Issuu on Google+

Reformatorisch Dagblad

28 februari 2013, 42e jaargang nr. 279

Dodenlicht. Zie ook pag. 6.

Als gras „Nu jaagt de dood geen angst meer aan�, zingen christenen met Pasen, en dwars door die geloofstaal heen huiveren ze voor de laatste vijand. Want dagelijks worden geliefden ziek, sterven ze, moeten er mensen begraven worden. Dat is de werkelijkheid op deze aarde. De mens is als gras. Terwijl het verlies onvoorstelbaar groot kan zijn wacht de uitvaartondernemer op antwoord, zoekt de dominee naar woorden, maken dragers zich klaar. Deze bijlage gaat over praktische zaken rond begrafenissen, veranderende tradities en hardnekkige taboes, rouw en verdriet, en over vuurvast leven.

Bijlage over overlijden en uitvaart


2

kosten begrafenis

donderdag 28 februari 2013 Reformatorisch Dagblad

„De mens bedenke dat er niets onzekerder is dan het leven en niets zekerder dan de dood”,

Schrikken van de rekening tekst Tiemen Roos beeld RD, Henk Visscher

Een begrafenis kost geld. Veel geld. Van tevoren wordt daar zelden over gesproken. Families vinden het vooral belangrijk dat het lichaam van hun dierbare een gepaste verzorging krijgt en dat het afscheid en de teraardebestelling stijlvol verlopen. Maar waarom zou je voor dezelfde kwaliteit (veel) meer betalen?

dernemingen en verenigingen die aan het onderzoek meewerkten een basistarief van 1421 euro. De 10 procent goedkoopste ondernemingen berekenen gemiddeld een basistarief van 909 euro, terwjl de 10 procent duurste uitkomen op 1890 euro. De verschillen zitten vooral in de groep kleine zelfstandige uitvaartondernemers, die enkele tientallen begrafenissen per jaar verzorgen. De basistarieven van grote ondernemingen liggen dicht bj het gemiddelde. Daarbj is een nuancering op zjn

plaats. Volgens Leen van Loosen, uitvaartleider bj begrafenisvereniging Draagt Elkanders Lasten in Urk, proiteren grote ondernemingen van provisie op zaken zoals drukwerk, de levering van kisten en grafmonumenten. Omdat ze een grote klant zjn, krjgen ze korting van hun leveranciers. Die provisie kan worden gebruikt om het basistarief te verlagen, waardoor er een versluierd beeld ontstaat van de werkeljke kosten. Aanleiding voor het RD-onderzoek waren klachten van lezers

van de krant over het gebrek aan transparantie bj begrafenistarieven. Begrafenisverzorger Karel Pul uit Ermelo hoort die klacht vaker. Hj raadt mensen aan om in gezonde dagen bj verschillende ondernemers een gespeciiceerde begroting op te vragen. „Waarom zou je veel meer betalen als je dezelfde kwaliteit en manier van werken bj een andere ondernemer kunt krjgen?” Nardus is de belangenvereniging van uitvaartverenigingen die uit het klassieke nabuurschap –de

Daartoe is onder zeventig bedrijven die in de achterban van de krant actief zijn, een offerte opgevraagd voor het regelen en verzorgen van een denkbeeldige begrafenis bin-

nen het eigen werkgebied. Bijna de helft (46 procent) heeft daadwerkelijk gereageerd. Onder de respondenten waren zelfstandige uitvaartleiders, lokale verenigin-

Regelen en verzorgen (basistarief)

Laatste verzorging

Opbaren thuis

Laatste vervoer

Zes dragers

Gemiddeld

1.421

127

324

241

436

Hoogste 10%

1.890

237

500

567

587

Laagste 10%

909

61

141

133

309

gen en grote ondernemingen. In de enquête is allereerst gevraagd naar het zogenoemde basistarief van de uitvaartverzorger. Hieronder vallen de begeleiding van de familie en het regelen van alle noodzakelijke handelingen en voorzieningen, zoals het opbaren van de overledene, wettelijke formaliteiten (aangifte bij de gemeente), dagelijkse controle, het regelen van de rouwbrief, de begraafplaats, een condoleance-uur, de liturgie voor de afscheidsdienst, het vervoer en de dragers en ten slotte het leiden van de begrafenis. Let wel: het gaat hier uitsluitend over de uren die de uitvaartverzorger maakt voor alles wat geregeld moet worden, dus niet over bijvoorbeeld de

kosten van de kist, drukkosten of de huur van een aula. Verder is apart gevraagd naar enkele andere kostenposten waarop de onderneming invloed kan hebben en die soms door de familie zelf worden uitgevoerd. Voorbeelden zijn de laatste verzorging van de overledene en het dragen van de kist tijdens de uitvaart. Kosten die nauw samenhangen met de wensen van de familie, zoals de uitvoering van de kist en het grafmonument, zijn buiten beschouwing gelaten. Dat geldt ook voor kosten die geheel door derden worden bepaald, zoals de huur of aankoop van het graf. Gemeenten brengen daarvoor heel verschillende tarieven in rekening.

a een overljden moet er van alles geregeld worden. Dat is het vak van de uitvaartverzorger. Nabestaanden hebben in hem (of haar) vaak een groot vertrouwen. Toch is het soms schrikken als enige tjd later de rekening in de bus valt. Uit een enquête van het Reformatorisch Dagblad bljkt dat het verschil in het tarief dat uitvaartondernemingen in rekening brengen voor het regelen en verzorgen van een begrafenis, kan oplopen

N

tot meer dan 100 procent. Ook in de tarieven voor andere posten zit een behoorljke spreiding (zie het kader bj dit artikel). De redactie benaderde in december en januari zeventig bedrjven en verenigingen die in de achterban van de krant actief zjn. Ze kregen de vraag voorgelegd om prjsopgave te doen voor het regelen van een denkbeeldige begrafenis in het eigen werkgebied. De respons op het onderzoek was 46 procent. Gemiddeld hanteren de 32 on-

Onderzoek begrafeniskosten De redactie van het Reformatorisch Dagblad heeft door middel van een enquête geprobeerd zicht te krijgen op de kosten die begrafenisondernemingen in rekening brengen.

Uitkomsten enquête Bedragen in euro’s

©RD


donderdag 28 februari 2013 Reformatorisch Dagblad

3

Nicolaas van Dinkelsbühl (1360-1433)

Op de begraafplaats in Oranjewoud (Heerenveen, Friesland) bevindt zich de grafkelder van de familie Van Limburg Stirum. Ook staat er een karakteristieke klokkenstoel, waarvan er veel zijn in Friesland en waarvan de klok bij begrafenissen wordt geluid.

Buisman sowieso steeds minder voor. Dat is allereerst een kwestie van mentaliteit. „Toen ik 18 werd, zei mjn vader: Ik heb een uitvaartpolisje voor je gespaard, nu moet je het zelf overnemen. Maar tegenwoordig gaan veel jongeren ervan uit dat het geld er toch wel komt.” Verder speelt mee dat de premie voor een begrafenisverzekering niet meer aftrekbaar is van de belasting. „Sparen is daardoor minder aantrekkeljk geworden. Alleen de nabestaanden kunnen de kosten van een begrafenis nog aftrekken.” Een en ander leidt ertoe dat nabestaanden steeds vaker kjken of besparingen mogeljk zjn. Het is daarbj volgens Buisman belangrjk dat zj in het gesprek met de uitvaartverzorger goed beslagen ten js komen. „Nabestaanden zeggen soms: U heeft er verstand van, doet u het maar zoals u denkt dat het goed is. Maar het is beter dat je een goede partj in zo’n gesprek bent. Dan betaal je minder.”

burenhulp op het platteland– zjn ontstaan. De meeste van de 400 aangesloten verenigingen zjn gevestigd in het noorden en oosten van het land. Deze verenigingen hebben geen winstdoelstelling en werken vaak met vrjwilligers, die midden in de dorpssamenleving staan. Volgens voorzitter Peter Buisman is de betrokkenheid met de eigen gemeenschap, of dat nu het dorp is of de kerkeljke gemeente, een sterk punt van de verenigingen en ook van kleinere zelfstandige ondernemers. „De mensen kennen de uitvaartverzorger en die ziet er op zjn beurt niet tegenop om een stapje extra te doen. Vaak geven ze ook ondersteuning bj de rouwverwerking. Nabestaanden hebben steeds met dezelfde persoon te maken, terwjl je bj de grote ondernemingen in de dagen tussen overljden en begrafenis soms wel drie of vier verschillende mensen over de vloer krjgt”, zegt Buisman. Extra betalen Juist vanwege die betrokkenheid zjn mensen vaak bereid wat extra te betalen. Toch vindt Buisman het gemiddelde basistarief van ruim 1400 euro dat uit het RDonderzoek naar voren komt aan de hoge kant. „Een bedrag ver boven de 1000 euro voor alleen het regelen en verzorgen is eigenljk niet nodig als je alleen de werkuren telt. Maar ik geef toe, het is best ingewikkeld om tarieven vergeljkbaar te maken. Het moet

heel duideljk zjn wat je er wel en niet onder laat vallen.” Het aantal zelfstandige uitvaartverzorgers in Nederland is de laatste jaren fors toegenomen. De Nardusvoorzitter schrjft dat mede toe aan de steeds strengere vakbekwaamheidseisen die de overheid oplegt. Vooral kleinere verenigingen kunnen daar met hun vrjwilligers moeiljk aan voldoen en besteden werkzaamheden daarom uit. Van de uitvaartverzorger wordt veel gevergd, weet Buisman: „Je moet in een paar

dat wat hoger. Gemeenteljke tarieven verschillen echter sterk. En voor de aankoop van een familiegraf worden vele duizenden euro’s extra in rekening gebracht. Begrafenisverzorger Koos Stam uit Kinderdjk bevestigt dat. „Een eerste begrafenis in een familiegraf kost hier 6000 euro. Daar zit dan het onderhoud voor dertig jaar bj in. Voor een bjzetting in dat graf betaal je 1000 euro.” Een grafsteen kost volgens Stam algauw 2000 tot 3000 euro. De christeljke dienstverlener Op

„Nabestaanden zeggen na een overlijden vaak overal ja op” dagen van alles regelen en soms ook improviseren.” Het RD-onderzoek beperkt zich tot de werkzaamheden die de begrafenisonderneming of vereniging verricht. De totale kosten van een begrafenis zjn echter veel hoger. Te denken valt aan drukwerk, advertenties, de kist, eventueel huur van een aula, kofie tjdens het condoleance-uur, de huur of aankoop van het graf en het grafmonument. Volgens Buisman hoeft een begrafenis in een algemeen graf in totaal niet meer dan 4000 tot 5000 euro te kosten. In de Randstad ligt

Doorreis rekent op zjn website met een basistarief van 1900 euro voor het regelen en verzorgen en 2500 tot 3000 euro aan bjkomende kosten voor de begrafenis. Voor een eigen graf staat in deze raming 4000 euro vermeld, plus 2400 euro voor een staande grafsteen en 3800 voor een liggende. Alles bj elkaar kost een begrafenis dus veel geld. Geld dat niet altjd klaarligt. Sommige mensen zjn uit principe of om andere redenen niet verzekerd. Soms is er ook geen spaargeld beschikbaar. Sparen voor je eigen begrafenis komt volgens Nardusvoorzitter

Wensen De wensen van de overledene spelen daarbj een grote rol. Buisman: „Het is goed om die in gezonde dagen te bespreken. De meeste ondernemingen bieden daarvoor een speciaal wensenboekje aan. Is iemand verzekerd, dan kan gekeken worden of overbodige onderdelen van een pakket eventueel ingeruild kunnen worden. Achteraf lukt dat vaak niet meer.” Zo’n aanpak kan ergernissen voorkomen, weet hj. „Veel

nabestaanden denken dat ze geld terug krjgen bj ‘minderwerk’ in vergeljking met het afgesproken pakket. Maar een maatschappj is daar niet toe verplicht. Je hebt niet recht op geld, maar op uitvoering van de begrafenis.” Volgens Pul uit Ermelo zeggen nabestaanden direct na een overljden vaak overal ja op. „Juist in die omstandigheden moeten de mensen ervan op aan kunnen dat ze geen slachtoffer worden van woekerprjzen.” Hj adviseert ook om na een begrafenis altjd een gespeciiceerde rekening te vragen. Buisman denkt niet dat er bewust misbruik gemaakt wordt van het vertrouwen van mensen. „Maar onder tjdsdruk worden soms beslissingen genomen die onnodig geld kosten, zoals toch maar die twintig extra rouwkaarten drukken.” Daar komt bj dat grote maatschappjen hun uitvaartverzorgers met een omzetdoelstelling op pad sturen. „Hun werkgever verlangt dan dat ze met 20 procent extra werk terugkomen vergeleken met een standaarduitvaart. Commerciele bedrjven hebben nu eenmaal een winstoogmerk.” Het speciiceren van nota’s is overigens niet verplicht, weet Buisman. „Volgens het Burgerljk Wetboek moet een nota voor de klant controleerbaar zjn. Als je afspreekt de hele begrafenis voor 4000 euro te regelen, hoeft alleen dat bedrag erop te staan.” Ook Pul benadrukt dat het belangrjk is om bj leven na te denken over de eigen begrafenis. „Wensen moeten bekend zjn bj uw familieleden. Heel belangrjk is ook een recente namenljst. Die moet regelmatig worden doorgelopen om te zien of er nog wjzigingen nodig zjn. Dit ontlast achterbljvende familieleden enorm, het voorkomt dat mensen vergeten worden bj het versturen van de rouwbrief.”

(Advertentie)

Begrafenisonderneming Stam Voor verzorging van begrafenissen in de gehele Alblasserwaard en omstreken. Molenstraat 153 2961 AK Kinderdijk

Persoonlijk Betrokken Respectvol

(078 - 69 19 005) www.jacstam.nl

(Advertentie)


4

uitvaartondernemers

donderdag 28 februari 2013 Reformatorisch Dagblad

„Tussen de mens en de dood bevindt zich alleen het leven. En dit is zeer breekbaar”, Blaise Pa

Theo (60, r.) en Patrick (36) den Hollander. beeld RD, Henk Visscher

Van bidder tot bege tekst Huib de Vries beeld RD, Henk Visscher

Een minderheid in Nederland wijst crematie af en kiest een uitvaartondernemer met dezelfde levensovertuiging. Meestal voor een klassieke begrafenis, maar vanzelfsprekend is dat niet meer. „Ook in onze achterban komt het voor dat een nabestaande in een toespraak tegen de overledene gaat praten.” nverwachts belandde orgelbouwer Theo den Hollander (60) in 1984 in het uitvaartwezen. Vanwege het overljden van zjn vader, eigenaar van Begrafenisverzorging Den Hollander. Vreemd was het vak hem niet. „Dit werk is me met de paplepel ingegoten.” Dat geldt ook voor de nieuwe generatie. Het kostte Patrick (36) vier jaar geleden weinig moeite om van de meubelmakerj waar hj werkte over te stappen naar het familiebedrjf.

O

Jaarljks verzorgen vader en zoon een groot aantal begrafenissen in Vlaardingen en omgeving. De essentie van het vak bleef de decennia door geljk: nabestaanden de zorg voor de begrafenis uit handen nemen. De entourage veranderde wel. „Toen ik 29 jaar geleden begon, had ik drie soorten rouwkaarten”, concretiseert Theo. „Een zwarte, een grjze en een met een lila randje. Tegenwoordig hebben we complete boekwerken.” Ook zjn taak veranderde: van uitvaartleider naar uitvaartcoach. „Mjn opa zei in een sterfhuis: „Ik had gedacht om dit op de kaart te zetten.”” Iedereen accepteerde dat, want de ”bidder” had er verstand van. Nu willen de nabestaanden veel meer zelf bepalen.” Lastige situaties Aan crematies werkt Den Hollander uit principe niet mee. Daardoor heeft de Vlaardingse begrafenisonderneming voornameljk klanten met een reformatorische achtergrond. Opvallend is voor vader en zoon Den Hollander dat onkerkeljke klanten na een periode van allerlei strapatsen rond het graf weer terugkeren naar de traditionele uitvaart. „De uitvaartvernieuwers verzinnen steeds wat anders. Dat

hebben de mensen bljkbaar een beetje gehad.” In de eigen achterban signaleren ze het omgekeerde. „We lopen als gezindte vaak wat achter de ontwikkelingen aan.” Daar komt bj dat binnen steeds meer reformatorische families de kerkeljke wegen uiteengaan. „Voor ons is het makkeljk als een kerkenraad duideljke regels heeft voor een rouwdienst”, zegt Theo. „Dat voorkomt discussies. Het is mooi als tjdens de dienst de kist met de overledene voor de kansel staat, maar ik begrjp waarom een aantal kerkenraden dat niet wil.

de familie verantwoordeljk.” Brochure De opvallendste verschuivingen in reformatorische kring zjn de toenemende behoefte om zelf te dragen, en om een in memoriam uit te spreken. Zo mogeljk in de kerk, anders aan het graf. „Soms gebeurt dat door kinderen die een duideljke agressie hebben tegen de kerkeljke achtergrond van hun ouders. Daar kunnen wj weinig tegen doen. Wel adviseren we de nabestaanden altjd om bj de invulling van de begrafenis rekening

Taken veranderden: de uitvaartleider werd uitvaartcoach Ook in onze achterban komt het voor dat een nabestaande in een toespraak tegen de overledene gaat praten. Verschillende kerkenraden hebben besloten dat bj rouwdiensten die in de kerk plaatsvinden, alleen de predikant het woord voert. De toespraken kunnen aan het graf worden gehouden. Daar is

te houden met de levensovertuiging van de overledene.” Om pjnljke situaties te voorkomen, ontwikkelde Den Hollander een brochure waarin mensen wensen voor hun eigen uitvaart kunnen vastleggen. „Juridische kracht heeft zo’n document niet, maar de praktjk is dat nabestaanden het

wel respecteren. Ook kerkenraden gaan steeds meer het belang van zo’n boekje zien.” De Vlaardingse begrafenisondernemers werden in de eigen gezinskring geconfronteerd met een ingrjpend verlies. „Voor het oog doen we ons werk niet anders, maar we weten nu uit ondervinding wat zo’n sterfgeval betekent. Het komt steeds vaker voor dat manneljke familieleden de overledene dragen. Dat is op zichzelf heel mooi, maar je moet je vooraf wel realiseren dat je echtgenote dan alleen loopt. Terwjl ze je steun misschien hard nodig heeft.” Vrouwelijke ondernemers Cees Roubos (39) uit het Zeeuwse Aagtekerke zit sinds vier jaar in het vak. Als verkoper bj een handelsonderneming in bedrjfskleding, onder meer voor uitvaartverzorgers, leerde hj de branche kennen. Vooral de persoonljke begeleiding in de dagen rond de begrafenis spreekt hem aan. „Je kunt in die periode veel voor mensen betekenen, niet alleen praktisch maar ook sociaal. De nabestaanden zitten in het algemeen met een groot verdriet. Ik vind het mooi hen daarin tot steun te kunnen zjn. Zeker sinds het overljden van


donderdag 28 februari 2013 Reformatorisch Dagblad

5

ascal (1623-1662)

drager „Ik doe gewoon mijn werk” tekst Machteld Brouwer

Thijs de Haan (21) uit Enschede is drager bij Avecta, een dragersgilde dat studenten van christelijke studentenverenigingen inzet bij begrafenissen.

Cees Roubos (39) uit Aagtekerke. beeld Sjaak Verboom

eleider mjn vader weet ik hoe je je in zo’n situatie voelt.” Tot nu toe verzorgt Roubos vooral begrafenissen op Walcheren, met name in orthodox­reformatorische kring. In totaal telt het eiland twaalf uitvaartondernemers, onder wie vjf vrouwen. „Door het hele land zie je steeds meer dames in het vak komen. Misschien omdat je dit werk gemakkeljk vanuit huis kunt doen. En vrouwen zjn in het algemeen sterk in zorg en communicatie, twee belangrjke kwaliteiten voor dit beroep.” Traditie Maar zelden maakte Roubos het mee dat overledenen tjdens hun leven de invulling van hun begrafe­ nis al hadden geregeld. „Terwjl je dat in onze gezindte wel zou verwachten. In de prediking wordt vaak gewezen op het onafwend­ bare van de dood. Het is opmerke­ ljk dat mensen niet nadenken over de praktische kanten daarvan. Van­ uit welke locatie wil ik begraven worden? Wat voor graf wil ik? Wat moet er boven mjn kaart komen te staan? Mensen kunnen bj ons een wilsbeschikkingsboekje aanvragen om dit soort zaken vast te leggen.” Hét kenmerk van begrafenissen van reformatorische christenen op

Walcheren is soberheid. „De mees­ te overledenen worden hier nog thuis opgebaard. Dat vind ik een mooie traditie die heel goed is voor de rouwverwerking. Vaak helpen familieleden mee met de verzor­ ging en opbaring van de overlede­ ne. De condoleance en de rouw­ dienst vinden hier vrjwel altjd in de kerk plaats. Een kwartier voor het begin van de rouwdienst laat ik de familie de kist sluiten. Als het kan, probeer ik familieleden ook te laten dragen. Zo mogeljk lopen we

naar de begraafplaats.” De belangrjkste verschuiving op het eiland is, dat steeds vaker wordt gezongen in de rouwdienst. Ook orgelspel komt op. „Misschien dat in de toekomst wordt toege­ staan dat de kist voorin de kerk wordt gezet. Dat vind ik zelf een mooie gewoonte. Daar ben je ook gedoopt, knielde je in de huweljks­ dienst en stond je bj de doop van kinderen. Maar bepalend bljven voor mj de regels van de kerken­ raad.”

(Advertentie)

Begrafenisverzorging Roubos Reigersberg 15 Aagtekerke

info@begrafenisverzorgingroubos.nl www.begrafenisverzorgingroubos.nl

0118 - 58 22 98

Overlijden en begraven zijn momenten waarop emoties een belangrijke plaats innemen. Begrijpelijk dat u zich op een respectvolle en professionele wijze wilt laten ondersteunen. Vraag bij ons een gratis wilsbeschikkingsboekje aan om uw wensen rondom de begrafenis vast te leggen.

Een bjbaantje in de supermarkt trok Thjs de Haan (21) uit Enschede niet. Met een aantal vrienden koos hj ervoor om drager bj Avecta te worden. Dit dra­ gersgilde zet studenten van christeljke studenten­ verenigingen in bj begrafenissen in de omgeving van Twente en Zwolle. „Mensen vinden het vaak raar, maar ik zie het gewoon als mjn werk”, zegt Thjs. „De eerste keer was voor mj het spannendst. Mensen kjken naar je, je staat in zekere zin in het middelpunt. Je wilt geen fouten maken. Die spanning is er nu niet meer. Ik vind het heel belangrjk om ervoor te zorgen dat een uitvaart zo netjes en stjlvol mogeljk verloopt. Bj het werk zelf hoort vooral het dragen van de kist. Soms helpen we ook met bloemstukken, of lopen we naast de auto. Via mjn studentenvereniging werd een oproepje verspreid voor dit werk. Vrienden van mj doen het ook, dus ik had er al veel over gehoord. Het trok me, omdat het niet zo alledaags is als bjvoorbeeld een bjbaantje in een supermarkt. Dit vraagt fysiek meer van je, en leek mj veel uitdagender. Ook kun je hier­ bj als vrienden met elkaar samenwerken. Als we een kist de kerk in hebben gedragen, bljven wj als dragers niet bj de dienst. Tenzj er geen ander zaaltje beschikbaar is, dan moeten we wel. Maar de mensen kennen we niet, dus liever zitten we met z’n zessen apart. Wat we dan doen? Gewoon, kofiedrin­ ken. Soms maken we ook grappen onder elkaar. Over hoe we onze eigen uitvaart zouden willen, bjvoor­ beeld. Of ik dat als christen niet ongepast vind? Nee. Op die manier houden we het voor onszelf drageljk. Het is voor mj niet confronterend om steeds met de dood bezig te zjn. Zo zie ik het ook niet: ik doe ge­ woon mjn werk. En dat houdt vooral in dat ik ervoor zorg dat de kist op een nette manier van A naar B wordt gebracht. Soms is het moeiljk, als er emotio­ nele toespraken worden gehouden. Maar meestal is de familie zelf heel rustig. Niet iedereen is geschikt voor dit werk: een gemid­ delde lengte is belangrjk, zodat je met z’n zessen de kist op je schouders kunt dragen. Daar moet je ook sterk genoeg voor zjn. Het schouderen over grotere afstanden op een begraafplaats, of het stilstaan als het heel warm of heel koud is, kan ook zwaar zjn. We werken op oproepbasis, waardoor ik het werk goed in kan passen in mjn studie. Soms één keer in de week, soms vjf keer. Je kunt zelf aangeven op welke dagdelen je kunt werken. Maar als je dan een klus krjgt, moet er wel op je gerekend kunnen worden. Zelf ben ik één keer vergeten dat ik moest werken. Dat was echt heel slordig, het was voor mj ook een waarschuwing dat dit niet nog een keer mag gebeuren. Het mooiste aan dit werk vind ik de waardering die ik regelmatig via de uitvaartleiders van familie­ leden krjg. Mjn bjbaantje is niet iets raars, zoals veel mensen denken. Ik ben echt met iets belangrjks bezig.”


6

overpeinzing

donderdag 28 februari 2013 Reformatorisch Dagblad

„Wie in het sterven zijn ziel in Gods hand wil geven, zal dat al tevoren geleerd moeten hebb

Vuurvast leven tekst prof. dr. A. de Reuver beeld RD, Henk Visscher

Hoort de dood bij het leven? Wie deze vraag voorlegt aan een moderne natuurwetenschapper, loopt alle kans dat hij kortaf zegt: Ja, natuurlijk! Trouwens, niet alleen wetenschappers reageren zo. et gros van onze tjdgenoten in ontkerstend WestEuropa stemt ermee in. Men heeft het met het bewind van de dood om het zo te zeggen op een akkoordje gegooid. Aan alle dingen komt nu eenmaal een eind. De dood hoort er doodgewoon bj. Zo luidt althans de theorie. In de praktjk ligt het dikwjls anders. Wanneer men een geliefde naar het graf moet brengen, bljft er van die grootspraak weinig over. En nog weer anders wordt het op het moment dat men bj een ernstige kwaal zelf de boodschap krjgt dat er niets meer aan te doen is. Gewoonljk is het dan gedaan met de vroegere luchthartigheid en stelt men alles in het werk om het leven nog even te rekken. De

H

dood zou er gewoon bj horen? Aan de grenzen van het leven bljkt die waan zo dun als spinrag. Snijbloem En toch is het helemaal waar: de dood hoort bj het leven. Nee, ik moet het anders formuleren. Niet: bj hét leven, maar: bj dít leven. Ik doel op het leven dat de mens resteert na zjn afscheid van de Levensbron. Had God niet gezegd: „Ten dage als ge daarvan eet, zult ge de dood sterven”? Sindsdien leeft Adam, inclusief zjn nageslacht, zoals een bloem die van wortel en tak is losgesneden. Een gestadig sterven. Geboren met de kiem van de dood. Vlees geworden. Broos als gras, breekbaar als een snjbloem. Bj dít leven hoort de dood. Niet als een natuurljke vanzelfsprekendheid, zoals de herfst volgt op de zomer, maar als de beloning die wordt uitbetaald op de zonde. In dit licht bezien getuigt het van mateloze oppervlakkigheid, de dood te bagatelliseren als een doodgewoon bestanddeel van het leven. Dat de dood bj dit leven hoort, is geen biologische natuurwet maar niets minder dan goddeljk oordeel. Vandaar de

huiver voor het doodsregime die door de mensheid vaart. Wat de dichter Marsman ooit verwoordde, ontwaart men alle eeuwen door: „Het paradjs is verbrand: ik proef roet, dood, angst en bloed. Ik ben bang, ik ben bang voor den dood.” Dat is het tegendeel van de bravoure die veel eigentjdse mensen kenmerkt. Het is veeleer het huiverend vermoeden dat de dood het laatste niet is. Het is het bange besef van verlies, vergankeljkheid, verlorenheid. Komma Paulus had er weet van. Op zjn weg door het leven hoort hj de schepping zuchten en kreunen, onderworpen aan jdelheid en uitzichtloosheid als ze is. De apostel had het van geen vreemde. De psalmisten gingen hem erin voor: „Wie redt zjn ziel van het graf ?” Maar met die andere psalmist had Paulus op deze beklemmende vraag het antwoord leren spellen: „Bezwjkt mjn vlees en mjn hart, dan is God de rotssteen van mjn hart en mjn deel in eeuwigheid.” Er


donderdag 28 februari 2013 Reformatorisch Dagblad

7

ben”, William Perkins (1558-1602)

vermist

staat achter de dood geen ongenadige punt, maar een allergenadigste komma. Hoe is het in de wereld mogeljk? Let wel, in die wereld die van de Bron vervreemd is. Alle vlees is gras. Maar het Woord van onze God bestaat in eeuwigheid. Het laatste geeft kenneljk de doorslag. Maar hoe komen die twee ooit bjeen: vlees en Woord, tjdeljkheid en eeuwigheid? Geen sterveling slaat de brug. Alleen de eeuwige God kan het. En Hj deed het. De apostel Johannes legt het mysterie open. „In den beginne was het Woord.” Bj God was dit Woord. Het wás God. En laat nu dit eeuwige Woord, God de Zoon Zelf, vlees geworden zjn. Onze tjd- en deelgenoot. Vlees van ons vlees. Bloed van ons bloed. Dood van onze dood. Zo algeheel menseljk dat Hj in onze sterfeljkheid kwam delen. Waartoe? Om het oordeel te dragen en de dood te sterven. De dood hoorde bj Zjn leven! En Hj stierf. Hj blies de laatste adem uit. Dat was het laatste.

Men moet hier niet te vlot, vanuit Pasen gedacht, aan toevoegen: ogenschjnljk. Ik bedoel: Jezus’ dood was geen schjndood. In volle werkeljkheid ging Hj de weg van alle vlees. Wat er op de derde dag op volgde, was een compleet onherleidbaar wonder Gods. Hj Die een Dode was, stond in het leven op. Voor dag en dauw verrees Hj uit het graf. Het profetenwoord kwam tot vervulling: „Die de doodsschaduw in morgenstond verandert.” Achterhaald De dood was door het leven achterhaald. In Zjn offerdood stierf de oorzaak van de dood. Hj liet het loon Zich uitbetalen. Zo hoorde Zjn dood bj het leven. Maar bj Zjn offerdood hoorde het verzoende leven. „Hj is hier niet”, zei de engel. Niet meer aan deze zjde van het graf. Niet maar teruggekeerd in dat oude leven als gestadige dood, maar aan de overzjde: het eeuwige leven. Voor wie? Voor Zjn Vader, Wiens gerechtigheid Hj vervulde. Voor Zjn broeders, die sterven moesten maar niet sterven konden en die permissie kregen om op de koperen slang te zien. Zoals eertjds in de woestjn. Ieder die ten dode opgeschreven opzag en geloofde, al was het door een waas van tranen, bleef in leven. Zien was hebben. En zo is het nog, bljkens Jezus’ woord tot Nicodemus. Wie in geloof op de Gekruiste ziet, die heeft het. Wát dan? Het eeuwige leven. Aan dit vuurvaste leven kan geen dood iets afdoen. Christus, het Leven, staat garant. Dit besef gaf Paulus de geloofsmoed om zjn triomlied te zingen. „In dit alles zjn wj meer dan overwinnaars”, schreef hj zwart op wit. Wellicht na een korte hapering. Want vlak ervoor nog repte hj van bittere doodsmachten zoals verdrukking, gevaar en zwaard. Wie dergeljke dreigingen in rekening brengt, zou verwachten dat Paulus schrjft: „Ná dit alles zullen wj overwinnen.” Maar nee. Juist met heel die barre werkeljkheid op zjn netvlies vestigt hj de blik op Hem „Die ons heeft liefgehad.” Zozeer liefgehad dat Hj alle bitterheid doorleed. En dan moet het hoge woord eruit: „In dit alles zjn wj meer dan overwinnaars.” Nu al. Erfgenamen van het eeuwige leven. Verliezers die hun hart aan Hem verloren en met een eeuwige winst gaan strjken. Dagelijks Moet een kind van God dan niet meer sterven? Beslist. Je kunt er geducht tegen opzien. Sterven gaat door afbraak heen. Sterven is scheiden van wat en wie je dierbaar is. Sterven is voor Christus’ rechterstoel verschjnen. Wie zou niet vrezen? En toch. Wie met alles wat hem aanklaagt en ook schrik aanjaagt de Rechter aanroept als zjn Redder, vindt gehoor. Zo’n bevreesde heeft nochtans niets te duchten. Dan werkt de dood zjns ondanks mee ten goede. Dat bedoelde Luther toen hj de dood het sluitstuk van de doop noemde. In het doopsacrament worden ons teken en zegel toegediend van ondergang en opstaan. Eens voorgoed is het geschied op Golgotha en in de hof. Maar door de Geest wordt het gaandeweg toegepast in de gang van het geloofsleven. Dit dageljks sterven van de oude mens duurt levenslang. Voltooid is het pas na onze laatste ademtocht. Eeuwigheidshonger Zo bezien is de dood niet langer de scherprechter die het vonnis ten uitvoer brengt, maar de „vriendeljke bode” die de deur ontsluit naar de eeuwige vreugde en het uur inluidt van de „vroljke bruiloft” (Teellinck). Wie, die Christus mint, zou niet uitzien naar de dag waarop geen nacht meer volgt, naar de rust waarin God „Zichzelf te genieten geeft” (Calvjn)? Als deze eeuwigheidshonger teloorgaat, verloochent de kerk haar identiteit. Dan zjn we bjdetjdse mensen, even seculier als de rest, maar geen pelgrims die leven bj de eeuwigheid. Hoe kortzichtig! Wie verkiest nu een plaggenhut boven een hemelwoning? Daarboven wacht een oord waar geen dood meer is. Want waar de zonde is tenietgedaan, heeft de dood niets meer te doen. Dan hoort de dood voor eeuwig niet meer bj het leven. Eindeloos. Newton zong ons voor: „Al zjn we daar tienduizend jaar, dan nóg rest ons niet minder tjd dan toen het pas begon.”

Dodenlicht op een kerkhof in Nieuwegein. In vroeger tijden diende het licht om dieven en ander gespuis af te schrikken. De lantaarn had ook een symbolische betekenis: hij zou de duivel en zijn demonen van het kerkhof weren. Anderzijds stond het dodenlicht symbool voor het licht van het geloof: de dood betekent niet het einde, maar een nieuw begin.

Geen plek om te gedenken tekst Tiemen Roos

Het vissersmonument in Urk: een bronzen zeemansvrouw tuurt over het water. Tevergeefs wacht ze op haar geliefde. Een lange rj marmeren platen meldt de namen van honderden vissers die tjdens hun werk zjn omgekomen. Op 24 januari 1968 zoeken enkele kotters in stormachtig weer hun toevlucht op Borkum. De UK 91 zal de haven van het Duitse Waddeneiland nooit bereiken. Ruim twee weken later wordt het wrak gelokaliseerd. Intensieve zoektochten naar de vjf opvarenden hebben geen resultaat. Zj zjn op zee gebleven. Anneke Korf-Snoek (54) en Rein Snoek (51) verloren bj deze ramp tegeljk hun vader Albert en hun grootvader Reinier Loosman, de schoonvader van Albert. Geen lichaam, geen begrafenis, geen plek om te gedenken. In de begintjd was er die voortdurende onzekerheid. Moeder Kitty, die op 32-jarige leeftjd met vier jonge kinderen achterbleef, leefde nog jarenlang met de hoop dat de vissers door onbekende zeelui waren opgepikt. „Ze dacht zelfs dat ze ergens in Rusland zaten”, peinst Rein. De verdronken vissers moesten eerst oficieel dood verklaard worden voordat de verzekering iets uitbetaalde. Daar gingen jaren overheen. Toch groeiden de kinderen redeljk onbezorgd op. „Als kind huppel je eroverheen”, zegt Anneke. „Toen ik ouder werd ging ik vader missen, had ik hem van alles willen vragen.” Later kozen Rein en zjn oudere broer Jacob voor het vissersvak. Daar was helemaal geen discussie over, stelt Rein. Anneke: „Moeder is een heel sterke vrouw die altjd voor ons klaarstaat, nog steeds. Ze liet ons vrj om onze weg in het leven te gaan.” Vader las veel in de Bjbel en gaf dat ook door aan zjn kinderen. Anneke –meelevend lid van de Nederlands gereformeerde kerk– weet nog dat ze het maar raar vond toen hj Psalm 81 vers 12 in haar poëziealbum schreef. „Ik had om een gedichtje gevraagd. Maar later mocht ik er juist troost uit putten. Natuurljk denk ik weleens: waarom moest die ramp ons overkomen? Maar het heeft mjn geloof niet aangetast, eerder versterkt. Zonder de Bjbel kan ik niet leven.” Rein noemt zichzelf agnost. Het geloof zegt hem niets meer. „Ik heb bj zo veel dingen vragen... Nee, ik denk niet dat dit te maken heeft met het verlies van vader. Ik heb er altjd al weerstand tegen gehad.” Elk jaar wordt bj het vissersmonument een herdenkingsplechtigheid gehouden. „Wj gaan er nooit naartoe. We hebben daar geen behoefte aan” zegt Rein. Anneke: „Vroeger zjn we weleens geweest. We voelden ons niet op ons gemak met al die camera’s op ons gericht. Maar ik vind het wel goed dat die plek er is. Ik kom er regelmatig, soms in het donker. Dan denk ik aan vader.” Rein weet precies waar de UK 91 ligt. Eens lagen de broers in de buurt met hun eigen kotter te vissen. Boven het wrak lag een bootje. Er waren sportduikers bezig. Rein: „We hebben er een rondje omheen gevaren. Dat was best emotioneel, ja.” Tegenwoordig verdient Rein zjn brood met de controle en reparatie van reddingsmiddelen voor schepen. En hj vaart als vrjwilliger op de Urker reddingboot. „Het water bljft trekken.” Anneke zal nooit in zee gaan zwemmen. „Ik geloof dat straks de graven opengaan. Dan zal ook de zee zjn doden teruggeven.”

„Hier wordt aan hen gedacht.” beeld RD


8

veranderende tradities

donderdag 28 februari 2013 Reformatorisch Dagblad

„Die wel wil sterven moet godzalig leven”, Guilielmus Saldenus (1627-1694)

Uitvaart door de eeuwen heen tekst Huib de Vries beeld RD, Henk Visscher

Eeuwenlang werd de uitvaart bepaald door vaste religieuze tradities. Vandaag is volgens historica Mirjam de Baar alles mogelijk. „Mensen stellen hun eigen programma samen, zo nodig bijgestaan door een van de talloze ritueelbegeleiders op wie je een beroep kunt doen.”

Historica Mirjam de Baar: „De priester aan het sterfbed is vervangen door de medicus.” beeld Sjaak Verboom

ie kenmerkende trekken van een cultuur wil leren kennen, moet volgens prof. Mirjam de Baar onderzoek doen naar de omgang met ljden en sterven. Belangrjk kenmerk van de naoorlogse tjd in de westerse samenleving is de individualisering. De moderne mens maakt niet langer deel uit van een hechte gemeenschap. „Daardoor zjn alleen naaste familieleden en vrienden nog betrokken bj een uitvaart”, constateert de hoogleraar in de cultuurgeschiedenis van het christendom. „Niet voor niets komt in deze periode de uitvaartondernemer op. Voor de Tweede Wereldoorlog werd een uitvaart in veel streken van ons land door de buurt geregeld. Nu is dat uitzonderljk geworden.” In een aantal colleges besteedt de aan de Rjksuniversiteit Groningen verbonden historica aandacht aan de omgang met de dood in Europa. Ze maakt daarbj dankbaar gebruik van het overzichtswerk ”Het uur van onze dood” van de Franse historicus Philippe Ariès (19141984). „Die onderscheidt verschillende fasen in de geschiedenis”, doceert De Baar in haar werkkamer, diep in een eeuwenoud pand aan de Oude Boteringestraat.

W

„De eerste fase, vanaf de vroege middeleeuwen, typeert Ariès als die van de getemde dood. De angst voor de dood werd getemperd door kerkeljke rituelen. Belangrjk was dat de stervende boete deed voor begane zonden, ten overstaan van een priester die het laatste sacrament toediende en vergeving schonk. Dat gaf een sterke gerichtheid op het stervensuur.” De Reformatie brak radicaal met het idee dat de priester bemiddelaar van Gods genade is. Laat staan dat gelovigen in het hier en nu iets kunnen betekenen voor dierbaren in het hiernamaals. Typerend is volgens De Baar dat de Gereformeerde Kerk van de Republiek wel een formulier voor het huweljk opstelde, maar niet voor de begrafenis. „Ljkpredicaties werden afgewezen. Later keerden die voor predikanten terug, omdat zj tot de elite gingen behoren, maar gewone stervelingen moesten het zonder zo’n ljkrede doen.” Vacuüm De periode van de 16e tot en met de 18e eeuw noemt Ariès de fase van de alomtegenwoordige dood. „Hj verwjst daarbj onder meer naar de stillevens in de schilderkunst”, licht De Baar toe. „Die herinnerden de mensen voortdurend aan de broosheid en eindigheid van hun bestaan. De aandacht voor het moment van sterven nam daardoor af. Tjdens de romantiek lag de nadruk in de omgang met de dood volgens Ariès op het heengaan van de ander. Het verlies van dierbaren werd langdurig en in allerlei vormen betreurd. Kerkhoven werden beplant met treurwilgen.” Gemeenschappeljke rituelen zjn

in de optiek van de Franse historicus voorwaarde voor een goede omgang met de dood. Volgens De Baar niet zonder reden. „Als deze rituelen door de secularisatie wegvallen –in ons land vanaf de jaren zestig– ontstaat er een vacuüm. De moderne omgang met de dood, door Ariès wild genoemd, staat haaks op de middeleeuwse houding. De ideale dood is nu een onverwacht sterven waarop je je niet hebt kunnen voorbereiden.” Individualisering Veel mensen die wel een ziekbed krjgen, blazen door de voortgaande medicalisering hun laatste adem in het ziekenhuis uit. „De priester aan het sterfbed is vervangen door de medicus”, stelt De Baar vast. „Probleem is dat artsen zjn opgeleid om mensen beter te maken, niet om stervenden te begeleiden. Zowel iguurljk als letterljk komt de dood op grotere afstand te staan. Overledenen worden niet meer rond de kerk in het centrum begraven, maar op begraafplaatsen buiten het dorp of de stad.” De fasen die Ariès onderscheidt, kunnen naast elkaar bestaan, nuanceert De Baar. „Wat dat betreft zjn het meer modellen dan fasen. Ariès zelf geeft aan dat de getemde dood in de 19e eeuw nog is te vinden in de boeken van Tolstoj. In ons eigen land zjn er tot op de dag van vandaag grote verschillen in de omgang met de dood, afhankeljk van de subcultuur waartoe een familie behoort.” Werd de moderne tjd gekenmerkt door een afkeer van met name kerkeljke gebruiken, in het huidige postmoderne tjdperk signaleert De Baar een terugkeer

Alles is te regelen De Nederlandse uitvaartbranche speelt handig in op de behoefte van de consument om de uitvaart naar eigen smaak in te richten. In principe kan alles worden geregeld. Monuta biedt zelfs de mogelijkheid om via de website wensen te verwerken in een ilmpje, waardoor je een realistisch beeld van je eigen begrafenis krijgt. ”Ontwerp uw eigen uitvaart”, werft de toonaangevende onderneming, met daarbij de vraag: „Welk uitvaarttype bent u?” Onder het kopje Begrafenismuziek zijn de uitvaarttoppers te vinden. Op nummer 1 staat momenteel ”Time tot say goodbye” van Andrea Bocelli. Ook Marco Borsato en Frans Bauer

scoren hoog. ”De Heer’ is mijn herder” moet het met een tiende plaats doen. Uitvaartonderneming Yarden helpt de consument met in foto’s gevangen uitvaartideeën: van klassiek tot bourgondisch en van spiritueel tot hobby. Illustratieve publicaties op de site van Yarden bewijzen dat zelfs een uitvaart met de kist op een bakiets tot de mogelijkheden behoort. Voor ‘groene’ consumenten is de kartonnen kist ontwikkeld en de milieuvriendelijke urn in de vorm van een eikel. Wie onafhankelijke achtergrondinformatie over uitvaartmogelijkheden zoekt, kan terecht op uitvaartinformatie.nl.

naar rituelen. Uit allerlei tradities. „Mensen stellen voor een uitvaart hun eigen programma samen, zo nodig bjgestaan door een van de talloze ritueelbegeleiders op wie je een beroep kunt doen.” De hedendaagse praktjk rond sterfbed en graf mist daardoor vaak samenhang. Alle combinaties zjn mogeljk: van atheïsten die aangeven dat bj hun crematie een cantate van Bach moet worden gezongen tot protestantse christenen die in een in memoriam de dode toespreken. Bijzonder Terwjl in de kerkeljke traditie de continuïteit centraal stond, moet een uitvaart nu vooral bjzonder zjn, constateert de historica. „Typerend is de slogan ”Wat maakt uw uitvaart uniek?” van uitvaartverzorger Yarden. Zelf ben ik gehecht aan de oude kerkeljke rituelen, maar anderen ervaren die juist als een keursljf. Gemeenschappeljk in alle uitvaartrituelen is de wens om de overgang van leven naar dood te markeren. Dat geeft het gevoel deel uit te maken van een groter geheel. Daar heeft bljkbaar iedereen behoefte aan.” Een vast element bj vrjwel elke uitvaart is de muzikale bjdrage, al dan niet met samenzang. Begrjpeljk, vindt de Groningse hoogleraar. „Van muziek gaat een troostende werking uit. Dat geldt ook voor het leveren van een actieve bjdrage aan de uitvaart. Ik waardeer het positief dat dit weer meer gebeurt. Als je alles overlaat aan de uitvaartondernemer, ben je een soort toeschouwer op de begrafenis van je eigen geliefden.” Existentiële behoefte De herdenking van overleden geliefden op Allerzielen, een oude rooms-katholieke traditie, kreeg een seculiere variant in requiemconcerten. Kunstenaars organiseren herdenkingsceremonies op kerkhoven, waar nabestaanden op creatieve wjze hun emoties kunnen uiten. Ook televisieprogramma’s met iemand die beweert contact te kunnen leggen met de geest van overledenen, genieten grote populariteit. Zo worden elementen uit christendom en heidendom gemixt tot een interreligieuze ratjetoe. Zelfs het mee begraven van voor de overledene belangrjke voorwerpen is terug.


donderdag 28 februari 2013 Reformatorisch Dagblad

9

dominee Bijna 800 begrafenissen tekst Jan van ’t Hul beeld Sjaak Verboom

Omdat de Amsterdamse begraafplaats Zorgvlied aan het water ligt, is het mogelijk de boot te gebruiken bij een uitvaart. De begraafplaats werd in 1870 oficieel geopend. In die tijd werden overledenen vaak per trekschuit naar de begraafplaats vervoerd. Voor een deel uit noodzaak: niet iedereen kon zich een koets permitteren of wilde de hele weg uit Amsterdam naar de begraafplaats achter het rijtuig aanlopen.

„Bljkbaar zjn er maar weinig mensen die er werkeljk van uitgaan dat met de dood alles is afgelopen”, stelt De Baar vast. „Op wat voor manier ook willen we ons verbonden bljven voelen met hen die ons ontvielen. Die diep existentiële behoefte wordt door de secularisatie niet ongedaan

gemaakt. Er bljft behoefte aan rituelen die steun en richting geven bj het rouwen en herdenken.” Zelf bezoekt ze in de week van Allerzielen, in november, altjd het graf van haar vader in Brabant. Om het te verzorgen en er bloemen te plaatsen. „Ik vind het prachtig om op het kerkhof bj al die graven

verse bloemen te zien staan. Ook in het buitenland breng ik graag een bezoek aan een begraafplaats, om te zien hoe de lokale gemeenschap met de doden omgaat. Vaak valt me op hoe goed de kerkhoven in het buitenland worden bjgehouden. Dat getuigt van respect voor de generaties die zjn weggevallen.”

Bjna 800 rouwdiensten en begrafenissen moet hj in 35 jaar tjd hebben geleid. „Maar de dood went nooit. Sterven is niet gewoon, het bljft een vreemd element in het leven, want de mens was niet geschapen om te sterven maar om te leven. Naar een sterfhuis neem ik niet mjn ervaring mee, maar mjn bewogenheid, en mjn Bjbel.” Ds. C. Oorschot (79) is emeritus predikant in de Hersteld Hervormde Kerk. Als pastoraal medewerker is hj verbonden aan de hersteld hervormde gemeenten van Stellendam en Nieuwe-Tonge. Daar leidt hj nog steeds rouwdiensten en begrafenissen. Ondertussen houdt hj ernstig rekening met zjn eigen levenseinde. „Iedere keer als ik met de familie op het kerkhof meeloop naar het open graf let ik op al die grafzerken. De meeste mensen die begraven liggen, waren jonger dan ik.” De moeiljkste begrafenissen zjn die waarbj de overledene in zjn leven er geen bljk van heeft gegeven de Heere te hebben gezocht, zegt ds. Oorschot. „Je ervaart dan dat er geen ruimte is om de achterbljvenden te troosten met de enige troost in leven en in sterven. Aan de andere kant wordt een predikant niet geroepen om iemand in de hemel te zetten. Ik ben geen Petrus die volgens Rome bj de hemelpoort staat en de sleutels van het hemelrjk draagt.” De mens gaat naar zjn eeuwig huis. „Dat geeft een grote klem aan het ambt, die ik in heel mjn ambteljke bediening gevoeld heb, niet het minst bj stervensbegeleiding. Steeds weer zie je wat de zonde teweeg heeft gebracht.” Geen enkele begrafenis is aan een andere geljk, zegt ds. Oorschot. „Voor jezelf maakt het veel uit of je iemand wel of niet goed gekend hebt, of je met iemand een geesteljke band had. Het maakt ook verschil of het om een oude man gaat of om een klein kind. Soms word je gevraagd voor een rouwdienst van iemand die je niet hebt gekend. Dat vind ik erg moeiljk, maar ook dan mag het Woord opengaan.” Voor ds. Oorschot is het helder: een predikant moet in de rouwdienst en aan het graf het Woord laten spreken. Niets meer en niets minder. „Het komt nogal eens voor dat familieleden zeggen: „Alstublieft geen hel en verdoemenis, meneer.” Dan zeg ik: „Daar kom ik ook niet voor. U mag van mj wel verwachten dat ik de Bjbel laten spreken en dat ik Christus verkondig, Die gekomen is om de zondaren zalig te maken. Daarbj hoop ik u eerljk te behandelen. Er zjn maar twee wegen: de ene ten leven, de andere ten dode. Die noem en verklaar ik in de rouwdienst heel concreet. En soms zie je toch opeens dat het Woord beslag legt.” Soms vraagt de familie of hj in de rouwdienst over een bepaalde Bjbeltekst wil spreken. „Dat doe ik in principe altjd. Ook als ik meen dat de tekst een bepaalde verwachting in zich heeft die mj uit het leven van de overledene niet is gebleken. Ook die tekst staat immers in het Woord, en dan kan ik geen bezwaar maken eruit te preken. Dat betekent niet dat ik zeg wat de familie graag hoort. Ook bj het levenseinde geldt voor een predikant: Heere, wat wilt Gj dat ik spreken zal.”

Ds. C. Oorschot: „Er zijn maar twee wegen.”


10

in beeld „Wie in Mij gelooft zal leven�, Jezus Christus

donderdag 28 februari 2013 Reformatorisch Dagblad


In vroeger tjden werd een overledene naar het kerkhof gedragen door de buren, of vervoerd per boerenkar of ljkkoets. In de jaren 50 van de vorige eeuw schaften begrafenisondernemers in de steden massaal ljk- en volgauto’s aan. De wegen werden voller, over-

tekst Clasina van den Heuvel beeld RD, Henk Visscher

Rouwstoet in Katwijk

ledenen werden vaker opgebaard in mortuaria, en het aantal rouwstoeten dat vanaf het sterfhuis vertrok nam gaandeweg af. In plaatsen waar de burenhulp het langst een grote rol speelde, hielden ook de traditionele vormen van vervoer het langst stand. Historicus Wim Cappers schrjft hier uitgebreid over in ”Aan deze zjde van de dood”, zjn proefschrift uit 2012 over veranderende gewoonten rond alles wat met overljden en uitvaart

te maken heeft. Te lezen is bjvoorbeeld dat sinds de kerstening van de Lage Landen, vanaf de 8e eeuw, ljkwegen ontstonden: nieuwe routes –over hoger gelegen paden– vanaf boerderjen naar de centraal gelegen kerk en het kerkhof. Ondanks de auto’s die ruimschoots beschikbaar zjn, anno 2013, wordt in een aantal plaatsen in Nederland de overledene nog te voet begeleid naar zjn laatste rustplaats. Zoals in Katwjk aan Zee.

donderdag 28 februari 2013 Reformatorisch Dagblad

11


12

boeken

donderdag 28 februari 2013 Reformatorisch Dagblad

„Het leven is mij Christus, en het sterven is mij gewin”, apostel Paulus

Het bezweren van de dood tekst Rudy Ligtenberg beeld RD, Henk Visscher

Het taboe op de dood brokkelt af. Thema’s als sterven, rouwen en begraven zijn bespreekbaar geworden; er wordt openhartig (en soms ongegeneerd) over gesproken en geschreven. egeljk is er de onweerstaanbare behoefte de dood te bezweren door er gewoon, luchtig of zelfs provocerend over te doen. Ook als wordt ontkend dat er een leven na dit leven is, bljft de dood een koning der verschrikking die onschadeljk gemaakt moet worden. In rouwadvertenties wordt nogal eens uit Bram Vermeulens ”Testament” geciteerd om de dood van zjn scherpte te ontdoen:

T

Als ik doodga, huil maar niet Ik ben niet echt dood Moet je weten ’t Is maar een lichaam Dat ik achterliet Dood ben ik pas Als jj me bent vergeten. Een vergeljkbare benadering van de dood is te vinden bj Harry Kuitert, een theoloog

die het bestaan van een hiernamaals ontkent. In 2007 schreef hj een „vroljk boek” waarin hj gedichten over de dood citeert en bespreekt. De titel is programmatisch: ”De dood de baas” (Ten Have). Nog bouder liet dominee-acteur Jos Brink (1942-2007) zich uit in een interview met uitvaartorganisatie DELA. „Op mjn uitvaart is het een vroljk samenzjn met buffetten en drank. Het ouderwetse begrafenismaal, zullen we maar zeggen, en die waren er niet voor niets. En dan maar hopen dat mensen zich mj herinneren als een man die zjn best heeft gedaan in het leven. Maar uiteindeljk geldt: Wanneer je dood bent groeien alle bomen door en is de groenteman om negen uur weer open...” Brink, die ook pastor en stervensbegeleider was, publiceerde aan het eind van zjn leven ”Rouw op je dak” (Lannoo, 2007), een boekje over rouwen als „een proces van heling, het uiteindeljk accepteren van

wat onvermjdeljk bleek.” Brink schreef „bepaald niet alleen voor mensen die leven vanuit een religieuze optiek.” De troost die bj Christus te vinden is, zal de lezer daarom pjnljk missen. Sobere rouwers De theoloog en communicatiewetenschapper Anne van der Meiden beschrjft de gewjzigde houding ten aanzien van de dood in zjn boek ”In de dood kun je niet wonen” (Boekencentrum, 2007). In een toelichting zei hj: „We kunnen er niet omheen: in alles wat met sterven, begraven en rouwverwerking te maken heeft, zjn in betrekkeljk korte tjd opvallende en veelsoortige veranderingen opgetreden. Mensen praten opener over de dood, ze verwerken hun verdriet in nieuwe rituelen en staan zichzelf toe na te denken over nieuwe inzichten om uitzichtloos ljden te beëindigen.” Hierbj past een boek als ”Wat eet je op een begrafenis?” van Jeanette Diepenbroek (Meinema, 2011). De auteur geeft een beeld van de culinaire rjkdom van rouwtradities in Nederland: „Hoe komt het dat wj in een paar honderd jaar (toch een fractie van tjd voor de mensheid) van uitbundige zeer sobere rouwers zjn geworden?” Diepenbroek

concludeert: „Vergeleken met de culturen door de eeuwen heen is het sobere, gereformeerde begraven slechts een gebruik van een kleine minderheid in een korte periode.” Ze spreekt in dit verband van een modegril. „Lang rouwen met een goed afscheidsfeest bestaat al heel lang en komt in alle culturen voor.” Vandaar deze bundel met recepten „voor de moeiljkste momenten van het leven.” In ”Een doodshemd heeft geen zakken” (Meinema, 2011) belicht theologe dr. Annemarieke van der Woude het derde aspect dat Van der Meiden noemt. De wens tot zelfbeschikking plaatst de moderne mens voor allerlei nieuwe vragen, zeker ten aanzien van het levenseinde. Kiest hj voor palliatieve zorg? Voor euthanasie? Voor het uit vrje wil stopzetten van het leven? Mag hj beslissen over de dood van een ander? „Juist omdat we kunnen kiezen houdt doodgaan ons meer dan ooit bezig”, aldus Van der Woude, die de lezer wil helpen bj het nadenken over het levenseinde. Heidense denkers Simon Critchley, hoogleraar ilosoie aan de New York School for Social Research, grjpt in ”Over mjn ljk” (Scriptum, 2011) terug op heidense denkers uit de klassieke


donderdag 28 februari 2013 Reformatorisch Dagblad

13

Verder lezen ”Stervenskunst”, William Perkins (De Groot Goudriaan, 2010). De Engelse Puritein William Perkins (1558-1602) bespreekt in vraag en antwoord wat de dood voor een christen betekent en hoe hj er zich gedurende zjn leven op moet voorbereiden. Andere oudvaders die over stervenskunst (ars moriendi) schreven zjn bjvoorbeeld Zacharias Ursinus (”Erinnerung, 1563, vertaald als ”Stervenskunst”, De Groot Goudriaan, 2012), Johannes Hoornbeeck (”Euthanasia ofte Wel-sterven”, 1651) en Gisbertus Voetius (”Euthanasia of wel-stervenskunst” in ”Praktjk der godzaligheid”, 1664; De Banier, 2002). ”Verder na verlies”, Joke Korteweg (Kok, 2012). Zeven jongeren van het Wartburg College in Rotterdam schreven, samen met hun docente Joke Korteweg, over de manier waarop zj met verlies en rouw zjn omgegaan. Korte of langere tjd geleden overleed hun vader, moeder, broer of zusje. Het boek is voor een deel de neerslag van wat er in de door Korteweg opgezette rouwverwerkingsgroep van het Wartburg College gebeurt.

In Snakkerburen, ten noorden van Leeuwarden, bevindt zich een begraafplaats voor drenkelingen. De identiteit van de meesten is niet bekend. Het kerkhof ligt op –natte– veengrond. Meint Span, een voormalige doodgraver uit Lekkum, vertelde dat als je op de begraafplaats drie steken diep in de grond zat, het water je over de klompen liep. De doodskisten kantelden in het water van de verse graven. Daardoor ging in Snakkerburen het gezegde: „De minsken fersüpe der twa kear” (de mensen verdrinken er twee keer).

oudheid om de dood onder ogen te zien. Hj kiest zowel positie tegen degenen die de dood negeren en een „kortstondige vertroosting van de tjdeljke vergetelheid” in het aardse leven najagen als tegen hen die hopen op de „wonderbaarljke redding van een leven na de dood”, zoals traditionele religies die in het vooruitzicht stellen. Volgens Critchley is er een derde weg, die van de ilosofen. „Filosoferen is leren sterven”, zei Cicero, en Critchley zegt het hem na. „Als zodanig is een voorbereiding op de dood (…) het hoofddoel van de ilosoie. We volgen als het ware een leerschool voor de dood, zodat we kunnen omgaan met onze eindigheid en de vrees voor vernietiging kunnen beteugelen zonder dat we ons laten inpalmen door de belofte van een leven na de dood.” En zo komt Critchley tot zjn eigen bezweringsformule: „Iemand die aan de

dood probeert te ontsnappen, vlucht weg van zichzelf en bljft leven in onvrjheid. De dood ontkennen staat geljk aan zelfhaat.” Pittige les En passant geeft Critchley christenen een pittige les mee die wél behartigenswaard is. „De enige pastorale hulp waarin mensen wérkeljk geloven, is die van de medische wetenschap. Die is er volledig op gericht om de mens met de sacramenten van medicatie en technologie een steeds langer leven te bezorgen, iets wat als de onbetwiste zegen van de moderne westerse samenleving wordt beschouwd.” Volgens Critchley zjn veel gelovige mensen daarom „in wezen atheïst.” Ze leiden een „leven tussen hoop en vrees, met enerzjds het verlangen om zo oud mogeljk te worden en anderzjds de angst dat dood niets anders dan vernietiging is.” Waarvan akte.

„De enige pastorale hulp waarin mensen wérkelijk geloven, is die van de medische wetenschap”

”Slecht nieuws, goede Boodschap. Als een ernstige ziekte ons treft”, ds. A. van de Weerd (Den Hertog, 2011). Praktisch-pastoraal boek voor mensen die te horen hebben gekregen dat artsen niets meer voor hen kunnen doen. Ds. A. van de Weerd gaat in op wat een pastor kan betekenen voor gemeenteleden in hun ziek-zjn. Huisarts W. Bloed uit Urk beschrjft hoe er in de medische praktjk wordt omgegaan met slechtnieuwsgesprekken. ”Liever toch bezoek”, ds. P. Vermaat (Boekencentrum, 2009). Een pastoraal en praktisch boek over allerlei zaken die verband houden met afscheid nemen, sterven en begraven. Ds. P. Vermaat heeft jarenlange ervaring in het begeleiden van families rond de uitvaart. Hj gaat in op vragen over opbaren, cremeren of begraven, het graf en de begraafplaats, de kaart en de advertentie en allerlei andere onderwerpen. ”Leven in de schaduw van de dood”, drs. P. C. Hoek (Den Hertog, 2009). „Kleine studie van pastoraal theologische aard.” Als docent pastoraat verbonden aan het Hersteld Hervormd Seminarium deed drs. P. C. Hoek onderzoek naar de manier waarop ernstig zieken en stervenden kunnen worden bjgestaan. Hj kreeg hiermee niet alleen ambteljk, maar ook persoonljk te maken. ”Verdriet, dood en geloof”, C. S. Lewis (Van Wijnen, 2007). De Engelse apologeet Lewis (1898-1963) schreef dit boekje naar aanleiding van het overljden van zjn vrouw Joy Davidman. Om zich tegen de chaos van gevoelens en angsten en overwegingen te beschermen maakte hj notities van wat hj voelde en dacht. Het boek verscheen in Engeland in 1961 als ”A Grief Observed” onder het pseudoniem N. W. Clerk. Dat Lewis de auteur was werd pas na diens overljden bekend. ”Waar is ons kind?” Ds. M. A. Kempeneers (De Groot Goudriaan, 2007). De auteur probeert op grond van Schrift en beljdenis een handreiking te geven met betrekking tot vragen die zich kunnen voordoen bj het sterven van een kind, met name de vraag naar de eeuwige bestemming van het kind. Ds. Kempeneers bestudeerde het thema op exegetisch, kerkhistorisch, confessioneel en praktisch gebied. ”Samen verdrietig”, Marja Bos-Meeuwsen (Boekencentrum, 2006). Praktisch boek over kinderen en rouwverwerking. Aan de orde komt alles wat met overljden en begraven te maken heeft, in relatie tot kinderen. Uitgangspunt is dat kinderen die te maken krjgen met verdriet de steun van hun ouders nodig hebben. Marja Bos-Meeuwsen is orthopedagoog en moeder.

”Dichter bij het einde”, ds. R. van Kooten (Groen, 2005). Boek waarin diep geesteljke zaken en tegeljk heel praktische onderwerpen aan de orde komen. Het bestaat uit vier delen. Het eerste deel gaat over ernstig ziek zjn, stervensbegeleiding en het sterven. Het tweede deel bespreekt het van tevoren regelen van de begrafenis, nadat eerst de vraag ”cremeren of begraven?” aan de orde is geweest. In het derde deel wordt stilgestaan bj rouw en het rouwproces, met oog voor zowel de weduwe, de weduwnaar als de kinderen en omstanders. Het vierde deel behandelt wat de Bjbel leert over de hel en de hemel.


OMGAAN MET ROUW

E. Treur Kroostweg 22 3704 ED Zeist Tel. 030 - 692 42 58 06 - 57 31 56 89

Bettie Versluis & Margonda Hartman-van der Vlies

Rouw

www.begrafenisondernemingtreur.nl info@begrafenisondernemingtreur.nl

“Mama, wat moet ik dan zeggen?” “Wanneer gaan we dan?” “Wat gaan we dan doen?” “En daarna dan?” “O mama! Maar moet ik dan álle kleren passen?” (…) “Nou, er staat toch: in gepaste kleding?” Vragen die kinderen uit onwetendheid en angst Vr kunnen stellen rond een begrafenis. Met behulp van dit boekje kunt u met uw kind spreken over het verdriet, de begrafenis en wat er allemaal bij hoort. Geb. 48 blz.

Begrafenisonderneming

Treur

10,-

Overweeg wilsbeschikking

Van der Klooster Begrafenisverzorging

W. Visser

De gezindte verandert, signaleert Arleen van der Klooster van Van der Klooster Begrafenisverzorging uit Ouddorp. „Een wilsbeschikking wordt belangrijker.”

komt dat. Mensen schuiven het vaak voor zich uit, maar juist vanuit de Bijbel valt prima uit te leggen waarom het belangrijk is om goed voor-bereid te zijn.” Op de website van Begrafenisverzorging Van der Klooster Van der Klooster komt steeds is een wilsbeschikking te vaker tegen dat kinderen an- downloaden. Mensen ders over zaken denken dan kunnen het document hun ouders. Als die nooit te zelf invullen, maar ze kennen hebben gegeven hoe kunnen ook begeleid worden. zij hun begrafenis ingevuld „Wij zijn een klein bedrijf willen zien, kan dat tot on- waardoor wij persoonlijk en gewenste discussies leiden. betrokken kunnen werken, „Een wilsbeschikking voor- ook in deze zaken.”

Als ik beroofd ben Rouwverwerking … een onmogelijke werkelijkheid Persoonlijke en ambtelijke ervaringen worden op herkenbare en pastorale wijze doorgegeven en de auteur geeft vanuit Gods Woord aan hoe gevoelens van rouw een plaats kunnen krijgen voor Gods aangezicht. Geb. 100 blz.

KO1313

10,-

Nairacstraat 17, 3771 AW Barneveld

tel. 0342 – 41 69 86 verkrijgbaar bij de boekhandel

w w w. g e b r k o s t e r. n l

Broekweg 27 3253 XB Ouddorp 0187 - 49 48 34

”Een uitvaart in uw stijl” (0186) 61 70 78 Kantoor & Rouwcentrum: Prins Hendrikstraat 20-22 3262 ST Oud-Beijerland

www.vanbezeij.nl

• uitvaartverzorging sinds 1935 • persoonlijke begeleiding • opbaring thuis met koeling of in een rouwcentrum • grafmonumenten • Sparen voor later via ons depositofonds • Vraag een gratis wilsbeschikkingboekje aan

Melding van overlijden en informatienummer:

0180 - 64 71 01 Aubadestraat 7 2992 GN Barendrecht

VAN STAVEREN

Moree

Begrafenisverzorging

uitvaartverzorging

Sumatrastraat 11 ~ 2405 EM Alphen aan den Rijn Dag en nacht bereikbaar

www.uitvaartverzorgingmoree.nl

(0172) 23 33 38

Bezoek onze vernieuwde website

Wij verzorgen alleen begrafenissen

Gepaste zorg vanuit respect en persoonlijke benadering

Begrafenisverzorging

Wieberdink

Bij het verlies van uw dierbare moet u kunnen rekenen op de begrafenisondernemer die u met rust en kennis van zaken begeleidt, met u meedenkt, met u beslist en zorgt voor een respectvolle begrafenis.

• voor een uitvaart naar úw wensen • dag en nacht te bereiken • tevens levering van grafmonumenten M.G. van den Hoek-Wieberdink Binnenweg 3, 8075 CE Elspeet Tel. 0577 - 49 24 38 / 06 - 12 77 75 84 E-mail: begrafenisverzorgingwieberdink@kpnplanet.nl

Begrafenisonderneming

W.J. Drost 0318 - 47 19 52 06 - 55 13 68 55 Regio: Rhenen/Elst Veenendaal Verbindingsweg 23 3921 DL Elst Mail: wjdrost@kpnplanet.nl Al meer dan 30 jaar

STOPPELENBURG Uitvaartverzorging

Krimpen a/d IJssel (0180) 52 22 55 Lekkerkerk (0180) 66 36 44 Schoonhoven (0182) 38 22 31 Stolwijk (0182) 38 22 31 uitvaart@stoppelenburg.nl www.stoppelenburguitvaart.nl

Stoppelenburg Al meer dan 57 jaar uw vertrouwen waard

Voor een begrafenis met zorg en respect

Begrafenisonderneming

Van Holland Voor een stijlvolle begrafenis J. van Holland Schaepmanstraat 5 6741 WS Lunteren Tel. 0318 - 48 47 44 b.g.g. 06 - 21 51 07 35 G.J. Rijswijk Hullerpad 8 6741 PA Lunteren Tel. 0318 - 48 38 37 b.g.g. 06 - 20 49 27 97

Wij verzorgen alleen begrafenissen. Dag en nacht bereikbaar

(0341) 37 06 15 Voor de gehele West-Veluwe.

info@begrafenisverzorgingvdklooster.nl www.begrafenisverzorgingvdklooster.nl

BEGRAFENISVERZORGING

Van Essen VOORTHUIZERSTRAAT 45 PUTTEN

Wij verzorgen alleen begrafenissen


gestorven kinderen

donderdag 28 februari 2013 Reformatorisch Dagblad

15

„Leer ons de dood niet te vrezen, maar te begeren”, Maarten Luther (1483-1546)

Rotsgraf van de familie Roovers Vollmer in Maastricht. Aan de voorzijde van de rots is in koperen letters de tekst ”In Pace” aangebracht, met daarboven het Christusmonogram. De Griekse letters daarin verwijzen naar de tekst uit Openbaring 22:13: „Ik ben de Alfa en de Omega, het Begin en het Einde, de Eerste en de Laatste.”

Stilte in de kraamkamer tekst Michiel Bakker beeld RD, Henk Visscher

Tweemaal stonden Huib en Anneke Murre uit ’s-Gravenpolder bij het graf van een kind dat kort voor de geboorte was overleden. „Hun sterven raken we nooit kwijt.”

Huib en Anneke Murre.

nneke heeft de bloedgroep resusnegatief, die tjdens een zwangerschap voor ernstige complicaties kan zorgen. In het eerste jaar van haar huweljk –in 1990– krjgt ze een miskraam. Een zogeheten anti-D-injectie moet voorkomen dat ze bj een eventuele volgende zwangerschap antistoffen aanmaakt waardoor het bloed van de baby wordt afgebroken. Deze bljkt echter niet het beoogde effect te hebben, waardoor de volgende zwangerschappen met veel zorgen gepaard gaan. Binnen twee jaar krjgt het echtpaar, lid van de Gereformeerde Gemeenten, twee kinderen: Gerhard en Annelien. Als ze van hen in verwachting is, staat Anneke onder controle van de speciale resusafdeling in het Leidse ziekenhuis LUMC. Gerhard moet direct na de geboorte diverse bloedtransfusies

A

ondergaan. Annelien krjgt al in de baarmoeder via de navelstreng ander bloed. „Het is een wonder dat het allemaal goed gekomen is”, blikt Anneke terug. Als ze in 1995 opnieuw in verwachting is, bljkt tjdens een controle dat de baby meteen een bloedtransfusie moet ondergaan. Tjdens dit proces treden er ernstige complicaties op. Huib pakt het dagboek waarin hj noteerde wat er die dag door hem heen ging. Geëmotioneerd: „De schrik sloeg me om het hart. Ik kwam in grote nood terecht en besefte dat ik de enige was die op dat moment voor het kindje kon bidden. Vanuit de diepte heb ik geroepen tot de Heere. Ik heb Hem gevraagd of ons kindje mocht bljven leven, maar ook of het, als het zou sterven, eeuwig zou mogen juichen voor Zjn troon.” Groot is de verslagenheid als bljkt dat het kindje de ingreep niet overleeft. Na een zwangerschap van bjna 25 weken sterft Johanan. Een paar dagen later wordt hj geboren. Anneke: „Je bent bang voor wat er komen gaat, bang voor wat je gaat zien. Als het kindje dan geboren wordt, en het bljft stil...” Huib: „We waren zelf ook stil. Het is zo aangrjpend.” Anneke: „Het is de stilte van de dood.” Huib: „Ik was zo ontzagljk verdrietig. Het was voelbaar in m’n hele lichaam.” Veel steun ondervinden de ouders van de wjkouderling en het maatschappeljk werk van het LUMC. Ze mogen hun kindje vasthouden en er worden foto’s gemaakt. Anneke: „De maatschappeljk werkster adviseerde de baby in een omslagdoek te wikkelen die we bj een van de andere kinderen hadden gebruikt. Dat gaf een goed gevoel, alsof je iets van jezelf meegeeft.”

Huib wjst in de woonkamer de ladenkast aan waarop het eikenhouten kistje voorafgaande aan de begrafenis heeft gestaan. Anneke: „Dat was heel belangrjk voor ons. Johanan is toch nog in ons huis geweest, onder ons dak.” Voorafgaand aan de begrafenis leest ds. J. C. Weststrate Psalm 139, voordat de ouders met enkele naaste familieleden, de wjkouderling en de kraamzuster naar de begraafplaats gaan. Huib draagt het kistje met zjn zoon zelf naar het graf. Opvallend is de witte kleur van de handschoenen van de begrafenisondernemer. „Een teken van piëteit, gebruikeljk bj het begraven van een kind.” Huib zet het kistje op twee witte koorden, waarna de ouders het langzaam in de „koude grond” zien zakken. In de periode die volgt, ervaart het echtpaar steun en kracht van de Heere. Huib: „In die zin was het een goede tjd. De Heere droeg ons. Boven de rouwadvertentie hebben we gezet: „Uw wil geschiede.” Dat konden we zeggen. Er was stille berusting en vrede. Na de nodige worstelingen kreeg ik mede door een preek van ds. G. H. Kersten over Job 1, die in onze kerk werd gelezen, de overtuiging dat Johanan –zjn naam betekent ”God is genadig”– goed weg was. Ook de laatste twee regels van Psalm 145:6 waren voor mj een bevestiging.” Anneke: „We hebben Gods goedheid gezien, ook in de praktische hulp die mensen ons boden. Toch kwam ik na vier maanden in een depressie terecht. Ik moest zo veel verwerken. Tjdens de zwangerschap van Johanan is mjn moeder na een ziekbed van tien dagen aan kanker overleden. Ik was er nog niet aan toe gekomen om ook dat verlies een plek te geven.”

Na een klein jaar verwachten de ouders opnieuw een kindje. Tjdens een bezoek aan het LUMC bljkt de baby kort daarvoor, na een zwangerschap van achttien weken, te zjn overleden. Opnieuw moet Anneke bevallen van een kind dat gestorven is. „Ik ben eerst verschrikkeljk opstandig geweest, maar de Heere heeft ons bjgestaan, Hj gaf een soort omtuining”, zegt Anneke. Huib: „Hj verzachtte vaderljk ons ljden.” Onvergeteljk is het moment dat ze Gerhard en Annelien vertellen dat hun zusje –Christina– in de moederschoot is gestorven. Huib: „Op de achtergrond klonk op een cd Psalm 87:4: „God zal ze zelf bevestigen en schragen, en op Zjn rol waar Hj de volken schrjft, hen tellen als in Isrel ingeljfd, en doen de naam van Sions kind’ren dragen.” Dat kwam zo krachtig naar binnen, alsof de Heere het Zelf zei. Toen mocht ik geloven dat ook Christina bj de Heere mocht zjn.” Hj beseft dat niet alle ouders zo’n „bjzondere bemoeienis van de

Heere ervaren. Als die ontbreekt, wil dat niet zeggen dat een kind níét goed weg is”, zegt Huib. Christina wordt naast Johanan begraven. Na de uitvaart moeten de ouders niet alleen het ingrjpende verlies een plek geven, maar ook de boodschap dat ze om medische redenen geen kinderen meer kunnen krjgen. De laatste jaren bezoekt Anneke – haar man heeft er minder behoefte aan– geregeld een bjeenkomst van ”In de knop gebroken”, een reformatorische vereniging voor ouders van een jonggestorven kind, waar ze herkenning vindt. „We zjn jaren verder, maar het bljft emotioneel om erover te praten.” Ze wjst op het boek ”Het kromme in het levenslot” van Thomas Boston. „Daar heb ik veel aan gehad. Boston doorgrondt het zielenleven van iemand die door God geslagen is, maar wjst ook telkens op Christus. Bj Hem kunnen we altjd om raad terecht.”

Reageren? mensen@refdag.nl

(Advertentie)


16

Donderdag 28 februari 2013 Reformatorisch Dagblad

Door armoede ziet het leven van duizenden Oost-Europese kinderen en gezinnen er uitzichtloos uit. Laat hen niet aan hun lot over. Uw nalatenschap of gift kan de vicieuze cirkel van armoede doorbreken. Kinderen krijgen de kans een vak te leren en gezinnen leren zelf voedsel verbouwen. Samen met u kunnen we hen een betere toekomst geven. Vraag vrijblijvend de brochure Nalaten aan. Wilt u met iemand spreken over uw testament? Vraag naar Ina Ekkelenkamp. Voor meer informatie: www.zendingovergrenzen.nl/nalaten Postbus 1222 | 1300 BE Almere Tel. 036 – 536 36 15 info@zendingovergrenzen.nl Rek.nr.: 29.62.556

Zij erven een leven in armoede… tenzij u hen een betere toekomst nalaat!

Yarden Voor een passend afscheid Yarden Uitvaartorganisatie biedt uitvaartzorg op maat, met persoonlijke aandacht voor de overledene en diens naasten. Wij zijn een landelijke uitvaartorganisatie met een sterke lokale vertegenwoordiging. Ook bij u in de buurt. U denkt er misschien liever niet over na, maar ooit kan het gebeuren dat u afscheid moet nemen van een dierbare. Dan komt er veel op u af. Gelukkig kunt u dan rekenen op de professionele uitvaartverzorgers van Yarden. Wij ondersteunen u in deze moeilijke periode en nemen u alle zorgen rond de begrafenis uit handen. Persoonlijke uitvaartzorg Een uitvaart is een persoonlijke, unieke gebeurtenis die moet passen bij de overledene en de nabestaanden. Daarom staat u als klant bij ons centraal. Of u nu kiest voor een opbaring thuis of in een uitvaartcentrum, of voor een sobere of meer uitgesproken uitvaart, wij luisteren naar uw ideeën en verzorgen de opbaring en begrafenis zoals u dat wenst. Onze lokale uitvaartverzorgers kennen de omgeving en informeren u graag over de mogelijkheden. Kiest u voor een kerkelijke begrafenisplechtigheid, dan nemen wij het verloop van de dienst en uw muziekkeuze met de betreffende kerkelijke instantie door.

Zo zorgen wij ervoor dat de dienst geheel volgens uw wensen wordt uitgevoerd. Voorlichting over de dood De dood hoort bij het leven. Toch is het voor velen lang niet zo vanzelfsprekend om over de dood, het verlies van een dierbare of de eigen uitvaartwensen te praten. Vrijwilligers van Yarden Vereniging organiseren tal van voorlichtingsactiviteiten over zaken die spelen rondom het levenseinde. Daarnaast geven onze deskundige uitvaartconsulenten (ook vrijwilligers) u desgewenst persoonlijk advies over de invulling van uw uitvaart.

Meer informatie? Voor meer informatie over onze uitvaartzorg bij u in de buurt of over onze voorlichtingsactiviteiten, kijk op www.yarden.nl.

Voor het aanvragen van een adviesgesprek met een uitvaartconsulent, bel 0800 1292. Hier kunt u ook terecht voor al uw overige vragen.

Iedere uitvaart uniek


praktische zaken regelen

donderdag 28 februari 2013 Reformatorisch Dagblad

17

„Leer ons alzo onze dagen tellen, dat wij een wijs hart bekomen”, Mozes

In het kerkje van Oosterwijtwerd (Groningen) hangen zeventiende-eeuwse rouwborden. Daarop staan namen van de adellijke familie Ripperda. Na het overlijden van de borgheer of een van de leden van het gezin werd zo’n bord opgehangen bij de ingang van kasteel Oosterwijtwerd. Na de rouwperiode kreeg het een plaats in de kerk.

Voorbereid op de grote reis tekst Clasina van den Heuvel beeld RD, Henk Visscher

Christenen bereiden zich op praktisch gebied niet anders of beter voor op de dood dan niet-christenen, stellen Wim en Evelien de Wit van uitvaartorganisatie Op Doorreis. „We zijn er nét zo bang voor.” oe kan dat, vraagt Wim de Wit zich soms af: „We zingen gewel­ dige liederen als ”Nu jaagt de dood geen angst meer aan”. Als een christen gelooft dat hj naar het Vaderhuis mag, waar geen pjn meer is, geen tranen, geen ziekte – waarom zou hj daar dan niet bj stilstaan? Over de mooiste reis van het leven wordt niet nagedacht.” De Wit is stellig op dat punt; tegeljk weten hj en zjn vrouw hoe moeiljk dit in de praktjk ligt. „Mensen zjn bang voor het ljden”, zegt Evelien de Wit. „De dood is altjd een vjand geweest. In de Bjbel wordt hj niet voor niets de laatste vjand genoemd.” Het echtpaar De Wit uit Enschede heeft een missie. Toen Wim de Wit op latere leeftjd tot geloof kwam, wilde hj graag dienstbaar zjn. Voor zjn bekering was hj direc­ teur van een aantal crematoria. De kennis uit die tjd benutte hj door in 1999 Op Doorreis te starten, een

H

uitvaartorganisatie die werkt van­ uit een christeljke levensovertui­ ging. Uitgangspunt voor alle beslis­ singen rond het levenseinde is bj Op Doorreis de Bjbel. Voorlichting –over crematie, nieuwe vormen van ljkbezorging, het recht op begraven– is een speerpunt. Bj Op Doorreis kunnen mensen hun wensen voor de eigen begrafe­ nis opschrjven in een Reisplan. Uitvaartorganisatie Yarden onderzocht een jaar of vjf geleden hoeveel Nederlanders de uitvaart­ wensen niet vastlegden: dat was 94 procent. De Wit denkt dat dit percentage nog aardig klopt. „Dat 80 procent een uitvaart­ verzekering heeft, betekent nog niet dat de begrafenis is geregeld. De meesten hebben geen idee wat de verzekering precies dekt. Over het algemeen is de dood meer bespreekbaar geworden, maar als het om het eigen overljden gaat, geldt nog altjd een taboe.” Gedichten In een Reisplan staan bjvoorbeeld een adressenljst, namen van contactpersonen, donorregistratie­ papieren. Gewoonten in de kerke­ ljke gemeente waartoe iemand be­ hoort worden genoteerd, en verder wensen zoals het soort kist en de kleding waarin iemand begraven wil worden en de plaats waar hj of zj opgebaard wil worden. „Jaren geleden had mjn moeder zo’n Reisplan ingevuld”, zegt Evelien de Wit. „Nadat ze overleden was, kwa­ men we daarin gedichten tegen die veel voor haar hebben betekend.

Het was ijn om die te hebben.” In de reformatorische gezindte vullen jongeren eerder zo’n wen­ senljst in dan ouderen, signaleren de De Wits. „Ouderen zeggen: je weet wel hoe ik het wil. En anders weet de dominee het wel. Maar die weet het lang niet altjd. In het ergste geval ontstaat er na een overljden onenigheid binnen de familie. Je zou moeten voorkomen dat er vragen openbljven, dat neemt veel zorg weg en schept duideljkheid voor de –vaak ont­ redderde– nabestaanden.” In evangelische kringen ziet het echtpaar een andere ontwikkeling: dat bjvoorbeeld crematie niet on­ denkbaar is. „In veel kerken wordt geen goede voorlichting gegeven”, stelt Wim de Wit. Even later, na­ drukkeljk: „De kerk gaat ten onder aan gebrek aan kennis. Daarom zjn wj zo gefocust op onderwjs.”

en schoner zjn dan begraven, en hoewel de wet dit nog verbiedt, is het de vraag of dat zo bljft. „Nie­ mand vraagt zich af: Wat houdt dit precies in? De kerk bemoeit zich er niet mee, de politiek houdt zich er niet zo mee bezig. Wj maken mee dat geld een grotere rol speelt dan overtuiging.” Terwjl ook christenen wereldwjd verschillend denken over crematie, zjn Wim en Evelien de Wit ervan overtuigd dat begraven de Bjbelse weg is. „Jezus ging ons voor, in het graf. En: in de hele Bjbel geldt ver­ branden als een straf of oordeel.” Verwerking Dat er op den duur te weinig ruimte zou zjn voor de lichamen vindt De Wit geen argument. „Er is ruimte genoeg, maar je moet al­ leen de goede keuzes maken, een visie ontwikkelen.” Nu worden

„Ouderen zeggen: je weet wel hoe ik het wil. En anders weet de dominee het wel” Intussen wordt bjna 60 procent van de overledenen gecremeerd in Nederland. Grote ondernemingen als Monuta en Yarden zjn al jaren op zoek naar nieuwe vormen van ljkbezorging: resomeren (waarbj een lichaam wordt opgelost in vloeistof) en cryomeren (vriesdro­ gen). Zo zou resomeren goedkoper

graven na verloop van tjd ge­ ruimd – maar waarom zouden na een aantal jaren niet de beenderen kunnen worden verzameld en in een kistje worden bewaard, vraagt hj zich af. „Dat gebeurde bj aarts­ vader Jakob ook.” Op de begrafenis van de broer van Evelien, kortgeleden, strooiden

de aanwezigen een handje graan uit over het graf. Het verwees naar de Bjbelwoorden over zaad dat in de aarde valt en sterft maar zal worden opgewekt in heerljkheid. Rituelen helpen bj de verwerking, vindt Evelien. „De Bjbel staat vol met rituelen. Het zjn dragers van emotie; ze helpen om het verdriet te dragen. Het past niet allemaal in je hoofd als een geliefde overljdt. Onze ratio is te beperkt om zo’n verlies aan te kunnen.” Voor de verwerking moet de dood weer dichterbj komen, meent het echtpaar De Wit. „Na de Tweede Wereldoorlog hebben we de dood een beetje uitgeban­ nen. Hj paste niet bj de weder­ opbouw. Vroeger hielp de familie bj de laatste verzorging van de overledene; buren vervoerden het lichaam op een boerenkar. Nu is alles uitbesteed. De dood is buiten ons leven geplaatst en dat laat een diepe wond na.” Gemeenteleden horen elkaar, zeker in perioden van rouw, bj te staan, vinden de mensen van Op Doorreis. Ze hebben een droom: dat in de toekomst in kerken vrjwilligers worden opgeleid die met elkaar begrafenissen kunnen verzorgen. „Als je de kerk ziet als een gezin, kun je dit onderwerp niet weglaten. Gemeenteleden zjn dan betrokken bj elkaar, zien daadwerkeljk om naar elkaar, en het uitdragen van overledenen zou daarbj kunnen horen.”

>>opdoorreis.nl


U I T VA A R T V E R Z O R G I N G

U staat er niet alleen voor !

Laan van Nieuwoord 104, 3931 DH Woudenberg T (033) 286 39 69 M (06) 22 21 01 23 I www.blokhuisuitvaartzorg.nl

Boeken, meer dan woorden

DOMINICUS

al meer dan 35 jaar dé specialist van Zeeland! In onze showroom vindt u een uitgebreid assortiment haarden, tegels, sanitair, gedenktegels en natuursteen. Laat u informeren door onze deskundige vakmensen voor de mogelijkheden. Kijk voor de openingstijden op onze site (´s zondags gesloten). Dominicus is sterk in maatwerk!

www.dominicus.nl Oude Zandweg 2 4361 SK Westkapelle 0118 - 57 14 36

HAARDEN

Kijk verder dan uw eigen boekenkast www.rd.nl/boeken @refdagboeken

Like ons op facebook!

Omdat u meer wilt weten.

TEGELS

Verrijn Stuartweg 10 4462 GE Goes 0113 - 27 72 00

SANITAIR

GEDENKTEKENS

NATUURSTEEN


19

Donderdag 28 februari 2013 Reformatorisch Dagblad

Speciaal voor u als abonnee van het RD...

3-daagse reis naar Heidelberg

, 0 €2

met psalmzangavond U als abonnee betaalt geen € 275,00 maar € 255,00 per persoon. In deze reissom is inbegrepen: busreis met Comfort Class touringcar 2 x overnachting met ontbijt en diner in viersterrenhotel Best Western in centrum Heidelberg zangavond

korting p.p.

In het kader van 450 jaar Catechismus wordt er in 2013 een driedaagse reis georganiseerd naar Heidelberg. Er wordt een psalmzangavond gehouden in de kerk van Ursinus met als thema theologisch onderwijs. Meditatie door ds. A.A. Brugge. Een deel van de opbrengst komt ten bate van de Zending Gereformeerde Gemeente. U bezoekt o.a. de stad Heidelberg die een rijke geschiedenis heeft. Ook een boottocht over de Neckar is een mogelijkheid. Op de terugreis bezoekt u de Domstad Keulen.

Data: D.V. 23, 24 en 25 mei 2013

Vraag de speciale folder aan (waar ook een aanmeldingsformulier in staat) via info@heidelbergreis.nl of kijk op www.heidelbergreis.nl en vul het formulier digitaal in.

Kijk voor meer informatie op rd.nl/abonneevoordeel

Heeft u geen internet? Dan kunt u zich telefonisch opgeven: (0118) 62 71 38. NB Voor de korting meldt u bij bijzonderheden code: RD17112012.


20

puntuit

donderdag 28 februari 2013 Reformatorisch Dagblad

uitgesproken „En God zal alle tranen van hun ogen afwissen”, apostel Johannes

Bij de ingang van begraafplaats Huis te Vraag in Amsterdam staat een zogenaamd bloemenkranshuisje, waar de bloemen voor een begrafenis worden bewaard. Het is het enige huisje in z’n soort dat bewaard is gebleven in Nederland. De begraafplaats dankt zijn naam aan een veerhuis dat in de middeleeuwen aan de weg tussen Haarlem en Amsterdam zou hebben gestaan. Bij het veerhuis kon men terecht voor inlichtingen. De uitbater vestigde daar de aandacht op door een bord met ”te Vraghe” langs de weg te zetten (”hier kun je iets vragen”).

tekst Machteld Brouwer beeld RD, Henk Visscher

Vanaf de eerste schooldag op de Gomarus zijn Annelien Prosman uit Wijk en Aalburg en Vivianne van Leeuwen uit Molenaarsgraaf (nu allebei 15) bevriend met Suzanne. Onverwachts overlijdt hun vriendin.

Ik herinner het me nog als de dag van gisteren. Zoiets vergeet je je hele leven niet meer”, zegt Vivianne. „Suzanne was altijd vrolijk, nooit chagrijnig, we konden altijd met elkaar lachen.” „We gingen regelmatig bij elkaar logeren, of samen winkelen,” herinnert Annelien zich. „Verder zagen we elkaar natuurlijk altijd op school.” Laatste schooldag Vrijdag 25 juni 2010, de laatste schooldag voor de zomervakantie. De laatste repetities van de eerste klas zijn gemaakt. Annelien en Suzanne fietsen in de richting van Werkendam. Annelien: „Meestal fiets ik een andere route, maar dit keer reed ik het eerste stuk met Suzanne mee.” Vivianne gaat nog even de stad Gorinchem in, om aankopen te doen voor het klassenfeest dat voor die

avond gepland staat. Op een gegeven moment spreken een paar meiden haar aan. „Ze zeiden dat Suzanne een ongeluk had gehad. Eerst dacht ik dat ze misschien alleen een arm had gebroken. Maar toen ik hoorde dat er een wit kleed over haar heen was gelegd, dacht ik wel dat het ernstiger was. Dat ze ook overleden kon zijn, kwam op dat moment echt niet in mij op.” Aanrijding Annelien ziet het ongeluk nog voor zich. „We fietsten over een brug, langs een hoge stoeprand. Waarschijnlijk is Suzanne daar met haar trapper aan vast blijven zitten, waardoor ze viel. Toen werd ze aangereden door een vrachtwagen.” Annelien beseft de ernst van de situatie meteen, zodra de hulpdiensten arriveren. „Toen er ook nog een traumahelikopter kwam, wist ik eigenlijk al wel dat ze gestorven was, ook al had nog niemand dat verteld.” Als Vivianne de stad uit fietst, komt ze ook langs de betreffende brug. „Er

stond nog een aantal politieagenten. Ik herinner het me nog als de dag van gisteren. Zoiets vergeet je je hele leven niet meer.” Annelien wordt uitgenodigd voor een gesprek op het politiebureau, als getuige van het ongeluk. „Dat heeft me heel goed geholpen. Ik heb er weleens over nagedacht of het ongeluk mijn schuld niet was, of ik Suzanne niet aanstootte of onvoorzichtig was. Maar achteraf geloof ik niet dat dat zo was.” Voor de vriendinnen volgt een onwerkelijke tijd. Vivianne: „We hadden vakantie. Ik besefte niet dat Suzanne er niet meer was. Het was vreemd, heel vreemd om later zonder haar weer naar school te gaan. Dat was nooit meer hetzelfde.” Ook daar is er aandacht voor rouwverwerking. Annelien: „Met elkaar zijn we een aantal keer naar het graf gegaan. Maar onze klas is na de vakantie gesplitst, dus we hebben het er tijdens de les niet vaak meer over gehad.” Herinneringen De vriendinnen vinden het zeker de

Annelien en Vivianne verloren hun vriendin na een verkeersongeluk

eerste tijd lastig om over het ongeluk te praten. Ze wilden liever niet dat mensen er tegen hen iets over zeiden, geven ze allebei aan. „Maar het praten kan ook heel goed zijn. Tegen anderen die ook een vriendin of vriend moeten missen, zouden we willen zeggen dat het echt kan helpen.” Onderling praten de meiden wel veel over Suzanne. Vivianne: „Als we een tussenuur hebben en naar het winkelcentrum fietsen, denk ik er vaak aan terug. Vaak halen we leuke herinneringen op, maar we praten er ook nog weleens serieus over.” Voorzichtiger Vivianne vindt het lastig om langs de plaats van het ongeluk te fietsen. „Ik vind dat er nog een soort spanning hangt. Ik kijk altijd met een schuin oog naar de stoeprand, en zorg ervoor dat ik hem niet raak.” Annelien vult aan: „Ik durf niet zo goed naast iemand te gaan fietsen op die plaats. Ik ben voorzichtiger geworden in het verkeer. Als ik iemand iets zie doen wat niet veilig is, denk ik: ga toch aan de kant, straks word je nog aangereden.” Annelien en Vivianne denken dat ze anders in het leven staan dan jongeren die niet zo’n ingrijpend ongeluk van dichtbij hebben meegemaakt. „Je wordt stilgezet, en gaat over de dood nadenken. Het leven is niet vanzelfsprekend.”


Als gras...