus? Is de Christus Die in uw hart gevormd is een harde, lage, dode, koude, duistere en levenloze Christus? Zo’n gezindheid is totaal in strijd met Christus. Als we geboren zijn uit de wil van God, zijn we geboren om de wil van God te beantwoorden. Is het de wil van God dat wij lichtzinnig in ons hart zijn en ijdel in ons leven? Dat is de wil van het vlees, niet de wil van God. Zoals ons hart is, zo is ook onze geboorte; de zonde óf de genade moet de heerschappij in de ziel hebben. Zij kunnen niet in der minne samenleven; een mens kan niet met dezelfde wil een zondaar en een heilige zijn. Hij kan niet in gelijke mate heiligheid en ongerechtigheid liefhebben. We kunnen net zo goed zeggen dat een mens tegelijkertijd in de hemel en in de hel is. Met een vernieuwd mens is dat anders: die kan in een plotselinge driftbui iets tegen zijn natuur doen, zoals Mozes, die een zachtmoedige aard had, opeens door een vlaag van zijn hartstochten werd meegesleept, tegen zijn natuur in. 54.  Noot vertaler: Charnock heeft: ‘I am dead to the law’ (ik ben dood voor de wet).

141

Tenzij dat iemand_bw.indd 141

07-10-19 15:50


Als de zonde in het hart regeert, hoewel niet in uiterlijke handelingen; als wij onszelf overgeven om haar te gehoorzamen in de begeerten ervan, hoewel niet in de uiterlijke vrucht van die begeerten, dan heeft dit beginsel van de nieuwe schepping zich nooit in het hart gevestigd: ‘Dat dan de zonde niet heerse in uw sterfelijk lichaam, om haar te gehoorzamen in de begeerlijkheden deszelven lichaams. En stelt uw leden niet der zonde tot wapenen55 der ongerechtigheid’ (Rom. 6:12-13). Paulus maakt een duidelijk verschil tussen de innerlijke begeerte die iemand gehoorzaamt en het overdragen daarvan aan de andere lichaamsdelen. Hij plaatst de heerschappij van de zonde zowel in het een als in het ander. In vs. 16 concludeert hij dat iemand óf in een natuurlijke staat óf in een genadestaat is, al naargelang hij toegeeft aan het een of het ander. Wedergeboren zijn en als atheïst leven, dat is net zo onmogelijk als dat er wedergeboren duivels bestaan. Aansporingen (1.) Onderzoek zorgvuldig welke blijvende veranderingen u in uw ziel aantreft Waardoor wordt u aangetrokken, wat drijft u, welk doel heeft u? Als u constateert dat u deze voortreffelijke en noodzakelijke nieuwe geboorte hebt, bewonder dan Gods genade in u dat Hij zoveel duizenden in de wereld overslaat en u vernieuwt. Dat hij velen aan hun zonden overlaat, waarin ze ondergedompeld zijn en waardoor ze in hun oude staat de ondergang tegemoet zwemmen. God heeft deze hemelse plant in uw ziel geplant! Prijs die genade van God. Thomas van Aquino56 deed een uitstekende uitspraak: ‘Het goede van één genade is groter dan het goede van de natuur.’ Cajetanus57 geeft het advies om deze woorden in onze gedachten te schrijven, om er voortdurend aan te denken, zodat we God en Zijn genade steeds meer bewonderen. 55.  Noot vertaler: Charnock heeft: ‘instruments’ (instrumenten). 56.  Noot vertaler: Thomas van Aquino (1225-1274), belangrijkste middeleeuwse theoloog, bekend vanwege zijn Summa Theologiae (kern van de theologie). 57.  Noot vertaler: Thomas Cajetanus (1468-1534), was dominicaans theoloog en filosoof, doceerde in verschillende steden in Italië, schreef een standaardwerk over de theologie van Thomas van Aquino, debatteerde met Maarten Luther en werkte mee aan de bul waarin de theologie van Luther werd veroordeeld.

142

Tenzij dat iemand_bw.indd 142

07-10-19 15:50


Ik beperk me nu, omdat ik er in de volgende verhandeling uitvoeriger over zal zijn. (2.) Span u in om wedergeboren te worden Als de wedergeboorte noodzakelijk is, dan is het noodzakelijk om u in te spannen die te verkrijgen. We staan allemaal op dit moment voor het aangezicht van God in een oude of in een nieuwe staat. Als we sterven in de natuur die we van de oude Adam hebben ontvangen, zonder dat we de natuur van de nieuwe Adam hebben ontvangen, is het net zo zeker dat ieder van ons zal worden uitgesloten van het Koninkrijk van God als het zeker is dat we leven en ademen op de plaats waar we staan of zitten. Wij zijn geboren uit de aarde, wij moeten uit de hemel geboren worden; wij moeten zowel een geestelijk als een lichamelijk leven hebben. O, dat iedere man en vrouw de noodzaak ervan net zozeer zou beseffen als degenen die in de hel zijn en deze nooit meer kunnen verkrijgen! Rijkdom is niet noodzakelijk, eer is niet noodzakelijk, maar wedergeboorte is absoluut noodzakelijk. Al zou u zoals Salomo zijn in al zijn heerlijkheid, zonder een nieuwe natuur zou u niet het voorrecht hebben om het Koninkrijk van God binnen te gaan. Als u echter een nieuwe natuur heeft, maar niet de heerlijkheid van Salomo, nee, zelfs geen vodden aan uw lijf, dan zult u toegelaten worden. Als degenen die reeds vernieuwd zijn al elke dag de oude mens moeten afleggen en de nieuwe58 moeten aandoen (Ef. 4:22,24), hoeveel te meer is dat dan voor u noodzakelijk, die geen enkel stukje van de oude mens hebt laten vallen en geen korreltje van de nieuwe mens in u hebt? Zoals de oorspronkelijke verdorvenheid de plaats innam van de oorspronkelijke gerechtigheid, zo moet een wedergeboren genadestaat opstaan in de plaats van de oude verdorvenheid. God zal namelijk nooit met de verdorven natuur bevriend raken of geluk schenken aan datgene wat hij haat. Mensen zetten geen onkruid, maar bloemen in hun prachtige tuinen. God kiest echter voor onkruid, maar Hij maakt er bloemen van voordat Hij ze tot de heerlijkheid overbrengt. We moeten een bruiloftskleed hebben om ons geschikt te maken voor Gods feest en olie in onze 58.  Burgess. Noot vertaler: Anthony Burgess (1600-1663), puriteins prediker die na zijn studie als fellow lesgaf aan het Emmanuel College, later werd hij predikant in Sutton Coldfield.

143

Tenzij dat iemand_bw.indd 143

07-10-19 15:50


vaten om ons voor te bereiden op Zijn huwelijksfeest. Span u daarom in om wedergeboren te worden, want: (1.) Het is een onmisbare plicht. God heeft besloten: alleen ‘de reinen van hart (…) zullen God zien’ (Matth. 5:8). Op ons rust de plicht om God lief te hebben. Omdat wij verplicht zijn om God lief te hebben, zijn wij het ook om alles lief te hebben wat in relatie tot Hem staat. Daarom moeten we onszelf liefhebben, niet met een vuile, vleselijke liefde, maar zoals we het beeld van God zijn. Daarom zijn we verplicht om te doen wat we kunnen om dit beeld steeds helderder en zuiverder te vertonen en om het in onze ziel weer tot zijn oorspronkelijke volmaaktheid te brengen. Wij zijn aan God verplicht om dit beeld van Hem in dezelfde staat terug te geven als die waarin Hij het aan Adam – en in zijn lendenen ook aan ons – heeft gegeven. Omdat de Verlosser het op Zich heeft genomen om die staat te herstellen, is het onze plicht om deze Verlosser te zoeken om het te kunnen herstellen. Hij kwam namelijk ‘opdat zij59 het leven hebben’ (Joh. 10:10): een beginsel van leven in ons om ons geschikt te maken voor het eeuwige leven en om ‘het overvloediger te hebben’, heerlijker en blijvender dan Adam. (2.) Span u in om het te verkrijgen, want iets van deze natuur lijkt noodzakelijk voor alle verstandelijke en intellectuele wezens. De eerste natuur van de mens was veranderlijk en iets wat gelijkwaardig is aan deze wedergeboorte was noodzakelijk om zijn natuur blijvend te laten zijn. Zoals het plaatsen van de engelen onder het Hoofd Christus in zekere zin een wedergeboorte van hen is, want het is een verandering van hun staat, van veranderlijk naar onveranderlijk. Niet in hun natuur, want op die manier is alleen God onveranderlijk, maar door genade: ‘Om (…) alles tot één te vergaderen in Christus’ (Ef. 1:10). Het is nu noodzakelijk om onze natuur te veranderen en daarna om die verandering blijvend te maken. De meeste theologen denken dat Adam, als hij enige tijd staande was gebleven, bevestigd was in de staat van onschuld en was verheven tot een voortreffelijker staat dan die van het paradijs. Dat zou een verandering van zijn staat zijn geweest. Als er dus een verandering van staat nodig was om zijn geluk blijvend te maken, dan is een verandering van staat nog veel noodzakelijker voor ons om het geluk waar we uit vielen, te herwinnen. 59.  Noot vertaler: Charnock heeft: ‘we’ (wij).

144

Tenzij dat iemand_bw.indd 144

07-10-19 15:50


(3.) Span u ervoor in, want door dat niet te doen, handelt u tegen uw eigen verstand en natuurlijke ervaring in. U hebt door het licht van de natuur en nog helderder door het licht van het Evangelie genoeg kennis om te weten dat u niet bent zoals God u in het begin heeft gemaakt. U kunt niet anders dan erkennen dat het onmogelijk is dat er zo’n slecht en wetteloos werk uit Zijn handen zou komen. Er is iets wat u mist. En zijn die overblijfselen van de natuur alleen aan ons overgelaten om ons onze armoede te tonen en niet ook om ons aan te sporen om een remedie te zoeken? Melanchthon zegt: ‘Ik heb veel mensen gezien die in wellusten leefden, maar die toen ze verdriet om hun zonden kregen, uitriepen: “Hoe kan ik ooit door God ontvangen worden als mij geen nieuw licht en nieuwe deugden toegediend worden?”’ Stel dat u wordt stilgezet nadat uw vleselijke genegenheden of uw vele pleziertjes zijn uitgewoed en u in stilte over uzelf nadenkt en uw toekomstige staat onderzoekt. Als uw geweten niet bedrieglijk is en u niet vleit, zal het u dan niet ronduit zeggen dat u een mens des doods bent, die wordt voorbereid voor de dag van de slachting? Bovendien, zal niet ieder mens als hij echt helemaal tot rust gekomen is, bekennen dat hij geen echte voldoening kan vinden in de dingen hier beneden? En zijn er soms geen natuurlijke verlangens naar iets daarboven? Vragen niet alle mensen zich een keer af: ‘Wie zal ons het goede doen zien?’ (Ps. 4:7). Hebt u ooit een heerlijker vreugde dan wanneer u zich in vuur en vlam voelt staan met verlangens ernaar? Maar, helaas, voelt u zich niet in een verdorven staat, waarin dit slechts zwakke fladderende bewegingen zijn en waarin de ziel er snel moe van is? Is dit niet een bewijs dat er een krachtiger natuur nodig is om de dingen hierboven te bereiken en te genieten? Handelt u dan niet tegen uw eigen gevoel in als u zich niet inspant om wedergeboren te worden? Doet u uw geringe verstand geen geweld aan door de aantrekkingskracht naar boven af te snijden? Laat me dit nog eraan toevoegen: U handelt op een manier die in strijd is met de aard van alle dingen als u niet die staat zoekt die was bedoeld om de menselijke natuur te vervolmaken. Is het niet natuurlijk dat alles zich inspant om terug te keren tot zijn oorspronkelijke zuiverheid en te strijden tegen datgene wat onnatuurlijk is? Een fontein zal niet rusten tot hij het vuil heeft uitgespoeld dat erin is geworpen. Zo moet ook de mens niet stil zijn tot hij zich hersteld heeft van de heerschappij van de 145

Tenzij dat iemand_bw.indd 145

07-10-19 15:50


zonde in zijn natuur en van de vervuiling die daardoor is ontstaan. Bent u tevreden met een vuil, onrein en ziek lichaam? Bent u niet rusteloos tot het gereinigd en genezen is? Is het geen last voor u dat uw ziel in een vieze en vuile toestand verkeert? Handelt u daardoor niet tegen uw eigen natuur in andere dingen? (4.) Zich niet inspannen om wedergeboren te worden is verachting van de algemene barmhartigheid van God en de algemene goedertierenheid van de Middelaar voor de mens. Er zijn in de mens verlangens en neigingen naar geluk en er is enige kennis dat dit geluk in God ligt. Deze verlangens werden in de mens achtergelaten door de barmhartigheid van God door de tussenkomst van de Middelaar. Daarom noemen sommige theologen ze geen overblijfselen van de natuur, maar herstelde beginselen, als basis waarop voortgebouwd kan worden. Bij de zondeval heeft de mens immers alles verbeurd en de zonde heeft hem van alles de jure (naar recht) beroofd. Maar door de bemiddeling van Christus bleven die verlangens achter (Kol. 1:17: ‘Alle dingen bestaan tezamen door Hem’), anders was er geen aanknopingspunt om bij aan te sluiten. Deze verlangens zijn achtergelaten als fundamenten waarop God deze genade van de wedergeboorte bevestigt.60 Net zoals spinners niet de hele draad uitspinnen, maar aan het eind een stuk laten zitten, zodat ze er een andere draad aan vast kunnen maken. Zo heeft God, Die als doel heeft om de mens goed te doen door hem te vernieuwen, het niet toegestaan dat de natuur volledig uitgeroeid werd. Nee, Hij liet die als een wortel staan om daarop te kunnen enten. Om de mens des te beter in staat te stellen tot gelukzaligheid. Als de mens geen natuurlijk verlangen naar geluk had gehad, was er geen aanknopingspunt geweest om hem tot zoiets aan te zetten. Daarom: als u zich niet inspant om wedergeboren te worden, verwijt u God dat Hij deze stronk in u heeft achtergelaten en lijkt u tevreden te zijn met uw verdorven natuur. Alsof u geen restanten van de oorspronkelijke natuur hebt! Het is een strijd tegen de overblijfselen van de oorspronkelijke natuur die in ons is achtergebleven. (5.) Zet u in om wedergeboren te worden, want dat is net zo noodzakelijk als de rechtvaardiging. Daarom moet u zich daarvoor inspannen met 60.  Stoughton’s Righteous man’s Plea. Noot vertaler: John Stoughton (1593-1639) was predikant en diende diverse Engelse gemeenten. Righteous man’s Plea (1639).

146

Tenzij dat iemand_bw.indd 146

07-10-19 15:50


net zoveel ijver als voor de vergeving van zonde, want wie wil er geen vergeving van zonde? U moet net zo verlangen naar de wedergeboorte van uw natuur; beide zijn even noodzakelijk. Degenen die geen innerlijke gerechtigheid hebben, kunnen nooit een toegerekende gerechtigheid van Christus verwachten. Voor Christus kunnen die twee dingen niet los van elkaar bestaan. Door de zondeval zijn ons twee dingen overkomen: we hebben een andere staat gekregen en een andere natuur. Het herwinnen van het eerste moeten we evenzeer zoeken als het tweede, dus het behoren tot een ander verbond door rechtvaardiging (van nature zijn we in het verbond met Adam) plus het versierd worden met een ander beeld (van nature zijn we misvormd door het beeld van Adam). Zolang we slechts van de eerste Adam afstammen en met hem verenigd zijn, hebben we te maken met zijn strenge verbond en dragen we zijn misvormde beeld. Als we verenigd zijn met de tweede Adam en geestelijk van Hem afstammen, zijn we in Zijn verbond van genade en versierd met Zijn beeld. Voor wedergeboorte en voor rechtvaardiging moeten we ons dus in dezelfde mate inspannen, want beide zijn even noodzakelijk: ‘Opdat gelijk de zonde geheerst heeft tot den dood, alzo ook de genade zou heersen door rechtvaardigheid tot het eeuwige leven, door Jezus Christus, onzen Heere’ (Rom. 5:21). Laten wij ons dus ervoor inspannen dat we door genade geregeerd worden. Laat niet datgene de laagste plaats in onze gedachten hebben wat de hoogste plaats moet hebben. Sinds onze natuurlijke afstamming van Adam zijn wij vijanden van God. Wij moeten geestelijk opnieuw geboren worden, wil onze vijandschap eindigen. (6.) De voordelen van de wedergeboorte zijn groot. Wanneer wij vernieuwd worden, geven we onzuiverheid op in ruil voor zuiverheid, ruilen we vuiligheid in voor goud, verdorvenheid voor heiligheid, vlees voor geest, natuur voor genade, zonde voor God en voor het eeuwig genieten van Hem. Onze huidige natuur is een natuur van dood en slavernij; de nieuwe natuur is als de nieuwe wet, een wet van leven en vrijheid (Jak. 1:25). Hij zal onze zielen op orde brengen en de Israëlieten bevrijden van de Egyptische opzichters. Hij zal het woeden van de zonde beteugelen en rust brengen in onze zielen. Genade en vrede worden op een gezonde manier samengevoegd door de apostel. Immers: vrede in onszelf kan niet bestaan zonder inwonende genade en vrede met God kan niet bestaan als we Zijn gunst niet genieten. Wedergeboorte zal ons in staat stellen om geestelijke werken te verrichten. Zoals alle natuurlijke handelingen 147

Tenzij dat iemand_bw.indd 147

07-10-19 15:50


voortkomen uit de natuurlijke staat van het schepsel, zo vloeien alle geestelijke handelingen voort uit de geestelijke staat van de ziel. Zonder die laatste staat kan een vleselijk hart niet meer geestelijk werk doen dan een rots het werk van een balsemboom kan verrichten. Het is gewoon allerredelijkst en allerrechtvaardigst dat we ons moeten inspannen om die staat terug te krijgen waarin we geschapen waren. Die is immers de beste voor ons, want het is zeker dat de hof waarin God ons heeft geschapen, de beste was. Het is ongelooflijk veel beter om een rechtvaardig mens te zijn dan om een mens te zijn. (7.) Span u in. U zult daar nooit berouw van hebben, want het is noodzakelijk. Noodzaak doet ons de strijd aanbinden tegen de grootste moeilijkheden. In geval van nood doen mensen meer dan wanneer er geen noodzaak is. Nooit heeft iemand er berouw van gekregen, nooit zal iemand er berouw van krijgen. Voor allen die wedergeboren zijn, is dat een troost op hun sterfbed geweest. Het was nooit iemand tot verdriet. Het feit dat allen bij wie het gewerkt is het daarover eens zijn, moet onze verlangens en inspanningen verlevendigen. Vraag een vernieuwd mens of het hem ooit heeft gekweld dat hij is wedergeboren. Of hij liever niet wedergeboren zou zijn dan opnieuw dezelfde pijn van de wedergeboorte te ondergaan. Zou zijn antwoord niet zijn: ‘Nee, ook al kreeg ik de hele wereld!’? Wanneer de gezegende apostel Paulus het over zijn late wedergeboorte heeft, zegt hij met enige spijt: ‘Als van een ontijdig geborene’ (1 Kor. 15:8). Dat impliceert dat hij verdrietig is dat hij niet eerder is wedergeboren. En Augustinus roept het uit: Sero te amavi, Domine: ‘Ik heb U te laat lief gekregen, Heere!’ Zo heeft ieder vernieuwd mens er berouw van dat hij niet eerder is wedergeboren. Een wedergeborene die onder het juk van Christus komt, vindt er zo’n genoegen in. Het is zo gepast voor hem, het is zo in zijn belang, dat hij niet vrij zou willen zijn van die vreugdevolle verbintenis met Christus en van de zoetheid van Zijn juk. Hij wil dat niet ruilen voor alle genoegens en goederen van de wereld. (3.) Zet u nu in Laat geen minuut voorbijgaan zonder schietgebed tot God om wedergeboren te worden. Als u thuiskomt, val dan op uw knieën en sta niet op totdat uw voornemens en gezindheid veranderd zijn. Als u de noodzaak ervan goed had begrepen, zou u geen uur doorbrengen zonder daarom te bedelen. U hebt de noodzaak ervan nu gehoord. Weet u zeker dat u dit 148

Tenzij dat iemand_bw.indd 148

07-10-19 15:50


nog een keer zult horen verkondigen? Als veel dagen voorbijgaan en u de huidige gelegenheid veronachtzaamt, weet u dan zeker dat u de hoop en het geluk van de nieuwe geboorte niet verspeelt? Toen God Abraham opdroeg om zichzelf en zijn familie te besnijden, deed hij dat op dezelfde dag als waarop God hem dat opdroeg, zoals er in Genesis 17:23 staat. Waarom zou u Abraham niet navolgen, door bereidwillig en snel uw hart te besnijden? Hoewel God lang wacht, kunnen we niet denken dat Hij altijd dode zielen het hof zal blijven maken. Het moet nu gebeuren; zo’n verandering kan niet na de dood plaatsvinden: ‘De verlossing hunner ziel (…) zal in eeuwigheid ophouden’ (Ps. 49:9). De verlossende Heiland zal niet meer aangeboden worden en de vernieuwende Geest zal het hart niet meer raken. Christus breekt de heidenen als een pottenbakkersvat (Ps. 2:9). Een pot kan in water worden losgeweekt en opnieuw in elkaar worden gezet voordat hij wordt verbrand, maar wanneer hij is verbrand, kan hij niet meer worden veranderd. Welnu, als u deze dag opnieuw geboren zult worden, zal God deze dag in gezegende herinnering houden. Hij zal namelijk een zoon krijgen. Jezus Christus zal met Zijn bloed deze dag in rode letters op Zijn kalender schrijven, want Hij zal een broeder krijgen. De Geest zal Zich verblijden, want Hij zal een tempel krijgen. De engelen zullen zich verheugen, want zij zullen een mededienaar krijgen. En u wordt geschikt voor de eeuwige erfenis. Laat mij daarom bij jonge mannen en vrouwen aandringen op deze noodzakelijke en belangrijke zaak. Ik weet niet wanneer ik er bij andere gelegenheden kans toe heb of dat het dan past. Er staat niet: ‘Tenzij dat een oude man opnieuw geboren wordt’, maar: ‘Tenzij een mens’. Wees dus niet zorgeloos, alsof het u niet aangaat, en stel het ook niet uit tot later omdat u mogelijk nog langer zult leven. Denk eens goed over het volgende na: 1. Als u al jong wordt wedergeboren, ontvangt God veel eer. (1.) Doordat veel zonde wordt voorkomen. Hoezeer zijn jonge mensen daartoe genegen, ja, zelfs kinderen die nog maar net droog achter hun oren zijn. Alsof de ongerechtigheid hun leraar in de baarmoeder was! Jeugdig bloed is het materiaal dat de duivel in brand steekt. Job wist het; daarom offerde hij toen zijn zonen feestvierden (1:5). Hij was bezorgd over hun aangeboren verdorvenheid, vanwege het besef van de zonden van zijn eigen jeugd. We horen hem daarover klagen in Job 13:26. Daar149

Tenzij dat iemand_bw.indd 149

07-10-19 15:50


om was hij bang dat zijn kinderen, die dezelfde verleidingen ondervonden, in dezelfde zonden zouden vallen. Welnu, door jong wedergeboren te worden, worden vele ziekten van de ziel voorkomen en wordt de grote breuk van de natuur genezen, zoals de ziekten van het lichaam worden afgewend als men in de lente zijn gewoonten verandert. Hoewel iemands ziel ook als hij op oudere leeftijd wordt wedergeboren, toegerust is voor de hemel, zal het pijnlijk voor hem zijn dat in zijn vroegere natuurlijke staat het onteren van God niet is voorkomen. Zo is het niet met mensen die op jonge leeftijd worden wedergeboren. Zij kunnen niet klagen, zoals Paulus deed: ‘O, hoe heb ik de kerk van God vervolgd! Wat een dreigementen heb ik tegen Christus en Zijn volk geuit! Hoe heb ik me in allerlei zonden gewenteld!’ Zij hebben weliswaar evenveel reden om te klagen over het overblijfsel van de oude mens in hen, maar niet over zoveel bittere vruchten van het vlees als anderen. De duivel deinst terug als hij is beroofd van een actieve dienaar! Niets maakt de hemel namelijk zo vreugdevol, maar ook niets maakt de hel zo verdrietig, omdat hij niet de volledige oogst van de zonde ontvangt die hij van die dienaar verwachtte. (2.) In het ijverig dienen van God. Jonge mensen hebben doorgaans een actieve geest en sterke affecties, terwijl in de ouderdom de jeugdige ijver bekoelt. Zulke mensen kunnen net als Petrus zich gorden en wandelen waar ze willen (Joh. 21:18). Ze reizen rond voor God; maar ouderdom remt hun geest af. Wij zijn niet zo geschikt om te dienen als de kracht van onze jeugd is vergaan. Dan zou u wel behouden worden, maar God zou geen eer meer aan u behalen. Welnu, de kracht of energie die een jongeman heeft, zal de genade sturen en naar een nuttig doel leiden. Degenen die op jonge leeftijd worden wedergeboren, zullen in vroomheid uitblinken, want ze hebben meer tijd om te groeien. Hun geloof en liefde zullen, doordat ze meer geoefend worden, sterker zijn. En hoe sterker de genade, hoe meer eer aan God zal worden gegeven (Rom. 4:20). Van Abraham staat dat hij ‘is gesterkt geweest in het geloof, gevende God de eer’. Wie vroeg in de ochtend opstaat, zal meer werk doen dan wie tot de middag in bed ligt of lanterfant tot de zon ondergaat. (3.) In het laten zien van de kracht van Gods genade. Een wedergeboorte op jonge leeftijd is het grote sieraad van het Evangelie. Zij laat zien dat de inwonende genade verheven en krachtig is: zij dooft jeugdig vuur en krachtige verleidingen, zij doet zichzelf verloochenen en Gods geboden verkiezen boven de eigen genoegens. Het verhoogt de genade, wanneer 150

Tenzij dat iemand_bw.indd 150

07-10-19 15:50


de duivel op zijn eigen mestvaalt wordt verslagen, waar hij zo’n grote aanhang had, vanwege de verdorvenheid waaraan jongeren onderworpen zijn. Wat een loflied is het op de schoonheid en de kracht van de genade om een jonge, bloeiende plant in Gods tuin te zien! Het laat zien hoe krachtig Zijn genade is om de zaligheid te bewerken, zodat ze sterk zijn in de kracht van de almachtige God, om te strijden tegen overheden en machten alsook tegen vlees en bloed. Het manifesteert de kracht van Gods genade in het werk van het geloof en laat zien dat er een geest van kracht in hen woont. 2. Jong wedergeboren worden geeft niet alleen God de eer, maar is ook in uw eigen belang. (1.) Uw wedergeboorte zal zachtaardiger toegaan. De overtuiging van uw geweten zal er kalmer aan toegaan, zonder de verschrikkingen die degenen ondergaan die vele jaren in hun oude natuur zijn ondergedompeld. Om een oude zondaar uit zijn doodslaap te wekken, moet hij meer van de hel ervaren. Paulus had enkele jaren overmoedig gezondigd, en werd op de aarde geworpen. Christus greep hem als het ware bij de keel en schudde hem door elkaar: ‘Hij bevende en verbaasd zijnde’, enz. (Hand. 9:6). Op oudere leeftijd zullen er meer ontstellende verzwaringen van zonden zijn, die het geweten kwellen en pijnigen. In etterende wonden moet meer gesneden worden en daarom is het genezingsproces daarvan pijnlijker dan van wonden die net opgelopen zijn. Hoe meer we vervreemd zijn van het leven van God, hoe moeilijker het zal zijn om terug te keren naar dat leven. Hoe verder iemand van de route is afgedwaald, hoe langer hij moet reizen om er weer op te komen en hoe meer moeite hij moet doen. Veel meer dan degene die slechts een beetje van het pad ging. (2.) Als u bent wedergeboren, zult u God meer dank bewijzen. God houdt van de eerste vruchten. Onder de wet wilde Hij niet de overblijfselen van de oogst hebben, maar de eerste vruchten. Die werden op het altaar gelegd als Gods deel. De hartelijkheid van de jeugd, dat is het wat God het meest waardeert. Hij koesterde Israël omdat zij ‘de eerstelingen Zijner inkomste’ waren. Toen Hij door Israël beschaamd werd, zei Hij: ‘Ik gedenk der weldadigheid uwer jeugd, der liefde uwer ondertrouw, toen gij Mij nawandeldet in de woestijn’ (Jer. 2:2-3). God schrijft de tijd van de nieuwe geboorte op en dat blijft tot lang daarna in Zijn hoofd. ‘Epénetus (…) de eersteling (…) van Acháje’ wordt door Paulus begroet 151

Tenzij dat iemand_bw.indd 151

07-10-19 15:50


– als hij de hele gemeente heeft begroet – met de titel van welbeminde: ‘Groet ook de gemeente in hun huis. Groet Epénetus, mijn beminde, die de eersteling is van Acháje in Christus’ (Rom. 16:5). En nog meer dan door een dienaar worden de eerste vruchten geliefd door de Heere. God heeft de meeste genegenheid voor hen die bij de eerste klank van het Evangelie binnenkomen. Daniël was een jongeman, maar de heiligste van zijn tijd; en God heeft zo’n grote liefde voor hem dat Hij hem in één adem noemt met Noach, de beroemde prediker van de gerechtigheid, en met Job, de spiegel van geduld: ‘Ofschoon deze drie mannen, Noach, Daniël en Job, in het midden van hetzelve waren, zij zouden door hun gerechtigheid alleen hun ziel bevrijden’ (Ez. 14:14). Zij waren degenen die de grootste macht hadden om de oordelen te weren van de plaats waar zij waren. (3.) Als iemand jong wedergeboren wordt, zal zijn troost groter zijn. Wat een lange tijd heeft zo iemand om de vertroostingen van de Geest te genieten! Terwijl degenen die later vernieuwd worden minder troost hebben, omdat zij de Geest langer verdriet hebben gedaan. U zult altijd bereid en geschikt zijn voor het Koninkrijk van God, wanneer God u daartoe ook maar zou roepen. Uw voorsmaken van de hemel zullen groter zijn, en u zult zeer vertrouwd zijn met de hemel voordat u daar aankomt en het volledige genot ervan zult ervaren. Johannes, de jongste discipel, lag in Christus’ schoot. Hij werd nadien het meest geestelijk verlicht en kreeg onderwijs over de toestand van de kerk in de eindtijd. Als onze traagheid ervoor zorgt dat God moet wachten tot wij naar Hem terugkeren, zal Zijn gerechtigheid ons lang op Zijn troost laten wachten. Hoe eerder u opnieuw geboren wordt, des te zoeter zal uw dood zijn. U hebt dan namelijk een schat aan ervaringen dat God genadig, goed en de Waarheid is. Daarmee zult u alle beangstigende beschuldigingen van de duivel, die hij bij uw vertrek van hier zal opwerpen, kunnen weerleggen. Er zal geen twijfel oprijzen, maar u zult een schat aan ervaring hebben om daarmee de duivel te woord te staan. Hoe langer u God kent en hoe langer u in uw karakter Zijn beeld vertoont, des te vreugdevoller zal uw overtocht naar Hem zijn en des te meer vertrouwen zult u hebben tegen de angst voor de dood. (4.) Hoe eerder u opnieuw geboren wordt, hoe oprechter en sterker uw genade zal zijn. Als u tegen de sterke stroom en vloed van uw natuur in roeit, tegen de verleidingen van uw jeugdige leeftijd, tegen uw onstand152

Tenzij dat iemand_bw.indd 152

07-10-19 15:50


vastigheid, lichtzinnigheid en onbezonnenheid, dan zijn dat argumenten dat u oprecht bent. Als u God zoekt terwijl u vaak redelijke uitnodigingen tot de zonde ontvangt, dan is dat niet zo verdacht als wanneer u niet meer lang te leven hebt. Dat laatste komt immers eerder voort uit angst voor de toorn dan uit liefde voor de Schepper en Zijn eer. Hoe frisser genade is, hoe sterker zij is. Iemand die op jonge leeftijd wedergeboren is, zal als hij ouder wordt een groot en krachtig postuur krijgen. Met genade is het namelijk niet zoals met ons lichaam: hoe ouder, hoe zwakker. Nee, als de uitwendige mens verdorven wordt, groeit de inwendige mens en wordt deze vernieuwd van dag tot dag (2 Kor. 4:16). Een jonge plant in het huis van God zal vet zijn en bloeien en vol zijn met vruchten op hoge leeftijd (Ps. 92:14-15). De zwakheid van het lichaam in zulke mensen is de jeugdigheid van de genade. (5.) Hoe jonger u wedergeboren bent, hoe groter uw heerlijkheid zal zijn in het Koninkrijk van God. God beloont ons volgens onze werken: ‘Ik zal ulieden geven een iegelijk naar uw werken’ (Openb. 2:23). Niet alleen aan de goddelozen, de nakomelingen van Izebel, zal Hij geven naar hun werken, maar ook aan hen wier liefde, dienst, geloof en lijdzaamheid Hij kent (vs. 19). Het nieuwe leven is een bron van leven en hoe langer u dat mist, hoe minder goede werken u kunt doen en hoe lager uw loon zal zijn. Hoewel God de wedergeboorte op soevereine wijze werkt en barmhartig is voor wie Hij barmhartig is, handelt Hij bij het belonen als een rechtvaardige Rechter, volgens de regels van de gerechtigheid: ‘De kroon (…) welke mij de Heere, de rechtvaardige Rechter, (…) geven zal’ (2 Tim. 4:8). De Heere bepaalt de heerlijkheid naar verhouding van het werk dat ieder mens doet. Jongeren die wedergeboren zijn en het hoofd bieden tegen de verleidingen van hun wilde natuur, zullen kronen met meer juwelen dragen. Zij mogen niet alleen binnengaan, maar hun zal ‘rijkelijk toegevoegd worden de ingang in het eeuwig Koninkrijk van onzen Heere en Zaligmaker Jezus Christus’ (2 Petr. 1:11). Zij zullen met grote snelheid de haven invaren. Hoe heviger de stormen zijn waartegen zij het hoofd moeten bieden, des te helderder zal hun heerlijkheid zijn. Want als hij die de verleiding doorstaat – slechts één verleiding – een kroon zal hebben, dan zal hij die vele verzoekingen doorstaat verhoudingsgewijs een grotere kroon ontvangen: ‘Zalig is de man die verzoeking verdraagt; want als hij beproefd zal geweest zijn, zal hij de kroon des levens ontvangen’ (Jak. 153

Tenzij dat iemand_bw.indd 153

07-10-19 15:50


1:12). Hoe vertroostend zal het zijn om het gewicht van uw kroon en de rijkdom van uw kleding te voelen, al naargelang van het aantal jaren dat u gediend heeft. Als er verdriet in de hemel zou zijn, dan zou dat zijn omdat iemand niet eerder werd wedergeboren, zodat hij God, Die hem zoveel eer in de hemel schenkt, op aarde meer had kunnen verheerlijken. Ook al zou iemand van u er zeker van zijn dat hij opnieuw geboren zou worden nadat hij vele jaren in de wereld had doorgebracht en de begeerten van het vlees had vervuld, hoe groot zou zijn verlies echter zijn, zowel van de troost van de Geest in dit leven als van de mate van heerlijkheid in het hiernamaals! 3. Het uitstellen van uw zoektocht naar de wedergeboorte tot u ouder bent, is een grote dwaasheid. De wedergeboorte is een zaak van het grootste belang, de grootste noodzaak. In vergelijking daarmee zijn alle andere dingen slechts kleinigheden en bijzaken. Is het niet dwaasheid om de voorkeur te geven aan onbenulligheden boven noodzakelijke dingen? Is het niet krankzinnig om de lemen muur rond uw tuin te herstellen, maar niets te doen tegen het vuur dat uw huis bijna in lichterlaaie zet? U bent vergiftigd in uw natuur, u hebt de vlekken van de pest op uw hart. Zou het niet absurd zijn als iemand die gif heeft gedronken en wat op zijn kleren heeft gemorst, zorgvuldiger de vlekken uit zijn kleding zou halen dan het gif uit zijn maag? U maakt zich druk om uw lichaam en vlees, maar o, wees niet zo dwaas om het gif binnenin de overhand te laten krijgen en de pest in het hart door te laten gaan. Dwaasheid is het, (1.) Vanwege de onzekerheid van het leven. U bent geen heer en beschermer van uw eigen tijd, nee, die is in Gods handen: ‘Mijn tijden zijn in Uw hand’ (Ps. 31:16). Als Hij die tijd morgen uit Zijn hand liet schieten, wat zou uw toestand dan zijn? Als het oordeel degenen die nu in een dode staat verkeren, aantreft zoals ze hier zijn, zijn ze niet te herstellen. Als God u zo met een klop wegstoot, zoals Job zegt (36:18) – u bent immers een kind van de toorn – dan kan een ‘groot rantsoen er niet (…) afbrengen’. De hel volgde de dood van dichtbij op de rug (Openb. 6:8). Zal de zonde heersen in het lichaam? Dat is ontzettend laag. Maar in een sterfelijk lichaam, een lichaam dat elk uur in het graf kan vallen? Dat is de grootste dwaasheid. De apostel vermaant: ‘Dat dan de zonde 154

Tenzij dat iemand_bw.indd 154

07-10-19 15:50


niet heerse in uw sterfelijk lichaam’ (Rom. 6:12). Menige kaars is al uit voordat hij slechts half opgebrand is. Hoe vaak wordt een heldere zon in de ochtend al voor het middaguur overschaduwd door wolken! Was niemand van u afgelopen week bij de begrafenis van een sterk en krachtig persoon? Misschien is er niet meer tijd voor u over dan alleen om deze nieuwe geboorte te zoeken. God grijpt sommigen plotseling, zodat zij geen tijd hebben om uit te roepen hoe het met hen gaat: ‘Zij roepen niet, als Hij hen gebonden heeft. Hun ziel zal in de jonkheid sterven, en hun leven onder de schandjongens’ (Job 36:13-14). Het is beter om jaren te vroeg wedergeboren te worden (als het al te vroeg kan zijn), dan om het een minuut uit te stellen en dat dan zal blijken dat het te laat is. Wie de nieuwe geboorte vandaag uitstelt, heeft misschien geen nieuwe morgen meer om wedergeboren te worden. En het zou beter voor u zijn om nooit geboren te zijn dan om door de dood verrast te worden voordat u opnieuw geboren bent. (2.) Het is dwaasheid, want als u nu de tijd verwaarloost, dan leeft u weliswaar nu, maar of u naar God zult terugkeren door wedergeboorte, dat is zeer onzeker. Er bestaat een dag van genade en die is korter dan de dagen van het leven van een mens: ‘hetgeen tot uw vrede dient’ was toen ‘verborgen voor uw ogen’ (Luk. 19:42),61 hoewel hun vernietiging veertig jaar werd uitgesteld. Er is soms een besluit in de hemel dat de Geest niet langer zal twisten met deze of gene: ‘Mijn Geest zal niet in eeuwigheid twisten met den mens’ of ‘in de mens’, ‘met deze of gene mens’, ‘dewijl hij ook vlees is’ (Gen. 6:3). Dat is een bedreiging aan het adres van de kerk, in tegenstelling tot de wereld, vs. 2. De kerk begon toen verdorven te worden. Mijn Geest zal niet met hen twisten, hoewel zij Mij met hun mond belijden en bij Mij aanwezig zijn in de eredienst. Toch zijn zij vlees, verworden tot louter vlees en vlees zullen zij blijven. Soms wordt dat bevestigd door een plechtige eed: de engel zweert op een zeer plechtige manier ‘bij Dien Die leeft in alle eeuwigheid, Die den hemel geschapen heeft (…) en de aarde (…) dat er geen tijd meer zal zijn’ (Openb. 10:5,6). Dat wil zeggen: geen tijd van bekering, als u het met Openbaring 9:20-21 vergelijkt. Niet zonder grote reden noemt de apostel zowel de woorden die op aandacht slaan (zie) als die op tijd 61.  Noot vertaler: Charnock heeft: ‘The things of their peace (…) hid from their eyes’ (‘de dingen van hun vrede (…) verborgen voor hun ogen’).

155

Tenzij dat iemand_bw.indd 155

07-10-19 15:50


slaan (nu) dubbel. Hij doet dat terwijl hij hen aanspoort om de genade van God niet tevergeefs te ontvangen, dat wil zeggen: tevergeefs onder de bediening van het Evangelie te zitten, zonder dat dit in hun harten afgedrukt en erin geschreven wordt: ‘Zie, nu is het de welaangename tijd, zie, nu is het de dag der zaligheid!’ (2 Kor. 6:2). 4. Het wordt elke dag moeilijker om wedergeboren te worden. Net zoals het een dwaasheid is om de wedergeboorte niet te zoeken, is het dwaas als u deze nu niet zoekt en u daarvoor niet inspant, want het is elke dag moeilijker om die te verkrijgen. Dat heeft te maken met de volgende zaken: (1.) In moreel opzicht wordt u steeds afkeriger en ongeschikter. Het is waar dat er in ieder mens een morele afkeer van een geestelijke vernieuwing bestaat, maar die wordt groter wanneer de gewoonte om te zondigen meer dan normaal wordt versterkt. Hoe meer de ziel bevroren is, hoe moeilijker het zal zijn om deze te smelten. In een lichaam dat enkele uren dood is, kan beter leven ingeblazen worden dan in een lichaam dat al gedeeltelijk tot stof is vergaan. Een jonge boom kan gemakkelijker worden uitgegraven en verplant dan een sterke oude eik, die zijn wortels diep in de aarde heeft uitgestrekt. Hoe meer de gewoonte van de zonde geworteld is, hoe moeilijker het voor de ziel is om te veranderen. Elke zonde in een onwedergeboren mens is een nieuwe steen die wordt toegevoegd aan de hoop stenen op het graf die dient om zijn opstanding te belemmeren. Ze zijn als boeien en als slavernij – een ‘samenknoping der ongerechtigheid’ (Hand. 8:23) – en met hoe meer nieuwe kettingen u wordt vastgemaakt, des te onbekwamer zult u zijn om u te bewegen. De gewoonte om te zondigen zal voor de ziel als aangeboren worden en op allerlei gebieden sterker. (2.) De ijver van de duivel. Als u in uw natuurstaat blijft tot u oud bent, zal de duivel, die u nu verblindt, uw blindheid nog veel groter hebben gemaakt. Hij zal in beweging komen als u oud bent, opdat hij niet datgene verliest wat hij zo lang bezeten heeft. Het is een schande voor de satan, net als voor mensen, om zich terug te trekken bij de laatste stap (deficere in ultimo actu). Hem die ons de eerste fatale klap heeft toegebracht en deze verworden natuur heeft veroorzaakt, zal het niet ontbreken aan waakzaamheid en zorg om de blindheid in u te vergroten. De duivel zal ijverig zijn om zijn eigen werk in stand te houden. Hoe langer hij in bezit 156

Tenzij dat iemand_bw.indd 156

07-10-19 15:50


ervan is, hoe moeilijker wordt het dat hij vertrekt. Judas was al de hele tijd dat hij een discipel van de Heere Jezus was, een duivel in het oordeel van onze Heiland: ‘En een uit u is een duivel’ (Joh. 6:70). Maar toen hij het krachtige appel van onze Heiland had weerstaan en zijn hebzucht had gekoesterd tegen de veelvuldige waarschuwingen van zijn Meester in, ‘voer de satan in hem’ (Joh. 13:27). Misschien was er daarvoor enige strijd in het natuurlijke geweten van Judas, zoals sommigen van u dat misschien hebben. Maar toen hij in zijn natuurstaat doorging, en zich verzette tegen datgene wat hij had gezien in de wonderen van onze Heiland, tegen Diens preken en tegen de overtuigingen van zijn geweten, kwam satan op een specialere manier bij hem binnen. Hij ging op een bijzonderder manier te werk en door een onbedwingbare macht brak hij de teugel van het geweten, die hem zo lang had ingetoomd. De satan dreef hem woest naar elke zonde waarheen hij maar wilde. Satan heerste daarvoor al in hem; maar zoals de wedergeborenen stap voor stap vervuld worden met geestelijke gaven en met nieuwe genade, zo gaat satan bij de natuurlijke mens, naarmate de zonde stap voor stap in hem toeneemt, op een nieuwe manier naar binnen. Hij gaat namelijk meer in hen aan het werk en krijgt meer macht over hen, hij bindt hen vast met sterkere ketens en boeien van ijzer. (3.) De geestelijke oordelen die het onmogelijk zullen maken. Vaker dan men denkt, komt het voor dat zulke oordelen mensen die onder de bediening van het Evangelie zitten, maar deze niet toelaten in hun hart, treffen. Ze zijn echter niet zo zichtbaar. Openbare zonden straft God vaak met zichtbare oordelen, maar moedwillige onbekeerlijkheid met geestelijke. Hoewel iemand onder dezelfde genademiddelen kan verkeren waardoor anderen door Gods genade wedergeboren worden, kunnen ze voor hem de bijkomstige62 uitwerking hebben dat ze hem verharden: ‘Haar modderige plaatsen en haar moerassen zullen niet gezond worden, zij zijn tot zout overgegeven’, zoals er in Ezechiël 47:11 staat. Terwijl anderen groeien als bomen aan beide zijden van de rivier en bladeren dragen die niet verwelken. Als uw nalatigheden en beledigingen God aanzetten om een eed te doen en Hem te doen zweren – zoals Hij ooit deed – dat u niet in Zijn rust zult ingaan (Hebr. 3:11), dan zal Zijn eed onomkeerbaar zijn, dan zal Hij eerder de hemel en de aarde vernietigen dan dat Hij deze eed zal breken. 62.  Noot vertaler: ‘accidental’.

157

Tenzij dat iemand_bw.indd 157

07-10-19 15:50


En voor het geval dat iemand tegenwerpt dat dit een eed tegen de Israëlieten was, laat de apostel doorschemeren dat deze eed zelfs tijdens de bedeling van het Evangelie van kracht is (vs. 12). Van daaruit spoort hij hen dan aan om erop te letten dat niet iemand van hen ‘een boos ongelovig hart’ heeft. Waarom zou deze vermaning nodig zijn, als deze eed alleen betrekking zou hebben op de Israëlieten die in de woestijn mopperden en niet op de ongelovigen en onwedergeborenen tijdens de bedeling van het Evangelie? In Jesaja 6:10 staat een afschrikwekkende tekst: ‘Maak het hart dezes volks vet en maak hun oren zwaar en sluit hun ogen, opdat het niet zie met zijn ogen (…) noch met zijn hart versta, noch zich bekere, en Hij het geneze.’ Deze vreeswekkende tekst wordt niet minder dan zes keer geciteerd in het Nieuwe Testament, alsof hij alleen van toepassing is op degenen die onder het licht van het Evangelie verkeren, maar moedwillig onbekeerd zijn. Omdat de barmhartigheden van het Evangelie het meest geestelijk zijn, zijn de oordelen die aan de verwaarlozers daarvan worden opgelegd, het meest geestelijk. Dan wordt iemand het mikpunt van Gods toorn en wordt zijn hart volledig afgesloten voor heiligende genade: ‘Omdat Ik u gereinigd heb’ (Ez. 24:13), dat wil zeggen: u reinigende genade heb aangeboden, ‘en gij niet gereinigd zijt, zo zult gij van uw onreinheid niet meer gereinigd worden, totdat Ik Mijn grimmigheid op u zal hebben doen rusten.’ Als God zo’n verborgen vonnis voltrekt, is niemand in de wereld in staat om een hart te openen dat God met een gerechtelijke uitspraak heeft opgesloten en verzegeld. Zelfs al zouden alle mensen in de wereld en alle engelen in de hemel op de meest hartelijke en rationele manier proberen om u te overtuigen, dan zou hun dat niet lukken. Sommigen stellen dat waar het Evangelie komt, het zeven jaar nodig heeft om de harten van de mensen te bekeren en ook zoveel tijd als mensen onder het Evangelie verkeren. Men baseert dat op Daniël 9:27: ‘En Hij zal velen het verbond versterken één week’, dat wil zeggen een week van jaren. En dat onze Heiland drieënhalf jaar onder de Joden preekte, en de apostelen zo’n drieënhalf jaar, voordat de Joden uit het verbond werden gesloten. Ik ben het daar niet mee eens, maar leg het aan degenen voor die meer dan zeven jaar onder het Evangelie hebben verkeerd, zonder dat er vernieuwend werk aan hun ziel heeft plaatsgevonden. 158

Tenzij dat iemand_bw.indd 158

07-10-19 15:50


Welnu, ik smeek u om meteen aan deze opdracht te beginnen. Wij zeggen niet tegen een arme man: ‘Ga heen en kom weder, en morgen (…)’ (Spr. 3:27,28) en zullen wij dan de Geest, Die door het Evangelie aan ons hart klopt, smeken om weg te gaan en een andere keer terug te komen? Onze gezegende Heiland heeft Zijn dood voor ons niet uitgesteld tot Hij oud was. Zullen wij dan niet voor Hem leven totdat we oud geworden zijn? Zijn dood is een argument dat door de apostel wordt gebruikt om ons ertoe te bewegen voor Hem te leven (2 Kor. 5:14-15), dus de tijd van Zijn dood moet voor ons een reden zijn om bijtijds voor Hem te gaan leven. Hoevelen zijn met dit dwaze morgen bedrogen uitgekomen. Velen zijn vandaag omgekomen, voordat de dageraad van morgen aanbrak. Stel het dus geen nacht langer uit. Denk na over uzelf en zeg: Heb ik zo lang geleefd, tevreden met mijn oude natuur? O Heere, wat was er van mij terechtgekomen zonder Uw wonderbaarlijke geduld? Handel als het weerlicht (bliksem), zoals de profeet Ezechiël spreekt over de beweging van de vier dieren (1:14). God kan de strijd tussen Zichzelf en u vóór middernacht beslissen: voor de gevangenbewaarder had Hij zelfs minder tijd nodig. Vraag: Wat moeten we doen om wedergeboren te worden? Antw. 1. Begin met bidden; zoek het bij de Heiland Die zo duidelijk verklaarde: ‘Een mens kan geen ding aannemen, zo het hem uit den hemel niet gegeven is’ (Joh. 3:27). Smeek er dan de hemel om; laat God van u horen zodra u thuiskomt. God laat gewoonlijk vernieuwende genade door dezelfde poort ingaan als waardoor het oprechte gebed uitgaat.63 Gebed is in overeenstemming met Gods genade; Hij weigert de genade nooit aan hen die er van harte naar verlangen. Ga daarom naar God, geef Hem geen rust. Als u dat doet, zal het niet lang meer duren voordat u dat vreugdevolle woord van Zijn genadige lippen hoort komen: ‘Mijn genade is u genoeg’, voldoende om u te vernieuwen, voldoende om u te genezen. Laat de vurigheid van uw gebeden evenredig zijn aan de noodzaak van de zaak en de grootte van uw ellende als u die zaak mist.

63.  Jackson vol. Iii chap. xxviii p 496 497. Noot vertaler: Vermoedelijk John Jackson (1600-1648), puriteins predikant te Marske, Barwick in Elment en Gray’s Inn. Een andere mogelijke auteur is Thomas Jackson (1579-1640), een theoloog die studeerde en doceerde in Oxford. Onduidelijk om welke titel het gaat.

159

Tenzij dat iemand_bw.indd 159

07-10-19 15:50


Pleit daarom bij God: Heere, is het niet beter om mij tot Uw vriend te maken dan om mij Uw vijand te laten blijven? Is het niet meer tot Uw eer om een ziel uit de zonde op te wekken dan een Lazarus uit het graf? Uw macht en barmhartigheid ontvangen meer roem in het veranderen van een droge stam in een vruchtbare en bloeiende boom. Overwin daarom mijn lage aard door Uw barmhartige macht. Geef mij in plaats van de aard van een giftige slang die van een duif. O, hoe graag zou ik U verheerlijken en aan het doel van mijn schepping voldoen! Verheerlijk Uzelf door een nieuw hart in mij te scheppen, opdat ik U mag verheerlijken door een nieuw leven. Ik kan geen nieuw hart krijgen door mijn eigen kracht, maar het is een werk dat niet te moeilijk is voor Uw macht. En het is in overeenstemming met Uw belofte. Pleit op de belofte: ‘Ik zal het stenen hart uit hun vlees wegnemen, en zal hun een vlezen hart geven’ (Ez. 11:19). En: ‘Ik zal u een nieuw hart geven, en zal een nieuwen geest geven in het binnenste van u’ (Ez. 36:26), maar hij ‘zal (…) hierom (…) verzocht worden, dat Ik het hun doe’ (vs. 37). Span u daarvoor in, bedel erom, net zo vurig als wanneer u bij extreme honger naar voedsel zou zoeken om uw natuurlijke eetlust te bevredigen. God zal het degenen die ernaar jagen, niet afslaan: honger en dorst naar gerechtigheid en u zult verzadigd worden (Matth. 5:6). Smeek om de werking van de Geest. Onze Heiland voorzag in de pleister, maar liet het aan de Geest over om deze aan te brengen. Hij voorzag in de verfstof, Zijn bloed, om Zijn beeld te tekenen, maar niemand anders dan de Geest kan deze aanbrengen. Vraag daarom de Geest van de Vader in de Naam van Christus. De Vader zendt Hem in de wereld en zendt Hem in het hart, maar dan in de Naam van Christus. Hij wordt een Heilige Geest genoemd, want zonder die Geest kan er geen heilige natuur zijn. 2. Wees diep bewust van de verdorvenheid van uw natuur. Hoe meer we ons bewust zijn van onze aangeboren verdorvenheid, hoe meer we ons inspannen om echt veranderd te worden. Kan iemand die de ernst van zijn ziekte niet inziet, ooit de noodzaak van genezing voelen? Wees er ten volle van overtuigd, zoals Paulus was, dat in u, dat wil zeggen in uw vlees, geen goed woont (Rom. 7:18). Ik weet het, ik besef het door ervaring. Als we maar echt de bezoedeling van onze natuur zouden zien, en de monsterlijke verandering ervan ten opzichte van de staat ervan bij de schepping, zoals we de misvorming van een aards gedrocht kunnen waarnemen, dan zouden we onszelf verafschuwen. Dan zouden we, als 160

Tenzij dat iemand_bw.indd 160

07-10-19 15:50


we dat konden, bij onze eigen natuur vandaan vluchten en zouden we alleen maar zuchten om bevrijd te worden van het lichaam van de dood en geen rust te hebben tot we van zo’n afschuwelijke natuur ontdaan waren. Laten we daarom tot onszelf komen, een blik werpen op onze toestand en kijken of er overeenstemming bestaat tussen onze verdorven natuur en de heerlijkheid van een andere wereld. Die is er niet, tenzij we de hemel een plaats vol vleselijke genoegens wanen! Maar de rede zal ons het tegendeel vertellen en een vleselijke ziel kan in die staat nooit geschikt zijn voor een geestelijke heerlijkheid. 3. Denk veel aan de volmaaktheid van de wet van God. Dit zal ons bewust maken van de tegenstrijdigheid van onze natuur ten opzichte van Gods heiligheid en ons zo op zoek doen gaan naar een remedie. Onderzoek of uw natuur beantwoordt aan de precisie van de wet. Want hoewel u zonder de wet leeft, zult u, wanneer het gebod en uw hart naar elkaar kijken, de zonde in haar leven en kracht zien en alle voortreffelijkheid waar u prat op gaat, zal sterven: ‘En zonder de wet, zo leefde ik eertijds; maar als het gebod gekomen is, zo is de zonde weder levend geworden, doch ik ben gestorven’ (Rom. 7:9). Paulus dacht dat hij een rechtvaardig mens was, totdat hij zich mat naar het exacte en geestelijke beeld van de wet. Hij was onderwezen in de letterlijke kennis van de wet, want hij was opgeleid tot farizeeër. Zijn hoofd en de wet kenden elkaar en hij dacht dat hij leefde, maar toen zijn hart en de wet elkaar leerden kennen, zag hij dat hij dood was en viel zijn eigendunk in duigen. Bedenk daarom dat de wet een volmaakte gerechtigheid vereist, een innerlijk beginsel. God neemt er geen genoegen mee dat wij de plichten die Hij in Zijn wet beveelt, uitvoeren; de vorm ervan moet ook overeenstemmen met Zijn wet. Dat is immers het gebod en het uitgangspunt en doel ervan. Denk eens over het volgende na: Heb ik zo’n gerechtigheid? Kan ik aan de wet voldoen? Voldoe ik aan de maat ervan in mijn daden? Dat doe ik volstrekt niet. Overweeg verder: Staat deze wet niet vast? Zal God deze wegstoppen? Zal Hij haar weggooien? Echt, zij is heilig, rechtvaardig en goed en daarom een staande regel. Ik moet een beginsel hebben dat geschikt is voor datgene waarvoor Jezus Christus kwam, niet om het te vernietigen, maar om het te vestigen. Hoe moet ik dat doen met deze verdorven natuur, waarin ik niet één ding doe waarmee ik de wet oprecht eerbiedig, als zijnde de wet van God? Dat wil zeggen dat mijn handelen gepaard gaat met vreugde in de wet? Absoluut, deze gezindheid, die 161

Tenzij dat iemand_bw.indd 161

07-10-19 15:50


zo strijdig is met de wet, moet worden veranderd. Mijn innerlijk moet zich in deze wet verblijden, ik moet een beginsel hebben dat in zekere mate, zij het onvolmaakt, overeenstemt met deze wet. Deze denkstappen moeten u aanzetten om zo’n gerechtigheid te zoeken die voor een deel aan de wet voldoet. 4. Denk aan de trekking door de Geest. Hij werkt mee én Hij onderwijst. Er is geen mens of hij voelt de Geest met hem twisten of hij heeft dat ooit meegemaakt. Christus klopt door Zijn Geest aan de deur van uw hart, Hij roept: ‘Zachéüs! (…) kom af; want Ik moet heden in uw huis blijven.’64 Heeft u nooit een stem uit de hemel gehoord die zei: ‘Kom tot Mij, opdat u het leven mag hebben’? Heeft u nooit een zucht uit de hemel gehoord: ‘Wanneer komt dat moment’? Heeft u nooit een traan over de wang van Christus zien lopen, zoals toen Hij over Jeruzalem weende? Heeft u nooit een zucht van een bedroefde Geest gehoord Die op u wachtte? Kunt u zien, horen en opnieuw horen, zonder te gehoorzamen, terwijl datgene waartoe u wordt aangespoord absoluut noodzakelijk is? Verstik deze bewegingen niet; beantwoord ze met gepaste genegenheid. Als Christus naar u kijkt zoals Hij naar Petrus keek, denk dan aan wat u bent en ween (Mar. 14:72). Als de Geest roept, antwoord dan nu: ‘Ik zoek Uw aangezicht, o Heere.’ Als u het zuchten van de Geest in de wind slaat, zult u in uw onbekeerlijkheid blijven. Verwerp dat aangename trekken aan uw hart niet. 5. Gebruik nauwgezet alle middelen van genade. Het zijn de pijpen waardoor de Geest blaast, de longen van de Geest, de instrumenten waardoor onze natuur veranderd wordt: ‘Het geloof is uit het gehoor.’ Het is door het horen van het geloof dat de Geest wordt verleend: ‘Die u dan den Geest verleent (…) doet Hij dat uit de werken der wet of uit de prediking65 des geloofs?’ (Gal. 3:5). Niemand kan verwachten dat hij de Geest ontvangt als hij de middelen niet gebruikt om Hem te verkrijgen, net zomin als mensen kunnen leven zonder te eten en te drinken. Willen we warm worden? Dan moeten we bij de kachel zijn. Willen we schoon worden? Dan moeten we ons wassen met water. Willen we vernieuwd worden? Dan moeten we onder de adem van de Geest zijn, en die is in 64.  Noot vertaler: Charnock heeft: ‘this day is salvation come to thy house’ (deze dag is de zaligheid naar uw huis toegekomen). 65.  Noot vertaler: Charnock heeft: ‘hearing’ (horen).

162

Tenzij dat iemand_bw.indd 162

07-10-19 15:50


de instellingen van God. Dat kunnen we doen, maar we kunnen onszelf niet vernieuwen. We kunnen het Woord lezen, net zoals we het nieuws lezen. We kunnen ons bezighouden met het Woord, net zoals we ons bezighouden met wereldse zaken. We kunnen erover mediteren en het overdenken, net zoals we over een verhaal nadenken. Dat staat in onze macht en het is door het Woord dat dit grote werk van de wedergeboorte wordt uitgevoerd. Door een krachtig woord riep Christus Lazarus uit het graf en door het woord van Zijn Geest, Zijn grote Plaatsvervanger Die Hij na Hem zond, roept Hij ons uit onze doodstaat. Smeek de Geest om op u te ademen voordat u Zijn instellingen bijwoont. Wij ontvangen weinig vrucht van het Woord en onze oude natuur overheerst ons, omdat wij niet letten op de Geest van God, Die op dit gebied de belangrijkste taak heeft. Hij is het Die ons in de Waarheid moet leiden (Joh. 16:13). Hoewel mensen ons de waarheid kunnen zeggen, kan de Geest alleen de Waarheid in ons hart leiden en ons in het hart, de ingewanden en in het binnenste van de Waarheid, om het merg ervan te proeven. 6. Ik wil eraan toevoegen: Onderzoek het Evangelie. Kijk in die spiegel naar Jezus Christus; dat verandert ons naar Zijn beeld. Zoals het bekijken van het licht van de zon in een spiegel een beeld van dat licht in ons gezicht maakt, zo doet het aanschouwen van Christus in het Evangelie: ‘En wij66 allen, met ongedekten aangezichte de heerlijkheid des Heeren als in een spiegel aanschouwende, worden naar hetzelfde beeld in gedaante veranderd’ (2 Kor. 3:18). Het Evangelie is de oorzaak van onze vernieuwing en van onze toename daarin ‘van heerlijkheid tot heerlijkheid’, maar het Evangelie doet dat door de Geest van God in het Evangelie ‘als van des Heeren Geest’. Onderzoek de beloften van het Evangelie en het doel van het bloed van Christus, dat gegeven is om ons geweten te zuiveren van dode werken. Het is door de beloften van vergeving in het bloed van Christus te geloven dat ‘uw consciëntie (…) van dode werken’ wordt gereinigd (Hebr. 9:14).

66.  Noot vertaler: Charnock heeft: ‘ye’ (gij).

163

Tenzij dat iemand_bw.indd 163

07-10-19 15:50

Profile for Erdee Media Groep

tenzijdatiemandafd  

tenzijdatiemandafd