Issuu on Google+

Edi

U z toria u wel lt het al al zeer geen kort gemerk al ra praatst e inho t hebb u o d e schr en, de el? En dstafel. n bij h ijft— ze K waa et n Gee r o aan a min opnieu erant is is de o n vitrin der be Dit stud w ee msla sten —zo e ,g s e p dlk apieren 300 a n uitzon als de t gkleur een dro ren va ofte g n r m d a e d a b d e erij? n de ere llega ring leve i ti e wel stud l e n . h a Zelf “D z ente Wan ?U r et n s u n op e Loei tje is d ers op k t a v e n e and de i nma e zo h de P ende e a t Wat n a vee al g fo latea K u (z oe”, de lmaand dag zeg willen w voormid kan u o g e ar el als d d e e co chitect ijkse p n: welk ook arch en een zoal be ubli uur v ver won plan itect om! subt c die d iel a erenigin atie van julli en word netje om eren i rticu n e het g jour opleid en voo ons do deze leert van de r iet edit ing nali olho stell ) . ie s s i z f iede ngen en tiek hoo al verzo …) en te doo ? Prak tisch r e re u klie rgen gsta en s ver wor dt d itmunte dwaald ndje va . Verde electie ven (jul : in he e li t n e v zijn r n van ze keer de stu ex-stud voorbi ? Een p an de v e willen den j bijzo de p e a u e nten kgro i ke stu t: artij nde Opv ! r uit het ei . Gevo diereize windha ep a ge lg n voer a voo llend: ig b n werk d door , tento n: ral o besp o e . d spro n ven p de eure ken Elk ba e eer v ( an en o chel maq ook de veelvul n we d o ok d a d u e stu rjaar die ette-fo collage ig voo ar toch rk ja t dio’s i gekr ren he o’s én h s terug omend enkele egen t vol e e s v ubt t fe an sch Joke l ! rwe En las edige m it dat ( weggew ilderac iele tren ek! app t—b wor htig ann eest ds? la H d e e ) en t en, zek et belo ut not l nbastio us app , de pr perspe Let o l e o e c sted t de vol r nu we oft wee ast—d n van a aus) de fession tiee t e enb r g ouw ende— 25 kaa legend eerste elier 2 dames lere rsj sn na he a a en b ouw lweer u es mog risch (e eak pre bben k al it e le v n tech niek dagend n uitbla intern iew van in a e— z ! t e Koe n! Vee ionaal de rant ) ; de l leesple te strij z i d tu er ssen

Agenda

Plannetje

Studentenpublicaties

Windhaan

2 4 8 15

maart 2014

e d i t i e 6

Column. In deze rubriek kruisen professor en student hun pennen. Vaag spreken ze steeds eerst een onderwerp af, om dan hun eigen zegje te doen die soms hard van elkaar verschillen, soms verrassend dicht bij elkaar liggen.

Een klinisch atelier

Tijd wordt steeds kostbaarder, ook al is het semester nog maar net begonnen. Papers staan al ongeduldig te trappelen en klagen over hun tekort aan aandacht tegenover hun grote broer, de Thesis. Daarom dacht ik: “Laat ik een Delbeke’tje doen, ik schrijf die column wel terwijl ik onderweg ben?” Mijn bestemming is natuurlijk een pak minder exotisch dan de plekken vanwaaruit professor Delbeke al een column heeft doorgestuurd, maar goed, als student reis je nu eenmaals niet via Australië om van Gent naar Antwerpen te gaan! Dit traject ken ik ondertussen al zo goed als vanbuiten: we rijden steeds langs dezelfde achterbouwsels, of langs dat vreemde wannabe- huis- roosmalen- dat- eigenlijk- een- zonnecenter- is. Op die vijf jaar dat ik mezelf nu op dezelfde, steeds te kleine trein wurm tussen de andere reizigers heb ik ook een paar nieuwe verkavelingswijken uit de grond zien opdoemen. Ook ontdekte ik na een tijdje dat je de eerste weken de zogenaamde “eerstejaars” wel kan herkennen, ofwel aan hun onwennige blik, ofwel aan dat laatste passtuk van hun ikea- bed/bureau/keuken dat ze nog op de trein meesleuren. Die eerstejaars zijn ook wel een beetje de reden dat ik nu op de trein nog schrijf, omdat dit krantje af moet zijn tegen de opendeurdag (en uiteraard ook wel omdat het mijn eigen schuld is dat ik dit te lang naar de achtergrond heb verdrongen). Die opendeurdag wil zeggen dat ons atelier er dit weekend voor één keer tijdens het jaar fascistisch proper bij zal liggen. Ongetwijfeld zijn er minstens vijf mensen die een paar hartslagen hebben overgeslagen omdat ze hun maquette plots niet meer op hun vertrouwde plek terugvonden. Er moet namelijk plaats gemaakt worden om de uitverkoren maquettes tentoon te stellen. Toen ik daar trouwens naar ging kijken, vijf jaar geleden, was ik enorm onder de indruk! Ik dacht toen letterlijk: “hoe ga ik dàt ooit kunnen???” Dat een jaar later mijn eigen maquette daar stond, begrijp ik nog steeds niet, een communicatiefout of iets dergelijks vermoed ik. Het is me ondertussen nog altijd niet gelukt om een maquette te maken zoals diegenen die opgesteld stonden... Als je er bij nadenkt, dan is het toch vreemd dat we nooit les of oefening hebben gehad in het maquette maken, of dat er nooit tijd voorzien werd om hier te experimenteren. Terwijl het wel hét pronkstuk is (moet zijn) van je ontwerp, en het ook zo uitgespeeld wordt op bijvoorbeeld opendeurdagen? AutoCAD en van die programma’s zien we dan weer wel in initiatielessen? Misschien ben ik alleen met die gedachte, en ligt het allemaal puur aan mijn lompe vingers. Alleszins ga ik voor de opening toch snel nog even kijken welke maquettes er dit jaar opgesteld staan. Altijd boeiend om zien!

KOEtjes Student 2e Master

KALFjes

&

Thomas Cantraine

Waarschijnlijk is het eerste jaar van een nieuwe opleiding altijd chaotisch. Dat was niet anders in oktober 1988, toen de huidige opleiding van start ging. We hadden een lesrooster, maar de invulling stond open voor interpretatie. We moesten aanschuiven bij vakken waar we niet altijd welkom waren. De opleiding werd halfweg het academiejaar van overheidswege afgeschaft. En we kregen atelier van een heterogene ploeg, Johan Baele, Eric Balliu en Bob Van Reeth, die zelf gaandeweg moest ontdekken wat die groep van 45 studenten had bezield om zich in te schrijven op een programma dat de universiteit pas in de laatste week van september had goedgekeurd. Het referentiepunt van deze queeste was het negenvierkantenrooster. We verkenden het een semester lang, in het begin letterlijk puntsgewijs. Ik had geen flauw idee van de bedoeling. Er was vooral een reeks opdrachten: Zet Vierkante Schijfjes in het Rooster, Volgens de Assen. Waar het rooster voor stond, lag blijkbaar niet vast, zoals ook bleek uit de talrijke openlijke discussies tussen de begeleiders. Van Reeth was er minder dan Baele en Balliu, maar zijn passages werden telkens gemarkeerd door een bevlogen uiteenzetting over de betekenis van het rooster. Ik werd er niet wijzer van, en dat terwijl het moment naderde waarop we ons eerste architectuurontwerp moesten maken (halfweg de tweede semester). Na het nodige gesukkel, meermaals op meewarig hoofdgeschud onthaald, vond ik een manier om iets met dat rooster te doen. Niet dat ik daarom beter wist waar het rooster voor stond in het architectuurdebat. Toen ik zeven jaar later terug in het eerste jaar stond, nu als beginnend assistent met Dirk De Meester als atelierverantwoordelijke, was het rooster er nog steeds, maar niet in dezelfde rol. Nu was het een structuur die om invulling vroeg. Al snel veroorzaakte deze interpretatie discussie, met de studenten en onder de begeleiders. Uren van heftige debatten over opdrachten, doelstellingen en methodes. Het rooster werd opnieuw gedefinieerd, zelfs gedematerialiseerd, tot het uiteindelijk uit het curriculum verdween. In dat intensieve proces probeerden we uit te drukken wat er in een ontwerp, en met het ontwerpen aan de hand was; vage termen als ‘ruimtelijkheid’ waren uit den boze. Of de eerstejaars daarom meer houvast hadden dan mijn zeven jaar jongere ik valt te betwijfelen. Maar dat is geen probleem, zo lang er over het ontwerp wordt gepraat.

Prof. Maarten Delbeke Architectuurtheorie I

Het eerste jaar


2

WINDHAAN

KOER

S VE TUD RS IER LA EI G S-

Tøcht dör Zweden

Marrije Vanden Eynde Dit jaar kreeg het tweede jaar architectuurontwerp de kans om het land van kötbullar en Ikea vanuit een architecturaal perspectief te ontdekken. We werden op de luchthaven onmiddellijk voorzien van de nodige informatie in een omvangrijke reader, die we als een Bijbel met ons meedroegen, Asplund en Lewerentz als voornaamste apostelen. We begonnen onze trip in Stockholm en reisden zo naar het zuiden van Zweden in een voertuig waarvoor het woord minibusje enkel een eufemisme kan zijn – de wagen was een waar schouwspel voor een Tetris van koffers en mensen. Maar dit gegeven nam iedereen er gretig bij en we vingen de trip aan met de exploratie van de eilanden van deze hoofdstad. Elke begeleider had een specialisatie gekozen waardoor ze, bijgestaan door gidsen, ons konden inleiden in de Scandinavische bouwkunst van de vorige eeuw. Zo bezochten we na Stockholm nog achtereenvolgens Kalmar, Sölvesborg, Helsinborg en de havenstad Malmö. Via een anonieme stemming op het einde van de reis is besloten dat u de volgende vijf pareltjes absoluut niet mag missen als u naar het noorden afreist. The Woodland Cemetry (Lewerentz en Asplund, foto boven), een prachtig staaltje van een zoektocht naar eenvoud en het verenigen van het natuurlijke landschap met de architectonische elementen. De stadsbibliotheek van Stockholm, ook wel Asplundhuset genoemd (foto onder), met zijn indrukwekkende cirkelvormige leeszaal. De Sint-Marcuskerk en vooral de Sint-Peterskerk van Lewerentz (foto links), waarvan het laatstgenoemde gebouw zeker als zijn meesterwerk mag worden beschouwd, onder meer door de prachtige patronen in de bakstenen muren. Het modernere Kalmar Museum of Art (Tham & Viddegard Hansson architekter) sluit deze opsomming, met als opmerkelijkste ruimte de spiraalvormige open trappenhal die zich uitstrekt over de volledige hoogte van de zwarte kubus. Hier was ook een verrassingsact voorzien: een optreden van Emilia Amper met een traditioneel zweeds muziekinstrument, de nyckelharpa (zeker een paar minuten van uw kostbare youtube- tijd waard). In de rangschikking van momenten staan deze drie zeker bovenaan: begeleiders verwikkeld in een titanenstrijd met sneeuw als enig wapen, de gescheurde broek van een niet nader genoemde begeleider (dit om represailles te voorkomen) en de journalisten en fotografen van de plaatselijke krant in het gerechtsgebouw van Asplund, die ervoor zorgden dat we ons even illustere architecten waanden door ons tijdens het bezoek te voorzien van niet-aflatende sluitergeluiden. Op de voorlaatste avond was er een feestje voorzien, waar we de reis konden doorspoelen met een jazzoptreden en een aantal – ik zeg maar iets – gin tonics. Lang verhaal kort: hang de Plateausurvivalgids boven uw bedstee (>> Koerant editie 4), er staan verdomd goeie tips in.

Fotografie: Arne Vande Cappelle en Lisa Desager

TE ST NT EL OO LI NNG

Grafixx

Thomas Cantraine

DE Studio organiseerde ondertussen al een tijdje geleden een Zinefest voor onafhankelijke media. De kelder van de voormalige Herman Teirlinck Studio in antwerpen werd omgetoverd tot een markt vol boeiende boekjes in letterlijk alle maten, figuren, vormen, talen... De desbetreffende kelder is trouwens zeer fascinerend: duidelijk industrieel met H- liggers als kolommen, sporen van gebruik als opslag of zo en heel wat putten in de vloer, maar toch met een mozaïekvloer? En een soort formele voorkamer? Ik had nog nooit zo’n mooie kelder gezien. Behalve de ‘markt’ (het zine- fest om het fancy te zeggen) waren er nog heel wat tekenaars a la minute bezig, werden er animatiefilms getoond. Er werden ook lezingen gegeven door grafici en tekenaars. Deze gingen door in een andere kamer van het gebouw: een soort living, compleet met openhaard, parket en

authentieke houten lambrisering. Volgestouwd met alle soorten stoelen en zetels die de organisatoren schijnbaar konden vinden, ademde de kamer een soort domilelezing sfeer uit. Maar dan uiteraard wel de deluxeversie! Onder andere Icinori kwam spreken, een fascinerend duo dat poëtisch mooie tekeningen maakt, die de nadruk legt op het experiment. Ze hadden duidelijk te lijden aan perfectionisme, ze waren nooit tevreden over hun werk en benadrukten tegenover een volle zaal steevast dat het getoonde beeld lang nog niet af was. Ze werken op zeer verschillende schalen, van handmatig tot industrieel. Om hun kost te verdienen maken ze reclamecampagnes voor bijvoorbeeld stimorol. Voor mensen die tijd genoeg hadden konden de hele dag bijleren over druktechnieken, en ook zelf zeefdrukken en andere workshops volgen.


RANT Pieterjan De Bock Het Vlaams architectuurinstituut en CC KnokkeHeist vzw, de initiatiefnemers achter Wisselland, stellen dat het op termijn misschien verstandiger is om ons aan te passen aan de wispelturigheid van het kustgebied. De opwarming van de aarde zorgt, naast de alomgekende stijging van de zeespiegel, voor het in gang treden van enkele lokale processen in het achter¬land. Onvoorspelbare neerslagpatronen en hevigere regenbuien zorgen voor een stijgend overstromingsgevaar in de Polders. Periodes van droogte dreigen langer te duren, met mogelijke verzilting tot gevolg, en de aanvoer van zoetwater komt in het gedrang. Als antwoord moet het water zijn gang kunnen laten gaan en wordt er een Wisselland gecreëerd dat de groter wordende schommelingen tussen land en zee verzoent met wonen, recreatie en economische bedrijvigheid. Het kustbeleid wordt vandaag maar al te vaak gedomineerd door investeerders, beleidsmakers, experten en ontwikkelaars en zet de ontwerper regelmatig buiten¬spel. De tentoonstelling gaf nu de kans aan deze ontwerpers om hun

toekomstvisie over het kustlandschap anno 2070 te tonen aan de hand van maquettes en beelden. Gafpa verzorgde met minimale ingrepen de scenografie waarbinnen MikteViktorViktor, FVWW (foto boven), Maat-ontwerpers (foto onder), CcCaspar en C.T. Architects hun bijdragen leverden. Terwijl de eerste twee de kust eerder zien ontwikkelen langsheen strandhoofden loodrecht op de bestaande kustlijn kiest Maat-ontwerpers er voor om zich te focussen op het bedenken van een Diepzeehaven. Deze internationale haven ontlast de haveninfrastructuren aan land en maakt onrechtstreeks plaats voor nieuwe ontwikkelingen. Minder utopisch maar wel stevig onderbouwd is het raamwerk van CcASPAR. Uitgebreide wetenschappelijke studies krijgen vorm in een combinatie van verschillende ontwerpstrategieën; soms verdedigen, soms wegtrekken, soms aanpassen. Zij kiezen niet voor een algemene aanpak voor de hele kuststreek maar stellen dat gefragmenteerde ingrepen inspelen op de specifieke noden van elk deelgebied. De tentoonstelling mag niet gezien worden als een generator van nieuwe kustarchitectuur maar vormde wel het platform waarbinnen frisse ideëen omtrent het toekomstbeeld van de kust ontstaan.

3

NOO G NT LIN TE TEL S

Wisselland

WINDHAAN

Pasticcio 2.0

Bas Goethals & Jelmer Daelman Hoera! Na een glansrol op de Biënnale van Venetië en een tussenstop in Munchen is Pasticcio in ons land gearriveerd. De tentoonstelling, gecureerd door Caruso St John, brengt zeven architectuurbureaus – Hermann Czech (AT), Knapkiewicz & Fickert (CH), Märkli Architekt (CH), Hild und K Architekten (D), Caruso St John (UK), biq (NL) en Bovenbouw (B) – samen in een zoektocht naar continuïteit in Europese architectuur. deSingel herneemt de initiële Venetiaanse opzet maar spijst de tentoonstelling daarenboven met videofragmenten, een fotoreeks waarin Marc Pimlott op zoek gaat naar architecturale continuïteit in België en – jawel – enkele Soane-maquettes van (U-)Gentse makelij (>> pagina 13).

Hong Wan Chan

Pasticcio betekent in het Italiaans “koken met restjes”, of nog erger “een zooitje”. Maar de titel van de tentoonstelling verwijst eigenlijk naar een kolom op de binnenkoer van Soane’s huis. Het ding bestaat uit een allegaartje aan stenen en kapitelen die Soane tijdens zijn reizen had verzameld. Dit eigenzinnig samenbrengen van architectuurtradities is ook een constante in het werk van de architecten en kan eigenlijk worden toegepast op de gehele tentoonstelling. Om te beginnen bij de selectie van de 7 architecten. Ze beslaan samen 3 generaties en 7 nationaliteiten en hadden zich nooit eerder collectief gemanifesteerd. Het enige wat hen bindt, is een gedeelde interesse in geschiedenis en architectuurtradities en een engagement om een architectuur te maken die hier, ondanks de breuk die de modernistische avant-garde aanrichtte, terug bij aanknoopt.

Dit gebeurt telkens eigenzinnig. Het geheel der projecten kan niet tot één methodologische aanpak worden herleid en de tentoonstelling maakt daar ook geen probleem van. De wanden zijn schijnbaar onsystematisch gevuld met foto’s in een grote variëteit van formaten. Tussen de foto’s van eigen projecten duiken nu en dan architectuurreferenties op. Deze horen niet per se één op één bij een specifiek project, maar kunnen als een gedeelde achtergrond voor de architectuurpraktijken worden gelezen. Door dit “zooitje” van beelden en verschillende architecten vermijdt de tentoonstelling didactisch of dogmatisch te zijn. En toont het eerder hoe hedendaagse architectuur zich door verschillende vormen en strategieën opnieuw in een rijkere traditie kan plaatsen.

Kom eens een keer naar China!

vertrouw de dokters hier ook niet geheel, de snelheid waarmee ze een patiënt be-/afhandelen jaagt mijn hypochondrische zelf nog meer angst aan. Maar… Laat dit je vooral niet afschrikken! Hoewel het een zeker engagement inhoudt, biedt onze liefste vakgroep (en faculteit) zoveel kansen om het land van dure, lauwe koffie en onbevredigende taartjes van dichtbij te aanschouwen. Want een korte doorreis volstaat niet, een semester of twee zal je misschien één gezicht van de Chinese realiteit tonen, en de rest, dat is voor wanneer je beslist te blijven. Wie goed heeft opgelet tijdens de China@Home week, weet dat ik mijn best heb gedaan jullie vragen te beantwoorden. Maar mocht het toch nodig zijn, mag je steeds mailen naar chan.hongwan@gmail.com.

Dat men zich niet direct aangetrokken voelt te verhuizen naar een ver, onbekend land, kan ik begrijpen. Men kent eerst en vooral de taal niet, en geloof me dat kan een reëel probleem vormen vanaf het moment dat de conversatie iets meer nuance en diepgang vereist dan wat te bereiken valt met de rechterwijsvinger – ‘dat taartje achter de toog, graag’. Een beetje kennis van de taal bombardeert je anderzijds onmiddellijk tot vertaler-tolk. Gisteren nog heb ik een vriend van me in het holst van de nacht moeten vergezellen naar twee verschillende ziekenhuizen in Beijing – blijkbaar zijn de spoedafdelingen niet noodzakelijk steeds operatief in de nacht, daarvoor zou men bij level 1 ziekenhuizen moeten zijn. Ik

>> Nog tot 08 juni in deSingel! <<

IO AT G RN RIN TE E IN ALIS N

China @ Home

Het pronkstuk van de tentoonstelling: een axonometrische bas-relief van het politiekantoor van Bovenbouw architecten.


4

studentenpublicaties

1E BA

CH

EL

OR

Flatgebouw “Ieder Zijn Huis”

Evere (Brussel) Architect: Willly Van Der Meeren (1923 – 2002) Bouwdata: 1954-1960 De opdracht voor Ieder Zijn Huis in Evere dateert van de vroege jaren vijftig, een periode waarin het probleem van de volkshuisvesting in België grotendeels werd versimpeld tot een strijd voor of tegen hoogbouw, een strijd tussen de visies van de socialistische en de katholieke partijen. In zijn verlangen op een ‘verticale tuinstad’ te maken en om ‘in de hoogte hetzelfde te laten gebeuren als wat zich afspeelt op de begane grond’, ontwikkelt Van Der Meeren een secure samenlevingsmachine met royale, gemeenschappelijke ruimten en met een geraffineerde distributie van de 105 appartementen.

KOER Twee ruime toegangshallen, met murale kunst van Delahaut en Tuerlinckx, voeren naar ruime traphallen en bordessen nabij de liftkooien. Vier brede galerijen fungeren als ‘straten in de lucht’, waarvan de levendigheid gegarandeerd wordt doordat ze toegang verschaffen tot telkens drie verdiepingen met telkens achttien appartementen. Het gemeenschappelijke dakterras, met was- en werkruimten, completeert het collectieve programma. De inspiratie is duidelijk Corbusiaans, maar de constructieve uitwerking is volbloed Van Der Meeren: de organisatie is gevat in een uitdagend simpel, bijna geheel geprefabriceerde ‘meccano’. Deze rationale benadering keert terug in de conceptie van de infrastructuur- een toegankelijke, horizontale leidingenkoker op de eerste verdieping, waarop verticale schachten staan geënt – alsook in het ontsluitingssysteem en de inrichting van de

appartementen. In elke galerij worden opeenvolgend telkens drie wooneenheden ontsloten, een system dat sindsdien nimmer werd geëvenaard in zijn planeconomie. De kleine studio’s op galerijniveau en de boven- en ondergelegen appartementen, die de volle 9 meter breedte van het gebouw beslaan, worden met verplaatsbare kastenwanden ingedeeld. De organisatie van deze appartementen, en tegelijk die van het hele blok – de enige hoogbouw in zijn carrière – getuigen van Van Der Meerens idealistische opvattingen over de mogelijkheden van de architectuur voor het samenspel van individu en de collectiviteit in een gesocialiseerde maatschappij1. MDK. Voor het eerst gepubliceerd in De Standaard architectuurbibliotheek: 3. Postmodernisme en modernisme na 1945 (Geert Bekaert et. al.) 1

Jasper Van Parys Dit ontwerp voor een nieuw type appartement draait om één ambitie: het creëren van openheid. Om die te realiseren was het nodig een ordelijke kamerverdeling toe te passen. Alle kamers van het gezin zijn teruggedrongen tot onder de bovenliggende galerij. Naast de gevormde kamerstrip opent zich dus een gemeenschappelijke ruimte met de volledige breedte van een van de originele, kleinere appartementen. Daarnaast is een atrium voorzien dat vrij is van programma. Het atrium verbindt de grote ruimte beneden met het bureau en de woonst van grootmoe. Haar bloemenverzameling is eromheen gedrapeerd in een smalle serre. De bloemen bieden grootmoe en het gezin op die manier de milde afscherming die nodig zal zijn om niet alleen samen maar ook naast elkaar te kunnen leven. Op zomerdagen is het mogelijk het atrium over beide verdiepingen met een vouwraam om te vormen tot een terras dat de hele woning met zich mee naar buiten neemt. Openheid en orde: twee kenmerken waar VDM hopelijk niet verlegen om zou zijn.

Sylvia Snoeck Het ontwerp is geïnspireerd door Unité d’Habitation van Le Corbusier, waarbij een diagonaal doorzicht en maximale lichtinval van belang waren. Er is een gelijkenis te zien tussen het grondplan en de doorsnede

door middel van de groene zones, deze fungeren als een linkend element tussen de 3 verdiepingen. Langs elk van deze muren zijn er bepaalde functies gegeven: aan de serre van de oma zijn het vooral de rustigere gedeeltes zoals de slaapkamers; bij de tuin zijn het de actieve gedeeltes (zoals de speel-, en leefruimtes).


RANT

studentenpublicaties

5

Benoit Busschaert E

1

BA CH EL OR

De serre was één van de voornaamste eisen waaraan het ontwerp moest voldoen. Het leek mij een goed idee om iedereen van het stukje groen in de woning te laten meegenieten. Vandaar de keuze om dit element zo centraal mogelijk te stellen in het appartement. Alles zou daar rond draaien. De voornaamste functie van de serre bestaat erin het gezinsleven en het leven van de grootmoeder te scheiden zonder de mogelijkheid tot interactie te hinderen. Aan de hand van schuiframen kan het geheel helemaal opengetrokken worden. Op het gelijkvloers is de serre doorgetrokken tot aan de galerij. Hierdoor wordt oosterlicht opgevangen, en ontstaan er nieuwe, groene zichten op de anders kale gang. Ik vat de benedenverdieping op als een gemeenschappelijke ruimte waar de Emma Bierens

Mijn ontworpen appartement neemt twee verdiepingen in beslag en heeft als centraal punt een polyvalente leefruimte, die dubbel hoog is. Deze scheidt het woongedeelte van de oma met die van het gezin en kan door schuifwanden zelf ingevuld worden. Zo kan men ofwel het gezin ofwel de oma een grote leefruimte geven, of er één grote doorlopende ruimte van maken. Aansluitend op de leefruimte bevindt zich de serre, die uit de gevel springt. Deze kan ook door glazen schuifwanden aan de leefruimte gekoppeld of ervan afgesloten worden. Boven organiseert één grote gang de slaapkamers en badkamer en kijkt ook uit op de dubbel hoge leefruimte. Aan het eind van de gang bevindt zich een open bureau, die zicht heeft op diezelfde leefruimte en de serre.

privacy van eenieder nog bewaard kan blijven. De eerste verdieping is dan enkel voor het gezinsleven, waar er een duidelijk onderscheid is tussen het nachtgedeelte op het oosten en het daggedeelte op het westen. Daartussen is een bufferstrook voorzien met kasten. Als glazen doos laat de serre interessante diagonale zichten toe naar de leefruimte beneden, maar bewaart door haar specifieke vorm nog de afscherming die een bureauruimte nodig heeft. Ik zie het frame ook eerder als zware ijzeren profielen, waardoor ze erg aanwezig en voelbaar worden in de ruimte. Haar vorm en haar uitwerking laten de connotatie met een serre ook wegvallen, waardoor het een speels afwijkend element wordt in de anders op een strak raster gebouwde gevel.


studentenpublicaties

2E BA

CH

EL

OR

6

KOER

Sara Claerhout Het bouwblok aan de straatzijde is opgesplitst in 2 delen om zo meer licht binnen te brengen in de woningen. Door deze opsplitsing wordt er zowel een doorgang gecreĂŤerd naar de ondergrondse parking,

als naar de gemeenschappelijke tuin en het achterliggende bouwblok. De schuine muren zorgen ervoor dat de kloof in het straatbeeld niet te dominant wordt en er interessante zichten ontstaan vanuit de woningen.

-1

0

+1

+2

Lisa Desager

+3

Mijn concept voor deze opdracht vertrekt vanuit een sequentie van plekken die de straat en het jaagpad verbinden waarrond de zes woningen en huisartspraktijk geordend zijn. Deze plekken worden ingezet als ?kamers? die elk een eigen karakter krijgen door verschil in functie, in materiaal enin plaatsing ten opzichte van de woningen. De eigenheid van de woningen wordt zo bevorderd en er worden verschillende perspectieven gecreĂŤerd. Ik wou een strakke gevel creĂŤren die in contrast stond met wat er zich achter afspeelde en die via openingen een beperkt zicht biedt op wat er zich binnen bevindt.

+4


RANT

-Die collectieve ruimte is een steeg: straatje dat toegankelijk is voor alle bewoners - straatje sluit aan op het jaagpad waardoor ze een verlenging zijn van elkaar - andere kant: straat op straat verbinding die begint met een lichte helling. - Het straatje of steegje met huizen rond is een knipoog naar de beluikstraatjes of steegjes van vroeger omdat rond de 18de eeuw de Visserij een industriële zone was geworden.

OR

-Elk huisje heeft een leefkeuken die zo dicht mogelijk aan de collectieve ruimte in gekoppeld.

EL

-Hoe hoger je gaat in elk huis, hoe sterker de individualiteit wordt benadrukt.

CH

In het project staat het wonen in de stad zeer individueel op zich en is gekoppeld aan een collectieve ruimte. - De huisjes staan elk op zichzelf door: een eigen voordeur met eigen circulatie

BA

Maud Goosens

E

Het centrale idee was om te werken met een galerij langs visserij en achtervisserij. Op deze gaanderij zijn alle voordeuren geënt en ze vormt dus eigenlijk de circulatie voor de 6 woningen. Deze zorgt ervoor dat het zicht achteraan en vooraan op het water een gemeenschappelijk gegeven wordt; zitbanken worden in degevel verwerkt. Uiteindelijk loopt deze ruimtelijke entiteit over in een steegje, die samen een U-vormige beweging maken rond de woningen. De gevel is geïnspireerdop de Gentse traditie van herenhuizen. Het ornamentele wordt er vanaf genomen en enkel de ritmiek behouden door middel van afwisselende invulling van glas.

7

2

Olivia Missiaen

studentenpublicaties


Maarten Delbeke Architectuurtheorie I Barok, Suske & Wiske en onze Column

Johan Lagae Architectuurgeschiedenis II Loodst je doorheen de 20ste eeuw en probeert (uhum) Afrika niet te vermelden

Kris Coremans Ontwerpleer I Waarneming & Beeldende Media Uw Mentor in het Eerste Jaar

Jan Belis Statica van Constructies Scherven brengen Geluk

(maar zonder horloge)

Tijl Vanmeirhaeghe Ontwerp II Schrik van het Tweede Jaar

Fredie Floré Interieur & Design De Sterke Vrouw in dit Mannenbastion

Jan Moens Bouwtechniek Jack Wolfskin unlimited

Maarten Van Den Driessche Ontwerp I Vakgroeplid van het Jaar

Arnold Janssens Bouwfysica Schimmel & Vocht

(maar dan in gebouwen)

Mil De Kooning Architectuuractualia Ode aan Willy Van Der Meeren

Dirk De Meyer Architectuurgeschiedenis I Italiaans voor Dummies

Wim Cuyvers Jokerweek Sessie Leeft op een Berg (gene zever)

Dirk De Meester Inleiding tot Bouwtechnisch Ontwerpen De Achternaam Zegt Alles

Stéphane Beel ? Bekend Architect

Bart Verschaffel Inleiding tot de Filosofie & Ideeëngeschiedenis Wijste Prof

Firmin Mees Ontwerpleer I Uw Jaarlijkse Ching

Pieter Uyttenhove Geschiedenis van de Stedenbouw The Chief (vakgroepvoorzitter)


3E BA

CH

EL

OR

10 studentenpublicaties

KOER

Op een hoekperceel aan de Papegaaistraat wordt gevraagd een ontwerp te maken voor een klein gezin met geĂŻntegreerde praktijk. Dit programma samen met de uiterst kleine oppervlakte van het perceel vereist een goede interne organisatie. Bovendien heeft de hoek van het blok bijzonderheden die benut kunnen worden en is bijzondere aandacht voor private buitenruimte vraagt. Dries De Muynck De woning is ontworpen voor een foto/videokunstenaar. Een tentoonstellingsruimte loopt door de gehele woning van onder tot boven. De circulatie voor de bezoeker is grotendeels hetzelfde als die voor de bewoner, uitgezonderd de trap uit de keuken die zich in de dubbele wand bevindt. Op het gelijkvloers situeert zich de keuken die via twee draaideuren kan worden afgesloten van de galerij. Het eerste niveau is volledig privaat waar de slaapkamer en badkamer zich bevinden. De bezoeker krijgt geen toegang tot deze ruimtes, maar kan wel van op een balkon projecties in de galerij bezichtigen. Op het tweede niveau heeft men toegang tot de leefruimte die naargelang de wensen van de bewoner toegankelijk gesteld kan worden voor de bezoeker. Het hoogste niveau bestaat uit een extra leefruimte gekoppeld aan het terras dat opgevat is als een buitenkamer. De gevelsteen en het dragend metselwerk bestaan beide uit betonsteen die ook zichtbaar blijft binnenin. Alle scheidende wanden en vloeren in de woning worden opgebouwd uit hout. Er ontstaat een dubbele wand die verschillende functies van de woning bevat. Maxime Prananto De woning en praktijk, ontworpen voor een botanicus, gebruiken een private steeg als gemeenschappelijke deler. Het bouwvolume trekt zich los van de oostelijke wachtgevel en vertrapt naar boven toe (in twee richtingen) om een trechtervormige ruimte open te laten. De verspringingen vormen vertrek- en eindpunten voor de gevelbegroeiing. Deze kondigen, samen met de rechtstreeks zichtbare circulatiehal, de praktijk aan. De woning wordt op drie lagen georganiseerd. Elke laag berust op een vrij plan en buit de beperkte bouwdiepte van het volume uit. De onderste laag vormt een slaapplek voor kinderen en bestaat uit twee zones. De eerste wordt bezet door een modulair slaapmeubel dat slaapplekken en bergingen herbergt langs twee zijden. De tweede zone vormt een kinderleefruimte en wordt begrensd door een klapdeur naar de steeg en het slaapmeubel. De volgende laag dient als slaap- en leefvertrek voor de ouder(s). Deze reserveert een verhoogd slaapgedeelte op de kop, dat ten volle het hoekgegeven gebruikt. Een van zijde verspringende scheidingskast, met ingewerkte trappen, vormt een buffer naar het leefgedeelte. Een uitkragend raam, bruikbaar als zitbank, loopt over in de kastbeplanking. Hogerop bevindt zich een panoramische ruimte, waarin gekookt, gegeten, gewerktâ&#x20AC;Ś kan worden. Deze opent zich over de drie gevels heen en laat licht van kant tot kant toe. Een lange tafel en een centraal kookgedeelte organiseren de ruimte. De praktijkruimte voorziet een verharde kop, dewelke als buitenruimte dient. De westgevel opent zich via pivoterende glasplaten, terwijl de kop vast blijft via een gelijmde glasstructuur.


RANT

De manier van circuleren in combinatie met het openwerken van de gevel op welgekozen plaatsen, levert unieke zichten op. Zo worden de kwaliteiten eigen aan een hoekperceel ten volle uitgebuit.

OR

De verschillende niveaus zijn aan elkaar geschakeld door middel van een ‘trappenwandeling’ langsheen de gevel. Dankzij het gebruik van vrijstaande wanden wordt een zekere gradatie van publiek-privaat gecreëerd. Een zeer toegankelijke steektrap strekt zich over twee volle verdiepen uit en maakt de uitlopers van de galerij toegankelijk. Dit gaande van het atelierniveau, via de keuken en eetruimte tot in het salon. Hierbij worden de ruimtes zelf steeds intiemer van aard. Dan verandert de circulatie van richting en krijgt de wandeling omhoog een duidelijk privaat karakter. De twee slaapniveaus beschikken elk oven hun eigen sanitaire ruimte. Opnieuw zorgen vrijstaande wanden voor de indeling van de verschillende zones: slapen, sanitair en circulatie.

EL

Het integreren van een praktijkruimte in een woning, met het extra gegeven van een zeer klein hoekperceel, vormde een bijzondere ontwerpopgave. Concreet is er een kunstenaarsatelier met bijhorende expositieruimte, in de vorm van een kleinschalige galerij, in de woning opgenomen. Deze is georganiseerd op het maaiveld, met uitlopers naar het eerste en tweede verdiep. Hierdoor maakt de praktijkruimte volop deel uit van de woonervaring.

CH

Amy Gorissen

BA

De woning en tattoo- en piercingpraktijk zijn volledig opgebouwd uit containers en de circulatie verloopt via een stelling die van het publieke overgaat naar een private sfeer omgeven door polycarbonaatplaten. Deze stelling zorgt tevens voor een verbinding tussen de containers en de graffitimuur.

Als inrichting is binnenin elke container een tweede schil gemaakt uit multiplex, waardoor het interieur een warm karakter krijgt, in tegenstelling tot de buitenzijde. Elke container bevat ook een kastenwand in de lengte, die enerzijds de specifieke vorm van de containers benadrukt, en anderzijds een dynamisch ruimtegebruik mogelijk maakt door openschuivende en openklappende delen.

E

Het hoekperceel in de Papegaaistraat bestond uit met graffiti bespoten wachtgevels, afgebrokkelde muren en was op z’n zachtst uitgedrukt verloederd. Ik vond het een bepaalde charme en sfeer hebben, die ik niet zomaar mocht verbergen, maar net kon benadrukken en gebruiken als insteek voor mijn ontwerp. Tijdens het zoeken naar een gepast materiaal, botste ik op de natuurlijke ruwheid van cargo containers.

Door de keuze van de inplanting, vervolledigden de containers het groffe en tijdelijke karakter van de site, en lieten ze tegelijk de wachtgevels onaangetast, waardoor deze konden gebruikt worden als permanente graffitiwanden, en het perceel nog deel uitmaakte van de openbare ruimte.

3

Sofie Van de Velde

studentenpublicaties 11


M DI A S T RK E DE R S T M UD EY IO ER

12 studentenpublicaties

KOER

Un altra destinazione per il policlinico di Napoli Florence Himpe

Door systematisch delen van het gebouw te slopen, de gevels te laten staan maar de afwerking ruw te laten, ontstond een universitaire campus met verschillende woontorens waarin plaats was voor studio’s, kleine appartementen en duplexen.

Een collage van nieuwe en oude gevelfragmenten vormen een nieuwe facade op de rand van het historische centrum.

De nieuwe patio’s binnen het netwerk van de Napolitaanse cortiles.

Robby Fivez & Joeri Sinnaeve

De site van om en bij de 1200 m² bevindt zich in het historische stadscentrum van Napels. Het programma in de huidige situatie bestaat uit een universitair ziekenhuis en bijhorende parking. Aangezien het om een academische oefening gaat kozen we er voor de bestaande gebouwen af te breken. Op deze manier creëerden we een volledig open ruimte als speelveld voor ons huisvestingsprogramma. Het ontwerp had twee duidelijke ambities; Enerzijds wilden we de historische referenties die overvloedig in de stad aanwezig zijn aanwenden en deze specifieke historische typologieën in de hedendaagse context

herintroduceren en inzetten. Anderzijds was er de zeer specifieke site, die zich nu vooral als achterkant van het ziekenhuis en het aangrenzende bouwblok liet lezen en die we opnieuw wortels in stad wilden geven door de site en het aangrenzende bouwblok in elkaar te verweven. De meest dominante open ruimte refereert naar de kloostertypologie die op deze plaats in Napels in de geschiedenis steeds aanwezig was en in het huidige stadsweefsel nog kon worden teruggevonden in een Noord-Zuid sequentie van kloosters. Ze wordt aangevuld door een tweede klooster met

dubbele ommegang, een passage, een kleinere private patio, thermen en een informeler huisvestingsprogramma dat zich als contragewicht voor de architectuur van het stevige gebaar opwerpt. Het ontwerp takt in het westen aan op de bestaande achtergevels. Zo krijgen deze een nieuwe betekenis binnen ons ontwerp en wordt de strikte orde van het klooster letterlijk doorbroken. Verder is er veel aandacht uitgegaan naar het publiek, semi-publiek en privaat statuut van de buitenruimtes. Zo is bijvoorbeeld het dakvlak publiek toegankelijk, terwijl de kleine patio enkel te bereiken is via de omgevende appartementen.


RANT Bert De Roo

Binnen studio Somers wenden we de architecturale elementen van John Soane aan om te ontwerpen. Het enige doel is het verrijken van de eigen architecturale taal. Het programma, een columbarium, een excuus om met architectuur bezig te zijn. De locatie, een verlaten perceel naast Campo Santo, legt de context vast maar deze had evengoed anders mogen zijn. Het perceel, een rechthoek met één duidelijk schuine zijde, laat zich voelen in het volledige grondplan. Voor mij werd het een oefening in ritme, lichtinval en diepte. Het ritme manifesteert zich niet enkel in het grondplan maar ook, en hoofdzakelijk, in de binnengevels. De legplanken vormen het vertrekpunt om tot een horizontale geleding te komen. De overdaad aan kolommen

Jens De Pauw Het ontwerp omvat een aantal volumes, een reeks kamers die schijnbaar willekeurig binnen de perimeter van de site zijn ingeplant. Je betreedt het columbarium via een helling waarbij je vanaf het kerkhof afdaalt. De bezoeker ervaart de overgang, hij beseft dat hij een andere wereld betreedt. Een wereld van de doden en voor de doden, een necropolis. Het dense netwerk van pleintjes en steegjes werkt desoriënterend, je verdwaalt in een landschap van monolithische volumes. Op die manier wordt er een sfeer van anonimiteit gecreëerd, waarbij je alleen kan zijn met je gedachten en met je overleden familieleden of vrienden. Elk volume op de site is één kamer, één ruimte waarin de urnen worden opgeborgen. Elke kamer is opgebouwd uit een bakstenen buitenmuur samen met een houten voorzetstructuur, een dubbele perimeter die toelaat de ruimtes van bovenaan te verlichten. Soms wordt een kamer door een ander volume doorboord. De afwijking wordt een opportuniteit en op bepaalde plaatsen ontstaan er enfillades van ruimtes waarbij er de ene keer visueel, de andere keer fysiek een link is.

het vertrekpunt voor het verticale ritme. De kamers met sterk variërende maatvoering krijgen zo een menselijke schaal. Ritmes verschillen van kamer tot kamer en waar de kamers elkaar ontmoeten botst het. In het derde beeld culmineert dit in een colonnade die zich met geweld doordrukt vanuit een naburige kamer. Deze colonnade is er niet zomaar.Ze ensceneert, met haar lage plafond en verschillend ritme, het binnenkomen in de kamer. De verschillende ritmes en hoogtes van de kamers genereren opportuniteiten om licht in het gebouw te brengen en diepte te creëren. Soms kijk je van kamer in kamer, in kamer,... en wordt het duidelijk dat iedere kamer zijn eigen materialiteit, lichtintensiteit en sfeer heeft. Geglazuurd zwart metselwerk vangt het weinige licht op terwijl in een andere kamer de lichte travertijn de bezoeker verblindt. Nog ergens anders vervalt het materiaal in vaalheid door het gebrek aan licht tot dat ene half uur wanneer een lichtstraal de kamer doet opleven.

O DI TU S RS ER TE OM AS S M IRK D

Dode Vrienden

studentenpublicaties 13


M BE AST RT ER GE ST LL U D YN IO CK

14 studentenpublicaties “Blokkendoos”

Werner Dewaele & Dominique Girolami Ons distributiecentrum speelt in op de mogelijke verweving tussen de lokale verdeling van goederen en die op schaal van de stad. Door naast de traditionele vracht- en bestelwagens ook in te zetten op goederenvervoer via de trein en de fiets wordt een ecologisch meer verantwoorde intermodaliteit nagestreefd. Daarbovenop moet het bundelen van leveringen -in tegenstelling tot de chaotische ad random-regeling die nu uit onze enquête in de Wayezstraat naar voor komt- ervoor zorgen dat een deel van de verkeersdruk wegvalt. Als toegevoegd programma kozen we voor een lagere school, omdat deze een katalyserende werking heeft op de ontwikkeling van het distributiecentrum als scharnierpunt en op z’n omgeving.

KOER Zowel de school als het distributiecentrum hebben elk hun duidelijk afgescheiden functioneringszones, waarbij de circulatiestromen elkaar zo min mogelijk kruisen. Deze opsplitsing wordt ondersteund door de geperforeerde wand, samen met de uitwerking van het maaiveld, waarbij de publieke zones van een uniform tegelgrid -hier en daar ingevuld met groen- voorzien zijn. Door het invoeren van een steeg moeten het transport van goederen en stroom van kinderen van en naar de school elkaar slechts een keer kruisen. De opbouw van het distributiecentrum past volledig in de logica van de aanvoer/opslag/uitvoer-goederenstroom: onderaan gebeurt de verwerking, terwijl de

bovenliggende niveaus stockageruimte zijn, met op niveau 1 de brug naar het treinverkeer. Ook het schema van de school is vrij eenvoudig: onderaan een open maar overdekte speelruimte, bovenaan een daktuin en ertussen de klassen met in het midden over twee niveaus een dubbelhoge polyvalente ruimte, een kleine bibliotheek en enkele bijleslokaaltjes. De scheidingswand tussen de twee functies is opgevat in regliet, waardoor visuele interactie tussen beide steeds mogelijk blijft. Hoewel de school en het distributiecentrum nagenoeg volledig losgekoppeld zijn, zowel structureel als in gevelexpressie, zijn de twee toch vervat in het zuivere geheel van een kubus. Een nieuw herkenningspunt in de omgeving.

Met ‘Velo!’ gingen we de uitdaging aan om stadsdistributie rechtstreeks te confronteren met het dichte woonweefsel van Anderlecht door met ons gebouw als het ware een woonblok te vervolledigen. Het was een zeer problematisch woonblok, gesitueerd in de kanaalzone van Brussel, die de relatie met het water volledig negeerde en op die manier ook de volledige wijk afsloot van de kwalitatieve open ruimte langs het water. Door enkele slimme ingrepen op dit bestaande weefsel werden op het maaiveld doorgangen gecreëerd die de wijk opnieuw rechtstreeks in contact brengen met het water. Langsheen de waterkant worden verschillende publieke functies ingeplant, een buurtcentrum, cafetaria, fietsherstelpunt en een bmx- en skatepark, die elk op een verschillende schaal werkzaam zijn. Het distributiecentrum wordt hierdoor naar de eerste verdieping gebracht. De distributie schakelt zich in een

netwerk in van fietsleveringen van postpakketten en bevoorraad winkels in het centrum die hier hun stock onder brengen. Dit krijgt een afdruk op het gelijkvloers onder de vorm van een afhaalpunt voor postpakketten. Vanaf de personeelsparking op het dak, bereikbaar via een helling, wordt de administratieve en functionele strook van het bedrijf bereikt via de toegangspatio. Er is ook een centrale vide voorzien die licht naar de distributieverdieping en het maaiveld brengt. Op verschillende plaatsen wordt dus een visuele link gelegd tussen de distributie en publieke functies, niet enkel door deze patio’s, maar ook door de circulatie van dak naar gelijkvloers die af en toe een glimp kan opvangen van de distributie. De houten gevel krult zich rondom het distributiecentrum en geeft op deze manier het gebouw een eenduidige uitstraling. !

“Velo”

Emily Ampe & Christoph Verberckmoes


RANT

agenda 15

Mobilia. 100 jaar design door Belgische architecten, atomium, bxl. 15 06

Lopende tentoonstellingen: tot 21/03/14 ‘Over Connectiviteit’ van a2o architecten, Campus Sint Lucas, Gent

Programma van De Loeiende Koe Koerant: Call For Papers

tot 28/03/14 Herneming Gent Wereldtentoonstelling 1913, Gijs Van Vaerenbergh, AG SOB, Kluizenzaal, gratis tot 30/03/14 Atelier à Habiter, Z33, Hasselt tot 07/06/14 Projecties 2RE:Work Brussel. Ruimte voor industrie, logistiek en groothandel in de stad, wandelgangen deSingel, Antwerpen tot 08/06/14 Pasticcio. Continuïteit in de Europese architectuur, deSingel, Antwerpen (>> p. 3) tot 15/06/14 Mobilia. 100 jaar design door Belgische architecten, Atomium, Brussel De tentoonstelling Mobilia in het Atomium nodigt uit om na te denken over de nauwe en subtiele relatie tussen architectuur en design. Ze toont het ontstaan en de evolutie van de ‘architect-designer’ sinds het einde van de 19de eeuw. De selectie meubels en voorwerpen bestrijkt 100 jaar Belgische architectuur- en designgeschiedenis en varieert van prototypes tot serieproducten. De stukken worden niet chronologisch gepresenteerd, maar zijn gegroepeerd rond verschillende thema’s, met onder meer aandacht voor de manier waarop het meubel werd gemaakt of de relatie tot het gebouw waarvoor het werd ontworpen.De tentoonstelling bevat werk van 30 Belgische architecten, namelijk B-architecten, Claire Bataille & Paul ibens, Stéphane Beel & Lieven Achtergael, Alain Berteau, Victor Bourgeois, Renaat Braem, Constantin Brodzki, Sébastien Cruyt & Olivier Bastin, Louis-Herman De Koninck, Julien De Smedt, De Vylder Vinck Taillieu, Lucien Engels, Victor Horta, Huib Hoste, Lou Jansen, Lucien Kroll, Juliaan Lampens, Stéphane Lebrun, Bart Lens, Lhoas & Lhoas, Antoine Pompe, Robbrecht & Daem, Gustave Serrurier-Bovy, Glenn Sestig, Léon Stynen, Willy Van Der Meeren, Vincent Van Duysen, bOb Van Reeth, Charles Vandenhove, en Caroline Voet.

Doorzon, so far. Archipel Lezing in de Plateau 20 03

Binnenkort: TBA (een vrijdachtochtend) Foreign Affairs: Lezing Nikolai Brandes (doctoral researcher Freie Universität Berlin): On postcolonial architecture in Maputo, Mozambique, Auditorium C, Plateau TBA (een vrijdagochtend) Foreign Affairs: Lezing Jacob Sabakinu Kivilu (Université de Kinshasa, RD Congo): Matadi. Ségrégation et espace urbain dans un port colonial, Auditorium C, Plateau 20/03/14 Lezing Doorzon interieurarchitecten, Plateau, Gent, gratis (mét Koe-bar!) 25/03/14 — 20u Mechthild Stuhlmacher (Kortekni Stuhlmacher Architecten, Rotterdam), Muziekstudio deSingel, Antwerpen 31/03/14 — 03/04/13 Hetzelfde Anders. 25 jaar vakgroep architectuur en stedenbouw: jokerweek, TBA 27/04/14 — 20u Lezing Exyzt in het kader van Auditorium 13/14, Stuk, Leuven 03/04/14 — 20u Lezing Ruut van Paridon (Paridon x De Groot landschapsarchitecten, Kamp C, Westerlo 24/04/14 Lezing Lacaton & Vassal in het kader van Auditorium 13/14, Stuk, Leuven (reeds uitverkocht) 24/04/14 Lezing DierendonckBlacke Architecten, OC De Leege Platse, Beselare 29/04/14 Lezing Job Floris (Monadnock, Rotterdam), Muziekstudio deSingel, Antwerpen 06/05/14 — 20u Lezing Erik Wieers (Collectief Noord architecten), De Warande, Turnhout

Caroline Lateur en Stefanie Everaert werkten na hun studies intereurarchitect gedurende vijf jaar in het atelier van Maarten Van Severen. In 2005 startten ze een eigen bureau. Hun jonge oeuvre getuigt van vakmanschap en maximale ruimtelijke impact. In hun verbouwingen combineren ze faciliteit, experiment en verrassend kleurgebruik. In het najaar van 2013 verscheen een opmerkelijke publicatie over hun werk als aflevering 90 van het ons allen bekende ‘Vlees & Beton’. Het essay die deze monografie bedocumenteerd is van de hand van Christophe Van Gerrewey.

13/05/14 — 20u Anne Holtrop (Studio Anne Holtrop, Amsterdam), Muziekstudio deSingel, Antwerpen 15/05/14 Lezing Util Struktuurstudies, TBA 20/05/14 Christian Rapp (Rapp+Rapp, Amsterdam) Muziekstudio deSingel, Antwerpen 26/06/14 Lezing Studio Weave, Budafabriek, Kortrijk

De volgende Koerant wil een dualiteit opzoeken, een strijd aangaan, de liefde bedrijven of gewoon de opsplitsing in twee uiterste masters bekritiseren. Of zijn het er 3? Want er bestaat immers naast ‘stadsontwerp’ en ‘bouwtechniek’ ook ‘stedenbouw en ruimtelijke planning’! Deze diversiteit zal al worden uitgespeeld op de volgende Jokerweek. Maar heb jij eigenlijk een duidelijke voorkeur voor één van deze specialiteiten? Wat wil je als bachelor weten? Wat heb je als master daarop te zeggen? Wat wil je tekenen, schrijven, bemeesteren? Wij willen alvast de pennen kruisen; voor ondertekenden alvast de laatste keer! Alle inzendingen, voorstellen, grafische oprispingen en architecturale hoogstandjes zijn welkom! > >> MAANDAG 24 MAART << < > >> 18u MAJOLICA << <

KoeCinema 10/03 - 05/05

Na vele aankondigingen in vorige edities van deze Koerant, belooft het filmprogramma van het tweede semester des te voller zijn! De eerstvolgende prent die in de Hongaarse Zaal zal worden vertoond is Rosemary’s Baby van Roman Polanski, maandag 17 maart vanaf 20u. Meer informatie vind je op de brochure (nog steeds te verkrijgen in onze eigen bib!)

Colofon

Eindredactie & Layout Thomas Cantraine Bram Vandemoortel

Grafisch ontwerp Laurien De Decker, Bram Denkens, Lize Nevens & Veerle Van Lysebettens Samenstelling Thomas Cantraine, Charles De Muynck, Leendert De Vos, Xander Denduyver, Bas Goethals, Peter Kemme, Jona Moereels, Bram Vandemoortel & Sara Verstraete >>dlkmagazine@gmail.com << Alle vorige edities, alsook dlkmagazines en andere uitgaves zullen opnieuw te koop worden aangeboden in de exclusieve boekenwinkel van de Jokerweek!



Editie 6