Page 1

m co l. ai gm e@ in

M JO AAR w Z T sc ww EF 2 hr .d P 01 ij el LA 3 f oe TE me ie AU GE e! n S N d T T dl ek RA km oe AT ag .b 2 az e 2

Natuurlijk kunnen we ook de relevantie van de pijler ontwerp binnen onze opleiding in vraag stellen, zijn verhouding tot het theoretisch en bouwtechnisch luik, en in extensie dus ook de relevantie van dit debat. We kunnen wel al verklappen dat maar liefst 39% van de studenten het ontwerpend luik meer gewicht wil geven. Maar, wat is dan de aanleiding voor het ontwerp zelf? Kan deze wortels hebben in de theorie, of zelfs in een maatschappelijke vraag? Wordt bijvoorbeeld het ecologische aspect verbonden aan de bouwkunst niet

samenstellen of hoe men budget kan vinden voor de aanstelling van een nieuwe prof. Dit debat gaat over ontwerpen, het ontwerp als kern van onze opleiding; wat er sterk is aan onze opleiding en wat bovenal onze zwaktes zijn. Laat ons dan vooral deze zwaktes op tafel leggen zodat we hierover kunnen discussiëren om tot een visie te kunnen komen dat verandering teweeg brengt. Meningen en ideologieën zullen verschillen en botsen, maar conflict hoeft geen probleem te zijn. Conflict is net de basis van het ontwerp en de atelierwerking. De omgang met deze verschillende standpunten en de uiting hiervan op onze opleiding is juist vruchtbaar, uit deze pluraliteit zou de student een eigen les kunnen trekken.

KO ER A

NT Stijn Baets & Hong Wan Chan We zijn aan de vooravond van het grote ontwerpdebat, noodzakelijkerwijs gaan we nog even kort in op de inzet van het debat en het belang van jullie stem in dit gebeuren. Wij zijn overtuigd dat studenten bewust moeten zijn van de onderwijsmethodiek, de keuzes die hiertoe hebben geleid en de werking van architectuuropleidingen elders. De loeiende koe confronteerde de student reeds met stellingen rond ons onderwijs in een korte enquête, met als doel bepaalde problematieken boven te laten drijven, studenten wakker te schudden en de wensen van de nieuwe generatie te weten te komen. Uit de resultaten en reacties distilleerden we een vijftal grondige stellingen die we de vakgroep voorschotelden en waarrond het debat gevoerd zal worden. Deze vragen en stellingen tonen dus meteen ook de belangrijkste thematieken van het debat. Het grote ontwerpdebat leek voor ons, de loeiende koe en de vakgroep, een ideale eerste stap om discussiepunten uit te klaren, om visie te creëren en bij te sturen. Vooral verandering is echter het uiteindelijke doel, verandering die doorgevoerd wordt vanuit een sterke visie en praktische blokkades uit de weg durft te ruimen. Neen, het debat gaat niet over het puzzelen met studiepunten, curricula

Editie 1

Daarnaast dient ook het ontwerptraject zich als discussiepunt aan. Anders gezegd, hoe delen we deze vijf jaar in om goede ontwerpers af te leveren? Daarin zitten vragen vervat als bijvoorbeeld de vraagstelling - die trouwens erg bij de studenten leeft - of er geen verplichte stage moet komen binnen de opleiding? Dit model is immers in veel landen geldig en blijkt ook zijn

Vooreerst schuiven we de atelierwerking naar voor, die zowel pedagogie – hoe ontwerpen wezenlijk aangeleerd wordt – als het inhoudelijke omvat. Deze overkoepelende context zou de mogelijkheid moeten bieden om sterke pedagogische strategieën in te zetten om de student het ontwerp aan te leren en even belangrijk, ruimte te laten aan de ontwikkeling van het inhoudelijke en het doorgegeven hiervan in de wisselwerking tussen studenten en begeleiders en studenten onderling. Hoe positioneert de begeleider zich ten opzichte van de student en hoe werken de verschillende studenten samen? Is het atelier een werkplek of slechts een consultatieplek? Welke manieren bestaan er elders om atelierwerking te organiseren?

Dat terzijde gelaten, wat zijn een paar belangrijke thematieken of hekelpunten, te bespreken op het debat?

over het hoofd gezien, ondanks zijn urgentie?

De bevestigende tweede. Een gevreesd begrip onder muzikanten, een fluitje van een cent voor de Koerant. Hoewel onze eerste in feite een demo was, en dit onze eerste full-length. Alleszins, er is weer een abondance aan goeds geproduceerd, en dat is allemaal wel hier en nu te lezen! Vooreerst: niet getreurd. Uw vaste rubrieken zijn weer van de partij, met als opener in de Windhaan een duidelijke neerslag van het monopolie dat deSingel heeft op architectuurtentoonstellingen in Vlaanderen. Uw middenpagina’s zijn andermaal grandioos gevuld, ditmaal met niets minder dan een Daniel Lauand. Ik hoor u al vragen: wie? Vandaar: Beeld om Beeld. De Red Light District-redactie dienden we een week geleden nog met een kater van de vorige editie uit bed te sleuren, rommeligheid en onzinvolheid zijn met andere woorden weer van de partij. Maar dan: een resem artikels om u tegen te zeggen. In onze zogenaamde coverstory leggen we een alombekend, doch vergeten Gents gebouw bloot. Het ‘Instituut Bert Carlier’ heeft u steevast elke morgend achteloos voorbijgereden, op weg naar pret in het Technologiepark in Zwijnaarde. Let volgende keer dan maar op voordat u de brug oprijdt: er staat architectuur langs de weg! Daarop volgend hebben we ‘Ctrl+China’ in de aanbieding, een reflectie op hedendaagse kopïeerpraktijken in de architectuur. Architectuur-(serie)product(ie). We hebben ook het enorme voorrecht en genoegen een oudstrijder van onze eigenste stallen weer te mogen introduceren in deze Koerant: Eddy Rasschaert. U waarschijnlijk allen onbekend, maar onmetelijk gerespecteerd door de kenners van de vroegere koeboekjes. Hier weer in volle glorie, in zijn gevreesde columnstijl. Een nieuwe rubriek doet tevens zijn intrede: ‘Vroeger Wilde Ik Architect Worden’, een reflectie op niet-architecten met nochtans wel een architectuurdiploma op zak. Wat doen ze nu? Vanwaar die ommezwaai? Welke link heeft hun voormalige studie nog op hun werk? U mag alvast beginnen dromen van een gelijkaardige ontplooiing van uw carrière bij het lezen van Francis Alys’ architecturaal-getinte levensverhaal. Als laatste worden natuurlijk weer die studenten die het volgens onze eigenste proffen verdienen van genoeg credit voorzien om weer een half jaar het beste van zichzelf te geven. Tot slot, de achterflap! Een nieuwe editie, een nieuwe filosoof. Ditmaal laat Charles Baudelaire zich van een andere kant zien, in een vers-van-de-pers beeldverhaal. We wensen u dan als afsluiter enkel nog een aangename tijd met deze nieuwe krant, en: tot de volgende!

het grote onderwijsdebat

Editoriaal

Olivier Cavens & Stijn Baets

Instituut Bert Carlier Jonas Apers & Nick Willems

Bram Vandemoortel & Thomas Cantraine

Column: Eddy Rasschaert Eddy Rasschaert

Vroeger Wilde Ik Architect Worden

Red Light District

Joris Kerremans & Jelmer Daelman

Studentenpublicaties Maité Martens & Bram Vandemoortel

grafiek: Hong Wan Chan scenario & tekst: Christophe van Gerrewey

De Achterflap

Het grote ontwerpdebat 6 maart - 16:30 Atelier 1B

werp

?

5 jaa r

en

Le ren o

nt

dat?

all ee n?

je leren en hoe doe

we rp e nd oe je

kel i n Ge n t stud eren ? imte mo et dat zij n?

16:30 introductie door de koe/ vakgroep lezingen over ontwerpopleiding. prof. Jan Masschelein (KU Leuven, pedagoog) prof. arch. Wim van den Bergh (RWTH Aachen) 17:30 start van het debat.

nt het o

n?

e lere

Kan je ontwerpen

ntwe rp aa nt

Wat is ontwer pen? om o

Bram Denkens

Een ateli er, wat vo or ru

is van

Bram Denkens & Nathan Wouters

Laat jullie stem horen!

eidin g?

stage tijd e n s de op l

s consultatie?

ieken

de m ethod

as als b eken mati roble ijke p ppel scha

Wat z ijn

Maat

Hopelijk hebben we stof tot nadenken kunnen bieden om zelf een opinie te vormen en gewapend naar het debat te trekken. Het is misschien voorbarig om te stellen, maar laten we alvast hopen dat dit debat effectief een polemiek teweeg brengt. Dit debat zou effectief een nieuwe start kunnen betekenen voor de richting. Een opleiding is geen statisch gegeven maar moet voortdurend in verandering zijn als ze relevant wil blijven. Kom dus zeker in grote getale naar het debat, om deel te nemen of te luisteren. ‘Last but not least ‘ zal de loeiende koe ook bekendmaken wie jullie verkozen hebben tot beste begeleider aller tijden.

vruchten af te leveren. Wat zijn de redenen voor deze leemte bij ons?

Ctrl+C hina

Begeleiding al

Een

Beeld om Beeld

8 10 12 16

Windhaan

2 4


WINDHAAN V/ PRO D JE M C AA T ND

Olivier Cavens

Actualiteit & opinie op scherp van de snee. Zowel activiteiten in de Plateau als ver daarbuiten krijgen hier hun onderdak, onderworpen aan de mening van de, al dan niet, gemiddelde architectuurstudent.

KOER

“Wintercircus” ATELIER KEMPE THILL Er ligt eindelijk een degelijk voorstel op tafel voor het oude Wintercircus in de Lammerstraat. Dit magistraal complex, tussen de Vooruit en de Waalse Krook, werd in de 19e Eeuw als wintercircus gebouwd en kreeg daarna bekendheid als de grote showroom voor alle oldtimers van verzamelaar G. Mahy. Sindsdien heeft het gebouw veel tijdelijke bezettingen gehad en dat culmineerde in een monumentale overzichtstentoonstelling van het werk van Stefan Vanfleteren in 2009. Sindsdien wordt de koe bij de horens gevat en binnen het kader van een renovatie van de volledige ‘circuswijk’, waar dus ook de nieuwe bibliotheek bij hoort, is er een grote internationale wedstrijd ingesteld. De stad voorziet een prestigieus multimediaal centrum met plaats voor een aantal kleine ICT-bedrijven en een adres voor het Vlaams Audiovisueel Instituut VIAA. Winnaar Atelier Kempe Thill voorziet zelfs nog een sfeervolle Rock-concertzaal die zich in het midden van het ruwe, betonnen atrium neerplant.

AG

EN DA

V/

D FAIL M AA ND

De uiteindelijke wedstrijd bleek architecten van alle slag aan te trekken en dat leverde een bonte collectie aan resultaten op. Waarom het wintercircus als project van de maand wordt gekozen? Omdat een dergelijke controversiële locatie alleen maar voor architecturale orgasmes kan zorgen.

2

“Chaos: kettingbotsing E17” JULIAAN LAMPENS + LUC DE VOS “Chaos kettingbotsing E17”: het is al een paar maanden oud ondertussen, en we dachten: ‘Misschien rijpt het wel, na een paar keer voorbijrijden’. Maar na tijd en consideratie kon het niet anders dan dat deze wanstalt hier zou verschijnen. En wel om een aantal problematieken. Ten eerste en ten zeerste: het ding is esthetisch een allerminste toevoeging aan zijn omgeving, welke intrinsiek echter kwaliteiten had waar het ontwerp mee in dialoog had kunnen gaan. Een prachtig, groen-okergekleurd landschap, nodigt de passant uit om even te stoppen, zich bewust te zijn van de plek waar men doorheen raast. Ook de waterbekkens naast de afritten, boden een uitstekend platform om wat met te doen. Architecten Juliaan Lampens en Luc De Vos hebben zich echter in hun wil tot duidelijkheid en directheid overtroffen als kenden ze de kunst van het balanceren niet. De fluogele kleur van het monument mag de passant dan wel doorverwijzen naar zijn geweten, waarbij het ‘veiligheidsbesef ’ wordt aangesproken om deze trau-

Tentoonstellingen 23/02/2013 - 24/03/2013 Picturale: Festival van de Illustratiekunst CC De Ververij, Ronse, €1 30/01/2013 – 31/03/2013 Mikeviktorviktor architecten. Land & Zee 2070; deSingel, Antwerpen, gratis 08/02/2013 – 16/06/2013 Junya Ishigami: How Small? How Vast? How Architecture Grows; deSingel, Antwerpen, gratis 21/02/13 – 03/04/2013 Lijnstad – passageruimtes aan de E19; deSingel, Antwerpen, gratis

matische plek een morele meerwaarde te verlenen. Het doel heiligt de middelen echter geenszins. Het ontwerp doet dan ook eerder denken aan een plankenconstructie, zoals ze ingezet wordt ter nabootsing van bomen op een kinderspeelplaats. En misschien doet deze constructie wel net hetzelfde: het mimeert een werkelijk gegeven, hier de chaos van de ketting-

botsing, maar biedt er geen reflectie op. Het blijft bij een loutere zinnespeling, een verafbeelding. De directheid van het werk is te groot om als monument te kunnen dienen. Een monument vraagt om beslotenheid, om een mogelijkheid tot een eigen invulling, het plaats geven van de gedachten. Hier wordt er enkel geschreeuwd...

22/02/2013 – 12/05/2013 RNPA3 – Dithyramben. Hernieuwd architectuurplezier; Espace Architecture La Cambre, Brussel, €2

Lezingen & wat nog... 13/3/2013 20u lezing Caroline Voet over Dom Hans van der Laan; deSingel muziekstudio, Antwerpen, gratis 14/3/2013 20u lezing Périphériques Architects; STUK, Leuven, €4 13/3/2013 20u De Rechtvaardige Stad; Balzaal Vooruit, Gent, gratis 19/3/2013 20u30 The Bad Sleep Well (Akira Kurosawa); Filmplateau, Gent, €3

MAART


RANT

WINDHAAN

De eerste stappen van een ambitieus filmparcours zijn alleszins ingezet. Twee uur van visuele, virtuele HD-pracht werd luister bijgezet door een ongewone locatie in de bovenste regionen van de Plateau. Waar de chips, het bier en het kunstgras het succes van deze testversie moesten garanderen, waren het vooral de dekentjes en de thee die de show steelden. Gezelligheid troef met andere woorden (al zullen we voor onze volgende avond een warmere omgeving klaarstomen!).

‘Land en Zee 2070’ in deSingel

Eye-tracking De stad Gent start een onderzoek waarbij ze aan de hand van eye-tracking tests (zoals ze die gebruiken bij bezoekers in een warenhuis die voor een schap staan) onderzoeken wat proefpersonen het meest aanspreekt in een gebouw. De techniek zal naar verluid ‘kunnen worden gebruikt in de ruimtelijke ontwikkeling van de stad en ingeschakeld worden in de planning van nieuwe projecten in de stad’

KoeCinema: “TEN CANOES” editie 2 donderdag 7 maart 21u warmer dan voorheen!

Tussen 30 januari en 31 maart worden de gangen van de Singel ingepalmd door de utopische beelden van MikeViktorViktor met de tentoonstelling Land en Zee 2070. MikeViktorViktor is opgericht in 2010 door Bart Melort, Frederic Vandoninck en Wouter Willems. Land en Zee 2070 biedt een radicaal nieuw voorstel voor de door MikeViktorViktor verachte ‘decormentaliteit’ van de kust. Vanuit hun afkeer voor deze klein-burgelijke lijnstad herdenken ze een nieuwe stedelijke structuur opgebouwd uit loodrechte boulevards. Daarlangs planten ze slanke appartementsdozen in. Hierdoor meent MikeViktorViktor een oplossing te bieden waarin een intergetijdengebied de voorspelde overstromingen zal kunnen opvangen.

ren als gevolg. Architectuur is een bos en soms een wolk, het is een landschap met een horizon of een sterrenhemel. Het is soms een natuurfenomeen zoals het weer. Kortom een wereld, waar met een zekere vanzelfsprekendheid, andere conventies gelden dan in de onze. Junya’s parallelle wereld vereenzelvigt zich echter veel meer met de werkelijkheid dan de tentoonstelling laat uitschijnen. Het is voor hem geen toekomstvisie of utopie. Het is de dagelijkse werkelijkheid die hij via zijn eigen evidenties benadert. Zijn grootste interesse, meldt hij, is de uitvoering. Dat dit aspect in de tentoonstelling niet aan bod komt, lijkt een bewuste keuze. Het is dan ook geen overzichtstentoonstelling, zoals ‘de Singel’ beweert, maar een opzichzelfstaand kunstwerk, een prachtige droomfabriek. - Bert De Roo

S IE

Junya Ishigami (‘KAIT’ workshop) is te gast in de kleine tentoonstellingsruimte van ‘de Singel’. De ruimte is volledig wit gemaakt en er bevinden zich acht na elkaar geplaatste, lange, slanke tafels met multiplex tafelblad. Door de uitgepuurde opstelling krijgt het tafelblad alle aandacht. Het is een fictief landschap vol met prachtige tekeningen en maquette’s van meubels, woningen, steden, wolken,... Zesenvijftig taferelen, steeds begeleid door een verklarende tekst, worden de bezoeker zo voorgeschoteld. Voorovergebogen en schrijdend langs de lange tafels ontdekt iedereen langzaam Junya’s zoekende wereld. Het lijkt een parallelle wereld, gecreëerd met een kinderlijke naïviteit, waarin het menselijke en natuurlijke als gelijken centraal staan. Een wereld waarin de architectuur zich wegcijfert en opgaat in de natuur met andere, lichtere vormen en structu-

NS

Een nieuw platform deed vorige maand zijn intrede in de Plateau: de KoeCinema. De Loeiende Koe werpt elke twee weken zijn licht op het historische & actuele filmuniversum, in het gunstigste geval met een architecturale achtergrond. Maar niet getreurd, ook andere onderwerpen komen aan bod. Voor de komende edities vinden we nog Ten Canoes, La Jetée en Assault On Precinct 13 terug op het programma. We kijken al uit naar onze volgende editie, u ook?

CE

How Small? How Vast? How Architecture Grows: Junya Ishigami in deSingel

RE

KoeCinema: een knallend, koud begin

Verschillende belangrijke monumenten worden in het voorstel beschermd en omwald, zodat deze eilanden enkel te voet of via bootjes bereikt kunnen worden. Het project Land en Zee 2070 beschrijft de toekomst van de kust als een eindeloos natuurlijk verkeersvrij gebied waartussen boulevards met smalle kijkdozen liggen, een utopie van een meer sociale, democratische kust. In het openingsdebat dat op 30 januari plaatsvond kregen Bart Melort, Frederic Vandoninck en Wouter Willems de kans om het project te verdedigen tegenover een panel van experten. Jammergenoeg zorgde de respectievelijke expertise van deze laatsten ervoor dat het debat vooral naast de kwestie werd gevoerd. Enkel op de momenten waarop Christophe Grafe zijn rol als moderator liet vallen en wanneer het publiek een aantal vragen kon stellen werd er kritisch gekeken naar de architecturale en stedelijke voorstellen. Zelf heb ik vooral twijfels over het soort stedelijkheid die een serie parallelle straten bezit, aangezien niets werd uitgedacht over de linken tussen de boulevards. In elk geval deed het project ondanks het pover openingsdebat precies wat het wou doen, namelijk discussie opstarten. - Maité Martens

Lijnstad. Passageruimtes aan de E19 Opschudding in deSingel: twee ex-studenten van onze vakgroep openen een tentoonstelling over de E19 en haar ‘passageruimtes’. Dit is wat er gebeurt wanneer een thesis licht uit de hand loopt. Het onderzoek vertrekt van het idee dat de snelweg in onze dagelijkse leefwereld is ge‘volueerd van een hulpmiddel dat ons zo snel mogelijk van A naar B moet brengen, naar plek waar we steeds meer en meer tijd doorbrengen. Toch kan je moeilijk stellen dat we vertrouwd zijn met de ruimtes . Er is geen taal voorhanden om deze passageruimtes te vatten, laat staan om er wetenschappelijk onderzoek naar te doen. Het onderzoek wordt samengevat in een rijk gedocumenteerde website, waar de bezoeker zelf op excursie kan gaan langs de snelweg via beeld, geluid en video.

T 2013

Het wordt al snel duidelijk dat de onderzoekers zich beperken tot het vastleggen en het ‘tonen dat er weldegelijk ruimtes bestaan in de marge van de snelweg’. Het is echter jammer dat het niet duidelijk wordt hoe nu met deze vaststelling om te gaan. De onderzoekers wagen zich niet aan een uitspraak en blijven daardoor veilig op de vlakte. Als architect wordt je bijvoorbeeld niet meteen aangesproken om daadwerkelijk aan de slag te gaan met die autostrade. Door die sprong wel te wagen, met het risico vlak op de bek te gaan, had het allemaal nog een tikje spannender kunnen worden. De tentoonstelling is nog tot 3 april te bezoeken in de wandelgangen van deSingel. - Joris Kerremans www.lijnstad-e19.eu

3


DE VITRINE

KOER

Ctrl+C hina Bram Vandemoortel & Thomas Cantraine

Chinezen. Daar bestaan er wel een paar van. We kennen uiteraard de Afhaalchinees, en sinds een paar jaar ook de Gokchinees. De Namaakchinees doet ook wel ergens een belletje rinkelen… Hij die ervoor zorgt dat we bij elke toeristische trekpleister een ruime keuze real rayban glasses en real Louis Vuitton bags aangeboden krijgen, heeft zijn werkterrein uitgebreid tot het architecturale gebied. Deze keer is het de ons welbekende sterarchitecte Zaha Hadid die deze kopiedrift mag proeven. Haar Wanjing SOHO gebouwencomplex in Beijing wordt tot op de millimeter nagebouwd in een andere Chinese stad, Chongqing. Het is een complex van 3 gecurvede torens, zoals Hadid ze wel meer uit haar mouw weet te schudden. Het voorziet kantoren en verkoopsruimten "als een baken tussen de stad en de luchthaven", met ook binnenin de stereotiepe sensuele kromme lijnen. Het ongewone is dat het gebouw gekopieerd wordt nog vooraleer het opgeleverd is, waardoor er dus meer te vermoeden valt dan louter kopiëren. Daarbovenop werken de copycats sneller en efficiënter waardoor de kopie hoogstwaarschijnlijk éérder afgewerkt wordt dan het originele. Hadid en co hebben daarom de achtervolging ingezet om toch als eerste de finish en de ingebruikname te halen. Een spannende race tegen de klok... De helse vaart waarmee de vermaledijde Hadidkopie uit de grond rijst, valt te verklaren vanuit de uiterst korte geschiedenis van vele Aziatische steden (hooguit enkele tientallen jaren). Terwijl Westerse architecten en theoretici traditioneel de doorschemerende geschiedenis in het stadsweefsel detecteren—zie Aldo Rossi of Colin Rowe, vraagt de generische Aziatische tegenhanger een andere lezing. Deze werd reeds in 2000 uitgekiend beschreven in Koolhaas’ Mutations. Sinds enkele tientallen jaren valt de intense modernisering van Azië niet meer onder stoelen of banken te schuiven. Deze trend gaat hand in hand met een hongerige bouwdrift in het groeiende Azië: steden die een verdubbeling van inwoners te slikken krijgen in amper 5 jaar, of gehuchten die in 10 jaar exploderen tot steden met anderhalf miljoen inwoners. In termen van bouwen vertaalt dit zich bijvoorbeeld in 900 (negenhonderd!) appartementsgebouwen in een futiele 10 jaar. In die zin lijkt de Volksrepubliek dan ook gezwicht voor de macht van economie en lijkt geld een nieuw communistisch ideaal. Politieke ideologieën focussen zich niet alleen meer op de dienstbaarheid in collectieve waarden, maar eerder in de voldoening van een perfect marktsysteem. Daarbovenop gebruikt de overheid haar machtspositie om zonder overleg dergelijke megalomane projecten op poten te zetten. Corruptie en deze kopieerdrift sluipen als een parasiet het Oosten binnen. Architecten in China zouden dus een fantastisch leven moeten leiden: terwijl Westerse architecten moeten vechten om een opdracht van enig belang binnen te halen, kunnen onze Oosterse collegae genieten van een copieus lopend buffet van mogelijke opdrachten die overigens voor het grijpen liggen. Menig architect zal ook de snelheid en efficiëntie van het bouwen benijden, daar projecten in onze contreien maar

al te vaak geteisterd worden door vertragingen en alle andere mogelijke tegenslagen. Ondanks het duidelijke overaanbod aan werkgelegenheid, blijkt de architect in China echter nog een knelpuntberoep, met 10 keer minder architecten per aantal inwoners dan in de rest van de wereld. Zo verwonderlijk is dat niet, als je weet dat hij ondanks zijn schaarste toch 10 keer meer gebouwen moet zetten voor een tiende van het honorarium. De gemiddelde architectuurstudent kan zich wel een voorstelling maken bij de onmetelijke druk die op de schouders van die tengere, Chinese architecten valt. Zeker als je weet dat de tijdsdruk die we als student te verduren krijgen, niets is vergeleken met wat de Chinezen te verduren krijgen. Appartementsgebouwen die ontworpen worden op enkele dagen of weken tijd: Fordisme dat de architectuur-/ bouwpraktijk bereikt. Ook al zijn er vakgroepsleden die denken dat studenten te weinig werken, te veel tijd nemen voor beslissingen en te lang over ontwerpen talmen; een Chinese tijdsdruk is nefast voor kwaliteit. Gelukkig is er de—in China goedkoop verkrijgbare—supercomputer die het werk grotendeels verlicht. De meeste ontwerpen worden niet zoals wij het gewend zijn in elkaar

“You want real Hadid, sir? Only 10 euro?” gestampt op architectuurbureau's, maar eenvoudigweg aan een tafeltje met een laptop, die de Chinese architecten als ware virtuozen bespelen en uitbuiten; de multitask-generatie. Niet om interessante computergestuurde experimenten uit te werken, maar om snel en efficiënt lijnen, vlakken, ruimten of gebouwen tevoorschijn te toveren. Formalisme ten top. Creativiteit en (esthetische/architecturale) inventiviteit beperken zich hier dus tot een minimum. Een standaardgebouw wordt herkauwd om te voldoen aan de specifieke invulling en financiële mogelijkheden van het nieuwe project. Vaak wordt het programma tijdens het gebouw nog een paar keer veranderd, maar daar heeft het ontwerp geen enkel probleem mee. Gevelelementen worden zo geautomatiseerd dat een cataloguskeuze zo gemaakt is. Het lijkt wel erg op de Ikeamatige monsterproductie van Lustron Homes in de V.S. rond 1950. Hier gaat het echter om een veel exuberantere schaal. De recycleerdynamiek die in hedendaagse tijden van duurzamisme hoogtij viert, wordt in bepaalde delen van China dus vrij letterlijk vertaald, in het hergebruiken van volledige ontwerpen. Alzo ontpoppen zich steden in enkele jaren. Dit leunt dicht aan bij het betere knip- en plakwerk dat met enkele computerprogramma's zo eenvoudig is. Koolhaas noemt dergelijke ontwerpers in Mutations dan ook terecht Photoshop-designers. Keerzijde van deze bouw- extravaganza, is de leegstand. De luchtbel van het in scène gezette kapitalisme zal stilaan uiteenspatten. Want heel wat delen van de steden die op 10 jaar ontstaan blijven onbewoond. Dit is te wijten aan het feit dat de Chinese overheid of ontwikkelaars eerst hele steden bouwen, inclusief musea en dergelijke, vooraleer een bevolking gevonden is. Gevaarlijke en dure speculatie, die in de toekomst kan/zal leiden tot implosie. Zo bestaat er ook de 'Gordon Wu Highway', een snelweg die naar nergens leidt, maar heel wat kilometers doorheen het landschap trekt, met hier en daar op- en afritten waar een stad ingeplugd kan worden op de infrastructuur. Bewoners worden zo gereduceerd tot een verkoopsproduct of kijkcijfer die letterlijk geconsumeerd worden door de stad. Het leidt tot een genadeloze concurrentiestrijd tussen verschillende steden met de architectuur als grootste inzet én slachtoffer. Een belangrijk concept dat hand in hand gaat met dergelijk kapitalisme is natuurlijk het themapark, en zo lijken ook vele Chinese steden visueel niet veel te verschillen van hun Westerse tegenhangers, met Las Vegas als meest spraakmakend voorbeeld. Deze ongegeneerde en vaak letterlijke Europese

Vroeger wilde ik architect worden: Bram Denkens & Nathan Wouters

4

Francis Alÿs

identiteitsuitdrukking vormt dan ook een veelgebruikte typerende landmark in het Chinese landschap. Waar in de Westerse wereld het slot Neuschwanstein nog model stond voor het kasteel van Disneyland, zo staat de Franse Eiffeltoren model voor de Chinese… Eiffeltoren. Op zich weten de ontwerpers er handig gebruik van te maken, want zoals in Parijs, blijkt de versie van Shenzhen onmisbaar voor de stadsoriëntatie. Maar maak je geen illusie's, dit soort kopieën krijgen museumgangers dagdagelijks onder hun neus geduwd. Zo bestaat bijvoorbeeld een deel van de collectie van het Victoria- en Albertmuseum, in het dichterbij gelegen Londen, uit kopieën. Deze 'fakes' zijn echter waardevol geworden doordat de originelen ondertussen de benen genomen hebben. "Dat kan ik ook," dacht de Namaakchinees, en hij bouwde stante pede hele Oostenrijkse dorpjes (idyllische bergen inbegrepen) tot op de baksteen na in zijn thuisland. "En waarom zouden mijn landgenoten niet mogen genieten van een English Breakfast in de London Tower Bridge? Ik noem het: de Suzhou Tower Bridge!" Heel wat minder toeristen voor Londen dus... De formele kwaliteiten van architectuur worden dus niet zozeer ingezet om aan de noden van een bepaald programma of doelpubliek te beantwoorden, maar als loutere promotiestunt. De meest aantrekkelijke stad—eentje die dus inspeelt op strategische visuele Westerse trends—staat immers garant voor de meeste inwoners, toerisme en bijgevolg consumptie. Het is een knieval voor de generische architectuur van globalisatie, een wervelwind die ook onze contreien aandoet: Neutelings werd afgewezen voor het bouwen van een casino in Knokke, dus pootte hij het hetzelfde ontwerp doodleuk een jaar later in Las Vegas neer. Het contextualisme dat ook ooit hier de plak zwaaide lijkt al langer jammerlijk dood te bloeden; imitatie lijkt hand in hand te gaan met de huidige gemeenplaats, zoals Dirk Somers nog schreef in het huidige jaarboek. Het bijna surrealistische Chinese verhaal blijkt zo helemaal geen ver-van-mijn-bed-show te zijn… Ook FAT's Museum of Copying, één van de spraakmakende bijdragen op de hoogmis van de (Westerse) architectuurwereld—la Biennale di Venezia—rakelde deze thematiek op, zij het vanuit een andere invalshoek. Dit actuele en belangrijke thema in de architectuur kan dus nog veel uitgebreider en diepgaander worden besproken. Dit schrijfsel pretendeert dan ook niets meer te zijn dan een impulsieve, luchtige textuele oprisping van 2 kalveren, die mooi en wellicht kort door de bocht gaat. Lezers die hunkeren naar meer leesvoer over de Biënnale, kunnen eens grasduinen in de teksten die in het kader van het bijzonder vraagstuk van professor Bart Verschaffel zijn geschreven. Zij die onheilspellendere lectuur aandurven, kunnen 'Mutations' raadplegen, het boek waarin Koolhaas voorspelt dat ook wij binnen afzienbare tijd ten prooi zullen vallen aan de onmenselijke tijdsdruk, die architecten omvormt tot doordeweekse kippen in computergestuurde legbatterijen. Maar vreest niet, de Grote Rem Koolhaas toont ons hoe een kopiestrategie door tijdsdruk op een zeldzame intrigerende wijze kan werken. Kijk maar eens naar het Casa da Musica, en zoek de 7 verschillen met zijn Y2K woning.

Met het bouwen van huisjes in lego of duplo krijg je vrijwel elk kind enthousiast. En bij een hoop van hen zal die fascinatie zelfs bepalend zijn voor hun studiekeuze. ‘Of waarom heeft u anders voor architectuur gekozen?...’ Maar omdat afstuderen met het architectuurdiploma op zak niet persé een nieuwe architect oplevert, introduceert de Koerant een rubriek met een andere kijk op ‘het leven na de proclamatie’. Zonder hun architecturale passie te ontkennen, hebben veel van onze voorgangers een ander pad gekozen dan dat van de bouwer. Van performance tot schilderkunst, van scenograaf tot schrijver... In deze editie serveren wij u FRANCIS ALYS (°1959).

Francis Alÿs ( Antwerpen, °1959) is een complexe figuur die moeilijk valt te categoriseren, als dat al nodig zou zijn. Zijn werk maakt gebruik van uiteenlopende media, en bespeelt telkens verschillende registers. De wandeling door de stad kan als een algemeen terugkerende thematiek beschouwd worden. Afgestudeerd in Doornik vervolgt Alÿs zijn studies in Venetië, waar hij nadien ook architectuur praktiseert. Door persoonlijke en administratieve omstandigheden komt hij daarna terecht in Mexico City, waar hij nog een hele tijd moet blijven. Hier zal hij zijn titel als architect laten varen en “inwisselen” voor die van de kunstenaar. Wanneer Alÿs over Mexico City vertelt,

MAART


RANT

DE VITRINE

Column Naar aanraden van een aantal oud-gedienden is de Loeiende Koe gaan aankloppen bij architect Eddy Rasschaert, voormalig berucht voorzitter van DLK en huidig vader van drie kinderen. Een pagina moest volstaan om de gedachtegang van deze ancien te vatten.

Goudvissen en Kikkerdril Het moet intussen twaalf jaar geleden zijn sinds ik laatst iets neerpende voor De Koe. U begrijpt dat mijn ego niet weinig gestreeld werd toen de huidige redactieploeg polste of ik daar verandering wou in brengen. Misschien iets geestigs, column-achtig ? Zoals vroeger. Die avond lichtjes glimmend trots in bed gekropen. Maar nu, het witte blad, en wat erop te schrijven ? De volgende keer vraag ik om een opgelegd onderwerp, dat start alvast makkelijker. Ik zou u kunnen vertellen over de geschiedenis van uw koeblad. Maar die las u al in de eerste editie van de Koerant. En we willen niet zeuren over hoe vroeger alles beter was. Ik zou de groetjes kunnen doen. Deze krant komt ongetwijfeld in handen van heel wat gekend volk. Bij deze. Maar verder voorlopig geen inspiratie. Even naar www. deloeiendekoe.be gesurft. De site wordt kennelijk niet echt onderhouden, maar ik heb geluk : op vrijdag 22 februari ’13 maar liefst drie nieuwe posts, de eerste sedert bijna een jaar. En daar staat het : HET GROTE ONTWERPDEBAT. “Studenten kunnen niet meer ontwerpen zoals vroeger, zo klinkt het door de wandelgangen en daar wil de vakgroep wat aan doen.” Klinkt geestig, en gaat toch over vroeger. Welaan dan. Studenten kunnen niet meer ontwerpen zoals vroeger. Hoeveel vroeger dan ? Ikzelf ben afgezwaaid in 2001, en met mij enkele grote ontwerptalenten. Voor alle duidelijkheid, ondergetekende rekent zichzelf hier niet toe; mijn pen was altijd al eerder geschikt voor schrijf- dan voor tekenwerk. Maar in mijn lichting zaten dus wel enkele toppers. Waren dat er veel ? Absoluut niet, achter de kopgroep van pakweg een man of vier, een klein groepje middenmotors, en vooral een heel grote staart van het peloton. Maar niettemin, iedereen boordevol ambitie aan de start verschenen. In de loop van vijf jaar zwakte de ambitie bij velen wel wat af, en dan moest

achter de kopgroep van pakweg een man of vier, een klein groepje middenmotors, en vooral een heel grote staart van het peloton de confrontatie met de “the real world” nog volgen. Maar daarover later meer. Om maar te zeggen : geen idee wat het niveau van de huidige studenten is, maar of je het vroegere niveau hoog vond, hangt maar af van wat je maatstaf is. Die enkele toptalenten, of de grote groep die erachteraan holde ? Meet je de kwaliteit van je opleiding af aan die enkele kleppers die later als ronkende namen in de boekjes verschijnen ? En als je een paar jaar niet zo’n toppers aflevert, is het niveau van je onderwijs dan gezakt ? Ik maak me sterk dat die primussen ook zonder veel extra atelierbegeleiding er wel zouden komen. Begrijp me niet verkeerd : uiteraard steek je in al die tijd veel op. Maar zo dat rauwe, pure talent, dat ontbolstert vroeg of laat toch sowieso, niet ? Of zou daar toch nog veel polijstwerk aan te pas komen ? En wie moet de arme studentjes dan al die kneepjes bijbren-

weerklinken er reminiscenties van zowel een fascinatie als een angst voor de stad; een stad die functioneert op verschillende schalen: als de grootstedelijke, de metropool en als die van het kleiner formaat, die van een stedelijk schouwspel. Hij beschrijft deze verschillende schalen aan de hand van de stedelingen, de actoren van de stad: “I saw how they felt the need to make up an identity, to invent a role for themselves, a ritual that would justify their presence on the urban chessboard.” (een knipoog naar ‘Medium is the Message’ van M. McLuhan). Alÿs benadert het stadswezen door de ogen van een architect, of misschien eerder door de ogen van de flâneur. Deze figuur is u vast bekend.

T 2013

gen ? De praktijkassistenten… Nog even verder surfend kom ik terecht op de site van de vakgroep zelve. In het lijstje met academisch personeel en praktijkassistenten herken ik – tot mijn verbazing – nog heel wat namen. Sommige waarvan ik denk : natuurlijk, die zitten daar op hun plaats. Deden / doen dat goed. Maar ook heel wat andere, waarbij zich spontaan een Engels adagium voor mijn ogen ontrolt : “He who can, does; he who cannot, teaches.” Is het nodig om adelbrieven uit de praktijk te kunnen voorleggen om atelierbegeleider te worden ? Tuurlijk niet. Een filmcriticus hoeft ook geen goede regisseur te zijn. Maar als het geen uitzonderlijke architecten zijn, zijn ze dan wel stuk voor stuk capabele critici, die lieve groep assistenten ? Zijn ze ondersteunend, enthousiasmerend, stimulerend, sturend ? Of neen, niet sturend, want dat mag niet. Waarom niet eigenlijk ? Goed, je hoeft een eerstekanner (bachelor heet dat nu, niet ?) niet exact voor te kauwen waar je naartoe wilt met een ontwerpopdracht, maar kan het echt zoveel kwaad om een beetje richting mee te geven ? Een verhaaltje uit de oude doos. Niet helemaal autobio-

‘He who can, does; he who cannot, teaches.’ grafisch, maar in mijn tijd, wat klinkt dat oud, kreeg je bijvoorbeeld in het eerste jaar een vak van prof. Firmin Mees. Beminnelijk man, rustige cursus. De exacte naam ontglipt me, iets met “theorie van het ontwerp” of zo. Je kreeg te horen hoe je ruimtes vormgeeft, met vierkanten en cirkels, trapjes op en trapjes af. Niks geen concepten, puur ruimtelijkheid. “Je komt binnen in de kapel van Notre Dame du Haut via een kleine, lage, donkere inkom. En daarna ga je verder in die prachtige gebedszaal met het hoge gewelfde dak, en precies dat contrast tussen dat lage plafondje en die hoge ruimte, versterkt nog het gevoel van religiositeit. En dan die lichtinval … Dat scheerlicht in die diepe raamnissen.” Je kwam buiten bij Firmin en had het licht gezien. Op naar het atelier. De eerste die daar durfde beweren dat zijn gebogen muur toch een gevoel van geborgenheid opriep, vloog sneller buiten dan hij binnen was gekropen. Niet omdat zo’n licht gebogen muur onpraktisch zou zijn om een kast tegen te zetten, maar … “een ruimtelijk gevoel van geborgenheid” ! Die jongen had het duidelijk nog niet begrepen. Een glashelder concept zoeken we, een invalshoek die de ontwerpopdracht in een ander licht zet, die de grenzen opzoekt, neen, de grenzen verplaatst. Terug naar huis, en vol goede moed verder gewerkt. Volgende ateliersessie, met slechts enkele lijnen op papier, maar wel een goede uitleg. Dacht je. “Dit werkt niet, en dat werkt niet, ginds heb je niet consequent doorgedacht en daar laat je kansen liggen.” Lichtjes ontredderd terug naar buiten. Is er dan niemand die je een strohalm aanreikt ? Toch hoor, er zit er toch eentje tussen, zo’n praktijkassistent die het niet kan laten en zijn potlood ter hand neemt. Gretig neem je al zijn tips in je op, en met hernieuwde zin sla je aan het werk. Maar de week erop is de bewuste assistent er niet, en zijn collega’s maken brandhout van je nieuwe idee. Je beëindigt de eerste atelieropdracht met 7 of 8 op 20, en de toon is gezet. Heeft het zin om de jonge rekruten zo door elkaar te schudden, alle houvast te ontnemen ? Jaren later zie je wel in dat het wellicht geen kwaad kan om alle foute bagage waarmee je start aan je reis los te gooien, zodat je zelf opnieuw je kompas kan instellen. Je maakt je los van de kneuterige fermette waarin je bent opgegroeid, om met open blik verder te stappen. Maar kan na die eerste ontgifting niet sneller een didactisch verantwoorde methode aangereikt worden, dan zo’n poel waaruit je jezelf moet heisen ? Talent komt vanzelf wel bovendrijven, dat wel, maar dat is dan ook het enige voordeel van dergelijke ateliers : de begeleiders pikken sneller op waar de

De eenzaat die zich tussen het stadsweefsel laat sleuren door dé stedelijke oerkracht als een vorm van dérive (een figuur omkaderd door onder andere Charles Baudelaire, Walter Benjamin en Georg Simmel). In zijn werk ‘Magnetic Shoes’ (1994) dwaalt Alÿs zo gedurende enkele dagen rond in de stad Havana met magnetische schoenen en verzamelt zo allerhande metaalafval van de straat. Na een lange periode van observatie zoekt de kunstenaar nu toenadering tot de stad door zijn statuut van gringo te spenen of juist aan te bieden. Een vroeg werk ‘Turista’ uit 1994 illustreert dit sentiment perfect. Francis Alÿs, blank en bijzonder groot, zet zich tussen de lokale

goudvisjes zitten. Het kikkerdril blijft maar vastzitten in de modder. Versta me niet verkeerd : ik heb een hele fijne tijd beleefd op de Plateau. Maar heb er ook veel zien afhaken, waar dat misschien niet altijd nodig was. Op zijn minst enige coherentie tussen praktijk en theorie ware wenselijk. Toegegeven, geen makkelijke opdracht, want architectuur is natuurlijk bij uitstek een discipline waar individualiteit heerst. Wat ik goed vind, vind jij barslecht. En ook binnen één vakgroep vind je allicht verschillende opinies. Dat is ook goed, aan te moedigen zelfs : weg met de eenheidsworst. Maar niettemin, als het gaat over onderwijs voor die arme eerstejaarsstudent : iets meer coherentie graag. Ik hink misschien op twee gedachten, en middelmatigheid mag niet de maatstaf worden, maar ligt de nadruk ook niet wat veel op ontwerp ? In mijn dagen kon je perfect ir. architect worden als je een kluns was in berekeningen. Als je maar goed was in ontwerp. Omgekeerd : vergeet het. Zou ontwerp niet eerder kunnen benaderd worden als een “vak” als een ander ? Waar toch ook plaats is voor mindere goden, die gewoon het métier kunnen leren, en niet de hele opleiding door gefrustreerd worden omdat ze niet meer halen dan 9 of 10 op twintig. Minder hoogdravend. Minder hip. Meer Detail en minder Wallpaper. De vergelijking loopt uiteraard wat mank, maar Keith Richards zei het zo (met taalfouten en al) : “I don’t think that rock ’n’ roll songwriters should worry about Art. I don’t think it comes into it. A lot of it just craft anyway, especially after doing for a long time … As far I’m concerned, Art is just short for Arthur”. Want dan studeer je af, en begint de zoektocht naar een stageplaats. Ik kan nog wel enkele katernen vullen, maar laat me gewoon stellen dat architectuur een koele minn(a)ar(es) is. Het vergt best wel wat opoffering om ergens te geraken. Lange uren, laag loon, en al gauw werk je aan projecten die absoluut niet zo “cutting edge“ zijn als je eigen portfolio waarmee je afgestudeerd bent. Projecten die moeten gebouwd worden, en aan andere vereisten moeten beantwoorden. Niks geen concept, voor je het weet bouw je rusthuizen, en is vooral de minimumbreedte van de traphal van belang. Op zich niets mis mee, maar niet waarvan je gedroomd had. En dan, op een dag, vind je de job van je leven en ben je weg. Je ziet hoe ook die toptalenten waarmee je bent afgezwaaid het niet allemaal “maken”. Het aantal plaatsjes is immers beperkt. Privé-opdrachtgevers met centen hebben vaak een foute smaak en zijn zelden op zoek naar vernieuwende architectuur. En bij overheidsopdrachten en –wedstrijden blijkt de kwaliteit van het ontwerp slechts één van de factoren. Helaas niet altijd de bepalende. Voor een goed begrip : laat de toppers nog steeds alle ondersteuning krijgen die ze verdienen. Buitenlandse stages, workshops, the whole package. Als architectuurliefhebber, jawel nog steeds, kan ik enkel genieten van ieder vernieuwend project dat ontspruit aan zo’n creatieve geest. Als ik onder de stadshal loop, denk ik : sterk werk. Maar een onderwijsinstelling, een vakgroep architectuur en stedenbouw, hoort die niet wat meer te investeren in die andere, grotere groep ? Die middelmatigen, die binnen-de-lijntjes-kleurders, die simpele bouwers. Simpele degelijke bouwers. En wie weet groeien die - mits andere begeleiding, iets vormender - ook wel boven zichzelf uit. Iets voor het ontwerpdebat misschien ? Ach wat, ik ben al lang weg van de Plateau, en wellicht herkent de jonge lezer niets van al dit gewauwel. Straks gaat dat debat gewoon over de wildgroei aan cad-programma’s en de heimwee naar potlood en kalkpapier… Had beter geschreven over iets waar ik wel in thuis ben. De koers of zo. Maar daar is geen tijd meer voor : morgen al verstrijkt de deadline. Old habits die hard. Dan toch maar gewoon de groeten doen ? Dag Bert, dag Johannes. Dag Johan en Maarten, Mil, Dirk en … Eddy Rasschaert oud-hoofdredacteur DLK

loodgieters en timmermannen, waar hij zijn diensten als ‘toerist’ aanbiedt met een gelijkaardig uithangbord. In dit werk is de ambivalentie waarover ik eerder sprak erg tastbaar, hij pendelt als het ware tussen leisure en arbeid, tussen het contemplatieve en de interventie. Eén van zijn bekendste performances, ‘When Faith Moves Mountains’ (2002), belicht een andere fascinatie van Alÿs: de idee van de (politieke)grens, het conflict, de crisis, het geweld en de utopie. Met een leger studenten, allen een spade in de hand, verplaatst hij de geografische locatie van een bestaande duin met enkele symbolische centimeters. Op zijn typische, licht ironisch/komische manier toont hij zo de kracht van simpele gebaren .

Waar de kunstenaar zich ook op toelegt en welk medium hij aanwendt, zijn fascinatie als architect voor de gebouwde omgeving blijft een constant fundament voor zijn werk. Een uitspraak die bovendien voor elke figuur uit onze reeks zal gelden. Volgende editie: Robert Wilson

1. Ferguson, Russell. “interview 007. Russell Ferguson in conversation with Francis Alÿs”. In: Francis Alÿs.( New York: Phaidon, 2007), 9-10. 2. ibidem, 8. 3. http://www.francisalys.com/ 4. Ferguson, Russell. “interview 007”, 10-11. 5. Van den Ende, Eliane. “A story of Deception: Francis Alÿs goochelt met beelden”. In: http://www.dewereldmorgen.be/artikels/2010/12/01/storydeception-francis-al%C3%BFs-goochelt-met-beelden, geraadpleegd op 22 februari 2013. 6. Jean Fisher, “109 Focus. In Spirit of Conviviality: When Faith Moves Mountains”. In: Francis Alÿs.( New York: Phaidon, 2007), 110-119.

5


DE VITRINE

KOER

Instituut Bert Carlier tekst en beeld: Jonas Apers fotografie: Nick Willems

Ex Vivo

In de lente van vorig jaar overleed architect Eric Balliu (°1936), die vooral in Gent bekend raakte als ontwerper en theoreticus. Hij doceerde zowel aan het KASK als aan onze faculteit en richtte onder meer het Gentse architectenbureau BARO op. In de jaren ’70 ontwierp hij het Trappenhuis op de Schoolkaai, vlakbij het station Dampoort en werkte hij samen met bOb Van Reeth aan de Faculteit Diergeneeskunde in Merelbeke. Niet ver voor het technologiepark van Zwijnaarde, bevindt zich het Instituut Bert Carlier. Deze middelbare school voor Buitengewoon Onderwijs is door Eric Balliu ontworpen en opgeleverd in 1984. Meer dan een terloopse aanhaling van een vergeten gebouw, is dit artikel een verdieping, grafisch en tekstueel, in de ontwerpbenadering en overtuigingen die aan zijn basis gelegen hebben begin jaren ‘80.

Buitengewoon Onderwijs

Het instituut biedt beroepsgerichte opleidingen aan, met zes distincte afstudeerrichtingen. Dit schemert ook door in de wijze waarop de school overheen de campus is uiteengelegd. Het hoofdgebouw nestelt zich tussen deze verschillende zones in en spreidt zijn armen langsheen de land- en tuinbouwvelden, de houtbewerkingsateliers, grootkeukens, verzorgingsplaatsen en schilderateliers. Het langgerekte gebouw werkt als een neutraalplaats die de administratieve zone herbergt, alsook de algemene leslokalen.

6

Het betonnen complex bestaat uit een centrale gang die over drie verdiepingen loopt en de verschillende functionele blokken bedient. Deze prominente gang heeft een inherent dubbele functie. Enerzijds regelt deze wat ontsloten en wat afgesloten dient te worden en maakt het fragmentatie op de schaal van enkele lokalen, mogelijk. Anderzijds is de gang een verzamelplaats en promenade, die tijdens koude als speelplaats dienst doet en de gebruiker leidt langsheen het lappendeken van agrovelden en de drukke steenweg. Deze school bereidt adolescenten rechtstreeks voor op het beroepsleven. Het is een plaats waar zelfstandigheid nog maar een notie is en waar de werkelijkheid gelijk is aan wat één persoon zegt. Het ondubbelzinnige gebruik van beton, glas en hout versterkt in grote mate deze betekenisgever. Beton en glas die afbakenen en openen, houten profielen die de ruimte op schaal brengen. De ritmiek tussen beide als de soevereine maat.

Perifeer Sculptuur

Geflankeerd door een grote winkelketen en een tankstation, de nefaste inwoners van de periferie, dwingt het Instituut Bert Carlier een alternatieve lezing van het gebied af. De Oudenaardsesteenweg, een van de grote stadsuitlopers, trekt een hele resem bedrijven en initiatieven aan die zich

nu popelend nestelen langsheen het wegprofiel. Hoewel ouder dan de meeste van zijn collega’s, gaat de school op een bewust andere manier om met zijn perceel. De schoolingang komt in de rustigere zijstraat te liggen en het gebouw wordt een begrenzer en een bemiddelaar tussen enerzijds het aanwezige doorgaande verkeer en anderzijds een strakke landschapsstratificatie van tuinen, ringweg, ringvaart en park. Het gebouw bakent zijn werkterrein en speelruimte af, net zoals wat het St. Andrews Universiteitsgebouw van James Stirling beoogt met de overschot aan groen errond. Het gaat op zoek naar een hiërarchie van omliggende ruimtes, maakt een duidelijke aantrede en présence en gevelvlakken lijken momentarisch los te komen van het eigenlijke gebouw. Zo ontstaat een vacuüm, een discrepantie tussen het eigenlijke gebruik en het spel waarin zijn gevels ons proberen te betrekken. De wijze waarop Balliu beide gevels bekleedt, is op zijn minst sculpturaal te noemen. Opgetilde hoeken, benadrukte schaduwlijnen en de schuine, karakteristieke raamprofielen zetten een narratieve, complexloze vormentaal overeind. Vooraan resulteert deze vrijheid in een aantal moeilijk bruikbare ademruimtes die de school, ondanks zijn ligging gedrukt tegen de steenweg, niet als één bevattelijk volume, maar als een hiërarchie van verschillende

MAART


RANT

DE VITRINE

beschouwt. Achteraan ontstaan er verschillende doorgangen en gradaties van nabijheid. Sommige lokalen zitten tegen het pad aangedrukt terwijl anderen door bomen of een dieper gelegen groenzone wat meer ademruimte krijgen.

Zonder Weerga

Het gebouw is dertig jaar geleden opgeleverd en toont ondertussen verschillende ouderdomsverschijnselen. Restauraties die omslachtig of niet worden uitgevoerd, technische contracten die verlopen zijn en een te klein scholenbudget maken dat de verschillende ontwerpbeslissingen van toen, nu zwaar gaan doorwegen. Er zijn een aantal belangrijke ontwerpposities ingenomen door het gebouw die vandaag, door wisselende belangen, in een ander daglicht gaan staan. Deze aanpak wordt plots zeer aanwezig wanneer het over flexibiliteit en gebruik gaat en maakt dat het gebouw op een zeer actieve en bewuste manier aanwezig is in de school. De school als instituut komt los van de school als gebouw zonder vervreemd te raken. Want daar waar beiden botsen, ontstaat een nieuwe lezing. Ruimtes worden herdacht, aangepast of behouden, er komen nieuwe gebouwen bij en nieuwe mensen. De betekenisgever wordt een drager. De school een context.

T 2013

7


10

ve e

e

n rD Be eG el ey ro te r, nd Pu tje ee ,

er

D eG vl ey nr t :

Xa

L

an

T

lm

D ae

GH

er

Je lm

LI

s&

an

re m

D

CT

RI

ST

DI

va es “S n u C en ur til h vic vir 38. itai ate l’a e on 00 re a In ven pub en 0 co stru ux re ee ir d lic Fra mm ctu d’ n n d m F r p es e nc u u ea in et e va rans ond ogi rése dist e q nes r tot u m h en M va n 1 e C de ng rvo rib ui , il élé de u s n 9 n z p do ott et d th aa o f l wa 39 omi e p ub irs [ tion oien ’y e men Fr vo or o ‘n iep erm nd l T r … a t t i e t n t a a bo or hee iet st os elij pu W0 nde er-to en o é H nge eke ] e d’ea do a q de nc k b y t l b s 1 u n ge ven u n o s b va ko s u b i p é d e e ea e l , jk re . e gi d e t ve ven o de ng ove n d ffi du tee at d icat een e d ns i n o ène e n lang enco C’e s d’ 13 uté rd , m m eo n e e i i de rt: eze es, b orp n d pro et ood ste re st d un .00 . wi om ze ee p ee bi en ken e H Pr ‘C we vo ulk en e co ep Ea , o llin imm ire ser 0 jn n b s e o h . n en da een t o nde ge lio een we v u r g d er t on jets ate dstr den van Di ntex oor in gan te ens que . arn la pm a ze the dr g s g e i a v i h r e t c j l d t p s e u o h e e d e . a at er ch lig k o w o ku he lijk we e C x e we ve in van et et eer rg ” vo ste k ie e . g a or m eli ve sn On wo pen of nn ver e rp f ha d’ea n zi he rwe de kle ont voo t he ago o jke n’, ui d rs d lij rur en eist stru ocu teau u: jn t c gen an ine we rjaa t ed m rp r ke a w e sp ster er h tje c s N x R w ha d n b e va nt oe itt to et aa co le co ord n, t ture t zic d’e ésu inn rm te alen sted en h l e s n a a c e n d ke en ch ju and t ee stru nte n in och n, h o au’. tats ars nte hni va n he e g n t x d p r n o s d d t t lo na we n ct t d ee ha n d y ru u oc boe che h on ire ar Co um k sie aad, ond k e geu iem oo n sp rm dan et ee te v r nc en je va r z de er n l rig eth de ec oni ks raa lt i i l n ou e o e F o j fi e u e d aa e u hu gs m n r i v rs Al itver aa pril anse ding end bos es e nda ke k s ge n tuk r e v n l t k ï c h l e b d b o v o li DAT IS ARCHIf m h e n ec o ni iens rens ren efst carr eton an A elic loem at t vo inst tegr hn e i e e i ge t st h n 25 ère pio ug tat en eria or ede eer iTECTUUR p d .0 a n us ies , va tui van offi et b . 00 an ier te , ee alge laa lijke t hu n e ge z enk ge oe v b n v s w F P ra att aa er erd st rui en rke ou ele arc kje ns e – rb re ee ev k. ar n k b h w e f e ij t – ld ig ch ni un ee ief e ra en Le in e d e ite ng n ld , de nk p C d e cte vo en en we ro en rij or ern or zij te erh m en d n v di ie te on zen bur de po ve ie an git lde be rd t rg pr d ali n gr an ac it se w av e e g ht laa ren e en lo ige tst , o er rie w e m p on in . at o dat s er m u to en re t ns ,

OBSCUROTHEEK

Ke r

RE

is

Jo r

R 20 ed a 1 L om lle 1). igh t s d sc us ee wa De Di t r st ge hu al n ga il s ir po ol ri ra en ee re li va ct nd . n le ti n i ee Ro ve va ek de s rd om il nt i ze de e n ! uw ige k co ru erf a r va ha te re bri eni t ve rn ct ek s de n v m r vo in ag is an ve or d z no he rd d e ij g t er e Ko n b ni la f be er li et at af pe an jf u st , rk t t i e wi in te ve tge ko j ge d rs sp eb pu n ru . ee oe bl di kk He ld kj ic e en t , e er in . le de (a en e K ek n rc o h we en es on ood it t ec s rk co e el ns r no aan tu ij ta Re g s e ur k nt d t e & al e Li eed n p er le pr gh s le ot s, es t re k ie an tat Dis lev voo k, on ie tr an r im dr ic t it an t ei g t

KOER

h isc r ir st nde t ns tu o ig e fu hier ind rtor op is. e n ee ’, n ate gt hu r– bain en e n w ndi aar e ch r n va ei n au re U reke en rice den F e nt l rp u re ric ‘Ce ijva twe Ma tev u b n k g a M een der et o : oo lsno n n n va va mi ij h zers an a l t e st aa p . B lie k or m an o atst ver en o v p k la n ek et t o – k ee pl H bjec eeld inlij er g de o geb rtu cht e 3 af nfo r e eeld o jn e ed zi n g ee

MAART


en

je

pu t

l

eB ee

an

ph

11

T 2013

Jo r

is

D

s re m an Ke r

RE

G LI

n ke . ek en ’ rtr m at 12 ve er erla fh lde he t ov et ra en oo n g va isc in t h en gP n ist ld rg il in ee ic ee o zu az n ass rb , z se t. t i cl ve en in n Am rd le, de bb me ome an wo ne n he ro in lt tio aa ht e h m ck vu di g oc d sc er tra eini m van lmi Co g r fi e v e, is di tst jn w elin kte ijk gh ad laa lli iss ra tel in da de aa w ka ge ck le n rh po h er Su ra va ve em isc nv e o en de r t en o D n e el ee n sc een va oew t m t e or H wa en n vo en em ele fin pit ka

St é

POK-a-LIKE van de maand

n ee it ’ or e o 57 n vo , gr De k ee gj . p in er an er do en rli we a au ild tw U er ste u nen late m! Bu on ënt h ee gd un P ko n cli de m ck eu k de el zij jn bei een . Co W rh te n k n ik zi ve rs t i en s er n sen in wer sig is ake ord All bi de ied aa tus rden eer a . D nt m skr w 00 A a ct cts e e ct oo ing ta a t in ka ed u hi ite r t nn on nd EM oec we epgo om 3 rc ch pe a n ke ar cra sp e ste yA IN n K ieu no ag s n a d a er ys re gen uit G eC tie v van uele nder ne sk de tij et an e on s m Ko redac bod et vis ke do W ieuw bijz eren lot n l n a e H e ed e p n lt D k a n. ld, ee mo ald rte e a rij ede ee ve en s g erh t t bi esp n v en leid iaa te afg h pr er n sc er d kt taa tz d aa ra es ie in r in ka b N m om aad ’ n n k 23 de lij Ee r e reau psd e 1” o an ei . K ga mo leeft ind t bu nho tc e ep te RE r i di een ine ar m p h wa ai ch SP er en tra adl ha r o che Ar lit ap t h GE en Pe r de ijkt haa ysis ex sc nie nl e n ev e OG eS ij en dr ct aa n ev io Vr wet om n o oeTh ge hite e n eve r St n d TO r n r z e n e e a e ez arc adli st nee t e on da r s b ee d D e e e ch n jk uu a tj oe ho n d nis wa n li e, ar p om an vl sen nr ma t, Th kr r in nis erva olli en age n n k e e d k p en vr ge t a a l k d e s r . k on oo nlij es is n e on eu ra mt aak pe ter Jor aa er geb lijk en . O ko e m n é n f o -in n. d e n d a m on de aa o ke so c er t. de ne fg é lij er t vo n n rs ra af pe p he e ssa ’i e ve oo s c ap un n k t re e a t e h v t efk eg n en sch n, r v pr in Fo ro ’ ke r G aat eke ieu ges rd n ‘k rek ? re de m w ter en oo at sp oe e d an de tste in k, e ntw Fl j e gg et st oo n aa et an era op i t H ‘ ‘ w va de l n, h dr n-v r we fé ! n: o n zij de o ca ls en aa vo e s k g n va st tje en i uv ri rt rin m wu ee eid E D aa sta ra rd D be n b er 2 g , elk t. N aa an a n ee orb n raa an EI !d ev a a n ffe sst vo k rm r e r a r w ee re ’ Ba o t e t na Eu J: Vo po W ole T: J: ges M

RANT


STUDENTENPUBLICATIES Maité Martens & Bram Vandemoortel

KOER

En nu waar het echt om draait: de projecten van onze eigenste studenten. Niets zo goed als de Koerant om deze in al hun glorie te tonen. Er is geen grotere eer dan je bloed, zweet en tranen gepubliceerd te zien. Tevens te gebruiken als inspiratiebron om eindelijk te begrijpen wat de begeleiders juist willen met hun ‘het draait allemaal om proportie’ en ‘het moet spannend zijn’.

TW

BA EED CH E .

EE BA RST CH E .

Architectuurontwerp 1: Kindertheater

Het eerste jaar werd gevraagd een kindertheater te ontwerpen op de binnenstedelijke ruimte die zich tussen de Sint-Michielsbrug en de Grasbrug en tussen de huizenrijen van de Graslei en de Korenlei bevindt. De oefening focust op de vraag hoe de toevoeging van een nieuw gebouw deze beladen, representatieve stedelijke ruimte transformeert, opnieuw articuleert en modelleert. De selectie van werken die in dit krantje getoond worden, onderscheiden zich naast hun goede ontwerp onder andere ook door de prachtige beelden die werden opgeleverd. We mogen ook wel eens de grote tekentalenten van onze jongste lichting laten zien.

Céline De Clerq

Egeleen Romaen

Iva Zheleva

Thomas Stoffelen

Céline De Clerq

Tom Van Houdt

Vanessa Van Breedam

Yang Yuehan

Ismahen Gazdallah

Ismahen Gazdallah

Vanessa Van Breedam

Yang Yuehan

Architectuurontwerp 2: de Rijwoning Céline Olieux ‘1 + 1 > 2’

Een aantal citaten zetten me aan het denken over de huidige problematieken in de de stad. Bijvoorbeeld Gent, dé studentenstad, kent een zeer groot aantal inwonende studenten, jonge koppels, kortom: mensen met een zekere liefde voor de densiteit van de stad, de vele activiteiten die samenkomen in een centrum. Maar daarnaast zie je dat jonge gezinnen en senioren vaker wegtrekken uit de stad, weg uit de drukte, weg van de te kleine rijwoningen/appartementen voor een groter wordend gezin, weg van de

12

dagelijkse drukte. Om met deze congestie om te gaan, en zowel het ‘wonen in de stad’ aantrekkelijk te maken voor jonge koppels en gezinnen, deed ik een poging om een kleine stad te vormen op de site via co-housing. De aanpalende woningen die hun achtergevel hebben op de site, worden mee betrokken in het ontwerp. Door het centrale dek ontstaat een groter contactoppervlak tussen de bewoners. Dit dek staat centraal in het ontwerp en is een soort voor- en achtertuin, die toegang verleent tot de private woningen via een externe circulatie. Het dek staat in verbinding met de straat en is een toegankelijke, semi-publieke buitenruimte. In de woningen kan men het gemeenschappelijke gelijkvloers bereiken via een interne circulatie. Beide circulaties zorgen dus telkens voor een overgang en een combinatie van publiek-private zones, die leiden tot een spel van congestie, waardoor meer publieke of intiemere relaties op de site en tussen de bewoners ontstaan, naar analogie met de stad.

Konstantijn Verbrugge

Het ontwerp bevat twee rijwoningen, waarvan een gevel uitgeeft op de Spanjaardstraat 10 en een op de Voorhoutkaai 35, gelegen tussen Portus Ganda en de oude Sint-Baafsabdijsite. Het zijn twee aparte gezinswoningen die uitgeven op een gemeenschappelijke tuin. Het ontwerp is gebaseerd op een onderzoek naar ‘gelaagdheid’ in het wonen. Door de aanwezigheid van een gemeenschappelijke tuin, krijg je voor beide woningen een overgang van publieke ruimte (straat), naar privé (woning) en terug (semi-)publiek (tuin). De gevel aan de straat kant biedt een zekere inkijk aan de passant, maar slecht in die maten dat je slecht enkele glimpen opvangt van het leven binnenin. Dit terwijl het uitzicht op het water behouden blijft voor de bewoners, net als voldoende lichttoetreding.ÊDe woning zelf is opgevat als een opeenvolging van lagen, waarbij gradaties van omsluiting, zicht en niveauverschillen het karakter van de ruimtes veranderd. Op het punt waar de 2 woningen samenkomen is een

MAART


PRODUCED BY AN AUTODESK EDUCATIONAL PRODUCT

RANT Nicolas Gielkens ‘Een Saffier’ De kern van het ontwerp zijn de twee open tussenruimtes die het spanningsveld vormen tussen de rustige en de levendige vertrekken. Hun vorm wordt bepaald door uitspringende verdiepingen die telkens - net niet - raken aan de wachtgevel van de aanpalende woning. De schuine muren cre‘ren, in samenwerking met organiserende kastenwanden, een effect van compressie en decompressie. De rijkdom van de tussenruimtes (en het hele exterieur) wordt bepaald door de bekleding van het hele volume (en de wachtgevels) met donkere, weerspiegelende tegeltjes. Het raster dat door de vierkante tegeltjes wordt bepaald geeft de maat en verhoudingen voor de raam- en gevelvlakken. Secuur geplaatste ramen zorgen voor een fragmentarische inkijk langs buiten en bijzonder zicht en licht langs binnen. De rijkelijke materialisatie en de ruwe vorm geven de woningen de vorm van een ruwe edelsteen - een donkere saffier.

PRODUCED BY AN AUTODESK EDUCATIONAL PRODUCT

DE PRODUCED)BY AN AUTODESK EDUCATIONAL PRODUCT EE H. olg TW AC erv B (v

terras voorzien voor gemeenschappelijke gebruik, in de nabijheid van een boom die in de zomer enige schaduw bied in de zuid-geori‘nteerde tuin. De gevels zijn bewust sober gehouden, om aansluiting te maken op het nogal verschillend straatbeeld. De raamverdeling is het bepalend element in de eenvoudige gevel.

STUDENTENPUBLICATIES

PRODUCED BY AN AUTODESK EDUCATIONAL PRODUCT

Architectuurontwerp 3: Collectief Wonen Het project bevindt zich op de site in de Goudensterstraat in de Brugse Poort en bestaat uit één groot volume in het straatprofiel. Er is bewust gekozen om tegen de wachtgevels aan te bouwen om zo het straatprofiel niet aan te tasten en een maximale open groene ruimte te creëren voor de verschillende bewoners.

Wonen in Meervoud. Er worden twee samenlevingsgroepen in het pand ondergebracht, beiden bestaande uit een zestal personen. Per groep zijn er telkens drie private units voorzien en een grotere gemeenschappelijke ruimte. De units bevinden zich op de eerste en tweede verdieping. Ze omvatten telkens een sanitaire cel, slaapplek en zithoek, soms hebben ze ook een eigen terras. De gemeenschappelijke ruimtes situeren zich op de benedenverdieping en op de bovenste verdieping. Zij omhelzen de keuken, berging, toilet en een ruime zitruimte voor de ganse leefgroep. Beneden hoort hier ook een pool en bar bij, terwijl men op de derde verdieping een groot dakterras ter beschikking heeft.

T 2013

De toegang tot het gebouw wordt verzorgd door een open ruimte op de benedenverdieping die afgesloten is van de straat door een poort. Van daaruit zijn de lift, tuin, buitentrappen en toegang tot de gemeenschappelijke ruimte bereikbaar. Er is ook een fietsenstalling en berging voorzien. Alle units en gemeenschappelijke ruimtes zijn bereikbaar via lift of trappenhal. De binnen- en buitentrappen zijn zo geschakeld dat het contact tussen de twee groepen mogelijk, maar minimaal is. De beweging die de circulatie maakt, zorgt voor plaatselijke uitsparingen in het volume, waar dan een terras of hal wordt aangekoppeld. Bij de materiaalkeuze is vooral stilgestaan bij wat het gebouw nu eigenlijk betekent in de Brugse Poort. Hoe profileert het zich in de straat? Wat straalt het uit voor de (buurt)bewoners? Voor het gevelmateriaal is gekozen voor in situ gestort beton met een ruwe uitstraling, gegroeid uit de idee van één massief blok dat wordt uitgehouwen waardoor men kan circuleren. Om toch een warme en uitnodigende uitstraling te geven aan de gevel, viel de keuze op een hout ter hoogte van de inspringende delen en voor het schrijnwerk. Dit in combinatie met een ranke borstwering uit spijltjes die de ritmering in de gevel versterkt, zorgt het voor een eenheid passend in de Brugse Poort.

Het ontwerp bevat een systeem met twee leefgroepen, die elk bestaan uit 3 privŽ-duplex kamers en een gemeenschappelijke leefruimte. Bij beide leefgroepen heb ik gekozen voor een toegang tot de ruimtes via een naar de tuin (en tevens naar het zuiden) gericht terras, waarbij de bewoners de mogelijkheid hebben om hun ruimte volledig open te zetten naar de tuin toe. Bij de ene groep bevindt dit langgerekte terras zich op de eerste verdieping, en is het relatief smal ontworpen, maar geeft het wel uit op een groot open hart van dat verdiep, die het terras, de circulatiestrook en de gemeenschappelijke ruimte met elkaar verbindt. Bij de andere leefgroep bevindt dit terras zich op de bovenste verdieping, en is het in tegenstelling tot het andere terras net heel breed, waardoor elke bewoner zijn stukje privŽ terras kan toe‘igenen, en op die manier worden de kamers ook met de gemeenschappelijke ruimtes en circulatiestrook gelinkt. Op de onderste verdieping bevindt zich dan een ruimte die door iedereen gebruikt kan worden en die ook rechtstreeks in contact met de tuin staat. De twee leefgroepen zijn enerzijds duidelijk van elkaar gescheiden, maar anderzijds zijn ze toch zodanig door elkaar gevlochten dat ze wel relaties met elkaar aangaan.

E RD . DE ACH B

Wonen in Meervoud door Charlotte De Vreese

Christophe Deridder

13


KOER

STUDENTENPUBLICATIES Thierry Manil

M

1S AS TE TE R

Voor deze opdracht werd ons gevraagd om een werkbaar en genuanceerd model te ontwerpen voor collectief wonen. Bijzondere aandacht ging uit naar de

verhouding tussen het individu en de gemeenschap enerzijds, en de inpassing in de woonomgeving van de Brugse Poort anderzijds. Met mijn ontwerp wou ik een opener accent brengen in een voordien eerder gesloten straat. Door het bouwvolume langs één zijde los te trekken van de aangrenzende bebouwing wordt de typische stedelijke gevelritmiek onderbroken en reikt zonlicht tot op de weg. Deze ‘spleet’ creërt tevens een beperkt doorzicht tot diep in de achterliggende collectieve tuin, waardoor een speelse interactie met de voorbijganger bekomen wordt. Daarenboven wordt in de hierdoor ontstane kop de toegang en verticale circulatie van het gebouw ondergebracht, die intern verrijkt wordt door ze open te trekken naar de omgeving en aan te vullen met gemeenschappelijke functies. Privatere terrassen, gekoppeld aan deze

circulatie, werken als buffer tussen de open collectieve ruimte en de individuele leefkamers. De ‘aanbouw’, die de gemeenschappelijke functies van één van de collectieven huisvest, omarmt samen met het hoofdvolume de tuin waardoor deze een omslotener karakter en een zuidelijk gerichte directionaliteit krijgt.

Atelier Bouwtechniek: E-cube Kantoor Evelien Bogaert, Lottie Braems, Hannah De Kerpel, Timothy Delgat, Jorne De Maré, Jolies Devloo, Ellen Raes, Stephanie Van Goethem, Robbe Verelst, Elien Van Gestel, Sam Vermandele ontwerpatelier onder leiding van Marc De Koning Door de veranderende wereldcontext, gekenmerkt door explosieve bevolkingsgroei, eindigheid van natuurlijke bronnen, energieschaarste, CO2-problematiek en dergelijke, wordt het relevant bouwen te

herbekijken. Wanneer deze zoektocht zou kunnen leiden tot een open bouwsysteem met maatafspraken gebaseerd op algemeen geldende, maatgenerieke methodes, zou het hergebruik, de herinterpretatie, de herprogrammatie van gebouwen een vanzelfsprekendheid kunnen zijn. Daarom is het essentieel om te zoeken naar “brede” systemen die gebaseerd kunnen zijn op onderling compatibele maatsystemen. Het algemene wordt nagestreefd, niet de afwijking. Dergelijke systemen

zijn idealiter zelfgenererend, materiaal- en vormonafhankelijk. Vanwege het tijdsbestek werd gekozen te werken vanuit een ontworpen structuur-modelconcept. Naar aanleiding van de vraag voor de vakgroep Theoretische Fysica werd een expertimenteel kantoor ontworpen. Het is de bedoeling in het tweede semester try-out onderdelen te maken en assembleren en verder te ontwikkelen tot een zelfstandig promopaviljoen.

technologisch. Met dit gegeven in het achterhoofd grepen een tiental studenten atelier bouwtechniek aan als excuus om een update te maken van het paviljoen, dit keer niet in beton zoals het origineel, maar met de hedendaagse state-of-the-art technieken. Zo werd er gekozen voor de—tamelijk onbekende—

membraanbouw. Elke groep studenten had zijn eigen doelstelling en focuspunt: twee groepen gingen voor bouwbaarheid en verplaatsbaarheid met PTFEfolies, een andere groep koos voor het gebruik van ETFE- kussens met integratie van lichttechnieken, de vierde voor een CAD uitwerking.

Philipspaviljoen 2.0 Het Phillipspaviljoen van Le Corbusier en Xenakis was één van de gekendste blikvangers van Expo ‘58. In die tijd gold het als zeer vooruitstrevend en hoog-

14

MAART


RANT

STUDENTENPUBLICATIES E ST

1

AS

M

Atelier Bouwtechniek: Interbeton

) lg R TE ervo

Pieterjan De Bock, Klaas Calle, Sébastien Holvoet

(v

Het wedstrijdontwerp van URA voor de betoncentrale in de Oude Dokken gebruiken we als vertrekpunt. Zij stelden een platte schijf voor die 15m boven de grond zweeft en de betoncentrale als hoofddraagstructuur gebruikt. Twee extra steunpunten, die ook als toegang dienen, worden hieraan toegevoegd. Onze doelstelling bestond erin om enkel af te dragen op de bestaande structuur. Dit betekent dat onze focus lag op een nieuw constructief ontwerp waarbij we de methodiek van de planopbouw voorgesteld door URA respecteren. De constructie werkt als een grid van vierendeelligers die elk uniek zijn omwille van hun momentenverloop. Dankzij deze constructiemethode creëeren we ook ruimte om de technische installatie mee te nemen in het totaalbeeld.

Atelier Ruimtelijke Analyse en Stadsontwerp: AGFA-Gevaert site Laurien De Decker Mortsel profileert zich als een tweede, kleinere stadskern naast Antwerpen. Haar ligging centraal in de stadsrand en gekoppeld aan een goede bereikbaarheid (vier stations, steenwegen, krijgsbaan,…), zowel radiaal (Antwerpen centrum) als concentrisch (buurtgemeenten), zorgt ervoor dat ze goed gebruik kan maken van de functies in het centrum van Antwerpen en tegelijkertijd een attractiepool is voor haar buurtgemeenten. Mortsel wil zichzelf tonen als stad in de rand eerder dan rand van het stad. De site Agfa Gevaert kan bijdragen aan de ontwikkeling van Mortsel als nieuw centrum.

De harde grens tussen de site en het park verdwijnt. Een tweede verbinding werkt van noord naar zuid en maakt een link op twee niveaus. Een eerste is op straatniveau: oorspronkelijk gesloten met hekkens, krijgt de site nieuwe toegangen vanaf de Krijgsbaan, zowel voor voetgangers als voor voertuigen (de ingang van de ondergrondse parking is direct te bereiken vanop de Krijgsbaan). Een ‘high line’ vormt een tweede niveau en verbindt verschillende ontmoetingsplaatsen, knooppunten. Ze vertrekt van de tram- en bushalte ten noorden van de site. Voorbij een eerste knooppunt in het park Oude Spoorwegberm (de ‘high line’ snijdt de fietsautostrade die in het park loopt, een picknickplaats en brasserie beklemtonen het snijpunt), steekt ze de straat over in de vorm van een fiets- en voetgangersbrug. Met

een langzame helling bereikt de ‘high line’ een eerste plein waarrond culturele infrastructuur zit. Het plein wordt visueel afgesloten van de Krijgsbaan door nieuwe gebouwen, waardoor een binnen wordt gecreëerd. De architectuur van deze gebouwen vormt het gezicht van de site naar de Krijgsbaan toe. Dit eerste plein vloeit over in een tweede kleiner plein. De bestaande gebouwen van de Agfa Gevaert site die hierop uitkomen, krijgen een andere invulling: een school. Aan de andere kant van de ‘high line’ bevindt zich woonprogramma, geen lage rijhuizen maar appartementsgebouwen van onder meer 6 verdiepingen, die aan het centrum hoogte geven. Over de centrale autoweg passeert de ‘high line’ sportinfrastructuur en nog meer woningen en bereikt dan ten slotte het Fortpark.

De Agfa Gevaert site vormt een buffer, zowel tussen het park Oude Spoorwegberm en Fort V als tussen de verschillende woonwijken. Om dit gesloten gebied open te werken worden twee verbindingen gecreëerd, die elkaar in het middelpunt van de site snijden. Zo vormt zich een knooppunt of centrum. Een eerste verbinding maakt een link tussen de wijk Elsdonk enerzijds en de wijk Oude God en de Collegewijk anderzijds. De oorspronkelijke autoweg, gesitueerd tussen de Agfa Gevaert site en het park Fort V, wordt geëlimineerd, enkel een voet- en fietspad blijft.

T 2013

15


KOERANT_editie 1  

de Koerant is een magazine van de loeiende koe, een groep studenten van de vakgroep architectuur en stedenbouw van de universiteit Gent